|
|
|
- Theodoor Wouter de Kooker
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proceskostenveroordeling Proces-verbaal Inhoudsindicatie Informatiebeschikking. Met dagtekening 7 maart 2013 geeft verweerder eiser een informatiebeschikking die betrekking heeft op de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 augustus 2012 en de aangiften inkomstenbelasting (IB) over de jaren 2009, 2010 en De aanslagen IB en Zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 2009 en 2010 zijn dan al opgelegd en daartegen loopt nog een bezwaarprocedure. Op die bezwaren doet verweerder op 10 mei 2013 uitspraak. De aanslag IB voor 2011 wordt opgelegd met dagtekening 10 januari In geschil is de rechtmatigheid van de informatiebeschikking. De rechtbank oordeelt dat de informatiebeschikking, voor zover die betrekking heeft op de IB en de Zvw voor 2009 en 2010 moet worden geacht te zijn gegeven voor de ophanden zijnde uitspraken op bezwaar en de informatiebeschikking met het doen van die uitspraken op bezwaar van rechtswege is komen te vervallen. In zoverre is het beroep daarom niet ontvankelijk. Voor zover de informatiebeschikking betrekking heeft op de IB voor 2011 oordeelt de rechtbank dat de beschikking met het opleggen van die aanslag van rechtswege is komen te vervallen en het beroep ook in zoverre niet-ontvankelijk is. Voor zover de informatiebeschikking betrekking heeft op de omzetbelasting oordeelt de rechtbank op feitelijke gronden dat eiser niet aan zijn informatieverplichtingen heeft voldaan en de informatiebeschikking daarom terecht is gegeven, en dat zich geen omstandigheid heeft voorgedaan op grond waarvan de informatiebeschikking van rechtswege zou zijn komen te vervallen. In zoverre is het beroep daarom ongegrond. Wetsverwijzingen Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a, geldigheid: Algemene wet inzake rijksbelastingen 47, geldigheid: Algemene wet inzake rijksbelastingen 52, geldigheid: Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e, geldigheid: Vindplaatsen Uitspraak Rechtspraak.nl FutD RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht
2 pagina 2 van 5 zaaknummer: SGR 13/10151 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2014 in de zaak tussen [X], wonende te [Z], eiser (gemachtigde: [A]), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [te P], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 7 november 2013 op het bezwaar van eiser tegen de hem gegeven informatiebeschikking, genomen op de voet van artikel 52a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [B], [C] en [D]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 9 april 2014 aan de gemachtigde op het adres [adres] te [plaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 10 april 2014 aan de gemachtigde op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep, voor zover het is gericht tegen de informatiebeschikking, voor zover die is gegeven met betrekking tot de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet voor de jaren 2009, 2010 en 2011, niet-ontvankelijk; - verklaart het beroep, voor zover het is gericht tegen de informatiebeschikking, voor zover die is gegeven met betrekking tot de heffing van omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 augustus 2012, ongegrond; - stelt de termijn waarbinnen eiseres alsnog de in de brief van 13 februari 2012 gestelde vragen kan beantwoorden vast op vier weken, gerekend vanaf de dag dat deze uitspraak is verzonden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van 487; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van 44 aan eiser te vergoeden.
3 pagina 3 van 5 Overwegingen 1. Per brief van 5 september 2012 heeft verweerder eiser meegedeeld dat hij voornemens was bij hem een boekenonderzoek uit te voeren. Volgens de brief was het doel van het onderzoek het vaststellen van de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB) over de jaren 2009 tot en met 2011 en de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 augustus Met dagtekening 3 oktober 2012 heeft verweerder eiser de aanslag IB voor het jaar 2009 opgelegd en met dagtekening 10 oktober 2012 de aanslagen IB en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor het jaar Omdat eiser tot dan toe geen aangiften had ingediend zijn de aanslagen ambtshalve vastgesteld. De aanslagen IB voor 2009 en 2010 zijn berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van en de aanslag Zvw voor 2010 naar het maximale bijdrage-inkomen van Op 17 oktober 2012 heeft eiser tegen al deze aanslagen bezwaar gemaakt. 3. Met dagtekening 7 maart 2013 heeft verweerder eiser de onderhavige beschikking gegeven die, voor zover hier van belang, als volgt luidt: Deze informatiebeschikking, gebaseerd op artikel 52a van de [Awr] wordt aan u afgegeven omdat tijdens het boekenonderzoek is gebleken dat u niet heeft voldaan aan uw informatieverplichtingen opgelegd middels de artikelen 47 en 52 [Awr]. De vaststelling dat u niet heeft voldaan aan bovengenoemde informatieverplichtingen is gegrond op de volgende constateringen. In het kader van het boekenonderzoek omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 augustus 2012 en de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2009, 2010 en 2011 is u op dinsdag 11 september 2012 en 31 januari 2013 verzocht om informatie en gegevensdragers ter inzage te verstrekken welke van belang kunnen zijn voor uw belastingheffing. U hebt niet aan deze informatieverplichtingen voldaan. De volgende gebreken zijn geconstateerd: - er is helemaal geen administratie overlegd, terwijl deze aanwezig zou moeten zijn; - er is niet meegewerkt aan het boekenonderzoek. ( ) Als u niet (alsnog) aan uw informatieverplichtingen voldoet en niet of niet tijdig bezwaar maakt tegen deze beschikking, wordt deze informatiebeschikking onherroepelijk. Dat brengt dat met zich mee dat u in een nadelige bewijspositie terechtkomt in de bezwaarfase tegen de belastingaanslagen waarop de informatieverzoeken zien. U dient dan namelijk te bewijzen dat die belastingaanslagen niet juist zijn, de zogeheten omkering en verzwaring van de bewijslast. 4. Op 10 mei 2013 heeft verweerder uitspraak gedaan op de bezwaren tegen de in 2 genoemde aanslagen. 5. Met dagtekening 10 januari 2014 heeft verweerder eiser de aanslag IB voor het jaar 2011 opgelegd. 6. In geschil is de rechtmatigheid van de informatiebeschikking. Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken. 7. Indien met betrekking tot een op te leggen aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag of een te nemen beschikking niet of niet volledig wordt voldaan aan de informatie- en administratieverplichtingen, kan de inspecteur dit op grond van artikel 52a, eerste lid, van de Awr, vaststellen bij een voor bezwaar vatbare informatiebeschikking. In het derde lid van genoemd artikel is bepaald dat indien de inspecteur een belastingaanslag oplegt of een beschikking geeft voordat de met
4 pagina 4 van 5 betrekking tot die belastingaanslag of beschikking gegeven informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, de informatiebeschikking vervalt. 8. Uit de tekst van de informatiebeschikking blijkt dat die is gegeven met betrekking tot de heffing van IB voor de jaren 2009 tot en met 2011, de heffing Zvw voor het jaar 2010 en de heffing van omzetbelasting voor het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 augustus Voor wat betreft de IB voor de jaren 2009 en 2010 en de Zvw 2010 is de informatiebeschikking gegeven nadat de desbetreffende aanslagen waren opgelegd en voordat uitspraak op de tegen die aanslagen gemaakte bezwaren werd gedaan, zodat de beschikking moet zijn gegeven met betrekking tot de uitspraken op bezwaar. Nu de uitspraken op bezwaar zijn gedaan voordat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden is de rechtbank, met inachtneming van het bepaalde in artikel 52a, derde lid, van de Awr, van oordeel dat informatiebeschikking, voor zover die ziet op de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen IB voor de jaren 2009 en 2010 en Zvw 2010, van rechtswege is vervallen. In zoverre heeft eiser daarom geen belang meer bij zijn beroep en is het in zoverre niet-ontvankelijk. 9. Voor wat betreft de heffing van IB voor het jaar 2011 is de informatiebeschikking kennelijk genomen met betrekking tot de voor dat jaar op te leggen aanslag. Vast staat dat de aanslag is opgelegd met dagtekening 10 januari Deze aanslag is dus opgelegd voordat informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de informatiebeschikking, voor zover die is gegeven met betrekking tot de aanslag IB voor het jaar 2011, op grond van artikel 52a, derde lid, van de Awr, van rechtswege is komen te vervallen. Ook in zoverre heeft eiser geen belang meer bij zijn beroep en is het beroep ook in zoverre dus niet-ontvankelijk. 10. Voor zover de informatiebeschikking ziet op de heffing van omzetbelasting overweegt de rechtbank dat zich in zoverre geen omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 52a, derde lid, van de Awr, op grond waarvan de informatiebeschikking zou zijn komen te vervallen. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat eiser geen administratie heeft overgelegd en op geen enkel moment medewerking heeft verleend aan het aangekondigde boekenonderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee aannemelijk gemaakt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen die voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang zouden kunnen zijn en voor het voor dit doel ter beschikking stellen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Awr. Eiser heeft, met hetgeen hij daarvoor heeft aangevoerd, geen feiten en omstandigheden gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. In zoverre is de informatiebeschikking terecht gegeven en is het beroep, voor zover het daartegen is gericht, ongegrond. Ingevolge artikel 27e, tweede lid, van de Awr zal de rechtbank een nieuwe termijn vaststellen om te voldoen aan de informatieverplichting. 11. Hoewel het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond is verklaard, is er, naar het oordeel van de rechtbank, aanleiding verweerder te gelasten het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden en hem te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat aanslag IB voor het jaar 2011 is opgelegd nadat het onderhavige beroep tegen de informatiebeschikking is ingesteld. De uitspraak op bezwaar met betrekking tot de gegeven informatiebeschikking noopte eiser tot het instellen van beroep, terwijl door de handelwijze van de verweerder pas na het instellen van het beroep het belang van de informatiebeschikking kwam te vervallen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op 487 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van 487 en een wegingsfactor 1). Voor het vergoeden van de werkelijke proceskosten is geen aanleiding, aangezien eiser zijn stelling, dat hij door de handelwijze van verweerder onnodig hoge kosten zou hebben moeten maken, op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt. Bovendien hebben de feiten en omstandigheden die eiser in dit kader heeft genoemd voor een groot deel geen betrekking op het geven van de onderhavige informatiebeschikking maar op het opleggen van de aanslagen IB en Zvw voor de jaren 2009 en Voor het vergoeden van de kosten van het bezwaar tegen de informatiebeschikking is evenmin aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat eiser tijdens de bezwaarfase om vergoeding daarvan heeft verzocht. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2014.
5 pagina 5 van 5 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser
Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691 Instantie Datum uitspraak 15-06-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 16 _ 2238 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer 16/00218 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
ECLI:NL:GHARL:2017:9611
ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:RBGEL:2017:4332
ECLI:NL:RBGEL:2017:4332 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 22-08-2017 Datum publicatie 22-08-2017 Zaaknummer AWB - 17 _ 2951 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614 Instantie Datum uitspraak 25-07-2007 Datum publicatie 08-02-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage AWB 06/8362 IB/PVV Belastingrecht
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396
ECLI:NL:RBDHA:2015:3059
ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:RBMNE:2015:8351
ECLI:NL:RBMNE:2015:8351 Instantie Datum uitspraak 27-11-2015 Datum publicatie 23-12-2015 Zaaknummer UTR 15/612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Belastingrecht
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
ECLI:NL:RBGEL:2017:3683
ECLI:NL:RBGEL:2017:3683 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 14-07-2017 Datum publicatie 17-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 1419 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:RBGEL:2016:6941
ECLI:NL:RBGEL:2016:6941 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 27-12-2016 Datum publicatie 27-12-2016 Zaaknummer AWB - 16 _ 3964 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
f,r'- J Wop uitspraak RECHTBAN ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) VM 1 o HAART 2008 inzake \f de erven van
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum
ECLI:NL:GHAMS:2014:310
pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak 30-01-2014 Datum publicatie 12-02-2014 Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger
ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link:
ECLI:NL:HR:2017:130 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2017:130 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10 02 2017 Datum publicatie 10 02 2017 Zaaknummer 16/02729 Formele
ECLI:NL:GHARL:2017:634
ECLI:NL:GHARL:2017:634 Instantie Datum uitspraak 31-01-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/01571 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.
