50210 Psycheproblematiek 23 april uur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "50210 Psycheproblematiek 23 april 2010 10.00 uur"

Transcriptie

1 Universitair Medisch Centrum Faculteit_ der Medische Wetenschappen Bloktoets Datum Aanvang Psycheproblematiek 23 april uur Deze tentamenset kunt u na afloop meenemen Ook de doordruk van het antwoordformulier voor de meerkeuzevragen mag u behouden. ALGEMENE AANWIJZINGEN EN INSTRUCTIE: Dit tentamen bestaat uit 90 meerkeuzevragen. De beschikbare tijd voor het gehele tentamen is 2 uur. Controleer of uw tentamenset compleet is. Vermeld op het antwoordformulier duidelijk uw naam en studentnummer. Bij iedere vraag is slechts één alternatief het juiste of het beste. U geeft het naar uw mening juiste antwoord aan door het CIJFER voor het betreffende alternatief te omcirkelen. Vragen waar u door tijdnood niet aan toekomt, laat u onbeantwoord. Acht u alle alternatieven, na zorgvuldige bestudering, even juist, dan moet u de vraag niet beantwoorden. Kunt u één of meerdere alternatieven elimineren, dan moet u de vraag wel beantwoorden. Wanneer u het tentamen beëindigd hebt, dient u uw antwoorden (dus de omcirkelde CIJFERS) zorgvuldig over te brengen op het antwoordformulier, het gebruik van een potlood is ongewenst. Open gelaten vragen laat u blanco. De op het antwoordformulier ingevulde antwoorden worden beschouwd als uw definitieve antwoorden, ongeacht uw omcirkelingen in uw toetsboekje. Onleesbare cijfers of meer dan één cijfer per hokje zullen als blanco worden geïnterpreteerd. Het gebruik van alle audiovisuele en technische hulpmiddelen is niet toegestaan, tenzij expliciet vermeld elders op dit voorblad. Mocht u dergelijke apparatuur toch gebruiken, dan zal dit als fraude worden aangemerkt. De vragen worden als volgt gescoord: '-../ antwoorden: Goed fout open 2 keuze-vraag -1 0 punten 3 keuze-vraag - 1/2 0 punten 4 keuze-vraag - 1/3 0 punten 5 keuze-vraag - 1/4 0 punten Indien u commentaar heeft op de vragen, noteert u dat op het commentaarformulier (laatste blz.) en levert u dat na afloop van het tentamen in, tezamen met uw antwoordformulier. Voor het overige mag u de volledig ter hand gestelde tentamenset, incl. het kopie-antwoordformulier behouden. LET OP!! ZET EERST UW NAAM EN STUDENTNUMMER OP HET ANTWOORDFORMULIER! VEEL SUCCES! Voorb/ad_ MC.dodll

2 Vraag 1 U onderzoekt een patiënt die geen sensare of motorische uitval heeft, maar niet in staat is de knoopjes van zijn jas dicht te doen. Hoe heet dit symptoom? 1. Apraxie 2. Decorumverlies 3. Agnosie Vraag 2 U onderzoekt een patiënt die niet op uw vragen antwoordt, maar wel eenvoudige opdrachten uitvoert. Hierbij is sprake van: 1. Somnolentie 2. Sopor 3. Splitsing 4. Stupor CASUS De dochter van mevrouw Janssen bezoekt het spreekuur van de huisarts omdat haar moeder, 84 jaar oud, sinds 6 maanden geleidelijk aan steeds somberder is geworden. Momenteel komt ze haar deur niet meer uit, verwaarloost zichzelf, eet nauwelijks meer (ze is 12 kg afgevallen). Ze geeft herhaaldelijk aan het leven niet meer te zien zitten nu haar rugpijn haar vroeg doet ontwaken en de pijn dermate ernstig is geworden dat ze overtuigd is niet meer te kunnen lopen. Dochter vraagt zich af of er sprake is van een recidief depressie, waarmee moeder reeds sinds haar adolescentie bekend is, en of opname nodig is om ontregeling van haar suikerziekte (DM type 11 sinds 38 jaar) en verslechtering van haar cardiale klachten te voorkomen. U onderschrijft haar vermoeden op een ernstige depressie, mede gezien haar psychiatrische voorgeschiedenis, en acht een risicotaxatie op suïcide belangrijk. Vraag 3 Welke van de onderstaande factoren is GEEN risicofactor op suïcide in bovenstaande casus? 1. Psychiatrische VG 2. Lichamelijke aandoeningen 3. Hogere leeftijd 4. Vrouwelijke geslacht Vraag 4 Welke uitsprak(en) over patiënten met een vasculaire depressie is/zijn JUIST? I. Zij hebben een hogere kans op het ontwikkelen van cognitieve stoornissen. 11. Zij hebben een slechtere prognose dan ouderen met een niet-vasculair bepaalde depressie. 1. Beide antwoorden zijn onjuist 2. Antwoord I is onjuist en antwoord 11 is juist 3. Antwoord I is juist en antwoord 11 is onjuist 4. Beide antwoorden zijn juist

3 Vraag 5 Een man met een theatrale persoonlijkheidsstoornis is naar de eerste hulp gegaan omdat hij zich duizelig voelt. Hij dringt erop aan om een tijdje voor observatie opgenomen te worden bij de afdeling neurologie. Bij navraag blijkt hij gisteren in een impuls 30 tabletten oxazepam van 10 mg te hebben ingenomen om even niet aan al zijn problemen te hoeven denken. Hij heeft geen eigen woning meer en slaapt soms enkele nachten op straat. Hij is mager en de eerste hulp arts treft op enkele plekken scabies aan. Zijn huidig functioneren wordt globaal beoordeeld. De meest waarschijnlijke GAF (Giobal Assessment of Functioning) score op as-5 van de DSM-IV die deze man krijgt is: Vraag 6 Welke van de onderstaande beweringen is JUIST? 1. Lithium is structureel verwant aan \(ali-um (diazepam) 2. Lithium wordt in combinatie met antidepressiva gebruikt bij de behandeling van unipolaire depressie 3. Vanwege onderdrukking van de schildklierfunctie mag lithium maximaal gedurende 1 jaar worden gebruikt 4. Bij gebruik van lithium dienen maandelijks de leverfuncties te worden gecontroleerd Vraag 7 Verslaving of stoornis in het gebruik van middelen is een vorm van een: 1. Cognitieve stoornis 2. Leerfunctiestoornis 3. Conatieve stoornis Vraag 8 Het transtheoretisch model van Prochaska en Diclemente is: 1. Een verklaringsmodel voor de culturele verschillen in middelenmisbruik 2. Een methodisch model voor het begeleiden van gedragsveranderingen 3. Een verklaringsmodel voor biologische aspecten van verslaving 4. Een methodisch model voor epidemiologisch verslavingsonderzoek Vraag 9 Een complicatie van het acuut stoppen van kortwerkende benzodiazepines is: 1. Sexuele entremming 2. Nystagmus 3. Diplopie 4. Onthoudingsinsulten

4 Vraag 10 Bij patiënten die zowel verslaafd zijn als andere psychiatrische problematiek hebben, geldt: 1. Behandel eerst de verslaving en daarna de overige psychiatrische problematiek 2. Behandel eerst de overige psychiatrische problemen en daarna de verslaving 3. Start een gecombineerde behandeling van verslaving en overige psychiatrische problematiek 4. Bespreek met de patiënt wat hij het eerst behandeld wil hebben Vraag 11 De prevalentie van de depressieve stoornis in Nederland is in het Nemesis-project onderzocht. Volgens de uitkomsten van dit onderzoek is het op dit moment zo dat: 1. Ongeveer 1 op de 7 Nederlanders ooit in zijn leven een depressieve stoornis zal krijgen 2. Dysthymie vaker voorkomt dan de depressieve stoornis 3. Ongeveer 1 op de 3 depressieve patiënten een poging tot suïcide onderneemt - Vraag 12 Zou men alleen op het mortaliteitscijfer afgaan, dan zijn blijkens het Nemesis-onderzoek de gevolgen van de verslaving in Nederland het grootst voor de verslaving aan: 1. Alcohol 2. Nicotine 3. Heroïne Vraag 13 Beschouw onderstaande beweringen: Bewering 1: Angststoornissen komen bij vrouwen vaker voor dan bij mannen. Bewering 11 : De hoogste prevalentie van angststoornissen is in de leeftijd van jaar. 1. I is juist, 11 is onjuist 2. I en 11 zijn beide juist 3. I is onjuist, 11 is juist 4. I en 11 zijn beide onjuist Vraag 14 Welk van de volgende persoonlijkheidsstoornissen behoren volgens de DSM-IV beide tot het B-Ciuster? 1. De paranoïde persoonlijkheidsstoornissen en de schizotypische persoonlijkheidsstoornissen 2. De borderline persoonlijkheidsstoornissen en de narcistische persoonlijkheidsstoornissen 3. De narcistische persoonlijkheidsstoornissen en de schizotypische persoonlijkheidsstoornissen 4. De antisociale persoonlijkheidsstoornissen en de ontwijkende persoonlijkheidsstoornissen

5 Vraag 15 Welke van de volgende stellingen over de conceptualisatie van de persoonlijkheidsstoornissen in de DSM zijn ONJUIST? 1. De DSM criteria voor de verschillende persoonlijkheidsstoornissen overlappen sterk 2. De DSM criteria voor de verschillende persoonlijkheidsstoornissen hebben een sterke gender-bias 3. De DSM gebruikt een dimensioneel classificatiesysteem voor persoonlijkheidsstoornissen 4. De DSM criteria voor persoonlijkheidsstoornissen hebben een lage betrouwbaarheid Vraag 16 Bij de behandeling van patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis kan men geconfronteerd worden met een van de volgende obstakels: 1. Moeite van de patiënt om emoties te voelen 2. ldealisatie of devaluatie van de therapeut 3. Weinig aantrekken van kritische suggesties van de therapeut Vraag 17 Het belangrijkste verschil tussen de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en de schizoïde persoonlijkheidsstoornis is: 1. De neiging zich terug te trekken uit sociaal contact 2. Het verlangen naar een relatie 3. Gevoelens van ongemak in contact met anderen Vraag 18 Welke van de volgende uitspraken is JUIST? 1. Patiënten met een depressieve of een dysthyme stoornis hebben in ongeveer de helft van de gevallen tevens een persoonlijkheidsstoornis 2. De bipolaire stoornis kenmerkt zich door het optreden van tenminste 2 manische episodes in de afgelopen 5 jaar 3. De wànen in de manische periode van de bipolaire stoornis zijn vaak bizar en oninvoelbaar Vraag 19 De recidiefkans bij bipolaire stoornissen is groot. Daarom moet u de patiënt, nadat de klachten met behulp van een stemmingsstabilisator zijn verdwenen, adviseren om: 1. De stemmingsstabilisator te stoppen, maar zo snel mogelijk weer te gaan gebruiken als de symptomen weer terugkomen 2. Over te stappen op een antidepressivum als onderhoudsmedicatie, zo nodig gecombineerd met een hypnoticum 3. De stemmingsstabilisator te blijven gebruiken als jarenlange onderhoudsbehandeling

6 Vraag 20 Mevr. K. heeft nog 6 weken na het overlijden van haar dochter momenten dat ze overspoeld wordt door verdriet. Ze voelt zich kwetsbaar, verwijt zichzelf tekort geschoten te zijn, is het ene moment 'lamgeslagen' en het andere moment rusteloos. Vooral het verlies van zingeving, nergens meer de energie voor hebben en niets meer leuk kunnen vinden doen haar ongerust naar de huisarts gaan. De meest waarschijnlijke (werk-)-diagnose die de huisarts zal stellen is: 1. Een dysthyme periode na het overlijden van een dierbare 2. Een depressieve stoornis na het overlijden van een dierbare 3. Een normale rouwreactie in aansluiting op het overlijden van een dierbare 4. Een aanpassingsstoornis die geluxeerd is door het overlijden van een dierbare Vraag 21 De term 'double depression' wordt in het kader van stemmingsstoornissen gebruikt voor een depressieve stoornis die: 1. In remissie gaat en na enige tijd recidiveert 2. Zowel genetisch als door 'life-events' veroorzaakt wordt 3. Samengaat met een dysthyme stoornis 4. Optreedt bij somatische problematiek Vraag 22 Welke 'angststoornis' wordt NIET in de DSM IV-classificatie genoemd? 1. Paniekstoornis met of zonder agorafobie (PS) 2. Angst en SpanningsStoornis (ASS) 3. Posttraumatische stressstoornis (PTSS) 4. Dwangstoornis (OCS) Vraag 23 Welke behandeling is NIET geïndiceerd bij de posttraumatische stressstoornis (PTSS)? 1. Cognitieve Gedragstherapie 2. Debriefing 3. Eye Movement and Desensitization Reprocessing 4. Kortdurende Eclectische psychotherapie Vraag 24 Duidelijke vrees, uitgelokt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifieke situatie of voorwerp is een diagnostisch criterium voor 'specifieke fobie '. Een ander diagnostisch criterium van deze stoorn is is dat betrokkene: 1. Secundaire ziektewinst heeft van het vermijdingsgedrag 2. Zich niet realiseert wat hij/zij de omgeving aandoet met het volharden in het vermijdingsgedrag 3. Zich ervan bewust is dat de angst voor de fobische situatie onredelijk of overdreven is

7 Vraag 25 Op dit moment is de meest gangbare hypothese over de obsessief-compulsieve stoornis, dat obsessies en/of compulsies: 1. Vluchtgedrag symboliseren van nare ervaringen in het verleden 2. Ongeconditioneerde reacties uit het verleden camoufleren 3. Ontstaan door onderdrukte agressieve impulsen 4. Geconditioneerde responsen zijn om angsten te verminderen Vraag 26 De heer P, 32 jaar oud, is na een inbraak in zijn huis waarbij de inbrekers ook bij hem op de kamer zijn geweest, voortdurend waakzaam in en om zijn huis. Hij herinnert zich steeds opnieuw hoe de slaapkamerdeur openging, ook al is het nu 3 maanden geleden. Gek genoeg kan hij zich de gezichten van de inbrekers niet meer voor de geest halen en hoe zij het huis weer hebben verlaten. Hij voelt zich volkomen 'leeg van binnen '. Hij is enkele malen wakker geworden waarna hem onmiddellijk het gevoel bekroop in een vreemd huis te zijn. Hij kan nauwelijks nog van zijn hobby, pianospelen, genieten. Licht dat door een kier valt maakt hem tegenwoordig erg angstig. Hij laat daarom 's nachts alle lampen branden. Het beeld dat de heer P. presenteert past het meest bij een: 1. Beginnende paranoïde stoornis 2. Posttraumatische stressstoornis 3. Acute stressstoornis 4. Aanpassingsstoornis met (gemengd) angstig-depressieve stemming Vraag 27 Het 'aan de grond genageld staan' bij het zien afbranden van je eigen huis is een voorbeeld van een: 1. Conversieve reactie 2. Normale angstreactie op een existentiële bedreiging 3. Een gegeneraliseerde angststoornis met paniekaanval Vraag 28 Een patiënt met schizofrenie vertelt je dat hij zojuist in de krant heeft gelezen dat hij "de komende dagen weer berichf' zal krijgen. De overtuiging van deze patiënt past waarschijnlijk bij een: 1. Beïnvloedingswaan 2. Perceptuele misidentificatie 3. Betrekkingswaan 4. Paranoïde waan Vraag 29 Lees de volgende stellingen over het optreden van verschillende vormen van hallucinaties: Stelling 1: Bij schizofrenie zijn visuele hallucinaties de -eest voorkomende vorm Stelling 11: Bij een delierzijn auditieve hallucinaties ële meest voorkomende vorm 1. I is juist, 11 is onjuist 2. I is juist, 11 is juist 3. I is onjuist, 11 is juist 4. I is onjuist, 11 is onjuist

8 Vraag 30 Tijdens een gesprek met de psychiater heeft een patiënt het over een 'hersenspin '. Dit is een voorbeeld van : 1. Een coneretisme 2. Een neologisme 3. Tangentieel denken Vraag 31 Wat is GEEN voorbeeld van katatoon gedrag: 1. Stupor 2. Katalepsie 3. Astasie 4. Echopraxie Vraag 32 Welk kenmerk is het meest onderscheidend om negatieve symptomen van schizofrenie te differentiëren van de depressieve symptomen? 1. Sombere gevoelens en gedachten 2. Anhedonie 3. Apathie 4. Affectieve vervlakking Vraag 33 Beschouw de volgende stellingen: I. Na 10 weken behandeling met antipsychotica zijn bij ongeveer 40% van de patiënten hun psychotische symptomen verdwenen 11. Antipsychotica hebben meestal sneller effect op wanen dan op hallucinaties 1. I is juist, 11 is onjuist 2. I is juist, 11 is juist 3. I is onjuist, 11 is juist 4. I is onjuist, 11 is onjuist Vraag 34 Voor de epidemiologische kenmerken van suïcides en suïcidepogingen geldt dat: 1. Zowel suïcides als suïcidepogingen meer voorkomen bij mannen 2. Zowel suïcides als suïcidepogingen meer voorkomen in het voorjaar 3. Suïcides gelijk verdeeld zijn over sociale klassen, terwijl suïcidepogingen meer voorkomen in lagere sociale klassen 4. Aan de meeste suïcides geen eerdere suïcidepoging is voorafgegaan, terwijl na meer dan de helft van de suïcidepogingen alsnog suïcide volgt

9 Vraag 35 De heer B. heeft ondanks voorschrift van antipsychotica al langere tijd een paranoïde waan. Hij heeft een grote angst voor zijn buurman, die door bijzondere straling de gezondheid van patiënt zou proberen te ondermijnen. De heer B. is bezig een benzinebom te maken. Hij vertelt de psychiater dat zodra zijn buurman een keer niet thuis is, hij zijn woning in brand wil steken zodat de buurman moet verhuizen. De heer B. blijkt niet bereid tot opname. Hoe dient de psychiater te handelen? 1. De dosering van antipsychotica dient verhoogd te worden en de patiënt dient de volgende dag opnieuw thuis te worden beoordeeld. 2. De patiënt dient opgenomen te worden met een inbewaringstelling 3. De patiënt dient opgenomen te worden met een rechterlijke machtiging 4. De patiënt dient opgenomen te worden middels de WGBO Vraag36 Voor psychogeriatrische patiënten die niet langer in hun eigen leefomgeving kunnen verblijven en in een verpleeghuis opgenomen moeten worden, geldt dat: 1. Zij expliciete toestemming moeten geven voor opname in een verpleeghuis 2. Zij, wanneer ze bezwaar maken tegen opname, op gelaste van een regionale indicatiecommissie opgenomen kunnen worden 3. Indien er sprake is van verzet, er een gewone rechterlijke machtigingsprocedure moet worden gevolgd Vraag 37 De beste indicator voor het risico op gewelddadig gedrag is: 1. Mannelijk geslacht 2. Werkloosheid 3. Agressie in het verleden Vraag 38 Dak- en thuislozen kloppen voor medische hulp aan bij: 1. De spoedeisende eerste hulp (SEH), maar niet bij de huisarts. 2. De SEH en de huisarts. 3. De huisarts, maar niet bij de SEH 4. Noch de huisarts noch de SEH Vraag 39 Welke van de onderstaande sociologische verklaringen over het achterop raken van mensen in de maatschappij is/zijn JUIST? Verklaring 1: De economische verklaring stelt dat door de ongelijke verdeling in de samenleving van scholing, werk en inkomen marginalisering in de hand gewerkt wordt. Verklaring 11: De institutionele verklaring stelt dat kwetsbare mensen door langdurige opname in allerlei instellingen alleen maar verder gemarginaliseerd worden. 1. I is juist en 11 is onjuist is juist en I is onjuist 3. I en 11 zijn onjuist 4. I en 11 zijn juist

10 Vraag 40 Welke stelling(en) is/zijn JUIST: Stelling 1: iets meer dan de helft van de feitelijk dakloze mensen pleegt een of meer strafbare feiten ter verwerving van inkomen. Stelling 11: Het opleidingsniveau van feitelijk dakloze mensen is nagenoeg gelijk aan dat van de Nederlandse bevolking. Antwoorden: 1. I is juist en 11 is onjuist is juist en I is onjuist 3. I en 11 zijn onjuist 4. I en 11 zijn juist Vraag 41 'Een aandoeningen waarbij er een discrepantie bestaat tussen de lichamelijke klachten en medisch objectiveerbare afwijkingen en waarbij de klachten minstens 6 maanden bestaan en voor het 3Cf 1 e levensjaar zijn begonnen'. Welke somatofarme stoornis past het beste bij bovenstaande omschrijving? 1. Conversie 2. Hypochondrie 3. Ongedifferentieerde somatofarme stoornis 4. Somatisatiestoornis Vraag 42 Bij welke stoornis speelt responspreventie een erg belangrijke rol in de cognitief gedragstherapeutische behandeling? 1. Conversie 2. -F.ugue 3. Morfodysforie 4. Somatisatiestoornis Vraag 43 Een 54-jarige patiënt raakt er steeds meer van overtuigd dat hij lijdt aan kanker. Uitslagen van medisch onderzoek die op het tegendeel wijzen stellen hem niet meer gerust. Hij heeft het over een uitdijend gezwel in zijn maag en darmen en is er van overtuigd dat een 'adequate' diagnose hem bewust onthouden wordt. Bij deze patiënt is er vermoedelijk sprake van een : 1. Hypochondere preoccupatie 2. Hypochondere waan 3. Overwaardig denkbeeld 4. Paranoïde waan Vraag 44 Chronisch vermoeidheidsyndroom, fibromyalgie en prikkelbare darmziekten zijn aandoeningen die doorgaans worden gerangschikt onder: 1. Hypochondrie 2. Ongedifferentieerde somatofarme stoornissen 3. Somatisatiestoornis

11 Vraag 45 'Alsof' ervaringen zoals die van buiten de eigen geveelswereld of buiten het eigen lichaam te staan zijn typisch voor : 1. Depersonalisatie 2. Dissociatieve amnesie 3. Dissociatieve fugue 4. Dissociatieve identiteit Vraag 46 Automutilatie is kenmerkend voor de volgende persoonlijkheidstoornis : 1. Afhankelijke 2. Antisociale 3. Borderline 4. Theatrale Vraag 47 Tot welke van de drie clusters persoonlijkheidstoornissen behoort de schizotypische persoonlijkheidstoorn is? 1. Zonderling 2. Dramatisch 3. Angstig Vraag 48 De effectiviteit van de dialectische gedragstherapie van Marsha Linehan is aangetoond bij vooral welke persoonlijkheidsstoornis? 1. Antisociale 2. Borderline 3. Ontwijkende Vraag 49 Voor welke persoonlijkheidsstoornissen is psychotherapie het meest effectief gebleken? 1. Afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidsstoornissen 2. Narcistische en theatrale persoonlijkheidsstoornissen 3. Paranoïde en obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornissen Vraag 50 'ik ben niets waard', 'ik kan het niet alleen', 'ik ben minderwaardig' zijn voorbeelden van: 1. Automatische gedachten 2. Basale overtuigingen/kernopvattingen 3. Intermediaire assumpties Vraag 51 Fobieën worden vaak in stand gehouden door vermijdingsgedrag. Wanneer iemand angstopwekkende situaties steeds uit de weg gaat is er sprake van: 1. Negatieve bekrachtiging 2. Negatieve straf 3. Positieve bekrachtiging 4. Positieve straf

12 Vraag 52 Beschouw onderstaande beweringen en geef vervolgens aan wat JUIST of ONJUIST is. Bewering 1: het duurt jaren voordat patiënten bij de dokter komen met verslavingsproblematiek omdat een leven met problemen en middelen nog lang aantrekkelijker kan lijken dan een leven zonder problemen maar ook zonder middelen. Bewering 11: de prognose van een verslavingsbehandeling is altijd gunstig als het doel van de behandeling verbetering van de kwaliteit van leven is. Antwoorden: 1. I is juist en 11 is onjuist 2. I is onjuist en 11 is juist 3. I en 11 zijn beide juist 4. I en 11 zijn beide onjuist Vraag 53 Welk van de onderstaande kenmerken zijn klinisch zeer relevant bij autisme spectrum stoornissen maar zijn niet opgenomen in de definities van de DSM IV? 1. Taal neologismen 2. Angsten 3. Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels 4. Preoccupaties Vraag 54 Welke van onderstaande stoornissen ziet men NIET vaak als comorbide stoornis bij autisme? 1. ADHD 2. Obsessieve compulsieve stoornis 3. Verstandelijke beperking 4. Eetstoornis Vraag 55 Welk van onderstaande is GEEN kenmerk of symptoom van Anorexia Nervosa? 1. Lanugo beharing 2. Lethargie 3. Amenorroe 4. Vertekening lichaamsperceptie Vraag 56 Beschouw onderstaande beweringen over verslavingsproblematiek en geef vervolgens aan, wat JUIST of ONJUIST is. Bewering 1: Voor de initiatie fase van middelenmisbruik is het noodzakelijk om een normo- of hyperdopaminerg functionerend systeem in de nucleus accumbens te hebben om zo het belonende effect van bijvoorbeeld cocaïne goed te kunnen ervaren. Bewering 11: "Craving" is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak voor terugval na een periode van abstinentie. 1 I is juist en 11 is onjuist 2 I is onjuist en 11 is juist 3 I en 11 zijn beide juist 4 I en 11 zijn beide onjuist

13 Vraag 57 Beschouw onderstaande beweringen en geef vervolgens aan wat JUIST is en wat ONJUIST Bewering 1: Bij motiverende gespreksvoering maakt men in de precontemplatie fase vooral gebruik van concrete adviezen om te komen tot vermindering van gebruik. Bewering 11: De crisisinterventie bij middelenmisbruik heeft als doel stabiele abstinentie te bereiken. 1 I is juist en 11 is onjuist 2 I is onjuist en 11 is juist j 3 I en 11 zijn beide juist 4 I en 11 zijn beide onjuist Vraag 58 Bij het voorkomen en bestrijden van onthoudingsverschijnselen na langdurig cocaïnegebruik gaat als farmacotherapeutische ondersteuning de voorkeur uit naar: 1. Benzodiazepine 2. Carbamazepine 3. Naltrexon 4. Geen van de hierboven genoemde middelen Vraag 59 Welke van de volgende verschijnselen komen doorgaans NIET voor in het beginstadium van de Lewy body dementie? 1. Aandachtstoornissen 2. Geheugenstoornissen 3. Visueel ruimtelijke stoornissen CASUS Een 20-jarige vrouw is sinds haar 16e jaar bekend met moeilijk te behandelen aanvallen die 15 minuten tot een uur kunnen duren en waarbij ze niet adequaat op haar omgeving reageert. Ze herhaalt dan steeds dezelfde handenwringende bewegingen terwijl ze alsmaar rondjes loopt en vreemd in zichzelf lacht. Op vragen reageert ze niet. Bekend is dat ze buiten deze aanvallen geheel normaal functioneert. Haar naasten weten inmiddels te melden dat zij voorafgaande aan de aanvallen toch wat anders is in haar psychisch functioneren en kunnen hierdoor voorspellen dat ze binnen één of twee dagen een aanval zal krijgen. De volgende 2 vragen hebben betrekking op deze casus. Vraag 60 De bij de 20-jarige vrouw beschreven motorische verschijnselen zijn het best te duiden als: 1. Automatische handelingen 2. Dwanghandelingen 3. Dyskinesieën Vraag 61 Haar aanvallen zijn het best passend bij de diagnose: 1. Chorea 2. Complexe partiële epilepsie 3. Pseudo-(hystero)epilepsie

14 CASUS De dienstdoende arls wordt in de late avond gevraagd om te komen kijken bij een 73-jarige man op de afdeling vaatziekten die sinds enkele uren erg in de war is en die bij navraag sinds vanmiddag 14:00 uur niet meer heeft geplast. Hij is die ochtend opgenomen wegens een ernstig ulcus cruris. De arls treft een motorisch onrustige doch licht versufte man aan, wiens aandacht moeilijk is vast te houden, die niet weet waar hij is en die de naam van de arls niet kan onthouden. Vraag 62 Welke van de volgende opties, voor het verdere beleid in het komende uur, zou u de arts adviseren als het meest juiste om bij deze patiënt te doen? 1. Eerst haldol geven; vervolgens een urinecatheter inbrengen 2. De urine laten onderzoeken op een infectie en in afwachting van de uitslag alvast haldol en een antibioticum geven. 3. Urinecatheter inbrengen; glucose bepalen en even afwachten. CASUS Een 68-jarige vrouw heeft volgens haar dochter sinds een jaar in perioden klachten en verschijnselen bestaande uit: visuele hallucinaties, desoriëntatie, afwezigheid, aandachtsstoornissen, wanen en plukkerig gedrag. Tevens loopt ze de laatste tijd moeilijker en is hierdoor al enkele malen gevallen. Zij gebruikt geen medicijnen en was voorheen gezond. De arls vindt nu bij onderzoek rigiditeit in beide benen. Alhoewel haar tempo opvallend laag is, scoorl ze op de MMSE 29 punten. Vraag 63 De beste medicamenteuze behandeling bij deze casus is: 1. Klassiek antipsychoticum 2. Clozapine 3. Cholinesteraseremmer 4. L-DOPA CASUS Een jongeman van 19 jaar oud komt bij zijn huisarls samen met zijn moeder. Moeder klaagt erover dat hij niet meer voor zichzelf zorgt. Het valt u op dat hij regelmatig zelf verzonnen woorden gebruikt. Vraag 64 Bij welke stoornis passen deze verbale uitingen NIET? 1. Schizofrenie 2. Autisme 3. Depressie Vraag 65 De wetenschappelijke literatuur geeft aan dat de heritability (erfelijkheid) van ADHD circa 70% is. Wat wordt met deze uitspraak precies bedoeld? 1. 70% Van de patiënten met ADHD heeft een erfelijke vorm, 30% niet 2. Erfelijke invloeden verklaren 70% van de verschillen in ADHD kenmerken tussen personen 3. De concordantie voor ADHD tussen tweelingen of siblingparen is gemiddeld 70%

15 CASUS Een 34-jarige secretaresse is de laatste maanden in haar gedrag drukker dan anders. Zij is overactief, maar maakt weinig af Zij voelt zich prima, haar eetlust is meer dan normaal; haar gewicht blijft constant; haar slaapbehoefte is verminderd. Ze ontwikkelt grootse plannen en ideeën, die door haar omgeving met toenemende scepsis worden aangehoord. In perioden is ze echter ook geagiteerd. Er is nooit eerder sprake geweest van dergelijk gedrag. Vraag 66 Wat is de meest waarschijnlijke psychiatrische diagnose? 1. ADHD 2. Borderline persoonlijkheidsstoornis 3. Manie 4. Psychose Vraag 67 Bepaling van het eiwit in de liquor is geïndiceerd bij verdenking op het bestaan van: 1. Frontotemporale dementie 2. Lewy body dementie 3. Ziekte va [L_Creutzfeldt-Jakob Vraag 68 Welke somatische aandoeningen geven de grootste de kans op stemmingsstoornissen? 1. Infectie, Korsakov, CVA 2. Dehydratie, subduraal hematoom, hyperthyreoïdie 3. M. Parkinson, hypothyreoïdie, CVA 4. Tumor cerebri, longembolie, diabetes mellitus Vraag 69 Het zogenoemde stille deliertreedt BIJNA NOOIT op bij: 1. Hepatische encephalopathie 2. Onttrekking van benzodiazepinen 3. Ouderen (> 70 jaar) Vraag 70 De vragen " Hebt U een erg sterke voorkeur voor bepaalde activiteiten, voedingsmiddelen, kleding? Vindt U het erg moeilijk om van activiteit te veranderen?' is erop gericht om te exploreren of er sprake kan zijn van: 1. Dwanggedachten 2. Dwanghandelingen 3. Parafilieen 4. Stereotype gedragspatronen Vraag 71 Wann~er U tijdens het gesprek met een patiënt opmerkt dat die patiënt specifiek problemen heeft met het benoemen van de namen van voorwerpen dan noteert U in de status mentalis dat er sprake is van : 1. Afasie 2. Anomie 3. Visuele agnosie

16 Vraag 72 Het classificatiestysteem DSM IV is een voorbeeld van: 1. Descriptief en categoriaal classificatiesysteem 2. Etiopathogenetisch en categoriaal classificatiesysteem 3. Descriptief en dimensioneel classificatiesysteem 4. Etiopathogenetisch en dimensioneel classificatiesysteem Vraag 73 G-eiwit gekoppelde receptoren en receptor afhankelijke ionkanalen vormen belangrijke targets voor psychofarmaca. I. Farmaca die aangrijpen op een receptor afhankelijke ionkanaal geven in principe een sneller effect dan farmaca die aangrijpen op een G-eiwit gekoppelde receptor. 11. Benzodiazepinen werken via een effect op eeng-eiwit gekoppelde receptor. 1. I is juist, 11 is juist 2. I is juist, 11 is onjuist 3. I is onjuist, 11 is juist 4. I is onjuist, 11 is onjuist Vraag 74 Glutamaat en gamma-amineboterzuur (GABA) zijn aminozuren die als neurotransmitter in het brein voorkomen. Welke uitspraak is JUIST? 1. GABA is als neurotransmitter bij zeker 5 keer zoveel zenuwcellen betrokken als glutamaat 2. GABA en glutamaat worden afgebroken in post-synaptische neuronen 3. GABA heeft een inhiberende werking op de exciteerbaarheid van neuronen en glutamaat een exciterende 4. GABA speelt een rol bij "long term synaptic potentation" en glutamaat speelt een rol bij "short term synaptic potentation" Vraag 75 Een aantal antidepressiva en antipsychotica hebben een uitgesproken antagonistische werking op acetylcholine muscarine receptoren. Welk rijtje geeft bijwerkingen weer die hiermee samenhangen? 1. Accomodatiestoornissen, droge mond, mictiestoornissen 2. Uitgesteld orgasme, misselijkheid, diarree 3. Accomodatiestoornissen, zuurbranden, erectiestoornissen 4. Uitgesteld orgasme, mictiestoornissen, branderige ogen Vraag 76 Wat is GEEN indicatie voor het gebruik van benzodiazepinen (als monotherapie)? 1. Slapeloosheid 2. Narcolepsie 3. Epilepsie 4. Paniekstoornis

17 Vraag 77 Waarom wordt lithium ingesteld met behulp van bloedonderzoek? 1. De bloedspiegel geeft een eerste indicatie van de effectiviteit 2. Men spoort zo de eerste tekenen van een naderende agranulocytose op 3. Er is een geringe therapeutische breedte Vraag 78 1: Egalitair rolgedrag van artsen is het uitgangspunt in de WGBO 11 : Ouderen en lager opgeleiden stellen vaak paternalistisch rolgedrag van artsen op prijs 1. I is juist, 11 is juist 2. I is juist, 11 is onjuist 3. I is onjuist, 11 is juist 4. I is onjuist, 11 is onjuist Vraag 79 Koro is een voorbeeld van een: 1. Culture bound syndrome 2. Somatofarme stoornis 3. Psychotische stoornis Vraag 80 Mevrouw A. is sinds enkele weken opgenomen in verband met een ernstige depressie. Sinds een week spreekt zij niet meer. Wat is de naam voor dit psychiatrisch symptoom? 1. Mutisme 2. Negativisme 3. Spraakarmoede Vraag 81 De psychotherapie heeft een lange geschiedenis. Welke van de volgende vormen van psychotherapie wordt tegenwoordig nog maar zelden toegepast? 1. Cognitieve-gedragstherapie 2. Interpersoonlijke therapie 3. Psychoanalyse 4. Psychodynamische therapie Vraag 82 Bij patiënten met langer bestaande schizofrenie is de volgende anatomische afwijking in de hersenen aangetoond : 1. Vernauwing van de ventrikels 2. Afname van de grijze stof 3. Degeneratie van de basale ganglia 4. Hypertrofie van de temporale cortex

18 Vraag 83 Patiënten met een sociale fobie, die last hebben van blozen, trillen of zweten, hebben daar meestal specifieke angstgedachten (cognities) bij. Welke specifieke angstgedachte past NIET bij een sociale fobie: 1. Als ik tril, dan denkt men dat ik een alcoholist ben 2. Als ik bloos, dan denkt men dat ik iets gestolen heb 3. Als ik zweet, dan ga ik flauwvallen 4. Als ik bloos, dan is dat een afgang Vraag 84 Bij psychiatrische aandoeningen is sprake van multifactoriele of complexe overerving. Beschouw onderstaande beweringen over de invloed van omgevingsfactoren: Bewering 1: De invloed van een omgevingsfactor is kleiner dan die van een "ziektegen" Bewering 11: De invloed van een omgevingsfactor is afhankelijk van de invloed van een "ziektegen" 1. Bewering I is juist, bewering 11 is juist 2. Bewering I is juist, bewering 11 is onjuist 3. Bewering I is onjuist, bewering 11 is juist 4. Bewering I is onjuist, bewering 11 is onjuist Vraag 85 Mevrouw Janssen is 40 jaar oud. Ze heeft twee ooms die voor depressies zijn behandeld. Als kind is ze veel gepest op school. Sindsdien is ze conflictvermijdend van aard. Sinds enkele jaren werkt ze in een nieuwe baan waar ze te maken heeft met een leidinggevende die hoge eisen stelt en niet snel tevreden is. Ze gaat steeds meer piekeren over het werk en wordt depressief. Welke bewering ten aanzien van het ontstaan van haar depressie is juist? 1. De familiale aanleg is een predisponerende factor, haar conflictvermijding op het werk de luxerende factor 2. Familiale aanleg en conflictvermijding zijn beide predisponerende factoren 3. Gepest zijn als kind is een predisponerende factor, het piekeren is de luxerende factor 4. Haar conflictvermijding en optreden van de leidinggevende zijn beide luxerende factoren Vraag 86 Bij morfodysforie: 1. Ervaart de patiënt beperkingen in zijn sociaal en/of beroepsmatig functioneren 2. Gaat de bezorgdheid om één specifiek lichaamsdeel 3. Kan een patiënt er niet van overtuigd worden dat de zorgen om het uiterlijk overdreven zijn 4. Mag er geen lichamelijke afwijking aanwezig zijn

19 Vraag 87 Dave is 11 jaar oud als hij aangemeld wordt met de klacht van zijn ouders dat ze moeilijk tot hem doordringen. Hij heeft weinig contact met leeftijdgenootjes en zit thuis veelal achter de computer. Al van heel jongs af is hij bezig met dinosaurussen. Aanvankelijk plaatjes verzamelen, later hele fantasieverhalen maken met bijbehorende tekeningen. De ouders is opgevallen dat hij daarbij veel moeilijke woorden kent en gebruikt. Hij lijkt ze uit encyclopedieën te halen. De ouders maakten zich vele jaren geen zorgen omdat een oom (broer van vader) hetzelfde belangstellingspatroon laat zien. Vader gaat helemaal op in zijn werk. Moeder heeft al veel langer zorgen maar werd steeds gesust door vader. Maar nu een middelbare schoolkeuze nadert heeft moeder echt aan de bel getrokken. De huisarts denkt aan het syndroom van Asperger. Welke bewering is juist? 1. De fantasieverhalen kunnen heel goed passen bij dit syndroom 2. Er bestaan medicijnen (atomoxetine-ef-methylfenidaat) om deze stoornis te genezen 3. Het syndroom is genetisch verwant-aan de eetstoornissen 4. Asperger patiënten moeten bij voorkeur verwezen worden naar het speciaal onderwijs Vraag 88 Bij het stress-kwetsbaarheidsmodel speelt het begrip "appraisal" een belangrijke rol. Men maakt een onderscheid tussen de primaire en secundaire appraisal. Welke bewering is JUIST? 1. De primaire appraisal betreft de onmiddellijke impuls tot handelen, de secundaire de reactie na enig nadenken 2. De primaire appraisal betreft de taxatie van de stressor, de secundaire de coping met de stressor 3. De primaire appraisal betreft de impact van de eerste keer dat de stressor optreedt, de secundaire de impact van de volgende keer dat de stressor optreedt Vraag 89 Kleine lastige gebeurtenissen van alledag ("daily hassles") kunnen een ontregelende invloed hebben op de psychischeen/of lichamelijke gezondheid. De belangrijkste verklaring hiervoor is: 1. Het cumulerende effecten/of langdurig bestaan van dit soort kleine gebeurtenissen 2. Het samengaan van dit soort gebeurtenissen met de grote "life events" 3. Het negeren en onderschatten van de impact van deze gebeurtenissen Vraag 90 Een belangrijk verschil tussen ADHD bij kinderen en bij volwassenen betreft: 1. De respons op behandeling met medicatie 2. De diagnostische criteria 3. De uitval op neuropsychologisch onderzoek 4. De verhouding tussen aangedane mannen en vrouwen

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

Voorwoord 17. Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19

Voorwoord 17. Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19 Voorwoord 17 Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19 Deel I: Het zorgproces 27 1. Het zorgplan en zorgproces 29 1.1. De inventarisatiefase 31 1.2. De diagnostische fase 33 1.3. De doelstellingsfase

Nadere informatie

1. Als een jongen van 15 jaar weigert informatie over zichzelf te verstrekken moet de psychiater: 2. Bij autisme spectrumstoornissen bestaan er:

1. Als een jongen van 15 jaar weigert informatie over zichzelf te verstrekken moet de psychiater: 2. Bij autisme spectrumstoornissen bestaan er: Welkom bij het oefententamen voor het blok 'Psychisch functioneren'. WAARSCHUWING Het hier volgende oefententamen voor de cursus psychisch functioneren is geen evenwichtige afspiegeling van de leerstof.

Nadere informatie

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 Moeilijke mensen, ze zijn overal. In je huis, in je buurt, op je

Nadere informatie

VMDB 15-06-2013. Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg

VMDB 15-06-2013. Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg VMDB 15-06-2013 Arnold Scholten Psycholoog Brijder Verslavingszorg DUBBELE DIAGNOSE Psychiatrische Stoornis + middelenproblematiek Er bestaat wederzijdse beïnvloeding Prognose is minder goed Afzonderlijke

Nadere informatie

Bijlage van DSM V naar ICPC 1

Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 319 Verstandelijke beperking P85 Mentale retardatie/intellectuele achterstand 307.9 Communicatiestoornissen P29 Andere psychische

Nadere informatie

Het is niet altijd wat het lijkt dat het is!! Rens Evers Psychiater MFCG Limburg Koraalgroep

Het is niet altijd wat het lijkt dat het is!! Rens Evers Psychiater MFCG Limburg Koraalgroep Het is niet altijd wat het lijkt dat het is!! Rens Evers Psychiater MFCG Limburg Koraalgroep Inhoud Inleiding Casusistiek Met uitleg over verschillende beelden Veel voorkomende diagnoses Oplossingen Conclusie

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014 Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische stoornissen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Sanne Bakker en Marjan Kroon, 19 juni 2014 1. De invoering van de Basis GGZ 2. Het verwijsmodel 3. Overzicht van de DSM-IV stoornissen die vergoed

Nadere informatie

ADHD bij volwassenen met een angststoornis

ADHD bij volwassenen met een angststoornis ADHD bij volwassenen met een angststoornis Impuls Symposium AD(H)D, een hype? (Differentiaal) Diagnostiek en Comorbiditeit woensdag 1 april 2009 Anke Roodbergen, psychiater i.o. De Jutters/PsyQ, Den Haag

Nadere informatie

BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie. Prof. dr. Peter N van Harten. PN van Harten

BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie. Prof. dr. Peter N van Harten. PN van Harten BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie Prof. dr. Peter N van Harten KATATONIE IN BEWEGING Classificatiecriteria DSM-5 Katatonie 1. Stupor Geen psychomotorische activiteit; geen actieve interactie

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen en Angst. Ellen Willemsen

Persoonlijkheidsstoornissen en Angst. Ellen Willemsen Persoonlijkheidsstoornissen en Angst Ellen Willemsen Overzicht Relevantie Persoonlijkheidsstoornissen Comorbiditeit in getallen PG cijfers comorbiditeit Relatie tussen angststoornissen en PS Aanbevelingen

Nadere informatie

Inhoud. Thema 1 Wat is psychiatrie? 1. Algemene inleiding 2

Inhoud. Thema 1 Wat is psychiatrie? 1. Algemene inleiding 2 Inhoud Thema 1 Wat is psychiatrie? 1 Algemene inleiding 2 1 Van magie naar wetenschap 6 Inleiding 6 Leerdoelen 6 1.1 Tweeslachtig karakter 6 1.2 Hippocrates 7 1.3 Middeleeuwen 8 1.4 Latere ontwikkeling

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag.

Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag. Feedbackvragen Casus Martijn Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag. Bij Martijn is sprake van sociaal isolement, somberheid, niet eten. Dat duidt

Nadere informatie

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep.

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep. Psychiatrie Wanneer kan men gedrag als gestoord bestempelen? De omschrijving van psychiatrische hangt nauw samen met de betekenis van de begrippen abnormaliteit en ziekte. Wie normaal is beantwoordt aan

Nadere informatie

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN Doel Vroegtijdige opsporing en behandeling van angst bij zelfstandig wonende ouderen. STAP 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan). Voelde u zich de afgelopen

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Vierde oplage, juni 2016 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de derde oplage (juni 2015). Pagina Stoornis Derde oplage,

Nadere informatie

Depressie bij ouderen

Depressie bij ouderen Depressie bij ouderen Bij u of uw familielid is een depressie vastgesteld. Hoewel relatief veel ouderen last hebben van depressieve klachten, worden deze niet altijd als zodanig herkend. In deze folder

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit

Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit Oprichtingssymposium LKPZ 9 september 2010, Corpus, Oegstgeest Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit Kathelijne Koorengevel, psychiater Monica Ouwens, dans- en bewegingstherapeut Afdeling Psychiatrie

Nadere informatie

Wegwijzer psychische stoornissen 1

Wegwijzer psychische stoornissen 1 Wegwijzer psychische stoornissen 1 Met behulp van de hiernavolgende vragen kun je nagaan of klachten/problemen mogelijk wijzen op een psychische stoornis. Wees er wel voorzichtig mee. Het gebruik van deze

Nadere informatie

TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009.

TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009. TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009. Werkafspraken De afdeling psychiatrie, gevestigd in het Academisch Psychiatrisch Centrum van het AMC, kent 4 zorglijnen: 1. Acute zorg 2.

Nadere informatie

MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR

MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR Deze vragenlijst geeft de NHB de benodigde informatie om te bepalen of u in aanmerking komt voor registratie als hersendonor. Wij vragen u de vragenlijst

Nadere informatie

CAT VRAGEN OEFENEN Week 1. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013

CAT VRAGEN OEFENEN Week 1. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013 CAT VRAGEN OEFENEN Week 1 Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013 1.Psychiatrisch onderzoek: De cognitieve functies bestaan o.a. uit: a. geheugen,

Nadere informatie

Depressie bij ouderen

Depressie bij ouderen Depressie bij ouderen 2 Depressie bij ouderen komt vaak voor, maar is soms moeilijk te herkennen. Deze folder geeft informatie over de kenmerken en de behandeling van een depressie bij ouderen. Wat is

Nadere informatie

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen NESDA - Verschillende cohorten Vanuit NEMESIS (303) Vanuit ARIADNE (261) 1 e lijn (1611) Met huidige depressie/angststoornis

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Gas gelijkt soms op paniekstoornis omdat: A) er bezorgdheid is over gezondheid

Nadere informatie

Palliatieve zorg en Dementie verbinden. Jet van Esch Specialist ouderengeneeskunde

Palliatieve zorg en Dementie verbinden. Jet van Esch Specialist ouderengeneeskunde Palliatieve zorg en Dementie verbinden Jet van Esch Specialist ouderengeneeskunde Kennistoets Dementie kan alleen sluipend ontstaan ja/nee Bij dementie is ook het gevoel aangetast ja/nee Palliatieve zorg

Nadere informatie

Depressie bij ouderen

Depressie bij ouderen Depressie bij ouderen Bij u, uw partner of familielid is een depressie vastgesteld. In deze folder kunt u lezen wat een depressie is en waar u voor verdere vragen en informatie terecht kunt. Vanwege de

Nadere informatie

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Stemmingsstoornissen Van DSM-IV-TR naar DSM-5 Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Inhoud Veranderingen in de DSM-5 Nieuwe classificaties

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

To sleep or not to Sleep. over slaap bij psychiatrische ziektebeelden door B.M. Klop- de Vries, psychiater

To sleep or not to Sleep. over slaap bij psychiatrische ziektebeelden door B.M. Klop- de Vries, psychiater To sleep or not to Sleep over slaap bij psychiatrische ziektebeelden door B.M. Klop- de Vries, psychiater To sleep or not to sleep Een goede slaapkwaliteit is belangrijk voor ons psychisch welbevinden,

Nadere informatie

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling in de GGz dr. C.A. Loth Cijfers 1,2 miljoen alcoholisten/problematische drinkers 1,8 miljoen dagelijkse gebruikers benzo s, 22 % gebruikt

Nadere informatie

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose

20 man 15 vrouw. depressie paranoia psychose Dubbele Diagnose Patricia v.wijngaarden-cremers, psychiater Circuitmanager Verslavingspsychiatrie Dimence Inhoud - Inleiding - Gebruik onder Nederlandse Jongeren - Psychiatrische Comorbiditeit - Wat is

Nadere informatie

Angst en paniekstoornissen

Angst en paniekstoornissen Angst en paniekstoornissen Denk aan een angststoornis bij: Onverklaarbare lichamelijke klachten Verergering van bestaande lichamelijke klachten Misbruik psycho-actieve stoffen Claimend of eisend gedrag

Nadere informatie

Angststoornissen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst

Angststoornissen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst ggz voor doven & slechthorenden Angststoornissen Als angst en paniek invloed hebben op het dagelijks leven Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst Herkent u dit? Iedereen

Nadere informatie

Verslaving en comorbiditeit

Verslaving en comorbiditeit Verslaving en comorbiditeit Wat is de evidentie? Dr. E. Vedel, Jellinek, Arkin 18 november 2014 Comobiditeitis hot 1 Jellinek onderzoek comorbiditeit Verslaving & persoonlijkheid, 1997 Verslaving & ADHD,

Nadere informatie

Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening. Sjaak Boon www.bureauboon.nl

Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening. Sjaak Boon www.bureauboon.nl Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening Sjaak Boon www.bureauboon.nl Sombere stemming Verminderde interesse in activiteiten Duidelijke gewichtsvermindering Slecht

Nadere informatie

Chapter 8. Nederlandse samenvatting

Chapter 8. Nederlandse samenvatting Chapter 8 Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Angst is een menselijke emotie die iedereen van tijd tot tijd wel eens ervaart. Veel mensen voelen zich angstig of nerveus wanneer ze bijvoorbeeld

Nadere informatie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen

Nadere informatie

MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR

MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR MEDISCHE VRAGENLIJST BIJ AANMELDING ALS HERSENDONOR Deze vragenlijst zal helpen om informatie te verzamelen die belangrijk is om te documenteren. Wij vragen u de vragenlijst zo volledig mogelijk in te

Nadere informatie

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking Rianne Meeusen, Gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog Çonny van Outheusden, PIT-verpleegkundige 27-09-2013 inleiding

Nadere informatie

Meer informatie MRS 0610-2

Meer informatie MRS 0610-2 Meer informatie Bij de VGCt zijn meer brochures verkrijgbaar, voor volwassenen bijvoorbeeld over depressie en angststoornissen. Speciaal voor kinderen zijn er brochures over veel piekeren, verlatingsangst,

Nadere informatie

Psychiatrische diagnostiek bij mensen met een verstandelijke beperking. C. de Vries, arts E. Calis, psychiater VGGNet

Psychiatrische diagnostiek bij mensen met een verstandelijke beperking. C. de Vries, arts E. Calis, psychiater VGGNet Psychiatrische diagnostiek bij mensen met een verstandelijke beperking C. de Vries, arts E. Calis, psychiater VGGNet je gaat het pas zien als je het doorhebt Casus 1 Monique Intake in 2003. Is dan 20 jaar.

Nadere informatie

50210 psycheproblematiek 26 februari 2010 10.00 uur

50210 psycheproblematiek 26 februari 2010 10.00 uur I UMC tt J St Radboud ~"t/nf.'~ Universitair Medisch Centrum Faculteit_ der. Medische Wetenschappen Bloktoets Datum Aanvang 50210 psycheproblematiek 26 februari 2010 10.00 uur Deze tentamenset kunt u na

Nadere informatie

Psychosen en Schizofrenie. Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose

Psychosen en Schizofrenie. Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose Psychosen en Schizofrenie Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose Inhoud 1. Wat is psychose? 2. Wat is schizofrenie? 3. Welke symptomen komen voor bij psychosen? 4. Wat is het beloop?

Nadere informatie

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%

Nadere informatie

Een oplossing voor uw verslaving én uw psychische klachten

Een oplossing voor uw verslaving én uw psychische klachten Een oplossing voor uw verslaving én uw psychische klachten GecombinEErde behandeling bij dubbele diagnose Onderdeel van Arkin Hebt u, naast een verslavingsprobleem, last van psychische klachten, zoals

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli. Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi.

Patiënteninformatie. Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli. Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi. Patiënteninformatie Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi. Inhoudsopgave Pagina Inleiding 4 Psychiatrische aandoeningen en kinderwens of

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Toestemmingsformulier Nederlandse Hersenbank

Toestemmingsformulier Nederlandse Hersenbank Print Form ToestemmingsformulierNederlandseHersenbank Voorvertegenwoordigersvanwilsonbekwamepersonen Nietinvullen Codicilcode: Codicilnummer: Naamdonor Man Vrouw Voornamen Geboortedatum Naamverblijfplaats

Nadere informatie

Dr. P. D Hondt Psychiater

Dr. P. D Hondt Psychiater Dr. P. D Hondt Psychiater algologisch lentesymposium 25/05/2013 In 1973 werd de International Association for the Study of Pain (IASP) opgericht De definitie van de IASP (1979) luidt als volgt: 'Pijn is

Nadere informatie

Inhoud. Ten geleide 1. Diagnostiek en behandeling 3

Inhoud. Ten geleide 1. Diagnostiek en behandeling 3 Inhoud Ten geleide 1 Diagnostiek en behandeling 3 1 Gestandaardiseerde psychodiagnostische methoden 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Betrouwbaarheid, validiteit en afbreekscores 6 1.3 Het interview 8 1.4 Observaties

Nadere informatie

Algemene folder Zorgprogramma Bipolaire Stoornissen

Algemene folder Zorgprogramma Bipolaire Stoornissen Voor wie? Deze folder is bedoeld voor mensen die de diagnose bipolaire stoornis hebben gekregen of waarbij er een sterk vermoeden is dat er van een bipolaire stoornis sprake zou kunnen zijn. Het vraagt

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Informatie voor patiënten

Informatie voor patiënten Informatie voor patiënten gegeneraliseerde angststoornis: wat is dat precies? Bij u is na de intakeprocedure de diagnose gegeneraliseerde angststoornis gesteld. Om deze diagnose te kunnen krijgen moet

Nadere informatie

Organogram Werkgebied

Organogram Werkgebied Wat doet Tactus Verslavingszorg? Tactus is specialist op het terrein van de verslavingszorg. Mensen die door hun verslaving aan alcohol, drugs, medicijnen, gokken, gamen, eten of andere verslavingen in

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

MMPI-2 Code type 1-2/2-1

MMPI-2 Code type 1-2/2-1 Code type 1-2/2-1 somatische klachten, drankproblemen, communiceert ziekte, zorgen over gezondheid, angst, onrust, gedeprimeerd, ongelukkig introvert, verlegen, twijfelzucht, wantrouwend, hypochonder,

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Inleiding Hoe het allemaal begon Soorten psychofarmaca, werking, bijwerkingen en indicatiegebieden

Inleiding Hoe het allemaal begon Soorten psychofarmaca, werking, bijwerkingen en indicatiegebieden Inhoud Inleiding 9 1 Hoe het allemaal begon 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Gebruik van medicatie in de psychiatrie vóór 1950 13 1.3 De eerste antipsychotica 16 1.4 De tweede generatie antipsychotica 17 1.5 De

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) 125 Angststoornissen zijn veel voorkomende psychiatrische aandoeningen (ongeveer 1 op de 5 Nederlanders heeft, op enig moment in het leven een angststoornis). Onder

Nadere informatie

Medicatie als instrument om onrust en agressie te beheersen? Niet agressief, maar duf? dr. Martin Smalbrugge. Wie ben ik??

Medicatie als instrument om onrust en agressie te beheersen? Niet agressief, maar duf? dr. Martin Smalbrugge. Wie ben ik?? Medicatie als instrument om onrust en agressie te beheersen? Niet agressief, maar duf? dr. Martin Smalbrugge Wie ben ik?? Specialist ouderengeneeskunde Hoofd opleidingsinstituut specialisme ouderengeneeskunde

Nadere informatie

ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks

ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks ouderenpsychiatrie Het mooie van oud worden, is dat het zo lang duurt Lotte van Elburg en Hester Geerlinks INTER-PSY GGz Assen Delfzijl Drachten Groningen Hoogezand Meppel Muntendam Oosterwolde Oude Pekela

Nadere informatie

Depressie. Meer dan een somber gevoel. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over depressie

Depressie. Meer dan een somber gevoel. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over depressie ggz voor doven & slechthorenden Depressie Meer dan een somber gevoel Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over depressie Herkent u dit? Iedereen is wel eens somber of treurig.

Nadere informatie

Angststoornissen. P unt P. kan u helpen. volwassenen

Angststoornissen. P unt P. kan u helpen. volwassenen Angststoornissen P unt P kan u helpen volwassenen Iedereen is wel eens bang en dat is maar goed ook. Angst is een ingebouwd verdedigingsmechanisme dat ons waarschuwt voor gevaar. Hormonen, zoals adrenaline,

Nadere informatie

Middelenmisbruik en crisis

Middelenmisbruik en crisis Middelenmisbruik en crisis Een lastige combinatie Mike Veereschild Tom Buysse Middelengebonden spoedeisende situaties Intoxicatie van een verslavend middel Onthouding van een verslavend middel Kernsymptomen

Nadere informatie

parkinson DE NOODZAAK VAN EEN BREDE BEHANDELING EN AANPAK

parkinson DE NOODZAAK VAN EEN BREDE BEHANDELING EN AANPAK parkinson DE NOODZAAK VAN EEN BREDE BEHANDELING EN AANPAK ONDERWERPEN PARKINSON, OORZAAK EN ONTSTAAN GETALLEN: HOE VAAK KOMT DEZE ZIEKTE VOOR? KLACHTEN EN VERSCHIJNSELEN BELOOP THERAPIE CONSEQUENTIES VOOR

Nadere informatie

CAT VRAGEN OEFENEN Week 4. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Maandag 25 maart 2013

CAT VRAGEN OEFENEN Week 4. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Maandag 25 maart 2013 CAT VRAGEN OEFENEN Week 4 Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Maandag 25 maart 2013 1. De moeder van Julian, 16 jaar, komt bij de huisarts. Julian heeft in

Nadere informatie

Elektroconvulsie therapie. Een behandeling bij ernstige psychiatrische aandoeningen. Informatie voor verwijzers

Elektroconvulsie therapie. Een behandeling bij ernstige psychiatrische aandoeningen. Informatie voor verwijzers Elektroconvulsie therapie Een behandeling bij ernstige psychiatrische aandoeningen Informatie voor verwijzers Effectieve behandelmethode Elektroconvulsie therapie (ECT) passen we toe bij mensen met specifieke

Nadere informatie

Afdeling Sociale Geneeskunde. Casuïstiek GGZ. Eerste fase dossieronderzoek Triggers

Afdeling Sociale Geneeskunde. Casuïstiek GGZ. Eerste fase dossieronderzoek Triggers Casuïstiek GGZ Eerste fase dossieronderzoek Triggers 1 Casus 1 Een patiënt is opgenomen op een open afdeling met een depressie. Behandelingen en therapie lijken goed aan te slaan. Op een middag verlaat

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische sen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog

Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog Opzet van deze presentatie Korte introductie van mijzelf. Theorie: Wat is angst? Wanneer klopt er iets niet?

Nadere informatie

Informatiebrief voor proefpersonen

Informatiebrief voor proefpersonen Memantine als additietherapie bij clozapine / MAC vervolgonderzoek [ april 2014] voor proefpersonen Vervolgonderzoek naar memantine toevoeging bij voortgezette behandeling met clozapine Geachte heer/mevrouw,

Nadere informatie

Vroegsignalering bij dementie

Vroegsignalering bij dementie Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam c.a.klingeman@hr.nl

Nadere informatie

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verpleegkundig consulent dementie Alzheimercentrum VUMC Herkenning preseniele dementie Vroege verschijnselen:

Nadere informatie

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek

Nadere informatie

Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen

Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen Het gebruik van morfine en veel voorkomende vragen Albert Schweitzer ziekenhuis januari 2015 pavo 0437 Inleiding Uw arts heeft u morfineachtige pijnstillers (zie tabel) voorgeschreven tegen de pijn. Deze

Nadere informatie

InFoP 2. Inhoud. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Psychose begrijpen Kwetsbaarheid-Stress model

InFoP 2. Inhoud. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Psychose begrijpen Kwetsbaarheid-Stress model Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Cannabis en alcohol in de praktijk van de psychiater. Arjen Neven, psychiater a.neven@palier.nl Centrum voor Dubbele Problematiek Palier, Den Haag

Cannabis en alcohol in de praktijk van de psychiater. Arjen Neven, psychiater a.neven@palier.nl Centrum voor Dubbele Problematiek Palier, Den Haag Cannabis en alcohol in de praktijk van de psychiater Arjen Neven, psychiater a.neven@palier.nl Centrum voor Dubbele Problematiek Palier, Den Haag Disclosure (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst

Nadere informatie

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt)

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) Naam:.. Datum: - - Kruis bij elke vraag het antwoord aan dat de afgelopen zeven dagen

Nadere informatie

Psychofarmaca [] voorbeeld van rebound effect. 1 Wat verstaan we onder rebound effect? Geef een

Psychofarmaca [] voorbeeld van rebound effect. 1 Wat verstaan we onder rebound effect? Geef een Psychofarmaca [] Medicamenten die worden gebruikt bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen worden psychofarmaca genoemd. Het is een controversieel onderwerp. Sommige mensen willen per se psychofarmaca,

Nadere informatie

6 e mini symposium Ouderenzorg

6 e mini symposium Ouderenzorg 6 e mini symposium Ouderenzorg Aanvullende diagnostiek bij dementie in de 1 e lijn Suzanne Boot, specialist ouderengeneeskunde, kaderarts psychogeriatrie i.o. 28-09-2015 Pagina 1 6 e Mini symposium ouderenzorg

Nadere informatie

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden LEERDOELEN De deelnemer is in staat: onderscheid te maken tussen somberheid

Nadere informatie

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen SQ-48: 48 Symptom Questionnaire Meetpretentie De SQ-48 bestaat uit 48 items en is in 2011 ontworpen door de afdeling psychiatrie van het LUMC om algemene psychopathologie (angst, depressie, somatische

Nadere informatie

Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater

Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater Wanneer is een dip een depressie Dip hoort bij het leven Depressie is een ziekte Ziekte die (nog) niet aan te tonen

Nadere informatie

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan U moet de bakens verzetten en noch sterke drank, noch bier meer gebruiken: houdt u aan een matig gebruik van een redelijke

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Bert van Hemert Patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat binnen de cultuur afwijkt van de verwachtingen dat zich uit in cognities, affecten,

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Algemene typering Classificatie DSM-IV + DSM-5 1. Lichamelijke klachten stoornis 2. Ziekte-angst stoornis 3. Conversie stoornis

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Lichamelijke klachten Ziektegedrag Geen lichamelijke ziekte Er is een verschil

Nadere informatie

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug. ANGST Zit het in een klein hoekje? Dr. Miriam Lommen Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.nl Wie is er NOOIT bang? Heb ik een angststoornis? Volgens

Nadere informatie

Maryleen Sorée. Dag van de kraamzorg 2015 Mama-Fit!

Maryleen Sorée. Dag van de kraamzorg 2015 Mama-Fit! Maryleen Sorée Dag van de kraamzorg 2015 Een cruciale verandering Je hebt negen maanden om je voor te bereiden op iets waarvan je geen idee hebt, Net zo iets als een Eskimo die zich voorbereidt op het

Nadere informatie

Dementie per leeftijdscategorie 6-1-2010. Dementie Dementiesyndroom. = ontgeesting. Omvang dementie in Nederland. Matthieu Berenbroek

Dementie per leeftijdscategorie 6-1-2010. Dementie Dementiesyndroom. = ontgeesting. Omvang dementie in Nederland. Matthieu Berenbroek Dementie Dementiesyndroom de-mens = ontgeesting Matthieu Berenbroek Fontys Hogeschool Verpleegkunde Omvang dementie in Nederland 2005 180.000 / 190.000 dementerenden 2050 400.000 dementerenden Bron CBO

Nadere informatie