Zorgmodule Voeding. Concept projectplan
|
|
|
- Andreas Boender
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Zorgmodule Voeding Concept projectplan
2 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 2 Inhoudsopgave 1. Aanleiding en opdracht 2. Doelstelling, uitgangspunten en afbakening 2.1. Doel 2.2. Doelgroep 2.3. Verwachte projectresultaten 2.4. Uitgangspunten 2.5. Projectafbakening 3. Projectorganisatie 3.1. Opdrachtgever 3.2. Projectteam 3.3. Externe adviseurs 4. Projectaanpak op hoofdlijnen 4.1. Projectvoorbereiding en kick-off 4.2. Projectfasering 4.3. Autorisatieprocedure
3 3 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 1 Aanleiding en opdracht De 21ste eeuw wordt in medisch opzicht de eeuw van de chronische ziekte genoemd, aldus de minister van VWS in de voortgangsbrief programmatische aanpak van chronische ziekten in mei Verbetering van de chronische zorg is noodzakelijk omdat het zorgaanbod nog niet goed aansluit bij het toenemend aantal mensen met complexe en vaak meervoudige zorgvragen. Het gaat hierbij om het voorkómen en beter behandelen van chronische aandoeningen met als doel gezondheidswinst, goede kwaliteit van leven en betere arbeidsparticipatie, aldus de minister. De zorg is multidisciplinair en moet altijd in samenhang geleverd worden. Integrale zorg is de norm. Zorgstandaarden zijn een belangrijk onderdeel van de programmatische aanpak van chronische ziekten. In de nieuwe landelijke nota gezondheidsbeleid die het kabinet in mei 2011 uitgebracht heeft, staat opnieuw dat zorgstandaarden de basis zijn voor integrale zorg voor chronisch zieken; deze beschrijven op hoofdlijnen de inhoud van de zorg voor een bepaalde chronische ziekte, de bijpassende organisatie en de indicatoren van kwaliteit waaraan deze integrale zorg moet voldoen 2. De chronische patiënt en het zorgteam stellen samen, op basis van de zorgstandaard, een individueel zorgplan op, dat gericht is op zelfmanagement. Zelfmanagement moet ertoe leiden dat de patiënt de ziekte kan inpassen in het dagelijks leven, zo nodig met ondersteuning, waardoor een goede kwaliteit van leven en eigen regie behouden kan blijven. Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden heeft in maart 2010 een model voor zorgstandaarden bij chronische ziekten geïntroduceerd 3. Het model voor zorgstandaarden gaat uit van een modulaire opbouw van een zorgstandaard, met zowel ziektespecifieke als generieke componenten. De ziektespecifieke component is gericht op de preventie en zorg bij een bepaalde (specifieke) chronische ziekte. De andere component is generiek en kan van toepassing zijn op meerdere chronische ziekten, waarbij ziektespecifieke aanvullingen voor bepaalde aandoeningen kunnen gelden. Een onderdeel uit de behandeling van chronische ziekten die grotendeels generiek is, en die van toepassing is op meerdere chronische ziekten, is gericht op het aanleren van gezond gedrag wat betreft voeding. Goede voeding levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van mensen. Dit geldt voor de gehele bevolking, maar zeker ook voor mensen met een chronische ziekte of een verhoogd risico daarop. Voor deze groep is het belangrijk dat zij hun gedrag aanpassen om te voorkomen dat ze de ziekte krijgen of om te voorkomen dat hun ziekte verergert. De VWS-directies Publieke Gezondheid (PG) en Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP) hebben daarom het Partnerschap Overgewicht Nederland verzocht om een Zorgmodule Voeding te ontwikkelen. De komende periode zal het PON in opdracht van VWS gaan werken aan onderwerpen die samen tot taak hebben de Zorgstandaard Obesitas verder te brengen. Enerzijds gaat het om de verbinding van deze standaard met de overige drie standaarden: Diabetes, Cardiovasculair Risicomanagement en COPD. Om dit te bereiken op het gebied van voeding, als onderdeel van de behandeling van een chronische ziekte krijgt het PON de opdracht een Zorgmodule Voeding en Dieet te ontwikkelen die onder andere deze vier aandoeningen verbindt. Deze opdracht wordt mede ondersteund door het Coördinatieplatform Zorgstandaarden (ZonMw). 1 Klink A. Voortgangsbrief programmatische aanpak van chronische ziekten. Kamerstuk, 17 mei Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Landelijke nota gezondheidsbeleid Gezondheid dichtbij. Den Haag, mei Coördinatieplatform Zorgstandaarden. ZonMw programma Diseasemanagement chronische ziekten. Zorgstandaarden in model. Rapport over het model voor zorgstandaarden bij chronische ziekten. Den Haag, 2010.
4 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 4 2. Doelstelling, uitgangspunten en afbakening Gezonde voeding is een belangrijk onderdeel van de zorg voor chronisch zieken. Hierbij staan de voedingsadviezen uit de Richtlijnen goede voeding 4 centraal, waarbij ziektespecifieke componenten worden toegevoegd voor mensen met een chronische aandoening, zoals beschreven in de (voedings)richtlijnen voor de behandeling van de betreffende aandoening. De begeleiding die vanuit de zorg wordt geleverd, richt zich op het blijvend veranderen van het voedingsgedrag. Het gaat daarbij dus zowel om de inhoud van de voedingsadviezen, als om de mate waarin de patiënt in staat is deze voedingsadviezen in zijn of haar leven in te passen. Gedragsverandering en voedingszorg zijn sterk met elkaar verbonden. De mate waarin zorgverleners ondersteuning geven bij het aanleren van gezond gedrag wat betreft voeding varieert per persoon, ongeacht de aandoening. Voor de ene patiënt volstaat een individueel advies waarna de persoon al in staat is zelf deze gezonde gewoonten over te nemen, terwijl de andere patiënt uitgebreide en intensieve begeleiding nodig heeft bij de gedragsverandering. Hierbij speelt niet enkel de complexiteit van de ziekte een rol, maar ook de persoonlijke omstandigheden van de patiënt. Het gaat daarbij allereerst om kennis, maar ook om vaardigheden en de houding ten opzichte van het nieuwe gedrag. De patiënt moet op verschillende niveaus een verandering doormaken: weten, willen, kunnen, doen en blijven doen. Voor alle chronische aandoeningen vormt een gericht en op maat gemaakt voedingsadvies onderdeel van de behandeling, waarbij de mate van begeleiding vanuit de zorgverlening verschilt per persoon. 2.1 Doel Binnen het project wordt de Zorgmodule Voeding ontwikkeld. Het doel van de zorgmodule is het beschrijven van de zorg die nodig is om mensen met een chronische ziekte of een hoog risico daarop te ondersteunen bij gedragsverandering die leidt tot een gezonder voedingspatroon. Het biedt daarnaast een basis voor ziektespecifieke addities die zich richten op ziektespecifieke voedingsadviezen. In de voedingsmodule wordt de informatie uit de Richtlijnen goede voeding en de Richtlijnen voedselkeuze 5 vertaald naar praktische handvatten voor zorgverleners, om op verschillende niveaus gepaste begeleiding te geven bij het aanleren van gezond voedingsgedrag. Zelfmanagement staat centraal in de voedingsmodule; de patiënt moet eerst inzien dat gedragsverandering belangrijk is. De voedingsmodule laat zien hoe zorgverleners patiënten kunnen begeleiden bij de gedragsverandering op het gebied van voeding. De voedingsmodule richt zich daarbij op het deel van de behandeling dat voor alle aandoeningen hetzelfde is; ongeacht de inhoud van het voedingsadvies (dit blijft hetzelfde); hoeveel begeleiding heeft de patiënt nodig bij het inpassen van dit advies in zijn of haar leven? Los van of de zorg zich richt op de voeding voor een diabetespatiënt of een COPD-patiënt (waarbij aanvullend advies uit de ziektespecifieke addities een rol spelen), moet de zorgverlener in eerste instantie bepalen hoeveel moeite de persoon heeft met het veranderen van het gedrag. Het gaat dus om het op verschillende niveaus beschrijven van het generieke voedingsadvies dat hetzelfde blijft, maar waarbij in de hogere niveaus meer competenties bij de uitvoerende zorgverleners nodig zijn en de noodzaak tot het aanpassen van het gedrag groter is. Naast deze generieke beschrijving, zullen ziektespecifieke adviezen van toepassing zijn die per aandoening verschillen. Zo zijn de inhoudelijke voedingsadviezen die specifiek voor mensen met diabetes gelden anders dan voedingsadviezen voor mensen met COPD. Dit ziektespecifieke voedingsadvies krijgt een plek in de zorgstandaard voor die ziekte. Dit wordt ook wel een ziektespecifieke additie genoemd. 2.2 Doelgroep De Zorgmodule Voeding richt zich op mensen met een chronische aandoening of verhoogd risico daarop, die reeds in de zorgketen zijn en waarvoor het aanleren van gezond gedrag wat betreft voeding een onderdeel van de behandeling vormt. De voedingsmodule richt zich zowel op kinderen als op volwassenen en ouderen. 4 Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding. Den Haag, Voedingscentrum. Richtlijnen voedselkeuze. Den Haag, maart 2011.
5 5 Concept projectplan Zorgmodule Voeding De Zorgmodule Voeding wordt geschreven voor zorgverleners die mensen met een chronische aandoening of verhoogd risico daarop begeleiden bij het blijvend veranderen van het voedingsgedrag. Daarnaast kan de voedingsmodule gebruikt worden door bestuurders, beleidsmakers en toezichthouders. 2.3 Verwachte projectresultaten Het resultaat van het project is een Zorgmodule Voeding. In het eindrapport van het Coördinatieplatform Zorgstandaarden staat beschreven dat een zorgmodule de zorg voor het individu beschrijft betreffende een zorgvraag die voor meer dan één chronische ziekte relevant en daarmee generiek is. De zorgmodule is een op zichzelf staande module, welke een onderdeel zal gaan vormen van zorgstandaarden van aandoeningen waarvoor voedingszorg onderdeel van de behandeling is. De Zorgmodule Voeding zal zowel een generieke beschrijving geven van het inhoudelijke zorgtraject gericht op het aanleren van gezond voedingsgedrag dat past bij verschillende chronische aandoeningen, alsmede van de relevante kwaliteitsindicatoren. De module zal zo opgebouwd zijn dat ziektespecifieke addities eenvoudig op de generieke module aangesloten kunnen worden. De zorg die in zorgmodules wordt beschreven is generiek en doorgaans niet vanzelfsprekend in een eigen ketenverband georganiseerd. Deze zorg is altijd onderdeel van het integrale zorgproces bij een bepaalde chronische ziekte. De organisatorische aspecten zijn dus onderdeel van de algemene organisatiebeschrijving zoals beschreven in de zorgstandaard van de betreffende aandoening, want de zorg die voortvloeit uit de zorgmodule moet naadloos aansluiten op de betreffende ketenorganisatie. 2.4 Uitgangspunten Zorgstandaarden en zorgmodules beperken zich tot individuele zorgverlening en dus ook tot individugerichte preventie: de geïndiceerde en zorggerelateerde preventie. De voedingsmodule beschrijft niet alleen de zorg voor mensen met een chronische aandoening (zorggerelateerde preventie), maar ook voor mensen met een hoog risico daarop (geïndiceerde preventie). Naast goede zorg is ook een effectieve en doelmatige vorm van preventie nodig om de toename van mensen met een chronische aandoening te kunnen bestrijden. Daarbij zijn naast burgers en patiënten veel andere partijen betrokken: het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, het onderwijs en zorgverleners. In het nieuwe kabinetsbeleid wordt ingezet op een aanpak waarin al deze partijen hun verantwoordelijkheden nemen. Deze collectieve vormen van preventie zijn echter geen onderdeel van zorgstandaarden en zorgmodules. De Zorgmodule Voeding zal opgebouwd worden volgens het model voor zorgstandaarden van het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, zoals beschreven in het rapport dat in maart 2010 is uitgebracht. Het model geeft aanwijzingen voor het format en de inrichting van een zorgmodule. Het model gaat uit van een integrale benadering, waarbij de zorg in samenhang rondom de patiënt wordt georganiseerd. Een multidisciplinair zorgteam met een centraal aanspreekpunt voor de patiënt en een behandeling die wordt vastgelegd in een individueel zorgplan vormen een cruciaal onderdeel hiervan. De Richtlijnen goede voeding uit 2006 vormen de wetenschappelijke onderbouwing voor de voedingsinhoud van de zorgmodule. In deze richtlijnen staat omschreven aan welke voedingskundige eisen een totaal voedingspakket moet voldoen om adequate hoeveelheden nutriënten te leveren en zodoende een preventieve bijdrage te leveren aan voedingsgerelateerde ziekten. Deze richtlijnen worden in 2011 geactualiseerd. De Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen die gepubliceerd zijn door de Gezondheidsraad worden door het Voedingscentrum vertaald naar de zogenoemde Richtlijnen voedselkeuze. Deze Richtlijnen voedselkeuze zijn geformuleerd in termen van voedingsmiddelen en zijn opgesteld om de Richtlijnen goede voeding te realiseren binnen het Nederlandse voedingspatroon. De Richtlijnen voedselkeuze dienen als uitgangspunt voor de voedingsvoorlichting aan de Nederlandse bevolking. Samen vormen deze twee documenten de basiselementen van de inhoud van de voedingsmodule, waarbij een vertaling gemaakt wordt naar de inhoud en de kwaliteit van het veranderen van voedingsgedrag in de zorg. Daarbij wordt uitgegaan van stepped care, omdat niet voor iedere persoon in de zorg eenzelfde niveau van voedingszorg volstaat. De mate waarin patiënten ondersteuning nodig hebben, hangt af van de ziekte en van de kenmerken van de patiënten. Over het algemeen zal echter gelden: hoe ernstiger de ziekte, hoe meer
6 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 6 competenties nodig zijn bij de zorgverleners die de patiënt begeleiden. Voor de kleine groep mensen waarvoor het hoogste niveau van voedingszorg noodzakelijk is, moet intensieve, langdurige zorg geleverd door gespecialiseerde zorgverleners inzetbaar zijn. De concept modellen op pagina 6 worden als uitgangspunt gebruikt bij de opzet van de voedingsmodule. De modellen illustreren dat voor iedere persoon op individueel niveau bepaald worden welk niveau van voedingszorg binnen de behandeling ingezet moet worden. Op deze manier kan de interventie met verschillende niveaus geleverd worden. Naarmate het niveau van zorg hoger wordt, wordt ook de tijdsinvestering groter en zijn andere competenties nodig bij de zorgverleners. In het tweede model is zichtbaar dat de interventie niet altijd direct samenhangt met het niveau van de aandoening. Iemand met een ziekteniveau 1 kan alsnog niveau 4 aan begeleiding nodig hebben. De inhoud van de begeleiding is dan veelal generiek. Ook kan iemand met een complexe aandoening toch veel zelfmanagement uitvoeren. De minimale begeleiding is dan hoog ziektespecifiek. De mate waarin de intensiteit in de verschillende niveaus varieert, hangt samen met de intensiteit, frequentie en duur van de zorgverlening. Deze modellen zijn in concept en zullen gedurende het project verder uitgewerkt worden. De modellen kunnen als uitgangspunt dienen voor het inkopen van zorg door zorgverzekeraars.
7 7 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 2.5 Projectafbakening De voedingsmodule beslaat zowel geïndiceerde als zorggerelateerde preventie, waarbij het principe van stepped care wordt toegepast. Het niveau van voedingszorg wordt bepaald aan de hand van de individuele zorgbehoefte. In de Zorgmodule Voeding wordt enkel de generieke inhoud en kwaliteit van voedingszorg beschreven. De uitzonderingen die hierop van toepassing zijn voor specifieke aandoeningen worden niet in de voedingsmodule beschreven. Deze uitwerking vindt plaats in ziektespecifieke addities die een aanvulling vormen op de generieke voedingsmodule. Het ontwikkelen van de ziektespecifieke addities is de taak van de ontwikkel en onderhoudsgroepen van de verschillende zorgstandaarden. Het gaat daarbij om ziektespecifieke addities voor onder andere Diabetes Mellitus type 2 (DM2), Cardiovasculair Risicomanagement (CVR), obesitas en COPD. Ook voor de zorgstandaarden die in ontwikkeling zijn, voor onder andere depressie en artrose, kan op termijn de voedingsmodule onderdeel uit gaan maken van de zorgstandaard. De manier waarop de voedingszorg georganiseerd moet worden is eveneens een onderdeel van de ziektespecifieke zorgstandaarden.
8 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 8 3. Projectorganisatie 3.1 Opdrachtgever en projectleiding Het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) werkt in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) aan de totstandkoming van de Zorgmodule Voeding. De opdracht wordt mede-ondersteund door het Coördinatieplatform Zorgstandaarden, het adviesorgaan van het ministerie van VWS voor alle zaken die zorgstandaarden betreffen. Voor de uitvoering van het project ontwikkeling Zorgmodule Voeding is een projectleider benoemd. De projectleider is verantwoordelijk voor het opstellen van het projectplan, het bewaken van de planning, het coördineren van verschillende versies van de zorgmodule en informatievoorziening naar alle betrokken partijen. De projectleider maakt onderdeel uit van het PON-managementteam en rapporteert relevante proces- en tussentijdse resultaten aan de PON-partnerorganisaties en aan de opdrachtverstrekker het ministerie van VWS. De partnervertegenwoordigers van het PON worden geïnformeerd over de vorderingen van het project, maar hebben geen formele taak in de uitvoering. 3.2 Ontwikkel en onderhoudsgroep (OOG) Bij de ontwikkeling van een zorgstandaard behoren alle partijen betrokken te worden die een rol spelen bij een bepaalde chronische aandoening. Voor de ontwikkeling van een zorgmodule geldt eveneens dat de totstandkoming plaatsvindt door een groep die door zijn samenstelling vertrouwen geniet en op draagvlak kan rekenen. Afstemming met en aansluiting bij andere relevante organisaties op het gebied van preventie en behandeling van chronische ziekten is dan ook een essentieel onderdeel voor het slagen van de zorgmodule. Hiertoe is voor de ontwikkeling van de Zorgmodule Voeding een ontwikkel- en onderhoudsgroep (OOG) ingesteld. Deze OOG, welke een brede afspiegeling betreft van partijen die betrokken zijn bij de zorg voor chronisch zieken, is als geheel verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de voedingsmodule. Het betreft de koepelorganisaties van relevante zorgstandaarden, maar ook vertegenwoordiging vanuit de patiënten en de zorgverzekeraars. Middels de expertise in deze OOG, wordt de verbinding gelegd tussen de generieke aspecten uit de voedingsmodule en de ziektespecifieke zorgstandaarden. De verschillende organisaties worden formeel gevraagd een persoon af te vaardigen voor deelname namens de organisatie in de OOG. Voorstel voor samenstelling OOG Nederlandse Diabetes Federatie Long Alliantie Nederland Platform Vitale Vaten Partnerschap Overgewicht Nederland Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie Stuurgroep Ondervoeding - Prof. Dr. Jos M.G.A. Schols Zorgverzekeraars Nederland Kerngroep voedingsmodule Kerngroep voedingsmodule Het project streeft een snelle en voortvarende werkwijze na. Binnen de OOG wordt daarom een kerngroep gevormd van personen die vanuit hun expertise op persoonlijke titel worden gevraagd plaats te nemen in de OOG. Zij vormen de kerngroep van de voedingsmodule; een klein en slagvaardig team, samengesteld uit deskundige zorgverleners en experts op het gebied van zowel generieke voeding, de rol van voeding op gezondheid als voedingszorg en gedragsverandering binnen de behandeling. Het daadwerkelijke ontwikkelen van de voedingsmodule en schrijven van diverse versies van het concept wordt door deze kerngroep uitgevoerd. Afhankelijk van de activiteiten benadert de kerngroep relevante deskundigen en organisaties als mogelijke leden of tijdelijke adviseurs, met name voor het onderdeel kwaliteitsindicatoren. De leden van de kerngroep nemen deel op persoonlijke titel. De organisaties waarvan ze lid zijn, worden enkel ter informatie genoemd.
9 9 Concept projectplan Zorgmodule Voeding Samenstelling kerngroep Jaap van Binsbergen (voorzitter), huisarts te Brielle, hoogleraar Voedingsleer & Huisartsgeneeskunde, lid van de Stuurgroep Ondervoeding, partnervertegenwoordiger binnen het Partnerschap Overgewicht Nederland en lid van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Paulien Lunter, praktijkverpleegkundige te Arnhem, lid van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, afdeling Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners. Sanne Niemer (secretaris), projectleider Zorgstandaard en Voedingsmodule van het Partnerschap Overgewicht Nederland. Wineke Remijnse, beleidsadviseur kwaliteit bij de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, lid van de Stuurgroep Ondervoeding, partnervertegenwoordiger binnen het Partnerschap Overgewicht Nederland. Jeanne de Vries, universitair docent en voedingskundige bij de Wageningen Universiteit, afdeling Humane Voeding. Andrea Werkman, kennisspecialist voeding, gezondheid en ziekte bij het Voedingscentrum. Erika Wamsteker, diëtist en psycholoog, werkzaam bij Psychologenpraktijk voor eetstoornissen Geerets & Kuypers, lid van het Nederlands Instituut van Psychologen. Taakstelling OOG De OOG committeert zich als geheel aan de ontwikkeling van de Zorgmodule Voeding en is als geheel verantwoordelijk voor de totstandkoming ervan. Binnen de OOG wordt het daadwerkelijk schrijfwerk verricht door de kerngroep. Op deze manier beschikt de projectorganisatie zowel over slagvaardigheid als over draagvlak. Producten De voedingsmodule beschrijft vanuit het patiëntenperspectief het zorgtraject voor mensen met een chronische aandoening of verhoogd risico daarop, die reeds in de zorgketen zijn en waarvoor voeding een onderdeel van de behandeling vormt. Het gaat daarbij om twee gebieden: 1. Inhoud van generieke voedingszorg 2. Kwaliteitsindicatoren van voedingszorg Organisatorische aspecten van de zorg zijn onderdeel van de integrale zorg die in een zorgstandaard wordt beschreven en worden daarom niet nader uitgewerkt in de zorgmodule. Wanneer de kerngroep besluit dat het zinvol is richting te geven aan de manier waarop de zorg georganiseerd moet worden, zal zij daarover een advies uitbrengen dat opgenomen wordt in de Zorgmodule Voeding. De OOG zal drie producten opleveren: 1. Concept Zorgmodule Voeding, medio december Voorstel Zorgmodule Voeding, medio zomer Definitieve Zorgmodule Voeding, eind 2012 Werkwijze kerngroep en OOG De kerngroep wordt ingesteld voor een periode van twee jaar. De verwachting is dat de kerngroep 3 á 4 keer bij elkaar zal komen in 2011 en dat kerngroepleden tussentijds per kunnen worden geconsulteerd. Per vergadering zal een bepaald onderdeel van de voedingsmodule besproken worden. Indien wenselijk worden tussentijds subgroepen gevormd waarin een bepaald onderdeel van de zorgmodule nader uitgewerkt kan worden. De secretaris ondersteunt de kerngroep. De secretaris bereidt conceptteksten en de vergaderingen van de werkgroep voor, in overleg met de voorzitter. Van de kerngroepleden wordt inhoudelijke expertise verwacht in reactie op de stukken die door de secretaris worden aangeleverd. Wanneer nodig leveren ook kerngroepleden stukken tekst aan. De secretaris beheert het kader en de inhoud van de zorgmodule en zorgt dat de conclusies van de vergaderingen verwerkt worden in het concept van de zorgmodule. De OOG komt als geheel bijeen wanneer de kerngroep een eerste concept gereed heeft. Doel is om als groep consensus te bereiken over de inhoud van de zorg en de kwaliteitsindicatoren. Gesignaleerde knelpunten worden binnen de kerngroep verder uitgewerkt. Wanneer een definitief concept is voltooid, start de consultatiefase. Vervolgens komt de OOG als geheel bijeen wanneer de kerngroep op basis van de consultatiefase een definitief voorstel voor de voedingsmodule heeft ontwikkeld. Hierna start de fase van accordering.
10 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 10 De kerngroep en de OOG stemmen onderling actief af. Zo wordt de OOG door de kerngroep op de hoogte gehouden van verschillende versies van het concept van de voedingsmodule. De kerngroep wordt door de OOG op de hoogte gehouden van de activiteiten van organisaties uit de OOG, welke gemeenschappelijke belangen en doelstellingen op het gebied van zorg en preventie bij chronische ziekten hebben. Overig Kerngroepleden ontvangen een passende vacatievergoeding, afgestemd met de mogelijkheden binnen de PONbegroting. 3.3 Externe adviseurs Naast de expertise binnen de ontwikkel- en onderhoudsgroep, wordt afgestemd met een aantal relevante andere partijen. Expertgroep patiënten Een vaststaand uitgangspunt van zorgstandaarden en zorgmodules is dat het zorgtraject vanuit het patiëntenperspectief beschreven wordt. Ook binnen de Zorgmodule Voeding staat de patiënt centraal. Omdat er geen sprake kan zijn van een generieke patiënt die in de OOG deel kan nemen, is gekozen voor zowel algemene patiëntenvertegenwoordiging in de OOG (NPCF), als meer ziektespecifieke vertegenwoordiging in een losse expertgroep van patiënten. Deze groep wordt gevormd door patiënten met aandoeningen waarvoor de voedingszorg een essentieel onderdeel van de behandeling vormt. Hierbij gaat het zowel om patiënten met aandoeningen die samenhangen met overvoeding als met ondervoeding. Daarnaast worden de patiëntenorganisaties betrokken in de ontwikkeling van de ziektespecifieke addities die per ziekte ontwikkeld moeten worden. Expertgroep communicatie Binnen de OOG is ruimschoots expertise aanwezig wat betreft voeding, voedingszorg, preventie en zorgverlening. Een interventie valt of staat echter met de manier waarop deze in staat is aan te sluiten bij de doelgroep en daadwerkelijk zelfmanagement faciliteert. Wat betreft effectieve leefstijlcommunicatie wordt veel onderzoek gedaan en bestaat veel kennis bij gespecialiseerde organisaties. Hiervan willen we binnen de OOG van de voedingsmodule graag gebruik maken. Niet in de kerngroep, maar wel door middel van een aantal bijeenkomsten met een expertgroep die zich richt op effectieve leefstijlcommunicatie. Hierbij wordt onder andere de link gelegd met bestaande initiatieven als het PreventieConsult, NIPED en kennis vanuit het Voedingscentrum en de Wageningen Universiteit, waarbij ook sterkte aandacht is voor het gebruik van social media. Coördinatieplatform Zorgstandaarden De projectleider zal regelmatig contact onderhouden met het Coördinatieplatform Zorgstandaarden om de aansluiting bij het model van het Coördinatieplatform te waarborgen en op de hoogte te blijven van relevante ontwikkelingen op het gebied van zorgstandaarden.
11 11 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 4. Projectaanpak op hoofdlijnen 4.1 Projectvoorbereiding en kick-off In de fase van de uitwerking van het projectplan, heeft een kick-off bijeenkomst plaatsgevonden met relevante experts op het gebied van zorgstandaarden en voeding. Het doel van deze bijeenkomst was het op hoofdlijnen vaststellen van de procedurele en inhoudelijke uitgangspunten van het project. Op basis van deze informatie is het concept projectplan 0.2 ontwikkeld en is het projectteam samengesteld. Deelnemers kick-off bijeenkomst Jaap Seidell Partnerschap Overgewicht Nederland Cora Aarsen en Margreet Sangers Nederlandse Diabetes Federatie Emiel Rolink Long Alliantie Nederland Anne-Margreet Strijbis Platform Vitale Vaten Mieke te Vaarwerk Coördinatieplatform Zorgstandaarden Dirk Schaars Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen Rosanne Metaal VWS Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie Eric Koster VWS Publieke Gezondheid Wineke Remijnse Nederlandse Vereniging van Diëtisten Andrea Werkman - Voedingscentrum Sanne Niemer - Partnerschap Overgewicht Nederland 4.2 Projectfasering Het project is gestart vanaf april 2011 en wordt in december 2012 afgerond met de oplevering van de Zorgmodule Voeding. FASE 1: Uitwerking projectplan: februari t/m april 2011 FASE 2: Ontwikkelen concept Zorgmodule Voeding: mei t/m december 2011 FASE 3: Informeren en consulteren & opleveren voorstel Zorgmodule Voeding: januari t/m juni 2012 FASE 4: Accordering en oplevering definitieve Zorgmodule Voeding: juli t/m december Autorisatieprocedure Het proces van autoriseren bestaat uit infomeren, consulteren en accorderen. De wijze van autoriseren van de Zorgmodule Voeding is bij de kick-off van het project reeds besproken en is vervolgens vastgelegd in het projectplan. Informeren en consulteren In de beginfase van de ontwikkeling van de Zorgmodule Voeding worden de betrokken organisaties geïnformeerd over de autorisatieprocedure. De fase van consulteren start wanneer de leden van de OOG in samenspraak met de kerngroep tot een definitief concept Zorgmodule Voeding zijn gekomen. De consultatiefase biedt alle relevante zorgverleners en belanghebbende organisaties de mogelijkheid te reageren op de concept Zorgmodule Voeding. Ook de expertgroep van patiënten zal in deze fase geconsulteerd worden. Men kan het voorstel voor de Zorgmodule Voeding ontvangen en schriftelijk reageren op het voorstel. Het gaat daarbij om een reactie op hoofdlijnen, waarbij men zich beperkt tot de zwaarwegende punten, die naar de mening van de professional een goed gebruik van het stuk in de weg kan staan. De binnengekomen reacties zal de kerngroep verwerken in het concept van de voedingsmodule, waaruit het voorstel voor de Zorgmodule Voeding volgt. Nadat de gehele OOG akkoord is met het voorstel, start de fase van accorderen. Accorderen Bij de Zorgmodule Voeding is er geen sprake van een formeel samenwerkingsverband dat verantwoordelijk gehouden kan worden voor de accordering van de module. Het betreft immers een generieke module, die per definitie meerdere chronische ziekten moet kunnen accommoderen. Er zijn dus meerdere organisaties bij het vaststellen van de inhoud betrokken. Omdat in de opdrachtbrief letterlijk staat dat de voedingsmodule een verbinding moet leggen tussen de zorgstandaarden COPD, diabetes mellitus, vasculair risicomanagement en
12 Concept projectplan Zorgmodule Voeding 12 obesitas, wordt gekozen voor accordering via de koepels van deze vier chronische aandoeningen. De Zorgmodule Voeding betreft namelijk een addendum aan de bestaande ziektespecifieke zorgstandaarden. Het definitieve voorstel voor de Zorgmodule Voeding wordt in de fase van accordering verzonden aan de besturen van de vier koepels van de bestaande zorgstandaarden, met het verzoek akkoord te gaan met de inhoud van deze zorgmodule en deze integraal over te nemen in de eigen ziektespecifieke zorgstandaard. Wanneer de besturen van deze vier koepels akkoord gaan met opname van de voedingsmodule in de ziektespecifieke zorgstandaard, is daarmee de zorgmodule formeel geaccordeerd. Koepels die een rol spelen in de fase van accorderen Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) Long Alliantie Nederland (LAN) Platform Vitale Vaten (PVV) Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) De vertegenwoordiger van deze koepels die lid is van de OOG van de voedingsmodule, speelt een rol bij het faciliteren van dit proces. Voor elke koepel geldt dat het interne proces anders verloopt. Eigenaarschap Omdat het ontwikkelen van de Zorgmodule Voeding een innovatietraject betreft, kan nu nog niet vastgelegd worden welke organisatie als eigenaar van de voedingsmodule zal fungeren. De oprichting van een Nationaal Kwaliteitsinstituut Gezondheidszorg, waarin alle expertise over bijvoorbeeld veilige en doelmatige zorg samenkomt, kan hierbij op termijn een rol gaan spelen. Doel van het instituut is de kwaliteit van de zorg te vergroten en daarmee onnodige kosten vermijden en terugdringen.
13 13 Concept projectplan Zorgmodule Voeding Bijlage: Organisatie en werkwijze in model Organisatie Ontwikkel en onderhoudsgroep Nederlandse Diabetes Federatie Long Alliantie Nederland Platform Vitale Vaten Partnerschap Overgewicht Nederland Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie Stuurgroep Ondervoeding Zorgverzekeraars Nederland Kerngroep Jaap van Binsbergen Paulien Lunter Wineke Remijnse Jeanne de Vries Andrea Werkman Erika Wamsteker Frank Klaassen Sanne Niemer Expertgroep patiënten Expertgroep communicatie Werkwijze Kerngroep ontwikkelt concept. Kerngroep bespreekt concept met OOG. OOG als geheel levert definitief concept op. Fase 2: Ontwikkeling concept. Relevante zorgverleners en organisaties kunnen reageren op concept. Expertgroep patiënten reageert ook op concept. Kerngroep verwerkt reacties consultatie aan en komt tot voorstel. Kerngroep bespreekt voorstel met OOG. OOG als geheel levert definitief voorstel op. Fase 3: Consultatie. Van concept naar voorstel. OOG stuurt definitief voorstel naar besturen NDF, PON, LAN en PVV. Koepels besluiten volgens interne accorderingsprocedure over opname voedingsmodule. Opname voedingsmodule ziektespecifieke zorgstandaarden: afronding accordering. Fase 4: Accordering. Van voorstel naar opname.
Voeding en Dieet Zorgmodule. Concept projectplan
Voeding en Dieet Zorgmodule Concept projectplan Concept projectplan zorgmodule Voeding en Dieet 2 Inhoudsopgave 1. Aanleiding en opdracht 2. Doelstelling, uitgangspunten en afbakening 2.1. Doel 2.2. Doelgroep
Zorgmodule Voeding Kansen voor de diëtist. Wineke Remijnse Beleidsadviseur NVD April 2013
Zorgmodule Voeding Kansen voor de diëtist Wineke Remijnse Beleidsadviseur NVD April 2013 Inhoud presentatie 1. De Zorgmodule Voeding. i. Wat is de Zorgmodule Voeding? Hoe is deze tot stand gekomen? Op
Inhoud presentatie. Noodzaak Zorgmodule Voeding? Zorgmodule Voeding Kansen voor de diëtist. Ontwikkeling Zorgmodule Voeding (1)
Inhoud presentatie 1. De Zorgmodule Voeding. Zorgmodule Voeding Kansen voor de diëtist Wineke Remijnse Beleidsadviseur NVD April 2013 i. Wat is de Zorgmodule Voeding? Hoe is deze tot stand gekomen? Op
Inhoud presentatie. Ontwikkeling Zorgmodule Voeding (1) Ken je grenzen: Zorgmodule Voeding biedt houvast
Inhoud presentatie Ken je grenzen: Zorgmodule Voeding biedt houvast Wineke Remijnse Beleidsadviseur NVD 12 februari 2013 1. De Zorgmodule Voeding. i. Wat is de Zorgmodule Voeding? Hoe is deze tot stand
1. Naam van de kwaliteitsstandaard: Zorgmodule Voeding Stroomschema Zorgprofielen en Competenties Zorgmodule Voeding
1. Naam van de kwaliteitsstandaard: Zorgmodule Voeding Stroomschema Zorgprofielen en Competenties Zorgmodule Voeding 2. Zorgvraag/aandoening(en) waarop de kwaliteitsstandaard betrekking heeft: Voedingszorg
ZELFMANAGEMENT IN DE ZORGSTANDAARDEN
ZELFMANAGEMENT IN DE ZORGSTANDAARDEN Sanne Niemer Anne-Margreet Strijbis Corrine Brinkman Emiel Rolink Helene Voogdt (PON) (Platform Vitale Vaten) (NDF) (LAN) (LAZ/CBO/CPZ) PROGRAMMA 1. QUIZ: wat is een
Zorgstandaarden en ketenzorg : integrale zorg voor chronisch zieken
Zorgstandaarden en ketenzorg : integrale zorg voor chronisch zieken Masterclass Eerstelijns Bestuurders 15 oktober 2010, Tulip Inn, Amersfoort Reinout van Schilfgaarde Kenmerken zorgstandaard Ziekte met
Declaratievoorschrift multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2, COPD 3 )
REGELING CV/NR-100.106.2 Declaratievoorschrift multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2, COPD 3 ) Gelet op artikel 37 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),
Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD)
BELEIDSREGEL Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD) Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg
Zorgmodule Voeding. Opdrachtgever: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Amsterdam, december 2012. Zorgmodule Voeding Pagina 1
Zorgmodule Voeding De Zorgmodule Voeding is een ziekteoverstijgende module en kan worden opgenomen in alle zorgstandaarden, waarin het aanleren van gezond of aangepast voedingsgedrag een onderdeel van
Declaratievoorschrift multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2 )
REGELING CV/NR-100.106 Declaratievoorschrift multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2 ) Gelet op artikel 37 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de
Disclosure belangen sprekers
Disclosure belangen sprekers (potentiële) Belangenverstrengeling geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven n.v.t. Centrale zorgverlener Welke rol kan zij spelen? dr. ir. Helene Voogdt
Plan herinrichting Platform Vitale Vaten, vastgesteld op 14 april 2011
Plan herinrichting Platform Vitale Vaten, vastgesteld op 14 april 2011 Patiënten en zorgverleners willen bereiken dat in Nederland de kwaliteit van de zorg aan mensen met hart- en vaatziekten verbetert
Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD)
BELEIDSREGEL BR/CU-7012 Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD) Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening
Functionele omschrijving van de voedingsprofessional BeweegKuur
Functionele omschrijving van de voedingsprofessional BeweegKuur Inleiding Dat goede voeding een bijdrage levert aan de gezondheid van mensen, is algemeen bekend. Toch eet slechts een klein percentage van
Veranderende zorgvraag - de visie van VWS
1 Veranderende zorgvraag - de visie van VWS Congres DiabeteszorgBeter 3 oktober 2008, Zeist Fred Krapels Hoofd Eerstelijns- en Ketenzorg, tvs plv. Directeur Curatieve Zorg Ministerie van VWS Toename chronische
Met elkaar voor elkaar, beleidskader chronische zorg
Met elkaar voor elkaar, beleidskader chronische zorg Eric Koster Cluster coördinator chronische ziekten en screeningen. Lid Kernteam vernieuwing chronische zorg. Chronisch ziekenbeleid: 1. Waarom 2. Ambitie
Concept zorgprotocol Beweeginterventies in de chronische ketenzorg 2014
Concept zorgprotocol Beweeginterventies in de chronische ketenzorg 2014 Uitgangspunten: Beweeginterventies zijn het geheel van activiteiten dat tot doel heeft een bijdrage te leveren aan het voorkomen,
Aardverschuiving in de chronische zorg, diseasemanagement een kans!
Aardverschuiving in de chronische zorg, diseasemanagement een kans! Eric Koster Clustercoördinator chronische ziekten en screeningen, directie Publieke Gezondheid Lid kernteam Inhoud 1. Aanleiding 2. Aanpak
Ontwerp Zorgtoepassing Ketenzorg
Ontwerp Zorgtoepassing Ketenzorg HIS-KIS communicatie Datum: 25 februari 2014 Versie: 4.2 Referentie: Ontwerp Ketenzorg HIS-KIS Nictiz is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de
BeweegKuur. Algemene informatie
BeweegKuur Algemene informatie De BeweegKuur is met subsidie van het ministerie van VWS ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, in samenwerking met veel partners in de gezondheidszorg.
VRM en de zorgverzekeraar
VRM en de zorgverzekeraar Achmea Divisie Zorg & Gezondheid en Menzis Dinsdag 11 december 2012 Zwolle 1 Wat gaan we doen Introductie visie verzekeraar op chronische zorg Hoe gaat de verzekeraar om met de
Fysiotherapie bij patiënten met Hart-, Vaat- en / of Longaandoeningen, een blik naar de toekomst
Fysiotherapie bij patiënten met Hart-, Vaat- en / of Longaandoeningen, een blik naar de toekomst 24 april 2013, Deventer Leendert Tissink Msc Fysiotherapeut Van Zuilichem / Partners Oud Gastel; Docent
Een verkenning naar financiering van de ketenaanpak van kinderen met overgewicht en obesitas MANAGEMENT ADVIES
Een verkenning naar financiering van de ketenaanpak van kinderen met overgewicht en obesitas MANAGEMENT ADVIES Aldien Poll Niels van der Vlugt aldien.nl Amsterdam augustus 2015 In opdracht van Care for
Nederlandse Zorgautoriteit Secretariaat Directie Ontwikkeling Postbus 3017 3502 GA UTRECHT. Geachte heer, mevrouw,
Nederlandse Zorgautoriteit Secretariaat Directie Ontwikkeling Postbus 3017 3502 GA UTRECHT datum Utrecht, 27 mei 2009 ons kenmerk 2009-366/DSB/01.01.01/fv/tk voor informatie F. Vogelzang uw kenmerk --
Standaard voor zorgstandaarden
Standaard voor zorgstandaarden Een tussentijds rapport over het model voor zorgstandaarden bij chronische ziekten Coördinatieplatform Zorgstandaarden ZonMw programma Diseasemanagement chronische ziekten
Naar gestructureerd en met de patiënt gestuurd (cardio)vasculair risicomanagement
Naar gestructureerd en met de patiënt gestuurd (cardio)vasculair risicomanagement Prof. dr. Cor Spreeuwenberg Voorzitter Platform Vitale Vaten Lid coördinatiecommissie zorgstandaarden ZonMw Voorzitter
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij hart- en vaatziekten! Optimale zorg bij hart- en vaatziekten door samenwerkende zorgverleners
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij hart- en vaatziekten! Optimale zorg bij hart- en vaatziekten door samenwerkende zorgverleners 1 op de 3 mensen in Nederland overlijdt aan een hart- of vaatziekte.
Patiëntenparticipatie in Diseasemanagement & Chronic Care Model. Margo Weerts
Patiëntenparticipatie in Diseasemanagement & Chronic Care Model Margo Weerts De Hart&Vaatgroep De nieuwe organisatie van en voor mensen met een hart- of vaatziekte Ontstaan uit: - Vereniging van Vaatpatiënten
Persoonsgerichte preventie: wie, wat, waar, hoe. Roderik Kraaijenhagen NIPED, Amsterdam
Persoonsgerichte preventie: wie, wat, waar, hoe Roderik Kraaijenhagen NIPED, Amsterdam Chronic disease burden - hart- en vaatziekten - diabetes - COPD - depressie / angst - obesitas Adequate preventie
17.30 17.45 uur Opening Mieke Reynen, procesmanager Samen één in Feijenoord 17.45 17.55 uur Expeditie Duurzame Zorg: wat is de stand van zaken?
- Samenwerking - - Programma - 17.00 17.30 uur Inloop, hapje & drankje 17.30 17.45 uur Opening Mieke Reynen, procesmanager Samen één in Feijenoord 17.45 17.55 uur Expeditie Duurzame Zorg: wat is de stand
Uw huisarts uit de regio Berlicum, Rosmalen, Empel en Den Bosch
Het aantal patiënten met chronische zorg zoals diabetes, COPD en andere chronische ziektebeelden neemt toe. Dit vraagt om een beter gestructureerde organisatie van de gezondheidszorg. Uw huisarts uit de
Bestrijding ongezonde leefstijl hard nodig om forse stijging diabetes, hart- en vaatziekten en nierfalen te voorkomen.
Amersfoort, Bussum, Den Haag, 5 april 2007 Bestrijding ongezonde leefstijl hard nodig om forse stijging diabetes, hart- en vaatziekten en nierfalen te voorkomen. Oproep aan de leden van de vaste commissie
Integrale zorg voor chronisch zieken; het spel en de knikkers
Integrale zorg voor chronisch zieken; het spel en de knikkers uitnodiging 12 april 2011 ZonMw programmadag 2011 Diseasemanagement chronische ziekten gecombineerd met inspiratiemiddag Vilans Programmadag
Plan van Aanpak. Definiëring zorgprofielen wijkverpleging
Plan van Aanpak Definiëring zorgprofielen wijkverpleging INHOUDSOPGAVE 1. PROJECTDEFINITIE... 3 1.1 Aanleiding en achtergrond... 3 1.2 Projectdoelen... 4 1.3 Gewenst eindresultaat... 4 1.4 Betrokken partijen...
NIEUWSBERICHT. Uitgave 1, 7 juli 2009. Graag informeren wij u over het volgende:
NIEUWSBERICHT Uitgave 1, 7 juli 2009 Graag informeren wij u over het volgende: 1. Long Alliantie Nederland opgericht en aan de slag 2. Long Alliantie Nederland werkt aan LAN zorgstandaard COPD 3. VWS en
HET CENTRUM VOOR GECOMBINEERDE LEEFSTIJL INTERVENTIE (GLI) VOOR MENSEN MET OVERGEWICHT, DIABETES TYPE 2 EN HART- EN VAATZIEKTEN
WORDT EIGENAAR LEEFSTIJL ALS MEDICIJN VAN JE VITALITEIT! HET CENTRUM VOOR GECOMBINEERDE LEEFSTIJL INTERVENTIE (GLI) VOOR MENSEN MET OVERGEWICHT, DIABETES TYPE 2 EN HART- EN VAATZIEKTEN WIE ZIJN WIJ? AM
Functieprofiel van de sport- en bewegingsleider betrokken bij de BeweegKuur
Functieprofiel van de sport- en bewegingsleider betrokken bij de BeweegKuur NISB ontwikkelt de BeweegKuur met subsidie van het ministerie van VWS en in samenwerking met NHG, LVG, NVDA, KNGF, LHV, DVN,
Van Diseasemanagement naar Gezondheidsmanagement
Van Diseasemanagement naar Gezondheidsmanagement Drie jaar ervaring in de praktijk van Diseasemanagement 29 juni 2012 Stannie Driessen Opbouw 1. Ontwikkelingen en publicaties in de afgelopen 12 maanden
CONVENANT NETWERK PALLIATIEVE ZORG MEPPEL STEENWIJKERLAND
CONVENANT NETWERK PALLIATIEVE ZORG MEPPEL STEENWIJKERLAND Convenant palliatieve zorg Meppel / Steenwijkerland 1-7 Samenwerkingsovereenkomst netwerk voor palliatieve zorg in de regio Meppel Steenwijkerland
KWALITEITSONTWIKKELING GGZ
KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Kwalitatief goede zorg tegen aanvaardbare kosten Door Sebastiaan Baan Korte uitleg animatie: https://youtu.be/dl6n5hix2d Y 2 NETWERK KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Landelijk Platform
BELEIDSREGEL CV-7000-5.0.-1
BELEIDSREGEL Prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2 ) Gelet op het bepaalde in artikel 7, 56, lid 4 en 5 van artikel 57 en artikel 59 van de Wet
Outline Zorgstandaard Kanker
Outline Zorgstandaard Kanker Opdrachtomschrijving en werkplan werkgroep Zelfmanagement & Individueel zorgplan Blaauwbroek bureau voor Vraaggestuurde Zorg Nieuwstad 100c 1381 CE WEESP tel. 0294 491 400
Deelconvenant consument en vrije tijd
CONVENANT GEZOND GEWICHT 2010-2014 Deelconvenant consument en vrije tijd PARTIJEN, - het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (hierna: CBL), te dezen vertegenwoordigd door zijn voorzitter de heer K.L.
Zorginnovatie bij CZ
Zorginnovatie bij CZ Het zorglandschap verandert snel, innovatie is nodig CZ groep wil de zorg nu en op lange termijn breed toegankelijk, goed en betaalbaar houden. Wij voelen een grote verantwoordelijkheid
Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
29689 Herziening Zorgstelsel 25424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 599 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den
Leergang Praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk
Leergang Praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk Deze éénjarige leergang bereidt u voor op de functie van praktijkondersteuner/-verpleegkundige in de huisartsenpraktijk (POH). Het lesprogramma sluit
- kiezen voor het gebruik van goede digitale informatiesystemen in de zorgpraktijk.
SAMENVATTING Het aantal mensen met een chronische aandoening neemt toe. Chronische aandoeningen leiden tot (ervaren) ongezondheid, tot beperkingen en vermindering van participatie in arbeid en in andere
Chronisch ziek? Voel je beter met Kom Verder. Kom Verder met inspirerende ervaringsverhalen minder medicijnen meer energie makkelijke leefstijltips
Chronisch ziek? Voel je beter met Kom Verder Kom Verder met inspirerende ervaringsverhalen minder medicijnen meer energie makkelijke leefstijltips Zo kunt u beter voor uw gezondheid zorgen Beter leven
PalliSupport. Zorgpad. PalliSupport Transmurale zorg voor ouderen
PalliSupport Zorgpad PalliSupport Transmurale zorg voor ouderen Datum: februari 2018 Email: [email protected] Projectleiding: drs. I. (Isabelle) Flierman prof. dr. B.M. (Bianca) Buurman prof. dr. D.L.
Zelfmanagement Programma NPCF - CBO 2008-2012
Zelfmanagement Programma NPCF - CBO 2008-2012 Jeroen Havers CBO [email protected] Zelfmanagement Programma NPCF CBO Financiering: VWS Opdrachtgevers: NPCF & patiëntenorganisaties Uitvoering: CBO, looptijd
BEGRIPPEN EN DEFINITIES ZORGSTANDAARDEN
BEGRIPPEN EN DEFINITIES ZORGSTANDAARDEN Werkgroep Begrippen en definities zorgstandaarden Januari 2010 1 Begrippen en definities zorgstandaarden Samenstelling werkgroep Begrippen en definities zorgstandaarden
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij hart- en vaatziekten! Optimale zorg bij hart- en vaatziekten door samenwerkende zorgverleners
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij hart- en vaatziekten! Optimale zorg bij hart- en vaatziekten door samenwerkende zorgverleners 1 op de 3 mensen in Nederland overlijdt aan een hart- of vaatziekte.
Bezoekadres Kenmerk Bijlage(n) Samenvatting
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)
René Keet Zwolle, 13 november 2014
René Keet Zwolle, 13 november 2014 Over de brug (Titel Plan van Aanpak) Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar schenen te vermijden, worden weer buren Uit: De moeder de vrouw (1934), Martinus
Doel: In samenwerking met maatschappelijke partners organiseren van een proces dat leidt tot een herijkte visie op Borne in 2030
Projectvoorstel Projectopdracht / -voorstel Datum: 8 juli 2010 Versie: definitief t.b.v. definitiefase en ontwerpfase Pagina: 1 / 9 Soort project Extern/Lijn Projectnaam MijnBorne2030 (Herijking Toekomstvisie)
Men verwart regelgeving met kwaliteitsbewaking in de zorg.
Gezondheid s zorg Men verwart regelgeving met kwaliteitsbewaking in de zorg. Z o r g s Zorgstandaarden geven antwoorden Patiënten: weten welke zorg zij kunnen verwachten en hun bijdrage daarin Zorgverleners:
Zelfmanagement. bij zeldzame aandoeningen. juni 2012. Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen
bij zeldzame aandoeningen juni 2012 Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen Auteur: Drs. A.E.R.M. Speijer, VSOP Accordering door: Drs. J. Havers Senior Adviseur Landelijk
WERKWIJZE. Medisch Centrum Aan de Berg Nuenen 2017
WERKWIJZE Nuenen 2017,, HA Zorg Het praktiseren van reguliere generalistische huisartsgeneeskundige zorg dichtbij huis. 90% zelf behandelen Meestal behandelen wij die zelf. Anders verwijzen wij u gericht
Opzet van de interventie 4-8 en 8-13 jaar Stappen Wanneer Wie Frequentie Duur
Ontstaan Cool 2B Fit In Twente zijn in de afgelopen jaren verschillende initiatieven ontwikkeld om kinderen met overgewicht te helpen om op gezond gewicht te komen. Vijf lokale initiatieven hebben in 2010
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij zorg voor ouderen! Optimale zorg voor ouderen in een kwetsbare positie
Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij zorg voor ouderen! Optimale zorg voor ouderen in een kwetsbare positie Nederland vergrijst. Er komen steeds meer ouderen met steeds meer en verschillende soorten
Consortiavorming: kader voor samenwerking EPZ - IKNL netwerken palliatieve zorg
MEMO Aan: Betreft: consortiavorming en samenwerking EPZ, IKNL en netwerken palliatieve zorg Van: Karin van der Rijt, voorzitter EPZ en Jeroen Hasselaar, projectleider NFU Peter Huijgens, directeur IKNL
Ontwikkeling van Zorgstandaarden. Een tussenbalans
Ontwikkeling van Zorgstandaarden Ontwikkeling van zorgstandaarden Februari 2012 Colofon Het Coördinatieplatform Zorgstandaarden is ondergebracht bij het ZonMw programma Diseasemanagement voor chronische
Beleidsplan VSV Kracht
Aanleiding De afgelopen jaren zijn landelijke en regionale initiatieven ontstaan om de kwaliteit van de geboortezorg te verhogen en de samenwerking te verbeteren. Het Verloskundig Samenwerkings Verband
Zorgstandaarden dragen bij aan nieuwe ondernemingskansen
Zorgstandaarden dragen bij aan nieuwe ondernemingskansen Zorgmakelaar, een nieuwe beroepsgroep? Tekst: Sanne van der Poel Gezien de huidige ontwikkelingen in het zorgproces rondom mensen met een chronische
BELEIDSREGEL BR/CU-7073
BELEIDSREGEL Stoppen-met-rokenprogramma Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels
Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie. Minisymposium SKB 19 december 2013
Project Transmurale Palliatieve Zorg & Schokbrekers in de communicatie Minisymposium SKB 19 december 2013 Hoeveel patiënten heeft u nu in behandeling (of verzorgje nu op de afdelingof thuis) waarbij het
Werkdocument prestatie Gestructureerde complexe ouderenzorg
Werkdocument prestatie Gestructureerde complexe ouderenzorg Beschrijving van de prestatie De module gestructureerde complexe ouderenzorg richt zich op de zorg aan ouderen van 75 jaar en ouder in de eerste
Strategisch beleidsplan 2010-2015. Slingeland Ziekenhuis
Strategisch beleidsplan 2010-2015 Slingeland Ziekenhuis Voorwoord Voor u ligt de verkorte uitgave van het Strategisch Beleidsplan 2010-2015 van ons ziekenhuis. Deze uitgave is speciaal voor u als medewerker
Digitale gegevensuitwisseling in de cardiometabole keten Handreiking voor implementatie
Digitale gegevensuitwisseling in de cardiometabole keten Handreiking voor implementatie Deze handreiking is gebaseerd op de resultaten van een pilot die de Nederlandse Diabetes Federatie mede namens haar
De Zorgstandaard Obesitas is zowel digitaal als in gedrukte vorm verkrijgbaar via de website van het Partnerschap Overgewicht Nederland.
Colofon Zorgstandaard Obesitas De Zorgstandaard Obesitas is een uitgave van het Partnerschap Overgewicht Nederland en is tot stand gekomen in opdracht van en met financiële steun van het ministerie van
Projectaanvraag Achterstandsfonds. Naam Project (voluit): Een patiëntgerichte multidisciplinaire aanpak van overgewicht in Maastricht.
Projectaanvraag Achterstandsfonds Naam Project (voluit): Een patiëntgerichte multidisciplinaire aanpak van overgewicht in Maastricht. Korte omschrijving van het project (eventueel vervolgen op achterzijde)
Achmea: Gebruik declaratie data ter verbetering van de zorg
Achmea: Gebruik declaratie data ter verbetering van de zorg 7 februari 2013 Koen Harms Jan van Es instituut Leergang populatie management 1 Verbeteren door inzicht Achmea praktijk status Verbeteren via
NPA Congres, 4 februari 2016: De patiënt aan het roer?
NPA Congres, 4 februari 2016: De patiënt aan het roer? Gezonde Zorg, Gezonde Regio Gelf Jan Wieringa: Voorzitter proeftuin Gezonde Zorg, Gezonde Regio Bestuurder Rijncoepel www.gzgr.nl Agenda Inleiding
Chronische Nierschade in Nederland
Chronische Nierschade in Nederland Stadium GFR (ml/min/1,73m 2 ) Albuminurie > 30 mg/24 hr Prevalentie VS (%) Prevalentie Nederland (%) 1 >90 Ja 3,3 1,3 2 60-89 Ja 3,0 3,8 3 30-59 Ja/nee 4,3 5,3 4 15-29
Zorg op maat voor Hart- en/of vaatziekten Waarom ontvangt u deze folder?
Ketenzorg Zorg op maat voor Hart- en/of vaatziekten Waarom ontvangt u deze folder? Bij u is vastgesteld dat u een hart- en/of vaatziekte heeft, of een verhoogd risico hierop. Om zo goed mogelijk met uw
Functieprofiel van de fysiotherapeut met aanvullende scholing binnen de BeweegKuur
Functieprofiel van de fysiotherapeut met aanvullende scholing binnen de BeweegKuur NISB ontwikkelt de BeweegKuur met subsidie van het ministerie van VWS en in samenwerking met NHG, LVG, NVDA, KNGF, LHV,
Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011
Raadsvergadering, 31 januari 2012 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Nr.: 483 Agendapunt: 11 Datum: 31 januari 2012 Onderdeel raadsprogramma:
We lichten de onderwerpen uit de kwaliteitsagenda hieronder verder toe.
Kwaliteitsagenda Zorg Thuis 2016 Mensen met een kwetsbare gezondheid blijven langer zelfstandig thuis wonen. Dat kan alleen als zorg thuis goed geregeld is. Mensen hebben recht op maatwerk van goede kwaliteit
Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB
Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Ketenaanpak / netwerkaanpak actieve leefstijl De oplossing om meer mensen met een hoog gezondheidsrisico in beweging
Functionele omschrijving van de beweegprofessional BeweegKuur
Functionele omschrijving van de beweegprofessional BeweegKuur Inleiding Bewegen is voor veel mensen niet vanzelfsprekend. Professionals zijn nodig om belemmeringen bij mensen weg te nemen, hen te adviseren,
