1.0 Kracht

Vergelijkbare documenten
1.0 Kracht

Samenvatting Natuurkunde Natuurkunde Samenvatting NOVA 3 vwo

3HV H1 Krachten.notebook September 22, krachten. Krachten Hoofdstuk 1

krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

krachten kun je voorstellen door een vector (pijl) deze wordt op schaal getekend en heeft: Als de vector 5 cm is dan is de kracht hier 50 N

Samenvatting Natuurkunde 1. Kracht en Evenwicht

eenvoudig rekenen met een krachtenschaal.

Leerstofvragen. 1 Welke twee effecten kunnen krachten hebben op voorwerpen? 2 Noem 3 Soorten krachten

Samenvatting Natuurkunde Kracht

Deel 3: Krachten. 3.1 De grootheid kracht Soorten krachten

Deel 4: Krachten. 4.1 De grootheid kracht Soorten krachten

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Suggesties voor demo s krachten

Lessen in Krachten. Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege

MBO College Hilversum. Afdeling Media. Hans Minjon Versie 2

Naam: Repetitie krachten 1 t/m 5 3 HAVO. OPGAVE 1 Je tekent een 8 cm lange pijl bij een schaal van 3 N 5 cm. Hoe groot is de kracht?

3 havo krachten. Saskia Franken. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Practicumverslag ingeleverd op

Naam van de kracht: Uitleg: Afkorting: Spierkracht De kracht die wordt uitgeoefend door spieren van de mens. F spier

Proef 1 krachtversterking voelen (1)

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Begripsvragen: kracht en krachtmoment

Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten

Krachten (4VWO)

Oefentoets krachten 3V

1 Krachten. Krachten om je heen. Nova. Leerstof. Toepassing

Veerkracht. Leerplandoelen. Belangrijke formule: Wet van Hooke:

4 Kracht en beweging. 4.1 Krachten. 1 B zwaartekracht Op het hoogste punt lijk je gewichtloos te zijn, maar de zwaartekracht werkt altijd op je.

Hoofdstuk 1. 1 Krachten. Kracht en evenvvicht. Leerstof. Toepassing. 4 a elastisch; spierkracht b plastisch; spierkracht. 5 a spierkracht b veerkracht

Naam: Klas: Practicum veerconstante

Verslag Natuurkunde De uitrekking van veren

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Hoofdstuk 8 Krachten in evenwicht. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

1 e jaar 2 e graad (1uur)

7 Krachten. 7.1 Verschillende krachten

1 Inleiding van krachten

Proef Natuurkunde Massa en zwaartekracht; veerconstante

Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47. Inleiding

Module B: Wie kan het raam hebben geforceerd?

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen Momenten R.H.M.

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Er zijn 3 soorten hefbomen. Alles hangt af van de positie van het steunpunt, de last en de inspanning ten opzichte van elkaar.

Als je een steen loslaat, valt die niet omhoog maar altijd omlaag. Hoe komt dat?

Samenvatting Techniek H3 Hefbomen

Inleiding kracht en energie 3hv

3.1 Krachten en hun eigenschappen

VMBO-k DEEL WERKBOEK. nask 1

2.0 Beweging

2. Bereken elk moment in de volgende drie tekeningen. Geef ook aan of het moment linksdraaiend of rechtsdraaiend is.

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

jaar: 1990 nummer: 06

Nova. Uitgeverij Malmberg. H1 Krachten. 1 Krachten

Theorie: Het maken van een verslag (Herhaling klas 2)

Werkwijzers. 1 Wetenschappelijke methode 2 Practicumverslag 3 Formules 4 Tabellen en grafieken 5 Rechtevenredigheid 6 Op zijn kop optellen

Het berekenen van de componenten: Gebruik maken van sinus, cosinus, tangens en/of de stelling van Pythagoras. Zie: Rekenen met vectoren.

Examen VMBO-GL en TL

Werkblad 1 - Thema 14 (NIVEAU GEVORDERD)

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

Kracht en Energie Inhoud

VMBO-KGT HANDBOEK. nask 1

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

1 Krachten. Toepassing

STC-GROUP. Natuurkunde-1 Opdrachten STC-GROUP bakker (bk) k.bakker opdrachten natuurkunde Algemene Operationele Techniek Leerjaar 1 Juli 2014

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

Proefopstelling Tekening van je opstelling en beschrijving van de uitvoering van de proef.

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

NST VERSLAG 3.1 tm 3.7

3.5 t/m 3.7 ΟΣ ΜΟΙ ΠΟΥ ΣΤΩ ΚΑΙ ΚΙΝΩ ΤΗΝ ΓΗΝ 1

KRACHTEN HAVO. Luchtwrijving Schuifwrijving Helling

2 UUR LEERWERKBOEK IMPULS. L. De Valck. J.M. Gantois M. Jespers F. Peeters ISBN :08. IPUL12W cover.

Examen VMBO-BB. natuur- en scheikunde 1 CSE BB. tijdvak 1 maandag 18 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examentraining Leerlingmateriaal

Samenvatting NaSk Hoofdstuk t/m 4.5

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni TIJD: uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen.

Kracht en Beweging. Intro. Newton. Theorie even denken. Lesbrief 4

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

VMBO-GT DEEL WERKBOEK. nask 1

natuurkunde havo 2018-II

Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden?

Werkblad 3 Krachten - Thema 14 (niveau basis)

Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

Wisselwerking en Beweging 2 Energie en Beweging

MENS & NATUUR. Wat heb je nodig? De balansstok Meerdere gewichtjes met een ophanghaakje Een ophanghaakje aan het plafond.

Voortgangstoets NAT 5 HAVO week 6 SUCCES!!!

OEFENEN SNELHEID EN KRACHTEN VWO 3 Na Swa

Inlage. Balans & evenwicht

Sheets inleiding ontwerpen

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1

Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA)

Krachten, spieren en modellen. Project V3

Arbeid & Energie. Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be. Assistent: Erik Lambrechts

VMBO-B. VWO-gymnasium DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1

An analytical algebraic approach to determining differences in oscillation data between observed, computed and simulated environments

Transcriptie:

1.0 Kracht www.natuurkundecompact.nl 1.1 Oorzaak en gevolg 1.2 De zwaartekracht 1.3 De veer 1.4 Hefbomen - Krachten - Sporen van krachten 1

1.1 Oorzaak en gevolg www.natuurkundecompact.nl Zichtbaar en onzichtbaar Net als de hoofdpersoon in The Invisible Man van H.G. Wells zijn krachten onzichtbaar, maar laten ze wel zichtbare sporen na, te weten vormveranderingen en snelheidsveranderingen. onzichtbare oorzaak zichtbare gevolgen kracht vormverandering plastische vervorming Bedenk enkele voorbeelden. snelheidsverandering elastische vervorming versnelde beweging vertraagde beweging Krachtvoorstelling The Invisible Man wordt zichtbaar als hij zijn kleren aantrekt. Een kracht wordt zichtbaar als we er een pijl op plakken. Pijl (vector) Aangrijpingspunt Richting Grootte Schaal kiezen De newton N is de eenheid van kracht. In de volgende paragraaf volgt een voorlopige definitie. Krachten optellen De nettokracht F netto op een voorwerp is gelijk aan de som van alle krachten die op dat voorwerp werken. Bij het optellen van krachten bepaalt de richting van die krachten of we gaan rekenen of tekenen. Krachten met dezelfde richting rekenen F netto F1 F2 ( optellen ) Krachten met tegengestelde richting rekenen F netto F1 F2 ( aftrekken ) Krachten met verschillende richting tekenen (staart-staart- of kop-staartmethode) Demo s: Harde pingpongbal op de grond laten stuiteren. Zachte bal klei of stopverf op de grond gooien. Links: youtube/the invisible man trailer walter-fendt/krachtenoptellen youtube/golfbal tegen stalen plaat members.home/paulwagemakers/krachten optellen youtube/voetbal in gezicht kpn/ouwerkerk/rivier oversteken 2

Opgaven www.natuurkundecompact.nl 1 Op een voorwerp werkt een kracht. Noem de twee belangrijkste gevolgen die dit voor het voorwerp kan hebben. 2 Een voorwerp wordt vervormd, doordat er een kracht op werkt. a. Wanneer noem je zo n vervorming elastisch? Geef twee voorbeelden. b. Wanneer noem je zo n vervorming plastisch? Geef twee voorbeelden. 3 Bereken de grootte van de nettokracht op het blok en geef aan of hij naar links of naar rechts werkt. 4 Hieronder werken steeds twee krachten op een voorwerp. a. Teken de nettokracht. b. Bepaal de grootte van de nettokracht met behulp van een zelfgekozen krachtschaal. 15 N A 100 N 20 N B C 0,50 N 400 N D E 5 Een schip wordt gesleept door twee sleepboten die elk een kracht van 4000 N uitoefenen. Bepaal met de tekening hiernaast de grootte van de kracht waarmee het schip vooruit wordt getrokken. Hint: kies een handige krachtschaal. 6 De auto van Dennis vliegt uit de bocht. Om hem weer de weg op te trekken, spant hij een kabel tussen zijn auto en een boom. Als hij de kabel met een kracht van 600 N opzij trekt, komt de auto in beweging. Bepaal met de tekening hiernaast de grootte van de kracht die Dennis en de boom samen op de auto uitoefenen. Hint: kies een handige krachtschaal. 3

1.2 De zwaartekracht www.natuurkundecompact.nl Zwaartekracht F z De kracht waarmee de aarde aan een voorwerp trekt. Newton N Met behulp van de zwaartekracht kunnen we hier een voorlopige definitie van de eenheid van kracht, de newton N, geven. (voorlopige definitie newton N) Gewicht G De kracht die een voorwerp uitoefent óf op het vlak waarop het staat, óf op het koord waaraan het hangt. Als een voorwerp in rust is, is het gewicht vaak gelijk aan de zwaartekracht. Zwaartepunt Z Het schijnbare aangrijpingspunt van de zwaartekracht. Komt overeen met het massamiddelpunt dat bij homogene voorwerpen weer overeen komt met het meetkundig middelpunt. Zwaartepunt bepalen Als een voorwerp in rust is, bevindt het zwaartepunt Z zich óf boven het steunvlak of steunpunt S, óf onder het ophangpunt O. Alleen zo kan de veerkracht F v van het vlak of het koord de zwaartekracht F z volledig uitschakelen. Stabiliteit vergroten - steunvlak vergroten - zwaartepunt verlagen Demo s: Newton s apple (definitie newton N) Veerunster ijken met 100 gram Koorddansende appel Vogel die vliegt zonder te vliegen Bezem en de Magic hands Karton Australië Links: newscientist/newtons apple the real story wikipedia/wiki/man on Wire design-simulation/van kg naar N youtube/nik Wallenda tightrope walk NiagaraFalls youtube/fosbury flop 4

Opgaven www.natuurkundecompact.nl 1 Als de slager je 1 ons ham overhandigt, gaat er een kracht van 1 N op je hand werken. Leg dit uit. 2 Omdat de newton best een lastige eenheid is, roepen we het dierenrijk nogal eens te hulp als we een kracht willen omschrijven. Geef enkele voorbeelden. 3 Hoe groot is de zwaartekracht op: a. Een zak snoep van 450 gram? b. Een grindtegel van 12,5 kg? c. Een zware vrachtwagen van 40 ton? 4 Meestal zijn de zwaartekracht op en het gewicht van een voorwerp gelijk. Geef een situatie waarbij dat niet het geval is. 5 Op Mars is de zwaartekracht ongeveer 2,5 keer zo groot als op aarde. Een robotwagentje dat daar in het verleden bodemonderzoek deed, had op aarde een massa van 11 kg. a. Wat was het gewicht van het wagentje op aarde? b. Wat is de massa ervan op Mars? c. Wat is het gewicht op Mars? 6 a. Wat bedoelt men met het zwaartepunt van een voorwerp? b. Hoe kun je het zwaartepunt van een regelmatig homogeen voorwerp bepalen? 7 De eenvoudige wijnfleshouder hiernaast bestaat uit een schuin afgezaagd plankje met een gat erin. a. Welke drie punten op de fles zouden wel eens het zwaartepunt kunnen zijn en waarom denk je dat? b. Welk van de drie is het zwaartepunt en hoe controleer je dat? 8 Op welke twee manieren kun je het zwaartepunt van een onregelmatig voorwerp bepalen? 9 a. Op welke twee manieren kun je de stabiliteit van een voorwerp vergroten? b. Hoe passen vechtsporters deze twee manieren toe? 10 Teken naast elkaar drie pakken melk: een leeg pak (A), een halfvol pak (B) en een vol pak (C). a. Geef het zwaartepunt van elk pak in de tekening aan. b. Welk pak is het stabielst en waarom? c. Welk pak is het minst stabiel en waarom? 11 Drie homogene blokken A, B en C zijn op een schuine helling geplaatst. Gebruik de tekening hiernaast om te laten zien, welke blokken er zullen gaan kantelen en welke niet. 12 Waarom krullen hoogspringers en polsstokhoogspringers tijdens de sprong hun lichaam als een omgekeerde U om de lat? 5

1.3 De veer www.natuurkundecompact.nl In paragraaf 1.1 koppelden we krachten aan vorm- en snelheidsveranderingen. In deze paragraaf richten we ons op vormveranderingen. Snelheidsveranderingen komen pas in het volgende hoofdstuk aan de orde. Krachten opvangen Vormveranderingen worden gebruikt om krachten (klappen) op te vangen. Bij de veer zijn ze elastisch en waardoor de vorm zich na elke klap herstelt. Krachten meten Vormveranderingen worden ook gebruikt om krachten te meten. De veerunster bevat hiertoe een veer die geijkt is met behulp van een aantal bekende krachten. Rechtevenredigheid phet.colorado.edu/veer Dit is een zeer belangrijke relatie als we het verband tussen twee verschillende grootheden willen beschrijven. Ter nadere kennismaking onderzoeken we bij practicum 1.3 het verband tussen de kracht F op en de uitrekking u van een veer. Hebben we de meetresultaten eenmaal in een tabel en grafiek gezet, dan kunnen de drie kenmerken van een rechtevenredige relatie ons niet meer ontgaan. Als geldt dan geldt en omgekeerd. De rechtevenredige relatie is heel bruikbaar, omdat: - de rechte lijn door de oorsprong de relatie direct zichtbaar maakt, - de constante verhouding direct een formule oplevert. Zie WW 5. Bij de veer is de verhouding tussen F en u is een maat voor de stugheid. Omdat hij constant is, wordt hij echter de veerconstante C genoemd. Definitie van de stugheid veerconstante C De veerconstante C van een veer stellen we gelijk aan de kracht F die nodig is om een afgesproken uitrekking u (1 cm) aan die veer te geven. Berekenen: 1. De F(u) grafiek is een rechte lijn door de oorsprong. (liniaal) 2. Als F 2 keer zo groot wordt, dan wordt u ook 2 keer zo groot. (verhoudingstabel) F 3. De verhouding tussen F en u is constant: constant. u (formule) F C DEF u F is rechtevenredig met u (Wet van Hooke en definitie veerconstante C) met F u C N cm N cm eenheid van C eenheid van F u N cm N cm Hoe je ook weer met formules werkt, vind je in WW 3. Practicum 1.3 6

Opgaven www.natuurkundecompact.nl 1 De kracht (F) en de uitrekking (u) van een veer zijn rechtevenredig met elkaar. Welke drie uitspraken kun je over F en u doen? 2 Noem drie voorbeelden van telkens twee grootheden die rechtevenredig met elkaar zijn. 3 Een veer rekt 4 cm uit als je er een kracht van 5 N op uitoefent. a. Hoe groot is de veerconstante van deze veer? b. Hoeveel rekt deze veer uit als je er een kracht van 8,5 N op uitoefent? 4 Koen en Dennis testen hun spierkracht met een expander. Ze rekken hem beiden zover uit dat hun armen volledig gestrekt zijn. Koen heeft daar meer kracht voor nodig dan Dennis. Verklaar dit. 5 Een veer met een veerconstante van 0,4 N/cm is 12 cm lang als er niets aan hangt. Bereken de lengte van deze veer als je er een kracht van 2,5 N op uitoefent. 6 Barry heeft twee dezelfde veren en een gewichtje van 500 g. Als hij het gewichtje aan een veer hangt, rekt die veer 3,0 cm uit. a. Barry hangt de twee veren naast elkaar en bevestigt het gewichtje aan beide veren. Hoeveel rekt elke veer uit? b. Barry hangt de twee veren onder elkaar en bevestigt het gewichtje aan de onderste veer. Hoeveel rekt elke veer nu uit? 7 Als je een blokje van 50 g aan een veer hangt, rekt hij 8 cm uit. Vince rekt de veer 20 cm uit. Bereken met welke kracht hij aan de veer moet trekken. 8 Veer A heeft een veerconstante van 0,16 N/cm, veer B van 12 N/m. Welke veer is het stugst en waarom? 9 Een veer met een veerconstante van 2,5 N/cm wordt 35 cm lang als er met een kracht van 15 N aan getrokken wordt. Bereken hoelang hij was toen er nog niet aan getrokken werd. 10 Donna meet het verband tussen de kracht op en de uitrekking van een veer. Haar metingen vind je in de tabel hieronder. a. Teken hiernaast de grafiek van haar metingen. Lees WW 4 Tabellen en grafieken. F(N) u(cm) 0 0 0,5 3,0 1,0 5,4 1,5 7,2 2,0 10,8 2,5 12,6 3,0 15,0 b. Bepaal de veerconstante met behulp van je gemiddelde lijn. 7

1.4 Hefbomen www.natuurkundecompact.nl We kunnen een kleine kracht op drie manieren helpen een grote kracht te overwinnen: - met een hellend vlak - met een katrol - met een hefboom (als de kleine kracht maar aan het langste eind trekt) Deze paragraaf behandelt de hefboom. Hefboomwet met krachten Archimedes: Geef mij een punt en ik zal de aarde bewegen! Bij een hefboom zie je altijd: - Een draaipunt P waar de hefboom om draait. - Twee krachten F 1 en F 2 die de hefboom in tegengestelde richting willen laten draaien. - Twee armen d 1 en d 2 tussen de twee krachten en het draaipunt. Hefboomwet met aantallen gewichtjes n 1 d1 n2 d2 Hefboomwet met massa s m 1 d1 m2 d2 Hefbomen Enkele: Het breekijzer, de flesopener, de deurklink, het fietsstuur, de kruiwagen, de ophaalbrug, je arm, je been, je tegenstander bij diverse vechtsporten (stoot- en werptechnieken). Dubbele: Alle scharen en tangen, de wasknijper, je armen, je benen bij diverse vechtsporten (klemtechnieken). schooltv.nl/hefbomen01 schooltv.nl/hefbomen02 haycap.nl/hefboom phet.colorado.edu/hefboom Practicum 1.4 8

Opgaven www.natuurkundecompact.nl 1 a. Noem drie voorbeelden van een enkele hefboom. b. Noem drie voorbeelden van een dubbele hefboom. 2 a. Noem twee vechtsporten waarbij veel hefboomtechnieken worden toegepast. b. Noem twee van deze hefboomtechnieken en vertel erbij waar het draaipunt zich bevindt. 3 In de speeltuin zitten Lincy en Donna op de wip. Lincy weegt 36 kg en zit 3,1 m van het draaipunt. a. Bereken waar Donna met haar 42 kg zit. Vince wipt met Barry. Vince zit op 2,4 m van het draaipunt en Barry op 2,8 m. b. Bereken hoeveel kg Vince weegt, als de massa van Barry 38 kg is. 4 De mobile hieronder is keurig in evenwicht. De massa van de stokjes en de draden is te verwaarlozen. De massa van de maan is 12 g. a. Bereken de massa van de aarde. b. Bereken de massa van de zon. 5 Koen experimenteert met een hefboom met draaipunt P. Hij gebruikt daarbij een doos met gewichtjes van 50 g. In de situatie hieronder is er duidelijk nog geen evenwicht. a. Bereken hoeveel gewichtjes Koen bij het vraagteken moet ophangen om de hefboom wel in evenwicht te krijgen. b. Hoeveel gram is dat? 6 Barry wil met een van de tangen hieronder een stuk ijzerdraad doorknippen. De belangrijkste afstanden zijn in cm aangegeven. De maximale kracht F die hij op de handvatten kan uitoefenen is 300 N. Bereken hoeveel kracht elke tang maximaal op beide kanten van de draad kan uitoefenen. 7 Hiernaast wordt een spijker met een klauwhamer uit een plank getrokken. De spierkracht op de hamer is 50 N. Het draaipunt van de hamer ligt bij D. Bereken de kracht die de spijker op de hamer uitoefent. 9 Lees verder

8 Hiernaast probeert Dennis een kast op te tillen. Als hij er een stok onder steekt, heeft hij een kracht van 160 N nodig om hem aan een kant op te tillen. a. Bereken de kracht die de kast dan op de stok uitoefent. Hint: Ga na, waar het draaipunt van de stok zit. b. Hoeveel kg weegt de kast? 9 Hiernaast houdt Vince een kogel van 12 kg vast. a. Bereken de kracht die zijn biceps op zijn onderarm uitoefent. Hint: Ga na, waar het draaipunt van de onderarm zit. Barry heeft dezelfde lichaamsbouw als Vince, maar de aanhechting van zijn pees ligt op 2,5 cm van zijn elleboog. b. Leg uit, wie het makkelijkst met zware gewichten kan trainen. 10 De plank hiernaast steekt 1,9 m over de kaderand uit. De massa van de plank is 3,0 kg en de lengte 5,0 m. De kat heeft een massa van 1,5 kg en loopt over de plank naar rechts. Bereken hoever de kat over de plank naar rechts kan lopen voordat deze begint te kantelen. Hint: Geef de twee hefboomkrachten die op de plank werken in de tekening aan. 11 Hiernaast is een plank met één spijker vast getimmerd op een kist. Om hem los te maken, kun je hem omhoog trekken of omlaag duwen. Leg uit, welke methode het minste kracht kost. Let op: het gewicht van de plank speelt geen rol van betekenis. 12 Hiernaast zitten Barry en zijn zus Donna (30 kg) met hun vader (70 kg) op een wip. Hun afstanden tot het draaipunt van de wip zijn aangegeven. Bereken de massa van Barry. 13 Hiernaast kunnen twee muntstukken van elk 6 g juist verhinderen, dat een liniaal kantelt. Bereken de massa van de liniaal. 10