Integrale kostprijsberekening van facilitaire diensten via ABC
|
|
|
- Elke van der Meer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 pag.: 1 van 7 Integrale kostprijsberekening van facilitaire diensten via ABC Bron: Facto Magazine, nr. 3, 2001 Auteur(s): A.A. van Hunnik & M. Dontis-Rietveld In ondernemend Nederland is sprake van een toenemende tendens tot het reduceren van de kosten van facilitaire dienstverlening. Binnen de institutionele sector, waar zorgverzekeraars en overheden zich inspannen om de stijgende vraag naar gezondheidszorg het hoofd te kunnen bieden, geldt dit in het bijzonder. Dit artikel is een introductie in de systematiek van integrale kostprijsberekening volgens Activity Based Costing (ABC). Na de beknopte theoretische uiteenzetting van deze systematiek wordt ingegaan op de praktische toepassing van de methode binnen de voedingsdienst van een middelgroot ziekenhuis. De discussie rondom in- dan wel uitbesteden van diverse vormen van facilitaire dienstverlening, is nog altijd actueel. De in ons vakgebied populaire toepassing van kengetallen dient daarbij met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd, aangezien kengetallen slechts in zeer beperkte mate los kunnen worden gezien van de specifieke eigenschappen van de organisatie(s) waaruit zij voortkomen. Om als facilitair manager een strategisch sterke positie in bovenstaande ontwikkelingen te kunnen blijven innemen, is het dan ook noodzakelijk inzicht te hebben in de werkelijke kosten en opbrengsten van het producten- en dienstenpakket dat wordt geleverd. Los van bezuinigingen vanuit het primaire proces, geldt dat een professionele facilitaire organisatie het aan zichzelf verplicht is haar verkoopprijzen en winstmarge op realistische basis vast te stellen, wil zij van een kostencentrum naar een winstcentrum kunnen groeien. Een realistische kostprijs voldoet aan een viertal basisvoorwaarden: het bevat alle kosten die door de organisatie worden gemaakt; het verwijst naar een bestaand, concreet en herkenbaar aspect van de organisatie; het houdt voldoende rekening met de complexiteit van de organisatie; het is gemakkelijk bij te stellen wanneer zaken binnen de organisatie veranderen. Calculatie De verschillende methoden van kostprijscalculatie onderscheiden zich door de verrekening van de zogenaamde indirecte kosten die door een organisatie worden gemaakt. Indirecte kosten zijn kosten waarvan de relatie met producten, diensten en processen niet rechtstreeks kan worden gelegd of kosten waarbij het niet economisch zinvol wordt geacht dit te doen. Voorbeelden zijn kosten van: automatisering; energie; salaris- en personeelsadministratie; afschrijvingen; rente over investeringen; ondernemersrisico; inflatie.
2 pag.: 2 van 7 De directe kosten van een product of dienst worden door alle methoden als een bekend en vaststaand gegeven benaderd, omdat er een rechtstreeks, oorzakelijk verband bestaat tussen product of dienst en deze kosten. De hoogte van dit bedrag varieert dan ook niet op basis van de gekozen manier van kostprijscalculatie. De meeste directe kosten (grondstoffen, arbeidskosten) zijn variabele kosten, dat wil zeggen dat zij over een bepaalde tijdsperiode aan schommelingen onderhevig zijn, afhankelijk van de bedrijfsdrukte. Veel indirecte kosten zijn daarentegen te beschouwen als vaste kosten. Traditionele methoden van kostprijsberekening beschouwen het product van een organisatie als de belangrijkste eenheid waarnaar de indirecte kosten van een product moeten worden toegerekend. De theorie van productgeoriënteerde kostprijsberekening stelt dat de indirecte kosten toenemen met de hoeveelheid inspanning die nodig is om een product te fabriceren. Een variant van deze methode is de volumegeoriënteerde kostprijsberekening, die de uiteindelijke hoeveelheid gefabriceerde producten als de belangrijkste indicatie voor de indirecte kosten beschouwt. De bekendste productgeoriënteerde calculatiemethode is het hanteren van opslagpercentages voor de indirecte kosten. Dit wil zeggen dat er een percentage van de directe kosten wordt genomen dat bij de directe kosten wordt opgeteld om de kostprijs te berekenen. Tabel 1 bevat een voorbeeld van kostprijscalculatie, gericht op het eindproduct, op basis van de opslagmethode. Fase Gericht op Analyse van 1 Activiteiten Alle processen in de organisatie 2 Kosten en kostenveroorzakers Alle kosten en hun relatie tot de processen 3 Kostprijzen Alle activiteiten en hun kosten per calculatie-eenheid Tabel 1 Een andere traditionele calculatiemethode betreft het toerekenen van kosten naar afdelingen of diensten binnen de organisatie. Hierbij worden de indirecte kosten gegroepeerd op basis van de plaats die deze kosten innemen in het productieproces, dat wil leggen door welke bedrijfsfuncties of verantwoordelijke afdelingen zij worden veroorzaakt. Deze methode staat bekend als de kostenplaatsmethode (ook: productiecentramethode). Aan de hand van verdeelsleutels worden de indirecte kosten in de kostprijs doorberekend. Deze verdeelsleutels zijn gebaseerd op de mate waarin de prestaties van een afdeling of dienst worden ingezet bij de totstandkoming van een product. Zowel de productgeoriënteerde methode als de kostenplaatsmethode voldoen aan de voorwaarde dat kostprijzen verwijzen naar concreet aanwijsbare zaken in de organisatie. Ook kunnen zij in redelijke mate integrale kostprijzen opleveren, dat wil zeggen dat alle werkelijke kosten daarbij in beeld kunnen worden gebracht. Of aan de complexiteit van de organisatie door deze modellen voldoende recht wordt gedaan, is echter nog maar de vraag. Volgens dergelijke methoden krijgt een kortdurend productieproces immers automatisch een lagere kostprijs toegerekend dan een langdurend productieproces. Op soortgelijke wijze zal, van twee processen die evenveel tijd beslaan, het proces met het kleinste volume aan eindproducten automatisch de laagste kostprijs krijgen.
3 pag.: 3 van 7 Met andere woorden: de conventionele manieren van kostprijsberekening zorgen in het geval van een kleine hoeveelheid zeer diverse producten voor een onderschatting van de werkelijke kosten, terwijl de kosten voor grote hoeveelheden vergelijkbare producten juist worden overschat. Om deze redenen verdient het de voorkeur om niet de calculatie-eenheden (producten, diensten of bedrijfsfuncties) te beschouwen als de kostenveroorzakende factoren, maar de handelingen die nodig zijn om de calculatie-eenheden te produceren. De bekendste methode die activiteiten als kostenveroorzakers benoemt, is Activity Based Costing (ABC). In deze methode wordt niet zozeer uitgegaan van enkelvoudige handelingen, maar worden totale processen, dat wil zeggen ketens van activiteiten bezien. Het belangrijkste onderscheid ten opzichte van de conventionele methoden is dat ABC uitgaat van meerdere kostenveroorzakende factoren. Hieronder wordt het ABC-model nader toegelicht. Fase 1: De activiteitenanalyse In de eerste fase worden alle activiteiten in kaart gebracht die in de organisatie plaatsvinden. Tevens wordt bezien welke inspanningen elke afzonderlijke activiteit vergt. Hierbij is kennis van de fysieke structuur van het productieproces onontbeerlijk, evenals informatie uit organisatieschema s en werkinstructies. Fase 2: Het benoemen van kosten en kostenveroorzakers Vervolgens worden alle kosten in de organisatie vastgesteld, waarbij het verband tussen deze kosten en de eerder benoemde activiteiten door middel van wegingsfactoren wordt uitgedrukt. Voor alle kostenposten wordt afzonderlijk bepaald welk deel ervan aan welke activiteit kan worden toegerekend. De aldus ontstane wegingsfactor per kostenpost wordt ook wel kostenveroorzaker (cost driver) genoemd. Het aantal kostenveroorzakers dat wordt gehanteerd is afhankelijk van de precisie waarmee de kosten dienen te worden vastgesteld, en van de complexiteit van de producten/volumes van de organisatie. Welke kostenveroorzakers worden gekozen is onder meer gekoppeld aan de samenhang tussen het werkelijke verbruik en het verbruik dat volgens de kostenveroorzaker wordt ingeschat. Ook de kosten die moeten worden gemaakt om gegevens over een kostenveroorzaker boven water te krijgen, zijn een belangrijk selectiecriterium. Fase 3: Het berekenen van kostprijzen Ten slotte worden de kostprijzen berekend. Hiertoe worden de verschillende kostenveroorzakers per calculatie-eenheid bepaald en worden de kosten van elk van de activiteiten aan de verschillende calculatie-eenheden (bijvoorbeeld productgroepen) toegerekend. Zodoende ontstaat een verdeling van de kosten per calculatie-eenheid per product. De indirecte kosten die niet aan de hand van kostenveroorzakers kunnen worden verdeeld, worden willekeurig over de producten verdeeld. Behalve een meer nauwkeurige en betrouwbare schatter van kostprijzen, levert de ABCmethode een aantal bijkomende voordelen op ten opzichte van conventionele methoden. De informatie uit fase 1, de activiteitenanalyse, kan eenvoudig worden benut in het vaststellen van de mate van winstgevendheid van processen en in prestatiebeoordelingen. Daarnaast kan het verkregen inzicht in de activiteiten van de organisatie een meer efficiënte bedrijfsvoering tot gevolg hebben.
4 pag.: 4 van 7 Een nadeel van de methode is de tijdsinvestering die het ontwikkelen en toepassen van een ABC-systeem van een organisatie vraagt. Voor wat betreft de ontwikkelingsfase kan echter worden gesteld dat de meeste gegevens reeds in de organisatie aanwezig zijn of op eenvoudige wijze kunnen worden verkregen. Tevens is meestal een cultuuromslag binnen de organisatie nodig: medewerkers dienen meer kostenbewust te worden gemaakt, er dient openheid en eenduidigheid in het verstrekken van basisgegevens te zijn én er dient een breed draagvlak voor de methode te worden gecreëerd. De invoering van ABC zal tenslotte alleen effectief zijn wanneer de indirecte kosten in een organisatie relatief hoog zijn en wanneer een grote diversiteit aan producten wordt voortgebracht. Voedingsdienst Het Diakonessenhuis Utrecht is een algemeen ziekenhuis met circa 350 bedden. De voedingsdienst van dit ziekenhuis bestaat uit een centrale keuken, een transportafwasdienst, restauratieve voorzieningen, voedingsassistenten en een stafbureau. De dienst draagt zorg voor de dagelijkse voedselvoorziening van patiënten, medewerkers en externe afnemers, in totaal circa 1500 maaltijden per dag. Institutionele voedingsdiensten hebben te maken met een grotere concurrentie van zowel cateringbedrijven als (samenwerkende) collega-instellingen. Tevens is er sprake van een toenemende complexiteit in de voedingsverzorging door een grotere productdiversiteit, veranderde distributiewijzen en verscherpte hygiëne- en kwaliteitseisen. Ook het Diakonessenhuis is aan deze bewegingen onderhevig. Het berekenen van de integrale maaltijdkostprijzen werd met name ingegeven door de wens om de levering aan externe afnemers uit te breiden, maar zou eveneens de kosten en opbrengsten van het personeelsrestaurant beter in kaart kunnen brengen. De keuze voor de ABC-methode werd mede gemaakt op basis van de ervaren ontoereikendheid van het traditionele werken met de voedingsdagprijs. Een voedingsdagprijs komt tot stand door de totale grondstofkosten te delen door het aantal daadwerkelijk gebruikte voedingsdagen. In de voedingsdagprijs worden derhalve alleen de ingrediëntkosten meegenomen; gezien het feit dat personeelskosten zeker zoveel bijdragen aan de directe kosten is dit een sterke vereenvoudiging van de werkelijke situatie. Ook de vele indirecte kosten van de voedingsverzorging, voortkomend uit een groeiende productdiversiteit, een toenemende mate van automatisering c.q. machinale productie en een steeds complexere administratie, worden niet of op onjuiste wijze in de voedingsdagprijs meegenomen. Derhalve is de voedingsdienst van het Diakonessenhuis sinds 1995 overgegaan op het calculeren van integrale kostprijzen. Allereerst is de calculatie-eenheid vastgesteld waarnaar de kostprijzen worden toegerekend. In het Diakonessenhuis is gekozen om hiervoor de verschillende eindproducten per klantengroep te nemen (zie tabel 2). De calculatie-eenheid, bijvoorbeeld de koude restaurantlunch, omvat alle activiteiten rondom deze maaltijd, van bestellen tot en met schoonmaken.
5 pag.: 5 van 7 Klantengroep Klinische patiënten Klinische patiënten Klinische patiënten Medewerkers Medewerkers Medewerkers Externe afnemers Externe afnemers Productgroep Ontbijt Lunch Diner Koude restaurantlunch Warme restaurantlunch Vergaderlunch Koelverse warme maaltijd Vacuüm verpakte warme maaltijd Tabel 2 Fase 1: Macro-activiteiten en tijdanalyses Door middel van observatie en interviews op de werkvloer is een beeld verkregen van het scala aan activiteiten dat plaatsvindt en aan welk type maaltijd deze ten grondslag liggen. In de interviews met leidinggevenden en uitvoerenden is onder meer gezocht naar: wie welke activiteiten verricht; welk tijdsbeslag deze activiteiten vergen; welk doel de activiteiten hebben; uit welke taken de activiteiten bestaan; wanneer de activiteiten plaatsvinden. Vanuit de voorwaarde dat een kostprijs gemakkelijk is bij te stellen wanneer er sprake is van organisatorische veranderingen, zijn de activiteiten vervolgens zoveel mogelijk gebundeld. De activiteiten zijn ondergebracht in categorieën (macro-activiteiten) die representatief zijn voor zowel goedkope als relatief kostbare handelingen. De macroactiviteit bereiden van groente dekt bijvoorbeeld zowel het stoven van andijvie als het koken van winterwortel. De verschillende ingrediëntkosten zullen elkaar namelijk per saldo compenseren door de grote mate van afwisseling in het assortiment (menucyclus). Het opnemen van een nieuwe groentesoort in de menucyclus, is door deze categorisering dus slechts in beperkte mate van invloed op de kosten van het proces bereiden van groente. Per macro-activiteit is vervolgens de relatieve bijdrage aan de verschillende maaltijden vastgesteld. Er is bijvoorbeeld in kaart gebracht wat het gewicht van bereiden van groente is binnen het totaal aan activiteiten dat resulteert in het diner voor de klinische patiënten. Door middel van tijdanalyse is deze bijdrage objectief bepaald. Op tijdbalken is door de uitvoerende medewerkers en hun leidinggevenden ingevuld hoeveel tijd men gemiddeld aan elke activiteit besteedt. Fase 2: Kostenveroorzakers en kostendragers Na het vaststellen van de (macro)activiteiten heeft de voedingsdienst gezocht naar de belangrijkste kostenveroorzakers en kostendragers. Voor het Diakonessenhuis blijkt de arbeidstijd die aan de maaltijdproductie wordt besteed verreweg de grootste bepalende factor in de totale kosten te zijn. De tweede kostenveroorzaker is het aanzienlijke aantal calculatie-eenheden (maaltijden) dat wordt geproduceerd. Er is met andere woorden in de opbouw van de integrale kostprijs een duidelijk verband te zien met de grootte van de voornaamste directe kosten: de personeelskosten en de ingrediëntkosten.
6 pag.: 6 van 7 In tabel 3 is een overzicht opgenomen van de voornaamste kostensoorten in het Diakonnessenhuis. Om al deze kostensoorten aan de maaltijden toe te kunnen rekenen, is een onderscheid gemaakt in: directe kosten; indirecte kosten, toegerekend volgens vaste verdeelsleutels (= kostenveroorzakers); indirecte kosten, arbitrair toegerekend. Tabel 3. Kostensoorten in het Diakonessenhuis Kostensoort Specificatie Type kosten Bij indirecte kosten: kostenveroorzaker? Directe arbeid Loonkosten productiemedewerkers Direct Ingrediënten Grondstoffen per component Direct Indirecte arbeid Loonkosten overhead Indirect Ja Afschrijving Apparatuur, over 10 jaar Indirect Nee, arbitrair Onderhoud Apparatuur, over 10 jaar Indirect Ja Huisvesting Afschrijving + interest / m 2 productieruimte Energie Gas, elektriciteit, stadsverwarming, stroom, water Indirect Direct + indirect Uitval Derving (verlies, diefstal) Indirect Ja Afvalverwijdering Idem Indirect Ja Overig Reiskosten, studiekosten, kleding, kantoormiddelen, meubilair, etc. Direct + indirect Ja (kantoorruimten: arbitrair) Nee, arbitrair Deels arbitrair Voor de kostenveroorzaker arbeidstijd is het gewogen gemiddelde genomen, berekend op basis van de tijdanalyses uit fase 1. Deze gemiddelde tijd is vervolgens vermenigvuldigd met het voor de afdeling toepasselijk uurtarief, dat is gebaseerd op de werkelijk ingezette arbeidskracht per jaar (excl. Ziekte- en overig verlof) en de gemiddelde loonkosten van de afdeling (incl. vakantietoeslag, premies, onregelmatigheidstoeslag). De effectieve arbeidskracht is bepaald door het aantal uren per fulltime-equivalent (fte) per jaar te delen door het aantal werkdagen per jaar, vermenigvuldigd met de personeelsformatie voor dat jaar. In formulevorm: kosten directe arbeid loonkosten x arbeidstijd = ( aantal uren : aantal werkdagen ) x aantal fte Daaruit bleek dat een aantal indirecte kostensoorten volgens vaststaande verdeelsleutels naar de maaltijden was toe te rekenen. Hierdoor werd het aantal kostenveroorzakers uitgebreid tot de volgende verzameling: arbeidstijd; aantal maaltijden; indirecte arbeid; onderhoud; huisvesting; uitvalkosten; afvalverwijdering.
7 pag.: 7 van 7 Naarmate de belangrijkste kostenveroorzaker arbeidstijd toeneemt, zullen derhalve ook de directe arbeidskosten toenemen. Op vergelijkbare wijze is de kostenveroorzaker aantal maaltijden gerelateerd aan de directe grondstofkosten. Na het benoemen van de belangrijkste kostenveroorzakers, arbeidstijd en aantal maaltijden, heeft de voedingsdienst zich gebogen over de toerekening van de indirecte kosten aan de calculatie-eenheden (maaltijden). De overige indirecte kosten konden niet nauwkeurig genoeg in beeld worden gebracht en zijn door het ontbreken van gedetailleerde informatie arbitrair aan de maaltijden toegerekend, door deze kosten te totaliseren en gelijkmatig te verdelen over het aantal maaltijden. Fase 3: Bepaling van de kostprijs Op basis van de gegevens uit fase 1 en 2 zijn ten slotte kostprijzen per maaltijd berekend. Deze kostprijzen zijn bepaald door de totale kosten per productgroep (zie tabel 2) te delen door het aantal maaltijden per productgroep. In de aldus ontstane kostprijzen van de verschillende maaltijden zijn alle kosten die binnen de voedingsdienst optreden opgenomen. Kosten van ondersteunende afdelingen buiten de voedingsdienst, zoals de economisch-administratieve dienst en de automatiseringsafdeling, zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De verkregen kostprijsinformatie heeft voor de voedingsdienst van het Diakonessenhuis geleid tot een realistisch vertrekpunt voor het aangaan van rendabele prijsafspraken met leveranciers en afnemers, welke reeds langere tijd succesvol zijn gebleken. Conclusies Het zuiver vaststellen van integrale kostprijzen blijft altijd een probleem, omdat niet alle kosten op detailniveau bekend zijn. Met name binnen het facilitaire werkveld met haar sterk servicegerichte aard, is het belangrijk om gegevens te verzamelen bij de bron van de kosten en deze niet alleen achteraf in te schatten. Binnen de zorginstellingen wordt bovendien een aanzienlijk knelpunt gevormd door de afhankelijkheid van toeleveranciers uit de instelling zelf, bijvoorbeeld transport- en magazijndiensten. Veelal zijn deze diensten nog onvoldoende in staat inzicht te bieden in de kosten van personeel en middelen die ten behoeve van andere afdelingen zoals de voedingsdienst worden gemaakt. De met behulp van de ABC-methode verkregen integrale kostprijs, is daarnaast vooral binnen de instelling zelf hanteerbaar en minder geschikt voor benchmarking. Waar alle kengetallen per definitie afhankelijk zijn van contextgebonden interpretatie door vakdeskundigen, geldt dit zeker binnen de instellingswereld, waar vele cijfers in het licht van de budgetteringssystematiek vertekend worden aangeleverd. Bovendien maken de uiteenlopende serviceniveaus, primaire processen, afnemersprofielen, regionale en cultuurverschillen de kwantitatieve informatie moeilijk vergelijkbaar met die van andere instellingen. Desondanks heeft de berekening van integrale kostprijzen een groot aantal praktische en strategische voordelen voor een instelling. Wanneer voldoende tijd en mankracht wordt gereserveerd voor de analyse van processen en activiteiten, is de spin-off van de systematiek dermate groot dat op zeer korte termijn besparende maatregelen binnen de eigen dienst kunnen worden ingezet. Met name binnen de dynamische voedingsmarkt, maar ook op het gebied van schoonmaak en repro, is activity based casting een verantwoorde investering in de toekomst van de dienst.
Cursus Bedrijfseconomie 2
Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Programma Kostenverbijzondering (Hfdst. 8) Verdeling indirecte kosten Vijf methoden (ABC volgende week) Opgaven deel 8.2 t/m 8.10 2 1 Kostenverbijzondering de primitieve
Bedrijfseconomische basisbeginselen. College 3, spm 1212
Bedrijfseconomische basisbeginselen College 3, spm 1212 Overzicht Kostenbegrippen Kostprijscalculatie en verbijzondering Kosten en industriële organisatie Waarom aandacht voor kosten? Belangrijk criterium
7 Kostenverbijzondering (I)
7 Kostenverbijzondering (I) V7.8 Speelgoedfabrikant Autoys BV heeft onlangs de Jolls Joyce ontwikkeld: een plastic speelgoedauto voor peuters in de leeftijdscategorie van twee tot vijf jaar. De productie
OPGAVEN HOOFDSTUK 4 UITWERKINGEN
OPGAVEN HOOFDSTUK 4 UITWERKINGEN Opgave 1 a. Wat wordt verstaan onder het verbijzonderen van de indirecte kosten? Het verbijzonderen van de indirecte kosten houdt in dat de indirecte kosten aan de producten
OPGAVEN HOOFDSTUK 4 UITWERKINGEN
OPGAVEN HOOFDSTUK 4 UITWERKINGEN Opgave 1 a. Wat wordt verstaan onder het verbijzonderen van de indirecte kosten? Het verbijzonderen van de indirecte kosten houdt in dat de indirecte kosten aan de producten
Bij de verschillende gemeentelijke diensten is informatie opgevraagd over of en hoe een integrale kostprijs berekend wordt.
Samenvatting onderzoek uniformering bedrijfseconomische uitgangspunten Doel onderzoek Het doel van het doelmatigheidsonderzoek was te komen tot voorstellen om de wijzen van berekening van de integrale
Notitie K o s t e n v e r d e l i n g B & W
Notitie K o s t e n v e r d e l i n g B & W 3-9 - 2 0 1 3 Inleiding In het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat de huidige verdeling van de kosten niet meer voldoet. De huidige verdeling is niet meer
7 Directe en indirecte kosten
7 Directe en indirecte kosten hoofdstuk 7.1 C 7.2 B 7.3 C 7.4 A 7.5 B 7.6 D 800 / 7.0 = 0,101 7.7 B 1.350 13,5 40 = 810 Opslag: 60 / 40 = 1,5 (150%) 7.8 A 2 35 + 10 15 + 0,50 2 35 = 255 7.9 B 12 + 10 +
Indirecte productiekosten: meewegen van machine-uurtarieven
Indirecte productiekosten: meewegen van machine-uurtarieven Samenvatting Bij machine-uurtarieven wordt per product de machinebelasting of het machinegebruik bepaald. Daarnaast wordt een tarief per eenheid
Een juiste interpretatie van een calculatie hangt af van de onderliggende gegevens. 1 Gebruikt u in de calculatie de bruto of de netto grondstofprijs?
Artikel 5 Opslagmethodiek; de techniek verder uitgewerkt. In het vorige artikel hebben we een start gemaakt met een technische uitleg van de techniek van de opslagcalculatie. Als het goed is hebt u voor
De kostenplaatsenmethode en Activity Based Costing
8 hoofdstuk De kostenplaatsenmethode en Activity Based Costing 8.1 A 8.2 C 8.3 D 8.4 C 8.5 B 8.6 D 8.7 C 8.8 B 8.9 D 8.10 A (220.000 / 4.000) 1.400 = 77.000 8.11 C (4.500 + 25 + 110 + 145 + 710) 1.000
activiteiten verdeling van de overheadkosten? verdeling van de overheadkosten Activity Based Costing Hendrik Claessens Kostprijsberekening 1
Activity Based Costing verdeling van de overheadkosten? verdeling van de overheadkosten opslagmethode kostenverdeelstaat kostenplaatsen job order costing MU DAU M 2 verdeling van de overheadkosten activiteiten
Projectplannr: A.2.06. Kostprijs- en tarievenmodel Nederlandse Emissieautoriteit
Projectplannr: A.2.06 Kostprijs- en tarievenmodel Nederlandse Emissieautoriteit 21 januari 2005 I N H O U D Hoofdstuk Pagina 1. Inleiding 2 2. Uitgangspunten bij de opzet van het kostprijs- en tarievenmodel
Memo advies uitgangspunten kostprijs berekeningen. Voor de WMO & Jeugdzorg Regio Midden Holland
Memo advies uitgangspunten kostprijs berekeningen Voor de WMO & Jeugdzorg Regio Midden Holland Memo advies uitgangspunten opslagen. d.d. 28 augustus 2017 Disclaimer Definitieve beschrijvingen, randvoorwaarden
Overhead en Ontwikkelingen personele kosten Informatieavond Gemeenteraad 27 september 2011
Overhead en Ontwikkelingen personele kosten Informatieavond Gemeenteraad 27 september 2011 Overhead Opbouw kosten van overhead Benchmark Berenschot Verdeling van overhead Hoe om te gaan met overhead uitbesteding
UITWERKINGEN OPGAVEN OEFENEXAMEN 1 ASSOCIATIE MBA-KC
UITWERKINGEN OPGAVEN OEFENEXAMEN 1 ASSOCIATIE MBA-KC Opgave 1 Antwoord A Economische voorraad is: Voorinkopen + aanwezige voorraad voorverkopen Antwoord A = Economische voorraad plus voorverkopen voorinkopen
Terugkoppelsjabloon kostprijsmodel RZ15A
Terugkoppelsjabloon kostprijsmodel RZ15A Versie 1.2 15 oktober 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Controles... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Aanlevering documenten... 5 3 Fases conform het kostprijsmodel...
Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.
www.jooplengkeek.nl Heterogene productie (meerdere producten) Primitieve opslagmethode We splitsen de kosten in: Directe kosten Indirecte kosten belangrijk De directe kosten hebben een rechtstreeks verband
Management accounting en controle
3de bach TEW Management accounting en controle Jorissen Q uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be 175 3.00 EUR Boek: Cost Accounting 1 Hoofdstuk 2 Kostenbegrippen en kostprijscomponenten
PROVINCIAAL BLAD. Beleidsregel uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen provincie Drenthe
PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Drenthe. Nr. 6977 27 december 2016 Beleidsregel uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen provincie Drenthe Besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe
Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 20 vragen.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING VRIJDAG 24 JUNI 2016 09.00 11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen
Impressie Benchmark Medische Technologie 2013
Impressie Benchmark Medische Technologie 2013 Impressie Benchmark Medische Technologie 2013 Inzicht in prestaties door benchmarking van kosten en kwaliteit van medische technologie met andere ziekenhuizen.
Voorbeeldexamen Management Controle
Voorbeeldexamen Management Controle VRAAG 1 Verklaar volgende termen (maximaal 3 regels per term) - Doelcongruentie - Productclassificatie - MBO - Profit sharing - Indirecte CF statement VRAAG 2 Leg uit
Personeelsmanagement nader becijferd. Begrippenlijst. Karin Potting
Personeelsmanagement nader becijferd Begrippenlijst Karin Potting bussum 2011 Deze begrippenlijst hoort bij de derde, herziene druk van Personeelsmanagement nader becijferd van Karin Potting 2002 Uitgeverij
Handreiking kostprijsberekening versie 4.0. 1. Inleiding...3. 2. Doel...4. 3. Productdefiniëring...5. 4. Systematiek kostprijsberekening...
Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Doel...4 3. Productdefiniëring...5 4. Systematiek kostprijsberekening...6 5. Voorbeelden kostprijsberekening...7 BIJLAGE Bijlage 1. Prismant rekeningschema rubriek 4...
OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE
OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE 6 VWO Opgave 1. De onderneming Haakma BV heeft voor 2005 de volgende voorcalculatie met betrekking tot de toegestane kosten opgesteld. De constante fabricagekosten bestaan
De begrippen calculeren, begroten en ramen en de toepassingsgebieden
De begrippen calculeren, begroten en G1020 1 De begrippen calculeren, begroten en ramen en de toepassingsgebieden 1. Inleiding G1020 3 2. Calculeren G1020 3 3. Begroten G1020 3 4. Ramen G1020 4 5. Toepassingsgebieden
MFC Heerewaarden Investering en exploitatiekosten Datum: 27 mei 2014 Opdrachtgever: Gemeente Maasdriel Auteur: Wendie Hardeman en Edwin van de Voort
MFC Heerewaarden Investering en exploitatiekosten Datum: Opdrachtgever: Auteur: 27 mei 2014 Gemeente Maasdriel Wendie Hardeman en Edwin van de Voort Inleiding In de periode februari mei 2014 is door en
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7
HOOFDSTUK 7 Opgave 1 a. Wat maakt de berekening van de kostprijs bij stukproductie lastig? De kostprijs bij stukproductie is lastig te maken omdat er sprake is van indirecte kosten. b. Wat is het kenmerk
Kostprijssystemen B1040 1. C. Siau
Kostprijssystemen B1040 1 Kostprijssystemen C. Siau 1. Proces versus job-ordersystemen B1040 3 2. Rapportering in de procesindustrie B1040 4 2.1. Boekhoudkundige aspecten B1040 5 2.2. Bepaling van de kosten
Werkorganisatie DEAL-gemeenten
IKB INTEGRALE KOSTPRIJSBEREKENING Werkorganisatie DEAL-gemeenten Mei 2015 1 P a g i n a Aanleiding De aanleiding voor deze notitie is het besluit van het bestuur op 22 april 2015 om de Integrale Kostprijsberekening
van budget naar prestatie
Management accounting & control Transparantie in bekostiging: proces van budget naar prestatie De maatschappij vraagt steeds meer transparantie van organisaties, zeker in de non-profit sector en de gezondheidszorg.
Kostprijsberekening bij Micronic B.V. Traceable Sampling Solutions
Kostprijsberekening bij Micronic B.V. Traceable Sampling Solutions Dit Bachelorverslag is als geheel vertrouwelijk aangemerkt door Dr. Ir. S.B.H. Morssinkhof als afstudeerbegeleider namens de Universiteit
De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd.
De onderneming JetFun bvba produceert één type jetski, de JetStar. De JetStar bestaat uit een motor die de jetski aandrijft. De motor is een Kawasaki 23 pk die wordt aangekocht. De JetStar bestaat uit
5 Het wtco model uitgelegd
5 Het wtco model uitgelegd Dennis Prins en Ies van Rij Sinds 2002 wordt in de woningcorporatiesector een ICT benchmark toegepast. Deze benchmark maakt gebruik van het woningcorporatie Total Cost of Ownership
Provincie Zuid-Holland Beleidsnota kostprijsberekening en rentetoerekening 2017
Provincie Zuid-Holland Beleidsnota kostprijsberekening en rentetoerekening 2017 1 1. Inleiding en achtergrond De Financiële verordening van de provincie Zuid-Holland schrijft voor dat Provinciale Staten
OVERHEAD TE BELANGRIJK OM OVER HET HOOFD TE ZIEN
OVERHEAD TE BELANGRIJK OM OVER HET HOOFD TE ZIEN VERNIEUWING BBV -AANLEDING Na 10 jaar BBV: begroting en jaarstukken nog teveel voor financieel specialisten Wens versterking rol gemeenteraad kaderstelling
Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten.
Bijlage 1 Onderzoeksprotocol aanlevering kostprijzen GRZ op basis van kostprijsmodel 1. Uitgangspunten 1.1 Doelstelling Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 8 MAART 2016 12.00 14.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
Cost Accounting. Fasttrack Microsoft Dynamics NAV 2013
Fasttrack Microsoft Dynamics NAV 2013 Cost Accounting Gé Baltessen Freelance Dynamics NAV / CRM Consultant [email protected] 06-18654300 www.navige.nl Doelstelling Cost Accounting. Kostensoorten/kostenplaatsen/kostenobjecten.
Voor bedrijven t/m 15 medewerkers Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor bedrijven t/m 15 werknemers PKM Adviseurs voor de metaal & technische sector Einsteinbaan 1 3439 NJ Nieuwegein 030 60523336 TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor
Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
TARIEF CALCULATOR en BEWAKER (TCB) Voor bedrijven t/m 15 werknemers PKM Adviseurs voor de metaal & technische sector Einsteinbaan 1 3439 NJ Nieuwegein 030 60523336 Meer greep op uw financiële bedrijfsvoering
Handleiding Overheidstarieven 2016
Handleiding Overheidstarieven 2016 Colofon Titel Handleiding Overheidstarieven 2016 Auteurs Luuk Leussink René Kragten September 2015 Inlichtingen Directie Begrotingszaken Luuk Leussink 070-3427415 [email protected]
Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam. Augustus 2015
Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam Augustus 2015 Inleiding De Nederlandse samenleving kent nog steeds een aanzienlijk aantal laaggeletterde mensen. Taaltrajecten blijken nodig te
Blauwdruk rekenmodel JGZ Eindrapport gezamenlijke werkgroep Z-org en GGD Nederland. 21 december 2005
Blauwdruk rekenmodel JGZ Eindrapport gezamenlijke werkgroep Z-org en GGD Nederland 21 december 2005 1 Inleiding Van oudsher werd de 0 tot 4-jarigen jeugdgezondheidszorg uitgevoerd door de thuiszorg en
Benodigde formatie Stichting Geynwijs Een toelichting op de berekening
Benodigde formatie Stichting Geynwijs Een toelichting op de berekening 26 september 2017 Angela Liebregts MSc. Benodigde formatie Stichting Geynwijs Een toelichting op de berekening Inhoud Pagina 1. Toelichting
Samenvatting M&O De Industrie
Samenvatting M&O De Industrie Samenvatting door Y. 1310 woorden 5 juli 2017 8,9 4 keer beoordeeld Vak M&O De industrie Hoofdstuk 1 Kosten= de geldwaarde van alle noodzakelijk opgeofferde productiemiddelen
Omschrijf wat er verstaan wordt onder proportioneel variabele kosten.
1 M1 Oefententamen 2 OPGV 1 Halstra V is een onderneming die onderdelen produceert voor de auto industrie. Halstra heeft zich sterk gespecialiseerd op een bepaald type onderdeel en daarom kan worden gesteld
1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat
1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat 1.1 Inleiding In het Basisboek Bedrijfseconomie heb je al veel geleerd over hoe de prijs van een product tot stand komt. De eerste hoofdstukken in dat boek
Inhoud. Deel I Algemene afbakening van het werkterrein. 4 Inhoud. 1 Wat omvat boekhouden? 15
Inhoud Deel I Algemene afbakening van het werkterrein 1 Wat omvat boekhouden? 15 2 Deelgebieden van de boekhouding 16 2.1 Algemene boekhouding 17 2.2 Analytische boekhouding 18 2.3 Beleidsboekhouding 18
Gebruikershandleiding Financieel Model Financieel rekenmodel. juni 2006, versie 2
Gebruikershandleiding Financieel Model Financieel rekenmodel juni 2006, versie 2 Colofon Auteur(s) Drs J.M. van Os Deloitte Consultancy B.V. www.deloitte.nl Vormgeving Besides Purple Druk Quantes 06-565A
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER 2015 09.00 11.00 UUR Indien een kandidaat tot eenzelfde antwoord komt als opgenomen in dit correctiemodel maar waarbij
HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN?
HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN? Inleiding Op 1 mei 2015 gaat het Besluit Experimenten Decentrale Duurzame Elektriciteitsopwekking in. Coöperaties en verenigingen van eigenaren kunnen dan
Kostenterugwinning van Waterdiensten Aanvullende analyse Milieukosten
Kostenterugwinning van Waterdiensten Kostenterugwinning van Waterdiensten Aanvullende analyse Milieukosten Sterk Consulting en Bureau Buiten Leiden, november 2013 1 2 Inhoudsopgave 1 Achtergrond en doel
BEKNOPTE HANDLEIDING KOSTPRIJSBEREKENING Samenvatting van de theorie
BEKNOPTE HANDLEIDING KOSTPRIJSBEREKENING Samenvatting van de theorie INLEIDING Zeker als de jaarcijfers te wensen over laten, komt al snel de roep om een adviseur. Dit om te zorgen dat de resultaten in
Het maken van een duurzaamheidsbeleid
Het maken van een duurzaamheidsbeleid Workshop Lekker Betrokken! Phyllis den Brok Projectleider Lekker Betrokken! [email protected] 06-22956623 hhp://www.phliss.nl/lb.html Duurzaamheid Definitie duurzaamheid:
Case study 1: Contributiemarge
Case study 1: Contributiemarge 1) Wat vind je van de manier van berekenen van de kostprijs per eenheid door de financiële directeur. Wat vind je goed, wat mindergoed? Hoe zou je het eventueel anders doen
Handreiking Kostprijsberekening
Handreiking Kostprijsberekening versie 5.0 Deze handreiking is ontwikkeld door bureau HHM. Heeft u vragen over deze handreiking? Neem dan contact op met Hinke van der Werf van bureau HHM, telefoonnummer
Huiseigenaren Vereniging Meerzicht Bergwijk
Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Toetsingscriteria... 2 A. Redelijk... 2 B. Consistent... 2 C. Eenvoud... 2 3. Verdeelsleutels... 2 Verdeelsleutel 1: Huidig... 3 Verdeelsleutel 2: 50/50... 3 Verdeelsleutel
WAARDERINGSKAMER NOTITIE. Betreft: Managementsamenvatting benchmarkresultaten 1999-2002. Datum: 19 november 2003 Bijlage(n):
WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Managementsamenvatting benchmarkresultaten 1999-2002 Datum: 19 november 2003 Bijlage(n): Doel van de benchmark WOZ-kosten De afgelopen jaren heeft de Waarderingskamer
Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs
Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Opgave 4-2 Er is hier sprake van een onderneming die een bepaald type koffieautomaat produceert. Op grond van dit gegeven zal bepaald moeten worden
Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?
Kostencalculatie Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? De technische voorraad a is de economische
Toelichting bepaling patiënteenheden in OpenAC
Toelichting bepaling patiënteenheden in OpenAC FENAC Versie 1.0 Utrecht, september 2007 Annius Groenink Niels Barnhard Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE 1 1. INLEIDING 3 2. PROBLEEMANALYSE 4 3. BESCHRIJVING
IMPRESSIE BMT Inzicht door benchmarking van kosten en kwaliteit van medische technologie
Inzicht door benchmarking van kosten en kwaliteit van medische technologie IMPRESSIE BMT 2013 Sparrenheuvel 32, 3708 JE Zeist (030) 2 270 500 [email protected] www.mxi.nl IMPRESSIE BENCHMARK MEDISCHE
Dit voorbeeldexamen bestaat uit 20 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.
Kostencalculatie niveau 5 Examenopgaven Dit voorbeeldexamen bestaat uit 20 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat uit de volgende documenten:
BIJLAGE 2: Bruto-nettotrajecten
BIJLAGE 2: Bruto-nettotrajecten Aan de heer Groot is toegezegd om informatie te verstrekken over verschillen tussen het brutonettotraject van ondernemers en werknemers. 1 Aannames Een vergelijking van
DB-vergadering Agendapunt 11
DB-vergadering 13-03-2012 Agendapunt 11 Onderwerp Nota Uurtarieven 2012 Portefeuillehouder(s) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing Waterbeheersplan Niet van toepassing
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden Kostprijscalculatie 9 november 2013 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 8 MAART UUR
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 8 MAART 2016 12.00-14.00 UUR Indien een kandidaat tot eenzelfde antwoord komt als opgenomen in dit correctiemodel maar waarbij
Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.
SPD Bedrijfsadministratie Examenopgave COST & MANAGEMENTACCOUNTING DINSDAG 15 DECEMBER 2015 09.00 11.00 UUR Belangrijke informatie Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer
Management control: ONTWERP VAN KOSTENSYSTEMEN EN CONTEXTUELE KENMERKEN RECENTE ONTWIKKELINGEN IN ONDERZOEK. MCA: november 2007, nummer 7
Management control: ONTWERP VAN KOSTENSYSTEMEN EN CONTEXTUELE KENMERKEN RECENTE ONTWIKKELINGEN IN ONDERZOEK 4 MCA: november 27, nummer 7 De afgelopen jaren is een behoorlijk aantal studies verricht naar
Verdieping bij hoofdstuk 7 Verwerking van indirecte kosten in het productieproces
Verdieping bij hoofdstuk 7 Verwerking van indirecte kosten in het productieproces De volgende paragraaf kan worden gelezen als uitbreiding op paragraaf 7.4 uit het boek. In deze tekst zijn echter geen
Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de
Marge berekeningen Inkoopprijs + marge = verkoopprijs Een voorbeeld marge van de inkoopprijs Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% marge van de verkoopprijs Inkoopprijs 90% + marge 10% = verkoopprijs
3.1. Alles zelf doen hoeft niet
3.1. Alles zelf doen hoeft niet 3.1.1. Redenen om iets uit te besteden In uw bedrijf wordt een hoop werk verzet. Dit hoeft u niet allemaal zelf te doen; u kunt besluiten om activiteiten uit te besteden.
Rente. Een lening is soms nodig om een grote uitgave te kunnen doen. De lening moet terugbetaald worden, maar ook de rente. Hoe hoog is de rente?
Rente Een lening is soms nodig om een grote uitgave te kunnen doen. De lening moet terugbetaald worden, maar ook de rente. Hoe hoog is de rente? Als een bedrijf een nieuwe machine wil kopen, is daar niet
Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.
www.jooplengkeek.nl Nacalculatie bij homogene productie Berekening van het bedrijfsresultaat Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke
opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten?
opgave 1 Hoeveel bedraagt het opslagpercentage voor de indirecte kosten op de directe kosten die samenhangen met de reiskosten? Opslagpercentage: indirecte kosten / directe kosten * 100% De indirecte kosten
Direct costing en break even analyse
6 hoofdstuk Direct costing en breakevenanalyse 6.1 D 6.2 B 6.3 A 6.4 D 6.5 D 6.6 C 6.7 B 6.8 A 6.9 C 6.10 B 6.11 B 1.440.000 / 4.800 = 300 6.12 A 4.800 700 1.440.000 1.000.000 = 920.000 6.13 C 1.000.000
Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016
Toelichting Deze notitie heeft de status van een inlichting/algemene voorlichting, omdat geen specifieke casuïstiek aan de orde komt. De notitie beoogt de overheidslichamen te ondersteunen bij het beoordelen
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)
EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie 18 januari 2014 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient,
Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.
PDB kostencalculatie 4 Oefenexamen 2 Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Het aantal te behalen punten is 38. Bij elke vraag staat aangegeven
Rijkswaterstaat. Eindrapportage Onderzoek Financieel Business Plan Nationale Bewegwijzeringsdienst
Rijkswaterstaat Eindrapportage Onderzoek Financieel Business Plan Nationale Bewegwijzeringsdienst Pagina 1 0 Managementsamenvatting Inleiding In opdracht van Rijkswaterstaat (RWS) heeft Ernst & Young een
3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse
3 Voorcalculatie, nacalculatie en verschillenanalyse 3.1 Inleiding Voor je als ondernemer aan het werk gaat, moet je natuurlijk wel weten waar je aan begint. Of het nou gaat om een fabricagebedrijf of
Informatiebijeenkomst tarieven integraal ambulante jeugdhulp. 22 maart Intern vertrouwelijk
Informatiebijeenkomst tarieven integraal ambulante jeugdhulp 22 maart 2018 Hoe zat het ook alweer? Zomer 2017 - Publicatie tarieven inkoop 2017. December 2017 - O.b.v. gerechtelijk uitspraak kostprijsonderzoek
