ECLI:NL:GHDHA:2017:1341
|
|
|
- Melanie de Smedt
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396 Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2016:8415, Bekrachtiging/bevestiging Belastingrecht Hoger beroep In hoger beroep is in geschil of de aanslag op de juiste wijze en tot het juiste bedrag is vastgesteld. Vindplaatsen Rechtspraak.nl FutD V-N Vandaag 2017/1226 Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-16/00396 Uitspraak d.d. 10 mei 2017 in het geding tussen: [X] te [Z], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, de Inspecteur, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (hierna: de Rechtbank) van 19 juli 2016, nummer SGR 16/335, betreffende de onder 1.1 vermelde aanslag en
2 beschikking. Aanslag, beschikking, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor het jaar 2014 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van (hierna: de aanslag). Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht van 4 (hierna: de beschikking) Belanghebbende heeft tegen de aanslag en de beschikking bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van 124. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 15 februari 2017, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Ter zitting is tevens behandeld het hoger beroep van [Y], kenmerk BK-16/00397, betreffende de aan haar voor het jaar 2014 opgelegde aanslag IB/PVV. Voor zover in die zaak door partijen stukken zijn overgelegd, worden die stukken geacht ook in de onderhavige procedure te zijn overgelegd. Tevens wordt hetgeen door partijen in die zaak voor het overige is aangevoerd, aangemerkt als te zijn aangevoerd in de onderhavige zaak. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier één proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde staat in hoger beroep het volgende vast: 3.1. Met dagtekening 15 januari 2014 is aan belanghebbende voor het jaar 2014 een eerste voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. Op grond daarvan heeft belanghebbende recht op een terug te ontvangen bedrag van Met dagtekening 30 juni 2014 is aan belanghebbende voor het jaar 2014 een tweede voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. Het terug te ontvangen bedrag is daarin gewijzigd in 436.
3 3.3. Met dagtekening 23 januari 2015 is aan belanghebbende voor het jaar 2014 een derde voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. Het terug te ontvangen bedrag is daarin gewijzigd in Op 18 augustus 2015 heeft belanghebbende voor het jaar 2014 aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van Zijn echtgenote, mevrouw [Y] (hierna: de echtgenote), heeft op dezelfde datum aangifte IB/PVV 2014 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van In de aangifte is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: "Voorlopige aanslagen 2014 [Belanghebbende] Voorlopige aanslag Betaald inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2014 ( ) Verdelen [Belanghebbende] en [de echtgenote] Totaal Uw deel Deel fiscale partner Box 1: werk en woning Aftrek eigen woning Box 3: sparen en beleggen Grondslag voordeel uit sparen en beleggen Persoonsgebonden aftrek Partneralimentatie en andere onderhoudsverplichtingen Al ingehouden belasting Ingehouden dividendbelasting Totaal Totaal terug te krijgen U krijgt terug Uw fiscale partner moet betalen Totaal inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ( )" 3.5. Het op de aanslag te betalen bedrag beloopt, na verrekening van de (derde) voorlopige aanslag, 252.
4 Geschil in hoger beroep en standpunten van partijen 4.1. In hoger beroep is in geschil of de aanslag op de juiste wijze en tot het juiste bedrag is vastgesteld Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend Voor de standpunten van partijen verwijst het Hof naar de gedingstukken. Conclusies van partijen 5.1. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. Oordeel van de Rechtbank 6. De Rechtbank heeft het volgende overwogen, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder: "Beoordeling van het geschil 7. Met betrekking tot de wijze van totstandkoming van de aanslag stelt de rechtbank voorop dat de definitieve aanslag IB/PVV 2014 conform de door eiser ingediende aangifte is opgelegd. Anders dan eiser kennelijk meent, is verweerder bij het opleggen van de aanslag dus niet afgeweken van de door eiser ingediende aangifte. Voor verweerder was er dan ook geen aanleiding om eiser, voorafgaand aan het opleggen van de definitieve aanslag, te informeren dan wel om met eiser in overleg te treden. 8. Eiser heeft voorts aangevoerd dat de aanslag niet tot het juiste bedrag is vastgesteld. Blijkens het aanslagbiljet is bij de vaststelling van het te betalen bedrag van 252 rekening gehouden met de aan eiser verleende voorlopige teruggave van zoals vastgesteld in de voorlopige aanslag IB/PVV 2014 van 23 januari 2015 en met het feit dat eiser 4 belastingrente verschuldigd is. Nu niet in geschil is dat de totale verschuldigde IB/PVV over het jaar bedraagt en dat de ingehouden loonheffing beloopt, is het in de aanslag vermelde te betalen bedrag naar het oordeel van de rechtbank juist vastgesteld. 9. Eiser heeft nog aangevoerd dat hij volgens het aangifteprogramma recht zou hebben op een teruggaaf van Uit de tot de gedingstukken behorende kopie van de aangifte IB/PVV 2014 blijkt dat bij de berekening van dit bedrag rekening is gehouden met een bedrag van dat eiser reeds op voorlopige aanslag zou hebben betaald. Vast staat echter dat deze betaling geen betrekking
5 had op het jaar 2014, maar op het jaar Deze betaling kan dan ook niet in mindering komen op de definitieve aanslag IB/PVV over het jaar Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Proceskosten 11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding." Beoordeling van het hoger beroep 7.1. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank het beroep van belanghebbende terecht ongegrond verklaard. Het Hof maakt deze beslissing en de daartoe door de Rechtbank gebezigde gronden tot de zijne. Naar aanleiding van hetgeen belanghebbende in hoger beroep heeft aangevoerd, voegt het Hof aan die gronden nog het volgende toe Belanghebbende heeft ervoor gekozen om gezamenlijk met zijn echtgenote aangifte te doen. Wanneer gezamenlijk aangifte wordt gedaan mogen gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten worden verdeeld over de belastingplichtigen. Belanghebbende en zijn echtgenote hebben voor de onder 3.4 vermelde verdeling gekozen. Op grond van de aangifte had belanghebbende verwacht dat hij een bedrag van terug zou krijgen en dat zijn echtgenote een bedrag van 553 moest betalen. De definitieve aanslag van belanghebbende bevat echter een te betalen bedrag van 252. Dit heeft, naar het Hof begrijpt, bij belanghebbende tot verwarring geleid De Inspecteur heeft bij het opleggen van de definitieve aanslag de aangifte zoals deze is ingevuld door belanghebbende gevolgd, met dien verstande dat de Inspecteur niet het door belanghebbende in de aangifte opgenomen bedrag van van een eerder betaalde voorlopige aanslag IB/PVV voor het jaar 2013 heeft verrekend, maar het bedrag van de voorlopige aanslag Omdat de aangifte is gevolgd, was de Inspecteur niet gehouden contact op te nemen met belanghebbende alvorens de definitieve aanslag op te leggen. Anders dan belanghebbende stelt, ontbreekt een wettelijke regeling die een vooroverleg voorschrijft in een geval als het onderhavige waarbij de aangifte enkel is gecorrigeerd op het punt van een (onterecht) opgenomen bedrag van een eerder betaalde voorlopige aanslag Gelet op het bovenstaande is het hoger beroep ongegrond en zal het Hof beslissen zoals hierna is vermeld Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur toegezegd alsnog de bescheiden inzake een lening van Volvo Car te bekijken en, indien daartoe aanleiding bestaat, over te gaan tot ambtshalve vermindering van de aanslag. Proceskosten 8. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel
6 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Beslissing Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Deze uitspraak is vastgesteld door mr. H.A.J. Kroon, mr. G.J. van Leijenhorst en mr. J.J.J. Engel, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.A. Brits. De beslissing is op 10 mei 2017 in het openbaar uitgesproken. aangetekend aan partijen verzonden: Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: 1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd. 2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: - - de naam en het adres van de indiener; - - de dagtekening; - - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; - - de gronden van het beroep in cassatie. Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
ECLI:NL:GHARL:2017:9611
ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.
ECLI:NL:GHDHA:2017:826
ECLI:NL:GHDHA:2017:826 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 28-03-2017 Datum publicatie 19-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00407
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer 16/00218 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
ECLI:NL:GHARL:2017:634
ECLI:NL:GHARL:2017:634 Instantie Datum uitspraak 31-01-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/01571 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHDHA:2016:1495
ECLI:NL:GHDHA:2016:1495 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 26-05-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-15/01072
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614 Instantie Datum uitspraak 25-07-2007 Datum publicatie 08-02-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage AWB 06/8362 IB/PVV Belastingrecht
Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00338 Uitspraak van 3 januari 2014 in het geding tussen: [X], wonende te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 Instantie Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 12-04-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 3746 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00546
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 16/00546 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
Gerechtshof Den Haag 13-01-2016 20-01-2016 BK-15_00463. Belastingrecht. Hoger beroep. Rechtspraak.nl FutD 2016-0219
ECLI:NL:GHDHA:2016:62 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Den Haag 13-01-2016 20-01-2016 BK-15_00463
pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691 Instantie Datum uitspraak 15-06-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 16 _ 2238 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015
ECLI:NL:GHAMS:2014:310
pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak 30-01-2014 Datum publicatie 12-02-2014 Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger
