Nederlandse. staatsobligaties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nederlandse. staatsobligaties"

Transcriptie

1 Nederlandse staatsobligaties 2002

2

3 Agentschap ministerie van Financiën Nederlandse staatsobligaties 2002 Dutch State Treasury Agency

4 De cijfermatige informatie is afgesloten op 18 januari Colofon Ontwerp Debora Goedewaagen, Den Haag Druk Sdu Grafisch Bedrijf bv, Den Haag Bindwerk Bosboom, Den Haag Illustraties De illustraties in dit jaarbericht laten enkele voorbeelden zien uit de rijke traditie van ontwerpen voor Nederlandse bankbiljetten. Een traditie ook van een goede balans tussen hoge esthetische kwaliteit en beveiligingstechniek. Het verdwijnen van de gulden als wettig betaalmiddel is de aanleiding om deze fraaie grafische ontwerpen nog eens voor het voetlicht te brengen. Vanaf het allereerste biljet in 1814 is drukkerij Johan Enschedé te Haarlem door de Nederlandsche Bank gekozen voor het uitvoeren van deze drukopdrachten. Buitenzijde omslag: ontwerp W. de Jonge Detail van reservebiljet Peinzende vissersvrouw; waarde ƒ1000; ontwerp 1955, niet in circulatie gebracht. Flap voorzijde: ontwerp Johan Enschedé en Zonen, eerste Nederlandse bankbiljet; Roodborstje; waarde ƒ1000; 1814 in circulatie. Flap achterzijde: ontwerp Jaap Drupsteen, laatste Nederlandse bankbiljet, Ornamentele serie, IJsvogel, waarde ƒ10; 1997 in circulatie. Pagina 12: ontwerp J. Roozendaal Grote afbeeldingen: Ontwerp Flora, aquarel, gouache en potlood op aquarelpapier. Kleine afbeeldingen: Flora, waarde ƒ25, 1949 in circulatie.

5 Pagina 22: ontwerp J.B. Sleper Grote afbeeldingen: Lazarus, waarde ƒ100, niet in circulatie. Kleine afbeeldingen: Koning Salomo, waarde ƒ25, 1952 in circulatie. Pagina 30: ontwerp J.F. Doeve Serie: Erflaters I Grote afbeeldingen: Christiaan Huygens, waarde ƒ25, 1956 in circulatie. Kleine afbeeldingen van links naar rechts: Erasmus, waarde ƒ100, 1954 in circulatie; Hugo de Groot, waarde ƒ10, 1954 in circulatie; Boerhaave, waarde ƒ20, 1956 in circulatie; Rembrandt, waarde ƒ1000, 1958 in circulatie. Pagina 36: ontwerp R.D.E. Oxenaar Serie: Natuurserie Grote afbeeldingen: Vuurtoren, waarde ƒ250, 1986 in circulatie. Kleine afbeeldingen van boven naar beneden: Snip, waarde ƒ100, 1981 in circulatie; Zonnebloem, waarde ƒ10, 1982 in circulatie. Bankbiljetten collectie (audiovisuele middelen) Nederlandsche Bank. Ontwerp Flora, pag. 12 collectie Johan Enschedé en Zonen, Haarlem. issn

6

7 Ter introductie Op 1 januari is de euro het officiële betaalmiddel geworden in de twaalf landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie. In de eerste weken van dit jaar hebben de nieuwe munten en bankbiljetten hun weg gevonden naar de portemonnee van de Europese burger. Met de introductie van de gemeenschappelijke Europese munt is de derde fase van de emu succesvol afgerond. De Europese soevereine emittenten zijn al drie jaar eerder vertrouwd geraakt met de euro. Sinds 1999 staat het financieringsbeleid van de Nederlandse Staat, en ook van andere emittenten in Europa, in het teken van de euro en van de geleidelijke vorming van één Europese kapitaalmarkt. In het Nederlandse financieringsbeleid is daarom de nadruk sterk te komen liggen op transparantie en liquiditeit. In de afgelopen jaren zijn in dat verband met succes tal van initiatieven ontplooid. Daaronder zijn het creëren van een internationaal Primary- Dealerstelsel, het herstructureren van de Nederlandse schuldportefeuille en het uitgeven van grote, liquide euro-benchmarkleningen. In nauwe samenwerking met de Primary Dealers is het elektronische handelssysteem mts Amsterdam opgericht. Dit heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een succesvol handelsplatform dat de banken in staat stelt op efficiënte wijze nieuwe Nederlandse staatsleningen te kopen en een hoge mate van liquiditeit voor deze leningen te onderhouden in de secundaire markt. Ook onze Dutch Treasury Certificates worden verhandeld via mts Amsterdam. Modern schuldbeheer is ondenkbaar zonder een goed risicomanagement. Sinds 1999 neemt risicomanagement dan ook een centrale plaats in binnen het Nederlandse financieringsbeleid. Het huidige risicomanagement is gebaseerd op de asset and liability management studie die in 1998 is uitgevoerd naar de optimale financieringsstrategie voor de Staat. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een doelportefeuille die gekenmerkt wordt door lage rentelasten bij een aanvaardbaar risico van toekomstige herfinanciering. De doelportefeuille wordt gerealiseerd door de jaarlijkse uitgifte van 3- en 10-jarige leningen, in combinatie met toepassing van renteswaps. Het is van belang om het risicomanagement en de uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen regelmatig te herijken, en waar mogelijk te verbeteren. De aandacht zal daarbij in toenemende mate worden gericht op prestatiemeting. De Nederlandse regering streeft ernaar om de relatie tussen doelstellingen, prestaties en middelen van overheidshandelen duidelijk tot uitdrukking te brengen. Voor de herijking van het risicomanagement betekent dit dat in 2002 twee initiatieven ter hand zullen worden genomen. Het risicomodel, dat is gebaseerd op de studie uit

8 1998, zal worden geactualiseerd. Daarbij zullen mogelijkheden worden onderzocht om prestatiemeting in te voeren voor de financiering van de staatsschuld. De resultaten hiervan zullen naar verwachting het uitgangspunt vormen voor het risicomanagement in de kabinetsperiode Een tweede initiatief is dat in 2002, in het verlengde van het risicomanagement voor de staatsschuld, een aanvang wordt gemaakt met prestatiemeting voor de geldmarktfinanciering. Daartoe is een benchmark ontwikkeld in de vorm van een optimale financieringsstrategie. Evenals bij de kapitaalmarktfinanciering wordt door middel van het gebruik van renteswaps een onderscheid gemaakt tussen de ingezette financieringsinstrumenten en het feitelijke risicoprofiel. Daartoe zal in 2002 een pilot worden uitgevoerd met Eonia-swaps. Introductie van Europese munten en bankbiljetten betekent dat de gulden verdwijnt. Om deze historische gebeurtenissen ook in de reeks van met bijzonder Nederlands grafisch werk geïllustreerde jaarberichten te markeren, is dit jaar gekozen voor enkele fraaie ontwerpen van Nederlandse bankbiljetten uit de afgelopen 100 jaar. Het verdwijnen van de gulden en de verschijning van de euro in chartale vorm is een belangrijk onderdeel van het integratieproces op financieel en economisch terrein in Europa. Een integratieproces waarin al veel is bereikt, maar dat nog niet is voltooid. Ik heb er alle vertrouwen in dat met het beleid dat is ingezet in de afgelopen jaren, de nieuwe initiatieven die worden ontplooid en de nauwe samenwerking met onze Primary Dealers, de vruchten van deze Europese economische integratie kunnen worden geplukt. Leo H. Verwoerd Agent van het ministerie van Financiën

9 Inhoud Hoofdstuk 1 Economie en financiële markten 1.1 De Nederlandse economie Ontwikkeling overheidsfinanciën in de emu Geld- en kapitaalmarkt Internationale financiële ontwikkelingen 19 Hoofdstuk 2 Het financieringsbeleid in Uitgifte in De Primary Dealers in mts Amsterdam Renteswaps en risicomanagement Permanente inkoopfaciliteit 28 Hoofdstuk 3 Dutch Treasury Certificates en de geldmarkt 3.1 dtc s en het kasmanagement Groeiende belangstelling en toenemende liquiditeit Elektronische veiling van dtc s 33 Hoofdstuk 4 Risicomanagement 4.1 Kapitaalmarkt Geldmarkt Optimale strategie Financieringsstrategie voor de geldmarkt Eonia-swaps Implicaties voor het financieringsbeleid 43 Bijlagen 1 Verschillende schuldbegrippen 47 2 Kenmerken van de Nederlandse staatsschuld 48 3 Houderschap van staatsschuld 50 4 Secundaire-marktactiviteiten 51 5 Strips 52 6 Uitgiftetechnieken 53 7 Clearing en settlement 55 8 Fiscale aspecten van beleggingen in staatsschuld 57 9 Wettelijk kader en verantwoording Organigram Algemene informatie Primary Dealers in

10 Statistische informatie 1 Nationale Schuld 67 2 Opbouw en dekking van de financieringsbehoefte in Verloop van de gevestigde schuld in Emissies voor de dekking van de reguliere financieringsbehoefte in Afgesloten renteswaps in Nationale Schuld naar gevestigde en vlottende schuld Gevestigde schuld naar rentevoet Gevestigde schuld naar looptijd Vlottende schuld naar niveau Vlottende schuld naar jaarlijks verloop Kerngegevens staatsleningen in Hoogste/laagste koers en effectief rendement van uitstaande leningen in Hoogste/laagste koers en effectief rendement van strips in Jaarlijkse rente en aflossingen, Rendementsontwikkeling

11

12

13 Economie Hoofdstuk 1 en financiële Door de verslechterde economische situatie in de wereld neemt ook de groei van de Nederlandse economie af. Voor 2002 wordt een economische groei voor Nederland verwacht van 1 1 /4 procent. Het overschot op de begroting blijft gehandhaafd maar zal door de conjuncturele vertraging lager liggen dan in In 2001 groeide de economie met 1 procent, waarmee een einde is gekomen is aan de bijzonder lange periode van hoge economische groei die 19 kwartalen heeft aangehouden. Het emu-saldo in 2001 bedroeg 0,7% bbp. De emu-schuld is in 2001 verder gedaald tot ongeveer 52% bbp. markten 1.1 De Nederlandse economie De verslechterde internationale economische situatie laat ook de Nederlandse economie niet onberoerd. De economische groei bedraagt hierdoor naar verwachting 1 1 /4% in De voornaamste oorzaak van de lagere groei is gelegen in de vertraging in de wereldhandel. Daarnaast nemen de bedrijfsinvesteringen met 3 /4% af ten opzichte van het vorige jaar. De afzwakking van de conjunctuur komt in 2002 ook tot uitdrukking in de werkgelegenheid. De werkgelegenheidsgroei in de marktsector bedraagt nog slechts 1 /4% en de werkloosheid neemt naar verwachting toe met ongeveer personen. De particuliere consumptie trekt echter in 2002 aan tot 3 1 /4% als gevolg van het vertraagde effect van de koopkrachtimpuls uit De inflatie in 2002 daalt ten opzichte van het vorige jaar tot 2 1 /4%. Vooral de lagere invoerprijzen door een verwachte aanpassing van de dollarkoers en de lagere grondstofprijzen als gevolg van de vertraging in de wereldhandel hebben een drukkend effect op de prijsontwikkeling. Door de conjuncturele vertraging komt voorlopig ook een einde aan de gestage verbetering van het begrotingssaldo. In 2001 was er een emu-overschot van 0,7% bbp. De emu-schuld bedroeg aan het einde van %. afzwakking van de conjunctuur verdere daling schuld Begin 2001 kwam een einde aan een historisch gezien bijzonder lange periode van hoogconjunctuur. De groei van het bbp bewoog zich 19 kwartalen tussen 3 1 /2 en 5% op jaarbasis. In de eerste helft van 2001 is het groeitempo van de Nederlandse economie aanzienlijk vertraagd. Voor 2001 als geheel groeide de economie met 1%. De groei van de particuliere consumptie in 2001 bedroeg 1 1 /4%. Een belangrijke verklarende factor voor de lage consumptiegroei was de ontwikkeling van het gezinsvermogen. Door de tegenvallende ontwikkeling op de aandelenbeurzen en minder uitbundige stijging van de huizenprijzen is de consument voorzichtiger geworden met het consumptief aanwenden van vermogenswinsten. Het vervallen van de aftrekbaarheid van betaalde rente op

14 Volumegroei BBP =100 Nederland Eurozone Bron: CPB '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 Opmerking: 2002 Betreft raming CPB 14 Economie en financiële markten Werkgelegenheid =100 Nederland Eurozone Bron: CPB '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 Opmerking: 2002 Betreft raming CPB Inflatie in procenten Nederland Eurozone Bron: CPB '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 Opmerking: 2002 Betreft raming CPB gunstige ontwikkeling werkgelegenheid consumptief krediet in het nieuwe belastingstelsel maakte het tevens duurder om voor consumptieve uitgaven te lenen. Daarnaast speelde de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen een rol. Door de sterk tegenvallende internationale conjunctuur en de dalende aandelenkoersen is de koopbereidheid van de consument in korte tijd sterk gedaald. Hierdoor nam de spaarquote van gezinnen sterk toe, met 3 3 /4%-punt van het beschikbaar gezinsinkomen. De investeringen van bedrijven groeiden nog met slechts 1 /2% door de minder gunstige vooruitzichten. De werkgelegenheid bleef zich met 2% nog gunstig ontwikkelen in 2001, ondanks de geringere groei van de productie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt werden werknemers, die met veel moeite zijn aangetrokken, niet zo snel weer ontslagen bij een tegenvallende productiegroei. Daarnaast is het gebruikelijk dat de werkgelegenheidsgroei vertraagd reageert op een afzwakking van de productie. De inflatie bedroeg in /2%. Naast een aantal incidentele factoren, zoals de verhoging van enkele indirecte belastingen, hing de hoge inflatie vooral samen met de sterke stijging van de arbeidskosten, de gestegen dollarkoers en olieprijs. 1.2 Ontwikkeling overheidsfinanciën in de EMU overschot in Nederland De drie grootste landen van de emu, Duitsland, Frankrijk en Italië, hebben in 2002 naar verwachting een begrotingstekort, liggend tussen 1,2 en 2,7%. Nederland steekt daarbij gunstig af. Evenals in voorgaande jaren laat de begroting in 2002 een overschot zien. Voor het eurogebied als geheel wordt in 2002 een begrotingstekort voorzien van 1,4%. Daarmee komt het gemiddelde begrotingstekort in 2002 uit op het niveau van In 2002 zullen zeven

15 Ontwikkeling Nederlandse schuldquote en overheidssaldo in procenten van het BBP in procenten van het BBP EMU-schuldquote EMU-overheidssaldo Bron: Miljoenennota ' '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 Opmerking: De jaren tot en met 1994 zijn gebaseerd op het ESR 1979 en de jaren vanaf 1995 op het ERS 1995 lidstaten onder de norm van 60% uit het Verdrag van Maastricht uitkomen. In 1999 waren dit er nog slechts vijf. Het economische herstel dat vanaf de tweede helft van 2002 wordt voorzien, leidt voor het eurogebied als geheel tot een terugloop van het gemiddelde tekort in 2003 naar een niveau van ongeveer 1%. 15 Economie en financiële markten De afzwakkende economische groei vond ook zijn weerslag in het begrotingssaldo van de eurolanden. In 2001 liep voor het eerst sinds 1993 het gemiddelde tekort van het eurogebied weer op. In 2001 kwam het tekort van alle eurolanden uit op 1,1%. Ondanks de lagere economische groei daalde in 10 van de 12 emu-lidstaten de schuldquote verder in Dit komt gedeeltelijk door de umts-opbrengsten, die door veel landen zijn aangewend voor schuldreductie. Daarbij had Nederland in 2001 een overschot op de begroting van 0,7%. Het oplopen van de begrotingssaldi in de eurolanden is niet in tegenspraak met het Stabiliteits- en Groeipact, waarin is afgesproken dat het begrotingssaldo van de lidstaten op middellange termijn dichtbij evenwicht of in overschot dient te zijn. Het Stabiliteits- en Groeipact staat derhalve toe dat lidstaten waarvan de begroting dichtbij evenwicht is, in economisch slechtere jaren het feitelijk tekort laten oplopen. In de economisch gunstige periode tussen 1998 tot 2000 zijn de overheidstekorten sterk teruggelopen en in veel gevallen zelfs omgeslagen in overschotten. Hierdoor is er nu ruimte om de conjuncturele afzwakking op de begroting op te vangen zonder dat de bovengrens voor het tekort van 3% uit het Stabiliteits- en Groeipact in gevaar komt. De doelstelling voor de middellange termijn van een saldo dichtbij evenwicht of in overschot blijft daarom onverminderd van kracht. daling schuldquote in EMU Met het vorderen van consolidatie van de overheidsfinanciën in de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor begrotingsvraagstukken op de lange termijn. De consequenties van de vergrijzing geldt hierbij als één van de belangrijkste onderwerpen. In november 2001 hebben de Europese ministers van Financiën en Economie (de Ecofin) deze consequenties nader geïnventariseerd. De Ecofin kwam tot de conclusie dat de overheidsuitgaven die samenhangen met de vergrijzing de komende decennia, kunnen oplopen met zo n 5 tot 8% bbp. Om deze kosten het hoofd te bieden, is tijdens de Europese Raad van Stockholm in maart 2001 een strategie geformuleerd die berust op drie pijlers. Ten eerste moet de overheidsschuld voortvarend worden afgelost. Ten tweede moet de arbeidsparticipatie worden vergroot, vooral onder ouderen en vrouwen. Ten derde moeten pensioen- en gezondheidsstelsels worden hervormd, zodat ze op een gezonde financiële basis rusten. budgettaire gevolgen vergrijzing

16 Finland Luxemburg Ierland nederland Griekenland Spanje België Oostenrijk Italië Portugal Frankrijk Duitsland Eurogebied Bron: EC EMU-overheidssaldo 2002 in procenten van het BBP EMU-schuldquote 2002 in procenten van het BBP Economie en financiële markten Luxemburg Ierland Finland Nederland Portugal Spanje Frankrijk Duitsland Oostenrijk Griekenland België Italië Eurozone Bron: EC verlaging lasten op arbeid Voor wat betreft de eerste pijler hebben verschillende lidstaten plannen ontvouwd om de staatsschuld verder te verminderen. In Nederland heeft een commissie van topambtenaren, de Studiegroep Begrotingsruimte, aanbevolen om de staatsschuld in de komende 25 jaar geheel af te lossen. Ten aanzien van de tweede en derde pijler is in verschillende lidstaten al vooruitgang geboekt door verlaging van de lasten op arbeid en hervormingen in de sociale zekerheid. Meer actie kan in sommige lidstaten echter noodzakelijk zijn, aangezien de belasting op arbeid soms zowel historisch als internationaal gezien erg hoog blijft. Naast lastenverlichting is er andere ruimte voor hervormingen in de sociale zekerheid gericht op het vergroten van het arbeidsaanbod. 1.3 Geld- en kapitaalmarkt steile rentecurve Het jaar 2002 start met historisch gezien lage korte en lange rentes. In 2001 zijn de rentes in de emu over de gehele curve gedaald. Het 3-maands rentetarief is gedaald van 4,70% naar 3,38%. Het rendement op 10-jaars staatsleningen is het jaar op ongeveer hetzelfde niveau geëindigd als waarmee het jaar werd begonnen, rond 4,93%. De vlakke rentecurve aan het begin van 2001 is met name door de daling van de korte rente aanmerkelijk steiler geworden. 11 september Aan de korte kant van de curve wordt de daling van de rente veroorzaakt door beleidsmaatregelen van de Europese Centrale Bank (ecb). Zoals gezegd is de economische groei in de Verenigde Staten in de loop van 2001 verder vertraagd en zijn hierdoor ook de economische vooruitzichten in Europa minder gunstig geworden. Door de aanslagen van 11 september op New York en Washington is de economische groei van de Verenigde Staten en Europa verder onder druk

17 Yieldcurve EMU in procenten ultimo 2000 medio 2001 ultimo 2001 Spread tussen swapcurve en Nederlandse staatsleningen in 10-jaars segment in basispunten 6,0 0 5,5-10 5,0-20 4,5-30 4,0-40 3,5-50 3,0-60 Bron: Bloomberg 3 6 M M 1 J 3 J 5 J 10 J 30 J Bron: Bloomberg K1 '00 K2 K3 K4 K1 '01 K2 K3 K4 komen te staan. Doordat de inflatiedreiging als gevolg van groeivertraging is afgenomen, heeft de ecb de rente in 2001 in vier stappen met 150 basispunten kunnen verlagen tot 3,25%. Dit wordt geïllustreerd door de renteverlaging met 50 basispunten in november die door de ecb werd onderbouwd door te stellen dat het vertrouwen in de economie zwaarder was geraakt dan eerder werd verwacht. Dit versterkte de overtuiging van de ecb dat de versnelling in de inflatie in 2001 tijdelijk was. 17 Economie en financiële markten De ecb verwacht thans dat de inflatie in het eurogebied in 2002 onder de 2% zal komen. Mede onder invloed van de aanvankelijk voorzichtige koers van de ecb was de rentecurve op de geldmarkt nagenoeg het hele jaar invers. Aan het begin van het jaar was de maandsrente 16 basispunten hoger dan de jaarsrente. De hoop op een voorzichtig herstel van de Amerikaanse economie in de eerste helft van 2002 heeft medio november aan de inverse curve een eind gemaakt. De 12-maands rente was ultimo 2001 vrijwel gelijk aan het 1-maands tarief. daling inflatie eurozone In het lange segment van de rentecurve liepen de tarieven in de eerste helft van 2001 op. Deze stijging vloeide voort uit de verwachting dat de Amerikaanse economie door een adequaat rentebeleid van de fed in combinatie met de voorgenomen belastingverlaging spoedig zou herstellen. Vanaf mei begon langzaam door te dringen dat een herstel wellicht langer op zich zou laten wachten. Onder invloed van deze minder gunstige vooruitzichten begon de rente langzaam te dalen. De gebeurtenissen op 11 september versnelden niet alleen de groeivertraging maar deden ook beleggers vluchten in veilige staatsobligaties. De 10-jaars rente daalde daarop in korte tijd van 5% naar 4,4%. Met het vooruitzicht op een herstel van de Amerikaanse economie in 2002 begon de rente in november weer aan een opmars om het jaar te eindigen op nagenoeg hetzelfde niveau als aan het begin van het jaar. vlucht in veilige staatsobligaties Ultimo 2000 bedroeg het verschil tussen de 10-jaars swaprente en de rente op Nederlandse staatsobligaties 45 basispunten. Deze historisch hoge swapspread alleen in 1994 was de swapspread hoger hing samen met de verbeterde budgettaire situatie van overheden en de hoge, eenmalige opbrengsten uit de verkoop van de umts-licenties. In de loop van het jaar is de spread sterk teruggelopen onder invloed van de naar beneden bijgestelde economische groeiverwachtingen. De markt houdt rekening met minder gunstige begrotingssaldi van overheden en daardoor een groter beroep van overheden op de kapitaalmarkt. Hier komt bij dat verschillende overheden in navolging van onder meer Nederland hebben aangekondigd met swaps de gemiddelde looptijd teruglopen swapspread

18 18 Economie en financiële markten Spreads Nederland, Frankrijk en Oostenrijk over Duitsland in 10-jaars segment in basispunten Nederland Oostenrijk Frankrijk Bron: Bloomberg K1 '00 K2 K3 K4 K1 '01 K2 K3 K4 of duration van hun schuld te zullen verlagen, wat de swapspread verder onder druk heeft gezet. Aan het einde van 2001 stond de swapspread op 14 basispunten. renteverschillen eurogebied afgenomen Mede onder invloed van de afnemende swapspread zijn de renteverschillen tussen de landen in het eurogebied in 2001 verder afgenomen. Met name overheden waarvan de rente op staatsleningen dichtbij de swaprente ligt, hebben hiervan geprofiteerd. De Duitse overheid leent over het algemeen het goedkoopst. Dit heeft voor een belangrijk deel een technische achtergrond. Door leverbaarheid in de futurecontracten worden Duitse leningen van tijd tot tijd schaars. De bezitter van een Duitse obligatie heeft in dat geval de kans om extra rendement te behalen door de obligaties tijdelijk uit te lenen. Mede hierdoor nemen bezitters van Duitse obligaties genoegen met een lager rendement. In maart 2001 zijn de leverbare obligaties zo schaars geworden dat een goede werking van de futurecontracten in gevaar kwam. De Duitse overheid heeft hierop maatregelen aangekondigd om extra aanbod te verzorgen wanneer een dergelijke schaarste optreedt. De mate waarin extra obligaties worden verstrekt luistert overigens zeer nauw. Worden er te weinig obligaties verstrekt, dan loopt het futurecontract gevaar. Worden er teveel obligaties aangeboden, dan heeft de belegger onvoloende extra rendement. Nederland triple-a vluchthaven Opvallend zijn voorts de ontwikkelingen van de renteverschillen na de aanslagen op 11 september. In tijden van onzekerheid vormden Duitse, Franse en Nederlandse staatsobligaties een vluchthaven. De obligaties van deze drie overheden met een aaa-rating werden duurder ten opzichte van andere staatsobligaties in de eurozone. De Duitse obligaties werden in vergelijking met

19 Volumegroei BBP in VS, Japan en Eurozone in procenten VS Eurozone Japan Ontwikkeling internationale aandelenmarkten =100 Nasdaq Stoxx Euro 50 NYSE Nikkei 19 Economie en financiële markten Bron: OESO '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 Bron: K1 K2 K3 K4 K1 K2 K3 K4 Bloomberg '00 '01 de Franse en Nederlandse staatsobligaties slechts 1 basispunt duurder. Daarentegen liep de spread met Duitsland van bijvoorbeeld Oostenrijkse, Italiaanse en Portugese staatsobligaties verder uit. 1.4 Internationale financiële ontwikkelingen Het internationale beeld van de economie is zoals gezegd sinds de aanslagen van 11 september verslechterd. De toegenomen onzekerheid, waardoor het vertrouwen van consumenten en producenten wereldwijd scherp is gedaald, heeft een negatieve invloed op de economische groei op korte termijn. Het imf, de oeso en de Europese Commissie verwachten dat het economisch herstel in de tweede helft van 2002 zal inzetten. De oeso verwacht in 2002 een groei van 0,7% voor de Amerikaanse economie, 1,4% groei voor de economie van de eurozone en opnieuw een daling voor de Japanse economie van 1,0%. vertrouwen consumenten en producenten gedaald De groei van de Amerikaanse economie is vanaf het midden van 2000 vertraagd door een verkrappend monetair beleid, oplopende energiekosten, een hoge dollarkoers en fors gedaalde aandelenkoersen. In de eerste helft van 2001 nam het groeitempo verder af tot minder dan 1% op jaarbasis. Dalende winsten en verminderde afzetverwachtingen temperden de bedrijfsinvesteringen. Na de aanslagen van 11 september kwam de economie van de Verenigde Staten in een recessie. Over geheel 2001 kwam de economische groei uit op 1%. In 2002 bedraagt de economische groei van de Verenigde Staten naar verwachting 0,7%, ondanks de monetaire en budgettaire impulsen. recessie in de VS

20 Koers euro en yen vis-à-vis dollar $ per $ per 100 1,0 0,9 0,8 0,7 K1 '00 K2 K3 K4 K1 '01 K2 K3 K4 Aanvankelijk leken de gevolgen van de groeivertraging in de Verenigde Staten 20 voor de eurozone beperkt. Later in 2001 wezen diverse macro-economische groeivertraging in indicatoren erop dat ook in de eurozone, en met name in Duitsland, de groei eurozone vertraagde. Evenals in de Verenigde Staten daalde in Europa het vertrouwen van producenten en consumenten verder na de aanslagen. In 2001 bedroeg de groei voor de eurozone ongeveer 1,6%. Voor 2002 wordt voor de eurozone een gemiddelde groei van ruim 1 1 /2% verwacht. De inflatie in de eurozone is inmiddels over het hoogtepunt heen en zal waarschijnlijk nog verder afnemen. Dat geeft een belangrijke impuls aan het herstel van de binnenlandse vraag, die verder kan profiteren van lastenverlichting en een mogelijke verdere versoepeling van het monetaire beleid. Economie en financiële markten geen groei in Japan In de loop van 2000 en het eerste kwartaal van 2001 trok de economie in Japan nog aan, met name door de uitvoer van elektronica naar de Verenigde Staten. Daarna is de uitvoer scherp teruggevallen. Door het geringe vertrouwen van consumenten kon de binnenlandse vraag de daling van de export niet opvangen. Daarnaast traden de structurele problemen voor de Japanse economie steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Deze problemen manifesteerden zich vooral in de financiële sector en de zwakke financiële positie van de centrale overheid. Het toch al ruime monetaire en budgettaire beleid bood weinig ruimte voor verdere stimulering. De Bank of Japan verlaagde nog wel het discontotarief van 0,25% naar 0,10%. In 2001 is het bbp licht gedaald. Ook in 2002 zal de Japanse economie naar verwachting niet groeien. euro ondergewaardeerd De euro heeft in 2001 nog niet volledig kunnen profiteren van de afname van de groei- en renteverschillen tussen de Verenigde Staten en de eurozone. Ondanks het herstel in de tweede helft van het jaar deprecieerde de euro per saldo ten opzichte van de dollar in 2001 met 5,6%. De Amerikaanse markt behield een grote aantrekkingskracht voor buitenlandse investeerders, ondanks de sterk verminderde groeivooruitzichten en teruglopende aandelenkoersen en lagere rentestanden. De meeste studies geven aan dat de euro momenteel sterk ondergewaardeerd is. Dit kan betekenen dat op wat langere termijn de eurodollarkoers naar een meer evenwichtig niveau kan bewegen. De yen daalde in de beginmaanden van 2001 aanzienlijk ten opzichte van dollar maar is daarna op een gelijk niveau gebleven. Ten opzichte van de yen was de euro in de eerste elf maanden van 2001 redelijk stabiel. In december trad een verzwakking van de yen op.

21 In 2001 hebben de aandelenbeurzen zich niet kunnen herstellen van de teruggang in 2000 door de verslechterde economische vooruitzichten. De belangrijkste beursindices staan daardoor aanzienlijk lager dan de hoogste niveaus in De totale verliezen in 2001 kwamen voor de belangrijkste beursindices uit op 6% voor de Dow Jones, 26% voor de Nasdaq, 27% voor de Nikkei en gemiddeld 22% voor de Europese beurzen. De laatste maanden van 2001 is een voorzichtig herstel zichtbaar geworden op de internationale aandelenbeurzen. voorzichtig herstel beurzen 21 Economie en financiële markten Euronext, dat is ontstaan uit de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs, heeft in 2001 de positie in de derivatenhandel versterkt. In oktober is de Londense derivatenbeurs Liffe overgenomen. Alle derivatenhandel van Euronext zal bij Liffe worden ondergebracht. Euronext krijgt door Liffe toegang tot de Amerikaanse markt via een samenwerkingsverband met Nasdaq. Daarnaast is op de Amsterdamse beurs met succes een nieuw handelssysteem ingevoerd. Hierdoor wordt op de drie beurzen van Euronext van dezelfde technologie gebruik gemaakt. Medio 2002 is de gelijkschakeling van de afwikkelsystemen (clearing) op de drie beurzen gepland.

22

23 Het financie- Hoofdstuk 2 ringsbeleid In 2002 wordt zowel een nieuwe 10- als een nieuwe 3-jarige lening uitgegeven. Voor de afname, promotie en distributie van de Nederlandse staatsleningen is een belangrijke rol weggelegd voor de 13 Primary Dealers. De emissies vinden plaats volgens het tap auction systeem op het elektronische handelsplatform mts Amsterdam. Nieuw in 2002 is de introductie van een permanente inkoopfaciliteit voor staatsleningen waarvan het uitstaand volume kleiner is dan 2,5 miljard. De inkoopfaciliteit past in het beleid dat is gericht op het bevorderen van de verhandelbaarheid en liquiditeit van de Nederlandse staatsleningen. Na de goede ervaring met dit instrument in het afgelopen jaar zullen renteswaps in 2002 opnieuw ingezet worden in het risicomanagement. in Uitgifte in 2002 De omvang van de financieringsbehoefte wordt gekenmerkt door een bepaalde onzekerheidsmarge. Voor 2002 bedraagt de financieringsbehoefte naar verwachting 19 tot 26 miljard euro. De omvang van de financieringsbehoefte wordt vooral bepaald door de aflossingen sinds de Staat geen tekort op de begroting meer heeft. De aflossingen in 2002 bedragen 24,3 miljard euro, waarvan ruim 15 miljard euro op één dag wordt afgelost. Op 15 februari vervalt namelijk naast een kleine lening een 3-jarige lening uit 1999 met een omvang van meer dan 14 miljard euro. Deze 3-jarige lening is de eerste die wordt afgelost sinds de Staat in 1999 het beleid heeft ingezet om uitsluitend grote, liquide eurobenchmarkleningen met een looptijd van 3, 10 of 30 jaar uit te geven. De financieringsbehoefte in 2002 wordt gedekt met de uitgifte van zowel een nieuwe 3-jarige als een nieuwe 10-jarige lening. Beide leningen krijgen een omvang van minimaal 10 miljard euro. Bij een lagere financieringsbehoefte wordt er minder in de nieuwe 3-jarige lening uitgegeven. De lening wordt in dat geval met een vervolgemissie in 2003 op het niveau van 10 miljard euro gebracht. Indien de financieringsbehoefte hoger uitvalt, wordt er meer uitgegeven in beide leningen. Additionele behoefte zal worden opgevangen met de uitgifte van dtc's. nieuwe 3- en 10-jarige lening De emissie van de Dutch State Loans (dsl's) vindt zoals gebruikelijk plaats op iedere tweede dinsdag van de maand. Nieuw is dat alle aankondigingen voortaan op woensdag plaatsvinden. Op de woensdag voorafgaand aan de emissie wordt het streefbedrag aangekondigd. Wanneer een nieuwe lening voor het eerst wordt uitgegeven, wordt tevens de couponrente bekendgemaakt. Op de laatste woensdag van maart, juni en september maakt de Staat bekend welke leningen in het volgende kwartaal zullen worden uitgegeven. persberichten voortaan op woensdag

24 24 Het financieringsbeleid in 2002 Emissiekalender DSL s in 2002 Maand van Aankondiging Emissie Storting uitgifte (woensdag) (2e dinsdag) (vrijdag) Januari Februari Maart April Mei Juni geen emissie Juli Augustus geen emissie September Oktober November December December is een reservedatum Ranglijst vijf grootste Primary Dealers op basis van afname bij emissies in BBVA 2 ABN AMRO Bank 3 NIB Capital 4 Schroder Salomon Smith Barney 5 Fortis Bank 2.2 De Primary Dealers in 2002 Voor de afname, plaatsing, verhandeling, promotie en verdere ondersteuning van Nederlandse staatsleningen maakt het Agentschap in 2002 gebruik van zijn Primary Dealerstelsel dat bestaat uit 13 Primary Dealers. De samenstelling van de groep kent één wijziging ten opzichte van vorig jaar. Morgan Stanley is per 2002 toegetreden tot de groep van Primary Dealers. Met alle Primary Dealers is een éénjarig contract aangegaan. De Primary Dealer heeft het recht om deel te nemen in de primaire uitgifte van dsl's en dtc's. Verder heeft de Primary Dealer het exclusieve recht om als market maker op te treden in dsl's en dtc's op het elektronisch handelssysteem mts Amsterdam. Primary Dealers hebben ook toegang tot de repofaciliteit voor nieuw uitgegeven dsl's. Deze repofaciliteit voorziet in liquiditeit voor zover de lening nog geen omvang van 10 miljard euro

25 Omzetverdeling naar regio in procenten Nederland Eurozone (exclusief Nederland) Verenigd koninkrijk Overig Omzet DSL's per maand in 2001 in miljarden euro's MTS Amsterdam Euro MTS Euronext '99 '00 ' J F M A M J J A S O N D Opmerking: Cijfers Euronext slechts beschikbaar t/m oktober heeft bereikt. Daartegenover zorgt de Primary Dealer voor promotie van dsl's en dtc's en bevordert een liquide secundaire markt, door onder andere dsl's en dtc's te quoteren op mts Amsterdam. Maandelijks rapporteert de Primary Dealer over de verrichte activiteiten. De Primary Dealer ontvangt een tegemoetkoming voor zijn geleverde prestaties. Verder kunnen Primary Dealers na het tekenen van de benodigde contracten swaptransacties afsluiten met de Staat. 25 Het financieringsbeleid in 2002 Voor 2002 blijft het beleid erop gericht om in samenwerking met de Primary Dealers de primaire en secundaire markt voor zowel dsl's als dtc's te bevorderen en waar mogelijk te verbeteren. Daarbij zal worden voortgebouwd op de initiatieven die in 2001 zijn ontplooid, zoals de elektronische uitgifte van staatsleningen via mts Amsterdam en het dtc-marktstelsel. 2.3 MTS Amsterdam Nauw verbonden met het stelsel van Primary Dealers is het handelsplatform mts Amsterdam. mts Amsterdam (amts) levert een belangrijke bijdrage aan de goed ontwikkelde secundaire markt in Nederlandse staatsleningen. Het belang van amts is toegenomen door twee initiatieven die vorig jaar zijn ontplooid. In de loop van 2001 is het Agentschap met succes begonnen met het emitteren van dsl's via een elektronische tap op mts Amsterdam. Op 13 maart werd de tienjarige benchmark voor het eerst elektronisch via amts uitgegeven. Emissie van nieuwe leningen via het elektronisch handelsplatform heeft de efficiëntie en transparantie van de primaire markt verder vergroot. elektronische emissie op AMTS succesvol Voor de uitgifte van staatsleningen maakt het Agentschap gebruik van de toonbanktechniek (ook wel tap auction genoemd). De toonbank heeft een tweetal voordelen boven de in veel landen gebruikelijke uitgiftetechniek. De toonbankemissie kent geen tijdverlies tussen inschrijving en toewijzing. Er is dus geen veilingrisico. Daarnaast doet zich het verschijnsel van de winners curse zich minder snel voor. Dit verschijnsel houdt in dat bij een hoog toegewezen volume de markt zich omlaag beweegt en omgekeerd. De afwikkeling van de uitgifte van nieuwe leningen vindt volledig automatisch plaats. Bovendien is de band tussen primaire en secundaire markt versterkt. Ter illustratie kan vermeld worden dat op de vrijdag voorafgaand aan de emissie de nieuwe benchmark al werd gequoteerd op de schermen van mts Amsterdam. Hierdoor ontstond de mogelijkheid om vooruitlopend op de emissie te handelen in de nieuwe lening, de zogenoemde grijze markt.

26 26 Primary Dealers en Market Dealers op MTS Amsterdam per ultimo januari 2002 Het financieringsbeleid in 2002 Primary Dealers (market-makers) ABN AMRO Bank BBVA Credit Suisse First Boston Deutsche Bank Fortis Bank ING Barings JP Morgan Chase & Co Merrill Lynch Morgan Stanley NIB Capital Rabobank International Schroder Salomon Smith Barney Société Générale Market Dealers (market-takers) Banca Commerciale Italiana Banca di Roma S.p.A. Bank Labouchere N.V. Barclays Bank PLC BNP Paribas Caboto Holding SIM S.p.A. Commerzbank A.G. Credit Agricole Indosuez Dresdner Bank A.G. Goldman Sachs International Lehman Brothers International (Europe) Warburg Dillon Read grote liquiditeit door DTC marktstelsel Daarnaast is in 2001 het dtc marktstelsel van start gegaan, waaraan naast de Primary Dealers een aantal geselecteerde banken, de Single Market Specialists, deelnemen. Onderdeel van dit nieuwe stelsel is de quotering van dtc's op amts. De ervaringen in 2001 laten zien dat het quoteren van dtc's op amts uitermate succesvol is. De liquiditeit van dtc's is sterk vergroot. Voor meer informatie over Dutch Treasury Certificates en het dtc-marktstelsel wordt verwezen naar hoofdstuk 3. AMTS krachtige impuls voor DSL s Het handelsplatform mts Amsterdam is in 1999 opgericht. mts Amsterdam is een gezamenlijke onderneming van de Nederlandse Staat, de Primary Dealers en mts SpA. De Staat en de Primary Dealers houden elk 5% van de aandelen van mts Amsterdam. Gezamenlijk hebben zij een belang van 70%. De resterende 30% is in handen van mts SpA. De aandeelhouders hebben een zetel in de Raad van Bestuur, die onder meer voorschriften opstelt voor de quotering en de handel. In korte tijd heeft mts Amsterdam zich ontwikkeld tot een succesvol platform voor de handel in Nederlandse staatsleningen. Door het vergroten van de liquiditeit en het verlagen van de transactiekosten geeft amts een krachtige impuls aan de secundaire markt voor dsl's. In 2000 is in navolging van Amsterdam een lokale mts-markt opgericht in België, Frankrijk en Portugal. Andere, eveneens op mts Telematicotechniek gebaseerde markten zijn mts SpA (Italië) en Euromts (Londen). In 2001 is ook mts Japan operationeel geworden. Recent zijn daar mts German Market en mts Spanje bijgekomen en voor 2002 staat oprichting van mts Ierland gepland.

27 mts Amsterdam is een elektronisch interdealer-broker systeem (idb). De Primary Dealers zijn verplicht om gedurende 5 uur per dag bied- en laatprijzen op amts af te geven. De quoteringsverplichting geldt voor de benchmarkleningen en andere liquide dsl's. De overige dsl's worden gequoteerd op vrijwillige basis. Naast de Primary Dealers heeft een groep Market Dealers toegang tot amts. Deze groep heeft niet het recht om te quoteren maar kan wel handelen op de door de Primary Dealers afgegeven bied- en laatprijzen. Dankzij het elektronische systeem kan een transactie zeer snel worden uitgevoerd, waarbij clearing en settlement automatisch worden voltooid. In beginsel kunnen alle financiële instellingen zich aanmelden om market dealer op amts te worden. Deze instellingen worden vervolgens door amts beoordeeld op criteria als kapitaalomvang, kredietwaardigheid en omzet in dsl's. Per ultimo 2001 waren er 12 Market Dealers. Met inbegrip van de Single Market Specialists voor dtc s heeft amts in totaal 31 participanten. 27 Het financieringsbeleid in 2002 Voor de verhandelbaarheid van dsl's is de spread, het verschil tussen bied- en laatprijs, van groot belang. Een nauwere spread vermindert voor de belegger de transactiekosten en vergroot daarmee de verhandelbaarheid. De spreads op amts worden in eerste instantie bepaald door de marktregels. De maximale spread is afhankelijk van de looptijd. Er geldt een maximale spread van 7 cent voor de 10-jaars benchmark en van 8 cent voor de liquide dsl's (liquids). In de praktijk laten de beste prijzen op amts vaak een krappere spread zien doordat de quotes van de Primary Dealers niet identiek zijn, en de spreads daardoor overlappen. Indien de bied- en laatprijs van twee partijen op amts samenvallen komt automatisch een transactie tot stand. De minimale omvang per transactie bedraagt 10 miljoen euro voor de benchmarks en 5 miljoen euro voor de liquids. scherpe prijzen op AMTS De totale omzet van amts was in 2001 bijna 90 miljard euro. Samen met Euromts heeft mts Amsterdam een marktaandeel van ongeveer 50 procent in de interdealermarkt voor Nederlandse staatsleningen. De maandelijkse omzetcijfers van amts lagen in 2001 beduidend lager dan in het vorige jaar. In vergelijking met 2000 lag de gemiddelde omzet 20% hoger in Renteswaps en risicomanagement In de loop van de jaren negentig is de budgettaire positie van de Staat en daarmee de ontwikeling van de schuld onder controle gebracht. Naast een daling van de schuld als percentage van het bbp, heeft het regeringsbeleid, dat is gericht op budgettaire consolidatie en het bewerkstelligen van een overschot, ertoe geleid dat

28 Ontwikkeling duration ,4 4,3 4,2 4,1 4,0 3,9 3,8 '98 '99 '00 '01 '02 Het financieringsbeleid 28 de nominale omvang van de schuld is gestabiliseerd. Vorig jaar is in nominale in 2002 risicomanagement centraal termen een daling ingezet. De verbeterde budgettaire situatie en de vorming van de Europese kapitaalmarkt hebben in 1998 geleid tot een aangepast financieringsbeleid waarin risicomanagement centraal staat. Sindsdien is dit beleid uitgevoerd en nader verfijnd; tevens is de verslaglegging uitgebreid om het beleid zo inzichtelijk mogelijk te maken voor het parlement, beleggers, banken en geïnteresseerde burgers. positieve ervaring renteswaps In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan het risicomanagement alsmede aan de beoogde herijking en uitbreiding daarvan. In het kader van het risicomanagement zullen ook in 2002 renteswaps worden ingezet. De omvang, die afhangt van de feitelijke ontwikkeling van de financieringsbehoefte, zal naar verwachting 1 tot 6 miljard euro bedragen. Met renteswaps zijn inmiddels positieve ervaringen opgedaan. De eerste swaptransactie is afgesloten op 5 april Het betrof een renteswap waarbij de Staat een 10-jaars rente ontvangt en een 6-maands rente betaalt, het Euribortarief. Voor het afsluiten van een swaptransactie nodigt de Staat drie partijen uit om een vaste rente te bieden. Omdat de Staat deze rente gaat ontvangen, wordt de transactie afgesloten met de partij die de hoogste rente biedt. In 2001 zijn er in totaal 26 swaps afgesloten met een totale nominale waarde van 3,0 miljard euro. Door de daling van de rente in 2001 hebben de meeste swaps een positieve waarde gekregen voor de Staat. In een aantal gevallen is de waarde van de swaps die met één partij zijn afgesloten boven de vastgestelde grens uitgekomen, waardoor deze partij verplicht werd om onderpand te storten bij de Staat ter beperking van het kredietrisico. Het gebruik van onderpand is één van drie maatregelen die zijn genomen om het kredietrisico af te dekken dat aan swaps is verbonden. Eén van de twee andere maatregelen is dat renteswaps alleen worden afgesloten met kredietwaardige banken, waarbij een minimale rating van aa- (aa minus) wordt gehanteerd. De derde maatregel is dat er een maximum is gesteld aan de totale waarde van de swaps dat met één partij mag worden afgesloten. 2.5 Permanente inkoopfaciliteit vervolg inkoop kleine leningen In 2002 wordt een permanente inkoopfaciliteit voor staatsleningen geïntroduceerd. Vanaf januari kunnen delen van leningen waarvan het totaal uitstaand volume kleiner is dan 2,5 miljard euro bij de Nederlandse Staat worden aangeboden voor terugkoop. De inkoopfaciliteit past in het beleid dat is gericht

29 op het bevorderen van de verhandelbaarheid en liquiditeit van de Nederlandse staatsleningen. Er wordt naar gestreefd om een zo groot mogelijk deel van de staatsschuld te concentreren in leningen met een minimale omvang van 10 miljard euro. Vanaf 1 januari 1999 worden daarom nog slechts leningen uitgegeven met een uiteindelijk uitstaand volume van minimaal 10 miljard euro. Eind 2001 vormden leningen met een uitstaand volume van meer dan 10 miljard euro 75% van de totale vaste schuld. Verwacht wordt dat in de komende jaren het aandeel van liquide leningen verder oploopt tot 87%. Door middel van vervroegde aflossing, die is toegestaan bij een aantal leningen, en door middel van inkoop van openbare leningen met een klein uitstaand volume wordt in de komende jaren het beleid tot concentratie voortgezet. 29 Het financieringsbeleid in 2002

30 30

31 Dutch Treasury Certificates dtc's worden in 2002 tweemaal per maand geveild, op de eerste en derde maandag van de maand. De veiling vindt plaats via het Bloomberg Auction System. Iedere veiling wordt naast een 3-maands dtc afwisselend een dtc met een oorspronkelijke looptijd van 6, 9 of 12 maanden aangeboden. Het vorig jaar geïntroduceerde dtc-marktstelsel met de Primary Dealers en Single Market Specialists heeft uitstekend gefunctioneerd en zal in 2002 worden gecontinueerd. Onderdeel van het stelsel is quotering van dtc's op het elektronische handelsplatform mts Amsterdam. Dit komt de liquiditeit van het Nederlandse schatkistpapier ten goede. Hoofdstuk 3 en de 31 geldmarkt 3.1 DTC's en kasmanagement De Nederlandse Staat is een actieve speler op de Europese geldmarkt met geldmarkttransacties die in 2002 kunnen oplopen tot zo n 10 miljard euro per dag. Voor het kasmanagement worden verschillende instrumenten ingezet, waarvan dtc's en call-geld de belangrijkste zijn. De dtc wordt vooral gebruikt om een groot negatief schatkistsaldo, dat zich over een langere periode binnen het jaar voordoet, te dekken. De dtc programma's kennen looptijden van 3, 6, 9 en 12 maanden. De omvang van ieder programma wordt afgestemd op de ontwikkeling van het schatkistsaldo. Gestreefd wordt naar een minimale omvang van 2,5 miljard euro per programma. Bij een omvang van de financieringsbehoefte groter dan 20 miljard in 2002, kunnen dtc s worden ingezet om in de additionele behoefte te voorzien. Hierdoor kan het uitstaande volume van dtc s aan het einde van het jaar licht oplopen. Ultimo 2001 bedroeg het uitstaande volume 5,8 miljard euro. Het call-geld wordt gebruikt voor de dekking van de dagelijkse tekorten in het schatkistsaldo. Daarnaast zal in 2002 bij gelegenheid gebruik gemaakt worden van buy-and-sell-back transacties met dsl's en dtc's of met schuldpapier van andere Europese overheden. 2,5 miljard per DTCprogramma Belangrijk onderdeel van het kasmanagement is schatkistsaldoregulering. Het Agentschap is daarmee in 1997 gestart in samenspraak met dnb en met het oog op de emu. Afgesproken werd dat het dagelijkse saldo van de schatkistrekening, die de Staat bij dnb aanhoudt, werd gereguleerd binnen een bandbreedte van 0 tot 50 miljoen euro. Voordeel hiervan was dat verruiming en verkrapping van de geldmarkt door schatkistsaldomutaties tot het verleden behoorden. Ook en zelfs met name in de eurogeldmarkt blijkt dit van belang: steeds meer landen gaan over tot actieve saldoregulering.

32 Totale omvang DTC-programma's in 2001 in miljarden euro's Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec Mrt Jun Sep '01 '02 32 Dutch Treasury Ranglijst vijf grootste Primary Dealers en Single Market Specialists voor DTC s op basis van afname bij veilingen van DTC s in 2001 Certificates en de geldmarkt 1 Credit Agricole Indosuez 2 West LB 3 BBVA 4 Deutsche Bank 5 Fortis In 2002 zal het aantal instellingen dat deelneemt aan het geïntegreerd middelenbeheer toenemen. Door inwerkingtreding van de Wet geïntegreerd middelenbeheer in 1998 is geregeld dat fondsen voor volksverzekeringen en werknemersverzekeringen hun liquiditeitspositie aanhouden in de Schatkist. Het Agentschap dekt sindsdien de liquiditeitspositie van de Rijksoverheid en de sociale fondsen in de geldmarkt. In de afgelopen jaren zijn batenlastendiensten (voorheen agentschappen genoemd) en enkele andere aan de overheid gelieerde instellingen gaan deelnemen aan het geïntegreerd middelenbeheer. Het is de bedoeling om ook rechtspersonenen met een wettelijke taak, zoals bijvoorbeeld universiteiten in het geïntegreerd middelenbeheer op te nemen. Vooruitlopend op nieuwe wetgeving zijn met een aantal rechtspersonen hieromtrent reeds afspraken gemaakt waardoor zij reeds thans deelnemen aan het geïntegreerd middelenbeheer. 3.2 Groeiende belangstelling en toenemende liquiditeit belangstelling in Azië en centrale banken elders De Dutch Treasury Certificates mogen zich in een steeds grotere belangstelling verheugen. De dtc's vinden in toenemende mate hun weg naar buitenlandse investeerders. Het aandeel van het buitenland bedraagt thans meer dan 80%. De belangstelling voor dtc's komt vooral van centrale banken en vanuit Azië. In 2001 zijn 12 programma's uitgegeven met een totale omvang van 35,3 miljard euro. Dit is een toename van 4,5% ten opzichte van de omvang in Gemiddeld heeft ieder programma in ,9 miljard euro opgebracht. De liquiditeit op de secundaire markt voor dtc's is in 2001 sterk verbeterd. Dit is in belangrijke mate toe te schrijven aan het dtc marktstelsel, dat op 19 maart 2001 op initiatief van het Agentschap van start is gegaan. Aan het stelsel nemen zowel de Primary Dealers deel als een aantal geselecteerde banken, die zich Single Market Specialists voor dtc's mogen noemen. Dit betekent dat deze partijen exclusief toegang hebben tot de elektronische veiling van dtc's. Bovendien

33 Gemiddelde omzet DTC's per dag op AMTS in 2001 in miljoenen euro's J F M A M J J A S O N D kunnen Primary Dealers en de Single Market Specialists een beroep doen op de repofaciliteit voor dtc's. Deze faciliteit kan voorzien in extra liquiditeit wanneer de marktomstandigheden daartoe aanleiding geven. Verder treden de Primary Dealers en Single Market Specialists op als market maker voor dtc's op amts. Door te quoteren in dtc's zorgen de 20 deelnemers aan het dtc-marktstelsel voor een liquide markt voor het geldmarktpapier van de Nederlandse Staat. 33 Dutch Treasury Certificates en de geldmarkt De verbeterde liquiditeit van dtc's is dus in belangrijke mate het gevolg van de introductie van deze Nederlandse T-bills op amts. De Primary Dealers en de Single Market Specialists hebben de verplichting op zich genomen om gedurende 5 uur per dag te quoteren in de verschillende dtc programma's. Daarbij mag de spread, het verschil tussen de bied- en laatprijs, ten hoogste 4 basispunten bedragen. Net als in de lange markt geldt dat de quotes van de Primary Dealers en de Single Market Specialists niet identiek zijn en de spreads overlappen. Daardoor laten de beste prijzen op de handelsschermen vaak een aanzienlijk krappere spread zien. Doorgaans ligt deze spread voor dtc's tussen één en anderhalve basispunt. Het Nederlandse schatkistpapier wordt sinds 2001 elektronisch geveild via het Bloomberg Auction System. De ervaringen met deze nieuwe wijze van uitgifte zijn zeer positief. De elektronische uitgifte maakt de veiling efficiënt en transparant. De vormgeving van de veiling blijft in 2002 in beginsel ongewijzigd. Uitgifte van dtc's vindt plaats op iedere eerste en derde maandag van de maand. In verband met feestdagen op maandag 1 april en maandag 20 mei vindt de veiling een dag later plaats op de dinsdag. De kalender voor 2002 voorziet in de mogelijkheid om het gehele jaar door te veilen. In 2001 was er geen veiling in november en december. De uitbreiding van de kalender volgt uit het streven naar continuïteit en maximale flexibiliteit. Nieuw in 2002 is dat evenals bij de kalender voor de dsl's per kwartaal bekend wordt gemaakt welke dtc-programma's uitgegeven gaan worden in het betreffende kwartaal. De aankondiging van de kwartaalnauwe spreads en hoge omzetten De gemiddelde omzet per dag in dtc's op mts Amsterdam in 2001 bedroeg 175 miljoen euro, met een hoogste omzet van meer dan 500 miljoen euro. Periodiek publiceert het Agentschap een ranglijst op basis van de marktomzetten in de primaire en secundaire markt. De ranglijst verschijnt in het kwartaalbericht en op de Reuters en Bloomberg pagina's van het Agentschap. In 2001 was Credit Agricole Indosuez de grootste afnemer bij de veiling van dtc's. 3.3 Elektronische veiling van DTC's Bloomberg Auction System

34 34 Dutch Treasury Certificates en de geldmarkt Kalender voor 2002 Looptijden Veiling Aankondiging (1e en 3e Settlement 3-maands 6-maands 9-maands 12-maands (woensdag) maandag) (woensdag) DTC DTC DTC DTC Reservedata 2 In verband met nationale feestdag veiling op dinsdag en settlement op donderdag Nieuwe programma's vet gedrukt kalender vindt plaats op de laatste woensdag voorafgaand aan het volgende kwartaal. Tijdens iedere veiling wordt een 3-maands dtc aangeboden. Daarnaast wordt afwisselend een dtc met een resterende looptijd van 6, 9 of 12 maanden geveild. Tijdens de veiling kunnen deelnemers via het Bloomberg Auction System aan het Agentschap doorgeven tegen welk rendement zij een bepaalde hoeveelheid dtc s willen afnemen. De bieders kunnen een of meerdere biedingen inleggen, waarbij voor iedere bieding een minimumvolume van 10 miljoen euro geldt. Tot het moment van sluiting van de veiling kan de bieding worden gewijzigd of ingetrokken. Nadat de veiling is gesloten, worden de biedingen automatisch op

35 35 DTC-marktstelsel: Primary Dealers en Single Market Specialists Dutch Treasury Certificates en de Primary Dealers Single Market Specialists geldmarkt ABN AMRO Bank BBVA Credit Suisse First Boston Deutsche Bank Fortis Bank ING Barings JP Morgan Chase & Co Merrill Lynch Morgan Stanley NIB Capital Rabobank International Schroder Salomon Smith Barney Société Générale Artesia Bank Barclays Bank BNP Paribas CDC Marchés Credit Agricole Indosuez KBC Bank West LB rendement gesorteerd van laag naar hoog. De biedingen worden, te beginnen met het laagste rendement de hoogste prijs door de Staat geaccepteerd tot het gewenste volume is bereikt. Alle bieders met een geaccepteerd bod betalen uiteindelijk het rendement dat de markt ruimt: de uniforme toewijzingsprijs. Om te voorkomen dat het gewenste volume van de emissie wordt overschreden, kunnen de biedingen bij het hoogste, geaccepteerde rendement slechts gedeeltelijk worden toegewezen. Om een goede marktwerking te bevorderen heeft het Agentschap tevens de mogelijkheid de toewijzing per deelnemer te beperken tot 40% van de totale uitgifte per dtc. Op deze wijze wordt voorkomen dat de veiling geheel of voor een groot deel wordt toegewezen aan één enkele partij. Nieuw in 2002 is dat de bedragen worden toegewezen in veelvouden van 10 miljoen euro. Elektronische veiling maakt het mogelijk om het toewijzingsproces in slechts enkele minuten te realiseren. Aan de inschrijvers kan daarom zeer snel worden bericht hoeveel dtc's zijn toegewezen. Hierdoor blijft het marktrisico tot een minimum beperkt. minimaal marktrisico Naast de elektronische veiling dragen ook andere karakteristieken bij aan de groeiende belangstelling voor dit schuldbewijs. dtc s beschikken als eurogeldmarktpapier van de Nederlandse Staat zowel op lange als korte termijn over de hoogst mogelijk kredietwaardigheid, worden aangemerkt als tier-1 onderpand, en kunnen in isma repotransacties worden gebruikt als general collateral.

36 36

37 prestatiemeting Risico- Hoofdstuk 4 management In het verlengde van het risicomanagement dat sinds 1999 voor de staatsschuld wordt gevoerd, zal in 2002 worden gestart met prestatiemeting voor de geldmarktfinanciering. De opmaat hiervoor wordt gevormd door de ontwikkeling van een optimale financieringsstrategie. Net als bij de kapitaalmarktfinanciering wordt daarbij door middel van het gebruik van renteswaps een onderscheid gemaakt tussen de ingezette financierinstrumenten en de feitelijke schuldportefeuille. Daartoe wordt in 2002 een pilot uitgevoerd met Eonia-swaps. In 2002 wordt tevens gewerkt aan verdere verbetering van het risicomanagement voor de lange markt Kapitaalmarkt In de afgelopen jaren heeft het risicomanagement voor de Nederlandse staatsschuld een centrale plaats gekregen in het financieringsbeleid. Het is evenwel van belang om het risicomanagement en de uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen regelmatig te herijken en waar mogelijk te verbeteren. In 2002 zal bovendien worden bezien of de transparantie van het financieringsbeleid met een vorm van prestatiemeting verder kan worden vergroot. Het huidige risicomanagement is gebaseerd op de in 1998 uitgevoerde asset and liability management studie (alm). Daarin is de relatie tussen de rentelasten en het bijbehorende risico voor de Staat gekwantificeerd. Het is goed om even in herinnering te roepen dat de technieken die in de marktsector zijn ontwikkeld niet zonder meer toepasbaar zijn op het schuldmanagement van de overheid. Dat wordt veroorzaakt door het verschil in tijdshorizon. Het schuldmanagement van de Staat is gericht op de langere termijn en wijkt daardoor af van het actieve beleggingsbeleid van financiële instellingen, waar meer nadruk ligt op waardeschommelingen van de portefeuille value-at-risk op enig moment. Bij de schuldportefeuille van de Staat gaat het om het budgetrisico cash-flow-at- vergroot transparantie De essentie van het financieringsbeleid is de staatsschuld zo goedkoop mogelijk te financieren, zonder onaanvaardbare risico's voor de rijksbegroting. Het is niet de bedoeling dat op rentekosten wordt bespaard door deze af te wentelen op toekomstige generaties. Het risicomanagement is gericht op het beheersen van dat risico. Er moet een afweging worden gemaakt tussen goedkoper (korter) financieren en minder risicovol (langer) financieren. Bij een normale rentestructuur is korter financieren immers voordeliger. Korter financieren leidt evenwel ook tot meer herfinanciering per jaar en daarmee ook tot een hoger risico voor de begroting als gevolg van een mogelijke rentestijging in enig jaar. cash-flow-at-risk

38 38 risk dat gemeten wordt als de fluctuaties van de rentelasten over een periode van 5 tot 10 jaar. Risicomanagement Uit het rentemodel dat in het kader van de alm-studie is ontwikkeld blijkt overigens dat het herfinancieringspatroon het grootste effect heeft op het budgetrisico. Niet alleen de omvang van de herfinanciering is dus van belang, maar minstens zo belangrijk is dat de herfinancieringen gelijkmatig over de jaren zijn verdeeld. Het inzicht dat de studie heeft opgeleverd over de relatie tussen het begrotingsrisico en de financieringslasten heeft geleid tot een aanpassing van het financieringsbeleid, waardoor het mogelijk werd te sturen op een lange termijn schuldportefeuille met lagere rentelasten bij een aanvaardbaar budgetrisico. lagere modified duration De resulterende doelportefeuille wordt sinds 1999 in beginsel gerealiseerd met de uitgifte van grote, liquide euroleningen in 3- en 10-jaars segment. In beperkte mate is ook in het 30-jaars segment uitgegeven. De doelportefeuille houdt in dat gestreefd wordt naar een geleidelijke verlaging van de modified duration tot uiteindelijk 3,4 gemeten naar renteniveaus van ultimo Bij handhaving van het oude financieringsbeleid zou een modified duration van ruim 5 hebben geresulteerd. innovatie renteswaps Een innovatie is de invoering in 2001 van renteswaps in het kader van het Nederlandse financieringsbeleid. Na de goede ervaringen in het afgelopen jaar met dit instrument worden swaps in 2002 opnieuw voor het risicomanagement ingezet. Indien de financieringsbehoefte van de Staat in enig jaar geringer is dan 20 miljard euro, zoals in het afgelopen jaar het geval was, is het niet mogelijk om in dat jaar twee nieuwe liquide leningen met een omvang van elk 10 miljard euro per jaar uit te geven. In dat geval wordt ervoor gekozen slechts één nieuwe lening uit te geven in het 10-jaars segment. De voordelen van een goede liquiditeit zijn in het 10-jaars segment voor de overheid groter dan in de overige looptijden. Een deel van de 10-jaars renteverplichtingen wordt met behulp van renteswaps omgezet in korte renteverplichtingen. Renteswaps bieden aldus de nodige flexibiliteit en laten toe het renterisico en het uitgiftebeleid onafhankelijk van elkaar te sturen, zodat zowel liquide leningen kunnen worden uitgegeven als het gewenste risicoprofiel kan worden bereikt. In 1999 is het financieringsbeleid op basis van de alm-studie voor een aantal jaren vastgelegd. Eén van de uitgangspunten was daarbij een constant volume van de staatsschuld en, in de evenwichtssituatie, een constante financieringsbehoefte. Echter, door de sterk verbeterde budgettaire situatie van de Staat neemt de

39 Ontwikkeling schatkistsaldo binnen het jaar in miljarden euro's K1 K2 K3 K4 financieringsbehoefte de komende jaren echter naar verwachting af. In dat verband is een herijking van het bestaande risicomanagement in 2002 voorzien. Een belangrijk thema bij de herijking wordt prestatiemeting. Dit past in het streven van de Nederlandse regering om de relatie tussen doelstellingen, prestaties en middelen van overheidshandelen duidelijker tot uitdrukking te brengen. In de begroting voor 2002 is de voortgang op dit terrein, dat wordt aangeduid met de term Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording, zichtbaar geworden. 39 Risicomanagement Voor de herijking van het risicomanagement zijn in de loop van 2001 twee initiatieven ter hand genomen. Als eerste wordt het risicomodel, dat zoals gezegd is gebaseerd op een studie uit 1998, geactualiseerd. Daarnaast zullen de mogelijkheden worden onderzocht om prestatiemeting in te voeren voor de financiering van de staatsschuld. De introductie van een benchmark als prestatiemeter is één van de mogelijkheden waarnaar wordt gekeken. De resultaten van actualisatie van het rentemodel en de uitkomsten van het onderzoek naar prestatiemeting zullen uitgangspunten vormen voor het te voeren risicomanagement in de nieuwe kabinetsperiode die loopt van 2002 tot actualisering rentemodel 4.2 Geldmarkt De goede ervaringen met het risicomanagement voor de kapitaalmarktfinanciering leiden bijna vanzelfsprekend tot uitbreiding naar het geldmarktsegment, en dus naar beheersing van het renterisico dat de Staat loopt bij de regulering van het schatkistsaldo. In de begroting voor 2002, die in september van het afgelopen jaar is opgesteld, is de ontwikkeling van een prestatiemeter voor de geldmarktfinanciering aangekondigd. Het bepalen van een optimale strategie voor de financiering van het schatkistsaldo vormt de opmaat voor de ontwikkeling van deze prestatiemeter. Daarom is vorig jaar een onderzoek gestart naar die optimale strategie. In de volgende paragrafen worden de belangrijkste resultaten gepresenteerd. Vervolgens wordt toegelicht wat de implicaties van het onderzoek zijn voor de financieringsstrategie van de Staat op de geldmarkt. Tot voor kort lag de nadruk bij het risicomanagement in het kader van de regulering van het schatkistsaldo op het beperken van het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Beperking van het kredietrisico vergt dat de Staat alleen aan kredietwaardige partijen uitleent, alsmede dat het uitgeleende bedrag per partij beperkt is tot een maximum dat afhankelijk is van de kredietwaardigheid van de betreffende partij. beperking krediet- en liquiditeitsrisico

40 Rentetarieven geldmarkt in procenten Daggeld 12-maands 3-maands Relatie financieringslasten en renterisico voor begroting in basis points 100% daggeld 50% daggeld en 50% 12-maands 100% 12-maands 12 HOOG Financieringslasten 4 2 Efficient frontier 0 LAAG Bron: '90 '92 '94 '96 '98 '00 LAAG Renterisico HOOG Bloomberg Risicomanagement Beperking van het liquiditeitsrisico komt er in de praktijk op neer dat grote 40 debetstanden van de schatkist worden voorkomen. Het schatkistsaldo laat in de loop van het jaar evenwel een grote variabiliteit zien. Zonder verdere maatregelen kan het saldo in het midden van het jaar meer dan 30 miljard euro negatief zijn. Het is aannemelijk dat een saldo van een dergelijke omvang niet in de geldmarkt kan worden geleend zonder dat zich een opwaartse druk op de rentetarieven zou voordoen. Daarom worden dtc's ingezet. In hoofdstuk 3 is reeds uitvoerig ingegaan op het gebruik van dtc's en op het kasmanagement. Naast het voorkomen van een groot, negatief dagsaldo, wordt ook een positief saldo zo veel mogelijk vermeden ter voorkoming van extra rentelasten die het gevolg zijn van lang lenen en kort uitzetten. optimale korte financiering In de loop van 2001 heeft het Agentschap een onderzoek gestart naar de optimale strategie voor de financiering van het schatkistsaldo. Uitgangspunt is opnieuw dat gegeven de omvang van de korte financiering gezocht wordt naar een strategie waarbij de rentelasten zo laag mogelijk zijn bij een aanvaardbaar renterisico. Het huidige risicobeleid gaat nog uit van een doelportefeuille op lange termijn met een vaste verhouding tussen enerzijds 3- en 10-jarige leningen, en anderzijds leningen met een looptijd tot één jaar. Deze verhouding vloeit voort uit het gewenste risicoprofiel. Daarmee ligt de omvang van de korte financiering vast. De samenstelling van de korte financiering was tot nu toe onbestemd. Op basis van de uitkomsten uit het door het Agentschap uitgevoerde onderzoek kan thans die samenstelling worden geoptimaliseerd. 4.3 Optimale strategie beheersing budgetrisico Om de optimale strategie voor de Staat te bepalen is onderzoek gedaan naar verschillende methoden voor de financiering van het schatkistsaldo. Hiertoe is een model ontwikkeld dat de rentelasten van iedere strategie en het bijbehorende risico kwantificeert. Evenals in het risicomanagement voor de staatsschuld gaat het bij de Staat om het risico voor de begroting: het budgetrisico of cash-flow-atrisk. Uitgangspunt van de berekeningen is dat dagelijks een bepaald bedrag op de geldmarkt moet worden geleend. Dit bedrag kan geleend worden voor één dag (overnight) of voor een termijn van 1, 3, 6 of 12 maanden, overeenkomend met de looptijden van de dtc-programma's. Om mogelijke voordelen van diversificatie te onderzoeken zijn ook gecombineerde strategieën in de berekeningen meegenomen, d.w.z. combinaties van daggeld en dtc's. Voor alle strategieën is gekeken naar de jaarlijkse rentelasten en de verandering van de rentelasten van jaar op jaar. De fluctuatie van de jaarlijkse rentelasten is een

41 Maximale verwachte rentelasten in procenten Max. rentelasten bij 99% betrouwbaarheid Max. rentelasten bij 95% betrouwbaarheid Gemiddelde rentelasten Verschil rentelasten daggeld en 12-maands in basispunten Minimum Maximum Gemiddelde % daggeld 50% daggeld 100% en 50% 12-maands 12-maands Bron: Société Général 2 J 3 J 5 J 7 J 10 J maatstaf voor het budgetrisico van elke strategie. Deze berekeningen zijn gemaakt op basis van de geldmarkttarieven in de periode van 1990 tot De uitkomsten van de berekeningen geven inzicht in de relatie tussen de rentelasten en het risico voor de begroting. De grafiek toont deze relatie voor de verschillende strategieën. Als het schatkistsaldo steeds voor één dag wordt geleend, zijn de rentelasten het laagst. Het bijbehorende risico is verrassend genoeg niet het hoogst. Het risico kan verder gereduceerd worden door te kiezen voor een strategie met een combinatie van lenen voor één dag en voor een termijn van 12 maanden. De risicoreductie bedraagt ongeveer 15 basispunten. Het lagere risico betekent wel dat de rentelasten gemiddeld genomen ongeveer 25 basispunten hoger uitvallen. laag risico daggeld 41 Risicomanagement Om te bepalen of het lagere risico opweegt tegen de hogere rentelasten, zijn de maximale verwachte rentelasten van de verschillende strategieën met elkaar vergeleken. Het blijkt dat de maximale verwachte rentelasten van lenen voor één dag met een betrouwbaarheid van 95% lager uitvallen dan alle andere strategieën. Op grond hiervan mag worden geconcludeerd dat het dekken van het liquiditeitssaldo op dagbasis optimaal is. Het onderzoek is voor verschillend perioden herhaald. De uitkomsten bevestigen steeds de algemene conclusie. Daarnaast hebben twee Primary Dealers, JP Morgan en Société Générale, op verzoek van het Agentschap de resultaten gecontroleerd. Deze second opinions bevestigden de conclusies. second opinion Primary Dealers Société Générale heeft naar aanleiding van het Nederlandse verzoek een eigen model ontwikkeld met een iets andere opzet, waarbij alternatieve financieringsstrategieën met elkaar worden vergeleken over een periode van 10 jaar vanaf In het kort komt deze aanpak op het volgende neer. Stel dat een bedrag geleend moet worden voor de periode van 2 jaar. Dan kan dat bedrag bijvoorbeeld geleend worden voor één jaar en daarna nog een keer voor één jaar. Een alternatief is om het bedrag steeds voor 3 maanden te lenen. In de periode van 2 jaar wordt het bedrag dan 8 keer voor een termijn van 3 maanden geleend. Daarnaast worden nog drie andere alternatieven in het onderzoek beschouwd: vier maal voor 6 maanden, 24 keer voor een termijn van 1 maand of twee jaar lang het bedrag iedere dag voor één dag lenen. Aan het einde van de tweejaars periode wordt bezien welke strategie het voordeligst is geweest. Door het begin van de tweejaars periode steeds met een dag te verschuiven kan deze exercitie meer dan 3000 keer herhaald worden met de rentestanden uit de periode tussen 1990 en Naast een periode van 2 jaar is ook gekeken naar een periode van 3, 5, 7 en 10 jaar.

42 Risicomanagement Dit onderzoek levert enkele interessante conclusies op. Ten eerste blijkt dat 42 wanneer geld geleend moet worden voor een periode van twee jaar, in 75% van daggeld optimaal de gevallen financiering met uitsluitend daggeldleningen voordeliger is dan financiering voor één jaar. In vergelijking met een financieringsstrategie met 6-maands leningen ligt dat percentage zelfs op 90%. Een tweede conclusie is dat wanneer de periode langer is dan vijf jaar, financiering met daggeld altijd voordeliger is dan welke andere strategie ook. Daarnaast laat het onderzoek zien dat met het toenemen van de periode de onzekerheid afneemt. De figuur illustreert dit. Gemiddeld genomen is financiering voor één dag ongeveer 20 basispunten goedkoper dan financiering voor één jaar. De fluctuaties in de rentelasten zijn voor een korte periode echter groot. Wanneer voor 2 jaar geld wordt geleend, kan het voorkomen dat financiering met daggeld meer dan 90 basispunten goedkoper is, maar ook dat het 50 basispunten duurder is dan financiering met 12-maands leningen. Bij een tijdshorizon van 10 jaar neemt de invloed van dergelijke fluctuaties sterk af. kostenefficiënt en praktisch De algemene conclusie luidt dat financiering met daggeld over een periode van de afgelopen 10 jaar zou hebben geleid tot de laagste rentelasten. Er kunnen zich korte periodes voordoen waarin een andere strategie tot nog lagere rentelasten had geleid. Deze periodes werden doorgaans gekenmerkt door een inverse rentecurve of snel stijgende rentetarieven. Het is echter niet mogelijk om dergelijke periodes op voorhand systematisch te onderkennen. De lange termijn strategie is niet alleen praktisch uitvoerbaar, maar ook aantoonbaar kostenefficiënt en praktisch uitvoerbaar. 4.4 Financieringsstrategie voor de geldmarkt Eonia-swap Hoewel is vastgesteld dat het in theorie optimaal is om het gehele schatkistsaldo op dagbasis te financieren, is dit in de praktijk echter moeilijk realiseerbaar vanwege het grote liquiditeitsrisico. De variabiliteit en de daaruit voortvloeiende omvang van het schatkistsaldo is te groot om uitsluitend op dagbasis te financieren. Dit betekent dat de feitelijk uitgifte van schuldtitels en het beoogde risicoprofiel twee separate doelen zijn die niet met één enkel instrument kunnen worden bereikt. Het schatkistsaldo kan worden gedekt met een combinatie van daggeldleningen, dtc's en geldmarkttransacties met een looptijd die varieert van twee dagen tot één maand, waaronder buy-and-sell-back transacties. Net als bij de lange financiering is vervolgens een extra instrument nodig om het beoogde risicoprofiel te bereiken. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op dit instrument: de Eonia-swap.

43 4.5 Eonia-swaps Omzetting van het hiervoor besproken risicoprofiel vergt omzetting van de lange renteverplichtingen bijvoorbeeld de renteverplichtingen die zijn aangegaan door uitgifte van dtc's met een looptijd van 1, 3, 6 of 12 maanden naar variabele overnight renteverplichtingen. Dit is precies wat de Eonia-swap bewerkstelligt. 43 Risicomanagement Een Eonia-swap is een contract tussen twee partijen, waarbij wordt overeengekomen om een korte vaste rente, bijvoorbeeld een 3-maands of 6-maands renteverplichting, te ruilen tegen de variabele Eonia daggeldrente. Eonia staat voor Euro OverNight Index Average, een gemiddelde van overnight rentetarieven dat dagelijks wordt berekend door de Europese Centrale Bank. De onderliggende waarde van de Eonia-swap is het bedrag waarover de rente moet worden berekend. De rente wordt evenwel niet tussentijds betaald of ontvangen, maar aan het einde van de looptijd wordt het verschil tussen de vaste en variabele rente verrekend. Daartoe wordt de variabele renteverplichting gedurende de looptijd van de swap opgebouwd. Doordat de looptijd van een Eonia-swap veel korter is dan van een renteswap, is het kredietrisico in het algemeen aanzienlijk geringer dan bij een renteswap. Het afsluiten van Eoniaswaps kan op basis van dezelfde contracten plaatsvinden als die voor de lange renteswaps zijn afgesloten. laag kredietrisico De Eonia-swap heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. De Eoniaswapmarkt is op dit moment meer liquide dan de deposito- en repomarkt. Dit geldt met name voor termijnen langer dan één maand, waar de liquiditeit van de depositomarkt sterk afneemt. Door Eonia-swaps in te zetten in het kasmanagement kan beter gebruik worden gemaakt van de liquiditeit in de korte deposito's. grote liquiditeit 4.6 Implicaties voor het financieringsbeleid Nu de optimale strategie is vastgesteld kan deze ook worden gebruikt voor de door het Agentschap beoogde prestatiemeting van de geldmarktfinanciering. In 2002 zal een interne pilot worden uitgevoerd waarbij wordt bezien of het Eonia daggeldrentetarief een bruikbaar referentiepunt voor de prestatiemeting zou kunnen zijn. De pilot houdt in dat wordt gestart met een proef waarbij gedurende een half jaar de gehele geldmarktpositie rechtstreeks of door middel van swaps tegen het daggeldrentetarief zal worden geleend. Tevens zullen de prestaties van de geldmarktfinanciering worden afgemeten aan het Eonia daggeldtarief. In feite pilot prestatiemeting Eonia-swap

44 Risicomanagement wordt beoogd de prestaties van de Staat af te meten aan het gemiddelde van de 44 prestaties van alle andere partijen op de Europese geldmarkt. Afhankelijk van de ervaringen met de proef kan deze prestatiemeting in de begroting voor 2003 van de nationale schuld van Nederland worden opgenomen.

45 Bijlagen

46 46 Bijlagen

47 1 Verschillende schuldbegrippen 47 Gevestigde of vaste en vlottende schuld Leningen met een oorspronkelijke looptijd van twee jaar of langer worden gerekend tot de gevestigde schuld, ook wel vaste schuld genoemd (174,4 miljard euro). Leningen (en overige schuld) met een looptijd van minder dan twee jaar behoren tot de vlottende schuld. Alle hieronder genoemde schuldbegrippen betreffen gevestigde schuld. Bijlagen Openbare en onderhandse schuld Openbare schuld (171,7 miljard euro) is aan Euronext genoteerd en wordt door de Primary Dealers gequoteerd op mts Amsterdam. Onderhandse schuld wordt rechtstreeks met een geldgever afgesloten, al dan niet door tussenkomst van een bemiddelaar, en is minder eenvoudig te verhandelen dan openbare schuld. Echter, sinds januari 1993 heeft de Staat geen onderhandse leningen meer geplaatst. De onderhandse schuld bedraagt 2.7 miljard euro. Toonderschuld en ingeschreven schuld Vrijwel de gehele openbare schuld betreft toonderschuld (171,3 miljard euro). Toonderschuld is een in fysieke stukken belichaamde schuldvorm. Het grootste deel van de in het verleden uitgegeven toonderschuld is belichaamd in cf-schuldbewijzen, maar tot aan 1999 kon openbare schuld ook worden verkregen in de vorm van een inschrijving op naam van een rekening in het schuldregister (0,4 miljard euro). Vanaf 1999 wordt bij de emissie van een nieuwe lening uitsluitend toonderschuld uitgegeven en wel in de vorm van een verzamelschuldbewijs aan toonder (global note) dat bij Necigef is gedeponeerd. Naamschuld Naamschuld kan betrekking hebben op onderhandse schuld of op openbare schuld (schuldregisterinschrijvingen). De naamschuld beloopt 3,1 miljard euro. CF- en K-stukken Een cf-schuldbewijs bevat een mantel en één couponblad dat niet kan worden uitgeleverd. Sinds 1999 wordt uitgegeven schuld niet langer in cf-schuldbewijzen belichaamd, maar nog uitsluitend in global notes. Een k-stuk is een klassiek stuk, dat bestaat uit een mantel en een couponblad met afzonderlijke coupons en dat thuis bewaard kan worden. Tot 1987 heeft de Staat k-stukken uitgegeven. Het betreft thans nog een zeer klein deel van de staatsschuld, namelijk circa 1,9 miljoen euro.

48 Grootboekschuld 48 Met ingang van 1 april 1996 is de administratie van de Grootboeken aanzienlijk Bijlagen vereenvoudigd. Op grond van de Wet Administratie Grootboekschuld dienen rechthebbenden zich voor 1 april 2006 aan te melden bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Na aanmelding worden de desbetreffende bedragen overgeschreven naar rekeningen in het schuldregister, dan wel omgezet in schuldbewijzen aan toonder. Bij tijdige aanmelding brengt overschrijving geen wijziging in de rechten van betrokkenen. Eind 2001 was het volgende omgewisseld: 2 1 /2% Grootboek 22,26 van de 25,70 miljoen euro 3% Grootboek 9,45 van de 10,80 miljoen euro 3 1 /2% Grootboek 1,25 van de 1,30 miljoen euro 2 Kenmerken van de Nederlandse staatsschuld De Nederlandse staatsschuld bestaat vooral uit lange leningen, d.w.z. leningen met een oorspronkelijke looptijd van twee jaar of meer. Sinds het begin van de jaren negentig staat het streven naar liquiditeit centraal in het finanieringsbeleid van de Staat. Daarom worden alleen nog fixe leningen uitgegeven, d.w.z. leningen die in één keer aflossen en niet zoals bij lotende leningen gefaseerd aflossen. Bovendien worden sinds 1993 geen onderhandse leningen meer geplaatst. Het aandeel van de onderhandse schuld en van de niet-fixe leningen daalt dan ook in een snel tempo. De staatsschuld bestaat tegenwoordig vrijwel geheel uit fixe leningen. In nevenstaande tabel zijn deze fixe leningen gegroepeerd naar oorspronkelijke looptijd. Wat opvalt is dat het merendeel van de schuld is uitgegeven in leningen met een oorspronkelijke looptijd van 10 jaar. Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 15 jaar zijn maar in een beperkt aantal jaren uitgeven: 1991, 1992 en Thans worden geen 15-jarige leningen meer geëmitteerd. De totale schuld kan ook naar de resterende looptijd worden bezien. Het verloop van de gemiddelde resterende looptijd is niet uitsluitend afhankelijk van het uitgiftebeleid, c.q. de gekozen looptijden bij emissie. Ook het looptijdprofiel van de bestaande staatsschuld en de omvang van het kapitaalmarktberoep in een jaar hebben invloed op het verloop daarvan. De verandering van de gemiddelde resterende looptijd in de jaren 1995 tot en met 1999 hangt dan ook vooral samen

49 Opbouw van de gevestigde schuld naar soort in miljarden euro s; jaarultimo-cijfers Fixe leningen (1) 56,0 138,6 163,3 173,8 168,7 171,7 Lotende leningen (2) 35,9 2,8 0,4 0,1 0 0 Openbaar (3)=(1)+(2) 91,9 141,4 163,7 173,9 168,7 171,7 Onderhandse leningen (4) 49,7 32,8 18,0 10,8 5,5 2,7 Totaal (5)=(3)+(4) 141,6 174,2 181,7 184,7 174,2 174,4 Opbouw van de schuld naar oorspronkelijke looptijd fixe leningen, in miljarden euro s; jaarultimo-cijfers 49 Looptijd segment Bijlagen 3-6 jaar 10,1 7,1 7,5 21,5 29,5 31,6 10 jaar 45,9 107,3 121,8 127,2 118,8 119,6 15 jaar 0 20,1 19,3 7,8 3,3 3,3 30 jaar 0 6,9 15,1 17,1 17,1 17,1 1 Bij vervolguitgifte is als looptijd die van de eerste uitgifte genomen Staatsschuld, opgebouwd naar resterende looptijd in miljarden euro s; jaarultimo-cijfers Looptijd Gevestigde schuld 1 141,6 174,2 181,7 184,7 174,2 174,4 waarvan: 0-5 jr 60,9 75,2 92,4 94,7 91,9 91, jr 77,4 69,5 68,9 67,7 63,1 63, jr 3,3 22,4 13,4 13,3 10,3 9, jr 0,1 7,1 6,9 9,0 8,9 8,9 Vlottende schuld 2,5 9,8 14,0 16,3 30,3 n.b. waarvan DTC's 2 (0,7) (5,7) (6,8) (5,0) (5,5) (5,8) Totale nationale schuld 144,1 184,0 195,8 201,0 204,5 n.b. 1 Oorspronkelijke looptijd twee jaar of langer 2 Looptijd niet langer dan twee jaar Enkele kerncijfers van de gevestigde schuld jaarultimo-cijfers Gemiddelde resterende looptijd 6,9 6,5 6,5 6,3 6,2 Gemiddelde coupon 7,6 7,3 6,6 6,1 5,7 Modified duration 4,3 4,4 4,2 4,0 met het kapitaalmarktberoep in die jaren. In 1996 en 1997 was sprake van een relatief gering kapitaalmarktberoep en daalde de gemiddelde resterende looptijd. Door de relatief grote financieringsbehoefte in 1998 en 1999 is de gemiddelde resterende looptijd in die jaren weer toegenomen. Een andere door beleggers

50 50 Bijlagen Houderschap gevestigde staatsschuld in miljarden euro s; tussen haken als % van de openbare schuld; jaarultimo-cijfers Openbare schuld Nederlandse beleggers beleggersinstellingen 1 5 (3) 6 (4) 7 (4) 5 (3) 2 (1) particulieren 2 16 (11) 10 (6) 13 (8) 10 (6) 2 (1) banken 23 (15) 27 (17) 29 (18) 28 (16) 23 (14) verzekeringsinstellingen 20 (13) 24 (15) 25 (15) 38 (22) 37 (22) pensoenfondsen 50 (33) 50 (32) 46 (28) 35 (20) 34 (20) Buitenlandse beleggers 37 (25) 39 (25) 45 (27) 58 (33) 71 (42) 151 (100) 156 (100) 164 (100) 174 (100) 169 (100) Onderhandse leningen Totale schuld Tot en met 1996 was deze categorie inclusief sociale fondsen. Sinds 1997 is er sprake van geïntegreerd middelenbeheer, waarbij sociale fondsen hun middelen aanhouden in de schatkist 2 Tot de categorie particulieren worden overigens niet uitsluitend natuurlijke personen gerekend, maar ook rechtspersonen (bijvoorbeeld bedrijven, stichtingen en corporaties) waarvan de hoofdactiviteit geen betrekking heeft op financiële dienstverlening meer gebruikte maat voor de looptijd van de schuld is de modified duration. In deze maat worden de kasstromen uit hoofde van een lening of portefeuille van leningen verdisconteerd tegen de marktrente. De gemiddelde resterende looptijd hangt samen met de verdeling van de jaarlijkse aflossingslasten in de toekomst. De twee 30-jarige leningen, met aflossingen in 2023 en 2028, wegen relatief zwaar bij de bepaling van de gemiddelde resterende looptijd. 3 Houderschap van staatsschuld Door de soort leningen die tegenwoordig wordt uitgegeven, alsmede het toegenomen belang van liquiditeit en de intensieve handel op de secundaire markt is het niet eenvoudig de identiteit van de beleggers in Nederlandse staatsleningen te achterhalen. Tot 1990 bestond een groot deel van de nationale schuld uit onderhandse leningen en schuldregisterinschrijvingen en waren de desbetreffende

51 beleggers nauwkeurig bekend. Door de toenemende uitgifte van bulletleningen die ter beurze zijn genoteerd en actief worden verhandeld, moet naar andere bronnen worden gezocht. Het Agentschap heeft zich in de afgelopen jaren kunnen baseren op cijfers van De Nederlandsche Bank, voortvloeiend uit portfolioanalyse en op betalingsbalansstatistieken. De tabel met cijfers hierover heeft betrekking op de situatie aan het einde van een jaar en toont een opgaande lijn voor het houderschap van buitenlandse beleggers. Dit houdt waarschijnlijk verband met de toegenomen geografische spreiding, zoals die ook in de rapportages van de Primary Dealers is terug te vinden (zie paragraaf 2.2). 51 Bijlagen Het grootste deel van de staatsschuld is in handen van binnenlandse institutionele beleggers. Tot de categorie particulieren worden overigens niet uitsluitend natuurlijke personen gerekend, maar ook rechtspersonen (bijvoorbeeld bedrijven, stichtingen en corporaties) waarvan de hoofdactiviteit geen betrekking heeft op financiële dienstverlening. 4 Secundaire-marktactiviteiten De activiteiten van de Staat op de secundaire markt zijn te onderscheiden in: Terugkoop met het oog op het herstructureren van de staatsschuld. Dat kan geschieden in het kader van omruil zoals in de periode 1998 tot Vervroegde aflossing, of terugkoop, die geldgever en geldnemer tijdens de looptijd van de lening overeenkomen. Dit betreft doorgaans minder liquide onderhandse leningen, waarbij sprake is van meerdere (gespreide) aflossingstermijnen of leningen die minder goed verhandelbaar zijn. Een illiquide lening rendeert hoger dan een gelijksoortige liquide lening. In dat geval is er een liquiditeitspremie en kan het voor de Staat voordelig zijn om dergelijke leningen in te kopen. Geldgevers kunnen verschillende motieven hebben voor vervroegd aflossen. Deze kunnen bijvoorbeeld samenhangen met gewijzigde wensen omtrent de samenstelling van de portefeuille vastrentende waarden of een betere verhandelbaarheid van de portefeuille. In 2002 wordt een permanente inkoopfaciliteit voor staatsleningen geïntroduceerd. Vanaf januari kunnen delen van leningen met een uitstaand volume van minder dan 2,5 miljard euro bij de Nederlandse Staat worden aangeboden voor terugkoop. Vervroegde aflossing waarbij het recht is bedongen bij uitgifte (v.a.-clausule). Dit betreft leningen die zijn uitgegeven voor 1991 met een oorspronkelijke looptijd langer dan 10 jaar; na 10 jaar zijn die vervroegd aflosbaar. Om te bepalen of van dat recht gebruik wordt gemaakt, wordt nagegaan of vervroegde aflossing voor de Staat voordelig is. Daartoe wordt de couponrente van de

52 eventueel vervroegd af te lossen lening vergeleken met de vigerende marktrente 52 van een lening met eenzelfde looptijd. Is die rente vermeerderd met een opslag Bijlagen lager, dan wordt tot vervroegde aflossing overgegaan. In 2001 is voor een bedrag van 1,7 miljard euro vervroegd afgelost. Amortisatie van Grootboekschuld. Dat is de mogelijkheid van inkoop van vermogenstitels op Euronext. Amortisatie stamt uit de tijd dat uitsluitend perpetuele (eeuwigdurende) schuld werd uitgeven. Aflossing vond toen plaats door amortisatie. Daarvoor is 11,3 miljoen euro per jaar beschikbaar. 5 Strips Wanneer coupons en obligaties onafhankelijk van elkaar verhandeld kunnen worden, spreekt men van strips. Dit staat voor Separate Trading of Registered Interest and Principal Securities. Het aandeel van strips als percentage van het uitstaande volume van stripbare leningen bedraagt 11,5%. Dit cijfer wordt met name gedragen door de 7,5% lening per 15 januari 2023 waarvan meer dan 21% is gestript. De tabel toont de 3 leningen die ultimo 2001 gestript waren. Het totaal bedrag aan gestripte leningen bedraagt ongeveer 3,3 miljard euro. Met ingang van 1999 zijn alle nieuwe Nederlandse leningen stripbaar gesteld. Door het strippen van een obligatielening ontstaan afzonderlijke zero-leningen (echter niet in fiscale zin, zie paragraaf 8). De rendementsvergoeding op een zerolening wordt gevormd door het verschil tussen de aankoopwaarde van deze leningen en de aflossing, die tegen 100% plaatsvindt. Uiteraard is het ook mogelijk de afzonderlijke strips tussentijds te verkopen. De rendementsvergoeding is dan het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs van de strips. De handel in strips kan plaatsvinden via Euronext. De prijzen die via de beurshandel tot stand komen, worden gepubliceerd in de Officiële Prijscourant. Het beleggen in strips kan met name interessant zijn voor partijen die verplichtingen op een specifieke termijn willen afdekken. Vanwege het zerocoupon-karakter is er tussentijds geen herfinancieringsrisico. Een tweede reden voor marktpartijen om de afzonderlijke coupons of hoofdsom van een lening te kopen is dat de beleggingsportefeuille aangepast kan worden aan de rentevisie. Doordat tussentijdse rentebetalingen ontbreken, hebben strips een

53 Gestripte leningen in miljarden euro s, ultimo Fonds Gestript Uitstaand Percentage Leningnaam code bedrag bedrag gestript Bijlagen 5,5% Nederland 1998 per 15 januari ,29 8,9 3,3% 7,5% Nederland 1993 per 15 januari ,79 8,2 21,7% 5,75% Nederland 1994 per 15 januari ,18 11,4 10,4% Totaal 3,27 28,5 11,5% langere duration dan gewone leningen. De langere duration houdt in dat de prijs van een strip gevoeliger is voor renteveranderingen. Een rentedaling leidt bij leningen met een lange duration tot een relatief grote prijsstijging. Ten opzichte van andere beleggingsvormen heeft een internationale actieve belegger met een visie op de rente-ontwikkeling bovendien het voordeel dat de relatief geringe investering in de afzonderlijke coupon/hoofdsom een betrekkelijk klein valutarisico met zich brengt. 6 Uitgiftetechnieken De uitgifte van dsl's en dtc's vindt geheel elektronisch plaats. Elektronische emissie vergroot de efficiëntie en transparantie van de primaire markt. De uitgiftetechniek van dsl's en dtc's is evenwel verschillend en wordt hieronder nader toegelicht. Dutch State Loans Voor de uitgifte van staatsleningen maakt het Agentschap gebruik van de toonbanktechniek (ook wel tap auction genoemd). De toonbank heeft een tweetal voordelen boven de in veel landen gebruikelijke uitgiftetechniek. De toonbankemissie kent geen tijdverlies tussen inschrijving en toewijzing. Er is dus geen veilingrisico. Daarnaast doet zich het verschijnsel van de winners curse zich minder snel voor. Dit verschijnsel houdt in dat bij een hoog toegewezen volume de markt zich omlaag beweegt en omgekeerd. Nederlandse staatsleningen worden iedere tweede dinsdag van de maand uitgegeven. Vanaf 10 uur plaatselijke tijd wordt de toonbank opengesteld. Op het elektronische handelsplatform van mts Amsterdam maakt het Agentschap bekend tegen welke koers de staatsobligatie afgenomen kan worden. Het

54 54 Bijlagen De berekening van het effectief rendement, zoals dat ook in de Officiële Prijscourant van Euronext wordt gehanteerd, kan als volgt worden toegelicht. Een obligatie is een toekomstige stroom inkomsten, opgebouwd uit de jaarlijkse couponrente en de hoofdsom die aan het einde van de looptijd wordt afgelost. Een koers van een obligatie, zoals die op de effectenbeurs door vraag en aanbod tot stand komt, is niet meer dan een waardering van die toekomstige geldstromen. Bij deze waardebepaling wordt rekening gehouden met het feit dat geld in de tijd minder waard wordt. De koers van een obligatie kan in formulevorm als volgt worden weergegeven p + a = t=n C(t) t=1 (1+y) t p = koers excl. opgelopen rente a = opgelopen rente sinds laatste coupondatum n = aantal jaren van de looptijd C(t)= kasstroom uit hoofde van de lening in jaar (t) y = effectief rendement Het effectieve rendement is de rentevoet die de huidige waarde van de rentebetalingen en aflossing gelijk maakt aan de koers (= prijs) van de lening. De prijs van een obligatie is de som van de nominale waarde vermenigvuldigd met de koers, zoals die tot stand komt op de beurs. Op Euronext worden obligaties exclusief opgelopen rente genoteerd (clean price). De exacte berekening van de opgelopen rente kan van lening tot lening verschillen: bij nieuwe euroleningen uitgegeven na 1 januari 1999 wordt uitgegaan van actual/actual; voor in euro s geredenomineerde leningen is de rente-conventie op de coupondatum in 1999 gewijzigd in actual/actual. Agentschap heeft het recht om op ieder moment tijdens de emissie de koers van uitgifte te wijzigen of op te schorten. De Primary Dealers kunnen via het systeem van mts Amsterdam aangeven welk nominaal bedrag zij tegen de dan geldende koers willen afnemen. Het minimale afnamebedrag is 25 miljoen euro. Daarboven luiden de bedragen in veelvouden van 5 miljoen euro. Dutch Treasury Certificate Het schatkistpapier wordt uitgegeven via een uniforme prijstender (of Dutch auction). Iedere eerste en derde maandag van de maand vindt een veiling van dtc's plaats. De veiling wordt om 11:00 uur plaatselijke tijd geopend. Tijdens de veiling kunnen de Primary Dealers en een aantal geselecteerde banken, de Single Market Specialists, via het Bloomberg Auction System bij Agentschap aangeven tegen welk rendement zij een bepaalde hoeveelheid dtc s willen afnemen. De bieders kunnen één of meerdere biedingen inleggen. Iedere bieding heeft een

55 minimumomvang van 10 miljoen euro en luidt daarboven in veelvouden van 10 miljoen euro. Om 12:00 uur plaatselijke tijd wordt de veiling gesloten. Tot het moment van sluiting kan iedere deelnemer zijn bieding wijzigen of annuleren. 55 Bijlagen De biedingen worden, te beginnen met het laagste rendement (de hoogste prijs), door de Staat geaccepteerd tot het gewenste volume is bereikt. Alle bieders met een geaccepteerd bod worden afgerekend tegen de uniforme toewijzingsprijs. Om te voorkomen dat het gewenste volume van de emissie wordt overschreden, kunnen de biedingen bij het hoogste geaccepteerde rendement slechts gedeeltelijk worden toegewezen. Om een evenwichtige marktwerking te bevorderen heeft het Agentschap tevens de mogelijkheid de toewijzing per deelnemer te beperken tot 40% van het totale per lening toegewezen bedrag. Op deze wijze wordt voorkomen dat de veiling geheel of voor een groot deel wordt toegewezen aan één enkele partij. Elektronische veiling maakt het mogelijk om het toewijzingsproces in slechts enkele minuten te realiseren. Hierdoor zijn marktpartijen snel op de hoogte van hun positie, waardoor de secundaire handel goed kan aansluiten bij de primaire uitgifte. 7 Clearing en settlement Het Agentschap is een aangesloten instelling van Necigef, de centrale bewaarinstelling in Nederland. Vanuit de emissierekening bij Necigef worden schuldbewijzen giraal geleverd aan Euroclear en Clearstream. Tevens is het Agentschap aangesloten op het netwerk van de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication (swift) als een 'Non-Shareholding Financial Institution'. Binnen swift maakt het Agentschap gebruik van een Closed User Group met Necigef en De Nederlandsche Bank. Daarnaast is swift in gebruik voor het bevestigen van transacties aan tegenpartijen en zal tevens gebruikt gaan worden voor de communicatie met Euroclear en Clearstream. Grensoverschrijdend settlement met buy-and-sell-back Het grensoverschrijdend settlement neemt ieder jaar toe. In 2001 zijn naast transacties op de lokale markt van België en Italië ook op de Duitse lokale markt buy-and-sell-back transacties met Duitse staatsobligaties afgewikkeld. Het gebruik van dit instrument is in 2001 met bijna 80% toegenomen ten opzichte van De buy-and-sell-back transacties bieden door het gebruik van onderpand meer zekerheid dan de standaard depositotransacties. Hierdoor legt een buy-and-sell-back transactie een veel geringer beslag op de limiet van de tegenpartij.

56 Onderpand swaps 56 Met ingang van 2001 maakt de Nederlandse Staat gebruik van renteswaps. Om Bijlagen het kredietrisico voor de Staat te beperken wordt gewerkt met onderpand. De tegenpartij van de Staat is verplicht onderpand te storten wanneer de renteswap een positieve waarde heeft. Als onderpand worden staatsleningen van kredietwaardige overheden in de emu, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en cash geaccepteerd. De waarde van alle swaps en het gestorte onderpand wordt wekelijks bepaald. In april 2001 zijn de eerste renteswaps afgesloten. Door de daling van de rente steeg de waarde van de renteswaps. Hierdoor werd eind oktober 2001 voor het eerst bij enkele tegenpartijen onderpand opgevraagd. Op cash als onderpand wordt een zodanige rentevergoeding betaald dat cash en schuldpapier gelijkwaardig worden behandeld. De afrekening vindt plaats op de laatste betaaldag van de maand over de voorafgaande kalenderdagen. Kostenbeheersing Door een toename van schuldpapier in beheer als gevolg van het onderpand voor de renteswaps en buy-and-sell-back transacties is een goede beheersing van de transactie- en bewaarkosten van groot belang. De kosten voor het afhandelen van transacties en het bewaren van waardepapieren verschilt sterk per clearinginstituut en per lokale markt. Terwijl de kosten voor bijvoorbeeld de afwikkeling van een buy-and-sell-back via een groot internationaal clearinghuis op de lokale markt van Duitsland usd 2,- bedragen, moet voor een afwikkeling op de lokale markt van Griekenland usd 60,- betaald worden. In tegenstelling tot de afwikkelkosten is het bewaren van waardepapieren op de lokale markt doorgaans goedkoper dan op de internationale markt. Met een goed inzicht in de kosten en een daarop geënt beheersysteem kan een substantiële besparing worden verkregen. Bronbelasting Een groot aantal landen heft bronbelasting op revenuen uit effecten. Met veel van deze landen heeft Nederland een verdrag gesloten ter voorkoming van dubbele belastingheffing. De staatkundige of administratieve onderdelen van een staat alsmede de plaatselijke publiekrechtelijke lichamen of instellingen en organen die geheel eigendom zijn van een staat vallen tevens onder het verdrag. Dit houdt in dat het Agentschap bij transacties waarbij effecten zijn betrokken van een land waar bronbelasting wordt geheven, op basis van het verdrag ook is vrijgesteld van deze belasting. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen heeft het Agentschap via de clearinginstituten bij de desbetreffende landen verzoeken ingediend, die zijn gehonoreerd. Bij Italië en Portugal dient het verzoek om

57 vrijstelling jaarlijks vernieuwd te worden. Dit brengt extra administratieve lasten met zich mee. 57 Bijlagen Verzilveren van rente en aflossing De rente en aflossing op de k-schuldbewijzen en de aflossing op de cf-schuldbewijzen werden sinds jaar en dag door De Nederlandsche Bank betaald. De agentschappen van de bank in de verschillende steden stelden de belegger in k-schuldbewijzen in staat om tegen inlevering van de coupons en de mantel de rente en aflossing zonder kosten te innen. Vanaf 1998 wordt uitgegeven schuld niet langer in cf-schuldbewijzen belichaamd, maar nog uitsluitend in global notes. In aansluiting met deze ontwikkeling heeft het Agentschap in overleg met De Nederlandsche Bank de verzilvering van cf-schuldbewijzen overgenomen. Behalve de K-schuldbewijzen wordt vanaf juli 2001 de rente en aflossing door het Agentschap betaald. Per 31 december 2001 vormen de k-schuldbewijzen minder dan 1% van de totale toonderschuld. Verjaarde rente en aflossing Particuliere beleggers met k-schuldbewijzen dienen de rentecoupon en de aflossing binnen de daartoe gestelde periode te innen. Wanneer de coupon of de aflossing niet binnen deze periode wordt geïnd, zijn de stukken verjaard. De belegger dient in dat geval bij het Agentschap een met reden omkleed verzoek in te dienen om alsnog de stukken te kunnen verzilveren. In 2001 zijn 33 verzoeken ingediend. Alle verzoeken zijn toegekend. Het totale bedrag aan uitbetaalde rente en aflossing bedroeg in euro. 8 Fiscale aspecten van beleggingen in staatsschuld Wie belegt in staatsschuld krijgt ook met belastingheffing te maken. Voor particulieren is de inkomstenbelasting het belangrijkst. Door de invoering van het nieuwe belastingstelsel is de behandeling van beleggingen in de inkomstenbelasting vanaf 2001 ingrijpend gewijzigd. Via de zogenoemde vermogensrendementsheffing wordt voortaan belasting geheven over een verondersteld netto-rendement. De werkelijke opbrengsten, waardestijgingen en kosten van belegingen zijn niet meer van belang. Vanaf 2001 wordt de inkomstenbelasting geheven over drie afzonderlijke inkomens, boxen genaamd. In box 3 wordt het inkomen uit sparen en beleggen belast. Er geldt in deze box een vast tarief van 30% van het vermogensrendement. Dit rendement bedraagt 4% van het gemiddelde van de vermogens per 1 januari en 31 december van een

58 jaar (de rendementsgrondslagen). Het vermogen bestaat uit het saldo van 58 bezittingen en schulden. Beleggingen in staatsschuld, in welke vorm dan ook, Bijlagen worden voor de waarde in het economische verkeer (de verkoopwaarde) als bezitting aangemerkt. Zijn de beleggingen gefinancierd, dan vermindert de financieringsschuld de waarde van de bezittingen, waardoor de rendementsgrondslag lager wordt. De rente over deze schuld is niet afzonderlijk aftrekbaar. In het vermogensrendement van 4% zijn alle opbrengsten en lasten verwerkt; de voordelen, zoals renteopbrengst en koersstijgingen, maar ook de koersdalingen en de rente- en kostenaftrek. In het nieuwe stelsel geldt geen rentevrijstelling. Wel is een deel van het vermogen vrijgesteld (het heffingvrije vermogen). Deze vrijstelling kan worden verhoogd met ouderen- en kindertoeslag. Partners (gehuwden of ongehuwd samenwonenden kunnen vanaf 2001 zelf bepalen wie van hen de verschillende vermogensbestanddelen in box 3 in aanmerking neemt. Zij kunnen bijvoorbeeld ieder de helft van elk vermogensbestanddeel aangeven. Andere verdelingen zijn ook mogelijk, zolang in totaal maar het hele vermogen wordt aangegeven. Het heffingvrije vermogen en de ouderentoeslag kunnen aan de partner worden overgedragen. De kindertoeslag mag naar keuze bij één van de partners in aanmerking worden genomen. Voor in het buitenland wonende bezitters van staatsobligaties is van belang dat Nederland geen bronheffing kent op rentebetalingen. De opbrengst van de staatsobligaties is voor niet-inwoners normaal gesproken niet in Nederland belast. 9 Wettelijk kader en verantwoording De Minister van Financiën is op grond van de wet gemachtigd namens de Staat geldleningen aan te gaan. De informatie over schuldfinanciering en -beleid is vervat in de jaarlijkse Ontwerpbegroting ixa, inzake de Nationale Schuld. Daarin wordt tevens autorisatie gegeven voor het betalen van rente en aflossingen op de staatsschuld. De Ontwerpbegroting ixa, alsmede de daarop volgende wijzigingswetten gedurende het begrotingsjaar, dienen door het Parlement te worden goedgekeurd. De goedkeuring van de Ontwerpbegroting ixa vindt doorgaans plaats in de maand december, voorafgaande aan het begrotingsjaar. Gedurende het begrotingsjaar wordt het Parlement geïnformeerd over de uitvoering van de begroting ixa en over mee- en/of tegenvallers als gevolg van

59 (onvoorziene) ontwikkelingen in rentevoet, financieringsbehoefte, e.d. Daartoe zijn rapportages opgenomen in de Miljoenennota (tegelijkertijd met de Ontwerpbegroting ixa aangeboden aan het Parlement op de derde dinsdag van september), de Voorjaarsnota en de Najaarsnota. De betreffende nota s en wetten aan het Parlement zijn openbaar. Met ingang van begrotingsjaar 2002 wordt op begroting ixa de rentelasten op transactiebasis vergroot en verantwoord. De registratie van de rentelasten op transactiebasis vindt plaats op grond van het Europees stelsel van rekeningen (esr 1995). Daarnaast is de begroting 2002 opgesteld volgens de systematiek Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording (vbtb). Met vbtb streeft de Nederlandse regering ernaar om de relatie tussen doelstellingen, middelen en prestaties van overheidshandelen duidelijker tot uitdrukking te brengen. 59 Bijlagen De voorbereiding en feitelijke uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Het Agentschap opereert namens de Minister van Financiën op de financiële markten en draagt zorg voor het beheer van de staatsschuld. Het Agentschap is een directie van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën (zie bijlage 11).

60 10 Organigram 60 Ministerie van Financiën Bijlagen Minister Staatssecretaris Secretaris-Generaal Plaatsvervangend Secretaris-Generaal Thesaurier-Generaal Directeur-Generaal van de Centrale Directies Directeur-Generaal voor Directeur-Generaal Rijksbegroting Fiscale Zaken Belastingdienst Agentschap Directie Directie Directie Directie Algemene Directie Export- Financiële Buitenlandse Financiële Financieringen Financiële en kredietverzekering en Markten Betrekkingen Economische Politiek Investeringsgaranties

61 Agentschap van het ministerie van Financiën 61 Bijlagen Agent Plaatsvervangend Agent Systemen Bestuurlijke en Juridische Zaken Afdeling Afdeling Strategisch Back Office en Control Geld- en Kapitaalmarkt Beleid en Research Beheer Financieel Economische Documentaire Staatsschuld Zaken Informatievoorziening en Facilitaire Zaken

62 11 Algemene informatie 62 1 Publicaties met betrekking tot de staatsschuld Bijlagen Naam Doelgroep Verschijningsdatum Te verkrijgen bij Nederlandse staatsobligaties 1 Belegger 1 februari Agentschap Quarterly Review 2 Belegger 2e week van elk kwartaal Agentschap Ontwerpbegroting IXA Parlement 3e dinsdag in september Sdu Rekening IXA Parlement 3e woensdag in mei Sdu 1 Tevens in het Engels verkrijgbaar 2 Uitsluitend in het Engels verkrijgbaar 2 Electronische informatie Reuters: dstamenu Bloomberg: dsta Bridge: 2981 Internet: 3 Het Agentschap Agent Leo H. Verwoerd, Plaatsvervangend Agent Jan Th.M. Hamers, Afdeling Geld- en Kapitaalmarkt Erik Wilders, Afdeling Strategisch Beleid en Research Rits de Boer, Afdeling Back Office en Control Martin T. de Graaf, Bestuurlijke en Juridische Zaken Peter Bolkestein, Systemen Edgar Krebbers, Agentschap van het ministerie van Financiën Orlyplein 32, 1043 dp Amsterdam Postbus 345, 1000 ah Amsterdam Telefoon Telefax [email protected]

63 4 mts Amsterdam nv Prinsengracht jh Amsterdam Bijlagen 5 Euronext nv Postbus gd Amsterdam Necigef b.v. Postbus cn Amsterdam Euroclear Operations Center 1 Boulevard du Roi Albert ii b-1210 Brussel België Clearstream Banking s.a. 67 Boulevard Grande-Duchesse Charlotte l-2967 Luxemburg swift s.c. Avenue Adèle 1 b-1310 La Hulpe België cf Kantoor voor Staatsobligaties b.v. Postbus ah Amsterdam Belastingtelefoon voor Particulieren

64 12 Primary dealers in Primary Dealer Reuters Bloomberg Bijlagen ABN Amro Bank AABDSL en AABDSL01/02 BBVA ARGNETHER1/2 BEXDF3/4 Credit Suisse First Boston CSBONDAA Deutsche Bank DBF12/13 DABB13 Fortis Bank FORTIS/BEFI55/56 FRTB ING Barings INGGOVT01 INGN JP Morgan Chase & Co JPMNL01/02 JPGX12 Morgan stanley MSNL01 MSEG11 Merrill Lynch MLNL NIB Capital DNIB02/03 DNIB Rabobank International RABOGOVT01/02 RABX Schroder Salomon Smith Barney SSBFINDEX Société Générale SGGUILDER SGSB

65 Statistische informatie

66 66 Statistische informatie

67 1 Nationale schuld EMU-schuldquote en nationale schuld in % BBP Nationale schuld EMU-schuldquote Nationale schuld in miljarden euro's Gevestigde schuld Vlottende schuld 67 Statistische informatie Vanaf 1993 is de schuld van de collectieve sector (volgens emu definitie) in een snel tempo gedaald van 81% richting de referentiewaarde van 60% bbp uit het Verdrag van Maastricht. Deze daling is het gevolg van de voortdurend dalende overheidstekorten. Sinds 1999 is er sprake van een overschot in de collectieve sector. De schuld van de collectieve sector de schuld van de centrale overheid en andere (decentrale) overheden samen bedraagt aan het einde van 2001 ongeveer 52% bbp. De ontwikkeling van de schuld van de collectieve sector wordt vooral bepaald door de schuld van de centrale overheid (nationale schuld). De schuld van andere (decentrale) overheden is vrijwel constant over de jaren. De nationale schuld bedroeg aan het einde van 2001 ongeveer 200 miljard euro. Het niveau van de nationale schuld heeft zich de afgelopen jaren in nominale termen gestabiliseerd. Dat is een opvallende ontwikkeling na de onafgebroken stijging sinds De rechter grafiek laat dit zien. De nationale schuld bestaat voor het grootste deel uit gevestigde schuld en voor een kleiner deel uit vlottende schuld (zie voor uitleg bijlage 1). In 2001 was het aandeel van gevestigde schuld in de nationale schuld ongeveer 90%. Van de resterende 10% aan vlottende schuld wordt in 2001 de helft gevormd door dtc s.

68 2 Opbouw en dekking van de financieringsbehoefte in in miljarden euro s 68 Statistische informatie Feitelijk financieringstekort 1,9 Reguliere aflossingen 17,4 openbare leningen 16,7 onderhandse leningen 0,8 Niet-reguliere aflossingen 1,9 vervroegde aflossingen 1,7 inkoop 0,2 Totale aflossingen vaste schuld 19,3 Financieringsbehoefte 21,2 Dekking financieringsbehoefte Kapitaalmarktberoep 19,6 Diversen 0,6 Totale dekking 21,2 1 Stand Najaarsnota en voorlopige inzichten 2001

69 3 Verloop van de gevestigde schuld in 2001 in duizenden euro s Stand op 31 december In 2001 werd nieuw uitgegeven Statistische informatie Openbare leningen Onderhandse leningen 356 bij In 2001 werd aflosbaar gesteld Door aflosbaarstelling wegens reguliere aflossingen: Openbare leningen Onderhandse leningen Door aflosbaarstelling wegens vervroegde aflossingen: Openbare leningen... Onderhandse leningen Door amortisatie (nominaal) af Stand op 31 december

70 4 Emissies voor de dekking van de reguliere financieringsbehoefte in 2001 in miljarden euro s Effectief Emissie maand ISIN-code Naam lening Uitgifte Opbrengst rendement 70 Statistische informatie januari NL ,75% Nederland 2000 per 15 februari 2003 eerste uitgifte 2,0 4,33 maart NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,5 4,85 april NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,5 4,88 mei NL ,75% Nederland 1994 per 15 januari 2004 vervolguitgifte 1,8 4,55 juni NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,0 5,20 juli NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,4 5,25 september NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,2 5,02 oktober NL ,75% Nederland 1994 per 15 januari 2004 vervolguitgifte 2,1 3,51 november NL % Nederland 2001 per 15 juli 2011 vervolguitgifte 2,0 4,52 Totaal 19,6

71 5 Afgesloten renteswaps in 2001 stand op 31 december, in miljoenen euro s 1 Te ontvangen Te betalen Nominaal vaste rente variabele rente 1 Maand Startdatum bedrag in procenten in procenten Einddatum April , , , , , , Statistische informatie , , Juni , , , , , , , , , , Juli , , , , , , , , , , September , , , , , , , , , , , , , , November , , , , , , , , , , De variabele rente wordt ieder half jaar opnieuw vastgesteld op basis van het dan geldende 6-maands Euribor-rente.

72 6 Nationale schuld naar gevestigde en vlottende schuld stand op 31 december, in miljoenen euro s Binnenland Buitenland Gevestigde schuld Totaal Gevestigde Vlottende langstlopende nationale schuld schuld 1 Totaal kredieten schuld 72 Statistische informatie n.b. n.b.... n.b. 1 Een deel van de vlottende schuld heeft betrekking op de schuldverhouding met andere onderdelen van de collectieve sector. Dat deel valt weg bij berekening van de EMU-schuld van de gehele collectieve sector.

73 73 Statistische informatie

74 7 Gevestigde schuld naar rentevoet stand op 31 december, in miljoenen euro s Rentevoet 0-3% 3-4% 4-5% 5-6% 6-7% 7-8% 8-9% 9-10% 10-11% 11-12% 12-13% 13-14% Totaal 74 Statistische informatie

75 8 Gevestigde schuld naar looptijd stand op 31 december, in miljoenen euro s Gemiddelde resterende looptijd in jaren Zonder vastgestelde looptijd Totaal Statistische informatie

76 9 Vlottende schuld naar niveau stand op 31 december, in miljoenen euro s Dutch Overige Schatkist- Schatkist- Treasury vlottende Totaalstand biljetten promessen Certificates schuld 1 op Statistische informatie n.b. n.b. 1 Een deel van de vlottende schuld heeft betrekking op de schuldverhouding met andere onderdelen van de collectieve sector. Dat deel valt weg bij berekening van de EMU-schuld van de gehele collectieve sector.

77 10 Vlottende schuld naar jaarlijks verloop januari t/m 31 december, in miljoenen euro s Dutch Overige Schatkist- Schatkist- Treasury vlottende Totaal Stand op biljetten promessen Certificates schuld 1 + of Statistische informatie n.b. n.b. n.b. 2 Een deel van de vlottende schuld heeft betrekking op de schuldverhouding met andere onderdelen van de collectieve sector. Dat deel valt weg bij berekening van de EMU-schuld van de gehele collectieve sector

78 11 Kerngegevens staatsleningen in 2001 in duizenden euro s Ontwikkeling in 2001 Totaal Totaal A Openbare leningen Emissies Aflossingen Statistische informatie 9% Nederland 1991 per 15 januari ,5% Nederland 1991 per 15 maart ,75% Nederland 1991 per 15 september % Nederland 1999 per 15 februari ,25% Nederland 1992 per 15 februari ,25% Nederland 1992 per 15 juni ,75% Nederland 1996 per 15 september % Nederland 1993 per 15 februari ,75% Nederland 2000 per 15 februari ,5% Nederland 1993 per 15 april ,75% Nederland 1994 per 15 januari ,25% Nederland 1994 per 1 oktober ,75% Nederland 1995 per 1 maart % Nederland 1995 per 15 juni ,75% Nederland 1995 per 15 november % Nederland 1996 per 15 januari ,5% Nederland 1991 per 1 juni ,75% Nederland 1992 per 15 januari ,25% Nederland 1992 per 15 februari ,75% Nederland 1997 per 15 februari ,25% Nederland 1992 per 15 september ,25% Nederland 1998 per 15 juli ,75% Nederland 1999 per 15 juli ,5% Nederland 1995 per 15 april ,5% Nederland 2000 per 15 juli % Nederland 2001 per 15 juli ,5% Nederland 1993 per 15 janauri ,5% Nederland 1998 per 15 januari

79 Stand ultimo 2001 Schuld Schuld aan op naam toonder Totaal ISINcode NL NL NL Statistische informatie NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL

80 11 Kerngegevens staatsleningen in 2001 (vervolg) in duizenden euro s Ontwikkeling in 2001 Totaal Totaal A Openbare leningen Emissies Aflossingen Statistische informatie 2,5% Grootboekschuld % Grootboekschuld ,5% Grootboekschuld Totaal openbare leningen B Onderhandse leningen Totaal onderhandse leningen Recapitulatie Openbare leningen Onderhandse leningen Totaal generaal

81 Stand ultimo 2001 Schuld Schuld aan op naam toonder Totaal ISINcode NL NL NL Statistische informatie

82 12 Hoogste/laagste koers en effectief rendement van uitstaande leningen in Hoogste Laagste Koers Rendement ISINcode koers koers % Nederland 1999 per 15 februari 2002 NL ,97 98,38 99,92 3,64 Statistische informatie 8,25% Nederland 1992 per 15 februari 2002 NL ,00 100,54 100,54 3,33 8,25% Nederland 1992 per 15 juni 2002 NL ,15 102,03 102,03 3,42 5,75% Nederland 1996 per 15 september 2002 NL ,30 101,25 101,65 3,26 7% Nederland 1993 per 15 februari 2003 NL ,10 103,65 103,71 3,54 4,75% Nederland 2000 per 15 februari 2003 NL ,15 100,00 101,40 3,44 6,5% Nederland 1993 per 15 april 2003 NL ,85 103,20 103,55 3,58 5,75% Nederland 1994 per 15 januari 2004 NL ,54 102,50 104,05 3,64 7,25% Nederland 1994 per 1 oktober 2004 NL ,75 107,40 108,45 3,92 7,75% Nederland 1995 per 1 maart 2005 NL ,45 110,00 110,35 4,16 7% Nederland 1995 per 15 juni 2005 NL ,15 107,30 107,95 4,44 6,75% Nederland 1995 per 15 november 2005 NL ,15 106,80 107,90 4,47 6% Nederland 1996 per 15 januari 2006 NL ,25 104,50 105,90 4,37 8,5% Nederland 1991 per 1 juni 2006 NL ,65 115,20 116,00 4,41 8,75% Nederland 1992 per 15 januari 2007 NL ,75 117,20 118,75 4,50 8,25% Nederland 1992 per 15 februari 2007 NL ,65 115,50 116,80 4,50 5,75% Nederland 1997 per 15 februari 2007 NL ,30 103,65 105,35 4,55 8,25% Nederland 1992 per 15 september 2007 NL ,30 116,40 117,40 4,69 5,25% Nederland 1998 per 15 juli 2008 NL ,15 100,70 102,45 4,79 3,75% Nederland 1999 per 15 juli 2009 NL ,15 90,30 92,60 4,94 7,5% Nederland 1995 per 15 april 2010 NL ,90 115,00 115,75 5,11 5,5% Nederland 2000 per 15 juli 2010 NL ,35 101,30 103,35 5,00 5% Nederland 2001 per 15 juli 2011 NL ,80 97,25 99,10 5,05 7,5% Nederland 1993 per 15 januari 2023 NL ,15 119,95 125,30 5,45 5,5% Nederland 1998 per 15 januari 2028 NL ,90 95,75 100,90 5,43

83 12 Hoogste/laagste koers en effectief rendement van uitstaande leningen in (vervolg) Hoogste Laagste Koers Rendement ISINcode koers koers ,5% Grootboekschuld NL ,60 41,50 45,45 5,58 3% Grootboekschuld NL ,60 49,90 55,60 5,47 3,5% Grootboekschuld NL ,20 61,40 63,15 5,62 83 Statistische informatie 1 Bron: Euronext Amsterdam, Officiële Prijscourant, d.d. 28 december 2001

84 13 Hoogste/laagste koers en effectief rendement van strips in Hoogste Laagste Koers Rendement Strips ISINcode koers koers Statistische informatie Mantel 15 januari 2028 NL ,80 21,00 25,20 5,44 Mantel 15 januari 2023 NL ,00 27,55 32,45 5,50 Mantel 15 juli 2009 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Mantel 15 januari 2004 NL ,20 87,30 92,80 3,75 Mantel 15 februari 2002 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2002 NL ,20 95,55 99,20 26,39 Coupon 15 februari 2002 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 juli 2002 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2003 NL ,40 91,50 96,25 3,78 Coupon 15 juli 2003 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2004 NL ,62 87,50 92,35 4,00 Coupon 15 juli 2004 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2005 NL ,78 84,00 88,50 4,11 Coupon 15 juli 2005 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2006 NL ,85 79,87 84,15 4,37 Coupon 15 juli 2006 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2007 NL ,80 75,88 79,90 4,56 Coupon 15 juli 2007 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2008 NL ,95 72,10 76,60 4,52 Coupon 15 juli 2008 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2009 NL ,50 68,20 73,50 4,48 Coupon 15 juli 2009 NL ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Coupon 15 januari 2010 NL ,20 64,45 67,30 5,05 Coupon 15 januari 2011 NL ,00 61,40,,,,, 4,83 Coupon 15 januari 2012 NL ,90 58,13 61,90 4,90 Coupon 15 januari 2013 NL ,40 54,97 58,40 5,00 Coupon 15 januari 2014 NL ,00 51,80,,,,, 5,06 Coupon 15 januari 2015 NL ,05 48,67 52,05 5,14 Coupon 15 januari 2016 NL ,20 45,75 50,20 5,03 Coupon 15 januari 2017 NL ,90 42,90,,,,, 5,27 Coupon 15 januari 2018 NL ,18 40,35,,,,, 5,34 Coupon 15 januari 2019 NL ,25 37,10,,,,, 5,42 Coupon 15 januari 2020 NL ,48 34,43,,,,, 5,47 Coupon 15 januari 2021 NL ,63 32,30 36,75 5,40 Coupon 15 januari 2022 NL ,90 30,20 34,90 5,40 Coupon 15 januari 2023 NL ,50 28,20 32,50 5,49 Coupon 15 januari 2024 NL ,80 28,80,,,,, 5,67 Coupon 15 januari 2025 NL ,,,,,,,,,,,,,,, 5,62

85 13 Hoogste/laagste koers en effectief rendement van strips in 2001 (vervolg) 1 Hoogste Laagste Koers Rendement Strips Fondscode koers koers Coupon 15 januari 2026 NL ,,,,,,,,,,,,,,, 5,61 Coupon 15 januari 2027 NL ,40 23,50 25,80 5,56 Coupon 15 januari 2028 NL ,70 22,60 25,70 5,36 85 Statistische informatie 1 Bron: Euronext Amsterdam, Officiële prijscourant d.d. 28 december In 2001 heeft niet in alle strips handel plaatsgevonden. Indien dat voor een bepaalde strip het geval is, dan is geen hoogste en laagste koers ingevuld en is de opgegeven koers voor de laatste beursdag, 28 december, bepaald door middel van interpolatie.

86 14 Jaarlijkse rente en aflossingen in miljoenen euro s, naar de stand van de staatsschuld op Rente Aflossing 86 Statistische informatie

87 15 Rendementsontwikkeling Rendementsontwikkeling in procenten Rendement 2,5% Grootboeklening Lange rente (10-jaars) 87 Statistische informatie De grafiek geeft een indicatie van de gemiddelde rendementsontwikkeling op de kapitaalmarkt. Daarvoor is gebruik gemaakt van de ontwikkeling van de 2,5% Grootboeklening, die in 1814 is gevormd door samenvoeging van diverse oude schulden. De Grootboeklening betreft een lening, waarop geen aflossing plaatsvindt (zogenaamde perpetuele lening) en waarvan beurskoersen bekend zijn vanaf het ontstaan in Om recht te doen aan de diversiteit voor staatsleningen is ervoor gekozen om voor het laatste deel van de beschouwde periode uit te gaan van het gemiddelde rendement van de uitgegeven (openbare) staatsleningen in een jaar, in plaats van het rendement op 2,5% Grootboekleningen. Dit is gedaan vanaf Over het grootste deel van de beschouwde periode is de rendementsontwikkeling betrekkelijk rustig geweest. Gedurende circa anderhalve eeuw sinds 1814 hebben de rendementen zich bewogen tussen (ruwweg) 3% en 5%. Aangenomen mag worden dat dit gelet op het ontbreken van substantiële geldontwaarding in die periode een goede benadering vormt van de reële rendementsontwikkeling. Met de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, alsmede sinds het begin van de jaren zestig, doet zich een versnelling in de prijsstijging voor. Dit wordt duidelijk weerspiegeld in de (nominale) rendementsontwikkeling. De jaren zestig en

88 88 Statistische informatie daaropvolgend de jaren zeventig en begin jaren tachtig worden daarbij gekenmerkt door een forse stijging van begrotingstekorten, en daarmee van de staatsschuld. Samen met andere interne en externe onevenwichtigheden in de economie, zoals bijvoorbeeld de oliecrises, leidt de toename van de staatsschuld niet alleen tot hogere nominale rentevoeten, maar ook tot een veel grotere omvang en diversiteit van de markt voor staatsleningen. Vanaf het begin van de jaren tachtig treedt een geleidelijke verbetering op bij de overheidsfinanciën. Sinds 1999 heeft de begroting een overschot.

BEGRIPPENLIJST. Basispunt Een honderdste deel van een procent (0,01%).

BEGRIPPENLIJST. Basispunt Een honderdste deel van een procent (0,01%). BEGRIPPENLIJST Agio De premie die wordt betaald boven op de nominale waarde van een obligatie. Als de couponrente van een lening hoger is dan de marktrente, heeft de betreffende lening een agio. Amortisatie

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Gedurende het slotkwartaal van 2013 heeft de ECB ervoor gekozen om het monetaire beleid verder te verruimen. De reden hiervoor was onder meer een verrassend lage

Nadere informatie

WSW-Agentschap workshop 21 april 2009

WSW-Agentschap workshop 21 april 2009 Financiering en cash management bij de Nederlandse Staat WSW-Agentschap workshop 21 april 2009 1 Inhoud I. Het Agentschap van de Generale Thesaurie (Peter Nijsse) II. Instrumenten en uitgiftetechnieken

Nadere informatie

Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr.

Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr. Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, 31 965 IXA, Nr. Eerst suppletoire begroting Ministerie van Financiën IXA Vraag 1 Hoe hebben de spreads van de G20-landen en EU-lidstaten zich

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 565 IXA Wijziging van de sstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2010 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 2 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 480 IXA Wijziging van de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 3 VERSLAG

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20200 Vaststelling begroting van uitgaven Hoofdstuk IX A Nationale Schuld Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING 1. De

Nadere informatie

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006 Profiel Het AEGON Equity Fund is een besloten fonds voor gemene rekening, waarin verzekeringsrelaties van AEGON kunnen participeren. Het AEGON Equity Fund belegt wereldwijd in aandelen met de nadruk op

Nadere informatie

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013.

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Meer informatie vindt u op de website. Beleggingsrendement

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal juli 2017 t/m 30 september Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal juli 2017 t/m 30 september Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2017-1 juli 2017 t/m 30 september 2017 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is gestegen van 113,6% naar 116,5%; De beleidsdekkingsgraad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 605 IXA Jaarverslag en slotwet Nationale Schuld 2012 Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 12 juni 2013 De vaste commissie voor Financiën

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2014 129,5%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 31 maart 2014. Over de eerste zes maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

2.4 Paragraaf 4 Financiering en beleggingen

2.4 Paragraaf 4 Financiering en beleggingen 2.4 Paragraaf 4 Financiering en beleggingen Deze paragraaf gaat over het beheer van de financiële middelen (treasury). De kaders voor het op een verantwoorde manier beheren van de financiële middelen worden

Nadere informatie

Van Lieshout & Partners Nieuwsbrief 3 e kwartaal Bron: Reuters

Van Lieshout & Partners Nieuwsbrief 3 e kwartaal Bron: Reuters In onze eerste nieuwsbrief nieuwe stijl willen wij terugblikken op het afgelopen kwartaal, lichten wij ons beleggingsbeleid nader toe en uiteraard geven wij onze visie op de financiële markten. Terugblik

Nadere informatie

Algemene informatie 3. Verslag van de beheerder 4. Jaarrekening 6. Balans per 31 december Winst- en verliesrekening over

Algemene informatie 3. Verslag van de beheerder 4. Jaarrekening 6. Balans per 31 december Winst- en verliesrekening over Jaarverslag 2018 Inhoud Algemene informatie 3 Verslag van de beheerder 4 Jaarrekening 6 Balans per 31 december 2018 6 Winst- en verliesrekening over 2018 7 Toelichting op de jaarrekening 8 2 Algemene informatie

Nadere informatie

Waarom loopt de economie nog steeds niet echt lekker? Michiel Verbeek, 2 december 2015

Waarom loopt de economie nog steeds niet echt lekker? Michiel Verbeek, 2 december 2015 Waarom loopt de economie nog steeds niet echt lekker? Michiel Verbeek, 2 december 2015 4 Onderwerpen: 1. De financiële crisis van 2008 2. Geldschepping 3. Hoe staan de landen er economisch voor? 4. De

Nadere informatie

Visie op 2010 Hoop op herstel

Visie op 2010 Hoop op herstel Visie op 21 Hoop op herstel Dr. A.E. (Annelies) Hogenbirk 15 december 29 Rabobank Economisch Onderzoek Agenda Terugblik op de recessie Mondiale economische ontwikkelingen Groene loten Waar zit de groei?

Nadere informatie

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015.

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. Kwartaalbericht 2015 Samenvatting De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. De reële dekkingsgraad ultimo tweede kwartaal was

Nadere informatie

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen De mondiale markt voor onderhandse derivaten - niet gestandaardiseerd verhandeld op de beurs maar in maatwerk tussen grote partijen - is sinds

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gedaald van 115,4% naar 103,7%. Dit

Nadere informatie

Beleggen in het Werknemers Pensioen

Beleggen in het Werknemers Pensioen Kwartaalbericht Beleggen in het Werknemers Pensioen Het Werknemers Pensioen van a.s.r. is een moderne DC-regeling. Het kent drie lifecycles: defensief, neutraal en offensief. Alle lifecycles van het Werknemers

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011 Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 3 oktober Grote Recessie was geen Grote Depressie Wereldhandel Aandelenmarkt 9 8 7 8 VS - S&P-5 vergelijking met crash 99 Wereld industriële

Nadere informatie

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel Na de snelle daling van de bedrijfswinsten door de kredietcrisis, is er recentelijk weer sprake van winstherstel. De crisis heeft echter geen gat geslagen in de grote financiële buffers van bedrijven.

Nadere informatie

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak?

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? Komt er QE in de eurozone? Sinds enige maanden wordt er op de financiële markten gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties door de Europese

Nadere informatie

H2 Te veel geld maakt ongelukkig

H2 Te veel geld maakt ongelukkig Samenvatting door M. 940 woorden 15 november 2012 3.3 2 keer beoordeeld Vak Methode Economie Index H2 Te veel geld maakt ongelukkig 2.1 introductie De oorzaak van hyperinflatie is bijna altijd dezelfde:

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Schatkistbankieren. BZK Regiodagen juni 2014. Dirk Roelofsen [email protected] www.schatkistbankieren.nl

Schatkistbankieren. BZK Regiodagen juni 2014. Dirk Roelofsen schatkistbankieren@minfin.nl www.schatkistbankieren.nl Schatkistbankieren BZK Regiodagen juni 2014 Dirk Roelofsen [email protected] www.schatkistbankieren.nl Inhoud Introductie Agentschap 1. Terugblik invoering 2. Resultaat 2013 3. Werking schatkistbankieren

Nadere informatie

Stichting Fondsenbeheer Spoorwegmuseum. Jaarrapport 2017

Stichting Fondsenbeheer Spoorwegmuseum. Jaarrapport 2017 Stichting Fondsenbeheer Spoorwegmuseum Jaarrapport 2017 Inhoudsopgave Pagina Verslag van het bestuur 2 Doelstelling van de Stichting 2 Economie en financiële markten 2 Beleggingsbeleid Portefeuille 2 Stortingen

Nadere informatie

pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie)

pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie) pdf09 EUROPEES MONETAIR BELEID (een verkorte versie) Het monetair beleid binnen de EMU (Economische en Monetaire Unie) wordt bepaald door de ECB (Europese Centrale Bank). De centrale banken, waaronder

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Miljoenennota Helmer Vossers

Miljoenennota Helmer Vossers Helmer Vossers Helaas niet helemaal waar 8 5 1/2 2010 2011 69,5 66,0 0 1 3/4 Groei Werkloosheid Saldo 2010 Saldo 2011 Schuld 2011 (% bbp) (% beroepsbevolking) (% bbp) (% bbp) (% bbp) -4,0-6,3-5,8-5,6

Nadere informatie

Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V.

Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V. Halfjaarverslag 2009 BNG CAPITAL MANAGEMENT B.V. Behandeld door A. Groenendijk Referentienummer R&C-FA/1103339/1008072 Doorkiesnummer (070) 3750 202 Faxnummer (070) 3750 987 Datum Inhoud 1 Profiel 1 2

Nadere informatie

Rabobank (leden)certificaten

Rabobank (leden)certificaten Rabobank (leden)certificaten Investment case Jaap Koelewijn De Rabobank verhoogt haar kapitaalbuffers door voor nominaal 1,5 miljard nieuwe certificaten Rabobank uit te geven. Niet geheel toevallig valt

Nadere informatie

Financial Markets weekly 17 oktober 2011

Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Algemeen Het herstel in de financiële markten zette zich ook in de voorbije week verder door. Onder beleggers was sprake van een grotere bereidheid tot meer risk

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 1 Bijlage II Overall conclusie De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 1¾% in 1 en met 1½% in 11. De toename van het bbp komt bijna volledig voor

Nadere informatie

Praktische opdracht Economie Euro

Praktische opdracht Economie Euro Praktische opdracht Economie Euro Praktische-opdracht door een scholier 1619 woorden 17 februari 2003 6,7 12 keer beoordeeld Vak Economie 1 Onderzoeksvraag. Mijn onderzoeksvraag is: Wat zijn de voor- en

Nadere informatie

Presentatie beleggingsresultaten over eerste kwartaal van 2017 van de Life Cycle Fondsen van Aegon PPI. Bas Endlich Jacob Vijverberg 1

Presentatie beleggingsresultaten over eerste kwartaal van 2017 van de Life Cycle Fondsen van Aegon PPI. Bas Endlich Jacob Vijverberg 1 Presentatie beleggingsresultaten over eerste kwartaal van 2017 van de Life Cycle Fondsen van Aegon PPI Bas Endlich Jacob Vijverberg 1 Agenda Financiële markten Resultaten Vooruitzichten Bron: Bloomberg,

Nadere informatie