steekt de straat over 1. Treinwagons tellen treinwagons leren tellen (treinwagons tellen) Verdeel de kinderen in vier ongelijke groepen. Om de beurt vormen de groepjes een treintje dat door de klas rijdt. De andere groepen tellen het aantal wagonnetjes hardop. klassikaal, in groepjes Opmerkingen Laat de treintjes ritmisch bewegen op de muziek van de CD. Wiskundige initiatie, Getallen 1.2 Lichamelijke opvoeding, Zelfconcept en sociaal functioneren 3.13 Muzische vorming, Beweging 4.1 AFLEVERING 7 / thema B In een klein stationnetje / 1. Treinwagons tellen
2. Vervoermiddelen benoemen van vervoermiddelen, hun beweging en hun bestuurder Toon een vervoermiddel. De kinderen reageren met vrr als het een motor heeft. Ze beantwoorden ook telkens drie vragen: Wat is dit? Hoe beweegt het? Wie bestuurt het? Voorbeelden: auto rijden chauffeur bromfiets rijden bromfietser fiets rijden fietser helikopter vliegen piloot luchtballon varen ballonvaarder slee glijden sleeër tram rijden trambestuurder trein rijden machinist/treinbestuurder vliegtuig vliegen piloot zeilboot varen stuurman Laat daarna het geluid van een voertuig horen. De kinderen raden welk voertuig het is. klassikaal Materiaal afbeeldingen van de vervoermiddelen, geluidsbron, opnames van voertuiggeluiden, bv. via www.wilmont.nl Muzische vorming, Beeld 1.1 Nederlands, Spreken 2.5 en 2.6 Wereldoriëntatie, Natuur 1.1 Muzische vorming, Media 5.4 AFLEVERING 7 / thema B In een klein stationnetje / 2. Vervoermiddelen
3. Traag versus snel de begrippen snel versus traag begrijpen Verdeel de klas in groepjes van vier. Elk groepje rangschikt voertuigen van snel naar traag. klassikaal, in groepjes Materiaal afbeeldingen van voertuigen: auto, bromfiets, fiets, helikopter, luchtballon, slee, tram, trein, vliegtuig, zeilboot Wiskundige initiatie, Meten 2.1 en 2.3 Lichamelijke opvoeding, Zelfconcept en sociaal functioneren 3.13 Wereldoriëntatie, Mens 3.9 AFLEVERING 7 / thema B In een klein stationnetje / 3. Traag versus snel
4. Op de trein met de trein rijden en station of het Spoorwegmuseum bezoeken De hele klas neemt de trein naar het Spoorwegmuseum in Mechelen. klassikaal het station, de trein, het Spoorwegmuseum Opmerkingen zie informatie op www.spoorwegmuseumdemijlpaal.be Nederlands, Luisteren 1.4 Wereldoriëntatie, Mens 3.9, 3.10 Wereldoriëntatie, Ruimte 6.12 AFLEVERING 7 / thema B In een klein stationnetje / 4. Op de trein
5. Ik ga naar zee verschillende soorten bagage benoemen Ga samen in een kring zitten. Om de beurt zeggen de kinderen: Ik ga naar zee en ik neem mee Het voorwerp dat ze meenemen, moet telkens anders zijn. Wie niets nieuws kan bedenken, valt af of slaat een beurt over. Maak de oefening moeilijker door voort te bouwen op vorige antwoorden: herhaal het voorwerp dat de vorige aangaf en verzin een nieuw; herhaal de twee vorige voorwerpen en verzin een nieuw; herhaal alle voorwerpen en verzin een nieuw. klassikaal, in de kring Uitbreiding Je kunt ook voorwerpen laten uitbeelden in plaats van ze te benoemen. Het kind beeldt iets uit en de anderen raden wat het is (bv. een grote koffer). Muzische vorming, Media 5.4 Nederlands, Spreken 2.13 AFLEVERING 7 / thema B In een klein stationnetje / 5. Ik ga naar zee