STATE OF THE ART VIRAMUNE. Dr. G. Schreij, internist

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "STATE OF THE ART VIRAMUNE. Dr. G. Schreij, internist"

Transcriptie

1 STATE OF THE ART VIRAMUNE Dr. G. Schreij, internist

2 State of the art Viramune Dr. G. Schreij, internist

3 Inhoudsopgave Voorwoord 5 1. Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune Viramune hallmark-studies Viramune switch-studies NRTI-backbones waarmee Viramune kan worden gecombineerd Viramune en NRTI-sparende cart Viramune: wanneer niet, wanneer wel? Interacties met antiretrovirale en andere geneesmiddelen 21 Colofon State of the ART Viramune Auteur Dr. G. Schreij, internist 4. Farmacokinetiek en Therapeutic Drug Monitoring (TDM) Bijwerkingen van Viramune Viramune en hepatotoxiciteit Viramune en rash Genetische screening ter preventie van nevirapine-toxiciteit 38 Eindredactie Martine de Wijs, TekstFocus Vormgeving Marco Berends, AKIMOTO 6. Resistentieontwikkeling bij Viramunegebruik vanuit klinisch perspectief Viramune en cardiovasculair risicomanagement Osteoporose, osteopenie, botmineralisatiedichtheid en vitamine D 53 Uitgever Boehringer Ingelheim bv Comeniusstraat MS Alkmaar Tel.: Viramune en HIV-associated neurocognitive disorder (HAND) Viramune en de ouder wordende patiënt Viramune in resource limited settings 67 Boehringer Ingelheim bv, Viramune met verlengde afgifte (Viramune MVA) 71 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of opnamen, hetzij op enige ander manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 Jo het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Dankwoord 79 Auteur en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouwbare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. Raadpleeg voor de meest recente informatie de Samenvatting van de productkenmerken van Viramune. 3

4 Voorwoord Geschiedenis van Viramune Viramune, generieke naam nevirapine, werd ruim 20 jaar geleden ontwikkeld door Hargrave en medewerkers van Boehringer Ingelheim Pharmaceuticals. Nevirapine was de eerste non-nucleoside reverse transcriptase inhibitor (NNRTI) die door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) werd goedgekeurd: in 1996 voor gebruik door volwassenen en in 1998 ook voor kinderen. In Europa werd nevirapine in 1997 geregistreerd. Enige jaren later kwam ook een orale suspensie beschikbaar en in 2010 de eenmaal daagse formulering. In de 15 jaar dat nevirapine wordt gebruikt voor de behandeling van het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) is veel ervaring opgedaan bij allerlei patiëntengroepen, maar bijvoorbeeld ook in het voorkomen van overdracht van hiv van moeder naar kind. In de loop der jaren is een goed inzicht verkregen in de effectiviteit en veiligheid van nevirapine in combinatie met andere hiv-remmers. Ook is informatie beschikbaar gekomen over nevirapine bij tal van bijzondere klinische, farmacologische en virologische vraagstellingen. Nederland heeft vanaf het eerste uur altijd een belangrijke rol gespeeld bij het klinisch onderzoek en het verwerven van kennis rond het gebruik van nevirapine. Ook het grootschalige gebruik van nevirapine in resource limited settings is mede vanuit Nederland gerealiseerd. Doel en opzet van dit boekje Dit boekje geeft een overzicht van de huidige kennis over nevirapine, gericht op een veilig en juist gebruik in de dagelijkse praktijk. Er is gekozen voor een compacte overdracht van informatie. De hoofdstukken zijn thematisch van opzet en starten met een kader met de klinisch relevante gegevens over dat thema. Vervolgens wordt het thema toegelicht en uitgewerkt met korte beschrijvingen van de gegevens uit onderzoeken, studies en andere bronnen. Op die manier krijgt de lezer snel inzicht in de klinische toepassingen van nevirapine. De hoofdstukken vormen een geheel, maar kunnen ieder apart worden geraadpleegd. Er is naar gestreefd de informatie zo objectief mogelijk te presenteren. Ik wens u veel leesplezier. Hoogachtend, Dr. Gerrit Schreij, internist 5

5 1 Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune In dit hoofdstuk wordt 20 jaar Viramune-onderzoek samengevat. Eerst worden de drie sleutelstudies besproken die ons denken over nevirapine sterk hebben beïnvloed. Vervolgens worden de switch-studies behandeld: onderzoeken, veelal uit de begintijd van combinatie-antiretrovirale therapie (cart), waarin patiënten van de aanvankelijk populaire proteaseremmers overgingen op non-nucleoside reverse transcriptase inhibitors (NNRTI s), zoals nevirapine. Daarna volgt een overzicht van de backbones waarmee nevirapine kan worden gecombineerd en het hoofdstuk sluit af met de nuc-sparing -mogelijkheden. 1.1 Viramune hallmark-studies Er zijn drie grote gerandomiseerde onderzoeken, de hallmark-studies, waarin de effectiviteit en veiligheid van op nevirapine gebaseerde hoogactieve antiretrovirale therapie (HAART) bij naïeve patiënten werd bewezen. De hallmarkstudies worden zo genoemd, omdat ze ons denken over antiretrovirale therapie met nevirapine sterk hebben beïnvloed en de weg hebben gewezen hoe nevirapine kan worden ingezet. De drie hallmark-studies voor Viramune zijn: de Italy, Netherlands, Canada, and Australia (INCAS)-studie de Double Non-Nucleoside (2NN)-studie de Atazanavir/Ritonavir on a background of Tenofovir and Emtricitabine versus Nevirapine (ARTEN)-studie 7

6 Figuur 1.1 Zidovudine + didanosine + nevirapine 100 Zidovudine + didanosine Zidovudine + neviparine INCAS: duotherapie versus combinatietherapie (1996) De INCAS-studie is het eerste gerandomiseerde onderzoek waarin de effectiviteit en veiligheid van nevirapine (NVP), in combinatie met zidovudine/didanosine (ZDV/ddI) werd bewezen ten opzichte van duo- Figuur 1.2 Percentage patiënten met een ondetecteerbare viral load Duur behandeling in weken 1.1 INCAS-onderzoek: percentage deelnemers gedurende 52 weken behandeling met een ondetecteerbare viral load kleiner dan 20 kopieën/ml. Verandering in Rx Ziekteprogressie Virologisch falen NVP QD = eenmaal daags nevirapine NVP BID = tweemaal daags nevirapine EFV = efavirenz 2NN: nevirapine (NVP) versus efavirenz (EFV) (2003) 3 therapie met ZDV/ddI. 1,2 Het percentage patiënten met een ondetecteerbare viral load (< 20 kopieën/ml) na 52 weken was 0% in de ZDV/NVP-groep, 12% in de ZVD/ ddi-groep en 51% in de ZDV/ddI/NVP-groep (zie figuur 1.1). Onderzoeksgroepen (alle in combinatie met stavudine/lamivudine (d4t/3tc)): eenmaal daags 400 mg nevirapine tweemaal daags 200 mg nevirapine eenmaal daags 600 mg efavirenz eenmaal daags 800 mg efavirenz + eenmaal daags 400 mg nevirapine Primair eindpunt: percentage patiënten met therapiefalen. Dit is een samengesteld eindpunt met als parameters: virologisch falen (< 1 log daling viral load in de eerste 12 weken of tweemaal viral load 50 kopieën/ml na week 12) klinische progressie van hiv-gerelateerde ziekte, aids of dood verandering van therapie (meestal vanwege bijwerkingen) in de eerste 24 weken Na 48 weken en na drie jaar was er geen significant verschil in het percentage patiënten met therapiefalen, viral load < 50 kopieën/ml en Percentage patiënten Succes 29,1 3,1 11,4 56,4 NVP (QD) 22,0 20,0 2,8 18,9 56,3 1.2 Uitkomsten van de 2NN-studie na 48 weken: percentage patiënten in de verschillende onderzoeksgroepen die van onderzoeksmedicatie veranderden (Verandering in Rx), die ziekteprogressie hadden, die virologisch faalden of met succes zijn behandeld. Let op: eenmaal daags 200 mg tabletten nevirapine is niet goedgekeurd door de European Medicines Agency (EMA) 2,4 15,3 62,3 34,5 2,3 16,3 46,9 NVP (BID) EFV NVP + EFV CD4-toename (zie figuur 1.2). 3,4 In de NVP/EFV-groep kwamen significant meer graad-3- en graad- 4-bijwerkingen voor. Op basis hiervan worden combinaties van NNRTI s ontraden. In de groep met eenmaal daags nevirapine traden significant meer verhoogde leverenzymen op (de auteurs spreken van laboratoriumtoxiciteit). Uit verdere analyse van de gegevens over de verhoogde leverenzymen en rekening houdend met de CD4-richtlijnen voor het starten van nevirapine (zie hoofdstuk 5.1, Viramune en hepatotoxiciteit), bleek dat één centrum in Thailand, waar 162 van de 967 patiënten werden ingesloten die eenmaal daags NNRTI (NVP of EFV) kregen, verantwoordelijk was voor de toename in symptomatisch en asymptomatisch verhoogde leverenzymen in de studiegroep waarin eenmaal daags nevirapine werd gegeven. 5 Een verklaring hiervoor is mogelijk dat Thaise patiënten die eenmaal daags nevirapine kregen een hoger CD4-aantal hadden. 8 Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune 9

7 Figuur 1.3 Nevirapine Efavirenz De met nevaripine behandelde patiënten hadden veel gunstigere veranderingen in het lipidenspectrum dan de met EFV behandelde personen 10 (zie figuur 1.3). 6 Figuur 1.4 Percentage verandering HDL-cholesterol-totaalcholesterolratio Percentage verandering triglyceriden Verandering ten opzichte van start onderzoek (mg/dl) Weken na start behandeling Percentuele veranderingen gedurende 48 weken behandeling in de 2NN-studie in HDL-cholesterol-totaalcholesterolratio (HDL-c-ratio) en triglyceriden (TG) tussen patiënten behandeld met nevirapine of met efavirenz. Alle veranderingen zijn significant gunstiger bij de met nevirapine behandelde patiënten. 6 Nevirapine Atazanavir/r p=0,038 p=0,011 p<0,0001 p=0, ,4 19,6 Weken na start behandeling 15,0 10,4 9,7 3,9 0,02 27,8 ARTEN: nevirapine (NVP) versus atazanavir/ritonavir (ATV/r) (2009) 7 In de ARTEN-studie werden effectiviteit, veiligheid en het effect op lipiden van NVP en ATV/r met elkaar vergeleken, beide in combinatie met tenofovir/emtricitabine (TDF/FTC). De NVP-groep was onderverdeeld in een groep die eenmaal daags 400 mg gebruikte en een groep die tweemaal daags 200 mg gebruikte. Het primaire eindpunt van het onderzoek was respons op behandeling, gedefinieerd als een viral load < 50 kopieën/ml tijdens twee achtereenvolgende controles (week 24 en 36) zonder dat sprake was van een viral rebound of wijziging van antiretrovirale therapie tot week 48. Het percentage patiënten met een respons na 48 weken (primair eindpunt) was 66,8% in de (gecombineerde) NVP-groep en 65% in de ATV/r-groep. De verandering in het lipidenspectrum tot week 48 was in de NVPgroep gunstiger dan in de ATV/r-groep (zie figuur 1.4). Over de hele linie was het percentage graad-3- en graad-4-bijwerkingen in de eenmaal en tweemaal daags gecombineerde NVP-groep en ATV/r-groep gelijk, respectievelijk 12,5% en 5,3% in de NVP-groep en 16,1% en 3,1% in de ATV/r-groep. De incidentie van bijwerkingen die leidden tot stoppen van de medicatie was lager in de ATV/r-groep dan in de NVP-groep (3,6% versus 13,6%). Rash werd gezien bij 16,0% van de gevallen in de NVP-groep en bij 12,4% in de ATV/r-groep. Hepatitis trad op bij 2,1% van de patiënten in de groep die tweemaal daags nevirapine kreeg en bij 1,6% in de groep met eenmaal daags nevirapine. Nevirapine in combinatie met TDF/FTC is qua effectiviteit klinisch vergelijkbaar met de nieuwe generatie proteaseremmers. De ARTEN-studie is de eerste grote studie die informatie geeft over de effectiviteit van de combinatie van tenofovir/emtricitabine met nevirapine. TC LDL-c HDL-c TG Absolute veranderingen in totaalcholesterol (TC), LDL-cholesterol (LDL-c), HDL-cholesterol 1.4 (HDL-c) en triglyceriden (TG) bij patiënten behandeld met nevirapine of met atazanavir/r. Alle veranderingen zijn significant gustiger bij de met nevirapine behandelde patiënten Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune 11

8 Switch-studies van een proteaseremmer (PI)-bevattende cart naar nevirapine 1.2 Viramune switch-studies Onder de switch-studies worden de studies verstaan waarbij stabiel ingestelde patiënten met een ondetecteerbare viral load worden overgezet op een nevirapine-bevattende cart. Eind vorige/begin deze eeuw zijn veel studies gedaan naar switchen van (eerste generatie) proteaseremmers naar nevirapine. Naast een vereenvoudiging van het regime leverde dat minder bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven op voor de patiënt, met behoud of verbetering van virologische effectiviteit en CD4-aantal in vergelijking met de controlegroep die doorging met de proteaseremmer. Alle patiënten met een ondetecteerbare viral load kunnen switchen naar een nevirapine-bevattend regime, ongeacht hun aantal CD4-cellen. Daarentegen hebben patiënten met een detecteerbare viral load en een hoog CD4-aantal een verhoogde kans op een hypersensitiviteitsreactie of hepatotoxiciteit (zie hoofdstuk 5.1, Viramune en hepatotoxiciteit). In de belangrijkste switch-studies werden stabiel op proteaseremmers ingestelde patiënten met ondetecteerbare hiv-viral loads geswitcht naar nevirapine met een controlegroep die doorging met de proteaseremmer. In de nevirapine-switch-groepen zag men: een sterke verbetering van kwaliteit van leven 8,9 een verbetering van het lipidenprofiel 9,10 behoud of verbetering van antivirale effectiviteit met minder virologisch falen 8,9,11,12 behoud of verbetering van CD4-aantal 8-10,12 verbetering van lipodystrofie 8,9 De International Antiviral Society-USA Panel van Bij voorkeur start cart met efavirenz of boosted-pi, of raltegravir met als alternatief nevirapine, rilpivirine, elvitegravir; in combinatie met: tenofovir/emtricitabine als vaste combinatie abacavir/lamivudine als vaste combinatie (mits HLAB*5701-negatief en viral load < kopieën/ml) Geen alternatieve backbone met twee NRT s. Nevirapine tweemaal daags 200 mg kan veilig worden gecombineerd met: tenofovir/emtricitabine. in de ARTEN-studie was het percentage patiënten met een goede virale respons na 48 weken (primair eindpunt) 66,8% in de TDF/FTC/ NVP-groep en 65% in de TDF/FTC/ATV/r-groep 7 in de VERxVE-studie, waarin nevirapine tweemaal daags 200 mg werd vergeleken met eenmaal daags nevirapine met verlengde afgifte (Viramune MVA), beide in combinatie met TDF/FTC, bleek na 48 weken respectievelijk 75,9% en 81,0% een viral load < 20 kopieën/ml te hebben. 12 Er werden 1011 patiënten behandeld waarbij de veiligheid van Viramune MVA niet verschilde van die van nevirapine 15 abacavir/lamivudine. In de ACTG 5014-studie had 90% van de patiënten na 48 weken behandeling met abacavir/lamivudine/stavudine/nevirapine een viral load < 50 kopieën/ml en een CD4-stijging van 230 cellen/mm zidovudine/lamivudine. In de OzCombo 2-studie had 73% van de patiënten na 52 weken behandeling met zidovudine/lamivudine/nevirapine een viral load < 50 kopieën/ml en een CD4-stijging van 139 cellen/mm NRTI-backbones waarmee Viramune kan worden gecombineerd 1.4 Viramune en NRTI-sparende cart De Europese richtlijnen van oktober Bij voorkeur start cart met efavirenz of nevirapine of boosted-pi, of raltegravir in combinatie met: tenofovir/emtricitabine als vaste combinatie abacavir/lamivudine als vaste combinatie (mits HLAB*5701-negatief en viral load < kopieën/ml) Als alternatief te combineren met: zidovudine/lamivudine als vaste combinatie didanosine/lamivudine of emtricitabine - NRTI s vormen de hoeksteen van cart. De bijwerkingen van NRTI s worden voor een groot gedeelte bepaald door de mitochondriale toxiciteit van deze middelen. - Het kan een mogelijkheid zijn om patiënten met bijwerkingen ten gevolge van mitochondriale toxiciteit in te stellen op een NRTI-sparende cart, mits er geen resistentiemutaties zijn en de patiënt ten minste zes maanden een ondetecteerbare viral load heeft. - Drie studies tonen aan dat nevirapine hier een geschikt alternatief is. 12 Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune 13

9 NRTI s vormen de hoeksteen van cart Bijwerkingen van NRTI s worden grotendeels bepaald door mitochondriale toxiciteit, zich onder andere uitend in lipoatrofie, lactaatacidose, perifere neuropathie, pancreatitis, myopathie en cardiomyopathie. 18,19 Een mogelijkheid is om patiënten met bijwerkingen ten gevolge van mitochondriale toxiciteit in te stellen op een NRTI-sparende cart met Referenties 1. Montaner JS, Reiss P, Cooper D, et al. A randomized, double-blind trial comparing combinations of nevirapine, didanosine and zidovudine for HIV-infected patients. JAMA 1998;279: Raboud JM, Montaner JS, Conway B, et al. Suppression of pvl below 20 c/ml is required to achieve a long-term response to therapy. AIDS 1998;12: Van Leth F, Phanuphak P, Ruxrungtham K, et al. Comparison of first line antiretroviral therapy with regimens containing either nevirapine alone, efavirenz alone or both drugs combined, together with nevirapine of boosted-pi, zoals onderzocht in de Nederlandse MEDI- CLAS-studie en de NEKA- en MULTINEKA-studie stavudine and lamivudine. Lancet 2004;363: Wit F, Phanuphak P, Ruxrungtham K, et al. Three-year extended follow-up of the 2NN study: a randomised comparative trial of first-line antiretroviral therapy with regimens containing either nevirapine, MEDICLAS-studie 20 In de MEDICLAS-studie werd gekeken naar de veranderingen in lichaamssamenstelling door middel van CT- en DEXA-scan bij 50 naïeve deelnemers ingesteld op NNRTI-sparende cart, lopinavir (LPV)/r + NVP tweemaal daags 200 mg versus standaard cart, LPV/r + 2NRTI s (ZVD/3TC) gedurende 24 maanden. Uitkomsten: virologische respons en veiligheid waren vergelijkbaar in beide groepen. Behandeling met LPV/r + ZVD/3TC is geassocieerd met lipoatrofie en een grotere toename van intra-abdominale vetmassa (lipohypertrofie). efavirenz or both drugs combined, together with stavudine and lamivudine. 4th IAS Conference on HIV Pathogenesis, Treatment and Prevention, Sydney Australia, 2007, abstract WEPEB Storfer S, Leith J, Piliero P, et al. Analysis of hepatic events within the 2NN study: controlling for ethnicity and CD4+ count at initiation of nevirapine therapy. 10th European Aids Conference, Dublin, Ireland, 2005, abstract PE9.6/2. 6. Van Leth F, Phanuphak P, Stroes E, et al. Nevirapine and efavirenz elict different changes in lipid profiles in antiretroviral-naive patients infected with HIV-1. PLoS Medicine 2004;1:e Soriano V, Arastéh S, Mingrone H, et al. Nevirapine versus atazanavir/ritonavir, each combined with tenofovir DF/emtricitabine in antiretroviral-naïve HIV-1 infected patients: ARTEN Trial Antivir Ther 2011;16: Barreiro P, Soriano V, Blanco F, et al. Risks and benefits of replacing protease inhibitors by nevirapine in patients under long-term successful triple-combination therapy. AIDS 2000;14: Ruiz L, Negredo E, Domingo P, et al. Antiretroviral treatment simplification with nevirapine in protease NEKA- en MULTI- NEKA-studie 21,22 In de NEKA- en MULTINEKA-studie werd bij 31 patiënten gekeken naar de effectiviteit en veiligheid van NNRTI-sparende cart, LPV/r + NVP tweemaal daags 200 mg versus standaard-cart, LPV/r + 2NRTI s gedurende 48 weken. Deelnemers: minimaal negen maanden op cart met twee keer ondetecteerbare viral load in afgelopen zes maanden en geen NNRTI-resistentiemutaties. Bij inclusie: switch naar NNRTI-sparende cart of doorgaan met standaard-cart. Alle patiënten in beide onderzoeksgroepen bleven een ondetecteerbare viral load houden. In de NNRTI-sparende NVP-groep: verbetering van HDL-cholesterol na 24 weken (significant) en na 48 weken, en een significante verbetering van LDL/HDL-cholesterolratio na 48 weken significant minder mitochondriale toxiciteit door verbetering van inhibitor-experienced patients with HIV-associated lipodystrophy. 1-year prospective follow-up of a multicenter, randomized, controlled study. J Acquir Immune Defic Syndr 2001;27: Negredo E, Ribalta J, Paredes R, et al. Reversal of atherogenic lipoprotein profile in HIV-1-infected patients with lipodystrophy after replacing protease inhibitors by nevirapine. AIDS 2002;16: Dieleman JP, Sturkenboom MC, Wit FW, et al. Low risk of treatment failure after substitution of nevirapine for protease inhibitors among HIV-infected patients with virus suppression. J Infect Dis 2002;185: Ena J, Leach A, Nguyen P. Switching from suppressive protease inhibitor-based regimens to nevirapine-based regimens: a meta-analysis of randomized controlled trials. HIV Med 2008;9: [www.eacs.eu]. 14. Thompson MA, Aberg J, Hoy JF, et al. Antiretroviral treatment of adult HIV infection Recommendations of the International Antiviral Society-USA Panel. JAMA 2012;308: Gathe J, Bogner J, Santiago S, et al. Comparison of 48 week efficacy and safety of 400 mg QD nevirapine extended release formulation (Viramune XR) versus 200 mg BID nevirapine immediate release formulation (Viramune IR) in combination with Truvada in antiretroviral (ARV) naïve HIV-1 infected patients (VERxVE). World AIDS Conference 2010, abstract THLBB Landay AL, Spritzler J, Kessler H, et al. Immune reconstitution is comparable in antiretroviral-naive subjects after 1 year of successful therapy with a nucleoside reverse-transcriptase inhibitor- or protease inhibitor-containing antiretroviral regimen. J Infect Dis 2003;188: French M, Armin J, Roth N, et al. Randomized, open-label, comparative trial to evaluate the efficacy mitochondriale parameters met significante toename van mtdna met 40% bij de deelnemers werd een positieve correlatie gevonden tussen vermindering van mitochondriale toxiciteit en een afname van de lipoatrofie and safety of three antiretroviral drug combinations including two nucleoside analogues and nevirapine for previously untreated HIV-1 infection. HIV Clin Trials 2002;3: White AJ. Mitochondrial toxicity and HIV therapy. Sex Transm Inf 2000;77: Lactic Acidosis International Study Group. Risk factors for lactic acidosis and severe hyperlactaimia in HIV-1 infected adults exposed to antiretroviral therapy. AIDS 2007;21: Van Vonderen MG, Van Agtmael MA, Hassink EA, et al. Zidovudine/lamivudine for HIV-1 infection contributes to limb fat loss. PLoS One 2009;4:e Negredo E, Moltó J, Burger D, et al. Lopinavir/ritonavir plus nevirapine as a nucleoside-sparing approach in antiretroviral-experienced patients (NEKA study). J Acquir Immune Defic Syndr 2005;38: Negredo E, Miró O, Rodríguez-Santiago B, et al. Improvement of mitochondrial toxicity in patients receiving a nucleoside reverse-transcriptase inhibitor-sparing strategy: results from the multicenter study with nevirapine and kaletra (MULTINEKA). Clin Infect Dis 2009;49: Twintig jaar klinisch onderzoek met Viramune 15

10 2 Viramune: wanneer niet, wanneer wel? - Vrouwen met een CD4-aantal 250 cellen/mm 3 en mannen met een CD4- aantal 400 cellen/mm 3 en een detecteerbare viral load (> 50 kopieën/ml) hebben een verhoogde kans op hepatotoxiciteit en mogen alleen starten met nevirapine als de voordelen opwegen tegen het mogelijke risico. - Nevirapine mag niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) of uitgangswaarden van ASAT of ALAT hoger dan vijfmaal de bovengrens van de normaalwaarden. - Nevirapine mag niet opnieuw worden gebruikt bij patiënten bij wie de waarden van ASAT of ALAT hoger waren dan vijfmaal de bovengrens van de normaalwaarde tijdens voorgaande nevirapine-behandeling, en waarbij opnieuw leverfunctieafwijkingen optraden kort na herhaalde toediening van nevirapine. - Nevirapine is antiviraal niet effectief bij aanwezigheid van één of meer NNRTI-resistentiemutaties. Nevirapine, wanneer niet? Ter voorkoming van nevirapine-gerelateerde hepatotoxiciteit (verhoogde leverenzymen) kan nevirapine beter niet worden gestart bij: 1,2 vrouwen met een CD4-aantal 250 cellen/mm 3 mannen met een CD4-aantal 400 cellen/mm 3 Deze CD4-richtlijn geldt niet voor voorbehandelde patiënten met een ondetecteerbare viral load (< 50 kopieën/ml), omdat deze patiënten geen verhoogde kans hebben op hepatotoxiciteit. 17

11 Nevirapine mag niet worden gebruikt bij patiënten met: 3 Tabel 2.1 Factoren van invloed op Voorkeur Vermijden ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) de keuze van de cart (naast 3TC of FTC) NB: bij milde tot matig-ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh A en B) kan nevirapine zonder dosisaanpassing worden gegeven uitgangswaarden van ASAT of ALAT hoger dan 5 x normaalwaarde (ULN) uitgangswaarden van ASAT of ALAT hoger dan 5 x ULN zijn een risicofactor voor het ontwikkelen van hepatotoxiciteit na starten van nevirapine Hoog cardiovasculair risico Diabetes mellitus Nierziekte Dialyse Viral load > kopieën/ml Osteoporose TDF EFV, NVP, ATV/r, SQV/r ABC EFV, NVP TDF EFV, NVP, rilpivirine 7 ABC EFV, NVP ABC LPV/r TDF Proteaseremmers ABC Proteaseremmers TDF Proteaseremmers Nevirapine mag niet opnieuw worden toegediend aan patiënten: 3 Kinderwens/zwangerschap TDF, AZT, NVP, LPV/r, SQV/r ABC, ddl, EFV bij wie de waarden van ASAT of ALAT hoger waren dan 5 x ULN Twijfel over therapietrouw LPV/r, ATV/r NNRTI tijdens voorgaande nevirapine-behandeling, en waarbij opnieuw leverfunctieafwijkingen optraden kort na herhaalde toediening Neurocognitieve stoornissen Aids-dementie ABC, ZDV NVP, LPV/r Ddl SQV bij wie de behandeling definitief moest worden gestaakt vanwege Individualisering cart. 6 ernstige rash, rash gepaard gaande met constitutionele symptomen, overgevoeligheidsreacties of klinische hepatitis door nevirapinegebruik Referenties 1. Baylor MS, Johann-Liang R. Hepatotoxicity associated with nevirapine use. J Acquir Immune Defic Syndr 2004;35: Nevirapine kan beter niet worden gebruikt bij twijfel over therapietrouw Bij onvoldoende therapietrouw kan snel resistentie ontstaan (zie hoofdstuk 6). 2. Kesselring AM, Wit FW, Sabin CA, et al. Nevirapine toxicity multicohort collaboration risk factors for treatment-limiting toxicities in patients starting nevirapine-containing antiretroviral therapy. AIDS 2009;23: Van Leth F, Phanuphak P, Ruxrungtham K, et al. Comparison of first line antiretroviral therapy with regimens containing either nevirapine alone, efavirenz alone or both drugs combined, together with Nevirapine, wanneer wel? Nevirapine is een geschikt alternatief bij: een viral load > kopieën/ml 3,4 een CD4-aantal < 200 cellen/mm 3 of aids 5 verhoogd cardiovasculair risico (zie hoofdstuk 7) hyperlipidemie (verhoogd totaalcholesterol, LDL-cholestrol, triglyceriden) (zie hoofdstuk 7) stavudine and lamivudine. Lancet 2004;363: Floridia M, Bucciardini R, Ricciardulli D, et al. A randomized, double-blind trial on the use of a triple combination including nevirapine, a nonnucleoside reverse transcriptase HIV inhibitor, in antiretroviralnaïve patients with advanced disease. J Acquir Immune Defic Syndr 1999;20: World Health Organization. Antiretroviral therapy for HIV infection in adults and adolescents: recommendations for a public health approach revision. Te raadplegen via [http://whqlibdoc.who.int/ publications/2010/ _eng.pdf]. 6. Schreij, G. Met welke combinatie antiretrovirale therapie starten bij hiv-1-patiënten. Ned Tijdschr lipodystrofie, als alternatief voor proteaseremmers (zie hoofdstuk 7) Infectieziekten 2010; 5: patiënten waarbij goede liquorpenetratie vereist is (bijv. neurocognitieve stoornissen en aids-dementie) (zie hoofdstuk 9) osteoporose (zie hoofdstuk 8) rash ten gevolge van efavirenz-gebruik en vice versa 5 nierziekte/dialyse (zie hoofdstuk 4) In tabel 2.1 staan de factoren aangegeven die bij individualisering van cart van belang zijn. 18 Viramune: wanneer niet, wanneer wel? 19

12 3 Interacties met antiretrovirale en andere geneesmiddelen - Houd altijd rekening met een interactie tussen nevirapine en andere geneesmiddelen. - Controleer of er een interactie bestaat, bijvoorbeeld op of of raadpleeg D. Burger, Interacties met antiretrovirale middelen. 1 - Nevirapine induceert CYP3A en mogelijk CYP2B6. De plasmaspiegels van middelen, die door CYP3A en/of CYP2B6 worden gemetaboliseerd, kunnen worden verlaagd als ze samen met nevirapine worden gebruikt. - Nevirapine-absorptie wordt niet beïnvloed door voedsel, antacida, H2- receptorantagonisten en protonpompremmers. - Nevirapine kan zonder problemen worden gecombineerd met alle NRTI s, darunavir/r, saquinavir/r, tipranavir/r, enfuvirtide en maraviroc. - Bij een combinatie met lopinavir/r en fosamprenavir/r wordt aanbevolen de dosis proteaseremmer/ritonavir te verhogen (maar niet die van nevirapine). - Nevirapine niet combineren met andere NNRTI s of met atazanavir/r. Algemeen 2 Nevirapine induceert CYP3A en mogelijk CYP2B6 (enzymen van het cytochroom P450-systeem). De maximale inductie wordt bereikt twee tot vier weken na aanvang van de therapie. De plasmaspiegels van middelen die door CYP3A en/of CYP2B6 worden gemetaboliseerd kunnen door nevirapine worden verlaagd. De therapeutische effectiviteit van door CYP3A en/of CYP2B6 gemetaboliseerde geneesmiddelen dient nauwkeurig te worden bewaakt wanneer deze samen met nevirapine worden gegeven. Nevirapine-absorptie wordt niet beïnvloed door voedsel, antacida, H2- receptorantagonisten, protonpompremmers of geneesmiddelen die een alkalische buffer bevatten. 21

13 Interacties van antiretrovirale geneesmiddelen en nevirapine Nevirapine in combinatie Effect Dosisaanpassing met 3 nevirapine? NRTI s Alle NRTI s Geen significante veranderingen AUC, C max, C min nevirapine-plasmaspiegel verandert niet NNRTI s Efavirenz Leidt tot extra toxiciteit en leidt niet tot verbetering van de effectiviteit Proteaseremmers Etravirine Rilpivirine Atazanavir/r eenmaal daags 300/100 mg of eenmaal daags 400/100 mg - Geen gegevens, combinatie met nevirapine wordt ontraden vanuit virologisch standpunt - Etravirine wordt gemetaboliseerd via CYP3A en CYP2C (drug-drug-interactie waarschijnlijk) - Geen gegevens, combinatie met nevirapine wordt ontraden, verlaging rilpivirine-spiegel - Rilpivirine wordt gemetaboliseerd via CYP3A (drug-drug-interactie waarschijnlijk) Nee Niet combineren Niet combineren Niet combineren - Significante verlaging atazanavir AUC, C max, C min Niet combineren - Significante verhoging nevirapine AUC, C max, C min Interacties met andere geneesmiddelen Antibiotica - claritromycine en rifampicine: niet combineren met nevirapine - rifabutin kan met nevirapine worden gecombineerd (geen significante interacties) Antischimmelmiddelen - fluconazol: geen dosisaanpassing fluconazol, significante stijging (~100%) nevirapine-spiegel. TDM wordt aangeraden - itraconazol: significante daling itraconazol (overweeg dosisaanpassing), geen significante stijging met nevirapine-spiegel - ketoconazol: niet combineren met nevirapine - voriconazol: niet combineren met nevirapine Statines: houd rekening met een verminderde werking van de statines Orale anticonceptiva: houd rekening met een verminderde werking van orale anticonceptiva, aanvullende anticonceptie is vereist Sint Janskruid: niet combineren met nevirapine Darunavir/r tweemaal daags 400/100 mg Fosamprenavir en amprenavir (niet geboost met ritonavir) - Significante verhoging darunavir C max - Significante verhoging nevirapine AUC, C max, C min Nee - Significante verlaging amprenavir AUC, C max, C min Niet combineren - Significante verhoging nevirapine AUC, C max, C min Methadon: nevirapine verlaagt de methadonspiegel; dosisaanpassing kan nodig zijn Coumarines: nauwkeurige controle van de stollingsparameters is vereist Fosamprenavir/r tweemaal daags 700/100 mg Lopinavir/r tweemaal daags 400/100 mg Lopinavir/r-drank tweemaal daags 300/75 mg/m 2 - Significante verlaging amprenavir C min, verhoging dosis fosamprenavir/r gewenst - Lichte significante verhoging nevirapine AUC, C max, C min - Significante verlaging lopinavir AUC, C max, C min, verhoging dosis lopinavir/r gewenst - TDM wordt aangeraden Nee Nee Referenties 1. Burger D. Interacties met antiretrovirale middelen, (verkrijgbaar bij Boehringer Ingelheim). 2. [www.knmp.nl]. Tabel: Klinisch relevante interacties met anti-hiv-middelen. 3. Dickinson L, Khoo S, Back D. Pharmacokinetics and drug-drug interactions of antiretrovirals: an update. Antiviral Res 2010;85: Saquinavir/r tweemaal daags 1000/100 mg Waarschijnlijk geen klinisch relevante interactie tussen saquinavir/r en nevirapine Nee Tipranavir/r tweemaal daags 500/200 mg Klinisch niet-significante afname van 20% van tipranavir C min Nee Entreeremmers Enfuvirtide Geen klinisch significante farmacokinetische interactie Nee Maraviroc eenmaal daags 300 mg - Geen significante verandering AUC, C max, C min - Waarschijnlijk geen effect op nevirapine-spiegel Nee Integraseremmers Raltegravir tweemaal daags 400 mg - Geen klinische gegevens beschikbaar - Waarschijnlijk geen interactie Nee Elvitegravir Doluvitegravir Geen klinische gegevens beschikbaar Nee AUC=area under the curve, C max =piekspiegel, C min =dalspiegel. 22 Interacties met antiretrovirale en andere geneesmiddelen 23

14 4 Farmacokinetiek en Therapeutic Drug Monitoring (TDM) - Nevirapine heeft een lange eliminatiehalfwaardetijd en wordt voornamelijk door het CYP3A-systeem gemetaboliseerd. Omdat bij nevirapine autoinductie optreedt, moet worden gestart met een lead-in -dosering van 200 mg per dag gedurende 14 dagen. - Eten en drinken heeft geen noemenswaardige invloed op de absorptie van nevirapine. - Bij nierinsufficiëntie, peritoneaaldialyse (CAPD) en hemodialyse is geen dosisaanpassing nodig. - Nevirapine is gecontra-indiceerd bij ernstige leverfunctiestoornis, Child- Pugh B en C of uitgangswaarden van ALAT/ASAT 5 x ULN. - De therapeutische range van nevirapine ligt tussen 3,0-8,0 mg/l. Bij een nevirapine-spiegel > 3,0 mg/l is de kans op virologisch falen minimaal en bij een spiegel > 6,0 mg/l zijn er aanwijzingen dat de kans op hepatotoxiciteit toeneemt. Therapeutic Drug Monitoring (TDM) De richtlijn van de Nederlandse Vereniging van hiv-behandelaren (NVHB) stelt dat TDM niet is geïndiceerd als routine-monitoring bij alle patiënten. Zij onderschrijft echter dat in bepaalde situaties kennis van de spiegels van belang is voor een goede behandeling. 1 Dit geldt bijvoorbeeld voor: geneesmiddel-geneesmiddel of geneesmiddel-voedsel-interacties veranderende pathofysiologie, bijvoorbeeld nier- of leverfunctiestoornis, diarree, wasting zwangerschap voorbehandelde patiënten met verminderd gevoelig virus, waar hogere spiegels noodzakelijk kunnen zijn ongebruikelijke doseringschema s, zoals eenmaal daags doseren terwijl het middel daarvoor niet is geregistreerd, onbekende ART-combinaties, enzovoort 25

15 Gegevens over TDM van nevirapine 2 bijwerkingen (verdenking van) virologisch falen Deze indicaties gelden met name voor de NNRTI s en de proteaseremmers, omdat voor deze middelen spiegeleffectrelaties bekend zijn. Algemeen Gezien de lange halfwaardetijd is het tijdstip van afname na inname van nevirapine niet relevant voor de bepaling van de dalspiegel; 3 Hogere spiegels komen vaker voor bij vrouwen en/of patiënten met een laag lichaamsgewicht. Relatie tussen plasmaspiegel en antiviraal effect Een spiegel < 3,0 mg/l zegt weinig over de kans op virologisch falen. Bij spiegels > 3,0 mg/l is de kans op virologisch falen minimaal. Relatie tussen plasmaspiegel en toxiciteit Er zijn aanwijzingen dat de kans op hepatotoxiciteit toeneemt bij een spiegel > 6,0 mg/l. Er zijn aanwijzingen dat eenmaal daagse dosering van de onvertraagde vorm meer kans geeft op hepatotoxiciteit dan tweemaal daagse dosering. Er zijn aanwijzingen dat de verlengde afgiftevorm van nevirapine (Viramune MVA) minder kans geeft op hepatotoxiciteit dan tweemaal daags de onvertraagde vorm. 4 Hepatitis C leidt niet tot hogere nevirapine-spiegels, maar mogelijk is de kans op hepatotoxiciteit wel toegenomen bij hepatitis C-co-infectie. 5 In de 2NN-studie werd geen relatie gevonden tussen de spiegels en de kans op het optreden van rash, maar in een Nederlandse retrospectieve studie werd die relatie wel gevonden. 6,7 Patiënten met een nevirapineplasmaspiegel hoger dan 5,3 mg/l gedurende de eerste 90 dagen van behandeling hadden in deze studie een hogere kans op rash. 7 Farmacologische gegevens van nevirapine Farmacologische gegevens 8 Lead-in -periode (i.v.m. auto-inductie) Therapeutische range 9 Invloed maaltijd op absorptie Gebruik tijdens zwangerschap Gebruik tijdens lactatie (niet aanbevolen) Nierinsufficiëntie, chronische ambulatoire peritoneaaldialyse (CAPD) en hemodialyse - Leverinsufficiëntie/chronische hepatitis - Contra-indicatie Eenmaal daags 200 mg gedurende 14 dagen, daarna 400 mg per dag. Start opnieuw met 200 mg/dag als nevirapine langer dan zeven dagen is gestopt 3,0-8,0 mg/l, 0-12 uur na inname Geen - B1 in Nederland, C in Verenigde Staten (FDA) - Gaat over in de moedermelk Geen dosisaanpassing - Geen dosisaanpassing - Bij ernstige leverfunctiestoornis, Child-Pugh B en C of uitgangswaarde van ALAT/ASAT 5 x ULN Concentratie in cerebrospinale vloeistof 45% plasmaspiegel, CPE=4* 9 T max T½ volwassenen T½ volwassenen bij chronisch gebruik T½ kinderen 2 maanden-2 jaar, chronisch gebruik T½ kinderen 2 maanden-4 jaar, chronisch gebruik T½ kinderen 4-8 jaar, chronisch gebruik T½ kinderen > 8 jaar, chronisch gebruik Biologische beschikbaarheid > 90% Metabolisme Eliminatie ~ 4 uur ~ 45 uur na eenmalige toediening ~ uur na enkele weken door auto-inductie ~ 32 uur ~ 21 uur ~ 18 uur ~ 28 uur Via lever, vooral via CYP3A-iso-enzymen Via nieren: 80% als metaboliet, 5% onveranderd Via lever: 10% als metaboliet *CPE=4 Cerebral Penetration Effectiveness -score, schaal 1 t/m 4, oplopende schaal, waarbij 1=geen penetratie in cerebrum en 4=goede penetratie in cerebrum, T½=halfwaardetijd. Referenties 1. [www.nvhb.org/richtlijnhiv_spiegelbepaling]. 2. Letendre S, FitzSimons C, Ellis R et al. Correlates of CSF viral loads in 1221 volunteers of the CHAR- TER cohort. 17th Conference on Retroviruses and Opportunistic Infections, 2011, oral presentation (Paper # 172). 3. Veldkamp AI, Van Heeswijk RP, Mulder JW, et al. Limited sampling strategies for the estimation of the systemic exposure to the HIV-1 non-nucleoside reverse transcriptase inhibitor nevirapine. Ther Drug Monit 2001;23: Gathe J, Andrade-Villanueva J, Santiago S, et al. Efficacy and safety of nevirapine extended-release once-daily versus nevirapine immediate-release twice-daily in treatment-naïve HIV-1-infected patients. Antiviral Therapy 2011;16: Nunez M, Gonzalez-Requena D, Gonzalez-Lahoz J, et al. Interactions between nevirapine plasma levels, chronic hepatitis C, and the development of liver toxicity in HIV-infected patients. AIDS Res Hum Retroviruses 2003;19: Kappelhoff BS, Van Leth F, Robinson PA, et al. Are adverse events of nevirapine and efavirenz related to plasma concentrations? Antivir Ther 2005;10: De Maat MM, Ter Heine R, Mulder JW, et al. Incidence and risk factors of nevirapine-associated rash. PhD thesis Ch ISBN Farmacotherapeutisch Kompas. [www.fk.cvz.nl]. 9. TDM-nevirapine. [www.tdm-protocollen.nl]. 26 Farmacokinetiek en Therapeutic Drug Monitoring (TDM) 27

16 5 Bijwerkingen van Viramune - Huiduitslag en hepatotoxiciteit zijn de belangrijkste bijwerkingen van nevirapine. Beide kunnen acuut en levensbedreigend zijn. Daarom dienen enkele voorzorgsmaatregelen in acht te worden genomen. Ook de patiënt dient hierover te worden geïnformeerd. - Naast huiduitslag en levertoxiciteit zijn alleen aspecifieke klachten gemeld, zoals misselijkheid, braken, diarree, vermoeidheid, koorts en hoofd- en spierpijn. - Langetermijnbijwerkingen van nevirapine zijn tot op heden niet beschreven. 5.1 Viramune en hepatotoxiciteit - Vrouwen met een CD4-aantal 250 cellen/mm 3 en mannen met een CD4- aantal 400 cellen/mm 3 en een detecteerbare viral load (> 50 kopieën/ml) hebben een verhoogde kans op hepatotoxiciteit (verhoogde leverenzymen) en mogen alleen starten met nevirapine als de voordelen opwegen tegen het mogelijke risico. - Nevirapine mag niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) of uitgangswaarden van ASAT of ALAT hoger dan 5 x ULN. - Nevirapine mag niet opnieuw worden gebruikt bij patiënten bij wie de waarden van ASAT of ALAT hoger waren dan vijfmaal de bovengrens van de normaalwaarde tijdens voorgaande nevirapine-behandeling, en waarbij opnieuw leverfunctieafwijkingen optraden kort na herhaalde toediening van nevirapine. - Het grootste risico op leveraandoeningen en huidreacties bestaat gedurende de eerste zes weken van de therapie. Desondanks blijft het risico op leveraandoeningen ook na deze periode bestaan en regelmatige controles moeten blijven plaatsvinden. - De leverfunctie nauwkeurig controleren voor de start van de behandeling en elke twee weken gedurende de eerste twee maanden; daarna in de derde maand eenmaal en vervolgens eenmaal per drie tot zes maanden de ALATen ASAT-waarden controleren. 29

17 Figuur 5.1 Figuur 5.2 Percentage patiënten met vroege symptomatische hepatotoxiciteit < 150 cellen/mm cellen/mm cellen/mm cellen/mm 3 > 500 cellen/mm 3 Afkappunten CD4-aantal Vrouwen Mannen Kans op vroege symptomatische hepatotoxiciteit (< 6 weken na starten) in relatie met CD4-aantal bij naïeve patiënten die starten met nevirapine in het Viramune Hepatic Safety Project. 1,2 Viramune (n=610) Controle (n=784) De CD4-grenswaarden voor start met nevirapine Voor vrouwen < 250 cellen/mm 3 Voor mannen < 400 cellen/mm 3 Risicofactoren en incidentie van hepatotoxiciteit Viramune Hepatic Safety Project 1,2 Bij 1731 met nevirapine behandelde naïeve patiënten uit verschillende studies werd gekeken naar de determinanten van bijwerkingen van nevirapine. Bij 285 (11%) van de patiënten was sprake van a- en symptomatisch verhoogde leverenzymen gedurende nevirapine-behandeling. graad 3 en 4 leverenzymverhogingen (ASAT/ALAT > 5 x normaalwaarde) kwamen vaker voor bij de met nevirapine behandelde patiënten (5,9%) dan in de controlegroep die op andere cart was ingesteld (2,9%) vrouwen die startten met nevirapine bij een CD4-aantal 250 cellen/mm 3 hadden 9,8 keer meer kans op symptomatisch verhoogde leverenzymen dan vrouwen met een CD4-aantal lager dan 250 cellen/ mm 3 (zie figuur 5.1) bij mannen ligt dit omslagpunt bij 400 cellen/mm 3 : mannen hebben bij een CD4-aantal 400 cellen/mm 3 een 6,4 keer hogere kans op verhoogde leverenzymen (zie figuur 5.1) Meta-analyse van verschillende cohorten en SHM-cohort 3,4 Naïeve patiënten met een hoog CD4-aantal en voorbehandelde patiënten met een detecteerbare viral load hebben een significant grotere kans op het ontwikkelen van een hypersensitiviteitsreactie (HSR) en/of hepatotoxiciteit in de eerste 18 weken van de behandeling. Voorbehandelde patiënten met een hoog CD4-aantal en een ondetecteerbare viral load hebben geen verhoogde kans op hepatotoxiciteit op het moment dat ze switchen naar nevirapine. Het ontstaan van hepatotoxiciteit lijkt afhankelijk te zijn van de hoogte Cumulatieve kans op symptomatische leveraandoening in percentage Duur behandeling in maanden Tijdsduur tot het ontstaan van hepatotoxiciteit van de nevirapine-plasmaspiegel. 5 Patiënten met hepatitis B- en hepatitis C-co-infectie hebben een grotere kans op hepatotoxiciteit. 5 Analyse SHM-cohort 3,6 De hoogste kans op hepatotoxiciteit treedt op in de eerste zes weken na start van cart. Na ongeveer 18 weken is de kans op het ontstaan van hepatotoxiciteit, bij patiënten die nevirapine gebruiken, gelijk aan de controlegroep (zie figuur 5.2). Cumulatieve kans op symptomatische leveraandoening (hepatotoxiciteit) bij 610 patiënten die starten met een nevirapine-bevattende cart en 784 patiënten die starten met een andere cart (data on file Boehringer Ingelheim Hepatitis Safety Project). 30 Bijwerkingen van Viramune 31

18 Figuur 5.3 Adviezen van Boeringer Ingelheim bij een patiënt met leverenzymverhogingen die met nevirapine wordt behandeld. Evalueer de patiënt regelmatig, zowel klinisch als op ALAT/ASAT-waarden Rol van de CD4-grenswaarden bij switchen naar nevirapine bij voorbehandelde patiënten met inmiddels gestegen CD4- waarden Alle voorbehandelde patiënten met een ondetecteerbare viral load kunnen switchen naar een nevirapine-bevattend regime, ongeacht hun aantal CD4- cellen. Daarentegen hebben voorbehandelde patiënten met een detecteerbare viral load en een hoog CD4-aantal een verhoogde kans op een hypersensitiviteitsreactie of hepatotoxiciteit. Voor deze laatste groep gelden de CD4-grenswaarden zoals hiervoor besproken. Geen symptomen en ALAT/ASAT< 5 x ULN Geen symptomen en ALAT/ASAT > 5 x ULN Onderbreek therapie Symptomen van hepatitis of indien ALAT/ ASAT > 5 x ULN met rash of constitutionele symptomen Eind vorige/begin deze eeuw zijn er veel studies gedaan waarbij stabiel ingestelde patiënten met een meestal ondecteerbare viral load zijn overgezet op een nevirapine-bevattende cart. In een aantal van deze onderzoeken is achteraf gekeken naar de relatie tussen het aantal CD4- cellen op het moment van switchen en de kans op het krijgen van een hypersensibiliteitsreactie (HSR) en/of hepatotoxiciteit. Doorgaan met Viramune Indien ALAT/ASAT 2,5-5 x ULN: frequente controle van kliniek en leverenzymen handhaven Indien ALAT/ASAT terugkeren naar de normaalwaarden is het mogelijk Viramune te herintroduceren met frequente controle. Dit dient per geval te worden beoordeeld. Indien ALAT/ASAT weer > 5 x ULN Viramune definitief staken Stroomdiagram met adviezen hoe te handelen bij een patiënt met verhoogde transaminasen (ALAT en ASAT) (IB-1 tekst Viramune). Spaanse Viramune switch-studies 7 Lazarri et al. keken in een meta-analyse van vier onderzoeken naar de relatie tussen het aantal CD4-cellen op het moment van switchen en de kans op hepatotoxiciteit/hypersensitiviteitsreacties. Uit analyse van 410 voorbehandelde patiënten met een ondetecteerbare viral load die werden ingesteld op nevirapine bleek het volgende: de kans op hepatotoxiciteit binnen de eerste drie maanden na start van nevirapine bleek respectievelijk 2% en 4% te zijn bij de patiënten met een laag en hoog CD4-aantal (NS) over de totale studieduur van meer dan 3 jaar was het percentage patiënten dat hepatotoxiciteit kreeg of overleed evenwel niet verschillend (16,4% in de laag-cd4-groep tegen 10,2% in de hoog-cd4-groep (NS) de auteurs concluderen dat patiënten met een ondetecteerbare viral load geen verhoogd risico hebben op een hypersensitiviteitsreactie of hepatoxiciteit bij stratificatie naar geslacht of CD4-aantal EuroSIDA-cohort 8 Bij naïeve en voorbehandelde patiënten, ingesteld op nevirapine, werd gekeken naar het percentage patiënten dat nevirapine staakte. De reden voor het stoppen van de nevirapine was toxiciteit, of op verzoek van patiënt of arts. In de analyse werden patiënten ingedeeld op basis van hoog en laag CD4-aantal bij het begin van nevirapine-therapie (zie figuur 5.4). Bij naïeve patiënten is de kans op staken van de behandeling bij hoge CD4-aantallen aanzienlijk groter dan bij lage CD4-aantallen. Bij voorbehandelde patiënten was er geen verschil in de kans op staken van de nevirapine-behandeling tussen patiënten met een lage of een hoge viral load. 32 Bijwerkingen van Viramune 33

19 Figuur 5.4 Laag CD4-aantal, cart-naïef SHM-cohort 9 Hoog CD4-aantal, cart-naïef In de periode stopten 231 (6,2%) van de 3752 patiënten nevi- Laag CD4-aantal, cart-voorbehandeld rapine vanwege HSR/hepatotoxiciteit. Hoog CD4-aantal, cart-voorbehandeld De kans op HSR/hepatotoxiciteit was ongeveer de helft kleiner bij star- Percentage patiënten dat met nevirapine stopt Maanden sinds start nevirapine Kaplan-meier-plot: percentage patiënten dat nevirapine stopt vanwege bijwerkingen, of op eigen verzoek of door de arts, in relatie tot het aantal CD4-cellen. 8 ten van nevirapine bij een ondetecteerbare viral load. De kans op HSR/hepatotoxiciteit was niet verhoogd bij patiënten die starten met nevirapine bij een hoog CD4-aantal en een ondetecteerbare viral load. Patiënten die, op het moment van switchen naar nevirapine, een detecteerbare viral load en een hoog CD4-aantal hadden, hadden bijna twee keer zo veel kans op het krijgen van een HSR/hepatotoxiciteit. Naast een hoog CD4-aantal zijn vrouwelijk geslacht en Aziatische etniciteit risicofactoren voor het krijgen van HSR/hepatotoxiciteit. Meta-analyse van verschillende cohorten 10 Kesselring et al. maakten een meta-analyse van de gegevens van 6547 personen (28% naïeve patiënten en 27% vrouwen) die met nevirapine starten. Zij keken naar 1535 patiënten (23%) die stopten met nevirapine: 22% vanwege rash, gemiddeld na 30 dagen, en 8% vanwege hepatotoxiciteit, gemiddeld na 162 dagen (zie figuur 5.5). Naïeve patiënten met een hoog CD4-aantal en voorbehandelde patiënten met een detecteerbare viral load hebben een significant grotere Figuur 5.5 Hypersensitiviteitsreactie kans op het ontwikkelen van HSR/hepatotoxiciteit in de eerste 18 Stoppen nevirapine vanwege toxiciteitsreactie binnen 18 weken na start weken van behandeling. Stoppen nevirapine vanwege toxiciteitsreactie Voorbehandelde patiënten met een hoog CD4-aantal en een ondetecteerbare viral load hebben geen verhoogde kans op HSR/hepatotoxici- 2 teit. 1,5 1 Hazardratio 0,5 0 Naïef Laag CD4 Detecteerbare VL Naïef Hoog CD4 Detecteerbare VL Voorbehandeld Laag CD4 Detecteerbare VL Voorbehandeld Laag CD4 Ondetecteerbare VL Voorbehandeld Hoog CD4 Detecteerbare VL Voorbehandeld Hoog CD4 Ondetecteerbare VL Kans op het krijgen van toxiciteit en hypersensitiviteitsreactie bij therapienaïeve en voorbehandelde patiënten die gestratificeerd zijn naar hun CD4-aantal Bijwerkingen van Viramune 35

20 5.2 Viramune en rash - Rash ten gevolge van gebruik van nevirapine kan ernstig en levensbedreigend verlopen en gepaard gaan met constitutionele symptomen. Rash treedt hoofdzakelijk op gedurende de eerste zes weken van de therapie met nevirapine. - Gevallen van stevens-johnson-syndroom en toxische epidermale necrolyse ten gevolge van nevirapine-gebruik zijn beschreven. - Als patiënten een vermoedelijk nevirapine-geassocieerde rash vertonen, dienen leverfuncties te worden bepaald. Patiënten met gemiddelde tot ernstige verhoging (ASAT of ALAT groter dan 5 x ULN) dienen definitief te stoppen met nevirapine. - Patiënten dienen gedurende de eerste 18 weken van de nevirapinebehandeling intensief te worden gecontroleerd. Dit geldt ook als zich een Aan nevirapine gerelateerde rash Aan nevirapine gerelateerde rash is een geneesmiddelenovergevoeligheidshuidreactie die ernstig en levensbedreigend kan zijn. Rash kan gepaard gaan met constitutionele symptomen zoals koorts, algehele malaise, blaarvorming, orale laesies, conjunctivitis, oedeem in het gezicht, spier- of gewrichtspijn, lymfadenopathie met viscerale betrokkenheid, zoals hepatitis, eosinofilie, granulocytopenie en renale disfunctie. Gevallen van stevens-johnson-syndroom en toxische epidermale necrolyse ten gevolge van nevirapine-gebruik zijn beschreven. Aan nevirapine gerelateerde rash treedt hoofdzakelijk gedurende de eerste zes weken van de therapie met nevirapine op. Patiënten dienen gedurende de eerste 18 weken van de nevirapinebehandeling intensief te worden gecontroleerd. Dit geldt ook als zich een geïsoleerde rash voordoet. geïsoleerde rash voordoet. - Als een overgevoeligheidsreactie optreedt, gekarakteriseerd door rash met constitutionele symptomen, moet nevirapine definitief worden gestaakt en niet opnieuw worden gestart. Incidentie van rash, ernstige rash en stevens-johnson-syndroom Incidentie van aan nevirapine gerelateerde rash is ongeveer 9%. Incidentie van ernstige of levensbedreigende rash is 1,7%. Incidentie van het stevens-johnson-syndroom is naar schatting < 0,3%. - Risicofactoren voor het ontwikkelen van rash zijn vrouwelijk geslacht en Figuur 5.6 Cumulatieve kans op het optreden van rash (%) mogelijk een hoge nevirapine-spiegel. - Prednison en antihistaminica kunnen het optreden van rash niet voorkomen Controle (n=203) Viramune (n=253) Duur behandeling (maanden) Cumulatieve kans op rash bij 254 patiënten die starten met een nevirapine-bevattende cart en 203 patiënten die starten met een andere cart (data on file Boehringer Ingelheim Hepatitis Safety Project). Risicofactoren voor het ontstaan van rash Tijdsduur tot het optreden van rash Richtlijnen voor de behandeling van rash ten gevolge van nevirapine-gebruik (zie figuur 5.7) Vrouwen hebben over het algemeen, ongeacht het gebruik van nevirapine, een groter risico op het ontwikkelen van rash dan mannen. Het ontstaan van rash lijkt afhankelijk te zijn van de hoogte van de nevirapine-plasmaspiegel. In een studie werd gevonden dat patiënten met een nevirapine-plasmaspiegel hoger dan 5,3 mg/l gedurende de eerste 90 dagen van behandeling een hoger risico hadden. 11 HLA-allel DRB101 is mogelijk geassocieerd met het ontstaan van huidreacties ten gevolge van nevirapine- en efavirenz-gerelateerde rash. 12 Analyse SHM-cohort 3,6,13 De hoogste kans op rash/hepatotoxiciteit treedt op in de eerste zes weken na start van cart. Na ongeveer 18 weken is de kans op het ontstaan van nieuwe gevallen van hepatotoxiciteit, bij patiënten die nevirapine gebruiken, gelijk aan de controlegroep (zie figuur 5.6). De aanbevolen startdosering van 200 mg eenmaal daags gedurende de eerste 14 dagen vermindert het risico op rash sterk en dient daarom strikt te worden gevolgd. Indien nevirapine langer dan zeven dagen niet is gebruikt, dient opnieuw te worden begonnen met de startdosering van 200 mg eenmaal daags gedurende de eerste 14 dagen. Bij patiënten die tijdens de gewenningsperiode rash ontwikkelen, dient de startdosering niet te worden verhoogd totdat de uitslag is verdwenen. 36 Bijwerkingen van Viramune 37

HIV, behandeling en rol van de apotheker

HIV, behandeling en rol van de apotheker HIV, behandeling en rol van de apotheker Utrechts Farmaca Overleg 5 april 2012 Quirine Fillekes Apotheker-onderzoeker UMC St Radboud Q.Fillekes@akf.umcn.nl Inhoud Bespreking geneesmiddelgroepen Nederlandse

Nadere informatie

Wij adviseren u dan ook om de indicatie HIV-1 patiënten die niet eerder behandeld zijn aan de vergoedingsstatus van darunavir toe te voegen.

Wij adviseren u dan ook om de indicatie HIV-1 patiënten die niet eerder behandeld zijn aan de vergoedingsstatus van darunavir toe te voegen. Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Postbus 20350 2500 EJ s-gravenhage Uw brief van Uw kenmerk Datum 12 maart 2009 Farmatec/FZ-2919252 12 mei 2009 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer

Nadere informatie

Informatieblad TDM-protocol nucleoside reverse transcriptase inhibitoren (NRTIs)

Informatieblad TDM-protocol nucleoside reverse transcriptase inhibitoren (NRTIs) 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect Alle nucleoside reverse zijn prodrugs. Deze middelen dienen intracellulair te worden gefosforyleerd tot achtereenvolgens een mono-, di- en trifosfaat.

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viramune 200 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een tablet bevat 200 mg nevirapine (watervrij). Hulpstof

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viramune 200 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een tablet bevat 200 mg nevirapine (watervrij). Hulpstof:

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol nevirapine

Informatieblad TDM protocol nevirapine 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect Havlir et al. hebben in een klein onderzoek van 7 patiënten die nevirapine (NVP) monotherapie kregen een relatie tussen spiegel en effect gevonden

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol etravirine

Informatieblad TDM protocol etravirine 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect Etravirine (TMC125) is een non-nucleoside RT remmer die nog werkzaam kan zijn als er door gebruik van nevirapine en/of efavirenz al enige mate

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol darunavir

Informatieblad TDM protocol darunavir 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect De EC 50 waarde voor in vitro activiteit van darunavir varieert van 1,2 tot 8,5 nm wat overeenkomt met 0,7 tot 5,0 ng/ml. In de aanwezigheid van

Nadere informatie

Behandeling. bij HIV-infectie. Wat staat u te wachten? Welke medicijnen krijgt u? Hoe houdt u zo lang mogelijk een goede conditie?

Behandeling. bij HIV-infectie. Wat staat u te wachten? Welke medicijnen krijgt u? Hoe houdt u zo lang mogelijk een goede conditie? Behandeling bij HIV-infectie Wat staat u te wachten? Welke medicijnen krijgt u? Hoe houdt u zo lang mogelijk een goede conditie? Colofon De inhoud van deze brochure is met de grootst mogelijke zorg samengesteld.

Nadere informatie

Servicepunt van de Hiv Vereniging Nederland Tel. 020-689 2577 Bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 14.00 en 22.00 uur

Servicepunt van de Hiv Vereniging Nederland Tel. 020-689 2577 Bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 14.00 en 22.00 uur Nuttige adressen: Servicepunt van de Hiv Vereniging Nederland Tel. 020-689 2577 Bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 14.00 en 22.00 uur Aids SOA infolijn Tel. 0900-204 2040 (10 eurocent per minuut)

Nadere informatie

Monitoringrapport 2012

Monitoringrapport 2012 Monitoringrapport 2012 Humaan 12 immuundeficiëntievirus 217 (HIV) infectie in 6Nederland Nederlandse samenvatting Monitoring van HIV in Nederland Elk jaar rond 1 december, Wereld AIDS dag, publiceert de

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/52577

Nadere informatie

Nieuwe inzichten in AIDS-behandeling

Nieuwe inzichten in AIDS-behandeling Nieuwe inzichten in AIDS-behandeling Selwyn Lowe MD, PhD internist-infectioloog Afd Medische Microbiologie Afd. Interne Geneeskunde Maastricht University Medical Center (MUMC) Nieuwe inzichten? What about

Nadere informatie

(BOEHRINGER INGELHEIM)

(BOEHRINGER INGELHEIM) Farmaceutisch bedrijf (BOEHRINGER INGELHEIM) 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viramune 400 mg tabletten met verlengde afgifte 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een tablet met verlengde afgifte

Nadere informatie

(BOEHRINGER INGELHEIM)

(BOEHRINGER INGELHEIM) Farmaceutisch bedrijf (BOEHRINGER INGELHEIM) 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viramune 100 mg tabletten met verlengde afgifte 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een tablet met verlengde afgifte

Nadere informatie

De meest gestelde vragen over: cholesterol

De meest gestelde vragen over: cholesterol De meest gestelde vragen over: cholesterol De meest gestelde vragen over: cholesterol Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Casus 1 Een 33-jarige man, homosexueel, bezoekt u omdat hij een HIVantistoffen test wenst. Zes jaar geleden (1999) heeft hij frequente sexuele

Casus 1 Een 33-jarige man, homosexueel, bezoekt u omdat hij een HIVantistoffen test wenst. Zes jaar geleden (1999) heeft hij frequente sexuele Een 33-jarige man, homosexueel, bezoekt u omdat hij een HIVantistoffen test wenst. Zes jaar geleden (1999) heeft hij frequente sexuele contacten in San Francisco, US, gehad. De test blijkt positief. Hij

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk Datum 5 december 2005 Farmatec/P februari 2006

Uw brief van Uw kenmerk Datum 5 december 2005 Farmatec/P februari 2006 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE Uw brief van Uw kenmerk Datum 5 december 2005 Farmatec/P 2642282 6 februari 2006 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/49830

Nadere informatie

(BOEHRINGER INGELHEIM)

(BOEHRINGER INGELHEIM) Farmaceutisch bedrijf (BOEHRINGER INGELHEIM) 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viramune 200 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een tablet bevat 200 mg nevirapine (watervrij). Hulpstof

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL CELSENTRI 150 mg filmomhulde tabletten. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat 150 mg

Nadere informatie

Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat).

Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat). 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL PREZISTA 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat).

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Atripla 600 mg/200 mg/245 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat

Nadere informatie

Medicijnen. bij HIV-infectie. Informatie voor HIV-positieven en hun begeleiders/ hulpverleners

Medicijnen. bij HIV-infectie. Informatie voor HIV-positieven en hun begeleiders/ hulpverleners Medicijnen bij HIV-infectie Informatie voor HIV-positieven en hun begeleiders/ hulpverleners Colofon De inhoud van deze brochure is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Aan eventuele fouten kunnen

Nadere informatie

Chemoprofylaxe voor HIV. Charles Boucher

Chemoprofylaxe voor HIV. Charles Boucher Chemoprofylaxe voor HIV Charles Boucher Elk jaar 2.5 millioen nieuwe infecties De epidemie is niet onder controle!!! Voor elke twee patienten die met therapie starten raken vijf nieuwe patienten besmet

Nadere informatie

Monitoringrapport 2011

Monitoringrapport 2011 4021 Monitoringrapport 2011 Human Immunodeficiency Virus (HIV) Infectie in Nederland Nederlandse samenvatting Monitoring van HIV in Nederland Elk jaar rondom 1 december, Wereld AIDS dag, publiceert de

Nadere informatie

HIV & hart- en vaatziekten

HIV & hart- en vaatziekten HIV & hart- en vaatziekten & Dr. Astrid ML Oude Lashof, internist-infectioloog Inhoud 1. Hiv-infectie opfrissen 2. Hiv behandeling 3. Hiv populatie in NL 4. Hiv dyslipidemie 5. Problemen hiv-behandeling

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Atripla 600 mg/200 mg/245 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Atripla 600 mg/200 mg/245 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat

Nadere informatie

Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat).

Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat). 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL PREZISTA 100 mg/ml suspensie voor oraal gebruik 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke ml suspensie voor oraal gebruik bevat 100 mg darunavir (als ethanolaat).

Nadere informatie

Dataverzameling en datakwaliteit. Karakteristieken van de geregistreerde populatie

Dataverzameling en datakwaliteit. Karakteristieken van de geregistreerde populatie Dataverzameling en datakwaliteit De controle op de verzameling en de kwaliteit van de gegevens is cruciaal voor de waarde van observationele gegevens die door de Stichting HIV Monitoring (SHM) verzameld

Nadere informatie

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE. Datum 26 juni 2017 Betreft Herbeoordeling dolutegravir (Tivicay )

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE. Datum 26 juni 2017 Betreft Herbeoordeling dolutegravir (Tivicay ) > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE instituut Nederland Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH Diemen www.zorginstituutnederland.nl

Nadere informatie

Het Multipele Sclerose Formularium een praktische leidraad

Het Multipele Sclerose Formularium een praktische leidraad Het Multipele Sclerose Formularium een praktische leidraad NB: Het voorschrijven van geneesmiddelen geschiedt onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de behandelend arts. Voor uitgebreidere informatie

Nadere informatie

VALDOXAN. (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Aanbevelingen met betrekking tot:

VALDOXAN. (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Aanbevelingen met betrekking tot: De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel Valdoxan 25 mg. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze

Nadere informatie

COMBINATIETHERAPIE TEGEN HIV

COMBINATIETHERAPIE TEGEN HIV COMBINATIETHERAPIE TEGEN HIV Patiënteninformatie Debbie van der Meijden Iman Padmos Tweede druk November 2007 Colofon Verantwoording Deze brochure is samengesteld door Debbie van der Meijden en Iman Padmos,

Nadere informatie

Assortiment laboratorium apotheek

Assortiment laboratorium apotheek Abacavir Geen specifiek tijdstip 4GRN 2 ml 45 dagen Maandelijks Algemeen Dal afhankelijk van tijdstip Aceton Bij binnenkomst patient 4ROO / 4GRN / 1RMC 1 ml 1 dag Op aanvraag Algemeen Top 0 0,2 g/l Amikacine

Nadere informatie

VALDOXAN (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Aanbevelingen met betrekking tot:

VALDOXAN (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Aanbevelingen met betrekking tot: De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel Valdoxan 25 mg. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze

Nadere informatie

HIV update 2014. HIV cyclus 13-01-14. overzicht eind 2012. Kees Brinkman patiëntendag 17 Januari 2014. HIV infectie snelheid van transmissie

HIV update 2014. HIV cyclus 13-01-14. overzicht eind 2012. Kees Brinkman patiëntendag 17 Januari 2014. HIV infectie snelheid van transmissie HIV update 2014 Kees Brinkman patiëntendag 17 Januari 2014 Totaal volwassenen 18.707 OLVG 2.670 AMC-UvA 2.380 Erasmus MC 1.952 UMCU 1.309 St Elisabeth Zkh 880 MCH - Westeinde 805 UMCG 707 Slotervaart Zkh

Nadere informatie

dat lage maximum concentraties (piekspiegels) van pyrazinamide, rifampicine en isoniazide leidden tot resistentie-ontwikkeling van de bacterie.

dat lage maximum concentraties (piekspiegels) van pyrazinamide, rifampicine en isoniazide leidden tot resistentie-ontwikkeling van de bacterie. S AMENVATTING 128 Samenvatting Tuberculose (TB of TBC) is een ernstige infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Wereldwijd ontwikkelen jaarlijks 9 miljoen mensen TB en overlijden

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Ziagen 300 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke tablet bevat 300 mg abacavir als abacavirsulfaat.

Nadere informatie

Checklist 1 e aflevering Xarelto

Checklist 1 e aflevering Xarelto Checklist 1 e aflevering Xarelto 1. Juiste product 5. Bevorderen therapietrouw 2. Indicaties en dosering 6. Controleer interacties 3. Werkingsmechanisme 4. Leg belang therapietrouw uit 7. Geef patiëntenmateriaal

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 oktober 2008 ---- 1 december 2008

Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 oktober 2008 ---- 1 december 2008 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ s-gravenhage Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 oktober 2008 ---- 1 december 2008 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer PAK/28112800

Nadere informatie

ANTIRETROVIRALE THERAPIE de basis

ANTIRETROVIRALE THERAPIE de basis ANTIRETROVIRALE THERAPIE de basis Cursus HIV/AIDS 2012 Eric Florence eflorence@itg.be Inleiding 1. Geschiedenis van HIV/AIDS 2. Levenscyclus van HIV 3. Natuurlijke evolutie van de ziekte 4. Algemene principes

Nadere informatie

Monitoringrapport. Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland. Nederlandse samenvatting

Monitoringrapport. Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland. Nederlandse samenvatting 2 1 Monitoringrapport 4 02014 Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland Nederlandse samenvatting HIV in Nederland: een overzicht In Nederland geregistreerde HIV-patiënten per medio 2014:

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol raltegravir

Informatieblad TDM protocol raltegravir 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect Raltegravir heeft een IC 95 waarde van 33 nm in aanwezigheid van 50% humaan serum, wat overeenkomt met 0,015 mg/l (M m = 444,4 g/mol). Raltegravir

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL INTELENCE 100 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke tablet bevat 100 mg etravirine. Hulpstof: Elke

Nadere informatie

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Datum 2 september 2014 Uitbreiding nadere voorwaarden Stribild

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Datum 2 september 2014 Uitbreiding nadere voorwaarden Stribild > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG Zorginstituut Nederland Pakket Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH

Nadere informatie

De meest gestelde vragen over: diabetes mellitus

De meest gestelde vragen over: diabetes mellitus De meest gestelde vragen over: diabetes mellitus De meest gestelde vragen over: diabetes mellitus Bohn Stafleu van Loghum Houten 2010 2010 Bohn Stafleu van Loghum, Houten Alle rechten voorbehouden. Niets

Nadere informatie

Hiv-behandeling bij kinderen

Hiv-behandeling bij kinderen Hiv-behandeling bij kinderen 6 Treatment of pediatric HIV infection Dr. S. Cohen 1, dr. H.J. Scherpbier 2 Samenvatting Sinds 1996 is het dankzij combinatie antiretrovirale therapie (cart) niet alleen mogelijk

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 januari 2012 Farma- 15 mei 2012

Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 januari 2012 Farma- 15 mei 2012 Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 0350 500 EJ Den Haag Uw brief van Uw kenmerk Datum 10 januari 01 Farma- 15 mei 01 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer ZA/01057874 mw.

Nadere informatie

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Achtergrond Het Klinefelter syndroom(ks): Genetisch kenmerk extra X-chromosoom:

Nadere informatie

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht Zwangerschap en HBV Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht 1 Virale aandoeningen die verticaal overdraagbaar zijn HIV Hepatitis B

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL REYATAZ 100 mg harde capsules REYATAZ 150 mg harde capsules REYATAZ 200 mg harde capsules REYATAZ 300 mg harde capsules 2.

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN IV 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL VIRAMUNE 200 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 1 tablet bevat 200 mg nevirapine-anhydraat (actieve

Nadere informatie

Behandeling van gestoorde levertesten. Prof.Dr.H.Van Vlierberghe Dienst Maag-, Darm- en Leverziekten UZ Gent

Behandeling van gestoorde levertesten. Prof.Dr.H.Van Vlierberghe Dienst Maag-, Darm- en Leverziekten UZ Gent Behandeling van gestoorde levertesten. Prof.Dr.H.Van Vlierberghe Dienst Maag-, Darm- en Leverziekten UZ Gent Behandeling van gestoorde levertesten = steeds de behandeling van de OORZAAK van deze gestoorde

Nadere informatie

Harde capsule. Ondoorzichtig blauw en lichtblauwe capsule bedrukt met witte en blauwe inkt, met BMS 150 mg op de ene helft en 3624 op de andere helft.

Harde capsule. Ondoorzichtig blauw en lichtblauwe capsule bedrukt met witte en blauwe inkt, met BMS 150 mg op de ene helft en 3624 op de andere helft. 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL REYATAZ 150 mg harde capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke capsule bevat 150 mg atazanavir (als sulfaat) Hulpstof met bekend effect: 82,18 mg lactose

Nadere informatie

1. WAT IS VIRAMUNE ORALE SUSPENSIE EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT

1. WAT IS VIRAMUNE ORALE SUSPENSIE EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem nog een keer nodig. BIJSLUITER Het Raadpleeg Dit kan geneesmiddel schadelijk uw arts voor is of alleen apotheker, hen aan zijn, u zelfs voorgeschreven. als

Nadere informatie

Checklist 1 e aflevering Pradaxa

Checklist 1 e aflevering Pradaxa Checklist 1 e aflevering Pradaxa 1. Juiste product 5. Bevorderen therapietrouw 2. Indicaties en dosering 6. Controleer interacties 3. Werkingsmechanisme 4. Leg belang therapietrouw uit 7. Geef patiëntenmateriaal

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Truvada 200 mg/245 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat 200

Nadere informatie

Summary of Product Characteristics

Summary of Product Characteristics 1.3.1.1 Summary of Product Characteristics 1.3.1.1-1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Loratadine Mdq 10 mg, tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke tablet bevat 10 mg loratadine. Voor

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL SUSTIVA 50 mg harde capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Iedere harde capsule bevat 50 mg efavirenz. Hulpstof:

Nadere informatie

STANDPUNTEN ANAKINRA (VOORLOPIGE BEHANDELRICHTLIJN) Oktober 2002

STANDPUNTEN ANAKINRA (VOORLOPIGE BEHANDELRICHTLIJN) Oktober 2002 NVR map Anakinra 12-03-2003 09:36 Pagina 1 STANDPUNTEN ANAKINRA (VOORLOPIGE BEHANDELRICHTLIJN) Oktober 2002 NVR map Anakinra 12-03-2003 09:36 Pagina 2 De door de gepubliceerde richtlijnen en standpunten

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Loratadine EG 10 mg tabletten. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke tablet bevat 10 mg loratadine. Hulpstof met bekend effect:

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift richt zich op statinetherapie in type 2 diabetespatiënten; hiervan zijn verschillende aspecten onderzocht. In Deel I worden de effecten van statines op LDLcholesterol en cardiovasculaire

Nadere informatie

groep Computerprogramma woordenschat

groep Computerprogramma woordenschat Taal actief G e b r u i k e r si n st r u c t i e C o m pu te rpro gra m m a w o o rde n s c ha t 214088_OM.indd 1 gro ep 6 22-06-2009 12:22:50 telefoon: 073-628 87 22 e-mail: helpdesk.bao@malmberg.nl

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol (fos)amprenavir

Informatieblad TDM protocol (fos)amprenavir 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect PI naieve patienten: een farmacokinetisch/-dynamisch model is ontwikkeld om de relatie te evalueren tussen amprenavir plasmaspiegels en virologische

Nadere informatie

Hiv-monitoring op de Nederlandse Antillen. Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring Willemstad, april 2010

Hiv-monitoring op de Nederlandse Antillen. Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring Willemstad, april 2010 Hiv-monitoring op de Nederlandse Antillen Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring Willemstad, april 21 Overzicht Definieer 2 groepen: patiënten geregistreerd op de Nederlandse Antillen. patiënten in follow-up

Nadere informatie

Elke filmomhulde tablet bevat atazanavirsulfaat overeenkomend met 300 mg atazanavir en 150 mg cobicistat.

Elke filmomhulde tablet bevat atazanavirsulfaat overeenkomend met 300 mg atazanavir en 150 mg cobicistat. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke

Nadere informatie

KGBN. Zin en onzin van statines bij de hoogbejaarde patiënt. De neuroloog & statines.

KGBN. Zin en onzin van statines bij de hoogbejaarde patiënt. De neuroloog & statines. KGBN Zin en onzin van statines bij de hoogbejaarde patiënt. De neuroloog & statines. A/ ISCHEMIC STROKE / TIA & geen CHD : Heart Protection Study : Subgroep stroke antec. gerandomiseerd naar simvastatine

Nadere informatie

HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling. Prof. Dr. E. Van Wijngaerden Infectieziekten -Aidsreferentiecentrum UZ-KULeuven

HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling. Prof. Dr. E. Van Wijngaerden Infectieziekten -Aidsreferentiecentrum UZ-KULeuven HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling Prof. Dr. E. Van Wijngaerden Infectieziekten -Aidsreferentiecentrum UZ-KULeuven 1 december 2004 Adults and children estimated to be living with HIV

Nadere informatie

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE 0540.2014096408 Zorginstituut Nederland Pakket Eekholt 4 1112 XH Diemen

Nadere informatie

De meest gestelde vragen over: astma

De meest gestelde vragen over: astma De meest gestelde vragen over: astma De meest gestelde vragen over: astma Bohn Stafleu van Loghum Houten 2008 2008 Bohn Stafleu van Loghum, Houten Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL INVIRASE 200 mg harde capsules. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Eén capsule bevat 200 mg saquinavir als saquinavirmesilaat.

Nadere informatie

Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters.

Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters. Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters. Opmerking: deze wijzigingen van de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter waren geldig ten tijde van het

Nadere informatie

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Introductie De risico-minimalisatiematerialen voor Tasigna (nilotinib) zijn beoordeeld door het College ter

Nadere informatie

Voriconazol en ritmestoornissen

Voriconazol en ritmestoornissen Voriconazol en ritmestoornissen MDO bespreking 29-10-2014 Michelle Oude Alink Casus Man 68 jaar oud Voorgeschiedenis 2014, juni: myocardinfarct wv DES-stent Sinds september verdenking pneumonie, aanvankelijk

Nadere informatie

Resistentie tegen medicijnen. bij HIV-therapie

Resistentie tegen medicijnen. bij HIV-therapie Resistentie tegen medicijnen bij HIV-therapie Colofon De inhoud van deze brochure is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Aan eventuele fouten kunnen geen rechten worden ontleend. Bij gebruik van

Nadere informatie

Kruidvat Paracetamol 120, 240, 500 en 1000 mg, zetpillen bevatten als werkzaam bestanddeel per zetpil 120, 240, 500 resp. 1000 mg paracetamol.

Kruidvat Paracetamol 120, 240, 500 en 1000 mg, zetpillen bevatten als werkzaam bestanddeel per zetpil 120, 240, 500 resp. 1000 mg paracetamol. 1.3.1.1 SmPC Page 1 of 5 1.3.1.1 SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS Samenvatting van de productkenmerken 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Kruidvat Paracetamol 120 mg, zetpillen. Kruidvat Paracetamol 240 mg,

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL VIRACEPT 50 mg/g Poeder voor oraal gebruik 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING VIRACEPT 50 mg/g Poeder voor oraal

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Loratadine Sandoz 10 mg tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elk tablet bevat 10 mg loratadine Voor de hulpstoffen,

Nadere informatie

en leeftijdsgerelateerde en andere niet HIV-gerelateerde ziekten zullen de behandeling van HIV compliceren. Bovendien kunnen

en leeftijdsgerelateerde en andere niet HIV-gerelateerde ziekten zullen de behandeling van HIV compliceren. Bovendien kunnen 6 Inleiding De HIV epidemie onder met name homoseksuele mannen is niet onder controle (Bezemer 2007, ingediend voor publicatie). Weliswaar heeft de in 1996 geïntroduceerde, grootschalige antiretrovirale

Nadere informatie

TDM-protocol (fos)amprenavir

TDM-protocol (fos)amprenavir TDM-protocol (fos)amprenavir 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect PI-naïeve patiënten: een farmacokinetisch-dynamisch model is ontwikkeld om de relatie te evalueren tussen amprenavirplasmaspiegels

Nadere informatie

ANTIRETROVIRALE THERAPIE

ANTIRETROVIRALE THERAPIE ANTIRETROVIRALE THERAPIE Filip Moerman Instituut voor Tropische Geneeskunde Cursus hiv en aids, de multi-disciplinaire aanpak Les 4 11 maart 2008 www.itg.be - rubriek Onderwijs & Training The rising from

Nadere informatie

De overdracht kan ook plaats vinden via sexueel contact (puberteit/sexueel misbruik) of via besmette naalden en spuiten bij druggebruik.

De overdracht kan ook plaats vinden via sexueel contact (puberteit/sexueel misbruik) of via besmette naalden en spuiten bij druggebruik. Medische aspecten bij Kinderaids 1. Inleiding : Bij kinderen gebeurt de overdracht van het virus (hiv) hoofdzakelijk via de moeder tijdens de zwangerschap, tijdens de bevalling of daarna door borstvoeding.

Nadere informatie

1 december 2004. HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling. Total: 39.4 (35.9 44.3) million

1 december 2004. HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling. Total: 39.4 (35.9 44.3) million HIV infectie anno 2004: epidemiologie en behandeling Prof. Dr. E. Van Wijngaerden Infectieziekten -Aidsreferentiecentrum UZ-KULeuven 1 december 2004 Adults and children estimated to be living with HIV

Nadere informatie

Informatorium voor Voeding en Diëtetiek

Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Majorie Former Gerdie van Asseldonk Jacqueline Drenth Jolanda van Duinen (Redactie) Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Dieetleer en Voedingsleer Supplement

Nadere informatie

Bijlage III. Aanpassingen aan relevante rubrieken van de samenvatting van de productkenmerken en bijsluiters

Bijlage III. Aanpassingen aan relevante rubrieken van de samenvatting van de productkenmerken en bijsluiters Bijlage III Aanpassingen aan relevante rubrieken van de samenvatting van de productkenmerken en bijsluiters Opmerking: Het kan zijn dat de aanpassingen aan de samenvatting van de productkenmerken en bijsluiters

Nadere informatie

Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent

Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent HIV Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent 1 HIV Hepatitis C (&B) - TB HIV TB HCV HBV 2 HIV 3 4 5 Evolutie van HIV epidemie

Nadere informatie

Omgaan met ziekelijke jaloezie

Omgaan met ziekelijke jaloezie Omgaan met ziekelijke jaloezie Van A tot ggz De boeken in de reeks Van A tot ggz beschrijven niet alleen oorzaak, verloop en behandeling van de onderhavige problemen, maar geven ook antwoord op de vraag

Nadere informatie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Deel IB (SmPC) 19 juni 2001 pagina 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL LESCOL XL 80 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Werkzame stof: [R*,S*-(E)]-(±)-7-[3-(4-fluorofenyl)-1-(1-methylethyl)-1H-indol-2-yl]-3,5-

Nadere informatie

Informatieblad TDM protocol lopinavir

Informatieblad TDM protocol lopinavir 1. Beschreven relaties tussen spiegel en antiviraal effect In een onderzoek in 51 Protease Inhibitor (PI)-voorbehandelde patienten wordt een Inhibitory Quotient (IQ = dalspiegel gedeeld door IC 50 ) van

Nadere informatie

ETEN EN DRINKEN BIJ DEMENTIE. Jeroen Wapenaar Lisette de Groot

ETEN EN DRINKEN BIJ DEMENTIE. Jeroen Wapenaar Lisette de Groot ETEN EN DRINKEN BIJ DEMENTIE Jeroen Wapenaar Lisette de Groot Eerste druk, Reed Business, Amsterdam 2013 Tweede (ongewijzigde) druk, Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2016 ISBN 978-90-368-1557-4 DOI 10.1007/978-90-368-1558-1

Nadere informatie

Chemotherapie en stolling

Chemotherapie en stolling Chemotherapie en stolling Therapie, preventie en risicofactoren Karen Geboes UZ Gent 4 december 2015 Avastin en longembolen: hoe behandelen en Avastin al dan niet verder? Chemotherapie en stolling: Therapie,

Nadere informatie

Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau

Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau BIJLAGE II Wijzigingen in de Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter, voorgesteld door het Europees Geneesmiddelenbureau Deze Samenvatting van de Productkenmerken en Bijsluiter zijn het resultaat

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Viread 123 mg filmomhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elke filmomhulde tablet bevat 123 mg tenofovirdisoproxil

Nadere informatie

Chapter 7. Samenvatting

Chapter 7. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Talrijke publicaties hebben aangetoond dat de behandeling van jicht verbetering behoeft. Dit ondanks het feit dat de oorzaak en het ontstaan van deze aandoening goed bekend is,

Nadere informatie

Begeleiding van HIV-patiënten

Begeleiding van HIV-patiënten Symposium Up-to-Date in Infectieziekten Zaterdag 11 februari 2012 Begeleiding van HIV-patiënten Anneleen Lijnen Nurse physician assistant Dienst Infectieziekten 1) Voorstelling Verpleegkundige Ondersteuning

Nadere informatie

Elke filmomhulde tablet bevat rilpivirinehydrochloride, overeenkomend met 25 mg rilpivirine.

Elke filmomhulde tablet bevat rilpivirinehydrochloride, overeenkomend met 25 mg rilpivirine. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke

Nadere informatie

Informatorium voor Voeding en Diëtetiek

Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Onder redactie van: Majorie Former Gerdie van Asseldonk Jacqueline Drenth Jolanda van Duinen Informatorium voor Voeding en Diëtetiek Supplement Voedings- en Dieetleer

Nadere informatie