NIEUWE KRW-MONITORINGSPROGRAMMA S INTERVIEW MET DICK DE WITH (WAVIN) RESULTAAT GEZAMENLIJK METEN AAN RIOOLOVERSTORTEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NIEUWE KRW-MONITORINGSPROGRAMMA S INTERVIEW MET DICK DE WITH (WAVIN) RESULTAAT GEZAMENLIJK METEN AAN RIOOLOVERSTORTEN"

Transcriptie

1 nº 21 / ste jaargang / 30 oktober 2009 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER thema infrastructuur NIEUWE KRW-MONITORINGSPROGRAMMA S INTERVIEW MET DICK DE WITH (WAVIN) RESULTAAT GEZAMENLIJK METEN AAN RIOOLOVERSTORTEN

2 InfoWorks WS for Water Supply InfoWorks: De wereldleidende familie van hydraulische modelleringsoftware InfoWorks CS for Collection Systems InfoWorks RS for River Systems InfoWorks 2D InfoWorks Wallingford Software and MWH Soft joined forces on 1st September 2009 InfoWorks is a registered trademark of MWH Soft Limited

3 Graafrust raafrust, zo noemt een adviseur bij het ingenieursbureau van de Ggemeente Utrecht het doel van een overleg tussen alle partijen die in de grond kabels en leidingen (laten) leggen. In Nederland lopen inmiddels zes proefprojecten die de schade aan ondergrondse kabels en (water)leidingen moeten verminderen. De betrokken gemeenten - Breda, Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Wassenaar - maken half november de tussenstand op. Is de schade aan kapotte leidingen verminderd? Is het overleg tussen de partijen verbeterd? Veel instanties beginnen zich langzamerhand wat drukker te maken over de wirwar aan leidingen in de grond. Dat er regelmatig met werkzaamheden een leiding sneuvelt, leek tot voor kort ingecalculeerd te worden. Maar die kosten beginnen op te lopen. Door de toename van de kabels en leidingen, gaat er ook vaker wat mis. Bovendien zijn verschillende kabel- en leidingnetten aan vervanging toe. Het bij elkaar brengen van de grote instanties in een kabel- en leidingoverleg begint dus zijn vruchten af te werpen. In een ander overleg, dat tussen het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en twaalf gemeenten in haar beheergebied, is door samenwerking bij het meten aan het rioolstelsel, een heleboel tijd en geld bespaard. Ook daarover kunt u in deze uitgave lezen. Waarom is die samenwerking nog niet vanzelfsprekend? Peter Bielars H 2O tijdschrift voor watervoorziening en waterbeheer verschijnt ééns per 14 dagen Officieel orgaan van Stichting tot uitgave van het tijdschrift H 2O en haar participanten: - Koninklijk Nederlands Waternetwerk - Vewin - Kiwa Water Holding BV Uitgever Rinus Vissers Redactie Peter Bielars (hoofdredacteur) Michiel van Zaane Jacques Geluk Postbus 122, 3100 AC Schiedam telefoon (010) fax (010) Bezoekadres: s-gravelandseweg 565, Schiedam Persberichten: Redactiesecretariaat Dora Pompe Redactiecommissie Harry Tolkamp (voorzitter/waternetwerk) André Struker (Waternetwerk) Frits Vos (Vewin) Gerda Sulmann (KWR Watercycle Research Institute) Advertentieverkoop Roelien Voshol (010) Brigitte Laban (010) Mediaorder Carola Sjoukes (010) fax (010) Abonnementenservice Pauline Roos (010) Tini van Schijndel (010) fax (010) Abonnementsprijs 103,- per jaar excl. 6% BTW 136,- per jaar voor buitenland 8,50 losse exemplaren excl. 6% BTW Abonnementen gelden voor één jaar en worden zonder tegenbericht automatisch verlengd. Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode te geschieden aan bovenstaand postadres. Druk en lay-out Den Haag media groep b.v., Rijswijk Copyright Nijgh Periodieken B.V., 2009 Het auteursrecht op de inhoud van dit tijdschrift wordt uitdrukkelijk voorbehouden. Overname van artikelen alleen na schriftelijke toestemming van de uitgever. 4 / Nieuwe KRW-monitoringsprogramma s voor alle waterbeheerders in Nederland Dille Wielakker, Jos Spier en Willem Faber 9* / Overleg over ondergrondse leidingen begint vorm te krijgen 10* / Interview met Dick de With (Wavin) Maarten Gast 12* / Foutieve aansluitingen opsporen met temperatuurmetingen Floris Boogaard, Jeroen Kluck en Jelle de Jong 14* / Assetmanagement voor polder gemalen en zuiveringsinstallaties van Waterschap Zuiderzeeland Bert Rietman, Harry Strikwerda, Martin Oordt, Dick Sprong en Martine van de der Boomen 17* / Het resultaat van gezamenlijk meten aan riooloverstorten Jeroen Langeveld, Nico Admiraal en Kees van Dorst 20* / Stand van zaken rond gasophopingen in afvalwaterpersleidingen Ivo Pothof en Kees Kooij 26 / Validatieplan voor metingen op het gebied van waterkwaliteit Bertus de Graaff, Roger de Crook, Loes Thorbecke en Rutger van Ouwerkerk 29 / Recensie Water Filtration Practices Peter Hiemstra en Arjen van Nieuwenhuijzen 35 / Maatwerk voor polderkaden Jaapjan Zeeberg, Jaap Stoop, Marlies Zantvoort en Bouke Rijneker 38 / Nieuwe methode voor de beoordeling van het milieurisico van koelwaterlozingen Pepijn de Vries, Jacqueline Tamis, Albertinka Murk en Chris Karman 41 / Recente veranderingen van de oevervegetatie van Friese boezemmeren Theo Claassen en Marianne Thannhauser inhoud nº 21 / 2009 / *thema / Karakterisering van natuurlijk organisch materiaal Jan Kroesbergen, Karin ten Brinck en Theo van der Haaij Bij de voorpaginafoto: De afvalwaterzuiveringsinstallatie in Zeewolde (zie pagina 14).

4 Nieuwe KRW-monitoringsprogramma s voor alle waterbeheerders in Nederland De Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat in 2015 alle wateren in de Europese Unie zich in een goede chemische- en ecologische toestand moeten bevinden. Om de ontwikkelingen te kunnen volgen, is in 2007 begonnen met KRW-proof monitoren. Vorig jaar bleek dat de KRW-beoordelingen niet altijd overeenkwamen met de verwachting van de waterbeheerders. Belangrijke oorzaken hiervan bleken het relatief lage aantal meetlocaties en gemeten fytoplankton, macrofauna, macrofyten, diatomeeën en vis én de wijze van clustering van waterlichamen te zijn. In de Instructie Richtlijn Monitoring en Protocol Toetsen en Beoordelen zijn aanpassingen doorgevoerd voor de KRW-monitoringsprogramma s. Op basis hiervan hebben alle waterbeheerders nieuwe programma s voor 2010 vastgesteld. Het resultaat is een fijnmaziger meetnet (meer meet locaties en meer metingen per meetlocatie), hetgeen moet leiden tot realistischere KRW-beoordelingen voor de waterlichamen. Om aan de KRW-eisen in 2015 te voldoen, moeten alle waterlichamen in de Europese Unie gemonitord en aan de KRW-maatlatten getoetst worden. Als uitgangspunt voor de wijze van monitoring geldt de door Europa vastgestelde Guidance on monitoring 1). De Nederlandse vertaalslag hiervoor zijn de Richtlijnen Monitoring Oppervlaktewater Europese Kaderrichtlijn Water 2) en het Protocol Toetsen en Beoordelen 3),4). Beide documenten zijn in 2006 vastgesteld. In 2007 zijn in Nederland drie KRW-monitoringsprogramma s van start gegaan: de Toets- en Trendmonitoring, met als doel het vaststellen van trends voor de lange termijn (50 jaar of meer). Een monitoringsprogramma met relatief weinig meet locaties en een lage meetfrequentie/- cyclus; operationele monitoring, om bij probleemgebieden de toestand en het effect van maatregelen te volgen. Een intensiever monitoringsprogramma dan het voorgaande monitoringsprogramma; meer meetlocaties en een intensievere meetfrequentie/-cyclus; en Monitoring Nader Onderzoek, dat aan de orde kwam bij waterlichamen die niet voldeden aan de KRW-doelstelling maar waarvan niet bekend was wat de oorzaak hiervan was. De wijze van monitoring wordt bij elk waterlichaam opnieuw bepaald. In 2007 en 2008 zijn ervaringen opgedaan met KRW-proof monitoring. Uit de eerste resultaten bleek de KRW-beoordeling af te wijken van de verwachting van de waterbeheerders. Terwijl de waterbeheerders dachten dat een bepaald waterlichaam er goed uit zag, was de KRW-beoordeling laag. Ook andersom werd geconstateerd dat probleemlocaties onterecht een hoge KRW-beoordeling toegewezen kregen. Op deze manier zouden verkeerde signalen afgegeven worden, óók richting Europese Unie. De belangrijkste oorzaken werden gevonden bij de wijze van monitoring. De KRW-monitoringsprogramma s waren dermate grofmazig opgezet dat deze niet goed de huidige ecologische en chemische situatie bleken weer te geven. Zo kwamen de waterbeheerders op een onjuiste KRW-beoordeling. Clustering van waterlichamen Binnen de oude KRW-monitoringsprogramma s werd gebruik gemaakt van clustering van waterlichamen. Voor biologie werden waterlichamen van hetzelfde watertype (meer, rivier, overgangs- of kustwater) en dezelfde status (natuurlijk / niet-natuurlijk water) samengevoegd tot één cluster. Binnen dit cluster werd één representatief waterlichaam gekozen waarbinnen gemonitord werd. De resultaten van deze monitoring werd vervolgens gekopieerd naar alle overige waterlichamen binnen het cluster. De wijze van clustering van waterlichamen voor met name operationele monitoring bleek een knelpunt te vormen. De clustering is gedaan op basis van type, status en overeenkomstige drukken. Maar na het vaststellen van de monitoringsprogramma s 2006 (clustering) werd pas duidelijk wat de doelen en maatregelen per waterlichaam waren. Daarnaast werden sommige waterlichamen opnieuw gedefinieerd en kregen een nieuw watertype toegewezen. In de praktijk bleek daarom dat waterlichamen geclusterd waren die vanuit ecologisch oogpunt weinig met elkaar gemeen hadden. Afb. 1: Eén cluster met daarbinnen vier waterlichamen en één meetlocatie. Ruimtelijke spreiding Bij de oude monitoringsprogramma s mocht per waterlichaam slechts één meetlocatie aangewezen worden. Voor biologie was dat verder uitgesplitst naar verschillende meetpunten verdeeld over het waterlichaam, maar voor chemie niet. Binnen grote waterlichamen (bijvoorbeeld IJsselmeer of Waddenzee) maar ook sommige regionale wateren is echter sprake van ruimtelijke variatie binnen het waterlichaam. Eén enkele chemische meetlocatie kan in dergelijke waterlichamen geen volledig beeld geven van het gehele gebied. Het was daarom wenselijk om bij de KRW-monitoring rekening te kunnen houden met ruimtelijke spreiding binnen een waterlichaam door gebruik te maken van meerdere meetlocaties binnen dat waterlichaam. Aantal gemeten kwaliteitselementen Binnen het operationele monitoringsprogramma vormde de keuze voor de te monitoren kwaliteitselementen een knelpunt. Hier mocht volgens het oude systeem per waterlichaam slechts één kwaliteitselement gemeten worden: het element dat het snelst reageert op de uitgevoerde maatregel (het snelst reagerende kwaliteitselement). De overige kwaliteitselementen werden niet gemonitord en kregen hun beoordeling van het toets- en trendmonitoringsprogramma. Dit gaf vaak een scheef beeld van de werkelijkheid. Dit monitoringsprogramma is namelijk opgezet voor monitoring op de lange termijn en heeft derhalve een grovere clustering 4 H 2 O /

5 actualiteit Afb. 2: Volgens het oude systeem werd waterlichaam A operationeel gemonitord aan de hand van het snelst reagerende kwaliteitselement, bijvoorbeeld macrofauna. De KRW-beoordeling voor vis en fytoplankton werd gemeten in de toets- en trendmonitoring van cluster 1, waarbinnen waterlichaam A lag. De toets- en trendmeetlocatie voor cluster 1 ligt echter in waterlichaam B. (minder meetlocaties). Door een sterke clustering binnen het toets- en trendmonitoringsprogramma lag binnen dit meetnet de meetlocatie vaak in een ander waterlichaam dan het waterlichaam waar de maatregel uitgevoerd werd. Effect van de maatregel op het betreffende kwaliteitselement wordt dan niet direct op locatie gemeten en zodoende ook niet aangetoond. Daar komt bij dat als het effect van een maatregel wél wordt aangetoond, dit vaak pas laat zal zijn. Dit heeft te maken met de lagere meetfrequentie/-cylcus binnen het toets- en trendmonitoringsprogramma dan binnen het operationele monitoringsprogramma. Hierdoor zouden de gemeten kwaliteitselementen een achterhaalde beoordeling krijgen. Het was daarom wenselijk meerdere kwaliteitselementen vaker te gaan meten binnen het OM-monitoringsprogramma. Tot slot hoeft het snelst reagerende kwaliteitselement (bijvoorbeeld vis) niet altijd representatief te zijn voor de vooruitgang van de andere kwaliteitselementen (bijvoorbeeld macrofauna en macrofyten). Het kan dan voorkomen dat de maatregel weinig effect heeft op de snelst reagerende parameter, waardoor de KRW-beoordeling laag blijft. Het was echter mogelijk dat de overige kwaliteitselementen relatief langzaam maar wél veel positiever hadden gereageerd op de maatregel. Doordat zij binnen het operationele monitoringsprogramma niet gemonitord werden, bleef het effect van de maatregel op deze kwaliteitselementen buiten beeld. Vergelijking In de vergelijking die de Europese Unie maakte, bleek het Nederlandse KRW-monitoringsprogramma oppervlaktewater gemiddeld te scoren voor aantallen meetlocaties. Voor de meetfrequentie valt op dat Nederland als één van de weinige landen op de minimale frequentie zat. Aangezien de Europese Unie duidelijk aangeeft ook te gaan kijken naar de statistische betrouwbaarheid van de KRW-monitoringsprogramma, was dit ook een belangrijk argument om de KRW-monitoringsprogramma s op landelijke schaal onder de loep te nemen. Een in Nederland uitgevoerde studie naar het karakteriseren en verbeteren van de nauwkeurigheid van het KRW-monitoringprogramma s gaf daar goede handvaten voor. Actualisatie monitoringsprogramma s Naast de nieuwe inzichten om de betrouwbaarheid te verhogen, zijn ervaringen uit de praktijk aanleiding geweest om de Richtlijnen monitoring Kaderrichtlijn Water en het Protocol toetsen en beoordelen te actualiseren. In de Instructie Richtlijnen monitoring oppervlaktewater en Protocol toetsen en beoordelen 5) (of kortweg De Instructie) staan de gewijzigde uitgangspunten voor het KRW-proof monitoren weergegeven. Op basis van De instructie leveren alle waterbeheerders dit jaar een nieuw monitoringsprogramma op. Aanpassingen vonden plaats voor verschillende disciplines van de KRW: chemie, hydromorfologie en biologie (inclusief algemene fysische-chemie). Afb. 3: Fijnmaziger meetnet als gevolg van andere uitgangspunten voor clustering van waterlichamen. Afb. 4: Grote waterlichamen kunnen binnen de operationele monitoring chemie meer dan één meetlocaties bevatten. Fijnmaziger Met name bij de monitoring van de biologische kwaliteitselementen (vis, macrofauna, macrofyten en fytoplankton) is clustering van waterlichamen minder makkelijk geworden. Clustering binnen het nieuwe operationele monitoringsprogramma is bij de biologische kwaliteitselementen alléén mogelijk als de waterlichamen van hetzelfde watertype en status zijn en overeenkomstige drukken kennen (net als in 2006), maar nu moeten ook de KRW-doelen (maatlatten) en KRW-maatregelen overeen komen. Dit betekent dat niet meer geclusterd wordt of clusters kleiner zijn geworden. Er zijn hierdoor duidelijk meer meetlocaties vastgesteld binnen de monitoring biologie. Voor chemie is het mogelijk gemaakt om in grote waterlichamen met veel ruimtelijke variatie meerdere meetlocaties binnen dat waterlichaam aan te wijzen. Meestal gaat het hierbij om twee of drie meetlocaties per waterlichaam in plaats van één. H 2 O /

6 goedkeuring van het nieuwe KRW-monitoringsprogramma vormde daarom geen problemen. Aantal biologische monitoringslocatie in 2008 en Het meetnet 2010 is fijnmaziger opgezet als gevolg van minder clustering. Tot slot is het binnen het nieuwe operationele monitoringsprogramma biologie mogelijk om meer dan één kwaliteitselement te meten per meetlocatie. Naast het snelst reagerende kwaliteitselement kunnen nu ook andere relevante biologiekwaliteitselementen gemonitord worden binnen het operationele monitoringsprogramma. Met name het operationele monitoringsprogramma biologie is fijnmaziger geworden en toegenomen tot 721 locaties (zie de kaarten). Tevens worden op elke locatie gemiddeld twee of drie kwaliteitselementen gemeten. Bij het vorige KRW-monitoringsprogramma was dit slechts één parameter. Bemonstering van macrofauna Kosten Een intensiever KRW-monitoringsprogramma kost wellicht veel extra geld. In de praktijk valt dit mee. Veel waterbeheerders hebben, naast het KRW-monitoringsprogramma, ook een eigen meetnet. De meeste nieuwe KRW-meetpunten of extra te meten kwaliteitselementen werden binnen dit eigen meetnet al gemonitord. Zij hebben nu alleen een KRW-vlaggetje gekregen. Het uitbreiden van de KRW-monitoringsprogramma s was daarom deels een administratieve handeling; het veldwerk en de analyses werden grotendeels al uitgevoerd. Indien wél sprake was van extra kosten voor monitoring, dan was dit meestal al begroot of is dit gecompenseerd door het stopzetten van andere monitoringsprogramma s. Bestuurlijke Relatie KRW-monitoring en Handboek Hydrobiologie Parallel aan het KRW-proces over monitoring is door STOWA het initiatief genomen voor het schrijven van het Handboek Hydrobiologie. Dit Handboek bevat enige overlap met de Richtlijnen Monitoring KRW en de Instructie. Grofweg kan geconcludeerd worden dat de KRW-documenten gericht zijn op het opzetten van de KRW-meetlocaties: het aantal en de locatie ervan, de meetcycli en -frequentie. Vervolgens geeft het handboek meer inzicht in de bemonsteringsstrategie, de daadwerkelijk aanpak in het veld. Het streven is om beide documenten goed op elkaar af te stemmen, zodat zij samen een volledig en concreet beeld geven van de wijze van monitoring voor KRW en/of andere richtlijnen (zoals STOWA). In De Instructie kunt u teruglezen wat de herziening van de KRW-monitoring betekent voor uw beleid, uw veldwerkzaamheden en de KRW-analyses. Eind dit jaar komt er een vervolg op De Instructie ; de Richtlijnen monitoring Oppervlaktewater Kaderrichtlijn Water en het Protocol Toetsen en Beoordelen worden dan in hun geheel herzien. Dille Wielakker en Jos Spier (Bureau Waardenburg) Willem Faber (Rijkswaterstaat, Waterdienst) NOTEN 1) Water Framework Directive. Common implementation Strategy. Working group 2.7 (2003). Guidance on Monitoring for the water framework directive. 2) Van Splunder I., T. Pelsma en A. Bak (red) (2006). Richtlijnen Monitoring Oppervlaktewater Europese Kaderrichtlijn Water. Versie ) Torenbeek R. en T. Pelsma (2007). Protocol toetsen en beoordelingen voor de operationele monitoring en toestand- en trendmonitoring. Eindconcept. In opdracht van Werkgroep MIR-monitoring. 4) Pot R. en T. Pelsma (2006). Toetsen en beoordelen. Achtergronddocument met toelichting en voorbeelden voor de toepassing van de KRWmaatlatten biologie in Nederland. In opdracht van Werkgroep MIR-monitoring. 5) Faber W., D. Wielakker en J. Spier (2009). Instructie Richtlijnen Monitoring Oppervlaktewater en Protocol Toetsen en Beoordelen. Rijkswaterstaat. 6 H 2 O /

7 actualiteit / verslag Crisis- en herstelwet maakt experimenten met waterwonen makkelijker Buitendijks bouwen is geen keuze, maar een realiteit. Daarnaast komt er meer ruimte om te experimenteren met wonen op water en andere vormen van innovatieve gebiedsontwikkeling. De Crisis- en herstelwet maakt het mogelijk beperkende bestaande regelgeving opzij te zetten voor innovatieve projecten. Cees Moons, directeur Leefomgevingskwaliteit van het directoraat-generaal Ruimte (VROM), verwacht dat de Tweede Kamer het wetsontwerp binnenkort aanneemt en de wet volgend jaar in werking treedt. Tijdens het Nationaal Congres WaterWonen op de RDM Campus in Heijplaat (Rotterdam) op 14 oktober, zei hij dat de wet vooral is gericht op het mogelijk maken van nieuwe samenwerkingsvormen. Architect Koen Olthuis liet tijdens zijn presentatie van Neerlands eerste woonlocatie op ontpolderd gebied zien dat publiek-private samenwerking ook zonder de nieuwe wet tot innovatieve projecten kan leiden. en water ontmoeten elkaar intens in Zuid- Wonen Holland, de dichtstbevolkte provincie van ons land. Het hele havengebied van Hoek van Holland tot voorbij de waterzijde van Dordrecht is buitendijks, maar de meeste van de vele mensen die daar wonen en werken weten dat niet, aldus gedeputeerde Lenie Dwarshuis-van de Beek tijdens het congres. Volgens haar is het door het gebrek aan ruimte in de Rijnmond en de Drechtsteden noodzakelijk buitendijks te bouwen en zaak buitendijkse gebieden te ontwikkelen op die locaties, maar ook langs de Hollandse IJssel, de Lek, het Hollands Diep en het Haringvliet. Buitendijkse terreinen zijn keihard nodig. De woningbouwopgave voor de periode liegt er niet om. In de regio Rotterdam en de Drechtsteden gaat het om woningen. Maar bouwen tussen het water en de dijk moet wel veilig gebeuren, vindt Dwarshuis. Waar slechts kans is op wateroverlast en lichte schade bij overstromingen hebben gemeenten de taak hun inwoners te informeren. Alleen als sprake is van gebieden waar een groot risico bestaat op slachtoffers of maatschappelijke ontwrichting - een klein deel van het totale buitendijkse gebied in Zuid-Holland - dan hanteert de provincie de bepalingen uit haar structuurvisie. Het gaat er volgens de gedeputeerde vooral om dat er afspraken zijn met de gemeenten over hoe te handelen wanneer die kleine kans dat het misgaat toch werkelijkheid wordt. We raden de mensen niet aan bootjes op zolder te leggen, maar zorgen wel voor groene bordjes om de vluchtwegen aan te geven. In bestemmingsplannen moet worden vastgelegd welke voorzieningen, zoals de infrastructuur, op dat risico inspelen. Geleidelijke stijging In de structuurvisie en het provinciaal waterplan behoren water en wonen tot de leidende thema s, die we zo goed mogelijk op elkaar willen afstemmen. Op dit moment zitten de Zuid-Hollanders in de buitendijkse gebieden goed. Maakt u zich geen zorgen. De grote rivieren staan laag, onlangs zelfs té laag, er is geen springtij en de Maeslantkering is pas getest, waardoor bedreiging door zeewater weinig kans maakt. Daarbij komt, volgens gedeputeerde Dwarshuis, dat buitendijks bouwen niet per se minder veilig is dan binnendijks. Integendeel, buitendijkse gebieden zijn vaak opgehoogd en relatief veilig voor hoog water. Het water stijgt er geleidelijker dan binnendijks en mogelijke overstromingen zijn goed te voorspellen, waardoor de bevolking daarop kan anticiperen door op tijd maatregelen te nemen. Uiteraard neemt het risico wel enigszins toe wanneer er, als gevolg van klimaatveranderingen, sprake kan zijn van hogere en grilliger waterstanden. De rivieren kunnen af en toe enorme hoeveelheden water te verwerken krijgen, maar ook droogte kan een probleem worden. Bewoners van Wilnis weten hoe het is als de veenkade gaat schuiven. Daarom is het zaak toekomstige buitendijkse gebieden zo in te richten dat het normale leven ook bij hoge waterstanden zoveel mogelijk kan doorgaan. Voorbeelden van waterbestendig bouwen zijn te vinden in Hamburg (HafenCity), waar bijvoorbeeld ook elektriciteitshuisjes zo hoog staan dat bij overstromingen de stroom niet uitvalt, maar ook in de regio Haaglanden, waar het bestuurlijk samenwerkingsverband Waterkader Haaglanden zich richt op kennisontwikkeling én realisatie van projecten (zie de vorige uitgave van H 2 O). Tot medio 2010 test de Provincie Zuid-Holland de Risicomethode Buitendijks in de praktijk. De Plaspoelpolder is één van de acht proeftuinen van Waterkader Haaglanden waar sinds 2006 een bijzonder waterbergingsproject wordt voorbereid. Door deze polder voor een groot gedeelte terug te geven aan het water, ontstaat een berging van kubieke meter. Om op boezemniveau te komen, moeten we één miljoen kubieke meter grond verzetten. Er is een ecozone voorzien van 50 meter breed en 2,5 kilometer lang. In het gebied komen woningen, waarvan 600 drijvende huizen. Het gaat om paalwoningen, hofjeswoningen én het eerste drijvende appartementencomplex ter wereld, vertelt architect Koen Olthuis, die ervaringen die hij heeft opgedaan met waterbouwen in Dubai bij dit project goed kan gebruiken. Het complex bestaat uit 60 woningen en is opgebouwd uit modulaire elementen die zijn opgebouw rondom een hof. De betonnen caissonfundering bestaat uit één geheel. De bewoners zullen geen golfbewegingen voelen, verzekert de architect. Steden zijn nu statische bouwwerken, maar in de toekomst zijn er nieuwe dichtheden en meer flexibiliteit nodig. De lift zorgde voor een andere dichtheid, omdat ineens verticaal kon worden gebouwd. Water is de volgende dimensie waarmee steden iets moeten gaan doen. Rotterdam is al zover. In de Rijnhaven komt een drijvend paviljoen van twaalf meter hoog, met een vloeroppervlak van vier tennisbanen. De drie drijvende halve bollen waaruit het complex is opgebouwd, zijn van veraf te zien. Volgens klimaatdirecteur Paula Verhoeven van de gemeente Rotterdam is de nieuwe Crisis- en herstelwet, die experimenten mogelijk maakt, prima. Het paviljoen is een energieneutraal icoonproject, maar omdat Rotterdam niet meer aan de randen van de stad bouwt en daarom de binnenstad op en rond het water wil verdichten, lopen we tegen wettelijke beperkingen aan. Die kunnen we nu omzeilen. Tijdens één van de workshops, Waterrobuust bouwen, bleek dat veel aannemers nog geen rekening houden met veranderingen in het klimaat die voor meer wateroverlast en verzakkingen zorgen. Kruipruimteloos bouwen kan veel (water)ellende voorkomen, maar ook andere aanpassingen zijn nodig om de impact van extreme neerslag, overstromingen en droogte tot een minimum te beperken. Vragen waren er ook op dit gebied te over: hoe sluit je een drijvende woning aan op elektriciteit en riolering? Hoe voorkom je opkruipend water? Kan een drijvend huis worden verzekerd? Duidelijk werd ook dat Nederland graag een voorbeeldrol op het gebied van waterwonen wil vervullen. Rotterdam doet er van alles aan om het centrum van de wereld te worden op het gebied van waterkennis en klimaatverandering. H 2 O /

8 Transmitter voor opgeloste zuurstof MJK Automation B.V. Hoofdweg 667 A 2131 BB Hoofddorp Tel.: Fax: Poly Products biedt met het Detos modulaire bouwsysteem een uniek concept voor het duurzaam onderbrengen van uw kostbare apparatuur en installaties. Flexibele maatvoering Chemisch resistent Onderhoudsarm Geluidsisolerend Inbouwmogelijkheden van ventilatie- en elektravoorzieningen Leverbaar in alle RAL-kleuren De Oxix transmitter is een nieuw en uniek MJK instrument voor het meten van opgeloste zuurstof. Laat u inspireren! Geen vervanging van sensordelen 0,02 ppm tot 25,0 ppm met +/-0,1% nauwkeurigheid Koppelbare converters en sensoren (netwerk) 4-20 ma uitgang Ingebouwde datalogger en grafieken Bruningsstraat LA Werkendam - T F P OMPEN A FSLUITERS S YSTEMEN Kant-en-klare topkwaliteit: CK800 pompstation Het CK800 pompstation van KSB is bedoeld voor afvoer van afvalwater. Licht van gewicht en toch uiterst robuust laat het nieuwe pompstation zich eenvoudig installeren. En door het slimme ontwerp en de constructie tegen opdrijven en -achterblijvend vuil en zijn veelzijdige aansluitmogelijkheden is een optimale afvoer gegarandeerd. Gecombineerd met de hoogwaardige, corrosiebestendige componenten biedt de CK800 u het beste op het gebied van inbouw-, installatie- en onderhoudskosten. KSB Nederland B.V

9 Overleg over ondergrondse leidingen begint vorm te krijgen Jaarlijks ontstaat door graafwerk landelijk een schadepost van 50 miljoen euro. Zes gemeenten en vijf vertegenwoordigers van kabel- en (water)leidingbedrijven hebben het Pact van Uilenburg gesloten, waarin ze afspreken samen werkwijzen te ontwikkelen om deze kosten terug te dringen. *thema actualiteit Inmiddels zijn zes proefprojecten begonnen die hinder, maatschappelijke kosten en schade aan ondergrondse kabels en (water)leidingen moeten doen verminderen door tijdige afstemming van plannen en werkzaamheden. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol als coördinator en regisseur van de activiteiten in de ondergrond. De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) gebiedt dat de grondroerder (aannemer) zorgvuldig graaft en de opdrachtgever daarvoor de gelegenheid biedt. Onnodige graafschade en maatschappelijke kosten voorkomen door beter vooroverleg klinkt eenvoudiger dan het is. Soms zit je tegenover mensen die geen enkel mandaat blijken te hebben, zegt Helene Fentener van Vlissingen, adviseur bij het ingenieursbureau van de gemeente Utrecht. Vaak ook ziet men het nut van een masterplan ondergrondse infra niet in. Dankzij een proefproject van het ministerie van VROM over ondergrondse ordening kregen we iedereen aan tafel. We hebben graafrust als doelstelling geïntroduceerd. Fentener van Vlissingen noemt De zes proefprojecten lopen in Breda, Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Wassenaar. De gemeenten werken samen met netbeheerders van gas, water, elektra en telecom en met brancheorganisatie Bouwend Nederland namens de grondroerders. De deelnemers brengen knelpunten in kaart en toetsen of de vorig najaar verschenen KLO-handreiking Efficiency bij aanleg van kabels en leidingen: een gezamenlijke uitdaging in de praktijk bruikbaar is. Halverwege het project, op 19 november aanstaande, komen de deelnemers opnieuw bijeen om een tussenstand op te maken. Na een jaar worden de eindconclusies aangeboden aan KLO. de handreiking van het Kabel en Leiding Overleg (KLO) zeer praktisch. Maar om greep op de ruimtelijke ordening te krijgen, zul je het anders moeten insteken. Fred van Laarhoven van Vitens deelt die visie. In de toekomst wil Vitens al bij de stedenbouwkundige fase betrokken zijn. Vaak zijn vervelende reconstructies te voorkomen als beide partijen een stukje opschuiven. Vroegtijdige afstemming tussen netbeheerders, grondroerders en gemeenten voorkomt onnodige hinder en bespaart (maatschappelijke) kosten (foto: gemeente Utrecht). Vervangingsgolf Jurgen Mutsaers van Enexis signaleert vergaande splitsing van taken binnen de nutsbedrijven in combinatie met schaalvergroting. Het accent verschuift van de bouw van nieuwe netten naar vervanging. Een deel van onze ondergrondse infrastructuur is vrijwel aan het eind van zijn levensduur. Het gasnet is deels versleten door veroudering. Om gezondheidsredenen is een deel van het waterleidingnet aan vervanging toe. We staan voor een grote vervangingsgolf. Die operatie zal heel goed gecoördineerd moeten worden, wil de burger er op lokale schaal geen last van hebben. Wij besteden veel extra tijd aan het maken van langetermijnplannen om goed te bepalen welke leiding als eerste aan vervanging toe is. We hopen alle betrokkenen binnen een jaar van het nut daarvan doordrongen te hebben zodat we onze plannen voor de lange termijn kunnen combineren. Voor ons is dat een kwestie van duurzaam ondernemen. met dank aan Marion de Boo H 2 O /

10 DICK DE WITH, MANAGER AFDELING INFRA BIJ WAVIN: Afkoppelen regenwater Europawijd aan de orde Water met een emmer uit een put halen, is een beeld dat in de westerse samenleving al lang achter ons ligt. Leidingen brengen het drinkwater op alle plekken waar wij het willen kunnen gebruiken. Andere leidingen voeren het gebruikte water en het regenwater af. Onderdeel van een grote ondergrondse infrastructuur, die wij als volkomen normaal beschouwen, zowel voor water als voor gas, elektriciteit, telefoon en data-informatie. In de markt van bedrijven die leidingmaterialen en bijbehorende appendages aanbieden, is Wavin in die zin bijzonder dat het ooit is opgericht vanuit de Waterleiding Maatschappij Overijssel om te voorzien in een behoefte die in de drinkwatersector leefde. Voor dit themanummer over infrastructuur een gesprek met ing. Dick de With, manager van de afdeling Infra bij Wavin Nederland B.V. in Hardenberg. Kunt u iets over de geschiedenis van Wavin vertellen? Wavin is in 1955 opgericht op initiatief van ir. J.C. Keller, algemeen directeur van WMO in Zwolle. De naam Wavin is een samenvoeging van water en vinylchloride. WMO worstelde, net als vele collega-bedrijven, met het probleem van roestvorming in waterleidingbuizen. Polyvinylchloride (pvc) kent dat probleem niet, maar er waren in die tijd nog geen buizen op de markt, geschikt voor drukleidingen. Ir. Keller, een bijzonder creatief man, heeft toen een procedé ontwikkeld om machinaal plastic leidingen te maken die wel drukbestendig waren. De grondstof, pvc-poeder, kocht hij in; de methode was nieuw. WMO richtte in 1955 Wavin op als afzonderlijk bedrijf dat aan de markt ging leveren. In 1962 nam Shell, als eigenaar van een fabriek voor pvc-grondstoffen, een belang van 50 procent in Wavin. Voor Shell vormde Wavin een interessant afzetkanaal. Dit was het begin van een periode van grote groei en productdiversificatie. Wavin produceerde niet alleen leidingmaterialen, maar ook vuilniszakken, bierkratten, kozijnen, etc. In de jaren 90 werd besloten om te stoppen met die veelheid aan producten en terug te keren naar de kunststofleidingen. De andere bedrijfsonderdelen zijn verkocht aan derden. Aansluitend op die ontwikkeling heeft Shell in 1999 zijn aandelen verkocht aan CVC, een grote investeringsmaatschappij. In 2005 heeft WMO dat ook gedaan. In 2006 is Wavin een beursgenoteerde onderneming geworden. Hoe ziet uw productenpakket er nu uit? Het productenpakket van Wavin is breed. Het betreft in algemene zin kunststof leidingsystemen voor twee strategische marktgebieden: de bouw- en installatiesector én infra. Onder de bouw- en installatiesector vallen toepassingen in de woning- en utiliteitsbouw, zoals afvoer-, heet- en koudwatertap- en verwarmingssystemen. Onder infra vallen systemen voor de distributie van drinkwater en aardgas én oplossingen voor afvalwater, waterbeheer en telecom. Voor dit marktgebied in Nederland ben ik verantwoordelijk. Iedere toepassing stelt zijn eigen eisen. Een hoofdvraag voor ons is voortdurend: hoe kunnen we efficiënter produceren en betere oplossingen bedenken? Wat zijn de actuele ontwikkelingen? Wij verkopen onze buizen met een garantie voor hergebruik. Oude buizen kan men weer bij Wavin inleveren. Polyvinylchloride (pvc) wordt vermalen tot iets dat eruit ziet als een soort grove suiker. Dat materiaal wordt als grondstof gebruikt voor de middelste laag van rioleringsbuizen, die bestaan uit drie lagen. Hiermee leveren we een bijdrage aan duurzaam bouwen. Voor horizontaal gestuurde boringen en reliningstechnieken voor drinkwater leveren we Wavin TS: een polyethyleen (pe) buissysteem waarvan de wand uit drie lagen bestaat. De buitenste lagen beschermen tegen invloeden van buiten, zoals kerfwerking en puntbelastingen. De binnenste laag bestaat uit het gangbare PE. Deze drie lagen zijn homogeen met elkaar verbonden. Bij drukloze toepassingen, zoals polypropyleen (pp) rioolbuizen, hebben we minder grondstoffen nodig door de buis zo dun mogelijk te maken en deze door een structuur van holle ribbels aan de buitenzijde de benodigde sterkte te geven. Hetzelfde doen wij bij rioolputten, pompputten en dergelijke. Ook daar levert dat dus materiaalwinst op en daarmee vermindering van de uitstoot van kooldioxide. Voor de aanleg van glasvezelnetten hebben wij pakketten van leidingen met kleine diameters ontwikkeld, waar de glasvezel voor de telecom ingeblazen worden. We werken dus met drie soorten grondstoffen: polyethyleen, polypropyleen en polyvinylchloride. In de combinatie van deze grondstoffen gaat het om het vinden van voldoende taaiheid en voldoende stijfheid bij zo laag mogelijke kosten. De taaiheid heb je nodig voor de slagvastheid van de buis, de stijfheid voor de stevigheid. Een nieuwe ontwikkeling bij drukleidingen voor drinkwater is een biaxiaal verstrekte buis. Dat wil zeggen dat de moleculestrengen van het pvc-materiaal waarvan de buis gemaakt is, niet meer willekeurig door elkaar heen liggen, maar in twee richtingen gericht zijn, de omtrek en de lengterichting. Daardoor krijg je dunnere buizen, die toch een grotere slagvastheid hebben en tegen hogere druk bestand zijn. Deze buizen worden onder de naam Apollo op de markt gebracht. Stelt drinkwater aparte eisen aan het buismateriaal? In Nederland worden vooral pvc-buizen toegepast, in het buitenland vooral pe-buizen. Pe-buizen kunnen in de kleinere diameters vanaf een haspel gelegd worden, wat in gebieden met een lage bevolkingsdichtheid een voordeel is. In Nederland worden hoge eisen gesteld aan de permeabiliteit van het buismateriaal en aan de gevoeligheid voor nagroei. Pvc is dan in het voordeel. In het buitenland heeft men daar minder problemen mee omdat daar overal gechloord wordt. Wat ziet u verder voor ontwikkelingen? Door de klimaatverandering treden veranderingen in het patroon van de regenval op: langere perioden van droogte enerzijds, zwaardere buien anderzijds. We zien nu overal een beleid om het regenwater af te koppelen van het rioolstelsel en zo mogelijk ter plekke in de bodem te infiltreren. Daar hebben we een programma voor ontwikkeld: Intesio. Wavin maakt het ontwerp voor de opvang en de afkoppeling van regenwater, levert de producten en geeft op de werking 15 jaar garantie. We bieden dit programma Europawijd aan, omdat daarvoor in alle landen belangstelling bestaat. Het regenwater vangen we op in infiltratie-units, een soort grote kunststof kratten die in de bodem gebracht worden, met geotextiel omgeven. Het is een moderne variant van de ouderwetse zakput. Daarnaast bieden we zowel horizontale als verticale infiltratiesystemen van geperforeerde buizen, ook met geotextiel er omheen. Welke oplossing het meest geschikt is, hangt af van de situatie ter plekke. Ook hebben we nieuwe straatkolken ontwikkeld die het vuil beter tegenhouden en waarvan de inhoud van de zandvang extra groot is. Tijdig reinigen zal belangrijk blijven. Ja, het onderhoud van dit soort voorzieningen is een taak van de gemeente of de beheerder. Meestal worden daarvoor gespecialiseerde bedrijven ingeschakeld. Tijdig verwijderen van bladafval, straatvuil en zand blijft een kritische factor. In ons systeem kunnen we nog filters inbouwen als extra bescherming (van de kwaliteit van grond- en 10 H 2 O /

11 interview CV 1954 geboren in Ermelo HTS weg- en waterbouw ontwerper rioolsystemen en projectleider Ingenieursbureau Mabeg - Van Hasselt, Utrecht 1987-heden manager afdeling Infra Wavin Nederland B.V. oppervlaktewater en ter verlenging van de levensduur van de leidingen). Hoe groot is Wavin? Wavin heeft ruim mensen in dienst en vestigingen in 28 Europese landen. De omzet bedroeg in ,6 miljard euro. In Europa zijn we de grootste leverancier van kunststof leidingsystemen. Buiten Europa heeft Wavin een netwerk van licentiehouders en distributeurs. We zijn continu bezig onze efficiency te verbeteren door de fabricage van onze producten anders over de fabrieken te verdelen. Meer specialisatie per fabriek dus. Doet u veel aan onderzoek? We hechten grote waarde aan innovatie. Eén van onze beleidsdoelstellingen is om 15 procent van de omzet te halen uit de verkoop van nieuwe producten, producten die minder dan vijf jaar geleden geïntroduceerd zijn. Dat percentage is behoorlijk voor een markt die redelijk conservatief is. Het afgelopen jaar zaten we boven die doelstelling, namelijk op 18 procent. Binnen Wavin is er een centrale groep Technologie en Innovatie in Dedemsvaart, met 60 mensen, die nieuwe ideeën uitwerkt en als ze goed lijken te zijn, verder ontwikkelt. Daarnaast is binnen elke werkmaatschappij een kleine groep mensen bezig met meer Dick de With lokale verbeteringen. De heer Keller dacht ooit dat er na zijn uitvinding geen nieuwe ontwikkelingen meer zouden komen, maar dat proces gaat gewoon door. Voor de telecommunicatiemarkt hebben we recent multitube-buissystemen ontwikkeld en ook op de andere gebieden zijn we voortdurend met opdrachtgevers en aannemers in de slag om tot nieuwe of betere producten te komen. We werken daarom met klantenpanels en brainstormbijeenkomsten. Organiseert Wavin ook opleidingen? We geven externe trainingen aan klanten, bijvoorbeeld over de aanleg van kunststof leidingsystemen. Zaken als diepteligging, wanddikte van de buis, het verdichten van de sleuf komen daar aan de orde. Eigenlijk alles waarmee men bij de aanleg rekening moet houden. We geven een aparte training over de nieuwe trekvaste koppelingen die we ontwikkelden om de montagetijd fors te verkorten. Een mooi product, dat het verdient om ook goed gemonteerd en geïnstalleerd te worden. Ook bieden we cursussen aan over het installeren van tapsystemen voor heet en koud water. Vroeger gebruikte men daar koper voor. Nu koper duurder is geworden, wordt vaker kunststof toegepast. Ook daarbij moeten montage en installatie op de goede wijze plaatsvinden. Wavin heeft een trainingscentrum in Amersfoort. We ontvangen daar zo n 20 mensen per cursus. Hoe ziet uw eigen loopbaan eruit? Ik ben in 1954 geboren in Ermelo. Van 1972 tot 1976 studeerde ik weg- en waterbouw aan de HTS in Utrecht. Mijn eerste baan was bij het toenmalige ingenieursbureau Mabeg-Van Hasselt in Utrecht. Ik ben daar in 1976 begonnen met het maken van rioleringsplannen voor gemeenten. Daarna ben ik projectleider voor onze opdrachten bij gemeenten geworden. In 1987 ben ik overgestapt naar Wavin. Ik heb marketingopleidingen gevolgd en zit nu in een functie die een mooie combinatie is van techniek en verkoop, met vele contacten zowel naar de nutsbedrijven als naar de aannemers toe. Ik doe dit werk nu 22 jaar en ervaar Wavin als een plezierig en professioneel bedrijf, gericht op kwaliteit en innovatie. De bouwwereld is pragmatisch ingesteld, gericht op concrete, praktische zaken, wat ik plezierig vind. Ik las in de krant dat Wavin het moeilijk heeft. Wavin ging in 2006 naar de beurs. Aanvankelijk was dat een groot succes, maar toen in 2008 de bouw - eerst in Engeland en later in heel Europa - fors terugliep, moest er snel ingegrepen worden. In verhouding tot de bedrijfswinst had Wavin een te hoge schuld. Door het uitgeven van nieuwe aandelen hebben we die schuld omlaag gebracht. Fabrieken zijn samengevoegd en de hand wordt nu op de knip gehouden. Geen nieuw personeel, geen grote marketingcampagnes e.d. Voorraden worden ingeperkt, ons assortiment wordt nog eens uiterst kritisch doorgelicht. Er zijn altijd wel winkeldochters waarvan je beter afscheid kunt nemen. Ook van klanten waar je niets aan verdient. Wat verwacht u van de toekomst? De terugval in de bouw in Nederland valt mij tot dusverre mee. Ik verwacht dat volgend jaar de woningmarkt verder zal gaan inzakken. In de drinkwatersector Duurzame buizen maken met minder materiaal verwacht ik vooral renovatieprojecten, deels ook verwijdering van AC-leidingen en koppeling van kleinere pompstations. In de rioleringssector wordt het afkoppelen van hemelwater belangrijk. In de woningbouw zal de nadruk liggen op de vervanging van koperen waterleidingen door kunststof leidingen. Verder is er veel aandacht voor glasvezelversterkte epoxy leidingen voor sprinklerinstallaties in tunnels en voor voorzieningen om branden te blussen in de petrochemische industrie bijvoorbeeld. Hoe gedragen de blusvoorzieningen zich, wat gebeurt er met buizen als olie brandend riolen instroomt? Vragen waar wij in goed overleg met onze klanten antwoord op proberen te geven. Maarten Gast H 2 O /

12 Foutieve aansluitingen opsporen met temperatuurmetingen Nederland is grootschalig aan het afkoppelen. Door hemelwater gescheiden af te voeren moet vervuiling van het oppervlaktewater door gemengde overstortingen afnemen en de belasting van rioolwaterzuiveringen met regenwater worden beperkt. De laatste jaren groeit echter het besef dat het direct afvoeren van regenwater op het oppervlaktewater niet zonder risico s is. Uit metingen naar regenwaterkwaliteit blijkt dat nutriëntgehaltes uit regenwaterriolen hoog kunnen zijn door onder andere de aanwezigheid van foutieve aansluitingen (afvalwater aangesloten op het regenwaterriool). Waterschappen of gemeenten vermoeden veelal dat er foutieve aansluitingen zijn, maar de exacte locatie is vaak onbekend. Over de omvang van het probleem bestaan ook alleen grove schattingen, hoewel er gevallen bekend zijn waar het gaat om een aanzienlijk percentage. Zo werd bij de oplevering van een nieuwe wijk bekend dat al 20 tot 40 procent foutief was aangesloten. Dit risico is met name groot bij vrije kavels waarbij verschillende aannemers zijn betrokken. Tevens worden niet in elke gemeente bruine buizen voor afvalwater en grijze voor hemelwater gebruikt. Gebrekkige communicatie op dit punt leidt tot foutieve aansluitingen. Dat het opsporen van deze aansluitingen effectief is voor de waterkwaliteit in de stad, blijkt uit modelberekeningen: indien bijvoorbeeld twee procent van de droogweerafvoeraansluitingen op het regenwaterstelsel is aangesloten, zal de emissie naar het oppervlaktewater namelijk al grofweg gelijk zijn aan die uit een gemengd stelsel. Probleem huidige opsporingsmethoden Het steekproefsgewijs op perceelniveau opsporen van foutieve aansluitingen is een kostbaar, onzeker en tijdrovend proces, zeker als bewoners erbij betrokken dienen te worden. De bestaande methodieken om in elk perceel alle mogelijke afvoeren te testen door bijvoorbeeld rook en/of kleurstof, is arbeids- en kostenintensief. Continu inzicht in de afvoer in het riool is van belang, omdat de lozingen niet altijd optreden. Steekmonsters en visuele inspecties zijn daarom niet voldoende. in de temperatuur in dat traject. Het voordeel is dat vaak meteen de locatie van lozing bekend is. De andere methode is gebaseerd op constante metingen met temperatuursensoren op putniveau, waarbij op strengniveau wordt onderzocht of er foutieve aansluitingen zijn. Deze methode is eenvoudig te installeren en wordt in samenwerking met gemeenten en waterschappen toegepast. Hiermee, al dan niet in combinatie met de vorige methode, kan een groter gebied sneller en tegen lagere kosten worden onderzocht op de aanwezigheid van lozingen. De sensormethode is de afgelopen jaren in diverse gemeenten toegepast, waaronder Egmond aan Zee. Op basis van de uit - komsten wordt per gemeente besloten waar maatregelen effectief zijn om de emissie op oppervlaktewateren door foutieve aansluitingen te minimaliseren. Proefproject Egmond aan Zee Egmond aan zee heeft een gescheiden rioolstelsel. Het afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd naar de rwzi. Het regenwater wordt in het grootste gedeelte van de stad via zakputten rechtstreeks in de bodem geïnfiltreerd. Doordat in sommige gevallen regenwater op het vuilwaterriool is aangesloten en afvalwater op het regenwaterriool, bestaat de kans op vervuiling Een foutieve aansluiting van een badkamer op de regenwaterafvoer. van oppervlakte-, bodem- en grondwater (in Egmond aan Zee wordt ook regenwater geïnfiltreerd). Praktijkproef In Egmond aan Zee zijn in circa 15 putten van de regenwaterriolering thermometers gehangen die continu de temperatuur registreren. Uit de analyse van de data bleek duidelijk welke leidingen vrij van foutieve aansluitingen zijn en welke niet (zie afbeelding 1). Afbeelding 1 toont de gemeten temperatuur en neerslag gedurende een week voor een locatie in Egmond aan Zee. De temperatuurmetingen tonen de aanwezigheid van een foutieve aansluiting. De temperatuurstijgingen in de ochtend en avond in een droge periode duiden op lozingen van afvalwater naar het regenwaterriool (van bijvoorbeeld douchen en koken). De zichtbaarheid van foutieve aansluitingen is afhankelijk van onder meer de temperatuur buiten en in het riool, alsmede de afstand van de foutieve aansluiting tot het meetpunt. Om de methode te verifiëren, is naast de temperatuur het verloop van het waterniveau gemeten, zijn steekmonsters op diverse stoffen onderzocht en videobeelden geanalyseerd. Waar temperatuurmetingen aangaven dat er foutieve aansluitingen op Temperatuurmethode Al jaren worden bij onderzoeksprojecten waterhoogten voortdurend gemeten. Hiermee ontstaat inzicht in onder meer rioolvreemd water. Door het continu registreren van de temperatuur is de aan- of afwezigheid van foutieve vuilwateraansluitingen (of andere soorten rioolvreemd water) in de regenwaterriolering aan te tonen. Water van de douche en/of wasmachine is warmer dan regenwater en daardoor met temperatuurmetingen te detecteren. Voor het opsporen via temperatuur- en/of andere sensoren bestaan grofweg twee methoden, waarmee de laatste jaren veel ervaring is opgedaan. Een methode is een continue meting in rioolstreng: het meetlint (een glasvezelkabel) dat in de riolering ligt, geeft inzicht 12 H 2 O /

13 *thema achtergrond Afb. 1: Temperatuur- en neerslagmetingen in Egmond aan Zee. Afb. 2: Overzicht regenwaterstelsel Egmond aan Zee met meetpunten voor temperatuur en waterkwaliteit. Rood zijn strengen met foutieve aansluitingen. Foutieve aansluiting in Egmond aan Zee: instroom in het regenwaterriool in een droge periode en duidelijke sporen van schoonmaakmiddelen. Vaak zijn foutieve aansluitingen niet zo duidelijk, maar alleen te herkennen aan bijvoorbeeld een vetrandje. de strengen zaten, bleek dat inderdaad het geval te zijn (zie afbeelding 2). Op de leidingen waar uit de temperatuurmetingen geen aanwijzingen voor foutieve aansluitingen waren, zijn er geen gevonden. Op basis van deze resultaten is een saneringsplan opgesteld en zijn gerichte acties uitgezet voor het nader opsporen en aanpakken van de foutieve lozingen. Het opsporen van de exacte locaties van de foutieve aansluitingen wordt vervolgens - afhankelijk van de bepaalde omvang door middel van bijvoorbeeld kleur- en rookproeven, glasvezelkabel en inspecties - uitgevoerd. Ook zijn er hoopgevende resultaten bij diverse gemeenten met het toepassen van akoestische metingen om foutieve aansluitingen op te sporen. De kosteneffectiviteit van de methode hangt af van de omvang van de foutieve aansluitingen en de lokale omstandigheden. Conclusies Het opsporen en saneren van foutieve aansluitingen is een effectief middel om de waterkwaliteit te verbeteren, maar blijft vaak achterwege omdat het een arbeidsen kostenintensieve klus is. In diverse gemeenten, zoals Egmond aan Zee, is een methode onderzocht waaruit blijkt dat temperatuurmetingen in de regenwaterriolen inzicht geven in de aan- of afwezigheid van foutieve aansluitingen. Op basis van deze methode is het mogelijk aan te geven waar maatregelen kosteneffectief zijn om de emissie op oppervlaktewateren door foutieve aansluitingen te minimaliseren. Nadat de foutieve aansluitingen zijn opgespoord en gesaneerd kunnen continue temperatuurmetingen gebruikt worden om te monitoren of deze emissies ook na sanering uitblijven. Floris Boogaard (TU Delft/Tauw) Jeroen Kluck en Jelle de Jong (Tauw) Rectificatie In het fotobijschrift op pagina 7 van de vorige uitgave hebben Dick van der Kooij (KWR) en voorzitter Fred Bertrand (stichting Veteranenziekte), die de Legionella Award uitreikte, ook voor de redactie verrassende namen gekregen. Daarvoor onze excuses. Leo de Zeeuw, die in het bijschrift werd genoemd is namens Holland Watertechnology, sponsor van de prijs. H 2 O /

14 Assetmanagement voor poldergemalen en zuiveringsinstallaties van Waterschap Zuiderzeeland De afdeling Zuiveringen en Gemalen van Waterschap Zuiderzeeland heeft een systematische aanpak ontwikkeld om te begroten vanuit een afweging tussen systeemwijzigingen en het instandhouden van bestaande bedrijfsmiddelen. Deze integrale wijze van begroten past binnen de ontwikkeling van het assetmanagement en is één van de belangrijke bouwstenen in dit proces. Met de nieuwe aanpak wordt ook invulling gegeven aan de behoefte om een beter afgewogen meerjareninvesteringsplan tot stand te brengen, zoals bedoeld in de nieuwe Waterschapswet. Assetmanagement is het geheel aan activiteiten dat nodig is om met technische bedrijfsmiddelen een afgesproken prestatie duurzaam en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te realiseren. Deze activiteiten beperken zich niet tot het onderhoud en beheer van bedrijfsmiddelen maar strekken zich uit over de hele organisatie. Bij het toepassen van assetmanagement worden drie rollen onderscheiden: die van asseteigenaar, assetmanager en dienstverlener. De asseteigenaar opereert op strategisch niveau. De Algemene Vergadering bepaalt voor de lange termijn de visie en de richting van Waterschap Zuiderzeeland. Deze richting is vastgelegd in het Waterbeheerplan en in de bijbehorende maatregelen. De assetmanager richt zich op de inrichting op de middellange termijn en de ontwikkeling van het systeem van bedrijfsmiddelen. Hij of zij vertaalt de algemene strategische doelen (robuust en betrouwbaar) naar tactische en meetbare doelen voor het gemalensysteem en de zuiveringsinstallaties. De assetmanager voert systeemrisicoanalyses uit, ontwerpt inrichtingsvarianten en komt tot een meerjaren inrichtingsplan. Voor het gemalensysteem van Waterschap Zuiderzeeland is deze systeeminrichting vastgelegd in het Gemalenplan De assetmanager is verder verantwoordelijk voor de keuze van de onderhouds- en beheerstrategie en voor het opstellen van normen voor de beschikbaarheid van bedrijfsmiddelen. Bij Waterschap Zuiderzeeland is gekozen voor risicogestuurd onderhoud en beheer. Hierbij wordt de mate van onderhoud afgestemd op de vereiste beschikbaarheid van een individueel bedrijfsmiddel. Deze hangt af van de ernst van het falen van dit bedrijfsmiddel ten aanzien van de tactische systeem- en strategische bedrijfsdoelstellingen. De dienstverlener voert systematisch operationele risicoanalyses uit en beoordeelt op basis van de risiconormen (die zijn vastgelegd in de genoemde risicobeoordelingsmatrices) welke risicobeheermaatregelen nodig zijn. De dienstverlener voert deze maatregelen uit en stelt jaarlijks een exploitatie- en investeringsbegroting op. Waterschap Zuiderzeeland voerde voor de gemalen en de zuiveringsinstallaties een operationele risicobeoordeling uit. Van ieder bedrijfsmiddel is vastgesteld of het kritisch of niet-kritsch is. Ook heeft het een zogeheten beslisboom opgesteld waarmee systematisch de juiste risicobeheersmaatregelen worden geselecteerd. Deze kunnen zijn: correctief dan wel preventief onderhouden, het modificeren of vervangen van installaties of effect beperkende maatregelen. Uit de operationele risicoanalyse en beoordeling is een maatregelenprogramma tot stand gekomen dat is ingevoerd in het onderhoudbeheerssysteem. Begroten vanuit assetmanagement Eén van de witte vlekken in het assetmanagement was het systematisch en reproduceerbaar begroten van meerjaren exploitatieen investeringsramingen. Deze ramingen worden van oudsher veelal op basis van bestaande kennis opgesteld. De gewenste situatie is om deze kennis te onderbouwen met gegevens, waardoor ook beter kan worden geprioriteerd. Zo kan het gevoel bestaan dat het storingsverloop van een installatie tot zulke hoge exploitatiekosten leidt dat dit een vervanging rechtvaardigt, terwijl uit een levensduurkostenberekening kan volgen dat het economische optimum voor vervangen pas over een aantal jaar is bereikt. Gemaal De Blocq van Kuffeler bij Almere. Om tot een systematisch aanpak te komen, is samen met de afdeling Financiën een methode uitgewerkt waarbij investeringen die enerzijds volgen uit nieuwe ontwikkelingen en systeemwijzigingen en anderzijds uit het reguliere instandhouden van de bestaande bedrijfsmiddelen in samenhang worden beschouwd. Hier ligt een stappenplan aan ten grondslag dat hieronder wordt toegelicht aan de hand van het voorbeeld van het gemalensysteem en de afzonderlijke gemalen. De methode voor zuiveringssysteem en -installaties verloopt hetzelfde. Investeringen die volgen uit nieuwe ontwikkelingen, worden geïdentificeerd in de systeemrisicoanalyse en variantenstudies ten behoeve van de inrichting van het gemalensysteem. Voor het gemalensysteem is dit vastgelegd in het Gemalenplan. Omdat bij de keuze van een definitieve variant ook rekening is gehouden met de staat en conditie van de individuele gemalen, betekent dit dat de investeringen die volgen uit nieuwe ontwikkelingen de randvoorwaarden vormen voor het onderhoud en beheer van individuele gemalen. Zo zal bij een grotere vervangingsbeslissing vanuit het instandhouden (onderhoud en 14 H 2 O /

15 *thema achtergrond Gemaal Wortman bij Lelystad. beheer) eerst gekeken worden of op de middellange termijn systeemwijzigingen zijn voorzien die deze vervangingsbeslissing kunnen beïnvloeden. Mocht dit zo zijn, dan wordt gekeken of de vervangingsbeslissing kan worden uitgesteld en staat niet meer de installatie centraal maar het totale systeem. In het andere geval, wanneer geen systeemwijzigingen worden voorzien, wordt eerst gekeken wat het feitelijke storingsverloop en niet-beschikbaarheid van de installatie is geweest en welk effect dit heeft gehad op het overschrijden van de vooraf gestelde risiconormen in de risicobeoordelingsmatrices. Dit storingsverloop wordt uit het onderhoudbeheersysteem onttrokken, wat gelijk het belang van een goede registratie onderstreept. Hierna wordt beoordeeld of met intensivering van het onderhoud, de bedrijfsvoering Gemaal Lovink bij Harderhaven. Afvalwaterzuiveringsinstallatie Zeewolde in Zeewolde. of met effectbeperkende maatregelen, het mogelijk is om het storingsgedrag van de installatie binnen de gestelde normen te krijgen. Als deze maatregelen niet bestaan, rest geen andere optie dan de installatie vervangen. Als deze maatregelen wel bestaan, wordt een levensduurkostenafweging gemaakt tussen het exploiteren of vervangen dan wel modificeren van de installatie. Het economische optimum wordt bepaald door het scenario met de laagste netto contante waarde van de totale levensduurkosten. Praktijkvoorbeeld Het stappenplan is toegepast op een praktijkvoorbeeld. Dit betreft een gemaal met relatief hoge exploitatiekosten als gevolg van een hoog storingsverloop en hoge energiekosten. Als eerste is vastgesteld dat er geen systeemwijzigingen zijn die deze vervangingsbeslissing kunnen beïnvloeden. Vervolgens is het storingenverloop geanalyseerd. Hieruit volgt dat op dit moment ondanks de storingen geen onacceptabele consequenties optreden voor de veiligheid, het milieu, de wetgeving en de waterkwantiteiten waterkwaliteitsdoelstellingen. Dan blijven alleen kosten over als mogelijk vervangingscriterium. Alle exploitatiekosten voor de komende 40 jaar zijn ingeschat. Hierbij is rekening gehouden met rente, inflatie, toenemende storingen en toenemende energieprijzen. Van het vervangings scenario zijn de levensduurkosten ingeschat op basis van een referentiegemaal. Uit de berekening en gevoeligheidsanalyse volgt een economisch optimum dat ligt over acht tot twaalf jaar, afhankelijk van de bijstelling van de uitgangspunten. De berekening laat zien dat zolang de storingen van dit gemaal geen onacceptabele consequenties hebben voor de bedrijfsdoelstellingen, kosten op dit moment nog geen vervangingscriterium vormen. De afgelopen twee jaar kregen de meeste bouwstenen voor het assetmanagement van gemalen en zuiveringsinstallaties dus inhoudelijk vorm. De uitdaging voor de komende periode is om deze aanpak stevig te verankeren in de dagelijkse bedrijfsvoering en planvormingscycli. Bert Rietman, Harry Strikwerda en Martin Oordt (Waterschap Zuiderzeeland) Dick Sprong (Gaast Advies) Martine van den Boomen (Colibri Advies) H 2 O /

16 actualiteit Gemaal inclusief zuivering gerealiseerd In Schoorldam (gemeente Bergen) is op 15 oktober een zuiveringsvoorziening gerealiseerd met daarin geïntegreerd een gemaal. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de gemeente Bergen werkten hierbij nauw samen. Bovendien zijn de nieuwste scheidingstechnieken gebruikt. In plaats van een bergbezinkbassin is een nieuw soort lamellenafscheider toegepast. Aanvankelijk lag er een ontwerp voor een grote bergbezinkvoorziening met een inhoud van 300 kubieke meter. In samenwerking met Tauw, gemeente Bergen en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is een veel compactere lamellenafscheider ontworpen (met een inhoud van 45 kubieke meter). Door de kleinere inhoud stort vaker en meer water over op het oppervlaktewater. De lamellenafscheider compenseert dit door het water met een hoger rendement te zuiveren. In theorie was het functioneren van deze voorziening al aangetoond. Een meetproject loopt om het voldoende functioneren in de praktijk te bevestigen (zie H 2 O nr. 19, pag. 15). De voordelen van het gekozen ontwerp in Bergen zijn: de ruimtebesparing, betere inpasbaarheid in de bestaande ruimte, kostenbesparing (zeker de helft volgens de betrokken partijen) én minder berging en daardoor meer bezinking. Het gemaal kan 350 kubieke meter water per uur verwerken. Alle werkzaamheden zijn verricht door een bouwteam van Facet International met daarin onder meer Ballast Nedam. Team Invasieve Exoten stelt zich voor Wat kan het Team Invasieve Exoten (TIE), dat sinds begin dit jaar bestaat, betekenen voor waterbeheerders? Invasieve exoten zijn dieren- en plantensoorten die door menselijk handelen Nederland binnenkomen, zich hier vestigen en schade kunnen veroorzaken. Ze bedreigen de inheemse biodiversiteit, volksgezondheid, veiligheid en/of kunnen leiden tot economische schade. Bekende voorbeelden zijn de grote waternavel, de Amerikaanse rivierkreeften, de Pontokaspische vlokreeft, de Kaspische slijkgarnaal, de zonnebaars en Japanse duizendknoop. Soorten die elders in Europa inheems zijn en Nederland op eigen kracht binnenkomen, vallen niet binnen het primaire aandachtsveld van het Team Invasieve Exoten. Het TIE maakt deel uit van de Plantenziektenkundige Dienst en werkt vanuit dat kantoor in Wageningen. In de nota Invasieve Exoten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in feite de Nederlandse invulling van het internationale biodiversiteitsverdrag, staan de uitgangspunten van het Nederlandse exotenbeleid. Het Team Invasieve Exoten moet dit beleid helpen uitvoeren. TIE adviseert het ministerie van LNV over de (potentiële) impact van exoten in Nederland en beheersopties. op grond van risicoanalyses en wetenschappelijk onderzoek. Monitoringsacties moeten exoten opsporen, het verspreidingsgebied in beeld brengen of de effectiviteit van bestrijdingsmaatregelen toetsen. Communicatie over de mogelijke risico s van exoten is een andere belangrijke taak. De bedoeling is burgers, terreinbeheerders en het bedrijfsleven bewust te maken van de gevaren van invasieve exoten en hen te informeren over de mogelijkheden om invasieve exoten zelf te bestrijden. Het team werkt, in volgorde van prioriteit, aan invasieve exoten die Nederland dreigen binnen te komen, al zijn binnengekomen en slechts op enkele plekken voorkomen of hier al breed gevestigd zijn. Een soort die zich eenmaal heeft gevestigd, is moeilijk weg te krijgen. Het zwaartepunt van het exotenbeleid ligt daarom bij de vroegtijdige signalering en het nemen van preventieve maatregelen. De situatie kan zich voordoen dat een invasieve exoot zich breed heeft gevestigd en uitroeien niet meer tot de mogelijkheden behoort. De resterende optie is dan het controleerbaar houden van de problemen die met deze soort gepaard gaan. In dat stadium is exotenbeheer een onderdeel van het reguliere terreinbeheer. Het TIE kan dan wel ondersteuning bieden in de vorm van bijvoorbeeld informatievoorziening over schadelijkheid, beheermethoden of beleidskaders. Aquatische exoten Op het gebied van aquatische exoten werkt het team op dit moment aan onderzoek naar verspreiding en impact. Het eigenlijke onderzoek is uitbesteed. De aandacht gaat momenteel uit naar riviergrondels en exoten in de Zeeuwse delta. Ook vindt ondersteuning plaats bij de totstandkoming van een convenant waterplanten. Doel hiervan is onder andere om een aantal invasieve waterplanten niet meer te verhandelen. In de korte tijd dat het TIE bestaat, hebben diverse organisaties een aantal juridische vragen aan het team gesteld. Hieronder vallen bijvoorbeeld vragen over de wettelijke mogelijkheden om rivierkreeften te vangen. TIE probeert in samenwerking met LNV de juridische context van exoten helder te krijgen. Voor meer informatie: Het team: v.l.n.r. Wiebe Lammers, José Vos en Tom van der Have. 16 H 2 O /

17 Het resultaat van gezamenlijk meten aan riooloverstorten Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft samen met de twaalf gemeenten Breukelen, De Bilt, Houten, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Reeuwijk, Utrechtse Heuvelrug, Woerden, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist een meetplan opgesteld voor de riooloverstorten en het beheer van een meetnet geregeld. Dit heeft inmiddels tot enkele nieuwe inzichten geleid. *thema achtergrond Instromend oppervlaktewater met overstortrand. In de Wvo-vergunning van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is een meetverplichting voor het meten aan riooloverstorten opgenomen. Om het voldoen aan deze verplichting te stroomlijnen, begon De Stichtse Rijnlanden in 2007 samen met negen gemeenten een samenwerkingsproject, gericht op het opstellen van een gezamenlijk meetplan voor metingen aan riooloverstorten. Tot deze negen gemeenten behoren Breukelen, De Bilt, Houten, Montfoort, Nieuwegein, IJsselstein, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Gedurende het traject hebben de gemeenten Reeuwijk, Utrechtse Heuvelrug en Oudewater zich hierbij aangesloten. De voordelen die het hoogheemraadschap en de deelnemende gemeenten willen bereiken, zijn zowel kwalitatief (eenduidigheid in meetopzet en dataverwerking) als financieel (het vermijden van dubbelingen in uniforme activiteiten zoals selectie van meetapparatuur en meetopzet, maar ook door schaalvoordelen bij de aanbesteding). Daarnaast zal de gezamenlijke aanpak wellicht leiden tot een reductie van de totale doorlooptijd tussen het vaststellen van het meetdoel en het beschikbaar hebben van kwalitatief hoogwaardige meetgegevens. Taak- en kostenverdeling De Wvo-vergunning vormt de basis voor de taakverdeling tussen gemeenten en het hoogheemraadschap bij het meten aan de rioolstelsels. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van betrouwbare overstortmetingen, ook wel aangeduid als CIW spoor 1. De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor de dataverwerking en de overstortrapportages. Metingen aan het oppervlaktewater om zo instroom van oppervlaktewater te kunnen constateren, vallen ook onder verantwoording van het hoogheemraadschap. Daarnaast stelt De Stichtse Rijnlanden neerslaggegevens (op vijf minutenbasis) die worden bepaald op grond van radarbeelden, ter beschikking. Deze taakverdeling vormt de grondslag van de kostenverdeling tussen de samenwerkende gemeenten en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor de realisatie van het meetnet. De investeringskosten komen voor rekening van de betreffende eigenaar (gemeente voor riolering / waterschap voor oppervlaktewater). De operationele kosten (onderhoud sensoren en telemetrie, dataverwerking en -validatie, overstortrapportage) worden voor de ene helft betaald door het waterschap en voor de andere helft door de gemeenten. Voorbereiding Bij aanvang van het traject beschikte een deel van de gemeenten al over ervaring met meten, terwijl voor andere gemeenten meten nog volstrekt nieuw was. Om te zorgen dat het gezamenlijk meettraject soepel zou verlopen, is in het begin veel tijd en energie gestoken in het bijbrengen van de stand van zaken op het gebied van meten. Bij het opstellen van het meetplan is een splitsing gemaakt in een basismeetplan en specifieke meetplannen per gemeente, onder het motto gezamenlijk doen wat gezamenlijk kan en individueel oppakken wat individueel moet. Het basismeetplan beschrijft de meetdoelen en onderwerpen die voor alle gemeenten gelijk zijn, zoals eisen aan de beschikbaarheid van meetgegevens, de eisen aan de apparatuur en functionaliteits- en gebruikseisen aan het telemetriesysteem. De locatiespecifieke invulling is opgenomen in de specifieke meetplannen per gemeente. Deze plannen beschrijven per gemeente de ambitie, de daarop gebaseerde selectie van de meetlocaties, een nauwkeurige beschrijving per locatie in een puttenboek en de mogelijkheden om de bestaande meet apparatuur en telemetriesystemen te benutten in het gezamenlijk meettraject. In elke gemeente zijn alle overstorten voorafgaand aan de selectie bezocht tijdens een praktische toets, waarbij de kenmerken per locatie zijn vastgelegd in gestandaardiseerde kenmerkenbladen. Voor de geselecteerde meetlocaties zijn deze kenmerkenbladen uitgebreid met een overzichttekening, waarmee de eigenschappen van de meetlocaties eenduidig zijn vastgelegd. Een belangrijk deel van de overstorten is hierbij opnieuw gemeten. De kenmerkenbladen en de tekening vormen samen het puttenboek, dat bij de aanbesteding is gebruikt en ook daarna, bij het beheer van het meetnet en de analyse van de meetgegevens, zijn meerwaarde zal hebben bij het beoordelen en interpreteren van de meetdata. Voor de bestaande meetlocaties is de kwaliteit van de beschikbare meetgegevens getoetst door deze te onderwerpen aan een datavalidatie. De resultaten van deze validatie waren voor een aantal gemeenten aanleiding om te kiezen voor nieuwe sensoren en voor een aantal om de bestaande sensoren te handhaven. Een consequentie van deze laatste keuze is dat een oplossing moest worden gevonden voor het laten communiceren van de hoofdpost van het gezamenlijke meetnet met bestaande hoofdposten van een aantal gemeenten. De oplossing is gevonden door deze communicatie te laten verlopen via een H 2 O /

18 Lekke overstortmuur, waardoor oppervlaktewater naar binnen stroomt. ftp server, zoals geschetst in onderstaand schema. Op deze wijze is voorkomen dat telemetriesystemen van verschillende leveranciers direct met elkaar moesten communiceren, hetgeen helaas nog steeds op veel problemen stuit in de praktijk. De figuur laat tevens zien op welke wijze de inzet van radar (voor het bepalen van de neerslaggegevens) in plaats van lokale regenmeters in het project is ingepast. Opzet van de datacommunicatie en de hoofdpost. Voordelen gezamenlijke aanbesteding Het basismeetplan en de specifieke meetplannen zijn gebruikt als basis voor de aanbestedingsdocumenten. Het totale project bestaat uit de realisatie van het meetnet samen met het vijf jaar onderhouden van de meetapparatuur, het beschikbaar stellen van de meetdata via internet, het verzorgen van databeheer inclusief valideren en het leveren van de jaarlijkse overstortrapportages. Dit project is in één keer op de markt gezet in een UAV-gc contract. De bedoeling van het in één keer aanbesteden van zowel realisatie, beheer en onderhoud als data verwerking is dat zo de verantwoordelijkheid voor het meetnet bij één partij kan worden neergelegd. De betaling van de operationele kosten is hierbij prestatieafhankelijk gemaakt om de leverancier te stimuleren om een zo hoog mogelijke kwaliteit en bedrijfs zekerheid te leveren. Op de Europese aan besteding hebben vijf consortia ingeschreven, waarvan twee met een kwalitatief hoogwaardige aanbieding. Tevens biedt deze manier van aanbesteden ruimte voor de markt om met innovatieve ideeën te komen, die kwaliteitverhogend of kostenverlagend kunnen werken. Dat dit gelukt is, blijkt wel uit de zeer scherpe prijs en de innovatieve ideeën waarmee de leverancier is gekomen. Zo zijn de sensoren opgehangen in een robuuste koker die snel kan worden schoongemaakt en (op exact dezelfde plaats) teruggehangen. Hierdoor kan het beheer en onderhoud efficiënter plaatsvinden. Tevens is door toepassing van nieuwe technieken het energieverbruik van de dataloggers tot een minimum beperkt, zodat de accu s veel langer meekunnen, waardoor de locaties weer minder bezocht hoeven te worden. Deze aanbesteding heeft laten zien dat de markt inmiddels klaar is voor projecten van een dergelijke omvang. Praktische toets: zicht op praktisch functioneren Het inrichten van een CIW spoor 1+ meetnet (overstortmetingen + neerslag) is bedoeld om afwijkingen tussen het verwachte functioneren op basis van de bestaande theoretische rekenmodellen en het functioneren in de praktijk te kunnen signaleren. Bij het opstellen van de specifieke meetplannen is een veldbezoek uitgevoerd bij alle overstorten. Deze veldbezoeken hebben laten zien dat er inderdaad wat te signaleren valt! Ten eerste blijkt het verre van eenvoudig om alle overstortputten te lokaliseren. Een deel is opgeheven, onder het wegdek verstopt of ligt op een andere locatie dan de ontwerptekeningen, beheer- of rekenbestanden doen vermoeden. Ten tweede kwam bij de veldbezoeken naar voren dat de afmetingen en inrichting van de overstortputten flink kunnen afwijken van de opgegeven dimensies. Dat dit geldt voor de 18 H 2 O /

19 *thema achtergrond groot deel ontlast worden. Zij ontvangen de komende jaren automatisch de gevalideerde meetgegevens en de daarop gebaseerde overstortrapportages. Tevens is door de hier gekozen all-in aanbesteding (realisatie, vijf jaar beheer & onderhoud en dataverwerking) de markt verleidt om met innovatieve ideeën te komen, hetgeen (naast de schaalvoordelen) geleid heeft tot aanzienlijk lagere kosten dan op grond van de kostenraming van de leidraad zou mogen worden verwacht. Ook in inhoudelijke zin is een grote stap gemaakt. De resultaten van de veldbezoeken uit de praktische toets hebben inmiddels al geleid tot operationele verbeteringen. Het is de verwachting dat, zodra dit najaar de getallenstroom uit het meetnet op gang komt, verdere verbeteringen zullen volgen en het meten echt meerwaarde gaat opleveren. Ronde putdeksel in overstortput. hoogte van de overstortdrempel is natuurlijk algemeen bekend, maar niet dat dit ook geldt voor eenvoudig te meten parameters als de lengte van de overstortdrempel. Bij maar liefst 14 van de 110 nagemeten overstortdrempels was het verschil in gemeten en opgegeven drempellengte meer dan twee meter! Ten derde zijn tijdens de veldbezoeken DWA-overstortingen geconstateerd en bleek bij acht overstortmuren oppervlaktewater door de muur naar binnen te stromen en bij drie het oppervlaktewater over de muur te stromen. Tenslotte bleken van de 20 bezochte randvoorzieningen er vijf na een droge periode nog (deels) vol te staan met rioolwater. De tabel geeft een samenvatting van de aangetroffen bijzonderheden, die variëren van instromend oppervlaktewater, ondergeasfalteerde putten tot puin en zelfs een (rond) putdeksel onderin de rioolput. De ruim 180 bezochte overstortlocaties vormen met ongeveer een procent van alle overstorten in Nederland een aardige steekproef voor de toestand van de overstorten in Nederland. Op basis van ervaringen elders en het feit dat het hierbij om tien verschillende gemeenten gaat die zowel op de Utrechtse Heuvelrug (hoog en droog) als in de polder (laag, zettingsgevoelige veengebieden) liggen, wordt verwacht dat de situatie een goed beeld geeft van de huidige toestand van de overstorten. De nadruk in de afgelopen jaren op investeren om maar te voldoen aan de basisinspanning in plaats van operationeel de zaken op orde hebben, doet zich sterk voelen. De randvoorzieningen die niet functioneren zoals bedoeld, spreken wat dat betreft boekdelen. Het initiatief van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de twaalf genoemde gemeenten om gezamenlijk het monitoren van overstorten te organiseren heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen. Alle deelnemende gemeenten voldoen met de realisatie aan de meetinspanning uit de Wvo-vergunning en beschikken daarbij tevens over regenmetingen. De samenwerking heeft geleid tot een uniforme aanpak, waarbij de gemeenten voor een Geconstateerde bijzonderheden bij praktische toets. bijzonderheid operationele bijzonderheden DWA-overstorting 2 (1%) instroom oppervlaktewater door muur 8 (4%) instroom oppervlaktewater over muur 3 (1%) randvoorziening (deels) gevuld tijdens droog weer 5 van 20 (25%) Jeroen Langeveld en Cornelis de Haan (Royal Haskoning) Nico Admiraal (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) Kees van Dorst (Gemeente Nieuwegein) bij aantal overstorten aangetroffen (% van totaal) afwijkende geometrie afwijkende lengte overstortdrempel t.o.v. ontwerplengte > 25% bij 35 van 110 overstorten (32%) afwijking meer dan twee meter bij 14 van 110 (13%) overstorten met weinig waking < 20 cm 55 van 150 overstorten (37%) overstorten met waking tussen 20 en 30 cm 42 van 150 overstorten (28%) overstorten met te beperkte afvoerhoogte 5 overstortputten (3%) dermate verzakt dat slechts enkele cm vrije hoogte tussen drempel en putdeksel beschikbaar is H 2 O /

20 Stand van zaken rond gasophopingen in afvalwaterpersleidingen Gasbellen in dalende delen van afvalwaterpersleidingen leiden tot ongewenste energie- en capaciteitsverliezen. Het afbreken en afvoeren van die gasbellen blijkt net zo moeizaam te verlopen als in leidingen met schoon water. Lucht- en gasbellen in afvalwaterpersleidingen kunnen de capaciteit van de persleiding tot een fractie van de ontwerpcapaciteit reduceren. De lage stroomsnelheden tijdens perioden van droogweeraanvoer (DWA) zorgen ervoor dat lucht- en gasbellen zich kunnen ophopen aan het begin van dalende leidingdelen van zinkers en horizontaal gestuurde boringen. Als de rioolpomp weer op volle capaciteit moet draaien tijdens regenweeraanvoer (RWA), wordt de gasbel het dalende been ingedrukt en neemt de weerstand spectaculair toe. De capaciteitsreductie kan leiden tot onnodige overstorten, meer onderhoud of voortijdige investeringen in capaciteitsuitbreiding. Gasophopingen ontstaan zowel door luchtinslag in de pompkelder vanuit het open riool als door biochemische processen. Ook als het capaciteitsverlies door gasbellen nog acceptabel is, bedraagt het extra energieverbruik toch al gemiddeld 30 procent. Als we schatten dat 20 procent van de afvalwaterpersleidingen van waterschappen (8.000 kilometer) en gemeenten (5.500 kilometer) last heeft van gasophopingen, bedraagt het extra energieverbruik al 19 miljoen kwh per jaar; dit vergt drie miljoen euro en ton kooldioxide en komt overeen met het elektriciteitsverbruik van huishoudens. Andere negatieve gevolgen van gasbellen zijn moeilijker te kwantificeren door gebrek aan gegevens; het gaat dan om claims na wateroverlast of grote riooloverstorten en voortijdige uitbreidingen van de pompcapaciteit. Onderzoekers van Deltares en de TU Delft hebben in het project CAPWAT met laboratoriummetingen aangetoond dat de benodigde ontwerpsnelheid bijna twee keer zo groot als de oude ontwerpregel moet zijn bij veelvoorkomende hoeken tussen 5 en 15 graden (zie ook een eerdere H 2 O-publicatie, nr. 20 in 2005). Enkele veldmetingen in 2007 lieten zien dat in de praktijk lagere ontwerpsnelheden al voldoende lijken, wat verband zou kunnen houden met de samenstelling van het afvalwater. Hiertoe is in 2007 CAPWAT II gestart met vier onderzoeksvragen: hoe zijn gasbellen eenvoudig te detecteren? Kan de luchtinname in rioolgemalen worden beperkt? Wat is de invloed van de waterkwaliteit (met name oppervlaktespanning) op de afbraak en het transport van gasbellen en welk rekenmodel kan het gasbeltransport door dalende persleidingen voorspellen? Onderzoeksfaciliteit Voor de beantwoording van deze vragen is op rwzi Nieuwe Waterweg van het Hoogheemraadschap van Delfland in Hoek van Holland een grootschalige opstelling gebouwd met een meetsectie van transparant pvc van zeven meter hoog en 40 meter lang in DN200. Deze heeft de nodige proceskennis opgeleverd over het transport van gasbellen in dalende persleidingen. Bovendien zijn de metingen zeer geschikt validatiemateriaal voor het rekenmodel, omdat de omstandigheden veel beter controleerbaar zijn dan in een veldmeting, terwijl toch met ruw afvalwater gewerkt kan worden. De onderzoeksfaciliteit in Hoek van Holland is begin 2008 ontworpen op basis van de ervaringen in het laboratorium. Er zijn twee soorten metingen uitgevoerd: stationaire metingen bij combinaties van water- en luchtdebiet en dynamische metingen bij een constant waterdebiet met een grote initiële gasbel die tijdens de meting wordt afgebroken en afgevoerd. Omdat de opstelling in Hoek van Holland veel langer is dan in het laboratorium (40 meter versus twaalf meter in het laboratorium), zijn de metingen in drie fasen uitgevoerd. Overzicht van de onderzoeksfaciliteit in Hoek van Holland met op de achtergrond de schoonwatertank (foto: Deltares). CAPWAT is een onderzoeksproject van Deltares, de Technische Universiteit Delft en 16 deelnemers naar capaciteits- en energieverliezen in afvalwaterpersleidingen. Het onderzoek begon in 2004 en wordt betaald door waterschappen, ingenieursbureaus, toeleveranciers, STOWA, Stichting RIONED en het ministerie van Economische Zaken. 20 H 2 O /

Hydrobiologische Monitoring

Hydrobiologische Monitoring Opzet presentatie Hydrobiologische Monitoring Dille Wielakker & Jos Spier Wat is Hydrobiologie? Historie van de Hydrobiologie Monitoringsmethodieken Belang van standaardisatie Door Bureau Waardenburg bv

Nadere informatie

Wavin Apollo en PVC drukleiding. betrouwbaar en duurzaam. het. transport. van drinkwater

Wavin Apollo en PVC drukleiding. betrouwbaar en duurzaam. het. transport. van drinkwater Wavin Apollo en PVC drukleiding het betrouwbaar en duurzaam transport van drinkwater Betrouwbare en duurzame leidingen voor transport van drinkwater Kies voor een duurzame oplossing U wilt uw drinkwaternetwerk

Nadere informatie

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement.

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. OVERHEID & PUBLIEKE DIENSTEN www.hydrorock.com Overheden en watermanagement Watermanagement in stedelijke gebieden is zeer actueel. Klimaatverandering

Nadere informatie

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3) Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld

Nadere informatie

Inspectieputten. Inspectieputten en de kennis van specialisten. www.dyka.com

Inspectieputten. Inspectieputten en de kennis van specialisten. www.dyka.com Inspectieputten Inspectieputten en de kennis van specialisten www.dyka.com Openbare riolering bestaat al sinds de Romeinen. Maar het relatief eenvoudige ondergrondse riool van toen is nu een complex systeem

Nadere informatie

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking KRWdoelen voor de overige wateren in NoordBrabant: een pragma:sche uitwerking Frank van Herpen (Royal HaskoningDHV), Marco Beers (waterschap Brabantse Delta), Ma>hijs ten Harkel en Doesjka Ertsen (provincie

Nadere informatie

DSI regenwater infiltratie.

DSI regenwater infiltratie. DSI regenwater infiltratie. De adequate oplossing van een actueel probleem. Klimaatverandering. Het klimaat verandert. Met als gevolg een toename van de duur en frequentie van wateroverlast, verkeersonveiligheid

Nadere informatie

Graafschade bij aanleg Glasvezel

Graafschade bij aanleg Glasvezel Graafschade bij aanleg Glasvezel Colofon Aan Van Nummer Datum 11 juli 2011 Copyright Agentschap Telecom 2011 Inhoud 1 Inleiding 4 2 Reikwijdte WION 5 3 Onderzoek 6 4 Conclusie 8 5 Aanbevelingen 9 Pagina

Nadere informatie

ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR december 2013

ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR december 2013 ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR december 2013 Titel van het project (Kort en krachtige weergave van het onderwerp) Floating life, drijvend bouwen Drijvend paviljoen Rotterdam en waddendobber regio Groningen Zie

Nadere informatie

Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens

Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens Ir. Emil Hartman Senior adviseur duurzaam stedelijk waterbeheer Ede, 10 april 2014 Inhoud presentatie Wat en hoe van afkoppelen Wat zegt de wet over hemelwater

Nadere informatie

Presentatie Wateroverlast. AOC Oost Almelo

Presentatie Wateroverlast. AOC Oost Almelo Presentatie Wateroverlast AOC Oost Almelo Inhoud - Intro wateroverlast - Afbeeldingen wateroverlast - Opdracht 1 Oorzaken wateroverlast - Oorzaken wateroverlast - Mogelijk oorzaken - Opdracht 2 Oplossingen

Nadere informatie

Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven

Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven Project : Rioleringsplan Tivolikerk te Eindhoven Projectnummer : NC8110503 Versie : definitief Datum : 15 juli 2008 Aanleiding Het terrein van de Tivolikerk en het naastgelegen Zusterhuis aan de Heezerweg

Nadere informatie

Gelet op artikel 13, eerste lid, van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009;

Gelet op artikel 13, eerste lid, van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009; Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en milieubeheer, de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van., nr. DP/.

Nadere informatie

Notitie. 1. Beleidskader Water

Notitie. 1. Beleidskader Water Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure.

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. datum 31-3-2014 dossiercode 20140331-63-8729 Geachte heer/mevrouw Jeroen Overbeek, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale

Nadere informatie

EEN BODEM VOOR WATER

EEN BODEM VOOR WATER EEN BODEM VOOR WATER Hemel en grondwaterbeleid Breda 2011 RWZI De gemeente is verantwoordelijk voor de afvoer van afvalwater naar de rioolwaterzuivering (RWZI: een soort wasmachine voor water). RWZI De

Nadere informatie

Drainage. Horizontaal en Verticaal. www.infiltratie.com. Ontdek de mogelijkheden van regenwater. Regenwater. Woningbouw. Regenwater.

Drainage. Horizontaal en Verticaal. www.infiltratie.com. Ontdek de mogelijkheden van regenwater. Regenwater. Woningbouw. Regenwater. Drainage Horizontaal en Verticaal Woningbouw Drinkwater utiliteitsbouw Grijswater Afkoppelen & infiltratie Afvalwater Breaktanks DEHOUST Tanks www.infiltratie.com Ontdek de mogelijkheden van regenwater

Nadere informatie

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte.

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. HUIS & TUIN www.hydrorock.com Particuliere markt en watermanagement De klimaatverandering zorgt voor meer en heviger regenbuien waardoor

Nadere informatie

Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten

Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten Bas Spanjers (hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden), Erwin Rebergen (gemeente Utrecht), Laurens van Miltenburg (gemeente Nieuwegein), Pim

Nadere informatie

Infovergadering project: Betonweg Ellikom. Doortocht centrum Ellikom

Infovergadering project: Betonweg Ellikom. Doortocht centrum Ellikom Infovergadering project: Betonweg Ellikom Doortocht centrum Ellikom Infrax Elektriciteit Aardgas Kabeltelevisie Riolering De taken van Infrax riolering Investeringen Onderhoud en exploitatie Project ontwerpen

Nadere informatie

De kunst van het alledaagse. IT-buizen

De kunst van het alledaagse. IT-buizen De kunst van het alledaagse IT-buizen De Kijlstra IT-buis: de complete oplossing tegen bodemverdroging. Op veel plaatsen in ons land worden hemel en aarde gescheiden door een verhard oppervlak. Bebouwing

Nadere informatie

Afkoppelen De Noord. Inloopbijeenkomst project "Afkoppelen De Noord 23 mei 2012

Afkoppelen De Noord. Inloopbijeenkomst project Afkoppelen De Noord 23 mei 2012 Inloopbijeenkomst project "Afkoppelen De Noord 23 mei 2012 Programma 19.15 uur inloop 19.30 uur introductie door Pieter van der Plas, projectleider gemeente Katwijk 19.40 uur presentatie afkoppelsysteem

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

Raineo : de oplossing voor het beheer van regenwater Vanaf nu is wateroverlast geen natuurverschijnsel, maar een keuze!

Raineo : de oplossing voor het beheer van regenwater Vanaf nu is wateroverlast geen natuurverschijnsel, maar een keuze! Raineo : de oplossing voor het beheer van regenwater Vanaf nu is wateroverlast geen natuurverschijnsel, maar een keuze! Parkeren of aanleggen? 2 Raineo : wateroverlast is een keuze! Wij ervaren allemaal

Nadere informatie

JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN

JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN JA: BETTER YN WETTER! VERKIEZINGSPROGRAMMA PVDA FRYSLÂN WETTERSKIP MAKKELIJK LEZEN INLEIDING Foto: Timo Tijhof, Creative Commons OP PEIL BRENGEN Voor iedereen is het belangrijk dat er genoeg schoon water

Nadere informatie

RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012

RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012 RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012 Archimedesweg 1 CORSA nummer: 14.48265 postadres: versie: Definitief postbus 156 auteur: Irene van der Stap 2300 AD Leiden oplage: Digitaal telefoon (071) 3 063

Nadere informatie

Regenwater leid je niet om de tuin!

Regenwater leid je niet om de tuin! Regenwater leid je niet om de tuin! Regenwater is te waardevol om direct het riool in te laten lopen. Vang het op en gebruik het goed. Kijk voor tips op www.denhaag.nl/water Regenwater leid je niet om

Nadere informatie

INFILTRATIE, DROOG & NAT. Verticaal infiltreren in de onverzadigde en verzadigde zone

INFILTRATIE, DROOG & NAT. Verticaal infiltreren in de onverzadigde en verzadigde zone INFILTRATIE, DROOG & NAT Verticaal infiltreren in de onverzadigde en verzadigde zone Afkoppelen en verticaal infiltreren Sijpelende buis als wapen. Het klimaat verandert. Hevige regenval komt steeds vaker

Nadere informatie

Samenwerken. In de ondergrondse infra

Samenwerken. In de ondergrondse infra Samenwerken In de ondergrondse infra Mede mogelijk gemaakt door: Resultaat van het Cross-over project Kabels en Leidingen in samenwerking met de WENb Richard Advocaat - Oasen Mehmet Duran - Vitens Laura

Nadere informatie

Regenwater in de tuin. Beperk wateroverlast Voorkom verdroging Maak je tuin Waterklaar Tips in deze folder

Regenwater in de tuin. Beperk wateroverlast Voorkom verdroging Maak je tuin Waterklaar Tips in deze folder in de tuin Beperk wateroverlast Voorkom verdroging Maak je tuin Waterklaar Tips in deze folder Wateroverlast door verandering van het klimaat Een wadi is een verlaging in een grasveld of tuin, waar water

Nadere informatie

Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari 2010. 05 januari 2010. De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari 2010. 05 januari 2010. De raad wordt voorgesteld te besluiten: Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 18 februari 2010 Datum voorstel 05 januari 2010 Agendapunt Onderwerp Gemeentelijke watertaken De raad wordt voorgesteld te besluiten: het bijgaande

Nadere informatie

Rioleringsproject Oostendse Steenweg, tussen Blankenbergse Steenweg en Tempelhof Hendrik Waelputstraat (gedeelte) Rustenburgstraat (gedeelte)

Rioleringsproject Oostendse Steenweg, tussen Blankenbergse Steenweg en Tempelhof Hendrik Waelputstraat (gedeelte) Rustenburgstraat (gedeelte) Rioleringsproject Oostendse Steenweg, tussen Blankenbergse Steenweg en Tempelhof Hendrik Waelputstraat (gedeelte) Rustenburgstraat (gedeelte) Infomoment 24 maart 2016 Buurtcentrum De Dijk, Blankenbergse

Nadere informatie

Orde in de digitale dossierkast leidt tot meer begrip van aquatische ecosystemen

Orde in de digitale dossierkast leidt tot meer begrip van aquatische ecosystemen Orde in de digitale dossierkast leidt tot meer begrip van aquatische ecosystemen Martin Droog (Witteveen+Bos ), Laura Moria (Waternet) Waternet heeft in samenwerking met Witteveen+Bos de ordening en infrastructuur

Nadere informatie

Aanvraag rioolvergunning

Aanvraag rioolvergunning Aanvraag rioolvergunning Persoonlijke gegevens Vul hier uw persoonlijke gegevens in. De aanvrager moet de eigenaar zijn Voorletters Tussenvoegsels Naam Straatnaam en huisnummer Postcode Woonplaats Telefoonnummer

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Zie het Deltaprogramma als een flexibele verzekering. Nieuwsbrief 3 2014. Aan- of afmelden voor deze nieuwsbrief?

Inhoudsopgave. Zie het Deltaprogramma als een flexibele verzekering. Nieuwsbrief 3 2014. Aan- of afmelden voor deze nieuwsbrief? Binnen de IJssel-Vechtdelta werken zes overheidspartners samen aan een waterveilige en klimaatbestendige toekomst. De provincie Overijssel, Waterschap Groot Salland, Veiligheidsregio IJsselland en de gemeenten

Nadere informatie

Info-avond Riolerings- en wegeniswerken DOM-270/11/216-Z Borstekouterstraat - Fonteinstraat. Afkoppelingswerken op perceelsniveau

Info-avond Riolerings- en wegeniswerken DOM-270/11/216-Z Borstekouterstraat - Fonteinstraat. Afkoppelingswerken op perceelsniveau Info-avond Riolerings- en wegeniswerken DOM-270/11/216-Z Borstekouterstraat - Fonteinstraat Afkoppelingswerken op perceelsniveau 1 Toelichting afkoppelen Wat is scheiden en afkoppelen? Waarom scheiden?

Nadere informatie

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen VERKLARENDE WOORDENLIJST Afkortingen AMvB... Algemene Maatregel van Bestuur BARIM... Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer BBB... Bergbezinkbassin

Nadere informatie

Augustus 2013 REGENWATERAFVOER OP Z N SLIMST. Solutions for Essentials

Augustus 2013 REGENWATERAFVOER OP Z N SLIMST. Solutions for Essentials Augustus 2013 Wavin PE QuickStream Product Brochure REGENWATERAFVOER OP Z N SLIMST Wavin QuickStream Het technisch slimste volvulsysteem voor dakafvoer Voor de afvoer van regenwater in de bouw wordt steeds

Nadere informatie

Infiltratieblok DA88 met inspectie mogelijkheid. Infiltratiekratten

Infiltratieblok DA88 met inspectie mogelijkheid. Infiltratiekratten Infiltratieblok DA88 met inspectie mogelijkheid Infiltratiekratten Eigentijds infiltreren De laatste decennia is er een aanzienlijke toename aan bebouwde oppervlakte (bebouwing en bestrating). Hierdoor

Nadere informatie

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten.

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten. Rotterdam, 16 oktober 2012. Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten. Aan de Gemeenteraad. Op 18 september 2012 stelde het raadslid

Nadere informatie

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta)

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Agenda Stad Concernstaf CSADV Stadhuis Grote Kerkplein 15 Postbus 538 8000 AM Zwolle Telefoon (038) 498 2092 www.zwolle.nl Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Hoe houden we onze delta leefbaar

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

Infiltratie

Infiltratie Infiltratie 6-10-2015 Infiltratie - overzicht Inleiding infiltratie Methoden en onderdelen Montage 2 De eeuwige kringloop 3 72% van het aardoppervlak is water 4 Nederland waterland 5 Werkelijke regelval

Nadere informatie

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte.

De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. De slimme ecologische oplossing tegen wateroverlast én droogte. NATUURBEHEER & LANDBOUW www.hydrorock.com Natuurbeheer en watermanagement Droogte, hittegolven, hevige regenval en overstromingen. Ze komen

Nadere informatie

Maatwerk in telemetrie en automatisering

Maatwerk in telemetrie en automatisering Maatwerk in telemetrie en automatisering Datawatt. Specialisten in vanzelfsprekendheden Wat gebeurt er wanneer onverwacht de elektriciteit uitvalt? Wat zijn de consequenties als er plotseling geen water

Nadere informatie

VERSTEDEN LEIDINGSYSTEMEN BV LEIDINGGEVEND IN GVK

VERSTEDEN LEIDINGSYSTEMEN BV LEIDINGGEVEND IN GVK LEIDINGGEVEND IN GVK PROFIEL Versteden Leidingsystemen ontwerpt, produceert, construeert, monteert en onderhoudt glasvezelversterkte polyester, vinylester en epoxy leidingen, al dan niet voorzien van PVC-U,

Nadere informatie

Ik wil alle informatie over brandkranen. Wij hebben het voor u op een rij gezet

Ik wil alle informatie over brandkranen. Wij hebben het voor u op een rij gezet Ik wil alle informatie over brandkranen Wij hebben het voor u op een rij gezet De brandweer en PWN Een goede samenwerking tussen de brandweer en PWN is in het belang van alle gebruikers van het waterleidingnet.

Nadere informatie

Decentrale productie drinkwater

Decentrale productie drinkwater Decentrale productie drinkwater Relevante wet- en regelgeving Wim Heiko Houtsma Projectleider Drinkwater voor later (IenM) Opbouw Decentraal? Prioriteiten drinkwatervoorziening: I. Drinkwater moet gegarandeerd

Nadere informatie

Afkoppelen hemelwater. Oude Pastoriebuurt. Auteur(s): Dhr. T. van den Kerkhof Dhr. R. Thijssen 04-09 - 2015

Afkoppelen hemelwater. Oude Pastoriebuurt. Auteur(s): Dhr. T. van den Kerkhof Dhr. R. Thijssen 04-09 - 2015 Afkoppelen hemelwater Oude Pastoriebuurt Auteur(s): Dhr. T. van den Kerkhof Dhr. R. Thijssen 04-09 - 2015 Opening - welkom Ton van den Kerkhof Projectleider Roy Thijssen Adviseur riolering en water Luuk

Nadere informatie

NEN-EN 1610 Buitenriolering - Aanleg en beproeving van leidingsystemen

NEN-EN 1610 Buitenriolering - Aanleg en beproeving van leidingsystemen OVERZICHT RELEVANTE NEN-NORMEN RIOLERING Ontwerp/Rioolsystemen ENV 1046 Kunststofleiding- en mantelbuissystemen - Systemen buitenshuis voor het transport van water of afvalwater - Praktijkrichtlijnen voor

Nadere informatie

Rioleringsplan. Plan Mölnbekke te Ootmarsum. Projectnummer: 2653. Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V.

Rioleringsplan. Plan Mölnbekke te Ootmarsum. Projectnummer: 2653. Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V. Rioleringsplan Plan Mölnbekke te Ootmarsum Projectnummer: 2653 Opdrachtgever: Lintmolenbeek B.V. In opdracht van: Lintmolenbeek B.V. Postbus 66 7630 AB Ootmarsum Status Concept Opgesteld door: Dhr. H.

Nadere informatie

Verklarende factoren Lelystad Regiogemiddelde* Gemiddeld voor Nederland

Verklarende factoren Lelystad Regiogemiddelde* Gemiddeld voor Nederland Gemeenterapport Lelystad 2013 De Benchmark rioleringszorg is de landelijke prestatievergelijking waarmee gemeenten inzicht geven en krijgen in de kenmerken en prestaties van hun riolering(szorg). De cijfers

Nadere informatie

Drinkwater wij voegen er iets aan toe

Drinkwater wij voegen er iets aan toe Drinkwater wij voegen er iets aan toe Samen met u... Drinkwater is van levensbelang voor de maatschappij. Als de drinkwatervoorziening wegvalt, komt ons dagelijks leven vrijwel tot stilstand. Als drinkwaterbedrijf

Nadere informatie

Riolerings- en wegeniswerken Gontrode Heirweg/ Vijverwegel/ Varingstraat

Riolerings- en wegeniswerken Gontrode Heirweg/ Vijverwegel/ Varingstraat Info-avond 24/04/2014 Riolerings- en wegeniswerken Gontrode Heirweg/ Vijverwegel/ Varingstraat Afkoppelingswerken op perceelsniveau 1 Toelichting afkoppelen Wettelijk kader Waarom scheiden? Wat is afkoppelen?

Nadere informatie

Programma van de avond: vgrp 2015-2019 Inwonersbijeenkomst. Positie vgrp5 gemeentebeleid. Even voorstellen. Relaties met beleid / plannen

Programma van de avond: vgrp 2015-2019 Inwonersbijeenkomst. Positie vgrp5 gemeentebeleid. Even voorstellen. Relaties met beleid / plannen vgrp 2015-2019 Inwonersbijeenkomst 8 Januari 2015 19:45 20:00 20:05 20:15 22:00 Programma van de avond: Welkom en voorstelronde Toelichting doel bijeenkomst Wat is een vgrp? Gesprek met de inwoners adv

Nadere informatie

De Friese Waterketen: samen besparen!

De Friese Waterketen: samen besparen! De Friese Waterketen: samen besparen! Weet u het antwoord? Drinkwater; waar halen we dit vandaan? Hoeveel water gebruikt u per dag? Auto naar de wasstraat of zelf wassen? Waterbelasting, rioolheffing,

Nadere informatie

Waterkwaliteit verbeteren!

Waterkwaliteit verbeteren! Waterkwaliteit verbeteren! Erwin Rebergen Beheerder grond- en oppervlaktewater 6 juni 2013 1 Onderwerpen Waarom spant zich in om de waterkwaliteit te verbeteren? Wat willen we bereiken? Hoe willen we een

Nadere informatie

Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers

Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers Inleiding Deze rapportage beschrijft de resultaten en conclusies van de uitgevoerde inspecties van de elektrotechnische installatie bij een groep

Nadere informatie

PIPES FOR LIFE. Pipelife flexiplus quick line

PIPES FOR LIFE. Pipelife flexiplus quick line PIPES FOR LIFE Pipelife flexiplus quick line Met de bedrade flexibele buizen van Pipelife heeft u de beste kwaliteit voor iedere installatie Pipelife Pipelife maakt al meer dan 65 jaar buizen voor elektrotechnische

Nadere informatie

FICHE 2 TERUGSLAGKLEPPEN EN OVERLATEN

FICHE 2 TERUGSLAGKLEPPEN EN OVERLATEN ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// FICHE 2 TERUGSLAGKLEPPEN EN OVERLATEN //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Het WC². Riolering in de niet zo verre toekomst. Marije Stronks

Het WC². Riolering in de niet zo verre toekomst. Marije Stronks Het WC² Riolering in de niet zo verre toekomst Marije Stronks Ergens in Nederland in de niet zo verre toekomst in een Water Controle Centre (WC² ) verschijnt een venster voor één van de dienstdoende tacerators

Nadere informatie

Visie Stichting RIONED. Waardevol stadswater slim realiseren

Visie Stichting RIONED. Waardevol stadswater slim realiseren Visie Stichting RIONED Waardevol stadswater slim realiseren Waardevol stadswater slim realiseren De aanpak van stadswater moet breder. Beschouw de omgeving, de functies, de vormgeving én de kwaliteit van

Nadere informatie

DOUCHE AUTOMATISERING WEB-BASED TAPWATER & LEGIONELLA PREVENTIE SYSTEEM

DOUCHE AUTOMATISERING WEB-BASED TAPWATER & LEGIONELLA PREVENTIE SYSTEEM DOUCHE AUTOMATISERING WEB-BASED TAPWATER & LEGIONELLA PREVENTIE SYSTEEM Webeasy is wereldwijd het eerste bedrijf dat producten en applicaties voor gebouw- en industriële automatisering ontwerpt en aanbiedt

Nadere informatie

I.H.B.M. Advies- en Tekenbureau

I.H.B.M. Advies- en Tekenbureau I.H.B.M. Advies- en Tekenbureau JOUW RECHTERHAND IN INNOVATIE I.H.B.M. Advies- en Tekenbureau B.V. I.H.B.M. Advies en Tekenbureau B.V. is een onafhankelijk, betrouwbaar en flexibel teken en engineeringsbureau.

Nadere informatie

Rioolnotitie Bouw en woonrijpmaken Woningbouwlocatie Brinkersweide te Rhenen

Rioolnotitie Bouw en woonrijpmaken Woningbouwlocatie Brinkersweide te Rhenen Rioolnotitie Rioolnotitie Kenmerk : RL14IV673 Datum : 10 augustus 2015 Versie : Definitief Auteur : A. van der Stelt Controle : F. Hazen 2 Rioolnotitie Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 1. Uitgangspunten...

Nadere informatie

PIPES FOR LIFE FLEXIPLUS QUICK LINE

PIPES FOR LIFE FLEXIPLUS QUICK LINE PIPES FOR LIFE FLEXIPLUS QUICK LINE Electro PIPES FOR LIFE Met de bedrade flexibele buizen van Pipelife heeft u de beste kwaliteit voor iedere installatie Pipelife maakt al meer dan 65 jaar buizen voor

Nadere informatie

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein.

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Notitie Contactpersoon Jeroen Lasonder Datum 24 mei 2013 Kenmerk N008-1213242JLO-gdj-V022 Flevokust: Watertoets 1 Inleiding De gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelen samen bedrijventerrein

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 10 MAART 1999. - Omzendbrief OW98/4 betreffende aanleg van riolen langs gewestwegen. - Deelname in de kosten door de administratie Wegen en Verkeer (AWV). - Trefwoorden

Nadere informatie

Waterparagraaf Heistraat Zoom

Waterparagraaf Heistraat Zoom Waterparagraaf Heistraat Zoom In Zeelst aan de Heistraat is een ontwikkeling gepland. Voor deze ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden opgesteld waarvan deze waterparagraaf onderdeel uit

Nadere informatie

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Watersysteem Droge voeten en schoon water www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Droge voeten en schoon water Waterschappen zorgen ervoor dat jij en ik droge

Nadere informatie

Het riool. Wat te doen bij verstoppingen en hoe werkt het riool?

Het riool. Wat te doen bij verstoppingen en hoe werkt het riool? Het riool Wat te doen bij verstoppingen en hoe werkt het riool? Rioolverstopping? Wat is een verstopping? Er is een verstopping als water in uw huis niet meer weg kan. U merkt dat bijvoorbeeld doordat

Nadere informatie

Duurzaamheid vanzelfsprekend!

Duurzaamheid vanzelfsprekend! Duurzaamheid vanzelfsprekend! DYKA in Nederland - sinds 1957 Van loodgieter...... tot marktleider - hoofdlocatie in Steenwijk (18 ha) - ca. 500 medewerkers DYKA B.V. Sinds 1989 onderdeel van Tessenderlo

Nadere informatie

Mofverbindingen & Diagnostiek

Mofverbindingen & Diagnostiek Mofverbindingen & Diagnostiek Uitkomsten jaarbijeenkomst 2014 Deceptie 5 pitches Geen/beperkt aandacht voor beheer van netten, exploitatie 2 (exploitatie) sub-werkgroepen met beperkte aanmeldingen (1-3)

Nadere informatie

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken?

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Kees Broks (STOWA), Harry van Luijtelaar (Stichting RIONED) Groene daken zijn hot, ook vanuit het oogpunt van stedelijk waterbeheer. Ze vangen

Nadere informatie

Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid. Waterveiligheid buitendijks

Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid. Waterveiligheid buitendijks Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid Waterveiligheid buitendijks In ons land wonen ruim 100.000 mensen buitendijks langs de rivieren, de grote meren en de kust. Zij wonen aan de waterzijde

Nadere informatie

veronderstelde voordelen van Natuurvriendelijke oevers.

veronderstelde voordelen van Natuurvriendelijke oevers. 1 veronderstelde voordelen van Natuurvriendelijke oevers. verbeteren van chemische water kwaliteit verbeteren van de oever stabiliteit verbeteren van de ecologische kwaliteit 2 waarom aandacht voor NVO

Nadere informatie

ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR 2015

ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR 2015 ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR 2015 Titel van het project: Onderzoek waterkwaliteit en ecologie met drones Onderzoek waterkwaliteit of toestand bouwwerken met (aquatic) drones Korte omschrijving van de onderzoeksopdracht

Nadere informatie

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Gemeente Goirle projectnr. 219713 revisie 3.0 12 juli 2010 Opdrachtgever Gemeente Goirle Afdeling Realisatie en beheer Postbus 17 5050 AA Goirle datum vrijgave

Nadere informatie

Iv-Water. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek

Iv-Water. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek Iv-Water Ingenieursbureau met Passie voor Techniek Passie voor Techniek Advies gebaseerd op inhoudelijke kennis Iv-Water Water is van essentieel belang voor al het leven op aarde, maar het kan ook een

Nadere informatie

Bosch Public Address Toonaangevend in akoestische excellentie

Bosch Public Address Toonaangevend in akoestische excellentie Bosch Public Address Toonaangevend in akoestische excellentie 2 Toonaangevend in akoestische excellentie Geavanceeerde akoestische expertise Met ruim 60 jaar ervaring in het ontwerpen en ontwikkelen van

Nadere informatie

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014 MENS Staat van Utrecht 204 Bodemsanering Hoeveel humane spoedlocaties zijn nog niet volledig gesaneerd? 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd Kaart (Humane spoedlocaties bodemverontreiniging

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Warm afvalwater verliest een groot deel van zijn warmte in de afvoer en het riool. Als we deze warmte weten terug te winnen, biedt dat grote mogelijkheden

Nadere informatie

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI Hans Korving Witteveen+Bos WAARSCHUWING Deze presentatie kan verrassende resultaten bevatten Waar gaan we het over hebben? Wat is de achtergrond? Historie en toekomst

Nadere informatie

De nieuwe dimensie. in waterfiltratie. voor koffiemachines vending automaten combi-steamers en bakovens

De nieuwe dimensie. in waterfiltratie. voor koffiemachines vending automaten combi-steamers en bakovens De nieuwe dimensie in waterfiltratie voor koffiemachines vending automaten combi-steamers en bakovens Ervaar een nieuwe dimensie in waterkwaliteit definieert waterkwaliteit opnieuw: het innovatieve waterfiltersysteem,

Nadere informatie

zo doet u dat! Regenwater afkoppelen? De gemeente voert in uw buurt een afkoppelproject uit. U kunt meedoen door de regenwaterafvoer

zo doet u dat! Regenwater afkoppelen? De gemeente voert in uw buurt een afkoppelproject uit. U kunt meedoen door de regenwaterafvoer gemeente Ede november 2007 Regenwater afkoppelen? zo doet u dat! De gemeente voert in uw buurt een afkoppelproject uit. U kunt meedoen door de regenwaterafvoer van uw dak af te koppelen. Of u bent dit

Nadere informatie

Particulieren (J/N) Transitie naar een volledig gescheiden Ja inzameling en verwerking val alle afvalwater, hemelwater en evt. grondwater.

Particulieren (J/N) Transitie naar een volledig gescheiden Ja inzameling en verwerking val alle afvalwater, hemelwater en evt. grondwater. 2015 Gemeente Amersfoort Vergoeding afkoppelen Motivatie om af te koppelen Particulieren (J/N) Transitie naar een volledig gescheiden Ja inzameling en verwerking val alle afvalwater, hemelwater en evt.

Nadere informatie

Eigen -/ Keteninitiatief CO2 footprint Innovatie Kennis Centrum

Eigen -/ Keteninitiatief CO2 footprint Innovatie Kennis Centrum Eigen -/ Keteninitiatief CO2 footprint Innovatie Kennis Centrum Versie: 0.0 Datum: 21-4-2015 Auteur: Vrijgave: M.J.A. Rijpert T. Crum 1 IKN (Innovatie Kenniscentrum Nederland) Copier is de initiatiefnemer

Nadere informatie

Financiële consequenties BAW: Alleen de goede dingen doen

Financiële consequenties BAW: Alleen de goede dingen doen Financiële consequenties BAW: Alleen de goede dingen doen Rob Hermans Senior projectmanager Presentatie 29 september 2011 Opbouw presentatie Wat zijn de financiële afspraken? Waardoor stijgt de rioolheffing?

Nadere informatie

Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe-

Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe- Vallei & Eem Veluwe Oost Veluwe Noord WELL DRA Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe- februari 2015 concept De aanpak handelingsperspectieven Ontwikkelingen maatschappij

Nadere informatie

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas

Factsheet: NLGW0013 Zout Maas Factsheet: NLGW0013 Zout Maas -DISCLAIMER- Deze factsheet behoort bij het ontwerp water(beheer)plan. De hier weergegeven 2014 en de realisatie van de maatregelen in de periode 2010-2015 zijn gebaseerd

Nadere informatie

Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP

Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP Uden gastvrij voor water Kenmerk: 11-10044-JV 14 september 2011 Ingenieursbureau Moons 1 Inhoudsopgave 1 SAMENHANG... 3 2 SAMENVATTING... 4 2.1 KOERSWIJZIGINGEN...

Nadere informatie

IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg

IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg Samenwerken in de waterketen 17 juni 2015 Nila Taminiau Senior hydroloog Waterschap Peel en Maasvallei IBRAHYM (concreet) Statisch: Afmetingen beek Locatie

Nadere informatie

IBA Jaarverslag 2013 Individuele Behandeling Afvalwater (IBA)

IBA Jaarverslag 2013 Individuele Behandeling Afvalwater (IBA) IBA Jaarverslag 2013 Individuele Behandeling Afvalwater (IBA) Beheergebied waterschap Brabantse Delta Colofon Waterschap Brabantse Delta Postbus 5520, 4801 DZ Breda T 076 564 10 00 info@brabantsedelta.nl

Nadere informatie

Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september 2014. Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014

Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september 2014. Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014 gemeente Tubbergen o Aan de gemeenteraad Vergadering: 8 september 2014 Nummer: 9A Tubbergen, 28 augustus 2014 Onderwerp: Vaststellen verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater. Samenvatting

Nadere informatie

Rioleringsproject Gemeente Waasmunster. Infovergadering gemeente Waasmunster 1

Rioleringsproject Gemeente Waasmunster. Infovergadering gemeente Waasmunster 1 Rioleringsproject Gemeente Waasmunster Infovergadering gemeente Waasmunster 1 Inhoud Wie is RioP? Wat doet RioP? Doelstellingen project Wat is afkoppelen? Wat is een gemengd stelsel? Wat is een gescheiden

Nadere informatie

Droge emmers, natte voeten

Droge emmers, natte voeten Droge emmers, natte voeten Environmental & Technical sustainability 1 november 2013 Dick Bouman/Aqua for All Het weer Het klimaat Het weer wordt gekenmerkt door extremen; geen jaar zonder weer-record Dagpieken,

Nadere informatie

Samenvatting leerpunten uit online-enquête werksessie

Samenvatting leerpunten uit online-enquête werksessie 24 Resultaten peiling Samenvatting leerpunten uit online-enquête werksessie De 32 auteurs en redactieleden die aan dit boek hebben meegewerkt, hadden als voorbereiding op de werksessie van 7 november 2013

Nadere informatie

Stedelijke Wateropgave

Stedelijke Wateropgave Stedelijke Wateropgave Vergelijking normen voor water op straat en inundatie Stichting RIONED Voorwoord Er is een norm voor het optreden van water op straat in relatie tot de capaciteit van de riolering

Nadere informatie