Kwaliteitsindicatorenset Apicale Chirurgie
|
|
|
- Herman de Jong
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Kwaliteitsindicatorenset Apicale Chirurgie Oktober 2014 Werkgroep indicatoren NVMKA 1
2 Inhoud Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Aanleiding en context Wat is een indicator? Wat kan een maatschap of de NVMKA met een indicator? Wat wordt er verwacht van een maatschap?... 4 Hoofdstuk 2 Factsheets Toelichting factsheet De Factsheets per indicator MKA- chirurgie... 6 Hoofdstuk 3 Toelichting en instructies indicatoren Toelichting dataverzameling Registratie en instructies Implementatie en onderhoud indicatoren
3 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en context De Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) heeft het CBO verzocht om ondersteuning bij het ontwikkelen van een door de ALV van de NVMKA goed te keuren set van kwaliteitsindicatoren. Het doel van deze kwaliteitsindicatoren is gericht op zowel het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van zorg op het gebied van de MKA-chirurgie in Nederland als op het stimuleren van projecten tot kwaliteitsverbetering. Het organisatorisch verband waarop de kwaliteitsindicatoren betrekking hebben is de maatschap MKA-chirurgie. Het is van belang te beseffen dat een indicator een aanwijzing geeft over de kwaliteit van zorg. Een indicator is niet hetzelfde als een richtlijn. Hoewel de (kwaliteit van de) evidence voor de structuur indicatoren gering is, is de werkgroep van mening dat de gekozen indicatoren van belang zijn voor kwaliteit van zorg (best practice; er is een verwachting dat er een directe relatie met kwaliteit van zorg is). De indicatoren zijn ook van belang voor het in kaart brengen van de kaakchirurgische zorg rondom de apexresectie. De data die verzameld wordt in de eerste jaren zal dan ook gebruikt worden voor onderzoek naar de betrouwbaarheid en de validiteit van de indicatoren. De indicatoren in dit document zijn geaccordeerd tijdens de najaarsvergadering van de ALV in Wat is een indicator? Een indicator is een meetbaar aspect van de zorg dat een aanwijzing geeft over de kwaliteit van zorg. Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende type indicatoren. Zo zijn er proces-, structuur- en uitkomstindicatoren: Structuurindicatoren geven informatie over de randvoorwaarden in een organisatie. Bijvoorbeeld: Beschikt iedere behandelkamer, waar risicovolle behandelingen worden uitgevoerd, over een noodset? Procesindicatoren geven een indicatie over het verloop van processen in een organisatie, bijvoorbeeld: Het percentage diabetisch patiënten wat jaarlijks een oogheelkundig controle krijgt. Uitkomstindicatoren geven een indicatie over de uitkomst (product/effect) van de zorg, bijvoorbeeld over de mate van tevredenheid van cliënten, complicaties, sterftecijfers of kwaliteit van leven. 1.3 Wat kan een maatschap of de NVMKA met een indicator? Om een oordeel te kunnen geven over de kwaliteit van zorg die geleverd wordt door MKA-chirurgen is informatie nodig. En om informatie te verkrijgen moeten gegevens verzameld worden. De gegevens worden verkregen via MKA-chirurgen op het niveau van de maatschap MKA-chirurgie en vormen samen de indicatoren. De indicatoren geven dus informatie over de mate van kwaliteit van een aspect van de zorg geleverd door MKA-chirurgen binnen een maatschap. Dit geldt voor zowel structuur-, proces-, als uitkomstindicatoren. Een maatschap kan de resultaten van de meting gebruiken om aspecten van kwaliteit van zorg te evalueren en zo nodig te verbeteren. De NVMKA kan de resultaten gebruiken om zich een beeld te vormen van de landelijk geleverde kwaliteit van zorg. 3
4 1.4 Wat wordt er verwacht van een maatschap? Van de maatschap wordt een actieve deelname verwacht bij het verzamelen van de gegevens voor de indicatoren. De kwaliteitsindicatoren worden ingebouwd in de visitatie. Het gaat om de gegevens van de volgende indicatoren: Structuurindicatoren: 1. Wordt bij een apexresectie door één of meerdere leden van de maatschap gebruikgemaakt van amalgaam als vulmateriaal? j/n 2. Wordt door één of meerdere leden van de maatschap een apexresectie zonder instrumenten voor vergroting uitgevoerd? j/n 3. Wordt door één of meerdere leden van de maatschap bij een apexresectie geen gebruikgemaakt van ultrasone preparatie? j/n Uitkomstindicator: 4. Percentage patiënten met een succesvolle apexresectie na een follow-up duur van een half jaar. Een uitgebreide beschrijving van de indicatoren is te vinden in de factsheets in hoofdstuk 2. 4
5 Hoofdstuk 2 Factsheets In dit hoofdstuk worden de indicatoren van de MKA-chirurgie aan de hand van zogenaamde factsheets beschreven. De set bestaat uit 4 indicatoren. De factsheets worden voorafgegaan door een toelichting van de gehanteerde begrippen. 2.1 Toelichting factsheet De onderstaande tabel 1 beschrijft de onderdelen die per indicator in de factsheet zijn opgenomen. Tabel 1. Toelichting aspecten van de indicatoren Relatie tot kwaliteit Operationalisatie Teller Noemer Definities In/ exclusiecriteria Type indicator Kwaliteitsdomein Indicatoren zijn een middel om inzichtelijk te maken wat de kwaliteit van zorg is op een bepaald moment. Hier wordt kort een samenvatting gegeven van het belang van deze indicator in relatie tot kwaliteit. Hier wordt de indicator kort omschreven. Indicatoren worden vaak als een breuk gepresenteerd (behalve structuurindicatoren). De teller is het getal boven de streep van een breuk. Daarnaast is de teller een deelverzameling van de noemer. De noemer is het getal onder de streep van een breuk. Indien in de indicator termen worden gebruikt die enige toelichting nodig hebben, dan wordt deze hier gegeven. Bijvoorbeeld toelichting op een aandoening of gebruikte vragenlijst. In de praktijk kan het zijn dat bepaalde patiëntengroepen niet gelijk over maatschappen MKA-chirurgie verdeeld zijn. Om de vergelijkbaarheid tussen maatschappen onderling te vergroten, worden in- en exclusiecriteria geformuleerd. Structuur/ proces/ uitkomst Effectiviteit: het leveren van nauwkeurige en juiste zorg gebaseerd op wetenschappelijke kennis. Veiligheid:het vermijden van veiligheidsrisico s fouten die schade kunnen toebrengen aan patiënten en medewerkers. Patiëntgerichtheid: het respecteren van de unieke noden, wensen en waarden van de patiënt. Tijdigheid: het leveren van de zorg op de juiste tijd, verhinderen van wachttijden voor patiënten en medewerkers. Doelmatigheid: het vermijden van zorg die niet bijdraagt aan de vraagstelling van de patiënt en die niet redelijkerwijs kosteneffectief is, vermijden van verspilling. Gelijkheid: het leveren van gelijke zorg voor alle patiëntengroepen, ongeacht sekse, etniciteit, geografische afkomst en sociaal-economische status. 5
6 2.2 De Factsheets per indicator MKA- chirurgie 1. Wordt bij een apexresectie door één of meerdere leden van de maatschap gebruikgemaakt van amalgaam als vulmateriaal? j/n Relatie tot kwaliteit Het gebruik van amalgaam is te ontraden omdat toepassing hiervan geringere genezingspercentages geeft dan het toepassen van andere vulmaterialen. Definitie(s) Genezingspercentages worden gebaseerd op succes en falen van een apexresectie. Succes en falen zijn als volgt gedefinieerd. Succes: volledige genezing (radiologisch en klinisch geen afwijkingen) of onvolledige genezing (klinisch geen afwijkingen, radiologisch verminderde radiolucentie en littekenvorming). Falen: klinisch afwijkingen (fistel, pocket tot apex, percussie/palpatie pijn, klachten, tekenen van ontsteking) en/of onduidelijke genezing (onveranderd radiologisch beeld). Teller Noemer In/exclusiecriteria Streefwaarde De definitie van succes en falen is een adaptatie van de definities zoals geformuleerd door Von Arx, Penarrocha en Jensen (2010) en Del Fabbro&Taschieri, 2010). Niet van toepassing Niet van toepassing. Patiënten bij wie een apexresectie wordt verricht Binnen vijf jaar antwoord nee op 100% voor alle maatschappen. Bij introductie van deze indicator in januari 2015 geldt de streefwaarde voor het jaar De gekozen termijn van vijf jaar hangt samen met de frequentie waarmee maatschappen worden gevisiteerd. Type indicator Kwaliteitsdomein Structuurindicator Effectiviteit Het doel van de indicator Het doel van deze indicator is het ondersteunen van verbeteracties gericht op het terugdringen van het gebruik van amalgaam als vulmateriaal bij apexresecties. Anno 2007 blijkt uit een enquête onder in Nederland werkzame MKA-chirurgen (Bronkhorst et al, 2008) dat 35% nog gebruik maakt van amalgaam. 6
7 Achtergrond en variatie in kwaliteit van zorg Er worden in de praktijk verschillende vulmaterialen gebruikt zoals intermediaterestorationmaterial (IRM), amalgaam, ethoxybezoic acid (EBA)-cement (EBA), glasionomeercement, Guttapercha, MTA, Super-EBA. Anno 2007 blijkt uit een enquête onder in Nederland werkzame MKA-chirurgen (Bronkhorst et al, 2008) dat 35% nog gebruik maakt van amalgaam. In hoeverre er sprake is van spreiding naar regio of naar academische versus niet-academische setting is niet bekend. Mogelijkheden tot verbetering Maatschappen van MKA-chirurgen hebben de mogelijkheden om het gebruik van amalgaam terug te dringen in eigen hand. Beperkingen bij gebruik en interpretatie Er lijken wat gebruik en interpretatie van deze indicator geen beperkingen te zijn. Validiteit Kan de indicator verschillen in kwaliteit van zorg identificeren? Uit onderzoek van Von Arx et al 2010 komt naar voren dat de minste genezingspercentages na een apexresectie, vastgesteld op basis van radiologisch onderzoek en klinische parameters, worden verkregen bij het toepassen van amalgaam, namelijk 58% tegenover 70 tot 91% bij toepassen van IRM, MTA of Super-EBA. Er werd tussen de effectiviteit van MTA en IRM geen statistisch significant verschil aangetoond. Onderzoek van Tang et al (2010) bevestigen deze uitkomsten voor amalgaam. Op grond hiervan mag worden verwacht dat de structuurindicator verschillen in kwaliteit van zorg detecteert. Betrouwbaarheid Kunnen bij meerdere malen meten (door dezelfde of verschillende personen) dezelfde resultaten verwacht worden? Het is aannemelijk dat bij herhaaldelijke meting dezelfde uitkomst zal worden verkregen. Discriminerend vermogen Is de indicator in staat de variatie tussen maatschappen die niet is toe te wijzen aan toevallige variatie, te meten? Niet van toepassing. Minimale bias/beschrijving relevante case-mix Controle voor verschillen in patiëntengroepen (casemix en mogelijk andere co-variabelen) is belangrijk wanneer uitkomstindicatoren (en soms procesindicatoren) tussen maatschappen vergeleken moeten worden en er verschillen bestaan in de patiëntenpopulatie die prognostische betekenis kunnen hebben. Niet van toepassing. 7
8 Registreerbaarheid/haalbaarheid registratie/tijdsinvestering Naast de registreerbaarheid is een belangrijk punt of er bestaande, geautomatiseerde gegevensbronnen beschikbaar zijn. Voor deze indicator is registratie niet noodzakelijk. Binnen de maatschap kan immers een afspraak worden gemaakt dat (vanaf een nader te bepalen datum: bijvoorbeeld 1 januari 2014) niet meer met amalgaam wordt gewerkt. Ongewenste effecten Ongewenste effecten worden niet voorzien. Bij een ongewenst effect moet men denken aan een voor de kwaliteit van zorg plausibel, negatief effect als gevolg van het niet meer toepassen van amalgaam. Referenties Bronkhorst MA, Bergé SJ, Damme PhA Van, Borstlap WA, Merkx MAW. Gebruik van vulmaterialen bij een chirurgische apicale endodontische behandeling in Nederland NedTijdschrTandheelk 2008; 115: Del Fabbro M, Taschieri S. Endodontic therapy using magnification devices: a systematic review. J Dent Apr;38(4): Tang Y, Li X, Yin S. Outcomes of MTA as root-end filling in endodontic surgery: a systematic review. Quintessence Int Jul-Aug;41(7): Von Arx T, Peñarrocha M, Jensen S. Prognostic factors in apical surgery with root-end filling: a metaanalysis. J Endod Jun;36(6):
9 2. Wordt door één of meerdere leden van de maatschap een apexresectie zonder instrumenten voor vergroting uitgevoerd? j/n Relatie tot kwaliteit Het werken zonder instrument voor vergroting wordt ontraden omdat de genezingspercentages bij een apexresectie waarbij zonder vergroting wordt gewerkt, geringer zijn. Definitie(s) Genezingspercentages worden gebaseerd op succes en falen van een apexresectie. Succes en falen zijn als volgt gedefinieerd. Succes: volledige genezing (radiologisch en klinisch geen afwijkingen) of onvolledige genezing (klinisch geen afwijkingen, radiologisch verminderde radiolucentie en littekenvorming). Falen: klinisch afwijkingen (fistel, pocket tot apex, percussie/palpatie pijn, klachten, tekenen van ontsteking) en/of onduidelijke genezing (onveranderd radiologisch beeld). Teller Noemer In/exclusiecriteria Streefwaarde Type indicator Kwaliteitsdomein De definitie van succes en falen is een adaptatie van de definities zoals geformuleerd door Von Arx, Penarrocha en Jensen (2010) en Del Fabbro&Taschieri, 2010). Niet van toepassing Niet van toepassing. Patiënten bij wie een apexresectie wordt verricht Binnen vijf jaar antwoord nee op 100% voor alle maatschappen. Bij introductie van deze indicator in januari 2015 geldt de streefwaarde voor het jaar De gekozen termijn van vijf jaar hangt samen met de frequentie waarmee maatschappen worden gevisiteerd. Structuurindicator Effectiviteit Het doel van de indicator Het doel van deze indicator is het ondersteunen van verbeteracties gericht op het terugdringen van het werken zonder instrumenten ter vergroting bij apexresecties. Achtergrond en variatie in kwaliteit van zorg Het komt voor dat bij apexresecties nog zonder instrumenten ter vergroting wordt gewerkt. In hoeverre er sprake is van spreiding naar regio of naar academische versus niet-academische setting is niet bekend. Mogelijkheden tot verbetering Maatschappen van MKA-chirurgen hebben de mogelijkheden om het werken zonder vergroting terug te dringen in eigen hand. 9
10 Beperkingen bij gebruik en interpretatie Er lijken wat gebruik en interpretatie van deze indicator geen beperkingen te zijn. Validiteit Kan de indicator verschillen in kwaliteit van zorg identificeren? Uit een systematic review en meta-analyse van Del Fabbro&Taschieri (2010) komt naar voren dat de minste genezingspercentages worden gezien bij het uitvoeren van een apexresectie zonder vergroting: het relatief risico van het werken met een endoscoop geeft in vergelijking met werken zonder vergroting een relatief risico van 0.39 (95% BI: ). Endoscoop en loep lijken qua effectiviteit gelijkwaardig (RR=0.83; 95% BI: ). Op grond hiervan mag worden verwacht dat de structuurindicator verschillen in kwaliteit van zorg detecteert. Betrouwbaarheid Kunnen bij meerdere malen meten (door dezelfde of verschillende personen) dezelfde resultaten verwacht worden? Het is aannemelijk dat bij herhaaldelijke meting dezelfde uitkomst zal worden verkregen. Discriminerend vermogen Is de indicator in staat de variatie tussen maatschappen die niet is toe te wijzen aan toevallige variatie, te meten? Niet van toepassing. Minimale bias/beschrijving relevante case-mix Controle voor verschillen in patiëntengroepen (casemix en mogelijk andere co-variabelen) is belangrijk wanneer uitkomstindicatoren (en soms procesindicatoren) tussen maatschappen vergeleken moeten worden en er verschillen bestaan in de patiëntenpopulatie die prognostische betekenis kunnen hebben. Niet van toepassing. Registreerbaarheid/haalbaarheid registratie/tijdsinvestering Naast de registreerbaarheid is een belangrijk punt of er bestaande, geautomatiseerde gegevensbronnen beschikbaar zijn. Voor deze indicator is registratie niet noodzakelijk. Binnen de maatschap kan immers een afspraak worden gemaakt dat (vanaf een nader te bepalen datum: bijvoorbeeld 1 januari 2014) niet meer zonder vergroting bij het verrichten van een apexresectie wordt gewerkt. Ongewenste effecten Ongewenste effecten worden niet voorzien. Bij een ongewenst effect moet men denken aan een voor de kwaliteit van zorg plausibel, negatief effect als gevolg van het niet meer werken zonder vergroting. Referenties Del Fabbro M, Taschieri S. Endodontic therapy using magnification devices: a systematic review. J Dent Apr;38(4):
11 3. Wordt door één of meerdere leden van de maatschap bij een apexresectie geen gebruikgemaakt van ultrasone preparatie? j/n Relatie tot kwaliteit Het in het kader van retrograde preparatie toepassen van ultrasone preparatie bevordert de genezing na een apexresectie. Definitie(s) Genezingspercentages worden gebaseerd op succes en falen van een apexresectie. Succes en falen zijn als volgt gedefinieerd. Succes: volledige genezing (radiologisch en klinisch geen afwijkingen) of onvolledige genezing (klinisch geen afwijkingen, radiologisch verminderde radiolucentie en littekenvorming). Falen: klinisch afwijkingen (fistel, pocket tot apex, percussie/palpatie pijn, klachten, tekenen van ontsteking) en/of onduidelijke genezing (onveranderd radiologisch beeld). Teller Noemer In/exclusiecriteria Streefwaarde Type indicator Kwaliteitsdomein De definitie van succes en falen is een adaptatie van de definities zoals geformuleerd door Von Arx, Penarrocha en Jensen (2010) en Del Fabbro&Taschieri, 2010). Niet van toepassing Niet van toepassing. Patiënten bij wie een apexresectie wordt verricht Binnen vijf jaar antwoord nee op 100% voor alle maatschappen. Bij introductie van deze indicator in januari 2015 geldt de streefwaarde voor het jaar De gekozen termijn van vijf jaar hangt samen met de frequentie waarmee maatschappen worden gevisiteerd. Structuurindicator Effectiviteit Het doel van de indicator Het doel van deze indicator is het ondersteunen van verbeteracties gericht op het bevorderen van ultrasone preparatie. Achtergrond en variatie in kwaliteit van zorg Het komt voor dat er bij apexresecties geen gebruik wordt gemaakt van ultrasone preparatie. In hoeverre er sprake is van spreiding naar regio of naar academische versus niet-academische setting is niet bekend. Mogelijkheden tot verbetering Maatschappen van MKA-chirurgen hebben de mogelijkheden om het gebruik van ultrasone preparatie te bevorderen in eigen hand 11
12 Beperkingen bij gebruik en interpretatie Er lijken wat gebruik en interpretatie van deze indicator geen beperkingen te zijn. Validiteit Kan de indicator verschillen in kwaliteit van zorg identificeren? De studie van De Lange et al (2007) heeft laten zien dat toepassen van ultrasone preparatie betere genezingspercentages geeft. In geval van alle gebitselementen bedraagt het numberneededtotreat (NNT)10. In geval van molaren is het NNT 5. Op grond van de resultaten van de studie van de Lange et al (2007) mag worden verwacht dat de structuurindicator verschillen in kwaliteit van zorg detecteert. Betrouwbaarheid Kunnen bij meerdere malen meten (door dezelfde of verschillende personen) dezelfde resultaten verwacht worden? Het is aannemelijk dat bij herhaaldelijke meting dezelfde uitkomst zal worden verkregen. Discriminerend vermogen Is de indicator in staat de variatie tussen maatschappen die niet is toe te wijzen aan toevallige variatie, te meten? Niet van toepassing. Minimale bias/beschrijving relevante case-mix Controle voor verschillen in patiëntengroepen (casemix en mogelijk andere co-variabelen) is belangrijk wanneer uitkomstindicatoren (en soms procesindicatoren) tussen maatschappen vergeleken moeten worden en er verschillen bestaan in de patiëntenpopulatie die prognostische betekenis kunnen hebben. Niet van toepassing. Registreerbaarheid/haalbaarheid registratie/tijdsinvestering Naast de registreerbaarheid is een belangrijk punt of er bestaande, geautomatiseerde gegevensbronnen beschikbaar zijn. Voor deze indicator is registratie niet noodzakelijk. Binnen de maatschap kan immers een afspraak worden gemaakt dat (vanaf een nader te bepalen datum: bijvoorbeeld 1 januari 2014) bij het verrichten van een apexresectie ultrasone preparatie als preparatietechniek wordt toegepast. Ongewenste effecten Ongewenste effecten worden niet voorzien. Bij een ongewenst effect moet men denken aan een voor de kwaliteit van zorg plausibel, negatief effect als gevolg van het niet meer werken zonder vergroting. Referentie Lange J de, Putters T, Baas EM, van Ingen JM. Ultrasonic root-end preparation in apical surgery: a prospective randomized study. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral RadiolEndod Dec;104(6):
13 4. Percentage patiënten met een succesvolle apexresectie na een follow-up duur van minstens een half jaar Relatie tot kwaliteit Definitie(s) Het percentage succesvolle apexresecties is een evidente maat voor de kwaliteit van zorg. Genezingspercentages worden gebaseerd op succes en falen van een apexresectie. Succes en falen zijn als volgt gedefinieerd. Succes: volledige genezing (radiologisch en klinisch geen afwijkingen) of onvolledige genezing (klinisch geen afwijkingen, radiologisch verminderde radiolucentie en littekenvorming). Falen: klinisch afwijkingen (fistel, pocket tot apex, percussie/palpatie pijn, klachten, tekenen van ontsteking) en/of onduidelijke genezing (onveranderd radiologisch beeld). De definitie van succes en falen is een adaptatie van de definities zoals geformuleerd door Von Arx, Penarrocha en Jensen (2010) en Del Fabbro&Taschieri, 2010). Teller Noemer In/exclusiecriteria Type indicator Streefwaarde Kwaliteitsdomein Aantal patiënten bij wie een apexresectie is uitgevoerd én bij wie sprake was van (on-)volledige genezing. Aantal patiënten bij wie een apexresectie is uitgevoerd Patiënten bij wie een apexresectie wordt verricht Uitkomstindicator Er wordt nog geen streefwaarde geformuleerd. Men wil eerst inzicht krijgen in de variatie van genezingspercentages tussen maatschappen. Effectiviteit Het doel van de indicator Het doel van deze indicator is inzicht te geven in de mate waarin succesvolle apexresecties worden uitgevoerd door de verschillende maatschappen MKA-chirurgie. Achtergrond en variatie in kwaliteit van zorg Er is geen informatie over variatie in succespercentages van apexresecties, noch in termen van regionale spreiding noch naar academische versus niet-academische setting. Mogelijkheden tot verbetering Maatschappen van MKA-chirurgen beschikken over de mogelijkheden om verbeteringen in succespercentages tot stand te brengen. Onder meer door toepassing van de juiste vulmaterialen, door het werken onder vergroting en met ultrasone preparatie kunnen MKA-chirurgen de succespercentages verhogen. 13
14 Beperkingen bij gebruik en interpretatie Er lijken wat gebruik en interpretatie van deze indicator geen beperkingen te zijn. Validiteit Kan de indicator verschillen in kwaliteit van zorg identificeren? In beginsel detecteert deze indicator verschillen in kwaliteit van zorg, maar de mate waarin patiënten terugkomen voor follow-up kan een vertroebelend effect hebben. Een relatief gering percentage follow-up kan er bijvoorbeeld op wijzen dat alleen de probleemgevallen zijn gevolgd. Het is dan ook noodzakelijk om bij de rapportage van de waarde van de voorgestelde indicator ook het percentage follow-up te rapporteren. Er is echter de mogelijkheid dat bijvoorbeeld de klinische beoordeling rooskleuriger uitpakt teneinde goed te scoren. Dit kan overigens wel (enigszins) worden tegengegaan als men weet dat in het kader van visitaties steekproeven worden genomen om de in het kader van het meten van de indicator geregistreerde data te vergelijken met de data in het medisch dossier. Ook is het mogelijk dat het introduceren van deze indicator in de maatschap tot gevolg heeft dat de indicatiestelling verandert, ofwel dat men minder snel geneigd is een apexresectie uit te voeren vanwege een minder goede prognose: een apexresectie is namelijk vaak de laatste kans. In dit verband is het van belang dat gelijktijdig met de introductie van deze indicator in de maatschap tevens het aantal indicatiestellingen voor een apexresectie wordt bijgehouden. Een afname van het aantal apexresecties zou dan een signaal kunnen zijn dat het introduceren van de indicator heeft geleid tot een strengere indicatiestelling. Betrouwbaarheid Kunnen bij meerdere malen meten (door dezelfde of verschillende personen) dezelfde resultaten verwacht worden? Het is aannemelijk dat bij herhaaldelijke meting dezelfde uitkomst zal worden verkregen. Hierbij wordt verondersteld dat de intra- en interbeoordelaar betrouwbaarheid van de beoordeelde resecties goed is. Discriminerend vermogen Is de indicator in staat de variatie tussen maatschappen die niet is toe te wijzen aan toevallige variatie, te meten? Indien over meerdere jaren wordt gemeten zodat de meetwaarden van de indicator op redelijk grote aantallen patiënten betrekking hebben, mag worden verwacht dat de indicator verschillen in kwaliteit van zorg detecteert. Minimale bias/beschrijving relevante case-mix Controle voor verschillen in patiëntengroepen (casemix en mogelijk andere co-variabelen) is belangrijk wanneer uitkomstindicatoren (en soms procesindicatoren) tussen maatschappen vergeleken moeten worden en er verschillen bestaan in de patiëntenpopulatie die prognostische betekenis kunnen hebben. 14
15 Case-mix correctie lijkt niet per se noodzakelijk zijn wanneer maatschappen onderling worden vergeleken. Volgens Von Arx (2010) zijn leeftijd en sekse geen prognostische factoren voor succes of falen van een apexresectie. Over de prognostische betekenis van roken en systemische ziekten zijn echter niet of nauwelijks studies verricht. De aanwezigheid van systemische ziekten (maligne aandoeningen waarbij bisfosfonaat wordt gebruikt of bestraald wordt, slecht gereguleerde diabetes) kan, volgens Von Arx (2010), affect hard and soft-tissue healing. Mogelijk zijn in bepaalde maatschappen patiënten met deze co-morbiditeit oververtegenwoordigd. Eventueel kan met behulp van multivariate regressie worden nagegaan of leeftijd, sekse en co-morbiditeit van invloed zijn op de uitkomst van de indicator. Registreerbaarheid/haalbaarheid registratie/tijdsinvestering Naast de registreerbaarheid is een belangrijk punt of er bestaande, geautomatiseerde gegevensbronnen beschikbaar zijn. Voor deze indicator is registratie noodzakelijk. Data kunnen uit het papieren medisch dossier of EPD worden gehaald. Ongewenste effecten Potentiële ongewenste effecten zijn beschreven onder het kopje validiteit evenals de maatregelen die kunnen worden genomen om deze effecten te beperken. Referentie Von Arx T, Peñarrocha M, Jensen S. (2010). Prognostic Factors in Apical Surgery with Root-end Filling: A Meta-analysis. J Endod 36:
16 Hoofdstuk 3 Toelichting en instructies indicatoren In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gegevens voor het bepalen van de indicatoren verzameld kunnen worden. 3.1 Toelichting dataverzameling De indicatoren worden op maatschap niveau verzameld. Voor een structuurindicator is het voldoende om eenmalig, bijvoorbeeld 1 keer per jaar een vraag met ja of nee te beantwoorden. Om de uitkomstindicator te kunnen bepalen, dienen echter gegevens op patiëntniveau te worden verzameld en dienen mogelijk verschillende bronnen te worden geraadpleegd. Daarvoor is een schraplijst opgesteld (tabel 2.4). Deze schraplijst zal digitaal worden gemaakt. Het advies is om te starten aan het begin van een nieuw jaar en alle patiënten die de eerste 3 maanden behandeld worden voor een apexresectie terug te zien na 6 maanden. De praktijktest heeft uitgewezen dat tot 60-70% van de patiënten op de controle afspraak komt. 3.2 Registratie en instructies In onderstaande tabellen (2.1, 2.2 en 2.3) staan de structuurindicatoren die met ja/nee beantwoord moeten worden. Tabel 2.1 Bepaling indicator 1 Indicator 1 Amalgaam Beantwoordt de vraag of bij een apexresectie door één of meerdere leden van de maatschap gebruikgemaakt van amalgaam als vulmateriaal? Ja/nee Tabel 2.2 Bepaling indicator 2 Indicator 2 Vergroting Beantwoordt de vraag of door één of meerdere leden van de maatschap een apexresectie zonder instrumenten voor vergroting uitgevoerd? Ja/nee Tabel 2.3 Bepaling indicator 3 Indicator 3 Ultrasone preparatie Beantwoordt de vraag of 3 door één of meerdere leden van de maatschap bij een apexresectie geen gebruikgemaakt van ultrasone preparatie? Ja/nee 16
17 In tabel 2.4 staat de schraplijst beschreven welke ingevuld moet worden om de uitkomstindicator te berekenen. Tabel 2.4 Schraplijst uitkomstindicator Patiënt nummer Geboortedatum Datum behandeling..../../.. Gebitselement. Klinisch onderzoek - fistel ja/nee - pocket tot apex ja/nee - percussie en/of palpatiepijn ja/nee - tekenen van ontsteking (zwelling/roodheid) ja/nee - subjectieve klachten ja/nee Radiologisch onderzoek: - Geen afwijkingen ja/nee - Afname radiolucentie ja/nee - Persisterende/toename radiolucentie ja/nee Overig - gebruik amalgaam ja/nee - vergroting ja/nee - ultrasone reiniging ja/nee Succes: Geen afwijkingen bij klinisch onderzoek en bij radiologisch onderzoek geen afwijkingen of afname radiolucentie Falen: afwijking(en) bij klinisch onderzoek en/of persisterende/toename radiolucentie 17
18 3.3 Implementatie en onderhoud indicatoren. De indicatorenset zal worden gebruikt tijdens de visitatie. Dit betekent dat de maatschap minstens eenmaal in de 5 jaar de gegevens moet verzamelen. Er zal een via de website een formulier worden ontwikkeld waar de uitkomstindicator kan worden ingevuld. Ook kan er gebruik gemaakt worden van een excell-file. De werkgroep zal zich hierna bezig houden met evaluatie van de indicatoren set en benchmarking, zodat er terugkoppeling kan plaatsvinden van de data. De verzamelde data zal ook gebruikt worden voor onderzoek naar de validiteit en betrouwbaarheid van de indicatoren. 18
HANDLEIDING INDICATORENONTWIKKELING
HANDLEIDING INDICATORENONTWIKKELING VERSIE VOOR WERKGROEPLEDEN Versie juni 2013 VERANTWOORDING De handleiding indicatorenontwikkeling voor werkgroepleden is gemaakt door medewerkers van het Kennisinstituut
Vitaal bedreigde patiënt: de structuur van het spoed interventie systeem
aan Factsheets indicatoren Vitaal Bedreigde Patiënt Publicatienummer: 2010.1201 (Kijk op www.vmszorg.nl voor updates) Versiebeheer Wijzigingen 2009.1200 (feb 2009) Eerste versie 2010.1201 (mrt 2010) Bevindingen
Kwaliteitsindicatoren in verband met de preventie, diagnostiek en behandeling van hyperbilirubinemie bij de pasgeborene, geboren na een
Kwaliteitsindicatoren in verband met de preventie, diagnostiek en behandeling van hyperbilirubinemie bij de pasgeborene, geboren na een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken. CBO, oktober 2008 1 Inhoudsopgave
Factsheets indicatoren Verwisseling van en bij patiënten
aan Factsheets indicatoren Verwisseling van en bij patiënten Publicatienummer: 2010.1800 (Kijk op www.vmszorg.nl voor updates) Structuurindicatoren. Aanwezigheid, toepassing en registratie identificatie-
Kwaliteitsindicatoren kinderen met diabetes type 1 (fase 1)
Kwaliteitsindicatoren kinderen met diabetes type 1 (fase 1) Nederlandse Diabetes Federatie 033-4480845 [email protected] Stationsplein 139 3818 LE Amersfoort Kwaliteitsindicatoren kinderen met
Indicatoren. Richtlijn urine-incontinentie voor de tweede- en derdelijnszorg. Definitief mei 2013
Indicatoren Richtlijn urine-incontinentie voor de tweede- en derdelijnszorg Definitief mei 2013 Inhoud 1. Procesbeschrijving... 3 1.1. Indicatorenwerkgroep... 3 1.2. Achtergrond over interne indicatoren...
Factsheets indicatoren Vroege herkenning en behandeling van pijn. Structuurindicatoren
aan Factsheets indicatoren Vroege herkenning en behandeling van pijn Publicatienummer: 2010.1600 (jan 2010) (Kijk op www.vmszorg.nl voor updates) Versiebeheer Wijzigingen 2010.1600 (jan 2010) Eerste versie
Factsheets indicatoren High Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenterale geneesmiddelen
aan Factsheets indicatoren High Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenterale geneesmiddelen Publicatienummer: 2010.1700 (Kijk op www.vmszorg.nl voor updates) Versiebeheer Wijzigingen 2009.1700
INTERNE INDICATOREN BEHORENDE BIJ DE RICHTLIJN ASPECIFIEKE LAGE RUGKLACHTEN
INTERNE INDICATOREN BEHORENDE BIJ DE RICHTLIJN ASPECIFIEKE LAGE RUGKLACHTEN Samenstelling subwerkgroep indicatoren richtlijn Aspecifieke lage rugklachten : - Dr. P.R. Algra, Nederlandse Vereniging voor
Endodontische herbehandeling of apexresectie: is een evidencebased keuze mogelijk?
J. de Lange Endodontische herbehandeling of apexresectie: is een evidencebased keuze mogelijk? Behandeling van een recidief na initiële endodontische behandeling kan bestaan uit een endodontische herbehandeling
Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis
Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43602 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Fenema, E.M. van Title: Treatment quality in times of ROM Issue Date: 2016-09-15
Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg
Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg vrijdag 31 oktober 2008 Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg Versie 1.0 TR. van Althuis,
Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.
Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden
Indicatoren nieuwe CBO richtlijn bloedtransfusie: een eerste evaluatie
Indicatoren nieuwe CBO richtlijn bloedtransfusie: een eerste evaluatie Mart P. Janssen 1 Pauline Zijlker 2 Jo Wiersum-Osselton 2,3 1 Transfusion Technology Assessment Group Julius Center for, UMC Utrecht
IN GESPREK OVER DE BENCHMARK KETENZORG JOHN HOENEN, REOS
IN GESPREK OVER DE BENCHMARK KETENZORG JOHN HOENEN, REOS Betere gesprekken voeren over benchmarkgegevens chronische zorg John Hoenen Reos, Leiden Workshop Kwaliteitsnetwerk InEen 12 november 2015, de Bilt
Nederlandstalige samenvatting
Nederlandstalige samenvatting 147 Samenvatting 148 Nederlandstalige samenvatting Nederlandstalige samenvatting Achtergrond en doel van het onderzoek De keizersnede was oorspronkelijk bedoeld als noodprocedure
Gebruik van vulmaterialen bij een chirurgische apicale endodontische behandeling in Nederland
M.A. Bronkhorst, S.J. Bergé, Ph.A. Van Damme, W.A. Borstlap, M.A.W. Merkx Gebruik van vulmaterialen bij een chirurgische apicale endodontische behandeling in Nederland Het te gebruiken materiaal voor de
12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur
12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur De Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR) is een deels gecorrigeerde maat voor ziekenhuissterfte bij 50 diagnosegroepen (de zogenoemde
Antibioticaprofylaxe bij implantatie van een (permanente) pacemaker
INDICATORFICHE Antibioticaprofylaxe bij implantatie van een (permanente) pacemaker % verblijven voor een implantatie van een (permanente) pacemaker waarbij antibioticaprofylaxe gebeurde volgens de antibioticarichtlijnen
Publieke indicatoren diabeteszorg: hoever gaan we? Dr. Margriet Bouma, huisarts, senior wetenschappelijk medewerker NHG
Publieke indicatoren diabeteszorg: hoever gaan we? Dr. Margriet Bouma, huisarts, senior wetenschappelijk medewerker NHG Wat is publiek? Rapportage aan IGZ, verzekeraars, NPCF/consumentenbond, VWS Op de
Workshop HKZ dag Prestatiegericht sturen, het gebruik van indicatoren. Loes Theunissen, DEKRA Certification B.V.
Workshop HKZ dag Prestatiegericht sturen, het gebruik van indicatoren Loes Theunissen, DEKRA Certification B.V. Agenda 1. Introductie DEKRA Certification 2. Inventarisatie 3. Wat is een (prestatie) indicator?
Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen.
aan Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen Publicatienummer: 2009.1901 Versiebeheer Wijzigingen 2009.1900 (okt 2009) Eerste
Kwaliteitsindicatoren
Kwaliteitsindicatoren Core business En daarnaast Hoe kan je effectief gebruik van bloedproducten verbeteren? Autorisatie door experts Monitoring van aanvragen en feed back Acties Audits Indicatoren Indicator
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een
Endodontische microchirurgie versus. traditionele peri-apicale chirurgie. endodontologie - door Marga Ree, tandarts-endodontoloog
endodontologie - door Marga Ree, tandarts-endodontoloog Endodontische microchirurgie versus traditionele peri-apicale chirurgie Met de introductie van de operatiemicroscoop zijn de mogelijkheden om een
behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie.
Samenvatting De primaire doelstelling van het onderzoek was het onderzoeken van de lange termijn effectiviteit van oefentherapie en de rol die therapietrouw hierbij speelt bij patiënten met artrose aan
Chapter 9. Samenvatting
Chapter 9 Samenvatting 130 Samenvatting 131 Samenvatting Complicaties van de onderste extremiteit, in het bijzonder voetulcera (voetwonden), veroorzaken een zeer grote ziektelast en een grote mate van
CBO richtlijn bloedtransfusie kwaliteitsindicatoren voor de ziekenhuistransfusieketen: een survey in de Nederlandse ziekenhuizen
CBO richtlijn bloedtransfusie kwaliteitsindicatoren voor de ziekenhuistransfusieketen: een survey in de Nederlandse ziekenhuizen Pauline Zijlker, Jo Wiersum TRIP Nationaal bureau voor hemo- en biovigilantie
CEL 2010 0049. Indicatorenset DM
CEL 2010 0049 Indicatorenset DM Deze indicatorenset Diabetes Melitus is vervaardigd in opdracht van ZN en wordt ingebracht bij Zichtbare Zorg als de door zorgverzekeraars gewenste indicatorenset. Zorgverzekeraars
ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN
ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN Dr. C.P. van Linschoten Drs. P. Moorer Definitieve versie 27 oktober 2014 ARGO BV Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VRAAGSTELLING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Vraagstelling...
Gebruik van PROMs individueel versus groepsniveau. Riekie de Vet
Gebruik van PROMs individueel versus groepsniveau Riekie de Vet Klinimetrie: meten in de geneeskunde Het meten van symptomen, diagnostiek, uitkomsten van behandelingen, gezondheidsstatus en bijvoorbeeld
Helpt het hulpmiddel?
Helpt het hulpmiddel? Het belang van meten Zuyd, Lectoraat Autonomie en Participatie Faculteit Gezondheidszorg Dr. Ruth Dalemans, Prof. Sandra Beurskens 08-10-13 Doelstellingen van deze presentatie Inzicht
Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm.
Samenvatting Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm Samenvatting 173 Vanaf halverwege de jaren '90 is palliatieve zorg door de Nederlandse
1. Wat is de naam van het meetinstrument? (incl. versienummer of jaartal van ontwerp) 20151105 Indicatorgids Cataract verslagjaar 2015 ZIN besluit
Aanbiedingsformulier Op grond van dit aanbiedingsformulier toetst Zorginstituut Nederland of het kwaliteitsproduct voldoet aan de criteria uit het Toetsingskader. Dit document speelt een essentiële rol
Tweede evaluatie VMS Veiligheidsprogramma
Tweede evaluatie VMS Veiligheidsprogramma Medicatieverificatie High Risk Medicatie EPD Indicator scan Dr. Joanna E. Klopotowska, postdoc onderzoeker Safety 4 patients VUmc/EMGO+ Drs. Bernadette Schutijser,
Indicatoren Zichtbare Mondzorg Tandprothetici. Inleiding. Terugkoppeling praktijkgegevens zorginhoudelijke indicatoren
Indicatoren Zichtbare Mondzorg Tandprothetici Terugkoppeling praktijkgegevens zorginhoudelijke indicatoren Inleiding Zichtbare Mondzorg In de mondzorg wordt hard gewerkt aan het inzichtelijk en transparant
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur
Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22739 holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22739 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Barzouhi, Abdelilah el Title: Paradigm shift in MRI for sciatica Issue Date: 2013-12-03
P4P indicatorenset 2019
INDICATORFICHE Patiëntenervaringen P4P indicatorenset 2019 Basisfiche Domein Patiëntenervaringen/ Patiëntgerichtheid Datum April 2019 Versie 2 (2019) Status Gevalideerd door de Expertengroep Patiëntenervaringen
hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen
Dit proefschrift gaat over moeheid bij mensen die dit als belangrijkste klacht presenteren tijdens een bezoek aan de huisarts. In hoofdstuk 1 wordt het onderwerp moeheid in de huisartspraktijk kort geïntroduceerd,
Werken met kwaliteitsindicatoren
Werken met kwaliteitsindicatoren Dag van de Kwaliteitszorg Affligem, 10 Juni 2011 Wouter Van den Berghe, Studie- en Adviesbureau Tilkon Overzicht Wat zijn indicatoren? Wanneer zijn indicatoren nuttig?
De interventiebundels POWI en Lijnsepsis: toe aan verandering?
De interventiebundels POWI en Lijnsepsis: toe aan verandering? Jan Wille, coördinator infectiepreventie Titia Hopmans, senior adviseur PREZIES RIVM, Centrum voor Infectieziektebestrijding 1 Patiëntveiligheid
Factsheet Indicatoren Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016
Factsheet en Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016 Registratie gestart: 2014 Inclusie en exclusie criteria Inclusie Alle patienten met een degeneratieve lumbale wervelkolomaandoening die een
Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie
Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder
Endodontische overpeinzingen
Endodontische overpeinzingen Roeselare, 9 juni 2016 Grote Laesies Het is onmogelijk op rx te bepalen of een laesie een granuloom (ontsteking als reactie op bacteriën in het wortelkanaal enkel bij een abces
STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)
STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) Juni 2004 INLEIDING Voor u ligt een stappenplan dat gebaseerd is op de CBO-richtlijn
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 112
111 Ondervoeding is gedefinieerd als een subacute of acute voedingstoestand waarbij een combinatie van onvoldoende voedingsinname en ontstekingsactiviteit heeft geleid tot een afname van de spier- en vetmassa
Scholing 3 Het Rug netwerk Kwaliteitsfysiotherapie Noord-Holland. Programma. De resultaten op een rijtje. Kwaliteitsfysiotherapie Noord-Holland
Scholing 3 Het Rug netwerk Kwaliteitsfysiotherapie Noord-Holland Ria Nijhuis Guus Meerhoff Simone van Dulmen Philip van der Wees Marjo Maas Juliette Cruijsberg Annick Bakker-Jacobs Programma Opening (
Samenvatting. The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010
Samenvatting The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010 Als werknemers door ziekte hun werk niet meer kunnen doen betaalt de werkgever
Afspraken ketenzorgindicatoren in S3
Afspraken ketenzorgindicatoren in S3 De nieuwe bekostiging voor huisartsen- en multidisciplinaire zorg voorziet in honorering via drie segmenten (S1, S2 en S3). Segment 3 biedt de mogelijkheid voor het
Patiënt-gerapporteerde uitkomstindicatoren vanuit patiënt perspectief
Patiënt-gerapporteerde uitkomstindicatoren vanuit patiënt perspectief Mr. Heleen Post,Team manager Kwaliteit, NPCF Dr. Ildikó Vajda, Beleidsmedewerker zeldzame aandoeningen, VSOP Dr. Philip van der Wees,
Transparante kwaliteitsinformatie: de eerste drie jaar van het Zorginstituut
Transparante kwaliteitsinformatie: de eerste drie jaar van het Zorginstituut Petra Beusmans, Pauline de Heer Het Zorginstituut draagt onder andere zorg voor het beschikbaar maken van informatie over de
Implementatieplan Indicatoren ambulancezorg
Implementatieplan Indicatoren ambulancezorg definitieve versie maart 2015 1 1. Inleiding In oktober 2014 heeft het bestuur van Ambulancezorg Nederland de indicatorenset ambulancezorg vastgesteld. Hiermee
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument.
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 3. Toelichting bij de criteria voor
Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) Start registratie: 2014
Factsheet en Bariatrische Chirurgie (DATO) 2017 Start registratie: 2014 Inclusie & exclusie criteria DATO Inclusie De patiënten die geregistreerd dienen te worden zijn die patiënten die een chirurgische
Gedragsregels betreffende behandeling van patiënten met tandheelkundige implantaten
Gedragsregels betreffende behandeling van patiënten met tandheelkundige implantaten versie mei 2015 Initiatief Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI) In het op 30 juni 2014 verschenen rapport
SAMENVATTING. Samenvatting
Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn
1. Wat is de naam van het meetinstrument? (incl. versienummer of jaartal van ontwerp) Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingszorg (GGZ)
1. Wat is de naam van het meetinstrument? (incl. versienummer of jaartal van ontwerp) Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingszorg (GGZ) Naam: Monique Strijdonck Organisatie: GGZ Nederland Email: [email protected]
De zorgverzekeraar als innovator
De zorgverzekeraar als innovator maken vanuit het patiëntenperspectief Caroline van Weert Doelstelling Stichting die voor zorgverzekeraars valide informatie genereert over patiëntervaringen in de zorg
samenvatting 127 Samenvatting
127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.
Factsheet Indicatoren Bariatrische chirurgie (DATO) 2016
Factsheet en Bariatrische chirurgie (DATO) 2016 Start registratie: 2014 Inclusiecriteria Inclusie De patiënten die geregistreerd dienen te worden zijn die patiënten die een chirurgische interventie ondergaan
Feedbackformulier voor de kwaliteit van de praktijkvoering Standaard
Feedbackformulier voor de kwaliteit van de praktijkvoering Standaard Instructie Dit formulier is bestemd voor zelfevaluatie van de kwaliteit van de praktijkvoering en wordt door de visiteurs gebruikt voor
Indicatorenset Galblaasverwijdering
Indicatorenset Galblaasverwijdering Uitvraag ziekenhuizen/zbc s over verslagjaar 2018 Colofon Internet: OmniQ (portaal van DHD) voor aanlevering kwaliteitsgegevens (beschikbaar vanaf 1 februari voor leden
Cliëntenthermometer jongeren vanaf 12 jaar
Cliëntenthermometer jongeren vanaf 12 jaar Accare Totaal Versie 1.0.0 Drs. A. Weynschenk november 2014 www.triqs.nl VOORWOORD Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over de uitgevoerde CT
Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2017 Versie: 2017 Registratie gestart: 2014
Factsheet en CVA (CVAB) 2017 Versie: 2017 Registratie gestart: 2014 Versie 2017 pagina 1 van 8 enoverzicht CVAB 2017 Nr. Type Uitvraag Bron indicator over (jaar) 1. Aantal klinisch opgenomen CVA-patiënten,
Verplichte indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland
Zorginstituut Nederland Kwaliteitsinstituut Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH Diemen www.zorginstituutnederland.nl T +31 (0)20 797 89 20 [email protected] Oplegger indicatorenset
Werkinstructies voor de CQI Audiologische centra
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg in een audiologisch centrum rond te meten vanuit het perspectief van de cliënt. De vragenlijst kan
FORMULIER IV voor het beoordelen van een PATIËNT-CONTROLEONDERZOEK Versie oktober 2002, geldig t/m december 2005 Evidence-Based RichtlijnOntwikkeling Formulier IV: beoordeling patiënt-controleonderzoek
Impactmeting: een 10 stappenplan
Impactmeting: een 10 stappenplan Stap 1: De probleemanalyse De eerste stap in een impactmeting omvat het formuleren van de zogenaamde probleemanalyse welke tot stand komt door antwoord te geven op de volgende
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van
Werkinstructies voor de CQI Audiciens
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg bij audiciens te meten vanuit het perspectief van de cliënt. De vragenlijst kan worden gebruikt
