stichting instituut gak ª jaarverslag 2010 jaarverslag 2010 Stichting Motorcycle Support Nederland pagina 38

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "stichting instituut gak ª jaarverslag 2010 jaarverslag 2010 Stichting Motorcycle Support Nederland pagina 38"

Transcriptie

1 stichting instituut gak ª jaarverslag 2010 jaarverslag 2010 Stichting Motorcycle Support Nederland pagina 38

2 2 jaarverslag 2010

3 2 Inhoud 3 Voorwoord van de voorzitter Voorwoord van de voorzitter 3 De pensioenleeftijd in beweging 5 (Kees Goudswaard) Bestuursverslag 9 I Algemeen 9 II Onderzoeksprogramma 14 III Projecten 28 IV Beleggingsbeleid 46 V Organisatie 52 Jaarrekening Overige gegevens 71 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 71 Het jaar 2010 is voor onze Stichting een jaar dat niet snel zal worden vergeten. Op zondag 25 juli overleed onze Bestuursvoorzitter Prof. H.J.L. Vonhoff. Henk Vonhoff was vanaf de oprichting van Stichting Gak Holding in 1995 voorzitter van het Bestuur. Wij zijn hem veel dank verschuldigd voor zijn grote inzet voor het werk van de Stichting. Hij heeft een markante rol gespeeld bij de vorming van de Stichting. Ook heeft hij het maatschappelijk draagvlak voor de Stichting in belangrijke mate bepaald en versterkt. Met Henk Vonhoff hebben wij een toegewijde voorzitter en een innemende persoonlijkheid verloren. Wij gedenken hem met respect en waardering en leven mee met zijn echtgenote en familie. Vlak voor het verstrijken van het jaar 2010 bereikte ons het bericht van het overlijden van de heer G.J. Veentjer op 25 december. Vanaf de eerste positionering van de Stichting in 2000 heeft Geert Veentjer als algemeen directeur een belangrijke bijdrage geleverd aan de wijze waarop vorm en inhoud werd gegeven aan onze organisatie en haar doelstelling. Zijn immer positieve levenshouding inspireerde velen die bij de Stichting betrokken zijn. Wij zijn hem zeer dankbaar voor zijn inzet en voelen ons betrokken bij zijn echtgenote en familie. Nu het al weer tien jaar geleden is dat de doelstellingen van onze organisatie werden geformuleerd, lijkt het goed nog eens stil te staan bij de ontstaansgeschiedenis van de Stichting. Naar aanleiding van het besluit van het kabinet Kok I ( ) om de uitvoering van wetgeving op het terrein van de sociale zekerheid te privatiseren, werden in 1995 Stichting Gak Nederland en Stichting Gak Holding opgericht. Stichting Gak Nederland diende zich via Gak Nederland BV op de publieke activiteiten van de nieuw gevormde Gak Groep te richten en Stichting Gak Holding via Gak Holding BV op de private activiteiten. Op 1 januari 1996 kochten Gak Nederland BV en Gak Holding BV de bezittingen van de Vereniging Gemeenschappelijk Administratiekantoor tegen de waarde in het economisch verkeer. De uitvoeringsinstelling Gak Nederland BV nam vervolgens de publieke taken over van de Vereniging GAK en de daaraan verbonden bedrijfsverenigingen. Waar Gak Nederland de opdracht kreeg om zich te prepareren op de voorgenomen privatisering, kon Gak Holding zich direct op de private markt richten. Na enkele jaren van voorbereiding op de verwachte privatisering bij Gak Nederland BV en een gestage groei van de private activiteiten binnen Gak Holding BV, besloot het kabinet-kok II ( ) tegen het einde van het jaar 1999 de voorgenomen privatisering van de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving niet voort te zetten, maar deze uitvoering op te dragen aan het nieuw te vormen Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV. Doordat er binnen de Gak Groep al sprake was van een duidelijke scheiding tussen de publieke en de private activiteiten, was het mogelijk de Gak Groep binnen enkele maanden te ontmantelen. Stichting Gak Nederland en Gak Nederland BV gingen op in het UWV en Stichting Gak Holding besloot de private activiteiten te verkopen. Na deze verkoop bedroeg het vermogen van de Stichting ongeveer 400 miljoen. Het Bestuur besloot vervolgens de naam van de Stichting te veranderen in Stichting Instituut Gak en de doelstellingen te wijzigen in het ondersteunen van projecten en programma s op het gebied van de sociale zekerheid. Na de fusie in 2003 met de Stichting Mr. H.P.L.C. de Kruyff-fonds en de Stichting Bijzonder Hoogleraarschap voor het Onderwijs in de Verzekeringsgeneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam werden de werkzaamheden van de Stichting uitgebreid met wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en bijzondere leeropdrachten op het gebied van de sociale zekerheid aan Nederlandse universiteiten. Sinds 2001 heeft de Stichting ruim 75 miljoen toegekend aan meer dan 400 binnen de doelstel-

4 4 Voorwoord van de voorzitter 5 De pensioenleeftijd in beweging Kees Goudswaard* lingen passende projecten en programma s. Thans is naar het oordeel van het Bestuur het moment aangebroken om het gevoerde beleid te evalueren en te bepalen of dit nog steeds past bij de doelstellingen van de Stichting. Bij deze herbezinning zullen de gedachten en adviezen van onder meer de Raad van Advies worden betrokken. Het bestuur heeft in 2010 veel aandacht besteed aan het in stand houden van het vermogen. Het herstel van het vermogen, dat na de tegenslagen van 2008 startte in 2009, zette door in het verslagjaar. Ultimo 2010 bedroeg het vermogen 462 miljoen. Bij het beheer van het vermogen laat het Bestuur zich bijstaan door de Beleggingscommissie. Het Bestuur is deze commissie zeer erkentelijk voor de zorgvuldig onderbouwde adviezen; deze hebben in de loop van het verslagjaar geleid tot een herijking van het beleggingsbeleid. Als Bestuur prijzen wij ons gelukkig met de voortdurende kritische aandacht en de zeer bruikbare adviezen van de Raad van Advies. Deze adviezen zijn vooral van belang voor de bepaling van de koers van het door de Stichting te initiëren wetenschappelijke onderzoek. Zeer ingenomen is het Bestuur met toetreding tot deze Raad van de heer ir. J.F. de Leeuw, secretaris-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Naast werknemers- en werkgeversorganisaties is nu dus ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vertegenwoordigd in de Raad van Advies. Dit zal een verdergaande informatie uitwisseling tussen dit ministerie en de Stichting bevorderen. De Wetenschappelijk Raad is door de toetreding van mevrouw prof. dr. J.J. Meulman en de heer prof. mr. A.Ph.C.M. Jaspers weer op de gewenste sterkte. Dit is van belang gezien de grote omvang van de activiteiten van deze Raad bij de advisering van het Bestuur op het terrein van de uitvoering van het wetenschappelijk onderzoek. Daarbij zijn de individuele leden van de Raad als primus betrokken bij één of meer onderzoeksprogramma s. Het Bestuur is de Wetenschappelijke Raad zeer erkentelijk voor de gedegen adviezen. Voor een Stichting als de onze is het van groot belang dat het Bestuur, de Beleggingscommissie, de Raad van Advies en de Wetenschappelijke Raad worden ondersteund door een deskundig bureau. Hierbij wil ik namens het Bestuur het bureau van de Stichting bedanken voor de doelmatige inzet voor de activiteiten van de Stichting. Wij gaan met vertrouwen het jaar 2011 tegemoet, waarbij wij ons gesterkt weten door de toetreding van de heren drs. L.M.L.H.A. Hermans en dr. L.J.C.M. le Blanc tot ons Bestuur. Mr. F.K. Buijn Wereldwijd worden stelsels van sociale zekerheid en pensioenen aangepast in verband met de vergrijzing. Dat ook Nederland vergrijst, weten we al heel lang. Maar het tempo waarin wordt nu snel hoger, omdat de babyboomgeneratie vanaf dit moment de 65-jarige leeftijd bereikt. Verder zijn de inzichten over de mate waarin we vergrijzen aangepast. In het bijzonder de levensverwachting neemt veel sneller toe dan tot voor kort werd verwacht. Volgens de laatste bevolkingsprognose van het CBS is de levensverwachting bij geboorte nu 79 jaar voor mannen en 83 jaar voor vrouwen. In 2050 zal dat opgelopen zijn naar 84 respectievelijk 87 jaar. Relevanter voor de pensioenen is de levensverwachting vanaf 65 jaar. Die bedraagt nu 18 jaar voor mannen en 21 jaar voor vrouwen. In 2050 zal dat 21 respectievelijk 24 jaar zijn. Met andere woorden, vrouwen van 65 jaar kunnen dan verwachten om bijna 90 jaar te worden. Vergrijzing kan worden gezien als een gevolg van hogere welvaart en betere gezondheidszorg en dus van maatschappelijke vooruitgang. Zij mag daarom zeker niet worden gekwalificeerd als een probleem. Bovendien biedt zij kansen om mensen langer een maatschappelijke bijdrage te laten leveren. In dat verband is het van belang dat niet alleen de levensverwachting toeneemt, maar dat ook het aantal als goed gezond ervaren jaren gemiddeld genomen minstens in dezelfde mate is gestegen. Dat neemt niet weg dat, zoals genoegzaam bekend, de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt en de houdbaarheid van de verzorgingsstaat substantieel zijn. Zo zal de potentiële beroepsbevolking (20-65 jaar) tot 2040 met circa mensen afnemen. Tegelijkertijd zal de vraag naar arbeid nog flink toenemen, vooral in de gezondheidszorg. Zoals de Commissie-Bakker krachtig heeft benadrukt betekent dit een perspectief van toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Als gevolg van de kredietcrisis is de trend naar meer personeelsschaarste weliswaar onderbroken, maar zeker niet gekeerd. Opvallend snel na de crisis loopt de werkloosheid in Nederland al weer terug. De gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën zijn in kaart gebracht door het Centraal Planbureau (CPB). De collectieve uitgaven lopen door de vergrijzing tot 2040 naar schatting met 7% van het bbp per jaar op, waarvan ruim 3% is toe te rekenen aan de AOW en 4% aan de zorg. Daar staat tegenover dat de collectieve ontvangsten met naar schatting 4% van het bbp toenemen. Per saldo ontstaat er dus een jaarlijks gat van 3% van het bbp. Het CPB concludeert hieruit dat de huidige arrangementen niet houdbaar zijn. Zonder beleidsaanpassing zullen de overheidsfinanciën ontsporen en wordt een groeiende last doorgeschoven naar toekomstige generaties. De kapitaalgedekte, aanvullende pensioenen lijken op het eerste gezicht minder vergrijzinggevoelig dan de via omslagpremies gefinancierde AOW. Toch zijn ook hier de effecten aanzienlijk. Zo leidt de stijgende levensverwachting tot snel oplopende kosten van de aanvullende pensioenen. En verder neemt de premieplichtige loonsom in omvang af ten opzichte van de opgebouwde pensioenaanspraken. Dat betekent dat premieverhoging een steeds minder effectief instrument wordt om financiële schokken op te vangen. Effecten van verhoging pensioenleeftijd Een voor de hand liggende beleidsoptie om in te spelen op de vergrijzing is het verhogen van de pensioenleeftijd. Veel landen hebben die leeftijd al verhoogd, dan wel een verhoging in de toekomst aangekondigd. De sterk stijgende levensverwachting vormt hiervoor een goed argument. Toen de AOW werd ingevoerd in 1957 konden 65-jarigen gemiddeld genomen nog ongeveer veertien jaar van hun pensioen genieten. Nu is dat circa twintig jaar. Belangrijke vraag is welke bijdrage een verhoging van de pensioenleeftijd levert aan de geschetste problematiek met betrekking tot de arbeidsmarkt en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Het CPB heeft ten behoeve van de Commissie-Bakker een schatting gemaakt van het voorstel om de AOW-leeftijd en de leeftijd van de aanvullende pensioenen vanaf 2016 steeds met een maand per jaar te verhogen. Dat levert op lange termijn naar schatting een toename van de arbeidsparticipatie op * De auteur is hoogleraar economie en bijzonder hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Leiden.

5 6 De pensioenleeftijd in beweging 7 van 0,9% tot 2,5%, afhankelijk van het scenario. 1 Dat komt overeen met een toename van ongeveer tot personen, van wie ongeveer de helft beneden de 65 jaar en de helft boven de 65 jaar. De Commissie-Bakker concludeert dat verhoging van de AOW- en de pensioenleeftijd verreweg de meest effectieve maatregel is om de participatie te verhogen. 2 De bijdrage van deze beleidsoptie aan verbetering van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is ook substantieel. Als de AOW- en de pensioenleeftijd naar 67 jaar gaan, levert dat een verbetering van de overheidsfinanciën op van 0,7% van het bbp. 3 Een verhoging naar 68 jaar leidt tot een houdbaarheidswinst van 1,0 % van het bbp. Daarbij is niet alleen rekening gehouden met de rechtstreekse besparing, maar ook met andere effecten. Zo draagt een positief participatie-effect bij aan deze opbrengst, maar wordt ook een mogelijk weglekeffect in de vorm van een toename van het beroep op WW, WIA en WWB ingecalculeerd. Ten slotte is er een belangrijk effect op de financiële positie van de pensioenfondsen. De stijgende levensverwachting heeft de afgelopen twintig jaar de pensioenverplichtingen gemiddeld met circa 15% verhoogd. Daarnaast moeten pensioenfondsen rekening houden met de verwachte verandering in sterftekansen voor de komende vijftig jaar. Dat levert naar schatting nog eens een kostenstijging met 10% op. 4 Naar aanleiding hiervan heeft de Commissie Toekomstbestendigheid aanvullende pensioenregelingen de aanbeveling gedaan om de ingangsleeftijd van de pensioenen automatisch aan te passen aan de veranderingen in de levensverwachting. 5 Daarmee wordt het risico op een hogere levensverwachting niet meer door het pensioenfonds of de verzekeraar gedragen en neemt de toekomstbestendigheid van het pensioenstelsel in een periode van vergrijzing aanzienlijk toe. Overigens hebben Zweden, Noorwegen en Denemarken al eerder gekozen voor koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Recente ontwikkelingen in het beleid Op verhoging van de pensioenleeftijd rustte tot voor kort nog een stevig politiek taboe. Illustratief daarvoor was de officiële kabinetsreactie in 2008 op de aanbevelingen van de Commissie-Bakker. Het kabinet achtte een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd welhaast onvermijdelijk, maar het beleid van het kabinet is er op gericht die onvermijdelijkheid te voorkomen. 6 Dat is toch wel een bijzondere opgave. Onder invloed van de kredietcrisis begon het taboe echter te verdampen. Het kabinet stelde in maart 2009 een pakket aan maatregelen samen om in te spelen op de crisis. Onderdeel van dat pakket was ook het voornemen om de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd te verhogen. Omdat de vakbeweging daar tegen was, werd de SER in de gelegenheid gesteld om met een alternatief voor de AOW-leeftijdsverhoging te komen. Dat alternatief zou wel dezelfde budgettaire opbrengst moeten opleveren. Het overleg in de SER leidde echter niet tot een unaniem advies. De opvattingen van werkgevers en vakcentrales lagen op dat moment net te ver uiteen. Daarop besloot minister Donner met een wetsontwerp voor verhoging van de pensioenleeftijd te komen. Het kabinet wilde de AOWleeftijd in twee stappen verhogen: in 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Via aanpassing van het fiscale kader (het Witteveenkader) zou ook de pensioengerechtigde leeftijd op 67 jaar moeten worden gebracht. Voor werknemers met zware beroepen en werknemers met een arbeidsverleden van 42 jaar of meer werd overigens een uitzondering gemaakt. Werkgevers zouden werknemers met 1 CPB Notitie Effecten van participatiebeleid (bijlage bij het rapport van de Commissie-Bakker), 6 juni 2008, p Advies Commissie Arbeidsparticipatie, Naar een toekomst die werkt, Rotterdam, 2008, p A. van der Horst, L. Bettendorf en C. van Ewijk, Vergrijzing verdeeld; toekomst van de Nederlandse overheidsfinanciën, CPB Bijzondere Publicatie 86, Den Haag, 1 juni Deze schattingen zijn van de Commissie-Frijns: Commissie Beleggingsbeleid en Risicobeheer, Pensioen: onzekere zekerheid, Den Haag, 2010, p Commissie Toekomstbestendigheid aanvullende pensioenregelingen (Commissie-Goudswaard), Een sterke tweede pijler; naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen, Den Haag, Kabinetsreactie op hoofdlijnen op het rapport van de Commissie Arbeidsparticipatie, Den Haag, 2008, p. 15. een zwaar beroep een aanbod moeten doen voor minder belastend werk. Doen zij dit niet, dan moeten zij het financieel mogelijk maken dat betrokken werknemers toch op 65 jaar kunnen stoppen met werken. In het debat bleek al snel dat een dergelijke regeling niet of nauwelijks haalbaar zou zijn. Dit alleen al omdat er geen goede afbakening van zware beroepen valt te maken. Verder was er kritiek op de late ingangsdatum: voor jongeren overheerst het beeld dat 55-plussers worden ontzien als de pensioenleeftijd pas in 2020 omhoog gaat. Verder maakt een dergelijk lang uitstel de maatregel minder robuust. Immers, volgende kabinetten kunnen hier weer verandering in aanbrengen. Maar het hoofdpunt, verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, bleek, opmerkelijk genoeg, door een royale parlementaire meerderheid te worden ondersteund. Het kabinet viel echter en het onderwerp AOW en pensioenen werd controversieel verklaard. Het wetsontwerp van Donner was daarmee van tafel. Het overleg over de aanvullende pensioenen liep echter volop door, mede naar aanleiding van enkele, op verzoek van minister Donner opgestelde adviezen over de toekomst van de pensioenen (zie voetnoten 4 en 5). Sociale partners pakten de draad toch weer op en maakten als het ware gebruik van het politieke vacuüm. In juni 2010 sloten zij een pensioenakkoord. 7 Dit akkoord gaat ook uit van verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar in Daarna vindt om de vijf jaar aanpassing aan de levensverwachting plaats. Dat betekent dat de AOW-leeftijd uiteindelijk zeer waarschijnlijk boven de 67 jaar uit komt. Het akkoord gaat dus op dit punt zelfs verder dan het eerdere wetsontwerp. Wel wordt voorgesteld om eerdere opname van de AOW vanaf 65 jaar, dan wel een latere opname mogelijk te maken, tegen een korting dan wel een verhoging van de uitkering met 6,5 procent (flexibele AOW). Verder bepleit het akkoord dat de pensioencontracten al in 2011 worden aangepast aan de stijgende levensverwachting. Hiermee werden door sociale partners opmerkelijke stappen gezet, zeker in het licht van de opvattingen van nog geen jaar daarvoor. Het huidige kabinet-rutte heeft aangegeven het pensioenakkoord van sociale partners te willen overnemen. Maar dat blijkt niet zonder meer uit het regeerakkoord. 8 Daarin staat wel een verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar in Verder wordt er een voorstel aangekondigd om de AOWleeftijd op den duur te koppelen aan de levensverwachting. Het betreft dus geen besluit, omdat daarover geen overeenstemming kon worden bereikt. Dat is een stap terug ten opzichte van het pensioenakkoord en het eerdere wetsontwerp. Daarmee wordt dus minder ingespeeld op de vergrijzing en de aanstaande krapte op de arbeidsmarkt, terwijl dat juist wordt genoemd als een uitgangspunt van het beleid. Gevolgen voor arbeidsmarkt en sociale zekerheid Hoewel de arbeidsdeelname van oudere werknemers sinds enige jaren al een stijgende tendens vertoont (deels als gevolg van eerdere aanpassingen in de vervroegde uittredingsregelingen) en die tendens zal worden versterkt, wordt alom onderkend dat verhoging van de pensioenleeftijd ook aanvullende impulsen vraagt om de inzetbaarheid en de arbeidsmobiliteit van oudere werknemers te bevorderen. Dat is een belangrijke uitdaging voor het beleid in de komende jaren. Belangrijke punten hierbij zijn investeringen in scholing, in leeftijdsbewust personeelsbeleid en in vitaliteit, zodat werknemers langer plezier houden in hun werk en fit blijven. In geval van fysiek zware beroepen moet niet worden gemikt op vervroegd uittreden, maar op het tijdig switchen (zo nodig met behulp van scholing) naar functies die minder belastend zijn, zodat de vaardigheden van de betrokken werknemers het best tot hun recht komen. In het regeerakkoord worden echter geen initiatieven op dit punt genomen. Aangekondigd wordt slechts dat alleen cao s die aandacht besteden aan leeftijdsbewust personeelsbeleid en aan duurzame inzetbaarheid algemeen verbindend worden verklaard. Verder wordt aangegeven dat de premiekortingen voor werkgevers, die ouderen in dienst 7 Stichting van de Arbeid, Pensioenakkoord voorjaar 2010, Den Haag, Regeerakkoord VVD-CDA, Vrijheid en verantwoordelijkheid, Den Haag, 2010.

6 8 De pensioenleeftijd in beweging 9 Bestuursverslag nemen of houden, gehandhaafd blijven. Maar er is veel meer nodig om de arbeidsmarkt voor oudere werknemers beter te laten functioneren. Daarbij gaat het onder meer om het zo goed mogelijk in lijn brengen van arbeidskosten (inclusief de kosten van de zogeheten ontziemaatregelen) met de arbeidsproductiviteit, een meer activerende WW en een verschuiving van baanzekerheid via ontslagbescherming naar ondersteuning en bevordering van werkzekerheid. Verder ligt het voor de hand dat de relevante sociale zekerheidsregelingen en in het bijzonder de werknemersverzekeringen doorlopen tot de nieuwe pensioenleeftijd. Dat kan, zoals hiervoor opgemerkt, overigens wel tot een zekere toename van het beslag op deze regelingen leiden. I. Algemeen 1. Missie De voorloper van Stichting Instituut Gak, Stichting Gak Holding, is op 29 december 1995 opgericht. Bij de juridische fusie met haar deelneming Gak Groep N.V. is de naam van Stichting Gak Holding op 3 januari 2001 gewijzigd in Stichting Instituut Gak. De pensioenleeftijd in beweging Evenzeer ligt het in de rede dat het functioneel leeftijdsontslag in cao s op 65 jaar vervalt, dan wel meeschuift met de pensioenleeftijd. Maar ook andere bovenwettelijke, arbeidsrechtelijke en fiscale regelingen zullen moeten worden aangepast. Bij het doorwerken na de wettelijke pensioenleeftijd treden weer andere complicaties op. Het voert te ver om daar in dit bestek verder op in te gaan. Maar in ieder geval is het van belang om bestaande belemmeringen op dat punt weg te nemen. In een aantal van de door Stichting Instituut Gak ondersteunde programma s wordt onderzoek verricht naar mogelijkheden om de duurzame inzetbaarheid van mensen te bevorderen. Dat gebeurt vanuit diverse disciplinaire invalshoeken, waaronder de medische, economische, juridische en sociaalwetenschappelijke. Het is evident dat dit onderzoek een grote maatschappelijke relevantie heeft. De missie van Stichting Instituut Gak is het leveren van een bijdrage aan de kwaliteit van de sociale zekerheid in Nederland. Dit doet de Stichting door het rendement op het vermogen aan te wenden voor het financieel ondersteunen van Onderzoek Projecten Leerstoelen Ondanks alle wettelijke maatregelen zijn er nog altijd mensen voor wie de sociale wetgeving onvoldoende waarborg biedt op werk of uitkering. De missie van de Stichting beoogt mede in de klaarblijkelijke lacunes te voorzien, enerzijds door wetenschappelijk onderzoek en anderzijds door het ondersteunen van projecten. Hoewel de Stichting de ambitie heeft om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de sociale zekerheid, maakt zij daarin zelf geen beleidsinhoudelijke keuzes. Om haar missie duurzaam te kunnen uitvoeren, draagt de Stichting zorg voor een adequaat beheer van het vermogen. 2. Onderzoeksprogramma s In 2008 heeft het Bestuur een nieuw beleidskader voor onderzoek vastgesteld. Kern van dit nieuwe beleid is dat het aantal langlopende, grootschalige onderzoeksprogramma s wordt beperkt om de mogelijkheid te hebben ook meer toegepaste, kortlopende onderzoeksvragen uit te zetten. De Stichting wil een aantal vooraanstaande onderzoekers in staat stellen gedegen en innovatief onderzoek te verrichten op het terrein van sociale zekerheid in Nederland. Om met het onderzoek aan te sluiten bij kernvragen uit de sociale zekerheidspraktijk, laat het Bestuur zich jaarlijks adviseren door de Raad van Advies over belangrijke thema s waarop nieuw onderzoek zou kunnen plaatsvinden. Vervolgens stelt het Bestuur de onderzoeksprioriteiten vast. In overleg met de Wetenschappelijke Raad vraagt de Stichting per thema aan onderzoekers een voorstel in te dienen voor een onderzoeksprogramma. De Wetenschappelijke Raad beoordeelt de kwaliteit, de haalbaarheid en de kosten van de ingediende voorstellen, waarna het Bestuur besluit over de toekenning ervan. De leiders van de toegekende programma s leggen jaarlijks verantwoording af over de voortgang van hun onderzoek. Dit gebeurt enerzijds schriftelijk aan het eind van elk kalenderjaar en anderzijds door terugkerend contact tussen de programmaleider en een aan het betreffende programma toegewezen lid van de Wetenschappelijke Raad, de zogenoemde primus. Voormelde procedure houdt in dat spontane aanvragen voor financiering van onderzoek niet in behandeling worden genomen.

7 10 Bestuursverslag 11 Stichting Instituut Gak heeft in 2010 een bedrag van aan vier nieuwe en aan lopende onderzoeksvoorstellen toegekend. In 2009 werd aan drie nieuwe onderzoeken toegekend. Voor een overzicht van de lopende onderzoeken, de onderzoeksvoorstellen waaraan in het jaar 2010 subsidies zijn toegekend, alsmede de voorstellen die momenteel in uitwerking en/of voorbereiding verkeren, wordt verwezen naar de bladzijden 14 tot en met Projecten Het Bestuur van de Stichting beslist elke twee maanden over ondersteuning van projecten, waarvoor subsidie is aangevraagd, de zogenoemde spontane aanvragen. Deze aanvragen worden vooraf door de organisatie getoetst aan de randvoorwaarden en voor zover daarmee niet strijdig ter besluitvorming voorgelegd aan het Bestuur. Aanvragen worden kritisch beoordeeld op vier hoofdpunten: Is in voldoende mate sprake van innovatie en van toegevoegde waarde voor de sociale zekerheid in Nederland? Is aantoonbaar sprake van een behoefte? Is sprake van een goede prijs/kwaliteit verhouding? Is de aanvrager de adequate uitvoerder? Het Bestuur heeftin 2010 een bedrag van aan 52 projecten toegekend. In 2009 is aan 36 projecten toegekend. De projecten zijn ingedeeld in de volgende categorieën: Bijdragen aan het publieke debat; Ontwikkeling en evaluatie van instrumenten en methodieken; Voorlichting; Preventie; Activering. Voor een overzicht van de projecten waaraan in het jaar 2010 subsidies zijn toegekend, wordt verwezen naar pagina 28 tot en met Leerstoelen De Stichting wil door middel van het instellen en in stand houden van (bijzondere) leerstoelen aan Nederlandse universiteiten het wetenschappelijk onderwijs op het terrein van sociale zekerheid bevorderen. De vice voorzitter van het Bestuur, dr. E.P. de Jong, vervult hierin een belangrijke rol. Momenteel gaat het om de volgende leerstoelen: Leer der Sociale zekerheid (Universiteit Leiden); Economie van de Sociale zekerheid (Universiteit van Amsterdam); Internationaal sociaal zekerheidsrecht (Universiteit van Tilburg); Sociaal zekerheidsrecht (Rijksuniversiteit Groningen); Sociaal zekerheidsrecht (Vrije Universiteit Amsterdam); Sociale verzekeringsgeneeskunde (Universiteit van Amsterdam/AMC); Sociale zekerheid en Arbeidsverhoudingen (Universiteit van Amsterdam); Pensioenrecht (vacature; Radboud Universiteit Nijmegen). 5. Vermogensbeheer De Stichting streeft enerzijds naar een structurele uitkeringsratio van circa 3,5 % van het vermogen en anderzijds naar het in stand houden van de koopkracht van het vermogen. Het Bestuur laat zich op het terrein van het vermogensbeheer adviseren door een Beleggingscommissie. Op basis van het advies van deze commissie stelt het Bestuur het te voeren beleggingsbeleid vast. Voor de beschrijving van dit beleggingsbeleid wordt verwezen naar pagina 46 tot en met 49.

8 Egberts Consulting BV Re-integratie & activering probleemjongeren pagina 34

9 14 II. Onderzoeksprogramma 15 In 2010 is het onderzoeksprogramma uitgebreid met vier nieuwe programma s. In totaal financiert de Stichting op dit moment twintig onderzoeksprogramma s. Met het gehele programma is een bedrag van circa 30 miljoen gemoeid. Bij de uitvoering van het lopende onderzoeksprogramma zijn 61 assistenten in opleiding (aio s of promovendi), 63 post doc onderzoekers, vijftien senior onderzoekers (universitair (hoofd)docenten) en 64 hoogleraren en/of promotiebegeleiders betrokken. Hieronder wordt per programma het aantal betrokken onderzoekers gespecificeerd aangegeven; in het aantal per programma genoemde hoogleraren (is) zijn tevens de bij elk programma genoemde programmaleider(s) begrepen. 1. Lopende programma s gestart vóór Activating States o.l.v. dr. C.C.A.M. Sol, Universiteit van Amsterdam Dit onderzoeksprogramma betreft een internationaal vergelijkende (lange termijn) analyse van de veranderingen binnen de uitvoering van de arbeidsvoorziening in Australië, Groot-Brittannië en Nederland. De studie richt zich op de re-integratiedienstverlening zoals deze in de praktijk van alledag door management en uitvoerders op de werkvloer wordt geleverd. Het gaat erom de reintegratiedienstverlening door gemeenten, CWI, UWV en re-integratiebedrijven empirisch te onderzoeken en te plaatsen in internationaal en historisch perspectief. Daarmee wordt het mogelijk de relatief sterke en zwakke aspecten van de huidige re-integratiedienstverlening onder een regime van marktwerking te benoemen. De resultaten van dit onderzoeksprogramma zijn gepresenteerd op een congres in Amsterdam in de zomer van 2010 en op de website van het onderzoeksprogramma www. activatingstates.org. De resultaten worden eveneens gepubliceerd in het boek Actieve zekerheid: transformatie van de re-integratiedienstverlening op de werkvloer (C.C.A.M. Sol in samenwerking met H. van Lindert, J.S. Engelsman) en in een themanummer van het tijdschrift European Journal of Social Security dat met zeven artikelen geheel zal zijn gewijd aan het onderzoeksprogramma Activating States. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: zeven (post doc) onderzoekers. Arbeid, Bedrijf en Sociale Zekerheid o.l.v. prof. dr. R. van der Veen, Erasmus Universiteit Rotterdam Sociale zekerheid draait om het delen van risico s en het nemen van collectieve verantwoordelijkheid. De moderne westerse samenleving wordt gekenmerkt door een zich geleidelijk voltrekkende ontwikkeling in de richting van een meer open samenleving en een meer open economie. Hieraan ten grondslag liggen processen van individualisering en globalisering. Deze hebben invloed op de aard van sociale risico s en de bereidheid om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen. De mate waarin en wijze waarop risico s en de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen veranderen vormen de rode draad door dit onderzoeksprogramma. Het programma richt zich met een zestal deelprojecten op ontwikkelingen in de sfeer van arbeid en bedrijf in relatie tot de behoefte aan en de inrichting van de sociale zekerheid en gaat in op thema s als de wisselwerking tussen cao s en sociale zekerheid en de relatie sociale zekerheid en employability. Het onderzoeksprogramma verkeert momenteel in de eindfase. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vier aio s c.q. promovendi; twee post doc onderzoekers; twee universitair hoofddocenten (UHD-en); vier hoogleraren. Tussen uitsluiting en inburgering. Over de plaats van de sociale zekerheid in het immigratie- en integratiebeleid o.l.v. prof. dr. G.J. Vonk, Vrije Universiteit Amsterdam Dit onderzoek heeft betrekking op de voorwaarden waaronder immigranten toegang krijgen tot het stelsel van sociale zekerheid. Doel van het onderzoek is voor de nationale en Europese wetgever criteria te onderscheiden, die van belang zijn voor de toekomstige vormgeving van de rechtspositie van immigranten in het stelsel van sociale zekerheid. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en juridische status van afzonderlijke immigrantengroepen (asielzoekers, tijdelijke/permanente (arbeids)migranten, illegalen) in het kader van de diverse sociale zekerheidsregelingen. Het onderzoek heeft behalve een rechtsvergelijkende en juridisch-normatieve, ook een bestuurskundige c.q. beleidssociologische inslag. Bij de uitvoering van dit onderzoeksprogramma, in de praktijk Cross Border Welfare State genaamd, zijn naast de Vrije Universiteit Amsterdam verschillende andere onderzoeksinstituten betrokken: het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS), Regioplan Beleidsonderzoek en de Katholieke Universiteit Leuven. Het programma bestaat uit acht deelonderzoeken aan de hand waarvan een overkoepelend syntheserapport wordt opgesteld. Het programma bevindt zich momenteel in de eindfase. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vijf aio s c.q. promovendi; vijf post doc onderzoekers; zes hoogleraren. Hervorming sociale zekerheid o.l.v. prof. dr. K.P. Goudswaard, Universiteit Leiden In dit programma ligt het accent op vier aspecten van hervormingen binnen de sociale zekerheid: effectiviteit, verantwoordelijkheidsverdeling, inkomensverdeling en modernisering. Daartoe zijn twee samenhangende deelprojecten ontwikkeld. Het eerste deelproject heeft betrekking op de invloed van Europa op de sociale zekerheid in Nederland (de verhouding tussen het nationale en supranationale niveau en de eventuele verlaging van het beschermingsniveau als gevolg van convergentie tussen stelsels). Het tweede deelproject heeft betrekking op de stelselwijzigingen in de sociale zekerheid, de inkomensgevolgen hiervan, de implicaties voor de verantwoordelijkheidsverdeling en de structuur van het stelsel van sociale zekerheid. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vijf aio s c.q. promovendi; drie post doc onderzoekers; drie hoogleraren. De invloed van het internationale en Europese recht op de Nederlandse sociale zekerheid o.l.v. prof. mr. F.J.L. Pennings, Universiteit van Tilburg De afgelopen decennia is er in toenemende mate invloed uitgegaan van het internationale en Europese recht op de sociale zekerheid in Nederland. Dit onderzoeksprogramma gaat vanuit verschillende dimensies in op deze invloeden op de sociale zekerheidsregelingen, waarbij naast de EU ook de Raad van Europa en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van betekenis zijn. Daarbij staan in verschillende deelprojecten thema s centraal als de verdere ontwikkeling van internationale en Europese normen om de sociale coherentie te vergroten, mogelijkheden en beperkingen van deze normen voor de ontwikkeling van de Nederlandse sociale zekerheid en effecten van de recente ontwikkelingen in de Nederlandse sociale zekerheid bij grensoverschrijdende situaties. Het onderzoeksprogramma verkeert thans in de eindfase. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vier aio s c.q. promovendi; één hoogleraar.

10 16 Onderzoeksprogramma 17 Levensloop, sociale zekerheid en arbeidsmarkt o.l.v. prof. mr. F.J.L. Pennings en prof. dr. J. Plantenga, Universiteit Utrecht Levenslooparrangementen openen de mogelijkheid om een minder scherp onderscheid te maken tussen zelfgekozen en externe risico s, passen in een knowledge based society en bieden ruimte aan diversiteit. Ook beogen levenslooparrangementen een positief effect te hebben op arbeidsmarktparticipatie, juist door de mogelijkheid van een periode van non-participatie. In dit onderzoeksprogramma wordt nagegaan welk gebruik wordt gemaakt van de bestaande levenslooparrangementen. Ook wordt onderzocht welke behoeften er bestaan aan nieuwe regelingen en wat de juridische mogelijkheden zijn van de arrangementen in de wettelijke en contractuele sociale zekerheid. Tot slot wordt in dit onderzoeksprogramma ook aandacht besteed aan de te verwachten gedragseffecten. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vijf aio s c.q. promovendi; twee post doc onderzoekers; twee hoogleraren. Publiek toezicht op de uitvoering van een meer private sociale zekerheid o.l.v. prof. dr. G.J. Vonk en prof. dr. K. de Ridder, Rijksuniversiteit Groningen De laatste twee decennia is de dominante rol van de overheid in de sociale zekerheid sterk teruggelopen. Inherent hieraan is er een toename waarneembaar van de bemoeienis van particuliere verzekeringsmaatschappijen, arbodiensten en re-integratiebedrijven. In dit programma staat de vraag centraal in hoeverre de publieke belangen binnen het huidige stelsel gewaarborgd zijn en hoe het publieke toezicht op de private uitvoerders dient te worden ingericht. Anders gezegd, welke vormen van toezicht zijn noodzakelijk om de publieke belangen van sociale zekerheid te waarborgen in een sociaal zekerheidsstelsel waarin private elementen in toenemende mate van betekenis zijn? Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: twee aio s c.q. promovendi; twee post doc onderzoekers; drie hoogleraren. Academisering van de verzekeringsgeneeskunde o.l.v. prof. dr. J.H.B.M. Willems, Universiteit van Amsterdam/Academisch Medisch Centrum De empirisch onderbouwde kennisontwikkeling op het gebied van de verzekeringsgeneeskunde is achtergebleven in vergelijking met andere sociaal geneeskundige en/of medische disciplines. Het zogenaamde evidence based handelen binnen de verzekeringsgeneeskundige praktijk is derhalve minder ver ontwikkeld. Dit onderzoeksprogramma heeft als doel een aanzet te geven tot het dichten van deze kennislacune door de uitvoering van een negental deelprojecten binnen een samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Amsterdam (AMC), het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde (KCVG), het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), de Vrije Universiteit Amsterdam en TNO. Er wordt onder meer aandacht besteed aan de systematisering van de beoordeling van arbeids(on)geschiktheid en re-integratiemogelijkheden, alsmede aan de monitoring van uitgevallen werknemers onder de Wet verbetering poortwachter. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn fulltime of parttime betrokken: vier aio s c.q. promovendi; vijf post doc onderzoekers; vier hoogleraren. Re-integratie verbeteronderzoek o.l.v. dr. C.C.A.M. Sol, Universiteit van Amsterdam/ Hugo Sinzheimer Instituut Dit onderzoeksprogramma beoogt het onderzoek naar de re-integratie dienstverlening te versterken in directe wisselwerking met de praktijk van het re-integratieveld. Oogmerk is om binnen de beroepspraktijk aanknopingspunten te vinden ter ondersteuning bij het maken van moeilijke keuzen in beleidsvorming en implementatie. Het programma dient wetenschappelijke onderbouwing op te leveren (evidence) van en kennis te genereren over die implementatieprocessen. De centrale, structurerende gedachte is het bestuderen van de dienstverlening aan de cliënt in relatie tot de belangrijkste elementen die re-integratie kunnen doen slagen of falen, zoals de institutionele omgeving (waar de implementatie plaatsvindt), de sociale omgeving van de cliënt (van wie de motivatie en attitude afkomstig is) en de werkomgeving (waar zowel de werknemer als de werkgever een actieve (anticiperende) rol spelen) en/of de onderlinge wisselwerking tussen deze drie terreinen. Het programma, dat tien deelprojecten omvat, bevindt zich momenteel in de eindfase. Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: vier aio s c.q. promovendi; dertien (post doc) onderzoekers; vijf hoogleraren. Preventieve bedrijfsgezondheidszorg o.l.v. prof. dr. F.J. van Dijk, Universiteit van Amsterdam /Academisch Medisch Centrum en prof. dr. W. Schaufeli, Universiteit Utrecht Het accent van de bedrijfsgezondheidszorg (BGZ) heeft de afgelopen jaren vooral gelegen op vermindering van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid. Daardoor is het gebied van de preventie relatief achtergebleven. Er doen zich echter ontwikkelingen voor die nopen tot meer aandacht voor preventie, zoals vergrijzing, toename van psychische problematiek en zwaarlijvigheid, alsook veranderingen in de verhoudingen tussen de arbeidsorganisaties en de werkwijze van professionals. Het onderzoeksprogramma is gericht op het vergroten van de kennis op het gebied van de preventieve bedrijfsgezondheidszorg, waarbij sterk rekening wordt gehouden met de genoemde ontwikkelingen. Door het ontwikkelen en evalueren van instrumenten en effectieve preventieve strategieën en interventies, wordt bijgedragen aan de verbetering van de kwaliteit van het handelen in de bedrijfsgezondheidszorg. Met het oog daarop is binnen het programma een groot aantal (elf) deelprojecten gestart, voornamelijk gericht op ontwikkeling en toetsing van preventieve interventies. Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: elf aio s c.q. promovendi; twee post doc onderzoekers; vijftien hoogleraren.

11 18 Onderzoeksprogramma 19 Decentralisatie en regionalisering in het activerend arbeidsmarktbeleid: naar principes van goed bestuur o.l.v. prof. dr. W. Trommel, Vrije Universiteit Amsterdam Doel van dit onderzoek is de principes te benoemen voor goed bestuur van activerend arbeidsmarktbeleid in de vernieuwde verzorgingsstaat. De moderne verzorgingsstaat hecht steeds meer waarde aan het activeren van burgers. Met het oog op die activerende ambitie zijn daartoe in de sector arbeidsmarkt en sociale zekerheid uiteenlopende nieuwe bestuurspraktijken geïntroduceerd. Zo ligt de verantwoordelijkheid voor beleidsregie thans nadrukkelijker bij de gemeenten (decentralisatie) en spelen regionale netwerken een grotere rol bij de uitvoering van beleid. Tegelijkertijd worden steeds vaker non-gouvernementele partijen in het bestuursproces ingeschakeld. Centraal in dit programma staat de vraag naar de mogelijkheid van beleidsregie en -uitvoering binnen dit netwerk, waarbij tegelijkertijd recht moet worden gedaan aan centrale politieke preferenties, publieke belangen en rechtstatelijke eisen van good governance. Het programma wordt eveneens aangeduid met de naam Governance of Activation (GOvACT). Om greep te krijgen op deze materie is het programma via de volgende dimensies nader uitgewerkt: º de problematische verhouding tussen verticale en horizontale bestuursverantwoordelijkheden; º de problematische verhouding tussen beleidsvorming en beleidsuitvoering. Het combineren van deze twee probleemdimensies heeft tot vier deelprojecten geleid. Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken drie aio s c.q. promovendi; één onderzoeker/universitair docent; drie post doc onderzoekers; twee hoogleraren. Werkzekerheid: naar nieuwe zekerheden op de veranderende arbeidsmarkt o.l.v. prof. dr. T. Wilthagen, Universiteit Tilburg In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe op de Nederlandse arbeidsmarkt werkzekerheid kan worden vormgegeven: de zekerheid dat mensen aan het werk komen én blijven. Uitgangspunt is dat de baan voor het leven aan het verdwijnen is en dat men capaciteiten en faciliteiten nodig heeft om, indien nodig, tijdig over te stappen naar een andere functie of baan. Het thema werkzekerheid wordt in het onderzoek geplaatst binnen de flexicurity-benadering, zoals deze recent binnen het Europese werkgelegenheidsbeleid is ontwikkeld. Uitgangspunt van deze benadering is dat meer flexibiliteit hand in hand moet en kan gaan met meer werk- en inkomenszekerheid en daarmee met sociale zekerheid. Via dit onderzoek dat zeven deelprojecten omvat wordt nagegaan wat werkzekerheid inhoudt, vanuit juridisch, sociologisch, psychologisch en economisch perspectief. Hoe onderscheidt werkzekerheid zich van andere zekerheden, zoals baanzekerheid en sociale zekerheid? Binnen dit programma wordt onderzoek gedaan naar: º de rol van cao-en en collectieve onderhandelingen bij het bieden van werkzekerheid; º internationale best practices ; º de inhoud van het nieuwe psychologisch contract tussen werkgevers en werknemers; º de invloed van langdurig verblijf in de sociale zekerheid op de werkzekerheid en inkomenszekerheid van werknemers; º employability-vraagstukken in het licht van het werkzekerheiddebat. Bij de uitvoering van dit onderzoeksprogramma worden fulltime of parttime betrokken: één promovendus; zes post doc onderzoekers; zes hoogleraren. Arbeid en gezondheidszorg o.l.v. dr. M. Berg, Plexus Medical Group/Erasmus Universiteit Rotterdam Recente veranderingen in de wet- en regelgeving met betrekking tot arbozorg, sociale zekerheid en curatieve zorg, hebben ondanks vele experimenten, onderzoeksprojecten en convenanten niet geleid tot een meer optimale relatie tussen arbeidsorganisaties en de gezondheidszorg. Er bestaat een hardnekkig gebrek aan afstemming tussen de curatieve gezondheidszorg en de verzekeraars op dit punt. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een zeker onvermogen van werkgevers en werknemers om de noodzakelijke regie op zich te nemen. Het onderzoek richt zich op het systeemfalen, dat wil zeggen het onvermogen van verschillende institutionele actoren (bedrijven, overheden, verzekeraars, koepel- en zorgorganisaties) om deze problematiek structureel aan te pakken. Gezocht zal worden naar mogelijke oplossingen in het traject tussen preventie en WIA. Dit is het traject vanaf het krijgen van klachten, het ziekmelden, het werken aan medisch/functioneel herstel tot en met werkhervatting of, als dat niet lukt, tot en met succesvolle re-integratie binnen de WIA-wachttijdperiode van twee jaar. Het gaat dan vooral over de wijze waarop werkgever en werknemer de regie voeren en mogelijkheden om die regie te vergroten. Het programma omvat twee centrale thema s: º diagnose van het systeemfalen, waarin gezocht wordt naar de oorzaken van het systeemfalen; º doorbreken van het systeemfalen, waarin interventies worden aangegeven om tot een betere aanpak van de situatie te komen, met daarbij zicht op de kosteneffectiviteit. Bij de uitvoering van het onderzoeksprogramma worden fulltime of parttime betrokken: zeven aio s; vier post doc onderzoekers; drie onderzoeksbegeleiders; één hoogleraar; één programmaleider. Werkt diversiteit? Arbeidsintegratie en vertrouwen in een kleurrijke samenleving o.l.v. prof. dr. K.I. van Oudenhoven van der Zee, Rijksuniversiteit Groningen Arbeidsintegratie lijkt een effectieve manier om mensen te laten integreren in de samenleving. Langs deze weg komen mensen uit verschillende culturen met elkaar in contact en daardoor in aanraking met unieke kenmerken van elkaars culturele achtergrond. Hierdoor ontstaan activiteiten die het niveau van de eigen culturele groep overstijgen. Echter, arbeidsintegratie van allochtonen verloopt moeizaam in Nederland. Daarom is een belangrijke vraag welke factoren ervoor kunnen zorgen dat allochtonen aan het werk komen én blijven. Vanuit het accent op sociaal vertrouwen wordt gezocht naar de factoren die het gevoel van toebehoren en wederzijdse acceptatie zouden kunnen bevorderen. Het programma bestaat uit vijf deelprojecten, waarbinnen zowel de samenhang tussen arbeidsintegratie en sociaal vertrouwen als de hierbij relevante processen en condities worden onderzocht. Uiteindelijk is het doel van het onderzoek om in kaart te brengen hoe de maatschappelijke kansen van arbeidsintegratie optimaal benut en bevorderd kunnen worden. Deze deelprojecten zijn: º studie van het effect van arbeidsintegratie op sociaal vertrouwen; º onderzoek naar de invloed van in- en uitsluiting binnen de arbeidscontext op de arbeidsmotivatie en sociaal vertrouwen; º exploratie van de kenmerken van een organisatie waarin medewerkers zich ongeacht hun culturele achtergrond opgenomen en gewaardeerd voelen; º onderzoek naar de kernaspecten van organisaties als randvoorwaarden van efficiënte arbeidsintegratie; º interventies gericht op het bevorderen en veilig stellen van sociaal vertrouwen. Bij de uitvoering van het onderzoeksprogramma worden fulltime of parttime betrokken: twee aio s c.q. promovendi; twee post doc onderzoekers; twee hoogleraren.

12 20 Onderzoeksprogramma 21 Solidariteit in de 21ste eeuw o.l.v. prof. dr. P.T. de Beer, Universiteit van Amsterdam/ Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies Na decennialang een toonbeeld van tolerantie en saamhorigheid te zijn geweest, lijkt Nederland stap voor stap uit elkaar te vallen. Verschillende maatschappelijke groepen staan lijnrecht tegenover elkaar en maken elkaar verwijten. De tegenstelling autochtoon-allochtoon springt daarbij het meest in het oog en heeft de afgelopen jaren een stempel gedrukt op de maatschappelijke verhoudingen. Daarnaast ontstaat er ten gevolge van de vergrijzing de tegenstelling tussen jongere en oudere generaties. Bij deze tegenstellingen gaat het in feite om de vraag welke de noodzakelijke en voldoende voorwaarden zijn voor solidariteit en sociale cohesie in een samenleving die verandert van samenstelling. Dit onderzoeksprogramma wil allereerst antwoord geven op de vraag onder welke condities er in ons land voldoende maatschappelijke steun zal blijven voor een verzorgingsstaat die alle burgers voldoende bestaanszekerheid biedt. Antwoord op de vraag welke omstandigheden bevorderlijk zijn voor het in stand houden of het tot stand brengen van een zekere mate van saamhorigheid en onderlinge betrokkenheid kan hiervan niet los worden gezien. Om deze beide vragen te beantwoorden zal het onderzoeksprogramma zich toespitsen op twee vormen van solidariteit die momenteel onder druk lijken te staan, namelijk die tussen autochtonen en allochtonen en die tussen jongere en oudere generaties. Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: één aio c.q. promovendus; drie post doc onderzoekers; één senior onderzoeker (UHD); één hoogleraar/programmaleider Om de balans in de nieuwe welvaartstaat: een dynamische stelselvergelijking in vijf landen uit de kopgroep in Europa en hun prestaties op het vlak van oude en nieuwe sociale risico s o.l.v. prof. dr. B. Cantillon, Universiteit van Antwerpen/Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck De afgelopen decennia heeft zich in grote delen van Europa een zekere verdieping van het sociaal beleid voorgedaan: van passieve inkomensbescherming naar een actieve op participatie gerichte houding. Door de focus op werk, kostenbesparingen, het faciliteren van arbeid en zorg èn het investeren in talenten probeert de verzorgingsstaat tegemoet te komen aan de toenemende (financiële) verplichtingen die mede een gevolg zijn van een ontgroenende c.q. vergrijzende populatie. Ondanks de genoemde beleidsingrepen is volgens de beschikbare indicatoren van de OECD en EU het niveau van de financiële armoede en inkomensongelijkheid nergens significant afgenomen. Door middel van dit onderzoeksprogramma zal enerzijds worden nagegaan in hoeverre het gevoerde beleid inzake nieuwe sociale risico s (laaggeschooldheid, eenoudergezin, zorgtaken, kinderopvang) en oude sociale risico s (werkloosheid, ziekte, ouderdom) wel of niet heeft bijgedragen aan vooruitgang op de terreinen van armoede en ongelijkheid en anderzijds waarom het ene land hier mogelijk succesvoller in was dan het andere. Hiertoe worden recente beleidsontwikkelingen inzake beide risico s in een vijftal landen in kaart gebracht en met elkaar vergeleken (beleidsanalyse) en in diezelfde landen op resultaat beoordeeld (empirische analyse). Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: twee aio s c.q. promovendi; twee post-doc onderzoekers; drie hoogleraren/programmaleider. Leven lang leren en arbeidsparticipatie o.l.v. prof. dr. A. de Grip, Universiteit Maastricht Om het arbeidsaanbod op peil te houden proberen de overheid en sociale partners initiatieven te ontwikkelen om oudere arbeidskrachten langer aan het werk te houden. Het beleid richt zich tot op heden voornamelijk op het versoberen van prepensioensregelingen en het naar achteren schuiven van de leeftijd waarop iemand AOW gerechtigd is. Ouderen zullen zich echter alleen langer op de arbeidsmarkt kunnen handhaven als hun productiviteit op peil blijft. Dit roept de vraag op in hoeverre oudere werknemers door de genomen maatregelen ook gemotiveerd worden om hun inzetbaarheid op peil te houden en meer te participeren in cursussen en trainingen. Daarbij kan de werkgever vanzelfsprekend ook een belangrijke rol spelen door het voeren van wat wel wordt aangeduid als een Active Ageing beleid. Maar hoe staat het met de inspanningen van werkgevers om het Leven Lang Leren (LLL) van hun personeel te stimuleren? Draagt dit LLL op zijn beurt weer bij aan het naar achteren schuiven van de pensioneringsleeftijd? En kan dit LLL de mogelijk negatieve effecten van de versoberde pensioenrechten op de werkmotivatie en productiviteit van oudere werknemers compenseren? Door middel van een natuurlijk experiment zullen deze vragen worden beantwoord. Bij de uitvoering van het onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: één post-doc onderzoeker; één hoogleraar/programmaleider.

13 22 Onderzoeksprogramma Nieuwe programma s gestart in Sociale zekerheid in 2025 o.l.v. prof. dr. C.A. de Kam, Rijksuniversiteit Groningen ( ) Demografische ontwikkelingen, veranderende opvattingen over de verzorgingsstaat en toenemende globalisering zijn factoren die de sociale zekerheid nu en in de toekomst zullen beïnvloeden. Hoe zal die sociale zekerheid er op middellange termijn uitzien? Welke vorm en inhoud kan daaraan gegeven worden? Om deze discussie te kunnen voeren, is het nodig om greep te krijgen op de sociale zekerheid als geheel. Dit langlopende onderzoeksprogramma kent drie inhoudelijke deelprogramma s die elk een onderdeel van sociale zekerheid bestuderen. Het vierde deelprogramma omvat een synthese, voor een groot deel gebaseerd op de resultaten afkomstig uit de drie deelprogramma s. º Deelprogramma 1: Individuele risico s collectieve regeling o.l.v.prof. dr. N.M. Sanders Van Gestel, Radboud Universiteit Nijmegen. De centrale vraag van het eerste deelprogramma luidt: Welke risico s kan de burger vermijden en welke dient hij of zij te aanvaarden? Welke onderdelen daarvan moeten of kunnen collectief geregeld worden en welke dienen als individuele keuzes te worden aangemerkt? Doel van dit deelprogramma is om nauwkeurig inzicht te verkrijgen in de behoeften en mogelijkheden van individuele en collectieve verantwoordelijkheden in de toekomstige sociale zekerheid. Fundamentele beschouwing van de grondslagen voor individuele en collectieve verantwoordelijkheid en praktische deelstudies naar de ervaringen met - en de consequenties van vernieuwingen in de balans tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheden zullen tot dit inzicht moeten leiden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van internationale vergelijking, beschikbare scenario s in de literatuur, onderzoek naar gezondheidsmanagement in arbeidsorganisaties, naar mobiliteitsnetwerken van werkgevers, naar innovatieve re-integratiemethoden en naar alternatieve pensioenarrangementen van bijvoorbeeld zzp-ers. Bij de uitvoering van het deelprogramma worden fulltime of parttime betrokken: twee post doc onderzoekers; één hoogleraar. º Deelprogramma 2: Demografische ontwikkelingen, ontgroening en vergrijzing o.l.v. prof. dr. P.A. Dykstra, Erasmus Universiteit Rotterdam. De centrale vraagstelling van dit deelprogramma luidt Wat zijn de gevolgen voor de sociale zekerheid van demografische ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing? Binnen deze vraagstelling zal aandacht worden besteed aan de mate waarin verhoging van arbeidsparticipatie mogelijk is om daarmee het draagvlak voor sociale zekerheid te vergroten en het beroep daarop te verminderen. Ook komt het (gewenste) aanbod aan private en publieke voorzieningen en arrangementen om verhoging van participatie te bewerkstelligen aan bod evenals en de hiermee samenhangende kosten en baten. Het onderzoek zal zich richten op twee centrale doelgroepen, te weten vrouwen en mensen vanaf vijftig jaar, waarbij de geformuleerde vraagstellingen zowel vanuit micro/meso- als macroperspectief zullen worden beantwoord. Aan dit deelprogramma zijn zeven deelstudies gekoppeld die elk een deel van de geformuleerde vraagstelling voor hun rekening nemen. Twee van deze deelstudies omvatten een landenvergelijking. Het onderzoek binnen dit deelprogramma wordt uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Bij de uitvoering van het deelprogramma worden fulltime of parttime betrokken: twee post doc onderzoekers; twee hoogleraren. º Deelprogramma 3: Globalisering en sociale zekerheid o.l.v. prof. dr. E.R. Engelen, Universiteit van Amsterdam. Dit deelprogramma moet antwoord geven op de vraag Wat zijn de gevolgen van toenemende wereldwijde interactie voor de sociale zekerheid? Nationale verzorgingsarrangementen passen steeds minder bij een wereld met grensoverschrijdende mobiliteit van mensen en kapitaal. Via twee deelstudies zal worden onderzocht welke realistische scenario s er op basis van bestaande projecties kunnen worden gemaakt over de omvang van grensoverschrijdende migratie en kapitaalverkeer van en naar Nederland. In aansluiting hierop wordt een inschatting gemaakt van de wijze waarop deze scenario s de (sociale) verzekeringsfunctie van de Nederlandse verzorgingsstaat onder druk zetten en wat hiervan de gevolgen zijn. Uiteindelijk dient met dit deelprogramma inzicht verkregen te worden in de toekomstige mobiliteit van mensen, ondernemingen en kapitaal en op welke wijze bestaande arrangementen hierdoor onder druk komen te staan. Ook worden nieuwe, empirisch geïnformeerde beleidsalternatieven aangedragen die op moreel, ethisch, prudentieel en realistisch gehalte geëvalueerd worden. Bij de uitvoering van het deelprogramma worden fulltime of parttime betrokken: twee post doc onderzoekers; één hoogleraar. º Deelprogramma 4: Synthese o.l.v. prof. dr. C.A. de Kam, Rijksuniversiteit Groningen. Het programma wordt afgerond met een synthetische studie. In die studie wordt een schets gegeven van de Nederlandse sociale zekerheid in 2025, inclusief een aanduiding van de dilemma s en keuzen die ons tot 2025 staan te wachten. De synthese maakt gebruik van de resultaten afkomstig uit de drie voornoemde deelprogramma s. Daarnaast zijn relevante resultaten van andere onderzoeksprogramma s van Stichting Instituut Gak beschikbaar evenals data, literatuur en inzichten van elders. Over het eindresultaat wordt een brede discussie georganiseerd met als doel een bijdrage te leveren aan het publieke debat inzake de toekomstige sociale zekerheid. Bij de uitvoering van het deelprogramma wordt parttime betrokken: één hoogleraar. Oudere werknemers en arbeidsparticipatie o.l.v. dr. S. Brouwer, Disciplinegroep Gezondheidswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Groningen ( ) De arbeidsparticipatie van ouderen is laag: van de mensen tussen 55 en 64 jaar werkte 58 procent niet in 2006 en van de groep tussen 60 en 64 jaar bijna 80 procent. In sommige beroepen bereikt slechts een gering deel van de werknemers werkend de huidige pensioengerechtigde leeftijd. Vervroegd uittreden mag zich nog steeds in populariteit van veel werknemers verheugen. De overheid heeft het afgelopen decennium het beleid dat vervroegd uittreden stimuleerde, radicaal gewijzigd in een ontmoedigingsbeleid. Onder invloed daarvan stijgt de leeftijd van uittreden de laatste jaren weer. Om de participatie van ouderen te vergroten en AOW en pensioenen betaalbaar te houden, heeft de regering het beleid de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen, in eerste instantie tot 66 jaar. Centrale vraag binnen deze studie is: Welke maatregelen en omstandigheden maken het voor oudere werknemers aantrekkelijk om door te werken en voor werkgevers om deze werknemers in dienst te houden of aan te stellen? Er is naar oudere werknemers al vrij veel onderzoek verricht. De meerwaarde van dit onderzoek is dat het zal voorzien in een synthese gebaseerd op een samenvattend literatuuronderzoek afkomstig uit verschillende disciplinaire invalshoeken. Naast betrokkenheid van het Universitair Medisch Centrum Groningen participeert eveneens de Radboud Universiteit te Nijmegen in deze studie. Bij de uitvoering van dit kortlopende onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: twee post-doc onderzoekers; één universitair docent/programmaleider twee universitair hoofddocenten; één hoogleraar.

14 24 Onderzoeksprogramma 25 Re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden o.l.v. dr. M. van der Klein, Verwey-Jonker Instituut, Utrecht ( ) Niet-uitkeringsgerechtigden vormen in relatie tot de arbeidsmarkt een bijzondere categorie. In tegenstelling tot bij uitkeringsgerechtigden heeft de overheid relatief weinig middelen om deze groep te bewegen werk te zoeken dan wel te aanvaarden of zich te scholen om gemakkelijker werk te vinden. De focus binnen deze studie ligt op twee groepen niet-uitkeringsgerechtigden, namelijk autochtone en allochtone vrouwen die al dan niet herintredend zijn na een periode waarin zij bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid hadden voor hun jonge kinderen. De studie moet antwoord geven op de vraag hoe deze categorie autochtone en allochtone vrouwen gestimuleerd kan worden tot participatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast worden antwoorden gezocht op gerelateerde vragen als: welke niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen wel/niet overwegen zich op de arbeidsmarkt te begeven, welke motieven aan deze keuze ten grondslag liggen, welke eventuele belemmeringen zij ondervinden op weg naar de arbeidsmarkt en wat gedaan kan worden om deze belemmeringen weg te nemen? Bij de uitvoering van het kortlopende onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: één junioronderzoeker; drie senior onderzoekers/programmaleider. Zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers) o.l.v. dr. J. Mevissen, Regioplan, Amsterdam ( ) Volgens cijfers van het CBS waren er in Nederland in zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers). Deze groep bestaat onder andere uit de klassieke zelfstandigen en beoefenaren van vrije beroepen. Daarnaast zijn er relatief veel in bedrijfstakken als de bouw of de ICT free lancers die hun eigen arbeidskracht aanbieden. Een bijzondere situatie is de zzp-er met een fulltime of parttime meewerkende partner, die veel te vinden is in de landbouw, detailhandel of individuele medische praktijken. In kleine aantallen komen werkwilligen die langdurig werkloosheid zijn wèl aan de slag als zzp-er, maar niet of zeer moeizaam in loondienst. Dit speelt bij migranten, ouderen en mensen met een beperking. Voor ieder van die groepen geldt dat er bijzondere omstandigheden denkbaar zijn die het succes als zzp-er zouden kunnen verklaren. In alle drie deze gevallen geldt dat een stigma dat hindert bij het vinden van een baan in loondienst aanleiding zou kunnen zijn om als zelfstandige aan de slag te gaan. Maar er zijn wellicht ook specifieke omstandigheden. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat (nietwesterse) migranten gezien hun achtergrond anders aankijken tegen sociale zekerheid en tegen het ondernemerschap dan autochtone Nederlanders. Hierover is tot op heden weinig bekend. De vraagstellingen die aan deze studie ten grondslag liggen zijn als volgt geformuleerd: Is het voor migranten, ouderen en mensen met een beperking gemakkelijker, even moeilijk of moeilijker om als zzp-er óf als werknemer in loondienst aan de slag te komen? Hoe verschilt dat tussen de genoemde groepen en hoe zijn de verschillen te verklaren? Als relatief meer mensen aan de slag komen als zzp-er dan als werknemer in loondienst, is dat dan een route die ook voor anderen openstaat? Is er begeleiding denkbaar om dit traject te vergemakkelijken? Bij de uitvoering van dit kortlopende onderzoek worden fulltime of parttime betrokken: twee (senior) onderzoekers; één senior onderzoeker/programmaleider. 3. Onderzoek in voorbereiding Geadviseerd door de Raad van Advies heeft het Bestuur begin 2011 thema s vastgesteld waarvoor wetenschappelijk onderzoek wenselijk wordt geacht. In de loop van 2011 zal naar verwachting besluitvorming plaatsvinden over de verdere invulling en start van deze programma s die als thema hebben: Cohortstudie Arbeidsparticipatie op oudere leeftijd ; Toekomstige ontwikkeling zzp-ers of zelfstandig ondernemerschap; Elementen van sociale zekerheid in cao s; Keuzevrijheid pensioenfondsen. Bij wijze van experiment zal in 2011 voor het laatste thema een open inschrijvingsprocedure worden gehanteerd. 4. Onderzoekersdag 2010 Met de start van vier nieuwe onderzoeksprogramma s in 2010 zijn er thans ongeveer tweehonderd wetenschappelijk onderzoekers betrokken bij de uitvoering van het totale onderzoeksprogramma van de Stichting. Met het oog op uitwisseling van kennis tussen de verschillende bij dit programma betrokken onderzoekers en universiteiten organiseerde de Stichting op 6 december 2010 de vierde Onderzoekersdag. Deze vierde Onderzoekersdag droeg als thema Sociale zekerheid in de actualiteit. Omdat verschillende onderzoeksprogramma s zich in de eindfase bevinden, is het van belang dat onderzoekers de weg naar de actualiteit weten te vinden om bekendheid te geven aan de verworven inzichten. Disseminatie en valorisatie van de opgedane kennis en inzichten via de sprekende en schrijvende media is een deskundigheid op zich. Programmaleiders die hiermee vertrouwd zijn stelden samen met enkele deskundigen uit het veld tijdens de Onderzoekersdag hun expertise beschikbaar gedurende het plenaire ochtendprogramma en de workshops en masterclasses van het middagprogramma. De Onderzoekersdag 2010 bood voorts aan een achttal onderzoekers de mogelijkheid om door middel van een posterpresentatie bekendheid te geven aan de resultaten van hun deelproject. Voor de onderzoekers die recentelijk gestart zijn met één van de vier nieuwe onderzoeksprogramma s, vormde de Onderzoekersdag 2010 een goede gelegenheid om kennis te maken met de collega-onderzoekers. Uit de evaluatie van de Onderzoekersdag 2010 is wederom gebleken dat deze jaarlijks terugkerende bijeenkomst hoog gewaardeerd wordt en tevens voorziet in de behoefte om kennis te nemen van aanpalend onderzoek op het terrein van de sociale zekerheid en arbeidsparticipatie. Met het oog op de samenhang van het onderzoeksprogramma als geheel en alle daarbij betrokken onderzoekers acht het Bestuur het aangewezen ook in de toekomst met een zekere regelmaat onderzoekersdagen te organiseren.

15 Mode Met een Missie Monsteratelier en uitbreiding verkooppunten pagina 37

16 28 III. Projecten 29 Projecten Bijdragen aan het publieke debat 1. Bijdragen aan het publieke debat Stichting Financieel Beheer Kliëntenraad Gemeentelijke Sociale Dienst Utrecht Minisymposium Wens, werk en werkelijkheid ( 3.800) Re-integratieondersteuning wordt door klanten in toenemende mate als drang en dwang ervaren. De work first benadering van gemeenten vergroot volgens de Kliëntenraad de kansen op de arbeidsmarkt niet of nauwelijks. Om het gemeentelijke re-integratiebeleid te verbeteren heeft de Kliëntenraad Sociale Zaken en Werkgelegenheid Utrecht op 18 mei 2010 een landelijk minisymposium georganiseerd. Daar hebben ongeveer 130 politici, klanten, klantmanagers, begeleiders en vertegenwoordigers van klanten elkaar ontmoet om over en weer kunnen leren van elkaars ervaringen rond het thema re-integratie. Klantmanagers hebben meer zicht gekregen op de eigen kracht en mogelijkheden van werkzoekenden, terwijl de cliënten beter op de hoogte zijn van de beperkingen door procedures en wettelijke regelingen. De Kliëntenraad wil met de uitkomsten van het debat haar taak, het behartigen van de belangen van werkzoekenden, verbeteren. Stichting Week van de Chronisch Zieken Bijdrage in het activiteitenprogramma Week van de Chronisch Zieken ( ) De Week van de Chronisch Zieken heeft tot doel het bevorderen van de re-integratie van mensen met een chronische ziekte of een handicap door de zorg- en dienstverlening aan deze groep te verbeteren. Alle belangrijke organisaties op het gebied van zorg, werk, inkomen en maatschappelijk leven tonen jaarlijks tijdens deze Week aan een breed publiek hun activiteiten om de positie van chronisch zieken te verbeteren. De afgelopen jaren is daarbij vooral aandacht besteed aan projecten die de arbeidsparticipatie vergroten. Zo zijn in alle uitgaven van magazine Chronisch Ziek artikelen verschenen over werk en onderwijs. In 2007 is een brochure over werken met mensen met een arbeidshandicap uitgebracht en gedistribueerd onder werkgevers en personeelsfunctionarissen. Ook is het UWV nauw betrokken bij de Week met workshops voor werkgevers en voor werknemers met een beperking. Vanwege de vele te verwachten veranderingen voor mensen met een arbeidshandicap zijn onafhankelijke informatie en inspirerende voorbeelden de komende jaren van groot belang. Daarbij is goede samenwerking met professionals en beleidsmakers noodzakelijk. De komende vier jaar wil Stichting Week van de Chronisch Zieken hier met een aantal thema s op inspelen. Stichting Instituut Gak draagt bij aan de uitwerking van de thema s Jongeren (Wajong) en Werk in de activiteitenprogramma s van 2011 en Coöperatie de Onderlinge U.A. Naar een nieuw sociaal contract ( ) Al enige jaren bestaat de de Baliegroep, een inmiddels breed gewaardeerde denktank op het terrein van sociale zekerheid, arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen. Deze groep heeft twee manifesten uitgebracht: het manifest Sociale Zekerheid als Investering (2004) en het manifest Ontvoogde verhoudingen, kracht van mensen (2009). Beide manifesten zijn mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van Stichting Instituut Gak. Het Baliemanifest van 2009 heeft veel debat opgeroepen. Als vervolg hierop wil de Baliegroep dit debat concretiseren en verbinden aan vernieuwingen. Hierbij concentreert de Baliegroep zich op twee thema s. Het eerste thema, nieuwe collectiviteiten, gaat in op de vraag welke collectiviteiten het beste tegemoet komen aan de veranderingen op de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen en wie de belangrijke spelers zijn die hier initiatieven nemen. Het tweede thema is Werken en leren. Dit behelst de manier waarop mensen en organisaties uit het veld van arbeid en onderwijs steun organiseren aan mensen die wendbaar en weerbaar willen blijven op de arbeidsmarkt. Naast een flexibele invulling van themabijeenkomsten zijn er één- of tweejaarlijkse bijeenkomsten van de Baliegroep in bredere zin, waarin de resultaten uit die themabijeenkomsten worden verbonden met het tot op heden ontwikkelde gedachtengoed van de Baliegroep. Op deze wijze worden voorstellen voor beleid en praktijk naar een nieuw sociaal contract ontwikkeld. Zoals in de traditie van de Baliegroep gebruikelijk is, wordt er geen blauwdruk opgesteld, maar volgen er voorstellen voor debat en vernieuwende praktijken. FNV Bondgenoten Nachtarbeid en gezondheidsbeleid ( ) FNV Bondgenoten heeft geconstateerd dat het denken over en de kennis van nachtarbeid aan herijking toe is. De bond acht het tijd voor een nieuwe aanpak van nachtarbeid en gezondheidsbeleid, waarbij niet langer wordt gehandeld en geadviseerd vanuit collectiviteit en er meer dan nu oog is voor individuele verschillen. Het doel van dit project is werkgevers en werknemers te stimuleren preventieve maatregelen te nemen om de schadelijke effecten van ploegen- en nachtarbeid te beperken om op die manier de arbeidsparticipatie op de langere termijn te bevorderen. Het project moet leiden tot een publicatie over schadelijke effecten van nachtarbeid en de aanpak daarvan, een expertmeeting en een geactualiseerd CAO-beleid. Stichting De Pijler Bijdrage voor twee landelijke conferenties ( ) Stichting de Pijler uit Maastricht fungeert als provinciale belangenbehartiger van uitkeringsgerechtigden en mensen met een (te) laag inkomen. Mede namens een groot aantal andere organisaties heeft deze stichting eind 2010 en begin 2011 twee landelijke conferenties over de toekomst van de sociale zekerheid georganiseerd. De eerste conferentie Sociale regelingen aan de onderkant behandelde diverse meningen en standpunten van partijen als Divosa, VNG etc. over één inkomensregeling en één aanpak van re-integratie voor mensen met een uitkering. De tweede conferentie Sociale zekerheid en arbeidsmarktontwikkelingen had betrekking op de ingrijpende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, waar vaste contracten (voor het leven) steeds meer plaats maken voor allerhande vormen van deeltijdwerk en flexwerk. Centraal stond de vraag: hoe verkrijgt / behoudt de werknemer de eigen regie? Beide conferenties zijn afgesloten met een gezamenlijk visiedocument.

17 30 Projecten Ontwikkeling en evaluatie van instrumenten en methodieken 31 Projecten Voorlichting 2. Ontwikkeling en evaluatie van instrumenten en methodieken 3. Voorlichting Welder Naar een training Sterker naar je werk ( ) Nederland kent steeds meer werkenden/werknemers met een chronische aandoening of beperking. Een deel van hen ondervindt belemmeringen in het werk en heeft moeite het werk vol te houden. Het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid heeft, met steun van onder andere Stichting Instituut Gak, in de afgelopen jaren de training Met ziekte aan de slag ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. De deelnemers zijn zeer tevreden over deze training. Een overgrote meerderheid is van mening dat deze effectief voor hen is geweest, vooral op het punt van psychosociale knelpunten. Welder heeft een plan van aanpak gemaakt om deze training onder de naam Sterker naar je werk in diverse vormen breed toe te passen. MKB Eindhoven Match Point ( ) Ondanks alle inspanningen op het gebied van re-integratie komen er onvoldoende matches tot stand voor de vele werkzoekenden te Eindhoven. Volgens MKB Eindhoven komt dit door de eenzijdige gerichtheid van de plaatselijke arbeidsmarkt op de aanbodkant. De vraagkant wordt verwaarloosd. Er is geen zicht op de werkelijke personeelsbehoefte van MKB-werkgevers, omdat deze hun vacatures zelden melden bij de bemiddelende instanties. Mede daardoor zijn MKB-werkgevers niet op de hoogte van de regelingen op het gebied van leerbanen, re-integratie en dergelijke. De ketenpartners (gemeente, scholen etc.) veronderstellen ten onrechte dat ondernemers zelf actief op zoek gaan naar gesubsidieerde werknemers. Kortom, werkgevers en ketenpartners weten elkaar niet te vinden. Om hier verbetering in te brengen wil MKB Eindhoven het programma Match Point ontwikkelen. Dit heeft tot strekking het arbeidsmarktbeleid vraag- en resultaatgericht te maken. Voormeld MKB vraagt werkgevers hun daadwerkelijke personeelsbehoefte vast te stellen en begeleidt ze vervolgens bij het zoeken naar geschikt personeel. De assistentie loopt van administratieve ondersteuning bij subsidieaanvragen tot en met het aanleveren van voorgeselecteerde kandidaten. De ketenpartners worden aangespoord om snel en flexibel in te spelen op de actuele personeelsbehoeften van werkgevers. De bedoeling is in vier jaar tijd matches te realiseren. Stichting OntmoetPlanB Wereldvrouwen traint ( ) Voor allochtonen en nieuwkomers is de stap naar de arbeidsmarkt soms (te) groot. Ze hebben een overbrugging nodig; een veilige plek van waaruit ze hun talenten kunnen ontdekken en vaardigheden kunnen oefenen. Met het project Wereldvrouwen biedt Stichting OntmoetPlan B een aantal vrouwen uit deze groep een kans. Deze stichting kiest bewust voor een praktijkgerichte aanpak. In het onderhavige geval via leermiddelen als koken en naaien. De inzet is dat deelnemers producten en diensten leveren die daadwerkelijk worden afgenomen. Dat is goed voor hun zelfvertrouwen, een eerste en belangrijke stap in de richting van de arbeidsmarkt. Wereldvrouwen traint behelst het opzetten van een integraal educatief programma waarbinnen mensen zichzelf kunnen ontwikkelen in de (beroeps) praktijk. De succesvol gebleken methodiek en het bijbehorende lesmateriaal dienen daartoe verder te worden ontwikkeld en ingepast in een elektronische leeromgeving. Daarna kan de uitrol naar gemeenten en tal van organisaties plaatsvinden. Wijzer BV Dromen, denken, doen. De 3-D Ondernemersmeter ( ) Het re-integratiebedrijf Wijzer BV uit Valkenswaard, gespecialiseerd in het begeleiden van laag opgeleide uitkeringsgerechtigden bij het starten van een eigen onderneming, wil een instrument ontwikkelen waarmee enerzijds met een hoge mate van nauwkeurigheid kan worden voorspeld of een ondernemingsidee kan leiden tot een succes en anderzijds wat er nodig is om zover te kunnen komen. Het gaat om de 3-D ondernemersmeter. Dit instrument meet de individuele mogelijkheden op de dimensies dromen, denken en doen van de potentiële ondernemer en geeft tegelijkertijd handvatten voor de uitvoering van het plan. De bedoeling is het instrument na uitontwikkeling niet commercieel te exploiteren, maar dit kostendekkend beschikbaar te stellen aan eenieder die het professioneel wil inzetten in het belang van zijn of haar cliënten. CNV Dienstenbond EVC als EI van Columbus; de werknemer aan zet... ( ) CNV Dienstenbond heeft in de afgelopen periode in een aantal cao s afspraken gemaakt over Erkenning van Verworven Competenties (EVC). De Bond gaat werknemers voorlichten en voorbereiden op deze EVC-trajecten. Er moet echter meer directe informatie beschikbaar komen om werknemers beter te kunnen voorbereiden op zo n traject. Tevens wil de Bond bevorderen dat werknemers zelf meer aan het stuur komen. Vooral voor de oudere medewerker, met vaak veel ervaring maar zonder diploma s, biedt EVC mogelijkheden voor verbetering van zijn positie op de arbeidsmarkt. Het project omvat drie onderdelen: realisatie van een handboek voor gebruikersgroepen als werknemers, OR-leden, onderhandelaars en personeelsmanagers, een themabijeenkomst en de ontwikkeling van een website. Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) Kanker op de werkvloer ( ) Jaarlijks krijgen ongeveer werknemers de diagnose kanker. Dankzij betere diagnose- en behandeltechnieken kan de meerderheid hiervan na de behandelingen het werk hervatten. De langdurige gevolgen van de ziekte en de behandelingen zijn weliswaar ernstig, maar leiden zelden tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Door de recente groei in overlevingskansen zijn zowel de patiënten als de behandelaars en werkgevers nog onvoldoende ingesteld op de groeiende groep mensen met kanker die het werk kunnen hervatten. Hierdoor wordt er weinig begeleiding geboden gericht op werkhervatting. Vooral werkgevers nemen nog vaak een afwachtende houding aan bij een werknemer met kanker, omdat zij over onvoldoende kennis en middelen beschikken om dergelijke werknemers doelmatig te ondersteunen. Om hierin verbetering te brengen ontwikkelt de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, in samenwerking met VNO-NCW, voorlichtingsmateriaal voor werkgevers. Krijgt een werknemer de diagnose kanker, dan ontvangt hij via de curatieve sector de brochure Wat en hoe bij kanker en werk bedoeld voor zijn werkgever. Deze brochure biedt praktische informatie over de vorm van kanker en de gevolgen hiervan voor werkhervatting. Verder komen er specifieke brochures over werken met veel voorkomende vormen van kanker. Daarnaast ontwikkelt de NFK aanvullende digitale informatie voor werkgevers. Filmmij. Samenwerken.TV ( ) Filmmij. heeft in 2008 fase 1 van het project samenwerken.tv afgerond. Op de website samenwerken.tv staat, bij wijze van experiment, een aantal videofilms over jongeren met een verstandelijke beperking in hun werkomgeving. Het gaat om korte interviews met die jongeren, hun werkgevers en hun begeleiders. Deze best practice voorbeelden geven een realistisch beeld over het werken van jongeren met een verstandelijke beperking in een regulier bedrijf. De initiatiefnemers willen dit experimentele model nu voor een breder publiek toegankelijke maken door dit te ontwikkelen tot een professionele website met tien nieuwe best practice gevallen. Zij richten zich daarbij op toepassing van moderne technieken ten behoeve van bijvoorbeeld mensen met een visuele beperking en door plaatsing van de videofilms in een player met de bedoeling de filmpjes als voorlichtingsmateriaal te kunnen benutten.

18 32 Projecten Voorlichting 33 Projecten Preventie COC Nederland De Roze Olifant aan het Werk ( ) Foto pagina De Roze Olifant is een instrument van COC Nederland om homoseksualiteit bespreekbaar te maken in het onderwijs en de zorg. Om dit instrument te kunnen gebruiken voor verbetering van het sociale klimaat op de werkvloer, zijn aanpassingen nodig. Homo-intolerantie op de werkvloer is vaak zeer subtiel. Soms hebben de aanstichters niet eens door wat ze veroorzaken. In een pilot bij vier of vijf bedrijven wordt het homo(in)tolerante klimaat in kaart gebracht. De aangetroffen vormen van (in) tolerantie worden meet- en zichtbaar gemaakt. De uitkomsten van de test leveren vervolgens aanknopingspunten op voor de organisatie om kwesties bespreekbaar te maken en aan te pakken. Aan experts uit het Company Pride Platform en aan COC Nederland kan advies gevraagd worden ten aanzien van de verbeteringen die leiden tot een beter sociaal klimaat op de werkvloer. Nederlandse Vrouwen Raad Samen uit, samen thuis ( ) Onder de titel Samen uit, samen thuis start de Nederlandse Vrouwen Raad (NVR), een koepel van 47 vrouwenorganisaties, een project dat zich richt op blijvende arbeidsparticipatie van vrouwen bij moederschap. Toekomstige ouders worden benaderd met informatie, goede voorbeelden en gesprekken over mogelijkheden om betaald werk en zorg voor hun kind zo te verdelen dat beide partners actief kunnen blijven op de werkvloer. Concreet omvat dit project het verzamelen van bestaande informatie. Deze wordt toegankelijk gemaakt in de vorm van een tippenwijzer waarin trendsettende stellen en ervaringsdeskundigen tips geven aan jonge ouders. De NVR verzorgde een publieksmanifestatie op de Negenmaandenbeurs in de Amsterdamse RAI in februari 2011 en verder zijn er regionale verdiepingsbijeenkomsten in het land onder leiding van vrouwenorganisaties uit de achterban. 4. Preventie Titan Botencentrum ( ) In opdracht van de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht is medio 2005 het dagbestedingproject Talent Inzet Teamwork Aanpakken Nieuw (Titan) van start gegaan. Dit is gericht op risicojongeren tussen 16 en 23 jaar met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die al dan niet met politie en justitie in aanraking zijn geweest. Via een resocialisatietraject wordt een positieve uitstroom in de richting van onderwijs of de arbeidsmarkt bevorderd. Titan ontvangt aanvullende financiering van Stichting Instituut Gak voor een zestal trajecten in een nieuw op te starten botencentrum. Lastige en moeilijk jongeren worden hier gedurende en jaar intensief begeleid door een vakkracht en door een professionele mentor/jobcoach. Via aanpak van problemen als een beperkt doorzettingsvermogen, onvoldoende motivatie en sociale vaardigheid, onaangepast gedrag, een leefritme zonder structuur en een gebrekkig zelfbeeld wordt gewerkt aan toeleiding naar arbeid en/of school. De Werkmaatschappij BV Het Zorgcollege ( ) Het succes van het Vakcollege, dat jongeren met technisch talent naar een baan in de techniek leidt, heeft geleid tot de vraag naar een nieuw initiatief: Het Zorgcollege. Dit College wil bijdragen aan de ontwikkeling van vakmanschap in de zorgsector met het oogmerk het personeelstekort in de zorgsector terug te dringen. Bovenaan staat de professionele uitoefening van de beroepen in deze sector. De opleiding, die leidt naar een baan in de zorg- en welzijnssector, wordt gepositioneerd als de optimale leergang voor jongeren die hun talenten in deze richting willen ontwikkelen. Het Zorgcollege wordt opgezet naar analogie van Het Vakcollege. Het hanteert dezelfde normen en waarden als het Vakcollege en heeft dezelfde onderwijskundige basis. Dankzij de steun van Stichting Instituut Gak kan de opleiding niet alleen steviger worden geprofileerd en landelijk worden uitgerold, maar kan ook de ontwikkeling van de leermiddelen worden versneld. Stichting JA Track The Talent ( 7.525) Het project Track The Talent richt zich op jongeren uit het VMBO en MBO die uitvalsgedrag vertonen. Door hen in contact te brengen met positieve rolmodellen uit het bedrijfsleven en samen op zoek te gaan naar hun kernkwaliteiten, wil Stichting JA uit Alkmaar deze jongeren weer motiveren. Het is een tweeledig project: enerzijds is het een vorm van buitenschools leren gericht op de praktijk van stage en werk en anderzijds stimuleert het jongeren hun opleiding af te maken. Gedurende het traject worden de jongeren vanuit de school begeleid door een mentor. Deze is tevens de contactpersoon voor de deelnemende bedrijven om te overleggen over de vorderingen van de leerlingen. Het project, dat vijf maanden duurt, zal worden afgesloten met een feestelijke bijeenkomst waar de succesvolle leerlingen een certificaat ontvangen. Stichting Intorno Ensemble De Fighter ( ) Stichting Intorno Ensemble initieert muziek(theater)projecten. Deze stichting heeft het vruchtgebruik van de voormalige zeesleper De Fighter voor dertig jaar om niet verkregen. Die sleepboot verkeert in goede staat, maar moet wel worden aangepast tot een rivierpodium voor uitvoerende kunst. Aanpassing vergt een tijdvak van drie jaar en wordt voor een belangrijk deel uitgevoerd als leerwerkobject van het ROC Albeda College. Gedurende die periode zullen er naar verwachting 25 stageplekken per jaar beschikbaar zijn. Met dit project wil Stichting Intorno Ensemble een bijdrage leveren aan het bestrijden van voortijdig schoolverlating, door leerlingen de kans bieden om in een aansprekende leerwerkomgeving ervaring op te doen in de maritieme sector. Het gaat hierbij om leerlingen voor wie reguliere stageplekken nog een brug te ver zijn. Stichting Instituut Gak verstrekt een bijdrage per deelnemer die naar betaald werk of naar een reguliere vervolgopleiding uitstroomt.

19 34 Projecten Preventie 35 Egberts Consulting BV Re-integratie & activering probleemjongeren ( ) Foto pagina Via het project Op de juiste weg wil Egberts Consulting BV 32 probleemjongeren in de regio Amsterdam aan een beter toekomstperspectief helpen. Dit project, waarin vechtsporters als rolmodel fungeren, bestaat uit onder meer een aftrapbijeenkomst om werkgevers over te halen (leer-)werkplekken aan te bieden en een startersbijeenkomst voor de motivatie van de jongeren. In fysieke work outs onder leiding van een vechtsporter kunnen de deelnemers hun agressie ontladen en is er tevens aandacht voor verbetering van (non)verbale houding en levensstijl. Het eindresultaat is erop gericht dat ongeveer twintig probleemjongeren weer naar school gaan dan wel re-integreren in betaald werk en hun woonomgeving ontlasten. Stichting Instituut Gak stelt subsidie beschikbaar op basis van het aantal jongeren dat daadwerkelijk uitstroomt naar een reguliere vervolgopleiding of re-integratietraject. Stichting Emma at Work Uitrol Rotterdam Emma at Work ( ) Stichting Emma at Work begeleidt jongeren van 15 tot 25 jaar met een chronische lichamelijke aandoening naar de arbeidsmarkt. Zij kunnen op deze wijze werkervaring opdoen, om uiteindelijk te participeren als volwaardige arbeidskrachten. Emma at Work was aanvankelijk landelijk werkzaam vanuit de regio Amsterdam. Om chronisch zieke jongeren uit de regio Rijnmond beter te kunnen begeleiden, opent Emma at Work een vestiging in Rotterdam. Stichting Instituut Gak stelt subsidie beschikbaar op basis van het aantal jongeren dat succesvol wordt bemiddeld naar een (tijdelijke) baan in de regio Rijnmond. Stichting De Werkmij Overschiese banen voor Overschiese jongeren ( ) Het project Overschiese banen voor Overschiese jongeren (OBOJ) helpt jongeren - tussen de 12 en 23 jaar aan een bijbaan, een BBL-plaats of een stageplaats. Door wederzijds begrip te creëren, draagt het project bij aan het verkleinen van de afstand tussen (lokale) werkgevers en jongeren. Het project richt zich vooral op jongeren die niet weten hoe zij een geschikte werkgever kunnen vinden en hoe zij zich op de arbeidsmarkt moeten presenteren. Door de jury van de Nationale Jeugdraad is dit project in 2010 uitverkozen tot het beste jongerenproject van Nederland. Stichting Instituut Gak kent subsidie toe op basis van het aantal aantoonbaar succesvolle bemiddelingen, naar verwachting ongeveer vijftig in twee jaar tijd. Zig Zag Film BV Niks aan de hand ( ) Niks aan de hand is een in de Gemeente Enschede spelend filmproject van filmmaker Joost Ranzijn. Actuele thema s als vroegtijdige schoolverlating, werkloosheid en beginnende criminaliteit worden uitgelicht in deze speelfilm voor en door jongeren. Risicojongeren en jeugdige werkelozen zijn de (hoofdrol)spelers. In deze samenspelfilm laten de makers zich inspireren door de belevenissen van een jongeman die met een oude bestelbus een klussenbedrijf begint. Op de achtergrond speelt het verhaal van een meidenband en een groepje ontsporende jongeren, die dezelfde bus willen gebruiken voor een overval. De deelname van een sterspeler van FC Twente beoogt de film ook landelijke uitstraling te geven. Gemeente Groningen / Dienst OCSW Binn stad ( ) Het project Binn stad behelst de ontwikkeling van een opleiding verkoopmedewerker MBO voor leerlingen met een sociale problematiek. In dit project gaan de leerlingen niet meer naar school, maar vervolgen zij hun opleiding bij winkeliers in de Groningse binnenstad van Ondernemersvereniging Groningen City Club. Een praktijkbegeleider van het Noorderpoortcollege verzorgt de theoretische kant en let op de ontwikkeling van de sociale vaardigheden van de jongeren. De winkeliers en de school zijn samen verantwoordelijk voor de begeleiding van de leerlingen en het ontwikkelen van de methodiek. Stichting Instituut Gak subsidieert 48 MBO-leerlingen die gedurende de pilot van tweeëneenhalf jaar uitstromen naar betaald werk of een reguliere vervolgopleiding. Platform Buitenlanders Rijnmond De kracht van diversiteit ( ) Met het project de kracht van diversiteit heeft Platform Buitenlanders Rijnmond te Rotterdam de aandacht gevestigd op succesvolle allochtone jongeren. Het Platform wil deze jongeren helpen in de juiste netwerken terecht te komen en heeft voorts de intentie een bijdrage te leveren aan een goede match van vraag en aanbod op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Het project omvatte drie onderdelen: een zestal netwerkbijeenkomsten met wisselende thema s, een prijsvraag met als titel Je bent jong en je kunt wat (gericht op arbeidsparticipatie van kwetsbare jongeren met een allochtone achtergrond) en een afsluitende gala-avond op 7 oktober 2010 met en door allochtone jongeren. Youth for Christ Nederland Coach YfC Utrecht ( ) De regio Utrecht telde in 2009 ruim vroegtijdige schoolverlaters. Deze jongeren belanden op straat en lopen kans in de criminaliteit terecht te komen. Het behouden van aansluiting met de maatschappij vergt ondersteuning. YfC Utrecht biedt deze ondersteuning via het project Coach. De aan dit project deelnemende jongeren zijn meest van allochtone afkomst en woonachtig in de Utrechtse wijk Zuilen. Het is het eerste project in Utrecht dat zich richt op een aanpak per wijk. YfC Utrecht leert de jongeren om te gaan met opdrachten en gezag, zodat zij structuur behouden in hun leven. Ook bouwen ze aan een vertrouwensrelatie om deze jongeren te motiveren weer naar school of aan het werk te gaan. Stichting Instituut Gak biedt gedurende drie jaar financiële ondersteuning op basis van het aantal jongeren dat uitstroomt naar betaald werk, een reguliere vervolgopleiding, of die gestart zijn als zelfstandig ondernemer. Naar verwachting gaat het om vijftien jongeren.

20 36 Projecten Activering Activering Inleiding Binnen de projecten die Stichting Instituut Gak subsidieert wordt een fors deel geïnvesteerd in de categorie die betrekking heeft op het activeren van mensen. In totaal worden via de hierna omschreven activeringsprojecten circa tweeduizend mensen geholpen. Dit geschiedt door middel van reguliere banen, leerwerkplaatsen voor het opdoen van werkervaring en/of passend vrijwilligerswerk. Daar de looptijd van de betreffende projecten vaak niet eindigt na de periode waarin de Stichting die projecten financieel ondersteunt, zal het totale aantal mensen dat hierdoor in de loop der tijd wordt geactiveerd aanzienlijk hoger uitvallen. Daarnaast worden in de preventie projecten als beschreven op pagina 33 t/m 35 ongeveer vierhonderd mensen geactiveerd. Zonnehuizen volwassenen Vakopleiding keramiek ( ) Woonwerkgemeenschap Bronlaak te Oploo is een onderdeel van Zonnehuizen, een landelijke werkende organisatie voor zorg aan (verstandelijk) gehandicapten. In de pottenbakkerij op Bronlaak wordt door zes werkleiders een zinvolle dagbesteding verzorgd voor zestien werkplekken. Bronlaak wordt vaak benaderd door ouders van jongeren die speciaal onderwijs volgen. Zij zoeken voor hun zoon of dochter een passend vervolgtraject. Om tegemoet te komen aan deze vraag wil Bronlaak een gecertificeerde Vakopleiding Keramiek ontwikkelen voor mensen met een beperking. Een pilot moet uiteindelijk leiden tot de eerste gecertificeerde Vakopleiding Keramiek voor jongeren met een beperking in Nederland. Deze opleiding beoogt mogelijkheden te bieden tot verdere persoonlijke ontwikkeling en tot meer kansen op de arbeidsmarkt. Met het diploma wordt de basis gelegd voor een loopbaan in een al dan niet beschermd(e) werkplaats/atelier. Stichting Instituut Gak betaalt een bijdrage voor naar verwachting achttien geplaatste cursisten. Stichting AIGHT Kweekvijver 2010 ( ) De Kweekvijver is een trainingstraject van dertig weken waarin getalenteerde straatjongeren die (nog) niet terecht kunnen op een kunstvakopleiding worden opgeleid tot workshopdocent of tot zelfstandig ondernemer. Zij krijgen de instrumenten aangereikt om hun kennis over te dragen op andere jongeren. Het doel is deze jongeren de mogelijkheid te geven hun talenten verder te ontwikkelen om een beter inzet op de arbeidsmarkt te realiseren in culturele instellingen, scholen of als cultureel ondernemer. De doelgroep bestaat uit jongeren van 18 tot 28 jaar met drie tot vijf jaar ervaring in hun discipline/specialisatie. In de laatste fase van de training brengen de deelnemers de theoretische kennis via stages in praktijk. Stichting Instituut Gak draagt bij per uitgestroomde (gecertificeerde) deelnemer die vanuit een uitkeringssituatie aantoonbaar is gestart als docent. Naar verwachting gaat het om circa tien jongeren. Stichting Federatie Eekta Werken vanuit de kracht van Surinaamse Hindoestaanse mannen ( ) Een van de doelstellingen van Stichting Federatie Eekta, een Hindoestaanse organisatie uit Den Haag, is het bevorderen van emancipatie en participatie van Hindoestanen. Het project Werken van uit de kracht van Surinaamse Hindoestaanse Mannen richt zich op mannen uit de doelgroep die in een sociaal isolement zijn terechtgekomen. Het gaat om een sociaal activeringsproject dat in de eerste plaats is gericht op emancipatie en in mindere mate op uitstroom naar werk. Het project leert ongeveer 45 deelnemende vaders tussen 40 en 55 jaar beter te luisteren naar en om respect te hebben voor andersdenkenden. Ook worden zij gestimuleerd mee te gaan naar ouderavonden op school om zo meer betrokken te raken bij de opleiding van hun kinderen. Eekta verwacht dat enkele deelnemers na verloop van tijd kunnen doorstromen naar een opleiding of een (seizoen-)betrekking in de tuinbouw. Stichting Belle-Image Re-integratie via Catwalk 2010 en 2011 ( ) Het catwalk empowerment-programma van Stichting Belle-Image is een re-integratietraject voor een dertigtal binnen de modellenwereld als kansrijk te bestempelen jonge vrouwen. De thuissituatie van de deelnemende vrouwen is veelal problematisch. In combinatie met het ontbreken van een startkwalificatie en werkervaring kunnen zij tot de onderkant van de arbeidsmarkt worden gerekend. De wereld van de (vermeende) glamour van modellen ligt weliswaar ver weg, maar lokt waarschijnlijk wel. Het programma is een middel om het zelfvertrouwen te verhogen. Ook wordt volop aandacht geschonken aan werknemersvaardigheden als discipline en het omgaan met autoriteit (werkgever). Stichting Instituut Gak draagt gedurende twee jaar bij per succesvol naar betaald werk of naar een reguliere vervolgopleiding uitgestroomde deelnemer. Stichting Koets en Rij Bijdrage in een koetsiers- of palfrenieropleiding ( 4.700) Foto pagina Stichting Koets en Rij heeft op het landgoed van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder een stalling en werkplaats voor koetsen. De bewoners zijn mensen met een psychische of verstandelijke beperking. Zij werken in de werkplaatsen van deze stichting of in de manege van Altrecht. Het project biedt 36 mensen de mogelijkheid een koetsiers- of palfrenieropleiding te volgen. Door mettertijd bezoekers rond te rijden op de koetsen van Stichting Koets en Rij kunnen zij wat zakgeld verdienen. Mode Met een Missie Monsteratelier en uitbreiding verkooppunten ( ) Foto pagina Mode Met een Missie (MMM) biedt ruim tweehonderd vrouwen een zinvolle dagbesteding via (onbetaald) werk in speciaal opgezette modeateliers op zeven plaatsen in Nederland. Vrouwen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen en vrouwen die dak- of thuisloos zijn leren hier onder begeleiding van professionele coupeuses de fijne kneepjes van de naaldvakken kennen. De vrouwen werken aan het modelabel Ami-e-toi dat ontwikkeld is door jonge ontwerpers. In ieder kledingstuk is een tweedehands detail verwerkt, waarmee het achterliggende idee van MMM wordt gevisualiseerd: iedereen verdient een tweede kans. Boven de winkel van MMM in Arnhem is vanaf 1 april 2010 een monster- en verstelatelier gevestigd. Hier werken vier vrouwen, afkomstig uit de reguliere ateliers te Arnhem en Nijmegen. Mede dankzij de subsidie van Stichting Instituut Gak wordt hen een vervolgtraject aangeboden waardoor ze uiteindelijk kunnen uitstromen naar een reguliere, betaalde baan in de kledingindustrie. FNV Vrouwenbond Tip(je) van de sluier ( ) Gedurende het schooljaar volgen 45 jonge moslima s van het ROC Midden Nederland een aantal workshops. De bedoeling is gezamenlijk strategieën te ontwikkelen om (vermeende en bestaande) belemmeringen binnen arbeidsorganisaties in de door hen gewenste richting om te buigen. Vervolgens moeten zij bij minimaal dertig Utrechtse bedrijven die oplossingsstrategieën presenteren en bespreekbaar maken, bij voorkeur gekoppeld aan het regelen van concrete afspraken over stage- en/of arbeidsplaatsen. Een groot aantal bedrijven te Utrecht wordt gevraagd actief mee te werken aan dit project door gelegenheid te bieden de presentaties binnen het bedrijf te verzorgen, dan wel deel te nemen aan een van de drie in 2011 te organiseren werkconferenties. Stichting Instituut Gak draagt bij op basis van het aantal deelneemsters en het aantal bedrijven dat participeert, alsmede aan de eindevaluatie en effectmeting van het project.

De pensioenleeftijd in beweging

De pensioenleeftijd in beweging Verschenen: 'De pensioenleeftijd in beweging', Jaarverslag Stichting Instituut Gak, blz. 5-8. De pensioenleeftijd in beweging Kees Goudswaard Wereldwijd worden stelsels van sociale zekerheid en pensioenen

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Instituut Gak wil een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de sociale zekerheid in Nederland. COC Nederland 2010. Stichting Werkartaal 2009

Instituut Gak wil een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de sociale zekerheid in Nederland. COC Nederland 2010. Stichting Werkartaal 2009 COC Nederland 2010 Stichting The Colour Kitchen 2011 Stichting Werkartaal 2009 Instituut Gak wil een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de sociale zekerheid in Nederland Instituut Gak wil een bijdrage

Nadere informatie

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid CPB Notitie 10 juni 2011 Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg

Nadere informatie

Datum : 6 juli 2010 Aan : Informateurs

Datum : 6 juli 2010 Aan : Informateurs CPB Notitie Datum : 6 juli 2010 Aan : Informateurs 4 Aow-plan sociale partners Het plan voor verhoging van de aow-leeftijd heeft 2020 als beginjaar, dus nà de komende kabinetsperiode. Conform de systematiek

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070) 3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon M.H.C. Lever Datum: 10 juni 2011 Betreft: Sociaal akkoord

Nadere informatie

Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen?

Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen? perspectief Ars Aequi december 2011 905 arsaequi.nl/maandblad AA20110905 Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen? Kees Goudswaard* * Prof.dr. K.P. Goudswaard is hoogleraar Toegepaste economie

Nadere informatie

Ten minste houdbaar tot?

Ten minste houdbaar tot? Ten minste houdbaar tot? Duurzame inzetbaarheid in tijden van crisis. Door de vergrijzing, de te verwachten krapte op de arbeidsmarkt en de oprekking van de pensioenleeftijd is duurzame inzetbaarheid urgenter

Nadere informatie

Martin Gast. Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV. Increase Pensioen KnowHow

Martin Gast. Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV. Increase Pensioen KnowHow Martin Gast Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV Even voorstellen Wat is er aan de hand in lijfrenteland? Pensioenactualiteiten Kansen 3e pijler Ik ben Martin Gast Edmond Halley BV Pensioenconsultants

Nadere informatie

Toekomst sociale zekerheid: over provisie, preventie en participatie

Toekomst sociale zekerheid: over provisie, preventie en participatie Toekomst sociale zekerheid: over provisie, preventie en participatie 4-Sep-13 Prof. dr. Nicolette van Gestel Emmie Vossen MSc Dr. Shirley Oomens Dr. David Hollanders Wassenaar, 5 september 2013 Toekomst

Nadere informatie

Een brug naar de toekomst PCOB manifest heeft oog voor solidariteit tussen generaties

Een brug naar de toekomst PCOB manifest heeft oog voor solidariteit tussen generaties Een brug naar de toekomst PCOB manifest heeft oog voor solidariteit tussen generaties Inleiding De huidige financiële en economische crisis maakt pijnlijk duidelijk dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën

Nadere informatie

Pensioenbijeenkomst Abvakabo FNV Het pensioen van nu en de toekomst in zicht November 2010. Welkom

Pensioenbijeenkomst Abvakabo FNV Het pensioen van nu en de toekomst in zicht November 2010. Welkom Pensioenbijeenkomst Abvakabo FNV Het pensioen van nu en de toekomst in zicht November 2010 Welkom Waar willen wij het met elkaar over hebben? Pensioen anno 2010 Stand van Zaken AOW en Pensioenakkoord 4

Nadere informatie

Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen?

Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen? Deze nieuwsbrief is een uitgave van aeconsultancy info@aeconsultancy.nl, www.aeconsultancy.nl n u m m e r2 December 2011 Op hoeveel pensioen kunnen we straks nog rekenen? (gepubliceerd in Ars Aequi 2011-12,

Nadere informatie

Vakcentrale. Toekomst Pensioenstelsel Zaken rond AOW en het aanvullend pensioen

Vakcentrale. Toekomst Pensioenstelsel Zaken rond AOW en het aanvullend pensioen Toekomst Pensioenstelsel Zaken rond AOW en het aanvullend pensioen 0 Tom Poes verzin eens een list! Het is moeilijk om jong te zijn, gaf hij toe. Je moet lenen aan je kinderen, en je moet de ouderen teruggeven

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Vragen en antwoorden pensioenakkoord

Vragen en antwoorden pensioenakkoord Vragen en antwoorden pensioenakkoord 1. Waarover gaat dit pensioenakkoord? Het pensioenakkoord gaat over drie onderwerpen: de AOW, de aanvullende pensioenen, en de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt.

Nadere informatie

Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen. drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG. Aon Hewitt Consulting Retirement Actuarial Services

Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen. drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG. Aon Hewitt Consulting Retirement Actuarial Services Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG Agenda Waarom Pensioenakkoord? Inhoud Pensioenakkoord Wat doen we ermee? Oplossingsrichtingen Hoe nu verder?

Nadere informatie

had ik (misschien) al iets meer details over het zogenaamde septemberpakket kunnen vertellen,

had ik (misschien) al iets meer details over het zogenaamde septemberpakket kunnen vertellen, Inleiding Maarten Camps DNB seminar 12 september 2012 Dames en heren, Ik ben met plezier naar Bussum gekomen, maar dacht wel even: jammer dat dit seminar niet een week later wordt gehouden. Dan had ik

Nadere informatie

Zet het pensioenakkoord de arbeidsverhoudingen op scherp? Kees Goudswaard

Zet het pensioenakkoord de arbeidsverhoudingen op scherp? Kees Goudswaard Verschenen: K.P. Goudswaard, 'Zet het pensioenakkoord de arbeidsverhoudingen op scherp?', Tijdschrift Conflicthantering, nr. 8, 2011, pp. 12-16. Zet het pensioenakkoord de arbeidsverhoudingen op scherp?

Nadere informatie

Akkoord. 16 december 2014. Bart van Bolhuis. Akkoord. Cao voor PostNL. definitief. Auteur Tel. Rapport. Versie

Akkoord. 16 december 2014. Bart van Bolhuis. Akkoord. Cao voor PostNL. definitief. Auteur Tel. Rapport. Versie 16 december 2014 Auteur Tel Bart van Bolhuis Rapport Versie Akkoord definitief Inhoudsopgave 1 Pensioen 3 1.1 Opbouwpercentage 3 1.2 Nabestaandenpensioen 3 1.3 Eigen bijdrage in de pensioenpremie 4 2 Looptijd

Nadere informatie

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) 1. Inleiding De overheid heeft besloten de Ziektewet (ZW) per 1 januari 2013 aan te

Nadere informatie

Einde in zicht voor de VUT

Einde in zicht voor de VUT Einde in zicht voor de VUT 11 0 Drs. J.L. Gebraad en mw. T.R. Pfaff Publicatiedatum CBS-website: 1 september 2011 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** =

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag Aan de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad De heer ir. W. Draijer Postbus 90405 2509 LK S GRAVENHAGE

Nadere informatie

Samenvatting van pensioenakkoord StvdA

Samenvatting van pensioenakkoord StvdA AB 10065 CBAC 10162 WP 10073 Samenvatting van pensioenakkoord StvdA 1. Voorgestelde wijzigingen in de AOW Aanpassing AOW-leeftijd Er komt een vooraf vastgestelde systematiek voor de aanpassing van de AOWleeftijd

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015

Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015 Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015 Rob Gründemann Lector Hogeschool Utrecht Suzanne Jungjohann HR directeur Delta Lloyd Opzet presentatie

Nadere informatie

Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen

Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Prof. dr. K.P. Goudswaard (voorzitter) Prof. dr. R.M.W.J.

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling Driedaagse Leergang Kennisintensieve beleidsontwikkeling 6, 13 en 20 juni 2014 Den Haag Doelstellingen en doelgroep De doelgroep bestaat uit beleidsmedewerkers/stafmedewerkers bij beleidsinstanties (nationaal,

Nadere informatie

Aanpassing pensioenregeling een must. Presentatie: Marcel Brussee / voorzitter SPH Kees Lekkerkerker / directeur HRM

Aanpassing pensioenregeling een must. Presentatie: Marcel Brussee / voorzitter SPH Kees Lekkerkerker / directeur HRM Aanpassing pensioenregeling een must Presentatie: Marcel Brussee / voorzitter SPH Kees Lekkerkerker / directeur HRM 1 Aanpassing pensioenregeling een must Inhoud Marcel Brussee: Achtergrond wijzigingen

Nadere informatie

Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen

Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen - Aanpassen AOW-leeftijd en Witteveenkader -Afstemming tweede en derde pijler Zeist, 14 juni 2011 Prof. Mr. Herman M. Kappelle Bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht

Nadere informatie

Terugblik 2011 in cijfers

Terugblik 2011 in cijfers Terugblik 2011 in cijfers U vindt hier een samenvatting van het jaarverslag 2011. Het volledige jaarverslag kunt u downloaden via www.pensioenfondsricohnederland.nl. Financiële situatie Door de kredietcrisis

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Het antwoord op uw personele vraagstuk

Het antwoord op uw personele vraagstuk BD Recruitment BV Het antwoord op uw personele vraagstuk Wie bepaalt bij welk re-integratiebedrijf ik terecht kan? De gemeente of UWV WERKbedrijf maakt bij uw re-integratietraject vaak gebruik van een

Nadere informatie

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 Jouw Cosun pensioen Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 1 Agenda Pensioen in Nederland Onze regeling Keuzemogelijkheden Vragen 2 Pensioen in Nederland Nederlands pensioenstelsel

Nadere informatie

In dit artikel leest u over de belangrijkste elementen uit het sociaal akkoord voor de detailhandel.

In dit artikel leest u over de belangrijkste elementen uit het sociaal akkoord voor de detailhandel. Sociale partners en kabinet hebben voor het eerst sinds heel lange tijd een veelomvattend sociaal akkoord gesloten. "Een sociaal akkoord is belangrijk, omdat het een gemeenschappelijke opvatting tot uitdrukking

Nadere informatie

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte.

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte. Het speelveld De wereld om ons heen verandert razend snel. De richting is duidelijk, de sociale zekerheid wordt geprivatiseerd. Samen bouwen we aan een vernieuwende structuur om de arbeidsmarkt essentieel

Nadere informatie

De dekkingsgraad van het Pensioenfonds is bijna elke maand anders. Dat komt vooral door de rentestand en onze beleggingsopbrengsten.

De dekkingsgraad van het Pensioenfonds is bijna elke maand anders. Dat komt vooral door de rentestand en onze beleggingsopbrengsten. Nieuwsbrief Ballast Nedam Pensioenfonds September 2013 Tijd voor een nieuwsbrief van uw Pensioenfonds. Er gebeurt veel in de Nederlandse pensioenwereld; dat kan u bijna niet zijn ontgaan. In onze vorige

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Sociale Verzekeringen Nr. SV/F&W/05/89716 s -Gravenhage, 11 november 2005 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Werkloosheidswet

Nadere informatie

Overzicht Beleid & Wet- en regelgeving pensioenen

Overzicht Beleid & Wet- en regelgeving pensioenen Overzicht Beleid & Wet- en regelgeving pensioenen 14 september 2015 VERD VERD VERD VERD GEWIJZI Vooraf VERD VERD 08 VERD Herziening IORP-richtlijn VERD G 01 02 03 04 05 VERD Toekomst pensioenstelsel Algemeen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 673 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Herziening pensioenstelsel

Herziening pensioenstelsel Herziening pensioenstelsel Het pensioenstelsel staat al een tijdje onder druk. Dat geldt niet alleen voor de AOW, maar ook voor de tweede pijler. De toenemende vergrijzing en de stijging in de levensverwachting

Nadere informatie

Inspelen op vergrijzing

Inspelen op vergrijzing Bron: K.P. Goudswaard, 'Inspelen op vergrijzing', AE Consultancy, februari 2009, pp. 1-8. Inspelen op vergrijzing Prof. dr. Kees Goudswaard, Hoogleraar Economie aan de Universiteit Leiden Inleiding Vergrijzing

Nadere informatie

(070) 373 8020. Kern van de afspraken: De pensioenrichtleeftijd stijgt naar 67 jaar Het opbouwpercentage daalt met 0,1% De pensioenpremie gaat omlaag

(070) 373 8020. Kern van de afspraken: De pensioenrichtleeftijd stijgt naar 67 jaar Het opbouwpercentage daalt met 0,1% De pensioenpremie gaat omlaag Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft akkoord pensioen gemeenteambtenaren uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201301307 Lbr. 13/082 bijlage(n) 2 Datum

Nadere informatie

PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016

PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016 BIJLAGE VI PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016 1. Vermelding objecten op loonstrook Partijen verrichten inspanningen om het per 1 januari 2015 mogelijk te maken dat

Nadere informatie

Voorwoord. Inleiding 1. II Het huidige pensioenstelsel 33

Voorwoord. Inleiding 1. II Het huidige pensioenstelsel 33 INHOUDSOPGAVE Voorwoord I Inleiding 1 I Situatie op de arbeidsmarkt 3 1.1.1 Verschuivingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt 3 1.1.2 De rol van de werknemer 13 1.1.3 De rol van de werkgever 15 1.1.4

Nadere informatie

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL RAADSVOORSTEL Registr.nr. 1423468 R.nr. 52.1 Datum besluit B&W 6juni 2016 Portefeuillehouder J. Versluijs Raadsvoorstel over de evaluatie van participatie Vlaardingen, 6juni 2016 Aan de gemeenteraad. Aanleiding

Nadere informatie

De menselijke kant van de 67 HR-gerelateerde argumenten lijken te zijn ondergesneeuwd in verhoging AOW

De menselijke kant van de 67 HR-gerelateerde argumenten lijken te zijn ondergesneeuwd in verhoging AOW De menselijke kant van de 67 HR-gerelateerde argumenten lijken te zijn ondergesneeuwd in verhoging AOW Nederlanders gaan in elk geval in 2023 tot hun 67 ste of misschien zelfs langer doorwerken. Politiek

Nadere informatie

Convenant bevordering transparantie markt voor reïntegratie- en arbodienstverlening

Convenant bevordering transparantie markt voor reïntegratie- en arbodienstverlening Convenant bevordering transparantie markt voor reïntegratie- en arbodienstverlening 9 maart 2005 Convenant bevordering transparantie markt voor reïntegratie- en arbodienstverlening Partijen: - Werknemersorganisaties,

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

1.B. Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor pensioengerechtigden mei 2014

1.B. Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor pensioengerechtigden mei 2014 1.B Jouw Cosun pensioen Informatiebijeenkomsten voor pensioengerechtigden mei 2014 1 Agenda Pensioen in Nederland Waarom een nieuwe regeling bij Cosun? Pensioenpremie Toeslagverlening (indexatie) Discussie

Nadere informatie

Hoe varen we met het pensioenakkoord

Hoe varen we met het pensioenakkoord 1 Hoe varen we met het pensioenakkoord De marktsituatie Pensioen staat in het nieuws, een understatement voor een ieder die de pensioensector volgt. De aandacht die pensioen krijgt is veelal negatief,

Nadere informatie

Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen. Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten

Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen. Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten De daling van de dekkingsgraden heeft de afgelopen weken een uitgebreide discussie

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid = Langer werken?

Duurzame inzetbaarheid = Langer werken? Duurzame inzetbaarheid Verzilveren in Drenthe? 10 maart 2011, Carry Goedhart, directeur Duurzame inzetbaarheid = Langer werken? Drie onderwerpen: Publiek debat over langer doorwerken Arbeidsmarkt en productiviteit

Nadere informatie

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr.

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Trudie Knijn Onderzoekers: dr. Mira Peeters, drs. Marta Dijkgraaf,

Nadere informatie

EPAZ. Talma instituut EXPERTISECENTRUM PENSIOEN - ARBEID WONEN/ZORG. Page 1 MISSIE

EPAZ. Talma instituut EXPERTISECENTRUM PENSIOEN - ARBEID WONEN/ZORG. Page 1 MISSIE EPAZ EXPERTISECENTRUM PENSIOEN - ARBEID WONEN/ZORG Talma instituut MISSIE EPAZ is een samenwerkingsverband van de Faculteiten Economie en Rechtsgeleerdheid en het Talma Instituut van de Vrije Universiteit

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

HRM EN ARBEIDSVERHOUDINGEN in kritieke. transitie. lezing HR salon 14 maart 2013 PROF. DR. WILLEM DE NIJS HOOGLERAAR STRATEGISCH PERSONEELSMANAGEMENT

HRM EN ARBEIDSVERHOUDINGEN in kritieke. transitie. lezing HR salon 14 maart 2013 PROF. DR. WILLEM DE NIJS HOOGLERAAR STRATEGISCH PERSONEELSMANAGEMENT HRM EN ARBEIDSVERHOUDINGEN in kritieke transitie lezing HR salon 14 maart 2013 PROF. DR. WILLEM DE NIJS HOOGLERAAR STRATEGISCH PERSONEELSMANAGEMENT RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN Ad Nagelkerke en Willem

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden. Oktober 2013

Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden. Oktober 2013 Informatiebijeenkomst Pensioenfonds KPN Pensioengerechtigden Oktober 2013 1 Pensioenstelsel Individueel Pensioen fonds Overheid Lijfrente Pensioen AOW B E L A S T I N G 2 Programma bestuur en taken bestuur

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Doorwerken na je AOW, ja graag

Doorwerken na je AOW, ja graag Doorwerken na je AOW, ja graag De Algemene Ouderdomswet Eerste volksverzekering Een basispensioen Ingevoerd in 1957 AOW uitgaven: In 1957: 2,4% van het BBP In 2014: 5,6% van het BBP Totale uitgaven in

Nadere informatie

Investeren in vertrouwen. Samenvatting Meerjarenbeleidsplan 2011-2015

Investeren in vertrouwen. Samenvatting Meerjarenbeleidsplan 2011-2015 Investeren in vertrouwen Samenvatting Meerjarenbeleidsplan 2011-2015 1 Pensioenfonds Zorg en Welzijn: het pensioenfonds voor de sector zorg en welzijn Het meerjarenbeleidsplan 2011-2015 beschrijft welke

Nadere informatie

Participatie en inzetbaarheid

Participatie en inzetbaarheid Participatie en inzetbaarheid Paul de Beer Henri Polak hoogleraar voor arbeidsverhoudingen, directeur Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Boaborea 7 december 2011 1. Het probleem 2 Arbeidsparticipatie

Nadere informatie

PENSIOEN 2.0 REGIOBIJEENKOMSTEN FEBRUARI EN MAART 2011

PENSIOEN 2.0 REGIOBIJEENKOMSTEN FEBRUARI EN MAART 2011 PENSIOEN 2.0 REGIOBIJEENKOMSTEN FEBRUARI EN MAART 2011 KORTE TERUGBLIK Kabinet Balkenende gevallen: sociale partners pakken kansen Het pensioen is van sociale partners samen, dus moeten wij ook samen naar

Nadere informatie

Pensioennieuwsbrief AC Rijksvakbonden. Februari 2012. Ferry Pereboom Angelique Kansouh

Pensioennieuwsbrief AC Rijksvakbonden. Februari 2012. Ferry Pereboom Angelique Kansouh Pensioennieuwsbrief AC Rijksvakbonden Ferry Pereboom Angelique Kansouh Februari 2012 De AC Rijksvakbonden zijn een initiatief van NCF, Juvox, VPW en VCPS Inhoudsopgave 0. Voorwoord......... 3 1. Lage dekkingsgraad

Nadere informatie

De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt. Workshop 9 mei 2012

De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt. Workshop 9 mei 2012 De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt Workshop 9 mei 2012 Programma De aanleiding en het pensioenakkoord op hoofdlijnen Aanpassingsmechanismes Fiscale pensioenkader

Nadere informatie

Notitie. 11 juni 2010. Datum. Onderwerp De meest gestelde vragen over het principe-akkoord AOW-pensioen. 1 Gemiddelde op basis van het verleden

Notitie. 11 juni 2010. Datum. Onderwerp De meest gestelde vragen over het principe-akkoord AOW-pensioen. 1 Gemiddelde op basis van het verleden Notitie Datum 11 juni 2010 Onderwerp De meest gestelde vragen over het principe-akkoord AOW-pensioen 1. Waarover gaat dit raadgevend referendum? De FNV heeft samen met de andere vakcentrales afspraken

Nadere informatie

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN 2016D07727 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over

Nadere informatie

Wetsvoorstel werk en zekerheid

Wetsvoorstel werk en zekerheid Wetsvoorstel werk en zekerheid De belangrijkste gevolgen op een rij Geachte relatie, Vrijdag 29 november jl. is het wetsvoorstel met betrekking tot de Wet werk en zekerheid ingediend. De voorstellen van

Nadere informatie

duurzame inzetbaarheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam

duurzame inzetbaarheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam De feiten en mythen van werkvermogen en duurzame inzetbaarheid Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam Het gaat uitstekend met ons.. 84 82 80 78 76 74 72 70 68 66 64

Nadere informatie

Fiscale aspecten pensioenmaatregelen

Fiscale aspecten pensioenmaatregelen www.pwc.nl Fiscale aspecten pensioenmaatregelen regeerakkoord Studiebijeenkomst Vereniging voor Pensioenrecht 21 november 2012 Agenda 1. Aanleiding 2. Ontwikkelingen wet- en regelgeving pensioen 3. Wet

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

68 De Pensioenwereld in 2014

68 De Pensioenwereld in 2014 09 68 De Pensioenwereld in 2014 Pensioenregeling 69 Aanpassingen van het fiscale (Witteveen-)kader Auteurs: Ivar Sintemaartensdijk en Jan Stigter Pensioenen mogen zich nog altijd verheugen in de warme

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting Dit advies bevat een reactie op: De adviesaanvraag van de staatssecretaris van SZW van 25 mei 2005 over het wegnemen van belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar. Naast een algemene vraag

Nadere informatie

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden In opdracht van: Contactpersoon: CNV De heer P. Hazenbosch Utrecht, mei 2009 DUO MARKET RESEARCH drs. Vincent van Grinsven Henk Westerik

Nadere informatie

Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers

Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers De expertise van Loyalis is mensenwerk U wilt altijd het beste voor uw werknemers. Als HR-professional neemt u uw verantwoordelijkheid

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

D e n H a a g 12 juni 2012

D e n H a a g 12 juni 2012 Aan de voorzitter en de leden van de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG B r i e f n u m m e r 12/10.937/12-017/MF/Gau

Nadere informatie

AWVN. Enkele feiten over AWVN

AWVN. Enkele feiten over AWVN AWVN Enkele feiten over AWVN 850 direct aangesloten leden 17.500 indirect aangesloten leden 4 miljoen banen 500 cao s Beloningsdatabase 4,2 miljoen werknemers Marktleider met ORBA (> 800 bedrijven) 1400

Nadere informatie

REGLEMENT EENHOOFDIGE RAAD VAN BESTUUR STICHTING AMERPOORT

REGLEMENT EENHOOFDIGE RAAD VAN BESTUUR STICHTING AMERPOORT REGLEMENT EENHOOFDIGE RAAD VAN BESTUUR STICHTING AMERPOORT 1. Taken en verantwoordelijkheden 1. Ingevolge de statuten bestuurt de Raad van Bestuur de Stichting onder toezicht van de Raad van Toezicht.

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Collectief invaren van bestaande pensioenen: juridisch mogelijk? Een onderzoek naar mogelijke juridische hindernissen

Collectief invaren van bestaande pensioenen: juridisch mogelijk? Een onderzoek naar mogelijke juridische hindernissen Collectief invaren van bestaande pensioenen: juridisch mogelijk? Een onderzoek naar mogelijke juridische hindernissen Artikel Senior adviseur collectieve pensioenen S. Hendriks (AZL) Artikel Collectief

Nadere informatie

A CLIENTSYSTEEM. 1 Intake

A CLIENTSYSTEEM. 1 Intake 1 Intake A CLIENTSYSTEEM De arts oriënteert zich op (claim-aan)vragen, weet vraagstellingen te formuleren, kan adequaat verwijzen en weet op hoofdlijn consequenties te schetsen binnen verschillende verzekeringssystemen.

Nadere informatie

voor wat betreft de toepasbaarheid op oudere medewerkers een aantal kanttekeningen geplaatst. Ook wordt erop gewezen dat het levensfase bewust

voor wat betreft de toepasbaarheid op oudere medewerkers een aantal kanttekeningen geplaatst. Ook wordt erop gewezen dat het levensfase bewust Arbitrage inzake een geschil tussen de werkgeversdelegatie en de werknemersdelegatie van de commissie voor georganiseerd overleg van de gemeente Doesburg Bij brief van 14 oktober 2013 (ontvangen op 1 november

Nadere informatie

ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005

ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005 Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 fax 070-3499 796 ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005 De in de Stichting

Nadere informatie

Functioneel meten en vakmanschap www.divosa.nl

Functioneel meten en vakmanschap www.divosa.nl De sociale dienst als lerende organisatie Functioneel meten en vakmanschap www.divosa.nl De sociale dienst als lerende organisatie Functioneel meten en vakmanschap Prof. dr. Roland Blonk, Chris Goosen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 2006 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Ten eerste: afschaffing van de al genoemde doorsneesystematiek en ten

Ten eerste: afschaffing van de al genoemde doorsneesystematiek en ten Dames en heren, Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier vandaag op uw symposium te komen spreken. Als koepel van verenigingen van gepensioneerden wil de KNVG de belangen van gepensioneerden behartigen

Nadere informatie

15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling

15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling Er verandert wat aan je pensioen 15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling Over de pensioenleeftijd en de AOW 1. Moet ik nu blijven werken tot 67 jaar? Het pensioen dat je vanaf

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie