WATERKWALITEITSSPOOR GRIFT/APELDOORNS KANAAL INCLUSIEF MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATENANALYSE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "WATERKWALITEITSSPOOR GRIFT/APELDOORNS KANAAL INCLUSIEF MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATENANALYSE"

Transcriptie

1 WATERKWALITEITSSPOOR GRIFT/APELDOORNS KANAAL INCLUSIEF MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATENANALYSE WATERSCHAP VELUWE EINDRAPPORT 13 februari /OF6/081/000008/LE

2 110305/OF6/081/000008/LE ARCADIS 2

3 Inhoud Samenvatting 4 1 Inleiding Aanleiding Doelen Leeswijzer 16 2 Werkwijze Twee-sporen aanpak Beoordeling van alternatieven Begrenzing studiegebied 19 3 Referentie en huidige situatie Beschrijving van de referentie Waterkwaliteit Zuurstofhuishouding Nutrientenhuishouding Zware metalen Kosten en baten Huidige situatie 27 4 De alternatieven a. 2e IJsselleiding met voldoende capaciteit b. 2e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige Ijsselleiding a. Waterpark zonder tijdelijke berging b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal_ c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Apeldoorns Kanaal b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Ijsselleiding 41 5 Resultaten: waterkwaliteit, relatie KRW, beleidstoetsing & investeringskosten Resultaten Waterkwaliteit Beleidstoetsing Relatie met de Kaderrichtlijn Water Investeringskosten Conclusies 50 6 Maatschappelijke kosten en baten Wat is en wat doet een MKBA Resultaten MKBA /OF6/081/000008/LE ARCADIS 3

4 6.3 Conclusies 54 7 Conclusies en aanbevelingen Waterkwaliteit en investeringskosten Beleid en functies oppervlaktewater Maatschappelijke kosten en baten Aanbevelingen 56 Bijlage 1 Literatuur 59 Bijlage 2 Uitgangspuntennotitie 61 Bijlage 3 Maatschappelijke kosten baten analyse 63 Bijlage 4 Modelresultaten referentie TEWOR-toets 71 Bijlage 5 Modelresultaten referentie nutriënten en algenbloei 72 Bijlage 6 Modelresultaten referentie zware metalen 75 Bijlage 7 Waterkwaliteit hoofdsysteem huidige situatie 78 Bijlage 8 Modelresultaten alternatieven 85 Bijlage 9 Investeringskosten alternatieven /OF6/081/000008/LE ARCADIS 4

5 Samenvatting Aanleiding In voorgaande jaren is een studie uitgevoerd ter optimalisatie van het afvalwatersysteem Apeldoorn (de studie OAS-Apeldoorn e.o. ). Bij deze OAS-studie is vanuit het emissiespoor bepaald op welke manier het afvalwatersysteem tegen laagste maatschappelijke kosten kan gaan voldoen aan de gestelde eisen. Het emissiespoor richt zich uitsluitend op een reductie van de emissie vanuit de RWZI en de overstorten uit het rioolstelsel, zonder rekening te houden met de effecten op het ontvangend oppervlaktewater. De uitkomsten van de OASstudie vormen de basis voor de nu uitgevoerde waterkwaliteitsspoor-studie, waarbij juist de effecten op het ontvangend oppervlaktewater centraal staan. Uitgangspunt van de OAS-studie Apeldoorn was dat de huidige lozingstoestand wordt gehandhaafd, waarbij effluent wordt geloosd op de IJssel en bij hogere aanvoer van afvalwater incidenteel wordt geloosd op de Grift. In deze waterkwaliteitsspoor-studie zijn een negental scenario s beschouwd om een alternatief te vinden voor de lozingssituatie van de RWZI van Apeldoorn. Inmiddels is er rekening te houden met verschillende ontwikkelingen en randvoorwaarden: Er is een vastgestelde Visie Grift en Apeldoorns Kanaal, waarbij is vastgelegd dat de Grift in de toekomst niet meer zal worden belast met lozingen. Incidentele lozingen van overstorten en van de RWZI Apeldoorn op de Grift komen niet meer voor in deze visie. De kwaliteit van het Griftwater zo goed dat het inzetbaar is voor de bereiding van drinkwater. Lozing op de IJssel betekent dat er een verontreinigingsheffing moet worden betaald aan Rijkswaterstaat, hetgeen ongewenst wordt geacht. Er zijn concrete ideeën over het inrichten van een Waterpark Schoonbroek, dat fungeert als een uitloopgebied rond de bebouwde kom van Apeldoorn. Dit waterpark kan worden gebruikt als een (extra) zuiveringsstap voor effluent van de RWZI Apeldoorn. Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zal het oppervlaktewater aan voor een deel nog vast te stellen doelen moeten gaan voldoen. De tijdelijke lozingsvergunningen voor lozingen rond de RWZI op de Grift lopen af per 1 januari Rekening houdend met deze zaken zijn scenario s bepaald die in de waterkwaliteitsspoorstudie aan een nadere beschouwing zijn onderworpen. Voor een deel zijn deze scenario s met een model doorgerekend op hun effecten voor de waterkwantiteit en -kwaliteit. Doel Doel van de Waterkwaliteitsspoor-studie is het beoordelen van de lozingsalternatieven op de effecten op de waterkwaliteit in de Grift, het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering. Bedoeling is met de studieresultaten te kunnen onderbouwen op welke wateren in de toekomst het best kan worden geloosd, beredeneerd vanuit de waterkwaliteit. Uitgangspunt voor de studie is dat bij de afweging tussen varianten de maatschappelijke kosten en baten leidend zijn. Hiertoe is een MKBA-benadering toegepast /OF6/081/000008/LE ARCADIS 5

6 De studie dient daarbij antwoord te geven op een aantal specifieke vragen: voldoen de onderscheiden alternatieven aan vastgesteld beleid? voldoen de onderscheiden alternatieven aan de KRW (o.a. ecologische doelen, stand-still beginsel, normen voor prioritaire stoffen)? is het vanuit oogpunt van waterkwaliteit mogelijk te komen tot het beëindigen van lozing van effluent op de IJssel? Studiegebied In de figuur hiernaast is het studiegebied weergegeven. Dit is het gebied ten noorden van de A1 dat afwatert naar de IJssel. In het noorden wordt het studiegebied begrensd door de IJssel. Veessen Aanpak Het schema naast de tekst schetst in grote lijnen de aanpak van deze studie. De studie is gestart met een analyse van de huidige situatie op basis van meetgegevens. Onderdeel hiervan vormde ook een analyse naar de huidige lozingssituatie. Op basis hiervan zijn een aantal alternatieven geformuleerd welke in deze studie nader zijn onderzocht. Deze alternatieven worden afgezet tegen het nulalternatief: de situatie na uitvoering van de OAS Apeldoorn. De effecten op de waterkwaliteit zijn in eerste instantie ingeschat op basis van expert judgement. Voor een aantal alternatieven, waarvoor de effecten Analyse huidige situatie Vaststellen alternatieven WKS KBA Expert judgement Berekeningen in Sobek Afweging niet zonder meer duidelijk zijn, zijn deze nader onderzocht met behulp van waterkwaliteitsmodellen in SOBEK. Voor alle alternatieven zijn de maatschappelijke kosten en baten vastgesteld. Hierbij zijn de effecten op de waterkwaliteit vertaald in maatschappelijke kosten en baten. Met betrekking tot de baten is een onderscheid gemaakt in: Directe effecten: in deze studie zijn dat effecten van rietoogst, effecten op de landbouwoogst en effecten op drinkwaterwinning en verdroging. Externe effecten: in deze studie zijn meegenomen de natuureffecten, effecten op recreatie, effecten op de IJssel en effecten op de CO2 afvang. Bij het opstellen van de kosten is onderscheid gemaakt in investeringskosten en kosten voor beheer en onderhoud. Kosten voor beheer en onderhoud zijn gekapitaliseerd voor een periode van 100 jaar. De effecten op de waterkwaliteit en de monetaire effecten zijn vervolgens vergeleken met het nulalternatief. Op basis van deze vergelijking is een afweging van de alternatieven worden gemaakt. Baten Kosten /OF6/081/000008/LE ARCADIS 6

7 LOZINGSSITUATIE RWZI APELDOORN HET NULALTERNATIEF De lozingssituatie van de RWZI van Apeldoorn is in het nulalternatief dus na uitvoering van de OAS -maatregelen als volgt: Onder droogweer omstandigheden (dwa) vinden geen lozingen plaats op de Grift, het Apeldoorns Kanaal of de Nieuwe Wetering.; Onder dwa condities wordt het biologisch gezuiverde effluent afgevoerd via de IJsselleiding naar de IJssel; Bij regensituaties (rwa) omstandigheden wordt bij een toenemende aanvoer eerst een deel van het effluent afgeleid naar het bergbezinkbassin (BBB). Indien de capaciteit van de IJsselleiding dit toelaat wordt het voorbezonken afvalwater samen met het effluent via deze leiding naar de IJssel afgevoerd; Wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is (bij hogere waterstanden in de IJssel) stort een deel van het gezuiverde effluent en voorbezonken water over op de Grift; Daarnaast is er direct voor de zuivering een riooloverstort van het gemengd rioolstelsel van Apeldoorn (EO0042). Deze loost in tijden van extreme neerslag, incidenteel ongezuiverd rioolwater op de Grift. In onderstaand schema is de nulsituatie weergegeven. Waterstromen 0. Nulalternatief Grift AK 3 e pand RWZI BBB 5 EO0042 Apeldoorn NW 6 IJsselleiding 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar de IJssel 2. voorbezonken water uit BBB op de IJsselleiding wordt afgevoerd naar de IJssel (boven bepaalde afvoer stort een deel hiervan over naar de Grift, zie deelstroom 4) 3. Effluent op de Grift (bij onvoldoende capaciteit van de IJsselleiding) 4. Overstort van voorbezonken water uit de BBB op de Grift bij onvoldoende capaciteit van de IJsselleiding 5. Overstort EO0042 op de Grift 6. Afvoer van de IJsselleiding op de IJssel, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn Tabel 1 Belangrijkste waterstromen en bijbehorende kwaliteiten in nulalternatief Belangrijkste waterstromen en verschillende waterkwaliteiten in het nulalternatief zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in het jaarlijkse volume en een jaarlijkse incidentele lozing (T=1 situatie). Waterstroom Jaarlijkse afvoer [mlj m 3 ] T=1 [mlj m 3 ] BZV conc [mg O2/l] Totaal stikstof concentratie [mg N/l] Totaal fosfaat concentratie [mg P/l] Effluent 28,1 4 13,1 1,65 BBB 0, ,2 1,55 IJsselleiding 27,8 Overstort Grift 0,3 0,1 (effluent + BBB) Overstort EO0042 0,004 0, ,4 2, /OF6/081/000008/LE ARCADIS 7

8 NULALTERNATIEF De waterkwaliteit in het nulalternatief kan als volgt worden omschreven: Er treden geen problemen op met de zuurstofhuishouding in de Grift; De overstorten vanuit het gemengde stelsel op het Apeldoorns Kanaal bovenstrooms van de RWZI kunnen aanleiding geven tot problemen met de zuurstofhuishouding; Lokaal treedt er slechts een geringe overschrijding van de MTR normen voor nutriënten op. Dit vindt voor stikstof plaats ten zuiden van Heerde en voor fosfaat bovenstrooms van Vaassen; Er zijn in het hoofdsysteem geen problemen met algenbloei te verwachten. HUIDIGE SITUATIE Wanneer op basis van meetgegevens de huidige situatie wordt geanalyseerd kan het volgende worden gesteld: De zuurstofhuishouding in de huidige situatie in het hoofdwatersysteem is goed. Incidenteel wordt de MTR ( 5 mg O2/l) onderschreden in de Grift en de Nieuwe Wetering. Opgemerkt wordt dat het gaat om maandelijks waargenomen zuurstofgehalten. Hierin worden de effecten van overstorten niet teruggevonden. De kans is klein dat juist na een overstort is gemeten. Voor de analyse van de effecten van overstortingen zijn deze metingen dan ook niet geschikt. Hiervoor dient gekeken te worden naar de modelresultaten. De nutriëntconcentraties in het hoofdsysteem zijn over het algemeen goed. In het Apeldoorns Kanaal en in de Nieuwe Wetering wordt voldaan aan de MTR voor fosfaat en stikstof. In de Grift vindt een geringe overschrijding van het zomergemiddelde fosfaatgehalte plaats. Opmerkelijk is dat het zomergemiddelde stikstofgehalte in de Grift ruimschoots voldoet aan de MTR. In de huidige situatie treedt er geen grote mate van algenbloei op in het Apeldoorns Kanaal. Uit de waterkwaliteitsgegevens blijkt dat zware metalen in de Nieuwe Wetering geen probleem vormen, de concentraties liggen veelal beneden de detectielimiet. In de Grift worden de MTR-waarden voor zware metalen licht overschreden. Dit zal vermoedelijk worden veroorzaakt door de incidentele lozingen van de overstorten bij de zuivering. De huidige situatie is echter niet het vertrekpunt voor het beoordelen van de alternatieven. Deze worden afgezet tegen het nulalternatief. Overigens geldt dat voor het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering de huidige situatie overeenkomt met het nulalternatief. Voor beide watergangen geldt dat de lozingsituatie in het nulalternatief niet of nauwelijks verschilt van de huidige situatie. Alternatieven Er zijn verschillende alternatieven voor te stellen voor de lozingssituatie van de zuivering van Apeldoorn. In gezamenlijk overleg met de projectgroep zijn vier hoofdalternatieven geformuleerd. Binnen een hoofdalternatief zijn daarnaast ook subalternatieven denkbaar. In zijn totaliteit zijn negen alternatieven onderzocht: 1. a. 2 e IJsselleiding met voldoende capaciteit; er wordt een 2 e IJsselleiding aangelegd waardoor alle waterstromen worden afgevoerd naar de IJssel, er vindt alleen een nooduitlaat plaats (1x per 10 jaar) vanuit de IJsselleiding naar het Apeldoorns Kanaal; b. 2 e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige IJsselleiding; er wordt een 2 e IJsselleiding aangelegd met een gelijke capaciteit als de huidige IJsselleding waardoor alle waterstromen worden afgevoerd naar de IJssel, er vindt alleen een nooduitlaat plaats (1x per 10 jaar) vanuit de IJsselleiding; /OF6/081/000008/LE ARCADIS 8

9 2. a. Waterpark zonder tijdelijke berging; het voorbezonken water en effluent wordt verder nagezuiverd in het waterpark en afgevoerd naar de Nieuwe Wetering, overstort EO0042 loost op de IJssel via de IJsselleiding. b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal; het voorbezonken water en effluent wordt verder nagezuiverd in het waterpark en afgevoerd naar de Nieuwe Wetering, overstort EO0042 loost op het Apeldoorns Kanaal. c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO0042; het voorbezonken water en effluent wordt verder nagezuiverd in het waterpark en afgevoerd naar de Nieuwe Wetering, overstort EO0042 loost op het Apeldoorns Kanaal via een extra bergingsbak ter hoogte van de overstort (dwz ongeveer op maaiveld niveau). d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering; het voorbezonken water en effluent wordt verder nagezuiverd in het waterpark en afgevoerd naar de Nieuwe Wetering, overstort EO0042 loost op het Apeldoorns Kanaal via een extra bergingsbak ter hoogte van de zuivering (dwz aanzienlijk hoger dan maaiveld). Dit alternatief is geformuleerd omdat wellicht in de omgeving van de RWZI een bergingsvoorziening beschikbaar komt. 3. Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal 4. a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op het Apeldoorns Kanaal; het effluent wordt verder gezuiverd door middel van een 4 e trap zuivering, het effluent wordt geloosd op de Grift, voorbezonken water en overstort EO0042 lozen op het Apeldoorns Kanaal. b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op de IJsselleiding; Het effluent wordt verder gezuiverd door middel van een 4 e trap zuivering, het effluent wordt geloosd op de Grift, voorbezonken water wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal, overstort EO0042 loost via de IJsselleiding op de IJssel /OF6/081/000008/LE ARCADIS 9

10 Tabel 2 Per alternatief ontvangend oppervlakte water van belangrijkste waterstromen In de onderstaande tabel is weergegeven op welk watergang de verschillende waterstromen rondom de zuivering lozen. Alternatief Grift AK NW IJssel Nulalternatief 1a. 2 e IJsselleiding met voldoende capaciteit 1b. 2 e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige IJsselleiding 2a. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater via IJsselleiding naar de IJssel 2 b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal 2 c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering 3. Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal 4a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Apeldoorns Kanaal 4b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op IJsselleiding Legenda: Voorbezonken water Effluent Overstortwater (EO0042) Nooduitlaat effluent en voorbezonken water /OF6/081/000008/LE ARCADIS 10

11 WATERKWALITEIT ALTERNATIEVEN In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de effecten op de waterkwaliteit ten opzichte van het nulalternatief. Bij de beoordeling is een onderscheid gemaakt in: Tabel 3 Overzicht van effecten op waterkwaliteit en ecologie Een verbetering van de waterkwaliteit Groen; Geen verandering van de waterkwaliteit Blauw; Een lichte verslechtering van de waterkwaliteit Oranje; Een sterke verslechtering van de waterkwaliteit Rood. 1a. 2 e IJsselleiding met voldoende capaciteit 1b. 2 e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige IJsselleiding 2a. Waterpark zonder tijdelijke berging 2 b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal 2 c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering 3 Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal 4a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Apeldoorns Kanaal 4b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Ijsselleiding Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Zuurstof Nutriënten Zware metalen Grift AK NW In Tabel 4 zijn de investeringskosten per alternatief weergegeven. Tabel 4 Investeringskosten per alternatief Alt 1a Alt 1b Alt 2a Alt 2b Alt 2c Alt 2d Alt 3 Alt 4a Alt 4b Investeringskosten [mlj ] 16,7 22,6 23,9 23,4 33,7 25,8 2,7 35,6 35,5 Conclusies Uit deze studie kan een aantal conclusies worden getrokken. Deze zijn gegroepeerd naar: Waterkwaliteit en investeringskosten Beleid en functies oppervlaktewater Maatschappelijke kosten en baten /OF6/081/000008/LE ARCADIS 11

12 In het daarop volgende advies is de overall conclusie weergegeven. Waterkwaliteit en investeringskosten Uit oogpunt van waterkwaliteit geldt dat het afleiden van alle lozingen naar het Apeldoorns Kanaal (alternatief 3) niet acceptabel is. Ook de permanente lozing van effluent op de Grift (dat na nazuivering voldoet aan de eisen van het infiltratiebesluit alternatief 4) is uit oogpunt van waterkwaliteit geen gewenst alternatief. Het ontlasten van de Grift (alternatief 1 en 2 en 3) leidt slechts tot een geringe verbetering van de waterkwaliteit in de Grift. De ontvangstcapaciteit van het Apeldoorns Kanaal is dusdanig groot dat de incidentele lozingen op het Apeldoorns Kanaal niet leiden tot onoverkomelijke problemen in de waterkwaliteit. De investeringskosten van alternatief 3, alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal zijn het laagst met 2,7 mlj euro. De investeringskosten van de overige alternatieven variëren van 16,7 tot 35,5 mlj. euro. Beleid, functies oppervlaktewater en KRW Het verplaatsen van de incidentele lozingen zijn in lijn met het gestelde beleid, door het schone en het vuile water te scheiden en daarbij de Grift te ontlasten. Het stoppen van de incidentele lozingen leidt voor nutriënten niet tot het bereiken van de basiskwaliteit in de Grift. Na uitvoering van alternatief 3 en 4 zullen de MTR-waarden voor nutriënten niet worden gerealiseerd, dit is in strijd met het WHP-3. Vanuit de beleidsdoelstelling schoon en vuil water scheiden voldoen alleen de referentiesituatie en alternatief 4 effluent lozen op de Grift niet aan dit principe. Schoon Griftwater zal door Vitens vermoedelijk niet voor drinkwaterdoeleinden worden gebruikt. Bezien vanuit het oogpunt vanuit de Kaderrichtlijn Water treedt bij het uitvoeren van alternatief 3 en 4 een verslechtering van de ecologische toestand wat niet gewenst is. Met betrekking tot het stand-still beginsel is de vraag of Rijkswaterstaat strengere eisen zal stellen aan het lozen van effluent op de IJssel. Dit is afhankelijk van het opstellen van de doelen die momenteel voor de rijkswateren worden opgesteld. Het afleiden van de incidentele effluentlozingen op de Grift zal weinig invloed hebben op de ecologische toestand van de Grift. Het lozen van gezuiverd effluent op de Grift (alternatief 4) heeft een negatieve invloed op de ecologische toestand en is uit KRW oogpunt niet verstandig. Het lozen van effluent op het Apeldoorns Kanaal (alternatief 3) heeft een negatieve invloed op de ecologische toestand en is uit KRW oogpunt niet verstandig. Verwacht wordt dat lozing van nagezuiverd effluent uit het waterpark weinig invloed zal hebben op de ecologische toestand in de Nieuwe Wetering. De onderzochte alternatieven onderscheiden zich niet in de afwenteling naar benedenstrooms. In alle gevallen wordt het water afgeleid naar de IJssel. De alternatieven waarbij het waterpark wordt ingezet (alt. 3) en het effluent verder wordt gezuiverd (alt.4) leiden wel tot een vermindering van de belasting op de IJssel /OF6/081/000008/LE ARCADIS 12

13 Maatschappelijke kosten en baten Uit oogpunt van maatschappelijke kosten en baten komt het nulalternatief het best uit de bus. Voor alle onderzochte alternatieven geldt dat het saldo negatief is. De hoogste maatschappelijke baten worden gevonden in de aanleg van nieuwe natuur. Daarnaast levert recreatie enige baten en ook de beperking van de lozing op de IJssel draagt positief bij. Voor alle alternatieven geldt echter dat de kosten dusdanig hoog zijn, dat deze niet worden goed gemaakt door de maatschappelijke baten; Alternatief 3, waarbij alles wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal leidt tot de minste maatschappelijk kosten. Dit komt omdat de investeringen gering zijn en de negatieve baten van verminderde recreatie en natuur laag zijn. Alternatief 4, lozing van nagezuiverdrwzi effluent (op de Grift) scoort het slechtst. De investeringskosten en de onderhoudskosten zijn erg hoog. De baten van natuur en recreatie wegen niet op tegen de hoge kosten. Ook voor alternatief 2, de aanleg van een waterpark geldt dat de kosten niet opwegen tegen de maatschappelijke baten. Weliswaar levert de nieuwe natuur een positieve bijdrage van 8,6 miljoen en de recreatiebaten bedragen 1,9 miljoen, toch rest een negatief saldo door de hoge beheerkosten van het waterpark. Advies Als het gaat om de verbetering van de waterkwaliteit van de Grift wordt als volgt geadviseerd: De maatregelen zoals geformuleerd in de OAS uitvoeren en de lozingssituatie van de zuivering van Apeldoorn handhaven. Gezien de maatschappelijke kosten en baten van de verschillende alternatieven wordt geadviseerd de lozingssituatie in de Grift voorlopig niet te wijzigen. Eerst het vaststellen van de doelstellingen voor de Kaderrichtlijn Water af te wachten alvorens een besluit rondom de lozingssituatie te nemen. De vraag is of verdere verbetering van de fysisch chemische waterkwaliteit wel van grote invloed is op de ecologische toestand. Monitoren en meten in en rond de zuivering van Apeldoorn zodat alle waterstromen nog beter in beeld kunnen worden gebracht. Om de maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit in de Grift verder te onderzoeken en te onderbouwen is het wenselijk beter inzicht te krijgen in de belasting met nutriënten van het systeem. Uit deze studie wordt geconcludeerd dat de bijdrage van de incidentele lozingen vanuit het afvalwatersysteem niet het grootste aandeel vormen van de totale belasting met nutriënten. Het lijkt erop de belasting uit het landelijk gebeid het meest bijdraagt aan de totale belasting. De relatieve bijdrage van de belasting door de incidentele lozing van effluent te bepalen door het opstellen van stofbalansen voor de Grift. De analyse van de huidige situatie laat zien dat voor nutriënten geldt dat de belasting vanuit het landelijk gebied waarschijnlijk een grotere invloed heeft /OF6/081/000008/LE ARCADIS 13

14 110305/OF6/081/000008/LE ARCADIS 14

15 HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 AANLEIDING In voorgaande jaren is een studie uitgevoerd ter optimalisatie van het afvalwatersysteem Apeldoorn (de studie OAS-Apeldoorn e.o. ). Bij deze OAS-studie is vanuit het emissiespoor bepaald op welke manier het afvalwatersysteem tegen de laagste maatschappelijke kosten kan gaan voldoen aan de gestelde eisen. Het emissiespoor richt zich uitsluitend op een reductie van de emissie vanuit de RWZI en de overstorten uit het rioolstelsel, zonder rekening te houden met de effecten op het ontvangend oppervlaktewater. De uitkomsten van de OAS-studie vormen de basis voor de nu uitgevoerde waterkwaliteitsspoor-studie, waarbij juist de effecten op het ontvangend oppervlaktewater centraal staan. Uitgangspunt van de OAS-studie Apeldoorn was dat de huidige lozingstoestand wordt gehandhaafd, waarbij effluent wordt geloosd op de IJssel en bij hogere aanvoer van afvalwater incidenteel wordt geloosd op de Grift. Inmiddels is er rekening te houden met verschillende ontwikkelingen en randvoorwaarden: Er is een vastgestelde Visie Grift en Apeldoorns Kanaal, waarbij is vastgelegd dat de Grift in de toekomst niet meer zal worden belast met lozingen. Incidentele lozingen van overstorten en van de RWZI Apeldoorn op de Grift komen niet meer voor in deze visie. De kwaliteit van het Griftwater zo goed dat het inzetbaar is voor de bereiding van drinkwater. Lozing op de IJssel betekent dat er een verontreinigingsheffing moet worden betaald aan Rijkswaterstaat, hetgeen ongewenst wordt geacht. Er zijn concrete ideeën over het inrichten van een Waterpark Schoonbroek, dat fungeert als een uitloopgebied rond de bebouwde kom van Apeldoorn. Dit waterpark kan worden gebruikt als een (extra) zuiveringsstap voor effluent van de RWZI Apeldoorn. Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zal het oppervlaktewater aan voor een deel nog vast te stellen doelen moeten gaan voldoen. De tijdelijke lozingsvergunningen voor lozingen rond de RWZI op de Grift lopen af per 1 januari Rekening houdend met deze zaken zijn scenario s bepaald die in de waterkwaliteitsspoorstudie aan een nadere beschouwing zijn onderworpen. Voor een deel zijn deze scenario s met een model doorgerekend op hun effecten voor de waterkwantiteit en -kwaliteit. 1.2 DOELEN Doel van de waterkwaliteitsspoor-studie is het beoordelen van de lozingsalternatieven op de effecten op de waterkwaliteit in de Grift, het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering /OF6/081/000008/LE ARCADIS 15

16 Bedoeling is met de studieresultaten te kunnen onderbouwen op welke wateren in de toekomst het best kan worden geloosd, geredeneerd vanuit de waterkwaliteit. Uitgangspunt voor de studie is dat bij de afweging tussen varianten de maatschappelijke kosten en baten leidend zijn. Hiertoe is een MKBA-benadering toegepast. De studie dient daarbij antwoord te geven op een aantal specifieke vragen: voldoen de onderscheiden alternatieven aan vastgesteld beleid? voldoen de onderscheiden alternatieven aan de KRW (o.a. ecologische doelen, stand-still beginsel, normen voor prioritaire stoffen)? is het vanuit oogpunt van waterkwaliteit mogelijk te komen tot het beëindigen van lozing van effluent op de IJssel? 1.3 LEESWIJZER Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: Aanpak en werkwijze: hoofdstuk 2 Referentie en huidige situatie: hoofdstuk 3 Beschrijving te beschouwen alternatieven: hoofdstuk 4 Resultaten: beleidstoetsing, waterkwaliteit en investeringskosten Maatschappelijke kosten batenanalyse: hoofdstuk 5 Conclusies en aanbevelingen: hoofdstuk 6. De uitgangspunten en uitgebreide beschrijving van de modellering is opgenomen in de uitgangspuntennotitie en vormt een losse bijlage bij dit rapport /OF6/081/000008/LE ARCADIS 16

17 HOOFDSTUK 2 Werkwijze 2.1 TWEE-SPOREN AANPAK Figuur 1 schetst in grote lijnen de aanpak van deze studie. Na het vaststellen van de alternatieven is er een twee-sporenaanpak gevolgd: Het waterkwaliteitsspoor Maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) Figuur 1 Project aanpak Bij deze twee-sporenaanpak vormden de uitkomsten van het waterkwaliteitsspoor de input van de maatschappelijke kostenbatenanalyse. De effecten op waterkwaliteit van de verschillende alternatieven zijn in eerste instantie op basis van expert judgement ingeschat. Een aantal alternatieven, waarvoor de effecten niet zonder meer duidelijk zijn, is nader onderzocht met behulp van waterkwaliteitsmodellen in SOBEK (zie hoofdstuk 5 en bijlage 2). Vervolgens zijn de maatschappelijke kosten en baten vastgesteld, zie ook bijlage, waarna een afweging van alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie is gemaakt. Start Vaststellen alternatieven WKS Expert judgement Berekeningen in Sobek MKBA Baten Kosten Afweging /OF6/081/000008/LE ARCADIS 17

18 2.2 BEOORDELING VAN ALTERNATIEVEN Bij aanvang van het project zijn er vier hoofdalternatieven geformuleerd. Bij sommige hoofdalternatieven zijn er detailverschillen aan te geven, dit levert in totaal negen alternatieven op die in deze studie zijn beschouwd. Deze worden in hoofdstuk 4 in detail beschreven. De hoofdalternatieven zijn: 1. Aanleg 2 e IJsselleiding 2. Aanleg waterpark 3. Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal 4. Effluent op de Grift na verdere nazuivering. De alternatieven worden vergeleken met de referentiesituatie. Deze is beschreven in hoofdstuk 3. De alternatieven zijn op de volgende punten beoordeeld: Huidig beleid en functie Waterkwaliteit Kosten Baten Huidig beleid Er zijn verschillende (beleids)documenten van toepassingen op het hoofdwatersysteem, de belangrijkste zijn: Provinciaal waterhuishoudingsplan Waterbeheersplan van het Waterschap Veluwe Kaderrichtlijn Water Reconstructieplan Veluwe Waterplan Apeldoorn Verkenning watersysteem Apeldoorns Kanaal & Grift Lozingsvergunningen Gekeken naar de beleidsvoornemens die betrekking hebben op het hoofdwatersysteem is het belangrijkste beleidsvoornemen het realiseren van de basiskwaliteit. Dit betekent dat er binnen het hoofdsysteem moet worden voldaan aan de MTR. Vanuit onder andere het reconstructieplan Veluwe gaat dit beleid nog een stap verder door de Grift aan te wijzen als Blauwe Bron gebied. Centraal bij het Blauwe Bron gebied staat het scheiden van schone en minder schone waterstromen waarbij de schone beken in de Grift uitmonden en de minder schone beken in het Apeldoorns Kanaal. Ten noorden van Apeldoorn zal het schone Griftwater ingezet worden als infiltratiewater met als doel de verduurzaming van de drinkwaterwinning en vasthouden van schoon water. Dit beleid sluit aan bij de aanleiding van de studie het zoeken naar een alternatief voor de lozing van effluent op de Grift na het aflopen van de lozingsvergunning van Apeldoorn in Een ander belangrijk aandachtspunt vanuit het ingezette beleid is hetzogenaamde standstill principe. Dit betekent dat de verplaatsing van de (incidentele) lozingen van de RWZI bezien in het licht van de Kaderrichtlijn Water niet mag leiden tot een verslechtering van de huidige waterkwaliteit. De uitkomsten van deze studie toetsen we aan deze (beleids)principes/uitgangspunten /OF6/081/000008/LE ARCADIS 18

19 FUCNTIE In het WHP-3 is aan het hoofdwatersysteem, de Grift, Apeldoorns Kanaal en Nieuwe Wetering, de functie basiskwaliteit toegekend. Dit betekent dat voldaan moet worden aan de MTR-norm. Waterkwaliteit Met betrekking tot waterkwaliteit worden de verschillende beoordelingscriteria onderscheiden: Toetsing waterkwaliteit: MTR-normen voor totaal fosfaat, stikstof en chlorofyl a, TEWOR-scores, de mate van oplading van de waterbodem met zware metalen. Relatie met de Kaderrichtlijn Water, hierbij wordt in kwalitatieve termen ingegaan op het behalen van de ecologische doelstellen gesteld vanuit de KRW, het zogenaamde standstill principe en het effect van het lozen van prioritaire stoffen. Kosten en baten Er wordt een onderscheid gemaakt tussen investeringskosten en kosten voor beheer en onderhoud. In de maatschappelijke kosten batenanalyse (MKBA) worden de baten omgezet in euro s. Met betrekking tot de baten wordt onderscheid gemaakt in Directe baten; effecten op de rietoogst, de landbouwoogst en op drinkwaterwinning en verdroging Indirecte baten; Externe baten; natuureffecten, effecten op recreatie, effecten op de IJssel en effecten op CO2-afvang. 2.3 BEGRENZING STUDIEGEBIED In de onderstaande figuur is het studiegebied weergegeven; het afwateringsgebied ten noorden van de A1. Deze studie concentreert zich op de waterkwaliteit in de Grift, het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering. Deze watergangen worden in de rest van de studie veelal het hoofdsysteem genoemd. Het Apeldoorns Kanaal, de Grift en de Nieuwe Wetering worden gevoed door bovenstrooms gelegen beken. De Grift stroomt uit in het Apeldoorns Kanaal ter hoogte van Heerde. Het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering wateren het merendeel van het jaar vrij af op de IJssel. Bij een hoge IJsselstand in de wintermaanden is vrije afwatering niet mogelijk, in dat geval wordt het overtollige water uitgeslagen op de IJssel bij gemaal Veluwe /OF6/081/000008/LE ARCADIS 19

20 Figuur 2 Studiegebied Waterkwaliteitsspoor Grift/Apeldoorns Kanaal Veessen /OF6/081/000008/LE ARCADIS 20

21 HOOFDSTUK situatie 3 Referentie en huidige Uitgangspunt voor het afwegen van de alternatieven is de referentiesituatie en niet zoals gebruikelijk in een waterkwaliteitspoor studie de huidige situatie. Dit sluit aan bij de systematiek, die wordt gevolgd in een MKBA studie (zie ook hoofdstuk 6 en bijlage 3). De referentie beschrijft de toekomstige situatie zonder uitvoering van de maatregelen die worden voorgesteld in de onderzochte alternatieven. In een MKBA wordt de referentie vergeleken met één of meerdere projectalternatieven. De keuze van de referentie is dan ook bepalend voor de hoogte van de kosten en baten. In dit hoofdstuk wordt de referentie beschreven en wordt de daarbij behorende waterkwaliteittoestand geschat. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de waterkwaliteitsmodellen in SOBEK, omdat het hier gaat om een theoretische situatie. In hoofdstuk 5 worden de effecten op de waterkwaliteit en de baten van de verschillende alternatieven vergeleken met de hier beschreven referentiesituatie. 3.1 BESCHRIJVING VAN DE REFERENTIE De referentie situatie is de situatie na de uitvoering van de optimalisatie van het afvalwatersysteem van Apeldoorn (OAS). Een uitgebreide beschrijving van de maatregelen die worden genomen in het kader van de OAS, wordt beschreven in (Witteveen + Bos, 2002). Kort samengevat worden de volgende maatregelen uitgevoerd: de hydraulische capaciteit van AWZI van Apeldoorn wordt verhoogd tot m 3 /uur; m 3 /uur wordt biologische gezuiverd; er wordt 4000 m 3 /uur extra door het bergbezinkbasin (BBB) geleid (onderdeel van de in totaal m 3 /uur); de berging in het rioolstelsel van Apeldoorn wordt vergroot met 7000 m 3 ten opzichte van de huidige situatie. In het onderstaande kader wordt de lozingssituatie vanuit het rioolstelsel en de RWZI van Apeldoorn beschreven. De lozingssituatie volgens de referentie wordt schematisch weergegeven in Figuur 3. LOZINGSSITUATIE REFERENTIE RWZI APELDOORN Onder droogweer omstandigheden (dwa) vinden geen lozingen plaats op de Grift, het Apeldoorns Kanaal of de Nieuwe Wetering.; Onder dwa condities wordt het biologisch gezuiverde effluent afgevoerd via de IJsselleiding naar de IJssel; /OF6/081/000008/LE ARCADIS 21

22 Bij regensituaties (rwa) wordt bij een toenemende aanvoer een deel van het influent afgeleid naar het bergbezinkbassin (BBB). Indien de capaciteit van de IJsselleiding dit toelaat wordt het voorbezonken afvalwater samen met het effluent via deze leiding naar de IJssel afgevoerd; Wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende (bij hogere waterstanden in de IJssel) is stort een deel het gezuiverde effluent en voorbezonken water over op de Grift; Daarnaast is er direct voor de zuivering een riooloverstort van het gemengd rioolstelsel van Apeldoorn (EO0042). Deze loost in tijden van extreme neerslag, incidenteel ongezuiverd rioolwater op de Grift. Figuur 3 Lozingssituatie in de referentie Waterstromen 7. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar de IJssel 8. Voorbezonken water uit BBB op de IJsselleiding wordt afgevoerd naar de IJssel (boven bepaalde afvoer stort een deel hiervan over richting Grift, zie deelstroom 4) 9. Effluent op de Grift (bij onvoldoende capaciteit van de IJsselleiding) 10. Overstort van voorbezonken water uit de BBB op de Grift bij onvoldoende capaciteit van de IJsselleiding 11. Overstort EO0042 op de Grift 12. Afvoer van de IJsselleiding op de IJssel, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn 3.2 WATERKWALITEIT In deze paragraaf wordt de waterkwaliteit in de referentiesituatie beschreven. Deze is gebaseerd op de waterkwaliteitsberekeningen in SOBEK ZUURSTOFHUISHOUDING Overstortwater uit een gemengd rioolstelsel, maar ook voorbezonken water uit het BBB, bevatten grote hoeveelheden organisch materiaal. De afbraak van dit organisch materiaal kost veel zuurstof. Direct na een lozing door een overstorting is dan ook een dip in de zuurstofconcentratie zichtbaar. Deze daling van de zuurstofconcentratie treedt binnen enkele uren na een lozing op en kan tijdelijk zuurstofloosheid tot gevolg hebben. In Figuur 4 wordt het resultaat van de TEWOR toetsing weergegeven. Hoge TEWOR scores (een indicatie voor te verwachten problemen met de zuurstofhuishouding) worden gevonden in het Apeldoorns Kanaal bovenstrooms van de zuivering. Op dit stuk van het kanaal lozen vier overstorten. De problemen worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de overstort EO0054 uit het rioolstelsel van Apeldoorn /OF6/081/000008/LE ARCADIS 22

23 Voor een T=2 situatie bedraagt het overstortvolume meer dan 4279 m 3 en omdat de doorspoeling van het Apeldoorns Kanaal gering is leidt dit lokaal tot een sterk verontreinigde prop die slechts in geringe mate wordt verdund. Kort na een overstort in een T=2 situatie is het aandeel overstortwater benedenstrooms van de overstort circa 50 %. Dit leidt tot een sterke daling van de zuurstofconcentratie. Opmerkelijk is dat de overstort EO0042, de eindoverstort (en de grootste overstort van het stelsel), die loost op de Grift met een ontvangstcapaciteit die vele malen kleiner is dan die van het Apeldoorns Kanaal, niet leidt tot problemen met de zuurstofhuishouding. Dit wordt veroorzaakt doordat gelijktijdig met de lozing van overstort EO0042 ook overstortingen plaatsvinden van AWZI effluent en voorbezonken water uit de BBB. De volumina van deze lozingen zijn vele malen groter dan het overstortvolume uit EO0042 (zie ook Figuur 5). De fractie overstortwater in de Grift na lozing in een T=2 situatie is slechts 3 % (zie Figuur 5). Bovendien zijn de concentraties zuurstofbindende stoffen in het geloosde effluent en voorbezonken water uit het BBB veel lager dan de (aangenomen) concentraties in het overstortwater uit het gemengde rioolstelsel. Figuur 4 Tewor score referentie Kleur Eindscore Klasse Kans op vissterfte Saneringsindicatie Rood 7,5 tot 10 4 Groot Urgent Geel 5 tot 7,5 3 Aanzienlijk Noodzakelijk Groen 2,5 tot 5 2 Gering Twijfelachtig Blauw 0 tot 2,5 1 Zeer gering Overbodig /OF6/081/000008/LE ARCADIS 23

24 Figuur 5 Fractie verdeling geloosd water op de Grift in een T=2 situatie Fractie [%] 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 0:00 6:00 12:00 18:00 0:00 6:00 12:00 18:00 Overstort water RWZI w ater Initieel water Afw atering RR De hierboven gepresenteerde resultaten betreffen de 100 % vuillast situatie. Dit is een theoretische situatie, waarbij voor Nederland gemiddelde concentraties zuurstofbindende stoffen worden aangenomen. Om rekening te houden met de onzekerheid in de aangenomen gehalten, worden ook situaties doorgerekend waarin de vuillast wordt gehalveerd en verdubbeld. In bijlage 4 zijn de resultaten van de berekeningen met een 50% en 200% vuillast weergegeven. Hieruit blijkt dat bij een 50% vuillast er zich geen problemen meer voordoen in het Apeldoorns Kanaal. Bij een vuillast van 200% breidt het invloedsgebied waar de problemen zich voordoen zich verder uit. Dit berekeningen met verschillende vuillasten laten zien dat de resultaten sterk afhankelijk zijn van aangenomen concentraties in het overstortwater. Voor de gehalten in het effluent in het voorbezonken water uit het BBB, is gebruik gemaakt van gemeten waarden. Daar geen meetwaarden van het geloosde overstortwater uit het rioolstelsel bekend zijn, is gebruikt gemaakt van theoretische (gemiddelde) waarden. Om de onzekerheid in de resultaten te verkleinen wordt aanbevolen om metingen te verrichten aan de kwaliteit van het overstortwater. Dit is vooral van belang voor het schatten van de effecten van de lozingen vanuit de overstorten vanuit het stelsel van Apeldoorn bovenstrooms de zuivering op het Apeldoorns Kanaal. Gezien de grote verdunning met effluent en water uit het BBB, mag verwacht worden dat de conclusies met betrekking tot de effecten van overstort EO0042 op de Grift niet zullen veranderen als de kwaliteit van het overstort water nauwkeuriger wordt vastgesteld. De overstortingen uit de stelsels van de benedenstrooms gelegen gemeenten leiden niet tot problemen met de zuurstofhuishouding. Concluderend kan worden gesteld dat in de referentie: Er geen problemen optreden met de zuurstofhuishouding in de Grift; De overstorten vanuit het gemengde stelsel op het Apeldoorns Kanaal bovenstrooms RWZI kunnen aanleiding geven tot problemen met de zuurstofhuishouding; Om de effecten van de lozingen vanuit het gemengde stelsel van Apeldoorn op het Apeldoorns Kanaal beter te schatten wordt aanbevolen de kwaliteit hiervan te meten /OF6/081/000008/LE ARCADIS 24

25 3.2.2 NUTRIËNTENHUISHOUDING De resultaten van de berekeningen met het eutrofiëringsmodel worden weergegeven in bijlage 5. Weergegeven is een typische zomersituatie. Stikstof De stikstofgehaltes in de Nieuwe Wetering en het Apeldoorns Kanaal voldoen overal aan de MTR van 2,2 mg N/l. In de Grift wordt de MTR lokaal overschreden. Direct ten zuiden van Heerde worden sterk verhoogde concentraties in de Grift aangetroffen. Dit wordt veroorzaakt door de aanvoer van water met een verhoogde stikstofconcentratie uit het landelijk gebied. Direct ten noorden van Apeldoorn en ten noorden van Heerde wordt in de Grift een geringe overschrijding van de MTR berekend. Fosfaat Ook voor fosfaat geldt dat de Nieuwe Wetering en het Apeldoorns Kanaal aan de MTR voldoen (de gemeten fosfaatconcentraties zijn < 0,15 mg P/l). In het stuk van de Grift tussen Apeldoorn en Heerde wordt de MTR overschreden. Het berekende fosfaat gehalte ligt in het stuk bovenstrooms Vaassen boven de 0,25 mg/l. Verder benedenstrooms neemt het gehalte af tot lager dan de MTR waarde ten noorden van Heerde. Chlorofyl In het Apeldoorns Kanaal treedt lokaal een overschrijding van de MTR (100 µg Chla/l) op. Dit komt door een combinatie van een verhoogd fosfaatgehalte en een geringe doorspoeling (lange verblijftijden). Ook in de Nieuwe Wetering wordt door de relatief lange verblijftijden lokaal een overschrijding voorspeld. Door de grote doorspoeling in de Grift (korte verblijftijd0 zijn hier geen problemen met algenbloei te verwachten. Algemeen geldt dat gezien de voorspelde gehalten aan chlorofyl, geen overmatige problemen met bloei van algen mogen worden verwacht. Voor de referentie kan worden geconcludeerd dat er: Lokaal slechts een geringe overschrijding van de MTR normen optreedt; Geen problemen met algenbloei in het hoofdsysteem te verwachten zijn. Op basis van de simulatieresultaten wordt geschat dat de incidentele lozingen uit het stedelijk afvalwatersysteem in een gemiddeld jaar geen aanleiding geven tot overschrijding van de zomergemiddelde normen voor nutriënten in de Grift. De gemiddelde gehalten aan nutriënten worden vooral bepaald door de lozing vanuit het landelijk gebied. Illustratief hiervoor is bijvoorbeeld Figuur 6, waarin het verloop van de fosfaatconcentratie in de Grift wordt weergegeven. De incidentele pieken in het fosfaatgehalte worden veroorzaakt door lozingen uit het afvalwatersysteem (effluent, BBB en overstorten). Na een lozing dalen de gehaltes echter snel en het gemiddelde fosfaatgehalte, dat overigens wel boven de MTR waarde ligt, wordt niet sterk beïnvloed door de incidentele lozingen. Met behulp van het opstellen van een water- en nutriëntenbalans op basis van de metingen voor de huidige situatie kan inzicht worden gegeven in de relatieve bijdrage van de belasting uit het stedelijk gebied /OF6/081/000008/LE ARCADIS 25

26 Figuur 6 Berekende fosfaat concentratie referentie 0.6 Referentie totaal fosfaat [mg P/l] Jan Feb Apr May Jul Sep Oct Dec Referentie ZWARE METALEN Als gevolg van de lozingen van puntbronnen maar ook van afwatering vanuit de beken die uitkomen op het hoofdwatersysteem vindt aanslibbing en oplading van de waterbodem met zware metalen plaats. De slibaanwas, en daarmee ook de oplading van de waterbodem, als gevolg van de lozingen van de overstorten en RWZI is in het hoofdwatersysteem klein, slechts enkele mm s/jaar. Door de geringe oplading van de waterbodem wordt in de referentiesituatie voldaan aan de MTR normen voor koper en zink in de waterbodem. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat in de modellering alleen het effect van de directe lozingen is meegenomen. In praktijk vindt er naast slibaanwas als gevolg van directe lozingen ook slibaanwas plaats als gevolg van bladinval of afbraak van organisch materiaal. Deze laatste facetten zijn niet in de modellering meegenomen, waardoor in werkelijk de slibaanwas groter kan zijn. Echter, met name in de Grift, zijn de stroomsnelheden, zeker na grote lozingen uit de zuivering van Apeldoorn incidenteel erg hoog. Op deze momenten zal de aanwezige sliblaag grotendeels of geheel wegspoelen waardoor oplading van de waterbodem met zware metalen niet of nauwelijks plaatsvindt. 3.3 KOSTEN EN BATEN De kosten en baten voor de referentie zijn niet apart door ons berekend, maar zijn wel meegenomen in de MKBA. Conform de OEI (Overzicht Effecten Infrastructuur) leidraad zijn in de MKBA de effecten van de projectalternatieven afgezet tegen de effecten van de referentie. Dit betekent dat zowel de kosten als de baten voor de voorgenomen maatregelen in het kader van de OAS-studie bij de vergelijking van de alternatieven wegvallen, omdat deze in alle alternatieven optreden (de referentie en de projectalternatieven). Op deze wijze wordt een helder inzicht verkregen in de maatschappelijke effecten van de onderzochte projectalternatieven en wordt het beeld niet vertroebeld door de kosten van de OAS maatregelen. In de MKBA zijn dus de extra kosten en de extra baten van de projectalternatieven ten opzichte van de referentie weergegeven /OF6/081/000008/LE ARCADIS 26

27 3.4 HUIDIGE SITUATIE In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de huidige waterkwaliteit in de Grift het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering. De huidige situatie is niet het vertrekpunt voor het beoordelen van de alternatieven. Deze worden afgezet tegen de referentie. Overigens geldt dat voor het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering de huidige situatie een goede beschrijving geeft van de referentie. Voor het Apeldoorns Kanaal en de Nieuwe Wetering geldt namelijk dat de lozingsituatie in de referentie niet of nauwelijks verschilt van de huidige situatie. Na uitvoering van de maatregelen van de OAS geldt dat de lozingssituatie op de Nieuwe Wetering niet verschilt. De belasting van het Apeldoorns Kanaal zal na de OAS maatregelen iets afnemen. Immers het volume aan overstortwater, dat geloosd wordt op het Kanaal zal afnemen, door vergroting van de berging in het rioolstelsel. De beschrijving van de huidige toestand kan dan ook voor deze watergangen ondersteunend bij de beoordeling van de alternatieven. De lozingssituatie op de Grift na de OAS is niet vergelijkbaar met de huidige situatie. Opgemerkt wordt dat bij de beoordeling van de waterkwaliteitseffecten vooral gekeken is naar de uitkomsten van de modelstudie. De resultaten van de huidige toestand zijn ook gebruikt bij het toetsen of het waterkwaliteitsmodel in voldoende mate de werkelijkheid beschrijft. De toetsing van het model wordt beschreven in de uitgangspuntennotitie. Daarnaast wordt de huidige situatie gebruikt voor de inschatting van het stand-still principe. Voor de beschrijving van de huidige waterkwaliteit is gebruik gemaakt van door het Waterschap aangeleverde meetgegevens over de periode 1996 tot en met Voor zuurstof is gebruik gemaakt van gegevens gemeten van 2001 t/m Het complete overzicht van de meetresultaten wordt grafisch weergegeven in bijlage 7. Zuurstof Over het algemeen kan worden gesteld dat de zuurstofhuishouding in de huidige situatie in het hoofdwatersysteem goed is. Incidenteel wordt de MTR ( 5 mg O 2 /l) onderschreden in de Grift en de Nieuwe Wetering. De concentraties komen echter niet beneden de 4 mg O 2 /l. Deze lage waarden worden gevonden gedurende zomermaanden. Opgemerkt wordt dat het gaat om maandelijks waargenomen zuurstofgehalten. Hierin worden de effecten van overstorten niet teruggevonden. De kans is klein dat juist na een overstort niet werd gemeten. Voor de analyse van de effecten van overstortingen zijn deze metingen dan ook niet geschikt. Voor het beoordelen van de effecten moet gebruik gemaakt worden van de modeluitkomsten. Er is gebruik gemaakt van de TEWOR scores (zie bijlage 2 de uitgangspuntennotitie). Hieruit blijkt dat de overstorten op het Apeldoorns Kanaal bovenstrooms van de zuivering wel degelijk kunnen leiden tot problemen met de zuurstofhuishouding. Nutriënten en algen De nutriëntengehaltes worden bepaald door toestroming vanuit de beeksystemen, uit en afspoeling van landbouwgronden en lozingen vanuit overstorten en RWZI s. De nutriëntconcentraties in het hoofdsysteem zijn over het algemeen goed. In het Apeldoorns Kanaal en in de Nieuwe Wetering wordt voldaan aan de MTR voor fosfaat en stikstof. In de Grift vindt een geringe overschrijding van de van het zomergemiddelde fosfaatgehalte plaats. Opmerkelijk is dat het stikstofgehalte in de Grift ruimschoots voldoet aan de MTR /OF6/081/000008/LE ARCADIS 27

28 Tabel 5 Zomergemiddelde nutriënt- en chlorofyl concentraties in het hoofdsysteem Stof Locatie MTR Totaal fosfaat [mg P/l] Apeldoorns Kanaal 1 0,15 0,06 0,13 0,06 0,05 Grift 2 0,15 0,10 0,21 0,16 0,28 Nieuwe Wetering 3 0,15 0,16 0,13 0,10 Totaal stikstof [mg N/l] Apeldoorns 2,35 3,12 2,30 3,17 Kanaal 2,2 Grift 2,2 1,41 1,44 1,24 0,93 Nieuwe Wetering 2,2 2,26 1,50 1,21 Chlorofyl- a [ ug Chla /l] Apeldoorns Kanaal 100 Nieuwe Wetering Apeldoorns Kanaal derde pand meetpunt 20005; 2 Grift meetpunt 21002; 3 Nieuwe Wetering meetpunt Apeldoorn Hoge nutriëntconcentraties, in combinatie met lange verblijftijden, kunnen leiden tot een kans op algenbloei in stagnante wateren zoals het Apeldoorns Kanaal. Een hoge biomassa aan algen heeft een negatieve invloed op de waterkwaliteit en kan leiden tot de volgende problemen: Er treden grote schommelingen op in het zuurstofgehalte. Indien de algen afsterven, leidt de afbraak van organische stof tot een grote zuurstofvraag, waardoor ook een zuurstoftekort kan ontstaan; Een hoge algenbiomassa leidt tot een verslechtering van het lichtklimaat, waardoor er minder kansen zijn voor waterplanten; Dit leidt tot een verarming van het ecosysteem. Veel eutrofe wateren kunnen worden gekenmerkt als troebele algengedomineerde systemen zonder waterplanten. Tabel 5 laat zien dat in de huidige situatie er geen grote mate van algenbloei optreedt in het Apeldoorns Kanaal. De MTR van 100 µg Chla/l is de afgelopen jaren niet overschreden. Ook in de Nieuwe Wetering is het zomergemiddelde chlorofyl gehalte laag. In de Grift is het chlorofylgehalte niet gemeten. In vergelijking met het Apeldoorns Kanaal stroomt de Grift aanmerkelijk sneller, waardoor de verblijftijden dusdanig klein zijn dat kans op algenbloei klein is. Echter lozingen met hoge concentraties nutriënten zijn echter ook in de Grift niet gewenst. Dit kan leiden tot een bloei van zogenaamde fytobenthos, algen die zich binden aan waterplanten en bodem/oevers, waardoor de groei van waterplanten wordt beperkt. Zware metalen Lozingen van zwevend stof, maar met name ook zware metalen die zich binden aan zwevend stof, zorgen voor aanslibbing en oplading van de waterbodem met zware metalen. Deze oplading, maar ook een zuurstofloze bodem, zorgen voor een slecht leefklimaat voor macrofauna. Dit effect verschilt per soort. In ieder geval kan worden gesteld dat bij een toenemende (vervuilde)waterbodem de soortenrijkdom van macrofauna afneemt. In Tabel 6 zijn de mediane waarden van opgelost koper en zink weergegeven in het water. Uit de waterkwaliteitsgegevens blijkt dat zware metalen in het hoofdwatersysteem (Grift, Apeldoorns Kanaal en Nieuwe Wetering) geen probleem vormen, de concentraties liggen veelal beneden de detectielimiet /OF6/081/000008/LE ARCADIS 28

29 Tabel 6 Mediane concentraties van koper en zink in het hoofdsysteem Stof Locatie MTR waarde (opgelost) Mediaan per jaar in de Range van jaar maxima (µg/l) periode van van Cu (µg/l) Zn (µg/l) Apeldoorns 3,8 1,5 <1-2 Kanaal 3 e pand Grift 3,8 2,5 2-6 Nieuwe Wetering 3,8 <1 <1-2 Apeldoorns 40 9 <5-13 Kanaal Grift Nieuwe 40 <5 <5-11 Wetering /OF6/081/000008/LE ARCADIS 29

30 110305/OF6/081/000008/LE ARCADIS 30

31 HOOFDSTUK 4 De alternatieven In overleg met de projectgroep zijn een negental alternatieven geformuleerd. Deze zijn onder te verdelen in vier hoofdalternatieven. Voor een aantal alternatieven zijn subvarianten geformuleerd. Hieronder wordt het overzicht van de onderzochte alternatieven gepresenteerd. 1. a. 2 e IJsselleiding overstort op de IJssel b. 2 e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige IJsselleiding 2. a. Waterpark zonder tijdelijke berging b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO0042 d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering 3. Alle lozingen op de Apeldoorns Kanaal 4. a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Apeldoorns Kanaal b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op IJsselleiding In Tabel 7 is per alternatief van de belangrijkste lozingen uit het afvalwatersysteem aangegeven op welk deel van het watersysteem wordt geloosd. In dit hoofdstuk worden de effecten op waterkwaliteit en de kosten en baten per alternatief weergegeven /OF6/081/000008/LE ARCADIS 31

32 Tabel 7 Per alternatief ontvangend oppervlakte water van belangrijkste waterstromen Alternatief Grift AK NW IJssel Referentie 1a. 2 e IJsselleiding met voldoende capaciteit 1b. 2 e IJsselleiding met gelijke capaciteit als huidige IJsselleiding 2a. Waterpark zonder tijdelijke berging 2 b. Waterpark zonder tijdelijke berging, overstortwater op het Apeldoorns Kanaal 2 c. Waterpark met tijdelijke berging op niveau overstort EO d. Waterpark met tijdelijke berging op niveau zuivering 3. Alle lozingen op het Apeldoorns Kanaal 4a. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op Apeldoorns Kanaal 4b. Effluent op de Grift, overstort EO0042 op IJsselleiding Legenda: Voorbezonken water Effluent Overstortwater (EO0042) Nooduitlaat effluent en voorbezonken water /OF6/081/000008/LE ARCADIS 32

33 4.1 1A. 2E IJSSELLEIDING MET VOLDOENDE CAPACITEIT Beschrijving Het effluent van de RWZI wordt via de bestaande IJsselleiding afgevoerd naar de IJssel. Het overstortwater uit EO042 en het bezonken water uit de BBB worden geloosd op een tweede IJsselleiding met voldoende capaciteit. Deze IJsselleiding heeft een kleinere diameter dan de huidige Ijsselleiding. Al het water kan hydraulisch door de twee IJsselleidingen. Gezien het geringe verschil in puthoogte tussen de IJsselleiding en EO0042 is het technisch niet mogelijk deze onder vrij verval te laten lozen op de IJsselleiding. Opties zijn (1) het overstortwater omhoog te pompen en de 2 e IJsselleiding als vrij verval leiding te laten functioneren of (2) de 2 e IJsselleiding als persleiding aan te leggen. In optie 2 moet ook het water uit de BBB worden verpompt. Bij het vaststellen van de kosten is uitgegaan van de eerste optie. Er is een nooduitlaat in de IJsselleiding aanwezig die een keer per 10 jaar in werking treedt en loost op het Apeldoorns Kanaal. Waterstromen 1. Effluent op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar de IJssel 2. Voorbezonken water uit BBB wordt via de 2 e IJsselleiding afgevoerd naar de IJssel 3. Overstort EO0042 op de 2 e IJsselleiding 4. Nooduitlaat op het Apeldoorns Kanaal op het derde kanaalpand, vindt eens in de 10 jaar plaats 5. Afvoer van de 2 e IJsselleiding op de IJssel, dit is een mix van ongezuiverd overstortwater en voorbezonken water uit de BBB 6. Afvoer van de bestaande IJsselleiding op de IJssel, bestaande uit het effluent van de RWZI Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Ook zijn er geen lozingen naar het Apeldoorns Kanaal of de Nieuwe Wetering, met uitzondering van de nooduitlaat op het kanaal vanuit de 2 e IJsselleiding. Alle lozingen gaan in principe naar de IJssel /OF6/081/000008/LE ARCADIS 33

34 4.2 1B. 2E IJSSELLEIDING MET GELIJKE CAPACITEIT ALS HUIDIGE IJSSELLEIDING Beschrijving Het effluent van de RWZI wordt via de bestaande IJsselleiding afgevoerd naar de IJssel. Het overstortwater uit EO042 en het bezonken water uit de BBB worden geloosd op een tweede IJsselleiding met een zelfde capaciteit als de huidige IJsselleiding. Dit betekent dat de 2 e Ijsselleiding een grotere diameter heeft dan in alternatief 1a. Bij extreme afvoer wordt overgestort op het Apeldoorns Kanaal via een nooduitlaat. Ten opzichte van alternatief 1a wordt er dus in dit alternatief minder vaak overgestort via de nooduitlaat op het Apeldoorns Kanaal. Gezien het geringe verschil in puthoogte tussen de IJsselleiding en EO0042 is het niet mogelijk al het overstortwater onder vrij verval te lozen op de IJsselleiding. Een groot deel van het overstorwater afkomstig van EO0042 stort over op het Apeldoorns Kanaal, in het derde kanaalpand. De waterstromen zijn gelijk aan de waterstromen in alternatief 1a. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar de IJssel 2. Voorbezonken water uit BBB op de 2 e IJsselleiding wordt afgevoerd naar de IJssel 3. Overstort EO0042 op de 2 e IJsselleiding 4. Nooduitlaat op het Apeldoorns Kanaal op het 3 e kanaalpand vanuit de 2 e IJsselleiding vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer van de IJsselleiding op de IJssel, dit is een mix van ongezuiverd overstortwater en voorbezonken water uit de BBB 6. Afvoer van de bestaande IJsselleiding op de IJssel, bestaande uit het effluent van de RWZI Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Ook zijn er geen lozingen naar het Apeldoorns Kanaal of de Nieuwe Wetering, met uitzondering van de nooduitlaat op het 3 e kanaalpand vanuit de 2 e IJsselleiding. Alle lozingen gaan in principe naar de IJssel /OF6/081/000008/LE ARCADIS 34

35 4.3 2A. WATERPARK ZONDER TIJDELIJKE BERGING Beschrijving Het overstortwater uit EO0042 wordt via de bestaande IJsselleiding (voorzien van bemaling) afgevoerd naar de IJssel. Het bezonken water uit de BBB en het effluent uit de biologische zuivering wordt voor nazuivering afgevoerd via een vrijverval leiding naar het waterpark. Wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is wordt het overtollig water via een nooduitlaat geloosd op het Apeldoorns Kanaal op het 3 e pand. Opmerking: in dit geval wordt de bestaande IJsselleiding gebruikt voor EO0042 en moet er dus voor effluent en BBB een nieuwe leiding worden gemaakt. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar het Waterpark 2. Voorbezonken water uit BBB op de 2 e IJsselleiding wordt afgevoerd naar het Waterpark 3. Afvoer van gezuiverd water uit het Waterpark op de Nieuwe Wetering, Er wordt voldaan aan de MTR-normen 4. Nooduitlaat op het Apeldoorns Kanaal (op het 3 e kanaalpand), vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer overstort EO0042 via de bestaande IJsselleiding naar de IJssel 6. Afvoer op het waterpark, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Ook zijn er geen lozingen naar het Apeldoorns Kanaal, met uitzondering van de twee nooduitlaten op het kanaal. Effluent en voorbezonken afval water worden na zuivering in het waterpark geloosd op de Nieuwe Wetering. Er wordt aangenomen dat in het waterpark zuivering tot MTR kwaliteit wordt bereikt /OF6/081/000008/LE ARCADIS 35

36 4.4 2 B. WATERPARK ZONDER TIJDELIJKE BERGING, OVERSTORTWATER OP HET APELDOORNS KANAAL Beschrijving Het overstortwater uit EO0042 wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Het bezonken water uit de BBB en het effluent uit de biologische zuivering wordt voor nazuivering afgevoerd via het eerste deel van de IJsselleiding naar het waterpark. Wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is wordt het overtollig water via een nooduitlaat geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar het Waterpark 2. Voorbezonken water uit BBB op de IJsselleiding wordt afgevoerd naar het Waterpark 3. Afvoer van gezuiverd water uit het Waterpark op de Nieuwe Wetering, Er wordt voldaan aan de MTR-normen 4. Nooduitlaat op de het Apeldoorns Kanaal op het 3 e kanaalpand, vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer overstort EO0042 op het Apeldoorns Kanaal op het 3 e kanaalpand 6. Afvoer via de (verkorte) IJsselleiding op het waterpark, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Het Apeldoorns kanaal wordt belast met overstortingswater van EO0042 en een nooduitlaat vanuit de IJsselleiding, De Nieuwe Wetering wordt belast met water uit het waterpark dat voldoet aan MTR /OF6/081/000008/LE ARCADIS 36

37 4.5 2 C. WATERPARK MET TIJDELIJKE BERGING OP NIVEAU OVERSTORT EO0042 Beschrijving Het overstortwater uit EO0042 wordt tijdelijk geborgen op het niveau/puthoogte van de overstort EO0042, waarna het naar de zuivering wordt gepompt om alsnog gezuiverd te worden. Wanneer deze extra berging onvoldoende is wordt het overtollig water op het Apeldoorns Kanaal geloosd. Het bezonken water uit de BBB en het effluent uit de biologische zuivering wordt voor nazuivering afgevoerd via het eerste deel van de bestaande IJsselleiding naar het waterpark.wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is wordt het overtollig water via een nooduitlaat geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Er is uitgegaan van een tijdelijke berging op het niveau van overstort EO0042 van m 3. Dit alternatief is geformuleerd omdat wellicht in de omgeving van de RWZI een bergingsvoorziening beschikbaar komt. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar het Waterpark 2. Voorbezonken water uit BBB op de IJsselleiding wordt afgevoerd naar het Waterpark 3. Afvoer van water gezuiverd water uit het Waterpark op de Nieuwe Wetering, Er wordt voldaan aan de MTR-normen 4. Nooduitlaat op de het Apeldoorns Kanaal op het 3 e kanaalpand, vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer overstort EO0042 naar tijdelijke berging van (20,000 m 3 ), berging ligt op niveau van de overstort EO Afvoer van tijdelijke berging naar de zuivering 7. Afvoer van overstortwater van EO0042 wanneer tijdelijke berging onvoldoende capaciteit heeft en wanneer de capaciteit van de leiding tussen overstort en berging wordt overschreden, 8. Afvoer via de (verkorte) IJsselleiding op het waterpark, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Het Apeldoorns kanaal wordt alleen belast door de twee nooduitlaten. De Nieuwe Wetering wordt belast met water uit het waterpark dat voldoet aan MTR /OF6/081/000008/LE ARCADIS 37

38 4.6 2 D. WATERPARK MET TIJDELIJKE BERGING OP NIVEAU ZUIVERING Beschrijving De berging op de zuivering wordt uitgebreid met m 3. De werking van EO0042 wordt hierdoor beperkt. Het overstortwater uit EO0042 wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Het bezonken water uit de BBB en het effluent uit de biologische zuivering wordt voor nazuivering afgevoerd via het eerste deel van de bestaande IJsselleiding naar het waterpark. Wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is wordt het overtollig water via een nooduitlaat geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Dit alternatief is geformuleerd omdat wellicht in de omgeving van de RWZI een bergingsvoorziening beschikbaar komt. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op IJsselleiding, wordt afgevoerd naar het Waterpark 2. Voorbezonken water uit BBB op de IJsselleiding wordt afgevoerd naar het Waterpark 3. Afvoer van gezuiverd water uit het Waterpark op de Nieuwe Wetering, Er wordt voldaan aan de MTR-normen 4. Nooduitlaat op de het Apeldoorns Kanaal, vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer van overstortwater van EO0042 naar Apeldoorns Kanaal 6. Afvoer van tijdelijke berging naar de zuivering (opm. ook dit zul je weer moeten verpompen) 7. Afvoer rioolwater naar tijdelijke berging van (20,000 m 3 ), berging ligt op niveau van de zuivering, als gevolg van verschil in hoogteligging wordt dit verpompt Afvoer via de (verkorte) IJsselleiding op het waterpark, dit is een mix van gezuiverd en voorbezonken water uit de zuivering van Apeldoorn Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Het Apeldoorns kanaal wordt alleen belast door de overstort EO0042 en de nooduitlaat van de IJsselleiding. De Nieuwe Wetering wordt belast met water uit het waterpark dat voldoet aan MTR /OF6/081/000008/LE ARCADIS 38

39 ALLE LOZINGEN OP HET APELDOORNS KANAAL Beschrijving Het overstortwater uit EO0042, het bezonken water uit de BBB en het effluent van de biologische zuivering worden allen geloosd op het Apeldoorns Kanaal; er vinden geen lozingen meer op de Grift plaats. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op het Apeldoorns Kanaal 2. Voorbezonken water uit BBB op het Apeldoorns Kanaal 3. Afvoer overstort EO0042 op het Apeldoorns Kanaal Er vinden in dit alternatief geen lozingen meer op de Grift plaats. Er zijn eveneens geen lozingen op de Nieuwe Wetering /OF6/081/000008/LE ARCADIS 39

40 4.8 4A. EFFLUENT OP DE GRIFT, OVERSTORT EO0042 OP APELDOORNS KANAAL Beschrijving Het overstortwater uit EO0042 en het bezonken water uit het BBB wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Het effluent uit de biologische zuivering wordt (na eventueel een aanvullende zuiveringsstap) geloosd op de Grift. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op de Grift, er wordt voldaan aan het infiltratiebesluit 2. Voorbezonken water uit BBB op het Apeldoorns Kanaal 3. Afvoer overstort EO0042 op het 3 e kanaalpand van het Apeldoorns Kanaal De Grift wordt belast met het effluent van de RWZI, maar voldoet aan het infiltratiebesluit. Het Apeldoorns Kanaal wordt belast door BBB en nooduitlaat EO /OF6/081/000008/LE ARCADIS 40

41 4.9 4B. EFFLUENT OP DE GRIFT, OVERSTORT EO0042 OP IJSSELLEIDING Beschrijving Het overstortwater uit EO0042 wordt geloosd op de IJsselleiding (dit is een bemalen leiding), het bezonken water uit het BBB wordt geloosd op het Apeldoorns Kanaal. Het effluent uit de biologische zuivering wordt (na eventueel een aanvullende zuiveringsstap) geloosd op de Grift. Waterstromen 1. Effluent vanuit de biologische zuivering op de Grift, er wordt voldaan aan het infiltratiebesluit 2. Voorbezonken water uit BBB op het Apeldoorns Kanaal 3. Afvoer overstort EO0042 op de IJsselleiding 4. Nooduitlaat op de het Apeldoorns Kanaal, vindt plaats wanneer de capaciteit van de IJsselleiding onvoldoende is 5. Afvoer van overstortwater naar de IJssel De Grift wordt belast met het effluent van de RWZI, maar voldoet aan het infiltratiebesluit. Het Apeldoorns kanaal wordt belast door BBB, overstortwater van de nooduitlaat EO0042 wordt afgevoerd naar de IJssel /OF6/081/000008/LE ARCADIS 41

OOST NUTRIENTEN EN KRW FRISIA ZOUT B.V.

OOST NUTRIENTEN EN KRW FRISIA ZOUT B.V. NUTRIENTEN EN KRW FRISIA ZOUT B.V. 29 september 2010 Inhoud 1 Tekstdelen uit van 5 varianten naar 2 alternatieven 3 1.1 Referentiesituatie 3 1.2 Effecten waterkwaliteit KRW 5 2 Nieuw tekstdeel 7 ARCADIS

Nadere informatie

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen 2. Waterkwaliteit De zomergemiddelden voor 2008 van drie waterkwaliteitsparameters

Nadere informatie

Memo * *

Memo * * Memo M emo Ontwerp (groene) buffer Ysselsteynsel oop Memo 2014.24961 *2014.24961* ter attentie van Erik Weijzen kopie aan behandeld door programma E. Raaijmakers Watersysteem doorkiesnummer +31 77 38911

Nadere informatie

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijnwest ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijn-West 2 Opdrachtgever: Rijn West Begeleidingsgroep / beoordelingsgroep: Provincies, RAO, KRW-Kernteam Rijn

Nadere informatie

AGENDAPUNT 9 ONTWERP. Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495. Voorstel. Het college stelt u voor om

AGENDAPUNT 9 ONTWERP. Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495. Voorstel. Het college stelt u voor om VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR AGENDAPUNT 9 Onderwerp: Krediet renovatie rwzi De Meern Nummer: 568495 In D&H: 16-07-2013 Steller: Tonny Oosterhoff In Cie: BMZ 03-09-2013 Telefoonnummer: (030) 6345726

Nadere informatie

Het waterbeleid van de provincie Limburg is beschreven in het Provinciaal Waterplan Limburg, dd. 20 november 2009.

Het waterbeleid van de provincie Limburg is beschreven in het Provinciaal Waterplan Limburg, dd. 20 november 2009. Memo Ter attentie van Project management Den Dekker B.V. Datum 03 januari 2013 Distributie Projectnummer 111850-01 Onderwerp Parkeerterrein Jumbo Heythuysen Geachte heer Bosman, 1 WATERBELEID Het streven

Nadere informatie

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Definitief Gemeente Kampen Grontmij Nederland bv Zwolle, 29 november 2005 @ Grontmij 11/99014943, rev. d1 Verantwoording Titel : Bergingsberekeningen

Nadere informatie

Doorwerking resultaten uit Kallisto project. Ger Renkens gemeente Eindhoven

Doorwerking resultaten uit Kallisto project. Ger Renkens gemeente Eindhoven Doorwerking resultaten uit Kallisto project Ger Renkens gemeente Eindhoven Doelstelling is het formuleren van een gezamenlijk (11 partijen) maatregelenpakket om de doelen van de Kader Richtlijn Water te

Nadere informatie

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen

Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen VERKLARENDE WOORDENLIJST Afkortingen AMvB... Algemene Maatregel van Bestuur BARIM... Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer BBB... Bergbezinkbassin

Nadere informatie

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein.

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Notitie Contactpersoon Jeroen Lasonder Datum 24 mei 2013 Kenmerk N008-1213242JLO-gdj-V022 Flevokust: Watertoets 1 Inleiding De gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelen samen bedrijventerrein

Nadere informatie

BOAS-overeenkomst Glanerbrug. Definitief

BOAS-overeenkomst Glanerbrug. Definitief BOAS-overeenkomst Glanerbrug Definitief 30 september 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Situatiebeschrijving... 3 3 Werkwijze en aanbevelingen... 4 4 Afspraken... 4 5 Financiën... 5 6 Besparingen...

Nadere informatie

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Resultaten WAHYD Hoe zit het in elkaar: afkijken bij Noord-Brabant In het onderzoeksproject WAHYD (Waterkwaliteit op basis van Afkomst en HYDrologische systeemanalyse)

Nadere informatie

Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding

Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding Bijlage Afwatering terreinverharding D1 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 11 augustus 2014 153681 Betreft Uitbreiding bedrijfsterrein Van Ooijen, Parallelweg-west Woerden Afwatering terreinverharding

Nadere informatie

Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne

Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne Memo Aan AB 30 mei 2012 Datum 15 mei 2012 Doorkiesnummer 055 527 2115 Afzender Hedzer Gietema/ Andrea Swenne docbase nummer : 251132 Afdeling Planvorming Aanleiding Tijdens het AB van 18 april 2012 zijn

Nadere informatie

BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.

BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin. Bijlage 1 Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA / RWA IBA KRW MOR NBW (-Actueel) OAS RIONED BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.

Nadere informatie

Stofstromen in de keten Effecten op lokaal oppervlaktewater. Hans Aalderink & Jeroen Langeveld ARCADIS & Royal Haskoning

Stofstromen in de keten Effecten op lokaal oppervlaktewater. Hans Aalderink & Jeroen Langeveld ARCADIS & Royal Haskoning Stofstromen in de keten Effecten op lokaal oppervlaktewater Hans Aalderink & Jeroen Langeveld ARCADIS & Royal Haskoning Insteek afgelopen decennia Basisinspanning gemengde riolering 7 mm + 2 mm + 0,7 mm/h

Nadere informatie

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI Hans Korving Witteveen+Bos WAARSCHUWING Deze presentatie kan verrassende resultaten bevatten Waar gaan we het over hebben? Wat is de achtergrond? Historie en toekomst

Nadere informatie

MIRA-T Kwaliteit oppervlaktewater. Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten DPSIR

MIRA-T Kwaliteit oppervlaktewater. Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten DPSIR Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten belasting oppervlaktewater (1995=100) 120 100 80 60 40 P landbouw N landbouw N huishoudens P huishoudens CZV huishoudens N

Nadere informatie

BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO

BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO BERGBEZINKBASSIN (BBB) WEERSELO INHOUDSOPGAVE - AANLEIDING - HUIDIGE SITUATIE - GEVOLGEN RIOOLOVERSTORT - OVERSTORTREDUCTIE - BERGING EN BEZINKING OVERTOLLIG RIOOLWATER - WERKING BBB - WERKING (schematisch)

Nadere informatie

RWS-2017/328 M. Inhoudsopgave. 1. Aanhef 2. Besluit 3. Voorschrift 4. Overwegingen 5. Ondertekening 6. Mededelingen. 1. Aanhef

RWS-2017/328 M. Inhoudsopgave. 1. Aanhef 2. Besluit 3. Voorschrift 4. Overwegingen 5. Ondertekening 6. Mededelingen. 1. Aanhef Onderwerp Maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5e van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor RWZI Piershil, voor het lozen van fosfor op het Spui. Zaaknummer RWSZ2016-00018059 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel

Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Berekening hwa-riool Oranjebuurt te Riel Gemeente Goirle projectnr. 219713 revisie 3.0 12 juli 2010 Opdrachtgever Gemeente Goirle Afdeling Realisatie en beheer Postbus 17 5050 AA Goirle datum vrijgave

Nadere informatie

12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort

12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort 12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort 12.1 Inleiding Gemeenten hebben de taak om hemelwater en afvalwater in te zamelen. Het hemelwater wordt steeds vaker opgevangen in een separaat hemelwaterriool. Vanuit

Nadere informatie

Besluit van Onderwerp Kenmerk. dagelijks bestuur rwzi Schoonoord B2014/u124 Portefeuillehouder/Aandachtsveldhouder R. v.d. Veen M.J.L.A.

Besluit van Onderwerp Kenmerk. dagelijks bestuur rwzi Schoonoord B2014/u124 Portefeuillehouder/Aandachtsveldhouder R. v.d. Veen M.J.L.A. Besluit van Onderwerp Kenmerk dagelijks bestuur rwzi Schoonoord B2014/u124 Portefeuillehouder/Aandachtsveldhouder R. v.d. Veen M.J.L.A. Langeslag- Opsteller/indiener M. Oosterhuis/ S. Fortkamp Contactgegevens

Nadere informatie

Vraagstelling Vraag van Steven Marijnissen aan Jaap Oosthoek is of de lozing van het effluent op het KRW waterlichaam Mark en Vliet toelaatbaar is.

Vraagstelling Vraag van Steven Marijnissen aan Jaap Oosthoek is of de lozing van het effluent op het KRW waterlichaam Mark en Vliet toelaatbaar is. Zaaknr. : 11.ZK56591 Kenmerk : 12IT002508 Barcode : *12IT002508* memo Van : Jaap Oosthoek Via : Hermen Keizer Aan : Steven Marijnissen Onderwerp : Toelaatbaarheid tijdelijke lozing effluent Nieuwveer op

Nadere informatie

Bepaling benodigd doorspoelregime Lijnbaansgracht

Bepaling benodigd doorspoelregime Lijnbaansgracht Doorspoelgemaal Lijnbaansgracht Contactpersoon Mirjam Hulsbos Datum 18 juli 2016 Kenmerk N001-1241330MHB-wga-V01-NL Bepaling benodigd doorspoelregime Lijnbaansgracht 1.1 Inleiding Onder het Kleine Gartmanplantsoen

Nadere informatie

Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet, versie 2010

Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet, versie 2010 Bijlage 4 Contactpersoon Hans Jansen Datum 6 januari 2011 Kenmerk N007-4479757EJJ-mfv-V05-NL Knelpuntenbeoordelingsmethode waterkwaliteitsspoor overstorten Beknopte toelichting en handleiding Excel-sheet,

Nadere informatie

Themabijeenkomst Innovatie 8 november 2012

Themabijeenkomst Innovatie 8 november 2012 Themabijeenkomst Innovatie 8 november 2012 BEOORDELINGSGRONDSLAG VOOR AFVALWATERSYSTEMEN Hans Korving Witteveen+Bos Waar gaan we het over hebben? Motivatie Context Aanpak Zelf aan de slag Uitwerking grondslag

Nadere informatie

Waarom zijn er normen en waarom deze presentatie? Normen en waarden voor nutriënten (Van Liere en Jonkers, 2002) Niels Evers

Waarom zijn er normen en waarom deze presentatie? Normen en waarden voor nutriënten (Van Liere en Jonkers, 2002) Niels Evers Waarom zijn er normen en waarom deze presentatie? Normen en waarden voor nutriënten (Van Liere en Jonkers, 2002) Normen om te weten of iets goed is of niet Wetenschap én politiek Er zit altijd ontwikkeling

Nadere informatie

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater april 2005 One Cue Systems Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

Notitie. 1. Beleidskader Water

Notitie. 1. Beleidskader Water Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:

Nadere informatie

Waterparagraaf Heistraat Zoom

Waterparagraaf Heistraat Zoom Waterparagraaf Heistraat Zoom In Zeelst aan de Heistraat is een ontwikkeling gepland. Voor deze ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden opgesteld waarvan deze waterparagraaf onderdeel uit

Nadere informatie

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier.

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier. MEMO Aan: Koos verbeek Van: J. den Dulk Datum: 23 mei 2007 Onderwerp: Stand van zaken maatregelen ter voorkoming wateroverlast Oranjebuurt, De Lier Bijlagen: Functioneel programma van eisen voor de verbetering

Nadere informatie

Laag zuurstof en hoog ammonium in de Dommel. Hoe erg is erg?

Laag zuurstof en hoog ammonium in de Dommel. Hoe erg is erg? Laag zuurstof en hoog ammonium in de Dommel. Hoe erg is erg? Jeroen de Klein Wageningen Universiteit Introductie slechte Ecologische Toestand in de Dommel Stedelijke druk Zuiveringsinstallatie Eindhoven

Nadere informatie

Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2015

Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2015 Vlaanderen is milieu Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2015 VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ www.vmm.be DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2015 Samenstellers Afdeling

Nadere informatie

Samenvatting van de watertoets. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.

Samenvatting van de watertoets. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens. Samenvatting van de watertoets De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van het waterschap Regge en Dinkel. Voor algemene informatie over de watertoets van Regge en Dinkel

Nadere informatie

Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten

Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten 21 3.12 KWALITEIT OPPERVLAKTEWATER P Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten belasting oppervlaktewater (2=1) 12 P landbouw N landbouw P huishoudens N huishoudens

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 48 41 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum WB/2004/2906

Nadere informatie

Samenvatting rapport Oorzaken en oplossingen kweloverlast omgeving Twentekanaal

Samenvatting rapport Oorzaken en oplossingen kweloverlast omgeving Twentekanaal Samenvatting rapport Oorzaken en oplossingen kweloverlast omgeving Twentekanaal De aanleiding voor het onderzoek Oorzaken en oplossingen kweloverlast omgeving Twentekanaal betreft de voorgenomen verruiming

Nadere informatie

Visie Stichting RIONED. Waardevol stadswater slim realiseren

Visie Stichting RIONED. Waardevol stadswater slim realiseren Visie Stichting RIONED Waardevol stadswater slim realiseren Waardevol stadswater slim realiseren De aanpak van stadswater moet breder. Beschouw de omgeving, de functies, de vormgeving én de kwaliteit van

Nadere informatie

Het verzoek betreft rioolwaterzuiveringsinstallatie Rozenburg, gelegen aan de Boulevard 12 in Rozenburg.

Het verzoek betreft rioolwaterzuiveringsinstallatie Rozenburg, gelegen aan de Boulevard 12 in Rozenburg. Onderwerp Maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 e van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor RWZI Rozenburg, voor het lozen van totaal fosfor op de Nieuwe Waterweg. Zaaknummer RWSZ2016-00019680

Nadere informatie

Waterkwaliteitstoets voor Schiphol

Waterkwaliteitstoets voor Schiphol Waterkwaliteitstoets voor Schiphol Om de lopende problemen met verontreinigde sloten en andere waterlopen op de luchthaven Schiphol structureel aan te pakken, is het Saneringsplan water Schiphol opgesteld.

Nadere informatie

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3) Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld

Nadere informatie

Vroeger was niet alles beter.

Vroeger was niet alles beter. Vroeger was niet alles beter. Waterkwaliteit Drentsche Aa vanaf 1933 in beeld gebracht. Martijn Sikkens, Saxion Hogeschool, Deventer Guus Soppe, Waterlaboratorium Noord, Glimmen Herman Wanningen, Waterschap

Nadere informatie

Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West?

Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West? Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West? Kees Bruning, Jaap Postma en Richard Jonker 1 Biologische

Nadere informatie

Stedelijke Wateropgave

Stedelijke Wateropgave Stedelijke Wateropgave Vergelijking normen voor water op straat en inundatie Stichting RIONED Voorwoord Er is een norm voor het optreden van water op straat in relatie tot de capaciteit van de riolering

Nadere informatie

KRW-verkenner in gebruik

KRW-verkenner in gebruik KRW-verkenner in gebruik 4 praktijkvoorbeelden Johan Bode Gis-analist /medewerker onderzoek Waterschap Peel en Maasvallei Inhoud Wat is de KRW-verkenner? Inhoud KRW-verkenner Gebiedsdatabase Kennisdatabase

Nadere informatie

Gemaal van de toekomst

Gemaal van de toekomst Gemaal van de toekomst Onderzoek besparingspotentieel bij niet gelijktijdig leegpompen rioolstelsels Van S.P.A. Duinmeijer Datum 30 augustus 2013 Opdrachtgever Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam Contactpersoon

Nadere informatie

Evaluatie, monitoring en meetnet. 1. Inleiding. 2. Evaluatiesysteem. 3. Monitoringsplan

Evaluatie, monitoring en meetnet. 1. Inleiding. 2. Evaluatiesysteem. 3. Monitoringsplan Evaluatie, monitoring en meetnet 1. Inleiding Voor het waterplan van gemeente Woudrichem zijn een aantal maatregelen vastgelegd om het watersysteem op orde te brengen en te houden. Het is van belang om

Nadere informatie

Afwegingen bij Afvalwaterzuivering

Afwegingen bij Afvalwaterzuivering Afwegingen bij Afvalwaterzuivering Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu De uitgangspunten voor de bescherming van het milieu tegen verontreiniging door de lozing van afvalwater zijn

Nadere informatie

Erfafspoeling en groene zuivering

Erfafspoeling en groene zuivering Erfafspoeling en groene zuivering Meten, onderzoeken en praktische oplossingen René Gerritsen Medewerker Toezicht & Handhaving Inhoud presentatie Korte inleiding groene zuivering Wat is een groene zuivering?

Nadere informatie

Het bepalen van CZV- en zwevendstofgehalte in rioolwater op basis van troebelheid

Het bepalen van CZV- en zwevendstofgehalte in rioolwater op basis van troebelheid Het bepalen van CZV- en zwevendstofgehalte in rioolwater op basis van troebelheid December 2002 Inhoud Voorwoord 3 Samenvatting 4 Inleiding 6 Aanleiding 6 Doel van het praktijkonderzoek en bijbehorende

Nadere informatie

Bijlage 1: Afkortingen en begrippen

Bijlage 1: Afkortingen en begrippen Bijlage 1: Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA IBA KRW NBW NW4 BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin. (verbreed) BasisRioleringsPlan

Nadere informatie

Emissie-aanpak en biologisch goed afbreekbare (potentieel) zwarte lijst-stoffen.

Emissie-aanpak en biologisch goed afbreekbare (potentieel) zwarte lijst-stoffen. Emissie-aanpak en biologisch goed afbreekbare (potentieel) zwarte lijst-stoffen. Aan: Van: Bibliotheek S.v.p.../.. keer kopieeren (^KELZIJDIG^Dt^ELZIJPTG VpQrkant/achterkant orfdlkz (W> papier daai-ria^nde-te^)/

Nadere informatie

MEMO. 1. Aanleiding. Datum: 22-oktober Aan: Joep de Koning (WSK) Van: Martijn Tilma en Mia Süss (B&O-WH)

MEMO. 1. Aanleiding. Datum: 22-oktober Aan: Joep de Koning (WSK) Van: Martijn Tilma en Mia Süss (B&O-WH) MEMO Aan: Joep de Koning (WSK) Van: Martijn Tilma en Mia Süss (B&O-WH) Datum: 22-oktober 2015 Onderwerp: Capaciteit duikers Wilhelminapark, Plaspoel- en Schaapweipolder 1. Aanleiding Het Wilhelminapark

Nadere informatie

Water in Eindhoven. Studiedag Lokaal waterbeleid water in balans. 28 september Water in Eindhoven - Studiedag Lokaal waterbeleid, Antwerpen

Water in Eindhoven. Studiedag Lokaal waterbeleid water in balans. 28 september Water in Eindhoven - Studiedag Lokaal waterbeleid, Antwerpen Water in Eindhoven Studiedag Lokaal waterbeleid water in balans 28 september 2010 Aanleiding voor de stedelijke wateropgaven Maatregelen Effecten van maatregelen Omgaan met nieuwe extremen 1835 1921 2004

Nadere informatie

Waterkwaliteit verbeteren!

Waterkwaliteit verbeteren! Waterkwaliteit verbeteren! Erwin Rebergen Beheerder grond- en oppervlaktewater 6 juni 2013 1 Onderwerpen Waarom spant zich in om de waterkwaliteit te verbeteren? Wat willen we bereiken? Hoe willen we een

Nadere informatie

Toetsing waterhuishouding

Toetsing waterhuishouding Toetsing waterhuishouding Bedrijventerrein Hattemerbroek - deelgebied Hattem Quickscan waterhuishouding - nieuwe stedenbouwkundige opzet Ontwikkelingsmaatschappij Hattemerbroek B.V. december 2009 concept

Nadere informatie

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE NOTITIE Onderwerp : Waterparagraaf Opdrachtgever : Gemeente Nederweert Projectnummer : NDW-041-01 Projectomschrijving : Carpoolplaats Nederweert Opgesteld door : ing. R. Peeters Paraaf: Datum : 13 juli

Nadere informatie

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten.

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten. Rotterdam, 16 oktober 2012. Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A. Bonte (GroenLinks) over riooloverstorten. Aan de Gemeenteraad. Op 18 september 2012 stelde het raadslid

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

Memo. ing. L. Dielen. ldielen@breijn.nl. Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Ons kenmerk 2411034. Van

Memo. ing. L. Dielen. ldielen@breijn.nl. Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Ons kenmerk 2411034. Van Memo Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Van ing. L. Dielen Telefoon +31 (0)73 658 22 51 Fax +31 (0)73 658 22 99 E-mail ldielen@breijn.nl Aan de heer C. Stelling, Planomar de

Nadere informatie

Jaarverslag Water 2015

Jaarverslag Water 2015 Vlaanderen is milieu Jaarverslag Water 2015 VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ www.vmm.be \\\\\\ JAARVERSLAG WATER 2015 \\\\\ DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Jaarverslag water 2015 Samenstellers Afdeling Rapportering

Nadere informatie

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Door Arné Boswinkel, Bert Palsma en Rada Sukkar Een aanzienlijk deel van de warmte uit huishoudens en industrie wordt via het afvalwater geloosd. Het potentieel

Nadere informatie

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer,

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer, DATUM 15 maart 2016 REGISTRATIENUMMER ONDERWERP Watersysteem Bijdorp Geachte mevrouw, heer, 1. Aanleiding De wijk Bijdorp ondervindt bij zware neerslag wateroverlast. De gemeente Schiedam en Delfland zijn

Nadere informatie

Naar een Duurzaam en Veilig Meppelerdiep. Naar een Duurzaam en Veilig Meppelerdiep. Inhoudsopgave

Naar een Duurzaam en Veilig Meppelerdiep. Naar een Duurzaam en Veilig Meppelerdiep. Inhoudsopgave 74OF86 RWD rapporten.indd 1 23-10-2007 14:23:15 74OF86 RWD rapporten.indd 2 23-10-2007 14:23:21 Naar een Duurzaam en Veilig Meppelerdiep Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 Inleiding... 4 Het watersysteem...

Nadere informatie

Factsheet: NL43_13 Oude IJssel

Factsheet: NL43_13 Oude IJssel Factsheet: NL43_13 Oude IJssel -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met het moment van het aanmaken van deze factsheet, zoals vermeld in de voettekst.

Nadere informatie

Data Science bij Waterschap De Dommel

Data Science bij Waterschap De Dommel Data Science bij Waterschap De Dommel High Tech meets Data Science, 9 februari 2017 Stefan Weijers Procesmanager Beleid en Innovatie Overzicht Intro Waterschap De Dommel Toepassingen data science Visie

Nadere informatie

Nieuwe afvoerroutes via maaiveld en retentiegebieden voorkomen wateroverlast in Enschede-Noord

Nieuwe afvoerroutes via maaiveld en retentiegebieden voorkomen wateroverlast in Enschede-Noord Maatregelen 3 Enschede Nieuwe afvoerroutes via maaiveld en retentiegebieden voorkomen wateroverlast in Enschede-Noord Het noorden van Enschede is in de loop van de vorige eeuw veranderd van een sterk landelijk

Nadere informatie

Actualisatie zwemwaterprofiel Watergeus

Actualisatie zwemwaterprofiel Watergeus Actualisatie zwemwaterprofiel Watergeus - 2015 Archimedesweg 1 CORSA nummer: postadres: versie: 01 postbus 156 auteur: Piet van der Wee 2300 AD Leiden oplage: 1 telefoon (071) 3 063 063 datum: april 2016

Nadere informatie

Inzameling, transport en behandeling van afvalwater in Nederland

Inzameling, transport en behandeling van afvalwater in Nederland Directoraat-Generaal Water Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Milieubeheer Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Inzameling, transport en behandeling

Nadere informatie

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Gemeente Deventer Opdrachtgever ORB H.J. Laing Datum paraaf Projectleider ORB J.J. van der Woude Datum paraaf Gemeente

Nadere informatie

Huidige situatie. G2 Totaal stikstof (zomergemiddelde) (mg N/l) 1,57 2,4 2,4. G2 Chloride (zomergemiddelde) (mg Cl/l) 45,3 150 150

Huidige situatie. G2 Totaal stikstof (zomergemiddelde) (mg N/l) 1,57 2,4 2,4. G2 Chloride (zomergemiddelde) (mg Cl/l) 45,3 150 150 NL09_26 Basisgegevens Naam Code Status Type Stroomgebied Waterbeheergebied Provincie Gemeente Sloten Overbetuwe NL09_26 Kunstmatig M1a - Zoete sloten (gebufferd) Rijn-West Rivierenland Gelderland Neder-Betuwe,

Nadere informatie

Inzameling, transport en behandeling van afvalwater in Nederland

Inzameling, transport en behandeling van afvalwater in Nederland Directoraat-Generaal Water Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Milieubeheer Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Inzameling, transport en behandeling

Nadere informatie

Voorstel. Aan algemeen bestuur 25 november 2010

Voorstel. Aan algemeen bestuur 25 november 2010 Voorstel Aan algemeen bestuur 25 november 2010 Portefeuillehouder W. van der Hoek Datum 11 november 2010 Thema Goede kwaliteit oppervlaktewater en Opgemaakt door Planvorming waterbodem Docbasenummer 210606

Nadere informatie

Waterparagraaf. Opdrachtgever. Groenstraat 2, Sprundel. De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel

Waterparagraaf. Opdrachtgever. Groenstraat 2, Sprundel. De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel Waterparagraaf Groenstraat 2, Sprundel projectnr. 166718 revisie 00 20 oktober 2006 Opdrachtgever De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring

Nadere informatie

BRIEF. BK Infra & Leisure t.a.v. W. Elias Postbus 240 5480 AE Schijndel. Onderwerp: Projectnr: Kenmerk: Datum:

BRIEF. BK Infra & Leisure t.a.v. W. Elias Postbus 240 5480 AE Schijndel. Onderwerp: Projectnr: Kenmerk: Datum: BRIEF BK Infra & Leisure t.a.v. W. Elias Postbus 240 5480 AE Schijndel Onderwerp: Projectnr: Kenmerk: Datum: Rioleringsplan De Ligt II fase 3 en De Ligt III 11JV10100 12-10015-JV 17 februari 2012 Geachte

Nadere informatie

Wateroverlast Wouw. ICM case study. Marcel Zandee 8 maart 2017

Wateroverlast Wouw. ICM case study. Marcel Zandee 8 maart 2017 Wateroverlast Wouw ICM case study Marcel Zandee 8 maart 2017 Inhoud van de presentatie Waar ligt Wouw? Aanleiding studie Situatie Opbouw model Resultaten simulaties Conclusies Vragen 2 Waar ligt Wouw?

Nadere informatie

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015

Bestuursrapportage 2014 waterschap Vechtstromen Versie 24 november 2015 Bestuursrapportage 204 Vechtstromen Versie 24 november 205 Deze rapportage bevat een overzicht op hoofdlijnen van de voortgang van de uitvoering van het waterbeleid en dient als basis voor jaarlijks bestuurlijk

Nadere informatie

Kenmerk 1204148-003-ZWS-0014. Doorkiesnummer +31 (0)6 10 39 95 34. Oplegnotitie 2: herberekening PAK effluenten EmissieRegistratie

Kenmerk 1204148-003-ZWS-0014. Doorkiesnummer +31 (0)6 10 39 95 34. Oplegnotitie 2: herberekening PAK effluenten EmissieRegistratie Memo Aan Rob Berbee Datum Van Nanette van Duijnhoven Kenmerk Doorkiesnummer +31 (0)6 10 39 95 34 Aantal pagina's 10 E-mail nanette.vanduijnhoven @deltares.nl Onderwerp PAK effluenten EmissieRegistratie

Nadere informatie

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A ONDERWERP Aangepaste leggerwijziging Tradeportsloot DATUM 14-4-2016 PROJECTNUMMER C01031.000363.0900 ONZE REFERENTIE 078903199 A VAN Joost Veltmaat AAN Waterschap Peel en Maasvallei Inleiding Klaver 6a

Nadere informatie

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag nieuwe waterkering Alexander, Roermond WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag i Datum 17 maart 2014 Status Concept, versie 0.2 Project P0056.9 Naam Paraaf Datum Auteur Drs. R.C. Agtersloot 17-03-2014

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Inventarisatie stand van zaken lozingen huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005

Inventarisatie stand van zaken lozingen huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005 Bijlage 2 Datum huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Belangrijkste conclusies 3 2 age 4 2.1 Algemene opmerking 4 3 Stand van zaken

Nadere informatie

Forum relinen 2014. "Renoveren als instrument voor verbeteren doelmatigheid" Huidige situatie. Opbouw. Visitatiecommissie.

Forum relinen 2014. Renoveren als instrument voor verbeteren doelmatigheid Huidige situatie. Opbouw. Visitatiecommissie. Forum Relinen & Rioolbeheer 2014 Datum: 20 november 2014 in Hotel Vianen Organisatie: Stichting Kenniscentrum Rioolrenovaties "Renoveren als instrument voor verbeteren doelmatigheid" Wat is doelmatigheid?

Nadere informatie

Het bergingsmoeras bestaat uit watergangen met laag gelegen percelen tussen kades. De afmetingen van het bergingsmoeras staan in onderstaande tabel.

Het bergingsmoeras bestaat uit watergangen met laag gelegen percelen tussen kades. De afmetingen van het bergingsmoeras staan in onderstaande tabel. Afbeelding 2.1. Schets watersysteem bergingsmoeras Het bergingsmoeras bestaat uit watergangen met laag gelegen percelen tussen kades. De afmetingen van het bergingsmoeras staan in onderstaande tabel. Tabel

Nadere informatie

Eindrapport: Controle van de kwaliteit van viswaters in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Eindrapport: Controle van de kwaliteit van viswaters in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Eindrapport: Controle van de kwaliteit van viswaters in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2009 Colofon Projectleider : Ing. Dieter Croonenborghs Opdrachtgever : Brussels Instituut voor Milieubeheer Publicatiedatum

Nadere informatie

1 8 MEI Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Inhoudsopgave

1 8 MEI Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Inhoudsopgave Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu beschikking 1 8 MEI 2015 RWS-2015/19542 M Onderwerp Maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 e, zevende lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer

Nadere informatie

BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN

BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN Aanpak De opdracht Afstemmen investeringen is voortvarend opgepakt door de werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Gelderse waterschappen en

Nadere informatie

Controleberekening riolering (DEFINITIEF)

Controleberekening riolering (DEFINITIEF) Titel: Omschrijving: Projectnr: Rapportnr: Datum: Controleberekening riolering (DEFINITIEF) Boschkens-west Goirle 09JV10090 09-10486-JV 08-12-09 RAPPORT Grotestraat 143 5141 JP Waalwijk tel: 0416-560381

Nadere informatie

Van achtergrondbelasting naar aanpassing van KRW doelen

Van achtergrondbelasting naar aanpassing van KRW doelen Van achtergrondbelasting naar aanpassing van KRW doelen PEHM, Nijmegen 5 november 2015 Gert van Ee, HHNK Nico Jaarsma, Nico Jaarsma Ecologie en Fotografie Indeling HHNK: gebied, waterkwaliteit en ecologie

Nadere informatie

Factsheet: NL43_09. Naam: Toevoerkanaal

Factsheet: NL43_09. Naam: Toevoerkanaal Factsheet: NL43_09 Toevoerkanaal -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met het moment van het aanmaken van deze factsheet, zoals vermeld in de voettekst.

Nadere informatie

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011 Ammonium in de Emissieregistratie?! Natuurlijke processen, antropogene bronnen en emissies in de ER Bert Bellert, Waterdienst Ammonium als stof ook in ER??: In kader welke prioritaire stoffen, probleemstoffen,

Nadere informatie

Bezoek Hoogheemraadschap van Delfland aan Waterpark Groote Beerze, 17 oktober Oscar van Zanten, okt. 2014

Bezoek Hoogheemraadschap van Delfland aan Waterpark Groote Beerze, 17 oktober Oscar van Zanten, okt. 2014 Bezoek Hoogheemraadschap van Delfland aan Waterpark Groote Beerze, 17 oktober 2014 Oscar van Zanten, okt. 2014 Waterschap De Dommel Missie Waterschap De Dommel is dé waterpartner in Midden-Brabant. Samen

Nadere informatie

Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie. 13 december 2012; Frank van Gaalen

Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie. 13 december 2012; Frank van Gaalen Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie 1 Rapport Evaluatie waterkwaliteit Op 21 december beschikbaar (www.pbl.nl) Samenvatting opgenomen in KRW-rapport Belangrijke waterbeheerkwesties Bijdragen

Nadere informatie

Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2014

Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2014 Vlaanderen is milieu Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2014 Vlaamse MilieuMaatschappij www.vmm.be DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater 2014 Samenstellers Afdeling

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

Effecten van lozingen op de Dommel door Eindhoven

Effecten van lozingen op de Dommel door Eindhoven Effecten van lozingen op de Dommel door Eindhoven Michel Moens ARCADIS N Kerkhoef Kosmoslaan Landgoed Soeterbeek Eindhoven RWZI Vd Heuvellaan Kleine Dommel spoorlijn Dommel Tongelreep riooloverstortput

Nadere informatie

Factsheet: NL43_10 Fliert

Factsheet: NL43_10 Fliert Factsheet: NL43_10 Fliert -DISCLAIMER- De informatie die in deze factsheet wordt weergegeven is bijgewerkt tot en met het moment van het aanmaken van deze factsheet, zoals vermeld in de voettekst. Deze

Nadere informatie