Waarheen met ons milieu? Ontwerp. Milieubeleidsplan

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Waarheen met ons milieu? Ontwerp. Milieubeleidsplan 2011-2015"

Transcriptie

1 Waarheen met ons milieu? Ontwerp Milieubeleidsplan

2 Colofon Ontwerp Milieubeleidsplan D/2010/3241/122. Verantwoordelijke uitgever Jean-Pierre Heirman Secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie p/a Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus Brussel Vormgeving en druk Fé. soul communication & research nv Het Milieubeleidsplan wordt vijfjaarlijks opgesteld door de Vlaamse Regering. Het bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid. Het ontwerp Milieubeleidsplan werd door de Vlaamse Regering vastgesteld op 4 juni 2010.

3 Inhoudstafel Inleiding 2. Hoofdlijnen MINA-plan 4 3. Doelstellingen voor een volgende generatie 4. Doelbereik milieubeleid Toekomstbeelden 6. Goed bestuur 7. Plandoelstellingen 8. Thematisch beleid 9. Maatregelpakketten

4 2

5 1. Inleiding Op basis van het Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM, 1995) wordt om de 5 jaar een milieubeleidsplan opgesteld. Het Milieubeleidsplan is de opvolger van het MINA-plan 3(+), dat loopt tot eind In de opeenvolging van MINAplannen is continuïteit een belangrijk uitgangspunt. Het milieubeleidsplan staat ook niet op zich, maar baseert zich o.m. op het milieu- en het natuurrapport en het wordt geoperationaliseerd via milieujaarprogramma s. De voltallige Vlaamse regering zal dit milieubeleidsplan vaststellen. Het is dus niet uitsluitend de minister van Leefmilieu die zich engageert, maar elk lid van de Vlaamse regering voor wat betreft zijn/haar bevoegdheidsdomein. Dit vertaalt zich ook naar de uitvoering van het plan. Het milieubeleid heeft de andere beleidsdomeinen nodig bij de realisatie van de diverse doelstellingen. Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid (= strategische keuzen) dat door het Vlaamse Gewest, alsmede door de provincies en gemeenten in aangelegenheden van gewestelijk belang, dient te worden gevoerd. De primaire functie van het plan is het bevorderen van de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid op alle niveaus en terreinen. Naast deze interne functie heeft een milieubeleidsplan ook een externe functie nl. het bieden van een kader van waaruit samenwerking kan ontstaan met de ministers bevoegd voor andere beleidsdomeinen dan leefmilieu en de andere administraties. Bovendien verschaft het plan duidelijkheid aan derden over het beleid dat ze in de planperiode mogen verwachten. Dit kan hen ertoe bewegen hun beslissingen en handelingen daarop mee af te stemmen. De informatie en gegevens, vervat in dit Milieubeleidsplan, werden een laatste keer geactualiseerd op 1 mei Doelstellingen voor een volgende generatie Openbaar onderzoek Wat nu voorligt, is een ontwerpplan, dat voorlopig werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Voor er een definitief plan is, wordt er eerst een openbaar onderzoek georganiseerd. Iedere burger kan zijn of haar opmerkingen indienen. Ook bedrijven en organisaties hebben die mogelijkheid. Het ontwerpplan ligt voor een termijn van zestig dagen ter inzage in de gemeente en kan het geraadpleegd worden op de website Tijdens deze periode kan iedereen zijn opmerkingen schriftelijk indienen bij de gemeenten, rechtstreeks via de vermelde website of per aan de Vlaamse overheid Tegelijkertijd wordt er advies gevraagd aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen en de provinciale en gemeentelijke overheden. U kan met het beleid instemmen, aanbevelingen geven of kritiek formuleren. De adviezen en de opmerkingen worden door de Vlaamse overheid onderzocht. Samengebracht in een Overwegingsdocument vormen zij mee de basis voor een definitief plan waarover de Vlaamse Regering zich uitspreekt. Het definitieve plan wordt bekendgemaakt en bij elke gemeente ter inzage gelegd. Het plan zal in werking treden op 1 januari 2011.

6 Inhoud 4 Het milieubeleidsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Naast een terugblik en een vooruitblik wordt een evenwaardige plaats toebedeeld aan de langetermijndoelstellingen, de overheidsinterne engagementen, de plandoelstellingen, de milieuthema s en tenslotte de maatregelenpakketten. Elk onderdeel staat op zich, maar is ook onderling verbonden. Samen vormen ze het decretaal voorziene actieplan. Net als in de vorige planperiode wordt dit gezien als het samenhangend geheel van doelstellingen en de maatregelen en termijnen, die worden voorgesteld om deze doelstellingen te bereiken. In de huidige context, waarin er alleen al binnen het milieubeleid diverse plannen bestaan, is het niet de bedoeling om met het Milieubeleidsplan volledig te zijn in de breedte en de diepte. Het MINA-plan 4 tracht wel het overzicht te bewaren, de doorwerking van het leefmilieubeleid in andere domeinen te bevorderen en accenten te leggen op de lange termijn, doelstellingen (met bijhorende indicatoren) en vernieuwende maatregelen. Tegelijk is het Milieubeleidsplan ook niet het enige plan van de Vlaamse overheid. Het richt zich dan ook vooral op het milieubeleid in de ruime zin, zonder de verbanden met de andere beleidsdomeinen uit het oog te verliezen. Waar het MINA-plan 3 een zo volledig mogelijk beeld verschafte van de beschikbare of te ontwikkelen instrumenten en van de bestaande en toekomstige maatregelen, is er bij MINA-plan 4 bewust voor gekozen om de beschrijving van het lopende beleid te beperken. Zo ontstonden er meer mogelijkheden om duidelijke klemtonen te leggen, bv. bij de voorgestelde maatregelen.

7 2. Hoofdlijnen MINA-plan 4 Acht milieu-uitdagingen op lange termijn Zoals aangegeven in het Toekomstpact zal Vlaanderen tegen 2020 ook op ecologisch vlak tot de allerbeste Europese regio s behoren. Om daar te komen is het volledige pallet aan uitdagingen in het milieubeleid erg omvattend. Die uitdagingen worden in dit nieuwe Milieubeleidsplan (MINA-plan 4) beschreven. Het geheel is afgestemd op een globale visie voor Vlaanderen, verwoord in Vlaanderen in Actie, het Pact 2020 en het Regeerakkoord. Er worden acht grote uitdagingen onderscheiden, die op lange termijn richtinggevend zijn voor Vlaanderen. Op een termijn van één generatie zouden ze gehaald moeten worden. Om ze te bereiken wordt in grote lijnen gemikt op een meer milieuverantwoorde productie en consumptie, op een energiezuinige samenleving met oog voor hernieuwbare bronnen en op meer maatschappelijke zorg voor het leefmilieu. Vlaanderen moet daarbij op alle fronten de vergelijking kunnen doorstaan met andere Europese regio s en tegelijk ook de milieu-impact op andere landen beperken. Een aantal kernbegrippen geeft hieraan meer invulling. Er is de ambitie om het aantal verloren gezonde levensjaren door milieuverontreiniging te verminderen, er wordt gewerkt aan de omgevings- en leefkwaliteit met oog voor lokale milieuproblemen/risico s en voor kwetsbare groepen. Een geleidelijke vermindering van de ecologische voetafdruk wordt nagestreefd en er worden stappen gezet naar een kringloop -economie met een zo laag mogelijk grondstof-, energie-, materiaal- en ruimtegebruik. Eco-efficiëntie, een milieuverantwoorde consumptie en transities en innovatie staan hierbij centraal. Hierbij wordt een lans gebroken voor een economie gestoeld op ecologische principes en voor eco-innovaties, die Vlaanderen ecologisch, economisch en sociaal vooruit kunnen helpen Hoofdlijnen MINA-plan 4 Acht prioritaire onderwerpen voor de planperiode De langetermijnuitdagingen worden in het MINA-plan 4 verder gedetailleerd en omgezet in plandoelstellingen, themabeleid en vernieuwende maatregelen. Hierbij komen o.m. acht prioritaire onderwerpen aan bod. 1. De tijd is rijp om in te zetten op een groene groei en welvaart. Een sterk milieubeleid biedt kansen voor toekomstgerichte en nieuwe sectoren en tewerkstelling. Een beter leefmilieu betekent efficiënter gebruik van grondstoffen en materialen en dus lagere kosten voor bedrijven en een verhoogde competitiviteit. Bovendien draagt een goede kwaliteit van het leefmilieu sterk bij tot levenskwaliteit en welzijn. Verschillende sporen worden hiervoor best tegelijk gevolgd. De initiatieven vanuit diverse beleidsdomeinen m.b.t. een groene economie worden ondersteund om tot een coherente aanpak te komen. Naast de creatie van groene jobs wordt ook gemikt op de realisatie van een duidelijk milieurendement. Deze inzet moet ook partnerschappen met bedrijven opleveren die goed zijn voor leefmilieu, economie en tewerkstelling. Concreet worden voorlopers en de Vlaamse milieu-industrie gestimuleerd. Op langere termijn moet ook blijvend gezocht worden naar een manier om binnen de Vlaamse bevoegdheden de belastings-

8 6 druk te verschuiven van arbeid naar milieudruk. Bij dit alles is nog meer aandacht nodig voor de voorbeeldfunctie van de overheid en voor diens mogelijkheden om als grote speler de markt in een milieugunstige zin te beïnvloeden. Een geïntegreerd actieplan, dat werk maakt van een CO2-neutrale overheid zal daarbij de eerste stap zijn. 2. Alles begint bij consumptie en productie. 80% van de consumenten zegt milieubewust te willen kopen, maar slechts 20% doet het ook. Een geïntegreerde benadering, afgestemd op het actieplan van de Europese Commissie, moet het pad effenen naar een milieuverantwoorde productie en consumptie. Voor het terugdringen van de ecologische voetafdruk zijn vooral voeding, huisvesting en mobiliteit belangrijk, samen goed voor 65% van de Belgische voetafdruk. Het aanbod (en de verkoop) van milieuvriendelijke producten en diensten moet stijgen; de eco-efficiëntie van de productie toenemen. Het gebruik van primaire grondstoffen wordt verminderd en waar mogelijk worden deze vervangen door volwaardige alternatieven. Het sluiten van materiaalkringlopen en het gebruik van afvalstoffen als waardevolle grondstoffen voor onze economie vormen de speerpunten voor het materialenbeleid. 3. Bij het realiseren van de Kyoto-doelstelling voor klimaat zit Vlaanderen op schema. De lange-termijndoelstellingen vraagt echter om een andere benadering. Om de Vlaamse 2020-doelstellingen op een efficiënte manier te realiseren, zal de Vlaamse Regering de huidige coördinatiemechanismen moeten bijsturen met het oog op een responsabilisering van alle betrokken beleidsdomeinen en ministers. Hierbij hoort een globaal, stabiel financieringssysteem. Deze en andere maatregelen zullen besproken worden in het kader van de opmaak van een Vlaams Klimaatbeleidsplan , opgesteld in overleg met het brede middenveld en voortbouwend op de ervaring opgedaan in het kader van het vorige Klimaatplan en de voortgangsrapporten. Energieverbruik veroorzaakt het grootste deel van de broeikasgasemissies. Het is dan ook een uitdaging om dit verbruik terug te dringen en de inzet van hernieuwbare energiebronnen op te schalen. Aansluitend hierbij zal tegen 2012 een Vlaams Adaptatieplan worden opgesteld. 4. Fijn stof en ozonconcentraties kunnen veel gezondheidsschade toebrengen. Er blijft dan ook aandacht nodig voor de luchtkwaliteit in Vlaanderen en in lokale knelpunten. Een reductieprogramma moet ervoor zorgen dat ook de emissieplafonds voor 2020 uit de nieuwe NEC-richtlijn gehaald kunnen worden. Zeker voor NO x is er nog een lange weg af te leggen. Anderzijds moeten de dagen met ozonpieken en fijn stof pieken omlaag. Het verkeer was vaak een moeilijk te bespelen bron. Nu moet dringend worden ingezet op economische instrumenten (hervorming van de verkeersbelastingen op basis van de ecoscore van het voertuig en invoering van rekeningrijden voor vrachtwagens en personenwagens). Bij de tariefzetting moet gedifferentieerd worden volgens emissies van het voertuig, plaats, congestieniveau en tijdstip. Op een wat langere termijn moet de transitie naar een meer milieuvriendelijke mobiliteit in gang worden gezet, waarbij Vlaanderen zich inschakelt in de zoektocht naar nieuwe vervoerssystemen, waaronder elektrisch aangedreven voertuigen. Deze maatregelen en projecten die kunnen inspelen op lokale mogelijkheden zullen de lokale leefkwaliteit in zijn geheel verbeteren. Een koppeling met het geluidsbeleid en de uitvoering van de Europese richtlijn Omgevingslawaai is immers mogelijk. Bij dit alles vormt de stedelijke context een bijzonder aandachtspunt. 5. Erg actueel is de uitvoering van de kaderrichtlijn Water. De Vlaamse Regering zal in 2010 de Stroomgebiedbeheerplannen en de maatregelenprogramma s voor de Schelde en de Maas vaststellen. Deze Stroomgebiedbeheerplannen behandelen de probleemanalyse en de milieudoelstellingen. Het Maatregelenprogramma bevat basismaa-

9 tregelen (uitvoering bestaande Europese richtlijnen maar ook andere eerder besliste maatregelen) en aanvullende maatregelen. Met de voorstellen wordt weliswaar de goede toestand nog niet overal bereikt in 2015, maar er wordt wel al een belangrijke stap in de goede richting gezet. Investeringen in de inrichting van waterlopen en vismigratie, de sanering van waterbodems, de sanering van afvalwater, de bescherming van het grondwater en het terugdringen van wateroverlast blijven noodzakelijk. Bij de uitvoering zal specifieke aandacht moeten gaan naar het watersysteem in beschermde gebieden (natuur, drinkwater, zwemwater). Voor landbouw worden verdere stappen gezet naar het bereiken van een goede waterkwaliteit voor stikstof en fosfaat. Met het oog op een nieuwe derogatieaanvraag wordt een nieuw actieprogramma uitgewerkt, met onder meer verdere aandacht voor een gebiedsgericht beleid. 6. Een kwaliteitsvolle bodem, maar ook beschikbare ruimte en bruikbaar grondwater blijven kostbare goederen in Vlaanderen. Het bodembeleid speelt hierop in. Het richt zich op het maximaal voorkomen van bodemverontreiniging en aantasting (bv. de afname van organisch materiaal in de bodem), maar ook op de sanering van verontreinigde bodems en erosieknelpunten. Gemeenten en landbouwers worden gestimuleerd tot het nemen van bodembeschermende maatregelen. Bijzondere aandacht gaat verder naar bodembedreigingen in de bebouwde omgeving. Voor de sanering van verontreinigde gronden wordt prioriteit gegeven aan kwetsbare gebieden, gronden met hoge risico s en op maatschappelijk belangrijke sectoren. De bodemsanering wordt ook maximaal afgestemd op maatschappelijke behoeften. Tal van (semi-)industriële locaties kunnen in geïntegreerde saneringsprojecten herontwikkeld worden (bv. bij brownfields). De sanering van terreinen in eigen beheer is een extra focus (bv. bij scholen). 7. Voor het behoud van de biodiversiteit staan de instandhoudingsdoelstellingen (IHD s) centraal. Om de doelstellingen uit het Pact te halen, worden via. actieplannen de vastgestelde IHD s en prioriteiten ruimtelijk toegewezen. Tevens worden de in te zetten maatregelen en taakverdeling bepaald, dit in samenspraak met de betrokken doelgroepen en overheden. De realisatie loopt via een gericht aankoopbeleid en beheer van natuur- en bosgebieden, soortenbescherming en een verhoogde publieke en private samenwerking. Op basis van een eerste evaluatie van het huidig instrumentarium voor natuur en bos worden coherente sets van instrumenten samengesteld. Dit gebeurt met bijzondere aandacht voor participatie, billijkheid en efficiëntie en met een betere afweging t.a.v. maatschappelijke doelen en noden. De sets worden aangevuld met de instrumenten voor landelijke inrichting en beheerovereenkomsten. De belangrijkste randvoorwaarde bij dit alles is een goede lokale milieukwaliteit. Dit vereist een geïntegreerde aanpak. Meer mensen beschikken over kwaliteitsvolle en toegankelijke natuurgebieden; in stedelijke gebieden wordt gewerkt aan meer toegankelijk buurtgroen. 8. Ook de milieuoverheid streeft naar efficiëntie en effectiviteit. Dat moet zich weerspiegelen in de interne werking, zowel voor het eigen beleid, in relatie tot het internationale beleid, in partnerschap met anderen en vanuit de voorbeeldfunctie. Voor de beleidscyclus biedt de komende periode (met een nieuw Milieubeleidsplan, een nieuwe beleidsnota en nieuwe beheersovereenkomsten) biedt kansen om binnen het beleidsdomein tot een verregaande afstemming te komen. Tegelijk worden plannen voorbereid voor Mobiliteit en Ruimtelijke ordening. Ook daarmee is afstemming belangrijk. De goedkeuring van het MINA-plan 4 kan ook een eerste stap zijn bij het vastleggen van een langetermijnvisie en leefmilieudoelstellingen voor een volgende generatie. De beleidsuitvoering is goed voorzien van mogelijke instrumenten. Er zal in de komende regeerperiode specifiek worden gewerkt aan de evaluatie en opvolging van het gebruik 7 2. Hoofdlijnen MINA-plan 4

10 ervan. Aandachtspunten hierbij zijn het gebiedsgerichte aspect van instrumenten en de doel- en resultaatgerichtheid. Subsidies vormen een aparte uitdaging. Het doel is om binnen en buiten het eigen beleidsdomein een programma op te zetten voor effectievere en efficiëntere steunverlening voor het stimuleren van milieuvriendelijk gedrag (consumptie, productie, investeringen) én voor de evaluatie en bijsturing van steunverlening met negatieve milieueffecten. De nadruk moet hierbij liggen op een constructieve samenwerking met de betrokken diensten (o.a. gemeenten) en beleidsdomeinen. 8

11 3. Doelstellingen voor een volgende generatie Het MINA-plan 4 bevat 8 uitdagingen die op lange termijn richtinggevend zijn voor het milieu- en energiebeleid. Deze langetermijndoelstellingen worden gedefinieerd met een volgende generatie als tijdshorizon (circa 2030). Deze doelstellingen streven een hoge milieukwaliteit na. Omwille van de termijn worden ze op zich niet hard geformuleerd. Een verdere concretisering vindt plaats via de plandoelstellingen en de voorgestelde maatregelpakketten. Een aantal bijkomende indicatoren op dit niveau maakt de voortgang tastbaar. Het Pact 2020 en de ViA-doorbraak Groen stedengewest leggen vaak de basis. De langetermijndoelstellingen werden hieraan getoetst en bouwen hierop verder. De gedeelten met 2020 als doeljaar verwijzen naar het Pact. De langetermijndoelstellingen worden geformuleerd op basis van de huidige toestand en stand van kennis. Hun ontwikkeling ( 3) maakt deel uit van een leerproces en ze kunnen later geherformuleerd worden als gevolg van veranderingen in de maatschappelijke situatie en de kennis daarover. Een verhoogde kwaliteit van de leefomgeving De kwaliteit van de leefomgeving in Vlaanderen is zodanig gunstig geëvolueerd dat de risico s voor de natuur, het klimaat en de menselijke gezondheid tot een minimum zijn herleid. Hierbij is rekening gehouden met de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Een Vlaanderen waar het goed is om te wonen, leven en werken vraagt een hoge leef- en omgevingskwaliteit. Hierbij gaat het om meer dan zuiver water, lucht en bodem, een kwaliteitsvolle natuur of het inperken van geluid- en geurhinder. Het gaat ook om de waarde die aan de omgeving wordt gehecht voor gebruik, beleving en in functie van de toekomst Doelstellingen voor een volgende generatie Indicatoren (zie ook plandoelstellingen Lucht, Water, Leefkwaliteit): DALY s als gevolg van luchtvervuiling en milieuhinder (en bodemverontreiniging) Milieu- en natuurindex centrumsteden (Stadsmonitor) Index omgevingskwaliteit per gebiedstype Luchtkwaliteitsindex Een milieuverantwoorde productie en consumptie De ecologische voetafdruk van Vlaanderen is in die mate verminderd dat de draagkracht van de natuurlijke systemen hier en elders niet meer wordt overschreden. Hierbij wordt rekening gehouden met lokale verschillen en met ecolgisch gevoelige gebieden. Een behoedzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen (bv. water, hout) en energie maakt hier deel van uit.

12 10 Tegen 2020 zijn belangrijke stappen gezet naar een kringloopeconomie met een zo laag mogelijk grondstof-, energie-, materiaal- en ruimtegebruik en een zo beperkt mogelijke impact op milieu en natuur. Hiervoor is o.m. een transitie nodig naar een milieuverantwoord(e) energiesysteem, materialenbeheer, huisvesting, voeding en mobiliteit. Vooruitgang is geboekt m.b.t. eco-innovatie en energie-efficiëntie. Eco-efficiëntie van materialen, producten, diensten en technologieën en een milieuverantwoorde consumptie zijn de norm in Vlaanderen. De inzet van materialen en brandstoffen bij energieproductie gebeurt op de meest efficiënte en milieuverantwoorde manier. Bij deze energetische valorisatie wordt rekening gehouden met de volledige levenscyclus van de stoffen met onder meer een toetsing aan eventuele andere bestemmingsmogelijkheden. Verder zijn er mature markten voor gerecycleerde materialen, het kopen van milieuverantwoorde producten en milieubewust produceren. Consumenten, ondernemingen en overheidsinstanties zijn goed geïnformeerd over de gevolgen voor het milieu van processen en producten. Een accent wordt gelegd op milieuverantwoord wonen en bouwen. Deze doorgedreven aanpak leidt niet alleen tot een verdere ontkoppeling tussen de economische groei en de druk op milieu en natuur, maar ook tot een substantiële verlaging van die milieudruk. Een sterk milieubeleid biedt kansen voor toekomstgerichte en nieuwe sectoren en tewerkstelling. Daarmee wordt onze economie voorbereid op de toekomst en worden groene jobs gecreëerd. Indicatoren (zie ook plandoelstellingen Productie en consumptie): Ecologische voetafdruk van Vlaanderen Gehalte aan organische koolstof van de bodem (landbouw, bos, natuur) Index voor Duurzame Economische Welvaart van Vlaanderen (ISEW) Eco-efficiëntie Vlaamse economie (BBP versus emissies) Materiaalintensiteit Vlaamse economie (BBP versus DMI) Vervoersintensiteit Vlaamse economie (BBP versus personenkilometer en tonkilometer) Eigen materialenconsumptie Aandeel gezinsuitgaven voor milieuvriendelijke producten en diensten Bewaren van de biodiversiteit en de integriteit van ecosystemen M.b.t. biodiversiteit scoren we in 2020 in Vlaanderen even goed als andere economische topregio s. Hiervoor werken we ambitieus aan het behoud, het herstel en de versterking van de biologische diversiteit. Er wordt naar gestreefd om de biodiversiteit zowel in stad als op platteland te bevorderen en de toestand van kritische soorten en soortengroepen te verbeteren. We betrachten dat alle Vlamingen kunnen beschikken over een basisnatuurkwaliteit in hun directe omgeving. Investeren in het verhogen van natuur- en landschapsbeleving draagt bij tot het versterken van het welzijn van alle Vlamingen.

13 De kwaliteit en diversiteit van habitats is verbeterd en de grootte en samenhang is toegenomen ten behoeve van alle inheemse soorten. Uit begrip voor het belang ervan is de zorg voor de natuur ieders zorg. De waarde van de ecosysteemdiensten wordt weerspiegeld in het beleid, net als de bekommernis voor de ecosystemen in de wereld. Om meer en betere natuur te krijgen is er nood aan een samenhangend en robuust netwerk van natuur- en bosgebieden. Dit houdt ook in dat er veel meer ruimte voor kwaliteitsvolle natuur moet komen. Er is nood aan een Vlaams Ecologisch Netwerk waarbij er gestreefd wordt naar een maximale afstemming met het Europees natuurnetwerk en naar maximale natuurbeleving. Indicatoren (zie ook plandoelstellingen Biodiversiteit): Aantal bijkomende exoten Vlaamse middelen voor de bescherming biodiversiteit op regionaal niveau en van uitzonderlijke ecosystemen wereldwijd Fragmentatie van natuurlijke en semi-natuurlijke gebieden Aandeel watersystemen met een zeer goede toestand Impact op natuur als gevolg van klimaatwijziging (aankomstdatum van broedvogels, trend van de soorten libellen, stuifmeelproductie van de berk, bladontwikkeling van eik en beuk) Een klimaatvriendelijke samenleving met oog voor hernieuwbare bronnen Voor de overgang van Vlaanderen naar een koolstofarme samenleving nemen we de nodige maatregelen om zowel de Europese als de decretale doelstellingen voor energieefficiëntie, warmtekrachtkoppeling en hernieuwbare energie te realiseren. Dit impliceert een drastische bevordering van energie-efficiëntie, een energiesparende consumptie en een sterke verhoging van het milieuverantwoord gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Omdat energie uit die bronnen vaak decentraal wordt aangeleverd, moeten de barrières voor de groei ervan worden weggewerkt, zonder significante negatieve effecten op andere milieucompartimenten te veroorzaken. De inzet van afvalstromen bij energieproductie gebeurt op de meest efficiënte en milieuverantwoorde manier. Voor transport maakt men gebruik van voertuigen met een laag energieverbruik, van minder koolstofintensieve brandstoffen en van hernieuwbare energiebronnen. Het energiegebruik van woningen en gebouwen daalt aanzienlijk. De Vlaamse ETS bedrijven leveren hun bijdrage aan de EU-doelstelling voor deze sector om tegen 2020 de broeikasgasuitstoot op Europees niveau met 21% te verminderen t.o.v Deze doelstelling kan binnen het Europese kader opgetrokken worden bij een evenwichtig multilateraal akkoord Doelstellingen voor een volgende generatie

14 Indicatoren (zie ook plandoelstellingen Minder absolute milieudruk en Milieuverantwoorde productie en consumptie): Energie-intensiteit Vlaamse economie (bruto binnenlands energiegebruik versus BBP) Gemiddeld e-peil van nieuwe en vernieuwde gebouwen Vlaanderen beperkt de milieu-impact op andere landen 12 Vlaanderen beperkt de export van milieuverontreiniging naar andere landen. Het betreft zowel de grensoverschrijdende emissies van verontreinigende stoffen via lucht en water als de export van afval naar landen waar niet-vergelijkbare verwerkingscriteria gelden. Daarnaast is ook de milieu-impact (winning, productie, transport) van ingevoerde producten beperkt alsook die van het gebruik van uitgevoerde producten. Het streven naar een kringloop -economie moet onze impact op milieu en natuur ook in de rest van de wereld beperken. Op korte termijn neemt Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid bij het vastleggen van emissieplafonds voor verzurende stoffen, ozonprecursoren en fijn stof, nutriënten en zware metalen en beperkt aldus de export van deze stoffen naar andere landen/regio s of naar de Noordzee. Op middellange termijn reduceert Vlaanderen het aandeel verborgen stromen in de totale materialenbehoefte uit import. Indicatoren Grensoverschrijdende emissie van fijn stof (en desgevallend ozonprecursoren, verzurende stoffen, nutriënten, zware metalen) Vuilvrachten naar de Noordzee Export van gevaarlijk afval/elektronisch afval naar ontwikkelingslanden Aandeel verborgen stromen Verhouding import/dmc Grensoverschrijdende input/output van milieudruk Beheersen van risico s De risico s die voortvloeien uit onze manier van leven zijn beperkt tot een maatschappelijk en ecologisch aanvaardbaar niveau en de gevolgen zijn in de mate van het mogelijke voorzien en beheersbaar. Er wordt gedacht aan de risico s van Seveso-bedrijven, elektromagnetische golven, bestrijdingsmiddelen, onvoorziene emissies en calamiteiten, uitheemse soorten, het gebruik van genetische gemodificeerde organismen en extreme weersomstandigheden (zoals het risico op overstromingen). De maatschappij is zich be-

15 wust van en is voorbereid op wijzigingen in het klimaat en de risico s die daaraan verbonden zijn. Om de gevolgen van de klimaatswijziging op het vlak van o.a. waterhuishouding en biodiversiteit op te vangen, is werk gemaakt van een adaptatiebeleid. Overblijvende risico s zijn in kaart gebracht, worden opgevolgd en gecontroleerd. Een verfijnd en performant monitoring- en screeningsysteem van de verschillende risico s laat preventieve acties toe. Indicatoren Risico s op schade als gevolg van overstromingen (kosten) Risico s op schade als gevolg erosie (aantal schadegevallen) Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de akkerbouw, tuinbouw en buiten de landbouw 13 Vlaanderen scoort ook voor leefmilieu- evengoed als vergelijkbare regio s Vlaanderen zal in 2020 ook op vlak van water- en luchtkwaliteit, bodembescherming en geluidshinder even goed scoren als andere economische topregio s. Als Vlaanderen, met milieumaatregelen die Europees worden opgelegd, er niet in slaagt om deze milieukwaliteitsdoelstellingen te bereiken, nemen wij bijkomende doelgerichte maatregelen. Hierbij behoudt Vlaanderen zijn goede positie voor de domeinen waar het momenteel goed scoort. Vlaanderen haalt het gemiddelde niveau van vergelijkbare landen/regio s in de domeinen waar het momenteel slechter scoort. Indicatoren 3. Doelstellingen voor een volgende generatie % bevolking blootgesteld aan overschrijding van luchtkwaliteitsnormen voor PM 10, NO 2 en O 3 % oppervlaktewaterlichamen met een goede toestand (meerder parameters te toetsen aan Europese cijfers ) Soorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding Habitats van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding Geluidsbelasting in agglomeraties Cijfers benchmarkstudie LNE (afval, emissie verzurende stoffen, emissie van broeikasgassen, energieverbruik, hernieuwbare energie, afvalwaterbehandeling, waterverbruik, nutriëntenbalans, biologische landbouw, schade aan bossen en beschermde gebieden), Leefkwaliteit Cijfers uit de benchmarkstudie Vlaanderen vergeleken (energie-intensiteit, eigen materialenconsumptie, huishoudelijk afval, volume vrachttransport, maritiem transport en luchttransport)

16 Meer maatschappelijke zorg voor milieu 14 Vlamingen dragen zorg voor en appreciëren hun leefomgeving. Het milieubewustzijn is versterkt en het maatschappelijke draagvlak voor het milieubeleid vergroot. Individuen, groepen en sectoren kunnen inschatten hoe milieuverantwoord zij functioneren en passen hun gedrag aan. Door een coherente natuur- en milieueducatie en door alle actoren voldoende te betrekken ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid. Op korte termijn verhoogt de Vlaamse overheid het aantal partnerschappen met bedrijven, organisaties en burgers. Het milieuverantwoord gedrag bij burgers en het bedrijfsleven neemt significant toe. Het maatschappelijke gedrag wordt systematisch wijze opgevolgd. Indicatoren Milieubesef bij Vlamingen (SCV) Bereidheid tot milieubewust gedrag (SCV) Feitelijk milieubewust gedrag (SCV) Draagvlak bij actoren, middenveld,

17 4. Doelbereik milieubeleid In het MINA-plan 3+ heeft de Vlaamse Regering een aantal doelstellingen vastgelegd voor de periode tot Hieronder volgt een beknopte analyse van de behaalde resultaten. Tegelijkertijd worden ook enkele andere aspecten m.b.t. milieu en natuur nader bekeken. Het overzicht werd opgesteld op basis van beschikbare data in december Indien er een kwantitatieve doelstelling beschikbaar is, wordt het doelbereik berekend op basis van het laatste cijfer uit de tijdreeks en uitgedrukt als procentueel doelbereik ten opzichte van het gestelde doel of ten opzichte van de te realiseren doelafstand (in het geval er een referentiejaar werd gespecificeerd). Indien de berekening negatief uitvalt (weg van de doelstelling), wordt het doelbereik als 0% aangegeven. 15 Gebruik van hulpbronnen en beheer van afvalstoffen De Vlaamse economie wordt gekenmerkt door een hoge input van grondstoffen, energie en natuurlijke hulpbronnen. De totale materialenbehoefte schommelt in Vlaanderen rond 140 ton per inwoner. Het aandeel eigen ontginningen nam na 1999 geleidelijk af, als gevolg van een daling van de ontgonnen hoeveelheden grind en vulzand uit grindwinning. Hoewel de energie-intensiteit sinds 1998 jaar na jaar verbeterde, bleef het absolute energiegebruik toenemen tot 2005 om vanaf dan geleidelijk af te nemen. In 2008 lag het bruto binnenlands energiegebruik circa 34% hoger dan in Ook vergeleken met onze buurlanden, heeft Vlaanderen, met 6,3 ton olie-equivalenten (toe) per inwoner in 2007, een hoog energieverbruik. De energie-intensieve chemie- en staalindustrie, de transportintensiteit en ontoereikende thermische isolatie van vooral oude gebouwen kunnen een verklaring zijn. Het gemiddelde aandeel groene elektriciteit t.o.v. het totaal bruto elektriciteitsgebruik voor de EU15 was in 2008 met 22% beduidend hoger dan voor Vlaanderen (3,3%), dit ondanks de groei van de laatste jaren. Vlaanderen scoort hiermee ook slechter dan de omliggende buurlanden. Het potentieel groene stroom is in Vlaanderen enerzijds beperkter, en anderzijds werd het investeringsklimaat voor hernieuwbare energie sterk beïnvloed door de complexiteit van de Belgische beleidscontext en de voortdurende evolutie in regelgeving. Het vooropgestelde doel (doel 2010 : 6% groene stroom) kan echter wel gehaald worden. Het totale watergebruik neemt af, maar de doelstellingen van het MINA-plan 3+ werden nog niet bereikt. De bevolking gebruikte in 2003 om en bij 222 miljoen m³ leidingwater (doel 2010 : 215 miljoen m³) of 101 liter per persoon en per dag. Het totale watergebruik van de industrie nam in de periode met 15% af tot 365 miljoen m³ (doel 2010 : 350 miljoen m³). In de landbouwsector werd, voor het watergebruik van veeteelt en teelten onder beschutting, tussen 1998 (52 miljoen m³) en 2005 (48 miljoen m³) een daling van bijna 9% opgetekend (doel 2010 : 43 miljoen m³). Vlaanderen is er in geslaagd de huishoudelijke afvalproductie (545 kg per inwoner in 2008) onder controle te houden. De doelstelling uit het MINA-plan 3+, die stelt dat tegen 2010 de totale hoeveelheid huishoudelijk afval niet mag toenemen t.o.v. 2000, werd bereikt. In de periode trad er ontkoppeling op tussen afvalproductie en de con- 4. Doelbereik mileiubeleid

18 16 sumptie-index. Vlaanderen behoort hiermee tot de top van Europa en scoort beduidend beter dan het Europese gemiddelde voor de 15 lidstaten. De ingezamelde hoeveelheid huishoudelijk afval schommelde in 2007 bij veel van onze buurlanden rond dit Europese gemiddelde of lag zelfs, in het geval van Nederland en Luxemburg, ruim daarboven. In Vlaanderen werd in % van het huishoudelijk afval gerecycleerd of gecomposteerd. Daarmee behoren we tot de Europese top. Ook Duitsland (64%) en Nederland (60%) scoren hierin goed, in tegenstelling tot Luxemburg (28%). De hoeveelheid definitief verwijderde huishoudelijke afvalstoffen bedroeg in kg per inwoner, waarmee de doelstelling van 150 kg per inwoner bijna bereikt is. De totale hoeveelheid geproduceerd bedrijfsafval neemt toe. In 2007 was deze stijging toe te schrijven aan een lichte toename van de hoeveelheid primair bedrijfsafval tot 24,7 miljoen ton, waardoor de doelstelling van het MINA-plan 3+ (doel 2010 : 19 miljoen ton) nog niet is bereikt. Wel worden meer bedrijfsafvalstoffen voorbehandeld met het oog op recyclage of een andere nuttige toepassing. In 2007 werd circa 2,2 miljoen ton van de bedrijfsafvalstoffen gestort, waarmee het doel (doel 2010 : 2,24 miljoen ton) werd behaald. Luchtemissies Vlaanderen is erin geslaagd de uitstoot van de belangrijkste verontreinigende stoffen verder terug te dringen. In de periode daalde de emissie van polyaromatische koolwaterstoffen (met 32%), vluchtige organische stoffen (62%), ammoniak (52%), stikstofoxide (29%), zwaveldioxide (70%) en dioxine (91%). De emissie voor ozonafbrekende stoffen lag 78% lager dan in De in het MINA-plan 3+ opgelegde doelstellingen voor 2010 werden in 2007 bereikt voor vluchtige organische stoffen (doel 2010 : 91,9 kton VOS) en ammoniak (doel 2010 : 45 kton NH 3 ). De doelstellingen voor dioxines (doel2010: 40 g TEQ), polyaromatische koolwaterstoffen (doel 2010 : 192 ton PAKs), en voor ozonafbrekende stoffen (doel 2010 : 176 ODP-ton) werden nagenoeg bereikt. Tussen 1990 en 2008 verminderde de totale emissie van verzurende stoffen. Tot 2000 was er een sterk dalende trend in de emissie van zwaveldioxide (SO 2 ), nadien zwakte deze af. De recente uitstootvermindering van SO 2 lijkt voldoende om de vooropgestelde doelstelling (doel 2010 : 67,1 kton SO 2 ) te halen. Stikstofoxiden (NO x ) - met het verkeer, de industrie en de energiesector als voornaamste bronnen - bekleden momenteel het grootste aandeel in deze verzurende emissies. De

19 totale en de niet-stationaire NO x -emissies dalen sinds De totale emissie van NO x nam in de periode geleidelijk af, doch deze vermindering lijkt onvoldoende om de vooropgestelde doelstelling (doel 2010 : 94 kton NO x ) in 2010 te halen. Indien de huidige dalende trend van de stationaire NO x -emissie wordt aangehouden, ligt het doel in bereik (doel 2010 : 58,3 kton NO x ). Ondanks de behaalde reductiepercentages, blijven de verzurende emissies per capita erg hoog in vergelijking met onze buurlanden of de EU15. De emissies daalden bovendien minder snel dan bij onze buurlanden. De Vlaamse NO x -emissie en SO 2 -emissie per inwoner bedroegen in 2007 meer dan deze van de buurlanden. Ook de Vlaamse NH 3 -emissie per inwoner lag in 1990 aanzienlijk hoger, maar was in 2007 met 0,42 kg meer dan gehalveerd en dook hiermee onder het EU15-gemiddelde. Uitgezet t.o.v. de totale landoppervlakte blijft de Vlaamse NH 3 -emissie, samen met deze van Nederland, hoog in vergelijking met de andere buurlanden. De uitstoot van broeikasgassen vertoont sinds 2004 een dalende trend en bedroeg in kton CO 2 -eq. Dat is 6,7% minder dan in In 2006 dook de Vlaamse emissie voor het eerst onder het referentieniveau van Deze trend zet zich verder in 2008 waardoor de doelstelling (5,2% reductie over de periode t.o.v. 1990) op dit ogenblik wordt gehaald. De meeste sectoren dragen hiertoe bij. Voor de transportsector ligt de uitstoot in 2008 echter 34% hoger dan in Het verkeer blijft een belangrijke bron van CO 2 -emissie, reducties worden hier maar moeizaam gerealiseerd. Een sterke afname is vereist om de lange-termijnreductiedoelstellingen te bereiken, maar wordt bemoeilijkt door de toename van de transportvraag. De Vlaamse uitstoot van broeikasgassen per inwoner lag in 2007 met 13,15 ton CO 2 -eq hoger dan het EU15-gemiddelde (10,66 ton CO 2 -eq/inwoner). De Luxemburgse uitstoot bedroeg het dubbele van de Vlaamse, het gevolg van het verkeer en het brandstoftoerisme. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk behaalden belangrijke reducties, onder meer door efficiëntieverbeteringen in de Duitse kolengestookte centrales en door een verschuiving van kolen naar gas in de energieproductie in het Verenigd Koninkrijk. De uitstoot van zware metalen kende het voorbije decennium een gunstige evolutie. Voor arseen, chroom, kwik en lood werd al meer dan 75% van de voorziene reductie (-70% t.o.v. 1995) gerealiseerd in Voor koper, nikkel en zink ligt het reductiepercentage lager. Voor cadmium was het doel al in 1998 gehaald, doch de laatste jaren nemen de uitstoot terug toe Doelbereik mileiubeleid Waterkwaliteit en waterreserves De Europese kaderrichtlijn Water stelt de goede toestand van onze watersystemen tegen 2015 voorop, met een in de richtlijn voorzien mogelijk uitstel tot 2021 of zelfs Hoewel de verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit zich de voorbije jaren geleidelijk doorzette, is de goede toestand van de Vlaamse watersystemen nog niet in bereik. In 2008 voldeden 55% van de meetplaatsen aan de basiskwaliteit voor biochemisch zuurstofverbruik (BZV) en 33% aan de biologische basiskwaliteit (BBI). De geleidelijke verbetering de voorbije jaren is onvoldoende om de vooropgestelde doelstellingen uit het MINA-plan 3+ te halen (doel2010: 66% van de meetplaatsen met basiskwaliteit voor BZV en 40% van de meetplaatsen met basiskwaliteit voor BBI).

20 18 Ook de natuurgerichte waterkwaliteit (3 opeenvolgende metingen met BBI 9) gaat er slechts langzaam op vooruit. In 2007 werd op 2,1% van de meetplaatsen een hoge BBIwaarde opgetekend. Ondanks sterke reducties van het overschot op de bodembalans en de opgebrachte hoeveelheden dierlijke mest (zie verder remediëring ) blijft de druk van nitraat en fosfaat op het grond- en oppervlaktewater groot. Deze reductie vertaalt zich immers nog onvoldoende in een daling van het nutriëntengehalte van grond- en oppervlaktewater. Er is sinds 2002 geen duidelijke trend vastgesteld, waardoor de doelen uit het MINA-plan 3+ niet in bereik liggen. Er is sinds 1990 een toename van het aantal meetpunten dat voldoet aan de basiskwaliteitsnorm voor orthofosfaat. De toename is sinds 2000 beperkt: in 2007 werd op 28% van de meetplaatsen de basiskwaliteit voor orthofosfaat behaald (doel 2010 : 40% in 2010). De grenswaarde voor stikstof werd op 32% van de meetplaatsen bereikt (doel 2010 : 100%). Specifiek voor het landbouwgebied werd in 2009 op 27% van de meetplaatsen de nitraatnorm van 50 mg/l overschreden. Dit is een aanzienlijke verbetering ten aanzien van 2008 (37%) en 2007 (42%), doch het MINA-plan 3+ doel (doel2010: 0%) ligt nog niet in bereik. Voor het MAP-grondwatermeetnet schommelt het aantal meetplaatsen met overschrijding van de nitraatnorm rond de 38% (doel2010: 0%). Er is geen duidelijke evolutie; de grootteorde van de normoverschrijdingen wijzigt nauwelijks. De uitstoot van zware metalen naar oppervlaktewater is dalend voor de meeste elementen. Voor cadmium, lood en kwik tekent zich geen duidelijke trend af. Het doel (-50% t.o.v. 1998) ligt nog veraf. In de periode werd tussen 3% (lood) en 54% (nikkel) van de voorziene reductie gerealiseerd. Wat betreft de waterreserves werd in 45% van de meetputten in de periode een lichte daling van het grondwaterpeil opgetekend (doel 2010 : status quo van het waterpeil). De druk op een aantal grondwatersystemen blijft hoog als gevolg van een onevenwicht tussen de onttrekking en de aanvulling van grondwater. Impact van milieuverontreiniging op mens en natuur De lokale leefkwaliteit blijft gehinderd door milieufactoren. Een vervuilde omgeving kan leiden tot allerlei risico s en ziektebeelden, maar ook tot psychosociale stoornissen bij de mens. Voor ozon en fijn stof blijven overschrijdingen van de Europese normen voorkomen, terwijl, naast andere milieuverontreiniging, hoge ozon- en fijn stofconcentraties

21 schade toebrengen aan de gezondheid van de Vlamingen. Berekeningen tonen aan dat voor de vervuilende stoffen en hinder het verlies aan gezonde levensjaren in Vlaanderen de afgelopen jaren steeg tot gemiddeld iets meer dan 1 levensjaar per inwoner. Het aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde per dag de drempelwaarde voor ozon van 120 µg/ m³ overschrijdt, is een indicator die een beeld geeft van de gezondheidseffecten van ozon op leefniveau. Hoewel het driejaarlijks gemiddelde hiervan op lange termijn geen duidelijke trend vertoont, kan er sinds 2003 een daling worden vastgesteld. In 2008 bedroeg het driejaarlijks gemiddelde van het aantal overschrijdingsdagen 24 (doel 2010 : max. 25 overschrijdingsdagen). Inzake fijn stof (PM 10 ) blijft de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ in bijna alle meetplaatsen gerespecteerd. Het aantal meetplaatsen waar de Europese daggrenswaarde (nog hoogstens 35 dagen met daggemiddelde PM 10 concentraties hoger dan 50 µg/m³) overschreden wordt daalt langzaam. In 2007 was dit nog het geval in 68% van de meetplaatsen, in 2008 nam dit af tot 29%. In 2008 waren er in totaal 25 dagen waarop de daggemiddelde PM 10 concentratie ergens in Vlaanderen hoger lag dan 50 µg/m³. Geluidshinder blijft een belangrijke bron van hinder. Uit berekeningen blijkt dat het aandeel van de Vlaamse bevolking dat potentieel ernstige hinder ondervindt van geluid (alle bronnen) in 2006 zo n 17% bedroeg, wat slechts een kleine verbetering is ten aanzien van de situatie in 2003 (18% gehinderden). Het doel (doel 2010 : max. 15% ernstig gehinderden) ligt nog niet in bereik. Ook het aandeel door geur gehinderde burgers bleef in de voorbije periode nagenoeg ongewijzigd (5.5% ernstig en extreem gehinderden in 2007, op basis van het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek). De vooropgestelde doelstelling voor de impact van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het waterleven (doel 2010 : 50% reductie t.a.v. 1990) werd in 2005 nagenoeg bereikt. De druk op de vegetatie blijft echter nog steeds hoog. Zo nam de seizoensoverlast op de vegetatie door ozonverontreiniging (AOT40ppb-waarde) de laatste jaren toe, terwijl een afname werd vooropgesteld (doel 2010 : maximale AOT40ppb-waarde van µg/ m³.uren). In 2006 en 2007 werd deze maximale AOT40ppb-waarde overschreden. In 2008 lag deze met µg/m³.uren terug onder het doel. De druk door de emissies van NO x en SO 2 zorgt samen met de NH 3 -emissie voor een verzurend en vermestend effect met een belangrijke impact op het al dan niet bereiken van een natuurgerichte milieukwaliteit. De verzurende depositie blijft, ondanks een daling van 23% t.o.v. 2000, hoog (3.554 Zeq/ha.jaar in 2006) en is hiermee nog ver verwijderd van het langetermijndoel (doel 2030 : Zeq/ha.jaar). Een verbetering ten spijt blijft de oppervlakte natuur met overschrijding van de kritische lasten voor verzuring, met 45% in 2006, hoog. De oppervlakte natuur (bos, heide, soortenrijk grasland) met overschrijding van de kritische lasten van vermesting ligt enkel voor graslanden onder 100%, doch blijft hoog (68% in 2006). Globaal gaat het over 91% van de natuuroppervlakte Doelbereik mileiubeleid

22 Natuur en biodiversiteit 20 Belangrijk voor het natuurbeleid zijn de ontwikkeling van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en de planologische vastlegging van ecologisch waardevolle gebieden. In 2008 was ha VEN-gebied afgebakend (doel 2007 : ha VEN). Eind 2008 waren er groene gewestplanwijzingen doorgevoerd voor ca ha natuurgebied en ca ha bosgebied. Dit is slechts een fractie van de doelstelling uit het Ruimtelijk Structuurplan (doel 2007 : ha natuur- en ha bosgebied). In de voorbije planperiode was het de bedoeling om het aankoopritme van natuur- en bosgebied te verhogen tot ha/jaar. Dit doel werd niet gehaald (in 2007 werd ha aangekocht). Sinds 2002 werd er 47 ha (van de voorziene 100 ha) oeverzones aangekocht met het oog op bescherming. Verder wordt er gestreefd naar een beter beheer van de natuurgebieden. Het MINA-plan 3+ stelt ha met effectief natuurbeheer (in erkend, Vlaams en/of bosreservaat en/ of natuurgebieden met een goedgekeurd beheersplan) voorop tegen In 2008 was daarvan ha gerealiseerd. Eind 2006 werden er ook voor ha beheersovereenkomsten natuur afgesloten (doel 2010 : ha). De biodiversiteit blijft onder grote druk staan in Vlaanderen en de afname van het verlies aan biodiversiteit is nog niet gestopt. 28% van de gekende soorten in Vlaanderen staan op de Rode Lijst, wat betekent dat ze met verdwijnen bedreigd, bedreigd of kwetsbaar zijn, en gevaar lopen op termijn te verdwijnen. Van de soorten en habitats van Europees belang bevindt zich respectievelijk 37% en 75% in een zeer ongunstige staat van instandhouding. Oorzaken dienen o.a. gezocht bij de versnippering van de natuur, een onvoldoende (natuurgerichte) milieukwaliteit, een onaangepast beheer, de impact van de klimaatverandering en van invasieve soorten. Remediëring Als gevolg van risicoactiviteiten is de bodem op diverse plaatsen in Vlaanderen potentieel verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen. Oorzaken van verontreiniging zijn divers en vaak historisch. Voor meer dan 37% van de risicogronden is er intussen een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd (doel 2010 : 37%). Voor 38% van deze gronden was een beschrijvend bodemonderzoek nodig. Hieruit bleek dat voor gronden een sanering vereist is

23 (situatie eind 2008). Eind 2009 was voor van deze gronden de sanering opgestart (doel 2010 : ca gronden). De bodems in het Vlaamse Gewest worden ook bedreigd door erosie. Deze zorgt voor bodemdegradatie, sedimentaanvoer naar de waterlopen en modderoverlast. Voor 25% van de actuele erosieknelpunten werden erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein uitgevoerd (doel 2010 : 35%). Eind 2009 zijn 9,2% van de meest nuttige (zie plandoelstellingen remediëring) erosiebestrijdingmaatregelen gerealiseerd. De zuiveringsinfrastructuur voor huishoudelijk afvalwater wordt geleidelijk uitgebouwd. Eind 2007 was 82% van de rioleringen, die het Vlaams Gewest gepland had aan te sluiten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie, effectief aangesloten. Vlaanderen doet voor wat betreft het % van de bevolking, dat aangesloten is op afvalwaterzuiveringsinstallaties, beter dan Wallonië. Ten opzichte van de Belgische buurlanden hinkt Vlaanderen echter achterop. 21 De zuiveringsgraad van de Vlaamse huishoudens nam toe tot 73% begin 2009 (doel 2010 : 80%). De hoeveelheid dierlijke mest, die op landbouwgrond wordt opgebracht, is sterk gereduceerd. In 2008 ging het over 45 miljoen kg fosfaat (doel 2010 : max. 44 miljoen kg) en 100 miljoen kg stikstof (doel 2010 : max. 108 miljoen kg), een reductie van respectievelijk 31% en 35% ten opzichte van De sanering van vismigratieknelpunten verloopt te traag om het vooropgestelde doel te halen (doel 2010 : vrije vismigratie). Eind 2008 werden 15% van de knelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen gesaneerd. Internationale/regionale vergelijking m.b.t. de toestand van milieu en natuur 4. Doelbereik mileiubeleid Uit een lijst van met Vlaanderen vergelijkbare regio s 1 werden Denemarken, Nederland, Baden-Württemberg, Sachsen en als vergelijkbare regio voor de nieuwe EU-lidstaten Slovenië weergegeven. De lijst van vergelijkbare regio s werd opgesteld op basis van enkele belangrijke kenmerken van Vlaanderen, nl. hoge bevolkingsdichtheid, hoogproductieve en geïndustrialiseerde regio, hoge transportintensiteit, intensieve landbouw. Deze kenmerken oefenen tevens een aanzienlijke impact uit op de toestand van milieu en natuur in Vlaanderen. Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn als buurlanden van België opgenomen. België, Wallonië en het EU15-gemiddelde werden omwille van hun referentiewaarde opgenomen. Als vergelijkingsindicatoren werden sleutelindicatoren uit het MINA-plan 3 opgenomen die vergelijkbaar zijn met indicatoren uit de Europese context, zoals de Core Set of Indicators van het Europees Milieuagentschap. Volgende indicatoren worden hieronder voor het aangegeven jaar op relatieve wijze vergeleken ten opzichte van Vlaanderen (waarbij het cijfer voor Vlaanderen voor het corresponderende jaar = 100%): Afval: aantal kg huishoudelijk afval per persoon NO : NO -emissie per persoon x x SO : SO -emissie per persoon In functie van Benchmarking m.b.t. de toestand van milieu en natuur werd een lijst van met Vlaanderen vergelijkbare lijst opgesteld. Tot deze lijst behoren: Baden-Württemberg (D), Sachsen (D), Île-de-France (Fr), Lombardia (It), Yorkshire and the Humber (VK), Cataluña (Sp), Aust-Agder (N), Denemarken, Nederland en Slovenië.

Milieubeleidsplan 2011-2015

Milieubeleidsplan 2011-2015 Milieubeleidsplan 2011-2015 INHOUDSTAFEL 5 1. Inleiding 6 2. Leeswijzer 8 3. Hoofdlijnen 8 3.1. Prioritaire onderwerpen 10 3.2. Groene economie 15 4. Doelstellingen voor een volgende generatie 20 5. Context

Nadere informatie

Hoofdlijnen Natuurrapport 2007

Hoofdlijnen Natuurrapport 2007 Hoofdlijnen Hoofdlijnen Natuurrapport 2007 Biodiversiteit Verstoringen/bedreigingen Duurzaam gebruik Hoofdlijnen Natuurrapport 2007 Biodiversiteit Verstoringen/bedreigingen Duurzaam gebruik Toestand plant-

Nadere informatie

Biodiversiteit in Vlaanderen: de cijfers

Biodiversiteit in Vlaanderen: de cijfers Biodiversiteit in Vlaanderen: de cijfers Myriam Dumortier Natuurrapport www.natuurindicatoren.be www.nara.be www.inbo.be Haalt Vlaanderen de 2010-doelstelling? Biodiversiteit Verstoringen/bedreigingen

Nadere informatie

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld. Achtergrondinformatie voor achterbanberaad milieubeleid regio Eemsdelta Het milieubeleid omvat veel onderwerpen. Teveel om in één keer allemaal te behandelen. Op basis van onze ervaringen in de regio en

Nadere informatie

Mobiliteit en het MINA-plan 4. Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan

Mobiliteit en het MINA-plan 4. Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan Mobiliteit en het MINA-plan 4 Axel Verachtert Planningsgroep MINA-plan Overzicht 1. Inleiding 2. Milieuproblemen door vervoer 3. Beleidscyclus, MINA-plan 4, MOB-plan 4. raakvlak Omgevingskwaliteit 5. raakvlak

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie

LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING

LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING INHOUD Voorwoord 13 Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 Deel 1. LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING 21 1. Inleiding

Nadere informatie

Inleiding. Doelstelling

Inleiding. Doelstelling 25 Inleiding Marleen Van Steertegem, MIRA-team, VMM Myriam Dumortier, NARA, INBO Doelstelling De samenleving wordt complexer, en verandert steeds sneller. Het beleid kan zich niet uitsluitend baseren op

Nadere informatie

Crisis versterkt trend van dalende druk op milieu

Crisis versterkt trend van dalende druk op milieu Crisis versterkt trend van dalende druk op milieu Energie-efficiëntie van Vlaanderen neemt verder toe, in tegenstelling tot de materiaalefficiëntie Met het Pact 2020 1 wil Vlaanderen tegen 2020 een verdere

Nadere informatie

Vlaamse bedrijven produceren minder afval en sorteren voortaan ook pmd

Vlaamse bedrijven produceren minder afval en sorteren voortaan ook pmd Persmededeling JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Dinsdag 13 november 2012 Vlaamse bedrijven produceren minder afval en sorteren voortaan ook pmd Vlaams minister van Leefmilieu

Nadere informatie

Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral. Studiedienst Vlaamse Regering

Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral. Studiedienst Vlaamse Regering Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral Studiedienst Vlaamse Regering Indicatoren Pact 2020 Pact 2020: 20 doelstellingen voor Meer welvaart en welzijn Een competitieve

Nadere informatie

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 25 oktober 2011) Nummer 2567 Onderwerp Nederland meest vervuilde land van Europa Aan de leden van Provinciale Staten

Nadere informatie

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering BIODIVERSITEIT RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering DUURZAME ONTWIKKELING INTEGRAAL WATERBEHEER BIODIVERSITEIT Wat? Belang?

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT RESOLUTIE. betreffende de verzoening van de behoeften aan energie en aan zuivere lucht in onze maatschappij

VLAAMS PARLEMENT RESOLUTIE. betreffende de verzoening van de behoeften aan energie en aan zuivere lucht in onze maatschappij VLAAMS PARLEMENT RESOLUTIE betreffde de verzoing van de behoeft aan ergie aan zuivere lucht in onze maatschappij Het Vlaams Parlemt, gelet op de Verkningsnota voor het ergiedebat in het Vlaams Parlemt,

Nadere informatie

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4 Rapport Luchtkwaliteit 2012 Doetinchem Oktober 2013 INHOUD 1. Inleiding... 4 2. Algemeen... 5 2.1 Wet luchtkwaliteit... 5 2.2 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit... 5 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging...

Nadere informatie

Milieubarometer Voeren

Milieubarometer Voeren Milieubarometer Voeren 1 Inleiding Dit rapport is opgemaakt op basis van gemeentelijke data uit het portaal Lokale Statistieken, data beschikbaar vanuit het bevolkingsregister, gemeentelijk milieupark

Nadere informatie

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010 Biodiversiteit visie Boerenbond Symposium biodiversiteit 4 november 2010 1 Landbouw en biodiversiteit Domesticatie leidde tot 1000den variëteiten en soorten Heel wat biodiversiteit is er omwille van landbouw

Nadere informatie

Vlaams beleid luchtverontreiniging en. milieuvergunningsaanvragen

Vlaams beleid luchtverontreiniging en. milieuvergunningsaanvragen Vlaams beleid luchtverontreiniging en milieuvergunningsaanvragen Geert Pillu Adviesverlener LNE afdeling Milieuvergunningen Brugge Vlaams beleid luchtverontreiniging en milieuvergunningsaanvragen Kennis

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord 13. Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19

INHOUD. Voorwoord 13. Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 INHOUD Voorwoord 13 Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 Deel 1. LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING 23 1. Inleiding

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER

Ontheffing tot het opstellen van een MER Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, Dienst Mer Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL Tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing

Nadere informatie

Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014

Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014 Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014 Klimaateffectschetsboek Scheldemondraad: Actieplan Grensoverschrijdende klimaatbeleid, 11 september 2009 Interregproject

Nadere informatie

Antwerpen, Duurzame stad voor iedereen. Focus energie en milieu

Antwerpen, Duurzame stad voor iedereen. Focus energie en milieu Antwerpen, Duurzame stad voor iedereen Focus energie en milieu Forum 19 juni 2012 1.Beleidsnota: wat is de ambitie? 2.Projecten: wat doen we al? 1. Beleidsnota: Wat is de ambitie? Waarom wil Antwerpen

Nadere informatie

Het bodembeleid in Vlaanderen. Martien Swerts Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

Het bodembeleid in Vlaanderen. Martien Swerts Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Het bodembeleid in Vlaanderen Dienst Land en Bodembescherming Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA 4) Kader voor milieubeleid Om de 5 jaar Decretaal bepaald Per milieuthema

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

Beleidsdomeinspecifieke bijdrage

Beleidsdomeinspecifieke bijdrage Bijdrage Vlaamse administratie aan het regeerprogramma van de aantredende Vlaamse Regering Beleidsdomeinspecifieke bijdrage Deel 3.11 Leefmilieu, Natuur en Energie Mei 2009 Inhoudstafel Lijst met afkortingen...4

Nadere informatie

Plan-MER van de Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading tegen 2030

Plan-MER van de Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading tegen 2030 Plan-MER van de Studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading tegen 2030 DEEL 1 Niet-technische samenvatting Voorliggende strategische milieubeoordeling (SMB) onderzoekt de milieueffecten

Nadere informatie

OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche

OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche 1 OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche http://www.vlaamsenergiecongres.be/ Als iemand 100 jaar of ouder wordt en dat komt gelukkig steeds vaker voor wordt vaak

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.

Nadere informatie

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas Factsheet: NLGW0013 Zout Maas -DISCLAIMER- Deze factsheet behoort bij het ontwerp water(beheer)plan. De hier weergegeven 2014 en de realisatie van de maatregelen in de periode 2010-2015 zijn gebaseerd

Nadere informatie

MIRA 2012 Transport. www.milieurapport.be. Eco-efficiëntie van het personenvervoer

MIRA 2012 Transport. www.milieurapport.be. Eco-efficiëntie van het personenvervoer Eco-efficiëntie van het personenvervoer DP index (2000=) 110 70 personenkilometers bevolkingsaantal emissie broeikasgassen verzurende emissie emissie ozonprecursoren emissie fijn stof PM 2,5 (uitlaat)

Nadere informatie

Meetresultaten verzuring 1 HET MEETNET VERZURING

Meetresultaten verzuring 1 HET MEETNET VERZURING ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Meetresultaten verzuring //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Inleiding. Doelstelling

Inleiding. Doelstelling 19 Inleiding Myriam Dumortier, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Marleen Van Steertegem, Vlaamse Milieumaatschappij - Milieurapport Doelstelling De samenleving wordt complexer, en verandert steeds

Nadere informatie

Duurzame bedrijventerreinen

Duurzame bedrijventerreinen Duurzame bedrijventerreinen Duurzaamheid: meer dan enkel energie Duurzaam bedrijventerrein Energie, water, afval, sociale aspecten, samenwerkingen, Wordt ingewikkelde oefening Gegevens? Project SIS (Sustainable

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Luchtvervuiling in Nederland in kaart Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage 2013 Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage

Nadere informatie

MBO afgedankte batterijen en accu s

MBO afgedankte batterijen en accu s Briefadvies MBO afgedankte batterijen en accu s Advies over de startnota MBO afgedankte batterijen en accu s Datum van goedkeuring 11 maart 2015 Volgnummer 2015 005 Coördinator + e-mailadres Co-auteur

Nadere informatie

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid Duurzaamheid in : kansen en inspiratie Het s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid Leefomgeving Dit project draagt bij aan een gezond woon- en werkklimaat

Nadere informatie

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1 Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en

Nadere informatie

14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN

14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN 1.Inleiding 14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN WATERVERONTREINIGING IN HET BRUSSELS GEWEST Het Brussels Gewest ligt voor het grootste deel in het subbekken van de Zenne. Deze waterloop en zijn

Nadere informatie

betreffende het komen tot een energievisie en een energiepact en de rol daarin van het Vlaams Parlement

betreffende het komen tot een energievisie en een energiepact en de rol daarin van het Vlaams Parlement ingediend op 342 (2014-2015) Nr. 1 29 april 2015 (2014-2015) Voorstel van resolutie van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz, Jos Lantmeeters, Valerie Taeldeman en Wilfried Vandaele

Nadere informatie

voetafdrukrekeningen, herbe rekend

voetafdrukrekeningen, herbe rekend De Belgische voetafdrukrekeningen, herbe rekend 2 april 2009 Lies Janssen Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie De ecologische voetafdruk van België + Luxemburg Tot 2007 publiceerde Global

Nadere informatie

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen S R L G S A H R R U T Y O U A E E D R A F O R A S Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Eolus Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Het programma Eolus beantwoordt

Nadere informatie

De behaalde resultaten in de Belgische voedingsindustrie. Energieeffizienz in der belgischen Industrie BRÜSSEL, 12. MAI 2009

De behaalde resultaten in de Belgische voedingsindustrie. Energieeffizienz in der belgischen Industrie BRÜSSEL, 12. MAI 2009 De behaalde resultaten in de Belgische voedingsindustrie Energieeffizienz in der belgischen Industrie BRÜSSEL, 12. MAI 2009 FEVIA 450 leden-bedrijven + 26 ledengroepering 25 medewerkers Drie actie-domeinen

Nadere informatie

Emissies van het wegverkeer in België 1990-2030

Emissies van het wegverkeer in België 1990-2030 TRANSPORT & MOBILITY LEUVEN VITAL DECOSTERSTRAAT 67A BUS 1 3 LEUVEN BELGIË http://www.tmleuven.be TEL +32 (16) 31.77.3 FAX +32 (16) 31.77.39 Transport & Mobility Leuven is een gezamenlijke onderneming

Nadere informatie

Beste landbouwers, ambtenaren, bezoekers. Dames en heren,

Beste landbouwers, ambtenaren, bezoekers. Dames en heren, Donderdag 5 december 2013 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Studievoormiddag Bodem: de basis voor een duurzame aarde op Wereldbodemdag (Paleis 11 van Brussels

Nadere informatie

Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 stadsontwikkeling EMA

Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 stadsontwikkeling EMA Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 EMA Principes Antwerpen ondertekende het Europese Burgemeestersconvenant. Meer dan 5.000 lokale en regionale overheden hebben ondertekend en engageren zich om op

Nadere informatie

WAAR KOMT ONS DRINKWATER VANDAAN?

WAAR KOMT ONS DRINKWATER VANDAAN? WAAR KOMT ONS DRINKWATER VANDAAN? VERSCHILLENDE SOORTEN WATER De VMM onderscheidt zes soorten water, afhankelijk van hun oorsprong of functie. Oppervlaktewater = water dat op natuurlijke wijze in bronnen,

Nadere informatie

Fijn stof in Vlaanderen; gezondheidseffecten, oorsprong en reductiemaatregelen

Fijn stof in Vlaanderen; gezondheidseffecten, oorsprong en reductiemaatregelen Fijn stof in Vlaanderen; gezondheidseffecten, oorsprong en reductiemaatregelen Fijn stof kost de Vlaming tot 3 gezonde levensjaren. Vlaanderen zal ook in de toekomst moeite hebben om aan de Europese fijn

Nadere informatie

ADVIES. ende de belasting

ADVIES. ende de belasting ADVIES 8 september 2011 Over het voorontwerp van decreet betreffe ende de belasting op de inverkeerstelling (BIV) [2011 48] Mevrouw Joke Schauvliege Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Koolstraat

Nadere informatie

Jeroen Lavrijsen Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid

Jeroen Lavrijsen Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid 1 of 5 Geluidsoverlast is een belangrijke vorm van hinder: in Vlaanderen wordt 27% van de bevolking in enige mate gehinderd door geluid (bron: SLO 2008, zie artikel 'Beleving van geluidshinder in Vlaanderen').

Nadere informatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen (4)

Nadere informatie

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Ruimte voor Energie. Partnerforum Gent 18 oktober 2016

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Ruimte voor Energie. Partnerforum Gent 18 oktober 2016 Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Ruimte voor Energie Partnerforum Gent 18 oktober 2016 Energie uitdagingen VISIE 2050: 7. energietransitie Daling uitstoot broeikasgassen in EU met 80-95% t.o.v.

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

Emissielekken in België

Emissielekken in België Milieu-economische analyses voor België, de Gewesten en Europa 13 september 2012 Emissielekken in België Guy Vandille Federaal Planbureau Wat is een emissielek? Emissielek = verschil tussen : emissies

Nadere informatie

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces H 2 et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces Bij het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaren geleden, was er geen atmosfeer. Enkele miljoenen jaren waren nodig voor de

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling

De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling Prof. dr. Patrick Meire Universiteit Antwerpen Ecosystem management research group De polders, tussen de kust en zandig/zandlemig

Nadere informatie

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 Agenda Welkom door de Schepen Lode Dekimpe Inleiding SEAP door Kim Rienckens (provincie Oost-Vlaanderen) Nulmeting en uitdagingen

Nadere informatie

MIRA 2012 Indicatorrapport in het kort

MIRA 2012 Indicatorrapport in het kort INDICATORRAPPORT 2012 IN HET KORT 1 Sectoren Huishoudens Door de milde winter van 2011 lag de verwarmingsbehoefte van de huishoudens 33 % lager in vergelijking met het jaar 2010. Dit zorgde voor een lager

Nadere informatie

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform Biomassa, het nieuwe goud Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform ODE-Vlaanderen Structuur Vlaams kwaliteitscentrum voor decentrale duurzame energie belsolar Werkgroep groene stroom 2

Nadere informatie

Rotie: Cleaning & Services Amsterdam: Tankstorage Amsterdam: Orgaworld: Biodiesel Amsterdam:

Rotie: Cleaning & Services Amsterdam: Tankstorage Amsterdam: Orgaworld: Biodiesel Amsterdam: Rotie maakt onderdeel uit van de Simadan Groep. De Simadan Groep is een wereldwijd uniek industrieel ecosysteem waarin bij het verwerken van organische reststromen en frituurvet geen bruikbare energie

Nadere informatie

GEÏNTEGREERDE GEWASBESCHERMING IN DE WITLOOFTEELT INLEIDING EN WETGEVEND KADER

GEÏNTEGREERDE GEWASBESCHERMING IN DE WITLOOFTEELT INLEIDING EN WETGEVEND KADER GEÏNTEGREERDE GEWASBESCHERMING IN DE WITLOOFTEELT INLEIDING EN WETGEVEND KADER Marleen Mertens Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO) INVLOED VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN Positieve effecten: Bijdrage

Nadere informatie

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014 MENS Staat van Utrecht 204 Bodemsanering Hoeveel humane spoedlocaties zijn nog niet volledig gesaneerd? 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd Kaart (Humane spoedlocaties bodemverontreiniging

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011 Ammonium in de Emissieregistratie?! Natuurlijke processen, antropogene bronnen en emissies in de ER Bert Bellert, Waterdienst Ammonium als stof ook in ER??: In kader welke prioritaire stoffen, probleemstoffen,

Nadere informatie

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand?

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? De annual air quality kaarten tonen het resultaat van een koppeling van twee gegevensbronnen: de interpolatie van luchtkwaliteitsmetingen (RIO-interpolatiemodel)

Nadere informatie

ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving

ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving Voorzichtig herstel bedreigde soorten Verdere achteruitgang functioneren van ecosystemen en biodiversiteit Meer aandacht voor natuur als basisvoorwaarde

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

26. OPINIEPEILING INZAKE LUCHTVERVUILING IN BRUSSEL

26. OPINIEPEILING INZAKE LUCHTVERVUILING IN BRUSSEL 1.Inleiding 26. OPINIEPEILING INZAKE LUCHTVERVUILING IN BRUSSEL In het kader van de voorbereiding van het opstellen van een gewestelijk plan voor de bescherming van de luchtkwaliteit, werd in juli 1998

Nadere informatie

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen TOPSURFLAND Hieronder wordt beschreven wat de toegevoegde waarde is van Topsurf voor de samenleving en wat de effecten zijn van het gebruik van Topsurfland voor alle belanghebbenden. 1. Waterschappen De

Nadere informatie

Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut

Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut Mevrouw De Minister, Het Natuurrapport 2007 is het eerste Natuurrapport dat wordt geproduceerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, het nu iets meer dan een jaar oude Vlaamse onderzoeks- en

Nadere informatie

Dynamisch hulpmiddel ter ondersteuning van het advies inzake de correcte ventilatie van woningen

Dynamisch hulpmiddel ter ondersteuning van het advies inzake de correcte ventilatie van woningen Dynamisch hulpmiddel ter ondersteuning van het advies inzake de correcte ventilatie van woningen Pieter Logghe, Departement Gezondheid en Binnenhuisvervuiling, Leefmilieu Brussel Ventilatie hangt onlosmakelijk

Nadere informatie

1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE

1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE Methodologische fiche INDICATOR: GLOBALE ENERGIE-INTENSITEIT VAN HET BRUSSELS GEWEST THEMA: ENERGIE EN KLIMAATVERANDERINGEN 1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE Vraag achter de indicator:

Nadere informatie

Kernenergie in de Belgische energiemix

Kernenergie in de Belgische energiemix Kernenergie in de Belgische energiemix 1. Bevoorradingszekerheid De energie-afhankelijkheid van België is hoger dan het Europees gemiddelde. Zo bedroeg het percentage energie-afhankelijkheid van België

Nadere informatie

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN Centraal Netwerk geïnstalleerd Vandaag werd in Antwerpen het

Nadere informatie

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015 Bestuursrapportage 204 Vechtstromen Versie 24 november 205 Deze rapportage bevat een overzicht op hoofdlijnen van de voortgang van de uitvoering van het waterbeleid en dient als basis voor jaarlijks bestuurlijk

Nadere informatie

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft

Nadere informatie

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 memo aan: van: Gemeente Bronckhorst Johan van der Burg datum: 8 juni 2011 betreft: Project: Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 INLEIDING Op het perceel Rijksweg 20-1 te Drempt (gemeente Bronkhorst)

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

natuur- en energiebeleid De hoofdlijnen van het milieubeleid zijn vastgelegd in het milieubeleidsplan

natuur- en energiebeleid De hoofdlijnen van het milieubeleid zijn vastgelegd in het milieubeleidsplan Hoofdstuk 11 Een duurzaam milieu-, natuur- en energiebeleid De hoofdlijnen van het milieubeleid zijn vastgelegd in het milieubeleidsplan (MINA-plan). Een hele reeks indicatoren is gericht op het opvolgen

Nadere informatie

INDICATOR RAPPORT 2011 MIRA MILIEURAPPORT VLAANDEREN

INDICATOR RAPPORT 2011 MIRA MILIEURAPPORT VLAANDEREN INDICATOR RAPPORT 211 MIRA MILIEURAPPORT VLAANDEREN INDICATOR RAPPORT 211 MIRA MILIEURAPPORT VLAANDEREN STUURGROEP DIENST MIRA, VMM Voorzitter: Rudi Verheyen (UA) Secretaris: Philippe D Hondt (VMM) Leden

Nadere informatie

30/01/2012. Wat denk jij over. Wat gebeurt er?

30/01/2012. Wat denk jij over. Wat gebeurt er? Kraak je energiekosten Wat denk jij over klimaat en energie 2 Flauwekul. Opwarming van de aarde Mijn probleem niet, maar die van de volgende generatie. Bekommerd! Ik wil mee m n steentje bijdragen zodat

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Inleiding Via de Duurzame Zuivelketen streven zuivelondernemingen (NZO) en melkveehouders (LTO) gezamenlijk naar een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector.

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst

Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst Infomoment Ranst 23 september 2015 20u 1 Ranst timing 1. Voorstelling project aan schepencollege + goedkeuring: 12/2 2. werkgroep energie & klimaat: 19/3

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

Insights Energiebranche

Insights Energiebranche Insights Energiebranche Naar aanleiding van de nucleaire ramp in Fukushima heeft de Duitse politiek besloten vaart te zetten achter het afbouwen van kernenergie. Een transitie naar duurzame energie is

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT Naam: Klas: Datum: 1 Situering van het biotoop Plaats: Type water: vijver / meer / ven / moeras/ rivier / kanaal / poel / beek / sloot / bron Omgeving: woonkern / landbouwgebied

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 MAART 2011.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 MAART 2011. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 MAART 2011 inzake de criteria aan te nemen voor de definitie van de begrippen

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie