NVMO CONGRES Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 9-10 November 2006 Egmond aan Zee

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NVMO CONGRES 2006. Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 9-10 November 2006 Egmond aan Zee"

Transcriptie

1 Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 9-10 November 2006 Egmond aan Zee 1

2 Wetenschappelijk comité NVMO Congres 2006 Dr. Sanneke Bolhuis, Universitair Medisch Centrum St Radboud Prof.dr. Olle ten Cate, Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. Janke Cohen-Schotanus, Universitair Medisch Centrum Groningen Prof.dr. Roland Laan, Universitair Medisch Centrum St Radboud Prof.dr. Herman van Rossum, Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam Dr. Lambert Schuwirth, Universiteit Maastricht Prof.dr. Cees van der Vleuten, Universiteit Maastricht Commissie NVMO Congres 2006 Dr. Eugène Custers, Universitair Medisch Centrum Utrecht Prof.dr. Anselme Derese, Universiteit Gent Drs. Ingrid Mourer, Academisch Medisch Centrum - Universiteit van Amsterdam Drs. Anita Jacobs, Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam Dr. Benno Bonke, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam Mw. Marijke Sterman-Vleeschdraager, NVMO Sponsoren Universitair Medisch Centrum Utrecht Directie Onderwijs & Opleidingen Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs Bohn Stafleu van Loghum Elsevier Gezondheidszorg Skills Meducation Hilversum Universiteit Maastricht, SHE Stuurgroep MOBG Dit programmaboek wordt u aangeboden door Bohn Stafleu van Loghum 2

3 Reviewers van de abstracts in 2006 Drs. J. Beullens, Katholieke Universiteit Leuven Drs. P.M. Bloemendaal, Leids Universitair Medisch Centrum Dr. S. Bolhuis, Universitair Medisch Centrum St Radboud (WECO-lid) Prof.dr. J.H. Bolk, Leids Universitair Medisch Centrum Drs. J. A. Bulte, Universitair Medisch Centrum St Radboud Prof.dr. Th.J. ten Cate, Universitair Medisch Centrum Utrecht (WECO-lid) Dr. J. Cohen-Schotanus, Universitair Medisch Centrum Groningen (WECO-lid) Dr. H. Daelmans, VU Medisch Centrum Dr. M. Deveugele, Universiteit Gent Dr. D.H.J.M. Dolmans, Universiteit Maastricht Prof.dr. J. Goedhuys, Katholieke Universiteit Leuven Drs. M. Govaerts, Vroedvrouwenschool Maastricht Dr. F. Grosfeld, Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. R.J.L. Hulsman, Academisch Medisch Centrum - Universiteit van Amsterdam Dr.ir. P.G.M. de Jong, Leids Universitair Medisch Centrum Dr. F. Koens, VU Medisch Centrum Prof.dr. R. F.J. Laan, Universitair Medisch Centrum St Radboud (WECO-lid) Prof.dr. M. M. Levi, Academisch Medisch Centrum - Universiteit van Amsterdam Dr. E. van de Lisdonk, Universitair Medisch Centrum St Radboud Dr. M. Maas, Academisch Medisch Centrum - Universiteit van Amsterdam Prof.dr. W.M. Molenaar, Universitair Medisch Centrum Groningen Dr.ir. A.M.M. Muijtjens, Universiteit Maastricht Dr. A.K. Oderwald, VU Medisch Centrum Dr. J. Pols, Universitair Medisch Centrum Groningen Dr. K. Prince, VU Medisch Centrum Dr. J. Rademakers, Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. H.M.J. Raghoebar-Krieger, Universitair Medisch Centrum Groningen Prof.dr. J.H. Ravesloot, Academisch Medisch Centrum - Universiteit van Amsterdam Prof.dr. R. Remmen, Universiteit Antwerpen Drs. M. van de Ridder, Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. P. Room, Universitair Medisch Centrum Groningen Prof.dr. H. van Rossum, VU Medisch Centrum (WECO-lid) Dr. S. Schol, Katholieke Universiteit Leuven Dr. J. Schönrock-Adema, Universitair Medisch Centrum Groningen Dr. L. Schuwirth, Universiteit Maastricht (WECO-lid) Drs. M. Soethout, VU Medisch Centrum Prof.dr. C.P.M. van der Vleuten, Universiteit Maastricht (WECO-lid) Prof.dr. M. van Winckel, Universiteit Gent Dr. H.A.P. Wolfhagen, Universiteit Maastricht 3

4 4

5 Inhoudsopgave Pagina Woord vooraf Nieuw in 2006 Algemene congres- en programma-informatie Plattegrond Hotel Zuiderduin Preconference programma Congresprogramma Overzicht programma Overzicht wetenschappelijke papers Abstracts van de plenaire lezingen Abstracts van de overige sessies Overzicht van de presentaties Auteurslijst (eerste auteur abstract) Trefwoordenlijst

6 Woord Vooraf Voor u ligt het congresboek van inmiddels alweer het 16 e NVMO Congres. De Congrescommissie 2006 van de NVMO heeft met genoegen geconstateerd dat het aantal inzendingen voor het congres ten opzichte van vorig jaar aanzienlijk is toegenomen. Meer nog dan voorgaande jaren kunnen wij u dan ook een gevuld en uitdagend programma aanbieden. De toename komt voor een groot deel op het conto van de vervolgopleidingen. Hiermee is het gehele opleidingscontinuüm op het congres vertegenwoordigd. Het aantal workshops, bijeenkomsten waarin uw actieve inbreng gevraagd wordt, is opnieuw groot. Er zijn ronde tafel bijeenkomsten, , ICTapplicaties, poster -, paper en wetenschappelijke paper sessies over interessante ontwikkelingen uit het brede veld van het gezondheidszorgonderwijs. Er vinden op het congres, verdeeld over de donderdag en de vrijdag, vier hoofdlezingen plaats. In tegenstelling tot andere jaren is er niet gekozen voor thematische eenheid: de hoofdlezingen bestrijken verschillende terreinen. Prof.dr. Léon de Caluwé presenteert een door hem ontwikkeld model voor veranderingen in organisaties (de kleuren van de Caluwé ). Prof.dr. Richard Grol gaat nader in op de rol die het medisch onderwijs kan spelen in het totstandbrengen van verbeteringen in de patiëntenzorg. Onze keynote-speaker van overzee Prof. Yvonne Steinert van McGill University uit Montreal zal een bijdrage verzorgen over het onderwijzen en evalueren van kerncompetenties. De laatste plenaire lezing, die traditioneel een wat relativerend karakter heeft, wordt dit jaar verzorgd door Prof.dr. Jan van Hooff, emeritus hoogleraar ethologie. Hij zal ingaan op parallellen tussen leren bij mensen en leren bij dieren. Heeft u zich altijd al afgevraagd of je een aap kunt leren opereren, dan krijgt u misschien in deze lezing het antwoord. Tenslotte heeft ook de afsluitende bijeenkomst dit jaar een bijzonder karakter. Het aantal promovendi op het terrein van het medisch onderwijs neemt de laatste jaren sterk toe. Dit jaar presenteren zes van hen in een parallelle lezing hun werk. Voor het eerst zijn er twee buitenlandse promovendi: dr. Valerie Wass en dr. Tim Dornan, beide uit Manchester, Groot-Brittannië. Deze lezingen zijn daarom in het Engels. Van eigen bodem zijn dr. Annette Boenink, dr. Marlies Schijven, dr. Judith Semeyn en dr. Dineke Tigelaar. Was er vorig jaar al sprake van een groot aantal activiteiten gericht op de medisch- en gezondheidkundig specialistische vervolgopleidingen, dit jaar is bijdrage van deze vervolgopleidingen verder toegenomen, en in alle presentatievormen ruim vertegenwoordigd: in (wetenschappelijke) papers, posters, workshops en rondetafel-discussies. Net als vorig jaar ligt de nadruk in deze bijdragen op actuele ontwikkelingen. Versterking van de kwaliteit van het onderzoek van medisch en gezondheidkundig onderwijs blijft een belangrijke doelstelling van het congres. De mogelijkheid om een abstract in te dienen dat in aanmerking kan komen als wetenschappelijk paper is daarom gehandhaafd. Aan deze papers worden strenge eisen gesteld; zo zijn zij dit jaar beoordeeld door drie leden van het Wetenschappelijk Comité (WECO) van het NVMO Congres. Dat er streng geselecteerd is, blijkt uit het feit dat slechts ongeveer een kwart van alle inzendingen ingediend als wetenschappelijk paper, uiteindelijk in deze categorie geaccepteerd is. Vele inzenders hebben wij moeten teleurstellen. Wij hopen dat het commentaar van het WECO het gewenste effect heeft, namelijk dat het leidt tot verbetering van de kwaliteit van inzendingen van wetenschappelijke papers in de toekomst. Overigens is er ook een aantal uitstekende niet-wetenschappelijke papers en posters, onder andere op het terrein van curriculum-evaluatie. Goed onderzoek hoeft immers niet per definitie wetenschappelijke pretenties te hebben. In tegenstelling tot vorig jaar zijn de wetenschappelijke papers dit jaar ondergebracht in sessies met gewone papers. Dit is gedaan om een al te grote thematische verbrokkeling tegen te gaan. De wetenschappelijk papers zijn wel als zodanig duidelijk geoormerkt, en er zal net als vorig jaar een aparte prijs voor het beste wetenschappelijke paper worden uitgereikt. De grote verscheidenheid aan papers en posters maakt het moeilijk om in alle sessies thematische eenheid aan te brengen. Ongetwijfeld zullen er ook dit jaar presentatoren van papers en posters zijn die liever in een andere sessie hadden willen worden ingedeeld. Dit is helaas niet te voorkomen. Voor toehoorders blijft de mogelijkheid om tussentijds van sessie te wisselen ook bestaan. 6

7 Gehandhaafd is ook de meet the expert sessie/masterclass, onder voorzitterschap van Dr. Janke Cohen-Schotanus. In deze sessie is ruimte voor een interactieve discussie over uw van te voren ingediende onderzoeksvragen. (voor meer informatie zie blz. 186) De preconference-activiteiten op de woensdag voorafgaand aan het congres vorig jaar geïntroduceerd staan ook dit jaar weer op het programma. De preconferences worden georganiseerd onder auspiciën van de NVMO; voor deze activiteiten moet apart worden ingetekend. Raadpleeg voor actuele informatie de website van de NVMO (www.nvmo.nl). Ook vragen wij uw speciale aandacht voor de nieuwe manier van inschrijven voor de workshops en rondetafel-discussies (zie de rubriek Nieuw in 2006 op blz. 9) Tenslotte: De review-procedure vormt de voornaamste pijler waarop de kwaliteit van het congres rust. Daarnaast is zij voor de inzenders een belangrijke vorm van terugkoppeling. Wij willen dan ook graag alle reviewers, inclusief de WECO-leden, bedanken voor hun inzet en hun feedback. Wij wensen u een plezierig en leerzaam NVMO Congres 2006 toe. Namens de NVMO congrescommissie, Dr. Eugène Custers UMC Utrecht, Directie Onderwijs & Opleidingen Hoofdorganisator NVMO-congres

8 8

9 NIEUW IN 2006: De NVMO-congresorganisatie en het Congresbureau streven naar een tijdige inning van de voor het congres verschuldigde inschrijfgelden. Indien uw betaling nog niet ontvangen is door het Congresbureau, ontvangt u hiervan enkele weken vóór het congres bericht. Mocht het congresbureau op donderdag 9 november om 8.30 uur uw inschrijfgeld nog niet ontvangen hebben, dan zult u aan de registratie balie verzocht worden een borgsom ter grootte van het inschrijfgeld te voldoen. Alleen dan ontvangt u uw badge voor het congres en kunt u aan de congresactiviteiten deelnemen. Vanzelfsprekend zal de borgsom per omgaande worden geretourneerd indien het inschrijfgeld op of na 9 november 2006 alsnog langs een andere route wordt voldaan. Inschrijven workshops en rondetafel-discussies: Inschrijving voor voor workshops en rondetafel-discussies vindt dit jaar niet meer op het congres zelf plaats, maar door middel van voorinschrijving. Nadere informatie vindt u in de bij dit programmaboek gevoegde brief. Vanwege het grote aantal inzendingen zijn we genoodzaakt dit jaar gebruik te maken van twee zaaltjes op de vierde verdieping (zalen 403 en 410). Tijdens het congres zal door middel van bewegwijzering worden aangegeven hoe u deze zalen kunt bereiken. Om problemen met wisselen te voorkomen zullen deze ruimten uitsluitend gebruikt worden voor workshops en rondetafel-discussies. De wetenschappelijke papers zullen dit jaar niet in aparte sessies gepresenteerd worden, maar in sessies samen met gewone papers. Dit om thematische verbrokkeling tegen te gaan. Het programma op de donderdag begint een half uur later (om uur) dan andere jaren gebruikelijk was. Hiermee hopen we tegemoet te komen aan klachten over slechte bereikbaarheid van hotel Zuiderduin in de ochtendspits. Ook zijn de opening van het congres en de eerste hoofdlezing aansluitend gepland in één sessie. De NVMO ledenvergadering is dit jaar op de vrijdagochtend van uur, voorafgaand aan het officiële congresprogramma Busvervoer vindt dit jaar plaats tussen Hotel Zuiderduin en de N.S.-stations Alkmaar en Heiloo. Raadpleeg voor vertrektijden de website van de NVMO (www.nvmo.nl) De Congresorganisatie stelt het erg op prijs dat u de aanvangstijden van de sessies respecteert. Het is erg hinderlijk, zowel voor de spreker als voor zijn of haar gehoor, als er na aanvang nog voortdurend mensen binnenkomen. Dit geldt met name voor de Zuiderduinzaal. In voorkomende gevallen kan de Congresorganisatie maatregelen nemen om laatkomers de toegang tot een sessie te weigeren. De Congresorganisatie adviseert alle deelnemers zeer dringend om hun PowerPoint presentaties, met name wanneer deze filmpjes of bewegende beelden bevatten, van tevoren te testen. Zie ook onder de rubriek Apparatuurvoorzieningen voor sprekers in het hoofdstuk Algemene Congres- en Programma-informatie op bladzijde 10 en 11. Roken is in hotel Hotel Zuiderduin verboden in alle ruimten die voor congresactiviteiten gebruikt worden en/of voor congresgangers vrij toegankelijk zijn (inclusief de wandelgangen en lounges), met uitzondering van de pubs op Etage 0. Tip: kijk zo nu en dan op de website van de NVMO (www.nvmo.nl) voor actuele informatie over het congres 9

10 Algemene Congres- en Programma-Informatie Hotel Zuiderduin Het congres wordt gehouden in Hotel Zuiderduin in Egmond aan Zee. Op pagina 12 en 13 elders in dit abstractboek vindt u een plattegrond. Zie voor meer informatie Tijdens het congres bent u in Hotel Zuiderduin bereikbaar via telefoonnummer +31(0) en faxnummer +31(0) Secretariaat De congresorganisatie van het NVMO Congres 2006 is als volgt te bereiken: Congress & Meeting Services Holland, Postbus 18, 5298 ZG Liempde, telefoonnummer: +31(0) , faxnummer: +31(0) , website congres: Tijdens de congresactiviteiten is de congresbalie in de 2 de lounge steeds bemand. Aankomst en registratie In de meegestuurde folder kunt u lezen hoe u met eigen vervoer Hotel Zuiderduin bereikt. Het is de bedoeling om dit jaar op donderdagochtend zowel vanaf het station Heiloo als vanaf het station Alkmaar speciaal gereserveerde bussen naar hotel Zuiderduin te laten rijden. Raadpleeg voor vertrektijden de nvmo-website (www.nvmo.nl). De bussen zullen ruim voor aanvang van de congresopening bij hotel Zuiderduin arriveren. Indien u met de trein komt en geen gebruik kunt of wilt maken van de gereserveerde bussen, kunt u vanaf N.S. station Alkmaar gebruik maken van de lijndienst van de Connexxion naar Egmond aan Zee (lijn 165; vertrektijden: 8.19u, 8.49u, 9.19u, 9.49u etc.; reistijd circa 25 minuten). De uitstaphalte ligt pal voor de hoofdingang van Hotel Zuiderduin. Daarnaast kunt u Hotel Zuiderduin bereiken met de OV-taxi Noord-Holland (de vroegere Treintaxi; nadere informatie vindt u op onder taxivervoer ). Op vrijdagmorgen is geen speciaal vervoer geregeld. Bij aankomst ontvangt u verdere congresinformatie aan de congresbalie bij de hoofdentree. Op donderdag bevindt de congresbalie zich tot uur bij de hoofdentree, daarna bevindt deze zich in de 2 de lounge. Naambadge Uw naambadge wordt u, na ontvangst van uw betaling, een week voor aanvang van het congres toegestuurd. Op vertoon van deze badge ontvangt u de congresinformatie. Zonder badge wordt geen toegang tot de zalen verleend. Indien u bent toegelaten tot één of meer workshops of rondetafeldiscussies ontvangt u tegelijk met uw badge ook vouchers voor deze workshops en/of rondetafeldiscussies. Toegang tot de workshops en rondetafel-discussies uitsluitend op vertoon van het betreffende voucher, tenzij de organisatoren van de workshop of rondetafel-discussie anders beslissen. De vouchers zijn overdraagbaar. Kamers Op donderdag kunt u vanaf uur de sleutel van uw kamer ophalen bij de receptie bij de hoofdingang. Tot die tijd kunt u uw bagage opslaan in zaal 534 en 535. Vrijdag dient u de kamer voor uur te verlaten en uw sleutel bij de receptie in te leveren. Uw bagage kunt u dan weer op dezelfde plaats opslaan als op donderdag. Maaltijden Lunch en ontbijt worden geserveerd in het restaurant van Hotel Zuiderduin. Het diner op donderdagavond vindt plaats in de Zuiderduinzaal. Roken en GSM-gebruik Roken is verboden in zalen die voor congressessies gebruikt worden en verder in alle ruimten die voor congresdeelnemers vrij toegankelijk zijn, inclusief de wandelgangen, lounges en het restaurant. Alleen in de cafés (pubs) op Etage 0 is roken toegestaan. Het gebruik van gsm-apparatuur is verboden in de ruimten die voor congressessies gebruikt worden. 10

11 Extra kosten Uw inschrijfgeld verzekert u tijdens het congres van koffie, thee, lunches, diner en, indien besproken, overnachting en ontbijt. Alle overige kosten, inclusief die voor het voeren van telefoongesprekken, zijn voor eigen rekening. Deze dienen bij vertrek aan de receptie van Hotel Zuiderduin te worden afgerekend. Kopiëren en faxen kunt u tegen vergoeding laten verzorgen door de receptie van Hotel Zuiderduin. Annulering Na 12 september 2006 is geen restitutie van het inschrijfgeld meer mogelijk en blijft het volledige inschrijfgeld verschuldigd. Bij inschrijving na 10 oktober kan geen overnachtingplaats gegarandeerd worden binnen Hotel Zuiderduin / Hotel de Boei. Typen sessies Wetenschappelijke papers, papers en presentaties van ICT-applicaties kennen een spreektijd van tien minuten gevolgd door vijf minuten discussie en vijf minuten wisseltijd. Een sessie bevat maximaal vier papers of ICT-presentaties. Een postersessie is als volgt ingedeeld. Gedurende de eerste twintig minuten krijgen de deelnemers gelegenheid de posters te bekijken. Daarna volgt toelichting van de auteurs gedurende twee minuten aan de hand van maximaal twee (powerpoint-)sheets. Hierna vindt discussie plaats (plenair of in subgroepen) onder leiding van de zaalvoorzitter. Tijdens een postersessie kan niet van sessie gewisseld worden. In een sessie legt de spreker met behulp van maximaal twee (powerpoint-)sheets gedurende twee minuten een probleem voor aan de zaal, waarna acht minuten tijd is voor het uitwisselen van ideeën. Een workshop vergt een actieve deelname van de deelnemers en duurt 75 minuten. Er kan hier uiteraard niet gewisseld worden. Een rondetafel bijeenkomst duurt eveneens 75 minuten en bestaat uit een inleiding en discussie, eventueel aan de hand van stellingen. Er kan hier ook niet gewisseld worden. Posters Evenals vorig jaar zijn alle postersessies na de eerste plenaire hoofdlezing aan het begin van het congres geplaatst. Deelnemers aan de postersessies wordt verzocht hun poster ten minste 15 minuten voor aanvang van de sessie te bevestigen op de posterborden in de ruimte waarin de sessie plaatsvindt, zodat op tijd begonnen kan worden. Er is bevestigingsmateriaal aanwezig. Meteen na de sessie worden alle posterborden verplaatst naar de 2e lounge, waar ze geëxposeerd blijven tot vrijdagmiddag. De auteurs van de posters wordt verzocht tijdens de poster borrel sessie op donderdag bij de poster aanwezig te zijn en de poster op vrijdag tussen en uur van de posterborden weg te halen. Een poster heeft maximaal de volgende afmetingen: 90 cm x 120 cm (breedte x hoogte). Behalve de poster dient u maximaal 2 (powerpoint-)sheets te vervaardigen, waarmee u de poster kunt toelichten. Een hand-out van de poster wordt op prijs gesteld. Inschrijven voor workshops en rondetafel discussies In de bij dit programmaboek gevoegde brief vindt u details over de gewijzigde procedure voor het inschrijven voor workshops en rondetafel-discussies. Apparatuurvoorzieningen voor sprekers In alle zalen is een overheadprojector en zijn beamers/pc s aanwezig Er zijn GEEN diaprojectoren aanwezig in de zalen. In ruimte 523 (naast de congresbalie bij de 2 de lounge) kunt u uw PowerPoint presentatie op een computer controleren. Gelieve uw presentatie op de laptop in de zaal waar uw sessie plaatsvindt te installeren vóór het begin van de sessie. Belangrijk: Op het congres worden laptops gebruikt met Windows XP Professional en Office 2003 in de Engelse taal. Wanneer er filmpjes en/of bewegende beelden in de presentatie voorkomen moet dit vooraf in samenwerking met de techniek getest worden of u moet de laptop gebruiken waarop de presentatie is gemaakt, zodat alle benodigde drivers geïnstalleerd zijn. Deelnemers aan het congres kunnen bij de internetcorner gebruik maken van 2 pc s die voorzien zijn van een gratis internetverbinding. 11

12 Plattegrond etage 1 ( zie PDF bestand) 12

13 13

14 PRE-CONGRESPROGRAMMA Woensdag 8 november 2006 Pre-conference cursus Onderzoek van Medisch Onderwijs Deze preconference omvat de eerste dag van de (driedaagse) cursus Onderzoek van Medisch Onderwijs. Op de eerste cursusdag worden aan de hand van twee gesimuleerde onderzoeken problemen bij de uitvoering van een onderwijskundig onderzoek geïllustreerd. Diverse onderzoekdesigns en onderdelen van onderwijskundig onderzoek passeren de revue. Vervolgens worden de ideeën van de cursisten over hun eigen onderzoeksvoorstel besproken. Hierbij komen beoordelingscriteria aan de orde. Op basis van deze bespreking werken de cursisten, ter voorbereiding op de tweede cursusdag, hun eigen onderzoeksvoorstel verder uit. Op de tweede cursusdag presenteren zij dit en oefenen desgewenst met hun meetinstrumenten. Op deze dag is ruimschoots aandacht voor de valkuilen en knelpunten bij het opzetten en uitvoeren van een onderwijskundig onderzoek. Er zitten ongeveer 10 maanden tussen de tweede en de derde cursusdag. Deze periode gebruiken de cursisten voor het verzamelen en analyseren van onderzoeksdata en de verslaglegging. Op deze tweede cursusdag wordt daarom ook ingegaan op dataverzameling en - analyse. Tussen de tweede en de derde cursusdag begeleiden de hoofddocenten de cursisten op afstand. Op de derde dag rapporteren de cursisten over hun onderzoek. De cursus beoogt cursisten in staat te stellen zelfstandig een onderzoek over een medisch onderwijskundig onderwerp op te zetten en uit te voeren. Doelgroep: Docenten en onderwijskundigen die ervaring willen opdoen in onderzoek van medisch onderwijs of hun ervaring willen uitbreiden. Voorkennis: Van de cursisten wordt verwacht dat zij enige praktijkervaring hebben binnen het medisch onderwijs. Voorts dienen zij te beschikken over kennis van de meest belangrijke ontwikkelingen op het gebied van het medisch onderwijs. Aantal deelnemers: maximaal 14 Docenten: prof.dr. A.J.J.A. Scherpbier (cursuscoördinator) en dr. A.M.M. Muijtjens, beiden Faculteit Geneeskunde Maastricht Kosten: 850 voor de totale cursus, de pre-conference is inclusief kosten van lunch en diner, exclusief overnachting + ontbijt van 8 op 9 november). Cursusduur: Vier dagen van elk 8 uur contactonderwijs, waarvoor enige voorbereiding en zelfstudie nodig is aan de hand van vóór de cursus opgegeven cursusmateriaal. N.B. De overige data van deze cursus zijn op de woensdagen 17 januari, 18 april en 3 oktober De inschrijving voor deze cursus sluit op 4 oktober

15 Pre-conference cursus Werken in kleine groepen In de training worden een aantal onderwijskundige handvatten aangereikt voor het werken met kleine groepen. Deze werkvormen worden tijdens de training geoefend d.m.v. rollenspelen en voorzien van theoretische achtergrond informatie. De training beslaat twee dagdelen, en de volgende onderwerpen zullen aan bod komen: feedback volgens de Pendleton regels; het onderwijsleergesprek; brainstorm; rapportage; docentrollen volgens het model van Harden en Crosby; de invloed van de docent volgens het model van Vermunt en Verloop; omgaan met lastige situaties in het groepsproces; leerstrategieën van de student. Aantal deelnemers: maximaal 12 Docenten: drs. J. Agsteribbe en drs. B.A. Dollekamp, Centrum voor docentprofessionalisering, UMC Groningen Cursusduur: Twee dagdelen Kosten: 150 voor leden en studenten, 225 voor niet-leden (inclusief kosten van lunch en diner, exclusief overnachting + ontbijt van 8 op 9 november). Pre-conference cursus Culturele competenties in het medisch onderwijs Om kwalitatief goede zorg te kunnen bieden aan patiënten met een andere culturele achtergrond is het ontwikkelen van culturele competenties van groot belang. Het gaat hierbij om een combinatie van kennis, culturele gevoeligheid, besef van zichzelf als cultureel wezen en technieken om open te kunnen communiceren. De sectie Gezondheidszorg en Cultuur (G&C) van het VUmc ontwikkelt sinds 1990 onderwijs op het gebied van culturele competenties. Tijdens de workshop worden praktijkvoorbeelden besproken en praktische vaardigheden geoefend. Aantal deelnemers: maximaal 15 Docenten: prof.dr. I. Wolffers en dr. M. van Elteren Cursusduur: Één dagdeel (middag) Kosten: 100 voor leden en studenten, 125 voor niet-leden (inclusief koffie/thee, exclusief lunch, diner en voorovernachting) 15

16 Pre-conference cursus Teach the Clinical Teacher Er is een grote behoefte aan professionalisering van de onderwijsrol van arts-assistenten. Deze cursus voorziet hierin door het geven van een 'update' van principes bij het leren van volwassenen/ professionals, praktische tips voor het geven van onderwijs aan co-assistenten, oefening in het geven van feedback en het beoordelen van co-assistenten. Ook is er sprake van een stimulerende uitwisseling van ervaringen en ideeën met arts-assistenten. Doelgroep: arts-assistenten die co-assistenten en semi-artsen begeleiden Aantal deelnemers: maximaal 10 Docenten: ervaren clinicus en onderwijskundige Kosten: 250 (inclusief kosten van diner, exclusief overnachting + ontbijt van 8 op 9 november). Pre-conference workshop Effectief doceren Het doel van de workshop is deelnemers op interactieve wijze inzage geven in een aantal onderwijskundige basisprincipes. De onderwerpen die aan de orde worden gesteld zijn: de constructie van een onderwijssessie, hoe betrek je de toehoorders en hoe gebruik je de verschillende feedbackprincipes. Van elke deelnemer wordt verwacht dat hij/zij een korte (3 minuten) onderwijssessie voorbereidt. Hierbij gaat het niet om de inhoud maar juist om het leerproces. De te leren vaardigheden kunnen in diverse onderwijssettings gebruikt worden. Aantal deelnemers: maximaal 12 Docenten: Dr. J. Cohen-Schotanus en Drs. H. Dekker, beiden UMC Groningen Kosten: 150 voor leden en studenten, 225 voor niet-leden (inclusief kosten van diner, exclusief overnachting + ontbijt van 8 op 9 november). 16

17 Pre-conference workshops studenten 10:30 13:00 Workshop toetsing Toetsing: wat maakt een toets een goede toets? Gedurende deze workshop zal een toetsdeskundige de achtergrond van het toetsen belichten. Waar moet je op letten bij het beoordelen van een toetsplan en aan welke eisen dient een toets te voldoen? Na deze workshop kun je deze vragen beantwoorden en ben je instaat een toetsplan op waarde te schatten. 13:00 14:30 Lunch 14:30 17:00 Workshop onderhandelen Onderhandelen: hoe doe je dat? Studenten die medezeggenschap hebben in het medisch onderwijs onderhandelen met grote regelmaat. Zowel met volwassen bestuurders als met studenten. Tijdens deze interactieve workshop krijg je enkele tools aangereikt waarmee je als onderhandelaar je voordeel kunt doen. Inschrijven: U kunt zich voor deze pre-conference workshop inschrijven bij: Landelijk Medisch Studenten Overleg (LMSO) Joost Hoekstra, commissaris-nvmo Telefoon: Denkt u er aan een voorovernachting te boeken bij de inschrijving voor het NVMO Congres als u zich aanmeldt voor een pre-conference? 17

18 CONGRESPROGRAMMA Donderdag 9 november 2006 Vanaf uur Ontvangst Opening door voorzitter NVMO Prof.dr. Olle ten Cate Mededelingen van de Congresorganisatie Aansluitend hoofdlezing Prof.dr. Léon De Caluwé Een overzicht van verandertheorieën Wisselpauze Sessie A Lunch Wisselpauze Hoofdlezing Implementatie van verbeteringen in de patiëntenzorg: uitdagingen voor het medisch onderwijs Prof.dr. Richard Grol Sessie B Pauze Sessie C: Parallelle lezingen Leren reflecteren op professioneel gedrag in de medische praktijk A. Boenink Wisselpauze Sessie D Poster-borrelsessie Diner Experience based learning. Learning clinical medicine in workplaces T. Dornan Virtual Reality trainingstechnieken in het chirurgisch vaardigheidsonderwijs M. Schijven Generieke en specifieke competenties en arbeidsmarktsucces;hoe zit dat bij artsen? J. Semeijn Ontwikkeling en evaluatie van een docentportfolio D. Tigelaar The assessment of clinical competence in high stakes examinations V. Wass vanaf Avondprogramma met muziekband De Zendmasters 18

19 CONGRESPROGRAMMA Vrijdag 10 november Ontbijt Algemene ledenvergadering van de NVMO Wisselpauze Hoofdlezing The Challenge of Teaching and Evaluating Core Competencies Prof. Yvonne Steinert, PhD Pauze (gelegenheid om kamersleutel in te leveren bij de balie) Sessie E Wisselpauze Hoofdlezing Leren bij dieren: het verwerven van kennis en van vaardigheden Prof.dr. Jan Van Hooff Lunch Wisselpauze Sessie F Wisselpauze Afsluitende bijeenkomst (verrassing) Uitreiking Bohn Stafleu van Loghum paper- en posterprijs Overdracht Afsluiting Vertrek bussen naar N.S. station Alkmaar en Heiloo 19

20 Schema programma donderdag 9 november

21 Schema programma vrijdag 10 november

22 WETENSCHAPPELIJKE PAPERS Pagina Aukes LC 98 Het effect van portfolio-leren op het reflectievermogen van studenten geneeskunde. Baars GJA 148 Welke factoren spelen een rol bij veranderingen in studeerprestaties tijdens het eerste jaar van de studie Geneeskunde? Deketelaere AMM 97 Een ontwikkelingsgerichte portfolio tijdens de stage Dorresteijn SCM 89 Effectiviteit van decentrale selectie: Verschillen in betrokkenheid en sociale activiteiten tussen studenten diergeneeskunde. Hell EA van 214 De relatie tussen de kennis van studenten en hun gepercipieerde mate van voorbereiding op de klinische praktijk. Penninga M 213 De invloed van toetsvorm (open- of gesloten-boek) op leerstrategie. Ridder JMM van de 167 Het gebruik en de betekenisverandering van het feedbackbegrip. Schönrock-Adema J 141 Beoordelingsschaal als instrument om de verdeling van scores op professioneel gedrag te beïnvloeden. P.W. Teunissen 179 De ontwikkeling van een model voor leren op de werkplek in de opleiding tot medisch specialist. Kwalitatief vervolgonderzoek naar de percepties van opleiders. Urlings-Strop LC 90 Validatie van de Decentrale Selectie in het Erasmus MC. 22

23 PLENAIRE LEZINGEN Prof.dr. L. de Caluwé Een overzicht van verandertheorieën Prof.dr. R. Grol Implementatie van verbeteringen in de patiëntenzorg: uitdagingen voor het medisch onderwijs Prof.dr. Y. Steinert The Challenge of Teaching and Evaluating Core Competencies Prof.dr. J. van Hooff Leren bij dieren: het verwerven van kennis en van vaardigheden 23

24 Een overzicht van verandertheorieën Caluwé L de VU, Amsterdam In de lezing wordt een overzicht gegeven over de meest gebruikelijke opvattingen en theorieen over veranderen. Die zijn in te delen naar vijf families van theorieen: geeldrukdenken, blauwdrukdenken, rooddrukdenken, groendrukdenken en witdrukdenken. Elk van die families heeft een eigen beeld over de mens en de wereld. Ze hebben ook de eigen voorkeuren voor aanpakken van veranderingen. De opvattingen, beelden en benaderingen zijn echter vaak strijdig en tegengesteld. Hoe kunnen ze dan in de werkelijkheid naast elkaar bestaan? En wat voor typische problemen levert dat op? In de lezing wordt hier uitgebreid bij stilgestaan en een en ander wordt door middel van voorbeelden en anekdotes verhelderd. Het kleurenmodel kent vier toepassingsmogelijkheden: men kan er organisaties mee diagnosticeren; men kan er veranderingstrajecten mee ontwerpen en uitvoeren; men kan iets zeggen over de competenties van veranderaars en men kan er communicatiepatronen mee verhelderen. Deze toepassingsgebieden worden ook gepresenteerd. Plenaire lezing L. de Caluwé VU, Amsterdam 24

25 Implementatie van verbeteringen in de patiëntenzorg: uitdagingen voor het medisch onderwijs Grol R, WOK Radboud Universiteit Nijmegen/Universiteit Maastricht Er komt steeds meer onderzoek waaruit blijkt dat een groot deel van de patiënten niet de zorg krijgt die ze zou moeten krijgen volgens recente (wetenschappelijke) inzichten. Het is tevens steeds duidelijker geworden dat onderwijs en nascholing, alhoewel belangrijk, onvoldoende voorwaarde zijn voor een optimale medische zorg. Dit heeft consequenties, ook voor het medisch onderwijs. Bijvoorbeeld meer dan vroeger zal het medisch onderwijs toekomstige artsen de competenties moeten meegeven om zelf actief aan kwaliteitsverbetering in de praktijk te werken. En meer dan vroeger zal opleiding en nascholing geïntegreerd moeten worden met andere benaderingen van kwaliteits-verbetering om effectief te kunnen zijn. Nieuwe visies op de medische professional van de toekomst wijzen op het belang van een professional die bereid en in staat is zichzelf te (laten) toetsen, transparant te zijn over het eigen functioneren en concrete acties en projecten te initiëren gericht op verbeteren van de patiëntenzorg. Voor het medisch onderwijs en de beroepsopleiding tot huisarts of specialist betekent dit dat zgn. 'quality improvement knowledge' vanaf het begin in de curricula geïntegreerd dient te worden. Het verbeteren van de kwaliteit van zorg moet door elke medische professional ervaren worden als een professionele verantwoordelijkheid, daar moet tijd voor worden ingeruimd en daarvoor moeten vaardigheden verworven worden. Dit geldt in het bijzonder voor de opleiders van co-assistenten en specialisten, huisartsen en anderen in opleiding; zij moeten een rolmodel voor de professional van de toekomst vormen. In de voordracht worden voorbeelden van onderzoek en experimenten op dit gebied gepresenteerd. Plenaire lezing Prof.dr. Richard Grol, WOK Radboud Universiteit Nijmegen/Universiteit Maastricht Postbus 9101, HB NIJMEGEN 25

26 The Challenge of Teaching and Evaluating Core Competencies Steinert Y McGill University Teaching and evaluating core competencies can be challenging in numerous ways. On the one hand, teachers must possess the knowledge, attitudes, and skills required of each competency. At the same time, teachers often believe that they demonstrate the competencies effectively and that teaching them is intuitive. Teaching and evaluation must also be integrated into the clinical setting and the competencies must be valued by the organizational culture. The goal of this presentation is to address some of the challenges inherent in teaching and evaluating core competencies, to review effective methods for teaching and evaluating these competencies, and to highlight strategies that can be used to overcome common challenges. Sir William Osler has said that the greatest difficulty in life is to make knowledge effective, to convert it into practical wisdom. This adage also applies to the teaching and evaluation of core competencies. Plenaire lezing Yvonne Steinert, Ph.D. Centre for Medical Education, Faculty of Medicine, McGill University 26

27 Leren bij dieren: het verwerven van kennis en van vaardigheden Hooff JARAM van Dieren 'weten' gewoon waar ze aan toe zijn en wat ze moeten doen; dat heet 'instinct'. Wel, zo simpel is het niet. Dieren - en dan bedoelen we niet in de eerste plaats mosselen, zee-anemonen of pissebedden, maar vooral "ons soort dieren", zoogdieren, en ook vogels - blijken een heleboel te leren. Natuurlijk berust dit vermogen op erfelijke aanlegfactoren tot het opnemen en verwerken van informatie, die veelal evolutionair zijn aangepast aan de uitdagingen die de leefomgeving van een soort oplevert. Een tweetal beginselen van leerprocessen zijn algemeen bekend. Zo zijn we allemaal vertrouwd met de geconditioneerde reflex van Pavlov, die ten grondslag ligt aan associatief leren. Ook weten we allemaal dat het gezegde "door schade en schande wordt men wijs" een spreekwoordelijke verwijzing is naar de leertheorieën van Skinner: de belonende dan wel bestraffende gevolgen van een handeling bepalen het verdere optreden van die handeling. Het gaat hier om belangrijke beginselen, die de ontwikkeling van ons gedrag en de verwerving van kennis en vaardigheden bepalen. Het zijn echter niet de enige. De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor andere vormen van leren bij dieren, die ook bij onze eigen soort een belangrijke rol spelen. Het gaat hier vooral om processen die in een sociale context plaats vinden, zoals emotionele attitude-overdracht, imitatie en voorstellingsdeling. De vraag is in hoeverre sommige vormen van sociaal leren, zoals het overnemen van voorbeeldgedrag (imitatie) en zeker het gericht vertonen van voorbeeldgedrag (instructie) hogere vormen van bewustzijn en empathie veronderstellen. Het zijn immers processen die de vorming van tradities en cultuur mogelijk maken. Dit is het soort vragen waaraan in de voordracht aandacht zal worden besteed. Plenaire lezing Jan A.R.A.M. van Hooff 27

28 WORKSHOP Sessie A1: Klinisch onderwijs (A1.1) A1.1 Jongh TOH de Maak uw onderwijs in diagnostisch denken effectiever door de wijze waarop de casuïstiek wordt aangeboden bewust te hanteren 28

29 Maak uw onderwijs in diagnostisch denken effectiever door de wijze waarop de casuïstiek wordt aangeboden bewust te hanteren Jongh TOH de Leids Universitair Medisch Centrum NVMO CONGRES 2006 Thema De manier waarop de informatie in een casus wordt aangeboden heeft invloed op het proces van diagnostisch redeneren bij medische studenten. Opleiders zijn zich hier vaak onvoldoende bewust van. Doel De deelnemer kan na afloop de meest gebruikte diagnostische methoden benoemen en casuïstiek zo aanbieden dat het hanteren van de verschillende methoden door studenten wordt gestimuleerd. Doelgroep Beleidsmakers, docenten en studenten die betrokken zijn bij het onderwijs in klinisch redeneren aan medische studenten. Activiteiten deelnemers Als inleiding wordt een korte introductie gegeven over het diagnostisch proces in verschillende medische settings en de verschillende diagnostische methoden die daarbij kunnen worden gehanteerd. Daarna wordt m.b.v. een aantal casus met de deelnemers besproken welke diagnostische methode in elke casus wordt gehanteerd en waarom. De hierboven vermelde invloed, die de manier waarop de informatie in de casus wordt aangeboden heeft op het proces van diagnostisch redeneren bij medische studenten, staat hierbij centraal. De mogelijkheden om dit als docent bewust te gebruiken ten einde het onderwijs in klinisch redeneren effectiever te maken worden geïnventariseerd en bediscussieerd. Duur: 75 minuten Aantal deelnemers: max. 20 Trefwoord: klinisch onderwijs, docentprofessionalisering Wijze van presentatie: workshop Drs.T.O.H. de Jongh Leids Universitair Medisch Centrum Public health en Eerstelijnsgeneeskunde Postbus CB LEIDEN 29

30 POSTERS Sessie A2: Docentenprofessionalisering (A2.1 t/m A2.4) A2.1 Leliveld MJ Professionele ontwikkeling van docenten geneeskunde: een literatuuronderzoek A2.2 Remmelts P Feedback door aios op de docentcompetenties van stafleden: een instrument voor het monitoren van docentkwaliteit A2.3 Morlion B Focusgroepbijeenkomsten als aanvulling op elektronische docentenevaluatie A2.4 Verbinnen RLF Studietrajectbegeleiding in de medische opleiding: een werkbaar instrument in Vlaanderen, Nederland en Europa? 30

31 Professionele ontwikkeling van docenten geneeskunde: een literatuuronderzoek Leliveld MJ 1, Tartwijk J van 1, Bolk J 2, Verloop N 1 1 ICLON, Universiteit Leiden, 2 LUMC Leiden NVMO CONGRES 2006 Probleemstelling De opleiding Geneeskunde in Leiden heeft haar curriculum en onderwijsmethoden aangepast. Er is meer aandacht gekomen voor lesgeven in kleine groepen, activerende didactiek, het gebruik van klinische presentaties en nieuwe vormen van toetsing. Voor geneeskundeopleidingen is het implementeren van de dergelijke vernieuwingen in onderwijs- en toetsvormen geen gemakkelijke opgave, mede omdat dit voor veel docenten de ontwikkeling van nieuwe onderwijscompetenties vraagt. Dit onderzoek is opgezet met als doel de verdere professionalisering van de docenten van Leidse geneeskundeopleiding inhoudelijk voor te bereiden, te volgen en te evalueren. In dit onderzoek staat de vraag centraal: wat zijn voor docenten geneeskunde geschikte professionaliseringsaanpakken om te leren omgaan met nieuwe onderwijsmethoden? Eerste stap in dit onderzoek is om na te gaan wat er in de literatuur al bekend is over geschikte professionaliseringaanpakken en kenmerken hiervan voor docenten geneeskunde. Dit deelonderzoek is onderwerp van deze poster. Methode/ Opzet Er is een literatuursearch uitgevoerd in Web of Science en Pubmed. Voor deze search is een zoekterm samengesteld waarin de term professionele ontwikkeling, hoger onderwijs en docent worden gecombineerd. Vervolgens zijn samenvattingen van de gevonden artikelen gecodeerd. Resultaten/Ervaringen/Evaluaties Met deze literatuursearch zijn meer dan 700 artikelen gevonden. Aan de hand van de codering is een model gemaakt waarin professionaliseringsaanpakken en kenmerken hiervan systematisch worden beschreven. Conclusie/Implicaties voor de praktijk Het ontwikkelde model kan worden gebruikt om geschikte professionaliseringsaanpakken te selecteren. Deze aanpakken zullen worden getest binnen de Leidse geneeskundeopleiding. Dit model kan ook voor andere opleidingen dienen als handvat voor het opzetten van professionaliseringstrajecten. Trefwoord: docentprofessionalisering Wijze van presentatie: poster Drs. M.J. Leliveld ICLON, Universiteit Leiden Hoger Onderwijs Postbus RB LEIDEN 31

32 Feedback door aios op de docentcompetenties van stafleden: een instrument voor het monitoren van docentkwaliteit Remmelts P, Boendermaker PM, Spijkervet FKL, Bont LGM de UMC Groningen Probleemstelling In de basisopleiding geneeskunde is de kwaliteit van docenten een belangrijk aandachtspunt. Ook binnen de medische vervolgopleidingen bestaat, mede door de aandacht voor het ontwerpen en implementeren van een competentie gebaseerd curriculum, een groeiend besef van het belang van het evalueren van de kwaliteit van klinisch docenten. De vraag was of een bestaand instrument voor de toetsing van docentcompetenties, dat werd aangepast voor gebruik in de vervolgopleiding, voldoet voor deze situatie. Methode Een vragenlijst van de Universiteit van Maastricht gericht op docentkwaliteit in de basisopleiding is aangepast aan de medische vervolgopleiding. Dit 16 item instrument is op face-validiteit getoetst en geïmplementeerd binnen de afdeling Kaakchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. De focus was gericht op teamscores, als indicatie van de docentkwaliteit op afdelingsniveau en op de individuele docentscores als uitgangspunt voor persoonlijke verbetering. Negen aios retourneerden 81 vragenlijsten over tien stafleden betrokken bij het klinisch onderwijs. Resultaten De gemiddelde teamscores waren over het geheel bevredigend, alle items op drie na scoorden boven de 4 op een vijfpuntschaal. De individuele scores varieerden aanzienlijk, met een range van 1 tot 5, hetgeen wijst op mogelijkheden voor het verbeteren van de individuele docentcompetenties. Uitgaande van deze eerste ervaringen zal het instrument verder worden ontwikkeld voor gebruik als feedbackinstrument voor zowel teams als individuele docenten binnen de medische vervolgopleiding. Conclusie Bevredigende teamscores sluiten niet uit dat het monitoren van docentcompetenties aanleiding kan geven tot het vaststellen van individuele verbeterpunten. Dit instrument zal binnen de afdeling geïncorporeerd worden in de jaargesprekken om continue aandacht voor de docentcompetenties van de stafleden betrokken bij het klinisch onderwijs in de vervolgopleiding te waarborgen. Trefwoord: docentprofessionalisering/ kwaliteitszorg, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Drs. P. Remmelts UMC Groningen Wenckebach Instituut Postbus CC GRONINGEN 32

33 Focusgroepbijeenkomsten als aanvulling op elektronische docentenevaluatie Morlion B, Derese A, Rubens R Universiteit Gent NVMO CONGRES 2006 Probleemstelling Hoewel de jaarlijkse elektronische studentenbevraging de Kwaliteitscel Onderwijs een globaal beeld oplevert over alle opleidingsonderdelen en docenten van de faculteit, wordt vaak duidelijke feedback gemist met concrete verbeterpunten. Hiervoor worden, selectiever dan vroeger, focusgroepbijeenkomsten van studenten georganiseerd. Methode Een focusgroep bestaat uit twaalf studenten die een gestructureerd gesprek voeren over verschillende aspecten van de opleiding. De twaalf studenten worden at random geselecteerd, en via uitgenodigd. Vooraleer het groepsgesprek te starten vullen de studenten een gestructureerde vragenlijst in. Dit voorkomt dat tijdens het gesprek, door opmerkingen bepaalde meningen niet geuit worden. Tijdens het gesprek worden een aantal regels in acht genomen die de representativiteit van de verkregen antwoorden helpen garanderen.van elk focusgroepsgesprek wordt een verslag gemaakt. Hierin worden nooit namen van studenten vermeld. Ervaringen Net zoals de reactie van, of een gesprek met de docent leveren de focusgroepen aanvullende informatie op bij de elektronische onderwijsevaluatie. De drie invalshoeken samen zorgen voor een goed opgebouwd onderwijsdossier. De concrete opmerkingen en suggesties uit de focusgroepen zijn uitermate bruikbaar voor de opleidingscommissie, zowel voor het opleidingsprogramma als geheel als voor het opleidingsonderdeel. Focusgroepen zorgen voor grotere studentenbetrokkenheid en tevredenheid. De deelname aan de focusgroepen is bijna altijd maximaal. De studenten geven ook dat het gevoel 'hun zegje te kunnen doen' en 'gehoord te worden' sterker is dan bij de elektronische bevraging. Conclusie/Implicaties voor de praktijk Focusgroepbijeenkomsten blijken een erg nuttige aanvulling op de elektronische bevraging. Doordat ze onmiddellijk na of soms nog tijdens de looptijd van een opleidingsonderdeel plaatsvinden leveren ze sneller feedback dan de elektronische evaluatie die pas na afloop van de tweede examenzittijd georganiseerd kan worden. Gezien de grotere tijdsinvestering dienen ze gereserveerd te worden voor opleidings-activiteiten waar voor knelpunten wordt gevreesd. Trefwoord: evaluatie, kwaliteitszorg Wijze van presentatie: poster B. Morlion Universiteit Gent Kwaliteitscel Onderwijs De Pintelaan 185 (3K3) 9000 GENT België 33

34 Studietrajectbegeleiding in de medische opleiding: een werkbaar instrument in Vlaanderen, Nederland en Europa? Verbinnen RLF Vrije Universiteit Brussel Probleemstelling Op de faculteit Geneeskunde en Farmacie van de Vrije Universiteit Brussel is sinds 1 januari 2005 een project Studietrajectbegeleiding gestart.meer concreet is een voltijds adviserende studietrajectbegeleider ter beschikking van (potentiële) studenten, nationaal en internationaal, maar ook van docenten en andere betrokken bij het onderwijs. Met het project wordt beoogd de mogelijke problemen van het studietraject (zoals studieduurverkorting, elders verworven competentie en kwalificaties, voortgang, uitstroomanalyse, maar ook van curriculumopbouw, onderwijsvernieuwing, ) voortkomend uit de implementatie van het Bolognaproces aan te pakken. Medische studenten kunnen terecht met vragen over de impact van de Bologna declaratie en het -proces op hun medische studie en professionele mogelijkheden. Resultaten Studenten, docenten en administratie maken gretig gebruik van de ondersteuning van de studietrajectbegeleiders. Medische studenten worden begeleid bij het opstellen van een op maat gemaakt educationeel pad in functie van hun studiegeschiedenis en hun professionele aspiraties. De studietrajectbegeleiders zitten met hun activiteiten op de overlapping tussen inhoudelijke en administratieve implementatie van het Bolognaproces, en voor wat betreft hun inbreng naar de studenten op de grens tussen dienst- en hulpverlening. Conclusie De studietrajectbegeleiders zijn na ruim een jaar sleutelfiguren geworden in de implementatie van het Bolognaproces en de coördinatie van studietrajecten en de mobiliteit van (medische) studenten. De door de Medische Scholen/Faculteiten in Vlaanderen/België gedecteerde specifieke noden voortkomend uit de implementatie van het Bolognaproces (w.o. toelatingsexamen, voortgangstoets, studentenmobiliteit, verzekeringen, uitstroommogelijkheden na de bachelor en master, specialiseren, contingentering, ) zullen voortduren. Het verdient aanbeveling dit project uit te breiden binnen België en met medische faculteiten in andere landen in Europa afstemming te zoeken om op die manier een kwalitatief netwerk te bekomen van ondersteuning in de mobiliteit van studenten en docenten. Trefwoord: studentbegeleiding Wijze van presentatie: poster Dr. R.L.F. Verbinnen Vrije Universiteit Brussel Faculteit Geneeskunde en Farmacie Laarbeeklaan BRUSSEL België 34

35 POSTERS Sessie A3: Vervolgopleiding (A3.1 t/m A3.4) A3.1 Wijnen-Meijer M Het gebruik van 'Entrustable Professional Activities' bij de concretisering van competenties naar de opleidingspraktijk A3.2 Jippes E Invoeren van onderwijsvernieuwingen op de werkvloer door beïnvloeding van communicatiestromen A3.3 Meininger AK Ontwikkeling van een competentiegericht medisch curriculum met behulp van een opleidingstabel A3.4 Goor H van Resultaten van een gestructureerde beoordeling van basisvaardigheden gastrointestinale chirurgie bij tweedejaars AIOS heelkunde 35

36 Het gebruik van 'Entrustable Professional Activities' bij de concretisering van competenties naar de opleidingspraktijk Wijnen-Meijer M, Cate ThJ ten UMC Utrecht Probleemstelling Op welke wijze kunnen CanMEDS-competenties worden geconcretiseerd voor de opleidingspraktijk? Inleiding en achtergrond Er wordt momenteel door verschillende wetenschappelijke verenigingen gewerkt aan de modernisering van de medische vervolgopleidingen. Uitgangspunt daarbij is dat de opleidingen competentiegericht opgezet moeten worden, waarbij in Nederland de CanMEDS-competenties het kader vormen voor de vernieuwing van de medische vervolgopleidingen. Een belangrijk kenmerk van competentiegericht onderwijs is dat de beroepspraktijk het uitgangspunt is van de opleiding. Een probleem daarbij is echter dat de CanMEDS-competenties redelijk abstract geformuleerd zijn en niet gekoppeld aan concrete beroepssituaties. Om specialistenopleidingen competentiegericht te kunnen opzetten, moet dus op een of andere manier de koppeling gemaakt worden tussen CanMEDS en de dagelijkse praktijk. Methode Er is daarom een instrument ontwikkeld om de kritische beroepsactiviteiten in kaart te brengen. Dit instrument betreft de zogenaamde Entrustable Professional Activities (EPA's). Een Entrustable Professional Activity is een kritische beroepsactiviteit die men kan toevertrouwen' aan een assistent in opleiding op het moment dat voldoende competentie is verworven om de activiteit zelfstandig uit te voeren. Vóór dat moment is supervisie nodig, daarna niet. De assistent is een drempelwaarde van competentie gepasseerd. De assistent die alle bij het specialisme behorende EPA s zelfstandig kan uitvoeren, heeft het eindniveau van de opleiding bereikt. Bij de ontwikkeling van de opleidingsplannen van een aantal medische vervolgopleidingen, is gestart met het formuleren van Entrustable Professional Activities om de beroepspraktijk te beschrijven. Deze EPA s vormden de basis voor de ontwikkeling van het curriculum en de toetsing. Conclusie De geformuleerde EPA s blijken een goed uitgangspunt te zijn voor de ontwikkeling van de curricula voor competentiegerichte medische vervolgopleidingen. De EPA s bieden houvast bij de uitwerking van zowel de inhoud als de vormgeving van de opleiding als de toetsing. Het concept van Entrustable Professional Activities is bruikbaar voor de ontwikkeling van een competentiegericht curriculum. In deze posterpresentatie wordt, aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden, uitgelegd hoe EPA s geformuleerd kunnen worden en op welke manier ze gebruikt kunnen worden bij curriculumontwikkeling en toetsing. Trefwoord: vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Drs. M. Wijnen-Meijer UMC Utrecht Expertisecentrum voor onderwijs en opl. Huispost HB 4.05 Postbus GA UTRECHT 36

37 Invoeren van onderwijsvernieuwingen op de werkvloer door beïnvloeding van communicatiestromen NVMO CONGRES 2006 Jippes E¹, Achterkamp, MC² ¹Wenckebach Instituut, Universitair Medisch Centrum Groningen,²Rijksuniversiteit Groningen Probleemstelling Per 1 januari 2005 heeft het Centraal College Medisch Specialisten (CCMS) een aantal eisen gesteld aan de opleiding tot medisch specialist. De opleiding moet competentiegericht en modulair worden opgezet en er moet gebruik gemaakt worden van het portfolio en de Korte Praktijk Beoordeling (KPB).De 27 wetenschappelijke verenigingen zijn druk doende om de vernieuwingen te verwerken in hun opleidingsplannen. Die geven richting aan de hervormingen van opleidingen door honderden opleiders. Uiteindelijk zullen duizenden medisch specialisten op de werkvloer de aios meer competentiegericht op moeten leiden. In deze poster wordt een conceptueel model gepresenteerd waarin factoren zijn opgenomen die het succes van de invoering van de vernieuwingen op de werkvloer van medische afdelingen voor een belangrijk deel kunnen verklaren. Dit conceptueel model maakt onderdeel uit van een promotieonderzoek naar het optimaliseren van het innovatieproces van de CCMS-vernieuwingen. Methode Greenhalgh (2004) heeft een zeer uitgebreide literatuurreview verricht naar factoren die te maken hebben met de diffusie van innovaties in de gezondheidszorg. Uit haar review zijn factoren geselecteerd die: 1. Een belangrijke rol spelen bij de implementatie van vernieuwingen zoals het CCMS die voorstaat op de werkvloer 2. Beïnvloedbaar zijn door de opleider Resultaten Uit het review van Greenhalgh blijkt dat vele disciplines zich met innoveren bezig houden en dat innovatievraagstukken vanuit vele invalshoeken zijn onderzocht. Bijvoorbeeld vanuit de gebruikers, de innovatie zelf, de organisatie, de omgeving en het innovatieproces. Een wetenschappelijke waardevolle richting voor vervolgonderzoek acht Greenhalgh onderzoek naar absorptive capacity; de mate waarin organisaties in staat zijn kennis te absorberen en om te zetten in vernieuwingen. Een belangrijke rol bij absorptive capacity spelen drie communicatieaspecten; hechtheid, centraliteit en segmentatie (bestaan van subgroepen) van communicatie op medische afdelingen. Deze communicatieaspecten voldoen boven dien aan beide selectiecriteria: Ad1. De implementatie van de CCMS-vernieuwingen vergt gedragsveranderingen (competentiegericht opleiden op de werkvloer) van alle betrokken medisch specialisten. De drie communicatieaspecten beïnvloeden de mate waarin gewenst gedrag zich verspreid. De hechtheid van communicatie (hoeveelheid contacten) beïnvloedt de normering van gedrag. De centraliteit (mate waarin personen participeren in de communicatie) beïnvloedt de mate waarin de gedragsverandering gestuurd wordt. De segmentatie (bestaan van subgroepen) kan de communicatie belemmeren. Ad2. Communicatiestromen zijn gericht te beïnvloeden door bijvoorbeeld structureel of incidenteel werkoverleg. Conclusie / implicaties voor de praktijk Vervolgonderzoek betreft de exacte relatie tussen communicatiestromen en de mate waarin de CCMS-innovaties op de werkvloer worden gebruikt. De instrumenten die hiervoor worden gebruikt geven opleiders / managers meteen zicht op de communicatiestromen op een medische afdeling. De conceptuele uiteenzetting in deze poster zijn mogelijk een eye-opener voor opleiders en managers. Trefwoord: curriculumontwikkeling, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Drs. E. Jippes UMC Groningen Wenckebach Instituut Hanzeplein CC GRONINGEN 37

38 Ontwikkeling van een competentiegericht medisch curriculum met behulp van een opleidingstabel Meininger AK, Bakker PM UMC Groningen Achtergrond In het medisch onderwijs neemt het ontwikkelen van competentiegerichte curricula hand over hand toe. Landelijk is door het Centraal College Medisch Specialismen vastgesteld dat ook de curricula voor de medische vervolgopleidingen competentiegericht opgezet moeten worden. Hiervoor zijn tevens enkele criteria geformuleerd. Hoe competentiegericht opleiden en leren in de opleiding(spraktijk) kan worden vorm gegeven, is in curricula tot dusverre niet duidelijk omschreven. Onderzoek Door het Wenckebach Instituut is een literatuurstudie gedaan naar de ontwikkeling van competentiegerichte curricula. Daarnaast heeft een studie plaatsgevonden naar instrumenten die gebruikt worden door opleiders en docenten om een competentiegericht curriculum vorm te geven. Resultaten Gebleken is dat er verschillende stappen genomen kunnen worden tijdens de ontwikkeling van competentiegerichte curricula. Er zijn echter nog weinig instrumenten beschikbaar voor de vormgeving van een competentiegericht curriculum. Op basis van hetgeen gevonden is, is een opleidingstabel ontwikkeld. De opleidingtabel kent de volgende kolommen: opleidingsmomenten, taken, competenties, kritische situaties en toetsing. Conclusie De ontwikkelde opleidingstabel zal zijn nut in de toekomst nog moeten bewijzen. Echter uit de studie die is uitgevoerd blijkt dat onderzoek naar de koppeling van de competenties aan de opleidingspraktijk en de ontwikkeling van hulpmiddelen voor de uitvoerders hiervan noodzakelijk is voor een goede implementatie van competentiegericht curricula. Trefwoord: vervolgopleiding, competentie gericht curriculum Presentatie: poster A.K. Meininger UMC Groningen Wenckebach Instituut Medische vervolgopleidingen Hanzeplein RB GRONINGEN 38

39 Resultaten van een gestructureerde beoordeling van basisvaardigheden gastro-intestinale chirurgie bij tweedejaars AIOS heelkunde Goor H van, Ankersmit-ter Horst MFP UMC St Radboud Sinds 1999 wordt tweejaarlijks de driedaagse basiscursus Gastro-Intestinale chirurgie gehouden voor tweedejaars AIOS in de common-trunk chirurgie. De cursus bestaat uit een deel zogenaamde conventionele chirurgie (1,5 dag theoretische en praktische training in aanleggen van darmanastomosen en stomata in een varkensdarmmodel) en een deel laparoscopische chirurgie (1,5 dag theoretische en praktische training in basisvaardigheden laparoscopische chirurgie waaronder cholecystectomie en appendectomie in een boxtrainer met varkensorganen). Onderzoeksvraag was of deze cursus leidt tot een toename in chirurgische basisvaardigheid en of de bereikte vaardigheid in de conventionele chirurgie correspondeerde met de vaardigheid in de laparoscopische chirurgie. In 2005 zijn daartoe bij de deelnemers een praktische pre-en posttoets conventionele chirurgie afgenomen (vervaardigen van een anastomose bij een varkensdarm met respectievelijk twee technieken) en is de uitvoering van een laparoscopische cholecystectomie in de boxtrainer getoetst (dus alleen posttoets!). Alle toetsen bestonden uit een door de Royal College of Surgeons gevalideerde OSATS alsmede een cijfermatige beoordeling van het behaalde resultaat (rapportcijfer tussen 1 en 10). De OSATS voor de conventionele toets bestond uit 6 domeinen betrekking hebbend op hanteren van instrumenten, ergonomie, procedure stappen en techniek van het hechten en knopen. De OSATS voor de laparoscopische toets bestond uit 5 domeinen betrekking hebbend op hanteren instrumenten, ergonomie, procedure stappen, weefselbeoordeling en veiligheid diathermiegebruik. Bij de conventionele pretoets werd de gemaakte darmnaad tevens beoordeeld op lekkage. Er werd gescoord m.b.v. een vijfpuntsschaal. De maximale score voor een conventionele toets was 30 en voor de laparoscopische toets 25. De acht beoordelaars waren ervaren gastro-intestinale chirurgen die de groep ook begeleidde tijdens de oefeningen. De onderzoeksgroep bestond uit 50 AIOS die tussen de 9 en 18 maanden in opleiding waren voor een heelkundig specialisme. De mediane (spreiding) score voor de pretoets en voor de posttoets was respectievelijk 3.5 ( ) en 4.0 ( ). De gemiddelde stijging (spreiding) in score was 0.67 ( ). Zeven van de 50 AIOS (14%) gingen in score achteruit. 22 van de 48 (46%) doorgemeten anastomosen in de pretest lekte bij de waterproef. De mediane (spreiding) score van de laparoscopie toets was 3.7( ). Bij verdere analyse zal o.a. worden gekeken of bepaalde domeinen significant slechter scoren dan andere, of lagere scores in de pretoets overeenkomen met lagere scores in de posttoets en of een hoge of lage score in de conventionele posttoets een voorspellende waarde heeft voor een hoge of lage score in de laparoscopietoets. Resultaten van deze uitgebreidere analyses zullen worden gepresenteerd. Trefwoord: vaardigheidsonderwijs, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Dr. H. van Goor UMC St Radboud Heelkunde Postbus HB NIJMEGEN 39

40 POSTERS Sessie A4: Onderwijsvormen, vaardigheidsonderwijs (A4.1 t/m A4.4) A4.1 Duijnhoven EM van Samenwerking tussen het skillslab van de Universiteit Maastricht en de Hogeschool Zuyd bij de opleiding tot nurse practitioner A4.2 De Wispelae C Simulatie-instructiepatiënten in de training en toetsing Integrale Consultvoering A4.3 Heyligers IC Trainen van chirurgische vaardigheden aan AIOS Orthopaedie met gebruik van computer navigatie. Een pilot study. A4.4 Aubry C Pilootproject studentopleiders ter ondersteuning van het oefenen van technische vaardigheden bij studenten geneeskunde 40

41 Samenwerking tussen het skillslab van de Universiteit Maastricht en de Hogeschool Zuyd bij de opleiding tot nurse practitioner Duijnhoven EM van 1, Bours G 2, Korsten T 2, Verwijnen M 1 1 Universiteit Maastricht, 2 Hogeschool Zuyd Probleemstelling In augustus 2005 is aan de Hogeschool Zuyd (HS Zuyd) in Heerlen een nieuwe masteropleiding tot nurse practitioner van start gegaan. Het concept voor deze opleiding werd overgenomen van de Hanze Hogeschool in Groningen. In het kader van de nurse practitioner opleiding dienen de studenten o.a. fysisch-diagnostische vaardigheden aan te leren. De HS Zuyd besloot hiervoor geen eigen vaardigheidsonderwijs te ontwikkelen, maar te evalueren of aansluiting bij de expertise op het gebied van fysisch-diagnostische vaardigheden van de UM mogelijk was. De vraagstelling was of, en zo ja, hoe en in welke vorm, doceren van fysisch-diagnostische vaardigheden aan de studenten van de HS Zuyd op het skillslab in Maastricht zou kunnen plaats vinden. Methode In een eerste overleg tussen de samensteller van het curriculum van de HS Zuyd en de aangewezen contactpersoon binnen het skillslab werden op gebied van inhoud van het curriculum en logistieke zaken in gezamenlijk overleg plannen opgesteld. In enkele volgende gezamenlijke besprekingen werden deze plannen verder geconcretiseerd en zo nodig bijgesteld. Door de contactpersoon van het skillslab werden ze schriftelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het managementteam. Na goedkeuring kwamen ze ter inzage van alle medewerkers. Uiteindelijk werden de definitieve plannen in een plenaire bespreking met alle skillslabmedewerkers mondeling toegelicht, om een goed draagvlak te scheppen onder alle betrokkenen bij implementatie, uitvoering en ondersteuning van het onderwijs. Resultaten Vanaf september 2005 vinden alle fysisch-diagnostische trainingen van de HS Zuyd op het skillslab van de UM plaats, direct voorafgaand aan de daarmee samenhangende overige praktische en theoretische lessen in Heerlen. De vaardigheidstrainingen bevatten o.a. fysische diagnostiek van longen, hart- en vaten, buik, en verder KNO, oogheelkunde, bewegingsapparaat, neurologie en gynaecologie. De studenten gebruiken dezelfde leerboeken en krijgen les van dezelfde docenten als de studenten geneeskunde en de inhoud van de trainingen is ook grotendeels conform de inhoud van de overeenkomstige trainingen aan de jongerejaars studenten geneeskunde. Problemen ontstonden met name op het gebied van opbouw van en informatievoorziening over ontkleding en ten aanzien van expliciete eisen voor inroostering. Studentenevaluaties van de trainingen op het skillslab leveren een zeer goede waardering op. Ook de betrokken skillslab-docenten zijn zeer enthousiast over het onderwijs aan de hogeschoolstudenten. Conclusie Uitvoering van goed aansluitend vaardigheidsonderwijs voor nurse practitioner studenten van de HS Zuyd door het skillslab van de Universiteit Maastricht is inhoudelijk en logistiek goed mogelijk gebleken. Zowel van studenten als docenten lijken voornamelijk positieve reacties te komen. Ook overige hogescholen zouden aansluiting bij de bestaande expertise in nabijgelegen medische faculteiten dienen te overwegen. Trefwoord: evaluatie, vaardigheidsonderwijs Wijze van presentatie: poster Dr. E.M. van Duijnhoven Universiteit Maastricht Skillslab Toon Hermanssingel BT SITTARD 41

42 Simulatie-instructiepatiënten in de training en toetsing Integrale Consultvoering De Wispelaere C, Haeck K, Reniers J, Mariën B, Poelman T, Hugelier F, Tency I, Deveugele M, Derese AGM Universiteit Gent Probleemstelling Skillslabonderwijs beoogt de studenten maximaal voor te bereiden op het contact met echte patiënten. In het nieuwe curriculum (gestart in ) begint het onderwijs in klinische en communicatieve vaardigheden vanaf het eerste jaar. Pas sinds (bij het begin van het zesde jaar) en sinds aprilmei 2006 (in het vierde jaar) worden klinische vaardigheden en communicatie samen geoefend in de context van hele consultaties. De competentie Integrale Consultvoering wordt beoordeeld in één station van het Geïntegreerd Klinisch Eindexamen op het eind van het zesde jaar. Hiervoor werden 16 patiëntrollen aangemaakt, met bijbehorende scoringslijsten (communicatieve èn klinische anamnese-, onderzoeks- en beleidsvaardigheden). Omdat het (voor onze instelling) om nieuw onderwijs ging werd de appreciatie door de studenten nagegaan, en de betrouwbaarheid van de beoordeling in een toetssituatie. Methode, Opzet Simulatie Instructie Patiënten (SIPs) worden getraind om scripts te spelen rond een medisch probleem (moeheid, hoesten, dyspnoe, hartkloppingen) en hierover feedback te geven. De studenten roteren (in Skillslabonderwijs) in groepjes van 4-5 over verschillende cases (45 min per casus). Elke casus wordt gesuperviseerd door een getrainde arts (huisarts of specialist). Er wordt aandacht besteed aan de artspatiënt communicatie, anamnese en klinisch onderzoek, klinisch redeneren en advies geven. In het vierde jaar blijven de cases binnen één klinisch domein, in het zesde jaar zijn ze complexer. Getoetst wordt via een OSCE-examen (15 min per station). De communicatieve component van de scorelijst is dezelfde als in de communicatiestations, de medische component is overlegd met de vakspecialist en gebaseerd op de best beschikbare evidentie. Het nut van het onderwijs werd geëvalueerd werd via 16 stellingen die de studenten op het eind van de trainingsreeks (schriftelijk) dienden te scoren op een 5 punts-likert-schaal ( van helemaal eens tot 'helemaal oneens ) en via een reflectievergadering met SIPs en supervisoren. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid werd nagegaan door ieder van de 8 observatoren afzonderlijk een video met meerdere (of aantal?) SIP-student oefensituaties te laten scoren. De consistentie van de SIP-vertolking berust op indrukken van de observatoren tijdens de oefensituaties en het GKE-examen. Resultaten of Ervaringen/Evaluaties Studenten, supervisoren en SIPs zijn erg opgetogen over de training. De respons op de studentenenquête was 93 % (104/112). Van de respondenten vindt 92 % (96/104) de training 'zeer nuttig' of 'nuttig'. Dit ligt in de zelfde grootte-orde als een 'real life' simulatie op een gecomputeriseerde reanimatiepop, en duidelijk hoger dan het internistisch (35 %) of het gynecologisch onderzoek (56 %). De studenten verkiezen deze vorm van training boven de louter communicatieve training. Sommige studenten vinden ze intensief en confronterend. Wat betreft de toetsing blijkt het moeilijk een goede inter-observer overeenkomst, en een consistente vertolking van de rollen door de SIPs te bereiken. Conclusie / Implicaties De training Integrale Consultvoering werd door de studenten als nuttig ervaren. Gezien de beperkte SIPconsistentie en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid werd het aandeel in de totaalscore voor het GKE beperkt (2,5 % van het totaal aantal punten). Nagegaan zal worden (o.m. via literatuurstudie)hoe hierin verbetering kan worden gebracht. Trefwoord: skillslab, vaardigheidsonderwijs Wijze van presentatie: poster Mevr. Christine De Wispelaere Skillslab GE Universiteit Gent UZ 0 K3 De Pintelaan 185 B-9000 GENT België 42

43 Trainen van chirurgische vaardigheden aan AIOS Orthopaedie met gebruik van computer navigatie. Een Pilot study. Heyligers IC 12, Grimm B 1 1 Afdeling Orthopaedie, 2 Leerhuis Atrium MC, Heerlen. Inleiding Computer navigatie wordt toegepast in de Orthopaedie om plaatsing van implantaten met meer precisie te kunnen verrichten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kwantitatieve informatie op een computerscherm over de positie van het botstuk, de instrumenten en de implantaten. Feedback is ook een belangrijk instrument bij het aanleren en toetsen van vaardigheden van AIOS ( shows how in de piramide van Miller). De hypothese is dat deze techniek effectief kan worden gebruikt bij de opleiding van orthopaedisch chirurgen. Hierbij kunnen vaardigheden worden aangeleerd en getoetst in vitro totdat een objectief voldoende niveau bestaat om over te gaan tot het uitvoeren van (een deel van) de operatie bij patiënten. Methode. Een knie prothese (Scorpio, Stryker) werd geplaatst op femur en tibia modellen van kunststof met gebruik van de conventionele instrumenten set. Een Stryker navigatie unit werd gebruikt om visuele informatie te geven over positie van instrumenten en implantaten ten opzichte van het botstuk. De operatie werd drie keer uitgevoerd: een eerste keer zonder feedback van de navigatiegegevens; het computerscherm was van de operateur weggedraaid. Een tweede keer, waarbij de navigatiegegevens op het computerscherm werden gebruikt voor instructie. En een derde keer waarbij het computerscherm weer van de operateur was weggedraaid. Drie AIOS Orthopaedie zonder enige ervaring in het plaatsen van knie prothesen doorliepen alle drie de ronden. Twee ervaren orthopaedisch chirurgen voerden één sessie uit zonder terugkoppeling van navigatiegegevens. Een fout score werd gebruikt om de precisie van instrumenten en implantaten te kunnen kwantificeren: 1 punt per graad of mm afwijking van het optimum in 10 parameters. Resultaten De totale fout score van de beginsessie was hoger voor twee beginners (24/28), dan voor de experts (14/14). Werd echter één bepaalde parameter ( rotatie tibiacomponent ) niet in de beoordeling meegenomen dan waren de scores gelijk (11/12/16 vs 12/14).Werd alleen gekeken naar het verschil tussen instrument positie en implantaat positie (nauwkeurigheid osteotomie), dan waren de beginners beter dan de experts (6/6/6 vs 7/9). Tijdens de tweede sessie (met navigatie) presteerden alle beginners beter dan de experts zonder navigatie. Tijdens de derde sessie waren de fout scores van twee beginners toegenomen ten opzichte van de tweede sessie en zelfs hoger dan de eerste. Conclusies De chirurgische precisie van beginners met navigatie was beter dan die van experts zonder navigatie. In deze pilot studie kon een trainingseffect niet worden aangetoond. Mogelijke verklaringen zijn vermoeidheid, te kleine groepsgrootte en het ontbreken van een controle groep. Met deze methode kunnen verschillen in chirurgische precisie worden gemeten tussen beginners en experts. De nauwkeurigheid van de osteotomie blijkt hierbij een belangrijke factor te zijn. Deze methode zal worden gebruikt om de hypothese te toetsen in een grotere gecontroleerde studie. Trefwoorden: training chirurgische vaardigheden, navigatie, feedback, AIOS Orthopaedie. Wijze van presenteren: poster. Dr. I.C. Heyligers Atrium MC Henri Dunantstraat PC HEERLEN 43

44 Pilootproject studentopleiders ter ondersteuning van het oefenen van technische vaardigheden bij studenten geneeskunde Aubry C KU Leuven Probleemstelling Perkins (2002) en Goodfellow (2001), toonden aan dat peer-assisted learning (de begeleiding door medestudenten of hogerejaars studenten) een meerwaarde betekent zowel voor de studentopleider als voor de student die de begeleiding ontvangt. Vaardigheden aanleren is een arbeidsintensief proces: studenten krijgen in kleine groep de kans om, na een demonstratie, de vaardigheid een eerste keer te oefenen onder begeleiding van een docent. Nadien kunnen zij vrijwillig komen oefenen in het vaardigheidscentrum. Ervaring leert dat, naast het aanwezige didactische materiaal op de elektronische leeromgeving, studenten toch nog de nood ervaren aan begeleiding tijdens deze oefensessies. Het aanbod van bijkomende begeleiding is beperkt door het gebrek aan docententijd. Dit gaf aanleiding tot het opstarten van een pilootproject waarbij studentopleiders werden ingezet om studenten van het tweede masterjaar te begeleiden in voorbereiding op de vaardighedentoets. De volgende vragen zijn onderzocht: wat is de perceptie van de studentopleiders en de studenten die begeleid werden over dit project en hoeveel studenten hebben gebruik gemaakt van de begeleiding? Methode/opzet Er was een grote interesse en motivatie om deel te nemen aan dit project. Er werden 25 studentopleiders geselecteerd uit het eerste en tweede masterjaar en zij kregen een diepgaande training in de vaardigheden die ze begeleiden en werden opgeleid in onderwijskundige basisvaardigheden om deze vaardigheden te kunnen overbrengen aan medestudenten. De perceptie van de studenten en studentopleiders werd bevraagd aan de hand van een lijst van 13 stellingen met 6 punts-likertschaal en enkele open vragen. Resultaten Elke studentopleider heeft gedurende 6 uren een groep van 8 studenten van het tweede masterjaar begeleid. Van de studenten kon 85 % (n= 221) zich vrijwillig inschrijven en heeft dit minstens 1 keer gedaan. In totaal werden er 50% bijkomende kansen geboden om gedurende 1 uur begeleid te worden: er werd 1200 begeleide oefenuren extra geboden. De studentopleiders (n=22) zijn erg enthousiast over hun ervaring. De commentaren zijn unaniem positief: het is een rijke ervaring waarbij je een unieke kans krijgt om zelf op een geavanceerde manier bij te leren, het is verrijkend om te leren hoe je iemand iets aanleert. Dit zou een meerwaarde kunnen betekenen voor hun toekomstige rol als stagebegeleider. Zij vragen wel een betere opvolging in verband met hun competenties. De helft van de studenten heeft de vragenlijst ingevuld; 90% van de studenten vond deze sessies noodzakelijk en ervoer een toename van hun competentie; 50% twijfelde soms of de studentopleiders de vaardigheden op de juiste manier aanleerden. De vaardighedentoets was vergelijkbaar met de toets van vorig jaar: zelfde stations en zelfde beoordelaars. Deze laatsten waren unaniem: op alle stations behalve één scoorden de studenten beter dan vorig jaar. Evaluatie Dit project zal verder gezet worden maar de studentopleiders zullen meer supervisie krijgen van de docenten. Er zal worden onderzocht in hoever studentopleiders kunnen ingezet worden om de praktijk van BLS (Basic Life support) te geven aan studenten van het eerste bachelor. Trefwoord: studentbegeleiding, vaardigheidsonderwijs Wijze van presentatie: poster C. Aubry KU Leuven, Faculteit geneeskunde Vaardigheidscentrum O&N 2 Postbus LEUVEN België 44

45 POSTERS Sessie A5: Onderwijsinnovaties, ICT (A5.1 t/m A5.4) A5.1 Mulder WMC Het maken van een behandelplan voor een virtuele patiënt: alleen zinvol wanneer het verplicht gesteld wordt? A5.2 Mostaert C Een elektronisch zelfstudiepakket over spraak- en taalstoornissen voor de opleiding logopedie A5.3 Diepmaat FG Vinden docenten MeSH een geschikt instrument voor het beschrijven van hun COO lessen? A5.4 Clercq V de Studenten op stage: voor en nadelen van E-begeleiding 45

46 Het maken van een behandelplan voor een virtuele patiënt: alleen zinvol wanneer het verplicht gesteld wordt? Mulder WMC, Ufkes JGM, Sijstermans R, Michel MC Academisch Medisch Centrum UvA Probleemstelling Het farmacologieonderwijs in het huidige curriculum geneeskunde aan de UvA vindt voornamelijk plaats in de vorm van hoorcolleges. Zelfstudie is niet gestructureerd en toepassing van de farmacologische kennis vindt pas plaats in de (pré)coschappen. Uitbreiding van de onderwijstijd in de vorm van werkgroepen is niet mogelijk. Computerondersteund onderwijs in de vorm van het maken van een behandelplan voor een virtuele patiënt zou aan deze lacune tegemoet kunnen komen. Methode Observationeel onderzoek in september 2005 (4e studiejaar) en februari-maart 2006 (3e studiejaar) Opzet Aan studenten in de blokken 'Beweging' (4e studiejaar) en 'Voeding en spijsvertering' (3e studiejaar) werd via Blackboard een facultatieve casus voorgelegd waarin een patiënt met een in dat blok behandeld ziektebeeld medicamenteus behandeld moet worden. De studenten waren onderverdeeld in groepen van studenten en werden gevraagd eerst in tweetallen een keuze te maken voor een bepaald geneesmiddel voor de betreffende patiënt, deze keuze in de gehele groep te beargumenteren en uiteindelijk per groep tot een gezamenlijk behandelplan te komen. Dit therapieplan werd per naar de docent gestuurd, waarop per feedback en een modelantwoord gegeven werd. Na afloop van het blok zijn alle studenten verzocht het evaluatieformulier op Blackboard in te vullen. Evaluatie Slechts acht van de 320 vierdejaarsstudenten leverden 6 antwoorden in (twee tweetallen). In totaal werden 65 evaluaties ingevuld, deels door studenten die de casus niet gemaakt hebben. Tijdens de nabespreking van het blok bleek dat de groepsindeling, die niet overeen kwam met de indeling van practicumgroepen, een belangrijke belemmering vormde. In het derde studiejaar is vervolgens de groepsindeling aangehouden volgens de practicumgroepen. Slechts één van de 340 derdejaarsstudenten leverde een antwoord in. Er werden 24 evaluaties ingevuld door studenten die de casus niet gemaakt hebben. De studenten staan positief ten opzichte van een casus als manier om de studiestof te bestuderen. Werken in tweetallen wordt als zinvol beschouwd, maar het werken via Blackboard wordt lastig gevonden. De belangrijkste argumenten om niet aan deze onderwijsvorm deel te nemen bleken het vrijblijvende karakter en de inschatting dat het teveel tijd zou kosten. Conclusie Derde- en vierdejaarsstudenten geneeskunde denken dat het maken van een behandelplan voor een virtuele patiënt een zinvolle, maar tijdrovende manier is om de studiestof te bestuderen. In het huidige UvA curriculum zijn zij niet gemotiveerd van deze facultatieve onderwijsvorm gebruik te maken. Inbedding in het rooster en verplicht stellen worden door de studenten aangedragen als mogelijke stimulans om aan deze onderwijsvorm te participeren. Trefwoord: onderwijsinnovatie, basisopleiding Wijze van presentatie: poster Dr. W.M.C. Mulder Academisch Medisch Centrum UvA Farmacologie & Farmacotherapie L Postbus DD AMSTERDAM 46

47 Een elektronisch zelfstudiepakket over spraak- en taalstoornissen voor de opleiding logopedie Mostaert C, Taillieu I, Borsel J van, Morlion B, Derese A Universiteit Gent Probleemstelling Het leren herkennen van spraak- en taalstoornissen is essentieel in de opleiding logopedie. Tot op heden werd dit vooral geoefend en geleerd in rechtstreeks contact met patiënten gedurende de stage. Voor logopediestudenten zou het interessant zijn als zij deze vaardigheid eerder in de opleiding zouden kunnen oefenen. Een zelfstudiepakket gebaseerd op audiovisueel materiaal van patiënten kan hen daarbij helpen. Voor deze studie werd het plan opgevat een zelfstudiepakket op te stellen waarin dit mogelijk is: studenten kunnen patiëntenmateriaal naar eigen behoefte en aan eigen tempo raadplegen. De vraag is of het mogelijk is een dergelijke module aan te maken, uitgaande van het beeldarchief met (analoge) videobeelden van de dienst Logopedie. Methode/Opzet Er waren in totaal zesenveertig VHS-banden (146 uur beeldmateriaal van patiënten) ter beschikking, die opgenomen waren in het Universitair Ziekenhuis te Gent. De VHS-banden werden stuk voor stuk gedigitaliseerd. Uit de digitale versies werden fragmenten geselecteerd die het meest geschikt werden bevonden om de cursus Basisbegrippen in de logopedie te verduidelijken en te illustreren. De selectie gebeurde in nauw overleg met de vakdocent. De geselecteerde beelden werden door de ICT deskundige geknipt en in een zelfstudiepakket op Minerva (het leerplatform van de Universiteit Gent) geplaatst. Het pakket omvat korte fragmenten uit de cursus telkens vergezeld van bewegend beeldmateriaal. Ervaringen/Evaluatie De samenwerking tussen een inhoudsdeskundige en een ICT deskundige met achtergrond in het medisch onderwijs, is essentieel gebleken voor het ontwikkelen van een dergelijke module. Het opstellen van het zelfstudiepakket werd gestart met het onderwerp afasie uit het hoofdstuk Neurogene communicatiestoornissen. Daarbij bleek het (voor beide deskundigen) goed mogelijk om relevante beelden te selecteren bij de cursusinhoud. De kwaliteit van het oorspronkelijke beeld- en geluidsmateriaal bleek niet optimaal. Sommige zeldzame stoornissen zijn echter niet zo gemakkelijk opnieuw op te nemen. Conclusie/Implicaties voor de praktijk Wanneer bij de evaluatie van het zelfstudiepakket (in het komende academiejaar) zou blijken dat de module een meerwaarde biedt aan het opleidingsonderdeel zal wellicht worden overgegaan tot het maken van nieuwe, meer kwaliteitsvolle opnames. Het videomateriaal zal ook gebruikt worden voor het ontwerpen van een zelftoetsmodule. Hiervoor lijkt Curios, de toetsomgeving binnen het leerplatform Minerva, het aangewezen medium. Trefwoord: ELO/ICT, onderwijsvorm Wijze van presentatie: poster C. Mostaert Universiteit Gent Centrum voor Onderwijsontwikkeling 3K3 De Pintelaan GENT België 47

48 Vinden docenten MeSH een geschikt instrument voor het beschrijven van hun COO lessen? Diepmaat FG 1, Bloemendaal PM 2, Doets M 1, Eggermont S 1, Man AJM de 2, Vries Robbé PF de 3 1 Erasmus MC, 2 LUMC, 3 UMC St. Radboud Probleemstelling Het door de Stichting SURF gesubsidieerde project SCALE (Study Coach and Learning Environment), waarin het LUMC, Erasmus MC, UMC St.Radboud en het UMC Utrecht participeren, heeft tot doel een vrij toegankelijke portal (zie: te ontwikkelen voor medisch Computer Ondersteund Onderwijs (COO). Elke COO-les is geklasseerd met medisch inhoudelijke, administratieve, onderwijskundige en technische trefwoorden. Voor de medisch inhoudelijke klassering is gebruik gemaakt van de Medical Subject Headings (MeSH), een trefwoordenlijst van ruim termen in een boomstructuur. Er is ook een Nederlandse vertaling beschikbaar. De meeste MeSH-termen zijn niet door docenten -de inhoudelijke experts- toegekend aan de lessen, maar door COO-ontwikkelaars of studentassistenten. Onderzocht wordt of docenten vinden dat MeSH-termen hun COO-lessen correct en voldoende beschrijven. Methode / Opzet In de periode maart tot en met september 2006 zijn tien docenten per deelnemende instelling geïnterviewd aan de hand van een vragenlijst. Eerst werd hen gevraagd om de COO-lessen, waarvoor ze zelf de inhoud hebben aangeleverd, te beschrijven met zelf gekozen trefwoorden. Vervolgens werden op papier de in medischonderwijs.nl toegekende MeSH-trefwoorden getoond met de vraag of deze de inhoud van de les goed weergeven en of deze voldoende dekkend zijn voor de inhoud van de les. Tegelijk werd de docent verzocht om aan te geven welke trefwoorden onjuist zijn of nog ontbreken. Tenslotte is gevraagd of een meer globale of juist meer gedetailleerde beschrijving op zijn plaats zou zijn. Ervaringen In maart 2006 waren 480 van de in totaal 668 ingevoerde lessen op de portal geklasseerd met gemiddeld 4.04 MeSH-termen per les. De gemiddelde diepte van de toegekende trefwoorden in de MeSH boom was 4.70 (variërend van 1 tot 9 niveau's onder de MeSH-root). Verreweg de meeste termen die toegekend zijn aan de COO-lessen zijn afkomstig uit de MeSH-tak 'Diseases' (1001 termen), maar ook 'Anatomy' (390), 'Analytical, Diagnostic and Therapeutic Techniques and Equipment' (228) en 'Biological Sciences' (209) zijn favoriet. Termen uit de takken 'Humanities', 'Technology and Food and Beverages' en 'Geographic Locations' zijn niet of nauwelijks gebruikt. Conclusie Uit eerste resultaten van dit onderzoek is gebleken dat de door docenten aangegeven trefwoorden in het onderzoek grotendeels overeenkomen met de MeSH-termen die in eerdere instantie in medischonderwijs.nl zijn gekoppeld aan hun COO-lessen. Derhalve lijken docenten tevreden met de toegekende MeSH-termen. Enkele docenten vinden de Nederlandse synoniemen niet helemaal correct. Trefwoord: ELO/ICT Wijze van presentatie: poster F.G. Diepmaat Erasmus MC Postbus CA ROTTERDAM 48

49 Studenten op stage: voor en nadelen van E-begeleiding Clercq V de, Koole B, Witvrouw E, Derese A Universiteit Gent Context Binnen een beroepsgerichte opleiding is ervaringsgericht leren via stage een noodzakelijke component. Gedurende de opleiding Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie (fysiotherapie) zijn studenten steeds minder op het opleidingsinstituut aanwezig en brengen ze steeds meer tijd door op de stageplaats. De mentor op de stageplaats speelt een centrale rol in het begeleiden van de studenten ter plaatse en het geven van feedback. Hieruit kan men concluderen dat de sturing van de studenten vanuit het opleidingsinstituut door stagebegeleiders vaak minimaal is. Sommige mentoren zijn onvoldoende opgeleid tot het geven van een kwaliteitsvolle begeleiding. De kennis en attitudes van de mentoren komen niet altijd overeen met deze van de opleiding. Een beperkte beschikbaarheid van de, veelal deeltijds, aanwezige stagebegeleiders leidt tot een bijkomende moeilijkheid voor een persoonlijke doeltreffende benadering van de studenten. Methode Een elektronisch systeem werd geïntroduceerd in de opleiding Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie (fysiotherapie) om flexibele communicatie mogelijk te maken tussen studenten en stagebegeleiders. Dit studentgecentreerde systeem gaf de studenten de mogelijkheid stagedocumenten te verzamelen en online beschikbaar te stellen aan hun stagebegeleiders. Deze konden het elektronische geheel steeds bekijken en op hun beurt direct feedback geven op de verschillende documenten binnen dit geheel. Resultaten Door de tijd- en plaatsonafhankelijkheid van het systeem ontstond frequente communicatie tussen studenten en stagebegeleiders. De student ontving bijgevolg tijdens de stageperiode zowel feedback van de externe mentor als van de stagebegeleider, resulterend in een grotere participatie van het opleidingsinstituut tijdens de stage, waarbij men korter op de bal kon spelen tijdens de stages. Het verzorgen van schriftelijke feedback bleek echter niet altijd evident en de stagebegeleiders meldden een gemis aan persoonlijk contact. Conclusie Het online communicatiesysteem kan het contact tussen de studenten op de stageplaats en de stagebegeleiders in het opleidingsinstituut bevorderen, resulterend in een extra begeleidingskanaal voor de studenten. Online communicatie werkt kwaliteitsverhogend voor de stagebegeleiding, maar vormt echter geen solitair begeleidingsmiddel. Optimalisering is mogelijk door middel van een goede wisselwerking tussen begeleiding door mentoren op de stageplaats enerzijds en begeleiding via online communicatie en life contacten tussen studenten en stagebegeleiders anderzijds. Opleidingssessies aan stagebegeleiders met betrekking tot het geven van schriftelijke feedback en het onderkennen van probleemsituaties bij studenten zijn aangeraden. Trefwoord: studentbegeleiding Wijze van presentatie: poster Correspondentieadres: Lic. Veerle De Clercq Universiteit Gent Vakgroep Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie Campus Heymans (UZ) 6K3 De Pintelaan 185 B-9000 Gent België 49

50 POSTERS Sessie A6: Co-assistentschappen, vervolgopleiding (A6.1 t/m A6.4) A6.1 Zwietering PJ Een nieuw onderwijsprogramma 'kwaliteit van zorg' in het Maastrichtse co-schap Huisartsgeneeskunde A6.2 Zwietering PJ Toetsing in het vernieuwde co-schap Huisartsgeneeskunde in Maastricht A6.3 Es JM van Bruikbaarheidsstudie Scoringslijsten 'Medisch Technische Vaardigheden' voor de huisartsopleidingpraktijk A6.4 Littooij AS Semi-arts stage Radiologie in de regio Utrecht: opzet en eerste ervaringen 50

51 Een nieuw onderwijsprogramma 'kwaliteit van zorg' in het Maastrichtse co-schap Huisartsgeneeskunde Zwietering PJ, Ottenheijm RPG, Metsemakers JFM Universiteit Maastricht NVMO CONGRES 2006 Inleiding Het vernieuwde co-schap Huisartsgeneeskunde in Maastricht bestaat uit zelfstandige patiëntcontacten, leergesprekken met de huisartsopleider en groepsbijeenkomsten tijdens de wekelijkse terugkomdagen op de faculteit. Daarnaast maken de co-assistenten een aantal opdrachten. Hoewel er binnen de Nederlandse gezondheidszorg een toenemende belangstelling is voor kwaliteit van zorg, wordt aan dit thema binnen de medische curricula amper aandacht besteed. In het vernieuwde curriculum is een onderwijsprogramma opgenomen over kwaliteit van zorg. De co-assistenten kiezen in overleg met hun huisartsopleider en begeleider een onderwerp met betrekking tot huisartsgeneeskundige zorg, waarbij de voorkeur uitgaat naar chronische aandoeningen. Meestal wordt er een thema gekozen met betrekking tot de kwaliteit van zorg bij diabetes mellitus, hart- en vaatziekten of astma/copd. Van de coassistenten wordt verwacht dat zij gegevens verzamelen over de structuur van de zorg (organisatie, registratie, automatisering), de processen in de zorg (opsporing, controles) of met betrekking tot uitkomst parameters (bijvoorbeeld de instelling van de diabetespatiënten). Daarnaast nodigen de co-assistenten indien nodig patiënten uit voor een gesprek op de praktijk om na te gaan welke redenen er zijn voor noncompliance of om gegevens, zoals risicofactoren te completeren. Vervolgens vergelijken de coassistenten gegevens van hun opleidingspraktijk met nationale referentiecijfers. Samen met hun huisartsopleider inventariseren de co-assistenten mogelijke redenen voor niet optimale zorg en maken een verbeterplan. Aan het eind van het co-schap beschrijven de co-assistenten wat ze hebben geleerd van deze opdracht en worden de uitgewerkte opdrachten gepresenteerd en bediscussieerd in de onderwijsgroep. Probleemstelling Aangezien de opdracht nieuw is binnen het co-schap Huisartsgeneeskunde werden op basis van evaluatiegegevens van co-assistenten en huisartsopleiders de ervaringen met dit praktijkgerichte onderwijsprogramma geanalyseerd. Vraagstellingen 1. in hoeverre werden de doelstellingen van het programma gerealiseerd 2. welke onderwerpen werden door de studenten gekozen 3. hoe werd de leerzaamheid van de opdracht door de studenten en de huisartsopleider beoordeeld. 4. hoe werd de student beoordeeld m.b.t. de uitgevoerde opdracht. Methode Schriftelijke programma-evaluatie aan het einde van het co-schap Conclusie/implicaties voor de praktijk Uit de eerste evaluatiegegevens blijkt dat de co-assistenten de onderwijsdoelstellingen halen. Het merendeel van de student koos voor een opdracht m.b.t. diabetes mellitus. Zowel de huisartsopleiders, alsook de co-assistenten geven aan dat het een goed lopend en leerzaam onderwijsprogramma is. Het merendeel van de studenten werd met een goed beoordeeld. Van belang bleek een betere introductie van het programma te zijn en sturing vanuit de faculteit om de omvang van de opdracht beperkt te houden. Door middel van deze opdracht leert de co-assistent, terwijl er verbetertrajecten in de opleidingspraktijken in gang gezet worden, welke ten goede komen aan de zorg en de kwaliteit van het praktijkonderwijs. Trefwoord:co-assistentschappen Wijze van presentatie: poster Dr. P.J. Zwietering Universiteit Maastricht Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde Postbus MD MAASTRICHT 51

52 Toetsing in het vernieuwde co-schap Huisartsgeneeskunde in Maastricht Zwietering PJ, Beek G van de, Ottenheijm RPG, Metsemakers JFM Universiteit Maastricht Inleiding Het vernieuwde co-schap Huisartsgeneeskunde in Maastricht bestaat uit zelfstandige patiëntcontacten, leergesprekken met de huisartsopleider en groepsbijeenkomsten tijdens de wekelijkse terugkomdagen op de faculteit. Daarnaast maken de co-assistenten een aantal praktijkopdrachten. De toetsing van de co-assistenten is gebaseerd op de volgende vier competenties: medisch expert, werker in de gezondheidszorg, wetenschapper en professioneel gedrag. Ter verbetering van de betrouwbaarheid vindt de beoordeling van alle vier de competenties zowel in de huisartspraktijk (door de opleider) als tijdens de terugkomdagen (door de facultaire huisartsbegeleider) plaats. Alle competenties worden beoordeeld met meerdere schriftelijke beoordelingsformulieren. De uiteindelijke beoordeling komt tot stand op basis van een gewogen beoordeling en beslisregels. In de huisartspraktijk worden vier geobserveerde patiëntcontacten, twee verwijsbrieven, een opdracht 'kwaliteit van zorg' en de uitwerking van de leerdoelen beoordeeld. Tijdens de terugkomdagen op de faculteit worden een casuspresentatie, een referaat en een themabespreking beoordeeld. De themabespreking dient te gaan over preventie, chroniciteit of palliatieve zorg. Daarnaast worden 24 consultverslagen beoordeeld en wordt een computergestuurde kennistoets afgenomen. Zowel op de faculteit als in de praktijk wordt de co-assistent tweemaal beoordeeld op professioneel gedrag. De uiteindelijk beoordeling van de vier competenties wordt uitgedrukt in onvoldoende, voldoende en goed. Probleemstelling Aangezien deze wijze van toetsing aan de hand van vier competenties en meerdere beoordelingsformulieren nieuw is binnen het co-schap Huisartsgeneeskunde werden op basis van evaluatiegegevens van co-assistenten, huisartsbegeleiders en huisartsopleiders de ervaringen geïnventariseerd. Vraagstellingen 1. in hoeverre is toetsing in de praktijk door huisartsopleiders aan de hand van gestructureerde beoordelingsformulieren tijdens het co-schap huisartsgeneeskunde realiseerbaar 2. in hoeverre vinden de huisartsopleiders toetsing in de praktijk moeilijk 3. in hoeverre hebben de huisartsopleiders de idee dat zij de co-assistenten betrouwbaarder kunnen beoordelen op basis van de invoering van beoordelingsinstrumenten t.o.v. een subjectieve beoordeling. 4. wat is de mening van de co-assistenten over de wijze waarop zij beoordeeld zijn. 5. Wat zijn de resultaten van de beoordeling op de vier te onderscheiden competenties. Methode Schriftelijke programma-evaluatie aan het einde van het co-schap. Conclusie/implicaties voor de praktijk Uit de eerste evaluatiegegevens blijkt dat toetsing in de praktijk aan de hand van gestructureerde beoordelingsinstrumenten haalbaar is, zijhet dat veel huisartsen aangaven het veel papierwerk te vinden. Het aantal consultobservaties is toegenomen. Een aanzienlijk aantal huisartsen bleek de combinatie van begeleiden en toetsen moeilijk te vinden. Het merendeel van de huisartsen gaf aan met de nieuwe beoordelingsformulieren een betrouwbaarder oordeel te kunnen geven over de co-assistent. Het oordeel van de co-assistenten over de toetsing binnen het co-schap huisartsgeneeskunde was matig op basis van de kwaliteit van de computergestuurde kennistoets. Trefwoord: co-assistentschappen, toetsing Wijze van presentatie: poster Dr. P.J. Zwietering Universiteit Maastricht Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde Postbus MD MAASTRICHT 52

53 Bruikbaarheidsstudie Scoringslijsten 'Medisch Technische Vaardigheden' voor de huisartsopleidingpraktijk Es JM van, Visser MRM Academisch Medisch Centrum UvA NVMO CONGRES 2006 Probleemstelling Uit het in juni 2005 gepubliceerde rapport van het NIVEL over 'Kwaliteit van de huisartsopleiding vanuit het perspectief van huisartsen in opleiding en pas afgestudeerde huisartsen' kwam naar voren dat artsen in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde (aios) vinden dat er te weinig aandacht in de opleiding is voor medisch technische vaardigheden. Dit is reden voor de huisartsopleiding van het AMC om kritisch naar het onderwijsbeleid te kijken met als doel meer gerichte aandacht aan medisch technische vaardigheden te geven. De plek bij uitstek waar meer aandacht aan medisch technische vaardigheden gegeven zou kunnen worden is in de opleidingspraktijken. Het onderwijsbeleid richt zich er dan ook op de huisartsopleiders hierin te ondersteunen. Daarvoor zijn o.a. onderwijsinstrumenten nodig. Voorbeelden van dergelijke instrumenten vormen de scoringslijsten voor de praktijk ontwikkeld door de Werkgroep vaardigheden van de Stichting Verenigde Universitaire Huisartsopleidingen (SVUH). Deze scoringslijsten zijn gebaseerd op de NHG-standaarden en consensus in de werkgroep. Deze studie betreft de vraag of deze lijsten een bruikbaar instrument zijn in de praktijk en of ze huisartsopleiders en aios stimuleren tot gerichte aandacht voor medisch technische vaardigheden. Methode Aan 55 koppels van huisartsopleiders en aios in het vierde trimester van hun eerste opleidingsjaar, is gevraagd in een periode van drie maanden vier scoringslijsten voor de praktijk te gebruiken (traumatische wondbehandeling, schouderklachten, knieklachten t.g.v. een trauma en lage rugklachten). Vooraf is hen mondeling en/of schriftelijk uitgelegd wat scoringslijsten voor de praktijk zijn en hoe ze gebruikt moeten worden. Na afloop van deze instructie hebben de koppels een vragenlijst ingevuld over de methoden die zij tot nu toe gebruikten om medische technische vaardigheden te beoordelen. Tevens werd gevraagd of duidelijk was hoe de scoringslijsten voor de praktijk gebruikt moesten worden. Na 3 maanden werden de koppels benaderd om een tweede vragenlijst in te vullen. Deze keer is gevraagd of de scoringslijsten een voor de praktijk toepasbaar onderwijsinstrument zijn bij het beoordelen van, en het feedback geven op, de uitvoering van medisch technische vaardigheden. Daarnaast is gevraagd of de scoringslijsten stimuleerden tot gerichte aandacht voor medisch technische vaardigheden. Beide vragenlijsten zijn oorspronkelijk ontwikkeld door de werkgroep vaardigheden, en aangepast voor deze studie. Met behulp van SPSS wordt beschrijvende statistiek uitgevoerd. Resultaten De resultaten geven inzicht in de bruikbaarheid van de scoringslijsten als instrument voor het beoordelen van, en het feedback geven op, de uitvoering van medisch technische vaardigheden door aios en de mate waarin zij gerichte aandacht voor medisch technische vaardigheden stimuleren. Conclusie/Implicaties voor de praktijk. Op grond van de resultaten worden aanbevelingen opgesteld voor de verdere inhoudelijke ontwikkeling van de scoringslijsten voor de praktijk. Tevens worden aanbevelingen gedaan over hoe op het gebied van medisch technische vaardigheden het onderwijsbeleid ontwikkeld kan worden. Trefwoord: vaardigheidsonderwijs, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Dr. J.M. van Es Academisch Medsch Centrum Huisartsgeneeskunde Meibergdreef AZ AMSTERDAM 53

54 Semi-arts stage Radiologie in de regio Utrecht: opzet en eerste ervaringen Littooij AS 1, Schaik JPJ van 1, Weits T 2, Baarslag HJ 3 1 UMC Utrecht, 2 Diakonessenhuis, 3 Meander Medisch Centrum Inleiding In de nieuwe medische curricula vormt het 6e jaar een koppeling tussen de artsopleiding en de specialistenopleiding. In dit schakeljaar kan de student zich nader profileren en oriënteren op de vervolgopleidingen en krijgt hij, dan semi-arts genoemd, in principe dezelfde verantwoordelijkheid en zelfstandigheid als een beginnend arts-assistent. De semi-arts stage radiologie is een keuze-onderdeel en wordt binnen het opleidingscluster aangeboden in het UMCU, Diakonessenhuis Utrecht en Meander Medisch Centrum. Methode Om de semi-arts zelfstandig te kunnen laten werken is deze stage gericht op een gedeelte van de radiologie, waar hij/zij speciale interesse voor heeft. Dit interessegebied is gebaseerd op een medische specialisme. De gehele stage duurt 12 weken, onderverdeeld in twee deelstages van 6 weken, elk op een verschillende modaliteit. Na een gedegen voorbereiding in de eerste week van de deelstage werkt de semi-arts de volgende 5 weken als jongste assistent, onder supervisie van de radiologen. Om de eerste ervaringen en resultaten te kwantificeren zijn alle deelnemende semi-artsen en betrokken stafleden geënquêteerd. Resultaten Deze stage is in het najaar van 2004 gestart. Tot begin mei 2006 hebben in totaal 13 semi-artsen de stage doorlopen, waarvan 5 studenten in het UMCU, 4 in het Diakonessenhuis en 4 in Meander Medisch Centrum. Deze 13 studenten hebben de stage geëvalueerd middels een enquête. Zes van de 13 studenten (46 %) gaven na afloop aan een opleidingsplaats radiologie te ambiëren. Twee daarvan zijn intussen aangenomen binnen het Utrechtse opleidingscluster. De andere aangegeven voorkeuren voor medische specialisaties waren kindergeneeskunde, orthopedie, urologie, eerste hulp geneeskunde, huisartsgeneeskunde en interne geneeskunde. De resultaten van de eerste evaluaties lieten een zeer positieve waardering van de stage zien, het gemiddelde cijfer op een schaal van 0-10 bedroeg een 8,9 (SD 0,7). De semi-artsen verwachtten veel profijt te hebben van deze stage. Door een gedegen opzet van de stage bleek de stage op de drie lokaties organisatorisch haalbaar en vonden de betrokken radiologen het werken met de stagisten inspirerend. De begeleiders ondervonden dat de semi-arts daadwerkelijk op een adequaat niveau werken, gezien de kwantiteit en kwaliteit van de beoordeelde onderzoeken. Conclusie De semi-arts stage radiologie is een nieuw fenomeen in Nederland. Er is praktisch geen ervaring met studenten die zelf radiologische onderzoeken beoordelen en verslaan. Niet alleen de studenten die de radiologie ambiëren maar ook studenten die een ander medisch-specialistische opleiding willen gaan volgen melden zich aan. Uit de enquête blijkt dat met deze opzet de semi-artsen daadwerkelijk meedraaien als jongste assistent en naar oordeel van de betrokken stafleden ook op dat niveau kunnen functioneren. Trefwoord: co-assistentschappen Wijze van presentatie: poster Drs. A.S. Littooij UMC Utrecht Afdeling Radiologie Heidelberglaan 100 Huispostnummer E CX UTRECHT 54

55 POSTERS Sessie A7: Toetsing, beoordeling (A7.1 t/m A7.4) A7.1 Broek PJ van den Introductie van 'extended-matching'-vragen A7.2 Tan ECTH Inventarisatie van het onderwijs in elementaire eerste hulpverlening aan de medische faculteiten in Nederland A7.3 Trietsch MD Invloed van toetsvormen op studiegedrag van Leidse Geneeskundestudenten A7.4 Busari JOO De invloed van de maatschappelijke setting van de specialistenopleiding op de opvattingen van specialisten ten aanzien van hun voorbereiding op de praktijk. 55

56 Introductie van 'extended-matching'-vragen Broek PJ van den 1, Wenink ACG 1, Vink S 2 1 Leiden Universitair Medisch Centrum, 2 ICLON Probleemstelling Sedert 2002 heeft de Toetsbeoordelingscommissie (TBC) van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) het gebruik van extended-matching (EM)-vragen actief bevorderd door het geven van cursussen aan docenten over het maken van EM-vragen. Onderzocht werd wat de kwaliteit is van de EM-vragen volgens de criteria die in de cursus worden aangedragen, en welke plaats EM-vragen innemen in het preklinische toetsprogramma van de Leidse opleiding. Een EM-vraag betreft een bepaald thema (bij voorbeeld therapie) en bestaat uit een lange lijst met mogelijke antwoorden (optielijst), een opdracht die de student moet uitvoeren (kies de juiste behandeling) en een aantal casus waarop steeds dezelfde opdracht moet worden uitgevoerd. Methode In de schriftelijke toetsen uit het studiejaar , waarvan de definitieve versie ter beschikking was van de TBC, werden de aantallen vragen per vraagtype (open vraag, EM-vraag, meerkeuzevraag) geteld. De thema s waarover EM-vragen zijn gemaakt, werden geïnventariseerd. De EM-vragen werden op kwaliteit beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: structuur, optielijst (homogeen, alfabetisch, voldoende lang, bondig geformuleerd, zonder overlap tussen alternatieven), uniforme casuspresentatie, casus met voldoende inhoud, en aantal opties aangegeven. Resultaten De TBC beschikte over 26 schriftelijke toetsen van de in totaal 36 toetsen die gedurende de eerste vier jaar van het curriculum worden afgenomen. De 26 toetsen bevatten 1420 vragen, waarvan 1016 (72%) meerkeuzevragen, 219 (15%) EM-vragen en 185 (13%) open vragen. In het eerste studiejaar werden geen EM-vragen gebruikt. Twee van de 6 tweedejaarstoetsen, 7 van de 8 derdejaarstoetsen, en 1 van de 4 vierdejaarstoetsen maakten gebruik van EM-vragen. In het derde studiejaar werden de meeste EMvragen gebruikt, 158 (35%) van de 456 vragen uit dat jaar. Het aandeel EM-vragen in de toetsen die van deze vraagvorm gebruik maakten, varieerde van 7 tot 76% van het totaal aantal vragen. Er zijn EMvragen gemaakt over 16 verschillende thema s. De meest voorkomende thema s waren behandeling (7 toetsen), (differentiaal)diagnose (6 toetsen) en aanvullend onderzoek (6 toetsen). Bij de kwaliteitsbeoordeling scoorde 1 van de 10 toetsen goed op alle negen criteria. Bij 4 toetsen was de structuur van de vraag niet conform die van een EM-vraag. Geregeld voorkomende tekortkomingen van de optielijst waren inhomogeniteit en niet-alfabetische presentatie. Bij 4 toetsen was er een wisselende presentatie van de casus, en bij eveneeens 4 toetsen was de inhoud van de casus erg beperkt, soms alleen een diagnose. Conclusie Twee jaar na de actieve introductie van EM-vragen bestaat 15% van de schriftelijke toetsvragen in het curriculum geneeskunde te Leiden uit dit type vraag. Het vraagtype is vooral aangeslagen bij de blokcoördinatoren van het derde studiejaar en gericht op klinische kennis. Het gebruik van EM-vragen voor toetsing van biomedische kennis lijkt lastiger. De kwaliteit van de EM-vragen geeft nog mogelijkheden tot verbetering. Het geven van cursussen leidt wel tot invoering van het vraagtype maar voor een goede kwaliteit is meer nodig. Trefwoord: toetsing en beoordeling Wijze van presentatie: poster Prof.dr. P.J. van den Broek Leids Universitair Medisch Centrum Infectieziekten Postbus RC LEIDEN 56

57 Inventarisatie van het onderwijs in elementaire eerste hulpverlening aan de medische faculteiten in Nederland Tan ECTH, Hekkert KD, Vugt van AB, Biert J UMC St. Radboud Probleemstelling Van (aankomende) artsen wordt verwacht dat zij de eerste hulpverlening beheersen. Volgens de eindtermen van de artsopleiding beschreven in het Raamplan 1994, wordt van de (aankomende) arts verwacht dat hij eerste hulp moet kunnen verlenen op minimaal het niveau zoals omschreven in het Oranje Kruis Boekje. In het Raamplan 2001, de bijgestelde eindtermen van de artsopleiding wordt gesteld dat de arts in staat is basale eerste hulp te verlenen zoals omschreven in de Advanced Trauma Life Support. Het onderwijs aan de medische faculteiten in Nederland moet voldoen aan de eindtermen beschreven in het Raamplan voor de artsopleiding, hetgeen inmiddels wettelijk is vastgesteld. Vraagstelling Voldoet het onderwijs in de artsopleiding in Nederland aan de eindtermen zoals gesteld in het Raamplan van de artsopleiding, betreffende elementaire eerste hulpverlening en basic life support? Methode De onderwijsverantwoordelijken inzake eerste hulpverlening en basic life support van alle medische faculteiten in Nederland werden geïnterviewd over praktische vormgeving, inhoud en mening over het onderwijs. De inhoud werd verdeeld in vaardigheden en ziektebeelden conform het Raamplan. Studenten Geneeskunde in Nederland werden geënquêteerd middels een online enquête. Hierin werd gevraagd naar tevredenheid over het eerste hulp onderwijs en niveau waarop men verschillende eerste hulp vaardigheden en ziektebeelden beheerst. Resultaten Respons onderwijsverantwoordelijken eerste hulpverlening was 100%. Zeven van de acht universiteiten besteden aandacht in het curriculum aan elementaire eerste hulp verlening en basic life support onderwijs. De onderwijsverantwoordelijken gaven aan tevreden te zijn over het onderwijs en noemden geen grote belemmeringen voor de uitvoering. Gemiddeld werd echter voor slechts 69% van de vaardigheden het niveau van het Raamplan gehaald, en voor 38% van de ziektebeelden. Voor de vaardigheden haalde het VUmc het hoogste percentage, voor de ziektebeelden het Erasmus MC. In het curriculum wordt te weinig aandacht besteed aan het verwijderen van een corpus alienum, maskerballon beademing, het gebruik van een automatische externe defibrillator, de snelle kantelmethode, de regel van 9 bij brandwonden en het aanleggen van verbanden en een driekante doek. Duizend acht en zeventig studenten geneeskunde vulden de online enquete in. De gemiddelde student haalde 65% van de vaardigheden op het niveau van het Raamplan, en 33% van de ziektebeelden. Studenten van het Erasmus MC haalden het hoogste gemiddelde niveau voor de vaardigheden, studenten van het UMCN voor de ziektebeelden. Gemiddeld gaf 51% van de studenten aan tevreden te zijn over het onderwijs in elementaire eerste hulp verlening en basic life support. Het minst tevreden is men over de hoeveelheid onderwijs. Over het algemeen waren UMCN studenten het meest tevreden. Conclusie Het onderwijs in de artsopleiding in Nederland en het niveau van de studenten voldoet onvoldoende aan de eindtermen van het Raamplan, zoals wettelijk is vastgesteld. Slechts de helft van de studenten is tevreden over het onderwijs in elementaire eerste hulpverlening en basic life support. Naar onze mening dient er een gecertificeerde spoedeisende hulp cursus gegeven te worden, waarin zowel elementaire eerste hulp als basic life support vaardigheden aan bod komen in de artsopleiding. Deze cursus en regelmatige herhalingslessen zouden een verplicht karakter moeten hebben ten tijde van de artsopleiding. Trefwoord: kwaliteitszorg, basisopleiding Wijze van presentatie: poster Edward C.T.H. Tan, chirurg UMC St. Radboud / Huispost 690 / Postbus HB NIJMEGEN 57

58 Invloed van toetsvormen op studiegedrag van Leidse Geneeskundestudenten Trietsch MD, Rath MEA Leids Universitair Medisch Centrum Probleemstelling Studenten staan er om bekend zuinig om te gaan met hun tijd. Niet altijd staat hun studie op de eerste plaats en vaak wordt er strategisch gestudeerd. Maar hoe en wanneer studeren geneeskundestudenten precies? Welke toetsvorm heeft hun voorkeur? En wordt dat studeergedrag beïnvloed door de toetsvorm? Tot slot, beseffen docenten wel hoe hun studenten reageren op verschillende toetsvormen? Methode Door middel van een enquête onder Leidse geneeskundestudenten en docenten is onderzocht wat de invloed van verschillende toetsvormen is op studeergedrag. De enquête bestond uit 23 aankruisvragen. Voorbeelden van vragen uit de enquête: Is je studeergedrag gericht op het halen van a) een voldoende; b) een hoog cijfer of c) een goede beheersing van de stof? Welke toetsvorm heeft jouw voorkeur? a) Open vragen tentamen; b) Multiple Choice vragen tentamen; c) Extended Matching Questions tentamen of d) Combinatie van toetsvormen? De docenten kregen dezelfde enquête en aan hen werd gevraagd op één in te vullen hoe zij dachten dat studenten hem in zouden vullen (werkelijkheid) en op een ander hoe zij het graag zouden willen zien dat studenten hem invullen (ideaal). Resultaten De enquête werd verzonden aan 1900 geneeskundestudenten en 150 docenten van het Leids Universitair Medisch Centrum. De respons bij de studenten lag op 28,4% en bij de docenten op 34,0%. Over het studeergedrag van de geneeskundestudenten viel het volgende op: een groot gedeelte (59,9%) gaf aan voor een goede beheersing van de stof te studeren (de docenten dachten dat dit percentage lager zou zijn); iets meer dan 60% van de studenten gaf aan pas te gaan studeren als het onderwijsblok al halverwege is. Over de toetsvormen kwamen de volgende resultaten naar voren: de toetsvorm die de voorkeur van de studenten heeft is een combinatie van toetsvormen (37%), minst populair zijn de Extended Match Questions (1%); de meeste aandacht voor een tentamen wordt besteed aan de open vragen (62,9%), de minste tijd wordt besteed aan Multiple Choice vragen. Conclusie Studenten beginnen laat met studeren voor een tentamen, maar geven aan wel voor een goede beheersing van de stof te studeren. De docenten schatten dit veel lager in. De voorkeur van toetsvorm gaat uit naar een combinatie van toetsvormen, waarin waarschijnlijk geen Extended Match Questions voorkomen. Het studeergedrag wordt zeker beinvloed door de toetsvorm, voor open vragen wordt bijvoorbeeld harder gestudeerd. Trefwoord: toetsing en beoordeling, leerprocessen Wijze van presentatie: poster M.D. Trietsch Leids Universitait Medisch Centrum Hooigracht KN LEIDEN 58

59 De invloed van de maatschappelijke setting van de specialistenopleiding op de opvattingen van specialisten ten aanzien van hun voorbereiding op de praktijk. Busari JOO 1, Verhagen AAE 2, Muskiet FD 3 1 Atrium Medisch Centrum, 2 Beatrix kinderkliniek, UMC Groningen, 3 St. Elisabeth Hospital,Curacao Probleemstelling Uit de literatuur blijkt dat de klinische leeromgeving invloed heeft op het beeld dat assistenten in opleiding tot specialist (aios) van hun opleiding hebben. Er is echter weinig bekend over de invloed van de maatschappelijke setting op de kwaliteit van de opleiding. Het doel van dit onderzoek is te onderzoeken en te vergelijken wat de invloed is van de maatschappelijke setting op de mate waarin specilaisten zich voorbereid voelen op de praktijk. Hiertoe is een vergelijking gemaakt tussen de meningen van specialisten over de kwaliteit van specialistenopleidingen in Europa en het Caraïbisch gebied. Methode Voor dit onderzoek werd een elektronische vragenlijst ontwikkeld. Deze is toegestuurd aan 89 praktiserende kinderartsen in Nederland. Van hen hadden 43 een deel van hun specialistenopleiding in het Caraïbisch gebied (Curaçao) gevolgd, terwijl de andere helft was opgeleid in vier verschillende Europese opleidingsziekenhuizen (Nederland). Opzet Met behulp van dertig items is de mate van voorbereiding van de deelnemers gemeten ten aanzien van de zeven competenties van de arts volgens het CanMEDs-schema. De items werden gescoord op een vijfpunts-likertschaal (1=volledig eens; 5=volledig oneens). Resultaten Ondanks de lage respons (47%) waren de deelnemers gelijkelijk verdeeld over beide groepen. De perceptie van de mate van voorbereiding op de praktijk was vergelijkbaar. In de Caraïbische groep was dit (2.93, sd=0.47) en in de Europese groep (2.86; sd 0.66). Met betrekking tot de perceptie van de voorbereiding op individuele competenties werd een significant verschil gevonden op het competentiegebied organisatie (p=0.006). Uit de opmerkingen van de respondenten kan opgemaakt worden dat deze verschillen zijn toe te schrijven aan de verschillen tussen de gezondheidszorgstelsels in Europa en het Caraïbisch gebied. Conclusies De uitkomsten van beide groepen waren vergelijkbaar en de specialisten waren van mening dat de kwaliteit van de opleiding in de verschillende maatschappelijke settings van voldoende niveau was. Echter de maatschappelijke setting blijkt van invloed te zijn op de perceptie van artsen over hun voorbereiding ten aanzien van bepaalde competenties. Trefwoord: evaluatie, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Dr. J.O.O. Busari Atrium Medisch Centrum Kindergeneeskunde Henri Dunantstraat CX HEERLEN 59

60 POSTERS Sessie A8: Vervolgopleiding, kwalitietszorg (A8.1 t/m A8.4) A8.1 Post CEJ van der Competentiegerichte opdracht; een methode om gericht te werken aan noodzakelijke competenties? A8.2 Rommers GM Het ICF-model als instrument voor onderwijs in de revalidatiegeneeskunde en artsopleiding. A8.3 Desmet A Project Practicum in de opleiding Biomedische Wetenschappen: overdonderend succes! A8.4 Spliet van Laar L Kernkennis van de verloskundige 60

61 Competentiegerichte opdracht; een methode om gericht te werken aan noodzakelijke competenties? Post CEJ van der, Kluit CA van der, Kate EN ter, Visser MRM AMC/Universiteit van Amsterdam NVMO CONGRES 2006 Probleemstelling In 2005 is het Competentieprofiel van de huisarts opgesteld en door de beroepsgroep geaccordeerd. In het handelen van de huisarts onderscheidt het competentieprofiel zeven taakgebieden. Per taakgebied zijn bijbehorende competenties beschreven. Een competentie wordt in het profiel gedefinieerd als: 'de geïntegreerde toepassing van kennis, vaardigheden, attitudes, eigenschappen en inzichten tijdens het beroepsmatig functioneren'. Bijvoorbeeld de huisarts kan de klacht binnen de context bijv. fysieke achtergronden, medische voorgeschiedenis - van de patiënt interpreteren (Taakgebied Vakinhoudelijk handelen). Als onderdeel van het ontwikkelen van competentiegericht onderwijs heeft de Huisartsopleiding AMC/UvA voor de eerstejaars aios een zogenaamde competentiegerichte opdracht (CGO) ontwikkeld. In deze CGO 'Kind met koorts worden kritische en niet-kritische competenties onderscheiden. Kritische competenties zijn gedefinieerd als 'competenties die bij het thema Kind met koorts beheerst moeten worden om verantwoorde huisartsgeneeskundige zorg te kunnen verlenen'. Aan deze kritische competenties wordt in de opdracht structureel gewerkt, nadat de aios een inschatting gemaakt heeft van zijn/haar lacunes aan de hand van de in de opdracht aangegeven toetscriteria. Aan de niet kritische competenties wordt in de opdracht niet structureel gewerkt. In dit onderzoek wordt het effect van deze CGO gemeten op de verwerving van de kritische competenties. Methode Alle eerstejaars aios (n=84) maken zowel vóór de CGO (voormeting) als na afloop (nameting) een inschatting van hun competentieniveau ten aanzien van het thema Kind met koorts. Hiervoor is een vragenlijst ontwikkeld waarmee de aios per competentie kan scoren op een zespuntsschaal ( (nog) niet in staat tot zeer goed in staat). Omdat mogelijkerwijs de aios pas na de opdracht een duidelijk beeld heeft van wat de competenties behelzen, wordt de aios gevraagd na afloop van de nameting nogmaals een inschatting te maken van het competentieniveau van vóór de CGO (toenmeting) Het verschil tussen de voor- en de toenmeting geeft een indicatie van het inschattingsverschil (response shift). Naast kritische- worden ook niet kritische competenties bevraagd, bij wijze van controlemeting. Op deze competenties worden geen verschillen verwacht tussen voor-, na- en toenmeting. Verschillen tussen voor-, na- en toenmeting op kritische en niet-kritische competenties zullen worden getoetst met behulp van het SPSS programma Manova voor herhaalde metingen. Op grond van de resultaten zal worden bepaald welk verschil (voor- en nameting, toen- en nameting) de meest valide indicator voor verandering in competentieniveau is. Resultaten. Effectmeting van de Competentiegerichte opdracht Kind met koorts op het verwerven van de voor dit thema, Kind met koorts, vereiste kritische competenties. Conclusie/Implicaties voor de praktijk. Op grond van de meting wordt beoordeeld of de Competentiegerichte opdracht Kind met koorts een bruikbare methode is om gericht aan vereiste competenties te werken. Trefwoord: onderwijsvorm, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Drs. C.E.J. van der Post AMC/UvA, Huisartsopleidingsinstituut Huisartsgeneeskunde Meibergdreef AZ AMSTERDAM 61

62 Het ICF-model als instrument voor onderwijs in de revalidatiegeneeskunde en artsopleiding. Rommers GM 1, Bakx WGM 2 1 Centrum voor Revalidatie UMCG, 2 Hoensbroeck Revalidatiecentrum, SRL Probleemstelling Het ICF model (International Classification of Function, Disability and Health) wordt door de World Health Organisation (WHO) gepropageerd als instrument voor analyse van het functioneren van de patiënt. Diverse aspecten van het ICF model zijn herkenbaar als elementen in het raamplan opleiding basisarts. In de revalidatiegeneeskunde wordt dit model als standaard gebruikt voor inventarisatie en analyse van functioneren. Is het daarmee ook goed bruikbaar als onderwijsinstrument? Methode Bij bijdragen van de revalidatiegeneeskunde in blokonderwijs, praktijkstage of co-schap wordt een introductie gegeven in het ICF model waarbij voorbeelden worden gegeven van aan de hand van verschillende aandoeningen zoals: diabetes, CVA, amputatie en dwarslaesie. Door variatie van de factoren kan een eenvoudige of moeilijke casus worden samengesteld direct verbonden met de dagelijkse praktijk. Opzet Aan de hand van patiëntendemonstraties, (poli)kliniekpatiënten of casusbeschrijvingen worden voorbeelden aangedragen die ingevoegd kunnen worden in het bovenstaande schema van functies, activiteiten en participatie. Externe factoren (bv toegankelijkheid gebouw,vervoer of wetgeving) en persoonlijke factoren (bv persoonlijkheidsfacoren, coping-stijl of motivatie) worden eveneens toegevoegd. In de medische statusvoering worden de ICF onderdelen voorgedrukt op het statusformulier aangeboden. In verslaglegging van bevindingen in de brief aan de huisarts wordt het model gebruikt voor informatie en evaluatie. Door gebruik van het model kunnen verschillende schakels van het functioneren zichtbaar worden gemaakt en besproken. Aspecten zoals psychosociale factoren of chronische aandoeningen kunnen via het ICF-model goed worden overgebracht aan de student. Het wordt op die manier duidelijk waarom deze aspecten mede tot het takenpakket van iedere arts behoren. Ervaringen Studenten kunnen het model eenvoudig toepassen en krijgen op deze manier snel een volledig beeld van de relatie tussen aandoeningen en het functioneren van de patiënt. De omschakeling van orgaangericht denken naar denken in termen van functioneren met aandoeningen wordt door de studenten snel gemaakt. Het model kan toegepast worden op een groot aantal verschillende aandoeningen is mogelijk. Ook andere specialismen kunnen met het model het functioneren van de patiënt snel in kaart brengen. Verslaglegging t.a.v functioneren wordt bekort en blijft overzichtelijk. Samenvatting Het ICF model als inventarisatie-instrument voor functioneren met verschillende aandoeningen geeft een goed model om studenten en AIOS eenvoudig inzicht te geven in de relatie tussen aandoening en functioneren in de medisch-maatschappelijke context. Het biedt een groot aantal mogelijkheden om binnen het onderwijs verschillende diagnosen en het functioneren ermee inzichtelijk en toepasbaar te maken Caption 1: ICF model Trefwoord: onderwijsinnovaties, vervolgopleiding Wijze van presentatie: poster Dr. G.M. Rommers Centrum voor Revalidatie UMCG / Revalidatiegeneeskunde Postbus / 9700 RB GRONINGEN 62

Raamplan Artsopleiding 2009

Raamplan Artsopleiding 2009 Raamplan Artsopleiding 2009 Prof. dr. Roland Laan UMC St Radboud Nijmegen Onderwerpen - Historie en Doel - Student wordt Arts; wordt Specialist - Rollen en competenties - Kennis, vaardigheden en attitudes

Nadere informatie

Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces

Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces Vrijdagen 31 oktober, 7 & 14 November 2014 Utrecht (Hotel NH Utrecht) Doelgroepen leergang:

Nadere informatie

Multi source feedback voor de aios

Multi source feedback voor de aios Multi source feedback voor de aios Multi source feedback voor de aios Voor artsen in opleiding tot specialist (aios) is het belangrijk dat zij kennis van het specialisme verwerven, specialistische vaardigheden

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces op lokaal en regionaal niveau

Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces op lokaal en regionaal niveau Leergang Effectief Beleidsonderzoek Interactieve leergang over de rol van beleidsonderzoek in het beleidsproces op lokaal en regionaal niveau Vrijdagen 1, 15 & 29 November 2013 Utrecht (Hotel NH Utrecht)

Nadere informatie

Teaching on the Run. verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules

Teaching on the Run. verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules Teaching on the Run verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules Teaching on the Run Teaching on the Run (TOTR) is een beknopte versie van het Teach the Teachers programma

Nadere informatie

TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU. Locatie: Sophia Revalidatie, Den Haag

TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU. Locatie: Sophia Revalidatie, Den Haag TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU Locatie: Woensdag 12 t/m vrijdag 14 november 2014 Toelichting De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) organiseert in samenwerking met

Nadere informatie

20 ste Nascholingscursus. Kliniek van Duizeligheid en Evenwichtsstoornissen en 11 de Ed Marres Lecture

20 ste Nascholingscursus. Kliniek van Duizeligheid en Evenwichtsstoornissen en 11 de Ed Marres Lecture 20 ste Nascholingscursus Kliniek van Duizeligheid en Evenwichtsstoornissen en 11 de Ed Marres Lecture 28 en 29 januari 2016 Uitnodiging De afdeling Evenwicht KNO Maastricht UMC+ wil u graag uitnodigen

Nadere informatie

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg NFU-master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg 2016-2018 De master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg De zorg heeft initiatiefnemers en leiders in kwaliteit en veiligheid van zorg nodig.

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

wat betekent dit voor jou?

wat betekent dit voor jou? CONGRES INDIVIDUALISERING OPLEIDINGSDUUR: wat betekent dit voor jou? DONDERDAG 26 MEI 2016 15.30 21.00 UUR FORT VOORDORP, GROENEKAN Op donderdag 26 mei 2016 organiseert de Federatie Medisch Specialisten

Nadere informatie

Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1

Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1 Opleiden in de klinische praktijk Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1 Leerdoelen Aan het einde van deze middag: Kent u de principes

Nadere informatie

UITNODIGING. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen. vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht IV 5.

UITNODIGING. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen. vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht IV 5. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen : UITNODIGING vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht Accreditatie FGzP: 6 punten Voorwoord Geachte collega, In het voorjaar van

Nadere informatie

NVMO CONGRES 2012 15-16 NOVEMBER MAASTRICHT

NVMO CONGRES 2012 15-16 NOVEMBER MAASTRICHT NVMO CONGRES 2012 15-16 NOVEMBER MAASTRICHT BELANGRIJKE DATA 15 februari 2012 Uiterste inleverdatum abstracts voor wetenschappelijke papers. 13 april 2012 Uiterste inleverdatum abstracts voor papers, posters,

Nadere informatie

5 november 2015 RAI Amsterdam

5 november 2015 RAI Amsterdam Bazalt, HCO, RPCZ en OnderwijsAdvies organiseren het congres: Leren zichtbaar maken met de kennis over hoe wij leren met professor John Hattie 5 november 2015 RAI Amsterdam Professor John Hattie doet onderzoek

Nadere informatie

Peilstation Intensief Melden

Peilstation Intensief Melden Peilstation Intensief Melden Nederlands Centrum voor Beroepsziekten AMC Presentatie casus beroepsziekte en Capita Selecta 5 e PIM workshop, najaar 2013 Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, AMC/Coronel

Nadere informatie

Balans werk en privé. Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd?

Balans werk en privé. Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd? Balans werk en privé Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd? dinsdag 30 oktober 2012 dinsdag 4 december 2012 Toelichting PAO Heyendael organiseert in samenwerking met het Servicebedrijf productgroep HRM

Nadere informatie

ICLON Powerpoint sjabloon

ICLON Powerpoint sjabloon ICLON Powerpoint sjabloon Een voorbeeld van een ICLON presentatie Piet Presentator & Co Copresentator (ICLON) Coby Collega (Leiden University) Max Medewerker (Instituut voor Cooperatie) [Congresnaam, Plaats,

Nadere informatie

HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN

HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN Locatie: Sint Maartenskliniek, Nijmegen Donderdag 12 en vrijdag 13 februari 2015 Toelichting De Nederlandse

Nadere informatie

Coaching en coachend leiderschap

Coaching en coachend leiderschap S.E. Booij Consultancy Coaching en coachend leiderschap voor leidinggevenden in de zorg in samenwerking met drs Joep Choy prof dr Jan Moen prof dr Willem van der Does Burgemeester Ketelaarstraat 29 2361

Nadere informatie

NVMO Congres 2008. Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 13 en 14 november 2008 Egmond aan Zee

NVMO Congres 2008. Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 13 en 14 november 2008 Egmond aan Zee Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 13 en 14 november 2008 Egmond aan Zee 1 Wetenschappelijk comité NVMO Congres 2008 Dr. Sanneke Bolhuis, Universitair Medisch Centrum St Radboud Prof.dr. Olle

Nadere informatie

STI CHTING TER BEVORDERING VAN KLINISCH ONDERZOEK IN DE PSYCHIATRIE STICHTING B.K.O.P. B.K.O.P. XXVIII,ste CORSENDONKCURSUS KLINISCH

STI CHTING TER BEVORDERING VAN KLINISCH ONDERZOEK IN DE PSYCHIATRIE STICHTING B.K.O.P. B.K.O.P. XXVIII,ste CORSENDONKCURSUS KLINISCH STI CHTING TER BEVORDERING VAN KLINISCH ONDERZOEK IN DE PSYCHIATRIE STICHTING B.K.O.P. B.K.O.P. XXVIII,ste CORSENDONKCURSUS KLINISCH ONDERZOEK IN DE PSYCHIATRIE 20 JANUARI 25 JANUARI 2013 PRIORIJ CORSENDONK

Nadere informatie

HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER

HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER Dit project werd gefinancierd en ondersteund door de Europese Commissie. Deze publicatie geeft de mening weer van de auteur en de Commissie kan niet verantwoordelijk

Nadere informatie

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011 Derde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Nadere informatie

3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg

3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg 3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg 12 maart, 9 april en 7 mei 2014 Locatie: Broederplein 39, 3703 CD Zeist Nascholing voor professionals in de gezondheidszorg Georganiseerd

Nadere informatie

BALANS WERK EN PRIVÉ VOOR AIOS. Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd?

BALANS WERK EN PRIVÉ VOOR AIOS. Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd? BALANS WERK EN PRIVÉ VOOR AIOS Hoe blijf ik baas over mijn eigen tijd? Toelichting PAO Heyendael organiseert in samenwerking met het Servicebedrijf productgroep HRM van het de workshop: BALANS WERK EN

Nadere informatie

REGELGEVING EN ETHIEK IN DE MEDISCHE PRAKTIJK

REGELGEVING EN ETHIEK IN DE MEDISCHE PRAKTIJK REGELGEVING EN ETHIEK IN DE MEDISCHE PRAKTIJK Medische fouten, incidenten en meldingsplicht voor specialisten en AIOS Vrijdag 8 juni 2012 Toelichting PAO Heyendael organiseert op 8 juni 2012 de cursus

Nadere informatie

Ergotherapie bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers: het EDOMAH programma

Ergotherapie bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers: het EDOMAH programma Ergotherapie bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers: het EDOMAH programma De toepassing van de richtlijn Ergotherapie aan huis bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers Post - HBO cursus 2012

Nadere informatie

De aios als supervisor:

De aios als supervisor: workshop De aios als supervisor: see one do one teach one Suzanne Wever Paetrick Netten Laima Nadery - Siddiqi Margriet Schneider Opzet Wat wilt u van ons? Wat willen wij van jullie: aios en opleiders?

Nadere informatie

ZOMERCURSUS. bedrijfs- en verzekeringsartsen. Woensdag 31 augustus t/m vrijdag 2 september 2016. bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde

ZOMERCURSUS. bedrijfs- en verzekeringsartsen. Woensdag 31 augustus t/m vrijdag 2 september 2016. bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde ZOMERCURSUS bedrijfs- en verzekeringsartsen Woensdag 31 augustus t/m vrijdag 2 september 2016 bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde Toelichting PAO Heyendael organiseert, samen met de SGBO op woensdag 31

Nadere informatie

NVIC CURSUS LUCHTWEGMANAGEMENT OP DE INTENSIVE CARE 2013

NVIC CURSUS LUCHTWEGMANAGEMENT OP DE INTENSIVE CARE 2013 NVIC CURSUS LUCHTWEGMANAGEMENT OP DE INTENSIVE CARE 2013 dinsdagavond 4 juni en woensdag 5 juni 2013 of maandagavond 25 november en dinsdag 26 november 2013 Skills center OSG te Houten www.nvic.nl Nederlandse

Nadere informatie

11 e TBV Congres Vrouw en werk

11 e TBV Congres Vrouw en werk 11 e TBV Congres Vrouw en werk Donderdag 21 november 2013 Media Plaza, Jaarbeurs Utrecht Thema vrouwen, gezondheid en arbeid uit verschillende invalshoeken: Arbeidsparticipatie en mobiliteit Verschillen

Nadere informatie

Maatwerk voor nieuwe ROS-adviseurs Informatiebijeenkomst en Leergang 2013

Maatwerk voor nieuwe ROS-adviseurs Informatiebijeenkomst en Leergang 2013 Maatwerk voor nieuwe ROS-adviseurs Informatiebijeenkomst en Leergang 2013 Leergang Procesbegeleiding samenwerking, organisatie en innovatie in de eerste lijn voor nieuwe ROS-adviseurs (code L13-2) Voor

Nadere informatie

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Angelique van het Kaar Risbo Erasmus Universiteit Rotterdam 7 november 2012 Overzicht onderwerpen Training Didactische

Nadere informatie

Opleidingsscan nuttig instrument bij modernisering medische vervolgopleidingen

Opleidingsscan nuttig instrument bij modernisering medische vervolgopleidingen onderwijs Opleidingsscan nuttig instrument bij modernisering medische vervolgopleidingen Beatrijs J.A. de Leede, Agnes A.M. Kerckhoffs en Arnout Jan de Beaufort De modernisering van de vervolgopleidingen

Nadere informatie

Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding

Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding Vragenlijst voor docenten/opleiders Intro Doel van deze vragenlijst is informatie te verzamelen over het gebruik

Nadere informatie

TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU. Locatie: Sophia Revalidatie, Den Haag

TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU. Locatie: Sophia Revalidatie, Den Haag TWEEDEJAARS COMPLEXE COMMUNICATIE OP SPREEKKAMERNIVEAU Locatie: 2-3 - 4 november 2016 Toelichting De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) organiseert in samenwerking met PAO Heyendael van

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Project CanBetter. Patiëntveiligheid. Doelmatigheid. Ouderenzorg. Medisch Leiderschap 01-04-2014 2

Project CanBetter. Patiëntveiligheid. Doelmatigheid. Ouderenzorg. Medisch Leiderschap 01-04-2014 2 Medisch Leiderschap Prof.dr. Margriet Schneider Loes Nissen, aios MDL Jessica Vogel, Bedrijfsleider MDL Judith Voogt, student geneeskunde, onderzoeker V & V Project CanBetter Patiëntveiligheid Doelmatigheid

Nadere informatie

Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen

Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen Vrijdag 27 september 2013 Golden Tulip Hotel Ampt van Nijkerk Nijkerk Voorwoord Het is algemeen bekend dat zowel

Nadere informatie

MS-MasterclasS Exclusieve training door MS experts

MS-MasterclasS Exclusieve training door MS experts MS-MasterclasS Exclusieve training door MS experts MS-MasterclasS Graag nodigen wij u, neuroloog of neuroloog in opleiding, uit voor een tweedaagse training die zich richt op de klinische aspecten van

Nadere informatie

NVMO Congres 2007. Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 14-15-16 november 2007 Egmond aan Zee

NVMO Congres 2007. Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 14-15-16 november 2007 Egmond aan Zee Programma Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 14-15-16 november 2007 Egmond aan Zee 1 Wetenschappelijk comité NVMO Congres 2007 Dr. Sanneke Bolhuis, Universitair Medisch Centrum St Radboud Prof.dr.

Nadere informatie

Aanbod scholingen PEDI-NL November 2010 SCHOLINGEN PEDI-NL

Aanbod scholingen PEDI-NL November 2010 SCHOLINGEN PEDI-NL SCHOLINGEN PEDI-NL De PEDI-NL is de Nederlandse vertaling en bewerking van Pediatric Evaluation of Disability Inventory. Met de PEDI kan de mate van zelfstandigheid in het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten

Nadere informatie

Masterclass Patiëntveiligheid III: Kwetsbare ouderen en preventie van risico s

Masterclass Patiëntveiligheid III: Kwetsbare ouderen en preventie van risico s Masterclass Patiëntveiligheid III: Kwetsbare ouderen en preventie van risico s Onderdeel van 4 sessies om Iedere patiënt altijd veilig op uw afdeling waar te maken 17 april 2012 19 juni 2012 25 september

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker

Disclosure belangen spreker Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële) vergoeding Aandeelhouder

Nadere informatie

Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis

Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis Wat vindt u? Het portfolio: Lasten? Lusten? Wat is het portfolio? Portare = dragen

Nadere informatie

Mission Statement. Ad 2a) Er zal naar verwachting een veel grotere opkomst zijn tijdens de gezamenlijke sessies op beide vergaderdagen.

Mission Statement. Ad 2a) Er zal naar verwachting een veel grotere opkomst zijn tijdens de gezamenlijke sessies op beide vergaderdagen. Mission Statement Voorstel voor samenwerking van de sectie Experimentele Gastroenterologie (SEG) van de NVGE en de sectie Basale Hepatologie (SBH) van de NVH I. De voorgestelde samenwerking heeft tot doel

Nadere informatie

Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover

Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover Doelgroep: huisartsen en overige belangstellenden Methode: interactieve workshops Ontwikkeling workshops: Radboud

Nadere informatie

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie

Nadere informatie

Programma. Teaching Resource Centre Pharmacology Dr. E.A. Dubois, LUMC. Master PRO: Inbrengen perifere canule P.M.

Programma. Teaching Resource Centre Pharmacology Dr. E.A. Dubois, LUMC. Master PRO: Inbrengen perifere canule P.M. Programma Teaching Resource Centre Pharmacology Dr. E.A. Dubois, LUMC Virtual Slide Box Dr. P. de Wilde, Ir. R. Burie, Universiteit Twente Radiologie practicum Drs. A.W. Riedstra, LUMC Clinical Anatomical

Nadere informatie

MEDIATION IN DE GEZONDHEIDSZORG. Verdiepingstraining

MEDIATION IN DE GEZONDHEIDSZORG. Verdiepingstraining MEDIATION IN DE GEZONDHEIDSZORG Verdiepingstraining Mediation in de gezondheidszorg Introductie De gezondheidszorg is met 1.2 miljoen werkenden de grootste beroepsgroep van Nederland en is volop in beweging.

Nadere informatie

een systematische cursus ultrageluid in de verloskunde & gynaecologie

een systematische cursus ultrageluid in de verloskunde & gynaecologie een systematische cursus ultrageluid in de verloskunde & gynaecologie voor de intramuraal werkende (arts) echoscopist (de tweede dag ook facultatief vervolg AIOS-cursus) 20 en 21 november 2006 Auditorium

Nadere informatie

Landelijke Leergang Ouderenpsychiatrie 2013 Cursus I: Psychiatrische stoornissen: Autisme, AD(H)D, Slaapstoornissen en Benzodiazepine gebruik/misbruik

Landelijke Leergang Ouderenpsychiatrie 2013 Cursus I: Psychiatrische stoornissen: Autisme, AD(H)D, Slaapstoornissen en Benzodiazepine gebruik/misbruik Landelijke Leergang Ouderenpsychiatrie 2013 Cursus I: Psychiatrische stoornissen: Autisme, AD(H)D, Slaapstoornissen en Benzodiazepine gebruik/misbruik Georganiseerd door NVvP Afdeling Ouderenpsychiatrie

Nadere informatie

EUROPEES MILIEUBELEID EN DE NEDERLANDSE PROVINCIES

EUROPEES MILIEUBELEID EN DE NEDERLANDSE PROVINCIES Cursus PROGRAMMA Donderdag, 25 oktober 2007 09.00 Welkom en introductie Christoph Demmke, Professor, Europees Instituut voor Bestuurskunde, Maastricht Ed Eggink, Provincie Limburg, Maastricht 09.30 Europese

Nadere informatie

6 e schematherapiecongres:

6 e schematherapiecongres: Call for papers 6 e schematherapiecongres: Schematherapie: verleden, heden en toekomst 25 september 2015 Locatie: Hotel Casa 400 Eerste Ringdijkstraat 4, 1097 BC Amsterdam (vlakbij station Amsterdam Amstel)

Nadere informatie

ToP opleiding oktober 2014-2015

ToP opleiding oktober 2014-2015 -2015 Informatie voor belangstellenden uit het verzorgingsgebied van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het Maxima Medisch Centrum in Veldhoven. Expertisecentrum Ontwikkelingsondersteuning Prematuren

Nadere informatie

Overzicht cursussen Informatievaardigheid Universitaire Bibliotheken Leiden Collegejaar 2013-2014

Overzicht cursussen Informatievaardigheid Universitaire Bibliotheken Leiden Collegejaar 2013-2014 Overzicht cursussen Informatievaardigheid Universitaire Bibliotheken Leiden Collegejaar 2013-2014 Deze brochure geeft een overzicht van de cursussen op het gebied van informatievaardigheid die worden aangeboden

Nadere informatie

Top Cursus Verontreinigde Bodems

Top Cursus Verontreinigde Bodems Verder kijken dan je werkveld breed is... cursusfolder Top Cursus Verontreinigde Bodems Actuele Beleidsontwikkelingen & Innovatieve Technologieën (MSc Level) Introductie Bodembeleid vormt een belangrijk

Nadere informatie

OPROEP VOOR BIJDRAGE

OPROEP VOOR BIJDRAGE OPROEP VOOR BIJDRAGE 29 mei tot 31 mei 2013 Met groot genoegen nodigen we je uit om een voorstel tot bijdrage in te dienen voor de Onderwijs Research Dagen 2013 (ORD 2013) met als thema Over-Waarderen.

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels

Nadere informatie

EUROPEES MILIEUBELEID EN

EUROPEES MILIEUBELEID EN P:\10\1020701\infopackage final Cursus EUROPEES MILIEUBELEID EN DE NEDERLANDSE PROVINCIES georganiseerd door het Europees Instituut voor Bestuurskunde i.s.m. de nederlandse provincies Cursus EUROPEES MILIEUBELEID

Nadere informatie

Communicatie en consultvaardigheden: een vergelijking tussen training en de (klinische) praktijk

Communicatie en consultvaardigheden: een vergelijking tussen training en de (klinische) praktijk Communicatie en consultvaardigheden: een vergelijking tussen training en de (klinische) praktijk Geurt Essers 1, Evelyn van Weel Baumgarten 1 Sanneke Bolhuis, 2 1. Eerstelijnsgeneeskunde (ELG) 2. IWOO

Nadere informatie

Efficiënt presenteren Nederlands Vlot presenteren Frans Vlot presenteren Engels

Efficiënt presenteren Nederlands Vlot presenteren Frans Vlot presenteren Engels Efficiënt presenteren Nederlands Vlot presenteren Frans Vlot presenteren Engels Een voordracht geven, een toespraak houden voor collega s, een kritisch publiek overtuigen of een lezing verzorgen voor vakgenoten,

Nadere informatie

10, 17 en 24 Juni 2016. Locatie American Hotel, Amsterdam

10, 17 en 24 Juni 2016. Locatie American Hotel, Amsterdam Leergang Ondernemerschap in Alfaen Gamma Wetenschappen Interactieve leergang over de perspectieven voor ondernemerschap in de Alfa- en Gammawetenschappen 10, 17 en 24 Juni 2016 Locatie American Hotel,

Nadere informatie

4 en 5 november 2015 RAI Amsterdam

4 en 5 november 2015 RAI Amsterdam Bazalt, HCO, RPCZ en OnderwijsAdvies organiseren het congres: Leren zichtbaar maken met de kennis over hoe wij leren met professor John Hattie 4 en 5 november 2015 RAI Amsterdam Professor John Hattie doet

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

MEDIATION EN BREINVOORKEUREN NBI

MEDIATION EN BREINVOORKEUREN NBI MEDIATION EN BREINVOORKEUREN NBI Breinvoorkeuren NBI Introductie en doelstelling van deze opleiding Het doel van deze opleiding is om de deelnemer het recht te geven om alle NBI instrumenten te gebruiken

Nadere informatie

NVMO-werkgroep Docentprofessionalisering

NVMO-werkgroep Docentprofessionalisering NVMO werkgroep Docentprofessionalisering Projectplan NVMO-werkgroep Docentprofessionalisering aandachtsgebieden en prioriteiten voor de (nabije) toekomst Definitieve versie dd 11 maart 2013 Administratieve

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Organisatie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum

Nadere informatie

Waardenweb.nl een interactief onderwijsinstrument voor de student van nu

Waardenweb.nl een interactief onderwijsinstrument voor de student van nu Werken aan Professioneel gedrag via Waardenweb.nl een interactief onderwijsinstrument voor de student van nu HGZO Congres 2011 25 maart Bernadette Snijders Blok en Sanne van Roosmalen Afdeling Huisartsgeneeskunde

Nadere informatie

Congres Behandeling van verstoorde

Congres Behandeling van verstoorde Congres Behandeling van verstoorde hechting Bij kinderen Donderdag 19 september 2013, Jaarbeurs Utrecht Met onderwerpen als: De laatste ontwikkelingen op het gebied van verstoorde hechting bij kinderen

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN

LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN Wel of geen diagnostiek? Wel of geen diagnose? BrainAgingMonitor Hoe oud is jouw brein? Donderdag 26 april 2012 www.brainagingmonitor.nl Toelichting PAO Heyendael organiseert

Nadere informatie

Basisscholing Palliatieve Zorg voor artsen 2 november 2006 Nationaal Congres Palliatieve Zorg Sasja Mulder Onderwijs in palliatieve zorg in de medische specialisten opleiding 2001 2003 COPZ project ontwikkeling

Nadere informatie

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding Inleiding Het LEOZ (Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg) is een samenwerkingsproject van: Fontys Hogescholen, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg,

Nadere informatie

NVMO CONGRES 2014 6-7 NOVEMBER EGMOND AAN ZEE

NVMO CONGRES 2014 6-7 NOVEMBER EGMOND AAN ZEE NVMO CONGRES 2014 6-7 NOVEMBER EGMOND AAN ZEE Inhoud Belangrijke data Zaterdag 19 april 2014 Uiterste inleverdatum abstracts voor papers, posters, symposia, workshops, rondetafelsessies. Maandag 29 september

Nadere informatie

Opleider. Context. Doel

Opleider. Context. Doel Opleider Doel (Mede)ontwikkelen van het opleidingsbeleid en ontwikkelen en (laten) verzorgen van trainingen en voor verschillende interne en/of externe doelgroepen, binnen de kaders van het beleid en de

Nadere informatie

SKO en Leergang Onderwijskundig Leiderschap op de Erasmus Universiteit Rotterdam

SKO en Leergang Onderwijskundig Leiderschap op de Erasmus Universiteit Rotterdam SKO en Leergang Onderwijskundig Leiderschap op de Erasmus Universiteit Rotterdam Alice van de Vooren en Gerard Baars Risbo, Erasmus Universiteit Rotterdam Versterking onderwijscarriere EUR EUR-speerpunt:

Nadere informatie

Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling. Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK

Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling. Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK Vumc compas 2015 Voldoen aan wettelijk raamwerk academische bachelor (OCW): Wet kwaliteit in verscheidenheid

Nadere informatie

Rapporteren, Onderzoeken. Opvolgen van Deviaties. 16-17 september 2008

Rapporteren, Onderzoeken. Opvolgen van Deviaties. 16-17 september 2008 Rapporteren, Onderzoeken en Opvolgen van Deviaties Een twee-daagse, interactieve, hands-on training voor en door mensen uit de praktijk 16-17 september 2008 GROUP Pharmaceutical consultancy & services

Nadere informatie

Specialisatieopleiding arbeids- en organisatiemediation

Specialisatieopleiding arbeids- en organisatiemediation mensenkennis De partijen op één lijn te krijgen en zo het conflict ombouwen naar een goede samenwerking. Dat is een fantastische uitdaging. Specialisatieopleiding arbeids- en organisatiemediation Arbeids-

Nadere informatie

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties?

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? LOGO-congres 15 juni 2012 Onderwijsvernieuwing met Ambitie en Passie WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? Theo Bouman & Valerie Hoogendoorn Opleidingsinstituut PPO Groningen 1 Doel Feeling te krijgen

Nadere informatie

NIFP OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP. Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek!

NIFP OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP. Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek! OPLEIDING RAPPORTEUR NIFP Verdiep en vergroot uw kennis van de forensische diagnostiek! Jaargang 2009-2010 NIFP NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE Een forensisch psychiater

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie

Nadere informatie

Veiligheid? Zoek het ff zelf uit!

Veiligheid? Zoek het ff zelf uit! De Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) organiseert op in Hotel- en Congrescentrum Papendal te Arnhem haar tweejaarlijkse veiligheidscongres. Een terugtredende overheid, een grotere rol

Nadere informatie

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal Vakbeschrijvingen derde jaar EBM: In het derde jaar volg je enkele verdiepende vakken, schrijf je de bachelorscriptie en heb je een vrije keuzeruimte. Je kunt deze ruimte invullen met keuzevakken (o.a.

Nadere informatie

Masterclass Zorgmanagement voor Specialisten in Opleiding

Masterclass Zorgmanagement voor Specialisten in Opleiding Masterclass Zorgmanagement voor Specialisten in Opleiding Hoe ga ik om met de ziekenhuisorganisatie? Nascholing voor professionals in de gezondheidszorg Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en

Nadere informatie

MasterCourse Vastgoed Fiscaal 2016

MasterCourse Vastgoed Fiscaal 2016 MasterCourse Vastgoed Fiscaal 2016 INTRODUCTIE De Erasmus Universiteit Rotterdam hecht veel belang aan post initiële opleidingen van hoogwaardige kwaliteit. In dat kader is door het Fiscaal Economisch

Nadere informatie

Training Kwaliteits- en Beoordelingsdeskundige CCKL. Zie website voor de routebeschrijving Midden Veluwe Hotels, Hotel t Speulderbos te Garderen.

Training Kwaliteits- en Beoordelingsdeskundige CCKL. Zie website voor de routebeschrijving Midden Veluwe Hotels, Hotel t Speulderbos te Garderen. Training Kwaliteits- en Beoordelingsdeskundige CCKL Informatie voor de deelnemers 1 Cursusinformatie 2 Cursusprogramma 3 Deelnemerslijst Zie website voor de routebeschrijving Midden Veluwe Hotels, Hotel

Nadere informatie

Workshop "Lopen op eieren" leidinggeven en aanspreken (W1)

Workshop Lopen op eieren leidinggeven en aanspreken (W1) Workshop "Lopen op eieren" leidinggeven en aanspreken (W1) Deze workshop wordt door 98% van de deelnemers beoordeeld met een 9,1 gemiddeld Inleiding 2 daagse workshop Veel (meewerkend) leidinggevenden

Nadere informatie

Revalidatie bij gewrichtsziekten

Revalidatie bij gewrichtsziekten Revalidatie bij gewrichtsziekten Locatie: Reade, Amsterdam Donderdag 14 februari 2013 Toelichting De Nederlandse Vereniging voor Revalidatie Artsen (VRA) organiseert in samenwerking met PAO Heyendael op

Nadere informatie

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts Beoordelen van co-assistenten Praktijk versus theorie Marjan Govaerts Waar hebben we het over? Why Bother? Frequente feedback, op basis van Frequente toetsing Oefening en follow-up Ericsson, Academic

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment MBO en HBO studenten 3 de en 4 de jaars, HBO studenten verkorte opleiding en cursisten vervolgopleidingen Jeroen Bosch Ziekenhuis 1 Juni 2014, Jeroen

Nadere informatie

Al doende leren Een module voor trainers

Al doende leren Een module voor trainers Al doende leren Een module voor trainers Bijlagen: Powerpoint Een module voor trainers Handouts: Stappenplan internetgebruik (De Strategiekaart) Print van Powerpoint prestaties geld Parktijkopdrachten

Nadere informatie

Beoordeling en feedback door supervisoren van de communicatieve competentie van aios

Beoordeling en feedback door supervisoren van de communicatieve competentie van aios Beoordeling en feedback door supervisoren van de communicatieve competentie van aios Jan Wouda Harry van de Wiel Wenckebach Instituut Universitair Medisch Centrum Groningen Waarom nodig? communicatie is

Nadere informatie