Geld Wat is de index?



Vergelijkbare documenten
Niemand hoeft verlegen te zijn

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Gezondheid Suikerziekte Niveau 2

Zitten, staan, heffen

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Samenleving De nieuwe vaders Niveau 3

We zijn tevreden mensen!

Belgisch eten en bier zijn in de mode

Eieren op grote schaal

Broodje gezond. Veel mensen hebben het druk. Ze hebben niet veel tijd om te eten. Ze kopen vlug een broodje gezond. Zo eten ze toch verse groenten.

De poezen van Madame Odette

Ssst om goed te slapen

Jongeren eten slecht. Vet Jongeren eten heel slecht. Dat blijkt uit het onderzoek. Er is weinig afwisseling in hun voeding. En ze eten veel te vet.

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Gezondheid Lang leve de fiets Niveau 3

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Gezondheid Leugens die kwetsen Niveau 3. Leugens die kwetsen

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Cultuurgeschiedenis De trots van België Niveau 3. De trots van België

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Boze huurder. Boze huurder

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Cultuur Choco en Co Niveau 3

Hoofdstuk 3: Inflatie

Onder het mes. Ook dieren kunnen ziek worden. In de natuur gaan ze dan meestal dood. In een zoo kunnen ze geholpen worden.

Paddestoelen plukken

Een land vol toeristen

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Gezondheid Slik een pil minder Niveau 2

Mogelijke examenvragen DEEL II

Alzheimer Oud worden zonder het te weten

TE VEEL FIETSEN GESTOLEN

De hond-wash. Een vuile hond is een probleem. Want een hond wassen is niet gemakkelijk. Het is een heel gedoe.

De ontdekking van Jan Lammers

De geschiedenis van een bakje troost

De ramp met de Titanic

Lesbrief Iedereen betaalt belasting

Het leven is een groot feest

CPI Statistisch Bulletin, juni 2017

Uw koopkracht in de toekomst

Eindexamen vmbo gl/tl economie II

Een overzicht van de factoren die de omvang van de gevraagde hoeveelheid van een artikel bepalen.

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken.

Luizen: ze zijn er nog

Productwijzer collectieve WIA-excedentverzekering voor werknemers

De prijs van een cd is gestegen met 25% ten opzichte van het basisjaar.

Weg met Manneken Pis!

Gemanipuleerde index kost Belg 2% loon en pensioen in 2014

Hoe wordt inflatie berekend? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 1 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V1/5.1

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Gezondheid Inentingen Niveau 2

2. Inkomen uit arbeid

Uitleg theorie AS-AD model. MEV Wat betekent AS-AD. Aggregated demand: de macro-economische vraag.

Productwijzer collectieve verzekering voor vaste WIA-aanvulling

De Ardennen: bossen en bieren

Werken of vrije tijd?

Consumptieprijsindex en inflatie in september 2012

Expeditie M&M. ontdek avontuurlijk leren. lesbrief. Bijbanen. Foto: Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte

UIT theorie ASAD

Productwijzer verzekering voor WGA-eigenrisicodragers

Thema Informatie vragen bij een instelling

Hoofdstuk 2: Wat produceert een onderneming?

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Thema 1 Pizzeria. Deel 1 Consumptie

Zaken die niet meer zo zeker zijn

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Arme landen gebaat bij vrije handel

ALGEMENE ECONOMIE /03

Voorbeeld van mensen die een tweedehands wagen wensen aan te kopen die ouder is dan 2 jaar met een lening bij ING.

Examen HAVO. Economie 1

UIT loonruimte en AIQ v1.1

Thema Informatie vragen bij een instelling

(Genoemde bedragen gelden vanaf 1 januari Het is mogelijk dat de bedragen iets omhoog gaan per 1 juli.)

CPI Statistisch Bulletin, februari 2017

Antwoordenvel Handel en Wandel, primair onderwijs

= iemand die vertelt of schrijft over het nieuws. = de politie zorgt ervoor dat het veilig is.

Les 1 woordenschat 2F. de markt de uitvinding favoriet waarde hechten aan waar voor je geld krijgen de consumptie de trend de claim

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN

Onderzoek. Lucht. minder waar voor. 10 Test-Aankoop 572 februari

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Eindexamen economie havo I

Speelgoed van de eeuw

Opgave 1. Dit is de laatste training. We gaan met drie families. Esmee is de achste springer. Je moet je huiswerk serieus leren. Opgave 2.

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen

4.1 Klaar met de opleiding

HUMO enquête naar de koopkracht

Eindexamen economie vmbo gl/tl II

economie CSE GL en TL COMPEX

Samenvatting Economie Hoofdstuk 2

Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4

Aflevering 6: Eigen bedrijf

Samenvatting Economie hoofdstuk 1

Sparen of lenen Waarom?

Kenneth Wyffels 2L2 19 JAARTAAK SEI

Lesbrief voor het basisonderwijs Bovenbouw

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

Thema Informatie vragen bij een instelling

Productwijzer collectieve WGAhiaatverzekering. (uitgebreide variant)

Transcriptie:

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Geld Wat is de index? Het leven wordt steeds duurder. Een brood kost vandaag meer dan vorig jaar. Het index-cijfer is gestegen, is dan de uitleg. Wat betekent dat allemaal? De prijzen van producten stijgen meestal snel. Slechts 2 maal per jaar mogen de prijzen sterk zakken. Leven kost geld. We moeten eten en drinken. We moeten de huur betalen. Dat krijgen we niet gratis. Daar moeten we voor werken. Voor dat werk krijgen we een loon. Mensen zonder werk krijgen een uitkering. Markt Prijzen hebben te maken met de markt. We bedoelen dan niet een marktplaats. Met de markt bedoelen we het kopen en verkopen van goederen in het algemeen. Zeldzame dingen zijn ook duur. Als er genoeg van iets is, is het goedkoop. Dat kan veranderen. Fruit en groente bijvoorbeeld zijn duurder in de winter. Door het weer is er minder fruit en groente. Maar mensen willen het ook in de winter eten. Ze moeten er dan wel meer voor betalen. Prijzen Prijzen kunnen zo schommelen. Bij een slechte oogst zijn er minder koffiebonen. De prijs stijgt dan. Fabrieken die koffie branden, malen en verpakken hebben zo meer kosten. Dat rekenen ze door aan de klant. Het pakje in uw winkel wordt duurder. Ook benzine, kledij, voedsel en alle andere producten kunnen op dezelfde manier duurder worden.

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 2 Veranderen Door hogere prijzen in de winkel kunnen we minder producten kopen. Ons geld lijkt minder waard. Het raakt immers vlug op. Gelukkig is er nog een dienst van de overheid. Die verzamelt heel veel prijzen. Dat doet ze al sinds 1920. Zo kan ze het stijgen en dalen van de prijzen volgen. Korf Prijzen stijgen op korte tijd soms niet zoveel. Maar over een lange tijd is het verschil wel groot. Sinds 1920 is alles maar liefst 15 keer duurder geworden. Dat jaar dient als basis voor het index-cijfer. Voor de berekening van het index-cijfer gebruikt de overheid een korf van bijna 500 producten en diensten. Gezinnen kopen en verbruiken die. Dat zijn bijvoorbeeld de prijzen van brood, gas, benzine, kledij, huur, tabak, de bus, naar de film gaan, de hulp van de wegenwachter,... Maandelijks Al die prijzen samen worden nu vergeleken met een maand geleden en met de prijzen van het basisjaar. Voor het basisjaar wordt 1996 genomen. Dat jaar kreeg de som van de prijzen in de korf het getal 100. Nu (maart 2002) bedraagt de index 109. Wat betekent dit nu? We leggen het uit met een voorbeeld. Een product kostte 100 euro in 1996. Vandaag betaalt u er 109 euro voor. In 1999 was het index-cijfer nog maar 104. Toen betaalde u voor hetzelfde product 104 euro. Vakbonden U verdient niet meer dan vorig jaar. Toch zijn de prijzen gestegen. U kan dus minder kopen. U hebt meer geld nodig. De vakbonden strijden voor de rechten van de arbeiders en bedienden. Zij volgen de stijging van de prijzen en het index-cijfer over een langere tijd. Daarmee stappen ze naar de bazen van de bedrijven. Ze eisen meer loon. Uiteindelijk worden ze het eens over een kleine stijging van de lonen. Gevaar Soms stijgen de prijzen meer dan ons loon. Alles wordt duurder, zeggen we dan. Ons geld is minder waard. Dat is inflatie. Een reden daarvoor is de stijging van de lonen. Bazen geven meer geld aan de werknemers. Dat geld moeten ze ergens halen. Dus verkopen ze hun producten duurder. U betaalt dan ook meer voor die producten. Een andere reden ligt bij de overheid. Die heeft veel geld nodig voor onderwijs, wegen, het leger, uitkeringen en lonen... Dat geld halen ze uit de

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 3 belastingen. Iedereen betaalt belastingen. Bedrijven vragen ook meer voor hun producten als de belastingen stijgen. Elke stijging zorgt eigenlijk voor een andere stijging. Maar dat mag niet te snel en te vaak gebeuren. Anders zijn de prijzen niet meer te stoppen. En dan kan een heel land bankroet gaan. Te veel en te snel De overheid heeft nog een regel. Prijzen kunnen te veel en te snel stijgen. Dat heet: de spil-index is overschreden. Dat wil zeggen dat de prijzen met meer dan 2 euro op 100 duurder werden op 4 maanden tijd. Dan worden de meeste lonen en uitkeringen vanzelf aangepast en verhoogd. De uitkeringen gaan een maand later met evenveel omhoog. De meeste lonen worden 2 maanden later aangepast. Ook de huurprijs van je woning mag nu ineens stijgen. Voor de gezondheids-index worden alcohol, tabak en benzine niet meegerekend. Gezondheid Voor de spil-index wordt niet gekeken naar de prijzen van alcohol, tabak en benzine. Dat besliste de overheid in 1994. Die prijzen schommelen immers te sterk. Dan zou er te vaak aangepast moeten worden. Het zijn ook geen echt gezonde producten. Daarom spreekt de overheid zonder die producten van de gezondheids-index. (w)

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 4 1 Waar of niet waar? 1. Mensen zonder werk krijgen een loon.... 2. Zeldzame producten zijn goedkoop.... 3. Fabrieken rekenen hun kosten door aan de klant.... 4. Maandelijks vergelijkt de overheid de prijzen van nu met de prijzen van 1996.... 5. Het stijgen van lonen kan inflatie veroorzaken.... 6. Wanneer de spil-index overschreden wordt, gaan de uitkeringen een maand later omhoog.... 2 Zoek het antwoord in de tekst. 1. Waarom zijn fruit en groente duurder in de winter? 2. Hoe beïnvloeden hogere prijzen in de winkel onze koopkracht? 3. Waarom verzamelt een overheidsdienst sinds 1920 heel veel prijzen? 4. Wat gebruikt de overheid voor de berekening van het index-cijfer? 5. Waarvoor strijden vakbonden? 6. Wanneer zegt men: De spil-index is overschreden? 3 Zoek op in je woordenboek. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z 1. de index (2):... 2. de inflatie:... 3. de regel (2):...

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 5 1 Wat is ongeveer hetzelfde? (zelfstandige naamwoorden) 1. het cijfer de koper 1.... =... 2. de klant het getal 2.... =... 3. de overheid de methode 3.... =... 4. de manier de staat 4.... =... 5. de reden de afwijking 5.... =... 6. het verschil de oorzaak 6.... =... 2 Wat is het tegengestelde? (zelfstandige naamwoorden) 1. de klant de plicht 1....... 2. de belasting het dalen 2....... 3. de uitleg de werkgever 3....... 4. de werknemer het probleem 4....... 5. het stijgen de subsidie 5....... 6. het recht de verkoper 6....... 3 Wat is ongeveer hetzelfde? (werkwoorden) 1. betekenen ontvangen 1.... =... 2. krijgen bijeenbrengen 2.... =... 3. verzamelen willen zeggen 3.... =... 4. strijden komen op4.... =... 5. bedragen verklaren 5.... =... 6. uitleggen vechten 6.... =... 4 Wat is het tegengestelde? (werkwoorden) 1. eten rusten 1....... 2. betalen vasten 2....... 3. werken ontvangen 3....... 4. stijgen verlagen 4....... 5. verpakken dalen 5....... 6. verhogen uitpakken 6.......

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 6 1 Wat is ongeveer hetzelfde? (bijvoeglijke naamwoorden + bijwoorden) 1. zeldzaam automatisch 1.... =... 2. duur nu 2.... =... 3. bankroet kosteloos 3.... =... 4. gratis failliet 4.... =... 5. vandaag prijzig 5.... =... 6. vanzelf schaars 6.... =... 2 Wat is het tegengestelde? (bijvoeglijke naamwoorden + bijwoorden) 1. duur veelvoorkomend 1....... 2. zeldzaam betalend 2....... 3. gratis goedkoop3....... 4. vorig apart 4....... 5. samen dikwijls 5....... 6. soms volgend 6....... 3 Kruis aan wat het betekent in de tekst. 1. de markt het dorpsplein het kopen en verkopen van goederen in het algemeen de economie 2. het product het voorwerp voortbrengsel van industrie of landbouw het resultaat 3. de gezondheids-index het index-cijfer met de prijsstijgingen van biologische producten het index-cijfer met de prijsstijgingen in de gezondheidszorg het index-cijfer zonder de prijsstijgingen van alcohol, tabak en benzine

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 7 1 Kruis aan wat wordt bedoeld. 1. geld dat je als vergoeding krijgt voor werk de uitkering het loon de gift 2. deel van je inkomen dat je aan de staat moet geven voor openbare werken, onderwijs, gezondheidszorg enz. de bijdrage de belasting de subsidie 3. vereniging van werknemers uit hetzelfde vak of dezelfde bedrijfstak, die opkomen voor de belangen van die werknemers het team de mutualiteit de vakbond 2 Schrap wat er niet bij hoort. Let op de betekenis. 1. de fabriek - de werkgever - de leraar - de werknemer 2. de overheid - de staat - de regering - de burger 3. de korf - de kinderbijslag - het basisjaar - het index-cijfer 4. het loon - de prijs - het salaris - de wedde 5. de vakbond - het ministerie - het syndicaat - de vakbondsafgevaardigde 6. de alcohol - de tabak - de drugs - het fruit

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 8 1 Kruiswoordraadsel. Zoek het woord onder de pijl. De ij schrijf je in één vakje. 1. de 2. de 3. het 4. de 5. de 6. het 7. het 8. de HORIZONTAAL 1. woorden waarmee je iets duidelijk en begrijpelijk maakt 2. hoe iets gebeurt of hoe je iets moet doen wijze, methode 3. plaats waar iets gemaakt of gedaan wordt om geld te verdienen onderneming 4. het helpen 5. datgene wat vastligt, waar je van uit moet gaan uitgangspunt 6. nummer dat uit een of meer cijfers bestaat 7. punt waarop twee of meer mensen, dieren of dingen van elkaar verschillen onderscheid 8. iemand die voor een ander werkt, in het huishouden, in een winkel of op kantoor VERTICAAL Het woord onder de pijl is:... De oplossing van het kruiswoordraadsel vind je op p. 15.

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 9 1 Zet de lettergrepen in de goede volgorde. 1. ke - uit - ring 1. de... 2. der - bei - ar 2. de... 3. in - tie - fla 3. de... 4. cij - dex - in - fer 4. het... 5. duct - pro 5. het... 6. beeld - voor - bij 6.... 2 Vul in : d of t. 1. het gel... de diens... 2. het broo... de maan... 3. de mark... het rech... 4. de klan... de overhei... 5. het frui... gezon... 3 Vul in: ei of ij. 1. het c...fer de overh...d de pr...s 2. de arb...der de kled... de gezondh...d 3. de st...ging het bedr...f de t...d 4. st...gen k...ken vergel...ken 5. str...den overschr...den kr...gen 4 Onderstreep de fout. Schrijf het woord correct. 1. de indeks het produkt 2. het sijfer de inflasie 3. de mart de wegewagter 4. de fabrik de bazis 5. de alkool de benzien

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 10 1 Maak een samenstelling. 1. koffie boon 1. de... 2. markt plaats 2. de... 3. wegen wachter 3. de... 4.. spil index 4. de... 5. index cijfer 5. het... 6. basis jaar 6. het... 2 Wat past bij elkaar? 1. in- dex 1. de... 2. uit- kering 2. de... 3. over- heid 3. de... 4. ver- schil 4. het... 5. ge- tal 5. het... 6. pro- duct 6. het... 3 Wat past bij elkaar? 1. groen -te 1. de... 2. win -ter 2. de... 3. wo -ning 3. de... 4. ben -zine 4. de... 5. infla -tie 5. de... 6. pak -je 6. het... 4 Zoek het meervoud in de tekst. 1. één product meer... 2. één belasting meer... 3. één koffieboon meer... 4. één baas meer... 5. één prijs meer... 6. één arbeider meer...

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 11 1 Schrijf de woorden van elkaar. Plaats hoofdletters en leestekens. 1. watisdeindex 2. hetindexcijferisgestegenisdandeuitleg 3. prijzenhebbentemakenmetdemarkt 4. alsergenoegvanietsisishetgoedkoop 5. fabriekendiekoffiemalenenverpakkenhebbenzomeerkosten 6. Datzijnbijvoorbeelddeprijzenvanbroodgasbenzinekledijhuurtabakdebusnaarde filmgaandehulpvandewegenwachter 2 Maak met de zinsdelen een zin. 1. meer dan ons loon / soms / de prijzen / stijgen 2. dan / alles wordt duurder / zeggen / we 3. is / waard / ons geld / minder 4. de stijging van de lonen / een reden / is daarvoor 5. aan de werknemers / bazen / meer geld / geven 6. halen / dat geld / ergens / moeten / ze

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 12 1 Zet de zinnen in een logische volgorde. De eerste zin is vet gedrukt. Probeer zonder in de tekst te kijken. - Toch zijn de prijzen gestegen. - U verdient niet meer dan vorig jaar. - U hebt meer geld nodig. - U kan dus minder kopen. 1. 2. 3. 4. - Maar dat mag niet te vaak gebeuren. - Elke stijging zorgt eigenlijk voor een andere stijging. - Anders zijn de prijzen niet meer te stoppen. - En dan kan het land bankroet gaan. 1. 2. 3. 4.

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 13 1 Schrijven. Laat je leiden door de vraagjes. Wat leerde je uit het artikel? Wat wist je al? Vind je artikels over economie en financiën interessant? Waarom wel/niet?...

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 14

Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 15 Oplossing kruiswoordraadsel. 1. de u i t l e g 2. de m a n i e r 3. het b e d r ij f 4. de h u l p 5. de b a s i s 6. het g e t a l 7. het v e r s c h i l 8. de b e d i e n d e