Jaarverslag ROC van Amsterdam

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag 2011. ROC van Amsterdam"

Transcriptie

1 Jaarverslag 2011 ROC van Amsterdam Versie 1.0 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht op 14 mei

2 ROC van Amsterdam Fraijlemaborg CV Amsterdam Postadres: Postbus CN Amsterdam Tel Fax Internetadres: adres: Kamer van Koophandel

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Voorwoord College van Bestuur Verslag Raad van Toezicht Profiel ROC van Amsterdam Juridische structuur, interne organisatiestructuur en personele bezetting Organogram Kerncijfers Missie, visie en strategie Strategische doelen/ambities Onderwijs MBO Onderwijsontwikkeling MBO Doorstroom VO MBO, contacten met decanen VO Afhaakonderzoek najaar Doorstroom MBO HBO en samenwerking met het HBO Taal en rekenen in het MBO Internationalisering Sport Ondernemerschap Ontwikkeling Educatie en Inburgering ROC van Amsterdam Kernactiviteiten en belangrijkste producten en diensten Geografische gebieden en afnemers Specifieke onderdelen van de meerjarenstrategie Beleid ten aanzien van het volwassenenonderwijs Voortgezet Onderwijs Kernactiviteiten Beleidsontwikkelingen met betrekking tot onderwijs Het VOvA en de meerjarenstrategie van ROCvA Kwaliteit van het onderwijs Uitslagen inspectieonderzoek 2011, zwakke en zeer zwakke opleidingen Intern onderzoek, risicoanalyses Bestrijding Voortijdig schoolverlaten Verzuimbeleid studenten Studenten MBO, Studentenaantallen en aantal diploma s

4 11.2 MBO Onderwijsprestaties Volwassenenonderwijs, deelnemersaantallen Voortgezet onderwijs, leerlingenaantallen Tevredenheid studenten MBO Veiligheid Medewerkers Personele bezetting en verhouding PP-SP Activiteiten HRM Ziekteverzuim Professionalisering Mobiliteit / Mobiliteitsbureau Tevredenheid medewerkers CAO ontwikkelingen Beheersing van uitkeringen na ontslag Personele invulling van de nieuwbouwlocaties Governance en samenwerkingsrelaties Governance Klachten en afhandeling Ombudsman Vertrouwenspersoon medewerkers Zeggenschap studenten Zeggenschap medewerkers Imago-onderzoek Tevredenheid bedrijven beroepspraktijkvorming Alumnionderzoek Samenwerkingsrelaties Thuiszorg Nederland RietvinckCollege Krachtenbundeling ROCvA ROCF, evaluatie Onderwijs arbeidsmarkt (PAO) Marktpositie en marktontwikkelingen Bedrijfsvoering Huisvesting ICT Onderwijsinformatie, dienst Onderwijsinformatie (i.o.) Bijlagen Samenstelling van het Bestuur

5 16.2 Samenstelling Raad van Toezicht Rooster van aftreden RvT Verklarende begrippen en afkortingen Financieel verslag Jaarrekening Geconsolideerde balans per 31 december Geconsolideerde staat van baten en lasten over Geconsolideerd kasstroomoverzicht over Toelichting behorende tot de geconsolideerde jaarrekening Toelichting op de geconsolideerde balans Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten Enkelvoudige balans per 31 december Enkelvoudige staat van baten en lasten Toelichting behorende tot de enkelvoudige jaarrekening Overige gegevens Bijlagen bij de jaarrekening Bijlage A: Model G - Verantwoording van subsidies Bijlage B: Model H - Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders Bijlage C: Model E Verbonden Partijen Bijlage D: Nota Helderheid Bijlage E: Segmentatie naar onderwijssoorten Bijlage F: Overzicht Taal & Rekenen Bijlage G: Overzicht Stagebox

6 1. Inleiding Voor u ligt het geïntegreerd jaardocument 2011 van ROC van Amsterdam (hierna ROCvA), bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening. In het geïntegreerd jaardocument legt het Bestuur verantwoording af over het jaar Het document beschrijft de ontwikkelingen in 2011, de resultaten die zijn bereikt en de activiteiten die daarvoor zijn ondernomen. Tevens geeft het jaardocument een beeld van het ROC van Amsterdam en de inrichting van het instituut. In het jaardocument wordt ook de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam vermeld met in hoofdlijnen de ontwikkelingen en de resultaten over De stichting is een zelfstandig onderdeel van ROC van Amsterdam en publiceert een eigen jaardocument voor de verantwoording van haar resultaten. Het thema van ROC van Amsterdam was voor 2011 de teams maken het verschil. Met dit thema wil het Bestuur nadrukkelijk het belang van de teams aangeven. De teams vormen het fundament van de organisatie. De teams zijn de basis voor de individuele medewerkers die binnen het team volgens de onderling besproken werkverdeling in samenwerking met elkaar hun taken uitoefenen. Het thema staat niet op zich, maar is representatief voor de koers van de afgelopen jaren waarin de medewerkers, samenwerkend in teams, centraal staan. Kenmerkend hiervoor zijn de thema s van de kaderbrieven van 2010 en 2012, respectievelijk klein binnen groot, en het gaat om aandacht. Ook in het hoofdstuk over de strategie wordt dit accent op de vertaling naar de individuele taken en verantwoordelijkheden van iedere medewerker, werkend in een team, nader toegelicht. Het jaarverslag begint met een korte schets van het ROC van Amsterdam, inclusief de organisatiestructuur, een inleiding door het Bestuur en de kerncijfers over de belangrijkste resultaten van De Raad van Toezicht (hierna RvT) rapporteert in hoofdstuk drie over het jaar Daarna wordt in het jaarverslag ingegaan op de meerjarenstrategie en de koers voor In aparte hoofdstukken wordt vervolgens aandacht besteed aan het onderwijs, de studenten, de medewerkers, de kwaliteit van het onderwijs, Governance, de bedrijfsvoering, de samenwerkingsrelaties en de marktontwikkelingen. Bij elk hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de werkwijze, van de resultaten in 2011 ten opzichte van de beoogde doelen, en een vooruitblik naar In enkele bijlagen wordt vermeld de samenstelling in 2011 van het Bestuur en van de RvT vermeld, inclusief het rooster van aftreden van de leden van de RvT. Ten slotte is bij de bijlagen een lijst met verklarende begrippen opgenomen. Na het jaarverslag volgt de jaarrekening met het financieel verslag en de financiële resultaten over Ook hierbij zijn enkele bijlagen gevoegd, namelijk de (meerjarige) doelsubsidies Ministerie OCW, de bezoldiging van bestuurders en toezichthouders, het overzicht van verbonden partijen, de nota Helderheid, een bijlage met de segmentatie naar de onderwijssoorten en twee bijlagen inzake specifieke regelingen (Taal & Rekenen en Stagebox). 6

7 2. Voorwoord College van Bestuur De docent? Die maakt voor studenten het verschil. Zelf herinner ik me meneer Fels. Die sleepte me er met mijn haren bij toen ik het bij zijn vak liet sloffen. Wie heeft zo n voorbeeld niet? Succes ontstaat in de wisselwerking tussen de individuele student en de docent. In die wisselwerking maken wij ons adagium podium voor talent voor de leerling waar. Sterker dan voorheen spreekt dit ook uit onze missie: ik investeer in mensen om een brug te slaan naar werk, samenleving en vervolgonderwijs. Hoe ROCvA het doet, wordt vooral bepaald door de optelsom van de inzet van onze docenten. Onderzoek staaft dit, want dat laat zien dat 67% van de resultaten en de ontwikkeling van studenten voor rekening van de docenten komt. Slechts 8% komt op conto van het management. Kwaliteit van onderwijs telt, voor elke leerling op elk niveau. Op verbetering van die kwaliteit legden we begin 2010 onze focus. Toen begonnen we onze docententeams in stelling te brengen om hiervan werk te maken. Sindsdien bepalen zij steeds vaker zelf wat nodig is. Aan het management de taak hen optimaal te ondersteunen: met managementinformatie op teamniveau én de inzet op blijvende scholing van docenten. De LC-scholing die 386 docenten in 2011 volgden, is daarvan een goed voorbeeld. Die stelt hen in staat extra taken te vervullen in hun team, bijvoorbeeld op het vlak van kwaliteitszorg. De resultaten mogen er zijn. Zo waren de zes beroepsopleidingen die de inspectie in 2010 nog als zeer zwak beoordeelde dat in 2011 niet meer. Hiermee zetten de betrokken teams in korte tijd een bijzondere prestatie neer. In de interne benchmark die we in 2011 voor kwaliteit ontwikkelden (en waarmee de teams de kwaliteitsslag in 2012 verder kunnen brengen), scoren Media en Handel nu zelfs een plaats in de top-5. Ook het aantal voortijdige schoolverlaters werd met 28% ten opzichte van het peiljaar fors teruggedrongen. Hiermee behoorde ROCvA tot de tien best presterende MBO-instellingen, wat lof van het ministerie en positieve media-aandacht in het 8 uur journaal opleverde. De kwaliteit van onderwijs wordt ook bepaald door de faciliteiten. Goede schoolgebouwen met goed uitgeruste leslokalen, daar begint het mee. Ook wat dat betreft zijn we goed op weg. In 2011 werd onze nieuwbouw in Amstelveen opgeleverd; een groot contrast met het noodgebouw waarin de studenten eerder les kregen. In de nieuwbouw krijgt ons concept klein binnen groot optimaal vorm. De studenten krijgen les in kleine units met een eigen look-and-feel. Hier heeft elk team zijn eigen plek en voel je je als leerling thuis. In 2012 krijgen we er op toplocaties zoals RAI/Zuidas nog eens drie nieuwe schoolgebouwen bij. Daar werkt het bedrijfsleven maar wat graag met ons samen aan de integratie van werk en opleiding. Dat helpt studenten de weg in hun beroepscarrière snel te vinden. Fikse tegenwind ondervonden we in 2011 opnieuw bij Educatie & Inburgering. In 2012 zal hier, door tweemaal toe gewijzigd overheidsbeleid, een fors aantal banen moeten verdwijnen. Met gedegen HRM-beleid hopen we zoveel mogelijk mensen te herplaatsen in het MBO, waar behoefte is aan extra aandacht voor het taal- en rekenonderwijs. De financiële situatie van ROCvA is gezond, maar door de oneigenlijke financiële last die eventuele ontslagen met zich meebrengen zullen we ook in 2012 een strak financieel beleid moeten blijven voeren. Wat in 2012 ondanks de tegenwind onveranderd zal blijven is onze ambitie: behoren tot de top-5 in Nederland. Daarvoor hebben we in 2011 concrete resultaten geboekt én met de meerjarenstrategie voor de komende jaren een heldere koers uitgezet. In deze strategie zijn het landelijke beleid (Focus op vakmanschap ) samengebracht met de uitkomsten 7

8 van het kernwaardentraject en het gedachtegoed van Route 66, een ontwikkelingstraject dat eind 2010 vanuit de organisatie zelf op gang is gekomen. Leidend zijn de 4 p s: Presteren. Meer uitdagend onderwijs met hogere rendementen. Profileren. Drie identiteiten (entree, MBO 2+3 en MBO 4) waarbinnen studenten per opleidingsrichting les krijgen van een vast team op een eigen plek in het schoolgebouw. Positioneren. Onder de naam MBO College krijgen de schoolgebouwen een onderscheidend gezicht met een eigen portfolio aan opleidingen. Professionaliseren. Blijvende scholing van docenten, een sterk HRM-beleid en minimaal 70% van het personeel voor de klas. Hiermee leggen we de nadruk nog sterker dan tot nu toe op de docent die voor de leerling het verschil maakt. Edo de Jaeger, Voorzitter College van Bestuur 8

9 3. Verslag Raad van Toezicht In 2011 klonk er vanuit de samenleving een sterke roep om steviger toezicht op onderwijsinstellingen. Vooral de manier waarop de instellingen invulling geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid kwam ter discussie te staan. Hoe zit het bijvoorbeeld met het huisvestingsbeleid? Landelijk veroorloven steeds meer ROC s zich toonaangevende nieuwbouw, maar verhoudt zich dat nog wel tot de kwaliteit van onderwijs? Betalen we niet letterlijk een te hoge prijs? De Raad van Toezicht (RvT) begreep de zorg en vertolkte het maatschappelijk sentiment vooral in haar rol als kritische gesprekspartner voor de Raad van Bestuur (RvB). De manier waarop het toezicht plaatsvindt, hoefde niet te worden aangescherpt. De RvT ziet vanuit de maatschappelijke doelstellingen en de daarmee verbonden onderwijsdoelstellingen van ROCvA / ROCF toe op het beleid van de RvB. Het toezicht vindt integraal plaats, dus op alle aspecten van de instellingen. Op de kwaliteit van onderwijs, waarop de RvT en RvB in 2010 al een sterke focus hadden gelegd, kon zo belangrijke vooruitgang worden geboekt. Hiermee is een positieve trend gezet. Bijzondere aandacht ging in 2011 uit naar het wegvallen van het budget voor Inburgering en de consequenties hiervan voor het HRM-management en de financiële bedrijfsvoering. Vooral de potentiële wachtgeldclaim door de noodzakelijke personeelsreductie bij ROCvA en ROCF was voor de RvT een ernstig zorgpunt. De auditcommissie geeft aan dat het jaarresultaat een aantal opeenvolgende jaren negatief is geweest. Zoals gebruikelijk informeerde de RvB de RvT in 2011 ook uitvoerig over relevante externe ontwikkelingen, waaronder het actieplan voor het MBO (Focus op vakmanschap ). Zo hoefde het advies en toezicht niet beperkt te blijven tot het functioneren van de instellingen, maar kon het zich ook toespitsen op de koersbepaling: de ontwikkeling van de meerjarenstrategie. Toetsingskader De RvT gebruikt de code Goed bestuur in de bve-sector als leidraad voor haar toezichthoudende taak. Het jaarlijkse managementcontract tussen de RvT en RvB is een belangrijke toetssteen. Hierin waren voor 2011 voor de volgende thema s opgenomen: Kwaliteit van onderwijs Financiën en bedrijfsvoering Studententevredenheid Krachtenbundeling Deze thema s zijn onderwerp in de besturingsdialoog van de RvB met de directies van de MBO Colleges en de directeuren van de centrale diensten. De resultaten worden hier driemaal per kalenderjaar besproken en verantwoord, waarbij meteen aan de orde komt hoe ze verbeterd kunnen worden. Dezelfde verantwoordingscyclus vindt ook binnen de MBO Colleges plaats. Hier wordt met de teams besproken hoe zij hun prestaties kunnen verbeteren. Ofwel: hoe stellen we de teams in staat om voor de studenten het verschil te maken? Informatievoorziening en vergaderfrequentie De RvT laat zich uitgebreid informeren door de RvB. Een belangrijke informatiebron zijn de quadrimesterrapportages die de voortgang per doelstelling laten zien. In de informatievoorziening neemt de RvB ook benchmarks mee, zoals die van de MBO Raad. Daarnaast wordt onder meer gebruikgemaakt van gegevens van studenten, gemeten met de JOB Monitor en de interne tevredenheidsmonitor. Kernvraag voor de RvT is telkens: waar staat ROCvA / ROCF en welke verbeterpunten zijn er? Nadat ROCvA / ROCF met andere 9

10 ROC s al een speciale benchmark voor ROC s in de G4 1 had opgesteld, is in 2011 een interne benchmark ontwikkeld. Die versterkt de sturingskracht op alle niveaus in de organisatie. De interne benchmark laat de prestaties per opleiding zien, wat past bij de gedachte die is vastgelegd in de meerjarenstrategie: de teams maken het verschil en moeten goed zijn toegerust om zélf verantwoordelijkheid voor verbeteringen te dragen. De RvT wint zelf ook informatie in. Zo is de RvT actief lid van de Vereniging van Toezichthouders in OnderwijsInstellingen (VTOI) en het Platform voor Raden van Toezicht van MBO-instellingen. De voorzitter van de RvT is van beide organisaties lid. Werkbezoeken zorgen ervoor dat de RvT zich goed verstaat met alle drie onderwijsstichtingen. Zo deden de twee RvT-leden die op 1 januari 2011 aantraden begin 2011 twee keer een werkbezoek ten einde snel een scherper beeld van de organisatie te krijgen. Een van hen bracht bovendien een bezoek aan de OR van ROCvA, de OR van ROCF en de GMR van VOvA. De RvT kwam in 2011 vijf keer bijeen voor een reguliere vergadering. De jaarlijkse themabijeenkomst werd gewijd aan de meerjarenstrategie. Hiernaast kwam de onderwijscommissie drie keer bijeen, de auditcommissie vijf keer en de remuneratiecommissie vijf keer. In deze commissies werkt de RvT haar toezichthoudende rol verder uit en gaat zij samen met de RvB sterk de diepte in. Daarbij draaide het in 2011 voor de auditcommissie vooral om de nieuwbouw, de potentiële wachtgeldclaim en financiën bij ROCvA en ROCF. In de remuneratiecommissie zijn onder andere het managementcontract, het declaratiebeleid, de variabele beloning en wetten besproken. Zo volgt de remuneratiecommissie nauwlettend de ontwikkelingen rond de Wet Normering Topinkomens (WNT). Voor de onderwijscommissie stond de verbetering van de kwaliteit van onderwijs bij ROCvA en ROCF centraal. Deze commissie besteedde uitvoerig aandacht aan de: verbeterplannen van teams met onvoldoende onderwijskwaliteit (systematisch gevolgd) interne risicoanalyses kwaliteit van opleidingen rapporten van de onderwijsinspectie effecten van het nieuwe toezichtkader van de onderwijsinspectie ontwikkeling van het kwaliteitszorgsysteem tevredenheidsmetingen onder studenten benchmark resultaten onderwijs Kwaliteit van onderwijs Kwaliteit van onderwijs werd in de RvT-onderwijscommissie al in 2010 hoog op de agenda gezet. In dat jaar werd de risicoanalyse als instrument voor kwaliteitsverbetering structureel opgenomen in de beleidscyclus. De analyse focust op het rendement van de opleidingen, is daarmee gebaseerd op het toezichtkader van de onderwijsinspectie en loopt hier één jaar op vooruit. Hiermee is de RvB strakker gaan sturen op informatieverstrekking, terwijl de kwaliteitszorg op advies van de RvT in de lijn werd neergelegd. Het toezicht op de ZZO werd zo aangescherpt dat men de inspectie vóór blijft 2. Er wordt niet gewacht op een sanctie, maar een ZZO wordt binnen één jaar verbeterd óf na overleg met de RvT geschrapt. In 2011 is dit niet nodig gebleken: 1 ROC s in de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben relatief veel studenten uit armoede-probleem-cumulatiegebieden (APCG). Rekening houdend met de achtergrond van de studenten is de positionering van ROCvA de beste van de zes ROC s in de G4. ROCvA heeft het grootste aandeel APCG-studenten én boekt het hoogste rendement. 2 De directie stelt een verbeterplan op, dat na goedkeuring door de RvB wordt voorgelegd aan de inspectie. Als het team binnen één jaar niet in staat is tot verbetering, wordt de opleiding stopgezet. De RvB volgt het verbeterproces via audits, de uitkomsten worden besproken in de RvT. Uiterlijk twee maanden vóór heronderzoek door de inspectie wordt een audit uitgevoerd, waarop de RvB besluit of de opleiding mag doorgaan. 10

11 In 2011 werd op zowel ROCvA als ROCF geen enkele opleiding na een interne audit geschrapt. In 2011 werd op zowel ROCvA als ROCF geen enkele nieuwe opleiding als zeer zwak beoordeeld. In 2010 beoordeelde de inspectie zes opleidingen van ROCvA en twee opleidingen van ROCF als zeer zwak, die in 2011 allemaal werden verbeterd en niet langer als ZZO werden aangemerkt. Ook wat betreft de reductie van voortijdig schoolverlaten (VSV) werden goede resultaten geboekt. ROCF zette de dalende trend met 477 uitvallers in het schooljaar zodanig voort dat het drie plaatsen klom in de landelijke ranking. ROCvA registreerde met 2075 uitvallers een reductie van ruim 28% ten opzichte van het peiljaar Hiermee behoorde ROCvA tot de tien best presterende MBO-instellingen. De RvT en RvB zien de inrichting van een zorg- en begeleidingsstructuur (coaches voor studenten die dreigen uit te vallen), de samenwerking met de gemeente (cofinanciering van programma s voor zwaar overbelaste studenten) en een zorgvuldige plaatsing van studenten als succesfactoren. De taakstelling voor is in oktober 2011 vertaald naar de MBO Colleges, die dit op hun beurt hebben vertaald naar een VSV-taakstelling per team. De RvT heeft waardering voor deze resultaten, temeer gezien het spanningsveld waarin deze werden geboekt. Want hoe zorg je ervoor dat je het aantal VSV ers terugbrengt en meer rendement boekt, terwijl je tegelijkertijd de maatschappelijke opdracht hebt om iedereen te plaatsen en het MBO daarom drempelloos is? Medewerkeronderzoek In mei 2011 informeerde de RvB de RvT over het medewerkeronderzoek 3 dat eind 2010 was gehouden. De score voor de algemene tevredenheid (onderbuikgevoel) was een 5,9, terwijl voor de algemene kwaliteit (het gemiddelde van alle 14 gemeten aspecten) een 6,7 werd gescoord. De RvT vindt dit te laag en de RvB heeft aangegeven voor de algemene kwaliteit minstens een 7,0 te willen scoren. De RvT erkent dat het onderwijs politiek gezien zwaar onder vuur ligt en dat dit invloed heeft op de beleving van de tevredenheid en kwaliteit. Ter verbetering van de algemene kwaliteit adviseerde zij te focussen op een beperkt aantal aspecten, wat een positief effect zal hebben op de totale beleving van tevredenheid en kwaliteit. De RvB besloot zich te concentreren op: Onderwijs Communicatie Aspecten die voor studenten van belang zijn De RvT stelde met tevredenheid vast dat dit goed is terug te vinden in de meerjarenstrategie die medio 2011 werd vastgesteld. Omdat de prestaties op teamniveau doorslaggevend zijn, is op dit niveau de exacte focus vastgesteld. Meerjarenstrategie Met de meerjarenstrategie die in 2011 opnieuw werd geformuleerd, heeft ROCvA / ROCF meerdere ontwikkelingslijnen samengebracht: Het kernwaardentraject 3 Voorheen Medewerker tevredenheid onderzoek maar nu medewerkeronderzoek genoemd omdat er meer aspecten gemeten worden dan alleen tevredenheid. 11

12 Het gedachtegoed van Route 66 4 Het landelijke MBO-beleid (Focus op vakmanschap ) Vanuit de gedachte dat de individuele docent voor studenten het verschil maakt, zijn de missie en visie gepersonifieerd: Missie: Ik investeer in mensen om een brug te slaan naar werk, samenleving en vervolgonderwijs. Visie: Wij verzorgen onderwijs dat je uitdaagt je te ontwikkelen tot gewaardeerd vakman, actief burger en succesvol student. Hiermee heeft de RvB ervoor gekozen om voort te bouwen op Amerikaans onderzoek dat aantoont dat 67% van de resultaten en ontwikkeling van studenten voor rekening komt van de docenten: de docent is in het beleid centraal gesteld. De RvT onderschreef deze keuze, spoorde de RvB aan dit door te zetten en werd in meerdere sessies met de RvB nauw betrokken bij de ontwikkeling van het beleid. Mede gestimuleerd door het landelijk beleid (Focus op vakmanschap ) werd de meerjarenstrategie geformuleerd langs de vier p s van: Presteren. Sluit aan bij de ambitie van ROCvA / ROCF om bij de vijf beste MBOinstellingen te horen. ROCvA / ROCF laat dit tot uiting komen door de teams zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun prestaties en docenten te stimuleren zich te blijven ontwikkelen. Profileren. Sluit aan bij het concept klein binnen groot 5. Het MBO-onderwijs krijgt drie identiteiten (Entree, MBO 2+3 en MBO-4) en de studenten krijgen per opleidingsrichting les van een vast team op een eigen plek in het schoolgebouw. Positioneren. Onder de naam van MBO College krijgen de gebouwen een onderscheidend gezicht met een eigen portfolio aan opleidingen. Professionaliseren. Blijvende scholing van docenten, een sterk HRM-beleid en minimaal 70% van het aantal fte s werkzaam in het primaire proces. Prestaties worden nu op teamniveau inzichtelijk gemaakt (bijvoorbeeld met de interne benchmark) en de teams krijgen zélf de verantwoordelijkheid om verbeteringen door te voeren. Meer dan voorheen gaat daarbij aandacht uit naar de verdere professionalisering van docenten. Speerpunt hierbij is de LC-scholing, waarmee ROCvA / ROCF een scholingsvoorwaarde stelt aan docenten die willen promoveren van salarisschaal LB naar LC 6. De RvT heeft lof voor de manier waarop de RvB met de teams en opleidingsmanagers in gesprek gaat om de meerjarenstrategie goed te laten landen. Die eigentijdse aanpak wordt in 2012 voortgezet. Voortgezet onderwijs De meerjarenstrategie wordt ook geïmplementeerd door stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA), dat voor ROCvA / ROCF onder meer betekenis heeft als toeleverancier van MBO-studenten. Hiervoor wordt ook samenwerking gezocht met andere VO-instellingen in Amsterdam, zoals NOVA Esprit. 4 In Route 66 werken vier directeuren sinds eind 2010 op eigen initiatief, met instemming van de RvB en versterkt door een RvB-lid en een beleidsmedewerker van de Bestuursdienst, aan de doorontwikkeling van de organisatie. 5 ROCvA / ROCF is weliswaar een grote organisatie, maar de menselijke maat staat centraal: kleine eenheden die net als de eilanden van een archipel deel uitmaken van een groter geheel. 6 Dit betreft bijna 400 docenten van ROCvA en ruim 100 docenten van ROCF die dankzij deze scholing specifieke taken kunnen verrichten in hun team. 12

13 RvB-lid Ricardo Winter is in 2011 bij VOvA aangetreden als gedelegeerd bestuurder. De RvT kan zich vinden in deze aanstelling, temeer omdat dit een aanstelling van 0,7 fte betreft en hij voor de overige 0,3 fte zitting blijft houden in de RvB van ROCvA / ROCF. Dit zorgt ervoor dat: VOvA een directe ingang heeft tot de RvB van ROCvA / ROCF en de belangen van het VO hier goed vertegenwoordigd worden. Het aantal fte s in de RvB verder wordt afgebouwd naar uiteindelijk 3, zoals bij de krachtenbundeling van ROCvA en ROCF was voorgenomen. In 2011 opende VOvA ook de deuren van het Hyperion Lyceum. Hiermee wordt voorzien in de behoefte aan meer gymnasia in Amsterdam. Financiën Bijzondere aandacht ging in 2011 uit naar het wegvallen van het budget voor Inburgering, door gewijzigd overheidsbeleid. Vooral de potentiële wachtgeldclaim door de noodzakelijke personeelsreductie bij ROCvA (circa 40 miljoen euro die eigenlijk ten laste zou moeten komen van het Rijk) was voor de RvT een ernstig zorgpunt. De RvT kan zich dan ook vinden in de aanpak die de RvB in nauwe samenspraak met de RvT ontwikkelde: personeel van Educatie & Inburgering krijgt met gedegen HRM-beleid zoveel mogelijk een nieuwe werkplek in het MBO. Hiermee toont de RvB goed werkgeverschap en wordt de wachtgeldclaim beperkt. Voor de herstructureringskosten, die ten laste komen van het exploitatieresultaat 2011, is 18,8 miljoen euro voorzien. Dit is een majeur bedrag, maar hiermee is de oneigenlijke financiële last voor het MBO wel drastisch verkleind, blijft de solvabiliteit op peil 7 en is een gezonde financiële bedrijfsvoering gewaarborgd. Oud-medewerkers van Educatie & Inburgering gaan in het MBO vooral aan de slag in het taal- en rekenonderwijs, boven de reguliere sterkte van de teams. Dat geeft invulling aan de vraag naar extra aandacht voor het taal- en rekenonderwijs vanuit het eigen beleid én het Rijk (implementatieplan Taal en Rekenen en Focus op vakmanschap ). Met de reservering van 18,8 miljoen euro komt het nettoresultaat van ROCvA in 2011 uit op - 19,2 miljoen euro. Afgezien van dit bedrag, dat dus eigenlijk voor rekening van het Rijk zou moeten komen en waarvoor ROCvA met andere ROC s een claim voorbereidt, komt het gewone jaarresultaat uit op -0,5 miljoen euro. Dit onderstreept dat er ook in 2012 een strak financieel beleid gevoerd zal moeten worden. Toch stemt dit resultaat de RvT en RvB tevreden, aangezien de RvB vooraf een resultaat van -1,5 miljoen euro afgaf. In 2011 deed het ROCvA het dus beter dan verwacht. ROCF behaalde in 2011 een nettoresultaat van -8,1 miljoen euro. Ook dit verlies wordt veroorzaakt door het wegvallen van het budget voor Inburgering, die een versnelde afbouw van activiteiten op dit gebied noodzakelijk maakte. Hiernaast moest een verdergaande reorganisatie worden ingezet om een gezonde verhouding tussen primair en ondersteunend personeel te krijgen. De gezamenlijke herstructureringskosten bedragen 8,1 miljoen euro en komen ten laste van het exploitatieresultaat Zonder dit buitengewoon verlies komt het gewone jaarresultaat met -0,04 miljoen euro nagenoeg uit op de begroting. Huisvesting 7 In het document Evaluatie Krachtenbundeling ROCvA-ROCF 2009 stelden de RvT en RvB de ondergrens op 30%. 13

14 In 2011 werd de nieuwbouw in Amstelveen opgeleverd, een groot contrast met het schoolgebouw waarin de studenten eerder les kregen: een noodgebouw dat al meer dan twintig jaar in gebruik was. De nieuwbouw in Amstelveen vormt de opmaat voor de oplevering van nog eens drie nieuwe schoolgebouwen voor ROCvA in In de jaren daarna betrekt ROCF twee nieuwe schoolgebouwen in Almere Poort en Dronten. De RvT is trots op het concept dat hiermee wordt neergezet: moderne en goed geoutilleerde schoolgebouwen op goed bereikbare en aansprekende locaties voor studenten én bedrijfsleven. In deze nieuwbouw, zoals op de Zuidas, waarin mede geïnvesteerd is ten behoeve van de revitalisering van het MBO, kan de onderwijsvisie van ROCvA / ROCF optimaal vorm krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het concept klein binnen groot en de inrichting van de plint van de nieuwbouw. Hierin wordt onder andere ruimte gereserveerd voor bedrijven die een link hebben met het onderwijs, zoals leerbedrijven en uitzendbureaus die betrokken zullen worden bij de stagevoorbereiding. Met de nieuwe schoolgebouwen kunnen de MBO Colleges zich uitstekend profileren. De RvT heeft er scherp op toegezien dat dit tegen een maatschappelijk verantwoorde prijs gebeurt: Strikte handhaving van de gestelde financiële kaders, waaronder de regel dat de huisvestingskosten niet meer mogen bedragen dan 9% van de lumpsumfinanciering 8. Zorgvuldige budgettering en voorkomen van budgetoverschrijdingen. Slim gebruikmaken van de ruimte die op toplocaties tegen geringere kosten beschikbaar is voor organisaties met een maatschappelijke functie. Zo kunnen studenten van ROCvA / ROCF rekenen op een modern en fris schoolgebouw, terwijl tegelijkertijd gewaarborgd is dat middelen die zijn bedoeld voor onderwijs ook aan onderwijs worden besteed. De nieuwbouw versterkt het gevoel van eigenwaarde van studenten en komt het onderwijsklimaat en de leerprestaties ten goede. Hiermee kan ROCvA / ROCF de toekomst tegemoet! Besluiten Goedkeuring jaarrekening en jaarverslag 2010 Goedkeuring begroting 2012 Honorering leden Raad van Bestuur Contract met Raad van Bestuur 2011 Toekenning variabele beloning RvB-leden (in lijn met branchcode MBO) 8 Het percentage dat het ministerie van OCW zelf bij de instelling van de lumpsumfinanciering voor de huisvestingskosten hanteerde. 14

15 4. Profiel ROC van Amsterdam ROC van Amsterdam verzorgt middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet onderwijs, onderwijs voor volwassen, waaronder inburgering en alfabetisering en ook één basisschool maakt deel uit van de organisatie. Het middelbaar beroepsonderwijs wordt verzorgd op vier niveaus binnen 15 domeinen. In worden er 342 mbo opleidingen uitgevoerd. Deze worden verzorgd in de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL, voltijds) en in de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL, deeltijd). De vier genoemde opleidingsniveaus zijn: - niveau 1: assistent-niveau - niveau 2: basis beroepsbeoefenaar - niveau 3: vakfunctionaris - niveau 4: middenkaderfunctionaris/middenkaderspecialist ROC van Amsterdam heeft vestigingen in Amsterdam, Hoofddorp, Hilversum en Amstelveen. De studenten zijn voor 43% afkomstig uit Amsterdam en voor het overige deel uit naburige gemeenten zoals Almere, Amstelveen, Zaandam, Haarlem, Hilversum, Hoofddorp en uit talloze andere (kleinere) gemeenten. Daarbij komen voor sommige opleidingen studenten uit geheel van Nederland. Eind 2011 werd het MBO deel ingericht langs de lijn van verschillende MBO Colleges. Per 1 januari 2012 kent ROC van Amsterdam acht MBO colleges. In 2011 heeft het MBO College Amstelland een nieuw gebouw betrokken in Amstelveen. In 2012 wordt voor drie andere MBO Colleges nieuwe huisvesting in gebruik genomen. (College Noord, Zuid en West). Organisatorische eenheden Studenten / leerlingen Per BOL BBL Totaal MBO College Zuidoost MBO College Hilversum MBO College Westpoort / MBO College Noord MBO College Centrum MBO College Airport MBO College Amstelland MBO College West Voortgezet Onderwijs van Amsterdam VAVO Educatie en Inburgering (*) (*) Bij Educatie en Inburgering staat het aantal trajecten vermeld dat in 2011 is uitgevoerd, niet het aantal deelnemers. 15

16 Eind 2011 werden in de MBO Colleges opleidingen in de volgende domeinen verzorgd: Domeinen MBO Colleges Westpoort Noord West Centrum Zuidoost Airport Amstelland Hilversum Zorg en welzijn, X X X X X Bouw en infra, X X X Afbouw, hout en onderhoud, X X Techniek en procesindustrie, X X X X Mobiliteit en voertuigen, X X X Transport, scheepvaart en logistiek X X X X Economie en administratie X X X X Handel en ondernemerschap X X X X Laboratoriumtechniek X X Veiligheid en sport X X X Horeca en bakkerij X X Toerisme en recreatie X X Mode X X Uiterlijke verzorging X X Informatie en communicatie technologie X X Media en vormgeving X Naast het middelbaar beroeponderwijs wordt er in bij ROCvA voortgezet onderwijs verzorgd. Deze opleidingen zijn ondergebracht in de zelfstandige stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA). Er worden opleidingen uitgevoerd op 12 locaties in de volgende studierichtingen. - Vmbo: basisberoepsgericht - Vmbo kader - Vmbo theoretisch / mavo - Havo - VWO / Lyceum Ook maakt een school voor speciaal onderwijs onderdeel uit van het VOvA, die, naast voortgezet onderwijs en mbo, ook basisonderwijs verzorgt. Het volwassenenonderwijs bestaat een onderdeel VAVO, het voortgezet onderwijs voor volwassenen, een onderdeel Inburgering en er wordt NT1 en NT2 onderwijs gegeven. 16

17 5. Juridische structuur, interne organisatiestructuur en personele bezetting De Stichting ROC van Amsterdam houdt de van overheidswege bekostigde onderwijsinstelling ROC van Amsterdam in stand en is gebonden aan de bepalingen in de Wet Educatie Beroepsonderwijs, de Nota Helderheid en alle overige bepalingen die van toepassing zijn op onderwijsinstellingen in de MBO sector. In 2008 hebben het ROC van Amsterdam en ROC Flevoland het initiatief genomen om op een groot aantal gebieden intensief met elkaar te gaan samen werken en hierdoor hun krachten te bundelen. Om deze krachtenbundeling te realiseren heeft Stichting ROC van Amsterdam samen met Stichting ROC Flevoland de koepelstichting ROC van Amsterdam - ROC Flevoland opgericht. Op 13 januari 2009 hebben het ROC van Amsterdam, ROC Flevoland en de koepelstichting ROC van Amsterdam-ROC Flevoland een strategische samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin afgesproken is om de krachten te bundelen met inachtneming van de uitgangspunten zoals vastgelegd in o.a. het besluitvormingsdocument Krachtenbundeling. - Doel van de koepelstichting De koepelstichting heeft als doel het bevorderen van de (bestuurlijke) samenwerking tussen de Stichting ROC van Amsterdam en de Stichting ROC Flevoland en de door deze twee stichtingen in stand gehouden bijzondere instellingen voor beroepsonderwijs en educatie. De koepelstichting is bedoeld om gezamenlijk overleg, afstemming, kennisuitwisseling en (bestuurlijk) initiatief, waaronder begrepen het (gezamenlijk) inkopen en verwerven van administratieve systemen en andere goederen, evenals het verzorgen en onderhouden van administraties, en voorts het verzorgen van privaat bekostigde opleidingen en onderwijs, alles in de ruimste zin van het woord te bevorderen. In de uitwerking van samenwerking betekent dit dat er ondersteunend wordt gestuurd vanuit gemeenschappelijk beleid, gericht op uniforme inrichting van de ondersteunende organisatie en met identieke normeringen ten aanzien van inzet van personeel (vooral PP / SP) en de doorbelasting van kosten voor het bestuursapparaat en de centrale diensten zoals de Facilitaire Dienst, de ICT, HRM, PR en Communicatie en Marketing. De ondersteunende centrale diensten werken voor alle MBO Colleges in beide ROC s volgens uniforme processen en met een eenduidige, overkoepelende aansturing. Onderwijskundig overleg tussen de MBO Colleges vindt plaats binnen de domeinen. Binnen deze uitwerking van de samenwerking handelt ieder College en ieder team zelfstandig ten aanzien van haar opdracht voor het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs en tevreden stakeholders. Alle personeelsleden zijn in dienst bij de Stichting ROC van Amsterdam en de Stichting ROC Flevoland, waarbij er wel afspraken bestaan voor interne mobiliteitsmogelijkheden binnen de twee organisaties. Stichting ROC van Amsterdam heeft twee organen, te weten een Bestuur en een Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht bestaat uit telkens minimaal 7 leden, door haar zelf aan te wijzen. De Koepelstichting is juridisch de bestuurder van Stichting ROC van Amsterdam. De onderwijsinstelling ROC van Amsterdam kent een eigen, afzonderlijk College van Bestuur. De Raad van Toezicht van Stichting ROC van Amsterdam bestaat uit dezelfde personen als de Raad van Toezicht van Stichting ROC Flevoland en de Raad van Toezicht van de Koepelstichting. Deze leden hebben tot taak het houden van toezicht op het beleid van zowel het College van Bestuur als de Bestuurder, te weten de koepelstichting. 17

18 Het College van Bestuur bestaat uit het minimum aantal personen, namelijk één te weten: de voorzitter de heer E.C.M. de Jaeger. Het College van Bestuur is als bevoegd gezag bij uitsluiting belast met de wettelijke taken en bevoegdheden opgenomen in de WEB. - Centrale diensten, MBO Colleges en Domeinen Het Bestuur en het College van Bestuur worden ondersteund door zeven Centrale Diensten, te weten de Bestuursdienst, de dienst Facilitair Bedrijf, de dienst Financiën, de dienst HRM, de dienst ICT, de dienst PR, Communicatie & Marketing en, sinds 2011, de dienst Onderwijsinformatie. Alle centrale diensten zijn gevestigd aan de Fraijlemaborg 141 in Amsterdam. Stichting ROC Flevoland maakt ook gebruik van deze centrale diensten. Verder heeft het College van Bestuur binnen de onderwijsinstelling ROC van Amsterdam zes organisatorische eenheden ingericht: de MBO Colleges. Aan het hoofd van elk MBO College staat een voorzitter die tevens domeinregisseur is van één van de onderwijskundige domeinen. Twee van de zes MBO Colleges kennen intern nog aparte eenheden, waardoor er naar buiten toe acht apart herkenbare MBO Colleges zijn. - Behoud zelfstandige positie onderwijsinstelling ROC van Amsterdam na de krachtenbundeling A. ten aanzien van onderwijs Samenwerking met Stichting ROC Flevoland vindt plaats binnen de daaraan door de wet en de Minister van OCW gestelde eisen en beperkingen. Dit houdt in dat de onderwijsinstelling ROC van Amsterdam te allen tijde ten minste de kern van het curriculum van elk van de door haar aangeboden opleidingen zelf zal verzorgen. Stichting ROC van Amsterdam is ten aanzien van de door haar in stand gehouden onderwijsinstelling zelf verantwoordelijk voor alle wettelijke verplichtingen bijvoorbeeld met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs, de positie van de deelnemer en de doelmatigheid. Het College van Bestuur van de onderwijsinstelling ROC van Amsterdam legt hierover ook extern verantwoording af. B. ten aanzien van bekostiging De bekostiging die toegekend wordt voor het verzorgen van onderwijs aan een bij de onderwijsinstelling ROC van Amsterdam ingeschreven deelnemer blijft binnen het ROC van Amsterdam en wordt gebruikt ter aanwending van het onderwijs en alle direct daarmee verband houdende kosten. - Inrichting bestuur en toezicht bij de koepelstichting ROCvA - ROCF De koepelstichting is bestuurder van zowel Stichting ROC van Amsterdam als van Stichting ROC Flevoland. Op 20 december 2011 zijn de statuten van de drie stichtingen gewijzigd. Aanleiding voor die statutenwijziging was het feit dat de Wet op de Ondernemingsraden van toepassing werd op de stichtingen, alsmede de wens om de statuten te verduidelijken. De Koepelstichting heeft twee organen, te weten de Raad van Toezicht en de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur kent een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Raad van Toezicht De Raad van Toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het beleid van het Algemeen Bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de met haar verbonden rechtspersonen. Het feit dat de Raad van Toezicht toezicht moet houden op het gehele concern is de reden dat de samenstelling van de Raad van Toezicht van de koepelstichting gelijk is aan die bij ROC van Amsterdam en ROC Flevoland. 18

19 De Raad van Bestuur van de Koepelstichting bestond in 2011 uit vier leden: - De heer E.C.M. de Jaeger, Voorzitter (Dagelijks Bestuur) - De heer R.C.A. Wilcke, Vice Voorzitter (Dagelijks Bestuur) - De heer R.J.W. Winter, Lid - De heer G. Vreugdenhil, Lid De Raad van Bestuur vertegenwoordigt de Koepelstichting als bestuurder van Stichting ROC van Amsterdam en Stichting ROC Flevoland. Het bestaan van de Koepelstichting borgt dat beide ROC s structureel samen kunnen werken. Die samenwerking vindt vooral plaats op die terreinen waarop dat voor de ondersteuning van het onderwijs doelmatig en noodzakelijk is, maakt het mogelijk richting het bedrijfsleven en de lokale overheid de krachten te bundelen en borgt de menselijke maat van het onderwijs en de zelfstandigheid van de beide onderwijsinstellingen. - Concernverhoudingen Stichting ROC van Amsterdam is, al dan niet met derden, rechtspersonenrechtelijk verbonden met een aantal afzonderlijke rechtspersonen. A. Dochtervennootschappen (BV s) Stichting ROC van Amsterdam is 100% aandeelhouder en bestuurder van ROCA Contractonderwijs Holding BV die op haar beurt 100% aandeelhouder en bestuurder is van twee dochtermaatschappijen te weten ROCA Uitzendorganisatie BV en ROCA Centrum Vakopleiding BV. B. Aanverwante stichtingen Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA) In 2008 is de Samenwerkingstichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam opgericht door Stichting ROC van Amsterdam in samenwerking met de gemeente Amsterdam. Het vmbo deel van de opleidingen dat door Stichting ROC van Amsterdam in stand werd gehouden, heeft zich afgesplitst en is overgedragen aan deze nieuwe stichting. Op 8 september 2011 zijn de statuten van deze stichting gewijzigd. Vanaf toen is de stichting verder gegaan onder de naam Stichting Voortgezet onderwijs van Amsterdam. Vanaf 1 juli 2011 is Stichting ROC van Amsterdam de nieuwe bestuurder van de Stichting VOvA. Binnen de Raad van Bestuur is de heer R.J W. Winter aangewezen als gedelegeerd bestuurder om VOvA te leiden. Schiphol College Op 15 augustus 2007 heeft Stichting ROC van Amsterdam samen met Schiphol Group Nederland BV de Stichting Schiphol College opgericht. De stichting heeft ten doel de samenwerking tussen de Schiphol Group en Stichting ROC van Amsterdam te (doen) bevorderen, opdat in het bijzonder deelnemers die zijn ingeschreven bij ROCvA kennis konden maken met, voorlichting krijgen over en activiteiten aangeboden krijgen m.b.t. de luchthaven, luchtvaart en/of luchthaven en luchtvaart gerelateerde werkzaamheden. Het Schiphol College heeft statutair 4 bestuurders waarvan er 2 afkomstig zijn van de Schiphol Groep en 2 van het ROC van Amsterdam. Momenteel zijn dat de heer E.C.M. de Jaeger en mevrouw R. Kleter (directeur Bestuurdienst van het ROCvA). Tot op heden verloopt de samenwerking naar wens en meent Stichting ROC van Amsterdam dat deze stichting de doelen van Stichting ROC van Amsterdam goed ondersteunt. 19

20 Stichting Test je leefstijl Samen met het Deltion College en ROC Nijmegen heeft Stichting ROC van Amsterdam op 5 juni 2009 de stichting Test je leefstijl opgericht. Het doel van de stichting is o.a. het informeren, adviseren en ondersteunen van organisaties werkzaam met of ten behoeve van jongeren en meer in het bijzonder van onderwijsinstellingen op het gebied van gezondheid en/of welzijn van leerlingen, deelnemers of studenten. Stichting OGB Verder heeft Stichting ROC van Amsterdam de stichting OGB opgericht op 25 mei De stichting OGB houdt zich uitsluitend bezig met de verhuur van zakelijk onroerend goed en het beheer daarvan. De statuten zijn voor het laatste gewijzigd op 23 juni Omdat deze stichting weinig activiteiten ontplooit zal in 2012 duidelijk worden of deze stichting nog als zelfstandige stichting zal blijven bestaan of dat hij op zal gaan in Stichting ROC van Amsterdam. Organisatiestructuur van de Krachtenbundeling Raad van Toezicht = toezichthouder houden Raad van Bestuur = bestuurder Koepel = Bestuurder RvT Koepel = Bestuurder RvT College van Bestuur bestuur = Bevoegd gezag CMR / WMR ROCvA OR ROCvA Stichting ROC van ROC Amsterdam van Amsterdam Koepelstichting Domeinen Domeinen Diensten Koepel = RvT Bestuurder Koepel = Bestuurder RvT College van van bestuur Bestuur = r = Bevoegd gezag gezag MR OR ROCF ROCF Stichting ROC Flevoland ROC Flevoland Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam 20

21 6. Organogram 21

22 Toelichting bij het organogram: De onderwijsteams vormen de basis van de organisatie. Zij worden in hun werk op verschillende gebieden ondersteund door medewerkers van diensten zoals ICT, Facilitaire zaken, HRM etc. De teams verzorgen onderwijs voor 500 tot 800 studenten en hebben rond de 20 fte formatie. Per team is er één leidinggevende, de opleidingsmanager. De teamleden werken volgens een onderlinge werkverdeling. Teams zijn onderdeel van een college, dat geleid wordt door een directie. Als voorbeeld is de samenstelling van het MBO College Zuidoost uitgewerkt. Per oktober 2011 telde het college 9 teams die onderwijs verzorgden voor studenten, BOL en 184 BBL. Teams: Aantal studenten Financiële Beroepen 328 Commerciële Dienstverlening 343 Automatisering Niveau 2/3 421 Automatisering Niveau Veiligheidscollege 485 Johan Cruijff College 160 Handel 412 AM / MOET 258 Bedrijfsopleidingen 46 22

23 7. Kerncijfers (bedragen x ) *) 2008 Financieel ( ) Totale baten Totale lasten (inclusief financiële lasten) Totale genormaliseerde lasten Resultaat boekjaar Genormaliseerd resultaat boekjaar Eigen vermogen Balanstotaal Solvabiliteitsratio (%) Liquiditeit (%) Rentabiliteit (%) Rijksbijdrage / totale baten (%) Personele lasten / totale lasten (%) Materiële lasten / totale lasten (%) Totale genormaliseerde lasten / aantal studenten/deelnemers/leerlingen ( ) Aantal studenten/deelnemers/leerlingen per 1 oktober MBO VMBO Educatie & inburgering VAVO Totaal Deelnemersstijging/-daling MBO 0,3% -0,8% +3,1 % -2,1% MBO deelnemers BOL MBO deelnemers BBL Rendementen onderwijs (in %) Jaarresultaat 66,1 63,4 64,1 59,1 Diploma resultaat 67,0 62,1 62,6 57,0 VSV-ers 10,4 12,7 11,4 13,0 VOA geïndiceerden 27,1 **) 28,2 **) 28,0 28,9 *) vanaf 2009 inclusief Bredero College **) betreft de eigen berekening, overige jaren overgenomen uit Resultatenbox 23

24 *) 2008 Diploma s MBO diploma s VMBO diploma s Personeel in dienst Totaal Fte (gemiddelde omvang gedurende kalenderjaar) Totaal personen Primair personeel Ondersteunend personeel Totaal man Totaal vrouw *) vanaf 2009 inclusief Bredero College 24

25 8. Missie, visie en strategie De missie van het ROC van Amsterdam luidt: Ik investeer in mensen om een brug te slaan naar werk, vervolgopleiding en samenleving. In de metafoor van de missie worden de pijlers voor de brug gevormd door de studenten en volwassen deelnemers, de medewerkers en de partners, dat wil zeggen de arbeidsmarkt, de vervolgopleidingen en de toeleverende scholen. In de loop van 2011 is de formulering van de missie aangescherpt. Dit vond plaats in de dialoog over de meerjarenstrategie tussen het Bestuur en de directies van ROCvA en tussen het Bestuur en de managementteams per MBO College. In het licht van de beweging in 2011 om doelstellingen te vertalen naar het gedrag van iedere medewerker is de bestaande missie in deze geest geherformuleerd. Ook de visie is in de dialoog over de meerjarenstrategie compacter en scherper geformuleerd. De inspanningen die we beloven te doen vanuit een gezamenlijk perspectief van alle medewerkers worden geformuleerd in termen van te behalen resultaten voor de individuele student. Wij verzorgen onderwijs dat je uitdaagt je te ontwikkelen tot gewaardeerd vakman, actief burger en succesvol student. 8.1 Strategische doelen/ambities 2011 Voor 2011 is in de kaderbrief 2011 de volgende koers geformuleerd, - inzet op teamvorming en resultaatverantwoordelijke teams - focus op kwaliteit - consolideren en borgen van ingezet beleid - het slank en lenig maken van de organisatieonderdelen - profilering en positionering Specifieke doelen voor het MBO zijn: - implementatie van de domeinen conform het besluit van het ministerie van OCW. - versterken van de krachtenbundeling met ROC Flevoland. En specifiek voor het volwassenenonderwijs: - het effectief en efficiënt, marktgericht én maatschappelijk op regionaal niveau organiseren van alle onderwijs op het gebied van educatie en inburgering. In de volgende hoofdstukken van dit jaarverslag 2011 zullen de vorderingen die op deze onderscheiden strategische doelen zijn gemaakt worden vermeld. ROC van Amsterdam is in 2011 actief geweest om al ingezet beleid op kwaliteitsverbetering, gericht op het verhogen van de basiskwaliteit, te consolideren en te borgen. Dit is bijvoorbeeld tot uitdrukking gekomen in de managementconferentie Verder gaan met kwaliteit op 9 februari Concrete resultaten in 2011 zijn dat het aantal zeer zwakke opleidingen is gereduceerd tot nul. De realisatie van de onderwijstijd en de verzuimmeldingen aan bureau Leerplicht zijn op orde. Er zijn voor de onderwijsteams instrumenten ontwikkeld zoals de kwaliteitskaart, het handboek 25

26 examinering, het handboek teamplan en de studiewijzer en om het onderwijs in te richten conform de interne standaarden die door ROCvA zelf worden gehanteerd en passen bij de standaarden van de onderwijsinspectie. De in 2009 ingezette beweging om de (onderwijs) teams verder te ontwikkelen tot resultaatverantwoordelijke teams is doorgezet. Eind 2011 zijn MBO Colleges gevormd als organisatorische eenheden die het eigen gezicht geven aan het MBO onderwijs van ROC van Amsterdam. De vorming van deze MBO Colleges met de centrale positie van onderwijsteams is de actuele vertaling van het al langer gehanteerde uitgangspunt klein binnen groot. Bij het inrichten van de onderwijsorganisatie wordt steeds het uitgangspunt gehanteerd dat de onderwijsteams het verschil maken bij het leveren van onze prestaties. Onder andere onderbouwd met de inzichten van onderwijsonderzoeker R.J. Marzano leggen we steeds meer accent op het ondersteunen van de docenten om de prestaties van de onderwijsdeelnemers te verhogen. De kaderbrief 2011 heeft niet voor niets als ondertitel: de teams maken het verschil. Vanaf maart 2011 kennen we in ROCvA de beweging Route 66. Hierin is een aantal collega s actief (waarvan enkelen geboren in het jaar 66) die geïnspireerd door voorbeelden van excellente organisaties, het voortouw hebben genomen in het vergroten van betrokkenheid en eigenaarschap van professionals in ons ROC. De beweging Route 66 heeft in 2011 een aantal resultaten en inzichten opgeleverd. Er zijn nieuwe werkvormen ontwikkeld die verstarrende kaders doorbreken en er is opnieuw gezocht naar de drijfveren van onze organisaties. Hiervoor is de missie geherformuleerd en eind 2011 zijn met behulp van het bureau Business Openers de volgende kernwaarden geformuleerd: - Ambitieus - Aandachtig - Betrouwbaar - Prettig - Daadkrachtig/vakkundig In 2012 zal in de (onderwijs)teams nadere uitwerking van de kernwaarden plaats vinden, zodat deze in gedrag en handelingen van medewerkers merkbaar en merkwaardig worden. De kernwaarden vormen de drijfveer en tegelijkertijd de meetlat voor het handelen van iedere medewerker. Het werken vanuit de inzichten van de beweging Route 66 gaat uit van de veronderstelling dat door het verhogen van betrokkenheid en eigenaarschap de kwaliteit van het werk groter wordt en ook overbodige bureaucratie kan worden gereduceerd. Merkbare effecten op deze twee punten, een hogere kwaliteit en het slank en lenig worden van de organisatieonderdelen, verwachten we in In dat jaar zullen we ook het aandeel medewerkers dat werkt in het primaire proces, de onderwijsuitvoering, verhogen tot minimaal 70%. In 2011 is ook, overeenkomstig de gehanteerde planningscyclus, een begin gemaakt met een nieuwe strategische meerjarenoriëntatie. Deze oriëntatie viel samen met het voorgenomen regeringsbeleid ten aanzien van het middelbaar beroepsonderwijs zoals verwoord in de notitie Focus op vakmanschap in februari In de ontwikkeling van nieuw strategisch beleid voor de periode hebben we gebruik gemaakt van de uitgangspunten van Focus op vakmanschap. De voorgenomen doelen voor de komende jaren zijn: - het leveren van een grotere prestatie op onderwijskwaliteit, - de vermindering van het voortijdig schoolverlaten, 26

27 - een grotere tevredenheid van studenten, medewerkers en bedrijven/instellingen, - een hoger rendement (jaarresultaat en diplomaresultaat) Onze ambitie is om daarbij in 2015 in de top 5 van best presterende ROC s te komen. De richting voor het strategisch beleid wordt bepaald door 4 P s, zoals vermeld in het voorwoord: - Presteren: Grotere tevredenheid en een hoger rendement. - Profileren: Onderscheidend onderwijsaanbod, Entree, MBO 2 + 3, en MBO 4. - Positioneren: MBO Colleges met gebouwen waarin de beroepspraktijk herkenbaar is. - Professionaliseren: Medewerkers die voortdurend hun professionele standaard onderhouden en verhogen Meer uitdaging in het onderwijs per specifieke doelgroep moet het resultaat zijn. 27

28 9. Onderwijs 9.1 MBO Onderwijsontwikkeling MBO In 2011 ligt het accent van het onderwijsbeleid van het mbo op het verder invoeren van het beroepsgerichte onderwijs. In het schooljaar is het onderwijs voor vrijwel alle eerste jaars studenten ingericht volgens de eisen van de nieuwe, beroepsgerichte kwalificatiestructuur. De standaarden die intern in ROCvA zijn opgesteld voor het ontwikkelen van beroepsgericht onderwijs en voor het uitvoeren van de kwalificatiestructuur zijn leidraad voor de onderwijsteams. De standaarden zijn voorzien van een aantal indicatoren waaraan het onderwijs dient te voldoen en bestrijken de volgende gebieden: - De instroom - Het opleidingstraject, - De uitstroom (examineren en kwalificeren) - De relatie met het bedrijfsleven - De bedrijfsvoering - De professionalisering. In 2011 is het beleid ten aanzien van de verdere ontwikkeling van het beroepsgerichte onderwijs vooral gericht op het inrichten van een passende examenorganisatie. Daarnaast is er aandacht besteed aan de consequenties van de nieuwe kaders voor het middelbaar beroepsonderwijs zoals beschreven in het ministeriële actieplan Focus op Vakmanschap. In de laatste drie maanden van 2011 heeft het Bestuur dialogen gevoerd met de management-teams van de MBO Colleges waarin de nieuwe kaders van het overheidsbeleid zijn uiteengezet en zijn geplaatst in het kader van de meerjarenstrategie van ROCvA. Op deze wijze wil het Bestuur komen tot een vernieuwde organisatie, tot een vernieuwde inrichting daarvan en met een vernieuwde koers en strategie. De centrale vraag daarbij is; hoe kunnen we nog effectiever werken en de onderwijskwaliteit verhogen, waarbij de teams centraal staan. De directies en de managers worden gestimuleerd deze dialogen ook met de teams te voeren. De elementen van het actieplan Focus op Vakmanschap zijn als één van de gedefinieerde externe ontwikkelingen inmiddels eind 2011 integraal in de meerjarenstrategie opgenomen. Alle colleges van ROCvA hanteren dezelfde, gezamenlijke kernwaarden: betrouwbaar, aandachtig, ambitieus, prettig en daadkrachtig/vakkundig. De 4 P s uit het meerjarenbeleid, (profileren, positioneren, professionaliseren en presteren) worden langs deze kernwaarden gelegd. In dialoogsessies van het Bestuur met de managementteams van de MBO Colleges stond in het najaar van 2011 de vraag centraal hoe in ROC van Amsterdam door de onderwijsteams stappen worden gezet ter verbetering van de prestaties op het gebied van onderwijskwaliteit, onderwijsrendement en tevredenheid. De teams krijgen in vervolg hierop in het voorjaar 2012 de vraag om op dezelfde basis (kernwaarden, 4 P s en het verhogen van de betrokkenheid/eigenaarschap) een teamstatement te maken waarin zij duidelijk maken hoe zij de waarden inhoud geven en acties formuleren om de 4 P s te realiseren. 28

29 Het Bestuur volgt de voortgang door in gesprek te blijven met de directies en met de teams. Ook de managementinformatie is hierop aangepast. In 2011 is er een start gemaakt met het per team presenteren van de resultaten van het team in een eigen prestatiebox. Vanaf september 2011 kent ROC van Amsterdam een Onderwijsboard, waarin diverse geledingen onderwijsthema s die aan de orde zijn bespreken. In het Onderwijsboard zitten het Bestuur, enkele voorzitters en directeuren van de directies van de MBO Colleges, enkele programmamanagers, opleidingsmanagers en stafleden. Een eerste thema in 2011 was de voorbereiding door de onderwijsteams op de intensivering van het MBO onderwijs en op de verkorting van MBO 4 opleidingen tot een driejarige studieduur, beide ontwikkelingen met ingang van augustus Door het onderwijsboard is in 2011 een 10 stappen plan opgesteld voor de uitvoering hiervan. Deze 10 stappen zijn vanaf december 2011 door het Bestuur en de directies van de MBO Colleges aan de teams voorgelegd. In het voorjaar van 2012 zijn enkele momenten voorzien waarop het Bestuur de voortgang op deze onderwerpen in gesprek met de managementteams en de afzonderlijke onderwijsteams komt onderzoeken. In het gesprek met het procesmanagement MBO 2015 en het Bestuur op 22 december 2011 over het plan van aanpak ten aanzien van Focus op Vakmanschap, concludeerde het procesmanagement dat de planvorming binnen het instituut op een geheel nieuwe wijze wordt aangepakt. Wij zijn onder de indruk van de wijze waarop het college probeert op deze wijze de organisatie te verbeteren. De in het actieplan Focus op Vakmanschap geformuleerde doelstellingen ( huis op orde en de lat omhoog ) worden hierbij gezamenlijk en in evenwicht aangepakt. Het procesmanagement ziet sterke punten in de ontwikkelde aanpak. - De pragmatische aanpak met oog op het creëren van voldoende draagvlak - De veranderkundig vernieuwende aanpak - Het besef dat het onderwijs duidelijk beter moet - De nadruk die er op de teams wordt gelegd - Het respect dat aan de professionals wordt betoond. Daarbij werd een aantal aanbevelingen gegeven met betrekking tot elementen die nog onvoldoende geformuleerd zijn: - De verhouding tussen de ambitie, het tijdpad en de impact van mensen, tijd en middelen - Een heldere opdracht aan de teams en een concrete vertaling van de te zetten stappen - Een afgestemde PDCA cyclus - Voldoende aandacht voor de bedrijfsvoering en de toepassing van ICT In de uitvoering van de meerjarenstrategie zullen deze aspecten in 2012 verder aandacht krijgen. Loopbaan en Burgerschap In deze paragraaf legt ROC van Amsterdam verantwoording af over de inrichting van het onderwijs in Loopbaan en Burgerschap. Voor de studenten in het studiejaar geldt het document Leren, Loopbaan en Burgerschap (LLB). Studenten moeten aan de hierin beschreven kwalificatie-eisen voldoen om het diploma te halen. 29

30 Vanaf augustus 2011 is in ROC van Amsterdam het onderwijs loopbaan en burgerschap ingericht conform het document Loopbaan en Burgerschap. De kwalificatie-eisen op het gebied van Burgerschapsvorming zijn uitgesplitst naar vier dimensies. Dit zijn de onderdelen waar in iedere mbo-opleiding aandacht aan wordt besteed: - de politiek-juridische dimensie; - de economische dimensie; - de sociaal-maatschappelijke dimensie; - de dimensie vitaal burgerschap. Bij loopbaanoriëntatie komen de volgende onderdelen aan bod: - capaciteitenreflectie: beschouwing van de capaciteiten die van belang zijn voor de loopbaan; - motievenreflectie: beschouwing van de wensen en waarden van belang voor de loopbaan; - werkexploratie: onderzoek naar werk en mobiliteit in de loopbaan; - loopbaansturing: loopbaangerichte planning en beïnvloeding van het leer- en werkproces. - netwerken: contacten opbouwen en onderhouden op de arbeidsmarkt gericht op loopbaanontwikkeling. Studenten in het studiejaar dienen de examens loopbaan en burgerschap te hebben behaald voor het verkrijgen van een MBO diploma. In de studiewijzers per opleiding staan zowel de lesuren als de exameninrichting voor loopbaan en burgerschap vermeld Doorstroom VO MBO, contacten met decanen VO Samen met de vmbo partnerscholen ondersteunt ROCvA het keuzeproces van de v(mbo) leerlingen. In 2011 is er een standaardaanbod van oriëntatieactiviteiten opgesteld dat door alle teams van ROCvA wordt aangeboden. Dit aanbod wordt uitgevoerd op vaste dagen om de herkenbaarheid bij de vmbo scholen te verhogen. Het aanbod is toegankelijk voor decanen, leerlingen en ouders via de website De decanen van de partnerscholen zijn geïnformeerd over het bestaan van het aanbod en getraind in het gebruik van deze door ons beschikbaar gestelde interactieve website. Dat geldt ook voor het gebruik van de digitale instrumenten de Competentietest en Talentplanner. Deze instrumenten zijn ook een ondersteuning van het keuzeproces van vmbo leerlingen. Ouders en mentoren kunnen dit proces volgen. In ROCvA kunnen de medewerkers van de loopbaanexpertisecentra (LEC s) ook gebruik maken van dit aanbod voor oriëntatie of heroriëntatie van mbo studenten. Decanen en mentoren/docenten worden daarnaast enkele malen per jaar uitgenodigd om kennis te maken met onze mbo opleidingen. Ze worden dan geïnformeerd over de thema s in het mbo, zodat zij met deze kennis hun leerlingen kunnen informeren en adviseren over de vervolgstap. LOB in het mbo In het voortgezet onderwijs is loopbaanontwikkeling door oriëntatie en begeleiding (LOB) onderdeel van het curriculum. MBO opleidingen hebben hiervoor vanaf het schooljaar een inspanningsverplichting. Voor ROCvA zijn aanbevelingen voor invoering van LOB in het mbo geformuleerd. Voor een goede implementatie van LOB is aanvullende scholing een vereiste. In het domein Handel hebben in 2011 twee teams een scholingstraject gevolgd. In 2012 zal verder aandacht worden besteed aan de benodigde professionalisering op dit gebied in alle teams. 30

31 9.1.3 Afhaakonderzoek najaar 2011 In het najaar van 2011 is door de afdeling Marketing een afhaakonderzoek uitgevoerd om de effectiviteit van het inschrijfbeleid te onderzoeken. Onderzocht is hoeveel studenten zich hebben aangemeld, hoeveel daarvan zich uiteindelijk hebben ingeschreven en daarmee hoeveel er na de aanmelding zijn afgehaakt, en wat de redenen waren voor dit afhaken. Het onderzoek bestond uit een bestandenanalyse en een telefonisch onderzoek. De bestandenanalyse leverde als belangrijkste conclusies op: 1. Lage conversie van het aantal aanmeldingen dat leidt tot een inschrijving. 66% haakte af. 2. De inschrijfprocedure was niet ingericht op digitale aanmelders. 3. De meeste studenten, 75,4%, meldden zich 1x aan (opleidingsstart september 2011). 4. Veel zomeraanmelders haken af. Met het telefonisch onderzoek is onderzocht wat de redenen voor het afhaken zijn geweest. 60% van de afhakers volgt elders een opleiding (al dan niet in combinatie met een baan). Van de afhakers volgde 9,2% geen opleiding én had geen baan tijdens het onderzoek. Daarnaast is ook het gehele proces van aanmelding, intake en uiteindelijke inschrijving onderzocht. De belangrijkste conclusies zijn: 1. Afgehaakte studenten zijn over het algemeen tevreden over het aanmeldproces. Rapportcijfer: 7. Verbeterpunten: - Faciliteren bij zoeken naar alternatieve opleiding. - Duidelijkheid bij afwijzing. - Voorbereidingsmogelijkheden voor de kandidaat voor de intake. 2. Er wordt dikwijls niet snel genoeg of niet accuraat genoeg gehandeld in het aanmeldproces. 3. Een significant aantal potentiële studenten komt terecht bij een ander ROC. Op basis van het onderzoek zijn de onderstaande aanbevelingen geformuleerd. 1. Strakke regie op timing en inhoud van communicatie naar aanmelders. 2. Faciliteer afgewezen aanmelders bij hun verdere oriëntatie voor mogelijke interesse in een andere opleiding in het instituut. 3. Intakegesprekken in de zomer. Het Bestuur heeft naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek een conversiedoelstelling voor het schooljaar opgelegd van 40% (was 34%) Doorstroom MBO HBO en samenwerking met het HBO De aansluiting op het hbo was het thema van de werkconferentie op 1 november 2011, MBO-HBO 2.0, Studiesucces van doorstromers. Circa 170 collega s van vrijwel alle instellingen van het Regionaal Netwerk bezochten deze conferentie. Een belangrijk item dat naar voren kwam was de bevinding uit onderzoek dat binding en aanpassing minstens zo belangrijk zijn voor studiesucces als het kiezen van de juiste studie. Oud-mbo ers die nu in het hbo studeren gaven aan dat het niveau in het mbo omhoog moet. Concreet werden vooral de volgende punten genoemd: - Meer structuur - Strenger zijn - Meer aandacht voor taal en wiskunde. 31

32 In de aanbevelingen kwam verder vooral het belang van de kolomgerichte aanpak naar voren, zowel bij de warme overdracht en het meebrengen van een eigen portfolio, als bij het afstemmen van taal en rekenniveaus. De uitkomsten van de conferentie zullen als leidraad dienen voor programmaontwikkeling in 2012 ter voorbereiding en begeleiding van mbo studenten naar het hbo. MBO HBO. In het jaar 2011 is gewerkt aan de nieuwe opzet van de mhbo programma s en het regionaal convenant economie 9. Beide programma s waren een aanbod van opleidingen in de domeinen Marketing Economie & Administratie en Handel, Ondernemerschap & Mode. In de nieuwe opzet gaat het niet meer om versnelling op het hbo maar om een gedegen oriëntatie en voorbereiding op de hbo opleidingen in aansluitende hbo domeinen. Het betreft dan generieke en specifieke opleidingscompetenties. Dit wordt uitgevoerd in samenwerking met de betreffende hbo opleidingen. Daarnaast zal een aantal opleidingen in deze domeinen voor een selecte groep studenten ook een tweejarige mbo 4 opleiding aanbieden, gericht op de doorstroom naar de aansluitende hbo opleidingen. Dat betekent dat deze studenten, in het zelfde tijdsbestek als de oude mhbo programma s een mbo en een hbo diploma kunnen verkrijgen. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) is de grootste afnemer van het aantal studenten met een mbo 4 diploma dat vanuit ROCvA doorstroomt naar het hbo. Behalve naar de HvA gaan onze studenten naar InHolland, de Hogeschool Utrecht en, in toenemende mate, naar Windesheim Flevoland. Van deze hbo instellingen waren in 2011 geen actuele doorstroomcijfers beschikbaar. Van de HvA zijn managementrapportages over de doorstroom van onze studenten beschikbaar over en Deze geven een zeker beeld over de algemene doorstroom van onze studenten naar het hbo. In tabel 1 is te zien dat er sprake is van een gestage toename van het aantal doorstromende studenten vanuit Amsterdam naar de HvA met in 2010 een toename met 8 % (64) ten opzichte van 2009 (803) ROCvA Tabel 1 Instroom bij de HvA vanuit ROCvA Tabel 2 laat zien dat de uitvalcijfers van ROC van Amsterdam hoger zijn dan bij de andere instroom en dat de uitvalcijfers geen verbetering laten zien. De uitval van de studenten van ROCvA die in 2008 (cohort 2008) zijn ingestroomd is niet verminderd in vergelijking met de uitval van studenten van ROCvA die in 2006 (cohort 2006) zijn ingestroomd. 9 Doorstroomprogramma voor mbo studenten van economische opleidingen dat gezamenlijk wordt uitgevoerd door de ROC s en Hbo instellingen van het regionaal netwerk mbo-hbo Noord-Holland / Flevoland. 32

33 COHORT 2006 UITVAL NA 2 JAAR (%) COHORT 2008 UITVAL NA 2 JAAR (%) VWO (23%) VWO (22%) HAVO (43%) HAVO (47%) MBO (43%) MBO (50%) ROCvA (53%) ROCvA (56%) Tabel 2 Tabel 3 laat zien dat ROC van Amsterdam achterblijft als het gaat om het diplomarendement in het hoofdfase cohort. Hoofdfasecohort 2004 Diploma behaald na 4 jaar (%) Hoofdfasecohort 2006 Diploma behaald na 4 jaar (%) VWO 74% VWO 72% HAVO 61% HAVO 59% MBO 62% MBO 60% ROCvA 59% ROCvA 51% Tabel 3 Landelijke cijfers: De landelijke cijfers over de totale instroom en uitval gaan uit van de resultaten na 5 jaar en gaan uit van 2005 als instroomjaar. Deze resultaten laten het volgende beeld zien: Na 5 jaar behaalt 50% van de havisten en 56% van de mbo-ers een hbo diploma. De uitvalcijfers van ROCvA bevestigen het belang en noodzaak om de kwaliteit van de aansluiting en het programma van de niveau 4 opleidingen, als toeleiding naar het hbo, te versterken. Associate degree (AD) Een Associate Degree is een formele graad in het hoger beroepsonderwijs. Na het succesvol voltooien deze twee jarige opleiding kan een student in twee jaar een hbo bachelor halen. Het ministerie van OCW gaat ervan uit dat in 2020 vijftien procent van de hbobachelorstudenten instroomt in een AD-programma. Dit laatste gebeurt onder andere door een zelfstandige diplomavergoeding voor de AD s. De AD zal ook integraal deel gaan uitmaken van de human capital agenda s, de behoefteramingen van personeel met de relevante opleidingsniveaus voor de topsectoren, waarbij het bedrijfsleven en de kennisinstellingen een belangrijke rol hebben. De domeinen Logistiek & Mobiliteit en Creative Industrie waren in 2011 bezig met de ontwikkeling van een AD, respectievelijk met de Hogeschool van Amsterdam en InHolland. In de samenwerking met Windesheim wordt voor 2012 de mogelijkheid van een AD Software Design onderzocht. Voor 2011 was de doelstelling geformuleerd dat elk domein minimaal één MHBO traject en/of en Associate Degree programma zou aanbieden. Deze doelstelling is niet behaald vooral doordat de besturen van de Hogeschool van Amsterdam en van InHolland zijn gestopt met de ontwikkeling van AD trajecten. In 2011 zijn er geen nieuwe opleidingen Associate Degree tot stand gekomen. Dat betekent dat er in de domeinen Uiterlijke Verzorging, Techniek & Technologie en Luchtvaart nog geen 33

34 AD trajecten bestaan. De regie voor het inrichten van een AD, inclusief het onderzoek naar de arbeidsmarktrelevantie en de beoordeling daarvan ligt bij de HBO instellingen. Het ligt in de verwachting dat er in 2012 een Associate Degree Accountancy in het domein Marketing, Economie & Administratie van start gaat bij het mbo college Zuidoost in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam Taal en rekenen in het MBO Het taal- en rekenniveau van de studenten moet omhoog. De cohorten vanaf 2010 worden vanaf het najaar 2013 getoetst met een Centraal georganiseerd Examen (COE). In ROC van Amsterdam is de aanpak van dit veranderingstraject ingericht als project. Hierbij wordt nauw samengewerkt met ROC Flevoland. De inspanningen richten zich voorlopig op de mbo 4 studenten die als eerste zullen gaan deelnemen aan de centrale examens was het tweede jaar waarin we gericht hebben gewerkt aan het verhogen van het taalen rekenniveau en de voorbereiding op de centrale examinering. De 0-meting van het taalen rekenniveau bij de start van de opleiding is uitgevoerd. Op basis van de resultaten organiseren teams het onderwijstraject en eventuele behoefte aan extra ondersteuning. De verschillen in niveau van taal en rekenen tussen de instromende studenten is groot. Taal en rekenen is opgenomen in de roosters. Voor de docenten is de scholing en voorbereiding op nieuwe taken geïntensiveerd. In de vaklessen wordt extra aandacht aan taal en rekenen besteed door het aanstellen en trainen van taal- en rekencoaches. Het organiseren van een Instellingsexamen is nieuw, er is in 2011 veel geïnvesteerd in de informatievoorziening en het implementeren van een valide, gestandaardiseerd toets- en exameninstrument. Er is gekozen voor de Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt (TOA) van Bureau Interculturele Evaluatie (ICE). Het schooljaar is een overgangsjaar waarin de TOA toetsen ROCvA breed worden ingevoerd. Het organiseren en implementeren van toetsing en examinering heeft inhoudelijke maar vooral logistieke, organisatorische aspecten. De projectstructuur is daarom uitgebreid met een werkgroep Examenlogistiek waarin alle colleges vertegenwoordigd zijn. Om de afstemming en samenwerking van ROC van Amsterdam en ROC Flevoland verder te intensiveren zijn de aparte projectstructuren ondergebracht in één projectorganisatie. Resultaten van de toetsing Er wordt gebruik gemaakt van de TOA-toetsen om vast te stellen of remediëring nodig is, of er voldoende voortgang wordt geboekt en om Instellingsexamens mee af te nemen. Deze toetsen zijn door de inspectie goedgekeurd, zodat een valide instrument beschikbaar is voor alle teams. Er is gewerkt aan de koppeling van de TOA aan het studentvolgsysteem wat op enkele onderdelen na is geslaagd. Het resultaat is dat de middeling van de cijfers van het instellingsexamen en het centrale examen op een correcte wijze kan plaatsvinden. In de onderstaande tabel is het percentage aangegeven van de instromende studenten waarbij het niveau meer dan één niveau lager is dan het eindniveau (referentieniveau) van de opleiding waarvoor wordt opgeleid. 34

35 Rekenen Taalverzorging Lezen Luisteren Schrijven Niveau 1 (*) 58 % 35 % 31 % 11 % Niveau 2 50 % 17 % 18 % 4 % 10 % Niveau 3 31 % 8 % 4 % 3 % Niveau 4 67 % 27 % 17 % 10 % (*) Bij niveau 1 was het aantal studenten dat heeft meegedaan aan de toetsen erg laag, waardoor deze resultaten minder betrouwbaar zijn dan bij de overige niveaus. Studenten niveau 1 zijn veelal studenten zonder diploma met een complexe achtergrond. Voor deze studenten worden in het schooljaar Entreevoorzieningen ingericht. We gaan er vanuit dat er met deze voorziening voldoende perspectief geboden gaat worden. Het is nog niet duidelijk hoe en wanneer niveau 1 studenten mee gaan doen aan de Centrale Examens. We richten ons aanbod vooral op de mbo 4 studenten die als eerste gaan deelnemen aan de centrale examens. Er zijn nog te weinig onderzoeksgegevens om te weten welke inzet en hoeveel inzet er nodig is bij achterstanden en hoe snel er niveauverhoging mogelijk is. Tot nu toe is er gewerkt met de aanname dat 15% van de studenten extra ondersteuning nodig heeft. Voor rekenen lijkt de behoefte groter te zijn. Aan de andere kant worden er landelijke ervaringen gemeld dat de rekenniveaus gemakkelijker op te halen zijn, omdat studenten in het vmbo vaak geen rekenen hebben gehad. De taalachterstanden blijken vaak hardnekkiger. Instellingsexamens ROC van Amsterdam en ROC Flevoland werken samen vanuit het idee om naast de generieke Centraal Oontwikkelde Examens zoveel mogelijk beroepsgericht te blijven examineren. Dit gebeurt door per domein de aanwezige taal- en rekenexamens te inventariseren en waar nodig op de nieuwe eisen aan te passen. Na vaststelling door de domeinexamencommissie worden de beroepsgerichte toetsen opgenomen in de TOA. Het resultaat is dat domeinen aan het einde van het schooljaar beschikken over valide beroepsgerichte instellingsexamens en resultaten (cijfers). Nog niet alle domeinen hebben gekozen voor deze werkwijze. Organisatie en voorbereiding van centraal ontwikkelde examens De voorbereidingen richten zich op een beperkte afname op een beperkt aantal hoofdlocaties met als doel het oefenen van het inrichten van de logistieke werkprocessen, het evalueren en bijstellen daarvan en daarna het verder opschalen. De voorbereidingen zijn gericht op deelname van alle MBO Colleges aan de (pre-)pilot examens in februari Er wordt aangesloten bij de nieuw in te richten examenorganisatie in ROCvA. Medewerkers zijn in 2011 getraind op de nieuwe rol van toetsleider hierin. Er wordt gebruik gemaakt van de ervaringen van de pre-pilots op College Airport in februari Stand van zaken in de colleges Een belangrijke succesfactor is eigenaarschap van managers en directies en het stellen van duidelijke eisen en prioriteiten voor taal en rekenen. Om dit te stimuleren is de projectstructuur uitgebreid met een stuurgroep waarin, naast een lid van het Bestuur, ook enkele directieleden participeren. De continuïteit in de aansturing en eigenaarschap van taal- en rekenbeleid is in 2011 in sommige colleges onderbroken door verplaatsingen van opleidingen tussen colleges en diverse vacatures en verplaatsingen van directieleden onderwijs. 35

36 Veel teams zijn vooral gericht op vaktraining. Nog niet altijd wordt de noodzaak ervaren van het prioriteren van taal- en rekenonderwijs. Meer dan de helft van de teams is in 2011 nog niet tot een evaluatie van hun taal- en rekenactiviteiten gekomen. Daardoor is het nog moeilijk om acties te formuleren, zeker op het niveau van het MBO College. Aanpassing van de didactiek en de pedagogiek Alle colleges beschikten in 2011 over een taal- en rekencoach om de integratie met de vaklessen te organiseren. De inzet van deze coaches heeft geleid tot betere verspreiding van informatie over het taal- en rekenniveau in teams, de ondersteuning en integratie in de vaklessen, de betrokkenheid van studenten en praktijkdocenten en het organiseren van toetsing en resultaatverwerking. Over de inzet van taalcoaches zijn we redelijk tevreden maar rekenen blijkt weerbarstig. Het gebrek aan deskundige rekendocenten en -coaches blijkt ook hierop van invloed te zijn. De toename van integratie met de vaklessen was in 2011 nog bescheiden. Extra onderwijstijd Lessen Nederlands en rekenen staan op alle roosters, maar de omvang wisselt sterk. In de meeste teams kregen de studenten in aantoonbaar meer lestijd voor taal en rekenen aangeboden dan in Op basis van de resultaten van de 0-meting worden er pluslessen voor studenten met grote achterstanden ingericht maar deze staan nog niet overal op het rooster en vaak slechts een beperkt aantal uren. Het blijkt daarbij lastig om de studenten te motiveren voor extra pluslessen. Professionalisering van docenten en anderen In 2011 is er een aantal centrale expertbijeenkomsten georganiseerd waar informatie en kennis werd gedeeld. Deze zijn druk bezocht en werden zeer gewaardeerd door de deelnemers. Daarnaast is er door de projectorganisatie centraal geïnvesteerd in trainingen gericht op de implementatie van valide examen- en toetsinstrumenten. De investering van colleges en teams in professionalisering is verschillend. Waar het taal- en rekenbeleid is omgezet in een professionaliseringsplan, zien we meer kwaliteit, groei en betrokkenheid van docenten Internationalisering Het Bestuur heeft besloten om met ingang van 1 januari 2011 internationalisering voor ROCvA niet meer als centraal en beleidsmatig ondersteund topconcept te hanteren. Internationale mobiliteit van studenten zal in de colleges normaal voortgang vinden Sport Binnen ROC van Amsterdam staat Sport en Bewegen sinds 2007 opnieuw prominent op de agenda met als hoofddoelstelling het opnieuw invoeren van sport en bewegen voor alle eerste jaar BOL studenten. Realisatie van deze doelstelling gebeurt door in het curriculum Bewegen en Sport op te nemen in de dimensie Vitaal Burgerschap binnen Loopbaan en Burgerschap. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden voor sporten voor medewerkers en wordt er geparticipeerd in diverse sportprojecten. In ROCvA vindt centrale regie plaats op sport en bewegen en op de diverse sportprojecten. Resultaten over

37 In 2011 nam 64 % van de eerstejaars BOL studenten deel aan bewegen en sport. In 2010 was dat 55%. De belangrijkste oorzaken van deze stijging waren: - Een grotere beschikbaarheid van accommodaties door nauwere samenwerking met de gemeenten Amsterdam en Amstelveen in het kader van gemeentelijke sportplannen. - Een groeiend draagvlak bij directies en onderwijsteams om vitaliteit te verankeren in het reguliere onderwijsaanbod. - Uitbreiding van het aanbod. Naast bewegen en sport is er begonnen met het aanbieden van fitheidstesten, leefstijltesten en voorlichtingslessen aan de deelnemers van bewegingsonderwijs. Financiën Voor het schooljaar is de aanvraag gehonoreerd voor extra middelen in het kader van het Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs. Het betreft een basissubsidie van ,-- en een aanvullende subsidie voor twee basketbalprojecten en voor het volleybalproject Flexometer. Overige sportactiviteiten. In 2011 hebben bij ROC van Amsterdam de volgende activiteiten plaatsgevonden: - Uitvoering van de leefstijl- en fitheidstest. - Organisatie van en deelname aan sporttoernooien voor studenten. Voorbeelden hiervan zijn de Nederlandse kampioenschappen voor ROC's, waaronder basketball, voetbal, tafeltennis, volleybal en zaalvoetbal. - Organisatie van sporttoernooien voor medewerkers. Voorbeelden hiervan zijn het ROCvA golftoernooi en het beachvolleybaltoernooi. - Deelname aan sportevenementen door medewerkers. Voorbeelden hiervan zijn de Dam tot Dam loop, de voormalige Nike City Run en de Olympisch Stadionloop. - Opleiding en begeleiding van talenten en topsporters. ROCvA heeft hiervoor een topsportcoördinator aangesteld. - Het Olympisch plan De initiatieven die worden ontplooid tussen organisaties op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau in het teken van het Olympisch plan en daarbij horende acht ambities worden in kaart gebracht. - Opname van sport in het onderwijsprogramma van de Entreeopleidingen. Studenten van ROCvA kunnen ervaring op doen bij een groot scala aan sportevenementen. Voorbeelden hiervan zijn de Judo Grandprix, het EK squash, de KLM Open, de Dam tot Damloop en de Aegon Future Cup. Voor komend jaar is deelname aan een van de grootste sportevenementen voor VO scholen binnen gehaald: de Mission Olympic. De samenwerking tussen ROCvA en Ajax is in 2011 vastgelegd in een Partnershipovereenkomst. ROCvA heeft voor de samenwerking een projectleider aangesteld. De samenwerking tussen Ajax en ROCvA is in 2011 verder uitgebreid. Zo zijn er publieksbegeleiders werkzaam in het nieuwe Ajax museum, de Ajax Experience, die bij ROCvA een BBL opleiding volgen. Voor de nieuw te bouwen sporthal aan de Europaboulevard bij het nieuwe College Zuid is door de Gemeente Amsterdam een subsidie toegewezen om de hal te upgraden naar een topsporthal Ondernemerschap 37

38 Ondernemerschap heeft bijzondere aandacht in ROCvA. In december 2009 is een project gestart om in december 2011 ondernemerschap domeinoverstijgend onderdeel te laten uitmaken van het curriculum. De aanpak kent de volgende accenten: 1. Ontwikkeling van de competenties voor ondernemend handelen binnen Loopbaan & Burgerschap. Een viertal nieuw ontwikkelde projecten gaat specifiek in op: - het stimuleren van de intrinsieke motivatie - het bewust maken van de werkhouding en -organisatie - het stimuleren van een positief zelfbeeld en - het duiden van een loopbaanperspectief. 2. Ondersteuning van bovenstaande ontwikkeling door deelnemers in College Companies ondernemerschap te laten ervaren en vorm te geven. 3. Theoretisch en praktisch aftoetsen van Ondernemerschap door middel van het maken en presenteren van een businessplan. In 2011 is gebleken dat invoering van bovenstaand programma langer zal gaan duren dan voorzien. De landelijke invoering van de Certificeerbare Eenheid Ondernemerschap (CE-O) en de ONO aanvraag (onderwijs en ondernemen) voor Het Bouwlab, hebben wel een effectieve impuls gegeven aan invoering van ondernemerschap binnen het MBO-onderwijs. In diverse colleges zijn hernieuwde gesprekken gevoerd met directies en opleidingsmanagers waaruit blijkt dat de organisatie op steeds meer plekken open staat voor het vormgeven aan ondernemerschap in het onderwijs. Het Bestuur heeft het belang hiervan onderkend en in september 2011 besloten het project met ten minste een jaar te verlengen. Het gezamenlijk vormgeven met het ROC Flevoland blijft een punt van aandacht. Het komen tot een conceptuele overbrugging bleek in 2011 nog niet haalbaar. In 2012 wordt verder gewerkt aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie en beleid ten aanzien van ondernemerschap. In 2011 zijn er contacten gelegd met de Universiteit van Wageningen (WUR) waar een methodiek is ontwikkeld waarmee ondernemend gedrag en ondernemerschap op verschillende niveaus transparant en beïnvloedbaar wordt. Bij universiteiten en HBO instellingen is deze methodiek sinds enkele jaren in gebruik. De WUR heeft interesse om de methodiek op MBO-niveau toe te passen om aanvullende data te verzamelen. Daarbij is er interesse voor het monitoren van de implementatie van ondernemend handelen + ondernemendheid = ondernemerschap bij College Zuid vanaf september Ontwikkeling Educatie en Inburgering ROC van Amsterdam Kernactiviteiten en belangrijkste producten en diensten De kernactiviteiten van de werkmaatschappij Educatie en Inburgering zijn het verzorgen van onderwijstrajecten in het kader van inburgering, participatiebevordering, ANT1 en algemeen voortgezet onderwijs voor volwassenen, het VAVO. ROC van Amsterdam verzorgt binnen de werkmaatschappij Educatie en Inburgering en binnen de MBO Colleges Amstelland, Hilversum en Airport trajecten: - Inburgering (gericht op het inburgeringsexamen en het staatsexamen NT2) 38

39 ROC van Amsterdam verzorgt verder voor de gemeente Amsterdam trajecten: - Participatie en ANT1 (alfabetisering in de Nederlandse taal) - VAVO Geografische gebieden en afnemers ROC van Amsterdam verzorgt op de locaties in Amsterdam trajecten Inburgering, Participatie en ANT1 en VAVO voor de inwoners van de gemeentes Amsterdam, Amstelveen en Diemen. Voor inwoners van de gemeentes Hilversum, Bussum, Weesp, Naarden, Muiden en Huizen worden trajecten inburgering verzorgd op de locaties van het MBO College Hilversum. Ten slotte verzorgt ROC van Amsterdam trajecten inburgering voor de inwoners van de gemeente Hoofddorp op de locatie van het MBO College Airport Specifieke onderdelen van de meerjarenstrategie In 2011 heeft het Bestuur besloten over te gaan tot een versnelde afbouw van het portfolio op het gebied van inburgeringscursussen. De werkmaatschappij Educatie en Inburgering zal worden ontmanteld. Voor april 2012 zal binnen de meerjarenstrategie duidelijkheid gegeven worden over de positionering en profilering van de organisatieonderdelen VAVO en Educatie Beleid ten aanzien van het volwassenenonderwijs De ontwikkelingen in hoofdlijnen: - In 2011 verzorgt ROC van Amsterdam aan gemiddeld deelnemers trajecten in NT1 en participatieonderwijs. Dit aantal daalt in de loop van het jaar en is per 1 januari 2012 afgenomen tot In mei 2011 werden de gevolgen van de afgesloten nieuwe inburgeringscontracten met de gemeente Amsterdam over 2011 in volle omvang duidelijk. Een reparatieactie ten aanzien van de uitvoeringsnormen bleek noodzakelijk. In overleg met de opdrachtgever heeft deze actie plaats gevonden en kon het verwachte grote verlies worden gereduceerd. - De personele reductie die nodig was als gevolg van de reorganisatie van december 2010 heeft in 2011 zijn beslag gekregen met het vertrek van de betreffende collega s uit de organisatie per mei Een goede uitvoering en organisatie van de cursussen kwam in die periode onder druk te staan, omdat er nog steeds vraag was naar inburgeringsonderwijs. Per saldo is op 1 mei ,5 fte (PP en SP) boventallig verklaard. Daarvan is voor 27 fte het ontslag ingetrokken als gevolg van de nog bestaande vraag. Voor 14,5 fte kon intern in ROCvA een plaats worden gevonden. In totaal hebben 22,5 fte de organisatie verlaten, waarvan 5 fte vanuit wachtgeld na ontslag herplaatst kon worden. - Het Bestuur heeft in juni 2011 besloten dat het te verwachten verlies over 2011 (begroot op 2 mio) onacceptabel was en zag darbij geen mogelijkheden meer tot een exploitabele organisatie van de inburgering. Besloten werd om de afbouw van de inburgering, gepland per januari 2013, met een jaar te vervroegen. 39

40 - Het Bestuur wilde in juni 2011 tevens het verlies voor de totale organisatie als gevolg van het beëindigen van de inburgering beperken. De oplossing om de wachtgeldlasten vanuit Educatie en Inburgering niet op het MBO te laten drukken werd gevonden door het bovenformatief inzetten van collega s E&I bij de MBO teams vanaf 1 januari Voor de werkmaatschappij Educatie en Inburgering was sprake van een versnelde afbouw. Eind mei 2011 is er een nieuw sociaal plan opgesteld in overleg met de OR en de vakbonden. Per saldo zijn op 1 augustus 2011 en op 1 januari 2012, 110 fte (PP en SP) boventallig verklaard. Daarvan kan 45 fte (PP) bovenformatief in het MBO onderwijs worden ingezet. - In het hoofdstuk over HRM in dit jaarverslag wordt nader verslag gedaan over de activiteiten ten aanzien van de mobiliteit van de betrokken medewerkers. - In het financieel verslag vindt u de financiële neerslag van de ingezette operatie. - In september 2011 bouwden de ROC s van de 4 grote steden een dossier op om bij het Rijk een beroep te doen op de hardheidsclausule die is overeengekomen bij de introductie van de marktwerking. Hiertoe zijn juridische stappen gezet in de vorm van het indienen van een bezwaarschrift tegen de afwijzing van een eerder beroep op deze hardheidsclausule. Het eerste bezwaar is dat de overheid met het afwijzen van het beroep op de hardheidsclausule de afspraken schendt die gemaakt zijn bij het convenant marktwerking inburgering. Het tweede bezwaar komt er op neer dat er sprake is van kwaliteitsverlies bij de MBO teams als gevolg van de bovenmatige bestuurlijke aandacht voor het exploitabel houden van de inburgeringscursussen en als gevolg van de gedwongen plaatsing van personeel afkomstig uit het inburgeringsonderwijs bij het MBO. De uitkomst van het beroep is echter ongewis en mogelijk een kwestie van jaren. - Binnen ROCvA is geen verschil in uitgangssituatie tussen de werkmaatschappij Educatie en Inburgering en de teams die binnen de MBO colleges inburgeringstrajecten verzorgen, zoals bij de MBO colleges Hilversum en Airport. De verschillen wat betreft de positie van de opdrachtgever en wat betreft de interne organisatie zijn echter zo groot dat de maatregel van beëindiging per 1 januari 2012 niet zonder meer op deze teams van toepassing is. In de betreffende MBO Colleges wordt naar de plaatselijke mogelijkheden gehandeld. - Van de alfabetiserings- en ANT 1 cursussen, als onderdeel van de educatiecontracten, zal, gelet op het perspectief dat in de notitie Focus op Vakmanschap is geschetst, het verzorgen van deze cursussen op de agenda van het ROC blijven staan. Voor 1 april 2012 zullen intern de consequenties van het nieuwe beleid met betrekking tot de Educatie onderdelen en het VAVO voor het Educatie portfolio van het ROC van Amsterdam duidelijk zijn. VAVO - In 2011 werd VAVO onderwijs (algemeen vormend onderwijs vanaf 17 jaar) verzorgd voor deelnemers (per ). Er is vanaf augustus 2011 sprake van lagere inkomsten dan begroot vanwege een daling in de prijs van de zogenaamde Rutte deelnemers. Dit zijn leerlingen die via een school voor voortgezet onderwijs bij het VAVO hun onderwijstraject vervolgen. - Wat betreft de educatiecontracten geldt dat het VAVO wel perspectief op overleven heeft. In de notitie Focus op Vakmanschap is aangekondigd dat per 1 augustus 2014 het VAVO onder rijksbekostiging zal vallen. De leeftijdsgrens wordt dan op maximaal 30 jaar gesteld. 40

41 9.3 Voortgezet Onderwijs Vanaf 1 januari 2010 maakt de samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs van het ROC van Amsterdam deel uit van de stichting ROC van Amsterdam. In de stichting zijn ondergebracht het voormalige VMBO van ROC van Amsterdam en het Bredero College, dat tot die tijd onder het bevoegd gezag van het Stadsdeel Amsterdam Noord viel. In 2011 heeft een nadere organisatorische invulling van de samenwerkingsstichting VOvA plaats gevonden. Er worden verschillende deelscholen onderscheiden die ieder met een eigen karakter en een eigen gezicht voor leerlingen een onderscheidend onderwijsaanbod verzorgen. Ook wordt er een streefformatie voor het ondersteunend personeel geformuleerd en in praktijk gebracht. Gekoppeld aan het strategisch beleid van beide ROC s vindt in het tweede deel van 2011 een nadere invulling plaats van de koers van het VOvA. Ook hier speelt een eigen invulling van de kernwaarden een rol. Er vindt per 1 april 2011 een naamsverandering plaats: van samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs van ROCvA naar Stichting Voorgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA) Kernactiviteiten Het VOvA heeft als kernactiviteit: het verzorgen van voortgezet onderwijs: - praktijkonderwijs - vmbo (basisberoepsgericht, kaderberoepsgericht, theoretisch) - mbo 1/AKA - havo/vwo - atheneum/gymnasium Beleidsontwikkelingen met betrekking tot onderwijs In het Amsterdamse voortgezet onderwijs is in het voorjaar 2011 veel discussie geweest over de uitwerking van het Regionaal Plan Onderwijs. Op voorstel van de wethouder van Onderwijs werden scholen via de vestigingsplannen aangespoord te gaan samenwerken om tot een meer geconcentreerd, kwalitatief hoogwaardig en stedelijk evenwichtig gespreid onderwijsaanbod in de stad Amsterdam te komen. Het tot stand komen van het RPO heeft ook voor het Voortgezet Onderwijs van Amsterdam consequenties, vooral op het gebied van huisvesting en strategische samenwerking voor kwaliteitsverbetering en evenwichtige spreiding van het onderwijsaanbod. Zo legt het RPO vast dat de vestiging Westburg in Amsterdam West samen dient te gaan met de Esprit Scholengroep in Amsterdam West om een evenwichtig vmbo-aanbod te creëren. In Amsterdam Oost kan op middellange termijn op het Zeeburgereiland een VMBO-MBO vestiging worden gestart in plaats van de op te heffen VOvA-vestiging op de Treublaan. In 2011 hebben de initiatieven om te komen tot een intensieve samenwerking met de Esprit groep nader gestalte gekregen, een samenwerking die niet alleen op het onderwijsaanbod in Amsterdam West betrekking heeft, maar ook geldt voor Amsterdam Noord. In 2011 is het strategisch huisvestingsplan VOvA verder aangescherpt, in overleg met de gemeente Amsterdam (zie hierboven) en in overleg met het ROC van Amsterdam. Per september 2012 verhuist de Bredero Mavo naar het nieuwe gebouw in Amsterdam Noord, samen met het MBO College Noord. 41

42 Op 1 mei 2011 is het Hyperion initiatief gestart per 1 mei 2011 en met ingang van het schooljaar is de opleiding begonnen met 40 leerlingen. Hyperion heeft een aanbod van atheneum/gymnasium waarbij een drietal nieuwe vakken wordt verzorgd: logica en argumentatieleer, grote denkers en lifestyle & informatics. Het initiatief is in de stad positief ontvangen en heeft als doel een hoogwaardige vwo-school te vestigen in Amsterdam Noord, zodat de druk op de scholen in centrum en zuid afneemt en voor stadsdeel noord een interessant onderwijsaanbod tot stand komt. Op 1 juni heeft de overdracht van het voorzitterschap van de directie van de stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam plaatsgevonden van mevr. G. Verbree naar de gedelegeerd bestuurder R. Winter. Het VOvA kreeg in september 2011 te maken met een daling van het aantal leerlingen. De oktobertelling laat een daling van het aantal leerlingen zien van 5,5 %. De daling is gerelateerd aan de demografisch gegeven afname van het aantal vmbo-leerlingen in Amsterdam West. Deze heeft vooral gevolgen voor het Westburg College. In Amsterdam Noord is sprake van een afname van het aantal leerlingen bij de Brederoscholen. Dit betreft zowel de vmbo basisgerichte, de theoretische leerweg als het havo-deel bij het Bredero Lyceum. Naast het demografische aspect (afname vmbo-leerlingen) speelt hier de huisvestingssituatie van de vmbo theoretische leerweg een rol. De analyse van de resultaten per september 2011 heeft geleid tot het inzetten van verbeteracties alle VOvA-scholen in het bijzonder op: - Hubertus Vakschool (vmbo kader) - Stelle College (vmbo kader) - Bredero Lyceum (VWO) Het VOvA en de meerjarenstrategie van ROCvA Het Voortgezet Onderwijs van Amsterdam vormt een relatief zelfstandige entiteit binnen ROC van Amsterdam. De strategie is gericht op de versterking van de positie van de deelscholen als kleine, kwalitatief hoogwaardige en voor ouders en leerlingen herkenbare eenheden. Het verhogen van de kwaliteit, met name in termen van opbrengsten en op- en doorstroom is het gemeenschappelijke doel, naast marktbehoud en professionalisering van medewerkers. Daarbij vindt op het niveau van het VOvA een eigen vertaling plaats van de kernelementen van de meerjarenstrategie van ROC van Amsterdam. In 2011 heeft deze strategie in gesprekken van het Bestuur met het managementteam van het VOvA handen en voeten gekregen. De vier P s worden als richtinggevend onderscheiden: (Positioneren, Profileren, Professionaliseren, Presteren) Aan alle deelscholen wordt gevraagd in het voorjaar 2012 hun bijdrage aan het invullen van deze P s te formuleren en daarbij aan te geven hoe de kernwaarden van onze instellingen in het gedrag van de medewerkers merkbaar wordt. Binnen de deelscholen van het VOvA wordt een bijdrage geleverd aan de profilering in de vorm van het aanbod VO ( helpt je een goede stap te zetten ) en op het gebied van het tot stand brengen van Entree opleidingen ( helpt je te kiezen ). 42

43 Als ambitie voor het VOvA als geheel is geformuleerd dat in de komende twee jaar de positie in het Amsterdamse voortgezet onderwijs wordt versterkt. Daarbij wordt de samenwerking met andere scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam en met name de Esprit Scholengroep, verder uitgewerkt. Er zijn verschillende groepen geformeerd om de gezamenlijke onderwijsarrangementen verder uit te werken. Dit betreft de Entreevoorzieningen, VM2, vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, vmbo theoretische leerweg, havo en vwo/gymnasium. Het tot stand brengen van een kwalitatief en kwantitatief verbeterde instroom van het V(MB)O in het mbo is een gemeenschappelijk strategisch doel van het VOvA en van 2het ROC van Amsterdam. Via diverse lijnen wordt aan dat doel gewerkt: - de instroomprocedure in het mbo (KP 2) - een warme overdracht van vo naar mbo - het verbeteren van het loopbaanleren in vo en mbo - de VM2- trajecten - het vakmanschapscollege in de techniek - verzuimbestrijding en voorkomen voortijdig schoolverlaten. 43

44 10. Kwaliteit van het onderwijs Het kwaliteitsbeleid is gericht op: - Het verbeteren van opleidingen die onder verscherpt toezicht van de inspectie staan, de zeer zwakke opleidingen en de opleidingen met examens van onvoldoende kwaliteit, - Het in kaart brengen en constant verbeteren van de door alle opleidingsteams geleverde onderwijs- en examenkwaliteit. - Het bewerkstelligen dat teams systematisch werken volgens een pdca cyclus van meten, analyseren en verbeteren om daarmee structureel de zorg voor kwaliteit te borgen. Voor opleidingen die onder verscherpt toezicht van de inspectie staan is in 2011 een verbeterplan opgesteld. De realisatie van deze plannen is nauwlettend gevolgd onder meer door audits uitgevoerd door externe auditoren. Verder volgt het Bestuur de verbetering van de kwaliteit door gesprekken met de teams. Voor de analyse van de onderwijskwaliteit wordt de tevredenheid van studenten, bedrijven en medewerkers en de rendementen van iedere opleiding voor elk team in kaart gebracht. De kwaliteitscyclus en onderliggende instrumenten zijn gericht op analyse en kwaliteitsverbetering Uitslagen inspectieonderzoek 2011, zwakke en zeer zwakke opleidingen In 2011 heeft de inspectie bij een aantal opleidingen van ROCvA onderzoeken naar de kwaliteit of verbetering van de kwaliteit afgerond met de volgende resultaten: - Kwaliteit onderwijs: Bij de zes zeer zwakke opleidingen is in het heronderzoek in 2011 de onderwijskwaliteit als voldoende beoordeeld. Bij één opleiding is naar aanleiding van het jaarlijks gesprek een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Ook bij deze opleiding is de onderwijskwaliteit als voldoende beoordeeld. - Kwaliteit examens: Bij drie van de vier opleidingen waarbij in 2010 de examinering als onvoldoende was beoordeeld heeft in 2011 geen heronderzoek plaatsgevonden omdat ze niet meer actief waren. Bij één opleiding is de examinering in het heronderzoek als voldoende beoordeeld. Bij acht van de tien opleidingen in de steekproef 2011 is de examinering als voldoende beoordeeld. Bij twee opleidingen is de examinering beoordeeld als onvoldoende. In 2012 vindt bij deze opleidingen het heronderzoek plaats. - Onderwijstijd: Bij alle onderzochte opleidingen was de geprogrammeerde en de gerealiseerde onderwijstijd voldoende. - Tijdig melden van ongeoorloofd verzuim: bij alle onderzochte opleidingen bleken we te voldoen aan de wettelijke bepalingen en termijnen. Team Mode van zeer zwak naar dikke voldoende. Het onderwijsteam Mode aan de Zeeburgerdijk ontving van de inspectie twee maal de beoordeling zeer zwak. En dat levert dus een rode kaart op. Met keihard werken wist het team deze negatieve beoordeling in 2011 om te buigen naar een dikke voldoende. In de praktijk van het onderwijs komt deze grote stap zelden of nooit voor. De rode kaart van de inspectie creëerde een groot urgentiebesef en de noodzaak om een concreet veranderplan op te stellen, dat alleen met het hele team gerealiseerd kan worden. Met behulp van externe deskundigheid werd er hard gewerkt aan de inrichting van een 44

45 goed kwaliteitssysteem. Van cruciaal belang hierbij was de rol van de docenten. Door trainingen werd er gewerkt aan het vergroten van kennis over het toetsingskader en aan de bewustwording van het gedrag van de docenten in relatie tot de kwaliteit van het onderwijs. Het Bestuur en de directie hielden strak de vinger aan de pols. Regelmatige gesprekken met de opleidingsmanager en de teamleden hielden de druk hoog. Het team voelde zich hierdoor tijdens het proces serieus genomen en streefde naar een goed resultaat. En dit wierp zijn vruchten af. De inspectie had uiteindelijk aan een halve dag genoeg om zeer positief te zijn over de kwaliteit van het onderwijs. Volgens de inspectie was de sfeer in de school enorm verbeterd. Dat was onder meer te merken doordat de docenten met één mond spraken richting de studenten en dezelfde normen hanteerden. Bovendien was de teamgeest sterk verbeterd door goede samenwerking. Dit was goed merkbaar bij de studenten en dat is wat de inspectie graag waarneemt. Alleen het kwaliteitssysteem goed inrichten is niet genoeg. De sfeer in de school die ontstaat als het hele team gaat voor hetzelfde doel en deze doelstellingen consequent weet over te brengen op haar studenten, is zeker zo belangrijk. Geconcludeerd kan worden dat het in 2011 ingezette beleid ten aanzien van opleidingen die onder verscherpt toezicht van de inspectie staan, succesvol is geweest. Bij alle opleidingen waarvan het onderwijs als zeer zwak was beoordeeld of de examinering van onvoldoende kwaliteit was, heeft de inspectie in 2011 geconcludeerd dat de kwaliteit nu voldoende is. Bij de twee opleidingen, waarvan in de steekproef van de examens van onvoldoende kwaliteit waren, heeft de inspectie in het heronderzoek geconstateerd dat deze inmiddels op orde waren. In de steekproef in bij negen opleidingen is er bij twee opleidingen geconstateerd dat de kwaliteit van de examens onvoldoende was: Interieuradviseur Vliegtuigonderhoud (Monteur) Bij beide opleidingen vindt in september 2012 het heronderzoek plaats. De analyse van de onvoldoende kwaliteit is uitgevoerd, er zijn verbeterplannen geformuleerd en de uitvoering daarvan is ter hand genomen. Bij beide opleidingen wordt door externe auditoren een audit uitgevoerd om na te gaan of de kwaliteit van de examinering op orde is. De examinering, en vooral de examenprocessen, blijft nog extra aandacht vragen. Het Bestuur verwacht dat het werken volgens het nieuw ontwikkelde handboek examinering, de afspraak om gebruik te maken van in te kopen, goedgekeurde, examens en de inhoudelijke afstemming van de examens in domeinverband, tot voldoende resultaat zal leiden om de kwaliteit van alle examens te garanderen Intern onderzoek, risicoanalyses Analyse van de onderwijskwaliteit In 2011 is in lijn met de doorontwikkeling van de organisatie in het kader van de Route66 ontwikkeling verder ingezet op zichtbaar maken van de prestaties per team. Prestatiebox 45

46 In november 2011 hebben alle opleidingsteams mbo voor het eerst een prestatiebox ontvangen met daarin de samengebracht de resultaten van tevredenheidsonderzoeken (student, bedrijf en medewerker), rendementen per opleiding (jaar, diploma en vsv) en lopend inspectietoezicht. Met behulp van een standaard zelfevaluatiemodel evalueren en analyseren de teams de geleverde kwaliteit en leggen verbeteracties vast in het jaarplan van het team. De analyses en verbeteracties worden gevolgd in de verantwoordingsgesprekken van de directie van het MBO college met de opleidingsmanager van ieder team. Risicoanalyse In november 2011 ontvingen de MBO colleges voor het derde jaar op rij de jaarlijkse risicoanalyse op rendement. Hierin wordt in beeld gebracht welke opleidingen onder de rendementsnormen van de inspectie uitkomen. De directies van MBO colleges maken per team analyses en verbeterplannen voor deze opleidingen (zie prestatiebox). De analyses en verbeteracties worden gevolgd in de verantwoordingsgesprekken van het Bestuur met de directie van het MBO college. Conclusie De borging van kwalitatief goed onderwijs heeft in 2011 veel aandacht gekregen. De prestaties per team zijn in kaart gebracht, de teams worden hierover geïnformeerd en de verwachtingen die aan de teams gesteld worden zijn duidelijk. Er zijn procedures en instrumenten ter ondersteuning van de analyses voor de kwaliteitsverbetering ontwikkeld, geordend als een kwaliteitscyclus van planmatig en cyclisch werken. Het presenteren op teamniveau en op opleidingsniveau van de resultaten is voor teams een nieuwe manier van kijken naar kwaliteit en naar het werken aan kwaliteitsverbetering. Geconstateerd werd dat analyses nog scherper geformuleerd kunnen worden en plannen van aanpak doelgerichter opgesteld kunnen worden. De procedures moeten nog inslijpen in de routines van teams. De ingezette lijn van verbetering, gericht op het transparant maken van de kwaliteit van de opleidingen, en het planmatig daarop acteren wordt in 2012 voortgezet. De rol van het team als eigenaar van de kwaliteit van haar opleidingen wordt benadrukt en versterkt. Deskundigheidsbevordering In 2011 is de leergang kwaliteitsmanagement voor opleidingsmanagers opgezet. Het doel ervan is om een gedeelde visie op kwaliteitsmanagement en kwaliteit van onderwijs te ontwikkelen en daarbij de vaardigheden van managers in het sturen op kwaliteitsverbetering te verbeteren. Het eerste managementteam is in 2011 met de leergang gestart. In 2012 volgen de overige teams. In de bijscholing van een grote groep LC docenten die in het kader van de salarismix plaats vindt, is een module kwaliteit opgenomen. De gemeenschappelijke visie op onderwijskwaliteit, de analyse ervan en het planmatig werken en evalueren vormen de spil van deze scholing. Hiermee willen we de kennis binnen de teams over de eisen ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs vergroten. Standaardisering Ter ondersteuning van het kwaliteitsbeleid is een aantal procedures en handboeken ontwikkeld. In november 2011 is er een uniform Handboek Examinering vastgesteld. Hierin is de rol van de domeinen en mbo colleges uitgewerkt. In het format Teamhandboek zijn organisatiebrede procedures die van belang zijn voor de concrete onderwijsuitvoering opgenomen. Daarbij wordt aangegeven hoe elk team de procedures en verantwoordelijkheden van de cruciale onderwijsprocessen voor het team dient te beschrijven. Conclusie 46

47 Het ingezette kwaliteitsbeleid laat in 2011 concrete resultaten zien. Er zijn geen zeer zwakke opleidingen meer en het aantal opleidingen met examens van onvoldoende kwaliteit is gehalveerd. Daarnaast is het diplomarendement gestegen en het aantal vroegtijdig schoolverlaters sterk teruggelopen. In 2012 zal het ingezette beleid worden voortgezet en worden versterkt, met de focus op de borging van de onderwijskwaliteit en kwaliteitsverbetering. Specifiek is het verder ontwikkelen van het kwaliteitsbewustzijn in de teams, bevordering van eigenaarschap en verbetering van de facilitering in de vorm van het nog beter beschikbaar stellen van informatie en verbetering van procedures en instrumenten Bestrijding Voortijdig schoolverlaten Aantal VSV ers ROC van Amsterdam Percentage nieuwe VSV ers 13,0 % 11,4 % 12,7 % 10,4 % Bron: DUO Het jaar 2011 was voor het ROC van Amsterdam in termen van reductie van voortijdig schoolverlaten een goed jaar. Over het schooljaar registreerde ROCvA een uitval van studenten. Dit betekende ten opzichte van het peiljaar een reductie van ruim 28%. Daarmee behoorde ROCvA in 2011 tot de tien best presterende MBO s op het gebied van VSV. In absolute aantallen heeft ROCvA met een afname van 815 VSV ers sinds zelfs de grootste daling gerealiseerd van alle ROC s. Het schooljaar was het vierde jaar van het convenant Aanval op de Uitval, dat een jaarlijkse VSV-reductie van 10% tot doel had. Het beeld over de afgelopen vier jaar ziet er als volgt uit: Doelstelling Realisatie in % in aantal (maximaal) in aantal In % (peiljaar) (2890) % ,3% % ,1% % ,3% % ,2% Met de reductie van 28,2% realiseerde ROCvA naar verwachting een prestatiesubsidie van ruim 2,2 miljoen euro. Dit bedrag is naar rato van de prestatie toebedeeld aan de MBO Colleges. 47

48 Ook voor hanteert het ministerie van OCW een taakstelling van -40% ten opzichte van het peiljaar Voor ROCvA betekent dit een maximum van VSV-ers. Op een totaal van ruim studenten onder de 23 betekent dit een uitval van maximaal 8,4%. Dit percentage is in oktober 2011 doorvertaald naar de MBO Colleges. De directies van de MBO Colleges hebben dit op hun beurt weer doorvertaald naar VSV-taakstellingen per team. De voortgang op VSV maakte vanaf dat moment zowel deel uit van de verantwoordingsgesprekken tussen het Bestuur en de directies van de MBO Colleges, als van de rapportagegesprekken tussen de directies en de opleidingsmanagers van de teams. De directies ontvangen maandelijks cijfermatige en nominatieve overzichten over de realisatie van de VSV. Plusvoorzieningen Het ROC van Amsterdam kent twee soorten plusvoorzieningen, die worden gefinancierd met additionele gelden van de gemeente Amsterdam en van het Rijk. De gelden van de gemeente Amsterdam worden ingezet als cofinanciering van programma s voor zwaar overbelaste jongeren. Dit zijn opleidingen als ROC op Maat, MOET en enkele andere niveau 1 opleidingen die in de nabije toekomst zullen opgaan in de Entreevoorzieningen. In de derde rapportageperiode (september december 2011) is het tweede pluscontract dat met de gemeente Amsterdam is gesloten voor het kalenderjaar 2010, afgerond en voor het volledige bedrag van 2.5 miljoen euro verantwoord. Ook voor 2011 en 2012 is een bedrag van 2.5 miljoen euro beschikbaar. De middelen uit de Stimuleringsregeling Plusvoorzieningen van het Rijk zijn in vooral ingezet op individuele begeleiding (coaching) van overbelaste jongeren op niveau 2. In oktober 2011 is een analyse gemaakt van het effect van deze inzet. Hieruit bleek dat van de jongeren die gedurende het schooljaar in begeleiding zijn genomen slechts 13,8% als VSV-er is uitgevallen. Ter vergelijking: van alle studenten op niveau 2 (dus ook de reguliere, niet overbelaste jongeren) viel in ,6% uit. De ervaringen met de plusvoorzieningen zijn inmiddels zodanig dat ook studenten uit de niveau 3 en 4 opleidingen gebruik gaan maken van pluscoaches. In het najaar van 2011 werd bekend dat de plusvoorzieningen door OCW voor nog minimaal drie jaren beschikbaar zullen komen. Naar verwachting zal dat voor de mbo colleges van ROCvA uit Amsterdam, Amstelveen en Hoofddorp gaan om een bedrag van ruim 2 miljoen euro per jaar. Deze middelen kunnen niet ingezet worden op MBO College Hilversum omdat die in een andere RMC-regio valt waaraan minder geld is toebedeeld Verzuimbeleid studenten De aanpak van verzuim van mbo studenten is in 2011 in ROCvA gestandaardiseerd. De aanleiding daarvoor waren de resultaten uit de quick scans in 2010 van Bureau Leerplicht Plus in enkele teams van ROCvA én uit een schoolcontrole in het schooljaar van Bureau Leerplicht Plus van de Gemeente Amsterdam bij 60 mbo-opleidingen in Amsterdam. Uit het laatste onderzoek bleek dat er wel veel vooruitgang was geboekt vergeleken bij het schooljaar Van de 60 mbo-opleidingen voldeden er 22 aan alle criteria (groen); in het schooljaar waren dat er nog slechts 8. - Geen enkele mbo-opleiding kreeg nog het predicaat rood; in het schooljaar waren er nog 12 opleidingen die op alle onderdelen onvoldoende scoorden. 48

49 In mei 2011 is daarom in ROCvA de aanpak van verzuim van studenten mbo gestandaardiseerd en beschreven in het Handboek Verzuim. Dit handboek is een overkoepelend verzuimprotocol en daarmee een naslagwerk voor de onderwijsteams. 49

50 11. Studenten 11.1 MBO, Studentenaantallen en aantal diploma s Ontwikkeling aantal studenten MBO Aantallen per jaar Groei/krimp t.o.v. voorgaande jaar Mbo ,1% 3,1% -0,8% 0,3% Bron: People Soft De krimp van het aantal studenten per oktober 2010 is in het cursusjaar omgezet in een lichte groei van 0,3%. De snelle reactie op de aanmelding door de colleges, gecombineerd met extra aandacht tijdens het intake- en plaatsingsproces, leidde tot een verkorting van de periode tussen aanmelding en officiële inschrijving en verhoging van het aantal inschrijvingen. Als gevolg van de economische situatie is het aandeel studenten BBL afgenomen en het aandeel studenten BOL toegenomen. Ontwikkeling aantal diploma s MBO Aantallen per kalenderjaar Groei/krimp t.o.v. voorgaande jaar Mbo ,4% 8,4% 10,2% -0,2% Bron: People Soft In onderstaand overzicht is het MBO aantal studenten per MBO College weergegeven Studentenaantallen en diploma s per MBO College per Schooljaar Studenten Diploma's Leerweg Totaal Totaal Leerweg studenten diploma's College Niveau BBL BOL BBL BOL MBO College Airport Totaal MBO College Airport MBO College Amstelland Totaal College Amstelland MBO College Centrum

51 Totaal MBO College Centrum MBO College Hilversum Totaal MBO College Hilversum MBO College Westpoort Totaal MBO College Westpoort MBO College Zuidoost Totaal MBO College Zuidoost MBO College West Totaal MBO College West Voortgezet Onderwijs (VOVA) Totaal VOVA Bron: People Soft N.B. In bovenstaand overzicht zijn opgenomen de 90 studenten MBO van de twee ROM opleidingen die bij het voortgezet onderwijs worden uitgevoerd. VOA geïndiceerden ROCvA 28,9 % 28,0 % 28,2 % 27,1 % Bron: DUO Resultatenbox (t/m ) Bron: People Soft (vanaf ) Percentage studenten afkomstig uit APCG gebieden Armoedeprobleemcumulatiegebieden of Probleemcumulatiegebieden zijn op postcode 51

52 ROCvA 43,2 % 41,7 % 41,6 % 41,4 % Bron APCG: People Soft Het aantal studenten dat afkomstig is uit APCG gebieden is in het schooljaar vrijwel gelijk gebleven en is al enkele jaren vrij constant. Het percentage voor ROCvA ligt ruim boven het landelijk gemiddelde van alle ROC s (20,8%) en eveneens boven het gemiddelde van de G4 ROC s in totaliteit (37,2%). De ROC s uit Rotterdam, Zadkine (42,3%) en Albeda (44,6%) en het ROC van Amsterdam (41,4%) hebben landelijk het hoogste percentage studenten uit APCG gebieden MBO Onderwijsprestaties Jaarresultaat en diplomaresultaat ROCvA Jaarresultaat 59,1 % 64,1 % 63,4 % 66,1 % diplomaresultaat 57,0 62,6 % 62,1 % 67,0 % Bron: DUO Jaarresultaat ROCvA naar niveau Norm inspectie Niveau 1 76,0 % 77,2 % 78,2 % 60,7 % Niveau 2 61,9 % 62,7 % 64,0 % 56,5 % Niveau 3 61,1 % 59,2 % 63,7 % 65,4 % Niveau 4 66,4 % 64,8 % 65,9 % 64,2 % Bron: People Soft Diplomaresultaat ROCvA naar niveau Norm inspectie Niveau 1 69,1 % 70,6 % 73,8 % 45,1 % Niveau 2 55,7 % 60,2 % 63,2 % 45,2 % Niveau 3 63,0 % 60,6 % 69,6 % 67,3 % Niveau 4 70,3 % 69,2 % 70,6 % 67,3 % Bron: People Soft Het gemiddelde jaarresultaat en diplomaresultaat van het ROC van Amsterdam zijn respectievelijk met 2,7% en 4,9% gestegen. Alle opleidingsniveaus hebben hieraan bijgedragen. onderscheiden gebieden waarin op drie criteria een drempelwaarde wordt overschreden, - het aantal inwoners met een laag inkomen (> 15%), - het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt (> 13%) - het aantal inwoners dat een niet westerse afkomst heeft (> 7%) Scholen met studenten uit deze regio s ontvangen extra middelen om achterstanden te bestrijden. 52

53 Het jaarresultaat bij de niveaus 1, 2 en 4 is hoger dan de norm van de inspectie. Alleen het jaarresultaat bij niveau 3 blijft, ondanks de verbetering met 4,5%, met 1,7% onder de inspectienorm. Bij het diplomaresultaat voldoen alle vier de opleidingsniveaus ruimschoots aan de norm van de inspectie. Als het huidige gemiddelde jaarresultaat van het ROC van Amsterdam wordt vergeleken met de prestaties in 2010 van de G4 ROC s (ROC Amarantis, ROC Zadkine, ROC Albeda, ROC Mondriaan en ROC Midden Nederland), dan versterkt ROCvA daarin haar derde positie. Alleen ROC Mondriaan en ROC Midden Nederland hebben met 66,9% en 69,0% een hogere score. Interne doorstroom naar een hoger niveau na behalen diploma diploma (bekostigd en niet bekostigd) behaald tussen 1 oktober 2010 en 30 september naar hoger niveau totaal diploma's percentage niveau ,4% niveau ,4% niveau ,9% totaal ,6% Bron: People Soft 11.3 Volwassenenonderwijs, deelnemersaantallen Educatie In het onderstaande overzicht is het totale aantal contracten over 2011 vermeld. Voor iedere deelnemer aan een educatietraject wordt een contract afgesloten Contracten die tot in een volgend kalenderjaar doorlopen worden in elk jaar geteld. Indien een deelnemer in een kalenderjaar meer dan één actief contract heeft, worden alle contracten geteld Totaal Bron: People Soft VAVO, deelnemersaantallen. Aantallen per jaar Groei/krimp t.o.v. voorgaande jaar Onderwijssoort Vavo ,7% -7,9% 1,7% 0,3% Bron: People Soft VAVO, Onderwijsprestaties, bekostigde diploma s en rendement. 53

54 Kerncijfers VAVO Bekostigde diploma's Bekostigde studenten ( ) Kerncijfers Vavo (per kalenderjaar) Atheneum Havo Mavo totaal vmbo-t, havo en vwo ,7% -7,9% 1,7% 0,3% groei t.o.v. voorgaande jaar 18,0% -2,1% -6,8% 0,0% Bron: People Soft Rendement afdeling VAVO, ROC van Amsterdam (*) Mavo 84 % Havo 85 % VWO 90 % (*) Meimeting: behaalde certificaten van leerlingen die opgaan voor het examen, conform de inspectielijsten en de aan DUO geleverde gegevens Voortgezet onderwijs, leerlingenaantallen locatie Berkhoff Hubertus Luca Rom West Rom ZO Stelle Tobias Westburg Bredero Beroeps Bredero Mavo Bredero Lyceum Hyperion nvt nvt 0 40 Bron: People Soft / Magister Totaal LWOO Overzicht van het aandeel leerlingen met leerwegondersteuning in de verschillende deelscholen. 54

55 Deelscholen Percentages LWOO Berkhoff 68 % 60 % 67 % Hubertus 48 % 44 % 51 % ROM West 38 % 28 % 29 % ROM Zo 29 % 32 % 28 % Stelle 59 % 67 % 69 % Tobias 97 % 95 % 98 % Westburg 74 % 72 % 65 % Bredero Beroeps 70 % 71 % 66 % Bredero Mavo 10 % 16 % 22 % Bron: People Soft Bron: Magister Onderwijsprestaties VOvA, examenresultaten Overzicht van het aantal behaalde MBO diploma s van de opleiding AKA bij de stichting VOvA. Diploma's AKA ROM West Rom ZO Tobiasschool Bron: People Soft (AKA = Arbeidsmarkt gekwalificeerde assistent, niveau 1 mbo). Examenresultaten van de verschillende deelscholen per leerweg. Examenresultaten % deelnemers geslaagd % Berkhoff basis 86, ,4 Berkhoff kader 75, ,5 Hubertus basis 92, ,0 Hubertus kader 97, ,9 Stelle basis 91, ,9 Stelle kader 94, ,0 Westburg basis 100, ,9 Westburg kader 73, ,0 Bredero Beroeps basis 98, ,1 Bredero Beroeps kader 85, ,6 Bredero Mavo 80, ,5 Bredero Lyceum havo 84, ,6 Bredero Lyceum vwo 81, ,0 Bron: People Soft Bron: eigen berekening 55

56 11.5 Tevredenheid studenten MBO ROC van Amsterdam meet regelmatig haar resultaten om met deze informatie het onderwijs te verbeteren. Onderdeel van de resultaten is de tevredenheid van de studenten. Dit gebeurt door gesprekken met de studenten en door het afnemen van enquêtes. In ieder college, en dikwijls in ieder team, worden enkele malen per jaar zogenaamde ronde tafelgesprekken gevoerd waar met studenten wordt gesproken over allerlei aspecten van het onderwijs. Daarnaast voert ROC van Amsterdam tweemaal per schooljaar digitaal een onderzoek uit naar de tevredenheid onder de mbo studenten. De uiteindelijke doelstelling is dat 75% van de studenten in de mbo teams tevreden is over de verschillende aspecten van het onderwijs en de organisatie. Het onderzoek vindt plaats door middel van een uniforme vragenlijst van 17 vragen die digitaal wordt afgenomen en wordt verwerkt. De teams krijgen de resultaten van het onderzoek. Zij analyseren de uitkomst en formuleren verbeteringen. De resultaten van de metingen worden afgemeten aan de interne norm en aan de prestaties van andere ROC s. In onderstaand overzicht zijn de resultaten vermeld van de interne metingen in 2011 en van het landelijk gemiddelde van de JOB monitor Ook de resultaten van de tweede meting uit 2010 zijn nog vermeld. Clusters vragen ROCvA ROCvA ROCvA Landelijk gemiddelde nov 2011 juni 2011 febr 2011 JOB Monitor 2010 Onderwijs 3, Uitdagend onderwijs 3,0 niet in enquête niet in enquête Afspraken docent 3,3 niet in enquête niet in enquête Goede docenten 3,4 niet in enquête niet in enquête Studiebegeleiding 3, Aansluiting theorie op praktijk 3, Roosterwijzigingen 3, Tevredenheid rooster 3,0 niet in enquête niet in enquête Informatievoorziening 3, Geholpen bij vragen 3, Omgang met medewerkers 3, Veiligheid in school 3, Sfeer binnen school 3, Aanraden ROC van Amsterdam 3, Score afgezet op vijfpuntenschaal Gemiddeld rapportcijfer voor school 6, Gemiddeld rapportcijfer voor opleiding 6, Gemiddeld percentage tevredenheid 48 % 45 % 45 % 53 % Score afgezet op tienpuntenschaal De doelstelling van 75% tevreden studenten is ambitieus en gericht op de toekomst. In 2011 is deze doelstelling met een resultaat van 42% nog niet gerealiseerd. Ook het landelijk gemiddelde bij de JOB monitor ligt ruim onder dit streefpercentage. Bij de beantwoording van de open vragen uit de enquête gaven de studenten aan dat zij tevreden zijn over hun docenten, maar nog ontevreden over de roosters en dan vooral de roosterwijzigingen en de communicatie daarover. De opmerkingen over de informatievoorziening betroffen vaak het ontbreken van informatie en het krijgen van niet eenduidige 56

57 informatie. ROC van Amsterdam heeft naar aanleiding van de enquêteresultaten gekozen voor focus op de verdere verbetering van deze aspecten van haar basiskwaliteit Veiligheid Veiligheid in en om de school is een belangrijk onderwerp in onze maatschappij en daarmee voor het management, de medewerkers en de studenten in de school. Een veilig leer- en werkklimaat is een voorwaarde voor de ontwikkeling van mensen, voor de productiviteit en het werkplezier en daarmee voor de kwaliteit en de continuïteit van de organisatie. Het Bestuur beschouwt veiligheid daarom als een belangrijk thema binnen de organisatie. In ROCvA wordt uitgegaan van een integraal veiligheidsbeleid, waarbij veiligheid wordt beschouwd als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van personeel en studenten. Beide leveren een bijdrage, durven elkaar op zaken aan te spreken, en accepteren dit van elkaar. Formulering en uitvoering van het veiligheidsbeleid wordt gezamenlijk georganiseerd voor het ROC van Amsterdam, de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en ROC Flevoland. De organisatie van het veiligheidsbeleid bestaat uit de onderstaande onderdelen: - ARBO commissies De centrale ARBO commissie met vertegenwoordigers van ROCvA, ROCF en VOvA houdt zich bezig met het beleid en de controle op de uitvoering van veiligheid, gezondheid en welzijn. Onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn de risico-inventarisatie en risicoevaluatie, de incidentregistratie, het ziekteverzuim, de BHV organisatie en ontruimingsoefeningen. Naast de centrale ARBO commissie heeft ieder college een eigen ARBO commissie die zich bezig houdt met de veiligheid, gezondheid en het welzijn op het college. De (centrale) veiligheidsregisseur ondersteunt deze commissies bij de implementatie van het centrale beleid en ziet toe op de uniforme toepassing. Daarbij zorgt hij voor afstemming en uitwisseling tussen de colleges onderling en met de Centrale ARBO commissie. - Platform veiligheid Het platform veiligheid wordt gevormd door de voorzitter van het Bestuur en de directieleden van de colleges met de portefeuille veiligheid. In het platform worden de centrale kaders voor het veiligheidsbeleid vastgesteld en wordt toezicht gehouden op de uitvoering. - Veiligheid regie en coördinatie Ieder college heeft een veiligheidscoördinator die de uitvoering van het veiligheidsbeleid in het college coördineert. In het afstemmingsoverleg tussen de (centrale) veiligheidsregisseur en de veiligheidscoördinatoren van de colleges worden de besluiten van het platform Veiligheid omgezet in acties en wordt de uitvoeringspraktijk besproken en afgestemd. Ook worden de signalen uit de dagelijkse praktijk in de colleges omgezet in beleidsvoorstellen voor het platform. Veiligheidsdoelen ROC van Amsterdam richt zich op het voldoen aan de wettelijke kaders ten aanzien van veiligheid, maar heeft daarnaast ook eigen beleidskaders geformuleerd voor: - Toegangscontrole - De gebouwinstallaties - De BHV organisatie - Cameratoezicht. - Incidentregistratie en crisismanagement Ten slotte bestaan er protocollen voor de afhandeling van incidenten, zoals pesten. 57

58 Doelen en resultaten in Inspecties brandveiligheid en inrichten van een centraal systeem van cameratoezicht. In 2011 is de nieuwbouw in Amstelveen in gebruik genomen. Dit is het eerste gebouw van ROCvA waar het Kiwa Keurmerk Brandveiligheid (BGB) is toegekend. Ook is deze locatie als eerste aangesloten op het centrale systeem voor cameratoezicht. Er zijn in 2011 brandveiligheidsinspecties gehouden in de locaties Opaallaan, Tempelhofstraat en de Ruijsdaelstraat. Op basis hiervan zijn er verbeteringen aangebracht, waardoor verwacht wordt dat in 2012 ook voor deze locaties het keurmerk BGB ontvangen zal worden. - Deelname aan de Monitor Sociale Veiligheid van de MBO Raad in het kader van de sociale veiligheid. De deelname in 2011 aan de afname van de Monitor Sociale Veiligheid was zeer wisselend. In sommige teams hebben studenten en medewerkers massaal deelgenomen en in andere teams helemaal niet. In het onderzoek kwamen de onderstaande aspecten voor: o Veiligheidsbeleving. o Risicogedrag o Psychisch-fysiek geweld. o Materieel geweld o Veiligheidsbeleid o Ongewenst gedrag op stage (voor de eerste keer gemeten) In 2011 hebben ongeveer twee keer zoveel studenten deelgenomen dan in 2008 (5.641 om 2.881). De verhouding van deelname van studenten BOL of BBL was vrijwel gelijk. De resultaten geven aan dat de studenten zich minder veilig voelden dan in 2008, dit geldt zowel in de klas, in school als daar buiten. De studenten zeggen veel minder te spijbelen dan in (28% tegenover 41% in 2008) Het materiële geweld en het vandalisme zijn in 2011 gelijk gebleven, maar het drugsgebruik en wapenbezit is gestegen. Ook het fysieke geweld, waaronder het pesten is gestegen. De resultaten van de monitor worden per MBO College in de ARBO commissie besproken, de studenten en personeelsleden worden over de resultaten geïnformeerd. Na analyse van de resultaten wordt er per college een plan van aanpak opgesteld om te komen tot verbeteringen. - Crisisteams Elk college heeft een crisisteam voor ernstige calamiteiten. In 2011 is in de verschillende colleges intensief geoefend door het crisisteam. - Incidentregistratie Vooruitlopend op de komende wetgeving van OCW waarbij incidentregistratie op scholen verplicht wordt gesteld, is door de veiligheidscoördinatoren het proces van registratie, de organisatie en de functionaliteit van de benodigde digitale ondersteuning beschreven. In 2012 zal dit worden geïmplementeerd. 58

59 12. Medewerkers Uitgangspunt van het HRM beleid is dat een goede onderwijskwaliteit staat en valt met het werken met goede mensen, zowel in het primaire proces als in de ondersteunende functies. De ontwikkeling van het HRM beleid zal in de komende jaren langs de volgende lijnen verlopen. 1. Ontwikkelen van een professionele beroepshouding. 2. Aanspreekbaarheid op resultaten vergroten. 3. Verantwoordelijkheden helder en eenduidig belegd in de teams. 4. Verbetering van de inzetbaarheid van medewerkers. 5. En door het samen te doen Personele bezetting en verhouding PP-SP Per waren er bij het MBO en het volwassenenonderwijs van het ROC van Amsterdam medewerkers in dienst, in totaal ruim fte. Eenheid WTF totaal WTF Primair WTFSecundair MBO College Zuidoost 261,42 196,67 64,75 MBO College Westpoort / Noord 302,54 230,90 71,63 MBO College Hilversum 328,55 241,65 86,90 MBO College Centrum 249,21 183,88 65,33 MBO College West 349,34 267,53 81,81 MBO College Airport / Amstelland 191,85 149,50 42,35 MBO College Zuid (in oprichting) 3,80 3,80 Educatie 205,46 149,44 56,02 Centraal 177,51 8,35 169,16 BV's 0,75 0, , ,93 642,51 100% 69% 31% De verhouding PP-SP ROC van Amsterdam zat eind 2011 bijna op de gewenste verhouding voor de gehele organisatie van 70% medewerkers in het primaire proces (PP) en 30% medewerkers in de ondersteunende processen (SP). Per MBO College, inclusief de personele bezetting van de domeinen zaten vrijwel alle colleges op de gewenste verhouding van 75% personeel PP en 25% medewerkers SP. Voortgezet Onderwijs van Amsterdam WTF totaal WTF primair WTF secundair management / directie 23,96 OP 238,99 OOP direct 41,59 OOP indirect 59,83 364,39 238,99 125,40 100% 66% 34% 59

60 12.2 Activiteiten HRM 2011 De centrale dienst HRM functioneert in het kader van de Krachtenbundeling voor zowel het ROC van Amsterdam als voor ROC Flevoland. De dienst heeft zich in 2011 in belangrijke mate geconcentreerd op het uitvoeren van de volgende reducties: - Educatie Amsterdam - Centrale Diensten van ROC van Amsterdam en ROC Flevoland - Educatie Flevoland Daarnaast heeft HRM ondersteuning verleend bij een aantal organisatieontwikkelingen: - Herinrichtingen van de dienst Studentenzaken ontwerp van het functiebouwwerk en het opstellen van een procedure om mensen te plaatsen in de nieuwe posities. - Verder uitwerken van de Streeforganisatie VOvA. (functiebouwwerk en verhouding PP- SP) - Versterking van de positie van de opleidingsmanagers: In 2011 is trajectgroep 3 van het Management Developmenttraject gestart met deelnemers van ROCvA, VOvA en ROCF. - Het bespreken met directies van de uitkomsten van het medewerkeronderzoek 2010 en het formuleren van voorstellen voor verbeteracties. - Implementatie van de Salarismix: benoeming van bijna 500 docenten naar LC voor ROC van Amsterdam en ROC Flevoland met daaraan gekoppeld een twee jarig scholingsprogramma. Werving topmanagement: In 2011 is er een grote wervingsvraag op directieniveau ontstaan door vertrek van verschillende collega s (andere baan, pensioen) en door de vorming van het nieuwe MBO- College Zuid in Er is een aantal nieuwe, goede directieleden aangetrokken waarmee de kwaliteit op deze posities is versterkt. - Directeur Financiën (extern geworven, zonder ondersteuning van een extern bureau). - Directeur ICT (extern geworven, zonder de ondersteuning van een extern bureau). - Directeur Onderwijs voor College Zuid (vanuit de eigen organisatie). - Twee directieleden zijn in 2011 voorlopig benoemd als voorzitter van een MBO College: De voorzitter van het MBO college Lelystad/Dronten en de voorzitter van het MBO College Airport/Amstelland. Beide functionarissen nemen de functie waar voor een periode van 1 jaar. Op basis van een aantal evaluatiemomenten wordt uiteindelijk in 2012 bepaald of deze functionarissen in de huidige positie definitief benoemd kunnen worden. Daarnaast worden de volgende vacatures met ingang van 1 april 2012 ingevuld: - Directeur onderwijs: MBO College Airport/Amstelland - Directeur Bedrijfsvoering: MBO College Zuid. Eind 2011 zijn 3 directieposities nog niet ingevuld. Daarvoor is de dienst HRM bezig met de invulling. Het betreft: - Voorzitter / Directeur Onderwijs MBO College Zuidoost. - Voorzitter / Directeur Onderwijs MBO College Centrum. - Directeur Bedrijfsvoering MBO College Centrum. Voor de laatste twee vacatures is, in samenwerking met een extern bureau, een apart wervingstraject opgezet. De reden daarvoor is dat voor dit college wordt gezocht naar een compleet nieuw directieteam van twee leden. Een belangrijk aspect in de werving is dan ook de potentiële synergie tussen de twee nieuw directieleden. 60

61 Ten slotte is de dienst HRM betrokken geweest bij de vormgeving en de realisatie van de streeforganisatie van het VOvA na het samengaan van het Bredero College en de werkmaatschappij VMBO van ROCvA. Dit proces wordt in drie fasen uitgevoerd in de periode 2009 tot medio In de eerste fase zijn de ondersteunende afdelingen geharmoniseerd: opnieuw gepositioneerd en uitgelijnd. In april 2010 is dit herinrichtingsproces voltooid. Alle ondersteunende medewerkers zijn daarna benoemd op nieuwe functies. In de tweede fase, in 2010, zijn een gezamenlijke missie, doelstellingen en sturingsprincipes geformuleerd en zijn processen gestandaardiseerd. Bij de aansturing en organisatie staat het onderwijsteam centraal. Een onderwijsteam van fte is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de goede organisatie van het onderwijs. Een onderwijsteam wordt geleid door een teamleider. In het voorjaar van 2011 zijn de managementfuncties ingevoerd, met uitzondering van de horecaopleidingen waar dat zal gebeuren bij het in gebruikneming van de nieuwbouw. In fase 2 is de VOvA ook gestart met de invoering van de functiemix voor docentfuncties. Daarvoor zijn verschillende uitstroomprofielen binnen de LC en LD docenten gedefinieerd. Vanaf zomer 2011 is gewerkt aan de harmonisatie van de onderwijsfuncties en de direct onderwijs ondersteunende functies. Een proces dat voor de zomer van 2012 moet zijn afgerond. Hierbij wordt aangesloten bij de vastgestelde onderwijs- en zorgprocessen rond de leerlingen. Tevens wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van de functiemix VO. Medio februari 2012 zal de directie van de VOvA een besluit nemen over het ontwerp functiegebouw en zal de GMR zich kunnen uitspreken. Daarna worden de afzonderlijke functies precies beschreven en gewaardeerd en vastgesteld. Tot slot zal in 2012 de nieuwe functiestructuur ingevoerd worden Ziekteverzuim Verzuimcijfers 2011 ROC van Amsterdam, in vergelijking tot voorgaande jaren. College Inclusief langdurig verzuim Exclusief langdurig verzuim ROC van Amsterdam totaal 6,7 6,6 6,9 6,5 6,5 5,1 5,2 5,6 4,7 5,8 Centrale diensten 8,1 8,0 9,5 8,0 7,5 4,5 5,1 6,9 5,1 6,9 Zuidoost 6,3 6,6 8,3 6,5 6,0 4,9 4,4 6,4 5,0 5,3 Westpoort / Noord 6,1 6,4 5,6 5,7 7,0 4,5 5,4 4,2 3,4 5,9 Hilversum (G&V) 6,4 6,2 6,2 6,3 6,6 5,4 5,3 4,9 4,3 6,0 Centrum 6,8 6,3 6,0 6,3 5,0 5,3 5,0 5,0 5,1 4,7 West (RAI) 5,2 5,5 6,0 5,9 6,0 4,3 4,3 5,5 4,8 5,2 Airport / Amstelland 5,4 6,8 6,3 5,3 5,5 5,1 5,7 6,0 4,1 4,8 Educatie en Inburgering 10,5 9,3 9,0 8,9 8,7 7,7 7,7 7,3 5,5 7,8 VOvA (SWSVO / VMBO) 5,0 5,0 4,5 5,4 6,2 4,5 4,2 3,5 3,7 5,3 NB: Onder langdurig verzuim wordt verstaan het verzuim langer dan 52 weken. De doelstelling voor 2011 was om het ziekteverzuim te beperken tot maximaal 5% of ten minste een vermindering met 1% ten opzichte van Deze doelstelling is behaald bij de 61

62 stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam. Bij de mbo colleges is ten opzichte van 2010 bij vier colleges het percentage ziekteverzuim gestegen en eveneens bij vier gedaald. Het hoogste ziekteverzuim deed zich voor bij de centrale diensten en bij Educatie en Inburgering. Ongetwijfeld zijn de reorganisatie bij beide eenheden en de daarmee gepaard gaande reductie belangrijke oorzaken. Bij beide eenheden was overigens ook het percentage langdurig zieken buitengewoon hoog, respectievelijk 2,8% en 3,6%, tegen globaal 1,5% bij de mbo colleges. In 2011 zijn de volgende acties ondernomen om de kwaliteit van de verzuimbestrijding te verhogen en om zieke medewerkers zo snel mogelijk terug te krijgen op het werk. - Het tijdig uitvoeren van de benodigde stappen van Poortwachter ten behoeve van reintegratie - Cursus voor de hoofden P&O over de wetgeving met betrekking tot ziekteverzuim. Het hele poortwachtertraject is aan de orde geweest inclusief mogelijke sancties. - Sociaal Medisch Overleg, waarin de ziektegevallen door de bedrijfsarts en de casemanager worden besproken met de leidinggevende - Coaching om medewerkers te helpen om niet ziek uit te vallen of om iemand die terugkeert op het werk te begeleiden. - Aanpassing van de werkplek. - Inzet van een arbeidsdeskundige om te bekijken wat een medewerker nog wél kan. - Regelmatige inzet van bureau HSK bij psychisch verzuim. HSK onderzoekt en behandelt mensen met psychische klachten. - Nieuwe ziekteverzuimrapporten waarbij het mogelijk is op verschillende niveaus overzichten te krijgen, tot op het niveau van een team. De gegevens op medewerkerniveau zijn alleen te benaderen door P&O van het betreffende college en, indien aangegeven, door de leidinggevende. - Sanctioneren als beleid niet wordt opgevolgd door medewerker. - Deskundigheidsbevordering: o cursus voor de case managers over de wetgeving. o overleg van casemanagers met uitleg over nieuw beleid en onderlinge uitwisseling en bespreking van cases. o De mogelijkheid voor een verzuimtraining voor leidinggevenden om deze te ondersteunen bij onder andere het voeren van verzuimgesprekken. Bij de centrale diensten is deze training uitgevoerd. Voor 2012 worden de streefcijfers van 2011 gehandhaafd, maximaal 5% ziekteverzuim of vermindering met 1% ten opzichte van Aandacht voor de werknemer en toenemend eigenaarschap wordt gezien als een belangrijk middel om te komen tot terugdringen van het percentage ziekteverzuim, reden waarom de richtinggevende kaderbrief voor 2012 het motto het gaat om aandacht heeft meegekregen Professionalisering Professionalisering heeft betrekking op alle medewerkers, zowel die werkzaam in het primaire proces, als die werkzaam in de ondersteuning. Het thema professionaliseren en daarmee de professionele beroepshouding zal door middel van training, scholing etc., ertoe toe moeten leiden: - Dat medewerkers vakkundig en daadkrachtig zijn. - Dat medewerkers elke kans pakken zich te ontwikkelen en te bekwamen. - Dat medewerkers de vrijheid voelen initiatieven te nemen. - Dat medewerkers trots zijn bij onze organisatie te mogen werken. - Dat medewerkers kwaliteit van onderwijs voorop stellen. 62

63 De organisatie zal in toenemende mate richting gaan geven aan de professionalisering van de medewerkers. Er zullen meer afspraken worden gemaakt met de medewerkers over wat ze als professional moet kunnen en kennen, wat er gedaan moet worden voor het onderhouden van het vak, en aan welke eisen men moet voldoen om promotie te kunnen maken. Daarbij worden twee lijnen onderscheiden: - Wat de organisatie gaat aanbieden als 'verplicht' voor iedere medewerker. Wat moet iedereen kennen en kunnen om binnen de organisatie optimaal te kunnen functioneren - Wat de medewerker vindt dat hij/zij nodig heeft om het werk goed uit te voeren. Er bestaat een zekere vrijheid om te bepalen wat men zelf nog wil leren. Uitgangspunten hierbij zijn: graden feedback als ontwikkelinstrument - Openheid in functioneren & beoordelen. - Verantwoordelijkheid krijgen, nemen en dragen. - Kwaliteitsmeting en feedback op te behalen resultaten. Daarnaast wordt het traject management development doorgezet. Hieraan wordt toegevoegd de talentspotting voor cruciale posities en het daaraan koppelen van noodzakelijke scholing en training In de voorgaande jaren is er veel aandacht geweest kwantitatieve onderwerpen als taakbeleid en werkverdeling. In 2011 heeft de kwaliteit van het personeel zelf en de ruimte die een docent bij zijn of haar functioneren als professional moet krijgen sterk centraal gestaan. Uitgangspunt hierbij zijn de bevindingen uit onderzoek van R. Marzano dat de kwaliteit van het onderwijs binnen de invloedssfeer van de school, tot 67% bepaald kán worden door de kwaliteit van de docent. Het Professioneel Statuut schetst daarbij de context: De medewerker in het onderwijs is een professional die zijn beroep bewust, verantwoord en met de benodigde vakbekwaamheid verricht. Voor de docent in het MBO zijn de vakbekwaamheidseisen gegeven in de Wet BIO maatgevend. Voor zover daaraan binnen de instelling nadere invulling wordt gegeven, worden de medewerkers die het betreft betrokken bij de besluitvorming daarover. (artikel 1 van het professioneel statuut). Dit vraagt dat we onze teacher quality in de volgende richting verhogen: - inhoudelijk op de hoogte zijn van de meest recente ontwikkelingen in het eigen vakgebied; - vakvolwassen en beschikkend over de 7 basiscompetenties genoemd in de wet BIO. - actief deelnemend aan de collegiale, professionele dialoog in het team, samenwerkend en netwerkend met o.a. bedrijfsleven en toeleverende scholen; - reflecterend ten aanzien van eigen ontwikkeling, functioneren en samenwerken en bereid en in staat om daar rekenschap en verantwoording over af te leggen - rekenschap gevend en verantwoording nemend: o Neemt zelf initiatief en accepteert resultaatverantwoordelijkheid; o Legt verantwoording af over het handelen binnen de professionaliteit; o Kan beoordelingen van prestaties van cursisten voldoende verantwoorden. In januari 2011 is een start gemaakt met de operationalisering van de Uitwerkingsnotitie Professionalisering. Allereerst is het thema professionalisering centraal geplaatst op de managementconferentie van 9 februari In maart heeft het Platform HRM de uitkomsten van de conferentie verder vorm gegeven. 63

64 Het invoeringsplan voor 2011 en 2012 kent de volgende onderdelen: 1. De docent formuleert voor een deel zijn eigen leervraag met behulp van het uitzetten van een 360 graden feedback. 2. Het werkoverleg in de onderwijsteams wordt het gremium voor de teamontwikkeling. 3. Docenten die in het kader van de salarismix de promotie naar de LC functie maken volgen verplicht een scholing met modules Klassenmanagement en didactiek, Kwaliteitszorg en het inspectiekader, Onderwijslogistiek en een Docentenstage. In juni 2011 heeft het Platform HRM gekozen voor de module Personeelsontwikkeling van Raet, waarmee aansluiting blijft bestaan met de basis van ons personeelsinformatiesysteem. Deze module houdt onder andere in: de gesprekscyclus functioneren en beoordelen, competenties en 360 graden feedback. Er is een werkgroep samengesteld van hoofden P&O van de verschillende mbo colleges en het voortgezet onderwijs die zich bezig gaat houden met de implementatie van deze module. Eind november 2011 heeft er een kick off bijeenkomst plaatsgevonden en is er een start gemaakt met invoering van de module. De brede invoering van de methodiek zal vanaf augustus 2012 plaatsvinden. 360 feedback als middel voor professionalisering van docenten in MBO College West. Na een redelijk lange aanloop naar een goed feedback instrument is MBO College West in 2011 in alle teams van start gegaan met toepassing van een instrument voor feedback dat volledig gebaseerd is op het competentiewoordenboek van het ROC van Amsterdam dat weer is gebaseerd op de wet BIO. Het doel van de invoering van het instrument is om op basis van feedback van collega s, studenten, leidinggevende en betrokkene zelf (360 0 ) het ontwikkelgesprek te verdiepen en het persoonlijk ontwikkelplan verder vorm te geven. Het aan elkaar feedback geven maakt de weg vrij om op teamniveau in gesprek te komen over competenties, scholing en hiaten binnen het team. Het feedback instrument is een onderdeel van de invoering van Investors in People in MBO College West. In het MT van het College is meerdere malen informatie gegeven over 360 graden feedback en zijn de voor- en nadelen besproken. Het MT is betrokken geweest bij de keuze van het bureau en het instrument. Er is in één team een pilot uitgevoerd. De resultaten zijn teruggekoppeld naar het MT. Naar aanleiding van de evaluatie zijn verbeteringen aangebracht. De managers hebben door middel van voorlichtingsrondes draagvlak gecreëerd in de teams. Aan de orde kwamen het doel van het instrument en welke plaats het instrument heeft in de cyclus van ontwikkelen, functioneren en beoordelen. Zorgen en bezwaren van docenten en instructeurs zijn besproken. Hierbij kwam zaken naar voren als: - Wordt dit gebruikt bij mijn functioneringsgesprek? - Is dit een beoordelingsinstrument? - Waarom moeten studenten iets over mijn competenties zeggen? - Waar blijven (op termijn) alle gegevens in het web? Het instrument sluit aan bij de al in gang gezette cyclus van funtionerings- en popgesprekken. Voor de stellingen en vragen is gebruik gemaakt van het bestaande competentiewoordenboek van het ROC van Amsterdam. Per functie is het bijbehorende ontwikkelniveau toegepast. Alle vragen uit het betreffende ontwikkelniveau worden gesteld. 64

65 Over 8 competenties zijn dit ongeveer 40 vragen. Er is gekozen voor een webbased instrument. De docenten kiezen voor de feedback zelf minimaal twee collega s en minimaal twee studenten. Het systeem geeft met een aan de betrokkene en aan de manager aan dat iedereen de vragen heeft beantwoord en dat de rapportage kan worden gedownload. De docent bewaart de uitkomsten in zijn eigen bekwaamheidsdossier maar deze gegevens moeten te allen tijde ook beschikbaar zijn voor het management. Dit in verband met mogelijke inspectie op naleving van de wet BIO. Ondertussen heeft in 2011 een derde van alle docenten een 360 graden feedback rapportage en 80% van alle docenten heeft een bekwaamheidsdossier en een persoonlijk ontwikkelplan. Iedereen die zich geschoold heeft geeft hierover een terugkoppeling in het team. Binnen het College wordt het aan elkaar geven van trainingen en workshops gestimuleerd. NB: in 2012 wordt er ROCvA breed 360graden feedback ingevoerd. Het platform HRM heeft hiervoor het systeem van RAET geselecteerd. De uitkomsten van de hiervoor geformuleerde 360graden feedback bij MBO College West worden meegenomen in de ROCvA brede ontwikkeling. Invoering betekent een systeemwijziging voor MBO College West. In 2011 is eveneens gewerkt aan het verder ontwikkelen van het werkoverleg in de onderwijsteams door middel van begeleide teamtrainingen vooral op de punten werkverdeling in het team, verbetering van de interne communicatie en de betekenis van zeggenschap van docenten over de uitvoering van het onderwijs; In het werkoverleg wordt de teamontwikkeling opgenomen als vast agendapunt. In 2011 is veel gestoken in de promoties in het kader van de salarismix en de daaraan gekoppelde scholing. Het ROC van Amsterdam heeft een aanvullend budget beschikbaar voor upgrading van 376 fte LB functies naar LC niveau. Door middel van een interne sollicitatieprocedure zijn de docenten geselecteerd die in staat worden geacht om na een scholingstraject de LC functie en de LC rol in het onderwijsteam uit te kunnen voeren. In Amsterdam is niet het volledige fte budget benut. Uiteindelijk nemen er in 2011 in Amsterdam 386 docenten deel aan de scholing. De LC scholing. In mei 2011 heeft het Platform HRM besloten over de hoofdlijnen van de inhoud en organisatie van de LC scholing. Vervolgens is een meervoudige onderhandse aanbesteding voor de drie percelen/modules van de scholing uitgezet. Zes partijen hebben zich aangemeld. De modules zijn gegund aan: 1. Klassenmanagement en didactiek. Combinatie Van de Bunt, Stg. OA en Stg. Fontys 2. Kwaliteitszorg en inspectiekader Combinatie Van de Bunt, Stg. OA en Stg. Fontys 3. Onderwijslogistiek Combinatie APS, CNA en Cinop In de week van 14 november 2011 zijn de scholingen gestart. Bij enkele deelnemers bestond er weerstand ten aanzien van het aanbod en de organisatie van de scholing. De bezwaren betroffen vooral het verplichte karakter van de scholing, de vermeende te kleine ruimte voor een invulling op maat per persoon, het tijdstip en de plaats van de scholing en de tijd die voor scholing beschikbaar is. Bij vrijwel alle bezwaarden hebben we de weerstand kunnen wegnemen, mede door het verlenen van een aantal vrijstellingen, door het verduidelijken van de prioriteiten en de keuzes in de organisatie van de scholing en verduidelijking van de 65

66 ruimte voor de eigen projecten in de scholing. Bij de enkeling, die blijft volharden in zijn weigering om deel te nemen aan de LC-scholing, wordt de promotie teruggedraaid. De voorbereiding en inschrijving voor het Management Development traject voor 2012, met het NSO, voor opleidingsmanagers is ter hand genomen. Ook op andere gebieden hebben er in 2011 scholingsactiviteiten plaatsgevonden. Ieder college heeft haar eigen scholingsactiviteiten, aanvullend op de centrale activiteiten. Professionalisering in MBO College Westpoort In College Westpoort vinden we aandacht voor de professionalisering van docenten heel belangrijk. Daar om hebben we een huisacademie opgericht: Grootwestleert. Wij hanteren de volgende visie op het leren van docenten: - Wij willen dat onze docenten een rolmodel zijn voor de leerlingen in hun ambitie om te leren. - We zijn bij het leren gericht op het succes van onze studenten. - We leren met elkaar, hebben daarin plezier en zijn dynamisch. - We waarderen elkaars expertise en talenten. GrootWestleert organiseert hiervoor: - Kenniscafés waarbij uitwisseling tussen collega s en plezier centraal staat. - Gesprekken met de directie waarbij iedereen welkom is zelf onderwerpen aan te dragen. - Workshops en cursussen die bijdragen aan het succes van onze leerlingen. Hier maken we ook gebruik van collega s die hun expertise willen delen. - Studiedagen om de kwaliteit van ons werk vast te houden en verder te ontwikkelen. Daarnaast hebben er in 2011 nog professionaliseringstrajecten plaatsgevonden op de gebieden taal en rekenen en onderwijsontwikkeling mbo. Taal en rekenen. De training door de Vrije Universiteit van de taal- en rekenspecialisten die de studenten met ernstige stagnaties begeleiden is in 2011 afgerond. De training wordt herhaald op verzoek van de MBO Colleges. Met de afdeling HRM is de inzet en deskundigheid van docenten op het gebied van taal en rekenen besproken. De deskundigheid van mbo vakdocenten behoeft verbetering. Er zijn aanbevelingen voor professionalisering geformuleerd die verder door HRM en door de projectgroep worden uitgewerkt en in 2012 verder zullen worden uitgevoerd. Examinering beroepsgericht onderwijs. De deskundigheidsbevordering van docenten en andere betrokkenen die de examens afnemen heeft de aandacht. Omdat veel inhoudelijk werk in de domeinen plaats vindt ten aanzien van het construeren en beoordelen van de examens, dient langs de domeinen een efficiencyslag plaats te vinden met betrekking de benodigde deskundigheid. In nauwe samenhang met het professionaliseringsprogramma van de HRM agenda zal in 2012 de deskundigheidsbevordering die voor de niveauverhoging van de examenkwaliteit nodig is, ter hand worden genomen. 66

67 12.5 Mobiliteit / Mobiliteitsbureau Het ondersteunen van mobiliteit van medewerkers wordt gezamenlijk georganiseerd met het ROC Flevoland. Vanuit goed werkgeverschap en om de wachtgeldverplichtingen te beperken was de belangrijkste opdracht voor het mobiliteitsbureau in 2011 het zorgen voor de begeleiding naar werk van de boventallige medewerkers. Het betrof de boventalligen en uitkeringsgerechtigden van voornamelijk de educatieonderdelen. Daarnaast heeft het mobiliteitsbureau de gebruikelijke dienstverlening op verzoek geboden. Begeleiding naar werk Op verschillende momenten in 2011 zijn medewerkers boventallig geworden. Tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en in een persoonlijk gesprek zijn de betrokkenen geïnformeerd over de ontstane situatie en de wijze waarop de organisatie de medewerkers naar werk begeleidt. Met iedere boventallig verklaarde medewerker is een begeleidingsovereenkomst opgesteld waarin de wederzijdse inspanningen worden beschreven. Waar mogelijk zijn medewerkers binnen de organisatie herplaatst. Alle beschikbare formatieruimte is beoordeeld en waar mogelijk benut voor herplaatsing. Eventueel zijn tijdelijke aanstellingen beëindigd of verlengd. Als interne herplaatsing niet mogelijk was, is aan de hand van een intakegesprek en een inschatting van de afstand tot de arbeidsmarkt, een begeleidingsprogramma opgesteld. Uitgangspunten hierbij zijn een intensief contact en veel activiteiten tot een andere baan gevonden is. De begeleiding kenmerkt zich door maatwerk en een combinatie van de volgende activiteiten: - individuele gesprekken - groepsbijeenkomsten - workshops - zelfwerkzaamheid met behulp van een digitale loopbaanportal - e-coaching - jobsearching (externe vacatures) - het bieden van een werk- en ontmoetingsplek Als de inspanningen van de boventalligen of uitkeringsgerechtigden achterwege bleven is dit met de betrokkene besproken en waar van toepassing gemeld aan de uitkeringsinstantie. Halverwege het jaar werd duidelijk dat er een financiële noodzaak was om opnieuw een grote groep medewerkers van E&I binnen ROCvA boventallig te verklaren. Om de talenten van deze medewerkers voor de organisatie te behouden en de wachtgeldverplichtingen te beperken is besloten om extra te investeren in het behoud van deze groep docenten en instructeurs voor de organisatie. Uit ervaring was bekend dat deze groep medewerkers extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft om op een kwalitatief voldoende niveau in het mbo te kunnen functioneren. Het Bestuur heeft daarom besloten om extra te investeren in de overstap van deze medewerkers uit het primaire proces. Gedurende een periode van 7 tot 12 maanden kunnen zij bovenformatief ingezet worden in het mbo en zijn er extra mogelijkheden voor begeleiding en scholing. Vanzelfsprekend betekent dit dat alle formatieve ruimte binnen de organisatie hiervoor benut wordt. Het mobiliteitsbureau heeft zorggedragen voor de matching en volgt nauwgezet de plaatsing als ook de scholings- en begeleidingsactiviteiten. 67

68 Resultaten ROC van Amsterdam (ontslagdatum 1 mei 2011) ROCvA Fte Primair Proces Fte Secundair Proces Fte Centraal Fte Boventallig ,5 Ingetrokken Herplaatsing ,5 Vrijwillig vertrek ,5 Ontslagen 22.5 waarvan: 6 8 8,5 Herplaatst vanuit wachtgeld na ontslag (5) (4) (1) ROC van Amsterdam (ontslagdatum 1 augustus 2011 en 1 januari 2012) Boventallig Primair Proces 77 Fte Secundair Proces 33 Fte Bovenformatieve inzet in mbo 45 Herplaatst 4 5 Vertrekregeling 11 Vertrekregeling nog niet afgerond per Ziek, WIA / ontslagprocedure 8 Outplacement 0 28 Verklaring van de resultaten In de eerste periode van 2011 zijn veel ontslagen ingetrokken en later opnieuw aangezegd. Dit heeft een stagnerend effect gehad op de mobiliteit van de medewerkers. Een aantal medewerkers is herplaatst, echter het was onvermijdelijk om ook medewerkers te ontslaan. Het bleek maar voor een beperkte groep medewerkers aantrekkelijk te zijn om gebruik te maken van een vertrekregeling. In de eerste helft van 2011 was er nog geen mogelijkheid om medewerkers uit het primair proces bovenformatief in te zetten of waren er te weinig aanknopingspunten om medewerkers geschikt te maken voor het onderwijs in het mbo. De opnamecapaciteit voor medewerkers uit het secundair proces was gering en is maximaal benut. Mede door de inspanningen van de mbo colleges zijn alle boventallige medewerkers uit het primair proces nu met hun bovenformatieve periode in het mbo gestart. In het verslagjaar is gebleken dat het moeilijk is om medewerkers naar een functie buiten de organisatie te begeleiden. Oorzaak hiervan is de slechte situatie op de arbeidsmarkt, maar ook de grote afstand tot de arbeidsmarkt van veel medewerkers. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de hoge gemiddelde leeftijd, de eenzijdige opleiding en de werkervaring. Bij het ondersteunend personeel zien we daarnaast dat er regelmatig sprake is van een slechte beheersing van de Nederlandse taal Tevredenheid medewerkers Eind 2010 is er een onderzoek gehouden naar de tevredenheid, betrokkenheid en motivatie van de medewerkers. Dit onderzoek is voor zowel ROC van Amsterdam, ROC Flevoland als voor het Voortgezet Onderwijs van Amsterdam gehouden. Begin 2011 zijn de resultaten bekend geworden. Van alle medewerkers heeft 57% de vragenlijst ingevuld teruggestuurd. 68

69 Het gemiddelde van alle tevredenheidscores op de verschillende hoofdstukken bedraagt een 6,7. Ten opzichte van eerdere metingen in ROCvA betekende dit een stijging. Hoge score Hoge scores krijgen vooral de criteria die het dichtst bij de directe en de persoonlijke werkomgeving staan. De direct leidinggevenden komen over het algemeen positief uit de bus. De gemiddelde medewerker voelt zich betrokken en gemotiveerd en gaat met plezier naar het werk. Deze medewerker vindt de inhoud van zijn werk, het gevoel zinvol werk te doen en het contact met de studenten het meest belangrijk in zijn werk. Lage score De interne communicatie scoort zeer matig. Vooral de informatievoorziening over beleid, strategie en ontwikkelingen krijgt lage scores. Medewerkers tonen zich kritisch over het onderwijs. De richting en het tempo van vernieuwingen scoren matig. De vraag wordt uitgesproken of de onderwijsvernieuwingen voldoende zijn afgestemd op de doelgroep. Verder scoort de bekendheid met de onderwijsvisie laag. De resultaten zijn gepresenteerd aan het Bestuur, de directeuren HRM en de P&O adviseurs. Alle totaalresultaten zijn op intranet gezet en vermeld in het blad Podium. Voor ieder team zijn ook resultaatoverzichten gemaakt en verspreid. Daaruit blijkt dat sommige onderwerpen team- of college gebonden zijn. Deze resultaten zijn in de teams besproken. Op basis van deze besprekingen zijn door de colleges verbeteracties opgesteld CAO ontwikkelingen In 2011 hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. De bestaande CAO is zonder algemene salarismaatregelen voor een jaar verlengd Beheersing van uitkeringen na ontslag De beheersing van de ontslaguitkering is in 2011 uitgevoerd overeenkomstig de uitvoering in de voorgaande jaren: - Beperking van de instroom (met uitzondering van reorganisatie en reducties). - Tweejaarlijkse toetsing op de rechtmatigheid van de ontslaguitkering door HRM. - Inschakeling van het mobiliteitsbureau van de dienst HRM en van outplacementspecialisten om de duur van ontslaguitkeringen zoveel mogelijk te beperken Personele invulling van de nieuwbouwlocaties In 2011 is er in ROC van Amsterdam één nieuwbouwlocatie in Amstelveen betrokken. In 2012 volgen er nog drie, aan de Laan van Spartaan in Amsterdam West, in Amsterdam Noord en in Amsterdam Zuid. De personele invulling van die locaties staat onder regie van de Regiegroep Nieuwbouw en is uitgewerkt in de Projectgroep Verplaatsingen Nieuwbouw. Soms is er sprake van dat een medewerker zijn functie moet gaan uitoefenen op een openstaande werkplek van een andere Collegedirectie. In dat geval wordt gesproken van een verplaatsing. Dit is vooral het geval bij het nieuw gevormde College Zuid. 69

70 Het uitgangspunt voor de verplaatsingen is mens volgt werk. Voor docenten en de direct aan het onderwijsteam gekoppelde ondersteuning is dit eenvoudig en helder te regelen: docententeams en ondersteuning volgen hun leerlingen naar de nieuwbouwlocatie. Voor de ondersteunende medewerkers die niet te koppelen zijn aan een onderwijsteam is er in 2011 een verplaatsingsprocedure afgesproken. Dit betreft de concrete verplaatsing naar een twintigtal openstaande werkplekken bij College Zuid. Ondersteunende medewerkers van de betrokken, leverende colleges kunnen hun belangstelling voor een van de openstaande werkplekken kenbaar maken. In twee voorlichtingsrondes is men hierover geïnformeerd. Aangezien College Zuid in feite een uitbreiding is van het aantal colleges is er ook een aantal gewone vacatures ontstaan. Deze zijn gepubliceerd op intranet en worden langs de gebruikelijke procedure ingevuld. 70

71 13. Governance en samenwerkingsrelaties 13.1 Governance Het Bestuur van ROC van Amsterdam en de RvT werken binnen de Governance code zoals die door de sector is opgesteld. De sturing van de organisatie, het beheersen en toezicht houden werd ook in 2011 vorm gegeven door het werken volgens een vaste beleidscyclus. In de jaarlijkse kaderbrief geeft het Bestuur aan binnen welke kaders wordt gewerkt en welke doelen voor dat kalenderjaar centraal staan. Alle organisatieonderdelen formuleren in een jaarplan hun doelen, de beoogde resultaten en de acties om die te bereiken. Enkele cruciale resultaten worden vastgelegd in managementcontracten. Het Bestuur sluit een managementcontract met de voorzitters van de colleges, die ook regisseur zijn van een of meer domeinen, over de resultaten die bereikt moeten worden door de colleges en door de domeinen. Daarbij sluit het Bestuur een managementcontract met de RvT. Centrale thema s in deze cyclus staan de financiële realisatie, de kwaliteit van het onderwijs en personele aspecten als professionalisering, ziekteverzuim en de verhouding tussen medewerkers in het onderwijsproces en in de ondersteunende processen. Maandelijks verschijnen er financiële rapportages opdat de financiële situatie voortdurend goed in beeld is. Voor de kwaliteit van het onderwijs wordt er eenmaal per jaar een risicoanalyse uitgevoerd naar aanleiding van de rendementen, jaarresultaat en diplomaresultaat. Na analyse hiervan door de directies van de colleges worden er verbeterplannen geformuleerd en uitgevoerd. Deze verbeterplannen komen tot stand door de voorstellen en acties die door de teams worden benoemd. Verdere input voor het verkrijgen van een beeld van de kwaliteit van het onderwijs komt uit de tevredenheidsmetingen onder studenten, medewerkers en beroepenveld, eventueel inspectieonderzoek en uit audits. Alle informatie wordt op teamniveau of per opleiding geleverd om de teams in staat te stellen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteitsverbetering. Naast het vragen van naar hun tevredenheid over de kwaliteit van het onderwijs worden enkele groepen stakeholders nadrukkelijk betrokken bij kwaliteitsverbetering. Het ROC van Amsterdam onderscheidt de volgende stakeholders: - Medewerkers - Studenten / leerlingen / deelnemers - Bedrijven en instellingen, kenniscentra, VNO-NCW, MKB, bedrijfsleven per gemeente, Kamer van Koophandel, branches, Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs. - Het onderwijsveld, partnerscholen en toeleverende en afnemende scholen. (vmbo/havo/vwo en hbo) - De overheid, gemeenten, stadsdelen, ministerie OCW. Voor participatie van de studenten, vertegenwoordigers van het werkveld en van de medewerkers in de ontwikkeling en kwaliteitsverbetering van het onderwijs is structureel overleg ingericht. Met studenten wordt overlegd gevoerd in klassenvertegenwoordigersoverleggen en door middel van ronde tafelgesprekken. In ieder mbo college wordt een studentenraad ingericht en daarna een algemene studentenraad voor het gehele ROC. Inspraak van medewerkers is geborgd door de aanwezigheid van de Ondernemingsraad. Iedere 14 dagen vindt overleg plaats tussen het College van Bestuur en het dagelijks bestuur van de medezeggenschapsraad, die in 2011 is overgegaan in de ondernemingsraad. 71

72 Met het beroepenveld worden, gerangschikt per domein, op operationeel niveau bedrijfsadviescommissies (BAC s) en werkveldcommissies gevormd. Hier wordt de inhoud van het onderwijs besproken, in het bijzonder van de examinering, maar ook de arbeidsmarktbehoefte, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de plannen van de betreffende teams Klachten en afhandeling In de studiewijzers voor de studenten wordt gewezen hoe met klachten om te gaan. De studenten worden uitgenodigd om problemen of klachten te melden en te bespreken met een docent, studiecoach of opleidingsmanager. Ook wordt gewezen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de voorzitter van de directie van het betreffende MBO College of bij de ombudsman. Gewezen wordt op het studentenstatuut waarin dit alles uitgebreid staat beschreven. Ten slotte worden de studenten attent gemaakt op de vertrouwenspersonen voor specifieke klachten ten aanzien van de omgangsvormen Ombudsman Bij ROC van Amsterdam is al enkele jaren sprake van één laagdrempelig loket als het gaat om omgangsvormen (de vertrouwenspersoon) en om onderwijsklachten (de ombudsman). Toegankelijkheid en onafhankelijkheid zijn belangrijk voor een goede klachtafhandeling. De minister van OC&W heeft dit nog eens benadrukt bij het instellen van de landelijke Ombudslijn voor het MBO. Door het instellen van een ombudsman is de onafhankelijkheid voor de behandeling van klachten gewaarborgd. De meldingen die binnenkomen bij de ombudsman worden onderscheiden in meldingen van klachten en verzoeken om advies en informatie. Klachten betreffen altijd die gevallen van onvrede waarbij het gaat over het niet volgen en naleven van regels of procedures of over handelingen of besluiten, of het nalaten daarvan, die medewerkers of studenten rechtstreeks in hun belang treffen. Verzoeken om advies en informatie liggen meer in de preventieve sfeer (welke wegen kan ik bewandelen; wil je met me meedenken; beoordeel deze brief; volg ik de juiste procedures wel). In 2011 kwamen er bij de Ombudsman 436 meldingen binnen. Dat is een lichte daling ten opzichte van In dat jaar zorgde de zogenaamde Aktie Marcouch voor 81 extra klachten van studenten. Los daarvan heeft de trend van de afgelopen jaren, een stijging van het aantal meldingen van klachten van studenten, zich voortgezet. Bij de medewerkers viel in 2011 een lichte daling waar te nemen. De meeste klachten in 2011 zijn naar tevredenheid van de betrokkenen afgehandeld. 72

73 Aantal Meldingen en Klachten Ombudsman Studenten Medewerkers Totaal Jaar Klachten Advies Totaal (*) In 2010 heeft de Aktie Marcouch eenmalig 81 extra Studentenklachten opgeleverd. De nadruk ligt bij de klachten van studenten al jaren op de onderwijsinhoud en de onderwijsorganisatie. Onderwerpen die daarbij vaak langskomen zijn problemen over: - de studievoortgang (mag een student door naar een volgend studietraject of niet?), - de studiebegeleiding - de lesorganisatie (roosters, lesuitval, tussenuren, te laat komen) - de aanname- en intakeprocedure Daarnaast worden steeds nadrukkelijker problemen aangegeven met betrekking tot aangepaste studietrajecten (versnellings- en vertragingstrajecten) Ook de klantbenadering blijft een gevoelig onderwerp dat kan uitmonden in klachten. Ouders voelen zich niet, slecht of te laat geïnformeerd bij problemen. Er wordt niet of niet tijdig teruggebeld ook al is dat diverse malen toegezegd. Studenten en ouders vinden het lastig of onduidelijk uit te vinden bij wie je moet zijn met je problemen of vragen, of de opleidingsmanager is slecht bereikbaar. Zij krijgen hierdoor het gevoel dat zij en hun klachten niet serieus worden genomen. Het gaat klagers niet in de eerste plaats om rechten, maar om rechtvaardigheid, zo blijkt uit de aard van de klachten. De mate van tevredenheid over de klachtafhandeling wordt sterk beïnvloed door factoren als: de snelheid van reageren op onvrede, het probleem wel of niet bagatelliseren, tegemoet komen aan de behoefte tot een gesprek, wel of geen actie ondernemen, de student wel in het gelijk stellen maar daar geen besluit aan koppelen, afspraken niet nakomen. Op zich zijn dit factoren waar iets aan te doen is, vooral door verbetering van de klantgerichtheid, waardoor de klant (student) zich gehoord en zich serieus genomen voelt. Studenten noemen dat ook respect: doen wat je belooft te doen Vertrouwenspersoon medewerkers In ROC van Amsterdam zijn gedragscodes opgesteld voor studenten en medewerkers. Deze staan op internet en intranet. Het bestaan ervan, evenals de aanwezigheid van de vertrouwenspersonen wordt vermeld in de studiegidsen. Sinds mei 2011 werkt ROC van Amsterdam ten aanzien van de vertrouwenspersonen samen met het ROC Flevoland. De verschillende vertrouwenspersonen werken samen en bestrijken daarmee alle colleges. Verder is er sprake van een gezamenlijke coördinatie. Eind 2011 werkten er dertig vertrouwenspersonen aan sociale veiligheid en integriteit tussen medewerkers en studenten op diverse locaties van ROC van Amsterdam en ROC Flevoland. Zij houden zich bezig met het smalle klachtrecht, ongewenste omgangsvormen, discriminatie, geweld, pesten zowel fysiek als misbruik via digitale media. De vertrouwenspersonen werken vanuit het reglement voor vertrouwenpersonen. 73

74 Daarbij is er een vertrouwenspersoon voor medewerkers van ROC van Amsterdam, die coördinerende taken heeft voor de dertig vertrouwenspersonen voor studenten. Ten slotte bestaat er één loket voor sociale veiligheid en integriteit, dat functioneert in samenwerking met de ombudsman. De vertrouwenspersonen voor studenten worden opgeleid en gecertificeerd volgens de door de landelijke vereniging van vertrouwenspersonen ontwikkelde kaders. De vertrouwenspersoon medewerkers houdt het netwerk van vertrouwenspersonen in stand en zorgt voor interne deskundigheid en expertiseontwikkeling. Door middel van de voorlichting en het geven van advies heeft de vertrouwenspersoon medewerker ook een preventieve rol. Deze kan ook bestaan uit bewustwording hoe sterk de medewerker zichzelf in zijn/haar rol als medewerker wil en kan neerzetten, wat bij hem of haar past, tot de vraag ben ik gelukkig in de rol waarin ik nu zit en wat kan ik daar zelf aan doen. De balans tussen werk en privé. Geconstateerd wordt dat er een toename is dat medewerkers het slachtoffer zijn van ongewenst gedrag bij het gebruik van moderne media. Een voorbeeld is het filmen en op internet plaatsen of verspreiden via smart phones van beelden van een medewerker die uit zijn slof schiet. Een voorbeeld van gedrag dat door medewerkers als zeer bedreigend wordt ervaren. Het beleid hoe hiermee om te gaan was in 2011 nog per college verschillend. In het jaar 2011 hebben 97 medewerkers van het ROC van Amsterdam een hulpvraag gesteld bij de vertrouwenspersoon. Als verbeterpunten voor de komende tijd ziet de vertrouwenspersoon nog het verminderen van de grote diversiteit in de uitvoering van algemeen beleid bij de diverse colleges, het verder werken aan professionalisering, en de ondersteuning door leidinggevenden van medewerkers. Medewerkers vinden het melden van ongewenst gedrag zeer moeilijk en ervaren nog dikwijls dat zij te weinig steun ontvangen van hun leidinggevende. Er is nog vaak sprake van bagatellisering en onvoldoende steun. ( het zijn pubers en zo hebben zij het niet bedoeld ) Zeggenschap studenten In 2011 zijn er bij drie van de zes mbo colleges studentenraden geformeerd. Bij de overige colleges is de oprichting gepland in In 2011 is er nog geen studentenraad voor het gehele ROCvA opgericht. Eerst dienen de raden in de afzonderlijke colleges te functioneren waarna, met inbreng van deze leden, een centrale raad kan worden gevormd. Het MBO College Hilversum heeft sinds 2008 een studentenraad, welke door de JOB als een van de beste van het land is genoemd. Volgens de voorzitter is de raad de spil tussen de student en de directie. Op 20 mei 2011 heeft ROCvA een studentendebat georganiseerd onder leiding van het Debat Instituut met in de jury Alexander Pechtold. Studentenraad MBO College Hilversum. Verslag van de voorzitter Onze studentenraad is de spil tussen de student en de directie. Om de student zoveel mogelijk aan het woord te krijgen wordt er elk jaar weer hard gewerkt aan het onderhouden van het klassenvertegenwoordigeroverleg (KVO en de studentenraadvergaderingen. Deze vergaderingen zijn een belangrijk communicatiemiddel voor de studentenraad. 74

75 Onze studentenraad bestaat uit 16 vertegenwoordigers van verschillende afdelingen exclusief hun schaduwpersoon. Daarnaast is er nog een groot aantal studentenraadleden dat zich bezighoudt met projecten maar geen afdeling vertegenwoordigt. De studentenraad heeft ongeveer drie keer per jaar een vergadering met de directie. Hierin worden de belangrijkste zaken besproken die niet binnen het klassenvertegenwoordigeroverleg of bij de studentenraadvergaderingen opgelost kunnen worden. Tevens is de directie en het personeel van MBO College Hilversum ook vaak aanwezig bij de studentenraad- vergaderingen. Buiten het organiseren van vergaderingen en het bewaken van de onderwijskwaliteit, organiseert de studentenraad ook activiteiten. Zo wordt er een keer per jaar een debat en een Valentijnsactie georganiseerd. Tevens zijn wij in 2011 begonnen met de bouw van een internetsite die eind maart 2012 gelanceerd gaat worden. Maar ook op het gebied van ondersteuning aan het personeel is de studentenraad actief, denk hierbij aan de dag van de leerplicht en de JOB-enquête en de open dagen Zeggenschap medewerkers In 2011 is in de BVE-sector de Wet op de Ondernemingsraden van kracht geworden. In dit kader is bij ROC van Amsterdam op 9 maart 2011 de eerste ondernemingsraad geïnstalleerd. Bij de stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam bestaat een eigen medezeggenschapsraad. In dit jaarverslag wordt gerapporteerd over de organisatie van de zeggenschap bij het MBO en het volwassenenonderwijs. In het jaarverslag van het VOvA wordt ingegaan op de zeggenschap bij het voortgezet onderwijs. De ondernemingsraad van de medewerkers in het mbo en in het volwassenenonderwijs bestaat uit 11 leden en een eigen administratieve kracht. Er zijn vier werkgroepen ingesteld over de thema s: - onderwijs, - financiën en organisatie, - personeel en arbo - publiciteit. Daarnaast heeft de OR Onderdeelcommissies (OC s) ingesteld voor de verschillende mbo colleges. De OC s zijn de gesprekspartner van de directies van de colleges. In 2011 zijn de OC s van de colleges Hilversum en Airport gekozen. De verkiezingen bij de overige colleges vinden plaats in 2012 na de definitieve vorming van deze MBO colleges. De vigerende medezeggenschapsraden van deze colleges functioneren tot dat moment als onderdeelcommissie. De leden van de OR hebben een introductiescholing gevolgd waar de werkwijze en de beleidsagenda van de OR zijn vastgesteld. In 2011 organiseerde de OR themamiddagen voor alle leden van de onderdeelcommissies over de thema s: WOR en professioneel statuut. De OR publiceert in het personeelsblad van ROC van Amsterdam en heeft zich na installatie daarin ook voorgesteld. Daarbij publiceert de OR eens in de zes weken een nieuwsbrief na de overlegvergadering met het bevoegd gezag. De leden van de OR participeren in-, en onderhouden contacten met: - Het vooroverleg met de vakbonden voor het overleg met de werkgever, het Bestuur van ROC van Amsterdam 75

76 - De benoemingsadviescommissies - De regiegroep sociaal plan - Het Grote-Steden-Overleg - Het Platform Medezeggenschap bve - De RvT Er zijn gezamenlijke studiedagen met de OR van ROC Flevoland Imago-onderzoek In 2011 werden de resultaten bekend van het onderzoek onder decanen en vierde jaars leerlingen dat eind 2010 was gehouden als vervolg op het onderzoek uit Het aantal vmbo leerlingen dat na het behalen van hun diploma een mbo opleiding wil gaan volgen is met 66% stabiel ten opzichte gebleven van Met een naamsbekendheid van 82% is ROCvA de bekendste mbo-instelling in Groot- Amsterdam en Flevoland. De vmbo-ers die ROCvA kennen geven een 7,1 als rapportcijfer. Alleen Deltion College en het Hout en Meubileringcollege scoren hoger met een 7,3. Bijna alle decanen in Groot Amsterdam kennen ROCvA. Van hen krijgt ROCvA een 7,2 als rapportcijfer, evenals in Tevredenheid bedrijven beroepspraktijkvorming ROC van Amsterdam heeft in 2011 deelgenomen aan de BPV-monitor De monitor is een gezamenlijk initiatief van de MBO Raad, MKB Nederland, VNO-NCW, de samenwerkende kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (voorheen het Colo) en het ministerie van OCW. De BPV-monitor 2011 brengt de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming in beeld. Tijdens het onderzoek is gekeken naar de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de voorbereiding, de begeleiding en uitvoering, de beoordeling en de evaluatie van de beroepspraktijkvorming. Uit het onderzoek blijkt dat de studenten tevreden zijn over de begeleiding van het leerbedrijf. Ze zijn minder tevredenheid over de begeleiding door school, maar de tevredenheid daarover is wel toegenomen. De bedrijven zijn tevredener dan voorheen over het niveau van vakkennis en praktijkvaardigheden van de studenten op het moment dat zij aan hun stage beginnen. Zowel studenten als bedrijven zijn meer tevreden over de bereikbaarheid van de bpvbegeleider of bpv coördinator voor het stellen van vragen. Punten ter verbetering zijn de kwantitatieve en kwalitatieve match tussen leerbedrijf en student en de afstemming tussen school en leerbedrijf over de feitelijke uitvoering van de beroepspraktijkvorming. Ook de informatieverstrekking over de specifieke leerdoelen en beoordelingscriteria behoeft verbetering. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zijn verbeteracties ingezet om de aansluiting van de theorie op de beroepspraktijk, het beoordelen (de examinering) en de communicatie met de bedrijven te verbeteren. Onderwijsteams gebruiken hiervoor hun branche- of bedrijfadviescommissies. In aansluiting op de BPV-monitor heeft ROCvA eind 2011 haar eigen onderzoeksplanning voortgezet. Het betreft een tevredenheidsmeting onder de prakopleiders bedrijven beroepspraktijkvorming. De eindrapportage hiervan vindt plaats in

77 13.9 Alumnionderzoek Tot het jaar 2010 is alumnionderzoek steeds door een extern bureau uitgevoerd. De respons was over het algemeen laag, colleges en teams herkenden zich slecht in de cijfers en bovendien bleek dat met de resultaten weinig werd gedaan. Naar aanleiding van deze ervaringen en de hoge kosten is het besluit genomen om het alumnionderzoek zelf uit te gaan voeren. Besloten is om in 2011 op kleine schaal met een pilot te starten met de domeinen Techniek & Technologie en Zakelijke Dienstverlening. De doelstelling van de pilot was om informatie te verkrijgen van oud studenten om: - succes in de beroepskolom (zicht krijgen op de kwaliteit van de aansluiting van de MBO-opleiding op de vervolgopleiding); - arbeidsmarktperspectief (zicht krijgen op de aansluiting van de MBO-opleiding op het vinden van een baan); - zicht krijgen op de aansluiting van de MBO-opleiding op de beroepsuitoefening; - zicht krijgen op mogelijke verbeterpunten van de opleiding; - zicht krijgen op onze afnemers; - zicht krijgen op de tevredenheid van oud studenten over de gevolgde opleiding; Het responspercentage was met 8,5% laag. De gegeven antwoorden zijn desalniettemin interessant en bieden, zij het beperkt, informatie ter beeldvorming en verbetering. Bovendien hebben 97 oud-studenten toegezegd deel te willen nemen aan een vervolggesprek en/of het geven van gastlessen op het ROC. Gemiddeld 39% van de afgestudeerde studenten werkt, 35% studeert of volgt een opleiding en 17% combineert werk met een opleiding. Het percentage werklozen is voor techniek 4% en voor zakelijke dienstverlening 6%. Het landelijke werkloosheidpercentage was op moment van afname 5,9%. Het doorstroompercentage naar het HBO van de op niveau 4 afgestudeerden was voor techniek 46% en voor zakelijke dienstverlening 55%. Oud studenten techniek zijn positief (score 3,6) over de aansluiting van de opleiding op de vervolgopleiding en positief (score 3,5) over de aansluiting van de opleiding op de huidige uitvoering van het beroep. (*) Oud studenten zakelijke dienstverlening zijn over beide punten minder positief. (3,0 en 2,9) (*) Score afgezet op vijfpuntenschaal Het onderwijs scoort gemiddeld een 2,9 (techniek 2,8 en zakelijke dienstverlening 3,0). Dit duidt niet op een zeer hoge mate van tevredenheid. Als we kijken naar de persoonlijke begeleiding en het lesgeven van de docenten zie we ook hier voor techniek lagere scores, waarbij de begeleiding bij techniek onvoldoende scoort (2,7). Voor de voorbereiding op- en het zoeken naar vervolgopleiding of werk is de score voor beide laag, namelijk 2,5. De tevredenheid over de stage is wel goed (techniek 3,7 en zakelijke dienstverlening 3,4) Wat bij de open vraag opviel was dat bij techniek het aantal negatieve opmerkingen groter was en dat deze ook scherper waren geformuleerd. Bij zakelijke dienstverlening was sprake van een mix van positieve en negatieve reacties. Veel genoemde opmerkingen waren: - Administratieve en organisatorische processen. Veel kritische opmerkingen over het afwikkelen van diverse administratieve processen en het onvoldoende nakomen van gedane toezeggingen en beloftes. - Afwezigheid en discontinuïteit van docenten en management, vaak gepaard met het ontbreken van de juiste informatie. 77

78 - Lessen Algemene vakken onder de maat. Lessen en praktijkopdrachten waren onvoldoende uitdagend. Het onvoldoende gebruiken van lesmateriaal. Ondermaatse toetsen - Voorbereiding op vervolgopleiding, werk en stage.+ Toegezegde baangarantie niet gerealiseerd, ontevredenheid over aansluiting op HBO voornamelijk wiskunde Samenwerkingsrelaties Thuiszorg Nederland Op 1 april 2011 is ROC van Amsterdam een samenwerkingsverband aangegaan met de Stichting Thuiszorgservice Nederland. Dit samenwerkingsverband vormt een locale uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst die is gesloten door ROC4 NL. EU en TSN Thuiszorg. ROC van Amsterdam verzorgt BBL opleidingen voor werknemers in de thuiszorg en voorziet zo in de toenemende vraag naar gekwalificeerd personeel in deze sector. De praktijkcomponent van de opleiding wordt verzorgd door Thuiszorg Service Nederland RietvinckCollege In samenwerking met de Osira groep heeft ROC van Amsterdam vanaf september 2009 het RietvinckCollege ingericht in het woonzorgcentrum De Rietvinck in Amsterdam. In een bestaand verzorgingstehuis ontvangen studenten hier een levensechte opleiding. Een steeds wisselende groep leerlingen maakt in een real life setting kennis met alle facetten van woonzorg. Dagelijks verlenen de BOL- en BBL-studenten van verschillende niveaus en opleidingsrichtingen de zorg- en welzijnstaken, onder begeleiding van een coach. Het RietvinckCollege is op 1 december 2011 officieel geopend. Kennisdelingsbijeenkomsten leerafdelingen en opleidingen Zorg Het ROC van Amsterdam heeft in 2011 in samenwerking met kenniscentrum Calibris en de stichtingen Cordaan, Brentano en Amsta, een aantal leerafdelingen opgericht. De kern van een leerafdeling is dat studenten met elkaar de verantwoordelijkheid krijgen voor het runnen van een afdeling, of een deel daarvan, en worden gecoacht door ervaren beroepsbeoefenaars. Daarnaast zijn er regelmatig docenten van het ROCvA op de werkvloer voor diverse onderwijsactiviteiten. Een succesvolle vorm om te zorgen voor ontschotting tussen de BPVinstelling en de school. Om de opgedane ervaringen te delen en nieuwe kennis op te doen is er een kenniskring opgericht van docenten, werkbegeleiders, praktijkbegeleiders en medewerkers van de stagebureaus. Deze kenniskring komt twee keer per jaar bijeen op uitnodiging van het ROC van Amsterdam. In de kenniskring wordt in een informele sfeer maar met een thematische aanpak een aantal vaste onderdelen besproken. In het programma zit altijd een onderwerp over leren op de werkplek. Op het programma staat de nieuwe wetgeving voor het mbo, Focus op vakmanschap en de consequenties hiervan op het opleiden binnen de leerafdelingen. Betrokkenen ervaren de bijeenkomsten als waardevol en vooral leerzaam Krachtenbundeling ROCvA ROCF, evaluatie 78

79 2011 is de Krachtenbundeling met ROC Flevoland door bestuur en management geëvalueerd. Van de 10 specifieke doelen zijn gehaald: - de reductie van het aantal schoolverlaters met 5%, - de invoering van het beroepsgerichte onderwijs over de gehele linie, - het bundelen van initiatieven op het gebied van huisvesting, - de start van opleiding Luchtvaartdienstverlening bij het vliegveld Lelystad. Begin mei 2011 is door de samenwerkende partners besloten het project voor het opzetten van de Roy Heiner Academie te stoppen. Reden daarvoor is dat het hbo Windesheim niet de licentie voor de opleiding Werktuigbouwkunde heeft verkregen, waardoor de basis voor de opleiding op hbo niveau wegviel. Het concept en de producten worden nu beheerd door de drie partijen, die ook de stichting RHA-center actief houden. Het Bestuur verwacht niet meer het huidige concept te starten. Er wordt bezien of onderdelen gekoppeld aan reguliere opleidingen te realiseren zijn, bijvoorbeeld als een minor. Daarnaast werken ROCF en Windesheim met werkgevers aan composietenopleidingen. Een deel van de subsidie kan wellicht hiervoor worden bestemd. De partijen hebben de kosten financieel met elkaar verrekend. De afhandeling met provincie en gemeente moest eind 2011nog plaatsvinden. Andere belangrijke winstpunten vanuit de krachtenbundeling zijn het hanteren van een gezamenlijke beleidscyclus vanuit dezelfde strategische doelen, aansturing van beide organisaties vanuit één punt, het Bestuur, en managing door één managementteam, in colleges en domeinen, op basis van dezelfde sturingsprincipes met betrekking tot onderwijsuitvoering, bedrijfsvoering en onderwijsontwikkeling. De ondersteunende diensten zijn ineen gevoegd om een optimale efficiëntie in ondersteuning van het onderwijsproces te bereiken. Hierbij bestonden in 2011 nog verschillen in de mate van integratie. Bestuur en management constateren bij de evaluatie dat de krachtenbundeling een zinvolle stap is om voor studenten en professionals in de Noordvleugel van de Randstad beroepsonderwijs te bieden en te ontwikkelen waar zij bij willen horen. Ten aanzien van de sturing op het aanbod en de uitvoeringslocaties, en op het gedrag van professionals en leidinggevenden, zijn er nog essentiële stappen vooruit nodig om de gunstige voorwaarden wat betreft huisvesting en onderwijsontwikkeling optimaal te benutten. Voor studenten geldt dat zij onderwijs kunnen volgen in groepen studenten waar zij bij willen horen. Sturing daarop is mogelijk door aantrekkelijke gebouwen te realiseren met topconcepten en kansen op emancipatieroutes, waaronder doorgaande routes naar het hbo. Dit betekent dat ieder gebouw een samenhangend portfolio van opleidingen moet hebben met ten minste één groeier. Bij de aantrekkelijkheid van gebouwen wordt rekening gehouden met het onderscheid tussen verschillende soorten opleidingen en opleidingsniveaus. Iedere soort opleiding heeft zijn eigen sfeer, zijn eigen biotoop, creëert zijn eigen gevoel van er bij horen. Verdere sturing is mogelijk op de professionaliteit van medewerkers. Afgestapt moet worden van het idee dat docenten van alle markten thuis moeten zijn. Iedere soort opleiding vraagt een eigen professionaliteit. Verder werden bij de evaluatie de volgende constateringen gedaan: - De oorspronkelijke doelen van de krachtenbundeling waren gericht op onderwijskundige samenwerking, niet primair op de synergie van de diensten, terwijl daar tot nu toe de grootste vorderingen zijn geboekt. 79

80 - Schaalvergroting in de ondersteunende processen wordt, gezien de externe ontwikkelingen, beschouwd als een voorwaarde voor het levensvatbaar houden van de organisatie. - Het heeft de voorkeur het ingezette proces van geleidelijke integratie zo onmerkbaar mogelijk te laten verlopen. Specifieke communicatie over vorderingen of successen is niet nodig. - Het beoogde organisatiemodel is in 2011 voor Flevoland nog niet volledig doorgevoerd. In 2012 wordt er verder aan gewerkt om dit te realiseren. - De krachtenbundeling is toe aan een tweede fase, waarin nieuwe doelen zouden moeten worden benoemd Onderwijs arbeidsmarkt (PAO) In Amsterdam bestaat geïnstitutionaliseerd overleg tussen vertegenwoordigers uit het onderwijs, bedrijven, overheid en instellingen in het Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs, het PAO. In het PAO werken vertegenwoordigers van VNO-NCW, MKB-Amsterdam, Kamer van Koophandel samen met de gemeente en met de vertegenwoordigers van het onderwijs, (mbo, vo, hbo en universitair onderwijs), ten behoeve van de Amsterdamse arbeidsmarkt. Bij de samenwerking arbeidsmarkt onderwijs gaat het om het creëren van voorwaarden en voorzieningen en verbinding van de betrokken partijen, de overheid, het bedrijfsleven en de regionale, nationale en internationale kennisinstellingen. Een voorbeeld van het creëren van voorzieningen is de samenwerking ten behoeve van de uitvoering van het Regionaal plan onderwijs (RPO) en mogelijke deelname aan op te richten centra voor innovatief vakmanschap Voorwaarden zijn het creëren van een infrastructuur met als belangrijk onderdeel het aanleren van competenties en vaardigheden die horen bij werk, stage en ondernemerschap. De gemeente Amsterdam heeft in november 2011 in de gezamenlijke Arbeidsmarktbrief van de wethouders van Economische zaken en Werk en Inkomen, haar arbeidsmarktbeleid en aanpak toegelicht. De hoofddoelstelling van het beleid is het verkleinen van de mismatch tussen vraag en aanbod. In de uitwerking betekent dit het bepalen en prioriteren van kansrijke sectoren. Sectoren waar de stad veel geld mee verdient of die in de toekomst economische groei garanderen, sectoren met een grote vraag naar werknemers en sectoren die van maatschappelijk belang zijn (denk aan en zorg en onderwijs). De vastgestelde sectoren zijn onderverdeeld in de prioritaire sectoren van het in 2011 opgerichte Werkgeversservicepunt, de gezamenlijke arbeidsmarktagenda van Amsterdam, en de clusters van het Amsterdam Economic Board. Het PAO zal een verbindende rol spelen tussen het Amsterdam Economic Board en het Werkgeversservicepunt. 11 Daarnaast wordt er gewerkt aan human capital agenda s gericht op de vraag van de huidige en de toekomstige arbeidsmarkt in deze sectoren. Voor ROCvA betekent dit zowel effectieve samenwerking tussen arbeidsmarkt en onderwijs, als samenwerking in de beroepskolom ten behoeve van vraaggericht opleiden en heldere positionering en profilering van het opleidingenaanbod ROC van Amsterdam is nu via haar opleidingenaanbod in de domeinen en al bestaande samenwerkingsverbanden met bedrijven in principe aangehaakt bij de vastgestelde sectoren van het Werkgeversservicepunt en de Amsterdamse arbeidsmarktagenda. 11 Het Werkgeversservicepunt betreft een samenwerking tussen de Dienst Werk en Inkomen, UWV WERKbedrijf en Pantar. 80

81 De wenselijkheid van een bredere aansluiting met de MRA clusters zal in 2012 verder worden onderzocht. Op dit moment zijn er al voorbeelden van deze aansluiting zoals de uitvoering van het masterplan techniek. Hier werkt het domein Techniek & Technologie samen in de beroepskolom (vmbo-mbo-hbo) en met bedrijven waarbij ook de verbinding met de bètatechniek is gelegd. Deze samenwerking wordt niet alleen door het ministerie maar ook in de stad als het voorbeeld gezien van vraaggericht opleiden. Ook de samenwerking mbo-hbo met de relevante partners in de sectoren, hospitality, transport en logistiek en creatieve industrie, waarbij ook associate degree opleidingen zijn ontwikkeld of worden ontwikkeld zijn een voorbeeld met van aansluiting met de MRA clusters De Crossmedia Academie, een voorbeeld van samenwerking onderwijs en bedrijfsleven. Het domein Media & Vormgeving is in 2011 samen met het ROC van Twente en een aantal productiebedrijven in Hilversum de Crossmedia Academie gestart ondersteund door een gesubsidieerd, driejarig, innovatietraject. Het traject heeft drie hoofddoelen, te weten: 1. De betrokken bedrijven en onderwijsinstellingen werken in een co-creatie samen aan een actueel opleidingsaanbod en opleidingsinhoud. 2. Het ontwikkelen van een pedagogisch-didactisch model waarmee docenten en praktijkopleiders studenten adequaat kunnen begeleiden in hun leer- en ontwikkelproces. 3. Professionaliseren van docenten en praktijkopleiders voor de Crossmedia Academie. 81

82 14. Marktpositie en marktontwikkelingen Marktaandeel per 1 okt In juli 2011 is er voor ROC van Amsterdam een nieuwe marktaandelenrapportage verschenen. Hierin worden de studentenaantallen van ROCvA per domein, per leerweg en per niveau vergeleken met concurrerende ROC s in het wervingsgebied van ROCvA. Het gaat hierbij om ROC Midden Nederland, ROC ASA, Deltion College, Nova College, Horizon College, ROC Leiden, Regio College en ROC Kop van Noord-Holland. Wanneer er gesproken wordt over de totale markt, dan wordt bedoeld de som van het aantal studenten van het ROC. De resultaten zijn gebaseerd op gegevens van DUO CFI. De marktaandelen geven een goed inzicht in waar we staan ten opzichte van onze concurrenten. De basis hiervoor is de 1 oktobertelling 2011, deze wordt vergeleken met de bekostigingstelling van het voorgaande schooljaar. Tabel absolute aantallen, groei en marktaandelen in %, 2010/2011 t.o.v. 2009/2010 Groei MA (%) MA (%) ROC 2009/ /2011 abs. % 2009/ /2011 ROCvA % 19,3% 19,4% ROC Mid-Ned % 14,6% 14,1% ROC ASA % 13,9% 13,9% Deltion College % 10,0% 9,9% Nova College % 9,2% 9,5% Horizon College % 8,8% 8,9% Landstede % 7,3% 7,3% ROC Leiden % 6,1% 6,0% ROC Flevoland % 4,5% 4,7% Regio College % 4,3% 4,0% Kop van NH % 2,0% 2,2% Totaal % 100% 100% Bron: bestand DUO-CFI, mei /2011 is referentietelling. 2009/2010 is bekostigingstellng. Uit de rapportage komt het volgende beeld naar voren: Op totaalniveau: In 2010/2011 is ROCvA opnieuw marktleider met een marktaandeel van 19,4%, gevolgd door ROC Midden Nederland en ROC ASA. ROCvA laat een (kleine) stijging in marktaandeel zien. Per leerweg: Bij de BOL heeft ROCvA het grootste marktaandeel. Wel is een daling in marktaandeel te zien ten opzichte van Het Nova College laat de grootste groei in marktaandeel zien bij de BOL-leerweg. ROC Midden Nederland heeft bij de BBL-leerweg het grootste marktaandeel, maar laat een daling zien. ROC ASA laat de grootste groei in marktaandeel zien bij de BBL-leerweg. Per niveau: ROCvA heeft in bij alle niveaus het grootste marktaandeel. Op niveau 1 en niveau 3 is een daling in marktaandeel te zien. Op niveau 2 en niveau 4 een stijging. 82

83 Per domein: ROCvA heeft bij alle domeinen het grootste marktaandeel, behalve bij de domeinen Media & Vormgeving (Deltion College), Mobiliteit & Logistiek (ROC Midden Nederland), Techniek & Technologie (ROC Midden Nederland). ROCvA laat een daling in marktaandeel zien bij de domeinen Horeca, Bakkerij & Facilitair, ICT, Kunst & Cultuur, Luchthaven, Toerisme & Recreatie en Zorg & Welzijn. 83

84 15. Bedrijfsvoering 15.1 Huisvesting In het jaar 2011 lag de focus bij ROC van Amsterdam vooral bij de nieuwbouwactiviteiten. Grote verbouwingen waren er in 2011 niet. Op vier locaties werd gewerkt aan nieuwbouwprojecten, in Amstelveen, in Amsterdam aan de Laan van Spartaan, in Amsterdam Noord, en aan de Zuidas. Het project in Amstelveen is in september in gebruik genomen voor het onderwijs. De projecten aan de Zuidas, in Noord en in West worden in het voorjaar en de zomer van 2012 opgeleverd. Het financiële meerjarenkader heeft ook in 2011 veel structuur bij de uitvoering van de projecten gegeven. De kosten bleven in 2011 binnen de gestelde norm van maximaal 9% van de lump sum voor huisvesting. Alle Amsterdamse nieuwbouwprojecten bleven in 2011 binnen de gestelde financiële kaders. Als gevolg van de terugloop bij Educatie & Inburgering en als gevolg van nieuwe bezuinigingen werd bij Educatie & Inburgering circa m 2 bvo afgestoten. In 2011 bedroeg het tarief 90 per m 2 bruto vloeroppervlak (bvo). Overgang van projectorganisatie naar beheerorganisatie. Het Facilitair Bedrijf heeft zich, nu de afronding van de grote nieuwbouwprojecten in zicht komt, beraden op zijn rol daarna. Er is een begin gemaakt om het Facilitair Bedrijf van een projectorganisatie om te vormen naar een meer beheergerichte organisatie. College Zuid (Kop Zuidas) Het nieuwe gebouw zal Flow Amsterdam gaan heten vanwege het accent op dynamiek en multifunctionaliteit. In de toekomst zullen er zowel mbo als vmbo opleidingen worden gehuisvest. In de ruimtes op de begane grond, de plint, worden onderwijsaanvullende functies gevestigd. De 2 de fase van het project, het vmbo-horeca-gebouw, start direct na de ingebruikname van de 1 ste fase in september De bouwfase is gepland voor , Een opvallend onderdeel van het gebouw is de sporthal met een werkelijk olympische grandeur, mede dankzij een forse subsidie van de gemeente Amsterdam. Er is een nieuw MBO-College opgericht College Zuid, dat dit mbo-gebouw en het Jan des Bouvrie College in de Ruysdaelstraat zal omvatten. In maart 2012 is de oplevering, vanaf mei tot september 2012 vindt de inhuizing plaats. College West (Laan van Spartaan) De bouwplanning komt uit op medio De ingebruikname zal zijn in het najaar van Veel huidige huurpanden kunnen dan verlaten worden. Voor de middenkavel is de nieuwbouw voor het vmbo-college Westburg afgeblazen. Het Westburg College komt niet voor in het Regionaal Plan Onderwijshuisvesting (RPO). De financiële gevolgen zijn door de projectontwikkelaar VOF De Stadstuinen in eerste instantie bij ROCvA neergelegd, maar zullen door het Bestuur worden voorgelegd aan de gemeente Amsterdam. De al bij ROCvA ingediende claim van VOF De Stadstuinen als gevolg van het niet-doorgaan van het mbo-deel van de Laan van Spartaan / Middenkavel zal wel ten laste komen van ROCvA. Vanaf maart 2011 maken 67 studenten van ROCvA gebruik van studentenwoningen in woongebouw De Tribune langs de A10, tegenover de Laan van Spartaan. Hiervoor werd met woningbouwvereniging Ymere een samenwerkingsovereenkomst gesloten. College Amstelland (Amstelveen) De nieuwbouw voor Amstelveen werd op 29 juli 2011 opgeleverd. Het integrale draadloze onderwijsnetwerk is een succes gebleken. Overal in het gebouw kan nu geleerd en 84

85 gecommuniceerd worden met behulp van social media. De nieuwbouw heeft al geleid tot een behoorlijke toename van het aantal studenten. College Noord en Bredero Mavo (Amsterdam Noord) De bouw van mbo-college Noord en Bredero College Mavo (vmbo-t) is in 2011 vrijwel afgerond. Eind februari 2012 is de oplevering, vanaf mei tot september de inhuizing. In september 2012 wordt het gebouw in gebruik genomen. Het gebouw bevat m 2 schoolruimte en een expertisecentrum voor de bouw, het Bouwlab. Daarnaast wordt in de plint circa m 2 bvo in gebruik genomen voor onderwijsaanvullende functies. Hyperion Lyceum In september 2011 is de nieuwe vwo-gymnasiumschool met bètaprofiel, Hyperion, van start gegaan op de locatie Buiksloterweg bij de havo afdeling. Voor zelfstandige huisvesting wordt vooralsnog tijdelijke bouw gerealiseerd op het terrein naast het Shell-Grootlab op Overhoeks in Amsterdam Noord. Permanente bouw staat in het RPO gepland vanaf Mutaties bestaande huisvesting: In 2011 i s de verkoop van het pand aan de Korte Ouderkerkerdijk afgerond. Eind 2012 wordt het pand overgedragen aan de gemeente Amsterdam. Eveneens verkocht zijn in 2011 de panden aan de Savornin Lohmanlaan in Amstelveen en aan de Nassaukade in Amsterdam. De verkoop van de twee panden aan de Voormalige Stadstimmertuin wordt in het voorjaar van 2012 opnieuw opgestart. Daarna start de verkoop van het pand aan de Zocherstraat. De verkoop van het pand aan de Van Ostadestraat Amsterdam is in 2011 gestart. Afronding wordt verwacht rond medio ICT De algemene doelen voor ICT, waren in 2011 gericht op het realiseren van een gemeenschappelijke ICT basisvoorziening en verdere integratie van de ICT middelen. In 2011 is de centrale dienst ICT tot 1 september aangestuurd door een interim directeur. Per 1 september is er een nieuwe directeur aangesteld. De kosten voor automatisering waren voor 2011 bevroren op het niveau van Het project om te komen tot een nieuwe portal zoals dat in 2010 was geformuleerd is in 2011 tijdelijk op een laag pitje gezet. Eerst moet de onderliggende infrastructuur op een hoger plan getild worden om de implementatie van een nieuwe portal mogelijk te maken. Voor 2011 zijn voor ICT zes tracks geformuleerd om tot een stabielere en moderne ICT omgeving te komen. Deze zijn: - Stabiliteit van de diensten: meer processturing, minder projecten. De start van het schooljaar 2011/2012 is mede door beperking van het aantal grotere zomerprojecten, zonder grote incidenten verlopen, - Vernieuwing in 2011 van het managementteam van de dienst ICT. Dit is in 2011 gerealiseerd - Integratie van de IT infrastructuur: Vernieuwing van de infrastructuur door middel van het project SIROC (Standaardisatie Infrastructuur ROC). Het realiseren van één transparante en vereenvoudigde integrale Windows infrastructuur ICT voor ROC van Amsterdam, ROC Flevoland en de stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA). - Inrichting van de IT functie en de IT processen. Changemanagement naar één dienst ICT, afstoten van centraal functioneel beheer (terug naar het primaire proces). - Vereenvoudiging van het IT-landschap: vereenvoudiging van de architectuur (onderdeel SIROC), minder applicaties, open werkplek, één onderwijslogistiek systeem 85

86 - Optimale sourcing: uitbesteding mailvoorziening, insourcing servicedesk, opleidingsplan voor het eigen personeel. Project SIROC. Het doel van het project SIROC kan het best worden omschreven als het komen tot een omgeving waarin ICT-functionaliteit meer wordt ervaren als de levering van gas, licht en water. Begin 2011 is besloten tot het voorrang geven aan ontwikkeling van deze nieuwe infrastructuur in plaats van investeren in de bestaande, mede in verband met de fundamentele instabiliteit van de bestaande infrastructuur. In september zijn de doelen van SIROC aangescherpt en is de bemensing van het project waar mogelijk door eigen mensen ingevuld, overeenkomstig het ingezette beleid om langdurig ingezette externen te vervangen door intern personeel. Tot en met december 2011 zijn alle gestelde doelen van het project binnen het budget behaald. In 2012 wordt de uitrol over alle colleges en centrale diensten uitgevoerd. Een andere track voor 2011 was een verbeterde besturing van de dienst ICT. Een belangrijke stap was het vormen van een kleiner managementteam van 3 managers onder leiding van een nieuwe directeur. Het managementteam is in 2011 verantwoordelijk geworden voor de aansturing van de ICT van de drie afzonderlijke instellingen, ROCvA, ROCF en de stichting VOvA. De planvorming om de drie afzonderlijke diensten verder te integreren tot één nieuwe dienst ICT op één fysieke locatie is in 2011 gestart. De besturing op ROC niveau is verder geprofessionaliseerd door de vorming van een Information Board ten behoeve van het informatiemanagement en een coördinerend overleg ICT ten behoeve van de operationele uitvoering van ICT. De betrokkenheid van de directies van de colleges is daardoor toegenomen. Wat nog ontbreekt zijn personeelsleden in de colleges op het snijvlak van ICT, onderwijs en bedrijfsvoering. Samen met de dienst Onderwijsinformatie zal daarover in overleg met de Colleges in 2012 verdere invulling aan worden gegeven. In 2011 is de afsplitsing gerealiseerd van het deel van ICT, dat verantwoordelijk is voor het functioneel beheer van de onderwijslogistieke systemen. Deze taken en betrokken personeelsleden zijn overgeheveld naar de nieuwe dienst Onderwijsinformatie. De diensten ICT en Onderwijsinformatie hebben in 2011 gezamenlijk een aanbesteding voorbereid om te komen tot één systeem voor aanwezigheidsregistratie, inschrijfadministratie en cijfer- en voortgangsregistratie van studenten. De bedoeling is dat dit systeem in 2012 wordt ingevoerd in ROC Flevoland en daarna bij alle andere onderdelen van de organisaties. Het tweede kwartaal van 2011 heeft de dienst ICT zich gericht op maximale aandacht voor het waarborgen van een ongestoorde start van het nieuwe schooljaar, na drie voorgaande verstoorde jaren bij het ROC van Amsterdam. Die intentie is ook volledig waargemaakt. Het schooljaar is zonder noemenswaardige verstoring van de systemen gestart. In 2011 is de inzet van externe krachten drastisch verminderd waardoor de dienst ICT overeenkomstig de prognose, financieel binnen de begroting van 2011 is gebleven. Voor 2012 is de begroting van ICT fors gereduceerd door nog verder te bezuinigen op externe inzet. De uitdaging voor 2012 is om voldoende gekwalificeerde personeelsleden aan te trekken en het zittende personeel intensief te scholen om de nieuwe omgeving van SIROC zelf te kunnen beheren. Voor de komende jaren zal geanticipeerd moeten worden op de mogelijkheden en de gevolgen van cloudcomputing en daarmee samenhangend het concept BYOD (Bring Your Own Device). Voor 2012 worden de eerste stappen gezet voor BYOD op het gebied van 86

87 smartphones. In 2013 zullen twee projecten domineren: een nieuwe portal met sharepoint, inclusief de functionaliteit voor een leeromgeving en de implementatie van een nieuw telefonie/communicatiesysteem (LYNC) Onderwijsinformatie, dienst Onderwijsinformatie (i.o.) Het Bestuur heeft in 2011 besloten tot de vorming van een centrale dienst Onderwijsinformatie die zal functioneren voor ROC van Amsterdam en voor ROC Flevoland. Het besluit is genomen na onderzoek naar de mogelijkheden van kwaliteitsverbetering en van personele reductie bij de studentenadministratie. Uit dit onderzoek kwam het advies voort tot herinrichting van de studentenadministratie met de volgende twee uitgangspunten: - aansturing binnen één zelfstandige organisatie, los van colleges, om slagvaardigheid en kwaliteit te borgen. - de taken van de studentenadministraties worden uitsluitend daar belegd, zodat dubbelingen uitgesloten worden. De algemene doelstelling voor de dienst is het aansluiten van de registratieprocessen over de studenten op de informatievoorziening over de student ten behoeve van zowel de interne als de externe verantwoording. Dit houdt twee processen in: - de registratie van alle gegevens van de student in opleiding. (onderdeel Studentenzaken) - de informatievoorziening over de student in opleiding. (onderdeel Informatievoorziening) De realisatie van de inrichting van de dienst vindt plaats door middel van twee deeltrajecten: - De vorming van een organisatieonderdeel Studentenzaken door herstructurering van de huidige studentenadministratie. - De inrichting van een organisatieonderdeel Informatievoorziening. Informatievoorziening De afdeling Informatievoorziening is verantwoordelijk voor het informatiemanagement en het functioneel beheer van de ROC-brede onderwijsbedrijfsvoeringsapplicaties Informatiemanagement is het proces dat richting geeft aan het opstellen van het informatiebeleid van het ROC ten aanzien van de onderwijsbedrijfsvoering. (strategisch niveau). Functioneel beheer is het realiseren van dit informatiebeleid door het besturen en eventueel bijsturen van de informatievoorziening (tactisch en operationeel niveau). De onderwijsbedrijfsvoeringsapplicaties ten slotte zijn de applicaties ter ondersteuning van de onderwijslogistiek. De afronding van dit proces is gepland in januari 2012 en zal, na een transitieperiode, effectief zijn geïmplementeerd in april Studentenzaken. Het doel van de afdeling Studentenzaken is: - Verbeteren van de kwaliteit van de registratie. - Verhogen van de kwaliteit van de MBO-registratie tegen lagere kosten. - Realiseren van schaalvoordelen en efficiencyvoordelen door verdere uniformering van de processen. - Verbeteren van de onderlinge afstemming door het gelijk trekken van de functionele en de hiërarchische aansturing. De kenmerken van de herinrichting van de studentenadministratie zijn: - Een vast takenpakket voor de afdeling Studentenzaken. - Er wordt gewerkt met gestandaardiseerde processen. 87

88 - Uitvoering van de taken van de afdeling Studentenzaken door ca. 15 kleine uitvoerende teams, op locatie, dicht bij de onderwijsteams. Ieder team heeft één, meewerkend, teamleider en twee allround medewerkers, totaal ca. 3 fte. - Centrale aansturing van deze bureau s Studentenzaken door een tweetal hoofden, dat wil zeggen ongeveer bekostigde dossiers per Bureau Studentenzaken. - Selectie van medewerkers voor de nieuw op te richten afdeling Studentenzaken. Er is vanaf , een pilot uitgevoerd bij het MBO College Zuidoost. In de periode oktober 2011 tot en met 15 februari 2012 wordt er een sollicitatieprocedure uitgevoerd om de nieuwe, en de hoger gewaardeerde functies, in te vullen. Medewerkers die niet herplaatst kunnen worden in de nieuwe functies worden onder begeleiding gebracht van het mobiliteitsbureau. In oktober 2011 is op alle Colleges voorlichting gegeven aan de direct betrokken medewerkers over de herinrichting en de sollicitatieprocedure. Vanaf de zomer van 2012 zal het nieuwe bureau Studentenzaken operationeel zijn bij ROC van Amsterdam. Daarna zal ook de studentenadministratie van ROC Flevoland aansluiten op het zelfde informatiesysteem en op deze werkwijze. 88

89 16. Bijlagen 16.1 Samenstelling van het Bestuur 2011 De heer drs. Edo C. M. de Jaeger (1958) Voorzitter College van Bestuur ROC van Amsterdam en Voorzitter Raad van Bestuur Koepelstichting ROC van Amsterdam-ROC Flevoland De heer De Jaeger is als voorzitter Raad van Bestuur verantwoordelijk voor algemeen bestuurlijke zaken, integrale strategische positionering en beleid en PR, Communicatie & Marketing. Maatschappelijke functies: Bestuurslid van Stichting Schiphol College Lid van Bestuur van Stichting Branchepromotie Beroepsonderwijs Nederland Lid Algemeen Bestuur Kenniskring Amsterdam Voorzitter bestuur Samenwerkingsverband ROC4NL.EU Lid Raad van Advies van Topsport Amsterdam Politie Onderwijs Raad (lid m.i.v. 1 april 2011) Ambassadeur Olympisch Stadion Adjudant van HM de Koningin in buitengewone dienst, honorair lid van de hofhouding HM de Koningin Reserveofficier (luitenant-kolonel) Garderigement Jagers De heer Ronald C.A. Wilcke (1953) Vicevoorzitter Raad van Bestuur Koepelstichting ROC van Amsterdam-ROC Flevoland en voorzitter College van Bestuur ROC Flevoland Portefeuillehouder integraal strategisch onderwijs- en HRM-beleid, Maatschappelijke functies: Voorzitter bestuur Stichting Sportservice Flevoland en Olympisch Netwerk Lid Raad van Toezicht en voorzitter commissie onderwijs onderzoek en contractactiviteiten Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Lid redactieraad Meso-magazine Lid Kerngroep onderwijs & arbeidsmarkt Economic Development Board Almere (m.i.v. maart 2011) Lid Amsterdam Logistic Board (m.i.v. mei 2011) Voorzitter Bedrijfstakgroep motorvoertuigen- en carrosserie- en tweewielertechniek van de MBO-raad (m.i.v. juni 2011) Voorzitter bestuur Stichting Mobiliteitsleren (m.i.v. juni 2011) Lid Bestuur Innovam (Bevam) (m.i.v. juni 2011) Voorzitter Benoemingsadviescommissie MBO Raad (m.i.v. juni 2011) Bestuurlid MBO Raad (tot mei 2011) Lid bestuur Room4U (tot 1 mei 2011) Lid adviesraad Nederlandse School voor Onderwijsmanagement (tot augustus 2011) Lid dagelijks bestuur Technocentrum Flevoland (tot augustus 2011) Voorzitter Roy Heiner Academy Center (tot augustus 2011) Lid stuurgroep Kleurrijk Almere (tot augustus 2011) 89

90 Portefeuillehouders De heer Ricardo J.W. Winter (1951) Lid Raad van Bestuur Koepelstichting ROC van Amsterdam-ROC Flevoland, portefeuille voortgezet onderwijs en gedelegeerd bestuurder Stichting Voorgezet Onderwijs van Amsterdam (sinds 1 juni 2011) Maatschappelijke functies: Bestuurslid van het Cultureel Educatief Centrum Zuidoost (CEC), Lid bestuur JINC Amsterdam, Lid Bestuur Stichting Innovatieve TeamStages, Lid Raad van Toezicht van Circus Elleboog, Lid Raad van Toezicht Jongerenencultuurfonds, Voorzitter BTG HTVF (bedrijfstakgroep Horeca, Toerisme & Recreatie, Voeding en Facilitaire Dienstverlening van de MBO Raad) Lid Bestuur Kenwerk Als bestuurslid van het OSVO is hij behalve penningmeester ook verantwoordelijk voor de portefeuille arbeidsmarkt en personeelsbeleid. Lid Raad van Toezicht van The Dutch Alliance (tot 1 juli 2011), Lid Raad van Advies NIHA, (tot 1 augustus 2011) Benoemingscommissie BTG en Paritaire commissie MBO Raad (tot 1 mei 2011) De heer Gerrit Vreugdenhil (1955) Lid Raad van Bestuur Koepelstichting ROC van Amsterdam-ROC Flevoland, Portefeuillehouder Bedrijfsvoering Maatschappelijke functies: Voorzitter van de Raad van Toezicht van Amaris Zorggroep in het Gooi, Vechtstreek en Eemland, stichting voor zorg, wonen en welzijn met 10 zorginstellingen, Lid Raad van Toezicht Stichting Prisma (stichting voor christelijk basisonderwijs te Almere), Bestuurslid Stichting Ecabo (landelijk kenniscentrum voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven voor de economische, administratieve, ICT en veiligheidsberoepen), Voorzitter BTG ESB &I (bedrijfstakgroep voor economische en administratieve beroepen, sociaaljuridische dienstverlening, beveiliging en ICT van de MBO Raad), Penningmeester van een klein pensioenfonds. 90

91 16.2 Samenstelling Raad van Toezicht 2011 Mevrouw mr. G.H. Faber Voorzitter Raad van Toezicht en lid Remuneratiecommissie Maatschappelijke functies: Burgemeester gemeente Zaanstad Voorzitter Bestuur Nederlandse Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) Voorzitter Adviescommissie Ruimtelijke Ordening Provincie Noord-Holland Waarnemend voorzitter Raad van Toezicht RECRON tot 1 juni Mevrouw drs. J.C.H.G. Arts Vicevoorzitter Raad van Toezicht en voorzitter Remuneratiecommissie Maatschappelijke functies: Lid Raad van Bestuur Stichting Flevoziekenhuis (vanaf maart 2012) Lid Raad van Bestuur van Stichting Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) (tot juli 2011) Bestuurslid Teaching Hospital OLVG (tot juli 2011) Bestuurslid St. HIV Monitoring (tot juli 2011) Lid Raad van Toezicht NOS Auditor Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ) Lid Raad van Advies SEO Economisch Onderzoek Mevrouw drs. G.T.C. Bonhof-van der Waals Lid Raad van Toezicht en de Onderwijscommissie Maatschappelijke functies: Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Utrecht Vicevoorzitter HBO-Raad, Lid van de Raad van Toezicht Platform Bèta Techniek Lid van de stuurgroep Science Park Utrecht Lid DB en vicevoorzitter Programmaraad Task Force Innovatie regio Utrecht Lid van het bestuur Stichting FC4YOU Lid van de Board van de Stichting Kofi Annan Business Schools Lid van de Adviesraad Nederlands Instituut Hoger Onderwijs in Ankara (NIHA) Deputy member Appeals Committee from the European Quality Assurance Register for Higher Education (EQAR) Lid van het comité van aanbeveling Stichting Vrienden van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. 91

92 De heer ir. F.P. Bijdendijk Lid Raad van Toezicht en Auditcommissie Maatschappelijke functies: Lid bestuur Woningcorporatie Stadgenoot (tot oktober 2011)en vervulde van daaruit diverse commissariaten; Lid van de Raad van Commissarissen Gerrichhausen & Partners BV in Dordrecht Lid van de Raad van Commissarissen Woningstichting Openbaar Belang te Zwolle sinds 1 januari 2005 Voorzitter Bestuur Stichting Nationale Renovatie Platform (NRP) te Rotterdam sinds 1 juli 2009 Lid Raad van Toezicht Stichting Cordaan te Amsterdam sinds 1 oktober 2011 Voorzitter bestuur Voedselbank Amsterdam te Amsterdam sinds 1 november 2011 De heer F.I.M. Houterman Lid Raad van Toezicht Maatschappelijke functies: Lid Raad van Toezicht BNN Omroep, Lid Raad van Toezicht CNV Publieke Zaak, President Commissaris Koninklijk Theater Carré (tot mei 2011) Commissariaten bij: Rabobank Amsterdam Holland Casino Amsterdam RAI Hampshire Eden Hotel Group Tahal/GTC (Kardan Group) De heer drs. F.K.V. Lamp Lid Raad van Toezicht en Auditcommissie Maatschappelijke functies: CFRO en lid Raad van Bestuur van SNS REAAL N.V. Lid Raad van Toezicht Radio Nederland Wereldomroep Lid van Bestuur Duisenberg School of Finance De heer drs. R.C.Th. Ootjers Lid Raad van Toezicht en Onderwijscommissie Maatschappelijke functies: Lid regiocomité Vrije Universiteit Lid ledenraad Vrije Universiteit-Windesheim Lid Algemeen Bestuur CDA NH (tot 18 april 2011) Fractievoorzitter CDA Staten van Noord Holland (sinds 18 april 2011) Voorzitter Stichting Oude Hollandse Kerken (sinds 15 juni 2011) 92

93 16.3 Rooster van aftreden RvT 2011 Naam Benoemd 1 e herbenoeming Aftreden en niet herbenoembaar Mw. drs. G.T.C. Bonhof (*) 2 juli juli december 2011 Dhr. drs. F.I.M. Houterman 1 januari januari december 2014 Dhr. ir. F.P. Bijdendijk 1 juli juli juni 2016 Mw. mr. G.H. Faber 1 januari januari december 2017 Dhr. drs. F.K.V. Lamp 1 mei mei april 2018 Mw. drs. J.C.H.G. Arts 1 januari januari december 2018 Dhr. drs. R.C.Th. Ootjers 1 januari januari december 2018 (*) De benoeming van mevrouw G.T.C. Bonhof was verlengd tot eind 2011 i.p.v. juli 2010 i.v.m. behoud van kennis voor de onderwijscommissie, daar de vacature lid RvT met als aandachtsgebied Onderwijs nog vacant was. Deze vacature is ontstaan door vertrek van de heer J.B. Saris eind Deze vacature is per 1 maart 2012 vervuld. Een lid Raad van Toezicht treedt volgens rooster, doch uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af en is eenmaal herbenoembaar. 93

94 16.4 Verklarende begrippen en afkortingen Afkorting / Begrip Definitie AD / Associate Degree APCG BAC BBL BHV BOL BPV BTG BVO BYO Associate Degree. Een Associate Degree is een formele graad in het hoger beroepsonderwijs. Na het succesvol voltooien deze een tweejarige opleiding kan een student na twee jaar een hbo bachelor halen. Armoedeprobleemcumulatiegebied of Probleemcumulatiegebied. Op postcode onderscheiden gebied waarin op drie criteria een drempelwaarde wordt overschreden, namelijk: - het aantal inwoners met een laag inkomen (> 15%), - het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt (> 13%) - het aantal inwoners dat een niet westerse afkomst heeft (> 7%) Scholen met studenten uit deze regio s ontvangen extra middelen om achterstanden te bestrijden. Bedrijfsadviescommissie Beroepsbegeleidende leerweg Bedrijfshulpverlening Beroepsopleidende leerweg Beroepspraktijkvorming Bedrijfstakgroep Bruto vloeroppervlak Bring Your own device. Ontwikkeling waarbij de werknemers en studenten gebruik maken van hun eigen ICT apparatuur bij het werk of de studie. Cultureel Educatief Centrum Zuidoost Centraal Ontwikkelde Examens CEC CEO College4Business (C4B) Topconcept binnen ROC Flevoland waarin de initiatieven tot opleiden in ondernemerschap worden gebundeld. CvB College van Bestuur Diplomaresultaat Het diplomaresultaat is het aantal gediplomeerde instellingsverlaters als percentage van alle instellingsverlaters. In welk jaar het diploma is behaald is niet belangrijk. DMO DWI E&I EVC FTE G4 HRM HvA Information Board Jaarresultaat JOB JOB Monitor Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Dienst van de gemeente Amsterdam. Dienst Werk en Inkomen. Dienst van de gemeente Amsterdam. Educatie en Inburgering. Organisatorische eenheid van het ROC van Amsterdam. Erkenning Verworven Competenties Full Time Equivalent. Rekeneenheid waarmee de omvang van een functie of de personeelssterkte wordt uitgedrukt. De vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Human Resource Management. Centrale Dienst van ROCvA en ROCF. Hogeschool van Amsterdam Het Information Board initieert, coördineert en creëert de ICT opdrachten uit ROC van Amsterdam en ROC Flevoland. Belangrijk doel is om meer structuur aan te brengen in de ICT eisen en wensen. Het jaarresultaat is het aantal gediplomeerden in het jaar als percentage van hetzelfde aantal gediplomeerden plus de ongediplomeerde instellingsverlaters in hetzelfde jaar. Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs Tweejaarlijks onderzoek naar de tevredenheid van studenten in het 94

95 Afkorting / Begrip Krachtenbundeling Liquiditeit LWOO MD Traject MHBO MKB OR OSVO PAO PDCA PP Rentabiliteit RPO RvB RvT SIROC SMO Solvabiliteit SP TOA VAVO VMBO VOvA VSV WTF ZZO Definitie MBO. Voor 2010 bekend onder de naam Odin. Ook wel JOB-Odin onderzoek genoemd. Naam van de samenwerking tussen ROC van Amsterdam en ROC Flevoland. De liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming haar lopende betalingsverplichtingen kan voldoen. ROCvA drukt de liquiditeitspositie (current ratio) uit in de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. Leerwegondersteunend onderwijs Management Developmenttraject voor opleidingsmanagers die zich verder willen ontwikkelen. Middelbaar en Hoger Beroepsonderwijs. Opleidingstraject waarbij de student behalve de stof van het reguliere mbo op niveau 4 ook leerstof en methodes krijgt uit het eerste leerjaar van het hbo. Midden en Klein Bedrijf. Ondernemingsraad Overleg voor Scholen Voortgezet Onderwijs te Amsterdam. De vereniging OSVO is een vereniging van vertegenwoordigers van alle schoolbesturen in het Amsterdamse voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs. Platform Arbeidsmarkt Onderwijs. Plan Do Check Act. Primair Proces. Onderwijsuitvoerende activiteiten. Onder rentabiliteit verstaat men de verhouding tussen een inkomen (winst)en het vermogen dat dit inkomen heeft verdiend. ROCvA berekent de rentabiliteit door het genormaliseerde resultaat te delen op het eigen vermogen. Regionaal plan onderwijshuisvesting Voortgezet Onderwijs Amsterdam Raad van Bestuur. Raad van Toezicht Standaardisatie en Integratie Infrastructuur ROC. ICT project om te komen tot een heldere en stabiele ICT omgeving voor de gebruiker. Sociaal medisch overleg Solvabiliteit is de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen op de balans. ROCvA berekent de solvabiliteit door het eigen vermogen te delen op het balanstotaal. Secundair Proces. De ondersteunende activiteiten ten behoeve van de uitvoering van het onderwijs. TOA. Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt. Digitale toetsenbank voor het meten van onder andere taal en rekenvaardigheden Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs Voortgezet Middelbaar Beroepsonderwijs Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam Voortijdig Schoolverlaten Werktijdfactor. Term om een deeltijd aan te duiden in het Nederlandse onderwijs. Een volledige aanstelling betekent een wtf van 1,0. Zeer zwakke Opleidingen. 95

96 Financieel jaarverslag

97 17. Financieel verslag 2011 Algemeen Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening 2011 ROCvA heeft in 2011 een exploitatieresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening behaald van - 0,5 miljoen. Het jaar 2011 is daarmee 1 miljoen beter uitgekomen dan begroot (- 1,5 miljoen). Ten opzichte van 2010 ( 1,3 miljoen positief) is het resultaat echter 1,8 miljoen lager uitgekomen. Buitengewoon verlies 2011 Vanwege het wegvallen van de rijksfinanciering onder de Wet Inburgering heeft het Bestuur in 2011 besloten over te gaan tot versnelde beëindiging van haar activiteiten op het gebied van inburgering. De reeds in 2010 in gang gezette herstructurering is in 2011 versneld en leidt tot, majeure, extra herstructureringskosten. Deze extra lasten zijn ten laste van het normale exploitatieresultaat 2011 voorzien. In totaal is ten laste van 2011 een extra dotatie noodzakelijk van 18,8 miljoen (2010: 9,9 miljoen). Netto resultaat 2011 Hiermee eindigt 2011 op een nettoresultaat van - 19,3 miljoen (2010: - 8,6 miljoen). Het jaar 2012 De vastgestelde begroting 2012 toont een resultaat van - 1,5 miljoen. Ten opzichte van de begroting 2011 is een daling zichtbaar in de baten van 5,6 miljoen. Deze daling wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een daling van de inkomsten van Educatie & Inburgering. Behalve de daling van de inkomsten wordt ROCvA in 2012 geconfronteerd met tijdelijk dubbele lasten als gevolg van de ingebruikname van de nieuwe huisvesting (nieuwbouw). De totale afschrijvingslast stijgt van 17,4 miljoen in 2011 (begroting) naar 18,1 miljoen in 2012 en vervolgens naar 21,7 miljoen in Deze stijgingen worden in 2012 en volgende jaren gecompenseerd door dalingen in de huisvestingslasten. De huisvestingslasten blijven beperkt tot 9% van de inkomsten. Over 2013 zal een sluitende begroting worden gepresenteerd. Bijzondere gebeurtenissen Afbouw Educatie & Inburgering Het domein Educatie & Inburgering wordt al enige jaren geconfronteerd met toenemende dynamiek en onzekerheid. In 2010 is bekend geworden dat het Kabinet de financiering van de inburgeringsactiviteiten geheel zal stopzetten. In reactie hierop zijn verschillende scenario s, variërend in afbouwtempo, opgesteld en is een reorganisatie ingezet. In 2011 is, als gevolg van de snelle krimp van de activiteiten, besloten om de afbouw, gepland per januari 2013, met een jaar te vervroegen. Vanaf maart 2012 worden geen nieuwe inburgeringstrajecten meer verzorgd. Alleen de uitloop van de inburgeringstrajecten onder het contract 2011 zullen worden uitgevoerd. De resterende VAVO en alfabetiseringsactiviteiten (NT1) worden geherpositioneerd binnen de organisatie. In 2013 is dus geen geld meer beschikbaar voor Inburgeringstrajecten. Daarmee verdwijnt het bestaansrecht van de werkmaatschappij Educatie & Inburgering (omzet 2010: 24 miljoen, omzet 2011: 18 miljoen). Eind mei 2011 is een nieuw sociaal plan opgesteld in overleg met de OR en de vakbonden. Per saldo zijn op 1 augustus 2011 en op 1 januari 2012, 110 fte (PP en SP) boventallig verklaard. 97

98 Huisvesting / Nieuwbouw In 2010 is de nieuwbouw op alle vier de (MBO)-locaties gestart. De nieuwbouw in Amstelveen is in oktober 2011 in gebruik genomen. In de zomer van 2012 volgen Amsterdam-Noord (College Noord) en de Europaboulevard in Amsterdam-Zuid (College Zuid). In het najaar van 2012 volgt de Laan van Spartaan in Amsterdam-West (College West). Ook in het VMBO-onderwijs lopen vijf projecten (deels nieuwbouw projecten): het VMBO-T (Theoretische leerweg) project in Amsterdam Noord (Bredero Mavo) vormt één geheel met het MBO-project en zal zijn deuren ook in de zomer van 2012 openen. Ook in de zomer zal de noodbouw voor Hyperion Lyceum in gebruik worden genomen. De noodbouw loopt vooruit op definitieve bouw voor Hyperion Lyceum op Overhoeks in Amsterdam Noord. Op dat moment starten ook renovaties ten behoeve van VMBO-praktijkonderwijs (Luca) in Amsterdam Oost enerzijds en VMBO-nevenvestiging zorg (Tobiasschool) in Amsterdam Zuid anderzijds. Het vijfde project van het Voortgezet Onderwijs tenslotte, de Horecaschool aan de Europaboulevard (Hubertus-Berkhoff College) volgt eind De nieuwbouw is er op gericht dat het onderwijs kan worden verzorgd in moderne, schone en veilige gebouwen. Daarmee worden de scholen aantrekkelijk voor de studenten en zal het ROCvA haar studentenaantal positief kunnen beïnvloeden. Het meerjarenhuisvestingsplan beoogt dat de nieuwe gebouwen niet leiden tot hogere eigenaarslasten. Baten De baten van ROCvA bestaan voor een groot gedeelte uit de overheidsbijdragen van het Rijk en de gemeenten. Deze bijdragen bedroegen in ,9% van de totale baten (2010: 88,5%). De totale baten zijn ten opzichte van 2010 met 0,4% toegenomen tot 248,3 miljoen. Om verslaggevingtechnische redenen dienen de baten vanuit het Wet Inburgering -contract met de verschillende gemeenten verantwoord te worden onder de contractactiviteiten. De begrotingscijfers 2011 zijn hiervoor aangepast. De Rijksinkomsten van 2011 zijn gebaseerd op het aantal studenten op De inkomsten zijn in het verlengde van de stijging van de studentenaantallen ten opzichte van 2008 gestegen met 5,7%. De daling van de Educatiebaten ten opzichte van 2010, door afbouw van de werkmaatschappij Educatie & Inburgering, is zichtbaar binnen de daling van de overige overheidsbijdragen (-21,6%). En de daling van de Inburgeringsbaten vanuit het Rijk en de verslechterde marktomstandigheden leiden tevens tot een daling van de baten uit contractactiviteiten ten opzichte van 2010 (-30,7%). Ten opzichte van de begroting zijn de meest in het oog springende afwijkingen die in de deelnemersbijdragen (73,9% hoger dan begroot, in de deelnemerslasten onder de overige instellingslasten is eenzelfde stijging zichtbaar) en die in de overige baten (26,0% hoger dan begroot). De stijging in de overige baten wordt veroorzaakt door enkele incidentele posten. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de baten ten opzichte van begroting 2011 en realisatie 2010 weergegeven. 98

99 Lasten De lasten zijn in 2011 met 4,1% gestegen ten opzichte van Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de eerder genoemde benodigde dotatie aan de voorziening herstructurering van 18,8 miljoen. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling in de lasten ten opzichte van begroting 2011 en realisatie 2010 weergegeven. De personeelslasten zijn met 3,6 miljoen (-2,0%) afgenomen. Dit is het gevolg van de in 2010 en eerdere jaren aangekondigde en in 2011 geëffectueerde reorganisaties. De afschrijvingen zijn gestegen ten opzichte van begroot ( 6,2 miljoen; 34,1%) en ten opzichte van 2010 ( 7,3 miljoen; 42,6%). In de post afschrijvingen van inventaris en apparatuur zijn versnelde afschrijvingen opgenomen van 6,6 miljoen. Activa (met name ICT gerelateerd) zijn versneld afgeschreven omdat zij niet langer in gebruik zijn of niet langer toekomstige voordelen opleveren. De overige instellingslasten zijn gedaald met 2,4 miljoen (-7,8%). Deze daling wordt veroorzaakt door in 2010 ingezette en in 2011 verder gerealiseerde kostenbesparingen. Exploitatiesaldo en nettoresultaat Het genormaliseerde exploitatieresultaat voor 2011 ( -0,5 miljoen) is 1,8 miljoen lager dan in 2010 ( 1,3 miljoen) en 1,0 miljoen hoger dan begroot. Inclusief de dotatie aan de voorziening is het nettoresultaat circa 17,8 miljoen negatiever dan begroot ( -1,5 miljoen) en circa 10,7 miljoen negatiever dan in In de onderstaande tabel is de opbouw van het exploitatiesaldo en het nettoresultaat weergegeven: 99

100 bedragen x Begroting 2010 Stichting ROCvA VOvA ROCA Contractonderwijs Holding B.V Overig Exploitatieresultaat Extra dotatie voorziening herstructurering Nettoresultaat De belangrijkste oorzaken van het lagere resultaat zijn de volgende: Exploitatieresultaat boekjaar volgens begroting Hogere rijksbijdragen door stijging aantal deelnemers en Salarismixmiddelen Hogere overige overheidsbijdragen Hogere deelnemersbijdragen Hogere overige baten Lagere personeelslasten Lagere opbrengsten contractactiviteiten -953 Hogere afschrijvingskosten door afwaardering van met name ICT-activa Dotatie voorziening herstructurering Hogere overige instellingslasten, met name deelnemergerelateerd Hogere rentelasten -188 Lagere huisvestingslasten Nettoresultaat boekjaar Het exploitatieresultaat van de Stichting ROCvA verdeeld over de werkmaatschappijen, geeft het volgende beeld: bedragen x EUR Realisatie 2011 Begroting 2011 Realisatie 2010 Zuidoost Groot West Gooi & Vechtstreek Centrum RAI Airport Educatie & Inburgering College Zuid Centrale diensten Beleidsmiddelen

101 Het negatieve resultaat bij RAI wordt veroorzaakt door verwachte maar niet gerealiseerde groei in studentenaantallen. Het negatieve resultaat bij Airport wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door niet gerealiseerde baten uit contactactiviteiten. Deze activiteiten zijn wel uit eigen (vaste) formatie uitgevoerd. De daling van de opbrengsten kon derhalve niet opgevangen worden met een daling van de (personele) lasten. Het negatieve resultaat bij Educatie & Inburgering is hoofdzakelijk het gevolg van de eerder genoemde afbouw van deze werkmaatschappij. Het positieve resultaat bij de Beleidsmiddelen wordt met name veroorzaakt door de Salarismixmiddelen uit en de afwaardering van ICT. ICT In 2011 is een andere organisatie van ICT gerealiseerd met een kleiner en slagvaardiger management team. De voorbereidingen voor een nieuwe infrastructuur, werkplekken en serverruimte voor SIROC (Standaardisatie Infrastructuur ROC van Amsterdam en ROC Flevoland) zijn in 2011 opgestart. De leiding van dit project is verlegd van extern naar intern personeel. Voor de uitvoering is nog wel extern personeel nodig, waarbij intern personeel wordt geschoold om daarna het beheer over te kunnen nemen. Een deel van de dienst ICT gaat in 2012 over naar de opgerichte dienst Informatie Voorziening. Daarmee worden vraag en aanbod op het gebied van onderwijslogistiek los van elkaar georganiseerd. Een ander groot project dat in 2011 is geïnitieerd, is de vervanging van de onderwijslogistieke systemen, zoals de inschrijving van studenten en de registratie in het studentenvolgsysteem en de aanwezigheidsregistratie. Dit project, ERP, zal in 2012 leiden tot een keuze voor een nieuwe geautomatiseerde omgeving. Maatschappelijke investeringen In 2011 zijn diverse middelen ontvangen die een specifieke doelbestemming kennen. Het aandeel middelen met een dergelijke bestemming neemt de laatste jaren toe. Dat beperkt de bewegingsruimte van de organisatie, te meer omdat deze middelen veelal ten laste gaan van de zogenaamde lumpsum middelen. Bestrijding Voortijdig schoolverlaten en overbelaste jongeren Met ingang van 2009 zijn er verschillende gemeentelijke en rijksmiddelen beschikbaar voor het bestrijden van voortijdig schoolverlaters en het opvangen van overbelaste jongeren. Hiertoe worden speciale voorzieningen ingericht ten behoeve van de opvang en begeleiding van deze speciale groep jongeren. Zie ook hoofdstuk 10.3 van dit verslag. Financieel zijn deze voorzieningen als volgt zichtbaar: Reductie van 28,2% van aantallen VSV-ers leidt tot verwachte realisatie van een prestatiesubsidie van ruim 2,2 miljoen. Dit bedrag is naar rato van de prestatie toebedeeld aan de MBO Colleges. - Besteding van de middelen uit de Stimuleringsregeling Plusvoorzieningen van het Rijk (zogenoemde Winsemiusgelden) voor een bedrag van 2,8 miljoen in 2011 voor de regio Amsterdam. Deze middelen worden vooral ingezet op individuele begeleiding (coaching) van overbelaste jongeren op niveau 2. - Besteding van de middelen van de gemeente Amsterdam ad 2,5 miljoen Deze gelden worden ingezet als cofinanciering van programma s voor zwaar overbelaste jongeren. Dit zijn opleidingen als ROC op Maat, MOET en enkele andere niveau 1- opleidingen die in de nabije toekomst zullen opgaan in de Entreevoorzieningen. Taal- en Rekenonderwijs Met ingang van 2010 zijn er rijksmiddelen beschikbaar voor het stimuleren van Taal- en Rekenonderwijs. Deze middelen zijn door het Ministerie OCW ten laste van het Educatiebudget gegaan. Met deze middelen worden speciale taal- en rekencoaches ingezet. Uiteindelijk moet deze inzet er voor zorgen dat de studenten in staat zijn het nieuw ingevoerde landelijk examen te behalen. In 2011 is 3,3 miljoen besteed. Zie ook hoofdstuk en bijlage F bij de jaarrekening. 101

102 Salarismix Sinds 2009 zijn er middelen beschikbaar om de positie van de leerkracht te versterken. Deze middelen, die voortkomen uit het convenant Leerkracht van Nederland, zijn bedoeld om salarislijnen te verkorten, en de doorstroming en carrièremogelijkheden te vergroten. De middelen worden aangewend om enerzijds het aantal leerkrachten te kunnen behouden (25%) en anderzijds leerkrachten de mogelijkheid te bieden zich verder te professionaliseren en gehonoreerd te worden op de daarbij behorende hogere salarisschalen. Uit een tussenrapportage is gebleken dat we met de besteding van de middelen in 2011 hebben voldaan aan de uitgangspunten van de bedoelde Nota. Van de in 2009 en 2010 niet bestede middelen is 5,7 miljoen alsnog in de exploitatie genomen en daarmee toegevoegd aan de reserves binnen het eigen vermogen. Het restant zal, samen met de nog te ontvangen middelen uit de regeling, worden ingezet om de doelstellingen in de komende jaren te kunnen blijven realiseren. Zie ook hoofdstuk 12.4 van het bestuursverslag. Eigen vermogen en solvabiliteit Het eigen vermogen ultimo 2011 bedraagt 68,7 miljoen (2010: 88,4 miljoen). Dit is inclusief de dotatie aan de voorziening herstructurering. Het eigen vermogen is afgenomen met 19,3 miljoen als gevolg van het negatieve resultaat. Het eigen vermogen is afgenomen wegens herwaarderingen van panden ( 0,4 miljoen). Het eigen vermogen bedraagt ultimo ,9% (solvabiliteit) van het balanstotaal (in ,8%). De solvabiliteit is negatief beïnvloed door een nieuwe dotatie aan de voorziening herstructurering, de per saldo negatieve herwaarderingen van panden en het negatieve operationele exploitatieresultaat. Daarnaast is het totaal vermogen gestegen door de opgenomen leningen ten behoeve van de nieuwbouw. Daarmee neemt het relatieve aandeel van het eigen vermogen (solvabiliteit) ten opzichte van het totale vermogen af. De norm die gesteld wordt aan de solvabiliteit door externe financiers en de inspectie van het Onderwijs bedraagt een solvabiliteit van 20%. Deze norm wordt in 2011 niet overschreden. De ROCvA norm bedraagt 30%. Liquiditeit, investeringen en kasstroom De liquiditeitspositie (current ratio) uitgedrukt in de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden is per 31 december ,70 tegen 0,92 ultimo De daling wordt voornamelijk verklaard door een afnemende debiteurenpositie (met name verklaard door een dalende vordering op de gemeente Amsterdam) tegenover een stijgend saldo kortlopende schulden. De stijging van de kortlopende schulden wordt voornamelijk veroorzaakt door de latente omzetbelasting van de nieuwbouw. Naar verwachting zal deze post in 2012 grotendeels worden afgerekend. Ultimo 2011 was de stand van de liquide middelen 24,5 miljoen positief (2010: 21,6 miljoen positief) De hoge positieve stand van de liquide middelen wordt voornamelijk veroorzaakt door vertraging in de uitgaven binnen de nieuwbouwprojecten. Treasury en financiering ROCvA voldoet aan het Besluit Belenen en Beleggen. ROCvA heeft een treasurystatuut en een meerjarenfinancieringsplan. Het treasury-beleid is gericht op de besturing en beheersing, de verantwoording en het toezicht op de financiële vermogenswaarden en geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico s. In dit kader heeft ROCvA maandelijks de monitoring uitgevoerd op de financiële baten en lasten, de 102

103 liquiditeitspositie en de debiteurenpositie. In de toelichting van de langlopende schulden van de jaarrekening is een overzicht opgenomen van de lopende financieringen (inclusief de rentevaste periodes). ROCvA heeft in 2011 geen beleningen, noch beleggingen uitgezet. Eind 2008 heeft ROCvA een overeenkomst gesloten met het Ministerie van Financiën inzake het schatkistbankieren. Het omvangrijke nieuwbouwprogramma van ROCvA herbergt een aantal risico s in zich. In 2008 is een deel van het renterisico afgedekt door vastrentende langlopende leningen aan te gaan bij het Ministerie van Financiën. In 2010 is een groot deel van het resterende renterisico (bij de andere financiers) afgedekt door de rente vast te zetten ( 18 miljoen voor 20 jaar vast tegen 2,99% en 3,7 miljoen voor 10 jaar vast tegen 2,55%). In januari 2009 is het herfinancieringsprogramma afgerond. In dit programma zijn voor de bestaande hypothecaire leningen bij ING en BNG de zekerheden opnieuw gesteld. De waarborg van het waarborgfonds BVE is beëindigd om gebruik te kunnen maken van de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën. Met het Ministerie van Financiën is begin 2009 een overeenkomst gesloten ter hoogte van (maximaal) 120 miljoen. ROCvA heeft daarmee de financieringsbehoeften als gevolg van nieuwbouw voor de komende jaren afgedekt. Financiële indicatoren ROCvA heeft in het strategisch financieel beleid een aantal financiële prestatie-indicatoren opgenomen die worden gebruikt bij de interne sturing van de organisatie: Exploitatieresultaat Current ratio (totale vlottende activa als aandeel in vlottende passiva) Solvabiliteit (eigen vermogen in % van het totaal vermogen) Rentabiliteit (resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening in % van het totaal vermogen) Aandeel directe en indirecte personele lasten (in % van de baten) Aandeel materiële lasten (in % van de baten) De realisatie van de prestatie-indicatoren staat in het meerjaren overzicht. Risico-analyse Steeds weer dienen veranderingen zich aan op het gebied van het onderwijs: zowel vanuit de omgeving, het bedrijfsleven als de regelgeving. Vaak heeft dat een wijziging in de manier van de onderwijsverzorging, in huisvesting en van ondersteunende middelen tot gevolg. Voorts is er sprake van toenemende concurrentie van andere ROC s en particuliere onderwijsaanbieders. De algemene reserves zijn van voldoende niveau om eventuele tegenvallers te kunnen opvangen. Een adequaat systeem van risicomanagement bestaat uit hard en soft controls. Veel hard controls zijn reeds aanwezig binnen ROCvA, zoals de werkzaamheden van de afdeling interne controle en de wijze waarop de beleidscyclus is ingericht. In 2012 zullen we deze hard controls inventariseren en beschrijven waarmee we inzicht willen bereiken in mogelijk nog ontbrekende of onvoldoende ontwikkelde elementen in de werkwijze. Ook zullen we in 2012 de soft controls doormeten. Op basis van deze werkzaamheden zal een (nieuwe) risico-analyse uitgevoerd worden en zullen eventuele verbeteringen worden uitgevoerd. De volgende risico s worden onderkend: 103

104 Politieke ontwikkelingen/ministerie OCW De beleidsuitwerkingen van Focus op Vakmanschap zijn landelijk niet afgerond en zullen op de beschikbare middelen voor 2012 weinig of geen effect hebben. Voor de jaren 2013 en verder worden de volgende risico s onderkend: - Intensiveringen van het onderwijs: in het MBO zal het onderwijs geïntensiveerd worden wat leidt tot meer onderwijstijd, dus meer onderwijsuren in school. Het risico is dat de kosten daarvoor hoger zijn dan de middelen die daarvoor zullen worden ontvangen. - Geen drempelloze instroom niveau 2: in het MBO mag geen drempelloze instroom meer plaatsvinden. Dit heeft voor het ROCvA belangrijke gevolgen voor het aantal deelnemers, met name in niveau 2. Verwacht wordt dat er 15% minder niveau 2 deelnemers zullen instromen als gevolg van deze maatregel. - Leeftijdgrens tot 30 jaar: alhoewel deze maatregel gedurende 2011 is afgezwakt ten opzichte van eerdere plannen, blijft het feit en daarmee risico dat deelnemers in BBLopleidingen boven de 30 jaar minder bekostigd zullen worden. - Bekostigingsverschuivingen bijvoorbeeld door Entreeopleidingen: door de beleidswijzigingen vinden bekostigingsverschuivingen plaats, waardoor de matching van inkomsten en lasten weer opnieuw moet worden bekeken. Risico is dat daar te laat op geacteerd kan worden. - Bekostigingseffecten als gevolg van differentiatie naar verblijfsduur: ook hier bestaat het risico dat bepaalde lasten niet gedekt kunnen worden vanwege bekostigingseffecten door beleidswijzigingen van het ministerie. Wachtgeldverplichtingen De in gang gezette reorganisaties beperken weliswaar het exploitatierisico op lange termijn, maar veroorzaken tegelijkertijd grote wachtgeldverplichtingen. Het ROCvA is immers, net als alle andere ROC s, eigen risicodrager inzake wachtgeld. Vanuit het Rijk wordt hiervoor jaarlijks binnen de lumpsum een bedrag ontvangen (2011: 5,3 miljoen). Omdat met name bij Educatie en Inburgering Amsterdam relatief veel oudere werknemers werken met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zullen de kosten per persoon hoger zijn dan waar tot nu toe gemiddeld rekening mee werd gehouden. Dit brengt een substantieel wachtgeldrisico met zich mee. Deze lasten kunnen niet door de organisatie gedragen worden zonder dat dit majeure gevolgen heeft voor het onderwijs, te meer omdat er in dezelfde periode bezuinigd wordt op de Rijksbekostiging. Een compensatie van het Rijk is daarom noodzakelijk. Te meer omdat de noodzaak tot reorganisatie voorkomt uit het besluit de Inburgeringsbudgetten volledig te schrappen. Het ROCvA heeft het ministerie van OCW daarom aangesproken op haar verantwoordelijkheid voor de gevolgen van dit besluit, middels een juridische procedure (zie voor nadere toelichting de tekst onder de Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen ). Investeringen De investeringen in materiële vaste activa bedragen 55,3 miljoen. Er is voor 52,7 miljoen geïnvesteerd in nieuwbouw, voor 0,3 miljoen in gebouwen en terreinen en voor 2,3 miljoen in inventaris en apparatuur (onder meer automatiseringsprojecten). De bouwkostenrisico s van de nieuwbouwprojecten worden grotendeels afgedekt door vaste prijscontracten met projectontwikkelaars. In deze contracten zijn wel indexeringsconstructies opgenomen. Een oplopende bouwkostenindex kan gevolgen hebben voor de kosten van het nieuwbouwprogramma. Gezien de ontwikkelingen in de bouwsector is de kans op oplopende bouwkosten sterk verminderd. In het budget van het nieuwbouwprogramma is overigens een algemene risicobuffer opgenomen. Het inmiddels vergevorderde nieuwbouwprogramma kan daarmee naar verwachting binnen het gestelde budget worden uitgevoerd. 104

105 De toegeslagen kredietcrisis ondermijnt de continuïteit van de bouwsector. ROCvA heeft alternatieve scenario s uitgewerkt voor het geval dat een projectontwikkelaar onverhoopt niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Vooralsnog zal het risico zich beperken tot beperkte vertraging in de nieuwbouwprojecten. Dit heeft naar verwachting geen ernstige financiële of andersoortige consequenties voor ROCvA. Verwachtingen voor 2012 Begroting 2012 Voor 2012 is een begroting opgesteld met een negatief resultaat van 1,5 miljoen. Het negatieve resultaat wordt met name veroorzaakt door lagere baten (Educatie & Inburgering) en incidenteel hogere lasten. Als gevolg van de financiering van de nieuwbouw heeft het ROCvA namelijk tijdelijk te maken met dubbele lasten (van panden die zullen worden verlaten zodra de nieuwbouw gereed is gekomen en daarna nog afgestoten moeten worden). Het negatief resultaat is conform de meerjarenraming Het schooljaar 2011/2012 kenmerkt zich verder door een stabilisatie van de totale deelnemersaantallen in het MBO, in het VMBO is een daling zichtbaar. De organisatie zal zich moeten aanpassen aan deze ontwikkelingen en zal tegelijkertijd de negatieve demografische ontwikkeling die landelijk zichtbaar is moeten opvangen door de kwaliteit en aantrekkelijkheid van opleidingen te verbeteren. De begrotingen van de MBO Colleges / werkmaatschappijen en centrale diensten zijn, net als in 2010 en 2011, onder bezuinigingsdruk tot stand gekomen. De begroting 2012 gaat verder uit van structurele baten en lasten, expliciet gecorrigeerd voor groei. 105

106 De begrotingscijfers voor het jaar 2012 zijn vastgesteld door de Raad van Bestuur en Raad van Toezicht en zien er als volgt uit: (bedragen x 1.000) Baten Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen Deelnemersbijdragen Contractactiviteiten Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Saldo Financiële baten en lasten Netto resultaat Amsterdam, 29 juni 2012 Namens de Raad van Bestuur E.C.M. de Jaeger, voorzitter 106

107 18. Jaarrekening

108 18.1 Geconsolideerde balans per 31 december (voor resultaatbestemming) Activa (bedragen x 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Financiële vaste activa Overige financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Vorderingen Debiteuren Deelnemers/cursisten Overige vorderingen en overlopende activa Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa

109 Passiva (bedragen x 1.000) Eigen vermogen Stichtingskapitaal P.M. P.M. Algemene reserve Herwaarderingsreserve Bestemmingsreserves privaat Resultaat boekjaar Voorzieningen Onderhoudsvoorziening Voorziening herstructurering Personeelsvoorzieningen Langlopende schulden Kredietinstellingen Overige langlopende schulden Kortlopende schulden Aflossingsverplichtingen Crediteuren Belastingen en premies sociale verzekeringen Pensioenen Overige schulden en overlopende passiva Totaal passiva

110 18.2 Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2011 (bedragen x 1.000) 2011 Begroting Baten Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen Deelnemersbijdragen Contractactiviteiten Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Dotatie voorziening herstructurering Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Belastingen Nettoresultaat Genormaliseerd resultaat Dotatie voorziening herstructurering P.M Nettoresultaat

111 18.3 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2011 (bedragen x 1.000) Resultaat boekjaar Gecorrigeerd voor: Afschrijvingen Mutatie voorzieningen Mutatie egalisatierekening investeringen Veranderingen in vlottende activa Mutatie vorderingen Mutatie kortlopende schulden Mutatie werkkapitaal KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN (Des)Investeringen in materiële vaste activa Overige mutaties in materiële vaste activa (Des)Investeringen in financiële vaste activa KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN Nieuwe leningen Ministerie van Financiën Aflossing leningen kredietinstellingen Mutatie overige langlopende schulden KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen

112 18.4 Toelichting behorende tot de geconsolideerde jaarrekening 2011 Algemeen Juridische vorm en voornaamste activiteiten De organisatie is een stichting; de voornaamste activiteiten bestaan uit het bevorderen van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en educatie. Het bestuursnummer van de Stichting ROC van Amsterdam is en van de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en De hierin meegenomen BRIN nummers zijn 00EF, 09VK, 14RL, 21AS en 25PZ. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Algemeen Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de organisatie zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro s, de functionele valuta van de organisatie. Alle financiële informatie in euro s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. 112

113 Grondslagen voor consolidatie In de consolidatie worden de Stichting ROC van Amsterdam en alle rechtspersonen betrokken waarin een meerderheidsbelang wordt gehouden dan wel sprake is van overheersende zeggenschap. De volgende rechtspersonen zijn in deze jaarrekening meegenomen: ROCA Contractonderwijs Holding B.V. 100% Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam 100% Stichting Onroerend Goed Beroepsonderwijs 100% Stichting Innovatieve Stages 50% Stichting Samenwerking Schiphol College 50% De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van de organisatie en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin de organisatie een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend, betrokken. Participaties die worden aangehouden om ze te vervreemden worden niet geconsolideerd. Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed. In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de Groep gemaakte winsten. De 100%- groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd. Stichting Innovatieve Stages en Stichting Samenwerking Schiphol College zijn proportioneel geconsolideerd. Voor een overzicht van de geconsolideerde groepsmaatschappijen wordt verwezen naar punt 19 Financiële vaste activa. Transacties in vreemde valuta Transacties luidend in vreemde valuta worden in de betreffende functionele valuta van de organisatie omgerekend tegen de geldende wisselkoers per de transactiedatum. Materiële vaste activa De gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur, andere vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Deze activa worden duurzaam door de Stichting gebruikt. Gebouwen en terreinen die binnen afzienbare verkocht zullen worden, zijn gewaardeerd tegen actuele waarde gebaseerd op berekeningen van externe taxateurs. De waarde van deze objecten wordt periodiek getaxeerd en de evaluatie van de herwaardering vindt continu plaats. Over deze activa wordt niet afgeschreven. Investeringssubsidies worden zichtbaar in mindering gebracht op de materiële vaste activa. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Op terreinen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: 113

114 - Terreinen nihil : - Gebouwen n verbouwingen 3 10 : - Inventaris en apparatuur : De gebouwen en terreinen zijn, voor zover zij per 1 januari 1997 aan de Stichting zijn overgedragen in het kader van de Wet Omkering Kapitaaldienst Financiering (OKF), opgenomen voor de waarden zoals vastgesteld door het Ministerie van OCW bij de uitvoering van deze operatie. Deze activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen. Financiële vaste activa Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de organisatie gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer de organisatie garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door de organisatie ten behoeve van deze deelneming. Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere bedrijfswaarde. De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte waardeverminderingen. De overige financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde. Bijzondere waardeverminderingen Vaste activa met een lange levensduur dienen te worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren. Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd op de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen bepaald op individuele basis. 114

115 Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserves, de bestemmingsreserves de herwaarderingsreserve en de bestemmingsfondsen gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het Bestuur. Waardevermeerderingen van gebouwen die worden gewaardeerd tegen actuele waarde worden opgenomen in de herwaarderingsreserve. De herwaarderingsreserve wordt gevormd per individueel actief en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van historische kostprijs en de actuele waarde. Bij de verkoop van een actief, valt de eventueel aanwezige herwaarderingsreserve vrij ten gunste van de algemene reserves. Met betrekking tot het eigen vermogen onderscheidt ROC van Amsterdam drie categorieën van activiteiten: a. publieke activiteiten (publieke taak, gericht op de publieke doelen zoals in de WEB omschreven); b. private activiteiten in het verlengde van de publieke taak (bijvoorbeeld inburgering, reintegratie en contractactiviteiten in het verlengde van de publieke taak); c. overige private activiteiten (bijvoorbeeld contractactiviteiten niet in het verlengde van de publieke taak). ROCvA merkt in lijn met Richtlijn voor de Jaarverslaggeving een gepast deel van het vermogen als privaat vermogen aan. Het private vermogen betreft het eigen vermogen van ROCA Contractonderwijs Holding B.V. (belang 5,0 miljoen). Het uit de publieke activiteiten (onder a) en in beginsel het uit private activiteiten in het verlengde van de publieke taak (onder b) opgebouwd vermogen wordt gekwalificeerd als publiek vermogen. De stichting handelt daarbij overeenkomstig de door de MBO Raad in 2010 opgestelde Guidelines Publiek-Privaat. Voorzieningen Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen, voorziening herstructurering, voorziening verlieslatende contracten en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de nominale waarde. Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen. Een voorziening in verband met verplichtingen als bedoeld in artikel 2:374 lid 1, eerste volzin BW wordt uitsluitend opgenomen indien op de balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) de rechtspersoon heeft een verplichting (in rechte afdwingbaar of feitelijk); b) het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; en c) er kan een betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting. Uitzondering op voorgaande voorwaarden betreft de egalisatievoorziening voor groot onderhoud. De toevoegingen aan deze voorziening zijn bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt, gebaseerd op een meerjarenonderhoudsplan. Langlopende schulden Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. Het aflossingsbedrag van het lopende jaar wordt onder de kortlopende schulden 115

116 opgenomen. Schulden worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Kortlopende schulden Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als kortlopend. Schulden worden niet gesaldeerd met activa. Schulden worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Overlopende passiva betreffen vooruitontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. Personeelsbeloningen/pensioenen Voor de medewerkers van de organisatie is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds (ABP) en wordt overeenkomstig de RJ in de jaarrekening verwerkt als toegezegde bijdrageregeling. Dit betekent dat de over het boekjaar verschuldigde premies als kosten worden verantwoord. De risico s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico s komen niet tot uitdrukking in een in de balans opgenomen voorziening. Informatie over eventuele tekorten en de gevolgen hiervan voor ROCvA voor de pensioenpremies in de toekomstige jaren is niet beschikbaar. De dekkingsgraad van het ABP Pensioenfonds bedraagt per 31 december %. Opbrengstverantwoording Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies uit hoofde van de basisbekostiging worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen, bestaande uit cursus-, les- en examengelden, worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid. Baten werk in opdracht van derden Opbrengsten uit hoofde van werk in opdracht van derden (contractonderwijs en overige) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten indien zeker is dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode). Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden. Voor een eventueel verwacht negatief resultaat wordt een voorziening getroffen die is gepresenteerd als voorziening verlieslatende contracten. 116

117 Aandeel in het resultaat van organisaties waarin wordt deelgenomen Het aandeel in het resultaat van organisaties waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de Stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen de Stichting en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de Stichting. Transacties met verbonden partijen Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen. In de normale bedrijfsactiviteiten koopt en verkoopt de stichting diensten van en aan verschillende verbonden partijen waarin de stichting een belang van 50% of minder bezit. Deze transacties worden op zakelijke grondslag uitgevoerd tegen voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van transacties met derden. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet zakelijke grondslag. Belastingen Belastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de staat van baten en lasten opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt. De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting. Binnen de jaarrekeningpost belastingen en premies sociale verzekeringen is een post latente BTW opgenomen. Deze latente BTW heeft betrekking op de integratieheffing voor de nieuwbouwpanden. De BTW op de kosten wordt teruggevorderd bij de Belastingdienst en bij oplevering van de nieuwbouwpanden afgerekend/terugbetaald onder aftrek van de BTW op de ruimten waar belastbare activiteiten (voor de BTW) zullen gaan plaatsvinden. In 2009 is de fiscale eenheid voor de omzetbelasting aangevraagd voor ROC van Amsterdam, ROC Flevoland en de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam. Op 8 juli 2011 is dit verzoek gehonoreerd door de belastingdienst. Vanaf 2009 hebben de stichtingen gehandeld alsof de fiscale eenheid een feit is. De belastingdienst is hiermee akkoord gegaan. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. 117

118 18.5 Toelichting op de geconsolideerde balans 1 Materiële vaste activa Het verloop van de materiële vaste activa in 2011 is als volgt: (x 1.000) Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen bestemd voor verkoop Inventaris en apparatuur In uitvoering en vooruitbetalingen Totaal Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Egalisatierekening investeringssubsidies Balanswaarde per 1 januari Herwaarderingen Investeringen Desinvesteringen Herverdeling Nieuwbouw Amstelveen Afschrijvingen Vrijval egalisatierekening Balanswaarde per 31 december Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Egalisatierekening investeringssubsidies Balanswaarde per 31 december De post In uitvoering en vooruitbetalingen betreft voor een bedrag van voor Gebouwen en terreinen (2010: ) en voor (2010: ) aan Inventaris en apparatuur, beide hoofdzakelijk gerelateerd aan de Nieuwbouw projecten. In de post afschrijvingen van inventaris en apparatuur zijn versnelde afschrijvingen opgenomen van 6,6 miljoen. Activa (met name ICT gerelateerd) zijn versneld afgeschreven omdat zij niet langer in gebruik zijn of niet langer toekomstige voordelen opleveren. 118

119 De balanswaarde per 31 december bedraagt derhalve: (x 1.000) Gebouwen en terreinen (inclusief nieuwbouw) Inventaris en apparatuur Onder de gebouwen en terreinen zijn activa opgenomen voor een bedrag van 6,3 miljoen (2010: 7,0 miljoen) waarvan de beschikbaarheid berust op een beperkt genotsrecht zoals erfpacht- en opstalrecht. De erfpachtrechten zijn afgekocht voor een periode van 50 jaar. De actuele waarde van de gebouwen en terreinen exclusief de nieuwbouw ad 75 miljoen per 31 december 2011 bedraagt De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is (peildatum deels 1 januari 2010 en deels 1 januari 2011). De verzekerde waarde van de gebouwen is (peildatum 1 januari 2012). Egalisatierekening investeringssubsidies (x 1.000) Stand per 1 januari Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten Stand per 31 december Dit betreft ontvangen bijdragen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel andere partijen ter financiering van investeringen. Deze bijdragen vallen vrij ten gunste van de exploitatierekening (onder de overige baten) naar rato van de afschrijvingslasten op de betrokken activa. 2 Financiële vaste activa Overige financiële vaste activa (x 1.000) Waarborgsommen Afkoopsom huurverplichting Dudok Arena

120 3 Vorderingen Debiteuren (x 1.000) Ministerie OCW Wettelijk cursusgeld Gemeente Amsterdam Overige gemeenten Vorderingen op personeel 5 - Overige debiteuren Af: voorziening voor oninbaarheid De vordering op het Ministerie OCW heeft betrekking op toegezegde subsidies die nog niet geheel zijn ontvangen, bijvoorbeeld Leerling Gebonden Financiering van schooljaar De daling van de vordering op de Gemeente Amsterdam wordt enerzijds veroorzaakt door een daling met betrekking tot de vorderingen Educatie & Inburgering (belang circa -/- 8,2 miljoen). Anderzijds was vorig jaar een vordering op de Gemeente Amsterdam opgenomen inzake de nieuwbouw in Amsterdam-Noord. Deze vordering is ultimo 2011 fors lager (belang -/- 3 miljoen). Tenslotte is een vordering op de Gemeente Amsterdam inzake subsidie reeds gefactureerd. Voorgaand jaar was deze nog opgenomen onder de Overige vorderingen en overlopende activa (belang 1 miljoen). De stijging van de vorderingen op overige gemeenten wordt voornamelijk veroorzaakt door Educatie & Inburgering. Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt: Stand per 1 januari Herrubricering voorziening voor oninbaarheid Dotatie ten laste van / vrijval ten gunste van de exploitatie Onttrekkingen Stand per 31 december In de debiteuren zijn geen bedragen begrepen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. 120

121 Deelnemers/Cursisten (x 1.000) Nominale vordering Af: voorziening voor oninbaarheid Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt: Stand per 1 januari Dotatie ten laste van / vrijval ten gunste van Onttrekkingen Stand per 31 december Overige vorderingen en overlopende activa (x 1.000) Nog te vorderen subsidie gemeente Amsterdam Vooruitbetaalde kosten Vordering belastingdienst inzake integratieheffing btw nieuwbouw Overige De nog te vorderen subsidie gemeente Amsterdam is gefactureerd in 2011 en opgenomen onder de debiteuren. In de overige vorderingen en overlopende activa zijn geen bedragen begrepen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. 4 Liquide middelen (x 1.000) Tegoeden op bank- en postbankrekeningen Kasmiddelen Kruisposten

122 De liquide middelen zijn terstond opeisbaar. De hoge positieve stand van de liquide middelen wordt voornamelijk veroorzaakt door vertraging in de uitgaven binnen de nieuwbouwprojecten. ROCvA beschikt over een rekening courant faciliteit (schatkistbankieren) bij het Ministerie van Financiën van 20,4 miljoen. 5 Eigen vermogen Het verloop van het eigen vermogen over 2010 en 2011 is als volgt. (x 1.000) 2010 Algemene reserve Bestemmingsreserve huisvesting Bestemmingsreserve privaat Resultaat boekjaar Totaal Stand per 1 januari Stelselwijziging BAPO Aangepaste stand per 1 januari Mutaties in het boekjaar Herwaarderingen Bestemming resultaat Aanmerking privaat vermogen Resultaat boekjaar Stand per 31 december (x 1.000) 2011 Algemene reserve Herwaarderingsreserve Bestemmingsreserve privaat Resultaat boekjaar Totaal Stand per 1 januari Mutaties in het boekjaar Herwaarderingen Gerealiseerde herwaardering Bestemming resultaat Resultaat boekjaar Stand per 31 december De herwaarderingsreserve is gevormd door herwaardering van de onroerend goed objecten (terreinen en gebouwen) die in het kader van het meerjaren huisvestingsplan binnen afzienbare tijd zullen worden afgestoten. De waarde van deze objecten wordt periodiek getaxeerd en de evaluatie vindt periodiek plaats. Over deze activa wordt niet afgeschreven. Het eigen vermogen van de stichting is deels aangemerkt als privaat vermogen. Het private vermogen betreft het eigen vermogen van ROCA Contractonderwijs Holding B.V. In deze B.V. zijn de afgelopen jaren activiteiten ondernomen die niet voorkomen uit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Er zijn geen bestemmingsfondsen gedurende het boekjaar ontstaan. 122

123 6 Voorzieningen Onderhoudsvoorziening De voorziening voor onderhoudskosten wordt gevormd voor periodiek groot onderhoud dat moet worden verricht op de gebouwen. De voorziening voor onderhoudskosten is langlopend tot 2014 en is gebaseerd op het meerjarenonderhoudsplan. Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam heeft een onderhoudsplan en horizon tot Het verloop van de onderhoudsvoorziening is als volgt: (x 1.000) Stand per 1 januari Onttrekkingen Stand per 31 december Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 jaar Overige voorzieningen De overige voorzieningen bestaan uit de voorziening herstructurering en personeelsvoorzieningen. Voorziening herstructurering De voorziening voor ombuiging en herstructurering heeft betrekking op enkele specifieke herstructureringen bij werkmaatschappijen en centrale diensten, verplichtingen wegens vervroegd uittreden en arbeidsongeschiktheid van werknemers alsmede op enkele specifieke trajecten. Als gevolg van de afbouw van de inkomsten van Educatie en Inburgering, het stopzetten van de activiteiten van de Voortwijzer en het Praktijkcentrum en de reductie van het ondersteunend personeel is de Stichting genoodzaakt de activiteiten en het aantal medewerkers in de komende jaren af te bouwen. De onttrekkingen voor ombuiging en herstructurering betreffen de kosten uit lopende uitkeringen voor prepensioenen, wachtgelden, ontslaguitkeringen en afkoopsommen, alsmede kosten voor omscholing en geschillen. De berekening van de voorziening herstructurering is gebaseerd op de bestaande sociale plannen waarvoor instemming van de OR is verkregen. De belangrijkste uitgangspunten bij de berekening zijn voorts: -de vergoeding voor wachtgeld vanuit het Rijk is voor één jaar (2012) meegenomen, daar voor dat jaar de toezegging van OCW is ontvangen; -de kosten voor prepensioenen zijn per persoon geschat op basis van de gemaakte afspraken en de facturen van ABP; -de kosten voor ww (wettenlijk en bovenwettelijk) zijn per persoon geschat op basis van de toekomstgerichte informatie die Loyalis verstrekt (5 jaar vooruit); -de kosten voor ontslaguitkeringen, afkoopsommen, omscholing en geschillen zijn geschat op basis van ervaringsgegevens; -de loonkosten zijn geschat op basis van de huidige loonkosten. Hierbij is rekening gehouden middels een percentage met een kans op herplaatsing. 123

124 Personeelsvoorzieningen De personeelsvoorzieningen bestaan hoofdzakelijk uit de voorziening voor jubileumuitkeringen en de voorziening ter dekking van WGA uitkeringen als gevolg van het eigen risicodragerschap van arbeidsongeschikte medewerkers. Het verloop van de overige voorzieningen kan als volgt worden weergegeven: (x 1.000) Voorziening herstructurering Personeelsvoorzieningen Totaal Stand per 1 januari Toekenning subsidie Ministerie van OCW Dotatie ten laste van de staat van baten en lasten Onttrekkingen Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten Stand per 31 december Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 jaar De toekenning van het Ministerie van OCW is zowel opgenomen onder de rijksbijdragen als onder de personeelslasten in de staat van baten en lasten. 7 Langlopende schulden Het verloop van de langlopende schulden is als volgt: (x 1.000) Kredietinstellingen Overige langlopende schulden Totaal Stand per 1 januari Nieuwe leningen Ministerie van Financiën Aflossingen Stand per 31 december De verstrekte zekerheden zijn toegelicht onder Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen. 124

125 Kredietinstellingen Ter financiering van de nieuwbouw is begin 2009 een herfinancieringsoperatie uitgevoerd. In dit programma zijn voor de bestaande hypothecaire leningen bij ING en BNG de zekerheden opnieuw gesteld. Met het Ministerie van Financiën is begin 2009 een overeenkomst gesloten ter hoogte van (maximaal) 120 miljoen. ROCvA heeft daarmee de financieringsbehoeften voor de komende jaren afgedekt. In 2010 is het resterende renterisico (bij andere financiers) afgedekt ( 18 miljoen voor 20 jaar vast tegen 2,99% en 3,7 miljoen voor 10 jaar vast tegen 2,55%). In onderstaande tabel is opgenomen tot welk jaar de rente van de leningen is vastgezet. De stand per 31 december 2011 is als volgt (x 1.000): Looptijd Hoofdsom Rente % Rentevast tot Saldo Bank Nederlandse Gemeenten ,66 25 mei ,54 25 mei ,57 25 juni ING Bank ,0 1 juni ,2 1 juni ,85 1 april Ministerie van Financiën Lening ,99 1 jan Lening ,55 2 juli Lening ,93 30 juni Af: aflossingsverplichting komend jaar Stand per 31 december De aflossingsverplichtingen voor het komende boekjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De leningen van de Bank Nederlandse Gemeenten betreffen annuïtaire leningen waarop jaarlijks wordt afgelost. Deze leningen lopen nog door tot Op de leningen van de ING Bank wordt lineair afgelost. De aflossing op de leningen van het Ministerie van Financiën zal starten in Overige langlopende schulden (x 1.000) Rente % Saldo Bank Nederlandse Gemeenten (voorheen Stichting Pensioenfonds Cindu) 7, Af: aflossingsverplichting komend jaar -36 Stand per 31 december

126 De aflossingsverplichtingen voor het komende boekjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. 8 Kortlopende schulden Belastingen en premies sociale verzekeringen (x 1.000) Omzetbelasting Loonheffing en premies sociale verzekeringen De loonheffing en premies sociale verzekeringen zijn in januari 2012 betaald. De stijging van de omzetbelasting wordt veroorzaakt door de latente omzetbelasting van de nieuwbouw. Deze latente BTW heeft betrekking op de integratieheffing voor de nieuwbouwpanden. De BTW op de kosten wordt teruggevorderd bij de Belastingdienst en bij oplevering van de nieuwbouwpanden afgerekend/terugbetaald onder aftrek van de BTW op de ruimten waar belastbare activiteiten (voor de BTW) zullen gaan plaatsvinden. Overige schulden en overlopende passiva (x 1.000) Nog te betalen bedragen Reservering vakantiegeld en -dagen Vooruitgefactureerde omzet Vooruitontvangen deelnemersbijdragen (Meerjarige) Doelsubsidies Ministerie van OCW - BVE (Meerjarige) Doelsubsidies Ministerie van OCW - VO Overige vooruitontvangen projectgelden 537 Nog door te betalen doelsubsidies overige scholen regio Amsterdam Vooruitontvangen bedragen Te betalen salarissen 0 42 Egalisatierekeningen Overige In de vergelijkende cijfers 2010 zijn de meerjarige doelsubsidies BVE en VO en de overige vooruitontvangen projectgelden nog in één bedrag gerapporteerd. De nog te besteden gelden van het Ministerie inzake het BVE onderwijs worden als volgt gespecificeerd ultimo 2011: 126

127 (x 1.000) 2011 Taal en rekenen (geoormerkt) Salarismix (niet-geoormerkt) Winsemius Plusvoorziening Regio Amsterdam (geoormerkt) Winsemius Plus voorziening Regio Gooi & Vechtstreek (geoormerkt) 12 Lerarenbeurs zij-instroom studieverlof (geoormerkt) 733 Innovatiebox (geoormerkt) VSV (geoormerkt) Productief leren (geoormerkt) 429 Leerlinggebonden financiering (niet geoormerkt) 421 Schoolmaatschappelijk werk (niet geoormerkt) Voor het volledige overzicht van alle doelsubsidies wordt verwezen naar model G in bijlage A. De aansluiting met Model G (geoormerkt doorlopend )wordt als volgt verklaard: Doelsubsidies BVE Plus: Winsemius door te betalen aan andere scholen 609 Minus: Salarismix en LGF (is niet geoormerkt) Totaal BVE Doelsubsidies VO Minus: Niet-geoormerkte subsidies (met name Functiemix en LGF) Totaal VO 210 Totaal BVE + VO Conform Model G

128 Financiële instrumenten en risicobeheer Algemeen De instelling maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de instelling blootstellen aan markt- en/of kredietrisico s. Het betreft financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen. Renterisico De instelling heeft diverse langlopende leningen afgesloten, met name ter financiering van de huisvesting. De rente op deze leningen is voor een lange periode vastgelegd door middel van het afspreken van rentevaste perioden met de betreffende kredietinstellingen. De duur van de rentevaste perioden zijn toegelicht bij de langlopende schulden. Valutarisico De instelling heeft geen transacties in vreemde valuta. Marktwaarde De marktwaarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en schulden, benadert de boekwaarde ervan. Kredietrisico Bij de vorderingen is geen sprake van belangrijke concentratie bij slechts enkele tegenpartijen. De belangrijkste debiteuren betreffen overheidsinstellingen (ministerie, gemeenten) in verband met nog te ontvangen bedragen voor subsidieregelingen. De vorderingen worden door het bestuur inbaar geacht. Voor het risico van oninbaarheid worden voorzieningen aangehouden op vorderingen. Verder worden de kredietrisico s beperkt geacht. Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico s worden bewaakt door meting van solvabiliteits-, liquiditeits- en rentabiliteitsratio s in relatie tot door het bestuur vastgestelde streefwaarden. De instelling beschikt over een meerjarenbegroting, en een daarvan afgeleid meerjarenfinancieringsplan. Met behulp hiervan wordt de financieringsbehoefte bewaakt. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen Kredietinstellingen De kredietfaciliteit in rekening-courant bij het Ministerie van Financiën bedraagt met ingang van februari ,4 miljoen. Voor de leningen bij de diverse kredietinstellingen zijn de volgende zekerheden verstrekt: Zekerheden ING (bedragen x 1.000) Pand Hypothecaire inschrijving/ taxatie waarde bij vrije verkoop Kingsfordweg Tempelhofstraat Da Costastraat Elandstraat Totaal 30280,

129 Zekerheden BNG (bedragen x 1.000) Pand Hypothecaire inschrijving/ taxatie waarde bij vrije verkoop Fraijlemaborg Totaal Zekerheden Ministerie van Financiën (bedragen x 1.000) Pand Dekkingswaarde Opaallaan 25 Hoofddorp en Arena 301 Hilversum Zetterij 8 Amstelveen Kop Zuidas Europaboulevard Amsterdam Amsterdam Noord Maximale financiering 95% Totaal Ministerie van OCW Voor onderwijsinstellingen vallende onder de WVO is het op basis van artikel 5 van de (Gewijzigde) Regeling Onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs (kenmerk WJZ-2005/ en kenmerk VO/F -2006/1769) toegestaan een vordering op te nemen op het Ministerie van OCW. Hiervan is geen gebruik gemaakt. De vordering op het Ministerie van OCW is ter hoogte van de op dat moment bestaande schuld aan het personeel in verband met: - de tot en met december opgebouwde bruto vakantieaanspraken; - de over de maand december door het bevoegd gezag verschuldigde afdracht pensioenpremies en loonheffing verbonden salarisbetalingen op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De vordering bedraagt op 31 december Bij de oprichting van de Stichting ROC van Amsterdam in 1997 ontstond er een vordering op het Ministerie van OCW voor loonheffing en pensioenpremies van ABP. De vordering zal worden ontvangen bij het opheffen van de stichting en bedraagt Claims Tegen de organisatie en/of groepsmaatschappijen zijn enkele claims ingediend, waaronder een claim inzake ontwikkeling van vastgoed, die door haar wordt betwist. Hoewel de afloop van deze geschillen niet met zekerheid kan worden voorspeld, is mede op grond van ingewonnen juridisch advies aangenomen dat deze geen nadelige invloed van betekenis zal hebben op de geconsolideerde financiële positie. Meerjarige financiële verplichtingen Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan inzake huur en operationele leasing. 129

130 De huurverplichtingen die hieruit voortvloeien bedragen voor ,1 miljoen (2011: 5,8 miljoen). De organisatie is investeringsverplichtingen aangegaan ter grootte van 129,5 miljoen (2011: 109 miljoen) inzake de nieuwbouw van vijf schoolgebouwen, waarvan nog 32,4 miljoen resteert per 31 december De financiering is hiervan afgedekt middels het financieringsarrangement bij het Ministerie van Financiën. Garanties De stichting heeft zich garant gesteld jegens de Stichting Waarborgfonds BVE voor maximaal 2% van de jaarlijkse rijksbijdrage indien laatstgenoemde niet aan haar borgstellingsverplichtingen kan voldoen. De stichting heeft garanties afgegeven uit hoofde van huurverplichtingen voor totaal (2010: ). Claim samenhangende met invoering WI in 2006/2007 De invoering van de Wet Inburgering ( WI ) in 2007 heeft voor vier regionale opleidingscentra ("ROC's") grote gevolgen gehad. Niet in de laatste plaats voor de regionale opleidingscentra ( ROC s ) in de drie grote steden. Zij hebben in onevenredige mate hun leidende positie op de inburgeringsmarkt verloren als gevolg van de inwerkingtreding van de WI. Waar de ROC's eerst op basis van de wet verplicht waren om inburgeringscursussen aan te bieden en daarop hun gehele organisatie hadden ingericht, is deze leidende positie na 1 januari 2007 ingenomen door private bedrijven. Dit kwam mede omdat de kostenstructuur van een ROC hoger ligt dan dat van de op de markt concurrerende private partijen. Vooruitlopend op de invoering van de WI in 2007 hadden het ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de (toenmalige) Bve Raad een convenant gesloten om dergelijke mogelijke, feitelijk voorzienbare negatieve gevolgen van de WI te beperken. Hiertoe werd onder meer een hardheidsclausule opgenomen (ex artikel 7, lid 3) waarin - kort gezegd - is vastgelegd dat indien de op handen zijnde stelselwijziging in het inburgeringsbeleid zou leiden tot een onevenredig nadeel voor een individueel ROC, hierover bestuurlijk overleg zou moeten worden gevoerd dat tot schadevergoeding zou moeten leiden indien daarvoor aanleiding blijkt te bestaan. De vier ROC's uit de drie grote steden hebben zich op deze hardheidsclausule beroepen, wegens grote geleden verliezen. Diverse (informele) beroepen op de hardheidsclausule hebben tot dusver echter niet geleid tot het bedoelde bestuurlijk overleg met betrekking tot een schadevergoeding dan wel een handreiking van de verantwoordelijke bewindslieden. Op 21 juni 2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het beroep van ieder van de vier ROC's op de hardheidsclausule schriftelijk formeel afgewezen. Dit is opmerkelijk, want de ROC s hebben aantoonbaar onevenredige schade geleden door de invoering van de WI. De afwijzingsbrieven van 21 juni 2011 hebben de ROC s uit de drie grote steden doen besluiten gezamenlijk een juridische procedure aanhangig te maken. Ieder ROC procedeert zelfstandig, maar met onderling overleg en onder regie van Stibbe advocaten. De ROC's hebben tegen de afwijzingsbrieven bezwaarschriften ingediend, maar deze zijn door de minister van II&A niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet om appellabele besluiten zou gaan. In vervolg daarop hebben de ROC's tot behoud van recht een bestuursrechtelijke procedure aanhangig gemaakt door middel van een pro forma beroepschrift. Zij zijn namelijk voornemens de Staat der Nederlanden te dagvaarden in een civielrechtelijke procedure. 130

131 Daarin zullen de vier ROC's ieder afzonderlijk van de Staat vorderen dat de verantwoordelijke ministers de hardheidsclausule uit het Convenant dienen na te komen: het voeren van bestuurlijk overleg en het compenseren van de onevenredig geleden schade door de ROC's. Voor ROC van Amsterdam is deze schade begroot op 12,2 miljoen. Naar verwachting zal de procedure in eerste aanleg een termijn van ruim een jaar in beslag gaan nemen. 131

132 18.6 Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten 9 Rijksbijdragen Dit betreft de genormeerde rijksbijdrage van het Ministerie van OCW. (X 1.000) 2011 Begroting 2010 Basisbekostiging input Basisbekostiging output Basisbekostiging VOA Basisbekostiging VMBO Vergoeding huisvesting Additionele middelen Vergoeding wachtgelden Additionele middelen Geoormerkte OCW subsidies Niet geoormerkte OCW subsidies Overige overheidsbijdragen (x 1.000) Gemeentelijke bijdragen educatie Overige trajecten en bijdragen Deelnemersbijdragen (x 1.000) 2011 Begroting 2010 Lesgelden sector VO Cursusgelden sector BVE Examengelden De stijging van de deelnemersbijdragen ten opzichte van begroting hangt samen met een stijging in de lasten van deelnemers (zie toelichting 17: Overige instellingslasten). 132

133 12 Contractactiviteiten (x 1.000) 2011 Begroting 2010 Economische Opleidingen Amsterdam Contractonderwijs Gooi- & Vechtstreek Horeca, Kapper- en nagelverzorging Luchtvaartopleidingen Gezondheidszorg Techniekonderwijs Reïntegratie en inburgering (WI) Overig Door het wegvallen van de baten Reïntegratie & Inburgering (WI) vanuit de Rijksoverheid dalen deze baten met 5,3 miljoen ten opzichte van De post Luchtvaartopleidingen bevat de contractactiviteiten van de werkmaatschappij Airport ( ) en de meegeconsolideerde contractactiviteiten van Stichting Samenwerking Schiphol College ( ). Bij beide partijen is de realisatie lager dan begroot. Ook de overige contractactiviteiten realiseren over het algemeen minder baten dan begroot en voorgaand jaar wegens verslechterde marktomstandigheden. 13 Overige baten (x 1.000) Verkoop beroepspraktijkvorming en kantines Detachering personeel Verhuuropbrengsten Vrijval egalisatierekening investeringsbijdragen Beroep belastingdienst inzake detachering Overige baten

134 14 Personeelslasten (x 1.000) 2011 Begroting 2010 Lonen en salarissen Sociale lasten Pensioenpremies Personeel niet in loondienst Dotaties personele voorzieningen Overige personele lasten Af: uitkeringen (AAW, USZO en ID-banen) Extra dotatie voorziening herstructurering P.M De lonen, salarissen en sociale lasten zijn gedaald wegens een daling van het aantal werknemers bij de organisatie. Deze daling vloeit voort uit de in 2009 en 2010 ingezette reorganisaties. De kosten van personeel niet in loondienst worden als volgt gespecificeerd: Personeel niet in loondienst (x 1.000) MBO Colleges Educatie & Inburgering Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam Dienst ICT Overige centrale diensten De overschrijdingen bij de MBO Colleges, de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en de overige centrale diensten worden voornamelijk veroorzaakt door direct benodigde inhuur van specialistische kennis, zowel in het primaire als het secundaire proces. De overschrijding bij E&I is een direct gevolg van de afspraken uit het sociaal plan waarbij E&I medewerkers gedeeltelijk indalen in de MBO Colleges en hun werk daardoor noodgedwongen, tijdelijk, is overgenomen door externe inhuurkrachten. Voor wat betreft de dienst ICT is een daling in externe inhuur zichtbaar ten opzichte van Dit komt deels doordat veel minder aan ICT ontwikkeling bestede uren zijn geactiveerd en door het feit dat innovatiemiddelen zijn ingezet op personele (ICT) (uur)lasten in plaats van op materiële lasten. In de kosten van de Overige centrale diensten is voor circa de inhuur van de Stichting Spirit opgenomen. Met deze stichting wordt samengewerkt in het kader van het project Aanval op de Uitval. Dit project wordt gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam. De bijbehorende subsidiebaten zijn opgenomen in de Overige overheidsbijdragen. De ontwikkelingen bij Educatie & Inburgering en de noodzakelijke reductie van het aantal fte ondersteunend personeel maken een extra dotatie aan de voorziening herstructurering van 18,8 miljoen noodzakelijk. Personeelsbestand 134

135 Gedurende het boekjaar 2011 bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij de organisatie, omgerekend naar volledige mensjaren (2010: 2.585), allen werkzaam in Nederland. Bezoldiging bestuurders en Raad van Toezicht 2011 Brutosalaris Nabetaling vorige jaren Totaal 2011 Drs. E.C.M. de Jaeger R.J.W. Winter G. Vreugdenhil Brutosalaris Nabetaling vorige jaren Pensioenkosten Pensioenkosten Totaal 2010 Drs. E.C.M. de Jaeger R.J.W. Winter G. Vreugdenhil Zie model H in bijlage B bij deze jaarrekening voor detailgegevens omtrent de bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders. De vergelijkende cijfers 2010 zijn voor vergelijkingsdoeleinden aangepast. Het salaris van R.J.W. Winter is in 2011 voor doorbelast aan de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam voor zijn werkzaamheden daar als bestuurder directievoorzitter met ingang van 1 juni Dit bedrag is inclusief werkgeverslasten en pensioenkosten. De salarislasten van G. Vreugdenhil (lid Raad van Bestuur) zijn met ingang van 2011 volledig opgenomen bij ROC van Amsterdam. De vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast. In het bruto jaarsalaris over 2011 is de variabele beloning van maximaal 10% over het jaar 2010 verwerkt. Het bruto salaris van de leden van de Raad van Bestuur omvat ook de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden ten behoeve van ROC Flevoland. Aan de bestuurders is een bedrag ter beschikking gesteld, onder aftrek van privé gebruik, om te voorzien in eigen dan wel openbaar vervoer, voor zowel zakelijk als woonwerkverkeer, zijnde (E.C.M. de Jaeger), (R.J.W. Winter) en (G. Vreugdenhil). Verder ontvangen de bestuurders een kostenvergoeding van netto per jaar. 135

136 De salariskosten van het andere lid van de Raad van Bestuur is opgenomen in de jaarrekening 2011 van ROC Flevoland. De Raad van Toezicht heeft in 2011 de nullijn aangehouden voor de beloning van de bestuurders en daarom de jaarlijkse indexatie per 1 juli niet toegepast. De totale bestuurskosten 2009 (exclusief afvloeiingsvergoeding) 2011 van ROC van Amsterdam plus ROC Flevoland worden als volgt samengevat: Bestuurskosten Ten laste van: - MBO ROCvA / ROCF VOvA Het ROCvA deel van de bezoldiging voor de leden van de Raad van Toezicht bedroeg in (2010: ). De overige kosten zijn opgenomen in de jaarrekening van ROC Flevoland. Informatie Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) Belastbaar loon 2010 ( ) Belastbaar loon 2011 ( ) Correctie op vorig jaar in 2011 Voorzieningen beloning 2010 ( ) Voorzieningen beloning 2011 ( ) Totaal 2010 ( ) Totaal 2011 ( ) Totaal 2011 exclusief correctie op vorig jaar ( ) E.C.M. de Jaeger R.J.W. Winter G. Vreugdenhil In deze wet is opgenomen dat jaarinkomens boven de gemeld moeten worden in het jaarverslag. Dit inkomen betreft het belastbaar loon, de pensioenafdracht, overige voorzieningen en ontslaguitkeringen. In 2011 is van de bestuurders het inkomen hoger dan de WOPT-norm. Het basissalaris van deze bestuurders is gebaseerd op de in het verleden verworven rechten en valt binnen de kaders van de adviesregeling de beloning van de bestuurders van MBOinstellingen. Alle bestuurders zijn het hele jaar 2011 in dienst geweest. Onder het kopje Voorzieningen beloning zijn de pensioenlasten opgenomen (werkgevers- en werknemersdeel). 15 Afschrijvingen op materiële vaste activa (x 1.000) 2011 Begroting

137 Gebouwen Inventaris en apparatuur In de post afschrijvingen van inventaris en apparatuur zijn versnelde afschrijvingen opgenomen van 6,6 miljoen. Activa (met name ICT gerelateerd) zijn versneld afgeschreven omdat zij niet langer in gebruik zijn of niet langer toekomstige voordelen opleveren. 16 Huisvestingslasten (x 1.000) Huur- en servicekosten Energie en water Schoonmaakkosten Klein onderhoud en reparatie Belastingen en heffingen Verzekeringen Beveiligingskosten Overige huisvestingslasten Overige instellingslasten (x 1.000) 2011 Begroting 2010 Administratie en beheer Contributies en lidmaatschappen Accountants- en advieskosten PR, marketing en communicatie Inventaris en apparatuur Leer- en hulpmiddelen, kosten beroepspraktijkvorming en kantines alsmede materiële lasten projectgelden Reis- en verblijfkosten Dotatie overige voorzieningen Overige instellingslasten In de begroting 2011 waren bezuinigingmaatregelen opgenomen in de overige instellingslasten. Aangezien deze bezuinigingsmaatregelen ook deels ingevuld zijn op het personele vlak, is de vergelijking met de begroting voor de overige instellingslasten soms moeilijk te maken. Ten opzichte van 2010 is op de meeste onderdelen een besparing zichtbaar. De stijging ten opzichte van begroting van de leer- en hulpmiddelen, kosten beroepspraktijkvorming en kantines alsmede materiële lasten projectgelden heeft tevens geleid tot een stijging van de baten uit deelnemersbijdragen ten opzichte van begroting. Tenslotte zijn in de begroting de kosten die (intern) gedekt worden uit de beleidsmiddelen niet meegenomen. Het belang hiervan is circa 5 miljoen en met name zichtbaar op de posten Accountants- en advieskosten en Inventaris en apparatuur. 137

138 Accountantshonorarium 2011 (bedragen x 1.000) KPMG Accountants KPMG overig Totaal KPMG Onderzoek van de jaarrekening en bekostiging Onderzoek van de jaarrekening en bekostiging Andere controleopdrachten Adviesdiensten op fiscaal terrein Andere niet-controlediensten (bedragen x 1.000) KPMG Accountants KPMG overig Totaal KPMG Onderzoek van de jaarrekening en bekostiging (2008 en 2009) Onderzoek van de jaarrekening en bekostiging Andere controleopdrachten Adviesdiensten op fiscaal terrein Andere niet-controlediensten De kosten van accountantsonderzoek zijn afgenomen als gevolg van de verbetering van het afsluitproces en de onderliggende balansdossiers en door het in eigen beheer uitvoeren van diverse onderzoeksopdrachten door de afdeling Interne Controle. 138

139 18 Financiële baten en lasten (x 1.000) 2011 Begroting 2010 Financiële baten Overige rentebaten Financiële lasten Rente langlopende leningen Overige lasten Saldo financiële baten en lasten De rentelasten zijn hoger dan vorig jaar als gevolg van opgenomen leningen. Transacties met verbonden partijen Er hebben zich geen transacties op niet zakelijke grondslag met verbonden partijen voorgedaan. 139

140 18.7 Enkelvoudige balans per 31 december (voor resultaatbestemming) ACTIVA (bedragen x 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Financiële vaste activa Deelnemingen in groepsmaatschappijen Overige deelnemingen Leningen aan groepsmaatschappijen Overige financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Vorderingen Debiteuren Deelnemers/cursisten Overige vorderingen en overlopende activa Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa

141 PASSIVA (bedragen x 1.000) Eigen vermogen Stichtingskapitaal P.M. P.M. Algemene reserve Herwaarderingsreserve Bestemmingsreserves privaat Resultaat boekjaar Voorzieningen Onderhoudsvoorziening Overige voorzieningen Langlopende schulden Kredietinstellingen Overige langlopende schulden Kortlopende schulden Aflossingsverplichtingen Crediteuren Rekening courant deelnemingen en gelieerde maatschappijen Belastingen en premies sociale verzekeringen Pensioenen Overige schulden en overlopende passiva Totaal passiva

142 18.8 Enkelvoudige staat van baten en lasten (bedragen x 1.000) Baten Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen Deelnemersbijdragen Contractactiviteiten Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Dotatie voorziening herstructurering Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten Totaal lasten Saldo baten en lasten Resultaat deelnemingen in groepsmaatschappijen Resultaat overige deelnemingen Financiële baten Financiële lasten Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Belastingen - - Resultaat boekjaar

143 18.9 Toelichting behorende tot de enkelvoudige jaarrekening 2011 Algemeen De geconsolideerde jaarrekening maakt deel uit van de jaarrekening 2011 van de organisatie. Voor zover posten uit de balans en staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten, met uitzondering van het volgende: Resultaat deelnemingen Het aandeel in het resultaat van organisaties waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van de organisatie in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen de organisatie en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. 19 Financiële vaste activa Deelnemingen in groepsmaatschappijen De deelnemingen in groepsmaatschappijen betreft de 100% deelneming ROCA Contractonderwijs Holding B.V. en, met ingang van 1 januari 2009, de Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam. De deelnemingen zijn gewaardeerd tegen het aandeel van de vennootschap in de netto-vermogenswaarde van de deelneming per balansdatum. De nettovermogenswaarde is berekend op basis van dezelfde grondslagen als welke gelden voor deze jaarrekening. Het verloop gedurende het boekjaar is als volgt (x 1.000): Stand per 1 januari Vermogensmutatie Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam inzake stelselwijziging BAPO-regeling Resultaat deelnemingen na belastingen Stand per 31 december

144 De Stichting staat aan het hoofd van de groep en heeft de volgende 100% kapitaalbelangen. Naam (bedragen x 1.000) Statutaire zetel Eigen vermogen ultimo 2011 Resultaat Error! Unknown document property name.11 Directe belangen ROCA Contractonderwijs Holding B.V. Amsterdam Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam Amsterdam Indirecte belangen ROCA Uitzendorganisatie B.V. Amsterdam Centrum voor Vakopleiding B.V. Amsterdam Totaal 305 Het geconsolideerd resultaat van ROCA Contractonderwijs Holding B.V. bedraagt positief en bestaat uit het resultaat van ROCA Contractonderwijs Holding B.V., ROCA Uitzendbureau B.V. en Centrum voor Vakopleiding B.V. Overige deelnemingen Deze balanspost betreft de verbonden partijen Stichting Onroerend Goed Beroepsonderwijs, Stichting Innovatieve Stages Amsterdam en Stichting Samenwerking Schiphol College. De deelnemingen zijn gewaardeerd tegen nettovermogenswaarde, zoals blijkt uit de jaarrekeningen van deze stichtingen. Het verloop gedurende het boekjaar is als volgt: (x 1.000): Stand per 1 januari Resultaat deelnemingen Stand per 31 december Tenslotte is een verbonden partij gezien het geringe belang niet meegeconsolideerd in de jaarrekening van het ROCvA. Dit betreft het Fini van Feggelenfonds. Deze stichting heeft ten doel de voor de Joke Smit Scholengemeenschap voor Volwassenen te Amsterdam benodigde boeken en andere leermiddelen, voorzover deze niet van overheidswege worden verstrekt, op een zo voordelig mogelijke wijze aan haar contribuanten ter beschikking te stellen. Overzicht verbonden partijen Het overzicht van de verbonden partijen is opgenomen in bijlage C. 144

145 20 Kortlopende schulden Rekening courant deelnemingen en gelieerde maatschappijen Dit betreft de rekening-courant verhouding met ROCA Contractonderwijs Holding B.V. en de daaraan gelieerde vennootschappen en Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam. Over de rekening courant verhouding is 2,6% rente berekend (2010: 2,6%). 145

146 19 Overige gegevens Statutaire bepalingen inzake resultaatbestemming Ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt het resultaat van het verslagjaar verrekend met de reserve van de instelling. Het negatieve geconsolideerde resultaat van het verslagjaar ad wordt in mindering gebracht op het eigen vermogen. Gebeurtenissen na balansdatum Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die van invloed kunnen zijn op de financiële situatie. Samenwerkingsverbanden VO/BVE en overige instellingen Stichting ROC van Amsterdam heeft in 2011 geen samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen in de regio zoals opgenomen in het Besluit samenwerking VO-BVE. Per 31 december 2011 volgen geen leerlingen elders onderwijs. Stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam heeft geen samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen in de regio zoals opgenomen in het Besluit samenwerking VO- BVE. 146

147

148

149 20 Bijlagen bij de jaarrekening 2011 Bijlage A: Model G - Verantwoording van subsidies 147

150 Inzake Productief leren 2011 (besteed ,02) maakt MBO College Hilversum afspraken met andere onderwijsinstellingen binnen de regio voor de besteding van deze middelen. De gelden zijn reeds toegekend aan deze onderwijsinstellingen. Deze instellingen leggen hierover nog verantwoording af. Indien de gelden niet voldoende verantwoord kunnen worden, zal het geld teruggevorderd worden. 148

151 Bijlage B: Model H - Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders 149

152 Bijlage C: Model E Verbonden Partijen Naam Juridische vorm Statutaire zetel Code activiteiten Eigen vermogen Resultaat jaar 2011 Art 2:403 Ja/Nee Deelname Consolidatie (bedragen x EUR 1.000) EUR EUR % Ja/Nee ROCA Contractonderwijs B.V. Amsterdam Holding Nee 100 Ja ROCA Uitzendorganisatie B.V. Amsterdam Ja 100 Ja Centrum voor Vakopleidingen B.V. Amsterdam Ja 100 Ja Samenwerkingsstichting Voortgezet Onderwijs ROCvA Stichting Amsterdam Nee N.v.t. Ja Stichting Schiphol College Stichting Schiphol Nee N.v.t. Ja Stichting Innovatieve Stages Stichting Onroerend Goed Beroepsonderwijs Stichting Amsterdam Nee N.v.t. Ja Stichting Amsterdam Nee N.v.t. Ja Fini van Feggelenfonds Stichting Amsterdam Nee N.v.t. Nee 150

153 Bijlage D: Nota Helderheid Uitbesteding tussen ROC van Amsterdam en het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven In boekjaar 2011 heeft bij de Stichting geen uitbesteding van bekostigd onderwijs aan andere instellingen plaatsgevonden. Bij stichting Samenwerking Schiphol College, waarin het ROC van Amsterdam onderdeel uitmaakt van het bestuur, vindt wel uitbesteding van bekostigd onderwijs plaats. De uitbesteding vindt plaats bij het ROC van Amsterdam. 2. Overzicht inzet van rijksbijdrage investeringen in private activiteiten Door de Stichting ROC van Amsterdam wordt voor 100% deelgenomen in de dochtervennootschap ROCA Contractonderwijs Holding B.V. (Holding). De participatie bedraagt 5 miljoen aan aandelen. Tot 2007 werden in deze vennootschap middels twaalf 100% dochtervennootschappen de private opleidingsactiviteiten van het ROC van Amsterdam uitgevoerd. Vanaf 2007 wordt een groot deel van deze activiteiten uitgevoerd door de Stichting. Het geconsolideerde eigen vermogen van de Holding bedraagt per 31 december ,0 miljoen positief. Een nadere specificatie wordt weergegeven in de toelichting op de enkelvoudige balans van Stichting ROC van Amsterdam, welke is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. 3. Eigen fonds les- en cursusgelden, niet uit rijksbijdrage De Stichting heeft geen fonds met betrekking tot les- en cursusgelden. In een aantal gevallen wordt het wettelijk cursusgeld niet betaald door de deelnemer zelf maar door derden (bedrijven of instellingen). Dit geschiedt, conform de voorschriften, via een schriftelijke machtiging van de deelnemer zelf. 4. Overzicht deelnemers die het ROC van Amsterdam na 1 oktober relatief snel hebben verlaten met aanduiding van redenen In totaal hebben in de periode van 2 oktober t/m 31 december deelnemers de instelling verlaten, waarvan 304 met een diploma en 665 deelnemers zonder diploma. In dezelfde periode hebben zich 294 deelnemers ingeschreven zonder dat daarvoor bekostiging wordt ontvangen. 151

154 Overzicht van de deelnemers die relatief snel na 1 oktober de instelling verlaten, met aanduiding van de redenen 152

155 Overzicht van uitschrijvingen uit de instelling na 1 oktober 2010 na het behalen diploma Overzicht van de deelnemers die na 1 oktober zijn ingeschreven voor een opleiding zonder dat daarvoor bekostiging wordt ontvangen (periode t/m ) Toegevoegd is een overzicht van de inschrijvingen na 1 oktober. Het betreft deelnemers die wel onderwijs volgen maar waarvoor geen bekostiging wordt ontvangen. 5. Overzicht geïntegreerde trajecten educatie beroepsonderwijs Van de deelnemers op 1 oktober 2011 ingeschreven in het beroepsonderwijs volgden geen deelnemers gelijktijdig een traject in het volwassenenonderwijs. 153

156 6. Overzicht overstap tijdens het schooljaar naar andere opleiding / leerweg binnen de instelling Ten gevolge van de invoering van het competentiegerichte onderwijs waarbij deelnemers in de loop van het jaar kiezen voor een uitstroomprofiel is het aantal deelnemers dat overstapt naar een andere opleiding de afgelopen jaren sterk toegenomen. Feitelijk gaat het om dezelfde opleiding. In totaal zijn deelnemers overgestapt naar een andere opleiding. 7. Overzicht voor welke bedrijven / organisaties maatwerktrajecten zijn georganiseerd Behoudens bij het Volwassenenonderwijs heeft de Stichting in beperkte mate maatwerkcontracten uitgevoerd voor bedrijven en instellingen. Dit betreft aanvullende werkzaamheden voor deelnemers van CREBO geregistreerde opleidingen. De volgende contracten zijn uitgevoerd in 2011: Randstad Bewaking I-Sec Nederland Trigion Beveiliging KLM People in Transfer Vebego Openbaar Ministerie EVC-centra Bouw & Infra Royal van Lent Shipyard B.V. NedTrain Stichting Werktraject Amsterdam Truckacademy Ymere Vomar Voordeelmarkt B.V. Odibaan Werkleerschool (initiatief van Stichting De Waterheuvel en Brouwerij De Prael ) VU MC / Amstel Academie AT Scholen Projectbureau Leren + Werken Opleidingsbedrijf Bouw Gooi & Vechtstreek 154

157 8. Overzicht van de horizontale, in de tijd verspreide, stapeling van diploma s Onderzocht is of horizontale, in de tijd verspreide, stapeling van diploma s voorkomt. Diploma s op een lager niveau dan de opleiding die gevolgd is komen alleen voor als de deelnemer wordt uitgeschreven voor de opleiding op het hogere niveau en de eindtermen behorend bij de verwante opleiding op het lagere niveau zijn gehaald. De examencommissie heeft dat in voorkomende gevallen vastgesteld. Van de deelnemers die een diploma hebben ontvangen op een lager niveau en na diplomering nog waren of zijn ingeschreven in een opleiding op een hoger niveau is vastgesteld dat ze al eerder in de opleiding op het lagere niveau waren ingeschreven. Feitelijk zijn ze begonnen aan de opleiding op het hogere niveau terwijl ze de opleiding op het lagere niveau formeel nog moesten afronden. In beide gevallen is er geen sprake van strategisch gedrag gericht op winstmaximalisatie. Het belang van de deelnemer (het behalen van een diploma) staat in beide gevallen voorop. Van de deelnemers waarin in 2011 een voor bekostiging in aanmerking komend diploma is uitgereikt, is aan deelnemers al in een voorafgaand jaar een bekostigd diploma uitgereikt, in bijna alle gevallen (1.796 deelnemers) op een lager niveau. Deze deelnemers zijn doorgestroomd naar een opleiding op een hoger niveau en hebben het bij de opleiding behorend diploma behaald. Aan 102 deelnemers is in 2011 een diploma uitgereikt op een gelijk niveau. Zij hebben daarmee een breder kwalificatieprofiel verworven. Aan 33 deelnemers is een diploma uitgereikt op een lager niveau. In bijna alle gevallen ging het om herprofilering. 155

158 Bijlage E: Segmentatie naar onderwijssoorten 156

159 Bijlage F: Overzicht Taal & Rekenen Ondernomen activiteiten, bestede middelen en bereikte deelnemers Activiteiten Nederlandse taal en/of rekenen Bestede middelen Aantal bereikte deelnemers Aantal bereikte personeelsleden A. Aanpassingen in de didactiek en pedagogiek van de beroepsopleidingen met het oog op de intensivering van het taal- en rekenonderwijs 1 Begeleiding taal- en rekendocenten coaches en T+R , specialisten door projectleiders binnen de werkmaatschappijen 2 Dyslexie T 3.996, Totaal A ,52 B Toetsing van deelnemers 1 Licentie TOA T+R meting en voortgang T+R , Totaal B ,44 C Extra onderwijstijd 1Extra taal- rekendocenten, -coaches en -specialisten T+R , Totaal C ,00 D Nieuwe of aangepaste faciliteiten 1 Projectvoorbereiding ICT examinering , Technische ondersteuning afname pilots COE , Huur servers 2.067,40 Totaal D ,27 E Professionalisering van docenten en overige functionarissen op het gebied van taal en rekenen Professionalisering van docenten 1 Training toetsen en beoordelen met TOA , Expertbijeenkomsten , Specialistentraining ,00 25 Professionalisering van overige functionarissen 1 Management 2.107, Examensecretarissen en toetsleiders 1.457,85 60 Totaal E ,31 F Andere activiteiten die gericht zijn op intensivering van taal- en rekenonderwijs Projectevaluatie T+R , Communicatie; Nieuwsbrief, website, repro en lesmappen T+R , Projectleiders uitvoering Werkmaatschappij T+R , Catering/ huur voor trainingen T+R Totaal F ,62 Totaal A-F ,16 157

160 Bijlage G: Overzicht Stagebox De besteding per doelstelling is als volgt: 158

CVI-Managementconferentie IJzersterk 2013

CVI-Managementconferentie IJzersterk 2013 CVI-Managementconferentie IJzersterk 2013 1 Slim krachten bundelen, vanuit klein binnen groot Edo de Jaeger vz. RvB ROCvA en ROCF vz CvB ROCvA Ronald Wilcke vice vz RvB ROCvA en ROC F en vz. CvB ROC F

Nadere informatie

Jaarverslag 2011. ROC Flevoland

Jaarverslag 2011. ROC Flevoland Jaarverslag 2011 ROC Flevoland 1 ROC Flevoland Bezoekadres: Straat van Florida 1 1334 PA Almere Postadres: Postbus 30131 1303 AC Almere Tel. 036-5495900 Fax. 036-5495999 Internet: http://www.rocflevoland.nl/

Nadere informatie

Jaarverslag 2012. : ROC van Amsterdam

Jaarverslag 2012. : ROC van Amsterdam Jaarverslag 2012 ROC van Amsterdam Uitgave : ROC van Amsterdam Kenmerk : Jaarverslag 2012 ROCvA Vastgesteld door de Raad van Toezicht : 28-06-2013 Goedkeurende accountantsverklaring : 28-06-2013 Aangeboden

Nadere informatie

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van LID RAAD VAN TOEZICHT. bij

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van LID RAAD VAN TOEZICHT. bij DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE Voor de positie van LID RAAD VAN TOEZICHT bij ROC van Amsterdam - Flevoland 2 DE ORGANISATIE Het ROC van Amsterdam Het ROC van Amsterdam

Nadere informatie

DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING MBO-COLLEGE ALMERE. ROC van Flevoland

DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING MBO-COLLEGE ALMERE. ROC van Flevoland DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING MBO-COLLEGE ALMERE ROC van Flevoland ROC van Flevoland Het Regionaal Opleidingen centrum van Flevoland behoort tot een van de ruim 40 ROC s van ons land. Inspelend op de veranderende

Nadere informatie

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van LEDEN RAAD VAN TOEZICHT. bij

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van LEDEN RAAD VAN TOEZICHT. bij DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE Voor de positie van LEDEN RAAD VAN TOEZICHT bij ROC van Amsterdam-Flevoland 2 DE ORGANISATIE Het ROC van Amsterdam Het ROC van Amsterdam

Nadere informatie

Jaarverslag 2012. : ROC Flevoland

Jaarverslag 2012. : ROC Flevoland Jaarverslag 2012 ROC Flevoland Uitgave : ROC Flevoland Kenmerk : Jaarverslag 2012 ROCF Vastgesteld door de Raad van Toezicht : 28-06-2013 Goedkeurende accountantsverklaring : 28-06-2013 Aangeboden bij

Nadere informatie

Dit is het ROC van Twente. Onderwijsvisie

Dit is het ROC van Twente. Onderwijsvisie in feiten en cijfers Dit is het ROC van Twente ROC van Twente is dé onderwijsinstelling voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in de regio Twente. Ruim 2000 medewerkers verzorgen beroepsopleidingen,

Nadere informatie

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van. Lid RAAD VAN TOEZICHT HRM & Onderwijs

DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE. Voor de positie van. Lid RAAD VAN TOEZICHT HRM & Onderwijs DE VROEDT & THIERRY E X E C U T I V E S E A R C H POSITIE SPECIFICATIE Voor de positie van Lid RAAD VAN TOEZICHT HRM & Onderwijs bij ROC van Amsterdam-ROC van Flevoland 2 DE ORGANISATIE Het ROC van Amsterdam

Nadere informatie

Jaarverslag 2013. : ROC van Amsterdam

Jaarverslag 2013. : ROC van Amsterdam Jaarverslag 2013 ROC van Amsterdam Uitgave : ROC van Amsterdam Kenmerk : Jaarverslag 2013 ROCvA Vastgesteld door het College van Bestuur : 02-06-2014 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht : 02-06-2014

Nadere informatie

Jaarverslag 2014. ROC van Amsterdam

Jaarverslag 2014. ROC van Amsterdam Jaarverslag 2014 ROC van Amsterdam ROC van Amsterdam Bezoekadres Fraijlemaborg 141 1102 CV Amsterdam Postadres Postbus 2584 1000 CN Amsterdam Telefoon 020-579 1000 Fax 020-579 1001 Internet http://www.rocva.nl

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL 1. ORGANISATIE. Noorderpoort

FUNCTIEPROFIEL 1. ORGANISATIE. Noorderpoort FUNCTIEPROFIEL Opdrachtgever: Functienaam: Deskundigheid Noorderpoort Lid Raad van Toezicht Sociale domein 1. ORGANISATIE Noorderpoort Noorderpoort bereidt jongeren en volwassenen voor op hun rol in de

Nadere informatie

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S 2. ONDERWIJSOPBRENGSTEN EN DEELNEMERSONTWIKKELING RENDEMENTEN EN DIPLOMA S DIPLOMA S VMBO 2-24 De rendementen vmbo zijn gebaseerd op de opbrengsten oordelen van de onderwijsinspectie. Als een leerling

Nadere informatie

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur,

Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur, a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 349195 Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015 Geacht

Nadere informatie

BIJLAGE: Overzicht van indicatoren per opleidingsdomein

BIJLAGE: Overzicht van indicatoren per opleidingsdomein BIJLAGE: Overzicht van indicatoren per opleidingsdomein Commissie Macrodoelmatigheid Vermeulen Van de vier onderzochte regio s is een overzicht gemaakt van thema s organiseerbaarheid, arbeidsmarkt en kwaliteit.

Nadere informatie

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S 2. ONDERWIJSOPBRENGSTEN EN DEELNEMERSONTWIKKELING RENDEMENTEN EN DIPLOMA S De rendementen vmbo zijn gebaseerd op de opbrengsten oordelen van de onderwijsinspectie. Als een leerling in leerjaar drie op

Nadere informatie

Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit. Onderwijsstichting Esprit

Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit. Onderwijsstichting Esprit Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit Onderwijsstichting Esprit Toetsingskader Raad van Toezicht van de onderwijsstichting Esprit Visie en Toezicht Conform artikel 2 lid 2 van

Nadere informatie

Intern toezichtkader PVO Walcheren

Intern toezichtkader PVO Walcheren Intern toezichtkader PVO Walcheren Februari 2015, intern toezichtkader stichting PVO Walcheren Pagina 1 Voorwoord Dit toezichtkader is tot stand gekomen in het kader van de vorming van het nieuwe samenwerkingsverband

Nadere informatie

Jaarverslag 2014. ROC van Flevoland

Jaarverslag 2014. ROC van Flevoland Jaarverslag 2014 ROC van Flevoland ROC van Flevoland Bezoekadres Straat van Florida 1 1334 PA Almere Postadres Postbus 30131 1303 AC Almere Telefoon 036-549 5900 Fax 036-549 5999 Internet http://www.rocvflevoland.nl

Nadere informatie

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL. Lid Raad van Toezicht, portefeuille Financiën, Lid Raad van Toezicht, portefeuille Onderwijs (-kwaliteit)

FUNCTIEPROFIEL. Lid Raad van Toezicht, portefeuille Financiën, Lid Raad van Toezicht, portefeuille Onderwijs (-kwaliteit) FUNCTIEPROFIEL Functies: Lid Raad van Toezicht, portefeuille Financiën, Lid Raad van Toezicht, portefeuille Onderwijs (-kwaliteit) 1. ORGANISATIEBESCHRIJVING De Meerwegen scholengroep is een christelijke

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Toezichtkader Raad van Toezicht SGR

Toezichtkader Raad van Toezicht SGR Toezichtkader Raad van Toezicht SGR Vastgesteld door de Raad van Toezicht van SGR op 14 april 2015 Inleiding Vanaf 2011 zijn bij de SGR de functies van bestuur en intern toezicht gescheiden. Deze functiescheiding

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO ROC van Amsterdam com43 - Verkoopspecialist Juli 2012 Plaats: AMSTERDAM BRIN: 25PZ Onderzoeksnummer: 126565 Onderzoek uitgevoerd in: april 2012 Conceptrapport verzonden

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie Nr. 244 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Profielschets bestuurder. SWV PO en SWV VO Zoetermeer

Profielschets bestuurder. SWV PO en SWV VO Zoetermeer Profielschets bestuurder SWV PO en SWV VO Zoetermeer 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 3 2. Situatieschets... 3 3. Profiel en werkzaamheden gezamenlijke bestuurder... 5 3.1. Werkzaamheden... 5 3.2. Kennis,

Nadere informatie

Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant

Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant Dienst Personeel & Organisatie Jaarverslag 2012 Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant Maart 2013 Dienst P&O Jaarverslag Dienst P&O 2012 Pagina 1 Voorwoord Voor de Dienst P&O was 2012 een bewogen

Nadere informatie

Jaarverslag 2013. : ROC van Flevoland

Jaarverslag 2013. : ROC van Flevoland Jaarverslag 2013 ROC van Flevoland Uitgave : ROC van Flevoland Kenmerk : Jaarverslag 2013 ROCvF Vastgesteld door het College van Bestuur : 02-06-2014 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht : 02-06-2014

Nadere informatie

ontwikkeling van medewerkers

ontwikkeling van medewerkers ontwikkeling van medewerkers 38 Veel aandacht voor ontwikkeling van personeel In 21 heeft ROC ID College opnieuw veel aandacht besteed aan de ontwikkeling en professionalisering van personeel. Medewerkers

Nadere informatie

Bestuursnummer : 40810 Datum onderzoek : 2013 Datum vaststelling : 3 maart 2014 Onze Referentie : 4216557

Bestuursnummer : 40810 Datum onderzoek : 2013 Datum vaststelling : 3 maart 2014 Onze Referentie : 4216557 RAPPORT VAN BEVINDINGEN DEFINITIEF FINANCIEEL CONTINUÏTEITSTOEZICHT bij de Landstede Groep Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 40810 Datum onderzoek : 2013 Datum vaststelling : 3 maart 2014 Onze Referentie

Nadere informatie

twee nieuwe leden waaronder een beoogd voorzitter

twee nieuwe leden waaronder een beoogd voorzitter Vacature twee leden Raad van Toezicht waaronder een beoogd voorzitter Stichting Voortgezet Vrijeschool Onderwijs Noord-Holland De Stichting De Stichting Voortgezet Vrijeschool Onderwijs Noord-Holland (SVVONH),

Nadere informatie

Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08

Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08 Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland 14-02-08 TECHNUM in vogelvlucht Wat is Technum Welke participanten Waarom noodzakelijk Waar we voor staan Wat onze ambities zijn TECHNUM Zelfstandige onderwijsvoorziening

Nadere informatie

bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018

bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018 bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018 Pagina 1 van 6 Inhoudsopgave 1. Visie op toezicht... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Visie op toezichthouden... 3 1.3 Doel

Nadere informatie

Wellant college Informatiebijeenkomst EA Accountantsdiensten

Wellant college Informatiebijeenkomst EA Accountantsdiensten Wellant college Informatiebijeenkomst EA Accountantsdiensten 1 Agenda 1 Opening Suzan Bastings 2 Algemene inleiding Wellant Hans Jansen 3 Kengetallen en ratio s Joris van den Heuvel 4 Kwaliteitszorgcyclus

Nadere informatie

Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur

Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur 1. De Werf kijkt vooruit De Werf is een algemeen bijzondere basisschool die onderwijs verzorgt

Nadere informatie

Functieprofiel Raad van Toezicht

Functieprofiel Raad van Toezicht Functieprofiel Raad van Toezicht Opgesteld: november 2014 Vastgesteld: 25 november 2014 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO 1 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO Organisatieschets In 2001 zijn de

Nadere informatie

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Inleiding CVO Noord-Fryslân is een Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in het noorden van Friesland. De Vereniging bestaat uit drie scholen: Christelijk

Nadere informatie

Profiel & Selectieprocedure. Directeur-bestuurder Stellingwerf College

Profiel & Selectieprocedure. Directeur-bestuurder Stellingwerf College Profiel & Selectieprocedure Directeur-bestuurder Stellingwerf College juni 2016 Onze school Het Stellingwerf College, een openbare school voor vmbo, mavo, havo, vwo en verrijkt en versneld vwo in Oosterwolde

Nadere informatie

TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE. 8 februari

TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE. 8 februari TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE 8 februari 2017 1 Inleiding In deze toezichtvisie geven wij als de Raad van Toezicht van het Nova College aan waarom wij toezicht houden, wat we daarmee willen

Nadere informatie

medewerker in ontwikkeling

medewerker in ontwikkeling medewerker in ontwikkeling 1 36 In 211 heeft ROC ID College verder gewerkt aan de volgende projecten binnen de programmalijn Ontwikkeling van medewerkers. Human Resources Development ROC ID College wil

Nadere informatie

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit Reglement College van Bestuur Onderwijsstichting Esprit Amsterdam, vastgesteld, na goedkeuring door de Raad van Toezicht op 4 december 2015, door het College van Bestuur in haar vergadering van 7 december

Nadere informatie

Het reddingsplan voor Berechja bestaat uit de volgende bijdragen van de verschillende partijen:

Het reddingsplan voor Berechja bestaat uit de volgende bijdragen van de verschillende partijen: Nadere informatie reddingsplan Berechja Reddingsplan Het reddingsplan voor Berechja bestaat uit de volgende bijdragen van de verschillende partijen: 1. ROC Friese Poort neemt het mbo van Stichting Berechja

Nadere informatie

Toezichtkader Raad van toezicht van De Haagse Scholen, stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs

Toezichtkader Raad van toezicht van De Haagse Scholen, stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs Toezichtkader Raad van toezicht van De Haagse Scholen, stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs Inleiding. Vanaf 1 augustus 2011 zijn bij De Haagse Scholen, stichting voor primair en speciaal

Nadere informatie

Reglement Raad van Toezicht

Reglement Raad van Toezicht Reglement Raad van Toezicht ter uitvoering van artikel 14, lid 3, van de statuten van de Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Ermelo Begrippen In dit reglement wordt onder Raad verstaan

Nadere informatie

FINANCIEEL CONTINUÏTEITSTOEZICHT. Bij Vereniging Scholen der Evangelische Broedergemeente te Zeist

FINANCIEEL CONTINUÏTEITSTOEZICHT. Bij Vereniging Scholen der Evangelische Broedergemeente te Zeist RAPPORT VAN BEVINDINGEN DEFINITIEF FINANCIEEL CONTINUÏTEITSTOEZICHT Bij Vereniging Scholen der Evangelische Broedergemeente te Zeist Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 29577 Onderzoeksnummer : 282182 Edocs

Nadere informatie

Landstede Groep Lid Raad van Toezicht met onderwijskundig profiel

Landstede Groep Lid Raad van Toezicht met onderwijskundig profiel Landstede Groep Lid Raad van Toezicht met onderwijskundig profiel Organisatie Landstede Groep) is een onderwijsorganisatie die voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en onderwijs voor volwassenen

Nadere informatie

Reglement van de Raad van Toezicht

Reglement van de Raad van Toezicht Van de besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 11 lid 4 van de statuten van de stichting tot vaststelling van het onderstaande Reglement van de Raad

Nadere informatie

Jaarverslaggeving onderwijs

Jaarverslaggeving onderwijs Jaarverslaggeving onderwijs Input Evaluatie invoering RJ 660 Brief CFI d.d. 16 december 2009 Afstudeerproject Johan Berkouwer Samenvatting in MAB en Het jaar verslagen Actuele ontwikkelingen Knelpunten

Nadere informatie

Directeur onderwijsinstituut

Directeur onderwijsinstituut Directeur onderwijsinstituut Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande

Nadere informatie

Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015

Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015 - Missie/Visie - Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015 Op AMS staat de leerling centraal. Dat betekent dat alles wat we doen er op gericht is om iedere leerling zo goed mogelijk

Nadere informatie

Beleidsplan 2019 Stichting Combiwel Amsterdam

Beleidsplan 2019 Stichting Combiwel Amsterdam Beleidsplan 2019 Stichting Combiwel Amsterdam Beleidsplan 2019 Stichting Combiwel Amsterdam Pagina 1 van 6 Inhoudsopgave 1. Gegevens organisatie... 3 1.1 Algemene gegevens... 3 1.2 Contactgegevens:...

Nadere informatie

Transitieverklaring van ROC Leiden, ID College, ROC Mondriaan en Nova College

Transitieverklaring van ROC Leiden, ID College, ROC Mondriaan en Nova College Transitieverklaring van ROC Leiden, ID College, ROC Mondriaan en Nova College 1. Achtergrond en perspectief De ernstige financiële problemen van het ROC Leiden noodzaken tot een nieuw perspectief voor

Nadere informatie

SALDO COLLECTIEF PERSONEEL -673.000 (VERSCHIL REALISATIE T.O.V. BEGROTING) EXPLOITATIE NAAR SALDI SALDO COLLECTIEF HUISVESTING 150.

SALDO COLLECTIEF PERSONEEL -673.000 (VERSCHIL REALISATIE T.O.V. BEGROTING) EXPLOITATIE NAAR SALDI SALDO COLLECTIEF HUISVESTING 150. K KENGETALLEN 8 81 EXPLOITATIE NAAR SALDI Het exploitatieresultaat bedraagt positief 1.315. (begroot: negatief 2.672.) ten opzichte van positief 4.196. vorig jaar en is als volgt opgebouwd. Saldo bedrijfsvoering:

Nadere informatie

Reglement intern toezicht

Reglement intern toezicht Reglement intern toezicht De raad van toezicht van de Stichting Scala College en Coenecoop College besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 2 lid 1

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO ROC TILBURG

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO ROC TILBURG ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO ROC TILBURG Plaats : Tilburg BRIN nummer : 25LZ Onderzoeksnummer : 292536 Datum onderzoek : 18 april 2017 Datum vaststelling : 29 juni 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Toezichtkader Raad van Toezicht Stichting Bravoo. 25 november 2018/definitieve versie/toezichtkader/raad van Toezicht Stichting Bravoo

Toezichtkader Raad van Toezicht Stichting Bravoo. 25 november 2018/definitieve versie/toezichtkader/raad van Toezicht Stichting Bravoo 1 Toezichtkader Raad van Toezicht Stichting Bravoo 2 3 1 Inleiding De Raad van Toezicht van Stichting Bravoo houdt als intern toezichthouder integraal toezicht op de gang van zaken binnen de stichting

Nadere informatie

Reglement raad van bestuur SKVOH

Reglement raad van bestuur SKVOH Reglement raad van bestuur SKVOH Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Heerhugowaard Dit Reglement raad van bestuur is opgesteld conform de statuten en maakt deel uit van een samenhangende reeks van

Nadere informatie

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1 Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur Pagina 1 Contactgegevens Stichting Hervormde Scholen De Drieslag Lange Voren 88 3773 AS Barneveld [email protected] www.dedrieslag.nl Datum 28-01-2015

Nadere informatie

Toezichtkader Montessori Vereniging Haarlemmermeer

Toezichtkader Montessori Vereniging Haarlemmermeer Toezichtkader Montessori Vereniging Haarlemmermeer Inhoud Inleiding... 3 Wat houdt het (intern) toezicht in?... 4 Werkwijze toezichthoudende deel van het bestuur/ toezichtkader... 6 1. Openbare identiteit...

Nadere informatie

Kiezen in mavo 2. Cohort Park Lyceum Almere

Kiezen in mavo 2. Cohort Park Lyceum Almere Kiezen in mavo 2 Cohort 2018 Park Lyceum Almere Kiezen in mavo 2. Je staat voor een lastige keuze. Je gaat een keuze maken tussen de drie profielen en deze keuze bepaalt voor een deel je toekomstmogelijkheden.

Nadere informatie

Het vmbo van de toekomst. Strategische alliantie vmbo-mbo? Succesvol samenwerken kan!

Het vmbo van de toekomst. Strategische alliantie vmbo-mbo? Succesvol samenwerken kan! Het vmbo van de toekomst Strategische alliantie vmbo-mbo? Succesvol samenwerken kan! Voorstellen Mirjam Bosch, plv. directeur CSV Veenendaal Dennis Heijnens, adviseur bij Actis Advies Programma deelsessie

Nadere informatie

Jaarverslag. Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

Jaarverslag. Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Jaarverslag Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2015 VOORWOORD Ontwikkeling en herijking. Dat zijn misschien wel de meest kenmerkende woorden voor onze Stichting

Nadere informatie

De LOB-scan voor mbo

De LOB-scan voor mbo 35 BIJLAGE 3 De LOB-scan voor mbo De LOB-scan Doel van de LOB-scan is om zicht te krijgen op hoe Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) in jullie onderwijsinstelling er op dit moment voor staat. De

Nadere informatie

Profiel leden Raad van Toezicht Ingrado

Profiel leden Raad van Toezicht Ingrado Profiel leden Raad van Toezicht Ingrado Februari 2017 1 1. Inleiding Ingrado is een landelijke opererende vereniging waarvan de gemeenten en de RMC-regio s lid zijn. Binnen die gemeenten en regio s zijn

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU ROC A12 Onderwijsassistent, 93500 Veiligheid en vakmanschap (Aankomend medewerker grondoptreden), 95081 Ondernemer detailhandel,

Nadere informatie

Jaarresultaten Groenhorst Emmeloord vmbo

Jaarresultaten Groenhorst Emmeloord vmbo Jaarresultaten Groenhorst Emmeloord vmbo Deze pagina s horen bij het complete geïntegreerde jaardocument (jaarverslag en jaarrekening) van de Aeres Groep. Dit document kunt u vinden op de website www.aeres.nl.

Nadere informatie

AFDELINGSMANAGER VITALIS COLLEGE

AFDELINGSMANAGER VITALIS COLLEGE FUNCTIEPROFIEL AFDELINGSMANAGER VITALIS COLLEGE ROC WEST-BRABANT Inhoudsopgave 1 De organisatie 3 ROC West-Brabant 3 Vitalis College 3 De structuur 3 De thema s 3 2 Afdelingsmanager Vitalis College 4 Plaats

Nadere informatie

Functieprofiel. VOORZITTER EN LID RAAD VAN TOEZICHT Fidarda - SKOD

Functieprofiel. VOORZITTER EN LID RAAD VAN TOEZICHT Fidarda - SKOD bezoekadres Stationsstraat 29 a 9401 KW Assen postadres Postbus 479 9400 AL Assen telefoon (0592) 30 84 58 fax (0592) 33 15 35 e-mail [email protected] KvK Friesland 56.48.77.54 www.ypsylon.nl Functieprofiel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie Nr. 214 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie