ECLI:NL:CRVB:2017:1259
|
|
|
- Thijs Baert
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2017:1259 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/605 WMO15-VV Socialezekerheidsrecht Voorlopige voorziening Melding om maatschappelijke ondersteuning in de vorm van opvang verplicht tot nader onderzoek. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Algemene wet bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht 8:81 Algemene wet bestuursrecht 8:104 Algemene wet bestuursrecht 8:108 Rechtspraak.nl USZ 2017/180 met annotatie van M.F. Vermaat Uitspraak 17/605 WMO15-VV Datum uitspraak: 5 april 2017 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) PROCESVERLOOP Namens verzoeker heeft mr. H.M. de Roo, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 december 2016, 16/4147 (aangevallen uitspraak). Verzoeker heeft tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 maart Verzoeker is verschenen,
2 bijgestaan door mr. De Roo. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.T. t Jong. OVERWEGINGEN 1.1. Verzoeker, met de Nederlandse nationaliteit, is sinds 2013 dakloos. Bij brief van 19 januari 2016 heeft verzoeker het college verzocht hem op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) onverwijld een passende plaats in een 24-uursopvang toe te kennen als (tijdelijke) maatwerkvoorziening. Bij besluit van 10 maart 2016 heeft het college dit verzoek afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit Op 10 maart 2016 heeft verzoeker zich opnieuw tot het college gewend met het verzoek gebruik te mogen maken van de opvang. Bij besluit van 3 mei 2016 heeft het college verzoeker toegelaten tot de opvang. Verzoeker verblijft sindsdien in de opvang aan het [adres] Bij besluit van 11 mei 2016 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 10 maart 2016 gegrond verklaard. Het college heeft het besluit van 3 mei 2016 bij zijn beoordeling betrokken en een maatwerkvoorziening voor opvang aan verzoeker toegekend. In het besluit is verder vermeld dat de uitvoering van de maatwerkvoorziening voor opvang aan de GGD/het Instroomhuis is. Verzoeker zal een intake krijgen voor het opvangtraject. De duur van het verblijf in de huidige opvanglocatie is mede afhankelijk van deze intake. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard Verzoeker heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening, inhoudende dat hem een maatwerkvoorziening wordt toegekend bestaande uit een Uitstroom Maatschappelijke Opvang (UMO)-woning of een soortgelijke maatwerkvoorziening. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij nog steeds verblijft in de opvang aan het [adres]. Het college heeft nog geen onderzoek gedaan naar de voor hem benodigde begeleiding en heeft ook nog geen definitieve maatwerkvoorziening toegekend. De gebruikelijke behandelingsduur van het hoger beroep kan niet worden afgewacht. 4. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling In artikel 1, eerste lid, van de Wmo is bepaald dat onder opvang wordt verstaan onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving In artikel van de Wmo is het volgende bepaald: 1. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding. 2. Voordat het onderzoek van start gaat, kan de cliënt het college een persoonlijk plan overhandigen waarin hij de omstandigheden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met g, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het
3 meest is aangewezen. Het college brengt de cliënt van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid het plan te overhandigen. 3. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. 4. Het college onderzoekt: a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; c. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; e. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; f. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; g. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4, verschuldigd zal zijn. 5. Indien de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in het tweede lid aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met g. 6. Bij het onderzoek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. 7. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 8. Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. 9. Een aanvraag als bedoeld in artikel kan niet worden gedaan dan nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in het eerste lid genoemde termijn In artikel van de Wmo is bepaald dat in spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, het college na een melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo, onverwijld beslist tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel en de aanvraag van cliënt In artikel 2.3.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wmo is bepaald dat het college beslist op een aanvraag van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen. In het tweede lid is bepaald dat het college binnen twee weken na ontvangst van de
4 aanvraag een beschikking neemt. In het vierde lid is bepaald dat het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten beslist, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving Op grond van de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit), wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit) Met de brief van 19 januari 2016 heeft verzoeker een melding gedaan bij het college om maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo in de vorm van een passende maatwerkvoorziening bestaande uit opvang, begeleiding of beschermd wonen. Verzoeker heeft met deze brief ook beoogd om met spoed te worden toegelaten tot een voorziening voor tijdelijke opvang. Het college heeft in dit verzoek aanleiding gezien om verzoeker bij het bestreden besluit per direct toe te laten tot de opvang aan het [adres]. Anders dan partijen ter zitting hebben betoogd, heeft het college hiermee een tijdelijke maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel van de Wmo aan verzoeker toegekend, reeds omdat de duur van de opvang nadrukkelijk is gekoppeld aan de uitkomsten van nog te verrichten onderzoek Toekenning van een tijdelijke maatwerkvoorziening als hier aan de orde laat onverlet dat het college verder uitvoering dient te geven aan de melding om maatschappelijke ondersteuning in de vorm van opvang. Toekenning van een tijdelijke maatwerkvoorziening geschiedt immers in spoedeisende gevallen, waarin het voor de afwikkeling van de melding benodigde onderzoek van artikel van de Wmo niet kan worden afgewacht In de situatie van verzoeker heeft het college nog geen verdere uitvoering gegeven aan de melding van verzoeker. Het onderzoek als bedoeld in artikel van de Wmo heeft nog niet plaatsgevonden. Vast staat immers dat het in het bestreden besluit aangekondigde onderzoek door de GGD/het Instroomhuis nog niet is uitgevoerd en dat het college ook geen ander onderzoek naar de situatie van verzoeker heeft verricht. Het summiere onderzoek dat is vooraf gegaan aan het bestreden besluit en dat heeft geleid tot toelating van verzoeker tot de opvang aan het [adres] - welk onderzoek heeft bestaan uit het invullen van een screeningslijst -, kan ook niet als zo n onderzoek worden aangemerkt. Verder is ook niet gebleken dat verzoeker nadat de in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo bedoelde termijn van uiterlijk zes weken was verstreken een aanvraag om een maatwerkvoorziening heeft gedaan. Evenmin heeft het college een op een aanvraag volgende beslissing genomen als bedoeld in artikel 2.3.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wmo, waarin is bepaald of aan verzoeker een maatwerkvoorziening voor opvang moet worden toegekend en waaruit deze concreet bestaat. Hieruit volgt dat er (nog) geen besluit over een (definitieve) maatwerkvoorziening voor opvang, begeleiding of beschermd wonen voorligt
5 waartegen door verzoeker beroep is ingesteld bij de bestuursrechter. Dit betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening niet voldoet aan het formele connexiteitsvereiste Uit de stukken en het verhandelde op de zitting blijkt verder dat verzoeker met zijn hoger beroep wil bereiken dat hem een passende (definitieve) maatwerkvoorziening wordt verleend. Met de verleende tijdelijke opvang is hij - afgezet tegen de situatie voordat hij daarin werd toegelaten - tevreden. Dit betekent dat appellant met zijn hoger beroep, dat betrekking heeft op het besluit waarbij hem een tijdelijke voorziening is toegekend, iets wil bereiken dat hij daarmee niet kan bereiken, omdat over de verzochte definitieve maatwerkvoorziening nog geen besluit is genomen en ook niet kon worden genomen omdat het daarvoor nodige onderzoek nog niet is gedaan. Dit betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening niet voldoet aan het materiële connexiteitsvereiste Uit hetgeen in 4.6 en 4.7 is overwogen volgt dat het verzoek om een voorlopige voorziening wegens het ontbreken van formele en materiële connexiteit niet-ontvankelijk dient te worden verklaard Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter over de situatie van partijen als volgt. Het college dient uitvoering te geven aan de melding van verzoeker door een onderzoek in te stellen als bedoeld in artikel van de Wmo. Dit onderzoek dient te resulteren in een schriftelijk verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Het staat verzoeker vrij om een aanvraag bij het college in te dienen om toekenning van een (definitieve) maatwerkvoorziening, waarop het college binnen twee weken een besluit dient te nemen. Voor zover verzoeker zich niet kan verenigen met dat besluit of indien het college niet binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag een besluit neemt, staan verzoeker de rechtsmiddelen van de Awb tot zijn beschikking. In het voorkomende geval kan verzoeker dan een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. 5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 april (getekend) R.M. van Male (getekend) I.G.A.H. Toma
6 KP
MANDAAT BESCHERMD WONEN
MANDAAT BESCHERMD WONEN Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk overwegende: dat op 1 januari 2015 de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de Wet) in werking
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911
ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 20-07-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
ECLI:NL:CRVB:2014:3478
ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)
ECLI:NL:CRVB:2016:3181
ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4664
ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1486
ECLI:NL:CRVB:2017:1486 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 20-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4780 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706
ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak 26-02-2016 Datum publicatie 14-03-2016 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1708
ECLI:NL:CRVB:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 11-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5106 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2016:1754
ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1242
ECLI:NL:CRVB:2017:1242 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3178 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:1257
ECLI:NL:CRVB:2015:1257 Instantie Datum uitspraak 14-04-2015 Datum publicatie 23-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4493 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
ECLI:NL:CRVB:2016:3593
ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491
ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1803
ECLI:NL:CRVB:2017:1803 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 18-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3344 WMO15 Socialezekerheidsrecht
vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015
De raad van de gemeente Roosendaal, gelezen het voorstel van het college van 24 maart 2015, gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6,
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2005:AT3000
ECLI:NL:CRVB:2005:AT3000 Instantie Datum uitspraak 21-03-2005 Datum publicatie 01-04-2005 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 05-1503 MAW-VV Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221
ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2494
ECLI:NL:CRVB:2017:2494 Instantie Datum uitspraak 11-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/2600 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:1003
ECLI:NL:CRVB:2015:1003 Instantie Datum uitspraak 31032015 Datum publicatie 02042015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 132022 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:881
ECLI:NL:CRVB:2017:881 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 06-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5389 AOW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1812
ECLI:NL:CRVB:2014:1812 Instantie Datum uitspraak 27-05-2014 Datum publicatie 03-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-4126 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840
ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1551
ECLI:NL:CRVB:2017:1551 Instantie Datum uitspraak 11-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1071 WWB Socialezekerheidsrecht
