Power Systems. De Advanced System Management Interface IBM



Vergelijkbare documenten
Power Systems. Voorbereiding van de installatielocatie IBM

Power Systems. Live Partition Mobility

Power Systems. Live Partition Mobility IBM

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Installatie. NETGEAR ac Wireless Access Point WAC120. Inhoud van de verpakking

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

CAP1300 Beknopte installatiehandleiding

Vigor V2.0. Voor een uitgebreidere handleiding kijk op e- mail:

NetVista N2200w, Thin Client voor Windows Based Terminal Standard 1.5 Naslaginformatie April 2000

Firmware Upgrade Utility

Stap Sluit de kabel vanaf uw modem aan op de Modem-aansluiting van uw router. (u herkent het juiste poortje aan de blauwe kleur)

BIPAC 7402G g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids

HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies

BIPAC-5100 / 5100W. (Draadloze) ADSL Router. Snelle Start Gids

Controlelijst bij het uitpakken

BIPAC 7100SG/7100G g ADSL Router. Snelle Start Gids

Het lokale netwerk configureren

BIPAC 7100SV VoIP ADSL Modem/Router

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

BIPAC-711C2 / 710C2. ADSL Modem / Router. Snelle Start Gids

Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 8 en Windows 8.1 automatisch de driver heeft geüpdatet.

EnGenius Snelle Installatie Gids

1 INTRODUCTIE SYSTEEMVEREISTEN Minimum Vereisten Aanbevolen Vereisten...7

GEAVANCEERDE NETWERK BEWAKING- EN KOEPELCAMERA

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter

BUITEN IR-NETWERKCAMERA Serie

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC201 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps

Boutronic. MSSQL Express server voor Log functie. >> Installatie handleiding << 2 april 2012, versie 1.0d

BIPAC 5102 / 5102S / 5102G

Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003

Internethandleiding Voor het verbinden met internet vanuit een SSHN-complex

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze )ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Snelle Start Gids

ii LotusLive beheren

Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows Vista en Windows 7 automatisch de driver heeft geüpdatet.

Geheugenmodules. Artikelnummer van document: In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u geheugen in de computer kunt vervangen en upgraden.

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Installatie & Ondersteuning. Zyxel router

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware installatie. LC202 Sweex Powerline Ethernet Adapter 200 Mbps

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Power Systems. Hardware Management Console installeren en configureren

Firmware Upgrade. Upgrade Utility (Router Tools)

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

BENQ_ESG103QG_DU.book Page i Tuesday, July 30, :05 PM. Inhoudsopgave

BiGuard 2. ibusiness Security Gateway Home-Office. Startgids

Gebruikersveiligheid. Veiligheid bij het gebruik van elektriciteit. Phaser 7750-kleurenlaserprinter

IP VIDEOFOON 2 draads SNEL AAN DE SLAG

Software-updates Gebruikershandleiding

BIPAC-7100S / ADSL Modem/Router. Snelle Start Gids

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Schakel in Windows 10 automatische driver update uit : Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 10 automatisch de driver heeft geüpdatet.

Installatie. NETGEAR ac Wireless Access Point WAC120. Inhoud van de verpakking

Configuratie handleiding Gigaset SE505. Omschakelen naar de Nederlandse Taal. Overzicht van de stappen voor de installatie

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding

Installatiehandleiding

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter

Power Systems. De Hardware Management Console installeren

INSTALLATIE VAN DE BelD KAARTLEZER

Nederlandse versie. Inleiding. Installatie Windows 2000 en XP. LW058 Sweex Wireless LAN USB 2.0 Adapter 54 Mbps

Configuratie Siemens SE565 SurfSnelADSL (connected by BBned) Controleren van de aansluiting. Toegang tot de router. De Siemens SE565 configureren

LotusLive. LotusLive Handleiding voor de beheerder

Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding

Installatiehandleiding software

Configuratie Siemens SE565 Flits ADSL (connected by BBned) Controleren van de aansluiting. Toegang tot de router. De Siemens SE565 configureren

1. Controleren van de aansluiting op de splitter

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

4 Installatie van het stuurprogramma

ZoneFlex n Point to Point Wireless Bridge Handleiding

Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

myguard 7202 / 7202G (802.11g) Security ADSL2+ Router Snelle Start Gids

ipact Installatiehandleiding CopperJet 816-2P / P Router

Power Systems. Plaatsing van PCI-adapters voor de 8246-L1C, 8246-L1D, 8246-L1S, 8246-L1T, 8246-L2C, 8246-L2D, 8246-L2S, of 8246-L2T

Om de smartlogger direct de benaderen heb je een Straight Cable (standaard netwerk kabel) nodig.

LW057 SWEEX WIRELESS LAN PCI CARD 54 MBPS. Windows zal het apparaat automatisch detecteren en het volgende venster weergeven.

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter

Remote Powercontrol for TCP/IP networks

IBM Security Access Manager for Enterprise Single Sign- On Versie Handleiding SC

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION W5000

EWS2910P-Kit-300. Quick Installation Guide

Nederlandse versie. Inleiding. Hardware Installatie. Installatie Windows 2000 en XP. PU007V2 Sweex PCI-kaart met 1 parallelle & 2 seriële poorten

Instellingen voor de C100BRS4 met Chello kabel Internet.

TW100-S4W1CA Breedband Router (met 4-Poort Schakelaar) Snelle Installatie Gids

Optibel Breedband Telefonie Installatie- en Gebruikershandleiding

Opbouwen van netwerkverbinding met HCS3000

Transcriptie:

Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM

Power Systems De Adanced System Management Interface beheren IBM

Opmerking Lees, oordat u deze informatie en het product gebruikt, eerst de informatie in Veiligheidsoorschriften op pagina ii, Kennisgeingen op pagina 65, de handleiding IBM Systems Safety Notices, G229-9054 en de IBM Enironmental Notices and User Guide, Z125 5823. Deze uitgae is an toepassing op IBM Power Systems serers die zijn uitgerust met een POWER8-processor en alle bijbehorende modellen. Copyright IBM Nederland B.V. 2014, 2015. Copyright IBM Corporation 2014, 2015.

Inhoudsopgae Veiligheidsoorschriften............................ ii De Adanced System Management Interface beheren................ 1 Nieuwe items in De ASMI beheren............................ 1 Instellen an en toegang tot de ASMI........................... 2 ASMI-ereisten................................. 2 Toegang tot de ASMI met de HMC........................... 2 Toegang tot de ASMI zonder een HMC......................... 3 De serer erbinden met een PC of notebookcomputer................... 3 Toegang tot de ASMI met een PC of notebook en een webbrowser.............. 3 Het IP-adres instellen op uw PC of notebookcomputer.................. 6 Een systeem dat in een AIX of Linux draait, aansluiten op een werkstation............ 8 Toegang tot de ASMI ia een ASCII-terminal..................... 8 Toegang tot de grafische console......................... 10 De netoeding an het systeem regelen ia het bedieningspaneel................ 10 Een systeem starten dat niet wordt beheerd door een HMC................. 10 Een systeem stoppen dat niet wordt beheerd door een HMC................. 10 Een DPO (delayed power off) starten......................... 10 Een FPO (fast power off) starten.......................... 11 Netoeding an het systeem regelen met de ASMI..................... 11 Systeem aan- en uitzetten............................. 11 Automatisch herstarten instellen.......................... 13 Onmiddellijk uitschakelen............................ 14 Een opstartprocedure oor het systeem uitoeren..................... 14 ASMI-machtigingsnieaus............................. 15 ASMI-aanmeldbeperkingen............................. 16 ASMI-aanmeldingsprofiel instellen.......................... 16 ASMI-wachtwoorden wijzigen........................... 16 ASMI-aanmeldingsaudits terughalen......................... 17 Beleid oor gebruikerstoegang bekijken........................ 17 Standaardtaal wijzigen oor de ASMI........................ 17 Geïnstalleerde talen bijwerken........................... 18 De serer beheren met behulp an de ASMI........................ 18 Systeemgegeens bekijken............................. 18 VPD (Vital Product Data) bekijken.......................... 18 Permanente opslag bekijken............................ 19 Het bestandssysteem bekijken........................... 19 SPCN-traceergegeens bekijken........................... 19 Voortgangsindicatie an orige opstartprocedure bekijken.................. 20 Historie oortgangsindicatie bekijken......................... 20 Real-time oortgangsindicatie bekijken........................ 21 Geheugengegeens bekijken............................ 21 Historie an firmwareonderhoud bekijken....................... 21 Geheugengegeens bekijken............................ 21 Systeemconfiguratie wijzigen............................ 22 Systeemnaam wijzigen.............................. 22 I/O-behuizingen configureren........................... 22 Datum en tijd wijzigen............................. 23 Het updatebeleid oor firmware bekijken op een System i-model............... 23 Het PCI-foutenbeleid wijzigen........................... 23 Bewaking configureren............................. 24 Het aantal HSL OptiConnect-erbindingen wijzigen.................... 24 De geheugentoewijzing wijzigen.......................... 25 Verbindingsgegeens oer de HMC erwijderen..................... 25 Virtuele I/O-aansluitingen configureren........................ 25 Copyright IBM Corp. 2014, 2015 iii

Virtuele I/O-connectiiteit beheren........................ 25 Ethernet-instellingen configureren.......................... 26 Configuratiegegeens oor irtuele Ethernet-switches.................. 26 Het maximumaantal irtuele Ethernet-switches instellen................. 26 De licentieoereenkomst oor firmware bekijken..................... 27 De drijende-kommatest uitoeren......................... 27 Configuratie an de Virtual Trusted Platform Module................... 27 Configuratie an de wheel-tijd oor erzenden an hyperisor................ 28 Configuratie an de PCIe-hardwaretopologie...................... 28 Configureren an de grootte an de hardwarepaginatabel.................. 28 Configureren an de hyperisor.......................... 28 Firmware configureren............................. 29 Geschatte corrosiesnelheden bekijken......................... 29 Consoletype selecteren.............................. 30 Voorspellende deallocatie an het geheugen (predictie memory deallocation) instellen........ 30 Frequentie en oltage instellen met behulp an het High Frequency-beleid............ 30 Hardware deconfigureren............................. 31 Deconfiguratiebeleid instellen.......................... 31 Oerzicht an de functie Field core oerride..................... 31 Processorconfiguratie wijzigen.......................... 34 Geheugenconfiguratie wijzigen.......................... 35 Configuratie an processoreenheid wijzigen..................... 36 Alle deconfiguratiefouten wissen......................... 37 VPD (Vital Product Data) programmeren....................... 37 Merk an het systeem instellen.......................... 38 Merknaam an het systeem instellen........................ 38 Systeem-ID's instellen............................. 39 Behuizingstype an het systeem instellen...................... 40 Serice-indicators wijzigen............................ 41 Attentie-indicator an het systeem uitschakelen.................... 41 Behuizingsindicator inschakelen......................... 41 Indicators per locatiecode wijzigen........................ 42 LED-test op het bedieningspaneel uitoeren..................... 42 Energiebeheer................................. 43 Het energieerbruik an serers instellen....................... 43 Power Saer bij inactiiteit instellen......................... 44 Parameters oor afstemming instellen........................ 44 Certificaatbeheer................................. 44 Opties oor betere prestaties instellen......................... 45 Grootte logische geheugenblok wijzigen........................ 45 De geheugenpagina's oor het systeem ergroten..................... 46 Netwerkserices configureren............................ 46 Netwerkinterfaces configureren........................... 46 Netwerktoegang configureren........................... 47 Uitgebreide serices gebruiken........................... 48 Foutopsporing in de irtuele tty.......................... 48 On-demand-functies gebruiken............................ 49 Capacity on Demand bestellen........................... 49 Capacity on Demand of PowerVM actieren met behulp an ASMI.............. 49 Sererfirmware heratten na actiering an CoD..................... 50 Capacity on Demand-opdrachten gebruiken...................... 50 Informatie oer CoD-resources bekijken........................ 50 Functies oor onderhoud zonder interruptie gebruiken.................... 51 Het bedieningspaneel gereedmaken oor POWER8-systemen................. 51 De RTC-batterij oorbereiden........................... 52 DVD-stuurprogramma.............................. 52 ASMI-sericehulpmiddelmenu's bekijken en aanpassen.................... 53 Fouten- en eentlogboeken afbeelden......................... 53 Detectie op seriële poorten inschakelen........................ 54 De ASMI gebruiken oor het uitoeren an een systeemdump................ 55 De ASMI gebruiken oor het uitoeren an een sericeprocessordump............. 56 i Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Partitiedump starten.............................. 57 De prestatiedump starten............................. 57 Een resourcedump uitoeren........................... 58 Een systeempoort configureren oor Sericenummer bellen/inbellen.............. 58 Beleid oor call-home (sericenummer bellen) configureren................. 59 De sericeprocessor herstarten........................... 60 Warme herstart (soft reset) an de sericeprocessor.................... 60 Fabrieksinstellingen an de serer herstellen...................... 60 Opdrachten oor sericeprocessor opgeen....................... 62 Resources bekijken die zijn gedeconfigureerd met de bewakingsfunctie............. 62 Inschakelen an de USB-sericefuncties........................ 62 Sericeprocessorfailoer starten........................... 63 Problemen bij de toegang tot de ASMI oplossen....................... 63 Kennisgeingen................................ 65 Priacy-oerwegingen................................ 66 Merken..................................... 67 Elektronische emissie................................ 67 Kennisgeingen Klasse A.............................. 67 Kennisgeingen Klasse B.............................. 71 Voorwaarden en bepalingen.............................. 74 Inhoudsopgae

i Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Veiligheidsoorschriften Veiligheidsoorschriften kunnen oeral in deze handleiding oorkomen: Kennisgeingen an het type GEVAAR ragen aandacht oor een situatie die leensgeaarlijk of extreem geaarlijk is oor personen. Kennisgeingen an het type WAARSCHUWING ragen aandacht oor een situatie die geaarlijk is oor personen anwege bepaalde omstandigheden. Kennisgeingen an het type Attentie geen aan dat er schade kan ontstaan aan een programma, een apparaat of gegeens. Wereldwijde eiligheidsinformatie In sommige landen is ereist dat de eiligheidsoorschriften in de publicaties bij een product worden aangeboden in de taal of talen an dat land. Indien deze eis in uw land geldt, zijn er eiligheidsoorschriften opgenomen in het publicatiepakket (bijoorbeeld in de gedrukte documentatie, op de DVD of als onderdeel an het product) dat bij het product wordt geleerd. De documentatie beat eiligheidsoorschriften in uw taal, met erwijzingen naar de Engelse bron waaruit ze afkomstig zijn. Voordat u een Engelstalige publicatie gebruikt oor het installeren, gebruiken of onderhouden an dit product, dient u zich eerst op de hoogte te stellen an de bijbehorende eiligheidsoorschriften in de documentatie. Raadpleeg de documentatie ook als u de eiligheidsoorschriften in de Engelstalige publicaties niet geheel begrijpt. Verangende of extra exemplaren an de documentatie met eiligheidsoorschriften kunt u erkrijgen door te bellen met de IBM Hotline op 1-800-300-8751. Duitse eiligheidsoorschriften Das Produkt ist nicht für den Einsatz an Bildschirmarbeitsplätzen im Sinne 2 der Bildschirmarbeitserordnung geeignet. Veiligheidsinformatie oor lasers IBM -serers kunnen uitgerust zijn met op glasezels gebaseerde I/O-kaarten of oorzieningen die gebruik maken an lasers of LED's. Kennisgeing oor lasers IBM-serers zijn mogelijk geïnstalleerd binnen of buiten een rek oor IT-apparatuur. Copyright IBM Corp. 2014, 2015 ii

Geaar! Als u aan of in de buurt an het systeem werkt, neem dan de olgende oorzorgsmaatregelen in acht: Elektrische spanning en stroom an lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is geaarlijk. Ter oorkoming an een elektrische schok: Als IBM de netsnoeren heeft geleerd, sluit deze eenheid dan uitsluitend met behulp an het door IBM geleerde oedingssnoer aan op de oedingsbron. Gebruik het door IBM erstrekte snoer niet oor andere producten. Maak de oedingseenheid niet open en oer er geen onderhoud aan uit. Sluit tijdens onweer geen kabels aan en oer tijdens onweer geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit. Mogelijk is het product uitgerust met meerdere oedingssnoeren. Om alle geaarlijke oltages te erwijderen, dient u alle oedingssnoeren los te koppelen. Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade en geaarde stopcontacten. Controleer of de stopcontacten een spanning en een fasefrequentie hebben die oereenkomt met hetgeen staat ermeld op het plaatje oor elektrische ereisten. Sluit alle apparatuur die op dit product wordt aangesloten aan op correct bedrade stopcontacten. Koppel en ontkoppel signaalkabels indien mogelijk met één hand. Zet nooit apparatuur aan wanneer u sporen an uur, water of fysieke beschadigingen ziet. Schakel de stroomoorziening naar deze machine pas in als u alle mogelijk oneilige situaties hebt gecorrigeerd. Er is mogelijk geaarlijke elektrische spanning aanwezig. Voer alle tijdens de installatieprocedures an het subsysteem aangegeen doorgangs-, aardings- en spanningsmetingen uit om eroor te zorgen dat de machine oldoet aan de eiligheidseisen. Staak de inspectie als er sprake is an oneilige situaties. Ontkoppel de aangesloten netsnoeren, telecommunicatiesystemen, netwerken en modems oordat u kleppen an de apparatuur opent, tenzij anders aangegeen in de installatie- en configuratieprocedures. Bij het installeren of erplaatsen an dit product of het openen an kleppen an dit product of aangesloten apparatuur dient u alle kabels aan te sluiten en te ontkoppelen zoals is aangegeen in de onderstaande tabel. Ontkoppelen: 1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeen). 2. Haal de stekkers uit het stopcontact. 3. Ontkoppel de signaalkabels an de aansluitingen. 4. Ontkoppel alle kabels an de apparaten. Aansluiten: 1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeen). 2. Sluit alle kabels aan op de apparaten. 3. Sluit de signaalkabels aan op de aansluitingen. 4. Steek de stekkers in het stopcontact. 5. Zet de apparaten aan. Er kunnen scherpe randen, hoeken en erbindingsstukken in en rond het systeem aanwezig zijn. Wees oorzichtig bij het omgaan met de apparatuur om te ermijden dat uw huid wordt gesneden, geschaafd, of gekneld. (D005) Geaar! iii Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Neem bij het werken aan of in de buurt an IT-reksystemen de olgende oorzorgsmaatregelen in acht: Zware apparatuur - Onjuiste behandeling kan leiden tot lichamelijk letsel of schade aan de apparatuur. Plaats de hoogteerstellingen an de rekbehuizing altijd in de laagste positie. Installeer de stabilisatiebeugels altijd op het rek. Om geaarlijke situaties ten geolge an ongelijke belasting te oorkomen, dient u de zwaarste apparatuur altijd zo laag mogelijk in de rekbehuizing te installeren. Begin de installatie an serers en optionele apparaten anaf de onderkant an de rekbehuizing. In een rek geïnstalleerde apparaten mogen niet worden gebruikt als planken of werkruimten. Plaats geen oorwerpen op apparaten die in een rek zijn geïnstalleerd. Vanuit elke rekbehuizing kan meer dan één netsnoer zijn aangesloten op een stopcontact. Als u tijdens het uitoeren an onderhoud instructie krijgt om de stekker uit het stopcontact te halen, dient u te controleren of u alle stekkers an de apparaten in de rekbehuizing uit het stopcontact hebt gehaald. De apparatuur in een rekbehuizing mag uitsluitend worden aangesloten op stroomoorzieningsapparatuur die zich in dezelfde rekbehuizing beindt. Sluit nooit het netsnoer an een apparaat in een rekbehuizing aan op een stroomoorzieningsapparaat in een andere rekbehuizing. Bij gebruik an een stopcontact met onjuiste bedrading kunnen de metalen gedeelten an het systeem, of an apparaten die op het systeem zijn aangesloten, onder een geaarlijke spanning komen te staan. Het is de erantwoordelijkheid an de klant om eroor te zorgen dat de bedrading en de aarding an het stopcontact in orde zijn, zodat elk risico an een elektrische schok wordt ermeden. WAARSCHUWING Installeer geen station in een rek als de interne temperatuur in het rek hoger zal zijn dan de door de fabrikant aanbeolen temperatuur oor alle in het rek gemonteerde apparaten. Installeer een eenheid niet in een rek als de luchtcirculatie belemmerd is. Let erop dat de luchtstroom aan de zij-, boen- en onderkant niet geblokkeerd raakt of gehinderd wordt. Er dient aandacht te worden besteed aan de aansluiting an de apparatuur aan het oedingscircuit, zodat oerbelasting an de circuits niet leidt tot aantasting an de bekabeling an de oeding of de oerbelastingsbeeiliging. Voor de juiste oedingsaansluiting an het rek raadpleegt u de labels op de apparatuur in het rek. (Voor schuifladen.) Trek geen lades of oorzieningen uit het rek en installeer ook geen lades of oorzieningen in het rek zolang de stabilisators niet aan het rek zijn beestigd. Schuif niet meer dan één lade tegelijk uit. Het rek kan instabiel worden als er meerdere lades tegelijk worden uitgeschoen. (Voor aste laden.) Deze lade zit ast en mag niet worden erplaatst oor onderhoud, tenzij anders aangegeen door de fabrikant. Wanneer wordt geprobeerd de lade geheel of gedeeltelijk uit het rek te trekken, kan het rek instabiel worden of kan de lade uit het rek allen. (R001) Veiligheidsoorschriften ix

Let op! Het erwijderen an componenten uit de boenste posities an de rekbehuizing beordert de stabiliteit an het rek tijdens het erplaatsen eran. Volg de onderstaande richtlijnen als u een geulde rekbehuizing binnen een kamer of een gebouw wilt erplaatsen. Haal apparatuur die kan worden erwijderd uit de rekbehuizing, beginnend anaf de boenkant. Herstel de configuratie an de rekbehuizing indien mogelijk naar de configuratie waarin u de rekbehuizing hebt ontangen. Als u niet weet hoe die configuratie was, houd u dan aan het olgende: Verwijder alle apparaten uit positie 32U (naleings-id RACK-001) of 22U (naleings-id RR001) en hoger. Controleer of de zwaarste apparatuur zo laag mogelijk in de rekbehuizing is geplaatst. Zorg dat er weinig tot geen lege U-nieaus aanwezig zijn tussen apparaten geïnstalleerd in de rekbehuizing onder nieau 32U (naleings-id RACK-001) of 22U (naleings-id ID RR001) tenzij dit oor de ontangen configuratie nadrukkelijk is toegestaan. Als de rekbehuizing die u erplaatst onderdeel is an een groep an rekbehuizingen, maakt u de rekbehuizing los an de groep. Als de rekbehuizing die u erplaatst, geleerd is met uitneembare stabilisatiesteunen, moeten deze opnieuw worden geïnstalleerd oordat de behuizing wordt erplaatst. Bekijk an teoren de route waarlangs u de rekbehuizing wilt erplaatsen en erwijder eentuele obstakels of items die anderszins geaar kunnen opleeren. Controleer of de route die u hebt gekozen geschikt is om het gewicht an de geulde rekbehuizing te dragen. Raadpleeg de documentatie bij uw rekbehuizing oor het gewicht an een geulde rekbehuizing. Controleer of alle deuropeningen ten minste 2030 mm hoog en 760 mm breed zijn.. Zorg eroor dat alle apparatuur in het rek en alle bijbehorende laden, planken, kleppen en kabels goed astzitten. Zorg dat de ier opulstukken in de hoogste positie staan. Zorg dat er tijdens het erplaatsen geen stabilisatiesteun is geïnstalleerd in de rekbehuizing. Zorg dat er in de route geen hellingen an meer dan 10 graden oorkomen. Wanneer de rekbehuizing op de nieuwe locatie is gearrieerd, doet u het olgende: Breng de ier hoogteerstellingen omlaag. Stabiliseer de rekbehuizing met de bijgeleerde steunen. Als u apparaten uit de rekbehuizing hebt erwijderd, ult u de rekbehuizing weer, beginnend anaf de onderste positie. Als de erplaatsing oer grote afstand is, herstelt u de configuratie an de rekbehuizing naar de configuratie waarin u de rekbehuizing hebt ontangen. Verpak de rekbehuizing in het originele erpakkingsmateriaal of gelijkwaardig materiaal. Breng ook de hoogteerstellingen naar beneden zodat de zwenkwielen het pallet niet meer raken en schroef de rekbehuizing ast aan het pallet. (R002) (L001) x Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Geaar!: Geaarlijke oltage-, spannings- of energienieaus zijn aanwezig in componenten die zijn oorzien an dit label. Open geen enkele kap of barrière waarop dit label aanwezig is. (L001) (L002) Geaar!: In een rek geïnstalleerde apparaten mogen niet worden gebruikt als planken of werkruimten. (L002) (L003) of of 3 4 1 2 of Veiligheidsoorschriften xi

1 2 3 4 Geaar!: Meerdere netsnoeren. Mogelijk is het product uitgerust met meerdere oedingssnoeren. Om alle geaarlijke oltages te erwijderen, dient u alle oedingssnoeren los te koppelen. (L003) (L007) Let op!: Heet opperlak in de nabijheid. (L007) (L008) Let op!: Geaarlijke bewegende onderdelen. (L008) Alle laserproducten oldoen in de Verenigde Staten aan de ereisten an de Code of Federal Regulations (DHHS 21 CFR) an het Department of Health and Human Serices 21, Subchapter J oor klasse 1 laserproducten. In de rest an de wereld oldoen de lasers aan IEC 60825 oor laserproducten an klasse 1. Controleer het label an alle onderdelen an de laser oor certificeringsnummers en goedkeuringsgegeens. xii Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Let op! Dit product kan een of meer an de olgende onderdelen beatten: CD-ROM, DVD-ROM, DVD-RAM of lasermodule. Dit zijn klasse 1 laserproducten. Houd rekening met het olgende: Verwijder de kappen niet. Als u de kappen an het laserproduct opent, kunt u worden blootgesteld aan geaarlijke laserstraling. In het apparaat beinden zich geen onderdelen die kunnen worden erangen. Het wijzigen an instellingen of het uitoeren an procedures anders dan hier is beschreen, kan leiden tot blootstelling aan geaarlijke straling. (C026) Let op! In omgeingen oor gegeenserwerking kan apparatuur oorkomen die gegeens oer systeemerbindingen erzenden met lasermodules die werken met een hoger ermogen dan Klasse 1. Kijk daarom nooit in het uiteinde an de glasezelkabel of de geopende aansluiting. Hoewel het kijken in de uiteinden an een ontkoppelde glasezelkabel niet in alle geallen tot oogletsel hoeft te leiden, kan het wel degelijk geaarlijk zijn. Het erdient daarom geen aanbeeling de continuïteit an glasezels te controleren door in het ene uiteinde licht te laten schijnen en dan in het andere uiteinde te kijken. Voor het doormeten an een een fiberglaskabel kunt u een optische lichtbron en een spanningsmeter gebruiken. (C027) Let op! Dit product beat een laser an Klasse 1M. Vermijd direct oogcontact met optische instrumenten. (C028) Let op! Bepaalde laserproducten beatten een ingebouwde laserdiode an categorie 3A of 3B. Houd daarbij rekening met het olgende: laserstraling indien geopend. Kijk niet in de laserstraal en ermijd direct contact met de laserstraal. (C030) Let op! De batterij beat lithium. Ter oorkoming an een mogelijke explosie dient u de batterij niet bloot te stellen aan open uur of op te laden. Houd u aan het olgende: Vermijd contact an de batterij met water. Verhit de batterij niet tot meer dan 100 C Probeer de batterij niet te herstellen of uit elkaar te halen. U dient de batterij alleen te erangen door een door IBM exemplaar. Leer gebruikte batterijen in bij een inzamelpunt oor klein chemisch afal (KCA). In de Verenigde Staten hanteert IBM een proces oor het inzamelen an dergelijke batterijen. Bel 1-800-426-4333 oor informatie. Zorg dat u het IBMonderdeelnummer an de batterij bij de hand hebt wanneer u belt. (C003) (C048) WAARSCHUWING met betrekking tot door IBM geleerde hijsapparatuur an leerancier: De LIFT TOOL dient alleen te worden bediend door geautoriseerd personeel. De LIFT TOOL is bedoeld oor het ondersteunen, optillen, installeren en erwijderen an eenheden in erdiepingen an het rek. Deze dient niet te worden gebruikt oor het transporteren an eenheden oer obstakels en is niet bedoeld ter eranging an andere hulpmiddelen, zoals krikken, orkheftrucks etc. In bepaalde situaties dient te worden gewerkt met speciaal opgeleid personeel of bepaalde serices (bijoorbeeld takelaars of erhuizers). Lees nauwkeurig de handleiding oor de operator an de LIFT TOOL oordat u ermee gaat werken. Het niet lezen, begrijpen en olgen an eiligheidsregels en instructies kan leiden tot schade aan de apparatuur of tot persoonlijk letsel. Als er ragen zijn, neemt u oor serice en ondersteuning con- Veiligheidsoorschriften xiii

tact op met de leerancier. De lokale papieren handleiding moet u bij de computer bewaren in de daaroor beschikbare opslaghoes. De recentste ersie an de handmatig is beschikbaar op de website an de leerancier. Test oor elk gebruik de remfunctie an de stabilisator. Probeer niet de LIFT TOOL te erplaatsen terwijl de rem is astgezet. Verplaats de LIFT TOOL niet terwijl het platform omhoog staat, behale oor kleine erplaatsingen. Oerschrijdt niet de aangegeen laadcapaciteit. Zie LOAD CAPACITY CHART oor de maximale belasting in het midden en aan de rand an een uitgebreid platform. Hijs een lading alleen omhoog wanneer deze midden op het platform is geplaatst. Plaats niet meer dan 91 kg (200 lb) op de rand an een schuiend platformopperlak, waarbij u rekening houdt met de gewichtserdeling an de lading. Plaats het olle gewicht niet op een an de hoeken an het platform boen de kantelhefboom. Beestig oor gebruik een kantelhefboom oor het platform op het hoofdopperlak op alle ier (4x) locaties, uitsluitend met de geleerde hardware. De te laden objecten zijn ontworpen om zonder noemenswaardige kracht op of an gladde platforms te worden geschoen; zorg er daarom oor dat u niet duwt of leunt. Houd de kanteloptie daarom altijd plat, behale wanneer dat nodig is oor een laatste kleine aanpassing. Ga niet onder een oerhangende lading staan. Werk niet op een oneffen opperlak of een helling. Stapel niet ladingen op elkaar. Ga niet te werk onder inloed an drugs of alcohol. Zet geen ladder tegen de LIFT TOOL. Geaar oor omallen. Duw of leun niet tegen een lading op een erhoogd platform. Gebruik de LIFT TOOL niet als lift of opstap oor personen. Geen ruiters. Ga niet op een onderdeel an de lift staan. Het is niet een opstapje. Klik niet in de mast. Werk niet met een beschadigde of slecht werkende LIFT TOOL. Let op gearen onder het platform. Laad alleen ladingen zakken in ruimtes waarin geen personeel of obstakels aanwezig zijn. Houd handen en oeten rij tijdens de bediening. Geen orkheftrucks. Til of erplaats de LIFT TOOL MACHINE nooit met een krik, palletwagen of orkheftruck. De mast steekt uit boen het platform. Houd rekening met de plafondhoogte, kabelgoten, sprinklerinstallaties, lampen en andere objecten aan het plafond. Laat de LIFT TOOL niet onbewaakt achter met een opgetilde lading. Let op handen, ingers en kleding terwijl de apparatuur in beweging is. Draai de lier alleen met handkracht. Als de lier niet gemakkelijk met één hand kan worden gezwengeld, is deze mogelijk oerbelast. Zwengel de lier niet oorbij de boen- of onderkant an het platformbereik. Door te er af te wikkelen komt het handat los en raakt de kabel beschadigd. Houd het handat altijd ast terwijl u afwikkelt en lading laat zakken. Controleer altijd of de lier de lading draagt oordat u het handat an de lier loslaat. Een ongeluk met de lier kan serieus letsel eroorzaken. De lier is niet bedoeld oor het erplaatsen an personen. Zorg eroor dat u een klikgeluid hoort terwijl de apparatuur wordt opgetild. Zorg eroor dat de lier op de juiste positie is ergrendeld, oordat u het handat loslaat. Lees de pagina met instructies oordat u de lier gaat bedienen. Laat de lier nooit anzelf afwikkelen. Dit kan leiden tot een ongelijkmatige kabelerdeling rond de as an de lier, hetgeen kan leiden tot kabelschade en serieus letsel. (C048) xi Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Informatie oer de netoeding en bekabeling oor NEBS (Network Equipment- Building System) GR-1089-CORE De olgende opmerkingen zijn an toepassing op de IBM-serers die oldoen aan het NEBS (Network Equipment-Building System) GR-1089-CORE: De apparatuur is geschikt oor installatie op de olgende locaties: Netwerktelecommunicatiefaciliteiten Locaties waar de NEC (National Electrical Code) an toepassing is De poorten binnen gebouwen an deze apparatuur zijn alleen geschikt om te worden aangesloten op bedrading of bekabeling binnen gebouwen of geïsoleerde bedrading en bekabeling. De poorten binnen gebouwen an deze apparatuur moeten niet met metaalerbindingen worden aangesloten op interfaces die zijn erbonden met externe locaties of de bedrading daaran. Deze interfaces zijn ontworpen om alleen te worden gebruikt als interfaces binnen gebouwen (Type 2- of Type 4-poorten zoals wordt beschreen in GR-1089-CORE) en moeten worden geïsoleerd an de bekabeling an externe locaties. Het toeoegen an primaire bescherming is onoldoende om deze interfaces met metaalerbindingen aan te sluiten op de bedrading an externe locaties. Opmerking: Alle Ethernet-kabels moeten zijn afgeschermd en aan beide zijden zijn geaard. Er is geen externe bescherming tegen spanningspieken ereist oor het wisselstroomsysteem. Het gelijkstroomsysteem maakt gebruik an een DC-retourontwerp (DC-I). De retourterminal an de DCbatterij moet niet worden erbonden met de aarding an het chassis of frame. Het gelijkstroomsysteem is bedoeld oor installatie in een CBN (common bonding network), zoals beschreen in GR-1089-CORE. Veiligheidsoorschriften x

xi Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

De Adanced System Management Interface beheren De ASMI (Adanced System Management Interface) is een grafische interface die deel uitmaakt an de firmware an de sericeprocessor. De ASMI beheert de sericeprocessor en communiceert ermee. De ASMI is nodig om de sericeprocessor in te stellen en om serice- en beheertaken uit te oeren, zoals het lezen an de foutlogboeken an de sericeprocessor, het lezen an belangrijke productgegeens en het beheren an de stroomoorziening. De ASMI wordt ook wel aangeduid met de sericeprocessormenu's. Opmerking: Het schermleesprogramma JAWS ersie 16.0 of later werkt wellicht niet correct als u gebruikmaakt an bepaalde ersies an Microsoft Internet Explorer (inclusief ersie 11.0). Als u problemen onderindt bij het werken met JAWS terwijl u toegang probeert te krijgen tot AMSI, kunt u Mozilla Firefox gebruiken (bijoorbeeld ersie ESR 31.5.0) in plaats an Internet Explorer. Nieuwe items in De ASMI beheren Informatie oer nieuwe of aanmerkelijk gewijzigde informatie in het onderwerp De ASMI (Adanced System Management Interface) beheren, sinds de orige update an dit gedeelte. Oktober 2015 De olgende onderwerpen zijn toegeoegd: Frequentie en oltage instellen met behulp an het High Frequency-beleid op pagina 30 Certificaatbeheer op pagina 44 Warme herstart (soft reset) an de sericeprocessor op pagina 60 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt: Merknaam an het systeem instellen op pagina 38 Beleid oor call-home (sericenummer bellen) configureren op pagina 59 Juni 2015 De olgende onderwerpen zijn toegeoegd: Firmware configureren op pagina 29 Consoletype selecteren op pagina 30 DVD-stuurprogramma op pagina 52 De olgende onderwerpen zijn bijgewerkt: Het energieerbruik an serers instellen op pagina 43 Resources bekijken die zijn gedeconfigureerd met de bewakingsfunctie op pagina 62 Oktober 2014 De olgende onderwerpen zijn toegeoegd: Sericeprocessorfailoer starten op pagina 63 Voorspellende deallocatie an het geheugen (predictie memory deallocation) instellen op pagina 30 Geschatte corrosiesnelheden bekijken op pagina 29 De RTC-batterij oorbereiden op pagina 52 Het onderwerp Configuratie an processoreenheid wijzigen op pagina 36 is bijgewerkt. Copyright IBM Corp. 2014, 2015 1

Juni 2014 Informatie toegeoegd oer IBM Power Systems-serers met een POWER8-processor. Instellen an en toegang tot de ASMI Afhankelijk an uw configuratie kunt u de ASMI (Adanced System Management Interface) gebruiken ia een webbrowser, een ASCII-werkstation of de Hardware Management Console (HMC). Als het systeem beheerd wordt door een HMC, krijgt u toegang tot de ASMI ia de HMC. Als uw systeem niet beheerd wordt door een HMC, moet u de serer erbinden met een werkstation of PC en inschakelen. U kunt het systeem in- en uitschakelen met de aan/uit-knop op het bedieningspaneel of ia de ASMI. ASMI-ereisten Informatie oer het instellen en de gebruiksereisten an de ASMI. Hieronder leest u wat de ereisten zijn om de ASMI te kunnen openen en gebruiken: De ASMI is beschermd met een wachtwoord. De ASMI heeft een SSL (Secure Sockets Layer)-interneterbinding met de sericeprocessor. Om een SSL-erbinding tot stand te brengen, opent u de browser met https://. Ondersteunde webbrowsers zijn Netscape (ersie 9.0.0.4), Microsoft Internet Explorer (ersie 7.0), Mozilla Firefox (ersie 2.0.0.11) en Opera (ersie 9.24). Latere ersies an deze browsers werken waarschijnlijk ook prima, maar worden niet officieel ondersteund. JaaScript en cookies moeten zijn ingeschakeld. Als u in de browser op Terug (of Back) klikt, kan het gebeuren dat erouderde gegeens worden afgebeeld. Als u de meest recente gegeens wilt afbeelden, selecteert u het gewenste onderwerp in het naigatieenster. De browserersie an de ASMI is tijdens alle fasen an de systeemactiiteiten beschikbaar, met inbegrip an de opstartprocedure (IPL) en runtime. Sommige menuopties zijn tijdens de opstartprocedure (IPL) of runtime an het systeem niet beschikbaar om gebruik of eigendomsconflicten te oorkomen als gedurende die fase corresponderende resources in gebruik zijn. Opmerking: Gebruik de ASMI niet tijdens het installeren an de firmware. De ASMI die op een werkstation wordt geopend, is alleen beschikbaar als het systeem in de werkstand Platformstandby staat. U moet oor alle inoer de Engelse taal gebruiken, ook als u oor de interfaceweergae een andere taal hebt ingesteld. Verwante onderwerpen: Instellen an en toegang tot de ASMI Afhankelijk an uw configuratie kunt u de ASMI (Adanced System Management Interface) gebruiken ia een webbrowser, een ASCII-werkstation of de Hardware Management Console (HMC). Toegang tot de ASMI met de HMC U hebt toegang tot de ASMI (Adanced System Management Interface) ia de HMC- interface (Hardware Management Console). Om toegang tot de ASMI (Adanced System Management Interface) te erkrijgen met de HMC, oert u de olgende stappen uit: 1. In het naigatieenster selecteert u Systeembeheer > Serers. 2. Selecteer in het inhoudsenster de serer waarmee u wilt werken. 3. Selecteer Taken > Bewerkingen > ASM (Adanced Systems Management) starten. 2 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

4. Controleer de afgebeelde gegeens en klik op OK. De ASMI wordt afgebeeld. Toegang tot de ASMI zonder een HMC Hier leest u hoe u toegang krijgt tot de ASMI (Adanced System Management Interface) ia een Power Systems-serer, System p-serer, of System i-model die niet beheerd worden door een HMC. De serer erbinden met een PC of notebookcomputer De serer erbinden met een PC of notebookcomputer om een interface te bieden met de Adanced System Management Interface (ASMI). De webinterface oor de ASMI is beschikbaar tijdens alle fasen an systeemgebruik, inclusief opstarten (IPL) en run. Toegang tot de ASMI met een PC of notebook en een webbrowser: Als uw systeem niet door een Hardware Management Console (HMC) wordt beheerd, kunt u een PC of notebook erbinden met de serer om toegang te krijgen tot de Adanced System Management Interface (ASMI). U dient het adres an de webbrowser op de PC of notebook zodanig te configureren dat deze oereenkomt met het standaardadres an de productie op de serer. De webinterface oor de ASMI is beschikbaar tijdens alle fasen an systeemgebruik, inclusief opstarten (IPL) en run. De ASMI wordt gebruikt oor het uitoeren an algemene sericetaken en beheerderstaken. Deze taken omatten het lezen an foutenlogboeken an de sericeprocessor, het lezen an cruciale productgegeens, het instellen an de sericeprocessor en de besturing an de systeemoeding. De olgende instructies zijn an toepassing op systemen die niet erbonden zijn met een HMC. Als u de serer beheert met een HMC, krijgt u toegang tot de ASMI ia de HMC. Als u de webbrowser wilt instellen oor directe toegang of toegang op afstand, moet u de olgende taken uitoeren: 1. Als het systeem is uitgeschakeld, oert u de olgende stappen uit: a. Sluit het netsnoer of de netsnoeren aan op de serer. b. Steek de stekker(s) in het stopcontact. c. Wacht tot 01 erschijnt op het bedieningspaneel. Er wordt een aantal oortgangscodes afgebeeld oordat de code 01 erschijnt. Opmerkingen: Het systeem wordt aangezet als het lampje op het bedieningspaneel groen is. Druk op de blauwe schakelaar links, schuif het bedieningspaneel olledig uit, en trek deze erolgens omlaag om het bedieningspaneel te bekijken. Belangrijk: Sluit geen Ethernet-kabel aan op de HMC1-poort of de HMC2-poort totdar u daar later instructies oor krijgt. 2. Gebruik een PC of notebook met Netscape 9.0.0.4, Microsoft Internet Explorer 7.0, Opera 9.24, of Mozilla Firefox 2.0.0.11 oor het maken an een erbinding met de serer. Opmerking: Als de PC of notebook waarop u dit document bekijkt geen twee Ethernet-poorten heeft, hebt u een andere PC of notebook nodig om de erbinding met de serer tot stand te kunnen brengen. Als u de serer niet gaat aansluiten op het netwerk, is deze PC of notebook de ASMI-console. De Adanced System Management Interface beheren 3

Als u an plan bent om de serer aan te sluiten op het netwerk wordt deze PC of notebook alleen oor de installatie tijdelijk rechtstreeks aangesloten op de serer. Na de installatie kunt u elke PC of notebook met Netscape 9.0.0.4, Microsoft Internet Explorer 7.0, Opera 9.24, of Mozilla Firefox 2.0.0.11 als ASMI-console gebruiken. Opmerking: Voer de olgende stappen uit om de optie TLS 1.0 in Microsoft Internet Explorer uit te schakelen zodat u toegang krijgt tot de ASMI met Microsoft Internet Explorer 7.0 onder Windows XP: a. In het menu Extra an Microsoft Internet Explorer selecteert u Internetopties. b. In het menu Internetopties klikt u op de tab Geaanceerd. c. Verwijder de selectie an het akje TLS 1.0 gebruiken in de categorie Beeiliging) en klik op OK. 3. Sluit een Ethernet-kabel an de PC of notebook aan op de Ethernet-poort met de naam HMC1 aan de achterzijde an het beheerde systeem. Als HMC1 in gebruik is, sluit u de Ethernet-kabel an de PC of notebook aan op HMC2. Belangrijk: De Ethernetpoorten an de sericeprocessor zijn standaard geconfigureerd oor DHCP. Als de sericeprocessor erbonden is met een actief Ethernet-netwerk met een DHCP-serer en de sericeprocessor is ingeschakeld, wordt er een IP-adres toegewezen. Het standaard IP-adres an de sericeprocessor is niet meer geldig. Om het standaardadres an de sericeprocessor te herstellen, oert u een an de olgende taken uit: Sluit een ASCII-terminal aan op de sericeprocessor ia een seriële kabel. Voor meer informatie raadpleegt u Toegang tot de ASMI ia een ASCII-terminal. Stel het Type IP-adres in op Dynamisch met behulp an de ASMI. Zorg eroor dat de FSP geen erbinding heeft met het lie netwerk. Met deze actie wordt de FSP ingesteld op het standaard IPadres, zoals hieronder te zien is in Tabel 1. 4. Het onderwerp Tabel 1 helpt u de gegeens ast te stellen en te noteren die u nodig hebt om het IPadres an de sericeprocessor in te stellen op de PC of notebook. De Ethernet-interface op de PC of notebook moet op hetzelfde subnetmasker worden geconfigureerd als de sericeprocessor, zodat ze met elkaar kunnen communiceren. Als u bijoorbeeld een PC of notebook hebt aangesloten op HMC1, zou het IP-adres an de PC of notebook 169.254.2.140 kunnen zijn en het subnetmasker 255.255.255.0. Stel het IP-adres an de gateway in op hetzelfde IP-adres als de PC of notebook Tabel 1. Informatie oor de netwerkconfiguratie an de sericeprocessor in een systeem dat is gebaseerd op een POWER8-processor Op POWER8- processors gebaseerde systemen Serererbinding Subnetmasker Sericeprocessor A Sericeprocessor B (indien geïnstalleerd) IP-adres an de sericeprocessor Voorbeeld an een IP-adres oor uw PC of notebook HMC1 255.255.255.0 169.254.2.147 169.254.2.140 HMC2 255.255.255.0 169.254.3.147 169.254.3.140 HMC1 255.255.255.0 169.254.2.146 169.254.2.140 HMC2 255.255.255.0 169.254.3.146 169.254.3.140 5. Stel het IP-adres op uw PC of notebook in aan de hand an de waarden uit de tabel. Voor meer informatie raadpleegt u Het IP-adres instellen op uw PC of notebookcomputer op pagina 6. 6. Voor toegang tot de ASMI ia een webbrowser oert u de olgende stappen uit: a. Gebruik Tabel 1 om te bepalen op welk IP-adres an de Ethernet-poort an de sericeprocessor waarop de PC of notebook is aangesloten. b. Typ het IP-adres in het eld Adres an de webbrowser op de PC of notebook en druk op Enter. Voorbeeld: Als u de PC of notebook hebt aangesloten op HMC1 typt u https://169.254.2.147 in de webbrowser op de PC of notebook. 4 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Opmerking: Het kan 2-5 minuten duren oordat de sericeprocessor in standby is. De ASMImenu's zijn pas toegankelijk anuit een webbrowser als de sericeprocessor standby is. Functiecode 30 op het bedieningspaneel kan pas worden gebruikt oor het bekijken an het IP-adres an de sericeprocessor nadat de sericeprocessor naar standby is gegaan. 7. Wanneer het aanmeldingsscherm oor de ASMI erschijnt, oert u beheerder in als gebruikers-id en -wachtwoord. 8. Wijzig het standaardwachtwoord als hierom wordt geraagd. 9. Kies een an de olgende opties: Als u an plan bent om de sericeprocessor aan te sluiten op een netwerk, gaat u erder met stap 10. Als u niet an plan bent om de sericeprocessor aan te sluiten op een netwerk, gaat u erder met stap 14 op pagina 6. 10. Als u an plan bent om de sericeprocessor aan te sluiten op een netwerk oert u de olgende stappen uit: a. Vouw in het naigatiegebied Network Serices uit. b. Klik op Netwerkconfiguratie. c. Selecteer anaf het scherm Netwerkconfiguratie IP4 of IP6, en klik op Doorgaan. 11. Als u IP4 hebt geselecteerd, gebruikt u Tabel 2, en als u IP6 hebt geselecteerd, gebruikt u Tabel 3 om de toepasselijke elden in te ullen. Als de PC of notebook computer is aangesloten op HMC1, ult u het gedeelte met de titel Netwerkinterface eth0 in. Als de PC of notebook is aangesloten op HMC2, ult u het gedeelte met de titel Netwerkinterface eth1 in. Zorg eroor dat de elden correct zijn ingeuld. Tabel 2. Velden en waarden oor netwerkconfiguratie oor IP4 Veld Deze interface configureren? IP4 Type IP-adres Hostnaam IP-adres Subnetmasker Standaardgateway Domeinnaam IP-adres an de eerste, tweede of derde DNS (domeinnaamsysteem) Waarde Geselecteerd Ingeschakeld laten. Lokale erbinding indien u IP-adres 1 configureert, Statisch als u IP-adres 2 of 3 configureert. Voer de naam an het hostsysteem in. Dit is een ingesteld IP-adres dat wordt erkregen an de netwerkbeheerder. Dit is een ingesteld subnetmasker dat wordt erkregen an de netwerkbeheerder. Als u IP-adres 2 of 3 configureert, oert u het standaardadres oor gateway in dat bij de netwerkbeheerder is opgeraagd. Voer de domeinnaam in die is opgeraagd bij de netwerkbeheerder. Voer het IP-adres in die is opgeraagd bij de netwerkbeheerder. Tabel 3. Velden en waarden oor netwerkconfiguratie oor IP6 Veld Deze interface configureren? IP6 Waarde Geselecteerd Ingeschakeld laten. De Adanced System Management Interface beheren 5

Tabel 3. Velden en waarden oor netwerkconfiguratie oor IP6 (erolg) Veld DHCP Automatisch geconfigureerd IP-adres Hostnaam Type IP-adres IP-adres Standaardgateway Domeinnaam Waarde De standaardwaarde is ingeschakeld. De standaardwaarde is ingeschakeld. Voer een nieuwe waarde in. Statisch Dit is een ingesteld IP-adres dat wordt erkregen an de netwerkbeheerder. Opmerking: Als u wilt controleren of u het juiste IPadres gebruikt, oert u functie 30 op het bedieningspaneel uit: IP-adres en poortlocatie worden afgebeeld. Als u IP-adres 2 of 3 configureert, oert u het standaardadres oor gateway in dat bij de netwerkbeheerder is opgeraagd. Voer een nieuwe waarde in. 12. Klik op Continue. 13. Klik op Instellingen opslaan. 14. Verwijder kabel anaf HMC1 naar de PC of het notebook. Verbind een Ethernet-kabel met de HMC1 die is aangesloten op de netwerkswitch. 15. Ga naar het systeem an waaruit u toegang wilt tot de ASMI. Open een browserenster en open de ASMI om de netwerkerbinding te controleren. 16. Als u hier bent gekomen anaf een andere procedure, gaat u nu terug naar die procedure. Verwante onderwerpen: ASMI-machtigingsnieaus op pagina 15 Er zijn erschillende machtigingsnieaus beschikbaar oor toegang tot de sericeprocessor ia de ASMI. Verwante taken: Toegang tot de ASMI met de HMC op pagina 2 U hebt toegang tot de ASMI (Adanced System Management Interface) ia de HMC- interface (Hardware Management Console). Datum en tijd wijzigen op pagina 23 U kunt de huidige datum en tijd an het systeem afbeelden en wijzigen. De tijd wordt opgeslagen als UTC (Coordinated Uniersal Time). Netwerkinterfaces configureren op pagina 46 U kunt op het systeem netwerkinterfaces configureren. Het aantal en type interfaces arieert al naar gelang uw specifieke systeembehoeften. Het IP-adres instellen op uw PC of notebookcomputer: Om de ASMI te openen ia een webbrowser, moet u eerst het IP-adres op uw PC of notebookcomputer instellen. De olgende procedures beschrijen het instellen an het IP-adres op PC's of notebookcomputers die werken onder de besturingssystemen Microsoft Windows XP, 2000 en Vista, en Linux. Het IP-adres instellen in Windows XP en Windows 2000: Om het IP-adres in te stellen in Windows XP en Windows 2000 oert u de olgende stappen uit. 1. Klik op Start > Configuratiescherm. 2. Dubbelklik in het configuratiescherm op Netwerkerbindingen. 3. Klik met de rechtermuisknop op Local Area Connection. 6 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

4. Klik op Eigenschappen. 5. Selecteer Internet Protocol (TCP/IP) en klik erolgens op Eigenschappen. Waarschuwing: Noteer de huidige instellingen oordat u wijzigingen aanbrengt. Hierdoor kunt u deze instellingen terugzetten wanneer u de erbinding met de PC of notebookcomputer erbreekt nadat u de ASMI-webinterface hebt ingesteld. Opmerking: Voer de olgende stappen uit als Internet Protocol (TCP/IP) niet als optie in de lijst oorkomt: a. Klik op Installeren. b. Selecteer Protocol en klik erolgens op Toeoegen. c. Selecteer Internet Protocol (TCP/IP). d. Klik op OK om terug te keren naar het enster Eigenschappen LAN-erbinding. 6. Selecteer Het olgende IP-adres gebruiken. 7. Vul de elden IP-adres, Subnetmasker en Standaard-gateway in met de waarden uit stap 4 op pagina 4 an Toegang tot de ASMI met een webbrowser. 8. Klik op OK in het enster Eigenschappen LAN-erbinding. Het is niet nodig de PC opnieuw op te starten. Het IP-adres instellen in Linux: Voer de olgende stappen uit om het IP-adres in te stellen onder besturingssysteem Linux: In deze procedure hebt u het IP-adres nodig dat u hebt erkregen in stap 4 op pagina 4, in Toegang tot de ASMI met een webbrowser. 1. Zorg dat u bent aangemeld als een root-gebruiker. 2. Start een werkstationsessie. 3. Typ ifconfig -a bij de opdrachtaanwijzing. Waarschuwing: Noteer de huidige instellingen en die an eth1- of eth2-interfaces of druk ze af oordat u wijzigingen aanbrengt. Hierdoor kunt u deze instellingen herstellen wanneer u de erbinding met de PC of notebookcomputer erbreekt nadat u de ASMI-webinterface hebt ingesteld. 4. Typ ifconfig ethx xxx.xxx.xxx.xxx netmask xxx.xxx.xxx.xxx, waarbij xxx.xxx.xxx.xxx de waarden zijn uit stap 4 op pagina 4, oor het IP-adres en subnetmasker. Verang ethx door de interface die wordt afgebeeld in stap 3. 5. Druk op Enter. Het IP-adres instellen onder Windows Vista: Om het IP-adres in te stellen onder Windows Vista, oert u de olgende stappen uit. 1. Klik op Start > Configuratiescherm. 2. Controleer of Klassieke weergae is geselecteerd. 3. Selecteer Network en Sharing Center. 4. Selecteer Status bekijken in het openbaar-netwerkgebied. 5. Klik op Eigenschappen. 6. Klik op Doorgaan als het beeiligingsdialoogenster wordt afgebeeld. 7. Selecteer Internet Protocol Versie 4. 8. Klik op Eigenschappen. 9. Selecteer Het olgende IP-adres gebruiken. 10. Vul de elden IP-adres, Subnetmasker en Standaard-gateway in met de waarden uit stap 4 op pagina 4 an Toegang tot de ASMI met een webbrowser. 11. Klik op OK > Sluiten > Sluiten. De Adanced System Management Interface beheren 7

Het IP-adres instellen in Windows 7: Voer de olgende stappen uit om het IP-adres in te stellen in het besturingssysteem Windows 7. 1. Klik op Start > Configuratiescherm. 2. Selecteer Netwerkcentrum. 3. Klik op het netwerk dat wordt afgebeeld in Verbindingen. 4. Klik op Eigenschappen. 5. Als het beeiligingsenster wordt afgebeeld, klikt u op Doorgaan. 6. Selecteer Internet Protocol Versie 4. 7. Klik op Eigenschappen. 8. Selecteer Het olgende IP-adres gebruiken. 9. Geef in de elden IP-adres, Subnetmasker en Standaardgateway de waarden op die u hebt gebruikt oor stap 4 op pagina 4 an het onderwerp ASMI openen in een webbrowser. 10. Klik op OK > Sluiten > Sluiten. Een systeem dat in een AIX of Linux draait, aansluiten op een werkstation U kunt een systeem dat in een AIX- of Linux-omgeing draait aansluiten op een ASCII-terminal of een grafische terminal om te communiceren met de SMS-menu's (system management serices). Toegang tot de ASMI ia een ASCII-terminal: De ASCII-terminal is ia een seriële link erbonden met de serer. De ASCII-interface bij de ASMI beat een subset an de webinterfacefuncties. De ASCII-terminal is alleen beschikbaar als het systeem in de standbystand oor het platform staat. De functies zijn niet beschikbaar tijdens het opstarten (IPL) of in runtime. Via deze erbinding hebt u ook toegang tot de systeembeheerserices. Met menu's oor de systeembeheerserices kunt u informatie bekijken oer uw systeem en kunt u taken uitoeren zoals het wijzigen an de opstartlijst en het instellen an de parameters oor de netwerkinstallatie Als u het ASCII-werkstation wilt instellen oor directe toegang of toegang op afstand, moet u de olgende stappen uitoeren: 1. Sluit de ASCII-terminal ia een seriële kabel met nullmodem aan op systeemconnector 1 (P1-T1, standaard) of 2 (P1-T2) aan de achterzijde an de serer. 2. Raadpleeg de olgende diagrammen oor informatie. P1-T1 P1-T2 P8HAI500-0 Figuur 1. Locaties an erbindingen 8 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

3. Sluit het netsnoer an de serer aan op een oedingsbron. 4. Wacht tot het groene lampje op het bedieningspaneel begint te knipperen. 5. Zorg dat het ASCII-werkstation is ingesteld met de olgende algemene kenmerken. Deze kenmerken zijn de standaardinstellingen oor de diagnostische programma's. Zorg dat de terminal olgens deze kenmerken is ingesteld oor u erder gaat met de olgende stap. Tabel 4. Standaardinstellingen oor de diagnostische programma's Algemene instellingskenmerken 3151 /11/31/ 41-instellingen 3151 /51/61- instellingen 3161 /64- instellingen Beschrijing Lijnsnelheid 19200 19200 19200 Gebruikt een lijnsnelheid an 19200 (bits per seconde) om met de systeemeenheid te kunnen communiceren. Woordlengte (bits) 8 8 8 Selecteert 8 bits als woordlengte an de gegeens (byte). Pariteit Nee Nee Nee Voegt geen pariteitsbit toe en wordt gebruikt samen met het kenmerk woordlengte om een 8-bits woord te maken (byte). Stopbit 1 1 1 Plaatst een bit achter een woord (byte). 6. Druk op een toets op het ASCII-werkstation, zodat de sericeprocessor de aanwezigheid an het ASCII-werkstation kan beestigen. 7. Wanneer het aanmeldingsscherm oor de ASMI erschijnt, oert u beheerder in als gebruikers-id en -wachtwoord. 8. Wijzig het standaardwachtwoord als u hierom wordt geraagd. De installatie oor een ASCII-terminal is oltooid en de ASMI is gestart. 9. Wijzig de tijdinstelling an de serer op de ASMI. 10. Met het menu Aanzetten en het menu Uitzetten stelt u de opstartwerkstand oor het systeem in om op te starten. 11. Als er een besturingssysteem is geïnstalleerd (bijoorbeeld tijdens fabricage), start het besturingssysteem nu op. Als er geen besturingssysteem is geïnstalleerd, start het systeem op naar systeembeheerserices (menu's an SMS). Opmerking: Met de menu's an SMS kunt u informatie bekijken oer uw systeem en kunt u taken uitoeren, zoals het wijzigen an de opstartlijst en het instellen an netwerkparameters. 12. Als het besturingssysteem niet is geïnstalleerd, kunt u nu het besturingssysteem AIX of het besturingssysteem Linux installeren. Verwante onderwerpen: ASMI-machtigingsnieaus op pagina 15 Er zijn erschillende machtigingsnieaus beschikbaar oor toegang tot de sericeprocessor ia de ASMI. Verwante taken: Datum en tijd wijzigen op pagina 23 U kunt de huidige datum en tijd an het systeem afbeelden en wijzigen. De tijd wordt opgeslagen als UTC (Coordinated Uniersal Time). Systeem aan- en uitzetten op pagina 11 Dierse IPL-parameters bekijken en aanpassen. De Adanced System Management Interface beheren 9

Toegang tot de grafische console: U kunt een grafische console gebruiken oor het beheren an uw AIX of Linux-serers, maar niet oor toegang tot de ASMI (Adanced System Management Interface). Een grafische console kan zowel in tekstmodus (ASCII) worden gebruikt, als oor het afbeelden an een grafische interface. Voer de olgende stappen uit om een een grafische console in te stellen en te gebruiken: 1. Zoek de grafische kaart op aan de achterkant an de serer. 2. Sluit een standaardbeeldscherm aan op de adapter om de console te kunnen gebruiken en sluit eentueel een toetsenbord en een muis aan op de USB-poorten. 3. Schakel de console in. 4. Sluit de oedingskabels an de serer aan en wacht tot het groene lampje op het bedieningspaneel begint te knipperen. 5. Druk op de witte startknop om de serer te starten. Als er een besturingssysteem is geïnstalleerd (bijoorbeeld op de fabriek), start de serer op. Als er geen besturingssysteem is geïnstalleerd, start het systeem op naar systeembeheerserices (menu's an SMS). Opmerking: Met de menu's an SMS kunt u informatie bekijken oer uw systeem en kunt u taken uitoeren, zoals het wijzigen an de opstartlijst en het instellen an netwerkparameters. 6. Als het besturingssysteem niet is geïnstalleerd, kunt u nu het besturingssysteem AIX of het besturingssysteem Linux installeren. De netoeding an het systeem regelen ia het bedieningspaneel Informatie oer het starten en stoppen an een systeem ia het bedieningspaneel. Een systeem starten dat niet wordt beheerd door een HMC Met de aan/uit-knop an de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u een systeem starten dat niet wordt beheerd met een Hardware Management Console (HMC). Een systeem stoppen dat niet wordt beheerd door een HMC Het kan gebeuren dat u het systeem moet stoppen om een andere taak uit te oeren. Als uw systeem niet wordt beheerd door de Hardware Management Console (HMC), gebruikt u deze instructies om het systeem te stoppen met behulp an de aan/uit-knop of met de Adanced System Management Interface (ASMI). Voer de olgende stappen uit oordat u het systeem stopt: 1. Controleer of alle taken zijn oltooid en sluit alle toepassingen af. 2. Als een logische Virtuele I/O-serer-partitie (VIOS) actief is, zorgt u eroor dat alle clients worden afgesloten of dat de clients toegang hebben tot hun apparaten met behulp an een alternatiee methode. Een DPO (delayed power off) starten Met de aan/uit-knop op het bedieningspaneel kunt u een ertraagde uitschakelingsprocedure, ofwel een DPO (delayed power off), starten. Waarschuwing: Als u de aan/uitknop op het bedieningspaneel gebruikt om het systeem uit te schakelen, kan dit onoorspelbare resultaten in de gegeensbestanden eroorzaken en duurt het langer oordat de olgende opstartprocedure (IPL) is oltooid. Sommige serers reageren niet op de uitschakelingsolgorde tenzij het systeem zich in de werkstand Manual (handmatig) beindt. Indien nodig moet u de systeemwerkstand instellen op Handmatig. U kunt als olgt een DPO starten: 10 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

1. Houd de aan/uit-knop op het bedieningspaneel ier seconden ingedrukt. Na één seconde wordt de resterende tijd afgebeeld. De standaardduur oor het aftellen is ier seconden. 2. Blijf de aan/uit-knop ingedrukt houden totdat er is afgeteld naar nul en laat de knop erolgens los. De DPO wordt gestart. Als u de DPO wilt annuleren oordat deze is gestart, moet u de aan/uit-knop loslaten oordat de teller op nul staat. Als de aan/uit-knop korter dan een seconde wordt ingedrukt, wordt er geen teller afgebeeld en wordt de uitschakelingsprocedure niet gestart. Een FPO (fast power off) starten Met de aan/uit-knop op het bedieningspaneel kunt u een snelle uitschakelprocedure, ofwel een FPO (fast power off), uitoeren. Waarschuwing: Als u de aan/uitknop op het bedieningspaneel gebruikt om het systeem uit te schakelen, kan dit onoorspelbare resultaten in de gegeensbestanden eroorzaken en duurt het langer oordat de olgende opstartprocedure (IPL) is oltooid. Sommige serers reageren niet op de uitschakelingsolgorde tenzij het systeem zich in de werkstand Manual (handmatig) beindt. Indien nodig moet u de systeemwerkstand instellen op de werkstand Manual (handmatig). U kunt als olgt een FPO starten: 1. Houd de aan/uit-knop op het bedieningspaneel ier seconden ingedrukt. Na één seconde wordt de resterende tijd afgebeeld. De standaardduur oor het aftellen is ier seconden. 2. Blijf de aan/uit-knop ingedrukt houden totdat er is afgeteld naar nul en de ertraagde procedure DPO (Delayed Power Off) is gestart. Er wordt een nieuwe aftelperiode an 10 seconden gestart. Deze teller wordt gebruikt om erschil te kunnen maken tussen een DPO en een FPO. Tijdens dit interal worden er DPO-oortgangscodes afgebeeld, geolgd door de teller. 3. Blijf de aan/uit-knop 10 seconden ingedrukt houden tot de teller waarmee een DPO en een FPO an elkaar worden onderscheiden, op nul staat en laat de knop erolgens los. Als de FPO-teller afloopt, wordt er A100800A afgebeeld en wordt de FPO gestart. Deze actie komt oereen met het opgeen an een functie 08. Als u de aan/uit-knop loslaat tijdens het aftellen tussen de DPO en de FPO, wordt de FPO geannuleerd en wordt de DPO oortgezet. Als u op de aan/uit-knop blijft drukken nadat het tijdinteral tussen de DPO en de FPO is erlopen, of als u de aan/uit-knop ingedrukt houdt terwijl er een DPO wordt uitgeoerd, begint het aftellen oor een FPO opnieuw en wordt er A1008009 afgebeeld. Netoeding an het systeem regelen met de ASMI De ASMI (Adanced System Management Interface) gebruiken om de netoeding an het systeem handmatig en automatisch te regelen. Systeem aan- en uitzetten Dierse IPL-parameters bekijken en aanpassen. Naast het instellen an IPL-opties kunt u het systeem ook opstarten en afsluiten. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider De Adanced System Management Interface beheren 11

Dierse IPL-opties die u kunt instellen hebben betrekking op de sererfirmware. Firmware maakt deel uit an de serer en wordt opgeslagen in flashgeheugen. De inhoud hieran wordt bewaard als het systeem wordt uitgeschakeld. De firmware bestaat uit code die automatisch start wanneer de serer wordt ingeschakeld. Het belangrijkste doel hieran is de serer gereed te maken oor gebruik. Dit betekent dat de serer gereed wordt gemaakt oor het installeren of opstarten an een besturingssysteem. Firmware maakt het ook mogelijk uitzonderingsoorwaarden in de hardware te erwerken en de functionaliteit an de sererhardware uit te breiden. U kunt het huidige nieau an de firmware op de serer bekijken op het welkomstenster an de ASMI (Adanced System Management Interface). Deze serer beschikt oer een opstartzijde oor permanente firmware (P-zijde) en een opstartzijde oor tijdelijke firmware (T-zijde). Bij het bijwerken an de firmware dient u de nieuwe ersies an de firmware eerst te installeren op de tijdelijke zijde om te controleren of ze compatibel zijn met uw toepassingen. Als het nieuwe nieau an de firmware in orde is beonden, kopieert u het naar de permanente zijde. U bekijkt en wijzigt de IPL-instellingen als olgt: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Voedings-/herstartbesturing uit en klik op Systeem in-/uitschakelen. 3. Stel de olgende opstartinstellingen in. Opmerking: In de KVM-modus zijn de olgende opties oor het aan- of uitzetten an het systeem niet beschikbaar: Opstarten in AIX/Linux-partitiewerkstand: Met deze optie selecteert u het type opstartprocedure oor een AIX-/Linux-partitie. Deze optie is alleen beschikbaar als het systeem niet wordt beheerd met een HMC (Hardware Management Console). Kies uit een an de olgende opties oor het type opstartprocedure: Doorgaan naar besturingssysteem: De partitie wordt zonder onderbreking opgestart tot aan het besturingssysteem. Opstarten naar SMS-menu: De partitie stopt bij het SMS (System Management Serices)-menu. Sericewerkstand opstarten anuit opgeslagen lijst: Het systeem wordt opgestart op basis an de opgeslagen opstartlijst oor de sericewerkstand. Opmerking: deze optie kunt u gebruiken bij het uitoeren an een diagnoseprogramma oor een partitie. Het besturingssysteem op de partitie moet een opstartprocedure oor diagnose ondersteunen en het diagnoseprogramma moet zijn geladen in het schijfstation an de partitie. Sericewerkstand opstarten anuit standaardlijst: Het systeem wordt opgestart op basis an de standaard opstartlijst. Opmerking: Deze optie kunt u gebruiken oor het uitoeren an een zelfstandige diagnose anaf een CD-ROM-station. Opstarten naar open firmware-aanwijzing: Het systeem stopt bij de geopende firmwareaanwijzing. Opstarten in i5/os-partitiewerkstand: Hiermee wordt de i5/os-partitiewerkstand geselecteerd oor de olgende opstartprocedure oor het systeem. Deze optie is alleen beschikbaar als het systeem niet wordt beheerd met een HMC. Standaardpartitie-omgeing Normaal Met de firmware an de sericeprocessor worden diagnosetests uitgeoerd op basis an de status an de hardware. Dit is de standaardinstelling. Firmware-opstartzijde oor olgende opstartprocedure Hiermee selecteert u de zijde waar anaf de firmware de olgende keer wordt opgestart: 12 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

permanent of tijdelijk. U kunt firmware-updates testen door op te starten anaf de tijdelijke zijde oordat u de firmware-updates kopieert naar de permanente zijde. Systeemwerkstand Selecteer de werkstand: handmatig of standaard. In de werkstand Handmatig worden erschillende automatische opstartfuncties genegeerd (zoals automatisch herstarten) en wordt de aan/ uit-knop geactieerd. Startbeleid sererfirmware Selecteer de begin werkstand oor de sererfirmware: Standby (door de gebruiker gestart), Actief (Altijd automatisch opstarten), or Automatisch opstarten (Alleen automatisch opnieuw opstarten). Als de sererfirmware in de werkstand standby staat, kunnen logische partities worden ingesteld en geactieerd. Systeemuitschakelbeleid Het systeemuitschakelbeleid is een systeemparameter die bepaalt hoe het systeem zich gedraagt wanneer de laatste partitie (of de enige partitie in het geal dat het systeem niet wordt beheerd met een HMC) wordt uitgeschakeld. Maak een keuze uit de olgende beleidsdefinities oor het uitschakelen an het systeem: Automatisch: Hiermee kan de HMC bepalen wanneer het uitschakelen (indien nodig) plaatsindt en wordt gezorgd oor het minste tijderlies. Uitschakelen: Hiermee wordt het systeem uitgeschakeld wanneer de laatste partitie wordt uitgeschakeld. Ingeschakeld blijen: Hiermee blijft het systeem ingeschakeld wanneer de laatste partitie wordt uitgeschakeld. Opmerking: Als de flash-opstartzijde wordt gewijzigd oordat de laatste partitie is uitgeschakeld, wordt het systeem automatisch weer opnieuw opgestart om de zijdewisseling te oltooien. Standaardpartitie-omgeing Selecteer Standaard (alleen geldig als het RB-sleutelwoord niet SO is), AIX, IBM i of Linux. 4. Voer een an de olgende stappen uit: Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde opties op te slaan. De netoedingsstatus blijft ongewijzigd. Klik op Instellingen opslaan en in-/uitschakelen. Alle geselecteerde opties worden opgeslagen en het systeem wordt uit- of ingeschakeld. De optie oor inschakelen is alleen beschikbaar als het systeem is uitgeschakeld. De optie oor uitschakelen is alleen beschikbaar als het systeem is ingeschakeld. Verwante onderwerpen: VPD (Vital Product Data) programmeren op pagina 37 Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u VPD (Vital Product Data), zoals het merk, de ID's en het behuizingstype an het systeem programmeren. Om toegang te krijgen tot de schermen die betrekking hebben op VPD, moet u een beheerder of een gemachtigde sericeproider zijn. Verwante taken: Systeem-ID's instellen op pagina 39 Hiermee stelt u het unieke systeem-id, het serienummer an het systeem, het type computer en het model in. Merk an het systeem instellen op pagina 38 Het systeemmerk an uw systeem wordt aangegeen met een code an twee tekens. Automatisch herstarten instellen De functie oor het automatisch opnieuw starten an het systeem in- of uitschakelen. De Adanced System Management Interface beheren 13

U kunt uw systeem zodanig instellen dat het automatisch opnieuw wordt gestart. Deze functie komt an pas als de netoeding, na een stroomstoring waardoor het systeem is uitgeschakeld, is hersteld en een backupoedingseenheid opnieuw is opgeladen. Om deze bewerking te kunnen uitoeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Als u de functie om het systeem automatisch opnieuw te starten wilt gebruiken, moet u de systeemwerkstand op normaal instellen in de instellingen oor het in-/uitschakelen an het systeem. U stelt de functie oor het automatisch herstarten als olgt in: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Voedings-/herstartbesturing uit en klik op Automatisch opstarten na stroomonderbreking. 3. Klik in de keuzelijst op Inschakelen of Uitschakelen. De standaardinstelling oor automatisch herstarten is Uitschakelen. 4. Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde opties op te slaan. Als het systeem opnieuw wordt gestart, keert het systeem terug naar de werkstand die het had op het moment dat de stroom uitiel. Als het systeem niet wordt beheerd door een Hardware Management Console (HMC), wordt het besturingssysteem opnieuw door het systeem gestart. Als het systeem wel door een HMC wordt beheerd, worden alle partities die oor de stroomuital werden uitgeoerd, opnieuw geactieerd. Verwante taken: Systeem aan- en uitzetten op pagina 11 Dierse IPL-parameters bekijken en aanpassen. Onmiddellijk uitschakelen U kunt uw systeem sneller afsluiten door de optie oor onmiddellijk afsluiten te gebruiken. Deze optie wordt normaal gesproken alleen in noodgeallen gebruikt. Het besturingssysteem ontangt geen waarschuwing oordat het systeem wordt uitgeschakeld. Waarschuwing: Om het erlies an gegeens en een langere opstartprocedure (IPL) te ermijden als het systeem of de logische partities de olgende keer worden opgestart, moet u het besturingssysteem afsluiten oordat u het systeem onmiddellijk afsluit. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het systeem onmiddellijk uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Voedings-/herstartbesturing uit en klik op Onmiddellijk uitschakelen. 3. Klik op Doorgaan om de bewerking uit te oeren. Een opstartprocedure oor het systeem uitoeren U kunt uw systeem opnieuw opstarten zonder het systeem olledig af te sluiten. Belangrijk: Als u het systeem opnieuw opstart worden alle partities onmiddellijk afgesloten. Om deze opdracht uit te oeren, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: 14 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een systeem opnieuw op te starten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Voedings-/herstartbesturing uit en klik op Systeemherstart. 3. Klik op Doorgaan om de bewerking uit te oeren. ASMI-machtigingsnieaus Er zijn erschillende machtigingsnieaus beschikbaar oor toegang tot de sericeprocessor ia de ASMI. De olgende machtigingsnieaus worden ondersteund: Algemene gebruiker De menuopties die de algemene gebruiker aangeboden krijgt, bestaan uit een subset an de opties die de systeembeheerder en gemachtigde sericeproider tot hun beschikking hebben. Gebruikers met een algemene machtiging kunnen de instellingen in de ASMI-menu's bekijken. Het aanmeld-id is general en het standaardwachtwoord is general. De menuopties die de beheerder aangeboden krijgt, bestaan uit een subset an de opties die de gemachtigde sericeproider tot zijn beschikking heeft. Gebruikers met beheerdersmachtiging kunnen naar permanente opslag schrijen en instellingen bekijken en wijzigen die de werking an de serer beïnloeden. Een gebruiker die zich oor de eerste keer aanmeldt bij de ASMI nadat de serer is geïnstalleerd, moet een nieuw wachtwoord opgeen. Het aanmeld-id is admin en het standaardwachtwoord is admin. Gemachtigde sericeproider Een gemachtigde sericeproider heeft toegang tot alle functies die kunnen worden gebruikt om extra foutopsporingsinformatie te erzamelen oer een defect systeem, zoals het bekijken an de permanente opslag en het wissen an alle deconfiguratiefouten. Er zijn drie aanmeld-id's oor gemachtigde sericeproiders: celogin, celogin1 en celogin2. celogin is het primaire account oor sericeproiders. Dit account wordt standaard ingeschakeld en kan de andere twee sericeproider-id's (celogin1 en celogin2) in- of uitschakelen. Het aanmeld-id is celogin. Het wachtwoord wordt dynamisch gegenereerd. U ontangt dit wanneer u de sericemedewerkers an IBM belt. Het ID celogin kan worden uitgeschakeld door de gebruiker admin. celogin1 en celogin2 zijn standaard uitgeschakeld. Als de ID's zijn ingeschakeld, moet er een statisch wachtwoord oor de ID's worden ingesteld. Het standaardwachtwoord oor beide ID's is celogin. Het standaardwachtwoord moet worden gewijzigd als het ID oor het wordt ingeschakeld. De gebruiker admin kan ook deze aanmeld-id's in- en uitschakelen. Om het wachtwoord oor celogin1 of celogin2 opnieuw in te stellen, kan de gebruiker admin het ID uitschakelen en erolgens weer inschakelen. Zodra het ID opnieuw is ingeschakeld, moet het wachtwoord worden gewijzigd. Als celogin, celogin1 of celogin2 is ingeschakeld, kan het ID worden gebruikt om het beheerderswachtwoord zo nodig opnieuw in te stellen. Als een beheerder of algemene gebruiker zich oor de eerste keer aanmeldt, is Change Password de enig beschikbare menuoptie. Om toegang te krijgen tot meer ASMI-menu's moet u het standaardwachtwoord oor de beheerder of algemene gebruiker wijzigen. Als u een gemachtigde sericeproider bent, kunt u uw wachtwoord niet wijzigen. Verwante taken: ASMI-wachtwoorden wijzigen op pagina 16 De toegangswachtwoorden wijzigen oor de algemene gebruiker, beheerder en HMC. De Adanced System Management Interface beheren 15

ASMI-aanmeldbeperkingen Informatie oer aanmeldbeperkingen ten aanzien an de ASMI, met inbegrip an het maximum aantal gebruikers dat aangemeld mag zijn. Er kunnen slechts drie gebruikers tegelijkertijd zijn aangemeld. Als drie gebruikers zijn aangemeld bij de ASMI en zich erolgens een ierde gebruiker met een hoger machtigingsnieau dan (een an) de aangemelde gebruikers probeert aan te melden, wordt een an de gebruikers met de minste rechten door de ASMI afgemeld. Een sessie loopt boendien automatisch af als u, terwijl u bent aangemeld, gedurende 15 minuten niet actief bent. U krijgt niet meteen bericht als uw sessie erloopt. Als u echter iets op de geopende pagina wilt selecteren, wordt u teruggestuurd naar het ASMI-welkomstenster. Wie er bij de ASMI is aangemeld, kunt u zien bij Huidige gebruikers in het ASMI-welkomstenster, nadat u zich hebt aangemeld. Opmerking: De tabel Status gebruikers-id wordt pas in het welkomenster an de ASMI afgebeeld als u aangemeld bent. Als u ijf ongeldige aanmeldpogingen hebt gedaan, wordt uw gebruikersaccount ijf minuten geblokkeerd zonder dat dit inloed heeft op de andere accounts. Als het beheerdersaccount bijoorbeeld is geblokkeerd, kan de algemene gebruiker zich nog steeds aanmelden als deze het juiste wachtwoord gebruikt. Deze aanmeldingsbeperking geldt oor de ID's an de algemene gebruiker, beheerder en gemachtigde sericeproider. Verwante onderwerpen: ASMI-machtigingsnieaus op pagina 15 Er zijn erschillende machtigingsnieaus beschikbaar oor toegang tot de sericeprocessor ia de ASMI. ASMI-aanmeldingsprofiel instellen Informatie oer het wijzigen an wachtwoorden, het bekijken an aanmeldingsaudits, het wijzigen an de standaardtaal en het bijwerken an de geïnstalleerde talen. ASMI-wachtwoorden wijzigen De toegangswachtwoorden wijzigen oor de algemene gebruiker, beheerder en HMC. U kunt de toegangswachtwoorden oor de algemene gebruiker, beheerder en HMC wijzigen. Als u een algemene gebruiker bent, kunt u alleen uw eigen wachtwoord wijzigen. Als u een beheerder bent, kunt u uw eigen wachtwoord wijzigen en de wachtwoorden an algemene gebruikers. Als u een gemachtigde sericeproider bent, kunt u uw eigen wachtwoord, de wachtwoorden an algemene gebruikers en beheerders en het toegangswachtwoord oor de HMC wijzigen. Een wachtwoord kan een willekeurige combinatie an 64 alfanumerieke tekens zijn. Het standaardwachtwoord oor het algemene gebruikers-id is general en het standaardwachtwoord oor het beheerders-id is admin. Na uw eerste aanmelding bij de ASMI en nadat de reset-jumpers zijn erplaatst, moeten de wachtwoorden an de algemene gebruiker en de beheerder worden gewijzigd. Het HMC-toegangswachtwoord wordt doorgaans ingesteld op de HMC tijdens de eerste aanmelding. Als u dit wachtwoord wijzigt met behulp an de ASMI is de wijziging meteen an kracht. Opmerking: Het IPMI-wachtwoord kan worden gewijzigd of gereset op elk systeem met OPAL-ondersteuning. U wijzigt een wachtwoord als olgt: Opmerking: Voor de eiligheid moet u het wachtwoord an de huidige gebruiker inoeren in het eld Huidig wachtwoord oor huidige gebruiker. Dit is niet het wachtwoord an het gebruikers-id dat u wilt wijzigen. 16 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied het item Aanmeldingsprofiel uit. 3. Klik op Wachtwoord wijzigen. 4. Geef de ereiste informatie op en klik op Continue. ASMI-aanmeldingsaudits terughalen U kunt in de aanmeldhistorie an de ASMI de laatste twintig aanmeldingen zien die zijn geslaagd en de laatste twintig die zijn mislukt. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U haalt aanmeldingsaudits als olgt terug: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied het item Aanmeldingsprofiel uit. 3. Klik op Aanmeldingsaudits ophalen. In het rechterenster wordt de aanmeldhistorie afgebeeld. Beleid oor gebruikerstoegang bekijken U kunt het beleid oor gebruikerstoegang oor de ASMI bekijken. U kunt de machtigingsnieaus bekijken die gekoppeld zijn aan elke gebruiker in de ASMI. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Om het beleid oor gebruikerstoegang te bekijken, gaat u als olgt te werk: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied het item Aanmeldingsprofiel uit. 3. Selecteer Beleid oor gebruikerstoegang. In het rechterenster wordt het beleid oor gebruikerstoegang afgebeeld. Standaardtaal wijzigen oor de ASMI Selecteer de taal waarin de menu's an ASMI Web (Adanced System Management Interface) en tty (teletypewerkstation) worden afgebeeld. U kunt, oordat u zich aanmeldt, de taal kiezen die in het ASMI-welkomstenster wordt afgebeeld. Als u bij het aanmelden geen andere taal kiest, kunt u dit tijdens de ASMI-sessie alsnog doen. U moet oor alle inoer de Engelse taal gebruiken, ook als u oor de interfaceweergae een andere taal hebt ingesteld. Opmerking: U kunt oor elke ASMI-sessie de taal wijzigen door in het menu in het ASMI-welkomstenster de gewenste taal te kiezen oordat u zich aanmeldt. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de standaardtaal in te stellen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied het item Aanmeldingsprofiel uit. De Adanced System Management Interface beheren 17

3. Klik op Standaardtaal wijzigen. 4. Selecteer in het rechterdeelenster de gewenste taal en klik op Sae setting. Geïnstalleerde talen bijwerken Selecteer extra talen die u op de sericeprocessor wilt installeren. De sericeprocessor kan maximaal ijf talen tegelijkertijd ondersteunen. De Engelse taal is standaard geïnstalleerd. Wijzigingen in de geïnstalleerde talen worden an kracht wanneer de firmware wordt bijgewerkt. Opmerking: U moet oor alle inoer de Engelse taal gebruiken, ook als u oor de interfaceweergae een andere taal hebt ingesteld. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de geïnstalleerde taal bij te werken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied het item Aanmeldingsprofiel uit. 3. Selecteer Geïnstalleerde talen bijwerken. 4. Selecteer in het rechterdeelenster de gewenste talen en klik op Instelling opslaan. De serer beheren met behulp an de ASMI Veel taken kunnen met de ASMI worden uitgeoerd als u zich met het ereiste machtigingsnieau hebt aangemeld. De sericeprocessor en de ASMI worden standaard geleerd op alle Power Systems serers. Verwante onderwerpen: ASMI-machtigingsnieaus op pagina 15 Er zijn erschillende machtigingsnieaus beschikbaar oor toegang tot de sericeprocessor ia de ASMI. Systeemgegeens bekijken Systeem gegeens afbeelden, zoals de VPD (Vital Product Data), gegeens oer permanente opslag, SPCN-traceergegeens (System Power Control Network) en oortgangsindicatiegegeens. Opmerking: De eraldatum oor de licentiesleutel oor firmware-updates wordt altijd rechtsboen op de ASMI-statuspagina afgebeeld. Belangrijk: Als u in de browser op Terug (of Back) klikt, kan het gebeuren dat erouderde gegeens worden afgebeeld. Als u de meest recente gegeens wilt afbeelden, selecteert u het gewenste item in het naigatieenster. VPD (Vital Product Data) bekijken Hiermee bekijkt u alle VPD (ital product data) an de fabrikant, zoals serie- en onderdeelnummers. Hiermee kunt u de VPD an de fabrikant bekijken die zijn opgeslagen tijdens de orige opstartprocedure. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen 18 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de VPD te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit en klik op Vital Product Data. 3. Er wordt een lijst afgebeeld met FRU's (Field Replaceable Units) en de bijbehorende beschrijingen die zich op het systeem beinden. Selecteer in deze lijst de FRU's die u wilt bekijken. 4. Klik op Details afbeelden om de uitgebreide informatie an deze FRU's af te beelden of klik op All details afbeelden om de uitgebreide informatie an alle VPD-items af te beelden. Permanente opslag bekijken De inhoud an het register afbeelden. U kunt extra foutopsporingsgegeens erzamelen an een defect systeem door de inhoud an het register te bekijken. De term registersleutel slaat, afhankelijk an de context, op een essentieel deel an een registerermelding of op de hele registerermelding. De hiërarchie an de registersleutel en de inhoud an sleutels kunt u zowel in ASCII- als in hexadecimaal formaat bekijken. Elke registerermelding wordt gekenmerkt met een tweedelige sleutel. Het eerste deel bestaat uit de componentnaam en het tweede deel is de naam an de sleutel. Voorbeeld: De sleutel TerminalSize an de component esw_menu wordt aangegeen met menu/terminalsize. Elke registersleutel heeft teens een waarde, die maximaal 255 bytes met binaire gegeens kan beatten. Om permanente opslag te kunnen bekijken, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Voer de olgende stappen uit om de componentnamen an de inhoud an het register te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit en klik op Permanente opslag. 3. Door op de componentnamen te klikken, krijgt u een lijst met registerermeldingen te zien. 4. Klik op de gewenste registerermelding om de inhoud an de registerermelding af te beelden. Het bestandssysteem bekijken Bekijken welk bestandssysteem wordt gebruikt. U kunt bekijken welk bestandssysteem momenteel wordt gebruikt. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het bestandssysteem te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit en klik op Bestandssysteem. 3. Er wordt een lijst afgebeeld met bestandssystemen en de bijbehorende beschrijingen die zich op het systeem beinden. SPCN-traceergegeens bekijken Hiermee bekijkt u de SPCN-traceergegeens (System Power Control Network) die zijn gedumpt uit het subsysteem an de processor of de serermodule. U kunt een dump maken an de SPCN-traceergegeens an het processorsubsysteem of de sericemodule om extra foutopsporingsinformatie te erkrijgen. Het maken an een tracering kan, afhan- De Adanced System Management Interface beheren 19

kelijk an het type systeem en configuratie dat u hebt, geruime tijd in beslag nemen. Deze ertraging wordt eroorzaakt door de hoeeelheid tijd die het systeem nodig heeft om de gegeens te erzamelen. Belangrijk: Vanwege de tijd die het maken an traceergegeens in beslag neemt, is het erstandig deze optie alleen te kiezen als dit door een gemachtigde sericeproider wordt aanbeolen. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om deze traceergegeens te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegedeelte Systeemgegeens uit en klik op Voedingsnetwerktracering. De traceergegeens worden afgebeeld als aaneengesloten gegeens in twee kolommen. 3. De onbewerkte binaire gegeens ziet u in de linkerkolom en de ASCII-ertaling in de rechterkolom. Voortgangsindicatie an orige opstartprocedure bekijken Informatie oer het weergeen an de oortgangsindicatie an de orige opstartprocedure an het systeem. U kunt de oortgangsindicatie bekijken an de orige, mislukte opstartprocedure. Tijdens een geslaagde opstartprocedure wordt de orige oortgangsindicatie gewist. Als u deze optie kiest na een geslaagde opstartprocedure, wordt er niets afgebeeld. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider De oortgangsindicatiegegeens worden opgeslagen in niet-luchtig geheugen. Als het systeem met behulp an de aan/uit-knop op het bedieningspaneel wordt uitgeschakeld, worden deze gegeens bewaard. Als de netoeding op het systeem wordt uitgeschakeld, gaan deze gegeens erloren. Voer de olgende stappen uit om de oortgangsindicatie an de orige opstartprocedure te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit. 3. Selecteer Vorige oortgangsindicator oor opstarten. De resultaten worden afgebeeld in het rechterdeelenster. Historie oortgangsindicatie bekijken U kunt de oortgangscodes bekijken die op het bedieningspaneel erschenen tijdens de laatste opstartprocedure. De codes worden afgebeeld in omgekeerde chronologische olgorde. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Als u de oortgangsindicatiehistorie wilt bekijken, oert u de olgende taak uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit. 3. Selecteer Historie oortgangsindicators. 20 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

4. Selecteer de gewenste oortgangsindicatie waaran u de aanullende gegeens wilt bekijken en klik op Details afbeelden. In de lijst met oortgangsindicatiecodes staan de meest recente codes boenaan en de oudste onderaan. Real-time oortgangsindicatie bekijken U kunt de oortgangscodes en foutcodes laten afbeelden die momenteel op het bedieningspaneel erschijnen. De oortgangs- en foutcodes komen an pas bij het maken an een diagnose an problemen met betrekking tot de opstartprocedure. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Als u de oortgangsindicatie wilt bekijken, oert u de olgende taak uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit. 3. Kies Real-time oortgangsindicator om een klein enster te openen met daarin afgebeeld de actuele oortgangs- en foutcodes. Als op het bedieningspaneel momenteel geen waarde wordt afgebeeld, wordt het kleine enster wel afgebeeld, maar zonder inhoud. Geheugengegeens bekijken Als op het eerstolgende ondersteuningsnieau een conflict wordt ermoed met de DIMM's (dual inline memory modudles) an de OEM (original equipment manufacturer), kan het zijn dat zij het nodig inden om deze procedure uit te oeren. Voer de olgende stappen uit om de geheugengegeens te bekijken. 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit. 3. Selecteer de optie Memory serial presence detect data om algemene informatie te bekijken oer de DIMM's an de OEM die in het systeem zijn geïnstalleerd. Er wordt een rapport afgebeeld. Het eerstolgende ondersteuningsnieau kan de uitkomsten interpreteren. Historie an firmwareonderhoud bekijken U kunt de historie an het firmwareonderhoud bekijken. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de historie an het firmwareonderhoud te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit. 3. Klik op Historie firmwareonderhoud om de historie an het firmwareonderhoud af te beelden. Geheugengegeens bekijken De geheugengegeens an het systeem afbeelden. U kunt de erepair-gegeens an het systeemgeheugen bekijken. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen De Adanced System Management Interface beheren 21

Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de VPD te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemgegeens uit en klik op erepair-geheugengegeens. 3. Er wordt een lijst afgebeeld met geheugengegeens en de bijbehorende beschrijingen die zich op het systeem beinden. Systeemconfiguratie wijzigen Aangepaste systeemconfiguraties bekijken en uitoeren, zoals het inschakelen an PCIfouteninjectiebeleid, systeem-id-gegeens bekijken en de geheugenconfiguratie wijzigen. Systeemnaam wijzigen U kunt de naam waarmee het systeem wordt geïdentificeerd, wijzigen. Met behulp an deze naam kan uw productieteam (bijoorbeeld systeembeheerder, netwerkbeheerder of gemachtigde sericeproider) sneller de locatie, configuratie en historie an uw serer bepalen. Om deze opdracht uit te oeren, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider De systeemnaam is geïnitialiseerd olgens de uit 31-tekens bestaande waarde Serer-tttt-mmm- SNooooooo, waarbij de erangende tekens de olgende betekenis hebben: Tekens tttt mmm ooooooo Beschrijing Machinetype Modelnummer Serienummer De systeemnaam kan worden gewijzigd in een willekeurige, geldige ASCII-reeks. De naam hoeft geen geïnitialiseerd formaat te hebben. Voer de olgende stappen uit om de systeemnaam te wijzigen: 1. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 2. Klik op Systeemnaam. 3. Geef de gewenste systeemnaam op olgens de hierboen ermelde naamgeingsregels. 4. Klik op Instellingen opslaan om de nieuwe systeemnaam te beestigen. De nieuwe systeemnaam wordt afgebeeld in het statuskader, het gebied waar zich ook de afmeldknop beindt. Als u een andere methode gebruikt om de systeemnaam te wijzigen, zoals HMC, wordt de wijziging niet afgebeeld in het statuskader. I/O-behuizingen configureren Hiermee kunt u dierse I/O-sleufkenmerken bekijken en wijzigen. Zodra de sererfirmware standby of running is, kunt u de olgende I/O-behuizing configureren wanneer: Geef de status, locatiecode, rekadres, adres an de eenheid, PCN-ID en apparaattype en -model weer an elke behuizing in het systeem. Wijzig de status an de ID-indicator op iedere behuizing in identify of off. Werk het PCN-ID, serienummer an de behuizing en apparaattype en -model an iedere behuizing bij. 22 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Wijzig de ID-indicatorstatus an de SPCN-firmware in een behuizing in Enable of Disable. Verwijder rekadressen en adressen an de eenheid an alle inactiee behuizingen in het systeem. Om deze opdracht uit te oeren, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om I/O-behuizingen te configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit en klik op I/O-behuizingen configureren. 3. Selecteer de behuizing en de gewenste bewerking. Als u Instellingen wijzigen selecteert, oltooit u de bewerking door op Instellingen opslaan te klikken. Datum en tijd wijzigen U kunt de huidige datum en tijd an het systeem afbeelden en wijzigen. De tijd wordt opgeslagen als UTC (Coordinated Uniersal Time). Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: U kunt de tijd alleen wijzigen als het systeem is uitgeschakeld.als het systeem aan staat, wordt de tijd afgebeeld en kan deze niet gewijzigd worden. Voer de olgende stappen uit om de datum en tijd te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op Tijd. Als het systeem is uitgeschakeld, worden in het rechterdeelenster de huidige datum (dag, maand en jaar) en tijd afgebeeld (uren, minuten en seconden). 4. Wijzig de datum en/of de tijd en klik op Instellingen opslaan. Het updatebeleid oor firmware bekijken op een System i-model Als u een model an de System i gebruikt, kunt u het beleid oor updates an de firmware bekijken anaf de Hardware Management Console (HMC) of ia het besturingssysteem IBM i. Deze opties zijn alleen geldig als u een model an de System i gebruikt dat wordt beheerd door een HMC. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U bekijkt het updatebeleid oor firmware als olgt: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op Beleid oor firmware-updates. Het PCI-foutenbeleid wijzigen Hiermee wijzigt u het PCI-fouteninjectiebeleid, waardoor fouten in PCI-kaarten worden geïnjecteerd. De Adanced System Management Interface beheren 23

U kunt het injecteren an fouten in de PCI-bus in- of uitschakelen. Onafhankelijke softwareleeranciers die stuurprogramma's ontwikkelen, injecteren bijoorbeeld soms fouten om de fouterwerking in het stuurprogramma te testen. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Om fouten te kunnen injecteren, is naast speciale hardware ook uitgebreide kennis an PCIbussen ereist. Voer de olgende stappen uit om het beleid oor PCI-fouteninjectie in en uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op Beleid oor PCI-fouteninjectie. 4. Selecteer in het rechterdeelenster Ingeschakeld of Uitgeschakeld. 5. Klik op Instellingen opslaan. Bewaking configureren Hiermee configureert u de bewaking an de sererfirmware en HMC. Om bewaking te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. De bewaking indt plaats door periodiek monsters te nemen, ook wel heartbeats genoemd. Daarmee kan worden astgesteld of er sprake is an fout met een HMC of een erbindingsfout met de sererfirmware. Voer de olgende stappen uit om de HMC te configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op Bewaking. 4. Selecteer Ingeschakeld of Uitgeschakeld oor de sererfirmware en oor de HMC. Alle elden oor erbindingsbewaking zijn standaard ingeschakeld. 5. Klik op Instellingen opslaan. De bewaking wordt pas an kracht bij de olgende keer dat het besturingssysteem wordt gestart. Het aantal HSL OptiConnect-erbindingen wijzigen Als u het besturingssysteem IBM i gebruikt, kunt u het maximumaantal HSL (high-speed link) OptiConnect-erbindingen op uw systeem toestaan. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het aantal HSL OptiConnect-erbindingen te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op HSL OptiConnect-erbindingen. 4. Typ een nieuwe waarde in het eld Aangepast of selecteer Automatisch als u het systeem automatisch het maximumaantal HSL-OptiConnect-erbindingen wilt laten bepalen. 5. Klik op Instellingen opslaan. 24 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

De geheugentoewijzing wijzigen De taak Grotere capaciteit I/O-adapter inschakelen of uitschakelen. Als deze taak ingeschakeld is kunt u de hoeeelheid geheugen die wordt toegewezen aan de opgegeen PCI-sleuen (Peripheral Component Interconnect) ergroten. U kunt de hoeeelheid geheugen ergroten die oor specifieke PCI-sleuen aan een I/O-adapter wordt toegewezen. Als de optie Grotere capaciteit I/O-adapter is ingeschakeld, kunt u de PCI-sleuen opgeen die de grootste adresruimte ontangen die in het geheugen beschikbaar is. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het toewijzen an geheugen aan de I/O-adapter in of uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Grotere capaciteit I/O-adapter. 4. Selecteer in het rechterdeelenster Ingeschakeld of Uitgeschakeld. Als u Grotere capaciteit I/Oadapter inschakelt, moet u het aantal sleuen opgeen dat u wilt inschakelen. 5. Klik op Instellingen opslaan. 6. Start het systeem opnieuw op om de wijzigingen an kracht te laten worden. Verbindingsgegeens oer de HMC erwijderen Gegeens oer erbroken erbindingen met de HMC afbeelden en erwijderen. Standaard erlopen de gegeens an een HMC-erbinding op het beheerde systeem 14 dagen nadat de erbinding met de HMC is erbroken. Als u een systeemtaak wilt uitoeren waaroor ereist is dat alle HMC's an het beheerde systeem worden losgekoppeld, kunt u de gegeens an de HMC-erbinding wissen oordat de periode an 14 dagen is erlopen. Om de erbinding met een HMC te kunnen erbreken, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Voer de olgende stappen uit als u de erbinding an een HMC wilt erbreken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Hardware Management Consoles. 4. Selecteer de gewenste HMC. 5. Klik op Verbinding erwijderen. Virtuele I/O-aansluitingen configureren Deze instelling wordt gebruikt om alle irtuele inoer/uitoer-connectiiteit tussen partities in of uit te schakelen. Als deze instelling is uitgeschakeld, zijn alleen irtuele tty-sessies met de hardware management console toegestaan. Virtuele I/O-connectiiteit beheren: Gebruik de ASMI (Adanced System Management Interface) om het beleid in te stellen oor irtuele I/O-connectiiteit. Als u deze configuratie-instelling opgeeft, kunt u de irtuele I/O-actiiteit tussen partities beheren. Het beleid wordt standaard ingesteld op ingeschakeld, zodat alle irtuele I/O-connectiiteit tussen partities is toegestaan. Als deze instelling is uitgeschakeld, zijn alleen irtuele tty-sessies met de Hardware Management Console (HMC) toegestaan. De Adanced System Management Interface beheren 25

Belangrijk: Voordat u de beleidsinstelling wijzigt, zet u het systeem uit. U moet een gemachtigde sericeproider zijn. Als u het beleid oor irtuele I/O-erbindingen wilt instellen, moet u de olgende stappen uitoeren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op Systeemconfiguratie en daarna op Virtuele I/O-erbindingen. 3. Selecteer Inschakelen of Uitschakelen om de instelling te wijzigen. 4. Klik op Instellingen opslaan. Verwante informatie: Virtuele adapters Virtuele resources configureren oor logische partities Ethernet-instellingen configureren U kunt systeemfirmware-instellingen configureren waarmee u de irtuele I/O-connectiiteit tussen partities kunt beperken, het aantal irtuele Ethernet-switches kunt beheren die door de firmware zijn toegewezen, en kunt bepalen wanneer de test oor berekening an de drijende-komma-eenheid moet worden uitgeoerd. Configuratiegegeens oor irtuele Ethernet-switches: U kunt een configuratiewaarde instellen waarmee u het aantal irtuele Ethernet-switches kunt opgeen die kunnen worden toegewezen door de systeemsererfirmware. Deze waarde wordt standaard ingesteld op 0. Met de waarde 0 kan de HMC het aantal irtuele Ethernetswitches beheren dat is toegewezen door de systeemsererfirmware. U kunt deze waarde wijzigen om maximaal 16 toegestane irtuele switches op te geen. De standaardwaarde wordt algemeen gebruikt oor de meeste configuraties. In een complexere omgeing waarin u mogelijk wilt dat de systeemsererfirmware een groter aantal irtuele Ethernet-switches maakt tijdens het inschakelen an het platform, kunt u een groter aantal instellen en de besturing anaf de HMC negeren. Nadat u deze waarde hebt ingesteld, wordt de adapter, op het moment dat een irtuele Ethernet-adapter wordt gemaakt met de HMC, erbonden met een bepaalde irtuele switch afhankelijk an het irtuele sleufnummer dat tijdens het maken is gekozen. Het irtuele sleufnummer an de adapter wordt gedeeld door het aantal irtuele Ethernet-switches, en de restwaarde an deze deling wordt gebruikt om te bepalen aan welke switch de adapter wordt gekoppeld. Elke irtuele Ethernet-adapter kan alleen communiceren met andere irtuele Ethernet-adapters op dezelfde irtuele switch. Het maximumaantal irtuele Ethernet-switches instellen: U kunt het aantal irtuele Ethernet-switches beheren die zijn toegewezen door de systeemsererfirmware. Belangrijk: Voordat u de waarde oor het aantal irtuele Ethernet-switches wijzigt, schakelt u het systeem uit. Als u de waarde oor irtuele Ethernet-switches wilt configureren, moet u de olgende stappen oltooien. 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op Systeemconfiguratie en klikt u op Virtuele Ethernet-switches. 3. Voer een waarde in oor het aantal irtuele Ethernet-switches. De waarde kan een geheel getal zijn an 0 tot 16. 4. Klik op Instellingen opslaan om de configuratie op te slaan. 26 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Als u het aantal irtuele Ethernet-switches bijoorbeeld instelt op 3, worden de irtuele Ethernet-adapters in irtuele sleuen 3, 6 en 9 toegewezen aan dezelfde switch. Een irtuele Ethernet-adapter in irtuele sleuf 4 wordt dan toegewezen aan een andere switch en kan niet communiceren met de adapters in sleuen 3, 6 en 9. Verwante onderwerpen: Configuratiegegeens oor irtuele Ethernet-switches op pagina 26 U kunt een configuratiewaarde instellen waarmee u het aantal irtuele Ethernet-switches kunt opgeen die kunnen worden toegewezen door de systeemsererfirmware. De licentieoereenkomst oor firmware bekijken U kunt de licentieoereenkomst oor de firmware bekijken. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de licentieoereenkomst oor de firmware af te beelden: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Firmware-licentieoereenkomst. De drijende-kommatest uitoeren Met behulp an de configuratie-instellingen kunt u bepalen wanneer u de berekeningstest an de drijende-komma-eenheid wilt uitoeren. U kunt aangeen dat de test direct moet worden uitgeoerd of op erschillende tijden. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om aan te geen wanneer deze test moet worden uitgeoerd: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en klik op Berekeningstest an de drijendekommaeenheid. 3. Selecteer in het rechterdeelenster de gewenste grootte en klik op Instellingen opslaan of op De test direct uitoeren. Configuratie an de Virtual Trusted Platform Module De Virtual Trusted Platform Module configureren U kunt de Virtual Trusted Platform Module configureren. Om de Virtual Trusted Platform Module te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Configureer de Virtual Trusted Platform Module aan de hand an de olgende stappen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Virtual Trusted Platform Module. 4. Selecteer Ingeschakeld of Uitgeschakeld. 5. Klik op Sae settings. De Adanced System Management Interface beheren 27

Configuratie an de wheel-tijd oor erzenden an hyperisor De wheel-tijd oor erzenden an hyperisor configureren U kunt de wheel-tijd oor erzenden an hyperisor configureren. Om de wheel-tijd oor erzenden an hyperisor te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Configureer de wheel-tijd oor erzenden an hyperisor aan de hand an de olgende stappen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Wheel-tijd oor erzenden an hyperisor. 4. Wijzig in het rechter enster de gewenste beschikbare opties. 5. Klik op Sae settings. Configuratie an de PCIe-hardwaretopologie De PCIe-links (Peripheral Component Interconnect Express) die oor het systeem aanwezig zijn configureren. U kunt de PCIe-hardwaretopologie configureren, bijoorbeeld het linktype, de linkstatus en de linkbreedte Om de PCIe-hardwaretopologie te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Configureer de PCIe-hardwaretopologie aan de hand an de olgende stappen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op PCIe-hardwaretopologie. 4. Wijzig in het rechter enster de gewenste beschikbare opties. 5. Klik op Sae settings. Configureren an de grootte an de hardwarepaginatabel De grootte an de hardwarepaginatabel configureren. U kunt de grootte an de hardwarepaginatabel configureren. Om de grootte an de hardwarepaginatabel te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Configureer de grootte an de hardwarepaginatabel aan de hand an de olgende stappen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Grootte an de hardwarepaginatabel. 4. Wijzig in het rechter enster de gewenste beschikbare opties. 5. Klik op Sae settings. Configureren an de hyperisor The instellingen oor de hyperisor configureren in de ASMI. U kunt de instellingen oor de hyperisor configureren als de sericeprocessor in de standby-status is. U kunt het wachtwoord oor de IPMI-sessie altijd wijzigen. 28 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Om de instellingen oor de hyperisor te kunnen configureren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Opmerking: Deze taak is niet beschikbaar op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. U kunt de instellingen oor de hyperisor als olgt configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Hyperisor-configuratie. 4. Wijzig in het rechter enster de gewenste beschikbare opties. 5. Klik op Sae settings. Firmware configureren Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u de firmware op uw systeem configureren. Opmerking: Deze taak is alleen beschikbaar op 8247-21L-, 8247-22L-, 8247-42L-, 8284-22A-, 8286-41A of 8286-42A-systemen die werken met firmwaretype OPAL. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Ga als olgt te werk om de firmware te configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied System Configuration uit. 3. Klik op Firmware Configuration. 4. Werk waar nodig de beschikbare configuraties bij. 5. Klik op Instellingen opslaan om de firmwareconfiguratie op te slaan. Geschatte corrosiesnelheden bekijken Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u de geschatte corrosiesnelheid an het systeem bekijken. De geschatte corrosiesnelheid wordt uitgelezen uit de corrosiesensors an het systeem. Deze waarde kan alleen worden gelezen. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak wordt niet ondersteund op 8247-21L-, 8247-22L-, 8247-42L-, 8284-22A-, 8286-41Aen 8286-42A-systemen. U kunt de geschatte corrosiesnelheid als olgt bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Selecteer Geschatte corrosiesnelheden. De Adanced System Management Interface beheren 29

Consoletype selecteren Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u het consoletype selecteren. Opmerking: Deze taak is alleen beschikbaar op systemen met firmwaretype OPAL. U kunt het consoletype selecteren als IPMI of Serial. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het consoletype te selecteren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied System Configuration uit. 3. Klik op Console Type. 4. Selecteer IPMI of Serial. 5. Klik op Instellingen opslaan om de huidige configuratie op te slaan. Voorspellende deallocatie an het geheugen (predictie memory deallocation) instellen Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u de oorspellende deallocatie an het geheugen instellen. Als oorspellende deallocatie an geheugen ingeschakeld is, heft het systeem automatisch de toewijzing an geheugen op oor optimale prestaties. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om predictie memory deallocation in- of uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied System Configuration uit. 3. Selecteer Predictie Memory Deallocation. 4. Selecteer in het werkenster Enabled of Disabled. 5. Klik op Sae settings. Frequentie en oltage instellen met behulp an het High Frequency-beleid Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u het High Frequency-beleid instellen. Als het High Frequency-beleid ingeschakeld is, kunt u de Nestfrequenties en -oltages instellen oor hogere prestaties. Opmerking: Gard en OCC (on-chip controller) worden uitgeschakeld wanneer de functie High Frequency Trading wordt ingeschakeld. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het High Frequency-beleid in of uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 30 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op High Frequency-beleid. 4. Ga naar de lijst High Frequency-beleid en selecteer Ingeschakeld of Uitgeschakeld. 5. Klik op Instellingen opslaan. Hardware deconfigureren Hiermee kunt u het deconfiguratiebeleid instellen, de processorconfiguratie en de geheugenconfiguratie wijzigen, gedeconfigureerde resources bekijken en alle deconfiguratiefoutberichten wissen. Deconfiguratie an hardware kan niet uitgeoerd worden als de sericefirmware een actiee status heeft. Deconfiguratiebeleid instellen: Hiermee kunt erschillen beleidsinstellingen maken oor het (de)configureren an processor en geheugen. U kunt erschillende beleidsinstellingen maken oor het deconfigureren an processors en geheugen onder bepaalde omstandigheden. U kunt een beleid instellen waarmee de processor wordt gedeconfigureerd als er fouten optreden, zoals een oorspelbare fout (corrigeerbare fout die wordt gegenereerd doordat een processor de drempel oerschrijdt). U kunt ook de firmware inschakelen om een erwerkingseenheid (ook een knooppunt genoemd) uit te schakelen oor onderhoud als bepaalde resources in dat knooppunt worden gedeconfigureerd. De waarde in het eld Kern erangen kan ook worden ingesteld. Als u de beleidsdefinities oor deconfiguratie of de waarde oor eldkern erangen wilt instellen, moet u een an de olgende machtigingsnieaus hebben. Elke gebruiker kan de beleidsinstellingen oor deconfiguratie bekijken. Gemachtigde sericeproider Om de beleidsdefinities oor deconfiguratie of de waarde oor eldkern erangen in te stellen, oert u de olgende stappen uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens opsysteemconfiguratie > Hardware-deconfiguratie. 3. Klik op Deconfiguratiebeleid. 4. Selecteer in het rechterdeelenster oor elk beleid Ingeschakeld of Uitgeschakeld. 5. Klik op Instellingen opslaan. Oerzicht an de functie Field core oerride: De factory maakt gebruik an Field Core Oerride (eldkern erangen) om het aantal processorkernen te erminderen wanneer featurecode 2319, Factory-deconfiguratie an één kern wordt besteld bij een nieuw systeem. Opmerking: Deze taak wordt niet ondersteund op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. Op bepaalde Power System-serers is de functie eldkern erangen beschikbaar op de Adanced System Management Interface (ASMI). De featurecode moet worden besteld wanneer een nieuw systeem wordt besteld, en deze kan niet worden besteld als een oerige apparatuurspecificatie (MES) nadat een systeem is geïnstalleerd. Met de featurecode krijgt de factory de instructie om het aantal actiee processorkernen in het systeem te erminderen, zodat kosten oor softwarelicentiëring worden erminderd. Elke functiecode 2319 die wordt besteld ermindert het aantal processorkernen met één. Met de functie eldkern erangen wordt het aantal kernen aangegeen dat actief is in het systeem. Met de functie eldkern erangen kunt u het aantal actiee processorkernen in het systeem erhogen of er- De Adanced System Management Interface beheren 31

lagen. De systeemfirmware stelt het aantal actiee processorkernen in op de ingeoerde waarde. De waarde wordt an kracht tijdens de olgende opstartprocedure an het systeem. De waarde eldkern erangen kan alleen worden gewijzigd wanneer het systeem wordt uitgeschakeld. U moet deze functie gebruiken om het aantal actiee processorkernen te erhogen anwege een erhoogde werklast op het systeem. Denk bijoorbeeld aan een systeem met acht actiee processorkernen. Bij het bestellen an het systeem zijn zes featurecodes besteld. Hiermee wordt het aantal actiee kernen erminderd tot twee. Als de werklast op het systeem wordt erhoogd en u twee aanullende kernen wilt actieren zodat u in totaal ier actiee kernen hebt, stelt u de waarde oor eldkern erangen in op 4. De nieuwe waarde wordt an kracht tijdens de olgende opstartprocedure an het systeem. De toewijzing an processors aan logische partities moet worden nagekeken na de opstartprocedure an het systeem. Als erschillende processorkernen worden geconfigureerd, blijft het systeem actief met een enkele kern en wordt de kern gedeconfigureerd tijdens runtime omdat de drempelwaarde oor een herstelde fout wordt oerschreden of omdat een computercontrole niet kan worden hersteld. De functie eldkern erangen heeft inloed op het aantal kernen wanneer het systeem is ingeschakeld. Als een runtimefout optreedt in een processorkern, heeft de functie eldkern erangen geen effect op de oergebleen kernen op het systeem. Bij de olgende opstartprocedure, na een runtimefout in een processorkern, wordt de kern gedeconfigureerd door het systeem en worden extra kernen gebruikt die niet actief zijn met de waarde oor eldkern erangen tijdens de orige opstartprocedure. Opmerking: Wanneer processorkernen worden toegeoegd met behulp an de FCO (field core oerride)- functie, moet u een MES-bestelling erwerken oor het onderhouden an de systeemrecords. Als de ital product data-kaart (VPD) en de sericeprocessor worden erangen, moet de waarde oor eldkern erangen opnieuw worden ingeoerd. Na het toeoegen an een processorkaart moet u de waarde eldkern erangen instellen op het aantal geconfigureerde kernen en moet u eroor zorgen dat het aantal softwarelicenties op het resulterende systeem oldoet aan de oorwaarden oor software. In de functie oor deconfiguratie an de processor op de ASMI, worden kernen die worden gedeconfigureerd door de functie eldkern erangen afgebeeld alssystem deconfigured en wordt de foutcategorie afgebeeld als By Association. Als een processorkern defect is en als een processorkern niet is geconfigureerd door het systeem, wordt de foutcategorie afgebeeld als Fatal of Predictie en niet als By Association. De waarde oor FCO instellen: De factory ermindert het aantal processorkernen wanneer featurecode 2319, Factory-deconfiguratie an één kern wordt besteld bij een nieuw systeem en als de waarde oor FCO wordt ingesteld. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Om een waarde oor eldkern erangen in te stellen, oert u de olgende stappen uit: 1. Controleer of het systeem is uitgeschakeld. 2. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 3. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op System Configuration > Hardware Deconfiguration. 4. Klik op Field Core Oerride. 5. Geef het totale aantal processors op dat moet worden geconfigureerd. Dit aantal moet liggen tussen 1 en het totale aantal processorkernen in het systeem. 6. Klik op Instellingen opslaan. 32 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Bepalen waarom processorkernen zijn gedeconfigureerd: De processorkernen kunnen gedeconfigureerd zijn omdat de FCO-functie is opgegeen, en niet door een fout in de hardware. Voer de olgende stappen uit om de reden te bepalen oor de deconfiguratie an de processor: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice > Fouten-/eentlogboeken en Hulpmiddelen oor systeemserice en Deconfiguratierecords uit. 3. Bekijk de items in het foutenlogboek die betrekking hebben op de processor. Als er geen processorgerelateerde foutenlogboekitems worden geonden, zijn de processorkernen gedeconfigureerd omdat de FCO-functie is aangeraagd. Opmerking: Wanneer het systeem is uitgeschakeld en de sericeprocessor in de modus standby staat, opent u de ASMI en raadpleegt u het menu Systeemconfiguratie > Deconfiguratie an hardware > Veldkern erangen. U ziet dan het totaal aantal kernen oor de FCO-functie in het systeem die worden ingeschakeld. Deze optie is niet beschikbaar tijdens uitoeringstijd. Voorbeelden: De reden waarom processorkernen zijn gedeconfigureerd: In de oorbeelden ziet u de reden oor de deconfiguratie an de processor. Voorbeeld 1: De functie "field core oerride" is ingeschakeld en er zijn geen processorfouten in de standbymodus IN de olgende tabel ziet u de oorbeeld waarde oor "field core oerride" in de standbymodus. Tabel 5. Waarde oor "Field core oerride" Veld Huidige instelling oor "field core oerride" 5 Geraagde FCO-instelling 5 Waarde Opmerking: De FCO-waarde moet in het bereik an 1-8 liggen. De lege processordeconfiguratierecords in het enster System Serice Aids > Deconfiguration Records geen de processors aan die alleen zijn gedeconfigureerd door de FCO-functie. In de olgende tabel ziet u een oorbeeld an processorkernen die geconfigureerd zijn door de functie "field core oerride". De processors hebben geen apparatuurfouten. Tabel 6. Processordeconfiguratie Verwerkingseenheden: 0 Processor- ID Locatiecode Status Foutcategorie Instellingen wijzigen 0 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 1 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 2 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 3 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 4 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 5 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing 6 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing De Adanced System Management Interface beheren 33

Tabel 6. Processordeconfiguratie (erolg) Verwerkingseenheden: 0 Processor- ID Locatiecode Status Foutcategorie Instellingen wijzigen 7 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing Voorbeeld 2: De functie "field core oerride" is ingeschakeld en er zijn geen processorfouten tijdens uitoeringstijd In de olgende tabel ziet u een oorbeeld waarbij resources bewaakt worden ten geolge an processorfouten. Let op de systeemerwijzingscodes (SRC's). Tabel 7. Deconfiguratierecords Totaal aantal gedeconfigureerde eenheden: 3 Eenheid Type eenheid Foutcategorie SRC 0 Fabric Predictie (E6) B114E504 1 L2-controller Predictie (E6) B112E504 2 Processor PSI Predictie (E6) B15CE504 De olgende tabel geeft aan de processorkernen gedeconfigureerd zijn anwege de hardwarefouten tijdens uitoeringstijd nadat de FCO-functie geactieerd is tijdens de IPL. Tabel 8. Processordeconfiguratie Verwerkingseenheden: 0 Processor- ID Locatiecode Status Foutcategorie Instellingen wijzigen 0 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Systeem gedeconfigureerd 1 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Systeem gedeconfigureerd 2 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Systeem gedeconfigureerd Geen (EF) Geen (EF) Geen (EF) Gedeconfigureerd Gedeconfigureerd Gedeconfigureerd 3 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 4 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 Geconfigureerd Geen (0) Geconfigureerd 5 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing 6 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing 7 U78AA.001.WZSG334-P1-C11 FCO gedeconfigureerd Geen (0) Niet an toepassing Opmerkingen: Processor-ID's, 0, 1 en 2 worden afgebeeld als gedeconfigureerd door het systeem anwege een fout in de processorkernen. Fouttype Geen (EF) geeft een fout in de kern aan. Processorconfiguratie wijzigen: Gegeens afbeelden en de status wijzigen oor elke processor. 34 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Elke processorstoring waardoor het systeem stopt, ook al gebeurt dit slechts incidenteel, wordt gemeld bij de geautoriseerde sericeproider als een diagnostische aanroep om onderhoudsreparatie. Om te oorkomen dat incidentele problemen aker optreden en om de beschikbaarheid an het systeem tot aan de eerstolgende onderhoudsbeurt te ergroten, worden processors met een storingshistorie gemarkeerd als gedeconfigureerd. Dit zorgt eroor dat ze bij de olgende opstartprocedures worden geconfigureerd. Een processor wordt gemarkeerd als gedeconfigureerd onder de olgende omstandigheden: Een processor kan een ingebouwde zelftest of de zelftest bij opstarten niet uitoeren tijdens de opstartprocedure (zoals bepaald door de sericeprocessor). Een processor eroorzaakt een apparaatstoring of een beëindigingsstoring tijdens de uitoering en de storing kan worden toegewezen aan een specifieke processor (zoals bepaald door het runtimediagnoseprogramma oor de processor in de ingebouwde programmatuur oor de sericeprocessor). Een processor bereikt een maximum aan herstelde storingen, wat resulteert in een waarschuwingsoproep om onderhoud (zoals bepaald door het runtimediagnoseprogramma oor de processor in de firmware an de sericeprocessor). U hebt opdracht gegeen oor featurecode 2319, Factory-deconfiguratie, an één kern om het aantal geconfigureerde processorkernen in het systeem te erminderen. Bij het opstarten an het systeem configureert de sericeprocessor geen processors die zijn gemarkeerd als gedeconfigureerd. De gedeconfigureerde processors worden weggelaten uit de hardwareconfiguratie. De processor blijft offline bij de olgende opstartbewerkingen totdat deze is erangen of het deconfiguratiebeleid is uitgeschakeld. Het deconfiguratiebeleid biedt u ook de mogelijkheid om een processor handmatig te deconfigureren of een handmatig gedeconfigureerde processor weer in te schakelen. Deze status wordt weergegeen als gedeconfigureerd door gebruiker. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: De status an de processor kan alleen worden gewijzigd als het systeem is uitgeschakeld. Tijdens de uitoering kunt u de status an elke processor bekijken, maar niet wijzigen. Als het deconfiguratiebeleid is uitgeschakeld, kan de status an processors niet worden gewijzigd. Voer de olgende stappen uit om de processorconfiguratie te bekijken of te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens opsysteemconfiguratie > Hardware-deconfiguratie. 3. Klik op Deconfiguratie an processor. 4. Selecteer in het rechterdeelenster een knooppunt uit de lijst met knooppunten. 5. Klik op Doorgaan om de status an een processor te wijzigen in geconfigureerd, of gedeconfigureerd als de processor nog niet was gedeconfigureerd door het systeem. 6. Start het systeem opnieuw op om de wijzigingen an kracht te laten worden. Geheugenconfiguratie wijzigen: Gegeens oor elke geheugeneenheid en -bank afbeelden. U kunt de status an elke bank wijzigen. Elke geheugenbank beat twee DIMM's. Als de firmware een storing aststelt bij een DIMM of een storing oorspelt, deconfigureert het de DIMM met de storing plus de andere DIMM in de geheugenbank. Terwijl DIMM's worden nagegaan op storingen, heeft elke geheugenbank een an de olgende statussen: Geconfigureerd door het systeem (cs) Handmatig geconfigureerd (mc) De Adanced System Management Interface beheren 35

Gedeconfigureerd door het systeem (ds) Handmatig gedeconfigureerd (md) Elke fysieke DIMM kan maximaal acht logische DIMM's beatten. Elke logische DIMM kan afzonderlijk geconfigureerd of gedeconfigureerd worden. Met de ASMI kunt u oor een of meer DIMM's de status an de geheugenbank wijzigen an cs in md, an mc in md en an md in mc. Als een DIMM wordt gedeconfigureerd, wordt de andere DIMM in de geheugenbank automatisch ook gedeconfigureerd. Opmerking: U kunt de status an de geheugenbank alleen wijzigen als het deconfiguratiebeleid oor het geheugendomein is ingeschakeld. Als dit beleid niet is ingeschakeld en u probeert de status te wijzigen, wordt een foutbericht afgebeeld. De foutcategorie is de oorzaak an de geheugendeconfiguratie en is an toepassing op de bank met de status ds. De foutcategorie wordt alleen afgebeeld als de bank de status ds heeft. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de geheugenconfiguratie te bekijken of te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op Systeemconfiguratie en Hardware-deconfiguratie. 3. Klik op Deconfiguratie an geheugen. 4. Selecteer in het rechterdeelenster een knooppunt uit de lijst met knooppunten. 5. Klik op Doorgaan om de status an het geheugen te wijzigen in geconfigureerd of gedeconfigureerd, als die tenminste nog niet is gedeconfigureerd door het systeem. Opmerking: De status an de geheugenbank kan alleen worden gewijzigd als het systeem is uitgeschakeld. Tijdens de uitoering kunt u de status an elke geheugenbank bekijken, maar niet wijzigen. Als het deconfiguratiebeleid is uitgeschakeld, kan de status an de geheugenbank niet worden gewijzigd. 6. Klik op Aanbieden. Er wordt een rapportpagina afgebeeld waarop wordt aangegeen of het wijzigen an de status an de geheugenbank is geslaagd of mislukt. Configuratie an processoreenheid wijzigen: Gegeens afbeelden en de status wijzigen oor de processoreenheid (knooppunt). Met de ASMI kunt u de status an de processoreenheid (knooppunt) wijzigen. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak wordt alleen ondersteund op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen met meerdere knooppunten. Voer de olgende stappen uit om de configuratie an de processoreenheid (knooppunt) te bekijken of te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op Systeemconfiguratie en Hardware-deconfiguratie. 36 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

3. Klik op Deconfiguratie an processoreenheid. 4. Selecteer in het werkenster een knooppunt uit de lijst met knooppunten. 5. Klik op Doorgaan om de status an de processoreenheid te wijzigen in geconfigureerd of gedeconfigureerd, als die tenminste nog niet is gedeconfigureerd door het systeem. Opmerking: De status an de processoreenheid kan alleen worden gewijzigd als het systeem is uitgeschakeld. Tijdens de uitoering kunt u de status an elke processor bekijken, maar niet wijzigen. Als het deconfiguratiebeleid is uitgeschakeld, kan de status an de processoreenheid niet worden gewijzigd. 6. Klik op Aanbieden. Er wordt een rapportpagina afgebeeld dat aangeeft of de processoreenheid gewijzigd is. Alle deconfiguratiefouten wissen: Hiermee kunt u alle foutberichten wissen oor alle of oor specifieke resources in het systeem. Om alle deconfiguratiefoutberichten te kunnen wissen, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Opmerking: Voordat u deze bewerking uitoert, moet u de foutberichten astleggen of eroor zorgen dat de gegeens an het foutberichtenoerzicht niet langer nodig zijn, anders erliest u alle gegeens oer fouten an hardwareresources. U kunt uit een an de olgende beschikbare opties kiezen (resources): Alle hardwareresources Processorknooppunt Processor Geheugencomponenten Geheugen-DIMM's I/O Klok Systeembus Interface oor processorondersteuning Sericeprocessor Voer de olgende stappen uit om alle deconfiguratiefouten te wissen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op Systeemconfiguratie en Hardware-deconfiguratie. 3. Klik op Alle deconfiguratiefouten wissen. 4. Selecteer in het rechterdeelenster de gewenste hardwareresource in het menu. U kunt Alle hardwareresources kiezen of een afzonderlijke resource selecteren. 5. Klik op Fouten oor geselecteerde hardwareresource wissen. VPD (Vital Product Data) programmeren Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u VPD (Vital Product Data), zoals het merk, de ID's en het behuizingstype an het systeem programmeren. Om toegang te krijgen tot de schermen die betrekking hebben op VPD, moet u een beheerder of een gemachtigde sericeproider zijn. Opmerking: U kunt het systeem pas opstarten als u geldige waarden hebt opgegeen oor het systeemmerk, de systeem-id's en het behuizingstype an het systeem. Verwante taken: De Adanced System Management Interface beheren 37

Systeem aan- en uitzetten op pagina 11 Dierse IPL-parameters bekijken en aanpassen. Merk an het systeem instellen: Het systeemmerk an uw systeem wordt aangegeen met een code an twee tekens. In de olgende tabel kunt u het systeemmerk an uw systeem teruginden. Tabel 9. Systeemmerkwaarden Systeemmerk D0 I0 P0 S0 E0 Beschrijing IBM Storage IBM System i IBM System p IBM Power Systems OEM-systeem Belangrijk: Het wijzigen an het systeemmerk is alleen mogelijk als de waarde nog niet is ingesteld of als de huidige de waarde P0 is en u die wijzigt in D0. Daarnaast moet oor IBM Storage elk systeem dat deel uitmaakt an de geheugenoorziening op D0 oor opslag worden ingesteld om online toegankelijk te kunnen zijn. Opmerkingen: U kunt het systeem pas opstarten als u geldige waarden hebt opgegeen oor alle elden. Gebruik deze procedure alleen op aanwijzingen an de sericeafdeling. Het eld is hoofdlettergeoelig. U moet hoofdletters gebruiken. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U kunt het systeemmerk als olgt wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en daarna op Vital Product Data programma. 3. Klik op Systeemmerk. In het rechterdeelenster wordt het huidige systeemmerk afgebeeld. Als het systeemmerk nog niet is ingesteld, wordt u geraagd dit alsnog te doen. Geef de waarden op die de sericeafdeling heeft erstrekt. Opmerking: U moet hoofdletters gebruiken aangezien het eld hoofdlettergeoelig is. 4. Klik op Doorgaan. Uw systeeminstellingen en het olgende bericht worden afgebeeld: Let op: Na instelling kunt u deze waarde alleen wijzigen als de waarde P0 is, en dan alleen in D0. 5. Klik op Instellingen opslaan om het systeemmerk bij te werken en op te slaan in de VPD. Merknaam an het systeem instellen: Het is mogelijk om de merknaam an het systeem in te stellen. Opmerkingen: De optie oor het instellen an de merknaam an het systeem is alleen beschikbaar als het merk an het systeem ("system brand") de waarde E0 heeft. 38 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

De merknaam an het systeem kan alleen worden gewijzigd als de FSP Standby staat. Om de merknaam an het systeem in te stellen, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U kunt de merknaam an het systeem als olgt wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en daarna op Vital Product Data programma. 3. Klik op Merknaam systeem. 4. Typ de naam in het eld Merknaam systeem. De merknaam an het systeem mag maximaal 16 tekens lang zijn. 5. Klik op Instellingen opslaan om de merknaam an het systeem bij te werken en op te slaan in de VPD (ital product data). Systeem-ID's instellen: Hiermee stelt u het unieke systeem-id, het serienummer an het systeem, het type computer en het model in. U kunt het unieke systeem-id, het serienummer, het type computer en het model instellen. Als u dit unieke systeem-id nog niet weet, neemt u contact op met de beheerder. Om deze opdracht uit te oeren, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Opmerkingen: U kunt het systeem pas opstarten als u geldige waarden hebt opgegeen oor alle elden. U kunt deze inoer slechts één keer wijzigen. Het eld is hoofdlettergeoelig. U moet hoofdletters gebruiken. U stelt de sleutelwoorden oor het systeem als olgt in: 1. In het ASMI-welkomstenster (Adanced System Management Interface) geeft u uw gebruikers-id en wachtwoord op en klikt u op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op Systeemconfiguratie > Vitale Product Data programma. 3. Klik op Systeemsleutelwoorden. 4. In het rechterdeelenster oert u, olgens de naamgeingsregels in de ASMI-Helpinformatie, de waarden in oor het serienummer an het systeem, het type computer, het model en het unieke systeem- ID. Vul het eld Geresereerd in met spaties, tenzij een sericemedewerker u anderszins instrueert. Opmerking: Nadat deze waarden zijn ingesteld, kunnen alleen het model en het unieke systeem-id nog worden gewijzigd. 5. Indien het systeemmerk-sleutelwoord (RB) S0, is, moet u het RB keyword0 instellen om de standaard logische partitieomgeing te definiëren. (Als het RB-sleutelwoord een andere waarde is, hoeft u het RB keyword0 niet in te stellen.) Geldige waarden oor RB keyword0: 0 De standaardwaarde (alleen geldig als het RB-sleutelwoord niet S0) is De Adanced System Management Interface beheren 39

6. Als de waarde an het RB-sleutelwoord gewijzigd is doordat de IBM i-waarde oor inschakelen/ uitschakelen niet geïnitialiseerd is of gewijzigd moet worden, geeft u de nieuwe waarde op in RB keyword1. Geldige waarden oor RB keyword1 zijn: 1 Schakelt IBM i in 2 Schakelt IBM i uit Als RB keyword0 gelijk is aan 2, wat aangeeft dat het oorkeursbesturingssysteem of de standaard logische partitieomgeing IBM i is, of als het RB-sleutelwoord is ingesteld op I0 (wat duidt op System i), dan is de enige geldige waarde oor RB keyword1 1 (schakelt IBM i in). 7. Klik op Doorgaan. In het gegeensalidatiescherm worden de instellingen afgebeeld die u hebt ingeoerd. 8. Klik op Instellingen opslaan om de systeemsleutelwoorden bij te werken en op te slaan in de VPD (ital product data). Behuizingstype an het systeem instellen: Hiermee stelt u waarden in die de behuizingstypen aangeen die op het systeem zijn aangesloten. Als u het behuizingstype an het systeem instelt, moet u eroor zorgen dat het eld met het serienummer an de behuizing oereenkomt met de oorspronkelijke waarde die u kunt inden op het label dat aan de eenheid is beestigd. Als u het eld met het serienummer an de behuizing bijwerkt, worden de configuratie- en foutgegeens gesynchroniseerd. Deze gegeens worden door het systeem gebruikt als de locatiecodes worden gemaakt. Deze taak moet u met de ASMI uitoeren, niet met het bedieningspaneel. Als u echter geen toegang hebt tot de ASMI, blijft het systeem actief maar worden deze gegeens niet bijgewerkt. Als u bijoorbeeld de I/O-achterplaat erangt, moet u het oorspronkelijke serienummer an de behuizing opnieuw inoeren in het eld met het serienummer an de behuizing om het serienummer te oerschrijen dat oor de nieuwe I/O-achterplaat is astgelegd. Als u niet het juiste serienummer oor de behuizing inoert, zullen de koppelingen an de logische partities onjuist zijn. Opmerkingen: U kunt het systeem pas opstarten als u geldige waarden hebt opgegeen oor alle elden met gegeens oer het behuizingstype. Het eld is hoofdlettergeoelig. U moet hoofdletters gebruiken. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het behuizingstype an het systeem te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op Systeemconfiguratie > Vitale Product Data programma. 3. Klik op Systeembehuizingen. In het rechterdeelenster worden de huidige systeembehuizingen afgebeeld. 4. Geef de instellingen oor de olgende elden op aan de hand an de informatie op het label dat zich op de behuizing beindt en de regels oor naamgeing zoals beschreen in de Help-informatie an ASMI: Locatie behuizing Featurecode/Volgnummer 40 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Serienummer behuizing: Deze waarde erschilt an het serienummer an het systeem. Het serienummer an de behuizing is te inden op een streepjescodelabel ooraan, boenaan of achteraan op de systeemeenheid. Geresereerd: Voer in het eld Geresereerd spaties in, tenzij een sericemedewerker u anderszins instrueert. 5. Klik op Instellingen opslaan om de gegeens oer het behuizingstype an het systeem bij te werken en op te slaan in de VPD. Serice-indicators wijzigen Hiermee kunt u de attentie-indicator an het systeem uitschakelen, een behuizingsindicator inschakelen, indicators per locatiecode wijzigen en een LED-test op het bedieningspaneel uitoeren. Serice-indicators maken u erop attent dat het systeem onderhoud of aandacht nodig heeft. Ze bieden ook de mogelijkheid om FRU-onderdelen te identificeren of een bepaalde behuizing in het systeem. Er bestaat een hiërarchische erhouding tussen FRU-onderdelen- en behuizingsindicators. Als een FRUonderdeel de status Identify heeft, wordt de status an de corresponderende behuizingsindicator automatisch ook Identify. U kunt de behuizingsindicator pas uitschakelen als alle FRU-onderdelen in die behuizing de status Off hebben. Attentie-indicator an het systeem uitschakelen: De attentie-indicator oor het systeem geeft een isueel signaal als het systeem als geheel aandacht of onderhoud nodig heeft. Elk systeem heeft één attentie-indicator oor het systeem. Als er iets gebeurt waardoor uw tussenkomst of die an de sericeafdeling is ereist, brandt de attentie-indicator oor het systeem onophoudelijk. De attentie-indicator oor het systeem wordt ingeschakeld als er inoer plaatsindt in het foutenlogboek an de sericeprocessor. Het foutbericht wordt naar de foutenlogboeken op systeem- en besturingssysteemnieau erzonden. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de attentie-indicator oor het systeem uit te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en Serice-indicators. 3. Klik op Attentie-indicator systeem. 4. In het rechterdeelenster klikt u op Schakel de attentie-indicator oor het systeem uit. Als deze poging niet slaagt, wordt er een foutbericht afgebeeld. Behuizingsindicator inschakelen: Hier leest u hoe u FRU-indicators (Field Replaceable Unit) in elke behuizing kunt afbeelden en wijzigen. U kunt de Identify-indicators in elke behuizing in- of uitschakelen. Een behuizing is een groep indicators. Een processorbehuizing ertegenwoordigt alle indicators binnen de processor en een I/O-behuizing ertegenwoordigt alle indicators binnen die I/O-behuizing. Behuizingen worden afgebeeld in olgorde an hun locatiecode. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider De Adanced System Management Interface beheren 41

Voer de olgende stappen uit om de indicatorstatussen an de behuizing in te schakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en Serice-indicators. 3. Klik op Behuizingsindicators. 4. Selecteer de gewenste behuizing en klik op Doorgaan. 5. Maak de noodzakelijke wijzigingen in de keuzelijst naast elke locatiecode. 6. Om de wijzigingen die u aan een of meer FRU-indicators hebt gemaakt op te slaan, klikt u op Sae settings. Om alle indicators oor deze behuizing uit te schakelen, klikt u op Alle indicators uitschakelen. Er wordt een oerzichtspagina afgebeeld waarop staat of de bewerking is geslaagd of mislukt. Indicators per locatiecode wijzigen: U kunt an elke indicator de locatiecode opgeen om de huidige status te bekijken of wijzigen. Als u de erkeerde locatiecode opgeeft, probeert de ASMI (Adanced System Management Interface) naar het eerstolgende, hogere nieau an de locatiecode te gaan. Het olgende nieau is de locatiecode op basisnieau oor dat FRU-onderdeel. Een gebruiker geeft bijoorbeeld de locatiecode op oor het FRU-onderdeel in de tweede I/O-sleuf an de derde behuizing in het systeem. Als de locatiecode oor de tweede I/O-sleuf onjuist is (het FRU-onderdeel bestaat niet op deze locatie), wordt geprobeerd om de indicator oor de derde behuizing in te stellen. Deze stap wordt herhaald totdat een FRU-onderdeel is geonden of er geen ander nieau meer beschikbaar is. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de actuele status an een indicator te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en Serice-indicators. 3. Klik op Indicators op locatiecode. 4. Geef in het rechterdeelenster de locatiecode an het FRU-onderdeel op en klik op Doorgaan. 5. Selecteer de gewenste status in de lijst. 6. Klik op Instellingen opslaan. LED-test op het bedieningspaneel uitoeren: Om te controleren of een LED niet goed functioneert, kunt u op het bedieningspaneel een LED-test uitoeren. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U oert als olgt een LED-test op het bedieningspaneel uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op Systeemconfiguratie en Serice-indicators. 3. Klik op Lamptest. 42 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

4. Klik in het deelenster Lamptest op Doorgaan om de LED-test uit te oeren. Bij het starten an een lamptest worden de door firmware aangestuurde indicators in het CEC (central electronics complex) en op de uitbreidingseenheden aangezet en blijen ze gedurende 4 minuten continu branden. Daarna wordt de orige status eran hersteld. Energiebeheer Meer informatie oer het erbeteren an de prestaties an de processor, door het energieerbruik an de serer aan te passen, door een werkstand oor inactiiteit in te stellen en door parameters oor afstemming in te stellen. Het energieerbruik an serers instellen Het energieerbruik an serers instellen door de het processoroltage en de kloksnelheid aan te passen. Door het inschakelen an de werkstand oor energiebesparing, kan het energieerbruik worden erminderd door het processoroltage en de kloksnelheid aan te passen. Als de werkstand oor energiebesparing wordt uitgeschakeld, worden het processoroltage en de kloksnelheid ingesteld op hun standaardwaarden. Opmerking: U kunt deze optie alleen inschakelen wanneer de sererfirmware standby staat of in uitoering is. Om deze optie in te schakelen, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om het energieerbruik an serers in te stellen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied op System Configuration > Power Management > Power Mode Setup. 3. U kunt de olgende opties selecteren in het rechterdeelenster: Disable Power Saer mode: Hiermee schakelt u de werkstand oor energiebesparing uit. De kloksnelheid an de processor wordt ingesteld op de eigen nominale waarde en het energieerbruik an het systeem blijft op een nominaal nieau. Enable Static Power Saer mode: Hiermee wordt het energieerbruik erminderd, door de kloksnelheid en het oltage an de processor te erlagen tot aste waarden. Met deze optie erlaagt u het energieerbruik an het systeem terwijl sprake is an oorspelbare prestaties. Enable Dynamic Power Saer (faor power) mode: Hiermee kan de kloksnelheid an de processor ariëren, afhankelijk an het processorgebruik. Tijdens perioden an intensief gebruik wordt de processorsnelheid ingesteld op de maximaal toegestane waarde, die de nominale frequentie kan oerschrijden. Boendien wordt de snelheid erlaagt tot onder de nominale frequentie, gedurende perioden an gemiddeld of laag processorgebruik. Enable Dynamic Power Saer (faor performance) mode: Hiermee kan de kloksnelheid an de processor ariëren, afhankelijk an het processorgebruik. Tijdens perioden an gemiddeld of intensief gebruik wordt de processorsnelheid ingesteld op de maximaal toegestane waarde, die de nominale frequentie kan oerschrijden. Boendien wordt de snelheid erlaagt tot onder de nominale frequentie, gedurende perioden an laag processorgebruik. Enable Fixed Maximum Frequency mode: Hiermee wordt de processorsnelheid ingesteld op de toegestane maximumwaarde. Met deze optie erhoogt u het energieerbruik an het systeem terwijl sprake is an maximale prestaties. Opmerking: Het inschakelen an een an werkstanden oor energiebesparing eroorzaakt wijzigingen in de processorsnelheden, het processorgebruik, het stroomerbruik en het prestatienieau. 4. Klik op Continue. De Adanced System Management Interface beheren 43

Power Saer bij inactiiteit instellen Spaar energie bij inactiiteit door de Idle power delay time en de Idle usage threshold in te stellen. Door deze optie in te schakelen kan het energieerbruik tijdens inactiiteit worden erlaagd, door waarden in te stellen oor Idle power delay time en Idle usage threshold. Door de functie Idle Power Saer in te schakelen, erbruikt het systeem minder energie wanneer bepaalde drempels zijn bereikt. Om deze optie in te schakelen, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Ga als olgt te werk om de Idle Power Saer in te stellen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Klik in het naigatiegebied op System Configuration > Power Management > Idle Power Saer. 3. Selecteer in het rechterdeelenster Enabled of Disabled oor Idle power saer. 4. In het eld Delay Time to Enter Idle Power geeft u het aantal seconden op dat moet worden gewacht oordat het systeem de energiewerkstand oor inactiiteit actieert. 5. In het eld Utilization Threshold to Enter Idle Power typt u het percentage an de gebruiksdrempel dat het systeem moet bereiken oordat het systeem de energiewerkstand oor inactiiteit actieert. 6. In het eld Delay Time to Exit Idle Power geeft u het aantal seconden op dat moet worden gewacht oordat het systeem de energiewerkstand oor inactiiteit beëindigt. 7. In het eld Utilization Threshold to Exit Idle Power typt u het percentage an de gebruiksdrempel dat het systeem moet bereiken oordat het systeem de energiewerkstand oor inactiiteit beëindigt. 8. Klik op Instellingen opslaan. Opmerking: Het selecteren an een gebruiksdrempel oor de inactiiteitswerkstand die hoger is dan de gebruiksdrempel oor het beëindigen an de inactiiteitswerkstand kan leiden tot onerwacht gedrag. Parameters oor afstemming instellen Informatie oer hoe u de de afstemmingsparameters kunt gebruiken oor het erbeteren an de energieprestaties. Om deze optie in te schakelen, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Met de afstemmingsparameters kunt u het systeemgedrag wijzigen wanneer de dynamische functie oor energiebesparing is ingeschakeld. Dit kan handig zijn oor het correct uitbalanceren an de ereiste prestaties en de gewenste energiebesparing. Wijzig deze parameters alleen wanneer u daartoe wordt opgedragen door een IBM-medewerker of wanneer u deskundig genoeg bent om de geolgen an de parameterwijzigingen te kunnen inschatten. Certificaatbeheer U kunt certificaten met eigen handtekening ("self-signed certificates) genereren of betrouwbare, door de gekozen certificaatgeer (Certificate Authority, CA) ondertekende certificaten uploaden om te garanderen dat de toegang betrouwbaar is. Gebruik oor het beheer an certificaten de stappen die in deze procedure worden beschreen. Op de olgende manieren kunt u certificaten oor een enkel systeem of oor meerdere systemen beheren: Met de Adanced System Management Interface (ASMI) oor afzonderlijke systemen. 44 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Met de HMC-interface (Hardware Management Console) om op meerdere systemen één pad oor certificaatbeheer te gebruiken. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit oor het beheer an certificaten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Systeemconfiguratie uit. 3. Klik op Beeiliging > Certificaatbeheer. 4. Kies een an de olgende opties: Nieuwe sleutel en certificaat met eigen handtekening genereren Nieuwe sleutel en CSR (ondertekeningserzoek oor certificaat) genereren CSR (ondertekeningserzoek oor certificaat) exporteren Certificaat met handtekening importeren Certificaat met handtekening exporteren 5. Klik op Doorgaan en olg de instructies om met de certificaten te werken. Opties oor betere prestaties instellen Mogelijk kunt u de prestaties an uw beheerde systeem erbeteren door de blokgrootte an het logisch geheugen te wijzigen en door de grootte an de geheugenpagina's te laten toenemen. Grootte logische geheugenblok wijzigen U kunt de prestaties an het beheerde systeem erbeteren door de logische-geheugenblokgrootte handmatig of automatisch te wijzigen. De systeemkernel gebruikt de geheugenblokgrootte bij het lezen en schrijen an bestanden. Standaard is de logisch-geheugenblokgrootte ingesteld op Automatisch. Deze instelling stelt het systeem in staat om de logisch-geheugenblokgrootte in te stellen op basis an het beschikbare fysieke geheugen. U kunt de grootte an het logische geheugenblok ook handmatig instellen. Om een redelijke logische blokgrootte oor het systeem te selecteren, kijkt u zowel naar het gewenste prestatienieau als naar de grootte an het fysieke geheugen. Gebruik de olgende richtlijnen oor het selecteren an logische blokgrootten. Op systemen met een kleine hoeeelheid geïnstalleerd geheugen (2 GB of minder), leidt een grote logisch-geheugenblokgrootte er toe dat de firmware een oneenredig groot deel an het geheugen gebruikt. Firmware moet ten minste één logisch geheugenblok gebruiken. Houd als richtlijn aan dat de logisch-geheugenblokgrootte niet groter mag zijn dan een achtste an de omang an het fysieke geheugen an het systeem. Op systemen waarop eel geheugen is geïnstalleerd, kan het instellen an kleine logische geheugenblokken leiden tot een groot aantal logische geheugenblokken. En omdat elk logisch geheugenblok tijdens het opstarten moet worden beheerd, kan een groot aantal geheugenblokken leiden tot slechte opstartprestaties. Het wordt in het algemeen aangeraden om het aantal logische geheugenblokken te beperken tot 8 kb of minder. Opmerking: De grootte an het logische geheugenblok kan worden gewijzigd als het systeem actief is, maar de wijziging wordt pas an kracht wanneer het systeem opnieuw wordt gestart. Voor het wijzigen an de grootte an logische geheugenblokken moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: De Adanced System Management Interface beheren 45

Gemachtigde sericeproider Ga als olgt te werk oor het configureren an de blokgrootte an logisch geheugen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Performance instellen uit. 3. Selecteer Blokgrootte logisch geheugen. 4. Selecteer in het rechterdeelenster de gewenste grootte en klik op Instellingen opslaan. De geheugenpagina's oor het systeem ergroten U kunt de prestaties an het systeem erbeteren door grotere geheugenpagina's oor het systeem in te stellen. Hoe groot de prestatieerbeteringen zijn, wordt bepaald door de toepassingen die op het systeem worden uitgeoerd. Wijzig deze instelling alleen op adies an de sericeafdeling. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Als u grotere geheugenpagina's oor het systeem wilt instellen, oert u de olgende stappen uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Performance instellen uit. 3. Selecteer Pagina-instelling systeemgeheugen. 4. Selecteer de gewenste instellingen in het rechterdeelenster. 5. Klik op Sae settings. Netwerkserices configureren Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u netwerkinterfaces configureren, de netwerktoegang configureren en fouten opsporen in de irtuele tty. Netwerkinterfaces configureren U kunt op het systeem netwerkinterfaces configureren. Het aantal en type interfaces arieert al naar gelang uw specifieke systeembehoeften. Waarschuwing: Deze bewerking kan worden uitgeoerd als het systeem is ingeschakeld én als het systeem is uitgeschakeld. Aangezien wijzigingen in de netwerkconfiguratie onmiddellijk an kracht worden, worden bestaande netwerksessies, zoals HMC-erbindingen, afgebroken. Als er een firmware-update wordt uitgeoerd, moet u deze bewerking niet uitoeren. De nieuwe instellingen moeten worden gebruikt om netwerkerbindingen te herstellen. Als het systeem is ingeschakeld kunnen eentuele fouten in een logboek worden astgelegd. U kunt de netwerkconfiguraties wijzigen als het systeem is in- of uitgeschakeld. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om netwerkinterfaces te configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Netwerkserices uit. 3. Selecteer Netwerkconfiguratie. 46 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Belangrijk: Als u een netwerkerbinding probeert te configureren op een systeem met meerdere laden, moet u de primaire of secundaire sericeprocessor selecteren en erolgens klikt u op Doorgaan. 4. In het rechterdeelenster zoekt u de interface op die u wilt wijzigen. Selecteer het akje bij het eld Deze interface configureren? oor de aangegeen interface. Als dit akje niet is geselecteerd, worden de bijbehorende eldwijzigingen genegeerd. 5. Selecteer het Type IP-adres aan de hand an de olgende opties: Statisch IP-adres, subnetmasker, broadcastadres, standaardgateway en eerste DNS-sereradres moeten worden opgegeen. De tweede en derde DNS-sereradressen zijn optioneel. Dynamisch Er is geen extra inoer nodig. 6. Klik op Doorgaan. Met behulp an het olgende scherm kunt u controleren of de juiste IP-instellingen zijn ingeoerd. Waarschuwing: Als er onjuiste netwerkconfiguratiegegeens zijn ingeoerd, is het mogelijk dat u de ASMI niet kunt gebruiken nadat de wijzigingen zijn aangebracht. Om dit te erhelpen, moet u de sericeprocessor terugzetten in de oorspronkelijk stand door de sericeprocessorassemblage uit de serer te erwijderen en de reset-jumpers te erplaatsen. Als u de sericeprocessor opnieuw instelt, worden ook alle gebruikers-id's en wachtwoorden weer op de standaardwaarden ingesteld. Opmerking: Klik op Netwerkconfiguratie opnieuw instellen om de instellingen oor de netwerkconfiguratie terug te zetten op de fabrieksinstellingen. 7. Klik op Instellingen opslaan om de wijzigingen aan te brengen. Netwerktoegang configureren Opgeen welke IP-adressen toegang krijgen tot de serer. Bij het configureren an de netwerktoegang geeft u op welke IP-adressen toegang krijgen tot de sericeprocessor. U kunt een lijst opgegeen met IP-adressen die toegang krijgen en een lijst met IPadressen die geen toegang krijgen. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de netwerktoegang te configureren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Netwerkserices uit. 3. Klik op Netwerktoegang. In het rechterdeelenster wordt in het eld IP-adres het IP-adres an de serer afgebeeld waarop de browser draait en waarmee erbinding wordt gemaakt met de ASMI. Opmerking: Op systemen waarop systeem-firmware Ex340 of hoger draait, wordt u geraagd IP4 of IP6 te kiezen oordat u naar het netwerkconfiguratiescherm kunt gaan. Als IP6 is gekozen, kunnen de onderstaande instructies meestal nog worden geolgd. 4. Geef maximaal 16 adressen op oor de lijst met toegestane adressen en 16 oor de lijst met geweigerde adressen. ALL is een geldig IP-adres. Als er een aanmelding binnenkomt an een IP-adres dat oereenkomt met een geheel of gedeeltelijk IP-adres in de lijst met toegestane adressen, wordt dat adres toegang tot de sericeprocessor erleend. Toegang tot de sericeprocessor wordt geweigerd als een aanmelding binnenkomt an een IP-adres dat oereenkomt met een geheel of gedeeltelijk IP-adres uit de lijst met geweigerde adressen. De Adanced System Management Interface beheren 47

Opmerking: De lijst met toegestane adressen heeft oorrang op die met geweigerde adressen en een lege lijst met geweigerde adressen wordt genegeerd. ALL is niet toegestaan in de lijst met geweigerde adressen als de lijst met toegestane adressen leeg is. 5. Klik op Instellingen opslaan om de gegeens te bekrachtigen. Uitgebreide serices gebruiken Geef het IP-adres en directorypad oor systemen op afstand op. Met de ASMI kunt u een directory op een ast punt op de sericeprocessor mounten om hulpprogramma's zoals telnet, ftp en rsh mogelijk te maken. U kunt ook de huidige installatie-instellingen wissen. Om een directory te laden moeten het IP-adres an het systeem op afstand en het pad naar de directory op het systeem op afstand worden opgegeen. The De doeldirectory wordt geladen op een ast punt op de hostsericeprocessor. Het standaard mountpunt is /nfs. Deze optie is handig om extra foutopsporingsgegeens an een defect systeem te erzamelen. Om hulpprogramma's zoals telnet mogelijk te maken, moeten naast het IP-adres en het pad om de directory op het systeem op afstand te laden, ook de naam en het relatiee pad naar een werkomgeingsscript op het systeem op afstand worden opgegeen. Dit werkomgeingsscript maakt, als het wordt uitgeoerd op de hostsericeprocessor, hulpprogramma's zoals telnet en ftp mogelijk. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider U configureert uitgebreide serices als olgt: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied Uitgereide serices uit. 3. In het rechterdeelenster geeft u het IP-adres op an het systeem op afstand, het pad om te laden op de computer op afstand en het relatiee pad an het shell-script dat u wilt uitoeren op de computer op afstand. Het relatiee pad in het eld oor het shell-script is optioneel. 4. Klik op Instellingen opslaan om de directory op afstand te laden met de gegeens die u zojuist hebt opgegeen of klik op Mount uitschakelen om de eerder geladen directory op afstand los te koppelen. Foutopsporing in de irtuele tty Hiermee spoort u fouten op in de irtuele tty (teletypewerkstation) anaf de mastersericeprocessor. U kunt extra foutopsporingsgegeens an een defect systeem erzamelen door de DVS (Debug Virtual Serer) te gebruiken. Via de DVS wordt de communicatie met de serer- en partitiefirmware mogelijk gemaakt. De DVS heeft de mogelijkheid oor maximaal acht open erbindingen. Externe interfaces, zoals de ASMI en de toepassing op afstand an de sericeprocessor, kunnen ia de DVS communiceren met de serer- en partitiefirmware. Deze communicatie is bidirectioneel. Externe interfaces kunnen ia de DVS een bericht erzenden naar de ingebouwde sererprogrammatuur en de ingebouwde partitieprogrammatuur. De DVS maakt door middel an het partitie-id en het sessie-id onderscheid tussen de firmware an de serer en de partitie. Het bereik oor zowel het partitie-id als het sessie-id is 0 tot 255. Clients zoals de ASMI communiceren met de DVS ia een TCP/IP-aansluiting. Voor deze communicatie wordt poort 30002 op de sericeprocessor gebruikt. Om te kunnen beginnen met communiceren moeten de parameters oor het partitie-id en het sessie-id worden opgegeen. Nadat u deze parameters hebt opgegeen, moet u een telnetsessie openen oor het erzenden an berichten. De telnetsessie moet worden gestart en de berichten moeten worden erzonden binnen de timeoutperiode an 15 minuten. Als beide acties niet binnen dat tijdsbestek zijn afgerond, wordt de erbinding erbroken. Om deze bewerking te kunnen uitoeren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. 48 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Voer de olgende stappen uit om fouten in de irtuele tty op te sporen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Netwerkserices uit. 3. Klik op Fouten opsporen in irtuele TTY. 4. In het rechterdeelenster geeft u het partitie-id en het sessie-id op. 5. Klik op Instellingen opslaan. On-demand-functies gebruiken Inactiee processors of inactief systeemgeheugen actieren zonder uw serer opnieuw te starten of zonder onderbrekingen in de bedrijfsprocessen. Met behulp an Capacity on Demand (CoD) kunt u inactiee processors of inactief systeemgeheugen permanent actieren zonder dat u hieroor de serer opnieuw hoeft te starten of uw werkzaamheden hoeft te onderbreken. Daarnaast kunt u ook informatie afbeelden oer de CoD-resources. Belangrijk: Gebruik deze informatie als een hardwarefout eroor zorgt dat het systeem de aangeschafte opties Capacity On Demand of Function On Demand kwijtraakt en als het systeem nog nooit door een HMC is beheerd. Als het systeem door een HMC wordt beheerd, gebruikt u de HMC in plaats an de ASMI om de olgende taken uit te oeren. Capacity on Demand bestellen Genereer de systeemgegeens die ereist zijn als u functies oor het actieren an processors of geheugen bestelt. Nadat u hebt bepaald dat u enkele of alle inactiee processors of het inactiee geheugen permanent wilt actieren, moet u een of meer actieringsfuncties oor processors of het geheugen bestellen. Verolgens oert u de sleutel oor het actieren an processors of geheugen in die u an uw hardwareproider hebt ontangen om uw inactiee processors of het inactiee geheugen te actieren. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit als u functies oor het actieren an processors of geheugen wilt bestellen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op On Demand Utilities. 3. Klik op CoD-ordergegeens. De sererfirmware beeldt de informatie af die nodig is om een functie oor het actieren an Capacity on Demand te bestellen. 4. Noteer de informatie die wordt afgebeeld. Capacity on Demand of PowerVM actieren met behulp an ASMI U kunt de ASMI (Adanced System Management Interface) gebruiken oor het actieren an de Capacity on Demand-processors of geheugen, of oor het inschakelen an PowerVM-oorzieningen (roeger bekend als Adanced POWER Virtualization). Als u functies oor het actieren an processors of geheugen aanschaft, ontangt u een actieringssleutel die u gebruikt om uw inactiee processors of inactief geheugen te actieren. Als oor uw systeem de oorziening PowerVM niet is ingeschakeld, moet u de ASMI gebruiken om de actieringscode in te oeren die u hebt ontangen toen u deze oorziening bestelde. Met deze actieringscode kunt u ook gebruikmaken an de functie Micro-Partitioning op het systeem. Om deze opdracht uit te oeren, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: De Adanced System Management Interface beheren 49

Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om sommige of alle inactiee processors of inactief geheugen permanent te actieren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op On Demand Utilities. 3. Klik op CoD-actiering. 4. Voer de actieringssleutel in het eld in. 5. Klik op Doorgaan. Als u de code oor de functie PowerVM hebt ingeoerd, wordt de functie ingeschakeld. Als u de code hebt ingeoerd oor Capacity on Demand, gaat u door met de stappen in Sererfirmware na actiering CoD. Sererfirmware heratten na actiering an CoD Zodra de CoD-actieringssleutels (Capacity on Demand) zijn ingeoerd kunt u doorgaan met de opstartprocedure an de sererfirmware. Zodra de CoD-actieringssleutels zijn ingeoerd kunt u de de sererfirmware heratten. Door de sererfirmware te heratten wordt de CoD-sleutel herkend en wordt de hardware geactieerd. Dankzij deze optie kan de serer het opstartproces oltooien dat maximaal één uur is uitgesteld, om de serer in de werkstand On Demand-herstel te plaatsen die nodig was om de CoD-actieringssleutels in te oeren. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de sererfirmware te heratten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op On Demand Utilities. 3. Klik op CoD-herstel. 4. Klik op Doorgaan om de opgegeen bewerking uit te oeren. Capacity on Demand-opdrachten gebruiken Volgens de instructies an de sericeafdeling kunt u een aan Capacity On Demand gerelateerde opdracht uitoeren die naar de sererfirmware wordt erzonden. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een Capacity On Demand-opdracht uit te oeren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op On Demand Utilities. 3. Klik op CoD-opdracht. 4. Voer de Capacity On Demand-opdracht in het eld in en klik op Doorgaan. De reactie an de ingebouwde sererprogrammatuur op de opdracht wordt afgebeeld. Informatie oer CoD-resources bekijken Als Capacity on Demand (CoD) op uw systeem is geactieerd, kunt u informatie bekijken oer de CoDprocessors, het geheugen dat als CoD-geheugen is toegewezen en Virtualization Engine-resources. Als u de CoD-gegeens wilt bekijken, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: 50 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Gemachtigde sericeproider Als u informatie wilt bekijken oer CoD-resources, gaat u als olgt te werk: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. In het naigatiegebied klikt u op On Demand Utilities. 3. Selecteer een an de olgende opties oor het type informatie dat u wilt bekijken: CoD Processor Information als u informatie oer de CoD-processors wilt bekijken CoD Memory Information als u informatie oer het beschikbare CoD-geheugen wilt bekijken. CoD Vet Capability Settings als u informatie wilt bekijken oer de CoD-mogelijkheden die zijn ingeschakeld oor Virtualization Engine-technologie Opmerking: U kunt ook de instellingen oor CoD-mogelijkheden bekijken anaf de Hardware Management Console (HMC). Functies oor onderhoud zonder interruptie gebruiken Apparaten in uw serer erangen zonder de serer uit te schakelen. Het bedieningspaneel gereedmaken oor POWER8-systemen Het bedieningspaneel oorbereiden oor onderhoud zonder interruptie, door het bedieningspaneel logisch te isoleren. U kunt het bedieningspaneel oorbereiden oor onderhoud zonder interruptie, door het bedieningspaneel logisch te isoleren. Het geolg is dat de firmware niet herkent dat het bedieningspaneel actief is, waardoor u het kunt erwijderen. Als u deze bewerking uitoert, oorkomt u dat uw hardware wordt beschadigd terwijl u het bedieningspaneel erangt. Nadat er een nieuw bedieningspaneel is geïnstalleerd, kunt u de instellingen zodanig wijzigen dat de hardware het nieuwe bedieningspaneel herkent. Om deze opdracht uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Het bedieningspaneelmenu is alleen beschikbaar als het systeem is ingeschakeld. Voor procedures oor het erwijderen en erangen an een bedieningspaneel, raadpleegt u "Bedieningspaneel, opulplaatjes of signaalkabels". Waarschuwing: U moet tijdens deze procedure de sericeprocessor niet in- en uitschakelen of de stroomtoeoer onderbreken. Als u dit wel doet, kunnen er itale productgegeens erloren gaan en kunt u niet meer kiezen uit een lijst met locatiecodes oor bedieningspanelen als u het nieuwe bedieningspaneel installeert. Als u de sericeprocessor opnieuw inschakelt, kan dit probleem worden erholpen. Voer de olgende stappen uit om om het bedieningspaneel gereed te maken oor onderhoud zonder interruptie: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Gelijktijdig onderhoud uit. 3. Klik op Bedieningspaneel. U wordt geraagd om op te geen of u het bedieningspaneel wilt erwijderen of installeren. 4. Klik op Doorgaan om een lijst met alle mogelijke locatiecodes oor het bedieningspaneel weer te geen. 5. Klik op de bijbehorende locatiecode an het bedieningspaneel. 6. Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde bewerking uit te oeren. De Adanced System Management Interface beheren 51

De RTC-batterij oorbereiden Voorbereiding an de RTC-batterij (real-time clock) oor onderhoud zonder interruptie ia de ASMI (Adanced System Management Interface). Met deze taak bereidt u het systeem oor op de eranging an de RTC-batterij terwijl het systeem aan staat. Als u deze bewerking uitoert, oorkomt u dat uw hardware wordt beschadigd terwijl u de RTCbatterij erangt. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak wordt niet ondersteund op 8247-21L-, 8247-22L-, 8247-42L-, 8284-22A-, 8286-41Aen 8286-42A-systemen. Opmerking: Het menu RTC-batterij is alleen beschikbaar als het systeem is ingeschakeld. Waarschuwing: U moet tijdens deze procedure de sericeprocessor niet in- en uitschakelen of de stroomtoeoer onderbreken. Als u dit wel doet, kunnen er itale productgegeens erloren gaan en kunt u geen locatiecode meer kiezen uit een lijst met locatiecodes oor bedieningspanelen als u de nieuwe RTC-batterij installeert. U kunt de sericeprocessor resetten om het probleem te erhelpen. Voer de olgende stappen uit om de RTC-batterij gereed te maken oor onderhoud zonder interruptie: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied Gelijktijdig onderhoud uit. 3. Selecteer RTC-batterij en geef aan of u de RTC-batterij wilt erwijderen of installeren. 4. Klik op Doorgaan om een lijst met alle mogelijke RTC-batterijcodes weer te geen. 5. Selecteer de toepasselijke locatiecode an de RTC-batterij. 6. Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde bewerking uit te oeren. DVD-stuurprogramma Informatie oer het toeoegen of erwijderen an het DVD-stuurprogramma met behulp an Onderhoud zonder interruptie op de ASMI (Adanced System Management Interface). Opmerking: Deze taak wordt alleen ondersteund op de systemen 9119-MHE en 9119-MME. Model 8408- E8E ondersteunt onderhoud zonder interruptie oor het DVD-stuurprogramma met behulp an het besturingssysteem maar niet met de ASMI. U kunt het DVD-stuurprogramma toeoegen of erwijderen tijdens onderhoud zonder interruptie, zonder dat dat geolgen heeft oor de systeemstatus. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit oor het toeoegen of erwijderen an het DVD-stuurprogramma tijdens onderhoud zonder interruptie: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. Vouw in het naigatiegebied Gelijktijdig onderhoud uit. 3. Klik op het DVD-stuurprogramma en geef op of u het DVD-stuurprogramma wilt toeoegen of erwijderen. 4. Klik op Doorgaan om het DVD-stuurprogramma toe te oegen of te erwijderen. 52 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

5. Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde bewerking uit te oeren. ASMI-sericehulpmiddelmenu's bekijken en aanpassen Probleemoplossingsinformatie bekijken en aanpassen met erschillende ASMI-sericehulpmiddelen, zoals foutenlogboeken bekijken en sericeprocessordumps starten. Opmerking: Elke systeempoort wordt uitgeschakeld als een Hardware Management Console (HMC) op de serer wordt aangesloten, waarbij de serer wordt opgestart tot oorbij de standby-status an de sericeprocessor. Fouten- en eentlogboeken afbeelden Hiermee beeldt u een lijst an alle fouten- en eentlogboeken in de sericeprocessor af. U kunt de fouten- en eentlogboeken bekijken die worden gegenereerd door dierse onderdelen an de firmware an de sericeprocessor. De inhoud an deze logboeken kan u helpen bij het oplossen an problemen met de hardware of de ingebouwde sererprogrammatuur. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Informatiee logboeken, foutenlogboeken en oerige logboeken kunnen met alle machtigingsnieaus worden bekeken. Verborgen foutenlogboeken kunnen alleen worden bekeken door geautoriseerde sericeproiders. De olgende tabel beat een oerzicht an foutenlogboeken die kunnen worden bekeken, de oorwaarden olgens welke een foutenlogboek bij een bepaald type foutenlogboek hoort en de gebruikersmachtiging die ereist is om de erschillende foutenlogboeken te kunnen bekijken. Tabel 10. Typen foutenlogboeken Type foutenlogboek Seerity Voorwaarden Actie Informatiee logboeken Informatief Aan besturingssysteem melden maar niet erbergen Foutenlogboek Niet informatief Aan besturingssysteem melden maar niet erbergen Verborgen logboeken Niet informatief en informatief Aan besturingssysteem melden, erbergen of beide Diersen Informatief Niet gerapporteerd aan besturingssysteem Beschikbaarheid gebruiker Beschikbaar oor alle gebruikers Beschikbaar oor alle gebruikers Alleen beschikbaar oor gemachtigde sericeproiders en gebruikers met een hoger machtigingsnieau. Beschikbaar oor alle gebruikers Voer de olgende stappen uit om oerzichten of details an fouten- en eentlogboeken te bekijken en te wissen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Fouten-/ eentlogboeken. Als er logboekermeldingen bestaan, wordt een lijst an fouten- en eentlogboekermeldingen afgebeeld in een oerzichtsweergae. De Adanced System Management Interface beheren 53

3. Als u de olledige details an een logboek wilt bekijken, schakelt u het selectieakje an het logboek in en klikt u op Details afbeelden. Als u meerdere logboeken hebt geselecteerd, wordt de actie op elk geselecteerd logboek toegepast. De olledige details kunnen dierse pagina's omatten. De inhoud en opmaak an de olledige details wordt bepaald door de eent- of foutenregistratiecomponent. 4. Klik op Als gemeld markeren om platformfoutermeldingen te markeren waaroor de onderliggende oorzaak is opgelost. Op die manier worden deze ermeldingen niet opnieuw door het besturingssysteem gemeld wanneer het systeem opnieuw wordt opgestart. Nadat de ermeldingen zijn gemarkeerd, kunnen deze fouten worden oerschreen door andere fouten die worden astgelegd in het historielogboek an de sericeprocessor. Opmerking: De knop Als gemeld markeren is alleen beschikbaar als u bent gemachtigd als sericeproider. 5. Klik op de knop Informatie oer repository fouten-/eentlogboeken om de informatie oer de repository met fouten- of eentlogboeken an het beheerde systeem te bekijken. De repository oor fouten-/eentlogboeken kunnen ol worden wanneer de fouten worden astgelegd. Als de fouten niet periodiek worden beestigd, worden nieuwe fouten mogelijk niet astgelegd. Met deze optie wordt de informatie afgebeeld oor de olgende parameters: repository fouten-/eentlogboek. sericeprocessor hyperisor laatste logboekgegeens andere essentiële gegeens 6. Om een of meer logboekitems oor fouten of eents te wissen, selecteert u de gewenste items en klikt u op Geselecteerde fouten-/eentlogboekgegeens wissen. Detectie op seriële poorten inschakelen Parameters (inclusief de detectiereeks) opgeen oor het inschakelen an detectie op een seriële poort (systeempoort). U kunt een detectiebewerking in- of uitschakelen oor een systeempoort. Als u de functie inschakelt, worden de gegeens die op de geselecteerde seriële poort worden ontangen, gecontroleerd of gedetecteerd bij ontangst. U kunt ook de controlereeks opgeen. Dit is een bepaalde reeks bytes waarmee de sericeprocessor opnieuw wordt ingesteld als deze reeks word astgesteld. De systeempoort S1 fungeert als resetapparaat oor alle geallen die worden onderschept. Opmerking: Elke systeempoort wordt uitgeschakeld als een Hardware Management Console (HMC) op de serer wordt aangesloten, waarbij de serer wordt opgestart tot oorbij de standby-status an de sericeprocessor. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Algemeen Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak is niet beschikbaar op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. Ga als olgt te werk om de huidige controle-instellingen oor de seriële poort te bekijken en te wijzigen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Detectie an seriële poort. 3. Detectie in- of uitschakelen op systeempoort S1. De standaardwaarde is Uitgeschakeld. 54 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

4. Geef een controlereeks an maximaal 32 bytes op in het eld Detectiereeks. De huidige afgebeelde waarde is de standaardwaarde. Zorg eroor dat de reeks geen algemeen gebruikte reeks is. Een reeks met zowel hoofdletters als kleine letters wordt daarom aanbeolen. 5. Klik op Detectieparameters bijwerken om de sericeprocessor bij te werken met de geselecteerde waarden. Opmerking: Nadat u de detectie op de seriële poort op de juiste manier hebt geconfigureerd en nadat het systeem is opgestart, wordt het herstartbeleid an de sericeprocessor gebruikt om het systeem opnieuw op te starten zodra de reeks oor opnieuw instellen wordt ingeoerd op een ASCII-werkstation dat is gekoppeld aan systeempoort S1. De ASMI gebruiken oor het uitoeren an een systeemdump Hiermee bepaalt u hoe aak een systeemdump wordt uitgeoerd en hoeeel gegeens worden erzameld oer de hardware en de ingebouwde serersoftware. U kunt een systeemdump starten om de algemene systeemgegeens, de status an de systeemprocessor, hardwarescanringen, caches en andere gegeens ast te leggen. Deze informatie kunt u gebruiken om een probleem op te lossen met de hardware of sererfirmware. Een systeemdump kan ook automatisch worden gestart na een systeemstoring, bijoorbeeld bij checkstop of wanneer het systeem astloopt. Een platformdump is meestal 34 MB. Opmerking: Gebruik deze procedure alleen op aanwijzingen an uw sericeproider. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een systeemdump te configureren en te starten: 1. Sluit het besturingssysteem indien mogelijk gecontroleerd af. 2. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 3. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Systeemdump. 4. Selecteer in de selectielijst met het label Dumpbeleid het beleid waarmee wordt astgesteld of er een automatische systeemdump wordt opgehaald. Het dumpbeleid wordt gebruikt zodra er automatisch een systeemfout door het systeem wordt gedetecteerd. Naast het dumpbeleid bepaalt de firmware an het platform of een dump is aanbeolen, op basis an het type fout dat zich heeft oorgedaan. Deze aanbeeling wordt samen met het dumpbeleid gebruikt om ast te stellen of er een systeemdump wordt gestart. U kunt een keuze maken uit de olgende opties oor het dumpbeleid: Naar behoefte Hiermee worden alleen dumpgegeens oor bepaalde doeleinden erzameld. Dit is de standaardinstelling oor het dumpbeleid. Altijd Hiermee worden dumpgegeens erzameld nadat het systeem astloopt of na een checkstop. Met deze instelling wordt de aanbeeling an de ingebouwde programmatuur genegeerd en wordt een systeemdump afgedwongen, zelfs als een systeemdump niet wordt aanbeolen. Opmerking: Het dumpbeleid bepaalt alleen wanneer een systeemdump wordt uitgeoerd. In het beleid is niet astgelegd an welke gegeens een dump wordt gemaakt of hoe groot de dump wordt. Deze parameters worden gedefinieerd door de instellingen oor Hardware content. 5. Selecteer het beleid in de keuzelijst Hardware-inhoud om aan te geen hoeeel gegeens u wilt erzamelen. De Adanced System Management Interface beheren 55

De firmware doet een aanbeeling oor de dumpinhoud op basis an het type fout dat zich heeft oorgedaan. Deze aanbeeling bepaalt samen met de hardwaregegeens hoeeel gegeens er uiteindelijk worden erzameld. U kunt een keuze maken uit de olgende opties oor het dumpbeleid: Automatisch Hiermee worden automatisch dumpgegeens erzameld. De firmware bepaalt wat de beste dumpinhoud is, op basis an het type fout. Dit is de standaardinstelling oor de hardwaregegeens. Minimum Hiermee wordt de minimale hoeeelheid dumpgegeens erzameld. Het erzamelen an hardwaredumpgegeens kan tijdroend zijn. Met deze optie kunt u de inhoud an het hardwaregedeelte an de systeemdump zo klein mogelijk maken. Teens kan het platform hiermee zo snel mogelijk opnieuw worden opgestart. Opmerking: Als u deze optie selecteert, kunnen de erzamelde foutopsporingsgegeens oor bepaalde fouten niet toereikend zijn. Het astleggen an releante foutgegeens oor sommige fouten kan worden beperkt om de tijd te erkorten waarin het systeem niet beschikbaar is. Gemiddeld Hiermee wordt een gemiddelde hoeeelheid dumpgegeens erzameld. Met deze optie worden meer gegeens erzameld dan met de minimuminstelling en kost het erzamelen an dumpgegeens minder tijd dan met de maximuminstelling. Maximum Hiermee wordt de maximale hoeeelheid dumpgegeens erzameld. Deze optie biedt de uitgebreidste foutgegeens, maar de tijd waarin het systeem niet beschikbaar is, is ook langer dan met de andere beleidsopties. Deze optie wordt eigenlijk alleen gebruikt door geautoriseerde sericeproiders die bereid zijn de opstartsnelheid op te offeren oor het astleggen an een fout zodra de fout optreedt, of oor de analyse an lastige problemen. Opmerking: Als u deze optie selecteert, kan het erzamelen an hardwaredumpgegeens eel tijd in beslag nemen, met name bij systemen met een groot aantal processors. 6. Selecteer in het eld Inhoud sererfirmware het inhoudsnieau dat de hoeeelheid gegeens aangeeft waaran u een dump wilt maken oor het sererfirmwaredeel an de systeemdump. 7. Klik op Instellingen opslaan om de wijzigingen op te slaan. Klik op Instellingen opslaan en dump starten als u de gewijzigde instellingen wilt opslaan en onmiddellijk een dump wilt maken met de huidige instellingen. Voor informatie oer het kopiëren, rapporteren en wissen an een dump, raadpleegt u Dumps beheren. De ASMI gebruiken oor het uitoeren an een sericeprocessordump Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u een dump an de sericeprocessor starten. Gebruik deze procedure alleen onder leiding an uw hardwaresericeproider. Met deze functie kunt u foutgegeens astleggen nadat er een fout in de sericeprocessortoepassing is opgetreden, de sericeprocessor extern opnieuw is ingesteld of een gebruiker een sericeprocessordump heeft aangeraagd. De bestaande sericeprocessordump wordt als geldig beschouwd als de orige foutgegeens noch door de sererfirmware noch door Hardware Management Console (HMC) zijn erzameld. Om deze bewerking te kunnen uitoeren, moet u een gemachtigde sericeproider zijn. Voer de olgende stappen uit om de sericeprocessordump in of uit te schakelen en de status an de bestaande sericeprocessordump te bekijken: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Sericeprocessordump. 56 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

3. Klik in de keuzelijst op Inschakelen of Uitschakelen. De standaardinstelling is Inschakelen. De huidige instelling wordt afgebeeld en de status an een bestaande sericeprocessordump wordt aangegeen als geldig of ongeldig. Opmerking: Als deze instelling is uitgeschakeld, kunnen gebruikers geen sericeprocessordump aanragen. 4. Klik op Instellingen opslaan om de wijzigingen op te slaan. Om het systeem opdracht te geen onmiddellijk een dump an de sericeprocessor uit te oeren, klikt u op Dump starten. Voor meer informatie oer het kopiëren, rapporteren en wissen an een dump, raadpleegt u Dumps beheren. Partitiedump starten Hiermee schakelt u de partitiedump in of uit en kunt u boendien onmiddellijk een partitiedump starten. Belangrijk: Deze functie is niet beschikbaar als het systeem wordt beheerd door een HMC. Gebruik deze procedure alleen onder leiding an uw hardwaresericeproider. Door het starten an een partitiedump behoudt u de foutgegeens, die u kunt gebruiken oor het maken an een diagnose an problemen met de sererfirmware of het besturingssysteem. De toestand an het besturingssysteem wordt opgeslagen op de aste schijf en de partitie wordt opnieuw gestart. Deze functie kunt u gebruiken wanneer het besturingssysteem zich in een abnormale wachtstatus of in een oneindige lus. Waarschuwing: Wanneer u deze bewerking uitoert kan er gegeenserlies optreden. Deze functie is alleen beschikbaar op systemen die niet worden beheerd met een HMC en waarop de sererfirmware de status Actief heeft. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een partitiedump uit te oeren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Partitiedump. De prestatiedump starten Hier indt u informatie oer het starten an de prestatiedump an het systeem. Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u een prestatiedump an het systeem starten. Een prestatiedump an het systeem bestaat uit een erzameling gegeens an een sericeprocessor na een storing an het systeem, een externe reset an het systeem of een handmatige opdracht. U start een prestatiedump an het systeem oor het erzamelen en opslaan an prestatiegegeens oer hardware, met de indeling an een dump an een hardware-eenheid. De informatie wordt opgeslagen in een nieuwe dumpbestand wanneer de prestatiedump an het systeem wordt gestart. De prestatiedump an het systeem kunt u alleen starten als het systeem de status "power-on" (sericeprocessor runtime) heeft. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Ga als olgt te werk om een prestatiedump an het systeem te starten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Klik in het naigatiegebied achtereenolgens op System Serice Aids > Performance Dump. De Adanced System Management Interface beheren 57

3. Klik op Initiate dump om de prestatiedump an het systeem te starten. Een resourcedump uitoeren Een resourcedump an de sericeprocessor uitoeren. U kunt een dump uitoeren an de hyperisorgegeens die in het hoofdgeheugen zijn opgeslagen, terwijl alle logische partities draaien. Een resourcedump kan worden uitgeoerd beschikbaar als het systeem in handmatige werkstand staat en als de functie door het besturingssysteem wordt geactieerd. Opmerking: Een resourcedump kan niet worden uitgeoerd als het systeem zich in de eindwerkstand beindt, of opnieuw aan het opstarten is of als er een andere platformdump wordt uitgeoerd. Als u deze gegeens wilt bekijken, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een resourcedump uit te oeren: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit en klik op Resourcedump. Een systeempoort configureren oor Sericenummer bellen/inbellen Een systeempoort configureren oor gebruik met de opties oor inbellen en het bellen an het sericenummer. U kunt een systeempoort configureren die wordt gebruikt om het sericenummer te bellen en om in te bellen. U kunt ook de baudwaarde instellen oor een systeempoort. Opmerking: Elke systeempoort wordt uitgeschakeld als een Hardware Management Console (HMC) op de serer wordt aangesloten, waarbij de serer wordt opgestart tot oorbij de standby-status an de sericeprocessor. Deze menu's zijn daarom niet beschikbaar als het systeem wordt beheerd met een HMC of als het systeem geen poorten heeft. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak is niet beschikbaar op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. Voer de olgende stappen uit als u een systeempoort wilt configureren: 1. Klik in het naigatiegebied op Hulpmiddelen oor systeemserice en erolgens op Seriële poort instellen. Er wordt één groepsak afgebeeld. Het groepsak heeft het label S1 en erwijst naar de systeempoort die wordt gebruikt om het sericenummer te bellen. 2. Wijzig de gewenste elden in de het gedeelte S1. Baudwaarde Selecteer de baudwaarde oor deze systeempoort. Als op deze poort een terminal is aangesloten, moeten de instellingen oereenkomen. De beschikbare baudwaarden zijn 50, 300, 1200, 2400, 4800, 9600, 19200, 38400, 57600 en 115200 bps. Tekengrootte Selecteer de tekengrootte oor deze systeempoort. Als op deze poort een terminal is aangesloten, moeten de instellingen oereenkomen. Stopbits Selecteer het aantal stopbits oor deze systeempoort. Als op deze poort een terminal is aangesloten, moeten de instellingen oereenkomen. 58 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Pariteit Selecteer de pariteit oor deze systeempoort. Als op deze poort een terminal is aangesloten, moeten de instellingen oereenkomen. 3. Klik op Instellingen opslaan om de wijzigingen op te slaan. Beleid oor call-home (sericenummer bellen) configureren Met deze procedure configureert u uw systeem oor de functie call-home. Hieronder wordt erstaan: het bellen an het sericenummer om contact op te nemen met het eerstolgende ondersteuningsnieau. In het onderstaande onderwerp wordt onder call-home erstaan: contact opnemen met de computer an het IBM Sericecenter. Opmerkingen: De functie call-home wordt alleen ondersteund als de FSP (flexibele sericeprocessor) een an de olgende statussen heeft: FSP Standby, Beëindiging, FSP Runtime maar PHYP Standby, of IPLING. De optie Call-home is niet beschikbaar op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. De optie Call-home is niet beschikbaar oor systemen die worden beheerd door de Hardware Management Console (HMC). Om deze bewerking te kunnen uitoeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Om het beleid oor call-home te configureren, oert u de olgende procedure uit: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Selecteer Setup an Sericenummer bellen. 4. Vul de elden in. Beleid oor Sericenummer bellen Uitgeschakeld Klik op Uitgeschakeld om de functie Call-home uit te schakelen. IBMCC Klik op IBMCC om de call-home-opdracht door te sturen naar het IBM Sericecenter. Telefoonnummers Het telefoonnummer an het sericecenter. Dit is het nummer an de computer op het sericecenter. Het sericecenter beschikt doorgaans oer een computer die oproepen beantwoordt an serers die naar buiten kunnen bellen. Deze computer wordt de catcher genoemd. De catcher erwacht berichten in een bepaalde indeling waaraan de sericeprocessor moet oldoen. Neem contact op met de geautoriseerde sericeproider oor de juiste telefoonnummers an het sericecenter. Laat dit eld leeg totdat u het juiste nummer weet. Telefoonnummer beheercentrum klant Dit is het nummer an de computer an het systeembeheercenter (de catcher) die probleemoproepen an serers ontangt. Neem contact op met de systeembeheerder oor het juiste telefoonnummer. Laat dit eld leeg totdat u het juiste nummer weet. Telefoonnummer digitale pager Dit is het nummer an een numerieke pager an de persoon die probleemoproepen an uw serer beantwoordt. Neem contact op met de medewerker an het beheercenter oor het juiste telefoonnummer. De Adanced System Management Interface beheren 59

Numerieke gegeens pager Geef hier de numerieke gegeens op die moeten worden erzonden tijdens een pageroproep. Bedrijfsinformatie klant Bedrijfsnaam Adres Stad en staat Postcode Land of regio Voer het olledige postadres an het bedrijf in. Klantgegeens Geef alle specifieke gegeens op die met call-home moeten worden meegestuurd. Deze tekenreeks mag maximaal 64 tekens lang zijn. 5. Klik op Instellingen opslaan om de wijzigingen op te slaan. De sericeprocessor herstarten In kritieke systeemsituaties, zoals wanneer het systeem blijft hangen, kunt u de sericeprocessor opnieuw starten. Voer deze taak alleen uit als dit wordt geraagd door uw sericeproider. Een herstart an de sericeprocessor kan niet uitgeoerd worden als de sericefirmware een actiee status heeft. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om de sericeprocessor opnieuw te starten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Klik op Sericeprocessor instellen op beginwaarden. 4. Klik op Doorgaan om de herstart uit te oeren. Warme herstart (soft reset) an de sericeprocessor In bepaalde situaties kan het nodig zijn om de sericeprocessor te resetten terwijl de sericefirmware nog actief is (running). Voer deze taak alleen uit als dit wordt geraagd door uw sericeproider. Tijdens de warme herstart (soft reset) an de sericeprocessor worden de hostpartities niet uitgeschakeld. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende procedure uit om de sericeprocessor opnieuw op te starten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Klik op Warme herstart serice processor. 4. Klik op Doorgaan om de warme herstart uit te oeren. Fabrieksinstellingen an de serer herstellen Hiermee herstelt u de fabrieksinstellingen an de firmware, de netwerkconfiguratie en wachtwoorden. U kunt alle fabrieksinstellingen op uw serer herstellen naar de standaardfabrieksinstellingen, of u kunt specifieke instellingen herstellen door de olgende opties te gebruiken: 60 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Alle instellingen terugzetten De sererprocessorinstellingen herstellen De sererfirmware-instellingen herstellen De PCI-busconfiguratie herstellen Opmerking: De optie oor het herstellen an de PCI-bus is niet beschikbaar op 9119-MHE- en 9119- MME-systemen. Als u alle instellingen wilt herstellen, worden al deze drie acties uitgeoerd en worden de sericeprocessorinstellingen, de sererfirmware-instellingen en de PCI-busconfiguratie in een bewerking hersteld. Opmerking: Als redundante sericeprocessors worden geïnstalleerd en ingeschakeld, zal elk type herstelbewerking die u uitoert op de primaire sericeprocessor ook op de secundaire sericeprocessor worden uitgeoerd. Waarschuwing: Herstel de sererinstellingen alleen naar de fabrieksinstellingen als uw sericeproider dit oorstelt. Voordat u alle instellingen hersteld, moet u eroor zorgen dat u alle instellingen die u wilt behouden handmatig hebt astgelegd. Deze bewerking kunt u alleen uitoeren wanneer hetzelfde nieau an de firmware aanwezig is op de opstartzijde oor permanente firmware (P-zijde) als op de opstartzijde oor tijdelijke firmware (T-zijde). Als u de instellingen an de sericeprocessor hersteld, gaan alle systeeminstellingen erloren die u ia gebruikersinterfaces hebt ingesteld (zoals de HMC-toegang en ASMI-wachtwoorden, het tijdstip en het beleid ten aanzien an de netwerkconfiguratie en de hardware-deconfiguratie). Waarschuwing: Als de sererfirmware-instellingen worden hersteld, heeft dit tot geolg dat alle partitiegegeens die op de sericeprocessor zijn opgeslagen, erloren gaan. Als u de PCI-busconfiguratie herstelt, heeft dit de olgende geolgen: Met de sericeprocessor wordt de sererfirmware ingeschakeld en standby gezet. Als de sererfirmware in de standby-status staat, worden de PCI-busconfiguratie-instellingen gewist. De sererfirmware wordt erolgens uitgeschakeld en de sericeprocessor staat in de standby-status. Waarschuwing: Als alle instellingen worden hersteld, gaan de systeeminstellingen erloren zoals oor elke optie in de oorgaande paragrafen is beschreen. Teens gaan de systeemfoutenlogboeken en de aan partities gerelateerde gegeens erloren. Om de standaard-fabrieksinstellingen te herstellen, moet u oer een an de olgende machtigingsnieaus beschikken: Gemachtigde sericeproider Opmerking: U kunt de tijd alleen wijzigen als het systeem is uitgeschakeld. Voer de olgende stappen uit om de standaard-fabrieksinstellingen te herstellen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Klik op Fabrieksinstellingen. 4. Selecteer de opties die u wilt terugzetten naar de fabrieksinstellingen. 5. Klik op Doorgaan. De sericeprocessor wordt opnieuw gestart nadat alle instellingen zijn hersteld. De Adanced System Management Interface beheren 61

Opdrachten oor sericeprocessor opgeen U kunt opdrachten opgeen om uit te oeren op de sericeprocessor. Momenteel indt er nog geen syntactische geldigheidscontrole plaats oor de opgegeen opdrachtreeks. U dient er daarom oor te zorgen dat de opdracht correct is geformuleerd oordat u deze start. Om deze bewerking te kunnen uitoeren, moet u een geautoriseerde sericeproider zijn. Voer de olgende stappen uit om opdrachten oor de sericeprocessor op te geen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Selecteer Opdrachtregel an de sericeprocessor. 4. Geef een geldige opdracht op die niet langer is dan 80 tekens. Opmerking: Als u een ongeldige opdracht opgeeft, kan het systeem crashen. Als dit het geal is, moet u de sericeprocessor resetten. 5. Kies Uitoeren om de opdracht uit te oeren oor de sericeprocessor. Resources bekijken die zijn gedeconfigureerd met de bewakingsfunctie Een lijst bekijken met de hardwareresources die zijn gedeconfigureerd met de bewakingsfunctie an de systeemprocessor. Voor elke gedeconfigureerde hardwareresource wordt het type fout afgebeeld dat de deconfiguratie heeft eroorzaakt (bijoorbeeld oorspellend, diagnostisch, onherstelbaar). U kunt ook de gedetailleerde ermelding in het foutenlogboek bekijken. Als u deze gegeens wilt bekijken, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Voer de olgende stappen uit om een lijst an gedeconfigureerde resources af te beelden: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Vouw in het naigatiegebied Hulpmiddelen oor systeemserice uit. 3. Selecteer Deconfigured Records oor het bekijken an een lijst an gedeconfigureerde resources. Opmerking: De functie Customer Alert in deze iew is standaard ingeschakeld. Deze functie waarschuwt u periodiek om gedeconfigureerde hardware te erangen. U kunt de functie Customer Alert in- of uitschakelen als het geheugen of de processors zijn gedeconfigureerd in het systeem. Inschakelen an de USB-sericefuncties Informatie oer het inschakelen an functies oor Uniersal Serial Bus (USB) oor het opslaan an de gegeens oer foutopsporing en systeemconfiguratie op een erwisselbaar USB-flashapparaat. U kunt gegeens oer foutopsporing en systeemconfiguratie op een erwisselbaar USB-flashapparaat opslaan en deze gegeens later gebruiken om een probleem te analyseren. U kunt de bestanden an een sericeprocessordump, systeemdumpbestanden, dumpbestanden an een hardwareonderdeel, systeeminstellingen, netwerkinstellingen en platformfouten of eentlogboeken op het flashstation opslaan. U kunt de systeeminstellingen of de netwerkinstellingen ook weer terugzetten an het erwisselbare USB-flashstation naar de sericeprocessor. Opmerking: Deze taak wordt niet ondersteund op 9119-MHE- en 9119-MME-systemen. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: 62 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Gemachtigde sericeproider U kunt de USB-sericefuncties als olgt inschakelen: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 2. Wijzig de status an de sericeprocessor in standby of in de afsluitstatus. 3. Sluit een USB-flashstation op het systeem aan. 4. In het naigatiegebied breidt u Hulpmiddelen oor systeemserice > Sericefuncties, geschikt oor USB uit. 5. In de lijst met sericefuncties oor USB selecteert u de ereiste opties en klikt u op Doorgaan om de dumpbestanden of de logboekbestanden op een USB-flashstation op te slaan. Opmerking: Als u de netwerkinstellingen an een ander systeem terugzet, wordt de erbinding an het systeem met het netwerk erbroken. Sericeprocessorfailoer starten Met de ASMI (Adanced System Management Interface) kunt u een failoer an de sericeprocessor starten. Failoer an de sericeprocessor erkleint uital bij klanten die het geolg is an fouten in de hardware an de sericeprocessor. Als een redundante sericeprocessor ondersteund wordt, kunt u een failoer an de backupsericeprocessor starten. Om deze bewerking uit te oeren, moet u beschikken oer een an de olgende machtigingsnieaus: Gemachtigde sericeproider Opmerking: Deze taak kan alleen gestart worden anaf de backupsericeprocessor. Voer de olgende stappen uit om een failoer an de sericeprocessor te starten: 1. Geef in het ASMI-welkomstenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Log in. 2. In het naigatiegebied breidt u Hulpmiddelen oor systeemserice > Sericeprocessorfailoer uit. 3. Klik op Doorgaan om de failoer anuit de backupsericeprocessor te starten. Problemen bij de toegang tot de ASMI oplossen Problemen oplossen die erband houden met het instellen an toegang tot de ASMI (Adanced System Management Interface). De olgende tabel beat informatie oer eel oorkomende problemen die optreden als u toegang tot de ASMI probeert te krijgen ia een webbrowser. Deze tabel beat ook algemene oplossingen oor deze problemen. De Adanced System Management Interface beheren 63

Tabel 11. Problemen bij de toegang tot de ASMI ia een webbrowser oplossen Probleem Nadat u het IP-adres an de serer in de webbrowser hebt opgegeen, erschijnt er een beeiligingswaarschuwing. Nadat u het IP-adres an de serer in de webbrowser hebt opgegeen, erschijnt er een foutbericht dat het opgegeen IP-adres niet is geonden. U gebruikt Microsoft Internet Explorer 7.0 onder Windows XP en de bekabeling naar de PC of notebookcomputer is correct, maar u krijgt geen toegang tot de ASMI. De toegang tot de ASMI wordt nu erbroken als u het standaardgebruikers-id en het wachtwoord onjuist of meer dan ijf keer inoert. Oplossing Meestal betekent dit dat de PC of notebookcomputer de serer niet accepteert als eilige site. Om dit probleem te erhelpen, oltooit u de olgende stappen: 1. Selecteer in het enster Clienterificatie het certificaat dat u oor erbinding wilt gebruiken en klik op OK. 2. Als er een fout erschijnt dat de pagina niet is geonden, beschouwt de PC of notebookcomputer de serer niet als een eilige site. Als u op de PC of notebookcomputer een firewall gebruikt, past u de instellingen an de firewall zo aan dat het IP-adres an de serer als een eilig adres wordt beschouwd. Verolgens typt u het IP-adres in het adreseld an de webbrowser op de PC of notebookcomputer. 3. Klik in het enster Beeiligingswaarschuwing op Ja. 1. Controleer of u het https://<ip-adres an de serer> hebt opgegeen in het adreseld an de webbrowser. 2. Controleer of u het juiste IP-adres oor de serer hebt opgegeen. Zie Tabel 1 op pagina 4 oor een lijst an IP-adressen oor de serer. 3. Voeg een routering toe aan de PC of notebookcomputer zodat deze weet waar de serer zich in het netwerk beindt. Als u bijoorbeeld een PC gebruikt waarop Windows is geïnstalleerd, opent u een opdrachtaanwijzing en typt u route add <IP-adres an serer> mask 255.255.255.0 <IP-adres an PC of notebookcomputer> metric 1. Meestal betekent dit dat de optie TLS 1.0 gebruiken inmicrosoft Internet Explorer is ingeschakeld. Om een erbinding te maken met de ASMI moet deze optie uitgeschakeld zijn. Om dit probleem te erhelpen, oltooit u de olgende stappen: 1. Kies in het menu Extra in Microsoft Internet Explorer de optie Internet-opties. 2. Klik in het enster Internet-opties op het tabblad Geaanceerd. 3. Hef de selectie op an TLS 1.0 gebruiken (in de categorie Beeiliging) en klik op OK. Stel het standaardwachtwoord en de netwerkinstellingen opnieuw in op de standaardinstellingen olgens een an de olgende methoden: Vraag een nieuw aanmeldingswachtwoord aan bij uw gemachtigde sericeproider. Gebruik de schakelaars an de sericeprocessor om het standaardwachtwoord en de netwerkinstellingen opnieuw in te stellen. Deze taak ereist het erwijderen an de sericeprocessorkaart an de serer. Voor meer informatie neemt u contact op met het eerstolgende ondersteuningsnieau. 64 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Kennisgeingen Deze informatie is ontwikkeld oor producten en diensten die worden aangeboden in de Verenigde Staten. Het materiaal kan in andere talen beschikbaar zijn bij IBM. Mogelijk dient u echter een exemplaar an het product of de productersie in die taal te bezitten om deze ertaling te erkrijgen. IBM leert de producten, diensten en oorzieningen die in deze publicatie worden besproken, mogelijk niet in andere landen. Raadpleeg uw lokale IBM-ertegenwoordiger oor informatie oer de producten en oorzieningen die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten, programma's of diensten an IBM houdt niet in dat uitsluitend IBM-producten, programma's of diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten kunnen in plaats daaran worden gebruikt, mits dergelijke producten, programma's of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten an IBM. Het is echter de erantwoordelijkheid an de gebruiker om niet door IBM geleerde producten, diensten en oorzieningen te controleren. IBM kan oer patenten of patenttoepassingen beschikken, die onderwerpen behandelen die in dit document worden beschreen. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. Voor ragen oer licenties kunt u zich wenden tot: IBM Director of Licensing IBM Corporation North Castle Drie, MD-NC119 Armonk, NY 10504-1785 United States of America Deze paragraaf is niet an toepassing op het Verenigd Koninkrijk of elk ander land waar deze oorwaarden strijdig zijn met de lokale wetgeing: INTERNATIONAL BUSINESS MACHINES CORPORATION VERSTREKT DEZE PUBLICATIE AS IS EN ZONDER ENIGE GARANTIE UITDRUK- KELIJK NOCH STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DIE VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR HET PROGRAMMA IS BESTEMD OF GESCHIKTHEID VOOR EEN SPECIFIEK DOEL. In sommige landen is het uitsluiten an uitdrukkelijke of stilzwijgende garanties niet toegestaan. Voorgaande zin is dan ook op u wellicht niet an toepassing. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Periodiek worden wijzigingen aangebracht aan de informatie in deze publicatie. Deze wijzigingen worden opgenomen in nieuwe uitgaen an deze publicatie. IBM kan op elk moment zonder kennisgeing erbeteringen en/of wijzigingen aanbrengen in de product(en) en/of programma('s) die in deze publicatie zijn beschreen. Iedere erwijzing in dit document naar een niet-ibm-website wordt alleen erstrekt oor uw gemak en dient niet om op welke manier dan ook deze website aan te beelen. Het materiaal op die webpagina's maakt geen deel uit an dit IBM-product en het gebruik eran is olledig oor eigen risico. IBM kan de informatie die u leert, op elke manier distribueren die zij toepasselijk acht, zonder daarbij enige erplichting jegens u te scheppen. Alle gegeens oer prestaties in dit gedeelte zijn erkregen in een gecontroleerde omgeing. Resultaten die worden erkregen in andere erwerkingsomgeingen kunnen daarom afwijken. Bepaalde metingen zijn erricht op systemen in de ontwikkelingsfase en er is geen enkele garantie dat deze metingen hetzelfde zullen zijn in algemeen erkrijgbare systemen. Boendien is een aantal metingen afgeleid. Werkelijke resultaten kunnen erschillen. Gebruikers an deze publicatie moeten controleren welke gegeens geschikt zijn oor hun specifieke omgeing. Copyright IBM Corp. 2014, 2015 65

Informatie oer niet door IBM geleerde producten is erkregen an de leeranciers an de betreffende producten, uit de publicaties an deze leeranciers of uit andere publiek toegankelijke bronnen. IBM heeft deze producten niet getest en staat niet in oor de prestaties an deze producten, de compatibiliteit of enig andere eis die kan worden gesteld aan niet door IBM geleerde producten. Vragen oer de prestaties an niet door IBM geleerde producten dienen te worden gesteld aan de leeranciers an deze producten. Alle mededelingen oer IBM's toekomstige koers of intenties zijn onderworpen aan wijziging zonder aankondiging en ertegenwoordigen alleen doelen en doelstellingen. Alle weergegeen prijzen an IBM zijn de aanbeolen huidige erkoopprijzen. Deze zijn onderheig aan wijzigingen zonder kennisgeing. De prijzen kunnen per dealer erschillen. Deze informatie is alleen bestemd oor planningsdoeleinden. De informatie is onderheig aan wijzigingen alorens de beschreen producten op de markt komen. Deze informatie beat oorbeelden an gegeens en rapporten die tijdens de dagelijkse zakelijke actiiteiten worden gebruikt. Om deze zo olledig mogelijk te illustreren, beatten de oorbeelden de namen an personen, bedrijen, merken en producten. Al deze namen zijn fictief en eentuele oereenkomsten met de namen en adressen an bestaande bedrijen zijn toeallig. Indien u deze publicatie in elektronische orm bekijkt, worden foto's en illustraties mogelijk niet afgebeeld. De tekeningen en specificaties in dit document mogen niet geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming an IBM. IBM heeft deze informatie opgesteld oor de specifieke machines die zijn aangegeen. IBM erklaart niet dat deze publicatie geschikt is oor enig ander doel. De computersystemen an IBM beatten mechanismen die zijn ontworpen om het risico an beschadiging of erlies an gegeens te erminderen. Dit risico kan echter niet geheel worden uitgesloten. Gebruikers die te maken krijgen met niet geplande onderbrekingen, systeemfouten, spanningswisselingen en uital of storingen in onderdelen, dienen te controleren of de bewerkingen correct zijn uitgeoerd en of de gegeens die tijdens of kort oor de storing zijn opgeslagen of oergedragen correct zijn. Daarnaast dienen gebruikers procedures op te stellen oor onafhankelijke gegeenserificatie oor gegeens die worden gebruikt in geoelige of essentiële bewerkingen. Nieuwe informatie en fixes oor het systeem en bijbehorende software kunt u inden op de ondersteuningswebsites an IBM. Kennisgeing an goedkeuring Dit product is mogelijke niet in uw land gecertificeerd oor erbinding op wat oor wijze dan ook met interfaces oor openbare telefoonnetwerken. Mogelijk is een nadere certificering wettelijk ereist oordat u een dergelijke erbinding tot stand brengt. Neem contact op met een IBM-ertegenwoordiger als u hieroer ragen hebt. Priacy-oerwegingen IBM Software-producten, waaronder SaaS-oplossingen (software-as-a-serice), ( Softwareoplossingen ) kunnen gebruikmaken an cookies of andere technologieën om informatie oer het gebruik an het product te erzamelen oor het erbeteren an de gebruikerseraring, het afstemmen an de interactie op eindgebruikers of oor andere doeleinden. In eel geallen wordt geen identificeerbare informatie erzameld door de Softwareoplossingen. Sommige Softwareoplossingen kunnen u de mogelijkheid bieden persoonlijk identificeerbare gegeens te erzamelen. Als deze Softwareoplossing cookies gebruikt oor het erzamelen an persoonlijk identificeerbare informatie, wordt specifieke informatie oer het gebruik an cookies door deze oplossing hieronder uiteengezet. 66 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Deze Softwareoplossing gebruikt geen cookies of andere technologieën om persoonlijk identificeerbare informatie te erzamelen. Als de configuraties die zijn geïmplementeerd oor deze Softwareoplossing u als klant de mogelijkheid bieden om persoonlijk identificeerbare informatie an eindgebruikers te erzamelen ia cookies en andere technologieën, moet u zelf juridisch adies inwinnen oer eentuele wetten die an toepassing zijn op dergelijke gegeenserzameling, met inbegrip an ereisten oor kennisgeing en toestemming. Raadpleeg het priacybeleid an IBM op http://www.ibm.com/priacy, IBM's online priacyerklaring op http://www.ibm.com/priacy/details, de sectie Cookies, Web Beacons and Other Technologies en de "IBM Software Products and Software-as-a-Serice Priacy Statement" op http://www.ibm.com/software/info/product-priacy. Merken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn handelsmerken an International Business Machines Corp., zoals wereldwijd geregistreerd in een groot aantal rechtsgebieden. Namen an andere producten en serices kunnen merken zijn an IBM of andere bedrijen. Een actuele lijst an IBM-merken is op het web beschikbaar op Copyright and trademark information, op adres www.ibm.com/legal/copytrade.shtml. Linux is een merk an Linus Toralds in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft en Windows zijn merken an Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Jaa en alle op Jaa gebaseerde merken en logo's zijn merken an Oracle of gelieerde bedrijen. Elektronische emissie Als u een beeldscherm op de apparatuur aansluit, gebruik dan daaroor de aangewezen beeldschermkabel en eentuele storingsonderdrukkende apparaten die bij het beeldscherm zijn geleerd. Kennisgeingen Klasse A De olgende kennisgeingen oor Klasse A zijn an toepassing op de IBM-serers met de POWER8- processor en bijbehorende oorzieningen, tenzij in de informatie an de oorziening omschreen als EMC (electromagnetic compatibility)-klasse B. Verklaring an de FCC (Federal Communications Commission) Opmerking: Deze apparatuur is getest en in oereenstemming beonden met de beperkingen oor digitale apparatuur an klasse A. Bij onjuiste installatie en toepassing kan de apparatuur storing eroorzaken an radio- en teleisie-ontangst. Installeer en gebruik de apparatuur daarom olgens de aanwijzingen in deze publicatie. Gebruik an deze apparatuur in een woonomgeing kan leiden tot storingen; de gebruiker is in dit geal erantwoordelijk oor het opheffen an de storingen op eigen kosten. Om te oldoen aan de beperkingen oor straling, moeten correct afgeschermde en geaarde kabels en stekkers worden gebruikt. IBM aanaardt geen aansprakelijkheid oor storing an radio- en teleisie-ontangst die wordt eroorzaakt door andere dan aanbeolen kabels en aansluitingen of door niet-geautoriseerde wijzigingen aan deze apparatuur. Bij niet-geautoriseerde wijzigingen kan het recht an de gebruiker om de apparatuur te gebruiken, erallen. Dit apparaat oldoet aan Deel 15 an de FCC-regels. Aan het gebruik eran worden de olgende twee oorwaarden gesteld: (1) dit apparaat mag geen hinderlijke interferentie eroorzaken, en (2) dit apparaat moet elke ontangen interferentie accepteren, met inbegrip an interferentie die een ongewenste werking kan eroorzaken. Kennisgeingen 67

Industry Canada Compliance Statement This Class A digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Ais de conformité à la réglementation d'industrie Canada Cet appareil numérique de la classe A est conforme à la norme NMB-003 du Canada. Kennisgeing oor de Europese Unie Dit product oldoet aan de oorwaarden oor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/ EC an de Europese Commissie inzake de harmonisering an de wetgeing an Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. IBM aanaardt geen enkele erantwoordelijkheid indien, ten geolge an een niet aanbeolen wijziging an het product, met inbegrip an de installatie an niet-ibm optiekaarten, niet wordt oldaan aan de beschermingsereisten. Dit product is getest en oldoet aan de oorwaarden oor IT-apparatuur an Klasse B olgens European Standard EN 55022. De beperkingen oor apparatuur an Klasse A zijn bedoeld om in commerciële en industriële omgeingen een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie met goedgekeurde communicatieapparatuur. Contactadres oor de Europese Unie IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Department M372 IBM-Allee 1, 71139 Ehningen, Germany Tele: +49 (0) 800 225 5423 of +49 (0) 180 331 3233 e-mail: halloibm@de.ibm.com Waarschuwing: Dit is een product an Klasse A. In een woonomgeing kan dit product storing an de radio-ontangst eroorzaken. In dat geal kan an de gebruiker worden erlangd adequate maatregelen te nemen. VCCI-kennisgeing - Japan Onderstaand indt u een samenatting an de Japanse VCCI-kennisgeing in het ak hierboen: Dit is een klasse A-product op basis an de standaarden an de Voluntary Control Council for Interference by Information Technology Equipment (VCCI). In een woonomgeing kan dit product storing an de radio-ontangst eroorzaken. In dat geal kan an de gebruiker worden erlangd correctiee maatregelen te nemen. JEITA Confirmed Harmonics Guideline (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met minder dan 20 A per fase) 68 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

JEITA Confirmed Harmonics Guideline met modificaties (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met meer dan 20 A per fase) Kennisgeing Electromagnetic Interference (EMI) - Volksrepubliek China Verklaring: dit is een product an Klasse A. In een woonomgeing kan dit product storing an de radioen teleisieontangst eroorzaken. In dat geal dient de gebruiker gepaste maatregelen te nemen. Kennisgeing Electromagnetic Interference (EMI) - Taiwan Onderstaand een samenatting an boenstaande EMI-kennisgeing oor Taiwan. Waarschuwing: dit is een product an Klasse A. In een woonomgeing kan dit product storing an de radio- en teleisieontangst eroorzaken. In dat geal dient de gebruiker gepaste maatregelen te nemen. IBM Taiwan Contact Information: Kennisgeingen 69

Kennisgeing Electromagnetic Interference (EMI) - Korea Kennisgeing oor Duitsland Deutschsprachiger EU Hinweis: Hinweis für Geräte der Klasse A EU-Richtlinie zur Elektromagnetischen Verträglichkeit Dieses Produkt entspricht den Schutzanforderungen der EU-Richtlinie 2004/108/EG zur Angleichung der Rechtsorschriften über die elektromagnetische Verträglichkeit in den EU-Mitgliedsstaaten und hält die Grenzwerte der EN 55022 Klasse A ein. Um dieses sicherzustellen, sind die Geräte wie in den Handbüchern beschrieben zu installieren und zu betreiben. Des Weiteren dürfen auch nur on der IBM empfohlene Kabel angeschlossen werden. IBM übernimmt keine Verantwortung für die Einhaltung der Schutzanforderungen, wenn das Produkt ohne Zustimmung on IBM erändert bzw. wenn Erweiterungskomponenten on Fremdherstellern ohne Empfehlung on IBM gesteckt/eingebaut werden. EN 55022 Klasse A Geräte müssen mit folgendem Warnhinweis ersehen werden: "Warnung: Dieses ist eine Einrichtung der Klasse A. Diese Einrichtung kann im Wohnbereich Funk- Störungen erursachen; in diesem Fall kann om Betreiber erlangt werden, angemessene Maßnahmen zu ergreifen und dafür aufzukommen." Deutschland: Einhaltung des Gesetzes über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten Dieses Produkt entspricht dem Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten (EMVG). Dies ist die Umsetzung der EU-Richtlinie 2004/108/EG in der Bundesrepublik Deutschland. Zulassungsbescheinigung laut dem Deutschen Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten (EMVG) (bzw. der EMC EG Richtlinie 2004/108/EG) für Geräte der Klasse A Dieses Gerät ist berechtigt, in Übereinstimmung mit dem Deutschen EMVG das EG-Konformitätszeichen - CE - zu führen. Verantwortlich für die Einhaltung der EMV Vorschriften ist der Hersteller: International Business Machines Corp. New Orchard Road Armonk, New York 10504 Tel: 914-499-1900 Der erantwortliche Ansprechpartner des Herstellers in der EU ist: IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Abteilung M372 70 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

IBM-Allee 1, 71139 Ehningen, Germany Tel: +49 (0) 800 225 5423 of +49 (0) 180 331 3233 e-mail: halloibm@de.ibm.com Generelle Informationen: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN 55024 und EN 55022 Klasse A. Kennisgeing Electromagnetic Interference (EMI) - Rusland Kennisgeingen Klasse B De olgende kennisgeingen oor Klasse B gelden oor oorzieningen die in de installatie-informatie worden omschreen als EMC (electromagnetic compatibility)-klasse B. Verklaring an de FCC (Federal Communications Commission) Deze apparatuur is getest en in oereenstemming beonden met de beperkingen oor digitale apparatuur an klasse B. Deze beperkingen zijn bedoeld om in een woonomgeing een redelijke mate an bescherming te bieden tegen hinderlijke interferentie. Deze apparatuur genereert, gebruikt en erzendt energie op radiofrequenties en kan, bij installatie en gebruik anders dan conform de instructies, hinderlijke interferentie met radiografische communicatie eroorzaken. Er is echter geen garantie dat dergelijke interferentie in een specifieke installatie niet zal optreden. Indien de apparaat storing an radio en teleisie eroorzaakt (die kunt u controleren door de apparatuur aan en uit te zetten), dan kunt u de storing als olgt trachten te erhelpen: Richt de radio- of teleisie-antenne anders. Stel de apparatuur anders op ten opzichte an het radio- of teleisietoestel. Sluit de apparatuur aan op een andere groep an het lichtnet. Desgewenst kunt u zich oor nadere informatie wenden tot uw dealer of een elektrotechnisch installatiebureau. Om te oldoen aan de beperkingen oor straling, moeten correct afgeschermde en geaarde kabels en stekkers worden gebruikt. Deze zijn erkrijgbaar ia de geautoriseerde IBM-dealer. IBM aanaardt geen aansprakelijkheid oor storing an radio- en teleisie-ontangst die wordt eroorzaakt door niet-geautoriseerde wijzigingen aan deze apparatuur. Bij niet-geautoriseerde wijzigingen kan het recht an de gebruiker om deze apparatuur te gebruiken, erallen. Dit apparaat oldoet aan Deel 15 an de FCC-regels. Aan het gebruik eran worden de olgende twee oorwaarden gesteld: (1) dit apparaat mag geen hinderlijke interferentie eroorzaken, en (2) dit apparaat moet elke ontangen interferentie accepteren, met inbegrip an interferentie die een ongewenste werking kan eroorzaken. Kennisgeingen 71

Industry Canada Compliance Statement This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Ais de conformité à la réglementation d'industrie Canada Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada. Kennisgeing oor de Europese Unie Dit product oldoet aan de oorwaarden oor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/ EC an de Europese Commissie inzake de harmonisering an de wetgeing an Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. IBM aanaardt geen enkele erantwoordelijkheid indien, ten geolge an een niet aanbeolen wijziging an het product, met inbegrip an de installatie an niet-ibm optiekaarten, niet wordt oldaan aan de beschermingsereisten. Dit product is getest en oldoet aan de oorwaarden oor Information Technology-apparatuur an Klasse B olgens de Europese standaard EN 55022. De beperkingen oor apparatuur an Klasse B zijn bedoeld om in normale woonomgeingen een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie met goedgekeurde communicatieapparatuur. Contactadres oor de Europese Unie IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Department M372 IBM-Allee 1, 71139 Ehningen, Germany Tele: +49 (0) 800 225 5423 of +49 (0) 180 331 3233 e-mail: halloibm@de.ibm.com VCCI-kennisgeing - Japan JEITA Confirmed Harmonics Guideline (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met minder dan 20 A per fase) JEITA Confirmed Harmonics Guideline met modificaties (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met meer dan 20 A per fase) 72 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

IBM Taiwan Contactinformatie Kennisgeing Electromagnetic Interference (EMI) - Korea Kennisgeing oor Duitsland Deutschsprachiger EU Hinweis: Hinweis für Geräte der Klasse B EU-Richtlinie zur Elektromagnetischen Verträglichkeit Dieses Produkt entspricht den Schutzanforderungen der EU-Richtlinie 2004/108/EG zur Angleichung der Rechtsorschriften über die elektromagnetische Verträglichkeit in den EU-Mitgliedsstaaten und hält die Grenzwerte der EN 55022 Klasse B ein. Um dieses sicherzustellen, sind die Geräte wie in den Handbüchern beschrieben zu installieren und zu betreiben. Des Weiteren dürfen auch nur on der IBM empfohlene Kabel angeschlossen werden. IBM übernimmt keine Verantwortung für die Einhaltung der Schutzanforderungen, wenn das Produkt ohne Zustimmung on IBM erändert bzw. wenn Erweiterungskomponenten on Fremdherstellern ohne Empfehlung on IBM gesteckt/eingebaut werden. Deutschland: Einhaltung des Gesetzes über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten Dieses Produkt entspricht dem Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten (EMVG). Dies ist die Umsetzung der EU-Richtlinie 2004/108/EG in der Bundesrepublik Deutschland. Zulassungsbescheinigung laut dem Deutschen Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit on Geräten (EMVG) (bzw. der EMC EG Richtlinie 2004/108/EG) für Geräte der Klasse B Dieses Gerät ist berechtigt, in Übereinstimmung mit dem Deutschen EMVG das EG-Konformitätszeichen - CE - zu führen. Verantwortlich für die Einhaltung der EMV Vorschriften ist der Hersteller: International Business Machines Corp. New Orchard Road Armonk, New York 10504 Tel: 914-499-1900 Kennisgeingen 73

Der erantwortliche Ansprechpartner des Herstellers in der EU ist: IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Abteilung M372 IBM-Allee 1, 71139 Ehningen, Germany Tel: +49 (0) 800 225 5423 of +49 (0) 180 331 3233 e-mail: halloibm@de.ibm.com Generelle Informationen: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN 55024 und EN 55022 Klasse B. Voorwaarden en bepalingen Toestemming oor het gebruik an deze publicaties wordt erleend nadat u te kennen hebt gegeen dat u de olgende bepalingen en oorwaarden accepteert. Toepasselijkheid: Deze oorwaarden en bepalingen ormen een aanulling op de oorwaarden en bepalingen die zijn opgenomen op de website an IBM. Persoonlijk gebruik: U mag deze publicaties ereeloudigen oor eigen, niet commercieel gebruik onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om deze publicaties of delen daaran te distribueren, weer te geen of te gebruiken in afgeleid werk zonder de uitdrukkelijke toestemming an IBM. Commercieel gebruik: U mag deze publicaties alleen ereeloudigen, erspreiden of afbeelden binnen uw onderneming en onder oorbehoud an alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om afgeleid werk te maken op basis an deze publicaties en om deze publicaties of delen daaran te reproduceren, te distribueren of af te beelden buiten uw bedrijf zonder uitdrukkelijke toestemming an IBM. Rechten: Behoudens de toestemmingen die u hierin uitdrukkelijk worden erleend, worden u geen andere toestemmingen, licenties of rechten erleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, ten aanzien an de publicaties of welke daarin opgenomen informatie, gegeens, software of andere intellectuele eigendommen dan ook. IBM behoudt zich het recht oor de hier erleende toestemming in te trekken, wanneer, naar het eigen oordeel an IBM, het gebruik an deze publicaties zijn belangen schaadt of als boenstaande aanwijzingen niet naar behoren worden opgeolgd. Het is alleen toegestaan deze informatie te downloaden, te exporteren of opnieuw te exporteren indien alle an toepassing zijnde wetten en regels, inclusief alle exportwetten en -regels an de Verenigde Staten, olledig worden nageleefd. IBM GEEFT GEEN ENKELE GARANTIE MET BETREKKING TOT DE INHOUD VAN DEZE PUBLICA- TIES. DE PUBLICATIES WORDEN AANGEBODEN OP "AS-IS"-BASIS. ER WORDEN GEEN UITDRUK- KELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER INBEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID, HET GEEN INBREUK MAKEN OP DE RECHTEN VAN ANDEREN, OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. 74 Power Systems: De Adanced System Management Interface beheren

Kennisgeingen 75

IBM Gedrukt in Nederland