I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * A B
|
|
|
- Christina Bosman
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * 5 Afstandsbediening De afstandsbediening is voorzien van een hoge-frequentiezender hetgeen de volgende voordelen heeft : - De afstandsbediening hoeft niet op de ontvanger in de auto te worden gericht. - De bedieningsstraal dringt door alle materialen heen (carrosserie, bagage). - De actieradius is zeer ruim. Centrale portiervergrendeling met afstandsbediening Met de afstandsbediening kunt u de portieren en achterklep ver- en ontgrendelen. Door op A te drukken, vergrendelt u de portieren. Wilt u ze ontgrendelen, druk dan op B. Druk nogmaals, indien er niets gebeurt. A B Het vergrendelen wordt bevestigd door het oplichten van de richtingaanwijzers: - Vergrendelen = de richtingaanwijzers lichten circa twee seconden op. - Ontgrendelen = de richtingaanwijzers knipperen. Indien één van de voorportieren openstaat of niet goed dicht zit, is centraal vergrendelen niet mogelijk. Indien u de afstandsbediening verliest of wanneer deze defect raakt, blijft het mogelijk m.b.v. de sleutel te vergrendelen of te ontgrendelen. De sleutel c.q. afstandsbediening heeft een specifieke voorziening ter bescherming van de bestuurder. In geval van een botsing bijvoorbeeld, waarbij de bestuurder naar voren schiet, springt het kunststof gedeelte los van de sleutel om te voorkomen dat de bestuurder zich aan zijn knie verwondt. Met het ontgrendelen van de portieren gaat de plafondverlichting branden. Transpondersleutel Door deze ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING wordt het voedingssysteem van de motor vergrendeld. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld zodra de contactsleutel wordt verwijderd uit het contactslot. Alle sleutels hebben een elektronisch systeem. Alleen met uw sleutels kan uw auto worden gestart. Steek uw sleutel in het contactslot. Nadat het contact wordt ingeschakeld vindt er een dialoog plaats tussen de sleutel en de elektronische startblokkering. Wanneer de sleutel niet wordt herkend is het starten van de motor onmogelijk. LET OP : de aanwezigheid van hoogfrequente apparatuur in de nabijheid van de auto (GSM alarmsystemen, kan de werking van de afstandsbediening tijdelijk verstoren. Indien zich permanente storingen in de werking van de afstandsbediening voordoen, dient deze opnieuw geïnitialiseerd te worden. Zie ook Vervangen van de batterijen van de afstandsbediening. * Afhankelijk van uitvoering of land.
2 I-1 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING* 7 Preventie van diefstal Controleer bij het uitstappen of de ramen dicht zijn en laat geen waardevolle spullen zichtbaar in de auto achter. Verwijder de sleutel uit het contact, vergrendel het stuur en doe de portieren op slot. Vervangen van de batterijen van de afstandsbediening Trek de afstandsbediening open om de batterijen te kunnen bereiken. Twee batterijen ref. : CR1620 3V. Na het vervangen van de batterij moet de afstandsbediening worden geïnitialiseerd. Zet hiervoor het contact aan en bedien vervolgens de afstandsbediening. * Afhankelijk van de uitvoering. GOOI GEEN LEGE BATTERIJEN BIJ HET HUISHOUDELIJK AFVAL, MAAR WERP ZE BIJ HET KLEIN CHEMISCH AFVAL OF LEVER ZE IN BIJ UW DEALER (ook in fotozaak etc.)
3 6 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * I-1 CODE-kaart Bij de auto is een vertrouwelijke kaart geleverd. Deze kaart heeft een verborgen toegangscode waarmee een van onze dealers de elektronische anti-diefstalvoorziening kan onderhouden. Wanneer de auto van eigenaar wisselt is het noodzakelijk dat de CODEkaart wordt overgedragen. Bewaar deze kaart op een veilige plaats. Laat de kaart nooit achter in de auto. Bekras het verborgen gedeelte niet ; zolang het verborgen gedeelte intact is, is uw elektronische startblokkering gegarandeerd. Wanneer dit niet het geval is, is uw elektronische startblokkering niet langer gegarandeerd. Tip Noteer zorgvuldig de nummers van de sleutels en de afstandsbediening. Bewaar de vertrouwelijke kaart met uw specifieke code van de elektronische startblokkering op een veilige plaats (nooit in de auto). In geval van verlies kan alleen een van onze dealers u, met behulp van de nummers, voorzien van nieuwe sleutels of een nieuwe afstandsbediening. Voor alle wijzigingen met betrekking tot de sleutels (toevoegen, het vervallen of vervangen van een sleutel) is het noodzakelijk dat u zich met uw vertrouwelijke kaart wendt tot een van onze dealers. * Afhankelijk van uitvoering of land. LET OP Wijzig op geen enkele wijze het elektrische circuit van de elektronische startblokkering. Hierdoor zou het mogelijk kunnen zijn dat de auto niet meer kan worden gestart. Bij verlies van de vertrouwelijke kaart is het noodzakelijk dat u zich tot een van onze dealers wendt. In dit geval moet een ingrijpende handeling aan de auto worden verricht.
4 4 SLEUTELS, AFSTANDSBEDIENING * I-1 Sleutel Contact, portieren, stuurslot, startmotor, handschoenenkastje, brandstoftankdop en schakelaar passagiersairbag * worden bediend met één enkele sleutel. Centrale portiervergrendeling* Met de sleutel aan de afstandsbediening kunnen vanaf één van de voorportieren alle portieren worden vergrendeld en ontgrendeld. Als een van de voorportieren openstaat of niet goed dicht zit, werkt de centrale vergrendeling niet. WAARSCHUWING De afstandsbediening heeft een grote actieradius waardoor u de auto op geruime afstand kunt ver- of ontgrendelen. Door het per ongeluk bedienen van de afstandsbediening in uw binnenzak kunnen de portieren al worden ontgrendeld. * Afhankelijk van de uitvoering.
5 8 OPENEN EN SLUITEN VAN DE PORTIEREN I-2 VOORPORTIEREN Openen van buitenaf Steek de sleutel geheel in het slot en draai hem in de richting van de voorbumper om of ontgrendel het portier met de afstandsbediening. Trek de portiergreep naar u toe. Openen van binnenuit Trek de hendel bij al dan niet vergrendeld portier naar u toe. Vergrendelen van binnenuit Door het vergrendelknopje op het bestuurdersportier in te drukken worden de voorportieren, mits ze dicht zijn, centraal vergrendeld.
6 I-2 OPENEN EN SLUITEN VAN DE PORTIEREN 9 ZIJSCHUIFDEUREN * Openen van buitenaf Ontgrendel de zijschuifdeur met de sleutel of de afstandsbediening. Om de deur te openen dient u de handgreep naar achteren te duwen en de deur tot de aanslag open te schuiven. De zijschuifdeur vergrendelt zichzelf en kan niet gesloten worden wanneer de auto op een helling stilstaat. Om de deur te sluiten dient u de handgreep naar voren te duwen en de deur dicht te schuiven. Openen van binnenuit Open de deur door de hendel A naar achteren te trekken. Sluit de deur door de hendel A naar voren te duwen. Vergrendelen van binnenuit Door de knop B naar beneden of boven te schuiven, kan de zijschuifdeur van binnenuit vergrendeld of ontgrendeld worden. Zorg ervoor dat beide zijschuifdeuren tijdens het rijden gesloten zijn. A B * Afhankelijk van uitvoering of land.
7 12 OPENEN ACHTERKLEP EN SCHUIFDAK I-2 Openen van de achterklep* Ontgrendel met de sleutel en licht de achterklep aan de greep op. Houd bij het openen van de achterklep rekening met de beschikbare ruimte boven de auto. * Afhankelijk van de uitvoering.
8 10 OPENEN EN SLUITEN VAN DE ACHTERDEUREN I-2 Openen van de achterdeuren van buitenaf. A B Rechter achterdeur Steek de sleutel in het slot en draai hem rechtsom of ontgrendel met de afstandsbediening. Trek de handgreep naar u toe. 90 openen van de achterdeuren Controleer of de achterdeuren in de geopende stand goed geblokkeerd zijn. Linker achterdeur Ontgrendel de achterdeur door de hendel A naar u toe te trekken. 180 openen van een achterdeur. Trek de deuruithouder B naar u toe bij gedeeltelijk geopende achterdeur. Bij het sluiten van de achterdeur komt de deuruithouder weer in de oorspronkelijke stand.
9 I-2 OPENEN EN SLUITEN VAN DE ACHTERDEUREN 11 Openen van de achterdeuren van binnenuit. B B 1 2 Licht de hendel B op om de deur te openen. SLUIT EERST DEUR 1 EN VERVOLGENS DEUR 2. LET OP Let er tijdens het beladen van de auto op dat de deuruithouders van beide achterdeuren vrij gehouden worden.
10 I-3 OPENEN EN SLUITEN VAN DE DAKKLEP 13 Motorkap 1 Trek de rode hendel geheel links onder het dashboard naar u toe om de motorkap te ontgrendelen. Leg uw hand iets links van het midden onder de motorkap en druk de pal 1 onder de motorkaprand naar rechts. Licht de motorkap op. Plaats de steun onder de motorkap volgens de afbeelding. Sluiten van de motorkap Plaats de motorkapsteun terug in de houder en druk hem vast. Laat de motorkap zakken en laat hem aan het einde van de slag los. Controleer of hij goed vergrendeld is. LET OP bij het laten zakken van de motorkap: door de isolatie is deze extra zwaar.
11 14 OPENEN EN SLUITEN VAN DE DAKKLEP I-4 Dakklep* Open de dakklep door aan hendel A te trekken. B Licht de dakklep op tot voorbij het zware punt, vanaf waar hij vergrendeld wordt d.m.v. de zelfborgende steunen B. Controleer bij het sluiten van de dakklep of de steunbalk (zie Steunbalk voor lange voorwerpen ) goed vergrendeld is. Sluit de dakklep door deze te laten zakken. * Afhankelijk van de uitvoering of uitrusting.
12 I-4 DAKKLEP 15 Steunbalk voor lange voorwerpen Voor het ondersteunen van lange voorwerpen die met geopende dakklep worden vervoerd is de auto uitgerust met een steunbalk die stevig genoeg is om de last van de te vervoeren voorwerpen te weerstaan. Duw hendel A omhoog om de balk neer te klappen. Laat de balk pas los als hij tegen de achterdeurstijl rust. De balk is aan één kant scharnierbaar zodat u met één hand de lange voorwerpen kunt vasthouden, terwijl u met de andere hand de steunbalk terug kunt plaatsen. Controleer of de stang goed vergrendeld is. A Laat nimmer voorwerpen direct tegen de achterdeuren rusten. De openingen op de zijranden kunnen gebruikt worden voor het bevestigen van de lading. De achterbumper is zo bemeten dat hij tevens dienst doet als treeplank. LET OP Rijd nooit zonder dat de steunbalk is geplaatst. De achterdeuren kunnen alleen dàn geheel worden vergrendeld wanneer de stang is geplaatst. Houd rekening met eventueel noodzakelijke beperkingen t.a.v. de wagenhoogte alvorens u met geopende dakklep door een tunnel rijdt. Signaleer de lading met een reglementair vlaggetje indien deze meer dan een meter buiten de auto steekt.
13 16 BRANDSTOF TANKEN I-5 Brandstoftankdop met sleutel Draai de sleutel een kwartslag om, naar de achterzijde van de auto toe. Let op De brandstoftankdop volgt qua vormgeving de lijn van de carrosserie. Plaats de dop derhalve zoals aangegeven op de afbeelding. Wanneer de brandstoftankdop is verwijderd, is het openen van de rechter zijschuifdeur * niet mogelijk. Inhoud van de brandstoftank :55 liter (ongelode benzine). 60 liter (Diesel). BRANDSTOFSOORT* Bij de brandstofvulopening is een sticker aangebracht met daarop de toegestane brandstofsoorten. DIESEL LOODVRIJE BENZINE Hoewel benzinemotoren geschikt zijn voor RON 95 brandstof, adviseren wij u, om voor meer rijcomfort RON 98 te tanken (alleen benzinemotor). * Afhankelijk van uitvoering of land. LET OP : Als er onverhoopt een verkeerde soort brandstof wordt getankt, laat dan de tank aftappen voordat de motor wordt gestart.
14 I-6 STOELEN 17 Verstelling van de rugleuning * Draai de knop om de rugleuning in de gewenste stand te kunnen zetten. Hoofdsteun De hoofdsteunen zijn uitschuifbaar zodat men deze in hoogte kan verstellen. De hoofdsteunen zijn voorzien van een vergrendeling. Om ze te verwijderen, dient u de hoofdsteunen omhoog te trekken tot de aanslag en vervolgens de ontgrendellippen in te drukken. Verstelling van de stoel in de lengterichting Trek de beugel linksonder de stoel omhoog en verplaats de stoel in de gewenste stand. * Afhankelijk van uitvoering of land. Opbergen boorddocumentatie Boven de lade onder de bestuurdersstoel bevindt zich de opbergruimte voor de boorddocumentatiemap. Lade onder de stoel Trek de lade voorzichtig naar voren om deze te openen. Stoelverwarming * (zie BESTUURDERSPLAATS ).
15 I-8 AIRBAG * 19 Plaats nooit een kinderzitje op de passagiersstoel voorin in geval van een airbag aan passagierszijde. Afhankelijk van de het uitrustingsniveau van de auto kunt u de airbag aan passagierszijde buiten werking stellen (volg de onderstaande aanwijzingen op). Buiten werking stellen van de airbag aan passagierszijde * - Zet het contact af en steek de contactsleutel in de sleutelschakelaar A. - Draai de sleutel in de stand OFF om de airbag aan passagierszijde buiten werking te stellen. - Bij aangezet contact gaat het lampje op het instrumentenpaneel permanent branden (mocht het lampje knipperen, dan heeft u te maken met een storing). Inschakelen van de airbag aan passagierszijde Schakel, zodra u het kinderzitje dat met de rug in de rijrichting voorin op de passagiersstoel is gemonteerd, verwijdert, de airbag weer in: - Zet het contact af, steek de contactsleutel in de sleutelschakelaar en draai hem in de stand ON om de airbag weer in te schakelen. - Het controlelampje op het dashboard brandt zes seconden bij aanzetten van het contact. A * Afhankelijk van uitvoering of land. Het dragen van de veiligheidsgordel is verplicht en noodzakelijk voor een effectieve werking van de airbag. Schakel de airbag aan passagierszijde nooit uit als er iemand op de voorstoel zit (alleen wanneer er een kinderzitje met de rug in de rijrichting is geplaatst)
16 20 I-9 MULTIFUNCTIONELE PASSAGIERSSTOEL * B A B Tafeltje en toegang tot de laadruimte Gebruik van de rugleuning als tafeltje Trek hendel A omhoog en klap de rugleuning geheel neer. Thans beschikt u over een horizontaal vlak met een band voor het vastzetten van papieren en uitsparingen voor het plaatsen van bekers. Laadruimte, lange voorwerpen Trek hendel B omhoog en klap de stoel geheel om. Het is niet nodig de hoofdsteun te verwijderen. In deze stand kan de ruimte onder de stoel en het voorste gedeelte van de laadvloer worden benut voor het vervoer van voorwerpen op een van buiten niet-zichtbare wijze en kunnen lange door de dakklep naar buiten stekende voorwerpen gestut worden. U kunt in deze stand, tenzij de auto voorzien is van een laadschot, tot 2.10 m lange voorwerpen vervoeren door ze op het voorste gedeelte van de laadvloer te laten rusten. Bevestig de lading altijd met behulp van de balk achterin de laadruimte of met de sjorogen. * Afhankelijk van uitvoering of land.
17 I-10 LAADRUIMTE 21 A B A B C C Sjorogen Gebruik de zes sjorogen bij A, B en C langs de omtrek van de laadvloer voor het bevestigen van de lading. Rust, afhankelijk van het gebruik, de auto met adequate middelen ter ondersteuning van de lading uit (scheidingsrek, net, enz.). Deze accessoires kunt u kopen bij onze dealerorganisatie. Sjor voor uw eigen veiligheid de lading altijd stevig vast.
18 18 VERSTELLING VAN HET STUUR I-7 Het stuur is in hoogte verstelbaar. Zet, terwijl de auto stilstaat, eerst uw stoel in de meest geschikte stand. Ontgrendel het stuur door de hiervoor bestemde hendel van u af te drukken. Stel de hoogte van het stuur in en vergrendel vervolgens het stuur door de hendel geheel naar u toe te trekken. Zorg dat u een goed overzicht houdt over het instrumentenpaneel en de controlelampjes op het dashboard. WAARSCHUWING : Verstel, met het oog op de veiligheid, nimmer het stuur terwijl u rijdt.
19 24 BESTUURDERSPLAATS* I
20 I-13 BESTUURDERSPLAATS* 25 1 Linker zijventilatierooster 2 Linker luidspreker 3 Bediening : Claxon Verlichting Richtingaanwijzer Mistachterlicht 4 Instrumentenpaneel 5 Bediening : Ruitenwisser voor Ruitenwisser achter Ruitensproeier 6 Centrale ventilatieroosters 7 Inbouwruimte autoradio, autotelefoon 8 Bedieningsschakelaars : Ruiten Achterruitverwarming / Buitenspiegels Airconditioning Waarschuwingsknipperlichten Stoelverwarming 9 Inbouwruimte autoradio of opbergvak 10 Bedieningsorganen verwarming/ventilatie 11 Bovenste handschoenenkastje of airbag passagier 12 Rechter luidspreker 13 Rechter zijventilatierooster 14 Onderste handschoenenkastje 15 Handrem 16 Asbak 17 Versnellingspook 18 Sigarenaansteker 19 Stuurslot, contact 20 Airbag bestuurder 21 Hendel stuurverstelling 22 Zekeringkastje 23 Bediening : Elektrische buitenspiegel passagierszijde Koplampverstelling 24 Sleutelschakelaar : In-/uitschakelen airbag aan passagierszijde 25 Plafondlamp * Afhankelijk van de uitvoering
21 26 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Display: Onderhoudsintervalindicator. Olieniveau-indicator (Diesel). Kilometerteller. Digitaal klokje. Toerenteller Koelvloeistoftemperatuurmeter Brandstofmeter Bediening display : Kilometerteller. Dagteller. Nulstelling van de dagteller. * Afhankelijk van uitvoering of land Regelknop dashboardverlichting zie blz. I-14 Instellen van de tijd zie blz. I-14
22 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 27 Koelvloeistoftemperatuurmeter Onder normale omstandigheden kan de weergegeven koelvloeistoftemperatuur oplopen tot 100 C. Bij een combinatie van zware gebruiksomstandigheden en warm weer kan de wijzer het rode gebied naderen. Mocht de wijzer in het rode gebied komen of gaat het STOP-lampje knipperen, stop dan onmiddellijk en zet het contact af. Het kan zijn dat de koelventilator in zo'n geval nog enige tijd blijft werken. Laat de motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen die te vinden zijn in hoofdstuk Onderhoud - "Niveaus, controles". Een te hoge koelvloeistoftemperatuur kan diverse oorzaken hebben; waarschuw onze dichtstbijzijnde dealer. Brandstofmeter Zodra het lampje van de minimum hoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog ongeveer 7 liter brandstof in de tank. Inhoud tank (liters) : Benzine : 55 Diesel : 60 * Afhankelijk van uitvoering of land
23 28 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Multifunctioneel display Wanneer u het contact aanzet, verschijnt op het display achtereenvolgens: - Onderhoudsintervalindicator Deze indicator geeft het aantal kilometers aan dat nog verreden kan worden tot de volgende onderhoudsbeurt (ingesteld volgens het onderhoudsschema in het Onderhoudsboekje). Werking : Bij aanzetten van het contact wordt op het display even het aantal kilometers dat nog verreden kan worden tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt weergegeven. Voorbeeld : de onderhoudsbeurt is over: Over minder dan km moet de volgende onderhoudsbeurt worden uitgevoerd. Voorbeeld : de onderhoudsbeurt is over: 900 km. Bij het aanzetten van het contact geeft het display gedurende vijf seconden de volgende informatie : De kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Telkens wanneer het contact wordt aangezet gaan de sleutel en de overschreden kilometerstand knipperen. Voorbeeld : De kilometerstand voor de volgende onderhoudsbeurt is met 300 kilometer overschreden. De onderhoudsbeurt dient nu op korte termijn te worden uitgevoerd. Vijf seconden na het aanzetten van het contact hervat de kilometerteller zijn normale functie en geeft het display de stand van de totaalteller of de dagteller weer. Vijf seconden na aanzetten van het contact krijgt de totaalteller weer zijn normale werking en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit geeft aan dat er op korte termijn een onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd. Het display geeft de stand van de totaalteller of de dagteller weer. Vijf seconden na aanzetten van het contact krijgt de totaalteller weer zijn normale werking en blijft de onderhoudssleutel branden.
24 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 29 Onderhoudsinterval Indien uw auto onder bijzonder zware omstandigheden wordt gebruikt, dient u zich te houden aan het onderhoudsprogramma voor zware gebruiksomstandigheden waarbij kortere onderhoudsintervallen worden gehanteerd (zie Onderhoudsboekje). Let op : indien de maximumtermijn tussen twee onderhoudsbeurten verstreken is voordat het maximum aantal kilometers bereikt is, brandt de onderhoudssleutel. Wijzigen van het onderhoudsinterval : - Zet het contact af. - Druk knop 1 in en houd deze ingedrukt. - Zet het contact aan. - De termijn tot de volgende onderhoudsbeurt knippert. - Laat de knop los. - Het onderhoudsinterval verschijnt op het display. - Door kort op knop 1 te drukken kunt u de onderhoudsintervallen wijzigen. 1 - Als het geselecteerde onderhoudsinterval is verschenen op het display drukt u gedurende 10 seconden op knop 1 om te bevestigen (het geselecteerde onderhoudsinterval knippert gedurende tien seconden). Laat de knop los ter bevestiging zodra de informatie op het display niet meer knippert. Nulstelling Onze dealers voeren deze handeling na iedere onderhoudsbeurt uit. Mocht u echter zelf uw onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, ga dan als volgt te werk voor het nulstellen : - Zet het contact af. - Druk knop 1 in en houd deze ingedrukt. - Zet het contact aan. - De termijn tot de volgende onderhoudsbeurt knippert. - Houd knop 1 tien seconden ingedrukt. - Op het display verschijnt ''=0'' en de onderhoudssleutel verdwijnt 1 1 * Afhankelijk van uitvoering of land
25 30 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Olieniveau-indicator (Diesel) Wanneer het contact wordt aanzet, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden verlicht. Vervolgens wordt gedurende circa 10 seconden het olieniveau aangegeven. Max. Multifunctioneel display Bij het aanzetten van het contact verschijnt op het display achtereenvolgens : - Onderhoudsintervalindicator. - Olieniveau-indicator (Diesel). - Kilometerteller. - Klokje. Min. Controleer met de oliepeilstok. Controleer het niveau op een horizontale en vlakke ondergrond, nadat de motor minstens 10 minuten tevoren is afgezet. Olie bijvullen (knipperen van de ledjes) Vul de olie onmiddellijk bij: uw motor dreigt anders beschadigd te worden! Het knipperen van de niveaumeter duidt op een storing in de werking. Raadpleeg een van onze dealers. * Afhankelijk van uitvoering of land
26 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 31 Kilometerteller & dagteller. A A A Wanneer u op de knop A drukt, wordt in plaats van de totale kilometerstand de dagtellerstand weergegeven. Nulstelling van de dagteller Indien u de toets A even ingedrukt houdt, knippert het display 3 keer en geeft 0 weer. * Afhankelijk van uitvoering of land
27 32 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Digitaal klokje B 1 - Druk voor de tijdinstelling bij afgezette motor en aangezet contact meer dan 3 seconden op de toets B; de tijd wordt knipperend weergegeven. Instellen van de uren 2 - Druk kort op B: de uurverstelling gebeurt langzaam. Lang drukken : de uurverstelling gebeurt versneld. Indien gedurende vijf seconden niet op de toets wordt gedrukt is de ureninstelling vastgelegd in het geheugen; de minuten knipperen. Instellen van de minuten 3 - Druk kort op B: de minutenverstelling gebeurt langzaam. Lang drukken: de minutenverstelling gebeurt versneld. Indien gedurende vijf seconden niet op de toets wordt gedrukt is de minuteninstelling vastgelegd in het geheugen. Nota : De tijdweergave verschijnt bij het openen van het portier aan bestuurderszijde en verdwijnt een minuut nadat het portier gesloten is. Bij geopend portier verdwijnt de tijdweergave na tien minuten. * Afhankelijk van uitvoering of land
28 30 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Olieniveau-indicator (Diesel) Wanneer het contact wordt aanzet, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden verlicht. Vervolgens wordt gedurende circa 10 seconden het olieniveau aangegeven. Max. Multifunctioneel display Bij het aanzetten van het contact verschijnt op het display achtereenvolgens : - Onderhoudsintervalindicator. - Olieniveau-indicator (Diesel). - Kilometerteller. - Klokje. Min. Controleer met de oliepeilstok. Controleer het niveau op een horizontale en vlakke ondergrond, nadat de motor minstens 10 minuten tevoren is afgezet. Olie bijvullen (knipperen van de ledjes) Vul de olie onmiddellijk bij: uw motor dreigt anders beschadigd te worden! Het knipperen van de niveaumeter duidt op een storing in de werking. Raadpleeg een van onze dealers. * Afhankelijk van uitvoering of land
29 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 31 Kilometerteller & dagteller. A A A Wanneer u op de knop A drukt, wordt in plaats van de totale kilometerstand de dagtellerstand weergegeven. Nulstelling van de dagteller Indien u de toets A even ingedrukt houdt, knippert het display 3 keer en geeft 0 weer. * Afhankelijk van uitvoering of land
30 28 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Multifunctioneel display Wanneer u het contact aanzet, verschijnt op het display achtereenvolgens: - Onderhoudsintervalindicator Deze indicator geeft het aantal kilometers aan dat nog verreden kan worden tot de volgende onderhoudsbeurt (ingesteld volgens het onderhoudsschema in het Onderhoudsboekje). Werking : Bij aanzetten van het contact wordt op het display even het aantal kilometers dat nog verreden kan worden tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt weergegeven. Voorbeeld : de onderhoudsbeurt is over: Over minder dan km moet de volgende onderhoudsbeurt worden uitgevoerd. Voorbeeld : de onderhoudsbeurt is over: 900 km. Bij het aanzetten van het contact geeft het display gedurende vijf seconden de volgende informatie : De kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Telkens wanneer het contact wordt aangezet gaan de sleutel en de overschreden kilometerstand knipperen. Voorbeeld : De kilometerstand voor de volgende onderhoudsbeurt is met 300 kilometer overschreden. De onderhoudsbeurt dient nu op korte termijn te worden uitgevoerd. Vijf seconden na het aanzetten van het contact hervat de kilometerteller zijn normale functie en geeft het display de stand van de totaalteller of de dagteller weer. Vijf seconden na aanzetten van het contact krijgt de totaalteller weer zijn normale werking en blijft de onderhoudssleutel branden. Dit geeft aan dat er op korte termijn een onderhoudsbeurt moet worden uitgevoerd. Het display geeft de stand van de totaalteller of de dagteller weer. Vijf seconden na aanzetten van het contact krijgt de totaalteller weer zijn normale werking en blijft de onderhoudssleutel branden.
31 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 29 Onderhoudsinterval Indien uw auto onder bijzonder zware omstandigheden wordt gebruikt, dient u zich te houden aan het onderhoudsprogramma voor zware gebruiksomstandigheden waarbij kortere onderhoudsintervallen worden gehanteerd (zie Onderhoudsboekje). Let op : indien de maximumtermijn tussen twee onderhoudsbeurten verstreken is voordat het maximum aantal kilometers bereikt is, brandt de onderhoudssleutel. Wijzigen van het onderhoudsinterval : - Zet het contact af. - Druk knop 1 in en houd deze ingedrukt. - Zet het contact aan. - De termijn tot de volgende onderhoudsbeurt knippert. - Laat de knop los. - Het onderhoudsinterval verschijnt op het display. - Door kort op knop 1 te drukken kunt u de onderhoudsintervallen wijzigen. 1 - Als het geselecteerde onderhoudsinterval is verschenen op het display drukt u gedurende 10 seconden op knop 1 om te bevestigen (het geselecteerde onderhoudsinterval knippert gedurende tien seconden). Laat de knop los ter bevestiging zodra de informatie op het display niet meer knippert. Nulstelling Onze dealers voeren deze handeling na iedere onderhoudsbeurt uit. Mocht u echter zelf uw onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, ga dan als volgt te werk voor het nulstellen : - Zet het contact af. - Druk knop 1 in en houd deze ingedrukt. - Zet het contact aan. - De termijn tot de volgende onderhoudsbeurt knippert. - Houd knop 1 tien seconden ingedrukt. - Op het display verschijnt ''=0'' en de onderhoudssleutel verdwijnt 1 1 * Afhankelijk van uitvoering of land
32 32 INSTRUMENTENPANEEL* I-14 Digitaal klokje B 1 - Druk voor de tijdinstelling bij afgezette motor en aangezet contact meer dan 3 seconden op de toets B; de tijd wordt knipperend weergegeven. Instellen van de uren 2 - Druk kort op B: de uurverstelling gebeurt langzaam. Lang drukken : de uurverstelling gebeurt versneld. Indien gedurende vijf seconden niet op de toets wordt gedrukt is de ureninstelling vastgelegd in het geheugen; de minuten knipperen. Instellen van de minuten 3 - Druk kort op B: de minutenverstelling gebeurt langzaam. Lang drukken: de minutenverstelling gebeurt versneld. Indien gedurende vijf seconden niet op de toets wordt gedrukt is de minuteninstelling vastgelegd in het geheugen. Nota : De tijdweergave verschijnt bij het openen van het portier aan bestuurderszijde en verdwijnt een minuut nadat het portier gesloten is. Bij geopend portier verdwijnt de tijdweergave na tien minuten. * Afhankelijk van uitvoering of land
33 I-14 INSTRUMENTENPANEEL* 33 Sterkte van de dashboardverlichting B Het verstellen dient te gebeuren door op de bediening B te drukken bij draaiende motor en brandende parkeerlichten. - Verscheidene malen drukken, de sterkte van de dashboardverlichting varieert progressief. - Ingedrukt houden van de knop : de sterkte van de dashboardverlichting varieert snel. * Afhankelijk van uitvoering of land
34 34 CONTROLE- EN I-15 WAARSCHUWINGSLAMPJES * Richtingaanwijzer naar links Zie SIGNALERING. Richtingaanwijzer naar rechts Zie SIGNALERING. Wanneer de alarmverlichting is ingeschakeld, branden alle vier de knipperlichten tegelijkertijd. Dimlichten Zie SIGNALERING. Grootlicht Zie SIGNALERING. Mistachterlicht Zie SIGNALERING.. ABS-systeem zie REMMEN. Voorgloeilampje diesel Zie hoofdstuk over het starten van de motor (zie STARTEN ). * Afhankelijk van de uitvoering.
35 I-15 CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES * 35 Waarschuwingslampje minimum koelvloeistof Stop onmiddellijk indien dit lampje oplicht. Controleer het niveau en neem de voorgeschreven voorzorgsmaatregelen (zie NIVEAUS-CONTROLES ). Waarschuwingslampje acculading Dit lampje moet gedoofd zijn zodra de motor draait. Waarschuw onze dichtstbijzijnde dealer, indien dit lampje permanent gaat branden. STOP-lampje Dit lampje brandt altijd als een ander waarschuwingslampje brandt, of wanneer de maximumtemperatuur van de koelvloeistof is bereikt. Waarschuwingslampje handrem en remvloeistofniveau Het branden van dit lampje duidt aan dat de handrem aangetrokken of niet goed vrijgezet is of dat het remvloeistofniveau onvoldoende is. Zie REMMEN, NIVEAUS-CONTROLES. Ook kan het zijn dat er een storing is opgetreden in de elektronische remdrukverdeler. Autodiagnoselampje motor Wanneer dit lampje onderweg knippert of oplicht, duidt dat op een storing in het injectiesysteem, de ontsteking of de uitlaat (afhankelijk van verkoopland). Raadpleeg zo snel mogelijk een van onze dealers. Waarschuwingslampje openstaande portieren Dit lampje brandt bij aangezet contact. Het dooft niet voordat alle portieren goed dicht zijn. trans- Controlelampje pondersleutel Dit lampje brandt wanneer u het contact aanzet en de sleutel niet herkend wordt. Waarschuwingslampje motoroliedruk Als deze lamp gaat branden tijdens het rijden dient u onmiddellijk te stoppen en het olieniveau te controleren (zie NIVEAUS-CONTROLES.). Blijft het lampje ondanks een correct niveau branden, neem dan contact op met onze dichtstbijzijnde dealer. wer- Controlelampje king airbag Zie AIRBAG. * Afhankelijk van uitvoering of land.
36 36 SIGNALERING I-16 Claxon Druk tegen het uiteinde van de hendel. Lichtsignaal Trek de hendel naar u toe. Het geven van een lichtsignaal is ook mogelijk bij afgezet contact. Richtingaanwijzers Linksaf : druk de hendel naar beneden. Rechtsaf : duw de hendel naar boven. Om van richting te veranderen, moet de hendel door de weerstand naar boven of beneden worden bewogen. De hendel komt vanzelf terug bij het terugdraaien van het stuur. Waarschuwingsknipperlichten Indien deze verlichting is ingeschakeld, knipperen alle vier de richtingaanwijzers tegelijkertijd. Gebruik de waarschuwingsknipperlichten uitsluitend in gevaarlijke situaties, tijdens een noodstop of wanneer u onder ongewone omstandigheden rijdt. Deze verlichting werkt ook bij afgezet contact. Zolang u met waarschuwingsknipperlichten rijdt kunt u geen richting aangeven.
37 I-16 SIGNALERING, VERLICHTING* 37 BEDIENING VAN DE VERLICHTING (Ring A) Alle lichten gedoofd A Verdraai gedeelte A in de richting van de pijl. Parkeerlichten Het instrumentenpaneel is verlicht. Verdraai gedeelte A in de richting van de pijl. Dimlichten/grootlicht Trek de hendel zo ver mogelijk naar u toe om over te schakelen van dimlichten naar grootlicht. Geluidssignaal niet-gedoofde verlichting Dit geluidssignaal is te horen zodra een voorportier of achterdeur geopend wordt met afgezet contact terwijl de lichten niet gedoofd zijn. Het signaal houdt op in de volgende gevallen: portieren dicht, lichten gedoofd of contact aan. Uitgesteld doven van de koplampen Wanneer u na afzetten van het contact de bedieningshendel van de verlichting naar u toetrekt, branden de koplampen om na één minuut automatisch te doven. Deze functie is bijvoorbeeld handig om uw weg te vinden bij het verlaten van een donkere parkeerplaats. * Afhankelijk van de uitvoering
38 38 SIGNALERING* I-16 Mistachterlicht Mistachterlicht gedoofd Verdraai gedeelte B in de richting van de pijl. B Mistachterlicht Het controlelampje licht op. Het mistachterlicht werkt in combinatie met de dimlichten of het grootlicht. Het mistachterlicht dooft automatisch wanneer de verlichting wordt uitgeschakeld. Let op Het mistachterlicht mag alleen bij mist of sneeuwbuien worden gebruikt. * Afhankelijk van de uitvoering.
39 40 ZICHT I-17 Koplampverstelling * De koplamphoogte kan, afhankelijk van de belading van de auto, worden ingesteld. Stel, voor een maximaal zicht zonder dat medeweggebruikers verblind worden, de koplampen als volgt af : Elektrische verstelling * Gebruik hiertoe de bedieningsorganen links van het stuur Stand 0 : Bestuurder met of zonder passagier. Tussenstand : Bestuurder met 2 passagiers. Stand 1 : Bestuurder met 4 passagiers. Stand 2 : Bestuurder met 4 passagiers en bagage. Stand 3 : Bestuurder alleen met maximale belading. * Afhankelijk van uitvoering of land
40 I-17 ZICHT Ruitenwisser voor 0 Uit 1 Interval wissen 2 Normaal wissen 3 Snel wissen 4 Een keer wissen : druk de hendel naar beneden Ruitensproeier voor Trek de hendel naar u toe. De ruitenwisser wist vervolgens een aantal keren. N.b. : - Stand 1: de wissnelheid wordt automatisch afgestemd op de snelheid van de auto. - Stand 1, 2 of 3: bij stilstaande auto valt de wissnelheid automatisch terug. - Wanneer de voorruitenwissers zijn ingeschakeld en u in de achteruitversnelling schakelt, treedt automatisch de achterruitenwisser in werking. 5 Achterruitenwisser Beweeg het draaibaar gedeelte van de hendel naar voren voor interval wissen. 6 Ruitensproeier achter Beweeg het draaibaar gedeelte van de hendel naar voren voor sproeien en wissen. Bij het loslaten van de hendel wist de wisser circa vier keer en staat vervolgens stil. Elektrisch ontwasemen* : Deze functie dient voor het elektrisch ontwasemen van de achterruiten of buitenspiegels of, afhankelijk van de uitrusting, van beide. Het controlelampje van de schakelaar gaat automatisch uit na circa 12 minuten om overmatig stroomverbruik te voorkomen. U kunt de werking van de ontwaseming onderbreken door op de schakelaar te drukken. Indien u wederom op de schakelaar drukt, treedt de ontwaseming opnieuw voor 12 minuten in werking. Het elektrisch ontwasemen werkt alleen bij draaiende motor. * Afhankelijk van uitvoering of land.
41 22 BEDIENING VAN DE RUITEN I-11 A B Handbediende ruiten Verdraai de raamkruk voor het sluiten of openen van de ruiten. Elektrisch bediende ruiten* Met de schakelaars A en B op het dashboard kunnen de ruiten aan zowel bestuurders- als passagierszijde worden bediend (bij aangezet contact en tot 1 minuut na afzetten van het contact). Tiptoetsbediening Door de schakelaar A ingedrukt te houden kunt u de ruit aan bestuurderszijde in elke gewenste stand zetten. Indien u de schakelaar kortstondig indrukt en vervolgens loslaat gaat de ruit aan bestuurderszijde geheel open of dicht. Let op kinderen bij het bedienen van de ruiten. Zijruiten Trek aan de sluiting en duw tegen de ruit om deze open te klappen. Sluiten: trek de sluiting naar u toe en druk deze dicht. WAARSCHUWING Verwijder uit veiligheidsoverwegingen (kinderen) altijd eerst de sleutel uit het contact alvorens u de auto verlaat, ook indien dit van korte duur is. * Afhankelijk van de uitvoering
42 I-12 SPIEGELS 23 C Binnenspiegel Nachtstand tegen verblinding. Trek de pal naar u toe. Scanstrip voor elektronische kaarten* In de warmtewerende voorruit is boven de binnenspiegel een strook C geïntegreerd voor het op afstand scannen van pasjes (bijvoorbeeld tolkaart). Buitenspiegels Handbediend De spiegels kunnen van binnenuit in vier richtingen worden versteld. Inklappen van de buitenspiegels bij parkeren De spiegels zijn van buitenaf met de hand inklapbaar. Deze handeling verandert niets aan de tevoren ingestelde stand. Elektrische bediening Buitenspiegel aan passagierszijde De spiegel is vanaf de bestuurdersplaats in vier richtingen afstelbaar met behulp van de tuimelschakelaar. Druk voor het ontdooien van het buitenpiegelglas op de schakelaar voor de achterruitverwarming in het midden op het dashboard. * Afhankelijk van de uitvoering
43 V-1 BENZINEMOTOREN 1.1 i i* 79 1 * Afhankelijk van de uitvoering.
44 80 DIESELMOTOR 1.9 D * V * Afhankelijk van de uitvoering.
45 V-1 DIESELMOTOR 2.0 HDI* 81 1 * Afhankelijk van de uitvoering.
46 86 BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL V-3 Op gang brengen van het brandstofcircuit Breng, nadat u brandstofpech heeft gehad, het brandstofcircuit als volgt op gang: - Zet de auto op een vlakke en horizontale ondergrond en vul de brandstoftank met minimaal vijf liter brandstof. - Beweeg de hendel van de handbediende opvoerpomp tot een zekere weerstand wordt gevoeld. - Start vervolgens de motor terwijl u het gaspedaal iets intrapt, totdat de motor loopt. Indien de motor niet bij de eerste poging wil aanslaan, wacht dan vijftien seconden alvorens opnieuw te starten. Mocht de motor na verscheidene pogingen nog niet aanslaan, herhaal dan de handeling vanaf het begin. Geef, terwijl de motor stationair draait, iets gas om het ontluchten te voltooien. A B Verwijderen van de afdekkap van de 1,9 dieselmotor - Trek de bevestigingsklem A naar voren. - Verwijder de oliepeilstok. - Draai de bout B los en verwijder hem. - Verwijder de afdekkap. - Breng het brandstofcircuit op gang - Monteer de afdekkap bij afgezette motor.
47 V-4 BLOKKERING VAN DE BRANDSTOFTOEVOER * 87 Indien uw auto is voorzien van een systeem dat de brandstoftoevoer naar de motor kan blokkeren, dan betekent dat extra veiligheid bij de meeste botsingen van voor of achter. Schakelaar van de brandstoftoevoer Deze schakelaar bevindt zich onder de motorkap rechts. Om de brandstoftoevoer na een blokkering weer te herstellen, dient u op de bovenkant van de schakelaar te drukken, zoals aangegeven op de afbeelding. * Afhankelijk van uitvoering of land. Zet na een botsing het contact pas weer aan als u er zeker van bent dat er geen brandstof lekt en er geen brandstoflucht wordt waargenomen.
48 78 NIVEAUS V-1 Stuurbekrachtiging Bijvullen motorolie 1 Luchtfilter Volg de voorschriften in het Onderhoudsboekje op. Zie NIVEAUS, CONTROLES. Zie INHOUD RESERVOIRS. Reservoir ruitensproeiervloeistof voor en achter en koplampwissers* Zie INHOUD RESERVOIRS. Bijvullen koelvloeistof Zie NIVEAUS, CONTROLES. N.B.: Als het vloeistofniveau vaak moet worden bijgevuld, duidt dit op een storing en moet het systeem zo snel mogelijk worden gecontroleerd door een van onze dealers. Controleer eerst het oliepeil met de peilstok alvorens u olie bijvult. Let op : Tijdens verrichtingen onder de motorkap bij warme motor kan de ventilator, zelfs bij afgezet contact en stilstaande auto, elk moment in werking treden. Controleer tussen de door de constructeur voorgeschreven onderhoudsbeurten regelmatig het olieniveau, met name voordat u aan een lange rit begint. Bijvullen remvloeistof Zie INHOUD RESERVOIRS. Accu Zie ACCU. 2 Handbediende opvoerpomp Zie BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL. Oliepeilstok Controleer het oliepeil met de auto op een horizontale ondergrond en nadat de motor minstens tien minuten tevoren is afgezet. Het oliepeil mag nooit boven het maatstreepje MAX op de peilstok uitkomen. Controleer regelmatig het oliepeil. MAX MIN
49 82 NIVEAUS - CONTROLES * V-2 Bijvullen koelvloeistof Koude motor : Het niveau van de koelvloeistof moet zich tussen de maatstreepjes MIN en MAX bevinden. Warme motor : wacht 15 minuten of in ieder geval zolang tot de temperatuur lager is dan 100 C. Draai de dop met een beschermende doek eerst langzaam los tot de eerste nok om de druk te laten ontsnappen. Draai de dop vervolgens helemaal los. Niveau : Vul de vloeistof bij. Als het koelvloeistofniveau met meer dan 1 liter moet worden bijgevuld, is het raadzaam het circuit te laten nakijken door een van onze dealers. Draai de dop goed vast, tot de tweede nok. Als het vloeistofniveau vaak moet worden bijgevuld, duidt dit op een lekkage en moet het systeem zo snel mogelijk worden gecontroleerd door een van onze dealers. * Afhankelijk van de uitvoering Deze handeling vereist vakkennis en dient daarom uitsluitend door een van onze dealers te worden uitgevoerd.
50 V-2 NIVEAUS - CONTROLES * 83 Benzinemotor Radiateur - Koelvloeistof De controle van het koelvloeistofniveau dient te gebeuren bij koude motor. Het koelvloeistofniveau moet zich altijd tussen de maatstreepjes MIN en MAX op de radiateur (onder de dop) bevinden, indien het een benzine-uitvoering betreft, en tussen de maatstreepjes MIN en MAX op de vultank van de radiateur, indien het om een dieseluitvoering gaat. Dieselmotor De koelvloeistof bevat een dosis anti-vries waardoor deze niet alleen vorstbestendig is (bescherming af fabriek tot -37 C) maar tevens roestwerende eigenschappen bezit en bestand is tegen hoge temperaturen. * Afhankelijk van de uitvoering.
51 84 NIVEAUS, CONTROLES * V-2 Remvloeistofreservoir Controleer regelmatig het niveau. Wanneer het controlelampje tijdens het rijden oplicht, stop dan onmiddellijk en waarschuw onze dichtstbijzijnde dealer. De synthetische remvloeistof dient roestwerende eigenschappen te bezitten en tevens de goede werking van het remsysteem te bevorderen, ongeacht de omstandigheden. Gebruik daarom uitsluitend de door de constructeur aanbevolen remvloeistof (elke twee jaar verversen). Houdt u zich stipt aan deze voorschriften; ze zijn te vinden in het Onderhoudsboekje. Voorgeschreven vloeistofsoort : Zie AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN. * Afhankelijk van de uitvoering.
52 V-2 NIVEAUS, CONTROLES * 85 Stuurbekrachtiging * Controleer het niveau met afgezette motor. Het niveau in het reservoir moet zich tussen de maatstreepjes MIN en MAX bevinden. De stuurbekrachtigingspomp mag in geen geval zonder vloeistof werken (om te voorkomen dat deze vastloopt). Voorgeschreven vloeistofsoort : Zie AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN. Reservoir ruitensproeier en koplampwissers Gebruik voor een optimale reiniging van de ruiten en met het oog op uw eigen veiligheid bij voorkeur de door de constructeur voorgeschreven producten, teneinde beschadigingen van het sproeicircuit te voorkomen. Vul langzaam bij voor een optimale vulling. Controle ruitensproeierniveau Het reservoir is voorzien van een transparant slangetje (optie koplampwissers). U kunt het vloeistofpeil als volgt controleren: sluit met uw duim de beluchtingsopening af, klik het deksel los en trek het slangetje naar buiten om hierop het vloeistofniveau af te kunnen lezen. * Afhankelijk van de uitvoering.
53 88 INHOUD RESERVOIRS * V-5 Reservoir ruitensproeiervloeistof voor en achter en koplampwissers* 3,5 of 7,5 liter Type motor Hoeveelheid motorolie (liter) (1) Zonder airco Met airco Benzinemotor 1.1i 3,50 Benzinemotor 1.4i 3,50 3,50 Dieselmotor 1.9D 4,75 4,50 Dieselmotor 2.0 HDi 4,50 4,25 (1) Verversen met vervangen filter. * Afhankelijk van de uitvoering.
54 64 STUURSLOT - CONTACT - STARTMOTOR III-1 S: Stuurslot Verdraai het stuurwiel en draai zonder te forceren de sleutel in het contact om de stuurinrichting te ontgrendelen. A: Accessoires Voor het gebruik van bepaalde elektrische accessoires (radio, elektrisch bediende ruiten, enz...). Het controlelampje van de acculading brandt in deze stand. M : Contact De lampjes * : ABS, voorgloeien (diesel), laadstroom, STOP, oliedruk, handrem en remvloeistofniveau, autodiagnose motor, airbag alsmede het lampje van de openstaande portieren moeten in deze stand oplichten. Wanneer een van deze lampen niet oplicht, is er sprake van een storing. D: Startmotor Laat de sleutel los, zodra de motor aanslaat. Start nooit als de motor al loopt. Zie STARTEN. De werking van de volgende lampjes wordt getest met de sleutel in de stand M. * Afhankelijk van de uitvoering.
55 III-1 STUURSLOT - CONTACT - STARTMOTOR 65 Stuurslot S Na het verwijderen van de sleutel uit het contact kan de stuurinrichting worden vergrendeld. Het vergrendelen van de stuurinrichting is mogelijk vanuit elke hoekstand van het stuur. De sleutel kan alleen verwijderd worden in de stand S. A In deze stand kan de stuurinrichting worden ontgrendeld (draai de sleutel in de stand A en verdraai daarbij eventueel iets het stuurwiel). M Contactstand D Startstand Voor starten en afzetten van de motor, zie STARTEN. WAARSCHUWING Het is noodzakelijk altijd te rijden met draaiende motor om de bekrachtiging van het remsysteem en van het stuur te behouden (om te voorkomen dat de blokkeerinrichting van het stuur wordt ingeschakeld en de veiligheidsvoorzieningen niet werken). Verdraai, bij stilstaande auto en na verwijderen van de sleutel uit het contact, eventueel het stuurwiel iets om de stuurinrichting te vergrendelen.
56 66 STARTEN III-2 Alvorens u de motor start, dient u zich ervan te vergewissen dat de versnellingshendel in de vrijstand staat. BENZINEMOTOR Starten van een koude motor Kom niet aan het gaspedaal. Start de motor en laat de sleutel los, zodra de motor aanslaat (start niet langer dan 10 seconden achtereen). Trap bij zeer lage temperaturen het koppelingspedaal in om het starten te vergemakkelijken. Laat het koppelingspedaal vervolgens langzaam opkomen. DIESELMOTOR Starten van een koude motor : Draai de sleutel in de stand "M" (contact, voorgloeien); wacht totdat de controlelamp voorgloeien dooft. Stel de startmotor in werking totdat de motor loopt. Bij zeer lage temperaturen kan het starten vergemakkelijkt worden door het intrappen van het koppelingspedaal. Laat het pedaal langzaam weer opkomen. N.B. : Raak het gaspedaal niet aan tijdens het starten. Opnieuw starten van de motor Stel de startmotor in werking totdat de motor draait. Wanneer de motor na de eerste keer niet wil aanslaan, herhaal dan de handeling met gebruikmaking van het voorgloeien. Wacht in alle gevallen waarbij de motor afslaat of na de eerste maal starten niet wil aanslaan enige seconden, alvorens de startmotor opnieuw in werking te stellen. N.B. : Het voorgloeilampje licht niet op wanneer de motor warm is. Tip Het is niet nodig de motor op te warmen alvorens weg te rijden. Rijd tijdens de eerste kilometers rustig. WAARSCHUWING Laat de motor nimmer draaien indien de auto zich in een afgesloten of onvoldoende geventileerde ruimte bevindt.
57 III-3 REMMEN 67 Handrem U kunt de handrem in werking stellen door de handremhefboom aan het uiteinde omhoog te trekken. Trek de handrem op steile hellingen extra stevig aan. Om het aantrekken van de handrem te vergemakkelijken, wordt aanbevolen tegelijkertijd het rempedaal in te trappen. Schakel, uit veiligheidsoverwegingen, bovendien steeds de eerste versnelling in. Draai op steile hellingen tevens de wielen naar de trottoirrand. Vrijzetten handrem : druk de knop in en trek de hefboom iets omhoog; duw de hefboom vervolgens geheel omlaag, terwijl u de knop ingedrukt houdt. Wanneer het contact aanstaat licht het controlelampje van de handrem op indien deze nog is aangetrokken. ABS * - Anti-blokkeersysteem Dit systeem verhoogt de veiligheid doordat het voorkomt dat de wielen blokkeren bij abrupt remmen of wanneer sprake is van verminderde grip. De auto blijft dankzij dit systeem beter bestuurbaar. Alle elektrische componenten die essentieel zijn voor het ABS worden voor en tijdens het rijden op hun goede werking gecontroleerd door een elektronisch controlesysteem. Het controlelampje van het ABS brandt bij het aanzetten van het contact en moet na enkele seconden uitgaan. Indien het controlelampje niet dooft, betekent dit dat het ABS door een storing is uitgevallen. Ook wanneer het controlelampje tijdens het rijden brandt, duidt dit op een mankement, dat door het systeem is gesignaleerd. In beide gevallen behoudt het gewone remsysteem zijn normale werking, net als bij auto's zonder ABS. Om te voorkomen dat zich andere storingen voordoen, dient het ABS echter onmiddellijk te worden nagekeken door een van onze dealers. Op gladde wegen (grind, sneeuw, ijzel etc.) blijft voorzichtig rijden geboden. * Afhankelijk van de uitvoering.
58 68 SCHAKELEN III-4 Versnellingspook Schakelschema 5-bak Achteruit Schakel nooit in de achteruitversnelling voordat de auto geheel stilstaat. Schakel rustig om "kraken" tijdens het schakelen te voorkomen.
59 70 VENTILATIE IV-1 Luchtinlaat Zorg dat de grille en het luchtinlaatrooster bij de voorruit altijd schoon zijn (vrij van dorre bladeren, sneeuw enz.). Laat de doorvoer onder de voorstoelen zoveel mogelijk vrij, zodat ook de achterzitplaatsen optimaal verwarmd kunnen worden. Verhinder evenmin de afvoer van warme lucht via de roosters in de laadruimte. Zorg te allen tijde voor een zekere luchttoevoer. Ventilatieroosters De ventilatieroosters zijn voorzien van een wieltje voor het openen en sluiten van de roosters. De roosters kunnen worden bewogen om de luchtstroom te regelen (hoog-laag, links-rechts). Luchtcirculatie Een aangename atmosfeer in het interieur wordt verkregen door een goede luchtverdeling, zowel voor als achter.
60 IV-1 VENTILATIE/VERWARMING 71 1 Regelknop van de aanjager Instellen van de snelheid van de aanjager Met deze stand kunt u het interieur isoleren van onaangename geuren of rook, afkomstig van buiten. 2 Temperatuurknop voor de aangejaagde lucht 3 Knop voor de verdeling van de lucht in het interieur Luchtstroom van voren Luchtstroom naar de voeten Luchtstroom naar de voeten en naar de voorruit Luchtstroom naar de voorruit Ontwasemen/ontdooien Extra verwarming (bij de optie HDI-motor) Auto s met HDI-motor kunnen voorzien zijn van een extra automatische verwarming voor meer comfort. Het kan zijn dat u bijvoorbeeld bij stationair draaiende motor of terwijl u stilstaat rook ziet of uitlaatgassen ruikt.
61 72 AIRCONDITIONING * IV-2 Airconditioning * De airconditioning werkt alleen met draaiende motor. Druk op de schakelaar op het dashboard. Het controlelampje brandt als de airconditioning aanstaat. Voor een doeltreffend gebruik van de airconditioning dienen de ramen gesloten te zijn. Stel met bedieningsknop 2 de temperatuur van de lucht op een zo aangenaam mogelijke waarde in. Recirculatie van de interieurlucht Gebruik voor een efficiëntere werking van de airconditioning bij zeer warm weer of om van buiten komende stank uit het interieur te weren de stand voor de recirculatie van de interieurlucht en verdraai de aanjagerknop 1 naar links Zet de aanjager, zodra de omstan digheden dit toelaten, weer in een normale stand om het interieur te voorzien van verse lucht. Heeft de auto enige tijd in de zon gestaan waardoor de temperatuur in het interieur zeer hoog is, ventileer dan eerst het interieur door even de ramen open te zetten en vervolgens te sluiten, alvorens u de airconditioning gebruikt. * Afhankelijk van uitvoering en uitrusting.
62 IV-2 AIRCONDITIONING * 73 Buitenlucht Inlaat buitenlucht: draai knop 1 naar rechts voor het instellen van de aanjagersnelheid. Indien de temperatuur van de lucht voor de ingestelde snelheid van de aanjager te laag is, verdraai dan de knop 2 voor een zo aangenaam mogelijke temperatuur. Versneld ontwasemen Zet de airconditioning aan. Zet de aanjagerknop 1 op maximum snelheid Zet de temperatuurknop 2 op maximum temperatuur Zet de luchtverdeelknop 3 op ontwasemen De airconditioning is ook in de winter nuttig, aangezien hiermee de luchtvochtigheid afneemt. Het water dat condenseert tegen de wanden van de aircocompressor kan via een speciaal daarvoor bestemde opening naar buiten lopen; hierdoor kan een plasje water onder de stilstaande auto ontstaan. Om lekkage van de aircocompressor te voorkomen, is het zonder meer noodzakelijk de airconditioning ten minste één maal per maand te laten werken. Stel de airconditioning, indien deze slecht functioneert, buiten werking en raadpleeg een van onze dealers. Pollenfilter De aircoinstallatie is uitgerust met een pollenfilter waardoor fijne stofdeeltjes, stuifmeel en zelfs bepaalde bacteriën uit de aangevoerde lucht worden geweerd. Houd u voor het vervangen van dit filter aan de onderhoudsvoorschriften.
63 IV-3 CONFORT * Leesspot * In de dakconsole. Aanzetten : naar links of naar rechts draaien. Uitzetten : middelste stand. Plafondlamp vóór 3-Standenschakelaar : 1 Uit ; 2 De verlichting wordt bediend door het openen van de voorportieren, het verwijderen van de sleutel uit het contact of het ontgrendelen van de portieren met de afstandsbediening. 3 Permanent aan. Plafondlamp achter 3-Standenschakelaar : 1 Uit ; 2 De verlichting wordt bediend door het openen van de voorportieren, het verwijderen van de sleutel uit het contact of het ontgrendelen van de portieren met de afstandsbediening. 3 Permanent aan. De plafondlampen voor en achter kunnen gaan branden bij het openen van één van de portieren. Bovenste handschoenenkastje * Het klepje van het handschoenenkastje doet in de geopende stand dienst als tafeltje met twee bekerhouders en twee pennenhouders. Houd uit veiligheidsoverwegingen het handschoenenkastje tijdens het rijden gesloten. * Afhankelijk van de uitvoering.
64 74 COMFORT IV-3 Asbak Druk, om de asbak te legen, op het lipje en schuif de asbak naar buiten. Plaats de asbak terug in zijn behuizing en druk hem naar binnen. Sigarenaansteker Druk op de aansteker; na enkele seconden komt hij automatisch naar buiten. Bergvak en flessenhouder (inhoud 1,5 liter + 1 houder voor blikje van 33 cl). Zonneklep Klap de zonneklep neer om te voorkomen dat u verblind wordt door de zon. Schijnt de zon van opzij via de portierruiten naar binnen, maak dan de zonneklep bij de binnenspiegel los en klap hem naar de zijruit toe om. LET OP, indien u kinderen vervoert : de sigarenaansteker werkt ook met afgezet contact (zie zekering F23 - F23B).
65 76 AANSLUITING AUTORADIO IV-4 Zowel op de plaats 1 als 2 kan een autoradio worden ingebouwd. Inbouwen van de radio Duw tegen het midden of de onderkant van de radioafdekklep om deze te openen. Gebruik de bedrading en stekkers voor de aansluiting van de autoradio en de luidsprekers in het dashboard. De bedrading kan zowel voor de aansluiting in inbouwruimte 1 als 2 worden gebruikt. Aansluiting van de stekkers A1 : A2 : A3 : A4 :(+) Permanent A5 : A6 :(+) Weerstand A7 :(+) Accessoires A8 : Massa B1 : B2 : B3 :(+) Luidspreker rechtsvoor B4 :( ) Luidspreker rechtsvoor B5 :(+) Luidspreker linksvoor B6 :( ) Luidspreker linksvoor B7 : B8 : 1 2 Montage van de luidsprekers Uiterst links en rechts in het dashboard bevinden zich de inbouwruimtes voor de luidsprekers. Klik het rooster los en trek het naar buiten; sluit de luidsprekers aan, bevestig deze met de schroeven en plaats het rooster terug. De voor deze auto geschikte luidsprekers hebben een specifieke hoogte; raadpleeg een van onze dealers. Diameter van de luidsprekers in het dashboard: 100 mm/ 35 mm (Tweeter) RAADPLEEG EEN VAN ONZE DEALERS VOOR HET INBOUWEN VAN 165 MM LUIDSPREKERS IN DE VOORPORTIEREN. Antenne Voor een goede radio-ontvangst dient de antenne qua hoekstand in lijn te lopen met de voorruit.
66 42 AUTORADIO RB1 II-1 A B C D E F G H M K L J N I
67 II-1 AUTORADIO RB1 43 Toets Functie A TA In-/uitschakelen van voorrang voor verkeersinformatie B RDS In-/uitschakelen RDS-functie. Langer dan 2 seconden indrukken: in-/uitschakelen van regionaal programma. C BND/AST Selectie van golflengte FM1, FM2, FM3, AM. Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van voorkeuzezenders (autostore-functie). D SRC Selectie van geluidsbron: radio, cassettespeler of CD-wisselaar*. Langer dan 2 seconden indrukken: random-functie CD-wisselaar. E F j jj k kk Geheel indrukken: versneld terugspoelen van cassette. Geheel indrukken: versneld vooruitspoelen van cassette. E + F G H Gedeeltelijk indrukken: omkeren van afspeelrichting van cassette. Geheel indrukken: uitwerpen van cassette. In oplopende volgorde afstemmen. In aflopende volgorde afstemmen. I AUDIO Instelling van bassen, hoge tonen, loudness, balans en fader. J K j jj k j k kk Automatisch afstemmen zenders in oplopende volgorde Opzoeken van volgende nummer op CD. Automatisch afstemmen zenders in aflopende volgorde Opzoeken van vorige nummer op CD. L MAN Handmatige/automatische werking van toetsen J en K. M In-/uitschakelen van autoradio. Volumeregeling. Kiezen van voorkeuzezenders. N 1 t/m 6 Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van zender. Selecteren van een CD in de CD-wisselaar*. *volgens de uitrusting
68 44 AUTORADIO RB1 II-1 ALGEMENE FUNCTIES AAN/UIT Druk, als het CONTACT AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op knop M om de radio aan of uit te schakelen. CODE DIEFSTALBEVEILIGING Als het apparaat voor het eerst wordt gebruikt en elke keer dat de accukabels worden losgenomen, moet de code die u bij de aflevering van de auto werd overhandigd, worden ingevoerd. Invoer van de code Zet het apparaat AAN. CODE verschijnt op de display en daarna ten teken dat de code moet worden ingevoerd. Voer nu uw vier-cijferige code in met behulp van de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6. Voorbeeld: als uw code 5345 is, moeten achtereenvolgens de toetsen 5, 3, 4 en 5 ingedrukt worden. Na het invoeren van de juiste code gaat de radio automatisch aan. Foutieve invoer van de code Als tijdens het invoeren van de eerste drie cijfers van de code een fout wordt gemaakt, onderbreek dan het invoeren en zet de radio UIT om te voorkomen dat het apparaat geblokkeerd wordt. Elke keer als er een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt het apparaat gedurende een steeds langere periode, van 5 seconden tot 30 minuten na de zevende verkeerde code, geblokkeerd. Laat de radio aan staan en wacht tot de blokkering opgeheven is. Zodra er verschijnt op de display kan de code opnieuw ingevoerd worden. Als de radio tussentijds UIT wordt gezet, zal deze bij het opnieuw aanzetten weer geblokkeerd worden voor de gehele periode. Na het invoeren van 14 verkeerde codes wordt de radio definitief geblokkeerd. BEDIENING Volumeregeling Draai aan de knop M om het volume te verhogen of te verlagen.
69 II-1 AUTORADIO RB1 45 ALGEMENE BEDIENING Druk op de toets AUDIO om achtereenvolgens de bassen (BASS), de hoge tonen (TREB) de loudness-functie (LOUD), de fader (FAD) en de balansregeling (BAL) te kiezen. Deze functie wordt automatisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden of door de toets AUDIO na het instellen van de balans nogmaals in te drukken. Opmerking : De instellingen voor de bassen en hoge tonen zijn gekoppeld aan de op dat moment ingeschakelde geluidsbron. Zo kan de toonhoogte voor alle geluidsbronnen verschillend worden ingesteld*. Bassen Druk, zodra er BASS wordt aangegeven, op de toetsen G of H om de bassen in te stellen. - BASS 9 minimum instelling bassen, - BASS 0 normale stand, - BASS +9 maximum instelling bassen. Toonregeling Druk, zodra er TREB wordt aangegeven, op de toetsen G of H om de hoge tonen in te stellen. - TREB 9 minimum instelling hoge tonen, - TREB 0 normale stand, - TREB +9 maximum instelling hoge tonen. Loudness Deze functie biedt de mogelijkheid de bassen en hoge tonen bij een laag volume te versterken. Druk op de toetsen G of H om deze functie in of uit te schakelen. Faderinstelling (verdeling voor/achter) Druk, zodra er FAD wordt aangegeven, op de toetsen G of H om de fader in te stellen. Met de toets G wordt de weergave vóór versterkt. Met de toets H wordt de weergave achter versterkt. Balansregeling (verdeling links/rechts) Druk, zodra er BAL wordt aangegeven, op de toetsen G of H om de balans in te stellen. Met de toets G wordt de weergave rechts versterkt. Met de toets H wordt de weergave links versterkt. *volgens de uitrusting
70 46 AUTORADIO RB1 II-1 RADIO Opmerkingen over de radio-ontvangst Een autoradio moet onder heel andere omstandigheden functioneren dan een radio in huis. De ontvangst van AM (middengolf) en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebouwen enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van radio Druk een aantal malen op de toets "SRC" om de radio te selecteren. Selecteren van golflengte Druk een aantal malen kort op de toets "BND/AST" om de gewenste golflengte (FM1, FM2, FM3 of AM) te selecteren. Automatisch afstemmen Druk kort op de toets "J" of "K" om naar de volgende respectievelijk vorige zender te luisteren. Als één van beide toetsen wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten. Als de functie TA (verkeersinformatie) is geselecteerd, worden alleen zenders die dit soort programma s uitzenden geselecteerd. Bij het scannen wordt er eerst naar de sterkste zenders gezocht (gevoeligheid "LO"), vervolgens ook naar de zwakkere en verder verwijderde zenders (gevoeligheid "DX").. Handmatig afstemmen Druk op de toets MAN". Druk kort op de toetsen J of K om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten. Druk toets MAN opnieuw in om weer op automatisch afstemmen van zenders over te gaan.
71 II-1 AUTORADIO RB1 47 Handmatig opslaan van zenders Kies de gewenste zender. Houd één van de toetsen 1 t/m 6 gedurende twee 2 seconden ingedrukt. Het geluid valt even weg ter bevestiging dat de zender is opgeslagen. Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore) Houd de toets BND/AST gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om de 6 sterkste FM-zenders automatisch op te slaan. Deze zenders worden op de FM3 band opgeslagen. - Als er minder dan 6 zenders worden gevonden, blijven de resterende geheugens leeg. Oproepen van opgeslagen zenders Druk bij elk golfbereik kort op één van de toetsen 1 t/m 6 met de gewenste zender. RDS (RADIO DATA SYSTEM) Gebruik van RDS-functie op FM De RDS-functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht verschillende frequenties die voor deze zender gebruikt worden in de diverse regio's. Druk kort op de toets RDS om de RDS-functie in of uit te schakelen. Volgen van RDS-zenders Op de display wordt de naam van de zender aangegeven. De radio zoekt steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt.
72 48 AUTORADIO RB1 II-1 Verkeersinformatie Druk op de toets "TA" om de verkeersdecoder in of uit te schakelen. Als deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, cassette of CD) onderbroken om voorrang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie. Druk op de toets "TA" om de weergave te onderbreken; de functie wordt uitgeschakeld. N.B.: het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kunt dit instellen met de volumeknop. De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij de volgende weergave van berichten. Tijdens het weergeven van verkeersinformatie wordt afwisselend TRAFFIC en de naam van de betreffende zender aangegeven. Als de geselecteerde zender geen verkeersinformatie uitzendt, verschijnt NO TA op de display. Regionale functie (REG) Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd. Houd de toets RDS gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen.
73 II-1 AUTORADIO RB1 49 CASSETTESPELER Selecteren van cassettespeler Zodra een cassette in de cassettespeler wordt gestoken, zal het apparaat deze cassette automatisch afspelen. Druk, als er een cassette in het apparaat steekt, een aantal malen op de toets "SRC" om de cassettespeler als geluidsbron te selecteren. Uitwerpen van cassette Druk de 2 toetsen "E" en "F" geheel in om de cassette uit het apparaat te kunnen nemen. Afspeelrichting Het apparaat speelt beide zijden van de band na elkaar af en aan het eind van de band wordt de afspeelrichting automatisch omgekeerd. Druk de 2 toetsen "E" en "F" gedeeltelijk in om de andere kant van de cassette af te spelen. Snel vooruit en terugspoelen Druk toetsen "E" of "F" geheel in om de cassette snel vooruit respectievelijk terug te spoelen. Na het spoelen zal het apparaat de zijde die begint afspelen. Opmerking: Tijdens het snel terug- of vooruitspoelen van een cassette zal de autoradio automatisch de laatst beluisterde radiozender weergeven. Algemene voorzorgsmaatregelen voor gebruik. - Gebruik cassettes van goede kwaliteit. - Vermijd het gebruik van cassettes met een afspeelduur langer dan 90 minuten. - Stel cassettes nooit bloot aan hitte en leg ze niet in de zon. - Leg de cassettes meteen na gebruik terug in het doosje om het binnendringen van stof en het per ongeluk afrollen van de band te voorkomen. - Na langdurig gebruik van de cassettespeler kan een beschadiging van de kop tot gevolg hebben dat de geluidsweergave minder wordt of zelfs geheel wegvalt. Gebruik een speciale reinigingscassette (steeds na ongeveer 50 uur) om dit te verhelpen.
74 50 AUTORADIO RB1 II-1 CD-WISSELAAR* Selecteren van CD-wisselaar Druk een aantal malen op de toets "SRC" om de CD-wisselaar als geluidsbron te kiezen. Selecteren van een CD Druk op één van de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6 om de gewenste CD te selecteren. Nummers van een CD zoeken Druk op de toets J om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets K om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Versneld afspelen Druk op de toets MAN. Houd één van de toetsen J of K ingedrukt om respectievelijk versneld vooruit of achteruit te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. De toetsen J en K hebben hun normale functie "selectie van een nummer" weer als de toets MAN opnieuw wordt ingedrukt. Random-functie (RAND) Houd, op het moment dat de CD-wisselaar als geluidsbron is gekozen, de toets SRC gedurende 2 seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk toets SRC opnieuw in om weer op normaal afspelen over te schakelen. *volgens de uitrusting
75 II-1 AUTORADIO RB1 51 CD-Wisselaar* C B A C D Een CD in de CD-wisselaar plaatsen: open de klep A, druk op de toets B om het magazijn C uit de CD-wisselaar te nemen, trek aan de lip D om een van de 6 sledes van het magazijn te openen, plaats de CD met de bedrukte zijde naar boven in de slede en sluit deze, plaats het magazijn in de CD-wisselaar, sluit de klep A. *volgens de uitrusting
76 52 AUTORADIO RD1 II-2 A B C D E M K L J H I G N F
77 II-2 AUTORADIO RD1 53 Toets A i Verwijderen van CD. Functie B RDS RDS-functie AAN/UIT. Langer dan 2 seconden indrukken: aan-/uitzetten van de regionale functie. C TA Stand TA AAN/UIT (voorrang voor verkeersinformatie). Langer dan 2 seconden indrukken: PTY-functie AAN/UIT. D E Naar boven toe bijregelen. Naar beneden toe bijregelen. F AUDIO Instelling van bassen, hoge tonen, loudness, balans en fader. G H Automatisch zoeken van zenders in oplopende volgorde. Volgende nummer selecteren (CD). Automatisch zoeken van zenders in aflopende volgorde. Opzoeken vorige nummer (CD). I MAN Handmatige/automatische werking van toetsen G en H. J K L k j Selecteren van radio als geluidsbron. Selectie van golflengte FM1/FM2/FM3/AM. Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van zenders (autostore). Selecteren van CD-speler als geluidsbron. Langer dan 2 seconden indrukken: afspelen in willekeurige volgorde. Selecteren van CD-wisselaar* als geluidsbron. Langer dan 2 seconden indrukken: afspelen in willekeurige volgorde. M ON/VOL AAN/UIT-schakelaar radio. Volumeregeling. Selectie van opgeslagen zender. N 1 t/m 6 Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van een zender. Selecteren van CD in CD-wisselaar*. *volgens de uitrusting
78 54 AUTORADIO RD1 II-2 ALGEMENE FUNCTIES AAN/UIT Druk, als het CONTACT AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op knop M om de radio aan of uit te schakelen. De radio kan gedurende 30 minuten werken zonder dat het contact aan wordt gezet. CODE DIEFSTALBEVEILIGING Als het apparaat voor het eerst wordt gebruikt en elke keer dat de accukabels worden losgenomen, moet de code die u bij de aflevering van de auto werd overhandigd, worden ingevoerd. Invoer van de code Zet het apparaat AAN. CODE verschijnt op de display en daarna ten teken dat de code moet worden ingevoerd. Voer nu uw vier-cijferige code in met behulp van de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6. Voorbeeld: als uw code 5345 is, moeten achtereenvolgens de toetsen 5, 3, 4 en 5 ingedrukt worden. Na het invoeren van de juiste code gaat de radio automatisch aan. Foutieve invoer van de code Als tijdens het invoeren van de eerste drie cijfers van de code een fout wordt gemaakt, onderbreek dan het invoeren en zet de radio UIT om te voorkomen dat het apparaat geblokkeerd wordt. Elke keer als er een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt het apparaat gedurende een steeds langere periode, van 5 seconden tot 30 minuten na de zevende verkeerde code, geblokkeerd. Laat de radio aan staan en wacht tot de blokkering opgeheven is. Zodra er verschijnt op de display kan de code opnieuw ingevoerd worden. Als de radio tussentijds UIT wordt gezet, zal deze bij het opnieuw aanzetten weer geblokkeerd worden voor de gehele periode. Na het invoeren van 14 verkeerde codes wordt de radio definitief geblokkeerd. BEDIENING Volumeregeling Draai aan de knop M om het volume te verhogen of te verlagen.
79 II-2 AUTORADIO RD1 55 ALGEMENE BEDIENING Druk op de toets AUDIO om achtereenvolgens de bassen (BASS), de hoge tonen (TREB) de loudness-functie (LOUD), de fader (FAD) en de balansregeling (BAL) te kiezen. Deze functie wordt automatisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden of door de toets AUDIO na het instellen van de balans nogmaals in te drukken. Opmerking: de instelling van bassen en hoge tonen geldt voor elke geluidsbron afzonderlijk. Het is dus mogelijk om de radio, de CD-speler en de CD-wisselaar* verschillend in te stellen. Bassen Druk, zodra er BASS wordt aangegeven, op de toetsen D of E om de bassen in te stellen. "BASS 9" minimum instelling bassen, "BASS 0" normale stand, "BASS +9" maximum instelling bassen. Toonregeling Druk, zodra er TREB wordt aangegeven, op de toetsen D of E om de hoge tonen in te stellen. "TREB 9" minimum instelling hoge tonen, "TREB 0" normale stand, "TREB +9" maximum instelling hoge tonen. Loudness Deze functie biedt de mogelijkheid de bassen en hoge tonen bij een laag volume te versterken. Druk op de toetsen D of E om deze functie in of uit te schakelen. Faderinstelling (verdeling voor/achter) Druk, zodra er FAD wordt aangegeven, op de toetsen D of E om de fader in te stellen. Met de toets D wordt de weergave vóór versterkt. Met de toets E wordt de weergave achter versterkt. Balansregeling (verdeling links/rechts) Druk, zodra er BAL wordt aangegeven, op de toetsen D of E om de balans in te stellen. Met de toets D wordt de weergave rechts versterkt. Met de toets E wordt de weergave links versterkt. *volgens de uitrusting
80 56 AUTORADIO RD1 II-2 RADIO Opmerkingen over de radio-ontvangst Een autoradio moet onder heel andere omstandigheden functioneren dan een radio in huis. De ontvangst van AM (middengolf) en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebouwen enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van radio als geluidsbron Druk op de toets J. Selecteren van golflengte Druk kort op de toets J, om de golflengtes FM1, FM2, FM3 en AM te selecteren. Automatisch afstemmen Druk kort op een van de toetsen G of H om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. De radio stopt bij de eerste zender die na het loslaten van de toets wordt gevonden. Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld, worden er alleen zenders geselecteerd die verkeersinformatie uitzenden. Eerst worden de sterke zenders LO afgezocht, daarna worden ook de zwakke zenders DX afgezocht. Druk twee keer op de toets G of H om direct de zwakke zenders DX af te zoeken. Handmatig afstemmen Druk op de toets MAN". Druk kort op de toetsen G of H om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten. Druk toets MAN opnieuw in om weer op automatisch afstemmen van zenders over te gaan.
81 II-2 AUTORADIO RD1 57 Handmatig opslaan van zenders Kies de gewenste zender. Houd één van de toetsen 1 t/m 6 gedurende twee 2 seconden ingedrukt. Het geluid valt even weg ter bevestiging dat de zender is opgeslagen. Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore) Houd de toets J gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om de 6 sterkste FM-zenders automatisch op te slaan. Deze zenders worden op de FM3 band opgeslagen. - Als er minder dan 6 zenders worden gevonden, blijven de resterende geheugens leeg. Oproepen van opgeslagen zenders Druk bij elk golfbereik kort op één van de toetsen 1 t/m 6 met de gewenste zender. RDS (RADIO DATA SYSTEM) Gebruik van RDS-functie op FM De RDS-functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht verschillende frequenties die voor deze zender gebruikt worden in de diverse regio's. Druk kort op de toets RDS om de RDS-functie in of uit te schakelen. Volgen van RDS-zenders Op de display wordt de naam van de zender aangegeven. De radio zoekt steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt.
82 58 AUTORADIO RD1 II-2 Verkeersinformatie Druk op de toets TA om deze functie in of uit te schakelen. De geluidsweergave (van radio, CD, of CD-wisselaar) wordt onderbroken voor verkeersinformatie. Druk op de toets TA om de weergave te onderbreken; de verkeersinformatie wordt uitgeschakeld. N.B.: het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kunt dit instellen met de volumeknop. De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij de volgende weergave van berichten. Tijdens het weergeven van verkeersinformatie wordt afwisselend TRAFFIC en de naam van de betreffende zender aangegeven. Als de geselecteerde zender geen verkeersinformatie uitzendt, verschijnt NO TA op de display. Regionale functie (REG) Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd. Houd de toets RDS gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen. PTY-functie Met behulp van deze functie kunnen zenders met een specifieke programmering (info, cultuur, sport, pop...) afgeluisterd worden. Houd, als FM is geselecteerd, de toets TA gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen. Zoeken van een PTY-programmering: - inschakelen van PTY-functie, - druk kort op de toetsen G of H voor een overzicht van de verschillende soorten programma's, - als het programmatype van uw keuze wordt weergegeven, druk dan gedurende meer dan 2 seconden op de toetsen G of H om automatisch op een zender af te stemmen (na het automatisch afstemmen wordt de PTY-functie uitgeschakeld). In de stand PTY, kunnen de verschillende soorten programmatypes worden opgeslagen. Houd daarvoor de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6 gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt. Een bepaalde programmering kan nu worden opgeroepen door de desbetreffende toets kort in te drukken.
83 II-2 AUTORADIO RD1 59 EON-systeem Dit systeem maakt koppelingen tussen zenders in hetzelfde gebied. Bij dit systeem is het mogelijk om automatisch naar andere zenders binnen het gebied over te schakelen die verkeersinformatie of een PTY-programmering uitzenden. De EON-functie werkt alleen als de verkeersinformatie TA of de PTY-functie is ingeschakeld. CD-SPELER Selecteren van CD-speler als geluidsbron Na het invoeren van een CD met de bedrukte zijde naar boven, gaat de CD-speler automatisch aan. Als er al een CD in het apparaat is gestoken, druk dan op de toets K. Verwijderen van CD Druk op de toets A om de CD uit de speler te verwijderen. Nummers van een CD zoeken. Druk op de toets G om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets H om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Versneld afspelen Druk op de toets MAN. Houd één van de toetsen G of H ingedrukt om respectievelijk versneld vooruit of achteruit te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. De toetsen G en H hebben hun normale functie "selectie van een nummer" weer als de toets MAN opnieuw wordt ingedrukt. Random-functie (RDM) Houd, op het moment dat de CD-speler als geluidsbron is gekozen, de toets K gedurende 2 seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk toets K opnieuw in om weer op normaal afspelen over te schakelen.
84 II-2 AUTORADIO RD1 59 EON-systeem Dit systeem maakt koppelingen tussen zenders in hetzelfde gebied. Bij dit systeem is het mogelijk om automatisch naar andere zenders binnen het gebied over te schakelen die verkeersinformatie of een PTY-programmering uitzenden. De EON-functie werkt alleen als de verkeersinformatie TA of de PTY-functie is ingeschakeld. CD-SPELER Selecteren van CD-speler als geluidsbron Na het invoeren van een CD met de bedrukte zijde naar boven, gaat de CD-speler automatisch aan. Als er al een CD in het apparaat is gestoken, druk dan op de toets K. Verwijderen van CD Druk op de toets A om de CD uit de speler te verwijderen. Nummers van een CD zoeken. Druk op de toets G om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets H om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Versneld afspelen Druk op de toets MAN. Houd één van de toetsen G of H ingedrukt om respectievelijk versneld vooruit of achteruit te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. De toetsen G en H hebben hun normale functie "selectie van een nummer" weer als de toets MAN opnieuw wordt ingedrukt. Random-functie (RDM) Houd, op het moment dat de CD-speler als geluidsbron is gekozen, de toets K gedurende 2 seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk toets K opnieuw in om weer op normaal afspelen over te schakelen.
85 60 AUTORADIO RD1 II-2 CD-WISSELAAR* Selecteren van CD-wisselaar als geluidsbron Druk op de toets L. Selecteren van een CD Druk op één van de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6 om de gewenste CD te selecteren. Nummers van een CD zoeken Druk op de toets G om het volgende nummer te selecteren. Druk op de toets H om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer. Versneld afspelen Druk op de toets MAN. Houd één van de toetsen G of H ingedrukt om respectievelijk versneld vooruit of achteruit te spelen. Het versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten. De toetsen G en H hebben hun normale functie "selectie van een nummer" weer als de toets MAN opnieuw wordt ingedrukt. Random-functie (RDM) Houd, op het moment dat de CD-wisselaar als geluidsbron is gekozen, de toets L gedurende 2 seconden ingedrukt. De nummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk toets L opnieuw in om weer op normaal afspelen over te schakelen. *volgens de uitrusting
86 II-2 AUTORADIO RD1 61 CD-WISSELAAR* C B A C D Een CD in de CD-wisselaar plaatsen: open de klep A, druk op de toets B om het magazijn C uit de CD-wisselaar te nemen, trek aan de lip D om een van de 6 sledes van het magazijn te openen, plaats de CD met de bedrukte zijde naar boven in de slede en sluit deze, plaats het magazijn in de CD-wisselaar, sluit de klep A. *volgens de uitrusting
87 94 ACCU VI-2 Starten met een hulpaccu Als de accu ontladen is, kan een hulpaccu worden gebruikt of de accu van een andere auto. Volg, in verband met explosiegevaar, de instructies in de juiste volgorde op. 2 Lege accu, aangesloten op de auto 3 1 Hulpaccu 4 Massa-aansluiting op de auto Controleer of de accu de juiste spanning heeft (12 volt). Als u een accu gebruikt van een andere auto, dient u de motor van deze auto af te zetten. De twee auto's mogen elkaar niet raken. Sluit de kabels aan volgens bovenstaande afbeelding en in de aangegeven volgorde. Zorg dat de kabelklemmen goed vast zitten, om vonken te voorkomen. Start de auto die de stroom geeft. Laat de motor gedurende ca. één minuut draaien met een iets verhoogd toerental. Start vervolgens de stroom-ontvangende auto. Advies Raak de klemmen niet aan tijdens het opladen. Hang niet met uw bovenlichaam boven de accu. Neem de kabels in omgekeerde volgorde los en zorg ervoor dat ze elkaar niet raken.
88 90 ZEKERINGEN VI-1 Er bevinden zich twee zekeringkasten in het dashboard en een onder de motorkap. A Zekeringkastje onder dashboard Om de zekeringen onder het dashboard (links van de bestuurder) te kunnen bereiken, verdraait u de twee knoppen op het klepje van het zekeringkastje een kwartslag. Afbeelding en zekeringtabel Zie de volgende bladzijden. 1 B 2 Zekeringkastje in het motorcompartiment Verwijder het zekeringkastdeksel zoals aangegeven op de afbeelding om de zekeringen onder de motorkap (bij de accu) te kunnen bereiken. Verzuim niet het deksel na de werkzaamheden goed te sluiten. LET OP Goed Defect Zekeringtang A Laat ingrepen aan de MAXI-zekeringen voor extra bescherming die zich op de plaats B bevinden over aan een dealer. Afbeelding en zekeringtabel Zie de volgende bladzijden. Vervangen van een zekering Voordat u een defecte zekering vervangt, moet u eerst de oorzaak van de storing opsporen en verhelpen. De nummers van de zekeringen staan op het zekeringkastje. Vervang een defecte zekering altijd door een zekering van dezelfde sterkte. Gebruik de zekeringtang A, die zich op het kastje bevindt.
89 VI-1 ZEKERINGTABEL (Afhankelijk van uitvoering of land) 91 Nummer Ampère Beschermde functies A B C D E F A 20 A Centrale vergrendeling Openstaande koffer B 25 A Ruitenwissers voor Intelligente Service Centrale Zekeringen in het dashboard. De zekeringen (zonder nummer) zijn reservezekeringen. Verwijder een defecte zekering altijd door een met dezelfde sterkte. LEGENDA GEKLEURDE ZEKERINGEN 30 A 25 A 20 A 15 A 10 A 5 A C 30 A Achterruitverwarming Verwarmde buitenspiegel D 15 A Achterruitenwisser - Airco E 30 A Ruitbediening voorportieren - Schuifdak F 15 A Display
90 92 ZEKERINGTABEL VI-1 (Afhankelijk van uitvoering of land) Nummer Ampère Voeding Beschermde functies Zekeringkast in interieur Zekeringen in dashboard. De zekeringen (zonder nummer) zijn reservezekeringen. Vervang een defecte zekering altijd door een met dezelfde sterkte. Gebruik de speciale tang A die zich op de kast bevindt. F1 Shunt Gordelspanner en AIRBAG voor. F2 5 A + NA CONTACT Instrumentenpaneel - Diagnosestekker. F3 Vrij. F4 5 A + NA CONTACT Intelligente Service Centrale. F5 10 A + NA CONTACT Remlichtcontact F6 5 A + Accu Instrumentenpaneel klokje Multifunctioneel led - Bediening dimlichten. F7 10 A + Accu Relais koelventilatorunit - Koelwatertemperatuurhuis Dubbel injectierelais - Injectiecomputer. F8 10 A + Accu Plafondverlichting voor en achter - Autoradio - Multifunctioneel display. F9 5 A + Accu Intelligente Service Centrale. F10 20 A + Accu Ruitenwissermotor. F11 5 A +Achterlichten Autoradio Bedieningspaneel airco Sigarenaansteker - Binnenverlichting Multifunctioneel display. F12 5 A +Achterlichten Mistachterlichten. F13 15 A + Accu Relais stoelverwarming. F14 30 A + Accu Relais ruitensproeier. F15 20 A + Accu 12-volts stekker F16 30 A + Accu Relais aanjager. F17 15 A + Accu Claxon. F18 5 A +Achterlichten Parkeerlicht linksvoor en rechtsachter. F19 5 A +Achterlichten Parkeerlicht rechtsvoor en linksachter - Kentekenplaat. F20 10 A +Achterlichten Linker dimlicht. F21 10 A +Achterlichten Rechter dimlicht. F22 10 A + NA AFGEZET CONTACT Multifuntioneel display - Bediening rechter buitenspiegel F23 20 A + NA AFGEZET CONTACT Sigarenaansteker. F23B 20 A + Accu Sigarenaansteker. F24 Vrij. F25 Vrij. F26 Vrij. F27 5 A + NA AFGEZET CONTACT Ruitenwisserschakelaar - Koplampwissers F28 Vrij.
91 VI-1 ZEKERINGTABEL (Afhankelijk van uitvoering of land) 93 Nummer Ampère Voeding Beschermde functies F5 20 A + Accu Intelligente Service Centrale F6 30 A + Accu Vrij F7 20 A + Accu Brander extra verwarming F14 SHUNT + Accu Dubbel injectierelais F18 10 A Grootlicht rechtsvoor F19 10 A Grootlicht linksvoor F20 10 A + NA CONTACT ABS-computer F21 5 A + Accu Relais extra verwarming Zekeringen motorcompartiment Trek het deksel los. De niet-genummerde zekeringen zijn reservezekeringen Breng, als u klaar bent, het deksel zorgvuldig weer aan. LEGENDA GEKLEURDE ZEKERINGEN Maxi-zekeringen 70 A 60 A 50 A 40 A 20 A Zekeringen 30 A 25 A 20 A 15 A 10 A 5 A F22 20/30 A + Accu Relais dieselverwarming F23 15 A + NA CONTACT Dieselverwarming F24 5 A + NA CONTACT Vrij F25 15 A + NA CONTACT Brandstofpomp F26 SHUNT + Accu Dubbel injectierelais F27 30 A + Accu Vrij F28 5/10 A + NA CONTACT Gasklephuisverwarming (benzine) / Brandstofpomp (diesel) F29 30 A + Accu Vrij F30 10 A + Accu Mistlamp linksvoor F31 10 A + Accu Mistlamp rechtsvoor F32 5/10 A + NA CONTACT Injectiecomputer F33 15 A + NA CONTACT Achteruitrijlichten - Koelvloeistofniveau Voorgloeirelais - Ventilatorunit F34 5 A + NA CONTACT Sonde uitlaat
92 VI-3 LAMPENTABEL 95 LAMPENTABEL Koplampen Parkeerlichten Richtingaanwijzers Zijknipperlichten H4 Halogeen 60/55 W W 5 W PY 21 W - Oranje lamp W 5 W ACHTER Remlichten en parkeerlichten Richtingaanwijzers Achteruitrijlichten Mistachterlicht Kentekenplaatverlichting Derde remlicht P 21 / 5 W PY 21 W - Oranje lamp P 21 W P 21 W W 5 W W 5 W INTERIEUR Plafondlampen W 5 W
93 96 VERVANGEN VAN DE LAMPEN VI-4 Vervang de halogeenlampen nadat de koplampen minstens enkele minuten gedoofd zijn. Raak de nieuwe lamp niet met de vingers aan. Gebruik geen pluizige doek. Koplampen Verwijderen gloeilamp : - Trek de stekker los en verwijder de rubber bescherming - Trek de twee klemmen los. - Verwijder de lamp. Monteren gloeilamp : Ga in omgekeerde volgorde te werk. Tip Test na elke ingreep de werking van de verlichting.
94 VI-4 VERVANGEN VAN DE LAMPEN 97 Richtingaanwijzers vóór en parkeerlichten Open de motorkap, druk tegen de vergrendellippen en duw de lampunit naar buiten. Verdraai de lamphouder een kwartslag en vervang de lamp. Plaats de lampunit terug door deze via de bovenste en onderste geleiders naar binnen te steken. Druk de koplampunit zo ver naar binnen dat hij vergrendelt. Zijknipperlichten Duw het lampenkapje naar voren om het los te klikken en trek het naar u toe. Verdraai de lamphouder een kwartslag.
95 98 VERVANGEN VAN DE LAMPEN VI A Achterlicht Ga na welke lamp defect is. Lampen : 1 Mistachterlicht 2 Richtingaanwijzers 3 Achteruitrijlichten 4 Rem- en parkeerlichten Open de betreffende achterdeur 180 (zie OPENEN EN SLUITEN VAN DE ACHTERDEUREN ). Draai de vleugelmoer A los. Duw de lampunit iets naar de binnenzijde van de auto om hem aan de zijsteunen los te klikken. Neem de lampunit uit en trek de stekker los. Klik de lamphouder los volgens de pijlen. Vervang de defecte lamp. Let er bij de montage op dat de draadgeleider in de daarvoor bestemde ruimte zit en sluit de achterdeuren in de juiste volgorde (zie OPENEN EN SLUITEN VAN DE ACHTERDEUREN )).
96 VI-4 VERVANGEN VAN DE LAMPEN 99 Plafondlampen voor Klik het kapje los om de lamp te kunnen bereiken. Plafondlamp achter Klik het kapje los om de lamp te kunnen bereiken. Remlichten (achterklep) Open de achterklep en draai de twee moeren los. Trek de houder los om de lampen te kunnen bereiken.
97 100 VERVANGEN VAN DE LAMPEN VI-4 Kentekenplaatverlichting Draai de schroeven van het transparante kapje los om de lamp te kunnen bereiken. Derde remlicht* Neem de lampenkap uit door op de lip te drukken (ronde gedeelte) op de rand van de unit (zie pijlen). Trek de lampenkap naar achteren. Knijp de twee houderveren samen om de lamphouder te verwijderen. Trek de defecte lamp naar buiten en vervang deze. Verricht deze handelingen in omgekeerde volgorde wanneer u de lamp monteert. * Optie afhankelijk van de uitvoering.
98 VI-4 VERVANGEN VAN DE LAMPEN 99 Plafondlampen voor Klik het kapje los om de lamp te kunnen bereiken. Plafondlamp achter Klik het kapje los om de lamp te kunnen bereiken. Remlichten (achterklep) Open de achterklep en draai de twee moeren los. Trek de houder los om de lampen te kunnen bereiken.
99 VI-7 VEILIGHEIDSADVIEZEN 107 Set allesdragers Gebruik uitsluitend de door de constructeur geteste en goedgekeurde allesdragers. Ze zijn aangepast aan uw auto waardoor ze veiliger zijn en voorkomen dat het dak van uw auto wordt beschadigd. Zorg voor een gelijkmatige verdeling van de last en voorkom overbelasting aan één kant. Houd u aan de maximaal toelaatbare daklast. Maximum toegestane last verdeeld over de allesdragers of imperiaal: 100 kg. Plaats de zwaarste last zo dicht mogelijk tegen het dak. Sjor de lading goed vast en markeer een buiten de auto stekende lading. Rijd rustig; de zijwindgevoeligheid is toegenomen en de stabiliteit van uw auto is mogelijk gewijzigd. Verwijder de allesdragers zodra ze niet meer nodig zijn.
100 VI-5 VERWISSELEN VAN EEN WIEL 101 Gereedschap Het gereedschap bevindt zich achter de bestuurdersstoel Steun 2 Krik 3 Wielsleutel 3 De krik is specifiek voor uw auto; gebruik hem niet voor andere doeleinden.
101 102 VERWISSELEN VAN EEN WIEL VI-5 Uitnemen van het reservewiel A Het reservewiel bevindt zich in een drager onder de achterste dorpel. De bevestigingsbout A van de reservewieldrager bevindt zich aan interieurzijde bij de slotvanger Licht de kofferbekleding op. Draai de moer met het uiteinde van de wielsleutel 3 los. Licht de reservewieldrager op zodat deze loskomt van de haak en de reservewieldrager naar beneden komt. Wees voorzichtig en voorkom dat u uw vingers of voeten bezeert door het gewicht van het wiel. Advies Monteer zo snel mogelijk na reparatie het originele wiel weer onder de auto. 3
102 VI-5 VERWISSELEN VAN EEN WIEL 103 Demonteren 1 - Zet de wagen zo mogelijk op een vlakke en horizontale ondergrond. Trek de handrem aan en schakel de eerste versnelling of de achteruitversnelling in. Plaats aan de andere zijde van de auto, bij het wiel dat zich diagonaal ten opzichte van het te vervangen wiel bevindt, het wielblok dat in het reservewiel is opgeborgen. 2 - Plaats de krik onder één van de vier krikpunten vlakbij de wielen aan de onderkant van de auto (op de drempelbalk, zie pijlen). Draai de krik uit met behulp van de wielsleutel. 3 - Draai de wielbouten m.b.v. de wielsleutel los, maar niet helemaal. 4 - Draai de krik verder uit zodat het wiel enkele centimeters van de grond komt. 5 - Draai de wielbouten los, verwijder de wieldop en verwijder het wiel. Ga nooit onder een auto liggen die slechts wordt ondersteund door een krik.
103 104 VERWISSELEN VAN EEN WIEL VI-5 Monteren 1 - Breng het wiel in de juiste stand over de wielnaaf aan. 2 - Draai één van de wielbouten aan, maar draai hem niet helemaal vast; breng de wieldop aan door deze over de wielboutkop te drukken; draai de andere drie wielbouten vast. 3 - Draai de krik in en verwijder deze. 4 - Draai de wielbouten vast met de wielsleutel. 5 - Monteer het oorspronkelijke wiel zo snel mogelijk na reparatie weer onder de auto. 6 - Breng de gerepareerde band op de juiste spanning (zie BANDEN ) en laat de wielbalans controleren. Terugplaatsen van het reservewiel in de drager. Schuif het wiel in de wieldrager. Licht de wieldrager op en hang de veiligheidshaak aan de bevestigingsmoer. Draai de moer via de kofferruimte vast. Berg de wielsleutel, de krik en vervolgens het wielblok op. Tip Elk type wiel heeft zijn specifieke wielbouten. Informeer, wanneer u de wielen vervangt, eerst bij onze dealerorganisatie of de bouten in de nieuwe wielen passen.
104 VI-6 SLEPEN - OPLICHTEN 105 Slepen met opgelichte vóór- of achterkant. Gebruik een geschikte sleepuitrusting bestaande uit een sleepstang en sleepriemen. Bevestig de sleepuitrusting aan de voorste traverse. Zorg ervoor dat noch de bumper noch de voor- of achterkant van de auto beschadigd kan worden. Rijd voorzichtig. Slepen over de grond De sleepogen bevinden zich aan de voor- en achterzijde van de auto. Bij wijze van uitzondering is het toegestaan de auto met lage snelheid over een zeer korte afstand te slepen (afhankelijk van de ter plaatse geldende voorschriften). Gebruik voor het slepen een sleepstang, te bevestigen aan de sleepogen (zie tekening boven). Laat de sleutel in het contact zitten om te voorkomen dat de stuurfunctie uitvalt. LET OP : De stuur- en rembekrachtiging werken niet bij afgezette motor.
105 106 VEILIGHEIDSADVIEZEN VI-7 Trekhaak Laat de montage van een trekhaak over aan een van onze dealers. Hij kent het aanhangergewicht van uw auto en beschikt over de noodzakelijke instructies met betrekking tot de montage van een dergelijk systeem en met betrekking tot de eventueel uit te voeren wijzigingen aan het koelsysteem van uw auto voor zware gebruiksomstandigheden. Trekken van een aanhanger (boot, caravan enz...) Houd u aan de volgende adviezen : - Controleer de spanning van de banden van de auto en van de aanhanger. Controleer de verlichting van de aanhanger. - Oefen de diverse manoeuvres, vooral die van het achteruitrijden - Smeer regelmatig de kogel van de trekhaak. Verdeel de belading op de aanhanger en houd u aan de toelaatbare gewichten. Rijd met matige snelheid, schakel tijdig terug bij zowel het beklimmen als bij het afdalen van een helling en pas op voor zijwind. Tijdens het trekken van een aanhanger is het brandstofverbruik hoger. De remweg is langer. Rem geleidelijk en rustig. Voorkom plotseling remmen. Indien u uw auto op een helling parkeert, trek dan niet alleen de handrem aan maar controleer ook of de aanhanger goed is bevestigd en stut eventueel de aanhanger. Houd u aan de ter plaatse geldende aanhangergewichten. Indien het maximum gewicht op de achteras van het trekkende voertuig of het totaal toelaatbaar gewicht wordt overschreden, dient de maximum snelheid beperkt te worden tot 100 km/h. Aanhangergewichten: zie ALGEMENE GEGEVENS.
106 112 ALGEMENE GEGEVENS * VII-1 Type motor 1.1i (TU1JP) 1.4i (TU3JP) 1.9D (DW8B) 2.0HDI (DW10TD) Nuttig laadvermogen in kg Inhoud brandstoftank 55 liter 60 liter Voorgeschreven brandstof Zie "BRANDSTOF TANKEN" Hoeveelheid motorolie (zonder airco) 3,5 liter 4,75 liter 4,50 liter Hoeveelheid motorolie (met airco) 4,50 liter 4,25 liter Inhoud ruitensproeierreservoir 3,5 of 7,5 liter Minimum draaicirkel tussen muren (in m) 11,55 of 11,75 ** 11,75 ** Fiscaal vermogen in pk (niet voor Nederland) Theoretische max. snelheid (km/h) Accu 12 V Bougies Gewicht (kg) Zie ACCU Raadpleeg onze dealerorganisatie Ledig / Totaal toelaatbaar gewicht / Maximum toelaatbaar gewicht op de vooras Maximum toelaatbaar gewicht op de achteras Totaal treingewicht / Geremde aanhanger *** Ongeremde aanhanger / Maximum druk op de kogel 70 Maximum dakbelasting 100 * Afhankelijk van uitvoering of land ** Met stuurbekrachtiging *** Houdt u zich te allen tijde aan de wettelijk bepaalde aanhangergewichten. Wend u tot een PEUGEOT-dealer voor informatie over de mogelijkheden en het maximum toegestane treingewicht van uw auto.
107 VII-2 AFMETINGEN * 113 H J D A C B E G Tabel van de afmetingen (in meters) A 2.69 B 4.11 C 0.82 D 0.60 E 1.44 F 1.42 G 1.72 H 1.81 I 1.96 J 0.57 * Afhankelijk van de uitvoering. F I
108 114 AFMETINGEN * VII-2 Tabel van de afmetingen (in meters) K K 1.14 L 1.32 M 1.19 N 1.19 O 0.57 P 1.70 P L M N O * Afhankelijk van de uitvoering
109 VII-2 AFMETINGEN * 115 Laadvloer en multifunctionele stoel Hoogte boven de wielkasten Tabel van de afmetingen (in meters) R 0.89 S 0.24 T 0.38 U T U 0.42 V 1.53 W 1.67 W P S L V R M * Afhankelijk van de uitvoering.
110 116 IDENTIFICATIE * VII Typeplaatje Onder de motorkap op het rechter voorscherm 1 : Chassisnummer 2 : Totaal toelaatbaar gewicht* 3 : Totaal treingewicht* 4 : Maximum gewicht op de vooras* 5 : Maximum gewicht op de achteras* Kleurcode van de lak In het motorcompartiment, op de wielkast rechtsvoor * Afhankelijk van land van bestemming
111 108 BANDEN * Tabel van de bandenspanning (in bar) VI-8 BANDEN 1.1i 1.4i 150C - 170C 170C - 190C TUBELESS V A R V A R MICHELIN 165/70 R14 81T MXT CU : 475 Kg 2,4 2,6 2,8 MICHELIN PIRELLI L6 165/70 R14 89R XC4S 165/70 R14 C 89R CU : 600 Kg 2,5 3,2 3,4 2,5 3,2 3,4 CU : 800 Kg 2,5 3,7 3,9 MICHELIN 175/65 R14 90T AGILIS 51 CU : 600 Kg 2,5 2,9 3,1 2,5 2,9 3,1 CU : 800 Kg 2,7 3,3 3,5 * Andere banden zijn niet toegestaan Adviezen - Aanbevelingen Om veilig te kunnen rijden is het uiterst belangrijk dat de bandenspanning altijd overeenkomt met de aanbevelingen van de autofabrikant. Controleer de spanning daarom regelmatig, bijvoorbeeld iedere maand en voor elke lange rit. Vergeet daarbij niet het reservewiel. Controleer uitsluitend de spanning als de banden koud zijn; de banden worden namelijk warm tijdens het rijden, waardoor de bandenspanning oploopt. Verminder nooit de spanning van warme banden. Monteer sneeuwkettingen uitsluitend op de voorbanden. * Afhankelijk van uitrusting of land.
112 VI-8 BANDEN * 109 Tabel van de bandenspanning (in bar) BANDEN 1.9 D 2.0 HDi MICHELIN TUBELESS V A R V A R 165/70 R14 85R XC4S CU : 600 Kg 2,9 3,2 3,4 CU : 800 Kg 3 3,7 3,9 175/65 R14 AGILIS 51 CU : 600 Kg 2,5 2,9 3,1 2,5 2,9 3,1 CU : 800 Kg 2,7 3,3 3,5 2,7 3,3 3,5 * Andere banden zijn niet toegestaan * Afhankelijk van uitrusting of land. Zorg ervoor dat de banden steeds in goede staat verkeren en de juiste spanning hebben.
113 COMMERCIËLE BENAMINGEN VAN DE GOEDGEKEURDE EN AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN VOOR MOTOREN IN EUROPA (1) ULTRA 10W 40 ULTRA 5W 30* ULTRON 5W 40 ULTRON 0W 30 ULTRA DIESEL 10W 40 ULTRA 5W 30* ULTRON DIESEL 5W 40 ACTIVA DIESEL W 40 ACTIVA DIESEL W 40 ACTIVA W 30* QUARTZ DIESEL W 40 QUARTZ W 40 QUARTZ W 30* ACTIVA W 40 ACTIVA W 40 ACTIVA W 30* QUARTZ W 50 QUARTZ W 40 QUARTZ W 40 QUARTZ W 40 QUARTZ W 30* F B L NL DK S SF GB IRL B E N Z I N D I E S E L D I E S E L B E N Z I N GR A D CH I N P E (1) Minimale kwaliteitseis: Benzinemotoren: ACEA A3 en API SH/SJ; Dieselmotoren: ACEA B3 en API CF/CD - ACEA = Association des Constructeurs Européens Automobiles - API = American Petroleum Institute. Bij gebruik van olie die niet aan de norm ACEA A3-B3 voldoet, moet het onderhoudsschema voor bijzondere omstandigheden worden aangehouden met kleinere intervallen. * Deze brandstofbesparende olie mag alleen worden gebruikt in motoren die hiervoor geschikt zijn (vanaf modeljaar 2000).
114 118 AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN VII-4 VERPLICHT VERPLICHT Handgeschakelde versnellingsbak ESSO GEAR OIL BV TOTAL TRANSMISSION BV 75W-80 Ond.nr W-80 Stuurbekrachtiging ESSO ATF D - Ond.nr TOTAL FLUIDE AT42 De olie in de tabel voldoet voor de meeste gebruiksomstandigheden. Het schema geeft een overzicht van de meest geschikte viscositeit bij een bepaalde gebruikstemperatuur. Het is ook mogelijk om synthetische superkwaliteit motorolie te gebruiken. Indien het gebruik van semi-synthetische of synthetische oliën niet mogelijk is, mogen oliën van de kwaliteit API SH/SJ (voor benzinemotoren ) of CD/CF (voor dieselmotoren) gebruikt worden, waarbij dan wel het onderhoudsschema voor Bijzondere gebruiksomstandigheden, met kortere onderhoudsintervallen dient te worden aangehouden. Aarzel niet om een PEUGEOT-servicepunt advies te vragen om het rijcomfort van uw auto te behouden en de onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden. Neem contact op met de lokale vertegenwoordiger van Automobiles PEUGEOT in landen buiten Europa. Remvloeistof Andere goedgekeurde producten PEUGEOT DOT4 PROCOR TM 108 / Koelvloeistof GLYSANTIN G33 of REVKOGEL 2000 VERPLICHT Vorstbescherming 35 C
IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter
Panoramadak Dankzij het brede glazen dak zijn het zicht en de lichtinval in het interieur ongekend. 78 Te openen achterruit (SW) Dankzij deze voorziening hebt u eenvoudig toegang tot de bagageruimte zonder
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S
F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
AFSTANDSBEDIENING I-1
4 AFSTANDSBEDIENING I-1 A B Afstandsbediening De afstandsbediening beschikt over een hoogfrequente zender, hetgeen u de volgende voordelen biedt: - u hoeft de afstandsbediening niet op de auto te richten.
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen
VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA OPENEN MOTORKAP Motorkap in gesloten toestand OPENEN MOTORKAP Trek de hendel naar achteren en de motorkap is ontgrendeld. OPENEN MOTORKAP In het midden van de motorkap, net
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: De voorkant De verlichting moet heel zijn en werken (de werking van de verlichting, remlichten en richtingaanwijzers kan voor je gaat rijden gecontroleerd worden door de examinator) De
X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.
Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht
COP Quick start KA OLANDESE :32 Pagina 1. FordKa. Feel the difference
OP Quick start K OLNS 7-07-2008 8:32 Pagina FordKa Kort Owner s overzicht handbook Feel the difference K0468_Service_Portfolio_090508. 09.05.2008 5:52:47 Uhr 604.39.307 PP K OL 8-07-2008 4:03 Pagina S
Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN
Kort overzicht Kort overzicht BEDIENINGSKNOPPEN 6 5 4 3 2 1 12 9 3 6 80 100 120 km/h 60 140 40 160 LAND - - ROVER 20 0 180 200 H4959 7 8 9 1. Frisseluchtrooster - bedieningsknop 2. Ventilator - regeling
Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama
Instructie www.lolkama.com Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama Voor het CBR praktijkexamen worden door de examinator, controle vragen gesteld over de banden, motor, dashboard
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de
C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:26 Page 1 CITROËN C8 INSTRUCTIEBOEKJE. 0 C:\Documentum\Checkout\V3_03_2_Tcv-NEL.win 15/3/2004 19:35 -page 1
C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:26 Page 1 CITROËN C8 INSTRUCTIEBOEKJE 0 C:\Documentum\Checkout\V3_03_2_Tcv-NEL.win 15/3/2004 19:35 -page 1 C8_03-2_fr_Gcv.qxd 12/09/03 10:27 Page 2 CITROËN prefereert TOTAL
Voertuig Controle Golf 7
Voertuig Controle Golf 7 Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je
Bekijk uw gebruiksaanwijzing via de website van Peugeot, rubriek "Persoonlijke pagina".
Bekijk uw gebruiksaanwijzing via de website van Peugeot, rubriek "Persoonlijke pagina". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto. Als u de gebruiksaanwijzing
Voertuig Controle BMW 116d Sportline
Voertuig Controle BMW 116d Sportline Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees deze pagina een aantal keren aandachtig door
Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".
Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie.
Belangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Automobiles
! Belangrijke informatie: Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder een artikelnummer in het assortiment van Automobiles PEUGEOT voorkomen, kan storingen in het elektronisch
Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".
Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto.
Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak.
Handleiding: Rupsdumper zelfladende bak. Veiligheidsvoorzieningen De bestuurdersplaats bevindt zich aan de achterkant van de machine. De operator moet op de treeplank staan en zich stevig vasthouden aan
NL ESP-Systeem
603.83.515 NL ESP-Systeem ESP-SYSTEEM (Electronic Stability Program) Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft. De werking
Praktijk Vragen over auto
Praktijk Vragen over auto 1 BANDEN: Wat moet je controleren op Auto banden 1- spannig: Meters/Lampjes Juiste banden spanning hangt af: Auto (merk, Type, gewicht) maat Gewicht lading (of aantal personen).
Uw gebruiksaanwijzing. CITROEN JUMPER 2012 http://nl.yourpdfguides.com/dref/5748384
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C)
COUPÉ EVO DASHBOARD Brandstofmeter met reserveaanduiding Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C) Chroomlook ringen instrumentenpaneel ControlelampjesRichtingaanwijzer links en rechts, mistlampen
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
Het online-instructieboekje
Het online-instructieboekje Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Citroën, in de rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en
Uw auto komt tot leven op internet!
Instructieboekje ! Dankzij de internetsite SERVICE BOX, biedt PEUGEOT u de mogelijkheid uw boorddocumentatie gratis en eenvoudig online te raadplegen. Met het gebruiksvriendelijke SERVICE BOX hebt u altijd
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.
COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening
Stoelen IN DE JUISTE HOUDING ZITTEN
IN DE JUISTE HOUDING ZITTEN E81931 2 U mag de stoel niet tijdens het rijden verstellen. Als u dit toch doet, kunt u de macht over het stuur verliezen en letsel veroorzaken. 1 De stoel, de hoofdsteun, de
Het online-instructieboekje
Het online-instructieboekje Bekijk uw instructieboekje via de website van Citroën, rubriek "MyCitroën". Op deze persoonlijke pagina vindt u informatie over onze producten en diensten en kunt u rechtstreeks
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing VeloPlus Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".
Uw instructieboekje is ook te vinden op de website van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot". Op deze persoonlijke pagina staan adviezen en nuttige informatie over het onderhoud van uw auto. Als u het instructieboekje
UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET!
UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie.
PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! VOLVO V70 & XC70 quick guide
VOLVO V70 & XC70 quick guide PROFICIAT MET UW NIEUWE VOLVO! Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid. Neem deze beknopte handleiding door om nog meer plezier te beleven aan uw nieuwe
Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C)
CITY GTO DASHBOARD Brandstofmeter met reserveaanduiding Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C) Chroomlook ringen instrumentenpaneel ControlelampjesRichtingaanwijzer links en rechts, mistlampen
Praktijk Vragen over auto
Praktijk Vragen over auto BANDEN: Wat moet je controleren op Auto banden 1- spannig: Meters/Lampjes Juiste banden spanning hangt af: Auto (merk, Type, gewicht) maat Gewicht lading (of aantal personen).
H a n d e l i n g s a n a l y s e R i j s c h o o l T e a m D r i v e - w w w w. r i j s c h o o l t d. n l Pagina 1
H a n d e l i n g s a n a l y s e R i j s c h o o l T e a m D r i v e - w w w w. r i j s c h o o l t d. n l Pagina 1 HANDELINGSANALYSE CATEGORIE B Hierna vindt u de handelingsanalyse voor de auto, de rijprocedure
IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT
IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Schakelaar snelheidsregelaar/ -begrenzer. 2. Stuurwielverstelling. 3. Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers. 4. Instrumentenpaneel. 5. Airbag bestuurder. Claxon. 6. Versnellingshendel.
EERSTE KENNISMAKING B U I T E N Z I J D E. Open dak
B U I T E N Z I J D E I Open dak Dit dak zorgt voor meer lucht en licht in het interieur. EERSTE KENNISMAKING 100 Parkeerhulpsensoren Nadat u de achteruitversnelling heeft ingeschakeld, waarschuwt het
Voertuig Controle. De Motor (Golf 6 1.6 TDI)
Voertuig Controle Voor het praktijkexamen wordt door de examinator een aantal vragen gesteld over de motor, de banden of het dashboard. Lees daarom deze pagina een aantal keren aandachtig door zodat je
Installation instructions, accessories. Stuurwiel, leer. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden , ,
Installation instructions, accessories Instructienr. 30756608 Versie 1.2 Ond. nr. 30756607, 30756606, 31316446 Stuurwiel, leer IMG-339612 Volvo Car Corporation Stuurwiel, leer- 30756608 - V1.2 Pagina 1
Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist
Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist BEDIENINGSUITLEG 1 - Bestuurderszetel 17 - Hendel stuurafstelling 2 - Sleutelschakelaar (START) 18 - Bedieningshendel hijsen linker
INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK KLOKKEN. Display
INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Display De klokken en verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel geven informatie over de werking van de auto. KLOKKEN 1. Toerenteller.
Starten, schakelen & wegrijden:
Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
FIAT PANDA 603.81.058 NL INSTRUCTIEBOEK
FIAT PANDA 603.81.058 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Panda. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk
************************* **************** ******** ***
Bij deelname aan het Tussentijdstoets moet je de volgende documenten overhandigen: een geldig theorie certificaat een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs. ************************* ****************
Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding
Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 [email protected] ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie
RUITENWISSERS/-SPROEIERS
Elektrische functie printen RUITENWISSERS/-SPROEIERS RUITENWISSERS/-SPROEIERS - BESCHRIJVING De ruitenwissers/-sproeiers worden bediend via de hendel rechts naast het stuur: de hendel kan - door omhoog
IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT. 1. Hendel motorkapontgrendeling. 2. Koplampverstelling. 3. Uitschakelen airbag aan passagierszijde
IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT 1. Hendel motorkapontgrendeling 2. Koplampverstelling 3. Uitschakelen airbag aan passagierszijde 4. Verstelbaar en afsluitbaar zijventilatierooster 5. Schakelaar verlichting en
Centrale ontgrendeling. Centrale vergrendeling
Toegang tot de auto 7 TOEGANG TOT DE AUTO SLEUTEL AFSTANDSBEDIENING Centrale ontgrendeling Supervergrendeling Met de sleutel kunnen de sloten van de auto vergrendeld en ontgrendeld worden en kan de motor
Starten en rijden STUURSLOT
Rijden en bedienen Starten en rijden STUURSLOT H3584 Stuurslot loszetten Steek de contactsleutel GEHEEL in het contactslot en draai die naar stand 'I'. Het is mogelijk dat het stuurwiel iets moet worden
COP LUM KA NL 16-07-2008 16:43 Pagina 1. Feel the difference. FordKa Instructieboekje. Owner s handbook
COP LUM KA NL 16-07-2008 16:43 Pagina 1 FordKa Instructieboekje Owner s handbook Feel the difference K10468_Service_Portfolio_090508.1 1 09.05.2008 15:52:47 Uhr 001-025 Ford KA NL 22-07-2008 9:45 Pagina
Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards
Cobra 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleidingding Effectief en gebruiksvriendelijk Het in uw voertuig gemonteerde Cobra alarmsysteem biedt een simpele, maar uiterst effectieve en gebruiksvriendelijke
Lampen en waarschuwingslampjes
Lampen en waarschuwingslampjes VERLICHTING OP BUITENKANT VAN AUTO Hoofdverlichtingsschakelaar H5740 1 1. Uit. 2. Stadslichten. 3. Koplampen aan. 4. Automatische controlelampjes. Stadslichten De voorste
FIAT SCUDO 603.81.143 NL INSTRUCTIEBOEK
FIAT SCUDO 603.81.143 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat SCUDO. Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten
UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET!
UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de meest recente informatie.
G A PSL O G O O EEN IN
IN EEN OOGOPSLAG 5 1 Exterieur Sleutel - Afstandsbediening 2a 6 Gescheiden ontgrendeling van cabine en laadruimte. Alleen vergrendeling van de laadruimte. Volledige vergrendeling van de auto. 2b 7b 7a
FIAT MULTIPLA 603.45.730 NL INSTRUCTIEBOEK
FIAT MULTIPLA 603.45.730 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, H artelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Multipla. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat
Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN
Gema ksvoorzie ningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING AUTO E80434 De zonneklep kan tegen verblinding naar beneden of zijwaarts worden geklapt. ZONNESCHERMEN E993 Verdraai het duimwieltje
DACIA LOGAN VAN/PICK-UP PRIJSLIJST januari 2012
DACIA LOGAN VAN/PICK-UP PRIJSLIJST januari 2012 VERSIEPRIJZEN LOGAN VAN/PICK-UP Dacia Logan Van Motor Uitvoering CATALOGUSPRIJS BTW BPM* CONSUMENTENPRIJS Netto INCL. BTW en BPM 1.6 MPI 85 Euro 5 Logan
CITROËN JUMPER Instructieboekje
CITROËN JUMPER Instructieboekje CITROËN CITROËN prefereert Een samenwerking die staat voor innovatie CITROËN en TOTAL, al 35 jaar partners, ontwikkelen in nauwe samenwerking motoren en smeermiddelen met
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C)
COUPÉ GTI DASHBOARD Brandstofmeter met reserveaanduiding Buitentemperatuurmeter met ijzelalarm (lager dan 3 C) Chroomlook ringen instrumentenpaneel ControlelampjesRichtingaanwijzer links en rechts, mistlampen
GIDS VOOR DE GEBRUIKER
GIDS VOOR DE GEBRUIKER Aangekoppelde Afstandsbediening MWR-TH00 MWR-TH01 Airconditioner Ne DB98-26319A(1) Veiligheidsvoorschriften Voordat u de aangekoppelde afstandsbediening gebruikt, leest u best deze
Uitrusting februari 2009
februari 2009 Design Passagiersstoel opklapbaar met verstelbare rugleuning Hoofdsteunen in de hoogte regelbaar Vloerbekleding in vast tapijt Verwarming/ontdooiing met 3 snelheden Dubbele, geforceerde geluidsisolatie
B E S T U U R D E R S P L A A T S ELEMENTAIRE FUNCTIES
I B E S T U U R D E R S P L A A T S ELEMENTAIRE FUNCTIES 4 B E S T U U R D E R S P L A A T S I 1. Bediening van de buitenspiegel 2. Draaibaar en afsluitbaar zijventilatierooster 3. Toerenteller 4. Instrumentenpaneel
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleiding Vodafone Power to you Effectief en gebruiksvriendelijk 1. Alarmsysteem met aparte autorisatie Het in uw voertuig gemonteerde
Climate control VENTILATIEOPENINGEN
VENTILATIEOPENINGEN 1 1 2 2 3 3 E90911 1. Ventilatieopeningen voor het gezicht 2. Ventilatieopening voor de bestuurdersschoot 3. Bedieningselementen van ventilatieopeningen, middenconsole achterin Opmerking:
Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3
Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Bediening 1 Contactslot 2 Urenteller 3 Waarschuwingslampje 4 Claxonschakelaar 5 Schakelaar werklamp 1 Gashendel 2 Rijhendel (links) 3 Rijhendel (rechts)
Zekeringen ZEKERINGEN
Zekeringen ZEKERINGEN Zekeringen zijn eenvoudige circuit-onderbrekers waardoor elektrische uitrusting wordt beschermd tegen de gevolgen van stroom-stoten. Een doorgebrande zekering blijkt uit het feit
FIAT DUCATO 603.81.136 NL INSTRUCTIEBOEK
FIAT DUCATO 603.81.136 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Ducato. Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
veiligheid van de inzittenden; conditie van de auto; bescherming van het milieu.
F I A T D U C A T O G E B R U I K E N O N D E R H O U D Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Ducato. Wij hebben dit boek samengesteld
Renault TRAFIC. Instructieboekje
Renault TRAFIC Instructieboekje eenpassievoor presteren ELF partner van de RENAULT adviseert ELF ELF en Renault, partners op het vlak van hightech in de automobielsector, bundelen hun krachten zowel op
UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 1
UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 1 Blz. Stoelen 74-85 Cockpit 29-31 Dashboard 37-73, 97-98 Spiegels 100 Blz. Controles 117-125 Toegang tot de auto 87-92 Wiel verwisselen 126-130 Lampen vervangen 131-135 In dit
Voertuigcontrole. De Voertuigcontrole
Voertuigcontrole Voertuigcontrole Autorijles. Voordat je bij het CBR rijexamen doet, dien je over vele vaardigheden te beschikken, die je uiteindelijk tot een goed (beginnend) en veilig rijdend automobilist
: verwijzing rubriek. : verwijzing bladzijde
Exterieur Sleutel - Afstandsbediening 2a 6 Volledige ontgrendeling van de auto. Volledige vergrendeling van de auto. 2b 6b Verklaring : verwijzing rubriek 6a : verwijzing bladzijde Schuifdeur 2a 17 Trek
Uw gebruiksaanwijzing. CITROEN C2 1.4 HDI
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor CITROEN C2 1.4 HDI. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de CITROEN C2 1.4 HDI in de gebruikershandleiding
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
FIAT PUNTO 603.45.567 NL INSTRUCTIEBOEK
FIAT PUNTO 603.45.567 NL INSTRUCTIEBOEK Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk
F I A T 5 0 0 530.02.160
F I A T 5 0 0 530.02.160 I N S T R U C T I E B O E K Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze. Wij hebben dit boek samengesteld zodat u elk onderdeel
INSTRUCTIEBOEK 604.31.037 NL ALFA
INSTRUCTIEBOEK 604.31.037 NL ALFA 156 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen. Zoals iedere Alfa Romeo is uw Alfa 156 ontworpen om maximale veiligheid, comfort en rijplezier
veiligheid van de inzittenden; conditie van de auto; bescherming van het milieu.
F I A T 5 0 0 603.81.189 I N S T R U C T I E B O E K Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk onderdeel
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards. Gebruikershandleiding. Vodafone Power to you
Vodafone Automotive 4627 Alarmsysteem met DriverCards Gebruikershandleiding Vodafone Power to you Effectief en gebruiksvriendelijk 1. Alarmsysteem met aparte autorisatie Het in uw voertuig gemonteerde
Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES
Waarschuwingslampjes WAARSCHUWINGSLAMPJES H6433L Voorzichtig: Vooral de RODE waarschuwingslampjes zijn van essentieel belang; door het branden van die waarschuwingslampjes wordt aangegeven dat sprake is
200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.
Handleiding mobiele hogedrukreiniger 200 bar, 15 l/min., 1.140 l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport. Inhoud 1. Veiligheidsinstructies...
Ontgrendelen van de achterdeuren
Toegang tot de auto 18 TOEGANG TOT DE AUTO AFSTANDSBEDIENING Ontgrendelen van de cabine Druk op deze knop om de cabine van uw auto te ontgrendelen. Het lampje op de afstandsbediening gaat branden, de plafonnier
Verwarming en ventilatie
KLIMAATREGELING Druk op de knop CLIMATE om het touchscreenmenu van de klimaatregeling weer te geven. 1. Menu voor instellingen van de klimaatregeling. 2. Menu voor stoelverwarming/-klimaat voorin. N.B.:
N 1 zonder autorijbewijs
e e N 1 zonder autorijbewijs e De e City is het meest compacte model in het e AIXAM assortiment. Het ideale stadsvoertuig van een onvergelijkbare kwaliteit en een uitgesproken design. De e City is speels;
Gebruikershandleiding kort
kort Van Raam BV Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Positie zitting Om de positie van de stoel correct in te stellen zet de berijder een voet op het pedaal in de uiterste stand vanaf de berijder. Stel de
2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG
2 UW 206 IN EEN OOGOPSLAG UW 206 IN EEN OOGOPSLAG 3 1 Stuurwiel met airbag en claxon 2 Schakelaar verlichting en richtingaanwijzers 11 Voorruitontwaseming 12 Zijruitontwaseming 13 Verstelbaar zijventilatierooster
Auto s zonder rijbewijs OFFICIELE IMPORTEUR NEDERLAND : T E.
Agence MARLOW 090400-12/09 Auto s zonder rijbewijs OFFICIELE IMPORTEUR NEDERLAND : JDM Mobiel BV T. 0297 254 229 E. [email protected] Stempel van uw dealer Bedrijf SIMPA ZI Croi Cadeau BP 30019 49241 Avrillé
gefeliciteerd MeT de AAnkOOP VAn Uw VOLVO XC90 quick guide
VOLVO XC90 quick guide gefeliciteerd MeT de AAnkOOP VAn Uw nieuwe VOlVO! Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen. Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw nieuwe Volvo.
UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET!
INSTRUCTIEBOEKJE UW INSTRUCTIEBOEKJE OP INTERNET! Citroën biedt u de mogelijkheid om gratis en eenvoudig uw boorddocumentatie online te raadplegen. Daarbij hebt u ook toegang tot het archief en tot de
Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen
Stoelen VOORSTOELEN De stoel nooit afstellen als het voertuig in beweging is. Als van deze instructies wordt afgeweken, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of verlies van controle over het voertuig.
Probleemoplossingsgids
NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze
Gebruikershandleiding Puch Radius, State of the Art, Boogy BMS
Gebruikershandleiding Puch Radius, State of the Art, Boogy BMS Gefeliciteerd! U heeft gekozen voor een fiets met elektrische ondersteuning, de E-bike. Uw E-bike zal u door zijn elektrische ondersteuning
Automatische transmissie
Automatische transmissie TRANSMISSIEHENDEL H3916 De CommandShift transmissie kan als automaat en als handbak worden gebruikt. Automatische bediening Normaal staat de transmissie op 'automatisch'. Nadat
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
