ECLI:NL:RBAMS:2015:730

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBAMS:2015:730"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBAMS:2015:730 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer awb 14/8225 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Voorlopige voorziening Zelfstandige beoordeling van het bestuursorgaan bij een WWB-aanvraag of sprake is van een zeer bijzonder geval als bedoeld in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci e.a.. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 14/8225 uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 februari 2015 in de zaak tussen [verzoekster], te[woonplaats], verzoekster (gemachtigde: mr. M.J.W. Melchers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. I. van Kesteren). Procesverloop Bij besluit van 19 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeksters aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter

2 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari Verzoekster is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1.1 Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 1.2 Met ingang van 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden en is de WWB komen te vervallen. Op grond van het overgangsrecht WWB, geregeld in artikel 78z, vierde lid, van de Participatiewet, wordt in het geval een bezwaar- of beroepschrift vóór of op de datum van de inwerkingtreding van de Participatiewet is ingediend, beslist met toepassing van de WWB. Dit is in de onderhavige zaak het geval. 2.1 Verzoekster heeft de Marokkaanse nationaliteit. Haar zoontje,[naam] geboren op[geboortedatum], heeft de Nederlandse nationaliteit. Aanvankelijk woonde verzoekster samen met de vader en haar zoontje op het adres[adres] te[woonplaats]. De vader van haar zoontje is aldaar in oktober 2014 vertrokken en de aan hem verleende uitkering is beëindigd per 7 oktober Verzoekster heeft op 10 november 2014 een bijstandsuitkering aangevraagd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen, omdat verzoekster geen geldige verblijfstitel heeft. Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Naar aanleiding van verzoeksters verzoek heeft verweerder wel een zogeheten babyuitkering van 234,88 per maand verstrekt aan haar zoontje [naam]. 2.2 Verzoekster heeft aangevoerd dat zij alleen de zorg draagt voor haar 11 maanden oude zoontje en dat de vader niet in staat kan worden geacht zorg te dragen voor de opvoeding en verzorging. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de vader drugsverslaafd is, zich schuldig heeft gemaakt aan huiselijk geweld en een huisverbod opgelegd heeft gekregen en sedertdien niet meer komt op het adres aan de [adres]. Verzoekster heeft voorts stukken overgelegd waaruit blijkt dat de vader van haar zoontje tot 13 maart 2015 in detentie verblijft. Verzoekster stelt dat als haar bijstand wordt ontzegd haar zoontje feitelijk zal worden verplicht de Unie verlaten. Verzoeksters zoontje heeft de Nederlandse nationaliteit. Haar zoontje bevindt zich derhalve in een situatie als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 maart 2011 (Ruiz Zambrano, C-34/09, te vinden op De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in zijn uitspraak van 9 augustus 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:725) overwogen dat indien een burger van de Unie zodanig afhankelijk is van een burger van een derde land, dat hij als gevolg van de besluitvorming van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie feitelijk wordt gedwongen met de burger van het derde land het grondgebied van de Unie te verlaten, aangenomen moet worden dat het recht van burgers van derde landen om onder de in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci e.a. (15 november

3 2011, C-256/11) bedoelde omstandigheden bij hun kinderen van jonge leeftijd, burgers van de Unie, te verblijven op het grondgebied van de lidstaten rechtstreeks voortvloeit uit artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Verzoekster heeft op grond van deze rechtspraak bij de Staatssecretaris van Justitie een aanvraag voor verblijf gedaan. Verweerder heeft naar aanleiding van de onderhavige bijstandsaanvraag contact gehad met de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze dienst heeft verweerder meegedeeld dat verzoeksters aanvraag op deze grond vermoedelijk zou worden afgewezen, maar dat verzoekster een aanvraag voor verblijf op individuele gronden zou moeten indienen. Ter zitting heeft verzoeksters gemachtigde bestreden dat deze informatie correct zou zijn Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat gelet op de door hem verkregen informatie verzoekster zich niet in een positie bevindt dat zij, en daarmee haar zoontje, gedwongen is de Unie verlaten. Verzoekster heeft echter geen rechtmatig verblijf. In die situatie gaat het te ver om ook aan verzoekster een bijstandsuitkering te verlenen. Voor verzoekster moet de uitkomst van haar aanvraag bij de IND voor rechtmatig verblijf worden afgewacht. Verweerder acht de jurisprudentie die door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de Hoge Raad (HR) is ontwikkeld in het kader van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), niet zonder meer toepasbaar op de WWB. Verweerder is van oordeel dat voldoende is tegemoet gekomen aan de rechten van unieburger B.F. Scheerman, door hem in de onderhavige zaak een babyuitkering toe te kennen. 3.3 De voorzieningenrechter overweegt dat de CRvB in de uitspraak van 17 december 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BY5173) in het kader van de AKW geoordeeld dat uit de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat voor de belanghebbende in die zaak uit artikel 20 van het VWEU een rechtstreeks verblijfsrecht voortvloeit, afgeleid van het verblijfsrecht van haar kind, indien haar kind zich bevindt in een situatie als bedoeld in de genoemde arresten. De HR heeft in zijn arrest van 14 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:277) naar aanleiding van het tegen de uitspraak van de CRvB ingestelde cassatieberoep geoordeeld dat uit het arrest Zambrano en het arrest Dereci e.a. volgt dat een staatsburger van een derde land in zeer bijzondere gevallen aan artikel 20 VWEU het recht ontleent om op het grondgebied van een lidstaat te verblijven. Daarvan is sprake indien een ontzegging van dat verblijf als die zou plaatsvinden tot gevolg zou hebben dat een kind van de betrokkene dat burger is van de Unie, feitelijk wordt verplicht om met de ouder het grondgebied van de lidstaat waarvan het kind staatsburger is en tevens het grondgebied van de Europese Unie als geheel te verlaten. In deze gevallen vloeit het verblijfsrecht van een staatsburger van een derde land rechtstreeks voort uit het VWEU. Naar de CRvB terecht heeft aangenomen, is voor het bestaan van een dergelijk verblijfsrecht dan ook geen beslissing van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vereist tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en evenmin de afgifte door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van enig document, dat slechts het bestaan van dit recht bevestigt. Het bestaan van een dergelijk afgeleid verblijfsrecht is evenmin afhankelijk van enig handelen of nalaten van een lidstaat dat tot gevolg heeft dat ouder en kind gedwongen zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten. Ook daarvan is de CRvB terecht uitgegaan, aldus de HR. Indien aldus uit artikel 20 VWEU voortvloeit dat een staatsburger van een derde land het recht heeft in Nederland te verblijven, brengt een redelijke uitleg van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 in het licht van het recht van de EU met zich dat die burger hier te lande rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw De voorzieningenrechter leidt uit die rechtspraak af dat ook bij een aanvraag om een WWBuitkering het bestuursorgaan zal moeten onderzoeken of er sprake is van een zeer bijzonder geval als bedoeld in de arresten Ruiz Sambrano en Dereci e.a. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd aangegeven dat hij niet heeft onderzocht of in het geval van verzoekster sprake is van een vergelijkbare situatie als in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci e.a.. Nu verzoekster een jong kind heeft dat staatsburger is van Nederland en de vader van het kind op dit moment is gedetineerd, is niet uitgesloten dat een ontzegging van het verblijf in Nederland van verzoekster, als die zou plaatsvinden, tot gevolg zou hebben dat het kind van verzoekster feitelijk wordt verplicht om met verzoekster het grondgebied van Nederland en tevens het grondgebied van de

4 Europese Unie als geheel te verlaten. De voorzieningenrechter merkt op dat verweerder een zelfstandige beoordelingsbevoegdheid heeft ten aanzien van de vraag of verzoekster aan artikel 20 VWEU een verblijfsrecht kan ontlenen en of zij, als gevolg daarvan, mogelijkerwijs in aanmerking komt voor bijstand. Verweerder had dan ook moeten beoordelen of het weigeren van de bijstand zal leiden tot een bijzondere situatie als bedoeld in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci e.a. 3.5 De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande aanleiding voor verweerder om in bezwaar nader te onderzoeken of al dan niet sprake is van een bijzondere situatie als bedoeld in de arresten Ruiz Zambrano en Dereci e.a.. Omdat de uitkomst van die beoordeling niet vaststaat, zal de voorzieningenrechter de belangen afwegen of een voorziening moet worden getroffen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster vooralsnog voldoende heeft aangetoond dat de vader thans feitelijk niet kan worden geacht voor hun zoontje zorg te dragen, omdat hij op tot 13 maart 2015 in detentie verblijft. Verzoekster heeft voorts aannemelijk gemaakt dat zij een groot belang heeft bij toekenning van de voorziening, omdat zij anders gedwongen is de woning aan de Ookmeerweg met haar kleine zoontje te verlaten. Ter zitting is besproken dat de stukken over de detentie niet toereikend zijn voor het oordeel dat de vader in het geheel geen zorg kan dragen voor zijn zoontje. De voorzieningenrechter acht in dit verband ook van belang dat de vader, voor zijn detentie, tot 7 oktober 2014 een bijstandsuitkering ontving en dat hij samen met verzoekster en hun zoontje een gezin heeft gevormd. De enkele mededeling van verzoekster omtrent het levensgedrag van de vader is ontoereikend voor het oordeel dat de vader na zijn detentie niet geacht kan worden voor zijn zoontje te zorgen. Dit zal in de bezwaarfase nader moeten worden onderzocht, waarbij het aan verzoekster is om haar stellingen op dit punt aannemelijk te maken, bijvoorbeeld met een rapportage van maatschappelijk werk of een andere deskundige persoon of organisatie. Gelet op het belang van verzoekster en haar zoontje zal verweerder worden opgedragen om tijdelijk, tijdens het onderzoek, aan verzoekster een voorschot te betalen naar de hoogte van een bijstandsuitkering naar de voor haar geldende norm minus de babyuitkering, vanaf de datum van indiening van het verzoek op 19 december 2014 tot de datum van het nog te nemen besluit op bezwaar. 4. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden vastgesteld 974,- (1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt 487,-; wegingsfactor 1). Verder dient verweerder het betaalde griffierecht van 45,- aan verzoekster te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe; - bepaalt dat verweerder aan verzoekster met ingang van 19 december 2014 voorschotten verstrekt naar de voor haar geldende norm, minus de aan [naam] toegekende babyuitkering, tot het besluit op bezwaar; - - bepaalt dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van 45,- vergoedt; veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van 974,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.

5 is verhinderd te tekenen griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:1706

ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak 26-02-2016 Datum publicatie 14-03-2016 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:1754

ECLI:NL:RBROT:2016:1754 ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3181

ECLI:NL:CRVB:2016:3181 ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:7903

ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4659

ECLI:NL:CRVB:2016:4659 ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2487

ECLI:NL:CRVB:2017:2487 ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:721

ECLI:NL:RBOVE:2017:721 ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 September 2016 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 September 2016 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen 010 Rechtbank Rotterdam 15:23:33 13-09-2016 2/7 uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Team Bestuursrecht 3, V-nummer: uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 September 2016 op het

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1035

ECLI:NL:CRVB:2014:1035 ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:6996

ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2017:2675

ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:4491

ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1259

ECLI:NL:CRVB:2017:1259 ECLI:NL:CRVB:2017:1259 Instantie Datum uitspraak 05-04-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/605 WMO15-VV Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3143

ECLI:NL:CRVB:2016:3143 ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:3973

ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2879

ECLI:NL:CRVB:2013:2879 ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:4543

ECLI:NL:RBGEL:2014:4543 ECLI:NL:RBGEL:2014:4543 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 22-07-2014 Datum publicatie 25-07-2014 Zaaknummer AWB-12_502 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 25-02-2011 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak

Nadere informatie