Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) Vragencatalogus Deel.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) Vragencatalogus Deel."

Transcriptie

1 Verenigde Naties - Economische ommissie voor Europa Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (N) Vragencatalogus 2015 eel Gas Ministerie van Infrastructuur en Milieu

2 INHOUSOPGVE NTUURKUNIGE EN SHEIKUNIGE KENNIS (231) 1.1 Ideale gaswet, oyle-mariotte Gay Lussac 2.1 Partiaalspanningen en gasmengsels -efinities en eenvoudige berekeningen 3.1 Het getal van vogadro en massaberekeningen - kmol, kg en druk bij 15º 3.2 Het getal van vogadro en massaberekeningen - Gebruik van de massaformule 4. ichtheid en vloeistofvolume - ichtheid en volume bij veranderingen van temperatuur 5. Kritische druk en temperatuur 6.1 Polymerisatie - Theorievragen 6.2 Polymerisatie - Praktijkvragen, vervoersvoorwaarden 7.1 Verdampen en condenseren - efinities enz. 7.2 Verdampen en condenseren - Kwantitatieve maximale dampspanning 8.1 Mengsels - ampdruk en samenstelling 8.2 Mengsels: Gevaarseigenschappen 9. Verbindingen en scheikundige formules PRKTIJK (232) 1.1 Spoelen - Spoelen bij wisselen van lading 1.2 Spoelen - Spoelen van lucht naar lading 1.3 Spoelen - Spoelmethodes en spoelen voor het betreden 2. Monstername 3. Explosiegevaren 4. Gezondheidsrisico s 5.1 Gasconcentratiemetingen - Meetapparatuur 5.2 Gasconcentratiemetingen - Gebruik van meetapparatuur 6. ontroleren en betreden van besloten ruimten 7. Gasvrijverklaringen en toegestane werkzaamheden 8. Vullingsgraad en overvulling 9. Veiligheidsinrichtingen 10. Pompen en compressoren MTREGELEN IJ NOOSITUTIES (233) 1.1 Persoonlijke ongevallen - Vloeibaar gas op de huid 1.2 Persoonlijke ongevallen - Inademen van gas 1.3 Persoonlijke ongevallen - lgemene hulpverlening 2.1 alamiteiten in verband met de lading - Lekkage aan een flens 2.2 alamiteiten in verband met de lading - rand in de machinekamer 2.3 alamiteiten in verband met de lading - Gevaar vanuit de omgeving van het schip 2.4 alamiteiten in verband met de lading - Overvulling 2.5 alamiteiten in verband met de lading - Polymerisatie 4. Gezondheidsrisico s 5.1 Gasconcentratiemetingen - Meetapparatuur 5.2 Gasconcentratiemetingen - Gebruik van meetapparatuur 6. ontroleren en betreden van besloten ruimten 7. Gasvrijverklaringen en toegestane werkzaamheden 8. Vullingsgraad en overvulling 9. Veiligheidsinrichtingen 10. Pompen en compressoren

3 Nummer Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.1 Ideale gaswet, oyle-mariotte - Gay Lussac ron Juiste Wet van oyle-mariotte: p * V = constant Een bepaalde hoeveelheid stikstof neemt bij een absolute druk van 100 kpa een volume in van 60 m 3. e stikstof wordt bij een constante temperatuur van 10º gecomprimeerd tot een druk van 5 bara (bar absoluut). Hoe groot is dan het volume? 1 m m m m Wet van oyle-mariotte: p * V = constant Propaandamp bevindt zich in een ladingtank van 250 m 3, bij omgevingstemperatuur en bij een druk van 4 bara (bar absoluut). oor een gat in een leiding ontsnapt zoveel propaan dat de ladingtank op atmosferische druk komt. Hoe groot is de propaanwolk, als deze zich niet zou vermengen met lucht? 250 m m m m Wet van oyle-mariotte: p * V = constant Een afgesloten hoeveelheid stikstof heeft een volume van 50 m 3 bij een overdruk van 0,6 bar. e stikstof wordt samengeperst tot een volume van 20 m 3. e temperatuur blijft constant. Hoe hoog wordt dan de druk van de stikstof? 1,5 barg (bar overdruk). 3,0 barg (bar overdruk). 4,0 barg (bar overdruk). 5,0 barg (bar overdruk) Wet van oyle-mariotte: p * V = constant In een ladingtank van 250 m 3 bevindt zich stikstof. e manometer geeft een druk aan van 1,2 bar. Hoeveel stikstof is nodig om de druk in deze ladingtank op te drukken tot een druk van 3 bar? 450 m m m m 3.

4 Nummer Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.1 Ideale gaswet, oyle-mariotte - Gay Lussac ron Juiste Ideale gaswet, oyle-mariotte Gay-Lussac: p * V = constant Een hoeveelheid stikstof neemt bij een druk van 3,2 bara (bar absoluut) een volume in van 50 m 3. ij constante temperatuur wordt het volume verkleind tot 10 m 3. Hoe hoog is de druk van de stikstof dan? 11 bara (bar absoluut). 16 bara (bar absoluut). 20 bara (bar absoluut). 21 bara (bar absoluut) Wet van Gay-Lussac: p / T = constant In een gesloten ladingtank bevindt zich propeendamp onder een druk van 1,2 bara (bar absoluut) bij een temperatuur van +10. Terwijl het volume van de ladingtank niet verandert, wordt de temperatuur verhoogd tot de druk 1,4 bara (bar absoluut) bedraagt. Hoe hoog wordt dan de temperatuur van het gas? Wet van Gay-Lussac: p / T = constant Een ladingtank bevat propeengas onder een druk van 5,0 bara (bar absoluut) en bij een temperatuur van +40. Het propeengas koelt af tot 10. Hoe hoog wordt dan de druk in de ladingtank? 1,0 bara (bar absoluut). 1,2 bara (bar absoluut). 3,6 bara (bar absoluut). 4,5 bara (bar absoluut) Wet van Gay-Lussac: p / T = constant Een ladingtank van 300 m 3 bevat stikstof onder een druk van 1,5 barg (bar overdruk) bij een temperatuur van -10. e temperatuur van de stikstof stijgt tot +30. Hoe hoog wordt dan de druk? 1,8 bara (bar absoluut). 2,9 bara (bar absoluut). 4,5 bara (bar absoluut). 7,5 bara (bar absoluut).

5 Nummer Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.1 Ideale gaswet, oyle-mariotte - Gay Lussac ron Juiste Wet van Gay-Lussac: p / T = constant In een vat van 10 m 3, gevuld met stikstof, heerst een druk van 10 bara (bar absoluut) bij een temperatuur van 100. Terwijl het volume van het vat niet verandert, wordt het vat met inhoud gekoeld tot een temperatuur van -10. Hoe hoog wordt dan de druk? 1 bara (bar absoluut). 6 bara (bar absoluut). 7 bara (bar absoluut). 8 bara (bar absoluut) Wet van Gay-Lussac: p / T = constant In een ladingtank bevindt zich stikstof bij een temperatuur van 40. e druk moet verminderd worden van 5 barg (bar overdruk) tot 4 barg (bar overdruk). Tot welke temperatuur moet deze stikstof worden afgekoeld?. Tot -22,6. Tot -12,2. Tot +33,3. Tot +32.

6 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.2: Ideale gaswet - lgemene wetten Nummer ron Juiste lgemene gaswet: p * V / T = constant e temperatuur van een gasvolume van 40 m 3 onder een druk van 1 bara (bar absoluut) wordt verhoogd van 20 tot 50. e druk stijgt hierbij tot 2 bara (bar absoluut). Hoe groot wordt het volume? 22 m m m m lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een druk van 1 bara (bar absoluut) en een temperatuur van 10 een volume in van 9 m 3. e temperatuur wordt verhoogd tot 50, terwijl tegelijkertijd het volume wordt verminderd tot 1 m 3. Hoe hoog wordt de druk? 9,3 bara (bar absoluut). 10,3 bara (bar absoluut). 11,3 bara (bar absoluut). 20,5 bara (bar absoluut) lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 50 en een druk van 2 bara (bar absoluut) een volume in van 40 m 3. Na verlaging van de temperatuur tot 10 heeft het gas een druk van 1 bara (bar absoluut). Hoe groot is dan het volume? 12 m m m m lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 50 en een druk van 2 bara (bar absoluut) een volume in van 20 m 3. e temperatuur van het gas wordt verlaagd tot 20, en het volume wordt vergroot tot 40 m 3. Hoe hoog wordt de druk van het gas dan? 0,4 bara (bar absoluut). 0,6 bara (bar absoluut). 0,9 bara (bar absoluut). 1,4 bara (bar absoluut).

7 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.2: Ideale gaswet - lgemene wetten Nummer ron Juiste lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 3 en een druk van 1,0 bara (bar absoluut) een volume in van 10 m 3. Tot welke temperatuur moet het gas worden verwarmd om bij een druk van 1,1 bara (bar absoluut) op een volume van 11 m 3 uit te komen? 3,5. 3, lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 77 en een druk van 1,0 bara (bar absoluut) een volume in van 20 m 3. Tot welke temperatuur moet het gas worden afgekoeld om bij een druk van 2 bara (bar absoluut) op een volume van 8 m 3 uit te komen? lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 10 en een druk van 1 bara (bar absoluut) een volume in van 70 m 3. Hoe verandert het volume als de druk wordt verhoogd tot 2 bara (bar absoluut) en de temperatuur tot 50? 40 m m m m lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 10 en een druk van 1 bara (bar absoluut) een volume in van 5 m 3. Hoe verandert het volume als de druk wordt verhoogd tot 2 bara (bar absoluut) en de temperatuur tot 170? 2,0 m 3. 3,9 m 3. 5,3 m 3. 42,5 m 3.

8 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 1.2: Ideale gaswet - lgemene wetten Nummer ron Juiste lgemene gaswet: p * V / T = constant Een gasvolume van 8 m 3 heeft bij een temperatuur van 7 een druk van 2 bara (bar absoluut). Hoe hoog wordt de druk als het volume wordt vergroot tot 20 m 3 en de temperatuur wordt verhoogd tot 77? 1,0 bara (bar absoluut). 1,5 bara (bar absoluut). 8,8 bara (bar absoluut). 13,2 bara (bar absoluut) lgemene gaswet: p * V / T = constant Een hoeveelheid gas neemt bij een temperatuur van 7 en een druk van 2 bara (bar absoluut) een volume in van 8 m 3. Tot welke temperatuur moet het gas worden verwarmd om bij een druk van 1 bara (bar absoluut) op een volume van 20 m 3 uit te komen?

9 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 2.1: Partiaalspanningen en gasmengsels - efinities en eenvoudige berekeningen Nummer ron Juiste Partiaalspanning - definitie Wat is de partiaaldruk of partiaalspanning van het gas in een gasmengsel dat zich in een ladingtank bevindt? e druk die de manometer aangeeft. e druk die dit gas zou aannemen als alleen dit gas in de ladingtank aanwezig zou zijn. Het volume dat alléén dit gas zou innemen. Het verschil tussen de druk van dit gas en de atmosferische druk Partiaalspanning - definitie Wat is de partiaaldruk of partiaalspanning van het gas in een gasmengsel dat zich in een ladingtank bevindt? e manometerdruk + 1 bar. Het volume van dit gas bij atmosferische druk. e druk die dit gas zou aannemen als alleen dit gas in de ladingtank aanwezig zou zijn. Het verschil tussen de druk van het gas in de ladingtank en de atmosferische druk p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot In een ladingtank bevindt zich een mengsel van stikstof en propaan. Het volumepercentage stikstof bedraagt 20%, dat van propaan 80%. e totaaldruk in de ladingtank is 5,0 bara (bar absoluut). Hoe hoog is de partiaaldruk of de partiaalspanning van het propaan? 0,2 bara (bar absoluut). 0,8 bara (bar absoluut). 3,2 bara (bar absoluut). 4,0 bara (bar absoluut) p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot In een ladingtank bevindt zich een mengsel van propaan en stikstof. e partiaaldruk van de stikstof bedraagt 1,0 bara (bar absoluut) en het volumepercentage is 20%. Hoe hoog is de partiaaldruk of de partiaalspanning van het propaan? 0,8 bara (bar absoluut). 3,2 bara (bar absoluut). 4,0 bara (bar absoluut). 5,0 bara (bar absoluut).

10 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 2.1: Partiaalspanningen en gasmengsels - efinities en eenvoudige berekeningen Nummer ron Juiste p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot Een gasmengsel met 70 vol.-% propaan en 30 vol.-% butaan bevindt zich in een ladingtank onder een druk van 9 barg (bar overdruk). Hoe hoog is partiaaldruk van het butaan? 2,7 bara (bar absoluut). 3,0 bara (bar absoluut). 6,3 bara (bar absoluut). 7,0 bara (bar absoluut) Geschrapt p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot Een gasmengsel van propaan en butaan bevindt zich in een ladingtank onder een druk van 9 barg (bar overdruk). e partiaaldruk van het propaan bedraagt 7,0 bara (bar absoluut). Hoe hoog is het volumepercentage van het butaan?. 20 vol.-%.. 30 vol.-%.. 40 vol.-%.. 60 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot Een gasmengsel van propaan, n-butaan en isobutaan bevindt zich in een ladingtank onder een druk van 10 bara (bar absoluut). e partiaaldrukken van het n-butaan en isobutaan bedragen 2 resp. 3 bara (bar absoluut). Hoe hoog is het volumepercentage van het propaan? 30 vol.-%. 40 vol.-%. 50 vol.-%. 60 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot In een stikstof/zuurstofmengsel met een druk van 20 bara (bar absoluut) bedraagt de partiaaldruk van de zuurstof 1 bara (bar absoluut). Hoe hoog is het volumepercentage van de stikstof? 86 vol.-%. 90 vol.-%. 90,5 vol.-%. 95 vol.-%.

11 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 2.2: Partiaalspanningen en gasmengsels - Opdrukken en aflaten van ladingtanks Nummer ron Juiste p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant Een ladingtank bevat een gasmengsel van 80 vol.-% propaan en 20 vol.-% butaan, onder een druk van 5 bara (bar absoluut). Nadat de ladingtank drukloos is gemaakt (overdruk = 0) wordt de druk in de ladingtank met stikstof opgedrukt tot 4 bara (bar absoluut). Hoe hoog is nu het volumepercentage van het propaan? 16 vol.-%. 20 vol.-%. 25 vol.-%. 32 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant In een ladingtank van 300 m 3 bevindt zich isobutaan onder een druk van 0,5 barg (bar overdruk). Er wordt 900 m 3 propaan bijgeperst. Hoe hoog is dan het volumepercentage van het isobutaan? 11,1 vol.-%. 14,3 vol.-%. 20,0 vol.-%. 33,3 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant In een ladingtank van 100 m 3 bevindt zich een gasmengsel van 50 vol.-% propaan en 50 vol.-% propeen, onder een druk van 5 barg (bar overdruk). ij constante temperatuur wordt er 600 m 3 stikstof van 1 bara (bar absoluut) bijgeperst. Wat is nu het volumepercentage propaan? 23 vol.-%. 25 vol.-%. 27 vol.-%. 30 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant e druk van een met lucht gevulde ladingtank (20,0 vol.-% zuurstof), manometerdruk 0,20 bar, wordt met stikstof opgedrukt tot een manometerdruk van 5,0 bar. Hoe hoog is de partiaaldruk van de zuurstof in de ladingtank? 0,001 bara (bar absoluut). 0,040 bara (bar absoluut). 0,048 bara (bar absoluut). 0,240 bara (bar absoluut).

12 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 2.2: Partiaalspanningen en gasmengsels Opdrukken en aflaten van ladingtanks Nummer ron Juiste p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant In een met stikstof gevulde ladingtank heerst een onderdruk van 0,5 bara (bar absoluut). Na het openen van een afsluiter wordt buitenlucht met 20,0 vol.-% zuurstof toegelaten. Hoe hoog is de partiaaldruk van de zuurstof in de ladingtank? 0,1 bara (bar absoluut). 0,2 bara (bar absoluut). 0,4 bara (bar absoluut). 1,0 bara (bar absoluut) p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant Een ladingtank bevat propaan onder een druk van 0,5 barg (bar overdruk). e druk in de ladingtank wordt met stikstof opgedrukt tot 5 barg (bar overdruk). Hoe hoog is dan het volumepercentage van het propaan? 8 vol.-%. 10 vol.-%. 25 vol.-%. 30 vol.-% p tot = p i en vol.-% = p i x 100/ p tot en p * V = constant Een ladingtank van 100 m 3 bevat propaan onder een druk van 0,5 barg (bar overdruk). e ladingtank wordt met 450 m 3 stikstof opgedrukt bij 1 bara (bar absoluut). Hoe hoog is dan het volumepercentage van het propaan? 8 vol.-%. 10 vol.-%. 25 vol.-%. 30 vol.-% Stofeigenschappen Hoe gedraagt LNG-damp zich bij omgevingstemperatuur? e damp is zwaarder dan lucht. e damp is even zwaar als lucht. In plaats van damp komt vloeistof vrij. e damp is lichter dan lucht.

13 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.1: Het getal van vogadro en massaberekeningen kmol, kg en druk bij 25º Nummer ron Juiste kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 72 m 3. In de ladingtank bevindt zich 12 kmol van een ideaalgas, bij een temperatuur van 25. Hoe hoog is de druk? 3 bara (bar absoluut). 4 bara (bar absoluut). 5 bara (bar absoluut). 6 bara (bar absoluut) kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 120 m 3. In de ladingtank bevindt zich 10 kmol van een ideaalgas, bij een temperatuur van 25. Hoe hoog is de druk? 2 bara (bar absoluut). 4 bara (bar absoluut). 5 bara (bar absoluut). 12 bara (bar absoluut) kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 120 m 3. In de ladingtank bevindt zich een bepaalde hoeveelheid ideaalgas, bij een temperatuur van 25 en onder een druk van 3 bara (bar absoluut). Hoe groot is de hoeveelheid gas? 5 kmol. 15 kmol. 20 kmol. 30 kmol kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Uit een druktank ontsnapt 120 m 3 UN 1978, propaandamp (M=44) van 1 bar en 25. Hoeveel kilo propaangas is er in de buitenlucht terechtgekomen? 220 kg. 440 kg kg kg.

14 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.1: Het getal van vogadro en massaberekeningen kmol, kg en druk bij 25º Nummer ron Juiste kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 240 m 3. Hoeveel UN 1969, isobutaandamp (M=58) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 25 bedraagt en de druk 2 bara (bar absoluut)? 580 kg kg kg kg kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 120 m 3. Hoeveel UN 1978, propeendamp (M=42) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 25 bedraagt en de druk 3 bara (bar absoluut)? 210 kg. 420 kg. 630 kg. 840 kg kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een inhoud van 120 m 3. In de ladingtank bevindt zich 440 kg UN 1978, propaangas (M=44), bij een temperatuur van 25. Hoe hoog is de druk? 1 bara (bar absoluut). 2 bara (bar absoluut). 11 bara (bar absoluut). 12 bara (bar absoluut) kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank met een inhoud van 100 m 3 bevat bij kmol UN 1978, propaangas. Hoeveel m 3 propaangas van 1 bara (bar absoluut) kan als gevolg van een lek maximaal naar de buitenlucht ontsnappen? 180 m m m m 3.

15 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.1: Het getal van vogadro en massaberekeningen kmol, kg en druk bij 25º Nummer ron Juiste kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] In een ladingtank bevindt zich 10 kmol van een ideaalgas, bij een temperatuur van 25 en onder een druk van bara (bar absoluut). Welk volume heeft de ladingtank? 12 m m m m kmol ideaalgas = 24 m 3 bij 1 bar en 25, molhoeveelheid = M *massa [kg] Een ladingtank heeft een volume van 288 m 3. In de ladingtank bevindt zich een ideaalgas onder een druk van 4 bara (bar absoluut). Hoeveel gas bevindt zich in de ladingtank? 24 kmol. 36 kmol. 48 kmol. 60 kmol.

16 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.2: Het getal van vogadro en massaberekeningen Gebruik van de massaformule Nummer ron Juiste m = 12 * p * M * V / T Een ladingtank heeft een volume van 200 m 3. Hoeveel kg UN 1005, MMONIK, WTERVRIJ (M=17) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 40 bedraagt en de druk 3 bara (bar absoluut)? 261 kg. 391 kg kg kg m = 12 * p * M * V / T Een ladingtank heeft een volume van 100 m 3. Hoeveel kg UN 1010, 1,2-UTIEEN, GESTILISEER (M=54) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 30 bedraagt en de druk 2 bara (bar absoluut)? 428 kg. 642 kg kg kg m = 12 * p * M * V / T Een ladingtank heeft een volume van 100 m 3. Hoeveel kg UN 1978, PROPN (M=44) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 20 bedraagt en de druk 3 bara (bar absoluut)? 360 kg. 541 kg kg kg m = 12 * p * M * V / T Een ladingtank heeft een volume van 200 m 3. Hoeveel kg UN 1077, PROPEEN (M=42) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur -5 bedraagt en de druk 2 bara (bar absoluut)? 376 kg. 725 kg. 752 kg kg.

17 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.2: Het getal van vogadro en massaberekeningen Gebruik van de massaformule Nummer ron Juiste m = 12 * p * M * V / T (Y) Een ladingtank heeft een volume van 200 m 3. Hoeveel kg UN 1055, ISOUTEEN (M=56) bevindt zich in deze ladingtank als de temperatuur 40 bedraagt en de druk 4 bara (bar absoluut)? 1718 kg kg kg kg m = 12 * p * M * V / T of p = m * T / ( 12 * M * V ) Een ladingtank heeft een volume van 300 m 3. In de ladingtank bevindt zich 2640 kg UN 1978, PROPN (M=44), bij een temperatuur van 7. Hoe hoog is de druk in de ladingtank? 0,1 bara (bar absoluut). 1,1 bara (bar absoluut). 3,0 bara (bar absoluut). 4,5 bara (bar absoluut) m = 12 * p * M * V / T of p = m * T / ( 12 * M * V ) Een ladingtank heeft een volume van 100 m 3. In de ladingtank bevindt zich 1176 kg UN 1077, PROPEEN (M=42), bij een temperatuur van 27. Hoe hoog is de druk in de ladingtank? 0,6 bara (bar absoluut). 1,9 bara (bar absoluut). 6,0 bara (bar absoluut). 7,0 bara (bar absoluut) m = 12 * p * M * V / T of p = m * T / ( 12 * M * V ) Een ladingtank heeft een volume van 450 m 3. In de ladingtank bevindt zich 1700 kg UN 1005, MMONIK (M=17), bij een temperatuur van 27. Hoe hoog is de druk in de ladingtank? 0,5 bara (bar absoluut). 1,5 bara (bar absoluut). 5,6 bara (bar absoluut). 6,6 bara (bar absoluut).

18 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 3.2: Het getal van vogadro en massaberekeningen Gebruik van de massaformule Nummer ron Juiste m = 12 * p * M * V / T of p = m * T / ( 12 * M * V ) Een ladingtank heeft een volume van 250 m 3. In de ladingtank bevindt zich 1160 kg UN 1011, n-utn (M=58), bij een temperatuur van 27. Hoe hoog is de druk in de ladingtank? 0,2 bara (bar absoluut). 1,0 bara (bar absoluut). 1,2 bara (bar absoluut). 2,0 bara (bar absoluut) m = 12 * p * M * V / T of p = m * T / ( 12 * M * V ) Een ladingtank heeft een volume van 200 m 3. In de ladingtank bevindt zich 2000 kg UN 1068, VINYLHLORIE (M=62,5), bij een temperatuur van 27. Hoe hoog is de druk in de ladingtank? 0,4 bara (bar absoluut). 1,4 bara (bar absoluut). 3,0 bara (bar absoluut). 4,0 bara (bar absoluut).

19 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 4: ichtheid en vloeistofvolume - ichtheid en volume bij veranderingen van temperatuur Nummer ron Juiste m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) In een tank bevindt zich 100 m 3 vloeibaar PROPN (UN 1978), bij een temperatuur van -5. e inhoud wordt verwarmd tot 20. Welk volume neemt het propaan dan in (afgerond op hele m 3 )? Gebruik hiervoor de tabellen. 91 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) In een tank bevindt zich 100 m 3 vloeibaar PROPN (UN 1978), bij een temperatuur van 20. e inhoud wordt gekoeld tot -5. Welk volume neemt het propaan dan in (afgerond op hele m 3 )? Gebruik hiervoor de tabellen. 91 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) In een tank bevindt zich 100 m 3 vloeibaar 1,3-UTIEEN, GESTILISEER (UN 1010), bij een temperatuur van -10. e inhoud wordt verwarmd tot 20. Welk volume neemt de stof dan in (afgerond op hele m 3 )? Gebruik hiervoor de tabellen. 90 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) In een tank bevindt zich 100 m 3 vloeibaar n-utn (UN 1011), bij een temperatuur van 20. e inhoud wordt gekoeld tot -10. Welk volume neemt de stof dan in (afgerond op hele m 3 )? Gebruik hiervoor de tabellen. 90 m m m m 3.

20 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 4: ichtheid en vloeistofvolume - ichtheid en volume bij veranderingen van temperatuur Nummer ron Juiste m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar 1,3-UTIEEN, GESTILISEER (UN 1010) neemt bij een temperatuur van 25 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in bij een temperatuur van 5? Gebruik hiervoor de tabellen. 93 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar 1,3-UTIEEN, GESTILISEER (UN 1010) neemt bij een temperatuur van 5 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in bij een temperatuur van 25? Gebruik hiervoor de tabellen. 93 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar ISOUTN (UN 1969) neemt bij een temperatuur van -10 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in bij een temperatuur van 30? Gebruik hiervoor de tabellen. 87 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar ISOUTN (UN 1969) neemt bij een temperatuur van 30 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in bij een temperatuur van -10? Gebruik hiervoor de tabellen. 87 m m m m 3.

21 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 4: ichtheid en vloeistofvolume - ichtheid en volume bij veranderingen van temperatuur Nummer ron Juiste m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar PROPEEN (UN 1077) neemt bij een temperatuur van -10 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in nadat hij is verwarmd tot 25? Gebruik hiervoor de tabellen. 88 m m m m m = t1 * V t1 = t2 * V t2 (met tabellen) Een bepaalde hoeveelheid vloeibaar PROPEEN (UN 1077) neemt bij een temperatuur van 25 een volume in van 100 m 3. Welk volume (afgerond op hele m 3 ) neemt deze stof in nadat hij is gekoeld tot -10? Gebruik hiervoor de tabellen. 88 m m m m 3.

22 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 5: Kritische druk en temperatuur Nummer ron Juiste Kritische druk en kritische temperatuur PROPN (UN 1978) heeft een kritische temperatuur van 97, een kookpunt van -42 en een kritische druk van 42 bar. Men wil het propaan door middel van drukverhoging vloeibaar maken. In welk geval is dat uitsluitend mogelijk? ij temperaturen lager dan 97. ij temperaturen hoger dan -42. ij drukken hoger dan 42 bar. ij drukken hoger dan de atmosferische druk Kritische druk en kritische temperatuur VINYLHLORIE, GESTILISEER (UN 1086) heeft een kritische druk van 56 bar, een kookpunt van -14 en een kritische temperatuur van 156,6. Welke uitspraak is juist? Vinylchloride kan bij temperaturen boven 156,6 o als vloeistof in druktanks worden vervoerd. Vinylchloride kan alleen vloeibaar worden gemaakt bij omgevingstemperatuur en bij drukken hoger dan 56 bar. Vinylchloride kan onder atmosferische druk als vloeistof worden vervoerd bij het kookpunt. Vinylchloride kan alleen vloeibaar worden gemaakt bij temperaturen boven 156, Kritische druk en kritische temperatuur (Y) n-utn (UN 1011) heeft een kookpunt van 0, een kritische temperatuur van 153 en een kritische druk van 37 bar. Welke uitspraak is juist? n-utaan kan bij temperaturen hoger dan 153 in vloeibare toestand worden vervoerd. n-utaan kan door drukverhoging vloeibaar worden gemaakt bij temperaturen lager dan 153. n-utaan kan alleen vloeibaar worden gemaakt bij drukken hoger dan 37 bar. n-utaan kan niet door afkoeling vloeibaar worden gemaakt Kritische druk en kritische temperatuur MMONIK, WTERVRIJ (UN 1005) heeft een kritische temperatuur van 132, een kritische druk van 115 bar en een kookpunt van -33. Onder welke omstandigheden kan ammoniak uitsluitend vloeibaar worden gemaakt? oor drukverhoging bij temperaturen lager dan 132. oor drukverhoging bij temperaturen hoger dan 132. ls de druk hoger ligt dan 115 bar. ls de druk hoger ligt dan 1 bar.

23 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 6.1: Polymerisatie - Theorievragen Nummer ron Juiste Polymerisatie Wat is polymerisatie? Een chemische reactie waarbij een stof verbrandt aan de lucht en er warmte vrijkomt. Een chemische reactie waarbij een chemische verbinding spontaan onder gasvorming ontleedt. Een chemische reactie waarbij de moleculen van de stof zich met elkaar verbinden en er warmte vrijkomt. Een chemische reactie waarbij een stof reageert met water onder warmteontwikkeling Polymerisatie Hoe wordt een polymerisatie op gang gebracht? oor de aanwezigheid van zuurstof of een andere radicaalvormer. oor te lage druk. oor de aanwezigheid van water in de polymeriseerbare stof. oordat de polymeriseerbare stof met grote snelheid in een ladingtank wordt gepompt Polymerisatie Waardoor wordt een spontaan verlopende polymerisatie gekenmerkt? oor de vorming van stoom. oor een stijging van de vloeistoftemperatuur. oor een daling van de vloeistoftemperatuur. oor een verlaging van de druk boven de vloeistof Polymerisatie Welk gevaar bestaat er bij een ongecontroleerde polymerisatie in een vloeistof? Vastvriezen van de vlotter van de niveau-meetinrichting. Explosie door grote warmteontwikkeling. Ontstaan van haarscheurtjes in de ladingtankwand. Ontstaan van onderdruk in de ladingtank Polymerisatie Waartoe kan een spontane, ongecontroleerde polymerisatie van een vloeistof in een ladingtank leiden? Tot een deflagratie. Tot een detonatie. Tot een explosief verlopende verbranding. Tot een explosie door grote warmteontwikkeling.

24 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 6.2: Polymerisatie - Praktijkvragen, vervoersvoorwaarden Nummer ron Juiste , Tabel In , Tabel staat UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. Wat betekent GESTILISEER? Tijdens het vervoer mag het product niet te veel bewegen. Het product is onder alle omstandigheden stabiel. Er zijn maatregelen genomen om tijdens het vervoer polymerisatie uit te sluiten. 1,3-UTIEEN is een stof waarmee niets kan gebeuren Polymerisatie ij het vervoer van niet-gestabiliseerd vinylchloride bestaat gevaar voor polymerisatie. Waardoor kan dit verhinderd worden? oor langzaam te laden. oor het product bij een hoge temperatuur in een druktank te laden. oor toevoeging van een stabilisator (inhibitor) en/of door een laag zuurstofgehalte in de ladingtank aan te houden. oor een stabilisator bij 2,0 vol.-% zuurstof in de ladingtank Polymerisatie Waarom moet een mengsel van UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER en koolwaterstoffen met een inhibitor worden vervoerd? Vanwege de hoge waterconcentratie. Vanwege de hoge isobutaan- en buteenconcentratie. Vanwege de aandelen vaste stoffen. Vanwege de hoge butadieenconcentratie Polymerisatie Wat is de functie van een inhibitor? Het verhinderen van een polymerisatie. Het onderbreken van een polymerisatie doordat de temperatuur verlaagd wordt. Het voorkomen van een deflagratie. Het voorkomen van het uitzetten van de vloeistof.

25 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 6.2: Polymerisatie - Praktijkvragen, vervoersvoorwaarden Nummer ron Juiste , Tabel Een stof moet worden vervoerd met een stabilisator (inhibitor). Wanneer mag dit vervoer worden uitgevoerd? ls op het vervoerdocument is aangegeven welke stabilisator in welke concentratie is toegevoegd. ls de juiste stabilisator in voldoende mate aan boord aanwezig is om deze, als dit nodig is, tijdens de vaart toe te kunnen voegen. ls een voldoende hoeveelheid van de juiste stabilisator direct na het laden wordt toegevoegd. ls de lading voldoende warm is om de stabilisator te kunnen oplossen , Tabel epaalde stoffen moeten gestabiliseerd worden. Waar in het N zijn de eisen opgenomen waaraan men bij het stabiliseren van bepaalde stoffen moet voldoen? In eel 2, 2.2.2, gassen. In 8.6.3, ontrolelijst N. In 3.2.1, Tabel en de toelichtingen bij de tabel. In , Tabel en de toelichtingen bij de tabel Polymerisatie Wat kan een aanwijzing zijn dat een stof in een ladingtank is gaan polymeriseren? Een daling van de druk in de ladingtank. Een stijging van de temperatuur van de vloeistof. Een stijging van de temperatuur van de damp. Een daling van de temperatuur van de vloeistof Geschrapt (2007) Polymerisatie In een polymeriseerbare vloeistof is een voldoende hoge concentratie van de juiste inhibitor opgelost. Is deze vloeistof dan voor onbepaalde tijd gestabiliseerd? Ja, want de inhibitor zelf is stabiel. Ja, want er is geen zuurstof aanwezig. Nee, want de inhibitor zal altijd langzaam worden verbruikt. Nee, want de inhibitor slaat neer op de wanden van de ladingtank, waardoor hij zijn werking verliest.

26 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 7.1: Verdampen en condenseren - efinities enz. Nummer ron Juiste ampdruk Waarvan is de dampdruk van een vloeistof afhankelijk? Van de temperatuur van de vloeistof. Van de atmosferische druk. Van het volume van de vloeistof. Van de temperatuur van de buitenlucht ampdruk Waarvan is de dampdruk van een vloeistof afhankelijk? Van de massa van de vloeistof. Van de temperatuur van de vloeistof. Van de inhoud van de ladingtanks. Van de in de ladingtank aanwezige verhouding tussen damp en vloeistof ampdruk Wanneer condenseert damp? ls de dampdruk hoger is dan de atmosferische druk. ls de dampdruk lager is dan de atmosferische druk. ls de dampdruk hoger is dan de verzadigde dampdruk. ls de dampdruk lager is dan de verzadigde dampdruk ampdruk Wat is een verzadigde damp? Een damp waarvan de temperatuur gelijk is aan die van de verdampende vloeistof. Een damp waarvan de druk lager is dan de verzadigde dampdruk. Een damp waarvan de druk hoger is dan de verzadigde dampdruk. Een damp waarvan de druk gelijk is aan de verzadigde dampdruk ampdruk Wanneer verdampt een vloeistof? ls de dampdruk lager is dan de verzadigde dampdruk. ls de dampdruk gelijk is aan de verzadigde dampdruk. ls de dampdruk hoger is dan de verzadigde dampdruk. ls de dampdruk hoger is dan de atmosferische druk ampdruk In een ladingtank bevinden zich reeds enige tijd propaandamp en een kleine hoeveelheid vloeistof op de bodem van de ladingtank. Welke uitspraak is juist? e dampdruk is lager dan de verzadigde dampdruk van het propaan. e dampdruk is gelijk aan de verzadigde dampdruk van het propaan. e dampdruk is hoger dan de verzadigde dampdruk van het propaan. e dampdruk is gelijk aan de atmosferische druk.

27 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 7.1: Verdampen en condenseren - efinities enz. Nummer ron Juiste ampdruk Uit een ladingtank die vloeibaar propaan bevat, wordt damp afgezogen. Wat gebeurt er in de ladingtank na het onderbreken van het afzuigen? e dampdruk zal dalen. e dampdruk zal gelijk blijven. e dampdruk zal stijgen. e temperatuur van de damp zal stijgen ampdruk In ladingtank nr. 2, die vloeibaar propaan bevat, wordt door middel van een compressor damp uit ladingtank nr. 3 bijgeperst. Wat zal er na het stoppen van de compressor in ladingtank nr. 2 gebeuren? e temperatuur van de vloeistof zal dalen. e dampdruk zal stijgen. e dampdruk zal gelijk blijven. e dampdruk zal dalen ampdruk Uit een ladingtank die vloeibaar propaan bevat, wordt vloeistof weggepompt. Wat zal er in deze ladingtank gebeuren na het stoppen van het uitpompen? e dampdruk zal stijgen. e dampdruk zal gelijk blijven. e temperatuur van de vloeistof zal stijgen. e temperatuur van de vloeistof zal gelijk blijven ampdruk In een ladingtank met stikstof onder een druk van 1 bara (bar absoluut) wordt vloeibaar propaan gepompt. Wat gebeurt er met het vloeibaar propaan in deze ladingtank? Het propaan wordt warmer. Het propaan wordt kouder. Het propaan zal in temperatuur gelijk blijven. Het propaan zal vast worden Invloed van een stijging van de temperatuur op de lading Wat gebeurt er als de temperatuur van het sterk gekoeld vloeibaar gas in de ladingtank stijgt? e vulhoogte van de vloeistof stijgt en de druk daalt. e vulhoogte van de vloeistof en de druk stijgen en er treedt een boil-off -effect op. e druk stijgt en de boil-off condenseert. e druk stijgt, het vloeistofniveau daalt Temperatuurverloop van de lading, basiskennis

28 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 7.1: Verdampen en condenseren - efinities enz. Nummer ron Juiste Een geïsoleerde ladingtank wordt bij een temperatuur van -162º met LNG beladen. Welke parameter heeft geen invloed op de houdtijd? Warmteovergangswaarde als bedoeld in iameter van de gasafvoerleiding. anspreekdruk van de veiligheidsventielen. Omgevingstemperatuur als bedoeld in Stofeigenschappen, eschrijf het begrip boil-off zoals dat in het N wordt gehanteerd. Gassen die door verdamping ontstaan boven het oppervlak van een verhitte lading. Elke temperatuur van een vloeistof boven het normale kookpunt. Hoeveelheid damp die door de veiligheidsventielen ontsnapt als de druk in een ladingtank te hoog wordt. amp die bij sterke verdamping van vloeistof bij het begin van het laden ontstaat in een lege ladingtank waarin zich alleen stikstof bevindt Stofeigenschappen Waarom kan methaan bij een omgevingstemperatuur van 20º niet vloeibaar gemaakt worden? e kritische temperatuur van methaan is hoger dan de omgevingstemperatuur. e kritische temperatuur van methaan is lager dan de omgevingstemperatuur. e druk zou dan te hoog worden, ongeacht welke ladingtank of welk materiaal daarvoor wordt gebruikt. Methaan kan onder omgevingstemperatuur vloeibaar worden gemaakt. Wij noemen het dan NG (compressed natural gas).

29 Natuurkundige en scheikundige kennis 8.1: Mengsels - ampdruk en samenstelling Nummer ron juiste Geschrapt (2007) Geschrapt (2007) Opdrukken van de ladingtank Een ladingtank is bij 15 voor 91% gevuld met UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. e manometer geeft een druk aan van 3 bar. it is hoger dan de verzadigde dampspanning. Waardoor ontstaat deze druk? oor de aanwezigheid van een inhibitor. oordat het ten minste 48 uur duurt alvorens een evenwichtsdruk is bereikt. oor de aanwezigheid van stikstof. oordat er te langzaam is geladen ruk in de ladingtank Een tankschip van het type G is beladen met UN 1077, PROPEEN (M = 42). Uit een druktank stroomt 1 m 3 vloeistof (d = 600 kg/m 3 ). Hoeveel propeendamp ontstaat er bij benadering bij omgevingstemperatuur? 12 m m m m ruksituatie in de ladingtank Een ladingtank bevat stikstof onder een druk van 1 bara (bar absoluut), bij een temperatuur van 5. Met behulp van een compressor wordt de ladingtank met isobutaandamp opgedrukt tot een tankdruk van 3 bara (bar absoluut), zonder de stikstof weg te laten stromen. e compressor wordt gestopt. Wat gebeurt er in de ladingtank? Opmerking: verzadigingsdampdruk isobutaan bij 5 = 1,86 bara (bar absoluut) e druk in de ladingtank stijgt. e druk in de ladingtank verandert niet. e druk in de ladingtank daalt en er ontstaat vloeistof. Zowel de isobutaandamp als de stikstof condenseert.

30 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 8.1: Mengsels - ampdruk en samenstelling Nummer ron Juiste ruksituatie in de ladingtank Een ladingtank bevat stikstof onder een druk van 1 bara (bar absoluut) bij een temperatuur van 20. e ladingtank wordt zonder dampterugvoer met ISOUTN (UN 1969) van 20 geladen tot een vullingsgraad van 80%. Wat gebeurt er met de druk in de ladingtank? Opmerking: verzadigingsdampdruk isobutaan bij 20 = 3,0 bara (bar absoluut) e druk in de ladingtank is dan 5 bara (bar absoluut). e druk in de ladingtank is dan lager dan 5 bara (bar absoluut). e druk in de ladingtank is dan 3 bara (bar absoluut), omdat alle stikstof in de vloeistof oplost. e druk in de ladingtank is dan hoger dan 5 bara (bar absoluut) Geschrapt (2007) Verzadigingsdampdruk Een ladingtank bevat propaandamp onder een druk van 5,5 bara (bar absoluut), bij een temperatuur van 20. Tot welke temperatuur kan men maximaal afkoelen als men condensatie wil vermijden? Opmerking: verzadigingsdampdruk propaan bij 5 = 5,5 bara (bar absoluut) Tot -80. Tot 5. Tot 12. Tot Vloeibaar maken van gassen 9000 m 3 vinylchloridedamp (M = 62) van 1 bara (bar absoluut) wordt bij omgevingstemperatuur vloeibaar gemaakt door middel van verdichting. Hoeveel m 3 vloeistof (d = 900 kg/m 3 ) ontstaat er dan bij benadering? 25 m m m m Verzadigingsdampdruk, afhankelijk van de samenstelling Welke uitspraak met betrekking tot de dampdruk van een propaan/butaanmengsel is juist? e dampdruk is lager dan de dampdruk van het butaan. e dampdruk is hoger dan de dampdruk van het butaan. e dampdruk is gelijk aan de dampdruk van het propaan. e dampdruk is hoger dan de dampdruk van het propaan.

31 Natuurkundige en scheikundige kennis 8.1: Mengsels - ampdruk en samenstelling Nummer ron juiste Verzadigingsdampdruk, afhankelijk van de samenstelling Welke uitspraak met betrekking tot de dampdruk van een mengsel van 60% propeen en 40% propaan is juist? e dampdruk is hoger dan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is gelijk aan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is lager dan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is gelijk aan de dampdruk van het propaan Verzadigingsdampdruk, afhankelijk van de samenstelling Propeen bevat 7% propaan. Welke uitspraak ten aanzien van de dampdruk is juist? e dampdruk is lager dan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is gelijk aan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is hoger dan de dampdruk van het propeen. e dampdruk is lager dan de dampdruk van het propaan Geschrapt (2007) Geschrapt (2007) Geschrapt (2007).

32 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 8.2: Mengsels: Gevaarseigenschappen Nummer ron Juiste Gezondheidsrisico s Waarmee is een vloeibaar gasmengsel van propaan en butaan, voor wat betreft gezondheidsrisico's, vergelijkbaar? UN 1005, MMONIK, WTERVRIJ. UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. UN 1879, PROPN. UN 1086, VINYLHLORIE, GESTILISEER Gezondheidsrisico s ij het vervoer van een vloeibaar gasmengsel van propaan en butaan moeten dezelfde veiligheidsmaatregelen worden genomen als bij het vervoer van een ander gas. Welk gas is dat? UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. UN 1969, ISOUTN. UN 1280, PROPEENOXIE. UN 1086, VINYLHLORIE, GESTILISEER Gezondheidsrisico s Waarmee is UN 1965, MENGSEL VN KOOLWTERSTOFGSSEN, VLOEIR GEMKT, N.E.G. (MENGSEL ), voor wat betreft de gezondheidsrisico s vergelijkbaar? UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. UN 1969, ISOUTN. UN 1280, PROPEENOXIE. UN 1086, VINYLHLORIE, GESTILISEER Gezondheidsrisico s ij het vervoer van UN 1965, MENGSEL VN KOOLWTERSTOFGSSEN, VLOEIR GEMKT, N.E.G. (MENGSEL ) moeten dezelfde veiligheidsmaatregelen worden genomen als bij het vervoer van een ander gas. Welk gas is dat? UN 1005, MMONIK, WTERVRIJ. UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. UN 1969, ISOUTN. UN 1280, PROPYLEENOXIE Gevaarseigenschappen Welke gevaarlijke eigenschap heeft een vloeibaar gasmengsel van propaan en butaan? Het mengsel is brandbaar. Het mengsel is giftig. Het mengsel kan polymeriseren. Het mengsel is ongevaarlijk.

33 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 8.2: Mengsels: Gevaarseigenschappen Nummer ron Juiste Gevaarseigenschappen Welke gevaarlijke eigenschap heeft UN 1965, MENGSEL VN KOOLWTERSTOFGSSEN, VLOEIR GEMKT, N.E.G.? Het mengsel is ongevaarlijk. Het mengsel is giftig. Het mengsel is brandbaar. Het mengsel kan polymeriseren Gevaarseigenschappen Welke gevaarlijke eigenschap heeft een mengsel van UTN en UTEEN (UN 1965)? Het mengsel is ongevaarlijk. Het mengsel is giftig. Het mengsel is brandbaar. Het mengsel kan polymeriseren Gevaarseigenschappen Welke gevaarlijke eigenschap heeft METHYLHLORIE (UN 1063)? e stof is ongevaarlijk. e stof is giftig. e stof is brandbaar. e stof kan polymeriseren Stofeigenschappen Waarom worden er bijzondere eisen gesteld aan materialen die met LNG in contact komen? Vanwege de lage dichtheid. Vanwege de lage druk. Vanwege de lage molaire massa. Vanwege de lage temperatuur Stofeigenschappen ij het vrijkomen van welke stof is het risico van brosse breuk het grootst? Propyleenoxide. enzine. LNG. utaan Stofeigenschappen Welke uitspraak over het gedrag van LNG is juist? e temperatuur stijgt sneller naarmate de ladingtank minder vloeistof bevat. e temperatuur stijgt langzamer naarmate de ladingtank minder vloeistof bevat.

34 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 8.2: Mengsels: Gevaarseigenschappen Nummer ron Juiste e temperatuur daalt naarmate de ladingtank minder vloeistof bevat. e temperatuur blijft altijd gelijk, ongeacht of de ladingtank veel of weinig vloeistof bevat.

35 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 9: Verbindingen en scheikundige formules Nummer ron Juiste Polymerisatie ij welke van de volgende stoffen bestaat het gevaar van polymerisatie? UN 1010, 1,3-UTIEEN, GESTILISEER. UN 1012, 1-UTEEN. UN 1012, 2-UTEEN. UN 1969, ISOUTN Molaire massa (molecuulgewicht) Wat is de relatieve molaire massa (het molecuulgewicht) van een stof met de formule H 2 =l 2? e relatieve atoommassa van koolstof is 12, van waterstof 1 en van chloor 35, , Molaire massa (molecuulgewicht) Wat is de relatieve molaire massa (het molecuulgewicht) van een stof met de formule H 3 -O-H 3? e relatieve atoommassa van koolstof is 12, van waterstof 1 en van zuurstof Molaire massa (molecuulgewicht) Wat is de relatieve molaire massa (het molecuulgewicht) van een stof met de formule H 3 l? e relatieve atoommassa van koolstof is 12, van waterstof 1 en van chloor 35,5. 28,0. 50,5. 52,5. 54, Molaire massa (molecuulgewicht) Wat is de relatieve molaire massa (het molecuulgewicht) van de stof met de formule H 2 =(H 3 )-H=H 2? e relatieve atoommassa van koolstof is 12 en van waterstof

36 Natuurkundige en scheikundige kennis Eindtermen examen 9: Verbindingen en scheikundige formules Nummer ron Juiste Geschrapt (2007) Geschrapt (2007) Molaire massa (molecuulgewicht) Wat is de relatieve molaire massa (het molecuulgewicht) van de stof met de formule H 3 - H(H 3 )-H 3? e relatieve atoommassa van koolstof is 12 en van waterstof

37 Praktijk Eindtermen examen 1.1: Spoelen - Spoelen bij wisselen van lading Nummer ron Juiste Spoelen bij wisselen van lading e ladingtanks van een schip bevatten propeendamp onder een druk van 0,2 barg (bar overdruk) en zijn vloeistofvrij. Het schip moet worden beladen met propaan. Hoe zou u beginnen? e ladingtanks met stikstof spoelen tot het propeengehalte lager is dan 10 vol.-%. e ladingtanks met propaandamp spoelen tot het propeengehalte lager is dan 10 vol.-%. Zo dat er geen extreem lage temperaturen optreden. Heel langzaam laden om lage temperaturen te vermijden Spoelen bij wisselen van lading e ladingtanks van een schip bevatten propeendamp onder een druk van 0,2 barg (bar overdruk) en zijn vloeistofvrij. Het schip moet worden beladen met een mengsel van propeen en propaan. Hoe zou u beginnen? e ladingtanks met stikstof spoelen tot het propeengehalte lager is dan 10 vol.-%. e ladingtanks met damp van het mengsel spoelen tot het propeengehalte lager is dan 10 vol.-%. Zo dat er geen extreem lage temperaturen optreden. Heel langzaam laden om lage temperaturen te vermijden Spoelen bij wisselen van lading e ladingtanks van een schip bevatten butaandamp onder een druk van 0,2 barg (bar overdruk) en zijn vloeistofvrij. Het schip moet worden beladen met UN 1010, 1,3- UTIEEN, GESTILISEER. Hoe zou u beginnen? e ladingtanks met stikstof spoelen tot het butaangehalte voldoet aan de eisen van de vuller. e ladingtanks met butadieendamp spoelen tot het butaangehalte voldoet aan de eisen van de vuller. Eén ladingtank met butadieen beladen tot een tankdruk van ongeveer 2 barg (bar overdruk) is bereikt. e ladingtanks direct met vloeibaar butadieen beladen.

38 Praktijk Eindtermen examen 1.1: Spoelen - Spoelen bij wisselen van lading Nummer ron Juiste Spoelen bij wisselen van lading e ladingtanks van een schip bevatten butaandamp onder een druk van 0,2 barg (bar overdruk) en geen vloeistof. Het schip moet worden beladen met UN 1086, VINYLHLORIE, GESTILISEER. Hoe zou u beginnen? e ladingtanks grondig schoonmaken. e ladingtanks spoelen met vinylchloridedamp tot het butaangehalte 0 vol.-% is (is niet meer aan te tonen). Eén ladingtank met vinylchloride vullen tot een tankdruk van ongeveer 3 barg (bar overdruk) is bereikt. e ladingtanks direct met vloeibaar vinylchloride beladen Spoelen bij wisselen van lading e ladingtanks van een schip bevatten propaandamp onder een druk van 0,2 barg (bar overdruk) en zijn vloeistofvrij. Het schip moet worden beladen met butaan. Hoe zou u beginnen? e ladingtanks met stikstof spoelen tot het propaangehalte lager is dan 10 vol.-%. e ladingtanks met butaandamp spoelen tot het propaangehalte lager is dan 10 vol.-%. Eén ladingtank met butaandamp vullen tot een tankdruk van ongeveer 2 barg (bar overdruk) is bereikt. e ladingtanks direct met vloeibare butadieen beladen Een schip voor het vervoer van sterk gekoelde vloeibare gassen moet na langdurig onderhoud voor het eerst weer met een sterk gekoeld vloeibaar gas worden beladen. Wat moet u doen? e lading aan boord nemen, maar veel langzamer dan normaal omdat de ladingtanks opgewarmd zijn. e lading aan boord nemen met een normale laadsnelheid; de ladingtanks worden door de lading gekoeld. at hangt af van de schriftelijke procedure die het schip aan boord moet hebben. e lading aan boord nemen, maar sneller dan normaal.

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART CCNR-ZKR/ADN/WG/CQ/2011/12 definitief 27 januari 2012 Or. DUITS ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas De ADN-vragencatalogus 2011 is op 27-01-2012 in de onderhavige versie aangenomen

Nadere informatie

Opgave 1 Een ideaal gas is een gas waarvan de moleculen elkaar niet aantrekken en bovendien als puntmassa s opgevat kunnen worden.

Opgave 1 Een ideaal gas is een gas waarvan de moleculen elkaar niet aantrekken en bovendien als puntmassa s opgevat kunnen worden. Uitwerkingen Een ideaal gas is een gas waarvan de moleculen elkaar niet aantrekken en bovendien als puntmassa s opgevat kunnen worden. Opmerking: in een ideaal gas hebben de moleculen wel een massa. Alleen

Nadere informatie

8.2 Voorschriften voor de opleiding van de deskundigen. 8.2.1 Algemene voorschriften voor de opleiding van de deskundigen

8.2 Voorschriften voor de opleiding van de deskundigen. 8.2.1 Algemene voorschriften voor de opleiding van de deskundigen 8.2 Voorschriften voor de opleiding van de deskundigen 8.2.1 Algemene voorschriften voor de opleiding van de deskundigen 8.2.1.1 Een deskundige moet ten minste 18 jaar oud zijn. 8.2.1.2 Aan boord van schepen,

Nadere informatie

Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) Vragencatalogus 2015. Deel.

Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) Vragencatalogus 2015. Deel. Verenigde Naties - Economische ommissie voor Europa Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (N) Vragencatalogus 2015 eel hemie Ministerie van

Nadere informatie

Klimaatbeheersing (2)

Klimaatbeheersing (2) Klimaatbeheersing (2) E. Gernaat (ISBN 978-90-808907-6-3) 1 Natuurkundige begrippen 1.1 Warmte () Warmte is een vorm van energie welke tussen twee lichamen met een verschillende temperatuur kan worden

Nadere informatie

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART CCNR-ZKR/ADN/WG/CQ/2011/13 definitief 27 januari 2012 Or. DUITS ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Chemie De ADN-vragencatalogus 2011 is op 27-01-2012 in de onderhavige versie

Nadere informatie

Klimaatbeheersing (2)

Klimaatbeheersing (2) Klimaatbeheersing (2) E. Gernaat (ISBN 978-90-808907-6-3) Uitgave 2016 1 Natuurkundige begrippen 1.1 Warmte () Warmte is een vorm van energie welke tussen twee lichamen met een verschillende temperatuur

Nadere informatie

Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau bedraagt 1 bar.

Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau bedraagt 1 bar. 7. Gaswetten Opgave 1 Opgave 2 Opgave 3 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau

Nadere informatie

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering.

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering. 1 Warmteleer. 1 De soortelijke warmte is de warmte die je moet toevoeren om 1 kg van een stof 1 0 C op te warmen. Deze warmte moet je ook weer afvoeren om 1 kg van die stof 1 0 C af te koelen. 2 Om 2 kg

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2 stoffen en reacties

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2 stoffen en reacties Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2 stoffen en reacties Samenvatting door F. 1622 woorden 22 mei 2015 6,1 40 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Nova Paragraaf 1 Gloeien, smelten en verdampen Als je

Nadere informatie

I. Oefenvragen met het omrekenen van drukken. 1. Reken om van Pa naar hpa/kpa (rond af op één decimaal).

I. Oefenvragen met het omrekenen van drukken. 1. Reken om van Pa naar hpa/kpa (rond af op één decimaal). Oefenmateriaal I. Oefenvragen met het omrekenen van drukken 1. Reken om van Pa naar hpa/kpa (rond af op één a) 101.000 Pa = kpa f) 8.999 Pa = kpa b) 103.500 Pa = kpa g) 5.750 Pa = kpa c) 99.850 Pa = kpa

Nadere informatie

7.1 Het deeltjesmodel

7.1 Het deeltjesmodel Samenvatting door Mira 1711 woorden 24 juni 2017 10 3 keer beoordeeld Vak NaSk 7.1 Het deeltjesmodel Een model van een stof Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen. Aangezien je niet kunt zien hoe een

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

Naam: Klas: Versie A REPETITIE GASSEN EN DAMPEN 3 VWO

Naam: Klas: Versie A REPETITIE GASSEN EN DAMPEN 3 VWO Naam: Klas: Versie A REPETITIE GASSEN EN DAMPEN 3 VWO Bij deze toets hoort een blad met enige gegevens van stoffen. OPGAVE 1 Twee Maagdenburger halve bollen zijn tegen elkaar gezet en de lucht tussen de

Nadere informatie

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Samenvatting Chemie Overal 3 havo Samenvatting Chemie Overal 3 havo Hoofdstuk 3: Reacties 3.1 Energie Energievoorziening Fossiele brandstoffen zijn nog steeds belangrijk voor onze energievoorziening. We zijn druk op zoek naar duurzame

Nadere informatie

Exact periode Youdenplot Krachten Druk

Exact periode Youdenplot Krachten Druk Exact periode 10.2 Youdenplot Krachten Druk Youdenplot. De Youdenplot wordt uitgelegd aan de hand van een presentatie. Exact Periode 10.2 2 Krachten. Een kracht kan een voorwerp versnellen of vervormen.

Nadere informatie

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 4 Chemische reacties J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 4 Chemische reacties Paragrafen 4.1 Kenmerken van een reactie 4.2 Reactievergelijkingen 4.3 Rekenen aan reacties Practica Exp. 1 Waarnemen Exp.

Nadere informatie

Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven

Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven Thermodynamica Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven Academiejaar 2009-2010 Inhoudsopgave Eerste hoofdwet - deel 1 3 Oefening 1.1......................................

Nadere informatie

H7 werken met stoffen

H7 werken met stoffen H7 werken met stoffen Stofeigenschappen Faseovergangen Veilig werken met stoffen Chemische reacties Stoffen Zuivere stoffen mengsels legeringen één soort moleculen opgebouwd uit een aantal verschillende

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II Ammoniak Ammoniak wordt bereid uit een mengsel van stikstof en waterstof in de molverhouding N 2 : H 2 = 1 : 3. Dit gasmengsel, ook wel synthesegas genoemd, wordt in de ammoniakfabriek gemaakt uit aardgas,

Nadere informatie

DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE

DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 1 Algemene informatie DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 1 Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 1 Algemene informatie Editie

Nadere informatie

toelatingsexamen-geneeskunde.be Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing met een concentratie van 0,1 M?

toelatingsexamen-geneeskunde.be Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing met een concentratie van 0,1 M? Chemie juli 2009 Laatste wijziging: 31/07/09 Gebaseerd op vragen uit het examen. Vraag 1 Geef de structuurformule van nitriet. A. B. C. D. Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing

Nadere informatie

ONDERKOELING-OVERVERHITTING. Rudy Beulens

ONDERKOELING-OVERVERHITTING. Rudy Beulens ONDERKOELING-OVERVERHITTING Rudy Beulens UNIE DER BELGISCHE FRIGORISTEN AIR CONDITIONING ASSOCIATION Water bij 1 bar absoluut of 0 bar relatief IJsblok van -20 C smelten tot 0 C : latente warmte Opwarmen

Nadere informatie

Rekenen aan reacties. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Rekenen aan reacties. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week Rekenen aan reacties Scheikunde iveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 3 Deze les Molair volume Reactievergelijkingen kloppend maken Samenvatting Vragen uiswerk voor volgende week Bestuderen oofdstuk 4: Chemische

Nadere informatie

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,

Nadere informatie

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 1

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 1 Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 1 Opgave 1.1 Opgave 1.2 Opgave 1.3 Opgave 1.4 Stofeigenschappen en zintuigen Noem 4 stofeigenschappen die je met je zintuigen kunt waarnemen? Fysische constanten a. Methaan

Nadere informatie

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Moleculen

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Moleculen Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Mol Samenvatting door een scholier 1296 woorden 9 november 2017 7,6 34 keer beoordeeld Vak Methode NaSk Natuur/scheikunde overal Paragraaf 6.1: stoffen herkennen

Nadere informatie

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1 Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1 Opgave 1 uitrekenen en afronden Bij +/- rond je af op het kleinste aantal DECIMALEN, bij x/ rond je af op het kleinste aantal SIGNIFICANTE CIJFERS. Bij gecombineerde

Nadere informatie

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen. Hoofdstuk 17: Rekenen in molverhoudingen 17.1 Rekenen aan reacties: een terugblik én een alternatief In hoofdstuk 11 hebben we gerekend aan reacties. Het achterliggende idee was vaak, dat je bij een reactie

Nadere informatie

Cryogeen LNG: Waar..

Cryogeen LNG: Waar.. Cryogeen LNG: Voor het mileu een zegen!! Voor incident bestrijders een ramp?! VBE Seminar, 07-10-2015 te Gorinchem 9-10-2015 Dick Arentsen, AGS/Veiligheidskundige/Fire Engineer Waar.. Vrachtwagens Bussen

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur.

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur. In tegenstelling tot een verandering van druk of concentratie zal een verandering in temperatuur wel degelijk de evenwichtsconstante wijzigen, want C k / k L De twee snelheidsconstanten hangen op niet

Nadere informatie

Klimaatbeheersing (3)

Klimaatbeheersing (3) Klimaatbeheersing (3) E. Gernaat (ISBN 978-90-808907-6-3) 1 Het airco-koelproces als kringloopproces 1.1 Het ph-diagram Het koelproces zoals in de auto-airco plaatsvindt maakt gebruik van de toestandsverandering

Nadere informatie

De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald

De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald Hieronder wordt uitgelegd wat massadichtheid betekent. De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald volume. De massadichtheid is dus bijvoorbeeld

Nadere informatie

NEVAC examen Middelbare Vacuümtechniek Vrijdag 11 april 2003, 14:00-16:30 uur. Vraagstuk 1 (MV-03-1) (15 punten)

NEVAC examen Middelbare Vacuümtechniek Vrijdag 11 april 2003, 14:00-16:30 uur. Vraagstuk 1 (MV-03-1) (15 punten) NEVAC examen Middelbare Vacuümtechniek Vrijdag 11 april 2003, 14:00-16:30 uur Dit examen bestaat uit 4 vraagstukken en 5 pagina s Vraagstuk 1 (MV-03-1) (15 punten) Uitstoken en lekkage a) Na enige uren

Nadere informatie

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Scheikunde Hoofdstuk 2 Samenvatting Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Fossiele brandstof Koolwaterstof Onvolledige verbranding Broeikaseffect Brandstof ontstaan door het afsterven van levende organismen,

Nadere informatie

Thema 2 Materiaal uit de natuur

Thema 2 Materiaal uit de natuur Naut samenvatting groep 6 Mijn Malmberg Thema 2 Materiaal uit de natuur Samenvatting Drie maal water Water kan veranderen van ijs in waterdamp. En waterdamp en ijs kunnen weer veranderen in water. Water

Nadere informatie

14/12/2015. Wegwijs in de koeltechniek voor de niet koeltechnieker. Auteur: Rudy Beulens

14/12/2015. Wegwijs in de koeltechniek voor de niet koeltechnieker. Auteur: Rudy Beulens Wegwijs in de koeltechniek voor de niet koeltechnieker Auteur: Rudy Beulens E-mail: rudy.beulens@sbmopleidingen.be 1 Wat is koeltechniek Is een verzameling van technische oplossingen Bedoeld om ruimten,

Nadere informatie

Samengeperst gas, n.e.g. 70% stikstof, 30% kooldioxide UN-nummer: 1956 Opslagmethode: omgevingstemperatuur en hoge druk (> 150 bar)

Samengeperst gas, n.e.g. 70% stikstof, 30% kooldioxide UN-nummer: 1956 Opslagmethode: omgevingstemperatuur en hoge druk (> 150 bar) 1. INDICATIE VAN HET PRODUCT EN VAN HET BEDRIJF Omschrijving van het product Handelsnaam: Foodmix Naam: Samengeperst gas, n.e.g. 70% stikstof, 30% kooldioxide UN-nummer: 1956 Opslagmethode: omgevingstemperatuur

Nadere informatie

Voorbeeld EXAMEN Thermodynamica OPEP Niveau 4. Vraag 1: Van een ideaal gas is gegeven dat de dichtheid bij 0 C en 1 bara, 1,5 kg/m 3 bedraagt.

Voorbeeld EXAMEN Thermodynamica OPEP Niveau 4. Vraag 1: Van een ideaal gas is gegeven dat de dichtheid bij 0 C en 1 bara, 1,5 kg/m 3 bedraagt. Voorbeeld EXAMEN Thermodynamica OPEP Niveau 4 Vraag : Van een ideaal gas is gegeven dat de dichtheid bij 0 C en bara,,5 kg/m bedraagt. Bereken: (0) a. De specifieke gasconstante R s. (0) b. De druk die

Nadere informatie

Naam: Klas: REPETITIE STOFFEN EN MOLECULEN VWO (versie A)

Naam: Klas: REPETITIE STOFFEN EN MOLECULEN VWO (versie A) Naam: Klas: REPETITIE STOFFEN EN MOLECULEN VWO (versie A) OPGAVE 1 In de figuur hiernaast zijn de zes faseovergangen genummerd. Geef de namen van deze faseovergangen. 1: 2: 3: 4: 5: 6: OPGAVE 2 Geef de

Nadere informatie

Opgave 2. Voor vloeibaar water bij 298.15K en 1 atm zijn de volgende gegevens beschikbaar:

Opgave 2. Voor vloeibaar water bij 298.15K en 1 atm zijn de volgende gegevens beschikbaar: Oefenopgaven Thermodynamica 2 (29-9-2010) Opgave 1. Een stuk ijs van -20 C en 1 atm wordt langzaam opgewarmd tot 110 C. De druk blijft hierbij constant. Schets hiervoor in een grafiek het verloop van de

Nadere informatie

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen Toepassingsgebied en definities Gevarenkaart nr. 1 NB. Achtergrondinformatie m.b.t. de motivatie en verantwoording van keuzes en uitgangspunten voor deze gevarenkaart is opgenomen in het Achtergronddocument,

Nadere informatie

SEPTEMBERCURSUS CHEMIE HOOFDSTUK 3: STOICHIOMETRIE

SEPTEMBERCURSUS CHEMIE HOOFDSTUK 3: STOICHIOMETRIE SEPTEMBERCURSUS CHEMIE HOOFDSTUK 3: STOICHIOMETRIE 1 OVERZICHT 1. Basisgrootheden en eenheden 2. Berekening van het aantal mol 3. Berekening in niet-normale omstandigheden 4. Oplossingen 5. Berekeningen

Nadere informatie

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1,00.10 3 kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4,19.10 3 J/(kg.

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1,00.10 3 kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4,19.10 3 J/(kg. ste ronde van de 9de Vlaamse Fysica Olympiade Formules ste onde Vlaamse Fysica Olympiade 7 9de Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde De eerste ronde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vragen

Nadere informatie

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen.

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen. Toelichting bij Voorbeeldopgaven Syllabus Nieuwe Scheikunde HAVO De opgave is een bewerking van de volgende CE-opgave: LPG 2007-2de tijdvak De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT. Figuur 4.1: Smelten zuivere stof

Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT. Figuur 4.1: Smelten zuivere stof Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN 4.1.1 SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT Wanneer we een zuivere vaste stof (figuur 4.1) verwarmen zal de temperatuur ervan stijgen. Na enige tijd wordt de vaste stof

Nadere informatie

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016 Rekenen aan reacties 2 Scheikunde Niveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 4 Deze les Rekenen aan reactievergelijkingen Samenvatting Vragen Huiswerk voor volgende week Bestuderen Lezen voor deze week Bestuderen

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 4

Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 4 Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 4 Samenvatting door Jel 1075 woorden 17 maart 2018 8 3 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nova 1 Warmtebronnen en brandstoffen. Warmtebronnen thuis en op school.

Nadere informatie

Water is een heel bekend begrip. De bekende molecuul formule voor water is uiteraard H2O, de stof heeft

Water is een heel bekend begrip. De bekende molecuul formule voor water is uiteraard H2O, de stof heeft Werkstuk door een scholier 996 woorden 14 mei 2003 5 152 keer beoordeeld Vak Scheikunde Inhoudsopgave Wat is waterstof? Wat is water? Wat is filtreren? Wat is destilleren? Drie fasen van water. Wat is

Nadere informatie

p V T Een ruimte van 24 ºC heeft een dauwpuntstemperatuur van 19 ºC. Bereken de absolute vochtigheid.

p V T Een ruimte van 24 ºC heeft een dauwpuntstemperatuur van 19 ºC. Bereken de absolute vochtigheid. 8. Luchtvochtigheid relatieve vochtigheid p e 100 % p absolute vochtigheid = dichtheid van waterdamp dauwpuntstemperatuur T d = de temperatuur waarbij de heersende waterdampdruk de maximale dampdruk is.

Nadere informatie

Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 5 voor binnentankschepen en terminals DEEL 5. Gas. Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 363

Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 5 voor binnentankschepen en terminals DEEL 5. Gas. Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 363 Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 5 Gas DEEL 5 Gas Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 363 Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 5 Gas Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 364 Hoofdstuk 27

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo Samenvatting door een scholier 1193 woorden 30 oktober 2012 5,8 23 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Samenvatting Scheikunde

Nadere informatie

Veilig werken met gassen

Veilig werken met gassen Veilig werken met gassen Werken met cryogene gassen. Nr. 1 Algemeen Gassen kunnen voorkomen in vaste vorm (droogijs), gasvorm en vloeibare vorm. Gassen worden vloeibaar door de druk te verhogen of door

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting door K. 1077 woorden 22 maart 2016 6,1 9 keer beoordeeld Vak Scheikunde Impact 3 vwo Scheikunde hoofdstuk 1 + 2 Paragraaf 1: Stoffen bijv. Glas en hout,

Nadere informatie

Transport gevaarlijke stoffen

Transport gevaarlijke stoffen min. 30 cm Identificatienummer gevaar Identificatienummer stof 40 cm Afmeting mag ongeveer 10% afwijken Herkenningsbord Blanco Lijst van stoffen en identificatienummers Betekenis van gevaarsidentificatienummers

Nadere informatie

4 Verbranding. Bij gele vlammen ontstaat roet (4.1)

4 Verbranding. Bij gele vlammen ontstaat roet (4.1) 4 Verbranding Verbrandingsverschijnselen (4.1) Bij een verbranding treden altijd een of meer van de volgende verschijnselen op: rookontwikkeling, roetontwikkeling, warmteontwikkeling, vlammen, vonken.

Nadere informatie

Liquefied Natural Gas / L N G

Liquefied Natural Gas / L N G Liquefied Natural Gas / L N G Eigenschappen van L N G 1/2 Natuurlijk gas dat terug gekoeld is tot 161 graden Celcius op welk moment het condenseert tot een kleurloze, reukloze, niet corrosieve en niet

Nadere informatie

LEERWERKBOEK IMPULS 2. L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters. Plantyn

LEERWERKBOEK IMPULS 2. L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters. Plantyn LEERWERKBOEK IMPULS 2 L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters 1u Plantyn Ten geleide Impuls 2 leerwerkboek 1 u is bedoeld voor het tweede jaar van de tweede graad ASO met 1 wekelijkse lestijd. Het

Nadere informatie

Doel. Tabel 1 Eigenschappen

Doel. Tabel 1 Eigenschappen KAM-regel 029 Veilig werken met vloeibare stikstof 1 Inleiding Vloeibare stikstof wordt gebruikt voor diverse handelingen, zoals voor opslag van biologische materialen, als koelmedium bij laboratoriumwerkzaamheden,

Nadere informatie

LEERWERKBOEK IMPULS 2. L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters. Plantyn

LEERWERKBOEK IMPULS 2. L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters. Plantyn LEERWERKBOEK IMPULS 2 L. De Valck J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters 2u Plantyn Ten geleide Impuls 2 leerwerkboek 2 u is bedoeld voor het tweede jaar van de tweede graad ASO met 2 wekelijkse lestijden.

Nadere informatie

Exact periode Gepaarde t-test. Krachten. Druk

Exact periode Gepaarde t-test. Krachten. Druk Exact periode 10.2 Gepaarde t-test Krachten Druk 1 Exact periode 6. De gepaarde t-test De gepaarde t-test gebruik je als er door twee analisten ( of met twee methodes) aan een serie verschillende monsters

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO, Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO, Hoofdstuk 8 Opgave 1 Bruistabletten bevatten onder andere natriumwaterstofcarbonaat. Als je deze tabletten in water brengt, treedt een reactie op waarbij

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2 Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2 Samenvatting door een scholier 918 woorden 13 januari 2005 6,3 193 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Hoofdstuk 1 1.2: De bouw van een atoom.

Nadere informatie

GASSEN EN DAMPEN. 1 Ideale gassen 2 Onverzadigde en verzadigde damp 3 Verzadigingsdruk 4 Kokende vloeistoffen 5 Kritische temperatuur van een stof

GASSEN EN DAMPEN. 1 Ideale gassen 2 Onverzadigde en verzadigde damp 3 Verzadigingsdruk 4 Kokende vloeistoffen 5 Kritische temperatuur van een stof GASSEN EN DAMPEN 1 Ideale gassen 2 Onverzadigde en verzadigde damp 3 Verzadigingsdruk 4 Kokende vloeistoffen 5 Kritische temperatuur van een stof 1 Ideale gassen Verschil tussen een gas en een damp Zuurstof

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

Wat is een explosie? Een explosie is een zeer snel verlopende brand met een vrijkomende (verwoestende) drukgolf.

Wat is een explosie? Een explosie is een zeer snel verlopende brand met een vrijkomende (verwoestende) drukgolf. Toolbox: Brand en Explosie Het doel van een toolboxmeeting is om de aandacht en motivatie voor veiligheid en gezondheid binnen het bedrijf te verbeteren. Wat is brand? Brand is een chemische reactie van

Nadere informatie

Toolbox-meeting. Besloten ruimten

Toolbox-meeting. Besloten ruimten Toolbox-meeting serie Besloten ruimten - 2 - / 7-6-2010 / 1 van 6 Toolbox-meeting Besloten ruimten Toolbox-meeting serie Besloten ruimten - 2 - / 7-6-2010 / 2 van 6 Inleiding Voorwaarden om in elke ruimte

Nadere informatie

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval In het geval van een ongeval of noodgeval dat tijdens het vervoer kan voorkomen of optreden, moeten de leden

Nadere informatie

Examen scheikunde HAVO tijdvak uitwerkingen

Examen scheikunde HAVO tijdvak uitwerkingen Examen scheikunde HAV tijdvak 2 2018 uitwerkingen Bodem bedekken 1p 1 fotosynthese/koolzuurassimilatie 2 25,0 kg 3 Aantal m 3 polymelkzuur in 1,00 m 3 bolletjes = 3 3 1,24 10 kg/m 2,016 10 2 m 3 4 Volume

Nadere informatie

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken 3HV Antwoorden samenvatting onderouw scheikunde 1.6 Scheidingsmethoden 1 a stofnaam voorwerp c voorwerp d stofnaam e voorwerp f stofnaam 2 a goed slecht c goed d slecht e slecht f matig (zuurstof) tot

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting door J. 1535 woorden 7 maart 2015 6,9 8 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Hoofdstuk 1 scheiden en reageren 1.2 zuivere stoffen en

Nadere informatie

Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7

Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7 VAK: Thermodynamica A Set Proeftoets AT01 Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER! Beschikbare tijd: 100 minuten Uw naam:... Klas:...

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Scheidingsmethoden. J.A.W. Faes (2019)

Hoofdstuk 2. Scheidingsmethoden. J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 2 Scheidingsmethoden J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 2 Scheidingsmethoden Paragrafen 2.1 Soorten mengsels 2.2 Scheiden van mengsels 2.3 Indampen en destilleren 2.4 Rekenen aan oplossingen Practica

Nadere informatie

Clean fuel. LNG Facts & Figures

Clean fuel. LNG Facts & Figures 1 LNG Facts & Figures Waarom LNG Schoon Zonder nabehandeling voldoen aan emissie standaarden Veilig Lichter dan lucht als het verdampt Moeilijk ontsteekbaar Enorme voorraden Past in Europese doelstelling

Nadere informatie

Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden

Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden Vraag 1 Geef juiste uitspraken over een chemische reactie. Kies uit: stofeigenschappen reactieproducten beginstoffen. I. Bij een chemische reactie

Nadere informatie

Een mengsel van lucht, hete verbrandingsgassen en kleine deeltjes vaste stof In rook zitten ook soms vonken

Een mengsel van lucht, hete verbrandingsgassen en kleine deeltjes vaste stof In rook zitten ook soms vonken Hoofdstuk 5 In vuur en vlam 5.1 Brand! Voorwaarden voor verbranding Ontbrandingstemperatuur De temperatuur waarbij een stof gaat branden De ontbrandingstemperatuur is ook een stofeigenschap. Er zijn drie

Nadere informatie

De diverse somsoorten bij Fysica

De diverse somsoorten bij Fysica De diverse somsoorten bij Fysica 1 liter zout water weegt 1,03 kilo 1 liter zoet water weegt 1,00 kilo 1 meter zout water levert 0,1 bar druk op 1 meter zoet water levert 0,097 bar druk op Belangrijk:

Nadere informatie

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 MAVO-4 Dinsdag 11 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) OPEN VRAGEN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Nadere informatie

Controle vertaling Vragencatalogus ADN Deel Algemeen. Roosendaal, 2 augustus 2012 110 01.0-01 1.2.1 B

Controle vertaling Vragencatalogus ADN Deel Algemeen. Roosendaal, 2 augustus 2012 110 01.0-01 1.2.1 B ontrole vertaling Vragencatalogus N eel lgemeen Roosendaal, 2 augustus 2012 110 01.0-01 1.2.1 Wat is de afkorting voor het Europees Overeenkomst inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen

Nadere informatie

Vlamkerende inrichtingen voor binnenvaarttankers

Vlamkerende inrichtingen voor binnenvaarttankers Inspectie Verkeer en Waterstaat Divisie Vervoer BrochureI ANDR B1 04/02 1 e druk en voor binnenvaarttankers In deze brochure wordt uiteengezet welke vlamkerende inrichtingen aanwezig moeten zijn in binnenvaarttankers.

Nadere informatie

VAN OMGEVINGSLUCHT NAAR MEDICINALE ZUURSTOF. Denise Daems Verpleegkundig specialiste ventilatie Pneumologie

VAN OMGEVINGSLUCHT NAAR MEDICINALE ZUURSTOF. Denise Daems Verpleegkundig specialiste ventilatie Pneumologie VAN OMGEVINGSLUCHT NAAR MEDICINALE ZUURSTOF Denise Daems Verpleegkundig specialiste ventilatie Pneumologie Gas Lucht Zuurstof Inhoud 1. Algemeenheden 2. Fysische en chemische eigenschappen 3. Toepassingen

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3 Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3 Samenvatting door K. 1467 woorden 5 maart 2016 5,5 2 keer beoordeeld Vak Scheikunde Scheikunde Samenvatting H3 3V 3.1 Energie Fossiele brandstoffen -> nu nog er afhankelijk

Nadere informatie

WATERWERKBLAD UITVOERING PERSPROEF. Met betrekking tot de persproef is in artikel 2.3 van NEN 1006 (AVWI-2002) het volgende gesteld gesteld:

WATERWERKBLAD UITVOERING PERSPROEF. Met betrekking tot de persproef is in artikel 2.3 van NEN 1006 (AVWI-2002) het volgende gesteld gesteld: WATERWERKBLAD UITVOERING PERSPROEF WB 2.3 DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de persproef is in artikel 2.3 van NEN 1006 (AVWI-2002) het volgende gesteld gesteld: Herziening

Nadere informatie

EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1978, TWEEDE TIJDVAK, opgaven

EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1978, TWEEDE TIJDVAK, opgaven EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1978, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Acetylglycine 1978-II(I) Vele endotherme reacties verlopen alleen als men aan de stoffen die men wil laten reageren energie toevoert. Toevoeren van energie

Nadere informatie

Samenvatting NaSk H3 water en lucht + H4 warmte

Samenvatting NaSk H3 water en lucht + H4 warmte Samenvatting NaSk H3 war en lucht + H4 warm Samenvatting door een scholier 1059 woorden 30 mei 2017 9,6 2 keer beoordeeld Vak NaSk H3 war en lucht + H4 warm H3 1. Fasen en faseovergangen De faseovergangen

Nadere informatie

VAK: Thermodynamica - A Set Proeftoets 01

VAK: Thermodynamica - A Set Proeftoets 01 VAK: Thermodynamica - A Set Proeftoets 01 Thermodynamica - A - PROEFTOETS- set 01 - E_2016 1/8 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER! Beschikbare tijd: 100 minuten Uw naam:... Klas:...

Nadere informatie

3.1 Energie. 3.2 Kenmerken chemische reactie

3.1 Energie. 3.2 Kenmerken chemische reactie 3.1 Energie Wat is energie? Energie voorziening Fossiele brandstof verbranden Co2 komt vrij slecht voor het broeikaseffect Windmolen park Zonnepanelen Energie is iets wat nodig is voor een verbrandingsreactie

Nadere informatie

Apparaat voor de wet van Boyle VOS-11002

Apparaat voor de wet van Boyle VOS-11002 Apparaat voor de wet van Boyle VOS-11002 1 2 3 4 5 6 7 HET APPARAAT BESTAAT UIT: 1. Kolom met schaalverdeling en ontluchtingsdop 2. Drukmeter* 3. Ventiel voor aansluiting met pomp (achter drukmeter) 4.

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 20122012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken

Nadere informatie

Fasen: de die toestanden waarin je water (en veel andere stoffen) kunt tegenkomen.

Fasen: de die toestanden waarin je water (en veel andere stoffen) kunt tegenkomen. Samenvatting door een scholier 873 woorden 2 maart 2016 7,6 37 keer beoordeeld Vak Methode NaSk Nova Hoofdstuk 3 1. fasen en fase-overgangen Water komt voor als: - vaste stof (ijs) - vloeistof (vloeibaar

Nadere informatie

MAV04. NATUUR- EN SCHEIKUNDE I (Natuurkunde) EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Woensdag 30 augustus,

MAV04. NATUUR- EN SCHEIKUNDE I (Natuurkunde) EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Woensdag 30 augustus, \_, EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1978 MAV04 Woensdag 30 augustus, 9.30-11.30 uur NATUUR- EN SCHEIKUNDE I (Natuurkunde) Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie

Nadere informatie

TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingsgegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter

TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingsgegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter Bepaling van de grootte van de afsluiters Een goede keuze van de grootte van de afsluiters is belangrijk.

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2006-II

Eindexamen scheikunde havo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Element 115 1 Calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95. Dus samen hebben ze 115 protonen. calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95 1 2 Een

Nadere informatie

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY, MST1211TA1, LB1541) 10 maart 2015 14.00-15.30 uur Docenten: L. de Smet, B. Dam

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY, MST1211TA1, LB1541) 10 maart 2015 14.00-15.30 uur Docenten: L. de Smet, B. Dam TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY, MST1211TA1, LB1541) 10 maart 2015 14.00-15.30 uur Docenten: L. de Smet, B. Dam Naam:. Studentnummer Leiden:... En/of Studentnummer Delft:... Dit tentamen bestaat

Nadere informatie

Welke van de drie onderstaande. figuren stellen een isobare toestandsverandering van een ideaal gas voor?

Welke van de drie onderstaande. figuren stellen een isobare toestandsverandering van een ideaal gas voor? jaar: 1989 nummer: 01 Welke van de drie onderstaande. figuren stellen een isobare toestandsverandering van een ideaal gas voor? o a. 1 o b. 1 en 2 o c. 1 en 3 o d. 1, 2 en 3 jaar: 1989 nummer: 02 De volumeuitzetting

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2007-II

Eindexamen scheikunde havo 2007-II Beoordelingsmodel Kwik 1 maximumscore 2 aantal protonen: 160 aantal elektronen: 158 aantal protonen: 160 1 aantal elektronen: het gegeven aantal protonen verminderd met 2 1 2 maximumscore 2 g 2 Cl 2 Indien

Nadere informatie

FYSICA DM THEORIE SAMENVATTING

FYSICA DM THEORIE SAMENVATTING FYSICA DM THEORIE SAMENVATTING Elementen - Elementen kunnen op 3 manieren voorkomen: - Vast - Vloeibaar - Gasvormig Water & Warmte - Warmte overdracht op 3 manieren - Geleiding direct contact / toepassing

Nadere informatie