AANBODRAPPORTAGE
|
|
|
- Anna Joke Dekker
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Sociale huursector Haaglanden > Aanbodrapportage
2 AANBODRAPPORTAGE
3 Aanbodrapportage Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteurs Roelf-Jan van Til Jacolien Vogelzang 29 september 2015 > rapport Analyse Explica > Beukelsdijk 106a > 3022 DK Rotterdam > e. > t
4 AANBODRAPPORTAGE
5 Inhoudsopgave 1 Inleiding 7 2 Samenvatting 9 3 De sociale huurmarkt Inleiding Verhuurd aanbod en geslaagde woningzoekenden Reagerende woningzoekenden en zoekrichting Weigeringen 44 4 Druk op de sociale huurmarkt Inschrijfduur Reële slaagkans Drukmaten samengevat 59 A Begrippenlijst 62
6 AANBODRAPPORTAGE
7 HOOFDSTUK 1 Inleiding In opdracht van SVH heeft Explica de aanbodrapportage over de eerste helft van 2015 over de sociale woningmarkt in Haaglanden gemaakt. De nadruk in het voorliggende analysedeel van de aanbodrapportage ligt op de beschrijving van de huidige staat van de sociale woningmarkt in Haaglanden, soms vergeleken met de situatie in voorgaande jaren. Bij het analysedeel van de aanbodrapportage hoort een apart tabellenboek, waarin de tabellen over de woonruimtebemiddeling en kenmerken van de verhuringen zijn opgenomen. Daarnaast verschijnt er een aparte rapportage (de jaarmonitor), waarin de prestatieafspraken worden behandeld. Hoofdstuk twee bevat de samenvatting van dit rapport. In het derde hoofdstuk wordt de sociale huurmarkt in Haaglanden beschreven. Daartoe worden een aantal groepen in samenhang besproken. Het gaat daarbij om: > Verhuurd aanbod en geslaagde woningzoekenden; > Reagerende woningzoekenden en zoekrichting; > Weigeringen. In hoofdstuk vier wordt ingegaan op de spanning op de sociale huurmarkt, waarbij aandacht is voor de gemiddelde wachttijd (inschrijfduur), die nodig is om te slagen. Ook wordt ingegaan op de gemiddelde slaagkans van woningzoekenden. In december 2012 zijn de corporaties overgestapt op een nieuw automatiseringssysteem (WBS) voor het verhuurproces. Daarnaast is DWEX het nieuwe systeem voor het vastleggen van de managementinformatie. Bij de overstap naar het nieuwe systeem is ook de berekening van de woon- /inschrijfduur veranderd. Bij verhuringen vanaf december 2012 wordt de inschrijfduur bij doorstromers berekend door, op het moment van inschrijving, maximaal 5 jaar van de woonduur op te tellen bij de inschrijfduur (zonder de woonduur eerst te delen door 3). Naamswijzigingen en de omzettingen van tijdelijke contracten naar reguliere contracten worden sinds 2011 niet meer meegeteld als verhuringen. Vanaf 2013 registreert Woonbron de verkopen Te Woon niet meer in WBS. Deze verkopen werden tot en met 2012 meegeteld bij de verhuringen. Vanaf 2015 wordt bij het berekenen van de huurklassen in de aanbodrapportage en het tabellenboek uitgegaan van de netto huur (kale huur). In de tabellen met betrekking tot de inschrijfduur en de woon-/inschrijfduur wordt vanaf 2015 de mediaan weergegeven in plaats van het gemiddelde. In de eerste helft van 2015 zijn via WBS woningen verhuurd, inclusief 4 woningen van Mooiland. De woningen van Mooiland maken geen deel uit van de prestatieafspraken en blijven in de Jaarmonitor rapportage dan ook buiten beschouwing. In de aanbodrapportage en het tabellenboek komen deze verhuringen wel terug. Staedion heeft 161 studentenwoningen buiten WBS om verhuurd. Deze ontbreken in deze rapportage. 07
8 08 AANBODRAPPORTAGE
9 HOOFDSTUK 2 Samenvatting Flinke afname van het aantal verhuringen via WBS in de eerste helft van 2015 In de eerste helft van 2015 zijn woningen verhuurd via WBS (incl. verhuringen via rechtspersonen en nieuwbouwverhuringen). Vergeleken met de eerste helft van 2014 (5.628 verhuringen) is er sprake van een flinke afname van het aantal verhuringen met ongeveer 14%. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat 161 studentenwoningen van Staedion buiten WBS om zijn verhuurd en derhalve in deze rapportage buiten beschouwing blijven. De verhuringen zijn verdeeld naar verhuringen in de bestaande bouw en 156 nieuwbouwverhuringen. Het aantal nieuwbouwverhuringen is in de eerste helft van 2015 met bijna 45% afgenomen vergeleken met de eerste helft van Toename verhuringen aan minima en BBSH-doelgroep Ongeveer 58% van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen is terecht gekomen bij huishoudens met een minimuminkomen. Dit aandeel ligt daarmee boven het niveau van de eerste helft van In de eerste helft van 2014 is namelijk 51% van de woningen verhuurd aan minima. Ook zijn er in de eerste helft van 2015 meer woningen verhuurd aan de BBSH-doelgroep. 79% van alle geslaagde woningzoekenden kan gerekend worden tot de BBSH-doelgroep. In de eerste helft van 2014 lag dit aandeel op 77%. Het aandeel verhuringen aan huishoudens die tot de EU-doelgroep gerekend kunnen worden, ligt in de eerste helft van 2015 op 91%. Wanneer de verhuringen van woningen boven de vrijesectorgrens buiten beschouwing worden gelaten, dan ligt het percentage op ongeveer 97%, ongeveer hetzelfde percentage als in Aandeel geslaagde huishoudens met een voorrangsverklaring toegenomen Ook in de eerste helft van 2015 zijn er relatief meer doorstromers geslaagd. Het aandeel doorstromers is met ongeveer 52% vergelijkbaar met de eerste helft van De sinds 2013 aangepaste berekeningswijze van de woon-/inschrijfduur, om de doorstroming te bevorderen, is hier debet aan. Het aandeel geslaagde starters en doorstromers verschilt van gemeente tot gemeente. In Westland, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg is het aandeel doorstromers het hoogst met respectievelijk 67%, 66% en 66%. In Delft (48%), Den Haag (55%) en Pijnacker-Nootdorp (56%) zijn in de eerste helft van 2015 relatief meer starters geslaagd. 75% van de geslaagde huishoudens van buiten Haaglanden is een starter. De samenstelling van de geslaagden huishoudens naar leeftijd en samenstelling van het huishouden is in de eerste helft van 2015 nauwelijks veranderd ten opzichte van de voorgaande jaren. Een kleine 30% van de geslaagde woningzoekenden in de eerste helft van 2015 is jong, met een leeftijd tot 27 jaar. Het aandeel geslaagde huishoudens met een voorrangsverklaring op grond van urgentie is in de eerste helft van 2015 flink toegenomen naar 16%. In de eerste helft van 2014 was dat nog 9%. Huuraanbod tot de hoge aftoppingsgrens gestabiliseerd Tot en met 2013 was er nog een duidelijke afname te zien in de prijssegmenten tot de hoge aftoppingsgrens van het huuraanbod in de bestaande bouw. Vanaf 2014 is een stabilisatie te zien in het huuraanbod tot de hoge aftoppingsgrens. Ongeveer 64% van de verhuurde woningen in de eerste helft 09
10 AANBODRAPPORTAGE van 2015 heeft een huur onder de hoge aftoppingsgrens. Dit aandeel is vergelijkbaar met het aandeel in de eerste helft van Wel is er nog een afname te zien in het huursegment tot de kwaliteitskortingsgrens te zien ten opzichte van de eerste helft van In de eerste helft van 2015 heeft 14% van de verhuurde woningen een huur onder de kwaliteitskortingsgrens in de eerste helft van 2014 is dit nog 18%. Op het niveau van de gemeenten zijn er grote verschillen te zien. Het aandeel huuraanbod onder de hoge aftoppingsgrens is het laagst in de gemeente Westland. In deze gemeente heeft 43% van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen een huurprijs tot de hoge aftoppingsgrens. Andere gemeenten met een relatief lager aandeel huuraanbod tot de hoge aftoppingsgrens zijn Pijnacker- Nootdorp en Midden-Delfland. Gemiddeld heeft een op de vijfentwintig via WBS verhuurde woningen een huurprijs boven de vrije-sectorgrens (4%). Een aanzienlijk deel van de woningen boven de vrijesectorgrens is overigens niet via WBS verhuurd. In de eerste helft van 2015 gaat het om 262 verhuringen buiten WBS. Afname reagerende woningzoekenden Op de advertenties voor de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen hebben totaal ruim woningzoekenden gereageerd. Dit aantal ligt onder het niveau van de eerste helft van Een aanzienlijk deel (81%) van de reagerende woningzoekenden kan gerekend worden tot de BBSHdoelgroep. Dit is een toename ten opzichte van de eerste helft van Het gemiddeld aantal reacties per advertentie is flink toegenomen De woningzoekenden in de eerste helft van 2015 hebben ruim maal gereageerd op het huuraanbod (exclusief reacties op nieuwbouwadvertenties). Voor deze woningen zijn advertenties geplaatst. Het gemiddeld aantal reacties per advertentie komt uit op 169. Dit is een flinke toename ten opzichte van 2014 (gemiddeld 128 reacties op een advertentie). En dat terwijl het aantal woningzoekenden in de eerste helft van 2015 juist is afgenomen. De mogelijkheid om dagelijks op woonaanbod te kunnen reageren, heeft gezorgd voor de toename in het gemiddelde aantal reacties. Het woningtype met gemiddeld de meeste reacties, is al jaren de eengezinswoning. In de eerste helft van 2015 is het gemiddeld aantal reacties op een portiekwoning hoger dan op een eengezinswoning. Daarnaast speelt de prijs van de woning een belangrijke rol. Het gemiddeld aantal reacties is het hoogst bij woningen tot de lage aftoppingsgrens. Op woningen in Rijswijk en Den Haag is in de eerste helft van 2015 gemiddeld het meest gereageerd, met gemiddeld ruim 200 reacties per woning. Op woningen in Westland en Midden-Delfland is in de eerste helft van 2015 naar verhouding het minst gereageerd. Gemiddeld aantal weigeringen iets afgenomen Het totale aantal weigeringen op advertenties in de eerste helft van 2015 bedraagt ruim Deze weigeringen zijn voor 40% afkomstig van de corporaties en voor 60% van de kandidaten. Het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie neemt elk jaar verder toe, van 5,9 in 2010, 8,2% in 2013 en 9,3 in In de eerste helft van 2015 is een lichte afname te zien naar 9,0. De meest genoemde weigeringsreden van de kandidaten hebben betrekking op persoonlijke omstandigheden of overige redenen (52%). Bijna 40% van de weigeringsredenen heeft betrekking op de woning en een klein deel van de redenen is terug te voeren op de buurt. Mediane inschrijfduur indicator in de prestatieafspraken De mediane inschrijfduur van de geslaagde woningzoekenden is een indicator voor de druk op de sociale huurmarkt en opgenomen in de prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties in de regio Haaglanden. Voor woningen die in de eerste helft van 2015 in Haaglanden zijn verhuurd, was de mediane inschrijfduur 31 maanden, ofwel 2 jaar en 7 maanden. Ten opzichte van 2013 en 2014 is er 10
11 sprake van een lichte toename van de benodigde inschrijfduur. Geslaagde doorstromers hebben gemiddeld een kortere inschrijfduur (20 maanden) dan geslaagde starters (44 maanden). Voor geslaagde doorstromers geldt dat de woonduur ook (gedeeltelijk) meetelt bij de volgordebepaling. De combinatie woon-/inschrijfduur komt gemiddeld voor de eerste helft van 2015 uit op 62 maanden (5 jaar en 2 maanden). Mediane inschrijfduur hoger voor grotere huishoudens en grote woningen De leeftijdsgroepen jaar en jaar hebben een relatief hoge mediane inschrijfduur. En de afgelopen jaren is deze inschrijfduur alleen maar toegenomen. Ook de grotere huishoudens hebben te maken moeten relatief lang ingeschreven staan om voor een woning in aanmerking te kunnen komen. De mediane inschrijfduur van 4-persoonshuishoudens ligt op 38 maanden, van 5-persoonshuishoudens op maanden en van 6 en meerpersoonshuishoudens op 70 maanden. Vooral deze laatste groep heeft in de eerste helft van 2015 de mediane inschrijfduur flink zien toenemen ten opzichte van 2013 en De mediane inschrijfduur voor woningen met minimaal vijf kamers ligt met 42 maanden ruim boven de mediane regionale inschrijfduur van 31 maanden. Naast verschillen per huishoudtype en woningkenmerk zijn er ook verschillen in de mediane inschrijfduur per gemeente. In Midden-Delfland en Wassenaar is de mediane inschrijfduur het hoogste met 49 maanden en 43 maanden. Ook de mediane woon-/inschrijfduur is in deze gemeenten het hoogste met 79 maanden voor Pijnacker-Nootdorp en 71 maanden voor de gemeente Wassenaar. Slaagkans afgenomen ten opzichte van eerste helft 2014 Uitgaande van verhuurde woningen in de eerste helft van 2015 (exclusief verhuringen via rechtspersonen en exclusief de vrije sector) en actieve woningzoekenden, komt de reële slaagkans in de eerste helft van 2015 uit op 9,3%. De slaagkans in de eerste helft van 2015 is afgenomen ten opzichte van de eerste helft van In de eerste helft van 2014 was de reële slaagkans 10,2%. De slaagkans van de minima ligt met 10,0% iets boven de regionale slaagkans. Vooral de huishoudens met een inkomen boven het minimum tot de BBSH-grens hebben een relatief lagere slaagkans in de eerste helft van 2015 (7,6%). Vooral grotere huishoudens (4- en 5-persoonshuishoudens) hebben een lagere slaagkans. Bij 5-kamerwoningen is de slaagkans momenteel het laagst. Inschrijfduur en slaagkans gecombineerd Het combineren van de verschillende indicatoren levert een aantal interessante inzichten op. Zo is de mediane inschrijfduur en de mediane woon-/inschrijfduur hoog in Midden-Delfland en Pijnacker- Nootdorp, maar leidt dit niet tot een lage slaagkans in beide gemeenten. In Den haag is de slaagkans laag, ondanks een relatief lage mediane inschrijfduur. Jongeren hebben een hoge woon-/inschrijfduur nodig om te kunnen slagen. Aangezien deze groep voor een groot deel uit staters bestaat, betekent dat men vooral moet wachten tot de inschrijftijd hoog genoeg is. Maar de slaagkans van deze groep is toch minder laag dan verwacht, doordat meer dan de helft van de toewijzingen niet op basis van woon-/inschrijfduur plaatsvindt, maar via lokaal maatwerk. Bij de grotere woningen (5 kamers en meer) zijn zowel de mediane inschrijfduur als de mediane woon- /inschrijfduur hoog. En ondanks het feit dat veel woningen niet via woon-/inschrijfduur worden verhuurd is de slaagkans toch laag. 11
12 12 AANBODRAPPORTAGE
13 HOOFDSTUK 3 De sociale woningmarkt 3.1 Inleiding Deze rapportage gaat over de verhuringen van de corporaties in de eerste helft van 2015 in Stadsgewest Haaglanden. Daarbij is onder andere aandacht voor het beschikbare huuraanbod in de eerste helft van 2015, de kenmerken van de woningzoekenden en de geslaagde woningzoekenden. Ook wordt er ingegaan op de kansen van woningzoekenden. Naast een regionaal beeld, wordt ook ingezoomd op de verschillen tussen de gemeenten. Figuur 1 Gemeenten in het Stadsgewest Haaglanden 13
14 AANBODRAPPORTAGE Verhuurd aanbod en geslaagde woningzoekenden Algemene kenmerken Begin 2015 stonden in Haaglanden ruim woningzoekenden ingeschreven. Het aantal ingeschreven woningzoekenden is daarmee ongeveer hoger dan begin In de eerste helft van 2015 hebben woningzoekenden gereageerd op een woning. Ten opzichte van de eerste helft van 2014 is het aantal reagerende woningzoekenden iets afgenomen. Het aantal verhuringen in de eerste helft van 2015 bedraagt woningen en is daarmee flink afgenomen ten opzichte van de eerste helft van 2014 (met ruim 15%). Voor de verhuringen in de eerste helft van 2015 zijn advertenties geplaatst (exclusief nieuwbouwadvertenties). Ook hierbij is sprake van een duidelijke afname ten opzichte van de eerste helft van Figuur 2 Enkele kengetallen 1 voor de periode (eerste helft van het jaar) ingeschreven woningzoekenden (begin periode) reagerende woningzoekenden (goede reactie) geslaagde woningzoekenden advertenties* reacties* * exclusief nieuwbouwadvertenties Van de verhuringen in de eerste helft van 2015 zijn 156 nieuwbouwwoningen en bestaande woningen (bestaande bouw). Het aantal nieuwbouwverhuringen is in de eerste helft van 2015 flink afgenomen vergeleken met de eerste helft van 2014 (met ruim de helft). Figuur 3 Kengetallen verhuurde woningen voor de periode (eerste helft van het jaar) verhuringen totaal verhuringen waarvan bestaande bouw waarvan nieuwbouw waarvan aan rechtspersonen waarvan vrije sector nieuwbouw waarvan vrije sector bestaand Het aantal geslaagde woningzoekenden in deze periode is even groot als het aantal verhuringen 2. Een beperkt deel van de verhuringen vindt plaats via rechtspersonen, in de eerste helft van 2015 gaat het 1 In dit overzicht zijn voor de vergelijkbaarheid voor 2011 en 2012 de verhuringen Te Woon en de via DUWO verhuurde studentenwoningen buiten beschouwing gelaten. Deze werden in 2011 en 2012 via Woonnet verhuurd. 2 Daarbij de opmerking dat een klein aantal woningen twee maal is verhuurd en een klein aantal woningzoekenden twee maal een woning huurt. 14
15 om 107 verhuringen. Hiervan hebben er 58 betrekking op tijdelijke verhuur in verband met sloop in de gemeente Zoetermeer. Van de verhuringen die via rechtspersonen lopen, zijn gegevens die betrekking hebben op het huishouden van de huurder buiten beschouwing gelaten. Wel zijn van de 107 verhuringen de woningkenmerken bekend. Van de overige verhuringen zijn zowel woningkenmerken als kenmerken van de nieuwe huurder bekend. In het vervolg van deze paragraaf wordt ingegaan op de kenmerken van de geslaagde woningzoekenden en de kenmerken van de verhuurde woningen. Het aantal nieuwbouwverhuringen is laag, vergeleken met voorgaande perioden. In de eerste helft van 2015 zijn 156 nieuwbouwwoningen verhuurd. In heel 2014 waren dat er 791. Figuur 4 Ontwikkeling verhuringen nieuwbouw en bestaande bouw, (eerste helft van het jaar) bestaande bouw nieuwbouw % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Het aantal verhuringen lag zowel in het eerste als in het tweede kwartaal onder het niveau van Vooral in het tweede kwartaal was het aantal verhuringen laag, ook door het zeer lage aantal nieuwbouwverhuringen. Met name in Westland Haag is een opmerkelijk laag aantal verhuringen te zien in het tweede kwartaal. Figuur 5 Verhuurde woningen per kwartaal, eerste helft 2015 gemeente kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 totaal Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden waarvan nieuwbouw verhuringen totaal verhuringen nieuwbouw
16 AANBODRAPPORTAGE Kenmerken geslaagde woningzoekenden Het aandeel verhuringen aan huishoudens die tot de EU-doelgroep kunnen worden gerekend, ligt in de eerste helft van 2015 op 92%. Dit aandeel is hetzelfde als in de eerste helft van De afgelopen jaren is dit aandeel toegenomen. Dit percentage is overigens berekend over alle verhuringen, inclusief de vrije sector. Wanneer er wordt gecorrigeerd voor de verhuringen van woningen boven de vrije-sectorgrens, dan ligt het percentage voor de eerste helft van 2015 zelfs op ongeveer 97% (zie figuur 6). Figuur 6 Verdeling geslaagde woningzoekenden naar doelgroep EU, en de eerste helft % 95% 90% 85% aan doelgroep EU 80% 75% 70% Ruim 3% van de woningen met een huur tot de vrije-sectorgrens het gaat om 152 verhuringen is toegewezen aan huishoudens die niet tot de EU-doelgroep behoren. Dit zijn relatief vaak meerpersoonshuishoudens: ongeveer 10% van deze toewijzingen betreft een eenpersoonshuishouden. Dit is bij alle toewijzingen 58%. Bij paren zonder kinderen is het aandeel toewijzingen aan huishoudens die niet tot de EU-doelgroep behoren het hoogst. Figuur 7 Benutting van de 10% vrije ruimte in de toewijzingen, eerste helft 2015 samenstelling EU niet EU % aan EU alleen ,5% paar zonder kinderen ,2% gezin, 1 kind ,8% gezin, 2 kinderen ,1% gezin, 3 kinderen ,7% gezin, 4+ kinderen ,2% overig ,7% totaal ,6% 16
17 Figuur 8 Kenmerken van geslaagde woningzoekenden, eerste helft 2015 (inclusief vrije sector) doelgroep minima starters doorstromers rechtspersonen totaal minima geen minima doelgroep BBSH BBSH-doelgroep middeninkomens hogere inkomens EU-doelgroep 1 persoon, EU-doelgroep persoon, hoger inkomen meerpersoons, EU-doelgroep meerpersoons, middeninkomen meerpersoons, hoger inkomen niet van toepassing voorrang via woon-/inschrijfduur via urgentie statushouders via urgentie overig via lokaal maatwerk via bemiddeling overig voorrang rechtspersonen huishoudenomvang 1 persoon personen personen personen personen en meer personen niet van toepassing leeftijd t/m 22 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar of ouder niet van toepassing totaal Noot: inclusief verhuringen via rechtspersonen. De EU-regeling is niet van toepassing bij vrije sector woningen. Voor een overzicht exclusief de vrije sector wordt verwezen naar tabel 5.20 uit de jaarmonitor. 17
18 AANBODRAPPORTAGE De geslaagde woningzoekenden, die gerekend kunnen worden tot de BBSH-doelgroep, maken 79% uit van het totaal aantal geslaagde woningzoekenden in de eerste helft van 2015 (figuur 8). Ongeveer 58% van alle verhuringen in de eerste helft van 2015 heeft plaatsgevonden aan huishoudens met een minimuminkomen. Dit aandeel is in de eerste helft van 2015 hoger dan in de eerste helft van In de eerste helft van 2014 werd 51% van de woningen verhuurd aan huishoudens met een minimuminkomen en in totaal 77% aan de BBSH-doelgroep. Ongeveer 51% van de verhuringen in Haaglanden in de eerste helft van 2015 is terecht gekomen bij doorstromers. Ongeveer 47% van de geslaagde woningzoekenden is een starter (figuur 8). De resterende twee procent verhuringen betreft verhuringen via rechtspersonen. Het aandeel verhuringen aan doorstromers is in de eerste helft van 2015 ongeveer gelijk aan de eerste helft van De verschuiving richting meer doorstromers, die we in de eerste helft van 2013 zagen, is daarmee gestabiliseerd. Deze verschuiving kan worden verklaard door een wijziging in de berekening van de inschrijfduur bij doorstromers vanaf Bij de doorstromers wordt sinds januari 2013 maximaal 5 jaar van de woonduur opgeteld bij de inschrijfduur, zonder de woonduur eerst te delen door 3. De wooninschrijfduur van doorstromers neemt hierdoor toe. Veel woningen worden verhuurd aan jongeren. In de eerste helft van 2015 behoort 27% van de geslaagde woningzoekenden in de leeftijdsklasse tot 27 jaar. Het aandeel verhuringen aan huishoudens in de leeftijdsklasse 65-plus bedraagt ongeveer 15% van alle verhuringen in de eerste helft van De voorrangskandidaten (op grond van urgentie) vormen ongeveer 16% van alle geslaagde woningzoekenden (figuur 8). Dit is een flinke toename ten opzichte van de eerste helft van 2014 (9%). Na enkele jaren van toename van het aandeel verhuringen via inschrijfduur, neemt dit aandeel de eerste helft van 2015 weer af van 58% over geheel 2014 naar 54% over de eerste helft van Figuur 9 Kenmerken van geslaagde woningzoekenden, eerste helft 2015 (inclusief vrije sector) samenstelling huishouden starters doorstromers rechtspersonen totaal alleen paar zonder kinderen eenoudergezin, 1 kind eenoudergezin, 2 kinderen eenoudergezin, 3+ kinderen tweeoudergezin, 1 kind tweeoudergezin, 2 kinderen tweeoudergezin, 3+ kinderen overig rechtspersoon totaal Noot: inclusief verhuringen via rechtspersonen Vanaf 2013 wordt ook het aantal thuiswonende kinderen van nieuwe huurders bijgehouden. Daarmee kan ook de samenstelling van het huishouden vastgesteld worden. In de eerste helft van 2015 zijn er duidelijk meer woningen verhuurd aan eenoudergezinnen (677), dan aan gezinnen met twee ouders (543). 18
19 Figuur 10 Kenmerken van geslaagde woningzoekenden, eerste helft 2015 (inclusief vrije sector) herkomstgemeente starter doorstromer rechtspersoon totaal Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer buiten Haaglanden rechtspersoon totaal Noot: inclusief verhuringen via rechtspersonen Bijna 6 op de 10 woningen is in de eerste helft van 2015 verhuurd aan eenpersoonshuishoudens (58%). Daarnaast is 22% van de woningen verhuurd aan tweepersoonshuishoudens. Het aandeel verhuringen aan huishoudens met 4 of meer personen is ongeveer 8%. De verhouding doorstromers/starters ligt in Haaglanden op 51% versus 47% 3. Deze verhouding verschilt sterk van gemeente tot gemeente. In Westland, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg is het aandeel doorstromers het hoogst, met respectievelijk 67%, 66% en 62%. De gemeente Delft is de enige gemeente waarbij het aandeel doorstromers onder de 50% ligt. De geslaagden woningzoekenden die buiten Haaglanden afkomstig zijn, zijn voornamelijk starters op de woningmarkt (75%). 3 Verhuringen via rechtspersonen maken in de eerste helft van 2015 ruim 2% van het totaal aantal verhuringen uit. 19
20 AANBODRAPPORTAGE Figuur 11 Kenmerken van geslaagde woningzoekenden (%), 2011 eerste helft 2015 doelgroep minima 50% 50% 47% 52% 58% niet-minima 50% 50% 53% 48% 42% niet in te delen 0% 0% 0% 0% 0% doelgroep BBSH-doelgroep 70% 69% 70% 77% 79% lage middeninkomens 22% 24% 22% 18% 18% overige inkomens 7% 7% 8% 5% 4% niet in te delen 0% 0% 0% 0% 0% doelgroep EU 1 persoon, EU-doelgroep 54% 54% 54% 56% 57% 1 persoon, hoger inkomen 2% 2% 2% 2% 1% meerpersoons, EU-doelgroep 31% 32% 34% 35% 34% meerpersoons, middeninkomen 6% 7% 5% 4% 4% meerpersoons, hoger inkomen 4% 4% 4% 2% 2% onbekend/rechtspersoon 3% 1% 1% 2% 2% voorrang via urgentie 14% 12% 7% 10% 16% overige voorrangsvormen 32% 32% 32% 30% 28% via woon-/inschrijfduur 52% 54% 59% 58% 54% rechtspersonen 3% 1% 1% 2% 2% huishoudenomvang 1 persoon 57% 56% 57% 58% 58% 2 personen 24% 25% 23% 23% 22% 3 personen 10% 10% 11% 11% 10% 4 personen 5% 5% 5% 4% 5% 5 personen 2% 2% 2% 2% 2% 6 en meer personen 1% 1% 1% 1% 1% niet van toepassing 3% 1% 1% 2% 2% leeftijd t/m 22 jaar 14% 14% 13% 12% 10% jaar 18% 18% 16% 17% 17% jaar 17% 18% 20% 19% 19% jaar 15% 15% 16% 16% 15% jaar 11% 12% 13% 13% 14% jaar 10% 10% 9% 10% 10% jaar 7% 8% 6% 6% 7% 75 jaar of ouder 6% 5% 5% 5% 5% niet van toepassing 3% 1% 1% 2% 2% categorie starter 50% 50% 46% 47% 47% doorstromer 47% 49% 53% 52% 51% niet van toepassing 3% 1% 1% 2% 2% totaal 100% 100% 100% 100% 100% 20
21 In figuur 12 staat de verdeling van de gemeente van herkomst van de geslaagde woningzoekenden in de tijd weergegeven. Ongeveer 44% van de geslaagde woningzoekenden in de regio is afkomstig uit de gemeente Den Haag. Vergeleken met 2013 en 2014 ligt dit aandeel duidelijk lager. De gemeenten Zoetermeer en Delft volgen met beide 11% van de geslaagde woningzoekenden. 15% van de geslaagde kandidaten in de eerste helft van 2015 komt niet uit de regio Haaglanden maar uit de rest van Nederland of uit het buitenland. Dit is een toename ten opzichte van voorgaande jaren. De tabel zegt nog niets over de gemeente waarin de woningzoekenden geslaagd zijn. Figuur 12 Kenmerken van geslaagde woningzoekenden, 2011 eerste helft 2015 herkomstgemeente Delft 12% 11% 10% 9% 11% Den Haag 47% 47% 53% 51% 44% Leidschendam-Voorburg 4% 4% 4% 4% 4% Midden-Delfland 1% 1% 1% 1% 1% Pijnacker-Nootdorp 2% 2% 2% 2% 3% Rijswijk 4% 4% 3% 4% 4% Wassenaar 1% 1% 1% 1% 1% Westland 5% 6% 5% 5% 6% Zoetermeer 12% 14% 11% 10% 11% buitenland/rechtspersoon/onbekend 3% 1% 9% 2% 2% buiten Haaglanden 10% 9% 1% 11% 15% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Eerder zagen we dat het aantal toewijzingen via urgentie in de eerste helft van 2015 ongeveer 16% bedraagt ten opzichte van 10% in Deze toename is voor een deel te verklaren uit een toename van het aantal toewijzingen aan statushouders. In heel 2014 zijn in de regio Haaglanden 343 woningen toegewezen aan statushouders. Na de eerste helft van 2015 staat de teller op 423, waarvan 210 via urgentie. Figuur 13 Toewijzingen aan statushouders, 2011 eerste helft 2015 gemeente (%) Delft ,5% Den Haag ,1% Leidschendam-Voorburg ,1% Midden Delfland ,8% Pijnacker-Nootdorp ,9% Rijswijk ,4% Wassenaar ,8% Westland ,0% Zoetermeer ,9% totaal ,8% 21
22 AANBODRAPPORTAGE Kenmerken van de verhuurde woningen Naast inzicht in de kenmerken van de geslaagde huishoudens, wordt in deze paragraaf ingegaan op de kenmerken van de verhuurde woningen. In figuur 14 en 15 worden de belangrijkste woningkenmerken van de verhuurde woningen nader toegelicht. In de figuren zijn niet alleen de kenmerken van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen opgenomen, maar ook de kenmerken van de verhuurde woningen in 2011, 2012, 2013 en Dit maakt een vergelijking in de tijd mogelijk. Ongeveer 96% van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen in Haaglanden heeft een huur onder de vrije-sectorgrens (figuur 15). Ongeveer 74% van de verhuurde woningen heeft een huur onder de betreffende aftoppingsgrens. De laatste jaren is er een afname te zien geweest in het huuraanbod in dit huursegment. Deze afname lijkt in 2014 gestopt te zijn. We zien dit ook duidelijk terug in de eerste helft van In deze periode heeft weer een groter aandeel van de verhuurde woningen een huurprijs onder de aftoppingsgrens. Wel zien we nog een afname van het aantal verhuringen onder de kwaliteitskortingsgrens. Bijna driekwart van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen heeft maximaal drie kamers (74%). De een- en tweekamerwoningen maken 35% uit van de verhuurde woningen in de eerste helft van Als we naar de oppervlakte van de woningen kijken, dan zien we dat 38% van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen een oppervlakte heeft tot 50 vierkante meter. De portiekwoning en de flatwoning met lift zijn wederom de meest verhuurde woningtypen met respectievelijk 29% en 24%. In de eerste helft van 2015 is het aandeel eengezinswoningen in de verhuringen 9% en daarmee gelijk aan het aandeel in de eerste helft van
23 Figuur 14 Kenmerken verhuurde woningen, regio Haaglanden, 2011 eerste helft 2015 (in aantallen) huurindeling onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens oppervlakte tot 50 m m m vanaf 80 m aantal kamers 1-2 kamers kamers kamers kamers of meer woningtype portiekwoning flat met lift seniorenwoning eengezinswoning benedenwoning HAT-woning maisonnette bovenwoning flat zonder lift onzelfstandige HAT aanleunwoning MIVA-woning hofjeswoning complexwoning zorgwoning studentenwoning meergezinswoning nieuwbouw bestaande bouw nieuwbouw totaal Noot: inclusief verhuringen via rechtspersonen; de gehanteerde aftoppingsgrens is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden 23
24 AANBODRAPPORTAGE Figuur 15 Kenmerken verhuurde woningen, regio Haaglanden, 2011 eerste helft 2015 (in percentage) huurindeling onder kwaliteitskortingsgrens 24% 22% 19% 17% 14% onder lage aftoppingsgrens 46% 43% 41% 44% 48% onder hoge aftoppingsgrens 9% 10% 11% 10% 12% onder vrije-sectorgrens 12% 19% 22% 23% 22% boven vrije-sectorgrens 6% 6% 6% 6% 4% oppervlakte tot 50 m2 42% 39% 39% 40% 38% m2 35% 35% 35% 36% 36% m2 17% 20% 17% 18% 20% vanaf 80 m2 6% 7% 8% 7% 6% aantal kamers 1-2 kamers 37% 34% 36% 37% 35% 3 kamers 36% 38% 37% 37% 39% 4 kamers 22% 22% 21% 21% 20% 5 kamers of meer 6% 6% 6% 6% 7% woningtype portiekwoning 25% 27% 28% 29% 29% flat met lift 21% 23% 25% 25% 24% seniorenwoning 10% 11% 10% 9% 11% eengezinswoning 11% 11% 11% 10% 9% benedenwoning 5% 5% 6% 6% 7% HAT-woning 7% 5% 5% 5% 6% maisonnette 5% 4% 5% 5% 5% bovenwoning 6% 5% 3% 3% 3% flat zonder lift 3% 3% 2% 2% 2% onzelfstandige HAT 2% 2% 1% 1% 1% aanleunwoning 2% 1% 1% 1% 1% MIVA-woning 0% 0% 0% 0% 0% hofjeswoning 0% 0% 0% 0% 0% complexwoning 0% 0% 0% 0% 0% zorgwoning 0% 0% 0% 0% 0% studentenwoning 2% 2% 3% 4% 0% meergezinswoning 0% 0% 0% 0% 0% nieuwbouw bestaande bouw 92% 89% 90% 93% 97% nieuwbouw 8% 11% 10% 7% 3% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Noot: inclusief verhuringen via rechtspersonen; de gehanteerde aftoppingsgrens is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden 24
25 Figuur 16 Verhuringen naar nieuwbouw en bestaande bouw, per gemeente, 2014 en eerste helft 2015 gemeente bestaand nieuwbouw totaal bestaand nieuwbouw totaal Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden De nieuwbouw per gemeente schommelt flink. Zo hebben in Leidschendam-Voorburg in nieuwbouw-verhuringen plaatsgevonden, terwijl dit er in de eerste helft van 2015 slechts 1 is. Figuur 17 biedt inzicht in het huurprijsniveau van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen in zowel de bestaande bouw als in de nieuwbouw. Ter vergelijking zijn hierbij eveneens de jaren toegevoegd. In de bestaande bouw zien we een duidelijke afname van het huursegment tot de kwaliteitskortingsgrens sinds Ook in de eerste helft van 2015 is het huuraanbod in dit prijssegment verder afgenomen. Tot en met 2013 was er ook sprake van een duidelijke afname van het huuraanbod tot de aftoppingsgrens. Deze afname is in 2014 gestabiliseerd en deze stabilisatie zien we ook in de eerste helft van 2015 terug. In de nieuwbouwverhuringen is er geen aanbod tot de kwaliteitskortingsgrens in de eerste helft van Het merendeel van de nieuwbouwverhuringen had ook in de eerste helft van 2015 een huurprijs tussen de hoge aftoppingsgrens en de vrije-sectorgrens. Figuur 17 Kenmerken verhuurde woningen (nieuwbouw en bestaande bouw), 2011 eerste helft 2015 Bestaande bouw onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Nieuwbouw onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 25
26 AANBODRAPPORTAGE In figuur 18 is het aandeel in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen naar huurprijs uitgesplitst per gemeente. De figuur maakt duidelijk dat de sociale huurmarkt van gemeente tot gemeente verschillend is samengesteld en daarmee ook het huuraanbod. Gemiddeld is in Haaglanden 74% van de woningen verhuurd met een huurprijs onder de hoge aftoppingsgrens. De gemeenten Rijswijk (83%), Delft (80%), en Leidschendam-Voorburg (80%) scoren ruim boven dat gemiddelde. De overige gemeenten scoren rond of onder het gemiddelde van 74%. In Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland en Westland wijken de huurprijzen het sterkst af van het regionale gemiddelde. Het huuraanbod van de corporaties in de gemeenten Westland, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp heeft een relatief hogere huur. Ongeveer 43% van de verhuurde woningen in Westland heeft een huurprijs onder de hoge aftoppingsgrens. Voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp ligt dit aandeel op 56% en voor Midden-Delfland op 58%. Gemiddeld heeft ongeveer een op de vijfentwintig verhuurde woningen een huurprijs boven de vrije-sectorgrens (4%). In de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Westland gaat het om bijna 10% (een op de tien woningen). Het gaan dan om de woningen die via Woonnet Haaglanden zijn verantwoord. Figuur 18 Verhuurde woningen per gemeente naar huurprijs in de eerste helft 2015, in percentage 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens Noot: exclusief 262 vrije-sectorverhuringen die niet in WBS verwerkt zijn. De mutatiegraad (gemeten als het aandeel nieuwe verhuringen via WBS ten opzichte van de voorraad op 1 januari) ligt op 3%. De verschillen per gemeente zijn relatief beperkt. De mutatiegraad is het hoogst bij de goedkoopste woningen (figuur 20). Overigens ligt bij een groot deel van deze woningen de huur na mutatie boven de kwaliteitskortingsgrens. De mutatiegraad van de woningen met een huur boven de vrije-sectorgrens is in de praktijk hoger, aangezien een deel van deze verhuringen niet via WBS geregistreerd worden. Bij kleinere woningen (vooral bij 2- en 3- kamerwoningen) is de mutatiegraad duidelijk hoger dan bij grotere woningen. 26
27 Figuur 19 Mutatiegraad woningen per gemeente in de eerste helft van 2015, verhuringen via WBS als percentage van de voorraad per Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden huurklassen onder kwaliteitskortingsgrens 4% 3% 3% 2% 6% 3% 3% 2% 7% 3% onder lage aftoppingsgrens 3% 3% 3% 4% 2% 3% 3% 3% 3% 3% onder hoge aftoppingsgrens 4% 3% 3% 1% 1% 4% 2% 2% 2% 3% onder vrije-sectorgrens 3% 3% 4% 4% 2% 2% 1% 5% 2% 3% boven vrije-sectorgrens 2% 1% 3% 6% 4% 3% 2% 5% 3% 2% aantal kamers 1 kamer 2% 4% 5% 5% 0% 6% - 2% 20% 3% 2 kamers 5% 4% 4% 6% 7% 4% 5% 5% 6% 5% 3 kamers 4% 3% 3% 4% 3% 4% 4% 5% 3% 3% 4 kamers 2% 2% 2% 2% 1% 3% 1% 2% 2% 2% 5 kamers of meer 2% 1% 2% 1% 1% 2% 2% 1% 3% 2% totaal 3% 3% 3% 3% 2% 3% 3% 3% 3% 3% Noot: de mutatiegraad wordt alleen weergegeven indien de betreffende voorraad uit meer dan 20 woningen bestaat; nieuwbouwverhuringen tellen niet mee als mutatie. Figuur 20 Mutatiegraad woningen naar kernmerk in de eerste helft 2015, verhuringen via WBS, als percentage van de voorraad 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% tot kwal.grens onder lage aftop. onder hoge aftop. onder huurprijsgrens boven huurprijsgrens 1 kamer 2 kamers 3 kamers 4 kamers 5 kamers of meer eengezinswoning overig/onbekend tot 50 m m m2 vanaf 80 m2 eengezins, tot 50m2 eengezins, 50-65m2 eengezins, 65-80m2 eengezins, vanaf 80m2 overig, tot 50m2 overig., 50-65m2 overig, 65-80m2 overig, vanaf 80m2 huurprijs kamers type en oppervlakte 27
28 AANBODRAPPORTAGE Figuur 21 Mutatiegraad woningen per gemeente in de eerste helft 2015, verhuringen via WBS als percentage van de voorraad Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden woningtype eengezinswoning 1% 1% 2% 1% 1% 2% 2% 1% 1% 1% overig/onbekend 4% 3% 3% 5% 3% 3% 4% 5% 4% 3% oppervlakte tot 50 m 2 4% 4% 4% 5% 6% 4% 4% 5% 7% 4% m 2 4% 3% 2% 4% 3% 4% 4% 3% 3% 3% m 2 2% 2% 2% 1% 2% 2% 2% 3% 3% 2% vanaf 80 m 2 2% 1% 2% 1% 2% 3% 2% 2% 2% 2% woningtype en oppervlakte eengezins, tot 50m2 1% 4% 1% 3% - - 4% 3% 5% 3% eengezins, 50-65m2 1% 2% 2% 2% 0% 0% 2% 1% 1% 1% eengezins, 65-80m2 0% 1% 2% 0% 1% 2% 1% 1% 1% 1% eengezins, vanaf 80m2 1% 1% 2% 2% 1% 3% 1% 1% 1% 1% overig/onbekend, tot 50m2 4% 4% 5% 5% 6% 4% 4% 6% 7% 4% overig/onbekend, 50-65m2 4% 3% 3% 6% 4% 4% 5% 5% 3% 3% overig/onbekend, 65-80m2 3% 2% 2% 3% 2% 2% 3% 5% 4% 3% overig/onbekend, vanaf 80m2 2% 2% 2% 0% 3% 3% 6% 7% 2% 2% opp. onbekend - 0% 9% % 1% totaal 3% 3% 3% 3% 2% 3% 3% 3% 3% 3% Noot: de mutatiegraad wordt alleen weergegeven indien de betreffende voorraad uit meer dan 20 woningen bestaat; nieuwbouwverhuringen tellen niet mee als mutatie. Onderverdeeld naar woningtype is een duidelijk verschil in de mutatiegraad te zien tussen eengezinswoningen en de overige woningtypen. Bij eengezinswoningen is de mutatiegraad beduidend lager. Bij de kleinste woningen (tot 50 m 2 ) is de mutatiegraad ruim 4%. Dat neemt af tot minder dan 2% bij de grootste woningen. Dat effect zien we ook nog terug als het woningtype gecombineerd wordt met de oppervlakte: eengezinswoningen hebben een lagere mutatiegraad, zowel bij de grotere dan bij de kleinere woningen. Huurprijzen en inkomens Verschillen tussen gemeenten in de samenstelling van het huuraanbod kunnen vanzelfsprekend gevolgen hebben voor de samenstelling van de groep huurders die deze woningen betrekt. Een goedkopere huurwoning komt veelal terecht bij een huishouden met een lager inkomen, vanwege de voorwaarden die gesteld (moeten) worden door de corporaties. Corporaties dienen 90% van de huurwoningen met een huurprijs tot de vrije-sectorgrens toe te wijzen aan de EU-doelgroep. 28
29 Figuur 22 Verhuurde woningen naar BBSH-doelgroep en EU-doelgroep per huurcategorie, Stadsgewest Haaglanden, eerste helft 2015 boven vrije-sectorgrens onder vrije-sectorgrens onder aftoppingsgrens EU-doelgroep BBSH-doelgroep onder kwaliteitskortingsgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Noot: de gehanteerde aftoppingsgrens is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden De huurwoningen die in de eerste helft van 2015 zijn verhuurd met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens en onder de aftoppingsgrens, zijn overwegend verhuurd aan huishoudens die qua inkomen gerekend kunnen worden tot de BBSH-doelgroep (figuur 22). Van de verhuurde woningen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens is 98% verhuurd aan de BBSH-doelgroep. Van de woningen met een huur tot de (voor de betreffende huishoudens geldende) aftoppingsgrens is 90% toegewezen aan de BBSH-doelgroep. Vrijwel alle in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens zijn terecht gekomen bij een huishouden met een inkomen tot de EU-grens, namelijk 99%. Van de woningen met een huur onder de vrije-sectorgrens maar boven de aftoppingsgrens is in de eerste helft van 2015 ongeveer 60% verhuurd aan de BBSH-doelgroep. Ten opzichte van 2014 is er sprake van een lichte afname. Een zeer groot deel (91%) van de woningen met een huurprijs tussen de aftoppingsgrens en de vrijesectorgrens is in de eerste helft van 2015 verhuurd aan de EU-doelgroep (figuur 22). Ongeveer 6% van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen met een huur boven de vrije-sectorgrens is verhuurd aan de BBSH-doelgroep. Ongeveer 16% van de verhuurde woningen met een huurprijs boven de vrijesectorgrens is verhuurd aan de EU-doelgroep. In de eerste helft van 2015 is een groter deel van de verhuurde woningen met een huurprijs onder de aftoppingsgrens terecht gekomen bij de BBSH-doelgroep. Figuur 23 Verhuurde woningen aan BBSH-doelgroep naar huurcategorie, regio Haaglanden, 2011 eerste helft 2015 (excl. onbekende inkomens) boven vrije-sectorgrens onder vrije-sectorgrens onder aftoppingsgrens onder kwaliteitskortingsgrens % 20% 40% 60% 80% 100% Noot: de gehanteerde aftoppingsgrens is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden 29
30 AANBODRAPPORTAGE In figuur 23 is te zien welk deel van de woningen in een bepaalde huurklasse aan de BBSH-doelgroep toegewezen is. In figuur 24 bekijken we in welke woningen de BBSH-doelgroep terecht is gekomen. Daarbij onderscheiden we de minima van de overige BSSH-huishoudens. Figuur 24 Verhuringen aan minima, overig BBSH en totale BBSH-doelgroep naar huurcategorie, regio Haaglanden, 2011 eerste helft 2015 Minima onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Overig BBSH onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% BBSH-doelgroep (totaal) onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% In de figuur is duidelijk te zien dat een steeds kleiner deel van de minima terecht is gekomen in een woning met een huur tot de kwaliteitskortingsgrens. In 2011 kwam nog bijna 37% van de minima terecht in een woning met een huur onder de kwaliteitskortingsgrens. In de eerste helft van 2015 is dat nog ongeveer 21%. Vanaf 2013 is bij ongeveer 21% van de verhuringen aan minima de huur boven de lag aftoppingsgrens. Bij de overige BBSH-doelgroep is de prijsverschuiving nog duidelijk te zien dan bij de minima. In de eerste helft van 2015 betreft 33,5% van de toewijzingen een woning met een huur boven de hoge aftoppingsgrens; in 2011 was dit nog 8,5%. De afgelopen jaren is in de regio gemonitord welk deel van het aanbod aan de BBSH-doelgroep is toegewezen. Ook al zijn er geen afspraken overgemaakt, het is natuurlijk interessant om te zien in hoeverre de BBSH-doelgroep bediend wordt. In de eerste helft van 2015 betrof 82% van de toewijzingen een huishouden dat tot de BBSH-doelgroep behoort (figuur 25). In Midden-Delfland is het percentage het laagst (70%), in Zoetermeer en Rijswijk het hoogst (86%). 30
31 Figuur 25 Toewijzing vrijkomend aanbod (zonder nieuwbouw en lijstwoningen ), eerste helft 2015 gemeente BBSHdoelgr. laagmidden hoger Delft 82% 17% 1% Den Haag 83% 16% 1% Leidschendam-Voorburg 82% 16% 2% Midden-Delfland 70% 24% 6% Pijnacker-Nootdorp 74% 24% 2% Rijswijk 86% 13% 1% Wassenaar 78% 22% 0% Westland 78% 21% 1% Zoetermeer 86% 13% 1% totaal 82% 16% 1% Herkomst- en bestemmingsgemeente van geslaagde woningzoekenden Van de geslaagde kandidaten is bekend uit welke gemeente deze kandidaten afkomstig zijn (herkomstgemeente). In figuur 26 is per gemeente aangegeven welk deel van de geslaagde woningzoekenden uit dezelfde gemeente afkomstig is ( eigen gemeente ) en welk deel uit een andere gemeente in de regio Haaglanden. In de figuur is ook het aandeel huurders weergegeven dat niet uit de regio Haaglanden afkomstig is. Uitgangspunt hierbij is de gemeente waar de verhuring heeft plaatsgevonden. Figuur 26 Herkomst huurders verhuurde woningen (aandelen < 5% zijn samengevat onder overig), eerste helft % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer eigen gemeente Delft Den Haag Zoetermeer Westland overig buiten Haaglanden In voorgaande aanbodrapportages werd al geconstateerd dat de mate waarin de sociale huurmarkt op gemeentelijk niveau voor de inwoners van de eigen gemeente functioneert, sterk verschillend is. Deze constatering geldt ook voor de eerste helft van In de gemeenten Den Haag, Zoetermeer en Westland is het aandeel eigen inwoners in het totaal aantal verhuringen in de eerste helft van 2015 meer dan 60% en de instroom van buiten daarmee naar verhouding beperkt. Overigens hangt het aandeel binnenverhuizingen logischerwijs samen met de omvang van de gemeente: hoe groter de gemeente des te hoger het aantal binnenverhuizingen in het algemeen zal zijn. 31
32 AANBODRAPPORTAGE In alle gemeenten binnen de regio Haaglanden zijn in de eerste helft van 2015 huishoudens geslaagd met als herkomstgemeente Den Haag. Vooral in Rijswijk en Leidschendam-Voorburg is een relatief groot deel van de geslaagde kandidaten afkomstig uit de buurgemeente Den Haag. In Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland is het aandeel huishoudens met een vorig adres in Delft in de verhuringen naar verhouding groot. De categorie overig is een verzameling van geslaagde kandidaten uit verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. In vrijwel alle gemeenten binnen de regio zien we dat ongeveer 15% van de geslaagde kandidaten afkomstig is van buiten de regio. In Wassenaar ligt het aandeel zelfs op 20%. In figuur 27 is de ontwikkeling van het aandeel van de huishoudens dat binnen de eigen gemeente verhuist in de gemeentelijke verhuringen weergegeven. Het aandeel binnenverhuizingen is niet constant. In de meeste gemeenten zien we een afname van het aandeel. In Pijnacker-Nootdorp is het aandeel binnenverhuizingen in de eerste helft van 2015 behoorlijk hoger dan in Ook in Westland is een toename van het aandeel te zien. In de overige gemeenten zien we een afname. Het aandeel binnenverhuizingen kan ook samenhangen met de omvang van de nieuwbouw, aangezien bij nieuwbouwverhuringen het aandeel vestiging uit een andere gemeente gemiddeld hoger is. Figuur 27 Aandeel binnenverhuizingen in de gemeentelijke verhuur, 2013 eerste helft 2015 Delft Den Haag 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Leidschendam-Voorburg Midden Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer In figuur 26 is de gemeente waar de verhuring plaats heeft gevonden het uitgangspunt, in figuur 28 nemen we de herkomstgemeente van de geslaagde woningzoekende als vertrekpunt. Door dit te doen, wordt duidelijk in welke gemeenten woningzoekenden uit een specifieke gemeente in de eerste helft van 2015 een woning hebben gehuurd. 32
33 Figuur 28 Vestigingsgemeente van geslaagde woningzoekenden (naar herkomstgemeente)(aandelen < 5% zijn samengevat onder overig), eerste helft % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer buiten Haaglanden eigen gemeente Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Westland Zoetermeer overig Een groot deel van de geslaagde woningzoekenden uit de gemeenten Den Haag en Delft huurt een woning in de eigen gemeente: ruim 80% van de in de eerste helft van 2015 geslaagde woningzoekenden in Den Haag en Delft is afkomstig uit dezelfde gemeente. Ook in Wassenaar en Westland ligt dit percentage boven de 80%, meer dan in Vooral woningzoekenden vanuit Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland hebben in de eerste helft van 2015 vaak een woning buiten de eigen gemeente gevonden. Ook van de vestigers die van buiten de regio Haaglanden komen, is de vestigingsgemeente bekend. Het grootste deel van deze groep vestigt zich in Den Haag (50%) gevolgd door Delft met 14% en Zoetermeer met 12%. 3.3 Reagerende woningzoekenden en zoekrichting In deze paragraaf gaan we nader in op de woningzoekenden die in de eerste helft van 2015 gereageerd hebben op een woning en de zoekrichting van deze woningzoekenden. De belangrijkste kenmerken van de reagerende woningzoekenden staan weergegeven in de figuren 29 t/m 32. In de laatste twee figuren staat een vergelijking met voorgaande jaren weergegeven. In de eerste helft van 2015 hebben totaal woningzoekenden gereageerd op woningen die zijn aangeboden en verhuurd via Woonnet Haaglanden (figuur 29). Ruim reagerende woningzoekenden in de eerste helft van 2015 behoren tot de BBSH-doelgroep (81% van het totaal). Ruim reagerende woningzoekenden kunnen tot de EU-doelgroep worden gerekend. Dat is 95% van alle woningzoekenden in de eerste helft van 2015 (figuur 32). Het aandeel onbekende inkomens is gedaald tot minder dan 0,1%. 33
34 AANBODRAPPORTAGE Figuur 29 Profiel reagerende woningzoekenden voor aanbod in Haaglanden, eerste helft 2015 doelgroep minima starters doorstromers totaal minima geen minima niet in te delen doelgroep BBSH BBSH-doelgroep lage middeninkomens overige inkomens niet in te delen doelgroep EU 1 persoon, EU-doelgroep persoon, hoger inkomen meerpersoons, EU-doelgroep meerpersoons, middeninkomen meerpersoons, hoger inkomen niet in te delen totaal Noot: op basis van kansrijke reacties; Er zijn reagerende woningzoekenden die (met een kansrijke reactie) gereageerd hebben op aanbod via advertenties. Dit aantal wijkt af van het in de slaagkansen gehanteerde aantal van Bij de slaagkans tellen alleen degenen mee die gereageerd hebben op aanbod onder de vrijesectorgrens. Bovendien tellen bij die berekening degenen mee die geslaagd zijn zonder te reageren op advertentieaanbod. Die laatste groep wordt niet meegeteld bij de reagerende woningzoekenden. 34
35 Figuur 30 Profiel reagerende woningzoekenden voor aanbod in Haaglanden, eerste helft 2015 huishoudenomvang starters doorstromers totaal 1 persoon personen personen personen personen en meer personen leeftijd t/m 22 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar of ouder samenstelling huishouden alleen paar zonder kinderen eenoudergezin, 1 kind eenoudergezin, 2 kinderen eenoudergezin, 3+ kinderen tweeoudergezin, 1 kind tweeoudergezin, 2 kinderen tweeoudergezin, 3+ kinderen overig herkomst starters doorstromers totaal Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer buiten Haaglanden totaal
36 AANBODRAPPORTAGE Figuur 31 Profiel reagerende woningzoekenden voor aanbod in Haaglanden 2011 eerste helft 2015 doelgroep minima minima geen minima niet in te delen doelgroep BBSH BBSH-doelgroep lage middeninkomens overige inkomens niet in te delen doelgroep EU 1 persoon, EU-doelgroep persoon, hoger inkomen meerpersoons, EU-doelgroep meerpersoons, middeninkomen meerpersoons, hoger inkomen niet in te delen huishoudenomvang 1 persoon personen personen personen personen en meer personen leeftijd t/m 22 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar of ouder herkomst Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer buiten Haaglanden totaal Noot: op basis van kansrijke reacties 36
37 Figuur 32 Profiel reagerende woningzoekenden voor aanbod in Haaglanden 2011 eerste helft 2015 doelgroep minima 46% 50% 43% 50% 54% geen minima 54% 50% 50% 48% 46% niet in te delen 0% 0% 7% 1% 0% doelgroep BBSH BBSH-doelgroep 69% 73% 68% 77% 81% lage middeninkomens 24% 22% 21% 19% 17% overige inkomens 6% 4% 4% 3% 2% niet in te delen 0% 0% 7% 1% 0% doelgroep EU 1 persoon, EU-doelgroep 49% 50% 46% 51% 52% 1 persoon, hoger inkomen 2% 1% 1% 1% 1% meerpersoons, EU-doelgroep 39% 41% 40% 42% 44% meerpersoons, middeninkomen 7% 6% 4% 4% 3% meerpersoons, hoger inkomen 4% 3% 2% 2% 1% niet in te delen 0% 0% 7% 1% 0% huishoudenomvang 1 persoon 51% 51% 51% 53% 52% 2 personen 25% 24% 23% 23% 22% 3 personen 13% 13% 14% 14% 14% 4 personen 8% 7% 7% 7% 8% 5 personen 3% 3% 3% 3% 3% 6 en meer personen 1% 1% 1% 1% 1% leeftijd t/m 22 jaar 17% 16% 16% 15% 14% jaar 18% 18% 18% 19% 19% jaar 22% 23% 24% 24% 25% jaar 18% 18% 18% 18% 18% jaar 12% 13% 13% 13% 13% jaar 7% 7% 6% 7% 7% jaar 3% 4% 3% 3% 3% 75 jaar of ouder 2% 2% 2% 2% 1% herkomst Delft 9% 8% 8% 8% 8% Den Haag 54% 55% 55% 55% 56% Leidschendam-Voorburg 4% 4% 4% 4% 4% Midden-Delfland 1% 1% 1% 0% 0% Pijnacker-Nootdorp 2% 2% 2% 2% 2% Rijswijk 3% 3% 3% 3% 3% Wassenaar 1% 1% 1% 1% 1% Westland 4% 4% 4% 4% 4% Zoetermeer 10% 11% 11% 10% 10% buiten Haaglanden 12% 11% 11% 12% 11% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Noot: op basis van kansrijke reacties 37
38 AANBODRAPPORTAGE Ruim de helft van de reagerende woningzoekenden (52%) bestaat uit éénpersoonshuishoudens en ruim 74% uit een één- of tweepersoonshuishouden (zie figuur 30, 31 en 32). Bijna 12% van de reagerende huishoudens bestaat uit minimaal 4 personen. Het aandeel jongeren binnen de groep reagerende woningzoekenden is groot. Ongeveer 32% van de reagerende woningzoekenden heeft een leeftijd tot 27 jaar en ongeveer 58% een leeftijd tot 35 jaar. Wel is een afname te zien van het aandeel zoekers tot 22 jaar. Het aandeel van deze groep was in 2011 nog 17% en is in de eerste helft van 2015 afgenomen tot minder dan 14%. Meer dan de helft van de woningzoekende huishoudens in de regio Haaglanden in de eerste helft van 2015 is op moment van reageren woonachtig in Den Haag (ongeveer 56%). Woningzoekenden uit de andere gemeenten binnen Haaglanden vormen een relatief klein aandeel. Ongeveer 11% van de reagerende woningzoekenden in de eerste helft van 2015 is afkomstig van buiten de regio Haaglanden. Het aandeel reagerende woningzoekenden dat tot de BBSH-doelgroep gerekend kan worden, is toegenomen. Deze toename wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de minima. In 2014 behoorde 77% tot de BBSH-doelgroep en 50% tot de minima. Die percentages zijn toegenomen tot respectievelijk 81% en 54%. De verdeling van de reagerende woningzoekenden naar inkomen voor de jaren 2011 tot en met de eerste helft van 2015 staat weergegeven in figuur 33. Deze verdeling is exclusief de 1% onbekende inkomens in 2014 en de 7% onbekende inkomens in Uit de figuur is af te lezen dat het aandeel reagerende woningzoekenden met een inkomen tot de EU-grens door de jaren heen is toegenomen. Het aandeel reagerende huishoudens met een hoger inkomen is steeds kleiner geworden. Figuur 33 Verdeling reagerende woningzoekenden naar inkomensgroepen, 2011 eerste helft 2015 (excl. onbekende inkomens) persoon, EU-doelgroep 1 persoon, hoger inkomen meerpersoons, EU-doelgroep meerpersoons, middeninkomen meerpersoons, hoger inkomen 0% 20% 40% 60% 80% 100% Door de reagerende woningzoekers is ruim maal gereageerd op het huuraanbod (exclusief nieuwbouwadvertenties en inclusief de reacties van directe zoekers en reacties op woningen die via het lotingmodel verhuurd zijn) in de eerste helft van Dat is zeer veel voor een periode van een half jaar. In heel 2014 werd ruim 1,2 miljoen maal gereageerd. Voor de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen zijn advertenties geplaatst. Het betreft hier alle advertenties met betrekking tot de bestaande bouw. De nieuwbouwverhuringen zijn buiten beschouwing gelaten, evenals de advertenties zonder reacties. Op deze advertenties zijn ruim goede reacties binnengekomen. Dit betekent dat er gemiddeld 169 reacties op een advertentie zijn binnengekomen. Dit is een forse toename ten opzichte van voorgaande jaren. In 2014 bedroeg het gemiddelde nog 128. Deze toename hangt samen met de nieuwe manier van adverteren, waarbij er 38
39 dagelijks nieuwe advertenties worden geplaats. Dit maakt het voor woningzoekenden mogelijk om in een week meer reacties te plaatsen dan in het verleden. Figuur 34 Verdeling reagerende woningzoekenden naar aantal reacties, eerste helft 2013 eerste helft In figuur 34 is het aantal reacties van de reagerenden in de eerste helft van 2015 vergeleken met de reagerenden in de eerste helft van 2013 en Daarbij valt op dat in 2014 al een toename te zien is van het aantal zoekers dat vaker dan 50 maal gereageerd heeft in een half jaar tijd. In de eerste helft van 2015 is dit aantal nog sterk toegenomen. Deze verschuiving heeft grote gevolgen voor het aantal reacties. De woningzoekenden die meer dan 50 maal reageren zijn samen goed voor bijna reacties. Daarmee is 6,3% van de zoekers verantwoordelijk voor 33,1% van de reacties. In de eerste helft van 2013 was de groep duidelijk kleiner (348 woningzoekenden) en reageerden deze zoekers ruim maal. Figuur 35 Verdeling reagerende woningzoekenden naar totaal aantal reacties, eerste helft 2013 eerste helft De groep woningzoekenden die heel intensief zoekt (meer dan 50 maal in de eerste helft van 2015) bestaat vrijwel uitsluitend uit 65-minners. Ook de groep 55+ is in deze groep nauwelijks vertegenwoordigd. Toch zijn het niet alleen jonge huishoudens. In alle leeftijdsklassen tot 55 jaar komt het intensief zoeken voor. Starters zijn duidelijk oververtegenwoordigd in deze groep, maar toch is meer dan een op de drie een doorstromend huishouden. Hoge inkomens komen bij de intensieve zoekers nauwelijks voor, middeninkomens iets minder dan onder de andere zoekers. Op woningen in Rijswijk en Den Haag is in de eerste helft van 2015 gemiddeld het meeste gereageerd. Dat was ook in 2014 het geval. Maar ten opzichte van 2014 is het gemiddeld aantal reacties in deze 39
40 AANBODRAPPORTAGE gemeenten wel flink toegenomen. De toename in het gemiddelde aantal reacties in 2014 is in alle gemeenten in meer of in mindere mate terug te zien, behalve in Westland. De verschillen in gemiddeld aantal reacties per woning tussen de gemeenten zijn relatief groot. Dit kan ook te maken hebben met verschillen in het adverteren per corporatie. Figuur 36 Advertenties en gemiddeld aantal reacties per gemeente, 2011 eerste helft 2015 advertenties reacties gemiddeld gemeente Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer totaal Het aantal reacties differentieert niet alleen sterk per gemeente, maar zeker ook per woningtype (zie figuur 37). De woningtypen waarop in de eerste helft van 2015 de meeste reacties zijn geweest, zijn portiekwoningen, eengezinswoningen en bovenwoningen (die onderling sterk verschillend van karakter zijn). Dat was ook in 2014 het geval. Figuur 37 Advertenties en aantal reacties naar woningtype van de aangeboden woning, 2011 eerste helft 2015 advertenties reacties gemiddeld woningtype portiekwoning flat met lift seniorenwoning eengezinswoning benedenwoning HAT-woning maisonnette bovenwoning flat zonder lift onzelfstandige HAT aanleunwoning overige woningtype totaal Bij aanleunwoningen, zorgwoningen en seniorenwoningen is het gemiddeld aantal reacties het laagst. Dit kan verklaard worden uit het feit dat maar een klein deel van de zoekers voor deze woningen in aanmerking komt en dus op deze woningtypen kan reageren. 40
41 Ook de miva-woningen en de complexwoningen scoren hoog. Het gaat hierbij echter om een beperkt aantal advertenties. Bij de woningtypen die maar sporadisch worden aangeboden of die voor een specifieke doelgroep zijn, kunnen de fluctuaties in het aantal reacties groot zijn. Ook naar prijsklasse van de woningen zijn grote verschillen te zien in het aantal reacties per advertentie. De woningen met een huur onder de kwaliteitskortingsgrens en de woningen met een huur tussen de lage en de hoge aftoppingsgrenzen krijgen de meeste reacties. Bij woningen met een huur boven de vrije-sectorgrens is het aantal reacties veel kleiner. Daar leverde een advertentie gemiddeld slechts 11 reacties op. In dat prijssegment is bovendien het aantal reacties weer verder afgenomen ten opzichte van de voorgaande jaren, terwijl het gemiddelde aantal reacties juist flink is toegenomen. Figuur 38 Advertenties en aantal reacties naar huurprijsklasse van de aangeboden woning, 2011 eerste helft 2015 advertenties reacties gemiddeld huurprijsklasse onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens totaal Ook een uitsplitsing naar kameraantal laat een toename van het aantal reacties zien. Alleen bij de grote woningen (6 en meer kamers) is het gemiddeld aantal reacties in de eerste helft van 2015 afgenomen. Bij kleinere woningen zien we in het algemeen minder reacties dan bij grote woningen. Een 1- kamerwoning levert gemiddeld 85 reacties op, terwijl een woning met 4 kamers gemiddeld rond de 224 reacties oplevert. Bij de grootste woningen (vijf kamers en zes kamers of meer) is het aantal reacties lager dan bij 4-kamerwoningen. Deze grotere woningen hebben relatief vaak een huur boven de vrijesectorgrens. Die woningen leveren in het algemeen minder reacties op. Figuur 39 Advertenties en aantal reacties naar aantal kamers van de aangeboden woning, 2011 eerste helft 2015 advertenties reacties gemiddeld aantal kamers kamer kamers kamers kamers kamers kamers of meer totaal We kunnen de invloed van de huurprijs en het aantal kamers van de woning ook gecombineerd in beeld brengen. Dat is gedaan in figuur 40. Als we het gemiddeld aantal reacties per advertentie uitsplitsen naar zowel de prijs van de woning als het aantal kamers van de woning, dan blijkt er duidelijk logica te zitten in het reactiegedrag. Binnen eenzelfde prijsklasse is het aantal reacties bij grotere woningen 41
42 AANBODRAPPORTAGE duidelijk hoger. En binnen eenzelfde aantal kamers is het aantal reacties duidelijk hoger bij de lagere huurprijsklassen. Figuur 40 Gemiddeld aantal reacties naar aantal kamers en huurprijsklasse van de aangeboden woning, eerste helft 2015 huurprijsklasse \ kamers 1 k. 2 k. 3 k. 4 k. 5 k. 6+ k. totaal onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens boven vrije-sectorgrens totaal Noot: Bij categorieën met minder dan 5 advertenties is een - weergegeven In het vervolg van deze paragraaf gaan we in op de zoekrichting (reactciegemeente) van de woningzoekenden. Ongeveer 30% van de woningzoekenden in Haaglanden heeft alleen gereageerd op woningen die in de eigen gemeente aangeboden zijn. Een grotere groep woningzoekenden (ruim 45%) heeft in de eerste helft van 2015 zowel in de eigen gemeente als in een andere gemeente gezocht. De resterende 25% heeft alleen in een andere dan de eigen gemeente gezocht. Wanneer we de groep zoekers beperken tot hen die al in Haaglanden wonen en de niet-haaglanders dus buitensluiten, dan wordt het deel dat alleen in een andere gemeente zoekt vanzelfsprekend kleiner. Figuur 41 Zoekrichting van woningzoekenden naar herkomstgemeente, eerste helft % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Haaglanden alleen eigen gemeente deels eigen gemeente alleen andere gemeente Er bestaan flinke verschillen in het zoekgedrag van woningzoekenden uit verschillende gemeenten. Zo loopt de mate waarin men in de eigen gemeente zoekt sterk uiteen. In de grotere gemeenten Den Haag, Delft en Zoetermeer is het percentage zoekers in de eigen gemeente het hoogste met een percentage rond de 35%. In Pijnacker-Nootdorp ligt dit aandeel op slechts 10%. Opvallend is ook het lage aandeel in Rijswijk (ongeveer 12%). In de eerste helft van 2014 lag dit aandeel nog op bijna 20%. Ruim 50% van de zoekers uit de gemeente Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp zoekt alleen in een andere gemeente. De woningzoekenden woonachtig in Den Haag, Delft en Zoetermeer zoeken relatief vaker zowel in de eigen gemeente als ook in een andere gemeente. 4 De woningzoekenden die van buiten de regio Haaglanden reageren zijn in de grafiek weggelaten. Ze reageren immers allen alleen in een andere gemeente. 42
43 3.4 Weigeringen Een woningzoekende kan een aanbieding krijgen voor een woning waar hij/zij op gereageerd heeft, maar dat betekent nog niet dat deze woningzoekende ook de daadwerkelijke huurder wordt van de woning. Woningzoekenden kunnen woningen weigeren, zowel actief of passief. Maar corporaties kunnen ook kandidaten weigeren. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de weigeringen van de in de eerste helft van 2015 verhuurde woningen. Weigeringen per advertentie De advertenties in de eerste helft van 2015 hebben in totaal ruim weigeringen opgeleverd. Dit komt neer op gemiddeld 9,0 weigeringen per advertentie. Zowel de woningzoekende als de corporatie kan zorgen voor een weigering. Ruim 60% van de weigeringen zijn afkomstig van de kandidaten, de overige weigeringen komen voor rekening van de corporaties. In figuur 42 staat een overzicht van het aantal advertenties, het aantal weigeringen en het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie naar gemeente. Niet alleen het aantal advertenties, maar ook het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie verschilt sterk per gemeente. Vooral in Den Haag en Rijswijk worden vaker woningen geweigerd dan gemiddeld in Haaglanden, namelijk 10,8 maal. Voor de gemeente Den Haag is er sprake van een afname ten opzichte van de eerste helft van 2014 (en heel 2014). Voor de gemeente Rijswijk is dit een toename ten opzichte van Woningen in Zoetermeer worden gemiddeld maar 4,5 maal geweigerd. Het gemiddeld aantal weigeringen in Pijnacker-Nootdorp is ook relatief laag met 5,0 maal geweigerd. Figuur 42 Advertenties, weigeringen en weigeringen per advertentie in Haaglanden, eerste helft 2015 gemeente advertenties weigeringen corporatie weigeringen kandidaten weigeringen totaal weigeringen per advertentie Delft ,7 Den Haag ,8 Leidschendam-Voorburg ,1 Midden-Delfland ,5 Pijnacker-Nootdorp ,0 Rijswijk ,8 Wassenaar ,0 Westland ,6 Zoetermeer ,5 totaal ,0 Weigeringen door de kandidaat en door de corporatie In de volgende figuur is onder meer weergegeven hoe het aantal weigeringen per advertentie zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld. Hieruit wordt duidelijk dat het aantal weigeringen de laatste jaren flink is toegenomen, maar dat de eerste helft van 2015 weer een lichte afname laat zien. Het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie is toegenomen van 5,9 in 2010 (niet zichtbaar in de tabel) naar 9,3 in In de eerste helft van 2015 is een lichte afname te zien naar 9,0. 43
44 AANBODRAPPORTAGE Figuur 43 Verhuringen, weigeringen en weigeringen per advertentie in Haaglanden, 2011 eerste helft 2015 indicator verhuringen weigeringen kandidaten weigeringen corporatie weigeringen totaal weigeringen per advertentie 6,5 7,2 8,2 9,3 9,0 advertenties De afname van het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie is vooral toe te schrijven aan een afname van het gemiddeld aantal weigeringen per advertentie door de corporaties (figuur 44). Figuur 44 Gemiddeld aantal weigeringen door kandidaten en corporaties in Haaglanden, 2011 eerste helft ,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0, weigeringen kandidaten weigeringen corporatie De weigeringsredenen van de woningzoekenden zijn samengevat in een drietal hoofdredenen persoonlijke/overig, buurt en woning (figuur 45). De meest genoemde weigeringsredenen in de eerste helft 2015 hebben betrekking op persoonlijke omstandigheden of overige redenen (52%). De verdeling naar de drie hoofdredenen in de eerste helft van 2015 is vergelijkbaar met de verdeling in Figuur 45 Weigeringsredenen door kandidaten in Haaglanden, 2011 eerste helft woning buurt persoonlijk/overig 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% In figuur 46 zijn de weigeringsredenen van de kandidaten verder uitgesplitst. Redenen betreffende de woning gaan onder andere over de toestand van de woning, grootte van de woning en de prijs van de woning. 44
45 Figuur 46 Weigeringsredenen door kandidaten in Haaglanden, eerste helft 2015 toestand van de woning woning te klein woning te duur ov. redenen woning buurt/wijk persoonlijk al voorzien overig 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% De redenen waarom corporaties kandidaten weigeren, lopen eveneens uiteen (figuur 47). Het niet reageren van de woningzoekende op een aanbieding vormt de belangrijkste weigeringsgrond (85% van de weigeringen). Dit aandeel is afgenomen ten opzichte van Figuur 47 Weigeringsredenen door corporaties in Haaglanden, 2012, 2013, 2014 en eerste helft % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% huurschuld overlast onjuiste gegevens te laat gereageerd geen reactie overig 45
46 46 AANBODRAPPORTAGE
47 HOOFDSTUK 4 Druk op de sociale huurmarkt De spanning op de sociale huurmarkt kan op verschillende manieren in beeld worden gebracht. Twee belangrijke indicatoren om de situatie op de sociale huurmarkt weer te geven, zijn de benodigde inschrijfduur en de slaagkans. De inschrijfduur geeft aan hoe lang de geslaagde woningzoekende gemiddeld ingeschreven heeft gestaan om voor een woning in aanmerking te komen. De slaagkans geeft inzicht in de verhouding tussen geslaagde woningzoekende en de totale groep reagerende woningzoekenden. 4.1 Inschrijfduur De benodigde inschrijfduur om een woning te kunnen huren is een belangrijke indicator voor de druk op de woningmarkt. Voor alle woningen die in de eerste helft van 2015 in Haaglanden zijn verhuurd, was de mediane inschrijfduur 31 maanden, ofwel 2 jaar en 7 maanden (figuur 48). Ten opzichte van 2013 en 2014 is er sprake van een toename van de mediane inschrijfduur. Bij de volgordebepaling in het verhuurproces wordt gebruik gemaakt van de woon-/inschrijfduur. Voor starters is de woon- /inschrijfduur gelijk aan de inschrijfduur. Bij doorstromers wordt de woon-/inschrijfduur berekend door maximaal 5 jaar van de woonduur op het huidige adres op te tellen bij de inschrijfduur. Figuur 48 Mediane inschrijfduur en woon-/inschrijfduur (in maanden) van geslaagde woningzoekenden (verhuurd o.b.v. woon- /inschrijfduur), eerste helft inschrijfduur starters inschrijfduur doorstromers woon-/inschrijfduur doorstromers inschrijfduur totaal woon-/inschrijfduur totaal Bij de woon-/inschrijfduur is de toename ook terug te zien, al is daar al vanaf 2011 sprake van een stijging. De toename van 2012 op 2013 laat zich voor een belangrijk deel verklaren door de gewijzigde methodiek bij de berekening van de woon-/inschrijfduur voor doorstromers. In het vervolg van dit hoofdstuk laten we de woon-/inschrijfduur buiten beschouwing. Wel wordt waar nodig onderscheid gemaakt tussen starters en doorstromers, om recht te doen aan de verschillen die ontstaan bij de volgordebepaling, door het meetellen van woonduur bij doorstromers. De benodigde inschrijfduur voor starters is in de eerste helft van 2015 uitgekomen op 44 maanden. Dit is een toename met 3 maanden ten opzichte van
48 AANBODRAPPORTAGE Figuur 49 Mediane inschrijfduur (in maanden) van geslaagde woningzoekenden (verhuurd o.b.v. woon-/inschrijfduur), eerste helft 2015 inschrijfduur categorie starter doorstromer huishoudenomvang 1 persoon personen personen personen personen en meer personen leeftijd t/m 22 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar of ouder inkomen minima ov. BBSH-doelgroep ov. EU-doelgroep ov. middeninkomen hoger inkomen indeling in doelgroepen BBSH <23, 1p BBSH <23, 2p minima, 23-54, 1p minima, 23-54, 2p minima, 3p minima, 4p minima, 5+p ov BBSH, 23-54, 1p ov BBSH, 23-54, 2p ov BBSH, 3p ov BBSH, 4p ov BBSH, 5+p (56) (50) BBSH-EU, 23-54, 1p BBSH-EU, 23-54, 2p BBSH , 3+p overig (55+, hoog ink.) totaal Toewijzingen via woon-/inschrijfduur, uitgezonderd vrije-sectorwoningen. Bij minder dan 10 waarnemingen wordt de inschrijfduur in grijs en tussen haken weergegeven. 48
49 Figuur 50 Mediane inschrijfduur (in maanden) van geslaagde woningzoekenden (verhuurd o.b.v. woon-/inschrijfduur), naar staters en doorstomers, eerste helft 2015 inschrijfduur starters doorstromers totaal huishoudenomvang 1 persoon personen personen personen personen (26) en meer personen leeftijd t/m 22 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar of ouder (59) inkomen minima ov. BBSH-doelgroep ov. EU-doelgroep ov. middeninkomen hoger inkomen (21) (27) 27 indeling in doelgroepen BBSH <23, 1p 31 (3) 31 BBSH <23, 2p 41 (7) 40 minima, 23-54, 1p minima, 23-54, 2p minima, 3p minima, 4p (21) minima, 5+p (26) ov BBSH, 23-54, 1p ov BBSH, 23-54, 2p ov BBSH, 3p ov BBSH, 4p (69) ov BBSH, 5+p - (50) (50) BBSH-EU, 23-54, 1p BBSH-EU, 23-54, 2p BBSH , 3+p overig (55+, hoog ink.) totaal Toewijzingen via woon-/inschrijfduur, uitgezonderd vrije-sectorwoningen. Bij minder dan 10 waarnemingen wordt de inschrijfduur in grijs en tussen haken weergegeven. 49
50 AANBODRAPPORTAGE Geslaagde doorstromers hebben gemiddeld een (veel) langere woon-/inschrijfduur 5 dan geslaagde starters. In de eerste helft van 2015 bedraagt de mediane benodigde inschrijfduur voor starters 44 maanden. In 2014 was dit nog 41 maanden. De gemiddelde benodigde woon-/inschrijfduur voor doorstromers is 68 maanden, één maand boven de mediaan van Bij de doorstromers is de mediane benodigde inschrijfduur toegenomen van 19 naar 20 maanden. In de figuren 51 en 52 wordt de inschrijfduur van de geslaagde woningzoekenden 6 weergegeven, uitgesplitst naar kenmerken van het huishouden, waarbij in figuur 52 onderscheid wordt gemaakt naar starters en doorstromers. Dit maakt duidelijk dat er verschil bestaat in de benodigde inschrijfduur van beide groepen. Doordat bij doorstromers woonduur wordt meegeteld, is de benodigde inschrijfduur lager. Voor starters geldt omgekeerd dat ze zeker in gevallen waar ze concurreren met doorstromers een hoge inschrijfduur nodig hebben om te kunnen slagen. Bij de leeftijdsgroepen jaar en jaar is een opvallende toename van de mediane inschrijfduur te zien ten opzichte van De woon-/inschrijfduur voor de periode wordt berekend door de inschrijfduur bij doorstromers te vermeerderen met maximaal 4 jaar, berekend via aantal jaren woonduur op moment van inschrijving gedeeld door 3. Ter bevordering van de doorstroming is vanaf januari 2013 de berekening van de gemiddelde woon-/inschrijfduur bij verhuringen aangepast. Bij het berekenen van de woon-/inschrijfduur voor doorstromers wordt vanaf 2013 uitgegaan van maximaal 5 jaar, zonder deling door 3. 6 Deze kandidaten zijn op basis van hun woon-/inschrijfduur aan een woning gekomen. 50
51 Figuur 51 Mediane inschrijfduur (in maanden) van geslaagde woningzoekenden (verhuurd o.b.v. woon-/inschrijfduur), eerste helft gemeente Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer netto huurprijs onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens aantal kamers 1-2 kamers kamers kamers kamers of meer oppervlakte tot 50 m m m vanaf 80 m totaal Toewijzingen via woon-/inschrijfduur, uitgezonderd vrije-sectorwoningen. Bij minder dan 10 waarnemingen wordt de inschrijfduur in grijs en tussen haken weergegeven. 51
52 AANBODRAPPORTAGE Figuur 52 Mediane inschrijfduur (in maanden) van geslaagde woningzoekenden (verhuurd o.b.v. woon-/inschrijfduur), naar staters en doorstomers, eerste helft 2015 inschrijfduur starters doorstromers totaal gemeente Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer netto huurprijs onder kwaliteitskortingsgrens onder lage aftoppingsgrens onder hoge aftoppingsgrens onder vrije-sectorgrens aantal kamers 1-2 kamers kamers kamers kamers of meer (48) oppervlakte tot 50 m m m vanaf 80 m totaal Toewijzingen via woon-/inschrijfduur, uitgezonderd vrije-sectorwoningen. Bij minder dan 10 waarnemingen wordt de inschrijfduur in grijs en tussen haken weergegeven. In de figuren 53 en 54 is de inschrijfduur uitgesplitst naar kenmerken van de woningen. Daarbij valt op dat de verschillen tussen de gemeenten groot zijn. In Midden-Delfland en Wassenaar is de mediane inschrijfduur het hoogst. Geslaagde starters in Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar, Midden-Delfland en Rijswijk hebben een inschrijfduur die boven de 50 maanden uit komt en dus ruim boven het regionale gemiddelde ligt. De mediane inschrijfduur is duidelijk hoger bij grote woningen, qua oppervlakte en qua aantal kamers. 52
53 4.2 Reële slaagkans De slaagkans is de fractie van het aantal woningzoekenden dat in een bepaalde periode slaagt. De slaagkans wordt berekend door het aantal geslaagden te delen door het aantal woningzoekenden. Sinds 2013 wordt de slaagkans berekend door het aantal verhuringen te delen door het aantal woningzoekenden dat minimaal één goede reactie heeft ingezonden op het verhuurde aanbod, aangevuld met de woningzoekenden die zijn geslaagd zonder reacties in te dienen. Deze slaagkans wordt de reële slaagkans genoemd. Bij het berekenen van de reële slaagkans in een gemeente worden de reacties van de woningzoekenden fractioneel meegeteld in de verschillende gemeenten. Zo wordt gezorgd dat alle woningzoekenden één maal meetellen. Uitgaande van verhuurde woningen in de eerste helft van 2015 (exclusief verhuringen via rechtspersonen en exclusief de vrije sector) en actieve woningzoekenden, komt de reële slaagkans in de eerste helft van 2015 uit op 9,3%. Dit is een afname ten opzichte van de eerste helft van Toen kwam de reële slaagkans uit op 10,2%. Ongeveer de helft van de zoekers bestaat uit starters, de andere helft is doorstromer. Bij de geslaagde woningzoekenden zijn de doorstromers iets oververtegenwoordigd. Dat betekent dat de slaagkans voor doorstromers (9,7%) iets hoger is dan die voor starters (9,0%). Dat patroon zagen we in 2014 ook. Voor de sociale verhuurders is uiteraard vooral de slaagkans van de lagere-inkomensgroepen van belang. In figuur 53 is de reële slaagkans voor een aantal inkomensgroepen weergegeven. De reële slaagkans (exclusief vrije sector) van de minima ligt op 10,0%. De slaagkans van de hele BBSH-doelgroep ligt iets lager (9,2%). De slaagkans van de BBSH-doelgroep is daarmee iets lager dan de slaagkans van de lage middeninkomens en de huishoudens met een hoger inkomen ( overige inkomens ). Figuur 53 Reële slaagkans naar inkomen, eerste helft 2015 (exclusief verhuringen via rechtspersonen en vrije sector) inkomensklasse geslaagden woningzoekenden slaagkans minima ,0% totale BBSH-doelgroep (incl. minima) ,2% lage middeninkomens ,7% overige inkomens ,3% totale niet-bbsh-doelgroep ,8% inkomen onbekend totaal relevante verhuringen ,3% verhuringen via rechtspersonen totaal verhuringen tot huurprijsgrens verhuringen boven huurprijsgrens totaal verhuringen Noot: Bij de berekening van de slaagkans worden buiten beschouwing gelaten: de verhuringen via rechtspersonen, de vrije-sectorwoningen en de niet binnen de labeling passende reacties. Bij bemiddelingen (waar geen reacties in de bestanden aanwezig zijn) wordt gerekend met één reactie. 53
54 AANBODRAPPORTAGE Figuur 54 Reële slaagkans naar kenmerken van het huishouden, eerste helft 2015 categorie geslaagden woningzoekenden slaagkans starter ,0% doorstromer ,7% huishoudenomvang 1 persoon ,8% 2 personen ,3% 3 personen ,7% 4 personen ,9% 5 personen ,1% 6 en meer personen ,0% leeftijd t/m 22 jaar ,9% jaar ,8% jaar ,3% jaar ,0% jaar ,8% jaar ,9% jaar ,5% 75 jaar of ouder ,8% inkomen minima ,0% ov. BBSH-doelgroep ,6% ov. EU-doelgroep ,8% ov. middeninkomen ,1% hoger inkomen ,3% indeling in doelgroepen BBSH <23, 1p ,4% BBSH <23, 2p ,7% minima, 23-54, 1p ,1% minima, 23-54, 2p ,2% minima, 3p ,9% minima, 4p ,6% minima, 5+p ,7% ov BBSH, 23-54, 1p ,2% ov BBSH, 23-54, 2p ,7% ov BBSH, 3p ,5% ov BBSH, 4p ,3% ov BBSH, 5+p ,7% BBSH-EU, 23-54, 1p ,3% BBSH-EU, 23-54, 2p ,9% BBSH , 3+p ,8% overig (55+, hoog ink.) ,0% totaal ,3% 54
55 De reële slaagkans verschilt niet alleen naar inkomensklasse, maar ook naar leeftijd en omvang van het huishouden. In figuur 55 staat de reële slaagkans naar deze kenmerken van het huishouden weergegeven. In het algemeen neemt de reële slaagkans toe bij een hogere leeftijd. De slaagkans voor woningzoekenden van 75 jaar en ouder is in de eerste helft van 2015 met 33,8% fors hoger dan het gemiddelde van 9,3%. De slaagkans van woningzoekenden in de leeftijd tot en met 22 jaar is het laagst (6,9%), gevolgd door de leeftijdsgroep van 27 tot en met 34 jaar (7,3%). In 2013 en 2014 was deze volgorde andersom. Vanaf 55 jaar is de slaagkans duidelijk hoger dan gemiddeld. Ook als we kijken naar de omvang van het huishouden, zien we verschillen in de slaagkans. De laagste slaagkans doet zich voor bij huishoudens bestaande uit vijf personen (5,1%). Eenpersoonshuishoudens hebben met 10,8% de hoogste slaagkans. Dat was in 2013 en 2014 ook het geval. De slaagkans van de tweepersoonshuishoudens ligt rond het regionale gemiddelde. De grotere huishoudens, al vanaf drie personen, hebben een duidelijk lagere slaagkans dan het regionale gemiddelde. Als we slaagkans uitsplitsen naar zowel de leeftijd als naar de omvang van het huishouden, dan valt op dat bij de slaagkans van een groot huishouden laag is bij vrijwel alle leeftijdsgroepen. Figuur 55 Reële slaagkans naar leeftijd en omvang van het huishouden, 2014 leeftijd 1 p 2 p 3 p 4 p 5 p 6+ p totaal t/m 22 jaar 7,2% 6,6% 5,1% 0,0% - - 6,9% jaar 9,1% 8,4% 8,5% 6,4% 2,4% - 8,8% jaar 8,7% 6,7% 5,7% 6,1% 5,6% 5,7% 7,3% jaar 9,9% 8,7% 7,0% 5,7% 4,9% 8,6% 8,0% jaar 11,8% 11,0% 6,9% 5,8% 5,9% 8,0% 9,8% jaar 18,7% 11,7% 5,2% 7,3% 1,5% 12,4% 14,9% jaar 23,7% 20,0% 13,6% 10,2% 7,8% 0,0% 21,5% 75 jaar of ouder 37,6% 28,9% 11,9% 0,0% ,8% totaal 10,8% 9,3% 6,7% 5,9% 5,1% 8,0% 9,3% Noot: Bij minder dan 5 woningzoekenden is de slaagkans niet berekend en is een - weergegeven. De reële slaagkans verschilt ook per gemeente (figuur 56) en is het hoogst in de gemeenten Westland, Midden-Delfland en Delft. In 2014 was de slaagkans het laagst in Zoetermeer. In de eerste helft van 2015 scoort Zoetermeer ook laag, maar ligt de slaagkans ongeveer op hetzelfde niveau als in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. De lage slaagkans in Den Haag is opvallend. In 2014 De slaagkans is het hoogst bij de woningen tussen de hoogste aftoppingsgrens en de vrije-sectorgrens. De laatste jaren worden veel woningen in dit segment aangeboden. Vooral de nieuwbouw bevindt zich vooral in dit segment. In het algemeen is de slaagkans hoger bij de kleinere woningen. 55
56 AANBODRAPPORTAGE Figuur 56 Reële slaagkans naar kenmerken van de woning, eerste helft 2015 gemeente geslaagden woningzoekenden slaagkans Delft ,7% Den Haag ,5% Leidschendam-Voorburg ,3% Midden-Delfland ,8% Pijnacker-Nootdorp ,3% Rijswijk ,3% Wassenaar ,3% Westland ,4% Zoetermeer ,4% netto huurprijs onder kwaliteitskortingsgrens ,2% onder lage aftoppingsgrens ,4% onder hoge aftoppingsgrens ,7% onder vrije-sectorgrens ,3% aantal kamers 1-2 kamers ,1% 3 kamers ,2% 4 kamers ,8% 5 kamers of meer ,9% oppervlakte tot 50 m ,1% m ,0% m ,7% vanaf 80 m ,2% totaal ,3% De slaagkans is het hoogst bij 1-kamerwoningen met een huur tot de kwaliteitskortingsgrens (20,3%) en bij 2-kamerwoningen met een huur boven de aftoppingsgrens (20,7%). De slaagkans bij de 2- en 3- kamerwoningen is vooral hoog bij de relatief dure woningen, met een huur tussen de aftoppingsgrens en de vrije-sectorgrens. Die woningen zijn waarschijnlijk door de combinatie van weinig kamers en een hogere huur minder gewild, waardoor er minder op gereageerd wordt. Figuur 57 Reële slaagkans naar huurklasse en aantal kamers, eerste helft 2015 huurprijs \ kamers 1 k 2 k 3 k 4 k 5 k 6+ k totaal verhuringen tot kwal.kortingsgrens 20,3% 8,6% 5,3% 10,1% 1,9% - 10,2% 641 tot aftoppingsgrens 19,1% 13,5% 7,2% 5,2% 4,4% 1,3% 7,9% tot huurprijsgrens - 20,7% 14,5% 9,9% 7,5% 12,3% 12,3% totaal 20,3% 12,3% 9,2% 6,8% 5,9% 6,4% 9,3% verhuringen totaal Noot: Bij minder dan 5 woningzoekenden is de slaagkans niet berekend en is een - weergegeven. 56
57 In de eerste helft van 2015 is de slaagkans 9,3%. Dat is lager dan de slaagkans die over de eerste helft van 2014 gemeten werd (10,2%). Over heel 2014 gemeten was de slaagkans 14,8%. Dat was lager dan in de jaren daar voor. Gezien de afname ten opzichte van de eerste helft van 2014 lijkt 2015 ook af te stevenen op een afname van de slaagkans. In de tabel zijn de slaagkansen uitgesplitst naar een aantal kenmerken van de huishoudens. De lage slaagkans van de overige BBSH-doelgroep is opvallend. In de eerste helft van 2014 lag de slaagkans een stuk dichter bij de slaagkans van de minima. Verder valt de relatief hoge slaagkans van de huishoudens met 6 en meer personen op, evenals de relatief lage slaagkans van de 5-persoonshuishoudens. In 2014 was de slaagkans van 4-persoonshuishoudens het laagst, nu bij 5-persoonshuishoudens. De afname van de slaagkans in de eerste helft van 2015 is terug te zien bij alle leeftijdsgroepen tot 65 jaar. Bij de jongeren tot en met 22 jaar is de afname het grootst. De slaagkans van deze groep is daarmee nu het laagst. Figuur 58 Reële slaagkans naar kenmerken van het huishouden, eerste helft 2015 doelgroep minima 17,1% 16,7% 16,5% 15,6% 11,0% 10,0% ov. BBSH-doelgroep 14,8% 14,0% 14,6% 15,0% 10,4% 7,6% middeninkomen 15,3% 14,2% 17,6% 13,8% 9,4% 9,7% hoog inkomen 13,2% 9,7% 15,3% 12,4% 8,5% 11,3% huishoudenomvang 1 persoon 17,5% 17,6% 18,3% 16,7% 12,1% 10,8% 2 personen 16,2% 15,0% 16,8% 15,0% 10,2% 9,3% 3 personen 12,6% 11,4% 12,6% 11,9% 7,5% 6,7% 4 personen 11,8% 8,7% 10,5% 8,6% 4,9% 5,9% 5 personen 9,5% 6,9% 8,6% 9,3% 6,1% 5,1% 6 en meer personen 7,9% 7,1% 9,3% 10,5% 5,8% 8,0% leeftijd t/m 22 jaar 13,4% 13,0% 14,0% 12,8% 9,4% 6,9% jaar 15,0% 15,3% 16,3% 14,4% 9,8% 8,8% jaar 12,8% 11,7% 12,9% 12,0% 8,0% 7,3% jaar 13,8% 12,3% 13,3% 12,9% 8,7% 8,0% jaar 15,7% 14,2% 15,5% 15,6% 10,5% 9,8% jaar 23,0% 23,1% 24,6% 22,7% 16,8% 14,9% jaar 29,2% 31,1% 34,7% 26,6% 20,7% 21,5% 75 jaar of ouder 39,9% 40,5% 42,4% 37,9% 29,6% 33,8% starter/doorstromer starter 15,3% 15,3% 15,9% 14,3% 9,9% 9,0% doorstromer 16,2% 14,9% 16,7% 15,4% 10,6% 9,7% totaal 15,8% 15,1% 16,3% 14,8% 10,2% 9,3% In de eerste helft van 2015 is het verschil in slaagkans tussen 1-kamerwoningen en grotere woningen relatief klein. Daarnaast valt op dat de slaagkans van woningen onder de lage en onder de hoge aftoppingsgrens relatief laag is ten opzichte van de twee andere prijsklassen. De afname van de slaagkans is vooral bij de goedkopere woningen te zien (tot de kwaliteitskortingsgrens en tot de lage aftoppingsgrens). 57
58 AANBODRAPPORTAGE Figuur 59 Reële slaagkans naar kenmerken van de woning, eerste helft 2015 aantal kamers kamer 36,8% 37,7% 41,2% 37,4% 29,4% 20,3% 2 kamers 19,6% 20,0% 19,6% 19,1% 14,1% 12,3% 3 kamers 15,8% 14,8% 16,3% 14,3% 10,0% 9,2% 4 kamers 12,0% 10,8% 12,8% 11,1% 6,9% 6,8% 5 kamers 10,1% 8,9% 8,9% 7,5% 4,8% 5,9% 6 kamers of meer 10,9% 6,5% 8,7% 9,4% 7,0% 6,4% huurprijs onder kwaliteitskortingsgrens 17,0% 17,9% 18,4% 15,9% 12,6% 10,2% onder lage aftoppingsgrens 14,9% 14,8% 14,6% 14,0% 9,7% 8,4% onder hoge aftoppingsgrens 13,3% 11,3% 13,6% 12,4% 7,8% 7,7% onder vrije-sectorgrens 20,9% 16,7% 22,9% 17,5% 11,5% 13,3% totaal 15,8% 15,1% 16,3% 14,8% 10,2% 9,3% 58
59 4.3 Drukmaten samengevat De ontwikkeling op de sociale huurmarkt is niet te vangen in slechts een indicator. Een hoge mediane inschrijfduur kan wijzen op schaarste, maar kan ook veroorzaakt worden doordat de geslaagden relatief oud zijn. Door niet alleen naar de inschrijfduur te kijken ontstaat meer inzicht in de spanning op de sociale huurmarkt. In onderstaande tabel zijn verschillende indicatoren samengevat in een tabel: de de inschrijfduur, zowel totaal als uitgesplitst naar starters en doorstromers, het aandeel van de geslaagden dat niet is geslaagd via woon-/inschrijfduur (maar via bijvoorbeeld lokaal maatwerk of urgentie), de slaagkans en het totale aantal geslaagden. In deze paragraaf zijn overigens de vrije-sectorverhuringen en de verhuringen aan rechtspersonen buiten beschouwing gelaten. Figuur 60 Overzicht indicatoren druk op de woningmarkt, naar kenmerken van de woning, eerste helft 2015 inschrijfduur totaal inschrijfduur starters inschrijfduur doorstromers niet geslaagd via WID slaagkans geslaagden gemeente Delft % 12,7% 741 Den Haag % 8,5% Leidschendam-Voorburg % 8,3% 255 Midden-Delfland % 12,8% 51 Pijnacker-Nootdorp % 11,3% 107 Rijswijk % 8,3% 262 Wassenaar % 10,3% 82 Westland % 13,4% 337 Zoetermeer % 8,4% 517 netto huurprijs onder kwaliteitskortingsgrens % 10,2% 641 onder lage aftoppingsgrens % 8,4% onder hoge aftoppingsgrens % 7,7% 596 onder vrije-sectorgrens % 13,3% aantal kamers 1-2 kamers % 13,1% kamers % 9,2% kamers % 6,8% kamers of meer % 5,9% 216 oppervlakte tot 50 m % 11,1% m % 9,0% m % 7,7% 824 vanaf 80 m % 7,2% 211 totaal % 9,3% Niet geslaagd via WID (woon-/inschrijfduur): geslaagd via urgentie, via lokaal maatwerk, via bemiddeling, via loting, via direct te huur of via leefstijl e.d. 59
60 AANBODRAPPORTAGE Het combineren van de verschillende indicatoren levert een aantal interessante nuances op. Zo is de mediane inschrijfduur in Midden-Delfland het allerhoogst, maar levert dit desondanks een hogere slaagkans op dan het regionale gemiddelde. En dat terwijl er minder dan gemiddeld mensen slagen via urgentie, lokaal maatwerk, bemiddeling of een andere vorm van voorrang. Ook opvallend is dat in Den Haag de slaagkans laag is, ondanks een relatief lage mediane inschrijfduur. In Zoetermeer is de inschrijfduur voor doorstromers niet hoog en slagen relatief veel huishoudens via een vorm van voorrang. Opvallend is dat toch de slaagkans relatief laag is. Bij de 4-kamerwoningen is de mediane inschrijfduur relatief laag, maar toch slaagt slechts een beperkt deel van de zoekers er in een woning te vinden. Voor doorstromers is het moeilijker dan gemiddeld om hier te slagen. Bij de grotere woningen (5 kamers en meer) is de mediane inschrijfduur hoog. En ondanks het feit dat veel woningen niet via woon-/inschrijfduur worden verhuurd is de slaagkans toch erg laag. De indicatoren kunnen ook uitgesplitst worden naar kenmerken van de huishoudens. Vooral als naar de leeftijd van de huishoudens gekeken wordt levert het kijken naar meerdere indicatoren extra inzicht op. Jongeren hebben een hoge inschrijfduur nodig om te kunnen slagen. Aangezien deze groep voor een groot deel uit starters bestaat, betekent dit dat men vooral moet wachten tot de inschrijfduur hoog genoeg is. Maar de slaagkans van deze groep is toch minder laag dan op grond van die cijfers verwacht zou kunnen worden, doordat meer dan de helft van de toewijzingen niet op basis van de woon- /inschrijfduur gebeurt, maar bijvoorbeeld door lokaal maatwerk. De positie van de leeftijdsgroep van 27 tot 35 jaar is opvallend. De mediane inschrijfduur ligt lager dan bij de leeftijdsgroep er onder, maar vooral bij starters in deze groep is de mediane inschrijfduur erg hoog. De slaagkans is dan ook laag, zoals te verwachten valt. De oudere leeftijdsgroepen laten een lage benodigde inschrijfduur zien. Dit wordt vooral mogelijk gemaakt doordat veel woonduur meegeteld wordt in de woon-/inschrijfduur. Bij de uitgebreide indeling in doelgroepen is goed te zien welke groepen vooral aan een woning komen via bemiddeling, lokaal maatwerk, urgentie en dergelijke. Dit komt vooral voor bij de grotere huishoudens met een minimuminkomen. Hierdoor kan de slaagkans voor deze groep nog enigszins op peil blijven, ondanks een hoge mediane inschrijfduur en dito woon-/inschrijfduur. Van de grote gezinnen (5 of meer personen) met een laag inkomen hebben de minima een slaagkans van 9,7%, mede doordat 81% niet via woon-/inschrijfduur slaagt. Bij de inkomensgroep overig BBSH is die slaagkans slechts 2,7%, terwijl 56% niet via woon-/inschrijfduur is geslaagd. Voor beide groepen is de mediane inschrijfduur hoog, 47 maanden voor de minima en 50 maanden voor de huishoudens die tot overig BBSH behoren. 60
61 Figuur 61 Overzicht indicatoren druk op de woningmarkt, naar kenmerken van de huishoudens, eerste helft 2015 inschrijfduur totaal inschrijfduur starters inschrijfduur doorstromers niet geslaagd via WID slaagkans geslaagden categorie starter % 9,0% doorstromer % 9,7% huishoudenomvang 1 persoon % 10,8% personen % 9,3% personen % 6,7% personen % 5,9% personen % 5,1% 71 6 en meer personen % 8,0% 39 leeftijd t/m 22 jaar % 6,9% jaar % 8,8% jaar % 7,3% jaar % 8,0% jaar % 9,8% jaar % 14,9% jaar % 21,5% jaar of ouder % 33,8% 242 inkomen minima % 10,0% ov. BBSH-doelgroep % 7,6% ov. EU-doelgroep % 9,8% 695 ov. middeninkomen % 9,1% 124 hoger inkomen % 15,3% 28 indeling in doelgroepen BBSH <23, 1p % 7,4% 359 BBSH <23, 2p % 6,7% 85 minima, 23-54, 1p % 11,1% minima, 23-54, 2p % 8,2% 343 minima, 3p % 6,9% 229 minima, 4p % 6,6% 96 minima, 5+p % 9,7% 67 ov BBSH, 23-54, 1p % 7,2% 340 ov BBSH, 23-54, 2p % 7,7% 186 ov BBSH, 3p % 5,5% 115 ov BBSH, 4p % 4,3% 52 ov BBSH, 5+p % 2,7% 18 BBSH-EU, 23-54, 1p % 8,3% 273 BBSH-EU, 23-54, 2p % 9,9% 96 BBSH , 3+p % 6,8% 191 overig (55+, hoog ink.) % 20,0% totaal % 9,3%
62 AANBODRAPPORTAGE BIJLAGE A Begrippenlijst Aanbiedingsgraad Het gemiddeld aantal keren dat een woning wordt aangeboden, inclusief de geslaagde aanbieding. BBSH-doelgroep Indeling van huishoudens naar inkomen, leeftijd en huishoudomvang volgens de huurtoeslag-criteria. Indien één van deze kenmerken ontbreekt wordt een woningzoekende ingedeeld als niet in te delen. Voor de grenswaarden zie Inkomensgrenzen in deze bijlage. Doorstromers Wanneer een geslaagde woningzoekende een zelfstandige woonruimte achterlaat behoort hij tot de groep doorstromers. Een zelfstandige woonruimte is een huur- of koopwoning met een eigen voordeur en eigen voorzieningen. Doorstromers na echtscheiding tellen ook als doorstromer, ook als ze van buiten Haaglanden komen. Geslaagde woningzoekenden Woningzoekenden die daadwerkelijk in een jaar een woning huren worden gerekend tot de geslaagde woningzoekenden. Het aantal geslaagde woningzoekenden is gelijk aan het aantal verhuringen. Huurgrenzen Indeling van huren volgens de criteria in de Huurtoeslagwet. De grenzen zijn in onderstaande tabel weergegeven. huurgrenzen kwaliteitskortingsgrens 357,37 361,66 366,37 374,44 389,05 403,06 aftoppingsgrens (1-2 personen) 511,50 517,64 524,37 535,91 556,82 576,87 aftoppingsgrens (3 en meer personen) 548,18 554,76 561,98 574,35 596,75 618,24 liberaliseringsgrens 647,53 652,52 664,66 681,02 699,48 710,68 Bij zogenaamde Te Woon woningen is uitgegaan van de markthuur in WBS. Inkomensgrenzen In de eerste tabel zijn de grenswaarden voor minima (uit de huurtoeslagtabel) opgenomen. De inkomensgrenzen voor de doelgroep (BBSH-doelgroep) zijn in de tweede tabel weergegeven. De derde tabel geeft de grenswaarden voor de (lage) middeninkomens. In de vierde tabel staat de inkomensgrens voor de Europa-doelgroep. Vanaf 2011 wordt gewerkt met de fiscale jaarinkomens. In de rapportages worden de inkomens gerelateerd aan de datum van huuringang, bij de toewijzing op basis van datum van de reactie. 62
63 Inkomensgrenzen minima eenpersoons tot 65 jaar eenpersoons vanaf 65 jaar meerpersoons tot 65 jaar meerpersoons vanaf 65 jaar Inkomensgrenzen BBSH-doelgroep eenpersoons tot 65 jaar eenpersoons vanaf 65 jaar meerpersoons tot 65 jaar meerpersoons vanaf 65 jaar Inkomensgrenzen middeninkomens eenpersoons tot 65 jaar eenpersoons vanaf 65 jaar meerpersoons tot 65 jaar meerpersoons vanaf 65 jaar Inkomensgrens Europa Europagrens Inkomensgrens labeling labelingsgrens eenpersoons Inschrijfduur De wachtduur of de (zuivere) inschrijfduur is de verstreken tijd sinds de inschrijfdatum. Voor starters is de (zuivere) inschrijfduur gelijk aan de woon-/inschrijfduur. Teneinde de invloed van incidentele uitschieters te vermijden wordt niet met het gemiddelde, maar met de mediaan gerekend (de middelste waarde uit de gesorteerde reeks). Lokaal maatwerk (voorheen lokale beleidsruimte) In het kader van de 25% lokaal maatwerk worden bij de reguliere (geadverteerde) woonruimteverdeling de navolgende categorieën onderscheiden. 1. Voorrang voor doorstromers binnen de gemeente die een eengezinswoning van een aangesloten corporatie achterlaten met een huur lager dan de vrije-sectorgrens en verhuizen naar een woning die geen een eengezinswoning met een huur lager dan de vrije sector grens is. 2. Voorrang voor doorstromers die in de gemeente een goedkope woning van een corporatie achterlaten en reageren op een eengezinswoning in de vrije sector of op overige woningtypes die niet goedkoop zijn. In Zoetermeer wordt een woning met een kale huur lager dan 373 (prijspeil 2014) beschouwd als een goedkope woning 3. Voorrang voor doorstromers en starters uit aangewezen wijken bij verhuizing binnen die wijk. Dit betreft in Wassenaar de wijken Kerkehout en Zijlwatering/Nieuw Rijksdorp en in Leidschendam betreft het Stompwijk en Duivenvoorde/Prinsenhof 4. Voorrang voor doorstromers binnen de gemeente die bij verhuizing een corporatiewoning onder de vrije-sectorgrens achterlaten. 5a. Jongeren onder 23 jaar binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning tot 23 jaar. 5b. Jongeren onder 27 jaar binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning tot 27 jaar 63
64 AANBODRAPPORTAGE c. 55-plussers, binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning voor 55-, 60- of 65-plussers -en aan de betreffende minimale leeftijdseis voldoen. 5d. 65-plussers, die doorstromer zijn, binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning voor 55-, 60- of 65-plussers -en een corporatiewoning achterlaten 5e. 65-plussers, die doorstromer zijn, binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning voor 55-, 60- of 65-plussers (corporatiewoning achterlaten NIET verplicht). 5f. 65-plussers, die doorstromer zijn, binnen de gemeente wanneer ze reageren op een gelabelde woning voor 55-, 60- of 65-plussers -en een eengezinswoning van een corporatie achterlaten. 6. Voorrang voor doorstromers met maximale huishoudgrootte van 3 en die een corporatie woning van >=80m2 en minimaal 5 kamers onder de vrije sectorgrens binnen de gemeente achterlaten en in die gemeente verhuizen naar een woning kleiner dan 80m2. 7. Voorrang voor 65-plussers binnen de gemeente wanneer ze reageren op een nieteengezinswoning en een corporatiewoning achterlaten. Of ze in een gemeente worden toegepast en in welke mate is te zien in diverse tabellen (zoals tabel 3.4). In Den Haag heeft men afgesproken ook directiebesluiten tot het lokaal maatwerk te rekenen. In Zoetermeer geldt dat voor directiebesluiten, doorschuivingen en groepswonen. Lijstwoningen De lijstwoningen zijn de voor 2005 gebouwde woningen door de corporaties Staedion SWY, Rondom Wonen en WoonInvest in de categorie tussen de aftoppingsgrens en de vrije-sectorgrens, die niet meetellen bij de vaststelling van de 70% (zie Jaarmonitor tabel 2.1). Middeninkomens Zie Inkomensgrenzen voor de afbakening van deze inkomensgroep. Tot deze groep behoren de huishoudens met een inkomen tussen de BBSH-grenzen en anderhalf maal de BBSH-doelgroep. Minima (huurtoeslagtabel) Zie Inkomensgrenzen voor de afbakening van deze inkomensgroep. Mutatiegraad De mutatiegraad is berekend als de verhouding tussen de verhuringen (van zelfstandige woningen) en.de voorraad op 1 januari van het jaar, uitgedrukt in een percentage van de voorraad dat verhuurd is in de periode. Uitgangspunt ook voor de woningkenmerken zoals de huurprijs is de situatie per 1 januari, zoals opgenomen in het voorraadbestand. Nieuwbouwverhuringen tellen hierdoor niet mee bij de mutaties. Doordat niet alle vrijkomende woningen te huur aangeboden worden zal de op deze manier berekende mutatiegraad kunnen afwijken van de door de corporaties berekende mutatiegraad. Niet-reguliere toewijzing Een niet-reguliere verhuring is een verhuring waarbij er geen advertentie geplaatst is. Dit betekent dus dat direct te huur, leefstijlexperiment en groepsadvertenties reguliere verhuringen zijn. Reagerende woningzoekenden Voor de telling van het aantal reagerende woningzoekenden wordt het verhuurde aanbod in een (half) jaar (op basis van datum van huuringang) als uitgangspunt genomen. Op basis van de goede reacties op alle advertenties ten behoeve van de betreffende verhuring die woningzoekenden hebben ingestuurd, wordt nagegaan hoeveel reagerende woningzoekenden op het verhuurde aanbod hebben gereageerd. 64
65 Reacties Het gemiddeld aantal reacties op een woningadvertentie dat op de sluitingsdatum van de editie voldoen aan de in de advertentie gestelde eisen. De reacties met een foutindicatie worden buiten beschouwing gelaten. Reacties op nieuwbouwadvertenties worden eveneens buiten beschouwing gelaten. Slaagkans (reële) De slaagkans wordt berekend door het aantal verhuringen te delen door het aantal woningzoekenden dat minimaal één goede reactie heeft ingezonden op het verhuurde aanbod, aangevuld met de woningzoekenden die zijn geslaagd zonder minimaal één goede reactie in te dienen. Bij het berekenen van de reële slaagkans in een gemeente worden de reacties van de woningzoekenden fractioneel meegeteld in de verschillende gemeenten. Zo wordt gezorgd dat alle woningzoekenden één maal meetellen. Slaagkansberekening (reële slaagkans) ( geslaagde kandidaten / (reagerende woningzoekenden+bemiddelde woningzoekenden zonder reactie ) x 100 = reële slaagkans Starters Indien een geslaagde woningzoekende geen zelfstandige woonruimte achterlaat behoort hij tot de groep starters. Het kan bijvoorbeeld gaan om iemand die bij zijn/haar ouders woont, bij iemand inwoont of op kamers woont. Doorstromers na echtscheiding worden als doorstromers meegeteld, ook al laten ze geen zelfstandige woonruimte achter. Te Woon Woonbron biedt een deel van haar woningen Te Woon aan. Dit betekent dat de kandidaat zelf kan kiezen of hij wil huren of kopen. Daarbij zijn er twee verschillende huurvormen: gewoon huren (waarbij de hoogte van de huur afhankelijk is van het inkomen) en huurvast. Daarnaast zijn er twee koopvormen: Koopgarant en Koopcomfort. In de advertentie staan richtprijzen voor Koopgarant en Koopcomfort en de huurprijzen: de hoge huurprijs geldt voor huishoudens met een inkomen boven per ) de lage huurprijs voor huishoudens die kunnen aantonen over een lager inkomen te beschikken. De huren voor huurvast staan niet vermeld. Te Woon woningen worden zonder passendheidseisen aangeboden, dat betekent dat iedereen ongeacht inkomen en huishoudgrootte kan reageren. Tevens wordt de volgorde van kandidaten bepaald door loting. Urgentie (aan en via) Bij regulier (dus via een advertentie) aangeboden woningen is de sluitingsdatum van de urgentie en de geldigheidstermijn van de urgentie tezamen met het zoekprofiel maatgevend voor het al dan niet via urgentie verkrijgen van een woning. Omdat bij bemiddelingen niet duidelijk is wat de reactiedatum is wordt daar een verhuring met een huuringangsdatum die binnen een termijn van 90 dagen na de afloopdatum van de urgentie nog als via urgentie toegewezen beschouwd. Ook hier wordt rekening gehouden met het zoekprofiel. Bij verhuringen aan urgenten wordt niet gelet op het zoekprofiel en worden verhuringen met huuringang binnen de termijn van de urgentie ook meegenomen. Uiteraard vallen alle toewijzingen via urgentie ook onder de categorie toewijzing aan urgenten. 65
66 AANBODRAPPORTAGE Verhuringen Betreft het aantal verhuurde woningen in de onderzochte periode, op basis van de datum van huuringang. De verhuringen in de rapportage hebben betrekking op de verhuringen van de sociale verhuurders die bij de SVH zijn aangesloten. Het aantal verhuringen is gelijk aan het aantal geslaagde woningzoekenden. Naamswijzigingen en omzettingen van tijdelijke naar reguliere huurcontracten die verantwoord zijn in WBS, worden niet meegeteld bij de verhuringen. Voorrangskandidaten (zie ook urgentie) Voorrangskandidaten zijn woningzoekenden die een voorrangspositie innemen om medische, sociale of andere dringende redenen. Wachtduur (=zuivere inschrijfduur) De wachtduur of de (zuivere) inschrijfduur is de verstreken tijd sinds de inschrijfdatum. Voor starters is de (zuivere) inschrijfduur gelijk aan de woon-/inschrijfduur. Vanaf 2015 wordt in tabellen de mediane waarde weergegeven in plaats van het gemiddelde. Wachtrij Aantal zoekers gedeeld door het aantal geslaagde woningzoekers. Ook wel bekend als de omgekeerde slaagkans. Weigeringen Woningzoekenden kunnen aangeboden woningen weigeren. Dit kan te maken hebben met bijvoorbeeld kenmerken van de woning of van de buurt. Ook de verhuurder kan een woning bij nader inzien weigeren te verhuren. In de rapportage wordt uitgegaan van het netto aantal weigeringen, tenzij is vermeld dat het om de bruto-weigeringen gaat. De netto-weigeringen worden op basis van de bruto-weigeringen berekend met dien verstande dat weigeringen van mensen met een hoger rangnummer dan degene die de woning heeft geaccepteerd buiten beschouwing worden gelaten. In de rapportages over 2009 en voorgaande jaren is altijd van bruto-weigeringen gebruik gemaakt. Woninglabeling Bij advertenties kunnen voorwaarden worden toegevoegd. Woningen kunnen worden gelabeld naar inkomen, aantal verhuizende personen en leeftijd. Woonduur doorstromers Het aantal jaren dat een doorstromer op het laatste woonadres heeft gewoond. Woon-/inschrijfduur Voor starters die zich inschrijven is de inschrijfdatum de start van de woon-/inschrijfduur. Bij doorstromers die zich na 1 januari 2007 hebben ingeschreven werd tot december 2012 maximaal 4 jaar extra inschrijvingsduur op basis van het aantal jaren woonduur gedeeld door 3 meegeteld. Bij doorstromers die zich vóór 1 januari 2007 hebben ingeschreven werd tot december 2012 de inschrijvingsduur bepaald door bij de inschrijvingsdatum 1/3 van de totale woonduur (in de huidige woning) op te tellen zonder maximum. Bij verhuringen vanaf december 2012 wordt de inschrijfduur bij doorstromers berekend door, op het moment van inschrijving, maximaal 5 jaar van de woonduur op te tellen bij de inschrijfduur (zonder de woonduur eerst te delen door 3). Vanaf 2015 wordt in tabellen de mediane waarde weergegeven (de middelste waarde uit de gesorteerde reeks) in plaats van het gemiddelde. 66
Sociale huursector Haaglanden > Aanbodrapportage 2013 >
Sociale huursector Haaglanden > Aanbodrapportage 2013 > AANBODRAPPORTAGE 2013 Aanbodrapportage 2013 Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteurs Roelf-Jan van Til Jacolien
Sociale huurmarkt Haaglanden > Aanbodrapportage 2013; > tabellenboek >
Sociale huurmarkt Haaglanden > Aanbodrapportage 2013; > tabellenboek > 01 02 AANBODRAPPORTAGE 2013; TABELLENBOEK Aanbodrapportage 2013; tabellenboek Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders
Sociale huursector Haaglanden > Aanbodrapportage
Sociale huursector Haaglanden > Aanbodrapportage 2012-1 AANBODRAPPORTAGE 2012-1 Aanbodrapportage 2012-1 Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteurs Roelf-Jan van Til Rik
Prestatieafspraken Stadsgewest Haaglanden - SVH > Jaarmonitor 2012
Prestatieafspraken Stadsgewest Haaglanden - SVH > Jaarmonitor 2012 02 JAARMONITOR 2012 Jaarmonitor 2012 Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteurs Roelf-Jan van Til Rik
Prestatieafspraken Stadsgewest Haaglanden - SVH > Halfjaarmonitor
Prestatieafspraken Stadsgewest Haaglanden - SVH > Halfjaarmonitor 2011-1 HALFJAARMONITOR 2011-1 Halfjaarmonitor 2011-1 Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteurs Roelf-Jan
Woningbezit SVH leden per gemeente in Haaglanden
Onderzoeksrapport Gemeente Den Haag / DSO / Programmamanagement, Strategie en Onderzoek Woningbezit SVH leden 01-01-2016 per gemeente in Haaglanden 30-05-2016 COLOFON Uitgave Gemeente Den Haag DSO / Programmamanagement,
Kengetallen woningtoewijzing in de gemeente Utrecht
Kengetallen woningtoewijzing in de gemeente Utrecht Stand van zaken zomer 2014 Inleiding Op dit moment volstrekt zich een grote verandering binnen de sociale huursector. Dit is het gevolg van het huidige
> Volkshuisvestelijke > gevolgen > Ontwikkeling corporatiebezit Haaglanden 2013-2020
> Volkshuisvestelijke > gevolgen > Ontwikkeling corporatiebezit Haaglanden 2013-2020 VOLKSHUISVESTELIJKE GEVOLGEN Volkshuisvestelijke gevolgen Auteur Roelf-Jan van Til Jacolien Vogelzang 21 maart 2013
Notitie 2012-04 > Verhuringen 2007-2012 > via Woonnet Rijnmond
Notitie -04 > Verhuringen - > via Woonnet Rijnmond Datum 4 juli 2013 Voor Maaskoepel Door Explica Explica > Beukelsdijk 106a > 3022 DK Rotterdam www.explica.nl > e. [email protected] > t. 010 2236820 01
Tabel Zelfstandige woningen maatschappelijk eigendom naar kale huur in klassen, , (abs.)(%)
Zelfstandige woningen maatschappelijk eigendom Tabel 32-1 32-2 Zelfstandige woningen maatschappelijk eigendom naar kale huur in klassen, 1-1-2016, (abs.)(%) Rapportage Woningbezit SVH, 01-01-2016, per
Rapportage Woonruimteverdeling 2012. Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2012 Stadsregio Amsterdam 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting en conclusie... 5 Kengetallen 2010-2012... 7 1 Voorraad en verhuringen in de sociale huursector... 8 1.1 Media en
Woonruimteverdeling 2015 2 Woningstichting Putten. Opening Schauwplein
Samenvatting In 2015 leverden wij 39 appartementen op aan het Schauwplein te Putten. De belangstelling voor de woningen was groot en leidde tot doorstroming. Wij sloten in 2015 inclusief deze nieuwbouw
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland 2012-2016 Rapportage Woonruimteverdeling Noord Kennemerland 2012-2016 1 Inhoudsopgave Management samenvatting 3 Inleiding 5 1. Actief woningzoekenden,
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland 2013-2017 Rapportage Woonruimteverdeling Noord Kennemerland 2013-2017 1 Inhoudsopgave Management samenvatting 3 Inleiding 5 1. Actief woningzoekenden,
> Effecten EU-regeling >
> Effecten EU-regeling > EFFECTEN EU-REGELING Effecten EU-regeling Uitgevoerd in opdracht van Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden Auteur Jacolien Vogelzang maart 2012 > rapport 2012-07 Analyse Explica
KANSEN OP DE SOCIALE HUURMARKT IN SCHIEDAM
KANSEN OP DE SOCIALE HUURMARKT IN SCHIEDAM 2005-2006 drs W.H.M. van der Zanden Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) april 2007 In opdracht van de gemeente Schiedam Centrum voor Onderzoek en Statistiek
Woonruimteverdeling 2017 SallandWonen
Woonruimteverdeling 2017 SallandWonen INHOUD Overzicht kengetallen 1 1. Inleiding 2 2. Woningzoekenden 3 2.1 Ontwikkeling woningzoekenden 3 2.2 Kenmerken Woningzoekenden 4 3. Verhuringen 5 3.1 Aantal verhuringen
Rapportage woonruimteverdeling Wachttijd voor een huurwoning loopt verder op. Eerste helft 2016
Rapportage woonruimteverdeling Wachttijd voor een huurwoning loopt verder op. Eerste helft 2016 Samenvatting In de eerste helft van 2016 leverden wij geen nieuwe woningen op. Dat zie je terug in de slaagkansen
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland
Rapportage Woonruimteverdeling Noord-Kennemerland 2011-2015 Rapportage Woonruimteverdeling Noord Kennemerland 2011-2015 1 Inhoudsopgave Management samenvatting 3 Inleiding 5 1. Actief woningzoekenden,
Stand van de sociale huurwoningmarkt gemeente Gooise Meren
Stand van de sociale huurwoningmarkt gemeente Gooise Meren Woningnet November 2016 Onderzoek naar trends in de woonruimteverdeling 2013-2016 blz. 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 Leeswijzer... 4 2. Samenvatting...
MK2015. Rapportage Woonruimteverdeling 2015 Stadsregio Amsterdam. Stadsregio Amsterdam
MK215 Rapportage Woonruimteverdeling 215 Stadsregio Amsterdam Stadsregio Amsterdam Inhoudsopgave Inleiding pagina 2 Samenvatting en conclusies pagina 3 Interactief s c h e r m d o c u m e n t Inleiding
Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam Stadsregio Amsterdam Rapportage Woonruimteverdeling 2013 Stadsregio Amsterdam Pagina 4 Samenvatting en conclusie Pagina 7 Inleiding Rapportage woonruimteverdeling
Woonruimteverdeling 2018 SallandWonen
Woonruimteverdeling 2018 SallandWonen INHOUD Overzicht kengetallen 1 1. Inleiding 2 2. Woningzoekenden 3 2.1 Ontwikkeling woningzoekenden 3 2.2 Kenmerken Woningzoekenden 3 3. Verhuringen 5 3.1 Aantal verhuringen
Rapportage Woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam
Rapportage Woonruimteverdeling 2011 Stadsregio Amsterdam 2 Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies... 4 1 Kengetallen 2009-2011... 7 2 Voorraad en verhuringen in de sociale huursector... 8 2.1 Verhuringen
Hoe kom ik aan een huurwoning
Hoe kom ik aan een huurwoning Op zoek naar een huurwoning in Maasland, Schipluiden of Den Hoorn? Wonen Midden- Delfland is de grootste aanbieder van huurwoningen in deze drie dorpskernen. In deze folder
Deze notitie is bedoeld om de schaarste en de verdringing in Gouda aan te tonen, als bijlage bij de Huisvestingsverordening 2019.
Bijlage bij de Huisvestingsverordening 2019 Onderbouwing van de schaarste aan goedkope huurwoningen en verdringingseffecten daardoor op de Goudse woningmarkt 1. Doel van deze onderbouwing De Huisvestingswet
Hoe werkt het? Een woning zoeken in regio Haaglanden WOON HAAGLANDEN HAAGLANDEN NET. Haaglanden ONNET WOONNET WOONNET
Hoe werkt het? Een woning zoeken in regio Haaglanden ON ANDEN ET ON ANDEN ET Haaglanden ON g l a n d e n h a a g l a n d e n Een woning zoeken in regio Haaglanden Als u bent ingeschreven als woningzoekende
Onderbouwing huur-inkomenstabellen per 01-07-2015
Onderbouwing huur-inkomenstabellen per 01-07-2015 Datum: 10 juni 2015 Uitgangspunten voor de huur-inkomens tabellen a. De 95% toewijzingseis voor huishoudens met recht op huurtoeslag moet gehaald kunnen
INFORMATIEBLAD. Huisvestingswet en huisvestingsverordening 2019
INFORMATIEBLAD Huisvestingswet en huisvestingsverordening 2019 Het hoe, wat en waarom van de woonruimteverdeling in 2019 Dit informatieblad is opgesteld als bijlage bij het voorstel over het vaststellen
Stadsregio Amsterdam
Monitor betaalbare voorraad Stadsregio Amsterdam 2014 Stadsregio Amsterdam Interactief schermdocument PAGINA 5 Inleiding 6 1 De woningvoorraad 7 7 7 1.1 Corporatiebezit 1.2 Woningen naar woningtype 1.3
Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020
Bijlagen bij: Woonagenda Aalsmeer 2016 2020 Bijlage 1: Vraag en Aanbod woningmarkt Aalsmeer Bijlage 2: Kaart Woningbouwprojecten Bijlage 3: Woonfonds Aalsmeer Bijlage 1: Vraag & aanbod woningmarkt Aalsmeer
Woonruimteverdeling 2013 SallandWonen
Woonruimteverdeling 2013 SallandWonen Woonruimteverdeling 2013 SallandWonen Februari 2014 Inhoud Samenvatting 1 1. Inleiding 2 2. Woningzoekenden 3 2.1 Ontwikkeling woningzoekenden 3 2.2 Inschrijvers en
Beschikbaarheid 4 34
4 Beschikbaarheid 34 4.1 Veranderingen in onze woningportefeuille Kernvoorraad Met de gemeente Den Haag hebben we afspraken over de omvang van de kernvoorraad. De kernvoorraad is daarbij gedefinieerd als
De voorzitter van Commissie Ruimte DSO/ RIS maart Woningweigeringen sociale verhuur
Joris Wijsmuller Wethouder van Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur De voorzitter van Commissie Ruimte DSO/2015.1269 - RIS 292384 14070 3 1 maart 2016 Woningweigeringen sociale verhuur Tijdens
Jaarrapportage woonruimteverdeling Holland Rijnland Januari tot en met december 2015
Jaarrapportage woonruimteverdeling Holland Rijnland Januari tot en met december 2015 April 2016 Inleiding Corporaties in de regio Holland Rijnland hebben in 2015 hun woningen verdeeld via het woonruimteverdeelsysteem,
Omvang doelgroep en omvang kernvoorraad in 2008
Omvang doelgroep en omvang kernvoorraad in 2008 Van: college van BenW Aan: commissie RF 1. Inleiding In de op 8 juli 2004 gesloten prestatieafspraken tussen de gemeente Helmond en de Helmondse corporaties
16 Jaarbericht 2016 // Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties
Tabellen en figuren Nieuwe wooncontracten, aanbiedingsafspraken en kwetsbare groepen Jaarbericht 2016 16 Jaarbericht 2016 // Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Amsterdam in cijfers 2016 Deze tabellen
Meer kansen, keuze en dynamiek?
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl CONCEPT Meer kansen, keuze en dynamiek? Update evaluatie woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust
