Algemeen Deel. versie 3.0
|
|
|
- Frank Smeets
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Algemeen Deel versie 3.0
2 april 2000 Bedrijfsnoodplan Algemeen Deel Vrije Universiteit Versie3.0 Procedures voor de gebouwen van de VU m.b.t. brand ontruiming bommelding lichamelijke bedreiging en vandalisme ernstige ongevallen grote technische storingen ongelukken met gevaarlijke stoffen naderende gaswolken uitgegeven door:
3 Hoofd Bedrijfshulpverlening VU in samenwerking met de Dienst voor Veiligheid en Milieu april 2000
4 Documentbeheer Dit bedrijfsnoodplan algemeen deel is in twee uitvoeringen verspreid. De ingebonden uitvoering bedoelt voor alle afdelingen en diensten en de losbladige uitvoering voor medewerkers van de bedrijfshulpverlenings organisatie. Wijzigingen kunnen worden aangebracht in de losbladige uitvoering, de vervangende bladen worden in de koptekst gecodeerd met een versienummer. Dit versienummer wordt bij kleine veranderingen gevolgd door.nr (b.v. 3.1, 3.2). Bij elke verandering in een hoofdstuk wordt het versienummer ingevoerd in de koptekst en opgenomen in wijzigingenlijst hieronder. Bij grote veranderingen is herdruk van de ingebonden uitvoering noodzakelijk dit is herkenbaar door het versienummer eindigend op. 0 (b.v 2.0, 3.0). De bladen worden dubbelzijdig afgedrukt. Wijzigingen datum versie 2 mrt versie 3.0 febr Filebeheer Tekst Schema s in ABC flow chart communicatie schema alarmering brand alarmering bommelding alarmering lichamelijke bedr. alarmering ernstig ongeval alarmering grote tech. storing alarmering ongeval gevaarlijke stoffen alarmering naderende gaswolken c:\bnp\bnpu/bnp VU werkversie 3.0.doc c:\bnp\bnpu\schemas\ COM ABR AB AL AON AGT AOG ANG Afkortingenlijst BGD Bedrijfsgezondheidsdienst BHV Bedrijfshulpverlening BNP Bedrijfsnoodplan CGV Centrale Goederenvoorziening CTB Coördinatieteam Bedrijfshulpverlening DVM Dienst voor Veiligheid en Milieu DWR Dienst Waterbeheer en Riolering EC Energiecentrum EHBO Eerste hulp bij ongelukken EHBSO Eerste hulp bij stralingsongevallen GD Gebouwendienst I&B Instandhouding & Beheer LB Lokatiebeheer MBC Meld- en Bedieningscentrum MF Medische Faculteit RNC Radionuclidencentrum W&N Wis- en Natuurkunde WVD Waarschuwings en Verkennings Dienst
5 Inleiding Dit bedrijfsnoodplan beschrijft de procedures die worden gevolgd na het ontstaan van een calamiteit. Onder een calamiteit wordt verstaan: een brand, een bommelding of een ernstig ongeval alsmede een grote technische storing of een ongeluk met gevaarlijke stoffen. In alle genoemde gevallen is een effectieve bestrijding van de calamiteit en het beperkt houden van de gevolgen noodzakelijk. Daarnaast kan ontruiming van de afdeling gewenst zijn. Voor elke genoemde calamiteit is de alarmeringsprocedure, de wijze van bestrijding en de taken van de personen die erbij betrokken zijn beschreven. Separaat kunnen in voorkomende gevallen aparte bedrijfsnoodplannen worden gemaakt voor locaties waar sprake is van een verhoogd risico. Voor stralingsongevallen geldt de regeling Eerste Hulp bij Stralingsongevallen (EHBSO-regeling). Deze regeling staat beschreven in het z.g. Oranje Boek met voorschriften en richtlijnen voor het werken met röntgentoestellen en radioactieve stoffen. Het Bedrijfsnoodplan VU is bedoeld voor een calamiteit in de gebouwen van de VU. Achtereenvolgens worden behandeld: de bedrijfshulpverleningsorganisatie communicatie de calamiteiten - brand - bedreigende situaties - ernstig ongeval - grote technische storing - ongeluk met gevaarlijke stoffen ontruiming De doelgroep voor dit bedrijfsnoodplan zijn alle medewerkers die deel uitmaken van de bedrijfshulpverleningsorganisatie.
6 Inhoudsopgave Pagina 1 Inhoudsopgave 1 De organisatie Waarom bedrijfshulpverlening? De relatie met de risico-inventarisatie De organisatie van de bedrijfshulpverlening Omvang en samenstelling van de BHV-organisatie Omvang BHV-organisatie Samenstelling BHV-organisatie Taken Hoofd bedrijfshulpverlening Bedrijfstechnicus (BT-er) Bevelvoerder van de BHV Bedrijfshulpverleningsploegen MBC en receptie medewerkers Lokaal deskundigen Coördinatieteam Bedrijfshulpverlening (CTB) Operationele voorzieningen Communicatie posten Telefoon Portofoon Tracer Gebouwomroepinstallatie(slow whoop) Commandoposities Inzetpost BHV Opstelplaats voor de externe hulpverlening Commandopost Coördinatieteam Opvangplaatsen voor personeel en studenten Salvage/bereddering Brand Inleiding Alarmeringsprocedure Brandbestrijding Bevelvoering Acties Afronding Salvage/bereddering Rapportage Taken Bedieningtechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder BHV Bedrijfstechnicus Bedrijfsbrandweer Beveiliging Gebouwbrandploeg en campusbrandploeg Hoofd Lokatiebeheer Hoofd Instandhouding & Beheer Coördinatieteam BHV Lokaal deskundige
7 Inhoudsopgave Pagina 2 4 Ontruiming Inleiding Ontruiming Opvangplaatsen Ontruimingsprocedures voor de gebouwen Na de ontruiming Taken Bedieningtechnicus MBC Gebouwreceptie Lokaal deskundige Bevelvoerder BHV Gebouwbrandploeg en campusbrandploeg Beveiliging Hoofd Lokatiebeheer Coördinatieteam Bommelding Inleiding Alarmeringsprocedure Bestrijding (opsporen van de bom) Ontruiming Afronding Rapportage Taken Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder BHV Bedrijfstechnicus Beveiliging Brandploeg Hoofd Lokatiebeheer en hoofd Instandhouding & Beheer Coördinatieteam Lichamelijke bedreiging, vandalisme en overvallen Alarmeringsprocedure Aanpak van een bedreiging Rapportage Taken Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder BHV Bedrijfstechnicus Beveiliging Brandploeg Hoofd Lokatiebeheer Coördinatieteam BHV Lokaal deskundige Ernstige ongevallen Inleiding Alarmeringsprocedure Behandeling Rapportage Taken
8 Inhoudsopgave Pagina Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder BHV Bedrijfstechnicus Beveiliging De EHBO-er Hoofd Lokatiebeheer Coördinatieteam Bedrijfsgezondheidsdienst Lokaal deskundige Grote technische storingen Inleiding Uitval van bedrijfsstoffen Stroomstoring Uitval van de luchtbehandelingsinstallatie Alarmeringsprocedure Acties Afronding Taken Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder Bedrijfstechnicus Coördinatieteam Brandploeg Hoofd Instandhouding & Beheer en hoofd Lokatiebeheer Lokaal deskundige MBC Ongelukken met gevaarlijke stoffen Inleiding Alarmeringsprocedure Bestrijding Morsongeluk met chemische stoffen Ongeluk met radioactief materiaal Lekkage gasflessen Situatie meester Rapportage Taken Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder Bedrijfstechnicus Beveiliging Brandploeg Hoofd Lokatiebeheer/ hoofd Instandhouding & Beheer Coördinatieteam BHV Lokaal deskundige hoofd DVM (Arbo en Milieugroep VU)
9 Inhoudsopgave Pagina 4 10 Naderende gaswolken Inleiding Alarmeringsprocedure Afhandeling van de calamiteit Taken Bedieningstechnicus MBC Gebouwreceptie Bevelvoerder Bedrijfstechnici Beveiliging Hoofd Lokatiebeheer en hoofd Instandhouding & Beheer Coördinatieteam BHV Bijlagen 1
10 1 De organisatie
11 1 Organisatie Pagina 1 1 De organisatie 1.1 Waarom bedrijfshulpverlening? Het doel van een bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV-organisatie) is, om bij calamiteiten of situaties die tot een calamiteit kunnen leiden snel in te kunnen grijpen in afwachting van hulp van buitenaf, waarbij: - door ontruiming zoveel mogelijk wordt voorkomen dat er persoonlijk letsel ontstaat; - eventuele slachtoffers worden gered en voorzien van een eerste medische behandeling; - de brand en/of andere calamiteit wordt bestreden teneinde schade aan gebouw, installaties en inventaris, alsmede negatieve milieu-effecten te beperken. Dit vroegtijdig ingrijpen is in het belang van de continuïteit van de VU-activiteiten en beperkt de schade aan mens, materiaal en milieu. 1.2 De relatie met de risico-inventarisatie Er bestaat een samenhang tussen de risico's die in een gebouw aanwezig zijn en de bouwkundige en technische brandbeveiligingsmaatregelen en -voorzieningen die zijn getroffen om die risico's te reduceren. Voor het omgaan met de overgebleven restrisico's is de BHVorganisatie opgezet. De omvang van deze bedrijfshulpverlening hangt dus af van de bouwkundige en technische brandpreventieve en -preparatieve maatregelen die in een gebouw zijn getroffen en het aantal personen aanwezigen in het gebouw. Voor de VU betekent dit dat de BHV-organisatie vormgegeven dient te worden op basis van de huidige en toekomstige huisvestingssituatie en de huidige en toekomstige activiteiten die in het gebouw plaatsvinden. 1.3 De organisatie van de bedrijfshulpverlening Het College van Bestuur is conform de Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk voor de veiligheid van de medewerkers, studenten en bezoekers binnen het VU-complex. In het licht van deze wetgeving zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. arbeidsomstandigheden (dus ook ten aanzien van de veiligheid bij calamiteiten) in de lijnorganisatie ondergebracht. Als we spreken over verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij calamiteiten onderscheiden we twee situaties: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden tijdens een calamiteit ten aanzien van het redden van personen, het verlenen van eerste hulp en de bestrijding van de calamiteit. De bevelvoering in deze situatie wordt geregeld in het bedrijfsnoodplan. Voor de opzet en de instandhouding van de BHV-organisatie is het Hoofd bedrijfshulpverlening eindverantwoordelijk. De taak van het hoofd BHV en daarmee de organisatorische leiding van de BHV-organisatie is ondergebracht bij één van de betrokken diensten: de Gebouwendienst. Bij het opzetten van de organisatie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De BHV-organisatie is zo georganiseerd dat hulp kan worden verleend bij alle calamiteiten die op kunnen treden als gevolg van de dagelijkse activiteiten in het gebouw. De consequentie is dat als er mensen in het gebouw zijn, er ook bedrijfshulpverleners zijn. In die gebouwen waar meerdere werkgevers zijn gehuisvest werken deze werkgevers samen om te zorgen voor een adequate BHV-organisatie. De bedrijfshulpverlening is waar mogelijk aangevuld met beveiligingspersoneel van derden.
12 1 Organisatie Pagina 2 Voor het goed functioneren van een BHV-organisatie is het, naast een goede organisatie en procedure, essentieel dat taken en procedures regelmatig geoefend worden. Deze oefeningen vinden veelal plaats in (een gedeelte van) het eigen gebouw. De personele organisatie en de administratie zijn nader omschreven in het Beheersreglement Bedrijfshulpverlening. De rechten en plichten van de BHV-er worden vastgelegd in de Regeling Bedrijfshulpverleners. Deze regeling is een onderdeel van het Handboek Personeelsbeleid. 1.4 Omvang en samenstelling van de BHV-organisatie Omvang BHV-organisatie Voor de universiteit geldt dat niet alleen overdag maar ook s avonds en in beperkte mate ook 's nachts mensen aanwezig zijn in de universiteitsgebouwen. De omvang van de BHVorganisatie hangt af van de specifieke situatie in de afzonderlijke gebouwen en de daarin voorkomende risico s (maatwerk). Als richtlijn hanteert de VU 1% bedrijfshulpverleners op het gemiddeld totaal aanwezige personen.(gem aanwezigen, ca 100 BHV-ers incl. EHBO-ers) De procedures en taken zoals die zijn omschreven in het bedrijfsnoodplan (BNP) zijn afgestemd op de overdag, s avonds, s nachts en in het weekend aanwezige BHV-ers. Door middel van gebouwoefeningen wordt getoetst of procedures, taken en aanwezige BHV-ers goed op elkaar zijn afgestemd Samenstelling BHV-organisatie Voor het goed laten functioneren van de bedrijfshulpverlening zijn de navolgende functies in de BHV-organisatie opgenomen: hoofd BHV bevelvoerder chef van de wacht bij een calamiteit op het VU-complex bedrijfsbrandweer (is ook inzetbaar bij het VU ziekenhuis) bestaande uit: medewerkers Energiecentrum technici van de wacht van het VU ziekenhuis; brandploegen bestaande uit: medewerkers van de gebouwendienst; medewerkers van faculteiten, diensten en bibliotheek; medewerkers beveiliging(derden); EHBO-ploegen bestaande uit: medewerkers van faculteiten, diensten en bibliotheek; medewerkers beveiliging (derden). MBC en receptie medewerkers; lokaal deskundigen; coördinatieteam BHV. Door de Arbo en Milieugroep VU (BGD en DVM) worden ten behoeve van de BHV-organisatie beleidsvoorbereidende en ondersteunende werkzaamheden uitgevoerd en de opleidingen en trainingen verzorgd.
13 1 Organisatie Pagina Taken Hoofd bedrijfshulpverlening Het hoofd BHV is eindverantwoordelijk voor de BHV-organisatie. De taken van het hoofd BHV zijn: het organiseren van de bedrijfshulpverlening. Dit betekent o.a.: - het (laten) maken en updaten van bedrijfsnoodplannen; - het werven, selecteren, aanstellen en ontslaan van medewerkers van de BHV-organisatie; - het zorgen voor opleidingen, trainingen en oefeningen; het deelnemen aan het coördinatieteam bij ernstige situaties (groot alarm); het (laten) verzorgen van de nazorg voor de BHV-ers bij een calamiteit; het (laten) archiveren van calamiteitenrapporten. Bereikbaarheid Het hoofd BHV wordt bij een calamiteit waarbij sprake is van groot alarm direct geïnformeerd; tijdens kantooruren via telefoon of tracer; buiten kantooruren via mobiele telefoon (via de bellijst); Bij afwezigheid, ziekte of vakantie is de plaatsvervanging geregeld Bedrijfstechnicus (BT-er) Bij een melding van een calamiteit tijdens kantooruren gaat de bedrijfstechnicus als eerste op verkenning en meldt zijn waarnemingen via de portofoon aan de bevelvoerder (chef van de wacht EC) Bevelvoerder van de BHV Bij een calamiteit is de chef van de wacht van het EC bevelvoerder. De taak van de bevelvoerder start bij de alarmering en eindigt voor wat betreft de bestrijding van de calamiteit en de ontruiming, als de taak wordt overgenomen door de bevelvoerder van de professionele hulpverleningsinstantie. Indien deze overname niet plaatsvindt eindigt de taak van de bevelvoerder bij het door hem te geven sein brand (calamiteit) meester. De bevelvoerder staat in nauw contact met de bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw. Bij elke calamiteit zal hij zich naar de opgegeven lokatie begeven (behalve als de bedrijfstechnicus meldt dat er sprake is van loos alarm). Hij verzorgt d.m.v. invulling van het BHV- calamiteitenrapport de rapportage. Herkenbaarheid De bevelvoerder draagt tijdens een calamiteit het blauwe vest met reflecterende strepen, het opschrift bevelvoerder, en een rode epaulet op de rechter schouder. Bereikbaarheid De bevelvoerder draagt een portofoon en is via kanaal 1en 6 oproepbaar. Inzetbaarheid Continu.
14 1 Organisatie Pagina Bedrijfshulpverleningsploegen Bedrijfshulpverleningsploegen worden onderverdeeld in brand- en EHBO-ploegen. Zij hebben als taak het bestrijden van calamiteiten, het redden van slachtoffers, het verrichten van levensreddende handelingen en het verlenen van assistentie bij ontruiming. De brandploegen worden gevormd door medewerkers van faculteiten, afdelingen, diensten en beveiliging. Naast de brandploegen per gebouw en in sommige gevallen per faculteit, is er de campus brandploeg bestaande uit medewerkers van de gebouwendienst. De EHBO-ploegen worden eveneens gevormd door medewerkers van faculteiten, afdelingen, diensten en beveiliging. Zij hebben tot taak het verlenen van eerste hulp en het begeleiden van personen bij een ontruiming. De brand- en EHBO-ploegen zijn alleen aanwezig tijdens kantooruren. Elke ploeg is met een tracergroepsoproep vanuit het MBC oproepbaar (zie 2.2.4). Bedrijfsbrandweer is er zowel voor het VU ziekenhuis als de VU en is continu inzetbaar. De bedrijfsbrandweer bestaat uit continudienstmedewerkers van het EC en de technici van de wacht van het VU ziekenhuis. Bij een calamiteit kan gebruik worden gemaakt van de brandweerauto s. Bereikbaarheid / inzetbaarheid De leden van de bedrijfsbrandweer dragen een portofoon en zijn via kanaal 1 oproepbaar. Bij het inroosteren van de continudienst dient er rekening mee te worden gehouden dat er altijd minimaal twee persluchtmaskerdragers aanwezig zijn MBC en receptie medewerkers Het MBC en de gebouwrecepties vormen de communicatie punten tijdens een calamiteit (zie ook hoofdstuk 2.2) Lokaal deskundigen Voor het goed functioneren van de calamiteitenbestrijding is het nodig dat gegevens van de actuele situatie op de afdeling op het moment van de calamiteit worden doorgegeven aan de bevelvoerder van de BHV. De informatie kan betrekking hebben op aanwezige personen en op gevaarlijke stoffen; maar ook over apparatuur (bijv: hoogspannings-gevaar). Bij diverse afdelingen in de universiteitsgebouwen, vooral daar waar risico's een specifiek karakter hebben, dient iemand beschikbaar te zijn voor het overdragen van deze informatie. Deze persoon wordt in het bedrijfsnoodplan de lokaal deskundige genoemd. Voor die afdelingen waar dit aan de orde is wordt door het hoofd van de afdeling of dienst een lokaal deskundige aangewezen. Training van de lokaal deskundige vindt plaats tijdens de gebouwoefeningen. De bevelvoerder blijft eindverantwoordelijk. Herkenbaarheid De lokaal deskundige draagt een oranje armband.
15 1 Organisatie Pagina Coördinatieteam Bedrijfshulpverlening (CTB) Doel van het CTB is, tijdens een calamiteit, het ondersteunen van de bevelvoerder en het waarborgen van de bedrijfsvoering in die delen van de VU die door de calamiteit in het gedrang komen. De taken van het CTB worden weergegeven in het bedrijfsnoodplan en bestaan o.a. uit: het ondersteunen van de bevelvoerder; het nemen van die technische, organisatorische en logistieke maatregelen die noodzakelijk zijn in het calamiteitengebied en de directe omgeving; het aanwijzen van een woordvoerder voor de verzorging van de communicatie naar buiten; het zonodig inschakelen van nazorghulpverleners ten behoeve van BHV-ers of getroffenen. Het CTB wordt alleen opgeroepen bij groot alarm. In het team zijn de volgende functies vertegenwoordigd: - secretaris van de Universiteit; - hoofd Bedrijfshulpverlening; - hoofd Gebouwendienst. Afhankelijk van de plaats, aard en omvang van de calamiteit kan het team worden uitgebreid met: - hoofd Voorlichting en Externe Betrekkingen; - hoofd Lokatiebeheer; - hoofd Instandhouding & Beheer; - directeur beheer / bibliothecaris / diensthoofd(en); - veiligheidskundige DVM, bedrijfsarts BGD; - brandweer; - politie. Bereikbaarheid Bij groot alarm worden de bovengenoemde functionarissen op de volgende manier gealarmeerd: tijdens kantooruren via telefoon of tracer buiten kantooruren telefonisch Bij afwezigheid, ziekte of vakantie is de vervanging geregeld. Instructie en training van het CTB vindt plaats tijdens aparte CTB-efeningen of tijdens gebouw-oefeningen Arbo en Milieugroep VU (BGD en DVM) De volgende taken uitgevoerd: de administratie van de BHV-organisatie; het trainen en opleiden van de bevelvoerders, de bedrijfsbrandweer en de brandploegen; het opleiden van EHBO-ers; het organiseren van oefeningen; het onderzoeken van de oorzaken van plaatsgevonden calamiteiten; het opstellen van bedrijfsnoodplannen.
16 2 Operationele voorzieningen
17 2 Operationele voorzieningen Pagina 1 2 Operationele voorzieningen 2.1 Werkgebied van de bedrijfshulpverleningsploegen(zie bijlage 9) De bedrijfshulpverleningsploegen (brand- en EHBO-ploegen) kunnen bij een calamiteit afzonderlijk en gezamenlijk worden ingezet. Ze zijn verdeeld over de verschillende gebouwen. Werkgebied voor de BHV-ploeg van het Hoofdgebouw Het verzorgingsgebied is het Hoofdgebouw en het Provisorium. Als er op het binnenterrein activiteiten plaatsvinden dan hoort dit eveneens onder het werkgebied van de BHV-ploeg HG. Werkgebied voor de BHV-ploegen in gebouw W&N In dit gebouw zijn verschillende brandploegen geformeerd n.l.: - Natuurkunde - Scheikunde - RNC - Biologie Deze ploegen zijn in eerste instantie actief in de in bijlage 9 getekende gebieden. De BHV-ploeg RNC is vooral deskundig op het gebied ongelukken in ruimtes met radioactief materiaal. De BHV-ploeg Scheikunde is deskundig bij ongelukken met chemicaliën. Beide ploegen zijn daarom ook op andere plaatsen inzetbaar als hun deskundigheid daar noodzakelijk is. Werkgebied BHV-ploeg gebouw MF De BHV ploeg MF heeft als verzorgingsgebied: - gebouw MF - kinderdagverblijf 't Olifantje - de Hortus - het Transistorium - het Technisch Centrum Werkgebied van BHV-ploeg Energiecentrum Het EC heeft een eigen ploeg voor brand en ongevallen. Zij treden op, bij een calamiteit in het EC, de barakken van externe bedrijven, en het afvaldepot en de parkeerplaats. Werkgebied van de campus brandploeg De ploeg wordt gevormd door medewerkers van de gebouwendienst en zijn over de gehele campus inzetbaar. 2.2 Communicatie(zie schema blz. 5) Een goede communicatie tussen de verschillende onderdelen van de BHV-organisatie, de externe hulporganisaties, en de gebruikers van de gebouwen is essentieel. Het MBC beheert dag en nacht het alarmnummer en vormt het knooppunt van de portofooncommunicatie en voert de tracergroepsoproepen uit. Bij een calamiteit in één van de universiteitsgebouwen zijn een aantal communicatiemiddelen beschikbaar zoals: telefoon portofoon tracer gebouwomroepinstallatie (slow whoop)
18 2 Operationele voorzieningen Pagina Communicatie posten Als communicatie posten zijn ingericht: het MBC de Gebouwrecepties van: - Hoofdgebouw - gebouw W&N - gebouw MF Het MBC is continu bemand. De gebouwreceptie van het HG is op werkdagen bemand van 7.00 tot uur. De gebouwreceptie van de MF is op werkdagen van 7.00 tot uur. De gebouwreceptie van W&N is op werkdagen van 7.00 tot uur Telefoon Het dagelijkse telefoonverkeer wordt verzorgd door de telefooncentrale, gevestigd in het gebouw MF. Naast deze voorziening zijn enkele noodlijnen beschikbaar, die buiten de centrale om kunnen worden gebruikt. De aansluitingen zijn gemaakt in de volgende ruimtes: - Hoofdgebouw (kamer 2e-41) - receptie Hoofdgebouw - receptie gebouw W&N - receptie gebouw MF - MBC Vanuit de meldkamer van het MBC zijn er twee telefoonverbindingen met de alarm centrale van de gemeentebrandweer Amsterdam. Eén daarvan is gekoppeld aan de brandmeldcentrale en treedt alleen in werking wanneer een automatische melder of een handmelder is geactiveerd. alarmnummer VU voor brand en andere calamiteiten Andere belangrijke nummers zijn opgenomen in bijlage Portofoon Voor een draadloze communicatie tussen de bedrijfsbrandweer, de gebouwrecepties en de bedrijfstechnici wordt de portofoon gebruikt. Het knooppunt wordt gevormd door het MBC. De volgende functionarissen zijn in het bezit van een portofoon: - chef van de wacht van het EC - technicus van de wacht van het EC - bedrijfstechnici van de gebouwen (alleen tijdens bedrijfstijd) - alle recepties van de gebouwen - medewerkers van de beveiliging - technici van de wacht van het ziekenhuis - brandmeesters DVM De portofoons van bovengenoemde functionarissen en de mobilofoon van de brandweerauto's staan altijd ingesteld op kanaal 1 en worden bij een calamiteit handmatig omgeschakeld naar kanaal 6.
19 2 Operationele voorzieningen Pagina Tracer Leden van de brand- en EHBO ploegen zijn uitgerust met een tracer. Bij een calamiteitenalarm kan vanuit het MBC een totale ploeg worden opgeroepen d.m.v. een groepsoproep (zie tabel). Individueel kunnen de tracerbezitters opgeroepen worden via de telefoon *97 + tracer nummer. In de receptieruimtes van de gebouwen liggen de lijsten met EHBO-ers en hun individuele tracernummer. Lokatie brandploeg EHBO-ploeg Hoofdgebouw gebouw W&N. Natuurkunde. Scheikunde. Biologie gebouw MF EC Campus Gebouwomroepinstallatie(slow whoop) Het Hoofdgebouw, het gebouw W&N en het gebouw MF zijn uitgevoerd met een omroepinstallatie. Met deze installatie is het mogelijk om per gebouw, vanuit de receptieruimte en vanuit het MBC een mededeling uit te spreken die betrekking heeft op een calamiteit. De mededeling wordt voorafgegaan door een slow whoopsignaal. Bij horen van dit signaal dienen alle bewoners van het gebouw naar de dichtstbijzijnde luidspreker te gaan om de mededeling aan te horen en er vervolgens naar te handelen. 2.3 Commandoposities Inzetpost BHV Bij een calamiteit kiest de bevelvoerder een veilige plek in buurt van de calamiteit om vanaf die plaats de taken te verdelen onder de BHV-ers. De gekozen plaats wordt via de portofoon doorgegeven aan het MBC. Bij een brand is de Inzet post meestal één verdieping lager dan de calamiteit Opstelplaats voor de externe hulpverlening Externe hulpverlenende instanties zijn: - de gemeentebrandweer - de ambulancedienst - de politie Opstelplaats voor externe hulpverleners: Van der Boechorststraat 5 (ingang Energiecentrum, zie bijlage 9). Vanaf deze plaats worden de hulpverleners door een EC-medewerker naar de calamiteit gebracht Commandopost Coördinatieteam Bij groot alarm installeert het Coördinatieteam zich in de commandopost. Deze post is gevestigd in het MBC kamer A107. Als alternatief en uit praktische overwegingen kan het CTB beslissen om de gebouwreceptie van een gebouw te gebruiken.
20 2 Operationele voorzieningen Pagina Opvangplaatsen voor personeel en studenten Bij een ontruiming van een gebouw of gebouwdeel worden de bewoners door middel van de omroep-installatie verzocht om naar de opvangplaats te gaan. Bij een calamiteit gelden de volgende opvangplaatsen: bij een calamiteit in: Hoofdgebouw/Provisorium I en IV gebouw W&N gebouw MF Transitorium/EC kinderdagverblijf 't Oilfantje opvangplaats: restaurant van gebouw W&N restaurant Hoofdgebouw restaurant van gebouw W&N restaurant van gebouw MF restaurant van gebouw MF 2.5 Salvage/bereddering In geval van een brand of een calamiteit van enige omvang dient de bevelvoerder hulp in te roepen van een salvage/beredderingsbedrijf. De inschakeling van zo'n bedrijf is geregeld via de stichting Salvage. Dit gebeurt via de alarmcentrale van de gemeentebrandweer. Het hoofd Instandhouding & Beheer en/of het hoofd Lokatiebeheer van het betrokken gebouw begeleiden de Salvagecoördinator.
21 2 Operationele voorzieningen Pagina 5 Portofoon-communicatieschema na de alarmeringsfase mobilofoon brandweerauto bevelvoerder MBC mondeling brandploeg gebouwreceptie bedrijfstechnicus beveiliging bedrijfsbrandweer portofoon bij een calamiteit schakelt iedereen over van kanaal 1 naar kanaal 6 mondeling c:\schemas\bnpu-com
22 3 Brand
23 3 Brand Pagina 1 3 Brand 3.1 Inleiding Alle VU-gebouwen zijn verdeeld in brandcompartimenten. Elk compartiment heeft naar de naastliggende compartimenten een brandwerendheid van 30 minuten en naar de boven- en onderliggende compartimenten een brandwerendheid van 60 minuten. Dit betekent dat een brand 30 minuten binnen het compartiment gehouden kan worden. Deze tijd wordt gebruikt voor het ontruimen van het getroffen compartiment en het bestrijden van de brand en zonodig voor het ontruimen van de naast-, boven- en onderliggende gebouwdelen. Het alarmsoort bepaalt de ernst van de situatie. Deze wordt door de bevelvoerder vastgesteld. Definiëring van de alarmsoorten: Loos alarm - er is sprake van een onterechte of ongewenste melding Klein alarm - de brand beperkt zich tot één ruimte; de bedrijfsbrandweer kan de brand zelf beheersen Groot alarm - de brand c.q. rook breidt zich uit naar andere ruimtes; de bedrijfsbrandweer heeft hulp nodig van de gemeentebrandweer 3.2 Alarmeringsprocedure Bij een brand of andere calamiteit wordt de bedieningstechnicus van het Meld- en Bedienings-centrum door één van de volgende meldingen gealarmeerd: a. automatische melding: het aanspreken van een automatische brandmelder (rook en/of warmte); b. handmelding: het inslaan van het glaasje van een handbrandmelder; c. telefonische melding op nummer 82400; d. mondelinge melding. Bij het aanspreken van een automatische melder of het inslaan van het glaasje van een handbrandmelder kan de medewerker MBC alleen zien uit welk compartiment en van welke verdieping de melding komt. Daarom is nadere telefonische informatie via het alarmnummer gewenst over de plaats, omvang en aard van de brand. Als bij het MBC een telefonische of mondelinge melding binnenkomt, activeert de bedieningstechnicus de handmelder van het MBC om de automatische doormeldingen te realiseren en direct contact met de gemeentebrandweer te krijgen. Na een brandmelding door een automatische- of handbrandmelder, vindt automatisch een doormelding plaats naar: het MBC receptieruimte van het betreffende gebouw VU-brandweergarage de alarmcentrale van de gemeentebrandweer Amsterdam Bij een automatische melding tussen en uur wordt de melding met een vertraging van 4 minuten doorgegeven aan de alarmcentrale van de gemeentebrandweer. Alarmverwerking door het MBC Onafhankelijk van de soort melding zendt het MBC via een 00-oproep (=F2)(kanaal 1 en 3) een algemene oproep brandalarm uit bestemd voor: chef van de wacht bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw technici in het EC technici van de wacht van het VU ziekenhuis medewerkers van de beveiliging Iedereen schakelt over naar kanaal 6.
24 3 Brand Pagina 2 Bij een automatische en handmelding gaan chef van de wacht en bedrijfstechnicus op verkenning uit, overige personen blijven stand by op kanaal 6. Na verkenning of na telefonische opgave van aard, plaats en omvang van de brand wordt één van de volgende alarmsoorten gegeven: loos alarm; iedereen keert terug naar de operationele situatie klein alarm; brandploeg van het betreffende gebouw(deel) wordt opgeroepen; medewerkers van beveiligingsdienst blijven stand by op kanaal 6, als er geen assistentie nodig is geeft de bevelvoerder aan terug te schakelen naar kanaal 3; in de overige gebouw(del)en schakelen de portofoondragers terug op kanaal 1. Bij opschalen naar groot alarm wordt opnieuw een algemene oproep gedaan. groot alarm; brandploeg van het betreffende gebouw(deel) wordt opgeroepen; beveiligings medewerkers in de overige gebouw(del)en blijven stand by op kanaal 6. De algemene oproep wordt bij een hand-, een telefonische of een mondelinge brandmelding altijd gevolgd door een traceroproep voor de brandploeg. Bij een automatische rookmelding wordt met de traceroproep gewacht tot na de verkenning van de bedrijfstechnicus van het desbetreffende gebouw. Een uitzondering op deze regel geldt voor een melding uit het gebied Scheikunde; bij alle soorten meldingen uit dit gebied wordt direct een traceroproep voor de brandploeg Scheikunde uitgezonden. Bij groot alarm worden de politie en zonodig de ambulancedienst gewaarschuwd. Indien er sprake is van slachtoffers met dodelijke afloop, ziekenhuis opname of een schadebedrag van honderd duizend gulden dan moet de arbeidsinspectie worden gewaarschuwd (tel.nr. zie bijlage 8).
25 3 Brand Pagina 3 Alarmeringsschema bij brand handmelder automatische melder telefonisch VU brandweergarage MBC bij tel. melding handmelder inslaan politie tel gemeentebrandweer wordt automatisch via de brandmeldcentrale opgeroepen portofoon kanaal 1 gebouwreceptie tel./mondeling melding telef. gemeentebrandweer bedrijfstechnicus hoofd Instandhouding en Beheer bevelvoerder BHV hoofd Lokatiebeheer bedrijfsbrandweer beveiliging tracers gebouwbrandploeg campusbrandploeg bij groot alarm telefonisch coördinatieteam c:\schemas\bnpu-abr
26 3 Brand Pagina Brandbestrijding Bevelvoering De bevelvoerder geeft leiding aan de bedrijfsbrandweer en aan de brandploeg. Er is sprake van een getrapte bevelvoering n.l.: binnen bedrijfstijd van a naar c en buiten bedrijfstijd van b naar c. a b c De bedrijfstechnicus zal meestal als eerste bij de brand aanwezig zijn. Hij geeft tot de komst van de chef van de wacht de aanwijzingen aan de brandploeg. De bevelvoerder BHV,(is herkenbaar aan de blauwe jas) d.i. de chef van de wacht van het EC geeft leiding aan de brandploeg en de bedrijfsbrandweer De bevelvoerder gemeentebrandweer neemt na aankomst de bevelvoering over van de bevelvoerder BHV (zie b) Acties De acties die zijn beschreven hebben betrekking op de situatie binnen bedrijfstijd van uur. Buiten bedrijfstijd kan geen gebruik worden gemaakt van de inzet van de bedrijfstechnicus en de brandploegen. De gealarmeerde bedrijfsbrandweer gaat bij een hand-, een telefonische - of een mondelinge melding met de brandweerauto direct naar de opgegeven lokatie. Bij een automatische melding wordt de verkenning van de bedrijfstechnicus afgewacht. De bedrijfstechnicus stelt de ernst van de situatie vast; loos alarm; klein alarm (als de brand zich beperkt tot één ruimte); groot alarm (als de brand c.q. rook zich uitbreidt tot één of meer ruimtes). Deze constatering geeft hij via portofoonkanaal 1 door aan het MBC. Bij klein alarm en groot alarm onderneemt de bedieningstechnicus van het MBC de volgende acties: alarmeert de bedrijfsbrandweer en de bevelvoerder geeft de aard en de omvang van het alarm door aan de gemeentebrandweer doet op verzoek van de bevelvoerder een tracergroepsoproep naar de brandploeg waarschuwt bij groot alarm het Coördinatieteam zorgt voor opvang van de gemeentebrandweer bij de opstelplaats van der Boechorststraat 5 (zie plattegrond bijlage 9). De beveiliging zorgt ervoor dat op verzoek van de bevelvoerder alle ruimtes in het getroffen gebied geopend worden en bedient de brandweerlift die gebruikt wordt door de brandweer. Door de bedieningstechnicus van het MBC wordt op verzoek van de bevelvoerder de ventilatie in de brandstand geschakeld (als dat voor dat gebouwdeel mogelijk is). Op aanwijzing van de bevelvoerder gaat de bedrijfsbrandweer met de brandweerauto naar het aansluitpunt van de droge stijgleiding van het calamiteitengebied en maakt de aansluiting voor bluswater. Nadat de brandploeg is gearriveerd, organiseert de bevelvoerder de: ontruiming. brandbestrijding; Bij aankomst van de gemeentebrandweer wordt de bevelvoering overgenomen door de gemeentebrandweer. Bij een dreiging van verontreiniging van het oppervlaktewater door het bluswater laat de bevelvoerder via het MBC de DWR waarschuwen tel. zie bijlage 8. Als er tengevolge van de brand gevaarlijke stoffen vrij komen, dan volgt afhandeling vlg. hoofdstuk 9, ongelukken met gevaarlijke stoffen.
27 3 Brand Pagina 5 Gebruik van calamiteitenkarren De campusbrandploeg heeft als taak om de calamiteitenkar in een gebouw naar de door de bevelvoerder opgegeven lokatie te brengen. De deuren van de ruimten waar de karren zich bevinden kunnen worden ontgrendeld door: de brandmeldinstallatie; het inslaan van ruitje van het groene kastje; gebruik van de sleutel bij de gebouwreceptie. Plaats van de calamiteitenkar: In het Hoofdgebouw in KA-07 In gebouw W&N in F068 In gebouw MF in AK Afronding Als de brand is bedwongen, geeft de bevelvoerder van de bedrijfsbrandweer het sein "brand meester" door aan het MBC. Het MBC stelt met een algemene oproep op kanaal 1 alle betrokken portofoondragers op de hoogte Salvage/bereddering In geval van een brand of een calamiteit van enige omvang dient de bevelvoerder hulp in te roepen van een salvage/beredderingsbedrijf. De inschakeling van zo'n bedrijf is geregeld via de stichting Salvage. Dit gebeurt via de bevelvoerder en de alarmcentrale van de gemeentebrandweer. Het hoofd Instandhouding & Beheer en/of het hoofd Lokatiebeheer van het betrokken gebouw begeleiden de Salvagecoördinator Rapportage De bevelvoerder rapporteert door invulling van het BHV-formulier, uitgebracht aan het hoofd BHV en gekopieerd aan de DVM. De DVM maakt bij groot alarm een evaluatieverslag van de calamiteit en de bestrijding ervan, en stuurt een rapport aan het hoofd BHV.
28 3 Brand Pagina Taken Bedieningtechnicus MBC a. Neemt de brandmelding in ontvangst en eest het brandmeldpaneel af. b. Verstrekt informatie aan de gemeentebrandweer via de hoofdmelder die verbonden is met de alarmcentrale van de gemeentebrandweer Amsterdam. c. Slaat bij een telefonische of mondelinge melding de handmelder van de meldka mer in om daarmee de directe verbinding te realiseren met de gemeente brandweer (bij een hand- of automatische melding wordt dit contact automatisch gelegd). d. Doet via de portofoon op kanaal 1 een algemene oproep brandalarm met op gave van het soort melding en de lokatie en verzoekt om over te schakelen naar kanaal 6. e. Doet bij een hand-, een telefonische- of een mondelinge melding direct een tracergroepsoproep voor de brandploeg. Bij een automatische melding wordt eerst de reactie van de bedrijfstechnicus afgewacht. Is deze reactie klein of groot alarm dan wordt alsnog de brandploeg opgeroepen. j. Voor elke melding uit het gebied Scheikunde wordt direct een traceroproep voor de brandploeg Scheikunde nr 8550 uitgezonden. g. Na het vaststellen van de alarmsoort door de bevelvoerder:. loos alarm. klein alarm. groot alarm geeft hij deze informatie portofonisch door als een algemene mededeling. h. Doet bij klein- en groot alarm een tracergroepsoproep voor de brandploeg als dit nog niet heeft plaatsgevonden) en geeft de plaats van de door de bevelvoerder gekozen inzetpost door. i. Roept bij groot alarm het coördinatieteam op. j. Waarschuwt bij groot alarm de politie.. k. Schakelt op verzoek van de bevelvoerder de brandventilatie in. l. Zorgt voor opvang van de gemeentebrandweer. m. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder stichting Salvage. n. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder het DWR. (zie tel.lijst bijlage 8) Gebouwreceptie a. Geeft een telefonische of mondelinge calamiteitenmelding per portofoon door aan het MBC. b. Waarschuwt telefonisch het hoofd Lokatiebeheer en het hoofd I&B.
29 3 Brand Pagina Bevelvoerder BHV (herkenbaar aan de rode armband) a. Stelt zich in verbinding met de bedrijfstechnicus en laat door hem de situatie verkennen. Via portofoonkanaal 1 wordt het soort alarm aan het MBC doorgegeven: loos, klein of groot alarm. Zowel bij klein als bij groot alarm gaat hij direct naar de opgegeven lokatie. b. Stelt zich in verbinding met de lokaal deskundige. c. Stelt de lokatie van de inzetpost vast en geeft dit door aan het MBC. d. Draagt bij groot alarm het MBC op om de volgende acties te ondernemen: de beveiliging de sleutels te laten brengen van alle ruimtes in het meldgebied; de gebouwbrandploeg op te roepen; en het coördinatieteam op te roepen. e. Beslist (bij voorkeur na overleg met de lokaal deskundige) tot ontruiming van (een deel van) het gebouw. f. Geeft via de portofoon aan het MBC door dat het bevel tot ontruiming is gegeven. g. Geeft leiding aan de brandbestrijding in afwachting van de komst van de gemeentebrandweer. h. Geeft opdracht aan MBC om de ventilatie in de brandstand te laten schakelen. i. Voert met de lokaal deskundige over leg over de mogelijke risico's zoals: - de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen; - de aanwezigheid van personen m.n de niet-zelfredzame personen; - het afsluiten van gasvoorzieningen; en geeft de leden van de brandploeg opdracht om acties hierop te onder nemen. j. Onderhoudt contact met het coördinatieteam (indien aanwezig). k. Draagt bij aankomst van de Gemeentebrandweer de bevelvoering over. l. Geeft aan het MBC opdracht de stichting Salvage in te schakelen. m. Na afloop van de actie wordt aan het MBC het sein brand meester gegeven en wordt het rapportageformulier ingevuld en opgestuurd naar het hoofd BHV en de DVM Bedrijfstechnicus a. Gaat naar de opgegeven lokatie. b. Stelt de ernst van de situatie vast en geeft dit via het MBC door aan de bevelvoerder (groot, klein of loos alarm). c. Geeft, tot de komst van de bevelvoerder BHV, aanwijzingen aan de brand ploeg voor de eerste blusacties.
30 3 Brand Pagina Bedrijfsbrandweer a. Rukt uit met de brandweerauto. Op aanwijzing van de bevelvoerder wordt aangesloten op het aansluitpunt van de droge stijgleiding. b. Stelt zich beschikbaar aan de bevelvoerder Beveiliging a. Gaat, na een ontvangen brand melding, op verkenning. b. Zorgt voor sleutels van de ruimtes in het bedreigde gebied. d. Onderneemt in afwachting van de bevelvoerder de eerste blusacties. e. Stelt zich beschikbaar aan de bevelvoerder c. Bedient de brandweerlift Gebouwbrandploeg en campusbrandploeg a. Gaat naar de opgeven lokatie. b. Voert in opdracht van de bevelvoerder verdere verkenningen uit. c. Assisteert bij het evacueren van aanwezige personen uit de bedreigde zone(s). d. Assisteert bij de brandbestrijding. e. Verwijdert gevaarlijke stoffen zoals gascilinders en brandbare vloeistoffen. f. Sluit hoofdkranen van gasvoorzieningen Hoofd Lokatiebeheer a. Begeeft zich naar de plaats van de calamiteit en neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. c. Begeleidt de Salvagecoördinator. b. Neemt op verzoek van het CTB zitting in het Coördinatieteam.
31 3 Brand Pagina Hoofd Instandhouding & Beheer a. Begeeft zich naar de plaats van de calamiteit en neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. c. Neemt op verzoek van het CTB zitting in het coördinatieteam d. Begeleidt de Salvagecoördinator. b. Geeft adviezen over het sluiten van bedrijfsstoffen en het schakelen van de ventilatie Coördinatieteam BHV a. Installeert zich in het MBC of de receptieruimte van het desbetreffende gebouw. b. Laat zich via portofoonkanaal 6 informeren door de bevelvoerder en de lokaal deskundige. c. Treedt handelend op m.b.t.: - ondersteuning van de bevelvoerder - ondersteuning bedrijfsvoering - contacten met de media d. Adviseert de bevelvoerder m.b.t acties in het calamiteitengebied en de onder-, boven- en naastliggende gebouwdelen Lokaal deskundige (herkenbaar aan de oranje armband) a. Laat alarmeren, door het inslaan van een handmelder én telefonisch via alarmnummer b. Laat ramen en deuren sluiten. c. Laat kleine blusmiddelen aanvoeren en probeert de brand te blussen. d. Treedt bij een onveilige situatie handelend op, waarbij de aandacht vooral is gericht op de veiligheid van de aanwezige personen. Geeft zonodig opdracht de afdeling te verlaten en zich te melden bij de opvangplaats. e. Geeft informatie aan de bevelvoerder over de mogelijke risico's op zijn afdeling zoals: - aanwezigheid van niet-zelfredzame personen - aanwezigheid van gevaarlijke stoffen; - aanwezige kostbare apparatuur. f. Regelt, als het op de afdeling niet-zelfredzame personen betreft, de begeleiding naar de opvangplaats.
32 4 Ontruiming
33 4 Ontruiming Pagina 1 4 Ontruiming 4.1 Inleiding Tot ontruiming van een gebouw of een gebouwdeel ten gevolge van een calamiteit zal worden besloten wanneer er acuut gevaar dreigt voor de veiligheid en/of gezondheid van de gebruikers. De calamiteiten waarbij dit kan voorkomen zijn: - brand; - bommelding; - lichamelijke bedreiging en vandalisme - ongelukken met gevaarlijke stoffen; - grote technische storingen. De leiding van een afdeling is verantwoordelijk voor de veiligheid van de medewerkers en neemt als eerste de beslissing om te ontruimen. Voor controles van ruimtes op aanwezigheid van personen en voor afzetting van het bedreigde gebied wordt onder leiding van de bevelvoerder, de brandploeg van het betreffende gebouw of de campusbrandploeg ingeschakeld. De bevelvoerder wordt geadviseerd door de lokaal deskundige van de afdeling. De aandacht richt zich in eerste instantie op personen en gevaarlijke stoffen, in een later stadium op archiefmateriaal en apparatuur. 4.2 Ontruiming De beslissing om een afdeling te ontruimen wordt in principe genomen door de leiding of de lokaal deskundige van de desbetreffende afdeling. In alle gevallen is de bevelvoerder bevoegd om de ontruimingsbeslissing te nemen. Bij een bommelding of lichamelijke bedreiging en vandalisme vraagt de bevelvoerder advies aan de politie. Bij een grote technische storing vraagt de bevelvoerder advies aan het hoofd Instandhouding & Beheer. Een ontruimingsbevel kan op verschillende manieren kenbaar worden gemaakt: - mondeling door de lokaal deskundige of leden van de brandploeg; - door een ontruimingsbericht via de omroepinstallatie, voorafgegaan door een slow whoop-signaal Opvangplaatsen Bij ontruiming van een gebouw of gebouwdeel dienen alle personen zich via de trappenhuizen te begeven naar de opvangplaats. bij een calamiteit in: Hoofdgebouw/Provisorium I en IV gebouw W&N gebouw MF Transitorium/EC kinderdagverblijf 't Oilfantje opvangplaats: restaurant van gebouw W&N restaurant Hoofdgebouw restaurant van gebouw W&N restaurant van gebouw MF restaurant van gebouw MF Alle personen die zich bij de opvangplaats melden worden geregistreerd en krijgen daar nadere informatie, dit wordt verzorgd door het hoofd Lokatiebeheer.
34 4 Ontruiming Pagina Ontruimingsprocedures voor de gebouwen Ontruiming in het Hoofdgebouw Plattegronden zie bijlage 1 Het bevel tot ontruiming op een afdeling kan mondeling worden gegeven, door de leiding van de afdeling. Of er kan via de omroepinstallatie worden bekendgemaakt welke gebouwdelen moeten worden ontruimd. Elk bericht wordt vooraf gegaan door een slow whoop signaal. De omroepinstallatie van het Hoofdgebouw kan zowel door de receptie van HG als door de bedieningstechnicus van het MBC worden ingesproken. De opdracht hiervoor wordt gegeven door de bevelvoerder. Het ontruimingsbevel kan betrekking hebben op het totale gebouw of delen daarvan. De bevelvoerder laat zich zonodig voor deze beslissing adviseren door het hoofd Lokatiebeheer. Het personeel en de studenten worden verzocht om via de trappenhuizen het gebouw te verlaten en zich te melden in het restaurant van het gebouw W&N. De aangewezen lokaal deskundige blijft op de plaats van de calamiteit achter om de bevelvoerder te kunnen adviseren Ontruiming in het gebouw W&N Plattegronden zie bijlage 3 Het bevel tot ontruiming op een afdeling wordt mondeling gegeven door de leiding van de afdeling. Aanvullend hierop kan via de omroepinstallatie worden bekendgemaakt welke gebouwdelen verder nog moeten worden ontruimd. De omroepinstallatie van gebouw W&N kan zowel door de receptie van W&N als door de bedieningstechnicus van het MBC worden ingesproken. De opdracht hiervoor wordt gegeven door de bevelvoerder. Het ontruimingsbevel kan betrekking hebben op het totale gebouw of delen daarvan. De bevelvoerder laat zich voor deze beslissing zonodig adviseren door het hoofd Lokatiebeheer. Het personeel en de studenten worden verzocht om via de trappenhuizen het gebouw te verlaten en zich te melden in het restaurant van het Hoofdgebouw. De aangewezen lokaal deskundige blijft op de plaats van de calamiteit achter om de bevelvoerder te kunnen adviseren Ontruiming in het gebouw MF Plattegronden zie bijlage 4 Het bevel tot ontruiming op een afdeling wordt mondeling gegeven door de leiding van de afdeling. Aanvullend hierop kan via de omroepinstallatie worden bekendgemaakt welke gebouwdelen verder nog moeten worden ontruimd. De omroepinstallatie van gebouw MF kan zowel door de receptie van MF als door de bedieningstechnicus van het MBC worden ingesproken. De opdracht hiervoor wordt gegeven door de bevelvoerder. Het ontruimingsbevel kan betrekking hebben op het totale gebouw of delen daarvan. De bevelvoerder laat zich zonodig voor deze beslissing adviseren door het hoofd Lokatiebeheer. Het personeel en de studenten worden verzocht om via de trappenhuizen het gebouw te verlaten en zich te melden in het restaurant van gebouw W&N. De aangewezen lokaal deskundige blijft op de plaats van de calamiteit achter om de bevelvoerder te kunnen adviseren Ontruiming in het Transistorium/Energiecentrum Plattegrond zie bijlage 5 Het bevel tot ontruiming op een afdeling wordt mondeling gegeven door de leiding van de afdeling. De bevelvoerder beslist of ook andere gebouwdelen moeten worden ontruimd. Het ontruimingsbevel kan betrekking hebben op het totale gebouw of delen daarvan. De bevelvoerder geeft hiervoor brandploegleden opdracht om dit mondeling bekend te maken. Het personeel en de studenten worden verzocht om via de trappenhuizen het gebouw te verlaten en zich te melden in het restaurant van gebouw MF. De aangewezen lokaal deskundige blijft op de plaats van de calamiteit achter om de bevelvoerder te kunnen adviseren. 4.4 Na de ontruiming Na de ontruiming wordt de bestrijding van de calamiteit ter hand genomen onder leiding van de bevelvoerder met de brandploeg en de bedrijfsbrandweer. Bij de opvangplaats vindt registratie en opvang van de geëvacueerde personen plaats.
35 4 Ontruiming Pagina Taken (aansluitend aan de taken bij de afzonderlijke calamiteiten) Bedieningtechnicus MBC a. Verzoekt in opdracht van de bevelvoerder via de omroepinstallatie om het gebouw cq gebouwdeel te verlaten Gebouwreceptie a. Verzoekt in opdracht van de bevelvoerder via de omroepinstallatie om het gebouw cq gebouwdeel te verlaten Lokaal deskundige (herkenbaar aan de oranje armband) a. Geeft opdracht tot ontruiming en ziet er op toe dat persoonlijk bezittingen worden meegenomen en electrische apparatuur wordt uitgeschakeld. b. Informeert de bevelvoerder over de risico's Bevelvoerder BHV a. Geeft opdracht tot ontruiming:. mondeling aan de bewoners;. aan het MBC of de gebouwreceptie, door via de omroepinstallatie te laten uitspreken welk gebouwdeel moet worden ontruimd. b. Geeft leiding aan de bedrijfsbrandweer en de brandploeg Gebouwbrandploeg en campusbrandploeg a. Brengt niet-zelfredzame personen buiten het calamiteitengebied. b. Controleert alle ruimtes in het calamiteitengebied op de aanwezigheid van personen. d. Verwijdert kostbare apparatuur e. Sluit hoofdkranen van gasvoorzieningen f. Schakelt bedrijfsstoffen uit. c. Verwijdert gevaarlijke stoffen zoals: - brandbare vloeistoffen - gascilinders - chemicaliën
36 4 Ontruiming Pagina Beveiliging a. Zorgt voor afzetting van het ontruimde gebied Hoofd Lokatiebeheer a. Begeeft zich naar de plaats van de calamiteit en neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. b. Zorgt voor opvang en registratie van de geëvacueerde personen. c. Installeert een EHBO post. d. Geeft aan de geëvacueerde personen om de ca 10 minuten informatie over de gang van zaken. e Geeft, als de bevelvoerder het sein "calamiteit meester" heeft gegeven toestemming om naar de werkplek te gaan. f. Houdt contact en neemt zitting in het coördinatieteam. g. Begeleidt de Salvagecoördinator Coördinatieteam a. Begeeft zich naar de CTB ruimte (MBC kamer A107). b. Regelt de opvang van geëvacueerde personen. c. Neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. d. Neemt maatregelen om het overige deel van universiteit zo goed mogelijk operationeel te houden. e. Onderhoudt de contacten met de media.
37 5 Bommelding
38 5 Bommelding Pagina 1 5 Bommelding 5.1 Inleiding Een bommelding kan op verschillende manieren binnenkomen, bijvoorbeeld: telefonisch, mondeling (verdacht pakketje gesignaleerd), schriftelijk, e mail. Het formulier (zie 5.8) waarop aanwijzingen zijn aangegeven en waarop bijzonderheden genoteerd kunnen worden, behoort aanwezig te zijn in het MBC en bij alle recepties van de gebouwen. Tracht zo veel mogelijk informatie te vergaren over de melding, waarbij de beantwoording van de vraag, "waar en hoe laat springt de bom" grote prioriteit verdient. Na een melding wordt direct het MBC gewaarschuwd, tel Om paniek te voorkomen (geruchtenstroom) dient in eerste instantie de melding alleen telefonisch te worden doorgegeven aan de hier genoemde instanties. 5.2 Alarmeringsprocedure Na ontvangst van een melding bij het MBC wordt direct telefonisch de politie gewaarschuwd en vervolgens een telefonische oproep naar de chef van de wacht als bevelvoerder en de gebouwtechnicus van het betreffende gebouw(deel). In veel gevallen kan de politie in het eerste contact al vaststellen of er sprake is een serieuse melding.
39 5 Bommelding Pagina 2 Alarmeringsschema bij een bommelding telefonisch MBC gebouwreceptie tel./mondeling melding politie tel telefonisch!!! zonodig telef. gemeentebrandweer bedrijfstechnicus bevelvoerder BHV hoofd Lokatiebeheer hoofd Instandhouding en Beheer beveiliging telefonisch bij groot alarm telefonisch gebouwbrandploeg coördinatieteam c:\schemas\bnpu-ab
40 5 Bommelding Pagina Bestrijding (opsporen van de bom) Na overleg tussen de bevelvoerder, het hoofd Lokatiebeheer en de politie worden via het MBC telefonisch de bedrijfsbrandweer en de brandploeg opgeroepen. Een belangrijk aspect in de afhandeling is het opsporen van de bom. Onder leiding van de politie en geassisteerd door de BHV bevelvoerder en eventueel de gebouwbrandploeg, worden veiligheidsmaatregelen getroffen en wordt de zoekactie uitgevoerd. I.v.m. ontstekingsgevaar mogen er geen portofoons worden gebruikt. Verdachte voorwerpen worden alleen door een bomdeskundige van de politie geanalyseerd. De politie beslist over maatregelen om de bom te laten verwijderen of te laten ontploffen. Bij groot alarm wordt het Coördinatieteam opgeroepen. 5.4 Ontruiming De ontruimingsprocedure is beschreven in hoofdstuk Afronding Er is geen gevaar meer voor mens en materieel als: - de lokatie bekend en de bom gevonden en niet meer gevaarlijk is; - bij loos alarm De politie geeft het sein situatie meester De bevelvoerder geeft dit door aan het MBC. Het MBC doet hiervan via de portofoon een algemene mededeling. 5.6 Rapportage De bevelvoerder rapporteert door invulling van het bedrijfshulpverleningsrapport. In ernstige gevallen wordt op verzoek van het hoofd BHV door de DVM een rapport opgesteld.
41 5 Bommelding Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Waarschuwt de politie (tel. zie bijlage 8). b. Waarschuwt (uitsluitend telefonisch) de receptie van het desbetreffende gebouw. c. Waarschuwt de gebouwtechnicus. e. Waarschuwt de beveiliging. f. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder de brandploeg. g. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder het coördinatieteam. d. Waarschuwt de bevelvoerder BHV Gebouwreceptie a b Probeert zoveel gegevens te ver zamelen en vast te leggen op formulier (zie 5.8) Zet de bedienpost in de nachtstand en de bandrecorder op stop. b. Waarschuwt telefonisch het MBC als de melding bij de receptie is binnengekomen. c. Waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer en hoofd instanding en beheer Bevelvoerder BHV a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Blijft in contact met MBC om de brand ploeg op te roepen. c. Voert overleg met de politie en met de leden van het coördinatieteam over de tenemen maatregelen, waarbij het deskundig oordeel van de politie doorslag gevend is. d. Geeft (in overleg met de politie) aanwijzingen voor het opsporen van de bom. Onderzoekt, onder begeleiding van de politie, het betreffende gebouwdeel. e. Informeert het MBC zodra de situatie veilig is. f. Rapporteert door invulling van het rapportage formulier Bedrijfstechnicus a. Meldt zich voor overleg met de bevelvoerder bij de gebouwreceptie.
42 5 Bommelding Pagina Beveiliging a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw voor overleg. c. Zorgt bij verdachte pakketjes voor afzettingen. b. Opent op verzoek van de bevelvoerder ruimtes Brandploeg a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Voert in opdracht van de bevelvoerder zoekacties uit Hoofd Lokatiebeheer en hoofd Instandhouding & Beheer a. Gaan naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Voeren overleg met de bevelvoerder BHV en de politie Coördinatieteam a. Voert overleg met bevelvoerder BHV en de politie over de te nemen maatregelen.
43 5 Bommelding Pagina Formulier (telefonische) bommelding Algemeen: wees vriendelijk tracht de melder aan de praat te houden; vraag veel, zoals: wanneer springt de bom? waar ligt de bom (verstopt, duidelijk zichtbaar)? wat voor bom (explosief, brandbom)? hoe ziet de bom er uit? wat is de reden? waar vandaan belt u? wie bent u? van wie en hoe hebt u dit gehoord? (indien bericht) Bij binnenkomst van de melding in het Hoofdgebouw of de telefooncentrale kan een bandopname worden afgeluisterd. Noteer zoveel mogelijk letterlijk wat gezegd wordt tekst: Datum: Tijd van ontvangst: Identificeer berichtgever Opties: a. Stem [ ] Man, Vrouw, Kind b. Spraak [ ] Langzaam, Normaal, Snel, Afgebeten [ ] Ernstig, Lachend, Monotoon, Hakkelend [ ] Lispelend, Hees, Schor, Dronken, Verdraaid [ ] Nederlands, Engels, Frans, Duits, Andere taal, Dialect [ ] Stem eerder gehoord? c. Achtergrondgeluiden [ ] Lachen, Praten, Kinderen [ ] Café, Muziek, Schrijfmachine, Telefooncel [ ] Tram, Bus, Verkeer, Vliegtuig [ ] Trein, Machines, Andere geluiden Bericht doorgegeven aan... Tijdstip... Opgenomen door... Telefoon... Alarmeer het MBC tel Spreek verder met niemand anders over de melding.
44 6 Lichamelijke bedreiging en vandalisme
45 6 Lichamelijke bedreiging en vandalisme Pagina 1 6 Lichamelijke bedreiging, vandalisme en overvallen Onder lichamelijke bedreigingen verstaan we zowel bedreigingen met vuurwapens als vechtpartijen. Onder vandalisme verstaan we dreiging van geweld en vernielingen. Lichamelijke bedreigingen en vandalisme kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie met elkaar voorkomen. In alle gevallen dienen waarnemers van deze bedreigende situaties dit te melden bij de gebouw receptie of het MBC. 6.1 Alarmeringsprocedure Het MBC waarschuwt de politie (tel. zie bijlage 8) en vervolgens een 00-oproep (F2)(kanaal 1 en 3) een algemene oproep lichamelijke bedreiging, vandalisme en verdacht persoon bestemd voor: chef van de wacht bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw receptie van het betreffende gebouw medewerkers van de beveiliging Iedereen schakelt over naar kanaal 6. Chef van de wacht, bedrijfstechnicus en beveilingsmedewerkers verzamelen bij de receptie van het desbetreffende gebouw. Na verkenning wordt een van de volgende alarmsoorten gegeven: loos alarm; iedereen keert terug naar de operationele situatie klein alarm; niet betrokkenen schakelen terug naar hun eigen kanaal. groot alarm; niet betrokkenen blijven stand by op kanaal Aanpak van een bedreiging Bij lichamelijke bedreigingen of vandalisme worden de bedreigers als eerste benaderd door de beveiliging. Voor ondersteuning kan de bevelvoerder de brandploeg laten oproepen. De acties zijn er vooral op gericht om de bedreigers of vernielers te kalmeren en om tijd te rekken in afwachting van de politie. De brandploeg houdt daarbij zonodig toeschouwers en nieuwsgierigen op een afstand, 6.3 Rapportage De bevelvoerder rapporteert door invulling van het rapportageformulier. Op verzoek van het hoofd BHV maakt de bevelvoerder BHV een verslag van de gebeurtenis.
46 6 Lichamelijke bedreiging en vandalisme Pagina 2 Alarmeringsschema bij lichamelijke bedreiging of vandalisme telefonisch MBC gebouwreceptie tel./mondeling melding politie tel portofoon kanaal 1 telef. bedrijfstechnicus hoofd Lokatiebeheer bevelvoerder BHV beveiliging bij groot alarm telefonisch tracergroepsoproep gebouwbrandploeg coördinatieteam c:\schemas\bnpu-al
47 6 Lichamelijke bedreiging en vandalisme Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Waarschuwt de politie (tel. zie bijlage 8). b. Waarschuwt via de portofoon met een algemene oproep, de gebouw receptie en de bedrijfstechnicus van het desbetreffende gebouw, de bevelvoerder en de beveiliging. c. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder de brandploeg. d. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder het coördinatieteam Gebouwreceptie a. Waarschuwt telefonisch het MBC als de melding bij de receptie is binnengekomen. b. Waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer Bevelvoerder BHV a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Voert overleg met de lokaal deskundige de politie en met de leden van het Coördinatieteam over de te nemen maatregelen, waarbij het deskundig oordeel van de politie maatgevend is. c. Informeert het MBC zodra de situatie onder controle is. d. Rapporteert door invulling van het rapportage formulier Bedrijfstechnicus a. Meldt zich voor overleg bij de gebouw receptie Beveiliging a. Meldt zich voor overleg bij de gebouwreceptie. b. Doet als eerste pogingen om de bedreigers te kalmeren.
48 6 Lichamelijke bedreiging en vandalisme Pagina Brandploeg a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Houdt in opdracht van de bevelvoerder nieuwsgierigen op afstand Hoofd Lokatiebeheer a. Gaat naar de receptie van het desbetreffende gebouw. b. Voert overleg met de bevelvoerder BHV en de politie Coördinatieteam BHV a. Voert overleg met bevelvoerder BHV en de politie. b. Regelt de opvang van de slachtoffers. c. Neemt maatregelen om het overige deel van de universiteit zo goed mogelijk operationeel te houden. d. Onderhoudt de contacten met de media Lokaal deskundige a. Informeert de bevelvoerder over de aanwezige risico s en overlegt of er ontruiming van de afdeling moet plaatsvinden.
49 7 Ernstige ongevallen
50 7 Ernstige ongevallen Pagina 1 7 Ernstige ongevallen 7.1 Inleiding De regeling heeft betrekking op medewerkers, studenten en bezoekers. Een ongeval kan plaatsvinden in of nabij één van de gebouwen van de universiteit. Het gebied dat EHBO bestrijkt is breed; van een splinter in de vinger of een verzwikte enkel tot een hartstilstand. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen niet ernstige en ernstige gevallen. Bij ongevallen van niet ernstige aard wordt er vanuit gegaan dat er geen sprake is van een calamiteit. De hulpverlening komt dan tot stand via de EHBO-posten of individueel gewaarschuwde EHBO-ers. Ongevallen van ernstige aard worden gezien als een calamiteit en zijn om die reden in dit bedrijfsnoodplan beschreven. Een ongeval is ernstig als het slachtoffer niet meer zelfstandig een EHBO-er kan bereiken. Er is altijd sprake van groot alarm als er meerdere slachtoffers zijn, als er gevaar is voor anderen en er een kans is dat er paniek uitbreekt. Bij een calamiteit/ongevalssituatie waarbij lichamelijk letsel is opgetreden, krijgt de hulpverlening aan het slachtoffer de hoogste prioriteit. EHBO-ploegen Voor de volgende gebouwen zijn EHBO-ploegen samengesteld: - Hoofdgebouw - gebouw W&N (verdeeld over verschillende faculteiten) - gebouw MF - Energiecentrum Voor een ongeval in Provisorium I en IV worden EHBO-ers van het Hoofdgebouw opgeroepen en voor een ongeval in het Transistorium en kinderdagverblijf worden EHBO-ers van het gebouw MF opgeroepen. Meldingsmogelijkheden - De hulpvrager of omstanders alarmeren het MBC door het ongeval te melden via telefoonnummer De hulpvrager of omstanders alarmeren de receptie van het gebouw. - Als er in de directe omgeving geen telefoon is kan gebruik worden gemaakt van een handmelder. Van belang is een korte maar juiste omschrijving van de omvang en plaats van het ongeval. Zoals: - de ernst van het ongeval en het aantal slachtoffers; - het betreffende gebouw; - het kamernummer. 7.2 Alarmeringsprocedure Het MBC doet via een 00-oproep (F2)(kanaal 1 en 3) een algemene oproep ernstig ongeval bestemd voor: chef van de wacht bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw receptie van het betreffende gebouw medewerkers van de beveiliging Iedereen schakelt over naar kanaal 6. Chef van de wacht, bedrijfstechnicus en beveiligingsmedewerkers verzamelen bij de receptie van het desbetreffende gebouw. Afhankelijk van de ernst van de situatie wordt één van de volgende alarmsoorten gegeven:
51 7 Ernstige ongevallen Pagina 2 loos alarm; iedereen keert terug naar de operationele situatie klein alarm; niet betrokkenen schakelen terug naar hun eigen kanaal. groot alarm; niet betrokkenen blijven stand by op kanaal 6 De gebouwreceptie waarschuwt telefonisch het hoofd Lokatiebeheer. Het MBC voert een tracergroepsoproep uit: - voor het Hoofdgebouw nr voor MF en EC nr en voor W&N nr Alarmeringsschema bij een ernstig ongeval telefonisch MBC gebouwreceptie tel./mondeling melding ambulance tel portofoon kanaal 1 bedrijfstechnicus telef. BGD hoofd Lokatiebeheer bevelvoerder BHV tracergroepsoproep beveiliging bij groot alarm telefonisch gebouw EHBO ploeg coördinatieteam c:\schemas\bnpu-aon
52 7 Ernstige ongevallen Pagina Behandeling De EHBO-er verleent eerste hulp en de BGD neemt aanvullende maatregelen. Afhankelijk van de ernst van de situatie kunnen de volgende acties volgen: - het slachtoffer wordt naar de EH van het ziekenhuis gebracht; - via het MBC wordt een ambulance opgeroepen of geïnformeerd dat de oproep heeft plaats gevonden; Bij ziekenhuisopname van een medewerker stelt het hoofd Lokatiebeheer zich in verbinding met de faculteit of dienst waar de patiënt werkzaam is. Het diensthoofd brengt vervolgens de familieleden op de hoogte. Indien er sprake is van slachtoffers met dodelijke afloop, ziekenhuis opname of een schadebedrag van honderd duizend gulden dan moet de bevelvoerder de arbeidsinspectie laten waarschuwen. In het belang van het onderzoek zorgt de bevelvoerder er voor dat de ongevals situatie niet wordt gewijzigd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de arbeidsinspectie en de DVM. 7.4 Rapportage Bij ernstige ongevallen rapporteert de bevelvoerder door invulling van het bedrijfshulpverleningsformulier (bijlage 7a en 7e).
53 7 Ernstige ongevallen Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Neemt de ongevalsmelding in ontvangst en verzamelt de benodigde gegevens over plaats, aard en omvang van het ongeval. b. Waarschuwt de ambulancedienst via alarmnr c. Waarschuwt via de portofoon de ge bouwreceptie en de bedrijfstechnicus van het desbetreffende gebouw, de bevelvoerder en de beveiliging. d. Waarschuwt de BGD tel e. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder de brandploeg. f. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder het CTB. g. Bij een ernstig ongeval wordt een EHBO tracer-groepsoproep uitgezonden. HG nr MF en EC nr W&N nr h. Zorgt voor begeleiding van de ambulance naar de lokatie van het ongeval Gebouwreceptie a. Neemt de ongevalsmelding in ontvangst en verzamelt de benodigde gegevens over plaats, aard en omvang van het ongeval. c. Waarschuwt het MBC. d. Waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer b. Waarschuwt de BGD Bevelvoerder BHV a. Begeeft zich naar de lokatie waar het ongeval heeft plaatgevonden. b. Geeft leiding aan de opgeroepen EHBO-ers. c. Waarschuwt de Arbeidsinspectie. d. Waarschuwt het hoofd DVM. e. Draagt i.v.m. het ongevalsonderzoek, zorg voor een ongewijzigde situatie op de lokatie van het ongeval. f. Rapporteert door invulling van het bedrijfshulpverleningsformulier Bedrijfstechnicus a. Gaat naar de plaats van het ongeval en geeft zijn waarnemingen door aan het MBC. b. Neemt zonodig technische maatregelen.
54 7 Ernstige ongevallen Pagina Beveiliging a. Begeeft zich naar de lokatie waar het ongeval heeft plaatsgevonden. b. Verleent eerste hulp conform zijn opleiding. c. Houdt zonodig nieuwsgierigen en toeschouwers op een afstand door het plaatsen van afzettingen De EHBO-er a. Verleent hulp conform zijn opleiding. b. In ernstige gevallen wordt het MBC verzocht om een ambulance op te roepen Hoofd Lokatiebeheer a. In ernstige gevallen begeeft het hoofd Lokatiebeheer zich naar de plaats van het ongeval en neemt die maatregelen die eventueel nodig zijn voor een goede afhandeling Coördinatieteam a. Begeeft zich op verzoek van de bevelvoerder naar de receptie van het betreffende gebouw. b. Overlegt met de bevelvoerder en de BGD over de te nemen maatregelen. c. Eén van de maatregelen kan zijn het op de hoogte (laten) stellen van de familie van het slachtoffer Bedrijfsgezondheidsdienst a. Na alarmering van een ernstig ongeval begeeft de BGD zich met spoed naar de plaats van het ongeval en treft de geëigende maatregelen. b. Zonodig wordt de ambulancedienst opgeroepen; i.v.m. de begeleiding ambulance naar de juiste lokatie wordt het MBC op de hoogte gebracht. v Lokaal deskundige a. Informeert de bevelvoerder en de bedrijfsarts over de situatie.
55 8 Grote technische storingen
56 8 Grote technische storingen Pagina 1 8 Grote technische storingen 8.1 Inleiding De bedrijfsvoering van de VU kan ernstig belemmerd worden door een grote technische storing. De ernst van de storing kan de status van een calamiteit krijgen. Voor de eerste acties die voort-vloeien uit zo'n calamiteit wordt de BHV-organisatie ingeschakeld. De acties kunnen plaatsvinden wanneer een ontruiming noodzakelijk is en het betreffende gebouw doorzocht moet worden op de aanwezigheid van personen. De technische en opruimwerkzaamheden die uit de storing voortkomen worden door de afdeling Instandhouding & Beheer uitgevoerd. Grote technische storingen kunnen zijn: - uitval van bedrijfsstoffen - uitval van de luchtbehandelingsinstallatie 8.2 Uitval van bedrijfsstoffen Onder bedrijfsstoffen verstaan we: - elektriciteit - gasvoorzieningen - water - koelwater - verwarming Stroomstoring Als stroomstoring worden de volgende 3 soorten beschouwd: - Eilandbedrijf, dwz de energievoorziening van ENW is vrijgeschakeld van het preferente net. - Stroomstoring in het niet preferente net, hierbij is geheel of gedeeltelijk de spanning weggevallen; in deze situatie is meestal sprake van eilandbedrijf. - Stroomstoring in het preferente net, de spanning is geheel of gedeeltelijk uitgevallen; zomogelijk wordt de gedeeltelijke uitval nader aangeduid. 8.3 Uitval van de luchtbehandelingsinstallatie Onder luchtbehandelingsinstallaties verstaan we: - de airconditioningsinstallatie - de luchtverversingsinstallaties - de afzuiginstallatie van zuurkasten. Het noodzakelijk uitschakelen van de luchttoevoerinstallaties bij naderende schadelijke gaswolken van buiten het gebouw wordt beschreven in hoofdstuk 10.
57 8 Grote technische storingen Pagina Alarmeringsprocedure De waarnemer van de storing meldt dit telefonisch aan het MBC, de gebouwreceptie of het Servicepunt. De storing kan ook binnenkomen via het gebouwautomatiseringssysteem. Als de melding binnenkomt bij de gebouwreceptie dan worden het MBC, het hoofd Instandhouding & Beheer en het hoofd Lokatiebeheer gewaarschuwd. Het MBC doet via een 00-oproep (F2)(kanaal 1 en 3) een algemene oproep grote technische storing bestemd voor: chef van de wacht technici van het EC bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw receptie van het betreffende gebouw medewerkers van de beveiliging Iedereen schakelt over naar kanaal 6. Chef van de wacht, bedrijfstechnicus krijgen van het MBC door wat voor storing het betreft en gaan op verkenning uit Na verkenning wordt een van de volgende alarmsoorten gegeven: loos alarm; iedereen keert terug naar de operationele situatie klein alarm; niet betrokkenen schakelen terug naar hun eigen kanaal. groot alarm; niet betrokkenen blijven stand by op kanaal 6 Als er contact tussen technici nodig is en kanaal 6 biedt daarvoor te weinig ruimte kan worden overgeschakeld naar kanaal 3.
58 8 Grote technische storingen Pagina 3 Alarmeringsschema bij een grote technische storing gebouw automatisering systeem telefonisch MBC gebouwreceptie tel./mondeling melding portofoon kanaal 1 telef. bedrijfstechnicus bevelvoerder BHV hoofd Instandhouding en Beheer hoofd Lokatiebeheer beveiliging bij groot alarm telefonisch tracergroepsoproep gebouwbrandploeg coördinatieteam c:\schemas\bnpu-agt
59 8 Grote technische storingen Pagina Acties De bedrijfstechnicus (buiten bedrijfstijd chef van de wacht) gaat op verkenning en stelt de ernst van de situatie vast. Er zijn drie mogelijkheden: - loos alarm - klein alarm - groot alarm Een storing wordt door de bedrijfstechnicus op de gebruikelijke wijze afgehandeld en wordt niet als een calamiteit gezien. Bij klein alarm beslist de bevelvoerder of het wenselijk is om de brandploeg op te roepen. Bij groot alarm heeft de storing de omvang van een calamiteit. Dit is te beoordelen als de verwachting bestaat dat er moet worden ontruimd. Deze informatie wordt doorgegeven aan de gebouwreceptie die vervolgens het hoofd Lokatiebeheer en het hoofd Instandhouding & Beheer zal oproepen. De tijd die nodig is om de storing te verhelpen, bepaalt de omvang van de ontruiming. Afgewogen dient te worden of het treffen van plaatselijke noodmaatregelen de voorkeur heeft boven een evacuatie van medewerkers en studenten en/of de ontruiming van apparatuur. Als tengevolge van een grote technische storing, milieu gevaarlijke stoffen vrij komen dan volgt afhandeling vlg. hfd 9. Via de geluidsinstallatie worden de bewoners geinformeerd door de bedieningstechnicus van het MBC; duurt de storing lang, dan volgt een herhaling van de mededeling. Ontruiming In overleg met de lokaal deskundige(n), het hoofd Instandhouding & Beheer, het hoofd Lokatiebeheer en de bedrijfstechnicus wordt door de bevelvoerder de beslissing genomen om te ontruimen. De procedure hiervoor is beschreven in hoofdstuk Afronding Wanneer de normale bedrijfssituatie is teruggekeerd geeft de bedrijfstechnicus dit door aan het MBC waarna een algemene mededeling via portofoonkanaal 1 wordt uitgezonden. Bij een calamiteit vult de bevelvoerder het bedrijfshulpverleningsformulier in.
60 8 Grote technische storingen Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Neemt de storingsmelding in ontvangst en verzamelt de benodigde gegevens over plaats, aard en omvang van de storing. b. Waarschuwt via de portofoon met een algemene oproep de gebouwreceptie de bedrijfstechnicus van het desbetreffende gebouw, de beveiliging en de bevelvoerder BHV. c. Voert op verzoek van de bevelvoerder een tracergroepsoproep uit voor de brandploeg. d. Roept bij groot alarm en op verzoek van de bevelvoerder het coördinatieteam op. e. Informeert via de geluidsinstallatie de bewoners van het gebouw Gebouwreceptie a. Geeft de storingsmelding door aan het MBC. c. Waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer. b. Waarschuwt het hoofd Instandhouding & Beheer Bevelvoerder a. Laat door de bedrijfstechnicus de situatie verkennen. b. Overlegt bij groot en klein alarm met de lokaal deskundige en de hoofden Lokatiebeheer en instandhouding en beheer over de risico s. d. Laat bij groot alarm door het MBC het coördinatieteam oproepen. e. Laat bij groot alarm via de ontruimingsinstallatie een ontruimingsbevel uitspreken. c. Laat zonodig door het MBC de brandploeg oproepen.
61 8 Grote technische storingen Pagina Bedrijfstechnicus a. Verkent de situatie en stelt de ernst van de situatie vast. Via de portofoon wordt het soort alarm aan het MBC doorgegeven: loos alarm, klein alarm of groot alarm. b. Bij klein alarm Om de storing te verhelpen schakelt hij de gebouwtechnische dienst in. c. Bij groot alarm Stelt zich in verbinding met de bevelvoerder en het hoofd instandhouding en beheer Coördinatieteam a. Begeeft zich naar de CTB-ruimte. b. Neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. c. Neemt maatregelen om het overige deel van de universiteit zo goed mogelijk operationeel te houden. d. Onderhoudt de contacten met de media Brandploeg a. Assisteert bij het ontruimen van het calamiteitengebied. b. Verwijdert zonodig gevaarlijke stoffen zoals gascilinders en brandbare vloeistoffen Hoofd Instandhouding & Beheer en hoofd Lokatiebeheer a. Gaat naar de receptie van het betreffende gebouw. b Voert overleg met de bevelvoerder BHV en de politie Lokaal deskundige a. Geeft, als de veiligheid van personen in s gevaar komt, opdracht om de afdeling te verlaten en zich te melden bij de opvangplaats. b. Geeft informatie aan de bevelvoerder over aanvullende maatregelen zoals: van apparatuur - leegmaken van diepvriezers - uitschakelen cq beëindigen van experimenten, enz.
62 8 Grote technische storingen Pagina MBC a b c MBC vraagt alle portofoons over te schakelen naar kanaal 1 met de mededeling: "stroomstoring schakel over naar kanaal 1" De dienstdoende wachttechnicus van het VU ziekenhuis en bedrijfstechnici van de universiteit worden geïnformeerd met de mededeling: - eilandbedrijf; - of stroomstoring preferente net; - of stroomstroring niet-preferente net. Met de schakelwacht van ENW wordt via de directe lijn contact opgenomen. EC en ENW informeren elkaar over de storing. d e f g De chef van de wacht wordt geinformeerd; aan de hand van de meldingen en informatie start hij de vervolg acties om de storing op te heffen. De HS-wacht wordt gevraagd "stand by" te zijn. De chef van de wacht beoordeelt of de HS wacht onmiddellijk moet komen. De leiding van het EC wordt geïnformeerd. m Afhankelijk van de ernst/omvang van de storing informeert de leiding, bestuurders, CvB van de VU en RvB van het VU ziekenhuis.
63 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen
64 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina 1 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen 9.1 Inleiding Onder gevaarlijke stoffen worden die stoffen verstaan die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid en/of brand kunnen veroorzaken. Voorbeelden van ongelukken met gevaarlijke stoffen binnen het gebouw zijn: - morsongeluk met chemische stoffen; - ongeluk met radioactief materiaal; - lekkende gasflessen. 9.2 Alarmeringsprocedure Een ongeluk met een gevaarlijke stof wordt telefonisch gemeld op het alarmnummer van het MBC tel. nr of door gebruik te maken van een handmelder. Na de melding zendt het MBC via een 00-oproep (=F2)(kanaal 1 en 3) een algemene oproep ongeluk met gevaarlijke stof uit bestemd voor: chef van de wacht bedrijfstechnicus van het betreffende gebouw technici in het EC technici van de wacht van het VU ziekenhuis medewerkers van de beveiliging (via een traceroproep kan de brandploeg scheikunde worden opgeroepen) Iedereen schakelt over naar kanaal 6. De chef van de wacht en bedrijfstechnicus gaan op verkenning uit, overige personen blijven stand by op kanaal 6. Na verkenning of na telefonische opgave van aard, plaats en omvang van de calamiteit wordt één van de volgende alarmsoorten gegeven: loos alarm; iedereen keert terug naar de operationele situatie klein alarm; brandploeg van het betreffende gebouw(deel) wordt opgeroepen; nvd-ers blijven stand by op kanaal 6, als er geen assistentie nodig is geeft de bevelvoerder aan dat de nvd-ers terug kunnen naar kanaal 3 bij overgang naar kanaal 3 melden de nvd-ers zich af; in de overige gebouw(del)en schakelen de portofoondragers terug op kanaal 1. Bij opschalen naar groot alarm wordt opnieuw een algemene oproep gedaan. groot alarm; brandploeg van het betreffende gebouw(deel) wordt opgeroepen; nvd-ers komen naar de inzetpost; technicus van de wacht van het ziekenhuis meldt zich op het MBC, portofoondragers in de overige gebouw(del)en blijven stand by op kanaal 6. Voor een ongeval met chemische stoffen kan de brandploeg Scheikunde voor de gehele universiteit worden ingezet. De gebouwreceptie waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer, het hoofd Instandhouding & Beheer en de DVM.
65 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina 2 Alarmeringsschema bij ongelukken met gevaarlijke stoffen handmelder automatisch telefonisch melding VU brandweergarage MBC bij groot alarm politie tel Gemeentebrandweer wordt automatisch via de brandmeldcentrale opgeroepen gemeentebrandweer portofoon kanaal 1 gebouwreceptie bedrijfstechnicus bevelvoerder BHV telef. tel./mondeling melding hoofd Instandhouding en Beheer hoofd Lokatiebeheer bij groot alarm telefonisch tracer beveiliging gebouwbrandploeg bij een ongeval met RA stoffen EHBSO procedure coördinatieteam c:\schemas\bnpu-aog
66 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina Bestrijding Algemeen Als algemene regel geldt, dat wanneer gevaarlijke stoffen in het milieu komen de volgende instanties moeten worden gewaarschuwt (tel. nr. zie bijlage): Milieudienst Amsterdam (MDA) hoofd DVM bij verontreiniging oppervlaktewater bovendien DWR Morsongeluk met chemische stoffen Hoe te handelen Ongelukken met gevaarlijke stoffen kunnen op veel lokaties en voorkomen. De ernst van de situatie is zeer sterk afhankelijk van de aard van de stof die vrijkomt. Om het gevaar van de stof te weten is het contact van de bevelvoerder met een lokaal deskundige van groot belang. Buiten kantoortijd kan het nodig zijn om telefonisch contact te zoeken op zijn/haar privé adres. Bij alle gevallen met gevaarlijke stoffen wordt door de hulpverleners adembescherming gebruikt. De bevelvoerder laat via de omroepinstallatie bekendmaken dat alle personen in de nabijheid van de calamiteit zich moeten verwijderen. Vervolgens laat hij door de beveiliging de gangen die toegang geven tot het calamiteitengebied afzetten met rood/wit-linten. De gemorste vloeistof wordt door brandploegleden die zijn uitgerust met adembescherming en beschermende kleding afgedekt met absorptiemateriaal. Het verzadigde absorptiemiddel wordt als chemisch afval afgevoerd. Bij een dreiging van verontreiniging van het oppervlaktewater wordt de DVM en het DWR afd. WVO gewaarschuwd (zie tel lijst bijlage 8) Ongelukken met biolgische agentia en genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) Hoe te handelen Bij vrijkomen van biologische agentia of GGO's moet altijd de biologische veiligheidsfunctionaris BVF (naam en telefoonnr. staat op de deur) worden gewaarschuwd. Deze fungeert als lokaal deskundige. De BVF geeft aan hoe het materiaal het best kan worden verwijderd of ontsmet. Specifieke procedures staan in het handboek "Voorschriften voor het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen en biologische agentia" die elke BVF bezit. Specifiek voor GGO's: Bij ongevallen waarbij ernstig risico is te verwachten voor mens en milieu: - als het zeker is dat GGO's in het milieu zijn gekomen; - doorbreken containment C-I lab, PK-II en PK-III kas, D-II ruimte; - overstroming, waarbij GGO's buiten het contaiment zijn gekomen; - brand, waarbij het containment doorbroken kan worden. De volgende overheidsinstanties moeten worden gewaarschuwd: Tijdens werktijd: 1. Bureau GGO: zie tel lijst bijlage Milieudienst Amsterdam (MDA) meldkamer: zie tel lijst bijlage 8 3 hoofd DVM Na werktijd: 1. waarschuwen van het overheids-alarmnummer Crisis Management: onder vermelding van ongeval in het kader van het besluit GGO : zie tel lijst bijlage Milieudienst Amsterdam (MDA) meldkamer: zie tel lijst bijlage 8 3 hoofd DVM
67 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina Ongeluk met radioactief materiaal Hoe te handelen De lokaal deskundige geeft aanwijzingen hoe het materiaal kan worden verwijderd en voert stralingsmetingen uit. Zonodig laat de bevelvoerder door het MBC de brandploeg oproepen. De brandploegleden die worden ingezet bij een actie in een ruimte met radioactief materiaal, moeten zijn uitgerust met adembescherming en beschermende kleding (incl. handschoenen). Bij het afleggen van besmette kleding en adembescherming dient de EHBSO-regeling te worden gevolgd. In het Radionuclidencentrum is een speciale decontaminatieruimte ingericht. Bij een ongeval met radioactief materiaal het hoofd DVM waarschuwen Lekkage gasflessen Hoe te handelen De bevelvoerder laat zich informeren door de lokaal deskundige over het soort gas dat uit de gasfles lekt en overlegt over de te nemen maatregelen, de gasfles wordt niet verplaatst. Indien mogelijk wordt de hoofdafsluiter van de gasfles dichtgedraaid, in bijzondere gevallen kan dit worden uitgevoerd door leden van de brandploeg met adembescherming en beschermende kleding. Wanneer de lekkage wordt veroorzaakt door een defect aan de hoofdafsluiter en dichtdraaien niet mogelijk is dient gezorgd te worden voor zo veel mogelijk ventilatie b.v. door het openen van ramen naar buiten. 9.4 Situatie meester Na de hulpverlening en het ontstaan van een veilige situatie geeft de bevelvoerder dit door aan het MBC. 9.5 Rapportage De bevelvoerder rapporteert aan het hoofd BHV door invulling BHV formulier (bijlage 7a)
68 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Neemt de melding in ontvangst en verzamelt de gegevens over de plaats, de aard en de omvang van het ongeluk. b. Waarschuwt via de portofoon met een algemene oproep de gebouwreceptie en de bedrijfstechnicus van het desbetreffende gebouw, de bevelvoerder en de beveiliging. d. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder de brandploeg. e. Waarschuwt bij groot alarm of op verzoek van de bevelvoerder het CTB. f. Waarschuwt op verzoek van de bevelvoerder het DWR (tel. zie bijlage 8). c. Waarschuwt bij groot alarm de politie (tel. zie bijlage 8) en het hoofd DVM Gebouwreceptie a. Als de melding bij de receptie is binnen gekomen wordt telefonisch het MBC gewaarschuwd. b. Waarschuwt het hoofd Lokatiebeheer en het hoofd Instandhouding & Beheer Bevelvoerder a. Verkent de situatie en overlegt met de lokaal deskundige over de risico's. b. Geeft leiding aan de brandploeg. c. Laat door de beveiliging het calamiteitengebied afzetten. d. Neemt de beslissing om te ontruimen. e. Laat zonodig de ventilatie in de brandstand schakelen. f. Laat bij groot alarm het coördinatieteam en de politie oproepen. g. Rapporteert door invulling van het BHV- formulier Bedrijfstechnicus a. Verkent de situatie en geeft zijn waarneming via de portofoon door aan de bevelvoerder BHV b. Overlegt met de bevelvoerder over de te nemen maatregelen.
69 9 Ongelukken met gevaarlijke stoffen Pagina Beveiliging a. Gaat naar de opgegeven lokatie en overlegt met de bevelvoerder over de te nemen maatregelen. b. Zorgt voor het op afstand houden van nieuwsgierigen Brandploeg a. Verwijdert gevaarlijke stoffen. b. Dekt chemische vloeistoffen af met absorptie materiaal. c. Controleert bij een ontruiming de ruimtes op de aanwezigheid van personen Hoofd Lokatiebeheer/ hoofd Instandhouding & Beheer a. Nemen in overleg met de bevelvoerder de geëigende maatregelen Coördinatieteam BHV a. Begeeft zich naar de CTB-ruimte. b. Neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. c. Neemt maatregelen om het overige deel van de universiteit zo goed mogelijk operationeel te houden. d. Onderhoudt de contacten met de media Lokaal deskundige a. Neemt de eerste acties die verband houden met de veiligheid van de directe omgeving. b. Informeert de bevelvoerder over de aanwezige risico s hoofd DVM (Arbo en Milieugroep VU) a. Waarschuwt de MDA meldkamer (zie bijlage 8) b. Waarschuwt het overheids alarmnr. Crisis Management (zie bijlage 8)
70 10 Naderende gaswolken
71 10 Naderende gaswolken Pagina 1 10 Naderende gaswolken 10.1 Inleiding Naderende gevaarlijke gaswolken kunnen worden veroorzaakt door: - een lekkende tank van een tankauto met chemische stoffen; - een calamiteit in een nabijgelegen chemische fabriek. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen in de omgeving van de VU heeft de gemeentebrandweer de verantwoordelijkheid voor het informeren van de bevolking omtrent de aard van het incident en de omvang van het mogelijke gevarengebied. De Waarschuwings- en Verkenningsdienst (WVD) speelt hierin een belangrijke rol Alarmeringsprocedure Bij een melding van een naderende gaswolk voert het MBC de alarmeringsprocedure uit conform het schema Afhandeling van de calamiteit Hoe te handelen Bij een gaswolkmelding geeft de bevelvoerder opdracht om de luchttoevoerventilatoren uit te zetten en via de ontruimingsinstallatie mee te delen dat ramen en deuren moeten worden gesloten. Als blijkt dat het gaat om schadelijke dampen is er sprake van groot alarm en wordt het coördinatieteam opgeroepen.
72 10 Naderende gaswolken Pagina 2 Alarmeringsschema bij naderende gaswolken uit de omgeving van de universiteit geluidswagen WVD telefonisch MBC portofoon kanaal 1 gebouwrecepties tel./mondeling melding telef. bedrijfstechnici bevelvoerder BHV hoofd Instandhouding en Beheer hoofd Lokatiebeheer bij groot alarm telefonisch beveiliging coördinatieteam c:\schemas\bnpu-ang
73 10 Naderende gaswolken Pagina Taken Bedieningstechnicus MBC a. Neemt de melding van deze externe calamiteit in ontvangst en verzamelt de gegevens over plaats, aard en omvang van de calamiteit. c. Maakt via de omroepinstallaties van alle gebouwen bekend dat alle ramen en deuren moeten worden gesloten. b. Waarschuwt via de portofoon met een algemene oproep, alle gebouwrecepties, de bedrijfstechnici, de bevelvoerder en de beveiliging Gebouwreceptie a. Geeft telefonische de melding door aan het hoofd Lokatiebeheer en hoofd Instandhouding & Beheer Bevelvoerder a. Voert overleg met het hoofd BHV over de te nemen maatregelen. b. Laat zich informeren door de Waarschuwings- en Verkenningsdienst (WVD) van de gemeentebrandweer. c. Geeft opdracht aan de bedrijfstechnici om de luchttoevoerventilatoren van alle gebouwen uit te zetten. d. Geeft opdracht aan het MBC om via de ontruimingsinstallatie een mede- deling te doen over de ontstane situatie met het verzoek om alle ramen en deuren te sluiten. e. Rapporteert door invulling van het BHVformulier Bedrijfstechnici a. Voeren de opdrachten van de bevelvoerder uit Beveiliging a. Controleert of toegangsdeuren gesloten zijn.
74 10 Naderende gaswolken Pagina Hoofd Lokatiebeheer en hoofd Instandhouding & Beheer a. Stellen zich voor overleg telefonisch in verbinding met het coördinatieteam b. Nemen maatregelen m.b.t. ventilatie en afsluiting van ramen en deuren Coördinatieteam BHV a. Begeeft zich voor overleg naar het MBC. b. Neemt in overleg met de bevelvoerder ondersteunende maatregelen. c. Neemt maatregelen om de universiteit zo goed mogelijk operationeel te houden. d. Onderhoudt de contacten met de media.
75 Bijlagen
76 Bijlagen Plattegronden 1 Hoofdgebouw 2 Provisorium 1 en 4 3 gebouw W&N 4 gebouw MF en kinderdagverblijf t Olifantje 5 EC / Technisch Centrum / Transitorium 6 Hortus Formulieren 7 BHV-calamiteitenrapport Overige 8 Belangrijke telefoonnummers 9 Werkgebied van de BHV ploegen
77 Bijlage 1 t/m 6
78 bijlage 7a BHV CALAMITEITEN RAPPORT no 1. RAPPORTERING Bevelvoeder. Opgemaakt door 2. MELDING Datum melding: Tijdstip : uur Gebouw: Soort calamiteit: rapport! brand 2! bommelding 3/4! lichamelijke bedreiging en vandalisme 5! ernstige ongevallen 6! grote technische storing (zie rapport 7! ongelukken met gevaarlijke stoffen 8! naderende gaswolken 9 Soort melding telefonisch gebruiker omwonende voorbijgangers politie brandmeldinstallatie anders en/of onbekend 3. UITRUKGEGEVENS Uitruk/inzet materieel: wagen 1 wagen 2 Inzet BHV-ers naam: Loos alarm of brandgerucht Indien met nee beantwoord, dient een aanvullend deelrapport te worden gemaakt. Loos alarm met uitruk Helikopterlanding Soort loos alarm: melderstoring brandgerucht baldadige melding roken onder een melder anders,n.l: 4. ONTRUIMING Heeft er redding van personen of ontruiming van afdeling plaatsgevonden zo ja, aantal geredden: Aantal personen betrokken bij ontruiming: Opvangplaats: 5. VERVOLGAKTIES Onderzoek ingesteld Door:. Aktie noodzakelijk soort actie:.. te nemen door: Accoord hfd BHV: 6. OPMERKINGEN: GETEKEND :. d.d : Kopie aan: Hoofd BHV Universiteit! Hoofd BHV VU ziekenhuis! Hoofd GD HG 2E-33! Hoofd FB /C&B TC 213! Hoofd FB/S&O! Hoofd GD/FB/IEB BL 1105 OD-12! Hoofd GD/FB/LB BL1085 M-018f! Hoofd GD/FB/SVC HG 2E-23! Hoofd EBh BS5! Chef van de Wacht EC! Wachtdienst VU ziekenhuis TC 009! Hoofd DVM BS1 0E-66!
79 Brand/hulpverleningsrapport bijlage 7b 1. OMSCHRIJVING van de BRAND Directe materiële schade 3. PLAATS In welke groep van gebouwen is het brandobject aangetroffen: Waren er slachtoffer Gevaarlijke stoffen kantoorgebouw onderwijsgebouw gezondheidszorggebouw Waren deze stoffen bij de brand betrokken Soort stof: n.l BLUSSEN Zijn er bluspogingen gedaan voor de aankomst van de brandweer ja / nee Is deze poging (blussing) geslaagd Zo ja gewerkt met : poederblusser koolzuursneew schuimblusser halonblusser brandslanghaspel andere; nl: Door de brandweer gewerkt met: kleine blusmiddelen middeldrukstraal lagedrukstraal Watervoorziening via: tank brandkraan openwater Op andere wijze geblust Nadere omschrijving van het object met aanduiding van de plaats van het ontstaan: kantine werkplaats laboratorium gang / hal / trappenhuis schakelkast technische ruimte berging / opslagruimte administratie gedeelte lesruimte/aula vuilcontainer / afvalemmer garage 4. Vermoedelijke ontstekingsbron kook, bak en braadapp. koelkast, vrieskist tv-toestel audio-apparatuur verlichting kabels, schakelaars las-, snij- en soldeerapparaat motor, dynamo, accu verfafbrander lucifer, aansteker, kaars explosieven peuken in afvalbak vonken, gloeiend afval onbekend andere, n.l Energie voorziening van de ontstekingsbron. aardgas elektriciteit vaste brandstof
80 BHV rapport bommelding bijlage 7c 1. RAPPORTERING Loos alarm Bevelvoeder: Opgemaakt door 2. MELDING Datum melding : Tijdstip :. uur Gebouw : Soort melding:! verdacht pakketje Gemeld door :! bommelding Gemeld door :... telefonisch zo ja, is er een standaard formulier (zie bijlage 7c ) ingevuld? gebruiker omwonende voorbijgangers politie anders en/of onbekend 3. UITRUKGEGEVENS Uitruk/inzet materieel: wagen 1 wagen 2 Loos alarm met uitruk anders,n.l: ONTRUIMING Heeft er ontruiming van afdelingen plaatsgevonden: ja / nee Aantal personen betrokken bij ontruiming:.... Opvangplaats: VERVOLGAKTIES Onderzoek ingesteld Door: Aktie noodzakelijk soort actie: te nemen door: Accoord hfd BHV: OPMERKINGEN: Inzet BHV-ers naam:
81 bijlage 7d 5.8 Formulier (telefonische) bommelding Algemeen: wees vriendelijk tracht de melder aan de praat te houden; vraag veel, zoals: wanneer springt de bom? waar ligt de bom (verstopt, duidelijk zichtbaar)? wat voor bom (explosief, brandbom)? hoe ziet de bom er uit? wat is de reden? waar vandaan belt u? wie bent u? van wie en hoe hebt u dit gehoord? (indien bericht) Bij binnenkomst van de melding in het Hoofdgebouw of de telefooncentrale kan een bandopname worden afgeluisterd. Noteer zoveel mogelijk letterlijk wat gezegd wordt tekst: Datum: Tijd van ontvangst: Identificeer berichtgever Opties: a. Stem [ ] Man, Vrouw, Kind b. Spraak [ ] Langzaam, Normaal, Snel, Afgebeten [ ] Ernstig, Lachend, Monotoon, Hakkelend [ ] Lispelend, Hees, Schor, Dronken, Verdraaid [ ] Nederlands, Engels, Frans, Duits, Andere taal, Dialect [ ] Stem eerder gehoord? c. Achtergrondgeluiden [ ] Lachen, Praten, Kinderen [ ] Café, Muziek, Schrijfmachine, Telefooncel [ ] Tram, Bus, Verkeer, Vliegtuig [ ] Trein, Machines, Andere geluiden Bericht doorgegeven aan... Tijdstip... Opgenomen door... Telefoon... Alarmeer het MBC tel Spreek verder met niemand anders over de melding.
82 Rapport ernstig ongeval bijlage 7e 1. OMSCHRIJVING van het ONGEVAL 3. LOKATIE Hoeveel slachtoffers: Wat is de aard van hetletsel:! bewustzijnsstoornissen! ademhalingsstoornissen! bloedsomloopstoornissen! uitwendige bloedingen! shock! uitwendige wonden! brandwonden! botbreuken! oogletsel! verstuiking! verrekking 2. MEDISCHE HULP Is er Eerste Hulp verleend Zo ja, welke acties zijn ondernomen: VERMOEDELIJKE OORZAAK
83 Rapport ongeval gevaarlijke stof bijlage 7f 1. OMSCHRIJVING van de CALAMITEIT Soort stof: Waren er slachtoffers Wat is de aard van het ongeval:! huidbesmetting! oogbesmetting! ademhalingsproblemen! buiten bewustzijn! opname door de mond 2. AANPAK van de CALAMITEIT Is er Eerste Hulp verleend Zijn er maatregelen genomen om de gevaarlijke stof te elimineren of in te perken? Zo ja, welke LOKATIE VERMOEDLIJKE OORZAAK
84
85
86 bijlage 8 Belangrijke telefoonnummers Alarmnummer VU Alarnnummer BGD Alarmcentrale 0112 Brandweer Politie Ambulance DWR afdeling WVO Servicepunten Hoofdgebouw Medische Faculteit Wis- en Natuurkunde Arbo- en Milieu functionaris FEW H.Bulthuis MF M.v.d.Ende Biologie T. Kneppers Coördinatieteam Secretaris universiteit Hoofd BHV Hoofd DVM Hoofd Lokatiebeheer Hoofd Instandhouding & Beheer Hoofd EC Arbeidsinspectie Regio Noordwest Genetisch gemodificeerde organismen Bureau GGO MDA (Milieudienst Amsterdam) bgg overdag: inspecteur Overheids alarmnr. Crisis management
Indien er in uw omgeving een medewerker of bezoeker onwel wordt belt u onmiddellijk het alarmnummer 113.
PROCEDURE MELDING Bestemd voor: alle medewerkers buiten kantooruren ALLE GEVALLEN Bel 0-112 en geef door wat er aan de hand is. Bij brand: verlaat het pand via een veilig vluchtweg. PROCEDURE MELDING Bestemd
Datum: 08 december Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg EC Zoutelande
Datum: 08 december 2015. Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg 97 4374 EC Zoutelande 0119-561255 www.beachhotel.nl [email protected] 1 Inhoud 1 Inhoud... 3 2 Inleiding en toelichting... 4 3
a. Bijlage 1 tekeningen
1 Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 2. Inleiding 3. Situatietekening (ligging van het gebouw) 4. Gebouw en organisatiegegevens 5. Alarmeringsprocedure 6. Stroomschema alarmering 7. Wijze van ontruiming 8.
S.G. Het Rhedens. Ontruimingsplan voor het gebouw in Dieren. Versie: maart 2015
S.G. Het Rhedens Ontruimingsplan voor het gebouw in Dieren Versie: maart 2015 1 Inhoud 1. Inhoudsopgave.. 2 2. Inleiding en toelichting.. 3 3. Situatietekening. 4 4. Gebouw-, installatie- en organisatiegegevens.
ONTRUIMINGSPLAN MARKENHAGE
ONTRUIMINGSPLAN MARKENHAGE Samensteller: Louis van den Bogaert 1 Inhoud 1 Inhoudsopgave blz. 2 2 Inleiding en toelichting blz. 3 3 Situatietekening blz. 4 4 Gebouw -,installatie- en organisatiegegevens
Concept Ontruimingsplan COA
Concept Ontruimingsplan COA AZC Leiden Wassenaarseweg 56-58 2333 AL Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden Wabo 152810 / 2066975 De Commandant brandweer GOEDGEKEURD Datum:
BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BO
BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BHV Ontruimingsplan stroomschema BO Ontruimingsplan stroomschema Portier
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan HR-CentruM Samenwerken aan je loopbaan! November 2010 Inhoudsopgave Inleiding 3 Bedrijfsnoodplan 4 Belangrijke bedrijfsgegevens 4 De bedrijfshulpverleningsorganisatie
01. Inleiding en toelichting Situatietekening Gebouw, Installatie en Organisatiegegevens 04
Inhoud BEM1606238 gemeente Steenbergen Pagina 01. Inleiding en toelichting 02 02. Situatietekening 03 03. Gebouw, Installatie en Organisatiegegevens 04 04. Alarmeringsprocedure intern & extern 06 05. Stroomschema
Ontruimingsplan basisschool ' Yn de m ande '
2019 Ontruimingsplan basisschool ' Yn de m ande ' - 1 Inhoudsopgave 2. Inleiding en toelichting...3 4. Gebouw-, installatie- en organisatiegegevens...5 5. Alarmeringsprocedure intern en extern...5 5.1
Voorbeeld. Ontruimingsplan voor een gebouw met publieksfunctie conform NTA 8112-4 (2004)
Voorbeeld Ontruimingsplan voor een gebouw met publieksfunctie conform NTA 8112-4 (2004) GOEDGEKEURD Brandweer Hoofd Afdeling Preventie d.d. voorbeeld: bladzijde 1 van 14 1. Inhoud 1. inhoud 2 2. Inleiding
Ontruimingsplan MFC Onder de pannen te Melderslo. Ontruimingsplan GOEDGEKEURD. Voorzitter: Piet van Lipzig. Datum: januari 2017
Ontruimingsplan MFC Onder de pannen te Melderslo. Ontruimingsplan GOEDGEKEURD Voorzitter: Piet van Lipzig Datum: januari 2017 Inhoudsopgave Pagina 1 Inhoudsopgave 2 2 Inleiding en/of toelichting 3 3 Situatietekening
Reg. S.G. Het Rhedens. Ontruimingsplan De Tender in Dieren
Postadres: Postbus 35-6950 AA Dieren Het Rhedens Dieren: Doesburgsedijk 7, Dieren Tel: 0313-490 900 Fax: 0313-490 901 Het Rhedens Rozendaal: Kleiberglaan 1, Rozendaal Tel: 026-364 68 45 Fax: 026-364 57
Ontruimingsplan. St. Jeugdvakantiewerk Goirle. Overnachting GOEDGEKEURD. Brandweer Hoofd Afdeling Preventie. d.d.
Ontruimingsplan St. Jeugdvakantiewerk Goirle Overnachting GOEDGEKEURD Brandweer Hoofd Afdeling Preventie d.d. Inhoud 1. Inleiding en toelichting... 3 2. Situatietekening... 4 3. Gebouw-, installatie- en
Protocol Bedrijfsnoodplan en bedrijfshulpverlening
Bedrijfsnoodplan en Nederlandse Vereniging van Dierentuinen Postbus 15458 1001 ML Amsterdam 020 5246080 [email protected] Versie D2 van juni 2012 1. Inleiding Dierenparken moeten zijn voorbereid
BEDRIJFSNOODPLAN. Amstelveen
BEDRIJFSNOODPLAN Amstelveen 1. Inleiding Algemeen De Arbo-wet verplicht ieder bedrijf of instelling om passende bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren teneinde de gevolgen voor werknemers bij ongevallen
ONTRUIMINGSPLAN VAN EEN ONDERWIJSGEBOUW VOLGENS NEDERLANDSE NORM NTA 8112-2 (Nl)
ONTRUIMINGSPLAN VAN EEN ONDERWIJSGEBOUW VOLGENS NEDERLANDSE NORM NTA 8112-2 (Nl) School : Elde College Bouwdeel K (naast de sporthal) Adres : Putsteeg 4 TA : 5481 XT Schijndel Telefoon : 073-5433533 GOEDGEKEURD
ONTRUIMINGSPLAN VAN EEN ONDERWIJSGEBOUW VOLGENS NEDERLANDSE NORM NTA 8112-2 (Nl)
ONTRUIMINGSPLAN VAN EEN ONDERWIJSGEBOUW VOLGENS NEDERLANDSE NORM NTA 8112-2 (Nl) School : Elde College Bouwdeel D praktijkonderwijs Adres : Putsteeg 2A : 5481 XT Schijndel Telefoon : 073-5433533 GOEDGEKEURD
Calamiteitenplan Gorlaeus Laboratoria
Calamiteitenplan Gorlaeus Laboratoria Versie WEB 5 In het calamiteitenplan zijn de procedures vastgelegd die binnen de Gorlaeus Laboratoria gevolgd worden in geval van een (milieu)calamiteit of brand.
Voorbeeld INVENTARISATIE VOORZIENINGEN
Voorbeeld INVENTARISATIE VOORZIENINGEN VOORZIENINGEN Bestaande preventieve voorzieningen en maatregelen dienen in kaart te worden gebracht en te worden geanalyseerd. In een aantal gevallen, b.v. bij brandblusmiddelen,
BEM Ontruimingsplan. Tijdelijke huisvesting de Lindenburgh De Ambacht CV Nieuw-Vossemeer
BEM1600789 gemeente Steenbergen Ontruimingsplan Tijdelijke huisvesting de Lindenburgh De Ambacht 18 4681 CV Nieuw-Vossemeer Ontruimingsplan tijdelijke huisvesting de Lindenburgh, CA, februari 2016 1 1.
Ontruimingsplan Van Brienenoordschool Percevalweg NK Rotterdam M. Bijekic Lemaro Brandveiligheid Malrovedonk BN Spijkenisse
Van Brienenoordschool Percevalweg 4 3077 NK Rotterdam M. Bijekic Lemaro Brandveiligheid Malrovedonk 4 3206 BN Spijkenisse 0628429366 Uitgegeven door: Adres: Contactpersoon: Telefoon: e-mail: Opdrachtgever:
Bedrijfshulpverleningsplan
Bedrijfshulpverleningsplan voor de openbare apotheek te Datum opmaak: bijlage 8 61 Inhoud 1 Basisgegevens Apotheek Arts Ziekenhuis met EHBO-post Aanwezige bedrijfshulpverleners 2 Informatie/instructie
ONTRUIMINGSPLAN. Scouting Sweder van Voorst. Adres : Torenallee 2. : 0314-381224 (Eigenaar gebouw, Fam. Zadelhoff) Fax : : www.scoutingsweder.
Scouting Sweder van Voorst Adres : Torenallee 2 Postcode Plaats Telefoon : 6999DD : Hummelo : 0314-381224 (Eigenaar gebouw, Fam. Zadelhoff) Fax : Internet E-mail : www.scoutingsweder.nl : [email protected]
Ontruimings Plan. Kinderdagverblijven Tinker Bell
Ontruimings Plan Kinderdagverblijven Tinker Bell Tinker Bell Kinderdagverblijven Zoetermeer Schoolstraat 38 2712 VC Zoetermeer Tel 079-3167555 www.tinker-bell.nl versie sept 2013 1 1. Inhoudsopgave 1.
Calamiteitenplan. Graaf Jan van Nassauschool. Januari 2008
Calamiteitenplan Graaf Jan van Nassauschool Januari 2008 GOEDGEKEURD De Commandant van de Brandweer Stadsgewest Vlissingen/Middelburg. N.D. Sector : Datum : Inhoud 1 Inhoudsopgave...2 2 Inleiding en toelichting...
Ontruimingsplan voor: B&B-kamers Domburg4you. C ntek serooskerke
Ontruimingsplan voor: B&B-kamers Domburg4you Locatie: Beatrixstraat 4 4357 AA Domburg Telefoon: +31(0)118-746736 Website: www.domburg4you.nl E-mail: [email protected] Eigenaar: mevr. J. Bakker
BHV Bedrijfshulpverleningsorganisatie VOOR JOU
BHV Bedrijfshulpverleningsorganisatie VOOR JOU BHV voor jou In het kader van het project: Duurzaam inzetbaar dakwerk Veilig en gezond op het dak Wet- en regelgeving Aanpak risico s en BHV op basis van
Ontruimings Plan. Kinderdagverblijven Tinker Bell
Ontruimings Plan Kinderdagverblijven Tinker Bell Tinker Bell Kinderdagverblijven Zoetermeer Meidoornlaan 28 2712 TT Zoetermeer Tel 079-3167555 www.tinker-bell.nl versie sept 2013 1 1. Inhoudsopgave 1.
Bedrijfsnoodplannen en oefeningen in een ziekenhuis op basis van een uitgebreide risicoinventarisatie
Sessie H. Veiligheid in de zorg Bedrijfsnoodplannen en oefeningen in een ziekenhuis op basis van een uitgebreide risicoinventarisatie Frits de Koning MSc, adviseur veiligheid/hoofd BHV, Alysis Zorggroep,
Ontruimingsplan van de Protestantse kerk
Ontruimingsplan van de Protestantse kerk Protestantse gemeente Axel Koestraat 2 4571 GL AXEL Telefoonnummer 0115 564470 Versie 1.6 definitief (webversie) 27-6-2010 1 1 Inhoud 1. Inhoudsopgave 2. Inleiding
Invulinstructie: Bij de in het blauw ingegeven tekst wordt verwacht dat voor de afdeling- bouwdeel geldende gegevens worden ingevuld
Kader (afdeling) ontruimingsplan Invulinstructie: Bij de in het blauw ingegeven tekst wordt verwacht dat voor de afdeling- bouwdeel geldende gegevens worden ingevuld Ontruimingsplan voor (benoem afdeling/
Ontruimingsplan voor kantoorpanden op basis van NTA 8112 2110
Ontruimingsplan voor kantoorpanden op basis van NTA 8112 2110 Adres eigen bedrijf Personeel Hoofd BHV-er BHV-er Receptie Ontruiming Blz. 11 Blz. 12/13 Blz. 14 Blz. 15 EHBO Blz. 11 Blz. 18 Blz. 18 Blz.
1. MUTATIES INLEIDING EN TOELICHTING GEBOUW-, INSTALLATIE- EN ORGANISATIEGEGEVENS... 5
ONTRUIMINGSPLAN Inhoud 1. MUTATIES... 3 2. INLEIDING EN TOELICHTING... 4 3. GEBOUW-, INSTALLATIE- EN ORGANISATIEGEGEVENS... 5 4. IN HET GEBOUW AANWEZIGE SITUATIETEKENINGEN... 6 5. ALARMERINGSINSTALLATIE...
ontruimingsplan voor gebouw met publieksfunctie
ontruimingsplan voor gebouw met publieksfunctie naam adres GOEDGEKEURD Commandant brandweer Schouwen-Duiveland d.d.: Publiekdfunctie pagina 1 van 17 Publiekdfunctie pagina 2 van 17 1. Inhoud 1 Inhoudsopgave
Bedrijfshulpverlening: informatie voor werknemers
Bedrijfshulpverlening: informatie voor werknemers Elk bedrijf heeft één of meerdere bedrijfshulpverleners nodig. De bedrijfshulpverleners hebben een voorpostfunctie: zij treden op als voorpost van brandweer,
BHV: Bedrijfshulpverlening Ontruimingsplan Laatste update 02-10-14
BHV: Bedrijfshulpverlening Ontruimingsplan Laatste update 02-10-14 Inzet BHV: De BHV wordt op CCZ ingezet om de (materiële) gevolgen van een calamiteit te beperken en de veiligheid van het gebouw en de
Werkstuk door een scholier 2285 woorden 15 juni keer beoordeeld. Verzorging. Bedrijfshulpverlening.
Werkstuk door een scholier 2285 woorden 15 juni 2004 6 101 keer beoordeeld Vak Verzorging Bedrijfshulpverlening. Om de gevolgen van brand en ongevallen te beperken, moet ieder bedrijf een bedrijfshulpverleningsorganisatie
Ontruimingsplan. Volgens NEN 8112
Ontruimingsplan Volgens NEN 8112 Betreft: Cinema Oostereiland Adres: Postcode: 1621 DG Plaats: Hoorn Telefoonnummer: 0229-232296 Gemaakt door: Dhr. ing. E. Burggraaf (Burggraaf Consultancy) Versie: 16
Calamiteitenplan. Avond Vierdaagse Engelen
Calamiteitenplan Avond Vierdaagse Engelen 2014 Inhoud 1 Inleiding...2 1.1 Algemeen...2 2 Risico-overzicht...3 2.1 Algemene ongevallen...3 2.2 Bedreiging door externe gevaren...3 3 De organisatie van hulpverlening...4
Ontruimingsplan Jan Tinbergen College (dependance) ontruimingsplan. Jan Tinbergencollege. Locatie Azaleastraat 1 4703 BR Roosendaal
ontruimingsplan Jan Tinbergencollege Locatie Azaleastraat 1 4703 BR Roosendaal 1 De bedrijfshulpverleningsorganisatie De bedrijfshulpverleningsorganisatie bestaat uit: - Een Hoofd BHV (dhr J.Deijkers),
Versie Veiligheids- en ontruimingsplan van de Gereformeerde Kerk te Den Ham. Ommerweg AV Den Ham Telefoonnummer
Veiligheids- en ontruimingsplan van de Gereformeerde Kerk te Den Ham Ommerweg 27 7683 AV Den Ham Telefoonnummer 0546-671309 1. Inhoudsopgave 2. Inleiding en toelichting 3. Situatietekeningen 4. Gebouw-,
Veel gestelde vragen 1
In dit document zijn de antwoorden op veel gestelde vragen opgenomen. Veel gestelde vragen 1 1. Wat is een BHV-plan? Een document waarin een werkgever schriftelijk vastlegt op welke restrisico s de BHV
Rampenplan en Rampenbestrijdingsplan
Datum Rampenplan en Rampenbestrijdingsplan Door ROC Oost-Nederland is een begin gemaakt om een samenhangend veiligheidsbeleid op te zetten. Het College van Bestuur heeft besloten dat er een 'Raamplan calamiteiten'
Bedrijfshulpverlening BHV - Calamiteitenplan
Bedrijfshulpverlening - Calamiteitenplan Pagina 1 van 6 Opgemaakt door R. Scholman, Voorzitter Bedrijfshulpverlening - Calamiteitenplan Inhoudsopgave 01. Introductie 02. De Taken 03. Hoeveel -ers moeten
BHV plan van... (Instructie: vul de naam en adres van uw bureau in) Plaats, datum:.
BHV plan van... (Instructie: vul de naam en adres van uw bureau in) Plaats, datum:. 1 Inhoud 1. Basisgegevens bureau 2. BHV-organisatie 3. BHV-materialen 4. Instructies voor het personeel 5. Noodkaarten
1. Inleiding op het onderdeel beleid voor bedrijfshulpverlening
1. Inleiding op het onderdeel beleid voor bedrijfshulpverlening 1.1 Wat is bedrijfshulpverlening? Bedrijfshulpverlening gaat over de manier waarop een bedrijf kleine en grotere calamiteiten het hoofd biedt.
ONTRUIMINGSPLAN. R.K. Basisschool A. Bekema
ONTRUIMINGSPLAN R.K. Basisschool A. Bekema te Duivendrecht Ruimte voor goedkeuringsstempel van de Brandweer Opgesteld door: Human-Safety, Dhr. M. Smakman 06-52643756 2009 Ontruimingsplan R.K. Basisschool
Schoolnoodplan/ brandprotocol 2013-2014
Schoolnoodplan/ brandprotocol 2013-2014 Inhoudsopgave 1 1. Algemene gegevens 2 2. Inleiding 2 3. Overzicht van mogelijke noodsituatie 2 4. Processen van melden t/m nazorg 2 4.1 Bij brand 2 4.2 Bij persoonlijk
Een woord vooraf. Beste sportvereniging,
Een woord vooraf Beste sportvereniging, Fijn dat u zich inzet voor een calamiteitenplan voor uw vereniging. In het calamiteitenplan (ook wel bedrijfsnoodplan) legt men vast hoe men zich voorbereidt op
Bertrand Russell College BRC ONDERBOUW. Erasmusstraat 1. Krommenie
Bertrand Russell College BRC ONDERBOUW Erasmusstraat 1 Krommenie september 2014 1 Inhoud 1 Inhoudsopgave 2 2 Inleiding en toelichting 3 3 Situatietekening 4 4 Gebouw-, installatie- en organisatiegegevens
ALARM PROCEDURE PROTESTANTSE GEMEENTE WIERINGERWERF / KREILEROORD DE SAMENSTROOM WIERINGERWERF. Terpstraat AD Tel:
ALARM PROCEDURE PROTESTANTSE GEMEENTE WIERINGERWERF / KREILEROORD DE SAMENSTROOM WIERINGERWERF Terpstraat 40 1771 AD Tel: 0227-604738 Deze uitgave is bestemd voor huurders Ontruimingsplan voor een gebouw
Bertrand Russell College BRC BOVENBOUW. Erasmusstraat 28. Krommenie
Bertrand Russell College BRC BOVENBOUW Erasmusstraat 28 Krommenie september 2014 1 Inhoud 1 Inhoudsopgave 2 2 Inleiding en toelichting 3 3 Situatietekening 4 4 Gebouw-, installatie- en organisatiegegevens
Digitaal ontruimingsplan. Precare BV
Digitaal ontruimingsplan Precare BV Ontruimingsplan. Opmerking [A1]: Hier geeft u aan op welk (deel van het) bouwwerk dit plan van toepassing is. Let op: verwijder de puntjes ( ); de haakjes worden niet
Ontruimings Plan. versie 1.2 1
Ontruimings Plan Kinderdagverblijven Tinker Bell Tinker Bell Kinderdagverblijven Zoetermeer Meidoornlaan 28 2712 TT Zoetermeer Tel 079-3167555 Fax 079-3160725 www.tinker-bell.nl versie 1.2 1 1. Inhoudsopgave
Draaiboek ontruimingsoefening AB&C Partners te Zoetermeer
AB&C Partners te Zoetermeer 25 september 2012 Oefendraaiboek Locatie AB&C Partners Noodlandingsweg 122 2710 EA ZOETERMEER 079-9876543 Contactpersoon Jan Helicopter OMS nummer 22334 Onderwerp Het optreden
Pastorale zorg bij rampen
2 Inhoud: 1. Doelstelling pag. 3 2. Realisatie pag. 4 3. Begrippen pag. 5 4. Verantwoordelijkheid pag. 6 5. Pastorale verzorger pag. 7 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Ontruimingsplan. Volgens NEN 8112
Ontruimingsplan Volgens NEN 8112 Betreft: Cinema Oostereiland Adres: Postcode: 1621 DG Plaats: Hoorn Telefoonnummer: 0229-232296 Gemaakt door: Dhr. ing. E. Burggraaf (Burggraaf Consultancy) Versie: 26
Voorwoord. Algemene gegevens:
pag. 1/10 Voorwoord Voorwoord Dit ontruimingsplan is bedoeld om na een brandmelding of andere calamiteit de kerkgangers het kerkgebouw zo snel mogelijk, geordend en goed georganiseerd te doen verlaten.
Ontruimingsplan voor kantoorpanden
Ontruimingsplan voor kantoorpanden volgens NTA 8112-2110 Personeel Hoofd Receptie BHV-er BHV-er Ontruiming Blz. 11 Blz. 12 Blz. 14 Blz. 15 Overval Blz. 22 Blz. 22 Blz. 22 Blz. 22 Bommelding Blz. 23 Blz.
Ontruimingsplan Nederlandse Rugby Bond
Ontruimingsplan Bok de Korverweg 6 1067 HR Amsterdam (Sportpark De Eendracht, Amsterdam Geuzenveld). Inhoudsopgave Algemene gegevens Belangrijke telefoonnummer 1. Brand tijdens kantooruren Algemeen Technische
Bedrijfshulpverleningsplan & Ontruimingsplan
Bedrijfshulpverleningsplan & Ontruimingsplan Bedrijfshulpverleningsplan Ontruimingsplan Ontruimingsplan Bedrijfshulpverleningsplan INDEX kkkkkkkk Inleiding en/of toelichting 2. Tekeningen 1. 3. Gebouw,
Handboek Bedrijfshulpverlening
Handboek Bedrijfshulpverlening Rev. Datum Opgesteld door Goedgekeurd directie Goedgekeurd Arbodienst 0 15-03- BME, M.C. 99 Mulder 1 06-05- BME, M.C. 99 Mulder 2 01-09- BME, M.C. 99 Mulder 3 01-12- BME,
BHV/Ontruimingsplan Ouderenzorg Anders BEM1303136 gemeente Steenbergen
BHV/Ontruimingsplan Ouderenzorg Anders BEM1303136 gemeente Steenbergen Naam :Ouderenzorg Anders Adres :Van Glymesstraat 30, 4651 LM Steenbergen Telefoon : 0167-567055 Directeur : Mw. A. Elferink Aantal
Nood & Ontruimingsplan
PROTESTANTSE GEMEENTE MIDDELBURG Nood & Ontruimingsplan Kerkcentrum Roozenburglaan 22 4337 JH MIDDELBURG Tel: 0118-628933 2-7-2012 Hfst Inhoud blz 1. Inhoudsopgave 1 2. Inleiding en toelichting 2 3. Situatietekening
Reglement Bedrijfshulpverlening (BHV)
Reglement Bedrijfshulpverlening (BHV) Vereisten, rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden 1 juni 2007 Status Definitief Oasen N.V. Nieuwe Gouwe O.Z. 3 Postbus 122 2800 AC Gouda T 0182 59 35 30
Adres : Postcode : Plaats : Telefoon :
Adres : Postcode : Plaats : Telefoon : O N T R U I M I N G S P L A N (naam gebouw/ instelling) Dit plan is opgesteld door : naam : datum : Revisieblad Rev. nr. Datum Verwijderen Toevoegen Namen en telefoonnummers
Update Ontruimingsplan. o.b.s. Op e Trije
Ontruimingsplan o.b.s. Op e Trije 1 Instructiekaart Wat te doen bij een incident? 1. Roep de BHV er 2. Volg de instructies van de BHV er op Als de BHV er niet reageert bij brand druk een handbrandmelder
BHV-procedures bij incidenten
BHV-procedures bij incidenten Inclusief instructieblad met toelichting. Bij bedrijfshulpverlening voor ongevallen, brand en ontruiming is het belangrijk dat de BHV ers goede instructies en werkprocedures
HANDBOEK BEDRIJFSHULPVERLENING VOGELBESCHERMING NEDERLAND
HANDBOEK BEDRIJFSHULPVERLENING VOGELBESCHERMING NEDERLAND maart 2005 Inhoudsopgave pag. 1. INLEIDING 3 2. BEDRIJFSINFORMATIE 4 3. BEDRIJFSHULPVERLENING 5 3.1. Doel van de BHV 6 3.2. Taken van de BHV 6
Servicebedrijf HR. Brandveiligheid II UMC St Radboud
Brandveiligheid Brandveiligheid II UMC St Radboud Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2. Bouwkundige Voorzieningen 3 3. Technische voorzieningen 5 3.1 Brandmeldinstallatie 5 3.2 Ontruimingsinstallatie 5 4. Elektronische
VEILIGHEID OP DE CAMPUS
VEILIGHEID OP DE CAMPUS Als student breng je een belangrijk deel van je tijd door op de campus. De universiteit zorgt daarom voor goede verlichting, inbraakdetectie, camera s en deskundige bedrijfshulpverleners.
schoolveiligheidsplan
schoolveiligheidsplan Inhoudsopgave 1. Algemene gegevens 2. Inleiding 3. Overzicht van mogelijke noodsituatie 4. Processen van melden t/m nazorg 4.1 Bij brand 4.2 Bij persoonlijk letsel 4.3 Bij vrijkomende
Verkort Ontruimings- & Calamiteitenplan Sportcomplex Koning Willem-Alexander Hoofddorp
Verkort Ontruimings- & Calamiteitenplan Sportcomplex Koning Willem-Alexander Hoofddorp September 2014 Door: In opdracht van: Tom Boot en Rick Lind Sportfondsen Koning Willem-Alexander B.V. 2. Inleiding
CALAMITEITENPLAN BESTUUR HOOFD VEILIGHEID. Activiteiten van..uur (opbouw) tot.. uur (opruimen) Inhoudsopgave
CALAMITEITENPLAN ORGANISATIE Een calamiteitenplan voorziet in te nemen maatregelen bij de bestrijding van verschillende soorten incidenten, die zich in. voor zouden kunnen doen. Hierdoor kunnen de omvang
Bedrijfshulpverlening
1 Bedrijfshulpverlening Bron: AI Blad 10 Handige checklists voor ontwerp en beheer van de BHV-organisatie Ontwerpfactoren Reikwijdte BHV-organisatie 1. Hoe breed wil het bedrijf BHV-organisatie opzetten
Calamiteitenplan. Willem de Zwijger. Roermond
Calamiteitenplan Willem de Zwijger Roermond Cbs Willem de Zwijger Calamiteitenplan Algemene gegevens: Naam school: Cbs Willem de Zwijger Adres: Minister Beversstraat 7 6042 BL Roermond Telefoon: 0475-315665
Pastorale zorg bij rampen
2 Inho ud: 1. Doelstelling pag. 4 2. Realisatie pag. 5 3. Begrippen pag. 6 4. Verantwoordelijkheid pag. 7 5. Pastorale verzorger pag. 8 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Organisatie: Kinderdagverblijf Beerengoed Contactpersoon: Mevr. Schelberg. Het betrof een aangekondigde ontruimingsoefening.
Evaluatie formulier ontruimen Organisatie: Kinderdagverblijf Beerengoed Contactpersoon: Mevr. Schelberg vpt-efo.001.doc Datum: 14 10 2013 Korte omschrijving van de situatie: Betrof een rookontwikkeling
Naam: GSR Rotterdam Adres: Valenciadreef 15; 3067 WL Rotterdam Telefoon: 010-2862930 Telefax: 010-4564517 E-mail: rotterdam@gsr.
Naam: GSR Rotterdam Adres: Valenciadreef 15; 3067 WL Rotterdam Telefoon: 010-2862930 Telefax: 010-4564517 E-mail: [email protected] internet: http://www.gsr.nl Brin nr. 00TU Rotterdam, maart 2011 Inhoud
Checklist voor opzetten BHV organisatie
Checklist voor opzetten BHV organisatie Wettelijke eisen 1(*) Zijn er buiten de Arbowet nog andere wetten, besluiten of branchespecifieke eisen van? Denk daarbij aan eisen vanuit het Gebruiksbesluit of
"Procedures en richtlijnen voor in- en externe alarmering en ontruiming van de Alkmaarse gymnastieklokalen (beheerd door Sportbedrijf Alkmaar)
"Procedures en richtlijnen voor in- en externe alarmering en ontruiming van de Alkmaarse gymnastieklokalen (beheerd door Sportbedrijf Alkmaar) Brand Ontruiming Bommelding Ongeval Versie: augustus 2012
Ontruimingsplan Kbs de Beiaard
Inhoud 1. Inleiding en toelichting 2. Gebouw- en installatie- en organisatiegegevens 3. Alarmeringsprocedure 4. Wijze van ontruiming 5. Wat te doen door personeel bij brand en ontruiming. 6. Taken ploegleider,
Handboek Rubriek 5 Personeel P05.02.2 Bedrijfshulpverlening en leidraad BHV-plan
Wat is bedrijfshulpverlening? Bedrijfshulpverlening is het door het bedrijf georganiseerde verlenen van hulp door werknemers bij gevaarlijke situaties. Het doel hiervan is om de nadelige gevolgen van calamiteiten,
Instructies bij calamiteiten Hoofdgebouw
Instructies bij calamiteiten Ongeval Instructies medewerker Instructies receptie Instructies BHV-er Instructies Ploegleider Instructies Coördinator BHV Brand Instructies medewerker Instructies receptie
Calamiteitenplan (ontruimingsplan) ABS Het DOK Conform NEN ABS Het DOK Rustenburgerpad BT Oegstgeest
Calamiteitenplan (ontruimingsplan) ABS Het DOK Conform NEN8112 16-08-2016 ABS Het DOK Rustenburgerpad 2 2342 BT Oegstgeest Inhoudsopgave 1 Inleiding en toelichting 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Toelichting 3 2
BASISOPLEIDING BEDRIJFSHULPVERLENING Ontruimen
INHOUDSOPGAVE 5... - 2-5.1 Gedrag van mensen bij een ontruiming... - 2 - Bewustwording... - 2 - Oordeels- en besluitvorming... - 2 - Uitvoering... - 2 - Gedrag van de BHV-ers... - 3-5.2 Voorzieningen in
Stichting Dante s Vriendjes Televisiebaan 106a 3402 VH IJsselstein Tel. 030 6871353 GSM. 06 23750706 [email protected].
Stichting Dante s Vriendjes Afdeling De Kikkervisjes Televisiebaan 106 Telefoon 06-23750706 Mail [email protected] Ontruimingsplan Object: Kinderdagverblijf Dante s Vriendjes, afdeling De
ARBO BIJLAGE D0 AANWIJZINGEN ONTRUIMINGSPLAN: OP TE STELLEN DOOR DE ARBO- COÖRDINATOR
ARBO BIJLAGE D0 AANWIJZINGEN ONTRUIMINGSPLAN: OP TE STELLEN DOOR DE ARBO- COÖRDINATOR Opstellen ontruimingsplan: Uitgaan van aanwezigheid gebruikersverklaring en gekeurd centraal meldsysteem (slow whoop)
Opleiding Operationeel leider/ploegleider
Opleiding Operationeel leider/ploegleider Gecertificeerde cursus Ploegleider NIBHV opleidingsduur 2 dagen + plus dagdeel voor het examen. Doelgroep De cursus ploegleider BHV is bedoeld voor de Bedrijfshulpverlener
ONTRUIMINGSPLAN. Udens College. sector havo-vwo
ONTRUIMINGSPLAN Udens College sector havo-vwo 2015 pagina 1 van 13 Algemene gegevens: Adres Udens College sector HV Schepenhoek 101 5403 GA Uden Aanwezige personen Op schooldagen van maandag t/m vrijdag
Bedrijfshulpverlening Alle regels op een rij
Bedrijfshulpverlening Alle regels op een rij 2 Bedrijfshulpverlening? Alle regels op een rij! INHOUD 1 Wat is BHV? 2 BHV verplicht? 3 Aantal BHV ers 4 Taken BHV ers 5 Opleidingseisen 6 Boetes en aansprakelijkheid
Calamiteitenplan. Land in Zicht. Datum: 23 januari Locatie: Domstraat 82, 3829 ND Hooglanderveen
Calamiteitenplan Land in Zicht Datum: 23 januari 2017 Locatie: Domstraat 82, 3829 ND Hooglanderveen Inhoud Belangrijke telefoonnummers... 3 Intern... 3 Hulpdiensten... 3 Adres spoedeisende zorg ziekenhuis...
Ontruimingsplan Gereformeerde kerk De Lichtkring
Ontruimingsplan Gereformeerde kerk De Lichtkring Laan naar Emiclaer 1, 3823 EG Amersfoort Telefoon: 033-4559998 Koster: dhr. W. Schep Hoofd BedrijfsHulpVerlening, tevens coördinator: Koster of diens vervanger
Alarmeren en hulpverleningsregels
Alarmeren en hulpverleningsregels Basisopleiding BHV Alarmering en Hulpverleningsregels 1. alarmeren BHV 2. hulpverleningsregels Selecteer een paragraaf naar keuze 3. slachtoffer gerust stellen 4. omstanders
Bedrijfshulpverlening op scholen
Bedrijfshulpverlening op scholen 2 Bedrijfshulpverlening op scholen INHOUD 1 Inleiding 2 BHV organisatie op scholen 3 Taken, aantal en opleiding BHV ers 4 Samenvatting BHV-organisatie 3 Bedrijfshulpverlening
Bedrijfshulpverlening BHV - Calamiteitenplan Aikido dojo Ki No Michi
Bedrijfshulpverlening BHV - Calamiteitenplan Aikido dojo Ki No Michi Pagina 1 van 10 Opgemaakt door W. Wijnands, oprichter. Bedrijfshulpverlening BHV - Calamiteitenplan Inhoudsopgave 01. Introductie 02.
