Printer/Scanner Unit Type Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
|
|
|
- Valentijn van der Ven
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Printer/Scanner Unit Type 2000 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen De functie en instellingen van het apparaat Bijlage Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig en bewaar deze op een handige plaats voor toekomstig gebruik. Voor een veilig en correct gebruik dient u, voordat u het apparaat in gebruik neemt, de veiligheidsinformatie in "Informatie over dit apparaat" te lezen.
2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw veiligheid en voordeel deze handleiding eerst zorgvuldig voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar de handleiding op een handige plaats om informatie snel te kunnen opzoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd. Het bedrijf aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor rechtstreekse, indirecte, bijzondere, incidentele of gevolgschade als gevolg van het omgaan met of het bedienen van deze machine. Originelen waarvan de reproductie is verboden bij wet, niet kopiëren of afdrukken. Het kopiëren of afdrukken van de volgende originelen is in het algemeen verboden door de plaatselijke wetgeving: bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelbewijzen, bankcheques, cheques, paspoorten en rijbewijzen. Deze lijst is alleen maar een richtlijn en is niet volledig. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid. Mocht u vragen hebben over de rechtmatigheid van het kopiëren of afdrukken van bepaalde originelen, overleg dan met uw juridische adviseur. en: Sommige illustraties in deze handleiding kunnen enigszins van de gegevens van het werkelijke apparaat afwijken. Voor sommige landen kunnen bepaalde opties niet beschikbaar zijn. Raadpleeg uw plaatselijke leverancier voor nadere informatie hierover. In deze handleiding worden twee maatstelsels gebruikt. Gebruik bij dit apparaat de metrische versie. Let op: Het werken met bedieningsorganen of het uitvoeren van afstellingen of procedures anders dan gespecificeerd in deze handleiding, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
3 Handleidingen voor dit apparaat Raadpleeg de handleidingen die betrekking hebben op de taken die u met het apparaat wilt uitvoeren. Belangrijk De handleidingen worden op verschillende media geleverd. De gedrukte en elektronische versies van een handleiding hebben dezelfde inhoud. Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader moet worden geïnstalleerd om de handleidingen in PDF-opmaak te kunnen bekijken. Afhankelijk van het land waarin u zich bevindt, zijn er mogelijk ook handleidingen in html beschikbaar. Dergelijke handleidingen kunt u alleen bekijken met een webbrowser. Informatie over dit apparaat Lees voor u het apparaat in gebruik neemt, eerst de veiligheidsinformatie. In deze handleiding worden de functies van het apparaat uitgelegd. Ook wordt uitgelegd hoe het bedieningspaneel wordt gebruikt, welke voorbereidingen er moeten worden getroffen voordat u het apparaat gebruikt, hoe tekst ingevoerd moet worden en hoe de meegeleverde cd-roms moeten worden geïnstalleerd. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen In deze handleiding worden de gebruikersinstellingen en de procedures voor het Adresboek, zoals het vastleggen van faxnummers, adressen en gebruikerscodes, uitgelegd. Deze handleiding biedt ook informatie over het aansluiten van het apparaat. Problemen oplossen Hierin worden de meest voorkomende problemen en de oplossingen beschreven en wordt uitgelegd hoe papier, toner en andere verbruiksartikelen moeten worden vervangen. Veiligheidsinformatie Deze handleiding is geschreven voor de beheerders van dit apparaat. Hierin worden de beveiligingsfuncties beschreven die de beheerders kunnen gebruiken om gegevens te beschermen tegen misbruik of om ongeautoriseerd gebruik van het apparaat te voorkomen. Deze handleiding bevat ook de procedures om beheerders te registreren en authenticatie van gebruikers en beheerders in te stellen. Kopieerhandleiding Hierin worden de kopieerfuncties en bewerkingen uitgelegd. Deze handleiding biedt ook informatie over het plaatsen van originelen. i
4 Faxhandleiding Hierin worden de functies van de fax en bewerkingen uitgelegd. Printerhandleiding Hierin worden de functies van de printer en bewerkingen uitgelegd. Scannerhandleiding Hierin worden de scannerfuncties en bewerkingen uitgelegd. Netwerkhandleiding Hierin wordt uitgelegd hoe het apparaat voor een netwerkomgeving wordt geconfigureerd en bediend wordt en hoe de meegeleverde software moet worden gebruikt. Deze handleiding is bedoeld voor alle modellen en kan functies en instellingen beschrijven die op dit apparaat niet beschikbaar zijn. Afbeeldingen, illustraties en informatie over bedieningssystemen die worden ondersteund, kunnen iets verschillen met dit model apparaat. Andere handleidingen Handleidingen voor dit apparaat Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Faxhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript 3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite-installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Auto Document Link-handleiding De geleverde handleidingen zijn specifiek per apparaatsoort. Voor UNIX Supplement, bezoek onze website of neem contact op met een geautoriseerde dealer. PostScript3 Supplement en UNIX Supplement omvatten beschrijvingen van functies en instellingen die mogelijk niet beschikbaar zijn op dit apparaat. ii
5 INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat...i Verklaring van symbolen in deze handleiding...1 Symbolen...1 Displaypaneel...2 Display aflezen en toetsen gebruiken...3 Menu Printereigenschappen...4 Papier plaatsen in de handinvoer...8 Papierformaat instellen via het bedieningspaneel...11 Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel...13 Dik papier of OHP-transparanten instellen met behulp van het bedieningspaneel...15 Enveloppen instellen met behulp van het bedieningspaneel De machine voorbereiden De verbindingmethode bevestigen...19 Netwerkverbinding...19 Lokale verbinding...22 Printerstuurprogramma installeren...23 Quick Install (Snelle installatie)...23 Printerstuurprogramma voor de geselecteerde poort installeren...25 Een Windows-netwerkprinter gebruiken...36 Gebruiken als een NetWare-printserver/externe printer...39 Form Feed...41 Bannerpagina...41 Afdrukken na resetten van de printer...42 Het USB-printerstuurprogramma installeren...43 Windows Me - USB...43 Windows USB...45 Windows XP, Windows Server USB...46 Afdrukken via een parallelle verbinding...48 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding...50 Profielen die worden ondersteund...50 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding...51 Instellingen voor de veilige modi maken...52 Afdrukken in de veilige modus...53 Printeropties instellen...54 Condities voor bidirectionele communicatie...54 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld...56 Font Manager 2000 installeren...57 Adobe PageMaker Version 6.0, 6.5 of 7.0 gebruiken...58 iii
6 2. Het printerstuurprogramma instellen PCL - De printereigenschappen bewerken...59 Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken...59 Windows De printereigenschappen bewerken...61 Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken...64 Windows NT De printereigenschappen bewerken...67 RPCS - De printereigenschappen bewerken...70 Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken...70 Windows De printereigenschappen bewerken...72 Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken...75 Windows NT De printereigenschappen bewerken Andere afdrukbewerkingen Een PDF-bestand direct afdrukken...81 Afdrukmethode...81 Met gebruikmaking van DeskTopBinder Lite...82 Opdrachten gebruiken...86 Bescherming tegen onbevoegd kopiëren...87 Met gebruikmaking van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren]...88 Met gebruikmaking van [Mask type:]...90 Belangrijke opmerking...91 Form Feed...92 Afdrukken via een geselecteerde lade...92 Een afdruktaak annuleren...93 Een afdruktaak annuleren...95 Afdruktaak via het bedieningspaneel annuleren...95 Windows - Afdruktaak via de computer annuleren...96 Het foutenlogbestand controleren...97 Sorteren De functie en instellingen van het apparaat Mainframe Functies Interface Lijst met instellingsitems Web Image Monitor telnet Instellingen die met PostScript 3 kunnen worden gebruikt Bijlage Specificaties Opties INDEX iv
7 Verklaring van symbolen in deze handleiding Symbolen In de handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Hiermee wordt belangrijke veiligheidsinformatie aangegeven. Het niet naleven van deze voorschriften kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Lees deze opmerkingen altijd door. Deze informatie staat in het gedeelte Veiligheidsinformatie van Informatie over dit apparaat. Hiermee wordt belangrijke veiligheidsinformatie aangegeven. Het niet naleven van deze voorschriften kan licht tot matig letsel dan wel schade aan het apparaat of aan eigendommen tot gevolg hebben. Lees deze opmerkingen altijd door. Deze informatie staat in het gedeelte Veiligheidsinformatie van Informatie over dit apparaat. Hiermee wordt aangegeven dat er tijdens het gebruik van het apparaat bijzondere aandacht aan moet worden geschonken, en geeft uitleg over de meest waarschijnlijke oorzaken van papierstoringen, beschadiging van originelen of verlies van gegevens. Lees deze uitleg altijd door. Hiermee wordt extra informatie over de functies van het apparaat en instructies voor het oplossen van gebruikersproblemen aangegeven. Dit symbool staat aan het einde van een gedeelte. Het geeft aan waar u meer informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen van toetsen op het displaypaneel van het apparaat aan. { } Geeft de namen van toetsen op het bedieningspaneel van het apparaat aan. 1
8 Displaypaneel In dit gedeelte wordt de configuratie met het weergavescherm beschreven, wanneer de printerfunctie is geselecteerd. NL ASC009S 1. Gebruiksstatus of mededelingen Geeft de huidige apparaatstatus weer zoals Gereed, Offline en Afdrukken [JobReset] Druk op deze toets om de huidige afdrukopdracht te annuleren. Indien u op deze toets drukt wanneer het apparaat off line is en u heeft Hex Dump geselecteerd, wordt Hex Dump afgebroken. 3. [Menu] Druk hierop om het menu te laten weergeven zodat u de volgende opties kunt selecteren: [Foutenlogbestand weergeven] Geeft de foutlogboeken van afdruktaken weer die vanaf een computer zijn verstuurd. Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt de kopieerweergave. Dit is een standaardinstelling van de fabriek. Deze basisinstelling kan worden gewijzigd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 2
9 Display aflezen en toetsen gebruiken In dit gedeelte wordt het aflezen van het display en het gebruik van de keuzetoets voor het beginscherm uitgelegd. NL ASC004S 1. Bladertoetsen Druk deze toets in om de cursor stap voor stap in een willekeurige richting te verplaatsen. Wanneer toets {U}, {T}, {V}, of {W} in deze handleiding wordt weergegeven, drukt u de bladertoets voor dezelfde richting in. 2. Toets {OK} Druk deze toets in om een geselecteerd onderdeel of een numerieke waarde in te stellen. 3. Toets {Escape} Druk deze toets in om een bewerking te annuleren of terug te keren naar het vorige scherm. 4. Keuzetoetsen Komen overeen met de functies die onder in het display worden weergegeven. Voorbeeld: Standaardscherm Als de instructie druk op [JobReset] in deze handleiding wordt aangegeven, drukt u de linker keuzetoets in. Het Printerscherm is ingesteld als standaard scherm wanneer het apparaat wordt ingeschakeld. U kunt de instellingen wijzigen bij [Systeeminstellingen]. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 3
10 Menu Printereigenschappen Hieronder worden de instellingen en de betekenis van functie van Printereigenschappen uitgelegd. Het scherm Printereigenschappen verschijnt wanneer u op {Gebruikersinstellingen/Teller} toets drukt. Zie voor meer informatie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Lijst/testafdruk Menu Meerdere lijsten Configuratiepagina Foutenlogbestand Menulijst PCL config./font pagina PS Config./Font pag. PDF config./font pagina Hex Dump Omschrijving U kunt de configuratiepagina afdrukken en het foutenlogbestand. U kunt de huidige configuratiewaarden van het apparaat afdrukken. U kunt de lijst afdrukken met alle fouten die tijdens het afdrukken zijn geregistreerd. U kunt een menulijst afdrukken met de functiemenu s van het apparaat. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde PCL-lettertypen afdrukken. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde Postscript-lettertypen afdrukken. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde PDF-lettertypen afdrukken. Dit menu kunt u alleen selecteren als de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. U kunt in de Hex Dump-modus afdrukken. Onderhoud Menu beschermen Lijst/Testafdruk bev. Menu Omschrijving Met deze functie kunt u menu-instellingen beschermen tegen onbedoelde wijzigingen. Zo wordt het onmogelijk menu-instellingen met normale procedures te wijzigen tenzij u de vereiste toetsen gebruikt. In een netwerkomgeving kunnen alleen beheerders veranderingen in menu-instellingen maken. U kunt het menu [Lijst/Testafdruk] beschermen. 4
11 Systeem Menu Foutenrapport afdrukken Automatisch doorgaan Geheugenoverloop Gebruik van geheugen Duplex Kopieën: Afdrukken Blanco pagina Randen bijwerken Omschrijving U kunt een foutrapport afdrukken wanneer er een printer- of geheugenfout plaatsvindt. U kunt deze optie selecteren om Automatisch doorgaan in te schakelen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt na een systeemfout het afdrukken hervat. Selecteer deze optie om een foutrapport geheugenoverflow af te drukken. U kunt de hoeveelheid geheugen selecteren dat wordt gebruikt in Lettertype voorkeur of Kader voorkeur, op basis van het papierformaat of resolutie. U kunt instellen of u op beide zijden van alle pagina s afdrukt. U kunt het aantal afdruksets specificeren. Deze instelling wordt uitgeschakeld als het aantal af te drukken pagina s is ingesteld met het printerstuurprogramma of andere opdracht. U kunt instellen of u blanco pagina s afdrukt of niet. Stel deze optie in om randen bij te laten werken. Aan (standaard) Uit Als Toner besparen Aan staat, wordt Randen bijwerken genegeerd, zelfs als deze laatste optie is ingeschakeld. Toner besparen Printertaal Sub papierformaat Paginaformaat Stel deze optie in om toner te besparen. Aan (standaard) Uit U kunt de printertaal specificeren. U kunt de voorziening Papierformaat (A4 LT) automatisch vervangen inschakelen. U kunt het standaardpapierformaat selecteren. 5
12 Menu Instelling Briefhoofd Prioriteit Handinvoer Rand tot Rand afdrukken Standaard Printertaal Ladewisseling RAM Disk Omschrijving U kunt af te drukken afbeeldingsoriginelen roteren. Af te drukken origineelafbeeldingen worden altijd 180 graden geroteerd. Daarom is de uitvoer mogelijk niet zoals u verwacht wanneer u afdrukt op papier met een voorbestemde afdrukrichting zoals briefhoofden of voorbedrukt papier. Met deze functie kunt u afbeeldingen roteren. U kunt opgeven welke van de twee opties, Printerstuurprogramma/Opdracht of Machine-instellingen prioriteit heeft ten aanzien van het papierformaat voor de handinvoerlade. U kunt instellen of u op de hele bladzijde afdrukt of niet. U kunt de standaardprintertaal instellen als het apparaat de printertaal niet automatisch kan vinden. U kunt instellen dat u de papierlade wisselt. U kunt de instellingen van de RAM Disk wijzigen. Host interface I/O-buffer I/O time-out PCL Menu Menu Omschrijving U kunt de grootte van de Inv./Uitv. buffer instellen. Gewoonlijk is het niet nodig om deze instelling te wijzigen. U kunt instellen hoeveel seconden het apparaat pauzeert voordat het een afdruktaak afrondt. Als doorgaans midden in andere afdruktaakgegevens gegevens binnenkomen via een andere poort, dient u de time-out periode groter te maken. Menu Richting Formulierregels Lettertypebron Lettertypenummer Puntgrootte Omschrijving U kunt de pagina-richting instellen. U kunt het aantal lijnen per pagina instellen. U kunt de opslaglocatie van het standaardlettertype instellen. U kunt de ID van het door u gekozen standaardlettertype instellen. U kunt de puntgrootte instellen die u voor het geselecteerde lettertype wilt gebruiken. 6
13 Menu Omschrijving Lettertypebreedte Symbolenset Courier lettertype A4 breedte uitbreiden Van CR naar LF Resolutie U kunt het aantal tekens per inch van het geselecteerde lettertype instellen. U kunt de set afdrukbare tekens voor het geselecteerde lettertype specificeren. De beschikbare opties zijn: U kunt een courier-lettertype selecteren. U kunt de breedte van het afdrukbare gebied groter maken wanneer u op A4 afdrukt met PCL. Indien ingeschakeld (Aan) wordt een carriage-return achter elke line-feed geplakt: CR=CR, LF=CR LF, FF=CR FF. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. PS Menu (optioneel) Menu Omschrijving Gegevensformaat Resolutie U kunt een gegevensindeling selecteren. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. PDF Menu (optioneel) Menu PDF wachtwoord wijzigen PDF Groepswachtwoord Resolutie Omschrijving U kunt het wachtwoord instellen voor het PDF-bestand dat PDF direct afdrukken uitvoert. U kunt het groepswachtwoord instellen dat al is gespecificeerd met DeskTopBinder Lite. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. Sommige opties worden niet weergegeven, afhankelijk van welke optionele eenheden er zijn geïnstalleerd en welke printertaal is geselecteerd. Het kan voorkomen dat bepaalde opties niet ingesteld kunnen worden, afhankelijk van de beveiligingsinstellingen. Verwijzing Zie voor meer informatie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Voor meer informatie over de kopieerfuncties en systeeminstellingen, raadpleegt u de Kopieerhandleiding en de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 7
14 Papier plaatsen in de handinvoer Dit deel bevat instructies voor het plaatsen van papier in de handinvoer. Raadpleeg Informatie over dit apparaat voor meer informatie over papierformaat en papiersoort. Belangrijk Wanneer u afdrukt via de handinvoer zijn de volgende functies niet mogelijk: Duplex afdrukken Automatische ladekeuze Auto-lade wisselen Geroteerd sorteren Wanneer u afdrukt met behulp van de printerfunctie worden de originele afbeeldingen altijd 180 graden gedraaid (de richting van de af te drukken afbeeldingen is tegengesteld aan die van de kopieerfunctie). Draai de invoerrichting van het papier 180 graden wanneer u afdrukt op papier met specifieke vereisten voor de richting, zoals enveloppen en briefhoofdpapier. Stel het papierformaat in met behulp van het printerstuurprogramma als u gegevens vanaf de computer afdrukt. Het papierformaat dat is ingesteld met behulp van het printerstuurprogramma, heeft voorrang boven het papierformaat dat op het bedieningspaneel is geselecteerd. Papier dat zwaarder is dan 162 g/m 2 (max.) kan niet via de handinvoer worden afgedrukt. A Open de handinvoer. AAW019S1 8
15 B Breng de ontkoppelhendel van de papiergeleider omhoog. ASC001S C Stel de papiergeleiders in op het papierformaat en plaats dan voorzichtig het papier met de te bedrukken zijde omlaag in de handinvoer. AAW020S1 1. Verlengstuk 2. Papiergeleiders Schuif het verlengstuk uit als u grotere papierformaten gebruikt dan A4 L, 8 1 / 2 " 11"L. Als de geleiders het papier niet goed geleiden kan dit leiden tot scheve afdrukken of papierstoringen. Plaats het papier en schuif het voorzichtig zo ver mogelijk aan. Stapel het papier niet hoger dan de limietaanduiding, anders kunnen er scheve afbeeldingen of papierstoringen ontstaan. Waaier het papier los om te voorkomen dat meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd. Zorg er bij het plaatsen van OHP-transparanten voor dat de voor- en achterkant goed uitgelijnd zijn. 9
16 D Druk de ontkoppelhendel van de papiergeleider omlaag. ASC002S E Stel het papierformaat in via het printerstuurprogramma of het bedieningspaneel. In de handinvoer kunnen de volgende formaten papier worden geplaatst: Verticaal: mm (3,55-11,69 in.) Verticaal: mm (5,83-23,62 in.) Plaats het papier met de te bedrukken zijde omlaag in de handinvoer. Het aantal vellen dat in de handinvoer geplaatst kan worden is afhankelijk van de gebruikte papiersoort. Als u OHP-transparanten of dik papier in de handinvoer plaatst, moet u de instellingen voor het papier invoeren op het bedieningspaneel of in het printerstuurprogramma. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over het instellen van het papierformaat Pag.11 Papierformaat instellen via het bedieningspaneel. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor informatie over het plaatsen van papier in de algemene papierlade. Raadpleeg Pag.13 Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel voor het plaatsen van papier met een aangepast papierformaat. Selecteer het papiertype als u op OHP-transparanten of dik papier (meer dan 90,2 g/m 2 ) wilt afdrukken. Zie Pag.15 Dik papier of OHP-transparanten instellen met behulp van het bedieningspaneel voor meer informatie. Selecteer het papiertype als u op enveloppen wilt afdrukken. Zie Pag.17 Enveloppen instellen met behulp van het bedieningspaneel voor meer informatie. Wanneer u voorgedrukt briefpapier laadt, let u dan op de richting. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 10
17 Papierformaat instellen via het bedieningspaneel Hier wordt beschreven hoe u het papierformaat voor de handinvoer via het bedieningspaneel instelt. Wanneer u het printerstuurprogramma selecteert om het papierformaat in te stellen, hoeft u deze procedure niet te volgen. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ACS003S B Selecteer [Systeeminstellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. C Selecteer [Papierlade-instellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. D Selecteer [Pap.form. Printer Handinv.] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. 11
18 E Selecteer met de bladertoetsen het papierformaat en druk dan op de toets {OK}. F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} om terug te keren naar het beginscherm. Verwijzing Raadpleeg het onderdeel Help van het printerstuurprogramma voor informatie over de instellingen van de printerstuurprogramma s. Selecteer het papiertype als u op OHP-transparanten of dik papier wilt afdrukken. Zie Pag.15 Dik papier of OHP-transparanten instellen met behulp van het bedieningspaneel voor meer informatie. Selecteer het papiertype als u op enveloppen wilt afdrukken. Zie Pag.17 Enveloppen instellen met behulp van het bedieningspaneel voor meer informatie. 12
19 Aangepast papierformaat instellen via het bedieningspaneel De volgende procedures hoeven niet te worden uitgevoerd wanneer u via het printerstuurprogramma de instellingen invoert. Stel in dat geval de papiergrootte in via het printerstuurprogramma. Belangrijk Instellingen voor aangepaste papierformaten die in het printerstuurprogramma zijn ingevoerd, hebben voorrang boven de instellingen die met het bedieningspaneel zijn ingevoerd. Als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, moet u de instellingen invoeren met behulp van het bedieningspaneel. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ACS003S B Selecteer [Systeeminstellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. C Selecteer [Papierlade-instellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. D Selecteer [Pap.form. Printer Handinv.] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. 13
20 E Selecteer met de bladertoetsen [Ang.fr] en druk dan op de toets {OK}. F Voer het horizontale formaat van het papier in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op {q}. Beschikbaar formaat: mm (5,83-23,62 in) G Voer het verticale formaat van het papier in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op {q}. Beschikbaar formaat: mm (3,55-11,69 in) H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} om terug te keren naar het beginscherm. Wanneer het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, selecteert u [Apparaatinstellingen] bij [Prioriteit Handinvoer] in [Systeem] van [Printereigenschappen] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Papierformaat instellen via het bedieningspaneel. Verwijzing Zie het Help-bestand van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen van het stuurprogramma. 14
21 Dik papier of OHP-transparanten instellen met behulp van het bedieningspaneel De volgende procedures hoeven niet te worden uitgevoerd wanneer u via het printerstuurprogramma de instellingen invoert. Stel in dat geval de papiergrootte in via het printerstuurprogramma. Belangrijk Instellingen voor papierformaten die in het printerstuurprogramma zijn ingevoerd, hebben voorrang boven de instellingen die met het bedieningspaneel zijn ingevoerd. Als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, moet u de instellingen invoeren met behulp van het bedieningspaneel. A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. ACS003S B Selecteer [Systeeminstellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. C Selecteer [Papierlade-instellingen] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. 15
22 D Selecteer [Pap.soort: Handinvoer] met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. E Selecteer uit het menu de papiersoort met {T} of {U}, en druk dan op de toets {OK}. F Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} om terug te keren naar het beginscherm. De instellingen blijven geldig totdat u ze reset. Verwijder de instellingen voor de volgende gebruiker nadat u heeft afgedrukt op dik papier of OHPtransparanten. Verwijzing Zie het Help-bestand van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen van het stuurprogramma. Raadpleeg Pag.17 Enveloppen instellen met behulp van het bedieningspaneel voor informatie over afdrukken op enveloppen. 16
23 Enveloppen instellen met behulp van het bedieningspaneel A Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller}. B Selecteer [Systeeminstellingen] met behulp van de toets {U} of {T} en druk vervolgens op de toets {OK}. C Selecteer [Papierlade-instellingen] met behulp van de toets {U} of {T} en druk vervolgens op de toets {OK}. D Selecteer [Pap.soort:Handinvoer] met behulp van de toets {U} of {T} en druk vervolgens op de toets {OK}. E Selecteer [Dik papier] met behulp van de toets {U} of {T} en druk vervolgens op de toets {OK}. F Selecteer [Pap.form. Printer Handinv.] en druk vervolgens op de toets {OK}. 17
24 G Selecteer het formaat envelop ([C6envL], [C5envL] of [DLenvL]) en druk vervolgens op de toets {OK}. H Druk op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} om terug te keren naar het beginscherm. 18
25 1. De machine voorbereiden De verbindingmethode bevestigen Het apparaat ondersteunt netwerk- en lokale verbindingen. Controleer hoe het apparaat is aangesloten, voordat u het printerstuurprogramma installeert. Voer de installatieprocedure voor het stuurprogramma uit die van toepassing is op deze verbindingsmethode. Netwerkverbinding Het apparaat kan worden gebruikt als een Windows-afdrukpoort of netwerkprinter. Het apparaat als een Windows-afdrukpoort gebruiken Netwerkverbindingen kunnen worden gemaakt met Ethernet en IEEE b. Welke poorten beschikbaar zijn, wordt bepaald door de combinatie van het Windows-besturingssysteem en verbindingsmethode. SmartDeviceMonitor voor Client SmartDeviceMonitor voor Client SmartDeviceMonitor voor Client SmartDeviceMonitor voor Client Standaard-TCP/IP Standaard-TCP/IP Server 2003 ZZZ035S NL Windows 95/98 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort 19
26 De machine voorbereiden Windows Me 1 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows 2000 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows XP Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows Server 2003 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows NT 4.0 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort LPR-poort Verwijzing Lees de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk poorttype. Voor de SmartDeviceMonitor for Client-poort, zie Pag.25 De SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruiken. Voor de standaard TCP/IP-poort, zie Pag.31 De standaard TCP/IP-poort gebruiken. Zie, voor de LPR poort Pag.33 De LPR-poort gebruiken. 20
27 De verbindingmethode bevestigen Als een netwerkprinter gebruiken Dit apparaat kan als een Windows-netwerkprinter, NetWare-printserver of de externe Netware-printer worden gebruikt. Windows 2000/XP Windows Server 2003 Windows NT 4.0 Afdrukserver NetWare Afdrukserver NetWare Bestandsserver 1 Server 2003 ZZZ036S NL Netware-servers kunnen niet in een IPv6-omgeving worden gebruikt. Verwijzing Zie de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk type netwerkprinter. Raadpleeg Pag.36 Een Windows-netwerkprinter gebruiken voor de netwerkprinter van Windows. Raadpleeg Pag.39 Gebruiken als een NetWare-printserver/externe printer voor de NetWare-printserver en externe printer. 21
28 De machine voorbereiden Lokale verbinding 1 Lokale verbindingen kunnen parallelle verbindingen, USB-verbindingen en Bluetooth-verbindingen zijn. De versie van het Windows-besturingssysteem bepaalt de beschikbare verbindingsmethoden. Windows 95: Parallelle verbindingen Windows 98: Parallelle verbindingen Windows 98 SE/Me: USB- en parallelle verbindingen Windows 2000: USB-, parallelle en Bluetooth-verbindingen Windows XP: USB-, parallelle en Bluetooth-verbindingen Windows Server 2003: USB-, parallelle en Bluetooth-verbindingen Windows NT 4.0: Parallelle verbindingen Verwijzing Lees de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk verbindingstype. Zie Pag.43 Het USB-printerstuurprogramma installeren voor de USB-verbinding. Zie Pag.48 Afdrukken via een parallelle verbinding voor de parallelle verbinding. Zie Pag.50 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding voor de Bluetooth-verbinding. 22
29 Printerstuurprogramma installeren Printerstuurprogramma installeren In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe het printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd. Er zijn twee manieren om het printerstuurprogramma te installeren: met Quick Install (snelle installatie) installeert u het printerstuurprogramma in een keer of het betreffende printerstuurprogramma kan worden geïnstalleerd aan de hand van de poort die u wilt gebruiken. 1 Belangrijk Als u beschikt over het besturingssysteem Windows NT 4.0, moet u van de website van de leverancier het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 downloaden. Quick Install (Snelle installatie) Windows 95 / 98 / Me / 2000 / XP- en Windows Server 2003-gebruikers kunnen deze software eenvoudig installeren met gebruikmaking van de bijgeleverde CD-rom. Via Snelinstallatie worden het PCL-printerstuurprogramma en/of het RPCSprinterstuurprogramma, DeskTopBinder Lite en SmartDeviceMonitor for Client geïnstalleerd in de netwerkomgeving, en de TCP/IP-poort wordt geconfigureerd. Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als een beheerder. Maakt u een verbinding via USB, zie Pag.43 Het USB-printerstuurprogramma installeren en installeer het printerstuurprogramma. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom-station. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-rom. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [Snelinstallatie]. De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. 23
30 De machine voorbereiden 1 E Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer printer] het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. Voor netwerkverbindingen via TCP/IP, selecteert u het apparaat waarvan het IP-adres wordt weergegeven in [Verbinden met]. Selecteer voor een parallelle aansluiting het apparaat waarvan de printerpoort wordt weergegeven in [Verbinden met]. G Klik op [Installeren]. De installatie van het printerstuurprogramma start. H Klik op [Voltooien]. Er wordt een bericht weergegeven waarin u wordt gevraagd de computer opnieuw te starten. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. I Klik in het eerste dialoogvenster van de installer op [Afsluiten] en neem de CD-rom uit de lade. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-rom. Selecteer een apparaat waarvan het IP-adres wordt weergegeven in [Verbinden met] om SmartDeviceMonitor for Client te installeren wanneer u TCP/IP gebruikt. Verwijzing Snelinstallatie is niet beschikbaar tenzij bidirectionele communicatie tussen het apparaat en computer is ingeschakeld via een parallelle verbinding. Zie Pag.56 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld voor meer details over de bidirectionele communicatie tussen apparaat en computer. 24
31 Printerstuurprogramma installeren Printerstuurprogramma voor de geselecteerde poort installeren De SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruiken Belangrijk Om in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 SmartDeviceMonitor for Client te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als een beheerder. Installeer SmartDeviceMonitor for Client voordat u het printerstuurprogramma installeert wanneer u de SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruikt. 1 SmartDeviceMonitor for Client installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [DeskTopBinder - SmartDeviceMonitor for Client]. E Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [Volgende >]. De standaardinterfacetaal is Engels. F Er verschijnt een bericht waarin u gevraagd worden alle andere programma s af te sluiten. Sluit alle programma s af en klik dan op [Volgende >]. G De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Lees de inhoud door en klik dan op [Ja]. H Klik op [Volledige installatie] of [Aangepast installeren]. [Volledige installatie] installeert alle benodigde toepassingen: DeskTopBinder Lite en SmartDeviceMonitor for Client. [Aangepast installeren] installeert geselecteerde toepassingen. I Volg de instructies op het scherm en klik op [Volgende >] om verder te gaan met de volgende stap. J Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 25
32 De machine voorbereiden 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-rom. De poortinstellingen wijzigen voor SmartDeviceMonitor for Client Volg de onderstaande procedure om de SmartDeviceMonitor for Client-instellingen te wijzigen zoals TCP/IP time-out, herstel/parallel afdrukken en printergroepen. Windows 95/98: A Open het venster [Printers] vanuit het [Start] menu. B In het venster [Printers] klikt u op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. C Klik op het tabblad [Details] en klik op [Poort instellingen]. Het dialoogvenster [Poortinstellingen] verschijnt. Windows 2000 / Windows NT 4.0: A Open het venster [Printers] via het menu [Start]. B In het venster [Printers] klikt u op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. C Op het tabblad [Poorten] klikt u op [Poort configureren] Het dialoogvenster [Configuratie] wordt weergegeven. Windows XP, Windows Server 2003: A Open het venster [Printers en faxapparaten] vanuit het menu [Start]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen wordt weergegeven. C Klik op het tabblad [Poorten] en klik op [Poort configureren]. Het dialoogvenster [Poort configureren] verschijnt. 26
33 Printerstuurprogramma installeren Voor TCP/IP kunt u time-outinstellingen configureren. Voor IPP kunnen gebruikers- en time-outinstellingen worden geconfigureerd. Als geen instellingen op het tabblad [Herstel/Parallell afdrukken] beschikbaar zijn, volgt u de onderstaande procedure. A Klik op [Annuleren] om het dialoogvenster [Poortconfiguratie:] te sluiten. B Start SmartDeviceMonitor for Client en klik met de rechtermuisknop op het pictogram SmartDeviceMonitor for Client op de taakbalk. C Plaats de cursor op [Eigenschappen] en klik vervolgens op [Instellingen van uitgebreide functies]. D Selecteer het selectievakje [Herstelafdrukken/parallel afdrukken instellen voor elke poort]. E Klik op [OK] om het dialoogvenster [Instellingen van uitgebreide functies] te sluiten. 1 Verwijzing Meer informatie over deze instellingen vindt u in de Netwerkhandleiding of SmartDeviceMonitor for Client Help. Het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma (TCP/IP) installeren Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. 27
34 De machine voorbereiden 1 F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. K Klik op [SmartDeviceMonitor] en vervolgens op [OK]. L Klik op [TCP/IP] en vervolgens op [Zoeken]. Een lijst met printers, die via TCP/IP communiceren, verschijnt. M Selecteer de printer die u wilt gebruikt en klik op [OK]. Alleen printers die antwoorden op een broadcast van de computer worden weergegeven. Om een apparaat te gebruiken dat hier niet worden weergegeven, klik u op [Adres specificeren - TCP/IP], en voert u vervolgens het IP-adres of de hostnaam van het apparaat in. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. O Stel een gebruikerscode in, indien nodig. U kunt maximaal 8 numerieke tekens invoeren. Het is niet mogelijke letteren symbooltekens in te voeren. P Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. Q Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. R Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 28
35 Printerstuurprogramma installeren Door een gebruikerscode in te stellen, kan een SmartDeviceMonitor for Admin-gebruiker het aantal vellen papier dat een gebruiker afdrukt, weergeven en controleren. Zie SmartDeviceMonitor for Admin Help voor meer informatie. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-rom. In Windows 95/98/Me kunt u geen IP-adres invoeren dat voor een deel overeenstemt met een IP-adres dat al in gebruik is. Bijvoorbeeld, als in gebruik is, kunt u xx niet gebruiken. Op dezelfde wijze, als al is toegekend, kunt u niet gebruiken. 1 Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. Het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma (IPP) installeren Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. 29
36 De machine voorbereiden 1 F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. H Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. I Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. J Klik op [SmartDeviceMonitor] en vervolgens op [OK]. K Klik op [IPP]. L In het vak [Printer-URL] voert u het adres van de printer als volgt in: Als de serververificatie actief is, moet u invoeren om SSL (een protocol voor gecodeerde communicatie) in te schakelen. Installatie van Internet Explorer 5.01 of hogere versie is vereist. (voorbeeld van een IP-adres: ) U kunt het printeradres invoeren in de indeling M Voer een naam in die de printer identificeert, in [IPP-poortnaam]. Gebruik een unieke naam voor de poort, die afwijkt van alle andere poortnamen. Als hier geen naam is gespecificeerd, wordt het adres dat is ingevoerd in het vak [Printer-URL] de naam van de IPP-poort. N Klik op [Gedetaill. instellingen] om de noodzakelijke instellingen te maken. Voor informatie over de instellingen, zie SmartDeviceMonitor for Client Help. O Klik op [OK]. P Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. Q Stel een gebruikerscode in, indien nodig. U kunt maximaal 8 numerieke tekens invoeren. Het is niet mogelijke letteren symbooltekens in te voeren. 30
37 Printerstuurprogramma installeren R Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. S Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. T Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. Door een gebruikerscode in te stellen, kan een SmartDeviceMonitor for Admin-gebruiker het aantal vellen papier dat een gebruiker afdrukt, weergeven en controleren. Zie SmartDeviceMonitor for Admin Help voor meer informatie. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. De standaard TCP/IP-poort gebruiken Hier wordt beschreven hoe het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd met de TCP/IP-poort. Belangrijk Om dit printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional en Windows Server 2003 te installeren, moet u een account hebben met een machtiging als printerbeheerder. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. In een IPv6-omgeving kunt u de standaard TCP/IP-poort niet gebruiken. Gebruik de SmartDeviceMonitor for Client-poort. 31
38 De machine voorbereiden Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren 1 A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. K Klik op [Standaard TCP/IP-poort] en klik vervolgens op [OK]. Configureer de instellingen van de standaard TCP/IP-poort, en raadpleeg de Windows Help als [Standaard-TCP/IP poort] niet wordt weergegeven. L Klik op [Volgende >] in het dialoogvenster [Wizard Standaard-TCP/IP printerpoort toevoegen]. M Geef de printernaam of het IP-adres op in het vak [Printernaam of IP-adres]. In het tekstvak [Poortnaam] wordt automatisch een poortnaam geplaatst. Wijzig, indien nodig, deze naam. Als de apparaatselectie opent, selecteert u " RICOH NetworkPrinter Driver C Model ". N Klik op [Volgende >]. 32
39 Printerstuurprogramma installeren O Klik op [Voltooien] in het dialoogvenster [Wizard Standaard-TCP/IP printerpoort toevoegen]. Het eerste installatiescherm wordt opnieuw weergegeven. P Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. Q Configureer, indien nodig, de standaardprinter. R Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. S Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. De LPR-poort gebruiken Hier wordt beschreven hoe het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd met de LPR-poort. Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. 33
40 De machine voorbereiden Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren 1 A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. H Klik op [Volgende >]. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. K Klik op [LPR-poort] en klik vervolgens op [OK]. Als de [LPR-poort] niet verschijnt, raadpleegt u de Windows Help en installeert het. L Typ het IP-adres van de printer in het vak [Naam of adres van de server die lpd biedt]. M Geef lp op in het vak [Naam van printer of afdrukwachtrij op die server], en klik vervolgens op [OK]. De poort is toegevoegd. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. 34
41 Printerstuurprogramma installeren O Configureer, indien nodig, de standaardprinter. P Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. Q Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. 35
42 De machine voorbereiden Een Windows-netwerkprinter gebruiken 1 Hier wordt beschreven hoe het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma met de printer als een Windows-netwerkprinter moet worden geïnstalleerd. Om de printserver te gebruiken, installeert u het printerstuurprogramma door Netwerk-printerserver te selecteren, en door vervolgens de gedeelde printer van Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 te selecteren. In deze paragraaf wordt ervan uit gegaan dat de client reeds is geconfigureerd voor de communicatie met een printserver van Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0. Start de volgende procedure niet, voordat de client is geïnstalleerd en correct geconfigureerd. Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Als u afdrukt met een printserver die is verbonden met de printer die gebruik maakt van de SmartDeviceMonitor-poort, kan Herstel Afdrukken en Parallel afdrukken niet worden gebruikt vanaf de client. Als u afdrukt met een printserver van Windows XP- of Windows Server 2003, zijn de berichtgevingsfuncties van SmartDeviceMonitor mogelijk niet in gebruik bij de client. Als u afdrukt met een Windows NT 4.0-printserver, installeert u het printerstuurprogramma voordat u de printserver aansluit op de printer. Als u beschikt over het besturingssysteem Windows NT 4.0, moet u van de website van de leverancier het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 downloaden. 36
43 Een Windows-netwerkprinter gebruiken Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Schakel het selectievakje [Printernaam] in om de printermodellen te selecteren die u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. K Klik op [Netwerkprinter], en klik vervolgens op [OK]. L Dubbelklik in het venster [Printer selecteren] op de naam van de computer die u als printserver wilt gebruiken. M Selecteer de printer die u wilt gebruikt en klik op [OK]. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. O Stel, indien nodig, de gebruikerscode in. Voor een RPCS-printerstuurprogramma kunt u een gebruikerscode instellen na installatie van het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over de gebruikerscode, zie de Help van het printerstuurprogramma. 1 37
44 De machine voorbereiden 1 P Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. Q Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. R Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. 38
45 Gebruiken als een NetWareprintserver/externe printer Gebruiken als een NetWare-printserver/externe printer Hier wordt beschreven hoe een Windows-computer als NetWare-client wordt geïnstalleerd. 1 Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Netware-servers kunnen niet in een IPv6-omgeving worden gebruikt. Als u beschikt over het besturingssysteem Windows NT 4.0, moet u van de website van de leverancier het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 downloaden. In de volgende uiteenzetting wordt ervan uit gegaan dat NetWare Client is geïnstalleerd op de clientcomputer en dat de NetWare-serveromgeving correct is geconfigureerd. Installeer alle noodzakelijke clienttoepassingen, voordat u deze procedure uitvoert. Meldt u aan bij de NetWare-bestandsserver en configureer het printerstuurprogramma. De volgende waarden worden in het voorbeeld gebruikt: Besturingssysteem: Windows 98 NetWare version: 4.1 Naam bestandsserver: CAREE Naam wachtrij: R-QUEUE A Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. B Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. C Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. D De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. 39
46 De machine voorbereiden 1 E Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. F Klik op [Volgende >]. G Schakel het selectievakje [Printernaam] in om het printermodel te selecteren dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. H Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. I Klik op [Poort] en vervolgens op [Toevoegen]. J Klik op [Netwerkprinter], en klik vervolgens op [OK]. K Dubbelklik in de netwerkboom op de naam van de NetWare-bestandsserver. De gemaakte wachtrij wordt weergegeven. L Selecteert de printerwachtrij en klik op [OK]. M Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort]. N Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. O Klik op [Voltooien] in het dialoogvenster [Selecteer het programma]. P Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Q Start de computer opnieuw op en open dan het venster [Printers] en dan de printereigenschappen. In Windows XP of Windows Server 2003 opent u de printereigenschappen vanuit het venster [Printers en faxapparaten]. 40
47 Gebruiken als een NetWare-printserver/externe printer R Op het tabblad [Printerinstellingen] schakelt u de volgende selectievakjes uit: [Form Feed] en [Banner inschakelen]. Klik in Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 op het tabblad [NetWare-instellingen]. Schakel deze selectievakjes niet in, aangezien ze automatisch door het printersturprogramma worden gemarkeerd. Als u deze selectievakjes zelf inschakelt, werkt de printer mogelijk niet correct. S Klik op [OK] om het eigenschappendialoogvenster van de printer te sluiten. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. De standaardinstelling voor het protocol is inactief. Schakel het in via Web Image Monitor of Telnet Form Feed U kunt form feed niet met NetWare configureren. Form feed wordt aangestuurd door het printerstuurprogramma dat in Windows is geïnstalleerd. Als de form feed in NetWare is geconfigureerd, werkt de printer mogelijk niet correct. Volg de onderstaande procedure om form feed uit te schakelen via het besturingssysteem dat wordt gebruikt: In Windows 95/98/Me schakelt u het selectievakje [Form feed] op het tabblad [Printerinstellingen] van het eigenschappenvenster van de printer uit. In Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0, schakelt u het selectievakje [Form feed] uit op het tabblad [NetWare-instellingen] van het eigenschappenvenster van de printer. Bannerpagina U kunt met NetWare geen bannerpagina configureren. Volg de onderstaande procedure om bannerpagina s uit te schakelen via het besturingssysteem dat wordt gebruikt: In Windows 95/98/Me schakelt u het selectievakje [Banner inschakelen] op het tabblad [Printerinstellingen] van het eigenschappenvenster van de printer uit. In Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 schakelt u het selectievakje [Banner inschakelen] uit op het tabblad [NetWare-instellingen] van het eigenschappenvenster van de printer. 41
48 De machine voorbereiden Afdrukken na resetten van de printer 1 De verbinding tussen de printer en printserver heeft seconden nodig om te herstellen na het resetten van de printer. In deze periode worden taken mogelijk wel geaccepteerd (afhankelijk van de NetWare-specificaties), maar niet afgedrukt. Om af te drukken, na resetten van de printer als externe printer, dient u op de printserver te controleren of de verbinding met de externe printer is verbroken, of wacht twee minuten voordat u afdrukt. 42
49 Het USB-printerstuurprogramma installeren Het USB-printerstuurprogramma installeren In deze paragraaf leert u printerstuurprogramma s via USB installeren. Verzeker u ervan, voordat u installeert, dat de computer alleen het besturingssysteem uitvoert en dat geen afdruktaken worden uitgevoerd. U kunt de printerstuurprogramma s installeren vanaf de cd-rom die bij dit apparaat wordt geleverd. 1 Windows Me - USB Belangrijk In Windows 95/98 is installatie via USB niet mogelijk. Upgraden naar Windows Me of recentere versie. Download USB Printing Support voor Windows Me van de website van de leverancier. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de functie plug and play en opent het dialoogvenster [Nieuwe hardware gevonden], [Wizard Apparaatstuurprogramma] of [Wizard Nieuwe hardware toevoegen], afhankelijk van het besturingssysteem. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. A Download USB Printing Support van de website van de leverancier. Gebruik de zoekfunctie om de modelnaam te selecteren, en download dan USB Printing Support van de website van de leverancier. Sla het bestand op een eenvoudig te vinden locatie op. B Sluit het apparaat op de computer aan met behulp van de USB-kabel Maak de USB-kabel goed vast. C Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. D Schakel het selectievakje [Geef een locatie op:], en klik vervolgens op [Bladeren...]. Het dialoogvenster [Map selecteren] wordt weergegeven. E Specificeer de locatie van van USB Printing Support en klik op [Volgende>]. F Controleer de locatie en klik op [Volgende >]. USB Printing Support is geïnstalleerd. 43
50 De machine voorbereiden 1 G Klik op [Voltooien]. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers]. H Installeer het printerstuurprogramma. Klik op [Zoek het beste stuurprogramma voor uw apparaat. [aanbevolen]], en klik op [Volgende>]. I Schakel het selectievakje [Geef een locatie op:], en klik vervolgens op [Bladeren...]. Het dialoogvenster [Map selecteren] wordt weergegeven. J Plaats de CD-rom in het CD-rom station. Wanneer Auto Run start, klikt u op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de toets {Shift} wanneer u de CD-rom in het station plaatst. U houdt de toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-rom heeft voltooid. K Specificeer de locatie van de bronbestanden voor het printerstuurprogramma, en klik op [Volgende >]. Als aan het CD-rom station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Printer Drivers and Utilities -cd-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 L Controleer de locatie en klik op [Volgende >]. De Wizard Printer toevoegen verschijnt. M Klik op [Voltooien]. De installatie is voltooid. Als de installatie is gelukt, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers]. 44
51 Het USB-printerstuurprogramma installeren Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. Het is niet nodig om USB Printing Support opnieuw te installeren, wanneer u een ander apparaat aansluit via de USB-interface indien USB Printing Support is geïnstalleerd. Na installatie van USB Printing Support in geval het printerstuurprogramma niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer. 1 Windows USB Belangrijk Om een printerstuurprogramma te installeren, is een beheerdersmachtiging vereist. Meldt u daarom aan met een beheerdersaccount. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de Wizard Nieuwe hardware gevonden, en wordt USB Printing Support automatisch geïnstalleerd. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. Als het printerstuurprogramma nog niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer om het stuurprogramma vanaf de bijgeleverd CD-ROM te installeren. A Sluit het apparaat op de computer aan met behulp van de USB-kabel Maak de USB-kabel goed vast. B Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. C Schakel het selectievakje [Geef een locatie op] en klik vervolgens op [Volgende >]. D Plaats de CD-rom in het CD-rom station. Wanneer Auto Run start, klikt u op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de linkertoets {Shift} wanneer u de CD-rom in het station plaatst. U houdt de toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-rom heeft voltooid. 45
52 De machine voorbereiden 1 E Specificeer de locatie van de bronbestanden voor het printerstuurprogramma. Als aan het CD-rom station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Printer Drivers and Utilities -cd-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 F Selecteer de locatie van het printerstuurprogramma en klik op [OK]. G Klik op [Volgende>]. H Klik op [Voltooien]. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers]. Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. Windows XP, Windows Server USB Belangrijk Om een printerstuurprogramma te installeren, is een beheerdersmachtiging vereist. Meldt u daarom aan met een beheerdersaccount. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de Wizard Nieuwe hardware gevonden, en wordt USB Printing Support automatisch geïnstalleerd. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. U kunt de printerstuurprogramma s installeren vanaf de cd-rom die bij dit apparaat wordt geleverd. Als het printerstuurprogramma nog niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer om het stuurprogramma vanaf de bijgeleverd CD-ROM te installeren. 46
53 Het USB-printerstuurprogramma installeren A Sluit het apparaat op de computer aan met behulp van de USB-kabel Maak de USB-kabel goed vast. B Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. C Plaats de CD-rom in het CD-rom station. Als Auto Run start, klikt u op [Annul.], en vervolgens op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de linkertoets {Shift} wanneer u de CD-rom in het station plaatst. U houdt de toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-rom heeft voltooid. D Schakel het selectievakje [Ook op deze locatie zoeken] in onder [Op de onderstaande locaties naar het beste stuurprogramma zoeken], en klik vervolgens op [Bladeren] om de locatie van het printerstuurprogramma te selecteren. Als aan het CD-rom station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 ( Printer Drivers and Utilities -cd-rom) D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 E Controleer de locatie van het printerstuurprogramma en klik op [Volgende >]. F Klik op [Doorgaan]. G Klik op [Voltooien]. Als de installatie is gelukt, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers en Faxapparaten]. 1 Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. 47
54 De machine voorbereiden Afdrukken via een parallelle verbinding 1 Hier wordt beschreven hoe het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd met de parallelle poort. Om een apparaat te gebruiken dat via een parallelle interface is aangesloten, klikt u op [LPT1] wanneer u het printerstuurprogramma installeert. Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Als u beschikt over het besturingssysteem Windows NT 4.0, moet u van de website van de leverancier het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 downloaden. Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [PCL/RPCS-printerstuurprogramma's]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Schakel het selectievakje [Printernaam] in om het printermodel te selecteren dat u wilt gebruiken. De printernaam kan worden gewijzigd in het venster [Wijzig instellingen voor Printernaam ]. 48
55 Afdrukken via een parallelle verbinding I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [],[Stuurprogramma] en [Poort] zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Controleer of [LPT1:] wordt weergegeven in [Poort]. K Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. L Klik op [Voltooien]. De installatie van het printerstuurprogramma start. M Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annul.] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dit geval Setup.exe dat zich op de CD-rom in de basisdirectory bevindt. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Raadpleeg Problemen oplossen. 49
56 De machine voorbereiden Afdrukken via een Bluetooth-verbinding 1 Hier wordt beschreven hoe u kunt afdrukken met Bluetooth-apparaten. Profielen die worden ondersteund Raadpleeg de volgende profielen die voor een Bluetooth-aansluiting worden ondersteund. SPP, HCRP Een maximum van twee Bluetooth-adapters of computers met Bluetoothapparatuur kunnen tegelijk worden aangesloten via de Bluetooth-interface: één door SPP, één door HCRP. Wanneer u meer dan een Bluetooth-adapters of computers met Bluetoothapparatuur tegelijk aansluit, wordt het apparaat geselecteerd dat het eerst werd aangesloten. Wanneer u de verbinding tussen de andere apparaten selecteert, annuleer dan de eerder gemaakte verbinding. Een SPP-verbinding biedt geen ondersteuning voor bidirectionele communicatie. Een HCRP-verbinding biedt wel ondersteuning voor bidirectionele communicatie. BIP Voor een BIP-verbinding moet u een module met PostScript 3 installeren op het apparaat. Slechts één Bluetooth-adapter of computer met Bluetooth-apparatuur kan via BIP worden aangesloten. U kunt alleen JPEG-afbeeldingen afdrukken met gebruikmaking van BIP. Voor BIP worden gebruikerscodes uitgeschakeld. U kunt niet afdrukken als voor printfuncties restricties gelden. Sommige printer bieden geen ondersteuning voor BIP. In deze handleiding is afdrukken met SPP als voorbeeld genomen. Raadpleeg Help die hoort bij de Bluetooth-adapter die u gebruikt om af te drukken met HCRP of BIP. 50
57 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Om het printerstuurprogramma af te drukken, volgt u de procedure voor het installeren van een parallelle interface. Belangrijk Om een printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional of Windows Server 2003 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. A Start 3Com Bluetooth Connection Manager. B Controleer of de printer die u wilt gebruiken in 3Com Bluetooth Connection Manager wordt weergegeven. C Klik in het menu [Tool] op [COM port]. D Controleer of het bericht Bluetooth Serial Client (COMx) wordt weergegeven onder Client Ports. (X is het COM-poortnummer dat door Bluetooth wordt gebruikt.) E Klik op [Sluiten]. F Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. G Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. H In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. I Klik op het tabblad [Poorten]. J Schakel onder [Poort] het selectievakje [COMx:] in. X is het COM- poortnummer dat door Bluetooth wordt gebruikt. K Klik op [OK]. Sluit het venster [Printers]. 1 51
58 De machine voorbereiden 1 Om altijd dezelfde printer te gebruiken, schakelt u het selectievakje [Altijd voor deze verbinding gebruiken] in. De systeemeisen zijn afhankelijk van de Bluetooth-standaard en -specificaties. Zie voor meer details de handleidingen die bij elk product zijn geleverd. Voor meer informatie over het installeren van Bluetooth in een ander besturingssysteem of het gebruik van Bluetooth met andere hulpprogramma s, raadpleegt u de handleidingen die bij deze besturingssystemen of hulpprogramma s zijn geleverd. Als een dialoogvenster wordt weergegeven terwijl een afdruktaak wordt verstuurd, herstel de netwerkverbinding dan als volgt: A Selecteer de te gebruiken printer in het vak [Printers en faxapparaten]. B Klik op [Verbinden]. Verwijzing Lees voor meer informatie de handleidingen die bij de Bluethooth-adapter of computer met Bluetooth-apparatuur worden geleverd. Instellingen voor de veilige modi maken Hier wordt beschreven hoe de instellingen voor de beveiligingsmodus worden geconfigureerd. A Start 3Com Bluetooth Connection Manager. B Klik in het menu [Tool] op [Veilige modus]. Het dialoogvenster[veilige modus] opent. C Selecteer de beveiligingsmodus in de lijst [Veilige modus:]. Als u klikt op [High] of [Custom], en [Link] specificeert in het dialoogvenster [Custom Settings] dient u het wachtwoord voor Bluetooth in te voeren. Voor meer informatie over het invoeren van het wachtwoord, zie Pag.53 Afdrukken in de veilige modus Voor alle andere veilige modi en aangepaste instellingen hoeft u geen wachtwoord in te voeren. Lees de handleidingen bij de hulpprogramma s voor meer informatie over de afzonderlijke modi. D Klik op [OK]. Sluit het dialoogvenster [Veilige modus]. 52
59 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Verwijzing Raad pleeg de 3Com Bluetooth Connection Manager Help voor meer informatie over de veilige modus. Voor meer informatie over het wachtwoord dat is vereist om afdruktaken te versturen, zie Pag.53 Afdrukken in de veilige modus. 1 Afdrukken in de veilige modus Hier wordt beschreven hoe in de beveiligingsmodus wordt afgedrukt. A Stuur de afdruktaak naar de printer die wordt gebruikt. Afhankelijk van de computerconfiguratie, opent mogelijk het dialoogvenster [Verbinden]. Is dit het geval, gebruik het dan om de netwerkverbinding te maken. B Het dialoogvenster [Verificatie] wordt weergegeven. C Voer het Bluetooth-wachtwoord in en klik op [OK]. Voer als Bluetooth-wachtwoord de laatste vier cijfers van het serienummer van het apparaat in. Het serienummer staat op het label aan de achterkant van het apparaat. Als het serienummer bijvoorbeeld 00A is, wordt het Bluetooth-wachtwoord D De afdruktaak wordt verstuurd. Het Bluetooth-wachtwoord varieert van apparaat tot apparaat en kan niet worden gewijzigd. 53
60 De machine voorbereiden Printeropties instellen 1 Maak de instellingen voor de apparaatopties met gebruikmaking van het printerstuurprogramma als bidirectionele comunicatie is uitgeschakeld. Verwijzing Voor meer informatie over de instellingen voor printeropties, zie Pag.56 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld. Condities voor bidirectionele communicatie Tijdens bidirectionele communicatie kan automatisch informatie over de het papierformaat en -invoerrichting naar de printer worden gestuurd. U kunt ook de status van de machine controleren vanaf uw computer. Bidirectionele communicatie wordt ondersteund door Windows 95/98/Me/2000/XP, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0. Als u het RPCS-printerstuurprogramma gebruikt en bidirectionele communicatie is ingeschakeld in Windows 2000, is het tabblad [Accessoires wijzigen] niet beschikbaar. Het RPCS-printerstuurprogramma ondersteunt bidirectionele communicatie en werkt de apparaatstatus automatisch bij. HetPCL-printerstuurprogramma ondersteunt bidirectionele communicatie. U kunt de apparaatstatus handmatig bijwerken. Onder deze voorwaarden is bidirectionele communicatie mogelijk: De aansluiting is met een parallelle kabel tot stand gebracht De computer dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. Het apparaat dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. De interfacekabel ondersteunt bidirectionele communicatie. Het apparaat dient met een standaard parallelle kabel en parallelle connectors te worden aangesloten op de computer. In Windows 2000 moet u de optie [Bidirectionele ondersteuning inschakelen] selecteren, maar mag u de optie [Printerpooling inschakelen] niet selecteren op het tabblad [Poorten] van het RPCS-printerstuurprogramma. 54
61 Printeropties instellen Wanneer verbonden met het netwerk Het apparaat dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. DeskTopBinder Lite dient te zijn geïnstalleerd, of de standaard TCP/IPpoort dient te worden gebruikt. In Windows 2000 moet u de optie [Bidirectionele ondersteuning inschakelen] selecteren, maar mag u de optie [Printerpooling inschakelen] niet selecteren op het tabblad [Poorten] van het RPCS-printerstuurprogramma. Als de standaard TCP/IP-poort niet wordt gebruikt, moet aan een van de volgende voorwaarden worden voldaan naast de hierboven vermelde voorwaarden: U moet de SmartDeviceMonitor for Client-poort en het TCP/IP-protocol gebruiken. De standaard TCP/IP-poort dient te worden gebruikt zonder de standaardpoortnaam (voor Windows 2000/XP en Windows Server 2003) te wijzigen. Het IP-address voor TCP/IP-afdrukken (Microsoft) moet worden gespecificeerd (voor Windows NT 4.0). Als u het IPP-protocol gebruikt met het PCL-printerstuurprogramma, moet de IPP-poortnaam het IP-adres bevatten. 1 Wanneer verbonden met gebruikmaking van USB Het apparaat moet via de USB-interfacekabel op de USB-poort van de computer worden aangesloten. De computer dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. Installeer SmartDeviceMonitor for Client vanaf de bijgeleverde CD-rom. 55
62 De machine voorbereiden Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld 1 Instellingen voor opties maken wanneer bidirectionele communicatie is uitgeschakeld. Belangrijk In Windows 2000/XP en Windows Server 2003 dient u printerbeheerder te zijn om de printereigenschappen te wijzigen in de map[printers]. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Bij Windows NT 4.0 Full dient u beheerder te zijn om printereigenschappen te wijzigen in de map [Printers] (Windows 2000) of [Printers en faxapparaten] (Windows XP/Windows Server 2003). Meldt u aan als lid van de beheerdersof hoofdgebruikersgroep. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. Wanneer u Windows XP of Windows Server 2003 gebruikt, plaatst u de cursor op [Instellingen] in het menu [Start] en klikt u dan op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. D Klik op de tab [Accessoires wijzigen]. Als de opties op het tabblad [Accessoires wijzigen] zijn uitgeschakeld, is de bidirectionele verbinding ingeschakeld. In dit geval hoeft u geen opties te wijzigen. Als u het RPCS-printerstuurprogramma gebruikt, klikt u op het tabblad [Accessoires wijzigen]. E Selecteer opties, geïnstalleerd vanuit het [Opties] gebied, en maak vervolgens de benodigde instellingen. F Selecteer de totale hoeveelheid geheugen in [Totaal geheugen:], wanneer de optionele SDRAM-module is geïnstalleerd. G Onder [Instellingen papierinvoerlade:] klikt en selecteert u de te gebruiken lade en selecteert u vervolgens het juiste formaat, positie en ladetype. Schakel het selectievakje [Autom. ladekeuze niet gebruiken] in om de lade uit te sluiten van de automatische ladekeuze. H Klik op [OK] om het eigenschappendialoogvenster van de printer te sluiten. 56
63 Font Manager 2000 installeren Font Manager 2000 installeren Belangrijk Om in Windows 2000/XP, Windows Server 2003, of Windows NT 4.0 met gebruikmaking van Auto Run toepassingen te installeren, heeft u beheerdersmachtigingen nodig. Om een printerstuurprogramma met gebruikmaking van Auto Run te installeren, maakt u gebruik van een beheerdersaccount. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-rom station. De installer start. C Klik op [Font Manager 2000]. D Volg de instructies op het scherm. 1 57
64 De machine voorbereiden Adobe PageMaker Version 6.0, 6.5 of 7.0 gebruiken 1 In Windows 95/98/Me/2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 met Adobe PageMaker geïnstalleerd, dient u PPD-bestanden naar de map Page- Maker te kopiëren. PPD-bestanden, in de map DRIVERS\PS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 van de CD-rom hebben de extensie.ppd. De map WIN9X_ME in de map PS is bedoeld voor Windows 95/98/Me. Gebruik de map op het niveau dat van toepassing is op het besturingssysteem dat u momenteel gebruikt. De naam van de derde map (Taal) kunt u vervangen door de naam van de juiste taal. Kopieer het.ppd-bestand naar de map PageMaker. Voor standaardinstallatie van PageMaker 6,0 De map is C:\PM6\RSRC\PPD4. Voor standaardinstallatie van PageMaker 6,5 De map is C:\PM65\RSRC\USENGLISH\PPD4. De USENGLISH is afhankelijk van de taal die u selecteert. Voor standaardinstallatie van PageMaker 7,0 De map is C:\PM7\RSRC\USENGLISH\PPD4. De USENGLISH is afhankelijk van de taal die u selecteert. Is het stuurprogramma niet goed ingesteld nadat u het.ppd -bestand heeft gekopieerd, dan wordt er mogelijk niet goed afgedrukt. Wanneer u PageMaker gebruikt, dan zijn de optionele mogelijkheden niet actief die kunnen worden gekozen door het printerstuurprogramma. In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de optionele printermogelijkheden kunt activeren. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Document afdrukken] wordt weergegeven. B Maak de noodzakelijke instellingen in het vak [Eigenschappen]. 58
65 2. Het printerstuurprogramma instellen PCL - De printereigenschappen bewerken Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken Er zijn twee manieren om het eigenschappenvenster van de printer te openen. Standaardinstellingen voor de printer maken Om de standaardinstellingen van de printer te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer vanuit het venster [Printers]. Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 59
66 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows 95/98/Me. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 60
67 PCL - De printereigenschappen bewerken Windows De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 61
68 Het printerstuurprogramma instellen Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren 2 Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 62
69 PCL - De printereigenschappen bewerken Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Voer de benodigde instellingen in, en klik dan op [Afdrukken] om het afdrukken te starten. 2 Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 63
70 Het printerstuurprogramma instellen Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen 2 Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 64
71 PCL - De printereigenschappen bewerken Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. 2 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 65
72 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows XP. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Voer de benodigde instellingen in, en klik dan op [Afdrukken] om het afdrukken te starten. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 66
73 PCL - De printereigenschappen bewerken Windows NT De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 67
74 Het printerstuurprogramma instellen Standaardinstellingen voor de printer maken - Standaard 2 Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Documentstandaarden]. Het dialoogvenster[standaard] wordt weergegeven. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 68
75 PCL - De printereigenschappen bewerken Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows NT 4.0. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. 2 Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 69
76 Het printerstuurprogramma instellen RPCS - De printereigenschappen bewerken 2 Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken Er zijn twee typen dialoogvensters voor het eigenschappenvenster van de printer. In deze handleiding wordt het type Multi-tab als voorbeeld gebruikt. Raadpleeg de Help van het printerstuurprogramma voor informatie over het wijzigen van het venstertype. Multi-tab Het venstertype is ontworpen voor gebruikers die dikwijls wisselen tussen afdrukinstellingen ten behoeve van uiteenlopende afdrukttaken. Aangepaste instelling Dit venstertype is ontworpen voor gebruikers die zelden de afdrukinstellingen wijzigen. Dit type dialoogvenster varieert met de geïnstalleerde opties. Standaardinstellingen voor de printer maken Om de standaardinstellingen van de printer te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer vanuit het venster [Printers]. Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Nadat u op [OK] heeft geklikt, wordt het dialoogvenster van de printereigenschappen geopend. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 70
77 RPCS - De printereigenschappen bewerken Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows 95/98/Me. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 71
78 Het printerstuurprogramma instellen Windows De printereigenschappen bewerken Hier wordt beschreven hoe eigenschappen van het printerstuurprogramma worden geopend. 2 De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Nadat u op [OK] heeft geklikt, wordt het dialoogvenster van de printereigenschappen geopend. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 72
79 RPCS - De printereigenschappen bewerken Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. 2 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 73
80 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Voer de benodigde instellingen in, en klik dan op [Afdrukken] om het afdrukken te starten. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 74
81 RPCS - De printereigenschappen bewerken Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Nadat u op [OK] heeft geklikt, wordt het dialoogvenster van de printereigenschappen geopend. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 75
82 Het printerstuurprogramma instellen Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren 2 Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 76
83 RPCS - De printereigenschappen bewerken Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows XP. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Voer de benodigde instellingen in, en klik dan op [Afdrukken] om het afdrukken te starten. 2 Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 77
84 Het printerstuurprogramma instellen Windows NT De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - de printereigenschappen 2 Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen.]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Nadat u op [OK] heeft geklikt, wordt het dialoogvenster van de printereigenschappen geopend. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 78
85 RPCS - De printereigenschappen bewerken Standaardinstellingen voor de printer maken - Standaard Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Documentstandaarden...]. Het dialoogvenster[standaard] wordt weergegeven. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 79
86 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows NT 4.0. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Bij sommige toepassingen worden niet de instellingen van het printerstuurprogramma gebruikt, maar de standaardinstellingen van de toepassing zelf. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 80
87 3. Andere afdrukbewerkingen Een PDF-bestand direct afdrukken U kunt PDF-bestanden naar het apparaat sturen om af te drukken zonder een PDF-toepassing te openen. Belangrijk De functie kan alleen worden gebruikt met echte PDF-bestanden van Adobe. De functie werkt met PDF-bestanden versie 1.3, 1.4 en 1.5. PDF-bestanden die zijn gemaakt met de functie voor transparantie in PDFversie 1.4 worden mogelijk niet afgedrukt. PDF-bestanden die zijn gemaakt met CryptFilter en/of de functie voor 16-bits kleurenafbeeldingen van PDF-versie 1.5 kunnen niet worden afgedrukt. Bestanden in PDF-versie 1.6 (Acrobat 7.0) die zijn gemaakt zonder de functies die uitsluitend in PDF-versie 1.6 zijn opgenomen, kunnen wel worden afgedrukt. Sommige soorten Hoge Compressie PDF-bestanden worden mogelijk niet afgedrukt. Neem contact op met uw sales representative voor informatie over de ondersteunde bestandstypes. Er kunnen zich fouten voordoen met het papierformaat als u afdrukt op aangepast papierformaat. Afdrukmethode De volgende procedures leggen de twee manieren van direct PDF-afdrukken uit - afdrukken met Auto Document Link of door het invoeren van opdrachten. 81
88 Andere afdrukbewerkingen Met gebruikmaking van DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite installeren 3 Volg de onderstaande procedure om DeskTopBinder Lite te installeren. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de Scanner Driver and Utilities CD-rom in het CD-rom station. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Start in dat geval Setup.exe dat zich op de cd-rom in de basisdirectory bevindt. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. D Klik op [DeskTopBinder Lite]. E Volg de instructies in de display om DeskTopBinder Lite te installeren. Als u wordt gevraagd de computer opnieuw te starten na het opnieuw installeren van DeskTopBinder Lite, start u de computer opnieuw en gaat u door met het configureren. DeskTopBinder Lite aanpassen Volg de aanpassingsprocedure voor DeskTopBinder Lite om PDF-bestanden direct af te drukken. A Klik in het menu [Start], op [Programma s], [DeskTopBinder], en [Extended Features Wizard]. B Wanneer [Extended Features Wizard] verschijnt, selecteert u [Start] en klikt u dan een paar keer op [Volgende] tot het scherm [Afdrukfunctie2] verschijnt. C In het scherm [Afdrukfunctie2] klikt u op [Toevoegen...] om [Eigensch. PDF directafdr.] weer te geven. D Selecteer Stuurprogramma voor dit apparaat, klik dan op [OK], en vervolgens herhaaldelijk op [Volgende] tot [Voltooien] wordt weergegeven. Klik op [Voltooien]. 82
89 Een PDF-bestand direct afdrukken Function Palette De Function Palette heeft toetsen voor functies die al zijn geconfigureerd middels DeskTopBinder Lite-aanpassing. Met deze toetsen kunt u Windows-bestanden afdrukken, afdrukvoorbeelden bekijken, afbeeldingen omzetten en scanners registreren voor documenten zonder dat DeskTopBinder Lite hoeft te worden geopend. U kunt deze functies ook gebruiken door eenvoudig een doelbestand te slepen naar de toets die overeenkomt met de vereiste functie en het daar te plaatsen. A Klik in het menu [Start], op [Programma s], [DeskTopBinder], en [Function Palette]. Een pictogram voor het Function Palette wordt toegevoegd aan de taakbalk rechts onder op het scherm. B Klik met de rechtermuisknop op het pictogram op de taakbalk en klik dan op [Eigenschappen] om het scherm Eigenschappen weer te geven. C Klik op het tabblad [Inhoud], selecteer het middelste selectievakje [PDF direct afdrukken] en klik dan op [OK]. Het scherm [Eigenschappen] sluit en het pictogram [PDF direct afdrukken] wordt toegevoegd aan het palette. 3 PDF Direct afdrukken Gebruik de onderstaande methode om PDF-bestanden direct af te drukken. A Sleep het PDF-bestand dat u wilt afdrukken naar het pictogram PDF direct afdrukken en laat het bestand daar staan. B [Lijst van uitvoerbestanden-pdf direct afdrukken] wordt weergegeven. Selecteer het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en klik op [OK]. Het PDF-bestand wordt afgedrukt. 83
90 Andere afdrukbewerkingen PDF-bestanden die zijn beveiligd met een wachtwoord afdrukken 3 Volg de onderstaande procedure om PDF-bestanden af te drukken die met een wachtwoord zijn beveiligd. A Klik in het Windows-menu [Start] op [Programma s], [DeskTopBinder], en [Extended Features Wizard]. B Als [Extended Features Wizard] verschijnt, selecteert u [Start] en vervolgens klikt u op [Volgende]. C In het scherm [Afdrukfunctie2] klikt u op [Eigenschappen] om [Eigensch. PDF directafdr.] weer te geven. D Selecteer het selectievakje the [PDF-wachtwoord gebruiken] rechts onderaan het scherm, en klik dan op [OK]. Klik een paar keer op [Volgende] tot [Voltooien] verschijnt. Klik op [Voltooien] om het scherm [Extended Features Wizard] te sluiten. E Sleep het PDF-bestand dat u wilt afdrukken naar het pictogram PDF direct afdrukken op het palette en laat het bestand daar staan. F [Lijst van uitvoerbestanden-pdf direct afdrukken] wordt weergegeven. Selecteer het PDF-bestand dat reverse video wilt afdrukken en klik dan op [OK]. G Het scherm [Eigensch. PDF directafdr.] wordt geopend. Voer het wachtwoord voor het af te drukken PDF-bestand in in het veld [PDFwachtwoord] rechts onderaan het scherm, en klik dan op [OK]. Het PDF-bestand dat beveiligd is met een wachtwoord wordt afgedrukt. Voer een van de onderstaande handelingen uit voordat u een PDF-bestand dat beschermd is door een wachtwoord afdrukt: Voer het PDF-wachtwoord in in het scherm Eigenschappen PDF direct afdrukken. Geef een PDF-wachtwoord op door [PDF wachtwoord wijzigen] te selecteren in [PDF Menu] op het bedieningspaneel van dit apparaat. Wanneer een [PDF Groepswachtwoord] voor het menu [PDF Menu] is toegewezen aan DeskTopBinder Lite of het bedieningspaneel van dit apparaat, moet eenzelfde groepswachtwoord toegewezen worden aan de andere. 84
91 Een PDF-bestand direct afdrukken Eigenschappen PDF direct afdrukken 3 NL ASC005S 1. Naam instellen: Geeft de configuratienaam voor de plugin weer (maximaal 63 single byte tekens) 2. Pictogram wijzigen... Wijzigt het pictogram dat wordt weergegeven op de werkbalk. 3. Printer: Geeft een lijst van RPCS-stuurprogramma s weer die PDF direct afdrukken ondersteunen. 4. Dubbelzijdig Dubbelzijdig afdrukken. 5. Lay-out Meerdere pagina s op een vel papier afdrukken. 6. Dit dialoogvenster weergeven voordat u gaat afdrukken. Verschijnt in de modus PDF direct afdrukken wanneer dit selectievakje is ingeschakeld. 7. Richting Geeft de richting van de originelen op. 8. Aantal kopieën Geef het aantal kopieën dat moet worden afgedrukt op. 9. Sorteren Afdrukken sorteren. 10. Bereik Specificeer de pagina's die u wilt afdrukken. 11. Resolutie Geef een afdrukresolutie op. 12. PDF-wachtwoord Wanneer het PDF-bestand is beveiligd door een wachtwoord, voer het wachtwoord dan in dit veld in. Wanneer er geen wachtwoord wordt ingevuld, kan het bestand niet worden afgedrukt. 13. Groepswachtwoord Voer het groepswachtwoord in dit veld in wanneer er een groepswachtwoord is toegewezen aan DeskTopBinder Lite en dit apparaat. Er kan niet worden afgedrukt als dit wachtwoord niet wordt ingevuld. 85
92 Andere afdrukbewerkingen Opdrachten gebruiken U kunt PDF-bestanden direct afdrukken met opdrachten zoals ftp, sftp en lpr Verwijzing Raadpleeg de Netwerkhandleiding voor meer informatie over UNIX-opdrachten. 3 86
93 Bescherming tegen onbevoegd kopiëren Bescherming tegen onbevoegd kopiëren U kunt onder de afgedrukte tekst patronen en tekst afdrukken om te voorkomen dat het document zonder toestemming wordt gekopieerd. Hiervoor hoeft u geen speciaal papier te gebruiken. Als papier met tekst of patronen wordt gekopieerd op een kopieerapparaat of multifunctioneel apparaat, worden ofwel de patronen helder afgedrukt, of de kopie grijs gemarkeerd. De informatie op het origineel kan niet worden herleid. Voor afdrukken met bescherming tegen onbevoegd kopiëren kunt u [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] en [Mask type:] gebruiken. Belangrijk De bedoeling van deze functie is om het kopiëren van vertrouwelijke documenten moeilijker te maken; de functie kan het ongeoorloofd gebruik van informatie niet voorkomen. U moet de eenheid Bescherming tegen onbevoegd kopiëren installeren om bestanden met gegevensbeveiliging voor kopiëren (op de Document Server opgeslagen, of afgedrukt) grijs te markeren. U hoeft de eenheid niet te installeren om bestanden te kunnen afdrukken die beschermd worden met gegevensbeveiliging voor kopiëren. U kunt op dit apparaat bestanden afdrukken die beschermd worden met gegevensbeveiliging voor kopiëren. Maar omdat u de eenheid Bescherming tegen onbevoegd kopiëren niet op dit apparaat kunt installeren, kunnen kopieën van bestanden niet grijs worden gemarkeerd als gegevensbeveiliging voor kopiëren wordt gebruikt. Gegevensbeveiliging voor kopiëren kan niet worden gebruikt in combinatie met de optie Toner besparen. Hanteer de volgende instelling om de patronen of tekst te genereren waarmee u onbevoegde kopieën minder goed leesbaar maakt: Stel [Origineel type 1 (Tekst)] in op [Speciale modus 1] onder [Kopieereigenschappen], [Instelling Origineel type]. Met deze instelling worden afbeeldingen in grijstinten op documenten die geen beschermende patronen of tekst bevatten mogelijk niet correct gekopieerd. Wanneer u de bescherming tegen onbevoegd kopiëren wilt gebruiken, configureer dan de instellingen van het RPCS-printerstuurprogramma zoals hieronder is beschreven. Deze functie kan niet worden geselecteerd als andere instellingen worden gebruikt. In de lijst [Pap.soort:] selecteert u [Normaal/Gerecycled]. 3 87
94 Andere afdrukbewerkingen Het scherm Ongeautoriseerde kopiecontrole openen 3 A Open in het RPCS-printerstuurprogramma het scherm [Afdrukvoorkeuren]. B Klik op [Aang. instellingen wijzigen/toevoegen...]. C Selecteer het selectievakje [Ongeaut. kopie...]. D Klik op [Instellingscontrole...]. Het scherm Ongeautoriseerde kopiecontrole wordt geopend. Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Met gebruikmaking van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] Als een document dat wordt afgedrukt met gegevensbeveiliging voor kopiëren, wordt gekopieerd of opgeslagen op de documentserver van een kopieerapparaat of multifunctioneel apparaat met de eenheid Bescherming tegen onbevoegd kopiëren, wordt de kopie of het opgeslagen bestand grijs gemarkeerd. Hier wordt uitgelegd welke instellingen u in het printerstuurprogramma moet invoeren om af te drukken met behulp van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren]. Stel [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] in in de het printerstuurprogramma Schakel het keuzevakje [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] in. U kunt ook de tekst invoeren in het vak [Tekst:]. U kunt dan niet tegelijkertijd het keuzevakje [Mask type:] inschakelen. Het apparaat moet op de juiste manier worden ingesteld om een document af te drukken waarover in grijs is afgedrukt. Raadpleeg een beheerder. 88
95 Bescherming tegen onbevoegd kopiëren Een document afdrukken met gebruik van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] g No Cop ng No Copying N ing No Copying No C pying No Copying No pying No Copying N opying No Copying Copying No Copying Copying No Copyin ying No Copy No Cop 3 AJL030S 1. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, wordt afgedrukt. 2. Het document wordt gekopieerd of opgeslagen in kopieerapparaten of multifunctionele apparaten waarop de eenheid Bescherming tegen onbevoegd kopiëren is geïnstalleerd. 3. Het document is onleesbaar gemaakt door het grijs dat erover heen is gedrukt. Dit apparaat kan alleen afdrukken zoals beschreven in stap 1. Alleen het RPCS-printerstuurprogramma wordt ondersteund. U kunt niet slechts een deel van een patroon en tekst in een document insluiten. Gebruik mm (7 1 / / 2 in.) of groter papier. Gebruik gewoon papier of papier dat tenminste 70% wit is. Dubbelzijdig afdrukken kan problemen opleveren met deze functie omdat tekst en patronen door het papier zichtbaar kunnen zijn, Het afdrukken met achtergrondpatronen en -tekst kan langzamer zijn dan normaal afdrukken. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over de instelling [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] het onderdeel Help van het printerstuurprogramma. 89
96 Andere afdrukbewerkingen Met gebruikmaking van [Mask type:] U kunt patronen en tekst insluiten in een document door het printerstuurprogramma in te stellen op het voorkomen van onbevoegd kopiëren. 3 Stel [Mask type:] in in de het printerstuurprogramma Kies een patroon van [Mask type:] en voer vervolgens de tekst in in het vak [Tekst:]. U kunt [Tekst:] op zichzelf instellen, maar [Mask type:] en [Tekst:] moeten samen worden ingesteld. Als u tekst en achtergrondpatronen wilt veranderen, schakelt u het selectievakje [Omgekeerde patronen: tekst/achtergrond] in. Een document afdrukken met gebruik van [Mask type:] N g No Copy ng No Copying N ying No Copying No pying No Copying No opying No Copying N opying No Copying Copying No Copying o Copying No Copyin pying No Copy No Cop No C g No Copying ng No Copying No C ying No Copying No pying No Copying No opying No Copying N Copying No Copying Copying No Copyin Copying No Copyi ing No Copy Cop AJL031S 1. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, wordt licht afgedrukt. 2. Het document wordt gekopieerd, gescand of opgeslagen in kopieerapparaten/multifunctionele apparaten. 3. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, verschijnen duidelijk. 90
97 Bescherming tegen onbevoegd kopiëren Alleen het RPCS-printerstuurprogramma wordt ondersteund. U kunt niet slechts een deel van patronen en tekst in een document insluiten. Om het patroon duidelijk te maken, stelt u het tekenformaat in op minimaal 50 pt (aangeraden wordt 70 tot 80 punten) en een tekenhoek tussen 30 en 40 graden. De resultaten van het kopiëren, scannen en opslaan van document in de Document Server kunnen verschillen afhankelijk van het soort apparaat en de instellingen die zijn gemaakt. Het afdrukken met achtergrondpatronen en -tekst kan langzamer zijn dan normaal afdrukken. 3 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over de instelling [Mask type:] het onderdeel Help van het printerstuurprogramma. Belangrijke opmerking De leverancier geeft geen garantie op hoe de afdrukpatronen en andere kopieerbeschermingsmaatregelen eruit zien. De afdrukpatronen en de effectiviteit van Bescherming tegen onbevoegd kopiëren kunnen verschillen en hangen af van de kwaliteit van het gebruikte papier en het model en de instellingen van het apparaat. De leverancier aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor geleden schade in verband met het gebruik van of het niet kunnen gebruiken van de afdrukpatronen van de Bescherming tegen onbevoegd kopiëren. 91
98 Andere afdrukbewerkingen Form Feed Deze paragraaf bevat instructie voor het gebruik van het apparaat in geval er geen lade is geselecteerd voor het papierformaat of -type, of wanneer het papier van het apparaat op is. 3 Belangrijk De lade kan niet worden gewijzigd als de volgende functies aan de lade zijn toegekend: Dubbelzijdig afdrukken naar een lade die geen dubbelzijdig afdrukken ondersteunt Als form feed is geselecteerd voor een lade met de volgende instellingen, kunt u de lade wijzigen door de instellingen ongedaan te maken: 2-zijdig afdrukken Als Automatisch doorgaan is geselecteerd, worden na een opgegeven tijd de andere vellen papier doorgevoerd. Zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Afdrukken via een geselecteerde lade Een waarschuwingsbericht wordt weergegeven als het apparaat geen lade heeft voor het geselecteerde papierformaat of het geselecteerde papiertype, of als het geselecteerde papier in het apparaat op is. Als dit bericht verschijnt, volg dan de onderstaande procedure. A Wanneer het waarschuwingsbericht verschijnt, drukt u op [FormFeed]. B Druk op het bevestigingsscherm op {OK}. Druk op [Annul.] als u wilt stoppen met afdrukken. 92
99 Form Feed C Selecteer de papierdoorvoerlade met behulp van {T} of {U} uit die worden weergegeven op het displaypaneel en druk dan op de toets {OK}. Om met afdrukken te starten nadat u papier in de lade heeft geplaatst, laadt u eerst het juiste papier en selecteert hierna de lade. Het apparaat drukt af met gebruikmaking van de geselecteerde lade. Als een lade met een kleiner papierformaat is geselecteerd, wordt de afdruktaak mogelijk afgebroken of treden er andere problemen op. 3 Een afdruktaak annuleren Volg deze procedure om de afdruktaak te annuleren wanneer het bericht voor het plaatsen van papier verschijnt. A Druk op [JobReset]. B Druk op [Huidig]. Het bevestigingsbericht verschijnt. Om het afdrukken te hervatten, drukt u op [Hervat]. C Druk op [Ja] om de afdruktaak te annuleren. Druk op [Nee] om terug te keren naar de vorige display. 93
100 Andere afdrukbewerkingen 3 Als het apparaat wordt gedeeld door verschillende computers, let er dan op of u niet per ongeluk de afdruktaak van een ander annuleert. Als in Windows het apparaat is aangesloten op de computer via een parallelle kabel, dan kunnen verstuurde afdruktaken worden geannuleerd als op [JobReset] is gedrukt terwijl Wachten... wordt weergegeven op het bedieningspaneel. Nadat het interval dat is ingesteld in Printereigenschappen van [I/O time-out] is verstreken, kan de volgende afdruktaak worden verstuurd. Een afdruktaak die vanaf een andere clientcomputer is verstuurd, wordt in dit geval niet geannuleerd. Als gegevens zijn verwerkt, kunt u het afdrukken van die gegevens niet annuleren. Het kan dus voorkomen dat er nog een paar pagina s worden afgedrukt nadat u op [JobReset] heeft gedrukt. Het kan tevens een aanzienlijke tijd duren voordat een afdruktaak, met een groot gegevensvolume, wordt afgebroken. Verwijzing Zie Pag.95 Een afdruktaak annuleren voor meer informatie. 94
101 Een afdruktaak annuleren Een afdruktaak annuleren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u afdrukken via de computer of het bedieningspaneel kunt annuleren. Afdruktaak via het bedieningspaneel annuleren A Druk op het display op [JobReset]. Een bevestigingsvenster opent. B Druk op [Huidig]. 3 Om het afdrukken te hervatten, drukt u op [Hervat]. C Druk op [Ja] om de afdruktaak te annuleren. Druk op [Nee] om terug te keren naar de vorige display. 95
102 Andere afdrukbewerkingen Windows - Afdruktaak via de computer annuleren 3 U kunt een afdruktaak via de computer annuleren wanneer de afdruktaak niet volledig is verzonden. A Dubbelklik op het printerpictogram op de taaklade van Windows. Een venster opent met alle afdruktaken die momenteel in de afdrukwachtrij staan. Controleer de huidige status van de te annuleren taak. B Selecteert de naam van de te annuleren taak. C In het menu [Document] klikt u op [Afdrukken annuleren]. D Druk op de toets {Printer} op het bedieningspaneel van het apparaat. Als het apparaat wordt gedeeld door verschillende computers, let er dan op of u niet per ongeluk de afdruktaak van een ander annuleert. Als het apparaat via een parallelle kabel is aangesloten op de computer, worden verstuurde afdruktaken geannuleerd als op [JobReset] is gedrukt, terwijl Wachten... wordt weergegeven op het bedieningspaneel. Nadat het interval dat is ingesteld in Printereigenschappen van [I/O time-out] is verstreken, kan de volgende afdruktaak worden verstuurd. Een afdruktaak die vanaf een andere clientcomputer is verstuurd, wordt in dit geval niet geannuleerd. In Windows XP, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 klikt u op [Annuleren] in het menu [Document]. In Windows 95/98/Me/2000 of Windows NT 4.0 kunt u tevens het venster met afdruktaken openen door te dubbelklikken op het apparaatpictogram van het venster [Printers] (het venster [Printers en faxapparaten] in Windows XP en Windows Server 2003). Als gegevens zijn verwerkt, kunt u het afdrukken van die gegevens niet annuleren. Het kan dus voorkomen dat er nog een paar pagina s worden afgedrukt nadat u op [JobReset] heeft gedrukt. Het kan tevens een aanzienlijke tijd duren voordat een afdruktaak, met een groot gegevensvolume, wordt afgebroken. 96
103 Het foutenlogbestand controleren Het foutenlogbestand controleren Konden bestanden niet worden afgedrukt door afdrukfouten, probeer dan achter de oorzaak van de fouten te komen door het foutenlog te controleren op het bedieningspaneel. Belangrijk De meest recente 30 foutenbestanden worden in het foutenlogboek opgeslagen. Wordt een nieuwe fout toegevoegd wanneer er al 30 fouten opgeslagen zijn, dan wordt de oudste fout verwijderd. Als de hoofdschakelaar is uitgezet, wordt het logbestand verwijderd. A Druk op de toets {Printer} om het printerscherm weer te geven. B Druk op [Menu]. 3 C Druk op [Foutenlogbestand weergeven] en druk vervolgens op de toets {OK}. D Selecteer met {T} of {U} het foutenlogboek dat u wilt bekijken. Er verschijnt een gedetailleerde foutenlogboek. Druk nadat u het foutenlogboek heeft bekeken op de toets {Escape} tot het printerscherm wordt geopend. Om bestanden in de foutenregistratie af te drukken, verstuurt u ze opnieuw nadat de opgeslagen bestanden zijn afgedrukt of verwijderd. 97
104 Andere afdrukbewerkingen Sorteren Tijdens het afdrukken van diverse documenten zoals handouts voor vergaderingen, kunt u afzonderlijke sets ordelijk sorteren. Deze functie heet Sorteren. Sorteren slaat de informatie die wordt verzonden door een computer, in het geheugen op. Er zijn twee sorteertypen: 3 Belangrijk Geroteerd sorteren is niet mogelijk als het papier vanuit de handinvoer wordt aangeleverd. Als taken pagina s met uiteenlopende formaten bevatten, werkt Geroteerd Sorteren niet. Sorteren De afdrukken worden samengevoegd in ordelijke sets, met de juiste paginavolgorde. AEU016S Geroteerd sorteren De sets worden om en om geroteerd, over een hoek van 90 graden K. AEU017S 98
105 Sorteren U kunt Sorteren instellen via het RPCS-printerstuurprogramma. Als Automatisch doorgaan optreedt bij de eerste set, wordt Sorteren geannuleerd. Als in de eerste set geforceerd afdrukken optreedt, wordt Sorteren geannuleerd. Als een document uiteenlopende papierformaten of formaten groter dan A4, 8 1 / 2 11 bevat, kan het alleen worden gesorteerd, zelfs wanneer Geroteerd Sorteren is geselecteerd. Wanneer Geroteerd Sorteren is geselecteerd, is de afdruksnelheid lager dan bij andere sorteerfuncties. Wanneer u Sorteren instelt via het printerstuurprogramma, zorg er dan voor dat er geen sorteeroptie is ingesteld als afdrukoptie van de toepassing. Als een sorteeroptie is geselecteerd, kan niet op de beoogde wijze worden afgedrukt. Voor de functie Geroteerd Sorteren zijn twee papierladen geladen met papier van hetzelfde formaat nodig, maar kunnen wel verschillende afdrukrichtingen worden opgegeven. 3 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over papierformaten en het aantal sets waarmee u Sorteren of Gesorteerd Sorteren bij elke optie kunt gebruiken, de Kopieerhandleiding. Zie de Help van het printerstuurprogramma voor meer informatie over afdrukmethoden. 99
106 Andere afdrukbewerkingen 3 100
107 4. De functie en instellingen van het apparaat Mainframe Netwerkhandleiding, PostScript 3 Supplement en UNIX Supplement voor alle modellen en bevatten daarom alle functies en instellingen. In dit hoofdstuk worden de functies en instellingen beschreven die van toepassing zijn op het door u gebruikte model. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over de functies en instellingen de Netwerkhandleiding, PostScript 3 Supplement en UNIX Supplement. Functies De volgende functies zijn beschikbaar op dit apparaat: Kopiëren Printer Scanner Fax Het apparaat dient te zijn uitgerust met de Printer/Scannereenheid om de printer- of scannerfunctie te gebruiken. Interface De volgende interfaces zijn beschikbaar op dit apparaat: Ethernet (100BASE-TX / 10BASE-T) USB (2.0) IEEE 1284 (parallel)(optioneel) IEEE b (draadloos LAN)(optioneel) Bluetooth (optioneel) Om de IEEE 1284-interface, IEEE b (wireless-lan)-interface of Bluetooth-interface te kunnen gebruiken, moet het apparaat zijn uitgerust met de eenheid die bij de betreffende interface hoort. U kunt de IEEE 1284-interface, IEEE b (wireless-lan)-interface en Bluetooth-interface niet gelijktijdig op een apparaat gebruiken. 101
108 De functie en instellingen van het apparaat Lijst met instellingsitems Web Image Monitor In de volgende tabellen worden Web Image Monitor-onderdelen weergegeven die kunnen worden bekeken of gewijzigd afhankelijk van de geselecteerde modus op de webbrowser. Selecteer een van de volgende modi om in te loggen op Web Image Monitor: Gebruikermodus: log in als een gebruiker Beheerdermodus: log in als beheerder 4 Home Status Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Toner Lezen Lezen Invoerlade Lezen Lezen Uitvoerlade Lezen Lezen Apparaatinformatie Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Functies Lezen Lezen Systeem Lezen Lezen Versie Lezen Lezen Printertaal Lezen Lezen Teller Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Kopieerapparaat Lezen Lezen Printer Lezen Lezen Fax Lezen Lezen Verzenden/TX totaal Lezen Lezen Faxverzending Lezen Lezen Verzonden naar Scanner Lezen Lezen Andere functie(s) Lezen Lezen 102
109 Lijst met instellingsitems Taak Tklijst Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Huidige/Wachtende taken Lezen Lezen Opdrachthistorie Lezen Lezen Printer Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Opdrachthistorie Lezen Lezen Foutenlogbestand Lezen Lezen Faxhistorie Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Verzending Lezen Lezen Ontvangst Lezen Lezen LAN-Fax Lezen Lezen 4 Adresboek Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Adresboek Geen Lezen/Wijzigen 103
110 De functie en instellingen van het apparaat Configuratie Apparaatinstellingen Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Systeem Lezen Lezen/Wijzigen Papier Lezen Lezen/Wijzigen Datum/Tijd Lezen Lezen/Wijzigen Timer Lezen Lezen/Wijzigen Logboeken Geen Lezen/Wijzigen Lezen Lezen/Wijzigen 4 Automatische melding Geen Lezen/Wijzigen melding op verzoek Geen Lezen/Wijzigen Bestandsoverdracht Geen Lezen/Wijzigen Gebruikerbeheerder management Beheerderverificatie management Beheerder Programmeren/Wijzigen Geen Geen Geen Lezen/Wijzigen Lezen/Wijzigen Lezen/Wijzigen LDAP server Geen Lezen/Wijzigen Firmware bijwerken Geen Lezen/Wijzigen Printer Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Basisinstellingen Lezen Lezen/Wijzigen Lade parameters (PCL) Geen Lezen/Wijzigen Lade parameters (PS) Geen Lezen/Wijzigen PDF tijdelijk wachtwoord Wijzigen Geen PDF Groepswachtwoord Geen Wijzigen PDF vast wachtwoord Geen Wijzigen 104
111 Lijst met instellingsitems Fax Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Algemeen Geen Lezen/Wijzigen Beheerder toepassingen Geen Lezen/Wijzigen instellingen Geen Lezen/Wijzigen IP-faxinstellingen Geen Lezen/Wijzigen IP-fax Gateway instellingen Geen Lezen/Wijzigen Parameterinstellingen Geen Lezen/Wijzigen Interface Netwerk Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Interface instellingen Lezen Lezen/Wijzigen 4 Menu Gebruikermodus Beheerdermodus IPv4 Lezen Lezen/Wijzigen IPv6 Lezen Lezen/Wijzigen NetWare Lezen Lezen/Wijzigen AppleTalk Lezen Lezen/Wijzigen SMB Lezen Lezen/Wijzigen SNMP Geen Lezen/Wijzigen SNMPv3 Geen Lezen/Wijzigen SSDP Geen Lezen/Wijzigen Bonjour Lezen Lezen/Wijzigen Systeemlogboek Lezen Lezen Beveiliging Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Netwerkbeveiliging Geen Lezen/Wijzigen Toegangscontrole Geen Lezen/Wijzigen IPP Verificatie Geen Lezen/Wijzigen SSL/TLS Geen Lezen/Wijzigen ssh Geen Lezen/Wijzigen Site certificaat Geen Lezen/Wijzigen Apparaatcertificaat Geen Lezen/Wijzigen 105
112 De functie en instellingen van het apparaat RC Gate Menu Gebruikermodus Beheerdermodus RC Gate installeren Geen Lezen/Wijzigen RS Gate Firmware bijwerken Geen Lezen/Wijzigen RC Gate Proxy Server Geen Lezen/Wijzigen Webpagina Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Webpagina Lezen/Wijzigen Lezen/Wijzigen 4 Instellingen van uitgebreide functie Menu Gebruikermodus Beheerdermodus Startup instelling Geen Lezen/Wijzigen Informatie Uitgebreide eigenschap Geen Lezen Installeren Geen Lezen/Wijzigen Installatie ongedaan maken Geen Lezen/Wijzigen Beheerder toepassingen Geen Lezen/Wijzigen Uitgebreide eigenschappen kopiëren Opslaggegevens kaart kopiëren Geen Geen Lezen/Wijzigen Lezen/Wijzigen Sommige onderdelen worden niet weergegeven afhankelijk van de beveiligingsinstellingen. 106
113 Lijst met instellingsitems telnet De volgende telnetsoftware kan met dit apparaat worden gecombineerd: access, appletalk, authfree, autonet, bonjour (rendezvous), btconfig, devicename, dhcp, diprint, dns, domainname, help, hostname, ifconfig, info, ipp, ipv6, lpr, netware, passwd, prnlog, route, set, show, slp, smb, snmp, sntp, ssdp, ssh, status, syslog, upnp, web, wiconfig, wins Instellingen die met PostScript 3 kunnen worden gebruikt De volgende PostScript 3-instellingen worden door dit apparaat ondersteund: Afhankelijk van het soort printerstuurprogramma s kunnen er verschillende items worden weergegeven. 4 Instellingen Aanpassen aan papier Sorteren Afdrukmodus Dithering: Selecteerbare items Gebruiker vragen, Dichtstbijzijnde formaat en schalen, Dichtstbijzijnde formaat en bijsnijden Uit, Aan Via, Randen bijwerken, Toner besparen Automatisch, Fotografisch, Tekst, Gebruikersinstelling Gladstrijken afbeelding: Uit, Aan, Automatisch, Minder dan 90 ppi, Minder dan 150 ppi, Minder dan 200 ppi, Minder dan 300 ppi Bestemming Gewijzigde richting Watermerk Watermerk tekst Watermerk Lettertype Watermerk Grootte Watermerk Hoek Watermerk Stijl Printerstandaard, Interne uitvoer, Interne bovenuitvoer Uit, Liggend, Staand Uit, Aan VERTROUWELIJK, KOPIE, ONTWERP, DEFINITIEF, AR- CHIEF KOPIE, PROEF, GEHEIM Helvetica Bold, Courier Bold, Times Bold 24 punten, 36 punten, 48 punten, 60 punten, 72 punten 180 graden, 135 graden, 90 graden, 45 graden, 0 graden, -45 graden, -90 graden, -135 graden, -180 graden Grijs, Omtrek 107
114 De functie en instellingen van het apparaat 4 108
115 5. Bijlage Specificaties Dit gedeelte bevat de elektronische en hardwarespecificaties van het apparaat, inclusief informatie over de opties. Resolutie Onderdeel Afdruksnelheid Interface Netwerkprotocol Printertaal 600/300 dpi Specificaties 16 ppm/20 ppm (A4K, 8 1 / 2 " 11"K normaal papier) De afdruksnelheden zijn afhankelijk van het apparaat. Controleer welk type apparaat u gebruikt. Zie Informatie over dit apparaat Standaard: Ethernet-interface (100 BASE-TX / 10 BASE-T) USB 2.0-interface Optie: IEEE 1284 parallelle interface Gebruik een standaard 36-pins printerkabel met een maximale lengte van 3 meter (10 feet). IEEE b draadloos-lan interface Bluetooth-interface TCP/IP, IPX/SPX, AppleTalk Standaard: RPCS, PCL 5e, PCL XL Optie: PostScript 3, PDF Lettertypen PCL XL/5e : Monotype Imaging 35 Intellifonts, 10 TrueType fonts, 13 International fonts, en 1 Bitmap font. PostScript 3 : 136 lettertypen (Type 2:24, Type 14:112) Geheugen 384 MB Netwerkkabel USB-interface (Standaard) 100 BASE-TX / 10 BASE-T shielded twisted-pair (STP, Categorie/Type5) kabel. Besturingssysteem dat wordt ondersteund: Windows Me / 2000 / XP, Windows Server 2003, MacOS 9.2.2, MacOS of recentere versie Transmissiespec.: USB 2.0 Standaard Apparaten die kunnen worden aangesloten: Apparaten die gebruikmaken van USB 2.0 Standaard 109
116 Bijlage Wanneer MacOS wordt gebruikt, gebruik dan alleen de standaard USB-interface. De optionele USB-interfacekaart wordt niet ondersteund. Wanneer de USB-interface (Standaard) met MacOS wordt gebruik, wordt alleen USB 1.1 ondersteund. Wanneer de USB-interface (Standaard) met Windows Me wordt gebruikt, installeer dan USB Printing Support. Windows Me ondersteunt alleen USB 1.1 snelheid. Opties Belangrijk De IEEE b-interface-eenheid, de IEE 1284-interfacekaart en de Bluetooth-interface-eenheid kunnen niet gelijktijdig zijn geïnstalleerd. 5 IEEE 1284 Interface Board Type A Transmissiespec.: IEEE 1284 Vereiste kabel: Standaard IEEE 1284 compatibel met Micro Centronics 36 pin kabel IEEE b Interface Unit Type H Transmissiespec.: Gebaseerd op IEEE b (draadloos-lan) Protocol: TCP/IP, IPX/SPX, AppleTalk SmartDeviceMonitor en Web Image Monitor worden ondersteund. Overdrachtsnelheid van de gegevens: Selecteer automatisch uit de onderstaande snelheden 1 Mbps, 2 Mbps, 5,5 Mbps, 11 Mbps Frequentiebereik: Inch-versie: MHz (1-11 kanalen) Metrische versie: MHz (1-13 kanalen) 110
117 Specificaties Overdrachtsafstand: 1 Mbps 400 m 2 Mbps 270 m 5,5 Mbps 200 m 11 Mbps 140 m Deze waarden zijn de richtlijnen voor gebruik buitenshuis. In het algemeen is binnenshuis de overdrachtsafstand m, afhankelijk van de omgeving. Verzendmodus: Ad hoc en infrastructuurmodus Bluetooth Interface Unit Type 3245 Profielen die worden ondersteund: SPP (Serieel Poort Profiel) HCRP (Hardcopy Cable Replacement Profile) BIP (Basic Imaging Profile) 5 Frequentiebereik: 2,45 GHz ISM band Gegevensoverdrachtsnelheid: 723 kbps De overdrachtsnelheid wordt aangepast aan factoren zoals afstand en obstakels tussen de apparaten, de status van het radiosignaal en de Bluetooth-adapter. Maximaal bereik: 10 m 111
118 INDEX A Aangepast formaat papier, 13 Aangepast papierformaat afdrukken, handinvoerlade, 8 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Windows, 50 Afdrukken via parallelle verbinding Windows 2000, 48 Afdrukmethode PDF directafdr., 81 Afdruksnelheid, 109 B Bedieningspaneel printereigenschappen, 4 Bedieningstoetsen, 3 Bescherming tegen onbevoegd kopiëren, 87 gegevensbeveiliging bij het kopiëren, 88 soorten maskers, 90 Besturingssysteem, 109 Bluetooth Interface Unit Type 3245, 111 D Dik papier afdrukken, handinvoerlade, 15 Displaypaneel, 2 E Een PDF-bestand direct afdrukken PDF directafdr., 81 Envelop afdrukken, handinvoer, 15 F Font Manager 2000, 57 Foutenlogboek, 97 G Geheugen, 109 H I L Handinvoer papierformaat instellen, 11 Handinvoerlade, 8 Handleidingen voor dit apparaat, i Harde schijf, 109 Het USB-printerstuurprogramma installeren, 43 IEEE 1284 Interfacekaart Type A, 110 IEEE b Interface Eenheid Type H, 110 Interface, 109 M N Lettertypen, 109 Menu Printereigenschappen, 4 Netwerkkabel, 109 Netwerkprotocol, 109 O Opdrachten gebruiken, 86 Opties, 110 P PageMaker, 58 PDF directafdr., 81 Printerstuurprogramma installeren Snelle installatie, 23 Printertaal, 109 R Resolutie,
119 S Sorteren, 98 Specificaties, 109 T V Taak annuleren Windows, 95 Verklaring van symbolen in deze handleiding, 1 W Windows taak annuleren, 95 Windows 2000 printereigenschappen, PCL, 61 printereigenschappen, RPCS, 72 Windows 95/98/Me printereigenschappen, PCL, 59 printereigenschappen, RPCS, 70 Windows NT 4.0 documentstandaarden, PCL, 68 documentstandaarden, RPCS, 79 printereigenschappen, PCL, 67 printereigenschappen, RPCS, 78 Windows Server 2003 printereigenschappen, PCL, 64 printereigenschappen, RPCS, 75 Windows XP printereigenschappen, PCL, 64 printereigenschappen, RPCS,
120 114 DU NL B
121 Verklaring van conformiteit Dit product voldoet aan de eisen van de EMC-Richtlijn 89/336/EEC en de bepalingen tot wijziging hiervan en de Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEC en de bepalingen tot wijziging hiervan. Conform IEC worden voor de hoofdschakelaar op het apparaat de volgende symbolen gebruikt: a betekent AAN. b betekent UIT. Handelsmerken Microsoft, Windows en Windows NT zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in andere landen. Adobe, PostScript, Acrobat, PageMaker en Adobe Type Manager zijn geregistreerde handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. PCL is een geregistreerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. Apple, AppleTalk, EtherTalk, Macintosh, Mac OS en TrueType zijn handelsmerken van Apple Computer Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Bonjour TM is een handelsmerk van Apple Computer Inc. IPS-PRINT TM Printertaalemulatie Copyright 2000, Oak Technology, Inc., alle rechten voorbehouden. UNIX is een geregistreerd handelsmerk in de Verenigde Staten en andere landen, met een exclusief licentiegebruik door X/Open Company Limited. Het Bluetooth woordmerk en de logo s zijn het bezit van de Bluetooth SIG Inc. en het gebruik van die merken door Ricoh Company Ltd. is onder licentie. NetWare is een geregistreerd handelsmerk van Novell Inc. UPnP is een handelsmerk van de UPnP Implementers Corporation. Andere productnamen die in deze documentatie worden gebruikt, dienen uitsluitend ter identificatie en zijn mogelijk handelsmerken van hun respectieve eigenaren. We maken geen aanspraak op enig recht op deze merken. De eigennamen van de Windows-besturingssystemen zijn: De productnaam van Windows 95 is Microsoft Windows 95 De productnaam van Windows 98 is Microsoft Windows 98 De productnaam van Windows Me is Microsoft Windows Millennium Edition (Windows Me) De productnamen van Windows 2000 zijn als volgt: Microsoft Windows 2000 Professional Microsoft Windows 2000 Server Microsoft Windows 2000 Advanced Server De productnamen van Windows XP zijn als volgt: Microsoft Windows XP Home Edition Microsoft Windows 2000 Professional De productnamen van Windows Server TM 2003 zijn als volgt: Microsoft Windows Server TM 2003 Standard Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Enterprise Edition Microsoft Windows Server TM 2003 Web Edition De productnamen van Windows NT 4.0 zijn als volgt: Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Microsoft Windows NT Server 4.0 Copyright 2006
122 DU NL B Printer/Scanner Unit Type 2000 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding
Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het apparaat voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen GL/2- en TIFF-bestanden afdrukken Opslaan en afdrukken met gebruikmaking
Printer- / Scannerhandleiding
Gebruiksaanwijzing Printer- / Scannerhandleiding 1 2 3 Gebruik van de Printerfunctie Gebruik van de Scannerfunctie Appendix Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig en bewaar
Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Direct afdrukken vanaf een digitale camera (PictBridge) Opslaan
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...11 Specifieke modelinformatie...12 Aanwijzingen voor het lezen van deze handleiding...13 Symbols...13 Voorbereiden
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...8 Voorbereiden voor afdrukken Snelinstallatie...9 De verbindingsmethode bevestigen...11 Netwerkverbinding...11 Lokale
Printer/Scanner Unit Type 3260
Printer/Scanner Unit Type 3260 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 Aan de slag De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Printeigenschappen
Eigen PostScript- of PCL-printerstuurprogramma voor Windows installeren
Eigen PostScript- of PCL-printerstuurprogramma voor Windows installeren In dit Leesmij-bestand wordt beschreven hoe u het eigen PostScript-printerstuurprogramma of het PCL-printerstuurprogramma op Windows-systemen
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE
Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren
Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren In dit Leesmij-bestand wordt beschreven hoe u het Custom PostScript-printerstuurprogramma of het PCLprinterstuurprogramma op een Windows-systeem
Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003
Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-16 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-17 Andere installatiemethoden
Windows 98 en Windows ME
Windows 98 en Windows ME In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-29 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-30 Andere installatiemethoden op pagina
Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Raadpleeg de online handleidingen die beschikbaar zijn via onze website (http://www.ricoh.com/) of via het bedieningspaneel. Voor een veilig en
Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom
Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE
Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Raadpleeg de online handleidingen die beschikbaar zijn via onze website (http://www.ricoh.com/) of via het bedieningspaneel. Voor een veilig en
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding
Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...12 Specifieke modelinformatie...13 Deze handleiding lezen...14 Symbolen...14 Gebruik van toetsen...15 Voorbereiden
Installatiehandleiding software
Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Raadpleeg de online handleidingen die beschikbaar zijn via onze website (http://www.ricoh.com/) of via het bedieningspaneel. Voor een veilig en
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en houd de handleiding binnen handbereik voor toekomstig gebruik. INHOUDSOPGAVE
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE
Handleiding voor netwerkprinten
Handleiding voor netwerkprinten 1 2 3 4 5 6 7 Configuratie van Windows 95/98/Me Configuratie van Windows 2000 Configuratie van Windows XP Configuratie van Windows NT 4.0 Configuratie van NetWare Configuratie
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma
Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n
Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1
Handleiding voor aansluitingen
Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt
Printersoftware. De printersoftware. De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3.
Printersoftware De printersoftware De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3. De printerdriver is de software waarmee u via uw computer de printer kunt besturen.
Afdrukken vanaf Windowswerkstations
14 Afdrukken vanaf Windowswerkstations Aan de hand van de volgende instructies kunt u afdrukopties instellen en afdrukken vanaf computers die draaien onder een van de volgende besturingssystemen: Windows
Printerproblemen oplossen
1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven
PostScript3. Gebruiksaanwijzing. PostScript3-printerstuurprogramma - Configuratie voor afdrukken Printer Utility for Mac Bijlage
Gebruiksaanwijzing PostScript3 2 3 PostScript3-printerstuurprogramma - Configuratie voor afdrukken Printer Utility for Mac Bijlage Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig door
Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110
Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Dit document beschrijft de upgrade van de Fiery EXP4110-printerstuurprogramma s voor ondersteuning van de optie Lade 6 (Extra groot).
Eenvoudige afdruktaken
Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken
Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................
Speciale afdrukmethoden en - materialen
Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten
Printerproblemen oplossen
Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
D4600 Duplex Photo Printer
KODAK D4000 Duplex Photo Printer D4600 Duplex Photo Printer Handleiding printerstuurprogramma januari 2015 TM/MC/MR-licentie van Eastman Kodak Company: Kodak Kodak Alaris Inc. 2400 Mount Read Blvd., Rochester,
Online Handleiding Start
Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg
De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh
13 De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh Op de cd-rom met gebruikerssoftware bevinden zich softwareinstallatieprogramma s voor Fiery Link. Fiery-hulpprogrammasoftware wordt ondersteund
Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken
Novell NetWare In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken" op pagina 3-38 "Stappen voor snelle installatie" op pagina 3-38 "Geavanceerde installatie" op
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige
Uw gebruiksaanwijzing. SAMSUNG SCX-3205W
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected]. Printen en Scannen
Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: [email protected] Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe
Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling
AL-1633 AL-1644 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING
MODEL AL-6 AL-6 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING INLEIDING SOFTWARE VOOR DE SHARP AL-6/6 VÓÓR DE INSTALLATIE DE SOFTWARE INSTALLEREN AANSLUITEN OP EEN COMPUTER CONFIGUREREN
Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel
Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm
Software-installatiehandleiding
Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.
Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel
Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het
Handleiding Wi-Fi Direct
Handleiding Wi-Fi Direct Eenvoudige installatie via Wi-Fi Direct Problemen oplossen Inhoudsopgave Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Eenvoudige installatie
DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM
MODEL: MX-2300N MX-2700N DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie Houd deze handleiding bij de hand zodat u hem indien nodig kunt raadplegen. Gefeliciteerd met de aanschaf
Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer
Hier beginnen Inktcartridges uitlijnen zonder een computer Volg de stappen in de installatiehandleiding om de installatie van de hardware te voltooien. Ga door met de volgende stappen om de afdrukkwaliteit
Voor gebruikers van Windows XP
Voor gebruikers van Windows XP De machine en de pc instellen om samen te werken Voordat u begint U dient een interfacekabel te kopen die geschikt is voor de interface waarmee u deze machine gaat gebruiken
DX-C200P. Softwarehandleiding. Gebruiksaanwijzing
DX-C200P Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding 1 Voorbereiden voor afdrukken 2 Het printerstuurprogramma instellen 3 Andere afdrukbewerkingen 4 Rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera (PictBridge)
Handleiding AirPrint. Informatie over AirPrint. Instelprocedure. Afdrukken. Appendix
Handleiding AirPrint Informatie over AirPrint Instelprocedure Afdrukken Appendix Inhoud Hoe werken deze handleidingen?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer... 2 1. Informatie over AirPrint
De universeellader accepteert papier met de volgende afmetingen: breedte 69,85 mm tot 229 mm. lengte 127 mm tot 355,6 mm
De universeellader is geschikt voor papier van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier
Afdrukken vanuit een Windows-omgeving
Als de printer eenmaal klaar is voor gebruik en de stuurprogramma s zijn geïnstalleerd, kunt u afdrukken. Wilt u een brief afdrukken, een watermerk met Niet kopiëren toevoegen aan een document of de tonerintensiteit
VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN
Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Gefeliciteerd met de aanschaf van dit product.
1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7
NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10
LASERPRINTER. Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING
MODEL: MX-B380P LASERPRINTER Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Houd deze handleiding
Installeer de C54PSERVU in Windows Vista
Installeer de C54PSERVU in Windows Vista In dit document wordt beschreven hoe u uw printer in combinatie met de Conceptronic C54PSERVU kan installeren in Windows Vista. 1. Printer installeren Voordat u
Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel
Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Google cloud print handleiding
Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende aanduiding gebruikt: en leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen of hoe
Handleiding software-installatie
DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN
In deze handleiding worden twee maateenheden gebruikt.
Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Beschikbare printerfuncties via een netwerk De netwerkkabel aansluiten op het netwerk Installatie van het apparaat in een netwerk Windows-configuratie De printerfunctie
Universeellader vullen
De universeellader is geschikt voor afdrukmedia van diverse formaten en soorten, zoals transparanten en enveloppen. Deze lade is handig als u enkelzijdig wilt afdrukken op papier met een briefhoofd, gekleurd
Handleiding software-installatie
Handleiding software-installatie In deze handleiding wordt beschreven hoe de software moet worden geïnstalleerd en geconfigureerd waarmee de machine als printer of scanner voor een computer kan worden
