ECLI:NL:RBNHO:2016:1706
|
|
|
- Erika de Meyer
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht Voorlopige voorziening+bodemzaak Voorlopige voorziening en afdoening bodemzaak. Verzoeker ontving een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Verzoeker woont samen met zijn partner en zij zijn als zodanig voor de bijstand aan te merken als gehuwden. De partner heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en is daarmee rechthebbende in de zin van de Pw. Artikel 24 van de Pw, op grond waarvan aan een echtgenoot met een niet rechthebbende partner, bijstand naar de norm van een alleenstaande kan worden verleend, is hier dan ook niet van toepassing. Het recht op bijstand komt aldus verzoeker en zijn partner gezamenlijk toe. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht de bijstandsuitkering van verzoeker ingetrokken en beëindigd, nu verzoeker niet meer is aan te merken als alleenstaande. Op grond van artikel 43 van de Pw kan verweerder ook bijstand toekennen indien één van de gehuwden niet meewerkt aan de aanvraag. Dit kan echter niet leiden tot bijstandsverlening naar de norm van een alleenstaande, zoals verzoeker wenst. Verweerder is dan ook terecht aan het beroep op artikel 43 voorbij gegaan. Noch het individualiseringsbeginsel noch de andere bepalingen van de Pw geven verweerder de bevoegdheid af te wijken van de regel dat het recht op bijstand de (rechthebbende) echtgenoten gezamenlijk toekomt. Dat de partner van verzoeker het risico loopt dat haar verblijfsvergunning wordt ingetrokken, is geen omstandigheid waar verweerder rekening mee kan houden. De voorwaarde aan de verblijfsvergunning dat zij geen beroep op algemene middelen mag doen is een omstandigheid die voor rekening en risico van de partner van verzoeker komt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij zonder nieuwe aanvraag van verzoeker en zijn partner het recht op bijstand niet kan vaststellen. Wetsverwijzingen Wet werk en bijstand 43, geldigheid: Vindplaatsen Uitspraak Rechtspraak.nl JWWB 2016/72 RECHTBANK NOORD-HOLLAND
2 Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 15/5925 en HAA 15/5938 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 februari 2016 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: mr. S. Faber), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder (gemachtigde: mr. S. Dijkman Dulkes-Wan). Procesverloop Bij besluit van 24 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder het recht van verzoeker op een uitkering op grond van de Participatiewet (Pw) ingetrokken per 21 juli 2015 en beëindigd per 25 juli Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bij uitspraak van 16 september 2015 het primaire besluit geschorst tot zes weken na het bekendmaken van de te nemen beslissing op bezwaar. Bij besluit van 10 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter opnieuw verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
3 Overwegingen 1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten. Verzoeker woont bij zijn ouders en ontvangt sinds 2004 een bijstandsuitkering van verweerder, laatstelijk naar de norm van een alleenstaande. Naar aanleiding van de toepassing van de kostendelersnorm op de uitkering van verzoeker, heeft verweerder de basisregistratie personen geraadpleegd en vastgesteld dat er vier personen woonachtig zijn op het adres van verzoeker. Naast verzoeker en zijn ouders betreft dat [naam] (hierna: [naam] ). [naam] is sinds 2 mei 2014 ingeschreven op het betreffende adres. [naam] heeft de Canadese nationaliteit. [naam] heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd waarbij is bepaald dat een beroep op de openbare middelen niet is toegestaan. Verzoeker heeft tegen verweerder verklaard dat [naam] zijn vriendin is en dat zij samenwonen op een afzonderlijke etage in de woning van zijn ouders Na de verklaring van verzoeker dat hij en [naam] samenwonen, heeft verweerder het primaire besluit genomen omdat verzoeker een gezamenlijke huishouding voert en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering als alleenstaande. Bij het bestreden besluit heeft verweerder dit besluit gehandhaafd. 3. Bij de beoordeling van deze zaak is de volgende wetgeving van belang Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Pw wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een aanverwant in de eerste graad, een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Pw heeft iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, recht op bijstand van overheidswege. Het tweede lid bepaalt, voor zover van belang, dat de hier te lande woonachtige vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt wordt gelijkgesteld met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid. In het vierde lid is bepaald dat het recht op bijstand de echtgenoten gezamenlijk toekomt, tenzij een van de echtgenoten geen recht op bijstand heeft Artikel 18, eerste lid, van de Pw bepaalt dat het college de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen afstemt op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende Artikel 24 van de Pw bepaalt dat indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, voor de rechthebbende echtgenoot de norm gelijk is aan de norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden Artikel 43, eerste lid, van de Pw bepaalt dat het college het recht op bijstand vaststelt op schriftelijke aanvraag of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve. Volgens het
4 tweede lid wordt de bijstand door de echtgenoten gezamenlijk aangevraagd dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander. Op grond van het derde lid, stelt het college het recht op bijstand ambtshalve vast indien een van de echtgenoten niet met de aanvraag instemt, doch bijstandsverlening, gezien de belangen van de overige gezinsleden, niettemin geboden is. 4. Verzoeker voert aan - zakelijk weergegeven - dat verweerder gelet op artikel 11 van de Pw ten onrechte is overgegaan tot intrekking en beëindiging van zijn uitkering. In het geval van verzoeker is sprake van bijzondere omstandigheden op basis waarvan verweerder op grond van artikel 18, eerste lid, en artikel 43, derde lid, van de Pw de bijstandsuitkering van verzoeker naar de norm van een alleenstaande had moeten continueren. Door de bijstandsuitkering van verzoeker te beëindigen, dwingt verweerder verzoeker en [naam] om gezamenlijk een uitkering aan te vragen. Hoewel zij samenwonen, kan in redelijkheid niet van verzoeker en [naam] worden gevergd dat zij gezamenlijk een bijstandsuitkering aanvragen nu daardoor de verblijfsvergunning van [naam] door de IND kan worden ingetrokken. Verweerder is voorts in bezwaar niet inhoudelijk ingegaan op hetgeen in bezwaar is aangevoerd en heeft geen zorgvuldige belangenafweging gemaakt. 5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat artikel 43, derde lid, van de Pw in hetonderhavig geval niet van toepassing is omdat verzoeker en [naam] beiden geen gezamenlijke uitkering wensen aan te vragen. Daarnaast biedt de Pw verweerder geen mogelijkheid om bijstand naar de norm van een alleenstaande aan een gehuwde toe te kennen. 6. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet (meer) kan worden aangemerkt als alleenstaande in de zin van de Pw. Verzoeker heeft erkend dat hij samenwoont met [naam] en heeft niet betwist dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. Verzoeker en [naam] worden dan ook op grond van artikel 3, tweede lid, van de Pw aangemerkt als gehuwd. Verweerder heeft dan ook op goede gronden beslist dat verzoeker niet langer in aanmerking komt voor bijstandsverlening als alleenstaande. 7. De vraag die partijen in de kern genomen verdeeld houdt, is of verweerder na vaststelling van de gezamenlijke huishouding ambtshalve op grond van artikel 43, derde lid, van de Pw, had moeten onderzoeken of aan verzoeker zonder medewerking van [naam] alsnog een bijstandsuitkering (naar de norm van alleenstaande) toegekend kon worden. Tussen partijen is voorts niet in discussie dat verzoeker zonder een bijstandsuitkering niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan. 8. Omdat [naam] beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is zij rechthebbende in de zin van artikel 11 van de Pw. Aangezien verzoeker en [naam] een gezamenlijke huishouding voeren, komt hen aldus op grond van artikel 11, vierde lid, van de Pw het recht op bijstand gezamenlijk toe. Omdat [naam] rechthebbende is op bijstand en niet gebleken is dat zij van dit recht is uitgesloten, is artikel 24 van de Pw, op grond waarvan aan een echtgenoot bijstand naar de norm van een alleenstaande kan worden verleend, hier niet van toepassing. 9. Artikel 43, derde lid, van de Pw maakt voorts een uitzondering voor gehuwden op het vereiste dat echtgenoten de bijstand gezamenlijk aanvragen, indien één van beide echtgenoten niet meewerkt aan een bijstandsaanvraag. Deze bepaling maakt slechts een uitzondering op het vereiste van de gezamenlijke aanvraag, maar niet op het bepaalde in artikel 11, vierde lid, van de Pw op grond waarvan het recht op bijstand de echtgenoten gezamenlijk toekomt. Indien [naam] niet instemt met een gezamenlijke bijstandsaanvraag, omdat zij geen bijstand wenst te ontvangen, kan ambtshalve bijstandverlening op grond van artikel 43, derde lid, van de Pw niet leiden tot verlening van bijstand aan verzoeker als alleenstaande. Zo lang verzoeker en [naam] zijn aan te merken als gehuwd, komt de te verlenen bijstand hen gezamenlijk toe. Verzoeker heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij en [naam] geen bijstand als gehuwden wensen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verweerder dan ook terecht voorbijgegaan aan het beroep
5 van verzoeker op artikel 43, derde lid, van de Pw. 10. Ook het beroep van verzoeker op toepassing van het individualiseringsbeginsel van artikel 18 van de Pw slaagt niet. Ook deze bepaling geeft verweerder niet de bevoegdheid af te wijken van de regel dat het recht op bijstand de echtgenoten gezamenlijk toekomt. Ook verder bieden de bepalingen van de Pw verweerder geen ruimte om, zoals verzoeker betoogt, op grond van bijzondere omstandigheden af te wijken van deze regel. De omstandigheid dat [naam] indien zij, in dit geval gezamenlijk met verzoeker, een beroep op de bijstand doet, het risico loopt dat haar verblijfsvergunning wordt ingetrokken, is evenmin een omstandigheid waar verweerder rekening mee kan houden. De voorwaarde aan de verblijfsvergunning dat [naam] geen beroep op algemene middelen mag doen is een omstandigheid die voor rekening en risico van [naam] komt. 11. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoeker nog betoogd dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam onder gelijke omstandigheden wel een bijstandsuitkering naar de norm van alleenstaande toekent. Ook deze stelling, wat daar verder ook van zij, kan niet tot een ander oordeel leiden, nu dit, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet kan leiden tot een verplichting van verweerder om van de bepalingen van de Pw af te wijken. 12. Gelet op het hiervoor overwogene was verweerder bevoegd het recht van verzoeker op bijstand in te trekken en te beëindigen nu verzoeker geen recht (meer) heeft op een uitkering als alleenstaande. Verweerder heeft zich vervolgens terecht op het standpunt gesteld dat hij zonder nieuwe aanvraag van verzoeker en [naam] het recht op bijstand niet kan vaststellen. Verweerder is ten slotte in het bestreden besluit, door verwijzing naar het bijgevoegde advies van de bezwaarcommissie, voldoende ingegaan op hetgeen verzoeker in bezwaar heeft aangevoerd. 13. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter: - - verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op:
6 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening..
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.
Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,
ECLI:NL:RBOVE:2017:721
ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685
ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2016:1754
ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3181
ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3478
ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 20-07-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205
ECLI:NL:RBOBR:2017:3205 Instantie Datum uitspraak 12-06-2017 Datum publicatie 21-06-2017 Zaaknummer 17_175 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Omgevingsrecht Eerste
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708
ECLI:NL:RBOBR:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 24-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 16_3552 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1259
ECLI:NL:CRVB:2017:1259 Instantie Datum uitspraak 05-04-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/605 WMO15-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam
Gemeente Watertand 2 4 APR 2015 INGEKOMEN de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland Gemeente Waterland APR' ZO ( (4ESCAND datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk bijlage(n) faxnummer
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 23-08-2000 Datum publicatie 21-01-2002 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie WW 98/559-DOP WW 98/916-DOP
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2015:730
ECLI:NL:RBAMS:2015:730 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 11-02-2015 Datum publicatie 03-03-2015 Zaaknummer awb 14/8225 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Voorlopige
ECLI:NL:CRVB:2017:2494
ECLI:NL:CRVB:2017:2494 Instantie Datum uitspraak 11-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/2600 PW Socialezekerheidsrecht
LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065
LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:RBNNE:2015:389
ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening
LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207
LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 25-02-2011 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak
