De Taallijn in het kinderdagverblijf

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De Taallijn in het kinderdagverblijf"

Transcriptie

1

2 De Taallijn in het kinderdagverblijf Taalstimulering voor nul- tot tweejarigen Janneke Corvers Annie van der Beek José Hillen Annemieke Pecht Heleen Versteegen

3 De Taallijn in het kinderdagverblijf. Taalstimulering voor nul- tot tweejarigen Tekst: Janneke Corvers, Annie van der Beek, José Hillen, Annemieke Pecht, Heleen Versteegen Foto s: Heleen Versteegen Uitgave: Sardes Vormgeving: FC Klap Drukwerk: Drukkerij Zuidam & Zonen ISBN/EAN: NUR , Sardes, Expertisecentrum Nederlands Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd worden, op wat voor wijze dan ook, of worden opgeslagen in een gegevensbestand zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Sardes en Expertisecentrum Nederlands.

4 INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 4 1 DE TAALLIJN IN HET KINDERDAGVERBLIJF Interactieve taalstimulering Vaardigheden 5 2 ONTWIKKELING VAN JONGE KINDEREN Ontwikkelingsfasen Spelend leren Leren en taal 8 3 TAALONTWIKKELING VAN NUL TOT TWEE JAAR Het taalverwervingsproces Meertalige kinderen De rol van de volwassene 11 4 INTERACTIEVE TAALSTIMULERING Interacties op het kinderdagverblijf Kansen grijpen, kansen creëren en observeren Speerpunten 14 5 INTERACTIEVAARDIGHEDEN LEIDSTER Taalaanbod Interactie en taal uitlokken Reageren Woordenschat vergroten 19 6 VERZORGING-LEERACTIVITEITEN Eén-op-één verzorgingsmomenten Eten en drinken Overgang tussen activiteiten 23 7 SPEEL-LEERACTIVITEITEN Spel op initiatief van kind Spel op initiatief van leidster 26 8 BOEKJES Voorlezen aan baby s en dreumesen Keuze uit veel boekjes Voorlezen in verschillende fasen Voorleestips 35 9 TAAL STIMULEREN SAMEN MET OUDERS Samen opvoeden en verzorgen Mijn eigen boekje: een fotoboek van het kind Fotoboek van het kinderdagverblijf 40 Literatuur 41 Meer informatie over De Taallijn 43 Bijlage 1: Informatie voor ouders 44 Bijlage 2: Een voorbeeld van Mijn eigen boekje 45

5 VOORWOORD 4 In de periode van nul tot twee jaar leren kinderen de Nederlandse taal spelenderwijs steeds beter begrijpen en gebruiken. Hoewel kinderen een natuurlijke aanleg hebben om te leren praten, is met name de invloed van de omgeving op deze ontwikkeling erg groot. Dit geldt natuurlijk in de eerste plaats voor de gezinssituatie waarin het kind opgroeit, maar ook leidsters op kinderdagverblijven kunnen kinderen helpen bij het leren van de taal. In de loop van een dag op het kinderdagverblijf doen zich veel momenten voor waarop leidsters met taal bezig zijn. Leidsters bekijken samen met de kinderen boeken, zingen liedjes, zeggen versjes op en doen spelletjes. Ook verzorgingsmomenten, zoals het verschonen van een luier, het aan- en uitkleden van kinderen en het eten en drinken, zijn zeer geschikt om contact te maken met kinderen en met hen te praten. Over taal stimuleren bij peuters en schoolgaande kinderen is veel bekend, maar voor baby s en dreumesen bestaat nog veel onduidelijkheid. Daarom hebben het Expertisecentrum Nederlands en Sardes een handreiking ontwikkeld voor leidsters van kinderen van nul tot twee jaar in kinderdagverblijven. Deze biedt de leidster inzicht in het taalverwervingsproces van jonge kinderen en verschaft ideeën om aan de slag te gaan met taalstimulering, ook bij heel jonge kinderen.

6 1 DE TAALLIJN IN HET KINDERDAGVERBLIJF De Taallijn is een werkwijze om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. In eerste instantie werd De Taallijn ontwikkeld voor leidsters in peuterspeelzalen en leerkrachten in de eerste groepen van het basisonderwijs. 1 De taalontwikkeling van kinderen begint echter al veel eerder. Juist in de eerste fase van nul tot twee jaar zijn kinderen volop in ontwikkeling. Steeds meer jonge kinderen gaan enkele dagen per week naar een kinderdagverblijf. Vandaar dat er nu ook een uitwerking van De Taallijn ligt voor leidsters 2 in kinderdagverblijven. Deze uitgave is bedoeld voor leidsters die werken met horizon tale groepen van kinderen van nul tot twee jaar. Bij deze uitwerking van De Taallijn voor het kinderdagverblijf sluiten we aan bij de uitgangs punten van het Landelijk Curriculum Kinderopvang. 1.1 Interactieve taalstimulering De Taallijn gaat uit van interactieve taalstimulering. Dat betekent dat het kind een actieve rol heeft bij het leren van taal. Het kind luistert niet alleen naar het taalaanbod in zijn 3 omgeving, maar doet ook actief mee aan gesprekken : een baby reageert met gezichtsuitdrukkingen, gebaren en geluiden en uiteindelijk gaat het kind ook zelf taal gebruiken. Bij interactieve taal stimulering spelen drie vormen van leren een rol, namelijk sociaal leren, betekenisvol leren en strategisch leren. Sociaal leren Sociaal leren betekent dat een kind taal leert begrijpen en gebruiken in interactie met anderen. In interactie met de leidster en de andere kinderen op het kinderdagverblijf hoort het kind veel taal en oefent met het gebruik van taal. Dit zorgt ervoor dat de taalvaardigheid van het kind zich ontwikkelt. Betekenisvol leren Betekenisvol leren houdt in dat het leren van taal het beste verloopt in situaties die betekenisvol zijn voor het kind. Daarmee bedoelen we situaties die aansluiten bij zijn belevingswereld en interesses. De taal die de leidster gebruikt is het meest betekenisvol voor het kind wanneer deze gaat over iets waar hij op dat moment mee bezig is, zoals een bepaalde activiteit of het voorwerp waarmee hij speelt. Een ander voorbeeld van betekenisvol leren is het voorlezen van een prentenboek over een thema dat het kind goed kent uit zijn eigen leven, bijvoorbeeld in bad gaan. Strategisch leren Bij strategisch leren helpt de leidster het kind zelfstandig te worden door het opbouwen van routines. Wanneer zij bij het voorlezen steeds dezelfde stappen doorloopt (bijvoorbeeld eerst de voorkant van het boek bekijken en dan van voor naar achter bladeren), leert een kind hoe hij ook alleen een boekje kan bekijken. Wanneer de leidster met kinderen meespeelt, kan zij hen helpen om te onderhandelen over mogelijke problemen door voor te doen wat de kinderen kunnen zeggen of vragen (bijvoorbeeld: aan de ander vragen of je ook even met een voorwerp mag spelen). Wanneer ze dit regelmatig doet, leren kinderen om deze strategieën in de toekomst zelf toe te passen. Speerpunten De Taallijn voor kinderen van nul tot twee jaar in het kinderdagverblijf richt zich op vier belangrijke aspecten ofwel speerpunten, namelijk: mondelinge taal, woordenschat, ontluikende geletterdheid en ouderbetrokkenheid. De eerste drie speerpunten hebben direct betrekking op de taalontwikkeling van het kind. Het vierde speerpunt betreft de relatie tussen kinderdagverblijf en ouders, die van groot belang is bij het stimuleren van de taalontwikkeling van jonge kinderen. 1.2 Vaardigheden Het doel van deze uitgave is het beschrijven van de vaardigheden die de pedagogisch medewerker in het kinder dagverblijf kan inzetten om de taalontwikkeling van de kinderen in haar groep te stimuleren. Een belangrijke voorwaarde voor taalstimulering is dat het kinderdagverblijf een veilige situatie biedt voor kinderen, die hen uitdaagt tot het doen van nieuwe ontdekkingen. Die veiligheid 5 1 Voor meer informatie over De Taallijn in peuterspeelzalen en het basisonderwijs verwijzen we naar de publicaties, dvd en cd-roms die hierover verschenen zijn (zie pagina 43). Daarnaast is er ook een website met informatie over De Taallijn: 2 In de tekst spreken we gemakshalve over leidsters. Uiteraard kan overal waar leidster staat ook leider gelezen worden. 3 We duiden het kind, de baby en de dreumes in de tekst aan met hij. Overal waar hij staat, kan natuurlijk ook zij gelezen worden.

7 6 wordt gecreëerd door te zorgen voor een duidelijke structuur in de dagindeling. Daarbij horen voor het kind herkenbare routines en rituelen, worden duidelijke regels en grenzen gesteld en wordt een positieve sfeer in de groep gecreëerd. Verzorging-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten Bij het beschrijven van de vaardigheden maken we onderscheid tussen twee soorten activiteiten die plaatsvinden in een kinderdagverblijf: verzorging-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten. Onder verzorging-leeractiviteiten verstaan we alle routines en rituelen die gedurende een dag op een kinderdagverblijf plaatsvinden, zoals begroeten en afscheid nemen, eten en drinken, verschonen, aan- en uitkleden, naar bed brengen en uit bed halen en opruimen. Onder speelleeractiviteiten verstaan we alle spelmomenten die plaatsvinden op het kinderdagverblijf, zoals knutselen, bouwen, liedjes zingen, bewegingsspel, fantasiespel, buitenspel (bijvoorbeeld in de zandbak spelen) of prentenboeken bekijken en voorlezen. Kansen grijpen en kansen creëren Tijdens verzorging-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten kan de leidster twee dingen doen om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren: ze kan kansen grijpen en ze kan kansen creëren. Kansen grijpen betekent dat de leidster alert is op situaties die zich tijdens een bepaalde activiteit voordoen en daar op dat moment op inspeelt. Wanneer ze bijvoorbeeld ziet dat twee kinderen vol spanning nieuwe blokken leggen op een hoge, wankelende toren, kan ze erbij komen zitten en de gebeurtenissen en gevoelens van de kinderen verwoorden. Het creëren van kansen houdt in dat de leidster vooraf nadenkt over mogelijkheden tot interactie tijdens een activiteit, of dat ze een bepaalde activiteit bedenkt met een bepaald doel in gedachten. Zo kan ze een bewegingsspelletje op muziek met een groepje tweejarigen doen, met de bedoeling om hen bewust te maken van de verschillende delen van hun lichaam en de woorden die daarbij horen. Observeren Naast het grijpen en creëren van kansen om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren, is er een derde belangrijke vaardigheid, namelijk het observeren van kinderen. Door goed naar kinderen te kijken tijdens verzorging-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten (zowel wanneer kinderen alleen zijn als in interactie met anderen), verwerft de leidster veel kennis over hun ontwikkeling en over de specifieke eigenschappen en interesses van elk kind. Deze kennis is belangrijk om goed te kunnen aansluiten bij de mogelijkheden van ieder kind, zodat je hem een stapje verder kunt helpen in zijn ontwikkeling. Goed kijken is dan ook een voorwaarde voor de leidster om kansen te kunnen grijpen en creëren op het kinderdagverblijf. In Figuur 1 worden de relaties tussen de drie vaardigheden weergegeven in een model. De acti viteiten en de vaardigheden in de figuur vormen de rode draad in deze uitgave. Kansen grijpen Verzorging - leeractiviteiten Speel-leeractiviteiten Kansen creëren Observeren Figuur 1: Vaardigheden met het oog op taalstimulering in het kinderdagverblijf

8 2 ONTWIKKELING VAN JONGE KINDEREN In dit hoofdstuk bespreken we de ontwikkelingsfasen van baby s, dreumesen en peuters. Daarna besteden we aandacht aan de manier waarop jonge kinderen spelend leren. Tot slot gaan we in op de ontwikkeling van het kind en de relatie met zijn taalontwikkeling. 2.1 Ontwikkelingsfasen Elk kind ontwikkelt zich in een eigen tempo. Het is daarom moeilijk om fasen te onderscheiden in de ontwikkeling van jonge kinderen. Kinderen ontwikkelen zich op het ene gebied soms heel snel (bijvoorbeeld motoriek) terwijl ze zich juist wat langzamer ontwikkelen op een ander gebied (bijvoorbeeld taal). Ook vindt er soms een tijdelijke terugval plaats. Om toch enig houvast te bieden bij het beschrijven van de ontwikkeling van kinderen van nul tot vier jaar, onderscheiden we grofweg drie ontwikkelingsfasen: 1 ) Baby: 0 tot 18 maanden 2 ) Dreumes: 18 tot 30 maanden 3 ) Peuter: 30 tot 48 maanden Baby s Kinderen van nul tot achttien maanden ontwikkelen zich razendsnel. Wel zijn baby s in deze leeftijd nog erg kwetsbaar. Ze zijn vrijwel geheel afhankelijk van volwassenen voor het bevredigen van hun behoeften. Baby s voelen zich veilig als ze een stabiele, betrouwbare relatie hebben met een beperkt aantal toegewijde volwassenen. De omgeving moet vertrouwd zijn voor baby s, en het dagritme moet voorspelbaar en regel matig zijn. Dreumesen In de leeftijd van achttien tot dertig maanden maken kinderen een grote groei door in hun lichamelijke, sociale en talige ontwikkeling. Dreumesen zijn zeer actief en nieuwsgierig en hebben een sterke behoefte om dingen zelf te doen en om zelf controle te krijgen over hun wereld. Ze zoeken grenzen op en gaan na wat het effect is van hun gedrag. Naast deze behoefte aan onafhankelijkheid hebben dreumesen echter nog veel hulp en emotionele steun nodig. Volwassenen die het vertrouwen van de kinderen genieten, kunnen deze hulp en steun bieden. Peuters Het ontwikkelingstempo van peuters van dertig tot achtenveertig maanden kan erg wisselen. Soms gaan de peuters met sprongen vooruit, en dan weer staan ze een tijdje stil, of vallen even terug. Een peuter leert steeds beter activiteiten te plannen en te overzien. Kinderen in deze leeftijd ontwikkelen hun sociale en motorische vaardigheden verder, evenals hun taal en rekenkundige vaardigheden. Hun geheugen is steeds beter en hun concentratie neemt toe. Hierdoor kunnen ze verhalen vertellen, meer complexe situaties oplossen en langer met iets bezig zijn. 2.2 Spelend leren Van jongs af aan is een kind actief bezig om zijn omgeving te verkennen. Daarbij gebruikt hij zijn hele lichaam en al zijn zintuigen: het kind leert en maakt zich nieuwe vaardigheden eigen door te bewegen, te doen, te kijken, aan te raken, te voelen, te ruiken, te proeven en geluiden te maken. Deze onderzoekende houding van kinderen is zelfs al voor de geboorte aanwezig. Een ongeboren baby voelt al aan de baarmoeder, grijpt naar de navelstreng en luistert naar geluiden, die hij ook na de geboorte herkent. Spelen Spelen is een natuurlijke manier van leren voor jonge kinderen. Door middel van bewegingsspel, ontdekkend spel, fantasiespel, samenspel en buitenspel maken kinderen zich veel nieuwe vaardigheden eigen. Ook binnen deze verschillende spelsoorten maken kinderen een ontwikkeling door. Het spel van een baby vindt voornamelijk plaats met het eigen lichaam, door het maken van bewegingen en geluiden. Er vindt samenspel plaats met ouders of leidsters, en in beperkte vorm ook al met andere baby s: kinderen lachen naar elkaar, doen geluidjes na en er vinden eenvoudige interacties plaats. Bij dreumesen breidt het bewegingsspel zich sterk uit: ze klimmen, springen, rennen en fietsen volop. Dit biedt veel mogelijkheden om nieuwe dingen te ontdekken, te leren hoe de wereld in elkaar zit en om gevoelens en gedachten te uiten. Het bewegingsspel vindt ook vaak plaats in samenspel met andere kinderen. Fantasiespel ontstaat wanneer kinderen ongeveer twee jaar oud zijn. 7

9 8 Bij fantasiespel gaat het om doen alsof. Een voorwaarde bij dit spel is dat kinderen los kunnen komen van het hier en nu. Het spel doet een beroep op hun voorstellingsvermogen en vereist een zekere mate van abstract denken. Imiteren Imitatie is een belangrijke manier van leren voor jonge kinderen. Al vanaf twee maanden oud hebben kinderen aandacht voor andere kinderen: ze raken elkaar aan, maken geluidjes naar elkaar, en kijken of lachen naar elkaar. Deze acties worden vaak beantwoord met dezelfde acties. Vanaf acht of negen maanden kunnen er al eenvoudige interacties plaatsvinden tussen kinderen, zoals het rollen van een bal of het uitwisselen van een voorwerp. Vanaf dat moment gaan kinderen elkaar ook langere tijd achtereen nadoen. Soms brengt een van de kinderen een nieuw element in (bijvoorbeeld een nieuwe beweging of een nieuw geluid), wat dan weer wordt overgenomen door de andere kinderen. Deze vorm van interactie tussen kinderen neemt snel toe gedurende het tweede levensjaar. Het vormt de basis voor latere vormen van samenspel, zoals fantasiespel. Imitatie is naast een manier van leren ook een manier van communiceren. Door een ander te imiteren laat een kind merken dat het die ander begrijpt. Omgeving Behalve door te doen, leren kinderen veel door goed te kijken. Gedurende de dag kijken ze continu om zich heen om te begrijpen wat er allemaal gebeurt. Wanneer kinderen zelfstandig spelen, kijken ze vaak naar het gezicht van de leidster om te leren over de omgeving (is het veilig of onveilig wat ik doe?) of over zichzelf (mag dit wel of mag dit niet?). Het is erg belangrijk dat kinderen de mogelijkheid hebben om zich vrij te bewegen en om zelfstandig bezig te zijn. Zo kan een kind zich in zijn eigen tempo ontwikkelen en kan het nieuwe bewegingen uitvoeren op het moment dat het zich voldoende zeker voelt. Wanneer het kind nieuwe dingen doet als het er zelf aan toe is, zullen zijn prestaties het best zijn, en dat zorgt weer voor een goed zelfvertrouwen. Om het vrije spel optimaal te kunnen benutten is het belangrijk dat de speelobjecten in de omgeving zijn afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het kind. Verder moet het kind zich zeker en geborgen voelen in zijn omgeving. Een vertrouwde en stabiele relatie met de verzorgende volwassene is daarvoor noodzakelijk. 2.3 Leren en taal De taalontwikkeling van een kind verloopt in samenhang met zijn begrip van de wereld om hem heen. Voordat een kind woorden kan begrijpen en gebruiken, moet hij begrijpen dat deze woorden verwijzen naar voorwerpen, mensen, gebeurtenissen of gevoelens. Hij moet leren dat dingen blijven bestaan, ook als we ze niet zien. Wanneer we een blokje bijvoorbeeld afdekken, zien we het blokje niet meer, maar het is er nog wel. Pas wanneer kinderen dit begrijpen, gaan ze ook woorden gebruiken om te verwijzen naar dingen, dieren of personen die afwezig zijn. Deze kennis van de wereld is van invloed op de taalontwikkeling van het kind. Naarmate het kind meer leert over de wereld, neemt ook zijn taalgebruik toe. De taalontwikkeling van kinderen is tevens sterk verbonden met de emotionele ontwikkeling. Voordat een kind emoties en bedoelingen kan benoemen, moet hij eerst leren zijn gevoelens te herkennen en de gevoelens en bedoelingen van anderen te begrijpen. Ook de sociale ontwikkeling speelt een rol, zoals het vermogen om samen te spelen en om problemen en conflicten op te lossen. Elk kind is hierin uniek, en heeft zijn eigen karaktertrekken, talenten, voorkeuren en afkeuren. Als gevolg daarvan gedraagt elk kind zich anders. Het ene kind is erg geïnteresseerd in sociale interacties, terwijl het andere kind meer op zichzelf is. Het ene kind houdt van rustige spelletjes, terwijl het andere kind erg druk en continu in beweging is. Kinderen verwerven taal in samenhang met hun emotionele en sociale ontwikkeling.

10 3 TAALONTWIKKELING VAN NUL TOT TWEE JAAR In dit hoofdstuk gaan we in op het verloop van het taalverwervingsproces bij kinderen van nul tot twee jaar. Vervolgens staan we stil bij de ontwikkeling van meertalige kinderen. Daarna besteden we aandacht aan de rol van de volwassene in het taalverwervingsproces van jonge kinderen. 3.1 Het taalverwervingsproces In het taalverwervingsproces van kinderen zijn vier perioden te onderscheiden: 1 ) De voortalige fase (0 1 jaar) 2 ) De vroegtalige fase (1 2.5 jaar) 3 ) De differentiatiefase (2,5 5 jaar) 4 ) De voltooiingsfase (5 9 jaar) De overgang tussen twee fasen verloopt geleidelijk, en de leeftijden die in dit hoofdstuk worden genoemd zijn dan ook gemiddelden. Zoals bij alle ontwikkelingsgebieden, zal ook bij de taalverwerving het ene kind zich wat sneller ontwikkelen dan het andere kind. Voor het werken met baby s en dreumesen in de kinderopvang zijn de voortalige en de vroegtalige fase van belang. Deze fasen beschrijven we hieronder. De voortalige fase In de voortalige periode wordt de basis gelegd voor de communicatieve ontwikkeling en de taalontwikkeling. In deze fase gebruikt het kind nog geen echte taal. In de eerste zes weken is huilen het enige geluid dat de baby produceert. Het gehoor van de baby is al goed ontwikkeld, zelfs voor de geboorte kan hij al geluiden horen. De baby blijkt een voorkeur te hebben voor het luisteren naar stemmen, en met name naar de stem van de moeder. Vanaf zes weken luistert de baby vooral naar spraak. Hij kijkt aandachtig naar het gezicht van de verzorger, en er vindt communicatie plaats door oogcontact, mimiek, gebaren, aanraken, reuk en smaak. Naast huilen zal de baby nu ook rustiger geluiden maken. Tussen de vier en zeven maanden oefent de baby volop om zijn stemgeluid onder controle te krijgen. De geluidjes van de baby verschillen nu in toonhoogte, in luidheid en in duur. Volwassenen gaan vaak in op dit experimenteren, en hierdoor lijkt de communicatie tussen baby en verzorger steeds meer op een gesprek: kind en verzorger kijken elkaar aan en maken om de beurt geluid. Ook het luisteren ontwikkelt zich verder. Baby s van deze leeftijd letten al op pauzes die een zin afsluiten en ze kunnen onderscheid maken tussen verschillende taalklanken. Na ongeveer acht maanden tot ongeveer veertien maanden begint de baby te brabbelen. Hij herhaalt bepaalde klanken vaak na elkaar. In het begin zijn dat steeds dezelfde klanken, bijvoorbeeld dadadadada. Later gaat het kind verschillende klanken combineren, ofwel gevarieerd brabbelen (bijvoorbeeld bakagoegoe ). Het brabbelen van de baby lijkt steeds meer op echte taal. Er zijn nu duidelijke lettergrepen te herkennen in het brabbelen, en de baby laat niet-talige geluiden steeds meer achterwege. Bovendien gebruikt hij voornamelijk nog klanken uit zijn moedertaal. Voordat kinderen echte woorden gaan gebruiken, drukken ze zich vaak uit door bepaalde klanken te combineren met een lichaamsgebaar (bijvoorbeeld tiiiiiii en wijzen of dajdaj en wuiven). Het kind gaat nu steeds beter begrijpen wat de volwassene zegt; dit blijkt uit de manier waarop hij reageert op taalspelletjes (de opdracht klap eens in de handjes wordt door het kind met veel plezier uitgevoerd), of het gericht kijken als de volwassene vraagt Waar is de bal? Het kind neemt nu ook vaker het initiatief voor een gesprek en gaat de intonatie van volwassenen nadoen. De vroegtalige fase In de vroegtalige periode gaat het brabbelen van de baby over in betekenisvol taalgebruik. Het kind produceert zijn eerste echte woorden (ook al kan hij deze nog niet goed uitspreken), en gaat uiteindelijk eenvoudige zinnetjes vormen. De woorden die het kind zelf produceert, noemen we de actieve woordenschat. De passieve woordenschat bestaat uit alle woorden die het kind begrijpt; daaronder zijn dus ook woorden die het kind nog niet zelf gebruikt. Deze ontwikkeling was al begonnen in de voortalige periode. In de vroegtalige periode breidt het kind zijn passieve woordenschat verder uit en maakt hij een begin met zijn actieve woordenschat. Als kinderen ongeveer anderhalf jaar oud zijn, 9

11 10 bevinden ze zich in de éénwoordfase. In deze periode maakt een kind nog geen zinnen, maar gebruikt hij losse woordjes. De eerste woorden die een kind gebruikt, verwijzen naar personen, dieren, voorwerpen en acties uit zijn eigen dagelijkse leven. Hij ontdekt dat alles een naam heeft, en gaat dingen benoemen. De woorden worden meestal nog niet helemaal goed uitgesproken. De woordenschat van een kind is in dit stadium nog een verzameling van woorden die in een één-op-één relatie staan met de dingen die het kind in zijn omgeving ziet. Het woord hond verwijst bijvoorbeeld alleen naar de hond van de buren. Aan het einde van deze periode komt veel overgeneralisatie voor: het kind noemt alle volwassen mannen papa, of zegt tegen alle dieren poes. Aan het eind van de éénwoordfase koppelt het kind eigenschappen aan voorwerpen, en vormt netwerken van woorden. Het kind wijst bijvoorbeeld naar een kop thee en zegt heet. Ook gebruikt hij woorden om te verwijzen naar iets of iemand die niet aanwezig is. Hij zegt bijvoorbeeld poes en wijst naar het drinkbakje van de poes, terwijl de poes zelf er niet is. Na de éénwoordfase begint het kind langzamerhand met het vormen van zinnetjes. Dit vindt plaats in de twee- en de meerwoordfase, in de leeftijd van anderhalf tot tweeënhalf jaar. Deze fasen zijn niet altijd duidelijk te onderscheiden. Sommige kinderen gebruiken eerst een tijdje twee woorden, voordat ze hun zinnetjes uitbreiden naar drie of meer woorden. Andere kinderen vormen tegelijk met de eerste tweewoordzinnen ook al zinnen met meer woorden. Kinderen kunnen door het variëren van de woordvolgorde en hun intonatie al veel verschillende zinnetjes vormen. Bij tweewoordzinnen is het meestal noodzakelijk om te zien waar kinderen mee bezig zijn om hun bedoeling te kunnen begrijpen. Vaak oefenen kinderen het vormen van zinnen door voor zich uit te praten, bijvoorbeeld als ze alleen aan het spelen zijn of net in bed liggen. Ook voeren ze steeds meer echte gesprekken met volwassenen. Ze kunnen om toelichting vragen, bijvoorbeeld i da? (wat is dat?) of hè? en hun gevoelens uitdrukken, bijvoorbeeld ja spelen (ik wil graag spelen) of nee slapen (ik wil niet slapen). Vlak voor de tweede verjaardag neemt de actieve woordenschat van kinderen snel toe. Rond de leeftijd van anderhalf jaar gebruiken kinderen gemiddeld zo n vijftig woorden. Op de leeftijd van twee jaar is dit aantal gestegen tot gemiddeld vijfhonderd woorden. Kinderen van deze leeftijd gebruiken vooral inhoudswoorden en nog nauwelijks functiewoorden zoals lidwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden en voegwoorden. Bovendien kunnen ze nog niet alle klanken vormen. Het verwerven van grammaticale regels, zoals enkelvoud en meervoud, of de vervoeging van werkwoorden is een leerproces dat enige tijd vergt. Een kind gebruikt in het algemeen eerst de goede vorm van een meervoud, bijvoorbeeld de ballen. Hij hoort dit volwassenen zeggen en bootst het na. Na een tijd ontdekt hij dat er bepaalde regels zijn voor meervoud, waaronder de meervouds-s: kopjes, lepels, tafels. Het kind gaat deze regel zelf toepassen, en zegt nu de bals. Nog wat later ontdekt hij door de feedback die hij krijgt van volwassenen wat de juiste meervoudsvorm is en gaat deze zelf gebruiken: de ballen. Hetzelfde is het geval bij werkwoorden. Als het kind gebrengt zegt, komt dat doordat hij de regel spelen gespeeld, knuffelen geknuffeld toepast. Na enige tijd ontdekt hij dat er uitzonderingen op die regel voorkomen en gaat hij de juiste vorm gebracht gebruiken. De fouten die het kind maakt horen dus bij het taalverwervingsproces. 3.2 Meertalige kinderen Bij kinderen die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed, verloopt de taalverwerving in beide talen ongeveer op dezelfde wijze. Alleen het tempo waarin de kinderen beide talen leren, kan verschillen. Een kind leert een woord niet meteen in beide talen, maar leert het ene woord in de ene taal, en een ander woord in de andere taal. In het beginstadium van de meerwoordfase zal het kind beide talen door elkaar gebruiken. Na verloop van tijd leert hij onderscheid maken tussen beide talen, en gaat hij beide talen correct gebruiken. Kinderen van anderstalige ouders, die vanaf enkele maanden na de geboorte regelmatig op

12 het kinderdagverblijf met het Nederlands in aanraking komen, zullen het Nederlands moeiteloos naast hun moedertaal verwerven. Bij een kind dat wat later met een tweede taal in aanraking komt, kan de taalverwerving achterblijven bij die van leeftijdsgenootjes. Omdat er bij deze kinderen een vertraging optreedt in de taalproductie, is het belangrijk dat de leidster extra alert is op de taalontwikkeling, en dat zij zorgt voor een goed en uitgebreid taalaanbod. Ook culturele verschillen in het omgaan met jonge kinderen kunnen van invloed zijn op de taalontwikkeling. Zo wordt er in sommige culturen nauwelijks voorgelezen, en bestaat de communicatie met kinderen vooral uit het geven van opdrachtjes, zoals Trek je schoenen uit of Ga zitten. Bij deze kinderen blijft de taalontwikkeling ook in de moedertaal achter. Indien er veel gecommuniceerd wordt met kinderen, ook al is dat in eerste instantie niet in het Nederlands, heeft dat een positieve invloed op de taalontwikkeling. Kinderen die van jongs af aan veel met taal in aanraking zijn gekomen, zullen zich veel makkelijker een tweede taal eigen maken. 3.3 De rol van de volwassene Taalaanbod Volwassenen stemmen hun taalgebruik vaak van nature af op het niveau van een kind. Met name in de interactie met jonge baby s is dit opvallend. De volwassene gebruikt meestal een hoge stem en overdreven intonatie en articuleert duidelijker. Verder zijn de zinnen kort en eenvoudig en gebruikt de volwassene relatief veel verkleinwoorden en woorden die niet in het volwassen taal gebruik voorkomen (zoals au voor pijn en bah voor vies). Dit taalgebruik sluit aan bij de voorkeur van baby s. Ook het onderwerp van gesprek wordt afgestemd op het kind, zodat het kind goed in staat is te begrijpen wat er wordt gezegd. Het is goed om veel tegen kinderen te praten, ook als ze zelf nog geen taal gebruiken. Kinderen leren immers taal door naar het taalaanbod te luisteren. Daarom dient de leidster zich bewust te zijn van haar eigen taalaanbod. Om ervoor te zorgen dat kinderen nieuwe woorden begrijpen en onthouden, is het heel belangrijk dat een kind een directe relatie kan leggen tussen een woord en een concrete handeling, ervaring of gevoel. Wanneer je bijvoorbeeld tegen een baby zegt Mag ik de fles van jou? en tegelijkertijd je hand uitstrekt naar de fles, kan het kind een relatie leggen tussen die woorden en het gebaar. Dat maakt het gemakkelijker voor de baby om de betekenis van die woorden te begrijpen. Wanneer een baby huilt, kun je zijn gevoelens benoemen door te zeggen: Wat moet je toch huilen. Ben je verdrietig? Het benoemen van die gevoelens helpt kinderen om ze beter te begrijpen. Ook aanwijzingen voor het gedrag van kinderen moeten voor het kind duidelijk zijn. Als je alleen zegt Stop daar eens mee, begrijpt een jong kind niet wat er bedoeld wordt. Het is beter een advies te geven over wat wél te doen, bijvoorbeeld: Zullen we samen op de bank gaan zitten en een boekje lezen? De taalvaardigheid van kinderen mag niet te snel onderschat worden. Ook als een kind nog niet veel praat, zal hij wel al veel begrijpen. Een kind dat op een te laag niveau wordt aangesproken, heeft minder kansen om zijn taal te ontwikkelen. Het is daarom belangrijk om in het taalaanbod aan te sluiten bij het potentiële niveau van het kind en het kind aan te moedigen op de leidster te reageren. In hoofdstuk 5 is een overzicht opgenomen van interactievaardigheden om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Taalproductie Kinderen leren taal door interactie met de personen in hun omgeving. Volwassenen helpen het kind om zijn taalvaardigheid verder te ontwikkelen. Om een taal goed te leren, is het Taalleermechanisme het kind praat uitgebreid en op eigen initiatief: hij gebruikt zo creatief en actief mogelijk zijn kennis van de taal als hij iets wil zeggen, merkt hij door de feedback die hij krijgt dat hij iets nog niet precies weet hij gaat letten op de vorm van de taal die hij om zich heen hoort zo ontdekt hij wat hij nog niet wist en krijgt dus nieuwe kennis van de taal 11

13 nodig dat kinderen veel zelf praten: het taalleermechanisme treedt dan in werking. 12 Een jong kind dat iets aan zijn omgeving duidelijk wil maken, moet eerst bedenken hoe hij zich kan uitdrukken. Baby s doen dit door huilen, mimiek en gebaren, en wat later door brabbelen. Zodra een kind enkele woordjes kent, zal hij die gebruiken om iets duidelijk te maken. Als hij iets wil vertellen, bedenkt hij zelf de woorden die hij gaat gebruiken, en een volgorde voor die woorden. Het resultaat, de manier waarop hij zegt wat hij wil, zal niet altijd kloppen en soms fouten bevatten. Die fouten zijn normaal in het taalverwervingsproces en noodzakelijk om verder te komen (zie ook paragraaf 3.1). Pas als het kind merkt dat hij het goede woord of de goede vorm niet weet, zal hij min of meer onbewust gaan letten op wat er tegen hem gezegd wordt. Als hij dat taalelement hoort, kan hij dat aan zijn eigen kennis van de taal toevoegen. Op deze manier krijgt hij nieuwe kennis van de taal. Door een kind zo veel mogelijk te stimuleren om zelf te praten, kan hij zijn taal verder ontwikkelen. Feedback Een kind dat iets onder woorden probeert te brengen, en merkt dat hij niet precies weet hoe hij dat moeten zeggen, let (onbewust) extra goed op de reactie van de volwassene. Het is belangrijk dat de volwassene goede feedback geeft. Feedback geven betekent in dit geval niet tegen een kind zeggen dat hij iets verkeerd zegt, maar in gecorrigeerde of uitgebreide vorm herhalen wat het kind zegt. Als het kind bijvoorbeeld zegt da taan, herhaalt de leidster dit in een juiste zin: Oh, wil jij daar staan. Of op De poes heb niet jas reageert de leidster met: Nee, de poes heeft geen jas want hij heeft het niet koud. Ze bevestigt wat het kind zegt door het te herhalen, en corrigeert daarbij meteen de verkeerde werkwoordsvorm. Ook breidt ze de uiting van het kind uit door nieuwe informatie toe te voegen. Op deze manier leert het kind zijn taal optimaal te ontwikkelen. Het is dus niet de bedoeling dat de leidster direct tegen het kind zegt dat hij een fout maakt.

14 4 INTERACTIEVE TAALSTIMULERING Nu we de theoretische achtergrond hebben geschetst van de (taal)ontwikkeling van jonge kinderen, kunnen we dieper ingaan op de praktijk van het werken aan taalstimulering op een kinderdagverblijf. Wat doe je nu concreet wanneer je aan interactieve taalstimulering werkt? We gaan in dit hoofdstuk eerst in op de interacties die plaatsvinden op het kinderdag verblijf. Daarna besteden we aandacht aan de drie kernvaardigheden die we in hoofdstuk 1 hebben onderscheiden, namelijk kansen grijpen, kansen creëren en observeren. Tot slot bespreken we de vier speerpunten van De Taallijn voor kinderen van nul tot twee jaar. 4.1 Interacties op het kinderdagverblijf Interacties tussen kind en leidster Kinderen communiceren al met anderen voordat ze enige taal beheersen. Zo is een baby al heel goed in staat om met zijn verzorger te communiceren door gebruik te maken van oogcontact, gezichtsuitdrukkingen, gebaren, aanrakingen en geluiden. In de interactie met zijn verzorger, leert de baby geleidelijk aan de regels van de beurtwisseling bij communicatie. Ook ervaart de baby een prettig gevoel als gevolg van de interactie en leert hij dat dingen samen doen fijn is. Op het kinderdagverblijf vinden in de eerste plaats interacties plaats tussen de leidsters en elk kind afzonderlijk. Tijdens verzorgingsmomenten als verschonen, uitkleden en naar bed brengen, kun je volledig de aandacht op de communicatie met één kind richten. Interacties tussen kinderen onderling Op het kinderdagverblijf vinden ook veel interacties plaats tussen de kinderen onderling. Om het welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te bevorderen, is het belangrijk dat je deze interacties begeleidt. Daarbij besteed je aandacht aan zowel negatieve interacties en conflicten als aan positieve interacties en positief sociaal gedrag. Deze positieve interacties kun je ook actief stimuleren door kinderen aan te moedigen om elkaar te helpen, samen te werken en naar elkaar te luisteren. Je begeleidt de interacties van kinderen door hun acties te verwoorden en uit te leggen, en hen te helpen om met elkaar te communiceren. Hiermee bevorder je niet alleen de sociaalemotionele ontwikkeling van de kinderen, maar ook hun taalontwikkeling. 4.2 Kansen grijpen, kansen creëren en observeren Kansen grijpen Praten en uitleggen kun je in elke situatie doen. Je grijpt de kansen die zich voordoen tijdens verzorging-leeractiviteiten of speel-leeractiviteiten, en ondersteunt de gebeurtenissen en hande lingen die zich voordoen met taal. Hierdoor krijgen kinderen een groot en gevarieerd taalaanbod, wat een gunstig effect heeft op het leren van de taal. Ook moedig je kinderen aan om zelf te reageren en te praten, zodat ze kunnen oefenen met het gebruik van taal. In hoofdstuk 6 en 7 bespreken we hoe je kansen kunt grijpen voor taalstimulering tijdens verzorgingleer activiteiten en speel-leeractiviteiten. Kansen creëren Je kunt ook zelf kansen creëren om aan de taalontwikkeling van kinderen te werken. Dit doe je door kinderen in gerichte stimuleringsactiviteiten te betrekken die een positieve invloed hebben op hun taalontwikkeling. Het is belangrijk dat je deze activiteiten zoveel mogelijk probeert af te stemmen op de interesses en het ontwikkelingsniveau van de kinderen. In hoofdstuk 7 beschrijven we verschillende spelletjes waarmee je kansen kunt creëren voor taalstimulering. Aan het voorlezen van boekjes is een apart hoofdstuk gewijd, namelijk hoofdstuk 8. Observeren Om goed aan te kunnen sluiten bij de mogelijkheden van elk kind, is het belangrijk om vaak te observeren. Kijk goed naar de gedragingen of reacties van kinderen in verschillende situaties, zoals tijdens het verzorgen of wanneer ze aan het spelen zijn, alleen of met andere kinderen. Hierdoor verkrijg je veel informatie over hun ontwikkeling en over de specifieke eigenschappen en interesses van elk kind. Aan de hand van deze informatie kun je het gedrag en taalaanbod beter op het kind afstemmen, en kun je het kind 13

15 14 beter helpen om een stapje verder te zetten in zijn ontwikkeling. Wanneer je observeert, probeer je te ontdekken wat het kind bezighoudt, zoals dingen in de omgeving, bepaald speelgoed, andere kinderen, volwassenen, et cetera. Wat ziet het kind, wat hoort hij, wat doet hij, wat zegt hij en wat begrijpt hij? Wat denk je dat er in het kind omgaat, ofwel: wat denkt het kind? Probeer je hoofd leeg te maken voordat je naar de kinderen kijkt. Vaak zie je wat je denkt te zien. Het is belangrijk dat je probeert niet al te bevooroordeeld naar de kinderen te kijken. In een groep met veel verschillende kinderen, is het moeilijk om alle informatie die je verkrijgt door te observeren, te onthouden. Het kan daarom helpen om aantekeningen te maken, bijvoorbeeld op memo briefjes. Wanneer je een kind iets ziet doen of hem een bepaald woord hoort gebruiken, kun je daar kort iets over opschrijven. Je kunt de aantekeningen op een prikbord prikken of in een speciaal bakje leggen. Op die manier houd je de aantekeningen goed bij elkaar. Een andere mogelijkheid is het gebruik van post-it briefjes. Je kunt deze briefjes in het persoonlijke boekje (zie hoofdstuk 9) van een kind plakken of de aantekeningen daarin over nemen. Wanneer dit boekje op en neer gaat tussen kinderdagverblijf en thuis komen ook de ouders te weten wat hun kind doet op het kinderdagverblijf. Zij kunnen op hun beurt in het boekje schrijven welke nieuwe dingen het kind thuis doet of zegt. Kijk zowel naar individuele kinderen als naar de kinderen als groep. Het is informatief en leuk voor jezelf en voor ouders om op een speciale plek bij te houden welke eerste woorden de kinderen kennen. Behalve het maken van aantekeningen kun je wat je ziet ook vastleggen met behulp van foto s of video-opnames. Wat je ook doet, het is altijd goed om je bevindingen en ideeën te delen met collega s. Samen zie je meer dan alleen. Ook kun je dan beter interpreteren wat je hebt gezien en plannen maken om in te spelen op de kinderen. 4.3 Speerpunten De Taallijn voor kinderen van nul tot twee jaar richt zich op vier belangrijke aspecten, namelijk mondelinge taal, woordenschat, ontluikende geletterdheid en ouderbetrokkenheid. Hieronder lichten we elk van deze speerpunten toe. Mondelinge taal Taal is een middel waarmee we kunnen communiceren met de wereld om ons heen en waarmee we onze gedachten en gevoelens kunnen benoemen en ordenen. Om goed te kunnen communiceren, moeten we beschikken over mondelinge taalvaardigheden. Deze vaardigheden verwerven kinderen al vanaf zeer jonge leeftijd. Al vanaf de geboorte communiceren baby s met hun omgeving; aanvankelijk door middel van geluiden en klanken. Wat later gaan ze ook gebaren gebruiken om te communiceren; rond de leeftijd van negen maanden wijzen en grijpen kinderen naar voorwerpen in hun omgeving. Ze gebruiken gebaren doelbewust om iets gedaan te krijgen. Met de eerste woordjes die kinderen rond hun eerste jaar leren gebruiken, hebben ze extra mogelijkheden om te communiceren. In de periode daarna leren kinderen steeds meer woorden. Taalaanbod Het taalaanbod van de volwassene heeft veel invloed op de woordenschatontwikkeling en de gespreksvaardigheden van kinderen. Door het voorbeeld van volwassenen krijgt het kind inzicht in de structuur van de gesproken taal. Het is allereerst belangrijk dat er veel gesproken wordt op het kinderdagverblijf. Je richt je daarbij op het verwoorden van handelingen: je zegt voortdurend wat je aan het doen bent (Ik ga nu je laarsjes aandoen, want het regent buiten) of wat een kind doet (Kijk, Jara kamt de haren van de pop). Ten tweede dient je taalaanbod van goede kwaliteit te zijn. Zorg dat je taalaanbod duidelijk is en ondersteun je uitingen met intonatie, mimiek en gebaren. Gebruik naast bekende, eenvoudige woorden en zinnen, ook regelmatig minder bekende woorden en moeilijker zinsconstructies. Wanneer je jonge kinderen instructies geeft, is het belangrijk dat die kort en duidelijk zijn. Taalproductie Kinderen leren taal door die taal zelf actief te

16 gebruiken. Door zelf te praten gaan ze ineens meer op de vorm letten en niet meer alleen op de betekenis. Ze vragen zich af hoe ze iets kunnen zeggen. Het is daarom belangrijk dat je kinderen stimuleert om zelf te praten. Dit doe je door de beurt van een kind te beschermen wanneer hij aan het woord is, door ruimte te scheppen voor reacties van kinderen en door vragen te stellen of opmerkingen te maken. Probeer je in te leven in het perspectief van het kind en volg zijn gedachtegang. Hij vertelt het liefst over wat hem bezighoudt. Wanneer je hem niet helemaal begrijpt, probeer je door te vragen om erachter te komen wat hij precies bedoelt. Feedback Het is belangrijk dat je passende feedback levert op de taaluitingen van kinderen. Als een kind bijvoorbeeld zegt Oma ziekhuis, kun je reageren met de grammaticaal juiste zin: Oma ligt in het ziekenhuis! Je corrigeert het kind dus niet, maar geeft het goede voorbeeld door er een volledige, correcte en voor het kind begrijpelijke zin van te maken. Daarnaast kun je de taaluitingen van kinderen aanvullen met nieuwe informatie, waarmee je de kennis van het kind over het onderwerp uitbreidt. In reactie op een kind dat zegt Zand schep! kun je de taaluiting uitbreiden door te zeggen: Jij schept zand uit de zandbak in de vrachtwagen. Deze en andere leidstervaardigheden die van belang zijn voor het stimuleren van de mondelinge taalvaardigheid van kinderen worden uitgewerkt in hoofdstuk 5. Woordenschat Voordat een kind zelf taal gaat gebruiken, begrijpt hij al veel woorden. Dit noemen we zijn passieve woordenschat. Wanneer een kind ongeveer een jaar oud is, gaat hij zijn eerste woorden bewust gebruiken. Zijn betekenisloze gebrabbel gaat dan langzaamaan over in betekenisvol taalgebruik. De woorden die het kind zelf gebruikt, noemen we zijn actieve woordenschat. Woorden hebben vanaf deze periode een communicatieve functie: ze worden gebruikt om de aandacht mee te richten. Dat wil zeggen dat het kind taal gaat gebruiken om iets duidelijk te maken en/of iets gedaan te krijgen van iemand anders. De eerste 50 woorden Wanneer het kind zo n achttien maanden oud is, gebruikt hij gemiddeld ongeveer vijftig woorden. Het gaat om woorden die direct te maken hebben met het hier en nu: ze verwijzen naar voorwerpen waarmee het kind speelt (bal, pop), personen die belangrijk voor hem zijn (papa, mama) en veel voorkomende acties (eten, slapen). De woorden die het kind gebruikt, staan in deze fase nog in een één-op-één relatie met de dingen die het kind in zijn omgeving waarneemt. Een hond is bijvoorbeeld alleen maar die ene hond van de buren die s morgens altijd voorbij komt wandelen. Van vijftig naar vijfhonderd woorden Wanneer het kind twee jaar oud is, ontstaat een zekere samenhang in de woorden die het kind kent. Het kind leert dat er categorieën zijn waarin de afzonderlijke woorden kunnen worden gerangschikt. Hij leert dat hij een woord ook in een andere situatie kan gebruiken: het dier dat vastgebonden is bij de supermarkt en op zijn baasje staat te wachten, is ook een hond. In deze fase is vaak sprake van overgeneralisatie: omdat de poes van het kind Saar heet, worden alle poezen Saar genoemd. Kinderen van twee jaar gebruiken gemiddeld al zo n vijfhonderd woorden. Netwerken van woorden Nog later gaan kinderen netwerken van woorden creëren. Ze gaan dan inzien dat er allerlei relaties tussen woorden zijn, zowel op het niveau van betekenis (zeep en handdoek) als van de vorm (Jan en pan). Ook zijn kinderen dan in staat om meer abstracte zaken te benoemen, die op dat moment niet in hun directe omgeving aanwezig zijn. Vooral het leggen van relaties tussen woorden is een belangrijk aspect van de groeiende woordenschat van kinderen. Woorden zijn geen losse brokken informatie, maar staan onderling met elkaar in verbinding. Er zijn woorden die hetzelfde betekenen (das sjaal), woorden met een functionele relatie (auto rijden), woorden die een specificatie zijn van een categorie (dier: poes, hond, koe) en woorden die het kind zelf met elkaar verbindt door eigen ervaringen (bijvoorbeeld de woorden eend en oma wanneer het kind altijd met oma naar de eendjes gaat). Het netwerk van woorden breidt zich in de loop van de jaren steeds verder uit. Er komen steeds meer woorden bij, maar ook het aantal 15

17 16 verbindingen tussen woorden groeit. Hierdoor begrijpen kinderen steeds beter wat een woord betekent en wanneer ze het kunnen gebruiken. Hun woordkennis wordt met andere woorden dieper en breder. Woordenschatstimulering Om de woordenschatontwikkeling van kinderen te stimuleren, zijn verschillende aspecten van het taalaanbod van volwassenen van belang. Ten eerste de kwantiteit of de omvang van het woordaanbod. Kinderen leren meer woorden als er veel wordt gepraat. Om hun woordenschat uit te breiden, is het dus noodzakelijk dat kinderen veel woorden krijgen aangeboden. Daarnaast is de kwaliteit van het taalaanbod van belang. Wanneer kinderen regelmatig wat moeilijker woorden horen, leren ze deze woorden spelenderwijs beter te begrijpen en gebruiken. De kwantiteit van je taalaanbod heeft ook invloed op de kwaliteit: hoe meer je praat, hoe interessanter en gevarieerder je taalaanbod is. Ook de ondersteuning vanuit de context draagt bij aan woordenschatontwikkeling. Kinderen leren de betekenissen van nieuwe woorden beter wanneer er ondersteunend beeldmateriaal aanwezig is, zoals illustraties of concrete materialen. De leidstervaardigheden die van belang zijn voor het stimuleren van de woordenschatontwikkeling van kinderen worden uitgewerkt in hoofdstuk 5. Ontluikende geletterdheid De fase van ontluikende geletterdheid heeft betrekking op de voorschoolse periode. In de periode van nul tot vier jaar leren kinderen de basisprincipes van de taal: ze leren mondeling te communiceren, ze leren spreken en luisteren. Daarnaast maken kinderen in deze periode kennis met geschreven taal in de vorm van prentenboeken, boeken, voorleesverhalen, logo s, verkeerstekens, letters en woorden. Een aantal kinderen probeert aan het eind van deze periode ook al schriftelijk te communiceren in de vorm van tekeningen, beelden en eigen logo s. Kinderen leren spelenderwijs dat je met geschreven taal een boodschap kunt overbrengen. Pictogrammen Kinderen groeien op in een omgeving waarin geschreven taal volop aanwezig is. Hierdoor leren kinderen op jonge leeftijd al veel over geschreven taal. Ze zien hun ouders bijvoorbeeld de krant lezen of een boodschappenbriefje schrijven. Ook in het kinderdagverblijf kan geschreven taal op een natuurlijke wijze aanwezig zijn. Zo kun je bijvoorbeeld gebruik maken van pictogrammen of dagritmekaarten om de dagindeling mee aan te geven. De kinderen leren om deze pictogrammen te lezen : ze weten dat het plaatje van de appel en de banaan betekent dat het tijd is om fruit te gaan eten. Je kunt de pictogrammen op een muur of kast hangen en de tijdsduur en inhoud van de activiteit ernaast schrijven (bijvoorbeeld: : fruit eten). Ouders kunnen dan in één oogopslag zien hoe een dag op het kinderdagverblijf eruit ziet. Pictogrammen kunnen ook worden gebruikt om de functie van een hoek of opbergplaats mee aan te duiden. Bij elk pictogram plaats je ook het geschreven woord. Op het kinderdagverblijf hebben kinderen vaak eigen plekken voor hun spullen, zoals een haakje voor hun jas en een mandje voor hun spullen. Daarop wordt vaak een bepaald plaatje of een foto van het kind geplakt met zijn naam. De namen van de kinderen vind je bijvoorbeeld ook terug op de knijpers waarmee hun werkjes worden opgehangen. Op die manier wordt geschreven taal een vanzelfsprekend onderdeel van de leefomgeving van de kinderen. Naarmate kinderen ouder worden, zullen ze dat steeds meer in de gaten krijgen. Boekjes Om de ontluikende geletterdheid van kinderen te stimuleren, is het erg belangrijk dat ze al vanaf jonge leeftijd in aanraking worden gebracht met boekjes. Wanneer je prentenboeken voorleest, is met name de interactie tussen jou en het kind erg belangrijk; je praat samen met het kind over de inhoud van het boekje. We spreken daarom over interactief voorlezen. In hoofdstuk 8 gaan we uitgebreid in op het voorlezen van prentenboeken aan kinderen van nul tot twee jaar. Liedjes en versjes Door het creëren van een rijke leeromgeving kun je kinderen op het kinderdagverblijf spelenderwijs in contact brengen met boeken, labels en andere vormen van geschreven taal. Verder is het

18 goed om regelmatig liedjes en versjes met kinderen te zingen. Met name liedjes met rijm stimuleren het klankbewustzijn van kinderen, dat wil zeggen het besef dat woorden zijn opgebouwd uit klanken. Dit klankbewustzijn is van groot belang voor de ontwikkeling van geletterdheid. Ouderbetrokkenheid Ouders en leidsters werken samen aan het stimuleren van de taalontwikkeling van een kind. Het is daarom belangrijk dat het kinderdagverblijf en de ouders voortdurend informatie uitwisselen. Taalvaardigheid van het kind Ten eerste is het uitwisselen van informatie noodzakelijk om eventuele problemen met de taalverwerving te kunnen signaleren. Door regelmatig met de ouders te bespreken wat het kind thuis al begrijpt en zegt, kun je vaststellen of de situatie thuis overeenstemt met de situatie op het kinderdagverblijf. Indien een dreumes thuis veel meer praat dan op het kinderdagverblijf, voelt het kind zich misschien nog niet helemaal veilig in de groep en is het daarom wat meer teruggetrokken. Maar indien het kind zowel thuis als op het kinderdagverblijf weinig taal begrijpt en/of gebruikt, is er mogelijk iets aan de hand met zijn taalverwerving. In dat geval is het noodzakelijk onderzoek te laten doen. Taalsituatie thuis Ten tweede is het belangrijk om inzicht te hebben in de taalsituatie thuis. Welke taal spreken de ouders thuis met het kind? Spreekt vader misschien een andere taal dan moeder? En welke taal spreken broertjes en zusjes onderling? Het is belangrijk om kennis te hebben van eventuele meertaligheid, zodat je daar op het kinderdagverblijf rekening mee kunt houden. Als kinderen het Nederlands nog niet zo goed beheersen, kun je hen extra ondersteuning bieden. Interesses en ervaringen van het kind Ten derde is het belangrijk om informatie uit te wisselen over wat het kind thuis en op het kinderdagverblijf bezighoudt. Bijvoorbeeld: wat voor spel doet het kind graag, met welk speelgoed speelt hij vaak, heeft hij een favoriet boekje dat hij graag leest, met welke andere kinderen speelt hij? Het is voor leidsters belangrijk om te weten wat de interesses van een kind zijn, zodat zij daarbij kunnen aansluiten. Bovendien is het gemakkelijker om een kind te begrijpen als je weet wat het kind meemaakt. Wanneer een kind bijvoorbeeld met zijn ouders naar de dierentuin is geweest, is hij waarschijnlijk helemaal vol van de dieren die hij daar heeft gezien. Als de ouders je verteld hebben over dit uitje, zal het gemakkelijker zijn om te begrijpen wat het kind je wil vertellen en kun je daar ook met hem over doorpraten. Andersom is het ook voor ouders goed om te weten wat hun kind op het kinderdagverblijf allemaal doet en beleeft. Deze informatie kan mondeling worden uitgewisseld tijdens het brengen en halen, maar de praktijk wijst uit dat de tijd vaak beperkt is en niet altijd alles aan bod komt. Een schriftje of boekje dat heen en weer gaat tussen ouders en leidsters is daarom zeer geschikt. Behalve schriftelijke informatie kunnen hier ook foto s of afbeeldingen in worden geplakt. In hoofdstuk 9 gaan we verder in op het gebruik van zo n boekje. Taalstimulering Tot slot wissel je ook informatie uit met ouders over taalstimulering. Niet alle ouders zijn zich ervan bewust dat zij een belangrijke rol spelen bij de taalverwerving van hun kind. Er bestaat dan ook grote variatie in de manier waarop ouders met hun kind praten. In sommige gezinnen is sprake van een zeer rijk taalaanbod; ouders verwoorden en benoemen veel, spelen allerlei spelletjes met hun kind en lezen regelmatig voor. In andere gezinnen gebeurt dit in veel mindere mate. Je kunt in gesprekken met ouders aandacht besteden aan mogelijkheden om hun kind te helpen bij de taalverwerving. Ook kunnen er speciale ouderbijeenkomsten worden georganiseerd, bijvoorbeeld over het belang van voorlezen aan jonge kinderen. Een andere manier om ouders ideeën te geven voor taalstimulering is door elke ochtend verschillende materialen klaar te leggen, zoals puzzels of boekjes, waar ouders even met hun kind mee kunnen spelen voordat zij weggaan. Op die manier geef je ouders informatie over spelletjes die zij samen met hun kind kunnen doen. Daarnaast kun je hen laten zien welke boekjes geschikt zijn om met hun kind te bekijken. 17

19 5 INTERACTIEVAARDIGHEDEN LEIDSTER 18 In het voorgaande hoofdstuk zijn drie kernvaardigheden omschreven: kansen grijpen, kansen creëren en observeren. Deze drie vaardigheden kun je zien als belangrijke voorwaarden om aan taalstimulering te kunnen werken in het kinderdagverblijf. Echter, het blijven vrij abstracte vaardigheden als je ermee wilt werken in de praktijk. Hieronder staat een overzicht van de specifieke interactievaardigheden die je kunt inzetten om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. In de hoofdstukken 6 en 7 worden veel van deze vaardigheden concreet uitgewerkt in verschillende activiteiten op het kinderdag verblijf. 5.1 Taal aanbod Zorg voor een duidelijk taalaanbod Spreek in een rustig tempo en articuleer duidelijk. Gebruik korte zinnen en spreek zoveel mogelijk in de tegenwoordige tijd. Ondersteun je taalaanbod Ondersteun je taalaanbod veelvuldig met intonatie, gezichtsuitdrukkingen, gebaren, handelingen en materialen of voorwerpen. Verwoord handelingen Verwoord je eigen handelingen (vertel wat je doet) en de handelingen van de kinderen. Doe veel voor en verwoord regelmatig wat er gebeurt wanneer je met de kinderen meespeelt. Voorbeeld: Kijk, Emma rolt de bal naar Tom. Geef korte en duidelijke instructies Geef zo precies mogelijk aan wat de bedoeling is. Geef maar één opdracht tegelijk en controleer of de boodschap bij een kind is overgekomen. In plaats van Doe eens rustig zeg je bijvoorbeeld: Ga maar even op het kleed zitten. 5.2 Interactie en taal uitlokken Bescherm de beurt van een kind Bescherm de beurt van het kind dat aan het woord is, bijvoorbeeld wanneer je een boekje voorleest aan een groepje kinderen of wanneer je met een kind aan het spelen bent en een ander kind jullie spel onderbreekt. Schep ruimte voor reacties van kinderen Geef kinderen de kans om te reageren op jouw taalaanbod of handelingen. Laat regelmatig stiltes vallen; wacht na het stellen van een vraag of het maken van een opmerking bijvoorbeeld 5 tot 10 seconden voordat je weer wat zegt. Stel verschillende soorten vragen Stel vragen die passen bij het ontwikkelingsniveau van het kind. Baby s die nog niet veel taal gebruiken, kun je vragen om dingen aan te wijzen. Bijvoorbeeld: Waar is de beer? of Wijs de bal maar aan op het plaatje. Oudere kinderen kun je stimuleren om te praten door verschillende soorten vragen te stellen: Ja/nee-vragen: Heb jij een broertje? Of/of-vragen: Wil jij pindakaas of smeerkaas op jouw boterham? Wie/waar/wat-vragen: Wat is dat? Je kunt ook een opmerking maken om een kind uit te dagen om wat te vertellen. Bijvoorbeeld: Wat heb jij een mooie pet op! Blijf vervolgens even stil en geef het kind de kans om te reageren. Ga in op wat het kind je wil vertellen Reageer zowel op verbale als non-verbale reacties van het kind. Laat het kind merken dat je zijn inbreng hoort of ziet en waardeert. Goed zo, Nora! Dank je wel, Pim! Dat is een goed idee, Karim! Door geluidjes van een baby te herhalen, kun je hem aanmoedigen om meer te vertellen. 5.3 Reageren Probeer de juiste betekenis te achterhalen Vraag door. Toon echte interesse in wat een kind wil zeggen en probeer erachter te komen wat hij bedoelt: Wat is dat precies? Bedoel je dat? Trek niet te snel je eigen conclusies over wat je denkt dat een kind wil zeggen. Accepteer de kijk van een kind Volg de gedachtegang van het kind en respecteer zijn kijk op het onderwerp. Wanneer een kind bijvoorbeeld een telefoon gebruikt als hamer, ga je hem niet vertellen dat een telefoon daarvoor niet bedoeld is, maar sluit je je aan bij zijn ideeën over het spel. Het belangrijkste is dat het kind praat!

20 Ga in op ervaringen van het kind Kinderen willen het liefst praten over hun eigen ervaringen, over dingen zij zelf hebben meegemaakt. Jouw taalaanbod is dan ook het meest betekenisvol voor kinderen wanneer dat over hun eigen leefwereld gaat. Probeer ook bij het voorlezen van boekjes een koppeling te leggen met de leefwereld van een kind. Vraag bijvoorbeeld: Heb jij thuis ook een hondje? of Was jij ook ziek? Het is niet erg om af te wijken van het verhaal in het boek; het is veel belangrijker dat je luistert naar wat het kind je wil vertellen. Controleer of kinderen de betekenissen van woorden begrijpen Ga na of de kinderen de nieuwe woorden begrijpen en/of kunnen gebruiken. Het eerste doe je door opdrachtjes te geven (zie hierboven); het tweede door vragen te stellen, bijvoorbeeld: Wat is dat? 19 Hervorm uitingen tot goede zinnen Vul de uiting van het kind aan tot een goede zin en breid deze eventueel uit door nieuwe woorden in te brengen. Als het kind zegt: Ikke eet!, zeg dan bijvoorbeeld: Oh, jij wilt een boterham eten! 5.4 Woordenschat vergroten Verduidelijk de betekenissen van nieuwe woorden Verduidelijk de betekenissen van nieuwe woorden voor kinderen met behulp van: voorwerpen (laten zien, voelen of ruiken) foto s, tekeningen of illustraties gezichtsexpressie, ondersteunende gebaren of stemgebruik (doe geluiden na) handelingen (doe werkwoorden zoals lachen, slapen of springen voor en laat ze nadoen) uitleg met andere woorden (gebruik een woord dat ongeveer hetzelfde betekent of gebruik het woord in een verduidelijkende zin) Bijvoorbeeld: De beer is zacht. Voel maar met je handje. Lekker zacht, hè? Of: Rosa is heel verdrietig [trek een verdrietig gezicht]. Ze moet huilen [doe net alsof je huilt]. Herhaal en oefen nieuwe woorden met kinderen Kinderen leren de betekenissen van nieuwe woorden pas goed wanneer deze woorden vaak in verschillende situaties terugkomen. Hoe vaker de woorden worden herhaald, des te sneller de kinderen ze leren. Je kunt de woorden oefenen met kinderen door het geven van opdrachtjes, bijvoorbeeld: Wil jij de bal voor mij pakken?

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen Mondelinge taal 1 Spraak-taalontwikkeling Baby blauw maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) herhaalt geluidjes Dreumes brabbelt bij (eigen) spel oranje begint steeds meer

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd 0 tot 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

Praten leer je niet vanzelf

Praten leer je niet vanzelf jeugdgezondheidszorg Praten leer je niet vanzelf... hier ben ik www.icare.nl Over de spraak-taalontwikkeling van kinderen van 0-4 jaar Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten

Nadere informatie

Taalontwikkeling bij baby s, peuters en kleuters

Taalontwikkeling bij baby s, peuters en kleuters Taalontwikkeling bij baby s, peuters en kleuters Voor ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Deze folder geeft u als ouder informatie over de normale taalontwikkeling van kinderen en biedt

Nadere informatie

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren TAAL IS LEUK Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren 1 Inhoudsopgave Pagina Besteed extra aandacht aan de taal van uw kind 4 Adviezen die u kunt toepassen tijdens een gesprekje met uw kind 5 Maak

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

De Puk-poster. Goed voorbeeldgedrag. Een baby ontwikkelt zich razendsnel. Vaak lijkt. dit vanzelf te gaan. Toch is het belangrijk om ook

De Puk-poster. Goed voorbeeldgedrag. Een baby ontwikkelt zich razendsnel. Vaak lijkt. dit vanzelf te gaan. Toch is het belangrijk om ook Ontwikkeling van baby s stimuleren met de Puk-poster Auteur: Natasja van Lier Een baby ontwikkelt zich razendsnel. Vaak lijkt dit vanzelf te gaan. Toch is het belangrijk om ook de ontwikkeling van baby

Nadere informatie

Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli 2015. Naam leerling. Taal Beginnende geletterdheid

Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli 2015. Naam leerling. Taal Beginnende geletterdheid Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) versie juli 2015 Taal eginnende geletterdheid eginnende geletterdheid-stap 1 OEKORIËNTATIE: Herkent een boek en weet dat er een verhaal in staat -20--20

Nadere informatie

Piramide. Informatie voor ouders en verzorgers

Piramide. Informatie voor ouders en verzorgers Voor- en vroegschoolse educatie Piramide Piramide Informatie voor ouders en verzorgers Voor alle kinderen van 0 tot 7 jaar Optimale ontwikkeling van ieder kind Spel staat centraal Zelfstandig leren Wat

Nadere informatie

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen. Onderbouwrapport In het onderbouwrapport waarderen wij alle genoemde aspecten ten opzichte van de leeftijd. Een waardering wordt uitgedrukt in een cijfer. U kunt via de beknopte omschrijvingen in het rapport

Nadere informatie

Observeerbare Termen. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid 2

Observeerbare Termen. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid. Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid 2 1 Observeerbare Termen Pedagogisch basisdoel: Sociale en emotionele veiligheid Leeftijdscategorie De kinderen worden opgevangen in een schone en veilige omgeving. 2 4 jaar 1. De leidster instrueert kind

Nadere informatie

Omgaan met zichzelf, 2-4;6 jaar

Omgaan met zichzelf, 2-4;6 jaar Omgaan met zichzelf, 2-4;6 jaar Eigen wil wordt sterker. Ontdekt dat het invloed op de omgeving kan uitoefenen. Zegt bij alles nee. Wil alles zelf doen. Is blij als het iets kan. Wordt driftig als iets

Nadere informatie

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid 3;6 4 4;6 5 5;6 6 6,6 7 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes. 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes door

Nadere informatie

In gesprek met ouders. Spel en ontwikkeling! (module 1 en 2) (module 3 en 4) Doel Verkrijgen van inzicht in het belang van spel en

In gesprek met ouders. Spel en ontwikkeling! (module 1 en 2) (module 3 en 4) Doel Verkrijgen van inzicht in het belang van spel en Peuters spelender wijs! Een praktische verdiepingscursus voor pedagogisch medewerkers in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven De ontwikkeling van jonge kinderen gaat snel. Ze zijn altijd op ontdekkingstocht

Nadere informatie

Zorgboekje. Kindgegevens

Zorgboekje. Kindgegevens Zorgboekje De pedagogisch medewerker vult dit boekje behorende bij het overdrachtdocument peuter kleuter in als er een zorgbehoefte bij het kind is gesignaleerd. Zij/ hij vult in wat van toepassing is

Nadere informatie

1. Sociaal Spel in het kort

1. Sociaal Spel in het kort 1. Sociaal Spel in het kort Sociaal Spel bestaat uit 40 posters met doelgerichte groepsactiviteiten, waarmee je de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen stimuleert. Met de bijbehorende ouderkaarten

Nadere informatie

Ontwikkelingskansen voor ieder kind! Een nieuw vriendje. Thema Welkom Kiki. voor ouders. Kansen in kinderen

Ontwikkelingskansen voor ieder kind! Een nieuw vriendje. Thema Welkom Kiki. voor ouders. Kansen in kinderen Ontwikkelingskansen voor ieder kind! Een nieuw vriendje Thema Welkom Kiki voor ouders Voorwoord In dit eerste thema van KIKI maakt uw kind kennis met een nieuw vriendje: Welkom Kiki. Beer Kiki beleeft

Nadere informatie

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Taalstimulering voor kinderen en volwassenen Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Enkele stellingen Taalontwikkeling 1. Voortalige fase: van 0 tot 1 jaar 2. Vroegtalige fase: van 1 tot 2,5 jaar Eentalige

Nadere informatie

Baby s houden van boeken! voorlezen leuk, gezellig én leerzaam!

Baby s houden van boeken! voorlezen leuk, gezellig én leerzaam! Baby s houden van boeken! voorlezen leuk, gezellig én leerzaam! Waarom zo vroeg beginnen? Baby s kunnen veel meer dan je denkt. Luisteren Vanaf de eerste dag luistert je baby naar jouw stem. Al begrijpt

Nadere informatie

(naam/plaats school) Achternaam : Roepnaam : Geboortedatum: :. Nationaliteit : Adres (straat/nr) :. Postcode:. Spreektaal thuis: :.

(naam/plaats school) Achternaam : Roepnaam : Geboortedatum: :. Nationaliteit : Adres (straat/nr) :. Postcode:. Spreektaal thuis: :. Dit aanmeldformulier is opgesteld ten behoeve van de zorgvuldige aanmelding van uw kind bij één van de basisscholen van het Samenwerkingsverband Kampen Aanmeldformulier voor basisschool ndergetekenden

Nadere informatie

Activiteitenbeleid 2013

Activiteitenbeleid 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 6: Pedagogisch beleid TintelTuin De 6 competenties Visie Activiteitenbeleid binnen het (dag)programma Laat zien

Nadere informatie

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes)

toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes) 1 Omgaan met en uiten van eigen gevoelens en ervaringen toont enthousiasme (lacht, kirt, trappelt met de beentjes) laat non-verbaal zien dat hij/zij iets niet wil (bijv. slaat fles weg, draait hoofd als

Nadere informatie

(naam/plaats school) Achternaam : Roepnaam : Geboortedatum: :. Nationaliteit : Adres (straat/nr) :. Postcode:. Telefoonnummer : Telefoonnummer 2:.

(naam/plaats school) Achternaam : Roepnaam : Geboortedatum: :. Nationaliteit : Adres (straat/nr) :. Postcode:. Telefoonnummer : Telefoonnummer 2:. Stichting penbaar nderwijs Kampen Noordweg 87 8262 BP Kampen Tel: (038) 333 22 43 www.ookkampen.nl Dit aanmeldformulier is opgesteld ten behoeve van de zorgvuldige aanmelding van uw kind bij één van de

Nadere informatie

Werkinstructie invuller kijklijst

Werkinstructie invuller kijklijst Werkinstructie invuller kijklijst 1. Inleiding: De peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf vinden het belangrijk een bijdrage te leveren aan de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen. Om de overgang

Nadere informatie

Observatielijst Groepsfunctioneren

Observatielijst Groepsfunctioneren Observatielijst Groepsfunctioneren Toelichting De Observatielijst Groepsfunctioneren is verdeeld in twee leeftijdscategorieën: kinderen tot 1,5 jaar en kinderen ouder dan 1,5 jaar. Met de lijst wordt de

Nadere informatie

Als praten niet vanzelf gaat

Als praten niet vanzelf gaat Libra R&A locatie AC Eindhoven Als praten niet vanzelf gaat Niet alle kinderen leren vanzelf goed praten. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. In deze folder leest u waar u op moet letten en wat

Nadere informatie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie Samen de Wereld Kleuren Pedagogische visie 2 SWK-Kinderopvang Samen de Wereld Kleuren Samen de Wereld Kleuren SWK-Kinderopvang: Samen de Wereld Kleuren Onze kinderopvangorganisaties hebben aandacht voor

Nadere informatie

Piramide in Kinderdagverblijf Oase

Piramide in Kinderdagverblijf Oase Piramide in Kinderdagverblijf Oase Informatie voor ouders over vroegschoolse educatie binnen Oase Inhoud 1. Oase en vroegschoolse educatie 2. Wat is Piramide 3. Totaalprogramma 4. Zelfstandig leren en

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Mondelinge taalvaardigheid: Van pingpongen naar tafelvoetballen WWW.CPS.NL

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Mondelinge taalvaardigheid: Van pingpongen naar tafelvoetballen WWW.CPS.NL Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Mondelinge taalvaardigheid: Van pingpongen naar tafelvoetballen WWW.CPS.NL Wat ben ik? Wat staat bovenaan m n verlanglijst? Het programma: van pingpongen

Nadere informatie

Aanvulling Woordenschat NT2

Aanvulling Woordenschat NT2 Aanvulling Woordenschat NT2 Woordenschat Kinderen die net beginnen met Nederlands leren, moeten meteen aan de slag met het leren van woorden. Een Nederlandstalig kind begrijpt in groep 1 minimaal 2000

Nadere informatie

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling Leerlijn 1.1. Emotioneel 1.2. Sociaal Stamlijn Niveau A Merkt zintuiglijke stimulatie op (aanraking, vibratie, smaken, muziek, licht) Uit lust- en onlustgevoelens Kijkt gericht enkele seconden naar een

Nadere informatie

VoorleesExpress. Samen met ouders aan de slag. Praktische tips

VoorleesExpress. Samen met ouders aan de slag. Praktische tips VoorleesExpress Samen met ouders aan de slag Praktische tips Samen met ouders aan de slag Ouders betrekken bij het voorlezen Je gaat straks via de VoorleesExpress twintig weken voorlezen bij een of meerdere

Nadere informatie

Wat is een normale ontwikkeling?

Wat is een normale ontwikkeling? Wat is een normale ontwikkeling? Van een normale ontwikkeling is sprake als een kind alle fasen doorloopt naar de volwassenheid op het gebied van fijne en grove motoriek, groei, sociale emotionele vaardigheden

Nadere informatie

Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen

Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen 1 Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen 2 Voorwoord Door middel van dit taalbeleidsplan wordt zichtbaar hoe onze voorschoolse voorzieningen bijdragen aan de taalontwikkeling

Nadere informatie

Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl

Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl regio Gooi en Vechtstreek Spelen en bewegen met uw peuter www.cjggooienvechtstreek.nl n Spelen en bewegen met uw peuter In de leeftijd van één tot vier jaar maken kinderen een grote ontwikkeling door op

Nadere informatie

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Inhoudsopgave Welkom Blz. 3 Wat zijn baby- en kindergebaren? Blz. 4 Voordat je begint Blz. 5 De eerste gebaren Blz. 6 & 7 Gebaren- tips Blz. 8 Veel gestelde

Nadere informatie

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf Pedagogisch beleid kinderdagverblijf maatwerk kinderopvang voor elk gezin Voorwoord Dit pedagogisch beleid is met het doel geschreven om duidelijkheid te geven aan de inhoud van een pedagogisch beleidsplan.

Nadere informatie

VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S

VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S VOORBEELD UIT HET PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN. VEILIGHEID EN GEBORGENHEID BIEDEN - BABY S ALGEMEEN: EMOTIONELE EN FYSIEKE VEILIGHEID BABY S Het pedagogisch beleidsplan geeft de grenzen (pedagogisch medewerker/kindratio

Nadere informatie

Richtlijnen voor het invullen van het overdrachtsinstrument

Richtlijnen voor het invullen van het overdrachtsinstrument Richtlijnen voor het invullen van het overdrachtsinstrument Peuter-estafette is ontwikkeld door JSO. Gemeente Almere heeft haar eigen veranderingen en nuances aangebracht. Richtlijnen voor het invullen

Nadere informatie

Basis O. Basis Observatieformulier

Basis O. Basis Observatieformulier Basis O Basis Observatieformulier Gegevens kind Voornaam: Achternaam: Geboortedatum: Geslacht jongen / meisje Geboorteland kind: Kind woont bij vader en moeder / vader / moeder / anders Aantal kinderen:

Nadere informatie

PUK! Spelkaartjes behorende bij spelbord Pak een Puk!, thema Woordenschat & Taal.

PUK! Spelkaartjes behorende bij spelbord Pak een Puk!, thema Woordenschat & Taal. PUK! Spelkaartjes behorende bij spelbord Pak een Puk!, thema Woordenschat & Taal. # STEL MEDESPELER ENKELE GESLOTEN VRAGEN EN STEL ENKELE OPEN VRAGEN. LEUKE TAALACTIVITEIT BIJ HET THEMA HATSJOE! IS...

Nadere informatie

5 pedagogisch medewerkers

5 pedagogisch medewerkers 5 pedagogisch medewerkers In dit hoofdstuk gaan we in op de pedagogisch medewerker. Zij heeft grote invloed op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen in de opvang. Door individuele interactie met

Nadere informatie

Aanvulling Vuistregels NT2

Aanvulling Vuistregels NT2 Aanvulling Vuistregels NT2 Vuistregels Een kind kan pas leren als het zich veilig voelt en over een gezonde dosis zelfvertrouwen beschikt. Het verdient dus prioriteit om dit te realiseren. Leiders/leerkrachten

Nadere informatie

Peuterestafette. Peuterestafette

Peuterestafette. Peuterestafette Peuterestafette Peuterestafette Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeente Haarlemmermeer en Onderwijsadvies, versie okt 2014 1 Gegevens peuterspeelzaal / kinderdagverblijf Peuterspeelzaal/kinderdagverblijf

Nadere informatie

Spraak-taal 0-1½ jaar

Spraak-taal 0-1½ jaar Spraak-taal 0-1½ jaar HOE LEERT EEN KIND PRATEN? Leren praten gaat vaak natuurlijk en vanzelf. De meeste ouders staan er niet bij stil. Het gaat stap voor stap, net als leren lopen. Het ene kind leert

Nadere informatie

Bekijk het maar! met Suus & Luuk

Bekijk het maar! met Suus & Luuk Bekijk het maar! met Suus & Luuk Richtlijnen voor taal en sociaal emotionele ontwikkeling die gebruikt kunnen worden in het werken met Bekijk het maar! met Suus & Luuk Taal Midden peuters (ca. 3 jaar)

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn 1 Inhoud Inleiding... 3 Visie Kinderdagverblijf de Harlekijn... 4 Een gevoel van emotionele veiligheid en geborgenheid bieden... 5 Veiligheid en geborgenheid... 5 Persoonlijke competentie... 7 Ieder kind

Nadere informatie

Observatielijst Puk & Ko

Observatielijst Puk & Ko Observatielijst Puk & Ko Naam van de peuterspeelzaal:.. Naam van het kind:.... Naam van de leidster:.... Ingevuld op: l e observatie:...... 2 e observatie:... 3 e observatie:.... 4 e observatie:.... (1/4)

Nadere informatie

Adviezen stimulatie taalontwikkeling

Adviezen stimulatie taalontwikkeling Adviezen stimulatie taalontwikkeling 2 Inhoud 1 Inleiding 4 2 Taalontwikkelingsniveau van uw kind 5 2.1 Uw kind zegt nog geen woordjes 5 2.2 Uw kind zegt een paar woordjes en de woordenschat 6 breidt zich

Nadere informatie

pedagogisch werken met plezier Wat schattig! Marja Baeten Redactie PIPPO

pedagogisch werken met plezier Wat schattig! Marja Baeten Redactie PIPPO pedagogisch werken met plezier s Speel- & Leerbrief mei 2011 Wat schattig! Aapje Pippo met een jong poesje. Ik wed dat heel veel PIPPOlezers bij het zien ervan schattig zeggen. Veel jonge kinderen zullen

Nadere informatie

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde Mijlpalen in de spraak- en taalontwikkeling Begrijpen Uw kind.

Nadere informatie

Naam: Locatie: Groep: Groeibericht

Naam: Locatie: Groep: Groeibericht Naam: Locatie: Groep: Groeibericht pagina 2 Inleiding Opgroeien, opvoeden en ontwikkelen gaat bij ieder kind met vallen en opstaan. In de moderne kinderopvang nemen we een deel van de opvoeding van uw

Nadere informatie

Taalvaardigheden van baby tot kleuter

Taalvaardigheden van baby tot kleuter 7 Hoera, ik praat! Taalvaardigheden van baby tot kleuter We staan er nauwelijks bij stil, maar contact is een levensbehoefte. Baby s die verzorgd en gevoed worden terwijl zij geen contact met hun verzorgers

Nadere informatie

Piramide voor kinderdagverblijven

Piramide voor kinderdagverblijven Kinderdagverblijven Piramide Piramide voor kinderdagverblijven Spelend de wereld ontdekken Voor alle kinderen van 0 tot 4 jaar Plezier voor kinderen, pedagogisch medewerkers en ouders Sociaal-emotionele

Nadere informatie

Gegevens voorschoolse instelling Naam instelling: Telefoonnummer: Naam medewerker: Datum van invullen: Gegevens kind Naam kind: Adres: Woonplaats:

Gegevens voorschoolse instelling Naam instelling: Telefoonnummer: Naam medewerker: Datum van invullen: Gegevens kind Naam kind: Adres: Woonplaats: In het kader van een sluitende aanpak voor 0 tot 6 jarigen wordt gewerkt aan de overdracht van gegevens over het ontwikkelingsverloop van peuters naar basisscholen met als resultaat het overdrachtsformulier

Nadere informatie

Het is goed om een dagelijks ritueel te hebben, bv. even lezen en zingen voor het naar bed gaan.

Het is goed om een dagelijks ritueel te hebben, bv. even lezen en zingen voor het naar bed gaan. TIPS bij taal: Tips voor ouders van kinderen tussen 2-3 jaar: - Praat over een onderwerp en neem de tijd om te luisteren en te antwoorden. Breid het gesprek uit door informatie over het onderwerp toe te

Nadere informatie

LEESTIP. Speel- & Leerbrief JUNI 2015 1. Marja Baeten. Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar BABY S ZIJN OVERAL JUNI 2015.

LEESTIP. Speel- & Leerbrief JUNI 2015 1. Marja Baeten. Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar BABY S ZIJN OVERAL JUNI 2015. Pedagogisch werken met plezier s Speel- & Leerbrief JUNI 2015 BABY S ZIJN OVERAL Kinderen die PIPPO lezen, zien vaak baby s om zich heen. Natuurlijk in de kinderopvang maar ook omdat vriendjes of zijzelf

Nadere informatie

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen 1. Kijkt veel naar andere kinderen. 1. Kan speelgoed met andere kinderen 1. Zoekt contact met andere kinderen 1. Kan een emotionele

Nadere informatie

1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving

1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving Pedagogisch Beleidsplan 1.1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving Een veilige en vertrouwde omgeving is de basis van waaruit een kind zich kan gaan ontwikkelen. Het is dus belangrijk dat

Nadere informatie

De wonderlijke ontwikkeling van uw kind

De wonderlijke ontwikkeling van uw kind De wonderlijke ontwikkeling van uw kind Als (aankomend) ouder bent u wellicht in een fase waarin u keuzes gaat maken om de zorg voor kinderen en werk te combineren. Kinderopvang kan hierbij een belangrijke

Nadere informatie

Piramide op Vlasgaard

Piramide op Vlasgaard Piramide op Vlasgaard Evenwichtig, vol afwisseling, leuk en voor elk kind! Pagina 1 Vlasgaard heeft gekozen voor het werken met Piramide in onze groepen 1 2! Gezellige lokalen met knusse hoeken voor kinderen

Nadere informatie

VVE programma voor gastouders. Een nieuw vriendje. Thema Welkom Kiki. gastouderprogramma. Kansen in Kinderen

VVE programma voor gastouders. Een nieuw vriendje. Thema Welkom Kiki. gastouderprogramma. Kansen in Kinderen VVE programma voor gastouders Thema Welkom Kiki Een nieuw vriendje gastouderprogramma Kansen in Kinderen Voorwoord Voor u ligt de eerste ouderbijlage van het VVE programma voor gastouders: Welkom Kiki.

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home Pedagogisch beleidsplan Kid@home Pedagogisch beleidsplan Inhoud: 1. Inleiding 2. Pedagogische visie 3. Verzorging 4. Emotionele veiligheid 5. Persoonlijke competenties 6. Sociale competenties 7. Normen

Nadere informatie

Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting

Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting Zwijsen Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting Inhoud Inleiding 3 Materialen 3 Voor het eerst naar school 4 Doelstelling 4 Opbouw prentenboek en plakboek 4 Werkwijze 5 Ouders 5 2 Inleiding Voor

Nadere informatie

Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang.

Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Verkorte versie van de pedagogische visie en beleid van Happy Kids kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Kinderen worden beschermd en gekoesterd door hun ouder(s) of verzorgers. Daar wordt de basis

Nadere informatie

Voor het eerst naar school

Voor het eerst naar school Voor het eerst naar school Welkom op De Wonderboom Uw kind gaat binnenkort voor het eerst naar school. We wensen jullie een fijne tijd toe op De Wonderboom. Dit boekje informeert over verschillende zaken

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Hieronder wordt een aantal kernpunten uit het pedagogische beleidsplan van Kinderdagverblijf Het Sprookjesbos besproken. Het volledige pedagogische beleidsplan ligt ter inzage op

Nadere informatie

PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR

PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN 0 4 JAAR Inhoudsopgave Inleiding... 3 Kinderen... 4 Ik ben ik en jij bent jij... 4 Veiligheid... 4 Vertrouwde relaties... 4 Structuur en voorspelbaarheid... 5 Een gezonde omgeving...

Nadere informatie

s Speel- & Leerbrief Marja Baeten Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar OKTOBER 2015 VOORLEZEN GAAT NOOIT VERLOREN

s Speel- & Leerbrief Marja Baeten Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar OKTOBER 2015 VOORLEZEN GAAT NOOIT VERLOREN Pedagogisch werken met plezier s Speel- & Leerbrief OKTOBER 2015 VOORLEZEN GAAT NOOIT VERLOREN Kinderen die elke dag vijftien minuten worden voorgelezen, horen ruim 1,1 miljoen woorden per jaar. Dat is

Nadere informatie

s Speel- & Leerbrief

s Speel- & Leerbrief Pedagogisch werken met plezier s Speel- & Leerbrief èche anst met haar vriendjes dag juf, tot morgen! Illustraties Dick Bruna copyright Mercis bv, 1953-2015 dag nijntje, tot de volgende keer! SEPTEMBER

Nadere informatie

SLO PILOT VVE/PO Utrecht

SLO PILOT VVE/PO Utrecht Van observatie naar overdracht (Kijk op ontwikkeling) Tussen voorschoolse instelling en basisschool Kindgegevens Voornaam... Achternaam... Geslacht... Geboortedatum... - geboorteplaats... - geboorteland...

Nadere informatie

Peuteropvang Dolfijn

Peuteropvang Dolfijn Peuteropvang Dolfijn Samen spelen, leren en ontdekken VVE Leuk en leerzaam Vriendjes maken Voorwoord Beste ouders en peuters, In deze brochure kunt u allerlei praktische informatie lezen over onze peutergroep.

Nadere informatie

dit ben ik Mijn naam is: Ik ga op (datum) naar de basisschool.

dit ben ik Mijn naam is: Ik ga op (datum) naar de basisschool. (logo peuterspeelzaal) OVERDRACHT PEUTER - KLEUTER Mijn naam is: dit ben ik Ik ga op (datum) naar de basisschool. Ik speel het liefst met..(speelgoed, binnen / buiten) en ik heb veel belangstelling voor..

Nadere informatie

Pedagogisch werkplan. Kinderdagverblijven

Pedagogisch werkplan. Kinderdagverblijven Pedagogisch werkplan Kinderdagverblijven 1 HET PEDAGOGISCH WERKPLAN 1. HET KIND Vanaf de leeftijd van 6 weken tot 4 jaar kunnen kinderen gebruik maken van opvang op de verschillende kinderdagverblijven

Nadere informatie

Overdrachtdocument. Samenwerkende kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen Roosendaal. De overdracht. Peuter Kleuter

Overdrachtdocument. Samenwerkende kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen Roosendaal. De overdracht. Peuter Kleuter Overdrachtdocument Samenwerkende kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen Roosendaal Peuter Kleuter De overdracht De pedagogisch medewerker vult dit boekje behorende bij het overdrachtdocument peuter

Nadere informatie

Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015

Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015 Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015 Inleiding 2 INLEIDING DANS Leerlingen in het basisonderwijs dansen graag. Het sluit aan bij hun natuurlijke creativiteit, fantasie en bewegingsdrang.

Nadere informatie

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen. Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Inhoudsopgave Inleiding... 3 Pedagogische visie... 4 o Mijn doelstelling... 4 Emotionele veiligheid... 4 Persoonlijke competentie... 5 Sociale competentie... 6 Overdracht van normen

Nadere informatie

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten Maatschappelijk werkers en ouderconsulenten kunnen aan de hand van TOLK praten met je kind!: Ouders bewust maken van het belang van veel praten. Ouders

Nadere informatie

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt.

KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek 1e rapport: Datum gesprek 2e rapport: KIJK! 1-2 Bazalt Educatieve Uitgaven www.bazalt. KIJK! Lijst van: Schooljaar: Groep: Leraar: Datum gesprek : Datum gesprek : KIJK! Lijst 1. Basiskenmerken Een kind dat lekker in zijn vel zit, zal zich goed en vlot ontwikkelen. Het is van nature nieuwsgierig

Nadere informatie

Samenvatting pedagogisch beleidsplan Trias Kinderopvang, waar kinderen zich thuis voelen

Samenvatting pedagogisch beleidsplan Trias Kinderopvang, waar kinderen zich thuis voelen Samenvatting pedagogisch beleidsplan Trias Kinderopvang, waar kinderen zich thuis voelen Voor u ligt het samengevatte pedagogisch beleidsplan van de kinderdagverblijven van Trias Kinderopvang. Doelstellingen

Nadere informatie

Babylichaamstaal. Van te vroeg geboren baby s

Babylichaamstaal. Van te vroeg geboren baby s Babylichaamstaal Van te vroeg geboren baby s Inleiding Voor een pasgeboren baby is lichaamstaal de eerste en enige manier om te vertellen wat hij wel of niet prettig vindt. Omdat hij nog niet kan praten,

Nadere informatie

Inhoud van de avond. Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar

Inhoud van de avond. Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar LOGOPEDIEPRAKTIJK BRUNINK LOGOPEDISCH SPECTRUM REGIO OOST LOGOPEDIEPRAKTIJK NOUWELS LOGOPEDIEPRAKTIJK OOSTERLAAR Inhoud van de avond Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3

Nadere informatie

Meertalig opvoeden. Veronique de Vries Psychologe

Meertalig opvoeden. Veronique de Vries Psychologe Meertalig opvoeden Veronique de Vries Psychologe Wat: Opvoeders van kinderen tussen 0 en 12 jaar ondersteunen. Hoe: Adviesgesprekken, infomomenten, thuisbegeleiding, ouder- en kindtrainingen, dag- en/of

Nadere informatie

www.vclb-koepel.be www.vclb-koepel.b Voorbeelden van basiscompetenties TAAL/mondelinge taalontwikkeling zijn: Groeiboek Groeiboe

www.vclb-koepel.be www.vclb-koepel.b Voorbeelden van basiscompetenties TAAL/mondelinge taalontwikkeling zijn: Groeiboek Groeiboe van basiscompetenties TAAL/mondelinge taalontwikkeling zijn: [...] De kleuter staat open voor hulp van juf bij De kleuter imiteert andere kleuters bij De kleuter vertelt aan andere kleuters hoe hij De

Nadere informatie

Pedagogische werkwijze KDV De Torenmolen, versie november 2015 Selma Schalkwijk, locatiemanager

Pedagogische werkwijze KDV De Torenmolen, versie november 2015 Selma Schalkwijk, locatiemanager Omvang van het kinderdagverblijf en de samenstelling van de en Er kunnen maximaal 16 kinderen per dag worden opgevangen op kinderdagverblijf De Torenmolen. De samenstelling van de en Naam van de Maximaal

Nadere informatie

Help uw kind bij het leren van taal. Een handleiding voor ouders en verzorgers

Help uw kind bij het leren van taal. Een handleiding voor ouders en verzorgers Help uw kind bij het leren van taal Een handleiding voor ouders en verzorgers De hoortoestellen van uw kind versterken alle omgevingsgeluiden Het doel van hoortoestellen bij een kind is dat het gegarandeerd

Nadere informatie

CHECKLIST LEIDSTERVAARDIGHEDEN DE TAALLIJN

CHECKLIST LEIDSTERVAARDIGHEDEN DE TAALLIJN CHECKLIST LEIDSTERVAARDIGHEDEN DE TAALLIJN CHECKLIST LEIDSTERVAARDIGHEDEN Binnen de Taallijn staat de deskundigheidsbevordering van (toekomstige) leidsters centraal. De nadruk in de scholing ligt dan ook

Nadere informatie

Inhoud Trainersmap Verdieping

Inhoud Trainersmap Verdieping Inhoud Trainersmap Verdieping 2 Module 9 Taal Module 10 Rekenen/wiskunde en Science (basisonderwijs) Module 11 Sociaal-emotionele ontwikkeling - verdieping Module 12 Sensomotorische ontwikkeling - verdieping

Nadere informatie

Gastouderbureau MijnGastouderopvang

Gastouderbureau MijnGastouderopvang Hoe gaat het met mijn gast- of oppaskind? Gastouderbureau MijnGastouderopvang Observatielijst voor de ontwikkeling van kinderen in de gastouderopvang Iedere gastouder kent 'haar' gastkind na tijdje behoorlijk

Nadere informatie

groep 1 en 2 informatieboekje

groep 1 en 2 informatieboekje groep 1 en 2 informatieboekje "De St. Nicolaasschool is een professionele leergemeenschap. Zij streeft ernaar een positieve, veilige en stimulerende leeromgeving te bieden waar, met betrokkenheid van en

Nadere informatie

s Speel- & Leerbrief Marja Baeten Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar NOVEMBER 2015 DOE MEER MET EEN BOEK!

s Speel- & Leerbrief Marja Baeten Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar NOVEMBER 2015 DOE MEER MET EEN BOEK! Pedagogisch werken met plezier s Speel- & Leerbrief NOVEMBER 2015 DOE MEER MET EEN BOEK! ook agje zijn bang n spook meer zijn! Illustraties Dick Bruna copyright Mercis bv, 1953-2015 dag nijntje, tot de

Nadere informatie

Lesmodule 4 fasen van. dementie. VOORBEELD LESMODULE: 4 fasen van dementie

Lesmodule 4 fasen van. dementie. VOORBEELD LESMODULE: 4 fasen van dementie Lesmodule 4 fasen van dementie Inhoudsopgave: 1. Wat is dementie? blz. 3 2. Twee basisprincipes over de werking van de hersenen blz. 4 3. Omschrijving van de vier fasen van ikbeleving bij dementie blz.

Nadere informatie

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3

Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 1. Omgaan met jezelf, met en met volwassenen Peuters Groep 1 Groep 2 Groep 3 BP MP EP M1 E1 M2 E2 M3 Zelfbeeld Sociaal gedrag belangstelling voor andere kinderen, maar houden weinig rekening met de ander

Nadere informatie

D O EN P R A T EN B E W EGEN

D O EN P R A T EN B E W EGEN D O EN P R A T EN B E W EGEN Het gelijktijdig gebruik van de observatielijsten bij Zo Doe Ik, Zo Beweeg Ik, en Zo Praat Ik M. Tjallema, M. Vermeulen 00, CED-Groep www.cedgroep.nl Inleiding Met de drie

Nadere informatie