BuildDesk kennisdocument
|
|
|
- Robert Thys
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BuildDesk kennisdocument Verkoopwaarde hoger bij groen energielabel Conclusies onderzoek Brounen en Kok ondanks kritiek RIGO grotendeels overeind. Woningen met een groen label brengen meer op. Samenvatting In opdracht van de rijksoverheid hebben prof. dr. Dirk Brounen en dr. Nils Kok onderzoek verricht naar de gevolgen van het energielabel voor de Nerderlandse markt voor koopwoningen. In het artikel On the economics of energy labels in the housing market publiceren zij de resultaten voor de periode 2008 en De belangrijke uitkomsten zijn dat woningen met een groen energielabel gemiddeld meer opbrengen en dat een negatief sentiment rond het energielabel de waarde van een groen energielabel doet afnemen. Een jaar later is dit onderzoek herhaald om de cijfers uit 2010 zichtbaar te maken. Vooral deze laatste onderzoeksresultaten zijn fel bekritiseerd door RIGO, maar blijven voor een groot deel overeind. Na de onderzoeksperiode 2008 tot en met 2010 zijn de energieprijzen verder gestegen en zijn energiebesparing en zonnepanelen onder het grote publiek, gangbaarder en belangrijker geworden. De verwachting is daarom dat een nieuw onderzoek nog scherpere resultaten laat zien. Achtergrond Het energielabel is in 2008 ingevoerd op de Nederlandse woningmarkt. Met de collectieve invoering heeft Nederland getracht om de energieprestatie van woningen transparant en vergelijkbaar te maken waardoor de energieprestatie van invloed kan zijn bij de aanschaf van een woning. Logischerwijs zijn er sinds de invoering van deze maatregel vele discussies ontstaan op diverse niveaus. Tot 2010 was er echter nog geen empirisch onderbouwd onderzoek verschenen over de gevolgen van het energielabel voor de woningmarkt. Dirk Brounen en Nils Kok (2010) hebben als eerste empirisch onderzoek gedaan naar de implicaties van het energielabel voor de Nederlandse markt voor koopwoningen voor de periode 2008 en Dit onderzoek is een jaar later herhaald, waarbij het jaar 2010 ook is opgenomen (Brounen en Kok, 2011). Vooral dit laatste onderzoek is niet onbetwist gebleken. RIGO heeft stevige kritiek geuit op de onderzoeksmethode, de onderliggende aannames en de integriteit van de auteurs. (Berkhout en de Wildt, 2011) Opbouw In de navolgende tekst worden eerst de onderzoeksopzet en belangrijkste bevindingen van het onderzoek van Brounen en Kok uit 2010 omschreven. Vervolgens worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek uit 2011 beschreven, waarna de kritiekpunten van RIGO aan de orde komen. Tot slot worden beide standpunten beoordeeld.
2 Data Agentschap NL heeft data beschikbaar gesteld betreffende de energielabels van alle Nederlandse koopwoningen. De NVM heeft data beschikbaar gesteld met betrekking tot adres, woningeigenschappen en transacties. Via het CBS zijn data verkregen met betrekking tot bevolkingsdichtheid en inkomen op postcodeniveau. Binnen deze dataset zijn significante verschillen geconstateerd tussen de eigenschappen van woningen mét en zonder een energielabel. Daaruit volgt de conclusie dat de keuze om een woning al dan niet te voorzien van een energielabel niet uitsluitend afhangt van de energetische kwaliteit van de woning, maar vooral van de persoonlijke voorkeur van de woningeigenaar. Als gevolg hiervan is de steekproef met gelabelde woningen geen representatieve afspiegeling van de gehele populatie woningen. Voor dit sample selection probleem moet gecorrigeerd worden alvorens de gegevens te interpreteren. In hun onderzoek hebben Brounen en Kok deze correctie uitgevoerd met behulp van de Heckman two step methode (Heckman, 1979). Bevindingen uit onderzoek Brounen en Kok presenteren na een uitgebreide omschrijving van de data hun regressieresultaten, met als belangrijkste uitkomsten: Woningen met een groen energielabel (A,B en C) brengen gemiddeld 3,6% meer op dan woningen met een rood label (D,E,F en G). Hierbij is gecorrigeerd voor de volgende elementen: locatie, leeftijd, woningtype, onderhoud, verwarmingstype, grootte van de woning, aantal slaapkamers, isolatie en de monumentstatus. Woningen met het energielabel A brengen gemiddeld 10,2% meer op dan woningen met energielabel D. Ook hier is gecorrigeerd voor bovenstaande factoren. Woningen met energielabel D brengen gemiddeld 5% meer op dan woningen met energielabel G. Ook hier is gecorrigeerd voor bovenstaande factoren. De adoptiegraad is laag. Slechts 18% van de verkochte woningen was voorzien van een energielabel. Daarbij waren de verhoudingen niet gelijk verdeeld over de onderzoeksperiode. Een analyse van alle publicaties over het label en de adoptiegraad toont een duidelijke relatie tussen het percentage gelabelde woningen en het sentiment in de media. Negatieve sentimenten over het energielabel, doen de waarde van een groen (A, B, C) energielabel dalen. Reden hiervoor is dat er door de negatieve berichtgeving over het energielabel, minder waarde wordt gehecht aan de totstandkoming ervan met als gevolg dat consumenten niet bereid zijn te betalen voor een woning met een onbetrouwbaar groen energielabel. Belangrijkste bevindingen uit onderzoek 2010 Brounen en Kok herhalen na een analyse van 2008 en 2009 het onderzoek met de gegevens van 2010, met als belangrijkste uitkomsten: Woningen met een groen (A, B, C) energielabel verkopen gemiddeld een maand sneller dan woningen met een rood energielabel. Woningen met een groen energielabel brengen in 2008, 2009 en 2010 respectievelijk 3,7, 1,92 en 2,55% meer op dan een rood (D, E, F, G) energielabel. De volatiliteit van de uitkomsten wordt verklaard door berichtgevingen in de media. Berichten met een negatief sentiment doen hierbij de waarde van een groen energielabel afnemen.
3 Woningen met een energielabel A brengen in 2010 gemiddeld 10% meer op dan een woning met een gemiddeld D label. Woningen met energielabel D brengen in 2010 gemiddeld 4% meer op dan woningen met een gemiddeld G label. Kritiek De belangrijkste kritiek op het onderzoek komt vanuit RIGO. In Cobouw publiceren Berkhout en de Wildt (2011) een opinieartikel waarin de vloer wordt aangeveegd met de laatst verschenen analyse van Brounen en Kok (2011). Hierin wordt het ongewenst gevonden dat de rijksoverheid als opdrachtgever van dit onderzoek haar beleid van onverplichte verplichting probeert te maskeren met een pseudowetenschappelijk onderzoek. Door te stellen dat consumenten bereid zijn om gemiddeld 2,55% (ofwel 6.000, ) meer te betalen voor een woning met een groen energielabel, wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat het energielabel zijn geld meer dan waard is. Dat is misleidend, want in werkelijkheid is het verkregen label het resultaat van investeringen die in het verleden al dan niet zijn gedaan om de energieprestatie op het betreffende niveau te krijgen. De meerprijs voor een energiezuinige woning kan niet los gezien worden van de benodigde investeringen om deze op het gewenste niveau te krijgen. Gezien de voorbeeldwoningen van Agentschap NL, die een investering verlangen van , tot , (Agentschap NL, 2011) om van een rood naar een groen te verkleuren, is het alsnog een verliesgevende zaak, gezien de gemiddelde 6.000, meerwaarde van een energiezuinige woning. Naast bovengenoemd punt, zetten Berkhout en de Wildt grote vraagtekens bij de kwaliteit van de gebruikte data en de interpretatie ervan. De data zouden bijvoorbeeld misleidend zijn omdat het wel of niet laten opstellen van een energielabel de vrije keuze is van de eigenaar. Dit blijkt ook uit de data analyse, waaruit onder meer naar voren kwam dat de gemiddelde verkoopprijs van gelabelde woningen een kwart lager ligt dan de gemiddelde verkoopprijs van een niet gelabelde woning. Voorts wordt er volgens Berkhout en de Wildt bij de interpretatie van de gegevens voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat de verschillen in transactieprijzen te verklaren zijn uit andere variabelen dan het energielabel, bijvoorbeeld uit locatie, leeftijd en onderhoud. Tot slot stellen Berkhout en de Wildt dat Brounen en Kok geen enkel argument aanvoeren waaraan het waargenomen verschil in verkoopsnelheid te wijten kan zijn anders dan aan het energielabel. Sterker nog, hun analyse laat zien dat het vermeende verband heel dubieus is. Binnen de steekproef van gelabelde woningen wordt namelijk geen duidelijk verband met de afzonderlijke labelcategorieën waargenomen. Om precies te zijn: de woningen met labels B t/m F (tezamen 92 % van de gelabelde woningen) hebben statistisch geen verschillende verkoopsnelheid, aldus Berkhout en de Wildt. Bij de extremen label A en label G zijn de verschillen wel significant. Reflectie en conclusie Ondanks de kritiek van Berkhout en de Wildt, blijven de uitkomsten van het onderzoek van Brounen en Kok voor het overgrote deel overeind. Toch hebben Berkhout en de Wildt ook valide punten aangedragen waardoor de resultaten door de lezers genuanceerder geïnterpreteerd kunnen worden. Brounen en Kok hebben in het eerste onderzoek (2010) de onderzoeksmethoden besproken.
4 In het vervolgonderzoek (Brounen en Kok, 2011) worden alleen de belangrijkste resultaten van het herhaalonderzoek besproken en is de uitleg van de onderzoeksmethoden grotendeels achterwege gebleven. Berkhout en de Wildt verwijzen echter consequent naar het herhaalonderzoek, wat de suggestie wekt dat ze geen kennis hebben genomen van het eerder verschenen artikel. In het eerste artikel wordt op een legitieme wijze afgerekend met de problemen die voortkomen uit de vrije keus van de consumenten, ofwel sample selectie problemen, door de data te transformeren volgens de Heckman two step methode (Heckman, 1979). De argumenten die Berkhout en de Wildt aandragen zijn wat mij betreft dan ook ongegrond. Een volgend kritiekpunt van Berkhout en de Wildt is dat er geen andere oorzaken voor het prijsverschil zijn aangeduid dan het energielabel. Brounen en Kok hebben echter in het onderzoek de gevolgen van de groene component geïsoleerd door te corrigeren voor onder andere: locatie, leeftijd, woningtype, onderhoud, verwarmingstype, aantal slaapkamers en isolatie. Brounen en Kok hebben hier dus wel degelijk rekening gehouden met andere verklaringen voor het prijsverschil. Uiteraard zijn niet alle mogelijke verklaringen en variabelen gedekt, maar dat zou een ondoenlijke zaak zijn. Op dit punt is de kritiek wat mij betreft dan ook ongegrond. Vervolgens stellen Berkhout en de Wildt dat de woning meer waard is door de betere energetische kwaliteit. De meerprijs voor een energiezuinige woning kan niet los gezien worden van de benodigde investeringen om deze op het gewenste niveau te krijgen. Dit klopt inderdaad, maar ze slaan de plank volledig mis bij de calculatie van de upgradingskosten. Zij stellen dat de kosten van een upgraden van een groen naar een rood energielabel tussen de , tot , ligt, volgens de voorbeeldwoningen van Agentschap NL (2011). Wat er niet bij wordt vermeld is dat de woningen volgens Agentschap NL van energielabel G of F worden gebracht naar energielabel A of B en dat de investering vele male kleiner is voor kleinere labelsprongen. Indien echter de investering van , tot , wordt aangehouden, dient ook te worden gekeken naar de extra opbrengsten van een upgrading van energielabel G naar A. Deze extra opbrengsten zijn volgens Brounen en Kok maar liefst 14%, wat overeenkomt met een bedrag van ,! Tot slot merken Berkhout en de Wildt op dat Brounen en Kok geen enkel argument aanvoeren waaraan het waargenomen verschil van een maand verkoopsnelheid te wijten kan zijn, anders dan aan het energielabel. Hier hebben Berkhout en de Wildt een valide punt van kritiek aangedragen. Op basis van het onderzoek van Brounen en Kok kan er dus niet worden gesteld dat woningen met een groen energielabel (A,B,C) sneller verkopen dan rode labelwoningen (D,E,F,G). Wat echter wel van kracht blijft is de bewering dat een woning met energielabel A gemiddeld sneller verkoopt dan een woning met energielabel D en dat een woning met energielabel D gemiddeld sneller verkoopt dan een woning met energielabel G. Alles in overweging genomen hebben Berkhout en de Wildt deels valide kritiek geleverd op het onderzoek. Er mag niet zonder meer geconcludeerd worden dat een woning met een groen energielabel sneller verkoopt dan een woning met een rood label. Echter, veruit het grootste deel van de uitkomsten blijft overeind: groen gelabelde woningen brengen meer op dan rood gelabelde. De meeropbrengst is ruim voldoende om de investeringen te betalen.
5 Handvatten voor de praktijk De analyse met wetenschappelijke onderbouwing komt neer op een belangrijke maar zeer simpele conclusie, namelijk dat koopwoningen met een groen energielabel gemiddeld meer opbrengen dan woningen met een rood label. Dat klinkt interessant, maar betekent dit dat alle woningen gerenoveerd moeten worden naar een groen energielabel? Het antwoord hierop is niet eenduidig en zal per geval verschillen. Wel kan worden geconcludeerd dat de extra investeringskosten over het algemeen lager zijn dan de gecreëerde meerwaarde. Voor particulieren die hun woning willen verkopen en professionele vastgoedeigenaren met een uitpondstrategie is het dus rendabel om energiemaatregelen toe te passen. Let hierbij wel op dat de financieringskosten, interne inspanningen en eventuele herhuisvestingskosten niet zijn ingesloten. Indien de woning niet op korte termijn wordt verkocht kan er tot die tijd nog geprofiteerd worden van de besparing op de energierekening en een verhoging van de huurinkomsten. Een relevante kanttekening is dat de onderzoeken zijn verricht over de jaren 2008, 2009 en Inmiddels zijn de energieprijzen verder gestegen, is de markt voor koopwoningen verder vastgelopen en is er meer interesse in duurzaamheid (vooral zonnepanelen). Als gevolg hiervan is de positie van de verkopende partij verder verzwakt en wordt de hoogte van de energierekening steeds vaker op de agenda gezet bij de aanschaf van een woning. Daarbij zijn de sentimenten in de media, na de invoering van het vernieuwde energielabel meer positief. Alles bijeengenomen wordt verwacht dat de verschillen tussen woningen met een goede en slechte energieprestatie groter zullen zijn bij een herhaling van het onderzoek in de jaren na Tot slot past de opmerking dat de markt voor koopwoningen niet kan worden vergeleken met de markt voor huurwoningen. Het onderzoek van Brounen en Kok kan daarom niet worden ingezet om de meerwaarde van een energiezuinige huurwoning aan te tonen. Voor dit aspect verwijs ik graag naar mijn master thesis waarin de meerwaarde van energiezuinige huurwoningen wordt aangetoond (Martens, 2012). Referenties Agentschap NL (2011), voorbeeldwoningen bestaande bouw Verkrijgbaar via: 11%20bestaande%20bouw.pdf Berkhout, P. & de Wildt, R., Cobouw, Berkhout, P. & de Wildt, R. (2011). Ontmasker de waarde van het energielabel. Verkrijgbaar via: NL/Home/Actueel/_p/itemid/2519/Ontmasker de waarde van hetenergielabel.aspx Brounen, D., & Kok, N. (2010). On the economics of energy labels in the housing markets. Journal of Environmental Economics and Management, 62(11), Brounen, D., & Kok, N. (2011), het energielabel op de koopwoningmarkt. Verkrijgbaar via: %20koopwoningmarkt.pdf
6 Heckman, J.J., Sample selection bias as a specification error, Econometrica 47 (1979) Martens, E., (2012), energieprestatie en beleggingswaarde. Master thesis Vastgoedkunde Rijksuniversiteit Groningen. Verkrijgbaar via: [email protected] Auteurs: Erik Martens en Bert Weevers [email protected] Tel /
BuildDesk kennisdocument
BuildDesk kennisdocument Energieprestatie en beleggingswaarde De beleggingswaarde neemt toe bij een beter energielabel. Op basis van een statistische analyse is de conclusie overduidelijk. Samenvatting
Energie: meerwaarde op de woningmarkt
Energie: meerwaarde op de woningmarkt Dirk Brounen (RSM Erasmus, [email protected]) Nils Kok (UC Berkeley & Universiteit Maastricht, [email protected]) Op 26 november liet minister van der Hoeven
Wat vinden bedrijven?
Wat vinden bedrijven? Een peiling onder HRM ers en P&O ers over het in dienst nemen van een Wajongere Juni 2009 * Kenniscentrum CrossOver * Nieuwegein COLOFON Uitgave: Kenniscentrum CrossOver Schouwstede
Marktevoluties België: nieuwbouw - bestaande woningen Toenemend belang betaalbaarheid
Marktevoluties België: nieuwbouw - bestaande woningen Toenemend belang betaalbaarheid Roel Helgers Centrum voor Economische Studiën KU Leuven 15 e isolatiedag 18 september 2014 Antwerpen R. Helgers (CES,
De waardevaststelling van een woning Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam
Rapport Gemeentelijke Ombudsman De waardevaststelling van een woning Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam Datum: 17 juli 2007 RA0612804 Samenvatting De Dienst Belastingen stelt in 2005 de WOZ-waarde van
Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid
Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid Dr.ir. P.W. Heijnen Faculteit Techniek, Bestuur en Management Technische Universiteit Delft 22 april 2010 1 1 Introductie De
Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding
Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven Datum Referentie Behandeld door 13 december 2011 20111278-07 P. Smoor/LSC 1 Inleiding
Persbericht woningmarktcijfers 3 e kwartaal 2018 NVM afdeling t Gooi. Huizen, 11 oktober Geachte heer, mevrouw,
Persbericht woningmarktcijfers 3 e kwartaal 2018 NVM afdeling t Gooi Huizen, 11 oktober 2018 Geachte heer, mevrouw, Donderdag 11 oktober 2018, zijn na 10.00 uur de marktcijfers bekend gemaakt van het 3
Gemeente Delft. Subsidie informatie. Bestaande stad bespaart energie
Gemeente Delft Subsidie informatie Bestaande stad bespaart energie De subsidie Bestaande stad bespaart energie is bestemd voor het stimuleren van energiebesparende maatregelen en het gebruik van duurzame
Vergelijking van de sociale huurwoning voorraad met de particuliere huurwoning voorraad
Vergelijking van de sociale huurwoning voorraad met de particuliere huurwoning voorraad Inleiding Op 1 oktober 2012 is een meting van de nultredenwoningen binnen de sociale huurwoning voorraad, die in
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal der Staten Generaal Postbus EA DEN HAAG
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Turfmarkt 147 Den Haag Postbus
Waardering van leefbaarheid en woonomgeving
Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.
Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen. Verschillen naar woningtype en energielabel
Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen Verschillen naar woningtype en energielabel Financieringslastpercentages voor verschillende soorten woningen Verschillen naar woningtype
Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars
Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen
Bijlage I Analyse Woningmarkt
NVM Bijlage I Analyse Woningmarkt 2e kwartaal 2010 NVM Data & Research 8-7-2010 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 TRANSACTIES Aantal Verkopen Het totale aantal
BuildDesk kennisdocument
BuildDesk kennisdocument Groot economisch en maatschappelijk voordeel van energieneutraal renoveren Woningverbetering naar energieneutraal in de sociale huursector is economisch en maatschappelijk zeer
Prijsontwikkeling koopwoningen
Prijsontwikkeling koopwoningen 1. Doelen De doelen van deze les zijn: Leerlingen leren het belang van definities en hoe verschillende definities kunnen leiden tot verschillende uitkomsten en conclusies;
December 2014 Betalen aan de kassa 2013
December 2014 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland
De Energiebesparingsverkenner woningbouw voor professionals
De Energiebesparingsverkenner woningbouw voor professionals Voor van uw klanten of huurders Breng de mogelijkheden voor energiebesparing snel en gemakkelijk in beeld energiebesparingsverkenner.rvo.nl Wilt
Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico
Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Wynand van de Ven en Erik Schut Wederreactie op Douven en Mannaerts In ons artikel in TPEdigitaal (Van de Ven en Schut 2010) hebben wij uiteengezet
Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek
Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen
u kunt er niet omheen
EPA-W Advies Het energielabel: u kunt er niet omheen Eigenaren van woningen zijn bij de verkoop of verhuur verplicht om een Energielabel te overhandigen aan de koper of huurder. Als erkend EPA-W Adviseur
Regionale Analyse. Alkmaar e.o. (NVM regio n. Kennemerland) 2 e kwartaal , Alkmaar
Regionale Analyse Alkmaar e.o. (NVM regio n. Kennemerland) 2 e kwartaal 2017 15-7-2017, Alkmaar De cijfers in deze rapportage zijn gebaseerd op door NVM-makelaars aan- en afgemelde koopwoningen bestaande
UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE
UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE 3 E KWARTAAL 211 Gemaakt voor NVM Wonen Gemaakt door NVM Data & Research Inhoudsopgave 1 Introductie enquête... 3 1.1 Periode... 3 1.2 Respons... 3 2 Staat van de woningmarkt...
IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013
IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013 Wat vindt Nederland van de ziekenhuizen en de ziekenhuiszorg? Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013 Wat vindt Nederland van de ziekenhuizen en
Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft
Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De
Stadjers over energie en energiebesparing. Een Stadspanelonderzoek
B A S I S V O O R B E L E I D Stadjers over energie en energiebesparing Een Stadspanelonderzoek Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling voor en uitvoering van
Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde
Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Hardell L, Carlberg M, Söderqvist F, Hansson Mild K, Meta-analysis of long-term
Noodzaak: energielasten beheersbaar houden voor Titel lagere inkomens
Noodzaak: energielasten beheersbaar houden voor Titel lagere inkomens Subtitel >> Als Cover het voetregel gaat om energie en klimaat De kosten voor gas en elektriciteit drukken steeds zwaarder op het besteedbare
Erdal Aydin (Maastricht University) Dirk Brounen (Tilburg University)
Erdal Aydin (Maastricht University) Dirk Brounen (Tilburg University) In januari 2015 werden alle Nederlandse woningen voorzien van een voorlopig energielabel. Een gratis label dat de energiezuinigheid
Een steekproef van 20.000 personen is in januari 2006 door het Nederlandse Donateurspanel benaderd om mee te doen aan delweemaandelijkse monitor van
Een steekproef van 20.000 personen is in januari 2006 door het Nederlandse Donateurspanel benaderd om mee te doen aan delweemaandelijkse monitor van het donateursvertrouwen. Het veldwerk is uitgevoerd
Zonnepanelen in Nederland
bezoekadres Marnixkade 1015 ZL Amsterdam 109 postadres Postbus 1001 E T [email protected] MG 15262 F Amsterdam W +31 www.motivaction.nl (0)20 589 83 83 00 Zonnepanelen in Nederland Draagvlak en gebruik
Woningmarktcijfers 1e kwartaal 2013
8 april 2013 NVM Data & Research Niveau (t.o.v.) 2012-4 (t.o.v.) Opmerking Aantal transacties 17.577-30,3% - 6,4% Gemiddelde verandering t.o.v. 4 e kwartaal: -8,5%. Totale markt naar schatting 23.750 woningen.
Rapport Monitoring convenant particuliere huur
Rapport Monitoring convenant particuliere huur Versie 1.5 Datum december 2017 Status definitief Inhoud 1 Inleiding... 4 2 Introductie op het convenant... 5 2.1 Achtergrond 5 2.2 Uitgangspunten monitoring
Bowling alone without public trust
Bowling alone without public trust Een bestuurskundig onderzoek naar de relatie tussen een ervaren sociaal isolement van Amsterdamse burgers en de mate van publiek vertrouwen dat deze burgers hebben in
Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting
xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het
Sprekende Cijfers. Kwartaalbericht Q4 Woningmarkt. Gemeente Rotterdam. Sprekende Cijfers 2010-4 / Woningmarkt gemeente Rotterdam
Sprekende Cijfers 2010-4 / Woningmarkt gemeente Rotterdam Sprekende Cijfers Kwartaalbericht Q4 Woningmarkt pagina 1 van 8 Gemeente Rotterdam Gemeente Rotterdam Januari 2011 Inleiding Beste lezer, Voor
Nadere regels initiatievenbudget Samen werken aan duurzame energie Almere 2015-2017
Nadere regels initiatievenbudget Samen werken aan duurzame energie Almere 2015-2017 Het college van burgemeester en wethouders van Almere, Gelet op artikel 2, eerste lid aanhef en onder h en artikel 3
Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die
Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal
Stadjers over energie en energiebesparing. Een Stadspanelonderzoek
B A S I S V O O R B E L E I D Stadjers over energie en energiebesparing Een Stadspanelonderzoek Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling voor en uitvoering van
Het Energielabel op de Koopwoningmarkt
Het Energielabel op de Koopwoningmarkt De laatste stand van zaken Prof.dr. Dirk Brounen Universiteit van Tilburg Dr. Nils Kok Maastricht University Een gemiddelde Nederlandse koopwoning is gebouwd in 1964,
ENERGETISCHE VERBETERINGSMAATREGELEN IN DE SOCIALE HUURSECTOR ENKELE UITKOMSTEN VAN DE SHAERE-MONITOR 2010-2013
ENERGETISCHE VERBETERINGSMAATREGELEN IN DE SOCIALE HUURSECTOR ENKELE UITKOMSTEN VAN DE SHAERE-MONITOR 2010-2013 1 WAT IS DE SHAERE-MONITOR? In de afgelopen jaren zijn allerlei initiatieven ontplooid om
Onderzoek Houten Jongeren en Wonen
Onderzoek Houten Jongeren en Wonen Juni 2007 www.adv-mr.com Utrechtseweg 101, 3702 AB Zeist Inhoud Inleiding Vanuit woonstichting Viveste en de gemeente Houten is een behoefte aan onderzoek naar de woonwensen
RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM
11-46tus RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Taxatie. Summiere onderbouwing van vastgestelde waarden. Taxateurs opgedragen met
Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.
Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden
Regionale Analyse. Alkmaar e.o. NVM regio (noord) Kennemerland. 2 e kwartaal , Alkmaar
Regionale Analyse Alkmaar e.o. NVM regio (noord) Kennemerland 2 e kwartaal 2018 12-7-2018, Alkmaar 1 Welkom bij regionale analyse van de regio (noord) Kennemerland*. Deze rapportage is gemaakt door VLIEG
Regionale Analyse Regio 38 het Gooi. 1e kwartaal 2012
Regionale Analyse Regio 38 het Gooi 1e kwartaal 2012 NVM Data & Research 5-4-2012 Gebiedsindeling: Regio 38 het Gooi Gemeenten: Waarvan de plaatsen: Baarn Alle plaatsen Eemnes Alle plaatsen Loenen Nigtevecht
Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij
Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid
Onderzoeksopzet. Trends in Service 2010
Onderzoeksopzet Trends in Service 2010 Utrecht, oktober 2010 1. Inleiding De sociale netwerken nemen een steeds belangrijker plaats in in de communicatie tussen bedrijven en hun (potentiële) klanten en
AFM Consumentenmonitor voorjaar 2013 Roodstand
AFM Consumentenmonitor voorjaar 20 Roodstand Juni 20 GfK 20 AFM Consumentenmonitor Juni 20 1 Management Summary Bijna de helft van alle Nederlanders staat wel eens rood. Diegenen die niet rood kunnen staan,
Vereenvoudiging Energielabel. Het Indicatieve Energielabel vergroot foutmarges
Het Indicatieve Energielabel vergroot foutmarges Vereenvoudiging Energielabel 1 Het Indicatieve Energielabel vergroot foutmarges INHOUDSOPGAVE Aanleiding Pagina 3 Verbeterpunten volgens VBO Makelaar Pagina
Conclusies. Martijn de Ruyter de Wildt en Henk Eskes. KNMI, afdeling Chemie en Klimaat Telefoon +31-30-2206431 e-mail mruijterd@knmi.
Lotos-Euros v1.7: validatierapport voor 10 en bias-correctie Martijn de Ruyter de Wildt en Henk Eskes KNMI, afdeling Chemie en Klimaat Telefoon +31-30-2206431 e-mail [email protected] Conclusies Bias-correctie:
juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen
juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Auteurs Marcel Warnaar Jasja Bos Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 2 METHODE... 4 2.1 Inleiding... 4 2.2 Energielasten in de standaard berekening...
Kernboodschappen Woningcorporaties Nederland dicht bij huis
Kernboodschappen Woningcorporaties Nederland dicht bij huis Oktober 2014 Thema 1 Goed wonen en een goede dienstverlening We vinden het in Nederland normaal dat iedereen goed kan wonen. Maar niet iedereen
HUREN IN HEERHUGOWAARD
HUREN IN HEERHUGOWAARD Cijfers over woningzoekenden, weigeringen, verhuringen en de slaagkansen van jongeren De positie van jongeren op de lokale woningmarkt van Heerhugowaard in regionaal perspectief
Barometer Vastgoedmanagement Nederland 2014
IX LAST BUT NOT LEAST Barometer Vastgoedmanagement Nederland 2014 Meer vastgoedmanagement uitbesteden Annette Tjeerdsma en Jan Veuger In het voorjaar (mei/juni) van 2014 is voor het eerst een vragenlijst
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift bestudeert het gebruik van handelskrediet in de rijstmarkten van Tanzania. 18 We richten ons daarbij op drie aspecten. Ten eerste richten we ons op het
ONDERZOEK. Heterogene en homogene klassen 3 H/V
ONDERZOEK Heterogene en homogene klassen 3 H/V In opdracht van: Montessori Lyceum Amsterdam Joram Levison Jeroen Röttgering Lisanne Steemers Wendelin van Overmeir Esther Lap Inhoudsopgave Inhoudsopgave
Energielabel voor woningen. Antwoorden op de meest gestelde vragen
Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen 02 Inhoud 1. Waarom deze brochure? 03 2. De feiten op een rij 05 3.
Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld
Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld Onderzoeksresultaten fase 1, 2, en 3 Elisabeth Hoekstra Goda Perlaviciute Linda Steg [email protected] www.onderzoekgaswinning.nl 1 5 Introductie
1 e Monitor Energie Besparen Gooi en Vecht Resultaten op 31 december 2013
1 e Monitor Energie Besparen Gooi en Vecht Resultaten op 31 december 2013 Inleiding Het doel van het project Energie Besparen Gooi en Vecht is om in drie jaar tijd 4.000 woningen te verduurzamen. Onder
Energielabel onderzoek Wijksteunpunten Wonen, mei 2011
Energielabel onderzoek Wijksteun Wonen, mei 2011 De conclusies Het Stedelijk Bureau heeft onderzocht wat de gevolgen zijn van de invoering van het energielabel in het Woning Waardering Systeem (WWS) voor
Energieprestatie en beleggingswaarde de meerwaarde van energiezuinige huurwoningen voor beleggers
Energieprestatie en beleggingswaarde de meerwaarde van energiezuinige huurwoningen voor beleggers COLOFON Titel: Energieprestatie en beleggingswaarde de meerwaarde van energiezuinige huurwoningen voor
Het onderzoeksverslag
Het onderzoeksverslag Rian Aarts & Kitty Leuverink Onderzoeksverslag (zie ook handboek blz. 306) Titel en Titelpagina Voorwoord Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding (ook wel: Aanleiding) Probleemstelling
Hoe betrouwbaar is Wikipedia voor het doen van onderzoek? Leroy Remor. Hogeschool Rotterdam,
1 Running head: WIKIPEDIA BETROUWBAAR VOOR HET DOEN VAN ONDERZOEK? Hoe betrouwbaar is Wikipedia voor het doen van onderzoek? Leroy Remor Hogeschool Rotterdam, Abstract: Een kort essay over het gebruik
