R. Keijzer Hs. ipabo, Amsterdam/Alkmaar / ELWiER
|
|
|
- Melanie van Dam
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Studielast rekenen-wiskunde: ontwikkeling R. Keijzer Hs. ipabo, Amsterdam/Alkmaar / ELWiER Dit onderzoek beschrijft hoe de studielast voor het vak rekenen-wiskunde zich in de periode op de lerarenopleiding basisonderwijs heeft ontwikkeld. Het onderzoek is een vervolg op onderzoek dat plaatsvond in 2009, 2011 en Het onderzoek beschrijft de ontwikkeling en zoekt naar verklaringen hiervoor. In dit vierde onderzoek naar de studielast zien we dat de gemiddelde totale studielast voor het vak rekenen-wiskunde op de lerarenopleiding basisonderwijs tussen 2013 en gedaald is, terwijl er in de periode sprake was van een spectaculaire stijging. Verder laat het onderzoek zien dat de verschillen tussen de opleidingen in dit opzicht groot zijn. Dit sluit aan bij bevindingen in 2009, 2011 en Inleiding De periode was voor het vak rekenen-wiskunde in de lerarenopleiding basisonderwijs een roerige tijd. In 2009 kwam de Kennisbasis tot stand (Van Zanten, Barth, Faarts, Van Gool & Keijzer, 2009; Van Zanten, 2010). In de daarop volgende jaren zochten opleiders naar manieren om deze Kennisbasis te implementeren (Lit, 2010; Van Os, Koopmans & Paus, 2011). Deze vraag naar de implementatie van de Kennisbasis werd urgenter toen besloten werd om de Kennisbasis rekenen-wiskunde voor een deel landelijk te toetsen (Kool, 2011; Van Dam-Schuringa & Terlouw, 2012). Inmiddels zijn er verschillende rondes geweest waarin de landelijke Kennisbasistoets is afgenomen. De opleidingen zijn - zou men kunnen stellen - min of meer gewend geraakt aan het verschijnsel Kennisbasis rekenen-wiskunde. Dit artikel laat zien hoe de studielast en de contacttijd voor het vak rekenen-wiskunde zich, onder andere onder invloed van de introductie van de Kennisbasis rekenen-wiskunde, hebben ontwikkeld tussen 2009-; de periode van totstandkomen van deze Kennisbasis tot en met de implementatie van de toetsing hiervan. Het onderzoek waarvan hier verslag gedaan wordt, vond zijn oorsprong in de ontwikkeling van de Kennisbasis rekenen-wiskunde. Die moest namelijk passen binnen het aantal uren dat gegeven werd op de verschillende opleidingen en het informeel rondvragen leerde de ontwikkelaars van de Kennisbasis al snel dat er tussen de opleidingen grote verschillen zijn, zeker daar waar het gaat om studielast voor rekenen-wiskunde en de daarmee gemoeide contacttijd. De eerste editie van dit onderzoek bevestigde deze grote verschillen (Keijzer, 2010). Na 2009 werd dit onderzoek nogmaals uitgevoerd in 2011 en Eind 2014 werd het voor een vierde keer uitgevoerd. In dit artikel schetsen we de ontwikkeling van de studielast over de periode We gaan daarnaast in op twee zaken die onlangs actueel werden, namelijk de cesuur van de instaptoets, de zogenoemde Wiscattoets en de integratie van eigen vaardigheid en vakdidactiek in de lessen op de pabo. De cesuur van de Wiscattoets is actueel, omdat aangetoond is dat de score voor deze toets een belangrijke voorspeller is voor het resultaat van studenten op de landelijke Kennisbasistoets rekenen-wiskunde en dat een score van 120 of hoger een redelijke kans biedt om de Kennisbasistoets voldoende te scoren (Keijzer & Hendrikse, 2013). Bij een dergelijke score laat de student zien dat hij beter rekent dan 92 procent van de leerlingen einde basisonderwijs. Bij de vigerende landelijke cesuur van 103 rekent de student sterker dan 80 procent van de leerlingen aan het einde van de basisschool. De discussie rond de integratie van de eigen vaardigheid en de didactiek hangt samen met de doelstelling van de Kennisbasis. De Kennisbasis vormt een middel om de kwaliteit van de aanstaande leraar te garanderen. Het geïsoleerd werken aan de wiskunde uit de Kennis- 55 Keijzer, R. ().Studielast rekenen-wiskunde: ontwikkeling Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk,,
2 basis, zonder deze verworven wiskundekennis te verbinden met de didactiek, doet mogelijk geen recht aan deze doelstelling, maar zou anderszins wel een aanpak kunnen zijn die door de focus op de landelijke toetsing van de Kennisbasis wordt uitgelokt. 2 Methode en vraagstelling Om de gegevens van de opleidingen te achterhalen, is aan opleiders een digitale vragenlijst voorgelegd. Hen is gevraagd om per opleiding één vragenlijst in te vullen. Opleidingen die in eerste ronde niet reageerden op het verzoek deze in te vullen, zijn herinnerd aan het verzoek om de gegevens door te geven, tot uiteindelijk de gegevens van alle opleidingen, op een na, zijn ontvangen. Om de gegevens te kunnen vergelijken met voorafgaande peilingen, kwamen de vragen in deze vragenlijst goeddeels overeen met de vragen die in 2009, 2011 en 2013 aan opleiders zijn voorgelegd (Keijzer, 2013). 1 In het licht van de bovengenoemde actualiteit, zijn in de peiling die eind 2014 gehouden werd (hier aangegeven als peiling ) vragen toegevoegd over de cesuur die de opleiding hanteert voor de Wiscattoets in de propedeuse en de mate waarin sprake is van een geïntegreerd programma voor eigen vaardigheid en didactiek. Overigens moest, net als bij de peiling in 2013, een manier gevonden worden om om te gaan met opleidingen die gefuseerd zijn of opleidingen die in 2009 en 2011 verschillende programma s hadden en die nu eenzelfde programma aanbieden. In 2013 is ervoor gekozen om de opleidingen aan te houden die in 2009 bestonden (Keijzer, 2013). Dit betekent dat opleidingen na een fusie in, net als in 2013, aangemerkt worden als twee opleidingen, waarbij de informatie over de opleidingen in twee keer is opgenomen. Daarmee tellen deze fusie-instellingen zwaarder in de peiling. Dat is niet onterecht, omdat het om instellingen gaat met grofweg hetzelfde aantal studenten van de twee instellingen voor de fusie samen. Verder is deze keuze noodzakelijk om alle opleidingen mee te kunnen nemen, omdat het alternatief zou zijn geweest om alle instellingen die betrokken zijn geweest bij een fusie of waarvan programma s van verschillende vestigingen zijn samengevoegd uit het onderzoek te halen, wat een aanzienlijk minder adequaat beeld van de situatie zou opleveren. Met dit in gedachten richt dit onderzoek zich op de vraag hoe de studielast en de contacttijd voor het vak rekenen-wiskunde in de lerarenopleiding basisonderwijs zich in de periode heeft ontwikkeld. 3 Resultaten Non-respons Eén vertegenwoordiger per opleiding heeft de vragen in de vragenlijst beantwoord. Deze vragen zijn echter vaak alleen beantwoord, wanneer deze vertegenwoordiger de gegevens relatief gemakkelijk kon achterhalen. Het achterhalen hiervan bleek in enkele gevallen niet eenvoudig en daarom vielen bij iedere vraag wel enkele opleidingen uit. Bij deze opleidingen is nagegaan of het uitvallen een oorzaak heeft die (direct of indirect) te maken heeft met de studielast van studenten of de contacttijd die in de opleiding besteed wordt aan het vak rekenen-wiskunde. Een dergelijk verband tussen non-respons en het doel van dit onderzoek is niet gevonden. Daarmee nemen we aan dat de gevonden resultaten een passend beeld geven van alle opleidingen. Rekenvaardigheid van studenten Met de introductie van de Kennisbasis rekenen-wiskunde en met name de landelijke toetsing van de wiskunde in de Kennisbasis, is er voor veel studenten een noodzaak om, na hun inspanningen om de Wiscattoets te halen, verder te investeren in de rekenvaardigheid. Opleidingen kunnen hierin ondersteunen en dat begint in het eerste jaar bij het helpen van de studenten in de voorbereiding op de Wiscattoets. Het behalen van de Wiscattoets (met de landelijk geldende cesuur) biedt echter geen garantie voor het behalen van de Kennisbasistoets (Keijzer & Hendrikse, 2013). Daarmee is het zaak dat studenten ook na het behalen van de Wiscattoets blijven werken aan hun rekenvaardigheid en ligt de vraag voor de hand welke ondersteuning de opleiding daarbij biedt. 56
3 De figuren 1 en 2 tonen de contacttijd die met het voorbereiden van de studenten op de Wiscattoets gemoeid is en de tijd die wordt besteed aan het werken aan de gecijferdheid anders dan de Wiscattoets. 2 Het gaat hierbij overigens over tijd die ingeroosterd is voor alle studenten, die hier is aangeduid als standaard. Bij de hier beschreven contacttijd gaat het dus niet om contacturen die voor studenten expliciet als facultatief zijn aangemerkt. Onderstaande figuren tonen hoe de standaard contacttijd voor rekenen-wiskunde zich in de periode heeft ontwikkeld. Jaar gem (sd) 18,68 (52,38) 5,93 (5,61) 5,00 (9,06) 4,83 (5,14) N figuur 1: het standaard aantal contacturen (in klokuren) ter voorbereiding op de Wiscattoets Jaar gem (sd) 8,48 (13,11) 18,42 (21,02) 37,57 (45,07) 32,33 (25,48) N figuur 2: het standaard aantal contacturen (in klokuren) ter voorbereiding op studieonderdelen (louter) gericht op de eigen vaardigheid of gecijferdheid, anders dan de Wiscattoets Uit de twee figuren wordt duidelijk dat het gemiddeld aantal contacturen, waarin aandacht is voor de gecijferdheid anders dan de Wiscat tussen 2009 en 2013, is toegenomen van minder dan tien uur over de hele studie naar gemiddeld meer dan 35 uur. Dat gemiddelde is iets afgenomen tussen 2013 en, maar opmerkelijker is het dat de zeer grote verschillen tussen de opleidingen in deze periode (iets) kleiner zijn geworden. Wanneer we kijken naar de contacttijd die is gemoeid met het voorbereiden op de Wiscattoets, dan zien we een omgekeerde beweging. Die tijd neemt gemiddeld genomen langzaam af. Echter ook hier zijn de verschillen tussen de opleidingen groot. Er is bijvoorbeeld een aanzienlijk aantal opleidingen dat voor de ondersteuning van studenten bij het voorbereiden op de Wiscattoets in 2013 en geen contacttijd inroostert. Tussen 2013 en werd helder dat de Wiscattoets een belangrijke voorspeller is voor de score op de Kennisbasistoets rekenen-wiskunde. Een Wiscatscore van 103, de landelijke cesuur, vormt voor een student een moeilijk uitgangspunt om de Kennisbasistoets uiteindelijk voldoende te scoren. Daarom koos ongeveer een zesde deel van de opleidingen om de Wiscatcesuur hoger te stellen dan de landelijke cesuur. Het gaat daarbij om een cesuur tussen de 103 en 140. Men mag aannemen dat opleidingen die hiertoe over gingen, meer tijd zijn gaan besteden aan het voorbereiden van de studenten op deze toets. Immers, er worden hogere eisen gesteld aan de studenten en dat vraagt - zo mag men verwachten - een grotere investering van de opleidingen om de studenten hierbij te ondersteunen. De resultaten gepresenteerd in figuur 1 spreken dit echter op twee manieren tegen. De gemiddelde tijd die in wordt besteed aan het helpen van studenten bij het voorbereiden op de Wiscattoets is (iets) lager dan die in 2013, terwijl een investering van een deel van de opleidingen dit gemiddelde eerder zou optrekken. Verder leiden de grotere verschillen tussen de opleidingen vanwege de eigen keuze voor een cesuur voor de Wiscattoets niet tot grotere verschillen in onderwijstijd die zich richt op de ondersteuning van studenten bij het voorbereiden op deze toets. Een verklaring hiervoor is wellicht gelegen in het bieden van hulp op maat, waar - volgens zeggen van opleiders - steeds meer opleidingen toe over gaan. Bij deze hulp op maat is er geen sprake van een ingeroosterd aanbod. Overigens is er met de introductie van de Kennisbasis en de toetsing ervan ook een discussie ontstaan tussen opleiders over het al dan niet geïntegreerd aanbieden van didactiek en elementen van het curriculum die meer gericht zijn op de rekenvaardigheid (Lit, 2010). Deze discussie was aanleiding om een extra vraag op te nemen in de vragenlijst, waarin opleiders konden aangeven hoe het onderwijs op hun pabo er in dit opzicht uit ziet. Antwoorden op deze vraag laten zien dat een meerderheid van de opleidingen heeft gekozen voor aparte stromen die zich richten op resp. de eigen vaardigheid en de didactiek, maar dat er vanuit de lessen in de ene stroom systematisch verwezen wordt naar die in de andere. Een opleider verwoordt wat we ons hierbij voor kunnen stellen: We proberen zoveel mogelijk te integreren, maar in de eerste twee leerjaren ligt veel meer de nadruk op eigen vaardigheid en bij de geïntegreerde onderdelen ligt de nadruk op didactiek. Een ander verantwoordt het gedeeltelijk scheiden van vakdidactiek en eigen vaardigheid vanuit de inrichting 57
4 van de opleiding met vakoverstijgende beroepstaken, die het geïntegreerd aanbieden van vakkennis en didactiek in de weg staat. De contacttijd die is aangegeven als contacttijd voor gecijferdheid anders dan Wiscat gaat over de uren die bij veel opleidingen in de aanpalende eigenvaardigheidsstroom zijn geprogrammeerd. Majorfase studie De majorfase van de studie vormt het deel van de studie dat zich bij het vak rekenen-wiskunde voor een belangrijk deel richt op het ondersteunen van studenten bij het verwerven van de Kennisbasis rekenen-wiskunde. Deze majorfase duurt tussen de twee en drieënhalf jaar. Dat betekent dat studenten binnen de majorfase de Kennisbasistoets doen of kort nadat deze is afgerond. De figuren 3 en 4 tonen voor de periode de standaardstudielast voor rekenen-wiskunde in de majorfase van de studie en de totale contacttijd in die periode. 3 jaar gem (sd) 9,74 (3,48) 13,70 (8,95) 20,03 (12,50) 14,43 (7,10) n figuur 3: de standaard studielast rekenen-wiskunde voor studenten in de majorfase van de studie (in ECTS) figuur 4: het totaal aantal (standaard) contacturen voor rekenen-wiskunde in de majorfase van de studie De gemiddelde studielast voor rekenen-wiskunde in de majorfase van de studie is in ongeveer gelijk aan die in In 2013 was deze gemiddelde studielast ruim vijf studiepunten hoger. Overigens blijkt dat de gemiddelde contacttijd in de majorfase van de studie in de periode nauwelijks is afgenomen, waarmee het onderwijs tussen 2013 en genomen intensiever geworden is, in de zin dat een student per studiepunt in meer begeleidingstijd van een docent krijgt bij rekenen-wiskunde dan dat in 2013 het geval was. Overigens vergelijken we hier gemiddelden in een situatie waar de verschillen tussen de instellingen enorm zijn. Bij dergelijke grote verschillen zegt een gemiddelde als centrummaat weinig over de populatie. Grote verschillen tussen de instellingen suggereren dat er onderliggende variabelen zijn die van invloed zijn op de keuze voor een specifieke inrichting van het studieprogramma en die daarmee ook verantwoordelijk zijn voor deze verschillen. Dit onderzoek is te beperkt van opzet om uitspraken te doen over deze variabelen, op één aspect na, namelijk of een lerarenopleiding deel uitmaakt van een grote multisectorale hogeschool of een kleine monosectorale instelling is. In 2013 stelden we vast dat het aantal uren begeleiding per studiepunt bij monosectorale lerarenopleidingen basisonderwijs significant hoger ligt dan bij grote multisectorale hogescholen. We gingen na of dit ook in het geval is. We vonden ook in een dergelijk significant verschil tussen monosectorale en multisectorale instellingen. Bij monosectorale instellingen krijgen de studenten in de majorfase gemiddeld achtenhalf contactuur per EC. Bij multisectorale instellingen is dit ruim vijf uur. Minorfase studie jaar gem (sd) 53,80 (25,76) 69,23 (44,38) 91,55 (37,94) 90,47 (40,72) n De minorfase van de studie heeft in veel gevallen maar de duur van een half jaar of een jaar. Op veel opleidingen krijgen studenten de kans deze fase van de studie geheel naar eigen inzicht in te vullen, wat er in het algemeen toe leidt dat studenten een invulling buiten het vakgebied rekenen-wiskunde kiezen en ook nogal eens een invulling buiten de lerarenopleiding. Op enkele opleidingen is de minorfase langer, anderhalf of twee jaar. In dat geval maakt een studieonderdeel als zorgverbreding of handelingsgericht werken onderdeel uit van de minor en ligt hier een verplichte studielast voor het vak rekenen-wiskunde. Bij opleidingen met een lange majorfase behoren deze studieonderdelen bij de major en is er in het algemeen geen sprake van een standaard studielast voor het vak rekenen-wiskunde. Hiermee hangt samen dat de contacttijd voor studenten in de minorfase van de studie in het algemeen gering is. Als er al contacttijd is voor rekenen-wiskunde in de minorfase van de studie, dan wordt die vaak besteed 58
5 aan het voor studenten toelichten van een of enkele (omvangrijke) opdrachten. De aanzienlijke vrije ruimte die studenten in de minorfase van de studie hebben wordt al met al slechts zelden ingevuld met onderdelen rekenen-wiskunde. Uitzondering hierop zijn opleidingen die een vakminor rekenen-wiskunde aanbieden. Dit gebeurt echter bij slechts een enkele opleiding. Overzicht De studielast voor rekenen-wiskunde in de majorfase van de studie samen met deze studielast in de minorfase geeft de totale studielast voor rekenen-wiskunde. Figuur 5 geeft een overzicht over de ontwikkeling van de gemiddelde studielast en spreiding die zo berekend zijn over de periode jaar gem (sd) 12,88 (3,39) 13,85 (7,64) 22,00 (11,50) 17,36 (7,16) n figuur 5: totale standaard studielast (in ECTS) Net als bij de ontwikkeling van de gemiddelde studielast rekenen-wiskunde in de majorfase van de studie, zien we hier een piek in het gemiddelde in 2013 en een terugval in in de richting van het niveau van Dat roept de vraag op of ook voor individuele opleidingen geldt dat de studielast in 2011 vergelijkbaar is met die in De grafiek in figuur 6 laat zien dat dit niet het geval is en laat per opleiding het verschil tussen de studielast in en 2011 zien. Een positieve waarde voor een opleiding in deze grafiek, dat wil zeggen een staaf naar rechts, wil zeggen dat de opleiding in een grotere studielast had dan in Een staaf naar links wil zeggen dat de studielast bij deze opleiding in ten opzichte van 2011 afgenomen is. figuur 6: verschil in studielast tussen en 2011 (in ECTS) Bij twaalf opleidingen is de studielast tussen 2011 en minder dan vijf studiepunten toe of afgenomen, iets wat we zouden kunnen aanduiden als dat de studielast ongeveer gelijk gebleven is. Bij vijf opleidingen is de afname groter dan vijf studiepunten, terwijl bij zes opleidingen de toename van het totaal aantal studiepunten groter is dan vijf. Dit beeld toont daarmee dat niet alleen de opleidingen onderling verschillen, maar dat opleidingen zich ook ontwikkelen in de loop van de tijd, dat dit tot een behoorlijke omslag kan leiden en dat dit zich onder meer uit in de studielast voor het vak rekenen-wiskunde. 4 Conclusie en discussie Het voorbereiden van studenten op de Kennisbasistoets rekenen-wiskunde is ook in een centraal thema als het gaat om de inrichting van het opleidingsonderwijs rekenen-wiskunde & didactiek op de lerarenopleidingen basisonderwijs. Dat was het ook en in toenemende mate in de periode In de hier gepresenteerde getallen komt dit naar voren in een verschuiving in ondersteuning van studenten bij het voorbereiden voor de Wiscattoets naar het ondersteunen van studenten bij het verwerven van rekenvaardigheid 59
6 die de Wiscat overstijgt. Juist deze rekenvaardigheid of gecijferdheid wordt getoetst in de landelijke Kennisbasistoets en er is de opleidingen uiteraard veel aan gelegen ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijke groep studenten uiteindelijk slaagt voor deze landelijke toets. Specifiek gerichte hulp bij het werken aan deze wiskunde uit de Kennisbasis ligt dan ook voor de hand. We zien dat een meerderheid van de opleidingen dit ook in de inrichting van het programma heeft meegenomen en wel in de vorm van een aparte studielijn rond de eigen vaardigheid, waarbij afstemming met de studielijn didactiek voor de samenhang in het leren moet zorgdragen. We zien dat hier veel verschillende vormen voor gekozen worden, die al met al vooral ook tonen hoe opleiders worstelen met enerzijds de aandacht voor de eigen vaardigheid ten goede laten komen aan de didactische ontwikkeling van de student, maar anderszins deze student ook adequaat voorbereiden op de Kennisbasistoets. Al deze aandacht voor de eigen vaardigheid heeft er overigens niet toe geleid dat er in, vergeleken met 2013, gemiddeld een grotere studielast is voor rekenen-wiskunde. Integendeel, de gemiddelde studielast is tussen 2013 en afgenomen tot ongeveer het niveau van 2011, het moment dat de opleidingen de eerste acties ondernamen om de Kennisbasis in het curriculum in te bedden (Van Os, Koopmans & Paus, 2011). Op dat moment was er nog relatief weinig bekend over de landelijke toetsing van de Kennisbasis. Dat gebeurde in de periode daarna en dat is er wellicht de oorzaak van geweest dat de gemiddelde studielast in 2013 aanzienlijk hoger lag dan in Inmiddels zijn de opleidingen iets meer gewend aan de Kennisbasis en de landelijke toetsing hiervan. Dat is mogelijk een verklaring voor de daling van de studielast voor rekenen-wiskunde in de periode Een dergelijke redenering, die verschillende redenen geeft voor de studielast voor rekenen-wiskunde in 2011 en, maakt wellicht dat de gemiddelden en spreiding min of meer gelijk zijn, maar dat dit weinig zegt over de ontwikkeling die individuele opleidingen hebben doorgemaakt. Wellicht wordt die ontwikkeling van de studielast bij de individuele opleidingen ingegeven door verschillende factoren die buiten het reken-wiskundeonderwijs liggen, zoals de druk van andere vakken en eisen die hieromtrent aan de opleiding gesteld worden. Dat neemt niet weg dat de getallen de indruk wekken dat opleidingen die in 2013 zeer stevig investeerden in rekenen-wiskunde daarvan wat terug komen en dat opleidingen die in de subtop zaten de studielast tussen 2013 en niet veel veranderd hebben. Er is in dat opzicht sprake van een zekere stabilisering van de studielast voor het vak rekenen-wiskunde. Wellicht is dit dan ook de voorbode van wat meer rust als het gaat om de studielast voor rekenen-wiskunde. Anders gezegd, de rust zou ervoor kunnen zorgen dat de studielast voor rekenen-wiskunde die is vastgesteld in grofweg gelijk zal zijn aan die in 2017, wanneer dit onderzoek voor de vijfde keer gedaan gaat worden. Maar het kan natuurlijk anders lopen en dat is zelfs waarschijnlijk. Met de druk van andere landelijke toetsen dan die voor taal en rekenen, kan de aandacht voor rekenen-wiskunde, die spreekt uit de stijging van de studielast, wel eens verdwijnen en de studielast in 2017 terugvallen naar het niveau van 2009, voor de Kennisbasis rekenen-wiskunde werd ingevoerd. De lerarenopleiding basisonderwijs is namelijk voortdurend in beweging. In deze golfbeweging verandert de focus van tijd tot tijd. Taal en rekenen vormden de laatste tijd het speerpunt. Daarvoor lag de nadruk meer op andere vakken en veel nadrukkelijker nog op de pedagogische opdracht en op het ambachtelijke karakter van het beroep. Dit onderzoek laat zien dat in ieder geval rekenen-wiskunde weer wat minder aandacht krijgt en laat daarmee wellicht zien dat er een nieuwe focus op komst is. En als die snel prominent wordt, blijft een belangrijk perspectief buiten beeld. De Kennisbasis rekenen-wiskunde werd eertijds namelijk ingevoerd om bij te dragen aan de kwaliteit van het reken-wiskundeonderwijs in basisscholen. Leraren die deze basis bij zich dragen, zouden het beter moeten doen in de reken-wiskundeles en kinderen naar hogere prestaties moeten leiden. Op die manier zou de Kennisbasis bijdragen aan het stijgen van de positie die Nederland in internationaal vergelijkende studies (Ministerie van OCW, 2008). De verminderde aandacht voor rekenenwiskunde, zou zo wel eens de opmaat kunnen zijn voor het afschaffen van de Kennisbasis en dan met name de landelijke toetsing ervan. Het zou mooi zijn als we, voordat dat gebeurt, zicht krijgen op hoe de onderliggende doelstelling rond de positie van Nederland in internationaal vergelijkende onderzoeken over het rekenniveau gehaald is. 60
7 Noten 1 Er is verschil tussen de afnamen in 2009 en 2011 in vergelijking met de afname in 2013 en. In de jaren 2009 en 2011 is de vragenlijst op papier afgenomen, terwijl die in 2013 en louter in digitale vorm aan opleiders werd voorgelegd. 2 De eigen vaardigheid wordt hier aangeduid als gecijferdheid, omdat het gebruik van dit woord op veel opleidingen gebruikt wordt. 3 Studielast is de tijd die een student besteedt aan de opleiding of een deel ervan. De studielast is hier aangegeven in ECTS, een Europese rekeneenheid voor studielast in het hoger onderwijs. Eén ECTS (of EC) staat voor 28 studiebelastingsuren voor de gemiddelde student. Literatuur Dam-Schuringa, L. van & B. Terlouw (2012). Kennisbasis als fundament voor de opleiding. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 31(1), Keijzer, R. (2010). Stand van zaken bij rekenen-wiskunde en didactiek op de lerarenopleiding basisonderwijs. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 28(1), Keijzer, R. (2013). Ontwikkeling studielast rekenen-wiskunde op de pabo in de periode Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 32, Keijzer, R. & P. Hendrikse (2013). Wiskundetoetsen voor pabo-studenten vergeleken. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 32, Kool, M. (2011). Borging van de kennisbasis rekenen-wiskunde op de pabo. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 30(1), Lit, S. (2010). Kennis en kwaliteit: een kennisbasis rekenen-wiskunde voor de pabo. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 29(1), Ministerie van OCW. (2008). Krachtig meesterschap. Kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren Den Haag: OCW. Os, S. van, A. Koopmans & H. Paus (2011). (G)een kwestie van knippen en plakken? De implementatie van de kennisbases Nederlandse taal en rekenen-wiskunde op de pabo. Enschede: SLO. Zanten, M. van (2010). De kennisbasis rekenen-wiskunde voor pabo s - ontwikkelingen en overwegingen. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 29(1), Zanten, M. van, F. Barth, J. Faarts, A. van Gool & R. Keijzer (2009). Kennisbasis Rekenen-Wiskunde voor de lerarenopleiding basisonderwijs. Den Haag: HBO-raad. This research describes the development of student credits for mathematics in Dutch teacher education for primary education in the timeframe This research is a continuation of research done in 2009, 2011 and This fourth investigation describes the development and searches for explanations. In this fourth study into the development of credits for mathematics we observe that on the average the number of credits decreased between 2013 and, whereas this average showed a spectacular increase between 2009 and Moreover, this research shows that the differences between institutes in this respect are immense. This ties in with findings in 2009, 2011 and
Het veranderen van de cesuur voor de instaptoets rekenen-wiskunde
Het veranderen van de cesuur voor de instaptoets rekenen-wiskunde Ronald Keijzer, ipabo Amsterdam Samenvatting Studenten aan de Nederlandse lerarenopleiding basisonderwijs leggen in het derde studiejaar
1 Inleiding. Wiskundetoetsen voor pabo-studenten vergeleken. R. Keijzer & P. Hendrikse Hs. ipabo Amsterdam/Alkmaar / KPZ Zwolle
Wiskundetoetsen voor pabo-studenten vergeleken R. Keijzer & P. Hendrikse Hs. ipabo Amsterdam/Alkmaar / KPZ Zwolle In het najaar van 2012 werd op een aanzienlijk aantal lerarenopleidingen basisonderwijs
Leren van de toetsing van de kennisbasis rekenen-wiskunde
Leren van de toetsing van de kennisbasis rekenen-wiskunde Ronald Keijzer, Hogeschool ipabo, Amsterdam/Alkmaar Dirk de Vries, Hanze Hogeschool, Groningen Samenvatting De Nederlandse lerarenopleidingen basisonderwijs
Scenario s voor de implementatie van de kennisbasis rekenen-wiskunde
Scenario s voor de implementatie van de kennisbasis rekenen-wiskunde Ronald Keijzer, Hogeschool ipabo, Amsterdam Erica de Goeij, Hogeschool Marnix Academie, Utrecht Samenvatting De kennisbasis rekenen-wiskunde
Worstelen met rekenen-wiskunde in het vierde jaar van de lerarenopleiding basisonderwijs
Worstelen met rekenen-wiskunde in het vierde jaar van de lerarenopleiding basisonderwijs Gerard Boersma, HAN Nijmegen Ronald Keijzer, ipabo Amsterdam/Alkmaar Samenvatting Het hier beschreven onderzoek
Factsheet Toelatingstoets PABO
Pabo-opleidingen zitten in de lift De pabo s hebben de afgelopen jaren veel stappen gezet om de kwaliteit verder te versterken, onder meer door de invoering van de toelatingstoetsen. Deze maatregelen betalen
Stand van zaken bij rekenen-wiskunde en didactiek op de lerarenopleiding basisonderwijs
Stand van zaken bij rekenen-wiskunde en didactiek op de lerarenopleiding basisonderwijs Ronald Keijzer Dr. R. Keijzer ([email protected]) is werkzaam bij het Freudenthal Instituut van de Universiteit
Handig gebruiken van kladpapier bij de kennisbasistoets
ontwikkeling en onderzoek Handig gebruiken van kladpapier bij de kennisbasistoets Studenten aan de lerarenopleiding basisonderwijs maken in het tweede of derde studiejaar een landelijke kennisbasistoets
Beleidsagenda lerarenopleiding leidt tot niveauverlaging
Het Kanaal nummer 8 Beleidsagenda lerarenopleiding leidt tot niveauverlaging Gehanteerde rekenvaardigheids- en gecijferdheidstoetsen M. van Zanten & P. van den Brom-Snijders Panama/FIsme, Universiteit
Vierdejaars en de kennisbasistoets zwakke rekenaars in pabo 4
Vierdejaars en de kennisbasistoets zwakke rekenaars in pabo 4 Gerard Boersma, HAN Pabo (Ronald Keijzer, Hogeschool ipabo) Overzicht Inleiding Onderzoeksvraag Methode Bevindingen Vragen en discussie Inleiding
R. Keijzer, E. de Goeij, V. Jonker, J. Kaskens, M. Kool & M. Wijers 1. Discussie
Over de muurtjes - verslag van een discussieronde tijdens de ELWIeR-conferentie R. Keijzer, E. de Goeij, V. Jonker, J. Kaskens, M. Kool & M. Wijers 1 1 Inleiding Op vrijdag 22 november 2013 vond de vierde
Wat heeft dat te betekenen?!
Wat heeft dat te betekenen?! De relatie tussen de ervaren betekenisvolheid van het rekenonderwijsaanbod en de resultaten op rekentoetsen op de pabo Puck Lamers, WO-student Radboud Universiteit Nijmegen,
Feiten en cijfers. Studenttevredenheids onderzoek juni 2008
Feiten en cijfers Studenttevredenheids onderzoek 2008 juni 2008 Feiten en cijfers 2 Studenttevreden heids - onderzoek 2008 Inleiding In maart 2008 hebben 27 hogescholen dezelfde vragenlijst voorgelegd
CURSUSBESCHRIJVING Deel 1
CURSUSBESCHRIJVING Deel 1 Cursuscode(s) Opleiding Cursusnaam Cursusnaam Engels : PABFMT14X : Pabo : Gecijferdheid 7, Factoren, Machten en Talstelsels : [vertaling via BB] Studiepunten : 1 Categorie Cursusbeheerder
Onderhandelen over onderwijsvernieuwing
Onderhandelen over onderwijsvernieuwing Velon-congres, Breda, 19 maart 2019 Rob Moggré, [email protected] Ronald Keijzer, [email protected] https://kenniscentrum.ipabo.nl Hogeschool ipabo We zoomen in
1 Inleiding. Professionele gecijferdheid in de opleiding. A. Fase Hs ipabo Amsterdam/Alkmaar
Professionele gecijferdheid in de opleiding A. Fase Hs ipabo Amsterdam/Alkmaar Studenten die in 2011 aan een studie aan de pabo beginnen, worden in de loop van het derde studiejaar getoetst op hun kennisbasis
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten
Samenvatting en conclusies
Samenvatting en conclusies Inleiding In het kader van de Monitor en evaluatie Tweede Fase HAVO / VWO heeft het ITS voor het Ministerie van OCenW, directie voortgezet onderwijs, onderzoek gedaan in het
Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets
Tenslotte demonstreren we u de online databank op de website van de Nederlandse Taalunie. U kunt Lezen in het basisonderwijs, evenals Schrijven in het basisonderwijs, downloaden van de volgende websites:
Hoofdstuk 13 Opleiden voor rekenen-wiskunde in het basisonderwijs
Hoofdstuk 13 Opleiden voor rekenen-wiskunde in het basisonderwijs Ronald Keijzer, Hogeschool ipabo Hanneke van Doornik-Beemer, Hogeschool Fontys Wil Oonk, Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht Samenvatting
Vijfentwintig miljoen is dat veel?
Panama Praktijktip nummer 132 Vijfentwintig miljoen is dat veel? A. Fase, Hogeschool ipabo Amsterdam/Alkmaar Inleiding Huidige en toekomstige leerkrachten basisonderwijs hebben een stevig fundament nodig
PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014
PEER REVIEWS Managementgroep Interactum September 2014 Met peer review wordt een systeem bedoeld waarbij de betreffende opleidingen structureel gebruik maken van elkaars deskundigheid en elkaars critical
Nederlandse samenvatting
Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor
Haal ik de kennisbasistoets
ontwikkeling en onderzoek 48 Haal ik de kennisbasistoets rekenen-wiskunde? Dit artikel beschrijft een analyse met als doel vroegtijdig signaleren van studenten die extra aansporing tot inzet en ondersteuning
Doel van de werkgroep
Opbrengstgericht werken vraagt om een onderzoekende leraar In ieder geval voor rekenen-wiskunde Ronald Keijzer lector rekenen-wiskunde Hogeschool IPABO [email protected] Gerard Boersma docent rekenen-wiskunde
BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE*
BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE* *Voor de speciale trajecten Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs (AOLB) en International
Projectplan. 1 - Praktische gegevens Plaats Pilot Den Haag. Projectleider. Arno van Houwelingen / Peter Eskens. Deelnemende instellingen
Projectplan 1 - Praktische gegevens Plaats Pilot Den Haag Projectleider Arno van Houwelingen / Peter Eskens Deelnemende instellingen Haagse Hogeschool J. Westerdijkplein - namen en adressen 75 van de deelnemende
Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1
Weblogs 1 Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Iwan Wopereis Open Universiteit Nederland Peter Sloep
Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1
Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na
Studenten aan lerarenopleidingen
Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor
Rekenbeleid. Procesbeschrijving. Versie: 1
Rekenbeleid Procesbeschrijving Versie: 1 Taakhouder: H. Cox Gemaakt: April 2016 Geldig tot: Januari 2018 Rekenbeleid HSL Hoe presteert HSL op de basisvaardigheden rekenen en hoe kunnen die prestaties worden
TOETSEN EN TOETSPRESTATIES REKENEN
AANSLUITING PO-VO FEEDBACK / ONTWIKKELING TOETSEN EN TOETSPRESTATIES REKENEN De deelnemende scholen aan het PO-VO-netwerk in Doorn willen gericht toewerken naar een doorlopende leerlijn rekenen-wiskunde.
CURSUSBESCHRIJVING Deel 1
CURSUSBESCHRIJVING Deel 1 Cursuscode(s) Opleiding Cursusnaam : PABPRO14X : Pabo : Cij 4, Procenten Cursusnaam Engels : [vertaling via BB] Studiepunten : 1 Categorie Cursusbeheerder Opleidingsvorm Leerroute
Wie is de echte rekendocent? Parallellezing 6 december 2011 Congres: Je kunt rekenen op de rekendocent
Wie is de echte rekendocent? Parallellezing 6 december 2011 Congres: Je kunt rekenen op de rekendocent Programma Aanleiding Competentieprofiel Nascholing/lerarenopleiding Aanleiding Wat moet ik kennen
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL BISSCHOP ERNST
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL BISSCHOP ERNST School : basisschool Bisschop Ernst Plaats : Goes BRIN-nummer : 05GY Onderzoeksnummer : 94508 Datum schoolbezoek : 29 en 31 mei Datum vaststelling
Rapportage resultatenanalyse
Rapportage resultatenanalyse Naam basisschool: Mariaschool Datum analyse: Juli 2016 Opgesteld door: Yvonne de Ruijter Inleiding Voor u ligt het verslag van de resultatenanalyse van de Mariaschool. In deze
SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding
SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding Inleiding Het LEOZ (Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg) is een samenwerkingsproject van: Fontys Hogescholen, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg,
Analyse instroom
Instroomontwikkeling 2016 2017 In 2016 was er een instroomtoename van 5,5% bij de hbo-bachelor- en ad-opleidingen, opgebouwd uit: Een toename van de directe doorstroom vanuit havo, mbo en vwo met 1,0%
Zij-instroom pabo = leraar in 2 jaar
Zij-instroom pabo = leraar in 2 jaar Leren = durven Informatie voor scholen en schoolbesturen over zij-instroom pabo Inholland Bent u het bevoegd gezag van een instelling in het primair onderwijs en wilt
De invloed van inductie programma's op beginnende leraren
De invloed van inductie programma's op beginnende leraren Op basis van door NWO gefinancierd wetenschappelijk onderzoek heeft Chantal Kessels, Universiteit Leiden in 2010 het proefschrift 'The influence
Werkwijze 10voordeleraar
Werkwijze 10voordeleraar Cito Kennisplatform examinering 6 oktober 2016 Arian van Staa, programmamanager Jolien Pas, psychometricus Opbouw Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Wat doen wij? Wat hebben
Rekenen: ook in de andere vmbo vakken
Rekenen: ook in de andere vmbo vakken verdiepingsconferenties Freudenthal Instituut Korte inhoud werkgroep Het onderhouden en uitbreiden van rekenvaardigheden is een belangrijk thema in klas 3 en 4 van
De rol van financiële educatie in het basisonderwijs
De rol van financiële educatie in het basisonderwijs De rol van financiële educatie in het basisonderwijs / 2 De rol van financiële educatie in het basisonderwijs 3 / De rol van financiële educatie in
Studiekeuzecheck Hogeschool ipabo
Studiekeuzecheck Hogeschool ipabo Inhoud Informatie over de opzet studiekeuzecheck Informatie over devoorbereiding Studiekeuzecheck: de dag zelf Studiekeuzecheck: de terugkoppeling van het resultaat Checklist:
Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016
Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober
Hoe goed moeten basisschoolleerkrachten rekenen en kunnen ze dat ook? Peter Eskens PABO Haagse Hogeschool
Hoe goed moeten basisschoolleerkrachten rekenen en kunnen ze dat ook? Peter Eskens PABO Haagse Hogeschool Doel: open deur op een kier zetten Om een som uit te kunnen leggen moet een leerkracht voldoende
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD'
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' School : basisschool 'Pater van der Geld' Plaats : Waalwijk BRIN-nummer : 13NB Onderzoeksnummer : 94513 Datum schoolbezoek : 12 juni
De kwaliteit van het onderwijs in rekenen en wiskunde
De kwaliteit van het onderwijs in rekenen en wiskunde A.H. Corporaal Inspectie van het Onderwijs 1 inleiding Ongeveer een jaar voordat het PPON-onderzoek werd uitgevoerd waarover kortelings is gerapporteerd
Kenmerken van de opleidingsvarianten in de OSR
Kenmerken van de opleidingsvarianten in de OSR Versie 3-12 september 2012 In onderstaande tabellen zijn de belangrijkste kenmerken weergegeven van de varianten van Opleiden in de school (OidS) waarop de
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE KARDINAAL ALFRINKSCHOOL
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE KARDINAAL ALFRINKSCHOOL School : Kardinaal Alfrinkschool Plaats : Maassluis BRIN-nummer : 09AG Onderzoeksnummer : 95006 Datum schoolbezoek : 11 en 12 juni 2007 Datum
Beoordelingsformulier Verslag Vakprofilering Geschiedenis Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5
Beoordelingsformulier 3.1.2 Verslag Vakprofilering Geschiedenis 2015-2016 Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5 Studentnaam: Klas: Beoordelaar Studentnummer: Datum: KERN- EN DEELTAKEN DIE HOREN BIJ DEZE TOETS: 2.1,
Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte
Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte Beste student, U heeft onlangs alle onderdelen van uw bacheloropleiding Wijsbegeerte afgerond en kunt nu het BA-diploma aanvragen. Het bestuur van het Instituut voor
Gecijferdheid onderwijsassistenten
ARTIKEL 30 Gecijferdheid voor onderwijsassistenten De afgelopen jaren is de instroom van studenten in de lerarenopleiding basisonderwijs aanzienlijk veranderd en ook verbreed. Dit gegeven vraagt om een
Een uitdagende opleidingscontext voor rekenenwiskunde
Een uitdagende opleidingscontext voor rekenenwiskunde Vahap Duman & Ronald Keijzer, Hogeschool ipabo, Amsterdam/Alkmaar Samenvatting Lerarenopleidingen basisonderwijs vragen van hun studenten om verschillen
Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 5 Landelijke kennistoetsen Lvo Pabo
Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 5 Landelijke kennistoetsen Lvo Pabo 2018-2019 1 Inhoudsopgave Titel 1: Algemeen Titel 2: Lerarenopleiding Voortgezet Onderwijs Titel 3: PABO Deze regeling is vastgesteld
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'SINT JOZEF'
RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'SINT JOZEF' School : basisschool 'Sint Jozef' Plaats : Nieuw-Namen BRIN-nummer : 06XE Onderzoeksnummer : 94514 Datum schoolbezoek : 19 juni 2007 Datum vaststelling
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren Versie 2 Datum 15 oktober 2018 Status Definitief Onze referentie 1427719 Colofon Directie Projectnaam Contactpersoon Kennis/DUO Mobiliteit leraren Ministerie
Rapportage BPV-plaatsen RBB 2011/2012
Rapportage BPV-plaatsen RBB Samenvatting In het schooljaar zijn in de regio ruim 2.100 BPV-plaatsen (BeroepsPraktijkVorming/stages) gematcht in de zorgsector door het RBB. Het gaat hier om de opleidingen
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek Studiejaar 2013-2014 Algemeen 1. Deze bijlage bij het algemene gedeelte van de Onderwijs- en examenregeling van Codarts is van toepassing
Nationale Studenten enquête 2015
projectnr Title Subtitle Afdeling-Instituut Nationale Studenten enquête 2015 Fontys Academy for Creative Industries Dienst Onderwijs en Onderzoek Dimphy Hooijmaijers, Renate Smits, Eindhoven, 1 juni 2015
Overzicht curriculum VU
Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat
Zij-instroom pabo = leraar in 2 jaar
Zij-instroom pabo = leraar in 2 jaar Leren = durven Aan de slag als zij-instromer in het basisonderwijs Heb je altijd al in het basisonderwijs willen werken? Het zij-instroomtraject biedt je de mogelijkheid
ONDERWIJSVORMEN EN SCHOOLSE PRESTATIES. Dockx J., De Fraine B. & Vandecandelaere M.
ONDERWIJSVORMEN EN SCHOOLSE PRESTATIES Dockx J., De Fraine B. & Vandecandelaere M. ONDERWIJSVORMEN EN SCHOOLSE PRESTATIES Dockx J., De Fraine B. & Vandecandelaere M. Promotor: B. De Fraine Research paper
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers April 2017 Inhoud 1 Het algemene beeld 2 2 Start van de studie: uitvallers 4 3 Start van de studie: wisselaars 5 4 Afsluiting van de studie: studiesucces
Aanvullende analyse Terugblik en resultaten 2013
Primair en speciaal onderwijs Cito Volgsysteem Aanvullende analyse Terugblik en resultaten 2013 Oktober 2013 Eindtoets Basisonderwijs Groep 8 Lagere gemiddelde eindtoetsscore in 2013: onderzoek naar mogelijke
Rekenvaardigheden toetsen in een mbo koksopleiding
Rekenvaardigheden toetsen in een mbo koksopleiding Mark Hoogenboezem, ROC Midden Nederland (met aanvullingen vanuit de docenten opleiding rekenen mbo: Vincent Jonker, Fokke Munk, Rinske Stelwagen, Monica
Sterke rekenaars op de ipabo. - een differentiatievraagstuk -
Sterke rekenaars op de ipabo - een differentiatievraagstuk - V. Duman Hogeschool ipabo, Amsterdam Op de Hogeschool ipabo hebben de studenten, net als op andere lerarenopleidingen basisonderwijs, een sterk
Milieubarometer 2010-2011
NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N005 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2010-2011 Datum : 6 januari 2012 Milieubarometer 2010-2011 Inleiding De milieubarometer is een instrument,
Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO
Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel
INLEIDING VERANTWOORDING 1
INLEIDING Het wil onderwijskwaliteit bieden waardoor leerlingen en ouders tevreden zijn, medewerkers met plezier en professioneel hun werk doen en andere belanghebbenden en toezichthouders het onderwijs
