ECLI:NL:RBNNE:2016:2911
|
|
|
- Quinten Wouters
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie Wmo individuele begeleiding. Aanvraag pgb terecht afgewezen. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 15/4196 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2016 in de zaak tussen [naam eiser], te Groningen, eiser (gemachtigde: mr. E. van Wolde), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, Sociale Zaken en Werk, verweerder (gemachtigde: G.K.L. Vos) Procesverloop Bij besluit van 21 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag
2 van eiser voor een Persoonsgebonden Budget (Pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor individuele begeleiding afgewezen, omdat de zorg die aan eiser door zijn partner wordt verleend gebruikelijke zorg is. Bij besluit van 29 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, onder aanpassing van de motivering dat door eisers partner verleende zorg is aan te merken als mantelzorg. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart Eiser is niet verschenen,. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Daarnaast is verschenen de partner van eiser, [naam partner van eiser]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten en omstandigheden als vaststaand aan. Eiser ondervindt beperkingen in zijn zelfredzaamheid en participatie als gevolg van een ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken met latente PTSS-klachten. Eiser heeft zich op 16 april 2015 bij verweerder gemeld voor een Pgb op grond van de Wmo voor individuele begeleiding. Er heeft op 19 mei 2015 een huisbezoek bij eiser plaatsgevonden door een consulent van verweerder. Vervolgens is er een onderzoeksverslag opgemaakt. Eiser heeft op 21 juli 2015 bij verweerder een aanvraag gedaan voor een Pgb op grond van de Wmo voor individuele begeleiding. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen, omdat de door zijn partner verleende zorg is aan te merken als gebruikelijke zorg. Eiser heeft tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt.
3 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, onder aanpassing van de motivering dat de door zijn partner verleende zorg is aan te merken als mantelzorg. 3.1 Eiser voert aan dat zijn individuele omstandigheden maken dat er een maatwerkvoorziening moet worden verleend. Eiser wijst op een brief van 21 augustus 2015 van zijn behandelaars, waarin de noodzaak wordt onderschreven van de inzet van begeleiding en ondersteuning bij eisers sociaal functioneren en bij het aanbrengen van structuur in de persoonlijke en omgevingshygiëne in de huidige fase van behandeling. De afwijzingsgrond van de aanvraag impliceert dat situaties als die van eiser nimmer worden geïndiceerd als maatwerkvoorziening. Eiser is van mening dat hij in aanmerking komt voor een Pgb omdat hij andere begeleiders dan zijn partner en dochters niet vertrouwt, waardoor zorg in natura geen optie is. Er is voor eiser geen alternatief in de vorm van professionele hulp voorhanden. Eiser heeft zijn beroepschrift onderbouwd met diverse medische stukken van zijn behandelaars. 3.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser voldoende wordt gecompenseerd door mantelzorg van zijn partner en zijn kinderen alsmede door behandeling vanuit Lentis. Er is geen aanleiding om aan eiser een maatwerkvoorziening te verstrekken. De hulp wordt nu ook zonder Pgb verstrekt. Eiser is nog niet uitbehandeld bij Lentis en niet is vast komen te staan dat hij eventuele professionele begeleiding niet vanuit Lentis zou kunnen ontvangen c.q. dat deze begeleiding alleen maar door zijn partner kan en moet worden verstrekt. Door het verstrekken van een Pgb wordt de gestelde overbelasting van eisers partner niet opgelost, maar lijkt dit meer een inkomensvoorziening voor eisers partner. Daarvoor is een Pgb niet bedoeld. Daarnaast is er volgens verweerder, gelet op de behandeling die is gericht op een zo zelfstandig mogelijk functioneren, geen sprake van structurele ondersteuning. Door het opzeggen van haar baan is het arbeidsperspectief van eisers partner verslechterd, maar het feit dat de gebruikelijke hulp door eisers partner met een half uur per dag wordt overschreden, is op te vangen door eisers kinderen. Derhalve kan door middel van hulp en begeleiding door de partner en kinderen worden voorzien in de behoefte aan begeleiding en ondersteuning van eiser, waarmee er geen sprake is van een situatie waarin de mantelzorg structureel, zwaar en van een behoorlijke omvang is. 4. Ingevolge artikel van de Wmo 2015 wordt verstaan onder mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onder a van de Wmo 2015 komt een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Van toepassing is de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2015 (Verordening). Ingevolge artikel 5, eerste lid, onder b, van de Verordening wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen. In het eerste lid van artikel 2.3.6, van de Wmo 2015, is bepaald dat, indien de cliënt dit wenst, het
4 college hem een persoonsgebonden budget verstrekt dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. In artikel 26, negende lid, van de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2015 (Nadere regels) is bepaald dat het Pgb voor informele hulp is beperkt tot die gevallen waarin de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt, niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt verleend en structureel, zwaar, van een behoorlijke omvang is en een hoge mate van verplichting kent. Het perspectief op de arbeidsmarkt van de informele ondersteuner mag door de geleverde ondersteuning niet aanmerkelijk verslechteren. 5.1 De rechtbank stelt vast dat op basis van artikel 1.2.1, aanhef en onder a van de Wmo 2015 respectievelijk artikel 5, eerste lid, onder b, van de Verordening geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt voor zover sprake is van, voor zover hier van belang, mantelzorg. De rechtbank is in dit verband allereerst van oordeel dat verweerder de door de partner en dochters van eiser geboden hulp in het bestreden besluit terecht heeft aangemerkt als mantelzorg. Naar het oordeel van de rechtbank kan eerst toegekomen worden aan artikel 26, negende lid, van de Nadere regels, indien vast staat dat aanspraak bestaat op een maatwerkvoorziening. 5.2 Niet in geschil is dat eiser vanwege psychische problemen beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en participatie en dat hij daarom begeleiding en ondersteuning nodig heeft bij zijn sociaal functioneren en bij het aanbrengen van structuur in zijn thuissituatie. Voorts is niet in geschil dat de in dit verband door de partner en kinderen geboden hulp de gebruikelijke hulp overstijgt. De rechtbank dient in dit geding te beoordelen of verweerder op goede gronden heeft kunnen besluiten om aan eiser hiervoor geen Pgb te verstrekken. 5.3 De rechtbank is van oordeel, dat uit artikel 1.2.1, aanhef en onder a van de Wmo 2015 respectievelijk artikel 5, eerste lid, onder b, van de Verordening niet volgt dat de enkele omstandigheid dat sprake is van mantelzorg betekent dat iemand nimmer (aanvullend) in aanmerking kan komen voor een maatwerkvoorziening. Immers, het daarin verwoorde uitgangspunt geldt voor zover sprake is van mantelzorg. Daarbij dient dan echter, naar het oordeel van de rechtbank - en wat ook kan worden afgeleid uit artikel van de WMO respectievelijk de Nadere regels - gedacht te worden aan hulp van derden, waarbij informele hulp (op zich) niet is uitgesloten. Niet in geschil tussen partijen is dat eiser thans geen dan wel moeilijk hulp van derden accepteert. De rechtbank is dan ook, met verweerder, van oordeel dat, zou eiser in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening, een Pgb ten behoeve van de door zijn partner geboden hulp, op basis van artikel 26, negende lid, van de Nadere regels, niet aan de orde is. Deze hulp wordt ook thans, zonder Pgb, geboden en de rechtbank ziet niet in, voor zover eiser stelt dat zijn partner overbelast dreigt te raken, hoe een Pgb - nu eiser alleen hulp accepteert van zijn partner en zijn kinderen - het probleem van de gestelde overbelasting van de partner, waaruit de behoefte aan een maatwerkvoorziening voortkomt, kan oplossen. In dit verband heeft verweerder bovendien terecht opgemerkt dat een Pgb niet bedoeld is als inkomensvoorziening. 5.4 Voorts heeft verweerder zich op standpunt kunnen stellen dat thans niet geconcludeerd kan worden dat de geboden informele hulp de enige optie is en blijft, waardoor eiser kan komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie. Uit de gedingstukken blijkt, hetgeen ook ter zitting is bevestigd door eisers gemachtigde en eisers partner, dat eiser contact heeft met een psycholoog van Lentis. In dit verband stelt de rechtbank vast dat, ook al gaat het proces, zoals ter zitting is verklaard, heel langzaam en met kleine stapjes en vertrouwt eiser alleen zijn partner en kinderen, er wel sprake is van een psychologische behandeling die is gericht op meer zelfstandigheid en vermindering van de angsten van eiser. Dit betekent dat de mantelzorg door de partner en de kinderen van eiser niet kan worden gezien als structurele ondersteuning. 5.5 Door het feit dat eisers partner haar baan van 24 uur bij een callcenter heeft opgezegd, is haar perspectief op de arbeidsmarkt verslechterd. Niet in geschil is dat zij uit eigen keus haar baan
5 heeft opgezegd om er altijd voor eiser te zijn. Dat zij om die reden op dit moment geen arbeid buitenshuis heeft, hoefde voor verweerder, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen aanleiding te zijn te zijn om een Pgb voor de mantelzorg te verstrekken. 6. Het beroep is ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.R. Bracht, rechter, in aanwezigheid van M. Lammerts-Rannenburg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juni griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:CRVB:2017:1259
ECLI:NL:CRVB:2017:1259 Instantie Datum uitspraak 05-04-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/605 WMO15-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 24-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 16_3552 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak 26-02-2016 Datum publicatie 14-03-2016 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2017:721
ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBNNE:2015:389
ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4664
ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205 Instantie Datum uitspraak 12-06-2017 Datum publicatie 21-06-2017 Zaaknummer 17_175 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Omgevingsrecht Eerste
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam
Gemeente Watertand 2 4 APR 2015 INGEKOMEN de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland Gemeente Waterland APR' ZO ( (4ESCAND datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk bijlage(n) faxnummer
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2016:1754
ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:1690
ECLI:NL:RBOBR:2017:1690 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 27-03-2017 Zaaknummer 16_2753 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Belastingrecht Eerste
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 Instantie Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 09-06-2016 Zaaknummer 15/2853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Belastingrecht
ECLI:NL:RVS:2017:1997
ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste
de Rechtspraak Rechtbank Overijssel Reg.nr. PS/2XJIU lao<sa 04 DEC 2014 Dat. ontv.:
de Rechtspraak Rechtbank Overijssel AANTEKENEN [X]/PERPOST PER FAX Bestuursrecht datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk bijlage(n) faxnummer afdeling onderwerp provinciale
