Open Vld- standpunt. Duurzame Landbouw

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Open Vld- standpunt. Duurzame Landbouw"

Transcriptie

1 Open Vld- standpunt Duurzame Landbouw

2 Opmerking vooraf: Deze tekst is de aangepaste versie van een werkdocument dat de basis vormde voor een bespreking tijdens een Open Vld- studiedag Duurzame Landbouw op woensdag 7 september 2011 in Salons Mantovani te Oudenaarde. Tijdens de studiedag bogen drie werkgroepen zich over de tekst: 1) Leefbare Landbouw, onder voorzitterschap van Vlaams Volksvertegenwoordiger Lydia Peeters; 2) De overheid als partner, onder voorzitterschap van Vlaams Volksvertegenwoordiger Marnic Demeulemeester 3) Duurzame Landbouw, onder voorzitterschap van Vlaams Volksvertegenwoordiger Karlos Callens. 2

3 Inleiding De Vlaamse land- en tuinbouw staat voor grote uitdagingen. De grootste daarvan is misschien wel dat de sector geconfronteerd wordt met factoren en evoluties waarop hij zelf niet of nauwelijks vat heeft, bovenop de traditionele variabelen, zoals het klimaat, de afhankelijkheid van de markt inzake prijsvorming en de vergankelijkheid van de land- en tuinbouwproducten. Onder druk van de groeiende globalisering en de sterke impact van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is de manoeuvreerruimte voor de federale en regionale overheid om de land- en tuinbouw te ondersteunen beperkt. Anderzijds is het net de grote mate van vrijheid en zelfstandigheid die het beroep ondanks het risicovolle ondernemerschap voor veel land- en tuinbouwers aantrekkelijk maakt. De beroepsfierheid van de land- en tuinbouwers draagt ertoe bij dat ze bereid zijn de uitdaging aan te gaan om hun activiteiten op een eigentijdse manier in te vullen zodat ze tegemoet komen aan de berg eisen die aan hen worden gesteld. Om daaraan te kunnen voldoen hebben ze nood aan een overheid die de juiste omgevingsfactoren creëert. Er bestaat trouwens niet zoiets als één landbouw. De Vlaamse landbouw is eerder sectorgericht. Bijgevolg moeten de land- en tuinbouwers binnen het Europees en Vlaams beleidskader zelf geresponsabiliseerd kunnen worden om maatregelen te nemen op maat van hun bedrijf, hun subsector (akkerbouw, veeteelt, sierteelt, groetenteelt ) en het soort landbouw (intensief, extensief, bio, gemengd) waarin ze actief zijn. De eerste vorm van duurzame landbouw is van economische aard. In het proces van duurzame ontwikkeling wordt de eerste grote uitdaging een leefbare landbouw te garanderen, te meer omdat boeren ten gevolge van het proces van prijsvorming in de voedselketen vaak eerder prijsnemers dan prijszetters blijken te zijn en daarom niet altijd in staat zijn om extra productiekosten te recupereren in de verkoopprijs van hun producten. Leefbare landbouw vereist een horizontaal beleid dat zich niet alleen strekt over het departement landbouw, maar evenzeer gaat over ruimtelijke ordening, milieu, voedselveiligheid, wetenschappelijk onderzoek, economie kortom, alle beleidsdomeinen die een flankerend beleid moeten verzekeren opdat land- en tuinbouwers hun basistaak als voedselproducenten op een moderne manier kunnen uitoefenen. De moderne boer verricht meerdere taken; hij moet beantwoorden aan stijgende maatschappelijke eisen. Maar boeren blijven fundamenteel zelfstandige ondernemers: producenten van voedsel wiens eerste opdracht erin bestaat om hun bedrijven economisch gezond te houden. Het is een noodzakelijke voorwaarde opdat ze ook hun dienstverlenende taken, die door de maatschappij meer en meer van hen worden verwacht, zouden kunnen vervullen. Precies omdat ze onderhevig zijn aan onvoorspelbare elementen (weer, prijsvorming, beperkte houdbaarheid van hun producten ) en gegeven het stijgende en diversifiërende takenpakket dat hen wordt opgelegd van bovenaf, staat of valt de economische leefbaarheid van hun bedrijven met zes financiële instrumenten: 1. de prijsvorming voor hun producten (met andere woorden: hun rechtstreeks inkomen), 2. investeringsstimuli die door de overheid worden voorzien, 3. ecologische subsidies, 4. subsidies voor de maatschappelijk verbredende eisen in het kader van het plattelandsbeleid, 3

4 5. een verzekering tegen extreme weersomstandigheden of andere acute crises, 6. een aangepaste fiscaliteit. Een gezonde financiële basis is een noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde voor de uitbouw van duurzame ondernemingen. Land- en tuinbouwondernemingen moeten geleid worden door bekwame, goed opgeleide mensen die openstaan voor technologische vernieuwingen en moderne bedrijfsvoering in aangepaste rechtspersonen. Als we onze land- en tuinbouwers willen responsabiliseren, moet de overheid dit ondersteunen via wetenschappelijk onderzoek, een degelijke vorming en bijscholing, administratieve ondersteuning en vereenvoudiging, het opzetten van gerichte promotie- en afzetkanalen, het ondersteunen van land- en tuinbouwers in moeilijkheden en het verzekeren van de veiligheid en kwaliteit van het afgeleverde voedsel. De land- en tuinbouw is een specifieke sector. De Vlaamse land- en tuinbouw heeft daarenboven specifieke kenmerken. Vanuit dit uitgangspunt willen we drie grote vragen stellen, die betrekking hebben op het Vlaamse en federale niveau: 1) Wat is er nodig om onze land- en tuinbouw binnen de contouren van de globalisering en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid economisch rendabel te houden? Met andere woorden de vraag naar Leefbare Landbouw. 2) Wat mogen de land- en tuinbouwers van de overheid verwachten en wat mag de overheid daarvoor van hen in ruil vragen? Met andere woorden de rol van De overheid als partner. 3) Hoe kan de land- en tuinbouw beantwoorden aan nieuwe maatschappelijke opdrachten en verwachtingen en daaruit economische opportuniteiten putten? Met andere woorden de vraag naar Duurzame landbouw. De vragen stellen is ze ook trachten te beantwoorden. Om te komen tot een modern land- en tuinbouwbeleid gelden er enkele vijf beleidsmatige bedenkingen om het liberale denkkader af te bakenen waarin we opereren. 1. Voedselvoorziening blijft een basistaak Op de basisvraag of het de taak van de overheid is om te voorzien in een substantiële productie van basisvoeding en ze bij uitbreiding een volwaardig land- en tuinbouwbeleid moet voeren, luidt het antwoord volmondig ja; met dien verstande dat de overheid het juiste beleidskader voorziet om de productie van het voedsel door de land- en tuinbouwers zelf te laten realiseren. Het was al één van de belangrijkste motieven bij de vorming van de Europese Unie, want eten is een basisbehoefte. Zelfs in een globaliserende wereld blijft het de taak van de overheid om te garanderen dat mensen kunnen terugvallen op voldoende, veilig en kwalitatief voedsel. De stijgende wereldbevolking, politiek- strategische overwegingen, mogelijke speculaties die kunnen leiden tot prijsverhogingen en vooral de zorg om veilig en hoogkwalitatief voedsel dat op een ecologisch verantwoorde manier werd geproduceerd aan de burgers te kunnen garanderen, overstijgen de naakte economische wet dat sommige producten elders goedkoper kunnen worden geteeld. 4

5 2. Financiële steun voor de land- en tuinbouw Financiële steun voor de land- en tuinbouw in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de aanvullende steun door de nationale overheden in zijn algemeenheid in vraag stellen is overbodig. Dé landbouwsubsidies blind afschaffen is niet aan de orde; zoeken naar het juiste volume, de juiste vorm en de meest efficiënte toekenning ervan wel. Vooral de exportrestituties zijn het voorwerp van kritiek omdat ze de buitenlandse markten zouden ontwrichten. Het betekent geenszins dat hierdoor automatisch het nut van andere financiële ondersteuningsmechanismen voor de land- en tuinbouw in vraag wordt gesteld, te meer omdat tegelijkertijd ook de afbouw van het quotumsysteem aan de orde is. Open Vld blijft mits de juiste uitvoeringsmodaliteiten voorstander van financiële ondersteuning van de land- en tuinbouw. Gezien het stijgend belang van het plattelandsbeleid, moet er echter over gewaakt worden dat de economische functie van de land- en tuinbouw de belangrijkste pijler blijft en het zwaartepunt niet verschuift naar de dienstverlenende functie van het maatschappelijk plattelandsbeleid. Binnen de economische functie zal de doelgerichte of gebiedsgerichte steun aan belang winnen ten aanzien van de bedrijfstoeslagen. 3. Evolutie ja, revolutie neen. Boeren bruuskeren werkt contraproductief. Veranderingen in de land- en tuinbouwsector zijn noodzakelijk, zolang maar wordt voorzien in aanvaardbare overgangstermijnen en begeleidende maatregelen die het onze land- en tuinbouwers mogelijk maken zich op een sociaal- en bedrijfseconomisch verantwoorde manier te conformeren aan nieuwe vereisten en uitdagingen. Boeren blijken bovendien soms elkaars grootste concurrenten. Ze moeten echter een toegevoegde waarde op hun bedrijf kunnen creëren. Ze hebben er dan ook alle belang bij om maximaal samen te werken. Ook de landbouworganisaties kunnen de belangen van de boeren maximaal verdedigen wanneer ze samenwerken en zich fixeren op de belangen van de individuele boeren en hun landbouwbedrijven. 4. Een beleid op maat van de Vlaamse land- en tuinbouw(er) Vlaamse land- en tuinbouwers bewijzen met de productie van hoogkwalitatieve producten al decennialang dat ze kunnen standhouden in een open, globaliserende markt. Een belangrijk aantal van de Vlaamse land- en tuinbouwproducten, die nota bene zowat vier vijfde van de toegevoegde waarde van de hele Belgische uitvoer van land- en tuinbouwproducten vertegenwoordigen, is niet onderhevig aan de zware Europese verordeningen en moet het met andere woorden zonder noemenswaardige Europese steun rooien. Vlaanderen kan dus een dynamisch land- en tuinbouwbeleid uitbouwen, maar het moet rekening houden met het familiale karakter en de relatieve kleinschaligheid van onze land- en tuinbouwbedrijven, evenals met de conjunctuurgevoeligheid van de sector en met het intensieve karakter van een aantal subsectoren, zoals de tuinbouw, en de varkens-, pluimvee- en kalversector. Vermits heel wat Vlaamse subsectoren in de land- en tuinbouw relatief weinig aangewezen zijn op Europese steun, is het vooral aan de Vlaamse en federale overheid om de juiste randvoorwaarden te scheppen voor een land- en tuinbouwbeleid op maat van onze bedrijven, binnen de door Europa aanvaarde grenzen voor het implementeren van een eigen beleid en zonder zich te bezondigen aan marktafschermende 5

6 maatregelen. Bijzondere aandacht moet gaan naar het opvangen van acute crises ten gevolge van extreme weersomstandigheden, epidemieën en plotse verstoring van de markten. 5. Rechten en plichten Het milieu speelt een prominentere rol in de land- en tuinbouw, de sanitaire waakzaamheid verhoogt, er worden nieuwe opdrachten opgelegd aan de land- en tuinbouw, de toepassing van nieuwe (bio)technologieën wordt met argusogen gevolgd en de normen inzake dierenwelzijn worden strenger. De overheid en de consument verwachten steeds meer kwaliteit en multidisciplinariteit van de (krimpende en verouderende) landbouwerspopulatie. Tegenover de stijgende eisen ten aanzien van de land- en tuinbouwers moet ook een waterdicht engagement van de tegenpartijen staan. De overheid moet zich een betrouwbare en constructieve partner tonen door juridische zekerheid te bieden over het grondgebruik, door uitbetalingstermijnen te respecteren, controles te laten uitvoeren door goed opgeleide en constructief ingestelde controleurs. Er moet met andere woorden tweerichtingsverkeer zijn tussen de overheid en de land- en tuinbouwers: beide moeten hun verplichtingen tegenover elkaar nakomen. Ook de consumenten moeten bereid zijn om de land- en tuinbouwers ruimte voor hun activiteiten te gunnen en de andere spelers in het economisch proces moeten bereid zijn om een voldoende winstaandeel aan de producenten te gunnen. Kortom, de land- en tuinbouwers hebben naast plichten ook rechten. Landbouw is geen gewone economische sector. De Vlaamse land- en tuinbouwers hadden geen andere keuze dan zich te specialiseren in intensieve landbouw. Vandaag heeft onze land- en tuinbouw een productie die behoort tot de hoogste van de wereld. Onze land- en tuinbouwproducten staan tevens te boek als de veiligste ter wereld. Een bewijs te meer dat intensivering kan leiden tot meer duurzaamheid. 6

7 Hoofdstuk 1: Leefbare Landbouw Minder maar grotere bedrijven In Europa zijn er zowat 400 miljoen consumenten die gevoed worden door nagenoeg 20 miljoen boeren. Vlaanderen telde in 2009 voor het eerst minder dan landbouwbedrijven. In tien jaar tijd is het aantal bedrijven met ongeveer 30% gedaald tot in Dat is een afname van 3,6% per jaar. Daartegenover staat een voortdurende schaalvergroting met 40% t.a.v Een gemiddeld Vlaams bedrijf heeft tegenwoordig een gemiddelde oppervlakte cultuurgrond van 21,1 ha. De eindproductiewaarde van de verkoopsactieve Vlaamse land- en tuinbouwsector werd vorig jaar geraamd op 5,1 miljard euro. Inzake tewerkstelling is er ook een dalende trend te merken a rato van 3% per jaar sinds In 2009 werden nog personen geteld die regelmatig werkzaam zijn in de land- en tuinbouw. In voltijdse equivalenten wordt hun aantal geschat op VTE. Eén derde van hen werkt in gespecialiseerde tuinbouwbedrijven. De gemiddelde leeftijd van de bedrijfsleiders is gestegen van 46 jaar in 1999 tot 49 jaar in Amper 2.3% van de bedrijven heeft een bedrijfsleider jonger dan dertig jaar. De opvolging is vooral een probleem bij kleinere bedrijven. Het goede nieuws is dat de opleiding van de Vlaamse bedrijfsleiders de voorbije decennia gestegen is. In 1959 had 95% van de bedrijfsleiders enkel praktische ervaring, anno 2009 was dat minder dan 55%. Hoe groter de bedrijven, hoe meer bedrijfsleiders een hogere opleiding hebben genoten. De Vlaamse landbouw staat open voor verbreding. In mei 2010 waren er 443 erkende zorgboerderijen in Vlaanderen en waren er 883 zorgboerderijovereenkomsten. Geen schrik voor globalisering Aangezien voedsel een strategisch goed is, moeten we er ons van verzekeren dat er een belangrijke mate van zelfvoorziening blijft van voldoende, betaalbaar en kwalitatief voedsel. Ondanks het feit dat de handel in landbouwproducten 9% van de totale wereldhandel uitmaakt, kan het belang van ethiek in het economisch proces inzake landbouwproducten niet overschat worden. De land- en tuinbouwsector zal in de toekomst immers nog meer geconfronteerd worden met liberalisering van de wereldhandel en globalisering van de voedselketens. Speculeren rond voedsel is verwerpelijk. Het is dan ook belangrijk dat we met een maximale marktgerichtheid via een performant systeem van prijsvorming en een Europees regulerend basiskader greep kunnen houden op de stijgende prijsvolatiliteit van de voedselgrondstoffen en de basisvoedingswaren. Bij uitbreiding moet ook de wereldmarkt middels internationale akkoorden maximaal gevrijwaard blijven van wilde speculatie tegen landbouwproducten. Uit dit alles de conclusie trekken dat de Vlaamse land- en tuinbouw schrik moet hebben van globalisering is iets voor doemdenkers. Een grotere assertiviteit en het op de voet volgen van veranderende tendensen op mondiaal vlak (stijgende wereldbevolking, nieuwe voedselpatronen in bepaalde regio s, sterk regionale verschillen inzake ontwikkeling van de land- en tuinbouwproductie, technologische vernieuwingen, ontwikkeling van ggo s, klimatologische veranderingen ) daarentegen zijn geen overbodige luxe. De Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven opereren al heel lang en vrij succesvol in een geliberaliseerde economie. Precies daarom hebben ze bewust gekozen voor een ver doorgedreven specialisatie en intensivering. Door de specifieke prijsvorming in de 7

8 voedselketen zijn ze echter eerder prijsgebruikers dan prijszetters. Het gevolg daarvan is dat ze niet altijd in de mogelijkheid zijn om meerkosten door te rekenen in de prijs van hun eindproduct. In deze veranderende wereldcontext blijft de basispremisse de zorg van de overheid voor leefbare landbouwbedrijven, d.w.z. bedrijven die een voldoende leefbaar landbouwinkomen genereren. Omdat de marktwerking niet altijd perfect is en de sector net als de wereld steevast in beweging is, moeten de fundamenten van onze land- en tuinbouwbedrijven versterkt worden. Het veronderstelt de inschrijving van onze land- en tuinbouw in het Europese streven naar een slimme, duurzame en inclusieve groei, zoals bepaald in de EU2020- strategie en op Vlaamse niveau ondersteund in VIA en Pact2020. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Europa is de eerste actor vermits het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de hoeksteen vormt voor de toekomstige ontwikkeling van onze land- en tuinbouw. De hervorming van het GLB is evenwel niet het voorwerp van deze studiedag. Pro memorie schetsen we de tien aandachtspunten 1 vanuit Vlaanderen voor de hervorming van het GLB in 2013: 1. Een belangrijke mate van Europese zelfvoorziening blijft een hoofddoelstelling voor het GLB. Europa levert op die manier een bijdrage tot het wereldvoedselvraagstuk. 2. Overheid en stakeholders komen gezamenlijk tot de vaststelling dat marktwerking niet altijd perfect is en niet toelaat (globaal gezien) een voldoende leefbaar landbouwinkomen te verwerven. 3. Het toekomstige GLB moet werk maken van verdere verduurzaming en groene groei. 4. Innovatie, kennisdeling, vorming en ondernemerschap moeten meer aandacht krijgen binnen het toekomstige GLB. 5. Een kritische kijk op wereldhandel in landbouwproducten is nodig. 6. Directe steun blijft verantwoord, ook na De win- win tussen publieke diensten en de nood aan een beter inkomen moet beter benut worden. 8. Het GLB moet de cruciale rol van landbouw bij plattelandsontwikkeling blijven ondersteunen, maar moet bijkomend het potentieel van landbouw in peri- urbane gebieden beter benutten. 9. Lidstaten en regio s moeten over meer flexibiliteit beschikken tussen pijler 1 en 2 en binnen pijler 2 en dit binnen een sterk Europees kader. Een hernationalisering van het GLB is echter geen optie. 10. Het GLB- budget moet gehandhaafd blijven. Een zeer belangrijk element in de hervorming is de mogelijkheid voor EU- lidstaten en regio s dat ze voldoende flexibiliteit krijgen om de objectieven van het GLB te concretiseren, rekening houdend met de specifieke behoeften en kenmerken van hun land- en tuinbouwbedrijven. De intensieve, niet- 1 Dit standpunt wordt ingenomen tijdens een bijeenkomst van alle Europese landbouwcommissarissen in Warschau voor de bespreking van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De Vlaamse Comissie Landbouw wordt vertegenwoordigd dor Vlaams Volksvertegenwoordiger Karlos Callens. 8

9 grondgebonden, kleinschaligere en familiaal bepaalde land- en tuinbouw in het fel verstedelijkte Vlaanderen behoeft gerichte ondersteuning van overheidswege, evenals een beleid op maat in een multifunctioneel platteland en binnen een klimaatverandering. Vanzelfsprekend moet er vanuit Europa op worden toegekeken dat de flexibiliteit niet oneigenlijk gebruikt wordt om de eigen markt af te schermen ten voordele van de eigen producenten. Door de stijgende liberalisering van de wereldhandel en de afbouw van een aantal dwingende bepalingen in het GLB, wordt de land- en tuinbouwer individueel meer verantwoordelijk gesteld voor de ontwikkeling van zijn onderneming. Deze responsablisering betekent meteen ook dat de financiële ondersteuningsinstrumenten maximaal ten goede moeten komen aan de individuele land- en tuinbouwer zodat de steun optimaal kan worden aangewend voor de economische leefbaarheid van het bedrijf. Het impliceert dat de doelgerichte en gebiedsgerichte steun aan belang zal winnen ten aanzien van de bedrijfstoeslag, die niet alleen meer op basis van het areaal mag worden berekend. De Europese middelen zijn gestructureerd in twee elkaar aanvullende pijlers: de eerste bestaat uit jaarlijkse rechtstreekse betalingen en marktmaatregelen, de tweede uit meerjarenmaatregelen voor plattelandsontwikkeling. In 2009 hebben landbouwers in Vlaanderen bijna 269 miljoen euro aan rechtstreekse steun ontvangen. Dat is gemiddeld euro per bedrijf. De toeslagrechten nemen daarvan 233 miljoen euro voor hun rekening. De zoogkoeienpremie is goed voor 29,1 miljoen euro en de slachtpremie voor kalveren voor 5,7 miljoen euro. 20% van de bedrijven met de meeste steun vertegenwoordigen 56% van de steun, terwijl de 20% bedrijven met de minste steun slechts 1,3% van de steun ontvangen. Vennootschappen en jongere bedrijfsleiders vertegenwoordigen ten opzichte van het aandeel bedrijven een hoger percentage van de rechtstreekse steun. Bij het plattelandsbeleid gaat het over een totaalbudget van 713,5 miljoen euro over de periode De rechtstreekse steun had in 2008 gemiddeld een aandeel van 5% van de opbrengst en 25% van het bedrijfsinkomen in de land- en tuinbouw. Voor plattelandsontwikkeling is dat gemiddeld 2% van de opbrengst en 9% van het bedrijfsinkomen. De leefbaarheid van onze land- en tuinbouwers zal sterk bepaald worden door de keuzes die op Europees niveau worden gemaakt met betrekking tot de verdeling van de financiële middelen, meer bepaald tussen pijler 1 en pijler 2. Voor Vlaanderen blijft pijler 1 de allerbelangrijkste. Gezien de sterke verstedelijking en het groot aandeel van intensieve landbouw naast grondgebonden bedrijven, zijn de mogelijkheden beperkter en ligt de socio- economische situatie van onze land- en tuinbouwbedrijven een stuk ingewikkelder dan die van bedrijven in regio s en landen waar men nog ruimte (en goedkope gronden) zat heeft. Het ligt dan ook voor de hand dat we ervoor ijveren dat de balans tussen pijler 1 en 2 moet blijven overhellen ten voordele van pijler 1. Binnen de doelgroep van de land- en tuinbouwers behoeven jonge, beginnende boeren bijzondere aandacht, in het bijzonder wanneer ze een financiering zoeken voor een eerste vestiging. Door de schaalvergroting worden bedrijfsovernames kapitaalsintensiever. Bovendien wordt de instroom van nieuwe boeren alsmaar minder. In het verleden werden vaak financiële middelen gebruikt voor het financieren van uittredingen, bijvoorbeeld in het kader van de warme sanering van de varkenssector. In de toekomst dringt zich een andere structurering van de subsidiestroom op: meer gericht op groei en investeringen in de plaats van afbouwscenario s. Uiteindelijk moeten land- en tuinbouwers 9

10 toegevoegde waarde op hun bedrijf kunnen creëren. Economisch gezonde bedrijven zijn de eerste, noodzakelijke voorwaarde om te komen tot duurzame landbouw, waarbij we het begrip duurzaamheid dynamisch moeten interpreteren als duurzame ontwikkeling. Steun vanuit Vlaanderen en België Met betrekking tot de steunmaatregelen op Vlaams niveau blijft het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) een cruciale actor als ondersteuningsinstrument om investeringen aan te moedigen en te faciliteren. Het Fonds, dat anno 2011 zijn 50 ste verjaardag viert, voorziet niet alleen in rente- en kapitaalsubsidies, maar biedt tevens de mogelijkheid om speciale maatregelen tijdelijk uit te werken, waardoor het een aangewezen en flexibel instrument is om de land- en tuinbouwers te helpen in tijden van acute crises, bvb. door het aanbieden van overbruggingskredieten. Daarenboven biedt het de mogelijkheid om de modaliteiten te richten naar het bevorderen van investeringen die ten goede komen aan de klimaat-, leefmilieu- en dierenwelzijnsdoelstellingen. Het komt er echter op aan om constant de vinger aan de pols te houden opdat de modaliteiten op maat van de noden van onze land- en tuinbouwers worden uitgebouwd. Dat is nodig omdat van onze land- en tuinbouwers een groeiende professionalisering wordt verwacht. In het bijzonder wordt aandacht gevraagd voor jonge, beginnende boeren omdat zij bij overnames van alsmaar grotere bedrijven geconfronteerd worden met zware financiële uitdagingen en uitgerekend zij de land- en tuinbouw in onze regio moeten verzekeren in een context van een krimpende landbouwpopulatie. Daartegenover moet ook een engagement van de overheid staan. Zo moet er nagegaan worden of er aan bepaalde randvoorwaarden moet worden gesleuteld met het oog op een optimaal bereik van de land- en tuinbouwers. Concreet stelt zich de vraag of het minimuminvesteringsbedrag van euro moet worden aangepast, eventueel voor een beperkt aantal sectoren en/of desgevallend beperkt in de tijd. Idem dito voor het maximale steunbedrag dat vandaag euro bedraagt voor een eerste vestiging van een jonge land- of tuinbouwer. De loonwerkers blijven tot vandaag in Vlaanderen uitgesloten van VLIF- subsidie, terwijl machineringen wel in aanmerking komen, ofschoon ze vaak in hun statuten opnemen dat ook zij activiteiten ten behoeve van derden kunnen verrichten. Voor zover zij machines aankopen voor puur landbouwgebruik is het aangewezen dat ook zij in aanmerking moeten kunnen komen voor VLIF- subsidies, weze het niet noodzakelijk voor een even hoog percentage als de land- en tuinbouwers. In ruil daarvoor is het logisch dat de loonwerkers oren moeten hebben naar de vraag van de land- en tuinbouwers om in geval van VLIF- subsidiëring hun gebruikersprijzen aan te passen. Ook de vereiste om de 35%- norm van het beroepsinkomen uit landbouw te halen, moet voldoende soepel worden geïnterpreteerd. Het mag immers niet de bedoeling zijn dat land- en tuinbouwers, die uit noodzaak een extra inkomen uit niet- landbouwactiviteiten moeten genereren, hiervoor gestraft zouden worden door het verlies van VLIF- subsdies. Tevens is het van belang dat de VLIF- steun gedefiscaliseerd blijft. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat Vlaanderen zijn land- en tuinbouwers subsidieert terwijl zij op hun beurt meteen één vijfde van hun steun moeten doorstorten aan de federale schatkist. 10

11 Tot slot is de vereenvoudiging en de invoering van elektronische dossiers bij het VLIF belangrijk om de land- en tuinbouwers zo min mogelijk administratief te belasten. Belangrijk is dat de overheid erover waakt de verschuldigde betalingen in het kader van VLIF- steun tijdig aan de begunstigde land- en tuinbouwers uit te betalen. Die federale schatkist moet ook de algemene fiscaliteit van onze land- en tuinbouwbedrijven aanpassen. Het federaal regeerakkoord van de ontslagnemende regering voorzag op uitdrukkelijke vraag van Open Vld de invoering van een zogenaamde carry back, waardoor onvoorziene verliezen gecompenseerd kunnen worden met de winsten van de drie voorliggende jaren. Op die manier wordt er rekening gehouden met de conjunctuurgevoeligheid van de land- en tuinbouwbedrijven. Deze eis blijft gehandhaafd voor het volgende regeerakkoord. Noodmaatregelen Ondernemen in de land- en tuinbouw is risicovol. Daarom moet er dringend werk worden gemaakt van systemen die risico s beheersen. Bij crisissen moeten land- en tuinbouwers volgens haalbare voorwaarden kunnen terugvallen op noodmaatregelen, zoals de voornoemde overbruggingskredieten of uitstel van betaling van sociale bijdragen, maar structureel dringt de uitbouw van een verzekeringssysteem in geval van natuurrampen, abnormale klimatologische ontwikkelingen of epidemieën zich op. Het bestaande Landbouwrampenfonds op federaal niveau moet worden overgedragen aan het gewestelijk Departement Landbouw en Visserij, zodat het in samenwerking met de private verzekeringsmaatschappijen een verzekeringssysteem kan ontwerpen, waarvan de polis voor de land- en tuinbouwers betaalbaar blijft. De polis, die door de land- en tuinbouwers moet worden opgehoest, moet volledig fiscaal aftrekbaar zijn. Om de meerkost voor de boeren zo beperkt mogelijk te houden, kan worden gedacht aan een systeem dat gespiegeld is aan de bestaande financiering van het sanitair fonds in de varkenshouderij. Concreet zou de co- financiering dan gebeuren volgens het principe 1 euro overheidsgeld 1 euro private sector. Wel moet de financiering permanent en verplicht voor iedereen gebeuren. Met betrekking tot de betalingen door het Landbouwrampenfonds zelf moet erover gewaakt worden dat de betalingen zo snel als mogelijk worden uitgevoerd. De financiële instellingen mogen geenszins exuberante rentes aanrekenen voor korte termijnfinancieringen (kaskredieten). Tevens moeten nieuwe formules onderzocht worden, zoals een variant op de federale terugvorderbare voorschotten. Deze voorschotten zijn budgetneutraal, want de begunstigden worden geacht ze terug te betalen in functie van de winsten die ze realiseren. In dit ganse debat over noodmaatregelen mag ook de Europese dimensie niet over het hoofd worden gezien. Op Europees niveau moet er worden nagedacht over bijsturingen op het vlak van crisisfinanciering of formules die de ergste noden voor de boeren op korte termijn kunnen lenigen om crisissituaties te overbruggen. In het recente verleden is gebleken dat Europa ofwel zeer terughoudend ten aanzien van crisismaatregelen staat ofwel er veel te veel tijd laat overgaan vooraleer getroffen lidstaten kunnen of mogen ingrijpen. 11

12 Betaalbare en flexibele arbeidskrachten De land- en tuinbouw hebben nood aan betaalbare en flexibele arbeidskrachten. Voor de inzet van seizoenarbeiders, onder meer voor de fruitpluk en in de witloof- en champignonsector, bestaan al financieel voordelige regelingen. Deze moeten behouden blijven en op bepaalde punten worden bijgestuurd al naargelang de concrete noden van de sector. Dankzij het wegvallen van de barrières voor werknemers uit de nieuwe EU- lidstaten is er een sterke verbetering merkbaar om buitenlandse werknemers op een administratief klantvriendelijke en vlotte manier in te schakelen. Qua administratieve afhandeling kan een en ander nog een stuk klantvriendelijker en eenvoudiger. Zo moet er dringend werk worden gemaakt van de invoering van een elektronische teller, zodat het gelegenheidsformulier (vaak verkeerdelijk de plukkaart genoemd) voor de seizoenarbeiders zou kunnen worden afgeschaft. Maatregelen waarover reeds een principieel akkoord bestaat, meer bepaald de vervanging van de tweekwartalenregeling door de 180- dagenregeling 2 en de horizontale controle op het registernummer 3, moeten snel worden uitgevoerd. Inzake studentenarbeid werd recent een nieuwe regeling goedgekeurd die vanaf 1 januari 2012 in werking treedt. De nieuwe regeling, die voorziet in een rugzakje van vijftig dagen tegen één laag RSZ- tarief, is een fikse verbetering ten opzichte van de huidige complexe regeling, maar op termijn dringt een verdere flexibilisering zich op. Meer bepaald moeten de 50 dagen vervangen worden door 400 uren, zodat er een meer flexibele inzet van gelegenheidswerkers ook voor kortere opdrachten mogelijk wordt. Tevens bepleiten we de invoering van een rugzakje van 50 dagen (of later: 400 uren) ook voor studenten die hun studentenarbeid verrichten bij slechts één werkgever. Ook het inschakelen van de zogenaamde latente arbeidsmarktreserve moet worden bevorderd. Buiten het onbeperkt bijverdienen voor gepensioneerden, bepleiten we al jarenlang een aangepaste regeling voor partners van werkloze gezinshoofden. Meer bepaald moeten de toegestane bijverdiensten uit arbeid niet langer op maandelijkse basis maar op jaarbasis worden berekend. Zoals dat ook voor andere sectoren geldt, bepleiten we een verdere algemene loonkostverlaging. In het geval van de land- en tuinbouw is er naar werkzoekenden toe nood aan een assertievere aanpak van de VDAB om hen toe te leiden naar de land- en tuinbouw. Vooral in het geval van laaggeschoolden moet er een betere toeleiding naar de fruitpluk of andere landbouwactiviteiten zijn. Evenwel moet erover gewaakt worden dat de betrokkenen vooraf voldoende kwalificaties worden aangeleerd en dat zij voldoende geënthousiasmeerd aan de start verschijnen. Waken over de prijszetting Waken over de prijszetting van de producten is een gedeelde bevoegdheid van de overheid en de sector. Een mondiale marktwerking betekent niet dat er vanuit Vlaanderen zelf geen initiatieven kunnen worden genomen om de vraag en het aanbod van de land- en tuinbouwproducten te 2 Door deze aanpassing kan een seizoenarbeider die bijvoorbeeld in oktober nog een week werkt met een vast contract (nadat zijn quotum van 65 dagen vol was), al in april van het daaropvolgende jaar kunnen worden ingezet via de seizoenregeling. 3 Dit is een controlemaatregel. Om de rechtszekerheid te verhogen voor de werkgevers en werknemers, zou de RSZ alle betrokkenen informeren wanneer eenzelfde rijksregisternummer op dezelfde arbeidsdag meer dan één keer voorkomt. 12

13 beïnvloeden met het oog op een correcte prijszetting. Het argument dat elke daling hier te lande automatisch resulteert in een stijgende invoer vanuit andere landen klopt niet ten volle. Geringe productiedalingen zullen niet leiden tot een sterke toename van buitenlandse invoer, onder anderen omdat de bijkomende kosten (vooral die van het vervoer) de extra baten overtreffen. Ze kunnen mogelijks wel het imploderen van de prijzen en acute crisissituaties bij heel wat producenten helpen vermijden. Om een beter zicht te hebben op de productie- intenties en het daaruit volgende potentiële aanbod kan er vanuit de diverse subsectoren een initiatief worden genomen om een databank op te zetten waaraan de producenten hun vermoedelijke productie kunnen melden. Wanneer de productie de pan dreigt uit te swingen kunnen producenten verwittigd worden zodat ze eventueel nog een andere teelt kunnen opstarten. Op deze wijze wordt een dreigende overproductie en de daarbij horende negatieve prijsvorming in de kiem gesmoord. Dergelijk initiatief kan niet worden opgezet vanuit de overheid, maar moet groeien uit de sectoren, waar dit instrument zich kan toe lenen, en kan door de producenten enkel op basis van vrijwilligheid worden gedragen. Om prijsfluctuaties op korte termijn het hoofd te bieden moeten de landbouwsector, de distributie en de tussenliggende schakels via een fonds kredieten voorzien. Elke schakel in de ketting stort bijdragen die op hun beurt worden aangewend om financieel tussen te komen op ogenblikken waarop de sector wordt geconfronteerd met zware verliezen omwille van de slechte prijsvorming. We stippen echter aan dat dergelijke initiatieven kunstmatige prijsverhogingen voor de consumenten moeten vermijden en moeten worden getoetst aan de Europese bepalingen inzake prijszetting en moet voldoen aan de Europese concurrentieregels. Belangrijk hierbij is dat van overheidswege een prijzenobservatorium de prijszetting van landbouwproducten in elke schakel van de ketting in beeld kan brengen (zie hoofdstuk 2). Land- en tuinbouwers moeten zich ten volle kunnen wapenen met instrumenten om eerlijke prijzen af te dwingen. Producentenorganisaties spelen een centrale rol in het marktbeleid voor groenten en fruit. Op dat laatste punt hoeft Vlaanderen echter niet veel meer te leren. Ons systeem, dat met een organisatiegraad van nagenoeg 90% het Europees gemiddelde van 39% uitgesproken overtreft, wordt algemeen beschouwd als een voorbeeld voor de concretisering van de Gemeenschappelijke Marktordening (GMO) Groenten en Fruit. Samenwerking tussen de telers, marktgerichte productie en concentratie van het aanbod kunnen leiden tot een grotere onderhandelingspositie. Deze samenwerking moet zeker met aandacht bestudeerd worden door andere sectoren, die er goede praktijken kunnen uit overnemen. Dat alles neemt echter niet weg dat land- en tuinbouwers ook de nodige autonomie moeten hebben om alternatieve afzetformules op maat van hun bedrijf te verkiezen, zoals het afsluiten van individuele contracten, werken met integratoren e.d.. Innovatie en diversificatie Een Vlaamse landbouw die leefbaar wil zijn moet zonder meer de kaart trekken van kwaliteit, innovatie en diversificatie. Een bijzondere troef inzake kwaliteit zijn onze hoeve- en streekproducten. Die dragen een label dat borg staat voor betrouwbaarheid en uniciteit. De verdere uitbouw van deze producten via Vlaamse en Europese erkenningen, moet leiden tot een toegevoegde waarde voor de omzet van onze land- en tuinbouwers. Ook voor de biolandbouw blijft 13

14 er een afzetmarkt, die als niche complementair kan functioneren naast die van de andere kwalitatieve niet- biolandbouwproducten. Zelfs in crisistijden is gebleken dat consumenten bereid zijn iets meer te betalen voor kwaliteitsvolle producten die volgens milieu- en diervriendelijke methoden geproduceerd worden. Hierbij stippen we aan dat ook niet- biolandbouwproducten in ons land kwaliteitsvolle producten zijn. Van de overheid verwachten we dat ze de land- en tuinbouwers op een soepele manier de overschakeling naar bio- landbouw van hun gehele of een deel van hun bedrijf kunnen laten doorvoeren zodat ze vanuit de biolandbouw verzekerd kunnen worden van een aanvullend inkomen. De combinatie tussen conventionele- en biolandbouw binnen één bedrijf is vandaag weliswaar mogelijk, maar de uitvoering is omslachtig. Dit moet eenvoudiger kunnen. Ook de productie van bio- energie moet op een meer marktconforme manier worden uitgebouwd, meer bepaald door het laten fluctueren van de korting op de accijnzen naargelang de situatie op de markt van de voedselprijzen. (Biolandbouw zelf komt aan bod in Hoofdstuk 3.) Land- en tuinbouwers die dat wensen en hiervoor de nodige ruimte ter beschikking hebben, moeten hun inkomstenbronnen kunnen diversifiëren via hoevetoerisme of zelfvermarkting, waarbij het ook mogelijk wordt om afgeleide producten te vervaardigen en te verkopen. Deze mogelijkheden moeten door de overheid worden aangemoedigd. Ook land- en tuinbouwers die vanuit een sociale bewogenheid een zorgboerderij willen opstarten, moeten hiertoe alle kansen krijgen. Plaats voor Paardenhouderij Bijzondere aandacht behoeft de paardenhouderij. Concreet is een 6% btw- tarief wenselijk om concurrentievervalsing met de ons omringende landen tegen te gaan, evenals voor het investeren van maximaal 20% van het totale prijzengeld van wedstrijden voor paardachtigen af te romen om dat te besteden aan investeringen in het behoud, de ontwikkeling en de verbetering van de fokkerij. Tevens moet er echter over gewaakt worden dat de paardenfokkerij op een rationele, economisch verantwoorde manier wordt ontwikkeld. Het gevaar dreigt immers dat er een overschot aan paarden ontstaat, met alle negatieve gevolgen inzake dierenwelzijn vandien. Daarom is de opvolging en bijsturing van het paardenactieplan een must....en GGO s Voor de toekomst is het duidelijk dat een rationeel gebruik van genetica in de vorm van GGO s een kans moet krijgen. Hier ligt een troef die kan leiden tot diversiteit, minder gebruik van pesticiden en een mogelijke kostprijsvermindering van grondstoffen voor onze veeboeren. Het onderzoek moet terzake alle kansen krijgen. Vandalenstreken door tegenstanders die het onderzoek doelbewust willen saboteren, moeten streng gestraft worden. (Zie ook werkgroep 3.) Gelijkwaardige producten Tot slot moeten onze land- en tuinbouwers ook een eerlijke concurrentie kunnen aangaan met producenten uit niet- EU- landen. De kwaliteitsbewaking van ons voedsel en van het voedsel dat van buiten de EU bij ons wordt geïmporteerd, blijft een zeer belangrijk uitgangspunt. Als Europa aan zijn land- en tuinbouwers veel inspanningen vraagt om kwaliteitsproducten af te leveren, die op een zo ecologisch mogelijke manier worden geproduceerd, moet Europa ook van buitenlandse invoerders de nodige kwaliteitsgaranties eisen voor gelijkaardige producten. Dat mag geen verdoken protectionisme zijn, maar gezien het belang van de volksgezondheid en de desastreuze gevolgen 14

15 voor de land- en tuinbouw indien er iets fout loopt, mogen we ook van buitenlandse invoerders vragen dat ze zich houden aan minimale voorschriften. In de winkels moeten de consumenten duidelijk en eenvoudig het verschil tussen niet- gelijkwaardige producten kunnen erkennen. Vlaanderen zelf moet zich inzake voorschriften allerhande (sanitaire normen, dierenwelzijn ) anderzijds ook niet per se de beste leerling van de klas willen tonen door bovenop de Europees geldende normen extra verplichtingen aan onze land- en tuinbouwers op te leggen. 15

16 Hoofdstuk 2: De overheid als partner Een overheid die er bewust voor kiest dat hoogkwalitatieve voedselvoorziening een basistaak moet zijn, schrijft zich automatisch in voor de ontwikkeling en implementatie van een landbouwbeleid om dit objectief te realiseren. Land- en tuinbouwers zijn zelfstandigen, ondernemers die hun beroep in volle autonomie trachten uit te voeren en daarvoor geresponsabiliseerd moeten worden. Derhalve hebben ze nood aan een overheid, die zich een betrouwbare partner toont om hen te adviseren, financieel te ondersteunen, sociaal bij te staan, hun producten helpt te promoten en hen helpt zoeken naar nieuwe afzetmarkten, maar ook om hen correct en eenvormig te controleren en administratief alles in goede banen te leiden. Voor landbouwers en de overheid geldt een tweerichtingsverkeer: de landbouwers moeten zoals alle andere burgers hun verplichtingen tegenover de overheid tijdig en correct nakomen, maar de overheid moet hetzelfde doen tegenover de landbouwers. Voldoende landbouwgronden Een eerste opdracht is dan ook het voorzien van voldoende landbouwgronden en juridische zekerheid bieden over het grondgebruik. In Vlaanderen wordt een landbouwareaal van ha voor beroepslandbouw voorzien. Die oppervlakte moet gegarandeerd blijven door middel van RUP s voor de herbevestigde agrarische gebieden. De druk op landbouwgrond zal in het verstedelijkte Vlaanderen immers aanhouden. De afbakening hiervan is nog steeds niet rond. Nochtans is het van belang dat de agrarische gebieden via een RUP worden vastgelegd zodat de bedrijfs- en rechtszekerheid kan worden gewaarborgd. Bij de afbakening moeten echter enkele aandachtspunten worden in rekening gebracht. Zo moet de zonevreemde landbouw via planologische ruil maximaal in het agrarisch gebied worden gebracht, moeten nieuwe landbouwvestigingen mogelijk blijven in agrarisch gebied (uitgezonderd in bouwvrije agrarische zones) en moet waardevolle landbouwgrond maximaal ontzien worden voor bos- en natuuruitbreiding. Permanente bebossing binnen agrarisch gebied moet verboden worden; tijdelijke bebossing door landbouwers kan wel. Administratieve vereenvoudiging De overheid moet minimaal beslag leggen op de tijd van land- en tuinbouwers en hen zo klantvriendelijk mogelijk bejegenen. Administratieve vereenvoudiging moet gepaard gaan met kwaliteitsvolle, gecoördineerde regelgeving, die in klare taal aan de land- en tuinbouwers moet worden uitgelegd. Er bestaat reeds een actieplan Administratieve Vereenvoudiging & Kwaliteitsvolle Regelgeving, dat tegen eind 2012 moet leiden tot een vermindering van de administratieve overlast met 20%. Dit is een welgekomen eerste stap naar e- government en klantgericht werken, maar behoeft een continuëring en verdere uitbouw. Land- en tuinbouwers moeten terecht kunnen bij een volledig uitgebouwd e- loket waar ze aanvragen kunnen doen, wijzigingen kunnen doorgeven, de stand van zaken van hun dossiers volgen 16

17 en de belangrijkste regelgeving kunnen raadplegen. Initiatieven, zoals de ontwikkeling van een Landbouwdecreet, waarin een overzicht wordt geboden van de rechtsgronden voor de uitvoering van het landbouw- en visserijbeleid, leiden tot meer overzichtelijkheid en rechtszekerheid. De regels die de overheid oplegt aan de land- en tuinbouwers mogen niet om de haverklap worden gewijzigd en moeten coherent zijn. De overheid moet zichzelf ervoor behoeden om niet principieel de beste leerling van de Europese klas te willen zijn. Al te vaak merken we dat regels die omwille van Europese richtlijnen moeten worden omgezet in wetten of decreten in hun strengste vorm of met bijkomende eisen worden omgezet. Indien daar geen bijkomende middelen tegenover staan, betekent zoiets een extra belasting voor de land- en tuinbouwers, evenals de aantasting van hun concurrentiepositie in Europa. Effectieve en efficiënte (auto- )controles In het verlengde daarvan is het de taak van de overheid om effectieve en efficiënte controles door te voeren. Hoe complexer de overheid haar regels maakt, hoe moeilijker de controles. Ook voor de controleurs zelf trouwens. Al te vaak beklagen land- en tuinbouwers zich erover dat de controlerende ambtenaren in hun perceptie niet de juiste opleiding hebben gekregen. We zijn dan ook de idee vanuit de landbouwsector genegen om de bevoegde ambtenaren aan te moedigen een stage te volgen bij landbouwbedrijven om een realistisch beeld van de werking te krijgen. Het zou meteen ook kunnen leiden tot een betere verstandhouding met de boeren, die de houding van controleurs ten aanzien van hun landbouwactiviteiten regelmatig ervaren als negatief en argwanend. Bovendien moet er samengewerkt worden tussen verschillende inspectiediensten. De controles vormen een complexe materie omwille van de verschillende reglementeringen en de verschillende overheden. Vereenvoudiging en stroomlijning zijn even noodzakelijk als moeilijk. Verdere integratie en samenwerking tussen de diensten, gecombineerd met een betere coördinatie van de wetgeving moeten worden doorgevoerd. Ook de land- en tuinbouwers zelf kunnen de controles makkelijker laten verlopen indien ze op voorhand worden gewaarschuwd dat er controles aankomen. Op die manier kunnen ze zich beter voorbereiden op de uitvoering van de controle. Uiteraard zijn er controles waar melding vooraf geen optie is. Een verdere uitbouw van lastenboeken opgelegd door sectoren en autocontroles bij land- en tuinbouwers maken veelvuldige controles overbodig. Op die manier kunnen de inspectiediensten zich vooral richten op bedrijven met een groter risicoprofiel. Het aanleggen van een centrale databank waarin controles kenbaar worden gemaakt, kunnen eveneens overbodige controles voorkomen. Tijd is geld Tijd is geld. Ook in de administratie. Daarom moet de overheid de dossierbehandeling, vooral in het kader van aanvragen voor VLIF- steun, maar ook voor andere subsidieaanvragen, optimaliseren. Het voornaamste objectief daarbij moet een kortere doorlooptijd zijn. De aanvrager moet zoveel mogelijk worden ontlast door hem of haar zo weinig mogelijk te verzoeken om bijkomende informatie. Indien alle documenten van een bedrijf worden opgeslagen in een digitaal dossier, kunnen heel wat gegevens al door de overheid zelf worden opgezocht zonder de land- of tuinbouwer 17

18 daarvoor nog hoeven lastig te vallen. De aanvrager moet tevens de mogelijkheid hebben om elektronisch de stand van zaken van zijn of haar dossier te kunnen volgen. Belangrijk hierbij is dat de overheid zelf het initiatief neemt om onvolledige aanvragen zo snel als mogelijk te laten aanvullen door de betrokken land- of tuinbouwers. Ook de jaarlijkse landbouwenquête, beter gekend onder de naam 15 mei- telling moet eenvoudiger. De bevraging overlapt immers voor een groot deel met gegevens die al beschikbaar zijn in federale en gewestelijke databanken, zoals het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem op Vlaams niveau en de Kruispuntbank voor Ondernemingen, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of het Federaal Voedselagentschap op federaal niveau. Een verfijning en verbreding van de samenwerking tussen de beide niveaus kan onze land- en tuinbouwers flink wat efficiëntiewinsten opleveren. Promotie en export De overheid is de aangewezen partner om de producten van de Vlaamse land- en tuinbouwers te promoten, om de afzetmogelijkheden ervan te faciliteren en onze exportpositie te versterken. De VLAM verricht terzake verdienstelijk werk. Ofschoon de organisatie, mede door haar financieringsstructuur, sectorgebonden werkt, mag echter niet uit het oog worden verloren dat er een algemene visie omtrent de promotie van de Vlaamse land- en tuinbouwproducten en hun commercialisering wenselijk is. Vermits het de land- en tuinbouwers zelf zijn die substantieel bijdragen voor de financiering van deze diensten, is het van wezenlijk belang dat de centen zo efficiënt mogelijk worden besteed zodat de (verplichte) bijdragen van de land- en tuinbouwers zo laag mogelijk kunnen worden gehouden. Het verkennen van nieuwe afzetmarkten, in het bijzonder in Oost- en Centraal- Europa en het Verre Oosten, in samenwerking met Flanders Trade and Investment, en het ontwikkelen van assertieve en innovatieve promotiemogelijkheden, waarbij de hoge kwaliteit van onze land- en tuinbouwproducten in de verf worden gezet maar waarbij ook rekening wordt gehouden met de specifieke noden en profielen van onze land- en tuinbouwers, moeten in de nabije toekomst uitgroeien tot één van de allerbelangrijkste prioriteiten. Om de herkenbaarheid van de Vlaamse land- en tuinbouwproducten te verhogen, dienen tevens de bestaande labels geëvalueerd te worden en moet hun aantal herleid worden tot een overzichtelijk en geloofwaardig geheel. Een beleid dat gericht is op de erkenning tot streekproducten kan het unieke karakter van onze land- en tuinbouwproducten mee in de verf zetten en leiden tot hogere winsten voor de producenten. De VLAM moet met zijn marketingbeleid mee de motor voor innovatie en productdifferentiatie zijn. Daarnaast is het van belang dat de VLAM blijvend werk maakt van een juiste perceptie van de land- en tuinbouw door het grote publiek. Werken aan het imago van de sector en vechten tegen achterhaalde clichés of onterechte percepties blijft een belangrijke opdracht. Boer worden en boer blijven Gezien de verschillende crises in de land- en tuinbouw, de veroudering van de land- en tuinbouwpopulatie en het feit dat boeren anno 2011 een complex proces is geworden, mag de overheid niet blind blijven voor de vele problemen die zich in land- en tuinbouwersgezinnen voordoen, vaak in het verlengde van financiële problemen. Boeren heten plantrekkers te zijn. Bij 18

19 financiële tegenslagen zullen ze vaak eerst hun reserves in het bedrijf stoppen vooraleer zich gewonnen te geven. Toch kunnen veel problemen snel in de kiem worden gesmoord, indien de getroffen land- en tuinbouwers zich kunnen richten tot gespecialiseerde mensen die zich bezig houden met hun psycho- sociale problemen, juridische problemen ingevolge betalingsmoeilijkheden of met de praktische afhandeling van problematische betalingen zelf. De vzw Boeren op een Kruispunt verricht wat dat betreft schitterend werkt. Onder het motto het is geen kunst om boer te worden, maar om boer te blijven, kunnen land- en tuinbouwers voor gratis hulp bij deze vzw terecht. In de toekomst moet deze vzw kansen krijgen om zijn diensten uit te bouwen, want de grote transformaties op land- en tuinbouwvlak die eraan zitten te komen zullen niet van die aard zijn dat alle land- en tuinbouwers alleen het hoofd kunnen bieden aan de problemen die op hen kunnen afkomen. Degelijk sociaal statuut Boeren hoeven overigens niet noodzakelijk in een penibele situatie te zitten om maatschappelijke hulp en waardering te krijgen. Onze land- en tuinbouwers verdienen een degelijk sociaal statuut. Zo moet op federaal vlak dringend werk worden gemaakt van het ongedaan maken van de discriminatie inzake vervroegde pensionering tussen werknemers en zelfstandigen. Anderzijds blijven we pleiten voor het volledig opheffen van de barema s voor toegestane bijverdiensten door gepensioneerden, zodat land- en tuinbouwers de kans krijgen om na hun pensionering onbeperkt bij te verdienen. Inzake de hoogte van pensioenen merken we trouwens op dat deze minimumpensioenen voor zelfstandigen dankzij de inspanningen van de liberale partijen in de regering de afgelopen jaren substantieel zijn opgetrokken. Aandacht voor jonge boeren Boer blijven is een kunst, maar ook boer worden is niet evident en voor velen zelfs niet attractief. Niet alleen is er het naakte feit dat heel wat boeren gewoon geen opvolger hebben, maar door de schaalvergroting, de wispelturige markten, de stijgende eisen van overheidswege en de consument gekoppeld aan relatief lagere budgetten en de hoge mate van specialisatie, voelen velen zich niet geroepen om de sprong in het duister te wagen. Bovendien schrikken de lange arbeidsdagen en het gebrek aan verlofmogelijkheden of het uitbouwen van een actief sociaal leven velen af. Het is aan de overheid om al deze problemen in kaart te brengen en om er een antwoord in de vorm van een actieplan, dat in overleg met jonge (potentiële) land- en tuinbouwers permanent wordt bijgestuurd, op te helpen bieden. Daarvoor moet er op verschillende fronten actie worden ondernomen. In het onderwijs en de naschoolse vorming dringt zich een modernisering op. Jonge landbouwers moeten bij de start of overname van een bedrijf professioneel begeleid worden. Hierbij dient ook de vervennootschappelijking van de land- en tuinbouwbedrijven verder aangemoedigd te worden en dient de VLIF- steunverlening geoptimaliseerd te worden. Eens gestart moet de aandacht voor innovatie bevorderd worden. Vooral jongeren zijn hiervoor gevoeliger dan ouderen, te meer omdat zij een bedrijfsvoering op langere termijn voor ogen houden. Die innovatie moet bevorderd worden via het stimuleren van de samenwerking tussen onderzoekscentra. 19

20 Gelijke kansen voor loonwerkers De overheid moet er ook zijn voor alle categorieën van land- en tuinbouwers. Concreet denken we aan de loonwerkers. Zij spelen een belangrijke rol in het binnenhalen van de oogsten en het verrichten van onontbeerlijk werk op de akkers. Tot vandaag blijven zij vooral omwille van budgettaire argumenten - uitgesloten van VLIF- steun, terwijl machineringen, die in hun statuten vaak opnemen dat ze activiteiten voor derden kunnen verrichten en derwijze de facto loonwerk verrichten, wel steun kunnen genieten. De Vlaamse loonwerkers worden tevens geconfronteerd met het feit dat hun Waalse collega s wel in aanmerking komen voor een beperkt percentage overheidssteun. Hierdoor dreigt een delokalisatie van een aantal loonwerkers die in de buurt van de taalgrens wonen. Het wordt tijd dat de Vlaamse loonwerkers kunnen toetreden tot de doelgroep voor VLIF- steun en dat de overheid een percentage bepaalt, rekening houdend met hun specifieke situatie, dat hen helpt om de nodige investeringen te kunnen doorvoeren. Hierbij moet worden aangestipt dat enkel landbouwmachines die voor puur landbouwgebruik worden aangewend, in aanmerking kunnen komen voor VLIF- subsdiëring. Tevens mag worden verwacht dat ook de landbouwers kunnen meegenieten van deze maatregel in de vorm van een evenredige lagere prijszetting voor de prestaties van loonwerkers. Een dynamisch plattelandsbeleid Naar de lokale besturen toe staat de overheid voor de dringende uitdaging om een Plattelandsfonds op te richten. Met dit projectmatig fonds dat in bijkomende middelen voorziet zodat de plattelandsgemeenten hun bijkomende taken kunnen blijven vervullen moet Vlaanderen een partnerschap op lange termijn aanbieden aan de plattelandsgemeenten en - regio s die zich engageren voor de vertaling van het plattelandsbeleid op lokaal en regionaal niveau en die zelf onvoldoende financiële en bestuurskracht hebben. Het aantal gemeenten dat in aanmerking komt voor steun moet met andere woorden goed afgebakend worden. Tevens vragen we bijzondere aandacht voor samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. En uiteraard moet ook hier gewaakt worden over een absoluut minimum aan administratieve verplichtingen. Verdere staatshervorming Het Vlaamse land- en tuinbouwbeleid situeert zich grotendeels op twee bevoegdheidsniveaus: Europa en Vlaanderen. Toch zijn er nog enkele beleidsdomeinen die bij een verdere staatshervorming in het kader van homogene bevoegdheidspaketten beter van het federaal naar het regionaal niveau worden overgeheveld. De bevoegdheid inzake landbouwrampen en het huidige Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) kunnen beter bij de Vlaamse administratie Landbouw en Visserij worden gevoegd. Ook de onteigeningen en de wetgeving inzake dierenwelzijn zouden best een gewestelijke bevoegdheid worden. Ook een gedeeltelijke regionalisering van het Federaal Voedselagentschap (FAVV) is wenselijk, zodat eenzijdige Vlaamse dossiers niet kunnen worden gelinkt als pasmunt om dossiers van andere regio s te beslechten. 20

van de heren Karlos Callens en Marc Vanden Bussche, de dames Mercedes Van Volcem en Lydia Peeters en de heer Sas van Rouveroij

van de heren Karlos Callens en Marc Vanden Bussche, de dames Mercedes Van Volcem en Lydia Peeters en de heer Sas van Rouveroij stuk ingediend op 1521 (2011-2012) Nr. 1 6 maart 2012 (2011-2012) Voorstel van resolutie van de heren Karlos Callens en Marc Vanden Bussche, de dames Mercedes Van Volcem en Lydia Peeters en de heer Sas

Nadere informatie

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij ADVIES naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector SALV, 18 januari 2013(nr.2013-01) Contactpersoon SALV: Dirk Van Guyze SALV-advies naschoolse

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kinrooi Breeërsesteenweg 146 Postcode en plaats Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Kinrooi/W65B-SFGE/2016 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kalmthout Heuvel 39 2920 Kalmthout Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI KALMTHOUT/RMIB-STOF/2015 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag Geachte

Nadere informatie

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Twentse landbouw in nieuw krachtenveld Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Programma Voorstellen Stellingen Presentatie trends en ontwikkelingen Discussie Conclusies en afronding Pratensis Adviesbureau voor

Nadere informatie

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be.

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be. Aan de Voorzitter van het OCMW van Knokke-Heist Kraaiennestplein 1 bus 2 8300 Knokke-Heist Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Aantal 2 OCMW / RMIB-SFGE / 2015 Betreft: Geïntegreerd

Nadere informatie

A D V I E S. over het GROENBOEK BETREFFENDE VERTICALE AFSPRAKEN IN HET CONCURRENTIEBELEID VAN DE EUROPESE UNIE ***

A D V I E S. over het GROENBOEK BETREFFENDE VERTICALE AFSPRAKEN IN HET CONCURRENTIEBELEID VAN DE EUROPESE UNIE *** Doc. nr. E2:14007C04bis Brussel, 13.11.1997 MH/GVB/LC A D V I E S over het GROENBOEK BETREFFENDE VERTICALE AFSPRAKEN IN HET CONCURRENTIEBELEID VAN DE EUROPESE UNIE *** 2 VERANTWOORDING De heer Karel Pinxten,

Nadere informatie

zittingsjaar 2013-2014 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid

zittingsjaar 2013-2014 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid vergadering C54 LAN3 zittingsjaar 2013-2014 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van 6 november 2013 2 Commissievergadering nr. C54 LAN3 (2013-2014) 6

Nadere informatie

Voorstel van resolutie

Voorstel van resolutie stuk ingediend op 1610 (2011-2012) Nr. 1 9 mei 2012 (2011-2012) Voorstel van resolutie van de heer Karlos Callens, de dames Tinne Rombouts, Tine Eerlingen en Els Robeyns en de heren Marc Vanden Bussche

Nadere informatie

LANDBOUW EN VOEDING IN

LANDBOUW EN VOEDING IN LANDBOUW EN VOEDING IN VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST Joris Relaes Kabinetschef Landbouw Kabinet minister-president Kris Peeters Agribex, Brussel 6 december 2013 De Vlaamse landbouw aan de vooravond van de

Nadere informatie

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen Vlaamse Ouderenraad vzw 18 december 2013 Koloniënstraat 18-24 bus 7 1000 Brussel

Nadere informatie

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij ADVIES Bedrijfsadvisering in de biologische landbouw SALV, 18 januari 2013 (nr.2013-02) Contactpersoon SALV: Dirk Van Guyze SALV-advies over bedrijfsadvisering

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van BOOM J. Van Cleemputplein 1 2850 Boom Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Boom/W65B-STOF-SFGE/2015 Aantal Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N HANDELSPRAT - Fitness A04 Brussel, 29 september 2010 MH/SL/AS A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE DE FITNESS- EN WELLNESSCONTRACTEN

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD UW TOEKOMST ONTCIJFERD we creëren sociale welvaart met vier bouwstenen 1 meer jobs 2 stijgende koopkracht 3 sociale zekerheid voor iedereen 4 een toekomst voor

Nadere informatie

ETEN EN DRINKEN VOOR DE HORECA

ETEN EN DRINKEN VOOR DE HORECA Menukaart Open Vld ETEN EN DRINKEN VOOR DE HORECA Alexander De Croo Maggie De Block MENU_HORECA_2015CC_OPENVLD_8PAG.indd 1 Bart Tommelein Gwendolyn Rutten 30/11/15 15:58 Woord van de Chef Beste Horeca,

Nadere informatie

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX FOCUS 2015 DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX RESULTATEN ENQUÊTE VOORJAAR 2015 INHOUD 1. Vlaamse conjunctuurindex 2. Landbouw 3. Tuinbouw 4. Investeringen 5. Belemmeringen 6. Meer informatie 1. VLAAMSE

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD ZITTING 1995-1996 26 OKTOBER 1995 VOORSTEL VAN DECREET. van mevrouw Vera Dua. houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990

VLAAMSE RAAD ZITTING 1995-1996 26 OKTOBER 1995 VOORSTEL VAN DECREET. van mevrouw Vera Dua. houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 Stuk 136 (1995-1996) Nr. 1 VLAAMSE RAAD ZITTING 1995-1996 26 OKTOBER 1995 VOORSTEL VAN DECREET van mevrouw Vera Dua houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 TOELICHTING DAMES EN HEREN, Het

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N Handelspraktijken Voorv. Prod. A03 Brussel, 23.09.2008 MH/AB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT TOT OMZETTING VAN DE RICHTLIJN 2007/45/EG

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

Ondersteuning van de brede weersverzekering: STEUNVERLENINGSLOGICA EN DE BIJDRAGE TOT DE AANDACHTSGEBIEDEN EN HORIZONTALE DOELSTELLINGEN

Ondersteuning van de brede weersverzekering: STEUNVERLENINGSLOGICA EN DE BIJDRAGE TOT DE AANDACHTSGEBIEDEN EN HORIZONTALE DOELSTELLINGEN M17: RISICOMANAGEMENT (ART. 36-39) 1. RECHTSGRONDSLAG Binnen M17 'risicobeheer' wordt één maatregel voorzien: Ondersteuning van de brede weersverzekering: o Artikel 36 van Verordening (EU) nr. 13052013:

Nadere informatie

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be.

Indien u vragen hebt over deze controle, kunt u contact opnemen met uw inspecteur via mi.inspect_office@mi-is.be. Aan de Voorzitter van het OCMW van Wervik Steenakker 30 8940 WERVIK Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI Aantal 2 OCMW/ STOF-SCP/2015 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag Geachte

Nadere informatie

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken REKENHOF Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken STRATEGISCH PLAN 2010-2014 2 Inleiding Dit document stelt de resultaten voor van de strategische planning van het Rekenhof voor de periode 2010-2014.

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn?

Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn? Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn? Jo Bijttebier 12/10/2011 Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Eenheid Landbouw & Maatschappij www.ilvo.vlaanderen.be Beleidsdomein

Nadere informatie

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota Jan Maarten Vrij Indeling presentatie 1. De zuivelsector in Nederland 2. Hoog Niveau Expert Groep Zuivel 3. Discussiepunten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 4. Standpunten Nederlandse Zuivelindustrie 2van

Nadere informatie

N Uitzwerming A2 Brussel, 25 november 2014 MH/BL/AS 722-2014 ADVIES. over DE TECHNIEK VOOR OPRICHTING VAN ONDERNEMINGEN, UITZWERMING GENAAMD

N Uitzwerming A2 Brussel, 25 november 2014 MH/BL/AS 722-2014 ADVIES. over DE TECHNIEK VOOR OPRICHTING VAN ONDERNEMINGEN, UITZWERMING GENAAMD N Uitzwerming A2 Brussel, 25 november 2014 MH/BL/AS 722-2014 ADVIES over DE TECHNIEK VOOR OPRICHTING VAN ONDERNEMINGEN, UITZWERMING GENAAMD (goedgekeurd door het bureau op 10 juni 2014, bekrachtigd door

Nadere informatie

Hare Excellentie mevrouw S. Dijksma Staatssecretaris van Economische Zaken Ministerie van Economische Zaken Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC DEN HAAG

Hare Excellentie mevrouw S. Dijksma Staatssecretaris van Economische Zaken Ministerie van Economische Zaken Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC DEN HAAG Hare Excellentie mevrouw S. Dijksma Staatssecretaris van Economische Zaken Ministerie van Economische Zaken Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC DEN HAAG B r i e f n u m m e r 14/11.174/vBe/Dey D e n H a a g 13

Nadere informatie

Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)

Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) Ontstaan Jaren vijftig: Voedselzekerheid Deviezen sparen

Nadere informatie

4.12.2013 A7-0383/2. Herbert Dorfmann, Maria do Céu Patrão Neves, Luís Paulo Alves e.a.

4.12.2013 A7-0383/2. Herbert Dorfmann, Maria do Céu Patrão Neves, Luís Paulo Alves e.a. 4.12.2013 A7-0383/2 2 Overweging B B. overwegende dat krachtens artikel 33 van Verordening (EU) nr. [...] [PO] gebieden ten noorden van de 62ste breedtegraad en bepaalde aangrenzende gebieden als berggebieden

Nadere informatie

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Commissie Benchmarking Vlaanderen Commissie Benchmarking Vlaanderen 023-0143 TOELICHTING 14 AFTOPPING 1 Convenant tekst In Artikel 6, lid 6 van het convenant wordt gesteld: Indien de in de leden 2, 3 en 4 genoemde maatregelen tot gevolgen

Nadere informatie

Problematiek varkenshouderij

Problematiek varkenshouderij Problematiek varkenshouderij Vaststellingen Vertrouwensindex Landbouw 2011 van Landbouwkrediet Jozef De Laporte Kenniscenter Landbouw Landbouwkrediet Enquête Landbouwkrediet Berekening vertrouwensindex

Nadere informatie

Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten?

Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten? Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten? DECAVI 25 februari 2015 Florence DELOGNE Adjunct-directeur Minister van Pensioenen 1 De huidige toestand van de 1 e pijlerpensioenen

Nadere informatie

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen door het optimaal benutten van talenten,

Nadere informatie

ADVIES 133 PROGRAMMADECRETEN 2009 2010

ADVIES 133 PROGRAMMADECRETEN 2009 2010 ADVIES 133 PROGRAMMADECRETEN 2009 2010 12 november 2009 ADVIES 133 PROGRAMMADECRETEN 2009 2010 12 november 2009 Inhoud SITUERING... 3 OVERZICHT VAN DE VOOR DE VRWB RELEVANTE ARTIKELS... 3 Derde aanpassing

Nadere informatie

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen Opschrift Datum Gewijzigd bij Decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid 6 juli 2012 Decreet van 19 december 2014 houdende

Nadere informatie

Schuivende panelen. Petra Berkhout

Schuivende panelen. Petra Berkhout Schuivende panelen Petra Berkhout Kerncijfers agrocomplex Nederland, 2012 2 Aandeel (%) van deelcomplexen in TW en werkgelegenheid, 2012 Deelcomplex Toegevoegde waarde Werkgelegenh eid 2012 2012 Akkerbouw

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EU - Contractenrecht A03 Brussel, 9 december 2010 MH/SL/AS A D V I E S over DE CONSULTATIE VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET EUROPEES CONTRACTENRECHT VOOR CONSUMENTEN

Nadere informatie

Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies. via de kmo-portefeuille

Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies. via de kmo-portefeuille Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies via de kmo-portefeuille S t e u n v o o r s t r a t e g i s c h a d v i e s v i a d e k m o - p o r t e f e u i l l e Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Wie

Nadere informatie

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES over EEN ONTWERP VAN WET INZAKE HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP DE ONAFHANKELIJK FINANCIËLE PLANNERS EN INZAKE HET VERSTREKKEN

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012 Meer met minder Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI 6 juni 2012 Inhoud presentatie Mondiale trends die van invloed zijn op toekomstige watervraag Nationale

Nadere informatie

Onze vraag: Waarom deze vraag?

Onze vraag: Waarom deze vraag? Onze vraag: Elke overheidsaanbesteding bevat een non-discriminatieclausule. Diversiteits- en opleidingsclausules worden verplicht bij overheidsopdrachten vanaf een zekere omvang. Tegen 2020 moet 100% van

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 inhoud Patronen van de landbouw in de EU (par. 15) Veranderingsprocessen in de EU-landbouw (par. 16) Oostenrijk - Nederland: overeenkomsten en verschillen

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010 Biodiversiteit visie Boerenbond Symposium biodiversiteit 4 november 2010 1 Landbouw en biodiversiteit Domesticatie leidde tot 1000den variëteiten en soorten Heel wat biodiversiteit is er omwille van landbouw

Nadere informatie

Evaluatie van de pensioenbonus

Evaluatie van de pensioenbonus Federale Overheidsdienst Financiën - België Documentatieblad 72e jaargang, nr. 1, 1e kwartaal 2012 Evaluatie van de pensioenbonus HOGE RAAD VAN FINANCIEN Studiecommissie voor de vergrijzing D it is een

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

Debatavond De witte kassa

Debatavond De witte kassa Debatavond De witte kassa INLEIDING België horecaland bij uitstek Horeca belangrijke economische sector Eén van de grootste werkgevers in ons land 55.000 horecazaken en 125.000 personeelsleden Zeer arbeidsintensief

Nadere informatie

LANDBOUW. De provincieraad van Antwerpen, BESLUIT:

LANDBOUW. De provincieraad van Antwerpen, BESLUIT: 83 LANDBOUW Provincieraadsbesluit van 25 september 2014 in verband met de goedkeuring van het reglement voor de subsidiëring van initiatieven voor duurzame en verbrede landbouw Gelet op het provinciedecreet;

Nadere informatie

Infoblad - werknemers

Infoblad - werknemers Infoblad - werknemers Mag u een overlevingspensioen cumuleren met uitkeringen? Waarover gaat dit infoblad? In dit infoblad wordt uitgelegd onder welke voorwaarden u een overlevingpensioen kunt cumuleren

Nadere informatie

Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen

Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen Actie 1: commerciële landbouw Doelstellingen: 1 De kennis over stedelijke landbouw ontwikkelen Een strategisch standpunt identificeren over het haalbare

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur?

Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur? Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur? NATUUR EN LANDBOUW// VORSELAAR// 14 maart 2012 Draagvlakverbredingsproject Melk van Hier 1/1/2013 31/12/2013 Dit initiatief kadert binnen een overkoepelend

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Toekomstige structuur Vlaams Hoger Onderwijs

Toekomstige structuur Vlaams Hoger Onderwijs Toekomstige structuur Vlaams Hoger Onderwijs standpunt Vlaamse Hogescholenraad 17 maart 2010 Algemeen De VLHORA is tevreden dat de instellingen, die in eerste instantie verantwoordelijkheid dragen voor

Nadere informatie

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw een visie over de hervormingen in de landbouw Oktober 2013 nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Inleiding Landbouwbeleid heeft grote invloed op

Nadere informatie

vergadering C154 LAN8 zittingsjaar 2009-2010 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid

vergadering C154 LAN8 zittingsjaar 2009-2010 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid vergadering C154 LAN8 zittingsjaar 2009-2010 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van 10 maart 2010 2 Commissievergadering nr. C154 LAN8 (2009-2010) 10

Nadere informatie

Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie-

Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie- Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie- (de boerderij van) De toekomst? 1. Analyse Uitdagingen voor steden en regio s Klimaatveranderging Verstedelijking Duurdere

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG SCSZ/05/97 1 BERAADSLAGING NR. 05/034 VAN 19 JULI 2005 M.B.T. DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE BUITENLANDSE VERZEKERDEN, DOOR DE VERZEKERINGSINSTELLINGEN AAN HET VLAAMS ZORGFONDS, MET HET

Nadere informatie

VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS

VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS Besluit van de Vlaamse Regering betreffende steun aan projecten in het kader van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

nationale arbeidsraad

nationale arbeidsraad nationale arbeidsraad A D V I E S Nr. 1.349 ------------------------------ Zitting van dinsdag 15 mei 2001 Onderwerping aan de sociale zekerheid, van de personen die vervoer van personen verrichten x x

Nadere informatie

Studiedag over pensioenen 09.06.2015

Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Dames en heren, Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Vooreerst dank ik u voor de uitnodiging op deze studiedag. U hebt mij uitgenodigd om te spreken over een fundamentele kwestie: «Met welke uitdagingen

Nadere informatie

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE !f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein, 6 1 000 Brussel Tei.:025464340 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2010/04 Brussel,

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 4 JUNI 1999. - Ministerieel besluit betreffende het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 2078/92

Nadere informatie

Charter van gebruiker POD MI

Charter van gebruiker POD MI Charter van gebruiker POD MI Een charter aangaan is meer dan het droogweg meedelen van de werking van een nieuw project. Het is een overeenkomst, een engagement. Het houdt verwachtingen in voor de toekomst.

Nadere informatie

Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag?

Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag? Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag? ANALYSE WERKGROEP VASTE COMMISSIE VAN DE LOKALE POLITIE Overzicht uiteenzetting Mogelijkheden inzet vrijwilligers politie België Politie in bijberoep Conclusie

Nadere informatie

ING, partner van familiale ondernemers

ING, partner van familiale ondernemers ING, partner van familiale ondernemers Familiebedrijven, de motor van de economie Leidt u een familiebedrijf? Familiebedrijven professionaliseren In België vertegenwoordigen familiebedrijven maar liefst

Nadere informatie

SCHAALVERDELING. Nog geen actie ondernomen en ook geen plannen om dat te doen

SCHAALVERDELING. Nog geen actie ondernomen en ook geen plannen om dat te doen ZELFSCAN Bedoeling van deze vragenlijst is om een eerste beeld te krijgen van wat je sterke punten en wat je eventuele werkpunten zijn als hotel/hotelier. Deze oefening dient als werkdocument en niet als

Nadere informatie

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15; SCSZ/07/039 1 BERAADSLAGING NR. 07/013 VAN 6 MAART 2007, GEWIJZIGD OP 2 OKTOBER 2007, MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE INKOMENDE GRENSARBEIDERS DOOR DE KRUISPUNTBANK VAN

Nadere informatie

SALV, 18 oktober 2013 (nr. 2013-20) Contactpersoon SALV: Dirk Van Guyze

SALV, 18 oktober 2013 (nr. 2013-20) Contactpersoon SALV: Dirk Van Guyze ADVIES Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van subsidies aan land- of tuinbouwers voor de diversificatie naar zorgboerderijactiviteiten SALV, 18 oktober 2013 (nr. 2013-20) Contactpersoon

Nadere informatie

Onze vraag: CD&V antwoordde ons:

Onze vraag: CD&V antwoordde ons: Onze vraag: Een resultaat gebonden interculturalisering moet de regel zijn in zowel overheidsorganisaties als organisaties die subsidies krijgen. Dat betekent meetbare doelstellingen op het vlak van etnisch-culturele

Nadere informatie

Reglement Starterscontract

Reglement Starterscontract 1 Reglement Starterscontract Artikel 1 - Situering De Stad Geraardsbergen, zijnde het College van Burgemeester en Schepenen, kan onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een ondersteuning toekennen

Nadere informatie

7 op 10 internationale bedrijven ondervinden problemen. Vlaamse exportondersteuning onvoldoende gekend en gebruikt

7 op 10 internationale bedrijven ondervinden problemen. Vlaamse exportondersteuning onvoldoende gekend en gebruikt PERSBERICHT Hasselt, 12 april 2012 Onderzoek UNIZO-Limburg en VKW Limburg: 7 op 10 internationale bedrijven ondervinden problemen Vlaamse exportondersteuning onvoldoende gekend en gebruikt UNIZO-Limburg

Nadere informatie

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING Mevrouw Meneer Binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de toegang tot huisvesting steeds moeilijker. Het Woningfonds

Nadere informatie

toelichting budget 2015

toelichting budget 2015 toelichting budget 2015 commissie 18 november 2014 1. prioritaire beleidsdoelstellingen sport onderwijs 2. niet-prioritaire beleidsdoelstellingen administratieve beroepen personeel informatietechnologie

Nadere informatie

Digital agenda Deel V. juli 2015

Digital agenda Deel V. juli 2015 Digital agenda Deel V juli 2015 Inhoudstafel Deel V - Bescherming en beveiliging van digitale gegevens... 1 V.1 Cybersecurity... 1 V.2 Beveiliging van betalingen... 3 V.3 Vertrouwen van de consumenten

Nadere informatie

berekening en tarieven

berekening en tarieven Page 1 of 6 Leven - Schenken en Erven Schenkingsrechten in Vlaanderen: tarieven Net zoals bij successies worden de heffingen op schenkingen, de belastbare basis en de eventuele vrijstellingen door elk

Nadere informatie

Er zit meer in de horeca

Er zit meer in de horeca Er zit meer in de horeca Het versterken van het toerisme in Vlaanderen, voldoende en geschoolde horecamedewerkers, makkelijker ondernemen en een btw-verlaging voor de hele horeca. Dat moeten de speerpunten

Nadere informatie

Sociale Maribel: impact van de aanvragen tot afwijking op het arbeidsvolume op het aantal toegekende arbeidsplaatsen.

Sociale Maribel: impact van de aanvragen tot afwijking op het arbeidsvolume op het aantal toegekende arbeidsplaatsen. Aan mevrouw Aan de heer Gouverneur Burgemeester Voorzitter van het OCMW Voorzitter van de Intercommunale Voorzitter van het Politiecollege directie Lokale Sociale Zekerheid datum 08.01.2015 uw correspondent

Nadere informatie

Bij dit besluit heeft de Commissie zich gebaseerd op de onderstaande overwegingen.

Bij dit besluit heeft de Commissie zich gebaseerd op de onderstaande overwegingen. EUROPESE COMMISSIE Brussel, 07.XII.2005 C (2005) 5280 Betreft: Steunmaatregelen van de Staten nr. N 491/2005 - Nederland Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in vanuit milieu opzicht kwetsbare

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

Perstekst: Actieplan De Vlaamse varkenshouderij op weg naar 2020

Perstekst: Actieplan De Vlaamse varkenshouderij op weg naar 2020 Melle, 1 december 2011 Perstekst: Actieplan De Vlaamse varkenshouderij op weg naar 2020 Minister-president Kris Peeters tijdens de studiedag: Vlaanderen in Actie: Vlaanderen investeert in onderzoek en

Nadere informatie

ADVIES Studentenarbeid

ADVIES Studentenarbeid ADVIES Studentenarbeid Bijna alle jongeren doen vroeger of later een studentenjob en moeten zich dan houden aan de regels die daarrond bestaan. Maar hoe jongerenvriendelijk zijn de nieuwe voorwaarden voor

Nadere informatie

ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking

ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking Het uitvoeringsbesluit regelt de projectsubsidies voor ontwikkelingseducatie en brengt enkele wijzigingen aan in het besluit over de financiering

Nadere informatie

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan?

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de economische crisis van 2009 en 2012 doorstaan? Die twee jaar bedraagt de economische groei respectievelijk -2,8% en

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/142 BERAADSLAGING NR 09/079 VAN 1 DECEMBER 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Interview met minister Joke Schauvliege

Interview met minister Joke Schauvliege Interview met minister Joke Schauvliege over de rol en de toekomst van etnisch-culturele federaties in Vlaanderen. Dertien etnisch-cultureel diverse federaties zijn erkend binnen het sociaalcultureel werk.

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt:

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

De voorstellen van Vivant Beschrijving, kritiek en alternatief

De voorstellen van Vivant Beschrijving, kritiek en alternatief De voorstellen van Vivant Beschrijving, kritiek en alternatief Iedereen kent wel het minipartijtje Vivant. Roland Duchâtelet, stichter-financier van de beweging en ondernemer, en de zijnen zoeken nu aansluiting

Nadere informatie

1. Verhoogde staatstoelage

1. Verhoogde staatstoelage Vragen naar: E-mail: Tel : I Fax : Url : http://socialeconomy.fgov.be Aan de Voorzit(s)ter van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn Dienst uw brief uw Ons Datum Bijlage(n) van kenmerk kenmerk

Nadere informatie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie Nummer 4 16 29 februari 2004 IAB-Info Inhoud 16e jaargang Beroep c Bestuur en aandeelhouderschap van erkende professionele vennootschappen Deze bijdrage strekt ertoe een overzicht te bieden van zowel de

Nadere informatie