Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector"

Transcriptie

1 Maatschappij- en Gedragswetenschappen Topconsortium voor Kennis en Innovatie Logistiek Call for proposals Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector 2015 Den Haag, januari 2015 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

2 Inhoud 1 Inleiding Achtergrond Beschikbaar budget Geldigheidsduur call for proposals 2 2 Doel 3 3 Richtlijnen voor aanvragers Wie kan aanvragen Bij wie wordt aangevraagd Wat kan aangevraagd worden Wanneer kan aangevraagd worden Het opstellen van de aanvraag Specifieke financieringsvoorwaarden Het indienen van een aanvraag 20 4 Beoordelingsprocedure Procedure Criteria 23 5 Contact en overige informatie Contact Overige informatie 24 6 Bijlage(n) 25

3 1 Inleiding 1.1 Achtergrond Het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Logistiek (TKI Logistiek) heeft als doel het op structurele wijze stimuleren en realiseren van de privaat-publieke samenwerking op het vlak van onderzoek in de Topsector Logistiek. Dit betreft innovatie door middel van fundamenteel en toegepast onderzoek en de valorisatie en disseminatie van de kennis, ervaringen en resultaten. Dinalog, NWO en TNO zijn gezamenlijk als Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) een samenwerkingsverband aangegaan om de innovatie in de Topsector Logistiek aan te jagen. Deze call draagt bij aan de uitvoering van het Meerjarenprogramma Topsector Logistiek en het Jaarplan 2015 Topsector Logistiek 2 zoals opgesteld door het Strategisch Platform Logistiek (SPL) en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). De Topsector Logistiek heeft de ambitie om er voor te zorgen dat Nederland in 2020 een internationale toppositie heeft (1) in de afwikkeling van goederenstromen, (2) als ketenregisseur van (inter)nationale logistieke activiteiten, en (3) als land met een aantrekkelijk innovatie- en vestigingsklimaat voor het verladende en logistieke bedrijfsleven. Deze ambities zijn in het Meerjarenprogramma Topsector Logistiek uitgewerkt in de volgende Key Performance Indicators en bijbehorende streefwaarden 3 : 1. Extra omzet van nieuwe ketenregie activiteiten in 2020 dragen Ketenregie activiteiten 14,6 mrd. bij aan het BBP; 2. Aantal vrachtkilometers dat van de weg wordt gehaald - in het jaar 2020 wordt minimaal 85 mln vrachtwagenkilometers van de weg gehaald; 3. CO 2 besparing in het jaar 2020 wordt ton CO 2 bespaard of voorkomen; 4. Aantal bedrijven dat zich met logistieke of ketenregie activiteiten vestigt in Nederland, dan wel logistieke activiteiten in Nederland laat uitvoeren of aansturen in 2020 zijn 100 bedrijven en activiteiten naar Nederland gehaald (een stijging van 30% ten opzichte van 2012); 5. Uitstroom van gekwalificeerde professionals van de opleidingen in de arbeidsmarkt met een logistiek opleiding en grondige kennis over de innovatiethema's in 2020 is de instroom in de opleiding op HBO/WO niveau gestegen met 50% van 1400 personen (2010) naar 2100 (2020). 6. Eerste positie in Europa op World Logistics Performance index (2020). Als de economie aantrekt, heeft dit een versnellingseffect op de groei van de goederenstromen, met name die van het containervervoer (Tweede Maasvlakte). Dat belast ons mobiliteitssysteem en de (milieu) ruimte. De uitdaging van de Topsector Logistiek is om de efficiëntie van het goederenvervoer te verhogen, duurzamer te transporteren en tegelijkertijd meer te verdienen binnen een hoogwaardig logistiek systeem. 1 Zie bijlage Zie bijlage Zie pagina 6 en 7 van het Meerjarenprogramma Topsector Logistiek (bijlage 6.3)

4 2 Hoofdstuk 1: Inleiding / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector De Topsector Logistiek bestaat uit vertegenwoordigers vanuit de gouden driehoek (overheid, bedrijven en kennisinstellingen). Zij stellen in gezamenlijkheid vast welke activiteiten nodig zijn om de ambitie te realiseren met behoud en versterking van een efficiënt mobiliteitssysteem en verlaging van de milieubelasting. Het gaat bij de Topsector Logistiek niet om simpelweg meer goederen te vervoeren, maar om dit slim te doen: meer lading met minder kilometers en minder CO 2 uitstoot, meer hoogwaardige dienstverlening, meer kostenbesparing. In deze call wordt een oproep gedaan tot het indienen van aanvragen die aansluiten bij de Topsector Logistiek. De inhoudelijke focus staat beschreven in hoofdstuk 2 van deze call. 1.2 Beschikbaar budget Het beschikbare budget voor deze call is maximaal viereneenhalf (4,5) miljoen euro. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het TKI- bestuur Logistiek besluit over honorering van de onderzoeksprojecten. Ten opzichte van het Jaarplan 2015 is een verschuiving gemaakt tussen de verdeling van de middelen voor de roadmaps. Per onderzoeksroadmap is euro beschikbaar. Voor human capital is in deze call maximaal beschikbaar. Binnen de onderzoeksprojecten werken onderzoekers samen met private en/of (semi-)publieke partners (zie paragraaf 6.1 voor definities). Deze partners leveren een financiële bijdrage (cash en/of in-kind) aan het onderzoeksproject (zie paragraaf 3.3 (Wat kan aangevraagd worden). 1.3 Geldigheidsduur call for proposals Deze call for proposals is geldig tot en met de sluitingsdatum 16 juli Voorstellen kunnen doorlopend worden ingediend. Totdat de middelen van de Call Accelerator zijn uitgeput, zullen voorstellen, die aan de kwaliteitseisen voldoen, worden gehonoreerd conform de verdeling over de roadmaps. Het TKI bestuur besluit op twee momenten, in juli en oktober 2015, over toekenning. Zie paragraaf 3.3 (Wanneer kan aangevraagd worden) en paragraaf 4.1 (Procedure) voor meer informatie over het tijdpad.

5 3 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 2 Doel Innovatie in de logistieke sector is al een aantal jaren onderweg. Er is onderzoek gedaan en er zijn consortia gevormd. In een aantal gevallen zijn deze consortia doorontwikkeld naar innovatieclusters of communities waarin nagedacht wordt over de volgende stappen in het onderzoek en waarin bedrijven een belangrijk deel van de financiering opbrengen. Deze call is bedoeld voor projectvoorstellen die voortkomen uit innovatiecommunities. Deze innovatie-communities ontstaan bijvoorbeeld vanuit lopende en afgeronde onderzoeksprojecten, en bieden een basis voor het structureel en robuust uitvoeren van (een deel van) de innovatieagenda van de Topsector Logistiek. Innovatie-communities worden gekenmerkt door de volgende criteria: Een innovatie-community: 1. is een bestaande groep bedrijven en kennisinstellingen die samen hebben gewerkt in een eerder project (of projecten), 2. heeft de intentie om dit gezamenlijke onderzoek voort te zetten in nieuwe projecten, 3. opereert op basis van een innovatieagenda waar het projectvoorstel een onderdeel van is, 4. heeft een zekere mate van organisatie zoals reguliere bijeenkomsten, een secretariaat en/of een centrale coördinator, en 5. opereert op basis van een gezamenlijk commitment voor de financiering van het onderzoek. Het doel van deze Accelerator-call is vooral om deze communities te ondersteunen en te faciliteren in het verder uitvoeren van hun onderzoeksagenda. Deze communities genereren kennis die bijdraagt aan de doelstellingen van de Topsector Logistiek, zoals verwoord in de topsectoragenda Partituur naar de Top, en aan het realiseren van de roadmaps 4. Het beoogde onderzoek is vernieuwend, van hoog niveau, transdisciplinair en internationaal georiënteerd. Het onderzoek dient te voldoen aan de eisen voor kwaliteit en utilisatie. Nadrukkelijk worden ook roadmapoverstijgende voorstellen van innovatiecommunities in behandeling genomen. De verwachte groei van het goederenvervoer en de dreigende maatschappelijke uitdagingen in het logistieke systeem dienen zoveel mogelijk te worden opgevangen door een meer efficiënte logistiek: meer bundeling van goederenstromen, hogere beladingsgraad van vrachtwagens, treinen, schepen en vliegtuigen, en een beter gebruik van al deze vervoersopties. Het doel is een betere logistiek, met minder vrachtwagenkilometers en CO2-uitstoot. Logistiek waarmee Nederland internationaal nog meer voorop gaat lopen. Een belangrijke randvoorwaarde voor de projecten is de actieve participatie van het bedrijfsleven, zowel financieel als inhoudelijk. De projecten dienen kennis te genereren die bijdraagt aan de vitaliteit, innovatiekracht en duurzaamheid van het Nederlandse logistieke bedrijfsleven. Daarnaast dragen de projecten bij aan het opleiden van jonge onderzoekers en praktijkmensen, met behulp van moderne onderzoeks- en onderwijsmiddelen, en het verbinden van onderzoek aan beleid en beleidsmakers. Hierdoor dragen de projecten bij aan een brede versterking van de 4 Voor meer informatie en de genoemde documenten, zie de VerDuS Logistiek- website:

6 4 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector kennisinfrastructuur in Nederland. De selectie en prioriteitstelling van onderzoeksvoorstellen vindt plaats op basis van de beoordelingsprocedure (zie hoofdstuk 4). 2.1 Maatschappelijke context De logistieke sector in Nederland is omvangrijk. Tienduizenden bedrijven en honderdduizenden werknemers in transport en opslagbedrijven, bij logistieke dienstverleners en in de ondersteunende sector zorgen voor een grote bijdrage aan de Nederlandse exportwaarde. Bovendien draagt logistiek indirect bij aan allerlei andere bedrijvigheid. Het Topteam Logistiek benoemt naast de bedrijven in de logistieke sector ook de logistieke functie tot haar aandachtsgebied. Vrijwel alle bedrijven die te maken hebben met fysieke goederenstromen hebben een logistieke functie. Hierbij komen beslissingen aan de orde zoals het positioneren van voorraden en het ontwerpen van netwerken. Zowel de bedrijven in de sector als de logistieke functie bij productiebedrijven staan onder een voortdurende druk om de concurrentiepositie te verbeteren. Partijen zoeken naar productiviteitstoename (meer toegevoegde waarde per gewerkt uur), reducties in kosten, vermindering van de omgevingsinvloeden (zoals milieu en congestie), verhoging van betrouwbaarheid, en het ontwikkelen van nieuwe diensten en business modellen. Een uitstekende logistieke prestatie draagt bij aan die concurrentiepositie. In deze call zoeken we nadrukkelijk naar voorstellen die op korte of lange termijn kunnen leiden tot een betere concurrentiepositie van bestaande bedrijven en nieuwe bedrijfsactiviteiten bij zowel de grote bedrijven als het MKB in de sector, waarbij op een duurzame wijze economische groei wordt gerealiseerd. Het gaat bij het goederenvervoer om alle modaliteiten (zeescheepvaart, kustvaart, luchtvaart, binnenvaart, rail, weg, pijplijnen) en naast het goederenvervoer om andere logistieke activiteiten zoals overslag van goederen. Vanuit het perspectief van maatschappij en beleid vloeit de keuze voor deze call ten eerste voort uit het feit dat Nederland een belangrijke rol vervult in het Europese goederenvervoer en in de aansturing van veel logistieke ketens in (en via) Europa. Daardoor zijn logistiek en goederenvervoer van groot belang voor de Nederlandse samenleving en zijn goederenstromen in, van, naar en door Nederland van belang voor Europa en daarbuiten. Om deze rol te kunnen blijven vervullen en om tot de wereldtop op het gebied van logistiek te kunnen behoren, is state of the art wetenschappelijke kennis nodig. Ten tweede zorgen goederenvervoer en logistiek voor belangrijke maatschappelijke uitdagingen op het gebied van milieu, congestie en (belasting van) infrastructuurnetwerken (niet alleen (inter)nationaal, maar ook lokaal en regionaal), en op sociaaleconomisch vlak. Het milieu-vraagstuk betreft CO 2-uitstoot van het goederenvervoer en andere logistieke activiteiten, en de relatief hoge bijdrage van goederenvervoer aan emissie van luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijnstof. Verder draagt goederenvervoer bij aan onder andere geluidhinder en barrièrewerking door infrastructuur. Congestie is de afgelopen decennia sterk toegenomen en een verdere toename in de toekomst wordt verwacht. Het goederenvervoer draagt aan congestie bij, maar is er ook slachtoffer van. Die congestie vertaalt zich naar langere en minder betrouwbare reistijden, met alle nadelige gevolgen voor bedrijven en burgers van dien. Verder zijn veiligheidsconsequenties van goederenvervoer en logistiek van groot belang. Het gaat daarbij ten eerste om de verkeersveiligheid op alle wegtypen - van snelwegen tot wegen binnen de bebouwde kom- en om de veiligheidsrisico s van overige logistieke activiteiten. Ten tweede gaat het om sociale veiligheid (het veilig stellen van de lading en vervoersmiddelen) en ten derde om security waaronder privacy en verstoringen van datastromen. Op sociaaleconomisch vlak spelen vele vraagstukken, zoals de werkloosheid onder lager opgeleiden (de logistieke sector verschaft voor deze groep werkenden veel

7 5 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector werkgelegenheid), keuzen ten aanzien van de sectorstructuur (logistieke diensten zijn minder footloose dan vele andere categorieën diensten) en een gezonde betalingsbalans. Logistiek en goederenvervoer zijn daarnaast enabler voor diverse andere economische activiteiten. Ook is het verminderen van de afhankelijkheid van goederenvervoer en andere logistieke activiteiten van fossiele brandstoffen, met name het opraken van olie en algemener, grondstoffenschaarste, een belangrijk economisch vraagstuk. Ten slotte lijken integriteit, ethiek en maatschappelijke verantwoord ondernemen (MVO) ook in de logistieke sector een grotere rol te gaan spelen. 2.2 Bijdrage aan de Key Performance Indicators De onderzoeksprojecten die gehonoreerd worden, zullen een lange termijn (2020) bijdrage moeten gaan leveren aan de ambities van de Topsector Logistiek op de thema s bereikbaarheid, leefbaarheid en concurrentiekracht. Op programmaniveau wordt gestuurd op een maximale bijdrage van projecten en activiteiten aan de streefwaarden van de in paragraaf 1.1 genoemde KPI s. Deze call sluit daarmee goed aan bij de prioriteiten van het Nederlandse beleid en bij de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Het bedrijfsleven betreft op de eerste plaats de verladers en vervoerders, maar nadrukkelijk ook allerlei nauw daaraan gerelateerde sectoren zoals bijvoorbeeld de operationele dienstverleners en bedrijven gericht op de financiering en ontwikkeling van ICT. Er wordt verwacht dat in de onderzoeksvoorstellen concrete tussen- en eindproducten worden opgenomen die relevant zijn voor de consortiumpartners. 2.3 De roadmaps van de Topsector Logistiek De Topsector Logistiek kent 10 acties waarvan er vijf zijn ontwikkeld tot onderzoeksroadmaps. Per roadmap (zie paragraaf t/m 2.3.5) is inhoudelijk aangegeven welke mogelijkheden er zijn voor het aanvragen van onderzoeksprojecten binnen deze call. Human Capital (paragraaf 2.3.6) vormt de zesde pijler van deze call Synchromodaal Synchromodaliteit is het optimaal benutten van de verschillende modaliteiten in een geïntegreerde vervoersoplossing. Dat kan op corridors en in regio s waar voldoende ladingaanbod is, zodat hoogfrequent vervoer via (alle) modaliteiten kan plaatsvinden. Synchromodaliteit zorgt ervoor dat de groei van het goederenvervoer kan worden opgevangen waarbij alle modaliteiten worden ingezet. Zo ontstaat een flexibele en robuuste oplossing met een betere benutting van de capaciteit van de vaar- en voertuigen en de infrastructuur. Synchromodaliteit is een logische voortzetting van innovaties als intermodaal, multimodaal en co-modaal vervoer. Synchromodaliteit is multimodaal vervoer waarin de keuze voor een bepaalde modaliteit daadwerkelijk gelijktijdig plaatsvindt. Dat is nu nog nauwelijks het geval omdat de verschillende modaliteiten fundamenteel (lijken te) verschillen in juridische status, boekingsproces en vervoersprestatie. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het internationale aspect. Internationale corridors met voldoende volume (goederenstroom) en capaciteit (van de modaliteiten) lenen zich namelijk uitstekend voor synchromodaal transport. Maar ook nationale stromen met voldoende volume en capaciteit kunnen synchromodaal worden vervoerd. Door werkzaamheden aan het Derde spoor van de Betuweroute, is de komende jaren de spoorcapaciteit beperkt. Synchromodaal transport kan een oplossing bieden, waarbij de spoorpositie wordt gehandhaafd en bedrijven hun goederen tijdig krijgen aangeleverd.

8 6 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector Binnen Synchromodaliteit wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1: Gerealiseerd extra Synchromodaal volume van TEU 5 in 2020 ten opzichte van 2012; KPI2: Gerealiseerd aantal minder vrachtwagenkilometers van de weg van 35 miljoen kilometer per jaar; KPI 3: CO 2 besparing van ton kg CO 2. Binnen de roadmap Synchromodaliteit is er ruimte voor de volgende onderwerpen: Synchromodale Game Het beoogde project sluit aan bij lopende initiatieven op het gebied van synchromodale games en heeft tot doel deze verder uit te werken en geschikt te maken voor bredere toepassing. Een grote uitdaging hierbij is de game mogelijk te maken voor toepassing in een samenwerking van binnenvaartterminals en spooroperators. Betuweroute control tower ontwerp Door de aanleg van het Derde Spoor in Duitsland wordt de capaciteit van de Betuweroute de komende jaren sterk beperkt. Spoor is een essentiële modaliteit in het synchromodale netwerk. De control tower voor de Betuweroute speelt een rol in het ondersteunen van synchromodale oplossingen voor de capaciteitsknelpunten op de Betuweroute. Er is behoefte aan het ontwerp voor een basis-architectuur van de control tower, alsmede vooronderzoek naar databeschikbaarheid, inrichten van de besluitvormingsstructuur, en een eerste ontwerp van de visualisatie van de control tower. Smart Data Het beoogde project behelst het doorontwikkelen van de gezamenlijke informatie-infrastructuur voor synchromodaliteit, die nodig is om daadwerkelijk tot een synchromodale transitie te komen. De ambitie is om eerdere initiatieven te integreren en nieuwe technologische ontwikkelingen te incorporeren en om vooral de analytische kwaliteit van personeel in de Topsector Logistiek te versterken. De uitdaging hierbij is vooral de mogelijkheden vergroten om synchromodale oplossingen te ontwikkelen en daadwerkelijk te implementeren Trade compliance en border management Handelsfacilitatie door vermindering van regeldruk is één van de belangrijkste redenen voor bedrijven om juist Nederland als Gateway voor Europa te gebruiken. Het succes van de handelsfacilitatie in Nederland is gebaseerd op een samenwerking tussen de inspectiediensten (douane) en het bedrijfsleven, die uniek is in Europa. In deze tijden van fundamentele verschuivingen in de wereldeconomie is het essentieel om deze handelsfacilitatie nog verder te ontwikkelen en zodoende onze positie als Gateway voor Europa uit te bouwen. De doelstelling van deze roadmap is het verder uitbouwen van de leidende positie in handelslogistieke facilitatie door met name kennisontwikkeling en kennisdeling te stimuleren. In dat kader past ook de ontwikkeling van een kenniscentrum voor handelsfacilitering waaraan de diverse kennisdragers binnen de overheid, wetenschap, onderwijs en bedrijfsleven verbonden zullen zijn. 5 TEU is de aanduiding voor de afmetingen van containers. De afkorting staat voor Twenty feet Equivalent Unit. 1 TEU is een container van 20 voet lang, 8 voet breed en 8 voet hoog.

9 7 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector Binnen Trade compliance en border management wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1. Cijfer Douane op WLPI: in 2020 weer top 2 positie ten opzichte van andere Europese landen (van plaats x in 2010); KPI 2. Cijfer Douane in Monitor Bewijs van Goede Dienst op Verstoring logistieke processen (deze dient in 2020 minimaal uit te komen op een 8); KPI 3. Cijfer Douane in Monitor Bewijs van Goede Dienst op Geïntegreerd toezicht (deze dient in 2020 minimaal uit te komen op een 7); KPI 4. Cijfer Douane in Monitor Bewijs van Goede Dienst op Minimale lasten voor ondernemers toezicht (deze dient in 2020 minimaal uit te komen op een 7). Binnen de roadmap Trade compliance en border management is er ruimte voor de volgende onderwerpen: Oplossen regeldruk knelpunten Door de Maatwerkaanpak Regeldruk Logistiek (MAR-L) werkgroep zullen een aantal aanbevelingen geïmplementeerd worden om de knelpunten die leiden tot hoge lasten voor het bedrijfsleven, op te lossen. Het beoogde project richt zich op het beantwoorden van kennisvragen of scherper krijgen van de oplossingsrichtingen nodig voor het implementeren van de aanbevelingen. Dit vereist typisch tripartiete samenwerking waarbij de scope wordt vastgesteld in overleg met de Stuurgroep MAR-L. Versnellen roadmap Trade compliance en border management Deze activiteit heeft een strategisch karakter gericht op het versterken van de kennisontwikkeling en deling binnen de Nederlandse trade facilitationcommunity door middel van de ontwikkeling van een kenniscentrum. Onderdelen van dit kenniscentrum zijn het versterken van de handelsfacilitering community, ontwikkelen van onderwijsmateriaal, het stimuleren van onderzoeksprojecten met overheid en bedrijfsleven, en het ondersteunen van de lopende onderwijsinitiatieven (Minor Douane, MSc Customs and Supply Chain Compliance, MCTA). E-commerce en toezicht Het kopen via webshops neemt momenteel een grote vlucht. Veel van deze webshops zitten in het buitenland, waardoor de producten die gekocht worden, tot grensoverschrijdend goederenstromen leidt. De uitvoering hiervan ligt veelal bij de posterijen en pakketdiensten. Voor de behandeling van deze partijen door de douane is al lang geleden een specifieke aanpak ontwikkeld door de douane. Deze aanpak is om verschillende redenen aan herziening toe: het nieuwe douanewetboek geeft aanleiding tot aanpassingen, en de sterke groei van e- commerce noodzaakt ook tot herziening van het toezicht. Onderzoek is nodig omtrent de ontwikkeling van de logistieke uitvoering van webshop verkopen, de kwaliteit van informatie over logistiek en commerciële transacties, en de mate waarin de douane daar effectiever toezicht op kan houden Cross Chain Control Centers (4C) Een Cross Chain Control Center (4C) is een regiecentrum van waaruit meerdere supply chains gezamenlijk gecoördineerd en geregisseerd worden met behulp van de modernste technologie, geavanceerde software concepten en supply chain professionals. Het gaat niet alleen om de regie over fysieke goederenstromen, maar ook om informatie en financiële stromen zoals forecasting, financial engineering en datamanagement.

10 8 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 4C is de volgende, revolutionaire stap in supply chain management. Het belang van 4C is om besluitvorming en besturing van zeer complexe Europese en/of wereldwijde ketens over meerdere organisaties/bedrijfstakken heen gezamenlijk te coördineren en te regisseren. Een 4C kan gerealiseerd worden binnen een sector, maar ook tussen de sectoren. Waar het om gaat is dat de respectievelijke supply chains genoeg overeenkomsten vertonen en synergie bevatten om gezamenlijke ketenregie in 4C mogelijk maken. Binnen 4C wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1: Aantal gerealiseerde 4C s in de periode wordt gestreefd naar 15 4C s; KPI 2: Vermeden CO2 uitstoot in ton kg CO2 ; KPI 3: Vermeden wegtransportkilometers in miljoen kilometer; KPI 4: Extra bijdrage van nieuwe ketenregie activiteiten door 4C in 2020 dragen Ketenregie activiteiten vanuit 4C 1,8 mrd. Bij aan het BBP (ten opzichte van 0,6 mrd in 2010). Met het programmasecretariaat van het TKI Logistiek is een afspraak gemaakt om, onder auspicien van het programmasecretariaat, een faciliteit te creeren voor het ondersteunen van de ontwikkeling en realisatie van control towers. Het budget in deze call is voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling. Binnen de roadmap 4C is er ruimte voor de volgende onderwerpen: Change management serious gaming 4C tool Binnen de logistieke sector is er goede wil om duurzamer te werken door middel van bijvoorbeeld horizontale samenwerking, bundelen van goederenstromen, inzet van multimodaliteit. Maar er zijn nog veel blokkades in termen van onder meer regelgeving, tarieven en tradities. Er is ruimte voor onderzoek dat deze blokkades opruimt waarbij juist ook aandacht is voor de menselijke gedragscomponent. Deze component kan juist door het toepassen van serious gaming beter in kaart kan worden gebracht. Handvatten die knelpunten, voortkomend uit de menselijke gedragscomponent, kunnen opsporen en oplossen, kunnen vervolgens als onderdeel van een bredere tool worden ingepast om te komen tot een 4C samenwerking. Duurzaamheid als business case in 4C Duurzaamheid wordt primair nog in ecologische termen en niet als business case gedefinieerd: een business case afgewogen binnen de bredere context van de people-, planet- en profitaspecten van 4C. Hoe kunnen ook deze duurzaamheidsaspecten op een structurele wijze meegenomen worden in de afwegingen van bijvoorbeeld logistieke ondernemingen en hun supply chains om tot een duurzame bedrijfsvoering en 4C samenwerking te komen op basis van een gezonde business case? Het beoogde project leidt ertoe dat deze brede context op een zo praktisch mogelijke wijze kan worden gevaloriseerd en toegepast in de sector. 4C in de circulaire economie: return flows In toenemende mate zal de grondstofschaarste ertoe leiden dat bedrijven genoodzaakt zijn om hun aanvoerketens grondig te herzien. De koppeling tussen de circulaire economie en de maakindustrie zal steeds belangrijker worden. Herkomst van grondstoffen zal in steeds mindere mate door hun natuurlijke locaties bepaald worden en meer en meer afhankelijk zijn van de wijze waarop bedrijven hun end-of-life en end-of-use producten terug uit de markt halen. In het kader van de 4C benadering is het van belang te onderzoeken hoe deze return flow het beste gefaciliteerd kan worden. Is er een overkoepelende paraplu van ontwerp-productie-nazorg-retour te overzien en hoe gebalanceerd is

11 9 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector deze? Welke 4C samenwerkingsconcepten zijn nodig om deze return flows in samenhang met de supply chains in te richten en te organiseren? Hoe ziet de onderliggende business case er uit? Shippers in control De logistieke dienstverleningssector loopt tegen bepaalde grenzen aan die door verladers worden gedicteerd. Hoe kunnen juist de verladers bijdragen aan het doorbreken van deze geschapen barrières? Het beoogde project richt zich op niet-competitieve horizontale samenwerking tussen verladers. Innovatie in logistiek en transport De Nederlandse overheid is al jaren bezig met het beïnvloeden van het goederenvervoer in de spits. Uit deze initiatieven is duidelijk geworden dat beïnvloeding alleen lukt als de logistieke achtergrond van het vervoer in ogenschouw wordt genomen. In het programma Beter Benutten wordt nu regionaal ingezet op een traject waarin bedrijven begeleid worden in het maken van andere keuzes ten aanzien van de timing van hun vervoer. Uit deze discussies zullen ook vraagstukken voortvloeien die een innovatief karakter hebben, of die vanuit een regionaal perspectief opschaalbaar zijn naar landelijk niveau. Voor dit doel is een project nodig dat parallel aan de initiatieven vanuit de regio s van Beter Benutten innovatieve projecten kan accommoderen, begeleiden en invullen met de benodigde kennis Service Logistiek Service Logistiek gaat over alle logistieke activiteiten die nodig zijn om veelal kapitaalintensieve systemen, gedurende hun hele levenscyclus - tot en met eventuele buitengebruikstelling en/of hergebruik - optimaal en ongestoord te laten functioneren. Kortom: Service Logistiek is de regie vanaf de after-sales service van een product tot aan het einde van de levenscyclus. Bedrijven leveren steeds vaker een service concept in plaats van een product. Denk aan de kopieerapparaten die niet meer het eigendom worden van de gebruiker, maar waarvoor per kopie wordt betaald. Ook de regie van het onderhoud van kapitaalintensieve systemen als vliegtuigen, medische apparatuur en hoogwaardige productiemachines behoort tot de Service Logistiek. Hier ligt een sterke link met de Topsector High Tech. Service Logistiek richt de aandacht vooral op ketenregie en configuratie, net als 4C, maar de processen (en benodigde innovaties) zijn wezenlijk anders. Pre-sales logistieke processen, zoals productie en distributie, worden gekenmerkt door het just-in-time principe met grote transportvolumes en een hoge omloopsnelheid van de voorraad. Service Logistiek wordt gekenmerkt door het just-in-case principe, met kleine transportvolumes en een lage omloopsnelheid van de voorraad. Dit principe vereist een heel eigen kennisgebied en toepassing van specifieke logistieke besturings- en ICT oplossingen. Binnen Service Logistiek wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1: Ketenregie- activiteiten: Groei op terrein service logistiek door Nederlandse bedrijven en organisaties, door middel van activiteiten in binnen- en buitenland. Groei omzet tot 2020: 50 %: KPI 7: Aantal Service Logistics Control towers gerealiseerd in de periode is de streefwaarde 8 control towers; KPI 8: Reductie total cost of ownership door Service Logistics met 15% in de projecten in de periode 2013 tot Binnen de roadmap Service Logistiek is er ruimte voor de volgende onderwerpen: International Service Logistics / Shared Parts Service

12 10 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector In een aantal Europese landen (met name in Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk) bestaat veel belangstelling voor de ontwikkelingen in Nederland op het gebied van Service Logistiek en Service Management. Uit recente contacten is naar voren gekomen dat men graag meer zou ondernemen, middels projecten waarin kennisinstellingen en bedrijven gezamenlijk participeren. Het beoogde project wil aan die samenwerking nadere invulling geven. Parts pooling tussen elektriciteit productiemaatschappijen Het beoogde project heeft tot doel door samenwerking tussen een 8-tal bedrijven een ongestoorde elektriciteitsvoorziening te garanderen tegen zo laag mogelijke operationele kosten (waaronder ook de derving van inkomsten bij klanten als gevolg van grote storingen). Systemen dienen robuust te zijn; met name bij storingen dienen downtijden tot het absolute minimum te worden beperkt. Hierbij wordt samenwerking beoogd op het gebied van parts planning, onderzoek naar redundantie en de mogelijkheden in geval van calamiteiten snel taken over te nemen. Smart industries Voor de Nederlandse economie zijn de producerende industrieën belangrijke pijlers. In het beleidsinitiatief Smart Industry wordt hierop de aandacht gevestigd, en worden initiatieven ontwikkeld om die maakindustrie, onder andere met innovatie, te ondersteunen. Een belangrijke werkvorm hiervoor is het fieldlab, waarin vernieuwende experimenten in praktijkomgevingen mogelijk worden gemaakt. Belangrijke vraagstukkken in de maakindustrie gaan over de instandhouding van de technologische systemen waarmee geproduceerd wordt. Recente ontwikkelingen zoals condition based monitoring en predictive maintenance worden wel onderzocht, maar slaan nog niet goed neer in de industrie. Er is behoefte aan onderzoek op het snijvlak van condition based monitoring en service logistiek, die passen in de aanpak zoals die in smart industry wordt voorgestaan Supply Chain Finance Supply Chain Finance (SCF) gaat over het optimaliseren van de financiering tussen bedrijven en het integreren van financiële processen tussen klanten, leveranciers en logistieke en financiële dienstverleners. Het doel van SCF is tweeledig: het verbeteren van de financiële prestaties en het reduceren van risico s. Het verbeteren van de financiële prestaties omvat onder meer het verlagen van transactiekosten, financieringskosten, inkoopkosten, transportkosten en voorraadkosten. Het reduceren van risico s heeft alles te maken met het veiligstellen van leveringen. Denk hierbij aan constructies die de stabiliteit of loyaliteit van suppliers versterken en hun de kans bieden om te groeien. Binnen Supply Chain Finance wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1: Ten minste 50% van top 1000 NL bedrijven faciliteert/participeert in SCF programma s; KPI 2: Ten minste 50% van MKB heeft toegang tot SCF programma s; KPI 3: Ten minste 1 mrd nieuwe omzet gerelateerd door nieuwe activiteiten en ventures; KPI 4: Nederland gepositioneerd als leidend wereldwijd kenniscentrum. Binnen de roadmap Supply Chain Finance is er ruimte voor de volgende onderwerpen: MKB voor MKB (i) Het beoogde project richt zich op verdere verhoging van transparantie van het operationele inkoopproces richting leveranciers en sluit daarmee aan bij reeds

13 11 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector ontwikkelde initiatieven zoals het Tradecloud platform. Door verhoging van transparantie is er minder noodzaak tot het aanhouden van veiligheidsvoorraden en kan de voorraad ver terug gedrongen worden in de keten. Leveranciers kunnen hun eigen planning veel beter regelen doordat ze real-time toegang hebben tot de orders en verkoop-prognoses. Het beoogde project draagt ertoe bij om te komen tot een hoge betrouwbaarheid van materiaal planning en levering, reducering van de aan te houden voorraden en betalingen op basis van gebruik. MKB voor MKB (ii) Het beoogde project richt zich op de horizontale supply chain finance oplossingen voor het MKB. In plaats van afhankelijk te zijn van een grote afnemer, zijn er oplossingen te bedenken die zich meer op een groep MKB ers richten. Het project richt zich op een Nederlandse MKB keten en benadert daarbij partijen die hier veel potentieel uit zouden kunnen halen, maar daar zelf niet aan hebben gedacht. Het concept kan aansluitend worden uitgerold in andere ketens. Project Supply Chain Finance Cockpit Supply Chain Finance in de breedste zin is zoveel meer dan alleen het financieren van facturen. Helaas wordt dit in de markt nog niet altijd zo ervaren, omdat er weinig tot geen partijen zijn die zich richten op het integreren van informatie uit de fysieke goederenstroom, met financiële data. Door gebruik te maken van de Control Towers zoals die in de fysieke (logistieke) keten beschikbaar zijn, komt er een enorme hoeveelheid data beschikbaar die voor een financier als financieringsgrond gebruikt zou kunnen worden. Potentiële partners om zo n project van de grond te trekken zijn de Supply Chain Control Towers aanbieders, gefaciliteerd door LSP s en universiteiten. Het op de markt brengen van dit nieuwe concept levert een bijdrage aan het BNP vanuit Ketenregie en draagt bij aan de positie van Nederland op de WLPI. SCF for Sustainable and Competitive Logistics Het beoogde project sluit aan bij lopende initiatieven waarin bestaand onderzoek op het gebied van Supply Chain Finance gebruikt wordt om nieuwe vormen van financiële oplossingen te bedenken. Deze oplossingen kunnen ervoor zorgen dat bedrijven hun logistieke activiteiten verduurzamen, zowel op het gebied van sustainability alsook voor hun concurrentiepositie. De denkrichting voor deze oplossingen is gericht op het verlagen van de drempels om de noodzakelijke investeringen te doen in groene oplossingen. Daarmee slaat het beoogde project een brug tussen twee onderzoeksrichtingen, te weten supply chain finance en sustainability. Logistics Service Providers als de financier Logistieke Service Providers beschikken over data omtrent de hoeveelheid goederen die op elk moment onder hun hoede zijn, maar zullen tegelijkertijd steeds meer additionele diensten moeten bieden om concurrerend te blijven in het internationale speelveld. Het beoogde project combineert deze data met aanvullende services en vult op die manier een gat op in de bestaande financieringsmodellen zoals die door de meeste marktpartijen worden gehanteerd Human Capital Een sleutelfactor voor het realiseren van de ambities van de topsector is human capital. Hier liggen drie uitdagingen: 1. Voldoende human capital: het tekort aan voldoende logistieke professionals dreigt op te lopen op alle niveaus.

14 12 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 2. Uitbouwen van een sterke kennisinfrastructuur via de Kennis Distributie Centra, zodat de wisselwerking tussen onderwijs (op alle niveaus) en het bedrijfsleven tot stand komt. 3. Het bedrijfsleven zelf zal steeds meer oog moeten hebben voor sociale innovaties om te blijven boeien, binden en behouden en de concurrentie om schaars talent met andere sectoren aan te gaan. Ook acties voor een betere beeldvorming blijven noodzakelijk. De Topsector Logistiek heeft de komende jaren behoefte aan meer human capital. De sector is sterk vergrijsd en zal de komende jaren in toenemende mate geconfronteerd worden met een vervangingsvraag. Daarnaast heeft de sector ook grote ambities, die een uitbreidingsvraag zullen creëren. De huidige trend in instroom in de sector biedt op dit moment niet voldoende zekerheid om deze toekomstige vraag te kunnen beantwoorden. Daarom is een Human Capital Agenda opgesteld die voor een impuls aan de Topsector Logistiek gaat zorgen. Binnen Human Capital wordt gestuurd op de volgende KPI (te bereiken in 2020): 50% meer uitstroom van professionals in de logistieke sector met grondige kennis over de innovatiethema's. Op HBO/WO niveau betekent dit een groei van 1400 personen (2010) naar 2100 (2020). Binnen Human Capital is er ruimte voor de volgende onderwerpen: Sociale innovatie In innovatieprojecten wordt veel werk verricht aan nieuwe planningsconcepten, nieuwe operationele modellen voor vervoer en logistiek, en nieuwe software tools. Echter, de betrokkenheid van de beoogde gebruikers is beperkt. Daardoor gaat de adoptie van nieuwe technologie en operationele oplossingen langzamer dan gewenst. Er is praktisch en experimenteel onderzoek nodig waarin de brug wordt geslagen tussen de veelheid van innovatieve resultaten en uitkomsten uit projecten, en de behoefte bij gebruikers in de logistieke sector. Onderdeel van dit onderzoek moet ook zijn de ontwikkeling van nieuwe manieren om gebruikers bij het innovatieve onderzoek in de sector te betrekken, bijvoorbeeld door op innovatieve manieren gebruik te maken van nieuwe media. Onderwijsvalorisatie Voor de logistieke sector is het onderwijsveld een belangrijk valorisatiekanaal. Veel van de logistieke professionals van morgen zitten nu in de klas van MBOen HBO-opleidingen. Het is van groot belang dat die leerlingen, via hun docenten, in contact komen met de resultaten uit innovatieprojecten. Het onderzoek dient in te gaan op de ontwikkeling van nieuwe werkvormen waarmee kennis vanuit projecten en onderzoek effectief overgedragen kan worden aan docenten en studenten in het HBO en MBO. Te denken valt aan vouchers voor onderzoekers om kennis over te dragen aan scholen, de ontwikkeling van serious games, of het ontwikkelen van nieuw onderwijsmateriaal voor docenten, zoals cases, datasets voor kwantitatieve analyse of een simulatie. Gameontwikkeling In de afgelopen jaren is gebleken dat gaming een effectieve manier is om met de logistieke sector in den brede in contact te komen en innovatie aan te jagen. In een aantal projecten is daarom gameontwikkeling aan de orde geweest. De portefeuille van beschikbare games is echter nog beperkt. Dit project heeft als doel de bestaande portfolio van games voor de logistieke sector uit te breiden langs de lijnen van de roadmaps. Daarbij ligt de nadruk op games omtrent logistieke operaties, games in de roadmap trade and compliance en games voor service logistiek. Het verdient aanbeveling in dit project aan te sluiten bij de bestaande ontwikkeling in games en het ontsluiten van games zoals dat in het

15 13 Hoofdstuk 2: Doel / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector Dinalogprojecte Salomo is ingezet. Daarnaast ligt de prioriteit bij het ontwikkelen van microgames, die via internet te spelen zijn.

16 14 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 3 Richtlijnen voor aanvragers 3.1 Wie kan aanvragen Elk projectvoorstel heeft één hoofdaanvrager: De hoofdaanvrager is verbonden aan een Nederlandse onderzoeksinstelling voor de looptijd van het beoogde onderzoek. Nederlandse onderzoeksinstellingen zijn kennisinstellingen zoals geformuleerd door de RVO 6. De call Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector is transdisciplinair van aard en gericht op samenwerking met partners uit bedrijfsleven, overheden 7 en maatschappelijke organisaties. Om dit uitgangspunt vorm te geven dienen alle bij een onderzoeksvoorstel betrokken samenwerkingspartners een consortium op te richten. Er dienen naast de instelling van de hoofdaanvrager minimaal twee private en/of (semi-)publieke partijen bij de aanvraag betrokken te zijn. Het heeft de voorkeur dat nog meer partners (als meefinancierende partij) deel uitmaken van het projectconsortium. Zie bijlage 6.1 (Definities) voor de definities van kennisinstellingen, private en (semi-)publieke partijen. De hoofdaanvrager vraagt aan namens het gehele projectconsortium en is verantwoordelijk voor zowel de samenhang en de resultaten, als ook de financiële verantwoording. De hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) dienen gedurende de periode waarover financiering wordt gevraagd effectief betrokken te blijven bij het onderzoek waarop de aanvraag betrekking heeft. De instelling dient de aanvragers in de gelegenheid te stellen gedurende de looptijd van het aanvraagproces en het onderzoek voor een adequate begeleiding van het onderzoek zorg te dragen. De private en/of (semi-)publieke partners dienen als mede-aanvrager op de factsheet in IRIS te worden vermeld en in de aanvraag te worden opgenomen. 3.2 Bij wie wordt aangevraagd Financiering wordt aangevraagd bij het TKI Logistiek. Door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu worden onderzoeksmiddelen en een deel van de Human Capital Agenda aan NWO als kasbeheerder van het TKI beschikt. NWO voert daarmee de beoordelingsprocedure uit zoals in deze call for proposals is beschreven. Besluitvorming geschiedt door het TKI Bestuur Logistiek. 6 Zie bijlage 6.1, definities of 7 Voor overheden geldt dat hun bijdrage in overeenstemming dient te zijn met de Europese regelgeving voor staatssteun.

17 15 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 3.3 Wat kan aangevraagd worden De bij het TKI aan te vragen financiering is gemaximeerd per roadmap. Er kan niet meer financiering worden aangevraagd dan voor een roadmap beschikbaar is (zie paragraaf 1.2 Beschikbaar budget). Er kan financiering worden aangevraagd ter dekking van zowel de personele als de materiële kosten die voor het project moeten worden gemaakt. De totale looptijd van een project is ten minste één jaar en niet langer dan drie jaar. De einddatum van een project is uiterlijk 1 november De beoordelingscriteria voor beoordeling van de aanvragen staan beschreven in paragraaf 4.2. De financiering: - kan alleen aangevraagd worden voor projecten die betrekking hebben op onafhankelijk onderzoek en die starten na de in het financieringsbesluit opgenomen projectstartdatum (dus niet al lopende projecten), met een maximale doorlooptijd van drie jaar. Kosten gemaakt vóór de start van het project komen niet voor financiering in aanmerking - mag geen bestaande financiering vervangen; - wordt niet gegeven voor contractresearch; - mag individuele bedrijven niet meer steunen dan wat toegestaan is vanuit het staatssteunkader 8. - mag niet worden gebruikt voor het dekken van kosten die met economische activiteiten te maken hebben. Voorwaarden voor Cofinanciering De private en/of (semi-)publieke partners in het consortium dienen tezamen een concrete bijdrage te leveren aan het onderzoek, die de financieringsbijdrage van het TKI minstens evenaart. Daarmee is de minimale cofinanciering vanuit het consortium 50% van het totale projectbudget. In geval dat bijvoorbeeld k 500 wordt aangevraagd, is er een cofinancieringseis van minimaal k 500 cash en/of inkind. De bijdrage in de vorm van cofinanciering moet in een brief bij de aanvraag bevestigd worden door de private en/of (semi-)publieke partners die als medefinancier optreden ( letter of commitment ; zie ook paragraaf 3.5). Daarnaast moet de bijdrage van de partners duidelijk zijn uit de beschrijving van het project, de planning en het budget in de aanvraag. Tijdens de looptijd van het project dient de bijdrage te worden bijgehouden in de projectadministratie die te allen inzichtelijk moet zijn voor het TKI. Begeleiding en consultancy vallen niet onder cofinanciering. Er worden twee typen cofinanciering onderscheiden: 1. In-kind bijdragen 2. Cash bijdragen Het TKI Logistiek accepteert in-kind bijdragen in mensuren van personeel (integrale kostprijs) of materiële bijdragen zoals gebruik van data en specifieke software en toegang tot faciliteiten. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat deze gekapitaliseerd zijn (gewaardeerd op de commerciële waarde van de licentie of de reële gebruikswaarde) en dat ze integraal onderdeel uitmaken van het projectplan. 8 Zie de de-minimis vrijstellingsverordening en de EC-regulation 651/2014 van 17 juni om te controleren of er sprake is van verenigbaarheid met de steunkaderregeling.

18 16 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector De cofinanciering wordt toegevoegd aan het bij het TKI aan te vragen financieringsbedrag en dient te worden opgenomen in de begroting. Conform de NWO richtlijnen voor cofinanciering factureert NWO als kasbeheerder van het TKI in deze call - na honorering van een onderzoeksproject de private of (semi-)publieke partij die zich met een cash bijdrage aan een onderzoeksproject heeft gecommitteerd. Na ontvangst wordt het geld toegewezen op het project. Personele kosten Financiering kan worden aangevraagd voor de salariskosten van op het onderzoek aan te stellen personeel. De duur van deze aanstellingen mag de duur van de financiering die toegekend is voor het aangevraagde onderzoek nooit overschrijden. Voor de personele kosten wordt onderscheid gemaakt in a) personeel onder vaste tariefstelling, b) personeel onder vrije tariefstelling en c) vergoeding voor bijdragen van bedrijven en (semi-) publieke partijen. Administratief ondersteunende taken kunnen niet onder deze financiering worden aangevraagd. a) Personeel onder vaste tariefstelling: Op de subsidieverlening voor de vergoeding voor junior wetenschappelijk personeel (promovendi en junior onderzoekers), senior wetenschappelijk personeel (postdocs en universitair docenten) en niet-wetenschappelijk personeel 9 aangesteld voor onderzoek aan universiteiten is het door NWO met de VSNU op 2 oktober 2008 gesloten Akkoord Bekostiging Wetenschappelijk Onderzoek 2008 van toepassing 10 inclusief de meest recente standaard salaristabellen (zie de NWO-website). Voor de inschaling van junior onderzoekers kan van dit akkoord worden afgeweken als er sprake is van aantoonbaar meer ervaring. Deze onderzoekers kunnen in de betreffende schaal hoger worden ingeschaald. Aan promovendi en postdoconderzoekers wordt een persoonsgebonden bench fee van toegekend bij een minimumaanstelling van 2 jaar, 0,5 fte. Het toegekende bedrag wordt separaat en in één keer ter beschikking gesteld. Een vervangingsfinanciering voor het verrichten van onderzoek door een hoogleraar of U(H)D kan worden aangevraagd maar wordt alleen toegekend indien de aanvrager kan aantonen dat een financiering voor een promovendus, junior onderzoeker of postdoc niet in het beoogde doel voorziet. Voor de vervangingsfinanciering wordt het vaste salaristarief van een postdoc gehanteerd met een maximum van per vervanging. 9 Onder niet-wetenschappelijk personeel wordt personeel verstaan dat het onderzoek van de hierboven genoemde personen ondersteunt met specialistische niet-wetenschappelijke taken ten behoeve van het onderzoek, bijvoorbeeld computerprogrammering. Financiering kan worden aangevraagd voor nietwetenschappelijk personeel op mbo-, hbo- of academisch niveau. De inzet dient uitdrukkelijk gemotiveerd te worden, zowel wat betreft niveau, als wat betreft duur. 10 Het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek staat op de NWO- website.

19 17 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector b) Personeel onder vrije tariefstelling: Indien een aanstelling niet aan de universiteit plaatsvindt, maar bij een onderzoeksinstituut of andersoortige kennisinstelling (zie de in deze call gehanteerde definities in paragraaf 6.1) kan voor de begroting van personele kosten worden uitgegaan van het brutosalaris volgens werkelijke inschaling en periodiek van de geldende CAO en alle benodigde opslagen 11. Administratief ondersteunende taken kunnen niet onder deze financiering worden aangevraagd. Deze tarieven zijn bindend; dit laat onverlet dat in de aangevraagde begroting de omvang en aard van de personele kosten dienen te worden gespecificeerd en beargumenteerd. c) Vergoeding voor bijdragen van private en (semi-)publieke partijen Medewerkers van private en (semi-) publieke partijen die een bijdrage leveren aan het onderzoek kunnen een vergoeding krijgen voor hun deelname. De vergoeding is maximaal de helft van het aantal uren, de andere helft van de uren kunnen worden ingebracht als in-kind bijdrage. De maximale vergoeding is vastgesteld op 125 per uur. Als een bedrijf bijvoorbeeld 50 manuren meewerkt aan een onderzoeksproject dan kunnen 25 uren worden vergoed tegen een maximaal tarief van 125, de overige 25 uren kunnen worden opgenomen als cofinanciering ter waarde van Voor in-kind cofinanciering tot een bedrag van per jaar volstaat een, door de leidinggevende van de private of (semi-)publieke partij, getekende verklaring voor gemaakte uren en bedrag. Voor cofinanciering in-kind daarboven dient een sluitende urenadministratie te worden gevoerd via een uitdraai van het urenregistratiesysteem, dan wel via getekende urenbriefjes (door uitvoerder, leidinggevende en TKI). Voor in-kind cofinanciering hoger dan dient een accountantsverklaring te worden aangeleverd. Materiële kosten In een aanvraag kan financiering worden aangevraagd ter dekking van materiële kosten, zoals: de aanschaf van speciaal voor het onderzoek benodigde apparatuur en verbruiksgoederen, m.u.v. computers; het houden van interviews en enquêtes; de aanschaf van databestanden; reis- en verblijfkosten; management van het projectconsortium, bijvoorbeeld een (niet-wetenschappelijke) procesmanager (tot maximaal 5% van de projectbegroting; het organiseren van (internationale) workshops en bijeenkomsten; studentassistentie. Kosten voor het opstellen van een accountantsverklaring 12 komen ook voor vergoeding in aanmerking. Materiële kosten dienen zowel inhoudelijk gemotiveerd als financieel onderbouwd te worden. 11 Zoals vastgelegd in het EZ- kaderbesluit. Zie: 12 Indien van toepassing. Voor in-kind cofinanciering hoger dan dient een accountantsverklaring te worden aangeleverd.

20 18 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector Kosten die niet worden vergoed: Kosten voor computergebruik bij universitaire rekencentra en kosten voor het gebruik van laboratoria, komen niet in aanmerking voor financiering. Er is een aparte call Rekentijd Nationale Computersystemen van het NWOgebied Exacte Wetenschappen voor toegang tot de nationale computersystemen. Huisvestings-, overhead-, en afschrijvingskosten komen niet voor financiering in aanmerking. Kosten gemaakt voor het bemiddelen voor, en/of verwerven en uitvoeren van contractresearch, inclusief de daaraan toe te rekenen overige indirecte kosten en reserveringen voor toekomstige kosten c.q. reservevorming komen niet in aanmerking voor financiering. Kosten van apparatuur, van verbruiksgoederen, of van administratieve of technische hulp, die tot het gebruikelijke voorzieningenpakket van een universiteit of onderzoeksinstituut moeten worden gerekend, komen evenmin in aanmerking voor financiering. 3.4 Wanneer kan aangevraagd worden Voorstellen kunnen doorlopend worden ingediend tot de sluitingsdatum van de call op 16 juli 2015, uur. Er zijn twee ophaalmomenten vastgesteld voor de ingediende voorstellen: - dinsdag 19 mei 2015, uur C.E.T.; - donderdag 16 juli 2015, 14:00 uur C.E.T.. Aanvragen die voor 19 mei 2015, C.E.T uur zijn ingediend, worden tijdens de vergadering van de programmacommissie TKI Logistiek op 25 juni 2015 beoordeeld. Besluitvorming door het TKI Bestuur over deze aanvragen vindt plaats in juli Aanvragen die na 19 mei 2015, uur C.E.T. zijn ingediend en voor 16 juli 2015, uur C.E.T. worden tijdens de vergadering van de programmacommissie TKI Logistiek op 22 september 2015 beoordeeld. Besluitvorming door het TKI Bestuur over deze aanvragen vindt plaats in oktober Zie hoofdstuk 4 voor meer informatie over het tijdpad en de procedure. 3.5 Het opstellen van de aanvraag Aanvraagformulier Aanvragen dienen in het Nederlands te worden opgesteld en worden alleen geaccepteerd wanneer het aanvraagformulier gebruikt is. Nadere instructies staan in het aanvraagformulier dat kan worden gedownload via en via Het pdf-document dat in Iris wordt toegevoegd mag op geen enkele wijze beveiligd zijn om een goede verwerking van de aanvraag te garanderen. Letter(s) of commitment Bij het indienen van de aanvraag moet het financieel commitment van partner(s) worden bevestigd met een letter of commitment. Deze brief bestaat uit een expliciete verklaring van de overeengekomen financiële en/of gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdrage, een toelichting op hoe de cofinanciering wordt ingezet en een toelichting op hoe de resultaten van het onderzoek zullen bijdragen aan de beleids- of praktijkontwikkeling. De in de brief vermelde bedragen moeten overeenkomen met de bedragen in het budget van de aanvraag. Deze brief dient als

21 19 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector bijlage bij de aanvraag te worden toegevoegd 13. Indien de aanvraag gehonoreerd wordt, zal NWO de private en/of (semi-)publieke partners vragen om bevestiging van de medefinanciering (bevestiging van bijdragen door derden). Verdere afspraken dienen te worden vastgelegd in een (consortium)overeenkomst (zie paragraaf 3.6 en bijlage 6.3). 3.6 Specifieke financieringsvoorwaarden De uiterste einddatum van een project is 1 november Toegekende projecten met de maximale looptijd van drie jaar dienen daarom uiterlijk 1 november 2015 van start te gaan. Kortere projecten kunnen overeenkomstig hun looptijd later starten maar maximaal zes maanden na de datum van toekenning. Toekenning kan slechts plaatsvinden binnen het beschikbare budget en binnen de vastgestelde limieten voor de afzonderlijke roadmaps. Totdat de middelen van de Call Accelerator zijn uitgeput zullen voorstellen, die aan de kwaliteitseisen voldoen, worden gehonoreerd. Consortiumovereenkomst De consortiumpartners dienen voor aanvang van het project een overeenkomst te sluiten met betrekking tot de rechten (bijvoorbeeld copyrights, intellectueel eigendom etc.) op producten of zaken die binnen het project worden ontwikkeld. Daarnaast staan in deze overeenkomst afspraken over de consortium governance (die afdoende garantie moet bieden voor een effectieve samenwerking), financiën, waar van toepassing in te brengen basiskennis, aansprakelijkheid, geschillen en regeling van onderlinge informatieverstrekking (zie bijlage 6.2 voor meer informatie). Als financier van de Accelerator-call verkrijgt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gebruiksrecht over alle stukken (met name modellen en rekenmethodes e.d.). Inschakelen van derden Inschakeling van derden zijnde niet de consortiumpartners voor de uitvoering van het beoogde onderzoek moet in de aanvraag worden opgenomen. Bij eventuele toekenning is de financieringsontvanger verantwoordelijk voor correcte toepassing van de Europese aanbestedingsregels. Overige specifieke financieringsvoorwaarden Voor zover in de call for proposals (waarin de relevante bepalingen uit de TKIregeling en de EU steunkaderregeling zijn verwerkt) niet geregeld, zijn de Algemene subsidiebepalingen NWO (hfdst.4) uit de Regeling subsidies van toepassing 14, met uitzondering van de bepalingen 5, 24 deel 2, 32 en 33. Mochten de toepasselijke bepalingen strijdig zijn met de bepalingen uit de TKI- of EU-steunkaderregeling, dan hebben laatstbedoelde bepalingen voorrang. 13 Zie voor een format van een Letter of Commitment. 14 De Regeling Subsidieverlening staat op de NWO- website:

22 20 Hoofdstuk 3: Richtlijnen voor aanvragers / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector Het TKI Logistiek houdt zich het recht voor een aanvraag op wetenschapsinhoudelijke, beleidsmatige of budgettaire gronden te laten inkorten of wijzigen als voorwaarde bij eventuele toekenning. Wordt een aanvraag toegekend, dan wordt in principe de hoofdaanvrager aangewezen als projectleider. Deze ontvangt de aanwijzingen voor projectleiders en de algemene subsidiebepalingen van NWO. Het TKI Logistiek, via NWO, monitort de voortgang en evalueert de resultaten van het gefinancierde onderzoek ten opzichte van de in de aanvraag vermelde planning en beoogde opbrengst. Met het oog hierop dienen twee maal per jaar voortgangsverslagen te worden aangeleverd. Indien een aanzienlijke wijziging, in negatieve zin, van het goedgekeurde voorstel en/of budget wordt geconstateerd, behouden NWO en het TKI Logistiek zich het recht voor een audit ter plekke uit te voeren en/of sancties op te leggen zoals bij de toekenning nader uiteengezet. 3.7 Het indienen van een aanvraag Voor het elektronisch indienen dient gebruik te worden gemaakt van het systeem Iris dat via de NWO-website toegankelijk is (www.iris.nwo.nl) Aanvragen die niet via Iris zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen Irisaccount in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen Irisaccount heeft, dient deze dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit is om eventuele aanmeldproblemen nog op tijd te kunnen verhelpen. Indien de hoofdaanvrager al een Iris account heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen. De uitgewerkte financieringsaanvraag bestaat uit twee delen: een factsheet en het aanvraagformulier. - De factsheet wordt direct ingevuld in het elektronisch aanvraagsysteem Iris van NWO. - Het aanvraagformulier staat op de financieringspagina van deze call (www.nwo.nl/accelerator) en op de website van het TKI Logistiek (www.tkilogistiek.nl). Dit formulier wordt, zodra ingevuld, toegevoegd als PDF bestand aan de Iris factsheet. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de Iris helpdesk ( ; zie paragraaf 5.1.2). U wordt verzocht tijdig te controleren of de organisaties waarbij (mede-)aanvragers werkzaam zijn, al in IRIS bekend zijn. Indien dit niet het geval is kan dit gemeld worden bij NWO via Op de financieringspagina vindt u het formulier dat u hiervoor kunt gebruiken. De organisatie(s) zal(zullen) dan worden toegevoegd in Iris. Aangezien enige dagen nodig zijn om een dergelijk verzoek te verwerken, dient u dit uiterlijk een week voor de deadline van 19 mei 2015 c.q. 16 juli 2015 te melden. Onderzoeksinstellingen anders dan een universiteit die een aanvraag als hoofdaanvrager indienen en op het moment van indienen bovengenoemde actie niet tijdig hebben ondernomen en dus niet in IRIS bekend zijn, kunnen als organisatie kiezen voor NWO-TKI Logistiek (met als acroniem NWO-TKI en Den Haag als stad). Bij de contactgegevens kunnen vervolgens de eigen organisatiegegevens worden ingevoerd. Het wordt aangeraden hier ruim voor de deadline mee te beginnen.

23 21 Hoofdstuk 4: Beoordelingsprocedure / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 4 Beoordelingsprocedure 4.1 Procedure Hieronder worden de verschillende stappen in het beoordelingsproces beschreven. Aanvragers kunnen het verloop van de beoordelingsprocedure volgen via hun Irisaccount. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De eerste stap in de beoordelingsprocedure is altijd een bureau-toets of de aanvraag in behandeling genomen kan worden. Criteria voor het in behandeling nemen van de aanvraag Het secretariaat gaat na of de aanvraag aan de volgende criteria voor indiening voldoet: - het voorstel is tijdig ingediend via Iris; - de aanvraag is in het Nederlands opgesteld; - er is gebruikgemaakt van het verplichte aanvraagformulier; - alle vragen zijn beantwoord; - het maximale aantal woorden wordt niet overschreden; - het aangevraagde budget valt binnen de grenzen die gesteld zijn in paragraaf 3.3, en is sluitend. - naast de instelling van de hoofdaanvrager zijn er minimaal twee (semi-) publieke en/of private partijen betrokken in het consortium; - de cofinanciering voldoet aan de gestelde voorwaarden; en - letter(s) of commitment zijn bijgesloten. Wanneer correctie van de aanvraag mogelijk is, zal de aanvrager de gelegenheid krijgen om haar/zijn aanvraag binnen 48 uur aan te passen. Als de aanvraag binnen de gestelde tijd niet is gecorrigeerd, zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Gecorrigeerde aanvragen zullen na goedkeuring alsnog in behandeling worden genomen. Voor alle bij de beoordeling en/of besluitneming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO-code belangenverstrengeling van toepassing. Beoordelingsprocedure Het TKI Logistiek heeft een staande Programmacommissie TKI Logistiek (PC) 15. De Programmacommissie adviseert het TKI bestuur op strategische hoofdlijnen. Voor de Accelerator call beoordeelt de PC alle ingediende aanvragen en stelt een prioritering op van de excellente en zeer goede aanvragen. Alle commissieleden dienen de Gedragscode Belangenverstrengeling van NWO te ondertekenen. De gedragscode is van toepassing op de volledige beoordelingsronde. Indien nodig zullen commissieleden worden vervangen. Nadat de aanvraag door het bureau ontvankelijk is verklaard, worden de aanvragen behandeld door de Programmacommissie TKI Logistiek. De beoordeling door de programmacommissie vindt plaats aan de hand van de aanvraag, de voorlopige adviezen en de reactie van de aanvragers daarop. De programmacommissie 15 De Programmacommissie TKI Logistiek is samengesteld uit leden uit de private sector, publieke sector en wetenschappers. De programmacommissie TKI Logistiek wordt ingesteld door het bestuur TKI Logistiek.

24 22 Hoofdstuk 4: Beoordelingsprocedure / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector beoordeelt de aanvragen op alle onderstaande criteria (zie paragraaf 4.2). Door de leden van de programmacommissie worden voorlopige adviezen met eventuele vragen opgesteld die aan de aanvrager zullen worden toegestuurd. De aanvrager kan een schriftelijke reactie op het voorlopig advies geven (het wederhoor). De programmacommissie zal de aanvraag vervolgens een oordeel geven: excellent, zeer goed, goed, matig of onvoldoende. Uiteindelijk stelt de programmacommissie een prioritering op van de aanvragen die excellent of zeer goed scoren. De prioritering vindt per roadmap plaats op basis van criterium II (Aansluiting op de call) en criterium III (Kennisvalorisatie). Aanvragen die beter aansluiten bij de vragen uit deze call kunnen op een hogere plaats in de prioriteringsvolgorde worden geplaatst, mits deze aanvragen als excellent of zeer goed zijn beoordeeld. Indien de beschikbare middelen per roadmap niet zijn uitgeput kan de Programmacommissie vanuit beleidsoverwegingen het TKI Bestuur adviseren de resterende middelen aan te wenden voor financiering van projecten uit een van de andere roadmaps of de Human Capital pijler. Verschuiving van de middelen is mogelijk voor zover dit in overeenstemming is met de in de call vermelde voorwaarden. De programmacommissie biedt de prioritering aan het TKI Bestuur aan. Het TKI Bestuur neemt op basis van het advies van de programmacommissie een besluit over welke aanvragen zij wil honoreren. Alleen aanvragen die als excellent of zeer goed zijn beoordeeld komen voor honorering in aanmerking. Indicatief tijdpad April 2015 Oproep tot het indienen van voorstellen 19 mei 2015, uur 1 e ophaalmoment ingediende aanvragen C.E.T 1 e beoordelingscyclus Mei 2015 Vaststelling in behandeling nemen door het secretariaat; bericht naar aanvragers hierover Mei/juni 2015 Opstellen voorlopig advies door Programmacommissie Begin juni 2015 Reactie aanvragers 25 juni 2015 Beoordeling en prioritering door de programmacommissie Juli 2015 Besluitvorming door het TKI Bestuur Logistiek 16 juli 2015, uur 2 e ophaalmoment indienen van aanvragen C.E.T. 2 e beoordelingscyclus Juli 2015 Vaststelling in behandeling nemen door het secretariaat; bericht naar aanvragers hierover Augustus 2015 Opstellen voorlopig advies door Programmacommissie Begin september 2015 Reactie aanvragers 22 september 2015 Beoordeling en prioritering door de programmacommissie Medio oktober 2015 Besluitvorming door het TKI Bestuur Logistiek Aanvragen ingediend voor 19 mei 2015, uur C.E.T. zullen in de eerste beoordelingscyclus worden behandeld. Aanvragen ingediend na 19 mei, uur C.E.T. en voor 16 juli 2015, C.E.T. uur worden in de tweede beoordelingscyclus behandeld.

25 23 Hoofdstuk 4: Beoordelingsprocedure / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 4.2 Criteria De aanvragen worden getoetst aan de hand van de volgende criteria: I. Kwaliteit A. Vraag- en doelstellingen Zijn de probleemstelling en de onderzoeksvragen helder gedefinieerd, voldoende afgebakend en adequaat uitgewerkt? B. Benadering en methoden Heeft het voorstel een heldere (theoretische) onderbouwing? Zijn de voorgestelde methoden en technieken en het voorgestelde raamwerk geschikt voor het onderzoeken van de probleemstelling en het beantwoorden van de onderzoeksvragen? Is het werkplan logisch van opbouw, goed gefaseerd en realistisch? Zijn de genoemde bronnen toegankelijk en geschikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden? Is het voorgestelde tijdschema haalbaar en realistisch? II. Aansluiting op de call Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector A. Bijdrage aan doelen In hoeverre sluit het voorstel aan op de onderzoeksvragen en draagt het bij aan de doelen zoals die zijn genoemd in paragraaf 2 van dit document? Wat is de te verwachten bijdrage aan de KPI s? B. Relevantie van de kennisontwikkeling In hoeverre worden de inzichten en problematiek een stap verder gebracht? Kan een bijdrage worden verwacht aan de centrale vragen van de Topsector Logistiek? Wordt aangesloten bij de roadmaps van de Topsector Logistiek? III. Kennisvalorisatie A. Bedrijfsrelevantie (Utilisatie) Zal het project leiden tot nieuwe technieken, methodes of belangrijke toepassingen? Is het onderzoek nodig om gebruik te kunnen gaan maken van nieuwe technologie of nieuwe inzichten? Is het gebruik van de onderzoeksresultaten goed doordacht en een wezenlijk onderdeel van de aanvraag? Wat is het te verwachten economisch effect? Is er in het project samenwerking tussen onderzoekers en bedrijfsleven? B. Toegevoegde waarde van de kennisvalorisatie Is het beoogde doel van de kennisvalorisatie voldoende helder? Op welke wijze is voortzetting van de valorisatie van kennis in de waardeketen geborgd? C. Doeltreffendheid en haalbaarheid van de aanpak Welke stappen worden gezet om de kennis bruikbaar te maken voor derden? Worden activiteiten ontplooid om de doelgroep te bereiken? Is de voorgestelde aanpak adequaat? Wordt het potentieel van het consortium optimaal benut? Tot welke opbrengsten zullen de specifieke acties leiden? Is de activiteit of het product geschikt voor en bruikbaar voor het gestelde doel en de doelgroep? Draagt het onderzoek bij aan de lopende beleidsprocessen en de roadmaps uit de Topsector Logistiek?

26 24 Hoofdstuk 5: Contact en overige informatie / Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistiek sector 5 Contact en overige informatie 5.1 Contact Inhoudelijke vragen Voor inhoudelijke vragen over de call Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector kunt u contact opnemen met: Albert Veenstra (Dinalog) +31 (0) Bij NWO kunt u voor vragen contact opnemen met: Inge van Leeuwen +31 (0) Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem Iris Bij technische vragen betreffende het gebruik van Iris neemt u contact op met de Iris helpdesk. Leest u alstublieft eerst de handleiding voordat u de helpdesk om raad vraagt. Bereikbaarheid Iris helpdesk: van maandag t/m vrijdag van tot uur, telefoonnummer Helaas ondersteunen niet alle buitenlandse providers het bellen naar 0900-nummers. U kunt ook uw vraag per sturen aan 5.2 Overige informatie De call Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector draagt bij aan de roadmaps uit het innovatiecontract het concert begint en heeft mede als doel om kennis te produceren die ingezet kan worden om verder invulling te geven aan de roadmaps.

27 6 Bijlage 6.1 Definities Kennisinstelling 16 : a. Een onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit. b. Een andere dan onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden. c. Een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde: 1. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder a, 2. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden. d. Een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder a, b of c direct of indirect: 1. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft, 2. volledig aansprakelijk vennoot is of 3. overwegende zeggenschap heeft. e. Een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft om via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder a tot en met d. Private partijen Ondernemingen worden aangemerkt als private partners. Onder onderneming wordt verstaan: activiteit van een organisatorisch verband of een persoon gericht op duurzame deelname aan het economisch verkeer met behulp van arbeid en kapitaal en met het oogmerk winst te behalen. Internationale private partijen kunnen meedoen. (Semi-)publieke partijen Als (semi-) publieke partners worden aangemerkt instellingen die niet tot de door NWO erkende onderzoeksinstellingen behoren (i.e. instellingen anders dan universiteiten die, zoals TNO en DLO) en niet tot de categorie van private partijen behoren. Overheden behoren ook tot deze categorie. Cofinanciering Onder cofinanciering wordt verstaan cash en/of in-kind bijdragen, geleverd door bedrijven (marktpartijen, branche organisaties, stichtingen, etc.), kennisinstellingen (van MBO tot en met WO) en andere overheden dan IenM (Europees/landelijk/regionaal). In-kind bijdragen Onder in-kind bijdragen wordt verstaan: op geld waardeerbare inbreng in een samenwerkingsproject die 16

28 a. niet direct of indirect afkomstig is van een onderzoeksorganisatie of een openbaar lichaam als bedoeld in de definitie van private bijdrage, en b. wordt berekend op basis van een voor de deelnemers aan een samenwerkingsproject gebruikelijke en controleerbare methode, die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de deelnemers aan een samenwerkingsproject stelselmatig toepassen. Private bijdragen Private bijdrage: geldmiddelen die niet direct of indirect afkomstig zijn van: a. een onderzoeksorganisatie met inbegrip van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen; b. een openbaar lichaam.

29 6.2 Consortiumovereenkomst De consortiumpartners dienen voor aanvang van het project een overeenkomst te sluiten met betrekking tot de rechten (bijvoorbeeld copyrights, intellectueel eigendom etc.) op producten of zaken die binnen het project worden ontwikkeld. Daarnaast staan in deze overeenkomst afspraken over de consortium governance (die afdoende garantie moet bieden voor een effectieve samenwerking), financiën, waar van toepassing in te brengen basiskennis, aansprakelijkheid, geschillen en regeling van onderlinge informatieverstrekking. Als financier van de Accelerator-call verkrijgt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gebruiksrecht over alle stukken (met name modellen en rekenmethodes e.d.) In de consortiumovereenkomst wordt in ieder geval gesteld dat: 9.2 Iedere Partij is de exclusieve eigenaar van de Projectresultaten die uitsluitend door haar gegenereerd zijn. Daarmee geldt door voorstellen ingediend binnen deze call dat optie 2 van het NWO PPS-beleid, zijnde het NWO-beleid inzake intellectueel eigendom voor Publiek-Private Samenwerking van toepassing is Projectresultaten waartoe medewerkers van meerdere Partijen een Bijdrage hebben geleverd en welke bijdragen niet zijn te onderscheiden (hierna te noemen Gezamenlijke Projectresultaten en "Deelnemende Partijen") en indien deze Gezamenlijke Projectresultaten het voorwerp zijn van uitvindingen, dan zullen de Deelnemende Partijen over deze uitvindingen en de eventueel hieruit voortvloeiende Intellectuele Eigendomsrechten het gezamenlijk eigendom hebben In het geval van Gezamenlijke Projectresultaten informeert de betreffende Deelnemende Partij onmiddellijk de andere Deelnemende Partij wiens werknemer of werknemers betrokken zijn in een dergelijke Gezamenlijke Projectresultaten. De Deelnemende Partijen komen nadien binnen zes maanden een juist plan van aanpak overeen om de Gezamenlijke Projectresultaten te beschermen, met inbegrip van welke Deelnemende Partij wordt aangewezen voor de voorbereiding, de indiening in/op naam van de Deelnemende Partijen, de instandhouding en uitoefening van dergelijke bescherming en in welke landen dergelijke bescherming aangevraagd wordt. De kosten hiervoor zullen gelijk gedeeld en gedragen worden door Deelnemende Partijen. Het indienen van de aanvragen op Gezamenlijke Projectresultaten dient plaats te vinden in onderlinge overeenstemming. Indien een Deelnemende Partij niet geïnteresseerd is in deze bescherming dient de niet-bijdragende Deelnemende Partij de andere Partijen onmiddellijk over het besluit te informeren en mogen de andere Deelnemende Partijen een dergelijke aanvraag doen voor eigen rekening en worden deze de gezamenlijke eigenaren van enig Intellectueel Eigendomsrecht dat hieruit voortvloeit op voorwaarde van een niet-exclusieve, niet-overdraagbare, eeuwigdurende licentie op de Gezamenlijke Projectresultaten voor de niet-bijdragende Deelnemende Partij en haar Groepsmaatschappijen volgens de afspraken van artikel 9. De niet-bijdragende Deelnemende Partij, wijst zijn rechten in een dergelijke gemeenschappelijke uitvinding toe aan de Deelnemende Partijen die een aanvraag indienen. Mocht het ontbreken van interesse alleen betrekking hebben op een of meer landen maar niet alle landen waar een aanvraag wordt ingediend, dan heeft de retentie van de licentie alleen betrekking op de een of meer landen met betrekking tot welke landen de Deelnemende Partij heeft aangegeven hier niet in geïnteresseerd te zijn. Met betrekking tot de andere landen blijven zijn rechten en verplichtingen tot bijdrage in de kosten voor realisatie, instandhouding en bescherming van Intellectuele Eigendomsrechten ongewijzigd. Een Partij die afziet van eigendom is niet langer verplicht bij te dragen aan de kosten voor de realisatie en instandhouding van het bewuste octrooi in de landen of gebieden waar deze Partij heeft aangegeven afstand te doen van haar eigendomsrecht. Onverminderd de rechten en verplichtingen die elk van de (gezamenlijke) eigenaren bezit krachtens dit Artikel 9.4, heeft elk van de gezamenlijke eigenaren het recht om zijn rechten over te dragen 17 Zie

30 aan haar Groepsmaatschappij, of aan een verwerver van het bedrijf van de gezamenlijke eigenaar voor welk bedrijf de betreffende Projectresultaten relevant is Iedere Partij heeft het recht de ingebrachte Basiskennis en de Projectresultaten van elk van de andere Partijen te gebruiken voor de uitvoering van het Project. Gebruik van de ingebrachte Basiskennis en de Projectresultaten voor andere doeleinden dan de uitvoering van het Project is niet toegestaan tenzij hiervoor schriftelijke toestemming is verleend door de rechthebbende partijen. Dit recht is kosteloos, niet-exclusief, niet overdraagbaar en omvat niet het recht aan derden sublicenties te verlenen Elk van de eigenaren van door die partij zelf gegenereerde Projectresultaten, met uitzondering van Gezamenlijke Projectresultaten, heeft een onbeperkt recht om de Projectresultaten te exploiteren, producten te vervaardigen, te laten vervaardigen, te gebruiken, te verhuren, te verkopen of anderszins van de hand te doen, en om niet exclusieve licenties te verlenen zonder de toestemming van, en zonder rekenschap af te leggen aan de andere Partijen Voor zover noodzakelijk voor de Exploitatie van haar Projectresultaten en behoudens rechten van derden, heeft iedere Partij het recht om van elk van de andere Partijen een nietexclusieve licentie te verkrijgen voor het gebruik van diens Projectresultaten en Basiskennis onder nader te bepalen voorwaarden. Partijen komen overeen dat zulk een licentie een redelijke vergoeding zal omvatten waarbij een rol spelen de financiële en technische bijdragen van de betrokken Partijen in de ontwikkeling van de betrokken Projectresultaten of de Basiskennis, de kosten van de verlening en instandhouding van Intellectueel Eigendomsrecht en de kosten van de Exploitatie en enig gebruik van Basiskennis Voor de Exploitatie van Gezamenlijke Projectresultaten door een van de Deelnemende Partijen zal deze Partij in goed vertrouwen een niet-exclusieve licentie voor het belang van de ander Deelnemende Partijen in de Gezamenlijke Projectresultaten overeenkomen. Dit volgens de richtlijnen zoals beschreven in artikel 9.7. Indien de Partij die een verzoek tot licentie indient bij een van de andere Partijen overeenkomstig de artikelen 9.7 en 9.8 en Partijen kunnen niet tot overeenstemming komen over de noodzaak voor de gevraagde licentie of de voorwaarden van de licentie, dan zullen de betrokken Partijen gezamenlijk een Technische Expert aanwijzen die een bindend advies zal uitbrengen.

31 6.3 Meerjarenprogramma Topsector Logistiek

32 Meerjarenprogramma Topsector Logistiek

33 Inhoudsopgave 1. Voorwoord Doelstellingen Positionering Ambitie en doelstellingen Bijdrage Topsector Logistiek aan Maatschappelijke doelstellingen KPI s op programmaniveau Activiteiten Neutraal Logistiek Informatie Platform Synchromodaliteit Trade compliance en Border management Cross Chain Control Centers (4C) Service Logistiek Supply Chain Finance (SCF) Kernnetwerk van (inter)nationale verbindingen en multimodale knooppunten Buitenlandpromotie Vereenvoudiging wet- en regelgeving Human Capital Agenda (HCA) Governance Begroting Bijlage 1. Begrip Logistiek Bijlage 2. Relatie Meerjarenprogramma met het Innovatiecontract Bijlage 3. Topsector begroting

34 1. Voorwoord Als boegbeeld van de Topsector Logistiek en voorzitter van het Strategisch Platform Logistiek (SPL), waarin bedrijfsleven, overheid (IenM) en wetenschap is vertegenwoordigd, ben ik trots op wat er in de Topsector al is bereikt en kijk ik uit naar de innovatie van de komende jaren. Innovatie die nodig is om de toppositie van Nederland te behouden, maar die ook bijdraagt aan een betere winstgevendheid, betere benutting van infrastructuur en voertuigen, lagere kosten en met een lagere impact op het milieu. Een voorbeeld: In totaal hebben verladers en vervoerders op dat gebied de afgelopen twee jaar meer dan tien synchromodale pilots uitgevoerd. In 2013 zijn TEU verplaatst van de weg naar andere modaliteiten. Een prachtig staaltje van vraagsturing in privaat-publieke samenwerking! En belangrijk om de groei van het transport in de komende jaren op te kunnen vangen. Deze groei kan niet alleen door het wegtransport worden opgevangen; ook de andere modaliteiten zullen meer moeten vervoeren (spoor, binnenvaart, short sea, buisleidingen). Een ander voorbeeld van zo n innovatie in de topsector logistiek is de ontwikkeling van zogenaamde Cross Chain Control Centers (4C). In een 4C worden informatiestromen slim gekoppeld aan goederenstromen. Door deze gegevens uit te wisselen tussen verschillende logistieke ketens, kan transport gezamenlijk (keten overstijgend) worden georganiseerd. Door grotere volumes zijn er bijvoorbeeld meer mogelijkheden om spoor en binnenvaart in te zetten als alternatief voor wegvervoer en kan ook de beladingsgraad van voer- en vaartuigen groeien. Dat leidt niet alleen tot kostenbesparing, maar ook tot een betere bereikbaarheid en een duurzamere afwikkeling van goederenstromen. De innovaties in de topsector logistiek betreffen vooral innovaties in diensten en processen, meer dan technologische productinnovatie. Bij dit type innovatie spelen de bereidheid en het vermogen om vanuit verschillende perspectieven samen te werk binnen logistieke ketens een cruciale rol. Ter illustratie: De Topsector Logistiek kan grote stappen vooruit zetten door al bestaande ICT-middelen slim toe te passen en op innovatievere manieren (publiek-privaat) samen te werken in het NLIP (Neutraal Logistiek Informatie Platform). Logistieke innovaties zijn ook op een andere manier van belang voor Nederland. Onze kennis van logistiek, innovatieve vervoersconcepten en ketenregie draagt eraan bij dat buitenlandse bedrijven zich in ons land willen vestigen. En het maakt logistieke kennis tot waardevol exportproduct. Dit biedt (veelal hoogwaardige) arbeidsplaatsen. Ook daarom is het van belang om op logistiek gebied internationaal toonaangevend te blijven. Om aan te geven hoe we onze activiteiten voortzetten, hebben we dit meerjarenplan opgesteld. Hierin geven we aan op welke doelen we zullen sturen en welke activiteiten we daarvoor zullen ontplooien. Dit meerjarenplan is opgesteld op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) met het oog op hun financiële bijdrage. Kortom: uitdagingen genoeg, om in het tripartite topsector verband (overheid, bedrijfsleven, wetenschap) van de topsector verdere stappen te zetten in de richting van onze gemeenschappelijke ambities! Aad Veenman, Boegbeeld Topsector Logistiek Voorzitter Strategisch Platform Logistiek (SPL) 3

35 2. Doelstellingen 2.1 Positionering Dit document betreft het Meerjarenprogramma van het SPL voor de Topsector Logistiek ten behoeve van activiteiten, die worden ondersteund vanuit de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) toegezegde middelen van 2015 tot en met 2020 voor de Topsector Logistiek. Op basis van dit meerjarenprogramma zal jaarlijks een jaarplan worden ingediend en besproken met IenM. Door IenM is in de Bedrijfslevenbrief een bedrag van 25 mln per jaar toegezegd voor de periode van 2015 tot en met Dit is na diverse bezuinigingsrondes verlaagd. Ook is een andere verdeling over de jaren afgesproken waarbij het totaal optelt tot maximaal 111 mln inclusief BTW. Daarnaast wordt de Topsector Logistiek onder andere ondersteund vanuit de TKI middelen, waaronder de bijdrage van TNO en NWO en de MIT regeling. Deze zijn opgenomen in het zogenoemde Innovatiecontract dat eens per twee jaar wordt opgesteld. Een deel van de IenM middelen is hier eveneens in opgenomen. In bijlage 2. is de relatie van het Meerjarenplan en het Innovatiecontract nader verwoord. In 2011 heeft het Strategisch Platform Logistiek (Topteam Logistiek) haar actieplan Partituur naar de Top opgeleverd. De daarin genoemde acties die onderzoek behoeven, zijn uitgewerkt in roadmaps. Deze roadmaps vormen de basis van de afspraken over onderzoeksactiviteiten met TNO, NWO en NLR, vastgelegd in het innovatiecontract, zoals alle topsectoren hebben gedaan onder regie van EZ. Het onderliggende Meerjarenprogramma is direct op deze stukken gebaseerd en kent dezelfde focus en doelstellingen, maar gaat ook uit van voortschrijdend inzicht. Nieuwe onderwerpen, bijvoorbeeld voortkomend uit het RLI advies Logistiek in 2040 zullen na discussie in het SPL worden toegevoegd. Het Meerjarenprogramma gaat in op de doelstellingen en streefwaarden, die zijn gedefinieerd, de bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen, de benodigde activiteiten, de begroting en de governancestructuur. 2.2 Ambitie en doelstellingen In de Partituur naar de Top is in juni 2011 de ambitie neergelegd om er voor te zorgen dat Nederland in 2020 een internationale toppositie heeft (1) in de afwikkeling van goederenstromen, (2) als ketenregisseur van (inter)nationale logistieke activiteiten, en (3) als land met een aantrekkelijk innovatie- en vestigingsklimaat voor het verladende en logistieke bedrijfsleven. Dit is in de Partituur naar de Top uitgewerkt in streefwaarden. Om deze ambitie waar te maken moet Nederland zich profileren op het gebied van de kennisintensieve logistiek: het bedenken, ontwikkelen, demonstreren en op grote schaal toepassen van nieuwe logistieke werkwijzen. Daarvoor heeft het Topteam Logistiek een samenhangende actieagenda opgesteld met drie hoofdthema s: 1. Nederland als één samenhangend logistiek systeem; 2. Ketenregie; 3. Innovatie- en vestigingsklimaat. De volgende acties dragen bij aan het realiseren van de ambitie: Thema 1 Nederland als één samenhangend logistiek systeem 1. Neutraal Logistiek Informatie Platform 4

36 2. Synchromodaal Transport 3. Kernnetwerk van (inter)nationale verbindingen en multimodale knooppunten 4. Trade compliance en border management Thema 2 Ketenregie 5. Cross Chain Control Centers 6. Service Logistiek 7. Supply Chain Finance Thema 3 Innovatie- en vestigingsklimaat 8. Buitenlandpromotie 9. Vereenvoudigen wet- en regelgeving 10. Human Capital Agenda Ook wordt ruimte gehouden voor nieuwe onderwerpen die zich in de loop van de tijd voordoen. Door dit Meerjarenprogramma uit te voeren kan Nederland de verwachte toekomstige groei van de goederenstromen duurzaam blijven accommoderen. Bovendien zorgt het meerjarenprogramma voor nieuwe logistieke diensten met een hogere toegevoegde waarde, een efficiëntere afhandeling van goederenstromen, betere benutting van de infrastructuur en een groter internationaal bereik. Bovendien is goede logistiek een randvoorwaarde voor het succes van andere (top)sectoren, zoals High Tech, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, Agrofood, Chemie en Energie. 2.3 Bijdrage Topsector Logistiek aan Maatschappelijke doelstellingen De Topsector Logistiek is, uitgaande van een zgn. functionele benadering van logistiek, met een toegevoegde waarde van 55,0 mld. en arbeidsjaren (BCI/TNO, 2012) van groot economisch belang voor Nederland en heeft als enabler een belangrijke functie voor alle andere (top)sectoren. In de functionele benadering van logistiek worden alle logistieke activiteiten in beschouwing genomen. Ook de activiteiten die binnen andere (top)sectoren zoals bijvoorbeeld chemie of agrofood plaatsvinden en de activiteiten die door anderen dan transporteurs en logistiek dienstverleners worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door verladers, ICT bedrijven en terminaloperators). Het gaat hierbij niet alleen om fysiek transport en overslag, maar eveneens om hoogwaardige logistieke dienstverlening zoals ketenregie en service logistiek. Ook op dit laatste vlak onderscheidt Nederland zich internationaal en dit is één van de redenen waarom logistiek één van de negen Nederlandse topsectoren is. De topsector logistiek is daarom van grote waarde voor de internationale concurrentiepositie. Daarnaast dragen de acties van de Topsector Logistiek bij aan de duurzaamheid en bereikbaarheid van Nederland. Om die reden is er veel synergie met de doelen van IenM. Vooral ook omdat bij de duurzame aanpak van bereikbaarheidsopgaven IenM steeds breder kijkt naar oplossingsmogelijkheden om de bereikbaarheid te verbeteren. Bij deze brede aanpak is het de bedoeling dat breed gekeken wordt naar de bereikbaarheidsopgave met diverse intelligente en creatieve oplossingen, waarbij verantwoordelijkheden van diverse overheden en het bedrijfsleven beter aan elkaar worden geknoopt. De topsectorenaanpak past hier goed bij. De synergie tussen deze brede aanpak van bereikbaarheidsopgave en de topsector logistiek is inmiddels uitgediept. Hieruit blijkt dat de acties van de topsector logistiek allen kunnen worden verbonden met de doelen en werkwijze van deze nieuwe bereikbaarheidsaanpak. Een goede logistieke afwikkeling draagt namelijk bij aan een goede bereikbaarheid, omdat stromen beter worden gebundeld, de beladingsgraad omhoog gaat en de lading beter over de verschillende modaliteiten wordt verdeeld. De acties van de topsector logistiek helpt de bereikbaarheid van Nederland ook in de toekomst op peil te houden. De verwachting is dat als de economie ook maar 5

37 een beetje aantrekt dit een versnellingseffect heeft op de groei van de goederenstromen, met name die van het containervervoer. Door slim organiseren kunnen de infrastructuur èn de modaliteiten efficiënter worden benut. De kwaliteit van het kernnetwerk met o.a. multimodale overslagpunten en een goede informatievoorziening (NLIP) zijn daarvoor voorwaarden. Een aantal van de topsector acties dragen direct bij aan het realiseren van deze goede logistieke afwikkeling en bereikbaarheid, zoals Synchromodaal Transport, 4C, Service Logistiek en Kernnetwerk. Daarnaast is een aantal acties gericht op het invullen van essentiële randvoorwaarden, zoals NLIP, Supply Chain Finance, Trade compliance en border management, Human Capital, Wet- en regelgeving en Buitenlandpromotie. De brede aanpak van de bereikbaarheidsopgaven kent vijf oplossingsrichtingen te weten Innoveren, Informeren, Instandhouden, Inrichten en Infrastructuur (de vijf I s). Hieronder staat op welke wijze de acties van de topsector logistiek bij deze vijf I s passen: Innoveren: beter inspelen op veranderingen in (reis-)gedrag personen en veranderingen in productieprocessen en logistiek, rekening houden met de verschillende doelgroepen (diversificatie); uitwerken duurzame mobiliteit. Aansluitingsmogelijkheden voor Topsector Logistiek zijn Synchromodaliteit; Supply Chain Finance; Trade compliance en border management; Service Logistiek; Cross Chain Control Centers; Human Capital; Buitenlandpromotie en Wet- en regelgeving (wegnemen belemmeringen). Informeren: slimmer toepassen beschikbare informatie, verhouding publiek/privaat in routekaart Reisinformatie & Verkeersmanagement, NLIP, NDOV, Parkeren etc. Aansluitingsmogelijkheden voor topsector logistiek is het Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP). Instandhouden: basisniveau van belang voor economisch functioneren. Aansluitingsmogelijkheden voor Topsector Logistiek zijn: kernnetwerk. Inrichten: afstemmen van mobiliteitsmaatregelen en ruimtelijke keuzes. Aansluitingsmogelijkheden voor Topsector Logistiek bijvoorbeeld: kernnetwerk, Cross Chain Control Centers en Buitenlandpromotie. Infrastructuur: pas investeren in (extra) infrastructuur als overige i s geen oplossing bieden. Eerst kleine maatregelen nemen en alleen aanleggen waar het rendement het grootst is. Aansluiting van de Topsector Logistiek met de actie kernnetwerk. Met de koppeling van de acties van de topsector in de nieuwe aanpak van de bereikbaarheidsopgave is de bijdrage van de topsector aan de maatschappelijke doelen expliciet benoemd. In de KPI s (zie 2.4) worden deze doelen uitgewerkt in termen van minder vrachtwagenkilometers en minder CO2 uitstoot. 2.4 KPI s op programmaniveau Op programmaniveau wordt gestuurd op een maximale bijdrage van projecten en activiteiten aan de volgende KPI s, gebaseerd op de Streefwaarden, zoals door het SPL vastgelegd in de Partituur naar de Top 1 : 1 Zie bijlage voor KPI s en Streefwaarden Topsector Logistiek. 6

38 1. Extra omzet van nieuwe ketenregie activiteiten in 2020 dragen Ketenregie activiteiten 14,6 mrd. bij aan het BBP 2 ; 2. Aantal vrachtkilometers dat van de weg wordt gehaald 3 - in het jaar 2020 wordt jaarlijks minimaal 85 mln vrachtwagenkilometers van de weg gehaald; 3. CO2 besparing in het jaar 2020 wordt ton CO2 bespaard of voorkomen; 4. Aantal bedrijven dat zich met logistieke of ketenregie activiteiten vestigt in Nederland, dan wel logistieke activiteiten in Nederland laat uitvoeren of aansturen in 2020 zijn 100 bedrijven en activiteiten naar Nederland gehaald (een stijging van 30% ten opzichte van 2012); 5. Uitstroom van gekwalificeerde professionals in de arbeidsmarkt met een logistiek opleiding en grondige kennis over de innovatiethema's in 2020 is de instroom op HBO/WO niveau gestegen met 50% van 1400 personen (2010) naar 2100 (2020). 6. Eerste positie in Europa op World Logistics Performance index (2020) Voor KPI 1, KPI 4 en KPI 5 zijn nulmetingen bekend (respectievelijk 11,3 mld, 70 bedrijven en 1400 personen). KPI 1 wordt tweejaarlijks bijgehouden in de monitor van Buck/TNO. Voor KPI 2 en KPI 3 wordt geen nulmeting gegenereerd, maar worden de resultaten per relevant project gemonitord en geaggregeerd naar programmaniveau voor de rapportage (de delta ( ) wordt bijgehouden). KPI 4 wordt jaarlijks bijgehouden door NFIA en NDL. KPI 5 wordt jaarlijks bijgehouden en gerapporteerd vanuit de Human Capital Tafel. KPI 6 wordt tweejaarlijks gemeten door de Wereldbank. De acties kennen tevens eigen KPI s, waar op wordt gestuurd en gemonitord vanuit de inspiratoren en hun eventuele stuurgroepen. Deze zijn per actie weergegeven in de betreffende paragraaf. Onderstaande tabel geeft een overzicht van hoe de acties bijdragen aan de Streefwaarden. Bijdrage BBP (Ketenregie) Aantal wegtransport kilometers CO2 besparing Aantal vestigingen in NL Uitstroom gekwalificeerde studenten NLIP x* x x x Synchromodaal x 35 mln x x Trade compliance 138 mln x x 4C 1,8 mrd 50 mln x x Service Logistiek x x x x x SCF 1 mrd x x Kernnetwerk x x x Buitenlandpromotie x 100 Wet- en regelgev. x x x Human Capital x x x x 2100 Streefwaarde ,6 mrd 85 mln Tabel 1. Bijdrage acties aan Streefwaarde x = bijdrage, maar niet gekwantificeerd. 2 Rapport Buck/TNO Dit levert geen substitutie naar bestelwagens. 7

39 3. Activiteiten De Topsector Logistiek kent 10 acties. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de doelstelling, uitvoering en KPI s van deze acties. 1. Neutraal Logistiek Informatie Platform 2. Synchromodaal Transport 3. Kernnetwerk van (inter)nationale verbindingen en multimodale knooppunten 4. Trade compliance en border management 5. Cross Chain Control Centers 6. Service Logistiek 7. Supply Chain Finance 8. Buitenlandpromotie 9. Vereenvoudigen wet- en regelgeving 10. Human Capital Agenda 3.1 Neutraal Logistiek Informatie Platform Eén van de belangrijkste randvoorwaarden om de ambities te realiseren is optimale beschikbaarheid en efficiënt (her)gebruik van informatie voor en door marktpartijen en overheid. Dit wordt (laagdrempelig en veilig) geregeld in een Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP). Het open ICT platform bestaat uit: het open marktplatform, gebouwd op basis van bestaande investeringen (zoals in de Port Community Systemen (PCS-en)); het reeds bestaande en in ontwikkeling zijnde single window handel en transport (SWH&T) van de overheid, dat een bredere toepassing heeft dan alleen logistiek (Digipoort). Het Neutraal Logistiek Informatie Platform bestaat uit: het open ICT platform (centrale gedeelte); applicaties van (clusters van) marktpartijen en branches (bijvoorbeeld verladers, terminals, vervoerders, tuinbouwsector, mainports), overheden (bijvoorbeeld douane, VWA, RWS, KLPD) of combinaties daarvan, dan wel van derde partijen. Figuur 1. Neutraal Logistiek informatie Platform (NLIP) 8

40 In het NLIP wordt data gedeeld tussen bedrijven, tussen bedrijven en overheden en, in het SWH&T, tussen overheden. Op basis van deze data kunnen logistieke stromen worden geoptimaliseerd en overheidsprocessen beter op elkaar worden afgestemd. Denk daarbij aan logistieke data als soort goederen, hoeveelheid, verwachte en werkelijke aankomsttijd en bestemming van de goederen, maar ook aan data over congestie op de weg-, water- en spoorinfrastructuur. Of aan data over vrijgave van goederen of inspectieresultaten. Data waarmee de afstemming tussen partijen in de keten kunnen worden verbeterd. In het NLIP worden deze beschikbaar gesteld, zodat deze via 'apps in procesverbetering kunnen worden gebruikt. Het NLIP is benoemd tot één van de in het Regeerakkoord opgenomen Doorbraakprojecten. Op 3 april 2013 tekenden alle relevante partijen van bedrijfsleven en overheid het NLIP convenant, waarin de uitgangspunten zijn vastgelegd. Stip op de Horizon In 2020 communiceren (alle) bedrijven en overheden op gestandaardiseerde wijze onderling en met elkaar via het Neutraal Logistiek Informatie Platform. Het open marktplatform en het SWH&T zijn op elkaar aangesloten en delen data met behoud van controle (integriteit en privacy) door de eigenaar, die zelf bepaalt wie onder welke voorwaarden de beschikking krijgt over zijn data. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het maximaal beschikbaar zijn van data voor relevante partijen, ter ondersteuning van overheidstaken, optimalisatie van logistieke processen en financiële transacties. Data voor diverse toepassingen van zowel markt als overheid hoeft slechts eenmalig te worden ingediend. Marktpartijen hebben vele commerciële apps ontwikkeld die zijn aangesloten op het Neutraal Logistiek Informatie platform (NLIP), die bijvoorbeeld synchromodale planning ondersteunen. Ook overheden hebben apps ontwikkeld voor bijvoorbeeld de afstemming van inspecties. De eigendomsstructuur van het open marktplatform is geregeld tussen markt en overheid in een pps-constructie. Het aanleveren van verplichte gegevens aan overheden is zoveel mogelijk gratis. Voor de overige data-uitwisseling is een tariefstructuur ontwikkeld. Doelstellingen Optimale beschikbaarheid en efficiënt (her)gebruik van informatie voor en door markt en overheid: meer / relevante / betere / tijdige informatie 1x aanbieden / bij 1 loket / met 1 controle Verbeteren kwaliteit, verhogen effectiviteit en verlagen kosten voor alle relevante stakeholders (zie figuur 2) Voldoen aan Europese verplichting m.b.t. single window Bijdragen aan meer werkgelegenheid door groei in logistieke sector Op het gebied van beschikbaarheid van informatie en efficiënt hergebruik bestaan reeds vele initiatieven. Het is dan ook zaak om volgende punten te realiseren: 1. Bundeling van activiteiten en doelen, leidend tot samenhangende prioriteiten; 2. Gezamenlijke actieve sturing vanuit zowel markt als overheid; 3. Adressering van een aantal cruciale elementen zoals governance, mate van verplichtstelling en opstellen van een heldere business case; 4. Overall regie en coördinatie. Op deze wijze wordt draagvlak verkregen bij marktpartijen en worden schaarse middelen op verantwoorde wijze ingezet. KPI s Binnen NLIP wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1. 90% van alle platforms (PCS / BCS) in de Nederlandse supply chain wisselen logistieke data uit via NLIP (in 2013 was dat 10%); 9

41 KPI Apps maken gebruik van NLIP data (in apps). Daarnaast wordt in NLIP gestuurd op technische beschikbaarheid van data en toestemming voor hergebruik van data. Dit is echter moeilijk te kwantificeren en te monitoren en leent zich daarom minder goed om om te zetten in een KPI. Hetzelfde geldt voor de dupliceringsfactor van de data, dat wil zeggen het aantal maal dat data elementen worden hergebruikt. Governance NLIP kent een Stuurgroep, een Klankbordgroep, een Kerngroep en diverse werkgroepen onder leiding van een programma manager, waarin markt en overheid breed is vertegenwoordigd. De stuurgroep besluit over goedkeuring van projecten. In de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd: IenM (DG RWS), EZ, MinFin (dir. Douane), EVO, TNL, Fenex, VRC, VRTO, HbR, Schiphol en KLM. Dit garandeert een gedragen aanpak en gewogen besluiten. De voorzitter van de Stuurgroep NLIP is tevens inspirator vanuit het SPL. Bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen NLIP draagt op diverse manieren bij aan maatschappelijke doelstellingen. Door het beschikbaar komen van data over de logistieke stromen kunnen logistieke partijen deze data gebruiken voor het optimaliseren van deze stromen. Dat betekent dat beter kan worden gebundeld, dat minder leeg wordt gereden, dat modaliteiten beter op elkaar aansluiten en dat transport kan worden vermeden. Zelfs productie kan hiermee worden geoptimaliseerd, zodat niet onnodig wordt vervoerd. Synchromodaal Transport wordt beter mogelijk gemaakt. Daarnaast kunnen overheidsprocessen worden geoptimaliseerd. Hiervan zijn reeds voorbeelden beschikbaar, zoals in de casus Veterinair, waarbij, door betere beschikbaarheid van data, de inspecties beter kunnen worden afgestemd en de wachttijden worden verkort. Door de beschikbaarheid van data en de daarop volgende optimalisatie van processen wordt tevens de bereikbaarheid verbeterd. Omdat data beter beschikbaar is, modaliteiten beter worden afgestemd en daarmee alternatieve modaliteiten als spoor en binnenvaart aantrekkelijker worden, zal het gebruik van deze modaliteiten stijgen en de druk op de weginfrastructuur afnemen. Ook zijn calamiteiten op de infrastructuur sneller bekend en kan eenvoudiger van modaliteit worden geswitcht. Subthema s Voor NLIP zijn vier subthema s voorzien: 1. Business model 2. ICT ontwikkeling 3. Verbreding en verdieping 4. Stimuleren app ontwikkeling en optimaliseringsprojecten Onderstaande tabel geeft een overzicht van de projectideeën voor de periode In de bijlage is deze tabel aangevuld. Projectideeën NLIP Business Model - Inrichten beheersorganisatie - Governance modellen tweede en derde fase ICT ontwikkeling - Data uitwisseling architectuur - Data security logistiek - Warehouse data integratie - Datamining, big data Verbreding en verdieping: meer data ontsluiten, andere sectoren en gebieden aansluiten - Aansluiten chemie, high tech, bio based, agro, etc - Aansluiten binnenvaart, spoor, shortsea - Aansluiten andere landen o Duitsland o België - Ontsluiten info calamiteiten gevaarlijke goederen spoor - Data Stadsdistributie ontsluiten 10

42 - Ontsluiten shipper related informatie in de luchtvracht - Consignee related informatie in de luchtvracht - ERP data ontsluiten - Verblijftijden ontsluiten - Voorraadinformatie ontsluiten - Actuele doorlooptijden modaliteiten, calamiteiten, wegsituatie ontsluiten - Geofencing - CBS informatie ontsluiten - Voertuiggebonden informatie ontsluiten - Verkeersinformatie bruggen/sluizen ontsluiten - ICT bedrijven aansluiten Stimuleren App ontwikkeling, optimaliseringsprojecten - Synchromodaal Transport - Kwaliteitscontrole Apps - Papierloos varen - Optimalisatie beladingsgraad - Planning stadsdistributie - Planning software incl verblijftijden - 3D printing distributie - Stedelijke distributie - Actuele verkeerssituatie in planning - E-fulfilment - Planning sluizen - Transportopdrachten optimaliseren - Retouropdrachten voor consumenten (Marktplaats) - Milkruns Schiphol (land- en luchtzijde) Tabel 3. Projectideeën NLIP 3.2 Synchromodaliteit Definitie Synchromodaliteit is het optimaal benutten van de verschillende modaliteiten in een geïntegreerde vervoersoplossing. Dat kan op corridors en in regio s waar voldoende ladingaanbod is, zodat hoogfrequent vervoer via (alle) modaliteiten kan plaatsvinden. Synchromodaliteit zorgt ervoor dat de groei van het goederenvervoer kan worden opgevangen, waarbij alle modaliteiten worden ingezet. Zo ontstaat een flexibele en robuuste oplossing met een betere benutting van de capaciteit van de vaar- en voertuigen en de infrastructuur. Figuur 2. Verwachte groei goederenvervoer 11

43 De keuze voor een modaliteit zal primair vanuit economisch perspectief plaatsvinden, maar de keuze wordt tegenwoordig tevens beïnvloed door eisen aan duurzaamheid, betrouwbaarheid, snelheid en de behoefte aan flexibiliteit. Hierdoor ontstaat uiteindelijk een breed scala van synchromodale oplossingen, waarmee voldaan kan worden aan de veranderende vervoersvraag. Synchromodaliteit is een logische voortzetting van innovaties als intermodaal, multimodaal en comodaal vervoer. Synchromodaliteit is multimodaal vervoer waarin de keuze voor een bepaalde modaliteit daadwerkelijk gelijktijdig plaatsvindt. Dat is nu nog nauwelijks het geval omdat de verschillende modaliteiten fundamenteel (lijken te) verschillen in juridische status, boekingsproces en vervoersprestatie. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het internationale aspect. Internationale corridors met voldoende volume (goederenstroom) en capaciteit (van de modaliteiten) lenen zich namelijk uitstekend voor synchromodaal transport. Maar ook nationale stromen met voldoende volume en capaciteit kunnen synchromodaal worden vervoerd. Tussen 2011 en 2013 is ervaring opgedaan met Synchromodaal Transport in meer dan 10 pilots en zijn diverse onderzoekstrajecten gestart. Voorbeelden zijn: Synchromodaily van Maersk, EGS van ECT, Syflon, Wayz, Seacon, maar ook Lean and Green Barge, waarbij verladers als Heinz, Mars, Bavaria, DE en Aviko het initiatief tot synchromodaal transport hebben genomen. Synchromodaal Transport heeft zich als concept bewezen: binnen de pilots is het transport flexibeler en betrouwbaarder, wordt gebruik gemaakt van meerdere modaliteiten naast elkaar en is daarnaast sprake van een bijdrage aan duurzaamheid en bereikbaarheid. Er is echter nog een grote potentie. Niet alleen kan het volume op de huidige lanes nog fors omhoog, de Stuurgroep Synchromodaal Transport is van mening dat ook continentaal transport op synchromodale wijze kan worden uitgevoerd. De eerste ervaringen worden opgedaan op de lane Willebroeke (België) Zaandam, geïnitieerd door DE en United Biscuits. Ook voor internationaal is de potentie hoog. België, Duitsland en Zwitserland zullen synchromodaal worden ontsloten. Om de potentie te kunnen benutten is ondersteuning van de markt nodig in onder andere pilots, maar tevens in onderzoeksprojecten. Stip op de Horizon In 2020 bieden dienstverleners duurzame synchromodale vervoersconcepten aan, waarmee verladers op basis van a-modale prestatiecriteria bediend worden. Er zijn nieuwe businessmodellen ontwikkeld en getest. In deze modellen wordt rekening gehouden met betalen voor prestatie, verdelingsmechanismen voor kosten en opbrengsten en internalisering van (positieve en negatieve) externe effecten. Ook zijn er in 2020 samenwerkingsverbanden ontstaan die synchromodale concepten aanbieden; individuele vervoerders en terminal operators zijn initiatiefnemers of hebben zich hierbij aangesloten. Als onderdeel van de dienstverlening zijn er instrumenten ontwikkeld om de informatie-uitwisseling tussen vervoerders en verladers, tussen vervoerders onderling en tussen vervoerders en infrastructuurbeheerders mogelijk te maken, zoals multimodale solvers en boekingsplatforms op internet. Nieuwe stabiele samenwerkingsconcepten, op basis van wederzijds geaccepteerde mechanismen voor de verdeling van kosten zijn de basis voor deze synchromodale concepten. Mechanismen voor bundeling van volumes zijn ontwikkeld. Ook tussen partijen die in directe concurrentie met elkaar zijn. In 2020 is het vervoer van de mainports naar het Nederlandse en Europese achterland waar mogelijk synchromodaal: er is een geïntegreerd synchromodaal vervoerssysteem in Nederland dat aansluit op het Europese vervoerssysteem. Beheerders van infrastructuur hebben hun verkeersmanagement dynamisch ingericht zodat gebruikers verschillende modaliteiten kunnen gebruiken en kunnen sturen op benutting. Om dit voor elkaar te krijgen is de capaciteits- en benuttingsinformatie van het hele infrastructuurnetwerk toegankelijk via open data centers. 12

44 Omdat de transacties tussen partijen verregaand gedigitaliseerd zijn, zijn de prestaties van individuele vervoerders en van het systeem als geheel veel beter meetbaar en voorspelbaar. Dit wordt gefaciliteerd door het NLIP. Doelstellingen Systeemverbetering van het transport, gelijktijdig op meerdere niveaus: hogere betrouwbaarheid; hogere voorspelbaarheid; beter en goedkoper; duurzamer en afgestemd op de juiste snelheid. Knelpunten voor het mogelijk maken van synchromodaliteit moeten opgelost worden, op de korte of op de langere termijn. KPI s Binnen Synchromodaliteit wordt gestuurd op de volgende KPI s (te bereiken in 2020): KPI 1: Gerealiseerd extra Synchromodaal volume van TEU in 2020 ten opzichte van 2012; KPI2: Gerealiseerd aantal minder vrachtwagenkilometers van de weg van 35 miljoen km per jaar; KPI 3: CO2 besparing van ton kg CO2. Governance Synchromodaliteit kent een Stuurgroep en diverse werkgroepen, waarin markt en overheid is vertegenwoordigd. De stuurgroep besluit over prioritering van projecten en belegd knelpunten waar deze kunnen worden opgelost, bijvoorbeeld in onderzoeksprojecten of pilots. Voor onderzoeksprojecten besluit het TKI bestuur en Programma Commissie. In de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd: IenM (directeur Beter Benutten), Gold regio, ECT, Maersk, Versteijnen, Flora Holland. In de werkgroepen nemen TNO (tevens project ontwikkelaar vanuit het TKI), Dinalog en Buck Consultants deel. Dit garandeert een gedragen aanpak en gewogen besluiten. De voorzitter van de Stuurgroep Synchromodaal Transport is tevens inspirator vanuit het SPL. Bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen Synchromodaal Transport is een sleutelfactor om de verwachte groei van het goederenvervoer op te kunnen vangen, en te blijven zorgen voor een acceptabele bereikbaarheid. Door synchromodaal transport zullen alle modaliteiten beter worden benut. Er kan meer worden vervoerd binnen de beschikbare capaciteit. Als voorbeeld van de bijdrage aan duurzaamheid en bereikbaarheid: in 2013 zijn TEU verplaatst van de weg naar andere modaliteiten wat heeft geleid tot ruim 3 miljoen minder wegkilometers. Een voorbeeld uit één van de pilots: Op het traject Rotterdam Moerdijk Tilburg leidde synchromodaal transport tot een afname het wegtransport in de modal split ten opzichte van 2010 van 57% naar 19% en een toename van spoor en binnenvaart. Ook werd op het traject 22% CO2 bespaard. Met synchromodaal transport kan beter op calamiteiten op de infrastructuur worden ingespeeld, waardoor congestie wordt vermeden. 13

45 Figuur 2. Resultaten Synchromodaal Transport Subthema s Voor Synchromodaliteit zijn vier subthema s voorzien: 1. Planning en sturing 2. Stimulering en uitrol Synchromodaal Transportsysteem 3. Human Capital 4. Mindshift Onderstaande tabel geeft een overzicht van de projectideeën voor de periode In de bijlage is deze tabel aangevuld. Projectideeën Synchromodaal Transport Planning en Sturing Het integreren van data en planningstechnologie in control towers, en het in de praktijk toepassen van die geavanceerde planningstools (zowel centraal als decentraal), op zo n manier dat daarmee geen exclusieve regionale toepassingen ontstaan, maar oplossingen ook makkelijk in andere regio s en toepassingen ontsloten kunnen worden. ( Nextlogic in de cloud voor al uw planningsvraagstukken ). Projectidee: ontwikkeling collectieve planningsvoorzieningen Het ontwikkelen en daadwerkelijk toepassen van synchromodale sturing vanuit het perspectief van regionale overheden, vanuit het perspectief van hun collectieve verantwoordelijkheid omtrent het aantrekkelijker maken van de regio als vestigingsplaats voor bedrijvigheid ( Logistieke hotspots in control ). Projectidee: toepassingen dataintegratie en control, security, regionale control voorzieningen Eerste stappen richting volledig geautomatiseerde boekingplatforms voor synchromodaal vervoer in regio s ( synchrobooking.com ). Vanaf 2016 Stimulering en uitrol Synchromodaal Transportsysteem Integratie continentale en maritieme lading. Onderdeel van dit onderzoek is een verkenning van juridische en douane-technische belemmeringen en mogelijke oplossingen. Bedrijven worden ondersteund en gestimuleerd om hun transport synchromodaal uit te voeren. Zij ontvangen hiervoor geen middelen, maar worden ondersteund in het opzetten van de samenwerking, bij het oplossen van de operationele aandachtspunten (oa via Bureau Voorlichting Binnenvaart), gezamenlijke strategische 14

Informatiebijeenkomst prijsvraag Uitrol synchromodaal netwerk

Informatiebijeenkomst prijsvraag Uitrol synchromodaal netwerk Informatiebijeenkomst prijsvraag Uitrol synchromodaal netwerk Herman Wagter Topsector Logistiek / Connekt Topsectorenbeleid Topsector Logistiek: 2e plaats in de World Logistics 3e plaats in de Enabling

Nadere informatie

Hoe kan ik een project indienen? INFORMATIESESSIE TOPSECTOR LOGISTIEK

Hoe kan ik een project indienen? INFORMATIESESSIE TOPSECTOR LOGISTIEK Hoe kan ik een project indienen? INFORMATIESESSIE TOPSECTOR LOGISTIEK 1 Agenda 1. Welkom Aad Veenman 2. Topsector overzicht Machteld Leijnse 3. Niet-onderzoeksprojecten Machteld Leijnse, Herman Wagter

Nadere informatie

Topsector en de Buitenland Promotie Logistiek

Topsector en de Buitenland Promotie Logistiek Topsector en de Buitenland Promotie Logistiek Presentatie ALV NDL 20/11/2014 Agenda 1. Topsector logistiek 2. Organisatie en uitgangspunten 3. Cross-overs 4. Logistiek Koffertje en lonkend perspectief

Nadere informatie

Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector

Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector Maatschappij- en Gedragswetenschappen Namens het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Dinalog. Call for proposals Accelerator. Kennis en innovatie voor een concurrerende logistieke sector 2016 Den Haag,

Nadere informatie

Matchmaking Event Cyber Security Research 22 May 2012 Jan Piet Barthel

Matchmaking Event Cyber Security Research 22 May 2012 Jan Piet Barthel Matchmaking Event Cyber Security Research 22 May 2012 Jan Piet Barthel Uitvoering lange termijn onderzoek call for proposals cyber security research NWO 2012 Jan Piet Barthel (NWO) Programma coördinator

Nadere informatie

Life Sciences & Health TKI 2015

Life Sciences & Health TKI 2015 Life Sciences & Health TKI 2015 TKI LSH Match regeling voor publiek-private samenwerking Oproep tot het indienen van aanvragen voor de TKI- regeling voor de Topsector Life Sciences & Health 1. Regeling

Nadere informatie

Voorop in de ontwikkeling van multimodale ketenregie

Voorop in de ontwikkeling van multimodale ketenregie Voorop in de ontwikkeling van multimodale ketenregie Overseas Logistics Multimodal Inland Locations Supply Chain Solutions Advanced logistics for a smaller world Als het gaat om het optimaal beheersen

Nadere informatie

MKB VERSTERKINGSPLAN TOPSECTOR LOGISTIEK - MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren (MIT)

MKB VERSTERKINGSPLAN TOPSECTOR LOGISTIEK - MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren (MIT) - 2016 - MKB VERSTERKINGSPLAN TOPSECTOR LOGISTIEK - MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren (MIT) Dit plan geeft de mogelijkheden aan voor het stimuleren van innovatieactiviteiten voor de MKB doelgroep

Nadere informatie

Topsectoren. Hoe & Waarom

Topsectoren. Hoe & Waarom Topsectoren Hoe & Waarom 1 Index Waarom de topsectorenaanpak? 3 Wat is het internationale belang? 4 Hoe werken de topsectoren samen? 5 Wat is de rol voor het MKB in de topsectoren? 6 Wat is de rol van

Nadere informatie

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020 Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Wil Zuidoost-Nederland als top innovatie regio in de wereld meetellen, dan zal er voldoende en goed

Nadere informatie

NWO-propositie voor de Topsector Logistiek

NWO-propositie voor de Topsector Logistiek NWO-propositie voor de Topsector Logistiek Concrete acties voor 2012-2013 Innovatiecontract De Uitvoeringsagenda voor de Topsector Logistiek beslaat alle activiteiten en initiatieven die bijdragen aan

Nadere informatie

Het belang van ketenregie voor de verankering van logistieke stromen. Kevin Lyen

Het belang van ketenregie voor de verankering van logistieke stromen. Kevin Lyen Het belang van ketenregie voor de verankering van logistieke stromen Kevin Lyen Senior consultant, Rebelgroup Advisory Belgium www.oostwestpoort.eu 1 Het belang van ketenregie voor de verankering van logistieke

Nadere informatie

Workshop Ruimte voor verbeelding. ICTU / GBO 9 april 2009

Workshop Ruimte voor verbeelding. ICTU / GBO 9 april 2009 Workshop Ruimte voor verbeelding ICTU / GBO 9 april 2009 Aanleiding Programma Kabinet neemt toegenomen administratieve lasten en regeldruk van ondernemers serieus Er zijn diverse overheidsacties in het

Nadere informatie

Meerjarenprogramma Topsector Logistiek 2016-2020. Compositie voor de toekomst

Meerjarenprogramma Topsector Logistiek 2016-2020. Compositie voor de toekomst Meerjarenprogramma Topsector Logistiek 2016-2020 Compositie voor de toekomst 1 Inhoudsopgave Compositie voor de toekomst... 1 1. Voorwoord... 3 2. Doelstellingen... 4 2.1 Positionering... 4 2.2 Governance...

Nadere informatie

Topsector HTSM. Innovatie Contract LRN Subthema (Aero)space

Topsector HTSM. Innovatie Contract LRN Subthema (Aero)space Topsector HTSM Innovatie Contract LRN Subthema (Aero)space Netwerkmeeting NSO 28-10-2011 1 Inhoud HTSM en LRN Wat is een innovatiecontract? Hoe ziet de organisatie eruit? Hoe gaat de werking in de Gouden

Nadere informatie

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015 StadsDashboard Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld Merle Blok 12 mei 2015 Missie TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn

Nadere informatie

Vitale Logistiek. Onderzoek en innovatie voor de Topsector Logistiek

Vitale Logistiek. Onderzoek en innovatie voor de Topsector Logistiek Maatschappij- en Gedragswetenschappen Topconsortium voor Kennis en Innovatie Logistiek Call for proposals voor Industrieel (R&D) en fundamenteel onderzoek Vitale Logistiek. Onderzoek en innovatie voor

Nadere informatie

4C VOOR BOUWLOGISTIEK. Toepassing van een real-time smart data platform Siem van Merriënboer

4C VOOR BOUWLOGISTIEK. Toepassing van een real-time smart data platform Siem van Merriënboer 4C VOOR BOUWLOGISTIEK Toepassing van een real-time smart data platform Siem van Merriënboer INHOUD Problematiek van logistiek in de bouw Ontwikkelingen in logistiek TKI-project 4C in bouwlogistiek Voorbeeld:

Nadere informatie

Reglement Kennisvouchers Techport 12 maart 2015

Reglement Kennisvouchers Techport 12 maart 2015 Reglement Kennisvouchers 12 maart 2015 Context In het najaar van 2013 hebben de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de drie IJmondgemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen het economisch gebiedsprogramma

Nadere informatie

Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v. - provincie Limburg -

Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v. - provincie Limburg - Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v. - provincie Limburg - Het doel van de Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013

Nadere informatie

Het creëren van een innovatieklimaat

Het creëren van een innovatieklimaat Het creëren van een innovatieklimaat Bertholt Leeftink Directeur- Generaal Bedrijfsleven & Innovatie Inhoud 1. Waarom bedrijven- en topsectorenbeleid? 2. Verdienvermogen en oplossingen voor maatschappelijke

Nadere informatie

Kansen voor stimulering export logistieke diensten en kennis

Kansen voor stimulering export logistieke diensten en kennis Kansen voor stimulering export logistieke diensten en kennis Workshop Nationale Distributie Dag Nijmegen, 15 oktober 2015 Liesbeth Staps-Brugemann Program Manager TKI Dinalog Kees Verweij Partner Buck

Nadere informatie

DE GOUDEN KIEM Prijs voor de beste chemische start-up 2014. Oproep voor het nomineren van kandidaten voor

DE GOUDEN KIEM Prijs voor de beste chemische start-up 2014. Oproep voor het nomineren van kandidaten voor 1 Chemische Wetenschappen TKI Nieuwe Chemische Innovaties 14 NCI 45A Oproep voor nominaties Gouden KIEM-competitie versie 13-6-20 Oproep voor het nomineren van kandidaten voor DE GOUDEN KIEM Prijs voor

Nadere informatie

Bijlage 2. Human Capital Agenda s

Bijlage 2. Human Capital Agenda s Bijlage 2 Capital s De topsectoren gaan een human (onderwijs en scholing) voor de langere termijn opstellen en zullen onderwijsinstellingen hierbij betrekken. De s bevatten o.a. een analyse van de behoefte

Nadere informatie

Dinalog: What s in it for me?

Dinalog: What s in it for me? KDC HAN 31 januari 2013 Dinalog: What s in it for me? door: Harry van den Hoff - Dinalog Harry van den Hoff Programma Manager MKB & Kennisverspreiding 076 5315305 vandenhoff@dinalog.nl 31 jan 2013 Ambitie

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Vlaams Instituut voor de Logistiek. Stephane Van den Keybus Key Account Manager, VIL

Vlaams Instituut voor de Logistiek. Stephane Van den Keybus Key Account Manager, VIL Vlaams Instituut voor de Logistiek Stephane Van den Keybus Key Account Manager, VIL VIL missie Van Vlaanderen een duurzame en innovatieve logistieke topregio in Europa maken 1 VIL Structuur VIL Innovatieplatform

Nadere informatie

Het Bedrijfslevenbeleid

Het Bedrijfslevenbeleid Het Bedrijfslevenbeleid NAAR DE TOP! Sjoerd Visser Programmadirectie Topsectoren i.o. Inhoud Regeerakkoord Bedrijfslevenbeleid - ambitie - topsectoren - ruimtelijke aspecten - financiering - Proces fasering

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (TKI mkb-versterking en Mkb innovatiestimulering Topsectoren) - Subsidieregeling sterktes in innovatie

Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (TKI mkb-versterking en Mkb innovatiestimulering Topsectoren) - Subsidieregeling sterktes in innovatie Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (TKI mkb-versterking en Mkb innovatiestimulering Topsectoren) - Subsidieregeling sterktes in innovatie Doel van het onderdeel Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

Nadere informatie

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie TNO-instrumentarium Creatieve Industrie Instrumenten TNO voor Innovatie Vraagarticulatie Kennisoverdracht Kennisontwikkeling Technologisch consult in samenwerking met Syntens Branche Innovatie Agenda Challenge

Nadere informatie

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland en de Provincie Gelderland 22 maart 2016 Overwegende dat: De provincie Gelderland veel waarde hecht aan de aanwezigheid van onderwijs/kennisinstellingen in haar Provincie. Uiteraard in hun functie van

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013

Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013 Human Capital Tafel Logistiek in Drenthe op 3 oktober 2013 Op 3 oktober 2013 hebben Stenden Hogeschool en de provincie Drenthe samen met Transport en Logistiek Nederland, EVO en de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

Wetenschappelijke bijeenkomsten ALW

Wetenschappelijke bijeenkomsten ALW 1 Aard- en Levenswetenschappen Call for proposals ALW Den Haag, maart 2015 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek 1 Inleiding en doel NWO heeft als wettelijke taak onder meer de nationale

Nadere informatie

AMBITIES HOLLAND FINTECH

AMBITIES HOLLAND FINTECH AMBITIES HOLLAND FINTECH 1 infrastructuur Holland FinTech streeft naar het creëren van transparantere, toegankelijke (digitale) financiële diensten en financiële van het allerbeste niveau door middel van

Nadere informatie

Toekomst HR in logistiek

Toekomst HR in logistiek Toekomst HR in logistiek Seminar 13 februari 2012 Bart Banning, Sector Banker Transport en Logistiek Logistieke arbeidsmarkt, úw uitdaging! uw meest waardevolle asset is sterk in beweging ABN AMRO Sectorrapport

Nadere informatie

Creatieve Industrie Kennis Innovatie Mapping (KIEM)

Creatieve Industrie Kennis Innovatie Mapping (KIEM) Call for proposals Creatieve Industrie Kennis Innovatie Mapping (KIEM) Impuls voor publiek-private samenwerking in de Topsector Creatieve Industrie 2013 Den Haag, november 2013 Nederlandse Organisatie

Nadere informatie

Demonstratieproject Planning Services. Ontwikkeling van een Spare Parts Planning Control Tower

Demonstratieproject Planning Services. Ontwikkeling van een Spare Parts Planning Control Tower Demonstratieproject Planning Services Ontwikkeling van een Spare Parts Planning Control Tower 4 november 2011 Agenda Voorstellen Gordian Uiteenzetting van het idee: Planning Services Het demonstratieproject

Nadere informatie

De kansen en mogelijkheden voor serious gaming in de logistieke sector. 25 mei 2016

De kansen en mogelijkheden voor serious gaming in de logistieke sector. 25 mei 2016 De kansen en mogelijkheden voor serious gaming in de logistieke sector 25 mei 2016 Agenda Serious gaming lijkt overal op te komen in de logistiek. Een bekend en veel gebruikt voorbeeld van serious gaming

Nadere informatie

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top!

Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie. Samen naar de top! Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie Topsectoren aanpak en de Nederlandse Defensie & Veiligheid gerelateerde industrie Samen naar de top! Drs. G.M. Landheer Directeur Topsectoren en Industriebeleid

Nadere informatie

AMC Seminar 2009 Dr.Ir. Leo A.M. van Dongen Directeur NedTrain Fleet Services

AMC Seminar 2009 Dr.Ir. Leo A.M. van Dongen Directeur NedTrain Fleet Services Rolling Stock Life-Cycle Logistics AMC Seminar 2009 Dr.Ir. Leo A.M. van Dongen Directeur NedTrain Fleet Services NedTrain: Wie zijn we? Onderdeel van NS Concern Onderhoudsbedrijf van rollend materieel

Nadere informatie

Agrologistiek: De rol van ICT in toekomstige supply chains

Agrologistiek: De rol van ICT in toekomstige supply chains Agrologistiek: De rol van ICT in toekomstige supply chains delaatstemeter@gmail.com Walther Ploos van Amstel Amsterdam, April 2010 Waarde creëren met supply chain ICT Nieuwe ICT oplossingen kunnen agrologistiek

Nadere informatie

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020 OP EFRO OOST-NEDERLAND 2014-2020PRESENTATIE KENNISPARK, 23 APRIL 2014 JOLANDA VROLIJK, PROGRAMMAMANAGER EFRO OP EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Inhoud presentatie 1. Inleiding Europese Fondsen: cohesie beleid

Nadere informatie

Logistieke top-100: bouwsteen in waarde logistieke sector voor Nederland

Logistieke top-100: bouwsteen in waarde logistieke sector voor Nederland Logistieke top-100: bouwsteen in waarde logistieke sector voor Nederland TNO, Kees Verweij, Teamleider Logistiek TLN Top-100 bijeenkomst, 8 april 2010 Logistieke kosten stijgen als % omzet bedrijfsleven

Nadere informatie

Tweede call voor offertes voor projecten

Tweede call voor offertes voor projecten Tweede call voor offertes voor projecten Thema : kleur- geur- en smaakstoffen uit planten Inleiding Het Kenniscentrum heeft tot doel om doorbraken te bewerkstelligen voor de valorisatie van werkzame stoffen

Nadere informatie

Workshop Community Service Logistiek

Workshop Community Service Logistiek Workshop Community Service Logistiek vlm Voorjaarscongres Houten, 28 april 2010 Organisatie community Service Logistiek: Maarten Pruijmboom Jürgen Donders Programma Inleiding 13.00 13.10 Trends in service-

Nadere informatie

Collegevoorstel - 1 - Gemeente Amersfoort

Collegevoorstel - 1 - Gemeente Amersfoort Collegevoorstel Sector : SOB Reg.nr. : 4540609 Opsteller : J.C. Engels Telefoon : (033) 469 42 99 User-id : ENGH Onderw erp Indiening Europese subsidieaanvraag FI-PPP Media in the City Voorstel: 1. De

Nadere informatie

Uw business case voor energiebesparing TKI-ISPT. RvT maart 2013

Uw business case voor energiebesparing TKI-ISPT. RvT maart 2013 Uw business case voor energiebesparing TKI-ISPT RvT maart 2013 Het topsectorenbeleid Overheid, Rijksdient voor ondernemend Nederland Tenders voor Demo, pilot en Early adapter projecten Topcluster voor

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot

Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot Logistieke draaischijf Twente, De regio als concurrerende hotspot Rikkert de Kort Senior adviseur goederenvervoer 13 juni 2012 Buck Consultants International Postbus 1456 6501 BL Nijmegen Telnr : 024 379

Nadere informatie

Regeling Subsidieverlening

Regeling Subsidieverlening Regeling Subsidieverlening Toelichting voor het opstellen van een begroting bij het aanvragen van subsidie Voor subsidieaanvragers en de financiële administraties 1. Waarvoor wordt subsidie verleend? Het

Nadere informatie

Duurzame Logistiek In samenwerking met het TKI Logistiek

Duurzame Logistiek In samenwerking met het TKI Logistiek Exacte Wetenschappen Maatschappij- en Gedragswetenschappen Ministerie van Infrastructuur en Milieu Call for proposals Duurzame Logistiek In samenwerking met het TKI Logistiek 2013/2014 1ste ronde Den Haag,

Nadere informatie

The Road to Working Capital Excellence. Werken aan structurele verbeteringen door het tussen de oren krijgen van werkkapitaal

The Road to Working Capital Excellence. Werken aan structurele verbeteringen door het tussen de oren krijgen van werkkapitaal The Road to Working Capital Excellence Werken aan structurele verbeteringen door het tussen de oren krijgen van werkkapitaal The road to Working Capital Excellence Vraag Aanpak Toepassing Resultaat Quick

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie

Congres en Inspiratiesessies vragen om concreet vervolg

Congres en Inspiratiesessies vragen om concreet vervolg Congres en Inspiratiesessies vragen om concreet vervolg Uit het congres en de daaraan voorafgaande inspiratiesessies (najaar 2013) kunnen we af-leiden dat ondernemers in de logistieke sector duidelijke

Nadere informatie

Regeling Subsidieverlening

Regeling Subsidieverlening Regeling Subsidieverlening Toelichting voor het opstellen van een begroting bij het aanvragen van subsidie Voor subsidieaanvragers en de financiële administraties 1. Waarvoor wordt subsidie verleend? Het

Nadere informatie

InnovatieContract Wind op Zee. Het Contract De Green Deal Tender invulling Matchmaking. Almere, 24 Mei 2012 Ernst van Zuijlen TKI WIND OP ZEE

InnovatieContract Wind op Zee. Het Contract De Green Deal Tender invulling Matchmaking. Almere, 24 Mei 2012 Ernst van Zuijlen TKI WIND OP ZEE 1 InnovatieContract Wind op Zee Het Contract De Green Deal Tender invulling Matchmaking Almere, 24 Mei 2012 Ernst van Zuijlen 1 VISIE EN AMBITIE Ambitie van het InnovatieContract is een daling van 40%

Nadere informatie

Globalisatie, met nieuwe opkomende economieën als China, Brazilië en

Globalisatie, met nieuwe opkomende economieën als China, Brazilië en Globalisatie, met nieuwe opkomende economieën als China, Brazilië en India, heeft de wereld in veel opzichten in hoog tempo veranderd. Voor veel bedrijven betekent dit een strategische herbezinning op

Nadere informatie

Professionele Leergemeenschappen in het Voortgezet Onderwijs Overkoepelende Programmaraad voor Onderwijsonderzoek (OPRO)

Professionele Leergemeenschappen in het Voortgezet Onderwijs Overkoepelende Programmaraad voor Onderwijsonderzoek (OPRO) Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek Call for proposals Professionele Leergemeenschappen in het Voortgezet Onderwijs Overkoepelende Programmaraad voor Onderwijsonderzoek (OPRO) 2014 1ste ronde Den

Nadere informatie

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen

Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen The Next Step: Coalition of the Willing Krachten bundelen, kennis delen en allianties vormen Een regio om trots

Nadere informatie

Informatiesessie. OPZuid 2014-2020. Workshop Projectvoorbereiding

Informatiesessie. OPZuid 2014-2020. Workshop Projectvoorbereiding Informatiesessie OPZuid 2014-2020 Workshop Projectvoorbereiding Pieter Liebregts, programmamanager Stimulus Programmamanagement Terneuzen, 3 maart 2015 Inhoud Subsidieaanvraag in detail Beoordelingsproces

Nadere informatie

SUBSIDIEREGELING THE HAGUE SECURITY DELTA (HSD) STIMULERINGSFONDS DEN HAAG 2014

SUBSIDIEREGELING THE HAGUE SECURITY DELTA (HSD) STIMULERINGSFONDS DEN HAAG 2014 Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSO/2014.542 RIS 274416 SUBSIDIEREGELING THE HAGUE SECURITY DELTA (HSD) STIMULERINGSFONDS DEN HAAG 2014 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, Besluit: I. Vast te stellen

Nadere informatie

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak KIvI Jaarcongres Sustainable Mobility,6 november 2013 Pieter Tanja Leefbaarheid en gezondheid in stad en regio verkeersveiligheid geluidoverlast

Nadere informatie

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering 1. Context en doel Het NLIP heeft tot doel om de elektronische informatie-uitwisseling in de Logistieke Sector in Nederland te verbeteren. En dan niet alleen de informatie-uitwisseling tussen specifieke

Nadere informatie

Holland High Tech High Tech Solutions for Global Challenges Topsector High Tech Systemen en Materialen

Holland High Tech High Tech Solutions for Global Challenges Topsector High Tech Systemen en Materialen Holland High Tech High Tech Solutions for Global Challenges Topsector High Tech Systemen en Materialen Amandus Lundqvist Voorzitter Topteam HTSM 21 maart 2014 Topteam HTSM advies toename private én publieke

Nadere informatie

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland -

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Het doel van de Regels topsectoren en innovatie (VITGETOPINNO2014) is het stimuleren van projecten binnen de prioritaire Programma's Topsectoren

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken

Ministerie van Economische Zaken DOORBRAAKPROJECT ICT EN ENERGIE Routekaart doorbraakproject ICT en Energie Ministerie van Economische Zaken Rapport nr.: 14-2884 Datum: 2014-10-15 SAMENVATTING ROADMAP Het kabinet wil dat de uitstoot van

Nadere informatie

Projectvoorstel. INNVALL[k] INNovatie Value Added Logistics Limburg [Ketenregie] I N N V A L INNOVATIE VALUE ADDED LOGISTICS LIMBURG

Projectvoorstel. INNVALL[k] INNovatie Value Added Logistics Limburg [Ketenregie] I N N V A L INNOVATIE VALUE ADDED LOGISTICS LIMBURG Projectvoorstel INNovatie Value Added Logistics Limburg [Ketenregie] L k INNOVATIE Datum: Versie: Januari 2013 1.3 Projectkader Binnen de logistieke sector worden bedrijven geconfronteerd met forse concurrentie.

Nadere informatie

WELKOM BIJ SURF MBO TREEDT TOE TOT SURF

WELKOM BIJ SURF MBO TREEDT TOE TOT SURF WELKOM BIJ SURF MBO TREEDT TOE TOT SURF Paul Rullmann, vz SURF Barneveld, 18 september 2014 Grensverleggende ICT-innovaties In SURF werken hoger onderwijsen onderzoeksinstellingen samen aan de verbetering

Nadere informatie

Green Tender voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case

Green Tender voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars Beschrijving & case 18 mei 2011 Inhoud Inhoud beschrijving Kern van de tool Aanpak Mensen & middelen Resultaat Case beschrijving / best practice Toepassing

Nadere informatie

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken

Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Bijlage 1 Programma- en actielijnen Pieken Inhoud: A. Energie B. Water C. Sensortechnologie D. Agribusiness E. Life Science A. Energie Onder energie wordt verstaan: handel en distributie van aardgas, brandstoffen,

Nadere informatie

URSES+: toepassing in stedelijke context

URSES+: toepassing in stedelijke context Maatschappij- en Gedragswetenschappen Exacte Wetenschappen Technologiestichting STW Call for proposals URSES+: toepassing in stedelijke context 2016 2de ronde Den Haag, januari 2016 Nederlandse Organisatie

Nadere informatie

concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda

concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda Logistiek Nederland en de concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda Waarom dit onderzoek? Logistieke arbeidsmarkt Arbeid als concurrentiefactor Slim

Nadere informatie

Collegevoorstel. Ruimte en Economie. zaak_zaaknummer. Ja, namelijk uitgesteld Innovatieve en excellente stad. College van Bestuur Gilde Opleidingen

Collegevoorstel. Ruimte en Economie. zaak_zaaknummer. Ja, namelijk uitgesteld Innovatieve en excellente stad. College van Bestuur Gilde Opleidingen zaak_id bericht_nummer Collegevoorstel bericht_id zaak_zaaknummer Ruimte en Economie Reg.nr. 13/16479 B&W d.d. 21-01-2014 Openbaar Programma Ja, namelijk uitgesteld Innovatieve en excellente stad DT d.d.

Nadere informatie

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering Amsterdam, 26 januari 2016 1 Inhoud Introductie 3 Zij waren er bij! 4 Circulaire economie 5 Waarom circulair? 6 Nederland Circulair! 7

Nadere informatie

De Rotterdamse haven en het achterland. Havenvisie 2030 en achterlandstrategie. Ellen Naaykens

De Rotterdamse haven en het achterland. Havenvisie 2030 en achterlandstrategie. Ellen Naaykens De Rotterdamse haven en het achterland Havenvisie 2030 en achterlandstrategie Ellen Naaykens Havenbedrijf Rotterdam N.V. Movares symposium 29 november 2011 Inhoud Profiel haven Rotterdam Ontwerp Havenvisie

Nadere informatie

Centre of expertise. voor samenwerking. B&C Bout&Co. structuur in samenwerking

Centre of expertise. voor samenwerking. B&C Bout&Co. structuur in samenwerking B&C Bout&Co structuur in samenwerking Centre of expertise voor samenwerking Centre of expertise Bout & Co vergroot de performance door verbetering van de structuur in samenwerking tussen ondernemingen,

Nadere informatie

STW-gebruikerscommissie

STW-gebruikerscommissie STW-gebruikerscommissie Versie: november 2013 Pagina 1 / 10 Inhoud Inhoud... 1 Inleiding... 2 Definities... 3 02. Toepasselijkheid... 3 03. Taak... 4 04. Uitvoering project... 4 05. Samenstelling... 4

Nadere informatie

SAMENWERKINGSARRANGEMENT LANDSDEEL NOORD PLATFORM BÈTA TECHNIEK 2014-2016

SAMENWERKINGSARRANGEMENT LANDSDEEL NOORD PLATFORM BÈTA TECHNIEK 2014-2016 SAMENWERKINGSARRANGEMENT LANDSDEEL NOORD & PLATFORM BÈTA TECHNIEK 2014-2016 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Maatscha Nationaal. Onderd. rie & de Sociale. eel van

Maatscha Nationaal. Onderd. rie & de Sociale. eel van Maatscha ppij- en Gedragswetenschappen Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek Call for proposalss Huma an Capital: 21 e -eeuwse vaard igheden Onderd eel van de Topsector Creatieve IndustrI rie & de Sociale

Nadere informatie

De Rotterdamse haven en het achterland. Havenvisie 2030 en achterlandstrategie

De Rotterdamse haven en het achterland. Havenvisie 2030 en achterlandstrategie De Rotterdamse haven en het achterland Havenvisie 2030 en achterlandstrategie Ellen Naaykens Havenbedrijf Rotterdam N.V. ALV ELC, Venlo 30 november 2011 Inhoud Profiel haven Rotterdam Ontwerp Havenvisie

Nadere informatie

MIT2015 MKB Innovatiestimulering Topsectoren 2015

MIT2015 MKB Innovatiestimulering Topsectoren 2015 Beknopte toelichting MIT2015 MKB Innovatiestimulering Topsectoren 2015 Voorbehoud: dit betreft beknopte toelichting MIT2015 officiële tekst in De Staatscourant is leidend 15-4-2015 I 1 Afspraken MKB samenwerkingsagenda

Nadere informatie

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie Nelo Emerencia, Speerpuntmanager Onderwijs & Innovatie Utrecht, 9 februari 2012 DAS Docentenconferentie

Nadere informatie

HAN en duurzame energie

HAN en duurzame energie Beroepsonderwijs tijdens de energie transitie HAN en duurzame energie Van buiten naar binnen. Tinus Hammink programma-manager SEECE Hogeschool van Arnhem en Nijmegen HBO en topsectoren; keuze van HAN 1.

Nadere informatie

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Managementsamenvatting Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Neem planningsbesluiten voor maximale winst, meer veiligheid en minimalenadelige gevolgen voor het milieu

Nadere informatie

Innovatieve Publiek Private Samenwerking in ICT (IPPSI) - KIEM

Innovatieve Publiek Private Samenwerking in ICT (IPPSI) - KIEM Exacte Wetenschappen Call for proposals Innovatieve Publiek Private Samenwerking in ICT (IPPSI) - KIEM Roadmap ICT 2015 3de ronde Den Haag, juli 2015 Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Nadere informatie

Green Order voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case

Green Order voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars. Beschrijving & case voor (potentiële) Lean & Green Awardwinnaars Beschrijving & case 18 mei 2011 Inhoud Inhoud beschrijving Kern van de tool Aanpak Mensen & middelen Resultaat Case beschrijving / best practice Toepassing

Nadere informatie

Symposium Groene chemie in de delta

Symposium Groene chemie in de delta DPI Value Centre als onderdeel van TKI SPM en het valorisatienetwerk 2.0 Symposium Groene chemie in de delta A. Brouwer, 12 November 2012 TKI Smart Polymeric Materials Topresearch in polymeren 5-10 jaar

Nadere informatie

De rol van WMS in internationale Supply Chains

De rol van WMS in internationale Supply Chains De rol van WMS in internationale Supply Chains s-hertogenbosch, 26 april 2012 9026X078/WD/ld v1.0 De in dit rapport genoemde conclusies, aanbevelingen en adviezen zijn gebaseerd op door de opdrachtgever

Nadere informatie

DaVinc 3 i. Dutch Agricultural Virtualized International Network with Consolidation, Coordination, Collaboration and Information availability

DaVinc 3 i. Dutch Agricultural Virtualized International Network with Consolidation, Coordination, Collaboration and Information availability DaVinc 3 i Dutch Agricultural Virtualized International Network with Consolidation, Coordination, Collaboration and Information availability Prof dr ir Jack van der Vorst, Wageningen University Kenmerken

Nadere informatie

Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid Flower Mainport Aalsmeer

Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid Flower Mainport Aalsmeer Plantijnweg 32, 4104 BB Culemborg / Postbus 141, 4100 AC Culemborg Telefoon (0345) 47 17 17 / Fax (0345) 47 17 59 / www.multiconsultbv.nl info@multiconsultbv.nl Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid

Nadere informatie

Reverse factoring is Win-Win en Win.

Reverse factoring is Win-Win en Win. Graydon epaper Reverse factoring is Win-Win en Win. Hoe optimaliseert u uw werkkapitaal anno 2014? 2 Wat leert u in deze epaper? Als klant wilt u het betalen van uw facturen zo lang mogelijk uitstellen,

Nadere informatie

F4-GEMEENTEN. Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord. Versterk Economie en Werkgelegenheid

F4-GEMEENTEN. Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord. Versterk Economie en Werkgelegenheid LEEUWARDEN SÚDWEST-FRYSLÂN SMALLINGERLAND HEERENVEEN Versterk Economie en Werkgelegenheid Manifest voor de vorming van een nieuw provinciaal coalitieakkoord SAMEN WERKEN AAN EEN SLAGVAARDIG FRYSLÂN 2 3

Nadere informatie

Verbinden van Duurzame Steden

Verbinden van Duurzame Steden Verbinden van Duurzame Steden Managen van verwachtingen Jan Klinkenberg, Netwerkmanager VerDuS Startbijeenkomst URD2-projecten 11 oktober 2012 Programma vanmiddag 13.00-13.15 uur Introductie VerDuS 13.15-15.15

Nadere informatie