ANALYSE VAN DE PRIJZEN: JAARVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ANALYSE VAN DE PRIJZEN: JAARVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN"

Transcriptie

1 Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN: JAARVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

2 2

3 INLEIDING Met dit document publiceert het INR voor de tweede keer een jaarverslag over het verloop van de inflatie. De wet van 8 maart 2009, tot wijziging van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, voorziet dat de FOD Economie de taak van prijsobservatie en prijsanalyse voor rekening van het INR uitvoert. Conform het bestek dat de modaliteiten bepaalt van de wijze waarop de aan het INR geassocieerde instellingen hun opdrachten zullen uitvoeren werd dit jaarverslag voor het einde van de maand februari goedgekeurd door de Raad van bestuur van het INR en verkreeg het rapport een gunstig advies van het Wetenschappelijk Comité. Per ministerieel besluit van 26 maart 2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 7 april 2010, werd het bestek betreffende de prijsobservatie- en analyse van het INR gewijzigd. In het derde hoofdstuk van dat bestek, dat handelt over de methodologie, werden een aantal bestaande bevoegdheden van de FOD Economie expliciet opgesomd. Het gaat daarbij o.m. om de mogelijkheid om individuele gegevens op te vragen of te gebruiken om de opdracht tot prijsobservatie- en analyse uit te voeren, meer bepaald via de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek. Het nieuwe bestek verwijst eveneens naar de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen, en het ministerieel besluit van 20 april 1993 houdende het verplicht meedelen van inlichtingen door de ondernemingen in verband met prijsevolutie. De wetgever geeft op die manier het signaal dat het INR alle bestaande wettelijke middelen moet kunnen aanwenden om klaarheid te zien in de prijsvormingmechanismen. Net zoals voor de kwartaalverslagen start het rapport met een onderzoek van de inflatie in België. In eerste instantie wordt op basis van cijfergegevens van de geharmoniseerde consumptieprijsindex een algemeen beeld geschetst van het inflatieverloop in België. Vervolgens wordt voor de vijf grote productgroepen nagegaan wat de voornaamste vaststellingen zijn. Op basis van detailgegevens van de nationale index worden daarbij individuele prijsbewegingen van bepaalde producten of diensten toegelicht. Het deel over energiedragers krijgt extra aandacht gelet op hun specifieke belang voor het inflatieverloop van de voorbije jaren. In een tweede deel komt het verloop van de consumptieprijzen in de buurlanden aan bod, met een korte focus op de prijsniveaus voor een aantal producten. Het jaarverslag biedt echter ook de gelegenheid om een aantal bijkomende thema s uit te diepen. In overleg met het Wetenschappelijk Comité werd voor 2010 één groot thema weerhouden: prijsbewegingen in de productgroep bewerkte levensmiddelen, waarbij aandacht werd besteed aan de hoge grondstoffennoteringen voor levensmiddelen, en het prijszettingsgedrag en de prijstransmissie voor een aantal producten. Dit jaarverslag wil de lezer ook de mogelijkheid bieden om individuele prijsbewegingen, en de impact ervan op de inflatie, te ontdekken. Daarom werd als bijlage een overzicht opgenomen van het recente prijsverloop voor alle producten en diensten die, voor het opmaken van het maandelijkse indexcijfer, door de FOD Economie worden gevolgd. 3

4 INHOUDSTAFEL INLEIDING...3 INHOUDSTAFEL...4 SAMENVATTING...6 ANALYSE VAN DE PRIJZEN: JAARVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN...8 I. BELGISCHE INFLATIE IN I.1. ALGEMEEN... 8 I.2. ENERGIE I.3. NIET-BEWERKTE LEVENSMIDDELEN I.4. BEWERKTE LEVENSMIDDELEN I.5. DIENSTEN I.6. NIET-ENERGETISCHE INDUSTRIËLE GOEDEREN II. VERGELIJKING VAN DE INFLATIE IN 2010 IN BELGIË EN IN DE BUURLANDEN II.1. INFLATIE IN II.2. EVOLUTIE VAN DE CONSUMPTIEPRIJZEN SINDS II.3. PRIJSNIVEAUS VERSUS PRIJSINDICES III. MICRO-ANALYSE VAN DE CONSUMPTIEPRIJZEN VAN BEWERKTE LEVENSMIDDELEN III.1 ALGEMENE AANPAK III.2 KEUZE VAN DE BEWERKTE LEVENSMIDDELEN DIE VOOR GEDETAILLEERD ONDERZOEK IN HET VERSLAG 2010 IN AANMERKING KWAMEN III.3 ANALYSE VAN HET PRIJSTRANSMISSIEMECHANISME VOOR DE BEWERKTE LEVENSMIDDELEN III.3.A Prijsverloop in de voedingskolom III.3.B Onderzoek van de prijstransmissie voor koffie, bakkerijproducten, melkerijboter en chocolade III.4 UITSPLITSING VAN DE PRIJSEVOLUTIE VAN BEPAALDE BEWERKTE LEVENSMIDDELEN III.5 HET MICRO-ONDERZOEK OP PRODUCTNIVEAU III.5.A Opbouw van de databank, testen van de representativiteit en structurele kenmerken per product III.5.B Voornaamste algemene bevindingen over het geheel van de onderzochte producten.55 4

5 III.5.C Enkele specifieke aandachtspunten per product KOFFIE MAISOLIE BRAADMARGARINE BOTER PURE CHOCOLADE MELKCHOCOLADE VRUCHTENJAM TRAPPISTENBIER WITBIER CENTWAFEL PUDDINGPOEDER EIEREN VOLLE YOGHURT...66 SMELTKAAS BELGISCHE HALFHARDE KAAS HARDE KAAS (GOUDA TYPE) HALFAFGEROOMDE MELK BROODPRODUCTEN: BRUIN BROOD, ROZIJNENKOEKEN EN BROODJES LIJST VAN AFKORTINGEN BIJLAGEN BIJLAGE 1A: OVERZICHT VAN DE PRIJSWIJZIGINGEN BIJ PRODUCTEN EN DIENSTEN TUSSEN HET JAAR 2009 EN 2010 (RANGSCHIKKING IN DALENDE VOLGORDE VAN PRIJSSTIJGING) BIJLAGE 1B: OVERZICHT VAN DE IMPACT VAN DE PRIJSWIJZIGINGEN VAN PRODUCTEN EN DIENSTEN IN 2010 (RANGSCHIKKING IN DALENDE VOLGORDE VAN BIJDRAGE TOT DE INFLATIE) BIJLAGE 2: DE BEHANDELING VAN SEIZOENSGEBONDEN PRODUCTEN IN DE HICP BIJLAGE 3: CONSUMPTIEPRIJSVERLOOP VOOR EEN AANTAL BEWERKTE LEVENSMIDDELEN IN BELGIË EN DE BUURLANDEN

6 SAMENVATTING 1. Na een nulinflatie in 2009 versnelde het prijsstijgingstempo in de loop van het verslagjaar aanzienlijk: van 1,2 % in het eerste kwartaal ging het naar 3,2 % in het vierde kwartaal (zelfs 3,4 % in december), zodat de gemiddelde inflatie in 2010 uitkwam op 2,3 %. 2. In vier van de vijf beschouwde productgroepen was er sprake van een versnelling, maar net zoals de voorbije jaren zijn het vooral de energiedragers - met een bijdrage van 1,1 procentpunt of bijna de helft van de totale inflatie - die het profiel van de inflatie bepaalden. Opwaarts gestuwd door hogere aardolienoteringen op de internationale markten werden vooral aardolieproducten in 2010 fors duurder (huisbrandolie +28 % en motorbrandstoffen +15 %). Voor elektriciteit en aardgas duurde het respectievelijk tot het tweede en het derde kwartaal voor de consumptieprijzen die van de overeenstemmende periode van 2009 overtroffen, waardoor de gemiddelde prijsstijging voor elektriciteit beperkt bleef tot 4 % en voor aardgas gemiddeld zelf minder betaald werd dan een jaar voordien. Niettemin zijn elektriciteit en vooral gas in de loop van het jaar fors duurder geworden (de jaaropjaarprijsstijging voor gas bedroeg in december 20 %). 3. De consument betaalde in 2010 gemiddeld 3,5 % meer voor niet-bewerkte levensmiddelen. Door abnormale klimatologische omstandigheden werden vooral groenten (+12 %) en in mindere mate fruit (+2 %) duurder. Ondanks zijn relatief beperkt gewicht droeg deze productgroep daarmee 0,3 procentpunt bij tot de inflatie. 4. Voor de productgroepen diensten en niet-energetische industriële goederen stegen de prijzen met respectievelijk 1,4 en 0,3 %. Samen goed voor ruim twee derde van de Belgische consumptiekorf leverden ze een bijdrage tot de inflatie van 0,8 procentpunt. 5. Gedurende het verslagjaar namen ook de grondstoffennoteringen van bewerkte levensmiddelen toe (tot het in 2008 bereikte recordpeil). Vooral ingevoerde grondstoffen zoals cacao en koffie werden fors duurder, maar ook de interne marktprijzen voor o.a. broodtarwe, boter en melkpoeder gingen omhoog. De reactie van de consumentenprijs bleef in eerste instantie gematigd, maar naar het einde van het jaar toe versnelde het prijsstijgingstempo voor bewerkte levensmiddelen (gemiddeld 1,7 % in het vierde kwartaal) onder impuls van producten zoals chocolade en koffie. Gemiddeld beschouwd kwam de inflatie voor bewerkte levensmiddelen uit op 1,0 %. 6. De eerder beperkte inflatiecijfers van de componenten ervan (bewerkte levensmiddelen, diensten en niet-energetische industriële goederen), resulteerden in een onderliggende inflatie van 1,1 %. Daarmee noteerde de Belgische onderliggende inflatie echter voor het twaalfde kwartaal na elkaar (vanaf begin 2008) boven het gemiddelde in de drie voornaamste buurlanden (0,8 %), wat erop wijst dat het positieve écart met de buurlanden niet enkel is toe te schrijven aan de hierna toegelichte grotere gevoeligheid voor prijsschommelingen van energetische grondstoffen, maar ook een diepere oorzaak heeft in het verloop van de andere binnenlandse kosten. Aanhoudend positieve inflatie-écarts tegenover de drie buurlanden wijzen op een verlies aan concurrentievermogen voor de Belgische economie. 7. Onder invloed van de prijzen voor energiedragers lag ook de totale inflatie in België (2,3 %) hoger dan in de buurlanden (gemiddeld 1,4 %). De grotere impact van energiedragers op de inflatie in België is het gevolg van een drietal factoren: een groter gewicht van energiedragers in de Belgische consumptiekorf, een lager accijnsniveau op aardolieproducten en tenslotte het in Europa unieke aanpassingsmechanisme waardoor de prijsbewegingen van energetische grondstoffen (zowel in negatieve zin zoals in 2009, als in positieve zin in het verslagjaar en eerder in 2008) iedere maand worden doorgerekend in de prijs die de Belgische consument betaalt voor aardgas en elektriciteit. Bij de tariefformules die de energieleveranciers daartoe gebruiken kan bovendien de vraag worden gesteld of ze een goede afspiegeling zijn van hun gemaakte kosten. Het is wellicht de CREG die het best gewapend is om hierop te antwoorden. Uit een studie die in oktober 2010 verscheen, bleek alvast dat door de gewijzigde bevoorradingsstructuur van de energieproducenten, de in voege zijnde formule van de parameter Nc (die door de meeste opera- 6

7 toren werd gebruikt) het effectieve kostenverloop van de elektriciteitsleveranciers niet goed weerspiegelt. Gezien de impact van de prijzen van energiedragers op de koopkracht en de inflatie is het van het grootste belang dat de energieprijzen van heel nabij worden opgevolgd. Het INR vindt dat het huidige model van prijsmonitoring voor gas en elektriciteit in België vatbaar is voor verbetering en kijkt met veel belangstelling uit naar initiatieven die kunnen zorgen voor meer transparantie in de werkelijke kosten voor energievoorziening en inefficiënties in de prijszetting kunnen elimineren. 8. In het jaarverslag is de analyse, zoals gedefinieerd in de opdrachten van het observatorium, vooral gericht op de evolutie van de consumptieprijzen. In de afgelopen jaren hebben Eurostat en de diverse nationale statistiekinstellingen ook inspanningen geleverd om de kwaliteit van de statistieken inzake prijsniveaus op te krikken. Op basis van de thans beschikbare informatie blijken de gemiddelde prijzen voor bewerkte levensmiddelen, zeker voor zuivelproducten en brood en granen, in ons land hoger te liggen dan in de buurlanden. Ook communicatiediensten (internet en gsm bijvoorbeeld) zouden in ons land duurder zijn. Omdat een internationale vergelijking van prijsniveau's, naast de analyse van inflatieontwikkelingen, belangrijke structurele informatie kan leveren over sectoren of producten waarvoor de Belgische economie minder performant is, moedigt het INR, Eurostat en de nationale statistische instelling aan om statistieken inzake prijsniveaus verder te ontwikkelen en te blijven publiceren. 9. In tegenstelling tot de prijzen voor energiedragers (waar de CREG deze taak uitoefent) worden de prijzen van de levensmiddelen niet systematisch opgevolgd, een opdracht die het prijzenobservatorium ter harte wil nemen. In een speciaal hoofdstuk van het jaarverslag wordt deze opvolging langs twee invalshoeken uitgewerkt: via de analyse van het transmissiemechanisme van kostenimpulsen naar de consumptieprijs en via een gedetailleerd onderzoek naar het prijszettingsgedrag van merken en/of winkelketens voor een aantal bewerkte levensmiddelen waarvan de prijzen sinds 2006 sneller stegen in België dan in de buurlanden. 10. Het studiewerk inzake prijstransmissie werd bemoeilijkt doordat slechts voor zeven van de eenentwintig levensmiddelen waarvoor een onderzoek aangewezen leek, kwaliteitsvolle, relevante afzetprijsstatistieken beschikbaar bleken. Het INR blijft dan ook vragende partij voor een wetgevend initiatief dat de bedrijven verplicht informatie te verstrekken voor deze statistieken (nu gaat het om vrijblijvende enquêtes). Voor de producten waar zo n onderzoek wel mogelijk bleek, werd vastgesteld dat voor melkerijboter, bakkerijproducten, chocolade en koffie de verkoopprijzen van de voedingsindustrie snel en betekenisvol reageren op een toename van de onderliggende grondstoffenprijs. De consumptieprijzen van die artikelen reageren op hun beurt (maar eerder trapsgewijs) op de verhoogde verkoopprijzen van de levensmiddelenproducenten. Wanneer de grondstofprijzen daarentegen naar beneden gericht zijn, duurt het veel langer voor de voedingsindustrie haar prijzen bijstelt, terwijl de consumptieprijzen zelfs helemaal niet neerwaarts worden aangepast. Bij dalende grondstofprijzen zijn er dus aanwijzingen dat zowel de voedingsindustrie als de detailhandel de brutomarges vergroten. Voor bakkerijproducten (en in mindere mate melkerijboter) zijn er aanwijzingen dat de stijging van de consumptieprijzen tussen 2006 en 2010 groter is geweest dan wat op grond van de evoluties van de verschillende kostenelementen kon worden verwacht. 11. Ook het luik inzake het prijszettingsgedrag voor bewerkte levensmiddelen leverde een aantal interessante bevindingen op. Uit het onderzoek kwamen als voornaamste algemene bevindingen naar voor dat hard discounters hun winkelprijzen minder vaak aanpassen, dat de prijzen voor A-merken bij de andere grote winkelketens zowel qua niveau als qua evolutie dicht bij elkaar liggen, dat het onderzoek toelaat om atypische prijsbewegingen te identificeren (zoals een plotse zeer agressieve prijsstijging bij een A-merk puddingpoeder), dat prijsverhogingen voor A-merken doorgaans verworven lijken te blijven, terwijl prijsbewegingen voor premier prix producten meer symmetrisch verlopen (maar beperkter zijn in omvang en frequentie). De prijszetting in dit marktsegment lijkt dus concurrentiëler te verlopen dan in het segment van de A-merken, waar productdifferentiatie blijkbaar toelaat een zekere marktmacht te verwerven. 7

8 ANALYSE VAN DE PRIJZEN: JAARVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN I. BELGISCHE INFLATIE IN 2010 I.1. ALGEMEEN Nadat het gemiddelde consumptieprijspeil (uitgezonderd tijdens de twee soldenmaanden januari en juli) in de loop van 2009 vrij stabiel was gebleven, ging het vanaf begin 2010 opnieuw naar omhoog: in februari 2010 overschreed de HICP (uitgedrukt in index 2005=100), voor het eerst sinds september 2008, de waarde van 110 punten en in december kwam het uit op een maximumwaarde van 113,6 punten. De opwaartse druk op de gemiddelde consumptieprijzen kan voor het grootste deel worden toegeschreven aan de forse remonte van de energieprijzen in 2010: op een korte onderbreking in de maanden juni en juli na, stegen ze voortdurend, waardoor ze eind december ,1 % hoger lagen dan een jaar ervoor. Ook de prijzen van niet-bewerkte levensmiddelen (vooral voor groenten) gingen in 2010 sterk de hoogte in. Grafiek 1A: Recente evolutie van de HICP, de onderliggende inflatie en de prijzen voor energiedragers (Indexcijfers 2005=100) HICP (linkerschaal) Onderliggende inflatie (linkerschaal) Energiedragers (rechterschaal) Bron: EC, FOD Economie, ADSEI 100 De inflatie kwam in 2010 uit op gemiddeld 2,3 % 1. Terwijl er in de laatste drie kwartalen van 2009 telkens een negatief inflatiecijfer werd opgetekend (uiteindelijk resulterend in een nulinflatie voor 2009), versnelde het prijsstijgingstempo stelselmatig gedurende het verslagjaar. Van 1,2 % in het eerste kwartaal nam de gemiddelde inflatie toe naar 3,2 % in het vierde kwartaal en in december 2010 lagen de consumptieprijzen liefst 3,4 % hoger dan in het vorige jaar. 1 Er zij aangestipt dat de Europese Centrale Bank als doelstelling voor het geheel van de eurozone een inflatiecijfer van 2,0 % nastreeft. 8

9 Grafiek 1B: Recente evolutie van de HICP, de onderliggende inflatie en prijzen voor energiedragers (Veranderingspercentages ten opzichte van de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar) Bron: EC, FOD Economie, ADSEI HICP (linkerschaal) Onderliggende inflatie (linkerschaal) Energiedragers (rechterschaal) Zoals aangehaald in de recente kwartaalverslagen werd het gewichtenschema van de consumptiekorf dat gebruikt wordt voor het berekenen van het Belgische geharmoniseerd indexcijfer der consumptieprijzen aangepast in Zoals de Europese regelgeving het voorschrijft, zijn de gewichten vanaf 2010 gebaseerd op de Nationale Rekeningen, en niet langer op de gezinsbudgetenquête. Op productgroepniveau bleven de gewichten nagenoeg stabiel, maar op het niveau van de individuele getuigen wijzigden de gewichten in een aantal gevallen wel aanzienlijk. Voor tabak bijvoorbeeld verdubbelde het gewicht van 1,2 naar 2,3 %, en ook het belang van motorbrandstoffen en huisbrandolie in de consumptiekorf nam toe (met respectievelijk 1,1 en 0,6 procentpunt). Andere producten boetten in aan belang, zoals elektriciteit (-0,1 procentpunt) en vooral gas (-0,4 procentpunt). Dergelijke verschuivingen kunnen gevolgen hebben voor de berekening van het indexcijfer en bijgevolg van de inflatie Eerste kwartaalverslag 2010 van het Prijzenobservatorium, p.8. 3 Er zij aangestipt dat in 2010, conform een Europese richtlijn, de manier om gewichten toe te kennen aan seizoensproducten eveneens werd aangepast, in bijlage 2 wordt deze nieuwe methodologie toegelicht. 9

10 Tabel 1: Impact van de voornaamste verschuivingen in de gewichtenschema s 2009 en 2010 voor de berekening van de HICP Oude gewichtenschema HICP 2009 Gewichten (promille) Oude gewichten 2010 (a) Nieuwe gewichten 2010 Prijswijziging ten opzichte van het voorgaande jaar Met oude gewichten Met nieuwe gewichten Bijdrage tot de inflatie in 2010 (%) Met oude gewichten Met nieuwe gewichten Verschil HICP 1000, ,0 2,2 2,3 2,23 2,33 +0,10 Bewerkte levensmiddelen , ,0 1,0 0,12 0,13 +0,01 Tabak 11,91 12,31 23,42 3,5 3,5 0,04 0,06 + 0,02 Niet-bewerkte levensmiddelen 82,13 80,92 77,95 3,4 3,5 0,28 0,28 0,00 Energie 109,04 101,26 112,37 9,4 10,0 0,96 1,13 +0,17 Gas 29,74 20,58 16,99-1,7-1,7-0,04-0,08-0,04 Elektriciteit 31,06 28,22 26,88 4,1 4,1 0,12 0,11-0,01 Motorbrandstoffen 35,95 39, ,9 14,9 0,57 0,68 + 0,11 Huisbrandolie 11,29 11,86 17,46 28,0 28,0 0,31 0,42 + 0,11 Diensten 373,33 378,57 379,08 1,3 1,4 0,50 0,53 +0,03 Recreatieve sportdiensten 7,50 7,60 9,53 1,5 1,5 0,01 0,01 0,00 Onderhoud en herstellingen van voertuigen 19,10 19,97 27,20 4,2 4,2 0,08 0,10 +0,02 Werkelijke woninghuur 62,76 63,59 48,81 1,1 1,1 0,07 0,06-0,01 Niet-energetische industriële goederen 309,31 312,56 300,01 1,2 0,8 0,37 0,26-0,11 Kledij 42,91 43,12 50,28 1,1 1,1 0,05 0,01-0,04 Gegevensverwerkende apparatuur 4,42 4,03 6,41-9,4-9,4-0,04-0,05-0,01 Aankoop nieuwe auto's 58,69 58,67 40,93 0,6 0,6 0,04 0,03-0,01 Bron: FOD Economie (a) Gezien de HICP berekend wordt op basis van een kettingindex (december=100) dienen de gewichten jaarlijks ten minste aangepast te worden om rekening te houden met het verloop van de relatieve prijzen gedurende het afgelopen jaar. Op basis van de oude gewichten zou de inflatie 2,2 % bedragen hebben in de plaats van de met het nieuwe gewichtenschema opgetekende 2,3 %. Voor vrijwel alle onderliggende productgroepen had het nieuwe gewichtenschema een opwaartse impact op de inflatiecijfers voor Alleen voor de industriële nietenergetische goederen zorgde het voor een lager cijfer: (0,8 % tegenover 1,2 %). De prijzen voor de aardolieproducten, motorbrandstoffen en huisbrandolie zijn goed voor bijna 80 % van het verschil tussen de inflatie op basis van het oude en het nieuwe gewichtenschema. Opgesplitst naar de vijf grote productgroepen binnen de HICP kan het consumptieprijsverloop tussen 2009 en 2010 als volgt worden samengevat: Bij de energiedragers was de versnelling van het prijsstijgingstempo het meest uitgesproken. In het eerste kwartaal 2010 noteerde de energie-inflatie nog op 0,6 % maar vervolgens schoot ze pijlsnel omhoog, om in het vierde kwartaal uit te komen op 15,3 %. Gemiddeld over 2010 beschouwd stegen de energieprijzen met 10,0 %. Met een bijdrage van 1,1 procentpunt verklaren de energiedragers bijna de helft van de totale inflatie. Voor niet-bewerkte levensmiddelen stegen de prijzen eveneens fors (gemiddeld +3,5 %) in 2010, met een versnelling gedurende het jaar. Hoewel deze productgroep een relatief beperkt gewicht (7,8 %) in de consumptiekorf heeft, leverden ook de niet-bewerkte levensmiddelen een aanzienlijke bijdrage (0,3 procentpunt) tot de inflatie. In 2010 bedroeg de diensteninflatie 1,4 % en namen de consumptieprijzen voor industriële, nietenergetische goederen gemiddeld met 0,8 % toe. Samen goed voor ruim twee derden van het gewicht in de consumptiekorf, droegen ze respectievelijk 0,5 en 0,3 procentpunt bij tot de globale inflatie. De consument betaalde in 2010 gemiddeld 1,0 % meer voor bewerkte levensmiddelen. In het eerste kwartaal kwam het prijsstijgingstempo uit op slechts 0,5 %, om vervolgens gaandeweg te versnellen, met als gevolg dat deze producten in december ,8 % meer kosten dan een jaar eerder. 10

11 Tabel 2: Geharmoniseerde consumptieprijsindex voor België (Veranderingspercentages ten opzichte van de overeenstemmende periode van het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld) Totaal Energiedragers Diensten Bewerkte levensmiddelen Nietbewerkte levensmiddelen a Nietenergetische industriële goederen p.m. Onderliggende inflatie b p.m. Gezondheidsindex c ,5 19,8 2,3 7,8 2,8 1,3 2,7 4, ,0-14,0 2,6 1,7 0,4 1,4 2,0 0, ,3 10,0 1,4 1,0 3,5 0,8 1,1 1, IV -0,2-11,6 1,9 0,6-1,1 1,4 1,5-0, I 1,2 0,6 1,4 0,5 1,6 1,1 1,1 0,3 II 2,4 12,0 1,3 0,7 2,8 0,8 1,1 1,6 III 2,6 12,5 1,2 1,3 5,0 0,5 1,0 2,3 IV 3,2 15,3 1,7 1,7 4,8 0,7 1,4 2, Okt 3,1 15,3 1,6 1,7 4,8 0,8 1,3 2,6 Nov 3,0 13,4 1,9 1,8 4,4 0,7 1,4 2,5 Dec 3,4 17,1 1,6 1,8 5,3 0,7 1,3 2,6 Gewichten 2010 (in %) 100,0 11,2 37,9 13,1 7,8 30,0 81,0 92,5 Bron: EC, FOD Economie, ADSEI a Fruit, groenten, vlees en vis. b Gemeten aan de hand van de HICP, ongerekend de niet-bewerkte levensmiddelen en energiedragers. c Nationale consumptieprijsindex, ongerekend tabak, alcoholhoudende dranken, benzine en diesel. Anders dan in 2009 leverden alle vijf de productgroepen een positieve bijdrage tot de inflatie. Voor alle productgroepen, met uitzondering van de industriële niet-energetische goederen, versnelde de inflatie in de loop van het jaar. Deze laatste groep vormt samen met de bewerkte levensmiddelen en de diensten de korf waarop de onderliggende inflatie, die in 2010 gemiddeld 1,1 % bedroeg, wordt berekend. Zoals zal blijken uit deel II.1 bivakkeert de onderliggende inflatie al geruime tijd boven het gemiddelde van de 3 buurlanden. Dat wijst erop dat het positieve écart met de buurlanden niet enkel is toe te schrijven aan de grotere gevoeligheid voor prijsschommelingen van energetische grondstoffen, maar ook een diepere oorzaak heeft in het verloop van de andere binnenlandse kosten. Aanhoudend positieve inflatie-écarts tegenover de drie buurlanden wijzen op een verlies aan concurrentievermogen voor de Belgische economie. Er zij aangestipt dat de gezondheidsindex, die gebruikt wordt voor het aanpassen van de lonen, wedden en uitkeringen, in 2010 sneller steeg dan de onderliggende inflatie (+1,6 % ten opzichte van 1,1 %). In december 2010 was het prijsstijgingstempo van de gezondheidsindex zelfs opgelopen tot 2,6 %. Grafiek 2: Bijdrage tot de inflatie (In procentpunten, kwartaalgemiddelden) K K K Bron: EC, FOD Economie, ADSEI K K K K Bewerkte levensmiddelen Energie Niet-energetische industriële goederen K K K K K Niet-bewerkte levensmiddelen Diensten HICP

12 I.2. ENERGIE Gemiddeld beschouwd betaalde de consument in % meer voor het geheel van energiedragers (waarin zowel uitgaven voor huisvesting als voor vervoer vervat zitten) dan gedurende het voorgaande jaar. In 2009 waren de energieprijzen gemiddeld nog met 14 % gezakt en werden in de vier kwartalen negatieve inflatiecijfers opgetekend. Vanaf het eerste kwartaal 2010 echter werden opnieuw positieve inflatiecijfers genoteerd, die in de loop van het jaar versnelden: in het vierde kwartaal kostte energie gemiddeld 15,3 % meer dan in de overeenstemmende periode van het voorgaande jaar. Vooral voor aardolieproducten (motorbrandstoffen en huisbrandolie) lag de gemiddelde consumptieprijs in 2010 fors hoger dan een jaar voordien. De prijsstijgingen voor die producten oefenden gedurende het volledige verslagjaar een sterke opwaartse druk uit op de inflatie. Gedurende het eerste kwartaal werd dit nog gecompenseerd door jaar-op-jaar prijsdalingen voor elektriciteit en aardgas, zodat de impact van de groep energiedragers op de inflatie toen nog beperkt was (0,1 procentpunt). Maar vanaf het tweede kwartaal tot eind 2010 droeg de groep energiedragers voor ruim de helft bij tot de totale gemiddelde consumptieprijsstijging, en bepaalde derhalve in grote mate het inflatieprofiel. Tabel 3: Recente evolutie van de prijzen voor energiedragers (Veranderingspercentages ten opzichte van de overeenstemmende periode van het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld) p.m Gewicht VI I II III IV Okt Nov Dec in 2010 Brandstoffen voor wegvervoer 10,8-15,7 14,9-0,9 16,4 17,7 11,3 14,5 14,9 11,6 17,1 44,9 Huisbrandolie 32,0-34,9 28,0-14,6 26,6 36,0 23,7 26,2 26,2 20,7 31,7 15,5 Vaste brandstoffen 3,9 4,7 0,9 1,6 1,0 0,4 0,7 1,6 0,9 1,6 2,2 0,6 Elektriciteit 16,5-3,8 4,1-9,2-4,6 7,4 7,5 6,9 7,6 7,1 6,0 23,9 Gas 36,5-9,5-1,7-28,4-24,3-6,6 13,2 20,0 19,5 20,1 20,4 15,1 Geheel van de energiedragers 19,8-14,0 10,0-11,6 0,6 12,0 12,5 15,3 15,3 13,4 17,1 100,0 Bron: EC, FOD Economie, ADSEI De voornaamste determinant van de consumptieprijzen voor energiedragers is het verloop van de aardolienoteringen op de internationale markten. In het geval van huisbrandolie en motorbrandstoffen vindt deze transmissie vrijwel onmiddellijk plaats, terwijl de consumptieprijzen voor aardgas en elektriciteit wat trager reageren. Nadat in de zomer 2008 de prijs voor een vat Brent olie een recordniveau van 132 $ had bereikt, zakten de noteringen in de daaropvolgende maanden bliksemsnel (tot 40 $ in december 2008). Sindsdien nam de prijs geleidelijk toe: in 2009 werd gemiddeld 61,5 $ (ruim een derde onder het niveau van 2008) per vat betaald en in ,5 $, nogmaals een stijging met 29 %. Door de waardevermindering van de euro tegenover de dollar (-5 %) kwam de gemiddelde prijsstijging voor een vat Brent olie, uitgedrukt in euro, in 2010 uit op 37 %. De gemiddelde consumptieprijzen voor huisbrandolie en motorbrandstoffen gingen dan ook fors de hoogte in, met gemiddeld respectievelijk 28,0 % en 14,9 %. Voor diesel bedroeg de maximumprijs in december 2010 gemiddeld 1,07 euro per liter (exclusief btw), dat is negentien eurocent meer dan een jaar ervoor. Er zij aangestipt dat de federale regering besliste om vanaf 1 januari 2010 het positieve cliquetsysteem opnieuw in te voeren. Dat is een systeem dat ertoe strekt om bij elke daling van de officiële maximumprijs van diesel, de accijnzen te verhogen met de helft van de prijsdaling exclusief btw. Gedurende 2010 trad het systeem vijf maal 4 in werking tot eind mei de voorziene maximale verhoging van vier cent per liter werd bereikt. Zonder de herinvoering van het cliquetsysteem zou 1 liter diesel (exclusief btw) in december 2010 dus gemiddeld 1,03 euro gekost hebben. 4 Op 19 (+8,7) en 28 januari (+4,6), 14 april (+6,6) en 18 (+4,6) en 26 (+15,5 euro per 1000 liter) mei werd het positieve cliquetsysteem geactiveerd, wat leidde tot een verhoging van de bijzondere accijns. 12

13 Grafiek 3: Belgische consumptieprijzen voor energiedragers (Indexcijfers 2005=100) jan/06 apr/06 jul/06 Bron: EC, FOD Economie, ADSEI okt/06 jan/07 apr/07 jul/07 okt/07 jan/08 apr/08 Elektriciteit Gas Huisbrandolie Motorbrandstoffen Totaal energiedragers Brent (euro) jul/08 okt/08 jan/09 apr/09 jul/09 okt/09 jan/10 apr/10 jul/10 okt/10 Voor elektriciteit betaalde de consument in 2010 gemiddeld 4,1 % meer dan het voorgaande jaar. De consumptieprijs voor elektriciteit bestaat uit drie grote componenten: de prijs die de energieleveranciers aanrekenen, een aantal heffingen en belastingen en tenslotte de netwerktarieven. De toename van de elektriciteitsprijs kwam er ondanks een gemiddelde daling in 2010 van de parameter Nc, een grootheid die rekening houdt met de prijsevolutie van steenkool, aardolie en aardgas op de wereldmarkt en met de capaciteitsbezettingsgraad van de Belgische kerncentrales (ten opzichte van de gemiddelde benutting in de periode ) en die door de operatoren gebruikt wordt om de energiecomponent in hun verkoopprijs te integreren. In vergelijking met een jaar voordien daalde deze parameter immers gemiddeld met 3,0 % (de beschouwde periode loopt van november van t-1 tot en met oktober t, gezien de parameter met 2 maanden vertraging wordt verrekend in de consumptieprijs van elektriciteit). Niettemin is deze parameter opwaarts gericht sinds de tweede helft van 2009 wat niet zonder invloed is op het profiel van elektriciteitprijzen. De andere vaak gebruikte indexeringsparameter Ne, die sinds de vrijmaking van de markt en het gebruik van de indexeringsformules, de grootste bijdrage tot de vergoeding van de energieleveranciers leverde, nam toe met 0,4 %, in navolging van zijn licht stijgend, weinig volatiel verloop. Ondanks het feit dat de energiecomponent van de elektriciteitsprijs duurder is geworden in de loop van het jaar, heeft die, gemiddeld over 2010, niet bijgedragen aan de verhoging van de elektriciteitsprijs voor de consument. Die waren vooral een gevolg van aanpassingen in de netwerktarieven. Het merendeel van de distributienetwerkbeheerders (80 %) verhoogden in de loop van 2009 hun tarieven (gemiddeld met 9,6 % ten opzichte van 2008) voor de regulatoire periode Gezien deze tariefaanpassingen plaatsvonden in de loop van het jaar, brachten ze een prijsverhogend effect met zich mee bij de vergelijking van de gemiddelde elektriciteitsprijs tussen 2009 en De component heffingen en belastingen tenslotte had een geringe impact op de evolutie van de consumentenprijs. De federale heffing op elektriciteit nam in 2010 toe van 2,6 naar 4,1 euro per Mwh. Voor een gemiddeld gezin met een verbruik van kwh betekent dit een jaarlijkse verhoging van de elektriciteitsfactuur met 5 euro. 13

14 Grafiek 4A: Elektriciteitsprijzen en determinanten van de energiecomponent (Indexcijfers januari 2008=100) jan/08 mrt/08 mei/08 jul/08 sep/08 nov/08 jan/09 mrt/09 mei/09 jul/09 sep/09 Consumptieprijzen elektriciteit Parameter Nc (a) Brent olieprijs (EURO) (a) Bron: FOD Economie, ADSEI (a) De parameter Nc werd met twee maanden vertraagd, de Brent olieprijs met vier maanden, zodat de waarden overeenstemmen met het ogenblik van de verrekening in de consumptieprijsindex voor elektriciteit. nov/09 jan/10 mrt/10 mei/10 jul/10 sep/10 nov/10 jan/11 Grafiek 4B: Aardgasprijzen en determinanten van de energiecomponent (Indexcijfers januari 2008=100) jan/08 mrt/08 mei/08 jul/08 sep/08 nov/08 Consumptieprijzen gas GOL603 (b) jan/09 mrt/09 mei/09 jul/09 sep/09 nov/09 jan/10 mrt/10 mei/10 jul/10 sep/10 nov/10 jan/11 gewogen HUB-GOL (0,25HUB+0,0468GOL) (b) HUB (b) Bron: FOD Economie, ADSEI (b) De HUB, GOL en gewogen HUB-GOL werden met twee maanden vertraagd, zodat de waarden overeenstemmen met het ogenblik van de verrekening in de consumptieprijsindex voor aardgas. 14

15 Ondanks een continue stijging in de loop van het verslagjaar betaalde de consument in 2010 gemiddeld 1,7 % minder voor aardgas dan het jaar ervoor (dat is vooral te verklaren door de nog zeer hoge prijzen aan het begin van 2009 of met andere woorden de verklaring ligt bij het zogenaamde basiseffect ). Net als voor elektriciteit heeft de consument sinds 1 januari 2007 overal in België de vrijheid om te kiezen uit verschillende leveranciers. In de praktijk hanteren alle operatoren voor hun variabele contracten een tariefformule waarbij de verkoopprijs wordt geïndexeerd aan de hand van parameters die het verloop van de aankoopkosten van gas door de energieleveranciers zouden moeten weergeven. Daarbij kan worden aangestipt dat bij de twee voornaamste leveranciers de component 0,25 HUB + 0,0468 GOL603 voorkomt in de maandelijkse indexeringsformules, weliswaar met een andere constante in de formule. Welnu, rekening houdend met de vertraging van 2 maanden die speelt tussen de HUB-GOL603 noteringen en de invloed op de consumptieprijs van gas, daalde de gemiddelde HUB-GOL notering met 7,6 % in Door een aantal aanpassingen in de indexeringsformules (stijging vastrecht, in gebruikname van andere parameters zoals TTF en HFO in de verkoopsformules), maar hoofdzakelijk doordat de consumptieprijs van gas ook andere kostenelementen bevat, betaalde de consument uiteindelijk maar 1,7 % minder voor aardgas. De andere componenten van de eindprijs van gas, namelijk de heffingen (in augustus 2010 trad een nieuwe gastoeslag van 2,3 euro per Mwh in het Waalse Gewest in voege) en de netwerktarieven bleven in 2010 vrijwel ongewijzigd. De in 2009 ingediende voorstellen voor een verhoging van de distributienettarieven bestrijken immers de periode en resulteerden in een verhoging van de tarieven met 8,4 % ten opzichte van Bij een vergelijking tussen de gemiddelde consumptieprijs voor gas in 2010 en 2009 speelden de tariefverhogingen van de netwerkbeheerders wel een rol, maar in een mindere mate dan voor elektriciteit. Ze wijzigden immers in de loop van 2009 en hadden aldus een opwaartse invloed op de gasprijs in Net zoals de voorgaande jaren bepaalt de productgroep energiedragers, ondanks zijn relatief beperkt gewicht in vergelijking met andere productgroepen, voor een groot stuk het profiel van de inflatie in Ook het inflatie-écart met de buurlanden in 2010 (zie deel II van dit jaarverslag) kan voor ruim de helft aan de groep energiedragers worden toegeschreven. Een aantal recente studies van de Nationale Bank en de CREG besteedde ruim aandacht aan aan de weerslag van de energiedragers op het inflatieverloop en aan de prijsvorming voor gas en elektriciteit meer in het bijzonder 5. De hiernavolgende paragraaf pleegt deze analyses samen te vatten. Een drietal factoren zijn daarbij van belang. Ten eerste is het gewicht van de groep energiedragers in België groter dan in de buurlanden. In 2010 waren energiedragers goed voor 11,2 % van het totaal gewicht van de Belgische consumptiekorf, tegenover 10,3 % in Nederland en zelfs maar 8,2 % in Frankrijk. In Duitsland lag het aandeel (11,6 %) van energiedragers dan weer wat hoger (warmte-energie, een vector die in België niet voorkomt, is daarbij goed voor ruim 1,6 procentpunt van de groep energiedragers). Een andere verklaring ligt bij het relatief lage niveau van accijnzen en aanverwante belastingen die in België worden gevestigd op energiedragers. Voor 1 liter huisbrandolie bijvoorbeeld bedraagt de accijns in België twee eurocent tegenover gemiddeld 8 eurocent in de buurlanden. Een en ander betekent dat variaties in de noteringen van ruwe aardolie een sterkere impact hebben op de Belgische consumptieprijzen dan in de buurlanden. Dat geldt zowel in positieve als in negatieve zin. De gevoeligheid van de Belgische inflatie voor schommelingen van de olieprijs wordt nog versterkt door het in Europa vrijwel unieke indexeringsmechanisme waarbij het gros van de consumptieprijzen van gas en elektriciteit maandelijks worden aangepast aan de hand van parameters die het prijsverloop van de energetische grondstoffen weergeven. Door deze automatische indexering wordt het prijsrisico van de energieleverancier afgewenteld op de consument. Gezien de consument slechts één maal per jaar (ex post) wordt geconfronteerd met zijn afrekening, is hij zich bovendien vaak niet bewust van de maandelijkse schommelingen van de energieprijs. Zijn jaarverbruik wordt immers via een zogenaamd synthetisch lastenprofiel verdeeld over twaalf maanden en zo gekoppeld aan de maandelijks geïndexeerde prijs. Een verplichte voorafgaande meldingsplicht van een prijsstijging zou kunnen leiden tot meer transparantie en wellicht resulteren in minder frequente 5 Baugnet V. en Dury D., Energiemarkten en de macro-economie in Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank van België, september Coppens F., De toegenomen volatiliteit van de elektriciteitsprijs voor de Belgische huishoudens in Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank, september Swartenbroekx C., Gevolgen van de liberalisering voor het vaststellen van de detailhandelsprijzen voor gas in België, Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank, december

16 aanpassingen van de energieprijzen waardoor ze minder volatiel worden en kan mogelijk ook leiden tot bijsturingen van het verbruik. Maar los daarvan kan bovendien de vraag worden gesteld naar de representativiteit van de huidige indexeringsformules en hun onderliggende parameters: weerspiegelt het gebruikte indexeringsmechanisme goed de evolutie van de kosten van de energieleveranciers? Op basis van publiek beschikbare informatie is het onmogelijk om een volledig beeld te krijgen van de kostprijs voor de productie en verkoop van energie in België. Het is wellicht de CREG die het best gewapend is om hierin bijkomende klaarheid te schenken. De wet houdende diverse bepalingen van 8 juni 2008 stelt immers dat één van de taken van de CREG net het beoordelen of de prijzen van een elektriciteit- of aardgasbedrijf op een objectief verantwoorde wijze in verhouding staan tot de gemaakte kosten behelst. In oktober 2010 deelde de CREG in een persbericht mee dat na een grondige analyse was gebleken dat de representativiteit van de gepubliceerde parameters Ne, Nc en Lem niet meer kon verzekerd worden, zodat de waarde van de parameter Nc vanaf februari 2012 niet meer zal worden gepubliceerd. In een begeleidende studie 6 wordt deze beslissing toegelicht. Bij de invoering van de parameter Nc in 2002 werd de berekening gebaseerd op de toenmalige bevoorradingskosten van de energieleveranciers (vooral Belgische productie, waarvoor de indexen van aardolie, steenkool, gas en de bezetting van het nucleaire park werden opgevolgd). Bijna 10 jaar later, na de vrijmaking van de energiemarkt, worden andere bevoorradingsbronnen aangeboord, zoals ingevoerde elektriciteit, aankopen op elektriciteitsbeurzen (zoals Belpex en Endex) en hernieuwbare energiebronnen, zodat kan worden aangenomen dat de in voege zijnde formules geen goede afspiegeling meer zijn van het effectieve kostenverloop van de energieleveranciers. Gezien het belang van gas- en elektriciteitsprijzen voor de koopkracht van de consument en de impact van de prijsschommelingen van gas en elektriciteit op de totale inflatie is een monitoring van deze prijzen meer dan ooit aan de orde. Tegen de achtergrond van de vrijgemaakte energiemarkt zou kunnen worden nagedacht over diverse systemen. Enerzijds zou kunnen worden gekozen voor een procedure met een voorafgaande kennisgeving van de tariefaanpassingen, waarbij de toezichthoudende instelling (de CREG) de rechtmatigheid van de voorgestelde aanpassing verifieert. Anderzijds zou de controle ex post kunnen plaats vinden, waarbij op gezette tijdstippen de energieprijzen worden beoordeeld, ten einde bepaalde prijsontwikkelingen bij een dominante marktspeler onder de aandacht te brengen van de mededingingsautoriteiten. In elk geval is ook het Prijzenobservatorium ervan overtuigd dat initiatieven moeten worden genomen die ertoe leiden dat de consument in België voor gas en elektriciteit prijzen betaalt die in overeenstemming zijn met de werkelijke kosten van de energievoorziening. Een grotere transparantie met betrekking tot deze laatste is hierbij van primordiaal belang. De ervaringen in onze buurlanden bewijzen dat dit haalbaar is zonder de vrijmaking van de gas- en elektriciteitsmarkt in gevaar te brengen. 6 De kwaliteit van de Nc parameter, CREG, september

17 I.3. NIET-BEWERKTE LEVENSMIDDELEN Voor de groep niet-bewerkte levensmiddelen versnelde de inflatie sterk in de eerste drie kwartalen van Daarna stabiliseerde ze in het laatste kwartaal op gemiddeld 4,8 %. Voor heel 2010 bedroeg de prijsstijging van deze producten 3,5 % (tegen 0,4 % in 2009). Zij droegen 0,3 procentpunt bij tot de totale inflatie. Grafiek 5: Recente evolutie van de consumptieprijzen voor niet-bewerkte levensmiddelen in België Indexcijfers (gemiddelde 2005=100) (linkerschaal) Inflatie (in %) (rechterschaal) Bron: EC, FOD Economie, ADSEI Bovendien wordt sinds het eerste kwartaal van 2010 overeenkomstig de Europese richtlijnen een nieuw wegingsschema voor seizoensproducten toegepast op het HICP. Het nieuwe schema is o.m. van toepassing op de productgroepen fruit en groenten. Deze producten hebben geen variabele weging meer maar krijgen in de maanden waarin zij niet op de markt zijn een gewicht nul en in de andere maanden een vast gewicht. Hoewel deze veranderde methodologie een invloed heeft op de berekening van de inflatie voor deze groep producten, blijft de impact ervan op de totale inflatie beperkt, gezien het relatief geringe gewicht van de productengroep niet-bewerkte levensmiddelen (0,04 procentpunt) 7. De sterke bijdrage van de productengroep niet-bewerkte levensmiddelen tot de inflatie in 2010 kan vooral worden verklaard door het prijsniveau van de groenten, dat veel hoger lag dat het jaar tevoren. Dat was ook het geval voor fruit, maar in veel mindere mate. 7 In bijlage 2 van dit verslag wordt de wijziging in het gewichtenschema voor niet-seizoensgebonden producten toegelicht. 17

18 Tabel 4: Recente evolutie van de consumptieprijzen voor niet-bewerkte levensmiddelen (Veranderingspercentages ten opzichte van het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld) p.m Okt 10 Nov 10 Dec 10 Gewicht in IV I II III IV 2010 (in %) Vlees 3,3 2,5 1,0 1,3 0,7 0,8 1,1 1,5 1,9 1,4 1,2 55,5 Waarvan Rundsvlees 2,0 2,2 1,4 1,5 1,1 1,0 1,9 1,2 2,6 1,0 0,1 5,5 Varkensvlees 1,0 0,9 0,4-1,1-0,1-0,1 0,4 1,8 2,1 1,6 1,7 2,7 Gevogelte 6,3 1,9-0,8 1,6-1,0-0,5-1,0-0,1-0,3-0,5 0,5 4,6 Vleeswaren 3,3 2,9 1,4 1,6 1,0 1,2 1,5 1,8 2,2 1,7 1,6 30,6 Vis 4,6-3,2 2,0-1,2 0,1 3,0 3,5 1,6 2,2 1,9 0,7 12,3 Fruit 6,8-4,1 2,3-4,7-4,0 2,6 6,4 4,5 8,3 2,6 2,5 14,1 Groenten -2,7-0,2 12,3-5,9 8,3 7,7 17,0 17,5 13,0 16,5 22,9 18,1 Geheel van niet-bewerkte levensmiddelen 2,8 0,4 3,5-1,1 1,6 2,8 5,0 4,8 4,8 4,4 5,3 100,0 Bron: EC, FOD Economie, ADSEI De buitengewone weersomstandigheden (droogte in juli, overvloedige regenval in augustus) hadden een sterke invloed op het aanbod aan groenten en fruit. Daardoor kenden de prijzen ervan grote schommelingen over het jaar. Het hoge inflatieniveau wordt echter ook verklaard door het fenomeen van het basiseffect. de prijzen van deze producten lagen immers in de tweede helft van 2009 tamelijk laag. Fruit kostte in 2010 gemiddeld 2,3 % meer. De grootste stijgingen ziet men bij citroenen (+23,9 %), aardbeien (+16,7 %), nectarines (+13,9 %), meloenen (+13,6 %), perziken (+9,8 %) en druiven (+9 %). De prijzen van Conférence- en ronde peren daalden daarentegen sterk, respectievelijk met 15,6 % en 9,6 %. Voor groenten betaalde de verbruiker gemiddeld 12,3 % meer dan in Het inflatieniveau bereikte in december 2010 zelfs 22,9 %. De overgrote meerderheid van de verse groenten stegen sterk in prijs. Dat was meer bepaald het geval voor sla (+30 %), uien (+26 %), tomaten (+24,7 %), aardappelen (+24,7 %), asperges (+19 %) en bloemkool (+17,9 %). De prijs van champignons ging daarentegen fiks achteruit (-8,7 %). De gemiddelde prijsstijging van vlees (meer dan de helft van het gewicht van deze groep) bleef in 2010 beperkt tot 1 %. Toch stegen de prijzen gedurende het jaar steeds sneller, van 0,7 % in het eerste tot 1,5 % in het vierde kwartaal. Rundvlees kostte gemiddeld 1,4 % meer dan het jaar tevoren. De prijs van het varkensvlees bleef tamelijk stabiel (+0,4 %), hoewel de prijs van mestvarkens tijdens het jaar met 2,5 % afnam. Anderzijds kostte gevogelte een beetje minder dan het jaar tevoren (-0,8 %). Desondanks kenden vleeswaren, die voornamelijk uit varkensvlees en gevogelte worden gefabriceerd, een prijsstijging van 1,4 %. Die divergentie tussen de prijs van de grondstof en die van het afgewerkte product binnen de vleeswarenindustrie werd al duidelijk in de studie van de FOD Economie Prijzen, kosten en rendabiliteit in de varkenskolom 8. Voor vis betaalde de consument gemiddeld 2 % meer dan in Die prijsstijging is vooral te wijten aan de verhoging van de prijzen van verschillende soorten verse vis (+12,1 % voor tong, +10,5 % voor oesters, +9,8 % voor zalm, +4,3 % voor kreeft, +4 % voor kabeljauw). De verbruiker moest echter minder betalen voor mosselen en grijze garnalen (resp. -9 % en -1,3 %). I.4. BEWERKTE LEVENSMIDDELEN Voor bewerkte levensmiddelen betaalde de consument in 2010 gemiddeld 1 % meer dan in Het prijsstijgingstempo voor deze producten nam gedurende het jaar steeds sneller toe, van 0,5 % in januari tot 1,8 % in december. De prijsbewegingen voor deze groep producten wordt gedeeltelijk bepaald door de evolutie van de internationale noteringen voor voedingsgrondstoffen. In 2010 kenden die laatste een exponentiële groei: van december 2009 en december 2010 stegen de koersen met 31,2 %. In vergelijking met de voorgaande periode van sterke groei van de wereldprijzen, bleef de reactie van de consumptieprijzen voor bewerkte levensmiddelen 8 18

19 relatief beperkt, althans in eerste instantie. Toch blijft voorzichtigheid geboden, aangezien de inflatie voor deze producten duidelijk in stijgende lijn gaat. Het risico dat de consumptieprijzen ontsporen mag niet onderschat worden. In hoofdstuk III gaat dit verslag gedetailleerd in op het prijsgedrag van verschillende individuele voedingsmiddelen tijdens de laatste vier jaren. De tekst hieronder betreft het jaar 2010 en de grote productcategorieen. Voor de belangrijkste subcategorie binnen de bewerkte levensmiddelen, namelijk brood en granen, heeft de consument ongeveer hetzelfde bedrag betaald als vorig jaar (0,3 %). Toch zijn de prijzen ervan sinds de tweede helft van 2010 sneller gestegen, in december met 2,2 %. De broodprijs steeg gemiddeld met 1,8 %, met een inflatie van 4,1 % voor het broodje, de zogenaamde pistolet. Na een afname met 20,4 % in 2009 is de prijs van spaghetti opnieuw sterk gedaald (-14,6 %). Die prijsdaling vond voornamelijk plaats in de eerste helft van 2010, met een afname van ongeveer 20 %. Daarna bleef de prijs relatief stabiel in de tweede jaarhelft. De prijs van rijst is eveneens met 2,9 % gedaald. Tabel 5: Evolutie van de consumptieprijzen voor bewerkte levensmiddelen (Veranderingspercentages ten opzichte van het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld) p.m Gewicht Okt-10 Nov-10 Dec-10 IV I II III IV in 2010 (in %) Brood en granen 10,4 1,6 0,3-0,3-0,7-0,6 0,4 2,1 1,9 2,2 2,2 24,2 Zuivelproducten 13,6 0,1 0,2 0,7 1,2 0,6-0,4-0,7-0,4-0,9-0,8 15,1 Halfvolle melk 14,9-0,6-7,2 8,0 0,4-2,5-11,2-14,3-13,9-14,2-14,9 0,6 Volle melk 17,5-0,8-6,6 9,8 1,7-1,5-10,8-14,2-12,7-15,1-14,8 1,3 Eieren 17,6 1,0 12,1 8,1 22,4 17,8 8,4 0,8 3,4 3,2-3,8 0,7 Oliën en vetten 13,5 1,1 1,3-2,3 0,1-0,3 2,2 3,3 3,6 3,1 3,3 2,7 Boter 9,6-3,8 11,7 0,3 7,2 11,0 15,7 12,8 14,8 11,9 11,8 0,7 Suiker, jam, honing, chocolade 4,4 3,1 3,5-1,4 0,0 3,7 4,6 5,7 5,0 5,9 6,2 8,9 Andere voedingsmiddelen 8,0 1,6-0,5-1,4-2,2-2,2 1,1 1,2 1,2 1,2 1,2 4,9 Alcoholvrije dranken 3,8 0,8 1,0-0,2-0,3 0,3 1,8 2,3 1,6 2,2 3,1 11,0 Alcoholhoudende dranken 3,4 3,2 0,4 2,8 1,8 0,2-0,1-0,4-0,2-0,4-0,5 15,3 Tabak 4,3 2,5 3,5 2,8 3,8 3,5 3,7 3,1 3,7 3,5 2,2 17,9 Totaal van de bewerkte levensmiddelen 7,8 1,7 1,0 0,6 0,5 0,7 1,3 1,7 1,7 1,8 1,8 100,0 Bron: EC, FOD Economie, ADSEI De gemiddelde zuivelprijs is eveneens stabiel gebleven (0,2 %) ten opzichte van Dat is echter de resultante van zeer uiteenlopende evoluties binnen deze productcategorie. Zo kenden scharreleieren een sterke prijsstijging met +12,1 %. Maar de prijzen ervan stegen gedurende het jaar steeds trager, van +22,4 % in het eerste tot +0,8 % in het laatste kwartaal van De zeer sterke prijsstijging van eieren sinds december 2009 was het gevolg van een tijdelijk toegenomen vraag uit Duitsland. De Duitse detailhandel kwam zich tijdelijk bevoorraden in België (en in Nederland) omdat vele Duitse kippenhouders hun productie tijdelijk stillegden om over te schakelen naar zogenoemde verrijkte kooisystemen, om te voldoen aan een Europese richtlijn die vanaf 2012 in werking treedt. Vanaf mei 2010 daalden de prijzen opnieuw, toen de export naar die landen weer naar een normaal niveau terugkeerde. De eierprijs daalde sinds mei 2010 met 12,6 %. Voor halfvolle en volle melk betaalde de consument ongeveer 6 % (namelijk gemiddeld 14 en 16 eurocent voor halfvolle en volle melk) minder dan een jaar tevoren. De premiers prix volgen eveneens die trend, met een prijsdaling van gemiddeld 5,3 % (d.i. 3 eurocent per liter) op één jaar voor halfvolle melk. Als gevolg van het aflopen van het akkoord 9 tussen Fedis, de Boerenbond en het ABS eind 2009 daalde de prijs van de halfvolle melk premier prix begin 2010 met ongeveer 11 eurocent. Nadien stabiliseerden de consumptieprijzen tijdens het jaar op ongeveer 0,51 euro per liter, iets hoger dus dan voor het melkakkoord. Eind 2010 lagen de prijzen voor de melkproducenten en de verkoopprijzen van de zuivelindustrie overigens hoger dan 9 Ter herinnering: dit akkoord, dat eind juni 2009 werd ondertekend, bepaalde dat 14 cent per liter door de leden van Fedis aangekochte melk zou gestort worden in een fonds, waarvan de winst werd teruggestort naar de melkproducenten om hun financiële situatie, die door de langdurige lage melkprijs precair was geworden, te verbeteren. 19

20 het jaar tevoren en een weinig hoger dan in het begin van de periode. Nadat ze een tijdlang was gestegen, kwam de brutomarge tussen de consumptieprijs en de verkoopprijs van de zuivelindustrie weer op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van eind 2006, begin Grafiek 6: Evolutie van de consumptieprijs voor halfvolle melk, afzetprijzen van de melkindustrie en prijs voor de melkproducent (per liter, in eurocent) feb/07 apr/07 aug/07 okt/07 Melkproducent Afzetprijs melkindustrie Premier prix feb/08 apr/08 aug/08 okt/08 feb/09 apr/09 aug/09 okt/09 feb/10 apr/10 aug/10 okt/10 Bron: FOD Economie, ADSEI * Tot en met oktober 2008 zijn de cijfers voor de afzetprijs van de melkindustrie afkomstig van een enquête die FOD Economie toen hield bij de zuivelindustrie, de geraamde waarden (in stippellijn) komen van de maandelijkse enquête van ADSEI over afzetprijzen bij ondernemingen van de verwerkende industrie. De prijsstijging voor suiker, jam, honing en chocolade versnelde gedurende heel het jaar 2010 tot gemiddeld 3,5 % voor heel de periode. Vooral melkchocolade, pure chocolade en toffees stegen sterk in prijs, respectievelijk met +11 %, +6,8 % en +4,5 %. Die resultaten zouden hun verklaring kunnen vinden in de sterke hausse van de cacaoprijs op de internationale markt (zie hoofdstuk III). Voor de categorie oliën en vetten gingen de prijzen in 2010 gemiddeld met 1,3 % omhoog. Toch moest de consument 11,7 % meer neertellen voor boter dan in Die scherpe stijging van de boterprijs wordt wellicht verklaard door de opwaartse trend van de boternoteringen op wereldvlak. We zien op dit moment een soortgelijke evolutie in Duitsland maar niet in Nederland of Frankrijk. Voor gewone margarine bleef de gemiddelde prijs tegenover 2009 ongeveer gelijk (+0,8 %). De prijs van maïsolie, van margarine op basis van olijfolie en van de olijfolie zelf daalde met respectievelijk 8,3 %, 5 % en 1,3 %. De prijzen van tabak en alcoholvrij dranken gingen tegenover 2009 omhoog met respectievelijk 3,5 % en 1 %. De grootste prijsstijgingen waren er bij koffie (in bonen of gemalen) (+3,4 %), cola light (+3,5 %), spuitwater (+3,5 %) en limonade (+2,2 %). Anderzijds betaalde de consument 3,1 % minder voor vruchtensap. De prijzen van alcoholhoudende dranken bleven ongeveer gelijk (+0,4 %). 20

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014

PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 7 november 2014 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016

PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 05/2015 09/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 19 januari 2016 Geharmoniseerde

Nadere informatie

Consumptieprijsindex en inflatie in september 2012

Consumptieprijsindex en inflatie in september 2012 Consumptieprijsindex en inflatie in september 2012 1. Consumptieprijsindex Brussel, 27 september 2012 De consumptieprijsindex stijgt in september 2012 met 0,21 punt ten opzichte van vorige maand en bedraagt

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015

PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 01/2010 05/2010 09/2010 01/2011 05/2011 09/2011 01/2012 05/2012 09/2012 01/2013 05/2013 09/2013 01/2014 05/2014 09/2014 01/2015 Inflatie (%) PERSBERICHT Brussel, 13 mei 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 11 december 2015 Geharmoniseerde consumptieprijsindex - november 2015 De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex stijgt in november naar 1,4%, ten

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2010 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Voorwoord Met de publicatie in augustus van

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: EERSTE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: EERSTE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN: EERSTE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM INLEIDING Zoals bepaald in de wet van 8 maart

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Analyse van de prijzen: derde kwartaalverslag 2009 van het Instituut voor de nationale rekeningen Vooruitgangstraat 50 B-1210 Brussel Ondernemingsnummer: 0314.595.348

Nadere informatie

Prijzenobservatorium: Historiek en werking

Prijzenobservatorium: Historiek en werking Prijzenobservatorium: Historiek en werking Seminarie FEVIA - BABM 17 september 2013 Peter Van Herreweghe Agenda 1. Prijzenobservatorium : Historiek en taken 2. Werking : Gegevens, aanpak, procedure, timing

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar

CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Persbericht PB15-001 8 januari 2015 9.30 uur CBS: Inflatie december naar laagste niveau in ruim 5 jaar Inflatie december daalt naar 0,7 procent Goedkopere autobrandstoffen verlagen inflatie Inflatie eurozone

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2012 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN: TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2011 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Voorwoord In het tweede kwartaalverslag van

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie lager in december

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie lager in december Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB12-001 5 januari 2012 9.30 uur Inflatie lager in december Inflatie in december omlaag naar 2,4 procent Benzineprijzen en beltarieven verlagen inflatie Inflatie

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN TWEEDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

CBS: Inflatie daalt licht

CBS: Inflatie daalt licht Persbericht PB14-077 4 december 2014 9.30 uur CBS: Inflatie daalt licht Inflatie in november 1 procent Benzine goedkoper Inflatie in Nederland gelijk aan die in de eurozone De inflatie is in november gedaald

Nadere informatie

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2014 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN:

ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN: Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN JAARVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN: I. TOTALE INFLATIE PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O.,

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN DERDE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

Technische toelichting

Technische toelichting Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB00-080 7 april 2000 10.30 uur Inflatie ook in maart stabiel De inflatie is in maart 2000 uitgekomen op 1,9 procent. Dat is ongeveer even hoog als in de

Nadere informatie

Inflatie en indexering in België : oorzaken en mogelijke gevolgen van de huidige inflatieopstoot

Inflatie en indexering in België : oorzaken en mogelijke gevolgen van de huidige inflatieopstoot INFLATIE INFLATIE EN INDEXERING EN INDEXERING BELGIË IN : BELGIË OORZAKEN : OORZAKEN MOGELIJKE EN MOGELIJKE GEVOLGEN GEVOLGEN VAN DE VAN HUIDIGE DE HUIDIGE INFLATIEOPSTOOT INFLATIEOPSTOOT Inflatie en indexering

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2013 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

STUDIE (F)110519-CDC-1047

STUDIE (F)110519-CDC-1047 Niet vertrouwelijk Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2012 + Januari 2013 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie in juli 2,1 procent. Prijsontwikkeling volgens Europese norm

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie in juli 2,1 procent. Prijsontwikkeling volgens Europese norm Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB03-165 9 september 2003 9.30 uur Inflatie in juli 2,1 procent De inflatie in Nederland is in juli 2003 uitgekomen op 2,1 procent. Dit is 0,1 procentpunt

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 3 de kwartaal 2012 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel elk

Nadere informatie

van 31 augustus 2006

van 31 augustus 2006 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Persmededeling

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie in februari iets hoger. Inflatie gestegen door hogere benzineprijzen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inflatie in februari iets hoger. Inflatie gestegen door hogere benzineprijzen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB07-017 8 maart 2007 9.30 uur Inflatie in februari iets hoger De inflatie is in februari 2007 uitgekomen op 1,5 procent. Dat is iets hoger dan in januari.

Nadere informatie

Voornaamste bevindingen

Voornaamste bevindingen Het inflatieverloop Het inflatieverloop belgië: in belgië: een nbb een analyse nbb analyse op op vraag vraag van de van federale federale regering regering Voornaamste bevindingen Het recente verloop van

Nadere informatie

Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit

Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit Mechanisme ingevoerd door de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende

Nadere informatie

De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex (CPI) Nieuwe methoden voor vliegtickets en pakketreizen

De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex (CPI) Nieuwe methoden voor vliegtickets en pakketreizen Centraal Bureau voor de Statistiek Economie, Bedrijven en NR Overheidsfinanciën en Consumentenprijzen Postbus 24500 2490 HA Den Haag De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex

Nadere informatie

Persbericht. Inflatie in juni gedaald. Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Inflatie in juni gedaald. Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB01-146 6 juli 2001 9.30 uur Inflatie in juni gedaald In juni is de inflatie gedaald tot 4,5 procent. Vorige maand bedroeg de inflatie nog 4,9 procent. De

Nadere informatie

ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM

ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Instituut voor de nationale rekeningen ANALYSE VAN DE PRIJZEN EERSTE KWARTAALVERSLAG 2015 VAN HET INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN PRIJZENOBSERVATORIUM Meer informatie: FOD Economie, K.M.O., Middenstand

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Prijsontwikkeling autobrandstoffen en groenten remt inflatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Prijsontwikkeling autobrandstoffen en groenten remt inflatie Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB05-014 10 februari 2005 9.30 uur Inflatie in januari hoger door energieprijzen De Nederlandse inflatie is in januari 2005 uitgekomen op 1,5 procent. In

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 1 ste kwartaal 2012 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, is het Brugel die sinds

Nadere informatie

Statistisch Bulletin. Jaargang 71 2015 15

Statistisch Bulletin. Jaargang 71 2015 15 Statistisch Bulletin Jaargang 71 2015 15 10 april 2015 Inhoud 1. Prijzen 3 CBS: Inflatie stijgt opnieuw 3 Technische toelichting 4 Vanaf 2016 gedetailleerder inzicht in ontwikkelingen consumentenprijzen

Nadere informatie

IMPACTANALYSE RUSLAND

IMPACTANALYSE RUSLAND Studiedienst Stafmedewerkers Diestsevest 40 3000 Leuven T (016) 28 64 11 F (016) 28 64 09 PERSNOTA Datum 31 juli 2015 Betreft: IMPACTANALYSE RUSLAND 1 ALGEMENE CONTEXT De EU-28 exporteerde in 2013 voor

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2011 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel sinds

Nadere informatie

Jaarlijks evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit

Jaarlijks evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit Jaarlijks evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit Mechanisme ingevoerd door de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Periode februari - juni 2013 Inleiding Bedoeling is om de overheid informatie te verstrekken over de evolutie van de elektriciteits-

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 3de kwartaal 2011 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel sinds

Nadere informatie

Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011

Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011 Kostprijs van een zichtrekening in België Analyse voor de periode 2008 tot 2011 1 2 De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en Inhoud 1. Achtergrond

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Brussel, 20 januari 2016 Uit een studie van de FOD Economie over de Belgische agrovoedingsindustrie blijkt dat de handel tussen 2000 en 2014 binnen de Europese

Nadere informatie

van 28 februari 2006

van 28 februari 2006 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Persmededeling

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014 Instituut voor de nationale rekeningen 2015-04-29 Links: Publicatie NBB.stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015 De economische activiteit stijgt met

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Instituut voor de nationale rekeningen PERSCOMMUNIQUÉ 28-4-2016 Links: Publicatie NBB.Stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Over het hele jaar 2015

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties

Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie Macro-economische Statistieken en Publicaties Uitgebreide beschrijving basisverlegging 2000=100 prijsindexcijfers Industrie Corien Ooms-Brouwer Wim Vosselman

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Gemanipuleerde index kost Belg 2% loon en pensioen in 2014

Gemanipuleerde index kost Belg 2% loon en pensioen in 2014 Gemanipuleerde index kost Belg 2% loon en pensioen in 2014 Groen reageert tevreden op het feit dat vakbonden en werkgevers gisteren tot een akkoord kwamen over de ontslagregeling en de aanvullende pensioenen.

Nadere informatie

6. Prijzen, kosten en concurrentievermogen

6. Prijzen, kosten en concurrentievermogen 6. Prijzen, kosten en concurrentievermogen De inflatie is in 212 teruggelopen tot 2,6 % en onder invloed van de tragere prijsstijgingen voor energiedragers is het verschil ten opzichte van de drie buurlanden

Nadere informatie

18 februari 2010. Statistisch Bulletin. no. Jaargang. Centraal Bureau voor de Statistiek

18 februari 2010. Statistisch Bulletin. no. Jaargang. Centraal Bureau voor de Statistiek 18 februari 2010 Statistisch Bulletin 10 07 no. Jaargang 66 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim = nihil 2009 2010 = 2009 tot en

Nadere informatie

4.1 Consumptieprijzen. Inflatieverschil tussen België en de drie belangrijkste buurlanden

4.1 Consumptieprijzen. Inflatieverschil tussen België en de drie belangrijkste buurlanden . Prijzen en kosten De inflatie is tijdens het verslagjaar nog versneld, aangezien de stijging van de HICP op jaarbasis opliep van, % in tot, % in ; in juli werd een plafond bereikt. Dat verloop was hoofdzakelijk

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 2013 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in 2013

Nadere informatie

Statistisch Bulletin. Jaargang 71 2015 13

Statistisch Bulletin. Jaargang 71 2015 13 Statistisch Bulletin Jaargang 71 2015 13 26 maart 2015 Inhoud 1. Arbeid en sociale zekerheid 3 CBS: Werkloosheid gedaald door afname beroepsbevolking 3 Werkloze beroepsbevolking 1) 5 2. Inkomen en bestedingen

Nadere informatie

BESLISSING (B) 051124-CDC-490

BESLISSING (B) 051124-CDC-490 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

Persbericht. Prijzen industrie hoger door dure aardolie. Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Prijzen industrie hoger door dure aardolie. Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB00-148 30 juni 2000 9.30 uur Prijzen industrie hoger door dure aardolie Het prijsniveau van Nederlandse industriële producten ligt in mei van dit jaar 2,2%

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2014-01-31 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie 2011-2012: Economische terugval in 2012 verschilt per gewest Het Instituut voor de nationale rekeningen

Nadere informatie

Accijnsmonitor Resultaten januari t/m december 2013

Accijnsmonitor Resultaten januari t/m december 2013 Accijnsmonitor Resultaten januari t/m december 2013 Accijnsverhoging op tabak: resultaat accijnsmonitor 2013 Op 1 januari 2013 is de accijns op een pakje sigaretten met 35 cent en op een pakje shag met

Nadere informatie

BESLISSING (B)140717-CDC-1219E/7

BESLISSING (B)140717-CDC-1219E/7 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in opnieuw

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

BESLISSING (B)130131-CDC-1221 E/1

BESLISSING (B)130131-CDC-1221 E/1 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

Sprekende Cijfers 2014-4 Woningmarkt regio Noord-Holland. Sprekende Cijfers. Kwartaalbericht Q4 Woningmarkt Regio Noord-Holland

Sprekende Cijfers 2014-4 Woningmarkt regio Noord-Holland. Sprekende Cijfers. Kwartaalbericht Q4 Woningmarkt Regio Noord-Holland Sprekende Cijfers -4 Woningmarkt regio Noord-Holland Sprekende Cijfers Kwartaalbericht Woningmarkt Regio Noord-Holland Pagina 1 van 49 regio Noord-Holland januari 2015 Sprekende Cijfers -4 Woningmarkt

Nadere informatie

BESLISSING (B) 041202-CDC-384

BESLISSING (B) 041202-CDC-384 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN. Conjunctuurindicatoren

21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN. Conjunctuurindicatoren 21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN Conjunctuurindicatoren Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Afzetprijsindexen (basis 2000 = 100) September tot oktober 2007... 6 Indexen van

Nadere informatie

betreffende de problematiek van de hoge brandstofprijzen

betreffende de problematiek van de hoge brandstofprijzen stuk ingediend op 1231 (2010-2011) Nr. 1 8 juli 2011 (2010-2011) Voorstel van resolutie van mevrouw Marijke Dillen, de heren Filip Dewinter, Jan Penris, Johan Deckmyn en Wim Wienen en mevrouw Marleen Van

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek TOELICHTING STATLINETABEL EINDVERBRUIKERSPRIJZEN AARDGAS EN ELEKTRICITEIT Arthur Denneman Samenvatting: In juli is een vernieuwde StatLinetabel met eindverbruikersprijzen

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Benzineprijzen zorgen voor lichte stijging inflatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Benzineprijzen zorgen voor lichte stijging inflatie Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-112 7 december 2006 9.30 uur Inflatie blijft laag De inflatie is in november 2006 uitgekomen op 1,0 procent. Dat is iets hoger dan in oktober. Toen lagen

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit met betrekking tot het jaar 2014

Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit met betrekking tot het jaar 2014 Evaluatieverslag over het vangnetmechanisme van de detailhandelsprijzen voor gas en elektriciteit met betrekking tot het jaar 2014 In het kader van de verlenging van het mechanisme ingevoerd bij de wet

Nadere informatie

BESLISSING (B)151022-CDC-1323E/7

BESLISSING (B)151022-CDC-1323E/7 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt December 0 Het doel van dit document bestaat erin de evolutie van de prijs van de elektriciteit verkocht aan de beschermde klanten

Nadere informatie

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november 25--24 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven - november 25 Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november Na de aanmerkelijke stijging in oktober, is

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2014

De agrarische handel van Nederland in 2014 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale Nederlandse handelsoverschot is in gelijk gebleven aan het niveau van ( 47,6 mld.); handelsoverschot agrarische producten komt

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

Evolutie van de gasprijzen op de residentiële markt maart 2008

Evolutie van de gasprijzen op de residentiële markt maart 2008 1/9 Evolutie van de gasprijzen op de residentiële markt maart 2008 Waarschuwing Het doel van dit document bestaat erin de evolutie van de gasprijzen op de markt van de huishoudelijke klanten sinds de vrijmaking

Nadere informatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De problemen op de wereldwijde financiële markten hebben de economie inmiddels meer dan twee jaar in haar greep. Vanaf oktober 28 zijn de gevolgen

Nadere informatie

Verloop van de consumptieprijzen van elektriciteit en gas voor de huishoudens

Verloop van de consumptieprijzen van elektriciteit en gas voor de huishoudens bijlage bijlage C C Verloop van de consumptieprijzen van elektriciteit en gas voor de huishoudens In deze nota wordt het verloop geanalyseerd van de elektriciteits- en gasprijzen op de Belgische markt

Nadere informatie

Sprekende Cijfers 2014-3 Woningmarkt regio Noord-Holland. Sprekende Cijfers. Kwartaalbericht Q3 Woningmarkt Regio Noord-Holland

Sprekende Cijfers 2014-3 Woningmarkt regio Noord-Holland. Sprekende Cijfers. Kwartaalbericht Q3 Woningmarkt Regio Noord-Holland Sprekende Cijfers -3 Woningmarkt regio Noord-Holland Sprekende Cijfers Kwartaalbericht Woningmarkt Regio Noord-Holland Pagina 1 van 49 regio Amsterdam oktober Sprekende Cijfers -3 Woningmarkt regio Noord-Holland

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

HET INFLATIEVERLOOP IN BELGIË: EEN NBB ANALYSE OP VRAAG VAN DE FEDERALE REGERING 1 VOORNAAMSTE BEVINDINGEN

HET INFLATIEVERLOOP IN BELGIË: EEN NBB ANALYSE OP VRAAG VAN DE FEDERALE REGERING 1 VOORNAAMSTE BEVINDINGEN DEPARTEMENT STUDIËN HET INFLATIEVERLOOP IN BELGIË: EEN NBB ANALYSE OP VRAAG VAN DE FEDERALE REGERING 1 VOORNAAMSTE BEVINDINGEN 1. HET RECENTE VERLOOP VAN DE INFLATIE EN DE KOOPKRACHT - De inflatie is in

Nadere informatie

December 2013 Inflatiemaatstaf : huidige stand van zaken en uitdagingen

December 2013 Inflatiemaatstaf : huidige stand van zaken en uitdagingen Inflatiemaatstaf : huidige stand van zaken en uitdagingen J. Langohr (*) Inleiding Zoals om de acht jaar het geval is, wordt de nationale consumptieprijsindex (NCPI), waarop de gezondheidsindex gebaseerd

Nadere informatie

Opbrengst van melk op basis van Nederlandse noteringen, respectievelijk wereldmarktprijzen voor boter en mager melkpoeder

Opbrengst van melk op basis van Nederlandse noteringen, respectievelijk wereldmarktprijzen voor boter en mager melkpoeder Marktbericht maart 2016 De Nederlandse melkaanvoer blijft op een hoog niveau. Deze groeide in februari met 21,7%. Wel speelde de extra productie op de schrikkeldag en het relatief lagere referentieniveau

Nadere informatie

Enquête essenscia over de elektriciteits- en aardgasprijzen in 2010 Samenvatting van de resultaten

Enquête essenscia over de elektriciteits- en aardgasprijzen in 2010 Samenvatting van de resultaten ct/kwh Enquête essenscia over de elektriciteits- en aardgasprijzen in 2010 Samenvatting van de resultaten In maart 2011 hebben de Belgische federatie van de chemische Industrie en van life sciences (essenscia),

Nadere informatie

Kernenergie in de Belgische energiemix

Kernenergie in de Belgische energiemix Kernenergie in de Belgische energiemix 1. Bevoorradingszekerheid De energie-afhankelijkheid van België is hoger dan het Europees gemiddelde. Zo bedroeg het percentage energie-afhankelijkheid van België

Nadere informatie