Opleidingsprogramma SLO
|
|
|
- Adam Brouwer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Opleidingsprogramma SLO De SLO in CVO VTI Brugge is partner in het expertisenetwerk School of Education Associatie K.U. Leuven
2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 1 SITUERING Missie en visie van CVO VTI Brugge Partner in het ENW SoE Opleidingsvisie BEROEPSPROFIEL VAN DE LERAAR DOELGROEP EN TEWERKSTELLINGSMOGELIJKHEDEN TOELATINGSVOORWAARDEN ORGANISATIE VAN HET CURRICULUM Studielast Brugprogramma Modulaire opleiding Opleidingsmodel Situering van de modules in het beroepsprofiel SOORTEN TRAJECTEN Regulier (gewoon) traject in avond- en/of zaterdagonderwijs (en /of op maandag) Leraar in opleiding (LIO) Richtlijnen voor het uitstippelen van je traject (regulier en LIO-traject) Eenjarige traject in voltijdse dagopleiding INSTROOM- EN DOORSTROOMBEGELEIDING Introductiemoment Bijspijkercursussen taal- en ICT-vaardigheid Ondersteuningsbehoeften CURSISTENRAAD VRIJSTELLINGEN Algemeen Grond voor vrijstelling Stappenplan procedure Mailadressen assessoren
3 INHOUDSOPGAVE 10 CURRICULUM Brugprogramma (15 studiepunten) Opstap taalvaardigheid (OTV) Opstap algemene vorming (OAV) Specifieke lerarenopleiding Onderwijs en maatschappij (OMA) Leerkracht en verantwoordelijkheden (LEV) Communicatie en overleg (COO) Begeleiding (BEG) Groepsmanagement (GRM) Psycho-pedagogische competentie (PPC) Didactische competentie algemeen (DCA) Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP) Didactische competentie oefenlessen (DCO) Didactische competentie stage (DCS) ADRESSEN
4 SITUERING 1 Situering 1.1 Missie en visie van CVO VTI Brugge Missie Het centrum voor volwassenenonderwijs (CVO) VTI Brugge is een opleidingscentrum dat kwalitatief onderwijs en vorming aan een breed publiek biedt. Via flexibele trajecten willen we de competenties verhogen van onze cursisten in functie van hun professionele noden en/of persoonlijke interesses. Met een dynamisch en enthousiast team zorgen we voor een gestructureerde werking en een aangename leer- en werk omgeving waarin we respect hebben voor de diversiteit van onze cursisten Beleidsvisie 1. WEDERZIJDSE SAMENWERKINGEN MET PARTNERS Het CVO VTI Brugge wenst wederzijdse samenwerking met diverse partners aan te gaan in horizontale als in verticale richting. Samenwerking met diverse partners in horizontale richting: Hierbij is het de bedoeling een verdere samenwerking uit te bouwen met verschillende partners binnen het opleidingslandschap of de industrie in Vlaanderen met de bedoeling een breder opleidingsaanbod te realiseren die arbeidsmarkt gericht is en/of competenties verhogende is. Samenwerking met diverse partners in verticale richting: Hierbij is het de bedoeling een verdere samenwerking uit te bouwen met de instellingen binnen de vzw vrije technische instituten Brugge waartoe het CVO VTI Brugge behoord. Via deze weg wensen we een kennis- en vormingscentrum verder uit te bouwen voor jongeren en volwassenen. Via deze samenwerkingsverbanden willen we de naambekendheid en uitstraling van het CVO VTI Brugge verder bekend maken binnen het opleidingslandschap. 2. FLEXIBELE OPLEIDINGSMOGELIJKHEDEN CVO VTI Brugge wil via wederzijds overleg met diverse partners en cursisten opleidingstrajecten uitwerken die tot efficiënte en transparante opleidingstrajecten zorgen. Tevens willen we opleidingstrajecten aanbieden aan specifieke doelgroepen van cursisten die nood hebben aan een afgestemd zorgbeleid. Binnen deze opleidingstrajecten zijn een EVC/EVK beleid en een persoonlijke benadering van de cursist een centraal thema. 3
5 SITUERING 3.EEN BEVORDERENDE LEER-EN WERKOMGEVING CVO VTI Brugge wil hierbij volgende waarden integreren binnen zijn werking om een bevorderende leer- en werkomgeving te realiseren. - Positief ingesteld zijn - Constructieve communicatie hanteren - Loyaal zijn - Doelgericht (samen)werken - Flexibel zijn - Verantwoordelijkheid opnemen Aansluitend voorzien we op regelmatige basis overleg op verschillende niveaus. Tevens stimuleert het CVO VTI Brugge professionalisering op alle niveaus en binnen alle domeinen binnen zijn team die tot een meerwaarde kunnen leiden voor de cursist en centrum. 4. VERNIEUWING IN DE BREDE CONTEXT CVO VTI Brugge streeft hierbij naar een opleidingsaanbod die gebaseerd is op de noden, vernieuwingen en trends binnen de huidige maatschappij. We wensen eveneens vorming te voorzien aan specifieke doelgroepen binnen een specifieke context. Het centrumreglement (cursistenreglement, evaluatiereglement en veiligheidsreglement) is te raadplegen op de website van CVO VTI Brugge: én op de elektronische leeromgeving Smartschool. 4
6 SITUERING 1.2 Partner in het ENW SoE De lerarenopleiding van CVO VTI Brugge maakt deel uit van het expertisenetwerk School of Education Associatie K.U.Leuven. Het expertisenetwerk School of Education Associatie K.U.Leuven wordt opgericht in uitvoering van het decreet op de lerarenopleiding en onderschrijft daarmee de belangrijke ambitie van de verdere professionalisering van de leraar en de lerarenopleidingen. Zoals decretaal bepaald heeft het tot doel de expertise van de verschillende lerarenopleidingen in complementariteit te bundelen en te ontwikkelen, ter verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen en ter versterking van de dienstverlening op het vlak van de continue professionalisering van leraren. Het expertisenetwerk School of Education Associatie K.U.Leuven is een samenwerkingsverband van aanbieders van lerarenopleidingen met als doel de lerarenopleidingen zoals georganiseerd door de partners verder te optimaliseren. Hierdoor wordt er naar gestreefd de opleiding voor cursisten en studenten te verbeteren en zo bij te dragen tot een kwaliteitsverhoging in het onderwijs. Hierbij wordt uitgegaan van de eigen sterke punten van de verschillende lerarenopleidingen en gezocht naar een optimale synergie van de specifieke expertise van de diverse aanbieders. Het expertisenetwerk beoogt reeds bestaande initiatieven voor samenwerking inzake opleiding, nascholing, onderzoek, ontwikkeling en kwaliteitszorg te versterken en aan te vullen. Deze versterking vindt plaats op initiatief van verschillende partners van het expertisenetwerk. Gegeven de complexiteit van het leraar zijn, de diversiteit bij studenten en cursisten en de rechtmatigheid van meerdere benaderingen in opleiding van leraren beoogt het expertisenetwerk heldere opleidingsprofielen uit te tekenen die de eigenheid van de verschillende aanbieders reveleren. Het expertisenetwerk School of Education Associatie K.U.Leuven heeft tot doel een toonaangevende rol te spelen op het domein van de lerarenopleiding en dit zowel in Vlaanderen als internationaal. Het expertisenetwerk beoogt kwaliteitsvolle lerarenopleidingen aan te bieden die het gevolg zijn van een diepgaande en systematische reflectie op wat het betekent in de 21ste eeuw leraar te zijn. 5
7 SITUERING 1.3 Opleidingsvisie SLO De specifieke lerarenopleiding (SLO) van het CVO VTI Brugge stelt de cursist centraal en biedt de cursist een traject op maat aan waarbij persoonlijke begeleiding en professionele ondersteuning van het SLO-team voor een stimulerende leer- en ervaringsomgeving zorgen. Binnen de opleiding worden de cursisten gevormd tot een professionele leraar die de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs beheersen met aandacht voor de attitudes waarin kritische ingesteldheid en eigenverantwoordelijkheid centraal staan. Een duidelijke communicatie en structuur worden gehanteerd via diverse kanalen binnen de opleiding. Binnen de opleiding voeren de verantwoordelijken een open en transparant lectoren-en cursistenbeleid met aandacht voor samenwerking met verschillende actoren binnen het onderwijslandschap. ONZE TROEVEN 1. In onze opleiding staat cursistgerichtheid op de eerste plaats met aandacht voor: - flexibiliteit en mogelijkheid tot combinatie van leren/werken/gezin: de cursist kan kiezen om overdag, s avonds en/of op zaterdag les te volgen en door het modulaire systeem bepaalt hij zelf zijn studietraject: iedereen bepaalt dus zelf wat persoonlijk haalbaar is. Elk jaar opnieuw wordt gekeken hoe we ons aanbod kunnen optimaliseren. We baseren ons daarbij op informatie ingewonnen via bevragingen bij alle betrokkenen. - combinatie van contactonderwijs met afstandsonderwijs: in alle modules worden de lessen afgewisseld met momenten waarop de cursist thuis werkt, op eigen maat en aan eigen tempo. De gepersonaliseerde begeleiding tijdens de afstandsmomenten laat toe individueel te remediëren en beter in te spelen op de persoonlijke leerstijl van de cursist. Daarnaast is het voor ons een permanente uitdaging op zoek te gaan naar passende antwoorden op snelle onderwijsevoluties. Daarbij is het gebruik van actuele leermiddelen en methodieken essentieel. - individuele trajectbegeleiding: de cursist wordt in zijn keuze doorheen het volledige opleidingstraject begeleid door medewerkers van het secretariaat, lectoren en coördinatoren. Er wordt bij de start rekening gehouden met elders verworven competenties en kwalificaties (EVC/EVK). In de mate van het mogelijke wordt er ook tegemoetgekomen aan individuele ondersteuningsbehoeften op basis van de beginsituatie (niveau en inhoud van het reeds behaalde diploma) en/of andere verwachtingen (ondersteuning m.b.t. taal, ICT, zorg, studiebegeleiding, diversiteit, ). - werkplekleren: wie zelf al lesgeeft, kan instappen in een verkort leerwerktraject Leraar in Opleiding (LIO). Tijdens de contactmomenten is de eigen lespraktijk het uitgangspunt voor de theoretische kadering en tijdens de frequente werkplekbezoeken bespreekt de cursist met de stagementor in de school en met de LIO-begeleider eigen vorderingen en bekommernissen. 2. Een gemotiveerd en dynamisch lectorenteam: onze lesgevers hebben ervaringen opgebouwd in diverse onderwijs(gerelateerde) contexten en kunnen de kennis die ze daar opdeden met de cursisten delen. Onze lesgevers vertrekken vanuit een emancipatorische onderwijsvisie, hebben een kritische kijk, professionaliseren zich via nascholing en zelfstudie, houden rekening met de specifieke situatie van cursisten die leren, werken en gezin combineren en werken in team met aandacht voor het welbevinden van de collega s (collegiaal werken intervisie). 6
8 SITUERING In het team worden verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedelegeerd naar modulewerkgroepen (uitwerken van een middenkader). Er wordt bewaakt dat de opdrachten duidelijk omschreven en uitdagend zijn. 3. Een kwalitatieve opleiding die gericht is op het ontwikkelen van de competenties van de leraar op basis van de onderliggende kennis, vaardigheden en persoonlijke kenmerken met aandacht voor: - praktijkgericht onderwijs aansluitend bij de verwachtingen van de cursist en van het werkveld: vanuit concrete cases, eigen ervaringen worden de theoretische kaders aangereikt, steeds weer met de terugkoppeling naar de eigenlijke beroepspraktijk. Niet de overdracht van informatie primeert, maar de nadruk ligt evenzeer op het persoonlijke proces van kennisverwerving bij elke cursist. In deze visie vertrekt leren zoveel mogelijk vanuit het eigen referentiekader van de lerende, die zelf zijn kennis in interactie met zijn leeromgeving opbouwt. Dat leerproces kan sterk individueel verschillend verlopen, maar tegelijk is samenwerkend leren essentieel (uitwisseling met medecursisten en ondersteuning van de leerkracht). - krachtige leeromgevingen (met veel aandacht voor didactische werkvormen, geschikte media, ) en een begeleidende assessmentcultuur: als gevolg van onze onderwijskundige visie willen wij loskomen van de traditionele toetscultuur en alternatieve vormen van evaluatie gebruiken in functie van bijsturing en begeleiding van het leerproces. Traditionele examens worden aangevuld met een veelheid van andere evaluatievormen: observaties, vragenlijsten, gesprekken, verslagen, portfolio, self-, peer- en co-assessment, - verantwoordelijkheid van de lerende: iedere cursist wordt gestimuleerd om op basis van eigen sterke en zwakke punten, eigen interesse en affiniteit een persoonlijk profiel te ontwikkelen om te functioneren als leerkracht en optimaal te participeren in het schoolse gebeuren. De cursist krijgt de verantwoordelijkheid om zijn eigen leerproces mee te sturen, te leren van collega-cursisten door inzichten en opvattingen te delen en te bediscussiëren. Over het eigen groeiproces nadenken en dit verder ontwikkelen is de rode draad doorheen de hele opleiding. In dat proces van vorming van cursisten tot ervaren theorie- en/of praktijkleraren die de basiscompetenties beheersen, wordt veel aandacht besteed aan attitudevorming, zelfstudie / zelfsturing en reflectiebevorderend leren. 4. Een uitdagende leer- en werkomgeving waarin iedereen kan leren en zich kan ontwikkelen. De opleiding speelt in op nieuwe impulsen/vernieuwingen en zoekt permanent naar nieuwe uitdagingen en trajecten (ruim en soepel aanbod). Het centrum maakt optimaal gebruik van goed didactisch uitgeruste lokalen door het aangaan van een samenwerkingsverband met katholieke hogeschool Vives. We streven naar een goed bereikbare locatie met een actuele bibliotheek, een openleercentrum, ruime didactisch ingerichte werklokalen, verschillende auditoria, aangename cursistenruimtes, individuele werkruimtes en een goed uitgebouwde en gezellige lerarenkamer als ontmoetingsplaats voor de collega s. De kwaliteit van de opleiding wordt continu bewaakt aan de hand van vastgelegde indicatoren. 7
9 BEROEPSPROFIEL 2 Beroepsprofiel van de leraar 1 1 voor een uitgebreide versie verwijzen we graag naar de website van de overheid [ 8
10 BEROEPSPROFIEL De lerarenopleiding is een beroepsopleiding. Het beroepsprofiel van de leraar (Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007) is de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar bij zijn beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat de taken die een ervaren leraar verricht en zal verrichten in het licht van maatschappelijke en andere ontwikkelingen, zoals de grootstedelijke context, de taalvaardigheid in het Nederlands, de meertaligheid en de diversificatie van het onderwijsgebeuren. De bouwstenen van het beroepsprofiel worden geordend op basis van de grote verantwoordelijkheidsdomeinen van een leraar. Deze verantwoordelijkheden worden gespecificeerd in typefuncties. Dit zijn algemene beschrijvingen van deze verantwoordelijkheden voor de leraar. Dit zijn de drie verantwoordelijkheidsdomeinen met bijhorende typefuncties: de verantwoordelijkheid ten aanzien van de lerende: 1 de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen; 2 de leraar als opvoeder; 3 de leraar als inhoudelijk expert; 4 de leraar als organisator; 5 de leraar als innovator/onderzoeker; de verantwoordelijkheid ten aanzien van de school/de onderwijsgemeenschap: 6 de leraar als partner van de ouders/verzorgers; 7 de leraar als lid van een schoolteam; 8 de leraar als partner van externen; 9 de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap; de verantwoordelijkheid ten aanzien van de maatschappij: 10 de leraar als cultuurparticipant. Om te kunnen evolueren naar het beroepsprofiel van leraar bepaalt de overheid de basiscompetenties van de leraar SO. De basiscompetenties van de leraar zijn de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te kunnen fungeren. De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel. Je vindt deze basiscompetenties ook verder in deze studiegids terug bij de beschrijving van de opleidingsonderdelen (bij elke module wordt vermeld welke basiscompetenties ermee worden nagestreefd). Typefunctie 1 : de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen De leraar kan : 1.1 de beginsituatie van de lerenden en de groep achterhalen; 1.2 doelstellingen kiezen en formuleren; 1.3 de leerinhouden en leerervaringen selecteren; 1.4 de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten; 1.5 aangepaste werkvormen en groeperingsvorm bepalen; 1.6 individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen; 1.7 een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep; 1.8 observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team; 1.9 proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie; 1.10 in overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school; 9
11 BEROEPSPROFIEL 1.11 het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen omgaan met de diversiteit van de leergroep Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. Typefunctie 2 : de leraar als opvoeder De leraar kan : 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school; 2.2 de emancipatie van de leerlingen bevorderen; 2.3 door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden; 2.4 actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context; 2.5 adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden; 2.6 de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen; 2.7 communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. Typefunctie 3 : de leraar als inhoudelijke expert De leraar: 3.1 beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen; 3.2 kan de verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden; 3.3 kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. Typefunctie 4 : de leraar als organisator De leraar kan : 4.1 een gestructureerd werkklimaat bevorderen; 4.2 een soepel en efficiënt les- of dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen; 4.3 op correcte wijze administratieve taken uitvoeren; 4.4 een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. Typefunctie 5 : de leraar als onderzoeker De leraar kan : 5.1 vernieuwende elementen en resultaten van onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen; 5.2 kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek en van vakdidactisch en vakinhoudelijk onderzoek; 5.3 het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 10
12 BEROEPSPROFIEL Typefunctie 6 : de leraar als partner van de ouders of verzorgers (Het begrip "verzorgers" verwijst naar de personen die ter vervanging van de ouders de verantwoordelijkheid dragen voor de leerlingen.) De leraar kan : 6.1 zich informeren over en discreet omgaan met de gegevens over de leerling; 6.2 met ouders of verzorgers communiceren over de leerling in de school op basis van overleg met collega s of externen; 6.3 in overleg met het team, communiceren met de ouders of verzorgers over het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders; 6.4 met ouders of verzorgers dialogeren over opvoeding en onderwijs; 6.5 in Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders en verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. Typefunctie 7 : de leraar als lid van een schoolteam De leraar kan : 7.1 overleggen en samenwerken binnen het schoolteam; 7.2 binnen het team zowel vakspecifiek als vakoverschrijdend over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven; 7.3 de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken; 7.4 zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen; 7.5 in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. Typefunctie 8 : de leraar als partner van externen De leraar kan : 8.1 in overleg met collega s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden; 8.2 met de hulp van collega s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs; 8.3 onder meer met het oog op gelijkeonderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector; 8.4 in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. Typefunctie 9 : de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap De leraar kan : 9.1 deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's; 9.2 dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. 11
13 BEROEPSPROFIEL Typefunctie 10 : de leraar als cultuurparticipant De leraar kan : 10.1 actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen : het sociaal-politieke domein; het sociaal-economische domein; het levensbeschouwelijke domein; het cultureel-esthetische domein; het cultureel-wetenschappelijke domein. Volgende beroepshoudingen/attitudes gelden voor alle typefuncties: 1 beslissingsvermogen: durven een standpunt innemen of tot een handeling overgaan en er ook verantwoordelijkheid voor dragen; 2 relationele gerichtheid: in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen; 3 kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf en zijn omgeving in vraag te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen; 4 leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen; 5 organisatievermogen: erop gericht zijn de taken zodanig te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden; 6 zin voor samenwerking: bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken; 7 verantwoordelijkheidszin: zich verantwoordelijk voelen en zich engageren om een positieve ontwikkeling van de lerende te bevorderen; 8 flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, middelen, doelen, mensen en procedures. 12
14 DOELGROEP EN TEWERKSTELLING 3 Doelgroep en tewerkstellingsmogelijkheden De specifieke lerarenopleiding (SLO) die leidt tot het behalen van het diploma van leraar richt zich in de eerste plaats tot iedereen die leraar wil worden in het secundair onderwijs. De opleiding biedt hiertoe een onderwijskundige en pedagogisch-didactische vorming. De SLO richt zich dus tot kandidaten die (vak)inhoudelijk reeds voldoende gevormd zijn om het bedoelde leraarsambt uit te oefenen. Die (vak)inhoudelijke kennis blijkt uit de reeds behaalde diploma's. Die diploma s en de eventuele beroepservaring buiten het onderwijs bepalen in welke graden en klassen van het secundair onderwijs en in welke vakken men een leraarsopdracht mag opnemen. Meer info: Uitleg over de verschillende soorten bekwaamheidsbewijzen vind je in de gids voor studenten van de lerarenopleiding: Voor kandidaten met een universitair diploma is de verleende onderwijsbevoegdheid volledig equivalent met deze verkregen via een universitaire lerarenopleiding. Door het specifieke opzet van het theoretische en praktische gedeelte bereidt de opleiding vanzelfsprekend ook voor op een onderwijsopdracht in het hoger onderwijs en op instructie, training of vorming buiten het onderwijs (educatieve sector, vormings- of bedrijfsleven). Hoe solliciteren? Alle informatie die je nodig hebt om een job te vinden in het onderwijs, vind je op onder de titel solliciteren en loopbaan. Daarnaast vind je ook meer uitleg via menu links: een job in het onderwijs. Zie ook: Toelatingsvoorwaarden indien je niet in het bezit bent van een diploma secundair onderwijs: 18 jaar zijn uiterlijk op 31 december van het jaar waarin je inschrijft; in bezit zijn van een diploma secundair onderwijs; in bezit zijn van een diploma hoger onderwijs (bachelor of master); de Vlaamse overheid heeft een regelgeving met betrekking tot de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma s. Meer info hierover vind je via: Belangrijke aandachtspunten Bij het vervullen van de preservicepraktijk als stagiair zal er in het kader van de wet welzijn op het werk een risicoanalyse moeten ingevuld worden (verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de stagescho(o)l(en)). Indien uit de risicoanalyse blijkt dat er zich risico s voor de stagiair voordoen, is een arbeidsgeneeskundig onderzoek bij de externe preventiedienst noodzakelijk. De praktijk kan alleen gestart worden indien alle welzijnsverplichtingen vervuld zijn. Er kan in de loop van de opleiding vanuit de stagescholen een getuigschrift van goed zedelijk gedrag (model 2) opgevraagd worden. 13
15 ORGANISATIE CURRICULUM 5 Organisatie van het curriculum 5.1 Studielast De specifieke lerarenopleiding (SLO) omvat 60 studiepunten. Een studiepunt is de maateenheid om de studielast aan te duiden. De studielast is het geheel van onderwijs-, studie- en evaluatieactiviteiten nodig voor een cursist om te slagen voor een opleidingsonderdeel m.a.w. de studietijd omvat alle tijd die de cursist besteedt aan lessen, studeren, voorbereidingen, besprekingen, evaluatie om te slagen voor een module. Een studiepunt bedraagt ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven activiteit qua onderwijs, studie en evaluatie. Een module van 3 studiepunten zal dus 75 à 90 uren activiteit vragen van de cursist. De 60 studiepunten worden als volgt verdeeld over de opleiding: 30 studiepunten theorie (T); 30 studiepunten praktijk (P) waarvan: 15 studiepunten opleidingspraktijk en 15 studiepunten preservicepraktijk De theorie- en praktijkcomponent wordt in de opleiding niet gescheiden, maar er wordt geopteerd voor een geïntegreerd opleidingsconcept waarin theoretische en praktijkgerichte opleidingsonderdelen alterneren en interageren. De opleidingspraktijk (OP) realiseert de cursist samen met de theorie in het opleidingscentrum. De preservicepraktijk (PP) bestaat uit een onderdompeling in het beroep van leraar. De cursist realiseert dit in de stageplaats. Deze stagecomponent laat toe dat de cursist al tijdens zijn opleiding, in elke module, kennis maakt met het beroep van leraar in zijn veelheid van aspecten. Hierdoor kan de behandelde theorie onmiddellijk getoetst worden aan de praktijk van de stageschool en in het opleidingscentrum krijgt hij opnieuw feedback over zijn ervaringen. Deze manier van werken bevordert de integratie van theorie en praktijk en is ook een oplossing voor het uitvoeren van de 30 studiepunten praktijk voor de cursisten die werken en leren combineren. 5.2 Brugprogramma Indien je niet in het bezit bent van een diploma secundair onderwijs volg je eerst het brugprogramma (15 studiepunten) nl. competentiecluster Opstap. Dit cluster bestaat uit 2 modules: Opstap Taalvaardigheid en Opstap Algemene vorming. Als je voor beide modules geslaagd bent, kan je starten met de modules uit de eigenlijke Specifieke Lerarenopleiding. Het brugprogramma wordt eenmaal per schooljaar tijdens het eerste semester georganiseerd via onze samenwerkingspartner CVO VIVO Kortrijk. Tijdens de introductieweek wordt voor beide modules uit het brugprogramma ( Opstap Taalvaardigheid en Opstap Algemene vorming ) een vrijstellingsproef afgenomen over de te bereiken basiscompetenties. Wie slaagt (70%) voor beide modules, wordt vrijgesteld en kan dadelijk instappen in de specifieke lerarenopleiding. Deze proeven worden zowel voor het eerste als het tweede semester ingericht. Als je niet vrijgesteld wordt, volg je het brugprogramma. Eenmaal het brugprogramma is afgewerkt, kan je starten met de SLO. Concrete informatie dien je te bekomen via [email protected]. 14
16 ORGANISATIE CURRICULUM 5.3 Modulaire opleiding De specifieke lerarenopleiding is een modulaire opleiding en bestaat uit 4 competentieclusters (B, C, D en E), die elk uit een aantal modules zijn opgebouwd (zie opleidingsmodel op p. 16). Een module is het kleinste deel van een opleiding dat leidt tot certificering op basis van basiscompetenties. Op het einde van elke basismodule volgt een beoordeling van de theoretische en praktische competenties in de gevolgde module. De cursist behaalt per component (theorie, opleidingspraktijk en preservicepraktijk) een deelcertificaat. Men behaalt het diploma van leraar als alle modules met succes doorlopen zijn. De manier waarop je je traject samenstelt, hangt af van welk traject je volgt en vind je terug onder trajecten op p. 22 en volgende. Er is voor elk wat wils. Voor wie liever s avonds en/of op zaterdag de lessen volgt, is er het regulier (gewoon) traject. Dit is trouwens het traject dat door de meeste cursisten gevolgd wordt. Je kiest per semester welke modules je wenst op te nemen. Zo bepaal jij zelf de omvang van het pakket en het aantal lesdagen en kan je naar eigen tempo vorderen in het programma. De opleiding kan afgewerkt worden in minimum 4 semesters (een verkorting van de minimale studieduur is enkel mogelijk indien vrijstellingen verleend worden). Daarnaast kan je mits je in het bezit bent van een diploma hoger onderwijs- terecht in het éénjarig voltijds dagtraject. Je werkt dan alle modules van de opleiding op 1 jaar tijd af. Tenslotte kun je wanneer je reeds tewerkgesteld bent in onderwijs, in aanmerking komen om in combinatie met het regulier(gewoon) traject, het LIO (= leraar in opleiding)-traject te volgen. De modules die opgenomen worden in het LIO-traject, werk je af op één schooljaar. Dit traject wordt gekenmerkt door werkplekleren. 15
17 ORGANISATIE CURRICULUM 5.4 Opleidingsmodel Het brugprogramma wordt gevolgd door cursisten zonder diploma secundair onderwijs alvorens de SLO aan te vatten. SLO: bestaat uit 10 modules DCA IS DE STARTMODULE! 16
18 ORGANISATIE CURRICULUM Competentieclusters Basismodules Globale invulling Brugprogramma MBC Maatschappelijke en beroepsgerichte competentie POC Pedagogisch organisatorische competentie PPC Psycho-pedagogische competentie DC Didactische competentie OTV (Opstap Taalvaardigheid) OAV (Opstap Algemene Vorming) OMA (Onderwijs en Maatschappij) LEV (Leraar en Verantwoordelijkheden) COO (Communicatie en Overleg) BEG (Begeleiding) GRM (Groepsmanagement) PPC (Psycho-Pedagogische Competentie) DCA (Didactische Competentie Algemeen) DCP (Didactische Competentie Praktijkinitiatie) Deze module beoogt het beheersen van de vier traditionele vaardigheden op de drie hoogste niveaus (beschrijvend, structurerend, beoordelend) in het licht van een toekomstige functie als lesgever, en met het oog op het succesvol doorlopen van het opleidingstraject. De opzet van deze module ligt in het verdiepen van de algemene vorming aan de hand van de studie van enkele actuele thema s. De cursist verwerft inzicht in de structuur en organisatie van het onderwijs en in het onderwijsbeleid in relatie tot maatschappelijke thema s en ontwikkelingen. De cursist verwerft basiskennis over de rechtszekerheid van de leraar en de leerling en men leert hierbij goed toegankelijke bronnen te hanteren. De cursist oefent vaardigheden en gespreksvormen om op een opbouwende manier te communiceren met de verschillende partners in het onderwijs (leerlingen, collega's, directie, ouders, externen, ). De cursist ervaart hoe en vanuit welke achtergrond leerlingen zowel individueel als in groep begeleid kunnen worden. De cursist verwerft naast kennis en inzicht in het creëren van een positief leef- en werkklimaat in klas en school ook inzicht in het eigen pedagogisch functioneren. De cursist maak kennis met psycho-pedagogische verklaringsmodellen in verband met het leren van leerlingen en de sociale omgang tussen de verschillende partners in het onderwijs. De cursist verwerft een visie op de onderwijsopdracht en bouwt een achtergrond op voor het opzetten van krachtige leeromgevingen. De cursist verwerft presentatievaardigheden, leert didactische werkvormen en onderwijsmiddelen hanteren. Begrippen en kaders vanuit DCA worden geconcretiseerd. DCO (Didactische Competentie Oefenlessen) DCS (Didactische Competentie Stage) De cursist breidt zijn basisvaardigheden in verband met het opzetten van krachtige leeromgevingen uit. Nadruk ligt op evaluatie, vakoverschrijdend werken, en integratie van de vakdidactiek. De cursist ervaart hoe een leraarsopdracht ingevuld wordt binnen een school of vormingsinstelling. [email protected] 17
19 t.a.v. de lerende Integratie VERANTWOORDELIJKHEIDSDOMEINEN CODERING OPLEIDINGSPROFIEL Onderwijs en maatschappij Leerkracht en verantwoordelijkheden Communicatie en overleg Begeleiding Groepsmanagement Psycho-pedagogische competentie Didactische competentie algemeen Didactische competentie praktijkinitiatie Didactische competentie oefenlessen Didactische competentie stage Maatschappelijke en beroepsgerichte vorming Pedagogischorganisatorische competentie Psycho-pedagog. competentie Didactische competentie OPLEIDINGSPROGRAMMA ORGANISATIE CURRICULUM 5.5 Situering van de modules in het beroepsprofiel BASISCOMPETENTIES OMSCHREVEN IN BEROEPSPROFIEL VOOR DE LERAAR SO OMA LEV COO BEG GRM PPC DCA DCP DCO DCS 1 DE LERAAR ALS BEGELEIDER VAN LEER- EN ONTWIKKELINGSPROCESSEN 1.1 De beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.2 Doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 Individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 Een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 Observatie en evaluatie voorbereiden individueel en indien nodig in team. 1.9 Proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie In overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school. OMA LEV COO BEG GRM PPC DCA DCP DCO [email protected] 18
20 Integratie Integratie Integratie Integratie OPLEIDINGSPROGRAMMA ORGANISATIE CURRICULUM 1.11 Leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen Omgaan met de diversiteit van de leergroep Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. 2 DE LERAAR ALS OPVOEDER 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 Door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.5 Adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 2.7 Communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 3 DE LERAAR ALS INHOUDELIJK EXPERT 3.1 Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 De verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden. 3.3 Het eigen onderwijsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 4 DE LERAAR ALS ORGANISATOR 4.1 Een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. 4.3 Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 4.4 Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. 5 DE LERAAR ALS INNOVATOR/ONDERZOEKER 5.1 Vernieuwende elementen en reultaten van onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen. [email protected] 19
21 Integratie t.a.v. de school / de onderwijsgemeenschap Integratie Integratie OPLEIDINGSPROGRAMMA ORGANISATIE CURRICULUM 5.2 Kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek en van vakdidactisch en vakinhoudelijk onderzoek. 5.3 Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 6 DE LERAAR ALS PARTNER VAN OUDERS/VERZORGERS 6.1 Zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 6.2 Met ouders/verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega s/externen 6.3 In overleg met het team, communiceren met ouders/verzorgers over het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. 6.4 Met ouders/verzorgers dialogeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 In Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders/verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 6.6 Strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. 7 DE LERAAR ALS PARTNER VAN EEN SCHOOLTEAM 7.1 Overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.2 Binnen het team zowel vakspecifiek als vakoverschrijdend over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. 7.3 De eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken. 7.4 Zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leering. 7.5 In Standaarnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. 8 DE LERAAR ALS PARTNER VAN EXTERNEN 8.1 In overleg met collega s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. 8.2 Met hulp van collega s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. 8.3 Met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. 8.4 In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. OMA LEV COO BEG GRM PPC DCA DCP DCO DCS [email protected] 20
22 Attitudes t.a.v. de maatschappij Integratie Integratie OPLEIDINGSPROGRAMMA ORGANISATIE CURRICULUM OMA LEV COO BEG GRM PPC DCA DCP DCO DCS 9 DE LERAAR ALS LID VAN DE ONDERWIJSGEMEENSCHAP 9.1 Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s. 9.2 Dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. 10 DE LERAAR ALS CULTUURPARTICIPANT 10.1 Actuele thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: - sociaal politiek - sociaal-economisch - levensbeschouwelijk -cultureel-esthetische - cultureel-wetenschappelijk A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 Beslissingsvermogen Relationele gerichtheid Kritische ingesteldheid Leergierigheid Organisatievermogen Zin voor samenwerking Verantwoordelijkheidszin Flexibiliteit [email protected] 21
23 REGULIERE TRAJECT 6 Trajecten Om een traject op maat te kunnen uitstippelen, wordt er verwacht dat je een infomoment van de SLO bijwoont alvorens je je inschrijft. De data van de infomomenten vind je terug op de website. Indien dit niet mogelijk is kan men een persoonlijke afspraak bekomen met de opleidingscoördinator Dennis Monte. Er bestaan drie trajecten: Het reguliere traject voor wie werken en/of een gezin combineert met de opleiding Het LIO-traject voor wie al lesgeeft (steeds in combinatie met het reguliere traject) Het eenjarige traject Voor het reguliere traject en het LIO-traject vind je onder 6.3. enkele richtlijnen terug voor de samenstelling van je traject. 6.1 Het reguliere traject Er wordt gewerkt binnen een zeer flexibel systeem waardoor de combinatie werken/gezin/opleiding mogelijk wordt. Je start indien mogelijk altijd met de module DCA. Deze module kun je wel combineren met andere modules die niet tot de didactische cluster behoren. Elke module wordt in elk semester aangeboden en dit zowel tijdens de week als op zaterdag. Je kiest per semester welke modules je wenst op te nemen. Zo kan je zelf de omvang van het pakket en het aantal lesdagen bepalen en naar eigen tempo vorderen in het programma. De opleiding kan afgewerkt worden in minimum 4 semesters (een verkorting van de minimale studieduur is enkel mogelijk indien vrijstellingen verleend worden). Je bepaalt zelf de duur van zijn opleidingstraject. Echter, er kan nà 5 jaar wel een actualisering van de deelcertificaten gevraagd worden. Wij begeleiden je bij het samenstellen van je semesterpakket in functie van het doorlopen van een optimaal traject. De volgorde waarin de modules worden afgewerkt, bepaal je grotendeels zelf. Je start wel altijd met de module DCA. Bij het samenstellen van je traject dien je ook rekening te houden met de vereiste voorkennis (zie opleidingsmodel op p. 16: pijlen tussen de modules van de cluster didactische competentie betekenen dat je de uitgetekende volgorde dient aan te houden). Wanneer je het opleidingsmodel van de SLO verticaal leest, vind je: in de eerste kolom de 5 competentieclusters (gehelen van modules die inhoudelijk samenhoren) terug in de tweede kolom een nummering (1 en/of 2 en/of 3) terug: deze nummering verwijst naar de 3 groepen cursisten die kunnen instromen o o o groep 1: cursisten zonder diploma SO groep 2: cursisten met diploma SO groep 3: cursisten met diploma HO (bachelor of master) vanaf de derde kolom de modules per cluster geordend. 22
24 REGULIERE TRAJECT Horizontaal gezien, valt op dat: Het brugprogramma enkel door groep 1 moet gevolgd worden De andere clusters (maatschappelijke en beroepsgerichte competentie, pedagogisch organisatorische competentie, psycho-pedagogische competentie en didactische competentie) door alle groepen (1, 2 en 3) dienen gevolgd te worden Iedere module loopt over één semester. DCS kan echter wel over ene jaar gespreid worden met startmoment in september. Met uitzondering van de modules Onderwijs en maatschappij en Leerkracht en Verantwoordelijkheden dien je alle modules te hebben doorlopen vooraleer je de module Didactische competentie stage aanvat. Men behaalt het diploma van leraar als alle modules met succes doorlopen zijn. Je hebt dus 4 semesters nodig om de modules van de cluster didactische competentie achtereenvolgens af te werken. De module COO volg je best bij de start van je traject. Op die manier wordt het mogelijk om tijdig te remediëren indien je basistaalvaardigheid nog verder ontwikkeld moet worden. Elke leraar is immers een taalleraar die aan taalontwikkeling moet doen bij zijn/haar leerlingen. Volg zoveel mogelijk modules uit clusters maatschappelijke en beroepsgerichte competentie, pedagogisch organisatorische competentie én psycho-pedagogische competentie vooraleer te starten met de module Didactische competentie oefenlessen GROEP 1 NIET-HOUDERS VAN EEN DIPLOMA SECUNDAIR ONDERWIJS Cursisten die niet in het bezit zijn van een diploma secundair onderwijs volgen eerst het brugprogramma: competentiecluster Opstap. Dit cluster bestaat uit 2 modules: opstap taalvaardigheid en opstap algemene vorming. Vóór de start van de lessen worden voor beide modules vrijstellingsproeven georganiseerd. Wie vrijgesteld wordt voor het volledige brugprogramma, kan meteen instappen in de specifieke lerarenopleiding. De lessen van het brugprogramma worden enkel in het eerste semester georganiseerd. De vrijstellingsproeven gaan tweemaal per schooljaar door. Voor de data van de vrijstellingsproeven verwijzen we naar [email protected]. Als je slaagt of vrijgesteld wordt voor beide modules, kan je starten met de modules uit de Specifieke Lerarenopleiding. Voor de momenten waarop de opstapmodules georganiseerd worden, verwijzen we naar [email protected]. GROEP 2 HOUDERS VAN EEN DIPLOMA SECUNDAIR ONDERWIJS Cursisten die in het bezit zijn van een diploma secundair onderwijs en cursisten die het brugprogramma met vrucht hebben afgerond, kunnen starten in de eigenlijke specifieke lerarenopleiding. Je start altijd met de module DCA. GROEP 3 HOUDERS VAN EEN DIPLOMA HOGER ONDERWIJS Cursisten die in het bezit zijn van een diploma hoger onderwijs kunnen onmiddellijk met de specifieke lerarenopleiding starten. Zij starten altijd met de module DCA. Voor de momenten waarop de verschillende modules georganiseerd worden, verwijzen we naar de site. 23
25 LIO-TRAJECT 6.2 Leraar in opleiding (LIO) Decretale bepalingen Een cursist die als tijdelijk personeelslid in een school tewerkgesteld is, kan ook via een leerwerktraject kennis maken met het beroep via een LIO-baan (Leraar In Opleiding). De kandidaat die voor het LIO-traject opteert, oefent het praktijkdeel van de opleiding (30 studiepunten inservicetraining) uit in een instelling voor basisonderwijs, secundair onderwijs of deeltijds kunstonderwijs, in een centrum voor volwassenenonderwijs en in een centrum voor basiseducatie. De leraar-in-opleiding wordt in zijn scho(o)l(en) begeleid door een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. Voorwaarde is echter dat de cursist voor de effectieve LIO-opdracht in een instelling voor basisonderwijs, secundair onderwijs of deeltijds kunstonderwijs of in een centrum voor volwassenenonderwijs voldoet aan de voorwaarde van de andere bekwaamheidsbewijzen. Als de LIO-baan wordt uitgeoefend in een centrum voor basiseducatie moet de cursist minimaal over het vereiste niveau van bekwaamheidsbewijs beschikken dat is vastgelegd voor de functie die hij opneemt. Deze LIO-baan biedt een begeleide overgang van studie naar de arbeidssituatie door de begeleiding via de mentor van de school, instelling of het centrum van tewerkstelling, met ondersteuning van de lerarenopleiding. De praktijkcomponent (30 studiepunten) bedraagt op jaarbasis ten minste 500 uren-leraar (gewoon secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs), leraarsuren (secundair volwassenenonderwijs) en lestijden (in het basisonderwijs voor de master lichamelijke opvoeding). De LIO-baan in een centrum voor basiseducatie moet op jaarbasis tenminste 0,6 VTE bedragen. Op het einde van de LIO-baan wordt de cursist gedurende een assessment over de inservicetraining beoordeeld door de school, instelling of centrum enerzijds en het opleidingscentrum (lerarenopleiding) anderzijds. Het centrum, de instelling of school en het opleidingscentrum sluiten een LIO-baanovereenkomst af. Een LIO-baanovereenkomst is een overeenkomst waarbij de voorwaarden worden vastgelegd die moeten toelaten dat cursisten in het kader van hun lerarenopleiding kennis of vaardigheden verwerven in een centrum, instelling of school via een tijdelijke aanstelling door het uitvoeren van arbeidsprestaties. De LIO-baanovereenkomst bevat onder meer: de engagementen van het centrum, de instelling of de school ten aanzien van ondersteuning van LIO s; de engagementen van het opleidingscentrum ten aanzien van de begeleiding van de cursist/lio; het aandeel van het centrum, instelling of de school enerzijds en het opleidingscentrum anderzijds in het assessment van de cursist. De leraar in opleiding wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid en is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs. De leraar in opleiding in een centrum voor basiseducatie wordt aangesteld op contractuele basis. 24
26 LIO-TRAJECT De leraar in opleiding wordt bezoldigd indien hij voldoet aan de andere bekwaamheidsbewijzen die gelden voor het ambt/vak waarin hij/zij is aangesteld (met inbegrip van eventuele uitgestelde bezoldiging tijdens de zomermaanden). De leraar in opleiding in een centrum voor basiseducatie wordt bezoldigd indien hij het vereiste niveau van bekwaamheidsbewijs bezit voor de functie waarin hij is aangesteld Uitwerking in CVO VTI Brugge Wanneer je in het LIO-traject stapt en op die manier de praktijk in de vorm van een LIO-baan volbrengt, is het mogelijk om de volledige lerarenopleiding in 1,5 jaar af te werken. De praktijk leert echter dat het omwille van de taakbelasting aangewezen is om de studieomvang over een langere periode te spreiden. Instapvoorwaarden Je bent als tijdelijk personeelslid tewerkgesteld in het (gewoon of buitengewoon) secundair onderwijs, deeltijds onderwijs en / of volwassenenonderwijs / Centrum voor Basiseducatie. Het centrum, de instelling of de school van tewerkstelling is bereid om een LIObaanovereenkomst af te sluiten met het opleidingscentrum (CVO VTI Brugge) en de LIOcursist (dit is een aanvullende overeenkomst bij de arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, afgesloten volgens de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991). Het centrum, de instelling of de school van tewerkstelling is bereid om een mentor aan te duiden die jou intern ondersteunt waar nodig. Je volgt een infomoment LIO (data worden meegedeeld via de website ), zodat je goed geïnformeerd het traject kan doorlopen. Om een minimum aan draagvlak en continuïteit te garanderen binnen het begeleidingstraject voor de LIO geldt in de opleiding dat je als LIO minstens als halftijds leraar aan de slag bent gedurende een volledig schooljaar. In je opdracht geef je ook theoretische lessen. Als je dus bijvoorbeeld enkel stagebegeleiding verzorgt, kan je niet in een LIO-baan. 25
27 LIO-TRAJECT Het decreet voorziet dat cursisten met een onvolledig LIO-traject het overige praktijkvolume als reguliere cursist kunnen doorlopen. Dit resulteert in volgende afspraken: Gevolgde modules in het LIO-traject Aantal uren-leraar in de school waar men tewerkgesteld is DCA/DCP/DCO/DCS (27 studiepunten) 350 DCA/DCP/DCO/DCS + GRM (28,5 studiepunten) 375 DCA/DCP/DCO/DCS + COO (30 studiepunten) 400 DCA/DCP/DCO/DCS + COO + GRM (31,5 studiepunten) 425 Je schrijft je in voor de modules Didactische Competentie Praktijkinitiatie, Didactische Competentie Oefenlessen en Didactische Competentie Stage op jaarbasis. Bij inschrijving geef je de contactgegevens door van het centrum, de instelling of de school van tewerkstelling, alsook de inhoud (vakgebied) en de omvang van de opdracht die je hebt gekregen. Daarnaast kunnen ook volgende modules geïntegreerd worden in het traject: Communicatie en Overleg en Groepsmanagement. De andere modules volg je binnen het reguliere traject, met PP-opdracht in de eigen school (zie tabel onder Organisatie, inhoud en evaluatie van het traject). Aangezien de modules in het LIO-traject over een volledig schooljaar gespreid worden en de LIO-baanovereenkomst met de school in september ingaat, kan je alleen op dat moment instappen. Uiterste inschrijvingsdatum voor dit traject: de maandag van de 2 e lesweek in september. Organisatie, inhoud en evaluatie van het traject Na inschrijving in het secretariaat van CVO VTI Brugge, nemen we vanuit CVO VTI Brugge in de tweede helft van september contact op met het centrum, de instelling of de school van tewerkstelling om samen met de LIO-cursist de bepalingen in de LIO-baanovereenkomst te overlopen en te ondertekenen. Er worden een 10-tal contactmomenten didactische competenties in CVO VTI Brugge gepland (voor de uitwerking van thema s, de uitwisseling van ervaringen, ). Ook voor de modules Communicatie en overleg en Groepsmanagement gaan telkens 5 contactmomenten door. Je krijgt tijdens de contactmomenten opdrachten mee en wordt hierin gecoacht op de werkvloer. Elke LIO-cursist heeft vanuit CVO VTI Brugge een persoonlijke LIOstagebegeleider. Deze stagebegeleider komt minimaal 4 keer op werkplekbezoek. Na de Er wordt gerekend op basis van 40 lesweken op jaarbasis. Iemand die een lesopdracht heeft van 10/20 (per week) verwerft 400 uren-leraar. 26
28 LIO-TRAJECT observatie van praktijk- en theoriemomenten, volgt telkens een uitgebreid coachinggesprek. Deze ondersteuning is complementair aan de ondersteuning die de school zelf via de mentorcoach / de vakmentoren / het directieteam aanbiedt. De theorie wordt geëvalueerd in het opleidingscentrum (via schriftelijke examens). Tijdens het LIO-traject maak je ook een groeiportfolio op. Er is een tussentijds assessment voorzien en de LIO-baan wordt afgesloten met een eindassessment voor de inservicetraining door de stageschool en het opleidingscentrum. 27
29 LIO-TRAJECT LIO-traject in CVO VTI Brugge Totaal Studiepunten Studiepunten Theorie Studiepunten Praktijk Te volgen in de reguliere opleiding theorie / lessen te volgen samen met andere cursisten, preservicepraktijkopdrachten kunnen uitgevoerd worden in het eigen werkveld OMA Onderwijs en maatschappij 3 2,5 0,5 LEV Leerkracht en verantwoordelijkheden 4 3,5 0,5 BEG Begeleiding 4 2,5 1,5 PPC Psycho-pedagogische competentie Totaal in reguliere opleiding 17 13,5 3,5 Kan in het LIO-traject gevolgd worden aparte groepen theorie, alle praktijkopdrachten worden uitgevoerd en geëvalueerd in het eigen werkveld COO Communicatie en overleg GRM Groepsmanagement 4 2,5 1,5 DCA Didactische competentie algemeen DCP Didactische competentie praktijkinitiatie DCO Didactische competentie oefenlessen DCS Didactische competentie stage Totaal in LIO-traject 43 16,5 26,5 28
30 RICHTLIJNEN UITSTIPPELEN TRAJECT 6.3 Hoe je traject samenstellen (regulier en/of LIO-traject) Je wil de opleiding snel voltooien (binnen de 2 jaar) Vraag vrijstellingen aan in het eerste semester Semester 1: Start zeker met DCA + COO + evt. een korte module (OMA, LEV, BEG of GRM) 2 à 3 momenten in de week Semester 2: DCP + evt. 2 korte modules na mekaar of PPC 2 à 3 momenten in de week Je bent (nog) niet in het onderwijs tewerkgesteld en je bent dit nog niet van plan. Je wil de opleiding wat spreiden (over 2 jaar en een half à 3 jaar tot maximum 5 jaar) Vraag vrijstellingen aan in het eerste semester Semester 1: Start zeker met DCA + evt. COO Semester 2: PPC + evt. 2 korte modules na mekaar zoals OMA en LEV én GRM en BEG of COO Semester 3: DCP Je wil de opleiding snel voltooien (binnen de 2 jaar) Vraag vrijstellingen aan in het eerste semester (september) Semester 4 (februari): Volg het LIO-traject (DCP + DCO+ DCS+COO) + volg een ondersteunende module zoals PPC of BEG Volg het LIO-traject in combinatie met het regulier traject. Je bent of zal binnenkort tewerkgesteld zijn in onderwijs en je meldt je aan in september (zie schema). Indien aanmelding in februari kan men LIO-traject vervolledigen in 3 semesters. Semester 2 (februari): Start met LIO-traject (DCA) na het volgen van een infomoment+ volg evt. OMA en LEV Semester 3 (september): Volg het LIO-traject (DCP + DCO+ DCS+GRM) + volg een ondersteunende module zoals PPC of BEG Semester 3: DCO + evt. GRM/BEG Semester 4: DCO 2 à 3 momenten in de week Opgelet bij het reguliere traject: OMA en LEV én GRM en BEG kun je in hetzelfde Semester 5: DCS (evt. nog nietdidactische modules) Je kunt enkel starten met de eindstage (DCS) als je semester na mekaar volgen. Versie Semester september 4: DCS + evt OMA en alle modules hebt afgewerkt met uitzondering van LEV OMA en LEV. Semester 6: DCS evt. nog meerdere Dit opleidingsprogramma is hoofdzakelijk gebaseerd semesters op materiaal (best van binnen CVO VIVO 5 jaar Kortrijk voltooien) in kader van een 29
31 EENJARIG TRAJECT 6.4 Het eenjarige traject Sinds september 2012 is CVO VTI Brugge van start gegaan met een voltijdse dagopleiding in samenwerking met VIVES campus Brugge. In de eerste plaats staat dit traject open voor professionele bachelors maar ook houders van een masterdiploma kunnen in dit traject terecht. Het traject start enkel in september en loopt over een volledig schooljaar. De lessen worden ingericht op maandag, woensdag en vrijdag (telkens van 9u tot 12u30 en van 13u30 tot 17u). De andere dagen (dinsdag en donderdag) worden voorbehouden voor het uitvoeren van praktijkopdrachten in de stageplaats(en). Afhankelijk van de vooropleiding kan er voor de verschillende componenten van één of meerdere modules, een vrijstelling verleend worden op basis van EVK s. EVC s kunnen tevens ingebracht worden voor een vrijstelling van de verschillende componenten van één of meerdere modules. Cursisten die inschrijven, vinden via de website de procedure om vrijstellingen aan te vragen. De deadline voor indienen van vrijstellingendossiers in het eenjarige traject is de eerste maandag van september. Tijdens de 2 e week van september worden introductiedagen georganiseerd waarbij een rondleiding wordt voorzien, de opleiding wordt toegelicht, vrijstellingengesprekken kunnen plaatsvinden etc. Het inschrijvingsgeld bedraagt 575 euro per schooljaar. Het decreet volwassenenonderwijs legt 1,15 euro op per lestijd. In totaal bedraagt de SLO 720 lestijden maar er is een plafonnering van maximum 575 euro per schooljaar. De prijzen voor het cursusgeld worden democratisch gehouden. Voorlopig is er in het volwassenenonderwijs geen recht op studiefinanciering. Cursisten jonger dan 25 jaar, hebben recht op kinderbijslag als ze voor minstens 27 studiepunten zijn ingeschreven. De ondersteuning van de cursist buiten de lessen gebeurt o.a. door de elektronische leeromgeving Smartschool. 30
32 BEGELEIDING 7 Instroom- en doorstroombegeleiding Flexibiliteit en klantgerichtheid zijn kernwaarden van het centrum die door alle medewerkers worden onderschreven. In de SLO proberen we dit waar te maken door onder andere te voorzien in duidelijke, transparante en snel beschikbare informatie rond het opleidingsaanbod en het studieverloop voor (potentiële) cursisten. Een tijdige en correcte informatieverstrekking draagt immers bij tot een goede oriëntering. Cursistgerichtheid impliceert tevens een persoonlijke begeleiding bij de instroom en doorstroom van de cursist door zowel de coördinatoren en lectoren als secretariaatsmedewerkers. Potentiële cursisten volgen (meestal) een infomoment waarna ze zelf of in overleg met de opleidingscoördinator in staat zijn om hun traject uit te stippelen. Cursisten die bezig zijn met de opleiding worden bij voorrang ingeschreven op nieuwe cursisten en ontvangen ten laatste twee weken vóór de inschrijving de nieuwe programmering. Deze is meestal reeds vroeger te raadplegen via de website. Bij vragen /problemen rond hun traject kunnen ze terecht bij de opleidingscoördinator en/of hun lector. 7.1 Introductiemoment met infosessie elektronische leeromgeving en screening taalvaardigheid Bij de start van elk semester wordt een introductiemoment (intake) georganiseerd. De cursist schrijft in voor een sessie tijdens de eerste week van september / laatste week van januari: er wordt algemene info gegeven over de organisatie van de lerarenopleiding (EVC/EVKprocedure, gecombineerd onderwijs, aanvraag vaste stageplaatsen, toelichting bij de praktijkwijzer, etc.) ; de cursist krijgt toelichting bij de werking van de elektronische leeromgeving. Binnen de lerarenopleiding werken wij namelijk competentiegericht ondersteund door de elektronische leeromgeving Smartschool. Cursisten verwerven kennis, vaardigheden en attitudes via een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs (begeleiding op afstand). Werken met gecombineerd onderwijs heeft als gevolg dat de aanwezigheid niet in alle lesweken verwacht wordt. Afspraken worden gemaakt met de lectoren tijdens de eerste les. Een elektronische leeromgeving (ELO) ondersteunt het onderwijsproces van de lectoren en het leerproces van de cursisten met behulp van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het is daarom noodzakelijk dat cursisten bij de start van de opleiding: - beschikken over een basiskennis ICT-vaardigheden; - een adres hebben; - een zicht hebben op de werking van de elektronische leeromgeving Smartschool. De cursist ontvangt tijdens het introductiemoment ook zijn persoonlijke gebruikersnaam en wachtwoord waardoor hij/zij dadelijk toegang krijgt tot de leeromgeving; 31
33 BEGELEIDING 7.2 Bijspijkercursussen taal- en ICT-vaardigheid Indien hiaten worden vastgesteld in de talige competenties van de cursisten dan zijn er verschillende mogelijkheden tot remediëring: op zelfstandige basis door middel van een opgegeven lijst van leermiddelen of via bijspijkermomenten begeleid door een taallector in samenwerking met CVO VIVO Kortrijk. In de loop van het semester van aanvang wordt men gescreend op de ICT-competenties via de ICT-starterskit van School of Education. Indien cursisten ervaren dat zij bijsturing nodig hebben op ICT-vlak, kunnen ze terecht op welbepaalde ondersteuningsmomenten in VTI Brugge waar ze gecoacht worden door de ICT-coördinator. 7.3 Ondersteuningsbehoeften Cursisten die bepaalde ondersteuningsvragen hebben, kunnen steeds terecht bij hun lector of de zorgcoördinator. Sinds september 2014 kunnen cursisten een afspraak bekomen bij de zorgcoördinator Nathalie Peene. Daarin kunnen factoren naar voor worden gebracht die het leerproces kunnen beïnvloeden en wordt samen gezocht naar maatregelen die het leerproces en de groeikansen van de cursist optimaliseren. Ondersteuningsbehoeften kunnen (al dan niet schriftelijk) kenbaar gemaakt worden bij de start van elke module. Het lectorenteam doet daarnaast inspanningen om een breed ondersteuningskader op te zetten voor álle cursisten. Hierbij wordt de verantwoordelijkheid bij de cursist gelegd om al dan niet in te gaan op het aanbod. Dit past binnen het zorgkader dat door het SLO-team werd opgezet. Het centrum voorziet tevens in een ombuds- en vertrouwenspersoon die o.a. optreedt als bemiddelaar tussen de cursist en de evaluatiecommissie (zie centrumreglement CVO VTI Brugge). Contact opnemen met de ombuds- en vertrouwenspersoon kan rechtstreeks of via mail: 32
34 CURSISTENRAAD 8 Cursistenraad Vanaf februari 2014 werd de cursistenraad in het leven geroepen. De cursistenraad wil meer zijn dan de zoveelste praatbarak. Cursistenparticipatie binnen de opleiding vinden we belangrijk. De cursistenraad komt minstens eenmaal per semester samen binnen de module Communicatie en Overleg maar ook cursisten die deze module niet volgen, zijn uiteraard welkom. Het overleg wordt voorgezeten door een cursist die bijgestaan wordt door een lector voor de organisatie van het overleg en die optreedt als tussenpersoon voor de opleidingsraad. Als je prangende vragen hebt, de agenda mee wilt bepalen of gewoon je zegje wil doen, dan ben je van harte welkom in de cursistenraad. Zowel cursisten die al een tijdje met de opleiding bezig zijn als nieuwe cursisten krijgen de kans om een cursistenraad bij te wonen. Je kunt hiervoor een mailtje sturen naar een lector van COO (zie Smartschool) of naar de opleidingscoördinator [email protected] De cursistenraad vormt een kanaal om feedback te geven, te ventileren (je hart eens kunnen luchten) en om duiding te geven bij bepaalde beslissingen. De inbreng van cursisten kan zinvol zijn om de werking te optimaliseren. Cursisten kunnen trouwens ook toekomstige collega s worden. Het is eveneens de bedoeling om het welbevinden te vergroten en ervaringen uit te wisselen. De raad heeft informatierecht (= betrokkenen worden op voorhand geïnformeerd over veranderingen en de motieven daarvoor) en adviesrecht ( = de cursisten wordt naar hun mening gevraagd). Die mening kan een invloed hebben op de eindbeslissing. Wanneer van het advies wordt afgeweken, moet gemotiveerd worden waarom dat zo is. Volgende onderwerpen kunnen worden aangesneden: inschrijvingen, systeem van vaste stageplaatsen, PP-opdrachten, ICT-infrastructuur, studiebelasting, deliberaties, etc. Het forum op de elektronische leeromgeving vormt het communicatiemiddel. De verslaggeving van de voorbije cursistenraden is via een map in de algemene e-module van het reguliere traject en eenjarige traject voor alle respectievelijke cursisten raadpleegbaar. 33
35 9 VRIJSTELLINGEN VRIJSTELLINGEN 9.1 Algemeen De directie van het centrum kan je (deel)vrijstellingen van opleidingsonderdelen (modules) verlenen. Deze kunnen leiden tot studieduurverkorting. Vrijstellingen vraag je aan ofwel vóór de aanvang van de lerarenopleiding ofwel het eerste semester dat je de opleiding hebt aangevat. De deadline voor het indienen van je aanvraag is voor het eerste semester 15 oktober en voor het tweede semester 15 maart. Vrijstellingen vraag je bij voorkeur maar één keer aan. Waardevolle inzichten in de theorie en/of werkervaring Heb je al een cursus en/of een nascholing gevolgd waardoor je theoretische inzichten en/of vaardigheden hebt verworven? Deed je waardevolle ervaring op door te werken in een onderwijs(gerelateerde) context? Door al die ervaringen in kaart te brengen, kun je vrijstellingen aanvragen en zo je opleidingstraject verkorten. De inhoud, omvang en soort werkervaring bepaalt of en welke vrijstellingen je krijgt. Je vraagt altijd een vrijstelling aan voor de volledige module. Dit kan resulteren in een toekenning van een vrijstelling voor de volledige module of een onderdeel ervan (theorie, opleidingspraktijk en preservicepraktijk). Er zijn twee vrijstellingsprocedures nl. een EVK- en een EVC-procedure die al dan niet in combinatie kunnen verlopen. Wanneer kom je in aanmerking voor vrijstellingen en hoe verloopt een 'EVC' of 'EVK'-procedure? Dat is een afkorting voor 'Erkenning van eerder Verworven Competenties' en 'Erkenning van eerder Verworven Kwalificaties'. Hoe deze procedure verloopt en wie je moet contacteren, lees je hieronder Grond voor vrijstelling Op grond van de erkenning van verworven kwalificaties (EVK) Je volgde reeds een opleiding die naar niveau, inhoud en omvang overeenstemt met de module waarvoor je vrijstelling aanvraagt. Je hebt slechts een kwalificatie wanneer een examen werd afgelegd dat uitmondde in een formeel attest van een instelling erkend door het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Een bewijs van deelname aan vorming of opleiding is bijgevolg geen kwalificatie. In de EVK-procedure wordt gekeken naar de diploma s, certificaten, creditbewijzen, die je al behaald hebt en wordt er nagegaan of deze volstaan om vrijstellingen te verwerven in de lerarenopleiding. Het aanvragen van vrijstellingen op basis van EVK wordt beschreven in stappen 1 t.e.m. 6 van het stappenplan van de vrijstellingsprocedure, zie site rubriek vrijstellingen. Deze procedure is volledig gratis. 34
36 VRIJSTELLINGEN Op grond van de erkenning van eerder verworven competenties (EVC) Een competentie is het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen, waardoor iemand in staat is om effectieve kwaliteitsvolle prestaties te leveren gericht op een bepaalde functie of rol. De prestaties zijn zichtbaar in concrete handelingen en verbonden met een bepaalde context. EVC s worden niet met een studiebewijs bekrachtigd. Competenties verworven bijvoorbeeld via beroep, vrijwilligerswerk, zijn misschien gelijk aan bepaalde competenties verworven door middel van een erkende opleiding. Het is de bedoeling om door EVC het resultaat van dit levenslang leren te erkennen in het verdere studietraject. In de EVC-procedure wordt onderzocht of de bekwaamheden die je verworven hebt door werkervaring, vrije tijd,, maar waar je geen formeel bewijs voor hebt, vergelijkbaar zijn met de te verwerven competentie(s) in de lerarenopleiding. Het aanvragen van vrijstellingen op basis van EVC wordt verder beschreven in stappen 1 t.e.m. 6 van het stappenplan, site rubriek vrijstellingen. Voor een EVC-procedure wordt een administratieve kost aangerekend. De kost van de EVC-procedure bedraagt: - 25 euro (voor 1 module van 3 of 4 studiepunten) - 35 euro (voor 1 module van 6 studiepunten) - 50 euro (aanvraag voor meerdere modules) Die kost wordt achteraf betaald nà ontvangst van een factuur. 9.3 Stappenplan vrijstellingsprocedure Een vrijstelling wordt nooit automatisch toegekend. Jij bent zelf verantwoordelijk voor het doorlopen van de verschillende stappen in de procedure. Op de website vind je steeds de meest recente versie van de procedure. In de rubriek Vrijstellingen op de website van CVO VTI Brugge, wordt stap voor stap beschreven hoe het proces tot het verkrijgen van vrijstellingen verloopt. Lees alvast deze volledige vrijstellingsprocedure en de handleiding goed door. Heb je nadien nog vragen? Neem contact op met de opleidingscoördinator via [email protected] 9.4 Mailadressen assessoren/verantwoordelijken vrijstellingsaanvragen Coördinator EVC/EVK: [email protected] Assessor OMA: [email protected] Assessor LEV: [email protected] Assessor COO: [email protected] Assessor BEG: [email protected] Assessor GRM: [email protected] Assessor PPC: [email protected] Assessor DCA: [email protected] 35
37 VRIJSTELLINGEN 36
38 10 Curriculum 10.1 Brugprogramma (15 studiepunten) Opstap taalvaardigheid (OTV) studiepunten: 9 aandeel afstandsonderwijs: 30% Omschrijving Deze module beoogt het beheersen van de vier traditionele vaardigheden op de drie hoogste niveaus (beschrijvend, structurerend, beoordelend) in het licht van een toekomstige functie als lesgever, én met het oog op het succesvol doorlopen van het opleidingstraject. Een aangepast inzicht in de regelgeving van onze Nederlandse spreek- en schrijftaal moet concreet leiden tot correctheid en vlotheid in alle dagelijkse én onderwijsgebonden communicatieve situaties. Geselecteerde basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.11 Leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen. 2 De leraar als opvoeder 2.4 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context De leraar als inhoudelijk expert Het eigen onderwijsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's. 10 De leraar als cultuurparticipant 10.1 Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond de volgende domeinen: sociaal-politieke domein; sociaal-economische domein; levensbeschouwelijke domein; cultureel-esthetische domein; cultureel-wetenschappelijke domein. 37
39 Doelen 1 Spreken De cursist kan na het volgen van deze module een afspraak maken; een instructie geven; een verslag maken van een gesprekssituatie; informatie over zichzelf en anderen vragen en geven; anderen uitnodigen tot deelname aan een gesprek; vragen stellen en beantwoorden; zijn mening en standpunt tegenover anderen verwoorden; anderen hun mening en standpunt bevragen; gestructureerd spreken / een spreekplan opstellen; aandacht besteden aan uitspraak, woordkeuze, intonatie en taalregister; bij het spreken gebruik maken van visueel materiaal en non-verbaal gedrag; reflecteren over de spreektaak. Tijdens spreekoefeningen geeft de cursist blijk van contactbereidheid en spreekdurf. 2 Schrijven De cursist kan na het volgen van deze module: voor zichzelf een agenda / een logboek bijhouden; in een brief informatie geven en vragen; informatie geven in een formulier; voor zichzelf notities nemen; een synthese schrijven; in een beschouwende tekst een mening en standpunt weergeven; de juiste woordenschat, grammatica en spelling toepassen; een schrijfplan opstellen; door een duidelijke structuur de leesbaarheid van een tekst bevorderen; reflecteren over schrijfproces en schrijfproduct; eigen teksten reviseren en herwerken. 3 Lezen De cursist kan na het volgen van deze module: gegevens selecteren in een schema of tabel; hoofdgedachte en gedachtengang uit een tekst halen; specifiek informatie uit een tekst halen; zich een persoonlijke mening vormen over een tekst / brief / informatie in de media; tekstsoort en tekstdoel herkennen. 4 Luisteren 38
40 De cursist kan na het volgen van deze module: de hoofdgedachte uit een beluisterde tekst halen; specifieke informatie uit een beluisterde tekst halen; informatie vragen en geven in een gesprek; zich een persoonlijke mening vormen over beluisterde informatie; zich een persoonlijke mening vormen in een discussie; zich een persoonlijke en kritische mening vormen over informatie uit de media; het luisterdoel bepalen; het luistergedrag afstemmen op het luisterdoel; grondig en onbevooroordeeld luisteren naar anderen. Inhoud 1 AN versus dialect inleiding AN in het klaslokaal 2 spelling van de werkwoorden spelling van de werkwoorden oefeningen 3 de nieuwe spelling 2005 hoofdletters tussenletters aan elkaar of streepje apostrof accenttekens trema verkleinwoorden symbolen en afkortingen telwoorden 4 taalzuivering werkwoorden met regelmatige en onregelmatige vorm werkwoordelijke eindgroep verschillen tussen Nederlands en Belgisch Nederlands contaminatie, pleonasme, tautologie, incongruentie en dubbele negatie 5 schrijfstrategieën oriënteren op de leestaak voorbereiden uitvoeren stijltips correctheid 39
41 6 samenvatten hoofd- en bijzaken onderscheiden tekstkenmerken totaaloefeningen 7 leesstrategieën 8 argumenteren 9 commentaar geven inleiding commentaarteksten lezen commentaarteksten schrijven 10 solliciteren in het onderwijs inleiding: aanwerving van praktijkleraren over de netten heen zelfkennis jobkanalen sollicitatiebrief cv sollicitatiegesprek Onderwijsvorm Deze module wordt aangeboden via gecombineerd onderwijs. Tijdens de contactmomenten worden theoretische inzichten bijgebracht die onmiddellijk ingeoefend worden. Daarvoor worden bijna constant activerende werkvormen gehanteerd (bespreken van tekst- en videomateriaal, groepsdiscussie, groepswerk, individueel werk aan de computer,...) Daarnaast wordt een aantal lessen georganiseerd in afstandsonderwijs. Cursisten gebruiken deze tijd thuis voor voorbereidende taken voor de module Opstap Algemene Vorming en / of zelfstudie. Daartoe wordt een elektronisch leerplatform (Smartschool) ingeschakeld. De leerkrachten van beide brugvakken begeleiden samen de groeiportfolio die voor OAV moet worden geschreven. Er wordt van jou verwacht dat je zelfstandig enkele opdrachten vervult. Voor de bijsturing van deze opdrachten kan je op afgesproken data terecht bij de leerkracht van OTV en via Smartschool en de lesmomenten bij de leerkracht OAV. Studiemateriaal Bij de module hoort een lesbundel die de eerste les aan de cursisten wordt bezorgd. Deze bevat de doelstellingen, de lesthema s en alle oefeningen. Daarnaast maken we ook gebruik van een aantal cdroms die in de computerklassen ter beschikking van de cursisten zijn. Voor de portfoliobegeleiding voor het vak OAV maak je gebruik van de elektronische leeromgeving Smartschool. Evaluatie Voor deze module vak verdien je 9 studiepunten. Concreet betekent dit dat het cijfer dat je voor OTV haalt, berekend wordt op 90. Het examen omvat de grote vaardigheden lezen, schrijven, spreken en luisteren. Daarbij komen ook taalbeschouwing en spelling. Voor een stukje is er permanente evaluatie (oefeningen die tijdens de les gemaakt werden). De schriftelijke portfolio en de mondelinge presentatie voor OAV worden inhoudelijk en taalkundig door de leerkrachten van beide vakken beoordeeld. Je slaagt wanneer je minstens 50% behaalt. 40
42 Opstap algemene vorming (OAV) studiepunten: 6 aandeel afstandsonderwijs: 25% Omschrijving De opzet van deze module ligt in het verdiepen van de algemene vorming aan de hand van de studie van enkele actuele thema s. Als zodanig is deze module een voortraject naar de algemene vorming die in de module Maatschappelijke en Beroepsgerichte Competentie (nl. Onderwijs en Maatschappij en Leerkracht en Verantwoordelijkheden) van de Specifieke Lerarenopleiding wordt aangeboden. Geselecteerde basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.11 Leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in standaard nederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen. 2 De leraar als opvoeder 2.4 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context De leraar als inhoudelijk expert Het eigen onderwijsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's. 9.2 Dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. 10 De leraar als cultuurparticipant 10.1 Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond de volgende domeinen: sociaal-politieke domein; sociaal-economische domein; levensbeschouwelijke domein; cultureel-esthetische domein; cultureel-wetenschappelijke domein. Doelen 1 Informatie kunnen verzamelen en selecteren, en verkregen materiaal kritisch en doelgericht kunnen analyseren (hoofd- en bijzaken en feiten en meningen onderscheiden, stappenplan volgen). 2 Via overleg met medecursisten (groepswerk of groepsdiscussie) een standpunt kunnen innemen en onderbouwen met een degelijke argumentatie. 41
43 3 Een open luisterhouding kunnen aannemen: kritisch maar naar waarde kunnen beoordelen van eigen mening én tegengestelde standpunten. 4 Duidelijk en gepast kunnen verwoorden van gevoelens en meningen (register en woordkeuze kunnen aanpassen, omgangstaal kunnen hanteren). 5 Gespreksconventies kunnen hanteren. 6 Een begrippenkader kennen en kunnen hanteren m.b.t. nationale, internationale en mundiale kwesties op diverse domeinen van de socialiteit (zie A2 10.1: domeinen). 7 (Zowel latent als brandend) actuele, onderwijskundige en maatschappelijke thema s en ontwikkelingen kunnen identificeren en kritisch benaderen. Inhoud Enerzijds liggen er een aantal thema s vast. Anderzijds wordt er vraaggestuurd gewerkt: de cursisten kiezen zelf uit enkele thema s. 1 Het nieuwsproductieproces (massacommunicatie en massamedia, het selectieproces, de invloed van de media, een nieuwe relatie tussen publiek en media) 2 Focus op België (democratische rechtsstaat, kiesstelsel, federale staatsstructuur, ev. politieke partijen in Vlaanderen) 3 Onderwijskundige thema s (hoofddoekendebat, spijbelen, kansarmoede, ) 4 Een thema in internationaal of mondiaal perspectief (Mensenrechten, Europese unie, VN, Palestijnse kwestie, ) Aangezien onderzoeksvaardigheden (informatie kunnen verzamelen, selecteren, kritisch analyseren én synthetiseren van bevindingen) als toekomstige leerkracht van essentieel belang zijn en als basisdoel in deze module is opgenomen, wordt van de cursist verwacht dat hij/zij een groeiportfolio zal samenstellen aan de hand van een 5-tal opdrachten. Uiteindelijk doel is een paper over een onderwijskundig thema dat nadien mondeling wordt toegelicht. Onderwijsvorm Deze module wordt via gecombineerd onderwijs aangeboden. Tijdens de contactmomenten worden vooral theoretische inzichten bijgebracht. Bij de uitwerking van een actueel thema wordt steeds de actieve medewerking van de cursist verwacht. Dit gebeurt door activerende werkvormen zoals een (onderwijs)leergesprek, een groepsopdracht, een groepsdiscussie, een simulatiespel De contactmomenten kunnen ook aangewend worden om verder te bouwen op inzichten die verworven werden door voorbereidende taken en / of zelfstudie gedurende het afstandsonderwijs. Daartoe wordt een elektronisch leerplatform (Smartschool) ingeschakeld. Daarnaast is het mogelijk om gedurende het afstandsonderwijs te werken aan de opdrachten in functie van de groeiportfolio. Gedurende afstandsmomenten is er mogelijkheid tot individuele ondersteuning hetzij via permanentie op het centrum, hetzij doordat de lector op afgesproken tijdstippen bereikbaar is via Smartschool. De begeleiding van de groeiportfolio gebeurt moduleoverschrijdend (in samenwerking met Opstap Taalvaardigheid). Vandaar onze aanbeveling om Opstap Taalvaardigheid en Opstap Algemene Vorming gelijktijdig te volgen of indien dit onmogelijk is, eerst te opteren voor Taalvaardigheid. 42
44 Studiemateriaal Bij de module Opstap Algemene Vorming hoort een syllabus. Aangezien de actualiteit voortdurend onderhevig is aan wijzigingen, hoeft het de cursist niet te verwonderen dat deze cursus een situatieschets vormt van 2011 en dat doorheen het lesgebeuren de cursus groeit en aangevuld wordt met allerhande actuele artikels. De cursus vormt een inhoudelijk luik dat het mogelijk moet maken een theoretische basis te verwerven. De takenbundel biedt een leidraad om de opdrachten tot een goed einde te brengen. Aanvullende cursusdocumenten, opdrachten, digitale oefentoetsen, e.d. worden digitaal beschikbaar gesteld via het elektronisch leerplatform Smartschool. Evaluatie Voor de module Opstap Algemene Vorming is er sprake van een combinatie van procesevaluatie en periodegebonden evaluatie. Omdat de spreek- en luisterbereidheid, en deelname aan de groepswerking en discussie in de module OAV erg belangrijk zijn, zal de attitude van de cursist op dit vlak ook meetellen in de evaluatie. Eveneens wordt het kritisch en analytisch vermogen getoetst. Dit gebeurt via co-evaluatie. Daarnaast wordt er een groeiportfolio samengesteld met als einddoel een verhandeling over een onderwijskundig onderwerp dat nadien mondeling wordt gepresenteerd aan de medecursisten. De evaluatiecriteria worden meegedeeld aan de cursisten in de takenbundel. De periodegebonden evaluatie bestaat op het einde van de module uit een geslotenboekexamen. 43
45 10.2 Specifieke lerarenopleiding (60 studiepunten) Onderwijs en Maatschappij (OMA) Omschrijving studiepunten: 3 (2,5 theorie/0,5 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 25% Jongeren optimale kansen bieden op een degelijke vorming en hen voorbereiden op hun integratie in de snel evoluerende samenleving behoren tot de kerntaken van het onderwijs. Anderzijds wordt van de school steeds meer verwacht dat ze een antwoord kan bieden op tal van maatschappelijke vraagstukken. Deze wisselwerking tussen het onderwijs en de maatschappij, vertaalt zich in een dynamisch onderwijslandschap. De module Onderwijs en Maatschappij draagt ertoe bij inzicht te verwerven in de werking van het onderwijsbeleid, de structuur en de organisatie van het onderwijs. Tegelijk word je aangezet tot het kritisch reflecteren over het lerarenberoep en het deelnemen aan het debat over actuele onderwijskundige thema s en ontwikkelingen, gesitueerd binnen een maatschappelijke context. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen De leerkracht kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie. In overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school. De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. 2 De leraar als opvoeder 2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 De leerkracht kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 3 De leraar als inhoudelijk expert 3.3 De leerkracht kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.3 De leraar kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen De leraar als partner van ouders/verzorgers De leerkracht kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. De leerkracht kan met ouders of verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega's of externen. 6.4 De leerkracht kan met ouders/verzorgers een gesprek voeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands of naargelang van de context in een ander passend register adequaat in interactie treden met ouders/verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 44
46 7 De leraar als partner van een schoolteam 7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.4 De leerkracht kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 7.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 De leerkracht kan deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s. 9.2 De leerkracht kan dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. 10 De leraar als cultuurparticipant De leerkracht kan actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: - Het sociaal politieke domein; - Het sociaal economische domein; - Het levensbeschouwelijke domein; - Het cultureel esthetische domein; - Het cultureel wetenschappelijke domein. Doelen 1 Het algemeen maatschappelijk belang van het onderwijs en de eigen bijdrage hiertoe kunnen verwoorden. 2 De onderwijsbeleidsorganen vanuit de beleidscyclus kunnen situeren en hun belang (voor het eigen functioneren) kunnen aanduiden. 3 Kennis van de structuur en organisatie van het onderwijs, en inzicht in de opbouw ervan, in functie van leerlingenbegeleiding; m.i.v. termen en afkortingen. 4 De eigen leerinhouden kunnen situeren binnen het aanbod van een school en de globale structuur en organisatie van het onderwijs in Vlaanderen. 5 De werking van het onderwijsbeleid kunnen toelichten vanuit de Vlaamse, internationale, en/of historische context. 6 Gericht relevante informatie kunnen (terug)vinden m.b.t. het onderwijsbeleid, de beleidsorganen en processen, en de onderwijsstructuur. 7 Actuele maatschappelijke en onderwijskundige thema s en ontwikkelingen kunnen identificeren, kritisch benaderen, en integreren in de eigen pedagogische context, en hierover in discussie kunnen treden. 8 Zich kunnen documenteren over onderwijskundige thema s, gesitueerd binnen de maatschappelijke context, o.m. via (geselecteerde) beleidsteksten en onderwijsliteratuur, en deze informatie op een persoonlijke wijze kunnen verwerken. 9 De bereidheid ontwikkelen om via de eigen opdracht mee te werken aan de maatschappelijke opdracht van het onderwijs. 10 Het verband tussen beleidsopties en beslissingen, en actuele maatschappelijke en onderwijskundige thema s kunnen toelichten 45
47 Inhoud 1 Onderwijsbeleid in Vlaanderen : organen en processen (beleidscyclus, vrijheid van onderwijs, kwaliteitszorg). 2 De rechtspositie van de leerling: gelijke onderwijskansenbeleid; het schoolreglement (zie ook Leerkracht en Verantwoordelijkheden). 3 De onderwijsstructuur in Vlaanderen : voornamelijk de verschillende onderwijsniveaus: het basisonderwijs (kleuter- en lager onderwijs); het secundair onderwijs (eenheidsstructuur, studieverloop, klassenraden, watervalsysteem); het buitengewoon onderwijs; het hoger onderwijs; de permanente vorming. 4 Een actueel maatschappelijk en onderwijskundig thema (bvb. de hervormingsnota secundair onderwijs) Onderwijsvorm Deze module wordt aangeboden via gecombineerd onderwijs. Tijdens de contactmomenten worden vooral theoretische inzichten bijgebracht. Daar waar mogelijk, worden activerende werkvormen gehanteerd (bespreken van cases, groepsdiscussie, groepswerk, simulatiespel,...) Deze momenten worden tevens aangewend om verder te bouwen op inzichten die verworven werden door voorbereidende taken en / of zelfstudie gedurende het afstandsonderwijs. Daartoe wordt een elektronisch leerplatform Smartschool ingeschakeld. Voor de zelfstudie worden op Smartschool leerpaden ter beschikking gesteld die je in staat moeten stellen om de leerstofonderdelen te verwerken. Daarnaast wordt van jou verwacht dat je ook zelfstandig enkele opdrachten vervult. Studiemateriaal Bij de module Onderwijs en Maatschappij hoort een syllabus. Door het snel evoluerend onderwijslandschap wordt er voor de meest actuele aanpassingen/ wijzigingen verwezen naar de leeromgeving. Een bundeling van nuttige websites, interessante artikels, computergestuurde zelfevaluatietesten, leerpaden, in de les getoonde slides, zijn te raadplegen via Smartschool. De cursist beschikt tevens over een leidraad met stappenplannen voor concrete opdrachten en richtlijnen voor het doornemen van de zelfstudiepakketten. Hierin zijn ook de beoordelingscriteria opgenomen. Gedurende de afstandsmomenten is er mogelijkheid tot individuele ondersteuning hetzij via permanentie op het centrum, hetzij doordat de lector op afgesproken tijdstippen bereikbaar is via de leeromgeving. Evaluatie De theoretische component wordt op het einde van de module geëvalueerd aan de hand van een combinatie van een open- (waarbij vooral toepassingsvragen worden gesteld) en een geslotenboekexamen (waarbij gepeild wordt naar de kennis van een begrippenkader en inzicht in de leerinhouden). De praktijkcomponent wordt permanent geëvalueerd aan de hand van de opdrachten in functie van de opleidings- en preservicepraktijk. Om te slagen moet je 50% behalen voor de theorie, 50% voor de opleidingspraktijk en 50% voor de preservicepraktijk. 46
48 Leerkracht en Verantwoordelijkheden (LEV) studiepunten: 4 (3,5 theorie/0,5 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 25% (voor 1 groep HO : 75%) Omschrijving Het lerarenambt krijgt haar volle betekenis als het gesitueerd wordt binnen de school, de bredere onderwijscontext en de samenleving. De maatschappij kent een toenemende juridisering wat zich ook doorzet in het onderwijs. Tijdens de module Leerkracht en Verantwoordelijkheden leer je om je op de hoogte te stellen van de rechtspositie van de leraar en die van de leerlingen en van de wettelijke en reglementaire verantwoordelijkheden en verplichtingen (zoals administratieve taken, het pedagogisch project, discretie, werken in teamverband). Je wordt vertrouwd gemaakt met het personeelsstatuut en diverse aspecten van de onderwijsloopbaan zoals de aanstellingsvoorwaarden, de voorwaarden voor tijdelijke aanstellingen en vaste benoeming, de basisprincipes van de weddenberekening en dergelijke meer. Je leert hoe je aan de hand van goed toegankelijke bronnen meer gedetailleerde en actuele informatie over de juridische en administratieve aspecten van het lerarenambt kunt opzoeken en gebruiken (in functie van de persoonlijke situatie). Daarnaast maak je kennis met de deontologische aspecten van het lerarenambt. Het gaat hier om de verplichtingen en verantwoordelijkheden bij de beroepsuitoefening ten opzichte van het Ministerie van Onderwijs en Vorming, de onderwijsnetten, de school (de inrichtende macht, directie, de collega s, de leerlingen), Tot die verantwoordelijkheden behoort ook het handelen als een eerstehulpverlener. Je volgt daarom twee praktijkgerichte EHBO-sessies nadat je een e-learningpakket EHBO hebt doorlopen (ingang september 2014). Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 2 De leraar als opvoeder 2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De leerkracht kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 De leerkracht kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.5 De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De leerkracht kan het fysieke en geestelijke welzijn van de leerlingen bevorderen. 4 De leraar als organisator 4.3 De leerkracht kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.1 De leerkracht kan vernieuwende elementen en resultaten van onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen. 5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 47
49 6 De leraar als partner van ouders /verzorgers 6.1 De leerkracht kan zich informeren en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 7 De leraar als partner van een schoolteam 7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.4 De leerkracht kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 7.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. 8 De leraar als partner van externen 8.4 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 De leerkracht kan deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s. 9.2 De leerkracht kan dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. 10 De leraar als cultuurparticipant 10.1 De leerkracht kan actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: het sociaal-politieke domein; het sociaal-economische domein; het levensbeschouwelijke domein; het cultureel-esthetische domein; het cultureel-wetenschappelijke domein. Doelen 1 Actuele, onderwijskundige en maatschappelijke thema s en ontwikkelingen kunnen identificeren, kritisch benaderen, en dit betrekken op de eigen opdracht. 2 Het belang van rechtszekerheid (brede betekenis) voor zichzelf, en voor de leerlingen kunnen aangeven (voor, binnen, na onderwijs). 3 Gericht informatie kunnen (terug)vinden, m.b.t. de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 4 Informatie en informatiebronnen naar waarde kunnen schatten. 5 Op correcte wijze administratieve taken kunnen uitvoeren. 6 Beschikken over parate kennis, m.b.t. de eigen rechtspositie, en die van de leerlingen. 7 De wettelijke en reglementaire verplichtingen en verantwoordelijkheden m.b.t. het ambt van leraar kunnen toepassen. 8 De basisprincipes van de burgerlijke aansprakelijkheid kunnen toepassen. 9 De basisprincipes van eerste hulpverlening en elementaire veiligheidsaspecten kunnen toelichten. Dringende verzorgingstaken kunnen uitvoeren. 48
50 10 Het eigen functioneren kunnen plaatsen binnen het grotere geheel, pedagogisch en organisatorisch. 11 Op een correcte wijze met de leerling kunnen omgaan. 12 Discreet kunnen omgaan met gegevens over de leerling, en zijn leefsituatie. Inhoud 1 Structuur en bronnen van het onderwijsrecht 2 Onderwijsloopbaan en statuut Aanstellingsvoorwaarden (solliciteren, bekwaamheidsbewijs, ) Prestatiestelsel Tijdelijke aanstellingen van bepaalde en doorlopende duur, vaste benoeming Bezoldiging Tijdelijke onderbrekingen (ziektereglementering) 3 Deontologische aspecten van het lerarenambt Verplichtingen t.a.v. de onderwijsnetten (o.a. koepelorganisaties), inrichtende macht, collega s, ouders, (pedagogisch project, functiebeschrijving, evaluatie, administratieve verantwoordelijkheden) Zorgvuldig Bestuur Omgang met leerlingen: privacy, discretie, aansprakelijkheid, EHBO (een zelfstudiepakket + 2 praktijkgerichte sessies) Onderwijsvorm Leerkracht en Verantwoordelijkheden wordt ingericht via gecombineerd onderwijs. De theoretische basis wordt vooral gelegd tijdens contactmomenten waartoe gestructureerde gespreksvormen worden aangewend. Het afstandsonderwijs kan zowel uit verdiepings- en verwerkingsopdrachten als zelfstudiepakketten bestaan. Via de elektronische leeromgeving Smartschool worden leerpaden ter beschikking gesteld die de cursist in staat stellen om zelfstandig bepaalde leerstofonderdelen te verwerken. Aan de hand van voorziene uitbreidingsopdrachten en online zelfevaluatietesten kan de cursist nagaan in hoeverre de doelstellingen zijn bereikt. De cursisten kunnen feedback vragen aan lectoren en / of medecursisten in een discussieforum m.b.t. hun leervorderingen. Daarnaast is de lector ook op geregelde tijdstippen tijdens het afstandsonderwijs aanwezig in het centrum om bijkomende ondersteuning te verlenen. 49
51 Studiemateriaal Bij de module Leerkracht en Verantwoordelijkheden hoort een syllabus. Bepaalde cursusonderdelen, opdrachten, leerpaden, een selectie van goed toegankelijke bronnen, zijn terug te vinden op de leeromgeving Smartschool. Een leidraad met richtlijnen en stappenplannen voor het oplossen van opdrachten en het doornemen van zelfstudiepakketten wordt eveneens ter beschikking gesteld. De doelstellingen en beoordelingscriteria voor de praktijkgerichte opleidingspraktijk en preservicepraktijk (EHBO) worden vastgelegd in een sleutel en vooraf meegedeeld. Evaluatie Voor het theoretisch gedeelte is er een periodegebonden evaluatie (op het einde van de module). Enerzijds dienen de cursisten te beschikken over relevante basiskennis en moeten ze basiskaders kunnen opbouwen, wat getoetst wordt door een geslotenboekexamen. Anderzijds worden vooral doelen op toepassingsniveau nagestreefd. Vandaar ook de keuze voor een gedeeltelijk openboekexamen. Hierbij mogen cursisten naast de syllabus, gebruik maken van bronnen die raadpleegbaar zijn via de portaalsite zoals de online databank van de bekwaamheidsbewijzen, edulex, Wetwijs, de webpagina van de Commissie Zorgvuldig Bestuur,. Aangezien we competentiegericht werken, wordt ook een persoonlijke fiche ingevuld met betrekking tot de eigen onderwijsloopbaan. Om te slagen moet je 50% behalen voor de theorie (open/geslotenboek en persoonlijke fiche) én voor de opleidingspraktijk en preservicepraktijk (2 praktijkgerichte sessies EHBO). Voor het assessment EHBO wordt gebruik gemaakt van een passfail beoordeling. Het Rode Kruis van Vlaanderen wordt hiervan op de hoogte gebracht zodat cursisten een brevet van eerste hulp (12 uur) kunnen behalen. 50
52 Communicatie en overleg (COO) studiepunten: 6 (3 theorie/3 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 35% Omschrijving Overal waar mensen zijn, wordt gecommuniceerd. Dagelijks kom je met anderen in contact en communiceer je: je spreekt of roept, je schrijft of mailt, je kruist je armen of haalt je schouders op, In deze module worden de drie belangrijke pijlers van communicatie belicht: de mondelinge, de schriftelijke en de non-verbale communicatie. Uiteraard wordt alles bekeken vanuit het standpunt van de leraar. In deze module worden technieken aangereikt en ingeoefend om op die drie gebieden efficiënt en correct te communiceren met leerlingen, collega s, directie, ouders, opvoeders, verzorgers, externen, Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen. De leerkracht kan omgaan met de diversiteit van de leefgroep De leraar als opvoeder De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. De leerkracht kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De leerkracht kan de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 2.7 De leerkracht kan communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties De leraar als organisator De leerkracht kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 6 De leraar als partner van ouders/verzorgers 6.1 De leerkracht kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 6.2 De leerkracht kan met ouders/verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega s/externen. 6.3 De leerkracht kan in overleg met het team, communiceren met ouders/verzorgers over het klasen schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. 51
53 6.4 De leerkracht kan met ouders/verzorgers een gesprek voeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands of naargelang van de context in een ander passend register adequaat in interactie treden met ouders/verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 6.6 De leerkracht kan strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. 7 De leraar als partner van een schoolteam 7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken in schoolteam. 7.3 De leerkracht kan de eigen pedagogisch-didactische opdracht en aanpak in teamverband bespreekbaar maken. 7.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. 8 De leraar als partner van externen 8.1 De leerkracht kan met hulp van collega s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe diensten die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. 8.3 De leerkracht kan met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. 8.4 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. Doelen 1 Inzicht hebben in het communicatiemodel. 2 Non-verbale communicatie kunnen herkennen en correct toepassen. 3 De verschillende communicatiepatronen kunnen toepassen. 4 Efficiënt feedback kunnen geven. 5 Funderingen in de ik-boodschappen kunnen formuleren. 6 Zicht hebben op eigen assertief, agressief en subassertief gedrag en de gevolgen daarvan. 7 Correcte schriftelijke communicatie kunnen hanteren bij contact met ouders (aanmerking, brief). 8 Inzicht in en kunnen toepassen van verschillende gespreksvormen en -technieken (slechtnieuwsgesprek, probleemoplossend gesprek/ adviesgesprek, groepsgesprek, ) 9 Op een correcte manier kunnen participeren aan een vergadering. 10 Zich bewust zijn van de aandachtspunten bij mondelinge en schriftelijke interculturele communicatie. 11 Duidelijke instructies kunnen geven. 12 Kunnen reflecteren over het eigen communiceren en dit indien nodig bijsturen op basis van opgedane inzichten en integreren in volgende communicaties. 13 Schriftelijke, mondelinge en non-verbale basiscommunicatievaardigheden kennen en kunnen toepassen in onderwijssituaties op micro- en mesoniveau. 52
54 Inhoud Communicatiemodel en communicatieregels Non-verbale communicatie Communicatiepatronen : erkennen, verwerpen en negeren Feedback assertiviteit Mondelinge communicatie met (anderstalige) leerlingen, (anderstalige) ouders, collega s, directie, externen: bv. gesprekstechnieken tweegesprekken (slechtnieuwsgesprek/ probleemoplossend gesprek/ functioneringsgesprek) vergaderingen - instructies Schriftelijke communicatie: spelling van de werkwoorden, spelling 2005, aan- en opmerkingen, brief, verslag, Presenteren Onderwijsvorm De module bestaat uit een theorie- en een praktijkcomponent. Binnen de praktijkcomponent wordt een onderscheid gemaakt tussen opleidingspraktijk (opdrachten die je in het opleidingscentrum maakt en/of in de opleiding zijn ingebed) en preservicepraktijk (opdrachten in een school). Een gedeelte van de module wordt in afstandsonderwijs aangeboden, de rest in contactonderwijs. De theorie wordt ofwel op een interactieve manier tijdens de contactmomenten verworven ofwel zelfstandig verwerkt tijdens een aantal afstandsmomenten. In de contacturen wordt de zelfstandig verwerkte theorie verder geconcretiseerd en verwerkt aan de hand van oefeningen, cases, rollenspelen, simulatiespelen, presentaties (= opleidingspraktijk). Andere stukken van de praktijkcomponent worden in afstandsonderwijs behandeld (zowel opleidings- als preservicepraktijk) waarbij de cursisten gevraagd wordt een opdracht zelfstandig uit te voeren. Op bepaalde momenten kan er een individuele afspraak gemaakt worden voor terugkoppeling naar de opdrachten in het kader van de preservicepraktijk. Studiemateriaal Bij de module communicatie en overleg hoort een cursus, die is opgevat als een leerwerkboek. Aan het begin van ieder hoofdstuk vind je de doelstellingen die je na het doornemen van dat hoofdstuk moet bereiken. De omschrijving van de preservicepraktijk vind je terug in de praktijkportfolio en op Smartschool. De OP-opdrachten worden omschreven in een overzicht dat je terugvindt op Smartschool. Evaluatie De theoretische component van de module wordt geëvalueerd aan de hand van een geslotenboekexamen op het einde van de module. De praktijkcomponent wordt permanent geëvalueerd aan de hand van de opdrachten in functie van de opleidings- en preservicepraktijk. Om te slagen moet je 50 % behalen voor de theorie, 50 % voor de opleidingspraktijk en 50% voor de preservicepraktijk. Bovendien wordt per cursist een taalwijzer ingevuld. In functie van de taalcompetenties van de startende leraar, kunnen cursisten verplicht geremedieerd worden. Er wordt op het einde van de module een beoordelingsschaal mondelinge taalvaardigheid ingevuld. Wie hiervoor niet slaagt, schrijft het eerstvolgende semester opnieuw in voor de OP-opdracht. Afhankelijk van de noden, wordt een remediëringstraject op maat samengesteld dat het eerstvolgende semester moet gevolgd worden. Hetzelfde geldt voor de beoordelingsschaal schriftelijke taalvaardigheid. Wie hiervoor niet slaagt, dient zich het volgend semester opnieuw in te schrijven voor de PP. Ook in dit geval dient de cursist een aangepast remediëringstraject te volgen. 53
55 Begeleiding (BEG) studiepunten: 4 (2,5 theorie/1,5 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 40% Omschrijving Leerlingenbegeleiding wordt meestal spontaan in verband gebracht met het oplossen of voorkomen van problemen bij leerlingen. Er wordt dan o.a. gedacht aan de begeleiding bij spijbelen, pesten of oplossen van gedragsproblemen. Wij vinden het belangrijk dat er ruimte is op school voor de begeleiding van leerlingen met deze problemen. Maar leerlingenbegeleiding is meer dan dat. Het omvat de hele waaier van activiteiten die een school zelf of in samenwerking met externe diensten organiseert om tot een positief leer- en leefklimaat te komen op school. Via het opleidingsonderdeel Begeleiding worden er inzichten en competenties ontwikkeld om hier als leerkracht toe bij te dragen. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan het ontwikkelen van gelijke kansen voor leerlingen en hoe je als leerkracht hiertoe kan bijdragen. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. De leerkracht kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie De leerkracht kan in overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school De leerkracht kan omgaan met de diversiteit van de leergroep. 2 De leraar als opvoeder 2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De leerkracht kan de emancipatie van leerlingen bevorderen. 2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 De leerkracht kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.5 De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De leerkracht kan de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 2.7 De leerkracht kan communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 3 De leraar als inhoudelijke expert 3.3 De leerkracht kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 54
56 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 6 De leraar als partner van ouders/verzorgers 6.1 De leerkracht kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 6.2 De leerkracht kan met ouders/verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega s/externen. 6.3 De leerkracht kan in overleg met het team, communiceren met ouders/verzorgers over het klasen schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. 6.4 De leerkracht kan met ouders/verzorgers een gesprek voeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 De leerkracht kan in Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders en verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. 6.6 De leerkracht kan strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. 7 De leraar als partner van een schoolteam 7.1 De leerkracht kan overleggen en samenwerken in schoolteam. 8 De leraar als partner van externen 8.1 De leerkracht kan met hulp van collega s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe diensten die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. 8.2 De leerkracht kan met hulp van collega s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. 8.3 De leerkracht kan met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap De leerkracht kan deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s Doelen De leraar als cultuurparticipant De leraar kan actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: het sociaal-politiek domein, het sociaaleconomisch domein, het levensbeschouwelijk domein, het cultureel-esthetisch domein, het cultureel-wetenschappelijk domein. 1 Inzicht hebben in de problematiek omtrent gelijke kansen in het onderwijs en in de factoren die deze gelijke kansen kunnen bevorderen of belemmeren. 2 De gepaste acties kunnen ontwikkelen als leerkracht om het welbevinden van de leerling te verhogen. 3 De interne en externe diensten voor leerlingbegeleiding kunnen evalueren in functie van hun specifieke bijdrage aan het bevorderen van het welbevinden van de leerling. 4 De gepaste samenwerking kunnen uitbouwen als leerkracht in functie van het verhogen van het welbevinden van de leerling. 5 Inzicht hebben in de specifieke onderwijsstructuren nu en in de toekomst. 55
57 Inhoud 1 Werken met een zorgcontinuüm 2 Gelijke kansen in het onderwijs 3 Het welbevinden van de leerling als focus 4 Schoolinterne en externe leerlingenbegeleiding 5 Onderwijsvernieuwingen 6 De handelingsgerichte methodiek 7 Specifiek onderwijsstructuren in functie van bijzondere leerzorg Onderwijsvorm De module verloopt via gecombineerd onderwijs. Bij afstandsonderwijs worden leerinhouden zelfstandig verwerkt. Tijdens deze momenten is er de mogelijkheid om via Smartschool ondersteuning te vragen aan de betrokken lector of om een afspraak te maken voor individuele begeleiding. Het eerste half uur van het contactonderwijs wordt ook telkens voorzien voor vraagstelling naar aanleiding van de zelfstudie. Tijdens de werkcolleges wordt de leerinhoud die zelfstandig werd doorgenomen, door de lector toegelicht en door de cursisten toegepast. Bij deze contactmomenten worden er vooral casussen besproken en groepsdiscussies gevoerd. Dit gebeurt in groepen van een zestal cursisten die tijdens de twee werkcolleges samenwerken. Ze bereiden zich hierop voor door tijdens de afstandsperiode met elkaar te communiceren via het discussieforum van Smartschool (= opleidingspraktijk). Daarnaast werken de cursisten aan een individuele verdiepingsopdracht in het kader van de preservicepraktijk. Dit houdt in dat de cursisten concrete ervaringen opdoen in een schoolcontext. De focus van de opdracht betreft het onderzoeken van het welbevinden bij leerlingen in secundair onderwijs. De opdracht wordt uitgevoerd in de ankerschool en de ervaringen worden besproken op een intervisiemoment in het opleidingsinstituut. De cursist verwerkt de praktijkervaringen en de leerpunten uit de intervisie in een coherent verslag. Studiemateriaal De theorie wordt aangeboden in een cursus. Deze cursus bevat tevens korte opdrachten in functie van de reflectie over de leerinhouden die worden aangeboden. Er wordt gedifferentieerd tussen de groepen hoger onderwijs en niet-hoger onderwijs op vlak van aanvullend cursusmateriaal. De groep hoger onderwijs ontvangt een reader waarin verdiepend gewerkt wordt op onderwijskundige thema s vanuit het GOK-oogpunt. De groep niet-hoger onderwijs maakt gebruik van de bundel De Eerste Lijn van Klasse om de begeleiding van leerlingen op heel concrete thema s verder te bestuderen. Tijdens de werkcolleges krijgen de cursisten het nodige materiaal in functie van de uitdieping van de leerinhoud. 56
58 Evaluatie Er is een mondeling examen dat betrekking heeft op de theorie (openboekexamen) en op de opleidingspraktijk (de werkcolleges). Daarnaast maken de cursisten een verdiepingsopdracht in het kader van de preservicepraktijk. De opleidingspraktijk wordt geëvalueerd op basis van de bijdragen van de cursisten aan de discussiefora op Smartschool. De evaluatiecriteria worden medegedeeld aan de cursisten. Om te slagen moet je 50% behalen voor de theorie, 50% voor de opleidingspraktijk en 50% voor de preservicepraktijk. 57
59 Groepsmanagement (GRM) studiepunten: 4 (2,5 theorie/1,5 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 40% Omschrijving Voor heel wat beroepen is goed functioneren en leiding geven in een groep een belangrijke competentie, zo ook voor het beroep van leerkracht. Je kan heel wat literatuur over managementvaardigheden doornemen en ook in het dagelijkse leven heeft ieder van jullie ongetwijfeld al ervaringen opgedaan. Deze basisvaardigheden kan je in de module groepsmanagement verder uitbouwen, waardoor je sociale vaardigheden een professioneel karakter krijgen in functie van leraar-worden. Omdat de klas een groep leerlingen is die gedurende een langere periode met elkaar optrekken, is het managen van een klas door de leerkracht erg belangrijk. Vele aspecten van het klasgebeuren bepalen immers de kwaliteit van lesgeven en leren, zoals de werksfeer in de klas- of de groepsgeest. Als leraar zal je dus niet alleen leerstof overbrengen, maar er ook voor zorgen dat de leerlingen zich goed voelen in de klas. Door inzicht in het leiden en begeleiden van groepen, individueel en in samenspraak met het schoolteam, ontwikkelen we een inzicht in de groepsdynamica om te komen tot een optimaal leef- en leerklimaat en een efficiënt les- en dagverloop. Dat is ook de basiscompetentie die in deze module groepsmanagement centraal staat. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.5 De leerkracht kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen De leerkracht kan omgaan met de diversiteit van de leergroep. 2 De leraar als opvoeder 2.1 De leerkracht kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De leerkracht kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 De leerkracht kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.5 De leerkracht kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De leerkracht kan de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 2.7 De leerkracht kan communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties 4 De leraar als organisator 4.1 De leerkracht kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 De leerkracht kan een soepel en efficiënt les- en/of dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren De leerkracht kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. 58
60 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.3 De leerkracht kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 7 De leraar als lid van een schoolteam 7.2 De leerkracht kan binnen het team zowel vakspecifiek als vakoverschrijdend over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. 7.3 De leerkracht kan de eigen pedagogisch-didactische opdracht en aanpak in team bespreekbaar maken. 8 De leraar als partner van externen 8.3 De leerkracht kan, onder meer met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. 8.4 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- of tewerkstellingsplaatsen. Doelen 1 Inzicht hebben in groepsprocessen en groepsdynamica. 2 Inzicht hebben in de verschillende leiderschapsstijlen. 3 Kunnen reflecteren over de eigen leiderschapsstijl en in staat zijn die aan te passen aan de noden van de groep. 4 In staat zijn een veilige, gestructureerde en stimulerende leef- en leeromgeving te creëren. 5 Inzicht hebben in de oorzaken van ordeverstorend gedrag en in interventie- en remediëringstechnieken. 6 Gepast omgaan met stress eigen aan het onderwijsgebeuren. 7 Inzicht hebben in timemanagement en het effect ervan op het klas- en leergebeuren. Inhoud 1 Leraar worden essentiële elementen voor een goed klasmanagement: een raamkader. 2 Groepsdynamica (taakaspecten en sociaal-emotionele aspecten, beginsituatie in groepen, groepsontwikkeling: fasen + kenmerken, eigenschappen van de groep en zijn leden). 3 Kenmerken van een positief klasklimaat (voordelen van het ontwikkelen van een positief klasklimaat in de klas, correcte en respectvolle interactie en zijn positieve effecten, de ingesteldheid van de leerkracht, een coherente regelhantering). 4 Leiderschapsstijlen (definitie van leiderschap, functies van een leider voor een groep, de roos van Leary, de leraar: de leider) situationeel leiderschap. 5 Ordeverstorend gedrag (oorzaken van ordeverstoring, wat kunnen we eraan doen?, conflicthantering). 6 Stressbestendig organiseren (stress bij leerkrachten, wat kunnen we eraan doen?, copingstrategieën). Onderwijsvorm 59
61 De theorie- en praktijkcomponent worden geïntegreerd aangeboden, waarvan een deel in afstand- en een deel in contactonderwijs. Tijdens de contactmomenten wordt gekozen voor een grote variatie aan activerende werkvormen (ervaringsgerichte opdrachten, bespreken van cases, reflecteren over eigen handelen ). Tijdens de momenten van afstandsonderwijs werk je zelfstandig aan een aantal opdrachten die een beroep doen op de eigen zelfsturing of doe je aan zelfstudie. De begeleiding wordt buiten de lessen ondersteund door de elektronische leeromgeving Smartschool en ook de lector fungeert als begeleider van je leerproces. Studiemateriaal Bij de module groepsmanagement horen een inhoudelijke bundel (syllabus) en een takenbundel (afzonderlijk document). De syllabus is opgevat als een leerwerkboek. Ieder hoofdstuk begint met een aantal doelstellingen. Misschien kunnen die nog worden aangevuld met je eigen leervragen. De daaropvolgende opvattingen, ervaringen en theorieën worden gekoppeld aan een aantal opdrachten die je verplichten actief mee te denken. Op het einde van ieder hoofdstuk vind je de bibliografische gegevens van de bronnen die werden gebruikt bij de uitwerking van de inhouden. Om de persoonlijke betrokkenheid nog te verhogen vind je in de takenbundel een aantal concrete opdrachten die tijdens de momenten afstandsonderwijs kunnen worden uitgewerkt. Evaluatie Op het einde van de module wordt de theoretische component geëvalueerd aan de hand van een (openboek)examen (waar zowel het begrippenkader en inzicht in de theoretische kaders als praktijkgerichte toepassingen worden getoetst). De praktijkgerichte opleidingsonderdelen worden permanent geëvalueerd aan de hand van praktijkgerichte opleidingsactiviteiten die ingebed zijn in de opleiding (OP-opdrachten) en een praktijkactiviteit (PP-opdracht) die verloopt in het werkveld zelf. De doelstellingen en beoordelingscriteria voor de praktijkopdrachten zijn vastgelegd en worden vooraf meegedeeld. Om te slagen moet je 50 % behalen voor de theorie, 50 % voor de opleidingspraktijk en 50 % voor de preservicepraktijk. 60
62 Psycho-pedagogische competentie (PPC) studiepunten: 6 (5 theorie/1 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 50% Omschrijving Als leraar is het belangrijk dat je kennis en inzichten overbrengt, vaardigheden aanleert en attitudes nastreeft. Dit is echter niet steeds eenvoudig gezien de leerlingen van een klasgroep sterk verschillen in affectieve leerlingkenmerken (zoals leermotivatie en bekwaamheidgevoel) en in cognitieve leerlingkenmerken (zoals intelligentie en leervaardigheid). Deze leerlingkenmerken hebben een directe invloed op het leren in de klas. Tijdens de module psycho-pedagogische competentie leer je hoe je als leerkracht op een positieve manier kan omgaan met verschillen tussen leerlingen in de klas. Je verneemt hoe je de affectieve en de cognitieve leerlingkenmerken van een klasgroep kan analyseren zodat je de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerlingen kan inschatten. Tegelijk leer je hoe je bij de uitwerking en de begeleiding van een onderwijsleeractiviteit kan tegemoet komen aan de verschillende onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerlingen. Zo verschaf je affectieve en cognitieve leerzorg. Basiscompetenties vanuit het opleidingsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De beginsituatie van de leerlingen en de leerlingengroep achterhalen. 1.7 Een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep Omgaan met de diversiteit van de leergroep. 2 De leraar als opvoeder 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.2 De emancipatie van leerlingen bevorderen. 2.5 Adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 Het fysieke en geestelijke welzijn van de leerlingen bevorderen. 4 De leraar als organisator 4.1 Een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.3 Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 61
63 Doelen De basisdoelen hebben betrekking op 3 domeinen. Basisdoelen met betrekking tot leren: 1 de visies van leren; 2 de leervoorwaarden; 3 de vakoverschrijdende eindtermen leren leren; 4 leerproblemen en leerstoornissen; 5 ontwikkelingsstoornissen. Basisdoelen met betrekking tot de sociale context: 1 het sociaal leren; 2 de sociale perceptie. Basisdoelen met betrekking tot de ontwikkelingspsychologie. Inhoud 1 Algemene affectieve leerzorg (beïnvloeden van motivatie en bekwaamheidsgevoel, begeleiden van leerlingen met faalangst, adolescentiepsychologie). 2 Bijzondere affectieve leerzorg (oplossingsgericht omgaan met gedragsproblemen in de klas). 3 Algemene cognitieve leerzorg (opvattingen over leren, stimuleren van leren leren bij leerlingen). 4 Bijzondere cognitieve leerzorg als keuzethema (begeleiden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zoals dyslexie, A.D.H.D. en autisme). Onderwijsvorm Bij de module psycho-pedagogische competentie wordt er gewerkt met gecombineerd onderwijs. Tijdens de module worden een aantal momenten in afstandsonderwijs en een aantal momenten in contactonderwijs aangeboden. Tijdens de afstandsmomenten verwerf je de inhoud van de module, de theoriecomponent, aan de hand van 3 (zelf)studiepakketten (zie inhouden) die je thuis op eigen tempo verwerkt. Je verwerkt de leerinhoud verder door actief deel te nemen aan een discussieforum op Smartschool (OP). Afstandsmomenten zijn ook voorzien voor de uitwerking van een eigen keuzethema. Op het einde van de module werk je zelfstandig aan een praktijkopdracht (PP). Tijdens de afstandsmomenten kan je op eigen initiatief ondersteuning vragen aan de lector. Tijdens de contactmomenten, die opgevat worden als werkcolleges, wordt gekozen voor vormen van samenwerkend leren en gespreksvormen waarbij in kleine groepen gereflecteerd wordt over cases. De inhoud van de studiepakketten wordt op deze manier beter verwerkt. Contactmomenten dienen eveneens in functie van een gastcollege, intervisiegesprekken, voorstelling van keuzethema s en (tussentijdse) evaluatie. 62
64 Studiemateriaal Bij de module psycho-pedagogische competentie behoort een theoretische bundel. Deze bundel bevat naast een inleiding eveneens 4 studiepakketten. Elk studiepakket heeft dezelfde structuur. Na een korte motivering vind je de basisdoelen en de leerinhoud. Op Smartschool kan je alle opdrachten vinden. Naast de opdrachten die benut worden tijdens de werkcolleges, vind je er eveneens de praktijkopdrachten (OP en PP) en de opdracht over de uitwerking van een eigen keuzethema. Evaluatie Op het einde van de module wordt via een mondeling examen het theoretisch gedeelte van de module geëvalueerd. De basisdoelen, opgenomen in de 3 verplichte studiepakketten worden er geëvalueerd. De cursist ontvangt feedback op de uitwerking van een vierde keuzethema. De inhoudelijke bijdrage op het discussieforum (OP) wordt permanent geëvalueerd. De cursisten maken een praktijkopdracht in het kader van de preservicepraktijk (PP). De evaluatiecriteria worden meegedeeld aan de cursisten. Om te slagen moet je 50 % behalen voor de theorie, 50% voor de opleidingspraktijk (OP) en 50% voor de preservicepraktijk (PP). 63
65 Didactische competentie algemeen (DCA) studiepunten: 6 (5 theorie/1 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 25% (SO) / 30% (HO) Omschrijving De module Didactische competentie algemeen (verder afgekort tot DCA) is de eerste van vier opeenvolgende didactische modules. In deze module wordt de inhoudelijke basis gelegd qua didactische kennis en inzicht, die je nodig hebt om je didactische vaardigheden en attitudes verder te kunnen ontwikkelen (in DCP, DCO en DCS). De module DCA is dus in de eerste plaats een theoretische module waarin op systematische wijze alle facetten van het onderwijsleerproces worden benaderd, zodat hun inhoud en samenhang duidelijk worden. Een aantal algemeen geldende didactische basisprincipes worden toegelicht, zodat je inzicht krijgt in hoe een krachtige leeromgeving tot stand kan komen. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.2 Doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 Individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 Een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 Observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. 1.9 Proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie Het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maarschappelijke taalachtergronden van de leerlingen Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. 2 De leraar als opvoeder 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.3 Door attitudevorming leerlingen voorbereiden op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. 2.5 Adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 3 De leraar als inhoudelijk expert 3.3 Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 64
66 4 De leraar als organisator 4.2 Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.1 Vernieuwende elementen en resultaten van onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen. 5.3 Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.2 Dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. Doelen 1 De didactische componenten kennen en kunnen toepassen op gegeven leeromgevingen. 2 De onderlinge relaties tussen de didactische componenten kennen en kunnen toepassen op gegeven leeromgevingen. 3 De didactische componenten kunnen relateren aan de onderliggende onderwijsvisie bij het creëren van krachtige leeromgevingen. Inhoud Zoals uit de basisdoelen naar voren komt, is het de bedoeling dat je via de module DCA kennismaakt met de didactische componenten in functie van het creëren van een krachtige leeromgeving. Achtereenvolgens komen dan ook de componenten beginsituatie, doelstellingen, leerinhouden, didactische werkvormen en media en evaluatie aan bod. Ook de relaties tussen deze componenten en de didactische principes nemen een centrale plaats in bij het kennismaken met en nadenken over het vormgeven van een onderwijsleerproces. Opdat je de kennis en de inzichten die je opdoet, ook zou kunnen toepassen, zal je voor een aantal zaken die je in theorie bestudeert, ook de vertaalslag maken in opdrachten. Zo leer je een relevant leerplan opzoeken en zal je verschillende didactische aspecten uit het leerplan bestuderen. Een praktijkopdracht is het opzoeken, beoordelen en herwerken van een stuk schriftelijk studiemateriaal (opleidingspraktijk). Het observeren van een reële klassituatie is een opdracht die behoort tot de preservicepraktijk. Je krijgt zo geleidelijk aan het antwoord op een heel aantal vragen die je je kan stellen als (beginnend) leraar (in opleiding). Welke vakken mag ik geven?, Waar kan ik vinden wat de leerlingen voor mijn vak in een bepaald jaar moeten bereiken?, Met welke leerling-, klas- en onderwijskenmerken moet ik rekening houden bij het bepalen van mijn doelen?, Hoe moet ik schriftelijk studiemateriaal vorm geven?, Hoe kan ik nagaan of leerlingen kennen en kunnen wat ik had vooropgesteld?, Onderwijsvorm Voor de module DCA wordt gewerkt in de vorm van gecombineerd onderwijs. Tijdens de contactmomenten wordt het merendeel van de leerinhouden aangeboden. We werken hiervoor vooral via probleemgestuurde werkvormen in groepen. Tijdens de afstandsmomenten werk je hoofdzakelijk individueel aan opdrachten. Dit geeft je de mogelijkheid om wat tijdens de les aan bod kwam, nog verder en persoonlijk te verwerken. De opdrachten worden ingeleid tijdens de contactmomenten en verder begeleid tijdens de afstandsmomenten via persoonlijk contact met de lector en/of via de elektronische leeromgeving Smartschool. 65
67 Studiemateriaal Bij de module DCA horen een inhoudelijke bundel (cursus) en een studiewijzer. In de inhoudelijke bundel kan je alle theorie die aan bod komt tijdens de module terugvinden. In de studiewijzer worden de verschillende opdrachten, de wijze waarop ze geëvalueerd worden en de beoordelingscriteria volledig uitgeschreven. Alle nodige documenten: opdrachtformulieren, correctiesleutels, hand-outs van de slides, moduleplannen worden bovendien digitaal beschikbaar gesteld via Smartschool. Evaluatie Tijdens een geslotenboekexamen en een beknopt openboekexamen wordt de theoretische component van de module schriftelijk geëvalueerd. In de loop van de module worden er een aantal opdrachten gemaakt. Dit praktijkgerichte werk wordt permanent geëvalueerd: een deel van de opdrachten wordt formatief geëvalueerd, een ander deel summatief. Om te slagen voor de module DCA moet je: 50 % behalen voor de theorie (schriftelijk examen) 50 % voor de preservicepraktijk (observatieopdracht) én 50 % voor de opleidingspraktijk (praktijkopdracht) 66
68 Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP) Omschrijving studiepunten: 10 (3 theorie/7 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 25% In de module DCP bouwen we verder op de kennis en de inzichten die in de module DCA aan bod kwamen. De inhoudelijke klemtoon ligt nu vooral op de didactische uitwerking van lesinhouden, met name het HOE van het lesgeven, waarbij ook media een belangrijke ondersteunende rol spelen. Naast de inhoudelijke verkenning van de verschillende didactische werkvormen, worden ook ruime kansen geboden tot het effectief in praktijk omzetten van de theorie via micro-teaching oefeningen. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.2 Doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leerinhouden en leerervaringen structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 Individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 Een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 Observatie/evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. 1.9 Proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie Leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. 2 De leraar als opvoeder 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. 2.3 Door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 3 De leraar als inhoudelijk expert' 3.1 Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 De verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheid aanwenden. 3.3 Het eigen onderwijsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 4 'De leraar als organisator' 4.1 Een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het 67
69 oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. 4.3 Op een correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 4.4 Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.1 Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen. 5.2 Kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek en van vakdidactisch en vakinhoudelijk onderzoek. 5.3 Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 7 De leraar als partner van een schoolteam 7.3 De eigen pedagogisch-didactische opdracht en aanpak in teamverband bespreekbaar maken. 7.5 In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. 9 De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s 9.2 Dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. Attitudes (geldend over de functionele gehelen heen): 1. beslissingsvermogen; 2. relationele gerichtheid; 3. kritische ingesteldheid; 4. leergierigheid; 5. organisatievermogen; 6. zin voor samenwerking; 7. verantwoordelijkheidszin; 8. flexibiliteit. Doelen 1 De verschillende media (met specifieke aandacht voor ICT) en werkvormen kunnen voorbereiden, technisch beheersen en functioneel aanwenden, rekening houdend met de didactische principes. 2 Een product- en procesevaluatie kunnen uitvoeren. 3 Leerdoelen formuleren en correcte leerinhouden selecteren, rekening houdend met de vooropgestelde beginsituatie. 4 Een didactisch verbaal en non-verbaal gedrag kunnen aanwenden. 5 Als coach van een leerproces kunnen optreden. 6 Kritisch kijken naar eigen onderwijsopvattingen. 7 Concrete reflecties durven en kunnen uiten ten aanzien van de eigen en de geobserveerde pedagogisch-didactische praktijk in teamverband. 8 Op basis van eigen ervaringen en observaties concrete werkpunten als op te volgen persoonlijke doelen kunnen opstellen. Inhoud 68
70 Een eerste didactische component die centraal staat in de cursus, is de component: didactische werkvormen. Didactische werkvormen kunnen omschreven worden als die activiteiten die door de leraar en/of de leerlingen worden uitgevoerd om de doelstellingen zo efficiënt mogelijk na te streven en te bereiken. Ze omschrijven op welke manier men de leerstof gaat aanbieden aan de leerlingen en op welke wijze de leerlingen de inhouden gaan verwerken (het HOE van een les). De indeling die wij hanteren bij het groeperen van de vele didactische werkvormen is gebaseerd op volgend criterium: Wie is er voornamelijk actief tijdens de uitvoering van de werkvorm, de leerkracht of de leerlingen of allebei? Gekenmerkt door een stijgende graad van zelfstandigheid en leerlingenactiviteit en een leerkrachtactiviteit die zich steeds meer concentreert op intense (les)voorbereidingen en begeleiding van leerlingen, komen volgende werkvormen in DCP aan bod. 1 Werkvormen waarbij de leerkracht centraal staat (= aanbiedende en aantonende werkvormen) Doceren Illustratief demonstreren Demonstratieproef Demonstratie van een psycho-motorische vaardigheid 2 Werkvormen waarbinnen de vraagstelling centraal staat (= gespreksvormen) De onderzoekende demonstratie Het onderwijsleergesprek Het leergesprek De probleemgerichte discussie Het klasgesprek of kringgesprek 3 Werkvormen gericht op samenwerking tussen leerlingen (=groepswerk) Didactisch groepswerk Gevalsmethode of case-study 4 Werkvormen gericht op spel (= spelvormen) Rollenspel Simulatiespel Leerspelen 5 Werkvormen gericht op zelfstandig werk (= opdrachtvormen) Huiswerk Individuele opdrachten (begeleid zelfstandig leren) Leren en werken in een open leercentrum 6 Praktijklessen en practica Een tweede component die centraal staat in DCP is de didactische component: media of onderwijsleermiddelen. Media of onderwijsleermiddelen zijn alle hulpmiddelen om theoretische en praktische kennis of informatie en inzichten uit te dragen ( onderwijzen ) of te verwerven en toe te passen ( leren ). Media ondersteunen het onderwijsleerproces en zijn dus hulpmiddelen zowel in handen van de leraar als in handen van de leerlingen om de doelstellingen te bereiken. Bij elke werkvorm wordt een voorbeeld van mediagebruik besproken bv. bordgebruik, gebruik van beamer en/of overheadprojector, integratie van audio- en visueel materiaal, integratie van cartoons, spelmateriaal, zelfstudiemateriaal, 69
71 Daarnaast wordt ook ruim aandacht besteed aan ICT-integratie. ICT staat voor informatie- en communicatietechnologie. ICT kan gebruikt worden bij het maken van werkstukken, het verzamelen, selecteren en bewerken van informatie en documentatie, het communiceren met informatiebronnen en met medecursisten en leerkrachten, het doen van onderzoek, het maken van presentaties Web 2.0 toepassingen spelen hier ook een belangrijke rol in. ICT is eigenlijk één medium onder de talrijke besproken media, maar verdient onze aparte aandacht omdat het zo volledige doordrongen is in de beroepswereld én in het alledaagse leven. Onderwijsvorm De module loopt over verschillende lesmomenten waarin theorie en praktijk constant met elkaar verweven worden. Hiervan wordt een beperkt aantal momenten van afstandsonderwijs voorzien, ter verdieping van ICT-integratie (via zelfstudiepakketten ter beschikking gesteld via Smartschool. Tijdens de contactmomenten staat, naast een heel gevarieerde kennismaking met talrijke werkvormen en media a.d.h.v. demonstratielessen en klassikale oefeningen, het vlot leren omzetten van de theorie in de praktijk centraal. Lesgeven vergt een aantal didactische vaardigheden. Voor we met volledige lessen beginnen in de module Didactische competentie oefenlessen, trainen we deelvaardigheden. Gedurende de uitgebreide oefenperiodes wordt intensief en doelgericht gewerkt aan het inoefenen van sterk afgebakende vaardigheden. Door het zien van verschillende uitvoeringen van dezelfde oefening en door het feit dat je als cursist in de bespreking van de oefening telkens dezelfde aandachtspunten overloopt, leer je ervaringsgewijs waarop gelet moet worden en welke fouten dienen vermeden te worden. Om de oefeningen zo goed mogelijk voor te bereiden, maak je voor elke opdracht een uitgebreide schriftelijke lesvoorbereiding. Je werkt alle oefeningen inhoudelijk uit binnen een vakgebied waarvoor je lesbevoegdheid hebt. Alhoewel we beogen een goede theoretische basis te leggen, kan het nooit de bedoeling zijn dat de inhoudelijke bundel DCP een soort receptenboek is, waarin kant en klare modellen staan die in iedere situatie bruikbaar zijn. De klas- en schoolcontext waarin het onderwijsleergebeuren plaatsvindt, is aan zoveel veranderende omstandigheden onderhevig, dat het uiterst belangrijk is, om over de nodige reflectieve vaardigheden te beschikken om het eigen didactisch en pedagogisch handelen in vraag te stellen. Bewust nadenken over de eigen manier van lesgeven en omgaan met de leerlingen, durven vragen stellen en zelfstandig op zoek gaan naar oplossingen, zijn een basisvoorwaarde om te kunnen groeien tot volwaardige leerkrachten. Om deze uiterst belangrijke reflecterende en kritische houding in te oefenen, wordt gedurende iedere oefensessie stilgestaan bij een aantal reflectievragen. Dit zijn formatieve oefeningen op reflectievaardigheid: het zijn leerkansen die niet direct in een score worden omgezet maar een aanzet zijn tot het ontwikkelen van een reflecterende attitude. Om een realistisch beeld op te bouwen van de huidige onderwijsleerpraktijk, wordt ook een observatiestage geïntegreerd (van minimum 12 uur) in één of meerdere onderwijsvormen/ centra, met focus op mediagebruik, werkvormen en integratie didactische principes. Studiemateriaal Bij de cursus DCP met uitgebreide bronvermelding, samengesteld en ontwikkeld door de vaklectoren didactiek van de specifieke lerarenopleiding van CVO VTIBRUGGE Kortrijk, hoort ook een takenbundel, waarin de verschillende opdrachten en beoordelingscriteria grondig worden toegelicht en een bijlagenbundel met voorbeelden van lesvoorbereidingen. Werkdocumenten, praktische afspraken, ICT-opdrachten, oefentoetsen e.d. worden beschikbaar gesteld via het elektronisch leerplatform Smartschool. 70
72 Evaluatie Om te slagen voor DCP moet je: 50 % behalen voor de theorie (openboekexamen) én 50 % behalen voor de opleidingspraktijk (lesvoorbereidingen, oefeningen op mediaintegratie, werkvormen en presentatievaardigheden wordt permanent beoordeeld met behulp van beoordelingsschalen) én 50 % behalen voor de preservicepraktijk (observatiestage met bijhorende administratie en reflecties) én voldoende behalen voor attitudes Als synthesemoment wordt op het einde van de module een persoonlijk leergesprek gehouden. Een voorwaarde voor het verkrijgen van het attest van de module DCP is het slagen voor zowel de theoretische als voor de praktische component van de module DCA. 71
73 Didactische competentie oefenlessen (DCO) studiepunten: 10 (3 theorie/7 praktijk) aandeel afstandsonderwijs: 25% Omschrijving De module Didactische competentie oefenlessen (verder afgekort tot DCO) vang je aan met de nodige didactische bagage (uit de modules DCA en DCP): de basisvaardigheden die je er opdeed in verband met het opzetten van krachtige leeromgevingen worden in DCO immers verder uitgediept en uitgebreid. Het begrip ervaringsleren staat centraal in deze module: ervaringen opdoen en ervan leren. Dit gebeurt hoofdzakelijk via het voorbereiden en uitvoeren van oefenlessen. Daarenboven staan observatie en reflectie centraal. Er wordt tevens bijzondere aandacht besteed aan de domeinspecifieke en vakdidactische kennis en vaardigheden, evenals aan het opzetten van leer- en ontwikkelingsprocessen vanuit vakoverschrijdende invalshoek, met de nodige differentiatie, geschikte vormen van evaluatie, Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel Basiscompetenties binnen een aantal functionele gehelen: 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De beginsituatie van de leerlingen en de leerlingengroep achterhalen. 1.2 Doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leerinhouden en leerervaringen structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 Individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 Een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 Observatie/evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. 1.9 Proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie Leer- en ontwikkelingsprocessen adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de leerlingen Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. 2 De leraar als opvoeder 2.1 In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen. 2.2 De emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 Door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.6 De fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. 72
74 3 De leraar als inhoudelijke expert 3.1 Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 De verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheid aanwenden. 3.3 Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. 4 'De leraar als organisator' 4.1 Een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen. 4.3 Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 4.4 Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. 5 De leraar als innovator/onderzoeker 5.1 Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen. 5.2 Kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk. 5.3 Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. 7 De leraar als lid van een schoolteam 7.1 Overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.2 Binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. 7.3 De eigen pedagogisch-didactische opdracht en aanpak in teamverband bespreekbaar maken. 7.5 In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. Attitudes (geldend over de functionele gehelen heen): 1. beslissingsvermogen; 2. relationele gerichtheid; 3. kritische ingesteldheid; 4. leergierigheid; 5. organisatievermogen; 6. zin voor samenwerking; 7. verantwoordelijkheidszin; 8. flexibiliteit. Doelen 1 Een lesvoorbereiding voor een volledige te geven les kunnen opstellen met correct geformuleerde doelen, leerinhouden in overeenstemming met de beginsituatie, bijhorende media en werkvormen, rekening houdend met de algemeen-didactische en vakdidactische principes. 2 Didactische werkvormen ontwerpen gericht op zelfgestuurd en activerend leren. 3 Een uitgewerkte lesvoorbereiding voor een volledige les in praktijk kunnen omzetten. 4 Via binnenklasdifferentiatie inspelen op de heterogeniteit van de leergroep. 5 Product- en procesevaluatie als onderdeel van een krachtige leeromgeving kunnen uitvoeren. 73
75 6 Het eigen leerproces op een efficiënte manier in handen nemen en er bijgevolg de verantwoordelijkheid voor opnemen. 7 Concrete, positief-kritische reflecties durven en kunnen uiten ten aanzien van de eigen en de geobserveerde didactische praktijk. 8 Over de attitudes beschikken die een beginnend leerkracht dient te hebben om op een vlotte wijze te kunnen instappen in het beroep. Inhoud Tijdens de module DCO zal je alle kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes die je reeds verwierf in de voorgaande didactische modules integreren en vakdidactisch verfijnen, om op die wijze volledige oefenlessen adequaat vorm te geven. Hiertoe wordt in DCO zowel theoretisch als praktisch de klemtoon gelegd op de domeinspecifieke en vakdidactische kennis en vaardigheden. Aan de basis van elke les ligt dus een degelijke voorbereiding op algemeen-didactisch, vakinhoudelijk en vakdidactisch vlak. Om te kunnen groeien in het leraar zijn is het tevens belangrijk reeds voor het uitvoeren van de les stil te staan bij welke je kwaliteiten en welke je werkpunten zijn. Op basis hiervan worden voor elke oefenles een aantal aandachtspunten vastgelegd waar bijzondere aandacht aan wordt besteed tijdens de uitvoering. Na de oefenles bekijk je welk resultaat je haalde, om van daaruit nieuwe (of dezelfde) werkpunten mee te nemen naar de volgende oefenles. De supervisiemomenten kunnen je in dit alles ondersteunen. Daar waar de oefenlessen en alles wat daarbij komt kijken (het opmaken van schriftelijk studiemateriaal, opdrachtenfiches, ondersteunend didactisch materiaal, evaluatie-instrumenten, ) zich situeren binnen de opleidingspraktijk, zal je tijdens de module DCO ook een inloopstage uitvoeren (waarbinnen je nu ook een stukje gedeelde verantwoordelijkheid krijgt binnen de werkelijke klas- en/of schoolcontext). Tijdens deze observatie- en participatiestage kijk je tevens met een andere focus naar het onderwijsleergebeuren dan tijdens de observatiemomenten in DCA en DCP: de klemtoon ligt nu op de component evaluatie, op leerinhouden en op vakspecifieke aspecten. Onderwijsvorm Voor de module DCO wordt gewerkt in de vorm van gecombineerd onderwijs. De theorie- en praktijkcomponent wordt geïntegreerd aangeboden, waarvan een deel in contact- en een deel in afstandsonderwijs. Studiemateriaal Bij de module DCO hoort een inhoudelijk pakket en een uitgebreide takenbundel. Alle overige lesdocumenten en de nodige opdrachtformulieren worden digitaal beschikbaar gesteld via Smartschool. 74
76 Evaluatie Om te slagen voor DCO moet je : 50 % halen voor de theoretische component én 50% halen voor de opleidingspraktijk én 50% halen voor de preservicepraktijk én Voldoende behalen voor kritische ingesteldheid - reflectieve vaardigheden én Voldoende behalen voor attitudes. Dit alles wordt permanent geëvalueerd. Als synthesemoment wordt op het einde van de module DCO een persoonlijk gesprek gehouden met iedere cursist. Hierin komen het eigen leerproces m.b.t. de oefenlessen, de geboden leeromgeving en begeleiding, evenals de evaluatie van je attitudes, je reflectievaardigheden en je behaalde competenties aan bod. Een voorwaarde voor het verkrijgen van het attest van de module DCO is het slagen voor zowel de theoretische als voor de praktische component van de module DCP. 75
77 Didactische competentie stage (DCS) studiepunten: 7 (7 praktijk) Omschrijving Tijdens de stage is het de bedoeling om alle inzichten, vaardigheden en attitudes die tot dan toe verworven werden in de verschillende modules van de opleiding, integraal te kunnen toepassen in het praktijkveld. Een gedeelte van de stage moet in het voltijds secundair onderwijs gerealiseerd worden. Basiscompetenties vanuit het beroepsprofiel De zelfstandige stage is het eindpunt van de opleiding. Hierin integreert de cursist de basiscompetenties uit alle functionele gehelen: 1 de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen; 2 de leraar als opvoeder; 3 de leraar als inhoudelijk expert; 4 de leraar als organisator; 5 de leraar als innovator/onderzoeker; 6 de leraar als partner van ouders/verzorgers; 7 de leraar als partner van een schoolteam; 8 de leraar als partner van externen; 9 de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap; 10 de leraar als cultuurparticipant. Tegelijk getuigt de cursist van de beheersing van volgende attitudes: A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 beslissingsvermogen; relationele gerichtheid; kritische ingesteldheid; leergierigheid; organisatievermogen; zin voor samenwerking; verantwoordelijkheidszin; flexibiliteit. Doelen 1 Een functionele lesvoorbereiding op de modelformulieren kunnen plannen, uitwerken en gefaseerd (vanuit de zorg voor doel- en ervaringsgerichte leerprocessen) in praktijk omzetten. 2 Leerdoelen kunnen formuleren en leerinhouden selecteren, rekening houdend met de vooropgestelde beginsituatie en leerplandoelen. 3 Media en werkvormen kunnen voorbereiden, technisch beheersen en functioneel aanwenden rekening houdend met de didactische principes. 4 Toegankelijke leerpakketten en leerteksten kunnen ontwikkelen die het leren leren ondersteunen. 76
78 5 Product- en procesevaluatie als onderdeel van een krachtige leeromgeving kunnen uitvoeren. 6 Goede toetsen en beoordelingsschalen kunnen opmaken en verwerken: formatieve en summatieve toetsen kunnen opmaken die aan de onderwijskundige criteria beantwoorden; een toets kunnen afnemen, corrigeren en beoordelen en de passende didactische conclusies voor jezelf en voor je leerlingen kunnen trekken; de kwaliteit van werkstukken, producten en vaardigheden valide en betrouwbaar kunnen beoordelen en bijsturen aan de hand van een controlelijst. 7 Vakspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden, verdiepen en aanwenden. 8 Een verantwoorde psycho-pedagogische attitude aannemen t.a.v. leerlingen (met de nodige betrokkenheid op de leerlingen en het bevorderen van hun kunnen en willen leren). 9 Zorgen voor een goed klasmanagement en een aangenaam leefklimaat. 10 Aandacht hebben voor een vlotte klasorganisatie en gestructureerd werkklimaat. 11 Op een correcte wijze administratieve taken uitvoeren (zowel op de stageplaats, als naar het opleidingsinstituut toe). 12 Presentatievaardigheden aanwenden die de psycho-pedagogische en didactische handelingen zinvol ondersteunen. 13 Concrete, positief kritische reflecties durven en kunnen uiten ten aanzien van de eigen en de geobserveerde lespraktijk. 14 Het eigen leerproces op een efficiënte manier in handen nemen en er ook verantwoordelijkheid voor nemen. 15 Attitudes vertonen die een beginnende leerkracht dient te hebben om op een vlotte wijze te kunnen instappen in het beroep. 16 Via het bijwonen van vakwerkgroepen, klassenraden of formeel overleg, zich bewust worden van het verruimde takenpakket van de leraar. Inhoud Vooraleer de stage effectief aan te vangen, is het belangrijk om stil te staan bij je eigen persoonlijke ontwikkeling als leraar en hiervan een portret te maken. Dit gebeurt aan de hand van het opstellen van een aantal concrete, persoonlijke leervragen, zodat je niet stuurloos aan de stage begint. Op basis van deze leervragen, worden aandachtspunten opgesteld om de observatiestage (minimum 10 uur) gericht te kunnen uitvoeren. De observatiestage gaat per school steeds integraal de actieve stage vooraf. Tot de observatietaken kunnen zowel het bijwonen van lessen behoren, als het bijwonen van enkele andere schoolse activiteiten (vakvergaderingen; klassenraden, personeelsvergaderingen, pedagogische studiedagen, ouderavonden, begeleide studiereizen, CLB-besprekingen, adviesgesprek bij stagebegeleiding, ). Na deze observatiestage, volgt de actieve stage (minimum 20 lesuren). Per les(blok) wordt een functionele lesvoorbereiding opgemaakt. Na je stageles reflecteer je over de gegeven les, om van daaruit nieuwe (of zelfde) oefendoelen mee te nemen naar de volgende stageles. Door het bijwonen van een intervisiemoment tijdens je stage kan je nieuwe mogelijkheden zien om je stage verder zinvol vorm te geven. Alle administratie i.v.m. de stage, wordt bijgehouden in een portfolio. 77
79 Onderwijsvorm De volledige stage kan pas gestart worden na het behalen van alle attesten van de overige modules met uitzondering van de modules OMA en LEV. De stage wordt afgewerkt in één semester. Uitzonderlijk kan een spreiding van de stage aangevraagd worden. In het semester voorafgaand aan het uitvoeren van de stage, volg je het infomoment over de stage. Daar wordt alle informatie die je nodig hebt om de stage vlot te laten verlopen, concreet toegelicht. Iedere stagecursist krijgt een persoonlijke stagebegeleider toegewezen, die als coach optreedt bij vragen en/of problemen. Studiemateriaal Alle concrete informatie over de stage wordt gebundeld in de stagebundel en bijlagenbundel. De stagebundel en bijlagen die je nodig hebt voor je begint met je stage worden via de website onder de downloadpagina s ter beschikking gesteld. De andere bijlagen die je nodig hebt tijdens de stage worden via Smartschool ter beschikking gesteld vanaf het begin van het semester. Het is belangrijk dat je steeds met de meest recente versie van de stagebundel en bijlagenbundel werkt. Evaluatie Als het portfolio ontvankelijk verklaard wordt door de stagebegeleider, kan de stage afgesloten worden met een eindgesprek, het eindassessment. Op basis van de inhoud van de ingediende en ontvankelijk verklaarde portfolio, wordt bij de evaluatie van de stage gelet op de kwaliteit van de bewijslast in het portfolio en de feedback van stagementoren en stagebegeleider. Tijdens het eventuele eindassessment krijgt de stagiair alle kansen om te bewijzen dat de basiscompetenties bereikt zijn aan de hand van de inhoud van het portfolio. De beoordeling is afhankelijk van de kwaliteit van het portfolio, de beoordeling van de stagelessen door de mentoren, de beoordeling van de stagelessen door de stagebegeleider, de attitudebeoordeling en reflectievaardigheden. De stage wordt beoordeeld op 700 punten. De eindbeoordeling is géén rekenkundig gemiddelde van alle afzonderlijke lesbeoordelingen, maar wel een waardeschatting op grond van alle beschikbare informatie over de activiteiten van de stagiair. 78
80 ADRESSEN 11 adressen Directie Opleidingscoördinator Coördinator eenjarige traject Ombudspersoon LIO-verantwoordelijke Moduleverantwoordelijke OMA Moduleverantwoordelijke LEV Moduleverantwoordelijke COO Moduleverantwoordelijke BEG Moduleverantwoordelijke GRM Moduleverantwoordelijke PPC Moduleverantwoordelijke DCA Moduleverantwoordelijke DCP Moduleverantwoordelijken DCO Moduleverantwoordelijke DCS Lectoren
1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs
1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een
1. Functionele gehelen
AR-WG BASISCOMP-DOC-1718-004 Bijlage. Basiscompetenties als vermeld in artikel 1 De basiscompetenties van pas afgestudeerde leraren worden bepaald door twee factoren. Enerzijds zijn er tien functionele
Didactische competentie oefenlessen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Didactische competentie oefenlessen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4 Aantal
Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
ECTS-FICHE MODULE Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester
Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
ALGEMENE INFORMATIE MODULE Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester
Didactische competentie oefenlessen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Didactische competentie oefenlessen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4 Aantal
Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
De verhouding tussen de basiscompetenties, de Dublindescriptoren en de domeinspecifieke leerresultaten
Bijlage. Basiscompetenties als vermeld in artikel 1 De basiscompetenties van pas afgestudeerde leraren worden bepaald op basis van de volgende twee factoren: - tien functionele gehelen - een set van attitudes
Onderwijs en Maatschappij (OMA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X
MODULE Onderwijs en Maatschappij (OMA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal studiepunten
Leraar en verantwoordelijkheden (LEV) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X
MODULE Leraar en verantwoordelijkheden (LEV) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal
Klasmanagement (KLM) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Klasmanagement (KLM) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3
Onderwijs- en onderzoeksopdrachten (OOO) A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
Algemene informatie MODULE Onderwijs- en onderzoeksopdrachten (OOO) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester
Communicatie en overleg (COO) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
MODULE Communicatie en overleg (COO) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4 Aantal studiepunten
ECTS- FICHE. Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de cursist over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke lerarenopleiding ECTS- FICHE ECTS-Fiche opleidingsonderdeel Onderwijspsychologie Code: 10372 Academiejaar: 2015 2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 150 à 180 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2016-2017
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2016-2017 www.cvo.vtibrugge.be www.cvovivo.be Inhoudstafel INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 2 1 SITUERING... 4 1.1 Missie en visie van CVO VIVO en CVO VTI
Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Begeleiding (BEG) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Begeleiding (BEG) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3 (1
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: niet
Specifieke lerarenopleiding (SLO)
Specifieke lerarenopleiding (SLO) Ben je enthousiast, communicatief vaardig en wil je een inspiratiebron zijn voor jongeren vandaag? Beschik je over een grote dosis vakbekwaamheid en wil je je expertise
De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn:
Specifieke lerarenopleiding C ECTS-fiche opleidingsonderdeel vakdidactische oefeningen 2 Code: 10375 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Klasmanagement (KLM) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Klasmanagement (KLM) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO)
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2017-2018 www.cvo.vtibrugge.be www.cvovivo.be Inhoudstafel INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 2 1 SITUERING... 4 1.1 Missie en visie van CVO VIVO en CVO VTI
ECTS- FICHE. L.Fret, H. Hicketick, S. Van Schoubroeck
Specifieke lerarenopleiding ECTS- FICHE ECTS-Fiche Communicatievaardigheid Code: COMM Cluster: 1 Academiejaar: 2017-2018 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 lestijden Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO)
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2017-2018 www.cvo.vtibrugge.be www.cvovivo.be Inhoudstafel INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 2 1 SITUERING... 4 1.1 Missie en visie van CVO VIVO en CVO VTI
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche opleidingsonderdeel: VAKDIDACTISCHE STUDIE Code: 10377 Academiejaar: 2017-2018 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 a 90 uur Deliberatie: Mogelijk Vrijstelling:
Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING
Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING INHOUD Voor wie? Waar staan wij voor? Opleidingsstructuur en diploma Inhoud van de modules Studiepunten Studieduur en modeltraject Flexibiliteit Waar en wanneer
De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen.
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel: COMMUNICATIEVAARDIGHEID Code: 10368 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 uur Deliberatie: mogelijk
A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Professioneel handelen in het onderwijs voor de leraar in opleiding 2 (PHIOLIO 2) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester
Functiebeschrijving beleidsmedewerker
Functiebeschrijving beleidsmedewerker Algemeen kader: Krachtlijnen van het opvoedingsconcept voor het katholiek basisonderwijs ( OKB) Werken aan een schooleigen christelijke identiteit Werken aan een degelijk
Basiscompetenties, opleidingsspecifieke accenten en attitudes KdG
Basiscompetenties, opleidingsspecifieke accenten en attitudes KdG DLR 1 BaCo 1 De Bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs begeleidt kleuters in complexe school- en klascontexten bij hun leer- en ontwikkelingsproces.
Competentiegerichte Standaard voor Praktijk
Competentiegerichte Standaard voor Praktijk Inleiding De basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs geformuleerd door de overheid (5 oktober 2007, verschenen in het Staatsblad op 17 januari
WORD LERAAR IN één JAAR
WORD LERAAR IN één JAAR 2016-2017 2 Ben jij ook de geknipte persoon om leraar Ben je enthousiast, communicatief vaardig en wil je een inspiratiebron zijn voor de jongeren van vandaag? Beschik je over een
INFORMATIEBROCHURE. SLO Specifieke Lerarenopleiding Campus Kluizeplein - Lier
INFORMATIEBROCHURE SLO Specifieke Lerarenopleiding Campus Kluizeplein - Lier ACADEMIEJAAR 2015-2016 Pagina 2 van 7 Specifieke Lerarenopleiding DEEL 1 Algemeen Wat is de SLO? SLO is de afkorting voor Specifieke
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel: Gretel Van Heukelom
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel VAKDIDACTISCHE STAGE Code: 10379 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 9 Studietijd: 225 à 270 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
ECTS-fiche VAKDIDACTISCHE STAGE
ECTS-fiche VAKDIDACTISCHE STAGE A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal studiepunten
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel: Gretel Van Heukelom. De cursist moet de volgende opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen:
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel PHIOLIO 1 en 2 Code: 10366-10367 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 24 Studietijd: 600 à 720 u Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Leren van en met elkaar en co-teaching in de Specifieke Lerarenopleiding (SLO)
Leren van en met elkaar en co-teaching in de Specifieke Lerarenopleiding (SLO) Het proces van zelfsturende teams naar expert-teams. Het creëren van een krachtige leeromgeving in de module GRM door middel
LIO: Leraar in opleiding (is een specifieke vorm van SLO, voor wie al les geeft, zie verder voor meer details)
Wat is de betekenis van de volgende afkortingen? LIO: Leraar in opleiding (is een specifieke vorm van SLO, voor wie al les geeft, zie verder voor meer details) SLO: specifieke lerarenopleiding (normale
Functiebeschrijving mentor
Functiebeschrijving mentor Algemeen kader: Krachtlijnen van het opvoedingsconcept voor het katholiek basisonderwijs ( OKB) Werken aan een schooleigen christelijke identiteit Werken aan een degelijk onderwijsinhoudelijk
De 10 basiscompetenties van de leraar
De 10 basiscompetenties van de leraar Woord vooraf 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 2 De leraar als opvoeder 3 De leraar als inhoudelijk expert 5 8 36 52 4 De leraar als organisator
Informatie in verband met de LIO-trajecten ( )
Specifieke lerarenopleiding, LIO (Leerkracht in opleiding) Informatie in verband met de LIO-trajecten (2018-2019) LIO 1 Het LIO1-traject vormt een onderdeel van de Specifieke Lerarenopleiding. Binnen het
Studiewijzer Diversiteit
1 Thomas More Kempen Studiewijzer Studiewijzer Diversiteit OPO-verantwoordelijke: Annelies Demessemaeker Docenten: Eline Bernaerts en Annelies Demessemaeker CAMPUS Vorselaar Domein Lerarenopleiding Bachelor
Functiebeschrijving leraar lager onderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u: Functiebeschrijving leraar lager onderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder de nadruk op een pedagogische
WORD LERAAR IN ÉÉN JAAR
OPENINGSUREN SECRETARIAAT CVO VIVO KORTRIJK Van maandag tot en met donderdag van 14u tot 20u30 en op zaterdag van 9u tot 12u. VIVO is gesloten tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie. CONTACT
Ronny Sanders Pedagogisch directeur CVO VTI Brugge [email protected]
Agenda 1. Korte voorstelling 2. Specifieke lerarenopleiding 3. Eénjarig traject 4. Stage 5. Faciliteiten 6. Vrijstellingenbeleid: EVC-/EVK-procedure 7. Inschrijven 8. Contact 9. Enkele data 10.Vragen?
ECTS-fiche Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP)
ECTS-fiche Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester
ONDERWIJS EN MAATSCHAPPIJ (OMA)
INHOUD MODULES SLO Elke module van de specifieke lerarenopleiding bevat een theoriecomponent en een praktijkcomponent. De praktijkcomponent bestaat enerzijds uit opleidingspraktijk (= OP, praktijkgerichte
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Opleiding Didactische Competentie algemeen. Lestijden 80 Studiepunten 6 Ingeschatte totale
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische Competentie algemeen Code E1 DCa Lestijden 80 Studiepunten 6 Ingeschatte totale 150 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Opleiding Module Didactische competentie stage 3
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische competentie stage 3 Code E6 DCS3 Lestijden 40 Studiepunten 6 Ingeschatte totale 150 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
Specifieke lerarenopleiding
Rouppeplein 16 1000 Brussel 02/546.22.63 [email protected] www.lethas.be Specifieke lerarenopleiding 2015-2016 Wil je leraar worden? In het secundair onderwijs of het volwassenenonderwijs?
VOOR WIE (G)EEN DIPLOMA SECUNDAIR ONDERWIJS BEZIT 2de semester
OPENINGSUREN SECRETARIAAT Van maandag tot en met donderdag van 14u tot 20u30 en op zaterdag van 9u tot 12u. Creo is gesloten tijdens de kerstvakantie van 25 december 2017 tot 8 januari 2018. CONTACT Creo
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO)
Inhoudstafel Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2018-2019 www.cvo.vtibrugge.be www.creo.be/slo CVO Creo KORTRIJK CVO VTI BRUGGE 25 Inhoudstafel INHOUDSTAFEL 6 TRAJECTEN...27 6.1 Flextraject...27
BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR
Opleidingsinstelling Adres Telefoon fax BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR Identificatie Naam student/cursist: Opleidingsonderdeel/module: Stageplaats: Vakmentoren: naam en contactgegevens Periode: O
Infobrochure Specifieke Lerarenopleiding
Infobrochure Specifieke Lerarenopleiding www.deoranjerie.be [email protected] www.specifiekelerarenopleiding.be Infobrochure Specifieke Lerarenopleiding CVO De Oranjerie Pagina 1 Inhoudsopgave Voorwoord...
Functiebeschrijving leraar kleuteronderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u: Functiebeschrijving leraar kleuteronderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder de nadruk op een pedagogische
Functiebeschrijving leerkracht bewegingsopvoeding in het lager en kleuteronderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u Functiebeschrijving leerkracht bewegingsopvoeding in het lager en kleuteronderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het
Specifieke lerarenopleiding
Rouppeplein 16 1000 Brussel 02/546.22.63 [email protected] www.lethas.be Specifieke lerarenopleiding 2016-2017 Wil je leraar worden? Standaardtraject 2 jaar Versneld traject 1 jaar+ semester
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING 1e semester 2018-2019 1 Ben jij ook de geknipte persoon om leraar Ben je enthousiast, communicatief vaardig en wil je een inspiratiebron zijn voor de jongeren van vandaag? Beschik
Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Onderwijs : secundair onderwijs
Uittreksel uit het visitatierapport Onderwijs: secundair onderwijs, 19 december 2007 Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Onderwijs : secundair onderwijs 1 Inleiding
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING (SLO)
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING (SLO) Word leraar! Secundair onderwijs of volwassenenonderwijs? Theorieleerkracht of zegt de praktijk jou iets meer? Wil je jouw ervaring op de arbeidsmarkt meenemen naar de
ECTS-fiche. Opleiding Didactische Competentie algemeen
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische Competentie algemeen Code E1 DCa Lestijden 60 Studiepunten 4 Ingeschatte totale 100 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
CONTACT Creo campus Kortrijk Scheutistenlaan Kortrijk
OPENINGSUREN SECRETARIAAT Van maandag tot en met donderdag van 14u tot 20u30 en op zaterdag van 9u tot 12u. Creo is gesloten tijdens de * zomervakatie van 06/07/2018 tot 19/08/2018; * herfstvakantie van
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Specifieke Lerarenopleiding_SLO
ECTS-fiche Opzet van de ECTS-fiche is om een uitgebreid overzicht te krijgen van de invulling en opbouw van de module. Er bestaat slechts één ECTS-fiche voor elke module. 1. Identificatie Opleiding Specifieke
Specifieke Lerarenopleiding Infobrochure
Specifieke Lerarenopleiding Infobrochure Centrum voor Volwassenenonderwijs Crescendo Vaartdijk 86, 2800 Mechelen Inhoud Wat is de Specifieke Lerarenopleiding?...3 Wie kan de Specifieke Lerarenopleiding
GEPERSONALISEERD TRAJECT SLO CVO HIK Geel
GEPERSONALISEERD TRAJECT SLO CVO HIK Geel 1. Inleiding De modules van de SLO bestaan uit een component theorie, opleidingspraktijk (OP) en preservicepraktijk (PP). Er wordt zelden een vrijstelling verleend
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING. Crescendo CVO Leopoldstraat Mechelen T
Crescendo CVO Leopoldstraat 42 2800 Mechelen T. 015 41 30 45 [email protected] www.cvo-crescendo.be SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING Infobrochure 2017-2018 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 2 WAT IS DE SPECIFIEKE
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING NIEUW STRUCTUURSCHEMA schooljaar 2014-2015 1.Traject Specifieke Lerarenopleiding 1ste 2de 3de 4de diploma Hoger secundair onderwijs of Hoger onderwijs Algemene didactiek (80lt
Gender en interculturaliteit
ECTS-fiche: Gender en interculturaliteit Opleiding: Afstudeerrichting: Opleidingsonderdeel: Studiepunten (ECTS): 3 Taal: Plichtvak/keuzevak: Lerarenopleiding/ BA en MA Pedagogische wetenschappen Niet relevant
Specifieke Lerarenopleiding
Specifieke Lerarenopleiding www.deoranjerie.be [email protected] Inhoudsopgave Voorwoord... 3 1. Wie zijn wij?... 4 1.1 Een traject dat bij je past... 4 1.2 ervaren als focus... 4 1.3 Sterk in begeleiding...
Opleidingsparaktijk: 0,4 studiepunten. Pre-servicepraktijk: 0,6 studiepunten. 1 studiepunt komt in Vlaanderen overeen met 25 à 30 studie-uren.
ECTS FICHES SLO ECTS-/Modulefiche SLO Module: Didactische Competentie algemeen (DCa) Academiejaar 2015-2016 Opleiding Aantal studiepunten SLO-opleiding Totaal: 6 studiepunten Theorie: 5 studiepunten Opleidingsparaktijk:
CONTACT Creo campus Kortrijk Scheutistenlaan Kortrijk
OPENINGSUREN SECRETARIAAT Van maandag tot en met donderdag van 14u tot 20u30 en op zaterdag van 9u tot 12u. Creo is gesloten tijdens de * zomervakatie van 06/07/2018 tot 19/08/2018; * herfstvakantie van
Mogelijkheden tot differentiatie binnen de SLO voor (toekomstige) leraren die (willen) werken met laaggeschoolde volwassenen
Mogelijkheden tot differentiatie binnen de SLO voor (toekomstige) leraren die (willen) werken met laaggeschoolde volwassenen Voorstelling resultaten ENW SoE 2008/7 Aanleiding/ Algemeen doel Aanleiding/
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING PROCEDURE VOOR VRIJSTELLING OP BASIS VAN EVC-EVK
SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING PROCEDURE VOOR VRIJSTELLING OP BASIS VAN EVC-EVK Schooljaar 2016-2017 CVO Crescendo Vaartdijk 86 2800 Mechelen T. 015 41 30 45 F. 015 28 20 49 [email protected] www.cvo-crescendo.be
Specifieke lerarenopleiding economie
Specifieke lerarenopleiding economie Leuven Brussel Antwerpen Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen Welkom aan de KU Leuven, de grootste en oudste universiteit van België. Je kunt hier je studietraject
Specifieke lerarenopleiding
Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules. Algemene informatie De directie van het centrum kan vrijstellingen van opleidingsonderdelen (modules) verlenen. Deze kunnen leiden tot studieduurverkorting.
Procedure voor aanvraag vrijstelling op basis van EVC EVK. Specifieke lerarenopleiding
Procedure voor aanvraag vrijstelling op basis van EVC EVK Specifieke lerarenopleiding 1. EVK EVK staat voor Erkenning van Verworven Kwalificaties. Dit betekent dat je vrijstelling kunt bekomen op basis
ACADEMIEJAAR VOOR HOUDERS VAN EEN BACHELORDIPLOMA. Educatieve bachelor in het Secundair onderwijs - verkort traject.
ACADEMIEJAAR 2019-2020 VOOR HOUDERS VAN EEN BACHELORDIPLOMA Educatieve bachelor in het Secundair onderwijs - verkort traject www.odisee.be Verkorte educatieve bachelor Secundair onderwijs Denk je eraan
1 COMPETENTIEVELD 1: LERAARS BEWEGEN VOOR KINDEREN
1 BIJLAGE 2 Relatie tussen domeinspecifieke leerresultaten (DLR's) en competentieprofiel van OF3 1 COMPETENTIEVELD 1: LERAARS BEWEGEN VOOR KINDEREN 1.1 De leraar kleuteronderwijs Werkt vanuit een kindgerichte
Vrijstellingsbeleid SLO HIK Geel
rijstellingsbeleid SLO HIK Geel 1. Inleiding * Je aanvraag tot vrijstelling gebeurt steeds via het aanvraagformulier, opgenomen onder punt 4. * Indien je meerdere vrijstellingen wenst aan te vragen, gebruik
1. Welke redenen zouden je ertoe aanzetten (of hebben je ertoe aangezet) voor het beroep van leraar/lerares te kiezen?
Reflectieformulier bij deel 1 van de lesstage SLO Geschiedenis KU Leuven Beperk je in je antwoorden niet tot algemene vaststellingen, maar zoek ook naar verklaringen. Probeer je antwoorden zo concreet
