JAARVERSLAG 2014 MEERWEGEN SCHOLENGROEP
|
|
|
- Christina Verstraeten
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 JAARVERSLAG 2014 MEERWEGEN SCHOLENGROEP Postbus AD Amersfoort
2 INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD 2. LEESWIJZER 3. MEERWEGEN SCHOLENGROEP 4. VERANTWOORDING RAAD VAN TOEZICHT 5. VERANTWOORDING STRATEGISCH BELEID 6. KERNCIJFERS ONDERWIJS 7. KERNCIJFERS PERSONEEL 8. FINANCIELE SITUATIE 9. CONTINUITEITSPARAGRAAF 10. ONDERTEKENING 11. BIJLAGEN 12. JAARREKENING
3 1 VOORWOORD In dit jaarverslag verantwoorden wij ons aan de raad van toezicht van de stichting PCVOE en aan andere belanghebbenden. Dit verslag is een integraal verantwoordingsdocument over het gevoerde beleid in het kalenderjaar Integraal betekent dat wij ons in samenhang verantwoorden over alle beleidsterreinen van de Meerwegen scholengroep. Daarbij volgen wij de richtlijn Jaarverslag onderwijs, zoals deze door het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen is opgesteld. Met genoegen constateren wij dat de onderwijskwaliteit van de scholen binnen Meerwegen goed op orde is en de scholen, ieder op zijn eigen wijze, dynamisch vorm geven aan eigentijds onderwijs. De scholen hebben voldoende ruimte binnen de kaders van de scholengroep een eigen, aantrekkelijk, profiel te kiezen. Wij zien de resultaten hiervan onder andere terug in de, ook in 2014, weer stijgende belangstelling voor onze scholen. In toenemende mate worden wij geconfronteerd met de effecten van de schrale bekostiging van het voortgezet onderwijs. Daarbij komt dat de politiek de reguliere bekostiging verlaagt ten gunste van ad hoc bekostiging gebaseerd op convenanten e.d. Hiermee wordt de lumpsum bekostigingssystematiek steeds verder uitgehold en neemt de onzekerheid over de bekostiging op termijn toe. Wij zijn van mening dat de bekostiging zoveel mogelijk ten goede moet komen aan het onderwijs zelf. Onzekerheid over de bekostiging op termijn noodzaakt ons soms reserves aan te houden die wij eigenlijk liever direct zouden besteden aan het onderwijs. Dit overwegende hebben wij in 2014 een bewuste keuze gemaakt om de eind 2013 ontvangen aanvullende bekostiging in te zetten in het onderwijs voor een extra kwaliteitsimpuls. Innovatie in het onderwijs vinden wij van groot belang. In 2014 hebben wij naast de inzet van de aanvullende bekostiging een bedrag vrijgemaakt voor innovatie en ook de komende jaren is hiervoor extra budget voor de scholen beschikbaar. Naast de inzet rond de ontwikkeling van ICT in het onderwijs, zien wij met tevredenheid dat er 3
4 steeds meer aandacht komt voor de noodzaak de organisatie van het onderwijs te veranderen en alternatieven te zoeken voor het klassieke jaarklassen-systeem. Een lastige, maar noodzakelijke voorwaarde om het onderwijs te kunnen vernieuwen. Met vertrouwen zien wij de ontwikkelingen rond de twee samenwerkingsverbanden in de regio s Noordwest Veluwe en in Eemland. De taakstelling in NW Veluwe wordt voortvarend opgepakt. In beide regio s is de betrokkenheid van besturen en scholen groot. In Eemland zal moeten blijken dat de gehanteerde ambitie elke school zorgt voor een hoog niveau van basiszorg ook daadwerkelijk waargemaakt kan worden door de scholen. Met genoegen zien wij de samenwerking tussen het Vakcollege Amersfoort (onderdeel van het Meridiaan College) en het Prisma College zich snel verder ontwikkelen. Ook in het kader van de bestuurlijke samenwerking ontstaat steeds meer perspectief. Zorg hebben wij ten aanzien van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en de beoogde doordecentralisatie van de huisvesting in de gemeente Amersfoort. De zorg richt zich met name op de hoogte van het budget dat de gemeente beschikbaar lijkt te stellen aan de schoolbesturen bij doordecentralisatie en de toenemende wens bij andere schoolbesturen de doordecentralisatie niet gezamenlijk op te pakken maar over te laten aan de individuele schoolbesturen. Amersfoort, 20 april 2015 college van bestuur drs. R. van der Horst drs. J.V. Ruiter 4
5 2 LEESWIJZER Voor u ligt het jaarverslag van de Meerwegen scholengroep uitgaande van de stichting Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland (PCVOE). Het jaarverslag is opgedeeld in twee onderdelen: de verantwoording over het gevoerde beleid en de verantwoording over de financiën, de jaarrekening. Hoe leest u dit jaarverslag? Dit jaarverslag is een onderdeel van onze planning- en controlcyclus. We doen hierin verslag van de realisatie van de doelen die zijn geformuleerd in het strategisch beleidsplan en het jaarplan Het verslag start in hoofdstuk 3 met een beschrijving van de scholengroep. In hoofdstuk 4 verantwoordt de raad van toezicht zich over het afgelopen jaar. In het hoofdstuk daarna wordt ingegaan op het gevoerde beleid en de resultaten die daarmee bereikt zijn. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt inzicht gegeven in de kerncijfers Onderwijs en Medewerkers. Hoofdstuk 8 en 9 geven achtergrondinformatie over de financiële situatie van de scholengroep, inclusief de belangrijkste risico s die daarbij een rol spelen. In hoofdstuk 12 en verder zijn de bijlagen inclusief de volledige jaarrekening opgenomen. Waar wordt het jaarverslag voorgelegd en besproken? Jaarlijks verantwoordt het college van bestuur het gevoerde beleid in een jaarverslag aan de raad van toezicht. Het verslag wordt besproken door de schooldirecties en in de medezeggenschapsraad. Het wordt vastgesteld door het college van bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht. Onze accountant heeft het jaarverslag beoordeeld, de jaarrekening gecontroleerd en voorzien van een controleverklaring. Het verslag wordt vervolgens verzonden aan het ministerie van Onderwijs (uitvoerder: DUO). Reageren? Heeft u een vraag over dit jaarverslag? Of wilt u reageren? Dat kan via: [email protected] 5
6 3 MEERWEGEN SCHOLENGROEP In dit hoofdstuk wordt een kort overzicht gegeven van de reden van bestaan en van de organisatiestructuur van de scholengroep. MISSIE EN VISIE Missie Wij zijn er voor het onderwijs aan onze leerlingen. In onze kennismaatschappij zijn kennis, vaardigheden en een persoonlijke levenshouding bepalend voor de mate waarin mensen maatschappelijke kansen krijgen. Dat maakt de noodzaak van kwalitatief hoogwaardig onderwijs groot. Visie De samenleving wordt steeds complexer. Secularisering, globalisering en technologisering gaan gepaard met een toenemende hang naar individualisme en materialisme. Dit doet een groeiend appel op het onderwijs. Opvoedingstaken die voorheen bij het gezin thuishoorden, worden nu bij de school gelegd. De vaste kernwaarden van vroeger zijn om ons heen minder herkenbaar. Binnen de Meerwegen scholengroep streven wij naar betrouwbaarheid, binding en integriteit. Wij zoeken de inspiratie in Gods woord zoals verwoord in de Bijbel. In dialoog met elkaar geven wij vorm aan uitdagend en eigentijds onderwijs met een open oog naar de samenleving. Persoonlijke waarden, geworteld in de (protestants-)christelijke traditie, vormen ons uitgangspunt. Onze leerlingen zijn de dragers van de toekomst, ieder met de talenten aan hem of haar toevertrouwd. Ons doel is het om leerlingen te helpen die talenten te ontdekken, te ontwikkelen en te leren gebruiken, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. Wij willen dat onze leerlingen naast individuele aandacht ook aandacht voor de ander en voor de samenleving ervaren, vanuit een betrokken en kritische houding. 6
7 ORGANOGRAM COLLEGE VAN BESTUUR De Meerwegen scholengroep gaat uit van de Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Eemland (PCVOE) statutair gevestigd in de gemeente Amersfoort. Het college van bestuur van de stichting is eindverantwoordelijk voor de scholengroep. Het bestuur bestaat uit: de heer R. van der Horst, voorzitter; de heer J.V. Ruiter, plaatsvervangend voorzitter. RAAD VAN TOEZICHT STICHTING PCVOE De raad van toezicht houdt toezicht op het gevoerde beleid van het college van bestuur. De raad bestaat uit: mevrouw A.J. van Vliet Eppinga, voorzitter; de heer J. Huisman, vice-voorzitter en secretaris; de heer J.S. Duijnhouwer; de heer R. Erwich; de heer B.P. Hidding; de heer A.G. Lengkeek. DIRECTIES VAN DE SCHOLEN De scholen worden geleid door de rector of directeur, in sommige gevallen samen met de plaatsvervangend rector. Accent Praktijkonderwijs Amersfoort en Accent Praktijkonderwijs Nijkerk: de heer J.T. van Heerikhuize, directeur; Corderius College, Amersfoort: de heer E. Boerma, rector en de heer C. van den Brink, plaatsvervangend rector; 7
8 Corlaer College, Nijkerk: de heer A. Smit, rector en mevrouw N. Botting plaatsvervangend rector (sinds ); Farel College, Amersfoort en Oostwende College, Bunschoten: de heer T.J. van der Leij, rector en de heer E.A. Ruiter, plaatsvervangend rector; Prisma College (inclusief taalcentrum ), Amersfoort: de heer W. van Deijk, directeur. STAF- EN BESTUURSBUREAU In het stafbureau zijn alle ondersteunende diensten ondergebracht. De afdelingen secretariaat, personeel & organisatie, financiële zaken en facilitair beheer zorgen samen voor ondersteuning van en advisering aan de scholen en het college van bestuur. Het stafbureau wordt aangestuurd door: mevr. S. van Iddekinge, hoofd Personeel & Organisatie; mevr. L. Vermeer, hoofd Financiën. Het bestuursbureau wordt gevormd door de controller, bestuurssecretaris en de managementassistenten. Zij worden door het college van bestuur aangestuurd. MEDEZEGGENSCHAP De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) houdt zich bezig met zaken die voor de Meerwegen scholengroep als geheel geregeld moeten worden of voor alle scholen van belang zijn. In de GMR zijn naast medewerkers ook ouders en leerlingen vertegenwoordigd. Onderwerpen die slechts één school aangaan, worden in de eigen deelraad (DMR) besproken. In 2014 bestond de GMR uit: dhr. G. Hahn, Corlaer College, voorzitter (medewerker); mevr. A. van de Steege-Dukel, Accent Praktijkonderwijs, secretaris (medewerker); mevr. M. Visser, Accent Nijkerk (ouder); dhr. W. Buddelmeijer, Accent Amersfoort (medewerker). mevr. A. Nieuwenhuizen, Accent Amersfoort (ouder, aangetreden in 2014); dhr. R. Corbeij, Corderius College (medewerker); dhr. J.P. Ouwens, Corderius College (medewerker); mevr. I. van der Werf, Corderius College (ouder); mevr. N.T. van Rosmalen-Hogeveen, Corlaer College (medewerker, afgetreden in 2014); mevr. M. Bos, Corlaer College (medewerker, aangetreden in 2014); dhr. J. Giltay Corlaer College (ouder, aangetreden in 2014); mevr. H. de Wit, Farel College (medewerker); mevr. B. Zaat, Farel College (medewerker); dhr. E. Puijpe, Farel College (ouder); mevr. H. Kuipers Pelleboer, Prisma College (medewerker); dhr. D. Nagelkerke, Prisma College (ouder); 8
9 mevr. L. Groenwold, Prisma College (medewerker). In 2014 heeft de GMR zes keer vergaderd en instemming/advies gegeven ten aanzien van: het strategisch beleidsplan ; de jaarrekening, het jaarverslag 2013 en het accountantsverslag 2013; de begroting 2014 en 2015; het jaarplan 2014; de halfjaarrapportage 2014; de vakantieregeling 2014/2015 en 2015/2016; de rapportage werkdruk; het reglement en statuut medezeggenschap; passend onderwijs/samenwerkingsverbanden; het vooronderzoek t.b.v. vacature college van bestuur; de benoemingsprocedure college van bestuur; de evaluatie van de functiemix; het taakbeleid OP; het examenreglement 2014/2015; de stand van zaken op het gebied van financiën; de samenwerkingsovereenkomst Meerwegen/Prisma College Meridiaan College/Vakcollege; de stand van zaken integraal huisvestingsplan. CODE VOOR GOED ONDERWIJSBESTUUR De Meerwegen scholengroep onderschrijft de Code voor Goed onderwijsbestuur van de VO-raad en geeft hier uitvoering aan. Periodiek monitoren wij of we voldoen aan de elementen die in de code worden benoemd. In 2014 heeft de VO-raad een commissie Goed onderwijsbestuur VO ingesteld om onderzoek te doen naar de naleving van de code en voorstellen te doen voor verbetering van de inhoud. Dit heeft geleid tot het rapport De letter én de geest. Adviezen voor versterking van de bestuurskracht in het VO. De vervolgstap is dat de VO-raad in gesprek gaat met haar leden over dit rapport. Dit zal resulteren in een plan van aanpak. Wij wachten dit plan af en zullen op basis daarvan besluiten welke acties wij zullen ondernemen. 9
10 LEERLINGENAANTAL Op 1 oktober 2014 had de Meerwegen scholengroep 6183 leerlingen 1. Dit is een stijging van 2,1% ten opzichte van vorig jaar. We streven naar een constante ontwikkeling van het leerlingaantal (in gelijke tred met de ontwikkeling van het aantal leerlingen in Amersfoort), omdat de bekostiging dan het best tot zijn recht komt. Op schoolniveau zijn door de jaren heen fluctuaties in het leerlingaantal zichtbaar. Voor aantallen per school verwijzen wij u naar hoofdstuk 11, bijlage 3. Grafiek 1 Leerlingaantal afgelopen 5 jaar (peildatum: 1 oktober 2014) In onderstaande tabel is de instroom van eerstejaars leerlingen zichtbaar van afgelopen cursusjaar en de twee jaar ervoor. School Instroom 2014/2015 Instroom 2013/2014 Instroom 2012/2013 Accent Amersfoort Accent Nijkerk Corderius College Corlaer College Farel College Oostwende College Prisma College (excl. Taalcentrum) Tabel 1 Instroom eerstejaars leerlingen (peildatum: 1 oktober 2014) Het Oostwende College kende afgelopen jaar een onverwacht lage aanmelding. Op basis van een analyse en omgevingsonderzoek zijn verbeteracties ingezet. Wij streven naar behoud van marktaandeel 2. In onderstaande tabel zijn per school de marktaandelen opgenomen van de vijf plaatsen waar de meeste leerlingen vandaan komen. Kijkend naar de afgelopen drie jaren, zien we met tevredenheid dat het marktaandeel zich redelijk constant ontwikkelt of stabiel blijft. 1 opmerking: bovenstaande leerlingaantallen zijn afkomstig uit de administratie van DUO/Cfi. Dit zijn de definitieve leerlingaantallen na accordering van de 1 oktober stand door de accountant. De cijfers van 2014/2015 zijn voorlopig. De VAVO leerlingen zijn buiten beschouwing gelaten. 2 Marktaandeel = het aantal leerlingen op de school uit deze gemeente t.o.v. het totaal aantal VO leerlingen in deze gemeente. 10
11 School Amersfoort Nijkerk Leusden Accent Amersfoort 1,0% 0,9% 0,9% 0,4% 0,3% 0,4% Accent Nijkerk 0,4% 0,4% 0,3% 4,1% 3,9% 3,6% Corderius 8,2% 8,1% 8,2% 3,6% 3,9% 4,3% 28,0% 28,7% 27,9% Corlaer vmbo 2,7% 2,8% 2,9% 22,4% 22,8% 22,3% 0,7% 0,8% 0,5% Corlaer a/h 1,4% 1,3% 1,0% 18,4% 16,6% 15,2% 0,0% Farel 11,2% 10,6% 9,7% 1,1% 1,2% 1,3% 2,1% 2,0% 1,7% Oostwende Prisma 3,8% 3,9% 4,6% 1,0% 0,5% 0,8% 4,4% 4,7% 4,4% Totaal 28,7% 28,0% 27,6% 50,6% 48,9% 47,5% 35,6% 36,5% 34,9% Tabel 2a marktaandeel per school, per plaats School Bunschoten Soest Accent Amersfoort 0,4% 0,8% 0,9% 0,9% Accent Nijkerk 12,5% 13,0% 17,2% Corderius 0,6% 0,5% 0,4% Corlaer vmbo 7,2% 6,6% 8,9% Corlaer a/h 5,3% 3,9% 2,6% Farel 0,9% 1,0% 4,6% 0,5% 0,5% 0,4% Oostwende 31,0% 31,1% 25,3% Prisma 1,0% 0,9% 0,9% 6,2% 5,9% 5,4% Totaal 58,3% 56,5% 59,5% 8,1% 7,8% 7,1% Tabel 2b marktaandeel per school, per plaats
12 4 VERANTWOORDING RAAD VAN TOEZICHT In dit hoofdstuk verantwoordt de raad van toezicht zich over het toezicht en de algemene gang van zaken binnen de scholengroep. ROL VAN DE RAAD De raad van toezicht vervult de rol van toezichthouder, werkgever en klankbord. Toezichthouder De eerste rol is het houden van toezicht op het handelen van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de scholengroep. De raad van toezicht houdt integraal toezicht. Dat betekent dat hij alle aspecten van de scholengroep en alle relevante belangen in overweging neemt. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de scholen, rekening houdend met het feit dat de scholengroep een organisatie is met een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid. De toezichthoudende taak strekt zich in ieder geval uit tot: de goedkeuring van het strategisch beleid van de stichting/scholengroep; de goedkeuring van de jaarrekening (en begroting) van de stichting/scholengroep; de goedkeuring van het jaarverslag van de stichting/scholengroep; de benoeming en het ontslag van de leden van het college van bestuur; de rechtspositie en bezoldiging van de leden van het college van bestuur; de wijziging van de statuten van de stichting/scholengroep. Werkgever van het college van bestuur In de rol van werkgever voorziet de raad in een goed samengesteld en functionerend college van bestuur, beoordeelt de leden van het college van bestuur en vervult andere taken die horen bij de rol van werkgever. 12
13 Klankbord/adviseur De raad van toezicht fungeert als klankbord en geeft het college van bestuur gevraagd en ongevraagd advies. TOEZICHT OP STRATEGIE EN BELEID In 2014 is de raad van toezicht vijf keer bijeen gekomen. In deze vergaderingen is goedkeuring gegeven aan: het treasurystatuut ( ); het jaarverslag en jaarrekening 2013 ( ); de overeenkomst richting een integraal huisvestingsplan ( ); de herbenoeming van de heer Duijnhouwer ( ); de samenwerkingsovereenkomst tussen de Meerwegen scholengroep en het Meridiaan College inzake de samenwerking van het Prisma College met het Vakcollege Amersfoort ( ); de benoeming van de accountant ( ); het bijgestelde rooster van aftreden ( ); het besluit tot de werving van een voorzitter college van bestuur ( ); het strategisch beleidsplan ( ); de begroting voor 2015 ( ); de wervingsprocedure leden college van bestuur ( ); De raad heeft in 2014 gesproken over landelijke en regionale ontwikkelingen, de positie en strategie alsmede het beleid van de scholengroep. In het verslagjaar is er tevens gesproken over de kwaliteit van het onderwijs en het financieel beleid. Voor deze laatste twee onderwerpen zijn in 2013 aparte commissies gevormd (de financiële commissie en de commissie onderwijskwaliteit), die dieper op de inhoud in kunnen gaan en de besluitvorming in de voltallige raad voorbereiden. Landelijke ontwikkelingen De raad van toezicht nam door schriftelijke en mondelinge informatie kennis van landelijke en regionale ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving waaronder passend onderwijs, het sectorakkoord en de nieuwe cao-vo. Strategie en beleid De raad van toezicht keurde de halfjaarrapportage (over de periode januari t/m augustus) en het jaarverslag 2013 goed. Daarnaast is uitgebreid gesproken over het bijgestelde strategisch beleidsplan voor de jaren 2015 tot en met Kwaliteit van het onderwijs Om de kwaliteit van het onderwijs en onderwijsbeleid te kunnen beoordelen heeft de commissie onderwijskwaliteit gesproken over het jaarverslag, inspectierapporten, in-, door en uitstroomcijfers (IDU) en een analyse van de onderwijsresultaten 13
14 (waaronder de examenresultaten). Ook is periodiek gesproken over lopende projecten zoals Kwaliteit in de klas en kwaliteitskaart VO. De commissie is drie keer bijeen gekomen op 2 april 2014, 24 september 2014 en 19 november Elke vergadering van de raad staat het punt uit de scholen op de agenda. Het college van bestuur informeert de raad van toezicht dan over recente ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben zowel betrekking op onderwijsinhoudelijke aspecten als de organisatie en aansturing van de scholen. Financiën In 2013 is een financiële commissie gevormd die de besluitvorming in de raad van toezicht voorbereidt op het gebied van financiën. Voor deze commissie is een reglement opgesteld. De commissie is in 2014 bij elkaar gekomen op: 30 januari 2014, 3 april 2014, 19 juni 2014, 2 oktober 2014 en 20 november In die vergaderingen is o.a. gesproken over: de stand van zaken wat betreft de financiën na elk kwartaal, control, het treasurystatuut, de begroting 2015 en de meerjarenbegroting In het verslagjaar heeft de raad van toezicht in overleg met het college van bestuur de opdracht voor de jaarlijkse controle van de jaarrekening geformuleerd. In 2014 werd de jaarrekening 2013 door de raad van toezicht goedgekeurd. Het accountantsverslag van de accountant KPMG werd besproken en de raad van toezicht verleende goedkeuring aan de begroting Overige ontwikkelingen De raad van toezicht is regelmatig geïnformeerd over de volgende ontwikkelingen: de samenwerking tussen het Prisma College en het Vakcollege, de nieuwbouw- of uitbreidingsplannen van de scholen en de ontwikkeling van het stafbureau tot servicebureau. ROL VAN WERKGEVER In 2013 is de cao bestuurders algemeen verbindend verklaard. Nieuwe bestuurders komen automatisch onder deze cao te vallen. Voor het huidige college van bestuur zal de cao VO blijven gelden tot het moment van vertrek/pensionering. De voorzitter van het college van bestuur is voornemens per 1 oktober 2015 met pensioen te gaan. Ter voorbereiding hierop is een aantal acties ondernomen. Zo is er een procedure vastgesteld voor de benoeming van leden van het college van bestuur, is er een vooronderzoek gedaan naar de toekomst van de Meerwegen scholengroep, is er een benoemingscommissie aangesteld en is een wervingsbureau aangetrokken voor de begeleiding van het proces dat in het eerste halfjaar van 2015 zal worden uitgevoerd. 14
15 CONTACT GMR De afspraak is gemaakt dat het lid van de raad van toezicht dat op voordracht van de GMR in de raad zit, periodiek aanwezig zal zijn bij de GMR vergaderingen. De agenda s en verslagen worden ter beschikking gesteld aan deze persoon. FUNCTIONEREN RAAD VAN TOEZICHT Evaluatie eigen functioneren De raad van toezicht heeft in 2013 zijn eigen functioneren en de samenwerking met het college van bestuur geëvalueerd. Dit zal in 2015 opnieuw gedaan worden. Voorzitterschap Als gevolg van een situatie in de privésfeer heeft de voorzitter, mevrouw Van Vliet- Eppinga, besloten haar functie per 1 juli 2014 (tijdelijk) neer te leggen. De heer Erwich heeft vervolgens de rol van interim-voorzitter op zich genomen. Er is besloten om eerst de aanstaande vacature in het college van bestuur in te vullen. Daarna zal de aandacht worden gericht op de samenstelling van de raad van toezicht. Rooster van aftreden De zittingstermijn van een lid van de raad van toezicht is vier jaar. Een lid kan eenmaal herkozen worden. Afgelopen jaar is de heer Duijnhouwer herbenoemd. Helaas heeft hij om gezondheidsredenen moeten besluiten zijn functie per 1 januari 2015 neer te leggen. Naam lid rvt Rol Datum van Einde termijn Afgetreden aantreden A.J. van Vliet-Eppinga voorzitter J. Huisman vice-voorzitter, lid commissie kwaliteit J.S. Duijnhouwer lid commissie kwaliteit R. Erwich lid commissie kwaliteit A.G. Lengkeek lid financiële commissie B.P. Hidding lid financiële commissie Tabel 3 Rooster van aftreden raad van toezicht 15
16 Bezoldiging De leden van de raad van toezicht hebben over het jaar 2014 de volgende bedragen ontvangen vanuit de stichting PCVOE: Naam lid rvt Bedrag (bruto) A.J. van Vliet-Eppinga (voorzitter tot 1 juli 2014) 2156 J. Huisman (vice-voorzitter en secretaris) 2875 J.S. Duijnhouwer 2875 R. Erwich (interim voorzitter vanaf 8 september 2014) 3544 B.P. Hidding 2875 A.G. Lengkeek 2875 Totaal Tabel 4 Bezoldiging in 2014 leden raad van toezicht Nevenfuncties In hoofdstuk 11, bijlage 1, is per lid van de raad van toezicht een overzicht opgenomen van de nevenfuncties die zij invullen. 16
17 5 VERANTWOORDING STRATEGISCH BELEID In dit hoofdstuk verantwoordt het college van bestuur zich over het gevoerde beleid en de behaalde resultaten. Dit wordt gedaan aan de hand van de vier speerpunten die zijn benoemd in het strategisch beleidsplan voor de periode SPEERPUNT 1: IDENTITEIT, AUTHENTICITEIT EN BURGERSCHAP Uit het strategisch beleidsplan: De Meerwegen scholengroep biedt protestants-christelijk voortgezet onderwijs aan. Steeds minder mensen gaan echter naar de kerk en geloven op de traditionele manier. Ouders kiezen ook steeds minder op principiële gronden voor een christelijke school. Daartegenover staat een toenemende behoefte aan waardengestuurd onderwijs en authenticiteit. Een school moet ergens voor staan en zoveel mogelijk bij zichzelf blijven. Naast de kwaliteit van het onderwijs vinden leerlingen en hun ouders goede relaties (verbinding) erg belangrijk. Wij zijn dat van harte met hen eens. Hoewel onze directe doelgroep dus kleiner lijkt te worden, denken wij met onze protestants-christelijke identiteit te voorzien in de behoefte aan authenticiteit en ethisch besef. We zien onze levensbeschouwelijke en onderwijskundige identiteit als unique selling point, als ons bestaansrecht. Het ontwikkelen en versterken van deze identiteit is de basis voor de innovatie van ons onderwijs, de samenwerking met anderen en de professionalisering van onze medewerkers. Wij vullen onze christelijke identiteit niet alleen levensbeschouwelijk in. Het is een paraplu waaronder allerlei begrippen vallen: authenticiteit, burgerschap, duurzaamheid, rentmeesterschap, acceptatie van jezelf en van anderen, en ontmoeting/gemeenschap. In de volgende paragraaf komt aan de orde wat wij in het verslagjaar beoogden en bereikt hebben op dit gebied. 17
18 Het expliciteren van onze kernwaarden Een belangrijke basis zijn onze kernwaarden. Impliciet hanteren we die wel, maar ze stonden nog nergens opgeschreven. Het leek ons goed om per school te bediscussiëren welke waarden centraal staan. Dit geldt voor medewerkers en leerlingen. Sommige van onze scholen hebben deze discussie al gevoerd, andere zijn er nog mee bezig. Op basis van de kernwaarden die elke school hanteert, wilden we ook voor de scholengroep als totaal kernwaarden bepalen. Dit is onder andere belangrijk in de samenwerking met andere organisaties. Ons doel voor 2014 was: Het door vertalen van de kernwaarden van Meerwegen en de scholen naar de beleidsdomeinen. Wat is daarvan gerealiseerd? De scholen hebben hun kernwaarden op papier gezet of zijn hierover de discussie gestart binnen de school. Vervolgens is de verzameling van deze waarden de basis geweest voor het bespreken van de waarden en het bepalen van een aantal waarden op Meerwegen niveau. Dit is gedaan tijdens de CMO tweedaagse in november Vanuit ons christelijk geloof menen wij dat het onze opdracht is ons ten dienste te stellen van onze naaste(n). Wij geloven dat elke leerling de potentie en plicht heeft zich te ontwikkelen in dat perspectief. Wij hebben scholen waarin de optimale ontwikkeling van individuele kwaliteiten centraal staat, zowel op cognitief gebied als op sociaal/maatschappelijke terrein. We willen dat leerlingen leren op verantwoordelijke manier hun eigen positie in de maatschappij te kiezen met het oog op de ander. Op Meerwegen niveau staat de leerling als uniek individu centraal. Daaraan zijn de volgende waarden gekoppeld: liefde, ontmoeting & open dialoog, verbinden voorleven. Dit alles in relatie tot onze naaste en onze omgeving. In 2014 is een document opgesteld waarin de identiteit van Meerwegen nader is uitgewerkt. Dit document is de basis waarop scholen hun eigen identiteit invullen aansluitend bij de doelgroep. Wat vinden wij daarvan? Wij zijn blij met de ontwikkelingen tot nu toe. In 2015 willen wij de vertaling maken van onze identiteit naar concrete gedragskenmerken. Wat doe je wel en wat doe je niet? Dit kan zijn uitwerking krijgen per beleidsdomein. 18
19 SPEERPUNT 2: VERBETEREN ONDERWIJSKWALITEIT Uit het strategisch beleidsplan: Onze scholen bieden eigentijds en kwalitatief hoogwaardig onderwijs en dat willen we zo houden. Wij vinden dat onderwijs meer is dan lesgeven alleen. We leiden leerlingen breed op tot kritische en verantwoordelijke burgers en bieden de zorg die ze nodig hebben. De komende jaren willen wij onderzoeken hoe wij binnen de regels van ons onderwijsbestel het leren van leerlingen anders en efficiënter kunnen organiseren. We werken toe naar meer efficiency, grotere effectiviteit, meer leerplezier, maar ook minder kosten. Eerst bepalen we onze eigen kwaliteitseisen. Waaraan vinden wij dat goed onderwijs moet voldoen? We willen ons niet alleen laten leiden door wat de overheid ons oplegt, maar onze eigen normen bepalen. De volgende vraag is hoe wij tot op het niveau van de klas aan deze kwaliteitseisen gaan voldoen. Samenwerking, onderling en met anderen, kan ons hierbij helpen. Ook willen we meer profiteren van het feit dat we een scholengroep zijn. Door samen te werken in vernieuwende projecten en middelen efficiënt te besteden (onder meer door gezamenlijke inkoop), kunnen onze scholen zich richten op hun primaire proces, het onderwijs. In de volgende paragrafen komt aan de orde wat wij in het verslagjaar beoogden en bereikt hebben op dit gebied. Meerwegen kwaliteitskaart Wij willen ons niet alleen laten leiden door de kwaliteitsnormen van de overheid, omdat die naar ons idee een te eenzijdig beeld van het onderwijs geven maar positie in nemen door een eigen kwaliteitskaart op te stellen. Die kwaliteitskaart bevat onze eigen kwaliteitseisen en maakt voor ouders en leerlingen duidelijk wat zij van onze scholen mogen verwachten. We willen in dit traject samenwerking zoeken met andere besturen om zo tot een breed gedragen kwaliteitskaart te komen. Dit maakt ons sterker naar andere instanties, zoals de VO-raad of de onderwijsinspectie, en leidt wellicht tot navolging. Ons doel voor 2014 was: Het ontwikkelen van een eerste versie van de kwaliteitskaart op basis van een gezamenlijk vastgesteld stappenplan en het in dialoog verder aanscherpen. Wat is daarvan gerealiseerd? In samenwerking tussen de bestuurders en een aantal rectoren is een opzet gemaakt voor de Meerwegen kwaliteitskaart. In eerste instantie was deze gebaseerd op het INK model. Later is een ander model gebruikt. Het is de bedoeling om de kwaliteitskaart voor alle niveaus te ontwikkelen, tot op het niveau van de leerling. 19
20 Helaas heeft één van de twee andere besturen besloten uit het project te stappen. Dit betekent dat alleen SOML uit Roermond nog meedoet. In juni is een bijeenkomst georganiseerd waarin beide besturen aan elkaar hebben gepresenteerd wat zij hebben ontwikkeld. Voor 2014/2015 zijn drie bijeenkomsten ingepland die met name gericht zijn om kennis uit te wisselen. De ontwikkeling van de kwaliteitskaart wordt binnen de besturen opgepakt. Schoolinfo sluit aan en biedt ondersteuning waar mogelijk/nodig. Wat vinden wij daarvan? Het is geen gemakkelijk proces vanwege de complexiteit, maar ook vanwege andere zaken die vaak een hogere prioriteit krijgen. Een eerste opzet is gerealiseerd, maar nog alleen op het niveau van de scholengroep en school. Het doel dat wij hadden gesteld is maar ten dele bereikt. Onderwijsinnovatie Wij vinden het belangrijk dat het proces van innoveren in de school plaatsvindt, van onderaf, met betrokkenheid van docenten. Projectmatig werken, kunnen differentieren en ICT vaardigheden zijn hierbij van belang. Daarnaast is het van belang dat aangetoond kan worden dat deze innovatieprojecten tot betere resultaten leiden. Wij willen de projecten koppelen aan (wetenschappelijk) onderzoek, zowel wat betreft de inhoud als de resultaten. Naast de kwaliteitsimpuls, welke na vaststelling van de begroting 2014 is toegekend, is in de begroting voor ,3 miljoen vanuit het centrale budget beschikbaar gesteld aan de scholen die een project willen starten of al gestart zijn op het gebied van onderwijsinnovatie. Innoveren moet hand in hand gaan met efficiencyverbetering aangezien scholen steeds minder middelen tot hun beschikking krijgen. Dit kan door het anders organiseren van het onderwijs. In 2014 zijn de ingediende projecten uitgevoerd en hebben we gevolgd of dit tot de beoogde resultaten leidt. Ons doel voor 2014: Het uitvoeren van vernieuwingsprojecten waardoor betere onderwijsresultaten worden bereikt met dezelfde hoeveelheid of minder middelen. Wat is daarvan gerealiseerd? Het belangrijkste aspect van het beschikbaar stellen van de gelden was het in beweging krijgen van de scholen op het gebied van innovatie. Dat is gelukt. Er zou meer aandacht mogen zijn voor de consequenties van de innovatie voor de organisatie van het onderwijs op de langere termijn. Elke school heeft een projectvoorstel ingediend voor een innovatieproject. De reikwijdte van deze projecten verschilt per school, aansluitend bij de ontwikkelingsfase waar de school zich in bevindt. Het beschikbaar gestelde innovatiebudget is naar 20
21 rato over de scholen verdeeld en wordt gedurende drie jaar beschikbaar gesteld. Zij verantwoorden zich hierover inhoudelijk in de BO-overleggen en aan het eind van het jaar financieel. Wat vinden wij ervan? We vinden het belangrijk onze scholen vooraan in ontwikkelingen van het onderwijs te krijgen en te houden. Tevens is innovatie een middel om de meerwaarde van Meerwegen vorm te geven in goede onderlinge samenwerking en het delen van kennis. We zien dat de aandacht voor innovatie leidt tot beweging en discussie in de scholen en zien we dit als een heel positieve ontwikkeling. Een aspect wat minder aandacht heeft gekregen dan beoogd, is het met elkaar delen van de opbrengsten en leerpunten. Begin 2015 wordt hier een CMO vergadering aan gewijd. Meerwegen opleidingsschool Er wordt samengewerkt met Hogeschool Windesheim (Zwolle), de Hogeschool van Utrecht en de Vrije Universiteit (Amsterdam). De belangrijkste resultaten van dit project tot nu toe zijn dat er binnen de scholen een groot aantal mensen is opgeleid tot schoolopleider en werkplekbegeleider. Daarnaast is de onderlinge samenwerking (tussen de Meerwegen scholen en de hogescholen/universiteit) versterkt. Er vindt uitwisseling plaats van kennis en er worden gezamenlijk studenten geworven o.a. door een vacaturesite waar studenten kunnen zien welke leerwerkplekken binnen Meerwegen beschikbaar zijn. De Meerwegen opleidingsschool is een belangrijke impuls om docenten te stimuleren zich te ontwikkelen. Innovatie van het onderwijs vereist flexibele en zich ontwikkelende docenten. Ons doel voor 2014 was: Het op strategisch niveau invloed uitoefenen op het opleiden van aankomend docenten door de opleidingsinstituten om daarmee mede te voldoen aan onze eigen behoefte aan nieuwe docenten. Wat is daarvan gerealiseerd? Het is een moeizaam proces om twee hogescholen en één universiteit op één lijn te krijgen en daardoor wordt op strategisch niveau slechts marginale vooruitgang geboekt. Op schoolniveau worden wel belangrijke stappen gezet. Dit blijkt onder andere uit het hoge aantal studenten dat opgeleid wordt en het aantal opgeleide werkplekbegeleiders. Dat is fors hoger dan verwacht. Er is in 2014 een contract ondertekend met Windesheim waarin de onderlinge verhoudingen en verplichtingen zijn vastgelegd. Dit contract heeft een looptijd van één jaar. Het streven is om een dergelijk contract ook met de HU en VU af te sluiten. 21
22 De voorzitter van de stuurgroep heeft een andere baan aanvaard. Het voorzitterschap is nu overgenomen door de heer Van den Brink van het Corderius College. Er is begin dit schooljaar gestart met een gezamenlijke bijeenkomst van de stuur- en projectgroep om gezamenlijk speerpunten voor de toekomst te bepalen. Daarnaast is er in oktober een mini-conferentie georganiseerd voor alle scholen over het onderwerp Onderzoek in de school. Dat was een succesvolle en interessante conferentie. Wat vinden wij ervan? De samenwerking binnen de Meerwegen opleidingsschool levert veel meerwaarde op voor de scholen en de docenten. Wij zijn tevreden over de ontwikkelingen tot nu toe en de stappen die afgelopen jaar zijn gezet om meer zaken gezamenlijk op te pakken. Wij zien mogelijkheden om de samenwerking op een hoger niveau te brengen en zullen ons daar de komende tijd op richten. Overige ontwikkelingen: passend onderwijs Het centrale uitgangspunt bij passend onderwijs is maatwerk voor ieder kind. Waar heeft het kind de beste kansen: in het regulier of het speciaal onderwijs, of een combinatie van beide? Passend onderwijs betekent dat voor alle leerlingen een passend onderwijszorgaanbod wordt ontwikkeld. Hiertoe krijgen scholen een resultaatverplichting om voor alle zorgleerlingen die worden aangemeld of staan ingeschreven een passend onderwijszorgaanbod te (laten) bieden. Dit gebeurt zowel binnen Meerwegen als in de samenwerkingsverbanden. Het streven hierbij is de basiszorg op een hoog niveau vast te stellen. 1 augustus 2014 is de wet passend onderwijs in werking getreden en is het samenwerkingsverband verantwoordelijk voor het afgesproken zorgaanbod. Ons doel voor 2014 was: Het realiseren van het afgesproken niveau van basiszorg per 1 augustus Wat is daarvan gerealiseerd? De uitvoering van de plannen bij beide samenwerkingsverbanden ligt op schema. Het basisniveau wordt proefondervindelijk vastgesteld. De financiën hebben onze aandacht en worden periodiek gemonitord. Wat vinden wij ervan? Wij zijn tevreden over de voortgang tot dusver. De komende jaren zal moeten worden gemonitord of de plannen in de praktijk uitgevoerd worden zoals bedoeld. Er zijn twee belangrijke aandachtspunten. Ten eerste is dat de zorg of het hoge niveau van basiszorg in de praktijk wel bereikt zal en kan worden. Ten tweede het toezicht op het bestuur van het samenwerkingsverband dat nog niet geregeld is. 22
23 SPEERPUNT 3: SAMENWERKING UITBREIDEN Uit het strategisch beleidsplan: Ouders kunnen bij Meerwegen kiezen uit een breed aanbod van christelijk onderwijs, van praktijkonderwijs tot en met gymnasium. Dat brede aanbod vinden wij belangrijk, maar het is wel kostbaar. Om dit brede onderwijsaanbod te kunnen blijven aanbieden, werken onze scholen samen, zowel onderling als met andere scholen(groepen). Samenwerken is ook nodig om doorlopende leerlijnen te realiseren en goede zorg te kunnen bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. De komende jaren willen we strategischer omgaan met samenwerking. We willen inventariseren welke samenwerkingsverbanden bestaan, waar uitbreiding mogelijk is en welke partners strategisch interessant zijn om onze doelen te bereiken. We maken deze keuzes vanuit onze protestants-christelijke identiteit. In de volgende paragrafen komt aan de orde wat wij in het verslagjaar beoogden en bereikt hebben op dit gebied. Uitvoeren stakeholderanalyse Innovatie van ons onderwijs wordt nog krachtiger als we hierbij leren van of samenwerken met anderen. Dit kunnen andere scholengroepen zijn, maar ook het bedrijfsleven of onderzoeksinstituten. Natuurlijk kunnen ook partners binnen de eigen scholengroep gevonden worden. Onze scholen werken nu al met veel partijen samen of leren van elkaar in netwerken. In 2014 wilden we de stakholderanalyse afronden om vervolgens beleid te formuleren ten aanzien van samenwerking of kennisdeling. We willen onze doelen makkelijker en beter realiseren door samenwerking met anderen. Ons doel voor 2014 was: Het afronden van de stakeholderanalyse en het formuleren van beleid ten aanzien van samenwerking en horizontale verantwoording. Wat is daarvan gerealiseerd? Er zijn gesprekken gevoerd met de schoolleiders en het college van bestuur om helder te krijgen welke stakeholders er zijn voor elke school en voor Meerwegen als totaal. Dit is uitgewerkt in een rapport. Dit wordt begin 2015 in het CMO besproken om op basis van de opgedane inzichten beleid te ontwikkelen over horizontale verantwoording en het betrekken van stakeholders. Wat vinden wij ervan? Door gewijzigde prioriteiten is deze activiteit nog niet afgerond. Begin 2015 wordt een eerste aanzet gegeven voor een structurelere aanpak. 23
24 Kennisdeling stimuleren Eén van de meerwaarden van het feit dat we een scholengroep zijn, is dat medewerkers onderling kennis kunnen uitwisselen. Op centraal niveau willen we dit stimuleren door twee maal per jaar een middag te organiseren voor medewerkers waar uitwisseling van ervaringen en wederzijdse ontmoeting centraal staan. Ons doel voor 2014 was: Een impuls geven aan kennisdeling en samenwerking tussen scholen onderling. Wat is daarvan gerealiseerd? In het voorjaar is een kennisdag georganiseerd voor het middenmanagement. Jef Staes heeft gesproken over innovatie. Het volgende dat op de planning staat is een middag voor docenten over het onderwerp toetsing. Samen met docenten en een bureau op het gebied van toetsing wordt de inhoud van de middag bepaald. Deze middag is gepland op 17 maart Wat vinden wij ervan? We merken veel enthousiasme bij de deelnemende docenten, daarom willen we dit aspect de komende jaren verder uitbouwen. Onderlinge kennisdeling is belangrijk gezien onze ambitie om het onderwijs te innoveren. SPEERPUNT 4: MEDEWERKERS PROFESSIONALISEREN Uit het strategisch beleidsplan: De kwaliteit van ons onderwijs hangt in hoge mate af van de kwaliteit van onze medewerkers. De combinatie van toenemende kwaliteitseisen en afnemende financiële middelen maakt dat van docenten andere competenties worden verwacht. Ze moeten in staat zijn het onderwijs te vernieuwen (onder meer met behulp van ICT) en intensievere zorg te verlenen aan leerlingen die dat nodig hebben. We vinden het belangrijk dat onze medewerkers ondernemerschap tonen, met anderen kennis delen en van hen leren. Professionalisering zien wij in het kader van een leven lang leren. We willen dat mensen zich professionaliseren in lijn met onze identiteit. Trefwoorden daarbij zijn authenticiteit, duurzaamheid, acceptatie van jezelf en van anderen, en ontmoeting/gemeenschap. Professionalisering is een belangrijk middel voor onderwijsinnovatie. Dat geldt ook voor personeelsplanning. We willen medewerkers strategisch en flexibel inzetten om beter te kunnen inspelen op de toenemende kwaliteitseisen, de veranderende schoolorganisatie en innovatie van het onderwijs. 24
25 In de volgende paragraaf komt aan de orde wat wij in het verslagjaar beoogden en bereikt hebben op dit gebied. Strategisch personeelsbeleid Strategisch personeelsbeleid omvat alle activiteiten van de Meerwegen scholengroep die gericht zijn op het op elkaar afstemmen van gedrag, kennis en ambities van mensen in de organisatie enerzijds en de doelstellingen van die organisatie anderzijds. Dit vanuit de veronderstelling dat mensen het verschil maken tussen een gemiddelde en een succesvolle organisatie. Ons doel voor 2014 was: Het ontwikkelen van een meerjarenpersoneelsplanning per school en voor het stafbureau en het op basis daarvan formuleren van strategische opleidingsplannen. Wat is daarvan gerealiseerd? Binnen Meerwegen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van strategisch meerjarenbeleid op de onderdelen onderwijsbeleid, financieel beleid en personeelsbeleid, en vooral in onderlinge samenhang. Het personeelsbeleid op zich is binnen de scholengroep redelijk ontwikkeld. Ten aanzien van de strategische inzet van dit beleid in de samenhang met de andere beleidsterreinen is nog veel te winnen. Het belangrijkste resultaat in 2014 is de bewustwording van deze samenhang en de noodzaak personeelsbeleid in te zetten als belangrijke factor om strategische doelen van de school te realiseren. Momenteel wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een meerjaren-formatieplanning. Dit dient de komende jaren te worden uitgewerkt in een beleidsrijk strategisch personeelsbeleid, waarin expliciet de koppeling gemaakt wordt met het schoolplan. Wat vinden wij ervan? Deze ontwikkeling loopt parallel met de invulling van de beleidsrijke meerjarenbegroting. Cruciaal hierbij is het omgaan met onzekerheden en het denken in scenario s. Op deze laatste punten maken wij echt vorderingen. Daar zijn wij tevreden over. Het tempo waarin dit geschiedt, stemt ons tot minder tevredenheid. 25
26 OVERIGE DOELEN Naast de doelen die direct gekoppeld zijn aan het strategisch beleidsplan, is in het jaarplan 2014 nog een aantal aanvullende doelen gesteld. Deze worden hierna besproken. Optimaliseren samenwerking stafbureau - scholen Het is onze ambitie van het stafbureau een dienstverlenende organisatie te maken die een hoge mate van efficiëntie koppelt aan deskundigheid, klantgerichtheid en pro-activiteit. Van beheer naar beheersen en naar, uiteindelijk, strategisch partner van de schooldirecties en het college van bestuur. Daar waar mogelijk wordt automatisering van processen en gegevensstromen gebruikt om de efficiëntie te vergroten. Ook de cultuur is een aspect dat meegenomen wordt in de omslag die we willen maken. Ons doel voor 2014 was: Het monitoren van de realisatie van het verbeterplan stafbureau en de evaluatie van het traject. Wat is daarvan gerealiseerd? Het plan is periodiek gemonitord en alle activiteiten zijn grotendeels uitgevoerd. Per 1 september 2014 is de bezetting van het stafbureau op niveau. Daarnaast zijn diverse verbeteractiviteiten uitgevoerd, zoals teambuildingsactiviteiten en het beschrijven van een aantal processen. Ook wordt de huidige dienstverlening in kaart gebracht en gekwantificeerd. Dit is de eerste stap richting het bepalen van de standaard (verplichte) dienstverlening van het stafbureau en de service die daarnaast nog optioneel kan worden afgenomen. Wat vinden wij ervan? Wij zijn tevreden over de ingezette activiteiten en constateren wij een voortschrijdend herstel van vertrouwen bij de scholen. Verbeteren sturingsvermogen Ons doel voor 2014 was: Het verbeteren van het sturingsvermogen van de organisatie met als achterliggend doel het op efficiënte en effectieve wijze behalen van onze doelen (o.a. door een beleidsrijke meerjarenbegroting, risicomanagement en de uitvoering van het interne controlplan). 26
27 Wat is daarvan gerealiseerd? De scholen zijn dit jaar gestart om hun strategische meerjarenplannen en jaarplannen te laten aansluiten op hun (meerjaren)begroting. Dit moet leiden tot een ontwikkelperspectief waarbij in 2017 is gerealiseerd dat de school met de dan aanwezig structurele middelen toch onderwijs kan bieden van gelijke, maar bij voorkeur, betere kwaliteit dan nu. Het proces om tot de begroting(en) te komen is begin 2014 geevalueerd en heeft tot verbeterpunten leiden voor het begrotingsproces. Het onderwerp risicomanagement wordt pragmatisch opgepakt. Het systeem voor het beheren van risico s zal door de controller worden beheerd. Daarnaast zal hij een plan van aanpak opstellen voor de komende periode. De besturingsfilosofie van Meerwegen is gebaseerd op het policy governance model. De intentie was om gezamenlijk het gesprek te voeren over de invulling van de diverse rollen om meer helderheid te krijgen over de bijbehorende verantwoordelijkheden. Er zijn wel kleine stappen gezet op dit vlak, maar niet in de mate die was beoogd. Dit wordt verder opgepakt in Wat vinden wij ervan? We zijn nog niet tevreden over de vooruitgang die is geboekt op het gebied van beleidsrijk begroten. Nog niet alle scholen zijn in staat gebleken een goede meerjarenbegroting op te stellen. Met name het onderdeel personeelsplanning is een punt van aandacht. In 2015 komt dit nadrukkelijk aan bod in de commissie IPB (integraal personeelsbeleid) en de financiële commissie die eind 2014 zijn ingesteld. Het realiseren van bezuinigingen/besparingen Ons doel voor 2014 was: Het realiseren van besparingen onder andere op het gebied van inkoop, huisvesting en onderhoud. Wat is daarvan gerealiseerd? Wij wilden dat doel realiseren door in te zetten op het gezamenlijk aanpakken van de genoemde onderwerpen. Er zijn twee acties geweest: er is een commissie geformeerd die tot taak heeft het groot onderhoud aan de gebouwen zodanig te coördineren dat het gezamenlijk optrekken leidt tot efficiëntievoordelen. Deze commissie heeft een vertegenwoordiger van elke school en wordt ondersteund door bureau Bos uit Baarn. Dit bureau verzorgt (o.a.) de meerjarenonderhoudsplannen. Wat betreft het gezamenlijke inkoopbeleid en contractbeheer zijn kleine stappen gemaakt. Er is een aanzet gezet tot het inkoopbeleid en algemene inkoopvoorwaarden. Nieuwe contracten worden vastgelegd in Profit. In 2014 is het contract voor leermiddelen (leerboeken en digitaal lesmateriaal) aanbesteed. De opdracht is gegund aan Iddink, onze huidige leverancier. 27
28 Wat vinden wij hiervan? Het feit dat er een commissie voor het meerjarenonderhoud is, is nog wel even wennen voor de scholen: anderen laten meepraten over eigen schoolzaken. Minder snel dan gewenst, zijn wij op weg naar het efficiënter uitvoeren van het groot onderhoud. Pas wanneer dit een heel kalenderjaar in bedrijf is geweest, kunnen wij hier ook conclusies aan verbinden. Wat betreft besparingen op het gebied van inkoop is nog nauwelijks voortgang geboekt. Gezien de beperkte capaciteit op dit terrein mochten wij daarvan ook niet teveel verwachten. Ook in 2015 is, na de nieuwbouw van Corlaer en Accent en na het centraliseren van het groot onderhoud, dit derde prioriteit voor de betrokken functionaris. Opstellen integraal huisvestingsplan Amersfoort De VO-kamer heeft samen met de gemeente Amersfoort een visieontwikkelingsproject doorlopen dat uiteindelijk moet resulteren in een integraal onderwijshuisvestingsplan (ihp) voor het onderwijs en mogelijk in doordecentralisatie van de onderwijshuisvesting. Het doel voor 2014 was: Door bundeling van krachten van onderwijs en gemeente efficiëntere en doelmatigere huisvesting van voldoende kwaliteit realiseren. Wat is daarvan gerealiseerd? Op 24 februari 2014 is een overeenkomst getekend tussen gemeente en schoolbesturen vo en po waarin de intentie is geuit binnen één jaar een IHP gereed te hebben en te komen tot doorcentralisatie (ddc). Onder leiding van projectleider HEVO zijn wij voortvarend van start gegaan heeft in het teken gestaan van het in kaart brengen van de toestand van gebouwen (nulmeting) en andere voorbereidende werkzaamheden. Concrete resultaten voor het IHP waren in 2014 nog niet te verwachten. Op 1 april 2015 zal een IHP ter vaststelling aan alle besturen (schoolen gemeentebestuur) worden voorgelegd. Ook zal dan bekend zijn onder welke (o.a. financiële) randvoorwaarden doordecentralisatie mogelijk zal zijn. Een voortgangsbesluit (wel of niet verder gaan met ddc) wordt voor de zomervakantie van alle besturen verwacht. Wat vinden wij ervan? Wij zijn blij met deze ontwikkeling, omdat dit tot meer efficiëntie, een betere samenwerking met de gemeente en tussen de schoolbesturen onderling kan leiden. Een risico achten wij dat de financiële randvoorwaarden te knellend worden om daarmee een verantwoord beheer over de schoolgebouwen te voeren in het kader van de doordecentralisatie. Reden daarvoor: de financiële positie van de gemeente Amersfoort. 28
29 6 KERNCIJFERS ONDERWIJS In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal een belangrijke zaken die te maken hebben met de kwaliteit van het onderwijs dat wij bieden. Het gaat om een aantal deelaspecten. Uiteraard wordt het onderwijs gemaakt op onze scholen. Zij brengen elk jaar een uitgebreid jaarverslag uit. Wij verwijzen u naar die verslagen om een goed beeld te krijgen van onze scholen. TEVREDENHEID OUDERS EN LEERLINGEN Minimaal eens per twee jaar onderzoeken onze scholen de tevredenheid van ouders en leerlingen 3. De resultaten van de afgelopen twee jaar zijn in onderstaande grafieken weergegeven. De uitkomst is een cijfer op een schaal van 1 tot 10. Grafiek 2aTevredenheid leerlingen in Het Corderius en Corlaer College hebben in 2013 geen onderzoek gehouden en dat jaar ontbreekt daarom in de grafiek. 29
30 Grafiek 2bTevredenheid ouders in Elke school trekt conclusies op basis van de tevredenheidonderzoeken en neemt gericht actie op die gebieden waar verbetering nodig/gewenst is. Dit is ook onderwerp van gesprek in het bilateraal overleg tussen college van bestuur en de schooldirectie. Het college van bestuur is vooralsnog tevreden over de cijfers die ouders en leerlingen toekennen aan onze scholen, gezien onze huidige norm van een cijfer 7. De discussie wordt gevoerd of we onze ambitie niet naar boven zouden moeten bijstellen. TOEZICHT DOOR DE INSPECTIE Onze scholen worden jaarlijks beoordeeld door de inspectie op basis van hun opbrengsten. De inspectie kijkt naar de examenresultaten en het onder- en bovenbouwrendement (de doorstroom van leerlingen). Hieronder is per school de opbrengstenkaart 2014 weergegeven. Deze resultaten worden twee keer per jaar besproken tussen college van bestuur en schooldirectie. Pro Vmbobasikader Vmbo- Vmbo-gl/tl havo vwo Accent v Corderius v v v v v Corlaer v v v Farel v v v Oostwende v Prisma o v o Tabel 5 Overzicht inspectie oordelen 2014 (v= voldoende, o = onvoldoende) 30
31 Het Corderius College, Corlaer College, Farel College en Oostwende College hebben een voldoende voor hun opbrengsten. Deze scholen hebben alle het basisarrangement toebedeeld gekregen door de inspectie. Dit betekent dat er geen aanwijzingen zijn dat er belangrijke tekortkomingen zijn in de kwaliteit van het onderwijs en/of in de naleving van wetgeving. Deze wat negatief overkomende kwalificatie betekent dat deze scholen hun zaken goed op orde hebben. Ook Accent Praktijkonderwijs Amersfoort en Nijkerk doen het goed. Zij voldoen aan de wettelijke eisen gesteld door de inspectie voor deze vorm van onderwijs. Alle leerlingen ontwikkelen zich volgens een individuele leerroute. De leerlingen stellen hun eigen leerroute samen met de mentor door het opstellen van een Individueel Ontwikkelingsplan (IOP). Alle leerlingen hebben een dergelijk IOP. Daarnaast behalen de leerlingen het niveau dat van hen verwacht mag worden. Het Prisma College heeft in 2011 inspectiebezoek gehad naar aanleiding van de tegenvallende resultaten van de gemengde leerweg. De inspectie heeft toen de gemengde leerweg als zwak beoordeeld. De inspectie heeft op 9 oktober jl. opnieuw een onderzoek uitgevoerd, zowel op de gemengde leerweg als de basisberoepsgerichte leerweg. Op basis van dat bezoek heeft de inspectie de conclusie getrokken dat de school op de goede weg is en verbetering zichtbaar is. Hoewel de opbrengsten over de jaren nog onvoldoende zijn, kent de inspectie toch het basisarrangement toe aan de gemengde leerweg. Het achterliggende argument is dat de resultaten van 2014 dusdanig verbeterd zijn dat de verwachting is dat de opbrengstenkaart 2015 voldoende zal zijn. Voor de basisafdeling is het geïntensiveerd toezicht met een jaar verlengd, maar met de verwachting dat het oordeel over 2015 voldoende zal zijn. Overzicht van door de inspectie uitgevoerde onderzoeken in 2014 Corderius College, vmbo-tl, 9 april De inspectie concludeert dat de kwaliteit van het onderwijs op de mavo-afdeling op de onderzochte onderdelen van voldoende niveau is. Het toegekende basisarrangement blijft gehandhaafd. Prisma College, vmbo-basis en gemengde leerweg, 9 oktober Zie ook de tekst hierboven. Oostwende College, 13 november Alle afdelingen krijgen het basisarrangment, omdat de kwaliteit van het onderwijsproces en de kwaliteitszorg van voldoende niveau zijn. Wel geeft de inspectie de waarschuwing af dat het rendement onderbouw onvoldoende is en de examenresultaten van basis en kader onder het landelijk gemiddelde liggen. Urgentiebesef bij docenten is noodzakelijk. 31
32 SLAAGPERCENTAGES In onderstaande tabel zijn de slaagpercentages opgenomen over de jaren School vwo havo Vmbo tl/gl Vmbo-kader Vmbo-basis Corderius Corlaer Farel Oostwende Prisma Landelijk Tabel 6 Slaagpercentages De slaagpercentages van onze scholen vinden wij over het algemeen goed; het streven is een slaagpercentage boven het landelijk gemiddelde. Het Corlaer College laat prima resultaten zien op zowel havo als atheneum. Binnen de vmbo-afdelingen zijn diverse acties ingezet om de resultaten te verbeteren (o.a. handelingsgericht werken, teamvorming en verbetering van het pedagogisch klimaat). Het Corderius College laat goede examenresultaten zien op de mavo en havoafdeling. Deze liggen boven het landelijk gemiddelde. De resultaten van het vwo waren matig. Met bepaalde vakgroepen zijn verbeterplannen opgesteld. Alle afdelingen van het Farel College boeken goede vooruitgang en de resultaten liggen op het landelijke gemiddelde. Het Oostwende College zit qua slaagpercentages op het landelijk gemiddelde. De afdelingen vmbo-basis en kader hebben dit jaar voor het eerst examen gedaan. Het Prisma College heeft de resultaten van de zwakke afdeling gemengde leerweg het afgelopen jaar weten te verbeteren, wederom resulterend in een slaagpercentage van 100%. Het slaagpercentage van de andere afdelingen ligt onder het landelijk gemiddelde. Door het verscherpte toezicht van de inspectie is er veel aandacht voor het sturen op opbrengsten. De verwachting is dat volgend jaar wederom vooruitgang wordt geboekt, gezien de stijgende lijn van de afgelopen jaren. Accent Amersfoort en Nijkerk kennen geen slaagpercentages, maar kijken naar het niveau waarop leerlingen uitstromen. De meeste leerlingen uit Amersfoort zijn uitgestroomd naar ROC niveau 2, gevolgd door ROC niveau 1. In Nijkerk zijn de meeste leerlingen uitgestroomd naar arbeid, gevolgd door arbeid & leren 32
33 (BBL) en ROC niveau 2. Het niveau van uitstroom komt overeen met landelijke cijfers en voldoet aan de gestelde eisen. VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN Vanaf dit jaar gelden nieuwe normen voor de prestatiesubsidies met betrekking tot voortijdig schoolverlaten. Voor de onderbouw is dat 1%, voor vmbo 4% en voor de bovenbouw havo/vwo 0,5%. Onze scholen halen deze normen nu al. De scholen worden geacht maandelijks de resultaten van de DUO rapportage Uitschrijvingen zonder startkwalificatie te controleren. Eind februari zijn de voorlopige VSV-percentages beschikbaar, in oktober de definitieve. Zowel de voorlopige als de definitieve zijn onderwerp van gesprek in het overleg tussen college van bestuur en schooldirectie. School 2012/ / /2011 % aantal % aantal % aantal Corlaer (02DC) 0,3% 4 0,7% 11 0,8% 12 Corderius, Farel, Oostwende, Prisma (14RC) 1,0% 38 1,9% 73 1,3% 49 Gemeente Amersfoort 0,6% 56 1,4% 124 1,4% 117 VO regio Eem en Vallei 0,5% 208 1,2% 480 1,2% 461 Tabel 7 Cijfers voortijdig schoolverlaten Opmerking bij bovenstaande cijfers: in de getallen van 14RC worden ook de leerlingen van het Taalcentrum meegeteld. Dat geeft een vertekend beeld, aangezien dit leerlingen zijn die voor een beperkte periode onderwijs volgen en dan weer doorstromen naar ander onderwijs. ONDERWIJSTIJD De normen voor de onderwijstijd voor het voortgezet onderwijs zijn: 1040 uur voor de onderbouw, 1000 uur voor de bovenbouw en 700 uren voor het examenjaar. Voor het praktijkonderwijs is de norm 1000 uur voor alle leerjaren. Het gaat in alle gevallen om klokuren. De scholen verantwoorden zich over de lesuitval en de gerealiseerde onderwijstijd. Daarnaast wordt verantwoording afgelegd aan de DMR. De scholen van Meerwegen hebben aan de wettelijke normen voor onderwijstijd voldaan. De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs te moderniseren per 1 augustus Er komt een urennorm per opleiding. Hierdoor kunnen scholen de onderwijstijd flexibeler plannen en meer maatwerk bieden aan leerlingen. 33
34 AFHANDELING VAN KLACHTEN Sinds 2009 beschikt de scholengroep over een volledig interne klachtenprocedure. De klachtencommissie bestaat uit de heer J.H. Sybrandy (voorzitter), de heer J. Ruiter, de heer N. van Wageningen en mevrouw S. van Iddekinge (secretaris). In 2014 heeft het bestuur drie klachten ontvangen. Twee klachten betroffen de schorsing van een leerling; de derde klacht betrof de gang van zaken rondom een eindexamen. Alle drie deze klachten zijn in overleg tussen klager, schoolleider en bevoegd gezag opgelost, zonder tussenkomst van de interne klachtencommissie. Tevens zijn bij de Geschillencommissie bijzonder onderwijs vier klachten behandeld. Drie daarvan betroffen het niet toekennen van een LD-functie op basis van het entreerecht. De andere klacht had betrekking op het bevorderingsbeleid. De commissie heeft advies uitgebracht aan het bevoegd gezag. Wat betreft het toekennen van een LD-functie, is Meerwegen in twee gevallen in het ongelijk gesteld. Het bevoegd gezag beraadt zich nog over passende vervolgstappen. De Commissie voor de Rechten van de Mens, voorheen de Commissie Gelijke Behandeling, heeft uitspraak gedaan in een geschil met betrekking tot het toekennen van vakantieverlof aan een parttime medewerker. Hierbij is de medewerker in het gelijk gesteld. De betrokkene zal worden gecompenseerd. Er is ook een klachtenregeling specifiek voor benoemingen in het kader van de functiemix. Deze regeling is afgestemd met de personele geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) en maakt deel uit van het proces dat op de scholen wordt gevolgd bij nieuwe benoemingen. De Meerwegen scholengroep heeft samen met een aantal schoolbesturen uit de regio een klokkenluidersregeling opgesteld waardoor personen die met de school verbonden zijn de mogelijkheid hebben om melding te doen wanneer zij kennis hebben van misstanden binnen de organisatie die het algemeen maatschappelijk belang schaden en het individuele belang van de persoon in kwestie overstijgen. SAMENWERKING Op het niveau van de scholengroep vindt samenwerking plaats in diverse verbanden en projecten, waaronder: Deelname in de samenwerkingsverbanden Eemland en Noordwest Veluwe in het kader van passend onderwijs; VO-kamer waarin alle besturen voor voortgezet onderwijs in Amersfoort deelnemen en samenwerken aan beter onderwijs in Amersfoort en omgeving; 34
35 Het havo project, waarbij VO-scholen samenwerken met hbo instellingen om de doorlopende leerlijn voor havo leerlingen te verbeteren en competenties aan te leren die in het hbo noodzakelijk zijn; Aanpak voortijdig schoolverlaten Eemland Aanpak VSV Eemland: een samenwerkingsprogramma van VO, MBO en gemeenten in de regio Eemland om het aantal leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie te verminderen; Meerwegen opleidingsschool waarbij alle scholen van Meerwegen samenwerken met Hogeschool Utrecht, Windesheim Zwolle en de Vrije Universiteit inzake het in de praktijk opleiden van aankomend docenten. 35
36 7 KERNCIJFERS MEDEWERKERS In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ontwikkelingen op Meerwegenniveau beschreven in het afgelopen jaar. Daarnaast wordt inzicht gegeven in een aantal belangrijke kerncijfers op personeelsgebied, zoals ziekteverzuim en het aantal medewerkers. ONTWIKKELINGEN Cao-VO / Onderhandelaarsakkoord Medio april 2014 werd het Onderhandelaarsakkoord bekend, waarin afspraken zijn gemaakt over de nieuwe cao-vo. Deze cao is ingegaan op 1 augustus 2014 en heeft een looptijd van een jaar. Met name op het gebied van levensfasebewust personeelsbeleid (afschaffing Bapo, trekkingsrecht en leeftijdsdagen en invoering van een persoonlijk budget), het entreerecht en professionalisering heeft dit veel stof doen opwaaien. Vooral de organiseerbaarheid, maar ook de betaalbaarheid van de nieuwe regels heeft tot onrust en frustratie binnen de schoolorganisaties geleid. Levensfasebewust personeelsbeleid Al geruime tijd stond de Baporegeling onder druk. In de nieuwe cao is deze regeling afgeschaft en vervangen door een versoberde regeling voor senioren en een persoonlijk budget van 50 klokuren voor alle medewerkers in de sector VO. Meerwegen heeft inmiddels kaders opgesteld ten aanzien van de inzet van deze uren, zodat de organiseerbaarheid in de school gewaarborgd is. Deze kaders zijn met de PGMR overeen gekomen. Entreerecht In de cao-vo 2014/2015 is het entreerecht een feit. Dat betekent dat eerstegraads bevoegde docenten die in de structurele formatie meer dan 50% van de lessen in de bovenbouw geven, aanspraak kunnen maken op een LD-functie. In de praktijk heeft dit geleid tot meer sturing in de verdeling van de lessen en tot doorkruising van het bestaande promotiebeleid. Bij alle LD-benoemingen die zijn uitgebracht, heeft 36
37 Meerwegen de kwaliteiten en ervaring van de individuele docent mee laten wegen. Voor sommige docenten was de uitkomst zo teleurstellend dat zij bezwaar hebben gemaakt bij de Landelijke Klachtencommissie (zie ook de paragraaf Afhandeling klachten in hoofdstuk 6). Professionalisering In de nieuwe cao zijn afspraken gemaakt over het aantal klokuren per jaar dat elke medewerker moet besteden aan professionalisering. Ook is gesteld dat 10% van de lumpsum bekostiging aan professionalisering moet worden besteed. Omdat Meerwegen heeft gekozen voor een vrij taakbeleid, worden deze afspraken op schoolniveau verder ingevuld. Functiemix Op het gebied van de functiemix is in april 2014 door het ministerie van OC&W een rekentool beschikbaar gesteld om op BRIN-nummerniveau te kunnen bepalen of de in 2008 vastgestelde doelmix betaalbaar was op basis van de bekostiging. Voor de vier BRIN-nummers is de rekentool gebruikt, met als uitkomst dat voor drie BRINnummers de bekostiging bij de te realiseren doelmix achterbleef. Met de medezeggenschapsorganen zijn afspraken gemaakt over een bijgestelde doelmix. Deze bijgestelde doelmix is per 1 oktober 2014 behaald. KERNCIJFERS Personele bezetting De omvang van het totale personeelsbestand is zowel in aantal mensen als in aantal fte licht gegroeid. Ultimo 2014 waren er 749 mensen in dienst (in 2013: 734). Er is sprake van een evenwichtige opbouw qua leeftijd en qua geslacht. De gemiddelde leeftijd is 44,3 jaar (in 2013: 44,9) Het verloopcijfer over 2014 is 7,88%. Het verloopcijfer wordt berekend door het aantal medewerkers dat uit dienst is getreden in het verslagjaar te delen door het totaal aantal medewerkers per ultimo van het verslagjaar. De gemiddelde diensttijd is 9,25 jaar (in 2013: 10,16). In 2014 zijn drie medewerkers op basis van een vaststellingsovereenkomst uit dienst gegaan. Het totale bedrag dat aan ontslagvergoedingen is toegezegd, bedraagt ,-. In dienst Aantal FTE Full-timers Part-timers Mannen , Vrouwen , Totalen , Tabel 8 aantal medewerkers in dienst, peildatum 31 dec
38 Aantal FTE Mannen Vrouwen Directie 22, LB 166, LC 169, LD 86, OOP 136, Vervanging 10,1 8 9 Totalen 591, Tabel 9 aantal medewerkers onderverdeeld naar functiecategorie, peildatum 31 dec Grafiek 3 aantal medewerkers onderverdeeld naar leeftijdscategorie, peildatum 31 dec Ziekteverzuimcijfers Verzuimpercentage Meldingsfrequentie Gem. verzuimduur in dagen Accent Amersfoort 6,24% 0,88 15,14 Accent Nijkerk 5,34% 0,74 16,80 Corderius College 5,48% 0,98 14,80 Corlaer College 3,73% 0,95 10,53 Farel College 3,62% 0,74 12,06 Oostwende College 3,99% 1,09 9,28 Prisma College 7,31% 0,97 20,81 Stafbureau 17,09% 0,60 83,54 Centraal 1,44% 0,64 4,42 Totaal Meerwegen 5,09% 0,93 14,54 Tabel 10 verzuimcijfers over
39 8 FINANCIELE SITUATIE In dit hoofdstuk staan alle bedragen in duizenden euro s, tenzij anders aangegeven. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de jaarrekening van de stichting die is opgenomen in hoofdstuk 13 van dit jaarverslag. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op het gerealiseerde resultaat over 2014 van de stichting, de ontwikkeling van het eigen vermogen waaronder de bestemmingsreserves en de ontwikkeling van de financiële kengetallen met betrekking tot de solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit van Meerwegen. ANALYSE RESULTAAT Algemeen Voor de beoordeling van het gerealiseerde exploitatieresultaat over 2014 van 1,9 miljoen negatief zijn de hierna genoemde besluiten door het college van bestuur op het gevoerde financiële beleid van wezenlijk belang. Besluit inzet aanvullende subsidie 2013 ten behoeve van kwaliteitsimpulsen Eind 2013 heeft OCW aanvullende subsidie toegekend van ca. 1,3 miljoen. Dit bedrag moest verwerkt worden in het exploitatieresultaat over Na het vaststellen van de begroting over 2014 heeft het college van bestuur besloten om deze aanvullende subsidie te besteden aan kwaliteitsimpulsen in het onderwijs in de jaren 2014 en De scholen hebben in 2014 in totaal ca. 0,7 miljoen besteed en dit bedrag is verwerkt in het exploitatieresultaat over dit boekjaar. Besluit inzet verkregen subsidie jonge docenten 2013 Eveneens in 2013 is een subsidie ontvangen voor het stimuleren van in dienst nemen en houden van jonge docenten voor 0,4 miljoen. Ook dit bedrag is verwerkt in het exploitatieresultaat over 2013 en in 2014 na de vaststelling van de begroting door het College van Bestuur ter beschikking gesteld. Dit bedrag is in 2014 besteed en verwerkt in het exploitatieresultaat over
40 Het totale effect van deze besluiten en de inzet van deze middelen door de scholen op het exploitatieresultaat over 2014 is ca. 1,1 miljoen. Rekening houdend met dit bedrag is de overschrijding ten opzichte van de vastgestelde begroting ca. 0,1 miljoen. Gerealiseerd resultaat 2014 ten opzichte van 2013 Het gerealiseerde resultaat over 2014 bedraagt 1878 negatief en kan als volgt worden weergegeven: Realisatie Realisatie 2014 vs Baten Realisatie 2014 Begroting 2014 Realisatie t.o.v Begroting Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en -subsidies College-, cursus-, les- en examengelden 3.4 Baten werk i.o.v. derden 3.5 Overige baten Totaal baten Lasten 4.1 Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten Overige baten en lasten 5 Financiële baten en lasten 58 # Belastingen 7 Resultaat deelnemingen 8 Aandeel derden in resultaat Exploitatieresultaat Tabel 11 gerealiseerd resultaat 2014 Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het gerealiseerde resultaat over 2014 lager is ten opzichte van 2013 en ten opzichte van het begrote resultaat over Het verschil tussen het resultaat van 2014 en 2013 voor in totaal is voornamelijk veroorzaakt door enerzijds een toename van de Rijksbijdragen (effect 543) en anderzijds de stijging van de personeelslasten (effect 2.000). De Rijksbijdragen zijn voornamelijk toegenomen door enerzijds een stijging van de lumpsum voor personeel en materieel in verband met een toename van het aantal leerlingen met 249 (effect 2.200) en anderzijds door de daling van de incidentele baten die in 2013 zijn uitgekeerd in het kader van het zogenaamde Herfstakkoord (effect ). De personeelslasten zijn gestegen door hogere lonen en salarissen (effect 1.562) en overige personele lasten (effect 433). De stijging van de lonen en salarissen is voornamelijk veroorzaakt door hogere brutosalarissen van ca en hogere sociale lasten van ca De stijging van de brutosalarissen is voornamelijk veroorzaakt door een gemiddelde 40
41 stijging van de salarissen ten opzichte van 2013 met ca.1,5% (effect 430), een stijging van het aantal fte van 575 in 2013 naar 586 in 2014 (effect 480) en het doorvoeren van de functiemix en entreerecht (effect 280). De sociale lasten zijn hoger ten opzichte van 2013 enerzijds als gevolg van de stijging de premiegrondslag door stijging van de lonen (ca. 180) en anderzijds doordat in 2013 een incidentele bate is verwerkt in de sociale lasten als gevolg van een teruggave van de Belastingdienst met betrekking tot de WIA/WGA over het eerste halfjaar 2013 (ca. 160). Het verloop van het gemiddeld aantal medewerkers en het aantal leerlingen in relatie tot de ontwikkeling van de personeelslasten kan als volgt worden weergegeven: Gemiddeld aantal medewerkers in fte Gemiddeld aantal medewerkers in fte (OP) Gemiddeld aantal medewerkers in fte (OOP incl. directie) Aantal leerlingen Lonen en salarissen (in x 1000) Aantal leerlingen/aantal fte (OP) 14,23 13,92 Lonen en salarissen/fte (in x 1000) 51,5 50,4 Tabel 12 personeelslasten Het aantal leerlingen is met bijna 250 gestegen en het gemiddeld aantal medewerkers OP is gestegen met 8 fte. De ratio leerlingen in relatie tot het aantal medewerkers OP is hierdoor licht gestegen van 13,9 naar 14,2. Het totale gemiddelde loon is gestegen van per fte naar per fte. Dit is een stijging van ca. 2,2% ten opzichte van 2013 (de stijging in 2013 ten opzichte van 2012 bedroeg 1%). Deze stijging is met name veroorzaakt door de jaarlijkse periodieken, de stijging per 1 augustus jl. van 1,2% in verband met de nieuwe cao afspraken (effect voor 2014 is 0,5%) en het doorvoeren van de functiemix en het entreerecht. De stijging van de overige personele lasten is voornamelijk veroorzaakt door enerzijds de stijging van de uitkeringskosten (effect ca. 120), reservering voor toekenning van het persoonlijke budget in het kader van de nieuwe cao (effect ca. 160), hogere lasten in verband met uitbesteding van onderwijs aan derden met name in het praktijkonderwijs (totaal effect ca. 120), hogere lasten door inhuur van extern personeel (effect ca. 80) en hogere lasten in verband met een afkoopsom voor de eigen risico verzekering voor WGA/ZW (effect ca. 80) en anderzijds door een daling van de frictiekosten (effect ca. 120). De stijging van de afschrijvingskosten is voornamelijk veroorzaakt door de uitgevoerde verbouwingen bij Corlaer (tweede halfjaar 2013) en in 2014 bij Corderius, Farel en Corlaer (effect 120). 41
42 De stijging van de huisvestingslasten is voornamelijk veroorzaakt door hogere huurlasten (effect ca. 90). Deze stijging is voornamelijk het gevolg van het huren van portacabins door Corlaer in verband met de stijging van het aantal leerlingen en de overbrugging van de periode tot de verbouwing wordt gerealiseerd en de huur van de wagenwerkplaats door Prisma. De stijging van de overige lasten is voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de kosten voor leermiddelen en leerlingactiviteiten in verband met de stijging van het aantal leerlingen met ca. 250 (effect 260). Gerealiseerd resultaat 2014 ten opzichte van de begroting De analyse op hoofdlijnen is hiervoor opgenomen in dit hoofdstuk onder de paragraaf Algemeen. Hierna wordt een analyse per post weergegeven. Het gerealiseerde resultaat is ca lager dan begroot. Dit is voornamelijk veroorzaakt door enerzijds hogere overige baten (effect 492) en anderzijds door lagere rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen (effect - 349), hogere personeelslasten (effect 1.031), en hogere overige lasten (effect 211). De hogere overige baten zijn voornamelijk veroorzaakt door niet begrote baten voor vergoedingen voor leerlingen die na zijn ingestroomd bij Prisma en Accent (effect ca. 80), niet begrote baten in verband met een het project Knelpuntenregio bij Corlaer (effect ca. 80) en hogere baten voor doorbelastingen personeel (effect ca. 60) en hogere baten in verband met incidentele subsidies en afrekening over voorgaande jaren die niet waren begroot (effect 90). De lagere rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen zijn voornamelijk veroorzaakt door de aanpassing van de bekostigingssystematiek voor LWOO en Pro-leerlingen na het opstellen van de begroting (effect - 110), foutief toegepaste formules bij het opstellen van de begroting (effect - 130) en afwijkingen van het aantal leerlingen tussen begroting en werkelijk (effect - 100). De hogere lasten voor personeel ad zijn voornamelijk veroorzaakt door hogere uitkeringskosten (effect: 240), hogere lasten in verband met extern personeel met name bij Corlaer (totaal effect 180) en hogere lasten voor lonen en salarissen (effect 620) i.v.m.: inzet van extra formatie (tijdelijk) voor de vermindering van de werkdruk binnen Accent Nijkerk (effect 100); te laag begrote lasten voor het doorvoeren van de functiemix en het entreerecht bij Corderius en Corlaer (effect 110); lagere lasten voor lonen en salarissen dan begroot bij Farel (effect - 120) door o.a. besparingen in taakbeleid; 42
43 niet begrote sociale lasten en pensioenlasten over vakantietoeslag en eindejaarsuitkering bij Corlaer (effect 100); te laag begrote lasten in verband met uitbreiding van de formatie bij Corlaer (effect 210); niet begrote lasten voor collectieve loonsverhoging cao bij Corlaer (effect 50); niet begrote lasten in verband met incidentele vergoedingen en later vertrek door directielid dan gepland bij Corlaer (effect tezamen van 90). De niet of te laag begrote lasten zijn besproken met de desbetreffende schooldirecties en zullen waar nodig worden verwerkt in de prognose over De hogere overige lasten ad 211 zijn voornamelijk veroorzaakt door enerzijds hogere lasten voor: ICT voornamelijk bij staf/centraal door hogere lasten voor hulpmiddelen informatievoorziening (totaal effect 100); niet gedekte uitgaven voor leermiddelen met name bij Prisma en Corlaer (totaal effect 100); niet gedekte uitgaven in verband met leerlingactiviteiten bij diverse scholen (effect 100); niet gedekte uitgaven voor reizen en excursies bij alle scholen (totaal effect 180). Anderzijds zijn de lasten voor innovatie ten onrechte als last opgenomen in de begroting van staf/centraal (effect - 280). Deze lasten zijn niet doorberekend aan de scholen, maar zijn als lasten in de exploitatie van de scholen opgenomen. ONTWIKKELING FINANCIELE POSITIE De commissie Don is van mening dat bij het beoordelen van de financiële positie van onderwijsinstellingen twee aspecten centraal moeten staan: a. wat is de totale kapitaalbehoefte van de instelling? De wijze waarop de totale kapitaalbehoefte wordt gefinancierd (met eigen vermogen of vreemd vermogen) is een financieringsafweging die secundair is. Voor deze verantwoordelijkheden van een onderwijsinstelling gebruikt de commissie het begrip vermogensbeheer; b. wat is de capaciteit van de instelling om tegenvallers op korte of middellange termijn op te vangen? Voor deze verantwoordelijkheden gebruikt de commissie het begrip budgetbeheer. De commissie hanteert voor de beoordeling van een gezond financieel beleid een aantal signaleringsgrenzen als beoordelingskader. Deze signaleringsgrenzen bestaan uit de volgende kengetallen voor het vermogensbeheer de kapitalisatiefactor en de solvabiliteit en voor het budgetbeheer zijn dit de liquiditeit en rentabiliteit. 43
44 Kapitalisatiefactor De kapitalisatiefactor is gedefinieerd als het totaal kapitaal gedeeld door de totale baten (TK/TB). Dit kengetal dient om te signaleren of onderwijsinstellingen misschien een deel van hun kapitaal niet of inefficiënt benutten voor de vervulling van hun taken. Als instellingen meer kapitaal hebben dan past bij de jaarlijkse baten, wordt een deel van dat kapitaal kennelijk niet efficiënt benut: men zou immers dezelfde diensten moeten kunnen leveren met minder kapitaal. Voor schoolbesturen in het voortgezet onderwijs die geen gebouwen en terreinen op hun balans hebben, adviseert de commissie een bovengrens aan de kapitalisatiefactor van 35% voor grote instellingen. Solvabiliteit Met het oog op de kredietwaardigheid van een onderwijsinstelling is het wenselijk dat het eigen vermogen toereikend is om de normale financiële risico s op te vangen zonder dat direct extra kosten ontstaan voor kredietopslagen, toezicht en monitoring door kapitaalverschaffers. Voor het beoordelen van de solvabiliteit wordt de verhouding in het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen als uitgangspunt gehanteerd. De commissie stelt voor alle onderwijssectoren een solvabiliteit van 0,2 als ondergrens. Liquiditeit Voor het beoordelen van de liquiditeit hanteert de commissie de current ratio. Dit kengetal geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen (kortlopende schulden) uit de vlottende activa kunnen worden betaald (vlottende activa/kortlopende schulden). De commissie stelt voor alle onderwijssectoren een current ratio een ondergrens van 0,5 en een bovengrens van 1,5 als norm. Rentabiliteit Voor het beoordelen van de rentabiliteit hanteert de commissie de verhouding tussen het exploitatieresultaat en de totale baten. De commissie stelt voor alle onderwijssectoren een ondergrens voor de rentabiliteit van 0% en een bovengrens van 5%. Het totaaloverzicht van deze signaleringsgrenzen voor de stichting kan als volgt worden weergegeven: 44
45 Begrip Don Inspectie S Solvabiliteit 40,2% 44,9% 41,9% 43,5% 45,2% S>20% K Kapitalisatiefactor 30,1% 34,5% 38,2% 34,2% 38,5% K>35% L Liquiditeit 1,0 1,2 1,2 1,0 0,9 0,6<L<1,2 R Rentabiliteit -3,7% 0,7% 1,3% -2,5% -4,7% R>0 W Weerstandsvermogen 15,8% 19,5% 19,5% 19,3% 22,8% 10%<W<40% Tabel 13a ratio s commissie Don en inspectie Begrip Solvabiliteit Kapitalisatiefactor Liquiditeit Rentabiliteit Weerstandsvermogen Definitie Eigen vermogen/balanstotaal (Balanstotaal-gebouwen)/totale baten Vlottende activa/kortlopende schulden Resultaat/totale baten Eigen vermogen/totale baten Tabel 13b definitie per ratio Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat alle kengetallen zijn gedaald ten opzichte van 2013 als gevolg van het gerealiseerde negatieve resultaat over Met uitzondering van de rentabiliteit liggen alle kengetallen binnen de gestelde externe normen. Op basis van de huidige meerjarenraming , die door twee scholen nog is opgesteld bij ongewijzigd beleid, blijken in die periode nog negatieve resultaten te ontstaan. In 2015 zullen de scholen deze meerjarenraming verder verfijnen in een beleidsrijke meerjarenbegroting voor de periode Dit moet leiden tot maatregelen waarbij het primaire onderwijsproces toekomstbestendig is en het gewenste weerstandsvermogen en de liquiditeiten op peil blijven. In 2014 is het Treasurystatuut van Meerwegen vastgesteld door het college van bestuur. Uit dit statuut blijkt o.a. beschikbare middelen, ongeacht het feit of deze zijn verkregen vanuit overheidsmiddelen of uit andere bron, risicomijdend worden belegd. Tevens zijn in het statuut afspraken vastgelegd over de beheersing van rentekosten en risico s en financierings- en beleggingsvraagstukken. In 2014 is geen sprake geweest van het beleggen van beschikbare middelen. 45
46 9 9 CONTINUITEITS- PARAGRAAF In dit hoofdstuk is de verplichte continuïteitsparagraaf opgenomen op grond van artikel 4 lid 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In dit hoofdstuk zijn de gevraagde gegevens op basis van de bijlage 3 bij het hiervoor genoemde artikel weergegeven. Het betreft de personele bezetting in FTE, leerlingaantallen, de meerjarenbegroting (balans en exploitatierekening) inclusief een toelichting, de rapportage over de aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersingssysteem, een beschrijving van de belangrijkste risico s en onzekerheden en tot slot een rapportage van het toezichthoudende orgaan. INTERNE ONTWIKKELINGEN Personele bezetting in FTE De verwachte personele bezetting in FTE over de periode 2015 tot en met 2018 kan als volgt worden weergegeven: Tabel 14a ontwikkeling FTE (prognose) 46
47 Om meer inzicht te krijgen in het verwachte verloop van de personele bezetting voor de onderwijsactiviteiten is het aantal leerlingen hieronder weergegeven in relatie tot het aantal fte onderwijzend personeel. Dit kan als volgt worden weergegeven: Tabel 14b ontwikkeling leerlingaantal (prognose) Hieruit blijkt dat het aantal leerlingen per fte onderwijzend personeel naar verwachting zal toenemen. Deze ontwikkeling zal naar verwachting met name plaatsvinden in het VMBO onderwijs. Leerlingaantallen Het verwachte verloop van de leerlingaantallen over de periode 2014 tot en met 2018 kan als volgt worden weergegeven: 2014 (realisatie) Accent Corlaer Corderius Farel en Oostwende Prisma Totaal Tabel 15 ontwikkeling leerlingaantal (prognose) Door de stichting van de wijken Vathorst in Amersfoort en Corlaer in Nijkerk groeit voorlopig het leerlingaantal in Amersfoort e.o. Door de economische ontwikkelingen groeit het leerling aantal wel minder sterk dan een aantal jaren geleden verwacht. Verder zal vanaf 2019 ook het leerlingaantal in Amersfoort zuid en Leusden naar verwachting krimpen. De groei bij het Prisma in 2015 is voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal aanmeldingen binnen het Taalcentrum. Dit komt door een toename van de instroom van het aantal asielzoekers in het AZC Zeist. De groei van de leerlingenaantallen noopt ons tot interne voorfinanciering. Deze wordt voor de jaren 2015 tot en met 2018 begroot op ca in totaal en heeft voornamelijk betrekking op Corlaer. 47
48 Groei leidt tot een huisvestingsbehoefte die soms wel en soms niet bij een gemeente kan worden gedeclareerd. Verder leidt groei veelal direct tot vacatures (Corlaer) of tot minder inkrimping van personeel (Prisma). MEERJARENBEGROTING Balans De meerjaren balans over 2015 tot en met 2018 kan als volgt worden weergegeven: Tabel 16 meerjarenbalans Bij het opstellen van deze begroting voor de jaren 2016 tot en met 2017 zijn de investeringen en de afschrijvingen gelijk verondersteld. De scholen zullen in 2015 de investeringen over de periode meer specifiek moeten maken mede in het kader van de ontwikkeling van de liquiditeit en de huidige verwachte resultaten over begrotingsperiode. Financieringsstructuur De bezittingen van de Stichting worden grotendeels gefinancierd door eigen vermogen. Wel zal in de begrotingsperiode naar verwachting een ontwikkeling worden ingezet dat verschaffers van kort vreemd vermogen een deel van de bezittingen zullen meefinancieren. Het bestuur streeft ernaar om maatregelen te treffen om deze situatie te voorkomen door te sturen op een liquiditeitsratio van tenminste 1,0. Onder het Eigen Vermogen zijn bestemmingsreserves opgenomen voor het geval het sociaal statuut in werking treedt ( 2.620), voor het bekostigen van bouwprojecten uit eigen middelen ( 1.039) en voor het nakomen van oude spaarbapo verplichtingen ( 339). 48
49 Voor het beoordelen van de solvabiliteit wordt de verhouding in het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen als uitgangspunt gehanteerd. De commissie Don stelt voor alle onderwijssectoren een solvabiliteit van 0,2 als ondergrens. Deze wordt naar verwachting in de periode ruimschoots gehaald. Voor het beoordelen van de liquiditeit wordt de current ratio gehanteerd. Dit kengetal geeft de mate aan waarin de verschaffers van kort vreemd vermogen (kortlopende schulden) uit de vlottende activa kunnen worden betaald (vlottende activa/kortlopende schulden). Het ministerie van OCW stelt een ondergrens van 0,75 als norm. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat deze norm vanaf 2016 niet meer zal worden gehaald op basis van de huidige uitgangspunten. Bij het begrotingsproces 2016 zal daarom nadrukkelijker dan in voorgaande jaren worden gestuurd op de verwachte kasstromen. Toekomstige huisvesting Op het gebied van de huisvesting in de toekomst bestaan er op dit moment concrete plannen voor uitbreiding bij het Corlaer College en Accent Nijkerk. Verder zullen naar verwachting aanpassingen gedaan moeten worden op het Farel College aan de Paladijnenweg om de ingezette onderwijsvernieuwing te ondersteunen en wordt onderzocht hoe de huisvesting voor de toekomstige voorgenomen samenwerking tussen het Prisma College en het Vakcollege Amersfoort vorm zal krijgen. Exploitatierekening De meerjaren-exploitatierekening over 2015 tot en met 2018 kan als volgt worden weergegeven: A) Op stichting niveau: Tabel 17 meerjaren-exploitatierekening
50 Het begrote tekort over 2016 ligt in lijn met het tekort in In 2016 is wel een aanzienlijke stijging van de Rijksbijdragen voor ca. 1,1 miljoen begroot, welke grotendeels zal worden ingezet in de personele formatie voor ca. 0,8 miljoen. Deze stijging van de baten wordt veroorzaakt door de verwachte stijging van het aantal leerlingen van 6235 in 2015 naar 6392 in Voor de toename van het aantal leerlingen zal per saldo een formatie uitbreiding plaatsvinden van 6 FTE, waardoor de personeelslasten ook zullen toenemen. Het begrote tekort over 2017 is naar verwachting ca. 0,3 miljoen lager dan het tekort in Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door enerzijds hogere begrote Rijksbijdragen voor ca. 0,7 miljoen door stijging van het aantal leerlingen van 6392 naar 6507 en anderzijds door hogere begrote personeelslasten voor ca. 0,4 miljoen als gevolg van stijging van loonstijgingen, periodieken e.d. De formatie blijft ondanks het stijgen van het aantal leerlingen op het niveau van Het begrote tekort over 2018 ligt naar verwachting ca. 0,2 miljoen hoger dan het tekort in Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door enerzijds hogere begrote Rijksbijdragen van ca. 0,4 miljoen door een lichte stijging van het aantal leerlingen en anderzijds door hogere begrote personeelslasten van ca. 0,6 miljoen. B) Op schoolniveau: Tabel 18 meerjarenbegroting op schoolniveau In de kaderbrief voor de meerjarenbegroting is het volgende opgenomen: Uitgangspunt bij het opstellen van de meerjarenbegroting is dat deze begroting vanaf 2017 op nul of positief te eindigt. Dit betekent dat het mogelijk is dat een schooldirectie in het kader van een goede meerjarenplanning en begroting tijdelijk tekorten of overschotten creëert om te kunnen voldoen aan de meerjarendoelstelling. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat Corderius, Corlaer en Accent niet voldoen aan de eis dat de begroting vanaf 2017 op nul of positief eindigt. 50
51 Toch is het college van bestuur in november 2014 akkoord gegaan met de ingediende begrotingen om de volgende redenen: Corderius: naar verwachting bestaat per een positief saldo van in het verleden opgebouwde overschotten bij deze school van ca Het totaal van de verwachte tekorten over bedraagt ca en valt hiermee binnen het opgebouwde overschot dat door de schooldirectie kan worden gebruikt om de tekorten te dekken. Corlaer: het aantal leerlingen zal bij deze school naar verwachting sterk groeien in de periode Door de financieringsstructuur van OCW, waarbij de stijging van het aantal leerlingen in een boekjaar in het volgende boekjaar worden vergoed, ontstaan negatieve resultaten in de exploitatie van de school. De lasten voor het onderwijs (formatie en leermiddelen) worden gemaakt in het boekjaar van de stijging, maar de baten volgen in het volgende boekjaar. In opdracht van het College van Bestuur wordt door het Corlaer een vernieuwend onderwijsconcept gehanteerd. Daarbij wordt als gevolg geaccepteerd dat er een (in beperkte mate) grotere personele inzet nodig is. Deze onderwijsontwikkeling wordt aanvullend gefinancierd door de Stichting in de vorm van impulsgelden Accent: het totaal van de verwachte tekorten over bedraagt ca. 0,9 miljoen. Het saldo van de overschotten per bedraagt ca. 0,8 miljoen. Dit overschot dekt nagenoeg de te verwachten tekorten. Verder zal de meerjarenbegroting door de schooldirectie nog meer beleidsrijk worden gemaakt voor de periode , zodat de exploitatieresultaten vanaf 2017 weer nul of positief zullen zijn. RISICOMANAGEMENT Intern risicobeheersingssysteem In het laatste kwartaal van 2014 is besloten om de risico s vast te leggen en hierna te monitoren met behulp van het AON risk register. Dit is een digitale tool om de risico s per school te monitoren. In 2015 zullen de risico s met de schooldirecties met behulp van de rapportages uit deze tool worden besproken en geactualiseerd met als doel op het risicobewustzijn verder te verhogen en de uitkomsten van de risicoanalyse te koppelen aan het benodigde weerstandsvermogen om de risico s te kunnen dekken. Voor de meerjarenbegroting is vooralsnog uitgegaan van het in stand houden van het weerstandsvermogen zoals is vastgesteld bij de begroting over 2014, omdat risico s niet significant zijn gewijzigd. Dit weerstandsvermogen wordt voor de bepaling van het vrij besteedbare vermogen in mindering gebracht op het eigen vermogen. Het vrij besteedbare vermogen is hierdoor het saldo van het eigen vermogen minus de bestemmingsreserves en mi- 51
52 nus het weerstandsvermogen. Het vrij besteedbare vermogen zal zoveel mogelijk worden ingezet in het onderwijsproces. Belangrijkste risico s en onzekerheden Hierna worden de belangrijkste risico s en onzekerheden met een financiële implicatie voor de meerjarenbegroting weergegeven. Bekostiging De altijd aanwezige onzekerheid over de overheidsbekostiging blijft helaas een belangrijk gegeven. Dat leidt tot onzekerheden in onze meest substantiële inkomstenbron. De bekostiging kan naar beneden worden bijgesteld door bezuinigingen door de overheid en aanpassingen van de regelgeving door OCW. Ontwikkeling leerlingaantallen De groei van de leerlingenaantallen leidt op basis van het huidige financiële beleid tot interne voorfinanciering. Deze wordt voor de jaren 2015 tot en met 2018 begroot op ca in totaal en heeft voornamelijk betrekking op Corlaer. Groei leidt tot een huisvestingsbehoefte die soms wel en soms niet bij een gemeente kan worden gedeclareerd. Verder leidt groei veelal direct tot vacatures (Corlaer) of tot minder inkrimping van personeel (Prisma). Financiering De liquiditeitsratio daalt naar verwachting van 1,0 in 2014 naar 0,7 in 2018, waardoor de minimumgrens van het ministerie van OCW van 0,75 wordt bereikt. Tot op heden zijn veel bouwprojecten gefinancierd met eigen middelen en zijn ook veel eigen middelen ingezet voor de voorfinanciering van de leerlingengroei en innovatief onderwijs. Voor de jaren bestaan opnieuw plannen bij een aantal scholen om te investeren in gebouwen. Het proces van investeringen zal nauwlettend worden gevolgd door het CvB. Verder zal voor de periode een duidelijk kader worden afgegeven voor uitgaven voor investeringen en groot onderhoud aan gebouwen om de beheersing van de liquiditeiten te verscherpen. Op dit moment zijn nog niet van alle scholen de (meerjaren)investeringsbegrotingen over de periode ontvangen. De grootste investeringen hebben betrekking op de verbouwing en uitbreiding bij het Corlaer en Accent Nijkerk, plannen voor verbouwing van het Farel College aan de Paladijnenweg en de samenwerking tussen Prisma en het Vakcollege. Tevens zijn ook investeringen nodig voor de aanpassing in het examenprogramma van het vmbo en in ict. Deze plannen zullen op korte termijn moeten leiden tot investeringsaanvragen van de scholen, die vervolgens worden getoetst aan de liquiditeitsbegroting. 52
53 10 ONDERTEKENING Amersfoort, 20 april 2015 drs. R. van der Horst voorzitter college van bestuur drs. J.V. Ruiter plv. voorzitter college van bestuur 53
54 11 BIJLAGEN BIJLAGE 1: NEVENFUNCTIES LEDEN RAAD VAN TOEZICHT Mevrouw drs. A.J. van Vliet Eppinga Rol/aandachtsgebied voorzitter Beroep voorzitter raad van bestuur Vilente Geboortejaar 1964 Nevenfuncties lid raad van toezicht Bureau Jeugdzorg Noord Holland lid raad van toezicht Julia stichting lid raad van advies BOB De heer J. Huisman Rol/aandachtsgebied vice-voorzitter en secretaris Beroep gepensioneerd Geboortejaar 1941 Nevenfuncties voorzitter NIVOZ voorzitter platform Praktijkonderwijs voorzitter PRO-talents adviseur adaptieve toetsen CITO De heer J.S. Duijnhouwer Rol/aandachtsgebied lid, op voordracht GMR Beroep gepensioneerd Geboortejaar 1943 Nevenfuncties gemeenteraadslid Nijkerk fractievoorzitter PROgressief 21 Nijkerk 54
55 De heer dr. R. Erwich Rol/aandachtsgebied lid, aandachtsgebied identiteit Beroep lector/uhd theologie Geboortejaar 1964 Nevenfuncties Geen. De heer A.G. Lengkeek Rol/aandachtsgebied lid, aandachtsgebied financiën Beroep general banker Rabobank Amersfoort en omstreken en directeur Stichting Citymarketing Regio Amersfoort Geboortejaar 1967 Nevenfuncties voorzitter Kenniscentrum Duurzaam Bouwen bestuurslid cöoperatieve vereniging Eemsnoer secretaris Financieel Café Midden Nederland vice-voorzitter Matchpoint Betrokken Ondernemen vice-voorzitter Amersfoortsch Golfgenootschap voorzitter Vrijheeren van Hemus De heer drs. B.P. Hidding Rol/aandachtsgebied lid, aandachtsgebied financiën Beroep adviseur & interim bestuurder/eigenaar Etiam consultancy Geboortejaar 1963 Nevenfuncties bestuurslid Stichting Administratiekantoor OIM Nederland, Assen lid adviescommissie sociaal plan Stichting de Noorderbrug, Groningen lid raad van toezicht Christelijke Hogeschool, Ede voorzitter raad van commissarissen Stichting Cedin, Drachten lid raad van toezicht GGNet, Apeldoorn lid raad van toezicht Stichting Stimenz, Apeldoorn lid raad van toezicht Stichting Red een Kind, Zwolle 55
56 BIJLAGE 2: BESTUURSOVERSTIJGENDE TAKEN CVB De heer drs. R. van der Horst Rol/aandachtsgebied voorzitter college van bestuur Geboortejaar 1950 Taken/nevenfuncties voorzitter VO-kamer Amersfoort (tot 1 jan. 2015) voorzitter coördinatiegroep VSV (voortijdig schoolverlaten). voorzitter ROVE (regionaal overleg vsv Eemland). gedeeld voorzitterschap POVO (bestuurlijk overleg tussen basisscholen en voortgezet onderwijs). De heer drs. J.V. Ruiter Rol/aandachtsgebied plaatsvervangend voorzitter cvb Geboortejaar 1954 Taken/nevenfuncties voorzitter van werkgroep huisvesting en beheren pr-beleid van de VO-kamer. voeren technisch overleg met de gemeente Amersfoort over getallen en systematiek (prognoses). penningmeester stichting Digilessen VO. 56
57 BIJLAGE 3: LEERLINGCIJFERS Grafiek 5 en 6 leerlingaantallen
58 58 BIJLAGE 4: BEGROTING 2015
59 12 JAARREKENING BALANS De bedragen zijn opgenomen in x tenzij anders aangegeven. 59
60 60
61 61
62 STAAT VAN BATEN EN LASTEN De bedragen zijn opgenomen in x tenzij anders aangegeven. 62
63 KASSTROOMOVERZICHT De bedragen zijn opgenomen in x tenzij anders aangegeven. 63
64 TOELICHTING BIJ DE JAARREKENING Algemeen Juridische vorm en voornaamste activiteiten De activiteiten van de Meerwegen scholengroep zijn juridisch ondergebracht in de Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland. De statutaire vestigingsplaats van deze stichting is Amersfoort. De voornaamste activiteiten van de stichting bestaan uit het verzorgen van onderwijs. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Algemeen Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de organisatie zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een 64
65 vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro s, de functionele valuta van de organisatie. Alle financiële informatie in euro s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het college van bestuur het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen: afschrijvingen; voorzieningen; Financiële instrumenten De financiële instrumenten in de jaarrekening omvatten o.a. handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. De stichting maakt geen gebruik van derivaten. Vorderingen De vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Verplichtingen De langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. 65
66 De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. Materiële vaste activa De gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur, andere vaste bedrijfsmiddelen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De ondergrens is 500. Afgeschreven wordt vanaf het moment van ingebruikname. Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de materiële vaste activa. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur. Op terreinen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: Gebouwen (tot 1 januari 2006) 2 % Verbouwingen (na 1 januari 2006) 10 % Machines en installaties 5 % Schoolmeubilair 5 % Kantoormeubilair 5 % Hard- en software automatisering 33,33 % Elektrische apparatuur 10 % Leermiddelen 25 % Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Ter zake van verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen, installaties e.d. wordt een voorziening gevormd. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen aanschafprijs. Bij de waardering van de voorraden wordt rekening gehouden met de eventueel op balansdatum opgetreden waardeverminderingen. Vorderingen De grondslagen voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten. 66
67 Voor onderwijsinstellingen vallende onder de WVO is het op basis van artikel 5 van de (Gewijzigde) Regeling Onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs (kenmerk: WJZ-2005/ en kenmerk VO/F- 2006/1769) toegestaan een vordering op te nemen op de Ministerie van OCW. Hiervan is geen gebruik gemaakt, maar er is gekozen om de vordering te verantwoorden onder de niet uit de balans blijkende vorderingen. De hoogte hiervan wordt jaarlijks aangepast op basis van de per 31 december van dat jaar verschuldigde bruto vakantieaanspraken, sociale verzekeringen, pensioenpremies en loonheffingen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserves, de bestemmingsreserves en de bestemmingsfondsen gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het Bestuur. Indien een beperktere bestedingsmogelijkheid door de organisatie is aangebracht, dan is het aldus afgezonderde deel van het eigen vermogen aangeduid als bestemmingsreserve. Indien de beperktere bestedingsmogelijkheid door derden is aangebracht, dan wordt dit deel aangemerkt als bestemmingsfonds. Daarnaast is het mogelijk om binnen het eigen vermogen een onderscheid te maken naar publieke en private middelen. Het eigen vermogen van de stichting bestaat volledig uit publiek vermogen. Voorzieningen Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer sprake is van: een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Voorzieningen worden tenzij anders wordt aangegeven, gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Voorziening groot onderhoud Voor verwachte kosten inzake periodiek onderhoud van panden wordt een voorziening gevormd. De toevoegingen aan de voorziening worden bepaald op basis van het geschatte bedrag van groot onderhoud en de periode die telkens verloopt tussen de werkzaamheden van groot onderhoud gebaseerd op meerjarenonderhoudsplannen. De uitgaven van groot onderhoud worden verwerkt ten laste van de voorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. 67
68 Jubileumvoorziening De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. Voorziening spaarverlof De voorziening spaarverlof betreft een voorziening voor de uitkering van in het verleden opgebouwde verlofrechten die per balansdatum nog niet zijn opgenomen door medewerkers van Meerwegen. Langlopende schulden Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. Het aflossingsbedrag van het lopende jaar wordt onder de kortlopende schulden opgenomen. De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten. Kortlopende schulden Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als kortlopend. Schulden worden niet gesaldeerd met activa. De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten. Overlopende passiva betreffen vooruitontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. Opbrengstverantwoording Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies uit hoofde van de basisbekostiging worden in beginsel in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Personeelsbeloningen/pensioenen Voor de medewerkers van de organisatie is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds (ABP) en wordt overeenkomstig de in de RJ aangereikte vereenvoudiging in de jaarrekening verwerkt als toegezegde bij- 68
69 drageregeling. Dit betekent dat de over het boekjaar verschuldigde premies als kosten worden verantwoord. De risico s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico s komen niet tot uitdrukking in een in de balans opgenomen voorziening. Informatie over eventuele tekorten en de gevolgen hiervan voor de pensioenpremies in de toekomstige jaren is niet beschikbaar. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. 69
70 TOELICHTING OP DE BALANS De bedragen zijn opgenomen in x tenzij anders aangegeven. 70
71 71
72 72
73 73
74 74
75 75
76 76
77 77
78 TOELICHTING OP STAAT VAN BATEN EN LASTEN De bedragen zijn opgenomen in x
79 79
80 80
81 OVERIGE GEGEVENS Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het College van Bestuur van Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de jaarrekening over 2014 van Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland te Amersfoort gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2014 en de staat van baten en lasten over 2014 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van het College van Bestuur Het College van Bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het College van Bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het College van Bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 18, lid 3 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van risico s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzet- 81
82 ten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het bevoegd gezag van Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden. Oordeel betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting voor Protestants Christelijk Voortgezet Onderwijs Eemland per 31 december 2014 en van het resultaat over 2014 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf Referentiekader van het onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van ons onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en paragraaf Jaarverslag van het onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2014 is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2: 391, lid 4 van het BW. Zwolle, 20 april 2015 KPMG Accountants N.V. C. Messina RA 82
83 Voorstel resultaatbestemming In de statuten van de stichting zijn geen bepalingen omtrent resultaatstemming opgenomen. Conform artikel 20 uit de statuten van de stichting volgt dan dat het college van bestuur een besluit neemt dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de raad van toezicht. Het college van bestuur besluit om het resultaat over 2014 ad negatief in mindering te brengen op de Algemene Reserve. Dit besluit is in de jaarrekening verwerkt. 83
STRATEGISCH BELEIDSPLAN MEERWEGEN SCHOLENGROEP
STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2017-2020 MEERWEGEN SCHOLENGROEP 1 VOORWOORD In dit strategisch beleidsplan presenteert de Meerwegen scholengroep haar speerpunten voor de jaren 2017 2020. We hebben deze gekozen
Jaarverslag medezeggenschapsraad Meerwegen scholengroep
Jaarverslag medezeggenschapsraad Meerwegen scholengroep 2015-2016 1 1. INHOUDSOPGAVE 1. Inhoudsopgave 2. Inleiding 3. Samenstelling GMR Meerwegen in 2015-2016 4. Vergaderingen en functioneren GMR 5. Behandelde
JAARVERSLAG 2013 MEERWEGEN SCHOLENGROEP
JAARVERSLAG 2013 MEERWEGEN SCHOLENGROEP INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD 2. MEERWEGEN SCHOLENGROEP 3. VERANTWOORDING RAAD VAN TOEZICHT 4. VERANTWOORDING STRATEGISCH BELEID 5. KERNCIJFERS ONDERWIJS 6. KERNCIJFERS
STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2015-2018 MEERWEGEN SCHOLENGROEP
STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2015-2018 MEERWEGEN SCHOLENGROEP 1 VOORWOORD In dit strategisch beleidsplan presenteert de Meerwegen scholengroep haar speerpunten voor de jaren 2015 2018. We hebben ze gekozen
JAARVERSLAG 2015 MEERWEGEN SCHOLENGROEP
JAARVERSLAG 2015 MEERWEGEN SCHOLENGROEP Postbus 194 3800 AD Amersfoort 033 479 4040 [email protected] INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD 2. LEESWIJZER 3. MEERWEGEN SCHOLENGROEP 4. VERANTWOORDING RAAD VAN
FUNCTIEPROFIEL. Lid Raad van Toezicht, portefeuille Financiën, Lid Raad van Toezicht, portefeuille Onderwijs (-kwaliteit)
FUNCTIEPROFIEL Functies: Lid Raad van Toezicht, portefeuille Financiën, Lid Raad van Toezicht, portefeuille Onderwijs (-kwaliteit) 1. ORGANISATIEBESCHRIJVING De Meerwegen scholengroep is een christelijke
HOOFDSTUK 8 VERSLAG RAAD VAN TOEZICHT
HOOFDSTUK 8 VERSLAG RAAD VAN TOEZICHT INLEIDING Sinds 24 oktober 2011 is het Raad van Toezichtmodel bij de Meerwaarde operationeel. De dagelijkse leiding is vanaf die datum in handen van een eenhoofdig
Jaarverslag medezeggenschapsraad Meerwegen scholengroep
Jaarverslag medezeggenschapsraad Meerwegen scholengroep 2016-2017 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Samenstelling GMR Meerwegen in 2016-2017 3. Vergaderingen en functioneren GMR 4. Behandelde onderwerpen in
Reglement intern toezicht
Reglement intern toezicht De raad van toezicht van de Stichting Scala College en Coenecoop College besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 2 lid 1
TWEE LEDEN RAAD VAN TOEZICHT
PROFIELSCHETS TWEE LEDEN RAAD VAN TOEZICHT SPECIFIEK PROFIEL: EXPERTISE IN ORGANISATIEONTWIKKELING EN HRM SPECIFIEK PROFIEL: EXPERTISE IN ONDERNEMERSCHAP (BEDRIJFSLEVEN) OPENBARE SCHOLENGROEP VLAARDINGEN
Toekomstgericht, professioneel, verbonden. Strategisch Beleidsplan OSG Schoonoord
Toekomstgericht, professioneel, verbonden Strategisch Beleidsplan OSG Schoonoord 2017 2021 2 / 7 Inhoudsopgave 1 Voorwoord 3 2 Missie, Visie en Kernwaarden 3 2.1 Missie 3 2.2 Visie 4 2.3 Kernwaarden 4
Toezichtkader Raad van Toezicht Stichting Bravoo. 25 november 2018/definitieve versie/toezichtkader/raad van Toezicht Stichting Bravoo
1 Toezichtkader Raad van Toezicht Stichting Bravoo 2 3 1 Inleiding De Raad van Toezicht van Stichting Bravoo houdt als intern toezichthouder integraal toezicht op de gang van zaken binnen de stichting
Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit. Onderwijsstichting Esprit
Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit Onderwijsstichting Esprit Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit Visie en Toezicht Conform artikel 2 lid 2 van
Inleiding... 3. Missie en visie... 4. Strategische verkenning... 5. Interne factoren (SWOT-analyse)... 5. Externe factoren (DESTEP-analyse)...
STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2013 2016 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Missie en visie... 4 Strategische verkenning... 5 Interne factoren (SWOT-analyse)... 5 Externe factoren (DESTEP-analyse)... 6 Strategische
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018 Pagina 1 van 6 Inhoudsopgave 1. Visie op toezicht... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Visie op toezichthouden... 3 1.3 Doel
Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân
Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Inleiding CVO Noord-Fryslân is een Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in het noorden van Friesland. De Vereniging bestaat uit drie scholen: Christelijk
Korte versie beleidsplan
Korte versie beleidsplan 2015 2019 Voorwoord In dit strategisch beleidsplan Ieder talent blijft tellen beschrijft de Stichting Archipel Scholen de richting waarin de organisatie zich de komende vier jaar
Intern toezichtkader PVO Walcheren
Intern toezichtkader PVO Walcheren Februari 2015, intern toezichtkader stichting PVO Walcheren Pagina 1 Voorwoord Dit toezichtkader is tot stand gekomen in het kader van de vorming van het nieuwe samenwerkingsverband
4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken.
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Opgesteld door de voorzitter op 25.03.2013 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 27.05.2013 te Amstelveen HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit
Inleiding. Over SVOK. De Raad van Toezicht. voortkomend uit de binnen de VO-raad gehanteerde code Goed Onderwijsbestuur.
Inleiding De Raad van Toezicht van de Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland (SVOK) zoekt per 1 januari 2016 drie nieuwe leden. Vanwege reglementair aftreden van drie leden in de loop van 2016, ontstaan
Overleg met de Toezichthouder
Overleg met de Toezichthouder Handreiking Goede Medezeggenschap Handreiking goede medezeggenschap Overleg met de toezichthouder Inleiding Deze handreiking goede medezeggenschap is onderdeel van een reeks
FUNCTIEPROFIEL. Lid Raad van Toezicht
FUNCTIEPROFIEL Lid Raad van Toezicht met financiële expertise Samen leren, samen leven! PublicSpirit drs. Marylin E.A. Demers senior consultant Amersfoort, maart 2019 1 van 5 Organisatie & context Stichting
STICHTING PRIMAIR ONDERWIJS ZUNDERT. 4/11/2018 Vacature Bestuurder SPOZ
STICHTING PRIMAIR ONDERWIJS ZUNDERT 4/11/2018 Vacature Bestuurder SPOZ Stichting Primair Onderwijs Zundert Voor meer Informatie over de functie Niek Flipse, interim-bestuurder Telefoon (06) 21 71 25 50
Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis.
BESTUURSREGLEMENT Vastgesteld door het bestuur op 6 mei 2015. Hoofdstuk I. Algemeen. Artikel 1. Begrippen en terminologie. Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten
Profiel Raad van Toezicht. Stichting de Woonmensen/ KWZA
Profiel Raad van Toezicht Stichting de Woonmensen/ KWZA KP 14 november 2012 1 Inleiding Uitgangspunt voor de bezetting van de Raad van Toezicht is, dat deze bestaat uit generalisten die gezamenlijk een
!" # $ % "!&' # ( # " &" & 0112!! $ % &)0113 # & #& & 4! & %!#( & #
!" # $ "!' # ( # " " )*!+, -!+./)* 0112!! $ )0113 # # 4! #" 56 # ( # #'7!#( # '7 ( 8 # 9 8 * # # #" " (! ! " #! ( 9! (! " (! 4 : " ( ; " $ " " # : 9!# " #"! " # ( " 8 + 0 7 ( + ; + < : + 2 8 + 3 9 0 +
Aanvullend Reglement Raad van Toezicht Vastgesteld door de Raad van Toezicht d.d. (2 oktober 2012)
Aanvullend Reglement Raad van Toezicht Vastgesteld door de Raad van Toezicht d.d. (2 oktober 2012) Algemeen De raad van toezicht van de Stichting Gereformeerde Scholengroep, statutair gevestigd te Groningen,
NIEUWE RONDE, NIEUWE KANSEN. Middelen (en mensen) echt verbinden aan de strategie & de routekaart naar goed financieel management
NIEUWE RONDE, NIEUWE KANSEN Middelen (en mensen) echt verbinden aan de strategie & de routekaart naar goed financieel management Henk Hendriks Van Beekveld & Terpstra Studiedagen LVC 3 Cuijk 20 januari
VOORBEELDMODEL CHECKLIST VERANTWOORDING RAAD VAN TOEZICHT IN HET JAARVERSLAG
VOORBEELDMODEL CHECKLIST VERANTWOORDING RAAD VAN TOEZICHT IN HET JAARVERSLAG VERENIGING VAN TOEZICHTHOUDERS IN ONDERWIJSINSTELLINGEN VTOI januari 2016 Checklist verantwoording RvT in het jaarverslag Pagina
T O E Z I C H T S K A D E R
T O E Z I C H T S K A D E R Eindversie; vastgesteld door bestuur SWV PO de Meierij d.d. 4 februari 2016 Preambule Het Toezichthoudend bestuur past de Code Goed Onderwijsbestuur toe zoals deze is opgesteld
E. (Edward) Moolenburgh Directeur. VBS, september VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1
E. (Edward) Moolenburgh Directeur VBS, september 2018 VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1 INHOUD VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 2 1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een scheiding
Jaarverslag 2014-2015 DE DELTA
Jaarverslag 2014-2015 DE DELTA VOORWOORD In dit verslag van obs de Delta treft u op schoolniveau een verslag aan van de ontwikkelingen in het afgelopen schooljaar in het kader van de onderwijskundige ontwikkelingen,
functieprofiel lid en voorzitter raad van toezicht
functieprofiel lid en voorzitter raad van toezicht geleding datum advies selectie en 26-09-2014 benoemingscommissie RvT advies CvB/MT 29-09-2014 voorgenomen besluit raad van toezicht 27-11-2014 advies
VOORZITTER RAAD VAN TOEZICHT COSIS NOVO & PROMENS CARE
PROFIEL @ VOORZITTER RAAD VAN TOEZICHT COSIS NOVO & PROMENS CARE voor meer informatie over de functie: dhr. mr. E.G. Martinus, Bestuurssecretaris, telefoon (088) 878 98 03 of 06 207 441 66 ORGANISATIE
Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1
Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur Pagina 1 Contactgegevens Stichting Hervormde Scholen De Drieslag Lange Voren 88 3773 AS Barneveld [email protected] www.dedrieslag.nl Datum 28-01-2015
Reglement van de Raad van Toezicht
Van de besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 11 lid 4 van de statuten van de stichting tot vaststelling van het onderstaande Reglement van de Raad
VISIE OP TOEZICHT LAVERHOF
VISIE OP TOEZICHT LAVERHOF Inleiding De raad van toezicht van Laverhof heeft de wettelijke taak toezicht te houden op de besturing door de raad van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen Laverhof
Profiel leden Stichtingsbestuur, Algemeen
MEMO Aan: Van: Voorzitter Stichtingsbestuur Legal Affairs Datum: 28 maart 2014 Onderwerp: Profielschetsen SB, Concept 3 Voor de invulling van de toezichthoudende functie van het Stichtingsbestuur van TiU
Profielschets leden van de raad van toezicht
Profielschets leden van de raad van toezicht Competentieprofiel voor de raad van toezicht behorend bij de statuten van Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden 23 mei 2016 Preambule In het licht van good
Toezichtkader SWV Passend Onderwijs Lelystad VO
Toezichtkader SWV Passend Onderwijs Lelystad VO Vastgesteld door de Raad van Toezicht op 4 november 2016 Inleiding De statuten bepalen verder dat de Raad van Toezicht (RvT) een toezichtkader vaststelt
Functieprofiel lid Raad van Toezicht
Functieprofiel lid Raad van Toezicht Bestuursbureau Postbus 245, 6710 BE Ede Bovenbuurtweg 27, 6717 XA Ede 088 020 70 00 aeres.nl [email protected] Doel van de functie De Raad van Toezicht staat het College
Bestuursreglement samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Noord-Kennemerland
Bestuursreglement samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Noord-Kennemerland Artikel 1 Begripsbepalingen In dit bestuursreglement wordt verstaan onder: a. statuten: de statuten van de Stichting
Aan de slag met krimp Hoe doe je dat? Roosje van Leer 26 april 2012
Aan de slag met krimp Hoe doe je dat? Roosje van Leer 26 april 2012 Programma Aan de slag met krimp 1. Waarom aan de slag? 2. Wie moet er aan de slag? 3. Waarmee moet je aan de slag? 4. Hoe doe je dat?
SCHOOLONTWIKKELPLAN SAMEN UNIEK
SCHOOLONTWIKKELPLAN 2017-2021 SAMEN UNIEK Instemming van de medezeggenschapsraad: 23 januari 2017 1 Inhoud 1. Voorwoord... 3 2. Missie... 4 3. Visie... 4 4. Zes pijlers... 5 5. Kernwaarden en ambities...
Profieldocument voorzitter Raad van Toezicht. Stichting Scholengroep Primato. Hengelo (O)
Profieldocument voorzitter Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Primato Hengelo (O) Hengelo, 19 Januari 2016 Inhoudsopgave 1. Informatie over Stichting Scholengroep Primato 2 1.1. Organisatie 1.2.
Managementstatuut VO - PO
Managementstatuut VO - PO Versie 10-10-2017 1 Basis Wet en regelgeving Statuten art. 6 lid 3 WVO art. 32c / WPO art. 31 CAO-VO / CAO-PO Archief CvB CA 1.0 Van toepassing op/voor Gehele scholengroep Over-
WAARDE(N)VOL TOEZICHT IS MENSENWERK. Toezichtkader Bibliotheek Velsen
Vastgesteld nov 2017 WAARDE(N)VOL TOEZICHT IS MENSENWERK Toezichtkader Bibliotheek Velsen 2017-2020 AANLEIDING TOEZICHTKADER Niets duurt voort, behalve verandering Heraclitus Voor je ligt het tussentijdse
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT STICHTING THEATER DAKOTA
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT STICHTING THEATER DAKOTA Cultural Governance in Theater Dakota Vastgesteld door het bestuur van de Stichting Cultuuranker Escamp op: 26 november 2012 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel
Functieprofiel Raad van Toezicht
Functieprofiel Raad van Toezicht Opgesteld: november 2014 Vastgesteld: 25 november 2014 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO 1 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO Organisatieschets In 2001 zijn de
Reglement Raad van Toezicht. Stichting Hogeschool Leiden CONCEPT 140331 ALGEMEEN
Reglement Raad van Toezicht Stichting Hogeschool Leiden ALGEMEEN Artikel 1. Algemene bepalingen 1. Dit reglement is het Huishoudelijk Reglement van de Raad van Toezicht, bedoeld in artikel 15 van de Statuten
Profiel leden Raad van Toezicht Ingrado
Profiel leden Raad van Toezicht Ingrado Februari 2017 1 1. Inleiding Ingrado is een landelijke opererende vereniging waarvan de gemeenten en de RMC-regio s lid zijn. Binnen die gemeenten en regio s zijn
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES November 2006 1 GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES PRINCIPES I. Naleving en handhaving van de code Het bestuur 1 en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor
Profielschets lid Raad van Toezicht SMO Traverse Tilburg
Profielschets lid Raad van Toezicht SMO Traverse Tilburg Oktober 2015 1 Traverse, thuis in opvang en begeleiding, missie Traverse is een Stichting voor maatschappelijke opvang in Midden-Brabant en organiseert
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT
Stichting Talent Westerveld Drift 1A 7991 AA DWINGELOO Tel. 0521 59 49 44 Email: [email protected] Website: www.talentwesterveld.nl REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Werkveld: Organisatie Beleidslijn:
Raad van Toezicht Quickscan en checklist
Raad van Toezicht Quickscan en checklist Stade Advies BV Kwaliteit van samenleven Quickscan Raad van Toezicht (0 = onbekend; 1 = slecht; 2 = onvoldoende; 3 = voldoende; 4 = goed; 5 = uitstekend) 1. Hoe
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden Raad van Toezicht.
6. Raad van Toezicht 14-04-2014 Versie 6.02 Huishoudelijk reglement Raad van Toezicht Status Definitief Artikel 1: Positionering Raad van Toezicht Ingevolge de statuten bestuurt het College van Bestuur
Functie Unitleider Salarisschaal Werkterrein Activiteiten Context
Functie Salarisschaal Werkterrein Activiteiten Unitleider LD en evt. arbeidsmarkttoelage Management -> Overig management Beleid mede voorbereiden, ontwikkelen, implementeren en evalueren Coördinatie van
Profielschets bestuurder. SWV PO en SWV VO Zoetermeer
Profielschets bestuurder SWV PO en SWV VO Zoetermeer 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 3 2. Situatieschets... 3 3. Profiel en werkzaamheden gezamenlijke bestuurder... 5 3.1. Werkzaamheden... 5 3.2. Kennis,
Profiel van de Raad van Toezicht van de Openbare Scholengroep Sevenwolden in Heerenveen
Profiel van de Raad van Toezicht van de Openbare Scholengroep Sevenwolden in Heerenveen Inleiding OSG Sevenwolden is een Openbare Scholengroep met drie scholen ondergebracht in zeven vestigingen in Heerenveen,
JAARVERSLAG 2018 MEERWEGEN SCHOLENGROEP
JAARVERSLAG 2018 MEERWEGEN SCHOLENGROEP Stichting PCVOE J.P. Sweelinckstraat 4 3816 PB Amersfoort 033 479 4040 [email protected] INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD 2. LEESWIJZER 3. VISIE EN BESTURING 4. TOTAALBEELD
Dit reglement is vastgesteld door de Raad van Toezicht van stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. en treedt in de plaats van alle voorgaande reglementen.
Reglement Raad van Bestuur Stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. Dit reglement is vastgesteld door de Raad van Toezicht van stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. en treedt in de plaats van alle voorgaande
twee nieuwe leden waaronder een beoogd voorzitter
Vacature twee leden Raad van Toezicht waaronder een beoogd voorzitter Stichting Voortgezet Vrijeschool Onderwijs Noord-Holland De Stichting De Stichting Voortgezet Vrijeschool Onderwijs Noord-Holland (SVVONH),
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit Reglement is opgesteld
Naar een Raad van Toezicht. Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland
Naar een Raad van Toezicht Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland April 2011 0 Inhoud Naar een Raad van Toezicht... 0 1. Waarom een Raad van Toezicht- model?... 2 2.
Profiel lid Raad van Toezicht
Profiel lid Raad van Toezicht De huidige Raad van Toezicht (RvT) bestaat uit zes leden. De RvT streeft naar een maatschappelijk heterogene samenstelling van leden die herkenbaar en geloofwaardig zijn in
De Raad van Toezicht voert tenminste jaarlijks met de Raad van Bestuur een functionering en beoordelingsgesprek. (in de maand september)
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN RAAD VAN TOEZICHT ALERIMUS 1. Taak en werkwijze: De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de Raad van Bestuur en op de algemene gang van zaken in
profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht
profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht Organisatie De Open Universiteit (OU), opgericht in 1984, is de jongste universiteit
Instruerend Bestuur Quickscan en checklist
Instruerend Bestuur Quickscan en checklist Stade Advies BV Kwaliteit van samenleven Quickscan Instruerend Bestuur (0 = onbekend; 1 = slecht; 2 = onvoldoende; 3 = voldoende; 4 = goed; 5 = uitstekend) 1.
SKPO Profielschets Lid College van Bestuur
SKPO Profielschets Lid College van Bestuur 1 Missie, visie SKPO De SKPO verzorgt goed primair onderwijs waarbij het kind centraal staat. Wij ondersteunen kinderen om een stap te zetten richting zelfstandigheid,
Beleidskader agenda van onze gewenste ontwikkelingen Samen Onderwijs Maken = Leerzaam
Beleidskader 2017 agenda van onze gewenste ontwikkelingen Samen Onderwijs Maken = Leerzaam College van Bestuur, vastgesteld 06-12-2016 Inleiding We hebben inmiddels het tweede jaar van ons meerjarenbeleidsplan
Bestuursreglement voor de Nederlandse Uitdaging
Bestuursreglement voor de Nederlandse Uitdaging Vastgesteld door het bestuur op: 30 december 2014 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge
Toezichtvisie, toezichtkader, toetsingskader Riederborgh. 1. Inleiding. 2. Toezichtvisie
Toezichtvisie, toezichtkader, toetsingskader Riederborgh 1. Inleiding Het vernieuwde wettelijk kader en de Zorgbrede Governancecode 2017 schrijft onder meer voor dat de raad van toezicht haar toezichtvisie,
PROACTIEF TOEZICHT VOBO
PROACTIEF TOEZICHT VOBO Concept Door: Raad van Toezicht Voortgezet Onderwijs Best Oirschot PROACTIEF TOEZICHT VOBO 2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Toezichtvisie Vobo... 4 Doel van de Raad van Toezicht Vobo...
DIERENOPVANGCENTRUM AMSTERDAM. Reglement. Raad van Toezicht. november 2018
DIERENOPVANGCENTRUM AMSTERDAM Reglement Raad van Toezicht november 2018 Vastgesteld door de RvT in de vergadering van 19 november 2018 Inleiding Binnen de Stichting Dierenopvangcentrum Amsterdam II (Stichting)
Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur
Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur 1. De Werf kijkt vooruit De Werf is een algemeen bijzondere basisschool die onderwijs verzorgt
TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE. 8 februari
TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE 8 februari 2017 1 Inleiding In deze toezichtvisie geven wij als de Raad van Toezicht van het Nova College aan waarom wij toezicht houden, wat we daarmee willen
Artikel Slotbepaling In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de raad van toezicht.
Reglement voor de raad van toezicht van de Stichting openbaar onderwijs aan de Amstel Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a) Stichting : de Stichting openbaar onderwijs
