ECLI:NL:RVS:2017:1925

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RVS:2017:1925"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RVS:2017:1925 Instantie Raad van State Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie /1/A2 Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2016:1320, Bekrachtiging/bevestiging Bestuursrecht Hoger beroep Bij besluit van 21 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [appellante] voor het jaar 2014 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak /1/A2. Datum uitspraak: 19 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 maart 2016 in zaak nr. 15/2783 in het geding tussen: [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 21 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [appellante] voor het jaar 2014 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. Bij besluit van 8 mei 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] voor het jaar 2012 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van 6.351,00 teruggevorderd.

2 Bij besluit van 15 mei 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] voor het jaar 2013 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van 9.388,00 teruggevorderd. Bij besluit van 7 augustus 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de door [appellante] tegen de besluiten van 21 november 2014, 8 mei 2015 en 15 mei 2015 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 maart 2016 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Bij brief van 9 januari 2017 heeft de Afdeling schriftelijke vragen aan partijen gesteld. De gemachtigde van [appellante], mr. C.M.J.E.P. Meerts, heeft deze vragen bij brief van 24 januari 2017 beantwoord en de Belastingdienst/Toeslagen heeft deze vragen bij brief van 8 februari 2017 beantwoord. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2017, waar de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs. J.G.C van de Werken, is verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] heeft voor de jaren 2012, 2013 en 2014 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor de opvang van haar dochter. Deze opvang vond plaats bij [kinderdagverblijf]. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan de besluiten van 21 november 2014, 8 mei 2015 en 15 mei 2015, gehandhaafd bij het besluit van 7 augustus 2015, ten grondslag gelegd dat [appellante] niet heeft aangetoond alle kosten voor kinderopvang in de jaren 2012, 2013 en 2014 tijdig en volledig te hebben voldaan aan [kinderdagverblijf]. Daarom heeft zij in het geheel geen recht op kinderopvangtoeslag, aldus de dienst. De aangevallen uitspraak 2. De rechtbank heeft - samengevat - overwogen dat de lening die [appellante] heeft gesteld met [kinderdagverblijf] te hebben afgesloten en die vrijwel direct opeisbaar is geen aanleiding geeft om het besluit van 7 augustus 2015 te vernietigen, aangezien de kosten voor kinderopvang hiermee niet tijdig na afloop van de kinderopvang zijn betaald. Daar komt bij dat de Belastingdienst/Toeslagen een te late betaling op grond van een betalingsregeling alleen accepteert, als alle voorschotten kinderopvangtoeslag zijn aangewend voor het betalen van de kinderopvang. Dat [appellante] dat wegens haar financiële situatie niet heeft gedaan, neemt niet weg dat zij aan die voorwaarde dient te voldoen. Hoger beroep Kosten van kinderopvang 3. In hoger beroep is allereerst in geschil of [appellante] de kosten van kinderopvang over 2012, 2013 en 2014 heeft voldaan. [appellante] betwist niet dat zij in die jaren slechts een deel van de kosten aantoonbaar per bank heeft betaald. [appellante] heeft in haar brief van 24 januari 2017 in dat kader gesteld dat zij

3 [kinderdagverblijf] meermaals contant heeft betaald. In haar hoger beroepschrift wijst zij er voorts op, evenals zij in beroep bij de rechtbank heeft gedaan, dat zij - hangende bezwaar - een betalingsregeling met [kinderdagverblijf] heeft getroffen in de vorm van een direct opeisbare lening. Met deze lening zijn volgens haar de kosten van kinderopvang voldaan. In haar brief van 24 januari 2017 heeft [appellante] daaraan toegevoegd dat haar ouders op 1 augustus 2016 en 11 september 2016 een incassovordering van [kinderdagverblijf] hebben betaald met daarop een specificatie van de toen nog openstaande bedragen en dat zij die bedragen aan haar ouders in termijnen terugbetaalt. Daarmee zijn volgens [appellante] de kosten van kinderopvang volledig betaald. Voor zover de Afdeling van oordeel is dat de lening moet worden aangemerkt als een te late betaling, voert [appellante] aan dat het niet aan haar is te wijten dat zij als gevolg van haar slechte financiële situatie niet aan de voorwaarde heeft voldaan dat alle voorschotten kinderopvangtoeslag zijn gebruikt om de kinderopvang te betalen. Die slechte financiële situatie is veroorzaakt door de Belastingdienst/Toeslagen, aangezien zij ten onrechte andere toeslagen voor de jaren 2012, 2013 en 2014 niet heeft ontvangen en zij die jaren om onduidelijke redenen de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2009 moest terugbetalen, aldus [appellante] De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY6772), terecht overwogen dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:497), eveneens terecht overwogen dat de achtergrond van de regeling voor het toekennen van kinderopvangtoeslag en het belang van controle op een juiste besteding van overheidsgelden met zich brengen dat de verschuldigde kosten voor kinderopvang daadwerkelijk ten tijde van die opvang of uiterlijk kort daarna worden voldaan. Voor gastouderopvang is de termijn waarbinnen de kosten van die opvang moeten zijn betaald nader geregeld in artikel 11f van de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. In de regelgeving is geen soortgelijke bepaling opgenomen voor kindercentra [appellante] heeft de gestelde contante betalingen niet met stukken gestaafd, waardoor niet is aangetoond dat deze betalingen hebben plaatsgevonden In de door [appellante] als vrijwel direct opeisbare lening omschreven betalingsregeling, gedateerd in juni 2015 en met als opschrift "Schuldbekentenis ", is vermeld dat [kinderdagverblijf] aan [appellante] desgevraagd een betalingsregeling wil toekennen voor de jaren 2012 tot en met De reden daarvoor is dat de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] al zeer lang om onduidelijke redenen geen kinderopvangtoeslag heeft toegekend, maar [kinderdagverblijf] van de Belastingdienst/Toeslagen heeft vernomen dat deze binnenkort toegekend zal worden. Zodra [appellante] die toeslag ontvangt, is zij verplicht deze binnen drie dagen geheel te betalen aan [kinderdagverblijf]. Voor het gedeelte van de schuld dat overblijft na betaling van die toeslagen zal een nieuwe betalingsregeling worden getroffen, aldus [kinderdagverblijf]. Anders dan [appellante] heeft betoogd heeft zij hiermee niet aangetoond dat de kosten van kinderopvang tijdig zijn voldaan. In dit geval kan worden daargelaten wanneer de verschuldigde kosten voor opvang bij het kindercentrum uiterlijk hadden moeten zijn betaald en of de getroffen betalingsregeling voor het bepalen van de aanspraak op kinderopvangtoeslag kan worden gelijkgesteld met een betaling, zoals [appellante] heeft betoogd, omdat vaststaat dat de betalingsregeling pas is opgesteld in juni 2015, terwijl de kinderopvang in 2012, 2013 en 2014 heeft plaatsgevonden. Daarmee is de betalingsregeling te laat getroffen om voor het bepalen van de aanspraak op kinderopvangtoeslag over deze jaren van enige betekenis te kunnen zijn. Voor zover [appellante] stelt dat de lening door haar ouders is afbetaald leidt dit, gelet op het tijdsverloop, niet tot een ander oordeel. Die betalingen zijn immers pas in augustus en september 2016 en dus nog later gedaan, terwijl de kinderopvang in 2012, 2013 en 2014 heeft plaatsgevonden In de omstandigheden die [appellante] heeft aangevoerd heeft de Belastingdienst/Toeslagen

4 voorts geen aanleiding hoeven zien de te late betalingen alsnog te accepteren. Uit de in reactie op de vragen van de Afdeling door de Belastingdienst/Toeslagen gegeven toelichting en de daarbij overgelegde stukken blijkt dat de dienst per abuis twee maal aan [appellante] kinderopvangtoeslag over 2009 heeft uitbetaald en zij het te veel ontvangene niet, althans niet volledig, heeft teruggestort. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het ten onrechte uitgekeerde bedrag vervolgens verrekend met de zorgtoeslag over 2013, het voorschot kinderopvangtoeslag over 2014 en het voorschot huurtoeslag over Hoewel de communicatie met de Belastingdienst/Toeslagen hierover niet soepel is verlopen heeft [appellante] aldus per saldo gekregen waar zij recht op had, zodat zij niet om die reden de kosten van kinderopvang niet kon betalen. Verder blijkt uit die toelichting dat het Centraal Justitieel Incassobureau beslag heeft gelegd op de zorgtoeslag van [appellante] over 2014 en dat de overige toeslagen over 2013 en 2014 middels verrekening of uitbetaling aan [appellante] ten goede zijn gekomen Gelet op het voorgaande heeft [appellante] niet aangetoond dat zij de kosten van kinderopvang over 2012, 2013 en 2014 tijdig heeft voldaan Het onder 3 weergegeven betoog faalt. Vertrouwensbeginsel 4. Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank er ten onrechte aan is voorbijgegaan dat uit de betalingsregeling blijkt dat de Belastingdienst/Toeslagen heeft toegezegd dat zij recht heeft op kinderopvangtoeslag voor de jaren 2012, 2013 en 2014, faalt dat betoog. De betalingsregeling is getroffen tussen [appellante] en [kinderdagverblijf], geheel buiten de Belastingdienst/Toeslagen om. Uit de enkele bewoordingen van [kinderdagverblijf] in het stuk van juni 2015 dat zij van de dienst heeft vernomen dat de kinderopvangtoeslag binnenkort toegekend gaat worden, kan geenszins worden geconcludeerd dat door een daartoe bevoegde medewerker van de Belastingdienst/Toeslagen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan, waaraan [appellante] de rechtens te honoreren verwachting kon ontlenen dat aan haar alsnog kinderopvangtoeslag voor de jaren 2012, 2013 en 2014 zou worden toegekend. De stukken bieden daarvoor ook anderszins geen aanknopingspunt. Conclusie 5. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de Belastingdienst/Toeslagen zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] voor de jaren 2012, 2013 en 2014 geen recht heeft op kinderopvangtoeslag. 6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier. w.g. Borman w.g. Dallinga lid van de enkelvoudige kamer griffier

5 Uitgesproken in het openbaar op 19 juli

ECLI:NL:RVS:2015:3038

ECLI:NL:RVS:2015:3038 ECLI:NL:RVS:2015:3038 Instantie Raad van State Datum uitspraak 30-09-2015 Datum publicatie 30-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500566/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1848

ECLI:NL:RVS:2017:1848 ECLI:NL:RVS:2017:1848 Instantie Raad van State Datum uitspraak 12-07-2017 Datum publicatie 12-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201607276/1/A3 Eerste

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:313 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-02-2017 Datum publicatie 08-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600609/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:1791

ECLI:NL:RVS:2015:1791 ECLI:NL:RVS:2015:1791 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-06-2015 Datum publicatie 10-06-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201408896/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3998

ECLI:NL:RVS:2014:3998 ECLI:NL:RVS:2014:3998 Instantie Raad van State Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 05-11-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201403900/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1997

ECLI:NL:RVS:2017:1997 ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3143

ECLI:NL:CRVB:2016:3143 ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:

Nadere informatie

JOM 2017/310 AR 2017/1305 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7543

JOM 2017/310 AR 2017/1305 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7543 ECLI:NL:RVS:2017:695 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201602860/1/A1 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. OGR-Updates.nl JOM 2017/58 AR 2017/177 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7492

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. OGR-Updates.nl JOM 2017/58 AR 2017/177 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7492 ECLI:NL:RVS:2017:20 Instantie Raad van State Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 11-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600568/1/A1 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1859

ECLI:NL:CRVB:2017:1859 ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4659

ECLI:NL:CRVB:2016:4659 ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3463

ECLI:NL:CRVB:2014:3463 ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1486

ECLI:NL:CRVB:2017:1486 ECLI:NL:CRVB:2017:1486 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 20-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4780 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:881

ECLI:NL:CRVB:2017:881 ECLI:NL:CRVB:2017:881 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 06-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5389 AOW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-02-2013 Datum publicatie 18-02-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201206332/1/R3 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

AR 2017/318 H.J. de Vries annotatie in TBR 2017/45

AR 2017/318 H.J. de Vries annotatie in TBR 2017/45 ECLI:NL:RVS:2017:106 Instantie Raad van State Datum uitspraak 18-01-2017 Datum publicatie 18-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604996/1/R3 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2487

ECLI:NL:CRVB:2017:2487 ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:2191

ECLI:NL:CRVB:2014:2191 ECLI:NL:CRVB:2014:2191 Instantie Datum uitspraak 26-06-2014 Datum publicatie 01-07-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-1859 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1481

ECLI:NL:RVS:2017:1481 ECLI:NL:RVS:2017:1481 Instantie Raad van State Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 07-06-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604831/1/A1 Eerste

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893 ECLI:NL:CBB:2016:450 Instantie Datum uitspraak 29-12-2016 Datum publicatie 24-01-2017 Zaaknummer 15/893 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie College van Beroep voor het bedrijfsleven Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 Instantie Datum uitspraak 10-12-2010 Datum publicatie 14-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-3338 WSF Bestuursrecht

Nadere informatie