Jurisprudentiebulletin
|
|
|
- Jozef van der Woude
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 2012, Special Schadefonds Geweldsmisdrijven Nummers: 1 25 JBS 2012, nr. 1 SGM 30 juni 2008 Kenmerk: 72525/MS Zedenmisdrijf. 1. Verlies arbeidsvermogen: vergoeding misgelopen verlofuren. 2. Vergoeding van de door politie in beslag genomen kleding. 3. Geen vergoeding voor nieuwe telefoon en nieuwe sleutels (misdrijfschade). JBS 2012, nr. 2 SGM 25 augustus 2008 Kenmerk: 69215/BV Belaging en mishandeling. 1. Verschillende reiskosten vergoed, waaronder naar woningvereniging en naar Slachtofferhulp Nederland. 2. Toekenning verhuiskosten en kosten verblijf in vrouwenopvang. 3. Niet vergoed: lek gestoken autobanden (misdrijfschade). JBS 2012, nr. 3 SGM 20 augustus 2009 Kenmerk 79968/HS Herhaaldelijk huiselijk geweld. Vergoeding mantelzorg door ouders. Meer zorg verleend dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. JBS 2012, nr. 4 SGM 23 juni 2010 Kenmerk 82679/FH Huiselijk geweld, seksueel misbruik en belaging. Verschoonbare termijnoverschrijding, maar niet aannemelijk geworden dat de aanvrager slachtoffer als gevolg van een opzettelijk geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. Alleen aangifte van één mishandeling. Huisarts ook alleen op de hoogte van dit incident. Onvoldoende objectieve gegevens. JBS 2012, nr. 5 SGM 4 maart 2011 Kenmerk: 88239/LV Overval. De dader heeft met een honkbalknuppel geslagen. Geen ander wapen waargenomen. Ernstig letsel wordt derhalve niet voorondersteld. Niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. (Zie ook nr. 6) JBS 2012, nr. 6 SGM 4 maart 2011 Kenmerk: 88238/LV Overval. Vuurwapen niet gezien. Niet rechtstreeks met mogelijk vuurwapen bedreigd. Ernstig psychisch letsel wordt derhalve niet voorondersteld. Niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. (Zie ook: nr. 5) JBS 2012, nr. 7 SGM 8 april 2011 Kenmerk: 88417/SH Zedenmisdrijf. Aanvraag voor minderjarige dochter die slachtoffer is van zedenmisdrijf. Niet gebleken dat de dader jegens haar daadwerkelijk geweld heeft gebruikt of met geweld heeft gedreigd of haar bewust in een onvrijwillige afhankelijkheidspositie heeft gebracht, ondanks het leeftijdsverschil van twaalf jaar. JBS 2012, nr. 8 SGM 12 mei 2011 Kenmerk: 89030/AT Mishandeling. 1. Beleid gebitsletsel (i.c. geen ernstig letsel). 2. Littekens niet zodanig ontsierend zijn dat het letsel daardoor moet worden aangemerkt als ernstig. 3. Geen behandeling bij een psychotherapeut of andere gespecialiseerde behandelaar, waardoor psychisch letsel niet aan de hand van objectieve gegevens kan worden beoordeeld. (Bezwaar zie nr. 17) (Vervolg op blz. 2)
2 JBS 2012, nr. 9 SGM 19 mei 2011 Kenmerk: 90033/RK Mishandeling. Medeschuld: korting 50%. JBS 2012, nr. 10 SGM 29 juni 2011 Kenmerk: 92254/OD Bedreiging met een mes. Politieambtenaar. Voorliggende voorziening. JBS 2012, nr. 11 SGM (bezwaar) 1 juli 2011 Kenmerk: 88763/NR Zedenmisdrijf. Indieningstermijn. Misdrijf heeft plaatsgevonden tot en met 1987: art. 7 Wsg (van vóór 1994) kende een indieningstermijn van zes maanden na het misdrijf. Indieningstermijn verstreken. Dan geldt: zo spoedig ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd? Ten tijde van de beschikking gold dan (let op: dit is dus oud beleid): a) Binnen zes maanden nadat slachtoffer over zedenmisdrijf met derden kon praten. b) Binnen zes tot acht weken na bekend worden met Schadefonds. c) Niet eerder in staat wegens psychische klachten: dan moest aanvrager opgenomen zijn (geweest) in een psychiatrische inrichting. JBS 2012, nr. 12 SGM 6 juli 2011 Kenmerk: 93098/FL Overval. Geen rechtstreeks geweld of bedreiging tegen de dochter. JBS 2012, nr. 13 SGM 29 juli 2011 Kenmerk: 90715/AT Herhaaldelijk huiselijk geweld. 1. Geen uitkering voor medische hulp, omdat aanvraagster verwijtbaar onverzekerd was. 2. Vergoeding voor kleding; 70% nieuwwaarde. JBS 2012, nr. 14a SGM (brief: CJIB-Bestandsvergelijking) 5 augustus 2011 Kenmerk: 87389/RP Schadevergoedingsmaatregel aan de dader opgelegd. Het CJIB maakt geïncasseerd geld over aan het Schadefonds, omdat slachtoffer eerder een uitkering van het fonds heeft ontvangen. Tevens moet slachtoffer 4,46 terugbetalen van 15 die door dader aan slachtoffer is betaald. (Zie nr. 14b) JBS 2012, nr. 14b SGM (beschikking: verrekening achteraf) 5 augustus 2011 Kenmerk: 87389/RP Verrekening met schadevergoedingsmaatregel, waardoor slachtoffer nog 4,46 aan het Schadefonds moet terugbetalen. JBS 2012, nr. 15 SGM 25 augustus 2011 Kenmerk: 90213/AS Overval. Geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf gepleegd jegens aanvrager. JBS 2012, nr. 16 SGM 28 september 2011 Kenmerk: 93057/RP Overval in woning. 1. Reiskosten, waaronder naar Slachtofferhulp Nederland. 2. Beveiligingskosten. JBS 2012, nr. 17 SGM (bezwaar, meervoudige kamer) 7 oktober 2011 Kenmerk: 86619/DW 1. Gebitsletsel 2. Geen (BIG-geregistreerde) behandelaar voor psychisch letsel. Geen objectieve informatie op basis waarvan de aard en ernst van het psychisch letsel kan worden beoordeeld. 3. Litteken is i.c. ernstig letsel omdat het de mimiek beïnvloed. 4. Kosten vervanging sloten toegekend, omdat sleutels bij mishandeling zijn kwijtgeraakt. (Zie voor eerste aanleg: nr. 8) JBS 2012, nr. 18 SGM 31 oktober 2011 Kenmerk: 92091/OD Zedenmisdrijf. Indieningstermijn. Seksueel misbruik heeft plaatsgevonden tot en met 1989: art. 7 Wsg (van vóór 1994) kende een indieningstermijn van zes maanden na het misdrijf. Indieningstermijn verstreken. Dan geldt: zo spoedig ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd? Ten tijde van de beschikking werd aangehouden: a) Binnen zes maanden nadat slachtoffer over zedenmisdrijf met derden kon praten. b) Binnen drie maanden na bekend worden met Schadefonds. 2
3 JBS 2012, nr. 19 SGM (bezwaar) 13 december 2011 Kenmerk: 86619/DW Overgangsbeleid affectieschade. Dit beleid is 26 april 2011 in werking getreden en geldt (tot 1 januari 2012) voor alle aanvragen die op die datum in behandeling waren of na deze datum zijn ingediend. In zaken die op 26 april reeds onherroepelijk waren afgedaan, kan volgens het vastgestelde beleid van de Commissie niet met een (herhaalde) aanvraag een beroep worden gedaan op deze nieuwe beleidsregels. Uitzondering omdat strikte toepassing van het beleid een voor u onevenredig nadeel oplevert voor aanvrager. JBS 2012, nr. 20 SGM 16 december 2011 Kenmerk: 93275/AN en 93276/AN Dader veroordeeld voor schulddelict en niet voor een opzetdelict, een uitkering uit het Schadefonds is daarom niet mogelijk. JBS 2012, nr. 21 SGM (bezwaar) 3 februari 2012 Kenmerk: 91801/DP Overval. Bedreiging vuurwapen. 1. In eerste instantie verkeerde aanvrager in de veronderstelling dat het om echte vuurwapens ging. Verondersteld ernstig letsel. 2. Niet BIG-geregistreerd. Ook dan kan informatie worden opgevraagd bij een behandelaar naar wie de huisarts heeft doorverwezen en wiens behandelingen onder de dekking van de basisziektekostenverzekering vallen. 3. Verlies arbeidsvermogen zelfstandige. 4. Inhuren extra personeel zijn bedrijfskosten. JBS 2012, nr. 24 SGM 6 maart 2012 Kenmerk: 96317/ZO De rechtbank heeft de verdachte op grond van noodweer ontslagen van rechtsvervolging. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de gedraging van de verdachte niet strafbaar is, is naar het oordeel van de Commissie niet gebleken van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wet. JBS 2012, nr. 25 SGM (bezwaar) 2 april 2012 Kenmerk 89197/MO Overgangsbeleid affectieschade. 1. Aan de inhoud van de beleidsbundel kunnen geen rechten worden ontleend, maar is bedoeld om een indicatie te krijgen over wanneer een aanvrager in aanmerking komt voor een uitkering. 2. Een verandering van beleid is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid zoals is bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Van strijd met het gelijkheidsbeginsel geen sprake kan zijn nu geen geval gelijk is. 4. In de beleidsregels is bepaald dat in zaken die op 1 januari 2012 reeds onherroepelijk waren afgedaan, niet met een herhaalde aanvraag een beroep kan worden gedaan op een uitkering voor immateriële schade voor nabestaanden. JBS 2012, nr. 22 SGM (bezwaar) 5 maart 2012 Kenmerk: 93033/WA Minderjarige getuige van huiselijk geweld (shockschade). 1. Studievertraging. 2. Vergoeding immateriële schade op B.E.M. rekening. JBS 2012, nr. 23 SGM 31 augustus 2011 Kenmerk: 92970/WA Herhaaldelijk huiselijk geweld. 1. Verlies arbeidsvermogen. Niet verlengde tijdelijk arbeidsovereenkomst wordt bij vaststelling schade i.c. buiten beschouwing gelaten. 2. Reiskosten forfaitair 0,24 per km. 3
4 Colofon In het Jurisprudentiebulletin van Slachtofferhulp Nederland (JBS) wordt jurisprudentie verzameld die van belang kan zijn voor de juridische dienstverlening aan slachtoffers. De opgenomen uitspraken worden onderverdeeld in rubrieken. Binnen de rubrieken zijn de uitspraken chronologisch gerangschikt. De uitspraken worden over het algemeen sterk verkort weergegeven. Aanvullingen en weglatingen door de redactie worden zo: [cursief] weergegeven. Sommige uitspraken zijn door de redactie van (kort) commentaar voorzien. De uitspraken betreffen merendeels strafzaken van de meervoudige kamers. Indien dat anders is, wordt dat vermeld. Dit Bulletin is tot stand kunnen komen, doordat een aantal medewerkers de redactie beschikkingen van het Schadefonds hebben toegestuurd. Waarvoor hartelijk dank! De redactie heeft altijd belangstelling voor beschikkingen, uitspraken of arresten met betrekking tot slachtofferzaken. Het JBS verschijnt in beginsel maandelijks en is te vinden via: erzorg/jurisprudentiebulletin/ U kunt het JBS via toegestuurd krijgen door een berichtje te sturen aan [email protected]. De redactie heeft altijd belangstelling voor (niet gepubliceerde) uitspraken die in het JBS zouden kunnen worden opgenomen. Redactie: mr. A.H. Sas Contact: [email protected] Zie ook: 4
5 1. 30 juni 2008 Kenmerk: 72525/MS Zedenmisdrijf. 1. Verlies arbeidsvermogen: vergoeding misgelopen verlofuren. 2. Vergoeding van de door politie in beslag genomen kleding. 3. Geen vergoeding voor nieuwe telefoon en nieuwe sleutels (misdrijfschade). De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 3.771,00 [ immaterieel/ materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u op 16 maart 2008 te [S.] slachtoffer bent geworden van een zedenmisdrijf. verlies van arbeidsvermogen 622,00 U heeft opgegeven dat u als gevolg van het door het geweldsmisdrijf opgelopen letsel van 16 maart 2008 tot 25 maart 2008 arbeidsongeschikt bent geweest en als gevolg hiervan minder inkomen heeft genoten. Uit de door u overgelegde verklaring van uw werkgever en uw schriftelijke toelichting daarop blijkt dat u in de periode van 19 maart 2008 tot en met 1 april 2008 diverse verlofuren bent misgelopen. Het betreft diensten die u buiten uw eigen werktijden om had moeten werken en waar u compensatie-uren voor terug zou krijgen. Het bovengenoemde bedrag is conform het door u opgegeven schadebedrag. kleding en/of stomerij 200,00 U heeft opgegeven dat u schade heeft geleden, omdat diverse kledingstukken en uw laarzen door de politie ten behoeve van het onderzoek in beslag zijn genomen. U heeft deze tot op heden nog niet terug ontvangen. U heeft aangegeven dat u deze kleding echter niet meer zult dragen in verband met de nare associaties die eraan verbonden zijn. Voor de kosten wegens kledingschade geldt een maximumuitkering van bovengenoemd bedrag. overig 0,00 U heeft opgegeven dat u kosten heeft gemaakt voor de aanschaf van een nieuwe telefoon en het laten bijmaken van diverse sleutels, die u door toedoen van de dader bent kwijtgeraakt. Uw lippenstift is door de politie in beslag genomen voor onderzoek. Volgens de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven kan alleen schade die het gevolg is van het door het geweldsmisdrijf opgelopen letsel tot een uitkering leiden. Een uitzondering hierop is een uitkering voor beschadigde, of zoals in uw geval, inbeslaggenomen kleding, nu de Commissie kleding als een tweede huid beschouwt. Gelet op het bovenstaande kan de door u opgegeven schade wegens verlies/beschadiging van goederen echter niet worden beschouwd als letselschade in de zin van de Wet. Een uitkering hiervoor blijft daarom achterwege augustus 2008 Kenmerk: 69215/BV Belaging en mishandeling. 1. Verschillende reiskosten vergoed, waaronder naar woningvereniging en naar. 2. Toekenning verhuiskosten en kosten verblijf in vrouwenopvang. 3. Niet vergoed: lek gestoken autobanden (misdrijfschade). De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 5.469,00 [ immaterieel/ materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u in de periode van 9 maart 2007 tot en met 19 oktober 2007 en enkele jaren daaraan voorafgaand te [M.] slachtof- 5
6 fer bent geworden van belaging en een mishandeling. reizen en vervoer 180,00 U heeft opgegeven dat u reiskosten heeft gemaakt in verband met bezoeken aan de politie, de huisarts, de gemeente, de woningvereniging, Xonar en slachtofferhulp. Volgens uw opgave bedraagt de totale afstand 900 kilometer. Voor reiskosten geldt een forfaitair bedrag van 0,20 per kilometer [inmiddels is het forfaitaire bedrag 0,24; zie nr. 23]. verhuizing/beveiliging 2.500,00 U heeft opgegeven dat u verhuis- en beveiligingskosten heeft gemaakt. U heeft opgegeven dat deze kosten bestaan uit de overname van stoffering, het huren van een bus, het laten bouwen van een poort en loonkosten. Tevens heeft u aangegeven dat u een periode in de vrouwenopvang bent verbleven. U heeft een schadebedrag van totaal 2.508,56 opgegeven. Voor de kosten wegens verhuizing en beveiliging geldt echter een maximumuitkering van bovengenoemd bedrag. overig 0,00 U heeft opgegeven dat u schade heeft geleden omdat uw autobanden zijn lek gestoken. Alleen schade die het gevolg is van het door het geweldsmisdrijf opgelopen letsel kan tot een uitkering leiden. De opgegeven schade wegens vernieling van uw autobanden is zogenaamde misdrijfschade en komt daarom niet voor een uitkering in aanmerking augustus 2009 Kenmerk 79968/HS Herhaaldelijk huiselijk geweld. Vergoeding mantelzorg door ouders. Meer zorg verleend dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 5.164,00 [ immaterieel/ materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u in de periode van 1 januari 1998 tot en met 1 juli 2004 te [S.] slachtoffer bent geworden van herhaaldelijk huiselijk geweld. huishoudelijke hulp/gezinshulp U heeft opgegeven dat uw ouders in de periode van 1998 tot en met 2004 hebben geholpen met opvang van u en uw dochter en de noodzakelijke dagelijkse dingen. De Commissie heeft overwogen dat van ouders een bepaalde mate van kosteloze zorg verwacht kan worden, echter de Commissie is van oordeel dat in uw geval er meer zorg is verleend dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. De Commissie acht het derhalve aannemelijk dat er in dit geval sprake is van mantelzorg. Volgens vast beleid kan een uitkering wegens mantelzorg verstrekt worden indien er in een afgebakende periode op frequente en stelselmatige basis hulp is verleend, zoals hulp in de huishouding. U heeft opgegeven dat u geen afgebakende periode kunt aangeven waarin de mantelzorg door uw ouders is verleend. Ook is niet gebleken van verleende mantelzorg op oeen frequente en stelselmatige basis. Gelet op de ernst en aard van het door het geweldsmisdrijf opgelopen letsel heeft de Commissie in redelijkheid en billijkheid besloten de kosten wegens mantelzorg in haar uitkering te betrekken voor de duur van een jaar begeleiding. De Commissie kent voor de kosten wegens mantelzorg een forfaitair bedrag toe van 125,00 per maand juni 2010 Kenmerk 82679/FH Huiselijk geweld, seksueel misbruik en belaging. Verschoonbare termijnoverschrijding, maar niet aannemelijk geworden dat de aanvrager als gevolg van een opzettelijk geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opge- 6
7 lopen. Alleen aangifte van één mishandeling. Huisarts ook alleen op de hoogte van dit incident. Onvoldoende objectieve gegevens. Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie: Uw aanvraag is niet binnen de wettelijke termijn ingediend, doch de Commissie acht deze termijnoverschrijding verschoonbaar omdat u niet eerder wist van het bestaan van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en heeft uw aanvraag inhoudelijk beoordeeld. Op grond van het deze inhoudelijke beoordeling heeft de Commissie echter besloten dat uw niet aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gegrond op de volgende overweging. Wettelijke criteria Ingevolge artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) kan een uitkering worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. Om te kunnen vaststellen, althans aannemelijk te kunnen achten dat er sprake is geweest van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf op grond waarvan een uitkering uit het Schadefonds kan worden toegekend, dient de Commissie te beschikken over voldoende objectieve aanwijzingen die een dergelijke aanname rechtvaardigen. U heeft opgegeven dat u in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 december 2006 te [H.] slachtoffer bent geworden van herhaaldelijk huiselijk geweld en seksueel misbruik. U heeft tevens opgegeven dat u in de periode na het verbreken van uw relatie slachtoffer bent geworden van belaging. Er is sprake van een situatie van herhaaldelijk huiselijk geweld als er in de huiselijke kring regelmatig geweld tegen het slachtoffer wordt gebruikt. Geestelijke mishandeling wordt hier niet toe gerekend. Incidenteel geweld binnen de huiselijke kring wordt niet gekwalificeerd als herhaaldelijk huiselijk geweld, maar als mishandeling. Er is sprake van belaging in de zin van de Wet als het lastigvallen stelselmatig, langdurig en inbreukmakend was en bovendien een gewelddadig karakter had. U heeft bij de politie alleen aangifte gedaan van een mishandeling op 18 november Er heeft daardoor alleen strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden met betrekking tot deze ene mishandeling. Met betrekking tot de aannemelijkheid van de overige misdrijven kan de Commissie haar medisch adviseur raadplegen. Na navraag bij uw gemachtigde is gebleken dat u voor uw lichamelijk letsel onder behandeling bent geweest van de huisarts, maar dat de huisarts alleen op de hoogte is van de mishandeling gepleegd op 18 november De medisch adviseur van de Commissie heeft derhalve geen navraag kunnen doen bij de huisarts met betrekking tot overige misdrijven. Nu u ook niet in behandeling bent geweest voor uw psychische klachten, is het van medische zijde niet mogelijk om een bijdrage te leveren aan de aannemelijkheid van de misdrijven zoals door u opgegeven. De Commissie is op grond van de ter beschikking staande gegevens van oordeel dat zij niet beschikt over voldoende objectieve aanwijzingen waaruit blijkt dat u slachtoffer bent geworden van herhaaldelijk huiselijk geweld, seksueel geweld en belaging. De Commissie voegt hier volledigheidshalve aan toe dat daarmee niet is gezegd dat u niet de waarheid heeft gesproken. Nu uit de ter beschikking staande gegevens is gebleken dat u slachtoffer bent geworden van een eenmalige mishandeling op 18 november 2006 heeft de Commissie deze mishandeling bij haar beoordeling betrokken. Zoals hierboven reeds aangegeven, kan ingevolge artikel 3 van de Wet een uitkering worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig (lichamelijk of geestelijk) letsel heeft opgelopen. Naar vast beleid van de Commissie moeten er objectieve aanwijzingen zijn voor langdurige of blijvend ernstige gevolgen. 7
8 U heeft opgegeven dat u bij de mishandeling bloeduitstortingen en kneuzingen heeft opgelopen. Ook heeft u melding gemaakt van psychische klachten, waarvoor u niet onder behandeling bent geweest. Hoewel de Commissie zich kan voorstellen dat het een ingrijpende ervaring voor u is geweest en dat u het letsel als ernstig heeft ervaren, is op grond van de ter beschikking staande gegevens niet gebleken van letsel dat langdurige of blijvend ernstige medische gevolgen met zich mee breng of met zich mee heeft gebracht. Gelet op het voorgaande wordt het door u opgegeven letsel niet als ernstig letsel in de zin van de Wet aangemerkt. Nu niet aan het bovengenoemde wettelijke vereiste wordt voldaan, is een uitkering uit het Schadefonds niet mogelijk maart 2011 Kenmerk: 88239/LV Overval. De dader heeft met een honkbalknuppel geslagen. Geen ander wapen waargenomen. Ernstig letsel wordt derhalve niet voorondersteld. Niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. (Zie ook : nr. 6) Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. U heeft opgegeven dat u op 12 september 2010 te [G.] slachtoffer bent geworden van een gewapende overval. Om voor een uitkering uit het Schadefonds in aanmerking te komen dient te worden aangetoond dat er sprake is van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel als gevolg van het geweldsmisdrijf. Bij enkele geweldsmisdrijven wordt ernstig (psychisch) letsel echter voorondersteld. Dit is het geval bij bijvoorbeeld overvallen, waarbij een slachtoffer rechtstreeks met een mes of een vuurwapen is bedreigd. In de aanvragen van uw partner met kenmerk en kenmerk is derhalve ernstig psychisch letsel voorondersteld en is hem een uitkering toegekend. In onderhavige aanvraag heeft u bij de politie verklaard dat de dader u met een honkbalknuppel heeft geslagen. U heeft niet verklaard dat u naast deze honkbalknuppel nog een ander wapen bij de dader heeft waargenomen. Ernstig psychisch letsel derhalve in uw geval niet voorondersteld. Om voor een uitkering in onderhavige aanvraag in aanmerking te kunnen komen dienen er derhalve objectieve aanwijzingen te zijn voor ernstig letsel in de zin van de Wet. U heeft aangegeven dat u een wond op uw hoofd heeft opgelopen. Dit letsel wordt niet aangemerkt als ernstig letsel in de zin van de Wet. Daarnaast heeft u melding gemaakt van psychische klachten, waarvoor u niet bent behandeld door een (psycho)therapeut. De Commissie heeft derhalve geen objectieve aanwijzingen om uw psychische klachten te beoordelen. De Commissie kan zich voorstellen dat het geweldsmisdrijf een ingrijpende ervaring voor u is geweest en dat u het opgelopen letsel als ernstig heeft ervaren. Op grond van de beschikbare informatie is echter niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. Daarom is de Commissie van oordeel dat het door u opgegeven letsel geen ernstig letsel in de zin van de Wet is maart 2011 Kenmerk: 88238/LV Overval. Vuurwapen niet gezien. Niet rechtstreeks met mogelijk vuurwapen bedreigd. Ernstig psychisch letsel wordt derhalve niet voorondersteld. Niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. (Zie ook: nr. 5) Art. 3 lid 1 Wsg. 8
9 De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. U heeft opgegeven dat u op 12 september 2010 te [G.] slachtoffer bent geworden van een gewapende overval. Om voor een uitkering uit het Schadefonds in aanmerking te komen dient te worden aangetoond dat er sprake is van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel als gevolg van het geweldsmisdrijf. Bij enkele geweldsmisdrijven wordt ernstig (psychisch) letsel echter voorondersteld. Dit is het geval bij bijvoorbeeld overvallen, waarbij een slachtoffer rechtstreeks met een mes of een vuurwapen is bedreigd. In uw aanvragen met kenmerk en kenmerk is derhalve ernstig psychisch letsel voorondersteld en is aan u een uitkering toegekend. In onderhavige aanvraag heeft u bij de politie verklaard dat de dader met zijn rechterhand een beweging maakte alsof hij een wapen wilde pakken uit zijn broeksband. Toen de dader die beweging maakte ging u ervan uit dat hij een vuurwapen had en deinsde u achteruit. Voorts heeft u verklaard dat u het vuurwapen niet echt goed heeft gezien. U heeft verklaard: Hij had iets, een pistool of dergelijks in zijn hand volgens mij. Ik weet niet of het een echt vuurwapen was. Uit uw verklaring is niet gebleken dat u het mogelijke vuurwapen daadwerkelijk heeft gezien. Het blijft dus onduidelijk of er sprake was van een vuurwapen, of dat de dader iets anders in zijn handen had. Tevens is niet gebleken dat de dader iets anders in zijn handen had. Tevens is niet gebleken dat de dader u rechtsreeks met het mogelijke vuurwapen heeft bedreigd. Gelet hierop acht de Commissie het niet aannemelijk dat u rechtstreeks met een vuurwapen bent bedreigd. Ernstig psychisch letsel wordt derhalve niet voorondersteld. Om voor een uitkering in onderhavige aanvraag in aanmerking te kunnen komen dienen er derhalve objectieve aanwijzingen te zijn voor ernstig letsel in de zin van de Wet. U heeft aangegeven dat u geen lichamelijk letsel heeft opgelopen. Wel heeft u melding gemaakt van psychische klachten, waarvoor u niet bent behandeld door een (psycho)therapeut. De Commissie heeft derhalve geen objectieve aanwijzingen om uw psychische klachten te beoordelen. De Commissie kan zich voorstellen dat het geweldsmisdrijf een ingrijpende ervaring voor u is geweest en dat u het opgelopen letsel als ernstig heeft ervaren. Op grond van de beschikbare informatie is echter niet gebleken van letsel met langdurige ernstige medische gevolgen. Daarom is de Commissie van oordeel dat het door u opgegeven letsel geen ernstig letsel in de zin van de Wet is april 2011 Kenmerk: 88417/SH Zedenmisdrijf. Aanvraag voor minderjarige dochter die slachtoffer is van zedenmisdrijf. Niet gebleken dat de dader jegens haar daadwerkelijk geweld heeft gebruikt of met geweld heeft gedreigd of haar bewust in een onvrijwillige afhankelijkheidspositie heeft gebracht, ondanks het leeftijdsverschil van twaalf jaar. Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie heeft besloten dat uw dochter niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) bepaalt 9
10 dat een uitkering kan worden toegekend aan een ieder die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. Er is sprake van een geweldsmisdrijf als er met opzet tegen iemand geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd of als iemand bewust in een onvrijwillige afhankelijkheidspositie is gebracht. U heeft opgegeven dat uw dochter in de periode van juni 2008 tot en met maart 2010 te [S.] slachtoffer is geworden van een zedenmisdrijf. U heeft hiervan aangifte gedaan. Uit de aangifte is het volgende naar voren gekomen. De dader is meerdere malen met zijn tong in de mond van uw dochter binnengedrongen. Dit gebeurde bij hem thuis. Uw dochter ging regelmatig op bezoek bij de dader. Nadat u uw dochter en de dader had verboden om nog met elkaar om te gaan, hebben zij alsnog meerdere malen zonder uw medeweten met elkaar afgesproken. Dit heeft onder andere plaatsgevonden in de woning van een vriendinnetje van uw dochter. U heeft voorts opgegeven dat uw dochter aan de dader heeft verklaard dat zij weg zou lopen als zij geen contact meer met de dader mocht hebben. Uit uw aangifte is tevens gebleken dat uw dochter nog steeds (althans op het moment van de aangifte) contact heeft met de dader. Naar het oordeel van de Commissie is niet gebleken dat de dader jegens uw dochter daadwerkelijk geweld heeft gebruikt of met geweld heeft gedreigd of haar bewust in een onvrijwillige afhankelijkheidspositie heeft gebracht, ondanks het leeftijdsverschil van twaalf jaar. De Commissie voegt hieraan toe dat een strafbare gedraging niet altijd een geweldsmisdrijf in de zin van de Wet is. Gelet op het vorenstaande wordt, hoe ingrijpend de gevolgen van het gebeurde ook zijn, niet voldaan aan de in artikel 3 van de Wet gestelde criteria. Een uitkering uit het Schadefonds is daarom niet mogelijk mei 2011 Kenmerk: 89030/AT Mishandeling. 1. Beleid gebitsletsel (i.c. geen ernstig letsel). 2. Littekens niet zodanig ontsierend zijn dat het letsel daardoor moet worden aangemerkt als ernstig. 3. Geen behandeling bij een psychotherapeut of andere gespecialiseerde behandelaar, waardoor psychisch letsel niet aan de hand van objectieve gegevens kan worden beoordeeld. (Bezwaar zie nr. 17) Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de wet) bepaalt dat een uitkering kan worden toegekend aan een ieder die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. Naar vast beleid van de Commissie moeten er objectieve aanwijzingen zijn voor langdurige of blijvend ernstige medische gevolgen. U heeft opgegeven dat u op 2 oktober 2010 te [U.] slachtoffer bent geweest van een mishandeling. Met betrekking tot het gebitsletsel is uit de medische stukken gebleken dat uw bovenste tanden wat zijn afgebroken. In uw aangifte heeft u tevens verklaard dat uw voortanden los zitten. In het algemeen acht de Commissie gebitsletsel geen ernstig letsel omdat de meeste beschadigingen van het gebit zonder verlies van functie kunnen worden hersteld. Als het gebitsletsel echter blijvend en substantiële verzwakking van het gebit tot gevolg heeft en bovendien zichtbaar is dat het gezicht in ingrijpende mate ontsierd wordt, is er mogelijk toch sprake van ernstig letsel in 10
11 de zin van de Wet. Gebitsletsel wordt in ieder geval als ernstig aangemerkt indien één of meer voortanden definitief verloren zijn gegaan. U heeft niet meegedeeld dat er bij u voortanden verloren zijn gegaan. Tevens is niet gebleken van één van de andere hierboven genoemde situaties. Op grond hiervan is de Commissie van mening dat het gebitsletsel dat u heeft opgelopen, niet als ernstig letsel in de zin van de Wet kan worden aangemerkt. Ten aanzien van de blijvende littekens in uw gezicht is aan uw gemachtigde bij brief van 25 maart 2011 gevraagd om daarvan recente foto s op te sturen. Bij brief van 7 april 2011 heeft uw gemachtigde een foto overgelegd. De Commissie is van oordeel dat de littekens niet zodanig ontsierend zijn dat het letsel daardoor moet worden aangemerkt als ernstig in de zin van de Wet. Voorts is het voor de Commissie niet mogelijk om de aard en ernst van uw psychisch letsel aan de hand van objectieve gegevens te beoordelen, nu u hiervoor geen behandeling bij een psychotherapeut of andere gespecialiseerde behandelaar heeft gezocht. Hoewel de Commissie zich kan voorstellen dat het een ingrijpende ervaring voor u is geweest en dat u het letsel als ernstig heeft ervaren, is ook wat betreft het overige door u opgegeven letsel op grond van de ter beschikking staande gegevens niet gebleken dat het langdurig of blijvend ernstige medische gevolgen met zich mee brengt of met zich mee heeft gebracht. Gelet op het voorgaande wordt het door u opgegeven letsel niet als ernstig letsel in de zin van de Wet aangemerkt. Derhalve wordt niet voldaan aan het bovenstaande vereiste. Een uitkering uit het Schadefonds is niet mogelijk. Indien in de toekomst onverhoopt mocht blijken dat de gevolgen van het gebitsletsel dat u op bovengenoemde tijd en plaats is toegebracht, toch ernstiger zijn dan zich nu laat aanzien, dan staat het u vrij zich ter zake opnieuw tot de Commissie wenden. De Commissie zal uw aanvraag dan op basis van de door u overgelegde nieuwe (medische) informatie opnieuw beoordelen mei 2011 Kenmerk: 90033/RK Mishandeling. Medeschuld: korting 50%. Art. 5 Wsg. De Commissie: De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 1.184,50 [ immaterieel/ 134,50 materieel]. Bij deze uitkering heeft de Commissie een korting van 50 procent wegens medeschuld toegepast. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u op 4 december 2010 te [H.] slachtoffer bent geworden van een mishandeling. Artikel 5 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) bepaalt dat een uitkering achterwege blijft, als de toegebrachte schade mede aan het slachtoffer zelf te wijten is. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het slachtoffer zelf als eerste geweld heeft gebruikt, de confrontatie heeft opgezocht of zich in het criminele milieu heeft begeven. U heeft opgegeven dat u op 4 december 2010 te [H.] slachtoffer bent geworden van een mishandeling. U heeft verklaard dat u samen met uw echtgenote en een bevriend echtpaar onderweg naar de schouwburg was. Bij het oversteken werd u bijna geschept door een personenauto. U besloot op het parkeerterrein de bestuurder van de personenauto aan te spreken. In het procesverbaal heeft u verklaard dat u de bestuurder van de auto hardhandig in de kofferbak heeft geduwd. Er is door de bestuurder telefonisch om hulp geroepen. Deze hulp was even later ter plaatse en gewapend met een honkbalknuppel. Er ontstond vervolgens een vechtpartij waarbij u met de honkbalknuppel bent geslagen en door meerdere personen bent geschopt tegen uw hoofd en in uw gezicht. 11
12 Op grond van uw eigen verklaring in het proces verbaal van aangifte acht de Commissie het aannemelijk dat u, na de dader te hebben aangesproken op zijn (rij)gedrag, als eerste bent overgegaan tot het gebruik van fysiek geweld door de bestuurder van de auto op hardhandige wijze in de kofferbak te duwen. Naar het oordeel van de Commissie heeft u zich hierdoor onnodig in een situatie gebracht waarin u rekening kon en moest houden met de mogelijkheid dat (ook) tegen u geweld zou worden gebruikt. De Commissie vindt daarom dat de aan u toegebrachte schade mede aan u zelf te wijten is. De Commissie houdt wel rekening met de verhouding tussen uw eigen rol en het door de dader tegen u gebruikte geweld. Daarom wijst de Commissie uw aanvraag niet volledig af, maar past zij een korting van 50 procent toe op de uitkering juni 2011 Kenmerk: 92254/OD Bedreiging met een mes. Politieambtenaar. Voorliggende voorziening. Art. 6 lid 1 Wsg jo. artt. 54 en 69 lid 3 van het Besluit algemene rechtspositie politie. De Commissie: De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 1.016,00 [ immaterieel/ 16,- materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u op 21 augustus 2010 te [S.] slachtoffer bent geworden van een rechtstreekse bedreiging met een mes. Immateriële schade Bij het bepalen van de hoogte van de uitkering wegens immateriële schade heeft de Commissie rekening gehouden met de aard, de ernst en de gevolgen van toegebrachte letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd. Tevens is rekening gehouden met de hoogte van uitkeringen die aan andere aanvragers in vergelijkbare omstandigheden zijn toegekend. Op grond hiervan heeft de Commissie besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering wegens immateriële schade van 1.400,00. Ingevolge artikel 6 lid 1 van de wet Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) wordt geen uitkering toegekend voor schade waarin op andere wijze is of kan worden voorzien. De Wet heeft een karakter van een aanvullende voorziening. De wetgever heeft hiermee beoogd in schrijnende gevallen een tegemoetkoming te verstrekken in de kosten, waarvoor geen andere (financiële) voorzieningen beschikbaar zijn. Voor politieambtenaren die tijdens de uitoefening van hun functie slachtoffer van een misdrijf zijn geworden, bestaat de mogelijkheid de schade op grond van de artikelen 54 en 69 lid 3 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) via de werkgever vergoed te krijgen. De overheid heeft met het instellen van bovengenoemde regeling voorzien ineen specifieke vangnetfunctie voor politieambtenaren. Uit de door u overgelegde stukken is gebleken dat u zich heeft gevoegd in de strafzaak en een beroep heeft gedaan op een voorliggende voorziening. Aan [de] dader is een schadevergoedingsmaatregel van 400,00 opgelegd voor immateriële schade. Uit de door overgelegde stukken is gebleken dat u deze vordering door middel van een beroep op artikel 69 lid 3 van de Barp inmiddels heeft gecedeerd aan uw werkgever. Gelet op het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat u voor dit deel geen beroep kan doen op het Schadefonds geweldsmisdrijven en beslist dat derhalve 400,00 in mindering zal worden gebracht op de uitkering wegens immateriële schade. Gelet op het voorgaande wordt aan u een bedrag van wegens immateriële schade toegekend. 12
13 11. (bezwaar, enkelvoudige kamer) 1 juli 2011 Kenmerk: 88763/NR Zedenmisdrijf. Indieningstermijn. Misdrijf heeft plaatsgevonden tot en met 1987: art. 7 Wsg (van vóór 1994) kende een indieningstermijn van zes maanden na het misdrijf. Indieningstermijn verstreken. Dan geldt: zo spoedig ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd? Ten tijde van de beschikking gold dan (let op: dit is dus oud beleid): a) Binnen zes maanden nadat slachtoffer over zedenmisdrijf met derden kon praten. b) Binnen zes tot acht weken na bekend worden met Schadefonds. c) Niet eerder in staat wegens psychische klachten: dan moest aanvrager opgenomen zijn (geweest) in een psychiatrische inrichting. Art. 7 Wsg. De Commissie heeft besloten dat uw bezwaar ongegrond is. Bestreden beslissing De Commissie heeft in de door u bestreden beslissing uw aanvraag afgewezen, omdat deze niet binnen de termijn is ingediend. De gronden van uw bezwaar U heeft aangegeven dat u het hier niet mee eens bent. U heeft in het bezwaarschrift gesteld dat de indieningstermijn van 6 maanden en de hantering van het beleid hieromtrent bekend zijn. U heeft in dit verband verder aangegeven dat de informatie over de indieningstermijn nergens te vinden is en dat de termijn van 6 maanden ook niet kent. U bent van oordeel dat de in de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven opgenomen norm van zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk goed hanteerbaar is, omdat deze wordt ingevuld door de algemene beginselen van redelijkheid en billijkheid en altijd betrekking heeft op de psychische omstandigheden waaronder van een slachtoffer gevraagd wordt een aanvraag in te dienen. U heeft gesteld dat de termijn van 6 maanden wellicht een richtlijn is, maar u neemt aan dat de situatie van de aanvrager altijd de doorslag zal geven. U heeft te kennen gegeven geen gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid om gehoord te worden. De Commissie overweegt als volgt. Ingevolge artikel 7 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (verder: de Wet) die gold voor de wetswijziging van 1994 geldt voor geweldsmisdrijven die voor 1994 hebben plaatsgevonden, een indieningstermijn van 6 maanden na de dag waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd. De Wet zoals die gold voor de wetswijziging van 1994, staat niet meer gepubliceerd. Het nog steeds geldende beleid hieromtrent is echter wel gepubliceerd en staat vermeld op internet. Deze indieningstermijn is geen richtlijn, zoals u stelt, maar een vereiste die gesteld is in de Wet zelf. Voor zover uw bezwaargrond betrekking heeft op de publicatie van het beleid en de aard van de indieningstermijn, treft deze derhalve geen grond [doel?]. U heeft verklaard dat het jegens u gepleegde geweldsmisdrijf tot en met 1987 heeft plaatsgevonden. De aanvraag had gelet op het bovenstaande derhalve medio 1988 ingediend moeten zijn. Uw aanvraag is echter op 26 oktober 2010 ingediend. Dit is derhalve niet binnen de termijn. Voor de in de wet gestelde indieningstermijn is beleid geformuleerd. Dit beleid is zo opgesteld dat binnen de in de Wet gestelde eis, tegemoet kan worden gekomen aan de moeilijke situatie waarin aanvragers vaak zitten. Voor zedenmisdrijven is binnen het beleid een verruiming van de termijn gegeven in de zin dat de termijn van zes maanden ingaat op het moment dat het slachtoffer over het gebeurde heeft kunnen praten. Uit de stukken is gebleken dat u in ieder geval vanaf eind februari 1998 in behandeling was bij VSK en blijkbaar heeft u in ieder geval vanaf dat moment over het gebeurde kunnen praten. Dit betekent dus dat de aanvraag in ieder geval uiterlijk in 13
14 augustus 1998 ingediend had moeten zijn. Ook dat is niet gebeurd. Een na afloop van de termijn ingediend verzoek wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat het verzoek zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Hiervoor zijn beleidsregels geformuleerd. Als redelijke termijn wordt door de Commissie een termijn van zes tot acht weken gehanteerd. Bij de beoordeling van het criterium zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd, is het uiteraard van belang of een aanvrager op de hoogte was van het bestaan van het Schadefonds. Uit het dossier is gebleken dat u in ieder geval eind 2009 door contact met slachtofferhulp Nederland op de hoogte was van het bestaan van het Schadefonds. Gelet op het bovenstaande had uw aanvraag om aan het genoemde criterium te voldoen derhalve eind februari 2010 ingediend moeten zijn. Ook een overschrijding van die termijn kan op zichzelf nog verschoonbaar worden geacht als is gebleken dat een aanvrager psychisch niet in staat was een aanvraag in te dienen en hij voor zijn psychische klachten in behandeling was gedurende deze periode. Dit wordt in de praktijk uitgelegd dat dit alleen geldt als de aanvrager is opgenomen in een psychiatrische inrichting. Er is niet gebleken dat u gedurende de periode waarin u wel bekend was met het Schadefonds en derhalve een aanvraag had kunnen indienen, opgenomen was voor uw psychische klachten. Uw gemachtigde heeft op 23 maart 2011 namelijk laten weten dat u tussen het eerste contact met en de indiening van de aanvraag niet in behandeling was voor uw psychische klachten. Wel werd in deze periode door uw huisarts de medicatie opgevoerd. Voor wat betreft uw argument dat de indiening van de aanvraag ook zo lang geduurd heeft, omdat u het dossier helemaal compleet wilde aanleveren, overweegt de Commissie dat dit volgens vast beleid nooit als verschoonbare reden voor een termijnoverschrijding wordt aangemerkt. Een volledig dossier is namelijk niet een noodzakelijk vereiste voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Gelet op het bovenstaande komt de Commissie niet tot een ander oordeel dan in de primaire beslissing reeds is verwoord en verklaart om die reden uw bezwaar ongegrond juli 2011 Kenmerk: 93098/FL Overval. Geen rechtstreeks geweld of bedreiging tegen de dochter. Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie heeft besloten dat uw dochter niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) bepaalt dat een uitkering kan worden toegekend aan een ieder die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. Er is sprake van een geweldsmisdrijf als er met opzet tegen iemand geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd. U heeft opgegeven dat uw dochter op 14 februari 2010 te [M.] slachtoffer is geworden van een diefstal met geweldpleging. U heeft hiervan aangifte gedaan. U heeft verklaard dat u zich op bovengenoemde datum samen met uw dochter in uw cafetaria bevond. Op een gegeven moment kwamen er twee daders binnen. Ze zeiden dat het een overval was. Eén van de daders wees met een mes naar u en klom over de balie. De andere dader nam het geld uit de kassa weg en klom ook over de balie. Vervolgens hebben beide daders de cafetaria verlaten. U heeft verklaard dat uw dochter naar achteren is gevlucht op het moment dat de daders de cafetaria binnenkwamen. 14
15 Op basis van uw verklaring is de Commissie van oordeel dat er geen sprake is van geweld dat rechtsreeks tegen uw dochter is gericht geweest. Hoewel zij zich ten tijde van de overval in de cafetaria bevond, is uit het handelen van de daders niet ondubbelzinnig de wil gebleken om haar (in woord of gebaar) te bedreigen. Uit uw verklaring is niet gebleken dat de daders het mes op uw dochter hebben gericht. Voorts hebben de daders haar ook niet op andere wijze bedreigd of geweld jegens haar gebruikt. Het gegeven dat uw dochter in de cafetaria aanwezig was tijdens de overval, is onvoldoende om een bedreiging jegens haar aan te nemen. Uit het handelen van de daders is gebleken dat het geweld specifiek tegen u als eigenaresse van de cafetaria gericht was om de overval mogelijk te maken. Gelet op het bovenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een jegens uw dochter opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf juli 2011 Kenmerk: 90715/AT Herhaaldelijk huiselijk geweld. 1. Geen uitkering voor medische hulp, omdat aanvraagster verwijtbaar onverzekerd was. 2. Vergoeding voor kleding; 70% nieuwwaarde. De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 3.150,00 [ immaterieel/ 1.050,00 materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 te [G.] slachtoffer bent geworden van herhaaldelijk huiselijk geweld. U heeft opgegeven dat u kosten heeft gemaakt voor medische hulp en dat de meeste kosten reeds volledig zijn vergoed. Nu deze kosten niet voor uw rekening zijn gekomen, vormen zij derhalve geen schade waarvoor een uitkering uit het Schadefonds kan worden toegekend. Een uitkering hiervoor blijft dan ook achterwege. U heeft echter tevens aangegeven dat u in 2009 in het ziekenhuis opgenomen bent geweest vanwege bij het geweldsmisdrijf opgelopen letsel. U heeft aangegeven dat u destijds geen vaste woon- of verblijfplaats had, geen uitkering ontving en ook geen premie voor ziektekostenverzekering heeft betaald. Sinds 1 januari 2006 geldt de huidige Zorgverzekeringswet (later: Zvw), op grond waarvan een zorgverzekering verplicht is. Met de invoering van de Zvw is elke Nederlands ingezetene verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Gelet hierop betrekt de Commissie volgens vast beleid de kosten voor medische hulp van een onverzekerd slachtoffer slechts in haar uitkering indien is gebleken dat het slachtoffer niet verwijtbaar onverzekerd is. De Commissie merkt over de door u opgegeven reden op dat het niet onmogelijk is een zorgverzekering af te sluiten indien een persoon geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Degene die een verzekering wenst dient aan te kunnen tonen in Nederland te verblijven. In dat geval kan een verzekering worden afgesloten. Gelet op op het voorgaande vindt de Commissie het verwijtbaar dat u ten tijde van het misdrijf geen zorgverzekering had. Een uitkering hiervoor blijft achterwege. kleding en/of stomerij 175,00 U heeft opgegeven dat uw kleding tijdens de geweldsmisdrijven diverse malen is vernield. U heeft een bedrag van 250,00 genoemd. Volgens vast beleid van de Commissie wordt maximaal 70% van de opgegeven (nieuw)waarde toegekend. medische hulp 0,
16 14a. (brief: CJIB- Bestandsvergelijking) 5 augustus 2011 Kenmerk: 87389/RP Schadevergoedingsmaatregel aan de dader opgelegd. Het CJIB maakt geïncasseerd geld over aan het Schadefonds, omdat slachtoffer eerder een uitkering van het fonds heeft ontvangen. Tevens moet slachtoffer 4,46 terugbetalen van 15 die door dader aan slachtoffer is betaald. (Zie nr. 14b) Art. 6 Wsg. Mededeling Ingevolge artikel 6 lid 1 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt geen uitkering toegekend voor schade waarin op andere wijze is of kan worden voorzien. Uit onderzoek is gebleken dat aan de dader een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd van 1.025,74. Uit het schadeonderbouwingsformulier is gebleken dat dit bedrag voor 25,74 ziet op de materiële schade en voor 1.000,00 op de immateriële schade. Tevens is gebleken dat de dader hiervan tot op heden 15,00 aan u heeft betaald. De Commissie heeft op 30 augustus 2010 aan u een bedrag van 1.439,00 toegekend. Dit bedrag heeft voor 1.400,00 betrekking op de immateriële schade en voor 38,00 op de materiële schade. Het uitgangspunt bij een verrekening is dat alleen bedragen kunnen worden verrekend waarvan kan worden aangenomen dat deze (gedeeltelijk) door de dader worden vergoed en betrekking hebben op schade waarvoor een uitkering uit het Schadefonds is toegekend. In uw geval betekent dit dat er een overlap is ter hoogte van 1.015,20 ter zake van de immateriële schade ( 1.000,00) en de reiskosten ( 15,20). Nu is gebleken dat het te ontvangen bedrag van de dader deels betrekking heeft op hetzelfde schadebedrag als waarvoor u bij beslissing van 30 augustus 2010 een uitkering uit het Schadefonds heeft ontvangen, zal het Centraal Justitieel Incasso Bureau daarom een gedeelte van het te ontvangen bedrag van de dader, niet naar u overmaken, maar naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het bovenstaande betekent feitelijk dat het nog door de dader te betalen bedrag van 1.010,74 naar het Schadefonds zal worden overgemaakt. Tevens moet u van de reeds ontvangen 15,00 een bedrag van 4,46 terugbetalen aan het Schadefonds. Hierover ontvangt u een aparte beslissing. 14b. (beschikking: verrekening achteraf) 5 augustus 2011 Kenmerk: 87389/RP Verrekening met schadevergoedingsmaatregel, waardoor slachtoffer nog 4,46 aan het Schadefonds moet terugbetalen. Art. 6 Wsg. U heeft op 16 augustus 2010 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De Commissie heeft hier op 30 augustus 2010 een beslissing genomen. Aan u is een bedrag van 1.438,00 toegekend. Uit het onderzoek van de Commissie is gebleken dat u van de daders inmiddels een bedrag van 15,00 heeft ontvangen. De Commissie heeft een beslissing genomen op basis van deze informatie. Ingevolge artikel 6 lid 1 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt geen uitkering toegekend voor schade waarin op andere wijze is of kan worden voorzien. Uit onderzoek is gebleken dat aan de dader een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd van 1.025,74. Uit het schadeonderbouwingsformulier is gebleken dat dit bedrag voor 25,74 ziet op de materiële schade en voor 1.000,00 op de imma- 16
17 teriële schade. Tevens is gebleken dat de dader hiervan tot op heden 15,00 aan u heeft betaald. De Commissie heeft op 30 augustus 2010 aan u een bedrag van 1.439,00 toegekend. Dit bedrag heeft voor 1.400,00 betrekking op de immateriële schade en voor 38,00 op de materiële schade. Het uitgangspunt bij een verrekening is dat alleen bedragen kunnen worden verrekend waarvan kan worden aangenomen dat deze (gedeeltelijk) door de dader worden vergoed en betrekking hebben op schade waarvoor een uitkering uit het Schadefonds is toegekend. In uw geval betekent dit dat er een overlap is ter hoogte van 1.015,20 ter zake van de immateriële schade ( 1.000,00) en de reiskosten ( 15,20). Naar het oordeel van de Commissie is met bovengenoemde betaling van de dader ook in de voor uitkering vatbare letselschade voorzien. Er is u eerder medegedeeld dat het nog te ontvangen bedrag van de dader ten bedrage van 1.010,74 rechtstreeks naar het Schadefonds wordt overgemaakt. Gelet op het voorgaande dient u daarom van het reeds ontvangen bedrag nog 4,46 terug te betalen augustus 2011 Kenmerk: 90213/AS Overval. Geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf gepleegd jegens aanvrager. Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie: De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. U heeft opgegeven dat u op 10 juli 2010 te [O.] slachtoffer bent geworden van een gewapende overval. U heeft bij de politie een verklaring als getuige afgelegd. U heeft verklaard dat u een persoon met een helm voorbij de counterbalie zag lopen. U herkende deze persoon als overvaller van een foto die u was getoond naar aanleiding van een overval op een supermarkt. U heeft vervolgens de alarmknop ingedrukt en de code voor een overval omgeroepen. U heeft verder verklaard dat u tijdens de overval in het magazijn was en niets heeft gezien van de overval. Uit uw verklaring is niet gebleken dat de overvaller geweld jegens u heeft gebruikt, met geweld jegens u heeft gedreigd of anderszins op een gewelddadige wijze contact met u heeft gemakt. Naar het oordeel van de Commissie is jegens u geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf gepleegd. Gelet op het vorenstaande zal, hoe ingrijpend de gevolgen van het incident ook zijn, op grond van de Wet een uitkering uit het Schadefonds niet mogelijk zijn september 2011 Kenmerk: 93057/RP Overval in woning. 1. Reiskosten, waaronder naar Slachtofferhulp Nederland. 2. Beveiligingskosten. De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 857,00 [ 550,00 immaterieel/ 307,00 materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u op 15 juni 2011 te [M.] slachtoffer bent geworden van een overval in uw woning. reizen en vervoer 10,
18 U heeft opgegeven dat u kosten heeft gemaakt voor bezoeken aan Slachtofferhulp Nederland, uw huisarts en het politiebureau. Het bovengenoemde bedrag is conform het door u opgegeven schadebedrag. verhuizing/beveiliging 297,00 U heeft opgegeven dat u beveiligingskosten bedrage van 29[7],00 heeft gemaakt. U heeft ter onderbouwing hiervan bewijsstukken overlegd. De Commissie kent u een uitkering toe voor de gemaakte kosten, zoals deze zijn gebleken uit bijgevoegde bewijsstukken. 17. (bezwaar, meervoudige kamer) 7 oktober 2011 Kenmerk: 86619/DW 1. Gebitsletsel 2. Geen (BIG-geregistreerde) behandelaar voor psychisch letsel. Geen objectieve informatie op basis waarvan de aard en ernst van het psychisch letsel kan worden beoordeeld. 3. Litteken is i..c ernstig letsel omdat het de mimiek beïnvloed. 4. Kosten vervanging sloten toegekend, omdat sleutels bij mishandeling zijn kwijtgeraakt. (Zie voor eerste aanleg: nr. 8) Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie verklaart uw bezwaar gegrond voor zover dit betrekking heeft op uw argument in zake het litteken en herroept de bestreden beslissing op dit onderdeel. Uw overige bezwaren met betrekking tot het door u opgelopen letsel acht de Commissie niet gegrond. U komt in aanmerking voor een uitkering ten bedrage van 704,00 ( 550 immaterieel/ 154 materieel]. Bestreden beslissing De Commissie heeft in de door u bestreden beslissing uw aanvraag afgewezen op grond van het oordeel dat het aan u toegebrachte letsel noch naar zijn aard, noch naar de gevolgen kan worden aangemerkt als ernstig letsel in de zin van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven. Met betrekking tot het gebitsletsel overweegt de Commissie als volgt. Volgens vast beleid van de Commissie wordt gebitsletsel als ernstig letsel aangenomen indien er frontale elementen definitief verloren zijn gegaan of indien het gebitsletsel een blijvende en substantiële verzwakking van het gebit tot gevolg heeft en bovendien zichtbaar is dat het gezicht in ingrijpende mate ontsierd wordt door het gebitsletsel. U heeft duidelijk vermeld dat bij u geen frontale elementen verloren zijn gegaan. U heeft verder niet vermeld dat er sprake is van één van de andere omstandigheden op basis waarvan het gebitsletsel als ernstig aangemerkt zou kunnen worden. Het rapport van uw tandarts aangaande het herstelproces is niet door de Schadefonds ontvangen. Uw argument dat indien u een slechte tandarts zou hebben gehad er wel frontale elementen verloren zouden zijn gegaan en u op basis daarvan wel in aanmerking was gekomen voor een uitkering, acht de Commissie niet steekhoudend. De Commissie gaat uit van de feitelijke situatie en niet van een situatie zoals die had kunnen zijn indien er andere omstandigheden zouden zijn geweest. Het door u opgegeven gebitsletsel wordt ook in bezwaar niet als ernstig in de zin van artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (verder: de Wet) aangemerkt. Ten aanzien van het psychische letsel merkt de Commissie op dat er objectieve aanwijzingen dienen te zijn voor ernstig psychisch letsel. Volgens vast beleid kunnen deze objectieve aanwijzingen alleen verkregen worden indien het slachtoffer in behandeling is voor het psychische letsel bij een BIG-geregistreerd behandelaar. U heeft aangegeven dat u (nog) niet in behandeling bent voor psychisch letsel. De Commissie heeft aangegeven dat geen objectieve informatie op basis waarvan zij de aard en ernst van het door u opgegeven psychisch letsel kan beoordelen. Gelet hierop kan het door u opgegeven psychische letsel niet als ernstig letsel in de zin van de Wet worden aangemerkt. 18
19 Aangaande het door u opgelopen litteken heeft de medisch adviseur van de Commissie uw plastisch chirurg benaderd. Hij heeft onder meer vermeld dat de oorspronkelijke wond fraai is genezen en dat van een operatie geen beter resultaat is te verwachten. De medisch adviseur is van mening dat het litteken als ernstig letsel moet worden aangemerkt, omdat het litteken de mimiek beïnvloedt. De Commissie neemt dit advies van haar medisch adviseur over en is van oordeel dat het litteken als ernstig letsel in de zin van de Wet aangemerkt kan worden. tandheelkundige hulp 154,00 U heeft op het aanvraagformulier aangegeven dat u kosten heeft gemaakt voor tandheelkundige hulp en dat de verzekering een gedeelte van de kosten heeft gedekt. U heeft één rekening overgelegd voor een bedrag dat onder het maximumbedrag ligt dat volgens uw eigen opgave door de verzekering wordt gedekt. U heeft niet opgegeven dat van de tandartsnota een bedrag voor eigen rekening is gekomen. Gelet hierop gaat de Commissie ervan uit dat thans nog geen kosten voor tandheelkundige hulp voor uw rekening zijn gekomen. Tevens heeft u aangegeven dat u nog verwacht kosten te maken voor tandheelkundige hulp. U heeft een begroting overgelegd. Het is vast beleid van de Commissie dat alleen reeds gemaakt kosten voor uitkering in aanmerking komen en er wordt derhalve nooit een uitkering toegekend op basis van een begroting. Als u in de toekomst kosten voor tandheelkundige hulp maakt en deze in direct causaal verband staan met het geweldsmisdrijf opgelopen letsel en deze kosten niet (geheel) gedekt worden door uw verzekering, kunt u hiervoor een aanvullende aanvraag indienen. overig U heeft opgegeven dat u kosten heeft gemaakt voor het vervangen van uw sloten, omdat bij de mishandeling uw sleutels kwijt zijn geraakt. Hoewel deze schade misdrijfschade betreft en de Commissie alleen een uitkering doet voor letselschade, kent de Commissie u deze kosten toch toe, omdat zij van oordeel is dat een woning een veilige plek dient te zijn en dit minder het geval is indien sleutels bij een geweldsmisdrijf kwijt zijn geraakt en de verdachte op de hoogte kan zijn van het woonadres van het slachtoffer. Het bovengenoemde bedrag is conform het door u opgegeven bedrag oktober 2011 Kenmerk: 92091/OD Zedenmisdrijf. Indieningstermijn. Seksueel misbruik heeft plaatsgevonden tot en met 1989: art. 7 Wsg (van vóór 1994) kende een indieningstermijn van zes maanden na het misdrijf. Indieningstermijn verstreken. Dan geldt: zo spoedig ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd? Ten tijde van de beschikking werd aangehouden: a) Binnen zes maanden nadat slachtoffer over zedenmisdrijf met derden kon praten. b) Binnen drie maanden na bekend worden met Schadefonds. Art. 7 Wsg. De Commissie heeft in de door u bestreden beslissing uw aanvraag afgewezen, omdat deze niet binnen de termijn is ingediend. Dit betekent dat de Commissie niet is toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van uw aanvraag. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Aanvragen die betrekking hebben op geweldsmisdrijven gepleegd vóór 1 januari 1994 moeten op grond van artikel 7 lid 1 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven worden ingediend binnen zes maanden na de dag waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd. U heeft opgegeven dat u in de periode van 1 januari 1988 tot en met 31 december 1989 te [V.] slachtoffer bent geworden van seksueel misbruik. Uw aanvraag is niet 19
20 binnen de termijn van zes maanden ingediend. In het geval van een zedenmisdrijf kan de aanvraag die niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, toch in behandeling worden genomen als het slachtoffer de aanvraag heeft gedaan binnen zes maanden nadat zij in staat was met derden over het gebeurde te praten. Uit het door u meegestuurde behandeloverzicht van uw EMDR-therapie blijkt dat u op 23 mei 2008 hulp heeft gezocht en daarna voor het eerst met derden (uw psychotherapeut) over het zedenmisdrijf heeft gesproken. De termijnoverschrijding is, nu uw aanvraag op 19 april 2011 is ontvangen, niet verschoonbaar. Wanneer een aanvraag niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, kan deze toch inhoudelijk worden behandeld als blijkt dat deze zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is ingediend. Als reden voor te late indiening van uw aanvraag heeft u opgegeven dat u niet op de hoogte was van het bestaan van het Schadefonds. Uit het intakeverslag van blijkt dat u op 10 december 2010 door Slachtofferhulp op de hoogte bent gesteld van het bestaan van het schadefonds. Tussen dit intakegesprek met Slachtofferhulp en het indienen van de aanvraag zit een periode van ruim vier maanden. Een aanvraag wordt alsnog inhoudelijk beoordeeld las de aanvraag binnen drie maanden na het bekend worden met het Schadefonds is ingediend. De Commissie komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van uw aanvraag. 19. (bezwaar, enkelvoudige kamer) 13 december 2011 Kenmerk: 86619/DW Overgangsbeleid affectieschade. Dit beleid is 26 april 2011 in werking getreden en geldt (tot 1 januari 2012) voor alle aanvragen die op die datum in behandeling waren of na deze datum zijn ingediend. In zaken die op 26 april reeds onherroepelijk waren afgedaan, kan volgens het vastgestelde beleid van de Commissie niet met een (herhaalde) aanvraag een beroep worden gedaan op deze nieuwe beleidsregels. Uitzondering omdat strikte toepassing van het beleid een voor u onevenredig nadeel oplevert voor aanvrager. Art. 3 Wsg jo. art. 4 lid 1 Wsg. De Commissie verklaart uw bezwaar gegrond en herroept de bestreden beslissing. Dit betekent dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 4.150,00. Bestreden beslissing De Commissie heeft in de door u bestreden beslissing uw aanvraag voor een uitkering wegens immateriële schade [affectieschade - red.] afgewezen, omdat op grond van het huidige beleid uitsluitend een dergelijke uitkering aan nabestaanden kan worden gedaan als de aanvraag op 26 april 2011 nog niet onherroepelijk is afgedaan. De gronden van uw bezwaar U heeft aangegeven dat u het niet eens bent met deze beslissing. De aanvraag van familieleden werd niet afgewezen, omdat zij niet waren belast met de uitvaart. U vindt dit een enorme ontkenning van uw leed. Uw aanvraag zou als een nieuwe aanvraag moeten worden beschouwd, omdat uw aanvraag betrekking heeft op uw eigen slachtofferschap. Daarnaast vindt u dat uw dossier technisch gezien nog niet is afgesloten, omdat in de beslissing van 24 november 2010 is bepaald dat er nog een aanvullend verzoek voor reiskosten kan worden ingediend. Op 23 november 2011 werd een aanvulling op uw bezwaarschrift ontvangen. U heeft hierin aangevoerd dat de kans op verdeeldheid binnen families groot is door toepassing van het huidige beleid. Dat kan niet de bedoeling zijn geweest van het nieuwe beleid. Als het Schadefonds achter haar beleid blijft staan, dan kan wat u betreft de uitkering voor affectieschade beter worden afgeschaft in gevallen waarin één familielid al een aanvraag voor materiële schade heeft gehad. 20
21 U heeft te kennen gegeven geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om gehoord te worden. Op 1 juli 2010 heeft u een aanvraag ingediend in verband met het overlijden van uw moeder. Bij beslissing van 24 november 2010 is u een bedrag van 679,00 toegekend voor de kosten wegens de uitvaart en voor telefoonkosten. Deze beslissing is op 5 januari 2011 onherroepelijk geworden. Op 17 augustus 2011 heeft u een aanvraag ingediend wegens immateriële schade in verband met het verlies van uw moeder. Zoals reeds in de bestreden beslissing is overwogen, heeft de Commissie beleid vastgesteld met daarin criteria om in aanmerking te komen voor een uitkering voor immateriële schade aan nabestaanden. Deze uitkering ziet op een financiële tegemoetkoming voor het leed en het verdriet van de nabestaande in verband met het overlijden van een naaste. Dit beleid is 26 april 2011 in werking getreden en geldt (tot 1 januari 2012) voor alle aanvragen die op die datum in behandeling waren of na deze datum zijn ingediend. In zaken die op 26 april reeds onherroepelijk waren afgedaan, kan volgens het vastgestelde beleid van de Commissie niet met een (herhaalde) aanvraag een beroep worden gedaan op deze nieuwe beleidsregels. Toepassing van het voornoemde beleid betekent dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering wegens immateriële schade en de daaruit in de toekomst mogelijke voortvloeiende materiële schade. De commissie is echter van oordeel dat strikte toepassing van het beleid in uw geval een voor u onevenredig nadeel oplevert. Zij maakt daarom een uitzondering op het beleid en verklaart uw bezwaar om die reden gegrond. Dit betekent dat de Commissie u een uitkering uit het Schadefonds toekent. Uitkering voor immateriële schade 4.150,00 Nabestaanden van een slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf kunnen aanspraak maken op een uitkering voor immateriële schade. Deze uitkering voor immateriële schade ziet op een financiële tegemoetkoming voor het leed en het verdriet van de nabestaande in verband met het overlijden van een naaste. De hoogte van deze uitkering is gesteld op een vast bedrag van 4.150, december 2011 Kenmerk: 93275/AN en 93276/AN Dader veroordeeld voor schulddelict en niet voor een opzetdelict, een uitkering uit het Schadefonds is daarom niet mogelijk. Art. 3 lid 1 Wsg. De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Ingevolge artikel 3 van de wet Schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) kan een uitkering worden gedaan aan de nabestaanden van een slachtoffer die ten gevolge van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf is overleden. Opzet vereist dat de dader de bewuste wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijk kans dat door zijn handelen het overlijden van het slachtoffer zou intreden. Tevens is vereist opzet dat de dader dit gevolg heeft gewild. In tegenstelling tot opzet vereist schuld in de zin van roekeloosheid een zeer ernstig gebrek aan zorgvuldigheid, waar welbewust onaanvaardbare risico s zijn genomen. U heeft opgegeven dat uw zoon op 17 december 2010 te Spijkenisse slachtoffer is geworden van doodslag, specifiek dat hij opzettelijk door een ander van het leven is beroofd. De rechtbank te Rotterdam heeft op 31 mei 2011 uitspraak gedaan en de dader vrijgesproken van doodslag en hem veroordeeld wegens dood door schuld. De rechtbank heeft doodslag niet bewezen 21
22 geacht omdat de rechtbank van oordeel is dat er geen aanwijzingen zijn dat de dader heeft gehandeld met de bedoeling om op uw zoon te schieten of het gevolg heeft gewild. De rechtbank heeft de dader niet veroordeeld voor een zogeheten opzetdelict, maar een schulddelict. Hoewel de Commissie zich bewust is van het onherstelbare leed dat u door het misdrijf is toegedaan, is de Commissie genoodzaakt om te beoordelen of in juridisch opzicht sprake is geweest van een opzettelijk veroorzaken van de dood van uw zoon en daarmee van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wet. De Commissie sluit zich wat betreft de juridische beoordeling van de feiten aan bij het oordeel van de rechtbank zoals hierboven verkort is weergegeven. Nu er sprake is vaneen schulddelict en geen sprake is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, is een uitkering uit het Schadefonds helaas niet mogelijk. 21. (bezwaar, meervoudige kamer) 3 februari 2012 Kenmerk: 91801/DP Overval. Bedreiging vuurwapen. 1. In eerste instantie verkeerde aanvrager in de veronderstelling dat het om echte vuurwapens ging. Verondersteld ernstig letsel. 2. Niet BIG-geregistreerd. Ook dan kan informatie worden opgevraagd bij een behandelaar naar wie de huisarts heeft doorverwezen en wiens behandelingen onder de dekking van de basisziektekostenverzekering vallen. 3. Verlies arbeidsvermogen zelfstandige. 4. Inhuren extra personeel zijn bedrijfskosten. De Commissie verklaart uw bezwaar gegrond en herroept de bestreden beschikking op het onderdeel waarop het bezwaar betrekking heeft. Dit betekent dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 9.901,00 [ immaterieel/ materieel]. De Commissie heeft uw aangifte nader bestudeerd. Voor de Commissie is het hierbij duidelijker geworden dat u in eerste instantie wel in de veronderstelling verkeerde dat het om echte vuurwapens ging en dat u in dat tijdsbestek wel de angst heeft gehad die hiermee samengaat. Pas halverwege het incident kreeg u het vermoeden dat het om een alarmpistool betrof en pas aan het eind van het incident kreeg u hiervan de bevestiging. Gelet op deze andere weging van de toedracht, is de Commissie van oordeel dat het geldende beleid omtrent bedreigingen met vuurwapens van toepassing is en veronderstelt zij dat u ernstig letsel heeft opgelopen als gevolg van de overval. Tijdens de behandeling van uw bezwaar is het beleid inzake de BIG-registratie van een behandelaar veranderd. In het recent gevormde beleid kan ook informatie opgevraagd worden bij een behandelaar naar wie de huisarts heeft doorverwezen en wiens behandelingen onder de dekking van de basisziektekostenverzekering vallen. Nu dit bij u het geval is, betekent dit voor u concreet dat het medisch advies dat tijdens de primaire behandeling is opgesteld en ten behoeve waarvan uw niet BIG-geregistreerd behandelaar informatie heeft verstrekt, in de beoordeling wordt betrokken. De Commissie verklaart uw bezwaar om die reden gegrond en kent u een uitkering uit het Schadefonds toe. verlies van arbeidsvermogen U heeft opgegeven dat u van 6 november 2010 tot in ieder geval eind oktober 2011 arbeidsongeschikt bent geweest en dat u hierdoor inkomstenverlies heeft geleden. Uit de door u overgelegde salarisspecificaties van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering blijkt dat u van 6 november 2010 tot en met 31 oktober 2011 een uitkering heeft ontvangen. De Commissie neemt derhalve deze periode mee als de periode waarin u als gevolg van het geweldsmisdrijf arbeidsongeschikt bent geweest. Te- 22
23 vens gaat de Commissie op basis van de door u overgelegde informatie uit van een achteruitgang van uw persoonlijke inkomen. De Commissie merkt hierbij op dat een achteruitgang in de winst van het bedrijf niet voor uitkering in aanmerking komt. Voor zelfstandigen geldt bij inkomensverlies een maximumuitkering van 125,00 per week. Daarom ontvangt u voor een periode van een jaar, derhalve tot en met 5 november 2011, het bovenstaande bedrag. Indien u na 5 november 2011 nog steeds arbeidsongeschikt bent als gevolg van het geweldsmisdrijf en u hierdoor nog steeds verlies van arbeidsvermogen heeft geleden, kunt u hiervoor een aanvullende aanvraag indienen. Stuurt u in dat geval recente salaris- of uitkeringsspecificaties en eventuele verzekeringsgeneeskundige rapportages toe. De Commissie zal uw aanvraag dan beoordelen op basis van de nieuwe (medische) informatie. U heeft tevens informatie overgelegd van uw boekhouder waarin een berekening is gemaakt van een verwachte winstderving tot en met De Commissie doet alleen een uitkering voor het verlies van arbeidsvermogen indien dit een achteruitgang in het persoonlijk inkomen tot gevolg heeft en indien deze achteruitgang vast staat. Een winstverlies komt niet voor uitkering in aanmerking en tevens wordt volgens vast beleid geen rekening gehouden met toekomstige onzekere gebeurtenissen. Deze informatie is derhalve verder buiten beschouwing gelaten. overig U heeft opgegeven dat u kosten heeft gemaakt voor het inhuren van extra personeel. De Commissie beschouwt deze kosten als bedrijfskosten die op het bedrijfsresultaat in mindering kunnen worden gebracht. Dit is daarom naar het oordeel van de Commissie geen persoonlijke letselschade en komt derhalve niet voor uitkering in aanmerking. 22. (bezwaar, enkelvoudige kamer) 5 maart 2012 Kenmerk: 93033/WA Minderjarige getuige van huiselijk geweld (shockschade). 1. Studievertraging. 2. Vergoeding immateriële schade op B.E.M. rekening. De Commissie verklaart uw bezwaar gegrond en herroept de bestreden beslissing. Dit betekent dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 3.480,00 [ immaterieel/ materieel]. De Commissie overweegt dat zij de verklaringen die uw zoon heeft afgelegd bij de politie door het Arrondissementsparket Utrecht toegezonden heeft gekregen. Uit de verklaringen die hij heeft afgelegd, kan de Commissie niet afleiden dat naast de mishandeling op 8 oktober 2010, het geweld en de concrete bedreigingen in de periode van 2003 tot en met 2010 rechtsreeks op hem gericht zijn geweest. Uit zijn verklaringen blijkt echter wel dat hij in deze periode getuige is geweest van het huiselijk geweld dat jegens u is gepleegd. De Commissie begrijpt uit uw opgave dat deze periode hierdoor psychisch erg belastend voor hem is geweest. Het voorgaande betekent dat uw zoon in aanmerking komt voor een uitkering uit het Schadefonds. De Commissie overweegt daarbij dat de hoogte van de uitkering die zij toekent gelijk is aan de uitkering die wordt toegekend aan het eigenlijke slachtoffer van het huiselijk geweld. studie 1.980,00 U heeft opgegeven dat uw zoon is blijven zitten in de brugklas. Hierdoor heeft hij een jaarstudievertraging. Uit de beschikbare informatie leidt de Commissie af dat het veelvuldige schoolverzuim hieraan ten grondslag heeft gelegen. Dit schoolverzuim heeft te maken met de psychische klachten die hij heeft door hetgeen er is gebeurd in het gezin de afgelopen jaren. 23
24 Betaling Het bedrag van de uitkering wegens materiële schade ( 1.980) wordt binnen tien werkdagen na verzending van de beslissing overgemaakt op [rekening van de moeder]. Het bedrag van de uitkering wegens immateriële schade ( 1.500) zal worden gestort op een groeirekening met een B.E.M.-clausule (belegging erfenis en andere tegoeden van minderjarigen) augustus 2011 Kenmerk: 92970/WA Herhaaldelijk huiselijk geweld. 1. Verlies arbeidsvermogen. Niet verlengde tijdelijk arbeidsovereenkomst wordt bij vaststelling schade i.c. buiten beschouwing gelaten. 2. Reiskosten forfaitair 0,24 per km. De Commissie: De Commissie heeft besloten dat u in aanmerking komt voor een uitkering ten bedrage van 1.436,00 [ immaterieel/ 36,00 materieel]. Deze beslissing is gebaseerd op het onderzoek van de Commissie, waaruit aannemelijk is geworden dat u in de periode van 1 januari 2003 tot en met 8 oktober 2010 te [H.] slachtoffer bent geworden van herhaaldelijk huiselijk geweld. verlies van arbeidsvermogen 0,00 U heeft opgegeven dat u vanaf 8 oktober 2010 tot een onbekende einddatum (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent geweest en als gevolg hiervan schade wegens verlies van arbeidsvermogen heeft geleden. U heeft aangegeven dat uw tijdelijke arbeidscontract niet is verlengd en dat u na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een ZW-uitkering heeft ontvangen. Als het gaat om een niet verlengde tijdelijke arbeidsovereenkomst, zou een inkomensvermindering als gevolg daarvan alleen in de uitkering kunnen worden betrokken, als vast staat, dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst wel zou zijn verlengd, als u niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden. Immers kunnen ook andere factoren een rol spelen bij een beslissing om een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Daarom beschouwd de Commissie de kans op een verlenging van een arbeidsovereenkomst een onzekere omstandigheid. Degelijke onzekere omstandigheden worden volgens vast beleid bij de vaststelling van de schade buiten beschouwing gelaten. Aan u is gevraagd een verklaring van uw ex-werkgever toe te sturen, waaruit blijkt dat uw arbeidsovereenkomst wel zou zijn verlengd, als u niet arbeidsongeschikt was geworden. U heeft wel een verklaring van de werkgever omtrent de beëindiging van de arbeidsovereenkomst toegezonden, maar daarin is niet aangegeven dat uw arbeidsovereenkomst onder andere omstandigheden wel zou zijn verlengd. De opgegeven schade wegens verlies aan arbeidsvermogen is daarom onvoldoende met bewijsstukken onderbouwd om tot een uitkering te kunnen leiden. Een uitkering blijft daarom achterwege. reizen en vervoer 36,00 U heeft opgegeven dat u reiskosten heeft gemaakt in verband met bezoek aan uw huisarts. Volgens duw opgave bedraagt de totale afstand 150 kilometer. Voor reiskosten geldt forfaitair bedrag van 0,24 per kilometer maart 2012 Kenmerk: 96317/ZO De rechtbank heeft de verdachte op grond van noodweer ontslagen van rechtsvervolging. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de gedraging van de verdachte niet strafbaar is, is naar het oordeel van de Commissie niet gebleken van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wet. Art. 3 lid 1 Wsg. 24
25 De Commissie heeft besloten dat u niet in aanmerking komt voor een uitkering. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende motivering. Artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) bepaalt dat een uitkering kan worden toegekend aan een ieder die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig letsel heeft opgelopen. U heeft opgegeven dat u op 9 januari 2011 te Aalten slachtoffer bent geworden van een mishandeling. Hiervan heeft u aangifte gedaan bij de politie. Kort samengevat heeft u het volgende verklaard. Er was reeds sprake van spanningen tussen uw vriendengroep en de verdachte. Toen na het uitgaan enkele mensen bij u in de auto stapten, schreeuwde zij van alles en noemde de naam van de verdachte. U gaf aan meteen te hebben gedacht dat de verdachte uw vrienden wel wat aan had willen doen. Op dat moment zag u de verdachte fietsen. U bent naar hem toe gereden. U bent vervolgens uitgestapt en op de verdachte afgelopen. De verdachte fitste door, hetgeen u irriteerde. U liep door. De verdachte duwde u en u duwde terug, waarna nog meer mensen verschenen. Op dat moment heeft u zich afzijdig gehouden. Op een gegeven moment zag u de verdachte op u af komen, welke u vervolgens een stomp op uw borst gaf. U werd hierdoor nog bozer en u wilde achter hem aangaan, toen u iets uit uw borst naar buiten voelde borrelen en uw shirt rood zag worden. Door de arts is nadien een steekverwonding in uw borstkas geconstateerd. De verdachte heeft verklaard dat hij door een groep achterna werd gezeten en vervolgens is aangevallen door die groep. Nadat hij klap van iemand op zijn hoofd had gekregen, viel hij van de fiets. Hij werd geduwd. Vervolgens heeft hij een zakmes, dat hij in zijn broekzak had, opengeklapt. Toen de groep op hem afkwam en ze op hem insloegen, heeft hij zwaaiende bewegingen gemaakt met dit mes. Verdachte heeft verklaard dat het kan zijn dat hij bij het afslaan mensen met het mes heeft geraakt. Uit onderzoek van de Commissie is gebleken dat de officier van justitie zowel u als de verdachte heeft vervolgd in deze zaak. U bent op 24 januari 2012 door de strafrechter veroordeeld voor openlijke geweldpleging jegens de verdachte. Op 7 februari 2012 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte. De rechtbank heeft onder andere bewezen geacht dat de verdachte u zwaar heeft mishandeld. Op grond van de in haar vonnis weergegeven feitelijke gang van zaken, oordeelt de rechtbank echter dat de gedraging van verdachte gerechtvaardigd was. Hierbij wordt opgemerkt dat op basis van de overige (getuigen)verklaringen en de verklaring van de verdachte in onderling verband bezien, niet aannemelijk is geworden dat de verdachte, al dan niet afwerend, met het mes in de hand de aanval heeft gezocht zoals door u is verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte waartegen verdachte zichzelf heeft mogen verdedigen. In dit verband achtte de rechtbank het van belang dat uit geen enkele verklaring van omstanders af te leiden valt, dat de groep uit zichzelf aanstalten maakte of zou zijn gestopt met het door hen tegen verdachte uitgeoefende geweld. Het op verdachte uitgeoefende geweld was daarbij zodanig heftig, verdachte werd terwijl hij op de grond lag en zich aan de situatie probeerde te onttrekken geschopt en geslagen, dat naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd kan worden dat de wijze waarop verdachte heeft gehandeld disproportioneel was. De rechtbank heeft de verdachte daarom op grond van noodweer ontslagen van rechtsvervolging. Nu de rechtbank Zutphen heeft geoordeeld dat de gedraging van de verdachte niet strafbaar is, is naar het oordeel van de Commissie niet gebleken van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van de Wet. Er wordt dan ook niet voldaan aan bovengenoemd wettelijk vereiste en om die reden blijft een uitkering achterwege. 25
26 Bestreden beslissing 25. (bezwaar, enkelvoudige kamer) 2 april 2012 Kenmerk 89197/MO Overgangsbeleid affectieschade. 1. Aan de inhoud van de beleidsbundel kunnen geen rechten worden ontleend, maar is bedoeld om een indicatie te krijgen over wanneer een aanvrager in aanmerking komt voor een uitkering. 2. Een verandering van beleid is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid zoals is bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Van strijd met het gelijkheidsbeginsel geen sprake kan zijn nu geen geval gelijk is. 4. In de beleidsregels is bepaald dat in zaken die op 1 januari 2012 reeds onherroepelijk waren afgedaan, niet met een herhaalde aanvraag een beroep kan worden gedaan op een uitkering voor immateriële schade voor nabestaanden. Art. 3 jo. art. 4 lid 1 Wsg. U heeft op 19 november 2010 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven in verband met het overlijden van uw zoon. De Commissie heeft hier op 13 december 2010 een beslissing op genomen en aan u een uitkering toegekend van 3.513,00. Deze beslissing is op 25 januari 2010 onherroepelijk geworden. Op 1 december 2011 heeft u zich nogmaals tot de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven gewend in verband met het overlijden van uw zoon en de door u geleden immateriële schade. De Commissie heeft hier op 13 december 2010 een beslissing genomen. Deze beslissing is op 2 februari 2012 verzonden. U heeft op 9 maart 2012 een bezwaarschrift opgesteld. Dit bezwaarschrift is op dezelfde dag ontvangen. De Commissie heeft een beslissing op uw bezwaar genomen. De Commissie heeft besloten dat uw bezwaar ongegrond is. De Commissie heeft in de door u bestreden beslissing uw aanvraag voor een uitkering wegens immateriële schade afgewezen, omdat u niet voldoet aan de criteria om voor een uitkering wegens immateriële schade in aanmerking te komen. De gronden van uw bezwaar U heeft aangegeven het niet eens te zijn met deze beslissing. U heeft aangevoerd dat in de door u bestreden beslissing een ander beleid wordt toegepast dan in de beleidsbundel is neergelegd. U heeft aangegeven dat in de beleidsbundel wordt vermeld dat elke nabestaande, tot 1 januari 2012, aanspraak kan maken op een uitkering voor immateriële schade. Nu het woord elke is genoemd, bent u van mening dat ervan moet worden uitgegaan dat het beleid zoals neergelegd in paragraaf 8 van de beleidsbundel (paragraaf met betrekking tot overgangsrecht) op deze zaken niet van toepassing is. Verder bent u van mening dat toepassing van het beleid in paragraaf 8 van de beleidsbundel in strijd is met artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) nu u uw aanvraag voor een uitkering wegens immateriële schade heeft ingediend binnen drie jaar na het misdrijf. De Commissie maakt uit uw bezwaarschrift op dat u van mening bent dat artikel 4:6 Awb niet in de weg staat aan het indienen van een nieuwe aanvraag, omdat de voor de aanvraag relevante regels worden gewijzigd. Verder bent u van mening dat toepassing van paragraaf 8 in strijd met het gelijkheidsbeginsel is, omdat nabestaanden die als gevolg van een geweldsmisdrijf op dezelfde dag een naaste hebben verloren door het beleid van de Commissie verschillend worden behandeld. Ook vraagt u zich af of het beleid betekent dat een aanvraag voor een uitkering wegens immateriële schade aan een nabestaande kan worden ingediend ongeacht de datum van het misdrijf. De Commissie is van mening dat geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. De beleidsbundel is naar zijn aard algemeen geformuleerd. Aan de in- 26
27 houd van de beleidsbundel kunnen geen rechten worden ontleend, maar is bedoeld om een indicatie te krijgen over wanneer een aanvrager in aanmerking komt voor een uitkering. Het is uiteindelijk de Commissie die een beslissing neemt op een aanvraag. De Commissie begrijpt uit de door u geformuleerde bezwaargrond bij paragraaf 4a van uw bezwaarschrift dat u stelt dat artikel 4:6 Awb niet in de weg staat aan het indienen van een nieuwe aanvraag, omdat de voor de aanvraag relevante regels worden gewijzigd. Dit vindt echter in geen rechtsregel steun. Een verandering van beleid is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid zoals is bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder overweegt de Commissie dat van strijd met het gelijkheidsbeginsel geen sprake kan zijn nu geen geval gelijk is. Het enkele feit dat het gaat om aanvragen van nabestaanden die hun naaste hebben verloren als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf maakt dit niet tot gelijke gevallen. In uw geval heeft de Commissie reeds op 13 december 2010 een beslissing genomen op uw aanvraag. Deze aanvraag is op 25 januari 2010 onherroepelijk geworden. voor nabestaanden. Nu op 13 december 2010 onherroepelijk is beslist op uw aanvraag is een uitkering uit het Schadefonds voor immateriële schade voor nabestaanden niet mogelijk. Overigens merkt de Commissie op dat het niet zo is dat het beleid betekent dat een aanvraag voor een uitkering wegens immateriële schade aan een nabestaande kan worden ingediend ongeacht de datum van het misdrijf. Immers geldt ingevolge artikel 7 van de Wet dat een aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds binnen drie jaar na de datum waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd, moet worden ingediend. De Commissie heeft er vanaf gezien u te horen, omdat het bezwaarschrift kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat het voor de Commissie reeds op basis van uw bezwaarschrift, waarin u zeer uitgebreid, helder en juridisch betoog heeft gehouden, helder was dat zij niet terugkomt op haar eerdere beslissing. Ingevolge de nieuwe Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) kunnen nabestaanden van een slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming voor leed en het verdriet van de nabestaande in verband met het overlijden van een naaste. Het voorgaande is van toepassing op misdrijven die zijn gepleegd ná 1 januari Hiervan is in uw geval geen sprake. De Commissie heeft in beleidsregels bepaald dat het bovengenoemde wettelijke uitgangspunt ook geldt voor alle aanvragen die in behandeling zijn op 1 januari 2012 of na deze datum zijn ingediend, ongeacht de datum van het misdrijf. Wel heeft de Commissie een grens gesteld aan deze terugwerkende kracht. Zo is in de beleidsregels ook bepaald dat in zaken die op 1 januari 2012 reeds onherroepelijk waren afgedaan, niet met een herhaalde aanvraag een beroep kan worden gedaan op een uitkering voor immateriële schade 27
Slachtoffer. Schade? van geweld? Wat het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor u kan doen
Slachtoffer van geweld? Schade? Wat het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor u kan doen Slachtoffer van geweld? Als u slachtoffer bent geworden van een geweldsmisdrijf, dan is dat een ingrijpende ervaring.
Slachtoffer van geweld?
Slachtoffer van geweld? Wij komen u financieel tegemoet Erkenning geeft kracht Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven? Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen
Slachtoffer van geweld?
Slachtoffer van geweld? Wij komen u financieel tegemoet Erkenning geeft kracht Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven? Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen
U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen
Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.3.7 U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen bronnen www.cjib.nl, januari 2011 Openbaar Ministerie, brochure: Hoe krijg ik mijn schade vergoed? januari 2011
Slachtoffer van een geweldsmisdrijf? Het Schadefonds biedt u een financieel steuntje in de rug. Erkenning geeft kracht Samen betrokken
Slachtoffer van een geweldsmisdrijf? Het Schadefonds biedt u een financieel steuntje in de rug Erkenning geeft kracht Samen betrokken Wat doet het Schadefonds Geweldsmisdrijven? Het Schadefonds is er voor
Aanvraag Uitkering slachtoffer
Aanvraag Uitkering slachtoffer Bent u na 1972 slachtoffer geworden van een opzettelijk geweldsmisdrijf in Nederland? En heeft u door dit geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of psychisch letsel? Dan kunt
Verzoek tot Schadevergoeding Bestemd voor strafdossier
Verzoek tot Schadevergoeding Bestemd voor strafdossier Heeft u schade door een strafbaar feit en wilt u schadevergoeding? Dan kunt u met dit formulier schadevergoeding verzoeken (art. 51g lid 1 Sv). Verzoek
Schadefonds. Aanvraag uitkering voor slachtoffer. Geweldsmisdrijven. Justitie. Postbus 1947, 2280 DX Rijswijk
Schadefonds Geweldsmisdrijven Postbus 1947, 2280 DX Rijswijk Aanvraag uitkering voor slachtoffer Telefoon 070 414 20 00 www.schadefonds.nl [email protected] SGm frm as 2005-02 Justitie In te vullen door
Erkenning voor slachtoffers van huiselijk geweld
Erkenning voor slachtoffers van huiselijk geweld U bent als hulpverlener betrokken bij een slachtoffer van huiselijk geweld. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven kan het slachtoffer erkenning geven met een
Aanvraag uitkering voor nabestaande
Aanvraag uitkering voor nabestaande Postbus 1947 2280 DX Rijswijk (ZH) Tel.: 070 414 20 00 www.schadefonds.nl [email protected] In te vullen door Schadefonds Geweldsmisdrijven Kenmerk: Machtiging Voor
Aanvraag uitkering voor slachtoffer
Aanvraag uitkering voor slachtoffer Postbus 1947 2280 DX Rijswijk (ZH) Tel.: 070 414 20 00 www.schadefonds.nl [email protected] In te vullen door Schadefonds Geweldsmisdrijven Kenmerk: Machtiging Voor
De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Uitspraak De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Zaaknummer: ****** Datum uitspraak: 7 augustus 2015 De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het arrondissementsparket te Rotterdam. Datum: 3 augustus Rapportnummer: 2011/226
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het arrondissementsparket te Rotterdam. Datum: 3 augustus 2011 Rapportnummer: 2011/226 2 Feiten Verzoekers hebben bij de politie aangifte gedaan jegens
Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik
Aanvraagformulier nabestaande(n) Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 2 juni 2015
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 2 juni 2015 Inhoudsopgave Inleiding...5 1. Wettelijke vereisten...6 1.1 Geweldsmisdrijf...6 1.1.1 Algemeen...6 1.1.2 Opzet...7 1.1.3 In Nederland...7 1.1.4 Aannemelijkheid
Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik
Aanvraagformulier slachtoffer Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek
Aanvraag Uitkering nabestaande
Aanvraag Uitkering nabestaande Is een naaste van u na 1972 slachtoffer geworden van een opzettelijk geweldsmisdrijf in Nederland? En is deze naaste hierdoor overleden? Dan kunt u mogelijk een uitkering
2.3.4. Nieuw beleid inzake shockschade en (im)materiële schade voor nabestaanden
Beleidsoverzicht Nota van wijzigingen: Juli 2011 2.3.4. Nieuw beleid inzake shockschade en (im)materiële schade voor nabestaanden Oktober 2010 2.5.8. Nieuw beleid inzake mantelzorg Augustus 2010 1.4.5.1.
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 15 december 2015
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 15 december 2015 Inhoudsopgave Inleiding...5 1. Wettelijke vereisten...6 1.1 Geweldsmisdrijf...6 1.1.1 Algemeen...6 1.1.2 Opzet...7 1.1.3 In Nederland...7 1.1.4
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 28 november 2012
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 28 november 2012 Inhoudsopgave Introductie... 3 1. De wettelijke vereisten...4 1.1 In Nederland...4 1.2 Indieningstermijn...4 1.3 Opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf...4
HoE krijg Ik mijn ScHADE vergoed?
Hoe krijg ik mijn schade vergoed? De schadevergoedingsmaatregel Heeft u als gevolg van een misdrijf schade geleden, dan is het strafproces een manier om uw schade vergoed te krijgen. Als de rechter vindt
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Uitspraak De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Zaaknummer: ****** Datum uitspraak: 17 juli 2015 De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Voegen in het strafproces
Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces april 2011 U bent slachtoffer geworden van een misdrijf of overtreding en u heeft daarbij schade geleden. Eén van de mogelijkheden om uw schade vergoed
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 11 juni 2013
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 11 juni 2013 1 Inhoudsopgave Introductie... 4 1. De wettelijke vereisten...5 1.1 In Nederland...5 1.2 Indieningstermijn...5 1.3 Opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf...5
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401
Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 12 februari 2014
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 12 februari 2014 Inhoudsopgave Introductie...6 1. Wettelijke vereisten...7 1.1 Geweldsmisdrijf...7 1.1.1 Opzet...8 1.1.2 In Nederland...8 1.1.3 Aannemelijkheid...8
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)
LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven door het toewijzen van een aanvraag, in feite vaststelt dat verzoeker zijn zoon seksueel heeft misbruikt, althans het in
Recht en bijstand bij juridische procedures
Recht en bijstand bij juridische procedures In deze folder leest u meer 0900-0101 (lokaal tarief) over de juridische bijstand door Slachtofferhulp Nederland en de rechten van slachtoffers. Een wirwar van
COMPENSATIECOMMISSIE
COMPENSATIECOMMISSIE Zaaknummer Compensatiecommissie 2012CC001 Zaaknummer Klachtencommissie 2011T307 datum uitspraak 01/03/2013 De Compensatiecommissie voor seksueel misbruik in de R.-K. Kerk van de Stichting
ó o De Commissie heeft besloten dat uw bezwaar ongegrond is. Hieronder leest u waarom.
O. ó o -> Ons kenmerk Behandelaar Telefoon Datum Bijlage(n) Onderwerp Uw kenmerk De heer I 102732/JH Mevrouw l (070) 414 20 79 6 juli 2015 geen De beslissing op het bezwaarschrift Postbus 1947 2280 DX
Resultaten van het IND-dossieronderzoek
Bijlage 1. Resultaten van het IND-dossieronderzoek 1. Inleiding In de kabinetsnota Privé geweld-publieke zaak, die de Minister van Justitie op 12 april 2002 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is aandacht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355
ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste
GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken
parketnummer : 20.001938.96 uitspraakdatum : 29 april 1997 verstek dip GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
ECLI:NL:CRVB:2017:1486
ECLI:NL:CRVB:2017:1486 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 20-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4780 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 15 december 2014
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 15 december 2014 Inhoudsopgave Inleiding...5 1. Wettelijke vereisten...6 1.1 Geweldsmisdrijf...6 1.1.1 Algemeen...6 1.1.2 Opzet...7 1.1.3 In Nederland...7 1.1.4
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen ingediend door mr. C. Berendse, advocaat te Amsterdam. Datum: 20 juni 2012
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen ingediend door mr. C. Berendse, advocaat te Amsterdam Datum: 20 juni 2012 Rapportnummer: 2013/072 2 Klacht Verzoekster klaagt erover
Vervolging. Getuigenverhoor rechter-commissaris
Als u in de strafzaak door een advocaat wordt bijgestaan, is het van belang dat u de advocaat op de hoogte houdt van de voortgang in het onderzoek. Na aangifte zal het politieonderzoek waarschijnlijk nog
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903
ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
Slachtofferhulp. concept wetsvoorstel betreffende hétieggen van conservatoir beslag door de staat voor slachtoffers van misdrijven.
~,tl~ 3 / Nootailfafiltoor 7: ~.,1 e d 1ff 0 Postbus 14208 3508 SH Utrecht Pallas Athertedreef 27 3561 PE Utrecht 03023401 16 F 030 231 76 55 info@s~achtofferhuip.fli w www.s}achtofferhulp.ni / Ministerie
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 050.01 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387
ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015
De raad van de gemeente Roosendaal, gelezen het voorstel van het college van 24 maart 2015, gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6,
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven. 15 oktober 2014
Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 15 oktober 2014 Inhoudsopgave Inleiding...5 1. Wettelijke vereisten...6 1.1 Geweldsmisdrijf...6 1.1.1 Algemeen...6 1.1.2 Opzet...7 1.1.3 In Nederland...7 1.1.4
pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling HZ. Gelet op het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling HZ Het college van bestuur van de Stichting HZ University of Applied Sciences; Gelet op het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010
Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
Meldingsplichtige arbeidsongevallen. Meld ze direct bij de Inspectie SZW
Meldingsplichtige arbeidsongevallen Meld ze direct bij de Inspectie SZW De Inspectie SZW werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen 2 Meldingsplichtige arbeidsongevallen
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366 Instantie Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 14-10-2016 Zaaknummer AWB 16_2223 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
