ECLI:NL:GHAMS:2014:310
|
|
|
- Stefanie van de Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Beroep verkeerd opgevat; ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden gelast het Hof de griffier (in plaats van de inspecteur) het door belanghebbende in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. Wetsverwijzingen Wet inkomstenbelasting , geldigheid: Algemene wet bestuursrecht 8:114, geldigheid: Vindplaatsen Rechtspraak.nl FutD Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 12/ januari 2014 uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende, tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 12/1755 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam, de inspecteur.
2 pagina 2 van 6 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 30 september 2011 aan belanghebbende over het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB) opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van Na tegen de hiervoor gemelde aanslag gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 24 februari 2012, die aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van Bij mondelinge uitspraak van 5 oktober 2012 (waarvan het proces-verbaal op dezelfde dag is verzonden) heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en de inspecteur gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht van 42 te vergoeden Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 9 november De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2 Feiten Nu de uitspraak van de rechtbank geen afzonderlijke vaststelling van de feiten bevat, stelt het Hof de feiten als volgt vast Belanghebbende heeft op 22 november 2004 van [de Bank] een bedrag geleend. Op de einddatum, van de lening, te weten 22 november 2019, moet er worden afgelost Tegelijk met deze geldlening heeft belanghebbende met dezelfde [Bank] een kapitaalverzekering afgesloten, te weten een levensverzekering met recht op winstdeling. Hierna tezamen ook aangeduid als spaarzekerheidskrediet. De kapitaalverzekering geeft op de einddatum van 22 november 2019 recht op een gegarandeerd eindkapitaal (exclusief winstdeling) van Belanghebbende is jaarlijks premie verschuldigd. Op 1 januari 2009 hebben de rechten uit hoofde van de kapitaalverzekering een waarde in het economische verkeer van Belanghebbende heeft bij de aangifte IB voor het jaar 2008 een bedrag van onder de rubriek Betaalde premies voor inkomensvoorzieningen op het inkomen uit werk en woning in mindering gebracht. Bij de vaststelling van de aanslag IB voor het jaar 2008 is dit bedrag niet in aftrek toegestaan In zijn bezwaarschrift met dagtekening 3 maart 2011 heeft belanghebbende de inspecteur (onder meer) het volgende geschreven: Via deze weg maak ik bezwaar tegen [de] aanslag [IB 2008]. De reden van mijn bezwaar is het feit dat ik door uw belastingconsulent [Hof: belanghebbende bedoeld belastingdienstmedewerker] niet gehoord ben. Ik heb namelijk alle informatie geleverd en ik heb uitgelegd waarom ik denk dat de gedeclareerde kosten terecht zijn. [ ]
3 pagina 3 van 6 V.w.b. Spaarzekerheidskrediet bij [de Bank] (looptijd 15 jaar) betaal ik levensverzekering, de betaalde premie dien ik aan de belastingdienst door te geven. Dat heb ik gedaan. Wanneer ik de doorlooptijd (15 jaar) heb beëindigd, dan kan (afhankelijk mijn aflossing) een bedrag vrijkomen. Moet ik dan ook belasting hierover betalen? Dus ik wil graag antwoord op mijn vraag Op 10 januari 2012 heeft de inspecteur belanghebbende geschreven: Ik zal rekening houden met een reisaftrek van 353. ( ) Uw vraag over de gevolgen van de [beëindiging] van uw levensverzekering, daarover zal een collega binnenkort contact met u opnemen De inspecteur heeft op 24 februari 2012 uitspraak op bezwaar gedaan, daarbij heeft hij het door belanghebbende geclaimde bedrag aan Betaalde premies voor inkomensvoorzieningen niet in aftrek toegelaten. Op dat moment is door de inspecteur (nog) niet gereageerd op de hiervoor onder 2.4 en 2.5 gemelde vraag van belanghebbende Op 27 maart 2012 heeft belanghebbende de inspecteur geschreven: Via deze weg laat ik u weten dat ik een bezwaar heb ingediend bij [de] rechtbank tegen uw definitieve aanslag. De reden van mijn bezwaar is het feit dat u niet genoeg rekening met mijn bezwaar over mijn [spaarzekerheidskrediet van] [de Bank] heeft gehouden In zijn beroepschrift met dagtekening 26 maart 2012 heeft belanghebbende de rechtbank (onder meer) geschreven: Het gaat met name om mijn SPAARZEKERHEIDS KREDIET. Als ik mijn krediet heb betaald, dan kan ik aan het eind van de lening het hele bedrag euro van de bank krijgen. Het gevolg hiervan is dat ik dan belasting over deze lening moet betalen. Dit is niet terecht en niet eerlijk In de aanvulling op het beroepschrift van 11 juli 2012 heeft belanghebbende daaraan toegevoegd: Volgens de belastingdienst moet ik belasting betalen over het kapitaal wat vrij is in Hier maak ik juist bezwaar, want als ik mijn betaalde spaarbedrag en rente niet mag aftrekken, dan [vind] ik het niet eerlijk dat ik aan het eind van de lening toch belasting moet betalen over het vrije gekomen bedrag. De belastingdienst heeft in zijn brief e.e.a. uitgelegd, maar niet mijn vraag/bezwaar toegelicht. 3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en daartoe het volgende overwogen (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als eiser en de inspecteur als verweerder ): 1. Eiser wenst van verweerder antwoord op de vraag of en zo ja in hoeverre in het jaar 2019, wanneer hij 15 jaar premie voor een door hem gesloten levensverzekering heeft betaald, hij belasting over de verzekeringsuitkering dient te betalen. De beantwoording van deze vraag heeft niets te maken met de onderhavige zaak waar de hoogte van het belastbaar inkomen van eiser over 2008 in geschil is. Nu het beroep is gericht tegen het niet beantwoorden van de door hem gestelde vraag, moet het niet-ontvankelijk verklaard worden in verband met het ontbreken van belang, nu gesteld noch gebleken is dat eiser wat de betreft de in geschil zijnde aanslag over het jaar 2008 bij gegrondverklaring in zoverre in een betere
4 pagina 4 van 6 positie komt te verkeren. De hoogte van het vastgestelde inkomen is immers door eiser in beroep niet betwist. 2. Eiser heeft de onder 1 genoemde vraag in de bezwaarfase gesteld. Gelet op het tijdstip van beantwoording van deze vraag door verweerder, te weten in de beroepsfase, is verweerder bereid eiser het griffierecht te vergoeden. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken en heeft dienovereenkomstig beslist. 3. Gelet op het hiervoor overwogene is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 4 Geschil in hoger beroep 4.1. In hoger beroep is in geschil of een bedrag van als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in mindering kan worden gebracht op belanghebbendes inkomen uit werk en woning. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend; de inspecteur ontkennend Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal. 5 Beoordeling van het geschil 5.1. Anders dan de rechtbank onder 1 van haar uitspraak heeft overwogen dient het beroep van belanghebbende aldus te worden opgevat dat belanghebbende stelt dat 5.490, zijnde - naar tussen partijen niet in geschil is, de waarde in het economisch verkeer van de rechten uit hoofde van de kapitaalsverzekering per 1 januari als Betaalde premies voor inkomensvoorziening in 2008 aftrekbaar is. De strekking van zijn bezwaar- en beroepschrift kan toch bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat belanghebbende - wat er zij van de door hem aangevoerde gronden (te weten dat genoemd bedrag in 2008 aftrekbaar is omdat de uitkering volgens hem in 2019 belastbaar zou zijn) - vindt dat zijn belastbaar inkomen te hoog is vastgesteld. Om die reden heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het beroep gericht is tegen het niet beantwoorden van de door hem gestelde - onder 2.4 vermelde - vraag met betrekking tot de heffing over de uitkering uit de kapitaalsverzekering in Belanghebbende is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep Op belanghebbendes vraag of de kapitaalsuitkering in 2019 aan belastingheffing onderworpen is, heeft de inspecteur in de beroepsfase op 7 juni 2012 (onder meer) als volgt gereageerd: De Spaarzekerheidskrediet bestaat [ ] uit twee fiscale aspecten. Enerzijds een lening en anderzijds een kapitaalverzekering. Fiscale gevolgen van de lening In casu wordt de lening [ ] gekwalificeerd als box 3 lening. Dit betekent dat [ ] het bedrag van de lening, boven een schuldendrempel, in mindering kan [worden gebracht] op [de] bezittingen in box 3. Uiteraard voor zover er bezittingen tegenover staan. Wellicht ten overvloede merk ik op dat in casu de betaalde rente voor de lening niet aftrekbaar is in box 1. Fiscale gevolgen kapitaalverzekering
5 pagina 5 van 6 [ ] De jaarlijkse premiebetalingen voor een kapitaalverzekering zijn niet aftrekbaar in box 1, echter in casu dient de waarde van de kapitaalverzekering jaarlijks verantwoord te worden in box 3. Dit betekent dat op moment van uitkering (2019) de gehele uitkering [ ] niet belast is, immers de waarde van de verzekering valt al jaarlijks in box 3. Nu in 2008 [de] bezittingen (inclusief [de] waarde van de kapitaalverzekering) minus [de] schulden niet meer bedragen dan de vrijstelling in box 3 (het zogenoemde heffingvrij vermogen) is [ ] box 3 niet aan de orde Met betrekking tot de vraag of voornoemd bedrag van als uitgaaf voor inkomensvoorzieningen aftrekbaar is, overweegt het Hof dat artikel 3.124, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, noch enige andere rechtsregel voorziet in een dergelijke aftrek. Gelet op het voorgaande zal het Hof het beroep (alsnog) ongegrond verklaren Omdat de rechtbank belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, dient het hoger beroep van belanghebbende gegrond te worden verklaard en heeft belanghebbende recht op vergoeding van het door hem betaalde griffierecht. Per 1 januari 2013 is artikel 8:114 van de Algemene wet bestuursrecht in werking getreden (voor kort gezegd hoger beroepen tegen een na genoemde datum bekendgemaakte uitspraak). Het eerste lid van die bepaling luidt: Indien de hogerberoepsrechter de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk vernietigt, houdt de uitspraak tevens in dat het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht vergoedt, tenzij de hogerberoepsrechter bepaalt dat het griffierecht door de griffier aan de indiener wordt terugbetaald. Staatsblad, 2012, 682 jo 2012, 684. In de Kamerstukken wordt hierover opgemerkt: Deze bepaling is ontleend aan de artikelen 54 (43-oud) Wet RvS, 25 Beroepswet, 27 Wet bbo en 27p AWR, maar met een aanvulling. Genoemde bepalingen schrijven naar de letter dwingend voor dat vernietiging van de uitspraak van de rechtbank per definitie leidt tot de verplichting van het bestuursorgaan tot teruggave van het betaalde griffierecht aan de indiener van het beroepschrift. Vernietiging van de aangevallen uitspraak naar aanleiding van het hoger beroep van een belanghebbende betekent echter niet altijd dat het bestuursorgaan in het ongelijk is gesteld. Het kan bijvoorbeeld ook voorkomen dat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd omdat de rechtbank het beroep ten onrechte ontvankelijk heeft geacht, zichzelf ten onrechte bevoegd heeft geacht of buiten de grenzen van het geschil is getreden. In dergelijke gevallen zo pleegt de hogerberoepsrechter te overwegen brengt een redelijke uitleg van voornoemde bepalingen mee dat het griffierecht wordt terugbetaald door de griffier in plaats van vergoed door het bestuursorgaan (zie bijvoorbeeld ABRS 21 mei 2003, AB 2003, 324, m.nt. TN; ABRS 29 januari 2001, AB 2001, 373 m.nt. JHvdV). Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om deze jurisprudentie te codificeren. Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p. 67. Nu de aangevallen uitspraak wordt vernietigd omdat de rechtbank het beroep ten onrechte nietontvankelijk heeft geacht, zodat het bestuursorgaan geen enkel verwijt treft met betrekking tot de gegrondverklaring van belanghebbendes hoger beroep, zal het Hof anticiperend op voornoemde per 1 januari 2013 in werking getreden bepaling, de griffier (in plaats van de inspecteur) gelasten het door belanghebbende in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. Slotsom De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd behoudens de beslissing omtrent het griffierecht. Doende wat de rechtbank had behoren te doen zal het Hof het beroep (alsnog) ongegrond verklaren.
6 pagina 6 van 6 6 Kosten Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof verklaard in verband met het hoger beroep geen kosten te hebben gemaakt. 7 Beslissing Het Hof: - vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens de beslissing omtrent het griffierecht; - verklaart het beroep ongegrond; en - gelast de griffier van het Hof aan belanghebbende het in hoger beroep betaalde griffierecht ad 115 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. P.F. Goes, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Hogendoorn als griffier. De beslissing is op 30 januari 2014 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: 1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. 2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
ECLI:NL:GHARL:2017:9611
ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218
ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer 16/00218 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396
pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:
ECLI:NL:GHARL:2017:634
ECLI:NL:GHARL:2017:634 Instantie Datum uitspraak 31-01-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/01571 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691
ECLI:NL:RBZWB:2017:3691 Instantie Datum uitspraak 15-06-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 16 _ 2238 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00546
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 16/00546 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
ECLI:NL:GHAMS:2015:3001 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 14/00670
ECLI:NL:GHAMS:2015:3001 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-07-2015 Datum publicatie 22-07-2015 Zaaknummer 14/00670 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614
ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614 Instantie Datum uitspraak 25-07-2007 Datum publicatie 08-02-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage AWB 06/8362 IB/PVV Belastingrecht
Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00338 Uitspraak van 3 januari 2014 in het geding tussen: [X], wonende te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/
GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014
Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de
ECLI:NL:GHAMS:2016:72
ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318
ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 Instantie Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 09-06-2016 Zaaknummer 15/2853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Belastingrecht
tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen
Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985
ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg
Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 Instantie Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 12-04-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 3746 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
ECLI:NL:GHSHE:2014:5405
ECLI:NL:GHSHE:2014:5405 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 19-12-2014 Datum publicatie 09-03-2015 Zaaknummer 13-00985 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:5806, (Gedeeltelijke)
ECLI:NL:GHAMS:2016:2024 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00637
ECLI:NL:GHAMS:2016:2024 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 19-05-2016 Datum publicatie 01-06-2016 Zaaknummer 15/00637 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx
pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.
