Functionele Stabiliteit van Biopolymeren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Functionele Stabiliteit van Biopolymeren"

Transcriptie

1 Functionele Stabiliteit van Biopolymeren 6 september 2011 polymeer granulaat / halffabrikaat product Een praktijkgerichte onderzoekssamenwerking tussen hogescholen, kennisinstellingen en MKB bedrijven op het expertisevlak van biopolymeren. De samenwerkende partners zijn AVANS, lectoraat Bio-based product development, Fontys hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen, lectoraat Thin Films & Functional Materials en Wageningen UR Food & Bio-based Research. De nu aangesloten beroepspraktijk bestaat uit de MKB-bedrijven Bato, Desch-plantpak, Imperial Ventures, Oerlemans Plastics, Optimum Bioplastics, Rodenburg en Synbra Technology en Innovatiecentrum Syntens. RAAK-PRO aanvraag i 6 september 2011

2 Inhoud 1. Inleiding Vraagarticulatie, initiële vraagstelling, (onderzoek-)thema s, doelstellingen Netwerkvorming Onderzoeksplan Implementatieplan voor de beroepspraktijk Implementatieplan voor de onderwijspraktijk Duurzaamheid beoogde toepassingen Disseminatie van de resultaten van onderzoek Monitoring en Evaluatie Projectorganisatie en Management Bijlage I Curriculum Vitaes Bijlage II Omschrijving MKB-bedrijven Bijlage III Begrippenlijst biopolymeren Bijlage IV Voorbeeld uitwerking deelonderzoek Bijlage V Tijdsplanning activiteiten en milestones Bijlage VI Aanvraagformulier RAAK-PRO Bijlage VII Begroting RAAK-PRO RAAK-PRO aanvraag ii 6 september 2011

3 Samenvatting Aanleiding Biopolymeren staan steeds meer in de belangstelling voor toepassing in producten met een korte termijn gebruiksduur zoals plantenpotten, trays en verpakkingsmateriaal en in producten met een lange gebruiksduur, zoals isolatieschuim, mobiele telefoons en dashboards. Behalve biostabiliteit zijn daarbij ook thermische-, UVen chemische stabiliteit van belang. De uitdaging van elk bedrijf dat biopolymeren produceert of toepast is het reguleren van de functionele stabiliteit van deze polymeren. Tot op heden is aan (fundamenteel) onderzoek op dit gebied (inter)nationaal weinig aandacht besteed. De enige manier daartoe is het opbouwen van meer gedetailleerde kennis over de stabiliteit van een biopolymeermateriaal. Deze stabiliteit is het resultaat van de intrinsieke eigenschappen van het biopolymeer en van het effect van externe factoren - zoals (UV) licht, temperatuur(schommelingen), vocht, chemicaliën (zuren, basen of andere stoffen), micro-organismen en reologische parameters (afschuifspanning, druk) - op de fysische en chemische interacties in het product. Doelstelling en beoogde resultaten Centrale onderzoeksvraag is: hoe kan optimale regie worden verkregen op de functionele stabiliteit van biopolymeren in de productketen? Binnen dit RAAK-PRO project wordt op drie niveaus onderzoek gedaan aan parameters die de functionele stabiliteit beïnvloeden; polymeer, halffabrikaat en product. Deze vraag is vertaald in 6 deelvragen, direct afkomstig uit de beroepspraktijk (met name het MKB), welke zich richten op: 1. Begripsvorming stabiliteit van biopolymeren; 2. Verbeteren van de fysische-reologische stabiliteit; 3. Effect van vulstoffen op de biologische en thermische stabiliteit; 4. Effect van kristalliniteit op de biologische afbraak; 5. Vertragen van de UV gevoeligheid (minder vergeling en verbrossing); 6. Het verkrijgen van optimale productdesign combinaties van biopolyesters en zetmeel. De opgebouwde kennis wordt gebruikt om de productstabiliteit te voorspellen, producten te verbeteren of beter te fine-tunen. Kennis en vaardigheden in het onderwijs op de hogescholen en in de MKB-beroepspraktijk worden aanzienlijk vergroot. Het implementatieplan voor de beroepspraktijk bestaat o.a. uit stage/afstudeerplaatsen, biobased onderwijs-modules, kortlopende opdrachten en minoren, facility sharing van diverse laboratoria, ontwikkeling en uitwerking van 6 tot 10 nieuwe biopolymeerproducten, organisatie van symposia, mobiliseren van MKB en clustervorming voor onderzoeksvragen. Het implementatieplan voor de onderwijs-praktijk bestaat o.a. uit wetenschappelijke publicaties, patenten, een biopolymeren-database, diverse colloquia en gastcolleges, aanpassing van onderwijsmodules en een promotieplek. Daarnaast vindt brede kennisdisseminatie plaats. Consortium en netwerk Het consortium bestaat uit onderzoek, onderwijs en beroepspraktijk: penvoerder AVANS Hogeschool (lectoraat Biobased Product Development), Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen, Wageningen UR Food & Biobased Research, MKB-ers Rodenburg Biopolymers en Optimum Bioplastics, en MKB-intermediair Syntens. Ook zijn MKB-producenten van grondstoffen en converters betrokken: Bato, Desch, Imperial Ventures, Oerlemans en Synbra Technology. In het onderzoek worden verder eindgebruikers direct aangesloten (o.a. agrofoodsector, bouw, ziekenhuizen en consumenten). Het project draagt in belangrijke mate bij aan het bestaande robuuste Biobased Economy ecosysteem in de regio Zuidwest-Nederland. Netwerkvorming wordt verankerd door samenwerking met o.a. het Centre for Open Chemical Innovation te Bergen op Zoom (COCI), het initiatief Biobased Innovations, het programma Biobased Performance Materials, het Dutch Polymer Institute en het European Polysaccharide Network of Excellence. Looptijd project en projectbegroting Startdatum van het project is 1 april 2012 en einddatum is 31 maart De totale projectbegroting bedraagt 1.056,510,- en gevraagde subsidie ,25. De eigen bijdrage van de projectpartners is 37%. RAAK-PRO aanvraag iii 6 september 2011

4 1. Inleiding Aanleiding en projectdoelstelling Biopolymeren staan steeds meer in de belangstelling door afnemende beschikbaarheid van aardolie, stijgende olieprijzen, strategische keuzes ten aanzien van afhankelijkheid van olieproducerende landen en de grote kansen die agroproducten bieden. Vanzelfsprekend is daarbij ook het groene label voor producten, geproduceerd met groene grondstoffen marketingtechnisch interessant voor het bedrijfsleven, want ook de consument wordt kritischer ten aanzien van duurzaamheidsaspecten 1. De toepassing van biopolymeren in Europa spitst zich momenteel vooral toe op ontwikkeling van producten met een beperkte gebruiksduur en een relatief korte afbreektijd. Voorbeelden van producten, die onder deze noemer vallen, zijn plantenpotten, trays, clips, landbouwfolie, folie voor substraatteelt (de land- en tuinbouw) en verpakkingsmateriaal (de verpakkingsindustrie). Het gedrag in de afvalfase wordt beoordeeld aan de hand van de composteerbaarheid. Het keurmerk composteerbaarheid is hier een voorbeeld van 2. Er komt echter meer aandacht voor het gebruik van biopolymeren in duurzame toepassingen, in termen van lange gebruiksduur, zoals in de bouw, in elektronica applicaties (mobiele telefoons) en in de automobielindustrie (dashboards, deurpanelen). Behalve de bio-stabiliteit van het materiaal zijn hier ook thermische-, UV- en chemische stabiliteit van belang. Tot op heden is aan dit (fundamenteel) onderzoeksgebied nationaal en internationaal weinig aandacht besteed. Onderzoek naar de mogelijkheden voor biopolymeren was ook onderwerp van het in juni 2011 afgeronde RAAK-project Biopolymeren. Dit project werd door Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen (penvoerder), AVANS en Syntens als consortium vorm gegeven met daarnaast een aantal regionale MKBbedrijven. De projectdoelstellingen zijn meer dan gehaald. Het project heeft geresulteerd in een netwerk met verscheidene nieuwe samenwerkingsverbanden tussen onderwijsinstellingen onderling, tussen onderwijsinstellingen en MKB bedrijven en verbanden tussen MKB bedrijven onderling. De volgende twee belangrijke conclusies konden uit het desbetreffend RAAK-project worden getrokken: 1. Het ontstane netwerk wordt als zeer waardevol ervaren om biopolymeren een prominentere plaats in de markt te geven. Onderzoek en samenwerking dienen derhalve gecontinueerd en uitgebouwd te worden. 2. De enige manier om de toepasbaarheid van biopolymeren te verhogen is het ontwikkelen van meer fundamentele kennis over de stabiliteit van biopolymeren. Deze conclusies zijn de directe aanleiding geweest voor de opzet van praktijkgericht onderzoek ingebed in deze RAAK-PRO aanvraag. Onderzoeksvraag, onderzoeksplan, nieuwe kennis, inzichten en resultaten voor het beroepenveld Centrale onderzoeksvraag in dit RAAK-PRO project is: Hoe kan optimale regie worden verkregen op de functionele stabiliteit van biopolymeren in de productketen (verwerking van polymeer via granulaat naar eindproduct)? De centrale onderzoeksvraag is in het onderzoeksplan vertaald in initieel 6 deelonderzoeken, welke zich richten op de conceptontwikkeling van stabiliteitsmechanismen, op concrete proces- en productontwikkeling en op toetsing van geproduceerde biopolymeren op eigenschappen bij (eind)gebruikers. 1 Policy paper on Bio-based Economy in the EU, Level Playing Field for Bio-based Chemistry and Materials, Michael Carus (Nova-Institute) e.a., April Product overview and market projection of emerging bio-based plastics, PRO-BIP 2009, Final report June 2009, Li Shen, Juliane Haufe, Martin K. Patel, Group Science, Technology and Society (STS) Copernicus Institute for Sustainable Development and Innovation, Utrecht University, commissioned by European Polysaccharide Network of Excellence (EPNOE, and European Bioplastics (www.europeanbioplastics.org). RAAK-PRO aanvraag 1 6 september 2011

5 Het praktijkgericht onderzoek zal plaatsvinden met de volgende consortiumpartners: AVANS (penvoerder); Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen; Wageningen UR Food & Biobased Research (kennisinstelling); Rodenburg Biopolymers (MKB); Optimum Bioplastics (MKB); Syntens Innovatiecentrum: Innovatiecentrum MKB-bedrijven (hierna Syntens). De geformuleerde onderzoeksvragen zijn direct afkomstig van de MKB-bedrijven. In aanvang gaat het om de grondstofproducenten Optimum Bioplastics, Rodenburg en Synbra en de grondstof/halffabrikaatverwerkers Bato, Desch-plantpak, Imperial Ventures, Oerlemans, Optimum Bioplastics en Synbra Technology. In het onderzoek worden de eindgebruikers direct bij diverse ontwikkelingen betrokken (bedrijfsleven, agrofoodsector, ziekenhuizen, bouw, evenementenorganisaties, consumenten). Hierin speelt het MKB-bedrijf Millvision een coördinerende rol. Syntens treedt op ten behoeve van kennisdissiminatie en -valorisatie en fungeert als intermediair tussen MKB en kennisleveranciers. Syntens clustert individuele kennisvragen en integreert deze i.s.m. kennisleveranciers in één van de themagebieden. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het ontstane MKB-platform (circa 40 MKB-bedrijven) uit het eerdere RAAK MKB project Biopolymeren. In de loop van het traject is de verwachting, dat een groot aantal nieuwe bedrijven betrokken raakt. Uitvoering van het onderzoeksplan zal uiteindelijk leiden tot: Categorisatie en begripsvorming over de stabiliteit van biopolymeren met nadruk op biopolyesters; Fundamentele én praktische kennisvermeerdering in de thermische stabiliteit, getriggerde degradatie, fysisch reologische stabiliteit en UV-gevoeligheid van specifieke biopolymeren, die centraal staan in de biopolymeer-productontwikkeling bij betrokken MKB-bedrijven; Inzicht in de toepassing van nieuwe combinaties van biopolyesters en zetmeel / meel; Flexibele ontwerpregels voor de functionele sturing in afbreekprocessen van biopolymeren; Vertaling van de beroepspraktijk in nieuwe biopolymeer-theorieën ten behoeve van verbeterde en nieuwe lesmethoden, lesmodules en curricula binnen de bio-based onderwijspraktijk van AVANS- en Fontys Hogescholen. Strategische kennispositie van de hogeschool en relatie met het programma RAAK-PRO AVANS- en Fontys hogescholen ontberen voldoende kennis en faciliteiten bij het oplossen van fundamentele vragen rond de functionele stabiliteit en daarmee de toepasbaarheid van biopolymeren om adequaat in te spelen op vragen uit het werkveld. Hét kennisinstituut op het gebied van biopolymeren, Wageningen UR, Food & Biobased Research (FBR) wordt in dit praktijkgericht onderzoek betrokken om daarmee het kennisniveau van de hogescholen te verhogen en de wetenschappelijke kwaliteit van het onderwijs en de adviezen aan de beroepspraktijk te verbeteren. Wageningen UR FBR ziet AVANS als beoogd partner binnen het door het ministerie van EL&I geïnitieerde plan om een netwerk van regionale expertise centra bio-based economy te realiseren onder de paraplu van Wageningen UR in de rol van Centre of Excellence. Daarnaast krijgen AVANS- en Fontys hogescholen met dit RAAK-PRO project de kans om praktijkgericht onderzoek uit te voeren ter vernieuwing, verbetering en uitbreiding van het bio-based onderwijs. Verder wordt de relatie met de MKB-beroepspraktijk verdiept en breed verankerd in het onderwijs. Ten slotte biedt het project een uitmuntende aanvulling op de regionale bio-based ambities in Zuidwest-Nederland waaronder het op te richten COCI in Bergen op Zoom (Centre for Open Chemical Innovation), het Centre of Expertise Biobased Economy van AVANS en in de uitvoering van het regionale businessplan Bio-based Economy Zuidwest- Nederland, where Agro meets Chemistry. RAAK-PRO aanvraag 2 6 september 2011

6 2. Vraagarticulatie, initiële vraagstelling, (onderzoek-)thema s, doelstellingen Huidige situatie beroepspraktijk en redenen waarom onderzoek en innovaties noodzakelijk zijn De uitdaging van elk bedrijf dat biopolymeren produceert of toepast is het reguleren van de functionele stabiliteit van deze polymeren. Polymeren en producten, gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen zijn hoofdzakelijk polyesters en hebben meestal beperktere stabiliteit dan polyolefinen zoals PE en PP, wat kan resulteren in een kortere levensduur en toepassing (die soms wel en soms juist niet gewenst is). Ook tijdens de verwerking hebben (bio)polyesters vaak hun beperkingen door lagere stabiliteit. Voorbeelden van artikelen die vanwege hun beoogde functionele stabiliteit nog vrijwel uitsluitend op basis van synthetische polymeren worden gemaakt zijn te vinden in sectoren zoals ziekenhuizen en bejaardenhuizen (kunststof wegwerpartikelen), de bouw (isolatieschuim), evenementensector (rijplaten), land- en tuinbouw, elektronica etc. De enige manier om de toepasbaarheid van biopolymeren te verhogen, is het opbouwen van meer gedetailleerde kennis over de stabiliteit. De stabiliteit van een biopolymeermateriaal is het resultaat van enerzijds de intrinsieke eigenschappen van het biopolymeer zoals type polymeer en structuuropbouw en anderzijds het effect van externe factoren op de fysische en chemische interacties in het product. Tijdens gebruik en verwerking staan (bio)polymeren bloot aan externe factoren zoals (UV-) licht, temperatuur (schommelingen), vocht, chemicaliën (zuren, basen of andere aanwezige stoffen), micro-organismen, reologische parameters (afschuifspanning, druk), etc. De kennis die in dit praktijkgericht onderzoek op wordt opgebouwd levert informatie op, die gebruikt gaat worden om doelgerichter producten te ontwikkelen met een bepaalde gewenste functionaliteit. De opgebouwde kennis wordt dan gebruikt om de stabiliteit op voorhand te voorspellen, producten te verbeteren of beter te fine-tunen. Vertaling van beroepspraktijkvraag naar onderzoeksvraag en deelvragen De vragen uit de beroepspraktijk zijn vertaald in de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe kan optimale regie worden verkregen op de functionele stabiliteit van biopolymeren in de productketen (verwerking van polymeer via granulaat naar eindproduct)? Het praktijkgericht onderzoek bij deze vraag kan op basis van expertise, faciliteiten en benodigde materialen en technieken worden ingedeeld in drie niveaus: polymeer, granulaat en product (zie onderstaande figuur). polymeer halffabrikaat /granulaat product A. Op polymeer (of moleculair) niveau wordt uitgezocht wat het effect van de chemische structuur is. Hieronder wordt verstaan type binding (bijvoorbeeld ester vs. amide vs. glycosidisch), blokgrootte en type, vertakkingsgraad en type vertakking, eindgroepen en kristalliniteit. Op dit niveau zal er vooral geïnventariseerd worden welke chemische bindingen, molecuulstructuren etc. welke effecten hebben op de stabiliteit van een biopolymeer. Het zal hier vooral gaan om een literatuuronderzoek. Aan de hand van de gegevens zal er een indeling in categorieën worden gemaakt die gaat dienen voor keuzes in het verdere onderzoek. Methodieken als molecular modelling kunnen in dit deel van het onderzoek een goede RAAK-PRO aanvraag 3 6 september 2011

7 ondersteuning bieden. De expertise in deze fase van het onderzoek ligt vooral bij Wageningen UR FBR. Uitvoerend zullen de hogescholen hierin een belangrijke rol spelen. B. Het tweede niveau richt zich op het granulaat (of halffabrikaat). Op moleculair niveau worden de intrinsieke eigenschappen van een polymeer vastgelegd. Door diverse polymeren te combineren (blenden) kan het stabiliteit spectrum worden geoptimaliseerd. Door het toevoegen van additieven zoals anti-oxidanten, vloeiverbeteraars, weekmakers, vezels, kiemvormers, vernetters en vulmiddelen kan de specifieke stabiliteit worden verbeterd. Mengsels worden verder verwerkt door middel van compounding (bv. dubbelschroefsextrusie technologie). Het gebruik van verschillende typen additieven en het effect hiervan op verschillende vormen van stabiliteit zal in kaart worden gebracht. Relaties die worden gevonden geven het bedrijfsleven ideeën en mogelijkheden voor het verkrijgen van producten met bepaalde gewenste functionaliteiten. Beschikbare kennis over waarnemingen tussen stabiliteit en halffabricaat of verwerking van halffabricaat wordt meegenomen in dit onderzoek. Op dit niveau zal veel interactie zijn tussen bedrijven en hogescholen. Een aantal voorbeelden is: Aanwezigheid van onzuiverheden als zuren en basen hebben veel impact op de thermische stabiliteit tijdens de processing van het halffabrikaat. Dit is te verbeteren door te werken met zuivere producten of scavengers. Verder worden additieven gebruikt om de afschuifspanning laag te houden. UV stabiliteit wordt veelal bepaald door het ontstaan van vrije radicalen in het polymeer. Dit wordt ondervangen door het gebruik van radicaalvangers en antioxidanten, echter ander negatieve effecten zoals verkleuring en verbrossing kunnen een gevolg zijn. Biologische stabiliteit is afhankelijk van intrinsieke factoren. Gebruik van additieven zoals natuurlijke biocides vertraagt de biologische afbraak en gebruik van additieven zoals radicalen of schimmelsporen versnelt het afbraakproces. De toegankelijkheid voor bio-organismen kan vergroot worden door het gebruik van natuurvezels of vulmiddelen waardoor ook het afbraakproces sneller verloopt. Afhankelijk van gewenste functionaliteit en levensduur van het product is sturing mogelijk. C. Het derde niveau is het niveau product. Dit niveau richt zich op productdesign en slimme vormgeving. Om producten met een bredere functionaliteit en stabiliteit te verkrijgen kan een combinatie van materialen in een slim design de oplossing bieden. Een voorbeeld hiervan is een meerlaags afdekfolie in de land- en tuinbouw, een folie met een laag voor goede UV-stabiliteit gecombineerd met een hydrolytisch afbreekbare laag. Een andere optie is het aanbrengen van coatings of het maken van gestructureerde blends (gebruik makend van co-continue, disperse of gelaagde fasen). Technieken hierbij zijn: meerlaagsextrusie, folie gieten en blazen, en extrusie compounderen (gestructureerde blends). Ook hier zullen MKB en hogescholen de spil in het onderzoek zijn. Vraagsturing en feedback uit beroepspraktijk bij het onderzoek en op tussentijdse resultaten Vraagsturing en feedback uit de beroepspraktijk is geborgd door structurele elementen in het onderzoeksplan: - De onderzoeksvragen zijn direct afkomstig van bedrijven die onderdeel vormen van de biopolymeerketen. Het gaat om grondstofproducenten, halffabrikaatverwerkers en eindgebruikers. Hieronder vallen ook de circa 40 MKB-bedrijven betrokken in het voorloper RAAK-MKB-project. - Alle projectpartners (hogescholen, WUR FBR en MKB-bedrijven) zijn direct betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Twee maal per jaar presenteren zij integraal elkaar de voortgang van de deelonderzoeken. In de deelonderzoeken zelf is uiteraard zeer frequent contact tussen betrokken partijen. Zo ontstaat de borging dat resultaten breed terecht komen bij de beroepspraktijk en dat de beroepspraktijk de mogelijkheid heeft feedback te geven aan de hogescholen en kennisinstelling. - Als innovatiecentrum voor MKB komen bij Syntens met grote regelmaat vragen binnen van bedrijven op het gebied van biopolymeren. Syntens selecteert en clustert deze vragen en brengt die vervolgens in bij het consortium. Syntens is binnen het consortium daarmee de bindende kracht tussen het consortium en MKB en bewaakt in die hoedanigheid de kwaliteit en de voortgang van het onderzoek. Syntens is daarmee de ideale sparringsorganisatie voor vraagsturing door de MKB-beroepspraktijk. - Vraagsturing wordt eveneens bewerkstelligd door input vanuit o.a. het NRK Biobased cluster (Rubberen Kunststofbranche), BCPN (Belangenvereniging composteerbare producten NL) en relaties met het DPI-Value Centre (Dutch Polymer Institute), het netwerk Biobased Innovations en Universiteit Gent. RAAK-PRO aanvraag 4 6 september 2011

8 3. Netwerkvorming Samenstelling, ambitie, belangen, kennisniveau van het consortium en andere deelnemers Bij de samenstelling van het consortium is bewust gekozen voor een gelijke verdeling van de drie disciplines onderzoek, onderwijs en beroepspraktijk (MKB-bedrijven). Het consortium (lichtgroen), overige deelnemende MKB-bedrijven (donkergroen) en het omliggend ecosysteem (geel, oranje, rood) zijn in onderstaande figuur schematisch weergegeven. De consortiumpartners zijn: Penvoerder AVANS (AVANS): Biobased en daarbinnen het onderwerp Biopolymeren is voor AVANS een belangrijk thema in hun onderwijs. Binnen de hogeschool wordt daartoe intensief samengewerkt tussen collega-opleidingen op disciplines als organische chemie, polymeerchemie, chemische technologie en werktuigbouwkunde. AVANS beschikt over laboratoriumfaciliteiten en verwerkings-mogelijkheden als compounderen, extrusie, spuitgieten en thermovormen naast diverse chemische en fysische analyseapparatuur voor grondstof, halffabrikaat en eindproductanalyse. AVANS stimuleert en ondersteunt praktijkgericht onderzoek met het MKB. Het netwerk tussen bedrijven en vakdocenten is van het niveau dat zij makkelijk bij elkaar binnen lopen. AVANS heeft een onderscheidende kennispositie in de regio West-Brabant. Samen met haar directe partners (bedrijven en kennisinstellingen) zal AVANS een Centre of Expertise Bio-based Economy opstarten. Eind 2010 is een business plan opgesteld om hieraan inhoud en richting te geven. AVANS participeert eveneens in de uitvoering van het Businessplan "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry" en heeft zitting in de governance structuur (o.a. regiegroep) om gezamenlijke ambities te realiseren. Vanuit het College van Bestuur, de Academie ATGM en het Expertisecentrum Duurzame Innovatie wordt momenteel gewerkt aan nieuwe groene lesmodules en bio-based minoren. Ook staat een Doorlopende Leerlijn (MBO-HBO) Bio-based Economy en een RAAK-PRO aanvraag 5 6 september 2011

9 compleet nieuwe opleiding Bio-based Economy in de steigers. Middelen zijn vrijgemaakt voor nieuwe lectoraten en kenniskringen op het gebied van Bio-based product development en Bio-energie. Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen (Fontys TNW): Fontys TNW voert het keurmerk duurzaamheid met drie sterren en draagt daarmee het belang uit dat huidige en toekomstige studenten bewust moeten omgaan met materiaal en energie. Duurzaam ondernemen, ook in onderzoek, is een belangrijk facet. Biopolymeren spelen hierin een belangrijke rol. Vandaar dat er in 2009 gestart werd met een RAAK MKB traject op gebied van Biopolymeren, mede aangestuurd door het lectoraat Thin films & Functional Materials (voorheen lectoraat Functionele Polymeren). In alle fasen van de opleiding Applied Science van Fontys speelt de samenwerking met het werkveld een centrale en cruciale rol. Fontys heeft een groot netwerk van bedrijven waar veel mee wordt samengewerkt. Vanaf het eerste studiejaar krijgen de studenten opdrachten vanuit het bedrijfsleven. Opdrachten op het terrein van biopolymeren worden ook meer en meer door de studenten gewenst. Er is binnen Fontys TNW apparatuur aanwezig om polymeren en kunststoffen te analyseren (zoals thermisch, fysisch, mechanisch als ook microscopen en verouderingstesten). Verder wordt door samenwerking met een aantal bedrijven in de omgeving van Eindhoven en het Mikrocentrum Eindhoven materialen verwerkt. Het lectoraat Thin Films & Functional Materials zal rechtstreeks betrokken zijn bij onderhavig RAAK-PRO praktijkgericht onderzoek. Wageningen UR-Food & Biobased Research (FBR): Het onderzoeksinstituut FBR is onderdeel van kennisinstelling Wageningen UR. FBR doet al sinds 1990 fundamenteel en toegepast onderzoek op het gebied van biologisch afbreekbare en/of biobased materialen en behoort op dit gebied tot de top-drie onderzoeksgroepen van Europa. FBR was betrokken bij de ontwikkeling van de eerste generaties bioplastics op basis van zetmeel, poly-melkzuur (PLA) en poly-hydroxy alkanoaten (PHAs), maar ook bijvoorbeeld bij de regelgeving/normering van biopolymeren. Activiteiten variëren van de ontwikkeling van nieuwe materialen, van additieven en van producten op basis van bioplastics. Hiervoor heeft FBR de beschikking over een goed uitgerust laboratorium met een groot scala aan analyse- en polymeerverwerkingsapparatuur zoals extruders en spuitgietmachines. Omdat FBR onderdeel is van Wageningen University & Reseach biedt dit direct toegang tot andere universitaire vakgroepen en kennisinstituten. Alle bedrijven aangesloten bij deze aanvraag hebben nu of in het verleden al samengewerkt met FBR op project- of adviesbasis. Voorbeelden zijn product-ontwikkelingen op basis van Solanyl voor Rodenburg en de ontwikkeling van Biofoam (piepschuim op basis van PLA) voor Synbra Technology. Voor het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie coördineert FBR het BPM (biobased performance materials) programma. Binnen dit programma werken diverse kennisinstellingen en bedrijven aan de ontwikkeling van hoogwaardige toepassingen voor biopolymeren. 3 Optimum Bioplastics en Rodenburg: De bedrijven aangesloten bij dit onderzoek worden onderverdeeld in grondstoffenproducenten, compounders en converters. De MKB-bedrijven Optimum Bioplastics (Rotterdam) en Rodenburg (Oosterhout) zijn allebei compounders. Vanuit deze twee bedrijven zijn senior onderzoekers (PhD, MSc) afgevaardigd in het consortium. Beide bedrijven hebben expertise om granulaat uit biopolymeren te maken en om deze te testen op conversie en verwerking. Als compounders zijn ze op een directe manier verbonden met de converters en de eindgebruikers. Syntens: MKB-intermediair Syntens is betrokken als onafhankelijk partner voor de valorisatie en disseminatie van kennis. De rol van Syntens is gericht op de interdisciplinaire uitwisseling van relevante kennis tussen onderzoeksinstituten en het MKB. Syntens stimuleert innovaties door het kennisniveau van biopolymeren bij de verschillende ketenspelers van de kunststofindustrie te verhogen. Het gaat daarbij om grondstofproducenten, compoundeurs, verwerkers, eindgebruikers (agro, retail, automotive, bouw, etc.), productontwikkelaars en afvalverwerkers. Syntens mobiliseert actief MKB-ers uit deze toepassingsgebieden en creëert aldus breed draagvlak en bevordert transsectorale samenwerking. Andere deelnemende MKB-bedrijven Naast genoemde MKB consortiumpartners zijn ook andere deelnemende MKB-bedrijven betrokken. Deze bedrijven houden zich bezig met de productie van grondstoffen, het verwerken hiervan tot tussen- of eindproduct (de zogenaamde converters). Het betreft op dit moment de bedrijven Bato te Zevenbergen, Desch 3 Voor meer info zie RAAK-PRO aanvraag 6 6 september 2011

10 te Waalwijk en Beuningen, Imperial Ventures te Bergen op Zoom, Oerlemans te Genderen en Synbra Technology te Etten-Leur. Een korte beschrijving van deze MKB-bedrijven is opgenomen in bijlage II. Duurzaamheid van de netwerkvorming Juist in de regio Zuidwest-Nederland ontstaat een optimaal ecosysteem op het gebied van de Bio-based Economy. De regio kent veel agro productie- en verwerkingsbedrijven (Cargill, Cosun, Suiker Unie, Lamb Weston), een sterke chemische industrie (Sabic, Shell, Nuplex, DOW), een optimale infrastructuur met twee wereldhavens (Rotterdam, Antwerpen) en ontsluitende snelwegen. Er is verder een goede kennisinfrastructuur met universiteiten (Delft, Eindhoven, Wageningen, Gent, Leuven) en hogescholen (Zeeland, AVANS, Fontys, HAS). De bio-based ambities van de regio zijn vertaald in het businessplan "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry". Dit businessplan, mede opgesteld in kader van de investeringsagenda Energie van de provincie Noord-Brabant, onderscheidt vijf bakens, te weten het delen van faciliteiten, gezamenlijke R&D, onderwijs & kennis, regiopromotie en financieringsinstrumenten. Dit RAAK- PRO project raakt direct aan de eerste drie bakens en geeft zo mede invulling aan de robuustheid en de ambities van Zuidwest-Nederland. In de eerdere figuur is het omliggend netwerk waar het consortium relaties mee heeft, niet uitputtend, weergegeven. 4. Onderzoeksplan Huidige (inter)nationale theorie en praktijk (state-of-the-art) en benodigde nieuwe kennis Op de verschillende deelgebieden betreffende de verwerking en toepassing van biopolymeren worden in de huidige wetenschappelijke literatuur vooral waargenomen effecten beschreven (zie bijlage III voor een begrippenlijst) 4. De effecten worden echter niet fundamenteel doorgrond en structureel vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn: De thermische stabiliteit van biopolymeren wordt vaak onderzocht in combinatie met de watergevoeligheid van een polymeer. In vergelijking met bijvoorbeeld synthetische polyolefinen (i.e. PE en PP) is deze watergevoeligheid in combinatie met warmte één van de belangrijkste horden te nemen voor (bio)polyesters. Er is echter weinig bekend over het fundamentele effect en de praktijkgerichte gevolgen van onzuiverheden, zoals bijvoorbeeld het effect van resten katalysatoren en monomeren na productie. Van biopolyesters (zoals PLA) is bekend dat vooral de kristalliniteit een rol speelt in de biologische (en thermische) stabiliteit. Wanneer biopolyesters worden vergeleken met zetmeelpolymeren is bekend dat bij kamertemperatuur glycosidische bindingen minder stabiel zijn dan esterbindingen. PHA s blijken gevoeliger voor water en breken gemakkelijk af bij lagere temperatuur (snellere composteerbaarheid) dan bijvoorbeeld polyesters zoals PBAT, PBS en PLA. Het lijkt erop dat de verschillen in bouwblokken (de monomeren) hierin een belangrijk rol spelen (zoals melkzuur, adipinezuur, teraftaalzuur en barnsteenzuur). Hierover bestaat echter nog veel fundamentele en praktijkgerichte onduidelijkheid. Er is nauwelijks iets bekend over het effect hoe bepaalde additieven de stabiliteit beïnvloeden. Op dit gebied is veel winst te behalen. In product design wordt op dit moment voornamelijk gekeken naar meerlaagssystemen. Dit wordt via trial-and-error beschreven. Er is slechts een beperkt aantal goede voorbeelden bekend. Details over interacties tussen de materialen (oppervlaktespanning), juiste diktes, blend fase structuur, effect van doorlaatbaarheden gassen en vloeistoffen op de stabiliteit zijn nauwelijks beschikbaar. 4 Literatuur o.a.: Product overview and market projection of emerging bio-based plastics, PRO-BIP 2009, Final report June 2009, Li Shen, Juliane Haufe, Martin K. Patel, Group Science, Technology and Society (STS) Copernicus Institute for Sustainable Development and Innovation, Utrecht University, commissioned by European Polysaccharide Network of Excellence (EPNOE, and European Bioplastics (www.europeanbioplastics.org) - Processing of poly(lactic acid): Characterization of chemical structure, thermal stability and mechanical properties, F. Carrasco, P. Pagès, J. Gámez-Pérez, O.O. Santana, M.L. Maspoch, Polymer Degradation and Stability 95 (2010) Review - Biodegradable Polymers, I. Vroman, L. Tighzert, Materials 2009, 2, Review - Poly(butylene succinate) and its copolymers: Research, development and industrialization, Jun Xu, Bao-Hua Guo, Biotechnol. J. 2010, 5, RAAK-PRO aanvraag 7 6 september 2011

11 De literatuur en beroepspraktijk leren ons dat het opbouwen van meer fundamentele en gestructureerde kennis over deze stabiliteit van biopolymeren noodzakelijk is om de toepasbaarheid te verhogen. Zo kan elk bedrijf dat biopolymeren produceert, recycleert of toepast de uitdaging aan om stevig grip te krijgen op de functionele stabiliteit van de polymeren. Want de stabiliteit van een polymeer bepaalt immers in welke toepassingen/functionaliteiten het polymeer gebruikt kan worden. In dit onderzoek ligt de initiële focus op de polyesters, al dan niet gecombineerd met koolhydraten (zetmeel of bloem), omdat biopolyesters de grootste familie binnen de biopolymeren zijn, de grootste marktpotentie bezitten en het fundament zijn van de biopolymeren die voorkomen in het portfolio van de deelnemende MKB. Polymeren waar het hier omgaat zijn polylacticacid (PLA), polyhydroxybutyrate (PHB) en zetmeel of bloem polyester blends. Voor de fundamentele begripsvorming m.b.t. stabiliteit zullen tijdens het onderzoek indien nodig ook andere polymeren dan polyesters worden meegenomen. Elk van de genoemde biopolymeren heeft een specifiek gedrag t.a.v. stabiliteit en ook per klasse zijn verschillen te onderscheiden. De uiteindelijke stabiliteit van een biopolymeermateriaal is het resultaat van enerzijds de intrinsieke eigenschappen van het biopolymeer zoals type polymeer en structuuropbouw en anderzijds het effect van externe factoren op de fysische en chemische interacties in het product. Centrale onderzoeksvraag, deelvragen, onderzoeksaanpak en -materiaal In onderstaand schema zijn de centrale onderzoeksvraag, deelonderzoeken en aanpak samengevat. Centrale onderzoeksvraag in dit RAAK-PRO project is: Hoe kan optimale regie worden verkregen op de functionele stabiliteit van biopolymeren in de productketen (verwerking van polymeer via granulaat naar eindproduct)? Vanuit onderzoekservaring naar biopolymeren bij de deelnemende hogescholen, kennisinstelling en MKBbedrijven, IS uit deze centrale onderzoeksvraag initieel een zestal deelonderzoeken benoemd. De deelonderzoeken hebben alle betrekking op de drie niveaus, zoals beschreven in hoofdstuk 3: polymeer (A), RAAK-PRO aanvraag 8 6 september 2011

12 granulaat (B) en product (C). Binnen niveau A is met name van belang het beter begrijpen van het effect van verschillende bouwblokken in een polymeer (deelonderzoek 1). De ontwikkelde kennis kan direct ingezet worden als basis voor niveaus B en C (deelonderzoek 2 t/m 6), waarbij wordt ingaan op het creëren van de vereiste functionele stabiliteit tijdens verwerking (thermisch en fysisch) en gebruik (thermisch, biologisch, UV). De zes deelonderzoeken zijn: 1. Begripsvorming stabiliteit van biopolymeren met initiële focus op biopolyesters (thermisch, hydrolytisch, rheologisch, UV): Aan de hand van een database met gegevens over bouwblokken en additieven kan bijvoorbeeld bepaald worden welk polyester geschikt is om een thermisch stabiel biopolymeer te krijgen. Hierbij moet o.a. helder naar voren komen wat het verschil is van bouwblokken zoals tereftaalzuuradipinezuur-barnsteenzuur-melkzuur (T-A-S-L) op de thermische stabiliteit van polyesters. De gebruikte onderzoeksmethode is de zogenaamde molecular modelling approach. Resultaat Aanzienlijk vergroot inzicht in effect van bouwblokken (T-A-S-L) op de chemische stabiliteit van polymeren. 2. Verbeteren van de fysische-reologische stabiliteit van biopolyesters: Verwerkbaarheid van diverse typen biopolyesters wordt sterk benadeeld door de snelle viscositeitsverandering in het materiaal en de lage smeltsterkte van het materiaal tijdens verwerking. Verbeteren van de kristallisatie en/of de smeltsterkte verhogen de diverse applicatiemogelijkheden (PLA, PBS, PHB). Resultaat Kennisvermeerdering over de belangrijkste parameters relevant voor de stabiliteit van biopolyesters tijdens verwerking. Verdubbeling van de verwerkingssnelheid zonder verlies van eigenschappen. 3. Effect van vulstoffen op de biologische en thermische stabiliteit van biopolyesters: Toevoeging van vulstoffen is een goedkope en effectieve manier om de eigenschappen van biopolymeren te beïnvloeden. Vulstoffen kunnen de biologische afbraak van (kristallijne) biopolyesters versnellen (PLA, PBS) en kunnen de stijfheid van biopolymeren verhogen en daarmee de maximale gebruikstemperatuur (PBS, PBSA, PBAT). Tenslotte kunnen kleine hoeveelheden van specifieke vulstoffen de kristallisatiesnelheid verhogen en daarmee producten meer kristallijn maken. Dit verhoogt de gebruikstemperatuur en vertraagt de biologische afbraak (PHB, PLA). Resultaat Kennisvermeerdering over effect van verschillende vulmiddelen op biologische en warmtestabiliteit polyesters. Verhoging van de buigmodulus met minimaal 30%. Verhoging van HDT met minimaal 10 C. 4. Effect van kristalliniteit op de biologische afbraak van biopolymeren: Sommige polyesters breken na gebruik te snel af en anderen te langzaam. Een voorbeeld is PLA dat slechts langzaam afbreekt wanneer het materiaal hoogkristallijn is en snel wanneer het materiaal amorf is. Door de juiste samenstelling en verwerkingsomstandigheden te kiezen tijdens het maken van een halffabrikaat is het mogelijk om getriggerde afbraak te creëren. Vragen die beantwoord moeten worden zijn: Wat is het effect van de kristalliniteit (stereocomplex) op de biologische afbraaksnelheid? Kan deze voor lage temperaturen worden versneld? Zijn er additieven die een rol spelen? Resultaat Inzicht in effect molecuulstructuur op biologisch afbraaksnelheid. Verlaging lag time biologisch afbraak met 30%. 5. Vertragen van de UV gevoeligheid (minder vergeling en verbrossing): Onder invloed van UV licht breken polyesters af en kleuren geel en worden brosser tijdens gebruik. Vertragen van dit proces wordt onderzocht door gebruik van o.a. scavangers of zuiverder uitgangsmateriaal. Een voorbeeld is een polyester afdekfilm voor de landbouw. Resultaat Inzicht effect scavangers of onzuiverheden op UV stabiliteit folie polyesters zoals PBAT en PBS en zetmeelblends. Verlaging verbrossing van een folie met een factor 1,5 over een periode van 6 maanden. Reductie in vergeling van een afdekfolie met een factor 2 over een periode van 6 maanden. 6. Het verkrijgen van optimale productdesign combinaties van biopolyesters en zetmeel: Gezocht wordt naar combinaties van zetmeel en biopolyesters waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van de functionele eigenschappen van beide type materialen in combinatie met prijs. Zetmeel heeft een unieke gasdoorlaatbaarheid t.o.v. polyolefinen. Zetmeel en zetmeelproducten zoals bloem zijn goedkoop. Puur zetmeel is te gevoelig voor vocht. Combineren met biopolyesters die hierin beter functioneren kan oplossing bieden. Een oplossing is het maken van een meerlaagssysteem, waarbij de buitenlaag bestaat uit een waterongevoelige polyester en de binnenlaag uit een zetmeelproduct met goede gasdoorlaatbaarheid. RAAK-PRO aanvraag 9 6 september 2011

13 Van belang is het zoeken naar juiste diktes van de verschillende lagen en het creëren van interacties die nodig zijn om verschillende lagen aan elkaar te hechten (compatibiliserende lagen). Resultaat Nieuwe kennis over de verwerking van combinaties van polyester en thermoplastische zetmeel in meerlaagsfolies. Verpakkingsfolie met voldoende eigenschappen en verbeterde gasdoorlaatbaarheid in vergelijking met huidige folies op basis van PVOH-PE folies. Uitgaande van de onderzoeksvraag zijn relevante stabiliteitsaspecten gedefinieerd die tot uiting komen op drie onderzoeksniveaus (A,B,C) met ieder hun eigen structuur niveau karakteristieken (primair, secundair en tertiair, zie paragraaf 3). De relatie tussen type stabiliteit van biopolymeren, de drie onderzoekniveaus en structuurniveaus is weergegeven in onderstaand schema. De relatie met de 6 deelonderzoeken is daarin eveneens aangegeven. De uitkomsten uit de zes deelonderzoeken moeten leiden tot (cor-)relaties tussen de waargenomen stabiliteit en de materiaaleigenschappen, de polymeerstructuur, de samenstelling, het proces en het productdesign. De zes deelonderzoeken zijn in overleg met breed scala aan MKB-partijen opgesteld en zullen tijdens het onderzoekstraject door overleg verder verfijnd worden naar de actuele situatie. De eerste keer vindt dit plaats tijdens de startbijeenkomst van consortium en deelnemende bedrijven. Dit wordt gecombineerd met afzonderlijke vraag gestuurde startinterviews. De hoofdonderzoeker van AVANS is verantwoordelijk voor bundeling en vertaling naar de fundamenteel onderliggende stabiliteitscategorieën. Een voorbeeld van de nadere uitwerking van een deelonderzoek is terug te vinden in bijlagen III. Onderzoeksmethoden, analysemethoden, validiteit en kwaliteitsborging van het onderzoek Dit project leidt tot meer inzicht in het effect van intrinsieke eigenschappen van het biopolymeer en in externe factoren op de fysische en chemische interacties in het product. Uiteindelijk wordt de stabiliteit van een biopolymeer daardoor beter begrepen en wordt de regie gekregen om een functioneel product te creëren. Om dit te bereiken worden parallel 6 deelonderzoeken bestudeert. De deelonderzoeken kennen elk hun eigen specifieke onderzoeks- en analysemethoden. Eén voorbeeld is uitgewerkt in bijlage IV. Er zijn desalniettemin grote overeenkomsten in de onderzoeksopzet. Vooraf moet altijd een grondig literatuuronderzoek worden verricht, wat gedurende het onderzoek regelmatig wordt geactualiseerd. Andere vaste onderdelen zijn een gedegen proefopzet, experimenteel onderzoek inclusief materiaal analyse en interactie met de probleemeigenaar. Veel typen van analyses en proeven vertonen overeenkomsten. Afhankelijk van het type RAAK-PRO aanvraag 10 6 september 2011

14 onderwerp (moleculair, halffabrikaat, productontwerp) vinden verificatieproeven en modificaties op de diverse laboratoria van de projectpartners plaats, worden kwaliteitstesten gedaan op diverse schaalniveaus, productdesigns ontwikkeld, productieruns gedraaid en diverse prototypes vervaardigd. Naar gelang het productstadium concreter in beeld komt, wordt de betrokkenheid van de beroepspraktijk groter. Onderstaande figuur schetst een overzicht van de te gebruiken onderzoeksmethoden. De geschetste cyclus hoeft niet voor elk deelonderzoek geheel te worden doorlopen. Proeven waarbij diverse parameters worden onderzocht en gevarieerd worden opgezet volgens het concept "Design of Experiment" (het slim variëren van parameters). Daarnaast worden analyses en kwaliteitstesten voor het meten van de stabiliteit van de gemaakte materialen (UV, thermisch, hardheid, shear etc.) uitgevoerd volgens geaccrediteerde "standard operating procedures" (SOP's). Deze zijn door beroepspraktijk en kennisinstellingen veelal zelf ontwikkeld, al dan niet volgens een bestaande ISO-normering en in gebruik genomen. De hoofdonderzoeker van AVANS zorgt voor de algehele kwaliteitsborging van het onderzoek. Hij zal daartoe alle projecten initiëren en beheren. Studenten vallen onder supervisie van de diverse lectoraten en krijgen daarnaast begeleiding van experts uit MKB (vaak MSc of PhD geschoold) en Wageningen UR. Van de studenten wordt verwacht dat ze voor aanvang een aantal basiscompetenties beheren. Daarnaast kunnen ze pas een project starten indien een onderzoeksprotocol is geschreven en is beoordeeld door de begeleidende docent, hoofdonderzoeker en eventueel begeleider van WUR of MKB. Gedurende een onderzoekstraject wordt 2- wekelijks overlegd met betrokken begeleider en lector. Na afloop wordt van elke project een veslag geschreven en gepresenteerd voor mede-studenten, begeleider, lector en ander betrokkenen uit bedrijfsleven en kennisintellingen. De hoofdonderzoeker plaatst alle resultaten in het bredere kader van de deelonderzoeken en uiteindelijk van de fundamenteel achtergrondkennis. Toetsing hiervan vindt plaats binnen consortium, lectoraat en WUR onderzoekers en uiteindelijk extern in de vorm van enkele wetenschappelijke publicaties of deelname aan symposia dmv poster of presentatie. Activiteiten in een tijdsplanning per (deel)project, milestones en (deel)resultaten Wageningen UR-FBR, AVANS en Fontys zijn vooral betrokken bij de invulling van onderzoeksniveau A (moleculair). Rodenburg, Optimum en de hogescholen zullen naast Wageningen UR-FBR belangrijke extra input leveren op niveaus B (halffabrikaat) en C. De MKB s spelen een belangrijke rol op niveau C (product). Een planning van de activiteiten binnen het RAAK PRO project en een ruwe onderlinge rolverdeling van de projectpartners is terug te vinden in bijlage V. Ook zijn daarin belangrijke milestones en (deel)resultaten aangegeven. RAAK-PRO aanvraag 11 6 september 2011

15 Taakverdeling van de onderzoekers in % fte. Het voorgestelde onderzoek is een complexe samenwerking tussen diverse kennisinstellingen en bedrijven. Vooral de vertaling van bedrijfsvragen naar betere adviezen door gedegen onderliggende begripsvorming over biopolymeren vergt een strakke aansturing. Om die reden heeft penvoerder AVANS één hoofdonderzoeker aangewezen die als spin in het web bij alle lopende deelonderzoeken betrokken is en zelf ook onderzoek uitvoert. Deze hoofdonderzoeker is werkzaam binnen het lectoraat Bio-based product development van AVANS en werkt 4-jaar lang voor circa 1,6 dag per week (0,36 fte) aan het onderzoek. Deze persoon onderhoudt de communicatie en voortgang tussen de personen en partijen die op dat moment bij het onderzoek betrokken zijn of belang hebben bij de resultaten en bewaakt de voortgang. Het gaat om toegevoegde onderzoekers/docenten en lector van AVANS (0,26 fte/jaar), onderzoekers/docenten en lector van Fontys (0,3 fte/jaar), wetenschappelijke en assistent onderzoekers bij Wageningen UR (0,22 fte/jaar) en van professionals uit het bedrijfsleven en van Syntens (gezamenlijk 0,33 fte/jaar). De hoofdonderzoeker heeft contact met alle studenten welke opdrachten uitvoeren binnen dit project en is buiten lectoraatwerkzaamheden werkzaam als senior docent (0,64 fte) aan AVANS en fungeert naar studenten toe als één van de gezichten binnen het biopolymeren onderwijs. 5. Implementatieplan voor de beroepspraktijk Aanpak: werkwijze, activiteiten, bemanning, expertise en organisatie. De onderzoeksvragen komen primair vanuit de deelnemende MKB bedrijven. Ten behoeve van een adequate verbinding tussen beroepspraktijk en achterliggende fundamentele kennis wordt deze aanpak in het inhoudelijk perspectief geplaatst van de drie niveaus polymeer, granulaat en product. Het implementatieplan voor de beroepspraktijk bestaat uit (voor schematische planning zie bijlage V): Elk jaar 6 stage- of afstudeerplaatsen van studenten (AVANS 4x en Fontys 2x); Mogelijkheid voor personeel en onderzoekers van deelnemende RAAK-PRO deelnemende MKB, om bio-based onderwijsmodules te volgen bij AVANS en Wageningen UR-FBR, om kennis te vergroten; Kortlopende opdrachten kunnen in het zogenaamde ASIA (Applied Science Ingenieurs- en Adviesbureau, 2 e leerjaar) of in de minor DAS (Disciplines Applied Science, 3 e leerjaar) van Fontys hogeschool geplaatst worden (circa 2 tot 3 per jaar) of 5 tot 6 opdrachten in de 6-maands projectenminor biopolymeren van Avans (3 e jaars); Facility sharing van de diverse laboratorium en equipmentfaciliteiten binnen het onderwijs en kennisinstellingen voor de MKB-bedrijven en vice versa ten behoeve van het onderzoek; Kennisvermeerdering van de beroepspraktijk op het gebied van degradatieprocessen, ontwikkeling van stabiliseringsmechanismen en van concrete proces- en productontwikkeling van biopolymeren; Toetsing van eigenschappen van geproduceerde producten op basis van biopolymeren bij potentiële (eind)gebruikers; Ontwikkeling en uitwerking van circa 6 tot 10 effectieve nieuwe producten, granulaten, toepassingen en/of productdesigns op basis van biopolymeren; Organisatie van een beroepspraktijk-symposium één maal per 2 jaar. Het eerste symposium heeft een lerend karakter. Het tweede symposium worden de belangrijkste resultaten en successen voor de beroepspraktijk van het RAAK-PRO project uitgedragen; Organisatie van bedrijfsbezoeken in binnen- en bij meerwaarde in buitenland (met hulp van Syntens); MKB-bedrijfsleven mobiliseren voor praktijkgerichte onderzoeksvragen en omzetten van kennisvragen in projectvoorstellen (Syntens). Verwacht wordt dat circa 30 additionele bedrijven kunnen worden geïnteresseerd in het onderwerp functionele stabiliteit van biopolymeren; Opzetten van MKB-clusters rondom specifieke biopolymeer-applicaties (met hulp van Syntens). RAAK-PRO aanvraag 12 6 september 2011

16 Interactie plan van onderzoek met beroepenveld Tijdens het project wordt twee maal per jaar een bijeenkomst georganiseerd met alle deelnemers en geïnteresseerden. Onder leiding van de hoofdonderzoeker wordt de voortgang door de consortiumleden gepresenteerd naar de hele groep, waarbij ook de niet consortiumleden betrokken zijn. Tevens wordt gepresenteerd welk onderzoek wordt aangepakt in het aanstaande half jaar. Bedrijven hebben de mogelijkheid om op dat moment direct te worden betrokken bij een bepaald onderzoek. Deze bijdrage kan zijn op allerlei gebied, zoals bijvoorbeeld het implementeren van resultaten, het bieden van kennis, materialen en faciliteiten. Tevens kan door de onderzoeker van een betreffend traject effectief een bijdrage worden gevraagd aan de andere leden of deelnemers en/of kunnen nieuwe partners worden benaderd en uitgenodigd. De te ontwikkelen database met gegevens over biopolymeer bouwblokken en additieven wordt daarnaast breed toegankelijk gemaakt voor het aangesloten beroepenveld. Omdat binnen het project de gehele keten (van grondstof, halffabrikaat tot eindproduct) betrokken is, vindt er kruisbestuiving plaats tussen de verschillende onderzoeksvelden, expertises en kennisgebieden. Het betrokken MKB kan direct inspelen op de kennis en mogelijke verbeteringen aangeven die nodig zijn voor implementatie in de beroepspraktijk. Daarnaast worden diverse events georganiseerd waarin het beroepenveld nadrukkelijke interactie heeft met het plan van onderzoek. het gaat hierbij onder andere om de twee beroepspraktijk-symposia en diverse gastlectures, colloquia en presentaties. Op deze manier kunnen ook niet deelnemende MKB-ers indien ze geïnteresseerd raken zich aansluiten bij een van de onderzoeksprogramma s. Soorten van implementatie van kennis en kunde richting de beroepspraktijk. Het RAAK PRO project leidt tot belangrijke kennisvermeerdering van de beroepspraktijk op het gebied van degradatieprocessen, ontwikkeling van stabiliseringsmechanismen en van concrete proces- en productontwikkeling van biopolymeren. Daarbij wordt nadrukkelijke aandacht gegeven aan belangrijke eisen die de beroepspraktijk (van grondstof tot product) in dit kader stelt: Producenten van biopolymeer-producten krijgen inzicht in de biopolymeer-formuleringen welke prijstechnisch en/of functioneel concurrerend zijn met synthetische systemen. Indien producten met betere afbreekbaarheid, meer gebruiksgemak of betere bacteriële eigenschappen worden verkregen accepteren afnemers een zekere mate van hogere prijs. De performance van de producten moet daarbij uiteraard wel voldoen aan de huidige minimale eisen van synthetische polymeren; Voor verwerkers van biopolymeren wordt het mogelijk om processen op standaard machines bij normale gangbare temperaturen en energiegebruik (bij voorkeur lager) uit te voeren door o.a. effectief gebruik te maken van additieven/masterbatches. Vaak is door de lagere verwerkingsstabiliteit het nu nog niet mogelijk op maximale capaciteit te produceren; Toepassers en ontwerpers krijgen sterk verbeterde kennis over de functionele eigenschappen en toepassingsgebieden van biopolymeren. In de zestal deelonderzoeken van dit project wordt beoordeeld of bovenstaande marktgedreven eisen gehaald worden met de huidige stand van technieken en materialen (figuur toont een standaard extruder). RAAK-PRO aanvraag 13 6 september 2011

17 Groei in relaties met beroepspraktijk van de hogeschool De relaties met de beroepspraktijk zullen groeien doordat er directe interactie is met de hogescholen en de uitvoerenden (waaronder de betrokken studenten). De polymeerdocenten en polymeeronderzoekers (docenten en studenten) aangesloten bij lectoraat worden voor het bedrijfsleven een nieuwe bron van expertise waaruit zij kunnen putten. Daarnaast stromen studenten na een succesvolle afronding van hun studie direct door richting betreffend bedrijfsleven. De opgedane expertise in het werkveld zal het marktaandeel van biopolymeren vergroten en daardoor de vraag naar beter en gerichter opgeleide mensen. Betere aansluiting van de onderwijsprogramma s binnen de hogescholen levert hieraan een belangrijke bijdrage. Vice versa leidt meer expertise in het werkveld weer tot betere producten en aldus meer vraag naar de juist gekwalificeerde mensen. Beroepspraktijk en het onderwijs hogescholen raken daardoor steeds meer met elkaar verweven raken en elkaar her- en erkennen als kennisbron. 6. Implementatieplan voor de onderwijspraktijk Aanpak: werkwijze, activiteiten, bemanning, expertise en organisatie. Het implementatieplan voor de onderwijspraktijk en gerelateerd onderzoek bestaat uit (voor schematische planning zie bijlage V): Fundamentele kennis van de 6 kennisvragen omzetten in circa 6 tot 10 effectieve nieuwe producten, granulaten, toepassingen en/of productdesigns op basis van biopolymeren; 4 wetenschappelijke publicaties of patenten; 4 semi-populaire publicaties in vakbladen en 4 krantenberichten; 1 database met gedetailleerde informatie over begripsvorming stabiliteit (bouwblokken, additieven, etc) van biopolymeren met nadruk op biopolyesters; Diverse colloquia en presentaties binnen onderwijs, beroepspraktijk en op externe symposia; Elk jaar 4 minorgroepen bij AVANS en 2 projectgroepen bij Fontys; Elk jaar 6 stage- of afstudeerplekken (AVANS 4 en Fontys 2), waarvan circa 2 stages of afstudeervakken van hogeschool studenten bij Wageningen UR-FBR; Gastcollege in de onderwijspraktijk van AVANS en Fontys door het bedrijfsleven en Wageningen UR; Aanpassing van onderwijsmodules/leerlijnen (voltijd/duaal, AVANS) binnen de bio-based curricula; Ontwikkeling kern (onderzoeksgebied) Biopolymeren in kader van de minor DAS (Disciplines Applied Science, Fontys hogeschool); 2 e jaar cursus aanbieden aan studenten over biomaterialen (Fontys hogeschool); Aanstelling minimaal één promotieplek binnen lectoraat AVANS tijdens of als spin-off van het project. Interactie met het plan van onderzoek: hoe zijn studenten en docenten betrokken? Door te kiezen voor een onderzoeksopzet in drie niveaus (polymeer, granulaat en product) is een duidelijke verdeling in inhoudelijke competenties gemaakt, zoals fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en product design in de verschillende domeinen. Dit biedt de mogelijkheid voor docenten/onderzoekers en studenten te werken in een onderzoeksonderdeel wat het dichtst bij haar/zijn discipline ligt. Een organisch chemicus die wil werken aan een biopolymeer onderwerp kiest voor onderwerpen die liggen op het moleculair vlak (niveau 1) en deels voor sterk moleculair gerichte of analytische gerichte onderwerpen binnen niveau 2, granulaat. Chemisch technologische onderwerpen komen meer voor in niveau 2 en productontwerp-aspecten, waarbij de samenwerking met de opleiding werktuigbouw essentieel is, in niveau 3. Op deze manier sluit het project goed aan bij diverse onderwijsgebieden en kent het project een multidisciplinaire aanpak. Gedurende het project worden HBO studenten in verschillende fasen van hun ontwikkeling (2 e -, 3 e - en 4 e - jaars) en van verschillende disciplines (organische chemie, analytisch chemisch, polymeerchemie, chemische technologie, engineering, materiaalkunde) betrokken bij lopende deelonderzoeken. Dit gebeurt door RAAK-PRO aanvraag 14 6 september 2011

18 gemeenschappelijke colleges, maar vooral door deelname aan het onderzoek in de vorm van deelname aan kort- en langlopende projecten. Studenten kiezen uit een portfolio van projecten, aan welk (deel van het) dan lopende onderzoek zij willen meewerken. Studenten halen zo studiepunten voor de minor Biopolymeren (AVANS), ASIA en minor DAS (Fontys hogeschool) en/of tijdens stage- en afstudeeronderzoeken bij hogeschool, WUR-FBR of bedrijven. Doordat docenten betrokken worden bij het onderzoek als toegevoegd onderzoeker binnen het lectoraat Bio-based product development (AVANS) en/of Thin Films & Functional Materials (Fontys) wordt de kwaliteit van het onderwijs en adviezen aan MKB versterkt. Naast activiteiten binnen de minoren wordt ook buiten de onderwijsperiode door de hoofdonderzoeker (tevens docent) aan onderzoeken op het gebied van biopolymeren gewerkt. De hoofdonderzoeker beschikt dus zelf over onderzoekstijd. Hij communiceert de resultaten met de lector en er kan o.a. besloten worden resultaten in de vorm van wetenschappelijke artikelen te publiceren. De lector binnen de hogeschool bewaakt de projectleiding en houdt de projectplanning en de benodigde diepgang van de diverse onderzoeken nauwlettend in de gaten. Daarvoor neemt de lector enig onderzoek of begeleiding voor haar rekening. Bevordering van vakbekwaamheid van docenten voor uitvoeren van onderzoek en ontwikkeling Speciaal voor het vergroten van de vakbekwaamheid van docenten op het gebied van bio-based economy en het gericht opleiden van de studenten in dit relatief nieuwe vakgebied heeft AVANS besloten een lectoraat Biobased product development en Biobased energy op te richten. Dit biedt betrokken docenten goede ruimte om hun vakbekwaamheid voor het uitvoeren van onderzoek te vergroten. Deze vakbekwaamheid krijgt voor AVANS verder een boost door de samenwerkingsverbanden in onderhavig RAAK PRO project met Fontys NTW, Wageningen UR-FBR, Syntens en het brede scala aan betrokken MKB bedrijven. Daarnaast neemt de vakbekwaamheid toe door de multidisciplinaire samenwerking binnen de hogeschool met collega-opleidingen op de disciplines organische chemie, polymeerchemie, chemische technologie en werktuigbouwkunde. E.e.a. geldt evenzo voor Fontys Hogeschool TNW. Het lectoraat Thin Films & Functional Materials is rechtstreeks betrokken bij dit RAAK-PRO praktijkgericht onderzoek. In alle fasen van de opleiding Applied Science van Fontys speelt verder de samenwerking met het werkveld een centrale en cruciale rol. Kennisopbouw en kennisuitwisseling tussen bedrijven, researchcentra en Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen draagt zo bij aan de vakbekwaamheid van de Fontys-docenten. Impact (vernieuwing) en het bereik (aantal afgestudeerden) van het onderzoeksprogramma op de curricula Verwacht wordt dat het aantal afgestudeerden gerelateerd aan het werkveld biopolymeren bij AVANS en Fontys zal stijgen met 40 tot 60%. Daarnaast worden de biopolymeerthema s opgepakt in nieuwe minorgroepen bij AVANS en projectgroepen (ASIA, DAS) bij Fontys en binnen aanvullende stage- en/of afstudeerplekken. Verder leidt e.e.a. tot aanpassing van onderwijsmodules / leerlijnen voltijd en duaal binnen de bredere kaders van de bio-based curricula (AVANS) en wordt binnen Fontys hogeschool een nieuwe 2 e jaar cursus aan studenten over biomaterialen aangeboden. Vanuit het College van Bestuur van AVANS, de Academie ATGM en het Expertisecentrum Duurzame Innovatie wordt momenteel gewerkt aan nieuwe groene lesmodules en bio-based minoren. Ook staat een Doorlopende Leerlijn (MBO-HBO) Bio-based Economy en een compleet nieuwe opleiding Bio-based Economy in de steigers. Middelen zijn vrijgemaakt voor nieuwe lectoraten en kenniskringen op het gebied van Bio-based product development en Bio-energie. In onderstaande figuur is een paar concrete voorbeelden opgenomen van de impact van het RAAK PRO onderzoek op de onderwijscurricula. RAAK-PRO aanvraag 15 6 september 2011

19 7. Duurzaamheid beoogde toepassingen Verwachte inhoudelijke resultaten van het project die doorwerken in de praktijk In concrete toepassingen In het RAAK-PRO project worden circa 6 tot 10 effectieve nieuwe producten, granulaten, toepassingen en/of productdesigns op basis van biopolymeren ontwikkeld en uitgewerkt. Gerelateerd aan de zes deelonderzoeken kan dat concreet voor het beroepenveld bijvoorbeeld de volgende producten opleveren: 1. Begripsvorming stabiliteit van biopolymeren met initiële focus op bio-polyesters (thermisch, hydrolytisch, rheologisch, UV): Door de kennisvergaring in de database wordt o.a. meer inzicht verkregen in hogere verwerkingstemperaturen van biopolymeer-producten. De kennisvermeerdering draagt bij aan het goedkoper worden van de productie, aan toename van het aantal toepassingen en aan prijsdaling per eenheid. Hierdoor kan een breed scala aan synthetische polyolefine producten in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw vervangen worden, zoals potten, clips en labels. 2. Verbeteren van de fysische-reologische stabiliteit van bio-polyesters: PHA s zijn één van de belangrijkste nieuwe groepen bioplastics voor de toekomst. Het RAAK-PRO project draagt bij aan meer controle tijdens verwerking over viscositeitsveranderingen (kristallisatie, smeltsterkte etc.). Hierdoor ontstaat een groter scala aan toepassingen, zoals (thuis) composteerbare verpakkingen en producten met voldoende stabiliteit gedurende gebruik. Voorbeelden van producten zijn maaltijdenverpakkingen, koffiebekers, champignonstrays, thermoformplantenpotten, steakers, stampbeschermers en bindstrips. 3. Effect van vulstoffen op de biologische en thermische stabiliteit van bio-polyesters: Het deelonderzoek draagt bij aan het verkrijgen van hogere stijfheid van bio-polyesters, goedkopere bioplastics en meer functionele bioplastics. Hierdoor worden de eigenschappen beter vergelijkbaar met PET en PS. Gebruik van PBS, PHB en sc-pla materialen wordt dan mogelijk voor verpakkingsmaterialen van warm voedsel en magnetronmaaltijden. 4. Effect van kristalliniteit op de biologische afbraak van biopolymeren: Het project geeft meer inzicht in een snellere en meer getriggerde afbraak van biopolymeren voor de inzet in o.a. home-composting producten, bijvoorbeeld een plantpot die met de plant in de grond kan worden geplaatst en die gedurende de groei van de plant afbreekt. 5. Vertragen van de UV gevoeligheid (minder vergeling en verbrossing): Het project draagt bij aan de robuustheid van bio-polyesters tegen UV. Dit biedt meer productmogelijkheden voor gebruik van RAAK-PRO aanvraag 16 6 september 2011

20 transparante afdekfolies. Te denken valt aan afdekfolies in land- en tuinbouw en aan consumentenverpakkingen, die transparant dienen te zijn en waarbij vergeling een kwaliteitsverlies is (zoals bij vensterverpakkingen en tijdschriftfolies). 6. Het verkrijgen van optimale productdesign combinaties van bio-polyesters en zetmeel: Ontwikkeling van nieuwe combinaties van bio-polyesters en zetmeel in dit RAAK-PRO project kan leiden tot een multifunctioneel meerlaagsproduct, bijvoorbeeld een dubbellaagsfolie voor het verpakken van groente. De buitenlaag is voldoende vochtwerend tijdens de gebruiksfase en de binnenlaag verschaft een betere doorlaatbaarheid voor aanwezige gassen als water, zuurstof en kooldioxide. Dergelijke nieuwe productvoorbeelden, granulaten, toepassingen en/of productdesigns op basis van biopolymeren gaan de markt voor de toepassing van biopolymeren (in bedrijfsleven, agrofoodsector, ziekenhuizen, bouw, evenementenorganisaties, consumenten, etc) zeer zeker positief beïnvloeden. Denk verder ook aan toepassingsmogelijkheden zoals isolatieschuim, automobiel onderdelen, gebruik in behuizingen van TV s, computers, toetsenborden, stopcontacten, koffiezet- en scheerapparaten. Verwachte inhoudelijke resultaten in het onderwijs in relatie tot met (inter)nationale netwerken Zuidwest-Nederland is een sterke internationaal opererende biobased regio. De regio kent veel agro productie- en verwerkingsbedrijven, heeft een sterke chemische industrie, een optimale infrastructuur met twee wereldhavens, goede ontsluitende snelwegen en een goede kennisinfrastructuur met universiteiten en hogescholen in en rondom deze regio. De resultaten van het RAAK-PRO project dragen gericht bij aan verdere regionale structuurversterking van dit veelbelovende ecosysteem op het gebied van Bio-based Economy en mogelijke internationale uitstraling. De relatie met dit ecosysteem en andere (inter)nationale netwerken en gremia wordt hier niet uitputtend weergegeven. Businessplan "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry" AVANS participeert eveneens in de uitvoering van het Businessplan "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry" en heeft zitting in de governance structuur (o.a. regiegroep) om gezamenlijke ambities te realiseren. Met het businessplan "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry" wordt status en richting gegeven aan de ontwikkelingen en potenties die kenmerkend zijn voor West-Brabant in de bio-based economy. In het businessplan, dat is opgesteld door overheid, onderwijs en ondernemers in het kader van de investeringsagenda Energie van de provincie Noord-Brabant, worden vijf bakens onderscheiden, te weten: delen van faciliteiten, gezamenlijke R&D, onderwijs & kennis, regiopromotie en financierings-instrumenten. Bestaande initiatieven in Zuidwest-Nederland binnen het kader van de strategische biobased agenda zijn o.a.: Centre for Open Chemical Innovation (COCI) in Bergen op Zoom: opzet van een campus Groene Chemie in Bergen op Zoom met en voor biobased bedrijfsleven; Biobased Innovations: Het BioBased Innovations (BBI) programma bestaat uit organisaties die willen samenwerken op het gebied van Bio-gebaseerde innovaties. Doordat belangrijke grote en MKBorganisaties uit de chemie-, food-, farma-, cosmetica- en agrosector samenwerken met o.a. kennisinstellingen en andere bio-initiatieven komt de huidige Bio-dynamiek in een versnelling en wordt deze versterkt door de structurele samenwerking in Zuidwest-Nederland. Biobase Europe bestaat uit een proeffabriek (Gent) en een opleidingscentrum (Terneuzen). In de proeffabriek kunnen bedrijven en kennisinstellingen hun biobased producten en processen testen en optimaliseren. In het opleidingscentrum worden de procesoperators van de toekomst opgeleid. Centre of Expertise Biobased Economy AVANS heeft een onderscheidende kennispositie in de regio West-Brabant. Samen met haar directe partners (bedrijven en kennisinstellingen) zal AVANS een Centre of Expertise Bio-based Economy opstarten. Eind 2010 is een business plan opgesteld om inhoud en richting te geven aan het beoogde Centre of Expertise. Het Centre of Expertise Bio-based Economy is de dragende kracht binnen het baken Onderwijs & Kennis van de regionale RAAK-PRO aanvraag 17 6 september 2011

21 agenda "Bio-based Economy Zuidwest-Nederland, where Agro meets Chemistry". Inmiddels is onder regie van AVANS een Wetenschappelijke Raad samengesteld met een tiental hoogleraren vanuit meerdere universiteiten en diverse disciplines, bedoeld om de noodzakelijke doorbraken op het terrein van Biobased Economy te stimuleren. Het Centre of Expertise organiseert daarnaast de ideale connectie tussen de kennisbehoeften uit de markt en de aanwezige expertise binnen onderzoeks- en kennisinstellingen vanuit alle niveaus (MBO-HBO-WO) en kennisdisciplines. Als resultaat ontstaan op maat clusters van deskundigen vanuit bedrijven en kennisinstellingen die gezamenlijk projecten uitvoeren en onderzoeken doen en vult daarmee de leemte op die bestaat tussen het onderwijs en het bedrijfsleven op vooral het terrein van het toegepaste onderzoek. In een latere fase zal het kenniscentrum in samenwerking met het lectoraat Biobased Product Development ook workshops, business meetings, innovatie-cafés en symposia organiseren. BPM, DPI en EPNOE Binnen het programma Biobased Performance Materials (BPM) werken diverse kennisinstellingen en bedrijven aan de ontwikkeling van hoogwaardige toepassingen voor biopolymeren. Voor het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie coördineert WUR-FBR dit programma; Het Dutch Polymer Institute (DPI) is opgericht om een brug te slaan tussen kennisinstellingen en industrie. DPI concentreert zich op pre-competitief onderzoek van polymeren en hun toepassing. Het DPI-Value Centre richt zich expliciet op het MKB; Het European Polysaccharide Network of Excellence (EPNOE) is een innovatief internationaal research netwerk voor polysaccharide wetenschap. Binnen dit netwerk wordt gebouwd aan een sterke band met de industrie, ontwikkeling van nieuwe producten en verbreiding van polysaccharide kennis. 8. Disseminatie van de resultaten van onderzoek Verspreiding van kennis en ervaring in het consortium en onder de projectdeelnemers De hoofdonderzoeker vanuit AVANS is eindverantwoordelijk voor de communicatie en tijdige terugkoppeling van de deelonderzoeken met de projectpartners. Uiteraard hebben alle projectdeelnemers zelf ook de verantwoordelijkheid om kennis en ervaring onderling te verspreiden. Binnen elk deelonderzoek dat gerelateerd wordt om die reden gewerkt aan: Uitwisselen van onderlinge kennis en ervaring en fungeren als elkaars klankbord; Uitwisselen van contacten en netwerken; Signaleren en adresseren van overstijgende vraagstukken op terrein van biopolymeren; Bijdrage aan de regionale en landelijke profilering van de resultaten. Deze aspecten zijn vaste agendapunten op de regelmatige deelproject-meetings met betrokken projectdeelnemers. Alle kennis en informatie uit de deelonderzoeken zal toegankelijk zijn voor het consortium en de overige projectdeelnemers. Tijdens het project wordt daarnaast twee maal per jaar een bijeenkomst georganiseerd met alle consortium leden en overige projectdeelnemers. Onder leiding van de hoofdonderzoeker wordt de voortgang door de diverse projecttrekkers gepresenteerd naar de hele groep, waarbij ook de niet consortiumleden bij betrokken zijn. Verspreiding van kennis en ervaring in het werkveld en methodes om ervaringen vast te leggen Kennisdisseminatie via internet en publicaties: Kennis zal worden verspreid via de websites van betrokken stakeholders; Halfjaarlijks wordt de hele doelgroep uitgenodigd voor halfjaarlijkse bijeenkomst door middel van een brief met daarin samenvatting van de resultaten en voortgang; Circa 4 wetenschappelijk publicaties worden gepubliceerd in vooraanstaande vaktijdschriften; Circa 4 semi-populaire publicaties worden gepubliceerd in relevante vakbladen en/of nieuwsbladen. Kennisdisseminatie via prototypes en database: RAAK-PRO aanvraag 18 6 september 2011

22 Circa 6 tot 10 prototypes van biopolymeerproducten worden gemaakt op basis van de gegeneerde kennis. Prototypes worden gepresenteerd door bedrijvenbezoek en op relevante vakbeurzen; Syntens koppelt resultaten regelmatig terug met het MKB; Datasheets worden gemaakt van ontwikkelde producten (incl. verwerkingsrichtlijnen en protocollen); De te ontwikkelen database met gegevens over biopolymeer bouwblokken en additieven wordt toegankelijk gemaakt voor het consortium en aangesloten bedrijven. Kennisdisseminatie via expertmeetings en netwerken: Diverse colloquia en presentaties worden georganiseerd binnen onderwijs en beroepspraktijk. Via openbare workshops, gekoppeld aan de expertmeetings, zullen de resultaten worden gedeeld; Organisatie van een beroepspraktijk-symposium één maal per 2 jaar. Het eerste symposium zal bescheiden van omvang zijn en een lerend karakter hebben. Het tweede symposium zal de belangrijkste resultaten van het RAAK-PRO project uitdragen aan de beroepspraktijk en andere geïnteresseerden. Het tweede symposium kan beschouwd worden als een slotconferentie; 1 internationaal symposium wordt bezocht met daarbij een poster of mondelinge presentatie; Kennisuitwisseling met andere netwerken zoals het nationale Bio-based Performance Materials (BPM) programma de NRK Bio-based cluster (NL Rubber- en Kunststofbranche), BCPN (Belangenvereniging composteerbare producten NL), DPI-Value Centre, en Bio-based Innovations en de Universiteit Gent. In onderstaande figuur zijn de kennisdisseminatie activiteiten samengevat. Alle projectinformatie is beschikbaar voor consortiumleden en direct betrokken bedrijven. Andere stakeholders worden via publicaties, lezingen en symposia geïnformeerd. Bedrijfsvertrouwelijke informatie wordt niet openbaar gemaakt. 9. Monitoring en Evaluatie Gedurende het project heeft de hoofdonderzoeker de taak om de voortgang te monitoren en te evalueren. De projectpartners in elk deelonderzoek zijn uiteraard ook zelf verantwoordelijk voor inhoudelijke en financiële procesvoortgang. Voor de start van elk onderzoek wordt een begroting gemaakt door uitvoerende onderzoeker(s) aan tijd, geld en mensinzet die hij/zij nodig heeft. Na afloop wordt de balans opgemaakt. AVANS ziet toe op deze begrotingen en bewaakt het geheel. Penvoerder AVANS zal SIA informeren over de voortgang en het effect van het onderzoek: er wordt jaarlijks gerapporteerd over de voortgang van het project inclusief de ontwikkeling van de vastgestelde prestatieindicatoren (zie onderstaande tabel). Het consortium stelt zich beschikbaar voor werkbezoeken door OCW, SIA en Auditcommisies en voor evaluaties tijdens of na afloop van het project. RAAK-PRO aanvraag 19 6 september 2011

23 Prestatie-indicatoren Omschrijving Bij aanvang Na afloop Beroepspraktijk (voor alle regelingen): Het aantal mkb-bedrijven dat actief deelneemt aan het project 8 30 Het aantal publieke instellingen dat actief deelneemt in het project 1 3 Het aantal professionals werkzaam bij publieke instellingen dat actief deelneemt in het project 3 10 Onderwijs (voor alle regelingen): Het aantal docenten dat bij het project betrokken is 6 12 Het aantal studenten dat bij het project betrokken is 0 50 Internationalisering (verplicht voor RAAK-internationaal en indien van toepassing voor de andere regelingen): Het aantal studenten dat in het kader van het project een deel van de studie bij een buitenlandse hogeschoolpartner (onderzoeksinstelling/ bedrijf/publieke instelling) volgt Aantal docenten dat in het kader van het project een deel van het collegejaar bij een buitenlandse partner (onderzoeksinstelling/ bedrijf/instelling) aanwezig is Aantal samenwerkingsovereenkomsten voor studenten/docenten-uitwisseling met buitenlandse hogeschoolpartners (onderzoeksinstelling/ bedrijf/publieke instelling) Praktijkgericht onderzoek (voor alle regelingen): Aantal onderzoeksgroepen van projectpartners (buiten de eigen hogeschool om) met actieve deelname van onderzoekers/medewerkers/studenten in het project 4 10 Aantal betrokken lectoren (binnen de eigen hogeschool) 1 3 Aantal betrokken lectoren (werkend bij een van de projectpartners) 1 2 Aantal betrokken onderzoekers (binnen eigen hogeschool) 1 3 Aantal betrokken onderzoekers (werkzaam bij projectpartners) 6 15 Cofinanciering (voor alle regelingen) Bedrag (in cash+in kind) dat door hogescholen beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van het project bovenop de RAAK bijdrage Bedrag (in cash+in kind) dat door externe partners beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van het project bovenop de RAAK bijdrage , ,- 10. Projectorganisatie en Management Projectmanagement (projectstructuur, projectplanning, projectadministratie). Het project wordt op hoofdlijnen aangestuurd door de Biopolymers Stuurgroep, waarin de consortiumpartners zitting hebben: de hogescholen AVANS en Fontys, kennisinstelling Wageningen UR-FBR, de MKB-bedrijven Rodenburg en Optimum Bioplastics en intermediair Syntens. De dagelijks projectleiding - in handen van AVANS - stuurt de uitvoering aan van de deelonderzoeken, die elk hun eigen trekker(s) hebben. Er wordt een actieve houding en ondernemerschap van de projecttrekkers verwacht. De hogescholen AVANS en Fontys zijn elk verantwoordelijk voor de implementatie van de onderzoeksresultaten in de eigen onderwijspraktijk. De RAAK-PRO aanvraag 20 6 september 2011

24 betrokken MKB-bedrijven en Wageningen UR-FBR zijn elk verantwoordelijk voor de implementatie van de onderzoeksresultaten in de beroepspraktijk. AVANS is eindverantwoordelijk voor de interne en externe (na overleg) verspreiding van kennis uit het onderzoek. Deeltaken in de kennisverspreiding worden gedelegeerd aan de consortiumpartners. Het overall projectmanagement van het project ligt in handen van de AVANS lector Bio-based Product Development en is gedelegeerd aan de hoofdonderzoeker vanuit AVANS. De hoofdonderzoeker is verantwoordelijk voor de algehele inhoudelijke voortgang van het onderzoek. De zes deelonderzoeken worden tijdens het project daar waar mogelijk parallel uitgevoerd onder leiding en coördinatie van deze hoofdonderzoeker. De lector binnen AVANS hogeschool bewaakt de projectleiding en houdt de projectplanning en benodigde diepgang van de diverse onderzoeken nauwlettend in de gaten. Daarvoor neemt de lector enig onderzoek of begeleiding voor haar rekening. In onderstaand schema is de structuur van de projectorganisatie weergegeven. De taken van de projectleiding bestaan uit: Bij aanvang van het project en bij aanvang van nieuwe deelonderzoeken: verdere uitwerking van het strategisch onderzoeksplan in uitvoeringskaders en formats in nauw overleg met de vraagkant; Ondersteuning en vraagbaak bij de ontwikkeling van deelonderzoeken; Inhoudelijke monitoring en procesbegeleiding (op afstand) van de deelonderzoeken; Verzorgen van samenhang en afstemming van activiteiten tussen partners; Uitvoering / delegeren van geplande communicatie-activiteiten naar projectpartners (o.a. Syntens); Zorgdragen /delegeren van (inter)nationale kennisuitwisseling; Verzorgen en bewaken van projectplanning; Administratief en financieel projectbeheer en projectfinanciën; Verzorging van jaarlijkse voortgangsrapportages aan SIA (met input van projectpartners); Deelname reflectiebijeenkomsten SIA RAAK PRO. Er wordt uitgegaan van een lichte en transparante organisatiestructuur, die vraaggerichtheid als leidend principe hanteert in het onderzoek. Daarnaast wordt in de organisatiestructuur expliciet aandacht geschonken aan ketensamenwerking met alle relevante actoren en aan cross-overs binnen en buiten de keten. Onafhankelijk projectpartner Syntens zet daartoe bredere stakeholderbijeenkomsten op met deelnemers uit met name het MKB. Verder verzorgt Syntens contacten en interviews met aanpalende bedrijven, symposia, evaluaties en fungeert als klankbord voor het MKB. RAAK-PRO aanvraag 21 6 september 2011

25 Bijlage I Curriculum Vitaes AVANS Hogeschool Hoofdonderzoeker Ir A van den Dool, docent Chemische Technologie bij de Academie voor Technologie, Gezondheid en Milieu bij Avans Hogeschool Breda Na zijn studie chemische technologie aan de TU Delft is Aart gestart bij Shell als procesontwerper bij international chemicals manufacturing (SICM) in Den Haag (88-93). Het procesontwerp werd voortgezet bij Purac, marktleider in melkzuur (93-96) en later als hoofd van de afdeling technologie en product ontwikkeling melkzuur en derivaten (96-08), gevolgd door project ontwikkelaar bij een klein innovatief ingenieursburo Bodec (08-09) en vanaf 2009 de huidige functie in onderwijs. De expertise van van den Dool is gelegen in projectacquisitie en uitvoering, procesontwerp, bioraffinage, biopolymeer technologie en duurzame energie. Speerpunt voor Aart is het onderhouden van relaties met het bedrijfsleven en de begeleiding en ontwikkeling van studenten in hun opleiding. Dit werk voert hij uit in opdracht van het lectoraat duurzame energie. Hij besteedt tijd in de PR voor de opleiding en heeft via technaplaza en technasium en profielwerkstukken contact met de middelbare school voor de directe recrutering van Havo en VWO Beta jongeren. Het is voor Aart belangrijk om betrokken te zijn bij visie, strategie van de academie en de recrutering van collega's. Het beleid in met name technologie ontwikkeling en investeringen op de Hogeschool heeft zijn focus en hij streeft een multidisciplinaire studentteam aanpak na in de uitvoering van projecten, meestal in opdracht van het bedrijfsleven. Zijn streven is om projecten zodanig vorm te geven dat de aspecten Inspiratie, uitdaging en een grensverleggende leerervaring herkenbaar zijn. Samen met Kees Kooijman vormt hij een tandem in de biopolymeer ontwikkelingen en is Aart coordinator van de minor biopolymeren met in 2011 de start van 10 projecten voor het bedrijfsleven in West Brabant. Een van de projecten betreft het opzetten van een eigen bedrijf in directe samenwerking met Starterslift, waarbij jonge technologen leren te ondernemen, te beginnen met de opzet van een succesvol businessplan met als doel marktleiderschap in duurzame "all natural" sieraden en accessoires. Beoogd Lector Biobased Product Development Dr. ir. G.C.H. (Dorien) Derksen, director, principal scientist, Rubia natural colours (Rubia nc) Dorien (1970) is in 2001 gepromoveerd als fytochemicus aan vakgroep bio-organische chemie WUR. Bij de start van Rubia nc heeft zij hier de teelt, de productiefabriek en laboratorium opgezet voor de productie van 150 ton natuurlijke kleurstof per jaar uit plantaardig materiaal. Na de marktimplementatie in 2007 heeft zij voor dit bedrijf succesvol diverse (gesubsidieerde) projectonderzoeken opgezet, waaronder in 2007 een NWO- Casimir subsidie met een zeer goed op persosonlijke titel. Hierdoor heeft zij een onderzoeksgroep van 5 fte (phd, MSc en BSc) kunnen oprichten welke deels werkzaam zijn bij Rubia nc en deels aan WUR. Ir. C. Kooijman, Avans Hogeschool Academie voor Technologie van Gezondheid en Milieu (ATGM), docent Chemische Technologie Na de studie Chemische technologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen, richting Technische scheikunde gestart bij het aardappelmeelconcern Avebe te Veendam als procestechnoloog. Een van de aandachtsgebieden was de selectie van extrusie-apparatuur en de verwerking van aardappelzetmeel (derivaten) in het extrusieproces. Na Avebe overgestapt naar Norit Activated Carbon en daar naast energieonderzoek ook onderzoek uitgevoerd naar de extrusie van actieve kool. Sinds 2003 betrokken bij het onderwijs bij Avans hogeschool als docent Chemische technologie en Milieukunde, later hogeschooldocent bij de Academie voor Technologie en Management en sinds 2006 bij ATGM. Naast hogeschooldocent, majorverantwoordelijke voor de major Procesvoering en procesoptimalisatie, mede-initiator van de implementatie van biopolymeren in het onderwijsprogramma, stage-afstudeercoordinator en projectleider voor het aanvraagtraject van het SIA RAAK PRO Biopolymerenproject. Fontys Hogeschool Drs. Marloes H.C. Eijsvogels-van Leur, Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen, Chemie docent Na haar studie scheikunde heeft Marloes van gewerkt bij DSM NeoResins in Waalwijk aan de ontwikkeling van watergebaseerde bindmiddelen voor in coatings. Zij heeft expertise opgebouwd op het gebied van synthese en applicatie van polymeren (bindmiddelen) in coatings. Vanaf 2006 is Marloes werkzaam RAAK-PRO aanvraag 22 6 september 2011

26 bij Fontys Hogeschool TNW als chemiedocent. Naast standaard onderwijstaken als studieloopbaanbegeleider, projectbegeleider, stage- en afstudeermentor is zij projectleider geweest van twee RAAK Projecten, Smart Materials ( ) en Biopolymeren ( ) die beide zeer succesvol verlopen zijn. Ir. E.A.M. Smets, Fontys hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen, (kunststof)chemie docent Na zijn studie Scheikundige Technologie aan de TU Eindhoven is Guido gestart bij de hogeschool Venlo in de opleiding polymeerchemie. Bij deze opleiding was hij vooral verantwoordelijk voor de (kunststof)chemische vakken zoals organische chemie, de verwerking van kunststoffen en analysetechnieken. Doordat Hogeschool Venlo bij Fontys Hogescholen werd ondergebracht is de opleiding polymeerchemie verhuisd naar Eindhoven in Daar bleef hij verantwoordelijk voor voornamelijk de kunststofchemische onderdelen. Tevens onderhoudt hij concrete contacten met het bedrijfsleven als accountmanager. Verder begeleidt hij diverse onderzoeken (al dan niet samen met studenten) in kader van de kunststoffen. Wageningen UR-FBR Ir. Gerald G.J. Schennink, Wageningen UR Food & Bio-based Research, Senior scientist biodegradable/renewable plastics Gerald Schennink is geboren in 1967 in Nederland. Hij heeft zijn opleiding tot werktuigbouwkundige gevolgd aan de Technische Universiteit Twente en de TU Eindhoven (specialisatie Polymeer Verwerking). Hij heeft enkele jaren gewerkt bij Philips op het gebied van spuitgieten. In 1995 is hij als projectleider gaan werken binnen de business unit Bio-based Products van Wageningen UR. Belangrijkste onderwerpen in deze projecten zijn de ontwikkeling van biodegradeerbare materialen/polymeren en/of productontwikkelingen op basis van deze biopolymeren. Gerald is (co-)auteur van meer dan 15 publicaties en patenten. Ir. Karin Molenveld- Wageningen UR-Food & Biobased Research Karin Molenveld is chemisch technoloog en is in 1994 afgestudeerd op het onderwerp polyester synthese via gecombineerde ring-opening polycondensatie reacties. Sinds 1994 is zij werkzaam bij FBR op het gebied van biopolymeren. Naast projectleider van diverse projecten is Karin binnen FBR inhoudelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden op het gebied van bioplastics. Sinds 2009 wordt Karin daarnaast ingehuurd door het DPI Value Centre als consultant op het gebied van bioplastics. Optimum Bioplastics Dr. Jeroen van Soest, Optimum Bioplastics, Innovatie manager Na zijn studie scheikunde heeft Jeroen in 1996 zijn promotieonderzoek bij Universiteit van Utrecht op het gebied van zetmeel bioplastics afgerond. Vervolgens heeft Jeroen zijn expertise op dit vlak verder uitgewerkt in diverse functies bij o.a. AT0-DLO, Wageningen UR, CPKelco en Meneba en diverse producten co-ontwikkeld zoals Solanyl, Optinyl, FlourPlast, FlourBond en CereBond-T. Hij heeft twee maal de Europese onderzoeksprijs Prix Cerealier gewonnen. Hij is op dit moment werkzaam als innovatiemanager bij Optimum Bioplastics. Jeroen is auteur van meer dan 70 wetenschappelijke publicaties en patenten. Rodenburg Biopolymers Aaik Rodenburg is directeur, oprichter en eigenaar van Rodenburg Biopolymers. Aaik beschikt over een enorme hoeveelheid kennis over gebruik van polymeren in toepassingen op basis van hernieuwbare grondstoffen zoals producten in papier, oliewinning en bioplastics. Jaap van Heemst is R&D manager Bioplastics bij Rodenburg Bioplastics. Jaap studeerde aan de Technische universiteit van Delft. Werkte o.a. bij A&F in Wageningen aan de ontwikkeling van bioplastics en is expert in de verwerking en ontwikkeling van zetmeel bioplastics. Jaap is (co-)auteur van meerdere publicaties en patenten. Syntens Alain Dirven Syntens, Innovatie adviseur Na zijn studie Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft is Alain werkzaam geweest bij verschillende kunststofverwerkende MKB bedrijven. In 1994 rondde hij de post HBO opleiding Kunststoftechnologie af. Als productontwikkelaar bij o.a. Ubbink, Wisa, Curver en Polynorm van Niftrik heeft hij een brede ervaring opgebouwd op het gebied van uitéénlopende kunststoftoepassingen en -verwerkingstechnieken zoals spuitgieten, thermovormen, blaasvormen, schuimen en profielextrusie. Sinds 5 jaar is Alain werkzaam bij Syntens als innovatie adviseur voor de maakindustrie. RAAK-PRO aanvraag 23 6 september 2011

27 Bijlage II Omschrijving MKB-bedrijven Bato Bato plastics is een internationale leverancier van kunststof spuitgietproducten. Met een modern machinepark werkt Bato vanuit 3 specialistische divisies: Kunststof producten voor de tuinbouw, Custom moulding en Verpakkingen. De divisie Tuinbouwproducten richt zich specifiek op de moderne tuinder. Met de in eigen huis ontwikkelde matrijzen worden binnen de divisie Custom Moulding tailor-made producten ontworpen en vervaardigd. De ontwikkeling, productie en distributie van kunststof verpakkingen ten behoeve van de voedingsindustrie is geconcentreerd binnen de divisie Verpakkingen. Desch Plantpak Desch Plantpak produceert thermovorm potten en containers, transporttrays, zaaitrays, verspeentrays en perkgoed packs voor de professionele tuinbouw. Samen met de kweker komt Desch Plantpak tot klantgerichte en inventieve oplossingen waarmee bedrijfsprocessen kunnen worden vereenvoudigd of automatiseringsprocessen kunnen worden verbeterd. Alle activiteiten en innovaties zijn erop gericht om de productieresultaten van de kweker te verbeteren en rendementen te optimaliseren. Desch Plantpak opereert voor de mondiale tuinbouw. Naast thermovorm producten beschikt Desch Plantpak ook over een range spuitgiet sierpotten, hangpotten, schalen en toebehoren, bekend onder de naam E-PLA range. De producten van Desch Plantpak worden gemaakt van PP (polypropyleen),ps (polystyreen), PET (Poly-ester) of biopolymeren. Daarnaast heeft men een product lijn op basis van het afbreekbare en hernieuwbare PLA (Dgrade). Met zeven productielocaties in vier landen (op twee continenten) en dealerbedrijven en klanten in zo'n zestig landen is Desch Plantpak een echte wereldspeler. Imperial Ventures Imperial Ventures, onder leiding van Harry Keijzer, uit Halsteren is een jong bedrijf, dat zich bezighoudt met het concretiseren van allerlei innovaties. Dit doen ze voornamelijk in opdracht van derden. Het ontwikkelde prijswinnende (Design pressure cooker) concept, ABulbC, staat echter op hun eigen naam. Het product bestaat uit drie tulpenbollen in een verpakking van biopolymeren. Het doel is om deze op basis van volledig afbreekbaar materiaal te maken waardoor de bloembollen tegelijk met de verpakking de grond in kunnen. Oerlemans Oerlemans Plastics B.V. is een moderne onderneming met ruim 200 medewerkers gespecialiseerd in de productie van hoogwaardige, flexibele kunststofverpakkingen en folie. Oerlemans Plastics levert in 30 landen aan de sectoren land- en tuinbouw, industrie en verpakkingsgroothandel. Oerlemans heeft sinds 1966 ervaring met kunststofproductie Oerlemans beschikt over 34 mono en co-extruders en vervaardigt materialen als LDPE, LLDPE, MDPE, HDPE, Metallocenen en vele zeer succesvolle blends. Verder specialisatie in beroepsgroepen als bodemlassers, zijlassers, cutters, lapsealers, wicketters, stansunits, ponslijnen. Optimum Bioplastics Optimum is een jong bedrijf uit Rotterdam. Optimum biedt een product portfolio die het mogelijk maakt je eigen eindcompound te formuleren en te bouwen. Hierdoor is het mogelijk om met een beperkt aantal uitgangsmaterialen plastic compounds te maken geschikt voor zowel spuitgieten, thermoformen, filmblazen, gieten als schuimen. Het modulaire systeem van Optimum maakt het mogelijk deels dure biopolyesters te vervangen en zetmeel in zijn geheel in bioplastics. FlourPlast is hierdoor een uniek biopolymeerproduct en kan verwerkt worden in reguliere verwerkingsprocessen. FlourPlast verbetert functionaliteit en reduceert de kosten. Het FlourPlast modulaire product portfolio biedt compounders en converters flexibiliteit in aanpassingen van hun producten in termen van vereiste eindfunctionaliteit. Optimum FlourPlast is een direct inzetbaar systeem. RAAK-PRO aanvraag 24 6 september 2011

28 Rodenburg Biopolymers Rodenburg Biopolymers is een familiebedrijf en heeft een lange achtergrond in biopolymeerverwerking en kennis met een breed netwerk. Het hoofdkantoor is gevestigd in Oosterhout (Noord-Brabant), maar Rodenburg biedt services en producten wereldwijd aan via hun internationale verkoopkanaal. Daarnaast heeft Rodenburg een aantal buitenlandse samenwerkingspartners en productiemogelijkheden. Rodenburg zoekt continu naar nieuwe kansen en mogelijkheden. De productlijnen Solanyl eindcompounds en Optinyl masterbatches maken deel uit van hun bioplastic portfolio. Syntens Syntens Innovatiecentrum laat de Nederlandse economie groeien door het versterken van innovatie in het midden- en kleinbedrijf. Syntens maakt u als ondernemer bewust van de mogelijkheden die u heeft om te innoveren en helpt ondernemers concreet om daarin stappen te zetten die leiden tot resultaat voor de onderneming. Het grote en persoonlijke netwerk van Syntens zoals kennispartners, ondernemers en brancheorganisaties strekt zich uit over de belangrijkste sectoren van de Nederlandse economie en is regionaal beschikbaar en toegankelijk. Door nieuwe verbindingen binnen dit netwerk te leggen, bijvoorbeeld tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en kennisinstellingen, ontstaan innovaties die resulteren in nieuwe business. Zo dragen de activiteiten van Syntens Innovatiecentrum indirect bij aan een extra omzet bij het Nederlandse bedrijfsleven van enkele honderden miljoenen euro s per jaar. Jaarlijks adviseert Syntens circa ondernemers bij de eerste stappen in het innovatieproces en worden zo n innovatieaanvragen per jaar beantwoord. Syntens opereert vanuit 15 vestigingen door heel Nederland dichtbij de ondernemer in de regio en heeft 250 innovatieadviseurs in dienst met een groot persoonlijk netwerk. Circa personen die werkzaam zijn bij kennisinstellingen, brancheorganisaties en overheden zitten in het netwerk van innovatieadviseurs en 25 grotere brancheorganisaties werken nauw samen met Syntens. Millvision (onderaannemer Avans Hogeschool) Core business van Millvision is het geven van support bij optimalisatie, innovatie en verankering van business en technisch management processen van onze opdrachtgevers; vaak in samenwerking met derden. Onze opdrachtgevers ontwikkelen, beheren, bedrijven en onderhouden meestal complexe productiesystemen, Installaties en onroerend goed, variërend van de procesindustrie tot de dienstverlening. De Millvision competentie is het combineren van haar kennis en ervaring van business processen met de kennis en ervaring van de klant. Dit door toepassing van methoden en tools met als doel een positief rendement. Millvision werkt aan een heldere en duurzame relatie met de klant waardoor we flexibel en adequaat kunnen opereren. Activiteiten. Millvision is gespecialiseerd in de twee marktsegmenten Papier en Kartonindustrie en Milieutechniek & Infrastructuur. RAAK-PRO aanvraag 25 6 september 2011

29 Bijlage III Begrippenlijst biopolymeren Biopolymeren: PLA : PolyLacticAcid PHA : PolyHydroxyAlkanoaten PHB : PolyHydroxyButyraat Synthetische polymeren: PE : PolyEthyleen PP : PolyPropyleen PBAT : PolyButyleenAdipaatTereftalaat PBS : PolyButyleenSuccinaat PET : PolyEthyleenTereftalaat PS : PolyStyreen Analysemethoden: DSC : Differential Scanning Calorimetry DMTA : Dynamic Mechanical Thermal Analysis NMR : Nuclear Magnetic Resonance GPC : GelPermeatieChromatografie RAAK-PRO aanvraag 26 6 september 2011

Samenwerken met bedrijven en hogescholen: we kunnen elkaar versterken. Guido Smets Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen Applied Science

Samenwerken met bedrijven en hogescholen: we kunnen elkaar versterken. Guido Smets Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen Applied Science Samenwerken met bedrijven en hogescholen: we kunnen elkaar versterken Guido Smets Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen Applied Science Inhoud presentatie Rode draad: samenwerking met studenten

Nadere informatie

Minor biopolymeren in Avans Breda @ 1 sept 2015 tm 31 jan 2016

Minor biopolymeren in Avans Breda @ 1 sept 2015 tm 31 jan 2016 Minor biopolymeren in Avans Breda @ 1 sept 2015 tm 31 jan 2016 http://aartvddool.com/bio/biopolymeren/ a.vandendool@avans.nl BB Minor Biopolymeren 2015-2016 self enrolement. OOK deze presentatie vind je

Nadere informatie

Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING

Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING 14 december Bedrijfslevenbrief Het kabinet heeft samenleving en bedrijfsleven

Nadere informatie

ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases

ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases Mei 18, 2011 Waarom koploper? Zuidwest-Nederland: Aanwezigheid grondstoffen Hoogwaardige bedrijven in agro,

Nadere informatie

Symposium Groene chemie in de delta

Symposium Groene chemie in de delta DPI Value Centre als onderdeel van TKI SPM en het valorisatienetwerk 2.0 Symposium Groene chemie in de delta A. Brouwer, 12 November 2012 TKI Smart Polymeric Materials Topresearch in polymeren 5-10 jaar

Nadere informatie

PHA programma: Introductie & consortium vorming

PHA programma: Introductie & consortium vorming PHA programma: Introductie & consortium vorming Christiaan Bolck Program manager materials - Wageningen UR Workshop PHA 17 December 2013 Wageningen Forum Biorefinery; nieuwe waardeketens van groene grondstoffen

Nadere informatie

PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN. Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg

PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN. Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg MKB-bedrijven worden geconfronteerd met nieuw beleid met betrekking tot producentenverantwoordelijkheid,

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

Praktijkgericht onderzoek Hogeschool Rotterdam. Bijeenkomst Platform BioDelta Zuid Holland

Praktijkgericht onderzoek Hogeschool Rotterdam. Bijeenkomst Platform BioDelta Zuid Holland Praktijkgericht onderzoek Hogeschool Rotterdam Bijeenkomst Platform BioDelta Zuid Holland 24 juni 2014 Hogeschool Rotterdam 32.000 studenten 12 instituten 9 locaties 89 opleidingen 5 kenniscentra Vijf

Nadere informatie

Een Groene Generatie met Energie voor de Toekomst. René Wijffels

Een Groene Generatie met Energie voor de Toekomst. René Wijffels Een Groene Generatie met Energie voor de Toekomst René Wijffels Inhoud Wat is Biobased Economy? De bio-economy in de VS Behoefte aan professionals in bio-based economy Een groene generatie met energie

Nadere informatie

Biobased voedselverpakkingen

Biobased voedselverpakkingen Biobased voedselverpakkingen Technische aspecten 30 Juni 2015, Karin Molenveld Inhoud Introductie Biobased verpakkingen Wat is biobased Waarom biobased Wanneer biodegradeerbaar Catalogus Voorbeelden en

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie oktober 2014 In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren

Nadere informatie

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie Nelo Emerencia, Speerpuntmanager Onderwijs & Innovatie Utrecht, 9 februari 2012 DAS Docentenconferentie

Nadere informatie

Opleiding Chemische Presentatie titel Technologie

Opleiding Chemische Presentatie titel Technologie Opleiding Chemische Presentatie Technologie titel Rotterdam, 00 januari 2007 Rotterdam, 08 sep 2011 Wat (toekomstige) ingenieurs en management moeten weten van Energie efficiency ALLES!!!!! Chemische Technologie

Nadere informatie

DPI Value Centre Innovatie in Polymeren

DPI Value Centre Innovatie in Polymeren DPI Value Centre Innovatie in Polymeren DAS lectorenoverleg Applied Science 2012 d.d. 22/05/12 1. Introductie: wie zijn we en wat doen we? 2. Plannen Topsector Chemie en Biobased Economy 3. TKI Smart Polymeric

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie

Domeinlezing: 2D-printen is zó 2012

Domeinlezing: 2D-printen is zó 2012 Domeinlezing: 2D-printen is zó 2012 Academie voor de Technologie van Gezondheid en Milieu Jack van Schijndel & Nathalie Márquez Luzardo Avans Onderwijsdag Avans Onderzoeksdag? Avans Ondernemersdag? 10

Nadere informatie

Agenda Workshop PHA-Programma

Agenda Workshop PHA-Programma Agenda Workshop PHA-Programma Productie en applicatie van polyhydroxyalkanoaten uit afvalstromen Locatie: Wageningen UR Forum gebouwnummer 102, zaal C107 Droevendaalsesteeg 2 6708 PB Wageningen Datum:

Nadere informatie

Bioplastics4U : keuzetool Bioplastics (Concept)

Bioplastics4U : keuzetool Bioplastics (Concept) Bioplastics4U : keuzetool Bioplastics (Concept) Opmerkingen bij versie 1.0 Deze versie 1.0 is een concept dat gelanceerd is tijdensde Dutch Design Week in Eindhoven 2014. Het is besproken met gebruikers

Nadere informatie

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020

Inhoud presentatie Cohesiebeleid 2014-2020 Situatie 2007-2013 Uitdaging 2014-2020 EU2020 OP EFRO OOST-NEDERLAND 2014-2020PRESENTATIE KENNISPARK, 23 APRIL 2014 JOLANDA VROLIJK, PROGRAMMAMANAGER EFRO OP EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Inhoud presentatie 1. Inleiding Europese Fondsen: cohesie beleid

Nadere informatie

Onderwijs en Kennisoverdracht

Onderwijs en Kennisoverdracht Onderwijs en Kennisoverdracht Ontwikkelingen in de duurzame landbouw in Suriname Prof. Tiny van Boekel, Decaan voor Onderwijs/Vice-rector, Wageningen University & Research Centre, NL Inhoud lezing Ontwikkelingen

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Procestechniek BOL opleidingen. Markiezaat College, het échte werk

Procestechniek BOL opleidingen. Markiezaat College, het échte werk 2016 2017 Procestechniek BOL opleidingen Markiezaat College, het échte werk Van G naar E De weg van grondstof naar eindproduct: Procestechniek in de hoofdrol Met grondstoffen kun je nog alle kanten op.

Nadere informatie

Industrieel Ontwerpen

Industrieel Ontwerpen Industrieel Ontwerpen Industrieel ontwerpen, het vakgebied Industrieel Ontwerpen in Twente Industrieel Ont Industrieel ontwerpen, het vakgebied Industrieel Ontwerpen houdt zich bezig met het ontwikkelen

Nadere informatie

Van Kennisbrug naar KennisDC

Van Kennisbrug naar KennisDC Van Kennisbrug naar KennisDC Laat kennis stromen Dick van Damme Lector Logistiek Hogeschool van Amsterdam HAN, Arnhem, 31 januari 2013 Kennis DC Breda Kennis DC Nijmegen Kennis DC Rotterdam Kennis DC Venlo

Nadere informatie

HEALTH CARE LAB. Scannen Visualisatie 3D Printen Simulatie Big Data Smart Textile Robotica Applicatie Sensoring

HEALTH CARE LAB. Scannen Visualisatie 3D Printen Simulatie Big Data Smart Textile Robotica Applicatie Sensoring HEALTH CARE LAB Scannen Visualisatie 3D Printen Simulatie Big Data Smart Textile Robotica Applicatie Sensoring Medische proeftuin en R&D centrum voor nieuwe innovaties Concept HEALTH CARE LAB Inleiding

Nadere informatie

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ sformulier voor de projectvoorstellen. sformulier projectvoorstellen KFZ Callronde: Versie 14-02-13 Instelling: Naam project: 1) Algemeen Het beoordelingsformulier wordt gebruikt om de projectvoorstellen

Nadere informatie

Het BiSL-model. Een whitepaper van The Lifecycle Company

Het BiSL-model. Een whitepaper van The Lifecycle Company Het BiSL-model Een whitepaper van The Lifecycle Company Met dit whitepaper bieden we u een overzicht op hooflijnen van het BiSL-model. U vindt een overzicht van de processen en per proces een beknopte

Nadere informatie

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Professionalisering van docenten Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Opbouw presentatie Welke docenten hebben we nodig? Professionalisering binnen de HAN Resultaten onderzoek naar vier

Nadere informatie

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie TNO-instrumentarium Creatieve Industrie Instrumenten TNO voor Innovatie Vraagarticulatie Kennisoverdracht Kennisontwikkeling Technologisch consult in samenwerking met Syntens Branche Innovatie Agenda Challenge

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

MAC Midden-Brabant platform voor zorginnovaties markt/stakeholder onderzoek

MAC Midden-Brabant platform voor zorginnovaties markt/stakeholder onderzoek platform voor zorginnovaties markt/stakeholder onderzoek Dit project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van De Ideale Connectie (REAP) Pagina: 2 Medtechpartners 6 september 2010. Barbara Schooneveldt

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 De Nationale Studenten Enquête (NSE) is een grootschalig landelijk onderzoek waarin jaarlijks alle Bachelor en Master studenten in het hoger onderwijs gevraagd

Nadere informatie

Identificatie van bio-kunststof

Identificatie van bio-kunststof Identificatie van bio-kunststof materialen - nunclonschaaltje - pipetjes producten - bioplastiek (draagtas en playmaïs) - PE-draagtas - polystyreen verpakkingschips - stukje brood - lugol - water veiligheid

Nadere informatie

NFI Academy. Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut

NFI Academy. Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut NFI Academy Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut NFI Academy Kennis voor een succesvolle forensische keten Forensisch onderzoek wordt steeds belangrijker voor de opsporing en

Nadere informatie

Informational Governance

Informational Governance Story Informational Governance Juli 2013 Nog niet zo heel lang geleden voltrokken veranderingen in de maatschappij zich volgens logische, min of meer vaste patronen. Overheden, bedrijven, wetenschappers,

Nadere informatie

Meerwaarde met Online Marketing Expertise

Meerwaarde met Online Marketing Expertise Meerwaarde met Online Marketing Expertise Webinar 26 mei 2015 Wat leer je in dit webinar? Nieuwe ontwikkelingen bij zelfstandig ondernemers De meest gestelde vraag door ondernemers Hoe je als VA daarop

Nadere informatie

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Inhoud 5 Voorwoord 7 Inleiding 8 Professionele

Nadere informatie

We zien een datagedreven wereld vol kansen. Toepassingscentrum voor big data oplossingen

We zien een datagedreven wereld vol kansen. Toepassingscentrum voor big data oplossingen We zien een datagedreven wereld vol kansen Toepassingscentrum voor big data oplossingen We zien succesvolle organisaties groeien door big data 50% van de meest succesvolle organisaties Volg ons op twitter:

Nadere informatie

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind Lectoraat natuurbeleving & ontwikkeling kind 1 Aanleiding Als kinderen van vijf tot twaalf jaar hun speelplek mogen kiezen, gaat de voorkeur voornamelijk uit naar braakliggende terreinen. Daarbij kijken

Nadere informatie

Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid?

Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid? Wat verwachten werkgevers van het onderwijs als het gaat om duurzaamheid? Een onderzoek onder werkgevers in de topsectoren en de overheid. Onderzoeksrapport Samenvatting 1-11-2013 1 7 Facts & figures.

Nadere informatie

GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort

GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort GLOEI 2015 & de werkgemeenschappen in het kort GLOEI = sociale duurzaamheid, van A naar anders. Anders denken, nieuwe wegen bewandelen en nieuwe, niet voor de hand liggende samenwerking tot stand brengen

Nadere informatie

Visie op Valorisatie. van onderzoeken naar ondernemen. InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011. Maarten van Gils

Visie op Valorisatie. van onderzoeken naar ondernemen. InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011. Maarten van Gils Visie op Valorisatie van onderzoeken naar ondernemen InnoTep, Radboud Universiteit Nijmegen, 30 september 2011 Maarten van Gils Agenda Persoonlijke introductie Het onderzoeken bij MICORD De overgang in

Nadere informatie

Academie voor Ondernemerschap, Marketing en Innovatie 's-hertogenbosch

Academie voor Ondernemerschap, Marketing en Innovatie 's-hertogenbosch Academie voor Ondernemerschap, Marketing en Innovatie 's-hertogenbosch datum 2014 contactpersoon Rene van der Burgt onderwerp Mogelijkheden tot samenwerken telefoon (088) 525 61 94 van Advanced Business

Nadere informatie

Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie. Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer

Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie. Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer Onderzoek binnen de opleiding CE Aandacht door de tijd heen heel verschillend Van een paar credits voor de hele

Nadere informatie

Omschrijvingen Leveranciers Marktdag Biopolymeren Vezels&Textiel 29 november 2012

Omschrijvingen Leveranciers Marktdag Biopolymeren Vezels&Textiel 29 november 2012 Omschrijvingen Leveranciers Marktdag Biopolymeren Vezels&Textiel 29 november 2012 U heeft op 29 november 2012 de mogelijkheid om met de volgende leveranciers kennis te maken. Onder de tabel vindt u meer

Nadere informatie

Tweede call voor offertes voor projecten

Tweede call voor offertes voor projecten Tweede call voor offertes voor projecten Thema : kleur- geur- en smaakstoffen uit planten Inleiding Het Kenniscentrum heeft tot doel om doorbraken te bewerkstelligen voor de valorisatie van werkzame stoffen

Nadere informatie

In een keten gaat het om de verbindingen, niet om de schakels.

In een keten gaat het om de verbindingen, niet om de schakels. Verbindingsmodel IV Serviceketen Theo Thiadens en Adri Cornelissen In een keten gaat het om de verbindingen, niet om de schakels. Verbindingsmodel IV Serviceketen Theo Thiadens Alleen een organisatie die

Nadere informatie

Recyclingsymposium 2015. Coen Kolthof

Recyclingsymposium 2015. Coen Kolthof Recyclingsymposium 2015 Coen Kolthof Historie Ontwikkeling Inverko 1997 Ontstaan van de Inverko Groep met de oprichting van Inverko Plastics BV 2001 Acquisitie van Poly-Grind BV & uitbreiding van de activiteiten

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,

Nadere informatie

Economische kracht van de maritieme sector in de Zuidvleugel (van tweede Maasvlakte tot Gorinchem) verder versterken door inzet op vier lijnen:

Economische kracht van de maritieme sector in de Zuidvleugel (van tweede Maasvlakte tot Gorinchem) verder versterken door inzet op vier lijnen: Bijlage 1B behorend bij Voortgangsrapportage vragen Economie door gemeenten MKB: overzicht initiatieven MKB-kennisinstellingen Naam project Maritime Delta Economische kracht van de maritieme sector in

Nadere informatie

Propositiedocument. Business Cluster Semiconductors. - aanbevelingen -

Propositiedocument. Business Cluster Semiconductors. - aanbevelingen - Propositiedocument Business Cluster Semiconductors - aanbevelingen - Uitgevoerd in opdracht van: Business Cluster Semiconductors Nijmegen, februari 2012 Aanbevelingen A Veranker en versterk de toppen (circuits,

Nadere informatie

Bantopa Terreinverkenning

Bantopa Terreinverkenning Bantopa Terreinverkenning Het verwerven en uitwerken van gezamenlijke inzichten Samenwerken als Kerncompetentie De complexiteit van producten, processen en services dwingen organisaties tot samenwerking

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

Platform Bèta Techniek. Connect 05 2015. Chemiedag 2015. Hoe kunnen onderwijs en bedrijfsleven succesvol samenwerken?

Platform Bèta Techniek. Connect 05 2015. Chemiedag 2015. Hoe kunnen onderwijs en bedrijfsleven succesvol samenwerken? Platform Bèta Techniek Connect 05 2015 Chemiedag 2015 Hoe kunnen onderwijs en bedrijfsleven succesvol samenwerken? Succesvolle samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven is de basis voor groei van

Nadere informatie

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken Kenniscentrum Duurzaam Verpakken 1. Aanleiding In de Raamovereenkomst 2013-2022 is in Artikel 4 afgesproken een Kennisinstituut op te richten (verder te noemen Kenniscentrum Duurzaam Verpakken [KCDV]).

Nadere informatie

Partners voor Water subsidieregeling 2 * circa 40 pax. Aantal deelnemers (inschatting) http://nwp.nl/_docs/nieuwsbrief_bijlagen/geldalswater_pvw.

Partners voor Water subsidieregeling 2 * circa 40 pax. Aantal deelnemers (inschatting) http://nwp.nl/_docs/nieuwsbrief_bijlagen/geldalswater_pvw. Conveners Rapporteur/aanspreekpunt Workshop titel Aantal deelnemers (inschatting) Presentaties Dennis van Peppen (RVO.nl; dennis.vanpeppen@rvo.nl) Erwin Dirkse (Dirkse Milieu Technologie; edirkse@dmt-et.nl)

Nadere informatie

Bijlage 2. Human Capital Agenda s

Bijlage 2. Human Capital Agenda s Bijlage 2 Capital s De topsectoren gaan een human (onderwijs en scholing) voor de langere termijn opstellen en zullen onderwijsinstellingen hierbij betrekken. De s bevatten o.a. een analyse van de behoefte

Nadere informatie

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten INFORMATIE OVER HET INNOVATIEF ACTIEPROGRAMMA GRONINGEN

Nadere informatie

LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management

LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management LEERACTIVITEIT IJs verkopen op straat Ent-teach Module 6 Project management Beschrijving van de leeractiviteit Voor de volgende opdracht zullen de studenten plannen* hoe ze gedurende een week ijs gaan

Nadere informatie

Lerende gebouwen. meer comfort & minder energie. 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft

Lerende gebouwen. meer comfort & minder energie. 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft Lerende gebouwen meer comfort & minder energie 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft 2 e Expert meeting Thermisch Actieve Gebouwen, woensdag 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool

Nadere informatie

Centre of expertise. voor samenwerking. B&C Bout&Co. structuur in samenwerking

Centre of expertise. voor samenwerking. B&C Bout&Co. structuur in samenwerking B&C Bout&Co structuur in samenwerking Centre of expertise voor samenwerking Centre of expertise Bout & Co vergroot de performance door verbetering van de structuur in samenwerking tussen ondernemingen,

Nadere informatie

Creativiteit in zakelijkheid. Matthijs Bobeldijk 17 juni 2013

Creativiteit in zakelijkheid. Matthijs Bobeldijk 17 juni 2013 Creativiteit in zakelijkheid Matthijs Bobeldijk 17 juni 2013 Welkom! Vandaag deel ik met jullie een reisverslag Langs 4 centra uit de eerste generatie 4 Met deze centra hadden wij een workshop over nieuwe

Nadere informatie

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter

Nadere informatie

BACHELOR OF APPLIED SCIENCE

BACHELOR OF APPLIED SCIENCE BACHELOR OF APPLIED SCIENCE BAS Een competentiegerichte profielbeschrijving ADDENDUM februari 2015 Colofon Teksten Drs. Lisette van der Beek (DAS) Marjolein Wijnker-Schrauwen, MSc. (DAS) Projectgroep drs.

Nadere informatie

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Bernard Teunis & Nienke van der Steeg b.teunis@poraad.nl n.vandersteeg@poraad.nl Opzet workshop 1. Voorstellen 2. Answergarden

Nadere informatie

Nr.: 2002-09314/27/A.17, IEE Groningen, 9 juli 2002. : Statenbrief over stand van zaken inzake het Kompasproject Duurzaam Groningen.

Nr.: 2002-09314/27/A.17, IEE Groningen, 9 juli 2002. : Statenbrief over stand van zaken inzake het Kompasproject Duurzaam Groningen. Aan de leden van de Statencommissie Milieu Verkeer en Vervoer en de leden van de Statencommissie Economische Zaken Nr.: 2002-09314/27/A.17, IEE Groningen, 9 juli 2002 Behandeld door : Vries, de, E./W.

Nadere informatie

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

RIKILT Institute of Food Safety

RIKILT Institute of Food Safety RIKILT Institute of Food Safety In het kort Referentie instituut Metingen & Advies Onderzoek RIKILT Institute of Food Safety RIKILT Institute of Food Safety is onderdeel van de internationale kennisorganisatie

Nadere informatie

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie ottilie.nieuwenhuis@tno.nl

TNO-instrumentarium Creatieve Industrie ottilie.nieuwenhuis@tno.nl TNO-instrumentarium Creatieve Industrie ottilie.nieuwenhuis@tno.nl Instrumenten TNO voor MKB-Innovatie Vraagarticulatie Kennisoverdracht Kennisontwikkeling Challenge Technologisch consult in samenwerking

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie

Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie Onderzoeksvoorstel voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Onderzoeksagenda Veteranenzorg Defensie Dit formulier moet in het Nederlands worden ingevuld 1. Registratiegegevens 1a. Gegevens hoofdaanvrager

Nadere informatie

Duurzame laminaten. Maart 2015. Patrick Gerritsen/ Maurice Geerlings

Duurzame laminaten. Maart 2015. Patrick Gerritsen/ Maurice Geerlings Maart 2015 Patrick Gerritsen/ Maurice Geerlings 1 Inhoud: Bio4Pack BV en PG Kaas? Hoe werken we? Wat zijn composteerbare verpakkingen en hoe herken je ze? Wat zijn hernieuwbare verpakkingen en hoe herken

Nadere informatie

Minicongres Finishing

Minicongres Finishing Minicongres Finishing Aluminium Centrum Houten 29 september 2010 Erik van Westing Program Manager 2 M2i Introductie Innovatie Programma Marktbehoeftes en maatschappelijke vragen Benodigde Technologische

Nadere informatie

Optimaal benutten, ontwikkelen en binden van aanwezig talent

Optimaal benutten, ontwikkelen en binden van aanwezig talent Management Development is een effectieve manier om managementpotentieel optimaal te benutten en te ontwikkelen in een stimulerende en lerende omgeving. De manager van vandaag moet immers adequaat kunnen

Nadere informatie

SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht

SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht Vraag 1 Aanbod cursussen & minoren Biedt de onderwijsinstelling minoren en/of cursussen aan gericht op duurzaamheid, die inzichtelijk en toegankelijk zijn voor

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

Auditrapportage 2014. Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel. Dynamiek onderweg

Auditrapportage 2014. Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel. Dynamiek onderweg Auditrapportage 2014 Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel Dynamiek onderweg De vier geïdentificeerde typologieën van de Centra co-creator; incubator; transformator; facilitator - zijn hieronder kort

Nadere informatie

Groeien door samenwerken

Groeien door samenwerken Samenwijs en verder Hoe kan het onderwijs een bijdrage leveren aan de duurzame maatschappelijke innovatie vanuit het concept Samenwijs? Roeland Hogt (Automotive, RDM CoE, Kenniscentrum RDM, ACE) Ism Ans

Nadere informatie

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Eind september ging Deloitte met CFO s uit het hoger onderwijs in gesprek over de uitdagingen om de prestatieafspraken te realiseren, ook al is

Nadere informatie

AkhMa at. Vraag en aanbod, ICT-alignment Paul van Uffelen

AkhMa at. Vraag en aanbod, ICT-alignment Paul van Uffelen Vraag en aanbod, ICT-alignment Paul van Uffelen Het domein wil een digitale leer- en werkomgeving (DLWO) Achtereenvolgens Enkele ervaringen vooraf en hoe deze een rol speelden bij de opzet van het project

Nadere informatie

Hoogwaardige benutting van gras. Wat is daarvoor nodig?

Hoogwaardige benutting van gras. Wat is daarvoor nodig? Hoogwaardige benutting van gras Wat is daarvoor nodig? Seminar Kansen voor Gras 24 September 2014 Arjen Brinkmann Brinkmann Consultancy 1 Hoogwaardige benutting van gras wat is daarvoor nodig? In ieder

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting Erasmus Universiteit Rotterdam: CSR paper De route naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in algemene ziekenhuizen. De strategische verankering van MVO in de dagelijkse activiteiten

Nadere informatie

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Inhoud 1. Inleiding 3 2. Opzet plannen voor ondersteuning 4 3. Plannen voor verminderen huishoudelijk restafval 5 3.1 Eisen

Nadere informatie

TOP TOP. Gideon Swart 2025059 ABCE1A

TOP TOP. Gideon Swart 2025059 ABCE1A 1 TOP Gideon Swart 2025059 ABCE1A 2 Voorwoord In de E-fase gaat het niet meer zo zeer om opdrachten of projecten uit te voeren die vanuit Avans/ABC worden aangeleverd, het gaat veel meer om zelfsturing.

Nadere informatie

Aan de slag: opstellen hoogst haalbare doelen & brancheverduurzamingsplannen versie 1.0, april 2014

Aan de slag: opstellen hoogst haalbare doelen & brancheverduurzamingsplannen versie 1.0, april 2014 Aan de slag: opstellen hoogst haalbare doelen & brancheverduurzamingsplannen versie 1.0, april 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Hoe werkt het opstellen van hoogst haalbare doelen en brancheverduurzamingsplannen?

Nadere informatie

ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk

ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk lezing voor de MBO raad, dd. 21/1/2010. Dr.mr.ir. Th.J.G Thiadens, Lector ICT governance Fontys Hogeschool, Docent aan de UvA, Erasmus, UvT, RuG, OU

Nadere informatie

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Karen van de Stadt

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Karen van de Stadt Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk Karen van de Stadt KIDV Opgericht op 1 januari 2013: Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 2022. Vermindering milieudruk verpakkingsketen.

Nadere informatie

KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar. Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen.

KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar. Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen. KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen. CONTACT Voor meer informatie over de kwaliteitsnetwerken kunt u contact opnemen met: Diewke de Haen (ddehaen@efp.nl)

Nadere informatie

NFI Academy. Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut

NFI Academy. Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut NFI Academy Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut NFI Academy Sleutel tot de expertise van het Nederlands Forensisch Instituut Met ruim 500 professionals en expertise in meer

Nadere informatie

Communicatieplan CO 2 -prestatieladder

Communicatieplan CO 2 -prestatieladder plan CO 2 -prestatieladder T.b.v. certificering CO 2 -prestatieladder (nr 3.C.1) U vindt in dit document de communicatiedoelstellingen, de interne en externe doelgroepen, de interne en externe communicatiemiddelen

Nadere informatie

... where sustainability evolves! i.s.m TRAINING DUURZAAM ONDERNEMEN

... where sustainability evolves! i.s.m TRAINING DUURZAAM ONDERNEMEN ... where sustainability evolves! i.s.m TRAINING DUURZAAM ONDERNEMEN DUURZAAM ONDERNEMEN IS DE TOEKOMST WILCO DE RUITER, TARKETT 2. TARKETT Tarkett heeft een leidende positie op het gebied van milieuvriendelijke

Nadere informatie

Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 22 maart 2007 Agendapunt: Aan de Raad. Made, 13 februari 2007

Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 22 maart 2007 Agendapunt: Aan de Raad. Made, 13 februari 2007 Aan de Raad Made, 13 februari 2007 Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 22 maart 2007 Agendapunt: Raadsvergadering: 12 april 2007 Onderwerp: Diagnose Integrale Veiligheid gemeente

Nadere informatie

Netwerkbijeenkomst VAVI, VIGEF & NEBAFA

Netwerkbijeenkomst VAVI, VIGEF & NEBAFA Netwerkbijeenkomst VAVI, VIGEF & NEBAFA Bio-based Economy Den Haag, 17 april 2013 VAVI VAVI is een belangenvereniging die de belangen behartigt van 7 Nederlandse ondernemingen binnen de aardappelverwerkende

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

OPLEIDING LUCHTVERONTREINIGING LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIE

OPLEIDING LUCHTVERONTREINIGING LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIE OPLEIDING LUCHTVERONTREINIGING LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIE De samenleving vraagt om goed opgeleide professionals en experts op het vakgebied luchtverontreiniging. Omdat de breedte en complexiteit daarvan

Nadere informatie

PRESENTATIE 2P6. Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT

PRESENTATIE 2P6. Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT PRESENTATIE 2P6 Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT We gaan toch niet echt stempelen? Steven Nijhuis onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwing

Nadere informatie

Master of Psychological Research

Master of Psychological Research Master of Psychological Research Inleiding De master of psychological research is een speciale eenjarige master die voortbouwt op uw onderzoeksvaardigheden die u tijdens uw master of psychology scriptie

Nadere informatie

Bijlage 2. } De werkgroep Lange termijn keuzes. } De werkgroep Dynamisering van de kennisketen. } De werkgroep Dynamisering beroepsonderwijs

Bijlage 2. } De werkgroep Lange termijn keuzes. } De werkgroep Dynamisering van de kennisketen. } De werkgroep Dynamisering beroepsonderwijs Bijlage 2 Voor de invulling van de strategische agenda van het Innovatieplatform zijn verschillende werkgroepen in het leven geroepen. De werkgroepen staan onder leiding van een van de leden van het Innovatieplatform.

Nadere informatie