2 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "2 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG"

Transcriptie

1 2 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG

2 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 3 1. Airbag bestuurder. Claxon. 2. Verlichtingsschakelaars en richtingaanwijzers. 3. Stuurkolomschakelaar autoradio. 4. Instrumentenpaneel. 5. Schakelaar ruitenwissers/- sproeiers/bediening boordcomputer. 6. Alarmknop. 7. Schakelaar centrale vergrendeling. 8. Schakelaar alarmknipperlichten. 9. Multifunctioneel display. 10. Lichtsensor. 11. Schakelaar Elektronisch Stabiliteits Programma/Anti Slip Regeling (ESP/ASR)*. 12. Middelste verstelbare roosters verwarming/ ventilatie en regeling luchtopbrengst. 13. Voorruitontwaseming. 14. Inbouwruimte luidspreker (tweeter). 15. Zijruitontwaseming. 16. Verstelbaar zijventilatierooster verwarming/ ventilatie en regeling luchtopbrengst. 17. Airbag passagierszijde. 18. Dashboardkastje. 19. Autoradio RB3 of RD Schakelaars stoelverwarming. 21. CD-wisselaar. 22. Bediening verwarming/ airconditioning. 23. Asbak vóór. 24. Uitstroomopening voor beenruimte achter V-aansluiting. 26. Versnellingshendel. 27. Bekerhouder. 28. Handrem. 29. Afvalbak. 30. Muntenvakje. Uitschakeling airbag aan passagierszijde. 31. Stuur-/contactslot. 32. Stuurkolomschakelaar. 33. Zekeringenkast. 34. Schakelaars elektrisch bediende buitenspiegels. Schakelaars elektrisch bediende ruiten. Blokkeerschakelaar elektrisch bediende ruiten achter. 35. Koplampverstelling. 36. Snelheidsregelaar. * In de loop van het jaar.

3 4 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG DE SLEUTELS Met de sleutels kunnen de sloten van zowel de voorportieren, de brandstofvulklep, het dashboardkastje, de uitschakeling van de airbag aan de passagierszijde en het contactslot worden bediend. Centrale vergrendeling` Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen alle portieren, de bagageruimte en de brandstofvulklep worden ver- en ontgrendeld, kan de supervergrendeling* worden ingeschakeld en kunnen de buitenspiegels worden in- en uitgeklapt*. Als één van de voorportieren of de achterklep is geopend, werkt de centrale vergrendeling niet. Dit wordt aangegeven door een geluidssignaal als wordt geprobeerd te vergrendelen met de afstandsbediening. Met de afstandsbediening kunnen dezelfde functies worden uitgevoerd. * Volgens uitvoering. De afstandsbediening Vergrendelen Druk op de knop A om de auto te vergrendelen. Het vergrendelen wordt aangegeven doordat de richtingaanwijzers gedurende ongeveer 2 seconden continu branden. Opmerking: Door lang op de knop A te drukken, worden niet alleen de portieren en de achterklep vergrendeld, maar worden ook automatisch de ruiten* en het schuifdak* gesloten. Auto's met supervergrendeling* De supervergrendeling* blokkeert het van binnenuit en van buitenaf openen van de portieren. Door één keer op de knop A te drukken wordt de supervergrendeling ingeschakeld. Dit wordt bevestigd door het gedurende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers. Opmerking: Door lang op de knop A te drukken wordt niet alleen de supervergrendeling ingeschakeld, maar worden ook automatisch de ruiten* en het schuifdak* gesloten. Door binnen vijf seconden na het inschakelen van de supervergrendeling nogmaals op de knop A te drukken wordt de normale vergrendeling ingeschakeld. Dit wordt bevestigd door het gedurende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers in combinatie met een kort geluidssignaal van de claxon. Ontgrendelen Druk op de knop B om de auto te ontgrendelen. Dit wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking: Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder dat 65 binnen 30 seconden een van de portieren wordt geopend, wordt de auto automatisch weer vergrendeld. STARTEN STOP: Het contact is afgezet. 1e stand, accessoires: Het contact is afgezet, maar de accessoires functioneren wel. 2e stand, contact aan: Het contact staat aan. Starten: De startmotor wordt in werking gezet.

4 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 5 SCHAKELAARS OP STUURKOLOM VERLICHTING Verlichting vóór en achter (ring A) Lichten uit Parkeerlichten Dim-/ grootlicht Automatische ontsteking van de verlichting* Mistlampen vóór* en mistachterlicht De mistlampen vóór* en het mistachterlicht worden ingeschakeld door de draairing respectievelijk één of twee standen naar voren te draaien en kunnen worden uitgeschakeld door de ring naar achteren te draaien. De geselecteerde stand wordt aangegeven door het verklikkerlampje op het instrumentenpaneel. Auto's met mistachterlicht (ring B) Mistachterlicht Auto's met mistlampen vóór en mistachterlicht (ring C) Mistlampen vóór (ring 1 stand naar voren draaien) * Volgens uitvoering. Mistlampen vóór en mistachterlicht (ring 2 standen naar voren draaien). RUITENWISSERS Vóór 2 Hoge snelheid (zware neerslag). 1 Normale snelheid (normale neerslag). AUTO Automatisch wissen*. 0 Uit. Eén keer wissen. Ruitensproeier: trek de hendel naar u toe. Achter Uit. Interval. Ruiten sproeier. Automatische ruitenwissers* In de stand AUTO werken de ruitenwissers automatisch en de snelheid van de ruitenwissers wordt aan de hoeveelheid neerslag aangepast

5 6 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG VOORSTOELEN 1. Verstelling in lengterichting. 2. Toegang tot de achterbank (3-deurs). 3. Verstelling van de hoek van de rugleuning. 4. Hoogteverstelling van de bestuurders- of passagiers stoel*. 5. Schakelaar stoelverwarming*. 6. Uitneembare armleuning vóór* (5-deurs). 7. Hoogteverstelling en verstelling van de hoek van de hoofdsteun. Trek om de hoofdsteun te verstellen deze naar voren en verschuif hem gelijktijdig. Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwijderd. 8. Opberglade*. * Volgens uitvoering. 58

6 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 7 ACHTERBANK Kantel om het linker deel (2/3) of het rechter deel (1/3) van de achterbank neer te klappen altijd eerst de zitting omhoog alvorens de rugleuning neer te klappen (om beschadiging te voorkomen): schuif indien nodig de voorstoel(en) naar voren, til de zitting 1 aan de voorzijde op, klap de zitting 1 tegen de rugleuning van de voorstoel(en), controleer of de veiligheidsgordel langs de zijkant van de rugleuning loopt, trek aan de knop 2 om de rugleuning 3 los te maken, zet de hoofdsteunen in de laagste stand, klap de rugleuning 3 neer. Terugplaatsen: klap de rugleuning omhoog en vergrendel deze (het rode vlakje in knop 2 moet onzichtbaar zijn), klap de zitting neer. Let op dat de gordels niet worden vastgeklemd. 60

7 8 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG AIRBAGS De airbags zijn speciaal ontworpen voor een betere veiligheid van de inzittenden bij ernstige aanrijdingen: ze vormen een aanvulling op de werking van de veiligheidsgordels met gordelkrachtbegrenzers. Airbags voor Deze zijn voor de bestuurder in het midden van het stuurwiel en voor de passagier in het dashboard aangebracht. Ze worden tegelijkertijd geactiveerd, behalve als de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de airbag aan passagierszijde schakel de airbag uit als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel plaatst, schakel de airbag in als er een passagier op de voorstoel zit. Uitschakelen airbag aan passagierszijde* steek, als het contact is afgezet, de sleutel in de schakelaar 1 en draai deze in de stand "OFF". Zet, zodra u het kinderzitje verwijdert, de schakelaar in de stand "ON" om de airbag weer in te schakelen. Controle van werking Als de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld (schakelaar in de stand "OFF"), zal bij het aanzetten van het contact (2e stand van de sleutel) het verklikkerlampje gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Airbag aan passagierszijde uitgeschakeld". Het verklikkerlampje blijft branden zolang de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. Zijairbags* en window-airbags** De zijairbags zijn geïntegreerd in de rugleuning van de voorstoelen aan de zijde van de portieren. De window-airbags zijn geïntegreerd in de stijlen en in de hemelbekleding. Zij worden aan de zijde waar de aanrijding plaatsvindt opgeblazen. * Volgens land van bestemming. ** Volgens uitvoering

8 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 9 ELEKTRISCH BEDIENDE RUITEN 1. Schakelaar ruitbediening aan bestuurderszijde. 2. Schakelaar ruitbediening aan passagierszijde. 3. Schakelaar ruitbediening rechts achter*. 4. Schakelaar ruitbediening links achter*. 5. Blokkeerschakelaar elektrisch bediende ruiten achter*. Handbediening: Duw of trek de schakelaar tot aan het zware punt. De ruit stopt zodra de toets wordt losgelaten. Automatische bediening*: Duw of trek de schakelaar voorbij het zware punt. De ruit opent of sluit volledig. STUURWIEL IN HOOGTE EN DIEPTE VERSTELLEN Trek aan de hendel A om het stuurwiel te ontgrendelen. Verstel het stuurwiel in hoogte en/of in diepte. Vergrendel het stuurwiel door de hendel A volledig in te drukken. Beveiliging tegen beknellen*: Als de ruit sluit en tegen een obstakel stuit, stopt de ruit en gaat deze weer open. ELEKTRISCH BEDIENDE BUITENSPIEGELS* Plaats de knop 6 naar links of rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren. Duw de knop 7 in de 4 richtingen om de spiegel af te stellen. Plaats de knop 6 weer in de middelste stand. Tijdens het parkeren kunnen de buitenspiegels handmatig ingeklapt worden, maar ook elektrisch* met behulp van de knop 6 of automatisch* bij het vergrendelen. * Volgens uitvoering

9 10 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG MOTORKAP OPENEN BRANDSTOF TANKEN Het tanken dient met afgezette motor te gebeuren. Open de brandstofvulklep. Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom. Trek de tankdop uit de vulopening en bevestig deze aan de haak aan de binnenzijde van de vulklep. Op een label aan de binnenzijde van de vulklep staat de voorgeschreven soort brandstof aangegeven. Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit meer dan 3 keer automatisch uitspringen. Indien dit wel gebeurt, kunnen er storingen optreden. De inhoud van de brandstoftank bedraagt circa 60 liter. Vergrendel na het tanken de tankdop en sluit de vulklep. Verklikkerlampje brandstofreserve Op het moment dat het lampje gaat branden, kunt u nog ongeveer 50 km met de resterende hoeveelheid brandstof rijden. Binnenzijde: Druk op de knop links onder het dashboard. 71 Buitenzijde: Druk de veiligheidshaak omhoog, til de motorkap op en zet de motorkapsteun vast om de motorkap open te houden. 71

10 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 11 AUTOMATISCHE TRANSMISSIE "TIPTRONIC-Systeem PORSCHE" Bij de automatische transmissie met vier versnellingen kunt u kiezen uit volautomatische bediening, aangevuld met de programma's sport en sneeuw, of handmatig schakelen. Schakelpatroon Kies de gewenste stand door de selectiehendel in het schakelpatroon te verplaatsen. De gekozen stand wordt met een pictogram in het instrumentenpaneel aangegeven. S : programma Sport. : programma Sneeuw. Park (parkeerstand): om de auto stil te zetten en te starten, met of zonder gebruik van de handrem. Reverse (achteruitversnelling): om achteruit te rijden (schakel deze stand alleen in als de auto stilstaat en de motor stationair draait). Neutral (neutraalstand): om de motor te starten en de auto te parkeren, met gebruik van de handrem. Opmerking: Laat, als onder het rijden per ongeluk de selectiehendel in de stand N wordt gezet, het motortoerental terugvallen tot stationair voordat de stand D wordt geselecteerd om vervolgens weer gas te geven. Drive (rijstand): om automatisch te schakelen tijdens het rijden. Manual (sequentiële stand): om zelf te schakelen tijdens het rijden. Handmatig schakelen in de vier versnellingen: Duw de selectiehendel naar het symbool + om op te schakelen en trek de selectiehendel naar het symbool - om terug te schakelen. Opmerking: de programma's S (sport) en (sneeuw) kunnen niet worden ingeschakeld in de handbediende stand. Starten van de auto Om, na het starten, weg te rijden vanuit de stand P: trap altijd het rempedaal in om uit de stand P te kunnen schakelen, selecteer de stand R, D of M en laat langzaam het rempedaal los; de auto begint te rijden. Om weg te rijden vanuit de stand N: trap het rempedaal in en zet de handrem los, selecteer de stand R, D of M en laat langzaam het rempedaal los; de auto begint te rijden. Als de motor stationair draait, het rempedaal is losgelaten en de stand R, D of M is geselecteerd, zet de auto zich al in beweging, zelfs als het gaspedaal niet wordt ingedrukt. Laat daarom geen kinderen alleen in de auto achter als de motor draait. 86

11 12 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG VERWARMING/ AIRCONDITIONING Nr. Symbool Functie 1 Regeling luchtverdeling. 2 Bediening luchttoevoer Temperatuurregeling. 4 Achterruitverwarming en verwarming buitenspiegels. 5 Regeling luchtopbrengst Bediening airconditioning.

12 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG 13 AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING Nr. Symbool Functie Regeling luchtopbrengst. Regeling luchtverdeling. Bediening luchttoevoer. Bediening air conditioning. Achterruitverwarming en verwarming buitenspiegels. Systeem uit. 7 Temperatuurregeling Automatisch programma "comfort". Automatisch programma "zicht".

13 14 UW 307 IN EEN OOGOPSLAG AUTORADIO RB3 36 AUTORADIO RD3* * De RD3 is met een van de twee afgebeelde frontjes uitgevoerd. 38

14 18 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES De onderhoudscyclus van uw 307 bestaat uit de onderhoudscontroles type A (verversen van motorolie, vervangen van het oliefilter en een aantal controlewerkzaamheden) en type C (onderhoudscontrole type A + werkzaamheden die elke km moeten worden uitgevoerd). Zie de overzichten op de volgende bladzijden. Uw 307 is uitgerust met een onderhoudsintervalindicator die de afstand tot de volgende onderhoudscontrole type A afstemt op rijomstandigheden en het rijgedrag van de bestuurder : voor modellen met benzinemotor: elke km of elke 2 jaar, voor modellen met direct ingespoten dieselmotor: elke km of elke 2 jaar. De afstand tot de volgende onderhoudscontrole type A wordt berekend aan de hand van drie parameters: het aantal omwentelingen van de motor, de motorolietemperatuur, het gedurende een langere periode buiten gebruik zijn van de auto. De onderhoudsintervalindicator bepaalt aan de hand van deze drie elementen of de volgende onderhoudscontrole eerder of later moet plaatsvinden. Naar gelang de gebruiksomstandigheden kunnen één of meerdere onderhoudscontroles type A tussen twee onderhoudscontroles type C worden uitgevoerd. Afhankelijk van de kilometerstand kan uw dealer voorstellen een onderhoudscontrole type C uit te voeren, zodat u de werkplaats minder vaak hoeft te bezoeken.

15 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES 19 Door de lange intervallen tussen de onderhoudscontroles is het noodzakelijk het motoroliepeil regelmatig te controleren: het is normaal dat er tussen twee verversingen motorolie bijgevuld moet worden. Daarom nodigt PEUGEOT u uit voor een tussentijdse controle tussen twee onderhoudscontroles. De afstand tot deze controle wordt niet door de onderhoudsintervalindicator aangegeven. De tussentijdse controle dient tussen twee onderhoudscontroles te worden uitgevoerd. Een PEUGEOT-monteur voert een korte controle uit. Bovendien worden vloeistoffen indien nodig bijgevuld (olie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof tot 2 liter). Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken: controleer daarom het motoroliepeil ten minste elke km. Deze lange onderhoudsintervallen zijn mogelijk geworden door de doorontwikkeling van onze auto's en van de smeermiddelen: DAAROM IS HET VERPLICHT UITSLUITEND OLIËN TE GEBRUIKEN DIE VOLDOEN AAN DE NORMEN VAN DE CONSTUCTEUR (zie bladzijden "Smeermiddelen").

16 20 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES ONDERHOUDSINTERVALINDI- CATOR De onderhoudsintervalindicator bevindt zich samen met de kilometerteller en de dagteller in het instrumentenpaneel. Hij bepaalt de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt aan de hand van het gebruik van de auto. Werking Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de onderhoudssleutel branden. De kilometerteller geeft de resterende kilometers (afgerond) tot de eerstvolgende onderhoudscontrole aan. Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt km. Als het contact wordt aangezet geeft het display gedurende enkele seconden het volgende aan: enkele seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan. De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan km. Enkele seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden. Elke keer als het contact wordt aangezet, gaat de onderhoudssleutel gedurende enkele seconden knipperen en geeft de teller het aantal kilometers aan dat er teveel gereden is. Opmerking: Bij draaiende motor blijft de onderhoudssleutel knipperen totdat de onderhoudscontrole is uitgevoerd.

17 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES 21 Op 0 zetten Uw PEUGEOT-servicepunt zet de onderhoudsintervalindicator na elke onderhoudsbeurt weer op 0. Als u zelf de onderhoudscontrole van uw auto heeft uitgevoerd, kan de onderhoudsintervalindicator op de volgende wijze op 0 gezet worden: zet het contact af, druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt, zet het contact aan. de kilometerteller begint terug te tellen. Laat de knop los als de onderhoudsintervalindicator 0 aangeeft; de onderhoudssleutel verdwijnt. ONDERHOUD VAN SLIJTAGE-ONDERDELEN en controle van verbruikte artikelen Bepaalde belangrijke onderdelen van uw auto vragen specifieke onderhoudscontroles. - De remvloeistof dient elke km of elke 2 jaar vervangen te worden. - Het pollenfilter dient bij elk bezoek aan het PEUGEOT-servicepunt (onderhoudscontroles en tussentijdse controles) of, afhankelijk van de omgeving (stof, vervuiling, enz.), vaker gecontroleerd te worden. - Voor de 2 liter HDI Turbo diesel motor (110 pk) moet het PEUGEOTservicepunt elke km het roetfilter onderhouden en het additiefreservoir bijvullen. - De airbags en de pyrotechnische gordelspanners dienen elke 10 jaar vervangen te worden. - De bandenspanning moet minstens eens per maand bij koude banden gecontroleerd worden. Belangrijk: Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal vijf minuten. Het resetten van de onderhoudsintervalindicator zal anders niet worden opgeslagen.

18 22 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES DE VERSCHILLENDE TYPEN ONDERHOUDSCONTROLES Elke auto heeft zijn eigen onderhoudsinterval, die door de constructeur is vastgesteld op basis van de technische eigenschappen. Deze bestaat uit 2 verschillende onderhoudscontroles (A en C), tussentijdse controles en enkele aanvullende werkzaamheden; deze zijn speciaal op uw 307, de kilometerstand en de leeftijd ervan afgestemd. Uw dealer geeft bij de garantiecontrole en daarna bij elke onderhoudscontrole het type en de werkzaamheden van de volgende onderhoudscontrole aan. ONDERHOUDSINTERVAL VAN UW 307 BENZINE Onderhoudscontrole elke 2 jaar of max. elke km KILOMETERSTAND Garantiecontrole bij km of na 6 maanden* Deze is noodzakelijk om aanspraak op de garantie te kunnen maken + vervangen distributieriem Controleren van vloeistofniveau automatische transmissie elke km. Vervangen van remvloeistof elke 2 jaar of elke km. Voor deze onderhoudsinterval dient olie op synthetische basis gebruikt te worden. Het gebruik van synthetische olie of brandstofbesparende olie is ook toegestaan. Bijzondere gebruiksomstandigheden (zie het desbetreffende hoofdstuk) - Vervangen van luchtfilter elke km. - Vervangen van de distributieriem elke km. * Wat het eerst bereikt is. Tussentijdse controle tussen twee onderhoudscontroles.

19 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES 23 Onderhoudscontrole elke 2 jaar of elke km ONDERHOUDSINTERVAL VAN UW 307 DIESEL KILOMETERSTAND Garantiecontrole bij km of na 6 maanden*. Deze is noodzakelijk om aanspraak op de garantie te kunnen maken. + onderhoud roetfilter voor de 2.0 HDi 110 pk-motor ( km) onderhoud roetfilter voor de 2.0 HDi 110 pk-motor ( km) Vervangen van de distributieriem elke km (2.0 L HDi 90 pk/110 pk) en elke km (1.4 L HDi 70 pk) Vervangen van remvloeistof elke 2 jaar of elke km. Voor deze onderhoudsinterval dient olie op synthetische basis gebruikt te worden. Brandstofbesparende olie of synthetische olie mogen ook worden gebruikt. Bijzondere gebruiksomstandigheden (zie het desbetreffende hoofdstuk) - Vervangen van luchtfilter elke km. - Vervangen van distributieriem elke km. * Wat het eerst bereikt is. Tussentijdse controle tussen twee onderhoudscontroles.

20 24 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES BIJZONDERE GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN Overwegend huis-aan-huisbestellingen. Alleen stadsverkeer (b.v. taxi). Korte ritten bij lage temperatuur. Langdurig gebruik onder de volgende omstandigheden: - in streken met temperaturen regelmatig hoger dan +30 C, - in streken met temperaturen regelmatig lager dan -15 C, - in stoffige gebieden, - in landen waar de smeermiddelen of brandstoffen niet overeenkomen met onze aanbevelingen.

21 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES 25 DE PEUGEOT ONDERHOUDSCONTROLES TYPE A EN C EN DE TUSSENTIJDSE CONTROLES Werkzaamheden Omschrijving van de werkzaamheden Garantiecontrole Type A C Tussentijdse controle - Motorolie verversen. VERVERSEN - Brandstoffilter aftappen (alleen diesel). - Oliefilter. - Brandstoffilter (alleen benzine). VERVANGEN - Brandstoffilterelement (alleen diesel). - Luchtfilterelement - Bougies (alleen benzine). - Motorolie (controleren + bijvullen). - Olie handgeschakelde versnellingsbak (controleren + bijvullen). - Niveau elektrolyt in accu (controleren + bijvullen) indien niet onderhoudsvrij. NIVEAU - Ruitensproeiervloeistof (controleren + bijvullen). - Koelvloeistof (controleren + bijvullen). - Remvloeistof (controleren + bijvullen). - Stuurbekrachtigingsvloeistof (controleren + bijvullen, volgens uitvoering). - Werking verlichting en signalering. - Staat van ruiten, koplampreflectoren, lampglazen en spiegels. - Claxon. - Ruitensproeiers. - Staat van ruitenwisserbladen. - Staat en spanning van aandrijfriemen. - Werking van handrem. - Afdichting en staat van hydraulische circuits (slangen en carters). CONTROLE - Staat van rubber stofhoezen. - Remblokken. - Staat en speling van wiellagers, spoorstangen, kogels, silent blocs. - Afdichting van schokdempers. - Slijtage van remvoeringen achter. - Staat en spanning van banden (incl. reservewiel). - Emissieregeling, volgens wettelijke voorschriften (alleen benzine). - Rookgastest (alleen diesel). - Pollenfilter (volgens uitvoering). - Visuele controle van de gehele auto door een Peugeot-monteur. SERVICE - Huurauto (indien overeengekomen). PROEFRIT : Alle rijomstandigheden : Bijzondere rijomstandigheden

22 26 COMMERCIELE BENAMINGEN VAN DE GOEDGEKEURDE EN AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN VOOR MOTOREN IN EUROPA(1) B E N Z I N E D I E S E L D I E S E L B E N Z I N E (1) Minimale kwaliteitseis: Benzinemotoren: ACEAA3 en API SH/SJ; Dieselmotoren: ACEA B3 en API CF/CD - ACEA = Association des Constructeurs Européens Automobiles - API = American Petroleum Institute. Bij gebruik van een oliesoort die niet aan de norm ACEAA3-B3 voldoet, is het noodzakelijk het onderhoudsschema "Bijzondere omstandigheden" met kortere intervallen aan te houden. *Deze brandstofbesparende olie mag alleen worden gebruikt in motoren die hiervoor geschikt zijn.

23 DE PEUGEOT-ONDERHOUDSCONTROLES 27 VOORGESCHREVEN EN GOEDGEKEURDE SMEERMIDDELEN De olie in de tabel voldoet voor de meeste gebruiksomstandigheden. Het schema geeft een overzicht van de meest geschikte viscositeit bij een bepaalde temperatuur. Het is ook mogelijk om synthetische "superkwaliteit" motorolie te gebruiken. Indien het gebruik van semi-synthetische of synthetische oliën niet mogelijk is, mogen oliën van de kwaliteit API SH/SJ (voor benzinemotoren) of CD/CF (voor dieselmotoren) gebruikt worden, waarbij dan wel het onderhoudsschema voor "Bijzondere gebruiksomstandigheden" met kortere intervallen dient te worden aangehouden. Aarzel niet om een PEUGEOT-servicepunt advies te vragen om het rijcomfort van uw auto te behouden en de onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden. Neem contact op met de lokale vertegenwoordiger van Automobiles PEUGEOT in landen buiten Europa. VERPLICHT VERPLICHT Handgeschakelde ESSO GEAR OIL BV TOTAL TRANSMISSION BV versnellingsbak 75W80 Ond.nr W80 VERPLICHT Automatische ATF 4HP20-AL4 transmissie AL4 Ond.nr Andere goedgekeurde producten Stuurbekrachtiging DA-VLOEISTOF Ond.nr A1 Remvloeistof PEUGEOT DOT4 Koelvloeistof PROCOR TM108/GLYSANTIN G33 of REVKOGEL 2000 VERPLICHT Vorstbescherming -35 C

24 28 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN INSTRUMENTENPANEEL BENZINE/DIESEL 1 - Toerenteller. 2 - Verklikkerlampje veiligheidsgordels. 3 - Verklikkerlampje zelfdiagnose motor. 4 - Verklikkerlampje handrem en te laag remvloeistofniveau. 5 - Richtingaanwijzer links. 6 - Koelvloeistoftemperatuurmeter. 7 - Verklikkerlampje laden van de accu. 8 - Verklikkerlampje verplicht stoppen (STOP). 9 - Verklikkerlampje motoroliedruk Verklikkerlampje brandstofreserve Richtingaanwijzer rechts Brandstofmeter Verklikkerlampje antiblokkeersysteem (ABS) Verklikkerlampje airbags Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagierszijde Snelheidsmeter Onderhoudsintervalindicator, Meter motorolieniveau en kilometerteller Nulstelling dagteller Verklikkerlampje mistachterlicht Verklikkerlampje Elektronisch Stabiliteits Programma en Anti Spin Regeling (ESP/ASR)* Verklikkerlampje mistlampen vóór* Verklikkerlampje voorgloeien dieselmotor Verklikkerlampje grootlicht Verklikkerlampje te laag koelvloeistofniveau* Verklikkerlampje dimlicht Verklikkerlampje water in brandstof (diesel)* Dimmer dashboardverlichting. * Volgens uitvoering.

25 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN 29 INSTRUMENTENPANEEL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE 1 - Toerenteller. 2 - Verklikkerlampje veiligheidsgordels. 3 - Verklikkerlampje zelfdiagnose motor. 4 - Verklikkerlampje handrem en te laag remvloeistofniveau. 5 - Richtingaanwijzer links. 6 - Koelvloeistoftemperatuurmeter. 7 - Verklikkerlampje laden van de accu. 8 - Verklikkerlampje verplicht stoppen (STOP). 9 - Verklikkerlampje motoroliedruk Verklikkerlampje brandstofreserve Richtingaanwijzer rechts Brandstofmeter Verklikkerlampje antiblokkeersysteem (ABS) Verklikkerlampje airbags Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagierszijde Snelheidsmeter Onderhoudsintervalindicator, meter motorolieniveau en kilometerteller Nulstelling dagteller Verklikkerlampje mistachterlicht Verklikkerlampje Elektronisch Stabiliteits Programma en Anti Spin Regeling (ESP/ASR)* Verklikkerlampje mistlampen vóór* Verklikkerlampje grootlicht Verklikkerlampje te laag koelvloeistofniveau* Verklikkerlampje dimlicht Dimmer dashboardverlichting Verklikkerlampje programma Sport Verklikkerlampje programma Sneeuw Schakelstandindicatie. * Volgens uitvoering.

26 30 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN Een verklikkerlampje dat constant blijft branden of bij een draaiende motor knippert, geeft aan dat er een defect is opgetreden. Het branden van sommige lampjes gaat vergezeld van een geluidssignaal en een bericht op het multifunctionele display. Negeer een dergelijke waarschuwing niet, maar raadpleeg zo snel mogelijk uw PEUGEOT-servicepunt. Stop onmiddellijk indien tijdens het rijden het verklikkerlampje verplicht stoppen (STOP) gaat branden, maar zorg ervoor dat u uw auto op een zo veilig mogelijke plaats tot stilstand brengt. Verklikkerlampje verplicht stoppen STOP Gekoppeld aan de verklikkerlampjes "te lage motoroliedruk", "temperatuur motorolie"*, "te laag koelvloeistofniveau", "te laag remvloeistofniveau" en "storing in systeem elektronische remdrukregelaar", de koelvloeistoftemperatuurmeter en het pictogram portier/motorkap/kofferdeksel geopend op het multifuncionele display. Gaat elke keer dat het contact wordt aangezet branden. Als het lampje bij een draaiende motor knippert, stop dan onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje te lage motoroliedruk Gekoppeld aan het verklikkerlampje verplicht stoppen STOP. Als het lampje bij een draaiende motor brandtt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Te lage oliedruk" of " Motorolie bijvullen" op het multifunctionele display, stop dan onmiddellijk. Vul indien nodig olie bij. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje te laag koelvloeistofniveau* Gekoppeld aan het verklikkerlampje verplicht stoppen STOP. Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet gedurende ongeveer 3 seconden branden. Als het lampje brandt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Koelvloeistof bijvullen" op het multifunctionele display, stop dan onmiddellijk. Let op: wacht tot de motor is afgekoeld alvorens koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. Draai, om verwondingen te voorkomen, de vuldop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen. Verwijder vervolgens de vuldop en vul koelvloeistof bij. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. VERKLIKKERLAMPJE HANDREM EN TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU Gekoppeld aan het verklikkerlampje verplicht stoppen STOP. Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet branden. Als het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, wijst dit op hetzij: - "Handrem aangetrokken", in het geval van een (iets) aangetrokken handrem, - "Niveau remvloeistof te laag", in het geval van een te laag remvloeistofniveau in het reservoir (als het lampje ook brandt als de handrem niet gebruikt wordt), - "Storing remsysteem", in het geval van een storing in de elektronische remdrukregelaar als het tegelijk met het verklikkerlampje ABS brandt. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. * Volgens uitvoering.

27 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN 31 Verklikkerlampje laden van de accu Gaat elke keer dat het contact wordt aangezet branden. Als het lampje bij een draaiende motor brandt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing laden accu" op het multifunctionele display, kan dit wijzen op: - een storing in het laadcircuit, - loszittende aansluitingen van de accu of de startmotor, - een gebroken of te slappe dynamoriem, - een defecte dynamo. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje antiblokkeersysteem (ABS) Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet gedurende 3 seconden branden. Als het lampje bij een snelheid van meer dan 12 km/h blijft branden of gaat branden, wijst dit op een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking met rembekrachtiging blijft toch behouden. Als het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing ABS" op het multifunctionele display, raadpleeg dan een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje storing Elektronisch Stabiliteits Programma/Anti Slip Regeling (ESP/ASR)* Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet gedurende 3 seconden branden. Als het lampje bij draaiende motor blijft branden of gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "ESP/ASR buiten gebruik" op het multifunctionele display, raadpleeg dan een PEUGEOT-servicepunt. Het verklikkerlampje gaat knipperen als het systeem in werking wordt gesteld en blijft branden als het systeem wordt uitgeschakeld. Verklikkerlampje zelfdiagnose motor Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet branden. Het verklikkerlampje vervuild roetfilter is gekoppeld aan het verklikkerlampje zelfdiagnose motor. Er verschijnt een melding op het multifunctionele display als dit lampje tijdens het draaien van de motor brandt in combinatie met een geluidssignaal: - De melding "Storing emissieregeling" duidt op een storing in de emissieregeling. - De melding "Niveau brandstofadditief laag" of "Kans op vervuiling roetfilter", duidt op een storing in het roetfilter. Als het lampje bij draaiende motor knippert in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Defect in katalysator" op het multifunctionele display, duidt dit op een storing in het injectie- of het ontstekingssysteem. De katalysator kan hierdoor beschadigd raken (alleen auto's met benzinemotor). Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje voorgloeien dieselmotor Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet branden. Wacht met het starten van de motor tot het lampje uit gaat. Verklikkerlampje water in brandstoffilter* (dieselmotor; afhankelijk van land van bestemming) Als dit lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Water in brandstoffilter" op het multifunctionele display, raadpleeg dan zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Er bestaat kans op schade aan het inspuitsysteem. * Volgens uitvoering.

28 32 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagierszijde* Het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding op het multifunctionele display "Airbag aan passagierszijde uitgeschakeld". Als de airbag aan passagierszijde uitgeschakeld is, gaat het verklikkerlampje branden als het contact wordt aangezet, waarna het blijft branden. Raadpleeg in alle gevallen dat het lampje knippert uw PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje airbags Het lampje gaat bij het aanzetten van het contact branden en gaat na enkele seconden uit. Als het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding "Storing airbag" op het multifunctionele display, wijst dit op hetzij: - Een storing in de airbags van de bestuurder en de voorpassagier, of - Een storing in de zijairbags of de window-airbags. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje veiligheidsgordels Dit lampje gaat branden als de motor draait en de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt. Verklikkerlampje brandstofreserve Gaat elke keer dat het contact wordt aangezet 3 seconden branden. Als het lampje bij een draaiende motor gaat branden, klinkt een geluidssignaal en verschijnt de melding "Brandstofniveau laag" op het multifunctionele display. Zodra dit lampje gaat branden, kunt u nog ongeveer 50 km met de resterende hoeveelheid brandstof rijden (tankinhoud: ca. 60 liter). Als het lampje knippert, geeft dit een storing aan in de brandstofmeter. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt. * Volgens uitvoering. Koelvloeistoftemperatuurmeter Wijzer in zone A: de temperatuur is in orde. Wijzer in zone B: de temperatuur is te hoog. Het verklikkerlampje verplicht stoppen STOP gaat knipperen in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Temperatuur koelvloeistof hoog" op het multifunctionele display. Stop onmiddellijk. Let op: Wacht tot de motor is afgekoeld om indien nodig koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. Draai, om verwondingen te voorkomen, de vuldop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen. Verwijder vervolgens de vuldop en vul koelvloeistof bij. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.

29 32 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagierszijde* Het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding op het multifunctionele display "Airbag aan passagierszijde uitgeschakeld". Als de airbag aan passagierszijde uitgeschakeld is, gaat het verklikkerlampje branden als het contact wordt aangezet, waarna het blijft branden. Raadpleeg in alle gevallen dat het lampje knippert uw PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje airbags Het lampje gaat bij het aanzetten van het contact branden en gaat na enkele seconden uit. Als het lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding "Storing airbag" op het multifunctionele display, wijst dit op hetzij: - Een storing in de airbags van de bestuurder en de voorpassagier, of - Een storing in de zijairbags of de window-airbags. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje veiligheidsgordels Dit lampje gaat branden als de motor draait en de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt. Verklikkerlampje brandstofreserve Gaat elke keer dat het contact wordt aangezet 3 seconden branden. Als het lampje bij een draaiende motor gaat branden, klinkt een geluidssignaal en verschijnt de melding "Brandstofniveau laag" op het multifunctionele display. Zodra dit lampje gaat branden, kunt u nog ongeveer 50 km met de resterende hoeveelheid brandstof rijden (tankinhoud: ca. 60 liter). Als het lampje knippert, geeft dit een storing aan in de brandstofmeter. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt. * Volgens uitvoering. Koelvloeistoftemperatuurmeter Wijzer in zone A: de temperatuur is in orde. Wijzer in zone B: de temperatuur is te hoog. Het verklikkerlampje verplicht stoppen STOP gaat knipperen in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Temperatuur koelvloeistof hoog" op het multifunctionele display. Stop onmiddellijk. Let op: Wacht tot de motor is afgekoeld om indien nodig koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. Draai, om verwondingen te voorkomen, de vuldop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen. Verwijder vervolgens de vuldop en vul koelvloeistof bij. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.

30 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN 33 Display stand selectiehendel automatische transmissie Park (Parkeerstand) Reverse (Achteruit) Verklikkerlampjes automatische transmissie Verklikkerlampje "SPORT" Dit lampje gaat branden als het schakelprogramma "SPORT" van de automatische transmissie wordt ingeschakeld. Neutral (Neutraalstand) Verklikkerlampje "SNEEUW" Dit lampje gaat branden als het schakelprogramma "SNEEUW" van de automatische transmissie wordt ingeschakeld. Drive (Rijstand) Handbediening: 1e versnelling ingeschakeld 2e versnelling ingeschakeld 3e versnelling ingeschakeld 4e versnelling ingeschakeld

31 34 CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN Display op het instrumentenpaneel Dit heeft na het aanzetten van het contact, 3 verschillende functies: - onderhoudsintervalindicator (zie het desbetreffende hoofdstuk), - motorolieniveaumeter, - kilometerteller (totale kilometerstand en dagteller). Opmerking: de totale kilometerstand en de dagteller worden gedurende dertig seconden na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto weergegeven. Motorolieniveaumeter Bij het aanzetten van het contact, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden weergegeven en vervolgens gedurende ongeveer 10 seconden het motorolieniveau. Dimmer dashboardverlichting Druk, tijdens het branden van de verlichting, op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting en de lichtsterkte van het multifunctionele display te veranderen. Als de verlichting de zwakste (of felste) stand heeft bereikt, laat dan de knop los en druk deze vervolgens opnieuw in om de verlichting weer feller (of zwakker) te maken. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt. Maximum Controleer het olieniveau met de peilstok. Te veel olie kan leiden tot motorschade. Als inderdaad blijkt dat het oliepeil te hoog is, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met een PEUGEOTservicepunt. Minimum Controleer het olieniveau met de peilstok en vul zonodig olie bij. De aanwijzing is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 10 minuten niet heeft gedraaid. Nulstelling dagteller Druk, terwijl het contact aan is, de knop in. Defecte motorolieniveaumeter Als het (vierkante) symbool knippert, geeft dit een defect aan de motorolieniveaumeter aan. Er bestaat grote kans op ernstige motorschade. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.

32 UW 307 IN DETAIL 35 MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY Monochroom display B Dit kan de volgende informatie weergeven: - de tijd, - de datum, - de buitentemperatuur (het symbool C knippert bij kans op gladheid), - informatie van de autoradio, - controle op geopende portieren.(portier, achterklep of motorkap), - waarschuwingen (bijv.: "acculading niet in orde") of berichten (bijv.: "airbag passagier uitgeschakeld") die tijdelijk worden weergegeven, kunnen worden gewist door op de knop 1 of 2 te drukken, - de boordcomputer*. Instellen van parameters Druk de knop 1 in en houd deze gedurende 2 seconden ingedrukt. Vervolgens kunnen door het indrukken van de knop 1 de verschillende parameters geselecteerd worden: - de taal, - de snelheidseenheden (km of mijl), - de temperatuureenheden (graden Celsius of Fahrenheit), - de tijdsaanduiding (in 12 of 24 uur), - de uren, - de minuten, - het jaar, - de maand, - de dag. Door het indrukken van de knop 2 kan de geselecteerde parameter worden gewijzigd. Houd de knop ingedrukt om de gegevens in een hoger tempo in te stellen. Als de knoppen gedurende 10 seconden niet wordt ingedrukt, geeft het display het vorige scherm weer en zijn de wijzigingen opgeslagen. * Volgens uitvoering.

33 36 UW 307 IN DETAIL DE AUTORADIO RB3 Hendel 1-Indrukken (achterzijde) Volume verhogen. 2 - Indrukken (achterzijde) Volume verlagen. Functie Gelijktijdig indrukken Geluid onderbreken (mute); geluid keert terug door indrukken van een willekeurige toets. 3 - Indrukken Automatisch zoeken naar zenders in oplopende frequentie (radio) - Volgende nummer selecteren (CD). 4 - Indrukken Automatisch zoeken naar zenders in aflopende frequentie (radio) - Vorige nummer selecteren (CD). 5 - Op het uiteinde drukken Wijzigen van de geluidsbron (radio/cassette/cd-wisselaar). 6 - Draaien (rechtsom) Selecteren van volgende opgeslagen zender (radio) - Selecteren van volgende CD. 7 - Draaien (linksom) Selecteren van vorige opgeslagen zender (radio) - Selecteren van vorige CD.

34 UW 307 IN DETAIL 37 Toets Functie A RDS RDS-functie AAN/UIT. Langer dan 2 seconden indrukken: aan-/uitzetten van de regionale functie. B TA Voorrang voor verkeersinformatie AAN/UIT. C D Lang indrukken: snel terugspoelen van cassette. Lang indrukken: snel vooruitspoelen van cassette. C+D j k Kort indrukken: omkeren afspeelrichting van de cassette. jj kk Lang indrukken: uitwerpen van de cassette. E Bassen/hoge tonen hoger instellen. F Bassen/hoge tonen lager instellen. G Instelling van bassen, hoge tonen, loudness, balans en automatische volumeregeling. H SRC Selecteren van radiofunctie: radio, cassette of CD-wisselaar. Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afspelen CD. I kk Handmatig en automatisch zoeken van zenders in oplopende frequentie. Volgende nummer van CD selecteren en selecteren volgende PTY (radio). J jj Handmatig en automatisch zoeken van zenders in aflopende frequentie. Vorige nummer van CD selecteren en selecteren vorige PTY (radio). K MAN Handmatige/automatische functie van de toetsen I en J voor de radio. L BND Selectie van het golfbereik FM1, FM2, FMast, AM. AST Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van voorkeuzezenders (autostore). M AAN/UIT-schakelaar radio. N Verlagen van volume. O + Verhogen van volume. 1 t/m Selectie van een opgeslagen zender. Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van een zender. 1 t/m Selecteren van CD in CD-wisselaar.

35 40 UW 307 IN DETAIL ALGEMENE FUNCTIES Aan / uit Druk, als het contact AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op de knop M om de radio aan of uit te schakelen. De radio kan gedurende 30 minuten werken zonder dat het contact aanstaat. Diefstalbeveiliging De radio is zodanig gecodeerd dat deze alleen in uw auto functioneert. Het heeft geen enkele zin de radio in een andere auto te monteren. De diefstalbeveiliging is volledig automatisch en behoeft daarom niet te worden ingeschakeld of ingesteld. REGELING VAN HET VOLUME Druk herhaaldelijk op de toets O om het volume te verhogen en op de toets N om het te verlagen. Druk lang op de toets O of N om het volume sneller te verhogen resp. te verlagen. AUDIO-INSTELLINGEN Druk herhaaldelijk op de toets G om achtereenvolgens de bassen (BASS), de hoge tonen (TREB), de loudness-functie (LOUD), de fader (FAD), de balans (BAL) en de automatische aanpassing van het volume te kiezen. Deze functie wordt automatisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden of door de toets G na het bereiken van de functie voor de automatische aanpassing van het volume nogmaals in te drukken. Opmerking: De instellingen voor de bassen en hoge tonen zijn gekoppeld aan de op dat moment ingeschakelde geluidsbron. Zo kan de toonhoogte voor de radio, cassette (RB3), CD (RD3) of CD-wisselaar verschillend worden ingesteld.

36 UW 307 IN DETAIL 41 Bassen Druk, als er "BASS" op het display wordt weergegeven, op de toets E of F om de bassen in te stellen. - "BASS _9" minimum instelling bassen, - "BASS 0" normale stand, - "BASS +9" maximum instelling bassen. Toonregeling Druk, als er "TREB" op het display wordt weergegeven, op de toets E of F om de hoge tonen in te stellen. - "TREB _9" minimum instelling hoge tonen, - "TREB 0" normale stand, - "TREB +9" maximum instelling hoge tonen. Loudness-functie Met deze functie kunnen de bassen en hoge tonen versterkt worden. Druk op de toetsen E of F om de functie in- of uit te schakelen. Faderregeling Druk, als er "FAD" op het display wordt weergegeven, op de toets E of F. Met de toets E wordt het volume vóór versterkt. Met de toets F wordt het volume achter versterkt. Balansregeling Druk, als er "BAL" op het display wordt weergegeven, op de toets E of F. Met de toets E wordt het volume rechts versterkt. Met de toets F wordt het volume links versterkt. Automatische volumeregeling Met deze functie wordt het volume automatisch aangepast aan het geluidsniveau ten gevolge van de snelheid van de auto. Druk op de toets E of F om de functie in- of uit te schakelen.

37 42 UW 307 IN DETAIL RADIOFUNCTIE Opmerkingen over de radio-ontvangst De ontvangst van uw autoradio wijkt af van de ontvangst van uw radio thuis. De ontvangst van langegolf, middengolf en FMzenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, de reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebouwen, enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van de radiofunctie Autoradio RB3: druk herhaaldelijk op de toets "SRC". Autoradio RD3: druk op de toets P. Selecteren van het golfbereik Autoradio RB3: druk kort op de toets "BND/AST" om de golflengte FM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Autoradio RD3: druk kort op de toets P om de golflengte FM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Automatisch afstemmen Druk kort op één van de toetsen I of J om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. De radio stopt bij de eerste zender die na het loslaten van de toets wordt gevonden. Als de functie TA is ingeschakeld, wordt alleen afgestemd op zenders die verkeersinformatie uitzenden. Eerst worden de sterkste zenders afgezocht in de stand "LO". Daarna wordt in de stand "DX" ook naar zwakkere zenders gezocht. Druk twee keer kort op de toets I of J om direct in de stand "DX" op de zwakkere zenders af te kunnen stemmen.

38 UW 307 IN DETAIL 43 Handmatig afstemmen Druk op de toets "MAN". Druk kort op de toets I of J om respectievelijk de volgende of volgende zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten. Als de toets "MAN" opnieuw wordt ingedrukt, wordt teruggekeerd naar het automatisch afstemmen op een zender. Handmatig opslaan van zenders Kies het gewenste station. Houd één van de voorkeuzetoetsen "1" t/m "6" langer dan twee seconden ingedrukt. Het geluid valt weg en keert weer terug: de desbetreffende zender is nu opgeslagen. Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore) Autoradio RB3: houd de toets "BND/AST" meer dan twee seconden ingedrukt. Autoradio RD3: houd de toets P meer dan twee seconden ingedrukt. De autoradio slaat automatisch de 6 FM-zenders op. Deze zenders worden op de Fmast-band opgeslagen. Als er minder dan 6 zenders worden gevonden, blijven de resterende geheugens ongewijzigd. Oproepen van opgeslagen zenders Telkens als een van de toetsen "1" t/m "6" wordt ingedrukt, wordt de desbetreffende zender weergegeven.

39 44 UW 307 IN DETAIL RDS Gebruik van RDS-functie (Radio Data Systeem) op FM De RDS-functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht de verschillende frequenties die voor deze zender gebruikt worden in de diverse regio's. Druk kort op de toets "RDS" om de functie in of uit te schakelen. Op het multifunctionele display verschijnt: - "RDS" als deze functie is ingeschakeld, - "(RDS)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is. Volgen van RDS-zenders Op het display wordt de naam van de zender aangegeven. Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt. Verkeersinformatie Druk op de toets "TA" om deze functie in of uit te schakelen. Op het display verschijnt: - "TA" als deze functie is ingeschakeld, - "(TA)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is. Als deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, cassette, CD of CD-wisselaar) onderbroken om voorrang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie. Druk op de toets "TA" om de verkeersinformatie te onderbreken; de functie is dan uitgeschakeld. N.B.: Het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kunt dit instellen met de volumeknop. De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij volgende berichten. Regionale functie (REG) Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd. Houd hiervoor de toets "RDS" langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen.

40 46 UW 307 IN DETAIL CASSETTESPELER: AUTORADIO RB3 Selecteren van de cassettespeler Zodra een cassette in de cassettespeler wordt gestoken, zal automatisch worden begonnen met afspelen van deze cassette. Als er al een cassette in de speler zit, druk dan herhaaldelijk op de toets "SRC" totdat de cassettespeler is geselecteerd. Opmerking: Controleer voor het insteken van een cassette of de magneetband goed is gespannen. Uitwerpen van de cassette Druk de 2 toetsen C en D geheel in om de cassette uit de cassettespeler te werpen. Afspeelrichting De cassettespeler speelt beide zijden van de band na elkaar af door aan het eind van de band de afspeelrichting automatisch om te keren. Druk de toetsen C en D half in om handmatig de afspeelrichting van de cassette om te keren. Snel vooruit en terugspoelen Druk één van de toetsen C of D geheel in om de cassette snel vooruit of terug te spoelen. Na het spoelen tot het eind zal het apparaat de zijde die daar begint afspelen. Aanwijzingen voor het gebruik van de cassettespeler - Gebruik alleen cassettes van goede kwaliteit. - Gebruik geen cassettes met een langere speelduur dan 90 minuten. - Leg de cassettes niet op een warme plaats en/of in de zon. - Zorg ervoor dat het bandje is gespannen voordat de cassette in de speler wordt geplaatst. - Reinig de koppen regelmatig met een reinigingsbandje met vloeistof.

41 48 UW 307 IN DETAIL CD-WISSELAAR* Selecteren van CD-wisselaar Autoradio RB3: druk herhaaldelijk op de toets "SRC". Autoradio RD3: druk op de toets R. Selecteren van een CD Druk op één van de voorkeuzetoetsen "1" t/m "5" van de CD-wisselaar of de autoradio om de gewenste CD te selecteren. Selecteren van een nummer van een CD Versneld afspelen Druk op de toets I om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets J om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Houd één van de toetsen I of J geheel ingedrukt om de CD versneld vooruit of achteruit te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. Random-functie (RDM) Houd, op het moment dat de CD-wisselaar is geselecteerd: - autoradio RB3: de toets "SRC" langer dan twee seconden ingedrukt; - autoradio RD3: de toets R langer dan twee seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk opnieuw de toets in om weer op normaal spelen over te schakelen. * Volgens uitvoering.

42 38 UW 307 IN DETAIL DE AUTORADIO RD3 Hendel 1 - Indrukken (achterzijde) Volume verhogen. Functie 2 - Indrukken (achterzijde) Volume verlagen Gelijktijdig indrukken Geluid onderbreken (mute); geluid keert terug door indrukken van een willekeurige toets. 3 - Indrukken Automatisch zoeken naar zenders in oplopende frequentie (radio) - Volgende nummer selecteren (CD). 4 - Indrukken Automatisch zoeken naar zenders in aflopende frequentie (radio) - Vorige nummer selecteren (CD). 5 - Op het uiteinde drukken Wijzigen van de geluidsbron (radio/cd/cd-wisselaar). 6 - Draaien (rechtsom) Selecteren van volgende opgeslagen zender (radio) - Selecteren van volgende CD. 7 - Draaien (linksom) Selecteren van vorige opgeslagen zender (radio) - Selecteren van vorige CD.

43 UW 307 IN DETAIL 39 Toets Functie A RDS RDS-functie AAN/UIT. Langer dan 2 seconden indrukken: aan-/uitzetten van de regionale functie. B TA Voorrang voor verkeersinformatie AAN/UIT. Langer dan 2 seconden indrukken: aan-/uitzetten van de PTY-functie. E Bassen/hoge tonen hoger instellen. F Bassen/hoge tonen lager instellen. G Selecteren van bassen, hoge tonen, loudness, balans en fader. I kk Handmatig en automatisch zoeken van zenders in oplopende frequentie. Volgende nummer van CD selecteren en selecteren volgende PTY (radio). J jj Handmatig en automatisch zoeken van zenders in aflopende frequentie. Vorige nummer van CD selecteren en selecteren vorige PTY (radio). K MAN Handmatige/automatische functie van de toetsen I en J voor de radio. M AAN/UIT-schakelaar radio. N Verlagen van volume. O + Verhogen van volume. P Radio Selecteren van de radiofunctie. Selecteren van het golfbereik FM1, FM2, FMAST, AM. Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van voorkeuzezenders (autostore). Q CD Selecteren van de CD. Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afspelen. R CH.CD Selecteren van de CD-wisselaar. Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afspelen. S i Uitwerpen van de CD. 1 t/m Selectie van een opgeslagen zender. Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van een zender. 1 t/m Selecteren van CD in CD-wisselaar.

44 42 UW 307 IN DETAIL RADIOFUNCTIE Opmerkingen over de radio-ontvangst De ontvangst van uw autoradio wijkt af van de ontvangst van uw radio thuis. De ontvangst van langegolf, middengolf en FMzenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, de reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebouwen, enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van de radiofunctie Autoradio RB3: druk herhaaldelijk op de toets "SRC". Autoradio RD3: druk op de toets P. Selecteren van het golfbereik Autoradio RB3: druk kort op de toets "BND/AST" om de golflengte FM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Autoradio RD3: druk kort op de toets P om de golflengte FM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Automatisch afstemmen Druk kort op één van de toetsen I of J om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. De radio stopt bij de eerste zender die na het loslaten van de toets wordt gevonden. Als de functie TA is ingeschakeld, wordt alleen afgestemd op zenders die verkeersinformatie uitzenden. Eerst worden de sterkste zenders afgezocht in de stand "LO". Daarna wordt in de stand "DX" ook naar zwakkere zenders gezocht. Druk twee keer kort op de toets I of J om direct in de stand "DX" op de zwakkere zenders af te kunnen stemmen.

45 UW 307 IN DETAIL 43 Handmatig afstemmen Druk op de toets "MAN". Druk kort op de toets I of J om respectievelijk de volgende of volgende zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten. Als de toets "MAN" opnieuw wordt ingedrukt, wordt teruggekeerd naar het automatisch afstemmen op een zender. Handmatig opslaan van zenders Kies het gewenste station. Houd één van de voorkeuzetoetsen "1" t/m "6" langer dan twee seconden ingedrukt. Het geluid valt weg en keert weer terug: de desbetreffende zender is nu opgeslagen. Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore) Autoradio RB3: houd de toets "BND/AST" meer dan twee seconden ingedrukt. Autoradio RD3: houd de toets P meer dan twee seconden ingedrukt. De autoradio slaat automatisch de 6 FM-zenders op. Deze zenders worden op de Fmast-band opgeslagen. Als er minder dan 6 zenders worden gevonden, blijven de resterende geheugens ongewijzigd. Oproepen van opgeslagen zenders Telkens als een van de toetsen "1" t/m "6" wordt ingedrukt, wordt de desbetreffende zender weergegeven.

46 44 UW 307 IN DETAIL RDS Gebruik van RDS-functie (Radio Data Systeem) op FM De RDS-functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht de verschillende frequenties die voor deze zender gebruikt worden in de diverse regio's. Druk kort op de toets "RDS" om de functie in of uit te schakelen. Op het multifunctionele display verschijnt: - "RDS" als deze functie is ingeschakeld, - "(RDS)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is. Volgen van RDS-zenders Op het display wordt de naam van de zender aangegeven. Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt. Verkeersinformatie Druk op de toets "TA" om deze functie in of uit te schakelen. Op het display verschijnt: - "TA" als deze functie is ingeschakeld, - "(TA)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is. Als deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, cassette, CD of CD-wisselaar) onderbroken om voorrang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie. Druk op de toets "TA" om de verkeersinformatie te onderbreken; de functie is dan uitgeschakeld. N.B.: Het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kunt dit instellen met de volumeknop. De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij volgende berichten. Regionale functie (REG) Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd. Houd hiervoor de toets "RDS" langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen.

47 UW 307 IN DETAIL 45 PTY-functie: autoradio RD3 Met behulp van deze functie kunnen zenders met een specifieke programmering (info, cultuur, sport, pop...) beluisterd worden. Houd, als FM is geselecteerd, de toets "TA" langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen. Zoeken van een PTY-programmering: - schakel de PTY-functie in, - druk kort op één van de toetsen I of J om een overzicht met de verschillende programmatypes weer te geven. - als er een programma naar wens wordt weergegeven, houd dan één van de toetsen I of J langer dan twee seconden ingedrukt om automatisch af te stemmen (na het afstemmen wordt de PTY-functie weer uitgeschakeld). In de stand PTY kunnen de verschillende programmatypes worden opgeslagen. Houd daarvoor de voorkeuzetoetsen "1" t/m "6" langer dan twee seconden ingedrukt. Een bepaalde programmering kan nu worden opgeroepen door de desbetreffende toets kort in te drukken. EON: autoradio RD3 Dit systeem maakt koppelingen tussen zenders in hetzelfde gebied. Bij dit systeem is het mogelijk om automatisch naar andere zenders binnen het gebied over te schakelen die verkeersinformatie of een PTY-programmering uitzenden. De EON-functie werkt alleen als de functie TA of PTY is ingeschakeld.

48 UW 307 IN DETAIL 47 CD-SPELER: AUTORADIO RD3 Selecteren van CD-speler Zodra een CD in de CD-speler wordt gestoken met het etiket naar boven gericht, zal de CD-speler de CD automatisch afspelen. Als er al een CD in het apparaat zit, druk dan op de toets Q. Uitwerpen van een CD Druk op de toets S om de CD uit de CD-speler te werpen. Selecteren van een nummer van de CD Versneld afspelen Druk op de toets I om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets J om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Houd één van de toetsen I of J lang ingedrukt om de CD versneld vooruit of achteruit af te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. Random-functie (RDM) Houd, op het moment dat de CD-speler als geluidsbron is gekozen, de toets Q langer dan 2 seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk de toets Q opnieuw langer dan 2 seconden in om weer op normaal spelen over te schakelen. De random-functie wordt gedeactiveerd als de radio wordt uitgezet.

49 UW 307 IN DETAIL 49 CD-WISSELAAR* Deze is in het middenpaneel van het dashboard onder de autoradio aangebracht en kan maximaal 5 CD's bevatten. Steek de CD's met de bedrukte zijde naar boven in het magazijn. Druk lang op één van de toetsen "1" t/m "5" om de desbetreffende CD uit te werpen. * Volgens uitvoering.

50 50 UW 307 IN DETAIL

51 UW 307 IN DETAIL 51 VENTILATIE 1. Uitstroomopeningen voorruitontwaseming. 2. Uitstroomopeningen zijruitontwaseming. 3. Zijventilatieroosters. 4. Middelste ventilatieroosters. 5. Uitstroomopening voor beenruimte voor. 6. Uitstroomopening voor beenruimte achter. Gebruiksadviezen Zet de luchttoevoer ver genoeg open voor een optimale verversing van de lucht in het interieur. In de stand "OFF" komt er geen buitenlucht meer in het interieur. Opmerking: gebruik de stand "OFF" alleen indien nodig (kans op beslaan van de ruiten). Let er voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur op dat de luchtinlaatroosters, de uitstroomopeningen in de auto, de luchtkanalen onder de voorstoelen en de ventilatieopeningen in de bagageruimte vrij blijven. Zorg ervoor dat het pollenfilter in een goede staat verkeert.

52 52 UW 307 IN DETAIL VERWARMING/VENTILATIE 1. Temperatuurregeling Naar behoefte in te stellen. 2. Luchtverdeling Luchtstroom naar voorruit en zijruiten (ontwasemenontdooien). Ga voor het snel ontwasemen van de voorruit en de zijruiten als volgt te werk: Schuif de knop van de luchttoevoerregeling 4 in de stand "Toevoer van buitenlucht" (als de knop 4 wordt losgelaten, dooft het verklikkerlampje), stel de temperatuur en de luchtopbrengst in op maximaal, sluit de middelste ventilatieroosters.

53 UW 307 IN DETAIL 53 Luchtstroom naar voorruit, portierruiten en beenruimte. Luchtstroom naar de beenruimte. Luchtstroom naar interieur (linker, rechter en middelste ventilatieroosters). 3. Regeling luchtopbrengst Draai de knop in één van de vier standen om de gewenste luchtopbrengst te verkrijgen. 4. Luchttoevoer Druk de knop 4 in om de recirculatie van de lucht in het interieur in te schakelen. De recirculatiestand wordt aangegeven door een verklikkerlampje en dient om de toevoer van buitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten. Zet de knop 4, zodra de omstandigheden dit toelaten, weer in de stand toevoer buitenlucht om het beslaan van de ruiten en vermindering van de luchtkwaliteit te voorkomen. Op dat moment zal het verklikkerlampje doven. 5. Achterruitverwarming Druk de schakelaar bij draaiende motor in om de achterruitverwarming en de verwarming van de buitenspiegels* in te schakelen. De achterruitverwarming gaat na ongeveer 12 minuten automatisch uit. Druk nogmaals op de schakelaar om de achterruitverwarming opnieuw gedurende 12 minuten in te schakelen. Druk de schakelaar nogmaals in om de achterruitverwarming eerder uit te schakelen. * Volgens uitvoering.

54 54 UW 307 IN DETAIL AIRCONDITIONING* 1. Airconditioning De airconditioning kan tijdens alle seizoenen gebruikt worden. Het systeem stelt u in staat de temperatuur in het interieur s zomers te verlagen en zorgt in de winter bij temperaturen boven 0 C voor een snelle ontwaseming van beslagen ruiten. Druk de schakelaar in, het verklikkerlampje gaat branden. De airconditioning werkt niet als de knop voor de regeling van de luchtopbrengst op "OFF" staat. Opmerking: Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water onder de auto vormt, dit is een normaal verschijnsel. 2. Temperatuurregeling Naar behoefte in te stellen.

55 UW 307 IN DETAIL Luchtverdeling Luchtstroom naar voorruit en zijruiten (ontwasemen - ontdooien). Ga voor het snel ontwasemen van de voorruit en de zijruiten als volgt te werk: stel de temperatuur en de luchtopbrengst in op maximaal, sluit de middelste ventilatieroosters, schuif de knop van de luchttoevoerregeling 5 in de stand "Toevoer van buitenlucht" (zodra knop 5 wordt losgelaten, gaat het verklikkerlampje branden), schakel de airconditioning in door op de toets A/C te drukken. Luchtstroom naar voorruit, portierruiten en beenruimte. Luchtstroom naar de beenruimte. Luchtstroom naar interieur (linker, rechter en middelste ventilatieroosters). 4. Regeling luchtopbrengst Draai de knop in één van de vier standen om de gewenste luchtopbrengst te verkrijgen. 5. Toevoer van buitenlucht De luchtrecirculatie wordt ingeschakeld door op de knop 5 te drukken. Deze stand dient om de toevoer van buitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten. Als deze stand gebruikt wordt terwijl de airco is ingeschakeld, wordt de capaciteit van de airco vergroot. Als deze stand bij vochtig weer wordt gebruikt, bestaat het risico dat de ruiten beslaan. Zet de knop 5, zodra de omstandigheden dit toelaten, weer in de stand toevoer buitenlucht, om het beslaan van de ruiten te voorkomen. Hierbij dooft het verklikkerlampje. Belangrijke voorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om het systeem in perfecte staat te houden. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en laat het systeem dan door uw PEUGEOT-servicepunt controleren. 6. Achterruitverwarming Druk de schakelaar bij draaiende motor in om de achterruitverwarming en de verwarming van de buitenspiegels* in te schakelen. De achterruitverwarming gaat na ca. 12 minuten automatisch uit. Druk nogmaals op de schakelaar om de achterruitverwarming opnieuw gedurende 12 minuten in te schakelen. Druk de schakelaar nogmaals in om de achterruitverwarming eerder uit te schakelen. Opmerking: de airconditioning veroorzaakt condensvorming, waardoor er na het uitschakelen van de airconditioning een plasje water onder de auto kan ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel. * Volgens uitvoering.

56 56 UW 307 IN DETAIL AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING* Automatische werking 1. Temperatuurregeling De gekozen temperatuur wordt weergegeven. Druk op de pijltjestoetsen om de instelling te wijzigen. Instelling op ongeveer 21 biedt een optimaal comfort. 2. Automatisch programma "comfort" Druk op de toets "AUTO". Het systeem regelt de luchtgesteldheid in het interieur automatisch aan de hand van de ingestelde temperatuur. Hiervoor regelt het systeem de temperatuur, de luchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters en schakelt het indien nodig de airconditioning in. 3. Automatisch programma "zicht" In sommige gevallen kan het programma "comfort" niet toereikend blijken om de ruiten condens- en ijsvrij te houden (vocht, veel inzittenden, vorst...). Kies dan het programma "zicht" om de ruiten snel te ontwasemen.

57 UW 307 IN DETAIL 57 Handmatig verstellen Al naar gelang uw wensen kunt u de automatische bediening van het systeem handmatig aanpassen. De overige functies worden automatisch geregeld. Bij het indrukken van de toets "AUTO" zal het systeem weer volledig automatisch functioneren. 4. Airconditioning Bij het indrukken van deze toets wordt de airconditioning uitgeschakeld. De aanduiding "ECO" verschijnt op de display. Druk de toets nogmaals in om de automatische werking van de airconditioning te hervatten. De aanduiding "A/C" verschijnt op de display. Opmerking Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water onder de auto vormt, dit is een normaal verschijnsel. 5. Luchtverdeling Druk deze toets herhaalde malen in om de luchtstroom te verdelen naar: de voorruit (ontwasemen of ontdooien), de voorruit en de beenruimte, de beenruimte, de linker, rechter en middelste ventilatieroosters en de beenruimte, de linker, rechter en middelste ventilatieroosters. 6. Luchtopbrengst De luchtopbrengst kan vergroot of verkleind worden door respectievelijk de toetsen + of - in te drukken. 7. Toevoer van buitenlucht Bij het indrukken van deze toets wordt de lucht in het interieur gerecirculeerd. Deze stand, aangegeven op de display, dient om de toevoer van buitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten. Gebruik de luchtrecirculatie alleen als dit echt nodig is. Druk de toets nogmaals in om de automatische toevoer van buitenlucht te hervatten. 8. Uit Bij het indrukken van de toets "OFF" wordt het systeem volledig uitgeschakeld. 9. Achterruitverwarming Druk op deze toets om de achterruitverwarming en de verwarming van de buitenspiegels* in te schakelen. De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld. Druk de toets nogmaals in om de achterruitverwarming eerder uit te schakelen. Opmerking: De airconditioning veroorzaakt condensvorming, waardoor er na het uitschakelen van de airconditioning een plasje water onder de auto kan ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel. * Volgens uitvoering.

58 58 UW 307 IN DETAIL VOORSTOELEN 1. Verstelling in lengterichting. Til de beugel op en schuif de stoel in de gewenste stand. 2. Toegang tot de achterbank (3-deurs) Trek aan de handgreep om de rugleuning naar voren te klappen en schuif de stoel vooruit. Als de stoel wordt teruggeduwd, komt deze automatisch weer in de oorspronkelijke stand terug. Let op: Zorg ervoor dat het terugkeren in de oorspronkelijke stand niet wordt verhinderd; deze stand is noodzakelijk om de stoel te vergrendelen in de lengterichting. 3. Rugleuningverstelling Duw de handgreep naar achteren. 4. Hoogteverstelling bestuurders- en passagiersstoel*: Trek de hendel omhoog of duw deze omlaag tot de gewenste stand bereikt is. * Volgens uitvoering.

59 UW 307 IN DETAIL Schakelaars stoelverwarming vóór* Druk de schakelaar in. De temperatuur wordt automatisch geregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming weer uit te schakelen. Opmerking: De geselecteerde stand van de stoelverwarming blijft nadat het contact is afgezet nog twee minuten in het geheugen. 6. Armsteunen vóór* Deze zijn neerklapbaar en uitneembaar. Druk, om de armsteun te verwijderen, op de knop tussen de armsteun en de rand van de zitting en trek de armsteun omhoog. 7. Hoogte- en hoekverstelling hoofdsteun vóór Trek de hoofdsteun naar voren en schuif deze gelijktijdig naar wens omhoog of omlaag. De hoek van de hoofdsteun kan ook versteld worden*. De juiste stand van de hoofdsteun is als de bovenzijde van de hoofdsteun zich ter hoogte van de bovenzijde van het hoofd bevindt. Zet, om de hoofdsteun te verwijderen, deze in de hoogste stand, druk de lip met behulp van een muntstuk omhoog en trek de hoofdsteun gelijktijdig naar voren en omhoog.steek om de hoofdsteun terug te zetten de pennen in de openingen van de rugleuning tot de hoofdsteun op zijn plaats blijft. Actieve rugleuning (voorstoelen) De rugleuning is voorzien van een systeem dat de zogenaamde whiplash voorkomt. In het geval van een aanrijding zorgt de kracht van het lichaam op de rugleuning ervoor dat de hoofdsteun naar voren en omhoog komt, waardoor wordt voorkomen dat het hoofd een sterke achterwaartse beweging maakt. 8. Opbergladen* Onder beide voorstoelen heeft u de beschikking over een opberglade. Til de opberglade iets op en trek hem naar voren om de lade te openen. Trek om de opberglade te verwijderen de lade geheel open, til de lade op en trek hem vervolgens geheel naar buiten. Plaats geen zware voorwerpen in de opbergladen. * Volgens uitvoering. HOOFDSTEUNEN ACHTER Zet de hoofdsteunen omhoog om hem te gebruiken en omlaag als de desbetreffende zitplaats niet gebruikt wordt. Naar beneden: Druk de blokkeerpal op de geleider in. De hoofdsteunen kunnen worden verwijderd. Verwijderen: Trek de hoofdsteun omhoog tot aan de aanslag en druk de blokkeerpal in. Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwijderd; de hoofdsteunen moeten zijn geplaatst en correct zijn afgesteld.

60 UW 307 IN DETAIL Schakelaars stoelverwarming vóór* Druk de schakelaar in. De temperatuur wordt automatisch geregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming weer uit te schakelen. Opmerking: De geselecteerde stand van de stoelverwarming blijft nadat het contact is afgezet nog twee minuten in het geheugen. 6. Armsteunen vóór* Deze zijn neerklapbaar en uitneembaar. Druk, om de armsteun te verwijderen, op de knop tussen de armsteun en de rand van de zitting en trek de armsteun omhoog. 7. Hoogte- en hoekverstelling hoofdsteun vóór Trek de hoofdsteun naar voren en schuif deze gelijktijdig naar wens omhoog of omlaag. De hoek van de hoofdsteun kan ook versteld worden*. De juiste stand van de hoofdsteun is als de bovenzijde van de hoofdsteun zich ter hoogte van de bovenzijde van het hoofd bevindt. Zet, om de hoofdsteun te verwijderen, deze in de hoogste stand, druk de lip met behulp van een muntstuk omhoog en trek de hoofdsteun gelijktijdig naar voren en omhoog.steek om de hoofdsteun terug te zetten de pennen in de openingen van de rugleuning tot de hoofdsteun op zijn plaats blijft. Actieve rugleuning (voorstoelen) De rugleuning is voorzien van een systeem dat de zogenaamde whiplash voorkomt. In het geval van een aanrijding zorgt de kracht van het lichaam op de rugleuning ervoor dat de hoofdsteun naar voren en omhoog komt, waardoor wordt voorkomen dat het hoofd een sterke achterwaartse beweging maakt. 8. Opbergladen* Onder beide voorstoelen heeft u de beschikking over een opberglade. Til de opberglade iets op en trek hem naar voren om de lade te openen. Trek om de opberglade te verwijderen de lade geheel open, til de lade op en trek hem vervolgens geheel naar buiten. Plaats geen zware voorwerpen in de opbergladen. * Volgens uitvoering. HOOFDSTEUNEN ACHTER Zet de hoofdsteunen omhoog om hem te gebruiken en omlaag als de desbetreffende zitplaats niet gebruikt wordt. Naar beneden: Druk de blokkeerpal op de geleider in. De hoofdsteunen kunnen worden verwijderd. Verwijderen: Trek de hoofdsteun omhoog tot aan de aanslag en druk de blokkeerpal in. Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwijderd; de hoofdsteunen moeten zijn geplaatst en correct zijn afgesteld.

61 60 UW 307 IN DETAIL ACHTERBANK Kantel om het linker deel (2/3) of het rechter deel (1/3) van de achterbank neer te klappen altijd eerst de zitting omhoog alvorens de rugleuning neer te klappen (om beschadiging te voorkomen) : schuif indien nodig de voorstoel(en) naar voren, til de zitting 1 aan de voorzijde op, klap de zitting 1 tegen de rugleuning van de voorstoel(en), controleer of de veiligheidsgordel langs de kant van de rugleuning loopt, trek aan de knop 2 om de rugleuning 3 los te maken, zet de hoofdsteunen in de laagste stand, klap de rugleuning 3 neer. Terugplaatsen: klap de rugleuning omhoog en vergrendel deze (het rode vlak van knop 2 mag niet meer zichtbaar zijn), klap de zitting neer. Let op dat de gordels niet worden vastgeklemd. Armleuning achter* Klap de armleuning neer om toegang te verkrijgen tot de opbergruimte in de rugleuning. Open het deksel. In de middenarmsteun bevindt zich een opbergvak, twee bekerhouders en twee pennenhouders. * Volgens uitvoering.

62 UW 307 IN DETAIL 61 Isofix-bevestigingen De Isofix-bevestigingen zijn beschikbaar voor de twee buitenste achterzitplaatsen en bij montage achteraf voor de passagiersstoel vóór*. Deze maken het mogelijk een speciaal Isofix-kinderzitje, dat door de UTAC is goedgekeurd voor auto's van het merk PEUGEOT en dat verkrijgbaar is bij de PEUGEOT-servicepunten, te plaatsen. De sloten van het kinderzitje worden verankerd aan de speciale Isofix bevestigingspunten en zorgen zo voor een veilige, degelijke en snelle montage van het zitje. Voorin moet voor kinderen van 3 tot 11 kg het kinderzitje tegen de rijrichting in worden geplaatst met de stoel geheel naar voren geschoven, zodat de rugleuning van het kinderzitje tegen of zo dicht mogelijk tegen het dashboard aan is geplaatst. Deze stand zorgt ervoor dat het kinderzitje bij een aanrijding zo min mogelijk wordt verplaatst. Eventueel kan het kinderzitje in de rijrichting worden geplaatst als er al andere kinderen op de achterbank zitten of als de achterbank niet gebruikt kan worden (achterbank verwijderd of neergeklapt. Bevestig het kinderzitje met de Isofix-bevestigingen, de gordelbeschermer en de veiligheidsgordel en zet de passagiersstoel in de middelste stand. Het is in beide gevallen verplicht de airbag aan passagierszijde uit te schakelen. Bij montage achterin moet de voorstoel in de middelste stand en de rugleuning rechtop worden gezet, of het kinderzitje nu tegen de rijrichting in of in de rijrichting is geplaatst. Als het kinderzitje met de rug tegen de rijrichting in wordt geplaatst moet dit worden bevestigd met de Isofix-bevestigingen, de gesp en de veiligheidsgordel. Een speciaal kinderzitje, dat is gehomologeerd door PEUGEOT, is het KIDDY Isofix kinderzitje. Dit kan met de rug in de rijrichting worden geplaatst bij kinderen van 3 tot 11 kg en met het gezicht in de rijrichting bij kinderen van 9 tot 18 kg. Dit kinderzitje kan ook worden bevestigd op zitplaatsen die niet zijn voorzien van Isofix-bevestigingen. Het is in dat geval verplicht de normale driepunts veiligheidsgordels te gebruiken. Volg bij het plaatsen van het kinderzitje de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. * In de loop van 2001.

63 62 UW 307 IN DETAIL KINDERZITJES Hoewel PEUGEOT bij het ontwerp van uw auto zeer veel aandacht heeft besteed aan veiligheidsvoorzieningen voor uw kinderen, is hun veiligheid natuurlijk ook afhankelijk van u zelf. Volg voor een optimale veiligheid de volgende adviezen op: - Kinderen jonger dan 10 jaar moeten in goedgekeurde*, aan het gewicht van het kind aangepaste kinderzitjes op met veiligheidsgordels uitgeruste plaatsen worden vervoerd. - Passagiersstoel voor*: Kinderen jonger dan 10 jaar mogen niet met het gezicht in de rijrichting op de voorstoel worden geplaatst, behalve als de achterbank al is bezet door andere kinderen of de achterbank niet kan worden gebruikt (achterbank verwijderd of neergeklapt). Zet in dat geval de passagiersstoel in de middelste stand. Het kinderzitje kan het beste met de rug in de rijrichting worden geplaatst. PEUGEOT beveelt de volgende systemen aan: Vanaf de geboorte tot 18 maanden (tot 13 kg) 1 "Römer Babysure": wordt zowel voorin als achterin met de rug in de rijrichting aangebracht en met een driepuntsgordel vastgemaakt. Voorin moet de passagiersstoel in de middelste stand worden gezet. Van 9 maanden tot 3 of 4 jaar (9 tot 18 kg) 2 "Römer Prince": wordt op de achterzitting met een driepuntsgordel vastgemaakt. Omwille van de veiligheid van uw kinderen: gebruik het zitje en de gordelbeschermer nooit los van elkaar. Van 3 tot 6 jaar (15 tot 25 kg) 3 "Römer Vario": wordt op de achterzitting met een twee- of driepuntsgordel vastgemaakt.

64 UW 307 IN DETAIL 63 Van 3 tot 10 jaar (15 tot 36 kg) 4 5 "Recaro Start": wordt op de achterzitting met een driepuntsgordel vastgemaakt. De hoogte, de breedte en de lengte moeten worden aangepast aan de grootte van het kind. "Klippan Optima": wordt op de achterzitting met een driepuntsgordel (neerklapbare rugleuning) bevestigd. Voor kinderen vanaf 6 jaar (ongeveer 22 kg) kan alleen de zitverhoging worden gebruikt. Laat nooit een kind of een dier in uw auto achter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de auto in de zon staat. Laat de sleutels nooit binnen bereik van de kinderen achter in de de auto. Gebruik de veiligheidsgordels of de gordels van het kinderzitje altijd, ook bij korte ritten. Let erop dat de driepuntsgordels of de banden van het kinderzitje goed vastgezet worden, zelfs bij een korte rit. Om te voorkomen dat de achterportieren per ongeluk worden geopend gebruikt u de kindersloten. Let erop dat de achterportierruiten nooit meer dan 1/3 geopend worden. Volg de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot een airbag aan passagierszijde op. Volg bij het plaatsen van het kinderzitje en het vastzetten van het kind de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. * Volgens de wettelijke bepalingen.

65 64 UW 307 IN DETAIL VEILIGHEIDSGORDELS Hoogteverstelling van de veiligheidsgordels vóór Druk de knop 1 in om het bovenste bevestigingspunt omlaag te schuiven, Schuif de knop 1 omhoog om het bovenste bevestigingspunt omhoog te schuiven. Veiligheidsgordels omdoen Trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting. Veiligheidsgordels vóór met pyrotechnische gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers Dankzij de toepassing van veiligheidsgordels met gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers is de veiligheid van de voorste inzittenden bij frontale aanrijdingen nog verder verbeterd. De gordelspanners dienen om, afhankelijk van de kracht van de aanrijding, de veiligheidsgordels stevig tegen de lichamen van de inzittenden te trekken. De veiligheidsgordels met gordelspanners werken alleen als het contact is aangezet. De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht waarmee de gordel tegen het lichaam van de inzittende getrokken wordt. Veiligheidsgordels achter De zitplaatsen achter zijn voorzien van drie driepuntsgordels met oprolautomaat. De gordels van de buitenste zitplaatsen zijn voorzien van een gordelkrachtbegrenzer. De gordel heeft het meeste effect als deze strak om het lichaam gedragen wordt. De gordelspanners kunnen, afhankelijk van de aard en de kracht van de aanrijding, vóór en onafhankelijk van de airbags afgaan. Het verklikkerlampje van de airbag op het instrumentenpaneel gaat in ieder geval branden. Laat het systeem na een aanrijding controleren door een PEUGEOT-servicepunt. Het systeem is ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat het daarna vervangen.

66 UW 307 IN DETAIL 65 SLEUTELS Met behulp van de sleutel kunnen de voorportieren, de tankdop en het dashboardkastje vergrendeld of ontgrendeld worden, kan de passagiersairbag worden uitgeschakeld en wordt het contactslot bediend. Centrale vergrendeling Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen de portieren en de achterklep gelijktijdig vergrendeld of ontgrendeld worden, kan de supervergrendeling worden bediend en kunnen de buitenspiegels worden ingeklapt*. Als één van de portieren of de achterklep geopend is, werkt de centrale vergrendeling niet. Dit wordt aangegeven door een geluidssignaal als wordt geprobeerd te vergrendelen met de afstandsbediening. Met de afstandsbediening kunnen dezelfde functies worden uitgevoerd. Afstandsbediening Vergrendelen Druk op de knop A om de auto te vergrendelen. Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers. Opmerking: Door lang op de knop A te drukken, worden niet alleen de portieren en de achterklep vergrendeld, maar worden ook automatisch de ruiten* en het schuifdak* gesloten. Auto's met supervergrendeling* Let op: De supervergrendeling blokkeert het van binnenuit en van buitenaf openen van de portieren. Door één keer op de knop A te drukken wordt de supervergrendeling ingeschakeld. Dit wordt bevestigd door het gedurende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers. Opmerking: Door lang op de knop A te drukken wordt niet alleen de supervergrendeling ingeschakeld, maar worden ook automatisch de ruiten* en het schuifdak* gesloten. Door binnen vijf seconden na het inschakelen van de supervergrendeling nogmaals op de toets A te drukken wordt de normale vergrendeling weer ingeschakeld. Dit wordt bevestigd door het gedurende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers in combinatie met een kort geluidssignaal via de claxon. Ontgrendelen Druk op de knop B om de auto te ontgrendelen. Dit wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking: Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder dat binnen 30 seconden een van de portieren wordt geopend, wordt de auto automatisch weer vergrendeld. Druk de knop van de afstandsbediening niet buiten het bereik van de auto in. Hierdoor kan het systeem buiten werking raken. In dat geval moet de afstandsbediening opnieuw geprogrammeerd worden. Lokaliseren van de auto Om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats: druk op de knop A, de plafonniers gaan branden en de knipperlichten knipperen gedurende enkele seconden. * Volgens uitvoering.

67 66 UW 307 IN DETAIL Elektronische startblokkering Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo het starten van de motor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code beschikt. Bij het aanzetten van het contact moet de code van de sleutel worden herkend door de startblokkering, waarna de motor gestart kan worden. Bij een storing in het systeem zal, als het contact wordt aangezet (2e stand van de sleutel), het verklikkerlampje van de centrale vergrendelingsschakelaar op het middelste gedeelte van het dashboard snel gaan knipperen in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing elektronische startblokkering" op het multifunctionele display. LET OP: uw auto is dan niet meer beveiligd. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Codekaart Op deze kaart staat de identificatiecode die uw PEUGEOT-servicepunt nodig heeft bij werkzaamheden aan de startblokkering. De code is afgedekt, verwijder de film alleen als dit strikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veilige plaats buiten de auto. Waarschuwingssignaal sleutel in contact Als het bestuurdersportier wordt Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in het contact steekt, klinkt er een geluidssignaal. Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaal de melding "Batterij afstandsbediening leeg" op het multifunctionele display. Neem dan de schroef los en wip het huis met een muntstuk bij het oog los om bij de batterij te komen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het vervangen van de batterij niet werkt, moet deze opnieuw geprogrammeerd worden. Herprogrammeren van de afstandsbediening Zet het contact uit. Zet het contact weer aan. Druk meteen op de knop A. Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. De afstandsbediening werkt nu weer.

68 UW 307 IN DETAIL 67 Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de sleutel. Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen. De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden. De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het herprogrammeren. Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto, de afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet opnieuw worden geprogrammeerd. Let bij het aanschaffen van een tweedehands auto erop dat: - u in het bezit bent van de codekaart; - uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart. Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.

69 66 UW 307 IN DETAIL Elektronische startblokkering Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo het starten van de motor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code beschikt. Bij het aanzetten van het contact moet de code van de sleutel worden herkend door de startblokkering, waarna de motor gestart kan worden. Bij een storing in het systeem zal, als het contact wordt aangezet (2e stand van de sleutel), het verklikkerlampje van de centrale vergrendelingsschakelaar op het middelste gedeelte van het dashboard snel gaan knipperen in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing elektronische startblokkering" op het multifunctionele display. LET OP: uw auto is dan niet meer beveiligd. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Codekaart Op deze kaart staat de identificatiecode die uw PEUGEOT-servicepunt nodig heeft bij werkzaamheden aan de startblokkering. De code is afgedekt, verwijder de film alleen als dit strikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veilige plaats buiten de auto. Waarschuwingssignaal sleutel in contact Als het bestuurdersportier wordt Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in het contact steekt, klinkt er een geluidssignaal. Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaal de melding "Batterij afstandsbediening leeg" op het multifunctionele display. Neem dan de schroef los en wip het huis met een muntstuk bij het oog los om bij de batterij te komen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het vervangen van de batterij niet werkt, moet deze opnieuw geprogrammeerd worden. Herprogrammeren van de afstandsbediening Zet het contact uit. Zet het contact weer aan. Druk meteen op de knop A. Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. De afstandsbediening werkt nu weer.

70 UW 307 IN DETAIL 67 Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de sleutel. Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen. De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden. De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het herprogrammeren. Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto, de afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet opnieuw worden geprogrammeerd. Let bij het aanschaffen van een tweedehands auto erop dat: - u in het bezit bent van de codekaart; - uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart. Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.

71 68 UW 307 IN DETAIL ALARMSYSTEEM* Het alarmsysteem bestaat uit twee soorten beveiliging: de omtrekbeveiliging treedt in werking als een portier, de bagageruimte of de motorkap wordt geopend. de interieurbeveiliging treedt in werking als er beweging in het interieur wordt waargenomen (breken van een ruit, iets of iemand in het interieur). Inschakelen Zet het contact uit en verlaat de auto. Schakel binnen vijf minuten na het verlaten van de auto het alarmsysteem in door de auto te vergrendelen of de supervergrendeling in te schakelen met behulp van de afstandsbediening (het lampje van de knop A zal één keer per seconde knipperen). Opmerking: als u de auto wilt vergrendelen zonder het alarmsysteem in te schakelen, maak dan gebruik van de sleutel. Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werking en knipperen de richtingaanwijzers gedurende dertig seconden. Nadat het alarm is gestopt, wordt het opnieuw ingeschakeld. Let op: als het alarm tien keer achter elkaar is afgegaan, zal het bij de elfde keer worden uitgeschakeld. Opmerking: als het lampje van de knop A snel knippert, betekent dit dat het alarm tijdens uw afwezigheid is afgegaan. Uitschakelen Ontgrendel de auto met behulp van de afstandsbediening (het lampje van de knop A gaat uit). Opmerking: als het alarm tijdens uw afwezigheid is afgegaan, zal het lampje na het inschakelen van het contact niet meer knipperen. Alleen de omtrekbeveiliging inschakelen Schakel alleen de omtrekbeveiliging in als u tijdens uw afwezigheid een ruit een stukje open wilt laten of als er een huisdier in de auto achterblijft. Zet het contact af. Druk binnen tien seconden op de knop A totdat het lampje continu blijft branden. Verlaat de auto. Schakel het alarmsysteem in door de auto te vergrendelen of de supervergrendeling in te schakelen met behulp van de afstandsbediening (het lampje van de knop A zal één keer per seconde knipperen). Opmerking: als het alarmsysteem is ingeschakeld en de afstandsbediening niet meer werkt: ontgrendel de portieren met de sleutel en open het portier. Het alarm zal afgaan. zet binnen tien seconden het contact aan. Het alarm stopt. Storing Als, bij het aanzetten van het contact, het lampje van de knop A gedurende tien seconden gaat branden, duidt dit op een storing in de verbinding met de sirene. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt om het systeem te controleren. Automatisch inschakelen** Het alarmsysteem wordt twee minuten nadat het laatste portier of de achterklep is gesloten, automatisch ingeschakeld. Om het per ongeluk laten afgaan van het alarm bij het openen van een portier of de achterklep te voorkomen, moet vooraf op de ontgrendelknop op de afstandsbediening worden gedrukt. * Volgens uitvoering. ** Volgens land van bestemming.

72 UW 307 IN DETAIL 69 PORTIEREN Openen van buitenaf Openen van binnenuit Met de portiergreep van de voorportieren kunnen gelijktijdig ook de andere portieren en de achterklep worden ontgrendeld. Met de portiergreep van de achterportieren wordt daarentegen alleen het desbetreffende portier ontgrendeld. Opmerking: De portieren kunnen niet met de portiergrepen worden geopend op het moment dat de supervergrendeling is ingeschakeld. Vergrendelen/ontgrendelen van binnenuit Druk op de knop A. Met deze knop kunnen de portieren en de achterklep worden vergrendeld en ontgrendeld. Opmerking: Op het moment dat de supervergrendeling is ingeschakeld, kunnen de portieren niet worden ontgrendeld met knop A. Gebruik dan de afstandsbediening om te ontgrendelen. Waarschuwingsmelding "portier open" Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een portier niet goed is gesloten, zal het verklikkerlampje verplicht stoppen "STOP" gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en zal een bijbehorende afbeelding worden weergegeven op het multifunctionele display. Kindersloten Beide achterportieren zijn voorzien van een kinderslot om het openen van binnenuit te verhinderen. Draai de knop een kwart omwenteling met de contactsleutel.

73 70 UW 307 IN DETAIL BAGAGERUIMTE Achterklep gelijktijdig met de portieren ver- of ontgrendelen De achterklep wordt vergrendeld of ontgrendeld met de afstandsbediening of het portierslot aan bestuurderszijde. Trek om de achterklep te openen aan de handgreep A en trek de achterklep open. Opmerking: De achterklep wordt automatisch vergrendeld zodra sneller wordt gereden dan 10 km/h en wordt weer ontgrendeld zodra een portier wordt geopend of als de rijsnelheid wordt verlaagd tot minder dan 10 km/h. Waarschuwingsmelding "achterklep open" Als bij draaiende motor of tijdens het rijden de achterklep niet goed gesloten is, wordt u gewaarschuwd door het knipperen van het verklikkerlampje verplicht stoppen "STOP" in combinatie met een geluidssignaal en het desbetreffende pictogram op het multifunctionele display. Noodbediening Hiermee kan bij een eventuele storing in de centrale vergrendeling, de achterklep ontgrendeld worden. - Klap de achterbank naar voren om bij het slot in de bagageruimte te komen, - Steek een kleine schroevendraaier in de opening A van het slot om de achterklep te ontgrendelen. SCHUIF-/ KANTELDAK* - Kantelen: draai de knop naar rechts (drie standen mogelijk). - Sluiten: zet de knop in de stand "O". - Openen: draai de knop naar links (zes standen mogelijk). - Sluiten: zet de knop in de stand "O". - Beveiliging tegen beknellen: Als het dak bij het sluiten tegen een obstakel stuit, stopt het dak automatisch en gaat weer open. Druk lang op de knop om nadat de beveiliging tegen beknellen in werking is getreden de stand van de knop te synchroniseren met de stand van het dak. Opmerking: het zonnescherm wordt handmatig bediend. * Volgens uitvoering.

74 UW 307 IN DETAIL 71 MOTORKAP OPENEN Binnenzijde: Druk op de knop links onder het dashboard. Buitenzijde: Druk de veiligheidshaak omhoog en til de motorkap op. Motorkapsteun Bevestig de motorkapsteun om de motorkap geopend te houden. Plaats de motorkapsteun in de houder alvorens de motorkap te sluiten. Sluiten Laat de motorkap voorzichtig zakken en laat deze aan het einde van de slag in het slot vallen. Controleer of de motorkap goed vergrendeld is. Waarschuwingsmelding "motorkap open"* Als bij draaiende motor of tijdens het rijden de motorkap niet goed is gesloten, zal het verklikkerlampje verplicht stoppen "STOP" gaan branden in combinatie met een geluidssignaal en zal een bijbehorende afbeelding worden weergegeven op het multifunctionele display. BRANDSTOF TANKEN Te laag brandstofniveau Als het brandstofniveau te laag is, gaat dit verklikkerlampje branden. U kunt nog ongeveer 50 km met de resterende hoeveelheid brandstof rijden. Als het verklikkerlampje knippert, geeft dit aan dat de brandstofmeter niet werkt. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Het tanken dient met afgezette motor te geschieden. Open de brandstofvulklep. Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom. Trek de tankdop uit de vulopening en bevestig deze aan de haak aan de binnenzijde van de vulklep. Op een label aan de binnenzijde van de vulklep staat de voorgeschreven soort brandstof aangegeven. Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit meer dan 3 keer automatisch uitspringen. Indien dit wel gebeurt, kunnen er storingen optreden. De inhoud van de brandstoftank bedraagt ca. 60 liter. Vergrendel na het tanken de vuldop en sluit de vulklep. * Volgens uitvoering

75 72 UW 307 IN DETAIL LICHTSCHAKELAAR Verlichting vóór en achter Draai ring A om de verlichting in te schakelen. Lichten uit Parkeerlichten Dim-/grootlicht Automatisch inschakelen van de verlichting* Overschakelen van dim- naar grootlicht Trek de hendel, voorbij het zware punt, naar u toe. Let op: als het contact is afgezet en het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt een geluidssignaal om aan te geven dat de verlichting nog brandt. Mistlampen vóór*/mistachterlicht De mistlampen en het mistachterlicht worden ingeschakeld door de ring naar voren te draaien en uitgeschakeld door de ring naar achteren te draaien. Het branden van de mistlampen wordt aangegeven door een verklikkerlampje op het instrumentenpaneel. Auto's met mistachterlicht (ring B) Mistachterlicht Het mistachterlicht werkt in combinatie met dimlicht en grootlicht. Auto's met mistlampen vóór en mistachterlicht (ring C)* Mistlampen vóór (draai de ring 1 stand naar voren). De mistlampen vóór branden in combinatie met parkeerlicht en dimlicht. Mistlampen vóór en mistachterlicht (draai de ring 2 standen naar voren). Deze branden in combinatie met parkeer-, dim- en grootlicht. N.B.: Draai de ring twee standen naar achteren om achtereenvolgens het mistachterlicht en de mistlampen vóór te doven. Bij helder of regenachtig weer, zowel overdag als 's nachts, is het mistachterlicht verblindend voor medeweggebruikers en daarom niet toegestaan. Vergeet niet de mistlampen uit te zetten zodra het niet meer nodig is. Richtingaanwijzers * Volgens uitvoering. Links: omlaag duwen. Rechts: omhoog duwen.

76 UW 307 IN DETAIL 73 Automatisch inschakelen van de verlichting* Het parkeerlicht en het dimlicht worden automatisch ingeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is en als de ruitenwissers in werking zijn. De verlichting wordt uitgeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving weer voldoende is of het wissen is gestopt. Opmerking: Bij mist kan de lichtsensor voldoende licht waarnemen en zullen de lichten niet automatisch worden ingeschakeld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie: zet het contact in de stand accessoires (1e stand van de sleutel) of AAN, houd het uiteinde van de lichtschakelaar 2 seconden ingedrukt. Opmerking: Als het buiten donker is, blijft de verlichting nadat het contact is afgezet nog ongeveer 45 seconden branden. Controle van werking Inschakelen Bij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en verschijnt de melding "Automatische verlichting aan" op het multifunctionele display. Uitschakelen Als de functie wordt uitgeschakeld klinkt een geluidssignaal. Opmerking: de functie wordt tijdelijk uitgeschakeld als de bestuurder de verlichting handmatig inschakelt. Bij een storing in de lichtsensor wordt de functie ingeschakeld (de verlichting gaat aan) De bestuurder wordt gewaarschuwd door een geluidssignaal en de melding "Defect in automatische verlichting" op het multifunctionele display. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt om het systeem te laten controleren. Let op dat de lichtsensor, in het midden van het dashboard, niet wordt afgedekt. Deze sensor regelt de automatische verlichting. * Volgens uitvoering

77 74 UW 307 IN DETAIL RUITENWISSERSCHAKELAAR Ruitenwissers vóór 2 Hoge snelheid (hevige neerslag. 1 Normale snelheid (matige neerslag) AUTO Automatisch wissen* 0 Uit Eén keer wissen (omlaag duwen) Werking In de stand 1 of 2 wordt, als de auto stopt, de wissnelheid lager en zodra weer wordt weggereden, wordt de oorspronkelijke wissnelheid weer aangenomen. Nadat het contact meer dan een minuut is afgezet met de ruitenwisserschakelaar in de stand AUTO*, dient deze functie weer geactiveerd te worden. Zet hiervoor de schakelaar in een willekeurige stand en zet hem vervolgens in de stand AUTO*. Ruitensproeiers vóór en koplampsproeiers* Trek de hendel naar u toe. De ruitensproeiers treden in werking, waarna enige tijd de ruitenwissers worden ingeschakeld om de ruit schoon te wissen. De koplampsproeiers treden gelijk met de ruitensproeiers in werking indien de dim-/grootlichten branden. Automatische ruitenwissers* In de stand AUTO werkt de ruitenwisser automatisch en wordt de snelheid van de wissers aan de hoeveelheid neerslag aangepast. Controle van werking Inschakelen Bij het inschakelen van de automatische ruitenwissers verschijnt de melding "Automatischwissenaan" op het multifunctionele display. Uitschakelen In het geval van een storing wordt de bestuurder gewaarschuwd met een geluidssignaal en de melding "Storing automatische ruitenwissers" op het multifunctionele display. In het geval van een storing werken de ruitenwissers als de schakelaar in de stand AUTO staat in de intervalstand. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt om het systeem te laten controleren. * Volgens uitvoering.

78 UW 307 IN DETAIL 75 Dek de regensensor, op de voorruit achter de binnenspiegel, niet af. Zet het contact uit als de auto gewassen wordt in een wasstraat of controleer of de schakelaar niet in de stand voor automatisch wissen staat. Wacht 's winters met het inschakelen van het automatisch wissen tot de voorruit ontdooid is. Ruitenwisser achter Draai de ring A in de eerste stand voor de intervalschakeling. Ruitensproeier achter Draai de ring A voorbij de eerste stand, zodat de ruitensproeier in werking treedt en vervolgens de ruitenwisser enige tijd wordt ingeschakeld. Onderhoudsstand In deze stand kunnen de wisserbladen worden losgezet van de voorruit. Als de ruitenwisserschakelaar binnen één minuut nadat het contact is afgezet wordt bediend, bewegen de ruitenwissers naar het midden van de voorruit. Deze stand kan worden gebruikt voor 's winters parkeren en het vervangen of het reinigen van de ruitenwisserbladen. Zet het contact aan en bedien de ruitenwisserschakelaar om de ruitenwissers na de werkzaamheden weer in de ruststand te zetten. * Volgens uitvoering.

79 76 UW 307 IN DETAIL BOORDCOMPUTER* Als de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar meermaals wordt ingedrukt, worden achtereenvolgens aangegeven: Monochroom display B - de datum - de actieradius - de afgelegde afstand - het gemiddelde verbruik - het momentele verbruik - de gemiddelde snelheid Op 0 zetten Druk meer dan 2 seconden op de knop. * Volgens uitvoering.

80 UW 307 IN DETAIL 77 Actieradius In deze stand geeft de computer het aantal kilometers dat met de resterende hoeveelheid brandstof gereden kan worden. Opmerking: Dit getal kan verhoogd worden door een verandering in de rijstijl of van het landschap, die een aanzienlijke verlaging van het momentele verbruik tot gevolg heeft. Als de resterende hoeveelheid brandstof in de tank minder is dan 3 liter, branden er slechts 3 streepjes op de display. Gemiddeld verbruik Het gemiddelde verbruik is de verhouding tussen de verbruikte brandstof en het aantal afgelegde kilometers sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer (weergave maximaal 30 l/100 km). Afgelegde afstand In deze stand geeft de boordcomputer de afgelegde afstand sinds de laatste nulstelling aan. Na het op nul stellen van de boordcomputer is de weergegeven actieradius pas na enige tijd betrouwbaar. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt wanneer er tijdens het rijden horizontale streepjes op de display verschijnen, in plaats van cijfers. Momenteel verbruik Dit is het verbruik dat geregistreerd is tijdens de laatste 2 seconden. Deze informatie verschijnt alleen als er met een snelheid van ongeveer 20 km/h wordt gereden. (Weergave maximaal 30 l/100 km). Gemiddelde snelheid De gemiddelde snelheid wordt verkregen door de sinds de laatste nulstelling afgelegde afstand te delen door de tijd dat de auto in gebruik is (contact aan).

81 78 UW 307 IN DETAIL ELEKTRISCH BEDIENDE RUITEN 1 - Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde. 2 - Schakelaar ruitbediening passagierszijde. 3 - Schakelaar ruitbediening rechts achter*. 4 - Schakelaar ruitbediening links achter*. 5 - Blokkeerschakelaar elektrisch bediende ruiten achter (kinderslot)*. De bestuurder beschikt over twee mogelijkheden*: Handbediening: duw of trek schakelaar 1 tot het zware punt. De ruit stopt zodra de toets wordt losgelaten. Automatische bediening*: duw of trek schakelaar 1 voorbij het zware punt. De ruit opent of sluit volledig. Beveiliging tegen beknellen* Als de ruit aan bestuurderszijde sluit en tegen een obstakel stuit, stopt de ruit en gaat deze weer open. Opmerking: Als de ruit bij vorst of nadat de accukabels los zijn geweest niet wil sluiten, trek dan de schakelaar omhoog tot de ruit volledig is gesloten en houd de schakelaar 1 seconde ingedrukt om het systeem te herprogrammeren. Zijruiten achter (3-deurs) Kantel de hendel A naar voren en duw de ruit open. * Volgens uitvoering.

82 UW 307 IN DETAIL 79 BINNENSPIEGEL De binnenspiegel kent 2 standen: - dagstand (normaal) - nachtstand (antiverblinding) De spiegel kan in de dag- en nachtstand gezet worden met behulp van het hendeltje aan de onderzijde. BUITENSPIEGELS Elektrisch verstelbare buitenspiegels* Zet de knop A naar links of rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren. Duw de knop B in de 4 richtingen om de spiegel af te stellen. Zet de knop A weer in het midden. Tijdens het parkeren kunnen de buitenspiegels handmatig, elektrisch* door aan de knop A te trekken, of automatisch* bij het vergrendelen van de auto, ingeklapt worden. De buitenspiegels kunnen worden uitgeklapt door het contact aan te zetten. Opmerking: Het automatisch inklappen van de buitenspiegels bij het vergrendelen kan uitgeschakeld worden. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt. Handmatig verstelbare buitenspiegels Stel de spiegel met behulp van de hendel in de gewenste stand. Tijdens het parkeren kunnen de buitenspiegels handmatig ingeklapt worden. Het uiteinde van het glas van de buitenspiegel aan bestuurderszijde is asferisch (dit gedeelte is door middel van een stippellijn afgetekend) om de "dode hoek" op te heffen. Bovendien lijken de weergegeven objecten in de spiegels aan bestuurders- en passagierszijde verder af dan ze in werkelijkheid zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden om de afstand ten opzichte van achteropkomend verkeer goed in te schatten. GEDEELTES VOOR TOL- /PARKEERKAARTEN De a-thermische voorruit bevat twee niet-reflecterende gedeeltes aan weerskanten van de binnenspiegel. Hier kunnen de tol- en/of parkeerkaarten worden bevestigd. * Volgens uitvoering.

83 80 UW 307 IN DETAIL KOPLAMPEN VERSTELLEN Afhankelijk van de belading van de auto wordt aanbevolen de koplampen te verstellen. 0 1 of 2 personen voorin. - 3 personen. 1 5 personen. 2 5 personen + maximaal toegestane belading. 3 Bestuurder + maximaal toegestane belading. Stand 0: basisinstelling. ALARMKNIPPERLICHTEN Druk de knop in, de richtingaanwijzers knipperen tegelijkertijd. De alarmknipperlichten werken ook als het contact is afgezet. Automatische ontsteking van de alarmknipperlichten* Bij een noodstop schakelen de alarmknipperlichten, afhankelijk van de remvertraging die optreedt, automatisch in. De alarmknipperlichten blijven knipperen totdat er opnieuw gas wordt gegeven. U kunt de alarmknipperlichten echter ook uitschakelen door de knop in te drukken. STUURWIELVERSTELLING Zorg dat de auto stil staat en ontgrendel het stuurwiel door aan hendel A te trekken. Stel het stuurwiel in de gewenste stand en druk dan hendel A goed vast. CLAXON Druk op een van de spaken of in het midden van het stuurwiel. * Volgens land van bestemming.

84 UW 307 IN DETAIL 81 MAKE-UPSPIEGEL MET VERLICHTING* PLAFONNIERS 1 - Plafonnier vóór 2 - Kaartleeslampjes vóór 3 - Plafonnier achter Zet het contact aan of in de stand accessoires en bedien de desbetreffende schakelaar. De plafonniers vóór en achter gaan branden als de sleutel uit het contact wordt gehaald, bij het ontgrendelen van de auto of zodra er een portier wordt geopend. Ze gaan uit als het contact wordt aangezet of bij het vergrendelen van de auto. Door op de knop 1 te drukken gaan de plafonniers vóór en achter gedurende 10 minuten branden. Door op de knop 3 te drukken gaat de plafonnier achter gedurende 10 minuten branden. Opmerking: de plafonniers kunnen worden uitgeschakeld door de schakelaar 1 meer dan drie seconden ingedrukt te houden. Het is door kort op de knop 1 drukken ook mogelijk alleen de plafonnier vóór in- en uit te schakelen. De kaartleeslampjes kunnen dan gewoon worden bediend. Druk langer dan drie seconden op de schakelaar om de verlichting opnieuw in te schakelen. Als het contact aan is, gaat de verlichting van de make-upspiegel branden zodra het afdekklepje geopend wordt. DAKCONSOLE De dakconsole bevat de plafonnier vóór en een brillenhouder*. Druk op de print van het deksel om de brillenhouder te openen of te sluiten. * Volgens uitvoering.

85 82 UW 307 IN DETAIL

86 UW 307 IN DETAIL 83 INDELING VAN HET INTERIEUR 1 - Dashboardkastje Het dashboardkastje is afsluitbaar. Trek aan de handgreep om het dashboardkastje te openen. De verlichting van het dashboardkastje treedt in werking zodra het wordt geopend. Het dashboardkastje wordt via een afsluitbare* ventilatiebuis voorzien van dezelfde airconditioning als het interieur en bevat drie aansluitingen* voor een videorecorder. Bovendien zijn er in het dashboardkastje speciale ruimtes gecreëerd voor een flesje mineraalwater, een pen, dit instructieboekje, een bril, munten, enz. 2 - Asbak vóór Trek aan het deksel om de asbak te openen. Druk om de asbak te legen na het openen op de lip en trek de asbak omhoog. 3 - Opbergruimte 4-12 V-aansluiting De 12 V-aansluiting is van het type aansteker, is voorzien van een dop en kan worden gebruikt als het contact in de stand accessoires (1e stand van de sleutel) of AAN staat. 5 - Portiervak 6 - Opbergruimte / beker-/flessenhouder 7 - Muntenbakje 8 - Afvalbak Open de afvalbak helemaal om deze te legen (tot voorbij het zware punt) en trek aan de bak om deze eruit te nemen. Maak de bak weer aan het deksel vast om hem terug te zetten. * Volgens uitvoering.

87 84 UW 307 IN DETAIL

88 UW 307 IN DETAIL 85 INDELING BAGAGERUIMTE 1 - Hoedenplank Verwijderen van de hoedenplank: maak de twee koorden los, til de hoedenplank iets op en verwijder hem. Er zijn meerdere mogelijkheden om de hoedenplank op te bergen: achter de voorstoelen, of achter de achterbank. 2 - Haken 3 - Sjorogen 4 - Bagagenet* Het bagagenet is bevestigd aan de sjorogen en biedt de mogelijkheid uw bagage vast te zetten. 5 - Open opbergbakken 6-12 V-aansluiting* De 12 V-aansluiting (type aansteker) bevindt zich op de steun van de hoedenplank aan de linkerzijde. Hij kan ook worden gebruikt als het contact is afgezet. * Volgens uitvoering.

89 86 UW 307 IN DETAIL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE MET "TIPTRONIC TECHNIEK SYSTEEM PORSCHE" Bij de automatische transmissie met vier versnellingen kunt u kiezen uit automatische bediening, aangevuld met de programma's sport en sneeuw, of sequentiële bediening. Schakelpatroon Kies de gewenste stand door de selectiehendel in het schakelpatroon te verplaatsen. De gekozen stand wordt met een pictogram in het instrumentenpaneel aangegeven. S : programma sport. : programma sneeuw. Park (parkeerstand): om de auto stil te zetten en te starten, met of zonder gebruik van de handrem. Reverse (achteruitversnelling): om achteruit te rijden (schakel deze stand alleen in als de auto stilstaat en de motor stationair draait). Neutral (neutraalstand): om de motor te starten en de auto te parkeren, met gebruik van de handrem. Opmerking: Laat, als bij het wegrijden per ongeluk de selectiehendel in de stand N staat, het motortoerental terugvallen tot stationair voordat de stand D wordt geselecteerd om vervolgens weer gas te geven. Starten van de auto Starten in de stand P en wegrijden: trap altijd het rempedaal in om uit de stand P te kunnen schakelen, Selecteer de stand R, D of M en laat langzaam het rempedaal los; de auto begint te rijden. U kunt ook starten vanuit de stand N: trap het rempedaal in en zet de handrem los, selecteer de stand R, D of M en laat langzaam het rempedaal los; de auto begint te rijden. LET OP Als de motor stationair draait, het rempedaal is losgelaten en de stand R, D of M is geselecteerd, zet de auto zich al in beweging, zelfs als het gaspedaal niet wordt ingedrukt. Laat daarom geen kinderen alleen in de auto achter als de motor draait. Trek de handrem aan en selecteer de stand P indien er onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd bij draaiende motor. Drive (rijstand): om automatisch te schakelen tijdens het rijden. Manual (sequentiële stand): om zelf te schakelen tijdens het rijden.

90 UW 307 IN DETAIL 87 Automatische bediening Automatisch schakelen in de vier versnellingen: selecteer de stand D in het schakelpatroon. De versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling afhankelijk van de volgende parameters: - de rijstijl, - het profiel van de weg, - de belading van de auto. De versnellingsbak werkt dan automatisch, zonder dat u zelf hoeft te schakelen. LET OP Zet de selectiehendel nooit in de stand N als de auto rijdt. Zet de selectiehendel nooit in de stand P of R als de auto niet volledig stilstaat. Zet de selectiehendel nooit in een andere stand om af te remmen op een glad wegdek. Opmerkingen Voor een maximale acceleratie zonder de stand van de selectiehendel te wijzigen, moet het gaspedaal volledig worden ingedrukt (kick down). De versnellingsbak schakelt automatisch terug of handhaaft de ingeschakelde versnelling totdat de motor het maximum toerental bereikt. Bij het remmen schakelt de versnellingsbak automatisch terug om sterker op de motor af te remmen. Om de veiligheid te verbeteren schakelt de versnellingsbak niet naar een hogere versnelling als u het gaspedaal plotseling loslaat. Programma's Sport en Sneeuw Naast het auto-adaptieve programma heeft u de beschikking over twee specifieke programma's. De gekozen stand wordt in het instrumentenpaneel aangegeven. Programma Sport Druk op de toets S als de auto is gestart en de stand D is geselecteerd. De versnellingsbak maakt automatisch een dynamische rijstijl mogelijk. Programma Sneeuw Dit programma zorgt ervoor dat u gemakkelijker kunt rijden op een ondergrond met weinig grip. Druk op de toets als de auto is gestart en de stand D is geselecteerd. De versnellingsbak past zich aan voor het rijden op gladde wegen. Opmerking: u kunt op elk moment terugkeren naar het auto-adaptatieve programma. Druk nogmaals op de toets S of om het huidige programma uit te schakelen. Handmatige bediening Handmatig schakelen in de vier versnellingen: selecteer de stand M in het schakelpatroon, duw de selectiehendel naar het symbool + om op te schakelen, trek de selectiehendel naar het symbool - om terug te schakelen. Er kan elk moment van de stand D (rijden in de automatische stand) naar de stand M (rijden in de handbediende stand) worden geschakeld. Opmerkingen Het schakelen naar een andere stand kan alleen als de snelheid van de auto en het toerental van de motor dit toestaan, anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening. Als de auto stopt of langzaam rijdt, kiest de automatische transmissie automatisch de stand M1. De programma's S (sport) en (sneeuw) kunnen niet worden ingeschakeld in de handbediende stand.

91 88 UW 307 IN DETAIL Storing Een storing wordt aangegeven door een geluidssignaal, de melding "Storing automatische transmissie" op het multifunctionele display en het knipperen van de verklikkerlampjes Sport en Sneeuw op het instrumentenpaneel. In dit geval werkt de versnellingsbak met een noodprogramma (blokkering in de 3e versnelling). U kunt dan een hevige schok waarnemen bij het selecteren van R vanuit de stand P, of R vanuit de stand N, (zonder gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snelheidslimiet). Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. HANDREM Aantrekken Trek, als de auto volledig stilstaat, de handrem aan. Let op: als de auto stilstaat op een helling, draai dan de wielen richting trottoir en trek de handrem aan. Loszetten Trek aan de hefboom, druk de knop in en duw de handrem geheel omlaag. Als dit verklikkerlampje brandt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Handrem aangetrokken" op het multifunctionele display, geeft dit aan dat de handrem nog (iets) is aangetrokken. Als deze waarschuwing op het instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing remsysteem" op het multifunctionele display, duidt dit op een storing in de elektronische remdrukregelaar. Door deze storing zou u tijdens het remmen de controle over uw auto kunnen verliezen. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn door het trillen van het rempedaal. Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en laat het niet los. Als de accu geen stroom levert en de selectiehendel in de stand P staat, is het onmogelijk om naar een andere stand te schakelen. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) Het antiblokkeersysteem zorgt samen met de elektronische remdrukregelaar tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid van uw auto, vooral op een slecht of glad wegdek. Opmerking: controleer bij het verwisselen van de wielen (banden en velgen) of deze zijn gehomologeerd. Het antiblokkeersysteem treedt automatisch in werking zodra één van de wielen dreigt te blokkeren. NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de optimale remdruk sneller wordt bereikt, zodat de remafstand kleiner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaal wordt ingedrukt groot is en zorgt ervoor dat de benodigde bedieningskracht minder wordt en dat de effectiviteit van het remmen wordt vergroot.

92 88 UW 307 IN DETAIL Storing Een storing wordt aangegeven door een geluidssignaal, de melding "Storing automatische transmissie" op het multifunctionele display en het knipperen van de verklikkerlampjes Sport en Sneeuw op het instrumentenpaneel. In dit geval werkt de versnellingsbak met een noodprogramma (blokkering in de 3e versnelling). U kunt dan een hevige schok waarnemen bij het selecteren van R vanuit de stand P, of R vanuit de stand N, (zonder gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snelheidslimiet). Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. HANDREM Aantrekken Trek, als de auto volledig stilstaat, de handrem aan. Let op: als de auto stilstaat op een helling, draai dan de wielen richting trottoir en trek de handrem aan. Loszetten Trek aan de hefboom, druk de knop in en duw de handrem geheel omlaag. Als dit verklikkerlampje brandt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Handrem aangetrokken" op het multifunctionele display, geeft dit aan dat de handrem nog (iets) is aangetrokken. Als deze waarschuwing op het instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing remsysteem" op het multifunctionele display, duidt dit op een storing in de elektronische remdrukregelaar. Door deze storing zou u tijdens het remmen de controle over uw auto kunnen verliezen. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn door het trillen van het rempedaal. Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en laat het niet los. Als de accu geen stroom levert en de selectiehendel in de stand P staat, is het onmogelijk om naar een andere stand te schakelen. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) Het antiblokkeersysteem zorgt samen met de elektronische remdrukregelaar tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid van uw auto, vooral op een slecht of glad wegdek. Opmerking: controleer bij het verwisselen van de wielen (banden en velgen) of deze zijn gehomologeerd. Het antiblokkeersysteem treedt automatisch in werking zodra één van de wielen dreigt te blokkeren. NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de optimale remdruk sneller wordt bereikt, zodat de remafstand kleiner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaal wordt ingedrukt groot is en zorgt ervoor dat de benodigde bedieningskracht minder wordt en dat de effectiviteit van het remmen wordt vergroot.

93 UW 307 IN DETAIL 89 ANTI SPIN REGELING (ASR)* EN ELEKTRONISCH STABILITEITS PROGRAMMA (ESP)* Deze systemen staan in verbinding met het ABS en zijn hier een aanvulling op. Het ASR-systeem past de aandrijfkracht aan om het doorspinnen van de wielen te voorkomen via de remmen van de aangedreven wielen en de motor. De ASR zorgt ook voor meer koersstabiliteit bij het accelereren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor in als de koers van de auto afwijkt van de door de bestuurder gewenste richting. Werking van het ASR- en ESP-systeem Als één van deze twee systemen is ingeschakeld, knippert het desbetreffende pictogram. Uitschakelen ASR/ESP In bijzondere omstandigheden (als de auto vastzit in de modder, sneeuw, in mulle grond,...) kan het nuttig zijn het ASR/ESP uit te schakelen, zodat de wielen kunnen slippen en weer grip kunnen krijgen. Druk op de schakelaar "ESP OFF", die zich op het middenpaneel van het dashboard bevindt. Het verklikkerlampje van de schakelaar en het pictogram verschijnen: het ASR en ESP zijn uitgeschakeld. De systemen worden opnieuw: automatisch ingeschakeld als het contact is afgezet, handmatig ingeschakeld door nogmaals op de schakelaar te drukken. Controle van werking Bij een storing in de systemen zal het verklikkerlampje van de schakelaar gaan knipperen en het pictogram verschijnen in combinatie met een geluidssignaal en de melding "ESP/ASR buiten gebruik" op het multifunctionele display. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt om het systeem na te laten kijken. Het ESP-systeem zorgt voor meer veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder mag zich echter nooit laten verleiden tot het nemen van meer risico's en het te hard rijden. De goede werking van het systeem wordt verzekerd door de naleving van de voorschriften van de constructeur op het gebied van wielen (banden en velgen), onderdelen van het remsysteem, elektronische onderdelen alsmede de montageprocedure en het uitvoeren van werkzaamheden door een PEUGEOT-servicepunt. Laat het systeem na een aanrijding controleren door een PEUGEOT-servicepunt. * Volgens uitvoering.

94 90 UW 307 IN DETAIL SNELHEIDSREGELAAR* Met behulp van de snelheidsregelaar kan de bestuurder met een constante snelheid rijden zonder gas te hoeven geven of te remmen ongeacht het profiel van de weg. Deze voorziening werkt alleen bij snelheden boven ongeveer 40 km/h. Inschakelen Zet de draaiknop 1 in de stand ON. U kunt nu een snelheid instellen. Zet de draaiknop 1 in de stand OFF om het systeem uit te schakelen. Instellen van de snelheid Druk op toets 2 of 3 zodra de gewenste snelheid is bereikt. De snelheid is nu in het geheugen opgeslagen en zal automatisch worden aangehouden. Opmerking: het is mogelijk even gas te geven zonder dat de snelheidsregelaar wordt uitgeschakeld. Ingestelde snelheid uitschakelen Als u het rijden met de ingestelde snelheid wilt onderbreken: druk op de toets 4 of trap op het rem- of koppelingspedaal. Zodra de snelheidsregelaar is uitgeschakeld dooft het verklikkerlampje. De auto neemt de laatst ingestelde snelheid weer aan. Ingestelde snelheid wijzigen Ingestelde snelheid verhogen: druk op toets 3 ; laat de toets los als de gewenste snelheid is bereikt. Ingestelde snelheid verlagen: druk op toets 2 ; laat de toets los als de gewenste snelheid is bereikt. Ingestelde snelheid annuleren Zet de draaiknop 1 in de stand OFF of zet het contact uit. Gebruik de snelheidsregelaar niet op gladde wegen of bij zeer druk verkeer. * Volgens uitvoering. Ingestelde snelheid opnieuw oproepen Druk, na het uitschakelen van de ingestelde snelheid, op toets 4.

95 UW 307 IN DETAIL 91 AIRBAGS De airbags zijn speciaal ontworpen voor een betere veiligheid van de inzittenden bij ernstige aanrijdingen: ze vormen een aanvulling op de werking van de veiligheidsgordels met gordelkrachtbegrenzers. De elektronische schoksensors registreren een plotselinge vertraging van de auto: als de drempelwaarde voor het in werking treden wordt overschreden, worden de airbags onmiddellijk opgeblazen en beschermen ze de inzittenden van de auto. Direct na de aanrijding ontsnapt het gas zodat noch het zicht, noch het eventueel verlaten van de auto door de inzittenden wordt belemmerd. De airbags treden niet in werking bij lichte aanrijdingen waarbij de veiligheidsgordels zorgen voor een afdoende bescherming; de kracht van de aanrijding is afhankelijk van het soort obstakel en de snelheid van de auto op dat moment. De airbags werken alleen als het contact aan is. Opmerking: Het uit de airbags ontsnappende gas kan enigszins irriteren. AIRBAGS VOOR Deze zijn voor de bestuurder in het midden van het stuurwiel en voor de passagier in het dashboard aangebracht. Ze worden tegelijkertijd geactiveerd, behalve als de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. Storing airbag voor Als dit pictogram verschijnt op het instrumentenpaneel in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing Airbag" op het multifunctionele display, laat het systeem dan controleren door een PEUGEOT-servicepunt. Uitschakelen airbag aan passagierszijde* Schakel voor de veiligheid van uw kind de airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel plaatst. Zet het contact uit, steek de sleutel in de schakelaar uitschakeling airbag aan passagierszijde 1 en draai deze in de stand "OFF" en neem de sleutel uit de schakelaar. Het verklikkerlampje op het instrumentenpaneel brandt zolang de airbag is uitgeschakeld. * Volgens land van bestemming.

96 92 UW 307 IN DETAIL In de stand "OFF" werkt de airbag aan passagierszijde bij een eventuele aanrijding niet. Als u het kinderzitje heeft verwijderd, zet dan de schakelaar weer op "ON" om de airbag opnieuw in te schakelen en zo de veiligheid van uw passagier te garanderen. Controle van werking Het goed functioneren van het systeem wordt aangegeven door een pictogram op het instrumentenpaneel in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Als bij aangezet contact (2e stand), dit pictogram op het instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Airbag passagierszijde uitgeschakeld" op het multifunctionele display, betekent dit dat de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld (stand "OFF"). DE ZIJ-AIRBAGS* EN DE WINDOW-AIRBAGS* De zij-airbags zijn aan de zijde van de portieren in de rugleuningen van de voorstoelen aangebracht. De window-airbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding. Ze worden aan de zijde waar de aanrijding plaatsvindt opgeblazen. Controle van werking Het goed functioneren van het systeem wordt aangegeven door een pictogram in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Als dit pictogram verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Zijairbag/windowairbag defect" op het multifunctionele display, raadpleeg dan een PEUGEOT-servicepunt om het systeem te laten controleren. * Volgens uitvoering.

97 UW 307 IN DETAIL 93 Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags: Draag altijd een correct afgestelde veiligheidsgordel. Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten (laat aan passagierszijde uw voeten niet op het dashboard rusten). Zorg dat er zich geen obstakels (bijvoorbeeld accessoires of huisdieren) bevinden tussen de airbag en de inzittenden. Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden. Het is beslist niet toegestaan om werkzaamheden uit te voeren aan airbagsystemen, alleen een PEUGEOT-servicepunt heeft hiervoor gekwalificeerd personeel. Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren. De systemen zijn ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat ze daarna door een PEUGEOT-servicepunt vervangen. Airbags voor Houd het stuurwiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten. Tracht roken in de auto zoveel mogelijk te vermijden. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken. Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuurwielbekleding en sla er niet op. Zij-airbags* Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de voorstoelen, dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot verwondingen aan armen of middel. Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten. Bedek de voorstoelen alleen met goedgekeurde stoelhoezen. Raadpleeg uw PEUGEOT- servicepunt. Window-airbags* Bevestig nooit iets op de stijlen of op de hemelbekleding, dit zou bij het afgaan van de window-airbags kunnen leiden tot verwondingen aan het hoofd. Schroef nooit de handgrepen van het dak los; deze maken deel uit van de bevestiging van de window-airbags. * Volgens uitvoering.

98 92 UW 307 IN DETAIL In de stand "OFF" werkt de airbag aan passagierszijde bij een eventuele aanrijding niet. Als u het kinderzitje heeft verwijderd, zet dan de schakelaar weer op "ON" om de airbag opnieuw in te schakelen en zo de veiligheid van uw passagier te garanderen. Controle van werking Het goed functioneren van het systeem wordt aangegeven door een pictogram op het instrumentenpaneel in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Als bij aangezet contact (2e stand), dit pictogram op het instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Airbag passagierszijde uitgeschakeld" op het multifunctionele display, betekent dit dat de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld (stand "OFF"). DE ZIJ-AIRBAGS* EN DE WINDOW-AIRBAGS* De zij-airbags zijn aan de zijde van de portieren in de rugleuningen van de voorstoelen aangebracht. De window-airbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding. Ze worden aan de zijde waar de aanrijding plaatsvindt opgeblazen. Controle van werking Het goed functioneren van het systeem wordt aangegeven door een pictogram in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display. Als dit pictogram verschijnt in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Zijairbag/windowairbag defect" op het multifunctionele display, raadpleeg dan een PEUGEOT-servicepunt om het systeem te laten controleren. * Volgens uitvoering.

99 UW 307 IN DETAIL 93 Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags: Draag altijd een correct afgestelde veiligheidsgordel. Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten (laat aan passagierszijde uw voeten niet op het dashboard rusten). Zorg dat er zich geen obstakels (bijvoorbeeld accessoires of huisdieren) bevinden tussen de airbag en de inzittenden. Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden. Het is beslist niet toegestaan om werkzaamheden uit te voeren aan airbagsystemen, alleen een PEUGEOT-servicepunt heeft hiervoor gekwalificeerd personeel. Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren. De systemen zijn ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat ze daarna door een PEUGEOT-servicepunt vervangen. Airbags voor Houd het stuurwiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten. Tracht roken in de auto zoveel mogelijk te vermijden. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken. Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuurwielbekleding en sla er niet op. Zij-airbags* Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de voorstoelen, dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot verwondingen aan armen of middel. Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten. Bedek de voorstoelen alleen met goedgekeurde stoelhoezen. Raadpleeg uw PEUGEOT- servicepunt. Window-airbags* Bevestig nooit iets op de stijlen of op de hemelbekleding, dit zou bij het afgaan van de window-airbags kunnen leiden tot verwondingen aan het hoofd. Schroef nooit de handgrepen van het dak los; deze maken deel uit van de bevestiging van de window-airbags. * Volgens uitvoering.

100 94 PRAKTISCHE INFORMATIE 1,4 LITER BENZINEMOTOR 1 - Reservoir stuurbekrachtiging. 2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers*. 3 - Reservoir koelvloeistof. 4 - Remvloeistofreservoir. 5 - Accu. 6 - Zekeringenkast. 7 - Luchtfilter. 8 - Motoroliepeilstok. 9 - Motorolie (bij)vullen. * Volgens uitvoering.

101 PRAKTISCHE INFORMATIE 95 1,6 LITER 16-KLEPPEN MOTOR 1 - Reservoir stuurbekrachtiging. 2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers.*. 3 - Reservoir koelvloeistof. 4 - Reservoir remvloeistof. 5 - Accu. 6 - Zekeringenkast. 7 - Luchtfilter. 8 - Motoroliepeilstok. 9 - Motorolie (bij)vullen. *Volgens uitvoering.

102 96 PRAKTISCHE INFORMATIE 2 LITER 16 KLEPPEN BENZINEMOTOR 1 - Reservoir stuurbekrachtiging. 2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers.*. 3 - Koelvloeistofreservoir. 4 - Remvloeistofreservoir. 5 - Accu. 6 - Zekeringenkast. 7 - Luchtfilter. 8 - Motoroliepeilstok. 9 - Motorolie (bij)vullen. * Volgens uitvoering.

103 98 PRAKTISCHE INFORMATIE 2 LITER HDI TURBODIESELMOTOR (90 pk/110 pk) 1 - Reservoir stuurbekrachtiging. 2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers*. 3 - Koelvloeistofreservoir. 4 - Remvloeistofreservoir. 5 - Accu. 6 - Zekeringenkast. 7 - Luchtfilter. 8 - Oliepeilstok. 9 - Motorolie bijvullen Opvoerpomp*. * Volgens uitvoering.

104 PRAKTISCHE INFORMATIE 99 NIVEAUS CONTROLEREN Motorolieniveau Regelmatig controleren en tussen twee verversingen eventueel olie bijvullen. (Maximum olieverbruik: 0,5 liter per 1000 km.) De controle dient bij koude motor en horizontaal geplaatste wagen te geschieden, met behulp van de olieniveaumeter in het instrumentenpaneel of de oliepeilstok. Oliepeilstok Olie verversen 2 merktekens op de peilstok: A = maxi. Het oliepeil mag nooit boven dit merkteken uitkomen. B = mini. Voor het behoud van de bedrijfszekerheid van de motoren en de emissieregelsystemen mogen in geen geval additieven aan de motorolie worden toegevoegd. Volgens de aanwijzingen in de "PEUGEOT ONDERHOUDS- CONTROLES". N.B.: Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte olie. Keuze van de viscositeitgraad De olie dient in ieder geval aan de voorgeschreven kwaliteitsnormen te voldoen. Niveau remvloeistof: - Het niveau dient steeds tussen de merktekens DANGER en MAXI van het reservoir te staan. - Raadpleeg bij een sterke daling van het vloeistofniveau onmiddellijk uw PEUGEOT-servicepunt. Vervangen: - De vloeistof dient volgens de voorgeschreven intervallen te worden ververst. - Gebruik remvloeistof die door de constructeur is goedgekeurd en aan de DOT4-normen voldoet. N.B.: remvloeistof is een erg bijtend middel. Vermijd elk contact met de huid. Koelvloeistofniveau Gebruik uitsluitend door PEUGEOT goedgekeurde koelvloeistof. Als de motor warm is, wordt de temperatuur van de koelvloeistof geregeld door de koelventilator. Wacht voor werkzaamheden aan het koelsysteem tenminste 1 uur nadat de motor gedraaid heeft, omdat de koelventilator nog kan (gaan) werken als de sleutel uit het contactslot is verwijderd en het koelsysteem onder druk staat. Draai de dop eerst 2 slagen los om de druk te laten dalen en te voorkomen dat de koelvloeistof uit het koelsysteem spuit. Trek, als de druk eenmaal gedaald is, de dop los en vul het systeem bij. Opmerking: De koelvloeistof behoeft niet te worden ververst. Afgewerkte producten Gooi geen afgewerkte olie, remvloeistof of koelvloeistof in het riool, in het water of op de grond. Vloeistofniveau stuurbekrachtiging Open het reservoir bij koude motor (omgevingstemperatuur), het vloeistofniveau dient boven het MINI en dichtbij het MAXI merkteken te staan. Vloeistofniveau reservoir ruiten- en koplampsproeiers* Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid uitsluitend door PEUGEOT goedgekeurde producten (3,5 liter of 6,5 liter met koplampsproeiers). * Volgens uitvoering.

105 100 PRAKTISCHE INFORMATIE CONTROLES Accu Laat uw accu voor de winter door een PEUGEOT-servicepunt controleren. Luchtfilter en pollenfilter Laat de filters periodiek vervangen. Als de omgeving daartoe aanleiding geeft, moeten de filters twee keer zo vaak worden vervangen. Remblokken De slijtage van de remblokken is sterk afhankelijk van de rijstijl, vooral bij stadsverkeer en veel korte ritten. Hierdoor kan het noodzakelijk blijken om de remblokken vaker, tussen twee onderhoudscontroles door, te laten controleren. Handrem Als de handrem een te grote slag heeft of als het systeem minder goed werkt, moet de handrem tussen twee onderhoudscontroles worden afgesteld. Laat het systeem controleren door een PEUGEOT-servicepunt. Handgeschakelde versnellingsbak Niet verversen. Controleer het niveau volgens het onderhoudsschema van de constructeur. Automatische transmissie* Niet verversen. Laat het niveau door een PEUGEOT-servicepunt volgens het onderhoudsschema van de constructeur controleren. Oliefilter Vervang het oliefilterelement regelmatig, volgens het onderhoudsschema. Gebruik uitsluitend door Automobiles PEUGEOT goedgekeurde producten. Om de werking van belangrijke organen als de stuurbekrachtiging en het remsysteem te optimaliseren, selecteert en biedt PEUGEOT specifieke producten aan. BRANDSTOFTANK LEEG (DIESEL) In het geval van een lege brandstoftank is het noodzakelijk het brandstofsysteem te ontluchten*: 2 liter HDI-motor - Vul de brandstoftank met minimaal vijf liter diesel, - Bedien de handpomp van de ontluchting tot u meer weerstand voelt, - Houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat. 1,4 liter HDI-motor - Vul de brandstoftank met minimaal vijf liter diesel, - Bedien de handpomp van de ontluchting tot u brandstof in de transparante slang onder de motorkap ziet komen, - Houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat. * Volgens uitvoering.

106 PRAKTISCHE INFORMATIE 101 WIEL VERWISSELEN Plaatsen van de auto Zet de auto voor zover mogelijk op een horizontale, stabiele en stroeve ondergrond. Zet de handrem vast, schakel de eerste versnelling of de achteruit in (bij automatische transmissie de stand P) en zet het contact uit. Toegang tot het reservewiel en de krik in de bagageruimte Til de vloerplaat met de handgreep op en hang de vloerplaat met de koorden op aan de haken van de steun van de hoedenplank. Beschikbaar gereedschap Het volgende gereedschap bevindt zich in een houder in het hart van het reservewiel: 1 - Wielsleutel. 2 - Centreerpen. 3 - Wielblok. 4 - Krik met slinger. 5 - Afneembaar sleepoog. 6 - Gereedschap voor lichtmetalen velgen*. Wiel demonteren Blokkeer het wiel kruislings tegenover het te verwisselen wiel met de houder van het gereedschap en het wielblok 3 (of indien nodig alleen wielblok 3). Verwijder de wieldop* door de wielsleutel 1 in de opening voor het ventiel te steken en de wieldop los te trekken. Draai de wielbouten iets los (verwijder bij lichtmetalen velgen eerst de sierdoppen; zie paragraaf "Bijzonderheden lichtmetalen velgen"). * Volgens uitvoering.

107 102 PRAKTISCHE INFORMATIE Verwissel een wiel uit veiligheidsoverwegingen alleen: Plaats de kop van de krik 4 in één van de vier steunpunten A aan de onderzijde bij het te verwisselen wiel. Vouw de krik 4 uit tot het voetstuk op de grond staat. Zorg ervoor dat het voetstuk zich loodrecht onder het steunpunt A bevindt. Krik de auto op. Verwijder de wielbouten en het wiel. Terugplaatsen van het wiel Plaats het wiel met behulp van de centreerpen. Draai de wielbouten met de hand vast en verwijder de centreerpen. Draai de wielbouten met de sleutel 1 enigszins vast. Laat de krik 4 zakken en verwijder deze vervolgens. Draai de wielbouten met de sleutel 1 vast. Plaats de wieldop*, begin bij de opening voor het ventiel en druk de wieldop rondom met de hand vast. Berg het gereedschap en het wiel op in de bagageruimte. Opmerking: In de houder geven uitsparingen de juiste plaats van het gereedschap aan. Bevestig het reservewiel met behulp van de riem om trillingen te voorkomen en voor uw veiligheid in geval van een botsing. * Volgens uitvoering. - op een horizontale, stabiele en stroeve ondergrond, - met aangetrokken handrem en contact uitgezet, - met de eerste versnelling of de achteruit ingeschakeld (bij automatische transmissie stand P), - als de auto is geblokkeerd met het wielblok. Ga nooit onder een auto liggen die alleen op de krik steunt (gebruik bokken). Na het verwisselen van een wiel: - Laat zo snel mogelijk het aanhaalmoment van de wielbouten en de bandenspanning van het reservewiel door een PEUGEOT-servicepunt controleren. - Laat de lekke band zo spoedig mogelijk repareren en verwissel hem met het reservewiel.

108 PRAKTISCHE INFORMATIE 103 Bijzonderheden lichtmetalen velgen* Sierdoppen De wielbouten van de lichtmetalen velgen zijn voorzien van chromen sierdoppen. Voordat de wielbouten worden losgedraaid dienen de sierdoppen met behulp van het gereedschap 6 te worden verwijderd. Monteren van het reservewiel Indien uw auto is voorzien van een reservewiel met stalen velg, is het normaal dat bij het monteren de ringen van de bouten de velg niet raken. Als de bouten volledig zijn aangedraaid zorgt het conische draagvlak van de bouten voor de bevestiging van het reservewiel. Monteren van winterbanden Als u op uw auto winterbanden met stalen velgen wilt monteren, dient u speciale bouten te gebruiken, die verkrijgbaar zijn bij uw PEUGEOTdealer. Anti-diefstalbouten** Als de velgen zijn voorzien van antidiefstalbouten (één per wiel), dient u eerst met behulp van het gereedschap 6 de chromen dop en vervolgens de plastic huls te verwijderen alvorens de bout los te draaien met behulp van een van de dopsleutels (die u bij aflevering van uw auto heeft gekregen, gelijktijdig met de reservesleutel en de codekaart) en de wielsleutel 1. Opmerking: noteer de op de dopsleutel gegraveerde code nauwkeurig. Met deze code kunt u bij uw PEUGEOT-dealer een nieuwe dopsleutel verkrijgen. * Volgens uitvoering. ** Volgens uitvoering of land van bestemming.

109 104 PRAKTISCHE INFORMATIE LAMPEN VERVANGEN Koplampen Opmerking: Verwijder om bij de lampen te komen aan de rechterzijde de sierkap die is bevestigd met twee plastic pluggen. Raak de lampen uitsluitend met een droge doek aan. 1 - Dimlicht (H7-55 W), 2 - Grootlicht (H1-55 W), 3 - Mistlampen vóór* (H1-55 W). Draai de beschermkap van de defecte lamp een kwart omwenteling naar links en verwijder deze. Neem de stekker los. Druk op het uiteinde van de borglip om deze los te maken. Vervang de lamp. Let bij het monteren op de goede stand van de nokjes en controleer of de borglip goed vast zit. Sluit de stekker weer aan. Monteer de beschermkap met de pijl naar boven en draai deze vervolgens een kwart omwenteling naar rechts. De koplampen zijn uitgerust met glazen van polycarbonaat voorzien van een beschermlaag. Gebruik voor het schoonmaken van de lampen nooit een droge doek of een schuur-, schoonmaak- of oplosmiddel. Gebruik een spons en zeepwater. 4 - Parkeerlicht (W 5 W). Trek de fitting naar achteren, verwijder de lamp en vervang deze. 5 - Richtingaanwijzers (PY 21 W amberkleurig) Draai de lamphouder een kwart omwenteling en verwijder deze. Vervang de lamp. Opmerking: Bij bepaalde weersomstandigheden (lage temperatuur, vochtig weer), kan aan de binnenzijde van de koplampen enige condensvorming ontstaan. Deze verdwijnt zodra de lampen enige tijd branden. * Volgens uitvoering.

110 PRAKTISCHE INFORMATIE 105 Vervang de defecte lamp. Let er bij het plaatsen op dat de lamp goed op de afdichting past. Kentekenplaatverlichting (W 5 W) Verwijder het lampglas. Vervang de defecte lamp. Zijknipperlichten (WY 5 W amberkleurig) Druk het zijknipperlicht naar voren en trek het geheel los. Houd de stekker vast en draai het glas een kwart omwenteling. Vervang de lamp. De amberkleurige lampen (richtingaanwijzers en zijknipperlichten) moeten worden vervangen door lampen met dezelfde kleur en eigenschappen. Achterlichten 1 - Richtingaanwijzers (P 21 W). 2 - Achteruitrijlichten (P21 W), rechts. Mistachterlicht (P21 W), links. 3 - Remlicht (P 21 W). 4 - Achterlichten (R 5 W). Deze 5 lampen worden vanuit de bagageruimte vervangen: Trek de bekleding van de bodem van de bagageruimte omhoog en haak deze vast, Maak de bekleding van de dorpel van de bagageruimte los door de twee plastic klemmen los te nemen, Trek de bekleding van de bagageruimte opzij om bij de achterlichtunit te komen, Druk op de lip en verwijder de achterlichtunit, Derde remlicht (4 lampen W5W) Draai de 2 moeren 1 met behulp van een 10 mm pijpsleutel los. Verwijder de lichtunit door deze naar buiten te drukken. Druk de twee borglippen 2 in om de lamphouder los te nemen. Vervang de defecte lamp. Let er bij het terugplaatsen op dat de lampunit juist op de afdichting gemonteerd wordt.

111 PRAKTISCHE INFORMATIE 105 Vervang de defecte lamp. Let er bij het plaatsen op dat de lamp goed op de afdichting past. Kentekenplaatverlichting (W 5 W) Verwijder het lampglas. Vervang de defecte lamp. Zijknipperlichten (WY 5 W amberkleurig) Druk het zijknipperlicht naar voren en trek het geheel los. Houd de stekker vast en draai het glas een kwart omwenteling. Vervang de lamp. De amberkleurige lampen (richtingaanwijzers en zijknipperlichten) moeten worden vervangen door lampen met dezelfde kleur en eigenschappen. Achterlichten 1 - Richtingaanwijzers (P 21 W). 2 - Achteruitrijlichten (P21 W), rechts. Mistachterlicht (P21 W), links. 3 - Remlicht (P 21 W). 4 - Achterlichten (R 5 W). Deze 5 lampen worden vanuit de bagageruimte vervangen: Trek de bekleding van de bodem van de bagageruimte omhoog en haak deze vast, Maak de bekleding van de dorpel van de bagageruimte los door de twee plastic klemmen los te nemen, Trek de bekleding van de bagageruimte opzij om bij de achterlichtunit te komen, Druk op de lip en verwijder de achterlichtunit, Derde remlicht (4 lampen W5W) Draai de 2 moeren 1 met behulp van een 10 mm pijpsleutel los. Verwijder de lichtunit door deze naar buiten te drukken. Druk de twee borglippen 2 in om de lamphouder los te nemen. Vervang de defecte lamp. Let er bij het terugplaatsen op dat de lampunit juist op de afdichting gemonteerd wordt.

112 106 PRAKTISCHE INFORMATIE ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringenkasten bevinden zich onder het dashboard (bestuurderszijde) en onder de motorkap. De reservezekeringen en de tang A zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel van de zekeringenkast onder het dashboard. Verwijderen en plaatsen van een zekering Voordat u een zekering vervangt, dient u eerst de oorzaak van de storing op te sporen en te (laten) verhelpen. De nummers van de zekeringen zijn aangegeven op de zekeringenkast. Gebruik de tang A. Vervang een defecte zekering altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte. Zekeringen dashboard Draai met een muntstuk de schroef een kwart omwenteling los en kantel het deksel om bij de zekeringen te komen. Zekering Ampère* Functies* 1 10 A Mistachterlicht. Goed Defect 2 15 A Ruitenwisser achter A Ruitbediening vóór, schuifdak A Remlicht links en voor trekhaak. Tang A 7 20 A Plafonnier achter, plaffonnier vóór, kaartleeslampjes, aansteker, verlichting dashboardkastje.

113 108 PRAKTISCHE INFORMATIE Zekeringen in de motorruimte Zekeringenkast Openen zekeringenkast in de motorruimte (naast de accu): Maak het deksel los. Zekering Ampère* Functies* 1** 30 A Koelventilator. 2** 30 A Pompmotor ESP/ABS. 3** 30 A Elektrokleppen ESP/ABS Sluit na de werkzaamheden het deksel zorgvuldig en plaats de kap terug. 4** 60 A Voeding intelligente servicecentrale. 5** 70 A Voeding intelligente servicecentrale. 6** 20 A Stoelverwarming. 7** 30 A Contactslot/stuurslot. 8** 70 A Elektropompgroep stuurbekrachtiging. Bij het ontwerp van het elektrische circuit van uw auto is reeds rekening gehouden met de montage van zowel de standaarduitrusting als eventuele opties. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt voordat u andere elektrische voorzieningen of accessoires in de auto monteert of laat monteren. PEUGEOT is niet aansprakelijk voor kosten die voortvloeien uit het verhelpen van storingen veroorzaakt door het monteren van extra accessoires die niet door PEUGEOT aanbevolen en geleverd worden of door voorzieningen die niet volgens de voorschriften van PEUGEOT zijn gemonteerd. Dit geldt met name voor apparatuur met een stroomverbruik van meer dan 10 milliampère. ** De zekeringen zorgen voor een extra beveiliging van de elektrische installatie. Werkzaamheden aan de zekeringen dienen door een PEUGEOT-servicepunt uitgevoerd te worden.

114 PRAKTISCHE INFORMATIE 109 Zekering Ampère* Functies* 1 10 A Achteruitrijlichtschakelaar automatische transmissie, voeding relais startbeveiliging automatische transmissie, achteruitrijlichtschakelaar handgeschakelde versnellingsbak, snelheidssensor, elektronische eenheid voorgloeien, sensor water in brandstof, luchthoeveelheidmeter DW motor A Elektroklep absorptievat, brandstofpomp A Elektronische eenheid stuurbekrachtiging - elektronische eenheid ABS of elektronische eenheid ESP A Elektronische eenheid injectie, voeding relais koelventilator, voeding relais extra verwarming, elektronische eenheid automatische transmissie, sequentiële bediening automatische transmissie, relais shift lock automatische transmissie A Elektronische eenheid roetfilter A Mistlampen vóór A Pomp koplampsproeiers A Voeding relais koelventilator, voeding elektronische eenheid injectie A Dimlicht links A Dimlicht rechts A Grootlicht links A Grootlicht rechts A Claxon A Pomp ruitensproeiers voor en achter A Lambdasondes, elektroklep UGR, bobine, regeling hoge druk brandstofinspuiting (diesel), voeding verstuivers (benzine) A Luchtpomp benzinemotor met automatische transmissie A Lage/hoge wissnelheid ruitenwissers vóór A Aanjager airconditioning. * Volgens uitvoering.

115 106 PRAKTISCHE INFORMATIE ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringenkasten bevinden zich onder het dashboard (bestuurderszijde) en onder de motorkap. De reservezekeringen en de tang A zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel van de zekeringenkast onder het dashboard. Verwijderen en plaatsen van een zekering Voordat u een zekering vervangt, dient u eerst de oorzaak van de storing op te sporen en te (laten) verhelpen. De nummers van de zekeringen zijn aangegeven op de zekeringenkast. Gebruik de tang A. Vervang een defecte zekering altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte. Zekeringen dashboard Draai met een muntstuk de schroef een kwart omwenteling los en kantel het deksel om bij de zekeringen te komen. Zekering Ampère* Functies* 1 10 A Mistachterlicht. Goed Defect 2 15 A Ruitenwisser achter A Ruitbediening vóór, schuifdak A Remlicht links en voor trekhaak. Tang A 7 20 A Plafonnier achter, plaffonnier vóór, kaartleeslampjes, aansteker, verlichting dashboardkastje.

116 PRAKTISCHE INFORMATIE 107 Zekering Ampère* Functies* 9 30 A Ruitbediening - automatische bediening ruiten - schuifdak A Diagnose-aansluiting, 12 V-aansluiting achter A Autoradio, multifunctioneel display B, stuurkolomschakelaar, automatische transmissie A Parkeerlicht rechts voor, achterlicht rechts, kentekenplaatverlichting en trekhaak, schakelaars centrale portiervergrendeling/alarm/esp/alarmknipperlichten, verlichting paneel airconditioning/asbak, schakelaars stoelverwarming, aansteker, schakelaars automatische transmissie, koplampverstelling A Bediening vergrendelen/ontgrendelen portieren/achterklep, bediening supervergrendeling A Ruitbediening achter A Intelligente servicecentrale motor, alarm, roetfilter, stuurkolomschakelaar, airbags A Remlicht rechts, derde remlicht A Diagnose-aansluiting, stuurkolomschakelaar, remlichtschakelaar en schakelaar koppelingspedaal, schakelaar koelvloeistofniveaumeter, extra remlichtschakelaar A Shunt tijdens opslag A Parkeerlicht links voor, achterlicht links, kentekenplaatverlichting en trekhaak A Sirene alarminstallatie, infraroodeenheid alarm A Instrumentenpaneel, autoradio, multifunctioneel display, airconditioning A Achterruitverwarming. * Volgens uitvoering.

117 110 PRAKTISCHE INFORMATIE WISSERBLADEN VERVANGEN De ruitenwissers in de onderhoudsstand zetten Bedien de ruitenwisserschakelaar binnen één minuut na het afzetten van het contact om de ruitenwissers naar het midden van de voorruit te bewegen (onderhoudsstand). Vervangen van een wisserblad Til de ruitenwisserarm op, maak de clip los en verwijder het wisserblad. Monteer het nieuwe wisserblad en zet de ruitenwisserarm terug. Let op: Het kortste wisserblad moet op de rechter ruitenwisserarm worden gemonteerd. Zet het contact aan en bedien de ruitenwisserschakelaar om de ruitenwissers in de ruststand te zetten. SPAARSTAND Nadat de motor is afgezet, wordt een aantal elektrische voorzieningen (ruitenwissers, ruitbediening, schuifdak*, plafonniers, autoradio, enz.) na een half uur automatisch uitgeschakeld, om te voorkomen dat de accu ontladen raakt. Op dat moment verschijnt de melding "Spaarstand actief" op het multifunctionele display. Als de elektrische voorzieningen in de spaarstand staan, dient de motor te worden gestart alvorens de voorzieningen opnieuw gebruikt kunnen worden. LET OP: Als de accu ontladen is, kan de motor niet gestart worden. SPAARFASE ACCU In verband met de laadtoestand van de accu kunnen tijdens het rijden sommige voorzieningen (airconditioning*, achterruitverwarming, interieurverwarming bij auto's met een dieselmotor, enz.) tijdelijk uitgeschakeld worden. Deze voorzieningen worden weer automatisch ingeschakeld zodra de laadtoestand van de accu dit toelaat. Opmerking: De uitgeschakelde voorzieningen kunnen tevens handmatig weer ingeschakeld worden. Hierbij bestaat het risico dat de accu ontladen raakt. * Volgens uitvoering.

118 PRAKTISCHE INFORMATIE 111 ACCU Laden met behulp van een acculader: - maak de accupoolklemmen los, - volg de aanwijzingen van de fabrikant op de acculader, - sluit de accukabels weer aan, te beginnen met de (-) kabel, - controleer of de accupolen en de klemmen schoon zijn. Indien ze bedekt zijn met een (witte of groene) oxidatielaag, neem dan de accukabels los en reinig de polen en de klemmen. Starten met een hulpaccu: - sluit eerst de rode kabel aan op de (+) polen van de beide accu's, - sluit de groene of zwarte kabel op de (-) pool van de hulpaccu aan, - sluit het andere uiteinde van de groene of zwarte kabel op een zo ver mogelijk van de accu verwijderd massapunt van de te starten auto aan. Stel de startmotor in werking en start de motor. Wacht tot de motor stationair draait en neem dan de kabels los. - Maak de accupoolklemmen niet los bij draaiende motor. - Laad de accu niet op zonder de accukabels los te nemen. - Sluit voordat u de accupoolklemmen losneemt het schuifdak. Als na het weer aansluiten van de accukabels het schuifdak niet goed werkt, moet het schuifdak geherprogrammeerd worden. Draai de knop in de stand maximaal kantelen en druk lang op de knop. - Zet, elke keer nadat de accukabels weer zijn aangesloten, het contact AAN en wacht 1 minuut alvorens de motor te starten, zodat de elektronische systemen geïnitialiseerd kunnen worden. Raadpleeg uw PEUGEOTservicepunt als er zich na deze handeling toch nog problemen voordoen. Het is raadzaam de accu los te koppelen als uw auto langer dan een maand buiten gebruik is.

119 112 PRAKTISCHE INFORMATIE Bijzonderheden automatische transmissie Bij het slepen van de auto, zonder takelen, moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden: - selectiehendel in de stand N, - rijd met een snelheid van maximaal 50 km/h en sleep de auto over een afstand van hoogstens 50 km, - voeg geen extra vloeistof toe aan de automatische transmissie. SLEPEN VAN UW AUTO Zonder takelen (4 wielen op de grond) Gebruik hiervoor altijd een sleepstang. Het sleepoog is in het reservewiel opgeborgen. Aan de voorzijde: Maak het klepje los door op de onderkant ervan te drukken. Draai het sleepoog vast tot het stuit. Aan de achterzijde: Maak het klepje aan de bovenkant los met behulp van een muntstuk. Draai het sleepoog vast tot het stuit. Getakeld (2 wielen op de grond) Het professioneel takelen van de wagen geniet de voorkeur. Bij het slepen van de auto met stilstaande motor is de rembekrachtiging uitgeschakeld.

120 PRAKTISCHE INFORMATIE 113 TREKKEN VAN EEN AANHANGER Gebruik uitsluitend een door PEUGEOT goedgekeurde trekhaak. Laat een trekhaak alleen door een PEUGEOT-servicepunt monteren. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen en bagage, maar is tevens geschikt voor het trekken van een aanhanger. Het rijden met een aanhanger heeft veel invloed op het rijgedrag van de auto en vergt daarom extra aandacht van de bestuurder. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor af als men op grotere hoogte boven de zeespiegel komt. Trek boven de 1000 m 10% van het maximum aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke volgende 1000 m. Adviezen Gewichtsverdeling : verdeel het gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig en houd u aan de toegestane kogeldruk. Koeling: het trekken van een aanhanger op een helling veroorzaakt een hogere koelvloeistoftemperatuur. De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet afhankelijk van het motortoerental. Gebruik daarom een zo hoog mogelijke versnelling om het toerental te beperken en pas uw snelheid aan. Het maximum aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercentage en de temperatuur van de buitenlucht. Let in elk geval goed op de aanwijzing van de koelvloeistoftemperatuurmeter. Als het verklikkerlampje van de koelvloeistoftemperatuur gaat branden, stop dan zo snel mogelijk en zet de motor af. Banden: controleer de bandenspanning van de auto en de aanhanger en breng deze indien nodig op de juiste waarde. Remmen: het trekken van een aanhanger vergroot de remweg. Verlichting: controleer de verlichting van de aanhanger. Zijwind: houd er rekening mee dat de zijwindgevoeligheid van de auto groter is.

121 114 PRAKTISCHE INFORMATIE VERWIJDEREN VAN DE MAT* Als de vloermat aan bestuurderszijde verwijderd moet worden, schuif dan de stoel in de achterste stand en draai de bevestigingen los. Leg de vloermat weer terug en plaats de bevestigingen door ze vast te drukken. ALLESDRAGERS MONTEREN Gebruik bij het monteren van dwarsdragers de vier hiervoor bestemde bevestigingsplaatsen. Druk de schuifjes in de richting van de pijl om deze te bereiken. Gebruik uitsluitend door PEUGEOT goedgekeurde accessoires en houd u aan de montagevoorschriften van de fabrikant. * Volgens uitvoering. Max. toegestane daklast op imperiaal: 75 kg

122 PRAKTISCHE INFORMATIE 115 ACCESSOIRES VOOR UW 307 Maak voor uw PEUGEOT alleen gebruik van de door het merk goedgekeurde accessoires en originele onderdelen. Al deze accessoires en onderdelen zijn, na getest en goedgekeurd te zijn ten aanzien van bedrijfszekerheid en veiligheid, aangepast aan uw PEUGEOT; iets wat PEUGEOT niet van andere producten kan garanderen. Uw PEUGEOT-servicepunt biedt u een ruime keuze aan originele, door PEUGEOT goedgekeurde accessoires met PEUGEOT-garantie: Veiligheid : Inbraakalarm, graveren van ruiten, wielbouten met slot, verbandtrommel, gevarendriehoek, enz. Comfort : Console voor audio-/telefoonsysteem, middenarmsteun voor, stoelhoezen geschikt voor stoelen met zijairbags, matten, kunststof bak bagageruimte, bagagenet, windgeleiders portierruiten, opbergbox voor CD's, opbergruimte onder hoedenplank,... Communicatie : Autoradio's, audio-/telefoonsysteem, handsfree-kit, luidsprekers, versterkers, CDwisselaar, navigatiesystemen, zonneschermen opzij en zonnescherm achter... Styling : Achterklepspoiler, lichtmetalen velgen, wieldoppen, sportuitlaat, aluminium of PVC dorpellijsten, spatlappen,... Vrije tijd : Trekhaak, dakdragers, dakkoffers, sneeuwkettingen, skidragers, fietsendragers, enz... Kinderen : Zitverhogingen en kinderzitjes... Onderhoudsmiddelen : Ruitensproeiervloeistof, reinigings-/onderhoudsmiddelen voor interieur en exterieur,... Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt voordat u een elektrisch accessoire in de auto monteert of laat monteren.

123 116 TECHNISCHE GEGEVENS BENZINEMOTOREN/SOCIETE MODELLEN Type Variant Uitvoering 3CKFWB/T 3CNFUB 3CNFUE 3CRFNB 3CRFNE 3AKFWB/T 3ANFUB 3ANFUE 3ARFNB 3ARFNE MOTOREN 1,4 Liter 1,6 Liter 16V 2 Liter 16V Cilinderinhoud (cm 3 ) Boring x slag (mm) 75 x 77 78,5 x x 88 Maximum vermogen: EEG-norm (kw) Toerental bij maximum vermogen (/min) Maximum koppel: EEG-norm (Nm) Toerental bij maximum koppel (/min) Brandstof Loodvrij Loodvrij Loodvrij Katalysator Ja Ja Ja VERSNELLINGSBAK Handgeschakeld Handgeschakeld Automaat Handgeschakeld Automaat (5 versn.) (5 versn.) (4 versn.) (5 versn.) (4 versn.) INHOUD (liter) Motor (met filter) 3, ,25 4,25 Versnellingsbak - differentieel 2 2-1,9 -

124 TECHNISCHE GEGEVENS 117 DIESELMOTOREN/SOCIETE MODELLEN: Type Variant Uitvoering 3C8HZB/T 3CRHYB/T 3CRHSB 3ARHYB/T 3ARHYB/T 3ARHSB MOTOREN 1,4 liter HDI-turbodiesel 2 liter HDI-turbodiesel 2 liter HDI-turbodiesel Cilinderinhoud (cm 3 ) Boring x slag (mm) 73,7 x x x 88 Maximum vermogen: EEG-norm (kw) Toerental bij maximum vermogen (/min) Maximum koppel: EEG-norm (Nm) Toerental bij maximum koppel (/min) Brandstof Diesel Diesel Diesel Katalysator Ja Ja Ja VERSNELLINGSBAK Handgeschakeld Handgeschakeld Handgeschakeld Automatisch (5 versnellingen) (5 versnellingen) (5 versnellingen) (4 versnellingen) INHOUD (liter) Motor (met filter) 4,3 4,5 4,5 4,5 Versnellingsbak - differentieel - 1,9 1,85 -

125 118 TECHNISCHE GEGEVENS Brandstofverbruik Volgens richtlijn 93/116 Motor Versnel- Type Binnen Buiten Gecombineerd CO2-uitstoot lingsbak Variant bebouwde bebouwde brandstof- (g/km) Uitvoering kom kom verbruik 3C... 3A (l/100 km) (l/100 km) (l/100 km) 1,4 liter Handgeschakeld KFWB/T 8,7 / 8,7 5,5 / 5,5 6,7 / 6,7 159 / 159 1,4 liter Turbo HDI Handgeschakeld 8HZB/T 5,5 / 5,5 4,0 / 4,0 4,5 / 4,5 120 / 120 1,6 liter 16V Handgeschakeld NFUB 9,5 5,8 7, ,6 liter 16V Automaat NFUE 10,9 6,2 7, liter 16V Handgeschakeld RFNB 10,9 6,2 7, liter 16V Automaat RFNE 12,4 6,0 8, liter HDI Turbo Handgeschakeld RHYB/T 6,9 / 6,9 4,3 / 4,3 5,2 / 5,2 138 / l. Turbo HDI (120g) Handgeschakeld RHSB 7,0 4,2 5,2 138 De aangegeven verbruikscijfers zijn de laatstbekende waarden ten tijde van het drukken van dit boekje.

126 TECHNISCHE GEGEVENS 119 Gewichten en aanhangergewichten (in kg) 3- en 5-DEURS BENZINE/SOCIETE Motor 1,4 liter 16V 1,6 liter 16V 2 liter 16V Versnellingsbak Hand- Hand- Auto. Hand- Auto. geschakeld geschakeld geschakeld Type variant uitvoering: 3C... 3A... KFWB/T NFUB NFUE RFNB RFNE Ledig gewicht rijklaar Maximum technisch toegestane massa totaal Maximum toegestaan treingewicht* Aanhanger ongeremd Aanhanger geremd (binnen max. toegestaan treingewicht) 3- en 5-DEURS DIESEL/SOCIETE Motor 1,4 liter HDI 2 liter HDI 2 liter HDI (120 g) Versnellingsbak Handgeschakeld Handgeschakeld Handgeschakeld Type variant uitvoering: 3C... 3A... 8HZB/T RHYB/T RHSB Ledig gewicht rijklaar Maximum technisch toegestane massa totaal Maximum toegestaan treingewicht* Aanhanger ongeremd Aanhanger geremd (binnen max. toegestaan treingewicht) * Max. snelheid bij het trekken van een aanhanger 100 km/h (in Nederland 80 km/h).

127 120 TECHNISCHE GEGEVENS Afmetingen (gelijk voor 3- en 5-deurs)

128 TECHNISCHE GEGEVENS 121 IDENTIFICATIE VAN UW 307 A. Constructeursplaatje B. Serienummer op de carrosserie. C. Serienummer op het dashboard. D. Banden en kleurcode van de lak. De sticker D op de portierstijl bij de scharnieren van het bestuurdersportier geeft de volgende informatie: de maat van de velgen en banden, de door de constructeur goedgekeurde bandenmerken, de bandenspanning (deze moet minstens eens per maand bij koude banden gecontroleerd worden), de kleurcode van de lak.

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder

Nadere informatie

UW 307 SW IN EEN OOGOPSLAG 1

UW 307 SW IN EEN OOGOPSLAG 1 UW 307 SW IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen 88-102 Schakelaars op stuurkolom 110-116 Instrumentenpanelen 28-29 Ventilatie, airconditioning 82-87 Spiegels 118-119 Blz. Controles 136-140 Toegang tot de auto

Nadere informatie

2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG

2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 3 1 Stuurwiel met airbag en claxon 2 Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers 11 Voorruitontwaseming 12 Zijruitontwaseming 13 Verstelbaar zijventilatierooster

Nadere informatie

UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1

UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1 UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen 52-60 Schakelaars op stuurkolom 71-72 Instrumentenpaneel 28 Verwarming, airconditioning 48-51 Buitenspiegels 74 Blz. Controles 88-89 Toegang tot de auto 64-69

Nadere informatie

UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 1

UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 1 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen 74-85 Cockpit 29-31 Dashboard 37-73, 97-98 Spiegels 100 Blz. Controles 117-125 Toegang tot de auto 87-92 Wiel verwisselen 126-130 Lampen vervangen 131-135 In dit

Nadere informatie

UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1

UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1 UW PARTNER IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen, achterbank 54-60 Schakelaars op stuurkolom 72-73 Instrumentenpaneel 28 Verwarming, airconditioning 50-53 Buitenspiegels 75 Blz. Controles 94-95 Toegang tot de

Nadere informatie

UW 206 IN EEN OOGOPSLAG

UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 3 1 Stuurwiel met airbag en claxon 2 Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers 3 Uitschakelen airbag aan passagierszijde* 4 Blokkeerschakelaar elektrisch

Nadere informatie

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting

Nadere informatie

UW 807 IN EEN OOGOPSLAG 26-04-2004

UW 807 IN EEN OOGOPSLAG 26-04-2004 2 UW 807 IN EEN OOGOPSLAG UW 807 IN EEN OOGOPSLAG 3 1 - Schakelaars elektrisch bediende buitenspiegels. Schakelaars elektrisch bediende ruiten. Blokkeerschakelaar elektrisch bediende ruiten achter. 2 -

Nadere informatie

IN EEN OOGOPSLAG. Blz. Stoelen Cockpit Dashboard Spiegels 85

IN EEN OOGOPSLAG. Blz. Stoelen Cockpit Dashboard Spiegels 85 UW IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen 64-71 Cockpit 26-27 Dashboard 32-63 Spiegels 85 Blz. Controles 96-99 Toegang tot de auto 72-75 Lekke band/ wiel verwisselen 100-103 Lampen vervangen 104-107 Afhankelijk

Nadere informatie

4 - In een oogopslag

4 - In een oogopslag 4 - In een oogopslag In een oogopslag - 5 COCKPIT 1 - Schakelaar snelheidsbegrenzer/ snelheidsregelaar. 2 - Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 3 - Airbag bestuurder. Claxon. 4 - Instrumentenpaneel.

Nadere informatie

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar/ -begrenzer. 2. Stuurwielverstelling. 3. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 4. Instrumentenpaneel. 5. Airbag bestuurder. Claxon. 6. Versnellingshendel.

Nadere informatie

2 UW IN EEN OOGOPSLAG

2 UW IN EEN OOGOPSLAG 2 UW IN EEN OOGOPSLAG UW IN EEN OOGOPSLAG 3 1 Handgreep ontgrendelen motorkap 13 Schakelaar ruitenwissers/ ruitensproeiers 2 Zekeringenkastje 3 Opbergvak 4 Hoogteverstelling stuurwiel 5 Koplampverstelling

Nadere informatie

UW 306 IN EEN OOGOPSLAG

UW 306 IN EEN OOGOPSLAG 2 UW 306 IN EEN OOGOPSLAG 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 1 2 25 24 23 22 20 19 18 14 15 21 17 16 UW 306 IN EEN OOGOPSLAG 3 1 - Verstelbaar zijventilatierooster. 10 - Bediening verwarming/ventilatie, airconditioning*.

Nadere informatie

4 - In een oogopslag In een oogopslag - 5 COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar. 2. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 14. Dashboardkastje / aansluitingen audio/video. 15. Schakelaars stoelverwarming.

Nadere informatie

UW 206 CC IN EEN OOGOPSLAG

UW 206 CC IN EEN OOGOPSLAG 2 UW 206 CC IN EEN OOGOPSLAG UW 206 CC IN EEN OOGOPSLAG 3 1 Airbag bestuurder Claxon 2 Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers 3 Uitschakeling airbag aan passagierszijde* 4 Schakelaar stoelverwarming

Nadere informatie

COCKPIT

COCKPIT 4 - IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar/- begrenzer. 2. Hendel stuurwielverstelling. 3. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 4. Instrumentenpaneel. 5. Airbag bestuurder. Claxon.

Nadere informatie

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer

Nadere informatie

4 - In een oogopslag In een oogopslag - 5 COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar/- begrenzer. 2. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 3. Airbag bestuurder. Claxon. 4. Instrumentenpaneel. 5. Alarmknop.

Nadere informatie

UW 306 CABRIOLET IN EEN OOGOPSLAG

UW 306 CABRIOLET IN EEN OOGOPSLAG 2 UW 306 CABRIOLET IN EEN OOGOPSLAG 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 1 2 24 23 22 21 20 19 18 16 15 14 17 UW 306 CABRIOLET IN EEN OOGOPSLAG 3 1 - Verstelbaar zijventilatierooster. 10 - Bediening verwarming/ventilatie,

Nadere informatie

4 - IN EEN OOGOPSLAG

4 - IN EEN OOGOPSLAG 4 - IN EEN OOGOPSLAG IN EEN OOGOPSLAG - 5 COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsbegrenzer/ snelheidsregelaar. 2. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 3. Airbag bestuurder. Claxon. 4. Instrumentenpaneel.

Nadere informatie

VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen

VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net

Nadere informatie

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33. Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht

Nadere informatie

Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN

Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN Kort overzicht Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN 6 5 4 3 2 1 12 9 3 6 80 100 120 km/h 60 140 40 160 LAND - - ROVER 20 0 180 200 H4959 7 8 9 1. Frisseluchtrooster - bedieningsknop 2. Ventilator - regeling

Nadere informatie

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT. 1. Hendel motorkapontgrendeling. 2. Koplampverstelling. 3. Uitschakelen airbag aan passagierszijde

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT. 1. Hendel motorkapontgrendeling. 2. Koplampverstelling. 3. Uitschakelen airbag aan passagierszijde IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Hendel motorkapontgrendeling 2. Koplampverstelling 3. Uitschakelen airbag aan passagierszijde 4. Verstelbaar en afsluitbaar zijventilatierooster 5. Schakelaar verlichting en

Nadere informatie

Belangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Automobiles

Belangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Automobiles ! Belangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Automobiles PEUGEOT voorkomen, kan storingen in het elektronisch

Nadere informatie

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek MyPeugeot. Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto.

Nadere informatie

Bekijk uw gebruiksaanwijzing via de website van Peugeot, rubriek "Persoonlijke pagina".

Bekijk uw gebruiksaanwijzing via de website van Peugeot, rubriek Persoonlijke pagina. Bekijk uw gebruiksaanwijzing via de website van Peugeot, rubriek "Persoonlijke pagina". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto. Als u de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Uw auto komt tot leven op internet!

Uw auto komt tot leven op internet! Instructieboekje ! Dankzij de internetsite SERVICE BOX, biedt PEUGEOT u de mogelijkheid uw boorddocumentatie gratis en eenvoudig online te raadplegen. Met het gebruiksvriendelijke SERVICE BOX hebt u altijd

Nadere informatie

Het online-instructieboekje

Het online-instructieboekje Het online-instructieboekje Bekijk uw instructieboekje via de website van Citroën, rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks

Nadere informatie

De voorkant. De zijkant. De banden

De voorkant. De zijkant. De banden Controlepunten: De voorkant De verlichting moet heel zijn en werken (de werking van de verlichting, remlichten en richtingaanwijzers kan voor je gaat rijden gecontroleerd worden door de examinator) De

Nadere informatie

De voorkant. De zijkant. De banden

De voorkant. De zijkant. De banden Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de

Nadere informatie

************************* **************** ******** ***

************************* **************** ******** *** Bij deelname aan het Tussentijdstoets moet je de volgende documenten overhandigen: een geldig theorie certificaat een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs. ************************* ****************

Nadere informatie

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek MyPeugeot. Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.

Nadere informatie

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar/- begrenzer. 2. Hendel stuurwielverstelling.. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 4. Instrumentenpaneel. 5. Airbag bestuurder. Claxon.

Nadere informatie

Het online-instructieboekje

Het online-instructieboekje Het online-instructieboekje Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en

Nadere informatie

Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".

Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek MyPeugeot. Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto. Als u het instructieboekje

Nadere informatie

Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama

Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Instructie www.lolkama.com Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Voor het CBR praktijkexamen worden door de examinator, controle vragen gesteld over de banden, motor, dashboard

Nadere informatie

PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide

PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide VOLVO V70 & XC70 quick guide PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid. Neem deze beknopte handleiding door om nog meer plezier te beleven aan uw nieuwe

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. CITROEN JUMPER 2012 http://nl.yourpdfguides.com/dref/5748384

Uw gebruiksaanwijzing. CITROEN JUMPER 2012 http://nl.yourpdfguides.com/dref/5748384 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

1. AM/FM-radio gebruiken

1. AM/FM-radio gebruiken De tuner gebruiken 1. AM/FM-radio gebruiken Toets SOURCE MENU RECALL (BRONMENU OPHALEN) Stationsvoorkeuzetoetsen FUNCTION-toets BAND AUTO.P POWER-toets VOL-knop TUNE TRACKtoetsen Luisteren naar de AM/FM-radio

Nadere informatie

INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK KLOKKEN. Display

INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK KLOKKEN. Display INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Display De klokken en verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel geven informatie over de werking van de auto. KLOKKEN 1. Toerenteller.

Nadere informatie

Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde

Nadere informatie

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET!

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie.

Nadere informatie

Centrale ontgrendeling. Centrale vergrendeling

Centrale ontgrendeling. Centrale vergrendeling Toegang tot de auto 7 TOEGANG TOT DE AUTO SLEUTEL AFSTANDSBEDIENING Centrale ontgrendeling Supervergrendeling Met de sleutel kunnen de sloten van de auto vergrendeld en ontgrendeld worden en kan de motor

Nadere informatie

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET!

UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie.

Nadere informatie

Het instructieboekje online

Het instructieboekje online INSTRUCTIEBOEKJE Het instructieboekje online Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek " MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie

Nadere informatie

G A PSL O G O O EEN IN

G A PSL O G O O EEN IN IN EEN OOGOPSLAG 5 1 Exterieur Sleutel - Afstandsbediening 2a 6 Gescheiden ontgrendeling van cabine en laadruimte. Alleen vergrendeling van de laadruimte. Volledige vergrendeling van de auto. 2b 7b 7a

Nadere informatie

WELKOM. PEUGEOT dankt u voor het vertrouwen en wenst u een goede reis.

WELKOM. PEUGEOT dankt u voor het vertrouwen en wenst u een goede reis. INSTRUCTIEBOEKJE WELKOM Belangrijke informatie: het monteren van een uitrusting of een elektrische accessoire zonder artikelnummer van Automobiles PEUGEOT, kan een storing in het elektronische systeem

Nadere informatie

Het instructieboekje online

Het instructieboekje online INSTRUCTIEBOEKJE Het instructieboekje online Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie

Nadere informatie

AFSTANDSBEDIENING I-1

AFSTANDSBEDIENING I-1 4 AFSTANDSBEDIENING I-1 A B Afstandsbediening De afstandsbediening beschikt over een hoogfrequente zender, hetgeen u de volgende voordelen biedt: - u hoeft de afstandsbediening niet op de auto te richten.

Nadere informatie

COP Quick start KA OLANDESE :32 Pagina 1. FordKa. Feel the difference

COP Quick start KA OLANDESE :32 Pagina 1. FordKa. Feel the difference OP Quick start K OLNS 7-07-2008 8:32 Pagina FordKa Kort Owner s overzicht handbook Feel the difference K0468_Service_Portfolio_090508. 09.05.2008 5:52:47 Uhr 604.39.307 PP K OL 8-07-2008 4:03 Pagina S

Nadere informatie

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen Stoelen VOORSTOELEN De stoel nooit afstellen als het voertuig in beweging is. Als van deze instructies wordt afgeweken, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of verlies van controle over het voertuig.

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)

Nadere informatie

De RENAULT ONDERHOUDSBEURT

De RENAULT ONDERHOUDSBEURT Pagina 5. De Renault onderhoudsbeurt 6. Motor 7. Benzine en dieselmotor / roetfilter 8. Turbo & intercooler 9. Smeersysteem 10. Koelvloeistof systeem 11. In- & uitlaatsysteem 12. Aandrijflijn 13. Handgeschakelde

Nadere informatie

Voorstoelen HANDMATIG VERSTELBARE STOELEN

Voorstoelen HANDMATIG VERSTELBARE STOELEN Voorstoelen HANDMATIG VERSTELBARE STOELEN verstellen. Als u dit toch doet, kunt u de macht over het stuur verliezen en letsel veroorzaken. 1. Verstelling naar voren/naar achteren. 2. Hoogteverstelling.

Nadere informatie

Bovag checklist. werkorder Klant. Auto. De Auto Avenue Tilburg BV. Straat Kapt. Hatterasstraat 11

Bovag checklist. werkorder Klant. Auto. De Auto Avenue Tilburg BV. Straat Kapt. Hatterasstraat 11 Bovag checklist dd. 18-9-2017 werkorder 148451 Klant Auto Naam De Auto Avenue Tilburg BV Kenteken 83-LRL-3 Straat Kapt. Hatterasstraat 11 Postcode 5015 BB Plaats Tilburg E-mail [email protected] Type

Nadere informatie

Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C)

Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C) COUPÉ EVO DASHBOARD Brandstofmeter met reserveaanduiding Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C) Chroomlook ringen instrumentenpaneel ControlelampjesRichtingaanwijzer links en rechts, mistlampen

Nadere informatie

: verwijzing rubriek. : verwijzing bladzijde

: verwijzing rubriek. : verwijzing bladzijde Exterieur Sleutel - Afstandsbediening 2a 6 Volledige ontgrendeling van de auto. Volledige vergrendeling van de auto. 2b 6b Verklaring : verwijzing rubriek 6a : verwijzing bladzijde Schuifdeur 2a 17 Trek

Nadere informatie

Het online-instructieboekje

Het online-instructieboekje IN CITROËN JUMPY Het online-instructieboekje Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten

Nadere informatie

Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak.

Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak. Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak. Veiligheidsvoorzieningen Beschermingsvoorzieningen mogen alleen worden verwijderd resp. geopend na stilstand van de dumper met geactiveerde parkeerrem, uitschakelen

Nadere informatie

Automatische transmissie

Automatische transmissie Automatische transmissie TRANSMISSIEHENDEL H3916 De CommandShift transmissie kan als automaat en als handbak worden gebruikt. Automatische bediening Normaal staat de transmissie op 'automatisch'. Nadat

Nadere informatie

De online-gebruiksaanwijzing

De online-gebruiksaanwijzing Instructieboekje De online-gebruiksaanwijzing Selecteer een van de volgende toegangen om uw gebruiksaanwijzing online te raadplegen... Uw gebruiksaanwijzing is ook te vinden op de website van Peugeot,

Nadere informatie

De online-gebruiksaanwijzing

De online-gebruiksaanwijzing Instructieboekje De online-gebruiksaanwijzing Selecteer een van de volgende toegangen om uw gebruiksaanwijzing online te raadplegen... Uw gebruiksaanwijzing is ook te vinden op de website van Peugeot,

Nadere informatie

Flipbook Start MyPeugeot Start MyPeugeot. De app Start MyPeugeot is beschikbaar voor uw auto en helpt u uw nieuwe Peugeot nog beter te leren kennen.

Flipbook Start MyPeugeot Start MyPeugeot. De app Start MyPeugeot is beschikbaar voor uw auto en helpt u uw nieuwe Peugeot nog beter te leren kennen. Instructieboekje Flipbook Start MyPeugeot Start MyPeugeot Start Mirror Screen Start Het instructieboekje. App die u kunt downloaden op uw smartphone. App die kan worden weergegeven op het touchscreen van

Nadere informatie

Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES

Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES H6433L Voorzichtig: Vooral de RODE waarschuwingslampjes zijn van essentieel belang; door het branden van die waarschuwingslampjes wordt aangegeven dat sprake is

Nadere informatie

Verkorte gebruiksaanwijzing

Verkorte gebruiksaanwijzing Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06

Nadere informatie

Flipbook 208 Start MyPeugeot 208 Start MyPeugeot 208

Flipbook 208 Start MyPeugeot 208 Start MyPeugeot 208 Instructieboekje Flipbook 208 Start MyPeugeot 208 Start MyPeugeot 208 Start Mirror Screen Start Het Instructieboekje. App die u kunt downloaden op uw smartphone. App die kan worden weergegeven op het touchscreen.

Nadere informatie

Ontgrendelen van de achterdeuren

Ontgrendelen van de achterdeuren Toegang tot de auto 18 TOEGANG TOT DE AUTO AFSTANDSBEDIENING Ontgrendelen van de cabine Druk op deze knop om de cabine van uw auto te ontgrendelen. Het lampje op de afstandsbediening gaat branden, de plafonnier

Nadere informatie

Voertuig Controle Golf 7

Voertuig Controle Golf 7 Voertuig Controle Golf 7 Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je

Nadere informatie

Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN

Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN Gema ksvoorzie ningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING AUTO E80434 De zonneklep kan tegen verblinding naar beneden of zijwaarts worden geklapt. ZONNESCHERMEN E993 Verdraai het duimwieltje

Nadere informatie

Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak.

Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak. Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak. Veiligheidsvoorzieningen De bestuurdersplaats bevindt zich aan de achterkant van de machine. De operator moet op de treeplank staan en zich stevig vasthouden aan

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

De online-gebruiksaanwijzing

De online-gebruiksaanwijzing Instructieboekje De online-gebruiksaanwijzing Selecteer een van de volgende toegangen om uw gebruiksaanwijzing online te raadplegen... Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over

Nadere informatie

Praktijk Vragen over auto

Praktijk Vragen over auto Praktijk Vragen over auto 1 BANDEN: Wat moet je controleren op Auto banden 1- spannig: Meters/Lampjes Juiste banden spanning hangt af: Auto (merk, Type, gewicht) maat Gewicht lading (of aantal personen).

Nadere informatie

C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:26 Page 1 CITROËN C8 INSTRUCTIEBOEKJE. 0 C:\Documentum\Checkout\V3_03_2_Tcv-NEL.win 15/3/2004 19:35 -page 1

C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:26 Page 1 CITROËN C8 INSTRUCTIEBOEKJE. 0 C:\Documentum\Checkout\V3_03_2_Tcv-NEL.win 15/3/2004 19:35 -page 1 C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:26 Page 1 CITROËN C8 INSTRUCTIEBOEKJE 0 C:\Documentum\Checkout\V3_03_2_Tcv-NEL.win 15/3/2004 19:35 -page 1 C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:27 Page 2 CITROËN prefereert TOTAL

Nadere informatie

LCD scherm va LCD scherm

LCD scherm va LCD scherm scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica

Nadere informatie

RUITENWISSERS/-SPROEIERS

RUITENWISSERS/-SPROEIERS Elektrische functie printen RUITENWISSERS/-SPROEIERS RUITENWISSERS/-SPROEIERS - BESCHRIJVING De ruitenwissers/-sproeiers worden bediend via de hendel rechts naast het stuur: de hendel kan - door omhoog

Nadere informatie

NL ESP-Systeem

NL ESP-Systeem 603.83.515 NL ESP-Systeem ESP-SYSTEEM (Electronic Stability Program) Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft. De werking

Nadere informatie

Het online-instructieboekje

Het online-instructieboekje Instructieboekje Het online-instructieboekje Kies een van de volgende manieren om uw instructieboekje online te raadplegen... Uw instructieboekje is te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".

Nadere informatie

FIAT PANDA 603.81.058 NL INSTRUCTIEBOEK

FIAT PANDA 603.81.058 NL INSTRUCTIEBOEK FIAT PANDA 603.81.058 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Panda. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk

Nadere informatie

F I A T 5 0 0 530.02.160

F I A T 5 0 0 530.02.160 F I A T 5 0 0 530.02.160 I N S T R U C T I E B O E K Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze. Wij hebben dit boek samengesteld zodat u elk onderdeel

Nadere informatie

F I A T P U N T O 530.02.145 NL I N S T R U C T I E B O E K I N S T R U C T I E B O E K

F I A T P U N T O 530.02.145 NL I N S T R U C T I E B O E K I N S T R U C T I E B O E K F I A T P U N T O 530.02.145 NL I N S T R U C T I E B O E K I N S T R I E B O E K Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto. Wij hebben

Nadere informatie

I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * A B

I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * A B I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * 5 Afstandsbediening De afstandsbediening is voorzien van een hoge-frequentiezender hetgeen de volgende voordelen heeft : - De afstandsbediening hoeft niet op de ontvanger

Nadere informatie

Onderhoudsprogramma, update

Onderhoudsprogramma, update Volvo Car Corporation Göteborg, Sweden Service Bulletin Personenauto s S70/V70/C70 1997- Hoofdgroep Groep No. Jaar Maand 1 17 0008 98 09 Pagina 1(12) Onderhoudsprogramma, update NL S70/V70/C70-1-17-0008

Nadere informatie

veiligheid van de inzittenden; conditie van de auto; bescherming van het milieu.

veiligheid van de inzittenden; conditie van de auto; bescherming van het milieu. F I A T D U C A T O G E B R U I K E N O N D E R H O U D Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Ducato. Wij hebben dit boek samengesteld

Nadere informatie

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY BEDIENINGS INSTRUCTIES 8-SYMBOOL AFSTANDBEDIENING Kinder slot Tijd Signaal indicator Thermostatische stand Batterij Countdown F or C Programma Eco stand Temperatuur Dubbele brander 8-SYMBOOL DISPLAY INSTELLING

Nadere informatie

GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW NIEUWE VOLVO!

GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V50 QUICK GUIDE GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW NIEUWE VOLVO! Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen. Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw nieuwe Volvo.

Nadere informatie

FIAT PUNTO 603.45.567 NL INSTRUCTIEBOEK

FIAT PUNTO 603.45.567 NL INSTRUCTIEBOEK FIAT PUNTO 603.45.567 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk

Nadere informatie

gefeliciteerd MeT de AAnkOOP VAn Uw VOLVO XC90 quick guide

gefeliciteerd MeT de AAnkOOP VAn Uw VOLVO XC90 quick guide VOLVO XC90 quick guide gefeliciteerd MeT de AAnkOOP VAn Uw nieuwe VOlVO! Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen. Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw nieuwe Volvo.

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440

Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor BLAUPUNKT RIO RCR 87. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de BLAUPUNKT RIO RCR 87 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist

Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist BEDIENINGSUITLEG 1 - Bestuurderszetel 17 - Hendel stuurafstelling 2 - Sleutelschakelaar (START) 18 - Bedieningshendel hijsen linker

Nadere informatie

Voertuig Controle BMW 116d Sportline

Voertuig Controle BMW 116d Sportline Voertuig Controle BMW 116d Sportline Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door

Nadere informatie

Wij raden u aan de waarschuwingen en tips aandachtig te lezen die worden voorafgegaan door de symbolen:

Wij raden u aan de waarschuwingen en tips aandachtig te lezen die worden voorafgegaan door de symbolen: F I A T B R A V O 603.81.708 NL I N S T R U C T I E B O E K Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Bravo. Wij hebben dit boek samengesteld

Nadere informatie

EERSTE KENNISMAKING B U I T E N Z I J D E. Open dak

EERSTE KENNISMAKING B U I T E N Z I J D E. Open dak B U I T E N Z I J D E I Open dak Dit dak zorgt voor meer lucht en licht in het interieur. EERSTE KENNISMAKING 100 Parkeerhulpsensoren Nadat u de achteruitversnelling heeft ingeschakeld, waarschuwt het

Nadere informatie

FIAT DUCATO 603.81.136 NL INSTRUCTIEBOEK

FIAT DUCATO 603.81.136 NL INSTRUCTIEBOEK FIAT DUCATO 603.81.136 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Ducato. Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

Gebruik van de afstandsbediening

Gebruik van de afstandsbediening Gebruik van de afstandsbediening Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de afstandsbediening Wees voorzichtig met de afstandsbediening, hij is licht en klein. Als hij valt kan hij kapot gaan, de batterij

Nadere informatie

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek MyPeugeot. Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.

Nadere informatie