VAN ROTSTEKENING NAAR WEBSITE: DE MEDIAGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VAN ROTSTEKENING NAAR WEBSITE: DE MEDIAGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT"

Transcriptie

1 1 VAN ROTSTEKENING NAAR WEBSITE: DE MEDIAGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT In dit stuk wordt de mediageschiedenis vanaf de prehistorische rotstekening tot en met de opkomst van internet in vogelvlucht geschilderd. Drie mediarevoluties zijn van belang: (1) de ontdekking en ontwikkeling van het alfabet en het schrift; (2) de uitvinding van de boekdrukkunst en het ontstaan van persmedia; en (3) de ontwikkeling van de elektronische media en de toepassing van informatietechnologie. In de twintigste eeuw zijn massamedia als film, radio, televisie en internet ontstaan. De ontwikkelingen van de derde mediarevolutie zijn wereldwijd en hebben diep ingegrepen in het maatschappelijk communiceren. Enige kennis van de mediageschiedenis is nodig om de enorme groei aan mediamiddelen en mediaboodschappen in onze tijd te kunnen plaatsen. Het hoofdstuk eindigt met een bespreking van huidige mediatrends, waarbij de onderlinge relaties tussen gedrukte media, audiovisuele media en nieuwe interactieve media aan de orde komen. De eerste mediarevolutie: de uitvinding van het schrift Stel je eens voor dat het schrift nog niet bestaat. Je kunt wel praten en luisteren, maar niet lezen en schrijven. Contacten met anderen zijn gebaseerd op interpersoonlijke mondelinge communicatie. In de orale cultuur wisselen mensen net zo goed als nu de laatste nieuwtjes uit. Op marktpleinen hoor je van reizigers het laatste nieuws. Je hoort anekdotes en geeft die later door aan de buren. Waar mensenmassa s in openbare ruimtes bij elkaar zijn, stroomt het nieuws alle kanten uit. 1 In een orale cultuur is er sprake van massacommunicatie in voor ieder toegankelijke ruimtes. Feesten, optochten, muziekspelen en toneelvoorstellingen. Je moet deel uitmaken van het publiek om zulke manifestaties bij te kunnen wonen. Je leert de meeste dingen van ouderen; je onthoudt wat ouderen te zeggen hebben en je doet het gedrag van ouderen na. De enige manier om iets te leren is door memoriseren en imiteren. Het culturele kapitaal van de orale samenleving bestaat in de hoofden van priesters, medicijnmannen en kruidenvrouwen, die de maatschappelijke kennis beheren en aan een nieuwe generatie doorgeven. De overlevering in de oude orale cultuur is statisch; verandering wordt niet gemak-

2 2 kelijk toegestaan. Zo n soort maatschappij noemen we nu traditioneel en niet-modern. Denk aan jagersmaatschappijen en agrarische economieën. Orale traditie: cultuurpatroon wordt mondeling doorgegeven Memoriseren en imiteren. Soort samenleving: jagers- en landbouwsamenlevingen. Cultuur: grotschilderingen, beeldhouwkunst (Griekenland), architectuur (piramide). Oude China en Egypte: ontwikkeling van beeldtalen. Grote afstand tussen gesproken en geschreven tekst. Eerste mediarevolutie: invoering van alfabet en ontstaan van schriftcultuur Soort samenleving: Griekse polis, Romeins wereldrijk, feodale Middeleeuwen in Europa. Direct vastleggen van gesproken tekst in geschreven tekst. Verspreiding van Christendom door middel van gesproken en geschreven woord (evangelie in schriftvorm). Macht van collectieve traditie neemt af: individuele studie van teksten sinds 1000 jaar voor Christus mogelijk. In plaats van memoriseren: meer initiatief en zelfstandigheid. Uiting hiervan: klassieke filosofie in oude Griekenland. Zolang er mensen op aarde rondlopen, is er sprake van menselijke communicatie met behulp van tekens. Stemgeluiden vormden woorden en zinnen die betekenissen aangeven. Naast taaltekens drukten mensen hun gevoelens en gedachten uit in visuele tekens. Mensen maakten afbeeldingen van allerlei levende wezens die hen in de natuur omringden. Prehistorische rotstekeningen en grotschilderingen geven ons een beeld van de voorstellingswijze van onze voorouders. Kijk maar eens naar de afbeelding van figuur 1, een tekening die zo n drieduizend jaar geleden in een rotswand gekerfd werd. In heel Scandinavië en in de Zwitserse Alpen kun je dit soort rotstekeningen aantreffen. Wat zegt zo n rotstekening ons na zoveel tijd? Wat voor soort tekens zien we? Twee dierfiguren, een langwerpig instrument en een menselijke figuur. De rotstekening is allereerst een iconisch teken, een afbeelding van een bestaande situatie. De getekende figuurtjes verwijzen naar een werkelijkheid, die mogelijk echt bestaan heeft. Na drie millennia is de gelijkenis tussen de figuren en de veronderstelde bestaanswerkelijkheid van toen herkenbaar. In iconische zin gaat het om de voorstelling van een boer, die met zijn vee het land ploegt. Een landbouwer loopt achter zijn ploeg en jaagt twee ossen op, die de ploeg trekken. Op grond van andere rotstekeningen weten we, dat de afgebeelde tekens iets meer uitdrukken dan een gelijkenis. Het is niet zomaar een iconische afbeelding van een lang vervlogen werkelijkheid. De rotstekening heeft voor de toenmalige bewoners van het

3 3 Figuur 1 Design uit de bronstijd: rotstekening van boer met span ossen 2 Zweedse land ook een symbolische functie gehad. Boeren ploegden tijdens voorjaarsrituelen om een stuk land heen om zo symbolisch te bewijzen, dat dit land in hun bezit gekomen was. De plaatsen, waar deze rotstekeningen gevonden zijn, waren cultische plekken. Over de symbolische communicatie uit de bronstijd is natuurlijk weinig overgeleverd. We moeten gissen naar de culturele betekenis van dit soort tekeningen. Hoewel we vrij weinig weten over de belevingswereld van mensen uit de bronstijd, weten we wel dat de visuele tekens een openbaar karakter hadden en door ieder gezien mochten worden. Al deze rotstekeningen zijn aan te treffen in de open lucht op plekken, waar de gletsjers van de ijstijd de steenwanden glad geslepen hadden. Op het steenoppervlak kon je heel goed een voorstelling met een scherpe vuursteen schilderen of graveren. 3 Belangrijk is, dat ieder in de open lucht deze rotstekeningen kon zien. De rotstekeningen waren voor iedereen toegankelijk, wat niet gold voor de verborgen dierschilderingen in de prehistorische grotten van Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk. De rotstekeningen waren in de Europese geschiedenis het prille begin van visuele massacommunicatie. De stap om de eigen wereld visueel uit te beelden was met het maken van deze rotstekeningen gezet. Nog meer revolutionair was de ingreep om visuele tekens verder te abstraheren om daarmee de verbale communicatie vast te leggen. Zo n zesduizend jaar geleden gingen mensen beeldtekens gebruiken om vast te leggen wat verteld werd. In een dorp in Syrië kraste een veehouder een kleitablet vol om aan te geven dat er tien geiten en tien schapen waren. Het pictografisch kleitablet van de veeboer vertelt verder niet of hij (of zij?) dat deed voor de verkoop en ook niet wat het motief van deze vastlegging was. We weten alleen dat de tekens geen willekeurige strepen zijn, maar bewust aangebrachte signalen. Het oude pictografische schrift bevatte herkenbare afbeeldingen van voorwerpen of dieren, waarnaar de beeldtekens verwijzen. Er kwamen afspraken, waar de beeldtekens voor stonden, zodat de buren wisten dat de tekens naar de veestapel verwezen. Zo ging het elders in de toenmalige bewoonde

4 4 wereld eveneens. Op meerdere plaatsen op de aarde gingen mensen in het vierde millennium voor Christus beeldtekens gebruiken om belangrijke gegevens te noteren. Mensen gebruikten kleitabletten of gedroogde rietstengels om hun boodschap vast te leggen. Die stukjes gebakken klei waren in het voordeel ten opzichte van het geheugen in de hersenen. De hoeveelheid informatie, die op de kleitabletten opgeslagen kon worden, was eindeloos, terwijl de ruimte in het menselijk geheugen beperkt was. De stukjes gebakken klei vereisten niet de aanwezigheid van een mens, die zich wist te herinneren, hoeveel koeien hij (of zij?) had beloofd te verkopen. Zonder de fysieke aanwezigheid van een ander kon een boer in Mesopotamië dingen vastleggen en doorgeven door een enkele inkerving in een kleitablet. Dingen, die niet de werkelijkheid zelf waren, maar ernaar verwezen. Tekens, die er om vroegen gelezen en begrepen te worden. Tweeduizend voor Christus evolueerde in het nabije oosten het pictografische beeldstelsel in het zogenaamde spijkerschrift. In het Mesopotamische spijkerschrift duiden de tekens geen voorwerpen meer aan, maar klanken. De ingekraste streepjes zijn visuele symbolen voor menselijke klanken. Woorden en lettergrepen, die op dezelfde manier werden uitgesproken, worden door hetzelfde teken weergegeven. Het spijkerschrift bevatte zelfs fonetische en grammaticale hulptekens, zodat een tekst een genuanceerde inhoud kon bevatten. Terwijl een rotstekening een direct herkenbaar beeld bevat, is het spijkerschrift veel abstracter. Het bevat een dubbele codering, die te maken heeft met het omzetten van mondelinge in schriftelijke taaltekens. Mensen drukken hun ervaringen uit in de taalcode voor het gesproken woord. Dankzij hun taalvermogen kunnen mensen dat. Bij het ontwikkelen van een schriftelijke taal gebruikten mensen de taalcode van het gesproken woord om een nieuwe code voor handgeschreven tekens vast te leggen. Daarmee begon de eerste mediarevolutie. Je kunt je achteraf verbazen over de vernuftige codering van streepjes in het oude spijkerschrift. Men wist met deze handgeschreven codering allerlei literaire teksten te maken. Er zijn tal van verhalen over oorlog, liefde en wijsheid overgeleverd. Tijdens de opeenvolgende rijken van Sumer, Akkad en Assyrië is het spijkerschrift gangbaar gebleven. In dit aparte tekensysteem werd de literatuur van vijftien verschillende talen vastgelegd. Deze talen werden in de landen gesproken, waar tegenwoordig Irak, Syrië en West-Iran liggen. Geen wonder dat het beheersen van dit ingewikkelde tekenstelsel in Mesopotamië een aparte deskundigheid vereiste. Je zou kunnen zeggen, dat vierduizend jaar geleden in het land van Babylon de eerste communicatieprofessional ontstond. Schrijvers waren nodig om het laatste nieuws door te geven, de orders van de regering te noteren, wetten vast te leggen, economische transacties bij te houden, medische recepten op te schrijven of oorlogskronieken bij te houden. De Mesopotamische schrijver was de hand, het oog en de stem van zijn opdrachtgever. Alleen de getrainde schrijver kon in Babylon in spijkerschrift boodschappen optekenen of ontcijferen. Het was voorbehouden aan speciaal opgeleide burgers om de hoge maatschappelijke positie van schrijver te bereiken. De regel gold toen al dat er geen professionalisering mogelijk is zonder goed onderwijs. Jongeren die voor het moeilijke ambt uitverkoren waren, kregen les in een particuliere schrijversschool. De schrijvers moeten zich bewust zijn geweest van hun hoge status en bewaakten hun voorrecht zorgvuldig,

5 5 blijkens een telkens terugkerend slot in hun teksten: Laat de wijzen de wijzen onderwijzen, want de onwetenden mogen niet zien. 4 Democratisering van de kennis van lezen en schrijven was voor de Mesopotamische schrijvers kennelijk ondenkbaar. Het buitensluiten van de massa door de elite kent een lange voorgeschiedenis. De volgende revolutionaire stap was het combineren van beeldtekens en lettertekens. Dat gebeurde door de ontwikkeling van het alfabet. Een uitgewerkt alfabetisch stelsel zonder klinkers werd rond 1500 voor Christus in Syrië en Palestina gebezigd door de Kanaänieten. Zevenhonderd jaar later voegden de Grieken er klinkers aan toe. De Grieken legden daarmee de grondslagen voor ons huidige alfabet. Het alfabetisch schrift is nog abstracter dan het spijkerschrift. Het is een codering in vaste tekens voor klinkers en medeklinkers uit de spreektaal. In semiotische termen hield de eerste mediarevolutie in, dat de mondelinge codering van het gesproken woord omgezet werd in een handgeschreven codering van alfabetisch geordende lettertekens. We kunnen ons nu nauwelijks meer voorstellen, hoe ingrijpend en radicaal deze mediarevolutie was. Voor de klassieke schrijvers was het een langzame overgang, waar sommige denkers als Plato hun vraagtekens bij hadden. De revolutionaire schriftcultuur kreeg zijn definitieve vorm in het klassieke Griekenland en werd via de Romeinen over heel Europa verspreid. Wij kunnen nu lezen wat de ervaringen en gedachten van de oude Grieken en Romeinen waren, voor zover hun oude geschriften bewaard zijn gebleven. De schriftcultuur was tegelijk een schrijf- en leescultuur. Van deze schriftculturen weten we dan ook veel meer; we hoeven niet meer te gissen wat ze zelf dachten en voelden. We beschikken over hun eigen schriftelijke documenten. De werkelijkheid van vroeger is geboekstaafd. In de orale cultuur wordt de directe persoonlijke communicatie door het gehoor gedomineerd. Mensen waren gebonden aan collectieve verbanden en konden weinig afstand van hun omgeving nemen. De interpersoonlijke communicatie is in de orale cultuur interactief: in gesprekken kunnen de deelnemers in principe zelf ingrijpen en voortdurend van rol wisselen. Deze interactiviteit is kenmerkend voor de menselijke communicatie. Tegelijk was deze interactiviteit gebonden aan de natuurlijke grenzen van tijd en ruimte: de orale cultuur berustte op gelijktijdige communicatie met veelal bekende ontvangers. Je was aangewezen op de eigen dorpscultuur. Dat was geen global village, maar een local village, waarbij het bereik van de interactieve mondelinge communicatie vrij beperkt was. In de wereld van het schrift is dit alles anders. De invoering van het schrift had om te beginnen een enorm abstraherend effect. Mensen maakten zich door middel van schriftelijke communicatie letterlijk los van hun directe omgeving. In de wereld van het schrift stond niet meer het gehoor centraal, maar het gezichtsvermogen. Mensen boorden andere vermogens aan als rationaliteit, individualisme en distantie. De banden tussen mensen werden minder intens en losser. De waarheid was in de orale cultuur voorbehouden aan de macht van het gesproken woord en van de spreker. In de alfabetische samenleving kregen de producenten van de geschreven teksten meer macht. Er waren naast de winnaars ook verliezers. Mensen die niet konden lezen en schrijven, zagen hun macht door de dominantie van de schriftcultuur afnemen. De orale cultuur

6 6 was in de ogen van alfabeten minderwaardig en achterhaald en legde het langzamerhand af tegen de nieuwe schriftcultuur. Deze alfabetisering van de cultuur heeft ingrijpende gevolgen. Het alfabet maakt het mogelijk het gesproken woord direct in schrifttekens te coderen. Deze schrifttekens zijn niet meer geheim; de wijze meester uit de orale overlevering krijgt concurrentie van de geschreven tekst. De macht van de mondelinge overdracht wordt in principe gebroken, want door de uitvinding van het alfabet kun je zelf op eigen kracht teksten bestuderen. Je kunt als individu zelfstandig kennis en inzicht verwerven. Het culturele kapitaal zit niet meer in de hoofden van eerbiedwaardige stamleden, maar is opgeslagen in handgeschreven documenten. Deze geschreven teksten vormen het collectieve geheugen van de cultuur. De invoering van handgeschreven boeken verliep met horten en stoten. In de tijd van de Griekse filosoof Plato waren boeken nog lang niet het volgroeide product dat wij kennen. Punten en komma s ontbraken veelal, alle woorden en zinnen werden achter elkaar geschreven, vaak zonder spatie, en van een hoofdstukindeling hadden de oude Grieken nog nooit gehoord. Dat alles moest langzaam ontwikkeld worden. De Griekse filosoof Plato zag het handgeschreven boek als een zwak alternatief voor de dialoog met de leermeester al is het aan Plato te danken, dat de gesprekken met zijn leermeester Socrates op papier vastgelegd zijn en dat de socratische gesprekken voor ons bewaard bleven. Vaak wordt de rol van de lezer vergeten. Handgeschreven boeken waren bedoeld om hardop te lezen. Pas in de Middeleeuwen werd het stil lezen van handschriften een gewoonte. Zonder lezers is er geen collectief geheugen mogelijk, want lezers zorgen voor een actieve verwerking van de teksten van de schrijver. Lezen is net als schrijven een complexe handeling. Tijdens het lezen van een tekst kom je achter de betekenis van de woorden door van alles in je geest te activeren: aangeleerde begrippen, sociale conventies en persoonlijke ervaringen en voorkeuren. Gezeten voor een boek neemt de lezer letters weer en de lege ruimtes tussen de woorden van de tekst. Maar bij het decoderen van een tekst komt veel meer kijken: Om een boodschap te ontlenen aan dat systeem van zwarte en witte tekens, neem ik het systeem eerst ogenschijnlijk grillig in me op, met wispelturige ogen, en vervolgens reconstrueer ik de code van de tekens via een onderling verbonden keten van neuronen in mijn hersenen een keten die varieert, afhankelijk van de tekst die ik lees en ik voorzie die tekst van het een en ander emotie, fysiek gevoel, intuïtie, kennis, ziel dat afhankelijk is van wie ik ben en hoe ik geworden ben wie ik ben. [ ] Lezen is niet een automatisch proces van een tekst opnemen, zoals lichtgevoelig papier licht in zich opneemt, maar een verbijsterend, labyrintisch, algemeen en toch persoonlijk reconstructieproces. 5 Het decoderen van leestekens is net zo actief als het coderen van een te schrijven tekst. Voor lezen en schrijven is enige concentratie vereist; daarom zie je vaak mensen in stille eenzaamheid schrijven en lezen. Het geschreven woord vervluchtigt niet zo gauw als het gesproken woord. Mondeling doorgegeven nieuwsberichten hebben zo hun beperkingen; denk aan vervorming, overdrijving en een klein bereik. Deze beperkingen vind je

7 7 minder bij geschreven nieuwsberichten. Zodra woorden in kleitabletten zijn vastgelegd of op perkament zijn neergeschreven, kunnen ze vergeleken en onderzocht worden. Geletterde volkeren bezien de wereld anders dan de leden van schriftloze samenlevingen. Ons huidige idee van objectiviteit is zonder het nieuwe schriftmedium ondenkbaar. De schriftcultuur heeft geleid tot een transformatie van denkprocessen. Het schriftmedium stimuleert de opbloei van cognitieve vaardigheden en prikkelt het vermogen om abstract te redeneren, te categoriseren en te analyseren. Geletterde mensen kunnen abstraheren van woorden en dus van situaties; ze kunnen afstand nemen en over hun woorden nadenken. Ruimte en tijd worden anders beleefd. Geschriften kunnen geografische afstanden overbruggen en buiten de eigen kring gelezen worden. Geschiedenis kan verdeeld worden in een schriftloos tijdperk en een alfabetisch tijdperk. Schriftcultuur maakt historische beleving van het verleden mogelijk, wat slechts in beperkte mate kan in het schriftloze prehistorische tijdperk. We hoeven dankzij het schrift ook niet iedere keer bij nul te beginnen, want we kunnen door te lezen gebruik maken van de ervaringen van mensen, die voor ons hebben geleefd. Wat mensen ontdekken of uitvinden, leggen ze voor anderen vast, zodat het niet vergeten kan worden. Zo is dankzij de uitvinding van het schrift het doorgeven van al onze menselijke ervaringen ingrijpend van karakter veranderd. Vanuit het oogpunt van abstract denken is het schrift de meest revolutionaire van alle menselijke technologieën. In dit opzicht zijn wetenschap en technologie aan de ontdekking van het schrift te danken. Zonder de schriftcultuur is het lezen van een boek over de media-explosie in het derde millennium ondenkbaar. 6 De alfabetisering en de invoering van het schrift brengen een verandering van het communicatieproces teweeg. De communicatie is van nu af aan in principe niet meer alleen gelijktijdig oftewel connection oriented. Als je een brief schrijft aan een ander, kan de lezer van die brief de boodschap ook op een later tijdstip krijgen. Ongelijktijdige communicatie ( connectionless communication ) betekent dat je een boodschap op een tijdstip kunt verwerken, wanneer je er als ontvanger zelf aan toe bent. Praten en luisteren gebeurt gelijktijdig; lezen en schrijven in principe niet. Tot aan de ontwikkeling van de boekdrukkunst blijven schrijver en lezer gebonden aan de zogeheten point-topoint communication. In de Romeinse tijd en de Middeleeuwen blijft er op dit punt overeenkomst bestaan tussen de mondelinge en de schriftelijke communicatie. De schriftelijke briefwisseling onttrekt zich in deze eeuwen nog niet aan de regels en normen van de interpersoonlijke communicatie. De ongelijktijdige wijze van het verloop van de schriftelijke communicatie is een eerste stap naar een nieuwe belevingswereld en denkwijze. Speciale organisaties gaan zich in de late middeleeuwen toeleggen op het kopiëren en verzenden van geschreven berichten: de voorlopers van de internationale nieuwsdiensten. Handgeschreven kranten ( Zeitungen ) worden voor het eerst rondgestuurd en vinden lezers in de burgers van de handelssteden. De groei van het handelsverkeer gaat gelijk op met de ontwikkeling van ongelijktijdige communicatievormen als geschreven nieuwsbrieven. Het was overigens heel lang de gewoonte om ontvangen brieven hardop voor te lezen. Geschreven teksten kregen hun definitieve karakter pas wanneer ze uitgesproken en voorgelezen werden. Griekse en Romeinse schrijvers lazen hun werk voor

8 8 om het publiek reacties te ontlokken. Die publieksreacties konden de auteurs weer gebruiken om hun teksten te verbeteren. Gelijktijdige communicatie tussen voorlezer en gehoor werd gebruikt om de ongelijktijdige communicatie tussen schrijven en lezer te verbeteren. Pas rond 800 werd individueel stillezen gewoon, toen de woorden voor het eerst los van elkaar geschreven werden. Tot de Hervorming in de 16e eeuw was het eenzame stillezen voorbehouden aan heiligen, geleerden en kluizenaars, want er werden aan het stillezen grote gevaren toegedicht. Je zou via het lezen op zondige dagdromen kunnen komen of je zou wel eens ketterse gedachten kunnen ontwikkelen. In de boekerij van de Zutphense Walburgkerk staan duivelse bokkenpoten als waarschuwingssignalen gebeiteld op de stenen vloer, want ook voor de lezer van de heilige bijbelboeken uit de kerkbibliotheek kon de duivel op de loer liggen. Dit verschijnsel komen we vaker in de mediageschiedenis tegen: het bestempelen van het gebruik van een nieuw medium als gevaarlijk en ongewenst. In het geval van de ontwikkeling van individuele leesgewoontes valt er wat voor deze etikettering te zeggen. Het individuele bijbellezen deed de kritiek op de middeleeuwse kerkcultuur toenemen en lag ten grondslag aan de protestantse reformatie. Vanaf de zeventiende eeuw vond het stillezen ingang in Europa. Lezende mannen en vrouwen lieten zich op gravures en schilderijen afbeelden, zonder dat het individueel lezen geassocieerd werd met een zondige handeling. Schrijven en lezen waren voor een beperkt deel van de burgerlijke bovenlaag normaal geworden. 7 De invoering van een schriftelijke cultuur laat de overgang naar een nieuw medium zien. In een orale cultuur vindt gelijktijdige communicatie plaats tussen bekende zenders en bekende ontvangers. Het begin van de eerste mediarevolutie ligt bij het aanbrengen van symbolische beeldtekens op vaste materialen als kleitabletten. Dit tekengebruik leidt uiteindelijk tot het in woordtekens vastgelegde notatiesysteem van het alfabet. De komst van de alfabetisering brengt een schrijf- en leescultuur tot ontwikkeling en deze schriftcultuur vormt de kern van de eerste mediarevolutie. De alfabetisering is onmiskenbaar een breuk in de geschiedenis van de mensheid. De invoering van het schrift was een mediarevolutie in de ware zin van het woord. Het was een zeer ingrijpende technische, sociale en culturele communicatieverandering, die tot op de dag van heden doorwerkt. Met de eerste mediarevolutie van de alfabetisering is de absolute afhankelijkheid van mensen van het gesproken woord gebroken. De eerste mediarevolutie in de geschiedenis is de uitvinding van het schrift, of beter gezegd de alfabetisering van het schrift.

9 9 De tweede mediarevolutie: de uitvinding van de boekdrukkunst De uitvinding van het gedrukte medium Tweede mediarevolutie: ontwikkeling van boekdrukkunst Soort samenleving vanaf 1500: handelskapitalisme in Europa. Cultuur: Renaissance in kunst en literatuur. Verbreiding van gedrukte media sinds 15e eeuw. Lezen en schrijven komen langzamerhand binnen ieders bereik. Alfabetisering geschiedt via onderwijs. Hoogtepunt typografische traditie: 19e en 20e eeuw. Kenmerken typografisch discours: lokaal engagement, rationele argumentatie, coherent overzicht van feiten en meningen, logische ordening van informatie. Overgang naar audiovisuele media: telegrafie en fotografie (vanaf 1870), stomme film ( ), geluidsfilm (vanaf 1930), radio (vanaf 1930) en televisie (na 1950). Woordcultuur verliest monopoliepositie. Opkomst van beeldcultuur. Soort samenleving vanaf 1800: invoering van industriële economie en politieke democratie. Cultuur: Romantiek (19e eeuw) en Modernisme (20e eeuw) in kunst en literatuur. De tweede mediarevolutie is de uitvinding van de boekdrukkunst. Dat gebeurde in het Europa van de vijftiende eeuw. Teksten werden niet langer met een ganzenpen geschreven. Je maakte een zetsel van gegoten loden letters en van dit zetsel konden zoveel afdrukken worden gemaakt als je wilde. Wat je bij de komst van ieder nieuw medium zult zien, is dat het oudere model de vorm en inhoud bepaalt van het nieuwe medium. Het gedrukte boek werd gemodelleerd naar de handgeschreven tekst. De drukker Gutenberg en zijn volgelingen probeerden de vaardigheid van de boekschrijver mechanisch te evenaren. De eerste gedrukte boeken (incunabulen, wiegendrukken) leken in vorm en inhoud sterk op handgeschreven manuscripten. Dankzij de drukpers werden teksten vermenigvuldigd en toegankelijk gemaakt. Boeken, brochures en tijdschriften konden in grote aantallen en in identieke versies geproduceerd en gedistribueerd worden. Goedkope en snelle productie bracht een grotere markt van kopers met zich mee, die zich boeken konden veroorloven om zelf te lezen. Deze gefortuneerde lezers hadden geen boeken van groot formaat en met grote letters nodig. Het voor zich zelf thuis kunnen lezen in plaats van in een kerkelijke bibliotheek veranderde de behoefte van het lezerspubliek. Gutenbergs opvolgers begonnen te boeken te maken met kleinere letters en in zakformaat. Het boek zoals wij dat tot op de dag van vandaag kennen, ontstond. Je kunt heel deze ontwikkeling een democratisering van de schriftcultuur noemen. Het collectieve geheugen ging bestaan uit boeken, tijdschriften en dagbladen. Deze gedrukte media konden in principe door iedere lezer geraadpleegd worden. Met de uitvinding

10 10 van de boekdrukkunst werden de materiële voorwaarden bereikt om lezen en schrijven binnen ieders mogelijkheden te brengen. Dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst verlaat een beschaving de statische wereld van de traditie en stapt binnen in de dynamiek van de moderne tijd. De uitvindingen van alfabet en boekdrukkunst zorgen ervoor dat de orale traditie in de westerse maatschappijen voorgoed verleden tijd is. De boekdrukkunst vormt de technologische motor van de modernisering van de westerse maatschappijen. De uitvinding van de boekdrukkunst is de voorwaarde voor de boekenindustrie en maakt het persmedium mogelijk. Met de komst van de gedrukte media doet de massacommunicatie voor het eerst op grote schaal haar intrede. De gedrukte media zijn in principe openbaar en voor iedere willekeurige ontvanger toegankelijk. Er ontstaat voor het eerst in de geschiedenis een publiek van vaak anonieme kopers van boeken. De eerste grote publieksgroep van een massamedium wordt vanaf die tijd in Europa gevormd. De openbaarheid van boekproductie en boekdistributie hangt samen met het stedelijke marktstelsel van het vroege kapitalisme. Een auteur kan zijn boodschap alleen verspreiden dankzij de hulp van een drukker, een uitgever en een winkelier. Drukken, uitgeven en verkopen van boeken en bladen worden zakelijke bezigheden. Het lezerspubliek van gedrukte teksten krijgt dezelfde trekken als het koperspubliek van andere producten. Het economische stelsel van het handelskapitalisme maakt het produceren en distribueren van gedrukte mediaproducten mogelijk. Op de openbare boekenmarkt zijn auteur, drukker, boekverkoper en lezer op elkaar aangewezen. Communicatietechnisch gesproken hangt hiermee samen de vergroting van de rol van ongelijktijdige communicatie, van connectionless communication. Juist door de meer openbare beschikking over allerlei teksten wordt de ongelijktijdige communicatie tussen zender en ontvangers versterkt. Bij het lezen van geschreven teksten ging het veelal nog om het contact tussen een enkele zender en een enkele ontvanger. Bij het lezen van gedrukte teksten zijn er veel meer ontvangers mogelijk die aan de zender soms bekend, maar meestal onbekend zullen zijn. Veel meer lezers kunnen teksten op een zelf te bepalen tijdstip tot zich nemen en zijn minder afhankelijk geworden van het moment van zenden. Boeken, dagbladen en tijdschriften kunnen gelezen worden op allerlei plaatsen: cafés, scholen, woonhuizen en werkplekken. Gelet op de aard van de mediacontacten kun je zeggen, dat het moment van ontvangst veel minder door de afzender en meer door de ontvanger bepaald ging worden. De relatie tussen zender en ontvanger wijzigde eveneens, omdat er naast de bekende schrijver van het boek een veelvoud van verschillende ontvangers kwam. De mate van bekendheid veranderde ook, want de publieksgroep van boekenlezers was aan de zender meestal onbekend. In plaats van het persoonlijke contact kwam de boekenmarkt. Het lezen van gedrukte boeken of tijdschriften was daarom geheel anders dan het lezen van schriftelijke brieven. De oude point-to-point communication van de eerste mediarevolutie veranderde vanaf 1600 in een wereld van broadcast communication. De tweede mediarevolutie was begonnen. Ook nu waren er tegenstanders van het nieuwe medium, zoals dat bij de eerste mediarevolutie reeds was gebeurd. De Griekse filosoof Plato had zich duizend jaar eerder al verzet tegen de introductie van het handgeschreven boek. Hij beschouwde het schriftelijk vastleggen van filosofische denkbeelden een rampzalige

11 11 ontwikkeling, want een boek zou slechts dorre informatie bieden. Volgens Plato kon je ware kennis pas verwerven in mondelinge dialoog met een inspirerend leraar. Zelf had hij veel opgestoken van zijn leermeester Socrates, wiens dialogen hij later optekende, in weerwil van zijn afkeer van handgeschreven teksten. Met de uitvinding van de boekdrukkunst weerklonken deze geluiden opnieuw. Dankzij de drukpers werd het uitgeven van een boek in meerdere exemplaren een stuk gemakkelijker. Maar de teksten van Homerus, Plato en Aristoteles kregen wel gezelschap van seks, pulp en sensatieverhalen. Met name het afdrukken van afbeeldingen in boekvorm werd negatief beoordeeld. Allerlei geletterde heren veroordeelden de verlokkingen van het ordinaire en gemakzuchtige plaatjes kijken. Terwijl het boek nu als cultureel hoogstaand wordt gezien, werd het in de pioniersfase van de boekdrukkunst door menig filosoof of priester als platvloers verguisd. Bij de invoering van ieder nieuw medium zal dit patroon herhaaldelijk terugkeren: iedere communicatierevolutie brengt een stoet hele en halve geleerden voort, die in de rij staan om te klagen over de verloedering van hun traditie. De tweede mediarevolutie werd mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van de nieuwe druktechniek, het ontstaan van een mediamarkt van uitgevers, drukkers en kopers, en de opkomst van een anoniem lezerspubliek. Er waren destijds niet zoveel mensen die konden lezen en schrijven. De meeste Europeanen bleven tussen 1600 en 1850 analfabeet. Een kleine en beperkte bevolkingsgroep van vooral bemiddelde burgers vormde het geletterde publiek. De leden van deze groep waren de zenders en ontvangers van de gedrukte geschriften. Ook de boekproducenten hoorden tot deze kring. Het waren de pioniers, de innovatoren, in het commercieel en cultureel gebruik van de printmedia. Niet in ieder land konden boekproducenten hun gang gaan. In grote delen van Europa heerste in de zeventiende en achttiende eeuw een strenge censuur: je mocht meestal geen boeken drukken zonder toestemming van de overheid. In Holland werd het nieuwe printmedium goed ontvangen als een waardevol product, waar commercieel ook aan te verdienen viel. Dit legde de vaderlandse boekhandelaren en drukkers in de Gouden Eeuw geen windeieren. De helft van de totale wereldproductie aan boeken werd rond 1650 in Holland gedrukt en via slinkse omwegen naar het buitenland geëxporteerd. Amsterdam was de hoofdstad van de drukkers, uitgevers en verkopers van boeken. In Nederland zelf vond het boek onder een kleine laag van bemiddelde lezers zijn weg. Wie tot deze elite behoorde, had dankzij de kennis van het geschreven woord veel macht. Dat veranderde heel langzaam in de loop der jaren, door de massale verbreiding van onderwijs, boeken en bladen. Pas in de twintigste eeuw kwamen lezen en schrijven, dankzij het taalonderwijs, in de meeste westerse landen binnen ieders bereik te liggen. Voor de uitvinding van het schrift en de boekdrukkunst is vaak de term revolutie gebruikt. Ook in deze tekst. Toch moeten we met die kwalificatie voorzichtig zijn. Het woordje uitvinding suggereert dat op een goede dag een of andere geniale malloot een ingeving kreeg en vanuit het niets een drukpers tevoorschijn toverde. Zo ging het natuurlijk niet: het proces van de maatschappelijke toepassing van de druktechnologie verliep uiterst geleidelijk. Pioniers als de Duitser Gutenberg, de Antwerpenaar Plantijn en de Haarlemmer Coster hadden in de afgelopen vijf eeuwen vele navolgers, die de technologie van de persproductie verfijnden. Met deze restricties in het achterhoofd

12 12 kunnen we niettemin stellen dat in de mediageschiedenis de ontwikkelingen van alfabetisch schrift en boekdrukkunst echte mediarevoluties waren. Ze kunnen mediarevoluties genoemd worden, omdat ze de hele werking van massacommunicatie ingrijpend veranderden. We kunnen ons niet goed meer inleven in het pre-industriële schriftloze tijdperk. We kunnen ons het leven zonder lezen en schrijven, zonder brieven en boeken en bladen nauwelijks meer voorstellen. De negentiende eeuw: het tijdperk van de typografie De negentiende eeuw wordt wel de eeuw van de typografie genoemd. De uitvindingen op het gebied van schrift en boekdrukkunst stimuleerden het analytische en kritische denken. Een geschreven zin doet een beroep op de schrijver om iets zinvols te vertellen en op de lezer om de betekenis van de boodschap te vatten. Bij het lezen gaat het om het rationeel en analytisch verwerken van kennisinhouden. Lezen betekent het op papier in alle stilte volgen van een gedachtegang. Een lezer heeft het vermogen om informatie te ordenen, conclusies te trekken en logisch te redeneren. Een lezer kan beweringen vergelijken en leugens doorzien. Een lezer kan de vinger leggen op uitspraken die ingaan tegen de logica van het gezond verstand. Om dit alles te bereiken moet je als lezer een zekere afstand nemen van de woorden zelf, wat bevorderd wordt door het geïsoleerde en onpersoonlijke karakter van de tekst. 8 Dit alles geldt ook voor het schrijven, het produceren van teksten. Het schrijven van nieuwsberichten of wetenschappelijke artikelen veronderstelt logisch denken en systematisch werken. Zakelijke teksten moeten een kop en een staart hebben en een gestructureerde opbouw. De kennis van lezen en schrijven bevordert de neiging tot afstandelijkheid en leidt tot een objectivering van denken en formuleren. Vanaf 1800 werden de producten van de gedrukte media op een ongekend grote schaal verspreid. Dit werd veroorzaakt door de industriële toepassing van de stoommachines. Waar de oude persen van drukker Gutenberg 125 kranten per dag konden leveren, draaiden de Amerikaanse stoompersen met gemak nummers per uur af. De enorme vergroting van schaal en bereik bracht met zich mee dat de meer abstracte en rationele denkwijze bij een veel groter publiek ingang kreeg. De nieuwe democratische ideeën van de Verlichting en de Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid, broederschap) vonden dankzij de persmedia in heel het westen gretige afnemers. De journalistieke methode werd een middel tot het bereiken van beter inzicht, meer rechtvaardigheid en grotere vooruitgang. Er ontstond een actieve en onderzoekende pers. Europese en Amerikaanse journalisten richtten hun zoeklichten op alle hoeken en gaten van de samenleving. Ze ontwikkelden een eigen methode: het onafhankelijk najagen en onderzoeken van verifieerbare feiten omtrent actuele gebeurtenissen. Juist in de goedkopere Amerikaanse bladen (de penny newspapers ) werd vanaf 1830 het zoeken naar objectiviteit gekoppeld aan feitelijke berichtgeving over populaire onderwerpen. Op de lezersmarkt bleek er veel interesse te zijn voor alles wat zich in de dagelijkse leefomgeving van gewone burgers afspeelde aan opvallende zaken als ongelukken, branden, bankovervallen, schandalen en feesten. Na de Amerikaanse burgeroorlog werd het investeren in de krantenwereld big business. Dankzij de gestegen advertentieopbrengsten konden er goedkopere kranten gemaakt worden voor een

13 13 massapubliek. Voor adverteerders werd het steeds lucratiever om in de veelgelezen dagbladen te investeren. De persmedia bleken een ideaal middel om reclame te maken voor goederen die voor het grote publiek bestemd waren. Reclamebureaus en landelijke adverteerders zochten het contact met de nieuwe publieksgroepen, die tegelijk ook nieuwe kopersgroepen waren. Amerikaanse krantenmagnaten gaven weinig om de opinievorming van de gevestigde elite en wilden steeds grotere publieksgroepen bereiken met populaire massakranten. Rond 1900 was de pers in de westerse wereld een volwassen medium geworden, dankzij de reclamegelden, de persconcentratie, de massaproductie en de massadistributie van goedkope en populaire kranten. 9 Naast de groeiende macht van de persbaronnen organiseerden journalisten hun eigen belangengroepen. Ze probeerden hun professionele status op te vijzelen en hun onafhankelijkheid van de adverteerders te bevechten. Journalisten lieten zich steeds meer voorstaan op hun persvrijheid en onafhankelijkheid. Hun beroepsidentiteit ontleenden de journalisten aan hun streven zo objectief en eerlijk mogelijk nieuws te maken. Zo n honderd jaar geleden vormden zich in de Verenigde Staten en Europa nationale persmedia en een nationaal publiek. De publieke opinie was niet langer een zaak van aparte publieksgroepen, maar werd de uitdrukking van de nationale verzameling van alle publieksgroepen. Amerikaanse kranten en tijdschriften stoorden zich niet aan allerlei scheidslijnen van ras, regio, beroep of sociale klassen. Het eerste nationale publiek was voor de persmedia tegelijk het eerste massapubliek geworden. Onafhankelijk van regionale of lokale partijen wisten Amerikaanse burgers zich via de persmedia deel van een groter geheel, het Amerikaanse volk. Journalisten lieten zich niet langer leiden door lokale belangen en stelden zich onpartijdig, objectief en onafhankelijk op. De moderne journalistiek werd een vierde stand genoemd. Anders dan in Nederland zochten Britse en Amerikaanse journalisten hun kracht in een onafhankelijke opstelling ten opzichte van politieke partijen. 10 Voor hun afnemers, de lezers van hun kranten, was het nieuws de belangrijkste bron geworden om iets te weten komen over de wereld buiten de eigen stad. Er was geen radio of televisie; het publiek was voor haar informatievoorziening geheel aangewezen op de persmedia. Door middel van boeken, dagbladen en tijdschriften kregen de mediafuncties een ander karakter: de informatieverschaffing werd zakelijker en breder, de opinievorming en cultuuroverdracht wonnen aan diepgang en abstractie. Dit proces had consequenties voor het mediabedrijf van de journalistiek. Journalistieke berichtgeving begon bij het goed onderzoeken of een binnengekomen bericht waar was. De journalistieke werkwijze bleek verwant aan het wetenschappelijke onderzoek, waarbij het ook ging om het vinden en openbaar maken van de waarheid. 11 Journalisten leerden in het tijdperk van de typografie feitelijke berichtgeving te scheiden van gemoraliseer en het professioneel vervaardigen van nieuws voorop te stellen. Dankzij de mediaproductie van boeken en bladen kon het journalistieke bedrijf tot bloei komen en werd journalistiek in de negentiende eeuw een echt en volwaardig communicatieberoep. De pers wist een eigen plaats te veroveren door zich onafhankelijk te verklaren van de staat, van politieke partijen en van belangengroepen. De pers ging in de twintigste eeuw fungeren als een soort waakhond om misbruik van macht tegen te gaan en het algemene belang van burgers te vertegenwoordigen. Dat was het zelfbeeld van veel professionele journalisten, die van de onafhankelijkheid een maatschappelijk keurmerk maakten.

14 14 Het zelfbeeld was tegelijk een ideaalbeeld. Niet alle teksten van journalisten zijn serieuze boodschappen. Roddelzucht en sensatiezoekerij kom je zelfs in gerenommeerde printmedia tegen. In menig opzicht wortelt sensatiebejag in de aard van het nieuws. Het meeste nieuws beoogt te prikkelen, op te winden en te schokken of het nu gaat om liefdesaffaires tussen vooraanstaande personen, politieke schandalen of moord- en doodslag. Zie alle commotie over de dood van de Britse prinses Diana of de koninklijke soap rondom de Nederlandse prinses Margarita, denk aan de Amerikaanse affaire tussen ex-president Clinton en de stagiaire Lewinsky of het ombrengen van nietsvermoedende voorbijgangers in uitgaansgebieden. 12 Aan veel serieuze issues zit ook een sensationele kant, omdat een maatschappelijke kwestie vaak draait om geschillen tussen verschillende groeperingen die met elkaar in een strijd verwikkeld zijn. In het typografische tijdperk van de negentiende eeuw speelde de amusementsfunctie net zo goed als nu een belangrijke rol in de berichtgeving van de gedrukte media. Niet alleen bij mondeling doorgegeven nieuwtjes, maar ook bij gedrukte nieuwsberichten zijn er meerdere mediafuncties in het geding. Je kunt als lezer pure informatieverschaffing aantreffen naast opiniërend commentaar, of sensatiegericht amusement naast cultuuroverdracht. De persmedia in Nederland In de zeventiende eeuw ontstonden de eerste echte kranten in de zin van periodiek verschijnende nieuwsbladen; de oudst bewaard gebleven krant (of courant) in Nederland dateert van De Republiek der Verenigde Nederlanden was in de zeventiende en achttiende eeuw het krantencentrum van Europa: er werd van alles gedrukt wat in het buitenland verboden lectuur was. Die lectuur bestond niet alleen uit boeken, maar ook uit politieke schotschriften en onregelmatig verschijnende tijdschriften en nieuwsbladen. Waar boeken, nieuwsbladen en tijdschriften verschenen en hun lezersgroepen vaste vorm kregen, ontstond dankzij het permanent gebruik van deze gedrukte media een reguliere publieke opinie. In het tolerante klimaat van de Republiek der Verenigde Nederlanden gaven auteurs hun mening over allerlei maatschappelijke kwesties, zonder angst meteen in de gevangenis of op het schavot te eindigen. Dagbladen waren er in Nederland toe nog niet; dagelijks verschijnende periodieken met nieuws en actualiteiten verschenen pas in de negentiende eeuw, toen na het mislukken van de Franse Revolutie de republiek definitief opgedoekt werd en het Koninkrijk der Nederlanden haar intree deed. Het eerste gedrukte Nederlandse dagblad begon in 1828 te verschijnen: het liberale Algemeen Handelsblad. Hierna volgde de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC ) in In samengevoegde vorm leven beide dagbladen voort in het huidige NRC Handelsblad. Aan het eind van de negentiende eeuw verwierven de Nederlandse persmedia in de industriële maatschappij een steeds groter publiek. Er ontstond een populaire massapers die op nieuwe massa s lezers was afgestemd. De reikwijdte van dag-, nieuws- en weekbladen was nog vrij beperkt; de oplagen van de verschillende landelijke dagbladen schommelden in 1900 tussen de en abonnees. Die getallen lijken in onze ogen laag, maar honderd jaar geleden waren die oplagen ongekend hoog. Er ontstond rond 1900 voor het eerst een massapers, toegesneden op grote delen van de bevolking, die voorheen nooit een dagblad onder ogen hadden gehad.

15 15 Deze dagbladen speelden in op de politieke democratisering in de eigen bevolkingskring. Gereformeerde, katholieke en socialistische organisaties kregen hun eigen dagbladen en tijdschriften. In feite zorgde iedere politieke richting voor haar eigen media; elke levensbeschouwing werd door eigen dag- en weekbladen uitgedragen. De Nederlandse maatschappij raakte opgedeeld in afzonderlijke maatschappelijke zuilen. Iedere geloofsovertuiging of politieke ideologie met een massale aanhang had zijn eigen politieke partij, vakbond, school, sport- en zangclub. Als katholiek was je lid van de katholieke vakvereniging, je speelde toneel bij de Sint Jozef Gezellenvereniging, je kreeg je kinderen in het Rooms Katholieke Gasthuis en stuurde hen naar de school van de nonnen of de broeders, je zong in het kerkkoor van de plaatselijke parochie en je stemde op de RK Staatspartij of Katholieke Volkspartij. Je las als geschoolde katholieke arbeider de Volkskrant, als katholieke middenstander De Tijd of in het zuiden als Limburgse katholiek de Maasbode. Dat was het Rijke Roomse Leven tussen 1920 en Eenzelfde verhaal kun je houden voor de protestantse, socialistische en liberale delen van de bevolking. De Nederlandse zuilen waren scherp van elkaar gescheiden, politiekreligieuze belangengroepen waarvan de leden alleen in eigen kring verkeerden. Iedere zuil had een herkenbare identiteit met een eigen geloof en eigen organisatievormen. De persmedia werden ingezet om voor de basis de eigen identiteit te bewaren en te bewaken. Daarmee leverden de verzuilde media een merkwaardig dubbelzinnige bijdrage aan de openbaarheid. Via de verzuilde kranten en weekbladen werd de politieke macht in Nederland gespreid en werd de eigen publieksgroep op maat voorzien van gekleurd nieuws. De Nederlandse verzuiling was zowel een uiting van democratisering van grote bevolkingsgroepen als een kanalisering en inperking van diezelfde democratiseringsgolf. Dat gaf de politieke verzuiling in Nederland jarenlang iets unieks en paradoxaals, wat Jan Blokker ironisch en haarfijn weet aan te geven: De stroom van nieuwe ideeën raakte bij het binnenkomen vrijwel onmiddellijk afgepaald, ingedijkt, gekanaliseerd of drooggemalen: men is een zeewerend volk of men is het niet. In de jaren dat sociale hervormers het ideaalbeeld van maatschappelijke integratie in hun vaandel droegen [ ], desintegreerde het Hollandse bestel op het Binnenhof tot de gelegenheidsverschotting die we sedertdien zijn blijven kennen onder de naam verzuiling. 13 De ironie van Blokker geldt het maatschappelijk conservatisme van de verzuilde cultuur. Toch is er een ander beeld mogelijk van diezelfde verzuiling. Je kunt de verzuiling op mediagebied ook minder negatief interpreteren. 14 De verzuilde mediaorganisaties bleken tussen 1920 en 1960 zeer modern in het hanteren van moderne massamedia als dagblad, radio en televisie. Ze wisten de interne communicatie met de leden van de eigen zuil te optimaliseren en tegelijk de contacten met de leden van andere zuilen te minimaliseren. Een maatschappelijk gevolg van deze media-inzet was, dat grote Nederlandse bevolkingsgroepen als katholieken, arbeiders en boeren zich nu voor het eerst deel voelden uitmaken van de Nederlandse natie. Door massaal gebruik van auto, radio en televisie wisten de mensen zich in de jaren vijftig en zestig te bevrijden uit de kluisters van de eigen zuil. De audiovisuele media radio en televisie werd na 1950 in rap tempo populair en braken met hun nationale berichtgeving de regionale geslotenheid van de verzuilde achterban open. 15

16 16 Naast de verzuilde pers waren er andere kranten als Het Nieuws van de Dag (1870) en De Telegraaf (1892), die zich met sensationeel nieuws en andere opmaak richtten op een zo groot mogelijk publiek. Deze dagbladen stelden zich vrij neutraal op, want ze wilden niet tot een enkele zuil gerekend worden. De neutrale massabladen mikten op een ongebonden publiek van kleine staatsburgers en wisten een sterke positie op de lezersmarkt te veroveren. Tijdens de hoogtijdagen van de verzuiling viel reeds het begin van een snel ontzuilende samenleving te ontwaren. Het massadagblad en de populaire radio- en televisie tikten als een tijdbom onder de machtige verzuilde bolwerken. 16 Dit proces van ontzuiling werd door de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw tijdelijk onderbroken. Sommige kranten staakten bijtijds hun verschijning, andere kranten gingen door en kwamen op een hellend vlak van collaboratie terecht. Na het einde van de oorlog en de bezetting kreeg De Telegraaf te maken met een perszuivering en mocht het populaire dagblad een paar jaar niet verschijnen. Uit het verzet voortgekomen bladen verrijkten de Nederlandse perswereld: het protestants-christelijke Trouw, het sociaal-democratische Parool en het opinieweekblad Vrij Nederland. Zij wisten net als de teruggekeerde verzuilde dagbladen en tijdschriften een eigen plek in het Nederlandse perslandschap te verwerven en een lezerspubliek aan zich te binden. Ontzuiling en persconcentratie in Nederland De ontwikkeling van de Nederlandse persmedia is vanaf 1950 het beste te typeren met de trefwoorden ontzuiling en persconcentratie. Beide verschijnselen hebben te maken met de schaalvergroting van de Nederlandse maatschappij in de afgelopen vijftig jaar. Lezers vielen niet meer te binden aan aparte dag- en weekbladen, speciale radioprogramma s, boeken en films, die door een censurerende mediaorganisatie goedgekeurd werden. De traditionele zuilgebonden persorganisaties moesten het op den duur afleggen tegen de vraag van grote publieksgroepen naar algemene vrijheid en ongebondenheid. Vanaf de jaren zestig ging het maatschappelijke houvast van een eeuw verzuiling verloren. In de krantenwereld was dit goed te merken. Zo moesten veel verzuilde dagbladen het loodje leggen: de katholieke Maasbode en Tijd, het sociaal-democratische Vrije Volk, het communistische dagblad De Waarheid en het liberale Het Vaderland. Andere kranten gingen een meer algemeen beleid voeren omdat hun traditionele achterban te weinig steun bood. Zo ontdeed een uit de katholieke arbeidersbeweging voortgekomen Volkskrant zich van deze traditionele band en bijbehorende achterban. De Volkskrant ontpopte zich als een algemeen ochtendblad voor een groot publiek en werd de spreekbuis van progressief Nederland. Tegelijk met de ontzuiling van de Nederlandse politiek en cultuur ontstond er een communicatie-industrie die de klanten niet meer aansprak op geloof, levensbeschouwing of politieke richting. Moderne persbedrijven gingen ook in Nederland steeds meer uit van een scala van trends, interesses, hobby s en vooral van de koopkracht van publieksgroepen. De informatietechnologie had intussen niet stilgestaan. Door technische vernieuwingen was de productiecapaciteit van de drukpersen vergroot. Om deze capaciteit optimaal te benutten en het krantenbedrijf meer winstgevend te maken was economische schaalvergroting noodzakelijk. Uitgeverijen gingen samenwerken en veranderden in

17 17 grote persconcerns. Deze schaalvergroting ging in de krantenwereld gepaard met fusies, opheffingen, redactioneel samengaan of samenwerken. Die concentratietrend is op te maken uit de teruggang van het aantal zelfstandige dagbladondernemingen en de vermindering van het aantal dagbladen met een eigen hoofdredactie. De cijfers over deze persconcentratie spreken voor zich. 17 De dagbladen werden geconfronteerd met concurrerende audiovisuele media als radio en televisie en zagen hun aandeel in de advertentiemarkt door de invoering van etherreclame slinken. Veel verzuilde dagbladen kwamen in de rode cijfers en verdwenen van het toneel. Andere dagbladondernemingen gingen een fusie aan. De pluriformiteit van de Nederlandse persmedia verdween veel minder dan destijds gevreesd werd. De populaire massapers (Telegraaf, Nieuws van de Dag ) en de kwaliteitskranten NRC/AH en De Volkskrant vertoonden in de afgelopen dertig jaar een flinke groei. Deze kwaliteitskranten kregen veel meer bijlagen en aparte katernen, waardoor hun vrijdag- en zaterdagedities een directe bedreiging gingen vormen voor de wekelijkse opiniebladen. De mediafuncties opinievorming en cultuuroverdracht van de opiniebladen werden overgenomen door de kwaliteitsdagbladen: discussies over trends en issues verliepen nu vooral via deze dagbladen. De opinieweekbladen hadden het nakijken en zagen hun oplagen teruglopen. Zij konden sowieso niet de voordelen bieden van de landelijke dagbladen, namelijk actuele informatieverschaffing en snel bereik. De opinieweekbladen verloren hun monopoliepositie toen de landelijke kwaliteitskranten deze voordelen gingen combineren met het leveren van achtergrondinformatie en nieuwscommentaren. Rond 2000 leiden de Nederlandse opinieweekbladen met uitzondering van Elsevier een armetierig bestaan in de marge van de landelijke kwaliteitsdagbladen. Eind twintigste eeuw kregen ook de landelijke en regionale dagbladen te maken met een stagnerend aantal lezers. Het is een teken des tijds dat de totale oplage van de landelijke en regionale dagbladen in het laatste jaar van de twintigste eeuw licht gedaald was. 18 De Nederlandse persmedia moeten hun dominerende positie in de nieuwsvoorziening steeds meer delen met andere media als televisie en internet. De concentratietrend zette zich eind twintigste eeuw in de perswereld onverminderd door: Wegener verwierf zich op de markt van de regionale dagbladen een dominante positie en op de landelijke markt wist Pers Combinatie Meulenhoff (PCM) maar liefst vijf grote dagbladen aan zich te binden door het overnemen van de Rotterdamse bladen NRC en AD. Bij de Nederlandse publiekstijdschriften valt een sterke segmentatie van publieksgroepen op: tijdschriften worden steeds meer voor aparte doelgroepen met dezelfde interesse of lifestyle gemaakt. Op deze tijdschriftenmarkt heerste de afgelopen jaren VNU als geen ander. Sinds de verkoop van de tijdschriftenpoot aan de Finse uitgeversgroep Sanoma is de rol van VNU hier praktisch uitgespeeld. Op de boekenmarkt en de markt voor vakbladen zijn de giganten Reed-Elsevier en Wolters-Kluwer machtiger dan ooit tevoren. Sinds 2000 lijkt de ontzuiling in de perswereld goeddeels afgesloten te zijn, terwijl de concentratietrend nog lang niet uitgewoed is. 19 De positie van de dagbladpers als totaal is sinds een paar jaar afgebrokkeld, wat tot uiting kwam in de daling van het dekkingspercentage. 20 Het aantal krantenlezers neemt percentagegewijs af en datzelfde geldt

18 18 voor de gemiddelde tijd die aan de printmedia besteed wordt. Naar televisie werd de laatste kwart eeuw steeds meer gekeken; aan het lezen van kranten en boeken werd minder leestijd besteed. Vooral jongeren zijn minder dagbladen en boeken gaan lezen. 21 Voor adverteerders is het moeilijker geworden doelgroepen als jongeren, lager opgeleiden en allochtonen via de dagbladen te bereiken, wat zich vertaalt in een verminderd aandeel in de reclamebestedingen. Alleen de gegroeide populariteit van de televisie kan de terugloop van het lezen niet verklaren. Er spelen meer factoren mee: het aantal mensen met dubbele taken is sterk gestegen, er zijn meer vrijetijdsbezigheden gekomen, en er wordt veel meer drukwerk verspreid dan lezers kunnen verstouwen. 22 Zulke mediatrends hangen nu eenmaal samen met culturele trends. Krantenuitgevers zien zich geconfronteerd met dalende marktaandelen en lezersaantallen en proberen hun waardevolle content op de elektronische informatiemarkt aan te bieden. Een verschuiving van gedrukte nieuwsverschaffing naar online-informatiediensten is bij de grote persconcerns het gevolg. De klassieke ongelijktijdige communicatie tussen persmedium en lezerspubliek wordt verruild voor de gelijktijdige communicatiemogelijkheden van de interactieve media. Wat blijft is de point-to-point communication tussen medium en gebruiker. Het zou wel eens het grootste voordeel van de dagbladuitgeverijen kunnen zijn, dat de met naam en toenaam bekende gebruiker een groot vertrouwen heeft in de informatieverschaffing en journalistieke selectie van het eigen dagblad. Net als voor surfer wordende lezers is het voor uitgeverijen en redacties zoeken naar een antwoord op de hamvraag: op welke manieren kunnen we de verworvenheden van de tweede mediarevolutie koppelen aan de mogelijkheden die de derde mediarevolutie ons biedt? Zo zoeken we naar de moderne steen der wijzen in het informatietijdperk van de eenentwintigste eeuw: de ontcijfering van het raadsel van de media-explosie. Van telegraaf tot internet: de derde mediarevolutie Derde mediarevolutie: informaticarevolutie Informatisering (produceren en consumeren van informatie): belangrijkste economische activiteit. Informatietechniek (elektronica, telecommunicatie) basis voor productie en dienstverlening. Trends: digitalisering, oligopolisering, privatisering en commercialisering. Ontwikkeling van interactieve multimediasystemen. Internet, virtual reality, cyberspace, digitale stad. Cultuur: postmodernisme. Maatschappij: informatietijdperk. Digitaal leven.

19 19 De derde mediarevolutie bestaat uit twee series van uitvindingen die in een lange reeks van jaren steeds meer toepassingsmogelijkheden kregen. De eerste serie uitvindingen draait om het ontwikkelen van systemen om elektriciteit ten dienste van communicatie te stellen en zo de problemen van ruimte en afstand uit de wereld te helpen. De uitvindingen van telegraaf, telefoon en fotografie dateren uit de negentiende eeuw en werden verder verfijnd in de twintigste eeuw. Door gebruik te maken van elektrische stroom elektriciteit in beweging werd telecommunicatie voor het eerst in de geschiedenis mogelijk. De tweede reeks uitvindingen bouwt hierop voort en is gebaseerd op de grootschalige toepassing van elektronica en elektronische middelen. Bezien vanuit de mediatechnologie zou je kunnen spreken van een reeks van twee onderscheiden communicatierevoluties. Wanneer je op het communicatieve gebruik let, valt er veel voor te zeggen om van één enkele mediarevolutie te spreken. Deze mediarevolutie brak in diverse fasen en met verschillende elektrische en elektronische technologieën door. De uitvinding van de telegrafie Er is een mooie anekdote uit de Amerikaanse geschiedenis. Op 1 mei 1844 vond in Baltimore de nationale vergadering van de Republikeinse partij plaats. Op het spoorwegstation van Washington had zich een menigte vol nieuwsgierige mensen verzameld om het nieuws van de conventie te horen. Welke kandidaten waren genomineerd voor de race om het presidentschap, wie had gewonnen en wie verloren? Pal na afloop van de vergadering vertrok er een trein uit Baltimore naar de hoofdstad Washington om het laatste nieuws over de partijconventie te brengen. Toen de trein het station binnenkwam, had uitvinder Morse de namen van de kandidaten zojuist bekend gemaakt aan de menigte. De demonstratie van de telegraaf liet zien dat het apparaat werkte. Dankzij de uitvinding van de telegraaf en de aanleg van de eerste telegraafkabel was het bericht over de genomineerde presidentskandidaat meteen in Washington aangekomen. Nog in hetzelfde jaar begonnen Amerikaanse kranten te profiteren van de uitvinding van de telegraaf en ze brachten nieuws uit alle Amerikaanse steden waar een telegraafkabel voor de communicatieverbinding zorgde. Dagbladen werden de voornaamste klanten van de telegraafmaatschappijen. Naast de binnenlandse nieuwsverspreiding zorgde de grootschalige exploitatie van de telegrafie ervoor dat er een internationale communicatielijn kwam tussen Europa en Amerika. De aanleg van een transatlantische kabelverbinding tussen de Verenigde Staten en Engeland deed vanaf 1866 de ruimtelijke afstand tussen beide werelddelen teniet; het nieuws stak vanaf dat moment in een mum van tijd de Atlantische Oceaan over. 23 Naar andere werelddelen (Afrika, Azië, Australië) werden eveneens door stoomschepen kabels gelegd, zodat er vanaf 1872 sprake was van een wereldwijd netwerk van telegraafverbindingen. Dankzij de telegrafie was gelijktijdig communicatieverkeer op grote schaal mogelijk geworden. De telegraafmaatschappijen werden in de Verenigde Staten grote en fel concurrerende ondernemingen. De Amerikaanse overheid besloot de ontwikkeling van de telegrafie over te laten aan het bedrijfsleven, terwijl in Europese landen als Frankrijk en Engeland de economische belangen ondergeschikt werden gemaakt aan politieke belangen. In de Verenig-

20 20 de Staten werd de ontwikkeling van langeafstandscommunicatie een commerciële aangelegenheid van particuliere ondernemingen. In Europa gaf de nationale staat veel minder uit handen en zorgde op tal van manieren voor een of andere vorm van overheidscontrole. Vanaf 1870 gingen de communicatiewegen in beide werelddelen uiteen, welke maatschappelijke keuze grote gevolgen had voor de ontwikkeling van de audiovisuele massamedia in Amerika en Europa. 24 De telegrafie liet de eerste grootschalige toepassing van elektriciteit op communicatiegebied zien. Met de uitvinding van de telegrafie begon de ontwikkeling van de langeafstandscommunicatie oftewel de telecommunicatie: het uitwisselen van informatie ongeacht de geografische afstand tussen zender en ontvanger. Hoe belangrijk de telegrafie als communicatiekanaal was geworden, bewees het wegvallen ervan in de Eerste Wereldoorlog. De onderzeese telegraafkabel tussen Duitsland en de Verenigde Staten werd in 1914 doorgesneden, zodat alle informatievoorziening over de oorlog tussen het Amerikaanse en Europese continent via de Engelse telegraafkabel verliep. De Engelse persbureaus kregen onverwacht een monopoliepositie in de schoot geworpen en konden al het oorlogsnieuws naar eigen wens inkleuren om de Verenigde Staten aan de eigen kant te krijgen. De inmenging van de Amerikanen in de wereldoorlog in 1917 gaf de doorslag en bracht de geallieerden in 1918 de overwinning. De opkomst van de telefonie Een tweede belangrijk moment was de uitvinding van de telefonie in Het werd technisch mogelijk de menselijke stem in elektrische trillingen bij de zender om te zetten en deze elektrische trillingen bij de ontvanger weer te vertalen in verstaanbare geluidstrillingen. Ongeacht de afstand konden mensen langs elektrische weg met elkaar praten. Met de telegraaf kon via eenrichtingsverkeer allerlei informatie bliksemsnel doorgegeven worden. Door de telefonie was gemedieerde interactiviteit tussen zender en ontvanger voor het eerst mogelijk. Vanaf dat moment konden mensen met elkaar praten, ongeacht de fysieke afstand tussen zender en ontvanger. Voor die tijd was praten met elkaar interactief communiceren alleen mogelijk als je eerst naar de verblijfplaats van je gesprekspartner reisde. De signalen voor telegraaf en telefoon werden aanvankelijk met behulp van koperen kabels doorgegeven. De uitvinding van de radiotelegrafie maakte draadloze straalverbindingen mogelijk. Door gebruik te maken van radiogolven was zowel telegraferen als telefoneren met ver weg gelegen plaatsen mogelijk geworden. De werking van de telegraaf berustte op coderen en decoderen van op papier aangebrachte tekens en was als zodanig een vorm van eenrichtingsverkeer. Met behulp van de telefoon ging je een stap verder en kon je als zender en ontvanger via tweewegverkeer met elkaar praten. Het was gelijktijdige communicatie in optima forma. De telefoon heeft de actieradius van het menselijk praten en luisteren onnoemelijk vergroot. Met de snelheid van het licht kun je zonder vertraging met wie dan ook en waar dan ook ter wereld spreken. De technologische uitvinding van de telefonie heeft grote gevolgen voor onze beleving van tijd en ruimte in de interpersoonlijke communicatie. Door de ruim 800 miljoen telefoonaansluitingen wereldwijd kunnen we onze mond en oren naar vrijwel iedere plaats op aarde verplaatsen. De telefonie zorgt er aan

1 Les 1: Algemene inleiding

1 Les 1: Algemene inleiding 1 Les 1: Algemene inleiding Tijdsverantwoording, lesverloop, werkvormen 10 30 10 Introductie Kort aan de leerlingen uitleggen dat wordt gestart met het project Met je kop in de krant. De eerste les wordt

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 11 1 Eerste verkenning 15 1.1 Waarom is kennis van religie belangrijk voor journalisten? 16 1.2 Wat is religie eigenlijk? 18 1.2.1 Substantieel en functioneel 18 1.2.2

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 Tijdvak Jagers en boeren; van de eerste mensen 3000 v. C. prehistorie; van de eerste mensen - 3000 v.c. Samenlevingstype: eerst jagers/verzamelaars,

Nadere informatie

Minder nieuws voor hetzelfde geld?

Minder nieuws voor hetzelfde geld? www.nieuwsmonitor.net Minder nieuws voor hetzelfde geld? Van broadsheet naar tabloid Meer weten? Onderzoekers Nieuwsmonitor Carina Jacobi Joep Schaper Kasper Welbers Kim Janssen Maurits Denekamp Nel Ruigrok

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie 1. De levenswijze van jager-verzamelaars. 2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. 3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis n.s.havo 2007-II

Eindexamen geschiedenis n.s.havo 2007-II Prehistorie en Oudheid In Drenthe zijn veel prehistorische vuurstenen werktuigen gevonden. Het vuursteen van deze werktuigen is afkomstig uit de ondergrondse vuursteenmijnen bij Ryckholt in Zuid-Limburg

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 1 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 1 Toetsvragen Tijdvak 1 Toetsvragen 1 De meeste kennis over de periode waarin de eerste mensen leefden, komt van archeologen. Wat houdt het werk van archeologen in? A Zij bestuderen de verschillende theorieën over de

Nadere informatie

Les 5 God: Zoon Ketters over Jezus

Les 5 God: Zoon Ketters over Jezus Les 5 God: Zoon Doelstelling: de catechisant kan in 1 minuut aan een ander uitleggen wie Jezus voor hem/haar is, weet welke afwijkende meningen er in de loop der tijd geweest is m.b.t. de Here Jezus en

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Jaarplan GESCHIEDENIS Algemene doelstellingen Eerder gericht op kennis en inzicht 6 A1 A2 A3 A4 A5 Kunnen hanteren van een vakspecifiek begrippenkader en concepten, nodig om zich van het verleden een wetenschappelijk

Nadere informatie

Inleiding geschiedenis Griekenland

Inleiding geschiedenis Griekenland Europa rond de Middellandse Zee rond 500 v. Chr. Sint-Janslyceum s-hertogenbosch, Theo Manders Inleiding geschiedenis Griekenland Rond 2000 v. Chr. Stedelijke centra: Op Kreta, Minoische cultuur Op Griekse

Nadere informatie

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets 11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets Opdracht 1 Wat is de Sokratische methode? Opdracht 2 Waarom werd Sokrates gedwongen de gifbeker te drinken? Opdracht 3 Waarom zijn onze zintuigen

Nadere informatie

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 2 Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) Kerndoel(en):

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 2 Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) Kerndoel(en): A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Geschiedenis Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) tijd van ontdekkers en hervormers (1500 1600); tijd van regenten en vorsten (1600 1848). 40. De leerling leert

Nadere informatie

Doel van Bijbelstudie

Doel van Bijbelstudie Bijbelstudie Hebreeën 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneen scheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Een weg door de geestelijke stromingen vragenlijst voor het Christendom. Naam:

Een weg door de geestelijke stromingen vragenlijst voor het Christendom. Naam: Een weg door de geestelijke stromingen vragenlijst voor het Christendom Naam: Het Christendom Hallo, dit is de vragenlijst die hoort bij de website over geestelijke stromingen. Je kunt de website vinden

Nadere informatie

Inleiding geschiedenis Griekenland

Inleiding geschiedenis Griekenland Europa rond de Middellandse Zee rond 500 v. Chr. Sint-Janslyceum s-hertogenbosch, Theo Manders Inleiding geschiedenis Griekenland Rond 2000 v. Chr. Stedelijke centra: Op Kreta, Minoische cultuur Op Griekse

Nadere informatie

Het eerste schrift hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62211

Het eerste schrift hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62211 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 June 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62211 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

!"#$%&'()*+,"#"-. 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +"7"#""- 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$<#),"$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)"/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$?

!#$%&'()*+,#-. 70-&6+*%#-!#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +7#- 9#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)$<#),$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$? 23'4)567/84 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$#/'$&#/#$? /01"-20%%+-3&45567$%(8&9!"#$%&'()*+,"#"-. +"7"#""- 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 D)E#'-)F!"#$$%&'($&!")*

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen.

Nadere informatie

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen.

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013 Staat en Natie Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. In de 17 e en de 18 e eeuw ontstond er in Europa een politieke en filosofische stroming,

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

IP72 Brabants Dagblad. Analyse

IP72 Brabants Dagblad. Analyse IP72 Brabants Dagblad Analyse 01 Organisatie Bij Brabants Dagblad BV werken ongeveer 400 personen, waarvan bijna de helft bij de redactie, 100 bij advertentie-exploitatie, 70 bij oplage en 30 bij overige

Nadere informatie

AANTEKENINGEN WAAROM WERD GOD EEN MENS?

AANTEKENINGEN WAAROM WERD GOD EEN MENS? AANTEKENINGEN Alles draait om de visie op Jezus Christus. Door de eeuwen heen is er veel discussie geweest over Jezus. Zeker na de Verlichting werd Hij zeer kritisch bekeken. De vraag is waar je je op

Nadere informatie

Geachte lezer, Voor meer uitleg over mijn presentatie Ga kathedralen bouwen! verwijs ik u graag naar de website http://www.quakernaat.nl.

Geachte lezer, Voor meer uitleg over mijn presentatie Ga kathedralen bouwen! verwijs ik u graag naar de website http://www.quakernaat.nl. Geachte lezer, Voor meer uitleg over mijn presentatie Ga kathedralen bouwen! verwijs ik u graag naar de website http://www.quakernaat.nl. Deze presentatie is bedoeld als naslagwerkje voor aanwezigen. Daan

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2015-2016-2017

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2015-2016-2017 Exameneenheden geschiedenis GS/K/1 Oriëntatie op leren en werken GT GS/K/2 Basisvaardigheden GT GS/K/3 Leervaardigheden in het vak geschiedenis en staatsinrichting GT GT GS/K/4 De koloniale relatie Indonesië

Nadere informatie

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij

Nadere informatie

Speelgoed Algemeen. Retail Trainingen. alles over de speelgoedbranche, speelgoed en leeftijd, soorten speelgoed en veilig speelgoed

Speelgoed Algemeen. Retail Trainingen. alles over de speelgoedbranche, speelgoed en leeftijd, soorten speelgoed en veilig speelgoed alles over de speelgoedbranche, speelgoed en leeftijd, soorten speelgoed en veilig speelgoed Onderdeel van de opleiding Verkopen in de Gemengde Branche Retail Trainingen 2 Dit vakinformatieboek is een

Nadere informatie

Digitaal lezen! versus lezen van papier

Digitaal lezen! versus lezen van papier Verba volant,! littera scripta manent!! Digitaal lezen! versus lezen van papier Adriaan van der Weel Digitale tekst betekent een paradigmaverandering! Zoals drukken met losse loden letters! Zoals de ontwikkeling

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

Canon en kerndoelen geschiedenis PO

Canon en kerndoelen geschiedenis PO Canon en kerndoelen geschiedenis PO bron: http://www.entoen.nu/primair-onderwijs/didactisch-concept/leerplan-(slo)/geschiedenis In dit hoofdstuk over canon en geschiedenis wordt eerst ingegaan op de recente

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1 Les 1 - De oorsprong van de Bijbel In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Deze bijbelstudies zijn vooral bedoeld voor jongeren van 11

Nadere informatie

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Filips II In 1566, meer dan vierhonderd jaar geleden, zijn veel mensen boos. Er is onrust in de Nederlanden. Er zijn spanningen over het geloof, veel mensen

Nadere informatie

Kan ik het wel of kan ik het niet?

Kan ik het wel of kan ik het niet? 1 Kan ik het wel of kan ik het niet? Hieronder staan een aantal zogenaamde kan ik het wel, kan ik het niet-schalen. Deze hebben betrekking op uw taalvaardigheid in zowel het Nederlands als het Engels.

Nadere informatie

Digitaal lezen! versus lezen van papier

Digitaal lezen! versus lezen van papier Verba volant,! littera scripta manent!! Digitaal lezen! versus lezen van papier Adriaan van der Weel Verba volant, scripta manent Geoffrey Whitney, A choice of emblemes, Leiden, 1586 Verba volant, scripta

Nadere informatie

Keuze Atheneum +/ Gymnasium

Keuze Atheneum +/ Gymnasium Keuze Atheneum +/ Gymnasium 19.30 19.45 Welkom 19.45 20.00 Gymnasium & Klassieke Talen 20.00 20.15 Lifestyle Informatics, Grote Denkers, Logica & Argumentatieleer, Drama & Rede. 20.15 21 Vragen voor vakdocenten

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

De Jefferson Bijbel. Thomas Jefferson

De Jefferson Bijbel. Thomas Jefferson De Jefferson Bijbel Thomas Jefferson Vertaald en ingeleid door: Sadije Bunjaku & Thomas Heij Inhoud Inleiding 1. De geheime Bijbel van Thomas Jefferson 2. De filosofische president Het leven van Thomas

Nadere informatie

Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015

Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015 Schoolonderzoek II Geschiedenis Staat en Natie Tijdvak I 2014-2015 Dit schoolexamen bestaat uit 33 vragen. In totaal kun je hiervoor 54 punten halen. Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Twee prachtige lezingen vanochtend. Er

Nadere informatie

2 Vroege renaissance 2.1

2 Vroege renaissance 2.1 2 Vroege renaissance Giotto di Bondone, rond 1315 Veranderingen Het vorige werkboek eindigde met de 14e eeuwse kunstenaar Giotto di Bondone, die in Italië een nieuwe kunststijl introduceerde. Voor het

Nadere informatie

WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp

WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp Waarom katholiek onderwijs, door: Frans Holtkamp (versie: 13-11-2009) 1 WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Deze bijlage bestaat uit twee delen: een leestekst en een

Nadere informatie

Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst)

Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst) Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst) Kerndoelen 36. De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een

Nadere informatie

Cultuur in de Spiegel

Cultuur in de Spiegel Cultuur in de Spiegel Naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs Barend van Heusden Afdeling Kunsten, Cultuur en Media 14 september 2011 Aanleiding Vragen vanuit het werkveld over: Inhoud cultuureducatie

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

ONOPGEEFBAAR VERBONDEN

ONOPGEEFBAAR VERBONDEN Simon Schoon ONOPGEEFBAAR VERBONDEN Op weg naar vernieuwing in de verhouding tussen de kerk en het volk Israël Aan de pioniers uit de begintijd en aan de huidige bewoners van Nes Ammim in Israël inhoud

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 geschiedenis en staatsinrichting 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren

Nadere informatie

Identiteitsdocument Sprank

Identiteitsdocument Sprank Identiteitsdocument Sprank Christenen in hart en zorg Vanuit Gods liefde, zorgen wij voor elkaar. GOD Dit doen we samen met je familie en vrienden. Jij mag rekenen op een veilig thuis. Vragen over jouw

Nadere informatie

Spreekbeurt over typen:

Spreekbeurt over typen: Spreekbeurt over typen: Introductie: Hallo, mijn spreekbeurt gaat over typen. Op school leren we lezen en schrijven, maar de meeste teksten worden getypt. Ik ga hier iets meer over vertellen, want ik heb

Nadere informatie

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2014-2015-2016

Geschiedenis en Staatsinrichting TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin 2014-2015-2016 Schoolexamen derde leerjaar mavo (2014 2015) 1 SE1 De industriële samenleving in Nederland Het proces van industrialisatie heeft de Nederlandse samenleving ingrijpend veranderd vanaf het midden van de

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24.

LES 10. Sluipaanval. Doe Lees 1 Samuël 24. LES Sluipaanval Ben je wel eens gepest? Is er iemand die altijd vervelend tegen jou doet? Heb je ooit geprobeerd om die persoon terug te pakken? (Zie 1 Samuël 24; Patriarchen en Profeten, blz. 603-615)

Nadere informatie

Dit boek als pedagogisch hulpmiddel

Dit boek als pedagogisch hulpmiddel Dit boek als pedagogisch hulpmiddel Door PLATON Inleiding De afgelopen jaren neemt de belangstelling rondom het concept van verhalen vertellen voortdurend toe. Het verhaal als kunst en techniek en als

Nadere informatie

Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken

Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken Leerdoelen: De leerlingen kunnen onder begeleiding de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten in duurzaamheidsvraagstukken herkennen.

Nadere informatie

Counseling opleiding, lesmaand 6

Counseling opleiding, lesmaand 6 Counseling opleiding, lesmaand 6 Inhoudsopgave Les 6a Doordringen tot de kern Socrates Les 6b Functioneren Functioneringsschema De filosoof De machine als metafoor In beweging zijn Het bewuste functioneren

Nadere informatie

De punt op de i van de restauratie

De punt op de i van de restauratie Gerlof van der Veen De punt op de i van de restauratie Op zoek naar historische eenheid in hedendaagse verscheidenheid Aan de markten in Zutphen vormen de afzonderlijke gevels met elkaar een beschermd

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen.

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Op welke gebieden wilden de Verlichtingsfilosofen de bestaande maatschappij veranderen? Rationalisme = het gebruiken van gezond verstand (rede/ratio) waarbij kennis gaat boven tradities

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie

Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie Instructie onderdeel kennis: Hieronder staan 22 vragen over tijdvak 6 en 7. Probeer de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Omcirkel met

Nadere informatie

Dit proefschrift betoogt dat een veel ruimere blik nodig is op de historische ontwikkeling van de Verenigde Staten om te begrijpen waarom het testen

Dit proefschrift betoogt dat een veel ruimere blik nodig is op de historische ontwikkeling van de Verenigde Staten om te begrijpen waarom het testen Samenvatting In dit proefschrift staat de vraag centraal waarom de gestandaardiseerde intelligentiemeting in Amerika zo'n hoge vlucht heeft genomen en tot zulke felle debatten leidt. Over dit onderwerp

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren

Tijd van jagers en boeren Tijd van jagers en tot 3000 v. Chr. De prehistorie Prehistorie 3000 v. Chr. Evolutietheorie: Eerste mensen ong. 3 miljoen jaar geleden in Afrika ontstaan. Hij is geëvolueerd (Theorie Charles Darwin) en

Nadere informatie

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Inleiding In de komende maanden willen we als kerkenraad een beleidsplan opstellen voor de komende vijf jaar. Iedereen die op dit moment op de één of andere manier

Nadere informatie

Geloven en redeneren. Religie en filosofie

Geloven en redeneren. Religie en filosofie Geloven en redeneren Religie en filosofie Historisch overzicht Pantheïsme en polytheïsme De spiltijd Het oosten Boeddhisme Confucianisme Taoïsme Het westen Jodendom, christendom, islam Filosofie Het begin

Nadere informatie

Help Mij, Jezus R. Brinkman, Stg. BTO Yarah/EBG Noordhoorn 2015

Help Mij, Jezus R. Brinkman, Stg. BTO Yarah/EBG Noordhoorn 2015 Help Mij, Jezus R. Brinkman, Stg. BTO Yarah/EBG Noordhoorn 2015 Eén van de weinige liedjes met een prachtige, diepe, geestelijke betekenis die ooit in de Top40 heeft gestaan in Nederland is van de componist

Nadere informatie

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK) A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete

Nadere informatie

De Bijbel open 2013 40 (12-10)

De Bijbel open 2013 40 (12-10) 1 De Bijbel open 2013 40 (12-10) Er was eens een man die de studeerkamer van een predikant binnenkwam. Hij keek om zich heen en zag al die boeken staan die je in een studeerkamer aantreft. Toen zei die

Nadere informatie

Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf?

Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf? Les 5 - Redding Vier feiten die je moet kennen om het Evangelie goed te begrijpen In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf? In

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de landen die Napoleon veroverde, voerde hij een beleid dat: enerzijds paste binnen het gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II Door de tijd heen De volgende historische verdragen staan in willekeurige volgorde: 1 Door de Vrede van Brest-Litovsk tussen het Duitse keizerrijk en het communistische Rusland kunnen de Duitse generaals

Nadere informatie

Motieven 1: Een wereld

Motieven 1: Een wereld Motieven 1: Een wereld Doelstellingen: Doel eerste subthema Een wereld om vrij te zijn De catechisanten leren inzien dat vrijheid in Bijbelse zin bij het leven van mensen hoort en ze vormen een mening

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken? >> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?

Nadere informatie

3. Lees bron 1. Bedenk zelf een vraag die je met behulp van deze tekst kunt beantwoorden.

3. Lees bron 1. Bedenk zelf een vraag die je met behulp van deze tekst kunt beantwoorden. Oefentoets T4 SED II Module 4 & 5 1. Wat was de reden dat arbeiders, landarbeiders, en kleine zelfstandigen in de 19e eeuw op de rand van de armoede leefden? a Er waren geen sociale wetten als ze in de

Nadere informatie

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document.

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document. SOCIALE COHESIE EN BURGERSCHAP Inleiding Een school maakt deel uit van de maatschappij en bouwt mee aan de vorming van jonge burgers. Een groot deel van de dag, brengen jongeren door op school. Zij krijgen

Nadere informatie

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12?

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Romeinen 7:7. Paulus stelt weer een vraag, die het voorafgaande mogelijk oproept bij mensen. Hij zei immers, dat de wet (vroeger) zondige hartstochten in ons opriep

Nadere informatie

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij? Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode Opmerking vooraf: Voor de uitwerking van deze lessen hebben we doelen gehaald uit verschillende thema s van de betreffende graad. Na elk doel verwijzen

Nadere informatie

GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK

GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK 1. TOELICHTING Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek hebben jullie kunnen vaststellen dat bepaalde elementen essentieel zijn om tot democratie te komen.

Nadere informatie

Preek 8 mei 2016 met Hemelvaart afbeeldingen

Preek 8 mei 2016 met Hemelvaart afbeeldingen Lieve gemeente, Afgelopen donderdag was het Hemelvaartsdag. Een feest waar we ons als vrijzinnigen niet zo heel veel bij voor kunnen stellen. Wat moeten we van dit verhaal nog geloven en wat heeft het

Nadere informatie

De dood is dood, leve het leven!

De dood is dood, leve het leven! De dood is dood, leve het leven! blok A - nivo 3 - avond 5 Tijd Wat gaan we doen 19.00 Mentorkwartiertje 19.15 Bijbelstudie Romeinen 6:1-13 19.30 De opstanding als historisch feit 19.45 Zondag 17 HC 20.00

Nadere informatie

De Media-Explosie Trends en issues in massacommunicatie

De Media-Explosie Trends en issues in massacommunicatie Samenvatting bij De Media-Explosie Trends en issues in massacommunicatie Vierde herziene druk, 2011 Deze samenvatting is geautoriseerd door de auteur Kees van Wijk Inhoud Deel 1: Massacommunicatie een

Nadere informatie

Kerstmorgen 2015, als gelezen is uit Jesaja 60: 1 5a en Johannes 1: 1 14

Kerstmorgen 2015, als gelezen is uit Jesaja 60: 1 5a en Johannes 1: 1 14 Kerstmorgen 2015, als gelezen is uit Jesaja 60: 1 5a en Johannes 1: 1 14 Gemeente van onze Heer Jezus Christus, In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin

Nadere informatie

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl)

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl) geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 22 mei 9.00 12.00 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

GENEALOGIE Vroeger de status van de elite, nu de hobby van het volk

GENEALOGIE Vroeger de status van de elite, nu de hobby van het volk GENEALOGIE Vroeger de status van de elite, nu de hobby van het volk Hans Nagtegaal Erfenissen zijn in de loop der eeuwen oorzaak geweest van vele ruzies en zelfs van oorlogen. Wie is familie van wie en

Nadere informatie

Handboek Politiek. Derde Kamer der Staten-Generaal

Handboek Politiek. Derde Kamer der Staten-Generaal Handboek Politiek Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid van de Derde Kamer der Staten-Generaal, Gefeliciteerd! Deze week ben jij een politicus. Je gaat samen met je klasgenoten discussiëren over

Nadere informatie

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie