MARKETING voor het mkb

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MARKETING voor het mkb"

Transcriptie

1

2 OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV DE START VAN EEN ONDERNEMING Praktijkdiploma Ondernemingsplan mkb MARKETING voor het mkb (leverbaar met werkboek) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 18 e druk, 1 e oplage ISBN NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV

3 DE NOI-METHODE VOOR HET ONDERNEMERSDIPLOMA De NOI-methode 'Ondernemersopleiding' bestaat uit een serie studie- en werkboeken die gebruikt worden in het cursorisch onderwijs en in het dagonderwijs. Voor wat betreft het cursorisch onderwijs is de NOI-methode op maat gesneden voor het behalen van het Associatie Praktijkdiploma Ondernemer MKB. Dit diploma wordt verkregen middels drie examens: Ondernemingsplan; Personeel en Organisatie; Bedrijfsadministratie. Voor elk van deze examens wordt een afzonderlijk diploma afgegeven. De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens is gevestigd in Amersfoort. Voor het dagonderwijs sluit de NOI-methode nauw aan op de vereiste kwalificaties voor het Diploma Ondernemer Detailhandel (KC-Handel). PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMINGSPLAN MKB Vakgebied Marketing Financiering NOI-boek Marketing voor het mkb Werkboek Marketing voor het mkb Financiering voor het mkb Werkboek Financiering voor het mkb Opstellen ondernemingsplan Rekenen voor het mkb (facultatief) PRAKTIJKDIPLOMA PERSONEEL EN ORGANISATIE MKB Vakgebied Organisatie NOI-boek Organisatie voor het mkb Werkboek Organisatie mkb PRAKTIJKDIPLOMA BEDRIJFSADMINISTRATIE MKB Vakgebied Administratie NOI-boek Administratie voor het mkb De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens verklaart dat in dit studieboek 'Marketing voor het mkb, 18 e druk' het examenprogramma Praktijkdiploma Ondernemingsplan MKB (POP), onderdeel Marketing, vastgesteld d.d. 5 oktober 2004, volledig is verwerkt. De Associatie doet hiermee geen uitspraak over de didactiek en de correcte verwerking van de vakinhoud. De beoordeling geldt alleen voor de theorie en niet voor de (oefen)examens.

4 WOORD VOORAF VOOR DE CURSIST De NOI-serie voor het ondernemersonderwijs is een moderne, op de praktijk afgestemde studiemethode voor (toekomstige) ondernemers, franchisenemers en filiaalchefs. Met deze leerstof zijn al meer dan cursisten opgeleid. De methode wordt niet alleen voor zelfstudie en in het cursorisch onderwijs veel gebruikt, ook op dagscholen voor ondernemersonderwijs (ROC's) heeft de methode een vaste plaats verworven. Kernstof en verrijkingsstof Het NOI-boek 'Marketing voor het MKB' bevat kernstof en verrijkingsstof. De kernstof is afgestemd op de exameneisen van het Associatie Praktijkdiploma Ondernemingsplan MKB. De verrijkingsstof bevat onderwerpen die voor de ondernemer van belang zijn, maar niet onder de eisen van het Associatie-examen vallen. De verrijkingsstof is aangegeven met een -, zowel in de inhoudsopgave als in de tekst. Voor dagscholen die opleiden voor het Diploma Ondernemer Detailhandel (KC-Handel) behoren zowel de kernstof als de verrijkingsstof tot de vereiste kwalificaties. Zelfwerkzaamheid De leerstof van het boek Marketing kun je in het dagelijks leven herkennen. Om de leerstof ook te kunnen onthouden, moet je 'al doende' leren. De studiemethode bestaat daarom uit: een leerboek Marketing met: - tekst in heldere, vlot lezende zinnen, waardoor je de theorie gemakkelijk in je opneemt; - verwerkingsvragen die onmiddellijk op de tekst volgen, zodat je direct zelf kunt toetsen of je de tekst hebt begrepen. Het is niet de bedoeling om de antwoorden op te schrijven. een werkboek met: - meerkeuzevragen; - juist-onjuistvragen; - opdrachten om de theorie te verwerken. Ondernemingsplan Een ondernemingsplan is de basis van de bedrijfsvoering. Hoofdpunten daarin zijn de marketingstrategie en de financiering. Het NOI-boekje 'Opstellen ondernemingsplan' is een praktijkvoorbeeld waarbij de cursist/student zelfstandig opdrachten moet verwerken om het ondernemingsplan te maken.

5 Bij de achtiende druk, eerste oplage In deze achttiende druk zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. De tekst over online kopen en webwinkels is uitgebreid. Tevens is meer aandacht aan sociale media besteed. Aan het eind van afdeling 4 is een hoofdstuk over de SIVA-formule (solution, information, value en access) opgenomen. Verder zijn diverse onderwerpen door het hele boek heen geactualiseerd. Al met al raden wij af deze achttiende druk naast een voorgaande druk te gebruiken. Voor ervaringen en suggesties houden wij ons van harte aanbevolen. Ons adres is: NOI bv, Antwoordnummer 58, 3740 VB BAARN telefoon , fax , NOI Copyright: NOI Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, database, computerbestand, internet of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het NOI. Omslagontwerp: Ronald Meij

6 afdeling hoofdstuk paragraaf 1 ALGEMENE ORIËNTATIE INHOUD 1 HET BEDRIJFSLEVEN...blz Consument, producent, handel Grootbedrijf en midden- en kleinbedrijf Indeling van het bedrijfsleven Markten Marktwerking Verwerkingsvragen DE CONSUMENT Inkomen en koopkracht Koopkracht en inflatie Behoefterangorde Bestedingspatroon Koopgedrag Prijs- en inkomenselasticiteit Verwerkingsvragen DE FABRIKANT Kwaliteit Merk Prijsniveau Reclame Verkrijgbaarheid Productvernieuwing Verwerkingsvragen WINKELVERKOOP Winkeltypen Parallellisatie en specialisatie Niet-winkelverkoop Verwerkingsvragen HET WINKELCENTRUM Historisch gegroeid winkelcentrum Gepland winkelcentrum Perifere vestiging Hoofdwinkelcentrum en ondersteunend winkelcentrum Bouwkundige basisvormen van winkelcentrums Verwerkingsvragen

7 2 MARKETINGBELEID 1 MARKTGERICHT ONDERNEMEN Zakelijke markt en consumentenmarkt Markt en marktsegmenten Verwerkingsvragen DOELGROEP EN MARKETINGFORMULE Kern van de marketingformule Positioneren Plusformule en prijsformule Verwerkingsvragen MARKETINGFORMULE EN MARKETINGMIX Marketinginstrumenten en marketingmix Schema marketingmix detailhandel Verwerkingsvragen MARKTONDERZOEK Marktgebied Marktonderzoek Omzetprognose marktgebied Marktaandeel Omzetprognose nieuw bedrijf Omgaan met gegevens uit informatiebronnen Verwerkingsvragen MARKETINGINSTRUMENTEN 1 VESTIGINGSPLAATS Vestigingsplaats en marketingformule Aantrekkingskracht van winkelcentrums Bedrijfspand Verwerkingsvragen ASSORTIMENT Assortiment en marketingformule Samenstelling van het assortiment Kern- en randassortiment Breedte en diepte van het assortiment Breedte-diepteschema Verwerkingsvragen

8 3 3 4 PLANNING PRIJS Prijs en marketingformule Berekenen van de consumentenprijs Prijsbeleid van de fabrikant Prijsbeleving van de consument Prijsacties en prijsconcurrentie Overheidsvoorschriften Verwerkingsvragen PRESENTATIE Presentatie en marketingformule Exterieur, interieur, huisstijl en website Bedieningsvorm en winkelindeling Routing Artikelpresentatie Winkeldiefstal Verwerkingsvragen PERSONEEL Personeel en marketingformule Personeel en bedieningsvorm Gespreksplan Vakbekwaamheid Klachtenbehandeling Service en klantenbinding Contacten met leveranciers en afnemers Verwerkingsvragen RECLAME, PROMOTIES EN PUBLIC RELATIONS Reclame en marketingformule Communicatie Attitude van de consument Themareclame en actiereclame Promoties Public relations Sociale media Verwerkingsvragen EN CONTROLE 1 MARKTVERKENNING Marktvormen Herpositionering Wheel of retailing Verwerkingsvragen

9 4 2 5 WETTEN RECLAMEPLANNING Reclamemedia Reclameplan Uitvoering van het reclameplan Verwerkingsvragen ASSORTIMENTS- EN VOORRAADPLANNING Voorraadkosten Gemiddelde voorraad Omzetsnelheid en omzetduur Brutorendementsgetal Assortimentsbewaking Verwerkingsvragen VLOER- EN ARBEIDSPRODUCTIVITEIT Rendement van de bedrijfsruimte Rendement van de arbeid Verwerkingsvragen SAMENWERKING Geïntegreerde samenwerking Samenwerking in reclame Gezamenlijk gebruik van bedrijfsruimte Verwerkingsvragen STRATEGIE EN TACTIEK Marketingplan Strategische en operationele beslissingen Strategieën in de praktijk Strategie en personeel Verwerkingsvragen DE MARKETINGMIX: 4 P's EN SIVA De SIVA-formule Verwerkingsvragen ORDELIJK ECONOMISCH VERKEER 1 BESCHERMING CONSUMENT Mededingingswet Prijzenwet Wet op de Kansspelen Colportagewet Wet Produktaansprakelijkheid IJkwet Warenwet Wet Milieubeheer Misleidende Reclame Verwerkingsvragen

10 5 2 BESCHERMING BEDRIJVEN Handelsregisterwet Wet voor de Jaarverslaggeving Handelsnaamwet Winkeltijdenwet Merkenwet Octrooiwet Auteurswet Wet Ketenaansprakelijkheid Verwerkingsvragen TREFWOORDENREGISTER FORMULES EN KENGETALLEN - Marketing

11

12 1 Algemene oriëntatie AFDELING In afdeling 1 maak je kennis met de veelvormigheid van het Nederlandse bedrijfsleven. Bedrijven stemmen hun aanbod (=goederen en diensten) af op de vraag (= behoeften en wensen) van hun afnemers. Het afstemmen van het aanbod op de vraag noemen we marketing. 1.1 Het bedrijfsleven De consument De fabrikant Winkelverkoop Het winkelcentrum ALGEMENE ORIËNTATIE - Afdeling 1 11

13 11 het bedrijfsleven Dit hoofdstuk geeft een globaal overzicht van het Nederlandse bedrijfsleven. We bespreken: consument, producent, handel ( 1.1.1); grootbedrijf en midden- en kleinbedrijf ( 1.1.2); indeling van het bedrijfsleven ( 1.1.3); markten ( 1.1.4); marktwerking ( 1.1.5) CONSUMENT, PRODUCENT, HANDEL consumptie goederen diensten Consumeren Bij het woord consumeren denk je al gauw aan eten en drinken. Consumptie heeft echter een veel ruimere betekenis. Ook een boek lezen, tv-kijken en een cursus volgen is consumeren. Je kunt onderscheid maken tussen consumptie van goederen en consumptie van diensten. Goederen zijn tastbare producten zoals melk, kleding en een fiets. Diensten zijn niet-tastbare producten zoals je haar laten knippen, een concert bezoeken en een taxi nemen. Een ander verschil is dat je goederen 'in voorraad' kunt hebben en diensten niet. Dat komt doordat bij dienstverlening productie en consumptie meestal samenvallen. De kapper bijvoorbeeld kan pas 'produceren' als hij een klant heeft. 12 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

14 oerproducent fabrikant ambachtelijk bedrijf Produceren Tastbare producten worden geproduceerd door oerproducenten, door fabrikanten en door ambachtelijke bedrijven. Oerproducenten zijn bijvoorbeeld veehouders, landbouwers, tuinders en vissers. Hun producten zijn vaak homogeen en onbewerkt. Homogeen wil zeggen dat de producten onderling niet of weinig verschillen. De melk van de ene veeboer verschilt bijvoorbeeld niet van de melk van zijn buurman. Een oerproduct is een product dat nog in zijn oorspronkelijke staat is, dus onbewerkt. Fabrikanten bewerken de producten van de oerproducenten. Het oerproduct is de grondstof voor verdere productie. De melk van de veeboer wordt bijvoorbeeld verwerkt tot kaas, boter, yoghurt, melkpoeder enz. Fabrikanten maken uit de homogene grondstof heterogene (= verschillende) producten die beter aansluiten op de behoeften van de consumenten. Fabrikanten worden tot de 'maakindustrie' gerekend. Kenmerkend voor industriële bedrijven is de productie in grote hoeveelheden: massaproductie en serieproductie. Ambachtelijke bedrijven bewerken eveneens grondstof tot verschillende eindproducten, maar doen dat op veel kleinere schaal dan fabrikanten. Bijvoorbeeld de banketbakker die uit de grondstof meel verschillende soorten brood en gebak maakt. Kenmerkend voor het ambachtelijke bedrijf is de persoonlijke handvaardigheid, de vakbekwaamheid en de kennis van de ondernemer zelf en van zijn medewerkers. Massaproductie komt niet of nauwelijks voor. Vaker is er sprake van producten die afgestemd worden op de persoonlijke behoefte van elke klant afzonderlijk. Ambachtelijke bedrijven vormen een bont geheel van een 40-tal verschillende branches. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten heeft ze onderverdeeld in enkele hoofdgroepen zoals: bouw (o.a. glaszetter, parketlegger); installatie (o.a. electriciën, verwarmingsmonteur); reparatie (o.a. fietshersteller, schoenhersteller); voeding (o.a. bakker, slager); uiterlijke verzorging (o.a. kapper, schoonheidsspecialist). HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

15 14 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

16 handel kleinhandel groothandel grossier Handel Handel bestaat uit het inkopen en verkopen van goederen, zonder deze te bewerken. Er moeten wél enige handelingen worden verricht voordat je ingekochte goederen kunt doorverkopen. Voorbeelden van 'handling' zijn uitpakken en inpakken, sorteren en groeperen, opslaan en uitstallen en prijslabels aanbrengen. We onderscheiden kleinhandel en groothandel. Handelsbedrijven die goederen aan consumenten verkopen, behoren tot de kleinhandel. Kleinhandel is verkoop in kleine hoeveelheden. De consument heeft bij elke aankoop slechts één of enkele stuks nodig. Een andere naam voor kleinhandel is detailhandel (detail = klein) en de kleinhandelaar noemen we detaillist ofwinkelier. Ook grote handelsbedrijven als supermarkten, warenhuizen en postorderbedrijven behoren tot de kleinhandel (detailhandel). Handelsbedrijven die goederen aan bedrijven verkopen, behoren tot de groothandel. De groothandelaar wordt ook wel grossier genoemd. Handelsbedrijven zorgen er voor dat de geproduceerde goederen bij de afnemers (consumenten en bedrijven) terechtkomen. De handel is een onmisbare schakel tussen productie en consumptie. Het volgende schema toont dat aan. aardappelteler productie w groothandel w supermarkt w agf-winkel handel w w CONSUMENTEN consumptie HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

17 16 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

18 import export dienstverlenend bedrijf horeca traiteur Het schema op de vorige bladzijde is een eenvoudige voorstelling van de 'weg' van producent naar consument. In werkelijkheid zijn er nog veel meer bedrijven betrokken bij het gehele proces van productie en consumptie. Aansluitend op het schema kun je bijvoorbeeld denken aan importeursen exporteurs. Dat zijn groothandelsbedrijven die goederen vanuit het buitenland invoeren (importeren) of binnenlandse goederen naar het buitenland uitvoeren (exporteren). Voor het vervoer van goederen en mensen zijn er gespecialiseerde transportbedrijven en besteldiensten. Denk maar aan vrachtverkeer over de weg, over het water en door de lucht. En personenvervoer via taxi- en busbedrijven, treinen en vliegtuigen. Verder zijn er tussen producenten en consumenten talrijke dienstverlenende bedrijven actief. Deze bedrijven maken of verhandelen geen goederen, maar ondersteunen het proces van productie naar consumptie. Je kunt hierbij denken aan banken, verzekeraars, accountants, uitzenders, reclamebureaus, makelaars, financiële adviseurs. Deze zakelijke dienstverleners stellen hun kennis van een specifiek vakgebied ter beschikking. Een aparte vermelding verdient nog de sector horeca. Formeel bestaat deze term niet, maar het is de populaire verzamelnaam van bedrijven die actief zijn op het gebied van onderdak bieden, maaltijden en dranken verstrekken en ontspanning bieden: hotels, restaurants en café s. Opmerking Het onderscheid tussen bedrijven is in de praktijk niet zo scherp als hierboven wordt beschreven. Er zijn bijvoorbeeld ambachtelijke bedrijven die fabrieksmatig produceren. Bijvoorbeeld een bakker die voor een aantal winkels brood bakt of een timmerbedrijf dat deuren en kozijnen produceert voor een bouwmarkt. Een slager rekenen we tot het ambacht, maar hij verkoopt uit eigen winkel (= detailhandel). Een melkveehouder die ambachtelijk kaas, boteren yoghurt produceert en in de eigen 'boerderijwinkel' verkoopt is oerproducent, ambachtsman en detaillist in een. Zo ook een bomen- en plantenkweker met een eigen tuincentrum voor de verkoop aan particulieren. Een traiteur bereidt maaltijden, schotels en hapjes voor recepties e.d. Deze 'partyservice' kan van een gespecialiseerd bedrijf zijn, maar kan ook worden geleverd door een bakker, een slager, een zuivelwinkel of een restaurant. HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

19 1.1 2 GROOTBEDRIJF EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF Je kunt bedrijven ook indelen naar omvang of grootte. We onderscheiden dan het grootbedrijf en het midden- en kleinbedrijf (mkb). grootbedrijf schaalvoordeel mkb schaalvergroting Het grootbedrijf Tot het grootbedrijf behoren bedrijven met meer dan 250 werknemers. Het grootbedrijf werkt op grote schaal. Dat betekent veel kapitaal, hoge omzet, veel medewerkers enz. Door die grootschaligheid kan het grootbedrijf een sterke onderhandelingspositie innemen. Het kan de beste vestigingsplaatsen verwerven, de laagste inkoopprijs bedingen, vakbekwaam personeel aantrekken enz. Daardoor werkt het grootbedrijf efficiënt en dus tegen relatief lage kosten. De sterke onderhandelingspositie en de efficiënte werkwijze zijn de schaalvoordelen van het grootbedrijf. Een nadeel van grootschaligheid is dat veranderingen niet van de ene op de andere dag kunnen worden doorgevoerd. Het midden- en kleinbedrijf (mkb) Tot het midden- en kleinbedrijf behoren ondernemingen met minder dan 250 werkzame personen. Veruit het grootste deel hiervan, ruim 90%, zijn bedrijven met minder dan 10 personen. Het mkb werkt op kleinere schaal dan het grootbedrijf. Dat betekent een kleiner bedrijfskapitaal, minder personeel, een kleiner marktgebied en lagere omzet dan het grootbedrijf. Maar de kleinschaligheid heeft als belangrijk voordeel dat de mkb-ondernemer flexibeler is dan het grootbedrijf. Daardoor kan hij snel en slagvaardig inspelen op veranderingen in het koopgedrag. Schaalvergroting Veel bedrijven streven naar verhoging van de omzet. Omzetverhoging kan worden bereikt door schaalvergroting zoals verhuizen naar een groter pand of het openen van een filiaal. Bij schaalvergroting stijgen de bedrijfskosten. Maar in verhouding tot de omzet zullen ze dalen. Dat is gunstig voor de bedrijfswinst. In het volgende voorbeeld waarin de omzet stijgt van , naar , is dat duidelijk te zien. 18 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

20 omzet Schaalvergroting kosten (90% van de omzet) winst (10%) omzet kosten (85% van de omzet) winst (15%) Na de schaalvergroting is het winstpercentage gestegen van 10 naar 15. In geld van , naar ,. Schaalvergroting heeft voor de ondernemer in het mkb soms als nadeel dat zijn flexibiliteit vermindert. inkoopcombinatie Samenwerking Mkb-ondernemers werken vaak samen. Bijvoorbeeld op gebied van reclame voor het eigen winkelcentrum. Of door inkooporders te plaatsen bij een inkoopcombinatie. De relatief kleine orders van de mkbondernemers worden door de inkoopcombinatie samengevoegd tot grote orders. Daardoor heeft de inkoopcombinatie een sterke onderhandelingspositie tegenover de producenten INDELING VAN HET BEDRIJFSLEVEN - marktsector Marktsector en collectieve sector - Het Nederlandse bedrijfsleven kan worden ingedeeld in een marktsector en een collectieve sector. De marktsector (private sector) bestaat uit bedrijven die op commerciële basis werken. Ze zijn erop uit winst (profit) te maken. Die winst is noodzakelijk voor het voortbestaan van het bedrijf. De marktsector telt zo'n bedrijven waarvan 97% tot het mkb wordt gerekend. HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

21 collectieve sector De collectieve sector (publieke sector) bestaat uit bedrijven en instellingen als scholen, ziekenhuizen, museums, bibliotheken, gemeentelijke diensten enz. Ze zijn van belang voor de gehele samenleving (collectief = gezamenlijk). Daarom worden hun bedrijfskosten voor een groot deel gedekt door overheidssubsidie en is hun voortbestaan niet afhankelijk van het bedrijfsresultaat (winst of verlies). Het zijn non-profitbedrijven. De collectieve sector telt zo'n bedrijven. Indeling in vier sectoren - De bedrijven worden ook wel eens in vier sectoren opgedeeld. Dat is in het schema hieronder gedaan. sectoren primaire sector secundaire sector tertiaire sector quartaire sector oerproducenten fabrieken dienstverlening met overheidsgeld land- en tuinbouw veeteelt visserij delfstoffenwinning industrie openbare nutsbedrijven bouwnijverheid handel ambacht horeca vervoer zakelijke dienstverlening scholen, museums, ziekenhuizen, brandweer en gemeentelijke instellingen zonder overheidsgeld particuliere organisaties zoals ANWB, Rode Kruis oerproducent marktsector collectieve sector Tot de primaire ende secundaire sector behorende productiebedrijven. De oerproducent produceert goederen met de natuur als grondstof: land- en tuinbouwproducten, veeteeltproducten, zand- en grondwinning enz. De fabrikant maakt producten van grondstoffen die door de oerproducent worden aangeleverd. Het onderscheid tussen de primaire en secundaire sector is niet scherp aan te geven. Door mechanisatie en automatisering zijn veel oerproducenten in feite industriële bedrijven geworden. De tertiaire sector bestaat uit 'dienstverlenende bedrijven'. Daartoe worden volgens deze indeling ook handel en ambacht gerekend. De quartaire sector bestaat uit bedrijven en organisaties die ondersteuning geven aan de hele maatschappij zonder daarbij een winstdoel na te streven (non-profitbedrijven). De eerste drie sectoren vormen de marktsector. Bedrijven met overheidssubsidie uit de quartaire sector horen bij de collectieve sector. De particuliere organisaties worden niet tot de marktsector maar ook niet tot de collectieve sector gerekend. 20 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

22 1.1 4 MARKTEN - De warenmarkt - Markten stammen uit de tijd dat boeren en ambachtslieden hun eigen producten rechtstreeks aan de burgers aanboden. Ze ontmoetten elkaar daarvoor op bepaalde marktplaatsen. markt VRAGERS q MARKT e AANBIEDERS warenmarkt goederenbeurs effectenbeurs consumentenbeurs vakbeurs Tegenwoordig kent vrijwel elke woonplaats of woonwijk een wekelijkse marktdag. Deze warenmarkt wordt ook wel 'lokale markt' of 'kramenmarkt' genoemd. Kenmerk van de warenmarkt is, dat de goederen ter plaatse aanwezig zijn. Je vindt er groenten en fruit, vis, kaas, bloemen en planten, textiel en kleine huishoudelijke artikelen. De warenmarkt heeft een grote aantrekkingskracht. Deels door de vlotte sfeer die de markt kenmerkt, deels door het feit dat de marktkoopman de naam heeft goedkoop te zijn. De beurs - Vroeger werden ruwe grondstoffen zoals graan, olie, koffie en cacaobonen verhandeld op een beurs. De goederen zelf waren niet ter plaatse aanwezig. Ze werden verkocht op basis van monsters of beschrijvingen. De handelaren waren tussenpersonen met gespecialiseerde kennis: makelaars en commissionairs. Tegenwoordig verloopt deze beurshandel hoofdzakelijk via internet. Belangrijke internationale goederenbeurzen zijn bijvoorbeeld London (o.a. metalen) en Chicago (o.a. agrarische producten). Op een effectenbeurs worden waardepapieren verhandeld. Deze handel verloopt volledig via internet. Tussenpersonen zijn hier hoofdzakelijk banken. Wereldwijd spelen de effectenbeurzen een belangrijke rol bij de financiering van overheden en ondernemingen. De benaming beurs wordt ook vaak gebruikt voor een tentoonstelling. Bijvoorbeeld de Huishoudbeurs of de Vakantiebeurs. Deze consumentenbeurzen zijn bedoeld om consumenten op de hoogte te brengen van (nieuwe) producten en diensten in een bepaalde sector. Verder zijn er ook vakbeurzen bestemd voor ondernemers. Ze hebben als doel leveranciers en afnemers met elkaar in contact te brengen. HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

23 veilingmeester bij opbod bij afslag doordraaien bij opbod en afslag onderhandse aanbesteding openbare aanbesteding De veiling - Een veiling is een verkoping van goederen die meestal ter plaatse aanwezig zijn. De aanbieders verkopen hun goederen niet zelf. De verkoop is in handen van een veilingmeester. De goederen kunnen worden geveild bij opbod, bij afslag of bij opbod en afslag. Veiling bij opbod wordt onder meer toegepast bij schilderijen, antieke voorwerpen en diverse tweedehands verzamelobjecten. De veilingmeester noemt een prijs en nodigt de aanwezigen uit een hoger bod te doen. Bij voldoende belangstelling bieden de aanwezigen tegen elkaar op. Als het bieden stopt, is de hoogste bieder eigenaar. Veiling bij afslag wordt o.a. toegepast bij de verkoop van groenten en fruit, bloemen, planten en vis. Bij deze veilingtechniek wordt gebruikgemaakt van een elektronische klok. De wijzer van de klok loopt van een hoge 'inzet' geleidelijk terug, tot het moment dat een koper op de bij zijn zitplaats aangebrachte knop drukt. Wie het eerst drukt, is koper. Tegenwoordig kunnen kopers ook via internet 'aan de klok' kopen. Draait de wijzer door de laagste prijs heen waarvoor de veilingmeester wil verkopen, dan is de partij 'doorgedraaid', d.w.z. niet verkocht. De partij wordt vernietigd en de aanbieder ontvangt van de veiling een garantieprijs. Veiling bij opbod en afslag wordt toegepast bij de verkoop van onroerend goed. De veiling vindt plaats op twee gescheiden dagen. Op de eerste dag (de 'bieding') kunnen belangstellende kopers een bod doen. De afslag (de tweede dag) is twee tot drie weken later. De veilingmeester 'zet in' met een bedrag dat ruim boven het hoogste bod van de eerste dag ligt. De veilingmeester verlaagt de inzet stap voor stap totdat een koper 'mijn' roept. Als niemand 'mijn' roept, is de hoogste bieder van de eerste dag automatisch de koper (tenzij de verkoper van te voren heeft gezegd dat hij het bod te laag vindt). Aanbesteding - Aanbestedingen komen vooral voor in de bouwwereld, namelijk bij het bouwen van woon- en bedrijfspanden, bruggen, viaducten en bij de aanleg van wegen. De opdrachtgever stelt een 'bestek en voorwaarden' samen, waarin uitvoerig wordt omschreven wat hij verlangt. Vervolgens nodigt hij aannemers (bouwondernemers) uit een offerte in te dienen voor de uitvoering van het werk. Een aanbesteding kan onderhands of openbaar zijn. We spreken van onderhandse aanbesteding als de opdrachtgever een beperkt aantal aannemers uitnodigt prijsopgave te doen. Bij openbare aanbesteding krijgt elke geïnteresseerde aannemer de gelegenheid een offerte in te dienen. De prijs waarvoor een bedrijf een werk - volgens bestek en voorwaar- 22 HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

24 gunning den - wil uitvoeren, wordt 'aanneemsom' genoemd. De offertes moeten in een gesloten envelop worden ingediend. De aanbesteder is meestal verplicht het werk aan de aannemer met de laagste offerte te gunnen (door hem te laten verrichten) MARKTWERKING - concrete markt abstracte markt Concrete markt - Bij een warenmarkt en een veiling hebben we te maken met een concrete markt. Dat wil zeggen: er is duidelijk sprake van een bepaalde plaats, waar aanbieders en vragers elkaar werkelijk ontmoeten en de goederen meestal aanwezig zijn. Abstracte markt - Je kunt het woord 'markt' ook gebruiken zonder aan een bepaalde plaats te denken. Bij het woord frisdrankenmarkt kun je denken aan alle soorten en merken van frisdranken. Zo heb je ook een markt voor personenauto's, voor pc's, voor jeugdbladen, voor vakanties enz. In al deze gevallen wordt het woord markt abstract gebruikt. Dat wil zeggen: je denkt aan het geheel van vraag naar en aanbod van een bepaald soort product of een bepaald soort dienstverlening. Het marktmechanisme - De vraag naar een artikel is vooral afhankelijk van de behoefte. Daarnaast wordt de vraag beïnvloed door de prijs van het artikel. Dit gegeven noemen we het marktmechanisme of de marktwerking. De eerste platte tv-schermen waren erg duur. Toen de prijzen daalden, kwam er meer vraag. Onderstaande grafiek geeft dat weer: prijs MARKTMECHANISME afzet van tv merk X (x 1 000) Uit de grafiek kun je aflezen dat bij een verkoopprijs van 2.000, in totaal tv's werden verkocht. Toen de prijs daalde naar 1.500, werden er stuks verkocht. HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk

25 marktwerking Marktwerking geldt naar twee kanten: een lagere prijs betekent een stijging van de afzet. Omgekeerd leidt een hogere prijs tot minder afzet. Maar het effect van de prijsverandering is ook afhankelijk van de behoefte. Je zult begrijpen dat prijsdaling van een luxeartikel een sterkere invloed heeft op de verkopen dan prijsdaling van een 'eerste levensbehoefte' zoals brood VERWERKINGSVRAGEN CONSUMENT, PRODUCENT, HANDEL BLZ 1 Geef het verschil aan tussen goederen en diensten Welke bedrijven produceren tastbare producten? 13 3 Wat zijn homogene producten? 4 Wat is een oerproduct? Geef een voorbeeld. 5 Noem kenmerken van een ambachtelijk bedrijf. 6 Geef het verschil aan tussen kleinhandel en groothandel Wat doen dienstverlenende bedrijven? Geef enkele voorbeelden GROOTBEDRIJF EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF 8 Wat zijn de voordelen van het grootbedrijf? 18 9 Wat is een nadeel van het grootbedrijf? 10 Wanneer wordt een bedrijf tot het midden- en kleinbedrijf gerekend? 11 Wat bedoelen we met de kleinschaligheid van het mkb? 12 Wat zijn de voordelen van het mkb? 13 Welke invloed heeft schaalvergroting op de kosten in verhouding tot de omzet? INDELING VAN HET BEDRIJFSLEVEN - 14 Noem de twee sectoren waarin het Nederlandse bedrijfsleven kan worden ingedeeld HET BEDRIJFSLEVEN - Hoofdstuk 1.1

OPSTELLEN ONDER- NEMINGSPLAN

OPSTELLEN ONDER- NEMINGSPLAN OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV DE START VAN EEN ONDERNEMING Praktijkdiploma Ondernemingsplan mkb OPSTELLEN ONDER- NEMINGSPLAN facultatief met een voorbeeldplan Drs. P.F. Pietersen P.H. Pietersen 5 e druk,

Nadere informatie

FINANCIERING voor het mkb

FINANCIERING voor het mkb OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV ONDERNEMER MKB FINANCIERING voor het mkb (leverbaar met studie-app of werkboek) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 6 e druk, e oplage ISBN 978 90 655 8 8 NEDERLANDS ONDERWIJS

Nadere informatie

zelfstandig ondernemen

zelfstandig ondernemen BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP zelfstandig ondernemen NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT OPLEIDING BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ZELFSTANDIG ONDERNEMEN (leverbaar met werkboek of studie-app) Drs. P.F. Pietersen

Nadere informatie

Marketingbeleid AFDELING

Marketingbeleid AFDELING 2 Marketingbeleid AFDELING meerkeuzevragen juist-onjuistvragen opdrachten MARKETINGBELEID - Afdeling 2 27 21 marktgericht ondernemen meerkeuzevragen 2.1 1 Welke bewering over industriële marketing is juist?

Nadere informatie

ORGANISATIE voor het mkb

ORGANISATIE voor het mkb OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV ONDERNEMER MKB ORGANISATIE voor het mkb (leverbaar met studie-app of werkboek) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 6 e druk, e oplage ISBN 978 90 655 57 5 NEDERLANDS ONDERWIJS

Nadere informatie

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2 OPLEIDING BASISKENNIS CALCULATIE BKC CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2 met Excel 2007 P.H. Pietersen K.P. Pietersen 3 e druk, 1 e oplage ISBN: 978 90 6355 270 1 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE

Nadere informatie

ZELFSTANDIG ONDERNEMEN

ZELFSTANDIG ONDERNEMEN OPLEIDING BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ZELFSTANDIG ONDERNEMEN (leverbaar met werkboek of studie-app) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 1 e druk, 1 e oplage ISBN 978 90 6355 253 4 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT

Nadere informatie

zelfstandig ondernemen

zelfstandig ondernemen BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP zelfstandig ondernemen NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT OPLEIDING BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ZELFSTANDIG ONDERNEMEN (leverbaar met werkboek of studie-app) Drs. P.F. Pietersen

Nadere informatie

ELEMENTAIR BOEKHOUDEN

ELEMENTAIR BOEKHOUDEN OPLEIDINGEN BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ELEMENTAIR BOEKHOUDEN (met bijlage grootboek en studie-app) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 0 e druk, e oplage ISBN 978 90 655 05 7

Nadere informatie

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 1

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 1 OPLEIDING BASISKENNIS CALCULATIE BKC CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 1 Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 4 e druk, 1 e oplage ISBN: 978 90 6355 243 5 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE VOOR DE

Nadere informatie

ADMINISTRATIE voor het mkb

ADMINISTRATIE voor het mkb OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV DE START VAN EEN ONDERNEMING Praktijkdiploma Bedrijfsadministratie mkb ADMINISTRATIE voor het mkb Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen e druk, e oplage ISBN: 978 90 6 99 NEDERLANDS

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

LESPROGRAMMA OPLEIDING ONDERNEMEN 13 weken

LESPROGRAMMA OPLEIDING ONDERNEMEN 13 weken OPLEIDING ONDERNEMEN DE START VAN EEN ONDERNEMING LESPROGRAMMA OPLEIDING ONDERNEMEN 13 weken ISBN 90 6355 983 6 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV BAARN Inhoud Cursussen voor de Opleiding Ondernemen...

Nadere informatie

BEDRIJFS- ECONOMIE VOOR PDB

BEDRIJFS- ECONOMIE VOOR PDB OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB BEDRIJFS- ECONOMIE VOOR PDB Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen A.P.J. Knijnenburg Drs. H.G. van der Wolk met medewerking van: J. Buist J.S.J. Rost Drs. S. The 4

Nadere informatie

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK OPLEIDINGEN BASISKENNIS CALCULATIE BKC CALCULATIES IN DE PRAKTIJK Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 5 e druk, e oplage ISBN: 978 90 655 56 5 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE VOOR DE PRAKTIJKDIPLOMA'S

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB

PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB in één kwartaal je ondernemingsplan PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB de opvolger van middenstand-aov GOED VOORBEREID VAN START Jaarlijks verschijnt een flink aantal 'starters' bij de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB

PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB in één kwartaal je ondernemingsplan PRAKTIJKDIPLOMA ONDERNEMER MKB de opvolger van middenstand-aov ZELFSTUDIE met de NOI-methode MET ZELFSTUDIE GOED VOORBEREID Jaarlijks verschijnt een flink aantal 'starters'

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

BOEKHOUDEN IN DE PRAKTIJK 1

BOEKHOUDEN IN DE PRAKTIJK 1 OPLEIDING BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB BOEKHOUDEN IN DE PRAKTIJK 1 Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 9 e druk, 1 e oplage ISBN 978 90 6355 205 3 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE VOOR DE

Nadere informatie

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2

CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2 OPLEIDING BASISKENNIS CALCULATIE BKC CALCULATIES IN DE PRAKTIJK 2 met Excel 2007 P.H. Pietersen K.P. Pietersen 2 e druk, 1 e oplage ISBN: 978 90 6355 269 5 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

elementair boekhouden

elementair boekhouden BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB elementair boekhouden NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT OPLEIDINGEN BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ELEMENTAIR BOEKHOUDEN (BKB) (met bijlage grootboek en

Nadere informatie

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Persbericht PB15-001 8 januari 2015 9.30 uur CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Inflatie december daalt naar 0,7 procent Goedkopere autobrandstoffen verlagen inflatie Inflatie eurozone

Nadere informatie

Bestedingspakket gepensioneerden erden meest in prijs gestegen

Bestedingspakket gepensioneerden erden meest in prijs gestegen 08 Bestedingspakket et gepensioneerden erden meest in prijs gestegen Karlijn Bakker Publicatiedatum CBS-website: 17 april 2009 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig

Nadere informatie

FINANCIERING VOOR PDB

FINANCIERING VOOR PDB OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB FINANCIERING VOOR PDB K.P. Pietersen Drs. P.F. Pietersen A.P.J. Knijnenburg 5 e druk, e oplage ISBN: 978 90 6355 9 6 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE NOI-METHODE

Nadere informatie

Toegepast Rekenen Opdrachten:

Toegepast Rekenen Opdrachten: Toegepast Rekenen Opdrachten: Hfst 1: Rekenen Opdr. 1: a. 66 : 3 = c. -66 : (-3) = e. 12 - (+5) = b. 66 : (-3) = d. -12 + 5 = f. -12 (-5) = De omzet van een laptopwinkel is 15.000,-. De verkoopprijs per

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

Schaalvergroting en samenwerking nemen toe, circa driekwart van de sportdetaillisten werkt samen;

Schaalvergroting en samenwerking nemen toe, circa driekwart van de sportdetaillisten werkt samen; Sportspeciaalzaken De sportspeciaalzaken zijn onder te verdelen in: Algemene sportzaken Modische sportzaken Gespecialiseerde sportzaken Megastores Outdoorzaken Trends Toenemende belangstelling voor gezondheid,

Nadere informatie

FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB

FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen A.P.J. Knijnenburg Drs. H.G. van der Wolk met medewerking van: J. Buist J.S.J. Rost 2 e druk,

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie lager in december

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie lager in december Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB12-001 5 januari 2012 9.30 uur Inflatie lager in december Inflatie in december omlaag naar 2,4 procent Benzineprijzen en beltarieven verlagen inflatie Inflatie

Nadere informatie

Commerciële beroepsvorming 2 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173)

Commerciële beroepsvorming 2 COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173) COMMERCIËLE BEROEPSVORMING 2 (CCA01.2/CREBO:50173) sd.cca01.2.v1 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in enige vorm

Nadere informatie

COMPUTER- BOEKHOUDEN MET ACCOUNTVIEW

COMPUTER- BOEKHOUDEN MET ACCOUNTVIEW ADMINISTRATIE EN COMPUTERBOEKHOUDEN COMPUTER- BOEKHOUDEN MET ACCOUNTVIEW voor havo/vwo en roc-administratief P.H. Pietersen K.P. Pietersen 1 e druk ISBN 978 90 6355 141 4 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT

Nadere informatie

Technische toelichting

Technische toelichting Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB00-080 7 april 2000 10.30 uur Inflatie ook in maart stabiel De inflatie is in maart 2000 uitgekomen op 1,9 procent. Dat is ongeveer even hoog als in de

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

Bijlage 8 De enquêtes

Bijlage 8 De enquêtes Vragenlijst A Bijlage 8 De enquêtes De enquête voor verse groenten Graag wil ik u een paar vragen stellen over uw aankoopgedrag van verse producten. Ik ben een studente economie aan de Universiteit van

Nadere informatie

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Basiskennis Ondernemerschap Voorbeeldexamen Belangrijke informatie Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

3. Welke drie belangrijke vraagstukken zijn er te onderkennen bij de economische kringloop?

3. Welke drie belangrijke vraagstukken zijn er te onderkennen bij de economische kringloop? Vragen hoofdstuk 2: Bedrijfseconomie als vakgebied Open vragen 1. Wat is de economische kringloop? 2. Het economisch handelen van een land, een organisatie of een consument is onderdeel van de economische

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. MINpunten 1 maximumscore 1 2 / 6 x 100 % = 33,3% 2 maximumscore 1 Voorbeeld van een juiste reden: Klantenbinding:

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties

3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties 3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties 3.1 Typering van het cluster Winkels in food met een laag transactiebedrag zijn vooral de versspeciaalzaken. Als uitgegaan wordt van de standaardindeling

Nadere informatie

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen).

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen). Basiskennis Ondernemerschap Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 In Alkmaar wordt elke vrijdag een kaasmarkt gehouden. De kazen worden aangeleverd door de producenten

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE SPANJE

LANDEN ANALYSE SPANJE LANDEN ANALYSE SPANJE Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Aan de slag met excel

Aan de slag met excel Aan de slag met excel Start een eigen bedrijf in één van de volgende producten: Brommers Computerspelletjes Fietsen Frisdrank Luxe koek Mobiele telefoons Scooters Sportschoenen Sporttassen P R O D U C

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

REKENEN voor het mkb

REKENEN voor het mkb ADMINISTRATIE EN ECONOMIE REKENEN voor het mkb Drs. P.F. Pietersen P.H. Pietersen 7 e druk, e oplage ISBN 978 90 655 0 0 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV Copyright: NOI - Baarn Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 maandag 24 mei tijdsduur voor het gehele examen 09:00-11:00 uur LANDBOUW EN NATUURLIJKE OMGEVING AGRARISCHE BEDRIJFSECONOMIE CSE KB Het examen landbouw en natuurlijke

Nadere informatie

UITWERKINGEN LEERBOEK EN WERKBOEK MARKETING voor het mkb

UITWERKINGEN LEERBOEK EN WERKBOEK MARKETING voor het mkb OPLEIDING ONDERNEMEN / AOV DE START VAN EEN ONDERNEMING Praktijkdiploma Ondernemingsplan mkb UITWERKINGEN LEERBOEK EN WERKBOEK MARKETING voor het mkb 18 e druk, 1 e oplage ISBN 978 90 6355 351 7 NEDERLANDS

Nadere informatie

handel en verkoop CSE GL

handel en verkoop CSE GL Examen VMBO-GL 2007 tijdvak 1 maandag 21 mei 9.00-11.00 uur handel en verkoop CSE GL Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 35 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel

Nadere informatie

Commerciële calculaties

Commerciële calculaties Commerciële calculaties Het programma van vandaag: 8 april 2015 Commerciële calculaties (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 7) Bijzondere aandacht voor: Prijselasticiteit en Yieldmanagement slides komen op www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN LANDEN ANALYSE DENEMARKEN Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

M&O - een nieuw vak. Management & Organisatie. Management. Organisatie. Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo

M&O - een nieuw vak. Management & Organisatie. Management. Organisatie. Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo Management & Organisatie Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo M&O - een nieuw vak Management en Organisatie (M&O) komt als vak niet voor in de basisvorming. In de Tweede Fase kan je M&O kiezen in

Nadere informatie

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) Het maximaal aantal te behalen punten voor deze toets is 90. Bij elke vraag of opdracht staat aangegeven hoeveel punten u daarvoor kunt halen. De beschikbare examentijd

Nadere informatie

3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet

3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet 3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet 3.1 Inleiding De overheid profiteert mee van elke aankoop die wordt gedaan. Want iedere ondernemer is verplicht aan de fiscus omzetbelasting (btw) af

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DUITSLAND

LANDEN ANALYSE DUITSLAND LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5 Aanvullingen op de havo-lesbrieven druk 2012 n.a.v. wijzigingen in syllabus door CvE De CvE heeft de syllabus van de commissie Hinloopen aangepast. Helaas heeft ze dat gedaan nadat de methodeschrijvers

Nadere informatie

Wat is het verschil tussen actieve en passieve bevolking?...

Wat is het verschil tussen actieve en passieve bevolking?... Activiteit III. De beroepssectoren We zoeken een antwoord op deze vragen: - Wat is het verschil tussen actieve en passieve bevolking? - In welke beroepssectoren werken onze ouders? - Hoe pak je een onderzoeksopdracht

Nadere informatie

Uw koopkracht in de toekomst

Uw koopkracht in de toekomst Een goed gesprek over Uw koopkracht in de toekomst Nadenken over de toekomst. Dat is wat ons kantoor dagelijks doet. De toekomst van u, en die van de andere relaties van ons kantoor. De ene keer gaat het

Nadere informatie

HANDELS- REKENEN VOOR HET VMBO

HANDELS- REKENEN VOOR HET VMBO SERIE VOOR HET VOORBEREIDEND MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS HANDELS- REKENEN VOOR HET VMBO Drs. P.F. Pietersen P.H. Pietersen 5 e druk, 1 e oplage ISBN: 978 90 6355 186 5 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit de uitleg moet blijken dat het tarief per keer legen de inwoners stimuleert om de containers minder vaak aan te bieden om daarmee lasten te besparen 1 het tarief per kilo

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11. Onderwijseenheid 2 Verkopen 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11. Onderwijseenheid 2 Verkopen 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Onderzoek en acquisitie 11 1 Het verwerven van verkoopopdrachten 11 1.1 Marketing, wat is dat? 12 1.2 Het marketingplan 13 1.3 De instrumenten van de marketingmix 14 2 Public

Nadere informatie

KOSTEN- CALCULATIE VOOR PDB

KOSTEN- CALCULATIE VOOR PDB OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB KOSTEN- CALCULATIE VOOR PDB K.P. Pietersen Drs. P.F. Pietersen A.P.J. Knijnenburg 4 e druk, e oplage ISBN: 978 90 6355 9 3 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV DE

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

De veranderende markt

De veranderende markt De veranderende markt 1 De veranderende markt Vanaf 2000 is de detailhandel sterk veranderd door de opkomst van de computer. Als verkoper kun je de kennis over de geschiedenis en de toekomst van de detailhandel

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

Sterkste groei bij werknemers

Sterkste groei bij werknemers In 1994 stagneerde de ontwikkeling van de koopkracht nog. In de daarop volgende jaren nam de koopkracht echter steeds sterker toe: met 1% in 1995 tot 1,5% in 1997. De grootste stijging,,7%, deed zich voor

Nadere informatie

Rabobank Cijfers & Trends

Rabobank Cijfers & Trends Detailhandel in wonen De detailhandel in wonen bestaat uit de volgende branches: woninginrichting (onder te verdelen in meubelspeciaalzaken, woningtextielspeciaalzaken, slaapspeciaalzaken en gemengde zaken),

Nadere informatie

ADMINISTRATIE &KOSTPRIJS

ADMINISTRATIE &KOSTPRIJS OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB ADMINISTRATIE &KOSTPRIJS Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen A.P.J. Knijnenburg Drs. H.G. van der Wolk met medewerking van: J. Buist J.S.J. Rost 1 e druk ISBN: 978

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten (bepaalde) aankopen naar voren halen, wanneer ze een hoge / hogere inflatie in de komende periode verwachten. 2 maximumscore 2 Een

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE ITALIË

LANDEN ANALYSE ITALIË LANDEN ANALYSE ITALIË Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 8: Marketing M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht Management & Organisatie School Examen (SE) 7. Organisaties 8. Marketing Organisatiestructuren Niet commerciële organisaties Commerciële

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod 1. Studeer opnieuw de leerstof van vraag en aanbod in. Tracht steeds zeer inzichtelijk te studeren: ga na dat je alle redeneringen die we in de klas / cursus maakten snapt.

Nadere informatie

FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB

FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB OPLEIDING PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN PDB FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen A.P.J. Knijnenburg Drs. H.G. van der Wolk met medewerking van: J. Buist J.S.J. Rost 3 e druk,

Nadere informatie

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden 3.1 De reis van een spijkerbroek 1 3.1 De reis van een spijkerbroek Bedrijfskolom = De weg die een product aflegt van grondstof tot eindproduct. Tussen elke schakel van de bedrijfskolom bevindt zich een

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juiste verklaring

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Slagvaardig met geld!

Slagvaardig met geld! Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Slagvaardig met geld! 1 maximumscore 2 voorbeelden van juiste voordelen: Hij kan het drumstel direct kopen (en gebruiken). Hij

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE FRANKRIJK

LANDEN ANALYSE FRANKRIJK LANDEN ANALYSE FRANKRIJK Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee9 de sector (cijfermabg) inzicht in de huidige (2013) en toekomsbge (2018) waarde van de consumpbe van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE NEDERLAND

LANDEN ANALYSE NEDERLAND LANDEN ANALYSE NEDERLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee5 de sector (cijferma>g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms>ge (2018) waarde van de consump>e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

landbouw en natuurlijke omgeving 2010 landbouw-breed CSPE KB minitoets bij opdracht 4

landbouw en natuurlijke omgeving 2010 landbouw-breed CSPE KB minitoets bij opdracht 4 landbouw en natuurlijke omgeving 2010 landbouw-breed CSPE KB minitoets bij opdracht 4 variant a Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef verbeteringen

Nadere informatie

1 De apotheek in de maatschappij

1 De apotheek in de maatschappij 1 De apotheek in de maatschappij 1.1 Inleiding Nederland kent allerlei soorten bedrijven. Deze bedrijven kunnen gevestigd zijn op industrieterreinen, maar ook op het platteland, in een winkelstraat of

Nadere informatie

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna Vwo 3 deel H4 t/m 4.10 Ontwerp power point: Henk Douna De komende weken: ondernemingen Consumenten De markt Producenten Bijvoorbeeld Goederenmarkt Arbeidsmarkt Vermogensmark t Overheid 2 Weten we het nog:

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN 1 Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN Deel 1 Consumptie 1. Ieder mens probeert zo veel mogelijk wensen te vervullen. Iedereen begint daarbij met de belangrijkste behoeften: eten, drinken, kleding en een dak boven

Nadere informatie