ECLI:NL:RVS:2017:1848
|
|
|
- Bertha van de Berg
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:RVS:2017:1848 Instantie Raad van State Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie /1/A3 Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2016:6383, Bekrachtiging/bevestiging Bestuursrecht Hoger beroep Bij besluit van 7 oktober 2015 heeft het college een aanvraag van [appellant] om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak /1/A3. Datum uitspraak: 12 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Amsterdam, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2016 in zaak nr. 16/1718 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Procesverloop Bij besluit van 7 oktober 2015 heeft het college een aanvraag van [appellant] om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2016 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 augustus 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
2 Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juni 2017, waar [appellant], bijgestaan door mr. K.Y. Ramdhan, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. N. Hamdach, zijn verschenen. Overwegingen Relevante regelgeving 1. De tekst van de relevante bepalingen uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 (hierna: de Huisvestingsverordening) en de relevante delen van de Beleidsregels voor regionale urgenties (hierna: de Beleidsregels) is opgenomen in de bijlage. Deze bijlage is onderdeel van de uitspraak. Inleiding 2. Woningzoekenden met een urgentieverklaring krijgen voorrang bij het verlenen van huisvestingsvergunningen. [appellant] heeft het college verzocht om hem een urgentieverklaring te verlenen. In dat verband heeft hij gewezen op zijn psychische problemen. De besluiten van het college 3. Bij het besluit van 7 oktober 2015 heeft het college de aanvraag van [appellant] afgewezen. Op basis van een advies van een arts van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst (hierna: GGD) van 1 oktober 2015 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een levensontwrichtende situatie. De GGD-arts heeft voorafgaand aan het opstellen van zijn advies gesproken met [appellant]. Ook heeft de GGD-arts medische informatie verkregen van de behandelend psycholoog van [appellant]. Bij het besluit van 26 januari 2016 heeft het college het besluit van 7 oktober 2015 gehandhaafd. Omdat [appellant] in bezwaar een verklaring van zijn behandelend psycholoog heeft overgelegd, heeft het college de GGD-arts gevraagd een aanvullend advies uit te brengen. Mede op grond van een aanvullend advies van 12 januari 2016 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er geen reden is om [appellant] voorrang te verlenen boven de vele andere woningzoekenden. Beoordeling van het hoger beroep 4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de GGDadviezen aan het besluit van 26 januari 2016 ten grondslag mocht leggen. Volgens hem stroken deze adviezen totaal niet met de door hem ingebrachte verklaring van zijn behandelend psycholoog, zodat de adviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Uit de verklaring volgt volgens hem duidelijk dat het ontbreken van een eigen woning zijn psychische stoornis in hoge mate ongunstig beïnvloedt, zodat is voldaan aan het criterium dat is neergelegd in paragraaf van de Beleidsregels. De rechtbank heeft ook ten onrechte overwogen dat uit de verklaring onvoldoende blijkt dat hij niet geschikt is voor kamerbewoning of inwoning en dat hij daarom zelfstandige woonruimte nodig heeft. Omdat de GGDadviezen niet naar behoren tot stand zijn gekomen, heeft de rechtbank voorts ten onrechte zijn verzoek om een 'second opinion' door een onafhankelijke deskundige afgewezen, aldus [appellant] Zoals de rechtbank onbestreden heeft overwogen, spitst het geschil zich toe op de vraag of zich ten aanzien van [appellant] een levensontwrichtende situatie voordoet die alleen met zelfstandige
3 woonruimte kan worden opgelost. In geschil is dus of [appellant] voldoet aan het bepaalde in artikel 2.6.8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening, zoals dit nader is uitgewerkt in paragraaf van de Beleidsregels. In dat verband gaat het met name om de vraag welke betekenis het college mocht toekennen aan de GGD-adviezen De rechtbank heeft terecht overwogen dat er geen grond is voor het oordeel dat de GGDadviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Evenzeer terecht is overwogen dat er reeds daarom geen aanleiding is voor een 'second opinion'. Naast de door [appellant] in een persoonlijk gesprek verstrekte informatie, heeft de GGD-arts zich in het eerste advies gebaseerd op informatie die is verstrekt door de behandelend psycholoog van [appellant]. Bij het opstellen van het aanvullende advies heeft de GGD-arts ook de door [appellant] in bezwaar overgelegde verklaring van zijn behandelend psycholoog betrokken. In die verklaring staat onder meer: "Nu de structuur in gevaar is omdat [[appellant]] niet beschikt over een stabiele eigen woning, zie ik hem steeds meer afglijden en spelen zijn psychische klachten weer duidelijk op. Het niet hebben van een vaste verblijfplaats staat zijn psychisch herstel en het hervinden van zijn rol als vader en actieve deelnemer van de maatschappij naar mijn opvatting in de weg." In het aanvullende GGD-advies staat dat de psycholoog schrijft dat een vaste verblijfplaats nodig is voor het psychische herstel van [appellant]. In de GGDadviezen wordt dus niet in twijfel getrokken dat het ontbreken van een vaste verblijfplaats voor [appellant] gevolgen heeft voor zijn psychische welbevinden. Uit de verklaring van de psycholoog kan evenwel, anders dan [appellant] stelt, niet worden opgemaakt dat deze van oordeel is dat [appellant] niet alleen een vaste verblijfplaats nodig heeft, maar dat dit ook zelfstandige woonruimte dient te zijn. [appellant] wordt daarom niet gevolgd in zijn betoog dat het oordeel van de GGD-arts dat [appellant] geschikt is voor kamerbewoning of inwoning, zodat er geen medische noodzaak is voor zelfstandige huisvesting, in tegenspraak is met de verklaring van de psycholoog De rechtbank heeft dus terecht overwogen dat het college de GGD-adviezen aan de besluiten ten grondslag mocht leggen. Nu er volgens de adviezen van de GGD-arts geen medische noodzaak is voor zelfstandige huisvesting, mocht het college zich op het standpunt stellen dat zelfstandige huisvesting niet noodzakelijk is voor het oplossen van de woonsituatie van El Bach[appellant] voldoet dus niet aan de criteria die zijn neergelegd in paragraaf van de Beleidsregels en die een nadere invulling zijn van het bepaalde in artikel 2.6.8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening. Omdat het college zich op het standpunt mocht stellen dat de woonsituatie van [appellant] ook anders dan met zelfstandige huisvesting kan worden opgelost, wordt niet toegekomen aan de vraag of zijn woonsituatie levensontwrichtend is in de zin van paragraaf van de Beleidsregels De conclusie is dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college in redelijkheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een urgentieverklaring heeft kunnen afwijzen. Het betoog faalt. 5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier. w.g. Pans w.g. Herweijer
4 lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 juli BIJLAGE Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 "[ ] Artikel Werkingsgebied 1. Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de gemeente Amsterdam. 2. In het gebied bedoeld in het eerste lid worden als woonruimten als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet aangewezen alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens. [ ] Artikel Overige regionale urgentiecategorieën 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.6.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a. woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren; b. woningzoekenden die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig hebben en niet behoren tot de in artikel bedoelde urgentiecategorie; [ ]" Beleidsregels voor regionale urgenties "[ ] Sociaal-medische urgentie Inleiding Om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring om medische en/of sociale redenen zoals bedoeld in artikel lid 1 aanhef en onder b van de verordening, moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: 1. Er is op grond van medische en/of sociale omstandigheden sprake van een levensontwrichtende woonsituatie die alleen opgelost kan worden met (andere) zelfstandige huisvesting; van levensontwrichting is sprake wanneer de aanvrager (of een van de leden van het huishouden), in samenhang met ernstige woonproblemen, niet meer in staat is zelfstandig te functioneren. Een zelfstandige woning is in dat geval (een substantieel deel van) de oplossing; 2. De aanvrager dient zelf zijn levensontwrichtende woonsituatie aan te tonen en te zorgen voor bewijsmateriaal. Tot levensontwrichtende woonsituaties worden gerekend: I. ernstige medische redenen;
5 II. dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen; III. geweld of bedreiging. [ ] Ernstige medische redenen Onder medische redenen waarom iemand dringend woonruimte nodig heeft wordt een woonsituatie verstaan die om medische redenen levensontwrichtend is voor één of meer leden van het huishouden. Het huishouden is niet in staat het dringende woonprobleem door ernstige medische redenen zelf op te lossen. In ieder geval wordt geen urgentieverklaring verleend: als er sprake is van (psychische) problemen als gevolg van de slechte inwoonsituatie, echtscheiding of te klein wonen; als de belanghebbende deze aanvraagt vanwege een lichamelijke aandoening en/of een psychische stoornis tenzij kan worden aangetoond dat de betreffende aandoening en/of stoornis chronisch is en overwegend wordt veroorzaakt door de woonsituatie, dan wel dat de behandeling van de aandoening/stoornis in hoge mate ongunstig wordt beïnvloed door de woonsituatie. Dat laatste moet blijken uit een schrijven van professionele medische, psychiatrische en/of sociale hulpverleners, waarin de betreffende aandoening of stoornis wordt benoemd, die een relatie heeft met het woonprobleem van betrokkene. [ ]"
ECLI:NL:RVS:2017:1925
ECLI:NL:RVS:2017:1925 Instantie Raad van State Datum uitspraak 19-07-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201602656/1/A2 Eerste
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:RVS:2017:313 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-02-2017 Datum publicatie 08-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600609/1/A1 Eerste
ECLI:NL:RVS:2017:1997
ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2014:3998
ECLI:NL:RVS:2014:3998 Instantie Raad van State Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 05-11-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201403900/1/A3 Eerste
ECLI:NL:RVS:2015:1791
ECLI:NL:RVS:2015:1791 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-06-2015 Datum publicatie 10-06-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201408896/1/A1 Eerste
LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012
LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek
ECLI:NL:RVS:2016:2348
ECLI:NL:RVS:2016:2348 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-08-2016 Datum publicatie 31-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201506454/1/A3 Bestuursrecht Hoger
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. OGR-Updates.nl JOM 2017/58 AR 2017/177 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7492
ECLI:NL:RVS:2017:20 Instantie Raad van State Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 11-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600568/1/A1 Bestuursrecht Hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger
het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij
ECLI:NL:RVS:2015:3038
ECLI:NL:RVS:2015:3038 Instantie Raad van State Datum uitspraak 30-09-2015 Datum publicatie 30-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500566/1/A2 Bestuursrecht Hoger
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:RVS:2017:1691
ECLI:NL:RVS:2017:1691 Instantie Raad van State Datum uitspraak 28-06-2017 Datum publicatie 28-06-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201603121/1/A3 Eerste
Uitspraak /1/A1
Uitspraak 201701470/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 7 maart 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Staphorst Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Algemene kamer - Hoger Beroep
ECLI:NL:CRVB:2014:2191
ECLI:NL:CRVB:2014:2191 Instantie Datum uitspraak 26-06-2014 Datum publicatie 01-07-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-1859 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2014:4724
ECLI:NL:RVS:2014:4724 Instantie Raad van State Datum uitspraak 17-12-2014 Datum publicatie 24-12-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden 201408640/1/A3 en 201408640/2/A3 Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:6239,
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 Instantie Datum uitspraak 10-12-2010 Datum publicatie 14-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-3338 WSF Bestuursrecht
Uitspraak 201405096/1/A2
Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
Uitspraak /1/A1
pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 20-07-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
