Benchmark Hogescholen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Benchmark Hogescholen"

Transcriptie

1 Benchmark Hogescholen Benchmark Vergelijkende analyse Fact sheets In opdracht van: Platform Bèta Techniek Project: Publicatienummer: Datum: Utrecht, 21 augustus 2008 Auteurs: Guido Ongena Robbin te Velde Reg Brennenraedts Rob Bilderbeek

2

3 Inhoudsopgave 1 Samenvatting Benchmark Achtergrond Inschrijvingen Instroom Doelgroepen (instroom, rendement) Uitval, doorstroom en rendement Vooropleiding (instroom, uitval, rendement) Studenttevredenheid Samenwerking met VO-scholen Management & organisatie Vergelijkende analyse Achtergrond Inschrijvingen & instroom Doelgroepen Uitval, rendement en uitstroom Studentenoordeel Samenwerking met VO-scholen Personeelsbeleid Fact sheets Dialogic innovatie interactie 1

4

5 Leeswijzer De Benchmark Hogescholen 2008 valt in drie delen uiteen: de Benchmark zelf, de vergelijkende analyse tussen de hogescholen en een kernachtig overzicht per Hogeschool (fact sheet). Al deze delen zijn gebaseerd op dezelfde set van data het zijn dus telkens andere dwarsdoorsnedes van dezelfde data. In de Benchmark ligt de nadruk op het sec vergelijken van Hogescholen op een groot aantal variabelen. In de meeste gevallen is daarbij gebruik gemaakt van grafieken die de continue ontwikkeling door de tijd laten zijn. Omdat de grafieken vanwege het grote aantal lijnen niet zo makkelijk te lezen zijn, zijn de lijnen zoveel mogelijk voorzien van labels en wordt de grafiek vergezeld van een samenvattende tabel. Hierin staan de jaarlijkse groeicijfers en de gemiddelde waarde over de gehele periode. Zo kan in één oogopslag de positie van een Hogeschool worden afgelezen. Bij langere tijdsreeksen ( ) is een splitsing aangebracht in de periode en Dat is gedaan omdat het patroon in de beginperiode meestal significant afwijkt van de latere periode. Een gemiddeld groeicijfer zou dan een vertekend beeld geven. De Benchmark wordt voorafgegaan door een uitgebreide samenvatting. Hierin wordt in woorden de belangrijkste resultaten geschetst. De vergelijkende analyse is wezenlijk anders van aard. Hierin wordt telkens de ontwikkeling van een instelling afgezet tegen die van de andere instellingen. De standaard manier van presenteren is een matrix waarin de absolute eindwaarde voor een bepaalde variabele is uitgezet tegen de groei van die variabele in de periode ervoor. Zo ontstaan er vier kwadranten: één van instellingen die een relatief snelle groei hebben doorgemaakt én die op dit moment ook een hoge score op die variabele hebben ( koplopers ); één van instellingen die met een inhaalslag bezig zijn, dat wil zeggen die wel snel zijn gegroeid maar nog geen koppositie innemen ( inhalers ); één van instellingen die nog steeds een relatief hoge score hebben maar die inmiddels een relatief lage groei kennen ( afhakers ); en tenslotte één van instellingen die zowel een lage score als een lage groei hebben ( achterblijvers ). De fact sheets laten op een overzichtelijke manier de resultaten van de Benchmark zien voor elke instelling afzonderlijk. In tegenstelling tot de Benchmark zelf wordt de ontwikkeling door de tijd nu alleen afgezet tegen het gemiddelde van alle andere Sprinthogescholen voor een gedetailleerd overzicht kan weer worden teruggegrepen op de Benchmark. Tenslotte nog een afsluitende opmerking over de gebruikte data. De twee belangrijkste bronnen zijn de HBO-raad en het CFI. Die gebruiken verschillende namen voor de technische opleidingen. Omdat de definities inderdaad in lichte mate afwijken zijn in de tekst ook consequent de twee verschillende namen gebruikt. Dus als de data afkomstig is van de HBO-raad worden technische opleidingen met HTNO aangeduid. Als de data afkomstig is van het CFI wordt de term Cluster 1 gebruikt. In principe komen de twee groepen overeen maar de onderliggende telsystematiek verschilt enigszins. In de CFIdataset zijn dubbele inschrijvingen weggefilterd, in de dataset van de HBO-raad niet. Dialogic innovatie interactie 3

6

7 1 Samenvatting Achtergrond Het Platform Bèta Techniek heeft Dialogic verzocht om voor de tweede maal een Benchmark hogescholen te maken, ten behoeve van het auditproces van het HBO Sprint Programma en om in het kader van kennisuitwisseling het gesprek met de hogescholen en de sector aan te gaan. Daarbij volgen we zoveel mogelijk het stramien van de benchmark van Waar mogelijk is onderscheid gemaakt tussen cluster 1 ( harde bètatechniek ) en cluster 2 ( snijvlak ) opleidingen. Verantwoording Om te komen tot deze Benchmark is gebruik gemaakt van een aantal verschillende bronnen. Wij hebben graag gebruik gemaakt van de hoogwaardige data op de website van de HBO-raad. De HBO-raad heeft daarnaast additionele HRM data aangeleverd. Verder hebben wij via het CFI data verkregen die ons in staat stellen onderscheid te maken tussen cluster-1 en -2 opleidingen. Andere meer specifieke bronnen die we gehanteerd hebben zijn: Lectoren.nl, IB-Groep, Hoger onderwijs Persbureau en de Keuzegids hoger onderwijs. We hebben ook gebruik gemaakt van (netwerk)onderzoek naar relaties tussen het hoger onderwijs en Universumscholen. Inschrijvingen Het totaal aantal inschrijvingen bij hogescholen is in het afgelopen decennium constant gegroeid. Over de periode bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei 1 3,8% en over de periode ,9%. De groeicijfers van het aantal inschrijvingen voor HTNOopleidingen liggen structureel onder die van het totale aantal inschrijvingen en ontwikkelen zich ook ongunstiger (respectievelijk 1,8% en 0,6%). De Hogeschool Leiden wijkt opvallend positief af van de trend, met een gemiddelde jaarlijkse groei voor HTNO-inschrijvingen van 12,4% in de periode Dat kan deels worden verklaard door het feit dat het in absolute termen om kleine aantallen studenten gaat. Anderzijds is de groei constant over de gehele periode Ook NHTV Breda (5,9%), Hogeschool Arnhem en Nijmegen (5,), Hogeschool van Amsterdam (5,3%), Hogeschool Windesheim (4,7%), Hogeschool Rotterdam (3,4%), Hogeschool Zuyd (3,3%) en de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (2,4%) kennen een groei die boven het gemiddelde ligt. Overigens neemt het aandeel van HTNO-inschrijvingen ten opzichte van het totale aantal inschrijvingen bij de meeste van deze instellingen af (-2,3%). Dat komt omdat het totaal aantal inschrijvingen in de periode sneller groeit dan het aantal HTNO-inschrijvingen. Positieve uitzonderingen zijn wederom de Hogeschool Leiden (+5,3%), Hogeschool INHOLLAND (+2,4%), Hogeschool Zuyd (+1,2%), NHTV Breda (+1,1%) en de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (1,). Bij al deze instellingen is het aandeel HTNO-inschrijvingen juist gegroeid. 1 De groei is uitgedrukt in een vast percentage dat aangeeft waarmee de beginwaarde jaarlijks moet groeien om uit te komen bij de eindwaarde. Deze indicator gebruiken we ook in de rest van het document om groei over meerdere jaren aan te geven. Deze indicator wordt ook wel de compound annual growth rate (CAGR) genoemd. Dialogic innovatie interactie 5

8 Instroom Bij de instroom doen zich vergelijkbare trends voor als bij de inschrijvingen. Het totaal aantal instromers groeit in de periode (3,6%) sterker dan in (2,). Aparte cijfers voor cluster-1 opleidingen zijn alleen voor de laatste periode beschikbaar. De groei van cluster-1 opleidingen is veel lager (0,2%) dan de groei van het totaal aantal inschrijvingen. Het aandeel van cluster 2-opleidingen is en blijft bescheiden in de periode fluctueert dit aandeel rond de 3,8% van het totale aantal inschrijvingen. De sterke jaarlijkse groei in de instroom bij de Hogeschool Utrecht (15,8%) en Hanzehogeschool Groningen (9,7%) wordt volledig te niet gedaan door een sterke daling bij de Haagse Hogeschool (-6,8%) en Hogeschool INHOLLAND (-10,2%). De laatste instelling telt verreweg de meeste cluster 2-instromers van heel Nederland en drukt daardoor het landelijk gemiddelde sterk. Dat komt uiteindelijk uit op een bescheiden 0,2%. HTNO-opleidingen hebben relatief veel voltijdstudenten (89% versus 81% voor de gehele instroom) en relatief weinig deeltijdstudenten (7% versus 16%). De verdeling over de verschillende studievormen (voltijd; deeltijd; duaal) heeft geen invloed op het aantal inschrijvingen of instromers. Doelgroepen Het aandeel allochtone studenten onder de instromers bij Spint-hogescholen ligt rond de 19,7%. Dit aandeel is in de periode sterk gegroeid (+7,) maar de groei is in de periode afgevlakt (+0,6%). De groeicijfers voor HTNO-opleidingen liggen daar telkens iets boven. Er is onder allochtone studenten met andere woorden een lichte bias ten gunste van HTNO-opleidingen. Op Stenden Hogeschool (voorheen Hogeschool Drenthe) groeide zowel het totale aandeel als het cluster 1-aandeel jaarlijks met een spectaculaire. 2 Dat valt weliswaar voor een deel te verklaren uit de lage uitgangspositie (6% in 1998 tegen een landelijk gemiddelde van ) maar in andere instellingen buiten het westen waar de uitgangspositie ook laag was is (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Hogeschool Zeeland, Avans Hogeschool) is de aanvankelijke groei in de periode ongeslagen in een daling in de periode (respectievelijk 5,3%, -13,4% en -13,6%). In de meeste instellingen in het westen (Hogeschool Rotterdam, Hogeschool INHOLLAND, Haagse Hogeschool, in mindere mate Hogeschool Amsterdam) was er juist sprake van een omgekeerd patroon: na een daling in de periode is het aandeel daar gegroeid in de periode Snelle groei gaat vaak ten koste van kwaliteit. Er blijkt over het algemeen inderdaad een (zwak) negatief verband te bestaan tussen de groei van het aandeel allochtonen en het rendement van niet-westerse studenten (R 2 =0,25; R 2 =0,23 voor HTNO-opleidingen). Stenden Hogeschool is een een opvallende uitzondering. Het verband gaat daar inderdaad op voor de totale populatie een zeer sterke groei zorgt voor een zeer laag rendement maar niet voor de HTNO-studenten. Het rendement van niet-westerse studenten is zelfs bijna twee keer zo hoog als dat van autochtone studenten. Dat komt niet alleen omdat het rendement van niet-westerse studenten (5) duidelijk boven het gemiddelde ligt (32%) maar vooral omdat het rendement van autochtone studenten (27%) extreem laag is (tegen een gemiddelde van 51%). Overigens worden de grote afwijkingen bij Stenden Hogeschool voor een deel verklaard doordat het in absolute termen om relatief kleine aantallen (tientallen) studenten gaat. Enkele studenten meer of minder maakt dan al een groot verschil. 6 Dialogic innovatie interactie

9 Het rendement van niet-westerse studenten (38%) het percentage studenten dat na vijf jaar haar of zijn studie heeft afgerond ligt over het algemeen veel lager dan dat van autochtone studenten (52%). De opsplitsing naar HTNO-opleidingen toont een vrijwel identiek beeld. Een aantal Sprinthogescholen voert specifiek beleid op het terrein van allochtonen. 3 De invloed van dat beleid lijkt vooralsnog beperkt in termen van rendement (62,4% tegen 61,7% voor de hogescholen zonder beleid) of zelfs negatief in het geval van instroom ( 0,3% groei tegen 3,3% voor de rest). Voor de tweede doelgroep, vrouwen, geldt in tegenstelling tot allochtonen al jaren dat het aandeel in cluster 1-opleidingen veel lager is (15,3%) dan in het totale aantal studenten hier zijn vrouwen in de meerderheid (53,3%). 4 Het totale aandeel vrouwelijke studenten kende een lichte daling in de beginperiode ( ) maar laat de laatste jaren (vanaf 2003) wel weer een lichte stijging zien. Eenzelfde beeld zien we bij de HTNO-opleidingen, al zijn de bewegingen daar meer geprononceerd. Na een stabilisatie in de periode stijgt het aandeel het laatste jaar (2007) sterk. Het is nog te vroeg om vast te stellen of hier sprake is van een omslagpunt. In Hogeschool Leiden (39%) en Hogeschool van Amsterdam (2) studeren bovengemiddeld (1) veel vrouwen in HTNO-opleidingen. Hogeschool Leiden heeft sowieso een zeer groot aandeel vrouwelijke studenten (79%) maar in Hogeschool van Amsterdam is dat percentage juist relatief laag (49%). De CFI-data (waar een opsplitsing naar cluster 1 en cluster 2 opleiding is gemaakt) laten een grimmiger beeld zien. In het totaal is het aandeel van vrouwen gedurende de periode nagenoeg constant gebleven. Dat is echter geheel te danken aan de lichte groei in cluster-2 opleidingen (jaarlijkse groei van 1,3%). Bij cluster-1 opleidingen is juist sprake van een relatief sterke daling (jaarlijkse afname met 5,8%). In beide gevallen gaat het in absolute termen overigens om verwaarloosbare aantallen. Van alle vrouwelijke studenten waren er in ,83% ingeschreven bij cluster 1 en 0, bij cluster 2 opleidingen. 5 Het rendement van vrouwelijke studenten (41% rendement van vrouwen tegen 5 voor mannen) hangt negatief samen met het aandeel van studentes. Met andere woorden: op de instellingen waar veel vrouwen zijn ingeschreven hebben vrouwen een relatief laag rendement en vica versa. Bij cluster 1-opleidingen is het beeld iets minder geprononceerd (46% rendement voor vrouwen tegen 54% voor mannen). Voor deze doelgroep voert bijna de helft van alle Sprinthogescholen een specifiek beleid. 6 Het beeld dat hieruit naar voren komt is vergelijkbaar met dat voor allochtonen: beperkte positieve invloed voor rendement (54,7% tegen 52,4% voor de rest) en negatief voor instroom (0,04% groei tegen 0,13%). 3 Fontys Hogescholen, Groningen, Utrecht, Hogeschool Zeeland, Zuyd. 4 Onze berekeningen op basis van de CFI-data die zijn gebaseerd op cohorten in plaats van instroom komen op een vergelijkbaar percentage voor het totaal uit: 52,7%. 5 In 2002 waren die percentages respectievelijk 1,12% en 0,19%. 6 Breda, Drenthe, INHolland, Groningen, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Saxion, Windesheim. Dialogic innovatie interactie 7

10 Uitval De totale uitval aan de Sprinthogescholen over alle profielen daalt licht gedurende tussen 2002 (17,7%) en 2005 (16,9%) maar neemt in 2006 weer sterk toe (18,7%). 7 Over de gehele periode is er daardoor sprake van een kleine toename (+1,4%). De ontwikkeling van de uitval bij de Hogeschool Zeeland wijkt sterk af van die van de andere hogescholen. De gemiddelde uitval (+28,6%) ligt daar veel hoger dan het gemiddelde (+17,) maar daalt ook het sterkst van allemaal (-5,4%). Voor de technische opleidingen zijn de percentages iets gunstiger maar ze stijgen wel sneller dan het totaal. Cluster 1 opleidingen hebben in 2002 een uitvalpercentage van 15,7% en in 2006 van 16,9%. Dat komt neer op een gemiddelde jaarlijkse stijging van +3,1%. Bij Cluster 2 opleidingen liggen de uitvalspercentages iets lager: 12, in 2002 en 13,8% in 2006, met een jaarlijkse stijging van +3,. Ruim de helft (5) van de studenten die uitvallen in een cluster-1 opleiding schrijven zich daarna opnieuw in bij een andere cluster 1 opleiding. Van de resterende 4 verkast het gros naar cluster 0 (2) en cluster 4 (12%). Instellingen die relatief veel uitstroom naar andere instellingen hebben zijn NHTV Breda (56%), Hogeschool Leiden en Hogeschool INHOLLAND (beide 46%) en Stenden Hogeschool (4). Hogeschool Zeeland en Hogeschool Zuyd (24%) kennen juist weinig uitstroom. Bij cluster 1 opleidingen is de uitstroom naar andere instellingen veel hoger dan het landelijke gemiddelde (52% tegen 34%). Ook hier scoren NHTV Breda (74%), Hogeschool Leiden (63%), Hogeschool INHOLLAND (71%) en Stenden Hogeschool (61%) relatief slecht. Opvallend is dat de Hogeschool Zeeland voor cluster 1 opleidingen het ook relatief slecht doet (59%). Hogeschool Zuyd (27%) doet het wel opnieuw goed. Overall is het rendement van de Sprinthogescholen over de periode jaarlijks gedaald met 1,. 8 In het laatste jaar treedt er wel een verbetering op. De onderlinge verschillen tussen de instellingen zijn groter bij HTNO-opleidingen dan bij het totaal. Hogeschool Zeeland steekt duidelijk boven de rest uit, met een gemiddeld rendement van 59% over de periode Maar ook daar is er sprake van een daling van het rendement (-1,7%). Alleen de Hogeschool INHOLLAND (+1,1%) en de Haagse Hogeschool (+0,) wisten hun overall rendement te verbeteren. Het rendement van HTNO-opleidingen verschilt niet of nauwelijks van het gemiddelde (5). De Hogeschool Zeeland heeft opnieuw verreweg het beste rendement (67%) en laat nu ook een verbetering zien. Fontys Hogescholen is de enige instelling waar het rendement in de periode ook is toegenomen. Stenden Hogeschool valt duidelijk uit de toon, met een gemiddeld rendement van 36% en een jaarlijkse negatieve groei van maar liefst -. 7 Uitval wordt gemeten als het percentage studenten uit het cohort dat zich een jaar geleden had ingeschreven en dat zich het jaar daarna niet meer voor die studie heeft ingeschreven. 8 Rendement is de verhouding tussen het aantal afgestudeerden na vijf jaar en het aantal studenten dat zich vijf jaar daarvoor had ingeschreven. 8 Dialogic innovatie interactie

11 Vooropleiding De vooropleiding speelt een duidelijke rol in de uitval tijdens het eerste jaar. Het uitvalspercentage onder havo-leerlingen (36%) ligt beduidend hoger dan dat van vwoleerlingen (23%). Dat verschil is er ook nog voor leerlingen met een NG en/of NT-profiel, maar naar verhouding is het verschil daar kleiner. Dat is waarschijnlijk het gevolg van zelfselectie: de beste havisten gaan technische opleidingen aan HBO-instellingen volgen, de beste vwo-studenten verdwijnen naar universiteiten. Zowel bij havisten als bij vwo ers neemt de uitval van studenten met een NG en/of NTprofiel toe er is dus sprake van een verslechtering. Er zijn daarbij relatief weinig verschillen tussen de drie profielgroepen voor havo-leerlingen. De vwo-groepen kennen een veel grotere mate van variatie. In het bijzonder vwo ers met een NG- en gecombineerd (NG/NT)-profiel springen er ongunstig uit. In een recent verschenen aanpalende studie is de uitval van de zogenaamde AXISopleidingen verder onderzocht 9 Dit zijn technische opleidingen waar ook leerlingen met een maatschappij (M)-profiel tot worden toegelaten. 10 In het beginjaar 2002 ligt de uitval van leerlingen met een M-profiel (22%) onder dat van leerlingen met een N-profiel (). Na een sterke toename in 2003 komt het uitvalspercentage voor het M-profiel echter boven het N-profiel te liggen en tot nu toe is die afstand min of meer constant gebleven. De verschillen tussen de verschillende (Sprint)hogescholen zijn niet zo groot. Hogeschool INHOLLAND en in mindere mate de Hogeschool Rotterdam springen er gunstig uit. De onderlinge verschillen tussen de opleidingen zijn groter. Bij Bouwkunde en Elektrotechniek neemt de uitval relatief sterk toe. Bij Industrieel Ontwerpen blijft de schade beperkt de uitval blijft daar constant. Studenttevredenheid Het gemiddelde van de scores op cluster 1/cluster 2 opleidingen (6,77) wijkt nauwelijks af van de gemiddelde totaalscore per Sprintinstelling (6,73). De twee cijfers hangen echter in het geheel niet met elkaar samen. Hogeschool Leiden en Fontys Hogeschool en in minder mate Hanzehogeschool Groningen, Avans Hogeschool, Hogeschool Rotterdam en Stenden Hogeschool scoren relatief goed op cluster 1/cluster 2-opleidingen, Hogeschool Zeeland juist relatief slecht. De oordelen van studenten zijn moeilijk thuis te brengen. Ze hangen op geen enkele manier samen met het rendement van de opleiding, het aantal studenten per lector of per opleiding. Andersom is er ook geen enkel verband tussen het rapportcijfer en de instroomcijfers van een instelling. Het enige (zeer zwakke, negatieve) verband dat is gevonden is tussen de totaalscore van een hogeschool en de grootte van de instelling (het aantal ingeschreven studenten). 11 Dat verband verdwijnt echter als we een opsplitsing maken naar cluster 1/cluster 2-opleidingen. 9 Ongena, G. (2008). Benchmark AXIS opleidingen. Utrecht: Dialogic (in opdracht van het Ministerie 10 van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en het Platform Bèta Techniek. Dit zijn de opleidingen bouwtechnische bedrijfskunde, elektrotechniek, werktuigbouwkunde, ruimtelijke ordening en planologie, industrieel product ontwerpen, logistiek en technische vervoerskunde, technische bedrijfskunde. 11 R 2 = 0,33 Dialogic innovatie interactie 9

12 Samenwerking Hogescholen werken met een groot aantal andere type instellingen samen. Sommige Sprintinstellingen zoals Fontys Hogescholen, Hogeschool Leiden en Hogeschool Windesheim werken volgens eigen opgave over de volle breedte (universiteiten, MBO, ROC, VO) samen. Andere instellingen zoals Avans Hogeschool, Hanzehogeschool Groningen en Saxion Hogeschool concentreren zich op samenwerking met universiteiten. Voor de samenwerking met vo-scholen, die in een eerder onderzoek in detail in kaart is gebracht, lijkt het weinig uit te maken er of met veel of weinig verschillende soorten partijen wordt samengewerkt. Saxion hogescholen hebben ondanks hun vermeende focus op universiteiten verreweg de meeste relaties met vo-scholen. Datzelfde geldt echter ook voor Hogeschool Windesheim die juist een brede strategie hanteert. Deelname aan het Universum programma heeft in het algemeen gezorgd voor een sterke groei van het netwerk met voscholen. 12 Hogeschool Rotterdam is in dit geval een negatieve uitzondering daar is de mate van samenwerking zelfs afgenomen in vergelijking met de situatie vóór toetreding tot het programma. Kennisuitwisseling en internationalisering Zowel de resultaten voor kennisuitwisseling als voor internationalisering laten een weinig consistent beeld zien. Een kwart van de instellingen noemt contractactiviteiten als manier van kennisuitwisseling; lectoraten wordt door de helft van de instellingen genoemd, evenals netwerken. De verdeling is echter elke keer anders er is met andere woorden geen patroon te onderkennen in het belang dat wordt gehecht aan kennisuitwisseling. Datzelfde beeld komt naar voren bij internationalering waar telkens de helft van de universiteiten respectievelijk samenwerking met buitenlandse bedrijven noemt, uitwisseling van staf en overeenkomsten met samenwerkingspartners. Ook daar is er geen verband tussen de verschillende soorten van internationale samenwerking. De enige consistente lijn is dat alle universiteiten belang hechten aan uitwisseling van studenten als manier van kennisuitwisseling en allemaal ook buitenlandse studenten uitwisselen. 12 Uit de recente netwerkanalyse rond het Universum programma blijkt dat het netwerk van Universumscholen met universiteiten aanzienlijk hechter en intensiever is dan dat met de hogescholen. 10 Dialogic innovatie interactie

13 HRM Om de recente ontwikkeling rond HRM in kaart te brengen is aan alle Sprint-hogescholen gevraagd aanvullende gegevens aan te leveren. Een zevental instellingen hebben niet gereageerd op deze oproep. Voor de Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, NHTV Breda, Hogeschool Rotterdam, Saxion Hogescholen en de Hanzehogeschool Groningen zijn dus geen cijfers beschikbaar. Gemiddeld is bijna een op de vier docenten vrouw. Hogeschool Zeeland () en Haagse Hogeschool (73%) vallen in dit opzicht het meest op. Docenten zijn over het algemeen relatief oudere medewerkers: ruim de helft is ouder dan 50 jaar. Vooral Fontys Hogescholen en Hogeschool INHOLLAND hebben een relatief grijs docentenbestand, hier is respectievelijk 6 en 6 ouder dan 50 jaar. Hogeschool Leiden kent juist een jong docentencorps, driekwart is daar jonger dan 50 jaar. De dynamiek in het arbeidsverleden van docenten is beperkt: bijna de helft werkt al meer dan 10 jaar op dezelfde hogeschool. Tussen de hogescholen bestaan in dit opzicht geringe verschillen. Grote verschillen zien we wel bij de beloning van docenten. Ongeveer 7% van de docenten is hoger ingeschaald dan schaal 12, maar dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de uitschieter Hogeschool Windesheim (3). Circa 6 van de docenten is academisch geschoold. Hierin verschillen de hogescholen weinig; de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (48%) en INHOLLAND (51%) scoren relatief laag. Grotere verschillen doen zich voor op het gebied van onderzoekservaring: Stenden Hogeschool (67%) en de Hogeschool Leiden () scoren ver boven het gemiddelde (), Hogeschool Zeeland () en Hogeschool INHOLLAND (1%) ver daaronder. Gemiddeld heeft 78% van de docenten aan een cluster 1-opleiding een bètaopleiding genoten. De Hogeschool Zeeland scoort hier juist uitzonderlijk hoog (10). AVANS is hier de hekkesluiter met 49%. Relatief veel docenten (7) hebben in het verleden in bedrijven gewerkt. Hogeschool INHOLLAND (57%) en met name Fontys Hogescholen (37%) scoren relatief laag op deze indicator. Gemiddeld 12% van de huidige HNTO-docenten hebben een combibaan (werken naast hun professie als docent in een andere hoedanigheid). Bij Hogeschool Avans (31%) en Haagse Hogeschool (29%) ligt dit percentage beduidend hoger. Door middel van een factor analyse is de HRM data geclusterd. Hieruit komt naar voren dat hogescholen vaak een typisch profiel kennen. Hogeschool INHOLLAND kent weinig docenten met dubbelaanstellingen (aan hogeschool en in het werkveld), weinig academici en weinig zij-instromers. Wel zijn er redelijk veel ervaren docenten. Hogeschool Windesheim heeft een betrekkelijk gebalanceerd beeld. Opvallend is alleen het grote aantal dubbelaanstellingen. De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden heeft veel docenten die zijinstomers zijn, het percentage academici is daarentegen beperkt. Hogeschool Zuyd wordt getypeerd door redelijk weinig dubbelaanstellingen en veel academici. Hogeschool Leiden heeft een zeer laag aantal ervaren docenten. Ook het aantal dubbelaanstellingen is lager dan gemiddeld. Op het gebied van academici en zij-instromers scoort zij echter zeer hoog. Fontys scoort over de hele linie redelijk gemiddeld. Avans kent veel ervaren docenten en dubbelaanstellingen. Stenden Hogeschool heeft veel academici en ook redelijk veel ervaren docenten. Qua dubbelaanstellingen scoort de Hogeschool benedengemiddeld. Hogeschool Zeeland heeft weinig academici en zeer weinig dubbelaanstellingen. Het aantal zijinstromers is echter vrij hoog. Haagse Hogeschool heeft veel dubbelaanstellingen, maar weinig zij-instromers en ervaren docenten. Dialogic innovatie interactie 11

14 Aansturing & Management Bijna de helft van de Sprint-instellingen (47%) heeft het centraal management op dit moment op sectorniveau belegd dat wil zeggen dat er een aparte managementlaag voor de sector Techniek is aangebracht tussen het College en de opleidingsdirecteuren. Bij de overige instellingen ontbreekt een dergelijke centralisatie op sectorniveau. 13 Het percentage instellingen dat een apart sectormanagement heeft, lag in 2006 overigens nog beduidend hoger (59%). De Hanzehogeschool Groningen is de enige instelling die van een decentraal model naar een centraal managementmodel is overgestapt. Het tweede soort onderscheid dat relevant is voor de uitvoering van het Sprint-programma is of de contactpersoon voor het programma in de lijn of in de staf is ondergebracht. Het merendeel (67%) van de instelling had in 2006 voor de oplossing in de lijn gekozen. Dat percentage is in 2008 alleen maar verder toegenomen (76%). Wanneer er is gekozen voor centrale management is in alle gevallen de contactpersoon voor het Sprint-programma ondergebracht in de lijn en niet in de staf. Dit is het zogenaamde pure centrale aansturingsmodel. Dit wordt gebruikt door de Hogeschool Leiden, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, NHTV Breda, de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en de Stenden Hogeschool. De enige uitzondering is de Hanzehogeschool Groningen maar daar is pas sinds kort voor het centrale model gekozen (zie hiervoor). Er is hier dus sprake van een hybride model. Bij de instellingen waar centraal management op sectorniveau ontbreekt hebben drie instellingen de contactpersoon in de staf ondergebracht het pure decentrale aansturingsmodel: Hogeschool INHOLLAND, Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Zuyd. De overige instellingen gebruiken een hybride model, dus decentraal management in combinatie met een contactpersoon in de lijn. Deze laatste groep bevindt zich waarschijnlijk in een overgangsfase waarbij Hogeschool Avans en Hogeschool Windesheim een beweging van centrale naar decentrale aansturing maken en Fontys Hogescholen, Saxion Hogescholen en Hogeschool Zeeland andersom van decentraal naar centraal. Over het algemeen wordt verondersteld dat instellingen met een centrale aansturing relatief succesvol zijn binnen het Sprint-programma. Dit zou bijvoorbeeld een verklaring kunnen zijn waarom universiteiten, die over het algemeen een dergelijk model gebruiken, beter scoren dan hogescholen. Bij nadere analyse blijkt het verschil tussen de vier soorten verschillende aansturingsmodellen met name te liggen op de belangrijke variabele Groei van aantal HTNO-inschrijvingen. De hogescholen met een centraal aansturingsmodel doen het inderdaad significant beter dan de andere hogescholen. De instellingen met het meest voorkomende hybride model (decentraal plus lijn) scoort hier juist significant lager dan de rest. Deze groep onderscheidt zich wel weer in positieve zin op de variabelen Rendement van mannelijke studenten en Samenwerking met VO-scholen. De instellingen die volgens het decentrale model worden aangestuurd (Hogeschool Zuyd, Hogeschool INHOLLAND en met name Hogeschool Rotterdam) doen het op deze laatste variabele juist relatief slecht. 13 In het eerste geval spreekt het Platform Bèta Techniek over centraal management en in het tweede geval over decentraal management. In beide gevallen is er uiteraard sprake van een centraal management op het hoogste niveau: het College van Bestuur dat de lijnen voor de instelling als geheel uitzet. 12 Dialogic innovatie interactie

15 2 Benchmark Dialogic innovatie interactie 13

16 2.1 Achtergrond De hogescholen De hogescholen die in deze benchmark worden zijn (op volgorde van brinnummer): Brin Label Naam instelling 01VU WIN Hogeschool Windesheim 15CL FON Fontys Hogescholen 21IY STE Stenden Hogeschool* 21MI ZEE Hogeschool Zeeland 21QL AVA Avans Hogeschool 21RI LEI Hogeschool Leiden 21UI BRE NHTV Breda 21WN NHL Noordelijke Hogeschool Leeuwarden 22OJ RDM Hogeschool Rotterdam 23AH SAX Saxion Hogescholen 25BE HGR Hanzehogeschool Groningen 25DW UTR Hogeschool Utrecht 25JX ZUY Hogeschool Zuyd 25KB HAN Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 27PZ INH Hogeschool INHOLLAND 27UM HAH Haagse Hogeschool 28DN AMS Hogeschool van Amsterdam * in sommige figuren en grafieken is de oude naam nog gebruikt: Hogeschool Drenthe (DRE) Bronnen HBO-raad (2008), CFI (2008), IB-Groep (2007), Dialogic (2007, 2008), Hoger Onderwijs Persbureau (2008), Lectoren.nl (2007), Keuzegids hoger onderwijs (2007) 14 Dialogic innovatie interactie

17 2.2 Inschrijvingen Figuur 1: Totaal aantal inschrijvingen en jaarlijkse groeicijfers ( ) (Bron: HBO-raad) Jaarlijkse groei Hogeschool Windesheim (WIN) FON INH Fontys Hogescholen (FON) Hogeschool Stenden (STE) Hogeschool Zeeland (ZEE) Avans Hogeschool (AVA) Hogeschool Leiden (LEI) NHTV Breda (BRE) Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) Hogeschool Rotterdam (RDM) Saxion Hogescholen (SAX) Hanzehogeschool Groningen (HGR) Hogeschool Utrecht (UTR) Hogeschool Zuyd (ZUY) Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Hogeschool INHOLLAND (INH) Haagse Hogeschool (HAH) Hogeschool van Amsterdam (AMS) AMS HGR HAH UTR AVA RDM HAN HGR HAH WIN ZUY NHL BR E LE I ZEE STE WIN FON STE ZEE AVA LEI BRE NHL RDM SAX UTR ZUY HAN INH AMS Gem. boven gemiddelde onder gemiddelde 4,9% 5,2% 2,7% 1, 4, 3,2% 10,9% -1,4% 3, 1, 7,6% 6,8% 9,7% 4,7% 2, 1,4% 1,8% 6,6% 5,3% 2,1% 3,2% 4, 3,7% 2,4% 1,6% 2,1% 3, 7, 7, -3, 0,9% 1,4% 3,3% 7,3% 3,8% 2,9% Dialogic innovatie interactie 15

18 Figuur 2: Totaal aantal inschrijvingen HTNO en jaarlijkse groeicijfers ( ) (Bron: HBO-raad) Jaarlijkse groei Hogeschool Windesheim (WIN) Fontys Hogescholen (FON) Hogeschool Stenden (STE) Hogeschool Zeeland (ZEE) Avans Hogeschool (AVA) Hogeschool Leiden (LEI) NHTV Breda (BRE) Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) Hogeschool Rotterdam (RDM) Saxion Hogescholen (SAX) Hanzehogeschool Groningen (HGR) Hogeschool Utrecht (UTR) Hogeschool Zuyd (ZUY) Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Hogeschool INHOLLAND (INH) Haagse Hogeschool (HAH) Hogeschool van Amsterdam (AMS) AMS HAH UTR RDM FON UTR AVA SAX HAN INH HGR ZUY NHL WIN ZEE LEI BRE STE WIN -0,7% 4,7% FON -2,7% -4,2% STE 2,4% -2,7% ZEE 1,7% -3,8% AVA 0,2% -0,3% LEI 22,6% 12,4% BRE -4,6% 5,9% NHL 1,3% 2,4% RDM 4,8% 3,4% SAX 4,1% -0,6% HGR 2, -0,4% UTR 2,1% -1, ZUY 5,4% 3,3% HAN 4,9% 5, INH 2,1% -0,7% HAH -0,1% -6,1% AMS 2,8% 5,3% Gem. 1,8% 0,6% boven gemiddelde onder gemiddelde 16 Dialogic innovatie interactie

19 Figuur 3: Verhouding totale inschrijvingen en HTNO-inschrijvingen en jaarlijkse groeicijfers ( ) (Bron: HBO-raad) Jaarlijkse groei 48% Hogeschool Windesheim (WIN) 44% Fontys Hogescholen (FON) Hogeschool Stenden (STE) FON Hogeschool Zeeland (ZEE) 36% Avans Hogeschool (AVA) 32% Hogeschool Leiden (LEI) HAH SAX AVA RDM NHL HAN STE ZEE AVA ZE E LEI NHTV Breda (BRE) 28% BRE Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) 24% Hogeschool Rotterdam (RDM) Saxion Hogescholen (SAX) Hanzehogeschool Groningen (HGR) Hogeschool Utrecht (UTR) Hogeschool Zuyd (ZUY) NHL RDM AMS SAX 16% UTR 12% Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) 8% HGR LE I ZUY WIN BR E HAN INH INH HAH Hogeschool INHOLLAND (INH) 4% Haagse Hogeschool (HAH) Hogeschool van Amsterdam (AMS) ZUY WIN -5,3% -0, HGR -1,1% -4,7% AMS Gem. boven gemiddelde onder gemiddelde -5,3% -5,6% -2,1% -5,7% -8,3% -2,4% -3,2% -1,3% 13,9% 5,2% -13, 1,1% -1,1% 1, 3, -3, -1,2% -2,7% -1,6% -3,3% 3,8% 1,2% 1,3% -1,3% -4, 2,4% -1, -7,4% -0, -1,9% -2, -2,3% Dialogic innovatie interactie 17

20 2.3 Instroom Totaal Figuur 4: Totale instroom en jaarlijkse groeicijfers ( ) (Bron: HBO-raad) Hogeschool Windesheim (WIN) Fontys Hogescholen (FON) Hogeschool Stenden (STE) Hogeschool Zeeland (ZEE) Avans Hogeschool (AVA) Hogeschool Leiden (LEI) NHTV Breda (BRE) Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) Hogeschool Rotterdam (RDM) Saxion Hogescholen (SAX) Hanzehogeschool Groningen (HGR) Hogeschool Utrecht (UTR) Hogeschool Zuyd (ZUY) Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Hogeschool INHOLLAND (INH) Haagse Hogeschool (HAH) Hogeschool van Amsterdam (AMS) Jaarlijkse groei INH FON WIN 6,3% 4,2% FON UTR STE 7,7% 4,7% 12,9% -5, ZEE ZUY INH AMS NHL LE I ZE E STE 4,1% -0,6% AMS AVA LEI 1,1% 8,7% 2, 7,6% BRE 11,6% 0,8% HAN RDM HGR NHL 5,1% 0, AVA RDM -2,4% 8,4% HAH SAX HGR 5,7% 2, 2,2% 5,7% ZUY UTR 1, 2,8% -0,2% 0,8% HAN 4, 6,7% 7,8% -7,8% HAH -3,4% 3,8% 5, 9, Gem. 3,6% 2, boven gemiddelde onder gemiddelde 18 Dialogic innovatie interactie

Benchmark Axisopleidingen

Benchmark Axisopleidingen Benchmark Axisopleidingen In opdracht van: Platform Bèta Techniek In samenwerking met Ministerie van OCW HBO-raad Project: 2008.104 Datum: Utrecht, 22 december 2008 Auteurs: Guido Ongena, MSc. drs. Rob

Nadere informatie

Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen

Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen Auteur: ir.ing. R.M.F. Brennenraedts Datum: mei 2007 Projectnummer: 2007.039 Achtergrond

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2011

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2011 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juli 2011 2 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo Afgestudeerden

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. juni 2011

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. juni 2011 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs juni 2011 2 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Meer dan zeven op de tien studenten

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juni 2014 Honderden Feiten en cijfers 2 Inleiding In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden

Nadere informatie

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1 Het aantal studenten dat start met een opleiding tot leraar basisonderwijs, leraar speciaal onderwijs of leraar voortgezet onderwijs is tussen en afgenomen. Bij de tweedegraads en eerstegraads hbo-lerarenopleidingen

Nadere informatie

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013 FACTSHEET Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht Platform Beleidsinformatie Mei 2013 Samenstelling: Pauline Thoolen (OCW/Kennis) Rozemarijn Missler (OCW/Kennis) Erik Fleur (DUO/IP) Arrian Rutten

Nadere informatie

Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code opleiding 34951

Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code opleiding 34951 OPLEIDINGEN MET DECENTRALE SELECTIE 2013-2014 HBO Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code instelling: 00MF Code opleiding 34951 Kunst en Economie www.hku.nl of 030 2349440 of info@ssc.hku.nl

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO Vrouwen in de bètatechniek Traditioneel kiezen veel meer mannen dan vrouwen voor een bètatechnische opleiding. Toch lijkt hier de afgelopen jaren langzaam verandering in te komen. Deze factsheet geeft

Nadere informatie

Het hbo ontcijferd 2005

Het hbo ontcijferd 2005 Het hbo ontcijferd 2005 HET HBO ONTCIJFERD 2005 april 2005 Colofon Titel: Het hbo ontcijferd 2005 Het hbo ontcijferd is een terugkerende publicatie van de HBO-raad en is gericht op de ontwikkelingen van

Nadere informatie

Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code opleiding 34951

Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code opleiding 34951 OPLEIDINGEN MET DECENTRALE SELECTIE 2013-2014 HBO Naam instelling: Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Code instelling: 00MF Code opleiding 34951 Kunst en Economie www.hku.nl of 030 2349440 of info@ssc.hku.nl

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016

Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016 Centrale Aanmelding en Plaatsing Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016 Bij een aantal opleidingen/instellingen zijn na de uitvoering van de loting nog plaatsen over.

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2010

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2010 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juli 2010 1 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo Inleiding

Nadere informatie

Infrastructuur landsdeel Noordvleugel. 5 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 31 scholen en 15

Infrastructuur landsdeel Noordvleugel. 5 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 31 scholen en 15 Facts & Figures 2 Deel II LANDSDEEL NOORDvleugel In het Techniekpact Noordvleugel hebben de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht hun bestaande techniek-, human capital- en economische agenda

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

Infrastructuur landsdeel Noord. 4 Centres of expertise (penvoerders)

Infrastructuur landsdeel Noord. 4 Centres of expertise (penvoerders) LANDSDEEL NOORD Het landsdeel Noord, bestaande uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, heeft het Techniekpact regionaal vertaald in de Techniekagenda Noord Nederland. In de noordelijke provincies

Nadere informatie

Instroom onderwijs 2012-2013 Oost-Nederland, mbo en hbo

Instroom onderwijs 2012-2013 Oost-Nederland, mbo en hbo Instroom onderwijs 212-213 Oost-Nederland, mbo en hbo Inhoudsopgave Inleiding 3 Korte cijfermatige analyse van de inventarisatie 4 Mbo BOL en BBL niveau 1 t/m 4 5 Mbo V&V en Welzijn niveau 3 en 4 6 Mbo

Nadere informatie

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2014-2015

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2014-2015 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2014-2015 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

FACTSHEET. Toptalenten VO in het vervolgonderwijs

FACTSHEET. Toptalenten VO in het vervolgonderwijs FACTSHEET Toptalenten VO in het vervolgonderwijs De onderwijsprestaties van Nederlandse leerlingen zijn gemiddeld genomen hoog, maar er blijft ruimte voor verbetering. Deze factsheet geeft inzicht in de

Nadere informatie

Instroom onderwijs 2011 Oost-Nederland, MBO en HBO

Instroom onderwijs 2011 Oost-Nederland, MBO en HBO onderwijs 211 Oost-Nederland, MBO en HBO Inhoudsopgave Inleiding 3 Korte cijfermatige analyse van de inventarisatie 4 MBO BOL en BBL niveau 1 t/m 4 5 MBO V&V en Welzijn niveau 3 en 4 6 MBO BOL niveau 1

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 1214 17 27 27januari 2009 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 december 2008, nr.

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 39147 10 november 2015 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 november 2015, nr. 825853,

Nadere informatie

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Voor u ligt een nieuwe analyse Keuzegids 2015 d.d. 5-11-2014. Deze vernieuwde analyse is tot stand gekomen wegens een grote rectificatie op de Keuzegids 2015 d.d.

Nadere informatie

1 De profielkeuze in leerjaar 4...1. 2 Eindexamenresultaten...7. 3 Doorstroom naar het bètatechnisch hoger onderwijs...10. 4 Het VHTO-effect...

1 De profielkeuze in leerjaar 4...1. 2 Eindexamenresultaten...7. 3 Doorstroom naar het bètatechnisch hoger onderwijs...10. 4 Het VHTO-effect... Het Universum Programma: Resultaten van vijf jaar bèta-innovatie op havo/vwo-scholen Februari 2011 Ten geleide Nu het Universum Programma zijn einde nadert is voor de 183 Universumscholen het effect van

Nadere informatie

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Factsheet september 2009. Contactpersoon: Daphne Hijzen, onderzoeker en lid van de Kenniskring beroepsonderwijs

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

1 Beoordeling instellingsconversietabellen CDHO 1 2 Opheffing Hogeschool Positief advies CDHO: Engineering Engineering AOT Techniek(deeltijd) Einde instroom: 31-12-2011 Einde opleiding: 31-12-2016 Engineering

Nadere informatie

*Inkomende post 3368 %PAGE%

*Inkomende post 3368 %PAGE% WISCAT-pabo inhoud Inleiding Afnames studiejaar 201 1-2012 Kandidaten studiejaar 201 1-2012 Trends tot en met 2 3 8 11 pagina 1 I 13 WISCAT-pabo. J Inleiding In deze rappodage zullen de toetsresultaten

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Subsector psychologie

Subsector psychologie Samenvatting... 2 Gemiddeld qua aantallen opleidingen... 2 Groot aantal studenten... 3 Grotendeels wo-subsector... 3 Weinig mbo-instroom in hbo-bachelor... 3 Weinig uitval... 3 Minste switch... 3 Diplomarendement

Nadere informatie

Hoe scoren onderwijsinstellingen op Twitter?

Hoe scoren onderwijsinstellingen op Twitter? Hoe scoren onderwijsinstellingen op Twitter? Onderzoek naar het Twittergebruik door -, - en -instellingen Gemeten door Coosto over het studiejaar 2014/2015 Daphne Nonahal 1. Een stand van zaken In dit

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

*Inkomende post 3368 %PAGE%

*Inkomende post 3368 %PAGE% studiejaar 2011-2012 Inhoud Irll i i () Afnames studiejaar 201 1-2012 Kandidaten studiejaar 201 1-2012 Trends tot en met studiejaar 201 1-2012 2 3 7 9 pagina 1 / 1 1 Inleiding In deze rapportage zal worden

Nadere informatie

2 De keuze van de hogeschool per individuele conversie geldt voor alle opleidingsvormen, inclusief de te beëindigen varianten. 1 Beoordeling instellingsconversietabellen CDHO 1 2 Opheffing Hogeschool Positief

Nadere informatie

Bron Definities Onderwerpen

Bron Definities Onderwerpen Bron De kengetallen van de HBO-raad over studenten zijn gebaseerd op een extract uit het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs (CRIHO) dat de IB-groep in de eerste week van december 2010 heeft

Nadere informatie

Overzicht opleidingen

Overzicht opleidingen Overzicht opleidingen Stand van zaken oktober 2013 Opleiding Onderwijsinstelling Deeltijd Voltijd Duur Kosten Overig Leegstand Post-MA NRP Academie (transformatie) NRP, ism TU Delft, Nyenrode en Hogeschool

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Update basisinformatie Koers VO

Update basisinformatie Koers VO Update basisinformatie Koers VO Actuele stand 1-10-010 Actis onderzoek M. Bouwmans MSc. Rotterdam, 6 mei 011 Inhoudsopgave 1 Inlei di ng 3 1.1 Leeswijzer 3 Sam enw er kingsver band Koers VO 4.1 Aantal

Nadere informatie

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant Inhoudsopgave 1. Mbo Techniek... 3 1.1 Deelnemers mbo techniek... 3 1.1.1 Onderwijsinstellingen... 3 1.1.2

Nadere informatie

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen.

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. Erratum In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. In figuur 1, pagina 19, is de legenda onjuist weergegeven, waardoor de categorieën en verwisseld zijn. De juiste grafiek is hieronder

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 94 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2015 187 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 1 Ad Operationeel

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei

Nadere informatie

Infrastructuur landsdeel Zuidoost. 3 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 38 scholen en 13

Infrastructuur landsdeel Zuidoost. 3 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 38 scholen en 13 Facts & Figures 24 Deel II LANDSDEEL zuidoost De Human Capital Agenda Brainport 2 vormt de basis voor het regionaal Techniekpact van het landsdeel Zuidoost, bestaande uit de provincies Noord-Brabant en

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Zeeland, West Brabant, die op basis van de resultaten van het

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei

Nadere informatie

Overzicht Lotingstudies HBO

Overzicht Lotingstudies HBO Overzicht Lotingstudies HBO Accountancy Hogeschool Utrecht Accountancy Hogeschool van Amsterdam Laatste wijziging: 16-aug-2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool Bedrijfseconomie Hogeschool Utrecht

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Subsector pedagogische opleidingen

Subsector pedagogische opleidingen Samenvatting... 2 Gemiddeld in aantal en inschrijvingen... 2 Meeste instroom in hbo-... 3 Weinig uitval... 3 Relatief minder switchers... 3 Hoog rendement in hbo-bachelor en wo-master... 3 Accreditatie-uitkomsten:

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15

Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15 Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15 Accountancy Hogeschool Utrecht Accountancy Hogeschool van Amsterdam Ad Sport, Gezondheid en Management Hanzehogeschool Groningen Advanced Business

Nadere informatie

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) 1. Opzet van het onderzoek 2. Resultaten en conclusies 3. Discussie Vraagstelling 1. Welke omvang heeft intersectorale

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2012-2013 Samenvatting van de monitor 2012-2013 en de volgmodules najaar 2013

Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2012-2013 Samenvatting van de monitor 2012-2013 en de volgmodules najaar 2013 Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2012-2013 Samenvatting van de monitor 2012-2013 en de volgmodules najaar 2013 Platform Praktijkonderwijs Rotterdam, 2 december 2013 1 Introductie In deze beknopte samenvatting

Nadere informatie

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo)

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo) Aantal gediplomeerden aan de lerarenopleidingen in Nederland Ondanks huidige en verwachte lerarentekorten is er geen sprake van een substantiële groei van aantal gediplomeerden aan de verschillende lerarenopleidingen.

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016

Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016 Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 16 maart 2015 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 Ad Operationeel Sportmanagement

Nadere informatie

FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom

FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom In het Nederlands onderwijsbestel moeten kinderen op jonge leeftijd belangrijke keuzes maken die de rest van hun loopbaan beïnvloedt. De

Nadere informatie

zuidwest Infrastructuur landsdeel Zuidwest 6 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 53 scholen en 17

zuidwest Infrastructuur landsdeel Zuidwest 6 hogescholen met bètatechniek 3 universiteiten Jet-Net: 53 scholen en 17 LANDSDEEL zuidwest De regio West-Brabant is samen met de provincies Zeeland en Zuid-Holland verenigd in het landsdeel Zuidwest. In de Techniekpact-samenwerking op landsdeelniveau verbinden de zes subregio

Nadere informatie

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren

Nadere informatie

Aansluiting competentieniveau van constructief afgestudeerden op de praktijk

Aansluiting competentieniveau van constructief afgestudeerden op de praktijk Aansluiting competentieniveau van constructief afgestudeerden op de praktijk Een onderzoek naar de aansluiting van de aanwezige competenties van constructief afgestudeerden op de in de praktijk gewenste

Nadere informatie

VOORBEREIDING OP HET HOGER ONDERWIJS

VOORBEREIDING OP HET HOGER ONDERWIJS VOORBEREIDING OP HET HOGER ONDERWIJS WELKE MOGELIJKHEDEN HEB IK? 10-9-2015 COLLEGE DEN HULSTER 2 WELKE MOGELIJKHEDEN 1 HBO (73%) MBO (5%) VWO (5%) VAVO (10%) JE KEUZE UITSTELLEN (5%) EEN BAAN ZOEKEN (2%)

Nadere informatie

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100)

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100) Het aantal leerlingen in het basisonderwijs is tussen 2010 en 2014 gedaald. In de provincie Limburg nam het aantal leerlingen in deze periode het sterkst af. In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen

Nadere informatie

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Nadere informatie

Factsheet Passend Onderwijs

Factsheet Passend Onderwijs Factsheet Passend Onderwijs November 2010 Inleiding Deze factsheet geeft feiten en cijfers over het passend onderwijs in Nederland. De factsheet is een vervolg op de Factsheet Passend onderwijs van januari

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Personeelsmonitor 2011 Samenvatting

Personeelsmonitor 2011 Samenvatting Jaarlijks brengt het A+O fonds Gemeenten de Personeelsmonitor uit. Dit rapport geeft de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van HRM en arbeidsmarktontwikkelingen bij gemeenten weer. In deze samenvatting

Nadere informatie

Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten Hogeschool Rotterdam

Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten Hogeschool Rotterdam Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten Hogeschool Rotterdam Utrecht, 24 augustus 2009 In dit convenant worden de principeafspraken van het convenant Meer studiesucces voor allochtone studenten

Nadere informatie

Herbestemming in het onderwijs

Herbestemming in het onderwijs Herbestemming in het onderwijs Overzicht opleidingen e s- f een sch 'Logo omgeving derden' op witte achtergrond 'Logo omgeving derden' op gekleurde of fotografisch achtergrond r oed alleen Uitzondering;

Nadere informatie

Bijlage 1 bij artikel 2, tweede lid

Bijlage 1 bij artikel 2, tweede lid Bijlage 1 bij artikel 2, tweede lid (Behorend bij Regeling financiën hoger onderwijs van 3 juni 2008, kenmerk HO&S/CBV-2008/5214) Factoren als bedoeld in artikel 4.12, vierde lid, van het besluit van hogescholen

Nadere informatie

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen Subsector politicologie en bestuurskundige Samenvatting... 2 Weinig deeltijd... 2 Wo-instroom... 3 Weinig uitval iets toegenomen... 3 Veel switch... 3 Vier in herstel... 3 Veel studenten raden opleiding

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie.

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. Gastvrije Stad blijkt dat het verschil van s-hertogenbosch met Breda in 2012 iets kleiner

Nadere informatie

8 Veiligheid en sfeer

8 Veiligheid en sfeer job - monitor 2010 8 Veiligheid en sfeer In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de oordelen over veiligheid, sfeer, de organisatie van activiteiten buiten lestijd en de contacten met medestudenten. Veiligheid

Nadere informatie

Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS5 en in de overige Nederlandse hogescholen

Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS5 en in de overige Nederlandse hogescholen Bijlage bij hoofdstuk 2 Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS en in de overige Nederlandse hogescholen Instroom, uitval- en rendementcijfers In figuur 1 is te zien hoe groot het aandeel

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen Meer of Minder Heden Verschillen tussen, en trends in, de verhouding allochtone en autochtone klanten van de dienst SOZAWE Alfons Klein Rouweler Ard Jan Leeferink Louis Polstra Uitgevoerd in opdracht van

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht Economie en Recht Accountancy en fiscaal Accountancy Avans Hogeschool 556 Accountancy en fiscaal Accountancy Christelijke Hogeschool Windesheim 289 Accountancy en fiscaal Accountancy De Haagse Hogeschool

Nadere informatie

RESULTATEN PROPEDEUSE op Stenden, NHL en VHL van leerlingen van Friese vo-scholen

RESULTATEN PROPEDEUSE op Stenden, NHL en VHL van leerlingen van Friese vo-scholen RESULTATEN PROPEDEUSE op Stenden, NHL en VHL van leerlingen van Friese vo-scholen PROPEDEUSE 2007-2008 S. H. Faber K. Klaver S. Schoonhoven G.W. Timmerman R. Tjallingii S. Veldkamp Een product van de projectgroep

Nadere informatie

ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA

ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA Research Centre for Education and the Labour Market ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2012/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten De Haagse Hogeschool

Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten De Haagse Hogeschool Meerjarenafspraken studiesucces allochtone studenten De Haagse Hogeschool Utrecht, 24 augustus 2009 In dit convenant worden de principeafspraken van het convenant Meer studiesucces voor allochtone studenten

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het?

De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het? De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het? Onderzoek naar SKC bij de Randstad hogescholen Dr. F. Rutger Kappe 17 maart, Utrecht rutger.kappe@inholland.nl Opzet Landelijk overzicht SKC in het hbo Resultaten

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Gelderland

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Gelderland Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Gelderland Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Gelderland, die op basis van de resultaten van het huidige monitoronderzoek

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie