Let op! Geld lenen kost geld
|
|
|
- Henriette Carla de Lange
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 K.R.P. DEKKERS MSC. EN MR. DRS. P.W.H. VAN DEN HEUVEL Het wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap Let op! Geld lenen kost geld De fiscale praktijk is in de ban van de voorgestelde rekening-courantmaatregel. Het is belangrijk om tijdig op de maatregel voor te sorteren. Kim Dekkers MSc. en mr. drs. Patrick van den Heuvel gaan in op enkele opvallende zaken. Op 4 maart 2019 is de internetconsultatie 1 gestart van het conceptwetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Hiermee wordt (een eerste) invulling gegeven aan de zogenoemde rekening-courantmaatregel die op Prinsjesdag 2018 werd aangekondigd. 2 De voorgestelde maatregel komt erop neer dat als een aanmerkelijkbelanghouder meer dan e heeft geleend van zijn eigen vennootschap(pen) het meerdere wordt belast als een fictief regulier voordeel (dividend) in box 2. Het wetsvoorstel moet per 1 januari 2022 in werking treden. Hierna gaan wij nader in op het conceptwetsvoorstel en bespreken wij verschillende opvallende zaken. Wij beperken ons in deze bijdrage tot de zuiver binnenlandse situaties. Wij beginnen met een toelichting op de achtergrond van het wetsvoorstel. Daarna gaan wij in op de verschillende elementen van de voorgestelde maatregel. We beschrijven vervolgens verschillende situaties waarin het conceptwetsvoorstel in haar huidige vorm leidt tot dubbele belastingheffing. Daarna kijken we naar de invloed van de voorgestelde maatregel op gesloten vaststellingsovereenkomsten en de bestaande jurisprudentie. We gaan in op de inwerkingtreding en ten slotte sluiten wij af met enkele afrondende opmerkingen. Achtergrond wetsvoorstel De houder van aandelen in een vennootschap kan in relatie tot deze vennootschap verschillende hoedanigheden hebben. Naast aandeelhouder kan hij bijvoorbeeld ook werknemer of directeur van de vennootschap zijn. Ook kan de aandeelhouder de hoedanigheid krijgen van schuldenaar. Door bedragen van de vennootschap te lenen in plaats van meer loon te genieten (box 1) of dividend uit te ke- Kim Dekkers en Patrick van den Heuvel zijn beiden werkzaam als belastingadviseur bij Joanknecht. 5
2 ren (box 2), vindt op het moment van geldverstrekking geen belastingheffing plaats over het door de vennootschap uitgeleende bedrag. De aandeelhouder beschikt echter in privé al wel over de financiële middelen van de vennootschap. Belastingheffing over de geleende bedragen kan op deze manier langdurig worden uitgesteld. In bepaalde situaties is het zelfs mogelijk dat uiteindelijk helemaal geen belastingheffing plaatsvindt, bijvoorbeeld ingeval van faillissement van de vennootschap zonder dat de aandeelhouder in privé over middelen beschikt om de schuld af te lossen. 3 wel in feite direct of indirect heeft bij een of meer vennootschappen waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft. Dit voordeel wordt geacht te zijn genoten aan het einde van het kalenderjaar. Uit deze definitie kunnen de volgende elementen worden afgeleid: a. aanmerkelijk belang; b. schuld bij de vennootschap; c. belastingplichtige en zijn partner; d. rechtens dan wel in feite direct of indirect; e. bovenmatig deel. Het langdurig uitstellen, en eventueel definitief afstellen, van belastingheffing ziet het kabinet als een onbedoeld effect van het huidige belastingstelsel. Middels de voorgestelde rekening-courantmaatregel wil het kabinet deze vorm van belastingontwijking tegengaan. 4 De rc-maatregel en schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en/of zijn partner Met de voorgestelde rekening-courantmaatregel wordt beoogd schuldposities van de aanmerkelijkbelanghouder bij zijn eigen vennootschap(pen) boven de e aan te merken als een fictief regulier voordeel en derhalve te belasten als inkomen uit aanmerkelijk belang. De voorgestelde maatregel heeft alleen gevolgen voor de bepaling van het inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2. De maatregel werkt niet door naar andere fiscale wet- en regelgeving, zoals box 1 en box 3 van de inkomstenbelasting, de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting. Bovendien heeft de vaststelling van een fictief regulier voordeel geen civielrechtelijke betekenis. Rente- en aflossingsverplichtingen blijven dus bestaan. 5 Kern van de maatregel is het voorgestelde onderdeel f van artikel 4.13, lid 1 Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB). Hierin wordt bepaald dat tot de reguliere voordelen mede behoren het bovenmatige deel van schulden die de belastingplichtige, zijn partner of de belastingplichtige tezamen met zijn partner, rechtens dan a. Aanmerkelijk belang Om te beginnen moet de belastingplichtige een aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap(pen) die de betreffende leningen heeft (hebben) verstrekt. Van een aanmerkelijk belang is sprake als de belastingplichtige alleen of samen met zijn partner (in)direct minimaal 5% bezit van het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap 6. Ook koopopties en winstbewijzen kunnen leiden tot een aanmerkelijk belang. 7 Verder bestaan ook bijzondere vormen van een aanmerkelijk belang, zoals een soort aanmerkelijk belang 8, een meegetrokken aanmerkelijk belang 9 en een fictief aanmerkelijk belang 10. De rekening-courantmaatregel is van toepassing op al deze vormen van aanmerkelijk belang. 11 b. Schulden bij de vennootschap Het voorgestelde artikel 4.14a, lid 3 Wet IB bepaalt wat onder schulden in de zin van de maatregel moet worden verstaan: alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen aan het einde van het kalenderjaar op basis van de nominale waarde. Door aan te sluiten bij de civielrechtelijke schulden wordt voorkomen dat de discussie over het wegstrepen van aandeelhoudersschulden 12 (opnieuw) in stelling kan worden gebracht. Een gedachte zou namelijk kunnen zijn dat niet aan een fictief dividend kan worden toegekomen als reeds een echte (verkapte) dividenduitkering ten aanzien van de lening heeft plaatsgevonden. Als gevolg van de verkapte dividenduitkering is fiscaal name- 6
3 Voor het bepalen van de totale schuldpositie bij de eigen vennootschap tellen alle typen leningen mee lijk niet langer sprake van schuld. Door in het wetsvoorstel echter aan te sluiten bij de civielrechtelijke vorm is de fiscale kwalificatie van de schuld niet relevant en vallen deze schulden ook onder het bereik van de rekeningcourantmaatregel. 13 Voor het bepalen van de totale schuldpositie bij de eigen vennootschap(pen) moeten alle typen leningen in aanmerking worden genomen. Het gaat onder meer om geldleningen en rekening-courantschulden, inclusief de daarop bijgeschreven rente. Het maakt daarbij niet uit of het een zakelijke of onzakelijke, gedekte of ongedekte, directe of indirecte schuld met of zonder zekerheid betreft. Volgens de staatssecretaris is het onderscheid in verschillende typen leningen gelet op het doel van de regeling namelijk niet relevant. Om die reden wordt ook geen tegenbewijsmogelijkheid opgenomen. 14 Ook eigenwoningschulden vallen in beginsel onder het begrip schulden. Op grond van het voorgestelde artikel 4.14a, lid 4 Wet IB worden eigenwoningschulden echter onder voorwaarden uitgezonderd van de rekeningcourantmaatregel. Voor eigenwoningschulden die na 1 januari 2022 bij de eigen vennootschap worden aangegaan, geldt als voorwaarde dat ten gunste van de vennootschap een recht van hypotheek moet worden gevestigd. Wordt slechts voor een gedeelte van de eigenwoninglening het recht van hypotheek verstrekt, dan wordt alleen dat gedeelte van de lening uitgezonderd van de rekening-courantmaatregel. Het is niet noodzakelijk dat de hypotheek wordt gevestigd op de eigen woning, ook een hypotheek op een ander registergoed kan als zekerheid dienen voor de eigenwoningschuld. Voor eigenwoningschulden die reeds bestaan op 31 december 2021 geldt niet de voorwaarde dat ten gunste van de vennootschap een recht van hypotheek als zekerheid moet worden verstrekt. Deze schulden blijven buiten het bereik van de maatregel. 15 Of de aanmerkelijkbelanghouder ook vorderingen op de vennootschap(pen) heeft, is verder niet van belang. Voor de toepassing van de maatregel worden vorderingen (en rechten) op de vennootschap namelijk niet met schulden gesaldeerd. 16 c. Belastingplichtige en zijn partner De voorgestelde maatregel is van toepassing op schulden van de aanmerkelijkbelanghouder, schulden van zijn partner 17 en schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner samen aan de vennootschap(pen) waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. 18 Het is niet relevant of de partner zelf ook aanmerkelijkbelanghouder is. In afwijking van de systematiek van de Wet IB, zal de aanmerkelijkbelanghouder bovendien niet individueel, maar samen met zijn partner in de heffing van inkomstenbelasting worden betrokken. Voor de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner geldt het maximumbedrag van e (of het bedrag na verhoging zie hierna) dan ook maar één keer. 19 Bedraagt de totale gezamenlijke schuldpositie meer dan dit bedrag, dan wordt bij hen samen een fictief regulier voordeel in aanmerking genomen. De staatssecretaris heeft voor deze systematiek gekozen om te voorkomen dat de grondslag van de maatregel kan worden uitgehold, door naast een lening aan de aanmerkelijkbelanghouder een additionele lening aan de partner te verstrekken. 20 7
4 De aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner mogen het fictief regulier voordeel overigens in de aangifte inkomstenbelasting verdelen. Het fictief regulier voordeel wordt namelijk aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang, zodat sprake is van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel als bedoeld in artikel 2.17 Wet IB. Wordt geen verdeling gemaakt, dan wordt het inkomen bij ieder voor de helft in aanmerking genomen. d. Rechtens dan wel in feite direct of indirect Onder de maatregel vallen de schulden die de aanmerkelijkbelanghouder rechtens dan wel in feite direct of indirect hebben aan de eigen vennootschap(pen). Met deze bewoordingen is aansluiting gezocht bij de vormgeving van de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92, lid 1, onderdeel a Wet IB en de renteaftrekbeperking van artikel 10a, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting De bedoeling hiervan is om te voorkomen dat de maatregel gemakkelijk kan worden omzeild. Als gevolg van deze formulering vallen ook schulden die zodanig zijn vormgegeven dat niet van een letterlijke maar wel van een feitelijke samenhang met regulier aangegane leningen kan worden gesproken, zogenoemde back-to-back -situaties, onder de maatregel. 22 Gedacht kan worden aan de situatie waarin gelden van de vennootschap door andere personen dan de aanmerkelijkbelanghouder worden doorgeleend aan de aanmerkelijkbelanghouder zelf. Ook het inlenen bij een bank door de aanmerkelijkbelanghouder, waarbij de eigen vennootschap zich op alle punten garant stelt voor de door de aanmerkelijkbelanghouder aangegane verplichting omdat hij anders niet in staat is zelfstandig de schuld bij de bank aan te gaan, valt hierdoor onder de maatregel. 23 Het kruislings lenen van gelden tussen bijvoorbeeld compagnons de vennootschap van de ene compagnon leent geld aan de andere compagnon en vice versa lijkt echter niet te worden ondervangen met deze formulering mits de gelden (uiteindelijk) niet afkomstig zijn van de eigen vennootschap van de aanmerkelijkbelanghouder. Het is dan wel zaak dat de eigen vennootschap zich niet (op alle punten) garant stelt voor de schuld van de aanmerkelijkbelanghouder aan de vennootschap van de compagnon. Vermoedelijk zal een dergelijke structuur wel worden bestreden door de Belastingdienst. 24 8
5 Eigenwoningschulden worden onder voorwaarden uitgezonderd van de rekening-courantmaatregel e , dat voor de heer X en mevrouw Y als parte. Bovenmatig deel Slechts het bovenmatige deel van de totale schulden van de aanmerkelijkbelanghouder wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel. Het voorgestelde artikel 4.14a, lid 1 Wet IB bepaalt dat hieronder wordt verstaan de totale som van alle schulden bij de eigen vennootschap(pen) voor zover deze meer bedragen dan e (het maximumbedrag). Dit maximumbedrag wordt vervolgens verhoogd met de in eerdere jaren in aanmerking genomen fictieve reguliere voordelen, aldus het voorgestelde artikel 4.14b, lid 1 Wet IB. Voorwaarde is wel dat deze fictieve reguliere voordelen ook daadwerkelijk in de heffing zijn betrokken. 25 Met deze verhoging wordt voorkomen dat jaarlijks vanwege hetzelfde bovenmatig deel van de totale schuldpositie een fictief regulier voordeel in aanmerking wordt genomen. Hierdoor wordt dus alleen de jaarlijkse toename van de schulden belast. Opvallend is dat in de voorgestelde maatregel verder niet is voorzien in een verlaging van het maximumbedrag. Wordt een bovenmatige schuld waarvoor reeds een fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen, afgelost, dan kan later weer voor hetzelfde bedrag een lening bij de eigen vennootschap worden aangegaan, zonder dat de rekening-courantmaatregel van toepassing is. Zoals hiervoor beschreven, is de aanmerkelijkbelanghouder samen met zijn partner belastingplichtig voor het bovenmatige deel van hun totale schuldpositie. Naar analogie hiervan geldt ook het maximumbedrag van e (of het bedrag na verhoging) voor de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner samen. 26 Voorbeeld Wij verduidelijken het voorgaande aan de hand van een tweetal voorbeelden. Voorbeeld 1 27 De heer X en mevrouw Y zijn gehuwd. Tot het vermogen van de heer X en mevrouw Y behoren de aandelen in B.V. Z. De heer X heeft een schuld aan B.V. Z van e Mevrouw Y heeft een schuld aan B.V. Z van e Het totaal aan schulden aan B.V. Z bedraagt derhalve e Het bovenmatige gedeelte van de schulden, bedraagt na aftrek van het maximumbedrag van 9
6 Voor met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden personen wordt geen onderscheid gemaakt tussen meerderjarigen en minderjarigen ners gezamenlijk geldt, e Laatstgenoemd bedrag vormt een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel en kan derhalve in de onderlinge verhouding die de heer X en mevrouw Y kiezen worden toegerekend. Het maximumbedrag van e wordt voor het volgende belastingjaar vermeerderd met e Voorbeeld 2 (vervolg op voorbeeld 1) In het volgende jaar verhoogt de heer X zijn schulden met e tot in totaal e De schuld van mevrouw Y daalt in dat jaar daarentegen met e naar e Het totaal aan schulden bedraagt der- halve e Het bovenmatige deel van de schulden bedraagt dan e , zijnde e /- e (het verhoogde maximumbedrag). Dit bedrag wordt belast als fictief regulier voordeel. De rekening-courantmaatregel en schulden aan verbonden personen Naast op schulden van de aanmerkelijkbelanghouder aan de eigen vennootschap(pen), is de voorgestelde maatregel ook van toepassing op schulden van met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden personen aan de vennootschap van de aanmerkelijkbelanghouder (het voorgestelde artikel 4.14b, lid 2 Wet IB). Met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden personen zijn in dit verband de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de aanmerkelijkbelanghouder of zijn partner. Opvallend is dat hier geen onderscheid wordt gemaakt tussen meerderjarige en minderjarige personen, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij de terbeschikkingstellingsregeling 28. Het bovenmatige deel van de schulden van deze verbonden personen wordt toegerekend aan de aanmerkelijkbelanghouder. Omdat de toerekening geldt voor het bovenmatig deel van de schulden van de verbonden persoon, wordt de eerste e aan schulden van de verbonden persoon niet binnen het bereik van de maatregel gebracht. Het is dus mogelijk om aan elke verbonden persoon een lening van e te verstrekken, naast een lening van e aan de aanmerkelijkbelanghouder zelf, zonder dat de rekening-courantmaatregel toepassing vindt. Bovendien worden eigenwoningschulden van de verbonden persoon niet meegeteld voor het maximumbedrag van e Voor zover wel sprake is van toerekening aan de aanmerkelijkbelanghouder, wordt het maximumbedrag voor de aanmerkelijkbelanghouder eveneens verhoogd. 30 De toerekening aan de aanmerkelijkbelanghouder is volgens de staatssecretaris noodzakelijk om te voorkomen dat de grondslag van de maatregel kan worden uitgehold, door naast een lening aan de aanmerkelijkbelanghouder een additionele lening aan de verbonden persoon te verstrekken. 31 Onduidelijk is op welk misbruik hier wordt gedoeld. Het doorlenen van gelden door verbonden personen aan de aanmerkelijkbelanghouder wordt immers reeds bestreden door de zinsnede rechtens dan wel in feite direct of indirect (zie onderdeel e). Opvallend is ook dat de bewoordingen rechtens dan wel in feite direct of indirect niet zijn terug te lezen in het voorgestelde artikel 4.14b, lid 2 Wet IB, waarin wordt bepaald dat het bovenmatig deel van de schulden van een met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden persoon aan de aanmerkelijkbelanghouder worden toegerekend. Dit is wellicht nog te verklaren voor de situatie 10
7 dat de aanmerkelijkbelanghouder gelden van de eigen vennootschap doorleent aan de verbonden persoon. In dat geval is de rekening-courantmaatregel namelijk van toepassing op de eigen schuld van de aanmerkelijkbelanghouder aan de vennootschap. Het doorlenen van gelden van de vennootschap via een derde aan de verbonden persoon lijkt echter niet te worden bestreken door deze bepaling, vanwege het ontbreken van deze bewoordingen. Hier lijken planningsmogelijkheden te bestaan. Heeft de verbonden persoon overigens zelf een aanmerkelijk belang in de betreffende vennootschap, dan geldt de toerekening niet, ondanks de verbondenheid. Alsdan wordt de verbonden persoon zelfstandig in de toepassing van de maatregel betrokken. Voorbeeld Wij verduidelijken het voorgaande aan de hand van een voorbeeld. Voorbeeld 3 32 X heeft een dochter (Y) en bezit alle aandelen in B.V. Z. B.V. Z leent e aan Y. Y heeft geen aanmerkelijk belang in B.V. Z, waardoor bij Y geen fictief regulier voordeel in aanmerking kan worden genomen. Bij X wordt (bovenop de eventuele bovenmatige schulden van X zelf aan B.V. Z) een fictief regulier voordeel in de heffing betrokken van e Het maximumbedrag van X wordt na het in aanmerking genomen fictief reguliere voordeel verhoogd met e tot een bedrag van e Dubbele belastingheffing Vervreemdingsvoordelen en vervreemdingskorting Wanneer bij de aanmerkelijkbelanghouder (en zijn partner) reeds een fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen, leidt latere vervreemding van de aanmerkelijkbelangaandelen zonder nadere maatregelen tot dubbele belastingheffing. De met de schuld corresponderende vordering van de vennootschap op haar aanmerkelijkbelanghouder komt immers in de waarde van de aandelen tot uitdrukking. Om deze dubbele heffing te voorkomen bevat het voorgestelde artikel 10a.22 Wet IB een vervreemdingskorting. Deze vervreemdingskorting vermindert het vervreemdingsvoordeel en wordt gesteld op het in 2022 in aanmerking genomen fictief reguliere voordeel. Het vervreemdingsvoordeel kan overigens niet negatief(ver) worden door de korting. Voorwaarde voor het krijgen van de vervreemdingskorting is dat de aanmerkelijkbelanghouder na vervreemding van de aandelen niet langer een aanmerkelijk belang heeft. Merkwaardig is echter dat deze korting slechts wordt verleend ten aanzien van het in 2022 in aanmerking genomen fictief reguliere voordeel. Voor zover in latere jaren fictieve reguliere voordelen in aanmerking worden genomen, verminderen deze een toekomstig vervreemdingsvoordeel niet. Voor die jaren blijft dus sprake van dubbele belastingheffing. Reguliere voordelen Opmerkelijk is ook dat het voorkomen van dubbele belastingheffing wordt beperkt tot vervreemdingsvoordelen. Ook bij latere reguliere voordelen kan echter sprake zijn van dubbele heffing. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in de situatie dat na 1 januari 2022 een fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen ten aanzien van een bovenmatige schuld en die schuld vervolgens wordt afgelost met een echt regulier voordeel, zoals een formele dividenduitkering. 33 In feite is dan tweemaal belasting verschuldigd ten aanzien van dezelfde schuld c.q. dividend. Het wetsvoorstel voorziet voor die situatie niet in een voorkoming. Dat kan tot de bijzondere situatie leiden dat het interessanter wordt de bovenmatige schuld af te lossen na vervreemding van het aanmerkelijk belang. In dat geval wordt dubbele belastingheffing namelijk wel (deels) voorkomen middels de vervreemdingskorting. Geen verhoging verkrijgingsprijs De dubbele belastingheffing is des te meer opvallend, nu de wet bij het forfaitaire voordeel voor vrijgestelde beleggingsinstellingen 34 wel voorziet in een voorkoming 11
8 van dubbele heffing, namelijk door verhoging van de verkrijgingsprijs 35. Waarom een vergelijkbare bepaling ontbreekt in het wetsvoorstel wordt niet nader toegelicht door de staatssecretaris en is daarom onduidelijk. Verhoging van de verkrijgingsprijs is een eenvoudige methode om dubbele heffing te voorkomen. Een nadeel van deze oplossing is weliswaar een mogelijke mismatch in timing, aangezien de verkrijgingsprijs in beginsel met name relevant is voor de bepaling van het vervreemdingsvoordeel (er is dus een vervreemding van het aanmerkelijk belang nodig), maar de praktijk kan daar ongetwijfeld mee uit de voeten door bijvoorbeeld een onbelaste terugbetaling van aandelenkapitaal te doen 36. Een wetstechnische complicatie bij het opnemen van een bepaling op basis waarvan de verkrijgingsprijs wordt verhoogd met het fictieve reguliere voordeel, is waarschijnlijk dat ook zal moeten worden voorzien in een verlaging van het maximumbedrag. Anders kan zich eenvoudig misbruik voordoen. Het lijkt dan namelijk mogelijk om het maximumbedrag (oneindig) op te pompen. Ontbreken latente belastingclaim Een andere situatie waarin dubbele belastingheffing kan voordoen is de situatie waarin geen sprake is van een latente aanmerkelijkbelangclaim. De werkelijke waarde van het aanmerkelijk belang is in dat geval gelijk aan de verkrijgingsprijs. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als in het kader van overlijden van een aanmerkelijkbelanghouder is afgerekend over het aanmerkelijk belang. Ook kan worden gedacht aan de situatie van een spaargeld- B.V. waarin vanuit privé gelden zijn gestort die vervolgens weer aan privé worden terug geleend. In beide situaties is geen sprake van het (langdurig) uitstellen van belastingheffing, omdat er geen latente belastingclaim is. Het past dan niet binnen het doel van de rekeningcourantmaatregel om deze situaties op basis van de maatregel toch in de heffing te betrekken. het fiscaal partnerschap tussen de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner eindigt. Wij denken bijvoorbeeld aan de volgende situatie. De aanmerkelijkbelanghouder heeft e 2 miljoen geleend van zijn eigen vennootschap. Hierdoor wordt in 2022 bij de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner tezamen een fictief regulier voordeel van e 1,5 miljoen in aanmerking genomen. Het maximumbedrag wordt hierdoor verhoogd met e 1,5 miljoen naar e 2 miljoen. Vervolgens eindigt in 2023 het fiscaal partnerschap tussen de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner. De schuld en de eigen vennootschap blijven bij de aanmerkelijkbelanghouder. De vraag is hoe vervolgens moet worden omgegaan met het verhoogde maximumbedrag? Blijft dit achter bij de aanmerkelijkbelanghouder of moet dit worden verdeeld tussen de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner? In het huidige wetsvoorstel is niet voorzien in een dergelijk excessief lenen verleden. 37 Dit is echter wel van belang in deze situatie. Wordt het maximumbedrag namelijk bij helfte verdeeld, dan krijgt de aanmerkelijkbelanghouder eind 2023 wederom te maken met een fictief regulier voordeel ten aanzien van dezelfde bovenmatige schuld. Het fictief regulier voordeel in 2023 bedraagt dan e 1 miljoen, zijnde e 2 miljoen (bovenmatige schuld) -/- e 1 miljoen (helft van het maximumbedrag). Ook dan is sprake van dubbele belastingheffing. Invloed op gesloten vaststellingsovereenkomsten en bestaande jurisprudentie In de praktijk komt het voor dat de aanmerkelijkbelanghouder met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst sluit over het afbouwen van (te) hoge schulden aan de eigen vennootschap(pen). Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst wordt altijd uitgegaan van de op dat moment geldende wet- en regelgeving, beleid en jurisprudentie. Doorgaans wordt in een vaststellingsovereenkomst opgenomen dat deze komt te vervallen als zich tijdens de looptijd van de overeenkomst een relevante wetswijziging voordoet. 38 Einde partnerschap Ten slotte kan nog worden gedacht aan de situatie dat De staatssecretaris heeft aangegeven dat de vaststellingsovereenkomsten die zien op een totaal aan schulden van minder dan e niet komen te vervallen, 12
9 Met name het bestaan van dubbele belastingheffing kan op veel (terechte) kritiek rekenen omdat de voorgestelde maatregel geen inbreuk maakt op de huidige jurisprudentie die aan de vaststellingsovereenkomsten ten grondslag ligt. Voor vaststellingsovereenkomsten die betrekking hebben op een totaal van schulden van meer dan e is dit afhankelijk van de gemaakte afspraken. 39 Hierover zal mogelijk dus opnieuw in overleg moeten worden getreden met de Belastingdienst. Daarnaast wordt door de staatssecretaris in de memorie van toelichting aangegeven dat de bestaande jurisprudentie 40 over onder andere de verkapte winstuitdeling ter zake van leningen onverminderd van kracht blijft. 41 Schulden tot e (waaronder ook eigenwoningschulden) kunnen derhalve ook na invoering van de maatregel, nog steeds tot heffing van inkomstenbelasting (verkapt dividend) leiden. Opvallend is dat met betrekking tot schulden boven de e wordt opgemerkt dat deze discussies niet langer hoeven te worden gevoerd. Aangezien de huidige jurisprudentie van toepassing blijft, is het echter niet uitgesloten dat dergelijke discussies nog steeds kunnen en worden gevoerd. Dit kan eveneens leiden tot dubbele heffing. Zoals hiervoor besproken is namelijk ingeval van een fictief regulier voordeel gevolgd door een regulier voordeel niet voorzien in voorkoming van dubbele heffing. Voor zover reeds vóór invoering van de maatregel een verkapt dividend in aanmerking is genomen, worden de schulden ten bedrage van het reeds in aanmerking genomen verkapt dividend overigens uitgezonderd van de maatregel (het voorgestelde artikel 4.14b, lid 4 Wet IB). Dit betekent dus dat een tegemoetkoming wordt gegeven voor de situatie dat eerst een echt regulier voordeel (het verkapte dividend) is geconstateerd en vervolgens een fictief regulier voordeel (de bovenmatige schuld). Opvallend is dat de tegenovergestelde situatie, een fictief dividend gevolgd door een echt dividend, niet wordt ondervangen. Zoals we hiervoor hebben opgemerkt, leidt dit tot dubbele heffing. Inwerkingtreding Het is de bedoeling dat de wet in werking treedt per 1 januari Omdat als genietingstijdstip van het fictief regulier voordeel het einde van het kalenderjaar geldt, zal voor de eerste maal per 31 december 2022 een fictief regulier voordeel in de heffing van inkomstenbelasting worden betrokken. Aanmerkelijkbelanghouders hebben derhalve tot 31 december 2022 de tijd om op deze maatregel voor te sorteren. Na de internetconsultatie zal de voorgestelde maatregel nader worden uitgewerkt en ter advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Vooralsnog is de verwachting van de staatssecretaris dat het wetsvoorstel in de zomer bij de Tweede Kamer wordt ingediend. 42 Conclusie In deze bijdrage hebben wij de voorgestelde rekeningcourantmaatregel besproken. Naar onze mening bevat het wetsvoorstel een aantal opvallende zaken. Met name het bestaan van dubbele belastingheffing kan wat ons betreft op veel (terechte) kritiek rekenen. Hopelijk komt de staatssecretaris tijdens het wetgevingsproces hiervoor met een oplossing. Daar komt nog bij dat wij ons in dit artikel hebben beperkt tot zuiver binnenlandse situaties. Dubbele heffing doet zich eveneens voor in buitenlandse situaties, zoals immigratie en emigratie. 13
10 Voor de praktijk is het belangrijk om tijdig op de rekening-courantmaatregel voor te sorteren. Op basis van het huidige wetsvoorstel lijkt het namelijk niet interessant om het te laten aankomen op een fictief regulier voordeel. Een van de mogelijkheden is het tijdig aflossen van het bovenmatig deel van de schulden uit privémiddelen. Mochten in privé liquide middelen ontbreken voor een aflossing, dan is het voor een gedekte lening bijvoorbeeld ook mogelijk om de schuld af te lossen door de dekking over te dragen aan de B.V.. Denk bijvoorbeeld aan beleggingen of vastgoed. Bij vastgoed zal in dat geval wel overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Een andere mogelijkheid is om de schuld bij een bank te herfinancieren. Tot slot kan worden overwogen om ter aflossing van de schuld een dividend uit te keren. Hierbij moet rekening met de stapsgewijze verhoging van het aanmerkelijkbelangtarief. In 2019 bedraagt dit tarief nog 25%. In 2020 wordt het tarief verhoogd naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%. Het kan dus interessant zijn om bovenmatige schulden nog in 2019 af te lossen door middel van een dividenduitkering. Wij sluiten deze bijdrage af met de bekende slogan: Let op! Geld lenen kost geld. Een waarschuwing die ook lijkt te gaan gelden voor aanmerkelijkbelanghouders met een bovenmatige schuld bij de eigen vennootschap. Noten Zie aanbiedingsbrief pakket Belastingplan 2019, Kamerstukken II , , nr. 6. Overigens is deze brief (abusievelijk) niet gepubliceerd op Prinsjesdag, maar op de dag erna. 3 Memorie van toelichting, p Memorie van toelichting, p Memorie van toelichting, p. 7 en 8. 6 Hieronder wordt ook verstaan: open commanditaire vennootschappen (artikel 2, lid 3, onderdeel f AWR), open fondsen voor gemene rekening (artikel 4.5 Wet IB) en coöperaties (artikel 4.5a Wet IB). 7 Art. 4.6 Wet IB. 8 Art. 4.7 Wet IB. 9 Art Wet IB. 10 Art Wet IB. 11 Memorie van toelichting, p Zie H.J. Meijer, Relatieve schijnleningen aan aandeelhouders, WFR 2015/918 en H.J. Meijer, Nogmaals wegstrepen aandeelhoudersschulden, WFR 2018/ Om die reden is het vervolgens ook noodzakelijk om te regelen dat een schuld waarvoor een verkapte dividenduitkering in aanmerking is genomen, niet nogmaals wordt geraakt door de rekeningcourantmaatregel. Dit is geregeld in het voorgestelde artikel 4.14b, lid 4 Wet IB en bespreken wij in onderdeel Memorie van toelichting, p Het voorgestelde artikel 10a.21 Wet IB. 16 Memorie van toelichting, p Zie art. 5a AWR en artikel 1.2 Wet IB. 18 In het vervolg van dit artikel wordt onder schuld van de aanmerkelijkbelanghouder ook verstaan schulden van zijn partner en schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner samen. 19 Het voorgestelde artikel 4.14a, lid 2 Wet IB. 20 Memorie van toelichting, p Memorie van toelichting, p Memorie van toelichting, p Wanneer de garantstelling uitsluitend leidt tot gunstigere leencondities, zoals een lagere rente, valt de lening niet onder de maatregel (Memorie van toelichting, p. 14). 24 In dat kader wijzen wij op het standpunt van de belastingdienst over kruislings schenken met betrekking tot de verhoogde schenkingsvrijstelling. Zie de beantwoording van de Kamervragen, brief van 11 maart 2019 met kenmerk Memorie van toelichting, p Memorie van toelichting, p Dit voorbeeld is ontleend aan voorbeeld 1 uit de Memorie van toelichting (p. 16). 28 Zie art. 3.91, lid 2, onderdeel b Wet IB. 29 Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als genoemd bij de eigenwoningschulden van de belastingplichtige en/of zijn partner. 30 Art. 4.14b, lid 1 Wet IB geldt via art. 4.14a Wet IB namelijk ook voor art. 4.14b, lid 2 Wet IB. 31 Memorie van toelichting, p Dit voorbeeld is ontleend aan voorbeeld 4 uit de Memorie van Toelichting (pagina 19). 33 Hetzelfde geldt overigens voor aflossing van de schuld uit privémiddelen en (onzakelijke) kwijtschelding van de schuld. 34 Art Wet IB. 35 Art Wet IB. 36 Zie art.4.13, lid 1, onderdeel b Wet IB. 37 Vergelijk dit bijvoorbeeld met het zogenoemde eigenwoningverleden in de fiscale eigenwoningregeling 38 Besluit Fiscaal Bestuursrecht, paragraaf 26, lid 16, onderdeel g. 39 Memorie van toelichting, p Voor meer informatie hierover zie: mr. drs. P.W.H. van den Heuvel, Een lening van de eigen B.V. toch (g)een dividenduitkering?, Vakblad Familiezaken nummer Memorie van toelichting, p nieuws/2019/03/04/internetconsultatiewetsvoorstel-ontmoedigen-lenen-eigenvennootschap-van-start. 14
Reactie op conceptwetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap
Reactie op conceptwetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap Joanknecht 1 heeft met veel belangstelling kennis genomen van het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wet excessief
Geld geleend van de eigen vennootschap? Mogelijk dubbele heffing door nieuwe wetgeving! CROP.NL
Geld geleend van de eigen vennootschap? Mogelijk dubbele heffing door nieuwe wetgeving! Bovenmatig lenen bij eigen vennootschap wordt ontmoedigd! Algemeen De belastingdienst stelt de laatste jaren steeds
Geld geleend van de eigen vennootschap? Mogelijk dubbele heffing door nieuwe wetgeving! CROP.NL
Geld geleend van de eigen vennootschap? Mogelijk dubbele heffing door nieuwe wetgeving! Belastingdienst gaat bovenmatig lenen bij eigen vennootschap aanpakken. Inleiding De Belastingdienst stelt de laatste
Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap
12 maart 2019 Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap Op 4 maart 2019 is het conceptwetsvoorstel excessief lenen van de eigen vennootschap gepubliceerd. Het Kabinet voorziet een incidentele
Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
7 hoofdstuk Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang Opgave 7.1 Ja. Samen bezitten ze 5% van het geplaatste aandelenkapitaal. Beiden hebben een aanmerkelijk belang. Opgave 7.2 Nee. Na de echtscheiding
Reactie internetconsultatie Wet excessief lenen bij eigen vennootschap
Reactie internetconsultatie Wet excessief lenen bij eigen vennootschap Van HVK Stevens Belastingadvies Aan Ministerie van Financiën Datum 31 maart 2019 HVK Stevens maakt graag gebruik van de mogelijkheid
Zakendoen met uw eigen bv in De kansen en mogelijkheden. whitepaper
28.06.16 Zakendoen met uw eigen bv in 2016 De kansen en mogelijkheden whitepaper In dit whitepaper: Als directeur-grootaandeelhouder bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen
Hoe in 2017 optimaal geld uit uw BV halen? DEEL 9 DEEL 9. Lenen van de BV
Hoe in 2017 optimaal geld uit uw BV halen? DEEL 9 DEEL 9 Lenen van de BV HOOFDSTUK 1: BEGRIP Wat bedoelen we hier met lenen? Met lenen bedoelen we, dat u geld of andere goederen ter beschikking krijgt
Prinsjesdag 2015 - fiscale actualiteiten
21 september 2015 Prinsjesdag 2015 - fiscale actualiteiten Op Prinsjesdag 2015 is het Belastingplan 2016 gepresenteerd. Dit plan bevat helaas niet de eerder door velen gehoopte radicale aanpassing van
Hoofdstuk 1: Begrip. Onzakelijke rente. Onzakelijke lening/onzakelijk debiteurenrisico
Hoofdstuk 1: Begrip Wat bedoelen w e h i e r m e t lenen? Met lenen bedoelen we, dat u geld of andere goederen ter beschikking krijgt van en ter beschikking stelt aan uw BV. In dit hoofdstuk spreken we
Wet excessief lenen bij eigen vennootschap ter consultatie voorgelegd concept-wetsvoorstel. Reactie Register Belastingadviseurs
Wet excessief lenen bij eigen vennootschap ter consultatie voorgelegd concept-wetsvoorstel Reactie Register Belastingadviseurs Het Register Belastingadviseurs (hierna: RB ) heeft met veel belangstelling
Tijdelijk verruimde vrijstelling schenkbelasting. Inleiding. Belangrijkste vindplaatsen
Tijdelijk verruimde vrijstelling schenkbelasting Inleiding In het kader van hun estate planning kiezen ouders er soms voor te schenken aan hun kinderen. In het Belastingplan 2014 zijn twee maatregelen
17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001
Onderwerpen: Korte uitleg heffingssysteem inkomstenbelasting Korte uitleg heffingssysteem vennootschapsbelasting Vrijstellingen en heffingskortingen Aflossen eigenwoningschuld Familielening eigen woning
Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee!
Met geld van uw bv kunt u belastingvrij genieten! Zakendoen met uw eigen bv: de kansen en mogelijkheden Doe er uw voordeel mee! Een directeur-grootaandeelhouder is in de unieke positie om zaken te doen
Slim Schenken en nalaten
Slim Schenken en nalaten U wilt geld schenken aan bijvoorbeeld uw kind, kleinkind, een willekeurig persoon of een goed doel. Op die manier kunt u hen financieel ondersteunen. Afhankelijk van aan wie u
ESJ Accountants & Belastingadviseurs
ESJ Accountants & Belastingadviseurs Het realiseren van vermogen vanuit een vennootschap Juni 2013 Maurice de Clercq Programma Realiseren van vermogen 1. Inleiding 2. Emigratie België 3. Luxemburg/ Curaçao
2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 1
Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs
Wet excessief lenen bij eigen vennootschap: DGA-taks drijft ondernemers op kosten zonder beoogd doel te realiseren
Wet excessief lenen bij eigen vennootschap: DGA-taks drijft ondernemers op kosten zonder beoogd doel te realiseren Position Paper - ONL voor Ondernemers ONL steunt de ambitie van het kabinet om belastingontwijking
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)
De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling
Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:
1 Belastingplannen 2016
1 Belastingplannen 2016 1.1 Inkomstenbelasting 1.1.1 Belastingverlaging in de tweede en derde belastingschijf Het tarief in de tweede en derde belastingschijf in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen
Consultatie wetsvoorstel implementatie ATAD2
Consultatie wetsvoorstel implementatie ATAD2 Op 29 mei 2017 is een aanpassing van de EU-richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking aangenomen, zodat deze richtlijn zich (ook) richt tegen hybridemismatches
Advieswijzer. Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 28-06-2016 Denk ondernemend. Denk Bol.
Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden 28-06-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. Als directeur-grootaandeelhouder bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen
H R o - Inko m stenbelasting - Aan m erkelijk belang -- D eel 1
Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs
Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden. 23 juli 2014
Zakendoen met uw eigen bv De kansen en mogelijkheden 1 Doe er uw voordeel mee! Een directeur-grootaandeelhouder is in de unieke positie om zaken te doen met zijn eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk
Nieuwsbrief Fiscaal Juridisch Adviesbureau Informatiebulletin over de eigen woning en inkomensvoorzieningen
Nieuwsbrief Fiscaal Juridisch Adviesbureau Informatiebulletin over de eigen woning en inkomensvoorzieningen Nummer 145a Prinsjesdag 2015 Inhoud Prinsjesdag 2015 Inleiding 1 Belastingplan 2016 Aanpassing
Belastingplan 2016; De highlights voor de dga en vermogend particulier
15 september 2015 Belastingplan 2016; De highlights voor de dga en vermogend particulier Op 15 september 2015 is het Belastingplan 2016 aangeboden aan de Tweede Kamer. De voor dga en particuliere vermogensbezitter
Beleggen met geleend geld van de BV
Beleggen met geleend geld van de BV Overtollige middelen van de BV kunnen beter niet binnen de BV worden belegd, maar in privé. De BV betaalt namelijk 35% vennootschapsbelasting over de beleggingsresultaten,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)
De flexibilisering van het B.V. recht
Seminar De flexibilisering van het B.V. recht 6 juni 2012 Dagvoorzitter: Kees Goeman Sprekers: Dirk School Lisan Vermeer Govert Vorstenbosch Sirik Goeman 1 www.bgadvocaten.nl Bogaerts & Groenen advocaten
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen Artikel XII Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
Memorandum RECENTE BELASTINGONTWIKKELINGEN MET BETREKKING TOT DE FISCALE EENHEID
Memorandum REENTE ELASTINGONTWIKKELINGEN MET ETREKKING TOT DE FISALE EENHEID Op 6 juni 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën het wetsvoorstel Wet spoedreparatie fiscale eenheid gepubliceerd. In
Fiscale aspecten bij opzetten van een vastgoedfonds Zorginstellingen en vennootschapsbelasting
Fiscale aspecten bij opzetten van een vastgoedfonds Zorginstellingen en vennootschapsbelasting Maarten Jan Brouwer Jan Pieter van Eck Disclaimer vooraf: sinds het opstellen van deze presentatie, is het
Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP)
Aan: Van: Staatssecretaris van Financiën Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) Datum: 10 december 2018 Betreft: Reactie op internetconsultatie implementatie ATAD2 Geachte heer Snel,
Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?
Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen Dit document bevat vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. ib 801-1z*1fd INKOMSTENBELASTING
TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM
TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM met betrekking tot de Gecombineerde Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (de"vergadering") van Insinger de Beaufort Umbrella Fund N.V. (de "Vennootschap")
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie
Kluwer Online Research
Vakblad Financiële Planning Terbeschikkingstelling: een update Kluwer Online Research Auteur: Drs. J.E. van den Berg[1] Tussen november 2011 en mei 2012 zijn enkele belangrijke uitspraken en arresten verschenen
Stappenplan familielening
Stappenplan familielening 1. Situatie waarvoor de lening is bedoeld Een familielening is geschikt voor de aankoop van een woning, maar ook: voor het gedeeltelijk aflossen van de hypotheek bij de bank;
Checklist Dga en zijn bv Haal het beste uit de fiscale positie van de dga
Checklist Dga en zijn bv Haal het beste uit de fiscale positie van de dga 1. Wie is directeur-grootaandeelhouder? De directeur-grootaandeelhouder (dga) is enerzijds directeur van een bv en anderzijds aandeelhouder.
Datum 16 april 2012 Betreft Opzet aanpassing Bvdb 2001 (voorkoming dubbele bankenbelasting) en tweede Nota van wijziging bankenbelasting
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s GRAVENHAGE Directie Internationale Fiscale Zaken Korte Voorhout 7 2511 CW Den
Gooilanden. Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning
Gooilanden Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning 1. Inleiding 2. Omzetbelasting 2.1 Btw-ondernemer 2.2 Aftrek van voorbelasting 2.2.1 Geen privé gebruik recreatiewoning 2.2.2 Privé gebruik
(naw-gegevens + BSN van aandeelhouder/werknemer), (naw-gegevens + RSIN van de vennootschap/inhoudingsplichtige),
Vaststellingsovereenkomst 1. Partijen Belanghebbende(n), (naw-gegevens + BSN van aandeelhouder/werknemer), (naw-gegevens + RSIN van de vennootschap/inhoudingsplichtige), en Gemachtigde(n), (naw-gegevens)
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie
KPMG Meijburg & Co ABCD. Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht
Invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht Op 12 juni 2012 heeft de Eerste Kamer de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering
De onzakelijke lening:
Na de baanbrekende arresten in 2011 en 2012 over de onzakelijke lening, is er de afgelopen jaren nog veel (verfijnende) jurisprudentie verschenen. De auteur behandelt deze jurisprudentie en verwacht dat
Checklist Deelnemingsvrijstelling
Checklist Deelnemingsvrijstelling Wie een (persoonlijke) holding bezit met daarin aandelen in een werkmaatschappij, zal al snel achter het belang van de deelnemingsvrijstelling komen. De deelnemingsvrijstelling
de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen
de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Ministerie van Justitie en Veiligheid Ingediend op https://www.internetconsultatie.nl/moderniseringpersonenvennootschap Amsterdam, 29
HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2
Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 209 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, ter zake van het bevorderen van de financiering van de eigen woning met eigen middelen (materiële
32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M
ESJ Accountants & Belastingadviseurs
ESJ Accountants & Belastingadviseurs De eigen bijdrage in de AWBZ: Vermogensbescherming zonder te schenken Maurice De Clercq & Harjit Singh Juni 2013 Programma Inleiding Belastingdruk bij eigen bijdrage
Dubbele winst bij verliezen Rechtpraak Hoge Raad biedt nieuwe kansen over de grens
Dubbele winst bij verliezen Rechtpraak Hoge Raad biedt nieuwe kansen over de grens Op 1 maart van dit jaar heeft de Nederlandse Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan in een Nederbelgische situatie.
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 Vonnisnummer : 1993-040 (op CD rom Jurdoc 1994-040) Datum : 27 april 1994 Rechters : mrs. Warnink, Moltmaker en Ilsink Middel : winst Artikel : 6 Belastingjaar
ESJ Accountants & Belastingadviseurs
ESJ Accountants & Belastingadviseurs Centen en Stenen: Waar moet je wezen Maurice de Clercq Inhoud 1. Aftrekken 2. 10 jaars termijn aanmerkelijk belang 3. 10 jaars termijn successie 4. In Nederland staat
26 maart 2014. Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs
Seminar Transacties tussen de DGA en zijn BV in een fiscaal perspectief 26 maart 2014 Sprekers: Govert Vorstenbosch belastingadviseur bij Inventive Control Accountants & Belastingadviseurs Jolanda van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 950 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014) Nr. 4 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 12 juni 2014 Het
Nieuwsbrief kwartaal 4 Prinsjesdag Bron: Dukers & Baelemans Pagina 1. U als particulier: Algemene heffingskorting en de arbeidskorting
U als particulier: Algemene heffingskorting en de arbeidskorting In het belastingplan 2014 was reeds aangekondigd dat het afbouwpercentage in de algemene heffingskorting geleidelijk wordt verhoogd en de
Enkele fiscale wijzigingen per 1 januari 2013 nader belicht
22 november 2012 DGA Nieuwsbrief Enkele fiscale wijzigingen per 1 januari 2013 nader belicht In dit memo worden enkele wijzigingen in de fiscale wetgeving per 1 januari 2013 besproken die mogelijk ook
(Verwachte) fiscale wijzigingen Belastingplan 2018 en Regeerakkoord
UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING (Verwachte) fiscale wijzigingen Belastingplan 2018 en Regeerakkoord mr. B. (Bas) Opmeer Programma 2 Politieke werkelijkheid Tarieven en vrijstellingen Box 3 Schenkbelasting
Namens de vennootschap onder firma V.O.F. Ik bouw betaalbaar in Almere:
Kenmerk: HS/1008429 Vaststellingsovereenkomst met betrekking tot: de Regeling Ikbouwbetaalbaar Tussen de volgende partijen: Namens de Belastingdienst: De heer R.P. Kranenborg Namens de vennootschap onder
Is de ingehouden dividendbelasting verrekenbaar? Inwoner van Nederland
Is de ingehouden dividendbelasting verrekenbaar? Inwoner van Nederland SynVest is als fiscale beleggingsinstelling verplicht om 15% dividendbelasting in te houden op uitgekeerd dividend en dit af te dragen
- OVEREENKOMST - inzake een geldlening eigen woning
- OVEREENKOMST - inzake een geldlening eigen woning DE ONDERGETEKENDEN De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V., statutair gevestigd te en kantoorhoudende aan de, te (.), te dezer zake
Hoorcollege Directe Belastingen DB II Collegejaar 2014/2015
Waarom een VBI of een FBI? De VBI en de FBI zijn faciliteiten die collectief belleggen faciliteren. Fiscaal bezien kan je ruwweg - (collectief) beleggen op twee manieren vormgeven. Een belastingplichtige
Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten
18 september 2014 Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten Op Prinsjesdag 2014 is het Belastingplan 2015 gepresenteerd. Het Belastingplan 2015 bevat voor specifiek de vastgoedsector weinig belangrijke
Fiscale aspecten van groepsfinanciering van vastgoed
Fiscale aspecten van groepsfinanciering van vastgoed Wet VPB 1969 In een themanummer over vastgoedfinanciering kan een bijdrage over de fiscale aspecten niet ontbreken. In dit artikel gaan wij in op de
JJJ. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs
JJJ JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Amsterdam, 7 oktober 2008
