REGIONAAL CRISISPLAN FRYSLÂN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "REGIONAAL CRISISPLAN FRYSLÂN"

Transcriptie

1 REGIONAAL CRISISPLAN FRYSLÂN Maart 2012 Autorisatie Opdrachtgever Opsteller AB S. Ververs Versiegegevens Versie Datum Verzonden aan Met als doel oktober Werkoverleg Brandweer & Veiligheid vaststelling december POOK Advies december Directie CB Instemming december Dagelijks Bestuur Instemming maart 2012 AB Vaststelling

2 Inhoudsopgave 0. Inleiding 3 Deel I. De Crisisorganisatie 4 1. Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Introductie Uitgangspunten GRIP GRIP-teams en kernbezetting Wanneer GRIP? Een plotselinge gebeurtenis ontwikkelt zich tot een ramp of crisis Bovenregionale en landelijke incidenten Een ramp of crisis kondigt zich aan Alarmeren, opkomst en bijstand Alarmeren Opkomst Opkomsttijden Voldoen aan opkomsttijden Aflossing Bijstand Vestiging en uitwijk Bestuurlijke en operationele leiding Bestuurlijke leiding en opperbevel Operationele leiding Opschalen en afschalen Opschalen Door wie wordt de procedure gestart? Automatische opschaling Monodisciplinaire opschaling Opschaling bij evenementen Afschalen Door wie wordt de procedure beëindigd? Monodisciplinaire afschaling Informatiemanagement (netcentrisch werken) Crisispartners Rijksheren De commissaris van de Koningin Het Openbaar Ministerie De waterschappen en Rijkswaterstaat Defensie Landelijke coördinatiecentra Nationaal Crisiscentrum Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Landelijke Operationele Staf Departementaal coördinatiecentrum Waterbeheer en Scheepvaartzorg 18 Deel II. Processen per kolom Processen Bevolkingszorg 20 Processen Brandweerzorg Processen Geneeskundige zorg 86 Processen Politiezorg 101 Bijlagen 122 Bijlage I: Ambtsinstructie Commissaris der Koningin 123 Bijlage II: Structuurschema Waterbeheer en Scheepvaartzorg 128 o Bijlage III: Werkwijze RBT 130 2

3 0. INLEIDING De Veiligheidsregio Fryslân is opgericht om een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding. Om hieraan invulling te geven moet antwoord gegeven worden op drie vragen: Wat bedreigt de inwoners en bezoekers van onze regio en hoe erg is dat? Wat moet de Veiligheidsregio kunnen en wat hebben we daarvoor nodig? Wie doet wat tijdens een crisis in onze Veiligheidsregio? De eerste vraag wordt beantwoord in het regionaal risicoprofiel dat in 2010 is vastgesteld. De belangrijkste risico s voor Fryslân zijn, rekening houdend met impact en waarschijnlijkheid, onderstaande incidenttypen: Hittegolf; Ziektegolf (pandemie); Overstroming vanuit zee; Incident beroepsvaart/ ruim water (veerboot); Uitval elektriciteitsvoorziening; Besmettingsgevaar (toxische brand); Vollopen polder/ dijkdoorbraak; Brand in gebouw verminderd zelfredzame personen. Het antwoord op de vraag wie doet wat tijdens een crisis in onze Veiligheidsregio is terug te vinden in dit regionaal crisisplan. Meer concreet bevat het crisisplan een overzicht van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden, alsmede de organisatie van de maatregelen en voorzieningen die genomen kunnen worden in geval van een crisis. Voor specifieke risico s is vereist, dat het crisisplan nader wordt uitgewerkt in rampbestrijdingsplannen. In overleg met de gemeenten is er ook een aantal incidentbestrijdingsplannen in Fryslân. Deze plannen zijn qua opzet gelijk aan rampbestrijdingsplannen maar hebben geen wettelijke grondslag. Op grond van het risicoprofiel wordt beoordeeld voor welke risico s een incidentbestrijdingsplan van meerwaarde is. In het beheersen en bestrijden van crisissituaties hebben veel partijen een taak. De gemeenten in Fryslân hebben de coördinatie van en sturing op de besluitvorming en uitvoering gebundeld in de Veiligheidsregio. Crises voelen zich niet gebonden door de grenzen van een gemeente, regio of land. In het crisisplan wordt ook de positie van de Veiligheidsregio toegelicht bij incidenten met een bovenregionaal of nationaal karakter. Het crisisplan is breder te benutten dan uitsluitend in de acute fase van een crisis. Ook in situaties waarin nog geen sprake is van een calamiteit, maar wel van een concrete dreiging kan conform de beschreven structuur gewerkt worden. Vergelijkbaar hieraan is ook in de periode ná een crisis behoefte aan coördinatie en sturing. Het Crisisplan bestaat uit 2 delen. In deel I wordt de crisisorganisatie beschreven. De crisisorganisatie is voor Veiligheidsregio Fryslân beschreven in de op 28 februari 2011 vastgestelde GRIP-regeling. Om die reden is dit deel ook als separaat document onder de naam GRIP-regeling bekend. In deel II worden per kolom de deelprocessen verder uitgewerkt, wordt het netcentrisch werken toegelicht en staan de afspraken met de crisispartners genoemd. 3

4 Deel I: de Crisisorganisatie 1. Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) 1.1 Introductie Als zich ondanks alle risicobeperkende maatregelen, die zowel door particulieren als de (semi-) overheid getroffen worden, een ramp of crisis voordoet, is het van groot belang dat de rampenbestrijding- en crisisbeheersingsorganisatie vlot en als geheel start met de uitvoering van haar taken. Het Besluit veiligheidsregio s stelt om die reden eisen aan de rampenbestrijding- en crisisbeheersingsorganisatie in die situaties waarbij een onmiddellijke en totale opschaling noodzakelijk is om de gevolgen van de ramp of crisis vanaf het eerste moment efficiënt en effectief te kunnen bestrijden. De aard en omvang van het incident, ramp of crisis en de mate van inzet van eenheden zijn maatgevend voor de omvang en samenstelling van de rampenbestrijding- en crisisbeheersingsorganisatie. Hoe de multidisciplinaire operationele en bestuurlijke opschaling bij incidenten, rampen en crises binnen Veiligheidsregio Fryslân is georganiseerd is uitgewerkt in de voorliggende Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP). Hierbij wordt nadrukkelijk aangetekend dat hoewel de GRIP-regeling een duidelijke structuur en standaardisering kent, zij ook voor de operationele en bestuurlijke leidinggevenden de mogelijkheid van flexibiliteit biedt. Dit betekent dat de operationeel leider en burgemeester om hem of haar moverende redenen van de regeling kan afwijken, indien de situatie dit vereist. GRIP is immers een middel en geen doel op zich. 1.2 Uitgangspunten GRIP De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Van de dagelijkse situatie naar de rampenbestrijding- en crisisbeheersingsorganisatie. GRIP beschrijft de systematiek om de coördinatiebehoefte af te stemmen zowel in de dagelijkse situatie met routinematige incidenten als in een volledig opgetuigde rampenbestrijding- en crisisbeheersingsorganisatie. GRIP-fasen zijn aanvullend. Per hogere GRIP-fase worden nieuwe teams actief en deze teams veranderen qua samenstelling niet als de hogere GRIP-fase wordt afgekondigd. De coördinatie tussen de verschillende teams kan echter wel veranderen (voorbeeld hiervan is de informatielijn in GRIP 2 en de bevelslijn in GRIP 3 tussen de burgemeester en het ROT). Bij elke hogere fase komt de algehele coördinatie op een niveau hoger te liggen, namelijk het RBT. In dit geval (GRIP 4) is het GBT niet meer actief. GRIP-fasen zijn niet perse opvolgend. De passende GRIP-fase kan ook direct worden afgeroepen (wanneer bijvoorbeeld van meet af aan duidelijk is dat sprake is van grootschalige evacuatie kan direct naar GRIP 3 worden opgeschaald). Een GRIP-fase kan dus worden afgekondigd zonder dat het lagere niveau is ingesteld. De hoogste bieder wint. Opschalingopdrachten staan niet ter discussie. Indien één van de hulpverleningsdiensten of gemeenten van mening is dat opschaling noodzakelijk is, volgen de overige diensten dit besluit. Omtrent de bevoegdheden hieromtrent is een en ander vastgelegd in een mandaatregeling. Evaluatie achteraf wijst uit of de juiste GRIP-fase is afgekondigd. Voor meer informatie omtrent op- en afschalen verwijs ik u naar hoofdstuk 5. Niet alle teams hoeven geactiveerd te worden. Het kan voorkomen bij incidenten dat in de regio wel een effectgebied, maar geen brongebied is (bijvoorbeeld bij rook- of stankoverlast met een bron buiten de Veiligheidsregio Fryslân). Er wordt dan alleen een ROT geformeerd en geen CoPI. 4

5 De kernbezetting van een team komt altijd. De kernbezetting ofwel de minimale bezetting van een GRIP-team reageert altijd op de GRIPalarmering en begeeft zich naar de opkomstlocatie van het desbetreffende team. Ook al lijkt er op het eerste gezicht voor een bepaalde discipline geen directe aanleiding om op te komen. De andere disciplines hebben behoefte aan multidisciplinaire afstemming voor het scenariodenken voor de bestrijding van het incident, ramp of crisis. 1.3 GRIP-teams en kernbezetting De GRIP-teams die binnen de opschalingsstructuur actief zijn, omschrijft het Besluit veiligheidsregio s als de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen: a. de meldkamer; b. één commando plaats incident (CoPI) of afhankelijk van de aard en de wijze waarop de ramp of crisis zich ontwikkelt meerdere commando s plaats incident; c. een coördinerend onderdeel bij meer dan één commando plaats incident, zijnde één van de commando s plaats incident; d. een of meerdere teams bevolkingszorg (TBZ); e. een regionaal operationeel team (ROT); en f. een gemeentelijk beleidsteam (GBT) bij een lokale ramp of crisis, of een regionaal beleidsteam (RBT) bij een bovenlokale ramp of crisis. GRIP bestaat uit vier fasen met per fase verschillende crisisteams, die elk op een eigen niveau functioneren: operationeel, tactisch of strategisch. Alle GRIP-teams hebben een minimale bezetting die kernbezetting wordt genoemd. Deze kernbezetting dient te allen tijde gehoor te geven aan de alarmering en zich te begeven naar de opkomstlocatie van het desbetreffende GRIP-team. De leidinggevende van elk team kan bepalen of het noodzakelijk is naast de kernbezetting nog andere functionarissen vanwege hun specifieke expertise toe te voegen aan het team. Bij elke GRIP-fase worden de vooraf gedefinieerde teams en functionarissen gealarmeerd, evenals de voorzieningen die daarbij horen. Op deze manier hoeft niet per incident, ramp of crisis bedacht te worden wat noodzakelijk is, waardoor de opschaling sneller en efficiënter kan verlopen. Routinefase GRIP 1 CoPI GRIP 2 CoPI ROT TBZ GRIP 3 CoPI ROT TBZ GBT GRIP 4 CoPI ROT TBZ RBT Operationeel niveau Tactisch niveau Strategisch niveau 5

6 1.4 Wanneer GRIP? Een plotselinge gebeurtenis ontwikkelt zich tot een ramp of crisis Afhankelijk van de aard en omvang van een incident wordt volgens vaste patronen opgeschaald naar de rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisatie in volle omvang. De procedure kan worden gestart indien bij de bestrijding van (grootschalige) incidenten, rampen of crises en/of een dreiging hiervan duidelijk behoefte is aan multidisciplinaire coördinatie en/of een eenduidige aansturing van de inzet van de diensten door multidisciplinaire teams. Iedere GRIP-fase kent een opschalingsreden, zoals beschreven in de volgende tabel. GRIP-fase Opschalingreden GRIP 1 Multidisciplinaire incidentbestrijding ter plaatse (bronbestrijding), waarbij: Multidisciplinaire afstemming met eenhoofdige aansturing nodig is; Noodzaak tot en behoefte aan coördinatie op operationele processen vanuit het brongebied bestaat. GRIP 2 Omvangrijke multidisciplinaire incidentbestrijding (bron- en effectbestrijding), waarbij: Noodzaak tot en behoefte aan coördinatie, ook op tactische processen vanuit het effectgebied bestaat; Het ROT taken over neemt aanvullend op het CoPI; Multidisciplinaire logistieke ondersteuning noodzakelijk is; Het ROT meerdere CoPI s inzet. GRIP 3 Omvangrijke multidisciplinaire incidentenbestrijding met bestuurlijke impact (bedreiging van het welzijn van (grote groepen) van de bevolking), waarbij: Noodzaak tot en behoefte aan coördinatie op strategische processen op bestuurlijke niveau bestaat; Strategische besluitvorming op bestuurlijk niveau noodzakelijk is; De burgemeester behoefte heeft aan ondersteuning door een strategische staf. GRIP 4 Omvangrijke multidisciplinaire incidentenbestrijding met bestuurlijke impact die de grens van een gemeente overschrijdt, waarbij: Noodzaak tot en behoefte aan gecoördineerde bestuurlijke leiding bestaat; Strategische besluitvorming op bovengemeentelijk niveau noodzakelijk is; De voorzitter veiligheidsregio ondersteuning van strategische staf wenst of er sprake is van andere schaarste in bemensing Bovenregionale en landelijke incidenten In de beschrijving van de GRIP-fasen valt op dat GRIP zich beperkt tot het regionale niveau. In geval van een bovenregionale of landelijke ramp of crisis incident zijn de structuren vergelijkbaar met een GRIP 4 aangevuld met de verschillende landelijke coördinatiestructuren (bijvoorbeeld het Nationaal CrisisCentrum). De commissaris van de Koningin (cdk) ziet toe op de samenwerking in het regionaal beleidsteam en kan daartoe aanwijzingen geven. De commissaris van de Koningin (cdk) kan, in geval van een ramp of crisis van meer dan regionale betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van de Veiligheidsregio, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of crisisbeheersing te voeren beleid. Al deze voornoemde zaken doet hij aan de hand van een door de Minister gegeven ambtsinstructie. Bovenregionale incidenten en effecten worden door de regio s afzonderlijk bestreden conform de eigen GRIP-regeling. In de voorbereidende fase en tijdens de bestrijdingsfase is uiteraard afstemming tussen de regio s. Het kan dus voorkomen dat voor hetzelfde incident in de ene regio een andere GRIP-fase is afgekondigd dan in de aangrenzende regio. Dit is bijvoorbeeld in de situatie dat in Veiligheidsregio Drenthe een brand woedt waarvoor GRIP 1 is afgekondigd en in Veiligheidsregio Fryslân veel rookoverlast is en daarom een GRIP 2 wordt afgekondigd Een ramp of crisis kondigt zich aan Naast een plotselinge gebeurtenis kan een ramp of crisis zich ook van te voren aankondigen. Voorbeelden hiervan zijn hoogwater of een dreigende infectieziekte. Bij dreigende rampen en crises zal de opschaling anders verlopen. De opschaling is in deze gevallen veel meer beleidsmatig dan operationeel, aangezien de ramp of crisis zich nog niet heeft voorgedaan. De ramp of crisis vraagt dan 6

7 wel om een bepaalde opschaling zonder dat alle teams binnen de GRIP-fase en alle functionarissen binnen een GRIP-team actief zijn. 2. Alarmeren, opkomst en bijstand 2.1 Alarmeren Alarmering heeft tot doel de eenheden die nodig zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing binnen zeer korte tijd te activeren en naar de juiste plaats te dirigeren. In de acute fase van de rampenbestrijding en crisisbeheersing moeten alle onderdelen van de hoofdstructuur tot en met het ROT en alle hulpverleningsdiensten die nodig zijn voor de bestrijding in één keer kunnen worden gealarmeerd en de verantwoordelijk bestuurder worden gewaarschuwd. De kernteamleden van de GRIP-teams worden gealarmeerd door de meldkamers van brandweer, politie en ambulancezorg (straks Meldkamer Noord Nederland). De gealarmeerde functionarissen dienen de hogere echelons binnen hun organisatie te informeren over de stand van zaken, zodat vanuit dit niveau geanticipeerd kan worden op ontwikkelingen en effectiever en efficiënter aangehaakt kan worden bij eventuele opschaling. De meldkamer zorgt voor de alarmering van de coördinerend gemeentelijk functionaris. De gemeentelijke kolom zorgt voor de dooralarmering binnen de van toepassing zijnde gemeente. Verantwoordelijkheden meldkamer Op grond van het Besluit veiligheidsregio s heeft de meldkamer de volgende verantwoordelijkheden: Norm Alarmeren Beschrijving incident Tijd Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de alarmering van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing tot en met het niveau ROT en wordt de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters geïnformeerd. De meldkamer geeft binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld. 2.2 Opkomst Opkomsttijden In het Besluit veiligheidsregio s zijn opkomsttijden opgenomen voor de teams CoPI, ROT, TBZ en GBT en een aantal specifieke functionarissen. Onder opkomsttijd wordt verstaan: de tijd tussen aanname van de melding door de meldkamer (en daarmee het actief zijn van de nieuwe GRIP-fase) en de aankomst van de eenheid of functionaris op de plaats van het incident of de locatie waar het crisisteam bijeenkomt. 7

8 Team Opkomsttijd Uitzondering CoPI 30 minuten ROT Algemeen commandanten (hoofden sectie) 45 minuten voorlichtingsfunctionaris: 30 minuten Sectiemedewerkers 60 minuten Sectiemedewerker Informatie-management: 40 minuten TBZ 90 minuten Coördinerend voorlichter: 30 minuten GBT 60 minuten RBT 60 minuten analoog aan het GBT Voldoen aan opkomsttijden Het doel van het stellen van opkomstnormen is steeds tijdig de juiste hoeveelheid mensen en middelen beschikbaar te hebben voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de acute fase. In het besluit is vastgelegd dat een onderdeel aan de opkomstnorm voldoet als de sleutelfunctionarissen binnen de gestelde tijd zijn gestart met de uitvoering van hun taken (voor ROT zijn dit bijvoorbeeld de algemeen commandanten). 2.3 Aflossing De leider CoPI en/of de operationeel leider bepalen wanneer en hoe hun teams afgelost moeten worden. De wijze van aflossing van GBT en RBT wordt door de burgemeesters en de voorzitter veiligheidsregio bepaald. Uitgangspunt is dat functionarissen zes tot acht uur achter elkaar functioneren. Er kan globaal uit twee systemen gekozen worden: de staven ineens of gefaseerd aflossen. Het voordeel van het laatste systeem is dat het collectief geheugen in stand blijft. De meldkamers kunnen vervolgens vervangende functionarissen alarmeren. Tevens kan met bijstandsafspraken worden voorzien in de aflossing van onderdelen van de hoofdstructuur. 2.4 Bijstand Een ramp of crisis kan voor langere tijd doorgaan en bovendien kunnen bepaalde delen van de vitale infrastructuur uitgeschakeld zijn, ook kunnen zich situaties voordoen waarbij de crisisorganisatie van de regio zelf getroffen wordt. Het is noodzakelijk dat de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing onafgebroken kan functioneren. Het gaat daarbij om zowel de fysieke instandhouding van de organisatie als de personele bezetting ervan. Om dit te bereiken, bestaan er bijstandsafspraken met andere veiligheidsregio s. Deze afspraken hebben eveneens betrekking op onmiddellijke bijstandsverlening bij een acute ramp of crisis van dusdanige omvang, waarvoor in het risicoprofiel is voorzien dat de capaciteit van de regio zelf hiervoor ontoereikend is. Grofweg kan bijstand worden omschreven als een specifieke vorm van tijdelijke steunverlening aan een veiligheidsregio in het kader van de bestrijding of beheersing van een ramp of crisis. Bijstand kan zowel materiële als personele bijstand omvatten. Volgens de Wet veiligheidsregio heeft bijstand betrekking op steunverlening door: Een brandweerorganisatie van een andere regio of omliggend land; Een organisatie, belast met ambulancevervoer uit een andere regio of omliggend land; Provinciale diensten; Rijksdiensten; Militairen. Bijstand tussen politiekorpsen en bijstand aan politie is afzonderlijk geregeld in de Politiewet Wanneer in geval van brand, ramp of crisis of de ernstige vrees voor het ontstaan ervan bijstand nodig is van andere veiligheidsregio s, dan is de koninklijke weg dat de voorzitter van de veiligheidsregio een verzoek indient bij de minister van BZK en de commissaris van de Koningin (CdK) hierover in kennis stelt. Het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) adviseert de minister over bijstandsaanvragen. Via de bestaande kanalen, hebben de regio s contact over het op handen zijnde verzoek, zodat de voorbereidingen gestart kunnen worden. In geval van spoed richt de voorzitter veiligheidsregio s het verzoek tot bijstand rechtstreeks aan de voorzitter van een omliggende regio en stelt daarna de Minister en CdK in kennis van het verzoek. Zie voor een toelichting op de 8

9 crisispartners ook hoofdstuk 6. De gewijzigde ambtsinstructie van de CdK is in de bijlagen opgenomen. 2.5 Vestiging en uitwijk Meldkamers In het geval dat (één van) de meldkamer(s) uitvalt, worden functie taken van de meldkamer gecontinueerd in een andere meldkamer. De meldkamers politie, ambulancezorg en brandweer wijken uit naar de gemeenschappelijke meldkamer van Groningen. Vanaf de ingebruikname van de meldkamer Noord Nederland in Drachten treedt de zogenaamde DAZ constructie in werking. Dit betekent dat de uitwijk tussen de meldkamers in Drachten, Apeldoorn en Zeewolde onderling wordt geregeld. ROT/RBT Het ROT en het RBT zijn gehuisvest in het gebouw waarin eveneens de Meldkamer Noord Nederland gevestigd is. Als uitwijklocatie wordt het bureau van Politie Fryslân aan de Holstmeerlaan 3 te Leeuwarden gebruikt. TBZ/GBT Elke gemeente heeft een (uitwijk)locatie georganiseerd voor het eigen gemeentelijk beleidsteam. Het team bevolkingszorg volgt hierbij het GBT. De uitwijklocaties zijn opgenomen in de gemeentelijke rampenplannen (en worden later opgenomen in het regionaal crisisplan). 9

10 3. Bestuurlijke en operationele leiding Binnen de rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn in hoofdlijnen twee soorten leiding te onderscheiden, namelijk bestuurlijke en operationele leiding. Beide begrippen worden in dit hoofdstuk toegelicht. 3.1 Bestuurlijke leiding en opperbevel De bestuurlijke leiding bij en de eindverantwoordelijkheid voor (de afhandeling van) incidenten, zware ongevallen en rampen ligt bij de burgemeester. De burgemeester heeft het opperbevel, degenen die aan de bestrijding van een ramp deelnemen, staan onder zijn bevel. Opperbevel duidt op twee samenhangende noties: enerzijds de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid, anderzijds de zeggenschap over ieder die aan de bestrijding van de ramp of crisis deelneemt, in het bijzonder met het oog op een goede coördinatie. In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bevoegd invulling te geven aan een aantal taken van de betrokken burgemeesters. De belangrijkste hierbij is het opperbevel en het informeren van de bevolking en de bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing betrokken personen over de ramp of crisis. Burgemeester De burgemeester vervult bij rampen en crises verschillende rollen: Strategisch beslisser, waarbij het nemen van strategische beslissingen en daarover achteraf verantwoording afleggen centraal staat; Boegbeeld van de crisisorganisatie in de communicatie naar de buiten wereld; Burgervader in de (na-)zorg naar zijn/haar eigen bevolking. 3.2 Operationele leiding Operationele leiding houdt in: de bevoegdheid tot het in opdracht van de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio geven van bindende aanwijzingen aan commandanten van de bij de crisisbestrijding samenwerkende zelfstandige diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten van die diensten aangaande de wijze van uitvoeren van de taken. Ieder grootschalig incident, ramp of crisis kent eenhoofdige operationele leiding: In GRIP 1 is sprake van coördinatie van brandweerzorg, politiezorg, geneeskundige zorg en bevolkingszorg op operationeel niveau door het CoPI en ligt de eenhoofdige leiding (voor de doelopdrachten) bij de leider CoPI. In GRIP 2, 3 en 4 is sprake van coördinatie van brandweerzorg, politiezorg, geneeskundige zorg en bevolkingszorg op operationeel niveau (CoPI) en tactisch niveau (ROT) en ligt de eenhoofdige operationele leiding (voor de doelopdrachten) in de handen van de operationeel leider in het ROT. Leider Commando Plaats Incident De functionaris die het overleg van de operationele staf ter plaatse leidt en het besluitvormingsproces in het CoPI bewaakt. Afhankelijk van de GRIP-fase waarin het incident zich bevindt informeert hij de burgemeester of rapporteert hij aan de operationeel leider. De leider CoPI valt onder het opperbevel van de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio mochten deze besluiten tot het uitoefenen daarvan. Operationeel leider De functionaris die door het bevoegd gezag is aangewezen om de operationele leiding uit te oefenen in het ROT. Hij adviseert de burgemeester in het GBT of de voorzitter veiligheidsregio in het RBT over operationele aangelegenheden. Beleidsbeslissingen vertaalt hij binnen het ROT in operationele opdrachten en coördineert hij de uitvoering daarvan. 10

11 4. Opschalen en afschalen 4.1 Opschalen Zodra zich een ramp of crisis voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisatie opgeschaald. Het doel van het proces opschaling is om steeds de juiste hoeveelheid mensen en middelen beschikbaar te hebben voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de acute fase. Het proces omvat het activeren van de benodigde mensen en middelen en het afstemmen van de wijze van aansturing hiervan: de overgang van de dagelijkse situatie naar de rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisatie. Ook het waarschuwen van de relevante crisispartners en het activeren van bijstandsafspraken met andere, meestal aangrenzende regio s behoort tot dit proces. Om de opschaling en de multidisciplinaire coördinatie in goede banen te leiden wordt GRIP gehanteerd Door wie wordt de procedure gestart? Bij de afkondiging van een GRIP-fase door één van de diensten zijn de overige diensten gehouden de afkondiging van de GRIP-fase te volgen. De afgekondigde GRIP-fase wordt zo spoedig mogelijk door de leiding van het hoogst aanwezige GRIP-niveau formeel bekrachtigd. Indien door een bevoegde functionaris de GRIP-regeling in werking is gesteld, dient deze direct door de meldkamers uitgevoerd te worden. Hieronder zijn de functionarissen genoemd die bevoegd zijn een bepaalde GRIP-fase te starten. GRIP-fase Bevoegd tot opschalen: GRIP 1 en 2 De operationeel leidinggevende functionarissen vanaf schaal 9. De centralisten van de meldkamer. De gemeentelijk functionaris doet dit veelal na overleg met burgemeester of gemeentesecretaris; Functionarissen die uit hoofde van hun functie bevoegd zijn (leider CoPI, operationeel leider); De informatiefunctionaris op de meldkamer in die gevallen waar in de rampenbestrijdingsplannen aan scenario s een GRIP 1 of 2 niveau is gekoppeld. GRIP 3 * De burgemeester, al dan niet op advies van de hoogst operationeel leidinggevende (leider CoPI of operationeel leider). GRIP 4 De voorzitter veiligheidsregio, al dan niet op verzoek of advies van de bij het incident betrokken burgemeesters van bron- en effectgemeenten) of de hoogst operationeel leidinggevende (leider CoPI of operationeel leider) Automatische opschaling Na het activeren van één of meerdere sirenegebieden van het waarschuwingsstelsel door de daarvoor aangewezen functionaris is automatisch sprake van een GRIP 3; Het bestuurlijke besluit tot grootschalige evacuatie van de bevolking leidt automatisch tot GRIP 4; In sommige gevallen vindt opschaling plaats aan de hand van vastgestelde planvorming. Voorbeelden hiervan zijn ramp- en incidentbestrijdingsplannen Monodisciplinaire opschaling Naast multidisciplinair opschalen kunnen de hulpverleningsdiensten en gemeenten ook monodisciplinair opschalen. Iedere kolom is verantwoordelijk voor een alerte en adequate opschaling van de eigen organisatie. Zij hebben daartoe regelingen getroffen. De leidinggevenden van politie, GHOR en brandweer bepalen per incident de omvang van hun eigen organisatie (aantal en soort eenheden). Analoog aan de opschaling van de drie hulpverleningsdiensten kan opschaling van één of meer gemeentelijke diensten noodzakelijk zijn. Elke organisatie kent zijn eigen staven grootschalig en bijzonder optreden/tbz (actiecentra), die vanuit de eigen organisatie worden gealarmeerd en ingezet Opschaling bij evenementen In geval van multidisciplinaire voorbereiding en begeleiding van evenementen met een verhoogd risico voor openbare orde en veiligheid wordt de GRIP-structuur als uitgangspunt genomen. 11

12 4.2 Afschalen Als blijkt dat de ramp of crisis met minder multidisciplinaire coördinatie kan worden bestreden en ook de directe effecten minder operationele aansturing behoeven, wordt met de afschaling van de ingezette hulpverleningsdiensten en de bestuurlijke teams begonnen. Afhankelijk van de stand van zaken wordt besloten om af te schalen naar een lagere GRIP-fase of in één keer naar de routinefase. In ieder geval dient voorkomen te worden dat kolommen afschalen zonder onderlinge samenspraak. Ook zijn situaties denkbaar waarbij een GRIP-fase wel in stand blijft, maar bepaalde teams of functionarissen niet langer nodig blijken te zijn. Het kan zo zijn dat voor een CoPI geen werk meer is, terwijl het ROT nog volop bezig is met de coördinatie van het effectgebied. Het opheffen van een GRIP-team vindt plaats in overleg met de andere teams. In deze fase zal tevens een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de afschaling zoals hiervoor bedoeld en de opbouw van de nazorgfase, die al start wanneer nog niet volledig is afgeschaald. Voordat bestuurlijke en operationele teams geheel worden ontbonden, moet het gemeentelijk beleidsteam zeer nadrukkelijk beleidsbeslissingen over de nazorg nemen. Hierbij valt te denken aan: wie heeft de leiding of coördinatie over de nazorgfase; welke activiteiten moeten worden opgestart of afgerond. Het proces van voorlichting is hierbij van groot belang Door wie wordt de procedure beëindigd? De operationeel leider of leider CoPI zal in overleg met de leden van het eigen team en in overleg met eventueel andere geactiveerde teams de procedure afschalen of beëindigen. GRIP-fase Bevoegd tot afschalen GRIP 4 Bij bestuurlijke afschaling vanuit GRIP 4 besluit de voorzitter veiligheidsregio om af te schalen. Hij overlegt daartoe met de burgemeesters van de betrokken gemeenten en laat zich door de operationeel leider adviseren over de nieuw te hanteren GRIP-fase. GRIP 3 Bij bestuurlijke afschaling vanuit GRIP 3 besluit de burgemeester om af te schalen. Hij laat zich door de operationeel leider adviseren over de nieuw te hanteren GRIPfase. GRIP 2 Bij operationele afschaling vanuit GRIP 2 besluit de operationeel leider om af te schalen. Hij laat zich daarbij adviseren door de leider CoPI en informeert de burgemeester van de betrokken gemeente hierover. GRIP 1 Bij operationele afschaling vanuit GRIP 1 besluit de leider CoPI om af te schalen. Hij informeert de burgemeester van de betrokken gemeente hierover Monodisciplinaire afschaling Naast het multidisciplinair afschalen kunnen de hulpverleningsdiensten en gemeenten ook monodisciplinair afschalen. Iedere kolom is verantwoordelijk voor afschaling van de eigen organisatie. Het is denkbaar dat bepaalde specifieke organisatieonderdelen (actiecentra) eerder of juist later worden afgeschaald dan andere onderdelen. Kernleden van het COPI en het ROT kunnen niet eerder vertrekken dan nadat het team in kwestie afgeschaald is. 12

13 5. Informatiemanagement (netcentrisch werken) 5.1. Inleiding Op landelijk niveau is een werkwijze ontwikkeld waarbij verbeterde informatievoorziening de basis legt voor effectieve crisisbeheersing. Het draait om het werken met een gedeeld beeld in een geïntegreerd, interactief netwerk van besluitvormers, informatieleveranciers en eenheden. Die beschikken daardoor op hetzelfde moment over dezelfde (feitelijke) informatie. Dit beter en sneller delen van beschikbare gegevens zal leiden tot een betere inzet van manschappen en middelen, waardoor de effectiviteit van handelen zal toenemen. Dit concept staat ook bekend als netcentrisch werken. Deze werkwijze zorgt ervoor dat alle betrokkenen tijdig en tegelijkertijd over relevante informatie (tekst en beeld) beschikken. Hierdoor kunnen sneller adequate beslissingen worden genomen. Meldkamers, CoPI, ROT en GBT/RBT delen informatie via een online systeem met de naam Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). Zo heeft iedereen hetzelfde beeld van de crisis en kan men sneller besluiten nemen en tot actie over gaan. Manschappen en middelen worden daardoor effectiever ingezet en burgers sneller geïnformeerd. Het doel is om uiteindelijk voor minder slachtoffers, minder schade en een sneller herstel van de normale situatie te zorgen Informatiemanagement Informatiemanagement is één van die processen die ondersteunend zijn aan de planning en sturing van processen in de Crisismanagementcyclus bij een grootschalig incident. Het proces informatiemanagement is niet nieuw binnen de rampenbestrijding. Meldkamer, Copi, ROT en GBT/RBT moeten elkaar informeren over de stand van zaken, knelpunten en gevraagde besluitvorming. Bij het netcentrisch werken delen meldkamer, CoPI, ROT, GBT/RBT multidisciplinaire informatie online in een Totaalbeeld. Betrokkenen hebben daarmee hetzelfde beeld van een crisis of ramp, waardoor beter en sneller besluiten genomen kunnen worden en acties kunnen worden uitgezet Doel De doelstelling van informatiemanagement is het zorg dragen voor de beschikbaarheid en het gebruik van de informatievoorzieningen, zodat de organisatie de geplande resultaten kan leveren. Meer specifiek voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing is het doel van het proces informatiemanagement het verkrijgen van alle voor de bestrijding van een grootschalig incident relevante informatie en die actief beschikbaar stellen. De juiste informatie moet in de juiste vorm en op het juiste moment beschikbaar zijn voor de juiste personen, namelijk degenen die deze informatie nodig hebben. Concreet betekent dit dat er een voor en door de meldkamer, CoPI, ROT, GBT / RBT en diverse actiecentra een toegankelijk multidisciplinair Totaalbeeld van de gebeurtenis moet worden opgebouwd en onderhouden Uitvoering Het proces informatiemanagement bestaat uit 3 deelprocessen: Informatie verzamelen; Informatie verwerken en valideren; Informatie delen. In alle onderdelen van de regionale crisisstructuur is een functionaris benoemd die tot taak heeft deze deelprocessen uit te voeren. Dit gebeurt dus op mono- en multidisciplinaire schaal. De leidinggevenden van de disciplines zijn verantwoordelijk voor validatie van de informatie uit de eigen kolom. Alleen gevalideerde informatie wordt aangeleverd bij de multidisciplinaire informatiemanagers. Het gezamenlijk beeld wordt op uitvoerend, tactisch en strategisch niveau vanuit de disciplines gedeeld aan de hand van thema s. De verantwoordelijke sleutelfunctionarissen worden tijdig geattendeerd op het totaalbeeld en op de mutaties hierin die voor hen relevant zijn. De informatie is niet toegankelijk voor onbevoegden. Om het bovengenoemde proces te implementeren is er een project implementatie Netcentrische werkwijze actief dat de volgende producten zal opleveren: Aanstellen regionale functionarissen en beleggen Netcentrische IV-taken; 13

14 Site survey s, inrichten en uitleveren werkplekken; Ontsluiten en inrichten LCMS-oefenomgeving; Introducties en voorlichting voor direct betrokkenen; Trainingen voor gebruikers, plotters, informatiemanagers, functioneel en technisch beheerders; Oefendoelstellingen aanpassen op Netcentrisch Werken; Advies en ondersteuning bij Oefeningen; Borging Netcentrisch Werken in organisatie. 14

15 6 Crisispartners Tijdens een ramp of crisis moeten veel verschillende partijen maatregelen treffen. Ieder op zijn eigen verantwoordelijkheidsterrein. Veiligheidsregio Fryslân heeft met een aantal van deze partijen samenwerkingsafspraken gemaakt 1. Een aantal crisispartners met een bijzondere positie wordt in de volgende paragrafen toegelicht. 6.1 Rijksheren Rijksheren zijn bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen functionarissen, die noodbevoegdheden namens de minister kunnen uitoefenen. Ze komen in beeld als er een vitaal belang wordt bedreigd en de normale bevoegdheden ontoereikend zijn om die dreiging aan te pakken. Verschillende ministeries hebben functionarissen die tijdens een noodtoestand als Rijksheer kunnen optreden. De Rijksheren, kunnen op uitnodiging deelnemen aan de vergadering van het RBT en er kan operationele afstemming plaatsvinden in het ROT. 6.2 De commissaris van de Koningin De commissaris heeft een toezichthoudende taak richting de veiligheidsregio 2. Als de commissaris hiertoe aanleiding ziet, kan hij tijdens rampen en crises aanwijzingen geven omtrent de samenwerking binnen het RBT 3. De commissaris kan geen aanwijzingen geven over de inhoud van de besluiten. Bij een ramp die zich uitstrekt over meerdere veiligheidsregio s heeft de commissaris ruimere inhoudelijke bevoegdheden 4. De gewijzigde ambtsinstructie van de commissaris is toegevoegd aan de bijlagen. De minister van Veiligheid & Justitie kan, in het uiterste geval, alle bevoegdheden van de commissaris, de burgemeesters en de voorzitter veiligheidsregio naar zich toe trekken Het Openbaar Ministerie Bij rampen en crises zijn de volgende taken van het Openbaar Ministerie (OM) van belang: In het lokale driehoeksoverleg informatie uitwisselen en/of afstemmen met de burgemeester en de korpschef van de politie. Doel hiervan is strafrechtelijke en bestuurlijke instrumenten zo goed mogelijk op elkaar af gestemd toe te passen; - De rechtsorde handhaven; - Leiding geven aan het eventuele opsporingsonderzoek naar de strafrechtelijk relevante toedracht van de calamiteit of ramp. De hoofdofficier van Justitie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde 6. In die hoedanigheid kan hij de politie aanwijzingen geven bij de bestrijding van rampen en crises. De aanwijzingen van de hoofdofficier van Justitie zijn maatgevend bij: - De beëindiging van een terroristische dreiging of aanval; - De beëindiging van een gijzeling of ontvoering; - Het herstel van de continuïteit van de rechtspleging. De burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio is bij deze drie scenario s verantwoordelijk voor de hulpverlening en de handhaving van de openbare orde. Vanaf GRIP 3 wordt het OM standaard in de alarmering meegenomen (AB- besluit 6 juli 2011). 6.4 De waterschappen en Rijkswaterstaat De waterschappen zorgen onder meer voor de waterkering, de waterkwaliteit en de waterkwantiteit. De voorzitter van de veiligheidsregio is verplicht de voorzitter van het waterschap uit te nodigen voor de vergaderingen van het RBT. Wetterskip Fryslân coördineert de waterschappen die binnen Fryslân 1 Afspraken tussen Veiligheidsregio Fryslân en haar crisispartners zijn te vinden in bijlage. 2 Wet veiligheidsregio s art. 58 t/m 60. De toezichthoudende taak geldt zowel tijdens rampen en crises als voorafgaand daaraan. 3 Wet veiligheidsregio s art. 41 lid1 en 2 4 Wet veiligheidsregio s art. 42 lid 1 en 2 5 Wet veiligheidsregio s art Politiewet art

16 actief zijn (Noorderzijlvest, Flevoland en Fryslân). Ook Rijkswaterstaat heeft als crisispartner een rol bij het grootschalig optreden. Zie voor een uitgebreide uitwerking hoofdstuk Defensie Eén van de hoofdtaken van Defensie is civiele autoriteiten te ondersteunen bij rampen en crises. Deze ondersteuning bestaat uit: Structurele taken, bijvoorbeeld explosievenopruiming, Koninklijke Marechaussee, bijzondere bijstandseenheden en het calamiteitenhospitaal; Militaire Bijstand op grond van de Politiewet 1993, bestaande uit; Ondersteuning bij handhaving van de openbare orde; Ondersteuning bij de handhaving van de rechtsorde; Militaire bijstand op grond van de Wet veiligheidsregio s art. 51; Militaire steunverlening in het openbaar belang (regeling 2007). Het convenant Intensivering Civiel Militaire Samenwerking bevat de afspraken over de capaciteiten die Defensie gegarandeerd binnen vastgestelde termijnen aan civiele autoriteiten beschikbaar stelt. De officier veiligheidsregio fungeert als liaison van Defensie in het ROT. Hij vervult een belangrijke rol bij de bijstandsaanvraag. Veiligheidsregio Fryslân en Defensie hebben gezamenlijk besloten dat vanaf GRIP 2 een OVR standaard deel neemt aan het ROT. 6.6 Landelijke coördinatiecentra Nationaal Crisiscentrum Het Nationaal Crisiscentrum (NCC) ondersteunt ministeries bij hun crisisbesluitvorming en zorgt ervoor dat informatie snel wordt uitgewisseld. Het NCC: Geeft strategisch advies over communicatie bij crises en rampen en stelt communicatiemiddelen hiervoor ter beschikking, zoals de website en een publieksinformatienummer; Verzamelt en levert informatie en advies tijdens crises; Verstrekt informatie over crisisbeheersing aan veiligheidsregio s, gemeenten, provincies en andere veiligheidspartners, zoals bijvoorbeeld het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) coördineert landelijk de inzet van de brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening en de krijgsmacht tijdens rampen, calamiteiten en grote evenementen. Bij een nationale crisis kan het LOCC worden opgeschaald tot de zogeheten Landelijke Operationele Staf Landelijke Operationele Staf De Landelijke Operationele Staf (LOS) is verantwoordelijk voor de bovenregionale afstemming op operationeel terrein en functioneert als opgeschaald LOCC. De LOS wordt geactiveerd door de voorzitter van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCB) en levert een operationeel advies namens de bij de nationale crisis betrokken operationele diensten. Dit advies kan gaan over de beschikbaarheid van mensen en middelen voor nationale rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar ook over de operationele uitvoerbaarheid en consequenties van bestuurlijke besluiten. Uitgebreide informatie over de verantwoordelijkheden en rollen die verschillende instanties en overheden hebben bij het bestrijden van crises, staat in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming Departementaal coördinatiecentrum Elk ministerie neemt maatregelen op het eigen beleidsterrein om rampen en crises aan te pakken. Daarvoor hebben zij ieder een departementaal coördinatiecentrum (DCC). Samen met het NCC adviseren de DCC s de MCCB over landelijke maatregelen. Een departementaal coördinatiecentrum geeft burgemeesters en hulpdiensten via het NCC informatie over de gevolgen van een ramp en advies over maatregelen om mensen en milieu te beschermen. 16

17 Hoofdstuk 7 Waterbeheer en Scheepvaartzorg 7.1 Inleiding Fryslân is een waterrijke regio; er zijn dan ook diverse organisaties die een rol spelen in het beheer van het water, zowel in de reguliere situatie als tijdens crisisomstandigheden. Rijkswaterstaat, het Wetterskip Fryslân, de Provincie Fryslân, de Kustwacht, de Politie (KLPD) hebben een taak in de sectie Water en scheepvaartzorg. De inrichting van de crisisbeheersingsorganisatie is omschreven in de vastgestelde GRIP regeling. De omschrijving van de inrichting van de sectie waterbeheer en scheepvaartzorg is meer specifiek omschreven in de Incidentbestrijdingsplannen Buitenwater Er is verschil tussen de incidentbestrijding op het binnen- en buitenwater. Met het buitenwater in dit plan wordt bedoeld de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer. Rijkswaterstaat is in het buitenwater verantwoordelijk voor het waterkwaliteits-, het waterkwantiteitsbeheer en de scheepvaartzorg. Voor de Waddenzee, IJsselmeer en de Noordzee zijn Incidentbestrijdingsplannen opgesteld. Voor de Waddenzee en het IJsselmeer zijn de bovenregionale afspraken vastgelegd in de Coördinatie Regeling Waddenzee, CRW, en Samenwerking IJsselmeergebied, SAMIJ, overeenkomsten. Voor het Waddengebied is de VR Fryslân verantwoordelijk voor de bovenregionale coördinatie, voor het IJsselmeergebied wordt dit gedaan door de VR Flevoland en bij incidenten op de Noordzee is de VR Noord Holland-Noord de coördinerende VR. De bovenregionale regie per samenhangend risicowatersysteem is in handen van de Waterfunctionaris Binnenwater Voor het binnenwater voert het Wetterskip het beheer over de waterkwaliteit en de waterkwantiteit (overstromingen, wateroverlast en tekort). De scheepvaartzorg berust bij de Provincie Fryslân, de gemeenten (als havenbeheerder). Voor de Friese Hoofdvaarwegen, inclusief de grotere Friese meren, is/ wordt een Incidentbestrijdingsplan opgesteld Rampbestrijdingsprocessen Water- en scheepvaartzorg In het Handboek Voorbereiding Rampenbestrijding worden 4 waterprocessen onderscheiden, tevens hoofdtaken voor de primair verantwoordelijke (water) partners: Search and Rescue (SAR); Nautisch verkeersmanagement; Beheer waterkwaliteit; Beheer waterkwantiteit. Search and Rescue Bij incidenten op het water is het van belang in nood verkerende mensen en dieren zo snel mogelijk op te sporen, te redden en naar het vaste land te vervoeren, zodat verdere hulpverlening gestart kan worden. Gerede personen en dieren worden direct naar de kant of via de aanlandingsplaatsen naar de wal gebracht. De SAR actie kan afhankelijk van de procesverantwoordelijke worden gecoördineerd vanaf het Kustwachtcentrum een meldkamer of verkeerspost. Organisaties die deze taak uitvoeren zijn KNRM, waterpolitie (regio en KLPD) en ander waterpartners. Nautisch verkeersmanagement Het nautisch verkeersmanagement betreft de zorg voor het veilige en vlotte afwikkeling van het scheepverkeer. Het heeft als doel stremmingen te voorkomen of op te lossen en de economische schade te beperken door het scheepvaartverkeer weer mogelijk te maken. De uitvoering is in handen van de verkeersposten (of brug- of sluiswachters) van de nautisch beheerder. Voor de Noordzee, Waddenzee en IJsselmeer is dit RWS; Voor het binnenwater is dit de Provinciale Waterstaat van de Provincie Fryslân; Voor de havens zijn de gemeenten of havenbedrijven verantwoordelijk. 17

18 Beheer Waterkwaliteit Het Wetterskip en Rijkswaterstaat zijn de verantwoordelijke partners voor de kwaliteit van het oppervlaktewater volgens vastgestelde normen en waarden. Deze organisaties nemen de maatregelen wanneer: De waterkwaliteit wordt bedreigd door verontreiniging van olie, bluswater, (nucleaire) besmetting, of bacteriën als blauwalg, botulisme of; Het gebruik van het water wordt beperkt door andere (opdrijvende) stoffen en objecten. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het buitenwater het Wetterskip voor het binnenwater, inclusief het zuiveren van het afvalwater. Beheer Waterkwantiteit Het Wetterskip Fryslân en Rijkswaterstaat zorgen voor het beheersen en het verminderen van bestaande risico s op overstromingen, wateroverlast, verdroging en watertekorten. Bij een crises nemen zij de maatregelen om de effecten voor mens, dier en milieu te beperken. Zij zijn verantwoordelijk voor de regulatie van het watersysteem, peilbeheer. Dit omvat het aanvoeren, bergen en het op peil houden van het oppervlaktewater, afgestemd op de functies van het water. Het beheer van de primaire waterkeringen houdt in het in goede staat houden van het waterkerend vermogen overeenkomstig de veiligheidsnormen. De duinen langs de noord westelijke kust (de friese Waddeneilanden) maken deel uit van het waterkeringbeheer waar RWS verantwoordelijk voor is. Het grootste deel van de dijken, het waterkeringbeheer, valt onder de verantwoordelijkheid van het Wetterskip Fryslân Sectie Waterbeheer en scheepvaartzorg Binnen de sectie (actiecentrum) waterbeheer en scheepvaartzorg worden de hoofdtaken uitgevoerd door de crisisbestrijdingsorganisaties van de betrokken overheden en organisaties. De organisaties sturen een liaison (en eventueel met ondersteuning) naar de sectie waterbeheer en scheepvaartzorg of direct naar de overleggen conform de vastgestelde GRIP structuur.* De liaisons vormen samen de sectie waterbeheer en scheepvaartzorg. Zij bepalen in overleg met de operationeel leider wie de sectie vertegenwoordigt (of vertegenwoordigen) in het regionaal operationeel team. * Afhankelijk van het scenario kunnen het Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân er voor kiezen direct deel te nemen aan de in te richten GRIP overleggen. Locatie De sectie (AC) waterbeheer en scheepvaartzorg is gehuisvest in het RCC (regionaal coördinatie centrum) de Noordelijke Meldkamer te Drachten. De liaisons onderhouden ieder contact met de crisisbestrijdingsteams van hun eigen organisaties (Wetterskip, Provincie, RWS) die elders zijn gehuisvest. Uitvoering De taken waterbeheer en scheepvaartzorg worden uitgevoerd door operationele eenheden of diensten onder leiding van hun eigen leidinggevenden. Dit kunnen eenheden of diensten zijn van Rijkswaterstaat, het Wetterskip- en of de Provincie Fryslân, de KNRM, KLPD, gemeenten en of hun havenbedrijven. De aansturing ter plekke is in handen van de Officier van Dienst en op afstand door de crisisbestrijdingsteams van de betrokken organisaties. Organisatiestructuur De organisatiestructuur van waterbeheer en scheepvaartzorg is opgenomen in de bijlagen. 18

19 Deel II Processen per kolom Bevolkingszorg Primaire processen deelprocessen 1. Communicatie 1.1 Pers- en Publieksvoorlichting 1.2 Verwanteninformatie 2. Publieke Zorg 2.1 Opvang 2.2 Primaire Levensbehoeften 2.3 Uitvaartverzorging 2.4 Verplaatsen mens en dier 3. Omgevingszorg 3.1 Milieubeheer 3.2 Ruimtebeheer 3.3 Bouwbeheer 4. Informatie (ondersteunend proces) 4.1 Registreren van mens en dier (voorheen: CRIB) 4.2 Registeren van schade (CRAS) 4.3 Interne communicatie & verslaglegging 5. Logistiek (ondersteund proces) 5.1 Bestuursondersteuning 5.2 Nafase 5.3 Facilitaire Ondersteuning 19

20 Pers- en publieksvoorlichting Sitrap Besluiten start proces opvang Besluit start proces opvang Inrichten ruimte t.b.v. team persen publieksvoorlichting Omschrijf wie wat moet doen Analyseer de risico s Risicoanalyse Analyseer de omgeving / media Omgevings analyse Communicatie risicoanalyse Analyseer de doelgroepen Doelgroepen analyse Analyseer de communicatierisico s Vertaal de analyses naar Continue cyclus communicatiestrategie Communicatie strategie Formuleren van de centrale boodschap Centrale communicatie boodschap Bepalen communciatie middelen en inhoud Communicatie middelen nee Briefen bestuurders en operationele teams Sitrap Besluit opheffing ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 20

21 Pers- en publieksvoorlichting Doel: Betekenisgeving: duiding, dat wil zeggen wat betekent de crisis voor de samenleving; Schadebeperking: beperken van materiële en immateriële schade door het verstrekken van communicatieadviezen via het Team Bevolkingszorg aan het Regionaal Operationeel Team en door het geven van gedrags- en handelingsadviezen/instructies aan burgers; Informatieverstrekking: verzorgen van de algemene informatieverstrekking, openbaarmaking, verklaring en toelichting van het beleid van de burgemeester over de bestrijding van de crisis. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces pers- en publieksvoorlichting. OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage en informatiebehoefte uit de samenleving Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team pers- en publieksvoorlichting 3 Omschrijf de taak van de gemeente en wie dat moet doen 4 Analyseer de risico s wat kan er gebeuren? 5 Analyseer de omgeving/media 6 Analyseer de communicatierisico s Teamleider pers- en publieksvoorlichting Teamleider pers- en publieksvoorlichting Teamleider pers- en publieksvoorlichting Medewerker mediawatcher en social media Medewerker persvoorlichting, Besluit opstarten proces pers- en publieksvoorlichting Situatierapportage Situatierapportage Risicoanalyse crisis en omgevingsanalyse Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Besluit om het proces pers- en publieksvoorlichting op te starten Zie proces alarmeren Teamlocatie pers- en publieksvoorlichting is operationeel Voordat iedereen aan het werk gaat is het van belang dat duidelijk is wat er moet gebeuren, Duidelijkheid wie wat binnen de taakorganisatie gaat doen. wat er nodig is en dat er een duidelijke rolverdeling is. Het hoofd Taakorganisatie Communicatie stemt Risicoanalyse van de crisis op zich af met de communicatieadviseur in het ROT wat de risico s zijn. Kan de brand die nu is ontstaan overslaan naar een groter gebied? Kan dit de volksgezondheid in gevaar brengen? Kan dat zorgen voor massale paniek? Scenario s voor het verloop van de crisis worden in beeld gebracht. Zo kan op mogelijke gevolgen worden ingespeeld door duidelijke communicatie. Analyse incident in LCMS Omgevingsanalyse Analyse van de traditionele media Analyse van wat er online gebeurt Analyse van publiekvragen Analyse van persvragen Waarnemingen van de politievoorlichter in het CoPI s die binnenkomen bij de burgemeester of gemeentesecretaris Binnen 5 minuten eerste tweet online Welke communicatierisico s zijn in het geding? Communicatierisicoanalyse Bijv.: 21

22 Taak Wie Input Throughput Output medewerker Ontbreken van vertrouwen in de aanpak publieksvoorlichting Beeldvorming over de bestuurder Geloofwaardigheid t.a.v. het optreden Ontbreken van empathie in de uitingen Niet weten wat er leeft en speelt onder de bevolking Niet op de hoogte zijn van de actuele situatie Een verkeerd beeld van de plaats incident Burgers zijn bang en vrezen het ergste Men weet niet wat te doen of men handelt tegenstrijdig aan het geboden handelingsperspectief 7 Analyseer de doelgroepen Medewerker persvoorlichting Medewerker publieksvoorlichting 8 Vertaal de analyses naar communicatiestrategie (advies) Teamleider pers- en publieksvoorlichting Beschikbare analyses Risicoanalyse crisis Omgevingsanalyse Communicatierisicoanalyse Benoem verschillende doelgroepen en maak een duidelijke onderverdeling tussen wie het zijn, hoe zij bereikt kunnen worden en wat zij moeten weten. Zo heeft een direct aanwonende van een fabriek waar een explosie heeft plaatsgevonden een heel ander belang en andere informatiebehoefte dan iemand die vijf kilometer verderop woont en mogelijk te maken krijgt met giftige dampen. De analyses geven aan hoe de crisis leeft onder publiek en pers, wat de communicatierisico s zijn en welke informatiebehoefte er is. Informatietraject (eenrichtingsverkeer) Overtuigingsstrategie Instructiestrategie Dialoog aangaan Doelgroepenanalyse Wie wil je met welke informatie bereiken? Communicatiestrategie 9 Formuleren van de centrale communicatieboodschap (aanpak) Let op de drie voorwaarden: Openheid, eerlijkheid en snelheid Redacteur Beschikbare analyses Formuleer een open, eerlijk, stelselmatig, feitelijk, consistente en relevante boodschap, die snel en accuraat wordt verspreid, gemakkelijk te verkrijgen is en in begrijpelijke taal geformuleerd. Wie waarschuwt en voor wie bestemd Wat er gebeurd is Wat de gevolgen en gevaren zijn Wat de bevolking moet doen Wat de overheid momenteel doet Waar het gebeurd is Wanneer het gebeurd is Waarom het gebeurd is Hoelang het gaat duren Centrale communicatieboodschap 22

23 Taak Wie Input Throughput Output Wat het vervolg is (nadere informatie volgt en indien mogelijk wanneer) 10 Bepalen van de communicatiemiddelen en inhoud (aanpak) 11 Briefen bestuurders en operationele teams (aanpak) 12 Analyseren, adviseren, aanpakken 13 Besluit opheffing actiecentrum opvang Redacteur Beschikbare analyses Mail / brief / telefoon Intranet Informatiebijeenkomsten Intermediaire communicatie Persconferentie Persbericht Eigen websites Crisis.nl Online sociale netwerken Informatiesessies (nieuwsbrieven) Speciaal telefoonnummer gemeente Publieksinformatienummer Burgernet (na inschrijving) (NL Alert) Hoofd Taakorganisatie Communicatie Beschikbare analyses, strategieën en producten De analyses, strategieën en producten worden voortdurend via het Team Bevolkingszorg afgestemd met de communicatieadviseur in het ROT. Communicatiemiddelen Informatiedeling Teamleider pers- en publieksvoorlichting Nieuwe informatie Steeds wordt dezelfde cyclus doorlopen. Informatiedeling Burgemeester / OL Situatierapportage In het RBT/GBT wordt besloten dat het Einde proces. De ketenpartners actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en worden geïnformeerd en de informatie officieel kan worden gesloten. wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 14 Ontruiming locatie Medewerkers Besluit opheffing actiecentrum Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau 23

24 Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden pers- en publieksvoorlichting Nr. Activiteit Burgemeester OL Hoofd Communicatie Teamleider persen publieksvoorlicht ing 1 Besluiten tot het starten van het proces pers- en publieksvoorlichting. Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team pers- en publieksvoorlichting Uitvoeren 3 Omschrijf de taak van de gemeente en wie dat moet doen Uitvoeren 4 Analyseer de risico s wat kan er gebeuren? Toetsen Uitvoeren 5 Analyseer de omgeving/media Toetsen Uitvoeren 6 Analyseer de communicatierisico s Toetsen Uitvoeren 7 Analyseer de doelgroepen Toetsen Uitvoeren 8 Vertaal de analyses naar communicatiestrategie (advies) Toetsen Uitvoeren 9 Formuleren van de centrale communicatieboodschap (aanpak) Toetsen Uitvoeren 10 Bepalen van de communicatiemiddelen en inhoud (aanpak) Toetsen Uitvoeren 11 Briefen bestuurders en operationele teams (aanpak) Uitvoeren 12 Analyseren, adviseren, aanpakken Toetsen Uitvoeren 13 Besluit opheffing actiecentrum opvang Besluiten Besluiten 14 Ontruiming locatie Uitvoeren Medewerkers Relatie met andere processen: Het proces Pers- en Publieksvoorlichting heeft een relatie met alle gemeentelijke processen. Om een juiste communicatie te voeren, wordt vanuit de gehele crisisorganisatie informatie aangeleverd. Afhankelijk van de crisis wordt door het Team Pers- en Publieksvoorlichting vorm gegeven aan de pers- en publieksvoorlichting. 24

25 Verwanteninformatie Sitrap Besluiten start proces verwanten informatie Inrichten ruimte t.b.v. team verwanten informatie Alarmeer Dienst verwanten informatie van het NRK Instrueer medewerkers NRK bij aankomst Registreer inkomende vragen Stem af tot geautoriseerde registratielijst beschikbaar is Verstrek inlichtingen NEE Besluit opheffing JA Sitrap Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 25

26 Verwanteninformatie Doel: Het verstrekken van geautoriseerde informatie aan familieleden en verwanten van getroffen (gewonde) burgers. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces verwanteninformatie OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage en informatiebehoefte uit de samenleving Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team verwanteninformatie 3 Alarmeer Dienst Verwanteninformatie van het Nederlandse Rode Kruis conform convenant 4 Instrueer medewerkers NRK bij aankomst 5 Registreer inkomende vragen Teamleider verwanteninformatie Teamleider verwanteninformatie Teamleider verwanteninformatie Besluit opstarten proces pers- en publieksvoorlichting Situatierapportage Situatierapportage Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Telefoonnummer alarmering: Convenantsafspraken Praat de medewerkers bij over wat er aan de hand is en welke vragen ze kunnen verwachten. Wanneer er mogelijk nieuwe informatie beschikbaar komt. Besluit om het proces pers- en publieksvoorlichting op te starten Zie proces alarmeren Teamlocatie verwanteninformatie is operationeel Dienst Verwanteninformatie is gealarmeerd. Geïnstrueerde medewerkers Medewerkers NRK IRIS operationeel Registratie van verwantenvragen in IRIS Geregistreerde gegevens van mensen die zoeken en gezocht worden. 6 Stem af tot een geautoriseerde registratielijst beschikbaar is Teamleider Verwanteninformatie Overleg met Hoofd communicatie, teamleider pers- en publieksvoorlichting, teamleider registreren mens en dier Pas wanneer er een geautoriseerde lijst is vanuit het proces registreren van mens en dier, geeft het Hoofd Communicatie opdracht aan de teamleider verwanteninformatie dat informatie aan verwanten verstrekt kan worden. 7 Verstrek inlichtingen over verblijfplaats van personen 8 Besluit opheffing team verwanteninformatie Medewerkers NRK Geautoriseerde lijst van slachtoffers Geregistreerde verwantenvragen Het team verwanteninformatie verstrekt geen enkele informatie over overleden personen. De politie informeert de nabestaanden van overledenen. Inlichtingen worden telefonisch verstrekt (de medewerkers bellen verwanten). Burgemeester / OL Situatierapportage In het RBT/GBT wordt besloten dat het team haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. 9 Ontruiming locatie Medewerkers Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Geïnformeerde verwanten, vragen afgehandeld. Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 26

27 Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden verwanteninformatie Nr. Activiteit 1 Besluiten tot het starten van het proces verwanteninformatie Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team verwanteninformatie Uitvoeren 3 Alarmeer Dienst Verwanteninformatie van het Nederlandse Rode Kruis conform Uitvoeren convenant 4 Instrueren medewerkers NRK bij aankomst Uitvoeren 5 Registreer inkomende vragen Uitvoeren 6 Stem af tot een geautoriseerde registratielijst beschikbaar is Uitvoeren Uitvoeren 7 Verstrek inlichtingen over verblijfplaats van personen Uitvoeren 8 Besluit opheffing actiecentrum opvang Besluiten Besluiten 9 Ontruiming locatie Uitvoeren Uitvoeren Relatie met andere processen: Registreren van Mens en Dier. De Teamleider Verwanteninformatie levert informatie aan van gezochte personen/dieren aan de Teamleider Registreren van Mens en Dier. Het Team Registreren van Mens en Dier heeft de regie op het verzamelen en bundelen van gegevens van getroffenen. Het Team Registreren van Mens en Dier koppelt het resultaat terug aan de Teamleider Verwanteninformatie. Alleen de geverifieerde informatie wordt naar buiten gebracht. Burgemeester OL Hoofd Communicatie Teamleider verwanteninform atie Medewerkers NRK 27

28 Opvang Sitrap Advies coördinator opvang Besluiten start proces opvang op Besluit start proces opvang De OvD BZ kan bij kleinschalige opvang besluiten om niet het gehele deelproces opvang te alarmeren, maar alleen de medewerkers tbv de opvanglocatie. Hiervoor alarmeert hij telefonisch de coördinator opvanglocatie. De coördinator bepaald of de teamleider opvang gealarmeerd moet worden. Alarmeren en instrueren vervoersbedrijf Alarmeren en instrueren opvanglocatie Vaststellen aantal, categorie en verw. Tijdsduur op te vangen mensen en dieren Overzicht op te vangen mensen en dieren Coördinator opvang alarmeert Rode Kruis Convenant NRK geactiveerd Bepalen acties Actieplan opvang Beschikbaar krijgen personeel en middelen Instrueren medewerkers Actie! nee Sitrap Besluit opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 28

29 Opvang Doel: Het opvangen, verzorgen en registreren van daklozen, evacués en behandelde gewonden, inclusief dieren, voor de periode dat de getroffenen nog niet naar hun huizen kunnen terugkeren (in beginsel maximaal 36 uur). Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces opvang. (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Opvang 3 Vaststellen van het aantal, de categorie en verwachte tijdsduur van de op te vangen personen 4 Vaststellen van het aantal en soort op te vangen dieren. OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage (mensen / dieren die door een ontstane situatie niet terug kunnen keren naar de eigen (woon)omgeving) Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Teamleider opvang Besluit opstarten proces Opvang Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar OL (leider CoPI of ROT) OL (leider CoPI of ROT) Situatierapportage: Demografische gegevens Gegevens uit de ontruiming / evacuatie Gegevens uit geneeskundige hulpverleningsketen Situatierapportage: gegevens uit de ontruiming / evacuatie Inzichtelijk maken hoeveel personen er opgevangen dienen te worden en specifieke kenmerken helder te krijgen (hulpbehoevenden) Inzichtelijk maken hoeveel en wat voor soort dieren er opgevangen dienen te worden. Besluit om het proces opvang op te starten Zie proces alarmeren Teamlocatie opvang is operationeel Een overzicht van de op te vangen personen indien mogelijk gespecificeerd naar leeftijd, geslacht, hulpbehoefte, religie, afkomst, gezinsverband Een overzicht van op te vangen dieren, gespecificeerd naar aantal en soort 5 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet Teamleider opvang Overzicht en specificatie van de op te vangen mensen en dieren Opvang mensen Benodigde personele inzet: Wie heb ik nodig? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze naartoe? Wanneer moeten ze er zijn? Document waarin de te leveren menskracht en materieel weergegeven is. Het inrichten van opvangcentra: inrichting en meubilair; (extra) sanitaire voorzieningen; slaapgelegenheid; opbergplaatsen en eigendommen; telefoon- en faxverbindingen; ontspanningsvoorzieningen; registratiekaarten; legitimatiemiddelen; ruimten en middelen dierenopvang. Opvang dieren het opvangen van gezelschapsdieren met tussenkomt van de Dierenambulance; het opvangen van landbouwdieren met tussenkomst van LTO/EL&I; her inrichten van opvangcentra voor dieren met tussenkomst van de Dierenambulance en LTO/EL&I; er wordt een inventarisatie gemaakt van de 29

30 Taak Wie Input Throughput Output potentiële opvanglocaties (zoals kinderboerderijen) voor dieren en er zijn afspraken gemaakt met de beheerders van die opvanglocaties) het transporteren van dieren met tussenkomst van de Dierenambulance en LTO/EL&I. 6 Bepalen van de acties Teamleider Opvang 7 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Teamleider Opvang Overzicht en specificatie van de op te vangen personen en dieren Inzet menskracht en materieel Contactgegevens externen Opkomstlocatie Aanrijroute Opslaglocaties (middelen) Afleverlocaties (middelen) Onderdelen actieplan: Bepalen prioritaire groepen Mate en duur van verzorging Aanwijzing gebouwen Beveiliging Registratie mensen Registratie dieren Verbindingen / coördinatie In- / externe verhoudingen Communicatielijnen Gezinshereniging (hoe?) Afschermen voor onbevoegden Beveiliging Het alarmeren van: intern personeel (indien nodig) bijstand buurgemeenten Nederlands Rode Kruis Via leveranciers beschikbaar krijgen van de benodigde middelen Actieplan opvang Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. Zie deelproces alarmeren (let op: ook externen!!!) 8 Contact opnemen met NRK voor ondersteuning Teamleider Opvang 9 Instrueren van medewerkers Teamleider Opvang i.s.m. politie en GHOR 10 Instructie medewerkers NRK die op locatie de registratietaken moeten uitvoeren Hoofd opvanglocatie 11 Actie! Medewerkers opvang Actieplan opvang Situatierapportage Actieplan, medewerkers en materieel I.s.m. politie en GHOR Bel de landelijke meldkamer NRK Voor de ondersteuning bij het registratieproces Medewerkers informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties Gealarmeerde medewerkers worden geïnformeerd en geïnstrueerd. Alle NRKmedewerkers worden in I-RIS geregistreerd i.v.m. nazorg De coördinator opvanglocatie licht de medewerkers in over de situatie, deelt medewerkers in op een functie / werkplek volgens rooster en geeft daarbij specifieke instructies. De opvanglocatie wordt opengesteld en ingericht. Samen met medewerkers van de GHOR en politie worden mensen (en dieren) opgevangen. Ondersteuning NRK geregeld. Medewerkers en externen zijn geïnstrueerd wat er van hen wordt verwacht Registratiemedewerkers kunnen met hun werkzaamheden beginnen Uitvoering actieplan; mensen en dieren worden opgevangen 12 Besluit opheffing team Burgemeester Situatierapportage In het RBT/GBT wordt besloten dat het team haar Einde proces. De ketenpartners worden 30

31 Taak Wie Input Throughput Output opvang taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden geïnformeerd en de informatie wordt gesloten. voor zover nodig aan hun 13 Ontruiming locatie Medewerkers opvang Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden opvang Nr. Activiteit 1 Besluiten tot het starten van het proces opvang Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Opvang Uitvoeren 3 Vaststellen van het aantal, de categorie en verwachte tijdsduur van de op te vangen Uitvoeren personen 4 Vaststellen van het aantal en soort op te vangen dieren. Uitvoeren 5 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet Toetsen Uitvoeren 6 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 7 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Uitvoeren 8 Alarmeren NRK voor ondersteuning opvanglocatie Toetsen Uitvoeren 9 Instrueren van medewerkers Uitvoeren 10 Instrueren medewerkers NRK Uitvoeren 11 Actie! Toetsen Uitvoeren 12 Besluit opheffing team opvang Besluiten 13 Ontruiming locatie Uitvoeren Burgemeester OL Hoofd Publieke zorg Teamleider Opvang Medewerker opvang 31

32 Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting (gemeente) zorgt voor informatie in de opvanglocatie; Primaire Levensbehoeften; Verwanteninformatie; Registreren mens en dier; Interventie (afschermen) (politiezorg); Ordehandhaving (ontruimen en evacueren) (politiezorg); Psychosociale hulpverlening (GHOR) voor psychosociale hulpverlening in de opvanglocatie. Aandachtspunten: Voor de registratie van gezelschapsdieren kan de gemeente gebruik maken van de diensten van de Dierenambulance. Voor de registratie van landbouwdieren de gemeente gebruik maken van de diensten van LTO / EL&I. De operationele activiteiten liggen bij de landbouw sectoren zelf, via de Land en Tuinbouw Organisatie (LTO) Nederland. Dit overkoepelend orgaan vertegenwoordigt de belangen van ondernemers op het gebied van landbouw veeteelt en tuinbouw. Kennis over transport en opvang van dieren alsmede de regels en ontheffingen ten aanzien van het evacueren van dieren is in deze organisatie aanwezig. 32

33 33

34 Primaire Levensbehoeften Doel: Het treffen van maatregelen ter verstrekking van voedsel, drinkwater, kleding, medicijnen en (tijdelijke) huisvesting; Het treffen van maatregelen in geval van (collectieve/grootschalige) uitval van nutsvoorzieningen, gas of telecomvoorzieningen. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces primaire levensbehoeften OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage (ontstane behoefte aan primaire levensbehoeften) Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team primaire levensbehoeften 3 Vaststellen van de vraag naar primaire levensbehoeften voor mens en dier 4 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet Teamleider primaire levensbehoeften OL (leider CoPI of ROT) Teamleider Primaire levensbehoeften Besluit opstarten proces Primaire Levensbehoeften Situatierapportage: Demografische en geografische gegevens Gegevens uit evt. ontruiming/evacuatie Gegevens uit geneeskundige hulpverleningsketen Een overzicht van de aard en hoeveelheid van de primaire levensbehoefte Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Op basis van de situatierapportage wordt in het CoPI (GRIP 1) dan wel ROT (v.a. GRIP 2) vastgesteld wat de vraag is naar primaire levensbehoeften. De teamleider primaire levensbehoeften krijgt opdracht hierin te voorzien. Benodigde personele inzet: - wie heb ik nodig? - wat moeten ze doen? - waar moeten ze naartoe? Wanneer moeten ze er zijn? Wat is nodig om mens en dier 36 uur in hun behoeften te voorzien (materiële inzet): Bepalen prioritaire groepen Mate en duur verzorging Voedsel Handgeld Nutsvoorziening Drinkwater Medische zorg Huisvestingcapaciteit Besluit om het proces primaire levensbehoeften op te starten Zie proces alarmeren Teamlocatie primaire levensbehoeften is operationeel Een overzicht van de aard en hoeveelheid van de primaire levensbehoefte. Inzet en distributieplan 34

35 Taak Wie Input Throughput Output Teamleider Primaire Actieplan Primaire levensbehoeften Levensbehoeften 5 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen 6 Instrueren van personeel en externen Teamleider Primaire levensbehoeften Actieplan Primaire Levensbehoeften en Inzet- en distributieplan Het alarmeren van: Intern personeel (indien nodig ) bijstand buurgemeente Nederlandse Rode Kruis Via leveranciers beschikbaar krijgen van benodigde middelen. Zo nodig alarmeren van drinkwaterbedrijf, energiebedrijf, Leger des Heils, pastorale zorg, defensie, Stichting Salvage) Het personeel en de opgeroepen externe partners worden geïnformeerd over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties Voldoende menskracht en middelen om de taken uit te voeren. Geïnstrueerde medewerkers 7 Actie! Medewerkers primaire levensbehoeften en externe partners Geïnstrueerde medewerkers en externe partners De medewerkers voeren hun taken uit In primaire levensbehoeften wordt voorzien 8 Besluit opheffing team Primaire Levensbehoeften 9 Ontruiming locatie Medewerkers Primaire levensbehoeften Burgemeester Situatierapportage In het GBT/RBT wordt besloten dat het team haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 35

36 Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden Primaire levensbehoeften Nr. Activiteit 1 Besluiten tot het starten van het proces primaire levensbehoeften Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team primaire levensbehoeften Uitvoeren 3 Vaststellen van de vraag naar primaire levensbehoeften voor mens en dier Besluiten 4 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet Toetsen Uitvoeren 5 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Toetsen Uitvoeren 6 Instrueren van personeel en externen Uitvoeren 7 Actie! Toetsen Uitvoeren 8 Besluit opheffing team Primaire Levensbehoeften Besluiten 9 Ontruiming locatie Toetsen Uitvoeren Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting; Opvang; Registratie van mens en dier; Psychosociale hulpverlening (GHOR); Bewaken en beveiligen (afschermen) (politiezorg); Nazorg. Burgemeester OL Hoofd Publieke zorg Teamleider primaire levensbehoeften Medewerker primaire levensbehoeften 36

37 Bijzondere uitvaartzorg Sitrap Besluiten start proces bijzondere uitvaartzorg Besluit start proces bijzondere uitvaartzorg Inrichten ruimte t.b.v. uitvaartverzorging Gegevens externe partij Contact opnemen met externe partij(en) Bepalen benodigde inzet (samen met externe partij) Instrueren medewerkers Uitvoeren maatregelen nee Sitrap Besluit opheffing Team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 37

38 Bijzondere uitvaartzorg Doel: de uitvaart verzorgen van grote aantallen overledenen en het registreren daarvan. De uitvaartbezorging op kleine schaal wordt in eerste instantie zoveel mogelijk aan de nabestaanden overgelaten. De ondersteuning bij dit proces wordt uitbesteed aan een uitvaartorganisatie (bijv. Monuta). Denk hierbij aan ondersteuning bij persvoorlichting, communicatie, taakorganisatie bijzondere uitvaartzorg, de organisatie van herdenkingsdiensten, opvangen van nabestaanden van overledenen, stille tochten, het verzorgen van uitvaarten en zo nodig zorg dragen voor het vervoer en het opbaren ten tijde van de lopende justitiële onderzoeken. In samenwerking met de beoogd convenantpartner is het proces verder uitgewerkt. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het deelproces Uitvaartverzorging Overleggen in GBT dan wel RBT Burgemeester (opperbevel), in overleg met de Regionaal Geneeskundige Functionaris. (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. Teamleider bijzondere het team bijzondere uitvaartzorg uitvaartzorg 3 Contact opnemen met de Teamleider bijzondere externe partijen waarmee uitvaartzorg afspraken zijn gemaakt. 4 Bepalen welke inzet nodig is Teamleider bijzondere uitvaartzorg in overleg met convenantpartner 5 Instrueren medewerkers team bijzondere uitvaartzorg Teamleider bijzondere uitvaartzorg 6 Uitvoeren maatregelen Medewerkers bijzondere uitvaartzorg Convenantpartner 7 Besluit opheffing team bijzondere uitvaartzorg 8 Ontruiming locatie Medewerkers bijzondere uitvaartzorg Situatierapportage (aantal overledenen, gevaren voor de volksgezondheid, gegevens uit het proces registreren van mens en dier) Besluit opstarten deelproces bijzondere uitvaartzorg Situatierapportage Contactgegevens externe partijen (convenant) Besluit opstarten proces bijzondere uitvaartzorg en de situatierapportage Situatierapportage Inzetbepaling Inzetbepaling Mensen en middelen Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar De teamleider neemt contact op met Monuta waarmee een convenant is gesloten ( ) De teamleider bijzondere uitvaartzorg en de uitvaartorganisatie bepalen samen welke acties zullen worden uitgevoerd. Medewerkers van de team worden ingelicht over de situatie en de uit te voeren acties Burgemeester Situatierapportage In het RBT/GBT wordt dat de team haar taak heeft uigevoerd en officieel kan worden gesloten Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Besluit om het proces bijzondere uitvaartzorg starten Zie proces alarmeren Teamlocatie bijzondere uitvaartzorg is operationeel Inzet van de externe partij Benodigde inzet is bepaald Geïnstrueerde medewerkers Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hen overgedragen Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden bijzondere uitvaartzorg 38

39 Nr. Activiteit Burgemeester 1 Besluiten tot het starten van het deelproces bijzondere uitvaartzorg Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team bijzondere uitvaartzorg Uitvoeren 3 Contact opnemen met de externe partijen waarmee afspraken zijn gemaakt. Uitvoeren 4 Bepalen welke inzet nodig is Toetsen Uitvoeren 5 Instrueren medewerkers team bijzondere uitvaartzorg Uitvoeren 6 Uitvoeren maatregelen Toetsen Uitvoeren 7 Besluit opheffing team bijzondere uitvaartzorg Besluiten 8 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting; Verwanteninformatie; Ordehandhaving (handhaven openbare orde, afzetten, ontruimen en evacueren) & Mobiliteit (Politiezorg); Opsporingsexpertise (berging en identificatie) (Politiezorg); Preventie & Netwerken (handhaven openbare orde) (Politiezorg); Publieke gezondheidszorg (infectieziektebestrijding) (GHOR). OL Hoofd Publieke Zorg Teamleider uitvaartverzorgin g Medewerker uitvaartverzorgin g Aandachtspunten Het opstarten van het proces bijzondere uitvaartzorg is niet gebonden aan bepaalde aantallen overledenen. Ook bij het overlijden van een enkel persoon kan het proces bijzondere uitvaartzorg worden opgestart (denk bijvoorbeeld aan het overlijden van Pim Fortuyn). Het is aan de familie van de nabestaanden om een keuze te maken voor een begrafenisondernemer. 39

40 2.4 Verplaatsen mens en dier (VMD) Sitrap Besluiten start proces VMD Besluit start proces VMD Inrichten ruimte t.b.v. team VMD Bepalen acties Actieplan Instrueren medewerkers Gegevens externen, locaties, routes Beschikbaar krijgen vervoersmiddelen / bijstand Actie! Relatie met proces CRIB Sitrap, voorwaarden terugkeer Besluiten tot terugkeer nee Besluit tot terugkeer Bepalen acties m.b.t. repatriëring Repatriëringsplan Instrueren medewerkers Gegevens externen, locaties, routes Beschikbaar krijgen vervoersmiddelen / bijstand Actie! Sitrap Besluiten opheffing actiecentrum nee Ontruiming locatie en informeren ketenpartners Einde proces 40

41 Verplaatsen mens en dier (evacuatie) Doel: personen en dieren van een gevaarlijke naar een veiliger plaats brengen vanwege dreiging of het plaatsvinden van een gevaarlijke gebeurtenis teneinde de mogelijk schadelijke gevolgen van een crisis (of dreiging daarvan) zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. (Ontruiming vindt plaats door de politie) Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces Verplaatsen van mens en dier Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Verplaatsen van mens en dier 3 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet OL (leider CoPI of ROT) Burgemeester (opperbevel) Teamleider vmd Teamleider vmd 4 Instrueren van medewerkers Teamleider vmd in samenwerking met politie en GHOR 5 Beschikbaar krijgen van vervoersmiddelen Teamleider vmd In samenwerking met politie en GHOR Situatierapportage (mensen / dieren die door een ontstane situatie niet terug kunnen keren naar de eigen (woon)omgeving) Besluit opstarten proces Verplaatsen van mens en dier Situatierapportage Copi en ROT omvang van de te evacueren locatie c.q. het gebied aantal te evacueren personen en dieren en de manier van verplaatsen Bepalen van: Verbindingen / coördinatie In- / externe verhoudingen communicatielijnen Registratie Gezinshereniging (hoe?) Afschermen voor onbevoegden Beveiliging Contactgegevens externen Opkomstlocatie Aanrijroute Opslaglocaties (middelen) Afleverlocaties (middelen) Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Zorgen dat de teamlocatie operationeel is: (alternatieve) locatie; een voortdurende toegang tot de gemeentelijke basisadministratie; de beschikbaarheid van kaartmateriaal; de technische infrastructuur Verzamelen van gegevens en overleg met andere kolommen: benodigde beschermingsmiddelen voor hulpverleners benodigde personele- en materiële middelen, w.o. begeleidend personeel, vervoerscapaciteit, transportmiddelen Instrueren personeel Bepalen medische zorg Bepalen en voorbereiden verzamelplaatsen Bepalen en voorbereiden evacuatieroutes Bepalen en voorbereiden opvanglocaties Medewerkers informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. (indien nodig) bijstand buurgemeenten regelen beschikbaar krijgen van de benodigde (vervoer)middelen Besluit om het proces Verplaatsen van mens en dier op te starten Zie proces alarmeren Teamlocatie Verplaatsen van mens en dier is operationeel Actieplan verplaatsen mens en dier: Aantal te verplaatsen mensen en dieren Wijze van vervoer Bestemmingen Geïnstrueerde medewerkers gaan naar de opkomstlocatie Voldoende menskracht en (vervoer)middelen aanwezig om de acties uit te kunnen voeren. 41

42 Taak Wie Input Throughput Output Medewerkers vmd Actieplan, menskracht en vervoermiddelen 6 Actie! Uitvoeren evacuatie 7 Besluit tot terugkeer OL (CoPI of ROT) Burgemeester 8 Bepalen van de acties m.b.t. repatriëring 9 Instrueren van medewerkers Teamleider vmd in samenwerking met politie en GHOR 10 Beschikbaar krijgen van vervoersmiddelen Situatierapportage Voorwaarden terugkeer De medewerkers van het team Evacuatie begeleiden de mensen en dieren naar de afgesproken opvanglocatie. Tijdens dit proces zijn medewerkers registreren mens en dier aanwezig om mensen te registreren. De Operationeel Leider (GRIP 2) dan wel het GBT/RBT neemt een besluit dat het betreffende gebied weer wordt vrijgegeven. Teamleider vmd Besluit tot terugkeer Verzamelen van gegevens en overleg met andere kolommen over de begeleiding en hulpmiddelen die nodig zijn om mens en dier terug te laten keren naar de locatie / het gebied Teamleider vmd In samenwerking met politie en GHOR Repatriëringsplan Contactgegevens externen Opkomstlocatie Aanrijroute Opslaglocaties (middelen) Afleverlocaties (middelen) Medewerkers informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. (indien nodig) bijstand buurgemeenten regelen beschikbaar krijgen van de benodigde (vervoer)middelen Alle personen van de locatie c.q. het gebied zijn geëvacueerd. Besluit tot terugkeer Repatriëringplan Geïnstrueerde medewerkers Voldoende menskracht en (vervoer)middelen aanwezig om de acties uit te kunnen voeren. 11 Actie! Uitvoeren repatriëring 12 Besluit tot opheffing actiecentrum vmd Medewerkers vmd Repatriëringsplan, menskracht en vervoermiddelen De medewerkers van het team vmd begeleiden de mensen en dieren terug naar het gebied of de locatie. Burgemeester Situatierapportage In het GBT/RBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten 13 Ontruiming locatie Medewerkers vmd Besluit tot opheffing team vmd Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Alle personen van de locatie c.q. het gebied zijn gerepatrieerd. Einde proces Ketenpartners worden geïnformeerd en informatie wordt voor zover nodig aan hen overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 42

43 Nr. Activiteit Burgemeester 1 Besluiten tot het starten van het proces Verplaatsen van mens Besluiten Besluiten en dier 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Verplaatsen van mens Uitvoeren en dier 3 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 4 Instrueren van medewerkers Uitvoeren 5 Beschikbaar krijgen van vervoersmiddelen Uitvoeren 6 Actie! Uitvoeren evacuatie Toetsen Uitvoeren 7 Besluit tot terugkeer Besluiten Besluiten 8 Bepalen van de acties m.b.t. repatriëring Toetsen Uitvoeren 9 Instrueren van medewerkers Uitvoeren 10 Beschikbaar krijgen van vervoersmiddelen Uitvoeren 11 Actie! Uitvoeren repatriëring Toetsen Uitvoeren 12 Besluit tot opheffing team vmd Besluiten 13 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen: Ontruiming (politie); Opvang; Registreren mens en dier; Pers- en publieksvoorlichting; Nazorg. OL Hoofd Publieke zorg Teamleider vmd Medewerker vmd 43

44 Ruimtebeheer Sitrap Besluiten start ruimtebeheer Besluit start proces ruimtebeheer Inrichten ruimte t.b.v. team ruimtebeheer Vaststellen exacte taak gemeente, evt. m.b.v. inzet van derden Bepalen personele en materiële inzet incl. derden Bepalen van de acties Actieplan ruimtebeheer Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluiten opheffing Team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 44

45 Ruimtebeheer Doel: Tijdens een bijzondere situatie zorg dragen voor het beheer van de openbare ruimte van de gemeente. Activiteiten richten zich op weg, water en ruimte. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het opstarten van het proces ruimtebeheer OL (leider CoPI of ROT), burgemeester (opperbevel) (Bij grip 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team Ruimtebeheer 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden Teamleider Ruimtebeheer OL (leider CoPI of ROT) Situatierapportage (door een ramp is er schade ontstaan of is er dreiging voor de omgeving) Besluit tot het opstarten van het proces Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel nodig is, en wat de rol van de gemeente is. De gemeente kan bij onderstaande taken een ondersteunende of bepalende rol hebben. Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Algemeen Het nemen van maatregelen op het gebied van het beheer van de openbare ruimte van de gemeente. Het betreft taken op het gebied van openbare verlichting, rioleringen, wegen, water, groen, etc. Vaststellen aansprakelijkheid en eigendom (verzekering) Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren Teamlocatie is operationeel Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden Teamleider Ruimtebeheer -Werkruimten -Werkmateriaal -Vervoer Beschermingmateriaal 5 Bepalen van de acties Teamleider Ruimtebeheer Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel Beeldvorming Het in kaart brengen van de gevolgen van het incident in de fysieke leefomgeving om te kunnen bepalen welk maatregelen genomen moeten worden en welke instanties betrokken moeten worden. Het beoordelen van wegen en openbare ruimten. Het beoordelen van de waterstaatkundige staat. Het verzamelen van meldingen van apparatuur (riolerings- en waterpeilsignalering) Vaststellen of terugbrengen in oude staat spoedeisend is Inzicht krijgen in de benodigde inzet van personeel en materiaal: Wie heb ik nodig? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze naar toe? Wanneer moeten ze daar zijn? Het vaststellen van de maatregelen die moeten worden uitgevoerd en de inzet van personeel en materieel die daarvoor nodig is Beheer openbare ruimte Het zo nodig afsluiten van riolen, met het oog op het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het beheren van de openbare ruimte. Het ondersteunen bij het gebruik en/of de afzetting van de openbare ruimte. Waterbeheer Een omschrijving van de inzet van personeel en materiaal (wat hebben we daarvoor nodig?) Actieplan Ruimtebeheer (incl. contactgegevens personeel (en derden), opkomstlocaties, aanrijroutes, werklocaties, contracten met derden voor inzet van extern materieel) 45

46 Taak Wie Input Throughput Output Het nemen van maatregelen die verdere verspreiding van gevaarlijke stoffen, besmetting via stof of door afstromen van (blus)water via riool of oppervlaktewater voorkomen. Het nemen van maatregelen om besmetting en besmette materialen weg te nemen en besmette materialen in te zamelen. Het namen van maatregelen om bodem, waterbodem, water, rioleringssysteem en rioolwaterzuivering te saneren. 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden 7 Instrueren van personeel en derden Teamleider Ruimtebeheer Actieplan Ruimtebeheer Het alarmeren van intern personeel, en evt. externe partijen (zoals waterkwaliteitsbeheerders, wegenbeheerders (incl. spoor), waterwegbeheerders, buisleidingeigenaren) Teamleider Ruimtebeheer/ OvD Bevolkingszorg Actieplan Ruimtebeheer 8 Actie! Medewerkers Ruimtebeheer Actieplan, medewerkers en materieel 9 Besluit opheffing actiecentrum Ruimtebeheer Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. Bepalen van: verbindingen/coördinaten, in-/externe verhoudingen communicatielijnen, materiaal en beschermende middelen (zie bijlagen) Uitvoering van de maatregelen Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. 10 Ontruiming locatie Medewerkers Ruimtebeheer Besluit opheffing actiecentrum Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. Zie ook proces alarmeren. Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 46

47 Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden Ruimtebeheer Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd omgevingszorg Teamleider ruimtebeheer Medewerker ruimtebeheer 1 Besluiten tot het opstarten van het proces ruimtebeheer Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team ruimtebeheer Uitvoeren 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen Uitvoeren de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen Uitvoeren derden 5 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Uitvoeren 7 Instrueren van personeel en derden Uitvoeren 8 Actie! Toetsen Uitvoeren 9 Besluit opheffing actiecentrum ruimtebeheer Besluiten 10 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting: informatie wordt aangeleverd van de situatie in de leefomgeving, de genomen maatregelen en geplande activiteiten, aanwijzingen over zelf te nemen maatregelen, ter communicatie met bevolking en bedrijven, maar ook ziekenhuizen en huisartsen; Bouwbeheer (transportleidingen voor gas, drinkwater, elektriciteit en riolering moeten hersteld zijn voor huizen en gebouwen weer aangesloten kunnen worden; Mobiliteit (verkeer regelen, begidsen, afzetten) (Politiezorg): het beschikbaar maken en houden van de infrastructuur voor evacuatie en transport; Ordehandhaving (verplaatsen mens en dier) (Politiezorg): afstemming met politie is nodig om prioriteit van herstelwerk te kunnen vaststellen); Ontsmetting (Brandweer): ontsmettingsactiviteiten van brandweer (ondersteund door aannemers of leger) kunnen noodzakelijk zijn voordag infrastructuur weer beschikbaar komt; Opvang; Registratie van schade (CRAS). 47

48 Milieubeheer Sitrap Besluiten start miliieubeheer Besluit start proces Milieubeheer Inrichten ruimte t.b.v. team milieubeheer Vaststellen exacte taak gemeente, evt. m.b.v. inzet van derden Bepalen personele en materiële inzet incl. derden Bepalen van de acties Actieplan milieubeheer Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluiten opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 48

49 Milieubeheer Doel: zorg voor de handhaving van de kwaliteit, danwel herstel van het milieu of de leefomgeving en inzamelen van besmette of verdachte waren om (verdere) verspreiding te voorkomen. Taak Wie Input Throughput Output OL (leider CoPI of ROT), Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel burgemeester nodig is, en wat de rol van de gemeente is. De gemeente kan bij (opperbevel) onderstaande taken een ondersteunende of bepalende rol hebben. 1 Besluiten tot het opstarten van het proces milieubeheer (Bij grip 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team milieubeheer 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden Teamleider Milieubeheer OL (leider CoPI of ROT) Teamleider Milieubeheer Situatierapportage (door een ramp is er schade ontstaan of is er dreiging voor de omgeving) Besluit tot het opstarten van het proces Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving -Werkruimten -Werkmateriaal -Vervoer Beschermingmateriaal Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar. Algemeen Het nemen van maatregelen met als doel het milieu te beschermen. Hieronder vallen niet alleen toezichts- en handhavingstaken, maar ook afvaltaken (waaronder het inzamelen van besmette waren) en taken op het gebied van de Wet Bodembescherming en de Wet Luchtkwaliteit. Vaststellen aansprakelijkheid en eigendom (verzekering). Beeldvorming Het in kaart brengen van de gevolgen van het incident in de fysieke leefomgeving om te kunnen bepalen welke maatregelen genomen moeten worden en welke instanties betrokken moeten worden Het meten van verspreiding van gevaarlijke stoffen en het bepalen van besmetting door brandweer en milieudienst (?) en politie (oog- en oorfunctie). Het verzamelen van signalen van de bevolking in samenwerking met meldkamer en milieudienst. Vaststellen of inzamelen van besmette of verdachte waren spoedeisend is (kan bijv. afhangen van de weersomstandigheden) Inzicht krijgen in de benodigde inzet van personeel en materiaal: Wie heb ik nodig? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze naar toe? Wanneer moeten ze daar zijn? Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren Teamlocatie is operationeel Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) Een omschrijving van de inzet van personeel en materiaal (wat hebben we daarvoor nodig?) 5 Bepalen van de acties Teamleider Milieubeheer Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel Het vaststellen van de maatregelen die moeten worden uitgevoerd en de inzet van personeel en materieel die daarvoor nodig is. Bedrijven Het geven van aanwijzingen aan bedrijven om de effecten van incidenten te verminderen en de gevolgen van incidenten zo goed mogelijk af te handelen. Het toetsen van de geschiktheid van maatregelen en de wijze van verwerken van afvalstromen. Het inzamelen van besmette waren waar geen speciale persoonlijke bescherming en/of opleiding voor nodig is. Actieplan Milieubeheer (incl. contactgegevens personeel (en derden), opkomstlocaties, aanrijroutes, werklocaties, contracten met derden voor inzet van extern materieel) 49

50 Taak Wie Input Throughput Output Het in kaart brengen van de besmetting. Het opstellen van een plan voor het inzamelen van besmette waren. Het gericht in beslag nemen van besmette waren met tussenkomst van de Inspectie Gezondheidsbescherming. Geven van informatie aan communicatie omtrent het handelingsperspectief voor de bedrijven. Burgers Het benoemen van inzamelpunten voor besmette waren, indien beoordeeld is dat de burger deze zelf in mag leveren. Het geven van informatie aan het team Pers- en Publieksvoorlichting omtrent het handelingsperspectief van de burger. 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Teamleider Milieubeheer Actieplan Milieubeheer Het alarmeren van intern personeel, en evt. externe partijen (waterschappen, Rijkswaterstaat, bedrijven, toezichthouders (VROM inspectie, VWA), gebouwbeheerders, leveranciers nutsvoorzieningen, etc.) Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. 7 Instrueren van personeel en derden Teamleider Milieubeheer/ OvD Bevolkingszorg 8 Actie! Medewerkers milieubeheer 9 Besluit opheffing actiecentrum milieubeheer 10 Ontruiming locatie Medewerkers Milieubeheer Actieplan Milieubeheer Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. Bepalen van: verbindingen/coördinaten, in-/externe verhoudingen, communicatielijnen, materiaal en beschermende middelen Uitvoering van de maatregelen. Veel gemeenten werken met ingehuurde capaciteit van de Milieu Advies Dienst. Actieplan, medewerkers en materieel Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 50

51 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden milieubeheer Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd omgevingszorg Teamleider milieubeheer Medewerker milieubeheer 1 Besluiten tot het opstarten van het proces milieubeheer Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team milieubeheer Uitvoeren 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen Uitvoeren de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen Uitvoeren derden 5 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Uitvoeren 7 Instrueren van personeel en derden Uitvoeren 8 Actie! Toetsen Uitvoeren 9 Besluit opheffing actiecentrum milieubeheer Besluiten 10 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting: informatie wordt aangeleverd van de situatie in de leefomgeving, de genomen maatregelen en geplande activiteiten, aanwijzingen over zelf te nemen maatregelen, ter communicatie met bevolking en bedrijven, maar ook ziekenhuizen en huisartsen; Informatiemanagement (waarnemen en meten) (Brandweer): kaartmateriaal, eigen verzamelde waarnemingen en meetgegevens worden uitgewisseld ter ondersteuning van de inschatting van acute dreigingen en direct noodzakelijke maatregelen; Ontsmetten (Brandweer): reinigen van mens, dier, voertuig of infrastructuur; Opsporing (strafrechtelijk onderzoek) (Politiezorg); Waterkwaliteitsbeheer (Waterbeheer en Scheepvaartzorg) (Waterschap); Opvang; Registratie van schade (CRAS). 51

52 Bouwbeheer Sitrap Besluiten start bouwbeheer Besluit start proces bouwbeheer Inrichten ruimte t.b.v. team bouwbeheer Vaststellen exacte taak gemeente, evt. m.b.v. inzet van derden Bepalen personele en materiële inzet incl. derden Bepalen van de acties Actieplan bouwbeheer Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluiten opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 52

53 Bouwbeheer Doel: het waarborgen van een veilige en gezonde bebouwde omgeving. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het opstarten van het proces Bouwbeheer OL (leider CoPI of ROT), burgemeester (opperbevel) (Bij grip 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team bouwbeheer 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden Teamleider Bouwbeheer OL (leider CoPI of ROT) Situatierapportage (door een ramp is er schade ontstaan of is er dreiging voor de omgeving) Besluit tot het opstarten van het proces Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel nodig is, en wat de rol van de gemeente is. De gemeente kan bij onderstaande taken een ondersteunende of bepalende rol hebben. Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Algemeen Het nemen van maatregelen op het gebied van het beheer van gebouwen. Het gaat hierbij om toezichts- en handhavingstaken op het gebied van bouwregelgeving, maar ook het beheer van monumenten, cultureel erfgoed, openbare gebouwen, kunstwerken, kostbare goederen, e.d. Het behartigen van de belangen van de gemeente als eigenaar van bouwwerken die schade hebben opgelopen of voor opvang of herstelwerk noodzakelijk zijn. Vaststellen aansprakelijkheid en eigendom (verzekering) Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren Teamlocatie is operationeel Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden Teamleider Bouwbeheer -Werkruimten -Werkmateriaal -Vervoer Beschermingmateriaal 5 Bepalen van de acties Teamleider Bouwbeheer Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel Beeldvorming Het in kaart brengen van de gevolgen van het incident in de fysieke leefomgeving om te kunnen bepalen welke maatregelen genomen moeten worden en welke instanties erbij betrokken moeten worden. Beoordelen van bouwkundige staat bouwwerken. Inzicht krijgen in de benodigde inzet van personeel en materiaal: Wie heb ik nodig? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze naar toe? Wanneer moeten ze daar zijn? Het vaststellen van de maatregelen die moeten worden uitgevoerd en de inzet van personeel en materieel die daarvoor nodig is. Het verzorgen van noodmaatregelen om gevaarlijke situaties aan bouwwerken aan te pakken of verdergaande schade te voorkomen (noodsloop, stutten). Het nemen van maatregelen voor Een omschrijving van de inzet van personeel en materiaal (wat hebben we daarvoor nodig?) Actieplan Bouwbeheer (incl. contactgegevens personeel (en derden), opkomstlocaties, aanrijroutes, werklocaties, contracten met derden voor inzet van extern materieel) 53

54 Taak Wie Input Throughput Output monumenten of cultureel erfgoed. Het veiligstellen en herstellen van distributienetten voor nutsvoorzieningen en communicatie. Het afzetten van de nabije omgeving zodat toegang niet meer mogelijk is Bewaking 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Teamleider Bouwbeheer Actieplan Bouwbeheer Het alarmeren van intern personeel, en evt. externe partijen (nutsbedrijven, slopers en aannemers, defensie) Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. 7 Instrueren van personeel en derden Teamleider Bouwbeheer/ OvD Bevolkingszorg 8 Actie! Medewerkers Bouwbeheer 9 Besluit opheffing actiecentrum Bouwbeheer 10 Ontruiming locatie Medewerkers Bouwbeheer Actieplan Bouwbeheer Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. Bepalen van: verbindingen/coördinaten, in- /externe verhoudingen, communicatielijnen, materiaal en beschermende middelen Uitvoering van de maatregelen Actieplan, medewerkers en materieel Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Zie ook proces alarmeren. Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden bouwbeheer 54

55 Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd omgevingszorg Teamleider bouwbeheer Medewerker bouwbeheer 1 Besluiten tot het opstarten van het proces bouwbeheer Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team bouwbeheer Uitvoeren 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen Uitvoeren de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen Uitvoeren derden 5 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Uitvoeren 7 Instrueren van personeel en derden Uitvoeren 8 Actie! Toetsen Uitvoeren 9 Besluit opheffing team bouwbeheer Besluiten 10 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen Pers- en publieksvoorlichting: informatie wordt aangeleverd van de situatie in de leefomgeving, de genomen maatregelen en geplande activiteiten, aanwijzingen over zelf te nemen maatregelen, ter communicatie met bevolking en bedrijven, maar ook ziekenhuizen en huisartsen; Ruimtebeheer (afzetten van niet begaanbaar gebied); Milieubeheer (advisering m.b.t. gevaarlijke stoffen); Bron en emissiebestrijding (Brandweer); Ordehandhaving (ontruimen en evacueren, afzetten, handhaven openbare orde) (Politiezorg); Bewaken beveiligen (afschermen) (Politiezorg): afschermen en bewaken rampterrein; Registratie van schade (CRAS); Opvang. 55

56 Interne communicatie en verslaglegging SITRAP Besluit tot starten proces Starten proces Inrichten ruimte tbv team interne communicatie & verslaglegging Bepalen benodigd personeel en materiaal Overzicht mensen en materieel Bepalen van de acties Actieplan Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Instrueren medewerkers Actie! SITRAP Besluit Ontruimen locatie Einde proces 56

57 Interne communicatie en verslaglegging Doel: Het vastleggen van gegevens om inzicht te krijgen in de stand van zaken tijdens de bestrijdingsfase en tijdens de nafase van een crisis. De gegevens dienen ook als informatiebron voor het opstellen van de evaluatie. Ervoor zorgen dat bescheiden die nodig zijn voor het maken van een reconstructie van de oorzaken, toedracht en bestrijden van de ramp, intern beschikbaar gesteld kunnen worden. De doelgroep voor het intern verspreiden van de informatie zijn alle teams van de bij de bestrijding betrokken processen. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces interne communicatie en verslaglegging. OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Besluit om het proces interne communicatie en verslaglegging te starten. Zie proces alarmeren (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Interne communicatie en verslaglegging. 3 Bepalen van de benodigde personele en materiële inzet. Teamleider interne communicatie en verslaglegging. Teamleider interne communicate en verslaglegging. 4 Bepalen van de acties Teamleider Interne communicatie en verslaglegging 5 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen Teamleider Interne communicatie en verslaglegging Besluit opstarten proces Interne communicatie en verslaglegging Werkruimte, werkmateriaal. Omschrijven van de taak en inzet van personeel en materiaal. Actieplan interne communicatie en verslaglegging Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Inzicht in welke mensen nodig zijn, voor welke taken. Beschrijven van acties om verslagen te maken en te vertalen naar interne communicatieboodschappen. Beschrijven welke informatie nodig is, waar het vandaan komt maar ook waar het naar toe moet. Het moet duidelijk zijn op welke locatie en op welk moment de informatie verzamelt en verspreid kan worden. Het alarmeren van: intern personeel (indien nodig) bijstand buurgemeenten Teamlocatie interne communicatie en verslaglegging is operationeel Omschrijving van de inzet van personeel en materiaal. (wat hebben we daarvoor nodig). Actieplan interne communicatie en verslaglegging Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. 6 Instrueren van medewerkers Teamleider Interne communicatie en verslaglegging 7 Actie! Medewerkers interne communicatie en verslaglegging 8 Besluit opheffing actiecentrum interne communicatie en verslaglegging Actieplan interne communicatie en verslaglegging Actieplan, medewerkers en materieel Medewerkers informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties De interne communicatie en verslaglegginglocatie uitgevoerd. Burgemeester Situatierapportage In het RBT/GBT wordt besloten dat het team haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Medewerkers zijn geïnstrueerd wat er van hen wordt verwacht. Uitvoering actieplan. Einde proces. 9 Ontruiming locatie Medewerkers Besluit opheffing actiecentrum Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt Situatie is zowel ruimtelijk, personeel 57

58 Taak Wie Input Throughput Output interne communicatie en verslaglegging afgeschaald naar het normale niveau als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden interne communicatie en verslaglegging Nr. Activiteit Burgemeester OL Hoofd Informatie Teamleider Interne communicatie en verslaglegging Medewerker interne communicatie en verslaglegging 1 Besluiten tot het starten van het proces interne communicatie en verslaglegging. Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team Interne communicatie en verslaglegging. Uitvoeren 3 Bepalen van de benodigde personele en materiele inzet. Uitvoeren 4 Bepalen van de acties. Uitvoeren 5 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen. Uitvoeren 6 Instrueren van medewerkers. Uitvoeren 7 Actie! Toetsen Uitvoeren 8 Besluit opheffing team interne communicatie en verslaglegging. Besluit 9 Ontruiming locatie. Uitvoeren Relatie met andere processen: Team Bevolkingszorg: Alle gebundelde informatie komt via de vergaderingen van het team bevolkingszorg beschikbaar. Het team interne communicatie en verslaglegging stuurt dit door naar de interne collega s. 58

59 Registreren van mens en dier Sitrap Besluiten start proces registreren van mens en dier Besluit start proces registreren van mens en dier Voorbereiding doorzetten registreren mens en dier Teamlocatie, inzet NRK, dierenambu, LTO/LNV, etc. Inrichten ruimte t.b.v. team registreren van mens en dier Alarmeren NRK I-RIS operationeel Actie! Opvang GHOR Politie Verwantenvragen Verzamelen gegevens over getroffenen, vult waar nodig informatie aan en verstrekt de informatie Beoordelen kwaliteit, volledigheid registratilijst Informeren ROT, GBT/RBT Fiatteren en vrijgeven lijsten persoonsgeg. ja Processen communicatie Sitrap Alle van belang zijnde gegevens van getroffenen van een crisis zijn verzameld, aangevuld en verstrekt aan het bevoegd gezag, de verwanteninformatie en de nazorg. Besluiten opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 59

60 Registreren van mens en dier Doel: Het Team Registreren van mens en dier is verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens over getroffenen van een incident en deze informatie verwerken in een centraal (digitaal) systeem en waar nodig aanvullen op basis van de gemeentelijke basisadministratie. De verzamelde informatie verstrekken aan het bevoegd gezag, de verwanteninformatie en de nazorg. De burgemeester beslist over het vrijgeven van informatie over de verblijfplaats en het lot van betrokken personen aan belanghebbenden; het team communicatie verstrekt de door de burgemeester vrijgegeven informatie. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het starten van het proces registreren van mens en dier OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Situatierapportage (slachtoffers en getroffenen) Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Voorbereiding doorzetten registreren van mens en dier - proces 3 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team registreren van mens en dier 4 Gereed maken ruimte team registreren van mens en dier voor het werken met I-RIS Teamleider registreren van mens en dier Medewerker registreren van mens en dier Medewerker registreren van mens en dier 5 Actie! Teamleider registreren van mens en dier 6 Verzamelen en bundelen van gegevens van alle bij het incident betrokken personen die naar een opvanglocatie gaan of worden gebracht of Medewerkers registreren van mens en dier (incl. NRK) in samenwerking met GHOR, Politie, KMar Besluit opstarten proces registreren van mens en dier Besluit opstarten proces registreren van mens en dier Besluit opstarten proces registreren van mens en dier Afhankelijk van het type incident: passagierslijst, gastenlijst, GBA gegevens, aanwezige personen Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers De teamleider registreren van mens en dier onderneemt de volgende acties: - neemt contact op met het hoofd Informatie - Bel de Landelijke Meldkamer NRK ( ) Verkrijg de IRIS-code! - bepaalt de noodzaak van het alarmeren van andere gemeentelijke hoofden registreren van mens en dier i.v.m. de continuïteit - bepaal de noodzaak van het alarmeren van de dierenambulance dan wel LTO/LNV voor het registreren van dieren. De registreren van mens en dier -locatie wordt direct gereed gemaakt en ingericht. De benodigde registreren van mens en dier hulpmiddelen liggen klaar. De teamleider laat de voor registreren van mens en dier aangewezen werkplekken ontruimen, herprogrammeert de gemeentelijke firewalls indien nodig, zodat I-RIS bereikbaar is voor registreren van mens en dier - medewerkers en maakt pc's en netwerk gereed voor gebruik voor registreren van mens en dier. Teamleider laat werking I-RIS checken (en/of I-RIS Lite) en werking GBA-poort (indien nodig). Hij gebruikt hierbij de checklist die door het NRK ter beschikking wordt gesteld. De teamleider registreren van mens en dier licht het Hoofd Informatie in dat het team registreren van mens en dier operationeel is. - NAW gegevens ongedeerde en lichtgewonden in de opvanglocatie. - Ongedeerde en lichtgewonden die de opvanglocatie hebben verlaten worden via communicatie actief gevraagd hun NAW gegevens te laten registreren. Besluit om het proces registreren van mens en dier op te starten Zie proces alarmeren De plaats van de teamlocatie registreren van mens en dier is bepaald en beoordeeld is of ondersteuning van het team noodzakelijk is Teamlocatie registreren van mens en dier is operationeel Het I-RIS systeem is operationeel. Medewerkers registreren van mens en dier beginnen met hun werkzaamheden De formulieren zijn compleet ingevuld. 60

61 Taak Wie Input Throughput Output naar huis gaan, incl. de door GHOR, Politie en OM aangeleverde gegevens - Zwaargewonden de GHOR levert informatie ten behoeve van verwanteninformatie. - Dodelijke slachtoffers de Politie levert informatie. 7 Verzamelen en invoeren van de registratieformulieren 8 Beoordelen van de kwaliteit en volledigheid van de registratielijst van slachtoffers (versie x) Medewerker registreren van mens en dier Ingevulde formulieren Verwanten worden geïnformeerd door de politie. Een medewerker registreren van mens en dier verwerkt de ingevulde formulieren in I-RIS en zorgt dat er een registratielijst wordt uitgedraaid. Hoofd Informatie Registratielijst De teamleider registreren van mens en dier controleert / verifieert de registratielijst en informeert het Hoofd Informatie die eindverantwoordelijk is. Het hoofd Informatie beoordeelt de lijst op kwaliteit en volledigheid. Voortdurend verschijnen nieuwe versies. 9 Vastleggen verwantenvragen NRK verwantentelefoon Binnenkomende vragen via direct contact, telefoon, e- mail of brief. 10 Informeren ROT, GBT/RBT (versie x) 11 Fiatteren en vrijgeven van de lijsten van persoonsgegevens 12 Besluit opheffing team registreren van mens en dier Hoofd Informatie GBT dan wel RBT 13 Ontruiming locatie Medewerkers registreren van mens en dier Gecontroleerde registratielijst en overzicht Geautoriseerde lijst van slachtoffers Registreren van de verwantenvragen ten behoeve van matching met registratielijst slachtoffers De Leider Team Bevolkingszorg informeert het ROT. De Operationeel Leider van het ROT informeert het GBT dan wel RBT. Het GBT dan wel het RBT beslist welke instanties de geautoriseerde registratielijst ontvangen en fiatteert de vrij te geven lijsten. Het vrijgeven van geslaagde matches (zoeker vindt de gezochte) vindt plaats aan de hand van het privacy reglement registreren van mens en dier (zie persoonsgegevens). Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het team haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Besluit opheffing team registreren van mens en dier Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Registratielijst / op verzoek een overzicht van gegevens Gecontroleerde registratielijst, i.c. een situatierapportage van het IRIS-systeem Overzicht van de door verwanten en andere personen (bijv. pers) gestelde vragen over slachtoffers De bestuurlijke en operationele leiding van de crisisorganisatie is geïnformeerd over de lijst van slachtoffers. Besluit m.b.t. het vrijgegeven van de registratielijst van slachtoffers en gewonden (moment en wijze waarop) Opdracht aan OL om verwanten te (laten) infomeren via Verwantentelefoon. Hoofd Communicatie geeft hiertoe opdracht. Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 61

62 Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden registreren van mens en dier Nr. Activiteit 1 Besluiten tot het starten van het deelproces registreren van mens en dier Besluiten Besluiten 2 Voorbereiding doorzetten registreren van mens en dier -proces Toetsen Uitvoeren Verkrijg de IRIS code via de Landelijke Meldkamer NRK ( ) 3 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team registreren van mens en dier Uitvoeren 4 Gereed maken locatie registreren van mens en dier voor het werken met I-RIS Uitvoeren 5 Actie! Toetsen Uitvoeren 6 Verzamelen van gegevens van alle bij het incident betrokken personen die naar een Toetsen Uitvoeren opvanglocatie gaan of worden gebracht of naar huis gaan, incl. de door GHOR, Politie en OM aangeleverde gegevens 7 Verzamelen en invoeren van de registratieformulieren Toetsen Uitvoeren 8 Beoordelen van de kwaliteit en volledigheid van de registratielijst van slachtoffers (versie x) Toetsen Uitvoeren 9 Vastleggen verwantenvragen Uitvoeren 10 Matchen van de slachtoffergegevens met de vastgelegde verwantenvragen Toetsen Uitvoeren 11 Informeren ROT, GBT/RBT (versie x) Uitvoeren 12 Fiatteren en vrijgeven van de lijsten van persoonsgegevens Besluiten 13 Besluit opheffing team registreren van mens en dier Besluiten 14 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen Verwanteninformatie: aanleveren van gegevens van de geregistreerde mensen en dieren; Opvang: registreren van mensen en dieren die worden opgevangen; Opsporingsexpertise (berging en identificatie) en Ordehandhaving (ontruimen evacueren) (Politiezorg): registreren van geëvacueerde mensen, overledenen en dieren. Aandachtspunten: Het deelproces Registreren van Mens en Dier is zeer nauw verbonden met het deelproces Verwanteninformatie. Het Team Registreren van Mens en Dier levert na goedkeuring door het bevoegd gezag geverifieerde informatie aan de Teamleider Verwanteninformatie. Aan de hand van de geverifieerde informatie verstrekt het Team Verwanteninformatie informatie aan de verwanten van slachtoffers, betrokkenen en mensen en dieren die worden opgevangen. Burgemeester OL Hoofd Informatie Teamleider registreren van mens en dier Medewerker registreren van mens en dier 62

63 Registreren van schade (CRAS) Sitrap Besluiten start proces CRAS Besluit start proces CRAS Inrichten ruimte t.b.v. team CRAS Overleg met Stichting Salvage Beschikbaar stellen formulieren en brochures Actie! Geregistreerde schademelding; Dossier voor elke melding Vastleggen beeld van totale materiële schade Rapportage totale materiële schade Sitrap Besluiten opheffing Team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 63

64 Registeren van schade (CRAS) Doel:Het verkrijgen van inzicht in de totale omvang van de schade; Registratie en coördinatie van schademeldingen Taak Wie Wat heb je nodig? Wat gaan we doen? Wat is het resultaat? 1 Besluiten tot het opstarten van het proces CRAS Situatie rapportage Overleggen in resp. het CoPI (a) of het ROT (b) (bij GRIP 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team CRAS 3 Overleg voeren met Stichting Salvage en het Verbond van Verzekeraars 4 Beschikbaar stellen van schaderegistratie-formulieren en brochure schaderegistratie na een ramp 5 Actie Verzamelen en registreren van ingevulde schaderegistratie-formulieren OL (leider CoPI of ROT), Burgemeester (opperbevel) Opdracht verstrekken tot het alarmeren van de bij het proces betrokken medewerkers Teamleider CRAS Besluit opstarten proces CRAS Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar. Teamleider CRAS bij Situatie rapportage De teamleider/ het hoofd overlegt met stichting GRIP 1 Salvage en het Verbond van Verzekeraars over de Hoofd Informatie vanaf te nemen maatregelen. GRIP 2 Schade kan worden gemeld bij Salvage, de verzekeraar of de gemeente. Alle schade wordt geregistreerd en informatie moet worden gedeeld. N.B. Er kan een operationeel team van het Verbond van Verzekeraars ter plaatse aanwezig zijn Medewerkers CRAS Formulieren en brochures Een aantal gedupeerden zal schade melden bij de gemeente. Hiervoor worden schaderegistratieformulieren beschikbaar gesteld (waar?). Burgers worden actief geïnformeerd (proces publieksvoorlichting) Medewerkers CRAS Ingevulde registratieformulieren Registratie vindt plaats in? Schademeldingen en bevindingen van particulieren, bedrijven en instellingen (o.a. Salvage en het Verbond van Verzekeraars), experts en taxateurs worden geregistreerd. Schade aan gemeentelijke eigendommen wordt geregistreerd en zo mogelijk vastgesteld. Schademeldingen betreffende schade veroorzaakt door de rampenbestrijdingsorganisatie worden geregistreerd. Besluit om het proces CRAS op te starten. Zie proces alarmering Teamlocatie CRAS is operationeel Afspraken over financiële eerste hulpverlening Verspreide formulieren en brochures Geregistreerde schademeldingen Dossier voor elke schademelding De medewerkers maken voor elke schademelding een dossier aan. Dit moet binnen zes weken na het beschikbaar stellen van de formulieren zijn afgerond. 6 Verslagleggen (inhoudelijk) Teamleider CRAS Alle schademeldingen De manager maakt een beeld van de totale materiële schade Rapportage tot dan toe bekende materiële schade 7 Besluit opheffing actiecentrum CRAS Burgemeester Situatierapportage In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig 64

65 Taak Wie Wat heb je nodig? Wat gaan we doen? Wat is het resultaat? aan hun overgedragen. 8 Ontruiming locatie Medewerkers CRAS Besluit opheffing Team CRAS Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden CRAS Nr. Activiteit 1 Besluiten tot het opstarten van het proces CRAS Besluiten Besluiten 2 Inrichten van de ruimte t.b.v. het team CRAS Uitvoeren 3 Overleg voeren met Stichting Salvage en het Verbond van Verzekeraars Toetsen Uitvoeren 4 Beschikbaar stellen van schaderegistratieformulieren en brochure schaderegistratie Uitvoeren na een ramp 5 Actie: verzamelen en registreren van ingevulde schaderegistratieformulieren Uitvoeren 6 Verslagleggen (inhoudelijk) Toetsen Uitvoeren 7 Besluit opheffing actiecentrum CRAS Besluiten 8 Ontruiming locatie Uitvoeren Burgemeester Relatie met andere processen: Pers- en publieksvoorlichting: geven van instructie (callcenter, website); Nafase: als de schadeformulieren zijn verzameld en geregistreerd, eindigt het proces CRAS. Afhandeling van de schade valt onder het deelproces nafase of wordt door de staande organisatie opgepakt. OvD gemeente / OL Hoofd Informatie Teamleider CRAS Medewerker CRAS 65

66 Bestuursondersteuning Sitrap Besluiten start bestuur ondersteuning Besluit start proces bestuursondersteuning Inrichten ruimte t.b.v. team bestuursondersteu ning Vaststellen exacte taak gemeente en evt. inzet van derden Bepalen personele en materiële inzet incl. derden Bepalen van de acties Actieplan bestuursondersteuning Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluiten opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 66

67 Bestuursondersteuning Doel: het ondersteunen van het bestuur ten tijde van een crisis Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het opstarten van het proces Bestuursondersteuning OL (leider CoPI of ROT), burgemeester (opperbevel) Situatierapportage Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel nodig is, en wat de rol van de gemeente is. Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren (Bij grip 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team bestuursondersteuning Teamleider Bestuursondersteuning Besluit tot het opstarten van het proces Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Teamlocatie is operationeel 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden OL (leider CoPI of ROT) Teamleider Bestuursondersteuning 5 Bepalen van de acties Teamleider Bestuursondersteuning 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Teamleider Bestuursondersteuning Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving -Werkruimten -Werkmateriaal Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel Contactgegevens personeel Welke juridische, financiële en protocollaire ondersteuning is nodig? Bij welk multidisciplinair team of actiecentrum? Wie en wat hebben we daarvoor nodig? Maatregelen nemen ten aanzien van de bestuursondersteuning. Ondersteuning van het bestuur in algemene zin. Advisering en ondersteuning op het gebied van juridische, financiële en protocollaire zaken. Het alarmeren van intern personeel Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) Personele en materiële inzet bekend Actieplan Bestuursondersteuning Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. 7 Instrueren van personeel en derden Teamleider Bestuursondersteuning / OvD Bevolkingszorg Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. 8 Actie! Medewerkers Actieplan, medewerkers en Uitvoering van de maatregelen Bestuursondersteuning materieel 9 Besluit opheffing actiecentrum Bestuursondersteuning Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. 10 Ontruiming locatie Medewerkers Bestuursondersteuning Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Zie ook proces alarmeren. Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal 67

68 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden bestuursondersteuning Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd Logistiek Teamleider Bestuursondersteunin g Medewerker bestuursondersteunin g 1 Besluiten tot het opstarten van het proces bestuursondersteuning Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team bestuursondersteuning Uitvoeren 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen Uitvoeren de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen Uitvoeren derden 5 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Uitvoeren 7 Instrueren van personeel en derden Uitvoeren 8 Actie! Toetsen Uitvoeren 9 Besluit opheffing actiecentrum bestuursondersteuning Besluiten 10 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen Alle gemeentelijke processen: eventuele juridische, financiële en/of protocollaire ondersteuning van de crisisorganisatie Nafase: het geven van gevraagd en ongevraagd advies aan de teamleider nafase, ter ondersteuning van het ontwikkelen van een projectplan voor de nafase. 68

69 Facilitaire Ondersteuning Sitrap Besluiten starten facilitaire ondersteuning Besluit start proces facilitaire ondersteuning Inrichten ruimte t.b.v. team facilitaire. Vaststellen taak en evt. inzet derden Bepalen personele en materiële inzet, incl. derden Bepalen acties Actieplan facilitaire ondersteuning Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluit opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 69

70 Facilitaire Ondersteuning Doel: op de juiste tijd, juiste plaats en in de juiste kwantiteit en kwaliteit facilitaire voorzieningen (ver)werven, verwerken en leveren ten behoeve van de bijzondere en/of grootschalige bevolkingszorg. Taak Wie Input Throughput Output 1 Besluiten tot het opstarten van het proces Facilitaire Ondersteuning (Bij grip 3 is dit proces reeds OL (leider CoPI of ROT), burgemeester (opperbevel) Situatierapportage Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel nodig is, en wat de rol van de gemeente is. De gemeente kan bij onderstaande taken een ondersteunende of bepalende rol hebben. Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het Teamleider Facilitaire Besluit tot het opstarten van Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De Teamlocatie is operationeel team Facilitaire Ondersteuning 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden Ondersteuning OL (leider CoPI of ROT) Teamleider Facilitaire Ondersteuning 5 Bepalen van de acties Teamleider Facilitaire Ondersteuning 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Teamleider Facilitaire Ondersteuning het proces Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving -Werkruimten -Werkmateriaal -Vervoer Beschermingmateriaal Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel -Contactgegevens personeel (en derden) -Opkomstlocaties -Aanrijroutes -Werklocaties -Contracten met derden voor inzet van extern materieel benodigde kantoormaterialen liggen klaar Zorg dragen voor facilitaire voorzieningen ten behoeve van de gehele crisisorganisatie. Inventarisatie maken van de benodigde ruimte voor de organisatie van de bijzondere en of grootschalige bevolkingszorg. Inzicht krijgen in de benodigde inzet van personeel en materiaal: Wie heb ik nodig? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze naar toe? Wanneer moeten ze daar zijn? Starten en werkbaar houden van de reguliere telefoon- en ICT-structuur; Instellen en werkzaam houden van audiovisuele middelen; Inrichten van de benodigde ruimtes; Instellen, werkzaam maken en onderhouden van het noodnet. Inrichten van de benodigde ruimten Ontvangen van de leden van de crisisorganisatie Interne en externe beveiliging. Activiteiten ontplooien t.b.v. de catering voor de gehele organisatie; Er vindt algemene ondersteuning plaats van de gehele crisisorganisatie. Het alarmeren van intern personeel, en evt. externe partijen (nutsbedrijven, slopers en aannemers, defensie) Taak Wie Input Throughput Output Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) Een omschrijving van de inzet van personeel en materiaal (wat hebben we daarvoor nodig?) Actieplan Facilitaire Ondersteuning Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. Zie ook proces alarmeren. 70

71 7 Instrueren van personeel en derden Teamleider Facilitaire Ondersteuning / OvD Bevolkingszorg 8 Actie! Medewerkers Facilitaire Ondersteuning 9 Besluit opheffing actiecentrum Facilitaire Ondersteuning 10 Ontruiming locatie Medewerkers Facilitaire Ondersteuning Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. Actieplan, medewerkers en Uitvoering van de maatregelen materieel Burgemeester In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Besluit opheffing team Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden facilitaire ondersteuning Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd logis tiek Teamleider Facilitaire ondersteuning Medewerker facilitaire ondersteuning 1 Besluiten opstarten van het proces Facilitaire Ondersteuning Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team Facilitaire Ondersteuning Uitvoeren 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen Uitvoeren de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen Uitvoeren derden 5 Bepalen van de acties Toetsen Uitvoeren 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Uitvoeren 7 Instrueren van personeel en derden Uitvoeren 8 Actie! Toetsen Uitvoeren 9 Besluit opheffing actiecentrum Facilitaire Ondersteuning Besluiten 10 Ontruiming locatie Uitvoeren Relatie met andere processen De gehele gemeentelijke crisisorganisatie wordt ondersteund vanuit dit proces. Afhankelijk van de mate van opschaling vindt deze ondersteuning plaats; Lokaal zijn door gemeenten afspraken gemaakt over de invulling van ondersteuning door derden, bijv. catering. 71

72 Nafase Sitrap Besluiten start nafase Besluit start proces nafase Inrichten ruimte t.b.v. team nafase Vaststellen exacte taak gemeente, evt. m.b.v. inzet van derden Bepalen personele en materiële inzet incl. derden Bepalen van de acties Actieplan nafase Beschikbaar krijgen personeel en middelen, incl. derden Instrueren medewerkers en derden Actie! nee Sitrap Besluiten opheffing team ja Ontruimen locatie en informeren ketenpartners Einde proces 72

73 Preparatie nafase Doel: Het overdragen van de acute fase naar de nafase. Taak Wie Input Throughput Output OL (leider CoPI Situatierapportage of ROT), burgemeester (opperbevel) 1 Besluiten tot het opstarten van het proces Nafase (Bij grip 3 is dit proces reeds gealarmeerd) 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team Nafase 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van derden Teamleider Nafase OL (leider CoPI of ROT) Teamleider Nafase 5 Bepalen van de acties Teamleider Nafase 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden Teamleider Nafase Besluit tot het opstarten van het proces Situatierapportage: Gegevens over de directe locatie en de omgeving -Werkruimten -Werkmateriaal Omschrijving van de taak en de inzet van personeel en materieel -Contactgegevens personeel (en derden) Overleggen in resp. het CoPI of het ROT over welke soort van maatregel nodig is, en wat de rol van de gemeente is. De gemeente kan bij onderstaande taken een ondersteunende of bepalende rol hebben. Zorgen dat de teamlocatie operationeel is. De benodigde kantoormaterialen liggen klaar Inzicht krijgen in de omvang en de gevolgen van de ramp voor het overdragen van de acute fase naar de nafase Wie en wat hebben we daarvoor nodig? Het vaststellen van de maatregelen die moeten worden uitgevoerd en de inzet van personeel en materieel die daarvoor nodig is. Overdracht van acute fase naar nafase. Het alarmeren van intern personeel, en evt. externe partijen Besluit tot het opstarten van het proces Zie ook proces alarmeren Teamlocatie is operationeel Een omschrijving van de exacte taak van de gemeente (wat moet er gebeuren?) Personele en materiële inzet bekend. Actieplan Nafase Voldoende menskracht en middelen aanwezig om de taken uit te kunnen voeren. 7 Instrueren van personeel en derden 8 Preparatie van de nazorg, het opstellen van een overdrachtsdocument voor na de warme fase. 9 Besluit opheffing actiecentrum nafase Teamleider Nafase/ OvD Bevolkingszorg Medewerkers Nafase Burgemeester 10 Ontruiming locatie Medewerkers Nafase Actieplan Nafase Actieplan, medewerkers en materieel Besluit opheffing team Personeel en derden informeren over de situatie en instrueren over de uit te voeren acties. Uitvoering van de maatregelen. In het RBT/GBT wordt besloten dat het actiecentrum haar taak heeft uitgevoerd en officieel kan worden gesloten. Zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT wordt afgeschaald naar het normale niveau Zie ook proces alarmeren. Medewerkers en externe partijen weten wat er moet gebeuren Overdrachtsdocument voor het overdragen van de acute fase naar de nafase. Einde proces. De ketenpartners worden geïnformeerd en de informatie wordt voor zover nodig aan hun overgedragen. Situatie is zowel ruimtelijk, personeel als qua ICT weer normaal

74 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden preparatie nafase Nr. Activiteit Burgemeester OvD gemeente / OL Hoofd Logistiek 1 Besluiten tot het opstarten van het proces nafase Besluiten Besluiten 2 Inrichten van ruimte t.b.v. het team nafase 3 Vaststellen van de exacte taak van de gemeente, evt. uit te voeren met Toetsen de inzet van derden 4 Personele en materiële inzet vaststellen en bepalen van de inzet van Toetsen derden 5 Bepalen van de acties Toetsen 6 Beschikbaar krijgen van personeel en middelen, en derden 7 Instrueren van personeel en derden 8 Opstellen overdrachtsdocument Besluiten 9 Besluit opheffing actiecentrum nafase Besluiten 10 Ontruiming locatie Relatie met andere processen Alle gemeentelijke processen: informatie t.b.v. het opstellen van een projectplan voor de nafase. Welke informatie dit is, is sterk afhankelijk van de aard van de crisis. Vanuit het proces nafase wordt een beroep gedaan op de vertegenwoordigers van de overige processen om die informatie aan te leveren die nodig is voor het opstellen van een projectplan; Registreren van mens en dier: ontvangen gegevens registreren mens en dier; Registreren van schade: ontvangen gegevens CRAS; Verwanteninformatie; Milieu-, ruimte- en bouwbeheer; Psychosociale hulpverlening (GHOR): nazorg in nauw overleg met een adviseur van de psychosociale hulpverlening bij rampen en ongevallen (PSHOR); Mobiliteit (afzetten) Ordehandhaving (politiezorg). De daadwerkelijke uitvoering van het projectplan nafase vindt plaats na de warme fase. Hiervoor kan/moet een informatiecentrum worden ingericht, een één-loketorganisatie van waaruit de informatie-, advies en doorverwijzingsfunctie kan worden uitgeoefend. Het gaat hierbij om zaken als zorg, verzekeringen, huisvesting, juridische zaken, bouwzaken, nutsvoorzieningen en financiën. 74

75 Brandweerzorg Primaire processen deelprocessen 1. Bron en Emissiebestrijding 1.1 Brandbestrijding; 1.2 Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen; 1.3 Decontaminatie 2. Redding. 2.1 Technische Hulpverlening; 2.2 Redding; 2.3 Urban Search & Rescue. 3. Ontsmetting 3.1 Ontsmetten mens en dier; 3.2 Ontsmetten voertuigen; 3.3 Ontsmetten infrastructuur. 4. Informatie (ondersteunend proces) 4.1 Advies gevaarlijke stoffen 4.2 Waarnemen en meten 4.3 Interne communicatie 5. Logistiek (ondersteunend proces) 5.1 Voorzien in personele, materiële en facilitaire voorzieningen t.b.v. brandweerzorg 5.2 Waarschuwing en Alarmering Systeem 5.3 Opvang, Veiligheid en Nazorg personeel 75

76 Inleiding Voor de brandweer zijn er vijf primaire processen te benoemen: 1. Bron- en emissiebestrijding 2. Redding 3. Ontsmetting 4. Informatie; en 5. Logistiek De vijf processen zijn onder te verdelen in een aantal deelprocessen. We hebben ervoor gekozen om de drie primaire processen te beschrijven. De deelprocessen worden wel benoemd, maar niet verder uitgewerkt. De processen geven de werking van het proces weer. Er moet echter bij de uitvoering rekening worden gehouden met de mogelijkheden en onmogelijkheden die het brandweeroptreden met zich mee brengt. Ontsmetting van mens en dier kan door de brandweer worden opgestart, maar alleen als het een kleinschalige ontsmetting betreft. Hetzelfde geldt voor het ontsmetten van de infrastructuur. Kleinschalig kan de brandweer aan, maar voor een grootschalige ontsmetting zullen derden moeten worden ingeschakeld. Het beschrijven van het proces geeft dan ook niet aan dat de brandweer er in alle situaties in kan slagen om dit gehele proces eigenhandig te doorlopen. Er dient dan ook rekening te worden gehouden met de beperkingen die de regio kent op het gebied van materieel en personele inzet. Eveneens wordt aandacht gevraagd voor de landelijke ontwikkelingen. Op het moment van het opstellen van dit stuk is er door de Raad van Regionaal Commandanten een landelijke werkgroep opgericht om invulling te geven aan de brandweerprocessen voor het crisisplan. Verwachting is dat deze werkgroep eind van dit jaar met haar voorstel komt. Voorliggende processchema s worden hierop aangepast. Algemeen Melding & alarmering Melding verloopt via 112 en komt binnen bij de MkNN. Alle brandweerpersoneel wordt gealarmeerd door de MkNN conform vastgestelde inzetprotocollen. Opschaling Op basis van de melding wordt een inzet bepaald. Verkenning wijst uit of opschaling nodig is. Voor monodisciplinaire opschaling en bijstand is een procedure vastgesteld deze is terug te vinden in het BRON document. Voor de multidisciplinaire opschaling wordt verwezen naar de GRIP regeling. Leiding & Coördinatie Leiding en coördinatie conform vastgestelde GRIP regeling. De leiding & coördinatie binnen de brandweerorganisatie vindt plaats op basis van een vastgestelde landelijke structuur en er wordt verwezen naar de regeling HoVD en RCvD alarmering uit het BRON document. Informatiemanagement Informatiemanagement is geregeld via het LCMS. Per team is er een verantwoordelijk aangewezen voor het (gevalideerd) vullen van het LCMS. Vanaf GRIP 2 vindt de coördinatie van het informatiemanagement plaats vanuit het ROT. Logistiek Onder logistieke ondersteuning verstaan we: het tijdig en in de juiste kwaliteit en kwantiteit verwerven en ter beschikking stellen van personele en facilitaire voorzieningen, zoals huisvesting, services & middelen en ICT. Als het gaat om incidentlogistiek dan gaat het met name om de aflossing, toiletvoorzieningen, broodjes en diesel voor de voertuigen op straat, 76

77 Het ROT is gesitueerd in het gebouw van de MkNN. Deze ruimte is ingericht en direct beschikbaar en functioneel. Men heeft beschikking over de reguliere telefoon- en ICT structuur, audiovisuele middelen, noodnet, leden van het ROT hebben toegang tot het gebouw en catering wordt door de beheerder van de MkNN geregeld. In stand houden en onderhouden van verbindingsmiddelen plus het verzorgen van een fall back systeem. Activiteiten ontplooien t.b.v. de catering voor de gehele organisatie. Organisatie De Operationeel Leider in het ROT is bevoegd en verantwoordelijk voor de operationele coördinatie over de crisisorganisatie, het integraal plannen en monitoren van grootschalige en bijzondere optreden in het algemeen. Het Hoofd sectie brandweer houdt contact met het Copi (H)OvD brandweer en geeft de besluiten en opdrachten vanuit het ROT door. Sectiemedewerker: ondersteunt het sectiehoofd brandweer in het ROT;. Officier van Dienst Brandweer: vertegenwoordigt de brandweer in het CoPI en coördineert en geeft leiding aan de inzet ter plaatse. Bezetting teams conform vastgesteld GRIP regeling. Opkomsttijden Het CoPi kent een opkomsttijd van 30 minuten; Voor het ROT geldt dat hoofden van de sectie binnen 45 minuten aanwezig. Sectiemedewerkers binnen 60 minuten. Afspraken Bij inwerkingtreding van de meetplan organisatie wordt het automatisch GRIP 2. Na het activeren van 1 of meerdere sirenegebieden van het WAS door de daarvoor aangewezen functionaris is automatisch sprake van GRIP 3. Het bestuurlijk besluit tot grootschalige evacuatie van de bevolking leidt automatisch tot GRIP 3. Relevante artikelen uit de Wet Veiligheidsregio s Artikel 3 lid 1. Tot de brandweerzorg behoort: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. Artikel 25 lid 1. De door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Lid 2. De regionale brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. 77

78 1. Bron- en emissiebestrijding Processen: Brandbestrijding (1.1) Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen (1.2) Decontaminatie (1.3) Procedures vastgelegd in BRON-document: GRIP regeling Bijstand aanvragen Meetplan OGS Opschaling en bijstand RCVD en HOVD alarmering Fries asbestprotocol 1.1 Brandbestrijding Doel: het voorkomen van uitbreiding van een incident, waardoor de toename van het aantal slachtoffers en de toename van schade wordt voorkomen of beperkt. Als aanvulling op de basiszorgeenheden biedt het basispeloton brandweer extra slagkracht bij de bestrijding van incidenten. Verkenning: gericht op bepalen inzettactiek aan de hand van waarneming en beschikbare kennis. Richt zich op het in beeld brengen van schadegebied, het schadebeeld, andere bedreigingen, infrastructurele voorzieningen ter plaatse, selectie van waterwinplaatsen, uitstippelen van slangenwegen, dit alles rekening houdende met weersomstandigheden en tijdstip van de dag. Doel is bepalen hanteren brandbestrijdingstactiek. Taken: Eventueel realiseren grootschalig watertransport. Doel is voldoende blusmiddel. 1.2 Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen Doel: het voorkomen van uitbreiding van een incident met gevaarlijke stoffen, waardoor de toename van het aantal slachtoffers en de toename van schade wordt voorkomen of beperkt. Minimaliseren van de effecten voor de bevolking. Het binnen 30 minuten 7 na alarmering op locatie uitvoeren van een inzet gevaarlijke stoffen onder bescherming van een gaspak en het uitvoeren van een eigen ontsmetting en tot maximaal 10 burgers. Verkenning: Inzettactiek bepalen aan de hand van waarneming ter plekke in combinatie met reeds beschikbare kennis. Verkenning richt zich op het in beeld brengen van de omvang van het schadegebied, het schadebeeld, bronsterkte, aard van de uitstroom, aard van de stof, andere bedreigingen, infrastructurele voorzieningen ter plaatse, dit alles rekening houdend met weersomstandigheden en tijdstip van de dag. Bepalen brongebied en effectgebied. Bestrijding brongebied: lekdichten, creëren van een waterscherm, opvangen van de lekkende gevaarlijke stof, afschermen van de gevaarlijke stof en indammen. Taken: Het doen van een gecoördineerde inzet bij emissie van gevaarlijke stoffen waarvoor meer noodzakelijk is dan het standaardmateriaal dat op een TS is voorzien. Opheffen van complexe emissies bij tanks, pijpleidingen en andere incidenten. Ontsmetting van eigen eenheden en kleine aantallen slachtoffers. Activiteiten in effectgebied: redden, waarschuwen van bevolking, begeleiden en ontruimen. 7 In Fryslân is er een gaspakkenteam beschikbaar, deze is gestationeerd in Leeuwarden en kan dan ook niet in de gehele regio binnen 30 minuten operationeel zijn. 78

79 1.3 Decontaminatie Doel: het ontsmetten van kleine aantallen slachtoffers, maximaal 10. Indien de taakstelling de capaciteit van het eigen peloton overstijgt kan het peloton CBRNe (Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair en explosie) worden gealarmeerd. Het CBRNe levert in aanvulling op de eigen eenheden een grootschalige ontsmetting tot maximaal 200 burgers en eventuele ondersteuning bij redding en bronbestrijding bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Peloton CBRNe: het binnen 2 uur na alarmering op locatie uitvoeren van een inzet NBC onder bescherming van een gaspak en het uitvoeren van een eigen ontsmetting. Dit peloton moet uit Groningen komen. Groningen levert het materieel en personeel om een grootschalige ontsmetting te kunnen uitvoeren. Daarnaast wordt er extra materieel geleverd voor een CBRNe inzet, het personeel hiervoor moet door de regio zelf worden verzorgd. Binnen 15 minuten na aankomst moet het peloton inzetbaar zijn. 79

80 1. Brand- en emissiebestrijding Het proces brand- en emissiebestrijding bestaat uit: brandbestrijding, ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen en decontaminatie. Alarmering MkNN MAR Uitruk conform alarmering Verkenning vaststellen taak brandweer Er zijn voor dit proces een aantal procedures vastgelegd in het BRON document, te weten: bijstand aanvragen, meetplan, OGS, opschaling en bijstand en RCVD en HOVD alarmering. Decontaminatie grootschalig bijstand Groningen. Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling Scheiding bron en effectgebied Bepalen acties Opschaling multi en mono Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling Bepalen acties Actie Opschaling multi en mono Opheffen proces Activiteit Beslissingsmoment Ontruimen plaats indident Eindpunt Beëindigen ROT Einde proces 80

81 2. Redding Processen: Technische Hulpverlening (2.1) Redding (2.2) Urban Search and Rescue (2.3) Procedures vastgelegd in BRON-document: GRIP regeling Bijstand aanvragen Meetplan OGS Opschaling en bijstand RCVD en HOVD alarmering 2.1 Technische Hulpverlening Doel: Het nemen van maatregelen in de repressieve fase om mens of die te bevrijden uit benarde of levensbedreigende omstandigheden en het beperken van omgevingsgevaar. Taken: Het leveren van personele capaciteit en aanvullend hulpverleningsmaterieel op de incidentlocatie Redding Doel: het bevrijden van mens of dier uit benarde of levensbedreigende omstandigheden. Taken: Het leveren van personele capaciteit en aanvullend hulpverleningsmaterieel op de incident locatie. Verkenning: in beeld brengen van de omvang van het ongeval, het aantal slachtoffers, complexiteit van de bevrijding, andere bedreigingen en infrastructurele voorzieningen, dit alle rekening houdende met weersomstandigheden en tijdstip van de dag. Bepalen te hanteren hulpverleningstactiek. Samenhang andere processen: triage door GHOR medewerkers. Inzettactiek: eenvoudige bevrijdingen, scoop and run tactiek of complexe bevrijdingen. 2.3 Urban search and rescue Doel: Het binnen 3 uur na alarmering binnen Nederland bieden van hulp ingeval van aardbevingen, tunnelongevallen, instortingen en dergelijk. Brengt eigen ondersteuningsgroep mee. Inzet van hoogwaardig zoek- en redmaterieel. Komt uit regio Zuid-Holland Zuid. 81

82 2. Redding Het proces redding bestaat uit: technische hulpverlening, redding en Urban Search and Reacue. Alarmering MkNN MAR Uitruk conform alarmering Verkenning vaststellen taak brandweer Er zijn voor dit proces een aantal procedures vastgelegd in het BRON document, te weten: bijstand aanvragen, meetplan, OGS, opschaling en bijstand en RCVD en HOVD alarmering. Voor USAR geldt dat hiervoor een landelijk team inzetbaar is. Dit team is gestationeerd in Zuid Holland- Zuid en is binnen drie uur inzetbaar in de regio Fryslan. Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling Scheiding bron en effectgebied Bepalen acties Opschaling multi en mono Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling Bepalen acties Actie Opschaling multi en mono Opheffen proces Activiteit Ontruimen plaats indident Beslissingsmoment Eindpunt Beëindigen ROT Einde proces 82

83 3. Ontsmetting Processen: Ontsmetten van mens en dier (3.1) Ontsmetten voertuigen (3.2) Ontsmetten infrastructuur (3.3) Procedures vastgelegd in BRON-document: GRIP regeling Bijstand aanvragen Meetplan OGS Opschaling en bijstand RCVD en HOVD alarmering 3.1 Ontsmetten van mens en dier Zie 1.3 Decontaminatie. 3.2 Ontsmetten voertuigen Doel: ontsmetting van eigen voertuigen en andere voor zover dit een acuut gevaar oplevert. Voor grootschalige en langdurige ontsmetting moet er een beroep gedaan worden op derden. Verkenning om ontsmettingstactiek te bepalen, de AGS bepaalt uiteindelijk de tactiek. 3.3 Ontsmetten infrastructuur Doel: het wegnemen van acuut gevaar. De ontsmetting gebeurt door derden. Verkenning om ontsmettingstactiek te bepalen, de AGS bepaalt uiteindelijk de tactiek. 83

84 84

85 Geneeskundige zorg Primaire processen 1. Spoedeisende Medische Hulpverlening. 2. Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen. 3. Publieke Gezondheidszorg. Gezondheidsonderzoek. deelprocessen 1.1 Triage; 1.2 Behandelen; 1.3 Vervoeren / Verwijzen. 2.1 Signaleren getroffenen; 2.2 Bevorderen zelfredzaamheid; 2.3 Verwijzen getroffenen. 3.1 Monitoren Publieke Gezondheid; 3.2 Onderzoek bij groepen; 3.3 Onderzoek individueel. 4. Infectieziektebestrijding 4.1 Bron- en Contactopsporing; 4.2 Beschermende maatregelen; 4.3 Hygiënemaatregelen 4.4 Isolatie en quarantaine 5. Informatie (ondersteunend proces) 5.1 Gezondheidskundig advies gevaarlijke stoffen 5.2 Advies Gezondheidsonderzoek na rampen 5.3 Advies Hygiëne en Infectiepreventie 5.4 Continuïteit van Zorg 6. Logistiek (ondersteunend proces) 6.1 Voorzien in personele, materiële en facilitaire voorzieningen t.b.v. geneeskundige zorg, ook in relatie tot continuïteit van zorg. 85

86 Deelplan Geneeskundige Zorg Inhoudsopgave 1) Inleiding 2) Organisatie Organogram Deelplan Geneeskundige Zorg 3) Processen en Taakorganisatie a) proces Spoedeisende Medische Hulpverlening b) proces Publieke Gezondheid c) proces Informatie en Logistiek 86

87 1) Inleiding Deelplan Geneeskundige Zorg (GZ) Het deelplan GZ vormt een nadere uitwerking van het onderdeel Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen uit het regionaal crisisplan Fryslân. Dit deelplan beschrijft de inrichting. van de geneeskundige hulpverleningbij ongevallen en rampen.. De basis van de uitwerking vormt het landelijk Referentiekader Regionaal Crisisplan. Rol van de GHOR en van de Zorginstellingen De geneeskundige hulpverlening wordt uitgevoerd door verschillende zorgverleners. De GGD/GHOR is ten tijde van crises verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. De verantwoordelijkheid voor de primaire processen van de geneeskundige hulpverlening berust bij de partijen, die volgens de wet en hun reguliere taak verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Ten tijde van rampen en crises draagt de GHOR zorg voor de leiding en coördinatie van de geneeskundige keten en voor het informatiemanagement binnen de geneeskundige keten. Door recente veranderingen in de wetgeving rond de Wet Publieke Gezondheid is het taakveld voor de inhoudelijke uitvoering van GHOR processen per veranderd. De uitvoering van de Psychosociale hulpverlening valt onder de verantwoordelijkheid van de GGD. 87

88 2) Organisatie Organogram deelplan Geneeskundige Zorg Inleiding Het doel van leiding en coördinatie is het zo optimaal mogelijk bestrijden van een grootschalig incident door te voorzien in een effectieve aansturing van alle betrokken diensten hulpverleners en zorginstellingen, sleutelfunctionarissen en eenheden. Dit hoofdstuk beschrijft de structuur van de onderdelen van het hoofdproces Geneeskundige hulpverlening. In afzonderlijke draaiboeken is de detailuitwerking van de verschillende deelprocessen binnen de GHOR opgenomen. Directeur Publieke gezondheid in (R)BT Legenda GHOR vertegenwoordiger in multidisciplinair team Leidinggevende binnen GHOR structuur Rol die in de meeste gevallen door bovenliggende leidinggevende wordt uitgevoerd Overige leidinggevende of functionaris binnen de gezondheidszorg Algemeen commandant GHOR in ROT Staf advies en ondersteuning Centrum voor regie en ondersteuning voor informatie en logistiek Hoofd acute Geneeskundige Zorg Hoofd Publieke Gezondheidszorg Coordinator zorginstelligen Hoofd informatie Informatie coordinator MKA Informatie coordinator Publieke Zorg Informatie Coordinator zorg instellingen Actiecentrum GHOR Meldkamer Ambulancezorg Crisisstaf GGD Hoofd onderstening Logistiek coordinator MKA Logistiek coordinator Publieke Zorg Logistiek coordinator zorg instellingen functionele lijn informatielijn OVDG Plaats inciden Capaciteit voor vervoer buiten plaats incident Schema organisatie GHOR Capaciteit voor triage benandeling en vervoer op plaats incident Capaciteit voor medische milieukunde w.o. GAGS Capaciteit voor Gezondheids Onderzoek Capaciteit voor infektieziekten bestrijding Capaciteit voor Psychosocial e hulp Capaciteit voor triage en behandeling binnen zorginstelling Organisatiestructuur Geneeskundige hulpverlening De multidisciplinaire organisatiestructuur van de geneeskundige hulpverlening bestaat uit de volgende onderdelen:. (R)BT o Directeur Publieke gezondheidszorg als beleidsadviseur Voor de functie geldt een alarmeringregeling en beschikbaarheid van 60 minuten ROT met actiecentrum GHOR De Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg heeft zitting in het Operationeel Team en adviseert de Operationeel Leider. De Algemeen Commandant Geneeskundige hulpverlening staat aan het hoofd van het onderdeel geneeskundige hulpverlening en wordt hierbij ondersteund door de stafsectie GHOR (actiecentrum GHOR ) Het actiecentrum GHOR bestaat naast een Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg een Hoofdactiecentrum GHOR(tevens hoofd informatie en ondersteuning); opkomsttijd 45 minuten Voor de functies algemeen commandant en hoofd actiecentrum GHOR geldt een piket regeling waarbij een opkomsttijd van 45 minuten is vastgelegd.. De Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg is bereikbaar en beschikbaar op basis van een alarmeringsregeling. 88

89 De staf kan naar behoefte bij langdurige inzet worden uitgebreid met hoofden voor de volgende taakorganisaties: o Hoofd Spoedeisende medische hulpverlening (vanuit RAV) o Hoofd Publieke gezondheidszorg (GGD) o Liaison zorginstellingen o Liaison NRK o Ondersteuning o GAGS COPI De Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG) is de GHOR vertegenwoordiger in het Commando Plaats Incident (CoPI). Dat is het coördinatieteam van alle hulpdiensten ter plaatse. In het CoPI is deze OvDG belast met de aansturing van de geneeskundige hulpverlening processen ter plaatse van het incident. Crisiscentra taakuitvoering zorginstellingen Voor de hoofdprocessen spoedeisende medische hulpverlening worden door de uitvoerende zorginstellingen bij opschaling crisiscentra ingericht. Deze staan in contact met het ROT en coördineren de inhoudelijke uitvoering - Crisisteam GGD voor uitvoering deelprocessen publieke gezondheidszorg - kernteam Psychosociale Hulpverlening, belast met coördinatie van de eerste fase van acute psychosociale hulpverlening Iedere zorginstelling beschikt over een crisisplan en een crisiscoördinator volgens landelijke richtlijnen. De bij de rampenbestrijding betrokken zorginstellingen beschikken over een actueel en beoefend crisisplan, waarin is vastgelegd (ziekenhuizen, regionale ambulancevoorziening, huisartsen) - De wijze waarop melding, alarmering, op- en afschaling, leiding en coördinatie van de zorginstelling plaatsvindt; - De bereikbaarheid en beschikbaarheid van de crisiscoördinator; - De wijze waarop de informatie-uitwisseling tussen de zorginstelling en de regionale crisisorganisatie plaatsvindt; Relatie met hoofdstructuur Het Regionaal Operationeel Team (ROT te Drachten) is belast/verantwoordelijk voorde integrale regie op/aansturing van alle crisisbeheersingsprocessen. Dit betreft o.a.de politiezorg-, brandweerzorg-, geneeskundige zorg- en bevolkingszorgprocessen. 89

90 3) PROCESSEN EN TAAKORGANISATIE in het regionaal crisisplan wordt onderscheid gemaakt tussen de primaire uitvoerende processen en ondersteunende processen Hoofdproces Deelproces Doel Spoedeisende medische hulpverlening Infectieziektebestrijding Informatiemanagement (back office) Triage Verwijzen Behandelen Vervoeren Gezondheidsonderzoek Publieke Gezondheidszorg Psychosociale hulpverlening Gezondheidskundige advisering gevaarlijke stoffen - Minimaliseren van blijvend letsel en sterfte van ongevalslachtoffers. - Het garanderen van snelle en adequate geneeskundige hulp aan gewonden, direct na het ontstaan van een ramp of zwaar ongeval. Hierbij wordt uitgegaan van een keten van samenhangende en georganiseerde geneeskundige handelingen, vanaf het opsporen/redden van gewonden, eerste hulp en transport, tot het moment dat verdere behandeling (in een ziekenhuis) niet meer nodig is. Gericht op het bijdragen aan het herstel van de lichamelijke en psychische gevolgen van degenen die bij een ramp zijn betrokken. Gericht op het voorkomen en het beperken van de effecten van besmetting met virussen en bacteriën via lucht, voedsel en lichamelijk contact. Bevorderen natuurlijk herstel Getroffenen helpen zo snel mogelijk het gevoel van zelfcontrole terug te krijgen: als personen door een plotselinge, levensbedreigende gebeurtenis worden overvallen, wordt een groot beroep gedaan op hun probleemoplossende vaardigheden als ze daarna de draad van hun leven weer op willen pakken. Hoe sneller zij het gevoel van zelfcontrole terugkrijgen, des te groter is de kans op een goede verwerking van de gebeurtenis. Verwijzen getroffenen Collectieve opvang van getroffenen direct na een incident in gemeentelijke opvangcentra met als doel: - bevorderen herstel van het psychische evenwicht van getroffenen; - vroegtijdige herkenning van verwerkingsstoornissen en het bevorderen van adequate behandeling hiervan; - identificatie van getroffenen die dringend psychiatrische hulp nodig hebben en deze hulp verlenen of regelen. Gericht op: - bescherming van de volksgezondheid bij ongevallen of rampen met een gevaar voor mens en milieu, om (extra) gewonden of verergering van letsel te voorkomen; - het proactief voorkómen van incidenten, het beoordelen van nadelige invloeden op de gezondheid van incidenten door verspreiding via voedsel, drinkwater en leefomgeving en het (laten) treffen van maatregelen; - de beheersing van resterende omgevingsrisico s / effecten na incident. De uitvoering van de monodisciplinaire processen geneeskundige zorg zijn beschreven in de procedure GHOR en de procesplannen PSHOR (Psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen en POG (preventieve openbare gezondheidszorg). 90

91 A. Proces en Taakorganisatie Spoedeisende medische hulpverlening Voor de gehele keten van geneeskundige hulpverlening wordt vanouds wordt het zogenaamde 10 stappenplan gehanteerd. Ten tijde van crisis word een drietal van deze stappen onder de GHOR-regie gerekend, voor de overige stappen geldt dat deze onder uitvoering van de respectievelijke zorginstelling vallen, edoch dat deze instellingen wel aansluiten op de informatiestructuur en ondersteuning vanuit de GHOR Schema - De gekleurde items geven de span of control over het totaal van de behandelketen Taakorganisatie Conform het regionaal crisisplan richt de directe sturing bij opgeschaalde geneeskundige hulpverlening zich op 3 processtappen: o Triage o Behandelen o vervoeren doel Minimaliseren van blijvend letsel en sterfte van ongevalslachtoffers. Het garanderen van snelle en adequate geneeskundige hulp aan gewonden, direct na het ontstaan van een ramp of zwaar ongeval. Hierbij wordt uitgegaan van een keten van samenhangende en georganiseerde geneeskundige handelingen, vanaf het opsporen/redden van gewonden, eerste hulp en transport, tot het moment dat verdere behandeling (in een ziekenhuis) niet meer nodig is. De taakorganisatie Leiding en coordinatie OVDG Ghor functie Deelproces triage 1 e ambulance Ghor functie Subproces behandeling Hoofd gewondennest Ghor functie Deelproces vervoer CGV GHOR functie uitvoering ambuteam GHOR-functie SIGMA -groep GHOR functie ambulances regulier MMT regulier 91

92 organogram Processchema 92

93 B. Proces en Taakorganisatie Publieke Gezondheidszorg Als basis voor de taakorganisatie publieke gezondheid geldt de organisatiestructuur zoals beschreven in GGD rampenopvangplan (GROP ) Organisatiestructuur GROP Het actiecentrum Publieke gezondheidszorg is het door de GGD ingerichte crisismanagementteam, belast met de uitvoeringscoördinatie van alle processen van de publieke gezondheidszorg Als inzet van de GGD niet is uit te voeren binnen de reguliere structuur, wordt opgeschaald naar een crisisteam. De voorzitter crisisteam besluit over de samenstelling en kan naast onder genoemde sleutelfunctionarissen besluiten inhoudsdeskundigen toe te voegen aan het crisisteam. Indien nodig wordt het crisisteam ondersteund door operationele teams o.l.v. de procesleiders. De operationele teams bestaan uit medewerkers die vanuit het crisisteam (van de procesleiders) opdracht(en) krijgen. secretaresse Voorzitter Crisisteam CRISISTEAM crisiscoördinator/ informatiemanager procesleider communicatie procesleider personeel procesleider FZ/ logistiek procesleider ICT Vaste bezetting crisisteam* Optionele bezetting crisisteam Procesleider PSH ** Procesleider IZB ** Procesleider MMK ** Procesleider GOR ** OPERATIONELE TEAMS De voorzitter van het crisisteam staat rechtstreeks in lijn met de Algemeen commandant/ Hoofd Publieke Gezondheid in het ROT Operationele uitvoering Tot de publieke gezondheidszorg worden 4 taakorganisaties gerekend welke als operationele teams worden omschreven. 1. infektieziektebestrijding 2. psychosociale hulpverlening a. Kernteam PSHOR maakt onderdeel van de publieke gezondheidszorg maar is specifiek belast met de acute Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen en geeft leiding aan en coördineert de inzet van de PSH opvangteams 3. gezondheidsonderzoek na rampen 4. medische milieukunde 93

94 Infektieziektenbestrijding Verantwoordelijkheidsverdeling op basis van het wettelijk kader. De veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan (Wpg). In het geval van een infectieziekte behorend tot groep A kan de minister aanwijzingen geven over de te nemen maatregelen. Op grond van de Wpg geeft de burgemeester leiding geeft aan de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, behorend tot groep B1, B2 of C. De GGD draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding alsook de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, draagt zorg voor de toepassing van de maatregelen die daarvoor nodig zijn en past bij de uitvoering de maatregelen toe die door de minister worden opgedragen, indien het gaat om de voorbereiding op de bestrijding van infectieziekten behorende tot groep A, of een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. Op basis van de wettelijke taken geeft de GGD uitvoering aan de reguliere infectieziektebestrijding. Daar waar in de reguliere uitvoering de professional zijn of haar expertise uitvoert, ontstaat onder grootschaliger omstandigheden behoefte aan een coördinatie van de inhoudelijke uitvoering. Deze coördinatie houdt in dat de vergrote inzet van medewerkers wordt georganiseerd en gecoördineerd, er afstemming plaats vindt met (keten)partners en er een coördinatieteam wordt ingesteld. Indien er sprake is van grootschalige omstandigheden (bij GRIP-inzet), wordt de veiligheidsregio verantwoordelijk voor de aansturing. De taakverdeling van de GHOR en GGD ten aanzien van de (coördinatie van de) uitvoering verandert onder deze omstandigheden niet. Opschaling binnen de structuur van de infectieziekte is afhankelijk van de infectieziekte. Er kan sprake zijn van een acute noodzaak om op te schalen, maar vaak gaat er een geleidelijk proces aan vooraf. In de aanloopfase naar een infectieziektecrisis zal een regionaal OMT worden geformeerd. Het regionale OMT draagt zorg voor de regionale vertaalslag van het door het landelijke OMT opgestelde beleid. Infektieziekten en GRIP In geval van opschaling bij een grootschalige infektieziekten uitbraak kan een arts infektieziekten als adviseur toegevoegd worden aan het ROT Bron- en contactopsporing; Voor de bestrijding van de infectieziektecrisis is het belangrijk om bij de patiënt na te gaan waar en hoe de infectieziekte is op gelopen (bronopsporing). Ook wordt nagegaan of er andere personen in de omgeving van de zieke op dezelfde manier zijn besmet of mogelijk risico lopen op de infectie (contactopsporing). De gevonden bron kan eventueel geëlimineerd worden en/of de juiste preventieve maatregelen kunnen geadviseerd worden. Beschermende maatregelen; Het verstrekken van medicatie voor profylaxe of behandeling van een infectieziekte, kan tijdens een infectieziektecrisis onder de verantwoordelijkheid vallen van het team Infectieziektebestrijding. Welke geneesmiddelen er worden verstrekt en op welke manier is afhankelijk van het specifieke ziekte verwekker. In geval van grootschalige vaccinatie is een regionaal draaiboek opgesteld dat ervan uitgaat dat in multidisciplinaire samenwerking op een aantal locatie wordt gevaccineerd. Isolatie en quarantaine. Als uiterste middel ter bescherming van de volksgezondheid kunnen dwangmaatregelen worden getroffen bij personen vastgesteld met een specifieke infectieziekte, of hiervan ernstig verdacht zijn op basis van ziekteverschijnselen: De bevoegdheid voor het verplichten van deze maatregelen ligt bij de burgemeester, dit op medisch inhoudelijk advies van de arts infectieziekten. 1. Isolatie Isolatie is een (gedwongen) verblijf in afzondering van personen die ofwel bekend zijn met een besmettelijke ziekte (bevestigde gevallen) of hiervan ernstig verdacht worden (waarschijnlijke gevallen) op basis van ziekteverschijnselen of laboratoriumuitslagen. Isolatie is mogelijk in de thuissituatie, in een ziekenhuis of in een alternatieve isolatiefaciliteit. Doel van isolatie is het voorkomen van overdracht van de ziekte naar andere personen. 94

95 Bij de opvang van de eerste gevallen van een ernstig besmettelijke infectieziekte in Nederland heeft Calamiteiten Hospitaal in Utrecht een centrale rol. Ook de ziekenhuizen in Noord Nederland beschikken over een aantal isolatiekamers voor besmettelijke patiënten. Bij een tekort aan isolatieruimte in ziekenhuizen fungeert een aantal hotels in de regio (provincie invullen) als noodopvanglocatie. 2. Quarantaine Quarantaine is een gedwongen verblijf in afzondering van (groepen) gezonde personen die in contact geweest zijn met besmettelijke personen of bronnen. Deze personen dienen gedurende de observatie regelmatig gecontroleerd te worden op de eerste verschijnselen van de besmettelijke ziekte. Voor de regio Fryslan zoekt de GHOR locaties voor quarantaine van mogelijk besmette personen. Aandachtspunten zijn hierbij de te onderscheiden categorieën binnen de quarantaine, de toegang tot zorg, bewaking, veiligheid, levering van primaire levensbehoeften en monitoring/surveillance (GGD). 3. Advies tot thuisblijven. en vermijden van samenscholingen Gedurende een grootschalige infectieziekte-uitbraak kan het bevoegd gezag (de burgemeester) de bevolking het dringende advies geven om (in meer of mindere mate) af te zien van activiteiten waarbij grote groepen gezonde mensen in nauw contact met elkaar staan. Hierbij valt te denken aan het sluiten van scholen of een advies tot thuisblijven. Doel is terugbrengen van het aantal directe contacten en daardoor de kans op overdracht ( social distancing ). 95

96 Medische Milieukunde Verantwoordelijkheidsverdeling op basis van het wettelijk kader Op grond van het Besluit publieke gezondheid draagt de GGD zorg voor het adviseren van de bevolking over risico s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen. De GGD/GHOR draag daarom zorg voor een GAGS-functie. Vanuit het primaire proces wordt opgeschaald, waardoor er sprake is van opgeschaalde medische milieukundige zorg MMK waar de GAGS functionaris een onderdeel van vormt. Bij milieukundige incidenten is de oorzaak vaak niet direct bekend en is er kans op onrust onder de bevolking. De inzet van de afdeling MMK moet georganiseerd en gecoördineerd worden. Opschaling als gevolg van een medisch milieukundige ramp betekent dat: - Regionaal of lokaal maatregelen moeten worden genomen. - Bestrijdingsbeleid bepaald moet worden. - Een landelijke aansturing van maatregelen en interventies kan worden nagestreefd. Informatie structuur Als adviseur maakt de GAS onderdeel uit van het proces informatie. Adviezen worden via het Hoofd informatie in het ROT vanuit het actiecentrum GHOR gecommuniceerd Specifieke beschik en bereikbaarheid Ten aanzien van de GAGS geldt een bereik- en beschikbaarheidregeling om binnen 2 uur op het ROT aanwezig te zijn Verantwoordelijkheden overige partners De belangrijkste partner van de GAGS is de Regionaal Officier gevaarlijke stoffen van de brandweer (ROGS). De ROGS is verantwoordelijk voor het kwantificeren en identificeren van gevaarlijke stoffen op de rampplek en in het mogelijke effectgebied. De GAGS beoordeelt of de (mogelijk) gevaarlijke stoffen gezondheidsschade kunnen opleveren voor de bevolking. Voor het verrichten van de metingen van gevaarlijke stoffen voor langere tijd kan de GAGS assistentie inroepen van de Milieu Ongevallen Dienst (MOD) van het RIVM. De MOD heeft de beschikking over rijdende laboratoria die afhankelijk van het incident op kosten van het ministerie van I&M kunnen worden ingezet. De meetwagens zijn centraal in Nederland opgesteld en kunnen daardoor geen snelle aanrijdtijd garanderen. Voor tactisch en strategisch advies kan de GAGS een beroep doen op het Beleids Ondersteunend Team milieu incidenten (BOT-mi) waarin kennisinstituten van verschillende departementen in participeren (onder andere RIVM, TNO en KNMI). 96

97 Gezondheidsonderzoek na Rampen Verantwoordelijkheidsverdeling op basis van het wettelijk kader Op grond van het Besluit publieke gezondheid draagt de GGD zorg voor het via onderzoek verwerven van inzicht in de gezondheidstoestand van degenen die door een ramp worden getroffen. Het gemeentelijke of regionale Beleidsteam beslist over het wel of niet uitvoeren van gezondheidsonderzoek en laat zich daarbij adviseren door de GGD. De GGD kan advies vragen bij het Centrum Gezondheid en Milieu (cgm) van het RIVM over het nut en noodzaak van een gezondheidsonderzoek. Binnen 24 uur na het verzoek om advies, wordt er advies gegeven over het eerste acute onderzoek waarin de nadruk ligt op het verzamelen van gegevens die anders verloren zouden gaan. Een onderdeel van acuut onderzoek is: biomonitoring (bepaling van blootstelling aan stoffen in het lichaam). Binnen 72 uur wordt er een maatwerkadvies gegeven voor de gevolgen op korte en lange termijn.. De GGD kan de uitvoering van (delen) van gezondheidsonderzoek uitbesteden aan onderzoeksinstanties. De GGD zal afspraken met deze onderzoeksinstanties moeten maken om dit voor te bereiden. 97

98 Psychosociale Hulpverlening Verantwoordelijkheidsverdeling op basis van het wettelijk kader GGD /GHOR is in de voorbereidende fase verantwoordelijk voor de coördinatie van de inhoudelijke uitvoering van PSH. Dat betekent dat de GGD zorg draagt voor het maken van afspraken met de leveranciers van PSH, zoals GGZ, Maatschappelijk werk, Slachtofferhulp, etc. in de voorbereidende fase over de uitvoering (kernteam en opvangteam) en zorg draagt voor de coördinatie van de uitvoering vanuit het Kernteam in de acute en nazorg-fase. Op basis van het wettelijk kader is er geen grond voor een coördinerende, dan wel uitvoerende taak voor de GGD voor de reguliere PSH, met uitzondering van de GGD-taken in het kader van de JGZ (WPG). Echter, vanuit de verantwoordelijkheid voor publieke gezondheid bij burgers en de preventietaak (voorkomen van de zorgvraag), ligt het voor de hand dat daar waar behoefte is aan een vangnetfunctie en er sprake is of kan zijn van maatschappelijke onrust, de GGD wel degelijk een coördinerende rol kan spelen (vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid) in de PSH. Verantwoordelijkheden overige partners De huisartsen zijn verantwoordelijk voor het continueren van hun eerstelijns rol in de psychosociale hulpverlening. De GGZ is verantwoordelijk voor het kunnen continueren van de tweedelijns psychosociale hulpverlening onder alle omstandigheden. Op grond van beleidsregel ex artikel 4 WTZi dient de GGZ hierover binnen het ROAZ afspraken te maken en deze vervolgens op grond van de WVR met de veiligheidsregio s vast te leggen. Ook de huisartsenposten moeten op basis van de WTZi afspraken maken over de continuïteit van zorg. Voor inzet van slachtofferhulp en maatschappelijk werk bestaat geen wettelijke basis. Op basis van de WTZi, KWZ, WMO en de gemeentewet geldt dat huisartsen, GGZ, ROAZ (in het kader van regionale afspraken tussen zorginstellingen over acute zorg), Maatschappelijk Werk en Gemeenten een taak hebben in de reguliere psychosociale zorg. PSH-coördinatiemechanisme Daar waar in de reguliere zorg de professional zijn of haar expertise uitvoert, ontstaat onder grootschaliger omstandigheden (bijvoorbeeld als gevolg van maatschappelijke onrust, behoefte aan communicatie naar burgers), behoefte aan een coördinatiepunt voor de inhoudelijke uitvoering. Vanuit dit coördinatiepunt vindt (inhoudelijke) afstemming plaats met gemeenten, politie, etc. In de regio Fryslan is kan een zogenaamd scenarioteam Uitvoering acute PSHOR Ten behoeve van de acute PSHOR kunnen opvangteams worden ingezet. In een convenant is vastgelegd dat de GGZ hiertoe afspraken maakt met slachtofferhulp Nederland en regionale instelling voor algemeen maatschappelijk werk. 1. inzet van een kernteam PSHOR (GGZ, AMW, SH, GGD) 2. inzet van opvangteams op opvanglocaties afspraken Kernteam De GGD is in alle fasen verantwoordelijk voor de coördinatie van de inhoudelijke uitvoering. Deze coördinatie vindt plaats vanuit of in afstemming met het GGD Crisisteam (crisiscoördinator) zoals is beschreven in het GROP. Indien gewenst kan de GGD hier een Kernteam PSH aan toevoegen dat de inhoudelijke coördinatie van de PSH organiseert (de procesleider PSH zou dan tevens voorzitter Kernteam kunnen zijn). In een GRIP-situatie wordt aan de GGD-opschaling de coördinatie vanuit het GBT/ROT toegevoegd. Vanuit deze lijn coördineert de GHOR de afstemming van de witte processen en de multidisciplinaire processen. Het kernteam coördineert de inzet van de uitvoerende organisaties in het opvangteam. Het kernteam dient verder te bestaan uit leidinggevende vertegenwoordigers van de uitvoerende organisaties in het opvangteam (GGZ, slachtofferhulp en Algemeen Maatschappelijk werk ) 98

99 Opvangteam acute PSH Het opvangteam draagt zorg voor de inhoudelijke uitvoering van de PSH. De wijze van hulpverlening in het opvangcentrum in de acute fase kan niet worden gezien als continuering van de reguliere zorg. Het is een speciale voorziening voor rampen, die slechts zal worden ingezet indien er sprake is van een opvanglocatie, waar slachtoffers of betrokkenen worden opgevangen. De GGD/GHOR heeft afspraken met GZ Friesland, Slachtofferhulp, Maatschappelijk Werk Het opvangteam bestaat bij voorkeur uit nulde, eerste en tweede lijns experts met een specifiek leider met alleen leidinggevende taken. De GGD wordt gealarmeerd via Hoofd publieke gezondheid/ac GHOR. (GRIP) dan wel via andere lijnen. De Crisiscoördinator alarmeert de procesleider PSH/voorzitter Kernteam. Hiermee komt de coördinerende taak van de GGD direct tot uiting. Alarmering Alarmering door de AC GHOR via Hoofd Publieke gezondheidszorg aan crisiscentrum en kernteam Beschikbaarheid Voor de functie geldt geen piket 99

100 C. Proces en Taakorganisatie Informatie en ondersteuning Onderdeel van het actiecentrum geneeskundige zorg (AC-GZ) is de taakorganisatie informatie en ondersteuning in het ROT De taakorganisatie Informatie is een cruciaal onderdeel van het informatienetwerk binnen de regionale crisisorganisatie, omdat zij mono- en multidisciplinaire koppelvlakken kent. Monodisciplinair via de informatiecoördinatoren binnen taakorganisaties en multidisciplinaire koppelvlakken via de taakorganisaties Informatie bij de ketenpartners en de informatiemanager Operationeel Team. Overige zorginstellingen De crisisstructuur van de overige instellingen kent eveneens schakelvlakken met betrekking tot informatie en ondersteuning. Samenstelling (dubbelfunctie) Hoofd Actiecentrum/Hoofd informatie GZ tevens Hoofd ondersteuning (piket ) Ondersteuning door operationeel medewerker actiecentrum (vrije instroom) De taakorganisatie Informatie kan verder bestaan verder uit de volgende adviseurs Teamleiders / coördinatoren; Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen;(GAGS) Adviseur Hygiëne- en Infectiepreventie; Adviseur Gezondheidsonderzoek. Werkwijze Conform de werkwijze netcentrisch werken is de taakorganisatie informatie belast met het tijdig en in de juiste kwaliteit / kwantiteit verwerven, verwerken, veredelen en verstrekken van informatieproducten. Relatie met overige zorginstellingen Naast de werkwijze netcentrisch werken verzorgt de taakorganisatie ook informatie uitwisseling met de diverse zorginstellingen GHOR4ALL Een bijzonder informatienetwerk is het zogenaamde GHOR4all informatienetwerk. Hierin zijn gegevens over bereikbaarheid en planvorming van de verschillende zorginstellingen in de regio opgenomen. Op termijn zal koppeling tussen deze informatievoorziening en netcentrisch werken worden gerealiseerd. Taakorganisatie ondersteuning De taakorganisatie Ondersteuning staat onder leiding van het Hoofd Ondersteuning en is belast met het tijdig en in de juiste kwaliteit / kwantiteit ter beschikking stellen van facilitaire en personele voorzieningen ten behoeve van de sectie Geneeskundige Zorg. Door hoofd ondersteuning kunnen afspraken worden gemaakt over aflossingsschema s bij langere inzetten Afstemming met buurregio s over ondersteuning De rol van hoofd ondersteuning zal veelal in een dubbelfunctie worden uitgevoerd door Hoofd informatie. 100

101 D. Multidisciplinaire processen Binnen de crisisbeheersing zijn een aantal processen met een multidisciplinaire uitvoering. Voor zover het een adviseringstraject betreft valt dit onder het proces informatie, (zoals de mmedische milieukundige taakorganisatie (GAGS). Waar meer inhoudelijke samenwerking in de uitvoering noodzakelijk is, worden deze verder uitgewerkt 101

102 Politiezorg Primaire processen deelprocessen 1. Handhaving Mobiliteit 1.1 Statisch verkeergeleiding 1.2 Dynamische verkeergeleiding 1.3 Technisch Ongeval Onderzoek 2. Ordehandhaving 2.1 Crowd management 2.2 Crowd Control 2.3 Riot Control 3. Opsporing 3.1 Tactische opsporing 3.2 Technisch Forensische opsporing 3.3 Intelligence 3.4 Recherchemaatregelen 4. Opsporingsexpertise 4.1 Politioneel onderhandelen 4.2 Specialistische observatie 4.3 Specialistische recherchetoepassingen 4.4 Specialistische forensische opsporing (RIT) 4.5 Aanhouding en Ondersteuning 5. Interventie 5.1 Politioneel onderhandelen 5.2 Specialistische observatie 5.3 Specialistische recherchetoepassingen 5.4 Specialistische operaties 5.5 Explosievenverkenning 5.6 Aanhouding en Ondersteuning (DSI) 6. Handhaving Netwerken 6.1 Handhaven maatschappelijke netwerken 6.2 Handhaven overige netwerken en emergentgroups 7. Bewaking en Beveiliging 7.1 Bewaken en beveiligen personen 7.2 Bewaken en beveiligen objecten 7.3 Bewaken en beveiligen diensten 8. Informatie (ondersteunend proces) 8.1 Voorzien in informatievoorzieningen t.b.v. regionale crisisorganisatie 8.2 Interne communciatie 9. Logistiek (ondersteunend proces) 9.1 Voorzien in personele, materiële en facilitaire voorzieningen t.b.v. politiezorg. 102

103 Processen Politie volgens Referentiekader Regionaal Crisisplan 1. Handhaving Mobiliteit. Bestaande uit de deelprocessen: - Statisch verkeergeleiding - Dynamische verkeergeleiding - Technisch Ongeval Onderzoek 2. Ordehandhaving. Bestaande uit de deelprocessen: - Crowd management - Crowd Control - Riot Control 3. Opsporing. Bestaande uit de deelprocessen: - Tactische opsporing - Technisch Forensische opsporing - Intelligence - Recherchemaatregelen 4. Opsporingsexpertise. Bestaande uit de deelprocessen: - Politioneel onderhandelen - Specialistische observatie - Specialistische recherchetoepassingen - Specialistische forensische opsporing (RIT) - Aanhouding en Ondersteuning. 5. Interventie. Bestaande uit de deelprocessen: - Politioneel onderhandelen - Specialistische observatie - Specialistische recherchetoepassingen - Specialistische operaties - Explosievenverkenning - Aanhouding en Ondersteuning (DSI) 6. Handhaving Netwerken. Bestaande uit de deelprocessen: - Handhaven maatschappelijke netwerken - Handhaven Overige netwerken en emergentgroups 7. Bewaking en Beveiliging. Bestaande uit de deelprocessen: - Bew. & Bev. Personen - Bew. & Bev. Objecten In de memorie van toelichting op de herziening van de Politiewet 1994 wordt onderscheid gemaakt tussen ontruimen en evacueren. Van ontruiming is sprake bij dringend (acuut noodzakelijk) gevaar waarvoor een beroep wordt gedaan op de (orde)handhavingstaak van de politie. Evacueren heeft (vaak) een langere voorbereidingstijd waardoor het tot zorg voor de bevolking (gemeente) kan worden gerekend. 103

104 ic Proces 1 : Mobiliteit Doel In het kader van het ongestoord en veilig laten verlopen van een evenement en/of crisis is de Chef Mobiliteit verantwoordelijk voor een ongestoorde, veilige circulatie van het verkeer alsmede begidsen en begeleiden. Onder verkeer wordt in dit verband verstaan: goederen- en mensenstromen. Opmerking: Dit is anders dan crowd management, crowd control en riot control, dat gericht is op het sturen en ingrijpen op mensenmassa s, in het kader van openbare orde en veiligheid (te veel mensen op te kleine ruimte) ( zie hiervoor het proces Ordehandhaving) Doelgroep Dit deelproces wordt uitgevoerd ten behoeve van: De bij de hulpverlening betrokken organisaties/ personen De bevolking Overige belanghebbenden Verantwoordelijkheid De politie is procesverantwoordelijke. De Chef Mobiliteit is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor dit deelplan. Indien het deelproces niet geactiveerd wordt dan kan het proces mobiliteit vallen onder de verantwoording van de Chef Ordehandhaving. Bijzonderheid is dat de gemeente verantwoordelijk is voor de vooraf te treffen voorzieningen, zoals verkeerscirculatieplannen en middelen (hekken/bebording). Oude benaming processen: De oude benaming van politieprocessen verkeer regelen, begidsing en afzetten/afschermen zijn in het deelproces Mobiliteit geïntegreerd. Taken De volgende taken dienen in het kader van het proces Mobiliteit te worden uitgevoerd: Het regelen en controleren van alle verkeersbewegingen in het ondersteuningsgebied en waar nodig in de veiligheidszone. Het afzetten van wegen. Hierbij moet ook gedacht worden aan vaarwegen, spoorwegen en luchtverkeer. Het afschermen van objecten en terreinen/ gebieden. (Het afzetten/afschermen van ongevalplaatsen behoort tot de dagelijkse werkzaamheden van de politie). Het begidsen van hulpverleningseenheden van een loodspost naar een uitgangsstelling en, zo nodig, naar het crisisgebied. Het begeleiden van hulpverleningseenheden van het crisisgebied naar nader te bepalen locaties (ziekenhuizen, opvangcentra etc). Het begeleiden van de verkeersstromen en transporten van evacués. Het opsporingsonderzoek naar aanleiding van eventueel gepleegde verkeersmisdrijven. Opmerking: Omdat de plaats van het incident of de calamiteit/crisis vooraf vaak niet bekend is, kan de voorbereiding daarop slechts globaal zijn. Taken chef mobiliteit 1. De Chef Mobiliteit is verantwoordelijk voor de inrichting van de mobiliteitsorganisatie en ziet toe dat opdracht is gegeven tot het verrichten van (de primaire processen): Dynamisch verkeersmanagement; Statisch verkeersmanagement; Verkeersopsporing. 2. Hij zorgt er voor dat de Algemeen Commandant wordt geïnformeerd over de operationele voortgang van de mobiliteitsorganisatie; de afwijking van de beoogde operationele resultaten van de mobiliteitsorganisatie. 3. Hij draagt zorg voor het geven van leiding aan en coördineren van de werkzaamheden van de operationele politie-eenheden; taak/locatie commandanten en het eventueel geformeerde actiecentrum; 104

105 het maken van een operationeel/tactisch basisplan en het opstellen van operationele/tactische kaders; de coördinatie van het opsporingsonderzoek naar aanleiding van eventueel gepleegde verkeersmisdrijven; het plegen van intensief overleg met de Algemeen Commandant en de operationele commandanten; het operationeel afstemmen met de ketenpartners. Mobiliteit, Aandachtspunten De aandachtspunten bij dit deelproces zijn als volgt: De eerst aankomende eenheden dragen zo nodig/ zo mogelijk zelf zorg voor afzetting/afscherming van de plaats incident. Het gebied, waarbinnen sprake is van intensieve hulpverlening (hulpverleningsgebied) wordt met een binnengrens afgebakend. Een buitengrens markeert het ondersteuningsgebied. Dit gebied wordt afgeschermd van de omgeving (ramptoerisme). Toegang door niet-politiefunctionarissen ware te regelen met legitimatiebewijzen. Onder meer in het belang van het sporenonderzoek dient afzetten en bewaken van het rampterrein zo snel mogelijk te geschieden. Dit proces kan eventueel worden gecombineerd met beveiligingstaken. Ingeval van een neergestort militair vliegtuig zal de bewaking worden overgenomen door personeel van het ministerie van defensie. Het begidsen van hulpverleningseenheden van een loodspost naar een uitgangsstelling, en zo nodig naar het ongeval- / rampterrein. Dit tenzij in de voorbereiding (bestrijdingsplan) door de gemeente al verwijsborden naar de UGS n zijn geplaatst. Bepaalde transporten van en naar het rampterrein behoeven politiebegeleiding. Ter beheersing van de verkeersstromen dient zo snel mogelijk een verkeerscirculatieplan te worden opgesteld. Indien nodig rekening houden met verkeer te water, via het spoor en / of in de lucht. Aandachtspunten in geval van terrorisme: Met betrekking tot het afzetten van het crisisgebied dienen de volgende aandachtspunten in overweging te worden genomen: Na een aanslag moet rekening gehouden worden met een vervolgaanslag (op dezelfde locatie of elders). Met betrekking tot het verkeer regelen en de begidsing dient bij een terroristische aanslag rekening te worden gehouden met bijzondere bijstand (DSI, BBE, décontaminatie-containers steunpuntregio s, militairen) die mogelijk naar het crisisgebied begeleid moeten worden. Deze diensten dienen bovendien op de hoogte worden gebracht van het verkeerscirculatieplan. Het openbaar vervoer is een gekend doelwit van aanslagen. Bij dreiging zal het openbaar vervoer bijzondere aandacht behoeven. De bevolking kan het openbaar vervoer gaan mijden uit angst voor aanslagen. Dit heeft als gevolg dat men op zoek gaat naar een alternatief, waardoor het verkeer ontregeld kan worden. NBC: Bij aanslagen met NBC-wapens is het niet mogelijk om het effectgebied snel te bepalen en af te zetten. (NBC: Nucleair, Biologisch, Chemisch) 105

106 1. Handhaving Mobiliteit Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces Handhaving Mobiliteit bestaat uit: Statische verkeergeleiding, Dynamische verkeergeleiding en Technisch Ongeval Onderzoek Bij aanslagen met NBC-wapens is het niet mogelijk het effectgebied snel te bepalen en af te zetten. Afzetting / afscherming plaats incident Markeren binnengrens en buitengrens Terugkoppeling MkNN Sitrap ROT Bepalen acties Actie Statische verkeergeleiding; Dynamische verkeergeleiding of Technisch Ongeval Onderzoek Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Ontruimen plaats indident Einde proces Eindpunt 106

107 Proces 2: Ordehandhaving Doel Doel van het deelproces ordehandhaving is het veilig, ongestoord en ordelijk laten verlopen van een evenement/crisis, het voorkomen van ordeverstoringen en het daadwerkelijk handhaven van de openbare en de rechtsorde. Doelgroep: Dit deelproces is bedoeld voor alle personen in en rondom het bedreigde gebied. Verantwoordelijkheid De politie is procesverantwoordelijke Ordehandhaving. De Chef Ordehandhaving is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor dit deelproces. Indien er tevens sprake is van strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, is daar de Chef Opsporing onder leiding van de Algemeen Commandant voor verantwoordelijk. Opmerkingen: Voor de openbare orde (rust, veiligheid, alcohol, zeden etc) draagt de burgemeester de eindverantwoordelijkheid. Voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (wetten handhaven, strafbare feiten opsporen etc.) draagt de Hoofdofficier van Justitie de eindverantwoordelijkheid. Beide kunnen bevelen geven aan de politie; ze kunnen beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen vaststellen, als aanwijzing voor de politie. Taken: De volgende taken moeten in het kader van dit deelproces worden uitgevoerd: Handhaven van de rechtsorde, met name de openbare orde. Het (mede) ontruimen (snel, acuut gevaar) van een gebied, niet zijnde (geplande) evacuatie Oude benaming processen: De oude politieprocessen Ontruimen en Handhaven rechtsorde zijn in dit nieuwe deelproces Ordehandhaving geïntegreerd. Taken van de chef Ordehandhaving Chef Ordehandhaving is onder leiding van de Algemeen Commandant is verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces en de primaire processen gericht op: Crowdmanagement; Crowdcontrol; Riotcontrol. Hij draagt zorg voor : Het geven van leiding aan en coördineren van de werkzaamheden van de operationele taak / locatiecommandanten en het eventueel geformeerde actiecentrum; Het maken van een tactisch basisplan en het opstellen van tactische kaders; Het plegen van intensief overleg met de AC en de OC s; Het afstemmen met de verschillende operationele diensten; Het door middel van politiemaatregelen scheppen van de gewenste orde met als doel het ordelijk en profijtelijk verlopen van massabijeenkomsten; Het handhaven van de bestaande orde met als doel het voorkomen van rellen en andere wanordelijkheden Het herstellen van de (even) niet-bestaande orde naar gewenst niveau van orde door middel van het neutraliseren van de wanordelijkheden. Opmerkingen: In specifieke situaties zal steeds in overleg met de Burgemeester en/of de Hoofdofficier van Justitie worden bepaald welke tolerantiegrenzen door de politie zullen worden gehanteerd en welke beleidsuitgangspunten daaraan ten grondslag liggen. Indien de recherchemaatregelen uitsluitend betrekking hebben op de verwerking van arrestanten, dan kan dit ook geschieden onder verantwoording van de Chef Ordehandhaving. 107

108 Foto s (luchtfoto s door de KLPD te maken) kunnen een belangrijke rol spelen bij het onderzoek naar de oorzaak van de calamiteit. Aandachtspunten in geval van terrorisme Bij een (dreiging) van een terroristische aanslag is er sprake van een samenloop van crisisbeheersings-werkzaamheden in het kader van de openbare orde en veiligheid, en strafrechtelijk onderzoek naar de (dreiging van) de aanslag. Informatie uit inlichtingendiensten en politie bereiken zowel de Burgemeester, alsook de Hoofdofficier. In sommige gevallen zijn dit separate informatie- en adviestrajecten, doordat vertrouwelijkheid van informatie de informatiestroom naar de burgemeester kan beperken (artikel 60-informatie). Door de Hoofdofficier van Justitie kan inzet van de DSI worden verzocht. (Eén/meerdere van de vier eenheden van de Dienst Speciale Interventies van het KLPD) Indien de DSI ingezet zou moeten worden dan moeten de chef Interventie (buitenring) en de chef Interventie DSI (binnenring) aanwezig zijn. 108

109 2. Ordehandhaving Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces ordehandhaving bestaat uit: Crowd management, Crowd control en Riot control De Chef Ordehandhaving is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces. Opstellen tactisch basisplan en kaders Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling MkNN Sitrap ROT Bepalen acties Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Actie Einde proces Eindpunt 109

110 Proces 3 : Opsporing Doel Doel van dit deelproces Opsporing is het (tijdens en na afloop van een incident/ calamiteit /crisis) doen van onderzoek naar de oorzaak van het incident / de calamiteit/ crisis. Het onderzoeksdoel is: het opsporen van strafbare feiten alsmede het verrichten van opsporingshandelingen gericht op een voorspoedige afhandeling van een bepaald volume aanhoudingen binnen een Grootschalig en Bijzonder politieoptreden (sgbo). Doelgroep Dit proces is bestemd voor de opsporingsambtenaren van politie, Koninklijke Marechaussee en buitengewone opsporingsdiensten (BOA s) voor zover zij ingezet worden bij de opsporing in de crisisbestrijding. Verantwoordelijkheid De politie is procesverantwoordelijk. De Chef Opsporing politie is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor dit deelproces. Oude benaming van dit proces Het oude politieproces strafrechtelijk onderzoek is in dit deelproces geïntegreerd. Taken: De volgende taken moeten in het kader van dit proces worden uitgevoerd Het opsporen van strafbare feiten. Een voorspoedige afhandeling van een bepaald volume aanhoudingen. Taken chef Opsporing De Chef Opsporing politie is verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces en de primaire processen gericht op: Grootschalige Opsporing; Bijzondere Opsporing; Alle recherchemaatregelen, waaronder de afhandeling van arrestanten. Hij draagt zorg voor: Het tijdens de bestrijding van het incident/ de calamiteit verzamelen van feiten en gegevens; Het coördineren van alle strafrechterlijke opsporingsactiviteiten; Het instellen van technisch onderzoek op plaats incident/ calamiteit; Het onderzoeken van alle mogelijk strafbare handelingen, zoals het niet naleven van wet- en regelgeving, plunderingen, enz.; Het horen van getuigen en verdachten; Het opmaken van proces-verbaal. Opmerking: Het onderzoek wordt zodanig verricht dat de daadwerkelijke hulpverlening niet onnodig in het gedrang komt. Omdat aard en aanleiding van een crisis niet op voorhand bekend zijn, kan uitwerking van dit proces slechts op hoofdlijnen plaatsvinden. Indien de recherchemaatregelen uitsluitend betrekking hebben op de verwerking van arrestanten, dan kan dit ook geschieden onder de verantwoording van de Chef Ordehandhaving. Aandachtspunten Als daartoe aanleiding bestaat, geschiedt strafrechtelijk onderzoek naar de oorzaak van de ramp. Daartoe worden reeds tijdens de rampbestrijding feiten verzameld: Horen van getuigen en verhoren van eventuele verdachten; Veilig stellen van sporen, voorwerpen en lichamen van slachtoffers ten behoeve van het (technisch) onderzoek, waaronder het vaststellen van de doodsoorzaak; Verzamelen en registreren van alle overige, op het rampterrein aangetroffen, voorwerpen die voor het onderzoek van belang (kunnen) zijn; Na registratie- ter beschikking stellen van de gevonden voorwerpen aan de teams die in de morgue zijn belast met de identificatie; (zie proces identificatie) 110

111 Teruggeven van de voorwerpen aan de rechthebbenden. Overig onderzoek: Daarnaast geschiedt bij een ramp of een zwaar ongeval strafrechtelijk onderzoek naar delicten zoals het niet-naleven van noodverordeningen en delicten die in de sfeer van de ramp plaatsvinden zoals plundering en dergelijke. Het onderzoek wordt zodanig verricht dat de daadwerkelijke hulpverlening niet onnodig in het gedrang komt. Een dergelijk strafrechtelijk onderzoek vindt altijd plaats onder het gezag van een zaaksofficier van Justitie, daarvoor speciaal aangewezen door de Hoofdofficier. Aandachtspunten in geval van terrorisme Bij (dreiging van) een terroristische aanslag is er sprake van een samenloop van crisisbeheersings-werkzaamheden in het kader van de openbare orde en veiligheid en strafrechtelijk onderzoek naar de (dreiging van) de aanslag. Informatie uit inlichtingendiensten en politie bereiken zowel de Burgemeester, alsook de Hoofdofficier van justitie. In sommige gevallen zijn dit separate informatie- en adviestrajecten, doordat vertrouwelijkheid van informatie de informatiestroom naar de burgemeester beperkt (artikel 60-informatie). Door de Hoofdofficier van justitie kan inzet van de DSI worden verzocht. (Eén/meerdere van de vier eenheden van de Dienst Speciale Interventies van het KLPD) De landelijke terreurofficier zal als adviseur van de Hoofdofficier van justitie optreden. Bij een landelijke impact zal de Hoofdofficier van justitie van het landelijk parket zich op lokaal niveau mengen bij het strafrechtelijk onderzoek en mogelijk de Nationale Recherche inschakelen. De afstemming hierover is de verantwoordelijkheid van de Hoofdofficier van Justitie. Een grootschalig opsporingsonderzoek zal worden opgestart. Dit kan tot inzet / betrokkenheid van de Nationale Recherche leiden. Zeker bij een aanslag met meerdere explosieven op verscheidene locaties moet een enorm gebied worden onderzocht. Het bron- en effectgebied worden ten behoeve van het opsporingsonderzoek afgesloten. Het gehele effectgebied moet gedurende het onderzoek bewaakt worden. In het kader van het strafrechtelijk onderzoek zal veel afstemming met de andere deelprocessen plaatsvinden. Het gaat hier met name om communicatie, toegankelijk / begaanbaar maken en identificatie/registratie. Aandachtspunten en Relaties met andere processen: Het proces Registreren van slachtoffers kan gegevens opleveren die voor het opsporingsonderzoek van belang zijn.. Voor, tijdens en na een opsporingsonderzoek ter plaatse is een goede afzetting van het gebied noodzakelijk. Ordehandhaving kan noodzakelijk zijn in verband met reactie van omstanders en/of sympatisanten. Het identificeren van overleden slachtoffers is belangrijk voor het opsporingsonderzoek. De handelingen van de brandweer tijdens de bron en effectbestrijding kunnen belangrijke sporen voor het opsporingsonderzoek vernietigen. Denk aan afzetlinten en het aanduiden van looppaden. 111

112 3. Opsporing Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces opsporing bestaat uit: Tactische opsporing, Technisch Forensische opsporing, Intelligence en Recherchemaatregelen. De chef opsporing is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor dit proces. Dit proces is bestemd voor de opsproringsambtenaren van politie, Koninklijke Marechaussee en buitengewone opsporingsdiensten (BOA s) voor zover zij ingezet worden bij de opsporing in de crsisbestrijding Indien uitsluitend verwerking van arrestanten: onder verantwoording Chef Ordehandhaving Sitrap ROT Bepalen acties Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Actie Einde proces Eindpunt 112

113 Proces 4: Opsporings-expertise Identificatie overleden slachtoffers Doel: Doel van het deelproces Identificatie overleden slachtoffers is: het (ten tijde en na afloop van een incident / calamiteit / crisis) nemen van politiemaatregelen, gericht op het bergen, identificeren en registreren van overleden slachtoffers en persoonsgebonden goederen. Doelgroep De opbrengst van dit deelproces is bedoeld voor: De familie/ relaties van de overleden slachtoffers. Justitie (Hoofdofficier van Justitie/ Officier van Justitie). Gemeente, het Centraal Registratie en Informatiebureau (CRIB). Verantwoordelijkheid De politie is procesverantwoordelijke. De Chef Slachtofferidentificatie (Chef SI) is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor de uitvoering van dit deelproces. Taken De volgende taken moeten in het kader van dit deelproces worden uitgevoerd: Het vastleggen van de situatie, waarin overleden slachtoffers zijn gevonden. Het vaststellen van de identiteit van de overleden slachtoffers opdat - Informatie aan de doelgroepen kan worden gegeven; - De uitvaartverzorging ter hand kan worden genomen; - Zo nodig een nader justitieel onderzoek kan plaatsvinden. Taken Chef Slachtofferidentificatie is verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces en de primaire processen: Bergen overleden slachtoffers; Tactische identificatie vermiste/ overleden slachtoffers; Technisch/ forensisch identificatie vermiste/ overleden slachtoffers; Het doen registreren van de overleden slachtoffers in CRIB (gemeente). Hij draagt tevens zorg voor : Alle grootschalige of bijzondere politiemaatregelen, gericht op het registreren en identificeren van vermisten en (niet) gewonde slachtoffers, voor zover deze door de gemeente niet uitgevoerd kunnen worden; Het bergen, identificeren en registreren van overleden slachtoffers en persoonsgebonden goederen. Aandachtspunten Het is van belang om de plaats van de lichamen en voorwerpen nauwkeurig vast te leggen. De voor identificatie noodzakelijke maatregelen kunnen conflicteren met de daadwerkelijke hulpverlening. Constatering van de dood bij slachtoffers gebeurt door een schouwarts. De stoffelijke overschotten (ook van hulpverleners) worden door de politie in beslag genomen en ter beschikkinggesteld van justitie. Verplaatsen of transporteren van stoffelijke overschotten mag alleen gebeuren in opdracht van een (Hulp)Officier van Justitie. Bij inschakeling van het Rampen Identificatie Team (RIT): o zorgen voor voldoende accommodatie, zowel voor de medewerkers als voor het uitvoeren van de werkzaamheden (zo groot mogelijke, overdekte ruimten). 113

114 De identificatie van overleden slachtoffers is van belang voor het opsporingsonderzoek. (Huis)artsen en andere (para)medische beroepsbeoefenaren / instellingen. Aandachtspunten in geval van terrorisme Afhankelijk van de aard van de aanslag dient extra voorzichtigheid te worden betracht door hulpverleners bij het in aanraking komen met lichamen die besmettelijk kunnen zijn. De registratie is van belang voor het opsporingsonderzoek. Onder de geregistreerden bevinden zich mogelijk getuigen en daders van de aanslag. De identificatie van overleden slachtoffers is van belang voor het opsporingsonderzoek. Mogelijk bevinden zich onder de geïdentificeerden de daders van (zelfmoord)aanslagen. Bij CBRN-aanslagen kan het vrijgeven van lichamen aan de nabestaanden problemen opleveren, ivm besmetting Chemisch, Biologisch, Radiologisch of Nucleair materiaal Aandachtspunten en Relaties met andere processen: Indien de doodsoorzaak een ongeval met radioactieve of chemische stoffen is of een besmettelijke ziekte, wordt de overledene niet behandeld zonder speciale toestemming met instructies van artsen, stralingsdeskundigen of van deskundigen gevaarlijke stoffen. Het identificeren van slachtoffers levert gegevens op ten behoeve van het proces registreren van slachtoffers. Bij zeer grote aantallen slachtoffers kan, mede op advies van de GHOR, worden besloten noodbegraafplaatsen in te richten. Vaststellen van de doodsoorzaak t.b.v. handhaving rechtsorde. Identificatiegegevens kunnen belangrijke gegevens opleveren voor strafrechtelijk onderzoek. 114

115 4. Opsporingsexpertise Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces opsporingsexpertise bestaat uit: Politioneel onderhandelen, Specialistische observatie, Specialistische recherchetoepassingen, Specialistische forensische opsporing (RIT), Aanhouding en ondersteuning. De chef Slachtofferidentificatie (SI) is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor uitvoering van dit deelproces. Vastleggen van de situatie en vastleggen van identiteit van de overleden slachtoffers Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling MkNN Sitrap ROT Bepalen acties Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Actie Einde proces Eindpunt 115

116 Proces 5 : Interventie Doel Doel van dit deelproces is het voorkomen of beëindigen van levensbedreigende situaties door specialistische interventie-eenheden of technische middelen alsmede de (specialistische) beveiliging van personen, objecten en/of geografische gebieden. Doelgroep Dit deelproces is bedoeld voor de bij de hulpverlening betrokken organisatie / personen en het OM. Verantwoordelijkheid De politie is procesverantwoordelijke voor Interventie. Verantwoordelijk voor dit deelproces is de Chef Interventie. Hij werkt onder leiding van de Algemeen Commandant. Als het proces Interventie wordt geactiveerd, moet er altijd een Chef Interventie zijn. Dit proces kan niet door een andere chef worden waargenomen. Uitzondering: Indien de DSI (Eén/meerdere van de vier eenheden van de Dienst Speciale Interventies van het KLPD) wordt ingezet, is hun commandant nevenschikkend aan de Algemeen Commandant van de politie. Als de DSI wordt ingezet, is er altijd een tweede chef Interventie van de DSI aanwezig. Deze is verantwoordelijk voor de binnenring. Interventie vindt altijd plaats onder gezag van de Hoofdofficier van Justitie. Taken Het direct voorkomen of beëindigen van levensbedreigende situaties, met een minimum aan risico onder de gegeven omstandigheden, uitgevoerd door specialistische eenheden. Taken chef Interventie De Chef Interventie is verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel deelproces interventie: Het afslaan van een (dreigende) aantasting van de integriteit van subjecten, objecten en/of diensten, via specialistische eenheden, met een minimum aan risico onder de gegeven omstandigheden; Het onderzoek waarvan de statische/dynamische observatie met betrekking tot objecten, subjecten en/of diensten zich kenmerkt door bijzondere bevoegdheden en/of methodieken. Hij draagt zorg voor de (bijzondere) politiemaatregelen (primaire processen) gericht op: 1. De interventie ter uitschakeling; 2. De interventie ter aanhouding; 3. Het tactisch en technisch observeren. Aandachtspunten Aandachtspunten bij dit deelproces zijn als volgt: Gelet op de bijzonderheid van het optreden worden de opdrachten hier niet beschreven. De inhoud van de opdrachten en de wijze van opdracht geven wordt in het eigen proces beschreven. Aan de politie is in het kader van het deelproces Interventie een aantal specifieke taken en bevoegdheden toegekend. Deze bevoegdheden zijn wettelijk vastgelegd en beschreven in een groot aantal daarop geënte reglementen, besluiten e.d. Aandachtspunten in geval van terrorisme Bij (dreiging van) terroristische aanslagen zal dit proces een belangrijke rol spelen. 116

117 Interventie kan plaatsvinden door inzet van eenheden met bijzondere competenties, zoals de DSI of EOCKL (Explosieven Opruiming Commando Kon,Landmacht) Het zo nodig aanvragen van specialistische bijstand - Observatie Team (OT); - Arrestatieteam (AT); - Dienst Speciale Interventie (DSI); - Dienst Specialistische Recherche Toepassing (DSRT); - Bijzondere Specialistische Bijstand Kmar (BSB-Kmar); - Bijzondere Bijstand Eenheden (BBE-P, BBE-K, BBE-M). Relaties Dit deelproces (interventie, ter oplossing van het conflict) heeft met name een relatie met andere processen: Voor, tijdens en na een interventie is een goede afzetting van het gebied noodzakelijk. Ordehandhaving kan noodzakelijk zijn in verband met reactie van omstanders en/of sympatisanten. Door de interventie of reactie van de verdachten kan een reddingsactie vanuit de brandweer noodzakelijk worden (bijv. na instorting door explosie). Een snelle en uitgebreide medische hulpverlening kan noodzakelijk zijn indien de interventie op (grote) tegenstand stuit of geconfronteerd wordt met een activeert explosief oid. Rekening houden met behoefte aan psychosociale hulpverlening, met name in het nazorgtraject. Interventie zal in principe plaatsvinden om verdachten te arresteren. (proces opsporing). 117

118 5. Interventie Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces interventie bestaat uit: Politioneel onderhandelen, Specialistische observatie, Specialistische recherchetoepassingen, Specialistische operaties, Explosieverkenning, Aanhouding en Ondersteuning (DSI). De Chef Interventie is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces. DSI inzet? Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling MkNN Sitrap ROT Bepalen acties Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Actie Einde proces Eindpunt 118

119 Proces 6 : Handhaving Netwerken: Het onderhouden van netwerken is een voortdurend proces. Het leggen van relaties en onderhouden van netwerken gebeurt uiteraard buiten een crisis-situatie. De revenuen hiervan, worden benut tijdens periode van crisis en rampbestrijding. Informatiemanagement: Informatiemanagement is ook een voortdurend proces. Hier geldt hetzelfde als bovenvermeld. Logistiek: De logistiek voor de ingezette medewerkers, de bewaking van tijdige aflossing, zorg voor voldoende materieel etc. is een proces voor de politie, waar het haar eigen personeel en materieel betreft. De CHON (chef ondersteuning) van de sectie Politie (ROT) heeft dit in zijn takenpakket. 119

120 Proces 7: Bewaken & Beveiligen Bewaken gaat over objecten en gebouwen; beveiligen over personen. Er is een permanente lijst van personen, die beveiliging krijgen, permanent, of vanwege de omstandigheden van een dreigement (ernst en waarschijnlijkheid worden geanalyseerd). Personen, behorende tot het rijksdomein worden op rijksniveau op een lijst van te beschermen personen geplaatst. Naast een lijst rijksdomein, is er een lijst van personen, die behoren tot het regionaal domein, waarvoor de regio verantwoordelijk is voor beveiliging. Doel Doel van het proces bewaken en beveiligen is binnen de reikwijdte van het sgbo (=Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden, van de politie; mono; of multi als sectie Politie toegevoegd aan Algemeen Commandant Politie binnen het ROT) het bewaken en beveiligen van de daarvoor in aanmerking komende personen, objecten, infrastructuur en diensten, indien de aantasting van de veiligheid zulke vormen dreigt aan te nemen dat daar zelfstandig geen weerstand aan geboden kan worden. Doelgroep Dit deelproces is bedoeld voor het bewaken. Taken chef bewaken & beveiligen De Chef Bewaken en Beveiligen is verantwoordelijk voor de aansturing van het operationele proces en de primaire processen: Objecten/ infrastructuur/diensten; Personen (subjecten) De Chef Bewaken en Beveiligen draagt zorg voor: Het observeren van de omgeving van bepaalde objecten of diensten zodat bij het signaleren van onregelmatigheden zo spoedig mogelijk kan worden ingegrepen dan wel assistentie kan worden ingeroepen, alsmede het treffen van (preventieve) veiligheidsmaatregelen; Het actief rekening houden met de inzet van zwaardere geweldsmiddelen bij de beveiliging van personen (subjecten), objecten of diensten waarbij er in beginsel vanuit wordt gegaan dat fysiek handelend optreden door politie noodzakelijk is of zal zijn om ernstige strafbare feiten te voorkomen of beëindigen of voor het afwenden van dreigende situaties of aanslagen; Het vervullen van een liaison functie in special care -trajecten ten aanzien van te beveiligen personen; Het plegen van intensief overleg met de AC (Algemeen Commandant) en de OC s (operationeel commandanten); Het afstemmen met de verschillende operationele diensten; Het afstemmen met de verschillende landelijke diensten en Ministeries. Aandachtspunten De aandachtspunten bij dit deelproces zijn als volgt: Bewaken: de grootschalige of bijzondere (keten-georiënteerde) politiemaatregelen, gericht op het bewaken van objecten en/of infrastructuur: van observeren, signaleren en daaraan verbonden maatregelen tot het afslaan van de (dreigende) aantasting van de integriteit van het subject, object of dienst. Beveiligen: Bij beveiliging van personen, objecten of diensten wordt er in beginsel van uitgegaan dat fysiek handelend optreden door politie noodzakelijk is of zal zijn om ernstige strafbare feiten te voorkomen of beëindigen of voor het afwenden van dreigende situaties of aanslagen. Aandachtspunten in geval van terrorisme: Dreigingen ten aanzien van objecten, subjecten, infrastructuur of diensten worden primair afgewend door maatregelen te nemen conform de systematiek Stelsel Bewaken en Beveiligen. 120

121 Dit hoeft géén terroristische dreiging te zijn. Stelsel Bewaken & Beveiligen: Is beschreven door Rijksoverheid; daarbinnen is een Alerteringsregeling bedrijven. Landelijk heeft het Ministerie contacten gelegd met branches (bedrijven, diensten, vitale infrastructuur), zodat ook die branches maatregelen nemen, om ten tijde van dreiging, gezamenlijk met overheidsmaatregelen, de weerbaarheid tegen die dreiging, te verhogen. ( Alerteringsregeling bedrijven ). Er worden vanuit landelijk niveau regelmatig alerteringsoefeningen gehouden, in de veiligheidsregio s, met die branches. 121

122 7. Bewaken en Beveiligen Alarmering MkNN Uitruk conform alarmering Het proces Bewaken en Beveiligen bestaat uit: Bewaken en Beveiligen van personen, Bewaken en Beveiligen van objecten. De Chef Bewaken en Beveiligen is onder leiding van de Algemeen Commandant verantwoordelijk voor de aansturing van het operationeel proces. Bepalen materiele en personele inzet Terugkoppeling MkNN Sitrap ROT Bepalen acties Actie Beoordelen effectiviteit actie Bepalen materiele en personele inzet Sitrap ROT Bepalen acties Actie Opheffen proces Gegevens Ontruimen plaats indident Activiteit Beslissingsmoment Actie Einde proces Eindpunt 122

123 BIJLAGEN 123

124 BIJLAGE 1 AMBTSINSTRUCTIE COMMISSARIS DER KONINGIN BESLUIT van 10 juni 1994, houdende regels inzake de taken die de commissaris van de Koning op grond van artikel 126 Grondwet als rijksorgaan vervult WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 24 januari 1994, nr. BK94/226, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, afdeling Kabinetszaken; Gelet op artikel 182 van de Provinciewet, artikel 61 van de Gemeentewet, de artikelen 25, 32, 34 en 35 van de Politiewet 1993 en artikel IV van de Wet tot wijziging van de Wet van 4 april 1892, houdende instelling van de Orde van Oranje-Nassau, en van de Wet van 29 september 1815, houdende instelling van de Orde van de Nederlandse Leeuw, alsmede instelling van het Kapittel voor de civiele orden; De Raad van State gehoord (advies van 5 april 1994, nr. W ); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 30 mei 1994, nr. BK94/816; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel 1 De commissaris bevordert de door hem noodzakelijk geachte samenwerking tussen in zijn provincie werkzame rijksambtenaren en personen deel uitmakend van de krijgsmacht, en tussen deze functionarissen en het provinciaal bestuur, de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen. Artikel 2 1. De commissaris is bevoegd bij in de provincie werkzame rijksambtenaren en personen deel uitmakend van de krijgsmacht inlichtingen in te winnen en met hen overleg te plegen. Deze functionarissen zijn, behoudens het bepaalde in het tweede lid, verplicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken en aan het overleg deel te nemen. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde functionarissen weigeren de op grond van deze ambtsinstructie gevraagde medewerking te verlenen, brengt de commissaris Onze Ministers wie het aangaat, alsmede Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvan op de hoogte. 3. De commissaris geeft, indien een ramp, een crisis of een ordeverstoring van meer dan plaatselijke betekenis dan wel de ernstige vrees voor het ontstaan daarvan zulks noodzakelijk maken, de in het eerste lid bedoelde functionarissen, met uitzondering van de ambtenaren van het openbaar ministerie, zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot de wijze waarop zij bij de uitoefening van de hun opgedragen taken met elkaar samenwerken en met het provinciaal bestuur, de gemeentebesturen, de besturen van de veiligheidsregio s en de waterschapsbesturen. De functionarissen zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen. Onze Minister wie het aangaat kan de aanwijzingen ongedaan maken. Het verzoek daartoe heeft geen schorsende werking. De commissaris kan aan het College van procureurs-generaal verzoeken de ambtenaren van het openbaar ministerie de nodige instructies te geven. Artikel 3 De commissaris brengt met redelijke tussenpozen bezoeken aan de gemeenten in de provincie. Van bijzondere bevindingen bij zijn bezoek aan een gemeente brengt hij verslag uit aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en doet hij, voor zover voor dat college van belang, mededeling aan gedeputeerde staten. 124

125 Artikel 4 1. De commissaris brengt uit eigen beweging, dan wel op verzoek advies uit aan de regering of aan Onze Ministers over andere onderwerpen dan die bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de Provinciewet. 2. De commissaris brengt zijn advies over de in artikel 23, zevende lid, van de Politiewet 1993 bedoelde besluiten ter zake van de benoeming, de herbenoeming, de schorsing en het ontslag van de korpsbeheerder, alsmede omtrent de benoeming van een waarnemend korpsbeheerder uit binnen vier weken, nadat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem om advies heeft gevraagd. 3. De commissaris brengt zijn advies over de in artikel 25, tweede lid, van de Politiewet 1993 bedoelde aanbeveling voor de benoeming van een korpschef of van een van de in artikel 25, derde lid, van de Politiewet 1993 bedoelde ambtenaren van politie uit binnen vier weken, nadat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem om advies heeft gevraagd. Artikel 5 De commissaris coördineert de voorbereiding van de civiele verdediging door de in de provincie werkzame rijksambtenaren en personen deel uitmakend van de krijgsmacht, het provinciaal bestuur, de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen, met inachtneming van de aanwijzingen van Onze Minister, belast met de coördinerende verantwoordelijkheid voor de civiele verdediging. Artikel 5a 1. De commissaris overlegt met het regionaal beleidsteam, alvorens een aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 41 van de Wet veiligheidsregio s. 2. De commissaris stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld in kennis van een gegeven aanwijzing. Artikel 5b De commissaris zendt zijn oordeel over het bestreden besluit, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregio s, alsmede de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel, binnen zes weken na de ontvangst van het standpunt van de raad over dat besluit aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel 5c 1. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, geeft de commissaris geen aanwijzing als bedoeld in artikel 42 van de Wet veiligheidsregio s dan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. De commissaris geeft onverwijld uitvoering aan een verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 42 van de Wet veiligheidsregio s. Artikel 5d 1. Indien uit een rapportage van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid blijkt dat de taakuitvoering in een veiligheidsregio tekortschiet, ziet de commissaris er op toe dat het bestuur van de veiligheidsregio passende maatregelen neemt om de tekortkomingen weg te nemen. 2. De commissaris geeft geen aanwijzing als bedoeld in artikel 59 van de Wet veiligheidsregio s dan na instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 125

126 3. De commissaris geeft uitvoering aan een verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 59 van de Wet veiligheidsregio s. Artikel 6 1.De commissaris ziet toe op een ordelijk verloop van de procedure met betrekking tot de benoeming van een burgemeester. 2.Voordat de vacature van burgemeester in een gemeente wordt opengesteld overlegt de commissaris met de raad over de eisen die aan de te benoemen burgemeester worden gesteld met betrekking tot de vervulling van het ambt. Indien zijn overleg met de raad niet tot overeenstemming leidt geeft hij aan welke eisen hij in afwijking van de raad zal hanteren bij zijn oordeel over de geschiktheid van kandidaten. 3.De commissaris verschaft de vertrouwenscommissie een opgave van degenen die naar het ambt van burgemeester hebben gesolliciteerd, vergezeld van zijn oordeel over kandidaten die hij in beginsel geschikt acht voor benoeming, alsmede vergezeld van afschrift van de sollicitatiebrieven van laatstgenoemde kandidaten. Hij informeert desgevraagd de vertrouwenscommissie over de criteria die hij heeft gehanteerd bij zijn selectie van kandidaten. Een dergelijk oordeel alsmede afschrift van de sollicitatiebrieven geeft hij op verzoek van de vertrouwenscommissie ook met betrekking tot andere kandidaten. 4.De commissaris verschaft zich de informatie over de sollicitant welke hij nodig acht of welke de vertrouwenscommissie door zijn tussenkomst nodig acht. Het inwinnen van referenties vindt slechts plaats met toestemming van de kandidaat, die hiervoor de gegevens aandraagt. De commissaris stelt de door hem verkregen inlichtingen ter beschikking van de vertrouwenscommissie, tenzij de kandidaat die het aangaat heeft laten weten dat verstrekking van die gegevens bij hem bezwaar ontmoet. 5.Zodra de raad zijn aanbeveling heeft vastgesteld rapporteert de commissaris aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met betrekking tot de inhoud en het verloop van de procedure. Daarbij gaat hij in op zijn overleg met de raad. Artikel 7 1.De commissaris ziet toe op een ordelijk verloop van de procedure met betrekking tot de herbenoeming van een burgemeester. 2.Voordat de raad een aanbeveling inzake de herbenoeming van de burgemeester opstelt overlegt hij met de commissaris over het functioneren van de burgemeester. 3.Na de ontvangst van de aanbeveling inzake de herbenoeming van de burgemeester zendt de commissaris deze door naar Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vergezeld van zijn advies daarover. Tevens rapporteert de commissaris over zijn bevindingen met betrekking tot de inhoud en het verloop van de procedure. Daarbij gaat hij in op zijn overleg met de raad. Artikel 7a 1.De commissaris ziet toe op een ordelijk verloop van de procedure met betrekking tot het ontslag van een burgemeester. 2.De commissaris onderzoekt de mogelijkheid of een gerezen conflict tussen de raad en de burgemeester kan worden opgelost. 3.Ingeval van een mogelijke verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad adviseert de commissaris op diens verzoek Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter 126

127 voorbereiding van het oordeel als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onder b, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters. 4.Na de ontvangst van de aanbeveling inzake het ontslag van de burgemeester zendt de commissaris deze door naar Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vergezeld van zijn advies daarover. Tevens rapporteert de commissaris over zijn bevindingen met betrekking tot de inhoud en het verloop van de procedure. Daarbij gaat hij in op zijn overleg met de raad. Artikel 8 1.De commissaris zendt een ingekomen voorstel tot verlening van een onderscheiding met zijn advies en het advies van de burgemeester van de woonplaats van de te decoreren persoon aan het Kapittel voor de civiele orden. 2.Een voorstel tot verlening van een onderscheiding aan een burgemeester wordt gedaan door de commissaris. De commissaris zendt het voorstel met zijn advies aan het Kapittel voor de civiele orden. Artikel 9 1.Van het beroepschrift, bedoeld in artikel 32, eerste lid, 34, derde lid, en 35, tweede lid, van de Politiewet 1993 zendt de commissaris onverwijld een afschrift aan het College van procureursgeneraal. Binnen tien weken na ontvangst van het beroepschrift zendt de commissaris het ontwerp van het op het beroep te nemen besluit aan het College van procureurs-generaal. 2.Indien de commissaris over het ontwerp van het besluit geen overeenstemming met het College van procureurs-generaal bereikt, stelt hij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld schriftelijk daarvan in kennis. Artikel 10 Onverminderd artikel 2, eerste lid, kan de commissaris een ieder belast met bevoegdheden in de openbare dienst in de provincie verzoeken om bericht en raad, voor zover hij dat nodig acht in verband met de hem bij deze instructie opgedragen taken. Aan deze verzoeken dient te worden voldaan. Artikel 11 De commissaris is belast met de bewaring en de registratie van de door hem verzonden en aan hem gerichte stukken, verband houdend met deze instructie. Artikel 12 Het koninklijk besluit van 12 januari 1966 tot vaststelling van een nieuwe instructie voor de commissarissen des Konings in de provinciën (Stb. 25), wordt ingetrokken. Artikel 13 Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 augustus Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Ambtsinstructie commissaris van de Koning. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. 127

128 's-gravenhage, 10 juni 1994 BEATRIX De Minister van Binnenlandse Zaken, D.IJ.W. de Graaff-Nauta Uitgegeven de eenentwintigste juni 1994 De Minister van Justitie, A. Kosto 128

129 BIJLAGE II STRUCTUURSCHEMA WATERBEHEER EN SCHEEPVAAARTZORG 129

130 BIJLAGE III WERKWIJZE RBT Werkwijze Regionaal BeleidsTeam in Fryslân Opgesteld door: Cluster Veiligheidsbureau Hulpverleningsdienst Fryslân 23 november 2011 Status: definitief 130

131 Inleiding In het voorliggend document wordt een beschrijving gegeven van de werkwijze van het Regionaal BeleidsTeam (RBT) dat in werking treedt bij een GRIP 4 situatie. De informatie is, tenzij anders aangegeven, afkomstig uit het Basisboek Regionale Crisisbeheersing Een praktische reader voor functionarissen in de regionale crisisorganisatie (prof. Dr. Ira Helsloot, drs. Sjan Martens MCDM en dr. Astrid Scholtens juni 2011), uitgebracht door het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV). Voor regiospecifieke gegevens is, voor zover mogelijk, gebruik gemaakt van de Friese GRIP-regeling Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure, versie 22 februari Deze regeling is op 28 april 2011 door het DB vastgesteld en op 6 juli 2011 heeft het AB er kennis van genomen. De verwachting is dat deze regeling eind 2011 is geïmplementeerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van het Draaiboek taakorganisatie communicatie (crisiscommunicatie) Fryslân. Dit plan is op 26 september 2011 vastgesteld. 131

132 INHOUDSOPGAVE Het beleidsteam 133 Het instellen van een regionaal beleidsteam 133 Opschalen naar GRIP Samenstelling van het RBT 133 Alarmering 134 Opkomstlocatie 134 Opkomsttijd 134 Taak van het RBT 134 Algemeen 134 Voorlichting 135 Informatie 135 Driehoeksoverleg Ervaringen en lessen Besluitvormingsproces van het RBT Informatie verzamelen Beeldvorming Oordeelsvorming Besluiten nemen Opdrachten en informatie geven Monitoren 137 Afschalen vanuit GRIP Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Locatie RCC te Drachten Bijlage 3 Voorbeeld standaardformulieren beleidsteam Bijlage 4 Voorlichting Bijlage 5 Tips voor advisering bestuurders m.b.t. woordvoering Bijlage 6 Taakkaart strategisch communicatieadviseur BT Bijlage 7 Ervaringen & lessen

133 Het beleidsteam Het beleidsteam is een overleg van strategische adviseurs die een burgemeester in zijn rol van opperbevelhebber en voorzitter van een GBT / voorzitter van de Veiligheidsregio in zijn rol van opperbevelhebber en voorzitter van een RBT adviseren over de strategische en bestuurlijke aspecten van een crisis. Het beleidsteam is gericht op de bestuurlijke besluiten die nodig zijn voor de veiligheid van de bevolking. Wil een beleidsteam zijn taak goed kunnen vervullen, dan doet het er goed aan om afstand te houden van de lopende operationele aangelegenheden, het is zaak strategisch te sturen op de toekomstige ontwikkelingen. Vaak speelt in de aanloop van de crisisbeheersing het dilemma om de bevolking en media zo snel mogelijk te willen informeren, terwijl er nog geen geverifieerde informatie voorhanden is. De burgemeester moet dan het liefst toch zo snel mogelijk naar buiten treden om de reden voor het uitblijven van nadere informatie en het verdere proces goed uit te leggen. Het instellen van een regionaal beleidsteam Wanneer een incident effecten heeft voor meerdere gemeenten treedt GRIP 4 in werking en ligt de verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke aansturing van de crisis bij het Regionaal Beleidsteam. De voorzitter van de Veiligheidsregio zorgt als voorzitter van het RBT voor de bestuurlijke coördinatie tussen de bij de crisis betrokken burgemeesters en zorgt namens deze burgemeesters voor een eenduidige bestuurlijke aansturing van de leider ROT. De voorzitter van het RBT is bevoegd besluiten te nemen en heeft doorzettingsmacht. In een GRIP 4 situatie bestaan geen GBT s (meer). Opschalen naar GRIP 4 De voorzitter Veiligheidsregio, al dan niet op verzoek of advies van de bij het incident betrokken burgemeester van bron- en effectgemeenten, en de hoogst operationeel leidinggevende (leider CoPI of operationeel leider) zijn bevoegd op te schalen naar GRIP 4. Samenstelling van het RBT 8 Onderstaand schema geeft de kernbezetting van het RBT weer: Discipline Leiding Brandweer Politie GHOR Functionaris (plv) Voorzitter Veiligheidsregio Regionaal Commandant (van dienst) Lid Korpsleiding (plv) Regionaal Geneeskundig Functionaris Gemeente - (Loco-)Burgemeesters betrokken gemeenten; - AC Bevolkingszorg Voorlichting Informatiemanagement Openbaar ministerie Waterschap Strategisch communicatieadviseur Ondersteuning - Journaalschrijver; Informatiecoördinator (een leidinggevende Bevolkingszorg) Hoofdofficier van justitie Dijkgraaf - Plotter; - Ondersteuner. Aanwezigheid leider ROT in RBT In de Wet veiligheidsregio s is opgenomen dat de leider ROT leiding geeft aan het ROT en deelneemt aan het RBT. De leider ROT bevindt zich bij een GRIP 4 situatie in hetzelfde gebouw als het RBT, namelijk het RCC te Drachten.. Afhankelijk van de aard van het incident kunnen aan het RBT op ad hoc basis met een adviserende stem één of meerdere externe deskundigen worden toegevoegd, zoals: Diverse Rijksheren zoals landelijke inspecteurs (bv. EL&I en IenM) of hun plaatsvervangers; De directeuren van energiebedrijven of hun plaatsvervangers; De directeuren van waterleidingbedrijven of hun plaatsvervangers. Er moet rekening mee gehouden worden dat deze vertegenwoordigers over eigen beslissingsbevoegdheden kunnen beschikken. Ook moet er op gelet worden dat het team niet te groot 8 Bron: Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP-regeling Fryslân), versie 22 februari

134 wordt waardoor effectieve besluitvorming bemoeilijkt wordt. De voorzitter bepaalt welke ad-hocadviseurs aan het BT worden toegevoegd. Alarmering 9 De voorzitter Veiligheidsregio, burgemeesters van de betrokken gemeenten, de hoofdofficier van justitie, de dijkgraaf, het lid van de korpsleiding, de RGF, de regionaal commandant van de brandweer en de gemeentelijke piketfunctionarissen worden gealarmeerd door de meldkamer. Hulpmiddelen bij de alarmering zijn P2000 en het Incident NotificatieSysteem (INS). 10 Binnen de gemeentelijke kolom vindt dooralarmering plaats via het Incident Notificatie Systeem (INS). Opkomstlocatie 11 Het RBT komt met ingang van 1 juni 2011 bijeen in het Azeven-complex te Drachten. In het Azevencomplex komt het ROT ook bijeen. De adresgegevens zijn opgenomen in Bijlage 2. Opkomsttijd 12 Het RBT heeft een opkomsttijd van maximaal 60 minuten. Onder opkomst tijd wordt verstaan: de tijd tussen aanname van de melding door de Meldkamer (en daarmee het actief zijn van de nieuwe GRIPfase) en de aankomst van de eenheid of functionaris op de plaats van het incident of de locatie waar het crisisteam bijeenkomt. Taak van het RBT Algemeen Het RBT richt zich op de incidentenbestrijding in meerdere gemeenten. In een complexe situatie waarbij meerdere gemeenten betrokken zijn, is het belangrijk dat het RBT kaders stelt. Het gaat daarbij vooral om regionale kaders voor de bevolkingszorg en de voorlichting: wat wordt op regionaal niveau besloten en wat door de betrokken burgemeesters en de teams bevolkingszorg in de eigen gemeenten. Hierdoor is het voor de gemeentelijke teams bevolkingszorg duidelijk welke ruimte zij hebben voor een uitvoering die is afgestemd op de gemeentelijke situatie. Ook weten de betrokken burgemeesters dan hoe zij hun rol als boegbeeld en burgervader binnen de eigen gemeente kunnen invullen. Het RBT kent 4 hoofdtaken: Benoemen en afwegen van de bestuurlijke en maatschappelijke impact van het incident: Bekrachtigen van GRIP 4; Algemene beeldvorming en oordelingsvorming; Op bestuurlijk niveau contacten leggen met de juiste crisispartners. 2. Invulling geven aan de eigen verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke en maatschappelijke aspecten van het incident: Uitvaardigen van noodbevelen of noodverordeningen; Bepalen van de regionale kaders voor de voorlichtingsstrategie voor de bevolking; Bepalen van de regionale kaders voor de voorlichtingsstrategie voor de media; Bepalen van de regionale bestuurlijke kaders voor de voorlichtingsstrategie voor de bevolkingszorg; Zorg dragen voor de verdeling van schaarse middelen en afwegen van de behoeften en belangen van betrokken gemeenten daarbij. 3. Bestuurlijke kaders geven aan de leider ROT; 9 Bron: Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP-regeling Fryslân), versie 22 februari Binnenkort wordt schriftelijk nadere informatie gegeven omtrent de alarmering middels de Communicator (huidig INS). 11 Bron: Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP-regeling Fryslân), versie 22 februari Bron: Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP-regeling Fryslân), versie 22 februari De beschreven taken sluiten aan bij het wettelijk kader en de afspraken in de veiligheidsregio s welke volgens de auteurs van het boek Basisboek regionale crisisbeheersing algemeen gebruikelijk zijn. In het regionaal crisisplan van worden de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden beschreven. Verwacht wordt dat het Regionaal Crisisplan van Veiligheidsregio Fryslân eind 2011 gereed is. 134

135 Zich periodiek laten informeren over de aanpak van de crisisbestrijding en hulpverlening en de verwachte ontwikkelingen; Als opperbevelhebber indien nodig in afstemming met de leider ROT beslissingen doorzetten vanuit de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid. 4. Organiseren van het RBT: Afspreken van de vergadercyclus en de werkwijze van het RBT; Regelen van de aflossing. De voorzitter Veiligheidsregio heeft de volgende taken: 14 Het nemen van strategische beslissingen; Het geven van opdrachten aan de operationeel leider; Het functioneren als boegbeeld in de crisiscommunicatie; Het, in overeenstemming met de betrokken burgemeesters, uitbrengen van schriftelijk verslag aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Nb. Als een van zijn eerste bestuurlijke besluiten moet de voorzitter van de Veiligheidsregio bekrachtigen dat is opgeschaald naar GRIP 4. De voorzitter van de veiligheidsregio kan hierbij in sommige gevallen bevoegdheden krijgen die hem tot een soort burgemeester van de regio maken. De Wet veiligheidsregio is over deze exacte bevoegdheden niet altijd sluitend. Hierin geldt: de voorzitter bepaalt, na overleg met de burgemeesters. Wanneer de aard van het incident er om vraagt, kan de voorzitter Veiligheidsregio gebruikmaken van van zijn doorzettingsmacht zoals bedoeld in art. 39 Wvr. Voorbeelden hiervan zijn: wanneer geen concensus ontstaat tussen de betrokken burgemeesters of wanneer er geen tij beschikbaar is voor overleg. Dergelijke situaties dienen in de rapportage van de besluitvorming gemarkeerd te worden. Achteraf verantwoordt de voorzitter zich hierover. Voorlichting Woordvoering gebeurt door de voorzitter Veiligheidsregio, hij wordt hierbij ondersteund door de strategisch communicatieadviseur uit het RBT en eventueel de overige adviseurs. De werkwijze omtrent voorlichting is opgenomen in Bijlage 4. Informatie Ook in GRIP 4 is de informatiemanager in het ROT verantwoordelijk voor het totaalbeeld. De volgende informatielijnen, relevant voor het RBT, worden gebruikt: De operationeel leider informeert de voorzitter Veiligheidsregio; De voorzitter Veiligheidsregio draagt zorg voor het informeren van de CdK en de minister van BZK en de burgemeesters van de niet betrokken regiogemeenten. Driehoeksoverleg Bij een crisis kunnen strafrechtelijke aspecten aan de orde zijn, waarbij gevoelige opsporingsinformatie tussen de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de korpschef van politie uitgewisseld moet worden. Hoewel deze drie functionarissen in het beleidsteam participeren, kunnen zij deze gevoelige en vertrouwelijke informatie in het beleidsteam niet delen. Bijvoorbeeld omdat crisispartners mogelijk als getuige of als verdachte in een strafrechtelijk onderzoek betrokken kunnen worden of omdat het gaat om de inzet van de Dienst Speciale Interventies. Men kan dan besluiten om buiten het beleidsteam om een apart driehoeksoverleg te houden. Het driehoeksoverleg vindt plaats als zowel het openbaar ministerie als de burgemeester een beroep doet op de inzet van de politie. Ervaringen en lessen In bijlage 6 is een aantal ervaringen en lessen uit het verleden opgenomen. Besluitvormingsproces van het RBT Om binnen het beleidsteam tot werkbare besluiten te komen wordt een aantal stappen onderscheiden die deels in het beleidsteam en deel tussen de teamoverleggen in worden gezet. 14 Bron: Goede aanpak van incident, crisis en ramp door: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP-regeling Fryslân), versie 22 februari

136 Stappen Wanneer 1. Informatie verzamelen Voor en na BT-overleg 2. Beeldvorming over feitelijke situatie Gezamenlijk in BT-overleg 3. Oordelingsvorming over verwachte Gezamenlijk in BT-overleg ontwikkelingen 4. Besluiten nemen Door voorzitter 5. Opdrachten en informatie geven Na BT-overleg 6. Monitoren Voor en na BT-overleg Achtereenvolgens worden de onderscheiden stappen kort beschreven. 1. Informatie verzamelen Voordat formele alarmering plaatsvindt, hebben de beleidsteamleden vaak al een voorwaarschuwing gekregen vanuit de meldkamer of vanuit de eigen discipline. Zodra de leden van het BT gealarmeerd zijn, worden zij door de sectiehoofden 15 in het ROT van hun eigen discipline geïnformeerd. Of zij vragen zelf informatie bij hen op. De leider ROT heeft vaak al telefonisch contact gehad met de voorzitter van het beleidsteam en hem geïnformeerd over de actuele situatie. De informatiemanager van het BT zorgt van begin af aan voor het verzamelen en doorleiden van de relevante informatie voor het BT. Om de maatschappelijke impact van een incident goed te kunnen beoordelen is het voor de leden van een beleidsteam belangrijk om te weten wat er in de media speelt. Zolang de mediawatching nog niet structureel is ingericht en het beleidsteam daarover nog geen periodieke rapportages ontvangt, doen leden van het beleidsteam er goed aan om buiten de vergaderingen om naar de tv te kijken, internet (inclusief social media) te raadplegen en te horen wat de rampenzender en andere radiozenders melden. 2. Beeldvorming De informatie over de bestrijding van de ramp of crisis krijgt het beleidsteam aangereikt vanuit het ROT. Als het beleidsteam gelijktijdig of snel na het ROT gealarmeerd en operationeel is, heeft het ROT nog onvoldoende tijd gehad om zelf een goed beeld van de situatie te vormen. Uit de praktijk blijkt dat het onmogelijk is voor de leider ROT om in de eerste uren van (flits)rampen of crises een gedetailleerd en actueel beeld van de situatie te geven. Bij flitsrampen zijn hulpdiensten volledig gericht op de acute hulpverlening aan slachtoffers en het in kaart brengen van risico s en dreigingen. De meest constructieve opstelling voor het BT in deze situatie is dat de voorzitter zich ervan gewist dat het ROT volledig operationeel is en volstaat met periodiek contact met de leider ROT totdat er sprake is van een goede informatievoorziening van het ROT aan het BT. Dit kan via een sitrap of via het crisismanagementsysteem. 16 Wanneer de eerste hectische fase achter de rug is zal de leider ROT in het beleidsteam een mondelinge toelichting geven op de stand van zaken en de adviezen van het ROT aan het BT geven. Wanneer de netcentrische werkwijze geïmplementeerd is, haalt de informatiemanager de benodigde informatie uit het systeem. 17 Bij de start van elk overleg informeert de informatiemanager het BT over relevante nieuwe informatie voor het BT-beeld. De voorzitter vat de informatie van de leider ROT en/of informatiemanager samen en vraagt vervolgens om aanvullende bestuurlijke relevante informatie die bekend is bij de leden van het beleidsteam. Vervolgens bepaalt het BT wat men exact wil weten van het ROT. 3. Oordeelsvorming Onder leiding van de voorzitter van het BT worden de belangrijkste bestuurlijke aandachtspunten benoemd. Ook als de operationele informatie nog onvolledig is, is het zaak niet te focussen op het gebrek aan operationele informatie maar op de bestuurlijke aandachtspunten: de betekenis voor de bevolkingszorg, de communicatie naar bevolking en media, de inschakeling van mogelijke crisispartners, de afstemming met andere bestuurlijke autoriteiten en de bestuurlijke dilemma s. Als de informatievoorziening met het ROT eenmaal loopt, wordt er gebrainstormd over de scenario s die door het ROT worden aangereikt (meest voor de hand liggende scenario, andere 15 Ook: Algemeen commandant (AC) 16 Begin 2012 wordt het landelijk crisismanagement systeem (LCMS) in Fryslân geïmplementeerd 17 Het netcentrisch werken heeft betrekking op het LCMS. De netcentrische werkwijze is nader uitgewerkt in het document Informatie-organisatie in Veiligheidsregio Fryslân. 136

137 mogelijke scenario s, worst case scenario). Als het ROT geen scenario s aanreikt, kan hierom expliciet gevraagd worden. Deze brainstorm leidt tot het expliciet selecteren van bestuurlijke keuzes voor de aanpak van de crisisbestrijding en de argumentatie voor deze keuzes. Er wordt daarbij apart ook stilgestaan bij de voorlichtingsstrategie naar bevolking en media. De voorzitter van een beleidsteam moet doorlopend belangen afwegen, anticiperen op wat komen gaat en vooruit denken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de wijze waarop anderen zoals slachtoffers, crisispartners of private partijen de crisissituatie aankijken. Good practice: technisch voorzitter van het beleidsteam Om meer ruimte te creëren voor het afwegen van standpunten en reflectie kan de voorzitter van het BT in overweging nemen om bij de vergaderingen van het BT een derde aan te wijzen als technisch voorzitter. Ook dan is en blijft de voorzitter en niet de technisch voorzitter verantwoordelijk voor de bestuurlijke aansturing van de crisisorganisatie. 4. Besluiten nemen De gemaakte keuzes zijn leidend voor de verdere besluiten. Over de adviezen en de voorstellen die het ROT voorgelegd heeft worden in het licht van de bovengenoemde uitgangspunten besluiten genomen. De voorzitter vat de besluiten en acties samen en ook de overwegingen daarbij. Ook geeft de voorzitter aan wie de actiehouders zijn. De informatiemanager legt de besluiten vast inclusief een korte argumentatie en de actiepunten en bijbehorende actiehouders vast. Ook begin- en eindtijd van het overleg worden geregistreerd. Voorbeeld van bestuurlijk-strategische aspecten De belangrijkste zaken waarop het RBT tijdens de stroomuitval in de Bommeler- en Tielerwaard in 2007 heeft gestuurd zijn: Publieksvoorlichting via rampenzender, callcenter, persconferenties inzet geluidswagen, nieuwsbrief aan bevolking; Aanwezigheid fysiek aanspreekpunt in elk kerkdorp/gemeente en de bezetting van de brandweerkazernes; Toedeling aggregaten: zorginstellingen hebben prioriteit, bij bedrijven afwegen veiligheidsrisico Gedragslijn met betrekking tot openhouden van kinderdagverblijven en scholen; Gecoördineerd opstarten van het proces voor de afhandeling van schade; Wanneer afschalen. 5. Opdrachten en informatie geven Als de leider ROT aanwezig is bij het overleg van het BT neemt hij de aan hem geadresseerde opdrachten mee naar zijn volgende ROT-overleg. Wanneer dit niet het geval is, neemt de voorzitter na afloop van het BT direct contact op met de leider ROT om hem te informeren over de genomen besluiten. In beide gevallen worden zo snel mogelijk de besluitenlijst en de actiepuntenlijst door de informatiemanager in het crisismanagementsysteem (LCMS) geplaatst. Als het BT een besluit heeft genomen dat niet door het ROT kan worden afgehandeld maar door andere actiehouders, dan bepaalt de voorzitter welk lid van het BT zorgt dat de genomen besluiten in gang worden gezet. In voorkomende gevallen kan de voorzitter een andere bestuurder buiten het BT inschakelen om onder zijn verantwoordelijkheid opdrachten uit te voeren. Voorbeeld van inschakelen andere bestuurder Bij de Poldercrash in 2009 heeft de locoburgemeester van Haarlemmermeer als voorzitter van het GBT de burgemeester van Haarlem ingeschakeld voor het onderhouden van de contacten met de CdK, de Turkse ambassadeur en de buurgemeenten. Daarmee nam de burgemeester van Haarlem niet verantwoordelijkheid over, maar het zorgde er wel voor dat de voorzitter van het GBT de tijd had om de strategische keuzes voor te bereiden en momenten van reflectie in te bouwen 6. Monitoren De leider ROT draagt er vervolgens zorg voor dat de genomen besluiten die door het ROT worden uitgevoerd de beoogde effecten sorteren. De leider ROT zorgt ervoor dat het BT via het crisismanagementsysteem of sitraps hierover geïnformeerd wordt. De tijd tot de volgende BT- 137

138 vergadering kan gebruikt worden voor het voorbereiden van persbijeenkomsten en het houden van een persconferentie. De onderscheiden stappen worden in elk BT-overleg, afhankelijk van veranderingen in feiten en verwachte ontwikkelingen, kort of uitgebreider gezet. In bijlage 3 zijn voor een goed verloop van de overleggen een standaardagenda en een aandachtspuntenlijst bij de stappen in het besluitvormingsproces opgenomen. Afschalen vanuit GRIP 4 De voorzitter Veiligheidsregio besluit tot afschalen en overlegt daartoe met de burgemeesters van de betrokken gemeenten. De voorzitter laat zich door de operationeel leider adviseren over de nieuw te hanteren GRIP-fase. Bijlage 1 Werkwijze RBT Begrippenlijst AC BT CoPI GBT GRIP GRIP 4 Opkomsttijd ROT TBZ Algemeen Commandant: Hoofd van een sectie in het ROT, die leiding geeft aan het inrichten van uitvoerend en ondersteunend werk binnen de afzonderlijke (monodisciplinaire) staf grootschalig en bijzonder optreden. Beleidsteam: zie GBT/RBT Coördinatieteam Plaats Incident: Een CoPI is belast met de operationele leiding ter plaatse, de afstemming met andere betrokken partijen en het adviseren van het regionaal operationeel team. Het CoPI verandert gedurende de opschaling niet van samenstelling en bestaat naast de leider CoPI uit functionarissen die ter plaatse leiding geven aan operationele eenheden van politie, GHOR en brandweer. Verder maakt een CoPI-voorlichter deel uit van dit team. Op verzoek van de leider CoPI kan het team eventueel worden aangevuld met één of meerdere functionarissen die vanuit hun specialisme een toegevoegde waarde kunnen leveren aan het functioneren van het CoPI. Deze functionarissen kunnen zowel van binnen de organisatie (bijvoorbeeld ROGS) als van buiten komen (bijvoorbeeld een bedrijfsdeskundige). Gemeentelijk Beleidsteam: Orgaan waarbinnen, onder voorzitterschap van de burgemeester besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie plaatsvindt. Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure Criteria: Omvangrijke multidisciplinaire incidentbestrijding met bestuurlijke impact die de grens van een gemeente overschrijdt waarbij: Noodzaak tot en behoefte aan gecoördineerde bestuurlijke leiding bestaat; Strategische besluitvorming op bovengemeentelijk niveau is; De voorzitter Veiligheidsregio ondersteuning van strategische staf wenst of er sprake is van andere schaarste in bemensing. De tijd tussen aanname van de melding door de Meldkamer (en daarmee het actief worden van de nieuwe GRIP-fase) en de aankomst van de eenheid of functionaris op de plaats van het incident of de locatie waar het crisisteam bijeenkomt. Regionaal Operationeel Team: Het team van vertegenwoordigers van de betrokken diensten /organisaties onder leiding van de operationeel leider en is belast met de operationele leiding, de afstemming met andere bij de ramp of crisis betrokken partijen en het adviseren van het gemeentelijk of regionaal beleidsteam Team Bevolkingszorg: Orgaan waarbinnen de gemeentelijke processen worden gecoördineerd. De voorzitter draagt zorg voor een adequate informatiestroom tussen het TBZ en ROT. 138

139 Bijlage 2 werkwijze RBT Locatie RCC te Drachten Met ingang van 1 juni 2011 verzamelen de leden van het RBT zich na alarmering in ruimte 1.36 van het Azeven-complex te Drachten. In dit complex bevindt zich tevens de Meldkamer NoordNederland. Adresgegevens: Bedrijventerrein Azeven Noord Noorderend AL DRACHTEN De nummers van het RCC zijn: - telefoon: (0512) fax: (0512)

140 Bijlage 3 Werkwijze RBT Voorbeeld standaardformulieren beleidsteam Standaardagenda van het beleidsteam (GBT/RBT) Aanvulling eerste RBT-overleg 1. Opening Samenstelling team Werkafspraken Standaardagenda voor alle RBT-overleggen 1. Opening 2. Beeldvorming over de feitelijke situatie Aan hand van de situatierapportage vanuit ROT / crisismanagementsysteem Aanvullingen door RBT-leden Stand van zaken actiepunten vorige vergadering 3. Oordeelsvorming over verwachte ontwikkelingen met name over bestuurlijke aspecten 4. Besluiten nemen en samenvatten aan de hand van beslispunten en adviezen van het ROT (aanvullende) besluiten t.a.v. voorlichtingsstrategie naar bevolking en media 5. Afspraak volgende vergadering Na elke vergadering Besluitenlijst en actiepuntenlijst opnemen in crisismanagementsysteem of toezenden aan betrokken onderdelen van de crisisorganisatie Verslag door verslaglegger Agenda laatste RBT-overleg 1. Opening 2. Stand van zaken actiepunten vorige vergadering 3. Vaststellen tijdstip afschalen 4. Afspraken maken over overdracht van nog lopende zaken; wie draagt over aan wie 5. Afspraken over evaluatie of First impression evaluatie (liefst datum vaststellen) (Op de volgende pagina is een lijst van aandachtspunten bij het besluitvormingsproces van het regionaal beleidsteam opgenomen). 140

141 Aandachtspunten bij het besluitvormingsproces van het Regionaal Beleidsteam Hieronder is een checklist opgenomen van de aandachtspunten die bij de besluitvorming naar voren kunnen komen. 1. Opening Samenstelling team - Voorstellen aanwezigen, wie ontbreekt, wie extra uitnodigen; - Emotionele betrokkenheid. Werkafspraken - Afgeven of uitzetten communicatiemiddelen tijden vergaderingen; - Bij zeer dringende zaken mag ingebroken worden in het plenaire overleg; - Vergaderfrequentie en afstemmen vergadercyclus op die van het ROT; - Verslaglegging (worden er opnames gemaakt?), besluitenlijst en actiepuntenlijst; - Invullen presentielijst. 2. Beeldvorming over de feitelijke situatie GRIP-fase - Welke GRIP-fase? Incident - Aard incident, betrokken objecten, inzetgebied CoPI, effectgebied, betrokken gemeenten; - Gevaarlijke stoffen, dreigingen, risico s, milieuaspecten, economische of cultuurhistorische schade; - Scenario waar ROT en CoPI van uitgaan, aanpak ROT, aanpak CoPI, ingezette eenheden, opgestarte processen. Slachtoffers - Doden geborgen; - Aantal zwaargewonden (T1, T2); - Aantal lichtgewonden (T3); - Waarvan aantal gewonden in ziekenhuis; - Aantal personen in opvanglocatie; - Aantal vermisten. Bevolking en media - Beeld bij de bevolking en in de media; - Vragen bevolking/media die beantwoord moeten worden Oordeelsvorming over verwachte ontwikkelingen bevolking - maatschappelijke impact; - risico s voor de bevolking, handelingsperspectieven. 4. Besluiten nemen T.a.v. beslispunten en adviezen van het ROT; - Bijstandsaanvragen; - Bevolking via sirene waarschuwen; - Noodverordening of noodbevel; - Evacuatiebesluit; - Verdeling schaarse middelen; - Bestuurlijke kaders voor de bevolkingszorg; - Opstellen plan voor nafase; - Bepalen voorlichtingsstrategie en handelingsperspectieven voor de bevolking; - Bepalen van de voorlichtingsstrategie voor de media; - Bepalen voorlichtingsstrategie getroffenen; - Regelen aflossing; - Besluit tot afschaling. 5. Informatie geven RBT: bij ramp of crisis van meer dan regionale betekenis aan CdK en minister van BZK. 18 Zie ook: Bijlage Mogelijke Doelgroepen Crisiscommunicatie van Crisiscommunicatieplan Fryslân 141

142 Bijlage 4 Werkwijze RBT Voorlichting De communicatieadviseur van het RBT stemt af met de communicatieadviseur van het ROT over de te volgen communicatiestrategie en communicatieboodschappen. Hierbij kan, net als bij GRIP 2 & 3, Omrop Fryslân worden ingeschakeld als calamiteitenzender. De ROTcommunicatieadviseur verstrekt in geval van GRIP 4 aan de communicatieadviseur van het RBT operationele communicatievraag- en aandachtspunten. De ROT-communicatieadviseur doorziet en overziet de communicatieve implicaties van de acties van de hulpverleningsdiensten. De officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) is in alle gevallen verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving. Met betrekking tot de voorlichting kan het zijn dat het strafrechtelijk onderzoek dat loopt, geschaad kan worden door mededelingen richting pers en publiek. Indien van toepassing wordt afstemming gezocht tussen gemeente, politie en OM, vooral in situaties van terreurdreiging of aanslag. De rol van de voorzitter veiligheidsregio ten aanzien van crisiscommunicatie is vooral: 19 Betekenisgeving bij emotionele en ingrijpende maatschappelijke situaties; Overzicht bieden wat er aan de hand is (informatievertrekking); Inzicht geven in wat we aan het doen zijn om de crisis te bezweren, en in wat burgers zelf kunnen doen (handelingsadviezen); Leiderschap tonen door op de juiste momenten de juiste beslissingen te nemen en bereid zijn daarover in het publieke domein verantwoording af te leggen en tevens oprecht in te spelen op gevoelens in de samenleving bestaan. In bijlage 5 staat een aantal tips voor advisering bestuurders m.b.t. woordvoering. De voorzitter Veiligheidsregio wordt hierbij ondersteund door een strategisch communicatieadviseur. De taakkaart van de strategisch communicatie adviseur BT is opgenomen in bijlage 6. De leden van het RBT hebben als taak de voorzitter Veiligheidsregio te ondersteunen door hem te voorzien van strategisch advies ten aanzien van de algemene communicatie en de allocatie van personeel en middelen in de betrokken gemeenten. Daarnaast is het RBT onder meer belast met: Het politiek-bestuurlijk scenariodenken op de lange termijn; Het aanvragen en toewijzen van bijstand; Het waarschuwen en alarmeren van de bevolking; De buitengemeentelijke verplaatsing van de bevolking; Het onderhouden van contacten met de media en de bevolking, uitsluitend voor zover het intergemeentelijke onderwerpen betreft. 19 Bron: Draaiboek taakorganisatie communicatie (crisiscommunicatie) Fryslân 142

143 Bijlage 5 Werkwijze RBT Tips voor advisering bestuurders m.b.t. woordvoering 20 Meteen rol pakken zo snel mogelijk voor de camera verschijnen Probeer zo goed mogelijk aan te sluiten bij de beleving van de mensen denk van buiten naar binnen Formuleer verbindende boodschap en blijf deze herhalen vergelijk premier Bligh na de aardbevingen in Queensland: We re Queenslanders. This weather is breaking our hearts, but it will not break our will. Together we can pull through this Vertel behalve wat je weet ook wat je (nog) niet weet en wanneer hier mogelijk meer over duidelijk wordt Denk aan drie doelen van crisiscommunicatie en kies welke bij deze crisis primair is: Informatieverstrekking: verzorgen van de algemene informatievertrekking, openbaarmaking, Betekenisgeving: duiding - wat betekent de crisis voor de samenleving? Schadebeperking: beperken van materiële en immateriële schade door kanaliseren van emoties, waaronder collectieve stress gevoelens van onmacht en verwarring. Gebruik omgevings- en media analyse van taakorganisatie communicatie om te bepalen wat er leeft, waar antwoorden op moeten komen en hope je communicatie in moet steken. Geef ook procesinformatie: wat gebeurt er nu? Wanneer persconferentie? Wanneer zijn resultaten onderzoek duidelijk? Leg nog even de basis uit: wat is een grip situatie ook alweer Wees concreet. Niet: de GGD doet metingen. Maar: de GGD doet metingen naar eventueel aanwezige stoffen. De resultaten hiervan zijn XX bekend. Tot die tijd handelen we uit voorzorg zus en zo. Let bij persconferenties op dat er NIEUWE feiten worden gebracht. Geen herhaling van wat al bekend is. Korte samenvatting mag wel maar noem dat dan ook zo. Voor advies en ondersteuning bij advisering burgemeesters: neem contact op met Wouter Jong van burgemeesters.nl nationaal crisiscentrum of collega bestuurders, zij kunnen adviseren, ondersteuning bieden en ervaringsdeskundigen oproepen om mee te denken. 20 Bron: Draaiboek taakorganisatie communicatie (crisiscommunicatie) Fryslân 143

144 Bijlage 6 Werkwijze RBT Taakkaart strategisch communicatieadviseur BT TAAKKAART Strategisch communicatieadviseur BT Neemt plaats in Eerste taak na alarmering Snelle beeldvorming Stafsectie Bevolkingszorg Voorlichtingsfunctionaris ROT Inbreng in BT vergadering Lid van het Beleidsteam. De communicatieadviseur beleidsteam heeft de volgende eerste acties te verrichten: Beeldvorming aan de hand van LCMS nieuwsberichten: Incident: tijdstip, brongebied, effectgebied, aard/omvang, actuele grip-fase, ondernomen acties, genomen maatregelen, prognoses Maatschappelijke impact: informatiebehoefte, gedragingen Communicatie-inzet: benodigde capaciteit vanuit regionale crisiscommunicatie- voor omgevingsanalyse, publieks- en persvoorlichting Telefonisch overleg met de voorlichtingsfunctionaris in stafsectie bevolkingszorg (in RCC): Stand van zaken uitrol communicatieoperatie Contactgegevens en -momenten uitwisselen Afstemmen onderlinge werkafspraken op actuele situatie De communicatiefunctionaris die bij het crisisoverleg ('Beleidsteam') aanwezig is: Rapporteert dat gezien de maatschappelijke informatiebehoefte ('de impact') de crisiscommunicatie langs de lijnen van informatievoorziening, schadebeperking en betekenisgeving is geoperationaliseerd. Rapporteert welke activiteiten al zijn ondernomen in het kader van die operatie en welke in voorbereiding zijn (informatie ontlenen aan eerdere telefoongesprekken met communicatiecollega's en/of aan vertrouwen in die collega's) Rapporteert op welke van de communicatiedoelstellingen (gegeven feiten en omstandigheden) het accent ligt; Rapporteert over voortgang crisiscommunicatie operatie (organisatie, aanpak, realiseren doelen); Presenteert resultaten analyse: informatiebehoefte, gedrag, opinie, beeldvorming, betekenis; Vraagt besluitvorming voor adviezen over de communicatieaanpak voor komende uren, dagen, weken; Vraagt (alleen indien noodzakelijk) besluitvorming over inzet specifieke middelen; Inventariseert bij BT-leden welke informatie door de pers- en publieksvoorlichters 'van binnen naar buiten' dient te worden gebracht; geeft aan welke bijdrage van BT-leden wordt verwacht binnen de crisiscommunicatie operatie; Zegt toe dat beleidsteam op de hoogte zal worden gehouden over de voortgang van de communicatieoperatie (mede door rapportage omgevingsbeeld). 144

145 Bijlage 7 Werkwijze RBT Ervaringen & lessen Zorg voor een passende vergadercyclus De vergaderfrequentie is sterk afhankelijk van het incident, het beschikbaar komen van essentiële informatie en de mediagevoeligheid van het incident. Vooral in de beginfase zal er behoefte zijn om frequent te vergaderen totdat het beeld van de situatie en de uitgezette aanpak duidelijk zal zijn. Een GBT- of RBT-vergadering duurt doorgaans een half uur. Langer vergaderen is niet wenselijk omdat de leden dan niet bereikbaar zijn voor een update van de informatie. Er moet steeds voldoende tijd ingeruimd worden om de genomen besluiten om te zetten in acties. De vergaderfrequentie van het GBT/RBT en ROT dienen op elkaar afgestemd te worden, zodat het voor de leider ROT mogelijk is de GBT-/RBT-vergaderingen bij te wonen. Voor spoedbeslispunten benodigd voor de voortgang van CoPI en ROT moet altijd in de vergadering ingebroken kunnen worden. De leider ROT bepaalt of er van dergelijke spoedpunten sprake is. Spoedbeslispunten kan de leider ROT ook buiten de GBT- of RBT-vergaderingen om aan de voorzitter voorleggen. Het is aan de voorzitter om zelfstandig hierover buiten de vergadering om een besluit te nemen, het tijdstip van de vergadering te vervroegen of te besluiten dat het beslispunt met de eerstvolgende bijeenkomst meegenomen wordt. Evaluaties laten zien dat wanneer spoedbeslissingen door de voorzitter van het GBT of RBT niet bij voorrang genomen worden, het veld gedwongen wordt om zelf de beslissing te nemen. Stuur op hoofdlijnen en vertrouw op de professionals Een gegeven binnen de huidige commandostructuur is de moeizame informatie-uitwisseling tussen het veld, regionaal operationeel team, actiecentra en het beleidsteam. Uit evaluaties blijkt vaak dat het merendeel van de besluiten die het beleidsteam neemt de uitvoerende eenheden niet bereikt. Een belangrijke les voor crisismanagers is dan ook om op voorhand realistische verwachtingen te hebben over de hoeveelheid informatie die gecommuniceerd kan worden richting het veld. De aanbeveling is dan ook om alleen die besluiten te nemen die echt van vitaal belang zijn en te controleren of deze besluiten ook daadwerkelijk en tijdig de uitvoerende eenheden bereiken. Wanneer te veel op details gestuurd wordt kan verlies van operationeel gezag optreden omdat de lagere echelons dan zaken zelf gaan regelen. Door duidelijke prioriteiten te stellen wordt ook de valkuil van de operationele zuigkracht vermeden. Geef crisiscommunicatie prioriteit Het beleidsteam gaat over de crisiscommunicatie, maar de communicatie over de crisis ligt bij anderen zoals media, publiek en deskundigen. Al direct worden berichten via Twitter verstuurd, worden foto s op internet gezet of staan ooggetuigen de media te woord. Van het beleidsteam wordt verwacht dat het zo snel mogelijk naar buiten toe communiceert. Crisiscommunicatie moet altijd aansluiten bij de drie basisvragen die getroffenen, direct betrokkenen en geïnteresseerden hebben. Men heeft behoefte aan: Informatie over de situatie, het verloop daarvan en de genomen maatregelen; Handelingsperspectieven: wat moet je als burger doen of laten om schade te beperken of om te gaan met dreigend gevaar?; Duiding: het geven van betekenis aan de crisissituatie en de gebeurtenissen in een breder perspectief. Omdat de behoeften bij de vragende partijen per crisis anders zullen zijn, verschillen de accenten per crisis. Door de crisiscommunicatie snel op te starten en de communicatiediscipline hiervoor (vooraf) te mandateren is de overheid snel zichtbaar. Door bijvoorbeeld vooraf vast te leggen dat feitelijke gegevens voor een crisis en procesinformatie altijd na goedkeuring door de leider ROT of voorlichter ROT naar buiten gecommuniceerd kunnen worden, wordt de berichtgeving naar de media en de bevolking versneld. Daarnaast moet zorgvuldig het moment gekozen worden waarop en waar de burgemeester als boegbeeld naar de bevolking en de media de overheid representeert in de aanpak van de crisis. De verschillende rollen van de burgemeester De burgemeester vervult in een crisis verschillende rollen. Het gaat hierbij om de burgemeester in de rol van : Beslisser: als voorzitter van het GBT of het RBT; 145

146 Boegbeeld: als gezicht van de overheid naar bevolking en media; Burgervader: als bestuurder die compassie heeft met slachtoffers, getroffen burgers en hulpverleners; Strateeg: als bestuurder die opkomt voor de belangen van de gemeente, de lokale gemeenschap, slachtoffers en gedupeerden; Collegiaal bestuurder: als bestuurder die zo snel mogelijk het overleg en de besluitvorming in het college van B en W tot zijn recht laat komen en die de gemeenteraad informeert over de crisissituatie. Mede met het oog op de nafase en de verantwoording achteraf. Het is voor een burgemeester van belang om tijdens een crisis tussen de verschillende rollen goed te schakelen. De feitelijke mogelijkheden van de voorzitter van het GBT of RBT om als opperbevelhebber de hulpverlening aan te sturen zijn beperkt, zeker in de eerste uren. Bij crises die een grote impact op de bevolking hebben, is de rol als boegbeeld en burgervader minstens zo belangrijk. 146

GRIP-teams en kernbezetting

GRIP-teams en kernbezetting GR P Wat is GRIP? GRIP is de afkorting van Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en staat voor: het snel en multidisciplinair organiseren van de juiste mensen en middelen die nodig

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor

Nadere informatie

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Inhoudsopgave Grip op hulpverlening 4 Routinefase 6 GRIP 1 8 GRIP 2 12 GRIP 3 18 GRIP 4 24 Gebruikte afkortingen 30 4 Grip op hulpverlening Dit boekje bevat de samenvatting

Nadere informatie

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland

Nadere informatie

1 De coördinatie van de inzet

1 De coördinatie van de inzet 1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd

Nadere informatie

Crisisorganisatie uitgelegd

Crisisorganisatie uitgelegd GRIP Snelle opschaling, vaste teams, eenhoofdige leiding Wat kan er gebeuren? KNOPPENMODEL Meer tijd voor opschaling, maatwerk in teams en functionarissen GRIP 4 / 5 STRATEGISCH OPERATIONEEL / TACTISCH

Nadere informatie

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2-0 Overzicht Samenvatting In dit deel is de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP) Noord-Holland Noord

Nadere informatie

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie

Nadere informatie

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010

Nadere informatie

Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs

Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Bijlage: Organogram crisisorganisatie 04-06-2010 1 Inleiding De toets Basisscholing

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Autorisatie OPSTELLERS: Barrett,Annelies Voorde ten, Jaqueline BIJDRAGE IN DE

Nadere informatie

GR Pop crisissituaties

GR Pop crisissituaties GR Pop crisissituaties De spil in crisisbeheersing Hulpverlening op maat De Friese samenleving kenmerkt zich door veerkracht. Burgers, bedrijven en instellingen redden zichzelf en helpen elkaar waar mogelijk.

Nadere informatie

Crisismanagement Groningen. Basismodule

Crisismanagement Groningen. Basismodule Crisismanagement Groningen Basismodule Doel van de module Kennismaken met crisismanagement Groningen Inzicht krijgen in rollen en taken Beeld krijgen bij samenwerken in de crisis-organisatie Programma

Nadere informatie

GR Pop crisissituaties

GR Pop crisissituaties GR Pop crisissituaties De spil in crisisbeheersing Slagvaardig Tijdens een ramp of crisis moeten de inwoners van Fryslân kunnen rekenen op professionele hulp verleners, die snel paraat staan en weten wat

Nadere informatie

5. Beschrijving per organisatie en

5. Beschrijving per organisatie en 5. Beschrijving per organisatie en taken secties in de hoofdstructuur 5.1 In organieke zin worden binnen de hoofdstructuur het RBT, BT, ROT, CoPI de GMK/ CMK, de secties en de actiecentra onderscheiden.

Nadere informatie

Operationele Regeling VRU

Operationele Regeling VRU Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld

Nadere informatie

Zeeuwse GRIP 2011 Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure Veiligheidsregio Zeeland

Zeeuwse GRIP 2011 Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure Veiligheidsregio Zeeland Zeeuwse GRIP 2011 Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure Veiligheidsregio Zeeland versie 3.0 28 sep 2011 definitief i Versie- en wijzigingsbeheer Opsteller Projectleider Regionaal Crisisplan

Nadere informatie

Crisis besluit vorming / GRIP

Crisis besluit vorming / GRIP Crisis besluit vorming / GRIP Deze app beschrijft de crisisbesluitvormings structuur (GRIP-procedure) gezien vanuit standpunt OvD-P en SGBO/Actiecentrum politie. Bronnen: Infopunt Veiligheid/IFV Reacties

Nadere informatie

B1 - Basisplan en hoofdprocessen Inleiding en leeswijzer

B1 - Basisplan en hoofdprocessen Inleiding en leeswijzer B1 - Basisplan en hoofdprocessen B1 0 Inleiding en leeswijzer Inleiding In het basisplan ligt het accent op de bestuurlijke, organisatorische en coördinerende elementen bij het bestrijden van een ramp

Nadere informatie

Operationele Regeling VRU

Operationele Regeling VRU Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan. Deel 1

Regionaal Crisisplan. Deel 1 Regionaal Crisisplan Deel 1 Regionaal Crisisplan Deel 1 Veiligheidsregio Hollands Midden Datum: Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Voorwaardenscheppende processen... 3 2.1 Melden en alarmeren... 3 2.2 Op- en afschalen...

Nadere informatie

Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo)

Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Calamiteitencoördinator (CaCo) Dit erratum geeft invulling aan de huidige taakopvatting en werkwijze van de CaCo en dient

Nadere informatie

in samenwerking met de 21 gemeenten in de Regio Zuidoost-Brabant Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure

in samenwerking met de 21 gemeenten in de Regio Zuidoost-Brabant Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure in samenwerking met de 21 gemeenten in de Regio Zuidoost-Brabant 2011 Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Helmond Laarbeek Nuenen

Nadere informatie

Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 1 Inhoud Processen per kolom / hulpdienst Netcentrisch werken GRIP-opschaling

Nadere informatie

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD 2012 Inhoudsopgave Inleiding...2 Bedrijfsprocessen...2 Regionaal Beleidsteam...6 Gemeentelijk Beleidsteam...10 Regionaal Operationeel Team...12

Nadere informatie

VRHM REGIONAAL CRISISPLAN

VRHM REGIONAAL CRISISPLAN VRHM REGIONAAL CRISISPLAN Inhoud 1. Inleiding 4 2. Voorwaardenscheppende processen 6 2.1 Melden en alarmeren 6 2.2 Op- en afschalen 7 2.3 Leiding en coördinatie 8 2.4 Informatiemanagement 9 3. Beschrijving

Nadere informatie

Beschrijving GRIP 0 t/m 4

Beschrijving GRIP 0 t/m 4 RCP pocket Beschrijving GRIP 0 t/m 4 GRIP GRIP 0 Kenmerken incident Normaal dagelijkse werkwijzen van de hulpdiensten Afstemming in motorkapoverleg Dreigingsfase Preparatiestaf Aanwijzingen voor het ontstaan

Nadere informatie

Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK

Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK Risico- en crisisbeheersing Brandweer Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland (GMK) Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK Wie

Nadere informatie

Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe

Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe Johan Haasjes Vakspecialist Expertise Veiligheidsregio Groningen Versie 1.5 16 april 2014 (definitief) Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 De opschalingsniveaus

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Haaglanden

Regionaal Crisisplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden 2016-2019 Regionaal Crisisplan Haaglanden 2016-2019 t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Regionaal Crisisplan Haaglanden 2016-2019 t.b.v. multidisciplinaire

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan

Regionaal Crisisplan Regionaal Crisisplan Titel : Regionaal Crisisplan Bestandslocatie : G:\Staf\Vastgestelde documenten Versie : 3.0 Datum : 14 november 2011 Samenstellers : Projectgroep Regionaal Crisisplan Status : definitief

Nadere informatie

Functies en teams in de rampenbestrijding

Functies en teams in de rampenbestrijding B Functies en teams in de rampenbestrijding De burgemeester - De burgemeester heeft de eindverantwoordelijkheid voor en de algehele leiding bij het bestrijden van incidenten in de eigen gemeente; - De

Nadere informatie

Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant. Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg

Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant. Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg Regionaal crisisplan Regio Zuidoost-Brabant Deel 2: Deelplan Bevolkingszorg Colofon Opdrachtgever dhr. H.A.M. Arkesteijn Auteur(s) mw. D. Aarts dhr. B.M.J. Peute Versie geschiedenis: Versiedatum Veranderingen

Nadere informatie

Alle activiteiten zijn op maat te maken in overleg met de opdrachtgever. Ook kunt u activiteiten combineren.

Alle activiteiten zijn op maat te maken in overleg met de opdrachtgever. Ook kunt u activiteiten combineren. Introduceren en in gebruik nemen Regionaal Crisisplan: Wij zijn gespecialiseerd in de rampenbestrijding en crisisbeheersing en uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen rondom het Regionaal CrisisPlan

Nadere informatie

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage.

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage. Voorstel AGP 10 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 3 november 2014 Bijlagen : 1 Steller : Christel Verschuren Onderwerp : Regionaal Crisisplan 2014 Algemene toelichting Aanleiding Voor u ligt het. Veiligheidsregio

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan 2012

Regionaal Crisisplan 2012 Regionaal Crisisplan 2012 ------------- 2016 Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van de veiligheidsdirectie van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Adres: Veiligheidsregio Midden-

Nadere informatie

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas In the hot seat NIBHV Ede 24 november 2015 de crisis samen de baas Programma: Inleiding workshop Film: Samenwerking tijdens een GRIP incident Sitting in the hot seat: CoPI Even voorstellen Ymko Attema

Nadere informatie

Omgevingszorg. Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg

Omgevingszorg. Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg Omgevingszorg Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg Omgevingszorg Handboek Bevolkingszorg Deel D Datum: Kenmerk: Auteurs: Werkgroep Regionaal Crisisplan Bevolkingszorg Pagina 2 van 12 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen

Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen Uitgangspunten Opdracht Ontwikkelen van een opleiding om vertegenwoordigers van zorginstellingen toe te rusten als liaison in het CoPI. Pilot voor vijf Limburgse

Nadere informatie

GRIP en de flexibele toepassing ervan

GRIP en de flexibele toepassing ervan GRIP en de flexibele toepassing ervan Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote of complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. De afkorting GRIP staat voor gecoördineerde regionale

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Haaglanden. Vastgesteld 30 januari 2019

Regionaal Crisisplan Haaglanden. Vastgesteld 30 januari 2019 Regionaal Crisisplan Haaglanden Vastgesteld 30 januari 2019 Regionaal Crisisplan Haaglanden Opgesteld door: projectgroep Regionaal Crisisplan, samengesteld uit deelnemers vanuit het Bureau Gemeentelijke

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. De Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan. Veiligheidsregio Haaglanden

Regionaal Crisisplan. Veiligheidsregio Haaglanden 1 Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Haaglanden Door: Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing Haaglanden Brandweer Haaglanden Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Haaglanden Politie Haaglanden

Nadere informatie

REGIONAAL CRISISPLAN

REGIONAAL CRISISPLAN REGIONAAL CRISISPLAN 2012-2016 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant REGIONAAL CRISISPLAN 2012-2016 Versie juli 2014 - Deze pagina is bewust leeg gelaten - 2 Voorwoord De Veiligheidsregio Midden- en

Nadere informatie

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Waarom een addendum? Het beleidsplan 2012-2015 is op 7 juli 2011 in een periode waarop de organisatie volop in ontwikkeling

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Haaglanden. Regionaal

Regionaal Crisisplan Haaglanden. Regionaal Regionaal Crisisplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Door: Brandweer Haaglanden GHOR Haaglanden

Nadere informatie

Bijlage E: Observatievragen

Bijlage E: Observatievragen Bijlage E: Observatievragen Inhoudsopgave Waarnemervragen Meldkamer (MK) Waarnemervragen Commando Plaats Inicident (CoPI) Waarnemervragen Regionaal Operationeel Team (ROT) Waarnemervragen Team Bevolkingszorg

Nadere informatie

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten. BELEIDSPLAN 2011-2015 VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT Bijlage 3. Sturing en organisatie De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband

Nadere informatie

REFERENTIEKADER REGIONAAL CRISISPLAN 2009. Procesmodellen

REFERENTIEKADER REGIONAAL CRISISPLAN 2009. Procesmodellen REFERENTIEKADER REGIONAAL CRISISPLAN 2009 Het Referentiekader Regionaal Crisisplan 2009 Leeswijzer Begin vorig jaar is het projectteam Regionaal Crisisplan, in opdracht van de Veiligheidskoepels, gestart

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan 2012-2016 VRMWB. Regionaal Crisisplan 2012-2016

Regionaal Crisisplan 2012-2016 VRMWB. Regionaal Crisisplan 2012-2016 Regionaal Crisisplan 2012-2016 1 2 Voorwoord De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant omvat een gebied met veel uiteenlopende risico s. Veel ramp- en crisisscenario s kunnen zich potentieel in onze

Nadere informatie

GRIP Zeeland. Veiligheidsregio Zeeland. Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure. (afgeleid van het landelijke referentiekader GRIP)

GRIP Zeeland. Veiligheidsregio Zeeland. Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure. (afgeleid van het landelijke referentiekader GRIP) Veiligheidsregio Zeeland Vijf V s van Veiligheid Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure GRIP Zeeland (afgeleid van het landelijke referentiekader GRIP) Voorkomen Wij signaleren risico

Nadere informatie

Aan Regiegroep 17.02.2014. Aan Veiligheidsdirectie 27.02.2014. Goedkeuring Dagelijks bestuur 26.03.2014. Vaststelling Algemeen Bestuur 09.04.

Aan Regiegroep 17.02.2014. Aan Veiligheidsdirectie 27.02.2014. Goedkeuring Dagelijks bestuur 26.03.2014. Vaststelling Algemeen Bestuur 09.04. Voorstel CONCEPT AGP 12 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 9 april 2014 Bijlage : 1 Steller : Ruud Huveneers Onderwerp : Continuïteitsplan sleutelfunctionarissen hoofdstructuur Algemene toelichting De Veiligheidsregio

Nadere informatie

GRIP regeling VRMWB. Grip-regeling

GRIP regeling VRMWB. Grip-regeling Grip-regeling 2012-2016 1 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 1.1 Wet- en regelgeving 6 1.1.1 Regionaal Crisisplan 6 1.2 Doelgroep 6 2. GRIP 7 2.1 Introductie 7 2.2 Uitgangspunten 7 2.3 Organieke structuur

Nadere informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Zaaknummer: BVJL11 Onderwerp Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Collegevoorstel Inleiding Met de vaststelling van de Wet veiligheidsregio s heeft de veiligheidsregio Brabant-Noord de verplichting

Nadere informatie

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND HOE TE KOMEN TOT EEN ADEQUATE ORGANISATIE VAN INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER? IN AANSLUITING OP HET HANDBOEK INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER Uitgave van het Projectbureau

Nadere informatie

Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding. Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord

Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding. Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord Inhoud Veiligheidsregio algemeen Rol van de veiligheidsregio

Nadere informatie

Handboekje crisisorganisatie. Versie: oktober 2010

Handboekje crisisorganisatie. Versie: oktober 2010 Handboekje crisisorganisatie Versie: oktober 2010 2 Crisisorganisatie 3 Voor het bestrijden en beheersen van grootschalige incidenten of rampen moet de hulpverleningsorganisatie binnen korte tijd kunnen

Nadere informatie

De bestuurlijke aansturing van de crisisbeheersing

De bestuurlijke aansturing van de crisisbeheersing Kennispublicatie De bestuurlijke aansturing van de crisisbeheersing Infopunt Veiligheid Crises houden zich niet aan geografische of bestuurlijke grenzen. Bij een crisis van meer dan plaatselijke of regionale

Nadere informatie

Systeemtest Rapportage op basis van toetsingskader

Systeemtest Rapportage op basis van toetsingskader Systeemtest 2014 Rapportage op basis van toetsingskader Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Legenda 3 3 Totaaloverzicht 5 4 Invulling toetsingskader 6 4.1 Basisvereisten organisatie 6 4.2 Basisvereisten alarmering

Nadere informatie

Beschrijving Incident- en crisismanagementorganen Drenthe/Assen

Beschrijving Incident- en crisismanagementorganen Drenthe/Assen Beschrijving Incident- en crisismanagementorganen Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave: Inleiding... 2 1 Motorkapoverleg (MKO)... 2 2 Commando Plaats Incident (CoPI)... 2 2.1 Taken... 3 2.2 Bemensing...

Nadere informatie

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Officiële uitgave van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Nr. 420 14 december 2015 Organisatiebesluit Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Nadere informatie

GECOÖRDINEERDE REGIONALE INCIDENTENBESTRIJDINGSPROCEDURE ROTTERDAM-RIJNMOND

GECOÖRDINEERDE REGIONALE INCIDENTENBESTRIJDINGSPROCEDURE ROTTERDAM-RIJNMOND GECOÖRDINEERDE REGIONALE INCIDENTENBESTRIJDINGSPROCEDURE ROTTERDAM-RIJNMOND Colofon Dit document is tot stand gekomen onder regie van de afdeling Crisisbeheersing. Adres Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Nadere informatie

DOEN WAAR JE GOED IN BENT. De crisisorganisatie in Drenthe op hoofdlijnen

DOEN WAAR JE GOED IN BENT. De crisisorganisatie in Drenthe op hoofdlijnen DOEN WAAR JE GOED IN BENT De crisisorganisatie in Drenthe op hoofdlijnen DIT MOET ANDERS In 2009 besloot het bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe om crisisbeheersing op een andere manier vorm te geven

Nadere informatie

Regionaal Zeeuws Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2011-2015

Regionaal Zeeuws Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2011-2015 Regionaal Zeeuws Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2011-2015 versie 3.0 28 sep 2011 definitief deze pagina is bewust leeg gelaten Regionaal Zeeuws Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2011-2015 versie

Nadere informatie

Crisismodel GHOR. Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013

Crisismodel GHOR. Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013 Crisismodel GHOR Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013 Status Definitief Besluit Raad DPG d.d. 26 april 2013 Beheer PGVN

Nadere informatie

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig

Nadere informatie

Voorstel aan de raad. Nummer: B11-18866. Punt 10 van de agenda voor de vergadering van 10 april 2012. Onderwerp Voorstel inzake Kadernota Veiligheid.

Voorstel aan de raad. Nummer: B11-18866. Punt 10 van de agenda voor de vergadering van 10 april 2012. Onderwerp Voorstel inzake Kadernota Veiligheid. Voorstel aan de raad Nummer: B11-18866 Punt 10 van de agenda voor de vergadering van 10 april 2012. Onderwerp Voorstel inzake Kadernota Veiligheid. Wordt nagezonden. 1 Inhoud Over dit document... 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Over dit document... 4. Hoofdstuk 1 Inleiding... 6 Landelijke en regionale uitgangspunten... 8

Over dit document... 4. Hoofdstuk 1 Inleiding... 6 Landelijke en regionale uitgangspunten... 8 1 Inhoud Over dit document... 4 Hoofdstuk 1 Inleiding... 6 Landelijke en regionale uitgangspunten... 8 Hoofdstuk 2 Uitgangspunten... 8 Processen rampenbestrijding en crisisbeheersing... 9 Processen en

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan VRD

Regionaal Crisisplan VRD Regionaal Crisisplan VRD Veiligheidsregio Drenthe Datum: juli 2014 2/37 Inhoud 1. INLEIDING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Wettelijk en procedureel kader regionale crisisbeheersing... 3 1.3 Definitie crisis...

Nadere informatie

Brandweer GHOR Politie Gemeenten. Crisisplan IJsselland 2015-2018. Veiligheid: voor elkaar

Brandweer GHOR Politie Gemeenten. Crisisplan IJsselland 2015-2018. Veiligheid: voor elkaar Brandweer GHOR Politie Gemeenten Crisisplan IJsselland 2015-2018 Veiligheid: voor elkaar 2 Crisisplan IJsselland 2015-2018 Inhoud Voorwoord 5 1 Algemeen 7 1.1 Risicoprofiel 7 1.2 Doel en toepassing 8 1.3

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Zuid

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement u. Functie officier van dienst Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan VRZHZ

Regionaal Crisisplan VRZHZ Regionaal Crisisplan VRZHZ Algemeen Referentie: Regionaal Crisisplan VRZHZ Opgesteld door: Projectteam RCP Status: Versie 1.0 Datum: 16 juni 2011 Pagina 1/50 Inhoudsopgave 1. Algemeen... 3 1.1 Doel...

Nadere informatie

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 Bijlage 1 1. Inleiding Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 1.1 Aanleiding Bij de bestrijding van incidenten en rampen zijn naast de algemeen bestuurlijke

Nadere informatie

CRISISPLAN Veiligheidsregio Kennemerland 2015

CRISISPLAN Veiligheidsregio Kennemerland 2015 CRISISPLAN Veiligheidsregio Kennemerland 2015 VASTGESTELD DOOR AB 16 FEBRUARI 2015 INGANGSDATUM 1 APRIL 2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 4 1. Crisisbeheersing... 7 1.1. Kaders... 7 1.2.

Nadere informatie

Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van Het bestuur van Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van Het bestuur van Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van Het bestuur van Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Adres: Postbus 350 3300 AJ Dordrecht www.vrzhz.nl Druk: versie 3.0 september 2013 Beheer: Het

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Definitief vastgesteld op 04-07-2014

Regionaal Crisisplan Definitief vastgesteld op 04-07-2014 Regionaal Crisisplan Definitief vastgesteld op 04-07-2014 Pagina 2 van 25 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding 3 1.1 Een levend document voor een dynamische wereld 3 1.2 Doel en kader van het Regionaal

Nadere informatie

Basiskennis crisisbeheersing

Basiskennis crisisbeheersing Basiskennis crisisbeheersing Reader bij e-learning basiskennis crisisbeheersing (versie 2.2) Expertgroep basiskennis crisisbeheersing Redactie: Sjan Martens Basiskennis crisisbeheersing Reader bij e-learning

Nadere informatie

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen s, Politie en Art. 1 Doelen Partijen maken afspraken over: 1. organiseert bijeenkomsten voor de Doorlopend naar - Het vergroten

Nadere informatie

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inleiding Het voorliggende Rampenplan Gemeente Assen 2007 beschrijft de organisatie en werkwijze van de

Nadere informatie

Lokaal bestuur en de Wet veiligheidsregio s

Lokaal bestuur en de Wet veiligheidsregio s Kennispublicatie Lokaal bestuur en de Wet veiligheidsregio s De 8 meest gestelde vragen Infopunt Veiligheid Al langer wordt algemeen erkend dat de bestrijding van rampen en crisis niet binnen de eigen

Nadere informatie

Bevolkingszorg. De weg naar een regionale organisatie

Bevolkingszorg. De weg naar een regionale organisatie Bevolkingszorg De weg naar een regionale organisatie 1 1. Inleiding In de 2 e helft van 2011 is het project Ontwikkeling Bevolkingszorg opgestart. Met dit project wordt beoogd dat de sectie Bevolkingszorg

Nadere informatie

MELDING EN ALARMERING

MELDING EN ALARMERING Over deze brochure In deze brochure staan de hoofdlijnen van het Coördinatieplan Rampenbestrijding Waddenzee. Dit plan beschrijft de samenwerking en afstemming die nodig is tussen overheden en hulpdiensten

Nadere informatie

DE NIEUWE GHOR. 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman

DE NIEUWE GHOR. 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman DE NIEUWE GHOR 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman De GHOR komt in de pubertijd 13 jaar WAT NU? Andere omgeving Nieuwe Rector Nieuwe conrectrice De werelden van zorg en veiligheid Wetgeving Departement Sturing

Nadere informatie

Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017

Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017 Regionaal Crisisplan Utrecht 2014-2017 Regionaal Crisisplan Utrecht Opgesteld door: projectteam crisisplan, samengesteld uit deelnemers vanuit gemeenten, politie, RMC, waterschappen, VRU Het beheer van

Nadere informatie