Vergelijking van grondrechten inzake informatie en privacy. Een oriënterend onderzoek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vergelijking van grondrechten inzake informatie en privacy. Een oriënterend onderzoek"

Transcriptie

1 Vergelijking van grondrechten inzake informatie en privacy Een oriënterend onderzoek 1

2 Vergelijking van grondrechten inzake informatie en privacy Een oriënterend onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie ten behoeve van de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk Prof. mr. Alis Koekkoek Mr. Frank Vlemminx Dr. Gert-Jan Leenknegt Mr. Sjaak Nouwt Dr. Luuk Matthijssen Centrum voor Wetgevingsvraagstukken Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering Katholieke Universiteit Brabant Tilburg, juni

3 Inhoudsopgave Leeswijzer Inleiding De invloed van informatie- en communicatietechnologie op grondrechten De onderzoeksvragen van het rechtsvergelijkend onderzoek De onderzoeksgroep Frankrijk Algehele sfeertekening Constitutie en grondrechten Vrijheid van meningsuiting Privacy a Bescherming persoongegevens b Vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van communicatie c Opsporing Toegang tot overheidsinformatie en netwerken Auteursrecht Duitsland Relevante ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie Relevante grondrechten Grondrechtensystematiek Techniek-afhankelijkheid Belangrijkste wetgeving Opvallende jurisprudentie Zweden Relevante ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie Relevante grondrechten Voor ICT relevante grondrechten die niet in de Nederlandse Grondwet zijn opgenomen Grondrechtensystematiek Techniek-afhankelijkheid Belangrijkste wetgeving De belangrijkste thema s van het debat over ICT en grondrechten Verenigde Staten Algehele sfeertekening Constitutie en grondrechten Vrijheid van meningsuiting Privacy a Bescherming persoonsgegevens b Vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van communicatie Toegang tot overheidsinformatie en netwerken Auteursrecht Vergelijking Welke voor grondrechten relevante ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie doen zich in de te onderzoeken landen voor? Welke (combinaties van) toepassingen komen voor of zijn in de nabije toekomst te verwachten?49 Voor grondrechten relevante ICT-ontwikkelingen Welke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet zijn relevant voor de rechtsverhoudingen in de informatiesamenleving? Daarbij valt niet alleen te denken aan de verticale rechtsbetrekkingen tussen overheid en burger, maar ook aan horizontale rechtsbetrekkingen tussen burgers onderling. Hoe is de onderlinge verhouding tussen de verschillende grondrechten, bv. vrijheid van meningsuiting en privacy? Grondrechten in hoofdstuk 1 van de Nederlandse Grondwet

4 3 Welke grondrechten in de andere te onderzoeken landen zijn van belang voor de rechtsverhoudingen in de informatiesamenleving en hoe is de onderlinge verhouding tussen die grondrechten? Grondrechten in Frankrijk Grondrechten in Duitsland Grondrechten in Zweden Grondrechten in Engeland Grondrechten in de Verenigde Staten Grondrechten in Canada Grondrechten in Zuid-Afrika Conclusie Welke voor ICT relevante grondrechten komen in andere landen voor die niet in de Nederlandse Grondwet zijn opgenomen? Duitsland Zweden Zuid-Afrika Conclusie Hoe is de systematiek van de grondrechten in de te onderzoeken landen en wat is het belang daarvan voor de formulering van de voor ICT relevante grondrechten? Te denken valt aan beperkingssystematiek en horizontale werking van grondrechten Kennen de te onderzoeken landen techniek-afhankelijk of techniek-onafhankelijk geformuleerde bepalingen in hun grondwetten en wetgeving ter zake van de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de toegang tot informatie? Techniek-afhankelijkheid van de formulering van grondrechten inzake informatie en privacy Wat is de belangrijkste wetgeving in de te behandelen landen op het terrein van de media, de telecommunicatie, het Internet, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, opsporingsbevoegdheden en openbaarheid? Welke opvallende jurisprudentie inzake grondrechten en informatisering is er? Welke verdragen en EU-regelingen bevatten met grondrechten vergelijkbare rechtsbeginselen betreffende ICT en welke doorwerking hebben die in de desbetreffende landen? Wat zijn in de te onderzoeken landen de belangrijkste thema s van het debat over ICT en grondrechten? Frankrijk Duitsland Zweden Verenigde Staten Perspectief

5 Leeswijzer Hoofdstuk 1 Inleiding bevat de onderzoeksvragen voor de vergelijking van grondrechten inzake informatie en privacy. Hoofdstuk 6 Vergelijking geeft antwoord op de in hoofdstuk 1 gestelde vragen. De vergelijking is gebaseerd op de hoofdstukken 2 Frankrijk, 3 Duitsland, 4 Zweden, 5 Verenigde Staten en op gegevens over Engeland, Canada en Zuid-Afrika. 5

6 1 Inleiding Bij koninklijk besluit van 23 februari 1999 (Stb. 1999, 101) is de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk ingesteld. De taak van de commissie is in art. 2 van genoemd kb als volgt omschreven: 1. De commissie heeft tot taak de regering met het oog op de ontwikkelingen op het terrein van de informatie- en communicatietechnologie te adviseren over: a. de aanpassing van de grondrechten, zoals opgenomen in hoofdstuk I van de Grondwet; b. de wenselijkheid van de vaststelling van nieuwe grondrechten. 2. Het uit te brengen advies bevat concrete voorstellen tot grondwetswijziging. 3. Bij de uitoefening van haar taak neemt de commissie het volgende in acht: a. er wordt naar gestreefd om de grondrechten zoveel mogelijk techniek-onafhankelijk te formuleren; b. er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met bestaande wetgeving, bij de Staten-Generaal ingediende wetsvoorstellen, aangekondigde wetsvoorstellen en aan de Staten-Generaal toegezonden beleidsnotities, die raakvlak met de taak van de commissie hebben. Ten behoeve van de commissie heeft het WODC, het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie een kort rechtsvergelijkend onderzoek ( quick scan ) laten doen door het Centrum voor Wetgevingsvraagstukken (CvW) en het Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering (CRBI) van het Schoordijk Instituut - Onderzoeksinstituut voor grondslagen van het recht en rechtsvergelijking - van de Katholieke Universiteit Brabant. 1 De invloed van informatie- en communicatietechnologie op grondrechten De informatisering van de samenleving heeft vooral in het bijna achter ons liggende decennium een wereldwijd karakter gekregen. Mede als gevolg van de snelle opkomst van het Internet en de in diverse werelddelen genomen initiatieven tot de ontwikkeling van een elektronische snelweg (Verenigde Staten, Europa, Azië) vindt op steeds grotere schaal grensoverschrijdende communicatie plaats. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wees er in zijn rapport Staat zonder land (1998) reeds op dat de belangrijkste vraag die hierdoor wordt opgeroepen luidt, hoe ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie (ICT) via internationale (zelf) regulering kunnen worden gestuurd. 1 De totstandkoming van de elektronische snelweg kan worden beschouwd als een van de belangrijkste vruchten van de ICT van de laatste jaren. Ook de Nederlandse overheid heeft nadrukkelijk aandacht voor de consequenties die deze mogelijk kan hebben vanuit wetgevingsperspectief. De nota Wetgeving voor de elektronische snelweg 2 kwam tot stand toen 1 WRR, Staat zonder land. Een verkenning van bestuurlijke gevolgen van informatieen communicatietechnologie (Rapporten aan de Regering nr. 54), Den Haag Kamerstukken II 1997/98, , nrs

7 bleek dat bij de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen (NAP) behoefte ontstond aan een integrale wetgevingsaanpak. In de genoemde nota heeft het kabinet een visie ontwikkeld op de rol van de overheid als wetgever in de informatiesamenleving. In deze nota worden de volgende steeds terugkerende vragen als probleemvragen geformuleerd: In hoeverre is overheidsoptreden in de elektronische omgeving mogelijk en zinvol? In welke mate is dit wenselijk? Indien tot optreden wordt besloten, welk instrumentarium moet dan worden gehanteerd? Uit de nota spreekt twijfel omtrent de effectiviteit en handhaafbaarheid van nationale regelgeving. De sturende rol van de nationale overheid is in de informatiesamenleving niet langer vanzelfsprekend. Een drietal gevolgen van ICT worden met name beschouwd als factoren die de rol van de overheid in de informatiesamenleving beïnvloeden: Dematerialisering: digitale informatie is niet gebonden aan een bepaalde fysieke drager of plaats. Internationalisering: de informatiesamenleving is een open samenleving, waarbinnen informatie zeer snel tot in vele hoeken van de samenleving kan doordringen; economische en sociale ontwikkelingen vinden steeds meer hun oorsprong in bronnen die buiten het bereik van de nationale overheid liggen. Technologische turbulentie: de ontwikkelingen in ICT, het maatschappelijk gebruik ervan en de sociale en juridische problemen die zij oproepen, zijn in hoge mate onvoorspelbaar en kennen een hoge omloopsnelheid. Het ontstaan van de informatiesamenleving heeft grote veranderingen tot gevolg. Deze zijn in bovengenoemde drie factoren terug te vinden. Een van de nieuwe hoofdtaken die de regering in de nota ziet weggelegd voor de overheid, is het waarborgen van een aantal fundamentele waarden en normen in een elektronische omgeving. Hierbij gaat het, aldus de regering, om de bescherming en regeling van grondrechten, het verzekeren van rechtshandhaving en het bieden van rechtszekerheid. Als uitgangspunt hanteert het kabinet het adagium: wat off-line geldt, moet ook on-line gelden. 3 De ontwikkeling van ICT heeft grote gevolgen voor de uitoefening en de bescherming van grondrechten. Wat de grondrechten uit de Nederlandse Grondwet betreft, valt bijvoorbeeld te denken aan het discriminatieverbod (art. 1), het petitierecht (art. 5), de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging (art. 6), de vrijheid van meningsuiting (art. 7), het recht tot vereniging, vergadering en betoging (art. 8 en 9), het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in ruime zin (art. 10, 11, 12 en 13) en de uit de openbaarheidsverplichting voortvloeiende toegang tot overheidsinformatie (art. 110). Een aantal voorbeelden kan de veranderde betekenis van grondrechten verduidelijken. ICT maakt het mogelijk om op eenvoudige wijze en anoniem discriminatoire uitlatingen te doen op een wereldwijde schaal. In Nederland heeft dat onlangs (juni 1999) geleid tot de aanhouding van een man in Amsterdam die discriminerende teksten via Internet verspreidde. Het recht voor een ieder om verzoeken in te dienen bij het bevoegd gezag is gebonden aan de schriftelijke vorm. Het is de vraag waarom het petitierecht ook niet op elektronische 3 Kamerstukken II 1997/98, , nr. 2, p

8 wijze kan worden uitgeoefend. De elektronische snelweg biedt mogelijkheden om wereldwijd godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen uit te dragen. In sommige landen bestaat echter meer vrijheid van godsdienst en levensovertuiging dan in andere. De vrijheid van meningsuiting heeft als keerzijde dat via de elektronische snelweg ook gedachten en gevoelens kunnen worden verspreid die op zijn minst discutabel en soms zelfs verwerpelijk kunnen worden geacht [recent bijv. de Nuremberg-files ; zie daarover de home-page van Karin Spaink]. Een vraag naar Nederlands recht is bijvoorbeeld, hoever ieders verantwoordelijkheid volgens de wet reikt. In een virtuele wereld kunnen ook virtuele verenigingen ontstaan. Aldus krijgen het recht tot vereniging, vergadering en betoging ook een elektronische en wereldwijde dimensie. Er zijn al virtuele universiteiten. 4 Daarbij is de vrijheid van onderwijs en het recht op onderwijs aan de orde. Wellicht het meest tot de verbeelding spreekt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy), dat op dit moment met betrekking tot Internet zeer actueel is. Voor de meeste doorsnee Internet-gebruikers is niet duidelijk welke privacyrisico s men loopt bij gebruik van het Internet, zoals het verstrekken van credit-cardgegevens, electronic monitoring, etc. Het overleg dat thans plaats vindt tussen de EU en de VS over het equivalent level of protection is bedoeld om te leiden tot internationale overeenstemming over het niveau van privacybescherming. Van groot belang zijn de mogelijkheden die elektronisch verkeer biedt, bv. voor de koppeling van persoonsgegevens. Informatisering kan leiden tot virtualisering (recent onder meer beschreven in de dissertatie van Van Duivenboden, Koppeling in uitvoering. De overheid kan haar informatie in advance elektronisch ter beschikking stellen van de burger of op verzoek op grond van de WOB. Met name in Zweden is momenteel een projectgroep opgezet met het oog op de aanpassing van openbaarheidswetgeving aan elektronische media. 2 De onderzoeksvragen van het rechtsvergelijkend onderzoek Doel Het doel van dit oriënterend rechtsvergelijkend onderzoek is het presenteren van een beknopt vergelijkend rapport over grondrechten en informatisering in een aantal landen ten behoeve van de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk. Vragen Met de taakomschrijving van de commissie en de daarbij behorende nota van toelichting als uitgangspunt wil dit onderzoek een beknopt antwoord te geven op de volgende vragen: 4 Zie The West's awake online, in: The Irish Times, Monday, June 21, 1999; 8

9 1 Welke voor grondrechten relevante ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie doen zich in de te onderzoeken landen voor? Welke (combinaties van) toepassingen van ICT komen voor of zijn in de nabije toekomst te verwachten? 2 Welke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet zijn relevant voor de rechtsverhoudingen in de informatiesamenleving? Daarbij valt niet alleen te denken aan de verticale rechtsbetrekkingen tussen overheid en burger, maar ook aan horizontale rechtsbetrekkingen tussen burgers onderling. Hoe is de onderlinge verhouding tussen de verschillende grondrechten, bv. vrijheid van meningsuiting en privacy? 3 Welke grondrechten in de andere te onderzoeken landen zijn van belang voor de rechtsverhoudingen in de informatiesamenleving en hoe is de onderlinge verhouding tussen die grondrechten? 4 Welke voor ICT relevante grondrechten komen in andere landen voor die niet in de Nederlandse Grondwet zijn opgenomen? 5 Hoe is de systematiek van de grondrechten in de te onderzoeken landen en wat is het belang daarvan voor de formulering van de voor ICT relevante grondrechten? Te denken valt aan beperkingssystematiek en horizontale werking van grondrechten. 6 Kennen de te onderzoeken landen techniek-afhankelijk of techniek-onafhankelijk geformuleerde bepalingen in hun grondwetten en wetgeving ter zake van de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de toegang tot informatie? 7 Wat is de belangrijkste wetgeving in de te behandelen landen op het terrein van de media, de telecommunicatie, het Internet, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, opsporingsbevoegdheden en openbaarheid? 8 Welke opvallende jurisprudentie inzake grondrechten en informatisering is er? 9 Welke verdragen en EU-regelingen bevatten met grondrechten vergelijkbare rechtsbeginselen betreffende ICT en welke doorwerking hebben die in de desbetreffende landen? 10 Wat zijn in de te onderzoeken landen de belangrijkste thema s van het debat over ICT en grondrechten? Ad 2 De nota van toelichting op het instellingsbesluit vermeldt de artikelen 7, 10 en 13 van de Grondwet als te onderzoeken artikelen. Hoewel daarop de nadruk valt is ICT ook van belang voor andere uitingsrechten dan artikel 7, te weten het recht van petitie, de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, het recht tot vereniging en het recht tot vergadering en betoging. Een voorbeeld is het vergaderen via Internet. Deze grondrechten worden daarom bij de vergelijking betrokken. 9

10 Vergelijking De oriënterende fase wordt afgesloten met een samenvattende vergelijking van de onderzoeksresultaten van de door ons onderzochte landen. Landenkeuze Bij deze eerste oriëntatie is een substantieel aantal landen in de vergelijking betrokken. Landen met een vergelijkbare rechtsontwikkeling die voor onderzoek in aanmerking komen zijn de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Zweden, maar ook Engeland, Canada en Zuid-Afrika. In Engeland is met de Human Rights Act 1998 de bescherming van grondrechten ingrijpend veranderd. Canada heeft sinds 1982 ervaring met een Charter of Rights and Freedoms. Aan de Zuid-Afrikaanse Grondwet van 1996 is veel rechtsvergelijking voorafgegaan. De nadruk valt in dit onderzoek op de vier eerstgenoemde landen; de andere zullen worden betrokken bij de vergelijking van de eerste vier landen in hoofdstuk 6. De keuze brengt mee dat landen met verschillende staatsrechtelijke tradities aan bod komen. Frankrijk, Duitsland en Zweden staan met Nederland in de traditie van de rechtsstaat; Engeland is de bakermat van de rule of (common) law, die ook kenmerkend is voor de VS, Canada en Zuid-Afrika. Methode Het onderzoek heeft een inventariserend rechtsvergelijkend karakter. Gezien de zeer korte tijd die voor het onderzoek beschikbaar was zijn de bronnen beperkt tot de via Internet beschikbare bronnen en de met name bij de KUB aanwezige literatuur. We realiseren ons dat bij een quick scan het risico van onvolledigheid en fouten groter dan bij een langer lopend onderzoek. Wij vragen de lezer daarvoor begrip. 3 De onderzoeksgroep De onderzoeksgroep voor dit oriënterend onderzoek bestond uit: Prof.mr. A.K. Koekkoek, hoogleraar staats- en bestuursrecht, met inbegrip van het vergelijkend staatsrecht (onderzoeksleider) Mr. F.M.C. Vlemminx, universitair docent staats- en bestuursrecht Dr. G.J. Leenknegt, universitair docent staats- en bestuursrecht Mr. J. Nouwt, universitair docent recht, bestuur en informatisering Dr. L.J. Matthijssen, postdoc recht, bestuur en informatisering. Als adviseurs traden op: Dr. W.B.J.H. van de Donk Dr. W.J.M. Voermans Mr. A.A.L. Beers. De onderzoeksleider en de onderzoekers Vlemminx en Leenknegt zijn verbonden aan het Centrum voor Wetgevingsvraagstukken; de onderzoekers Nouwt en Matthijssen en de adviseur Van de Donk aan het Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering en de adviseurs Voermans en Beers aan beide centra. 10

11 2 Frankrijk 1 Algehele sfeertekening Frankrijk kent een lange traditie van centralistisch overheidsoptreden. Die positie van de staat is ook van belang bij de ITC. Zo is er van oudsher een nauwe band tussen de staat, de nationale PTT en de electronica-industrie. Tegen deze achtergrond is de officiële houding van de overheid inzake de problematiek van de ICT opvallend. Deze houding heeft betrekking op twee punten. Ten eerste beklemtoont de Franse overheid het belang van zelfregulering. Op dit punt is er ter bevordering van een harmonieuze ontwikkeling van het Internet een nationaal discussiestuk tot stand gebracht, te weten de Charte de l'internet. Het stuk heeft twee oogmerken. Ten eerste: préciser, dans le cadre des lois et traités, les règles et usages des Acteurs de l Internet. Ten tweede: faciliter la mise en oeuvre par un outil simple et pragmatique d autorégulation, le Conseil de l Internet. Die Conseil de l Internet zou moeten worden opgericht door commerciële Internetactoren, niet-commerciële Internet-actoren zoals universiteiten, en access en service providers. Ten tweede benadrukt de Franse overheid de noodzaak van internationale samenwerking, bijvoorbeeld politiële en justitiële samenwerking binnen de derde pijler van de EU. In 1996 heeft de regering in de OESO het voorstel gedaan voor een Charte de coopération internationale sur l Internet. Deze Charte is gericht op de definiëring van gemeenschappelijke beginselen van toepasselijk nationaal recht, de definiëring van de verantwoordelijkheden van Internet-actoren, de ontwikkeling van een gedragscode en het in gang zetten van politiële en justitiële samenwerking. In de toespraak Preparing France s entry into the Information Society van 26 augustus 1997 kondigde Jospin een actieplan van de overheid aan. Dit plan werd op 16 januari 1998 gepresenteerd: Programme d Action Gouvernementale pour la Société Informatique (PAGSI). PAGSI bracht 6 prioriteiten aan, te weten, a. de informatietechnologie in het onderwijs; b. een ambitieus cultureel beleid voor de nieuwe netwerken; c. de informatietechnologie in dienst van de modernisering van de openbare dienstverlening; d. de informatietechnologie als een cruciaal hulpmiddel voor bedrijven en ondernemingen; e. streven naar industriële en technologische vernieuwing; f. de bevordering van een doelmatige regeling en een beschermend kader voor de nieuwe informatienet-werken. De voortgang van PAGSI is via het Internet te volgen op Op 3 maart 1998 bracht Guy Braibant van de Conseil d Etat inzake de implementatie van de Privacyrichtlijn 1995 van de EU een rapport uit, getiteld Données Personelles et Société de l Information. Op 2 juli 1998 bracht de Conseil d Etat het advies Internet et les réseaux numériques uit betreffende toekomstige wet- en regelgeving voor het Internet. In dit advies stelt de Raad van State zich op het standpunt, dat, anders dan soms wordt verkondigd, het geheel van bestaande wetgeving gewoon op het Internet van toepassing is. De juridische vragen die in verband met het Internet rijzen nopen zijns inziens niet tot herbezinning op de bestaande juridische concepten. Integendeel, de vragen bevestigen het belang van het grootste deel van deze concepten, die zich perfect laten transponeren naar de nieuwe omgeving, zelfs als een zekere aanpassing vereist is. 11

12 En tot slot werd er een rapport uitgebracht met betekking tot de voortgang van PAGSI dat op 19 januari 1999 in het Comité Interministériel pour la Société de l Information (CISI) werd besproken. De uitkomsten waren zeer bevredigend. De tweede fase van PAGSI bestrijkt de periode en er werden door de CISI belangrijke besluiten genomen met betrekking tot de vrijheid om encryptie te hanteren, de bescherming van het recht op privacy in het kader van de implementatie van de EU-richtlijn, electronische handtekeningen e.d. als juridisch bewijsmateriaal, de bescherming van de auteursrechten, de vrije verspreiding van essentiële culturele informatie, de functie van ICT met betrekking tot de modernisering van de staat en de verbetering van de dienstverlening voor burgers, en tot slot de bevordering van gelijke toegang tot informatie-netwerken voor iedereen. 2 Constitutie en grondrechten In Frankrijk speelt geen bijzondere discussie rond de constitutionele waarde van de grondrechten waarover het individu in het kader van de ICT zou moeten beschikken. Dit wil niet zeggen dat grondrechtelijke waarden geen rol zouden spelen. Boven wordt aan de liberté d expression ( opinion/communication ), waaronder in het bijzonder de liberté de la presse, en aan het recht op privacy, waaronder in het bijzonder het recht op bescherming van persoonsgegevens, beslist de nodige aandacht besteed. Dat de Constitutie niet in de beschouwingen wordt betrokken vloeit voort uit de manier waarop de grondrechten in Frankrijk zijn gewaarborgd. Er is in de Constitutie geen onderdeel dat speciaal aan de grondrechten is gewijd. Alleen in de artikelen 3 en 66 behelst de Constitutie enkele specifieke grondrechten en verder bepaalt de Preambule: Le peuple français proclame solennellement son attachement aux droits de l homme (...) tels qu ils ont été définis par la Déclaration de 1789, confirmée et complétée par le Préambule de la Constitution de Naast de genoemde artikelen uit de Constitutie worden er dus nog grondrechten aangetroffen in de Déclaration des droits de l homme et du citoyen van 26 augustus Zo garandeert artikel 11 de vrijheid van meningsuiting: La libre communication des pensées et des opinions est un des droits les plus precieux de l homme: tout citoyen peut donc parler, écrire, imprimer librement (...). Bovendien speelt de Preambule van de Constitutie van 1946 een belangrijke rol en wel op twee manieren. Enerzijds liggen er als beginselen bepaalde klassieke en sociale grondrechten in verankerd, anderzijds wordt er gesproken van principes fondamentaux reconnus par les lois de la République, waaruit in de jurisprudentie weer grondrechten worden gedestilleerd. Tot slot bepaalt artikel 34 van de (huidige) Constitutie dat de wet de fundamentele waarborgen inzake grondrechten dient te regelen. Al met al houdt dit in dat de ware betekenis van de grondrechten te vinden is in wetgeving en jurisprudentie. Deze zullen moeten worden bestudeerd. De doorgaans uiterst vage formuleringen op grondwettelijk niveau geven niet of nauwelijks aanknopingspunten voor de redactie van grondrechten in het ICT-tijdperk. De jurisprudentie van de Conseil constitutionnel strekt zich uit over de Déclaration van 1789, de Preambule van 1946 en de principes fondamentaux. De Conseil vat alles samen onder één categorie, te weten, de principes à valeur constitutionelle, die tegenwoordig ook wel worden aangeduid als le bloc de constitutionnalité. Gezien de rol die voor de wetgever is weggelegd stelt de Conseil constitutionnel zich voorzichtig op. Hij benadrukt dat hij niet beschikt over un pouvoir général d appréciation et de décision identique au Parlement (15 janvier 1975, AJDA 1975, p. 12

13 134). Niettemin heeft hij uiteenlopende rechten tot constitutionele rechten verheven zoals de verenigingsvijheid, de vrijheid van geweten, de onderwijsvrijheid, de vrijheid van communications des opinions, het recht op eigendom, de ondernemingsvrijheid, de vakverenigingsvrijheid en de stakingsvrijheid. Aparte aandacht verdient de liberté individuelle, erkend in 1977 (12 janvier 1977, AJDA 1978, p. 215). Het begrip liberté individuelle kan worden omschreven als het geheel van juridische waarborgen die het individu het gevoel geven in zijn persoon en zijn dagelijks leven tegen machtsmisbruik beschermd te zijn. De jurisprudentie van de Conseil constitutionnel laat zien hoe veelzijdig dit begrip is. Het strekt zich uit over la sûreté, la liberté du domicile et de la vie privée en, binnen zekere grenzen, la liberté d aller et venir. Op het vlak van de onschendbaarheid van de woning zij nog in het bijzonder gewezen op de beslissing van 29 décembre 1983 (AJDA 1984). De ruime opvatting van de liberté individuelle wordt niet door alle rechterlijke instanties gedeeld. Het Cour de Cassation volgt de Conseil constitutionnel (C. cass. crim. 25 avr. 1985, J.C.P ) en hetzelfde geldt tegenwoordig voor het Tribunal des conflits (T.C. 9 juin 1985, AJDA 1986). De Conseil d Etat lijkt nog steeds de enge opvatting te hanteren die in 1965 door hem werd geïntroduceerd (2 juill. 1965, AJDA), en die zich beperkt tot la sûreté en le domicile. Verder zaait de Conseil constitutionnel zelf ook enige verwarring. In latere jurisprudentie is een onderscheid aangebracht tussen de liberté individuelle die bescherming zou bieden tegen de overheid, en de liberté personnelle die betrekking zou hebben op particuliere relaties, in het bijzonder arbeidsrelaties (25 juillet 1989, AJDA 1989, p. 796). In een beslissing uit 1991 lijkt de Conseil constitutionnel de bescherming van la vie privée onder te brengen bij de liberté personnelle. Artikel 34 van de Constitutie geeft een opsomming van onderwerpen die door de wetgever moeten worden geregeld. Het eerste onderwerp wordt gevormd door les garanties fondamentales accordées aux citoyens pour l exercise des libertés publiques. Deze bevoegdheid van de wetgever speelt in twee verschillende situaties. Ten eerste kan de wetgever een vrijheid introduceren die in de bestaande teksten nog niet aanwezig is. Dit is bijvoorbeeld gebeurd toen de Loi du 17 juillet 1970' het recht au respect de la vie privée in het leven riep. Deze wet beschermt de persoonlijke levenssfeer langs civielrechtelijke weg (vooral art. 9 Code Civil) en langs strafrechtelijke weg (art e.v. Code Pénal). Tevens zij gewezen op de Loi du janvier 1978' die bescherming biedt bij persoonsgegevens en op grond waarvan de Commission nationale informatique et libertés (CNIL) is ingesteld. Ten tweede kan de wetgever een vrijheid uitwerken die als beginsel reeds in de bestaande teksten is terug te vinden. Deze situatie komt het meest voor. Een voorbeeld is de Loi du 29 juillet 1881' ( Loi sur la Liberté de la Presse ), die de persvrijheid daadwerkelijk gestalte gaf. In de constitutionalisering van de lois de la République betreffende de principes fondamentaux schuilt een belangrijke beperking van de bevoegdheid van de wetgever. Het is namelijk verboden om in zulke wetten wijzigingen aan te brengen die de principes op losse schroeven zetten. De Conseil constitutionnel ziet er op toe dat dit verbod ook wordt nageleefd. Uit de manier waarop de grondrechten in Frankrijk gestalte krijgen blijkt reeds dat op het vlak van de beperkingen een andere invalshoek wordt gehanteerd dan in Nederland waar ieder recht van een eigen beperkingsclausule is voorzien. Zo kan een wet die een vrijheid gestalte geeft tevens strafbepalingen behelzen. Hoofdstuk IV van de Loi du 29 juillet 1881' bijvoorbeeld geeft een opsomming van crimes et délits commis par la voie de la presse. In feite manifesteren zich in Frankrijk twee beperkingsgronden die door de Conseil d Etat' in het arrest Deahene betreffende 13

14 het stakingsrecht (7 juillet 1950, Gr. Ar., p. 437) als volgt werden aangeduid: les limitations qui doivent être apportées à ce droit, comme à tous les autres, en vue d en éviter un usage abusif ou contraire aux nécessités de l ordre public. De begrippen usage abusif en ordre public staan reeds in artikel 11 respectievelijk 10 van de Déclaration. Het begrip usage abusif kan worden vertaald als vrijheden van anderen en het begrip ordre public als bescherming van de samenleving. 3 Vrijheid van meningsuiting Er is nog geen wetgeving tot stand gebracht met betrekking tot de aansprakelijkheid van Internetproviders voor illegale en schadelijke informatie of met betrekking tot toezicht op de informatiestroom. Pogingen daartoe zijn door de Conseil Constitutionnel ongrondwettig verklaard vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting. In de UEJF-zaak van 12 juni 1996 bepaalde het TGI Paris (arrondissementsrechtbank Parijs) dat Internet-providers niet aansprakelijk waren en wel om twee redenen. Ten eerste boden deze slechts toegang tot het net en niet tevens tot de informatie die op het net te vinden was. Ten tweede was het (technisch) onmogelijk om al die informatie te controleren. In de UEJF-zaak van 10 juli 1997 deed het TGI Paris om procedurele redenen geen uitspraak over de aansprakelijkheid van Internet-providers. Wel werd in deze uitspraak uitdrukkelijk aanvaard dat de Loi sur la Liberté de la Presse op het Internet van toepassing is. Thans is de zaak ten principale aanhangig bij het TGI Paris. Er wordt een beslissing verwacht over de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Ook zij gewezen op de Code des Postes et Télécommunications. Ingevolge artikel 43, eerste lid, van deze regeling moeten Internet-providers hun klanten in staat stellen om Internetdiensten technisch te blokkeren om bijvoorbeeld kinderen tegen schadelijke web-pagina s te beschermen. Het TGI Versailles heeft in een geruchtmakende beslissing van 22 oktober 1998 geoordeeld dat een zekere Lofficial zijn twee jaar oude site op het Internet een andere naam moest geven. Loffical had sinds twee jaar een site, getiteld Elancourt, Bienvenue à Elancourt, waarop hij informatie verstrekte over de gemeente Elancourt en verder zijn eigen politieke opvattingen ventileerde. De gemeente die in 1998 een eigen site opende vond dat Lofficial verwarring zaaide. De arrondissementsrechtbank oordeelde: [L]es consultants ne doivent pas être induits en erreur et trompés par une présentation tendancieuse et savoir clairement et sans ambiguïté s ils sont connectés sur le site de la mairie, sur celui d une association para-municipale ou non, et laquelle, sur celui d un parti politique ou d un simple liste locale avec précision du nom du parti ou de cette liste ou s ils sont simplement connectés avec un site d un particulier. Op 9 juni 1996 oordeelde het TGI Paris (Ref /98) dat de Internet Service Provider verantwoordelijk is wanneer de inhoud van hetgeen op een Web-site wordt gezet de privacy schendt. In het advies Internet et les réseaux numériques van 2 juli 1998 stelt de Conseil d Etat zich op het standpunt dat het er vooral om gaat de bestaande wetgeving te handhaven en daarnaast zelfregulering tot ontwikkeling te brengen. Op het terrein van het strafrecht zijn de regels naar de mening van de Raad van State duidelijk en laten zij zich in het merendeel van de gevallen toepassen. 14

15 Op het terrein van het civiel recht verdient het aanbeveling zich te houden aan de geldende regels van internationaal privaatrecht, ook al zitten daar zekere risico s aan vast (bijvoorbeeld meerdere processen tegelijkertijd). Op 3 maart 1999 herinnerde D. Strauss-Kahn, minister van l Economie, des finances et de l industrie de Assemblée nationale er evenwel aan dat het noodzakelijk was wetgeving met betrekking tot het Internet tot stand te brengen teneinde de vrijheid van meningssuiting en de veiligheid van personen te garanderen. 4 Privacy In Frankrijk is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verschillende wettelijke regelingen neergelegd. Allereerst is er artikel 9 van de Code Civil. Deze bepaling geeft bescherming ten aanzien van naam, domicilie, adres, lichamelijke identiteit, zeden, seksuele geaardheid, geloofsovertuiging en politieke overtuiging. Bovendien strekt de bescherming zich uit over gezinsrelaties, naasten en vrienden. Daarnaast is er strafrechtelijke bescherming via de Code Pénal. Met betrekking tot gegevensbestanden is vooral de Loi du janvier 1978 relative à l informatique, aux fichiers et aux libertés van belang. Zijn naamsbestanden geautomatiseerd dan vallen zij onder alle voorzieningen van deze wet. Als bevoegde overheidsinstantie treedt op de Franse registratiekamer, de Commission nationale informatique et libertés (CNIL). Daarnaast zijn er nog specifieke wetten zoals de Loi du janvier 1979 sur les Archives en tot slot zijn er verschillende wettelijke regelingen die op uiteenlopende wijzen naar de wet van 1978 verwijzen. Vermeldenswaard is nog dat de regering in het voorjaar van 1997 een wetsvoorstel met betrekking tot de koppeling van sociale en fiscale gegevensbestanden heeft tot stand gebracht. Het wetsvoorstel is echter niet in het Parlement ingediend omdat de Assemb_ée nationale werd ontbonden. a Bescherming persoonsgegevens In het advies Internet et les réseaux numériques van 2 juli 1982 vond de Conseil d Etat dat overheidsregulering gecombineerd dient te worden met verschillende vormen van zelfregulering en met activiteiten van het CNIL. Verder vond de Raad van State het noodzakelijk om op internationaal niveau gemeenschappelijke minimale waarborgen te formuleren. In het algemeen gaat men er in Frankrijk van uit dat de implementatie van de EU-Privacyrichtlijn van 1995 in combinatie met eventuele zelfregulering afdoende bescherming zal bieden als het gaat om het gebruik van persoonsgegevens op de elektronische snelweg. De implementatie laat echter op zich wachten en de implementatietermijn verstreek op 25 oktober Zoals gezegd bracht Guy Braibant van de Conseil d Etat op 3 maart 1998 het rapport Données Personnelles et Société de l Information uit en in het kader van de tweede fase van PAGSI ( ) maakte Premier Jospin bekend in welke richting de plannen van het CISI gingen. Er komt, aldus de premier, een hoog beschermingsniveau ten aanzien van persoonsgegevens. De middelen van de CNIL zullen worden vergroot en de controlebevoegdheden van de CNIL zullen worden verhoogd. Naast de perikelen rond de implementatie van de Privacyrichtlijn is er in Frankerijk een zekere discussie gaande over het beleid ten aanzien van namen van personen, vermeld op Internetsites. De CNIL heeft aanbevelingen uitgevaardigd met betrekking tot het gebruik van zulke namen 15

16 op Internet-sites: Déliberation no du 4 février 1997 relative à la demande d avis du Service d information du Gouvernement concernant le traitement d informations nominatives opéré dans le cadre du site Internet du Premier Ministre et du Gouvernment (CNIL - 17e rapport d activité 1996, p ). Ingevolge deze aanbevelingen dienen personen op de hoogte te worden gesteld van de mogelijkheid om protest aan te tekenen tegen de vermelding van hun naam op een site. b Vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid van communicatie In Frankrijk regelt Code Pénal regelt de vertrouwelijkheid van telecommunicatie alsmede het briefgeheim. Tevens gold daar reeds lang een wettelijk verbod op encryptie met een beperkt vergunningenstelsel ( Loi Numéro van 29 december 1990 en Decreet Numéro van 28 december 1992). In artikel 17 van de Loi de Réglementation des Télécommunications van 26 juli 1996 (Telecommunicatiewet) werd een versoepeling van het regime aangebracht. Ter waarborging van de authenticiteit en integriteit (bijvoorbeeld digitale handtekeningen) is encryptie volledig toegestaan. Als het om vertrouwelijkheid gaat liggen de kaarten anders. Dan kan er een vergunning worden verkregen mits een officieel erkende organisatie de privé-encryptiesleutels beheert en de sleutels in wettelijk vastgelegde gevallen aan de overheid worden overgedragen. De staat mag dus niet worden buitengesloten. Op deze wijze trachtte men in Frankrijk het belang van de encryptie evenwichtig af te wegen tegen het belang van de rechtshandhaving. Het door de Telecommunicatiewet geïntroduceerde systeem moest via decreten worden ingevuld en trad pas in werking toen deze decreten tot stand waren gebracht. Als voorlopig lapmiddel werd een maatregel vastgesteld die cryprografie tot een sleutellengte van maximaal 40 bits zou vrijgeven. Het probleem van de encryptie wordt als zeer belangrijk beschouwd. De Franse overheid overlegt met onder meer banken en grote bedrijven. Verder is er een uitvoeringsorgaan voor de cryptowetgeving ingesteld dat werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van defensie, te weten het SCSSI. In het op 2 juli 1998 uitgebrachte advies Internet et les réseaux numériques stelt de Conseil d Etat dat de elektronische boodschap en de elektronische handtekening zekerheid moeten bieden en als juridisch bewijs moeten kunnen dienen. Ook moet de vertrouwelijkheid worden gegarandeerd en dat betekent naar de mening van de Raad van State dat encryptie vrij moet worden kunnen toegepast, mits er tevens een adequaat systeem wordt geïnstalleerd om de sleutels te bemachtigen. Op 19 januari 1999 werd met betrekking tot de tweede fase van PAGSI ( ) besloten encryptie volledig vrij te geven. De plicht om de sleutels in handen te leggen van een officieel erkende organisatie zal worden afgeschaft. In plaats daarvan komt er een onder straffen te handhaven plicht om de bevoegde autoriteiten als deze er om verzoeken, van een gecodeerd document een ongecodeerde versie te verstrekken. Voordat deze nieuwe wetgeving tot stand komt zal er eerst een besluit worden genomen om encryptie reeds tot 128 in plaats van 40 bits toe te staan. Op 19 januari 1999 liet Premier Jospin weten dat in het kader van de tweede fase van PAGSI ( ) door het CISI is besloten dat de Franse wetgeving wordt aangepast zodat 16

17 duidelijk wordt wat op het vlak van de nieuwe technologiën en elektronische handtekeningen als juridisch bewijs kan gelden. 17

18 c Opsporing In Frankrijk is het aftappen voor opsporingsdoeleinden geregeld in artikel 110 t/m Code de Procédure Pénale. Het direct afluisteren van communicatie via bugs of richtmicrofoons als alternatief voor telefoontap is toegestaan. 5 Toegang tot overheidsinformatie en netwerken Frankrijk kent sinds 1978 een wet die de openbaarheid van bestuursdocumenten regelt (Loi No van 17 juli 1978, J.O. 18 juli 1978, gewijzigd bij Loi No van 11 juli 1979, J.O juli 1979). De openbaarheidswet is van toepassing op zowel papieren documenten als elektronische gegevensdragers. Net als in de meeste andere landen staan in Frankrijk de liberalisering van de telecom-markt en de doorbreking van monopolies op deze markt centraal, een hot issue, temeer daar het beleid van de EU verplichtte tot een liberalisering van de telecommunicatie op 1 januari Zo n liberalisering dient gepaard te gaan met regulering op het vlak van de toegang en de interconnectie. Deze regulering vond plaats via de boven reeds aangehaalde Telecommunicatiewet van 26 juli Op artikel L 34-8 van deze wet is het Interconnectiebesluit gebaseerd en dat besluit bepaalt dat interconnectie bij contract wordt geregeld. Zo n contract moet worden aangemeld bij de Autorité de Régulation des Télécommunications (ART), de regulerende en toezichthoudende overheidsinstantie die ingevolge artikel L 36 van de Telecommmunicatiewet is opgericht. Het contract moet bijvoorbeeld de betalingsvoorwaarden, de methode van informatie-uitwisseling en de aansprakelijkheid regelen. Verder bepaalt het Interconnectiebesluit dat interconnectie niet mag worden geweigerd wanneer het verzoek daartoe, gelet op de behoefte van de verzoeker en de capaciteit die de operator tot zijn beschikking heeft, redelijk is. Op het vlak van de dienstverlening door de operatoren treft artikel L 35-1 een regeling. Het artikel schrijft voor dat er tegen een redelijke prijs kwalitatief goede telefoondiensten moeten worden verschaft. Bovendien geldt er een zekere bescherming voor de financieel zwakkere consument. Wanbetalers moeten gedurende een jaar in de gelegenheid blijven om gesprekken te ontvangen. Bovendien moeten zij naar gratis nummers kunnen bellen. De kosten van de dienstverlening worden bijgehouden door een door de ART ingestelde en door de operators bekostigde onafhankelijke instantie. Verder is er een fonds waaruit aan operators een tegemoetkoming in de kosten van de dienstverlening kan worden verstrekt. In dit fonds moeten operators een bijdrage storten. Dit concept van dienstverlening heeft (nog) geen betrekking op Internetdiensten. In zijn advies Internet et les réseaux numériques wijst de Conseil d Etat er op dat als gevolg van het Internet het traditionele onderscheid tussen regulering van audiovisuele diensten en netwerken enerzijds en die van diensten en netwerken op het vlak van de telecommunicatie anderzijds zijn betekenis verliest. In plaats daarvan moet er een onderscheid komen tussen regulering van telecommunicatienetwerken als louter infrastructuur enerzijds en regulering van inhoud en diensten anderzijds. Daarbij moeten de mogelijkheden van vrije mededinging goed in het oog worden gehouden. Zo mag de téléphonie vocale niet anders worden behandeld wanneer die niet via klassieke telefoonlijnen maar via het Internet plaatsvindt. 18

19 Op 19 januari 1999 maakte Jospin in het kader van de tweede fase van PAGSI ( ) bekend dat er drastische maatregelen zouden worden genomen om de sociologische en geografische ongelijkheid inzake de toegang tot informatie-netwerken te bestrijden. Er zal worden gestreefd naar toegang voor iedereen. De ART wordt verzocht om manieren te bedenken om de tarieven inzake toegang tot het Internet via telefoonlijnen te verlagen. Verder zullen lokale overheden worden ingeschakeld om de infrastructuur inzake telecommunicatie te ontwikkelen. Tot slot wordt in het kader van de tweede fase van PAGSI ( ) nadrukkelijk gestreefd naar een versnelling van de vrije verspreiding van essentiële culturele gegevens. Zo zal er op het Internet een Cultuur Gateway komen die ertoe strekt de toegang tot cultuur-online te vergemakkelijken. De toegang zal gratis zijn voor culturele organisaties die samenwerken met de Franse staat. 6 Auteursrecht In Frankrijk wordt de intellectuele eigendom geregeld in de Code de la propriété intellectuelle. Men houdt zich thans bezig met de implicatie van de WIPO-regels. Het Agence pour la Protection de Programmes (APP) is belast met het actief monitoren van media teneinde inbreuken op het auteursrecht op te sporen. In het advies Internet et les réseaux numériques van 2 juli 1982 wijst de Conseil d Etat op 4 knelpunten met betrekking tot de intellectuele eigendom waar een oplossing voor moet worden gezocht, te weten: 1. namaak en vervalsing; 2. de bepaling van het toepasbare recht en het bevoegde gerecht; 3. de uitzonderingen op het auteursrecht (bijvoorbeeld privékopieën); 4. de auteursrechten van de werkgever met betrekking tot werken van de werknemer. In het kader van de tweede fase van PAGSI ( ) kondigde Premier Jospin aan dat het CISI tot nieuwe maatregelen heeft besloten. Er komen twee werkgroepen die onderzoek zullen verrichten naar de situatie van auteurs die permanent werkzaam zijn in de publieke en de private sector. Bovendien wordt er een raad voor de literaire en artistieke eigendom opgericht. 19

20 3 Duitsland 1 Relevante ontwikkelingen op het terrein van informatie- en communicatietechnologie De keuzen die in Duitsland voor de nabije toekomst gemaakt zijn in verband met de ontwikkelingen op ICT-gebied, zijn neergelegd in de beleidsnota Multimedia möglich machen. Deutschlands Weg in die Wissensgesellschaft 5 van het Bondsministerie van Onderwijs, Wetenschap, Onderzoek en Technologie. Het beleid terzake kent vier zwaartepunten: het verspreiden van kennis over nieuwe media, het ontsluiten van de gebruiksmogelijkheden van multimedia, het uitbouwen van de bestaande infrastructuur en het ontwikkelen van de juridische kaders. 6 De juridische randvoorwaarden hebben op de volgende probleemvelden betrekking: de toegang tot de markt voor telediensten (in feite betreft dit het mededingingsrecht), de bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijke communicatie, in nauw verband daarmee de regeling van de digitale handtekening en de bescherming van jeugdigen (in verband met pornografie e.d.), de bescherming van de intellectuele eigendom en tenslotte de harmonisatie van de regelingen van Bond en deelstaten. Grondrechtelijke aspecten kleven vooral aan de bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijke communicatie. 2 Relevante grondrechten Het Grundgesetz 7 kent de volgende bepalingen die van belang zijn voor de ontwikkelingen op ICTgebied: de vrijheid van meningsuiting via uiteenlopende media en de ontvangstvrijheid (artikel 5, eerste lid), het brief-, post-, telefoon- en telegraafgeheim (artikel 10, eerste lid), het huisrecht (artikel 13) en het petitierecht (artikel 17). Artikel 5 luidt: (1) Jeder hat das Recht, seine Meinung in Wort, Schrift und Bild frei zu äußern und zu verbreiten und sich aus allgemein zugänglichen Quellen ungehindert zu unterrichten. Die Pressefreiheit und die Freiheit der Berichterstattung durch Rundfunk und Film werden gewährleistet. Eine Zensur findet nicht statt. (2) Diese Rechte finden ihre Schranken in den Vorschriften der allgemeinen Gesetze, den gesetzlichen Bestimmungen zum Schutze der Jugend und in dem Recht der persönlichen Ehre. (3) Kunst und Wissenschaft, Forschung und Lehre sind frei. Die Freiheit der Lehre entbindet nicht von der Treue zur Verfassung. 5 Zie 6 Het deel van de nota dat de juridische randvoorwaarden betreft, is onder de volgende URL te vinden: 7 Zie 20

21 Artikel 10 luidt: (1) Das Briefgeheimnis sowie das Post- und Fernmeldegeheimnis sind unverletzlich. (2) Beschränkungen dürfen nur auf Grund eines Gesetzes angeordnet werden. Dient die Beschränkung dem Schutze der freiheitlichen demokratischen Grundordnung oder des Bestandes oder der Sicherung des Bundes oder eines Landes, so kann das Gesetz bestimmen, daß sie dem Betroffenen nicht mitgeteilt wird und daß an die Stelle des Rechtsweges die Nachprüfung durch von der Volksvertretung bestellte Organe und Hilfsorgane tritt. Belangrijk is dat het Grundgesetz begint met algemene bepalingen over bescherming van de menselijke waardigheid en de menselijke persoon die een aanknopingspunt geven om nieuwe technische ontwikkelingen het hoofd te bieden. De onaantastbaarheid van de menselijke waardigheid en het algemene persoonlijkheidsrecht ontbreken in de Nederlandse Grondwet. Artikel 1, eerste lid, luidt: (1) Die Würde des Menschen ist unantastbar. Sie zu achten und zu schützen ist Verpflichtung aller staatlichen Gewalt. Artikel 2: 1) Jeder hat das Recht auf die freie Entfaltung seiner Persönlichkeit, soweit er nicht die Rechte anderer verletzt und nicht gegen die verfassungsmäßige Ordnung oder das Sittengesetz verstößt. (2) Jeder hat das Recht auf Leben und körperliche Unversehrtheit. Die Freiheit der Person ist unverletzlich. In diese Rechte darf nur auf Grund eines Gesetzes eingegriffen werden. Het Bundesverfassungsgericht heeft uit deze grondrechten het recht op informationele zelfbeschikking afgeleid: 1. Unter den Bedingungen der modernen Datenverarbeitung wird der Schutz des Einzelnen gegen unbegrenzte Erhebung, Speicherung, Verwendung und Weitergabe seiner persönlichen Daten von dem allgemeinen Persönlichkeitsrecht des Art. 2 Abs. 1 GG in Verbindung mit Art. 1 Abs. 1 GG umfaßt. Das Grundrecht gewährleistet insoweit die Befugnis des Einzelnen, grundsätzlich selbst über die Preisgabe und Verwendung seiner persönlichen Daten zu bestimmen. 2. Einschränkungen dieses Rechts auf "informationelle Selbstbestimmung" sind nur im überwiegenden Allgemeininteresse zulässig. Sie bedürfen einer verfassungsgemäßen gesetzlichen Grundlage, die dem rechtsstaatlichen Gebot der Normenklarheit entsprechen muß. Bei seinen Regelungen hat der Gesetzgeber ferner den Grundsatz der Verhältnismäßigkeit zu beachten. Auch hat er organisatorische und verfahrensrechtliche Vorkehrungen zu treffen, welche der Gefahr einer Verletzung des Persönlichkeitsrechts entgegenwirken. 8 Verder kan in dit verband gewezen worden op een - reeds uit 1990 daterend - werk over grondrechten in het licht van de voortschrijding der techniek. 9 8 BVerfGE 65, 1 - Volkszählung. 9 A. Roßnagel, P. Wedde, V. Hammer, U. Pordesch, Digitalisierung der Grundrechte? Zur Verfassungs-verträglichkeit der Informations- und Kommunikationstechnik, Opladen

Vrijheid van onderwijs in vijf Europese landen

Vrijheid van onderwijs in vijf Europese landen Schoordijk Instituut Centrum voor wetgevingsvraagstukken Gert-Jan Leenknegt Vrijheid van onderwijs in vijf Europese landen Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de gemeenschappelijke rechtsbeginselen op

Nadere informatie

College privacy IT & Recht: Inleiding. mr. F.J. Van Eeckhoutte, ICT/IE advocaat, www.vaneeckhoutteadvocaten.nl

College privacy IT & Recht: Inleiding. mr. F.J. Van Eeckhoutte, ICT/IE advocaat, www.vaneeckhoutteadvocaten.nl College privacy IT & Recht: Inleiding Onderwerpen Privacy - begrip Wettelijke verankering Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Categoriale privacy privacy op Internet. Privacy - begrip 1891, Harvard

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Etth3 111/33. Bescherming van grondrechten in het digitale ttjdperk. Interim-rapport MIN1STERIE VAN JUSTITIE. eaoek en Docuinent6ecentr 11m

Etth3 111/33. Bescherming van grondrechten in het digitale ttjdperk. Interim-rapport MIN1STERIE VAN JUSTITIE. eaoek en Docuinent6ecentr 11m Etth3 111/33 Bescherming van grondrechten in het digitale ttjdperk Interim-rapport MIN1STERIE VAN JUSTITIE Vietenschappeiijk eaoek en Docuinent6ecentr 11m 's-gravenhage Nt,j1-433 WODC Justitie -1 Bescherming

Nadere informatie

GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29

GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 10972/03/NL/def. WP 76 Advies 2/2003 over de toepassing van de gegevensbeschermingsbeginselen op de Whois directories Goedgekeurd op 13 juni 2003 De Groep is opgericht

Nadere informatie

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015 De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI woensdag 11 maart 2015 1 Quaedvlieg 2006 Het lijkt geen goed idee dat iedere individuele rechter in ieder individueel geval een eigen afweging

Nadere informatie

46434 MONITEUR BELGE 17.07.2015 BELGISCH STAATSBLAD

46434 MONITEUR BELGE 17.07.2015 BELGISCH STAATSBLAD 46434 MONITEUR BELGE 17.07.2015 BELGISCH STAATSBLAD SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C 2015/22259] 9 JUILLET 2015. Arrêté ministériel modifiant la liste jointe à l arrêté royal du 21 décembre 2001

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Vertaling C-650/13-1 Zaak C-650/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 december 2013 Verwijzende rechter: Tribunal d instance de Bordeaux

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding Samenvatting Inleiding Dit onderzoek, dat is verricht in opdracht van WODC voor het Ministerie van Justitie, richt zich op een inventarisatie van de regelingen en initiatieven voor de aanpak van illegale

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE 731 MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST N. 2010 45 [C 2010/31002] 17 DECEMBER 2009. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep Drugshandel Ontwerp-conclusies van de Raad betreffende de noodzaak

Nadere informatie

49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE

49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE 49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE Art. 3. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «Art. 15. De subsidies die ten bate van het Nationaal Geografisch Instituut zijn

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE 31353 Vu pour être annexé àl arrêté ministériel du 23 mai 2012 modifiant l arrêté ministériel du 17 décembre 1998 déterminant les documents comptables à tenir

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

LETTERLIJKE TEKST GRONDWET

LETTERLIJKE TEKST GRONDWET In Nederland mag je andermans brieven niet openen behalve als de wet dat toestaat. Telefoons mag je niet afluisteren behalve als de wet dat toestaat of als de rechter er toestemming voor geeft. LETTERLIJKE

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 23.07.2015 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 23.07.2015 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD 47225 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2015/03212] 15 JUILLET 2015. Arrêté ministériel portant exécution des articles 7, 4, et 53, 1 er,3, c) et d), del arrêté royal du 28 juin 2015, concernant la taxation

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 14.09.2006 Ed. 2 MONITEUR BELGE. Art. 2. Entrent en vigueur le 1 er janvier 2007 :

BELGISCH STAATSBLAD 14.09.2006 Ed. 2 MONITEUR BELGE. Art. 2. Entrent en vigueur le 1 er janvier 2007 : 46851 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE N. 2006 3572 [C 2006/09648] 1 SEPTEMBER 2006. Koninklijk besluit tot vaststelling van de vorm, de inhoud, de bijlagen en de nadere regels voor de neerlegging van

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD 103249 SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C 2013/22606] 21 DECEMBRE 2013. Arrêté royal modifiant l arrêté royal du 18 mars 1971 instituant un régime

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE

65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE 65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE Het beginindexcijfer is dat van de maand augustus van het jaar gedurende hetwelk het tarief is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44 38 (1956) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1993 Nr. 44 A. TITEL Vierde Aanvullende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland bij het

Nadere informatie

MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD. Numéro tél. gratuit : 0800-98 809 Gratis tel. nummer : 0800-98 809. 104 pages/bladzijden. www.staatsblad.

MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD. Numéro tél. gratuit : 0800-98 809 Gratis tel. nummer : 0800-98 809. 104 pages/bladzijden. www.staatsblad. MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD Publication conforme aux articles 472 à 478 de la loi-programme du 24 décembre 2002, modifiés par les articles 4 à 8 de la loi portant des dispositions diverses du 20

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN. relative à l enregistrement abusif des noms de domaine DOC 50 1069/002 DOC 50 1069/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 17 oktober 2002 17 octobre 2002 WETSONTWERP betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Art. 69bis. Carine Libert Hendrik Vanhees

Art. 69bis. Carine Libert Hendrik Vanhees Art. 69bis Art.69bis Onverminderd specifieke afwijkende bepalingen verjaren de vorderingen tot betaling van de rechten geïnd door de beheersvennootschappen na tien jaar te rekenen van de dag van hun inning.

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r

R e g i s t r a t i e k a m e r R e g i s t r a t i e k a m e r..'s-gravenhage, 15 oktober 1998.. Onderwerp gegevensverstrekking door internet providers aan politie Op 28 augustus 1998 heeft er bij de Registratiekamer een bijeenkomst

Nadere informatie

Datum 1 september 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over het artikel "Amerika graait in Europese clouddata"

Datum 1 september 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over het artikel Amerika graait in Europese clouddata 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE

64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE 64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID N. 2010 3685 [C 2010/22451] F. 2010 3685 SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C 2010/22451] 15 OKTOBER

Nadere informatie

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Voorwoord In februari 2007 ontwikkelden de Europese mobiele providers en content providers een gezamenlijke structuur voor

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 28.07.2010 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 28.07.2010 MONITEUR BELGE 48001 N. 2010 2506 VLAAMSE OVERHEID [C 2010/35508] 11 JUNI 2010. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de modulaire structuur

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage. Datum 1 juni 2011

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage. Datum 1 juni 2011 > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 30 2594 AV Den

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD 36987 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2013/03172] 29 MAI 2013. Arrêté royal portant approbation du règlement du 12 février 2013 de l Autorité des services

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE

13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE 13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID N. 2004 842 [C 2004/21028] 13 FEBRUARI 2004. Ministerieel besluit tot vastlegging

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Openbaar. Gezamenlijk rechtsoordeel van CBP en OPTA inzake tell-a-friend systemen op websites

Openbaar. Gezamenlijk rechtsoordeel van CBP en OPTA inzake tell-a-friend systemen op websites Gezamenlijk rechtsoordeel van CBP en OPTA inzake tell-a-friend systemen op websites Inleiding... 2 Juridisch kader... 3 Bevoegdheid OPTA en bevoegdheid CBP... 3 Aanleiding rechtsoordeel... 3 Toepasbaarheid

Nadere informatie

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 51132 MONITEUR BELGE 12.08.2015 BELGISCH STAATSBLAD GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. ARTIKEL 1 DEFINITIES In deze algemene voorwaarden wordt

Nadere informatie

CSG & CRDS. Parijs, 9 maart 2013. Mr. Frank van Eig

CSG & CRDS. Parijs, 9 maart 2013. Mr. Frank van Eig CSG & CRDS Parijs, 9 maart 2013 1 Prélèvements sociaux (eerder cotisations sociales ) Vijf heffingen: Contribution Sociale Généralisée (CSG) Contribution au Remboursement de la Dette Sociale (CRDS) Prélèvement

Nadere informatie

Keukenhulp / Aide culinaire

Keukenhulp / Aide culinaire CASHBACK Keukenhulp / Aide culinaire Acties geldig / Actions valables : 01/11 tot / au 31/12/2015 Ref : MMB65G0M Ref : MMB42G0B Ref : MMB42G1B Ref : MMB21P0R Ref : MMB21P1W Ref : MUM56S40 Ref : MUMXL20C

Nadere informatie

Rechtbank Maastricht Sector Bestuursrecht Postbus 1988 6201 BZ Maastricht PER TELEFAX: (043) 343 76 21

Rechtbank Maastricht Sector Bestuursrecht Postbus 1988 6201 BZ Maastricht PER TELEFAX: (043) 343 76 21 Rechtbank Maastricht Sector Bestuursrecht Postbus 1988 6201 BZ Maastricht PER TELEFAX: (043) 343 76 21 Tilburg, 9 maart 2011 Ons kenmerk: T90/Eversteijn Uw kenmerk: Betreft:Dhr. J.P. Eversteijn BEROEPSCHRIFT

Nadere informatie

Beginselen van behoorlijk ICTgebruik. Prof. mr. H. Franken Universiteit Leiden

Beginselen van behoorlijk ICTgebruik. Prof. mr. H. Franken Universiteit Leiden Beginselen van behoorlijk ICTgebruik Prof. mr. H. Franken Universiteit Leiden Behoorlijk gebruik van ICT gericht op vertrouwen - particulier dataverkeer; - e-commerce; - e-governance vermijden / voorkomen

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE 53805 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2014/31492] 10 JUNI 2014. Ministerieel besluit tot vaststelling van de typeinhoud en de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de energieaudit opgelegd door het Besluit

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011 Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 21 december 2011 Inleiding Verzekeraars leggen gegevens vast die nodig zijn voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en die van belang zijn voor het nakomen van

Nadere informatie

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - G E N E R A A L 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen Nr. 11 AMENDEMENT

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ; 1/6 Advies nr. 03/2016 van 3 februari 2016 Betreft: Advies betreffende het voorontwerp van besluit van het Verenigd College houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012, gewijzigd door de ordonnantie

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 64359 FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG N. 2004 3391 (2004 2305) [2004/202310] 12 MEI 2004. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Commission paritaire pour les entreprises de travail adapté et les ateliers sociaux. Paritair comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen

Commission paritaire pour les entreprises de travail adapté et les ateliers sociaux. Paritair comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen Paritair comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen Commission paritaire pour les entreprises de travail adapté et les ateliers sociaux Collectieve van 2000 Convention collective de travail du

Nadere informatie

15730/14 ver/ons/hw 1 DG D 2C

15730/14 ver/ons/hw 1 DG D 2C Raad van de Europese Unie Brussel, 25 november 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0010 (COD) 15730/14 DATAPROTECT 173 JAI 903 DAPIX 177 FREMP 213 COMIX 622 CODEC 2289 NOTA van: aan: Betreft:

Nadere informatie

Wet Bescherming Persoonsgegevens : WBP AANGESLOTEN BIJ:

Wet Bescherming Persoonsgegevens : WBP AANGESLOTEN BIJ: AANGESLOTEN BIJ: Btw nummer 086337798 B01 K.v.K. nr. 14096082 Maastricht Wet Bescherming Persoonsgegevens : WBP Kwaliteit Per 1 september 2001 is de Wet Persoonsregistraties vervangen door de Wet Bescherming

Nadere informatie

MINISTERE DES FINANCES MINISTERIE VAN FINANCIEN

MINISTERE DES FINANCES MINISTERIE VAN FINANCIEN MINISTERIE VAN FINANCIEN N. 2002 1081 [C 2002/03145] 14 MAART 2002. Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van deel 2 van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2002

Nadere informatie

Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie. Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl

Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie. Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl Privacy en gegevensbescherming in relatie tot geo-informatie Dr. Colette Cuijpers cuijpers@uvt.nl 1 Gegevensbescherming en geo-informatie Trend: geo-informatie wordt steeds meer gebruikt om mensen te volgen

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/01/2014

Datum van inontvangstneming : 10/01/2014 Datum van inontvangstneming : 10/01/2014 Vertaling C-623/13-1 Zaak C-623/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 28 november 2013 Verwijzende rechter: Conseil d État (Frankrijk)

Nadere informatie

Privacy en Innovatie in Balans

Privacy en Innovatie in Balans Privacy en Innovatie in Balans Peter Hustinx Jaarcongres ECP 20 november 2014, Den Haag Sense of urgency Digitale Agenda: vertrouwen, informatieveiligheid en privacybescherming in het hart van de agenda

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2013 No. 13 Regeling van de Minister van Financiën van 20 februari 2013, ter uitvoering van artikel 6, zesde lid, van de Algemene landsverordening landsbelastingen

Nadere informatie

Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal privaatrecht: naar een wetboek van internationaal privaatrecht?

Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal privaatrecht: naar een wetboek van internationaal privaatrecht? DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING C: RECHTEN VAN DE BURGER EN CONSTITUTIONELE ZAKEN JURIDISCHE ZAKEN Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ons kenmerk

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ons kenmerk 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

PRIVACYREGULERING IN THEORIE EN PRAKTIJK

PRIVACYREGULERING IN THEORIE EN PRAKTIJK PRIVACYREGULERING IN THEORIE EN PRAKTIJK Onder redactie van J.M.A. Berkvens en J.E.J. Prins Met bijdragen van A.A.L. Beers, C.J.M. van Berkel, J.M.A. Berkvens, B.J. Boswinkel, E.R. Brouwer, G.P. van Duijvenvoorde,

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Directie Financiële Markten De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Onderwerp Wetgevingsoverleg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER...

PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER... Inhoudsopgave PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER... 2 A. ALGEMEEN... 3 B. PROCEDURES... 3 C. VERTROUWELIJKE INFORMATIE... 3 D. MONDELINGE INFORMATIE VAN AMBTENAREN... 4 E. SLOTBEPALINGEN...

Nadere informatie

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE 721 WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.;

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.; De raad van de gemeente.; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.; Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling van de Intergemeentelijke Sociale

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4 COUR DE JUSTICE BENELUX COPIE CERTIFIEE CONFORME A L'ORIGINAL VOOR EENSLUIDEND VERKLAARD AFSCHRIFT BRUXELLES, LE BRUSSEL De Hoofdgriffier van het Benelux-Gerechtshof: Le greffier en chef de la Cour^fê

Nadere informatie

Geachte heer/mevrouw,

Geachte heer/mevrouw, Geachte heer/mevrouw, Netrebel gelooft in de rechten van vrijheid van informatie uitwisseling, vrije meningsuiting en het recht op privacy. Echter, netrebel wil geen vrijhaven zijn voor klanten die daar

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 936 Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigd vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie

Nadere informatie

40816 MONITEUR BELGE 29.10.1999 BELGISCH STAATSBLAD

40816 MONITEUR BELGE 29.10.1999 BELGISCH STAATSBLAD 40816 MONITEUR BELGE 29.10.1999 BELGISCH STAATSBLAD MINISTERE DES AFFAIRES ECONOMIQUES F. 99 3542 [99/11342] 30 SEPTEMBRE 1999. Arrêté ministériel modifiant l arrêté royal du 30 décembre 1993 prescrivant

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 SPILINDEX 110,51 INDICE-PIVOT 110,51 Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Allocations aux personnes handicapées (Jaarbedragen) (Montants annuels)

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

53438 MONITEUR BELGE 12.12.2005 BELGISCH STAATSBLAD

53438 MONITEUR BELGE 12.12.2005 BELGISCH STAATSBLAD 53438 MONITEUR BELGE 12.12.2005 BELGISCH STAATSBLAD Vu pour être annexé à Notre arrêté du 6 décembre 2005 modifiant l arrêté royal du 19 avril 1999 fixant les éléments de la déclaration d accident à communiquer

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en de Inspectie voor de gezondheidszorg over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS ROYAUME DE BELGIQUE SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS Arrêté ministériel déterminant les marchandises dangereuses visées par l article 48 bis 2 de l arrêté royal du 1 er décembre 1975 portant

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974.

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. (VERZOEK

Nadere informatie

Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI

Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI Verklaring omtrent de sociale rechten en de industriële betrekkingen bij LEONI Preambule LEONI legt aan de hand van deze verklaring de principiële sociale rechten en beginselen vast. Deze vormen de basis

Nadere informatie

Doc. TGR 2014-PL-90 Brussel, 5 februari 2014

Doc. TGR 2014-PL-90 Brussel, 5 februari 2014 RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE-EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instellling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 Tervurenlaan 211-1150 Brussel Dienst Geneeskundige Verzorging TECHNISCHE GENEESKUNDIGE

Nadere informatie