ECLI:NL:RBNNE:2015:4387
|
|
|
- Alfred van der Zee
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Eerste aanleg - enkelvoudig Studiefinanciering inwonende zoon en toeslag op bijstand moeder. Zoon valt niet onder definitie 'gezin' als bedoeld in artikel 4 Wwb. Dientengevolge is de niet afgesloten studiefinancieringslening geen voorliggende voorziening. Ten onrechte de lage toeslag van 10 procent aan moeder uitgekeerd. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 15/1167 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2015 in de zaak tussen [naam eiseres], te Rolde, eiseres, en het dagelijks bestuur van de ISD, verweerder (gemachtigde: J.W. Heidergott) Procesverloop
2 Bij besluit van 25 november 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij vanaf 1 december 2014 niet langer recht heeft op een toeslag op grond van de Toeslagenverordening WWB van 20% maar op een toeslag van 10%. Bij besluit van 19 februari 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Eiseres is verschenen. Verweerder is met bericht van verhindering, niet verschenen. Overwegingen 1. De rechtbank gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden. 1.1 Eiseres ontving ten tijde in geding een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), naar de norm voor een alleenstaande ouder. Zij had een inwonende en studerende zoon die ouder is dan 18 jaar. Eiseres ontving een toeslag van 20% op grond van de Toeslagenverordening WWB van verweerders gemeente. Verweerder ging er daarbij van uit dat eiseres de kosten van het huishouden niet met haar inwonende en studerende zoon kon delen, aangezien de zoon studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering (WSF) ontvangt. 1.2 De zoon van eiseres ontving ten tijde in geding naast studiefinanciering ook inkomsten uit arbeid. Aan studiefinanciering ontving hij 100,25 per maand. De inkomsten uit een bijbaantje waren wisselend. Het betrof werkzaamheden op het vlak van huiswerkbegeleiding. 2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de toeslag van eiseres moet worden verlaagd naar 10% in plaats van 20%, omdat eiseres de kosten kan delen met een inwonend kind dat een eigen inkomen heeft dat hoger is dan het normbedrag van artikel 3.18 van de WSF (artikel 4 lid 3 van de Toeslagenverordening). Verweerder heeft daarbij aansluiting gezocht bij artikel 33, tweede lid, van de Wwb. Ingevolge dit artikel(lid) wordt het inkomen uit studiefinanciering op grond van de WSF 2000 in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de WSF 2000 ( ). Dit normbedrag was ten tijde in geding 633,44. Verweerder heeft dat bedrag vermeerderd met de inkomsten die de zoon van eiseres per maand heeft verdiend, hetgeen resulteert in een overschrijding, welke weer tot een korting van de toeslag op grond van de Toeslagenverordening heeft geleid. Verweerder gaat derhalve uit van de fictie dat de zoon van eiseres het volledige normbedrag op grond van de WSF kan claimen. Dat dit niet is gebeurd is, volgens verweerder, niet relevant. 2.1 Eiseres vindt dat verweerder had moeten uitgaan van de werkelijke inkomsten van haar zoon. Deze inkomsten blijven beneden het normbedrag dat wordt genoemd in artikel 3.18 van de WSF.
3 Bovendien zijn de inkomsten uit werk van haar zoon wisselend. 3. De rechtbank overweegt als volgt. 3.1 Ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Wwb wordt de norm waarnaar de uitkering op grond van de Wwb wordt uitbetaald verhoogd met een toeslag als sprake is van een situatie waarin de belanghebbende hogere algemene kosten van bestaan heeft dan deze norm, terwijl de kosten niet kunnen worden gedeeld met een ander. Van deze situatie is in ieder geval sprake als er een inwonend kind is van 18 of ouder die een inkomen heeft van ten hoogste het normbedrag van artikel 3.18 WSF. 3.2 Ingevolge artikel 33, tweede lid, van de Wwb wordt het inkomen uit studiefinanciering op grond van de WSF 2000 in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de WSF Partijen zijn het erover eens dat dit normbedrag ten tijde in geding 633,44 was. 3.3 Uit artikel 4, derde lid, van de Toeslagenverordening van verweerder blijkt dat de toeslag van een alleenstaande ouder, die de kosten kan delen met een inwonend kind met een eigen inkomen dat hoger is dan de hiervoor genoemde norm uit de WSF, wordt bepaald op 10% van het netto minimumloon. 4. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of verweerder bij de toepassing van artikel 25, eerste lid, van de Wwb, in samenhang met artikel 4, derde lid, van de Toeslagenverordening bij de bepaling van de hoogte van het inkomen van de inwonende zoon van eiseres dient uit te gaan van zijn werkelijke inkomsten (werkelijk ontvangen studiefinanciering, vermeerderd met inkomen uit arbeid) of van de som van de inkomsten uit arbeid en het normbedrag uit de WSF. 4.1 De rechtbank is bekend met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), onder meer de uitspraak van 9 juni 2015, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2015:1787. In deze zaak, evenals in eerdere zaken, heeft de CRvB geoordeeld dat het betreffende bestuursorgaan terecht was uitgegaan van het normbedrag van artikel 3.18 van de WSF 2000 in plaats van de werkelijk door de betrokkene ontvangen studiefinanciering. In de casus waarover de CRvB heeft geoordeeld was telkens sprake van een bijstandsgerechtigde die een toeslag ontving op de Wwb-uitkering, welke uitkering was gebaseerd op de norm voor een alleenstaande en waarbij de niet bijstandsgerechtigde inwonende persoon studiefinanciering ontving naar een bedrag dat lager was dan het normbedrag. De CRvB oordeelde dat bij toepassing van artikel 33, tweede lid, van de Wwb uitgegaan wordt van het bedrag waarop studerenden recht zouden kunnen doen gelden door bijvoorbeeld het afsluiten van een aanvullende lening. Een lening op grond van de WSF wordt gezien als een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wwb. Dat brengt, volgens de CRvB, met zich mee dat het niet afsluiten van een (aanvullende) lening op grond van de WSF en het als gevolg daarvan niet in staat zijn om bij te dragen in de kosten niet kan worden afgewenteld op het bijstandsverlenend bestuursorgaan. 4.2 De rechtbank ziet echter aanleiding om in het onderhavige geval anders te oordelen dan de CRvB in de hiervoor genoemde uitspraak heeft gedaan. De rechtbank doet dit, omdat in het onderhavige geval geen sprake is van een inwonende partner of echtgenoot, maar van een inwonend kind. Een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 van de Wwb is, blijkens artikel 5, aanhef en onder e van de Wwb, een voorziening waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken. De zoon van eiseres is geen belanghebbende, want hij ontvangt geen bijstand. De zoon van eiseres behoort evenwel ook niet tot het gezin van eiseres, gelet op het feit dat gezin in artikel 4 van de Wwb, (voorzover hier relevant) wordt gedefinieerd als de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen (artikel 4, eerste lid aanhef en onder c sub 3), terwijl een ten laste komend kind wordt gedefinieerd als een kind waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen (artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c sub 3 e Wwb). Dat laatste is hier niet aan de orde, want de zoon van eiseres ontvangt studiefinanciering. 4.3 Uit het voorgaande volgt dat de niet aangegane studielening van de zoon van eiseres derhalve
4 niet als voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de Wwb kan worden beschouwd en verweerder dan ook ten onrechte het deel aan studiefinanciering dat de zoon nog zou kunnen lenen bij de vaststelling van het inkomen heeft betrokken. 5. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel dient verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 19 februari 2015 en bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaarschrift van eiseres dient te beslissen met inachtneming van het in deze uitspraak overwogene; - bepaalt dat verweerder het griffierecht ad 45,00 aan eiseres dient te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. H.W. Wind, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
5
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2017:721
ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 20-07-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak 26-02-2016 Datum publicatie 14-03-2016 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.
Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,
ECLI:NL:CRVB:2017:1253
ECLI:NL:CRVB:2017:1253 Instantie Datum uitspraak 21-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5687 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 Instantie Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 09-06-2016 Zaaknummer 15/2853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Belastingrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
ECLI:NL:RBROT:2017:2476
ECLI:NL:RBROT:2017:2476 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 05-04-2017 Datum publicatie 05-04-2017 Zaaknummer ROT 16/7063 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205 Instantie Datum uitspraak 12-06-2017 Datum publicatie 21-06-2017 Zaaknummer 17_175 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Omgevingsrecht Eerste
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 23-08-2000 Datum publicatie 21-01-2002 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie WW 98/559-DOP WW 98/916-DOP
ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893
ECLI:NL:CBB:2016:450 Instantie Datum uitspraak 29-12-2016 Datum publicatie 24-01-2017 Zaaknummer 15/893 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie College van Beroep voor het bedrijfsleven Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366 Instantie Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 14-10-2016 Zaaknummer AWB 16_2223 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2016:5340
ECLI:NL:RBAMS:2016:5340 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 10-10-2016 Zaaknummer AWB 16/1670 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 24-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 16_3552 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND. Zittingsplaats Groningen. Bestuursrecht. zaaknummer: LEE 17/1763
ECLI:NL:RBNNE:2017:2889 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 28-07-2017 Datum publicatie 31-07-2017 Zaaknummer LEE 17/1763 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
