Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 2
|
|
|
- Thijmen Cools
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 2 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in drie delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 2 bij de cognitieverlies-cap (II) Probleemstelling: Omschrijving, situering en probleemstelling (III) Richtlijnen: De stappen die achtereenvolgens moeten ondernomen worden (overzichtsschema en uitwerking per stap) Deze informatie print u best in zijn geheel uit. De mogelijkheid bestaat om bijkomende literatuur te raadplegen. 1
2 I Betekenis De Cognitieverlies-CAP wordt geactiveerd met code 2. Dat betekent dat deze cliënt aan de volgende twee voorwaarden voldoet: Heeft een score van 0, 1 of 2 op de Cognitie Prestatieschaal (CPS) 1 van het RAI wat ongeveer gelijk staat met een MiniMental State Examination (MMSE) van 19 of hoger. Dit betekent dat er sprake is van een intacte tot licht verstoorde cognitieve status. Deleted: EN Minstens twee van de volgende klinische tekens voor cognitieve achteruitgang zijn aanwezig: o Ziekte van Alzheimer o Ander dementiesyndroom o Soms of nooit in staat anderen te begrijpen o Soms of nooit in staat zichzelf verstaanbaar te maken o Dagelijks herhaaldelijk klagen o Dagelijks veel dezelfde formuleringen herhalen (dat iets ergs zal gebeuren) o Ruimtelijke desoriëntatie (ronddwalen) o Fysieke agressiviteit o Nieuwe indicatie van concentratieproblemen (het snel afgeleid zijn) o Nieuwe episoden van gewijzigde gewaarwording o Nieuwe episoden van onsamenhangend praten o Nieuwe periodes van rusteloosheid o Nieuwe periodes van lethargie o Nieuwe indicatie van een schommelend mentaal functioneren tijdens de loop van de dag o Cognitieve achteruitgang tijdens de laatste negentig dagen o Toegenomen behoefte aan zorg tijdens de laatste negentig dagen o Nog maximaal zes maanden te leven Wanneer de CAP code 2 activeert, dient men achteruitgang te voorkomen. Cliënten in deze groep vertonen tekens van cognitieve problemen en hebben een hoger risico op een verdere achteruitgang in de nabije toekomst. Volgens interrai-studies (handboek interrai) behoren ongeveer 5% van de ouderen in een RVT, 10% van de ouderen die thuiszorg ontvangen en 1% van de zelfstandig wonende ouderen tot deze groep (= bij wie de CAP geactiveerd wordt met code 2). Ongeveer 25% van de ouderen in deze groep die in een RVT verblijven, zal tijdens een periode van 1 De Cognitie Prestatieschaal van het RAI meet de cognitieve status van de persoon. Scores variëren van 0 (intact) tot 6 (zeer ernstig verstoord). De schaal blijkt goed overeen te komen met de resultaten van de Mini- Mental State Examination (MMSE). 2
3 negentig dagen een cognitieve achteruitgang ervaren (met een evenredige achteruitgang van hun geheugen en zelfstandigheid bij besluitvorming). Bij de ouderen die thuiszorg krijgen kent ongeveer 16% een achteruitgang (in de VS). 3
4 II Probleemstelling De cognitieve kenmerken van een zelfstandig leven omvatten het vermogen om informatie waar te nemen, te registreren, op te slaan en te gebruiken evenals het vermogen om dagelijkse beslissingen te nemen. Enerzijds kunnen milde cognitieve problemen (i.e. goedaardige vergeetachtigheid, verminderd vermogen om complexe informatie te leren) met verouderingsprocessen geassocieerd worden, maar anderzijds is een cognitieve achteruitgang het resultaat van een delirium, een psychiatrische ziekte, een CVA, een metabole ziekte of een dementieel ziekteproces. Dementie is geen op zichzelf staande ziekte, maar een syndroom. Het kan met verschillende oorzaken in verband gebracht worden. Volgens de DSM-IV-TR, wordt het dementieel syndroom gekenmerkt door de aanwezigheid van 3 criteria 1 : 1. De ontwikkeling van multipele cognitieve stoornissen worden zichtbaar door volgende symptomen: a. Geheugenstoornissen (verminderd vermogen nieuwe informatie te leren of eerder geleerde informatie te herinneren) b. Een (of meer) van volgende cognitieve stoornissen: i. Afasie (taalstoornis); ii. Apraxie (verminderd vermogen motorische handelingen uit te voeren ondanks intacte motorische functies); iii. Agnosie (onvermogen objecten te herkennen of thuis te brengen ondanks intacte sensorische functies); iv. Stoornis in uitvoerende functies (d.w.z. plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen maken, abstraheren). 2. De cognitieve stoornissen in criterium 1a en 1b veroorzaken elk een significante beperking in het sociaal en/of beroepsmatig functioneren en betekenen een significante beperking ten opzichte van het vroegere niveau van functioneren. 3. De stoornissen komen niet uitsluitend voor tijdens het beloop van een delirium. Verminderde cognitieve capaciteiten bedreigen de persoonlijke zelfstandigheid en verhogen het risico op opname in een RVT. Wat de oorzaak van de cognitieve achteruitgang ook moge zijn, zorgverlening gebaseerd op een correcte diagnose is noodzakelijk voor een geschikte planning. Nota: deze CAP wordt enkel geactiveerd bij cliënten die over nog redelijk wat cognitieve vaardigheden beschikken (gekenmerkt door een CPS score van 2 of lager) en risico lopen op een beginnend verlies van deze capaciteiten, met als doel ze zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk te houden. ALGEMENE ZORGDOELEN Optimaliseer het vermogen om ADL-activiteiten uit te voeren en om een actief sociaal leven te leiden Voorkom verdere cognitieve en fysieke achteruitgang Stimuleer veilige en zelfstandige besluitvorming 4
5 1 De begrippen achteruitgang en chroniciteit moeten ook overwogen worden: (1) als er een achteruitgang is zonder de aanwezigheid van de 3 bovenstaande criteria, kan men spreken van een cognitieve achteruitgang of cognitief verval, (2) als de problemen niet chronisch zijn, maar eerder acuut fluctuerend, is een delirium meer voor de hand liggend. 5
6 III Richtlijnen Overzichtsschema STAP 1: Observatie van de toestand van de cliënt STAP 2: Onderzoek en diagnosestelling STAP 3: Behandeling en maatregelen STAP 4: Opvolging 6
7 Stappenplan STAP 1: Observatie van de toestand van de cliënt Bij signalering van deze CAP met code 2, vertoont de cliënt tekens van cognitieve problemen (Mini-Mental State Score van 19 en hoger) en dient men verdere achteruitgang te voorkomen. Een eerste stap die hierbij moet ondernomen worden is de observatie van de toestand van de cliënt. Op die manier krijgt men als zorgverlener een duidelijker beeld over de cognitieve en functionele beperkingen van de cliënt, over zijn capaciteiten, en is het mogelijk na te gaan hoe de cliënt maximaal kan betrokken worden in de dagdagelijkse beslissingen en activiteiten. Bovendien kunnen bevindingen hierdoor op een efficiënte manier aan een arts gerapporteerd worden. Observeer of informeer naar (bij cliënt en naaste zorgverlener) mogelijke tekens/symptomen van cognitieve achteruitgang, en bepaal hoelang deze al aanwezig zijn. Typisch treden de veranderingen zeer geleidelijk op en zijn ze progressief: o Stoornissen in het geheugen (bv. vergeten van telefoonnummers, van namen, van boodschappen, herhaaldelijk zaken herhalen, ) o Stoornissen bij de oriëntatie in tijd en/of ruimte o Problemen met het nemen van beslissingen of oordeelsvermogen o Gedragsveranderingen (agressief gedrag, irritabiliteit, interesseverlies, rusteloosheid, apathie, ontremming, ) o Verminderd vermogen om te redeneren of te plannen o Wanen of hallucinaties o Spraakstoornissen (woordvindingsstoornissen, benoemingsstoornissen, grammaticale fouten) of begripsstoornissen (problemen om anderen te verstaan) o Stoornissen in de aandacht en concentratie o Fluctuatie van de mentale functies tijdens de loop van de dag o (Herhaaldelijke dagelijks klagen/bezorgd zijn) o Functionele achteruitgang (bv. nood aan meer assistentie bij (I)ADLactiviteiten, zonder de aanwezigheid van fysieke aandoeningen/stoornissen of fysieke verzwakking, zoals somatisch-organische aandoeningen (bv. hartfalen) musculoskeletale (bv. arthrose of fractuur) of neurologische (bv. polyneuropathie, CVA) aandoeningen; en let ook op valproblematiek, incontinentie, evenwichtsstoornissen, een slechte voedingstoestand, en gewichtsverlies. Ga hierbij steeds na of er nog andere mogelijke redenen zijn voor de functionele achteruitgang, zoals middelen of medicatiegebruik (alcohol, benzodiazepines, pijnmedicatie ) 7
8 Opgelet: niet alle bovenstaande tekens/symptomen zijn bij iedere cliënt aanwezig. Het is echter wel belangrijk deze te overlopen om een globaal beeld te verkrijgen van de beperkingen en capaciteiten van de cliënt. Ga na of er bij de cliënt reeds aandoeningen die met cognitieve stoornissen kunnen gepaard gaan zoals bv. de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson of depressie werden gediagnosticeerd. Bespreek samen met de arts de toestand van de cliënt. Bij vermoeden van cognitieve achteruitgang (CPS score 1 of 2 OF CPS score 0 maar aanwezigheid van meerdere klinische tekens van cognitieve achteruitgang) dient de cliënt verder onderzocht te worden. Op die manier kunnen de oorzaken van de achteruitgang gedetecteerd worden en een gerichte behandeling opgestart worden. Ga hiervoor verder naar stap 2. STAP 2: Onderzoek en diagnosestelling Verschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van cognitieve achteruitgang. Vaak denkt men hierbij aan onomkeerbare oorzaken zoals neurodegeneratieve aandoeningen, maar in sommige gevallen kan de achteruitgang ook omkeerbaar zijn. Het opsporen van mogelijke behandelbare en omkeerbare oorzaken/aandoeningen en het nagaan van de aanwezigheid van dementie zijn heel belangrijke doelstellingen, noodzakelijk om een correcte behandeling te kunnen opstarten en op die manier een verdere achteruitgang tegen te gaan. De diagnosestelling (al dan niet uitsluiting van dementie, delirium, ) gebeurt door een arts, maar andere zorgverleners kunnen hiertoe bijdragen door een nauwkeurige rapportage van hun observaties. Een goede communicatie tussen de arts(en) en het zorgteam is hierbij noodzakelijk. Het is mogelijk dat een cliënt met een lage CPS-score (=MMSE van 19 of hoger) in het eerste stadium van dementie zit. Toch dienen bij cognitieve stoornissen altijd omkeerbare oorzaken te worden uitgesloten (vooral bij aanwezigheid van delirium, gezien vaak voorkomend syndroom) en herstel te worden afgewacht, vooraleer achteruitgang kan toegeschreven worden aan een chronische pathologie. Ga de onderstaande mogelijke omkeerbare oorzaken en/of risicofactoren van cognitief verlies na, zelfs bij cliënten waarbij er reeds een dementie werd vastgesteld. Bij hen kan een recent cognitief verlies of verergering van symptomen eveneens omkeerbaar zijn. o Delirium (zie Delirium-CAP voor meer uitleg omtrent diagnosestelling en behandeling). Betere cognitieve prestaties kunnen verwacht worden van zodra de delirante toestand verdwenen is. 8
9 o Depressie (zie Stemmingsstoornissen-CAP voor meer uitleg omtrent diagnosestelling en behandeling). Symptomen van depressie kunnen een cognitieve achteruitgang veroorzaken, die verkeerdelijk als dementie of delirium kunnen geïnterpreteerd worden (onderscheid dementie-depressiedelirium zie bijlage 1). o Andere medische problemen zoals infecties, uitdroging, hartfalen, chronische obstructieve longziekte (COPD), constipatie, chronische leverziekten en nierfalen kunnen cognitief verlies veroorzaken. Het behandelen van deze aandoeningen kan een gunstige invloed hebben op het cognitief functioneren en de levenskwaliteit van de cliënt. Bespreek met de arts bij een cliënt met een nieuw cognitief verlies, of dat verlies met die aandoeningen in verband kan gebracht worden. o Pijn heeft een negatieve impact op cognitie. Het kan leiden tot gedragsproblemen, prikkelbaarheid en functioneel verlies, wat verkeerdelijk als een aanwijzing van cognitieve achteruitgang kan geïnterpreteerd worden.(nota: pijn kan ook een oorzaak zijn van delirium). o Medicatie kan cognitieve achteruitgang veroorzaken, vooral bij het opstarten van nieuwe medicatie of bij het stopzetten ervan (o.a. psychoactieve medicatie, let ook op kruiden of alternatieve geneesmiddelen, op tekenen van chronische of acute alcoholopname en op het gebruik van drugs). (nota: medicatie kan ook een oorzaak zijn van delirium). o Let op: een delirium bovenop een dementie kan acute verandering in gedrag en cognitie verklaren! Nadat omkeerbare oorzaken van cognitieve achteruitgang werden uitgesloten en bij de cliënt geen dementie werd gediagnosticeerd in de voorgeschiedenis, dient verder onderzoek naar een eventuele dementie overwogen te worden. De diagnose van dementie wordt gesteld door een arts met expertise op dit domein en op basis van de diagnostische criteria van de DSM-IV-TR (zie bijlage 2). Specifiek voor de ziekte van Alzheimer worden veelal de National Institute of Neurological and Communicative Disorders and Stroke en de Alzheimer Disease Related Disorder Association (NINCDS-ADRDA) -criteria gebruikt. (zie bijlage 3). De diagnosestelling omvat een grondige anamnese en heteroanamnese, een volledig klinisch onderzoek (internistisch en neurologisch), een evaluatie van de cognitieve functies (d.m.v. MMSE en evt. bijkomende neuropsychologische testen), beeldvorming van de hersenen en een laboratoriumonderzoek. De arts kan een cliënt steeds doorverwijzen naar een geheugenkliniek voor verder gespecialiseerd onderzoek (bijvoorbeeld bij twijfel of bij onderzoek naar het type dementie). Volg de volgende mogelijke stappen in het diagnostisch proces: 1. Overloop de in stap 1 geobserveerde symptomen/klachten en tijdstip van ontstaan, verloop en duur. 9
10 2. Ga omkeerbare oorzaken van cognitieve achteruitgang na (zie bovenstaande punten). Overweeg verder onderzoek naar dementie: o Anamnese en heteroanamnese bij partner/mantelzorger Doel = De aanwezigheid en ernst van de cognitieve stoornissen nagaan door o.a.: o Cognitieve evaluatie Het stellen van vragen over het recent en verder verleden, bijvoorbeeld: a. Vraag aan cliënt wat hij de vorige dag gegeten heeft; vragen over zijn huwelijk, beroep en kinderen, of hij de actualiteit volgt en hierover iets kan vertellen b. Vraag aan familie of de cliënt gebeurtenissen of afspraken vergeet c. Bijkomende vragen zijn mogelijk Het opvolgen van de taal van de cliënt (moeilijk op woorden komen, dingen door elkaar halen, moeite met herkennen van voorwerpen), Het testen van het bewustzijn, de concentratie en de aandacht (vb aandachtstest = herhalen van cijferreeksen), Doel = Het beloop, de ernst en de aard van de cognitieve stoornissen nagaan door het gebruik van een instrument zoals de Mini-Mental State Examination (MMSE, zie bijlage 4). Bijkomende specifieke neuropsychologische testen zijn mogelijk o Klinisch internistisch en neurologisch onderzoek door een arts o Laboratoriumonderzoek Schildklierfunctie, nier- en leverfuncties, bloedbeeld, dosage foliumzuur, calcium en vitamine B-12, CRP o Beeldvorming: CT, NMR van de hersenen 10
11 3. Stel de diagnose dementie en bepaal het type en de oorzaken (doorverwijzing van een cliënt naar een arts-specialist is mogelijk). o Type? = Differentiatie op basis van criteria Indeling in corticale en subcorticale dementieën, op basis van gegevens uit een uitgebreid interview zoals onder andere de CAMDEX-R (zie bijlage 5). Bijkomende gegevens zijn uiteraard nodig, maar worden hier niet weergegeven. o Oorzaken? Zie bijlage 6 voor de meest voorkomende oorzaken Opmerking: bepaalde oorzaken van dementie, zoals die ten gevolge van een tekort aan foliumzuur of vitamine B-12, stoornissen van het calciummetabolisme, de schildklierwerking of overmatig alcoholgebruik, kunnen nog omkeerbaar zijn. Ga verder naar stap 3 nadat de oorzaken van het cognitief verlies zijn vastgesteld, zodanig dat een gerichte behandeling en zorgactiviteiten kunnen opgestart worden. STAP 3: Behandeling en maatregelen Het behandelbeleid bij cognitieve problemen bestaat enerzijds uit (1) een behandeling van de gevonden oorza(a)k(en) van de cognitieve problemen, en anderzijds uit (2) bijkomende en ondersteunende maatregelen. Men dient hierbij steeds na te gaan of de behandeling ambulant kan gebeuren, of een doorverwijzing naar een ziekenhuis of geheugenkliniek noodzakelijk is. Specifieke behandelingen tegen bepaalde problemen zijn heel effectief en hebben een gunstige werking op de cognitieve capaciteiten. 1. Behandeling van gevonden oorza(a)k(en) van cognitieve achteruitgang: Van omkeerbare oorzaken van cognitief verlies of recente achteruitgang: o Behandeling van delirium en depressie: zie Delirium-CAP en Stemmingsstoornissen-CAP o Behandeling van tekorten in foliumzuur, vitamine B-12 en calcium, endocriene stoornissen, alcoholmisbruik, dehydratatie, infecties, bij omkeerbare dementie Van dementie als oorzaak van cognitief verlies: 11
12 o De behandeling van dementie zal resulteren uit de onderliggende oorzaak. Bij de meeste cliënten met dementie is een specifieke oorzakelijke behandeling niet mogelijk, omdat het om een primair neurodegeneratieve dementie gaat, en wordt een combinatie van symptomatische en ondersteunende maatregelen opgestart. Symptomatische behandeling (medicamenteus en/of nietmedicamenteus = ondersteunende maatregelen) Van cognitieve achteruitgang: Bij de ziekte van Alzheimer zijn er sinds enkele jaren geneesmiddelen voorhanden die de cognitieve achteruitgang vertragen. De belangrijkste zijn de acetylcholinesteraseremmers (zoals bv. Exelon, Reminyl, ) en de NMDA receptor antagonisten (Memantine). Van gedragssymptomen zoals onrust, agressie, angst (zie Gedrag-CAP voor meer informatie): Specifieke medicamenteuze behandelingen tegen agressie, onrust, angst en hallucinaties zoals antipsychotica, kunnen effectief zijn maar kunnen eveneens een ongunstige werking hebben op de cognitieve capaciteiten. Sommige gedragsproblemen vormen geen bedreiging voor het comfort, de veiligheid, de gezondheid of het activiteitenpatroon van de cliënt en vereisen geen directe tussenkomst. Als bepaalde gedragsproblemen (vb. opwinding, onrust) een invloed uitoefenen op de zorgverlening of de betrokkenheid bij activiteiten, kan een andere woonomgeving voor de cliënt misschien beter zijn. Probeer de cliënt bij belangrijke beslissingen te betrekken (vb. waar hij/zij wil wonen), zeker in een beginstadium van cognitieve achteruitgang. Ondersteunende maatregelen (door alle zorgverleners). Bovendien kunnen sommige maatregelen eveneens toegepast worden bij alle cliënten met een cognitief verlies, niet enkel bij cliënten met een dementie Stimuleer de nog aanwezige capaciteiten van de cliënt (bijvoorbeeld bevordering van fysieke en mentale activiteit, deelname aan activiteiten, mobiliteit) Zorg voor een duidelijke structuur, regelmaat, herkenbare oriëntatiepunten, Laat de cliënt zo weinig mogelijk onbewaakt achter bij ernstige agitatie 12
13 Zorg voor continuïteit: inzet vaste verpleegkundigen Benader de cliënt kalm, empathisch en begripvol, zodanig dat hij zich begrepen en geaccepteerd voelt Draag zorg voor de waardigheid van de cliënt (propere kleding, haar, de zindelijkheid). Dit is belangrijk voor het zelfbeeld van de cliënt, vooral in het beginstadium van een dementie Zorg voor een optimale lichamelijke gezondheid, heb aandacht voor voeding, ontlasting, fysiek ongemak, discomfort, pijn, Zorg in een verder stadium van dementie voor belevingsgerichte zorg, reminiscentie, snoezelen, Geef uitleg over dementie, de verschijnselen en de beleving aan zowel de cliënt als zijn familie. Geef informatie over zelfhulpgroepen en organisaties waar cliënten en hun mantelzorgers terechtkunnen (Alzheimerliga, Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, ) Ondersteuning bij het eigen rouwproces Ondersteuning van de familie of mantelzorger(s) (informatief, emotioneel en praktische hulp) 2. Bijkomende ondersteunende maatregelen. Deze maatregelen kunnen toegepast worden bij alle cliënten met een cognitieve achteruitgang. Algemeen: de hierboven beschreven ondersteunende maatregelen voor cliënten met dementie kunnen hier eveneens toegepast worden. In verband met de communicatie o Veel cliënten met een cognitieve achterstand kunnen niet altijd op een effectieve manier communiceren. Veel gedragingen die voor anderen onbegrijpelijk lijken (bv. gillen of tieren), betekenen voor de cliënt soms de enige mogelijkheid tot communicatie (zie ook Communicatie-CAP). Volgende maatregelen zijn belangrijk: Ga na of de cliënt in staat is of bereid is op een zinvolle manier te communiceren (vraag ook aan familie) Bespreek met de mantelzorger/familie de beste communicatiemethoden. Gebruik eventueel niet-verbale communicatietechnieken (vb. aanrakingen, gebaren) om de cliënt tot reactie aan te moedigen In verband met de betrokkenheid in het dagelijks leven o Observeer en evalueer de capaciteiten van de cliënt, met als doel deze te stimuleren: 13
14 Zijn er bijvoorbeeld momenten waarop de cliënt zich zelfstandiger toont; verlangt om meer dingen onafhankelijk te doen; controle heeft over romp, ledematen en handen? Kan de cliënt actiever deelnemen aan dagelijkse besluitvorming? Beschikt hij bijvoorbeeld over cognitieve capaciteiten die een actieve deelname hieraan zou mogelijk maken? Is de cliënt passief of verzet hij zich tegen de zorg? o Ga na in welke mate de cliënt actief blijft deelnemen aan het dagelijks leven en aan ADL-activiteiten. Interventies die gericht zijn op fysieke en sociale aspecten van het leven van de cliënt kunnen de disruptieve symptomen van cognitieve achteruitgang (oppositioneel gedrag zoals boosheid, ergeren aan anderen; agressief gedrag en antisociaal gedrag) bij sommige mensen beperken. Stimuleer daarom actieve deelname: Ga na of het nuttig is om de takenlast of de omstandigheden waarin de taken worden uitgevoerd aan te passen Moedig het volgen van activiteiten in kleine groepen aan Breng omgevingsstimuli aan zoals richtingaanwijzers, speciale verlichting, herkenbare oriëntatiepunten Help de cliënt op een manier die hem toelaat een zo hoog mogelijk functioneringsniveau te behouden of te bereiken. Sta de cliënt bijvoorbeeld bij in het uitvoeren van ADLactiviteiten, geef hem tips, en deel de taken in kleinere subtaken op o Pas eventueel, samen met de mantelzorger, (zie Mantelzorg-CAP voor informatie over overbelasting en ondersteuning van de mantelzorger) de woonomgeving of andere aspecten van het leven van de cliënt aan, zodat de cliënt zo zelfstandig mogelijk zou kunnen blijven functioneren. Het zorgen voor een duidelijke structuur kan hierbij ondersteuning bieden. STAP 4: Opvolging Blijf de toestand en de prestaties van de cliënt opvolgen, en bespreek veranderingen met de arts. Controleer op het inadequaat gebruik van medicamenteuze behandelingen, rapporteer en pas het behandelbeleid als arts in samenspraak met het zorgteam zo nodig aan. 14
15 15
16 Bronnen en aanvullende literatuur interrai CAP s Gebruikershandboek: o Mace, N., Morris, J.N., Lombardo, N.ED, Perls, T. Cognitive loss. In Morris JN, Lipsitz, LA, Murphy, KM en Belleville-Taylor, P. (Eds). Quality Care in the Nursing Home. (1997). Mosby, St. Louis, MO. o De website die door de Alzheimer s Association onderhouden wordt ( is een fantastische hulpbron. De site bevat enorm veel informatie, waaronder lijsten van recente artikels, boeken en video s, allerlei tips voor zorgverleners en links naar heel wat andere websites zoals: Bijkomende bronnen: o Olde Rikkert, M., Kessels, R., Koopmans, R., Vernooij-Dassen, M. De vergeetachtige patiënt. In Olde Rikkert, M.G.M., Flamaing, J., Petrovic, M., Schols, J.M.G.A., Hoefnagels, W.H.L. (red.). Probleemgeoriënteerd denken in de geriatrie. Een praktijkhandboek voor de opleiding en de kliniek De Tijdstroom, Utrecht. o Godderis, J. Dementiesyndroom. Cursus 1 e jaar arts KUL, Leuven. o Braes, T., Milisen, K., Foreman, MD. Assessing cognitive function. In Capezuti, E., Zwicker, D., Mezey, M., Fulmer, T., Gray-Miceli, T., Kluger, M. (ed.). Evidence-based geriatric nursing protocols for best practice Springer Publishing Company, New York. o Fletcher, K. Dementia. In Capezuti, E., Zwicker, D., Mezey, M., Fulmer, T., Gray-Miceli, T., Kluger, M. (ed.). Evidence-based geriatric nursing protocols for best practice Springer Publishing Company, New York o Milisen, K., Braes, T., Fick, D., Foreman, M. (2006). Cognitive assessment and differentiating the 3 D s (dementia, depression, delirium). Nursing Clinics of North America; 41: o Steeman E., Braes T., De Bal N., Godderis J., Joosten E., Marvellie M., Milisen K., Van Wesenbeeck A., Vandenberghe J., Vlaemynck J. Ontwarring van verwardheid Kluwer, Mechelen. o Regionaal Zorgprogramma Dementie en andere cognitieve syndromen
Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1
Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in drie delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 1 bij de cognitieverlies-cap (II) Probleemstelling:
Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1
Cognitieverlies Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in drie delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 1 bij de cognitie-cap (II) Probleemstelling:
Delirium Clinical Assessment Protocol (CAP) = 0
Delirium Clinical Assessment Protocol (CAP) = 0 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in twee delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 0 bij de Delirium-CAP. (II) Richtlijnen: De stappen
VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht
VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden
Informatiebijeenkomst. Dementie
Informatiebijeenkomst Dementie KBO Bergeijk - November 2016 Kristien Jansen, Specialist Ouderengeneeskunde Ellen Rozel, GZ-psycholoog Valkenhof Vergeetachtigheid is niet altijd een teken van dementie!
Dementie per leeftijdscategorie 6-1-2010. Dementie Dementiesyndroom. = ontgeesting. Omvang dementie in Nederland. Matthieu Berenbroek
Dementie Dementiesyndroom de-mens = ontgeesting Matthieu Berenbroek Fontys Hogeschool Verpleegkunde Omvang dementie in Nederland 2005 180.000 / 190.000 dementerenden 2050 400.000 dementerenden Bron CBO
1 Geheugenstoornissen
1 Geheugenstoornissen Prof. dr. M. Vermeulen 1.1 Zijn er geheugenstoornissen? Over het geheugen wordt veel geklaagd. Bij mensen onder de 65 jaar berusten deze klachten zelden op een hersenziekte. Veelal
Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie
Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen
De delirante patiënt van vergeetachtig tot verwardheid
De delirante patiënt van vergeetachtig tot verwardheid Marja Jellesma-Eggenkamp Klinische geriatrie Alysis 25 mei 2010 symposium Zevenaar 1 Kwetsbare ouderen inleiding >25% opgenomen patiënten 70+ 10-40%
Vroegsignalering bij dementie
Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam [email protected]
Richtlijn Diagnostiek van dementie in de huisartsenpraktijk
Richtlijn Diagnostiek van dementie in de huisartsenpraktijk Dr. Marlies De Brandt, Dr. Sicco Bakker, Dr. Steven Flerackers, Dr. Thomas Stulens Promotor: Prof. Dr. Jan De Lepeleire Co-promotoren: Dhr. Jurn
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
Opbouw praatje. Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie
DEMENTIE Opbouw praatje Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie Definitie dementie Dementie is een syndromale diagnose, een ziekte
Wat is dementie? Radboud universitair medisch centrum
Wat is dementie? Bij de diagnostiek en behandeling van mensen met dementie werkt het Jeroen Bosch Ziekenhuis nauw samen met het Radboud Alzheimer Centrum in het Radboudumc te Nijmegen. We wisselen voortdurend
InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding
Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module
Dementie in de palliatieve fase
Dementie in de palliatieve fase Wie zijn wij? Marielle Rooijakkers Karin van Mersbergen Dementie Verzamelnaam voor een combinatie van symptomen waarbij de hersenen, informatie niet meer goed kunnen verwerken.
ACUTE VERWARDHEID NIET ALTIJD DEMENTIE 10 en 12/11/2015
ACUTE VERWARDHEID NIET ALTIJD DEMENTIE 10 en 12/11/2015 Niet steeds dementie Vraagstelling: 1) Kan elke verwardheid voorkomen worden? 2) Wat kunnen we doen om te voorkomen? 3) Wat kunnen we doen bij acute
Delirium Clinical Assessment Protocol (CAP) = 0
Delirium Clinical Assessment Protocol (CAP) = 0 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in twee delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 0 bij de Delirium-CAP. (II) Richtlijnen: De stappen
Werkstuk Biologie Dementie
Werkstuk Biologie Dementie Werkstuk door een scholier 1045 woorden 22 december 2003 5,3 40 keer beoordeeld Vak Biologie Wat is dementie: Vanuit het Latijn vertaald betekent dementie letterlijk ontgeestelijk-zijn.
III Identificatie van de geneesheer die verantwoordelijk is voor de behandeling (naam, voornaam, adres, RIZIV-nummer):
BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van EXELON pleisters voor transdermaal gebruik ( 4680000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december
Handreiking. Dementie
Handreiking Dementie Handreiking Dementie Doelgroep Ouderen met (een verdenking op) geheugen en overige cognitieve stoornissen die van invloed zijn op het dagelijkse leven. Diagnostiek (huisarts, wijkverpleegkundige)
HET ZORGTRAJECT COGNITIE. Vroegtijdige diagnosestelling van geheugenproblemen bij ouderen
HET ZORGTRAJECT COGNITIE Vroegtijdige diagnosestelling van geheugenproblemen bij ouderen HET ZORGTRAJECT COGNITIE Vroegtijdige diagnosestelling van geheugenproblemen bij ouderen Doelstelling Het zorgtraject
Palliatieve zorg en Dementie verbinden. Jet van Esch Specialist ouderengeneeskunde
Palliatieve zorg en Dementie verbinden Jet van Esch Specialist ouderengeneeskunde Kennistoets Dementie kan alleen sluipend ontstaan ja/nee Bij dementie is ook het gevoel aangetast ja/nee Palliatieve zorg
Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013
Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013 Hoeveel mensen in Nederland hebben dementie? 16.5 miljoen Nederlanders; 2.5 miljoen hiervan is 65+ (15%)
6 e mini symposium Ouderenzorg
6 e mini symposium Ouderenzorg Aanvullende diagnostiek bij dementie in de 1 e lijn Suzanne Boot, specialist ouderengeneeskunde, kaderarts psychogeriatrie i.o. 28-09-2015 Pagina 1 6 e Mini symposium ouderenzorg
Dienst geriatrie Dementie. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie
Dienst geriatrie Dementie Informatiebrochure voor de patiënt en de familie WAT IS DEMENTIE? Dementie is een hersenaandoening, geen normaal hersenverouderingsproces. Het is een geleidelijk evoluerende,
Delier 18-04-2011. Sini van den Boomen Anja Manders Marianne de Nobel
Delier 18-04-2011 Sini van den Boomen Anja Manders Marianne de Nobel Welkom Doel: Kennisoverdracht/bewustwording Signalering Verpleegkundige interventies Programma Film Medische aspecten delier Casus in
DEMENTIEZORG. Chronische en acute verwardheid. Jan Oudenes Verpleegkundig consulent geriatrie Ede, 10 november 2015
DEMENTIEZORG Chronische en acute verwardheid Jan Oudenes Verpleegkundig consulent geriatrie Ede, 10 november 2015 Programma Acute verwardheid/delier Fragment Mieren in de thee Dementie en delier 1 Delier
Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen
Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verpleegkundig consulent dementie Alzheimercentrum VUMC Herkenning preseniele dementie Vroege verschijnselen:
Palliatieve Zorg. Marjolein Kolkman en Ingrid Kienstra. Verpleegkundigen Palliatieve Zorg
Palliatieve Zorg Marjolein Kolkman en Ingrid Kienstra Verpleegkundigen Palliatieve Zorg Wat is het belangrijkste speerpunt van palliatieve zorg? A Genezing B Kwaliteit van leven C Stervensbegeleiding
Informatiefolder delier
Informatiefolder delier Informatiefolder delier Het gedrag en de reactie van uw partner, familielid, vriend(in) of kennis zijn anders dan u gewend bent. Hij of zij is onrustig, begrijpt u niet, geeft vreemde
Herkennen van DEPRESSIE bij ouderen
Herkennen van DEPRESSIE bij ouderen ook in relatie tot dementie en delier Congres depressie bij ouderen, workshop Utrecht, 25 november 2014 Jan Oudenes, verpleegkundig consulent geriatrie Bestaat Sinterklaas?
Delirium op de Intensive Care (IC)
Deze folder is bedoeld voor de partners, familieleden, naasten of bekenden van op de Intensive Care (IC) afdeling opgenomen patiënten. Door middel van deze folder willen wij u als familie* uitleg geven
Delier, ontspoord in het verpleeghuis. Miriam Jacobs Nurse Practitioner in opleiding
Delier, ontspoord in het verpleeghuis Miriam Jacobs Nurse Practitioner in opleiding Opzet presentatie Huishoudelijke mededelingen Inleiding Stellingen invullen Uitleg rondom delier Screening delier + Delier
Masterclass DementieNet Vroege signalen dementie. Jan Oudenes 2017
Masterclass DementieNet Vroege signalen dementie Jan Oudenes 2017 Hoe herken ik vroege signalen van dementie? Programma: Welkom en kennismaking Inleiding Doel van de training Waarom is het belangrijk om
Parkinson en neuropsychiatrie
Parkinson en neuropsychiatrie Rosalie van der Aa- Neuropsycholoog Altrecht Opbouw Onze Hersenen en Parkinson Neuropsychiatrie Adviezen Onze Hersenen en Parkinson de ziekte van Parkinson: 2 de neurodegeneratieve
Vergeetachtig of dement?
Dementie Riëtte Oudenaarden, verpleegkundig specialist geriatrie Vergeetachtig of dement? 2 1 Vergeetachtig of dement? 3 Dementie is meer dan vergeten Verstoring op meerdere domeinen. Lichamelijke problemen
Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie.
Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie. Psychogeriatrie : geneeskunde cognitieve beperkingen Gerontopsychiatrie psychiatrische ziekenhuizen - curatief Bedenkingen Binnen gerontopsychiatrie goede balans
Kenniscentrum Palliatieve Zorg Stichting Prisma
Kenniscentrum Palliatieve Zorg Stichting Prisma In deze presentatie Kenmerken van dementie Kenmerken van mensen met een verstandelijke beperking (VB) Kenmerken van dementie bij mensen met een VB Herkennen
Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Wat kunt U daarmee? Alwies Hendriks, psychomotorisch therapeut Margje Mahler, ouderenpsycholoog Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Hoe een delier herkennen?
Infobrochure Delier Inhoud Wat is een delier?. 3 Hoe een delier herkennen?. 3 Is een delier niet gewoon dementie?.4 Hoe behandelen we een delier?. 5 Wat kan u als familie doen?. 5 Meer info of vragen?.
Bevordering van de Lichaamsbeweging Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1
Bevordering van de Lichaamsbeweging Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in drie delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 1 bij de Bevordering van
Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Wat kunt U daarmee? Alwies Hendriks, psychomotorisch therapeut Margje Mahler, ouderenpsycholoog Wie zijn wij? Wie bent u? Waar bent u werkzaam? Welke setting en sector? Wat wilt u leren van deze workshop?
Ouderenpsychiatrie Maarsheerd
Centrum voor Neuropsychiatrie Ouderenpsychiatrie Maarsheerd Specialistische hulp aan mensen met een Niet Aangeboren Hersenletsel Kliniek en deeltijdbehandeling Informatie Informatie voor verwijzers voor
! "# #$ # # "!% & '# (% %&'%)
BIJLAGE C: Model van formulier voor verlenging: Aanvraagformulier tot VERLENGING van de terugbetaling van een specialiteit opgenomen in 223000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december 2001 II Aanvraag
Parkinson en Dementie
Parkinson en Dementie Alzheimer Café 4 februari 2019 dr. Arthur G.G.C. Korten neuroloog geheugenpolikliniek Laurentius Ziekenhuis Roermond Inhoud De ziekte van Parkinson Dementie Lewy Body Ziekte en Parkinsondementie
Palliatieve zorg en dementie
Palliatieve zorg en dementie 17 april 2014 Welkom Lied Leonie Meijer Inleiding op palliatieve zorg bij dementie Door Monique van den Broek Wat is dementie?door Lyan de Roos PAUZE Keten dementie adhveen
delier bij ouderen Delier bij ouderen Videofragment 1 De anamnese bij een delirante patiënt 1. Toelichting op de module
Videofragment 1 De anamnese bij een delirante patiënt 1. Toelichting op de module Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M77 van maart 2003. Om te kunnen begrijpen hoe de huisarts het beste kan omgaan
Ik ben uit de mode. Netwerk Dementie 7 februari 2019 Judith van Tuijn
Ik ben uit de mode Netwerk Dementie 7 februari 2019 Judith van Tuijn (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium
Tijdige detectie van dementie - Interventies bij diagnose dementie. Sophie Vermeersch Klinisch neuropsycholoog (MsC)
Tijdige detectie van dementie - Interventies bij diagnose dementie Sophie Vermeersch Klinisch neuropsycholoog (MsC) overzicht Detectie van dementie - cognitieve screening in de eerste lijn - ADL evaluatie
WAAR GERIATRIE EN PALLIATIEVE ZORG ELKAAR ONTMOETEN
WAAR GERIATRIE EN PALLIATIEVE ZORG ELKAAR ONTMOETEN Studiedag werkgroep PST 08 februari 2019 Mathias Demuynck (geriater) Aurélie Van Lancker (geriatrisch verpleegkundige) WAAR GERIATRIE EN PALLIATIEVE
Delier Acute verwardheid.
Delier Acute verwardheid www.nwz.nl Inhoud Wat is een delier? 3 Wat zijn de verschijnselen? 3 De behandeling 4 Wat kunt u als naaste doen? 5 Nazorg 5 Uw vragen 6 Notities 6 * waar hij staat, kunt u ook
Tabak- en alcoholgebruik Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1
Tabak- en alcoholgebruik Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1 De informatie over deze CAP-code wordt opgesplitst in drie delen: (I) Betekenis: De betekenis van code 1 bij de Tabak- en alcoholgebruik-cap.
Dementie na de diagnose
Dementie na de diagnose 1. Beloop en symptomen 2. De rol van het ziekenhuis na de diagnose - Medicatie bij dementie 3. Samenwerking 1 e lijn en ziekenhuis: vragen/opmerkingen - Ziekte van Alzheimer - Vasculaire
p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2
Delier In deze brochure leest u meer over acute verwardheid, ook wel delier genoemd. Verder krijgt u informatie over de behandeling en wat u kunt doen. Acuut optredende verwardheid Delier is een vorm van
Patiënteninformatie. Acuut optredende verwardheid. (delier) Acuut optredende verwardheid (delier)
Patiënteninformatie Acuut optredende verwardheid (delier) Acuut optredende verwardheid (delier) 1 Acuut optredende verwardheid (delier) Intensive Care, route 3.3 Telefoon (050) 524 6540 Inleiding Uw familielid
Depressie. Informatiefolder voor zorgteam. Zorgprogramma Doen bij Depressie UKON. Versie 2013-oktober
Depressie Informatiefolder voor zorgteam Zorgprogramma Doen bij Depressie Inleiding Deze folder is bedoeld voor afdelingsmedewerkers die betrokken zijn bij de zorg voor een cliënt bij wie een depressie
De geriatrische patiënt op de SEH. SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie
De geriatrische patiënt op de SEH SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie Relevante onderwerpen Delier Symptoomverarming Medicatie op de SEH Duur aanwezigheid patiënt op de SEH Delier
Delier voor de patiënt. Workshop Delier in de palliatieve fase. n droom woar ge geen sodemieter van op aan kunt. angstdroom.
Workshop Delier in de palliatieve fase 11 oktober 2012 Hedi ter Braak Monique van den Broek 1 Delier voor de patiënt n droom woar ge geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie 1 Inhoud workshop
! "#$%!&''! ( # ' ) * )# ' ' # ' ' ' ## * ' +,+, # '# - '.) ' +, # '# /, ' 0 1231 2 3 ' ) ' ## *' ' )" " # # * ) " ' ) ' ## ) ' 4
BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van een specialiteit ingeschreven in 2230000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december 2001 II
Posterieure Corticale Atrofie
Posterieure Corticale Atrofie Diagnostiek en ondersteuning 18 juni 2019 Vivianne Teeuwen Verpleegkundig consulente dementie Hoeveel bekendheid is er met PCA? Posterieure Corticale Atrofie Neurodegeneratief
Heeft mevrouw Alzheimer?
Heeft mevrouw Alzheimer? Dementie in de dagelijkse praktijk Marieke Perry, huisarts-onderzoeker Radboudumc Herkennen van dementie in de praktijk Mevr. Hendriks - 84 jaar VG: stabiele AP, wervelkanaal stenose,
Verslag Exelonspreekuur
2012 Verslag Exelonspreekuur Renate Agterhof [email protected] MANP 2010-2012 Hogeschool Leiden S1002628 mei 2012 Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Casusbeschrijving... 3 3. Reflectieverslag...
Universitair Medisch Centrum Groningen
Universitair Medisch Centrum Groningen Beter af met minder Reduction of Inappropriate psychotropic Drug use in nursing home residents with dementia Claudia Groot Kormelinck Prof.dr. Sytse Zuidema Probleemgedrag
Verpleegkundig consulent
Geriatrie Verpleegkundig consulent www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: [email protected] GER008 / Verpleegkundig consulent / 01-07-2013 2 Verpleegkundig consulent
14 april 2016 Dr. M. Burin
14 april 2016 Dr. M. Burin https://www.youtube.com/watch?v=9pfdtcl jezo https://www.youtube.com/watch?v=xakocii LlwY Ondergediagnosticeerd Onderbehandeld Zelden gebruik van aangepaste pijnschaal Discrepantie
Depressie. Informatiefolder voor cliënt en naasten. Zorgprogramma Doen bij Depressie UKON. Versie 2013-oktober
Depressie Informatiefolder voor cliënt en naasten Zorgprogramma Doen bij Depressie Versie 2013-oktober Inleiding Deze folder bevat informatie over de klachten die bij een depressie horen en welke oorzaken
Patiënteninformatie. Delier: Acute verwardheid
Patiënteninformatie Delier: Acute verwardheid 2 Inhoud Inleiding... 4 Wat is acute verwardheid of een delier?... 4 Wat zijn de risicofactoren van een delier?... 5 Wat zijn de symptomen van een delier?...
Workshop dementie diagnostiek
Workshop dementie diagnostiek Bernard Prins, huisarts Medisch Centrum Gelderlandplein, lid Academisch Huisartsen Netwerk van het Vumc en Coöperatie Huisartsen in Amsterdam Zuid Karel Brühl, specialist
Delier voor de patiënt. Inhoud presentatie delier. Delier. Symptomen. Diagnose delier 21-6-2012. n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt
Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie Inhoud presentatie delier Wat is een delier Wat zijn de gevolgen van een delier Wat zijn risicoverhogende en
Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies
Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies Marloes Peeters Verpleegkundig Specialist GGZ [email protected] 12-12-2014 Agenda Probleem Vraagstelling
Eenzaamheid bij ouderen Brede conferentie Transformatie 6 maart Rianne van der Meer, klinisch geriater Groene Hart Ziekenhuis
Eenzaamheid bij ouderen Brede conferentie Transformatie 6 maart 2018 Rianne van der Meer, klinisch geriater Groene Hart Ziekenhuis Eenzaamheid bij ouderen Casus Ouderen en eenzaamheid Eenzaamheid herkennen
DEMENTIE. Stadia en symptomen van dementie. Er zijn drie hoofdstadia van dementie.
DEMENTIE De term dementie beschrijft een verzameling symptomen waaronder, in de meeste gevallen, verlies van verstandelijk vermogen - het geheugen laat na, denken en redeneren wordt moeilijker. Als zodanig
- $! $ ## " $ $!.. # # "!. $! $##!$ /
BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van EXELON pleisters voor transdermaal gebruik ( 4680000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december
Herkennen van DEPRESSIE bij ouderen
Herkennen van DEPRESSIE bij ouderen Wat is uw rol? Congres depressie bij ouderen, plenair Utrecht, 25 november 2014 Jan Oudenes, verpleegkundig consulent geriatrie Van reactief naar proactief Komt een
Depressie bij ouderen
Depressie bij ouderen Bij u of uw familielid is een depressie vastgesteld. Hoewel relatief veel ouderen last hebben van depressieve klachten, worden deze niet altijd als zodanig herkend. In deze folder
Informatiebrochure voor patiënten en familie. Acute verwardheid. I Autonome verzorgingsinstelling
Informatiebrochure voor patiënten en familie Acute verwardheid I Autonome verzorgingsinstelling IIInhoudsopgave Voorwoord 5 Wat is acute verwardheid of delier? 6 Oorzaken van acute verwardheid 7 Symptomen
Workshop congres Dementie: Medicatieveiligheid thuis. Programma
27-11-14 Programma Workshop congres Dementie: Medicatieveiligheid thuis Inleiding Medicatie thuis Lerend vermogen Voorbeeld van mogelijke hulpmiddelen Congres 24 nov 2014 Daphne Mensink DAZ Gemma Yocarini
Depressie bij verpleeghuiscliënten
Doen bij Depressie zorgprogramma Informatiefolder voor afdelingsmedewerkers Depressie bij verpleeghuiscliënten Folder 4 Inleiding Deze folder is bedoeld voor afdelingsmedewerkers die betrokken zijn bij
Neurocognitieve stoornissen
Neurocognitieve stoornissen DSM IV DSM 5 Lieve Lemey Carmen Vranken Neurocognitieve stoornissen Context: vergrijzing met prevalentie leeftijdsgebonden ziekten: diabetes, osteoporose, depressie, delier,
Medicatie bij dementie
Medicatie bij dementie Dementie Dementie is een ernstige ziekte die de duur van het leven bekort Tijdens beloop kunnen allerlei problemen ontstaan Een behandeling die gericht is op herstel bestaat niet
Delier in de palliatieve fase. Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ
Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie
Delier in de palliatieve fase
Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie
ACUUT OPTREDENDE VERWARDHEID (DELIER) INFORMATIE VOOR PATIENT, FAMILIE EN BETROKKENEN
ACUUT OPTREDENDE VERWARDHEID (DELIER) INFORMATIE VOOR PATIENT, FAMILIE EN BETROKKENEN Inleiding Uw familielid, partner of kennis is in Franciscus Gasthuis & Vlietland opgenomen. Hij of zij is opgenomen
Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Is er vaker sprake van angst en depressie in de palliatieve fase?
Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij (oudere) mensen met een verstandelijke beperking Is er vaker sprake van angst en depressie in de palliatieve fase? Kennis over angst en depressie Risicofactoren
3.3 Delirium. herkend wordt. Onduidelijk is in hoeveel procent het delirium niet, of niet volgens de gangbare richtlijnen, behandeld wordt.
3.3 Delirium Delirium is waarschijnlijk de meest voorkomende neuropsychiatrische stoornis in het algemeen en academisch ziekenhuis, met een prevalentie van 15 tot 50 procent bij opgenomen oudere patiënten.
Dementie. Havenziekenhuis
Dementie Uw arts heeft met u en uw naasten besproken dat er (waarschijnlijk) sprake is van dementie. Mogelijk bent u hiervan geschrokken. Het kan ook zijn dat u of uw omgeving hier al op voorbereid was.
Zorgen voor cliënten met gedragsproblemen
Zorgen voor cliënten met gedragsproblemen CineMec Ede 29-5-2015 Dr. Martin Kat (ouderen)psychiater Amsterdam/Alkmaar [email protected] Med. Centrum Alkmaar Afd. Klin. Geriatrie Praktijk Amsterdam Experiment!
Het neuropsychologisch onderzoek. Informatie voor de patiënt en verwijzer
Het neuropsychologisch onderzoek Informatie voor de patiënt en verwijzer Wat is neuropsychologie en wat is een neuropsycholoog? De neuropsychologie is het vakgebied dat de relatie bestudeert tussen het
Ziekte van Huntington
Ziekte van Huntington Begrijpen van en omgaan met veranderend gedrag Niels Reinders en Henk Slingerland (psychologen) Huntington Café 27 september 2018 Ziekte van Huntington Erfelijke neurologische ziekte
Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen
Videofragment 1 de anamnese bij een delirante patiënt 1. Toelichting op de module Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M77, herziene versie april 2014. Om te kunnen begrijpen hoe de huisarts het
Cognitieve screeningsinstrumenten. Ellen De Roeck
Cognitieve screeningsinstrumenten Ellen De Roeck Een dementie epidemie Bron: Expertisecentrum dementie Vlaanderen en Alzheimerliga, cijfers van 27/8/2018 3 Vroeg opsporen? Reversibele vormen behandelen
