GELUIDSLEER 1. TRILLINGEN
|
|
|
- Rebecca Verstraeten
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 GELUIDSLEER 1. TRILLINGEN Geluiden zijn trillingen in de lucht, uiterst kleine en snelle schommelingen van de luchtdruk. Deze trillingen worden opgewekt door geluidsbronnen, en planten zich voort zoals golven in het water; geluidsgolven verspreiden zich echter in alle richtingen, als een steeds groter wordende bol. De snelheid van deze geluidsgolven is ca. 340 meter per seconde. Regelmatige trillingen ervaren wij als tonen, onregelmatige als ruis (slaginstrumenten in de muziek, medeklinkers in de taal); geluiden die zo kort duren dat het alleen daarom al onmogelijk is een bepaalde toonhoogte waar te nemen, noemen we wel pulsen. Trillingstijd is de tijd die één volledige trilling duurt: het trillende voorwerp beweegt zich eerst in één richting tot een bepaald uiterste, verandert van richting, passeert de uitgangspositie tot het tegenovergelegen uiterste punt is bereikt, en keert terug naar de uitgangspositie. Getekend op een -horizontale- tijdlijn: De afstand tussen de uitgangspositie en een uiterste punt, de 'wijdte' van de trilling, heet amplitude. Deze bepaalt de sterkte van een geluid: hoe groter de amplitude, des te sterker het geluid. Geluidssterkte wordt uitgedrukt in het aantal decibel (db): een natuurkundige maat waarmee niet de amplitude wordt gemeten, maar de energie die bij een bepaalde amplitude hoort. De hoogte van een toon wordt bepaald door het aantal -volledige- trillingen per seconde (dus feitelijk door de trillingstijd); het aantal trillingen per seconde is de frequentie en wordt uitgedrukt in Herz (Hz). Vanzelfsprekend is bij grote geluidsbronnen (lange snaren of luchtkolommen) de trillingstijd langer en daardoor de frequentie d.w.z. de toonhoogte lager dan bij kleine geluidsbronnen (korte snaren of luchtkolommen). De a-ééngestreept (= de a van de stemvork) heeft volgens een internationale afspraak een frequentie van 440 Hz; 1000 Hz wordt ook wel kilo-herz (khz) genoemd. Jonge, gezonde personen horen geluiden tussen de 16 Hz en 16 à 20 khz; geluiden onder de 16 Hz worden als een soort geratel ervaren, geluiden boven de 16 à 20 khz horen wij niet meer. (Bij het stijgen van de leeftijd is een daling tot ca. 9kHz normaal.)
2 2. INTERVALLEN Het -zuivere- interval tussen 2 tonen wordt bepaald door de verhouding van de frequenties ervan; ongeacht de hoogte waarop een bepaald interval klinkt, zullen de frequenties van de 2 samenstellende tonen altijd dezelfde verhouding hebben. Naarmate de verhouding eenvoudiger is, zal het interval consonanter klinken. Het meest elementaire interval -de priem- kent een frequentieverhouding van 1 : 1; beide tonen klinken immers even hoog. Het oktaaf heeft de frequentieverhouding 1 : 2, dat wil zeggen: het oktaaf boven een toon van 200 Hz heeft een frequentie van 400 Hz; de a van de stemvork (=a') staat -zoals gezegd- op 440 Hz, a" zal dus 880 Hz zijn, en de a-'klein' 220 Hz. Twee tonen vormen een reine kwint als de frequenties zich verhouden als 2 : 3: de kwint boven een toon van 200 Hz heeft dus 300 Hz (3/2 x 200=300), de kwint onder een toon van 600 Hz heeft 400 Hz (2/3 x 600 = 400). De kwint op a' (=440Hz), e", heeft dus 660 Hz. Andere intervallen kennen in hun zuivere vorm de volgende verhoudingen: reine kwart 3 : 4 bv. 300 en 400 Hz grote terts 4 : 5 bv. 300 en 375 Hz kleine terts 5 : 6 bv. 300 en 360 Hz kleine sext 5 : 8 bv. 300 en 480 Hz grote sext 3 : 5 bv. 300 en 500 Hz grote secunde 8 : 9 bv 300 en 337,5 Hz kleine secunde 15 : 16 bv. 300 en 320 Hz Deze verhoudingen kun je ook zien bij het bespelen van een snaar-instrument: wanneer je een snaar exact op de helft indrukt, klinkt het oktaaf van de 'grondtoon' van die snaar; door op exact 1/3 'af te knijpen' en dus 2/3 te laten klinken, krijg je de kwint; om de toon een grote secunde hoger te maken moet de snaar tot 8/9 verkort worden, etc.. 3. BOVENTONEN De klankkleur van een toon wordt bepaald door de manier waarop de trilling verloopt. De volgende grafieken horen bij tonen die even hoog en sterk zijn (dus dezelfde frequentie en amplitude hebben), maar duidelijk verschillen van timbre:
3 Een volkomen regelmatig en gelijkmatig golvende trilling komt in de natuur niet voor en kan alleen langs electronische weg worden opgewekt. Een dergelijke toon heet sinustoon en is volkomen kleurloos. (Een stemvork geeft nog de beste benadering.) In grafiek: Nu is echter bewezen dat alle regelmatige trillingen ontleed kunnen worden als een opeenstapeling of 'optelling' van sinustrillingen. Een -overigens vrij hypothetische- trilling bijvoorbeeld die zo verloopt: kan ontleed worden als een combinatie van 2 sinustonen: In ons gehoororgaan wordt iedere trilling op deze manier geanalyseerd. De laagste toon van het geheel (=de trilling met de grootste golf) herkennen we als de hoogte van de toon, de andere deeltonen noemen we de boventonen. De onderlinge frequentie- en sterkteverhoudingen tussen de 'grondtoon' en boventonen bepalen dus de manier waarop de trilling verloopt, en derhalve het timbre of de klankkleur van een toon. De frequenties van de boventonen zijn veelvouden van de frequentie van hun grondtoon, en zijn altijd dezelfde: 1 : 2 : 3 : 4 : 5 etc.; met andere woorden: grondtoon en boventonen vormen met elkaar altijd dezelfde intervallen. Grondtoon en boventonen worden samen natuurtonen genoemd. Op de grondtoon C zijn de eerste 16 natuurtonen:
4 De reeks boventonen is in principe onbegrensd. De boventonen die van invloed zijn op de klankkleur kunnen nog veel hogere rangnummers hebben, tot aan de grens van het gehoor. Sommige tonen passen niet in ons toonsysteem, nl de nrs. 7, 11, 13 en 14 (zijnde het oktaaf van nr.7): het min-teken boven de noot geeft aan dat de natuurtoon iets lager is dan de overeenkomstige toon in ons toonsysteem. De structuur van de boventonenreeks is wellicht gemakkelijker te onthouden of te reconstrueren dan je denkt: het oktaaf van iedere natuurtoon vind je door het rangnummer met 2 te vermenigvuldigen: de 2e natuurtoon (=de 1e boventoon) is het oktaaf van de 1e, de 4e van de 2e, de 8e van de 4e, de 16e van de 8e, etc.etc.; zo zijn ook de 3e, 6e en 12e elkaars oktaveringen, etc.. de eerste 6 natuurtonen bestaan uit de tonen van een grote drieklank, daarna kun je als 7-, 9-, 11- en 13-akkoord 'doortellen'. de rangnummers van 2 tonen vormen tevens de verhouding van het interval dat ze vormen: nrs. 1 en 2 vormen een oktaaf; oktaafverhouding = 1: 2 nrs. 2 en 3 vormen een kwint; kwintverhouding = 2 : 3 nrs. 3 en 4 vormen een kwart; kwartverhouding = 3 : 4 etc., maar ook: nrs.3 en 5 vormen een grote sext; grote sextverhouding = 3 : 5 etc.. een 3-voud vormt een kwint met een 2-voud: nr. 9 (3x3) is een kwint op nr. 6 (2x3), nr. 15 (3x5) een kwint op nr. 10 (2x5), etc. naar boven toe worden de intervallen steeds kleiner, wat niet helemaal in de notatie is weer te geven omdat er andere dan gebruikelijke afstanden ontstaan: 4 en 5 vormen een normale grote terts, 5 en 6 een normale kleine terts, maar omdat 7 lager is dan in ons toonsysteem gebruikelijk- 6 en 7 vormen een terts die iets kleiner is dan de normale kleine terts, en 7 en 8 vormen een grote secunde die iets groter is dan de gebruikelijke grote secunde, die pas verschijnt tussen 8 en 9. Tussen 10 en 11 vinden we een 'te kleine' grote secunde, tussen 11 en 12 een 'te grote' kleine secunde; tussen 12 en 14 moeten we zelfs één van de intervallen als een grote secunde noteren, hoewel het kleiner is dan 'te grote' 'kleine secunde' tussen 11 en 12.
5 Wanneer geluidstrillingen een voorwerp bereiken dat gevoelig is voor hun frequentie, gaat dat voorwerp meetrillen. Dit verschijnsel heet resonantie. Resonantie is voor bijna alle muziekinstrumenten van groot belang: ze bestaan immers uit één of meer klankbronnen (bv. snaren), en een resonator (bv. de klankast van een viool, de kast met klankbodem van een piano). Doordat iedere resonator bepaalde voorkeurfrequentiegebieden heeft, dat wil zeggen: bij bepaalde frequenties veel beter resoneert dan bij andere, bepaalt hij mede welke boventonen sterk(er) en welke boventonen zwak(ker) zullen klinken. Ofwel: de resonator bepaalt in belangrijke mate de klankkleur van een instrument (en de geluidssterkte). Alles is daarbij van belang: de houtsoort, dikte van het materiaal, aantal laklagen, en zelfs de samenstelling ervan. Deze resonantiegebieden worden ook wel formanten genoemd, vaak vergeleken met klinkers. Als de mondholte een bepaalde stand inneemt (een klankkast dus) kan een ie, ee, aa, oh, oo, oe, uu klank worden geproduceerd. Instrumenten hebben van zichzelf ook een klinkerachtige klank: bijvoorbeeld een viool 'ie' en een cello meer 'oh'. 4. STEMMEN en STEMMINGEN Aan de hand van de boventonenreeks laat zich de mate van consonantie/dissonantie van intervallen verklaren: intervallen klinken consonanter naarmate ze meer boventonen gemeenschappelijk hebben en de niet-gemeenschappelijke 'hoger' liggen; ze klinken dissonanter naarmate ze minder boventonen gemeenschappelijk hebben en de niet-gemeenschappelijke 'lager' liggen: Tevens laat zich door de boventonenreeks het verschijnsel verklaren dat lage consonante intervallen toch niet meer zo consonant klinken en hoge dissonante intervallen eigenlijk niet meer zo dissonant: 'hoge', niet-overeenkomende boventonen van een consonant interval komen bij een lage ligging toch binnen onze gehoorgrens, en van een hoog-gespeeld dissonant interval vallen de meeste boventonen buiten onze gehoorgrens. Bij het stemmen van instrumenten -wat doorgaans in kwarten en kwinten gebeurt- spelen boventonen eveneens een rol: de zweving die je hoort, is het verschil tussen de eerste gemeenschappelijke boventoon van beide tonen. Pas als deze gemeenschappelijke toon precies even hoog is, is de zweving weg en het interval zuiver.
6 Bij stemmen is er meer aan de hand dan je op het eerste gezicht, -of beter: op het eerste gehoorzou denken. Er zijn 2 grote problemen: Probleem no.1: Door eerst vanuit -bijvoorbeeld- c' een kwint omhoog (verhouding 2:3) te stemmen en dan weer een kwart omlaag (verhouding 4:3) maak je de grote secunde c'-d'. De frequentie van d' is dan 3/4 x 3/2 = 9/8, wat natuurlijk dezelfde verhouding is als we in de boventonenreeks bij de grote secunde zijn tegengekomen. (Alhoewel: natuurlijk?) Indien je grote secundes op elkaar stapelt, is de frequentie van elke nieuwe secunde 9/8 van de vorige. Door 6 grote secundes op elkaar te stapelen -of afwisselend 6 x een kwint omhoog en een kwart omlaag- maak je een oktaaf: c' - d' - e' - fis' - gis' - aïs' - bis', want bis' is immers enharmonisch gelijk aan c". Echter: als je de frequentie van een oktaaf via zesvoudige vermenigvuldiging gaat berekenen, kom je niet uit op de zuivere oktaaf-verhouding 1:2. Namelijk: 9/8 x 9/8 x 9/8 x 9/8 x 9/8 x 9/8 = /262144; ofwel met andere woorden: bis' verhoudt zich tot c' als / Door c' te octaveren tot c" krijg je de verhouding bis' - c": /524288; ofwel met andere woorden: een bis is hoger dan c. Dit verschil staat bekend als het 'Pythagoraeïsch comma'. Dus: door consequent zuivere kwarten en kwinten te stemmen kom je 'te hoog uit'. Sinds ca ondervangt men dit probleem door elke kwint iets te klein, en elke kwart iets te groot te nemen zodat dit pythagoraeïsch comma gelijkelijk over alle kwinten verdeeld wordt: dit wordt de 'gelijkzwevende' of 'evenredigzwevende temperatuur' genoemd. Schematisch: In deze stemming zijn de onzuiverheden zó gering, dat wij ons er niet aan storen. Kenmerkend is verder dat alle enharmonische tonen gelijk zijn (bis=c), en dat alle toonsoorten speelbaar zijn (en gelijk klinken). Tussen ca.1700 en ca.1800 heeft men het bovengeschetste probleem op een andere wijze aangepakt: men verdeelde het pythagoraeïsch comma niet over alle 12 (='evenredig'), maar meestal over 4 -soms ook wel over 6- van de 12 kwinten. Stemmingen van deze soort worden "Wohltemperierungen" genoemd en vaak vernoemd naar degene die ze beschreven heeft. Enkele voorbeelden:
7 Doordat in dit soort stemmingen niet alle kwinten/kwarten en derhalve ook andere intervallen niet 'even groot' zijn, klinkt elke toonsoort dus anders. (!) In de tijd dat deze 'Wohltemperierungen' gebruikt werden, was het principe van de 'evenredig' of 'gelijkzwevende' stemming wel bekend en ook beschreven (o.a. door deze Werkmeister). De reden dat hij echter niet gebruikt werd, heeft te maken met het 'tweede grote probleem' bij het stemmen: Probleem no.2: Door 2x een zuivere kwint omlaag en een zuivere reine kwart omhoog te stemmen creëer je een grote terts: De verhouding van deze grote terts berekenen we als volgt met behulp van de verhoudingen 2:3 en 3:4 voor resp. de reine kwint en de reine kwart: de frequentie van d' is 2/3 van die van a'. de frequentie van g' is 4/3 van die van d', dus 4/3 x 2/3 = 8/9 van die van a'. de frequentie van c' is 2/3 van die van g', dus 2/3 x 8/9 = 16/27 van die van a'. de frequentie van f' is 4/3 van die van c', dus 4/3 x 16/27 = 64/81 van die van a'. De aldus verkregen grote terts is derhalve iets groter dan de zuivere grote terts met de verhouding 4:5, of omgerekend: 64:80. Dit verschil in grootte staat bekend als het syntonisch comma, en is ongeveer 1/5 van een halve toonsafstand. Aangezien een grote en kleine terts samen een reine kwint vormen, zijn kleine tertsen hetzelfde comma te klein. Al met al klinkt een eenvoudig akkoord als een grote drieklank in deze stemming vrij onaangenaam, zeker in de vergelijking met de volkomen zuivere drieklank van de boventonenreeks.
8 Wederom een kort historisch intermezzo: het stemmen in zuivere reine kwinten en kwarten is de oudste stemming van de westerse muziekgeschiedenis, -hetgeen natuurlijk vrij logisch is-. Dit eenvoudige systeem staat bekend als de 'pythagoreïsche stemming', genoemd naar de griekse wijsgeer en wiskundige Pythagoras (6e eeuw voor Chr.). Middeleeuwse meerstemmige muziek (tot ca. 1500), dwz de eerste meerstemmige muziek, is in dit systeem geconcipiëerd. De meest praktische manier van deze wijze van stemmen is om de kwintencirkel in 'mollenrichting' (linksom dus) voort te zetten tot de 'es', en in 'kruisenrichting' (rechtsom) tot de 'gis': Op dit punt aangekomen, blijkt 'dat je niet uitkomt': het interval gis-es is geen zuivere reine kwint, of -omgekeerd- geen zuivere reine kwart. (We gaan altijd uit van de zuiverheid van het oktaaf.) Dit rest-interval gis-es is een te kleine kwint, of omgekeerd een te grote kwart: in dit interval wordt het eerder genoemde pythagoreïsch comma gecompenseerd. Aardig geprobeerd dus, deze stemming, maar in praktijk slechts zeer beperkt bruikbaar: de tertsen (en dus ook de sexten) zijn erg dissonant, en door de restkwint/-kwart gis-es is het niet mogelijk in alle toonsoorten te spelen. Met andere woorden: zuivere kwinten en kwarten zijn niet te combineren met zuivere tertsen. Terugkomend op de 'Wohltemperierungen': de 'te kleine' kwinten werden zó gepositioneerd, dat de tertsen van toonsoorten met weinig voortekens minder onzuiver waren (meer welluidend) dan die van de toonsoorten met veel voortekens. Iedere toonsoort heeft daardoor zijn eigen karakter. De tertsen van de 'Wohltemperierungen' zijn over het algemeen zuiverder dan die van de gelijkzwevende stemmingen: dat is de reden dat men in de periode van ca.1700 to ca.1800 hieraan de voorkeur gaf. Daarvóór (vanaf ca.1500 tot ca.1700) werd de zg. "middentoonstemming" gebruikt: hierin werd naar zoveel mogelijk zuivere grote tertsen gestreefd, door de meeste kwinten in verdraagbare mate iets te klein te nemen. Dit gaat echter ten koste van één kwint die véél te groot wordt genomen, waardoor ook in deze stemming slechts het gebruik van een beperkt aantal toonsoorten mogelijk was. (De naam 'middentoonstemming' duidt op de 'd' die in deze stemming de zuivere grote terts c-e precies in tweeën verdeeld, dus niet in 2 ongelijke grote secundes zoals in de boventonenreeks met de verhouding 8:9 en 9:10)
9 5. STEMMINGEN Uitgangspunt: - Alle kwinten rein, behalve één, die een Pythagorëisch komma te klein is. Voordeel: - Reine kwinten en kwarten. Nadeel: - Grote tertsen en sexten zijn te groot (syntonisch komma). Consequentie: - Diatonische leidtonen te hoog gestemd (klein). - Door de slechte kwint niet mogelijk in alle toonsoorten te spelen. Uitgangspunt: - Alle kwinten 1/4 te klein, behalve één, de 'wolfskwint', die veel te groot is. Voordeel: - Veel reine grote tertsen en sexten. Nadeel: - Kwinten iets te klein (kwarten dus te groot). - Door de erbarmelijke kwint niet mogelijk in alle toonsoorten te spelen. Consequentie: - Diatonische leidtonen te laag gestemd (groot).
10 Uitgangspunt: - 4 kwinten worden 1/4 komma te klein. Voordeel: - Geen slechte kwinten, dus mogelijk in alle toonsoorten te spelen. - Waar de kwinten te klein zijn, zijn de grote tertsen en sexten juist reiner. - Door verschil in reinheid hebben de toonsoorten ieder een eigen karakter. Nadeel: - Alle enharmonische tonen zijn (op het klavier althans) gelijk (bijv. gis-as) Uitgangspunt: - Alle kwinten 1/12 komma te klein. Nadeel: - Niets is meer zuiver, alles onzuiver. - Alle toonsoorten klinken precies gelijk. Voordeel: - Onzuiverheden zijn zo gering dat we ons er niet echt aan storen. - Alle toonsoorten zijn bespeelbaar. - Alle enharmonische tonen zijn gelijk (bijv. gisas)
De opbouw van notenladders
De opbouw van notenladders Door Dirk Schut Voorwoord Iedereen kent de notennamen wel: a, bes, b, c, cis, d, es, e, f, fis, g en gis, maar wat stellen deze namen voor en waarom vinden we juist deze noten
DE JUISTE TOON. Seminar Hout- en Meubileringscollege. afdeling Pianotechniek. 17 december Jan van de Craats
DE JUISTE TOON Seminar Hout- en Meubileringscollege afdeling Pianotechniek 17 december 2007 Jan van de Craats Universiteit van Amsterdam, Open Universiteit Deel 1: Tonen en boventonen Wat is een (muzikale)
samengesteld bovenste cijfer is 4 of meer
Werkblad C Les 1 Naam:.. enkelvoudig bovenste cijfer is 2 of samengesteld bovenste cijfer is 4 of meer regelmatig onregelmatig 2-delig (binair) -delig (ternair) 2 2 2 2 4 8 2 4 8 4 4 4 6 6 12 4 2 8 4 8
WISKUNDE EN MUZIEK. Natuurkundig Gezelschap Middelburg februari Jan van de Craats. Universiteit van Amsterdam
WISKUNDE EN MUZIEK Natuurkundig Gezelschap Middelburg 1780 5 februari 2016 Jan van de Craats Universiteit van Amsterdam Deel 1: Tonen en boventonen Wat is een (muzikale) toon? Wat is een (muzikale) toon?
Annemarijn Verbeeck,
DEEL II 1. Akoestika 1.1 Geluid Definitie Menselijk gehoor Trilling Eigenschappen van toon Annemarijn Verbeeck, 2011 10 Combinatietonen Combinatietonen zijn tonen die zacht meeklinken bij 2 of meerdere
EEN SELECTIE UIT: Algemene Muziekleer. Ch.Hendrikx & L.Jakobs
EEN SELECTIE UIT: Algemene Muziekleer Ch.Hendrikx & L.Jakobs versie 2009 Inhoud Notatie... 2 Sleutels, hulplijnen,... 2 Octaafaanduiding... 3 Voortekens... 4 Notenwaarden en rusten... 8 Toonladders...
Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand.
Uitwerkingen 1 Als dit heen en weer beweegt om de evenwichtsstand. Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand. Een trilling = de beweging van een voorwerp tussen twee opeenvolgende
Viool RVDH Rob van der Haar Sneek Blz. 1
Viool RVDH 2012 Akoustische analyse van deze viool: Blz 2 en 3 uitleg van de methode Blz 4 algemene metingen klankkast Blz 5 t/m 8 metingen per snaar Blz 9 conclusies 2017 Rob van der Haar Sneek Blz. 1
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Geluid 10/6/2014. dr. Brenda Casteleyn
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Geluid 10/6/2014 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm), Leen
Plaats van de frets op een gitaar
Plaats van de frets op een gitaar Praktische Opdracht Wiskunde Door: Martijn de Bruijn en Ramon Handulle Klas: 4HN5 Bronnen. Encyclopie van muziekinstrumenten, uitgeverij Helmond B.V. Helmond 977. Bladzijde
. Dat kun je het beste doen in een donkere ruimte. Dan gebruik je een stroboscooplamp die de hele korte licht fitsen maakt van 0,5 sec.
Samenvatting door Jelino 1367 woorden 19 oktober 2015 7 3 keer beoordeeld Vak NaSk Natuur-scheikunde H7 + H8 7.1 beweging vastleggen Bewegingen vastleggen doe je met een stroboscoopcamera. Dat kun je het
Thema: Multimedia/IT. Audio
Audio OPDRACHTKAART MM-02-07-01 Wat is geluid? Voorkennis: Je hebt Multimedia-opdrachten 1 tot en met 4 (MM-02-03 t/m MM-02-06) afgerond. Intro: Een multimediaproductie zonder geluid is bijna niet voor
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Geluid. 4 november Brenda Casteleyn, PhD
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Geluid 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding Dit oefeningenoverzicht
Samenvatting NaSk H7 geluid
Samenvatting NaSk H7 geluid Samenvatting door F. 1082 woorden 30 september 2017 5,4 15 keer beoordeeld Vak Methode NaSk Nova 1. Geluidsbron = een voorwerp dat geluid maakt. Geluidsgolf = een afwisselende
Intervallen. Een interval is de afstand tussen twee tonen. Dit kan melodisch of harmonisch zijn.
Intervallen Intervallen Een interval is de afstand tussen twee tonen. Dit kan melodisch of harmonisch zijn. De benaming is hetzelfde voor zowel melodisch als harmonisch. Voor de uitleg gebruik ik C groot.
algemene muziekleer voor het schriftelijke examen ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET C-EXAMEN
ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET C-EXAMEN 1 INHOUDSOPGAVE VOORTEKENS... 3 DE KWINTENCIRKEL... 4 DE KWINTENCIRKEL - HULP... 5 ARTICULATIE... 5 INTERVALLEN CONSONANT EN DISSONANT... 7 DE STAMTONEN EN DE MAJEUR-
ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET B-EXAMEN
ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET B-EXAMEN INHOUDSOPGAVE TEMPO AANDUIDINGEN... 3 INTERVALLEN... 4 MAATSOORTEN EN RITME TRIOLEN... 5 MAATSOORTEN EN RITME - SYNCOPEN... 6 MAATSOORTEN EN RITME - HET SWINGRITME...
Hoofdstuk 9 Golven. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 9 Golven Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 9.1 Lopende golven Transversale en longitudinale golven Rekenvoorbeeld Welk van de onderstaande afbeeldingen kan absoluut geen transversale
1. Een beetje (Westerse) geschiedenis
1. Een beetje (Westerse) geschiedenis Alle culturen maken gebruik van geluid, vanzelfsprekend bij spreken (en zingen), maar ook voor communicatie over grotere afstanden (trommels, tam tam) en bij dans
Woord vooraf...9. Inleiding
Inhoudsopgave Woord vooraf...9 Inleiding 1 Objectief en subjectief...13 2 Geluid...18 2.1 Wat is geluid?...18 2.2 Eigenschappen van een toon...18 2.3 Harmonischen: grondtoon en boventonen...20 2.4 De invloed
MUZIEK EN WISKUNDE: samen klinkt het goed! INTERVALLEN: KWINT EN OCTAAF
LES 1 INTERVALLEN: KWINT EN OCTAAF Basis notenleer We hebben 7 notennamen: do re mi fa- sol la si (-do) Deze notennamen kunnen we ook wel in letters weergeven: C D E F G A B (-C) Als we dan terug bij do
Les 2. Als je op een piano alleen de witte toetsen gebruikt, kun je meteen de majeur- toonladder van C spelen: C D E F G A B C.
Les 2 TOONLADDERS Witte toetsen Als je op een piano alleen de witte toetsen gebruikt, kun je meteen de majeur- toonladder van C spelen: C D E F G A B C. De majeur-toonladder Je hebt het al gezien in het
Tabellenboek. Gitaar
4T versie 1 Natuur- en scheikunde 1, Geluid Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Slj en Zan Tabellenboek 1. Neem de volgende tabel netjes over
Hoofdstuk 9 Golven. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 9 Golven Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 9.1 Lopende golven Transversale en longitudinale golven Rekenvoorbeeld Welk van de onderstaande afbeeldingen kan absoluut geen transversale
NaSk overal en extra opgaven
NaSk overal en extra opgaven Opg. 1. Extra opgaven Deel 1: Opgave 1: In de les heeft je docent een experiment uitgevoerd, waarbij een metalen liniaal in trilling gebracht werd. Bij het eerste experiment
Les 1 C 1 D 1 E 1/2 F 1 G 1 A 1 B 1/2 C. Zeven letters voor alle noten. De zwarte toetsen. Deze kom je niet vaak tegen!
Zeven letters voor alle noten Les 1 HET MUZIKALE ALFABET We gebruiken de eerste 7 letters van het alfabet om de muzieknoten een naam te geven: A, B, C, D, E, F en G. Als je die op een piano speelt, gebruik
1. Het ritme wat ik voor ga spelen bestaat uit twee bouwstenen en extra halve noot. Schrijf de nummers van de goede bouwstenen op de juiste plek.
Werkblad B Les 1 Naam:. 1. Het ritme wat ik voor ga spelen bestaat uit twee bouwstenen en extra halve noot. Schrijf de nummers van de goede bouwstenen op de juiste plek.. Het ritme wat ik voor ga spelen
, 7 traptreden (een septet heeft 7 spelers) Het octaaf is het interval tussen bijvoorbeeld een lage d en een hoge d, of een lage gis en een
De intervallen De afstand tussen twee tonen noem je een interval. Ze hebben eeuwenoude namen: prime, secunde, terts, kwart en kwint die afstammen van de Latijse rangtelwoorden (primus: eerste, secundus:
Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand.
Uitwerkingen 1 Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand. Opgave 2 Periode Opgave 3 1 f T Opgave 4 Dan is het geluid een zuivere toon. Opgave 5 Een harmonische
Muziektheorie. Uitgave januari 2004. Tekst: DIRK VIAENE
Uitgave januari 2004 Tekst: DIRK VIAENE Inhoud 1 Inhoud 1 Inhoud... 1 2 Toonsysteem en toonnotatie...4 3 Tonaliteit en toonladders...5 3.1 Tonaliteit...5 3.2 Toonladders...5 3.2.1 Stamtoonladders...5 3.2.2
Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.
Inhoud... 2 Opgave: Golf in koord... 3 Interferentie... 4 Antigeluid... 5 Staande golven... 5 Snaarinstrumenten... 6 Blaasinstrumenten... 7 Opgaven... 8 Opgave: Gitaar... 8 Opgave: Kerkorgel... 9 1/10
Het thermisch stemmen van een gitaar
Het thermisch stemmen van een gitaar In dit experiment wordt bestudeerd hoe snaarinstrumenten beïnvloed kunnen worden door warmte. Door gebruik te maken van elektriciteit is het mogelijk om instrumenten
Wiskunde in muziek: voormiddag. WiskuNde in-zicht. Pieter Belmans Matthias Roels
Wiskunde in muziek: voormiddag WiskuNde in-zicht Pieter Belmans ([email protected]) Matthias Roels ([email protected]) Wat gaan we vandaag doen? Voormiddag Waarom do-re-mi-fa-sol-la-si?
Kempische Steenweg 400 3500 Hasselt Tel. : 011 27 84 60 www.musart.be. Basistheorie m.b.t. de toelatingsproeven voor het 4 e en 5 e jaar
Kempische Steenweg 400 3500 Hasselt Tel. : 011 27 84 60 www.musart.be Basistheorie m.b.t. de toelatingsproeven voor het 4 e en 5 e jaar 1. INTERVALLEN OF TOONAFSTANDEN 1.1. Inleiding De onderlinge verhouding
Golven. 4.1 Lopende golven
Golven 4.1 Lopende golven Samenvatting bladzijde 158: Lopende golf Transversale golf http://www.pontes.nl/~natuurkunde/vwogolf164/transversale_golfsimulation.html Longitudinale golf http://www.pontes.nl/~natuurkunde/vwogolf164/longitudinale_golfsimulation.html
Begrippenlijst muziektheorie
Begrippenlijst muziektheorie Hieronder staat de begrippenlijst muziektheorie. De meeste begrippen worden uitgelegd in diverse video s op pabowijzer als onderdeel van het boek Nieuw Geluid. ISBN: 978 90
Wiskunde in muziek: voormiddag. WiskuNde in-zicht. Pieter Belmans Matthias Roels
Wiskunde in muziek: voormiddag WiskuNde in-zicht Pieter Belmans ([email protected]) Matthias Roels ([email protected]) Wat gaan we vandaag doen? Voormiddag Waarom do-re-mi-fa-sol-la-si?
1. Inleiding. Ik wens een ieder veel leesplezier toe en houd me graag aanbevolen voor reacties. Urk, augustus 2007
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Een millennia oud probleem 3 3. De oplossing van Pythagoras 5 4. De middentoonstemming als oplossing voor vroeg-polyfonisch gebruik 7 5. Korte beschouwing op drie latere
ODM theoretisch toelatingsexamen
ODM theoretisch toelatingsexamen Gehoortest Herkennenbenoemen enof noteren: Majeur- vs mineurtonaliteit Maatsoorten herkennen Intervallen tm het octaaf Drieklanken in grondligging en omkering Melodische
Als de lijn een sinusvorm heeft spreek je van een harmonische trilling of een zuivere toon.
muziek; trillingen en golven Geluidsbron: alles dat geluid maakt. Een geluidsbron maakt geluid door te trillen. Periodieke beweging: een heen en weer beweging van een geluidsbron. Een zo een heen en weer
1.2 Maatwisseling, polyritmiek, polymetriek en hemiool
1 Inhoud 1 Maat en ritme 1.1 Onderwerpen uit C....2 1.2 Maatwisseling, polyritmiek, polymetriek en hemiool...2 2 Toonladders 2.1 Onderwerpen uit C....3 2.2 De pentatonische toonladder, hele toonstoonladder
THEORIE D. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,vierklank,grondtoon,leidtoon,mineur, majeur,modaal.
THEORIE D Wat moet je leren : Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,vierklank,grondtoon,leidtoon,mineur, majeur,modaal. De grote en kleine terts toonladders. Kerktoonladders : dorisch. De
4VMBO H5 LES.notebook January 27, Geluid. BINAStabellen: 6, 7, 8, 27, 28, 29 en 30. Luidspreker. Drukverschillen
Geluid BINAStabellen: 6, 7, 8, 27, 28, 29 en 30 Luidspreker Drukverschillen Snaar Snaar Snaar Snaar Snaar Snaar Snaar Snaar Oor Trommelvlies met daarachter hamer aambeeld, stijgbeugel trilhaartjes met
ANTWOORDBLAD D-EXAMEN THEORIE 2017
ANTWOORDBLAD D-EXAMEN THEORIE 017 LUISTERVRAGEN Je hoort vier drieklanken. Geef aan of ze majeur, mineur, overmatig of verminderd zijn Punten 1 1. majeur mineur overmatig verminderd. majeur mineur overmatig
Toonladders en 3-klanken. Toonladders en 3-klanken. Toonladders en 3-klanken. PHCC-G Walk-in. Beginselen van muziek-theo-rie.
Toonladders en 3-klanken PHCC-G Walk-in Beginselen van muziek-theo-rie Noodzakelijke kennis bij gebruik van muziekprogramma's Akkoorden-hulpje bij melodiën Theo Henrichs - 29 Toonladders en 3-klanken Agenda
Theorie: Eigenschappen van geluid (Herhaling klas 2)
Theorie: Eigenschappen van geluid (Herhaling klas 2) Geluidsbron, tussenstof en ontvanger Een geluidsbron is een voorwerp dat trilt. Dat kan in principe ieder voorwerp zijn. Of je een geluid kan horen
4 Geluid 81213-4. Noordhoff Uitgevers bv
4 Geluid 76 81213-4 In een stadion kan het soms heel stil zijn. Je kunt dan even praten met je buurman. Maar vaak is er een zee van geluid. Het publiek moedigt met zingen en spreekkoren de spelers aan.
Toonhoogte. Toonaarden Groot of klein
Toonhoogte Een klank ontstaat door trilling. Een snaar, een riet, een trommelvel, wordt aan het trillen gebracht, en deze trilling doet ook luchtdeeltjes trillen, waardoor het geluid zich voortplant. Hoe
Over afstanden in een toonladder, majeur en mineur (noodzakelijk voorproefje)
Gelders Projectkoor / Project van huis en haard / info Wat maakt muziek westers of oosters/arabisch? De verklaring hiervoor vanuit de muziektheorie is interessant in het project van huis en haard. Daarom
Acoustics. The perfect acoustics of a car. Jan Hoekstra
Acoustics The perfect acoustics of a car. Jan Hoekstra Onderwerpen: Wat is geluid? Een stukje theorie. Acoustics. Toepassingen. Vragen? Bedankt. Wat is geluid? Geluid is een verstoring van de atmosfeer
Introductie in de muziektheorie oftewel Hoe zit muziek nou in elkaar?
Introductie in de muziektheorie oftewel Hoe zit muziek nou in elkaar? Tom Overtoom - e Muzelinck Inleiding Muziek klinkt zo vanzelfsprekend dat we er vaak niet bij stilstaan dat wat wij heel gewoon vinden
Goed voorbeeld is muziekinstrumenten. Snaar gitaar trilt, blokfluit lucht trilt, trommel, vlies trilt.
Samenvatting door een scholier 1120 woorden 21 maart 2005 6,1 89 keer beoordeeld Vak NaSk Horen en gehoord worden (geluid) Geluid heeft alles te maken met trillingen hoeft niet altijd direct te worden
Eindexamen muziek vwo 2007-I
Beoordelingsmodel J.H. Schein - Da Jakob vollendet hatte 1 maximumscore 1 één van de volgende: Soms is het (eerste) interval stijgend, soms dalend. Soms is het interval een secunde, soms een terts. ook
algemene muziekleer voor het schriftelijke examen ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET A-EXAMEN
ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET A-EXAMEN 1 INHOUDSOPGAVE DE SLEUTELS... 3 DE NAMEN VAN DE NOTEN... 4 NOTEN EN RUSTEN... 5 VOORTEKENS... 6 HERHALINGSTEKENS... 7 HERHALINGSTEKENS - OVERZICHT... 8 DYNAMIEK...
?Theorie. Kort overzicht met de belangrijkste dingen die je wilt of moet weten over muzieknotatie.
?Theorie Kort overzicht met de belangrijkste dingen die je wilt of moet weten over muzieknotatie Deel2: Muziektheorie Tom Overtoom - De Muziekclub TH - pag 27 Noten en notatie = hele noot ( tellen) = hele
Trillingen en Golven. Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn
Trillingen en Golven Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn NOTE: DE HOOFDSTUKKEN IN DEZE SAMENVATTING KOMEN OVEREEN MET DE PARAGRAFEN UIT HET BOEK. BIJ EEN AANTAL PARAGRAFEN VAN DEZE
sinusfuncties geluid muziek
sinusfuncties geluid muziek Een wiskundige en muzikale zoektocht naar welluidendheid door Chris Cambré [email protected] http://wiskunde-interactief.be uitgewerkt voor wie over het muurtje van de
Theorie A examen G I T A A R
Theorie A examen G I T A A R De stemming van de gitaar is e b g D A E E E N P A A R S P E C I A L E E F F E C T E N Z I J N : G O L P E : T I K O P D E K L A N K K A S T G L I S S A N D O : H O O R B A
Muziektheorie-examen D
Muziektheorie-examen D 2016 In te vullen door de leerling Naam: In te vullen door de docent Aantal punten... Docent:.. Cijfer.. Instrument: Geslaagd: Ja / nee Het examen bestaat uit de volgende onderdelen:
THEORIE EXAMEN A 2019
THEORIE EXAMEN A 2019 LUISTERVRAGEN VRAAG 1 Je hoort 4 grote tertstoonladders, geef aan of ze goed of fout klinken. Je hoort eerst een voorbeeld: Voorbeeld: goed fout Toonladder 1 goed fout Toonladder
De notenbalk met vijf lijntjes
Klas 2 Het notenschrift Ieder land heeft zijn eigen taal. In Frankrijk spreken ze Frans, in Engeland Engels en in Nederland Nederlands. Er is één taal die in ieder land gesproken wordt: Het notenschrift!
HULPGREPEN en TRILLERS VOOR SAXOFOON
HULPGREPEN en TRILLERS VOOR SAXOFOON aangevuld met grepen voor de allerhoogste (gewone) tonen door Soms moet je zo snel spelen dat het bijna onmogelijk is om dat met de gewone kleppen vlekkeloos te doen.
De afgelopen weken hebben we ons in TIPS & TRUCS vooral gericht op het bewerken
De afgelopen weken hebben we ons in TIPS & TRUCS vooral gericht op het bewerken en het verbeteren van het geluid, o.a. door middel van effecten en processoren. Welke microfoon het beste is in welke situatie,
Reinier Maliepaard: kerktoonsoorten ofwel modi
Reinier Maliepaard: kerktoonsoorten ofwel modi 1.1. Systematisering Lang nadat de Gregoriaanse melodieën al ingeburgerd waren, werden deze gesystematiseerd tot in 8 kerktoonsoorten ofwel modi. De volgende
4 Geluid. 4.1 Een knikker als lawaaimaker 4.3 Zelf een muziekinstrument maken
4 Geluid DO-IT Datum 4. Een knikker als lawaaimaker 4.3 Zelf een muziekinstrument maken PARAGRAFEN Datum 4. Opdrachten -9 4.2 Opdrachten -24 4.3 Opdrachten -27 4.4 Opdrachten -8 Test jezelf 4 PRACTICUM
voorbeelden geven dat je geluid kunt versterken met een klankkast.
Oefentoets Hieronder zie je leerdoelen en toetsopdrachten. Kruis de leerdoelen aan als je denkt dat je ze beheerst. Maak de toetsopdrachten om na te gaan of dit inderdaad zo is. Na leren van paragraaf
Geluid : hoe en wat? 1. Wat is Geluid
Geluid : hoe en wat? Het moet zowat eind jaren 70 geweest zijn dat ik mij, mede door de opkomst van de Tascam en Fostex portastudio s en multitrackers, begon bezig te houden met het opnemen van instrumenten
Examentraining Natuurkunde havo Subdomein B1. Informatieoverdracht
Examentraining Natuurkunde havo 2015 Subdomein B1. Informatieoverdracht Een trilling is een periodieke beweging rond een evenwichtsstand Kenmerkende grootheden: trillingstijd T (in s). Uit T is de frequentie
De hele noot Deze noot duurt 4 tellen
HERHALING KLAS 1. In de eerste klas heb je geleerd hoe je een melodie of een ritme moet spelen. Een ritme is een stukje muziek dat je kunt klappen of op een trommel kunt spelen. Een ritme bestaat uit lange
1 Voorwoord 2. 2 Inleiding Tonen Intervallen en akkoorden Stemmingen... 5
Inhoudsopgave Voorwoord 2 2 Inleiding 3 2. Tonen............................... 3 2.2 Intervallen en akkoorden..................... 3 2.3 Stemmingen............................ 5 3 Probleemstelling 8 3.
THEORIE C. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon
THEORIE C Wat moet je leren : Basisstof (laatste twee bladen) Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon De grote en kleine terts toonladders t/m drie kruizen en mollen De grote
De horizontale lijnen geven de normale luchtdruk weer. Boven de horizontale lijn verhoogt de luchtdruk, onder de lijn vermindert de luchtdruk.
Audio Introductie Geluid is een trilling van deeltjes, die zich voortplant in lucht of in een ander medium, zoals water. Een andere definitie: geluid is een voortschrijdende verandering van luchtdruk.
Voorbeelden van geluid die voor mensen erg belangrijk zijn: - voor onderlinge communicatie (spraak en gehoor) - als waarschuwingssignaal (claxon van
Wat is GELUID Voorbeelden van geluid die voor mensen erg belangrijk zijn: - voor onderlinge communicatie (spraak en gehoor) - als waarschuwingssignaal (claxon van een auto, een overweg, een brandalarm)
MUZIEK IN DE LAGERE SCHOOL EERSTE KLAS
MUZIEK IN DE LAGERE SCHOOL EERSTE KLAS Muziek in de eerste klas: het gaat hier vooral om de inhoud van de muzieklessen in de namiddagperiodes. Sommige elementen daarvan komen ook aan bod in de ochtendmuziek.
Het belang van een lage inharmoniciteit in de bas.
Het belang van een lage inharmoniciteit in de bas. 1. Inleiding. H.J. Velo http://home.kpn.nl/velo68 Van een salonvleugel waarvan de lengte van de langste bassnaar 1249 mm. bedraagt is de besnaring geoptimaliseerd.
Klas 1 vmbo-t. Docent:...
Klas 1 vmbo-t Naam: Klas: Docent:... Inleiding In deze reader behandelen we Algemene Muziekleer, Solfège en Instrumentenleer. Deze onderdelen worden elk jaar meer uitgebreid. In de reader vind je de lesstof
INSTITUUT VOOR DEELTIJD HTO
INSTITUUT VOOR DEELTIJD HTO Hogeschool van Amsterdam Studentenhandleiding Eigenschappen van klanken OPLEIDING ELEKTROTECHNIEK Project: Behorend bij blok I-3 Opgesteld door: Pieter Beerthuizen Datum: Oktober
De natuurlijke rij van de tonen Hoe de natuurlijke rij de toon kleurt, de harmonie bepaalt en de melodie mogelijk maakt
a in dialoog met Mathematica - 1 - De natuurlijke rij van de tonen Hoe de natuurlijke rij de toon kleurt, de harmonie bepaalt en de melodie mogelijk maakt Jeroen Vanesser lector muziek, KHLim dep. Lerarenopleiding,
Deel 1: Gitaarsnaren. MAES Frank MAES Frank Mei 2015 Gitaarsnaren
Deel 1: Gitaarsnaren MAES Frank [email protected] 0476501034 MAES Frank Mei 2015 Gitaarsnaren 1 Inleiding In deze presentatie ga ik proberen uit te leggen hoe we aan de verschillende klanken kunnen
RUDOLF RASCH MIJN WERK OP INTERNET, DEEL TWEE NOOTZAKEN BASISBEGRIPPEN UIT DE THEORIE VAN DE WESTERSE MUZIEK HOOFDSTUK VIER SEPTIEMAKKOORDEN
RUDOLF RASCH MIJN WERK OP INTERNET, DEEL TWEE NOOTZAKEN BASISBEGRIPPEN UIT DE THEORIE VAN DE WESTERSE MUZIEK HOOFDSTUK VIER SEPTIEMAKKOORDEN Verwijzingen naar deze tekst graag als volgt: Rudolf Rasch,
Videoclub Bedum. Geluid in video
Videoclub Bedum Geluid in video Videoclub Bedum Geluid in video Wat is geluid en hoe versterkt geluid het beeld. Voorbeeldfilmpje Let op de microfoon. Vragen: 1. Wat vind je van het geluid? 2. Hoe zou
Een snaar vertoont de bovenstaande staande trilling. Met welke toon hebben we hier te maken? 1. De grondtoon; 2. De vijfde boventoon; 3. De zesde bove
Een snaar vertoont de bovenstaande staande trilling. Met welke toon hebben we hier te maken? 1. De grondtoon; 2. De vijfde boventoon; 3. De zesde boventoon; 4. De zevende boventoon. Een snaar vertoont
Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale golf en een longitudinale golf.
Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 1 Een stemvork trilt met een trillingstijd van 2,27 ms. Bereken de bijbehorende frequentie. Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale
THEORIE B. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon. Een melodie die voorgespeeld wordt opschrijven (melodisch dictee).
THEORIE B Wat moet je leren : Basisstof (laatste twee bladen). Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon. De grote terts toonladders t/m drie kruizen en mollen. Voortekens van
Een handige link met wat basisinformatie over akkoorden is: http://studwww.ugent.be/~mfvhauwe/wauter/reason/notenenakkoorden.html
Een handige link met wat basisinformatie over akkoorden is: http://studwww.ugent.be/~mfvhauwe/wauter/reason/notenenakkoorden.html Ze gaan er helaas er niet zo diep op in, maar om snel wat dingen duidelijk
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 5.5 + 7 + 8 Samenvatting door R. 1364 woorden 27 juni 2016 10 1 keer beoordeeld Vak Natuurkunde 5.5 elektrisch energieverbruik Elektrische apparaten in stroomkringen
Y rijdag 14 mei, uur
1 H- II EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1976 Y rijdag 14 mei, 14. 00-17. 00 uur NATUURKUNDE Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit eindexamens
SOLFEGE GEHOORVORMING
SOLFEGE GEHOORVORMING TIPS & TRICKS ArtEZ Conservatorium Reinier Maliepaard 1 INHOUDSOPGAVE 1. intervallen 2. toonladders 3. melodie 4. meerstemmigheid 5. horen en lezen ArtEZ Conservatorium Reinier Maliepaard
deel 2 Invariantie Constructie planimetrie toetsenbord.
deel 2 Invariantie Constructie planimetrie toetsenbord. Als eerste opzet construeren we 2 soorten kolommen, type I en type II, uitgaande van het gegeven dat iedere toets wordt omgeven door 6 andere toetsen,
GELUID Wat horen onze oren? Jo Hermans OZV Oegstgeest, 13 november 2017
GELUID Wat horen onze oren? Jo Hermans OZV Oegstgeest, 13 november 2017 Wat is geluid? Periodieke verdichtingen en verdunningen van een medium... Wat is geluid? Periodieke verdichtingen en verdunningen
- Het menselijke gehoor kan tonen waarnemen van 20 tot Hz. Echter, voor spraak is het gebied rond 500, 1000 en 2000 Hz het belangrijkst.
FEITEN (GELUID EN AKOESTIEK) - Geluid is trillende lucht - Een geluidsgolf breidt zich bolvormig uit - Het menselijke gehoor kan tonen waarnemen van 20 tot 20.000 Hz. Echter, voor spraak is het gebied
Suggesties voor demo s golven
Suggesties voor demo s golven Paragraaf 1 Demo s verschillende trillingsvormen Denk aan een massa-veer-systeem, een slinger, een liniaal die aan een kant op de tafel is geklemd. Projectie van cirkelbeweging
d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.
Hoofdstuk A: Goniometrische functies. I-. a. De grafiek staat hiernaast. De periode is ongeveer,6 uur. b. De grafiek snijden met y = levert bijvoorbeeld x,00 en x,8. Het verschil is ongeveer,7 uur en dat
Toepassingen van logaritmen
Toepassingen van logaritmen In de techniek krijgen we vaak met logaritmen te maken. We gebruiken in diagrammen een logaritmische schaal wanneer een grootheid kan variëren van heel klein tot heel groot
Toonladders en toonsystemen 5 havo
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Paul van der Heijden 27 march 2019 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/97186 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.
Adriaan Kragten, Sint-Oedenrode, , herzien Een notenschrift zonder mollen en kruizen. 1 Inleiding
Een notenschrift zonder mollen en kruizen 1 Inleiding Adriaan Kragten, Sint-Oedenrode, 21-3-2013, herzien 27-3-2017 Het notenschrift stamt uit de elfde eeuw toen de muziek nog bijna helemaal diatonisch
Harmonische boventonen
Harmonische boventonen Dit is een fragment uit een eerdere versie van de NLT-module Sound Design. Bestudeer het nadat je H2 van de huidige versie hebt doorgewerkt. boventonen Uit de vorige opdrachten kunnen
Instrumentenleer klas 2
Klas 2 Instrumentenleer Er zijn ontzettend veel muziekinstrumenten, je hebt ze in allerlei soorten en maten. Allemaal maken ze geluid. Hoe dit geluid klinkt (de klankkleur van een instrument), is afhankelijk
NIEUW een extra stukje MeNS, speciaal voor gebruik in de klas!
NIEUW een extra stukje MeNS, speciaal voor gebruik in de klas! Over gehoor valt natuurlijk nog veel meer te vertellen. En dat doen we dan ook. Abonnees van Me NS kunnen op volgende website www.acco.be/mens86
